[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Diverse visserijonderwerpen

Landbouw- en Visserijraad

Brief regering

Nummer: 2026D47386, datum: 2026-09-30, bijgewerkt: 2026-10-16 11:39, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 32-1851 Landbouw- en Visserijraad.

Onderdeel van zaak 2026Z20501:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Hierbij informeer ik u over een aantal onderwerpen aangaande het

visserijbeleid. Ik informeer u over de stand van zaken op de motie van Van der Plas inzake vervolgonderzoek naar alternatieven voor netbescherming, de stand van zaken m.b.t de toezegging over de criteria uit de ‘Beleidsregel Aanlandhavens’, de stand van zaken m.b.t. Real-Time Closures (RTCs), de stand van zaken m.b.t. het experiment passief vissen in windparken Hollandse Kust (Zuid en Noord), en over een visserij studie in het kader van de Greater North Sea Basin Initiative (GNSBI).

Uitvoering motie-Van der Plas inzake vervolgonderzoek naar alternatieven voor netbescherming (Kamerstuk 21501-32, nr. 1799)

De motie-Van der Plas verzoekt de regering om vervolgonderzoek uit te zetten naar kansrijke alternatieven voor netbescherming, zodat de toepasbaarheid en effectiviteit verder kunnen worden vastgesteld. Met het opstellen van een routekaart voor de uitfasering van conventioneel vispluis wordt hier invulling aan gegeven, evenals aan de motie-De Groot uit 2021 (Kamerstuk 29 675, nr. 203). De routekaart omvat het uitvoeren van vervolgonderzoek naar alternatieven en het verkennen van financiële stimulansen om alternatieven bedrijfseconomisch haalbaar te maken. De voorbereidingen voor vervolgonderzoek, dat gepland staat vanaf 2027, zijn inmiddels gestart. Hierbij wordt samenwerking gezocht met betrokken partijen, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de recent gepubliceerde Uitvoeringsagenda Visie op voedsel uit zee en grote wateren. Naar verwachting wordt de routekaart in 2027 aan de Tweede Kamer aangeboden. Tevens is via de regionale zeeconventie OSPAR in juni 2026 een aanbeveling aangenomen voor het uitfaseren van het gebruik van conventioneel vispluis in de internationale Noordzee. Nederland is samen met België, Duitsland en Noorwegen nauw betrokken geweest bij deze aanbeveling. Daarbij zet Nederland in op verdere uitwisseling van kennis en ervaring over de toepassing van alternatieven op regionaal niveau.

Aanlandhavens

In navolging van mijn toezegging aan het lid Boomsma tijdens het Commissiedebat Landbouw- en Visserijraad en Visserij van 16 juni 2026 wil ik de Tweede Kamer informeren over de criteria uit de ‘Beleidsregel Aanlandhavens’ welke leidend zijn geweest bij de uitvoering van de motie-Boomsma (Kamerstuk 21501-32, nr. 1752) voor het aanwijzen van aanlandhavens voor de visserij. Op basis van de beleidsregel moet een nieuw aan te wijzen haven geschikt zijn voor de aanlanding van visserijproducten, waarbij onder meer de vangst gewogen moet kunnen worden overeenkomstig wet- en regelgeving. Daarnaast moet een aangewezen haven voldoende maatschappelijke meerwaarde bieden ten opzichte van andere nabijgelegen faciliteiten, moet er draagvlak zijn bij de betrokken gemeenten en ondernemers en moet de aanwijzing uitvoerbaar zijn voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA voert fysieke controles uit op de aanlandingen van visserijproducten waarbij de beschikbare inspectiecapaciteit verdeeld moet worden over alle aangewezen havens en locaties. Alle criteria worden meegewogen in de beoordeling van de aanvragen, maar met name de inzet van de NVWA en de meerwaarde van het aanwijzen van de aanlandhaven ten opzichte van nabij gelegen havens en faciliteiten wegen zwaar, onder andere omdat hiermee publieke middelen zijn gemoeid.

Zoals ik in juni 2026 aan de Tweede Kamer heb laten weten, heb ik in het kader van de uitvoering van de motie-Boomsma de havens van Yerseke, Zoutkamp, Roompotsluis/Neeltje Jans, Oudeschild en West-Terschelling aangewezen als aanlandhavens (Kamerstukken 21 501-32, nr. 1814). Deze havens zijn onder andere van meerwaarde voor de visserijsector.

Tijdens het debat van 9 september jl. is mij verzocht nogmaals te controleren of er in Brouwershaven en Kornwerderzand is gelost. Uit de cijfers van de logboeken blijkt dat in Kornwerderzand in de afgelopen vijf jaar relatief weinig is aangeland. In Brouwershaven is de afgelopen vijf jaar, evenals het huidige jaar, niet aangeland. Hiermee voldoen de havens Kornwerderzand en Brouwershaven niet aan de criteria van de Beleidsregel aanwijzing havens en plaatsen voor visserij. Ik zal deze havens daarom niet aanwijzen als aanlandhavens. Het staat vissersvaartuigen wel vrij om te schuilen in deze havens, dit staat namelijk los van of het een aanlandhaven is.

Momenteel werk ik aan een wijziging van bijlage 2 van de uitvoeringsregeling zeevisserij om de juiste aanlandhavens en bijbehorende kades op te nemen in de wet- en regelgeving. In overleg met de NVWA, De Rijksdienst van Ondernemend Nederland (RVO) en de visserijsector zal er dit najaar ook gestart worden met handhavingscommunicatie om alle vissers voor te bereiden op de nieuwe situatie voordat er wordt overgegaan op handhaving.

Real-Time Closures (RTCs)

In vervolg op mijn Kamerbrief van juni 2026 (Kamerstuk 21501-31, nr. 1814) informeer ik hierbij de Tweede Kamer over de actuele stand van zaken met betrekking tot de Real-Time Closures (RTCs). Zoals eerder vermeld, heb ik in het kader van de Nederlandse inzet bij de brede herziening van de RTC-Verordening (Verordening (EU) nr. 724/2010) Wageningen Marine Research (WMR) gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de ontwikkeling van de wijting- en schelvisbestanden, de ruimtelijke verspreiding van deze soorten en de mate van overlap met andere bestanden over de afgelopen jaren. Middels deze Kamerbrief deel ik het rapport van de dit onderzoek met de Tweede Kamer. De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat zowel het wijting- als het schelvisbestand in de periode 2016-2025 een doorgaans positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt. Dit reflecteert ook de situatie op zee, waarbij RTCs steeds vaker op enkel deze soorten wordt ingesteld. Het rapport onderbouwd mijn inzet om te komen tot een duurzame aanpassing van de RTC-Verordening. Hierbij blijft het belangrijk om knelpunten op de korte termijn aan te pakken, maar ook oog te houden voor het bestandsbeheer op de lange termijn.

De gesprekken over de herziening van de RTC-Verordening vinden plaats in het kader van de trilaterale overleggen over kabeljauw tussen de Europese Unie (EU), het Verenigd Koninkrijk (VK) en Noorwegen. Mogelijke wijzigingen zullen middels deze werkgroep afgestemd worden met de Lidstaten en ook met het VK en Noorwegen. Op dit moment verken ik verschillende varianten en ben ik ook in gesprek met de Europese Commissie (EC) om de Nederlandse belangen te bespreken. Daarbij is het uitgangspunt dat maatregelen effectief bijdragen aan de bescherming van kwetsbare bestanden, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de praktische uitvoerbaarheid en sociaaleconomische gevolgen voor de visserijsector. Bij de verdere uitwerking betrek ik ook de visserijsector en NGO’s. Over de uitkomsten van deze gesprekken en de verdere ontwikkelingen zal ik de Tweede Kamer blijven informeren.

Experiment passief vissen in windparken Hollandse Kust (Zuid en Noord)

In de Kamerbrief van 19 mei 2026 (Kamerstuk 21501-32, nr. 1809) heb ik u geïnformeerd dat ik via een uitvraag in de Staatscourant vissers zocht voor het experiment passief vissen binnen de windparken Hollandse Kust Zuid en Hollandse Kust Noord. Deze uitvraag heeft zes weken opengestaan in de periode 8 april tot 23 mei. Op deze uitvraag heb ik meerdere reacties van vissers mogen ontvangen.

Het resultaat van deze uitvraag is daarmee dat er een tiental vissersvaartuigen zijn geselecteerd om deel te nemen aan dit experiment. Vissers mogen met de vistuigen kubben en korven, hengels/handlijnen en staandwant vissen binnen de twee windparken. Met windparkoperators, RWS, RVO, Kustwacht zijn voorts goede afspraken gemaakt over communicatie, om het experiment veilig en verantwoord aan te gaan. Geselecteerde vissers hebben inmiddels een brief ontvangen waarmee ze toestemming hebben om vanaf 1 augustus 2026 tot 31 december 2027 te vissen in de ruimte die exclusief beschikbaar is voor passieve visserij.

In de komende tijd zal mijn Ministerie samen met Rijkswaterstaat (RWS) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) het experiment begeleiden. Dit gebeurt onder meer in periodieke bijeenkomsten waarin door alle betrokkenen de eerste praktijkervaringen worden gedeeld en indien nodig de gemaakte afspraken kunnen worden bijgesteld. Daarnaast zal er volgend jaar een nieuwe uitvraag volgen voor passieve visserij binnen het windpark Borssele.

GNSBI visserij studie
Het Greater North Sea Basin Initiative (GNSBI) is een samenwerkingsverband tussen de negen Noordzeelanden1 dat gericht is op versterking van de internationale samenwerking tussen de beleidsgebieden visserij, energie, maritieme ruimtelijke planning en natuur op de Noordzee om zo de zee efficiënter te gebruiken én beter te beschermen. Een specifiek werkspoor binnen het GNSBI richt zich op het lange termijn perspectief voor de visserij. Binnen dit spoor streven we met andere landen ernaar visserij nog nadrukkelijker als volwaardig onderdeel mee te wegen in de ruimtelijke afwegingen op de Noordzee. Daarbij is het van belang om niet alleen op nationaal niveau de belangen van de Nederlandse visserij zorgvuldig mee te nemen, maar dit ook te borgen in de bredere samenwerking met onze buurlanden.

Het werkspoor heeft eind mei jl. de studie ‘Spatial challenges of the Greater North Sea Fisheris’2 gepubliceerd. De studie onderzoekt de economische gevolgen voor vijf Europese vloten van het mogelijke verlies aan visgronden door commerciële data te integreren met ruimtelijke informatie over toekomstig visserijbeheer in beschermde mariene gebieden en windparken op zee binnen de Grotere Noordzee. Dit met als doel om in kaart te brengen hoe de twee transities, namelijk de natuurtransitie en energietransitie, impact hebben op de beschikbaarheid van en toegang tot ruimte voor de huidige visserij. Dit is de eerste studie die op detailniveau en landsgrenzen overstijgend de druk van windparken op zee en mariene gebiedsbescherming koppelt aan geaggregeerde visserijdata. Er loopt binnen het visserij werkspoor een verkenning om de structurele uitvoering van deze studie met deelname van alle negen GNSBI-landen te borgen. Ik blijf mij binnen het werkspoor inzetten op samenwerking met de negen Noordzeelanden en ruimte voor de visserij binnen maritieme ruimtelijke planning.

Hoogachtend,

Silvio P.A. Erkens

Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


  1. Nederland deelt de Noordzee met België, Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Zweden, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland.↩︎

  2. https://maritime-forum.ec.europa.eu/theme/eu-sea-basin-strategies/greater-north-sea-basin-initiative-gnsbi/long-term-perspective-fisheries_en↩︎