[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Strafrechtelijke aanpak Veilig Publieke Taak waaronder de herziene Eenduidige Landelijke Afspraken

Brief regering

Nummer: 2026D47421, datum: 2026-09-30, bijgewerkt: 2026-09-30 13:06, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z20523:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geweld en agressie tegen mensen met een publiek taak is ontoelaatbaar. De samenleving kan niet zonder de politieagent, de zorgmedewerker, de leraar en alle andere personen met een publieke taak. Zij houden onze maatschappij draaiende en moeten veilig en ongehinderd hun werk kunnen doen. Helaas krijgen deze personen op dit moment met enige regelmaat te maken met geweld en agressie tijdens de uitoefening van hun functie.1 Dit is kwalijk, omdat dit het functioneren van de overheid kan ondermijnen en een ontwrichtende werking op de samenleving kan hebben. Mensen met een publieke taak verdienen onze steun, bescherming en respect.

Met deze brief informeer ik uw Kamer over de stappen die ik, samen met de politie en het Openbaar Ministerie (OM), heb gezet ter verbetering van de strafrechtelijke aanpak van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak (ook wel de Veilige Publieke Taak (VPT) genoemd). In deze brief ga ik in op de herziene versie van de Eenduidige Landelijke Afspraken bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak tussen de politie en het OM (ELA) en de strafeisen en straffen bij VPT-delicten. Verder ga ik in deze brief in op de uitvoering van diverse moties over dit onderwerp.2

Herziene Eenduidige Landelijke Afspraken

Met deze brief bied ik uw Kamer de herziene versie van de ELA aan. De ELA is een set afspraken tussen de politie en het OM voor een eenduidige, effectieve en snelle afhandeling van agressie- en geweldszaken tegen functionarissen met een publieke taak. De vorige ELA dateren uit 2010. De evaluatie van de ELA uit 2025 bevestigde de meerwaarde van de ELA, maar signaleerde ook verbeterpunten. Met het oog hierop heb ik de ELA laten herzien door de politie en het OM.3 Het doel van de herziening is het opsporings- en vervolgingsbeleid bij VPT-delicten verder verbeteren en zorgen dat de politie en het OM het beleid met nog meer prioriteit en kwaliteit uitvoeren.

Ik heb samen met de politie en het OM op specifiek de volgende punten stappen gezet:

  1. De informatievoorziening vanuit de politie en het OM richting de aangever (het slachtoffer of namens het de werkgever) over de voortgang van de melding of aangifte en het lopende onderzoek;

  2. Communicatie over de mogelijkheden van (beschermd en afgeschermd) aangifte doen;

  3. De kwaliteit en snelheid van het aangifteproces in alle politie-eenheden;

  4. Het laagdrempelig uitwisselen van informatie en het intensiveren van de samenwerking tussen de politie, het OM en de werkgevers;

  5. De prioritering van VPT-zaken binnen de politie en het OM beter meetbaar maken;

  6. Hogere strafeisen en straffen en kortere doorlooptijden voor VPT-zaken.

Hieronder licht ik de gezette stappen op deze zes punten nader toe. De onderwerpen waarop verbetering in gang zijn gezet zijn gekozen indachtig de recente evaluaties van de ELA4 en de opbrengsten van een werkgeversbijeenkomst met meer dan 120 werkgevers van functionarissen met een publieke taak.

Informatievoorziening

Een uitgangspunt van de herziene ELA is dat het slachtoffer, of zijn werkgever als dat de aangever is, optimaal wordt geïnformeerd over zijn of haar mogelijkheden in de strafzaak, waaronder het verhalen van schade. Om betere informatievoorziening te realiseren hebben de politie en het OM verschillende inspanningen verricht. Zo kunnen slachtoffers of namens hen de werkgevers inloggen op Mijnslachtofferzaak.nl en hierop de voortgang van de strafzaak bekijken, informatie over slachtofferrechten vinden en bij vragen contact opnemen met het OM via de verstrekte contactgegevens op de website. Daarnaast heeft het OM een slachtofferinformatiepunt op elk parket. De politie verstrekt, indien een aangever dat wenst, bij iedere aangifte informatie over slachtofferrechten. Verder heeft het OM redelijk recent de slachtofferbrieven aangepast om zo betere en begrijpelijkere informatievoorziening richting slachtoffers te realiseren. Ten slotte zet het OM in op een begrijpelijkere en duidelijkere toelichting bij sepotbeslissingen, door onder meer het grote aantal sepotgronden terug te brengen tot een beperkt aantal en de sepotmotiveringen te verbeteren.5 Ook beziet het OM hoe een intern controlesysteem op sepotbeslissingen het best kan worden vormgegeven.

Beschermd en afgeschermd aangifte doen

Ten behoeve van betere communicatie over (beschermd en afgeschermd) aangifte doen, zijn aan de herziene ELA twee (nieuwe) bijlagen toegevoegd. Allereerst de beroepsgroepenlijst VPT van de politie. Deze lijst wordt hiermee openbaar en is geactualiseerd. In deze (niet limitatieve) lijst staan beroepsgroepen die onder de VPT-beroepsgroep vallen. Dit schept meer duidelijkheid over de reikwijdte van de VPT-beroepsgroep, zowel richting slachtoffers en werkgevers met een publieke taak als professionals die werken met de ELA.

Daarnaast heeft de herziene ELA een bijlage getiteld “de VPT-aangifte” geïntroduceerd. Hierin komt tot uitdrukking dat aangifte zowel door het slachtoffer als door de werkgever kan worden gedaan, hoewel in het strafrecht het uitgangspunt is dat het slachtoffer zelf aangifte doet. In het geval de werkgever aangifte doet is dit namens het slachtoffer. Daarnaast staat aangegeven dat door het Besluit bescherming slachtoffergegevens er in beginsel geen andere persoonsgegevens dan voornaam, achternaam en geboortedatum in de stukken van de politie en het OM worden vermeld. De aangever kan daarbovenop een domicilieadres opgegeven, waardoor ook de correspondentie niet naar het eigen woonadres van het slachtoffer maar naar dat van de werkgever of een overheidsinstantie gaat. De bijlage specificeert ten slotte dat het in sommige gevallen mogelijk is om alleen met de voornaam of het personeelsnummer aangifte te doen, ook wanneer de werkgever aangifte doet. Daarnaast kan in zeer uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld vanwege gevaar voor de persoonlijke veiligheid, verdergaande vormen van afgeschermd aangifte doen mogelijk zijn. Elk slachtoffer wordt door een opsporingsambtenaar individueel beoordeeld om specifieke beschermingsbehoefte te onderkennen. Deze beoordeling is leidend voor de mate van afscherming. Door deze afspraken in een bijlage bij de ELA op te nemen zijn deze voor iedereen binnen de doelgroep helder en wordt de toepassing van de afspraken geborgd.

Sommige slachtoffers of namens hen de werkgevers hebben aangegeven in meer gevallen zo anoniem mogelijk aangifte te willen doen. Ik begrijp dit vanuit hun perspectief. Tegelijkertijd zijn er in het strafproces ook de procesbelangen van de verdachte. In het kader van hoor en wederhoor moeten verklaringen toetsbaar zijn, om de feitelijke toedracht te kunnen achterhalen en vaststellen, en valselijke beschuldigingen te voorkomen. Ik vind dat het huidige systeem een zorgvuldige afweging maakt tussen bescherming van slachtoffers enerzijds en procesbelangen van verdachten anderzijds. Daarbij acht ik van belang dat het in sommige gevallen mogelijk is om onder personeelsnummer of voornaam aangifte te doen en dat er vergaande vormen van afscherming mogelijk zijn in het geval van gegronde vrees voor represailles. Ik vind het wel van belang dat de informatievoorziening over (beschermd en afgeschermd) aangifte doen wordt verbeterd. Daarom is de bijlage VPT-aangifte bij de ELA geïntroduceerd.

Kwaliteit en snelheid van het aangifteproces

De herziene ELA heeft als uitgangspunt dat zaken van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak hoge prioriteit krijgen en dat waar mogelijk lik-op-stuk wordt toegepast. Dit betekent onder meer dat de politie ernaar streeft om de aangiftes van deze zaken in beginsel binnen 48 uur op te nemen en dat het OM in deze zaken zo veel mogelijk vervolgt. Een ander uitgangspunt van de ELA is dat de politie en het OM zorgen voor een goede kwaliteit van de opsporing en vervolging waarbij een transparante werkwijze wordt gehanteerd, waaronder aparte registratie van deze zaken in de systemen van de politie en het OM.

Om de naleving van ELA waaronder bovenstaande uitgangspunten te bevorderen, zorgen de politie en het OM voor blijvende en verbeterde aandacht voor de ELA binnen de eigen organisaties. Binnen elk arrondissementsparket van het OM en elke politie-eenheid is er een vast aanspreekpunt voor VPT. Indien sprake is van complexe casuïstiek, knelpunten in de uitvoering of behoefte aan nadere afstemming, kan het vaste aanspreekpunt een rol spelen. Het vaste aanspreekpunt bevordert verder een uniforme uitvoering van de ELA en de samenwerking met partners. De politie en het OM investeren de komende tijd in het verbeteren van de samenwerking tussen de aanspreekpunten binnen de politie en het OM op alle eenheden en parketten, onder meer door goede voorbeelden uit te wisselen. De politie gaat verder de samenwerking binnen de politie in het landelijk overleg van VPT-politiecoördinatoren verstevigen. Daarnaast blijft er veel aandacht voor VPT in de opleiding van politiemedewerkers die aangifte opnemen, om te zorgen voor zorgvuldige registratie van VPT in de systemen van de politie en gedegen kwaliteit van de dossiers. Ook binnen het OM is er een landelijk overleg: het landelijk platform VPT, dat meermaals per jaar bijeen komt en ervoor zorgt dat kennis over VPT binnen het OM wordt uitgewisseld.

Binnen de politie wordt verder hard gewerkt om online aangifte bij VPT mogelijk te maken. Naar verwachting is dit in 2027 gerealiseerd. Het streven is dat er één aangiftemodel komt waarin aangevers verplichte invoervelden dienen in te vullen en aan de hand van een lijst met beroepsgroepen dienen te selecteren onder welke beroepsgroep ze vallen. Dit zal de kwaliteit van de aangifte en eenduidige registratie van deze zaken bevorderen. Bij het ontwikkelen van de digitale aangifte wordt ook gekeken naar door werkgevers genoemde gewenste verbeteringen bij het doen van aangiften zoals de overdraagbaarheid en het voorkomen van veel aangiftes op één naam.

Informatie-uitwisseling en samenwerking

Om de samenwerking tussen de verschillende publieke sectoren in de aanpak van agressie en geweld te verstevigen loopt er een verkenning naar een in te richten VPT kennis- en leernetwerk; een landelijk samenwerkings- en kennisplatform voor organisaties en professionals met een publieke taak zoals zorg, openbaar bestuur, onderwijs, veiligheidsdomein, openbaar vervoer, wonen en maatschappelijke dienstverlening. Het netwerk zal moeten leiden tot betere toegang tot kennis en instrumenten en een sterker netwerk van professionals die elkaar weten te vinden waarin praktijkervaringen worden gedeeld. Daarnaast zou er gezamenlijk gewerkt kunnen worden aan onderzoek, innovatie en het creëren van kennisproducten voor goed werkgeverschap rondom veiligheid en ondersteuning van medewerkers. De politie en het OM hebben reeds aangegeven bereid te zijn hieraan een bijdrage te leveren. Ik verwacht dat nog dit jaar de verkenning gereed is, waarna besloten wordt of het VPT kennis- en leernetwerk er daadwerkelijk komt en hoe het exact vorm gaat krijgen.

Een van de suggesties van de onderzoekers van de evaluatie van de ELA was om te komen tot een betere inbedding van de rol van werkgevers in de ELA door een protocol te introduceren waarin de verantwoordelijkheden van werkgevers worden vastgesteld.6 Deze aanbeveling heb ik samen met de politie en het OM zorgvuldig overwogen, met als conclusie dat de ELA hiervoor niet het juiste instrument zijn. Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet zijn werkgevers verantwoordelijk voor het voorkomen van psychosociale arbeidsbelasting dat wordt veroorzaakt door agressie en geweld. Indien een medewerker toch te maken krijgt met agressie en geweld dan is de werkgever ervoor verantwoordelijk om te zorgen dat de psychosociale arbeidsbelasting door de ondervonden agressie en geweld zo veel mogelijk wordt beperkt. Hieruit volgt een brede verantwoordelijkheid voor werkgevers in de aanpak van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak op het gebied van preventie, handelen bij het incident en nazorg. De werkgever is op basis van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht arbeidsgerelateerde risico’s in kaart te brengen door middel van de Risico-inventarisatie en -evaluatie. De werkgever stelt een Plan van Aanpak op waarin is opgenomen hoe er gehandeld moet worden om de risico’s te mitigeren. De werkgever stelt via het plan van aanpak het eigen beleid op, evalueert deze en blijft deze verbeteren. De werkinstructie Agressie en geweld van de Nederlands Arbeidsinspectie biedt praktische suggesties en handvatten over de invulling.7

De ELA zijn afspraken van de politie en het OM over de opsporing en vervolging van agressie en geweld tegen personen met een publieke taak en zien daarmee enkel op het repressieve deel van het VPT-beleid. Werkgevers hebben een belangrijke verantwoordelijkheid in het ondersteunen en begeleiden van hun medewerkers die slachtoffer zijn geworden van de gepleegd delicten, maar hun verantwoordelijkheid reikt verder dan dat. De verplichtingen van de werkgever op het gebied van preventie, handelen bij het incident en zorgplicht vloeien voort uit de Arbowet en het Burgerlijk Wetboek8 en hangen onderling samen. Deze verantwoordelijkheid van de werkgever dient niet in de ELA te worden geborgd, maar is al een verplichting van de werkgever vanuit de Arbowet en het burgerlijk wetboek. De arbeidsinspectie handhaaft hierop. Op deze manier kan ook rekening worden gehouden met de grote verscheidenheid in publieke taken van verschillende werkgevers en het daaruit volgende benodigde maatwerk. In de ELA wordt gewezen op de verantwoordelijkheid van de werkgevers, maar het maken van afspraken hierover valt buiten de reikwijdte van de ELA en is dus de verantwoordelijkheid van de werkgever.

Om werkgevers te ondersteunen in de complexe en cruciale taak waar zij voor staan, zet mijn ministerie verschillende stappen. Zo is er het programma ‘Voorbereid op agressie en geweld’, dat zich richt op het versterken van de werkgeversrol bij de aanpak van agressie en geweld van de organisaties die onder mijn verantwoordelijkheid vallen. Dit programma heeft de Baseline preventie, aanpak en zorg bij agressie en geweld ontwikkeld. Deze Baseline bevat een groot aantal basisnormen en maatregelen op het gebied van preventie, incidentmanagement, zorg en nazorg voor de medewerkers en hun thuisfront. Het programma heeft verder diverse handreikingen gemaakt, waaronder over het doen van aangifte en hoe je schade kunt verhalen op de dader en hoe medewerkers zich veilig online begeven. Deze documenten zijn ook beschikbaar voor organisaties die niet onder mijn verantwoordelijkheid vallen, met de aanbeveling deze toe te passen binnen de specifieke context van hun organisaties of sector.9 Ten slotte investeert het programma ook in kennis en onderzoek.

Ook mijn collega-ministers en werkgevers met een publieke taak zetten zich in om het maatschappelijke probleem van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak een halt toe te roepen.10 Hoewel de opsporing en vervolging van daders van belang is, vergt het maatschappelijke probleem van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak meer dan een strafrechtelijke reactie. Strafrecht is immers het sluitstuk maar niet de oplossing van een maatschappelijk probleem. Alleen met zijn allen kunnen wij zorgen voor juiste preventie, een passend handelingsperspectief bij een incident en goede nazorg voor medewerkers.

Meetbaarheid prioritering VPT-zaken

Om zicht te houden op de naleving van de ELA gaan het OM en de politie de afspraken monitoren. Hierbij worden de stakeholders zoals werkgevers van functionarissen met een publieke taak betrokken, doordat de politie en het OM doorlopende contacten hebben met hen en eventuele signalen vanuit hen in de monitoring meenemen.

De herziene ELA heeft als uitgangspunt een actief communicatiebeleid door de politie en het OM. De politie en het OM brengen reeds jaarlijks de VPT- en Geweld Tegen Politieambtenaren (GTPA)-cijfers naar buiten.11 In de toekomst willen zij gezamenlijk optrekken in het naar buiten brengen van de cijfers, waarbij zij gaan kijken hoe de cijfers van nadere duiding kunnen worden voorzien, bijvoorbeeld om te kunnen aantonen dat agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak prioriteit krijgt. Voor het OM blijkt dit reeds uit beschikbare cijfers. Zo is de gemiddelde doorlooptijd van een VPT-zaak bij het OM 83 dagen ten opzichte van 151 dagen bij niet VPT-zaken.12 Daarnaast wordt 14 procent van de VPT-zaken onvoorwaardelijk geseponeerd,13 terwijl 31 procent van het totaal aantal zaken bij het OM wordt geseponeerd.14 De systemen bij de politie zijn nog niet geschikt om dit soort data te achterhalen. Hieraan wordt gewerkt, om zo de prioriteitsstelling ook binnen de politie meetbaar te maken (eerdergenoemd verbeterpunt 6).

Het vergroten van inzicht in feiten en cijfers, en het ophalen van ervaringen bij de betrokken werkgevers en binnen de politie en het OM, draagt bij aan een beter beeld van de naleving van de gemaakte afspraken. Daarnaast maakt dit het mogelijk om landelijke en regionale trends op het gebied van agressie en geweld tijdig te signaleren en deze te delen met relevante stakeholders. Monitoring vormt zo een instrument voor continue kwaliteitsverbetering. Mijn ministerie zal jaarlijks met de politie en het OM spreken over de monitoring van de ELA.

Hogere strafeisen en straffen en kortere doorlooptijden

Ik vind het van belang dat in VPT-zaken de doorlooptijden zo kort mogelijk zijn en de strafeisen en uiteindelijke straffen fors. Zoals hierboven aangegeven, zijn de doorlooptijden bij het OM voor deze zaken reeds aanzienlijk lager dan bij reguliere zaken en gaat de politie aan de slag met het in kaart brengen van haar doorlooptijden bij deze zaken. Conform de ELA zal er prioriteit worden gegeven aan deze zaken. Om het belang van forse strafeisen en straffen in de ELA te benadrukken staat in de ELA dat de officier van justitie een aanmerkelijk hogere sanctie eist of oplegt voor zaken die onder de ELA vallen. Daarbovenop heeft het OM zijn eigen beleid aangepast, dat ik hieronder nader toelicht.

Zwaardere strafeisen en straffen

Nieuwe strafvorderingsrichtlijn OM fysiek geweld tegen functionarissen met een publieke taak

Uw Kamer vraagt om zware strafeisen en straffen bij agressie en geweld tegen personen met een publieke taak.15 Die lijn onderschrijf ik volledig. Het is volstrekt onacceptabel om geweld te gebruiken tegen mensen die zich iedere dag inzetten voor onze maatschappij, onze veiligheid en ons welzijn. Hier moet dan ook hard tegen worden opgetreden. Dat vind ik een belangrijk signaal richting de samenleving. Eerder bleek dat het door het OM vastgestelde uitgangspunt van een 200 procent strafverhoging bij VPT-delicten zelden werd toegepast door officieren van justitie. Dit vind ik onaanvaardbaar. Daarom heb ik hierover gesprekken gevoerd met het College van procureurs-generaal (College). Ook het College wil dit veranderen, in het bijzonder voor fysiek geweld tegen functionarissen met een publieke taak. Daarom heeft het College voor fysiek geweld tegen functionarissen met een publieke taak een aparte richtlijn vastgesteld. De inwerkingtreding hiervan is beoogd op 1 oktober 2026.

De nieuwe richtlijn schrijft concreet voor welke straf de officier van justitie als uitgangspunt dient te eisen voor een bepaald delict van fysiek geweld tegen een functionaris met een publieke taak. Hiermee is de richtlijn een concrete uitwerking van het leidende uitgangspunt van 200 procent strafeisverhoging en op deze manier hoeft de officier van justitie niet langer zelf te berekenen wat een strafeisverhoging van 200 procent is. De strafuitgangspunten van de richtlijn schrijven in de eerste plaats voor dat de zaak dient te worden voorgebracht bij de rechter en dat er een gevangenisstraf dient te worden geëist. Hiermee brengt het College tot uitdrukking dat een oplegging van een geldboete of taakstraf bij deze delicten geen passende sanctie is en dat de verdachte moet worden gedagvaard voor de rechter. Een tweede verzwaring is dat het strafuitgangspunt wordt verdubbeld ten opzichte van de strafuitgangspunten die gelden wanneer het delict wordt gepleegd tegen iemand zonder publieke taak. Deze dubbele verzwaring leidt er bijvoorbeeld toe dat dat bij een poging tot zware mishandeling van een persoon met een publieke taak, gepleegd zonder wapen, zonder recidive en zonder dat daarbij letsel is ontstaan, als uitgangspunt een strafeis van drie maanden gevangenisstraf geldt. Voor hetzelfde feit gepleegd tegen iemand zonder publieke taak is het uitgangspunt een taakstraf van 80 uur. Voor de overige delicten die niet zien op fysiek geweld geldt de Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen. Het College zet zich hiermee maximaal in om daadwerkelijk forse strafeisen te realiseren.

Ik heb er vertrouwen in dat dit nieuwe beleid van het College zal leiden tot zwaardere door het OM geëiste en opgelegde straffen bij agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak. De officier van justitie slaat bij het formuleren van zijn strafeis acht op strafvorderingsrichtlijnen van het OM en zal een afwijking hiervan dienen te motiveren. Een gemotiveerde afwijking van de strafvorderingsrichtlijn is mogelijk omdat een straf proportioneel dient te zijn, waardoor altijd een beoordeling van het individuele geval dient plaats te vinden. Met het bovenstaande wordt gevolg gegeven aan de motie van Van Dijk c.s.16 Uiteraard is het van belang de effecten van de nieuwe richtlijn goed te evalueren. Ik ben voornemens om circa 3 jaar na de invoering van de richtlijn hiernaar een onderzoek in te stellen.

Minimumstraffen VPT-delicten

Uw Kamer heeft met de motie van de leden Yeşilgöz-Zegerius (VVD) en Van der Plas (BBB) verzocht om minimumstraffen bij opzettelijk geweld tegen hulpverleners.17 Ik deel uw wens voor forse straffen voor dit soort delicten. Door middel van de bovengenoemde richtlijn verwacht ik dat de strafeisen en uiteindelijk de straffen voor deze zaken omhoog zullen gaan. Over circa 3 jaar ben ik voornemens om aan de hand van een evaluatie te bezien of dit daadwerkelijk het geval is. De verwachting is dat de richtlijn reeds het doel van hogere strafeisen en straffen zal verwezenlijken. Wordt die verwachting geen werkelijkheid, dan liggen minimumstraffen voor mij nadrukkelijk op tafel. In het licht van zwaardere straffen kijk ik daarnaast uit naar de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel Uitbreiding taakstrafverbod voor geweld tegen hulpverleners van de leden Eerdmans (JA21) en Martens (VVD), waar het kabinet op een later moment zijn inhoudelijk standpunt op zal bepalen.18

Bij dit besluit weeg ik ook de input van vele organisaties mee. Naar aanleiding van gesprekken die mijn ambtsvoorganger heeft gevoerd met de Raad voor de rechtspraak (Rvdr), het OM, de politie, Slachtofferhulp Nederland, de Reclassering Nederland en de Dienst Justitiële Inrichting informeerde ik uw Kamer eerder over hun bezwaren tegen minimumstraffen. Ik ben vervolgens nogmaals in gesprek gegaan met het OM en de Rvdr over de geconstateerde knelpunten. Beide organisaties onderschrijven het belang van passende sancties bij VPT-delicten en voldoende inzicht in de strafeisen en straffen. Het College heeft hiertoe de eerdergenoemde Richtlijn opgesteld. Aanvullend gaat het OM bezien of het mogelijk is om in het nieuwe ICT-systeem van het OM de strafeisen bij VPT-delicten te registeren. Ook de Rvdr onderschrijft het belang van transparantie en communicatie over de straffen. De Rvdr gaat intern het gesprek voeren over hoe er voldoende duiding bij de strafoplegging kan worden gerealiseerd en of de externe communicatie over straffen kan worden verbeterd. Ten slotte benadruk ik graag dat ook de Rvdr erkent dat delicten gepleegd tegen functionarissen met een publieke taak aanleiding kunnen zijn voor de strafverzwaring. Dit is neergelegd in de Oriëntatiepunten van de Rechtspraak.

Nadere inzicht in strafeisen en straffen

De motie Coenradie c.s. verzoekt de regering de Kamer jaarlijks te informeren over diverse zaken.19 Over de nakoming van de afspraken over de doorlooptijden in de strafrechtketen wordt de Kamer geïnformeerd in de jaarlijkse Strafrechtketenmonitor. Ten aanzien van deze data heb ik de motie afgedaan. Zoals reeds benoemd, publiceren de politie en het OM jaarlijks afzonderlijk cijfers over de GTPA- en VPT-zaken. Het is nu nog niet mogelijk om de strafeisen uit het OM-systeem te halen, maar het OM bekijkt, zoals hierboven gezegd, of dit mogelijk kan worden gemaakt. Daarmee kan ik ook geen data verschaffen over hoe vaak de rechter besloot om de strafeis van het OM te volgen. Het aantal sepots is wel reeds uit het OM-systeem te halen en het OM publiceert hier ook al over. In 2025 werd 14 procent van de VPT-zaken geseponeerd, wat minder is dan het gemiddelde van 31 procent in alle zaken.20 Ik ben in overleg met de politie en het OM om te bezien of eventueel in de toekomst beschikbare data ook bij de duiding van de jaarlijks te publiceren cijfers kan worden betrokken. Op deze manier geef ik uitvoering aan deze motie.

De motie van Mutluer en Straatman verzoekt de regering in overleg te treden met het OM om te bezien of het al dan niet toepassen van de 200 procent strafeisverhoging transparanter en beter uitlegbaar kan worden gemaakt.21 Aan deze motie wordt uitvoering gegeven doordat in de nieuwe richtlijn van het OM concreet wordt voorschreven welke straf in beginsel onder welke omstandigheden dient te worden geëist. De officier van justitie kan hier enkel van afwijken indien zij dit gemotiveerd doet.

Verbeteringen in de opsporing

Naar aanleiding van de rellen van afgelopen oudjaar tegen hulpverleners, heeft mijn ambtsvoorganger aangegeven te kijken naar of het wettelijk kader van strafrechtelijke aansprakelijkheid bij geweld in groepsverband (tegen personen met een publieke taak) nog volstaat. Voor dit vraagstuk is door mijn ministerie met de politie en het OM gesproken. De gezamenlijke conclusie luidt dat het huidige wettelijk kader voldoende handelingsperspectief biedt. Indien er voor een gebied een noodbevel is afgegeven, bijvoorbeeld omdat daar ongeregeldheden plaatsvinden, kunnen de personen die dit noodbevel negeren worden aangehouden en vervolgd voor het niet opvolgen van een ambtelijk bevel.22 Ook het delict van openlijke geweldpleging23 biedt mogelijkheden voor aanhouding en vervolging. In het overleg is voorts geconstateerd dat er ruimte is voor vetbetering bij de opsporing van geweld in groepsverband. Momenteel worden er door de politie verkenningen uitgevoerd met betrekking tot het gebruik van markeerstof in de waterwerper en camera’s in de schilden van de Mobiele Eenheid als mogelijkheden om de opsporing te verbeteren. In de Verzamelbrief Politie van maart 2026 heb ik hier een uitgebreidere toelichting op gegeven.24

Tot slot

De strafrechtelijke aanpak van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak verstevig ik, samen met de politie en het OM, door de herziene ELA, de doorgevoerde verbeteringen in de uitvoering van de ELA en de stappen die worden gezet op het gebied van zwaardere sancties bij VPT-zaken met fysiek geweld en verbeteringen in de opsporing. Ik heb er vertrouwen in dat dat deze zullen bijdragen aan een daadkrachtig VPT-beleid en blijf jaarlijks met de politie en het OM in gesprek om dat te monitoren. Samen zetten wij ons in voor de veiligheid van de functionarissen met een publieke taak en zorgen we voor zware rechtvaardige strafeisen als zij met geweld worden geconfronteerd.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel


  1. In 2025 stroomden er 9811 VPT-verdachten in bij het OM: cijfers-geweld-tegen-mensen-met-publieke-taak-vpt-2025 (5).pdf. In 2025 registreerde de politie bijna 13.000 incidenten tegen politiemedewerkers: Meer agressie en geweld tegen politie | politie.nl.↩︎

  2. Kamerstukken II 2025/26, 28684, nr. 834, Kamerstukken II, 2025/26,28684, nr. 812, Kamerstukken II, 2025/26, 28 684, nr. 822 en Kamerstukken II, 2025/26, 28 684, nr. 820.↩︎

  3. Kamerstukken II 2024/25, 28684, nr. 778.↩︎

  4. Abraham M. (2025). Sterke afspraken tegen agressie en geweld in de publieke sector Suggesties voor doorontwikkeling van de eenduidige landelijke afspraken (ELA) voor opsporing en vervolging van VPT-delicten,

    Ferwerda, H., Van Ham, T., & De Jong, D. (2020). Afspraak is afspraak? Evaluatie van de Eenduidige Landelijke Afspraken rondom opsporing en vervolging van geweld tegen werknemers met een publieke taak.↩︎

  5. Kamerstukken II 2025/26, 29279, nr. 1009.↩︎

  6. Abraham M. (2025). Sterke afspraken tegen agressie en geweld in de publieke sector Suggesties voor doorontwikkeling van de eenduidige landelijke afspraken (ELA) voor opsporing en vervolging van VPT-delicten↩︎

  7. De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) heeft eind 2024 een hernieuwde werkinstructie Agressie en Geweld (Werkinstructie Agressie en geweld) uitgebracht, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt voor werkgevers wat en hoe de NLA haar toetsing op het onderwerp Agressie en Geweld uitvoert.↩︎

  8. Artikel 7:65B Burgerlijk Wetboek↩︎

  9. Programma 'Voorbereid op agressie & geweld' · Programma 'Voorbereid op agressie en geweld↩︎

  10. Enkele voorbeelden ter illustratie: het ministerie van Financiën heeft een Centraal Meldpunt Agressie, waar alle medewerkers van dat ministerie werk gerelateerde agressie of geweldsincidenten door derden kunnen melden. Verder kunnen werkgevers een veiligheidsadviseur instellen, die onder meer kan zorgen voor een heldere norm op de werkvloer en maatregelen door de werkgever in het geval van agressie en geweld tegen personen met een publieke taak. Om een dergelijke functie bij decentrale overheden onder de aandacht te brengen hebben het ministerie van Binnenlandse Zaken en mijn ministerie een handreiking gemaakt: Handreiking Veiligheidsadviseur | Veiligepubliekedienstverlening.nl. Ten slotte is er onder verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken een netwerk Weerbaar bestuur dat zich inspant voor een weerbaar bestuur waarin politieke ambtsdragers veilig hun werk kunnen uitoefenen.↩︎

  11. De cijfers van 2025 zijn hier te vinden: Geweld tegen mensen met een publieke taak (VPT-cijfers over 2025) | Openbaar Ministerie en Meer agressie en geweld tegen politie | politie.nl.↩︎

  12. Kamerstukken II 2024/25, 28684, nr. 778.↩︎

  13. Geweld tegen mensen met een publieke taak (VPT-cijfers over 2025) | Openbaar Ministerie↩︎

  14. Kamerstukken II 2025/26, 28844, nr. 305.↩︎

  15. Kamerstukken II 2025/26, 28684, nr. 834 en Kamerstukken II, 2025/26, 28684, nr. 812.↩︎

  16. “verzoekt de regering in overleg met het Openbaar Ministerie te bevorderen dat in een aanwijzing wordt vastgelegd dat bij geweld tegen hulpverleners standaard de strafverzwaringsgrond wordt geëist en dat afwijking hiervan uitdrukkelijk en zwaarwegend wordt gemotiveerd, en de Kamer te informeren over de uitkomst.”↩︎

  17. Kamerstukken II, 2025/26,28684, nr. 812: “verzoekt de regering wetgeving voor te bereiden waarin minimumstraffen worden ingevoerd voor opzettelijk geweld tegen hulpverleners, met inachtneming van het opzetvereiste; en gaat over tot de orde van de dag.”↩︎

  18. Initiatiefwetsvoorstel van de leden Eerdmans en Martens tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het beperken van de mogelijkheden om een taakstraf op te leggen bij geweld tegen personen met een publieke taak die noodhulp kunnen verlenen, 36693.↩︎

  19. Kamerstukken II, 2025/26, 28 684, nr. 820: “verzoekt de regering jaarlijks de Kamer te informeren over:

    – de totale aantallen aangiften van GTPA-feiten (Geweld tegen Politie Ambtenaren) en VPT-feiten (Veilige Publieke Taak);

    – het aantal keren dat het OM bij deze zaken het uitgangspunt van de 200% strafeisverhoging in hun eigen richtlijn heeft gehanteerd;

    – het aantal keren dat de rechter vervolgens besloot tot het opleggen van deze strafeis;

    – het aantal sepots;

    – de nakoming van de afspraken over de doorlooptijd in de keten,

    en gaat over tot de orde van de dag.”↩︎

  20. cijfers-geweld-tegen-mensen-met-publieke-taak-vpt-2025 (6).pdf↩︎

  21. Kamerstukken II, 2025/26, 28 684, nr. 822: “verzoekt de regering in overleg te treden met het OM om te bezien hoe het wel of niet toepassen van de 200% strafeisverhoging bij geweld tegen personen met een publieke taak transparanter en beter uitlegbaar kan worden gemaakt, bijvoorbeeld via het principe van «comply or explain», en de Kamer hierover te informeren.”↩︎

  22. Artikel 184 Wetboek van Strafrecht.↩︎

  23. Artikel 141 Wetboek van Strafrecht.↩︎

  24. Kamerstukken II 2025/26, 29628, nr. 1318.↩︎