[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van de leden Jagtenberg en Schoonis over het bericht dat Nederland zich mengt met tientallen satellieten in de strijd om de ruimte

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D47499, datum: 2026-09-30, bijgewerkt: 2026-09-30 15:09, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z18397:

Preview document (šŸ”— origineel)


AH 189

2026Z18397

Antwoord van staatssecretaris Boswijk (Defensie) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 30 september 2026)

  1. Bent u bekend met het bericht 'Nederland mengt zich met tientallen satellieten in strijd om de ruimte: We kunnen niet om SpaceX heen'? [1]
    Ja.

  2. Hoe voorkomt u dat Nederland voor kritieke ruimtecapaciteiten afhankelijk blijft van niet-Europese partijen en hoe stimuleert u juist zoveel mogelijk Europese samenwerking?
    Het kabinet hecht belang aan het verminderen van afhankelijkheden en het bewerkstelligen van Europese open strategische autonomie, met tegelijkertijd blijvende aandacht voor het belang van de trans-Atlantische samenwerking. Dit is in lijn met de breed gedragen ambitie binnen de EU om de eigen technologische en industriĆ«le basis te versterken. Daarom zet het kabinet in op een sterke Nederlandse ruimte-industrie, met als uitgangspunt dat veiligheidskritische technologie en capaciteiten waar mogelijk binnen Europa worden ontwikkeld en geproduceerd. Daarbij wordt aangesloten bij Europese programma’s en NAVO-interoperabiliteitsvereisten.

Defensie werkt samen met de Nederlandse industrie aan aardobservatiesatellieten en bouwt aan het ecosysteem rondom de Payload Assembly Mission Integration intersatellite link (PAMI-satelliet). Ook internationaal heeft Defensie binnen het ruimtedomein een herkenbare positie opgebouwd. Defensie zet in op relevantie, flexibiliteit en innovatieve oplossingen. Daarbij is er oog voor de sterke expertise in optica en lasercommunicatie en het slim benutten van bestaande capaciteiten.

Die innovatiekracht, in combinatie met het samenwerken met bondgenoten en de Nederlandse industrie, geeft Defensie een rol als verbindende schakel binnen het internationale space-ecosysteem.

Nederland doet dit onder meer via deelname aan ESA en het EU-ruimtevaartprogramma en door in te zetten op autonome Europese toegang tot de ruimte. Zoals opgenomen in de kabinetsreactie op de Lange-termijn Ruimtevaartagenda is internationale samenwerking noodzakelijk om voldoende schaal, capaciteit en toegang tot essentiƫle diensten te realiseren.

Daarnaast versterkt het kabinet de Nederlandse positie in Europese waardeketens op terreinen waar Nederland sterk is, zoals aardobservatie en lasercommunicatie. Daarmee worden Nederlandse kennis en technologie beter gepositioneerd in Europese programma’s en markten en wordt bijgedragen aan het Nederlandse verdienvermogen.

  1. Bent u voornemens om samen met andere Europese landen op te trekken om de schaal van Europese ruimtecapaciteiten te vergroten en Nederland daarin als koploper te positioneren? Sluit Nederland bijvoorbeeld aan bij European Defence Projects of Common Interest rondom Space of andere EU-instrumenten? Zo nee, is Defensie voornemens dit zelf te initiƫren?
    Ja. Het kabinet acht Europese samenwerking noodzakelijk om schaal te bereiken bij de ontwikkeling en inzet van ruimtecapaciteiten. Nederland zet daarom in op gezamenlijke Europese ontwikkeling, verwerving en benutting van ruimtecapaciteiten binnen EU-, ESA- en NAVO-kaders. Binnen de Europese defensiesamenwerking zet Nederland zich ervoor in dat ruimtevaart wordt meegenomen in de gezamenlijke capaciteitsontwikkeling, met goede afstemming van huidige en toekomstige behoeftes. Instrumenten zoals European Defence Projects of Common Interest (EDPCI) kunnen daarbij een rol spelen, waarbij aansluiting bij bestaande European Defence Agency- en NAVO-processen van belang is. Nederland heeft zich aangesloten bij het Space EDPCI-voorstel, om in kaart te brengen wat de complete ruimtearchitectuur zou moeten zijn, wat nog mist, en wat nog gedaan moet worden.

Nederland richt zich daarbij op gebieden waarin de Nederlandse kennis- en industriƫle basis sterk is, zoals fotonica en lasersatellietcommunicatie en andere dual-use technologieƫn. Zo draagt Nederland bij aan robuuste Europese ruimtecapaciteiten en versterkt het tegelijk de positie van Nederlandse bedrijven in Europese waardeketens, zoals uiteengezet in de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII).

  1. Bent u van mening dat investeren in de Nederlandse (en Europese) ruimtevaartsector een win-win-winscenario kan opleveren, doordat hiermee zowel de operationele beschikbaarheid van Defensie, de strategische autonomie, de veiligheid van vitale infrastructuur als het economisch belang van de Nederlandse ruimtevaartsector worden versterkt?

Ja. Het kabinet ziet investeringen in de Nederlandse en Europese ruimtesector als een belangrijke bijdrage aan meerdere beleidsdoelen tegelijk. Een sterke ruimtesector draagt bij aan veiligheid en weerbaarheid, open strategische autonomie, het functioneren van vitale processen en het Nederlandse verdienvermogen.

Ruimtetechnologie heeft bovendien vaak een dual-use karakter. Investeringen in onder meer aardobservatie, veilige satellietcommunicatie, navigatie en Space Situational Awareness kunnen daarmee zowel civiele als militaire toepassingen ondersteunen. Ook versterken zij de Nederlandse kennis- en industriƫle basis en de positie van Nederlandse bedrijven in Europese waardeketens.

Tegelijkertijd geldt dat de bijdrage aan operationele beschikbaarheid van Defensie afhankelijk is van de concrete capaciteit, militaire behoefte en toepassingscontext. Defensie is verantwoordelijk voor de eigen operationele eisen en capaciteitsontwikkeling.

  1. Hoe kijkt u naar de lange termijn ruimtevaartagenda en de daarin uitgesproken ambitie om toe te groeien naar de ESA-norm? Bent u bereid hiervoor een concreet ingroeipad uit te werken?
    Het kabinet onderschrijft de ambitie uit de kabinetsreactie op de Lange-termijn Ruimtevaartagenda om de Nederlandse inzet bij de European Space Agency (ESA) te versterken en toe te groeien naar een bijdrage die recht doet aan de ESA-norm. Een hogere en meer structurele bijdrage aan ESA versterkt de Nederlandse positie binnen de Europese ruimtevaartsamenwerking, vergroot de kansen voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen en draagt bij aan de ontwikkeling van Europese ruimtecapaciteiten op terreinen die van belang zijn voor onder meer veiligheid, weerbaarheid, wetenschap en verdienvermogen.

Nederland voldoet momenteel nog niet aan de afspraken tussen de ESA lidstaten hierover. Bij de MinisteriĆ«le Conferentie van ESA in 2025 heeft Nederland de inschrijving wel verhoogd tot circa €450 miljoen voor de periode 2026–2028. Daarmee is een belangrijke stap gezet, maar een deel van deze verhoging is incidenteel en brengt Nederland nog niet structureel op het niveau van de ESA-norm.

Een concreet structureel ingroeipad vraagt om aanvullende middelen binnen de begroting en moet worden afgewogen binnen de bredere budgettaire besluitvorming richting de Ministeriƫle Conferentie van ESA in 2028. Het kabinet acht het daarom op dit moment niet passend vooruit te lopen op een specifiek financieel ingroeipad. Besluitvorming over een verdere structurele verhoging van de Nederlandse ESA-bijdrage vindt plaats bij de reguliere begrotingsmomenten.

  1. Overwegende dat meerdere departementen ambities en belangen hebben in het ruimtedomein en ze elkaar kunnen versterken, hoe gaat u dit interdepartementaal borgen?

Het kabinet borgt dit via de versterkte interdepartementale governance die is ingericht naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Lange-termijn Ruimtevaartagenda. De Interdepartementale Raad Ruimtedomein (IRR) zorgt op hoogambtelijk niveau voor strategische afstemming en adviseert over keuzes in het ruimtedomein, waaronder financiering en de verdeling van verantwoordelijkheden. Onder de IRR werken de Interdepartementale Commissie Ruimtedomein en verschillende werkgroepen aan de verdere beleidsvoorbereiding en uitvoering.

Daarmee worden de verschillende belangen en ambities van onder meer EZK, Defensie, IenW, BZ en OCW in samenhang bezien en kunnen civiele, economische, wetenschappelijke en veiligheidsbelangen elkaar waar mogelijk versterken. Ook wordt hiermee een consistente Nederlandse inzet in internationale gremia zoals de EU, ESA en NAVO bevorderd.

  1. Overwegende dat in de Defensienota is aangekondigd dat een Space Command wordt opgezet, kunt u aangeven welk tijdspad u voor ogen heeft en welke concrete doelen en taken dit Space Command krijgt?

Met de oprichting van het Space Command eind juni jl. heeft Defensie een volgende stap gezet in de ontwikkeling van ruimte als vijfde operationele domein, naast land, zee, lucht en cyber. De komende jaren bouwt het Space Command verder aan de organisatie, met als doel om in 2028 volledig operationeel te zijn.

Het Space Command heeft als taak om de operationele capaciteiten in het ruimtedomein verder te ontwikkelen, zo wordt de satellietcapaciteit de komende jaren vergroot. Daarnaast brengt het Space Command kennis en expertise vanuit de verschillende krijgsmachtdelen samen en groeit de organisatie in 2027 van ongeveer 30 naar meer dan 100 medewerkers.

Defensie is inmiddels gestart met verschillende ruimteprojecten. Zo leveren observatiesatellieten ook bij bewolking en in het donker radarbeelden voor operationele informatievoorziening. Daarnaast werkt Defensie samen met de Nederlandse industrie aan de PAMI-satelliet, die hoge kwaliteit foto’s maakt van het aardoppervlak welke middels zeer veilige lasercommunicatie naar de aarde worden verzonden. De lancering staat rond 2028 gepland en moet bijdragen aan een eigen Nederlandse optische ruimtecapaciteit. Later zal deze PAMI-satellietcapaciteit uitgebreid worden tot een constellatie van satellieten. Een constellatie van satellieten geeft defensie een wereldwijd overzicht van de situatie op aarde, en zorgt voor een snelle verbinding met eenheden op afgelegen plekken en tussen eenheden onderling.

Ook investeert Defensie in zogeheten Space Domain Awareness. Met telescopen en ondersteunende grondsystemen worden satellieten en ruimtepuin gevolgd en geanalyseerd. Zo worden mogelijke risico’s en dreigingen voor eigen en andere ruimtecapaciteiten tijdig gesignaleerd. In combinatie met grondstations en dataverwerking ontstaat zo een steeds completer beeld van activiteiten in de ruimte. Het tijdpad voor innovatie en technologieontwikkeling is gepubliceerd in de D-SII. Een nadere concretisering wordt opgenomen in het Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie (NPDII).

  1. Hoe vertaalt u de ambities uit de Defensienota naar een meerjarige capability roadmap voor het ruimtedomein en hoe bent u voornemens hier vanuit de ā€˜Gouden Driehoek’ (overheid, industrie en kennisinstellingen) in op te lopen?
    Met de DS-II is Ruimtetechnologie als NLD-gebied1 erkend. NLD-gebieden zijn technologiegebieden waar Nederlandse bedrijven en/of kennisinstellingen in uitblinken en die van belang zijn voor het toekomstig vermogen van de krijgsmacht. Er zijn met de Defensienota 2022 en Defensienota 2024 middelen beschikbaar gesteld voor het versterken van regionale ecosystemen en voor kennisopbouw, technologieontwikkeling, innovatieprojecten en opschaling specifiek ten behoeve van de NLD gebieden. De ambities binnen het NLD gebied Ruimtetechnologie worden aangegeven middels een ambitieplaat, die als bijlage bij de D-SII is gepubliceerd. Deze ambitieplaat is tot stand gekomen in overleg met kennisinstellingen en de industrie en geeft richting voor de technologieontwikkeling gegeven de militaire capability pull. Dit najaar zal een update van deze ambitieplaat op basis van de nieuwste inzichten gepubliceerd worden als onderdeel van het NPDII, waarin ook de middelen die met de Defensienota 2026 vrijkomen worden meegenomen. Met het NPDII krijgen de kaders voor de samenwerking tussen kennisinstellingen, Defensie en industrie verder vorm.

  2. Hoe beschermt Nederland zijn eigen ruimte-infrastructuur, inclusief het grondsegment, gezien de toenemende afhankelijkheid van ruimtecapaciteiten voor veiligheid, economie en duurzaamheid en het toenemende dreigingsbeeld?

Om de toenemende kwetsbaarheid van de vitale infrastructuur te adresseren, beschermt Nederland zijn ruimte-infrastructuur via een integrale aanpak die gericht is op het vergroten van de weerbaarheid van de gehele ruimteketen. Deze integrale benadering omvat niet alleen de fysieke bescherming van ruimte-assets, maar ook het versterken van de cyber weerbaarheid, de beveiliging van (data)links van en naar de ruimte, en de algemene fysieke veiligheid van kritieke faciliteiten. Dit wordt essentieel geacht gezien de exponentieel toenemende relevantie van deze assets voor onze samenleving en gebeurt onder meer door investeringen in Space Situational Awareness via nieuwe telescoopsystemen, uit de Maatregelennota 2022. Hiermee worden dreigingen zoals sabotage, verstoringen of botsingen met ruimtepuin eerder herkend en geanalyseerd. Om de afhankelijkheid van satellietnavigatie voor vitale processen te verkleinen, verkent het kabinet robuuste grondgebonden alternatieven en wordt voor overheidsdiensten ingezet op het beveiligde en versleutelde Galileo-signaal. Hierbij wordt specifiek gezorgd voor de beveiliging en facilitering van het Galileo-grondsegment op Nederlands grondgebied, waaronder het Reference Centre in Noordwijk en het Sensor Station op Bonaire.

Parallel aan deze technische beveiliging werkt Nederland aan het vergroten van de Europese open strategische autonomie om de afhankelijkheid van niet-Europese diensten te verminderen. Dit wordt gerealiseerd door te investeren in een sterke eigen ruimtevaartindustrie en het ontwikkelen van eigenstandige militaire capaciteiten, zodat de krijgsmacht onafhankelijk over informatie kan beschikken. De bescherming wordt internationaal geborgd door de inzet op een juridisch kader voor verantwoord gedrag in de ruimte en nauwe samenwerking met de EU en de NAVO. Om deze diverse belangen coherent te sturen, zorgt de Interdepartementale Raad Ruimtedomein voor de noodzakelijke strategische afstemming tussen de verschillende rijksdepartementen, waardoor civiele, economische en veiligheidsbelangen in samenhang worden behartigd.

  1. Hoe realiseert Nederland een onafhankelijke toegang tot de ruimte? Heeft u onderzocht welke toegevoegde waarde een Nederlandse of Benelux-lanceercapaciteit kan hebben voor de strategische autonomie van Nederland en Europa? Is daarbij ook gekeken naar mogelijkheden binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk?

Het kabinet zet in op autonome Europese toegang tot de ruimte, niet op een volledig zelfstandige Nederlandse lanceercapaciteit. Nederland draagt primair via ESA bij aan Europese draagraketten en lanceerinfrastructuur. Bij de ESA-MinisteriĆ«le Conferentie van 2025 heeft Nederland hiervoor €56 miljoen ingeschreven, onder meer voor Ariane 6 en Vega.

Defensie sluit aan bij Europese (o.a. REACTS) en NAVO (o.a. Starlift) samenwerkingen op het gebied van lanceercapaciteit om zo toekomstige toegang tot de ruimte te garanderen en de Nederlandse industrie de mogelijkheid te geven bij deze ontwikkelingen aan te sluiten. Verschillende initiatieven in Europa, waaronder de onlangs succesvolle lancering door ISAR Aerospace, worden nauwlettend gevolgd en daar waar kansen liggen, zullen deze worden onderzocht.

Het kabinet acht Europese samenwerking noodzakelijk om voldoende schaal en een robuuste lanceercapaciteit te realiseren. Daarbij blijft ruimte voor het gebruik van niet-Europese lanceercapaciteit wanneer dat wenselijk of noodzakelijk is.

  1. Hoe gaat u instrumenten zoals NADI en de Defensie Innovatie Opschalingsautoriteit benutten voor de Nederlandse ruimtevaartsector? En welke rol ziet u voor zichzelf als launching customer?

Het kabinet wil instrumenten als het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en de Defensie Innovatie Opschalingsautoriteit (DIOA) benutten waar deze kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en opschaling van strategische en dual-use technologie, waaronder ruimtetechnologie. Daarbij gaat het om het sneller verbinden van operationele behoeften, technologische ontwikkeling en industriƫle opschaling, waarbij het voor DIOA expliciet draait om technologieƫn waar de krijgsmacht een capaciteitsbehoefte heeft. Dit sluit aan bij de kabinetsreactie op de Lange-termijn Ruimtevaartagenda en de inzet om de Nederlandse ruimtevaartsector sterker te positioneren in Europese waardeketens.

Ook ziet het kabinet een belangrijke rol voor de overheid als launching customer. Door als eerste afnemer innovatieve Nederlandse technologie en diensten toe te passen, kan de overheid bijdragen aan demonstratie, marktcreatie en verdere opschaling. Defensie vervult die rol bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van eigen satellietcapaciteiten. Ook civiel geeft het kabinet invulling aan deze rol, onder meer via de gezamenlijke inkoop van satellietdata en door met de Netherlands Space Agency te onderzoeken hoe gezamenlijk innovatieve informatieproducten kunnen worden ingekocht of ontwikkeld.

1) Telegraaf, 24 juni 2026, Nederland mengt zich met tientallen satellieten in strijd om de ruimte: We kunnen niet om SpaceX heen (https://www.telegraaf.nl/binnenland/nederland-mengt-zich-met-tientallen-satellieten-in-strijd-om-de-ruimtewe-kunnen-niet-om-spacex-heen/157678569.html)


  1. De 5 NLD gebieden zijn specifieke technologiegebieden waar Nederland sterk in is: Quantum, Slimme Materialen, Ruimtetechnologie, Intelligente Systemen en Sensoren.ā†©ļøŽ