Gewijzigd amendement van het lid Faber ter vervanging van nr. 13 over het behulpzaam zijn bij mensenhandel ongeacht het motief strafbaar stellen
Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming enbestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel)
Amendement (gewijzigd/nader/vervangend)
Nummer: 2026D47524, datum: 2026-09-30, bijgewerkt: 2026-10-16 09:19, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36835-28).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.H.M. Faber, Tweede Kamerlid (PVV)
Onderdeel van kamerstukdossier 36835 -28 Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming enbestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel).
Onderdeel van zaak 2026Z20581:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
-
2026-10-06 15:00 ⇒ Verworpen. (Besluit)
- Voor 46: FVD | Groep Markuszower | JA21 | Keijzer | PVV | SGP
- Tegen 104: 50PLUS | BBB | CDA | ChristenUnie | D66 | DENK | PRO | PvdD | SP | VVD | Volt
-
2026-10-06 15:00 ⇒ Verworpen. (Besluit)
- 2026-10-06 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2026-2027 |
36 835 Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel)
Nr. 28 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID FABER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 13
Ontvangen 30 september 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
Artikel I, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst en in de tekst wordt «artikel 273f, tweede lid,» vervangen door «het tweede lid».
2. Voor onderdeel 2 (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende:
Artikel 273f wordt als volgt gewijzigd:
1. Na het eerste lid wordt een lid toegevoegd, luidende:
1a. Degene die een ander, al dan niet met een ideëel of humanitair motief, behulpzaam is bij de in het eerste lid omschreven feiten of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dit bijdraagt aan de in het eerste lid omschreven feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
II
Artikel II, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde artikel I wordt voor de tekst de onderdeelsaanduiding «B» geplaatst.
2. In onderdeel B (nieuw), aanhef, vervalt «van het Wetboek van Strafrecht».
3. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende:
Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 273f wordt na het achtste lid, onder vernummering van het negende lid tot het tiende lid, een lid ingevoegd, luidende:
9. Degene die een ander, al dan niet met een ideëel of humanitair motief, behulpzaam is bij de in het eerste, tweede en achtste lid omschreven feiten of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dit bijdraagt aan de in die leden omschreven feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
III
Artikel II, onderdeel b, wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst.
2. Voor onderdeel 2 (nieuw) wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
1. In het met onderdeel C voorgestelde artikel 273f wordt na het achtste lid, onder vernummering van het negende lid tot het tiende lid, een lid ingevoegd, luidende:
9. Degene die een ander, al dan niet met een ideëel of humanitair motief, behulpzaam is bij de in het eerste, tweede en achtste lid omschreven feiten of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dit bijdraagt aan de in die leden omschreven feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Toelichting
Dit amendement beoogt de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het faciliteren van mensenhandel te verduidelijken en uit te breiden naar rechtspersonen, organisaties en instellingen die een bijdrage leveren aan mensenhandel.
Hoewel de misdrijven mensenhandel en mensensmokkel verschillen van aard, waarbij mensenhandel zich kenmerkt door de uitbuiting van personen en mensensmokkel zich kenmerkt door het illegaal over de grens helpen van personen, kunnen beide misdrijven in onderlinge samenhang zijn. Mensensmokkel kan bijvoorbeeld uitmonden in mensenhandel als een volwassenen of kind door de smokkelaar wordt doorverkocht aan een mensenhandelaar (Dit beeld wordt bevestigd in Decoding the EU’s most threatening criminal networks – Europol 2024).
Voor het delict mensensmokkel is ook het faciliteren ervan onderdeel van de strafbaarstelling van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht. Voor mensenhandel is dit nu niet het geval. Om deze misdrijven te voorkomen en te bestrijden kiest indiener ervoor om ook het faciliteren van mensenhandel expliciet strafbaar te stellen. Hieronder vallen ook rechtspersonen, organisaties en instellingen die een bijdrage leveren aan mensenhandel.
Analoog aan artikel 197a Sr is het delict geformuleerd als een vorm van behulpzaamheid, waarbij aan het bestanddeel «behulpzaam zijn bij» dezelfde betekenis toekomt als aan het begrip medeplichtigheid zoals omschreven in artikel 48 Sr. Het gaat erom of verdachte de uitbuiting van het slachtoffer in enigerlei opzicht heeft bevorderd of gemakkelijk heeft gemaakt. Verder kan, analoog aan de jurisprudentie over artikel 197a Sr, aangenomen worden dat ten aanzien van het criterium «terwijl hij weet» geldt dat verdachte zich ten minste bewust was van de aanmerkelijke kans dat het misdrijf zou plaatsvinden en dit op de koop toe nam (voorwaardelijk opzet), en ten aanzien van «of ernstige reden heeft te vermoeden» volgt dat ook grove schuld volstaat, waarbij «verwijtbare of wellicht gefingeerde naïviteit» wordt meegewogen (Hof Den Haag, 25 april 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2096). Of verdachte heeft gehandeld vanuit ideële of humanitaire motieven is voor de strafwaardigheid nadrukkelijk niet relevant. Op het behulpzaam zijn bij mensenhandel staat voorts, anders dan in de context van medeplichtigheid zoals omschreven in artikel 48 Sr, eenzelfde straf als voor mensenhandel zoals omschreven in het eerste lid van artikel 273f als zodanig.
Faber