Tweeminutendebat Toetsen en examens (CD 9/9) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D47628, datum: 2026-09-30, bijgewerkt: 2026-10-01 09:31, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-30 22:00: Tweeminutendebat Toetsen en examens (CD 9/9) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Toetsen en examens
Toetsen en examens
Aan de orde is het tweeminutendebat Toetsen en examens (CD d.d.
09/09).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Toetsen
en examens. Weer van harte welkom aan de staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap. De eerste spreker van de zijde van Kamer is
mevrouw Rooderkerk. Zij spreekt namens D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank, voorzitter. Ik heb de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Nederlandse onderwijs werkt met kerndoelen, die
richting geven aan wat leerlingen gedurende hun schoolloopbaan moeten
leren;
constaterende dat de huidige kerndoelen ruimte laten voor verschillende
interpretaties van het minimaal te bereiken kennis- en
vaardigheidsniveau;
constaterende dat in Vlaanderen wordt gewerkt met minimumdoelen die een
behapbaar aantal inhoudelijke, concrete en meetbare doelen formuleren
waarop het curriculum kan worden geënt;
constaterende dat ook in Engeland wordt gewerkt met een landelijk
curriculum waarin concreet is vastgelegd welke kennis en vaardigheden
leerlingen zich per onderwijsfase eigen moeten maken met het oog op
betere geletterdheid en gecijferdheid van de bevolking;
constaterende dat daarmee voor leraren en schoolleiders duidelijker
wordt wat leerlingen op verschillende momenten in hun
basisschoolloopbaan minimaal moeten kennen en kunnen;
verzoekt de regering bij de voorgenomen herziening van de
referentiekaders de mogelijkheid uit te werken voor meer inhoudelijk
concrete en meetbare minimumdoelen, als concretisering van de wettelijke
kerndoelen, waarbij de Vlaamse systematiek als voorbeeld kan
dienen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk, Boomsma en
Armut.
Zij krijgt nr. 887 (31293) (#1).
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw
Raijer. Zij spreekt namens de PVV.
Mevrouw Raijer (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de kwaliteit van schoolexamens tussen scholen sterk
kan verschillen;
van mening dat een diploma op iedere school dezelfde waarde en
betrouwbaarheid moet hebben;
verzoekt de regering te komen met landelijke minimale
kwaliteitswaarborgen voor de totstandkoming, afname en beoordeling van
schoolexamens, met behoud van ruimte voor het eigen karakter van het
schoolexamen;
verzoekt de regering de Kamer hierover voor het einde van het schooljaar
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.
Zij krijgt nr. 888 (31293) (#2).
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Beckerman, die spreekt namens de Socialistische Partij.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Het is bijna twaalf uur nadat ik begonnen ben hier
vanochtend. Ik hou het kort. Wij zijn heel erg blij dat er weer één
doorstroomtoets, zoals dat nu heet, één toets komt aan het einde van de
basisschool. De SP was altijd tegen het invoeren van die marktwerking.
Het is echt goed dat daar nu van teruggekomen wordt. Wij willen daarbij
wel waarborgen dat die goed toegankelijk is en daarom deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat elk kind een gelijke kans verdient op een passend
schooladvies;
overwegende dat de toegankelijkheid van toetsing daarvoor geen drempel
mag vormen;
verzoekt de regering toegankelijkheidseisen zoals inclusief ontwerp en
digitale toegankelijkheid volgens de meest actuele WCAG-richtlijnen als
harde eis mee te nemen in de aanbestedings- of inkoopprocedure voor de
nieuwe doorstroomtoets,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Moorman.
Zij krijgt nr. 889 (31293) (#3).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw
Armut, die spreekt namens de fractie … van het CDA. Ja, ik wist het nog.
Gaat uw gang.
Mevrouw Armut (CDA):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een toets een momentopname is en dat een zorgvuldig
schooladvies vraagt om een compleet, breed beeld van de leerresultaten
en de ontwikkeling van een leerling;
overwegende dat het onderbouwde professionele oordeel van de leraar van
grote waarde is naast een momentopname als de doorstroomtoets;
verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van de doorstroomtoets
het voorstel van Cito voor een breed overgangsdossier expliciet te
betrekken en met leraren en scholen uit te werken hoe toetsresultaten,
de ontwikkeling van de leerling en het onderbouwde lerarenoordeel
gezamenlijk kunnen bijdragen aan passende advisering en plaatsing;
verzoekt de regering de Kamer hierover te informeren in de aangekondigde
brief over de doorstroomtoets in het eerste kwartaal van 2027,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Armut, Boomsma en
Rooderkerk.
Zij krijgt nr. 890 (31293) (#4).
Mevrouw Armut (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw
Moorman, namens de fractie van PRO.
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik heb drie moties en een vraag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat leerlingadministratiesystemen vanaf elk door de school
gekozen leerjaar, soms al vanaf groep 3, automatisch een verwacht niveau
van voortgezet onderwijs naast de toetsresultaten kunnen tonen;
overwegende dat vroege niveaulabels en uitstroomprognoses de
verwachtingen van leraren en ouders beïnvloeden en daarmee het
onderwijsaanbod dat een kind krijgt, waardoor verschillen in
startpositie worden bevestigd in plaats van verkleind;
overwegende dat toetsaanbieders zelf ook op dit risico wijzen;
verzoekt de regering om in overleg met de PO-Raad en leveranciers van
leerlingadministratiesystemen te bewerkstelligen dat geautomatiseerde
prognoses van het niveau van voortgezet onderwijs per leerling niet
worden getoond vóór groep 7;
verzoekt de regering dit zo nodig te verankeren in regelgeving over het
leerlingvolgsysteem en daaraan gekoppelde administratiesystemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman, Rooderkerk en
Kostić.
Zij krijgt nr. 891 (31293) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat sinds 2020-2021 de onderwijsinspectie scholen
beoordeelt op door leerlingen behaalde referentieniveaus voor lezen,
taalverzorging en rekenen;
constaterende dat leerlingen zelf in leerlingvolgsystemen meestal worden
beoordeeld op hun positie ten opzichte van leeftijdsgenoten;
overwegende dat een relatieve norm altijd een vast percentage leerlingen
als "onder gemiddeld" bestempelt, ongeacht wat zij kunnen;
overwegende dat relatieve normen wél een legitieme functie hebben bij
het signaleren van leerlingen die extra ondersteuning nodig
hebben;
verzoekt de regering om de Regeling beoordelingskader lvs zodanig te
wijzigen dat erkende lvs-toetsen voor elk leerjaar rapporteren in termen
van de beheersing van de leerdoelen;
verzoekt de regering deze ook zo te wijzigen dat relatieve
niveau-indelingen uitsluitend beschikbaar zijn als
signaleringsinstrument voor de leraar en intern begeleider;
verzoekt de regering te bewerkstelligen dat relatieve niveaulabels niet
worden opgenomen in het onderwijskundig rapport, in de overdracht tussen
scholen en in het rapport aan ouders en leerlingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman, Rooderkerk, Stoffer en
Kostić.
Zij krijgt nr. 892 (31293) (#6).
Mevrouw Moorman (PRO):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet werkt aan een nieuwe wet waarin het aantal
verschillende doorstroomtoetsen wordt teruggebracht naar één;
verzoekt de regering om in de komende wet op te nemen dat de aanbieder
van de doorstroomtoets geen winstoogmerk mag hebben,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman, Beckerman en
Kostić.
Zij krijgt nr. 893 (31293) (#7).
Mevrouw Moorman (PRO):
Voorzitter, tot slot een hele korte vraag.
De voorzitter:
Nee. Nee, dat ga ik niet doen. U had al mazzel, want uw timer liep niet,
dus u was al ruim tweeënhalve minuut onderweg. We stoppen het dus
hier.
Mevrouw Moorman (PRO):
O, dan houd ik op. Ik had een hele interessante laatste vraag.
De voorzitter:
Dat zal. Die gaan we vast nog een keer horen. De volgende spreker van de
zijde van de Kamer is de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat basisscholen sinds schooljaar 2023-2024 verplicht zijn
het schooladvies van een leerling naar boven bij te stellen wanneer deze
een doorstroomtoets heeft gemaakt met een score die hoger uitvalt dan
het schooladvies, en dat hierdoor veel leerlingen terechtkomen op een
schooltype waar zij niet op hun plaats zijn;
constaterende dat de praktijk van "kansrijk adviseren" ertoe leidt dat
leerlingen veel vaker dan voorheen moeten afstromen naar een lager
schooltype dan voor de introductie van de verplichte bijstelling en dat
dit gepaard gaat met frustratie en het gevoel te hebben gefaald;
constaterende dat recent onderzoek suggereert dat het idee dat
leerkrachten bij schooladviezen vaak (onbewust) discrimineren niet is
bewezen en dat negatieve vooringenomenheid van leerkrachten tegen lage
SES-groepen voor een groot deel een statistische optische illusie
is;
overwegende dat scholen die wensen af te wijken van de
bijstellingsplicht dit nu zo uitgebreid moeten motiveren dat zij er vaak
bij voorbaat maar van afzien;
verzoekt de regering te bevorderen dat scholen daadwerkelijk zonder
disproportionele onderbouwing en dossiervorming in het belang van de
leerling kunnen afzien van de bijstelling van het schooladvies en de
formulering van deze wettelijke bepaling opnieuw te bezien in aanloop
naar de invoering van de centrale eindtoets,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Flach.
Zij krijgt nr. 894 (31293) (#8).
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Over de heer Flach gesproken: daar is hij. Hij is de laatste spreker van
de zijde van de Kamer van vanavond. Aan u is het woord, meneer
Flach.
De heer Flach (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben hier even als vervanger van mijn collega
Stoffer. Ik kan de appreciatie helaas ook niet afwachten, maar die
luister ik in de laatste trein mee.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer heeft uitgesproken dat onwenselijke effecten
ontstaan doordat de doorstroomtoets onverenigbare functies is gaan
vervullen en dat deze toets weer primair dienstbaar moet zijn aan de
leerling en leraar;
overwegende dat de zorgvuldige invoering van een centrale
doorstroomtoets niet mogelijk is zonder gelijktijdige herijking van de
wettelijke functies van de doorstroomtoets, aangezien deze toets nauw
verband houdt met de wijze waarop leerresultaten van scholen worden
beoordeeld, met de manier waarop het beheersen van basisvaardigheden in
beeld wordt gebracht en met de status van het schooladvies;
verzoekt de regering de invoering van een centrale doorstroomtoets en de
herijking van de wettelijke functies van de doorstroomtoets gelijktijdig
ter hand te nemen en in samenhang uit te werken in een
wetsvoorstel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Boomsma.
Zij krijgt nr. 895 (31293) (#9).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de verdeling van studielasturen grote invloed heeft op
de inhoud en het aanbod van vakken in de bovenbouw van het voortgezet
onderwijs;
constaterende dat na een lang traject van curriculumherziening nog
steeds geen zicht is op de voorgenomen inrichting van de studielasturen,
terwijl dat van wezenlijk belang is naast de herziening van de
examenprogramma's;
verzoekt de regering het onderwijsveld op korte termijn duidelijkheid te
bieden over de voorgenomen verdeling van de studielasturen, en de Kamer
hierover te informeren voor 1 december aanstaande,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Rooderkerk.
Zij krijgt nr. 896 (31293) (#10).
De heer Flach (SGP):
Dank voor het feit dat de interrupties achterwege blijven.
De voorzitter:
Uitstekend. Dank u wel. Daarmee is er een einde gekomen aan de termijn
van de zijde van de Kamer. Ik ga voor vijf minuten schorsen, tot pak 'm
beet 22.17 uur, voor de appreciatie van de zijde van het kabinet. Ik
schors de vergadering tot 22.17 uur.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de appreciatie van de zijde
van het kabinet in het tweeminutendebat Toetsen en examens. Ik geef het
woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Tielen:
Voorzitter. Toetsen en examens is ook weer echt … We hebben een avond
vol mooie onderwerpen. Maar laat ik er niet meer woorden aan wijden dan
nodig.
De motie op stuk nr. 887 van mevrouw Rooderkerk, meneer Boomsma en
mevrouw Armut gaat over de wettelijke minimumdoelen en de wettelijke
kerndoelen. Daarbij wil ik wel zeggen dat dat met name over taal en
rekenen en wiskunde gaat, twee van de belangrijke basisvaardigheden. We
zijn nu bezig met het herijken van de referentieniveaus daaromtrent. Dat
is nog best wel een ingewikkelde puzzel, maar het is belangrijk genoeg.
Ik neem de motie van de drie leden daar graag in mee, dus die geef ik
oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 887: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Tielen:
Tenminste, als de Kamer dat ook vindt natuurlijk. Daar moeten we dan nog
op wachten.
Dan de motie op stuk nr. 888 van mevrouw Raijer. Daarin staat, ik denk
terecht, dat elke school dezelfde waarde aan het diploma moet kunnen
geven. Daarom is deze motie ook eigenlijk overbodig, want we doen dat
al. We hebben natuurlijk een PTA, zoals het zo mooi heet. De nieuwe
examenprogramma's worden nu opgeleverd op basis van de hernieuwde
kerndoelen. Ik ga nog dit jaar, dus niet aan het einde van het
schooljaar maar aan het einde van het kalenderjaar, dat ook uiteenzetten
in onze visie op toetsen en examens, als reactie op het rapport van de
Onderwijsraad daarover. Hopelijk kan mevrouw Raijer daar dus in
terugvinden wat ze ook graag wil. De motie is dus overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 888 is overbodig.
Staatssecretaris Tielen:
Dan de motie op stuk nr. 889 van mevrouw Beckerman en mevrouw Moorman.
Het lijkt mij heel erg goed om de harde eis die daarin staat mee te
nemen. Het staat er ook stevig in, maar ik denk dat het heel belangrijk
is. Ik geef de motie dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 889: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Tielen:
Dan de motie op stuk nr. 890 van mevrouw Armut, meneer Boomsma en
mevrouw Rooderkerk over de doorstroomtoets en het voorstel van het Cito
met betrekking tot het brede overgangsdossier. Wij zijn nu aan het
kijken naar de mogelijkheden om een breder profiel in het schooladvies
mee te nemen — dat kunnen docenten natuurlijk al doen — maar het lijkt
me een goed idee om te kijken wat het overgangsdossier voor waarde zou
kunnen hebben, dus ik neem dat graag mee in de verkenning daarnaar die
we nu aan het uitvoeren zijn. Dat lijkt me dus ondersteuning van beleid,
of eigenlijk — dat is nog mooier — een aanmoediging. In het eerste
kwartaal van 2027 zullen we daar ook schriftelijk op terugkomen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 890: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Tielen:
Oordeel Kamer, ja. Dan de motie op stuk nr. 891 van mevrouw Moorman over
de prognoses. Met name dat geautomatiseerde … Ik denk te weten wat
mevrouw Moorman daarbij voelt. Ik geef de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 891 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Tielen:
De motie op stuk nr. 892 heeft drie verzoeken. Dat is natuurlijk wel
veel. Laat ik even kijken wat ik lees in die drie verzoeken. Even kijken
of ik het goed begrijp. Ik ben met de leveranciers van
leerlingvolgsystemen of leerlingadministratiesystemen aan het verkennen
of we ervoor kunnen zorgen dat de resultaten die gepresenteerd worden,
ook aansluiten bij wat het onderwijsveld, dus de docenten, nodig heeft,
zonder dat er nadelige effecten voor de leerling zijn. Dat is waar we nu
naar zoeken. Mevrouw Moorman en ook de andere leden hebben daar een
aantal aanscherpingen op aangebracht. Volgens mij kunnen we die meenemen
in die verkenning, samen met de leveranciers daarvan. Dus als mevrouw
Moorman dat ook zo ziet, dan geef ik die motie graag oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de indiener. Is mevrouw Moorman akkoord met de
appreciatie? Daar heeft zij een vraag over.
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik denk het wel, maar om het even scherp te hebben: de bedoeling is dat
we leerlingen niet per definitie relatief tegenover elkaar zetten, omdat
je dan altijd verliezers hebt. Het moet gaan over wat je nou
uiteindelijk kan na een bepaalde klas of een bepaald leerjaar. Inderdaad
zou ik heel graag willen dat we dat bewerkstelligen. Ik snap dat dat
natuurlijk samen met de aanbieders moet. Zijn we het met elkaar eens dat
dat de lezing is?
Staatssecretaris Tielen:
Volgens mij ook. Wat het ingewikkeld maakt, is dat we er natuurlijk
allemaal wel voor willen zorgen dat in ieder geval dat minimumniveau,
dat we ook met die referentieniveaus aan het herijken zijn, ook het
streefdoel moet zijn voor de leerlingen. Dat is waarom ik die verkenning
echt ook wel nodig heb om zelf goed te kunnen internaliseren hoe het
zit. Maar volgens mij begrijpen mevrouw Moorman en ik elkaar. Daar
vertrouw ik ook op; anders roept mevrouw Moorman mij wel weer terug.
De voorzitter:
Ja, ongetwijfeld. De motie op stuk nr. 892: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Tielen:
De motie op stuk nr. 893 gaat over het winstoogmerk van de
doorstroomtoets. Dan ben ik altijd geneigd om te zeggen: ik vind dat
heel sympathiek, want ik snap het goed. Maar op dit moment kan ik dat
nog niet oordeel Kamer geven, omdat we nu aan het kijken zijn hoe we die
governance gaan inrichten. Ik lees in de motie dat we het liefst een
publieke aanbieder van die doorstroomtoets hebben, maar ik vind het te
vroeg om daar nu al zo hard ja of nee op te kunnen zeggen — terwijl ik
het echt wel begrijp. Ik zou het dus eigenlijk fijn vinden als mevrouw
Moorman en de andere leden de motie willen aanhouden, want ik kom
natuurlijk nog terug op hoe we omgaan met — het is een ingewikkeld woord
— de governance, dus hoe we dat nou helemaal in gaan regelen.
De voorzitter:
Het verzoek is om de motie aan te houden. Is mevrouw Moorman daartoe
bereid?
Staatssecretaris Tielen:
Maar ik heb goed gehoord wat de leden willen.
Mevrouw Moorman (PRO):
We hadden vooraf natuurlijk al even contact. Toen was het oordeel
inderdaad "ontijdig", terwijl ik juist denk: het is goed als de Kamer
een richting wijst voor die governance. Waarom zouden we allemaal dingen
gaan uitzoeken die we helemaal niet willen? Maar ik hoor de
staatssecretaris ook zeggen: ik begrijp het wel. Ik heb ook een beetje
het gevoel dat er een ondertoon is van: ik snap het eigenlijk ook
wel.
De voorzitter:
Nou, laten we dat aan het kabinet over.
Mevrouw Moorman (PRO):
Als ik het dus zo mag begrijpen dat de staatssecretaris haar uiterste
best gaat doen om inderdaad uiteindelijk niet dat winstoogmerk erin te
hebben, dan wil ik 'm voor nu wel aanhouden.
Staatssecretaris Tielen:
Ik denk dat we elkaar daar echt wel in kunnen vinden.
De voorzitter:
Ja, dat denk ik ook wel.
Staatssecretaris Tielen:
Uiteindelijk wil ik nu gewoon niet allerlei wegen afsluiten, want de
kwaliteit en de toegankelijkheid — daar hebben we het eerder over gehad
bij een aantal moties — blijven natuurlijk cruciale randvoorwaarden.
De voorzitter:
Dan begrijp ik het goed dat de motie op stuk nr. 893 wordt
aangehouden.
Op verzoek van mevrouw Moorman stel ik voor haar motie (31293, nr.
893) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Tielen:
Dat is het mooie van debat, hè, voorzitter. We gebruiken met elkaar de
taal om … Enzovoort.
De voorzitter:
Er is begrip! De motie op stuk nr. 894.
Staatssecretaris Tielen:
Meneer Boomsma had een motie over disproportionele onderbouwing en
dossiervorming en de bijstelling van het schooladvies. Eigenlijk is die
overbodig, maar gezien het debat snap ik ook wel dat meneer Boomsma
samen met meneer Flach deze motie indient, omdat we het daar natuurlijk
best lang over gehad hebben. Scholen kunnen er immers al voor kiezen om
het advies al dan niet bij te stellen, afhankelijk van het belang van de
leerling, maar dat moet wel goed worden gemotiveerd. Is dat
disproportioneel? Ik denk het niet. Overigens is het zo dat onbewust
discrimineren niet kan worden bewezen; dat schrijft meneer Boomsma ook
in de motie. Dat is zo, en tegelijkertijd zien we ook echt wel groepen
met onderadvisering, waarvan we ons echt afvragen hoe dat nou kan. Maar
goed, de motie is dus eigenlijk overbodig.
De voorzitter:
Ah, dat is 'm dus. "Overbodig" voor de motie op stuk nr. 894.
Staatssecretaris Tielen:
Sorry, meneer de voorzitter.
De voorzitter:
Daar hoeft het kabinet geen sorry voor te zeggen. De motie op stuk nr.
895.
Staatssecretaris Tielen:
De motie op stuk nr. 895 van de heer Flach had ik nog niet op papier
gekregen, zie ik trouwens. Ik had het oordeel wel opgeschreven. Die gaat
onder andere over de invoering van een centrale doorstroomtoets en de
wettelijke functies van die doorstroomtoets gezamenlijk in een
wetsvoorstel uit te werken. Ik heb in een brief aangegeven dat ik
inderdaad toe wil naar één doorstroomtoets. Daar hebben we het dus in
het debat ook over gehad. Daar is een wetsvoorstel voor nodig. De Kamer
heeft daar ook van gezegd: zo snel mogelijk, liever sneller dan wat ik
wenselijk en mogelijk acht. Daar nu nog een ander vraagstuk in meenemen
gaat dat wetsvoorstel sowieso vertragen en ook, denk ik, vertroebelen.
Ik snap dus goed waar meneer Flach en meneer Stoffer vandaan komen, maar
die motie ga ik echt ontraden.
De voorzitter:
De motie krijgt het oordeel ontraden.
Staatssecretaris Tielen:
Dan de laatste motie, als ik tenminste goed heb meegeteld.
De voorzitter:
Dat is correct.
Staatssecretaris Tielen:
Dat is de motie op stuk nr. 896 van de heer Flach en mevrouw Rooderkerk
over de studielasturen. We zijn nu bezig met de ontwerpruimte. Dat is
het officiële jargonwoord voor die studielasturen. We gaan dus niet over
de inhoud, maar over de manier waarop een school om kan gaan met die
verschillende uren. Ik twijfel een beetje over die 1 december; u hoort
mijn aarzeling. Ik wil daar echt wel snel … We zijn er nu mee bezig en
ik snap ook dat het op korte termijn moet. Maar 1 december vind ik
lastig. Het nadeel is dat meneer Flach er nu niet is; anders kon ik met
hem onderhandelen over de terminologie. Als die blijft zoals die is, dan
moet ik 'm ontraden. Tegelijkertijd snap ik ook wel wat we willen doen.
We zijn bezig om dat te regelen, maar dat wordt echt het volgende
kalenderjaar. Dus ontraden.
De voorzitter:
Daarmee krijgt de motie de appreciatie ontraden.
Staatssecretaris Tielen:
Ja.
De voorzitter:
Daarmee is er ook een einde gekomen aan de bijdrage van de zijde van het
kabinet en dus ook aan het tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over alle ingediende moties van de afgelopen vijf tweeminutendebatten
wordt op 6 oktober gestemd. Dat is aanstaande dinsdag. Ik dank de
staatssecretaris, de Kamerleden en de mensen op de publieke tribune.
Daarmee sluit ik de vergadering van 30 september. De vergadering is
gesloten.