[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Tweeminutendebat Mentale gezondheid van scholieren en studenten (CD 24/6) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D47636, datum: 2026-09-30, bijgewerkt: 2026-10-01 09:30, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Mentale gezondheid van scholieren en studenten

Voorzitter: Krul

Mentale gezondheid van scholieren en studenten

Aan de orde is het tweeminutendebat Mentale gezondheid van scholieren en studenten (CD d.d. 24/06).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Mentale gezondheid van scholieren en studenten. Ik heet van harte welkom de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We gaan gelijk van start. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Biekman, die spreekt namens de fractie van D66.

Mevrouw Biekman (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet werkt aan een beleidsbrief gelijke kansen in het mbo;

constaterende dat mbo-studenten tijdens hun opleiding te maken kunnen krijgen met mentale en/of financiële problemen die welzijn en studie negatief kunnen beïnvloeden;

overwegende dat laagdrempelige begeleiding of ondersteuning kan bijdragen aan het voorkomen van het verergeren van problemen en daarmee van studievertraging of zelfs uitval;

overwegende dat laagdrempelige begeleiding en/of ondersteuning daarmee een belangrijk onderdeel zijn van gelijke kansen in het onderwijs;

overwegende dat ook hbo- en wo-studenten hiermee te maken hebben;

verzoekt de regering om in de Kamerbrief over gelijke kansen in het mbo specifiek aandacht te besteden aan de begeleiding en ondersteuning van mbo-studenten en hierbij vertegenwoordigers zoals JOBmbo en de NJR te betrekken;

verzoekt de regering de hieruit komende lessen en maatregelen waar mogelijk breder in te zetten voor de bevordering van het welzijn van studenten op het hbo en wo,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Biekman en Rooderkerk.

Zij krijgt nr. 618 (31289) (#1).

Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Ergin.

De heer Ergin (DENK):
We zijn allemaal voorstanders van gelijke kansen. Tegelijkertijd hebben we daar geld voor nodig en heb ik vandaag tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen een tabel gezien die laat zien dat er indicatieve bezuinigingen zijn ingeboekt op het onderwijs die oplopen tot 1,2 miljard euro in 2031. Kan mevrouw Biekman toelichten hoe D66 met zo'n tabel kan instemmen?

Mevrouw Biekman (D66):
Zoals de heer Ergin over mij en D66 weet, zijn wij de onderwijspartij. Wat D66 betreft gaan die bezuinigingen niet door. Volgens mij heeft de fractievoorzitter, Jan Paternotte, dat ook expliciet benoemd. De minister heeft benoemd dat er geen bezuinigingen komen op het onderwijs.

De heer Ergin (DENK):
Dus als ik het goed begrijp, zegt mevrouw Biekman van D66: no way, op geen enkele manier gaat er in de begroting oplopend tot 1,2 miljard euro in 2031 op het onderwijs bezuinigd worden? Met andere woorden, deze tabel is eigenlijk een vod en stelt niks voor?

Mevrouw Biekman (D66):
Dat zijn de woorden van de heer Ergin, maar u kan wel van D66 verwachten dat wij ons te allen tijde inzetten voor het onderwijs. Wij zijn de partij die de bezuinigingen die het vorige kabinet heeft ingevoerd, heeft gerepareerd. En wij staan volledig achter het onderwijs.

De voorzitter:
Daar is nog een vraag over. Ik herinner de leden er wel aan dat het hier gaat om het tweeminutendebat Mentale gezondheid van scholieren en studenten. Het zijn niet de Algemene Financiële Beschouwingen. Toch is er één vraag van mevrouw Raijer.

Mevrouw Raijer (PVV):
Ja, één vraag.

De voorzitter:
Dan doen we er één.

Mevrouw Raijer (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik luister hier zojuist naar het debat met meneer Ergin. Ik wil gewoon een simpel ja of nee van mevrouw Biekman. Wordt er in 2031 nou 1,2 miljard bezuinigd, ja of nee? Volgens mij is dat heel simpel.

Mevrouw Biekman (D66):
Zoals ik zojuist heb gezegd, liggen die bezuinigingen niet op tafel en zal D66 zich te allen tijde inzetten voor het onderwijs.

De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Ceder, die spreekt namens de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de bewindspersonen voor het aanwezig zijn en het te gast zijn. Ik heb twee moties. De eerste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Onderwijsraad mentale gezondheid vanuit een brede benadering beschouwt, waarschuwt dat in het onderwijs welzijn momenteel sterk vanuit een individueel-diagnostisch perspectief wordt geduid en meent dat juist de onderwijseigen bijdrage meer kan worden erkend en benut;

verzoekt de regering voor het zomerreces van 2027 de Kamer te informeren over hoe de analyse van de Onderwijsraad wordt betrokken bij het beleid voor mentale gezondheid in het onderwijs, en daarbij expliciet in te gaan op de inrichting van beleid, zorgstructuren, monitoring en toezicht, en te voorkomen dat deze inrichting onbedoeld het individueel-diagnostische perspectief verder versterkt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Moorman, Boomsma en Armut.

Zij krijgt nr. 619 (31289) (#2).

De heer Ceder (ChristenUnie):
En dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Onderwijsraad benadrukt dat onderwijs vanuit zijn eigen pedagogische en vormende opdracht kan bijdragen aan het welzijn van jongeren, onder meer doordat het in zichzelf betekenis heeft, een beschermende rol kan bieden en ruimte kan bieden voor zingeving;

overwegende dat er in het onderwijsveld reeds initiatieven bestaan die hieraan invulling geven, zoals geestelijke verzorging op scholen en via kunst/literatuur of levensbeschouwing/godsdienst binnen het curriculum;

verzoekt de regering bij sector- en profielorganisaties te inventariseren welke plannen en initiatieven bestaan of worden ontwikkeld om de onderwijseigen bijdrage aan het welzijn van jongeren te versterken die passen binnen de analyse van de Onderwijsraad, daarbij tevens in beeld te brengen welke knelpunten zij ervaren bij de verdere ontwikkeling daarvan, en de Kamer hier voor het zomerreces van 2027 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Moorman, Boomsma en Armut.

Zij krijgt nr. 620 (31289) (#3).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot slot, voorzitter. Ik kijk ernaar uit om bij een nieuw debat over mentale gezondheid ook weer de filosofische benaderingen van de Kamer maar ook van de bewindspersonen mee te nemen, omdat ik hoop dat we wat dieper tot de kern kunnen komen van wat nou het goede en het nastrevenswaardige is.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Moorman. Zij spreekt namens de fractie van PRO.

Mevrouw Moorman (PRO):
Voorzitter. Voordat ik begin kan ik het niet laten om even stil te staan bij het overlijden van Paulien Cornelisse. Paulien Cornelisse, schrijver, cabaretier, die juist zo ontzettend goed was — dat moet ik helaas inmiddels zeggen — voor ons aller mentale welzijn. Met haar enorme geestigheid, haar scherpe geest, haar vrolijkheid zal ze enorm gemist worden. Ik wil vanaf deze plek iedereen in haar naaste omgeving en alle mensen die van haar hebben gehouden ontzettend veel sterkte wensen. De voorzitter en ik hebben allebei meegedaan aan De Slimste Mens. We hebben ook achter de schermen ervaren wat een ontzettend leuke vrouw Paulien … was, zeg ik helaas.

Oké, voorzitter, het mentale welzijn van jongeren. We weten dat het niet goed gaat met het mentale welzijn van jongeren. Gisteren bleek ook alweer uit onderzoek dat het echt achteruitgaat met het mentale welzijn van meisjes. We zullen het er dus heel vaak met elkaar over moeten hebben. Ook met het mentale welzijn van jongeren uit de lhbtiq+-gemeenschap gaat het niet goed. Ik begrijp het als we kijken naar de cijfers van vorige week, waaruit blijkt dat nog maar 22% van de jongens zegt homoseksualiteit als gelijkwaardig te zien. Daarom zijn GSA's op scholen zo ontzettend belangrijk, en daarom deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat slechts 22% van de jongens en 51% van de meisjes homoseksualiteit accepteert en dat lhbtiq+-jongeren tot drie keer vaker worden gepest;

overwegende dat uit onderzoek blijkt dat GSA's helpen om de situatie voor lhbtiq+-personen op Nederlandse scholen te verbeteren, en dat op scholen met een GSA de houding tegenover lhbtiq+-personen positiever is en lhbtiq+-jongeren minder gepest worden en zich op school beter thuis voelen;

verzoekt de regering in kaart te brengen hoe en op welke plekken GSA's versterkt kunnen worden en de Kamer hierover voor het WGO Emancipatie te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman, Dobbe, Rooderkerk, Podt en Kostić.

Zij krijgt nr. 621 (31289) (#4).

Mevrouw Moorman (PRO):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank, ook voor die mooie woorden. De heer Ergin is de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens de fractie van DENK.

De heer Ergin (DENK):
Voorzitter, dank je wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onderwijsinstellingen via het LKS (Landelijk Kader Studentenwelzijn) werken aan het verbeteren van het welzijn van studenten;

constaterende dat uit de tussenevaluatie van het LKS blijkt dat gerichtere monitoring nodig is;

verzoekt de regering om in de gesprekken met onderwijsinstellingen en studenten afspraken te maken over concrete en meetbare indicatoren waarmee de voortgang op de verschillende onderdelen van het LKS kan worden gevolgd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.

Zij krijgt nr. 622 (31289) (#5).

De heer Ergin (DENK):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Landelijk Kader Studentenwelzijn onderwijsinstellingen oproept passende voorzieningen aan te bieden die bijdragen aan het welzijn en de verbondenheid van studenten;

overwegende dat zicht op de feitelijke uitvoering nodig is om te kunnen beoordelen hoe het kader in de praktijk uitwerkt;

verzoekt de regering in kaart te brengen welke voorzieningen op onderwijsinstellingen daadwerkelijk beschikbaar zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.

Zij krijgt nr. 623 (31289) (#6).

De heer Ergin (DENK):
Voorzitter. Ik heb eigenlijk nog wel een vraag, en daarna een motie, in de richting van de minister. In het vorige kabinet, Schoof I, hebben we gezien dat het onderwijs kapot is bezuinigd. Er was echt een totale kaalslag in het onderwijs. Het bedrag dat in eerste instantie in het coalitieakkoord stond, was 1,2 miljard euro. Wij dachten: dat is nu gerepareerd. Het onderwijsveld denkt nu ook: wij zijn af van al die bezuinigingen. Maar vandaag, tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen, zien we dat er gewoon een indicatieve besparingsopgave, oftewel plannen om bezuinigingen door te voeren in het onderwijs, klaarliggen op het ministerie van Financiën. Dat moeten we als Kamer zijnde gewoon niet meer accepteren. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering een indicatieve besparingsopgave heeft ingeboekt oplopend tot 1,2 miljard euro in 2031;

constaterende dat onderwijsminister Letschert heeft aangegeven dat er geen afspraak bestaat om te bezuinigen op onderwijs;

verzoekt de regering de indicatieve besparingsopgave van 1,2 miljard in het onderwijs te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.

Zij krijgt nr. 624 (31289) (#7).

Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Boomsma. Ja, het is toch echt de heer Boomsma. Alle papieren op orde? Ja, zo te zien wel. Gaat uw gang.

De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Nog dank aan de bewindspersonen voor het inderdaad zeer nuttige en interessante debat, alweer een tijdje geleden. Daarover nog de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Onderwijsraad in de verkenning Welzijn en onderwijs (januari 2026) concludeert dat verminderd welzijn van jongeren vaak te eenzijdig wordt benaderd als individueel mentaal gezondheidsprobleem, wat stimuleert tot een individuele en gemedicaliseerde aanpak die het onderwijs dreigt te overvragen en de eigen mogelijkheden onderbenut laat;

overwegende dat onderwijs zelf veel kan bijdragen aan het welzijn van jongeren, door structuur, rust, discipline, gemeenschapszin, en bescherming tegen maatschappelijke druk en schadelijke prikkels;

verzoekt de regering in kaart te brengen hoe:

  • prikkels en structuren in regelgeving en bekostiging die instellingen aanzetten tot bovenmatige nadruk op individuele diagnoses, medicalisering en zorgarrangementen kunnen worden verminderd;

  • het beleid en regels op school en onderwijsinstelling, een goed klassenmanagement, het vormen van de school als beschermende gemeenschap en het ontwikkelen van discipline en concentratievermogen kunnen bijdragen aan een betere mentale gezondheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Ceder.

Zij krijgt nr. 625 (31289) (#8).

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Boomsma. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Armut, die spreekt namens het CDA. Zij maakt een schijnbeweging. Mevrouw Raijer, bent u bereid eerst even te spreken? Ja? Wat lief. Dat is heel collegiaal. Dan kan mevrouw Armut even haar spulletjes ordenen. Mevrouw Raijer, u krijgt het woord. Dank. U krijgt er zelfs tien seconden bij.

Mevrouw Raijer (PVV):
Dank je wel, voorzitter. Wij hebben één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat steeds meer scholieren en studenten kampen met stress, somberheid, angst en eenzaamheid;

overwegende dat jongeren met echte psychische problemen snel passende hulp moeten krijgen en niet op een wachtlijst mogen blijven staan;

overwegende dat niet iedere dip een burn-out is, niet iedere onzekerheid een trauma en niet iedere ongemakkelijke situatie een trigger;

overwegende dat jongeren moeten leren omgaan met tegenslag, in plaats van bij gewone levensproblemen direct een label opgeplakt te krijgen;

verzoekt de regering te voorkomen dat normale emoties en tegenslagen onnodig worden gemedicaliseerd, scholen geen extra zorgtaken op te leggen en voorrang te geven aan goed onderwijs, basisvaardigheden en een veilige schoolomgeving, terwijl jongeren die professionele hulp nodig hebben daar tijdig toegang toe krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Raijer en Van Meetelen.

Zij krijgt nr. 626 (31289) (#9).

Dank u wel. Dan is de laatste spreker van de zijde van de Kamer mevrouw Armut. Zij heeft alles bij zich. Nou, hartstikke goed. Gaat uw gang.

Mevrouw Armut (CDA):
Voorzitter, excuus, ik liet mijn spullen slingeren. Ik zag gisteren een bericht over een nieuw fenomeen: solomaxxing. Het is een trend op sociale media waarbij eenzaamheid onder jongeren bijna als levensstijl wordt verheerlijkt. Ik las ook een interview met essayist Paul Klotz in EW, waarin hij sprak over het kapitalisme van de eenzaamheid, over een samenleving die steeds meer tijd achter een scherm doorbrengt terwijl tegelijkertijd aan onze behoefte aan contact en verbondenheid wordt verdiend.

Voorzitter. Dat deed me denken aan het onderwijs, dé plek waar gemeenschapsvorming plaats krijgt naast kennisoverdracht. Het is een van de plekken waar jongeren elkaar nog steeds ontmoeten en samen leren. Helaas staat dit ook in het onderwijs onder druk. Hoewel dat essay me best wel somber stemde, vond ik het heel positief om te horen dat aan een opleiding van de UvA laptops, tablets en telefoons niet langer welkom zijn in de collegezalen. Dat is een goede stap, die ik totaal onderschrijf: weg achter die schermen, bezig met de stof en in gesprek met elkaar en met de docent.

Voorzitter. Laten we vanuit de Tweede Kamer samen met het onderwijs en jongerenorganisaties kijken hoe we de sociale functie van het onderwijs kunnen bewaken, tegen de stroom van een steeds eenzamer wordende wereld in. Daarom deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Onderwijsraad in zijn verkenning Welzijn en onderwijs 2026 concludeert dat het belangrijker dan ooit is om in een samenleving waar individualisme steeds meer de norm lijkt, te investeren in sociale samenhang;

constaterende dat volgens de Onderwijsraad onderwijsinstellingen aan sociale samenhang kunnen bijdragen door een veilige en sociale schoolcultuur te bieden aan jongeren;

overwegende dat toenemende digitalisering van het onderwijs kan bijdragen aan de toegankelijkheid van het onderwijs, maar dat dit gelijktijdig ook risico's biedt voor een sociale school- en onderwijscultuur;

verzoekt de regering om met jongerenorganisaties in gesprek te gaan over de wijze waarop een sociale school- en onderwijscultuur geborgd kan worden in tijden van toenemende digitalisering;

verzoekt de regering om de Kamer over de uitkomsten van dit gesprek te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Armut, Boomsma en Ceder.

Zij krijgt nr. 627 (31289) (#10).

Mevrouw Armut (CDA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk even naar links, waar de bewindspersonen zitten. Ik heb gehoord dat ze zeven minuten nodig hebben, dus we schorsen de vergadering voor zeven minuten tot 19.48 uur, tot ongeveer 19.50 uur. Ik schors de vergadering.

De vergadering wordt van 19.42 uur tot 19.48 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Mentale gezondheid van scholieren en studenten. Voordat de minister van OCW begint met de appreciaties, heb ik een verzoek. Mea culpa mijnerzijds. De motie die is ingediend door de heer Ergin over de indicatieve besparingsopgave had ik eigenlijk als uw voorzitter buiten de orde moeten verklaren, want die ziet niet op de orde van dit debat. Maar het volgende debat is het tweeminutendebat Jaarverslag. Dat betreft wetgeving en gaat over alles. Mijn verzoek aan de minister, die er dan ook nog bij is, is of zij de behandeling van die motie even wil bewaren tot dat debat. We improviseren een beetje, maar dat maakt het wel wat ordentelijker. Meneer Ergin, is dat akkoord?

De heer Ergin (DENK):
Voorzitter, akkoord. Ik sta volgens mij niet op de sprekerslijst voor het volgende debat. Dan is wel het verzoek om daaraan toegevoegd te worden.

De voorzitter:
Ja, dat is wetgeving, dus dat mag. Ik dank iedereen voor de flexibiliteit. Ik geef het woord aan de minister van OCW voor de appreciatie van de moties.

Minister Letschert:
Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik doe de moties op de stukken nrs. 618, 622, 623 en 627. Dat is oké?

De motie op stuk nr. 618 geef ik oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 622 ga ik ontraden. Dat heeft er met name mee te maken dat de afspraken die wij met de instellingen hebben gemaakt in het Landelijk Kader Studentenwelzijn, waarbij ze aan die vier pijlers werken, zoals we in het debat hebben besproken, richting geven en ook het gesprek binnen de instellingen stimuleren. Dat leidt ook binnen de instellingen tot aanscherping en monitoring. Maar het is wel echt iets dat past binnen de context van die instellingen en niet binnen wat ik op het landelijk niveau wil gaan trekken.

De motie op stuk nr. 623 moet ik helaas ook ontraden, waarbij ik wel wil toevoegen dat ik in gesprek ben met de onderwijsinstellingen en de studenten over hoe we het beste opvolging kunnen geven aan de aanbevelingen die in de tussenevaluatie staan. Daarbij spreken we uiteraard ook over passende monitoring. Nogmaals, ook daar wil ik de instellingen en hun eigen medezeggenschap graag de plek geven die zij hebben in ons stelsel.

Dan ben ik meteen bij de motie op stuk nr. 627. Die geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Staatssecretaris Tielen:
Dan resten uiteraard de moties op de stukken nrs. 619, 620, 621, 625 en 626. De motie op stuk nr. 619 van de heer Ceder c.s. gaat over het advies van de Onderwijsraad en vraagt of wij voor het zomerreces volgend jaar kijken hoe we dat toepassen op het beleid. Die zie ik als een aanmoediging, want wij waren allang van plan om dat te doen. Dus oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 619: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Tielen:
Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 620, die dat er ook bij wil betrekken. Ik denk dat het een mooie aanmoediging is van de heer Ceder c.s. om het breder te bekijken. Ik kom daar graag voor het zomerreces op terug. Misschien al wel eerder; je weet het niet. Oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 621 van mevrouw Moorman gaat over de GSA's. Hier hebben we het vorige week kort over gehad tijdens het mondelinge vragenuur rondom de lhbtqi+-acceptatie. Ik heb toen ook gezegd dat ik heel graag wil kijken hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen, omdat we zien dat dat een heel effectieve manier is voor veiligheid op school. Die motie geef ik ook graag oordeel Kamer.

Dan springen we door naar de motie op stuk nr. 625 van de heren Boomsma en Ceder, eigenlijk ook weer in aanvulling op het rapport van de Onderwijsraad over welzijn en onderwijs. Het lijkt me goed om regelgeving, bekostiging, beleid en regels rondom wat scholen kunnen doen aan de mentale gezondheid mee te nemen. Ik neem dat mee als aanmoediging. Oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 626 van mevrouw Raijer. Ik dacht nog: moet ik daarover nog even over schakelen met de minister van Jeugd? Maar ik denk dat wij hier redelijk hetzelfde in zitten. Dus laat ik die motie ook oordeel Kamer geven, omdat ik denk dat we daar de balans goed moeten vasthouden. Dat is alleen maar goed voor de mentale gezondheid.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de beantwoording van de zijde van het kabinet en ook aan het einde van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor een enkel ogenblik voor het volgende tweeminutendebat. Dat gaat over het Jaarverslag.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.