Tweeminutendebat JBZ-Raad (Vreemdelingen- en asielbeleid) (CD 30/9) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D47637, datum: 2026-09-30, bijgewerkt: 2026-10-01 09:33, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-30 13:15: Tweeminutendebat JBZ-Raad (Vreemdelingen- en asielbeleid) (CD 30/9) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
JBZ-Raad d.d. 1-2 oktober 2026 (vreemdelingen- en asielbeleid)
JBZ-Raad d.d. 1-2 oktober 2026 (vreemdelingen- en asielbeleid)
Aan de orde is het tweeminutendebat JBZ-Raad d.d. 1-2 oktober
2026 (vreemdelingen- en asielbeleid) (CD d.d. 30/09).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik heet van harte welkom de minister van
Asiel en Migratie voor dit tweeminutendebat JBZ-Raad. Als eerste geef ik
het woord aan mevrouw Vondeling van de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de toelating van Palestijnen tot Nederland een ernstig
veiligheidsrisico met zich meebrengt;
constaterende dat de screening door de IND tekortschiet, hetgeen blijkt
uit het feit dat een pro-Hamasterrorist die stelt betrokken te zijn
geweest bij de terroristische aanslagen van 7 oktober in Israël met een
studievisum naar Nederland kon reizen;
verzoekt de regering om geen Palestijnen meer toe te laten tot Nederland
en alle reeds in Nederland verblijvende Palestijnen zo snel mogelijk uit
te zetten naar de enige echte Palestijnse staat, genaamd Jordanië,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vondeling en Wilders.
Zij krijgt nr. 1025 (32317) (#1).
Mevrouw Vondeling (PVV):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de aanhoudende instroom van asielzoekers een directe
aanslag is op onze verzorgingsstaat, de openbare orde en de nationale
veiligheid;
verzoekt de regering met onmiddellijke ingang strikte grenscontroles in
te voeren aan alle Nederlandse landsgrenzen, een algehele asielstop af
te kondigen en elke gelukszoeker aan de grens te weigeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vondeling en Wilders.
Zij krijgt nr. 1026 (32317) (#2).
Dank u wel. Het woord is aan meneer Boomsma, namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor het debat van zojuist.
Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat tienduizenden mensen in juli de EU-buitengrens met
Marokko in Ceuta hebben bestormd en er twee maanden later nog duizenden
in die stad verblijven in de hoop op asiel, hulp ontvangen, maar ook
voor enorme problemen zorgen;
overwegende dat dit volstrekt ontoelaatbaar en onacceptabel is en
dergelijke bestormingen en aantastingen van het grondgebied niet mogen
worden beloond;
overwegende dat de huidige EU-regelgeving onvoldoende maatregelen bevat
om te reageren en voorkomen dat deze praktijken wel worden
beloond;
constaterende dat de Europese Commissie een Europees noodkader heeft
aangekondigd dat afwijking van de standaardprocedures mogelijk maakt in
het kader van grensbescherming;
spreekt uit dat bij een massale grensbestorming zoals in Ceuta de enige
juiste reactie is om deze mensen direct terug te sturen zonder dat zij
in de asielprocedure worden opgenomen;
verzoekt het kabinet dat standpunt bij de JBZ-Raad in Luxemburg te
bepleiten en als inzet te hanteren bij het gesprek voor een nieuw
Europees noodresponskader, en tevens te bepleiten dat dit ook van
toepassing is op de migranten die zich nu nog in Ceuta bevinden en dat
die dus zonder asielprocedure worden teruggestuurd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 1027 (32317) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Marokko weigert om de lichamen van de Marokkaanse
staatsburgers die bij de bestorming van de grens in juli zijn verdronken
en aangespoeld in Ceuta terug te nemen en zelfs maar mee te werken aan
identificatie;
overwegende dat dit nabestaanden in onzekerheid laat en een schandelijke
en onacceptabele houding is en zeker van een land dat claimt
vriendschappelijke banden met de Europese Unie te onderhouden;
verzoekt de regering dit bij de JBZ-Raad in Luxemburg aan te kaarten en
met gelijkgestemde landen in te zetten op een krachtige veroordeling
hiervan alsmede het besluit om gezamenlijk druk uit te oefenen op
Marokko om massale bestorming van de grenzen te voorkomen en om direct
mee te werken aan het repatriëren en identificeren van
slachtoffers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 1028 (32317) (#4).
De heer Boomsma (JA21):
En tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederlandse universiteiten zoals Maastricht zich
inspannen om Palestijnse volwassenen uit onder andere Gaza naar
Nederland te halen voor studie en zij daarvoor een machtiging tot
voorlopig verblijf moeten krijgen;
overwegende dat mensen daar zijn verwikkeld in een gruwelijke oorlog en
al decennialang worden blootgesteld aan antisemitische en jihadistische
propaganda, en ook veiligheidsrisico's zijn verbonden aan
verblijf;
verzoekt de regering geen nieuwe machtigingen tot voorlopig verblijf te
verstrekken aan personen uit Gaza, in ieder geval totdat de regering de
Kamer heeft geïnformeerd dat en op welke wijze de openbareordecheck van
deze groep, inclusief onderzoek naar uitingen op sociale media, sluitend
is ingericht, en alle personen uit Gaza die sinds 7 oktober 2023 met een
mvv naar Nederland zijn gekomen alsnog aan deze verscherpte
openbareordecheck te onderwerpen, en bij gebleken risico's hun verblijf
te beëindigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Ceulemans.
Zij krijgt nr. 1029 (32317) (#5).
Ik zeg het nog maar eens. Het Reglement van Orde schrijft ons voor dat moties kort en begrijpelijk zijn, meneer Boomsma. Het woord is aan meneer Russcher van Forum voor Democratie.
De heer Russcher (FVD):
Dank u, voorzitter. Ik heb twee korte en begrijpelijke moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie en relevante EU-agentschappen
samen met Spanje onderzoek doen naar de oorzaken van de gebeurtenissen
in Ceuta;
overwegende dat ook het handelen van de betrokken Spaanse en Marokkaanse
autoriteiten onafhankelijk moet kunnen worden onderzocht;
verzoekt de regering tijdens de JBZ-Raad van 1 en 2 oktober erop aan te
dringen dat het onderzoek ook het handelen van de Spaanse en Marokkaanse
autoriteiten na de waarschuwing van 29 juli omvat, dat dit onafhankelijk
van de betrokken autoriteiten wordt onderzocht en dat de bevindingen
openbaar worden gemaakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 1030 (32317) (#6).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Spanje heeft bevestigd de inzet op terugkeer van de
resterende irreguliere migranten in Ceuta voort te zetten;
overwegende dat moet worden voorkomen dat personen die bij de
grootschalige irreguliere grensoverschrijding Ceuta zijn binnengekomen,
vanuit Ceuta worden overgebracht naar het Europese vasteland;
overwegende dat de inzet voor deze groep gericht moet blijven op
terugkeer;
verzoekt de regering tijdens de JBZ-Raad van 1 en 2 oktober bij de
Spaanse regering aan te dringen op de toezegging dat personen die bij
deze grootschalige irreguliere grensoverschrijding Ceuta zijn
binnengekomen, niet worden overgebracht naar het Europese vasteland en
dat voor hen wordt ingezet op terugkeer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 1031 (32317) (#7).
De heer Russcher (FVD):
Ik struikelde enorm over het woord "irregulier"!
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Russcher. Het woord is aan de heer Van Asten namens
D66.
De heer Van Asten (D66):
De inkt van het commissiedebat is nog niet droog of we staan hier al
plenair.
Ik heb één motie naar aanleiding van het debat. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Europees Asiel- en migratiepact voorziet in
geharmoniseerde asielregels binnen de Europese Unie en daarmee
verschillen tussen nationale asielstelsels wegneemt;
overwegende dat grote verschillen tussen asielstelsels migranten kunnen
stimuleren om verder te reizen binnen Europa of hun toevlucht te nemen
tot gevaarlijke en illegale migratieroutes;
overwegende dat de oversteek van het Kanaal jaarlijks leidt tot
menselijk leed, dodelijke slachtoffers en een verdienmodel voor
mensensmokkelaars;
overwegende dat het Verenigd Koninkrijk buiten het Europees Asiel- en
migratiepact valt, waardoor verschillen in regelgeving en procedures
blijven bestaan;
verzoekt de regering verdere samenwerking tussen het Verenigd Koninkrijk
en de EU op het gebied van het Europees Migratiepact als positief te
bezien en zich in de Raad in te zetten om, binnen de kaders van de
bestaande samenwerkingsovereenkomsten, het Verenigd Koninkrijk
aansluiting te laten krijgen op dit vlak,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Asten.
Zij krijgt nr. 1032 (32317) (#8).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Straatman namens het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank, voorzitter. Ook ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de overdracht van Dublinclaimanten onder de nieuwe
Asiel- en migratiebeheerverordening hervat zouden worden, maar dat
Nederland op dit moment geen of zeer beperkt Dublinclaimanten kan
overdragen aan Italië en Griekenland;
constaterende dat Nederland op basis van het solidariteitsmechanisme
zijn verplichtingen afkoopt en solidariteitsbijdragen betaalt aan Italië
en Griekenland, terwijl Nederland geen of slechts beperkt
Dublinclaimanten kan overdragen aan deze landen;
overwegende dat het betalen van solidariteitsbijdragen aan landen die
geen Dublinclaimanten overnemen niet past bij het doel van het
solidariteitsmechanisme om tot een eerlijke verdeling van
verantwoordelijkheden te komen onder lidstaten;
verzoekt de regering om de situatie in Italië en Griekenland mee te
laten wegen in de onderhandelingen over de solidariteitscyclus voor 2027
en hierin samen op te trekken met gelijkgezinde lidstaten, en de Kamer
te informeren over de inzet van de onderhandelingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman, Ellian en
Boomsma.
Zij krijgt nr. 1033 (32317) (#9).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ellian. Hij ziet af van zijn termijn. Dan is het woord aan mevrouw Vliegenthart als laatste spreker van dit tweeminutendebat.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Voorzitter. Aangezien mevrouw Westerveld onverwacht vaststaat bij een
commissiedebat, val ik even voor haar in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering samen met andere EU-lidstaten gesprekken
voert met derde landen om uitzetcentra op te zetten;
overwegende dat de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa
aanbevelingen doet om voorafgaand aan afspraken met derde landen een
mensenrechtenanalyse te maken;
verzoekt de regering vóór het tekenen van een memorandum of
understanding met een derde land een analyse te maken van alle mogelijke
directe en indirecte mensenrechtenschendingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vliegenthart en
Westerveld.
Zij krijgt nr. 1034 (32317) (#10).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering samen met andere EU-lidstaten gesprekken
voert met derde landen om uitzetcentra op te zetten;
overwegende dat de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa
aanbevelingen doet om mensenrechten blijvend te waarborgen bij afspraken
met derde landen;
verzoekt de regering om bij een eventueel memorandum of understanding
met een derde land afdwingbare mensenrechtenclausules op te nemen als
ontbindende voorwaarde,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vliegenthart en
Westerveld.
Zij krijgt nr. 1035 (32317) (#11).
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors tot 13.35 uur of tot zoveel eerder als mogelijk,
dus blijft u een beetje in de buurt. De vergadering is geschorst.
De vergadering wordt van 13.24 uur tot 13.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Van den Brink:
Dank u wel, voorzitter. Wij hebben een aantal moties naar aanleiding van
het debat van vanochtend over de JBZ-Raad, waar we morgen naartoe gaan.
Ik ga ze gewoon in volgorde aflopen.
De eerste motie, op stuk nr. 1025, van mevrouw Vondeling en de heer
Wilders ziet op de mvv-vereisten en de Palestijnse student in
Maastricht. Daar zijn meerdere moties over ingediend. Het debat ging
daar niet over. Volgende week is er een debat over regulier verblijf. Ik
heb uw Kamer toegezegd om daarvoor alle informatie te sturen wat betreft
hoe de procedure daarvoor eruitziet en hoe de openbareordecheck
eruitziet. Ik wil vandaag daarom alle moties op dat vlak de appreciatie
"ontijdig" meegeven, zodat het debat volgende week in den brede gevoerd
kan worden.
De voorzitter:
Ik sta één vervolgvraag toe, want we zitten ook met de Algemene
Financiële Beschouwingen. Gaat uw gang.
Mevrouw Vondeling (PVV):
We hebben het hier net wel over gehad. Dit is gewoon een enorm
veiligheidsrisico. Mijn collega Wilders en ik hebben hier al in juni
Kamervragen over gesteld. Die zijn niet beantwoord binnen zes weken.
Dinsdag meldden we mondelinge vragen aan. Twee uur voor het mondelinge
vragenuur kregen we eindelijk antwoord, dat ontoereikend was.
Tweeminutendebatten met de minister worden elke keer verplaatst, dus dit
was het eerste moment. Er is gewoon sprake van een veiligheidsrisico. Ik
zou dus wel een oordeel van de minister willen.
Minister Van den Brink:
Als "ontijdig" niet kan worden omgezet in "aanhouden", dan is het:
ontraden.
De voorzitter:
Houdt u de motie aan, mevrouw Vondeling? U brengt 'm in stemming. Dan is
de motie op stuk nr. 1025 ontraden. Het is inderdaad waar, minister: als
u de motie ontijdig acht, dan is het verzoek eerst aan de leden of ze
bereid zijn om 'm aan te houden.
Minister Van den Brink:
O, sorry. Excuus. Ik ben nog lerende, hè?
De voorzitter:
Ja, heel goed. We doen het samen.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 1026, ook van mevrouw Vondeling en de heer Wilders,
wil ik onder verwijzing naar het debat en de keuzes van dit kabinet
ontraden.
De motie op stuk nr. 1027 van de heer Boomsma gaat over de situatie van
Ceuta en de respons vanuit de Europese Commissie. Eigenlijk zitten er
allerlei elementen in die ik in het debat heb geraakt. Tegelijkertijd
kan ik nog niet vooruitlopen op wat er nu in Europa wordt afgesproken
dan wel waaraan vervolg wordt gegeven. Ik ga in lijn met het debat dat
we net hebben gehad in de JBZ-Raad een heel aantal zaken bepleiten die
zien op dat mechanisme van in werking treden uitwerken. Zover zijn we
nog niet. Ik kan ook op geen enkele manier iets zeggen over hoe dat van
toepassing kan worden verklaard op het aantal mensen dat nu nog in Ceuta
verblijft. Ik zou daarom willen vragen om 'm aan te houden totdat we
meer weten over welke lijn hier uiteindelijk uit gaat komen.
De voorzitter:
Kunt u daar een tijdspanne bij geven?
Minister Van den Brink:
In ieder geval na de JBZ-Raad, als ik weet wat de uitkomst daarvan is.
De Europese Raad van oktober zal hier mogelijk ook een vervolg op
worden. Dan weten we misschien wel iets meer over wat uiteindelijk de
uitwerking gaat zijn en in hoeverre dat van toepassing wordt verklaard,
voor wie en waarom.
De voorzitter:
Eén korte vervolgvraag.
De heer Boomsma (JA21):
Dan weten we meer over de uitwerking, maar de motie gaat toch over de
inzet van deze minister in deze komende JBZ-Raad, en het verzoek om dit
als inzet te laten gelden?
Minister Van den Brink:
Ja, maar daarnaast bepleit u ook dat ik 'm van toepassing moet verklaren
op de migranten die zich nu nog in Ceuta bevinden. Dat is uiteindelijk
aan Spanje. Wij voeren morgen het gesprek met Spanje over de situatie
daar. Wat hier nu allemaal staat, is deels nog in ontwikkeling omdat de
Commissie daar voorstellen voor maakt en moet deels in de toekomst
worden besproken. Ik vind dat nu echt nog te vroeg.
De voorzitter:
Is de heer Boomsma bereid om de motie aan te houden? Het mag
non-verbaal. Nee. De motie wordt in stemming gebracht. Daarmee is de
motie op stuk nr. 1027 ontijdig. De motie op stuk nr. 1028.
Minister Van den Brink:
Dat is de motie van de heer Boomsma die verwijst naar Marokko dat
weigert om lichamen van Marokkaanse staatsburgers te repatriëren. Ik heb
daar zelf geen enkele informatie over, dus ik vind het lastig om daar nu
een positie over in te nemen. Ik heb de mediaberichten daarover ook
gezien, maar ik heb er zelf geen enkele informatie over om te weten wie
en wat ik daarover zou moeten aanspreken. Om die reden wil ik eigenlijk
de motie ontraden, omdat ik anders een eigenstandig feit creëer over
welke positie het kabinet inneemt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1028: ontraden. Eén korte vervolgvraag.
De heer Boomsma (JA21):
Ik was zelf in Ceuta. Dit is mij ook gewoon medegedeeld door de regering
daar, dus ik denk dat dit echt wel klopt. Maar als de minister zegt dat
hij dat even wil verifiëren, dan vind ik dat prima. Dan houd ik 'm aan.
Dan doe ik dat, en dan hoop ik dat hij er over enige tijd op terug kan
komen.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Boomsma stel ik voor zijn motie (32317, nr. 1028)
aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1029.
Minister Van den Brink:
Deze motie gaat ook over de mvv. Ik heb eerder aangegeven dat ik die als
ontijdig zie vanwege het debat van volgende week.
De voorzitter:
Is de heer Boomsma bereid om de motie aan te houden?
De heer Boomsma (JA21):
Hier wreekt zich natuurlijk een beetje dat we inderdaad niet weten
wanneer het tweeminutendebat voor zo'n commissiedebat regulier wordt
gepland. Soms duurt dat maanden. Ik wil 'm nu wel aanhouden, maar dan
houd ik 'm aan voor de week, en dan brengen we 'm daarna in
stemming.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Boomsma stel ik voor zijn motie (32317, nr. 1029)
aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie-Russcher op stuk nr. 1030.
Minister Van den Brink:
Die is van de heer Russcher en gaat over die onderzoeken. We gaan morgen
horen wat Spanje nog mededeelt over die situatie en wat daar mogelijk de
aanleiding van is. Op basis daarvan wordt er een vervolg gegeven. Maar
ik kan echt niet zeggen wat er openbaar gaat worden, met name omdat u
waarschijnlijk ook verwijst naar diensten die hier onderzoek naar doen.
Om die reden, dat het hier om diensten gaat, moet ik deze motie
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1030: ontraden.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 1031 van de heer Russcher. Ik kan me er trouwens
erg in herkennen dat je ontzettend kan struikelen over het woord
"irregulier", maar vooral in de Engelse variant. Dat ga ik morgen
waarschijnlijk ook doen in de JBZ-Raad. Ik voel me erg verwant aan u.
Die motie geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1031: oordeel Kamer.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 1032 van de heer Van Asten vraagt mij om met het
Verenigd Koninkrijk te intensiveren. Dat is een motie waarmee het
kabinet aan de slag wil gaan, dus die krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1032: oordeel Kamer.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 1033 van mevrouw Straatman, de heer Ellian en de
heer Boomsma gaat over het solidariteitsmechanisme. Oordeel Kamer. Dat
is net in het debat aan de orde geweest.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1034.
Minister Van den Brink:
De motie op stuk nr. 1034 van Vliegenthart en Westerveld vraagt om voor
het tekenen van een memorandum of understanding met een derde land een
analyse te maken van alle mogelijke directe en indirecte
mensenrechtenschendingen. Daar moet ik heel scherp over zijn. Bij het
vormgeven van de terugkeerhub gaat het enkel over de mensenrechten van
de individuele migranten die wel of niet terugkeren naar dat land. Ik
heb al eerder in debatten proberen uiteen te trekken dat er opmerkingen
over de situatie in een land zijn, maar dat daarnaast ook de individuele
mensenrechten van een migrant kunnen worden geborgd. Dat kunnen twee
verschillende zaken zijn. Om die reden moet ik de motie op stuk nr. 1034
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1034: ontraden. Tot slot de motie op stuk nr.
1035.
Minister Van den Brink:
Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 1035. Het memorandum of
understanding gaat de afspraken borgen die wij maken met een derde land.
Alle juridische internationale verplichtingen zijn echter al gesteld.
Die zijn daar eigenlijk rechtstreeks onderdeel van.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn appreciaties. Daarmee zijn we aan het
einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal bij aanvang van de middagvergadering
worden gestemd. Ik schors tot 14.15 uur. Dan zullen we aanvangen met de
stemmingen. Dank, allemaal. De vergadering is geschorst tot 14.15
uur.
De vergadering wordt van 13.42 uur tot 14.15 uur geschorst.