Tweeminutendebat Eindrapport 'Evaluatie subsidieregeling opvang kinderen van ouders met een trekkend of varend bestaan' (29214-114) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D47638, datum: 2026-09-30, bijgewerkt: 2026-10-01 09:37, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-30 10:15: Tweeminutendebat Eindrapport 'Evaluatie subsidieregeling opvang kinderen van ouders met een trekkend of varend bestaan' (29214-114) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (š origineel)
Eindrapport Evaluatie subsidieregeling opvang kinderen van ouders met een trekkend of varend bestaan
Eindrapport Evaluatie subsidieregeling opvang kinderen van ouders met
een trekkend of varend bestaan
Aan de orde is het tweeminutendebat Eindrapport Evaluatie
subsidieregeling opvang kinderen van ouders met een trekkend of varend
bestaan (29214, nr. 114).
De voorzitter:
Ik heet de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van harte welkom
en ik heet ook de leden van harte welkom. We gaan naar het
tweeminutendebat over het eindrapport Evaluatie subsidieregeling opvang
kinderen van ouders met een trekkend of varend bestaan. Als eerste geef
ik het woord aan mevrouw Van Meetelen, die spreekt namens de
PVV-fractie.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Goedemorgen. Dank u, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister geen maximale reisafstand of norm voor
regionale spreiding heeft vastgesteld;
constaterende dat een sluiting gevolgen kan hebben voor de school, de
omgeving en de bereikbaarheid voor kinderen;
overwegende dat deze gevolgen vooraf inzichtelijk moeten zijn;
verzoekt de regering bij een voorgenomen beƫindiging van subsidie voor
een internaatlocatie de gevolgen voor de bereikbaarheid, regionale
spreiding en het belang van de betrokken kinderen expliciet in kaart te
brengen en mee te wegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meetelen.
Zij krijgt nr. 116 (29214) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister een ondergrens van zes kinderen hanteert,
mede vanuit bedrijfseconomische doelmatigheid;
constaterende dat geen berekening is gemaakt van de minimale
exploitatiekosten per locatie;
overwegende dat daarmee de financiƫle onderbouwing van deze grens niet
volledig inzichtelijk is;
verzoekt de regering de financiƫle en bedrijfseconomische onderbouwing
van de grens van zes kinderen nader inzichtelijk te maken, en de Kamer
daarover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meetelen.
Zij krijgt nr. 117 (29214) (#2).
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Voorzitter. Als kermiskind weet ik als geen ander wat dit inhoudt. Ik
heb zelf op een internaat gezeten en mijn broer en zus ook. Toen wij nog
in Amsterdam woonden, zat ik in Amsterdam op het internaat, en toen wij
later verhuisden naar Bergen op Zoom gingen mijn broer en zus naar
Oudenbosch.
Waarom is dit nou zo belangrijk en waarom heb ik die motie ingediend?
Als je niet gaat kijken wat er in de regio blijft ... Als je als kind
naar een internaat moet, of je nou een schipperskind bent, een
kermiskind of een circuskind, is het ook heel prettig dat je in het
weekend nog gewoon naar je vriendjes kan en dat je, als je een afspraak
of een verjaardag hebt, daarnaartoe kan. Dan heb je nog een beetje de
binding in die regio, met je school, met je internaat en met je familie.
Als een locatie gaat verdwijnen en je woont bijvoorbeeld in Groningen en
moet helemaal naar Maastricht, is dat nogal een uitdaging. Daarom heb ik
deze motie gemaakt. Ik hoop ook echt dat die niet wordt ontraden ā de
minister heeft me al een beetje wat laten weten ā en dat in ieder geval
de Kamer deze positief zal beoordelen.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik naar de minister. Twee minuten schorsen, een
korte schorsing. Ik schors de vergadering.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef de minister het woord voor de
appreciatie van de ingediende moties. Aan u het woord.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Toen wij onze hond nog hadden, liep ik elke
ochtend langs het kanaal. Daar zag ik dan die hele grote schepen
langsvaren en realiseerde ik me: daarop zitten de ouders en de kinderen
zitten elders op school. De schippersinternaten waar we het vandaag over
hebben en waarop inderdaad ook kinderen zitten van mensen die op de
kermis of in het circus werken, staan in een hele lange traditie: een
thuis voor kinderen wier ouders elders zijn. Omdat wij dit zo'n
belangrijke plek vinden, hebben we gekeken hoe we, hoewel het aantal
kinderen terugloopt, voor de komende jaren toch ervoor kunnen zorgen dat
deze internaten die belangrijke plek kunnen zijn die het ook voor
mevrouw Van Meetelen is geweest, zoals ze zelf aangaf. Daarom zijn we
ook in gesprek gegaan met de internaten over hun financiƫle positie en
het toekomstperspectief. In goed overleg zijn we gekomen tot deze
regeling. Daarmee verkleinen we de financiƫle impact van een daling en
krijgen ook kleine locaties met krimp meer subsidie, ook in de afbouw,
dan in de vorige regeling.
Toch, en dat is ook wel weer het wrange aan dit verhaal, kan niet worden
uitgesloten dat een kleine locatie op een gegeven moment niet meer
economisch rendabel is en dus gesloten zal moeten worden. Dat heeft
natuurlijk enorme impact op de gezinnen die daar heel lang een thuis
hebben gevonden. Daarom hebben we de overgangsperiode van twee jaar in
de regeling opgenomen, dus twee jaar nadat is gebleken dat ze onder het
aantal kinderen dreigen te komen, om te zoeken naar een alternatief. Het
is misschien ook wel goed om te vermelden dat we, bij de huidige
prognose, niet verwachten dat dit de komende vijf jaar gaat gebeuren,
maar je weet het natuurlijk niet. Zo zijn we gekomen tot deze regeling.
Vanuit die blik wil ik ook de moties appreciƫren.
De eerste motie van mevrouw Van Meetelen, op stuk nr. 116, gaat over het
in kaart brengen van de spreiding, opdat er toch iets in de buurt is. Uw
verhaal was denk ik heel beeldend. Het is belangrijk dat je een plek
hebt waar je vriendjes hebt. Toch komt er een moment dat het niet meer
doelmatig is om er nog middelen in te steken. Als er nog maar een of
twee kinderen in zo'n instelling zitten, kun je zo'n instelling niet
zomaar overeind houden. Dat betekent dus dat een instelling dichtgaat en
er andere plekken moeten zijn waar deze kinderen dan terechtkomen.
Natuurlijk is het aan de ouders om vervolgens te kijken wat ze doen.
Betekent dat bijvoorbeeld dat ze hun kind naar een ander internaat
brengen, of zoeken ze naar een andere oplossing? Dan zou het natuurlijk
heel mooi zijn als die oplossing in de buurt is van zo'n internaat waar
zo'n kind dan terechtkan. Dat kan ik alleen geen onderdeel laten zijn
van deze subsidieregeling. Om een lang verhaal kort te maken, moet ik
daarom deze motie, helaas voor mevrouw Van Meetelen, ontraden.
De voorzitter:
Voor de goede orde: de motie op stuk nr. 116 is ontraden. Ik zie een
interruptie van mevrouw Van Meetelen.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Uiteraard heb ik toch een interruptie. Ik vraag ook geen verbod op de
sluiting ā we hebben het er net voor het debat al eventjes over gehad ā
maar wel een verplichte belangenafweging. Ik weet als geen ander wat het
is, wat het inhoudt, als je zo ver van je ouders moet zijn. Dat houdt
namelijk in dat je bijvoorbeeld in het weekend moet overblijven, maar
ook dat je een heleboel dingen gaat missen in je leven. Je kunt niet
naar een vereniging, kunt in het weekend niet meedoen aan
voetbalwedstrijden, of wat dan ook, omdat je gewoon te ver weg bent. Je
kan voor de langere termijn eigenlijk niks in stand houden. Dat kan wel
als er rekening mee wordt gehouden dat je in de regio naar een internaat
kan. Ik vraag de minister dus nogmaals om dit te heroverwegen.
De voorzitter:
Uw vraag is dus om te heroverwegen. OkƩ.
Minister Sterk:
Ik blijf toch bij mijn appreciatie. Volgens mij is er namelijk op een
gegeven moment een ondergrens in hoe efficiƫnt en doelmatig het is om
zo'n internaat open te houden.
De voorzitter:
Heeft de heer Verkuijlen nog een interruptie op de motie op stuk nr.
116? Ja. Het woord is aan de VVD-fractie.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank voor de reactie op de motie. Volgens mij staat in het dictum van de
motie "mee te wegen". Dat betekent niet dat er sprake is van een
absolutisme, in de zin dat het geregeld moet worden. Het verzoek is om
het mee te wegen. Ik vroeg mij dus af of dat een verzachtende
formulering is voor de minister.
Minister Sterk:
Mijn vraag aan de Kamerleden zou dan eigenlijk terug zijn: maar op welke
manier dan? Waar zou dat dan toe moeten leiden, dat je zo'n instelling
toch openhoudt? Dan kom je bij mijn pleidooi dat het op een gegeven
moment gewoon niet meer economisch rendabel is. Ook gaat het om publieke
middelen die we daarin steken. Nogmaals, dat doen we met overtuiging.
Maar op een bepaald moment moet je ook zeggen: dit is eigenlijk niet
meer uit te leggen. Dan is de vraag hoe je dat mee zou moeten wegen in
dat plaatje.
De voorzitter:
Dan houden we het hierbij wat betreft de motie op stuk nr. 116.
Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 117, over het inzichtelijk maken van de
onderbouwing. We hebben hier natuurlijk uitgebreid over gesproken met de
schippersinternaten en met de ouders. Wij zijn op deze noemer
uitgekomen, waarbij wij allemaal denken dat er op deze manier toch voor
de komende jaren perspectief is voor de schippersinternaten. Ik zie niet
hoe het inzichtelijk maken van de onderbouwing daartoe zou kunnen
bijdragen. Ook deze motie moet ik dus helaas ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 117 is ontraden. Mevrouw Van Meetelen, over deze
motie neem ik aan?
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Ja, over deze motie. Hierin verzoek ik ook niet om die ondergrens van
zes personen, zes kinderen, af te schaffen, maar te onderbouwen waarom
die zes is. Dat is wat we missen; dat is wat ik vraag.
Minister Sterk:
Ik heb dat naar mijn idee gedaan in wat er nu voorligt. Nogmaals, dat
hebben we gedaan op basis van wat we met de internaten en de ouders tot
stand hebben gebracht. Ik blijf dus toch bij mijn oordeel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ook de motie op stuk nr. 117 is dus ontraden.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan aanstaande dinsdag stemmen over de ingediende moties. Ik schors
de vergadering tot 10.35 uur. Dan kunt u de Algemene Financiƫle
Beschouwingen bekijken of volgen. Die zullen over een kleine acht
minuten plaatsvinden.
De vergadering wordt van 10.27 uur tot 10.35 uur geschorst.