[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van de leden Jagtenberg en Van der Werf over de schaarste aan luchtverdediging en de Europese antiballistische verdediging

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D47722, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-01 13:09, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17690:

Preview document (🔗 origineel)


AH 201

2026Z17690

Antwoord van minister Yeşilgöz-Zegerius (Defensie) en de staatssecretaris van Defensie, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 1 oktober 2026)

  1. Heeft u kennisgenomen van het artikel van Nieuwsuur van 26 augustus 2026, ‘Cruciale luchtafweer schaars, Rusland en China ruiken de zwakte van het Westen’? [1]

Ja.

  1. Erkent u de in het artikel geschetste ontwikkeling dat Oekraïne in toenemende mate tekortkomt aan interceptoren voor ballistische raketten, terwijl ook de Amerikaanse voorraden en productiecapaciteit onder druk staan?

Het kabinet doet geen uitspraken over de status van de krijgsmacht van andere landen. Wereldwijd geldt dat deze middelen schaars zijn. Het zal grote, gezamenlijke inspanningen vergen om de opgeschaalde productiecapaciteit de komende jaren aan de mondiale vraag te kunnen laten voldoen. Daarnaast is het onvermijdelijk dat voor de korte termijn een sterke afhankelijkheid van de Verenigde Staten blijft bestaan. Dit onderschrijft andermaal het belang van het ontwikkelen van Europese systemen en productiecapaciteit die gelijkwaardig zijn aan Amerikaanse luchtverdedigingssystemen, om zowel Oekraïne als onszelf te kunnen blijven beschermen. Samen met mijn Europese collega’s volg ik nauwgezet de ontwikkelingen in Oekraïne. Nederland blijft zich zo veel als mogelijk inzetten voor de versterking van de Oekraïense (lucht)verdediging, en blijft NAVO-bondgenoten aanmoedigen hetzelfde te doen.

  1. Deelt u de analyse dat het tekort aan antiballistische luchtverdediging niet uitsluitend een Oekraïens probleem is, maar een strategische kwetsbaarheid van Europa als geheel?

Ja, de schaarste in luchtverdedigingsmiddelen is een strategische uitdaging die niet kan worden genegeerd. Dit onderstreept de noodzaak van een robuuste en zelfvoorzienende Europese defensie-industrie, om zo minder afhankelijk te zijn van niet-Europese toeleveringsketens die onder grote druk staan. Nederland steunt nadrukkelijk de ontwikkeling van Europese antiballistische raketverdediging, onder meer door deelname aan de Anti-Ballistic Missile Coalition (ABMC), die afgelopen juli mede op het initiatief van Nederland met dit doel is opgericht.

De ontwikkeling van Europese alternatieven en de opschaling van bestaande productie kost echter tijd. Om Oekraïne zo snel als mogelijk te ondersteunen blijft Nederland inzetten op de verwerving van schaarse Amerikaanse artikelen via de Prioritized Ukraine Requirements List (PURL) en Jumpstart-initiatieven voor verwerving in de VS. Nederland heeft zich er ook voor ingezet om dit voor Oekraïne mogelijk te maken met financiering door de Ukraine Support Loan (USL).

  1. Bent u bereid om, gelet op de acute tekorten en de honderden onschuldige burgerslachtoffers die dat alleen dit jaar al heeft gekost, te onderzoeken of Nederland eigen Patriot-raketten uit de Nederlandse voorraad rechtstreeks aan Oekraïne kan leveren?

Nederland heeft sinds het begin van de oorlog in Oekraïne substantieel bijgedragen aan de Oekraïense luchtverdediging, zowel op gebied van de bestrijding van drones, als tegen kruis- en ballistische raketten. Luchtverdediging is vanaf het begin van de oorlog een van de focuspunten geweest in de militaire steunverlening van Nederland aan Oekraïne. Nederland heeft eerder een Patriot-systeem geleverd, inclusief munitie. Tegelijkertijd heeft Nederland een militaire taakstelling in NAVO-verband en voor de verantwoordelijkheid voor de verdediging van het eigen grondgebied. Defensie maakt continu de afweging waar en op welke manier inzet van ons schaarse (luchtverdedigings-)materieel het meest noodzakelijk is. Zo draagt Nederland momenteel bij aan luchtverdediging voor de Logistic Enabling Node Poland (LEN-P) van NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU). In de Kamerbrief1 inzake de NAVO Defensie ministeriële (DMM) van 28 mei 2026 is de Kamer geïnformeerd dat het kabinet de Patriot-inzet voor LEN-P met zes maanden heeft verlengd.

  1. Bent u bereid om binnen de NAVO en de Europese Unie actief te bevorderen dat andere bondgenoten ook extra luchtafweer leveren aan Oekraïne?

Nederland werkt hard binnen de NAVO, de EU en andere samenwerkingsfora om de productie, aanschaf en levering van benodigde lucht- en raketverdedigingsmiddelen te bevorderen ter bescherming van bondgenoten en Oekraïne. Nederland blijft partners binnen de NAVO en Europese Unie oproepen luchtafweer aan Oekraïne te leveren, zowel bilateraal uit eigen voorraden, middels Jumpstart-initiatieven voor verwerving in de VS en via het Prioritised Ukraine Requirements List (PURL)-initiatief.

Nederland nam in augustus 2025 een voortrekkersrol door als eerste NAVO-land Oekraïne te steunen via PURL. Binnen een jaar hebben 28 andere landen, waaronder 25 NAVO-landen en 3 partnerlanden van Oekraïne bijgedragen via het PURL-initiatief. Inmiddels heeft PURL €6,7 miljard aan steun voor Oekraïne opgeleverd. Daarnaast heeft Oekraïne, mede door de inzet van Nederland, met de Ukraine Support Loan (USL) Patriot (PAC-3)-raketten en overig uniek materieel bij de VS kunnen aanschaffen.

  1. Deelt u de opvatting dat het niet verstandig is om de Europese luchtverdedigingsstrategie voor de komende jaren vrijwel volledig afhankelijk te laten blijven van de beschikbaarheid van Amerikaanse Patriot-interceptoren?

Het is in het algemeen niet wenselijk om voor de levering van militaire capaciteiten afhankelijk te zijn van één (toe)leverancier. Er is een noodzaak voor Europese autonomie in defensieproductie om de afhankelijkheid van schaarse leveranciers te verkleinen. Middels de Defensienota is uw Kamer geïnformeerd dat Defensie zich nadrukkelijk inzet om Europese strategische autonomie op het gebied van productiecapaciteit te realiseren.

De productie van geavanceerde interceptoren, zoals de Patriot PAC-3, is afhankelijk van een complexe internationale toeleveringsketen. Defensie onderhoudt nauw contact met de fabrikanten van verschillende typen munitiesoorten over de versnelde opschaling van de productiecapaciteit, waarin ook de Nederlandse industrie door middel van productie op componenten-niveau een bijdrage kan leveren om de knelpunten in de huidige plannen voor opschaling te mitigeren. Nederland heeft zich samen met andere bondgenoten onder andere gecommitteerd aan een haalbaarheidsonderzoek voor de coproductie van Advanced Medium Range Air-to-Air Missiles (AMRAAM), zoals aangekondigd tijdens de NAVO-top in Ankara.

  1. Welke concrete bijdrage levert Nederland aan de Integrated Anti-Ballistic Missile Coalition en het Freya-programma, overwegende dat Nederland sinds juli 2026 deel uitmaakt van de Anti-Ballistic Missile Coalition, waarin onder meer wordt samengewerkt aan de ontwikkeling van Europese antiballistische capaciteit en het Oekraïense Freya-project?

Nederland is een van de tien deelnemers aan deze coalitie, die zich momenteel nog in de opstartende fase bevindt. Nederland is voornemens hierin een faciliterende rol te spelen en is hierover in gesprek met partners, in het bijzonder Oekraïne. Naast het Freya-project zet de coalitie zich tevens in voor het project “Bliksem EXO”, dat wordt uitgevoerd door een consortium van Europese bedrijven onder leiding van het Nederlandse bedrijf Destinus. Dit consortium werkt tevens aan de ontwikkeling van een exo-atmosferisch luchtverdedigingssysteem.

  1. Kunt u aangeven welke concrete Nederlandse capaciteit, financiële middelen en personele inzet voor deze coalitie beschikbaar worden gesteld?

Op dit moment kunnen er nog geen specifieke details worden verstrekt over de omvang van de Nederlandse financiële middelen, personele inzet of andere concrete capaciteiten die binnen deze coalitie worden ingebracht. De concrete invulling van deze bijdragen is, net als de coalitie zelf, nog in ontwikkeling. Uiteraard kijkt Nederland bij deze planvorming ook naar kansen voor de Nederlandse defensie-industrie

  1. Welke mogelijkheden ziet u om het Freya-programma te versnellen door Nederlandse kennis, testfaciliteiten, radarcapaciteit, sensoren, software, productiecapaciteit of financiering beschikbaar te stellen?

Het is van belang op te merken dat de primaire uitvoering van het Freya-programma momenteel onder leiding van Oekraïne valt, in samenwerking met het Oekraïense bedrijf Firepoint. Als Nederland een faciliterende rol kan spelen in de ontwikkeling van het programma, zal dit met een positieve grondhouding onderzocht worden.

  1. Kunt u aangeven op welke termijn een Europees alternatief voor Patriot, waaronder Freya, naar verwachting operationeel inzetbaar kan zijn? Welke mogelijkheden ziet u om deze termijn te verkorten?

Omwille van operationele veiligheid worden geen uitspraken over gedaan over de tijdslijnen of daaraan gerelateerde details. De coalitie zal zich ervoor inspannen om dit zo snel mogelijk te laten zijn.

  1. Bent u bereid binnen de Europese Unie te pleiten voor een gezamenlijk Europees programma voor grootschalige productie van anti-ballistische interceptoren, zodat Europese landen niet langer afzonderlijk concurreren om schaarse Amerikaanse capaciteit?

Nederland pleit al langer voor het versterken van de Europese defensie-industrie en om meer verantwoordelijkheid te nemen voor onze eigen Europese defensie. Hier valt de productie van antiballistische interceptoren ook onder, waaronder middels coproductie in Europa en deelname aan de Anti Ballistic Missile Coalition.

  1. Op welke manier zet u in op het betrekken van alle EU- en NAVO-lidstaten bij de Anti-Ballistic Missile Coalition?

De ABMC is een coalitie bestaande uit Nederland, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Italië, Noorwegen, Spanje, Zweden, Oekraïne, het Verenigd Koninkrijk en Polen. De betrokken landen staan open voor de toetreding van andere landen die de principes en doelen van de coalitie onderschrijven.

  1. Welke mogelijkheden ziet u om Oekraïne verder te ondersteunen met deep-strikecapaciteiten waarmee Russische lanceerinstallaties, commandoposten, logistieke knooppunten en productie- en opslaglocaties van ballistische raketten kunnen worden uitgeschakeld voordat deze tegen Oekraïense steden en infrastructuur kunnen worden ingezet?

Zoals aangegeven in het verslag van de NAVO DMM en UDCG van juni jl.2, zal Nederland €250 miljoen aan in Nederland geproduceerde one-way-attack drones aan Oekraïne leveren. Deze middenlaag kruisvluchtwapens met een verlengde dracht stellen Oekraïne in staat om versterkte doelen in de diepte aan te grijpen. Daarnaast blijft Nederland partners oproepen om ook deep-strikecapaciteiten te leveren en daarbij geen geografische beperkingen op te leggen ten aanzien van de inzet van deze capaciteiten. Oekraïne heeft immers het recht zichzelf te verdedigen tegen de Russische agressie. Het uitvoeren van militaire operaties door Oekraïne ter verdediging van het grondgebied is onder het internationaal recht geografisch niet beperkt tot het eigen grondgebied en kan dus ook plaatsvinden tegen legitieme militaire doelwitten die zich op het grondgebied van de agressor – in dit geval Rusland – bevinden.

  1. Bent u bereid om binnen de Europese Unie en de Coalition of the Willing te pleiten voor een structurele Europese bijdrage aan deze vorm van deep strike, uiteraard binnen het internationaal recht?

Aanvullend op het antwoord op vraag 13, Nederland verwelkomt de recente aankondiging van Frankrijk en het VK om blauwdrukken voor Scalp/Storm Shadow-componenten over te dragen. Dit stelt Oekraïne in staat om deze vitale capaciteiten via eigen productie op te schalen. Het doel is om de internationale gemeenschap aan te moedigen de middelen en technologieën beschikbaar te stellen die nodig zijn om de militaire effectiviteit van Oekraïne te waarborgen.

  1. Welke bijdrage levert Nederland momenteel aan de Europese inlichtingenpositie ten aanzien van Russische raketproductie en -inzet?

Het kabinet doet geen uitspraken die inzage geven in de informatiepositie van Nederland ten aanzien van de capaciteiten van wapensystemen van potentiële tegenstanders.

  1. Welke mogelijkheden ziet u om Nederlandse satelliet-, radar-, cyber-, elektronische-inlichtingen- en andere sensoren beter te integreren in een Europees inlichtingenbeeld ten behoeve van de luchtverdediging van Oekraïne? Welke initiatieven worden er op Europees niveau opgezet?

Het kabinet doet omwille van de operationele vertrouwelijkheid geen uitspraken die inzage geven in de Nederlandse en Europese inlichtingencapaciteit.

  1. Overwegende dat Rusland in aanloop naar de komende winter bewust de energie-infrastructuur, watervoorzieningen, ziekenhuizen en andere publieke voorzieningen onder vuur neemt met ballistische raketten, welke concrete stappen gaat u nog zetten om Oekraïne nog voor de winter extra te ondersteunen?

Het kabinet veroordeelt de manier waarop Rusland de Oekraïense energie-infrastructuur bewust als doelwit kiest om Oekraïne in de kou te zetten en de economie te breken. Nederland is daarom een van de grootste donoren als het gaat om de energiesteun aan Oekraïne, met een bedrag van ca. €562 miljoen sinds de start van de Russische inval. Nederland heeft tot nog toe in 2026 in totaal EUR 205,6 miljoen aan energiesteun beschikbaar gesteld. Deze steun gaat onder meer naar urgente reparaties en herstel, bescherming van energiefaciliteiten, financieren van gasaankopen en het leveren van in-kind materiaal. Nederland en Oekraïne hebben afgelopen juni tijdens de Ukraine Recovery Conference (URC) de bilaterale Energy Road Map ondertekend om de samenwerking ter voorbereiding op de winter te versterken. Deze routekaart heeft als doel leveringen van energiemateriaal zoals gasturbines, generatoren en transformatoren aan Oekraïne te versnellen. Ook helpt dit het Oekraïense energienetwerk weerbaarder te maken, bijvoorbeeld door uitwisseling van technologische kennis.

Nederland ondersteunt ook andere sectoren in Oekraïne die van belang zijn voor de weerbaarheid op korte en lange termijn, waaronder de watervoorziening en gezondheidszorg.

  1. Heeft u een concreet uitgewerkte strategie en roadmap voor het Europese alternatief voor de Patriot waarin ontwikkeling, implementatie, doctrine, opleiding, training, productie en inregelen van de supply chain verwerkt zijn?

Nederland voert de bescherming tegen luchtdreigingen niet zelfstandig uit, maar in NAVO-verband. De oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten tonen het belang van hoogstaande luchtverdediging aan. Dit is ook wat de NAVO met prioriteit van ons vraagt. Defensie heeft vanwege de toegenomen internationale dreiging en de veroudering van het bestaand materieel op korte termijn behoefte aan nieuw materieel om de taken van de krijgsmacht te kunnen blijven uitvoeren. Daarom heeft Defensie begin dit jaar het contract voor aanvullende Patriot capaciteit getekend. Naast Patriot (long range air defence) investeert Defensie in luchtverdedigingssystemen op medium en short range air defence.

Er is op korte termijn nog geen volwaardig Europees alternatief voor de Patriot (long range air defence) leverbaar. Patriot combineert lucht- en raketverdediging, terwijl alternatieven vaak gespecialiseerd zijn (ofwel lucht, ofwel raketverdediging). Patriot is daarmee uniek binnen NAVO’s luchtverdediging. Daarom volgt Nederland actief Europese alternatieven voor bijvoorbeeld luchtverdediging en onderzoekt de mogelijkheden om aansluiting te zoeken bij Europese luchtafweerinitiatieven (Motie Van der Werf c.s. van 24 maart 2026). Om dit mogelijk te maken moeten ook de benodigde structuren en afspraken buiten de NAVO bestaan, bijvoorbeeld binnen de EU met betrekking tot Europese defensiesamenwerking en –industrie, zoals het opzetten van gebruikerspoules van strategische capaciteiten. Momenteel zijn de Europese landen met elkaar in gesprek hoe Europa verder kan toewerken naar meer verantwoordelijkheid en zelfstandigheid in het voorzien in Europese veiligheid en actief kan inzetten op haar eigen defensie-industrie.

  1. Welke Europese instrumenten (EDIP, SAFE, etc.) worden benut om de ontwikkeling van het Europese alternatief te faciliteren? Bent u bereid deze Europese financieringsinstrumenten, zoals EDIP en SAFE, gericht aan te spreken om de noodzakelijke investeringen in anti-ballistische capaciteiten, zoals ontwikkeld binnen de ABMC, te versnellen?

Met de oprichting van de ABMC is een nieuw initiatief gestart dat zich richt op het ontwikkelen van Europese oplossingen tegen ballistische raketdreiging. Door het bijeenbrengen van industrie (vanuit Europa), Research & Development (R&D) en operationele ervaring (vanuit Oekraïne) is het doel een Europese ABM-capaciteit voor inzet binnen- (FREYA) en buiten de atmosfeer (BLIKSEM EXO) te bouwen.

De ABMC maakt onderdeel uit van een bredere Europese ontwikkeling waarin geïntegreerde lucht- en raketverdediging als prioritaire capability area (PCA) wordt beschouwd. Nederland participeert reeds in meerdere relevante trajecten, waaronder European Sky Shield Initiative (ESSI), het EDA Capability Development/Planning proces voor Air & Missile Defence, de bijbehorende EDA Expert Groups en verschillende multinationale samenwerkingsverbanden en Letters of Intent op het gebied van IAMD. Deze initiatieven richten zich op gezamenlijke capability development, interoperabiliteit, standaardisatie, gezamenlijke behoeftestelling en – waar mogelijk – gezamenlijke verwerving.

Parallel aan de ABMC is Nederland aangesloten bij een European Defence Project of Common Interest (EDPCI, onderdeel van EDIP) – Federated Integrated Air and Missile Defence including Early Warning (EU-FIAMD) met Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Zweden. Dit initiatief richt zich op de ontwikkeling van een gemeenschappelijke IAMD-architectuur, interoperabiliteit, C2, simulatie, capability roadmaps en – op termijn – gezamenlijke verwerving. EU-FIAMD is ontworpen om volledig complementair en interoperabel te zijn met het bestaande Integrated Air and Missile Defence (IAMD) netwerk van de NAVO. Het dient niet als vervanging, maar als een Europese industriële en technologische versterking die naadloos aansluit op de NAVO-commandostructuren, zodat Europese lidstaten effectiever kunnen bijdragen aan de collectieve bondgenootschappelijke verdediging.

  1. Overwegende dat Lockheed en Raytheon nog Industriële Participatie verplichtingen hebben bij Nederland, ziet u mogelijkheden om deze verplichtingen in te zetten om de benodigde technologie voor verdediging ballistische raketten in Nederland aan te jagen?

Nederland kijkt naar hoe Industriële Participatie (IP) verplichtingen bij kunnen dragen aan de technologieontwikkeling en productie van antiballistische raketten. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit IP-beleid en heeft over de inzet veel contact met Defensie. De verdediging tegen antiballistische raketten is belangrijk voor de inzet van het IP-beleid. Op technologisch vlak kan Nederland lessen trekken uit de werkwijze van de VS. Tegelijkertijd kan Nederland met de VS samenwerken om aan de vraag te voldoen. In samenspraak met Europese partners zet Defensie daarom in op coproductie met de Amerikaanse industrie op basis van een business-to-business en best-value principe. Het uitgangspunt hierbij is dat in dit geval trans-Atlantische industriesamenwerking leidt tot versnelling van levertijden tegen lagere of vergelijkbare prijzen in vergelijking met directe verwerving vanuit de VS. Met dergelijke coproductie bouwt Nederland ook waardevolle kennis op waarmee we dit type munitie effectiever in Europa kunnen produceren. Voor het uiteindelijk rond krijgen van de business case wordt per project met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat bezien op welke wijze uitstaande verplichtingen met betrekking tot Industriële Participatie een bijdrage kunnen leveren. Ook wordt er specifiek gekeken naar overdracht van kennis naar de Nederlandse industrie en kennisinstellingen en worden technologische samenwerkingen opgezet met wederzijdse afhankelijkheden.

  1. Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?

Ja.


  1. Kamerstuk 28676-560↩︎

  2. Kamerstuk 28676-564↩︎