Antwoord op vragen van de leden Martens-America en Ellian over de gebeurtenissen in Overasselt
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D47732, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-01 14:25, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van zaak 2026Z17837:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 202
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 1 oktober 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2026-2027, nr. 104
Vraag 1
Deelt u de mening dat de gebeurtenissen in Overasselt, waarbij een 51-jarige man om het leven kwam en twee politieagenten gewond raakten, opnieuw laten zien hoe gewelddadig en nietsontziend de georganiseerde criminaliteit in Nederland is en daarmee een nieuwe aanval op onze democratische rechtsstaat?
Antwoord op vraag 1
Dat de georganiseerde misdaad extreme vormen van geweld niet schuwt, is niet nieuw in Nederland. We weten inmiddels door verschillende incidenten in het recente verleden dat criminelen bij het gebruiken van geweld nietsontziend kunnen zijn. De gebeurtenissen in Overasselt zijn hier helaas een nieuw voorbeeld van. Wat het incident in Overasselt bijzonder maakt is de ongekend grote groep die bereid is geweest met zware vuurwapens op pad te gaan en kennelijk een aantal van hen ook bereid is geweest deze vuurwapens te gebruiken.
Het enorme geweld en machtsvertoon raakt het veiligheidsgevoel in Overasselt in het bijzonder, maar ook breder in de samenleving. Het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland laat duidelijk zien dat de schadelijke effecten van deze vorm van criminaliteit breed en in de haarvaten van onze samenleving neerslaan en een ernstige bedreiging kunnen vormen voor belangrijke fundamenten van onze democratische rechtsstaat. Daarom doe ik er samen met de ministeriële Taskforce Ondermijning alles aan om de georganiseerde criminaliteit vanuit verschillende kanten hard te bestrijden.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat een crimineel samenwerkingsverband een klein legertje op de been kan brengen?
Antwoord op vraag 2
Het onderzoek van politie en Openbaar Ministerie (OM) naar de gebeurtenissen in Overasselt is in volle gang. Uw vraag ziet op aspecten die mogelijk onderdeel uit (gaan) maken van dit onderzoek. Het is niet aan mij als minister van Justitie en Veiligheid om uitspraken te doen over lopende onderzoeken, omdat dit het onderzoek kan schaden. Wanneer er meer informatie gedeeld kan worden, is het aan politie of OM om dat te doen.
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat er Fransen, Belgen en Algerijnen zijn aangehouden? Wat zegt dat over de omvang en het karakter van het criminele samenwerkingsverband?
Antwoord op vraag 3
Het is niet aan mij als minister van Justitie en Veiligheid om uitspraken te doen over aspecten die mogelijk onderdeel zijn van lopende strafrechtelijke onderzoeken.
Over het algemeen weten we dat criminelen zich niet houden aan landsgrenzen; ze opereren wereldwijd. Daarom is de internationale aanpak één van mijn speerpunten in de aanpak van ondermijning. In Europees en breder internationaal verband werken we nauw samen met buitenlandse partners om deze vorm van criminaliteit aan te pakken. Ik focus mij hierbij op West-Afrika, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en op landen die geprioriteerd zijn in de aanpak van criminele geldstromen, zoals de Verenigde Arabische Emiraten, Marokko en Turkije.
Vraag 4
Op welke wijze is deze groep volgens u geronseld?
Antwoord op vraag 4
Het is niet aan mij als minister van Justitie en Veiligheid om uitspraken te doen over aspecten die mogelijk onderdeel zijn van lopende strafrechtelijke onderzoeken.
Vraag 5
Bent u bekend met het feit dat de foto van Jan G. afgelopen week veel werd gedeeld op telefoons in de onderwereld? Welke informatie was bij politie, het Openbaar Ministerie (OM) en andere betrokken diensten beschikbaar over de dreiging rond de woning, de bewoner en diens omgeving voorafgaand aan het incident?
Antwoord op vraag 5
Het niet aan mij als minister van Justitie en Veiligheid om uitspraken te doen over aspecten die mogelijk onderdeel zijn van lopende strafrechtelijke onderzoeken.
Voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten geldt dat er in het
openbaar geen uitspraken gedaan kunnen worden over de informatiepositie
van de diensten.
Vraag 6
Hoe kan het dat het organiseren van deze geweldsactie buiten het beeld van de inlichtingendiensten is gebleven?
Antwoord op vraag 6
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft de taak, op basis van de Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) 2017, onderzoek te doen naar personen of organisaties die (aanleiding geven tot een ernstig vermoeden dat zij) een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. Er kunnen in het openbaar geen uitspraken gedaan worden over al dan niet lopende onderzoeken van de AIVD.
Vraag 7
Hoe kwalificeert u de dreigvideo die is opgedoken in de zaak Overasselt waarin wordt gedreigd iedereen die Jan G. liefheeft of heeft geholpen te vermoorden indien 1.283 kilo drugs niet binnen 12 uur wordt teruggegeven?
Antwoord op vraag 7
Het is niet aan mij als minister van Justitie en Veiligheid om uitspraken te doen over aspecten die mogelijk onderdeel zijn van lopende strafrechtelijke onderzoeken.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u het feit dat Jan G. de sluiting van zijn woning door de burgemeester effectief heeft kunnen aanvechten bij de rechter? Bent u van mening dat de burgemeester over voldoende bevoegdheden beschikt en beschikte om zijn woning te sluiten?
Antwoord op vraag 8
Het sluiten van een woning is een ingrijpende maatregel, maar kan noodzakelijk zijn om de openbare orde te herstellen. In dit geval is niet de oorspronkelijke sluiting aangevochten, maar wel enkele verlengingen daarvan. Daarmee stond vooral de voortduring van de sluiting ter discussie en is de aanvankelijke noodzaak van de sluiting ogenschijnlijk niet in twijfel getrokken. Naarmate de openbare orde is hersteld en/of de overtreding is beëindigd en herhaling is voorkomen, neemt de grond voor voortzetting van de sluiting af en vereist een verlenging een actuele onderbouwing van de noodzaak. Bij de latere verlengingen oordeelde de rechter echter dat de gevolgen voor de betrokkenen niet langer in verhouding stonden tot het daarmee te dienen doel.
Ik ben daarmee van mening dat de burgemeester over voldoende
bevoegdheden beschikt om een woning te sluiten, mits de noodzaak daarvan
zorgvuldig wordt gemotiveerd, minder ingrijpende maatregelen niet
volstaan en voldoende rekening wordt gehouden met de specifieke
omstandigheden en belangen van de betrokkenen.
Vraag 9
Klopt het dat het vermeende doelwit Jan G. na veroordeling zijn hoger beroep in vrijheid af heeft mogen wachten? Zo ja, hoe beoordeelt u het feit dat G. zijn woning eerder doelwit is geweest van schietaanvallen en explosieven en dat G. toch in vrijheid zijn hoger beroep af heeft mogen wachten?
Vraag 10
Op welke wijze is het gevaar dat G. vanwege de uitgaande dreiging voor zijn omgeving vormde meegewogen bij de beslissing om het hoger beroep in vrijheid af te wachten?
Antwoord op de vragen 9 en 10
In algemene zin volgt uit het Wetboek van Strafvordering dat straffen in beginsel pas ten uitvoering worden gelegd nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden. Dat betekent dat zolang hoger beroep of cassatie openstaat of is ingesteld, een straf normaal gesproken niet wordt uitgevoerd. Het kan wel voorkomen dat de rechter op vordering van het OM beslist dat iemand in afwachting van het hoger beroep in voorlopige hechtenis gaat of blijft. In dat geval wacht diegene het hoger beroep niet in vrijheid af. De beslissingen en afwegingen hierover zijn voorbehouden aan de rechter.
Vraag 11
Klopt het dat niet duidelijk is hoe G. aan zijn vermogen komt? Waarom wordt er geen financieel onderzoek ingesteld als iemand zijn huis wordt beschoten?
Antwoord op vraag 11
Over individuele zaken doe ik geen uitspraken. Als daartoe aanleiding
is vanwege het vermoeden van strafbare feiten kan het OM een
strafrechtelijk onderzoek starten. Insteek van een dergelijk onderzoek
kan financieel zijn.
Vraag 12
Bent u bereid om alles op alles te zetten om de mogelijke aanstichter(s) van dit geweld op te pakken? Hoe gaat u de moties Ellian uitvoeren over het substantieel verhogen van het beloningsgeld voor tips ten aanzien van personen op de Nationale Opsporingslijst? [1][2]
Antwoord op vraag 12
Beslissingen in het kader van het strafrechtelijk onderzoek zijn aan
het OM voorbehouden. In zijn algemeenheid benadruk ik met klem dat
criminelen die verantwoordelijk zijn voor dit soort ernstig geweld
moeten worden opgespoord en voor de rechter worden gebracht. Dat geldt
voor de feitelijke uitvoerders van het geweld, maar ook voor personen en
netwerken die opdracht geven daartoe.
Op uw vraag ten aanzien van de moties Elian (VVD) over het
substantieel verhogen van het beloningsgeld voor tips ten aanzien van
personen op de Nationale Opsporingslijst antwoord ik u dat het lid
Ellian over dit onderwerp een nieuwe motie heeft ingediend met het
verzoek aan de Regering om de circulaire bijzondere opsporingsgelden zo
aan te passen dat de minister van Justitie en Veiligheid zelf bij
voortvluchtigen op de Nationale Opsporingslijst het tipgeld kan
vaststellen. De motie is op 22 september 2026 aangenomen en ik zal u
uiterlijk begin 2027 informeren over de wijze waarop de motie zal worden
uitgevoerd.
[1] Kamerstuk 36560-VI, nr. 16.
[2] Kamerstuk 29279, nr. 995.