[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Postume tussenadoptie, juridische erkenning en vindbaarheid van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen

Schriftelijke vragen

Nummer: 2026D47750, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-01 14:09, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z20697:

Preview document (🔗 origineel)


2026Z20697

(ingezonden 1 oktober 2026)

Vragen van het lid Mutluer (PRO) aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over postume tussenadoptie, juridische erkenning en vindbaarheid van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen.

  1. Herinnert u zich uw antwoorden op de eerdere vragen van het lid Mutluer over hetzelfde onderwerp? 1)

  2. Maakt u bij uw antwoord, dat postume tussenadoptie niet zal bijdragen aan de identificatie en publieke vindbaarheid van het kind, onderscheid tussen forensische identificatie (die via de bestaande N.N.-registratie en het DNA-profiel gewaarborgd blijft) en maatschappelijke vindbaarheid, zoals een publiek raadpleegbare naam en registratie? Zo ja, op welke van beide doelen doelde u in uw antwoord?

  3. Kunt u toelichten hoe bij postume tussenadoptie de ouderlijke autonomie bij naamgeving doorbroken zou worden in gevallen waarin, na een bewaartermijn van één jaar, geen enkele ouder is geïdentificeerd of getraceerd?

  4. Deelt u de mening dat er in deze gevallen nooit een door de ouders gegeven naam heeft bestaan, aangezien er geen geboorteaangifte heeft plaatsgevonden? Zo ja, op welke grond stelt u dat de adoptieve naam een “andere” naam zou zijn dan het kind “via de ouders zou hebben gekregen”? Zo nee, waarom deelt u die mening niet?

  5. Onderkent u dat het ontbreken van nieuwe gevallen niets zegt over de toepasbaarheid van de voorgestelde regeling op de naar schatting circa 250 bestaande, historische gevallen sinds de Tweede Wereldoorlog en over gevallen die niet in de publiciteit zijn verschenen en dus niet in het overzicht zijn opgenomen? Bent u bereid dit alsnog in uw beoordeling te betrekken?

  6. Kunt u alsnog ingaan op de vraag of u zelf andere mogelijkheden ziet om het gesignaleerde verschil in behandeling tussen levenloos geboren kinderen (sinds 2019 registreerbaar) en kort na de geboorte overleden, niet-geïdentificeerde kinderen te corrigeren? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u?

  7. Wat is uw mening over een uitbreiding van artikel 2:56a van de Wet basisregistratie personen naar niet-geïdentificeerde kinderen die kort hebben geleefd, zonder gebruik te maken van de figuur 'adoptie' en analoog aan de bestaande regeling voor levenloos geboren kinderen?

1) Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2593.