Nadere toelichting prijsbijstelling
Brief regering
Nummer: 2026D47977, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-01 18:42, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z20812:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-08 10:00 ⇒ Betrokken bij de Algemene Financiële Beschouwingen op 30 september en 1 oktober 2026. (Besluit)
- 2026-10-01 10:16 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-09-30 10:35 ⇒ Voortzetting debat. (Besluit)
- 2026-09-30 10:35: Algemene Financiële Beschouwingen (inclusief begroting Financiën en begrotingsstaat Nationale Schuld) 1e TK (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2026-10-01 10:16: Algemene Financiële Beschouwingen (inclusief begroting Financiën en begrotingsstaat Nationale Schuld) antwoord 1e termijn + rest (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2026-10-08 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
In de Algemene Financiële Beschouwingen is gevraagd naar het standpunt van het kabinet inzake de prijsbijstelling. In afwachting van de uitkomsten van een sociaal akkoord, wordt de besparingsopgave op de Aanvullende Post prijsbijstelling ingevuld. Tegelijkertijd wordt er nu eerst ruimte geboden voor een akkoord tussen werkgevers en werknemers. Zij zijn medeverantwoordelijk voor de grote opgaven waarvoor we staan. Werkgevers en werknemers hebben aangegeven bereid te zijn om met hervormingsvoorstellen te komen die ook tot een besparing kunnen leiden. Op basis van deze uitkomsten besluit het kabinet in het voorjaar na integrale weging definitief over de uitgaven, conform staande praktijk.
Daarnaast is gevraagd om uit te leggen hoe de indicatieve verdeling prijsbijstelling tot stand is gekomen. Op de Aanvullende Post prijsbijstelling (hoofdstuk 80) staan middelen gereserveerd voor de tranches prijsbijstelling om de begrotingen elk jaar naar het nieuwe prijspeil te indexeren. Dit wordt elk jaar ten behoeve van de Voorjaarsnota opnieuw berekend op basis van de ontwerpbegrotingen. Hierbij wordt gekeken naar dat deel van de begroting dat gevoelig is voor prijsontwikkelingen in een bepaald jaar. Dit prijsgevoelige deel wordt vermenigvuldigd met bijbehorende prijsontwikkelingen die volgen uit de ramingen van het Centraal Planbureau.
In de indicatieve verdeling van de prijsbijstelling zoals op 30 september 2026 gedeeld met uw Kamer zijn de begrotingen van Defensie, Justitie en Veiligheid, het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds hierbij uitgezonderd. Voor deze indicatieve verdeling is de stand van Miljoenennota 2026 gebruikt. Dit betekent dat ook nog geactualiseerd moet worden voor de coalitieakkoordmiddelen en Voorjaarsnota 2026. Bij Voorjaarsnota 2027 worden de prijsgevoelige uitgaven opnieuw
vastgesteld op basis van de Miljoenennota 2027. De prijsontwikkelingen volgen uit het Centraal Economisch Plan in het voorjaar. Dit zal tot wijzigingen leiden ten opzichte van de huidige indicatieve tabel.
Zoals hierboven toegelicht besluit het kabinet in het voorjaar na integrale weging definitief over de uitgaven, conform staande praktijk.
Hoogachtend, mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
| de minister van Financiën, E. Heinen |
|
|---|---|