[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag

Wijziging van de Energiewet, de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet op de accijns, ter implementatie van het EU-wetgevingspakket inzake het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie en de verbetering van de bescherming van de Unie tegen marktmanipulatie op de groothandelsmarkt voor energie (Implementatiewet EMD-pakket)

Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)

Nummer: 2026D48052, datum: 2026-10-02, bijgewerkt: 2026-10-05 16:43, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36990 -5 Wijziging van de Energiewet, de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet op de accijns, ter implementatie van het EU-wetgevingspakket inzake het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie en de verbetering van de bescherming van de Unie tegen marktmanipulatie op de groothandelsmarkt voor energie (Implementatiewet EMD-pakket) .

Onderdeel van zaak 2026Z15891:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 990 Wijziging van de Energiewet, de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet op de accijns, ter implementatie van het EU-wetgevingspakket inzake het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie en de verbetering van de bescherming van de Unie tegen marktmanipulatie op de groothandelsmarkt voor energie (Implementatiewet EMD-pakket)

Nr. 5 VERSLAG
Vastgesteld 2 oktober 2026

De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen tijdig en genoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

I ALGEMEEN

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij zijn positief over de stappen die worden gezet om consumenten beter te beschermen, de leveringszekerheid te versterken en het elektriciteitsnet slimmer te benutten. Energiedelen kan de opwek van hernieuwbare energie stimuleren, meer huishoudens laten profiteren van lokaal opgewekte duurzame stroom en hun afhankelijkheid van hoge en wisselende energieprijzen verminderen. Daarmee draagt het wetsvoorstel bij aan een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem dat voor iedereen toegankelijk is.

De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het ingezonden wetsvoorstel en hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de PRO-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel ter implementatie van het Electricity Market Design-pakket (EMD-pakket). Zij hebben nog een aantal vragen over het wetsvoorstel.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Implementatiewet EMD-pakket en hebben daarover enkele vragen.

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Implementatiewet Electricity Market Design-pakket (EMD-pakket). Deze leden onderschrijven het belang van een betrouwbare, betaalbare en eerlijke energievoorziening voor huishoudens, agrarische ondernemers, het midden- en kleinbedrijf (mkb) en maatschappelijke organisaties. Zij zien kansen in het beter benutten van lokaal opgewekte energie, maar vinden dat Europese regels in de praktijk eenvoudig, betaalbaar en uitvoerbaar moeten zijn. Zij verzoeken de regering daarom de onderstaande vragen te beantwoorden.

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij hebben nog enkele vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisgenomen van onderhavig wetsvoorstel. De leden hebben een aantal vragen.

1. Context en hoofdlijnen

De leden van de PRO-fractie vragen de regering hoe zij de bijdrage van dit wetsvoorstel aan de betaalbaarheid van de energierekening van huishoudens beoordeelt. Welk deel van de huishoudens kan volgens de regering daadwerkelijk financieel voordeel hebben van energiedelen? Verwacht de regering dat ook huishoudens zonder eigen zonnepanelen, zoals huurders, van energiedelen zullen profiteren, en zo ja, op welke wijze?

De leden van de PRO-fractie vragen de regering of zij onderschrijft dat een meer decentraal ingericht energiesysteem, waarin lokale opwek, opslag en verbruik beter op elkaar worden afgestemd, kan bijdragen aan de weerbaarheid en leveringszekerheid van het Nederlandse energiesysteem en minder afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele energie. Zo ja, hoe weegt de regering deze bijdrage mee bij de keuzes die zij in dit wetsvoorstel en in de aangekondigde Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) maakt over de vormgeving van energiedelen?

1.1 Inleiding

De leden van de PRO-fractie hebben begrepen dat de systeembeheerders in hun voorstel aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) voor een nieuwe tariefstructuur hebben aangegeven dat zij de schaarse IT- en datacapaciteit eerst willen inzetten voor de invoering van tijdsafhankelijke nettarieven, met een beoogde datum van 1 januari 2029, en pas daarna voor energiedelen. Kan de regering bevestigen dat dit de volgorde is die systeembeheerders en leveranciers voor ogen hebben? Welke concrete planning hebben systeembeheerders en leveranciers aangeleverd? Is de regering bereid deze planning met de Kamer te delen en actief toe te zien op tijdige invoering?

1.2 Relatie met andere wet- en regelgeving

De leden van de PRO-fractie vragen de regering hoe de vormgeving van energiedelen zich verhoudt tot de nieuwe tariefstructuur voor de nettarieven die momenteel wordt voorbereid. Deelt de regering de opvatting dat beide trajecten in samenhang moeten worden ontwikkeld in plaats van na elkaar? Is de regering bereid te onderzoeken of elektriciteit die binnen één gebouw, zoals binnen een Vereniging van Eigenaren (VvE) of een huurcomplex, gelijktijdig wordt opgewekt en verbruikt, kan worden vrijgesteld van toekomstige tijdsafhankelijke nettarieven?

De leden van de PRO-fractie merken op dat de salderingsregeling per 1 januari 2027 vervalt. Deze leden vragen de regering hoe dit de vraag naar energiedelen beïnvloedt, nu eigenaren van zonnepanelen een alternatief zoeken voor teruglevering aan hun leverancier. Is met deze ontwikkeling rekening gehouden bij de aanname over de verwachte deelname aan energiedelen?

1.3 Rechtsbescherming

De leden van de JA21-fractie verzoeken de regering de rechtsbescherming voor geadresseerden en benadeelde derden tegen een aanwijzing en haar handhaving te beschrijven, inclusief voorlopige voorzieningen, en aan te geven wanneer vergoeding van kosten of schade aan de orde kan zijn, welk juridisch kader daarvoor geldt en wie eventuele lasten draagt.


2. Inhoud van het wetsvoorstel

De leden van de VVD-fractie lezen dat de implementatie van een dynamische verdeelsleutel duurder is dan een vaste verdeelsleutel. Kan de regering dit nader toelichten? Kan de regering tevens nader toelichten hoe de implementatiekostenverschillen tussen de vaste en dynamische verdeelsleutel tot stand zijn gekomen? Kan de regering daarnaast nader toelichten hoe de kosten voor energiedelen worden gesplitst tussen leverancier en afnemer? Kan de regering nader toelichten of er een eerste inschatting is gemaakt voor het mogelijke tijdspad voor de implementatie van energiedelen? Zo ja, welke inschattingen maken de netbeheerders en leveranciers voor de implementatie? Hoe is de regering van plan te voorkomen dat de implementatie van energiedelen verder vertraging oploopt? Binnen welke termijn wil de regering de gekozen vaste verdeelsleutel evalueren? Kan daarbij ook het effect van energiedelen op netcongestie worden betrokken?

De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd naar de manier waarop het betalen van btw is geregeld als het gaat om energiedelen. Kan de regering nader toelichten hoe het betalen van btw is geregeld binnen dit wetsvoorstel? Op welk moment is de afnemer verantwoordelijk voor het afdragen van btw en wanneer de leverancier?

De leden van de VVD-fractie onderschrijven dat meer inzicht in beschikbare transportcapaciteit bedrijven kan helpen investeringen slimmer te lokaliseren. Op welke wijze wordt geborgd dat de gepubliceerde informatie voldoende fijnmazig, actueel en praktisch bruikbaar is om daadwerkelijk locatie- en investeringsbeslissingen op te baseren? Ziet de regering mogelijkheden om deze transparantieverplichting niet alleen passief vorm te geven via openbaar beschikbare capaciteitsinformatie, maar deze gegevens ook te benutten om ondernemers proactief te wijzen op beschikbare capaciteit, flexibele aansluitmogelijkheden of alternatieve locaties? Wordt deze informatie in een gestandaardiseerd beschikbaar gesteld, zodat bedrijven, adviseurs en bijvoorbeeld provincies deze ook daadwerkelijk kunnen gebruiken bij locatie- en investeringsbeslissingen?

De leden van de VVD-fractie zijn positief over de introductie van flexibele aansluitovereenkomsten; deze kunnen bijdragen aan het sneller aansluiten van bedrijven in congestiegebieden. Hoe wordt voorkomen dat een nieuwe contractvorm extra complexiteit veroorzaakt? Behoudt een bedrijf dat een flexibele aansluiting accepteert zijn aanspraak op vaste transportcapaciteit en zijn positie in de wachtrij?

De VVD-fractie lezen ook dat dit wetvoorstel het mogelijk maakt om TenneT opdracht te geven tot een breder capaciteitsmechanisme. Deze leden kijken uit naar een voortvarende implementatie van het marktbrede capaciteitsmechanisme om de voorzienings- en leveringszekerheid te borgen. Kan de regering uiteenzetten welke concrete mijlpalen nog moeten worden doorlopen om het mechanisme uiterlijk in de winter van 2029/2030 operationeel te hebben? Wanneer worden de ontwerpkeuzes over onder meer deelname van productie, opslag en vraagrespons, de bekostiging en de wijze van aanbesteding aan de Kamer voorgelegd? Wordt de Kamer daarbij betrokken voordat deze keuzes in lagere regelgeving worden vastgelegd?

De leden van de VVD-fractie merken op dat het wetsvoorstel een nieuwe bevoegdheid bevat om een openbaredienstverplichting aan elektriciteits- en gasbedrijven op te leggen vanwege nationale of economische veiligheid. Waarom is ervoor gekozen dit mee te nemen in dit implementatiewetsvoorstel? Zou dit onderdeel niet onderworpen moeten worden aan een uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets?

2.1 Wijze van implementatie EMD-pakket en belangrijkste wijzigingen voor de praktijk

De leden van de PRO-fractie constateren dat de regering geen gebruik maakt van de mogelijkheid uit de gewijzigde Elektriciteitsrichtlijn om bij een op Europees niveau afgekondigde prijscrisis in te grijpen in de leveringsprijzen. Zij vragen welke instrumenten de regering bij een volgende prijscrisis direct kan inzetten zonder eerst een spoedwet in procedure te brengen.

De leden van de PRO-fractie vragen waarom de regering geen gebruik maakt van de mogelijkheid om plug-in mini-zonne-energiesystemen tot 800 watt te bevorderen. De regering motiveert die keuze met de ‘nu nog geldende’ salderingsregeling, maar die vervalt per 1 januari 2027. Voor huurders en bewoners van appartementen zonder eigen dak zijn deze systemen vaak de enige mogelijkheid om zelf energie op te wekken. Welke veiligheidsbezwaren ziet de regering precies, op welk onderzoek zijn deze gebaseerd en hoe gaan andere lidstaten met deze systemen om?

De leden van de PRO-fractie lezen dat de regering geen voorlopige indicatieve nationale doelstelling voor niet-fossiele flexibiliteit vaststelt. Wanneer verwacht de regering het eerste verslag over de flexibiliteitsbehoeften en wanneer stelt zij de indicatieve nationale doelstelling vast? Deze leden vragen welke eisen de regering wil stellen aan capaciteit die via een capaciteitsmechanisme wordt gecontracteerd. Kan de regering bevestigen dat in ieder geval wordt voldaan aan de Europees vastgestelde emissiegrenswaarden? Is de regering bereid aanvullende CO2-criteria te stellen, zodat een capaciteitsmechanisme niet leidt tot een nieuwe afhankelijkheid van fossiel regelbaar vermogen? Hoe worden de kosten van een capaciteitsmechanisme verdeeld en in hoeverre komen deze via de nettarieven bij huishoudens terecht?

De leden van de CDA-fractie constateren dat met het voorstel een nieuwe mogelijkheid voor energiedelen wordt gecreëerd. Het doel hiervan wordt door de regering als volgt omschreven: “Het doel van energiedelen is om eindafnemers minder afhankelijk te maken van reguliere leveranciers en om veerkracht te creëren tegen volatiele en hoge groothandelsprijzen”.
Deze leden vragen de regering om nader toe te lichten welke toegevoegde waarde de voorgestelde mogelijkheid van energiedelen met vrije leverancierskeuze heeft ten opzichte van de mogelijkheden die reeds onder de Energiewet bestaan. Kan de regering daarbij specifiek ingaan op de verhouding tot energiegemeenschappen, peer-to-peer-handel en terugleveraggregatie? Welke concrete voordelen voor eindafnemers en het energiesysteem worden met de voorgestelde regeling mogelijk die onder het bestaande wettelijke kader niet of onvoldoende kunnen worden gerealiseerd?

De leden van de CDA-fractie merken op dat uit de memorie van toelichting slechts een zeer beperkt beeld ontstaat over de daadwerkelijke maatschappelijke kosten en baten van energiedelen. De kosten van de invoering en uitvoering zijn redelijk concreet geraamd, waaronder de eenmalige en structurele uitvoeringskosten voor leveranciers en systeembeheerders. Daar staan echter vooral kwalitatief beschreven baten tegenover, zoals meer keuzevrijheid, participatie en mogelijkheden voor collectieve energieprojecten. Een kwantitatieve inschatting van deze baten, bijvoorbeeld in termen van extra gerealiseerde projecten, extra duurzame productie, veranderd verbruiksgedrag of maatschappelijke waarde per deelnemer, ontbreekt vooralsnog. Deze leden vragen de regering op welke wijze en op welke termijn de veronderstelde positieve effecten van energiedelen alsnog nader onderzocht zullen worden. Kan de regering daarbij ook aangeven op welke wijze zij de daadwerkelijke effecten van energiedelen in de praktijk wil monitoren en op basis van welke indicatoren zij deze effecten zal beoordelen?

De leden van de CDA-fractie hebben tevens een aantal specifieke vragen over de onbalanskosten. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat energiedelen tot additionele profiel- en onbalanskosten kan leiden, maar een concrete raming van de omvang daarvan ontbreekt. Deze leden vragen de regering een betere inschatting te geven van de te verwachten jaarlijkse onbalanskosten, bijvoorbeeld op basis van scenario's voor verschillende deelnamepercentages en gedeelde volumes. Zij vragen de regering daarnaast om te verduidelijken hoe deze kosten in de praktijk zullen worden vastgesteld en toegerekend. Hoe zal daarbij worden voorkomen dat kosten die niet redelijkerwijs aan energiedelen kunnen worden toegeschreven, toch aan deelnemers in rekening worden gebracht?

De leden van de CDA-fractie vinden het van belang dat kosten die specifiek door energiedelen worden veroorzaakt niet worden afgewenteld op huishoudens die zelf niet aan energiedelen kunnen of willen deelnemen. Zij vragen de regering daarom om toe te lichten welke concrete waarborgen voorkomen dat leveranciers deze kosten uiteindelijk verwerken in algemene leveringstarieven, waardoor ook niet-deelnemers een deel van de kosten dragen. Zij vragen de regering tevens om duidelijk te maken in hoeverre energiedelen leidt tot additionele kosten bij netbeheerders en systeembeheerders en in hoeverre deze kosten via de bestaande tariefsystematiek worden gesocialiseerd. Kan de regering daarnaast ingaan op eventuele fiscale effecten, waaronder de gevolgen van het niet langer in rekening brengen van btw over bepaalde leveringen, en aangeven bij wie deze kosten en effecten uiteindelijk terechtkomen? Is het uitgangspunt dat additionele kosten, zoals onbalanskosten, van energiedelen uitsluitend bij de deelnemers aan energiedelen terechtkomen? En, zo ja, op welke wijze wordt dit geborgd? Voorts vragen deze leden welke informatie een leverancier beschikbaar moet hebben om richting de ACM aannemelijk te maken dat de in rekening gebrachte kosten daadwerkelijk samenhangen met energiedelen en dat deze redelijk zijn.

De leden van de CDA-fractie vragen tevens aandacht voor de keuze tussen een statische en een dynamische verdeelsleutel. Zij merken op dat een dynamische verdeelsleutel mogelijk meer ruimte kan bieden voor gelijktijdig gebruik van lokaal opgewekte elektriciteit, maar dat een dergelijk systeem ook complexer en minder voorspelbaar is naar verwachting hogere kosten met zich meebrengt. Alles afwegende hebben deze leden vooralsnog een voorkeur voor een statische verdeelsleutel. Deze biedt meer voorspelbaarheid voor leveranciers en systeempartijen en beperkt daarmee de uitvoerings- en onbalanskosten. Deze leden vragen de regering toe te zeggen dat de overgang naar een dynamisch systeem alleen zal worden overwogen als de meerwaarde voor het energiesysteem als geheel ook voldoende kwantitatief is aangetoond. Is de regering tevens bereid om bij de evaluatie van dit wetsvoorstel expliciet te beoordelen in hoeverre de maatschappelijke baten van een dynamischer systeem op dat moment opwegen tegen de hogere kosten en complexiteit, zo vragen deze leden.

De leden van de CDA-fractie constateren dat het wetsvoorstel tevens de wettelijke basis voor een capaciteitsmechanisme aanzienlijk uitbreidt. Zo wordt artikel 5.12 van de Energiewet aangepast van een regeling voor een strategische reserve naar een regeling voor capaciteitsmechanismen. Ook kan een transmissiesysteembeheerder worden opgedragen een dergelijk mechanisme in te richten en uit te voeren. Deze leden merken op dat zij al langer op het belang van een capaciteitsmechanisme hebben gewezen en zijn verheugd over deze belangrijke richting het mogelijk maken van een dergelijk mechanisme. Zij vragen de regering nader toe te lichten welke rol het voorliggende wetsvoorstel precies speelt in de invoering van een Nederlands capaciteitsmechanisme. In hoeverre is de daadwerkelijke instelling van een capaciteitsmechanisme afhankelijk van de inwerkingtreding van de EMD-implementatiewet? Welke onderdelen kunnen eventueel al eerder worden voorbereid of ingevoerd? Zij vragen de regering ook nader toe te lichten welke beleidskeuzes over de omvang, vormgeving en financiering van een capaciteitsmechanisme nog nodig zijn en op welk moment deze aan de Kamer zullen worden voorgelegd. Kan de regering aangeven of het beoogde capaciteitsmechanisme tijdig operationeel kan zijn om eventuele toekomstige tekorten in de elektriciteitsproductie in Nederland op te vangen?

De leden van de SGP-fractie horen graag of het beoogde capaciteitsmechanisme tijdig gereed zal zijn om tekorten in de elektriciteitsproductie op te vangen. Welk tijdpad heeft de regering voor ogen?

De leden van de SGP-fractie zetten vraagtekens bij de keuze om geen gebruik te maken van de in de Richtlijn opgenomen mogelijkheid voor lidstaten om energieprijzen te reguleren in geval van een regionale of Europese energieprijscrisis. Zij willen op twee zaken wijzen. In de eerste plaats wijst de Afdeling advisering van de Raad van State terecht op dat eerder is gebleken dat het niet eenvoudig is om bij een plotselinge stijging van de energieprijzen tijdig effectieve maatregelen te treffen en ongewenste neveneffecten te voorkomen. In de tweede plaats heeft de ACM eerder gepleit voor de mogelijkheid van een maximumtarief voor kwetsbare huishoudens en adviseert de Afdeling Advisering van de Raad van State nu om prijsmaatregel voor afgebakende doelgroep paraat te hebben. Deze leden horen graag waarom de regering het desondanks niet verstandig vindt om een gerichte prijsmaatregel voor bijvoorbeeld kwetsbare huishoudens als instrument in de gereedschapskist voor te bereiden en paraat te hebben in het geval van een energieprijscrisis, waarbij op het moment zelf alsnog de voor- en nadelen van de verschillende instrumenten gewogen kunnen worden.

De leden van de SGP-fractie horen graag wat de voor- en nadelen zijn van het geven van ruimte aan verenigingen van eigenaren en verhuurders om binnen hetzelfde gebouw zonder energiedeelovereenkomst energie te delen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen in hoeverre dit wetsvoorstel van toepassing is op Caribisch Nederland. Welke maatregelen wel en welke niet?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat TenneT uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 formeel door de minister moet zijn aangewezen als facilitator van een capaciteitsmarkt, zodat deze begin 2028 kan starten met de voorbereidingen voor de eerste capaciteitsveilingen. In hoeverre bestaat volgens de regering het risico dat onderhavig wetsvoorstel hiervoor te laat inwerking treedt? Mocht dit risico bestaan, acht de regering het verstandig om, vooruitlopend op inwerkingtreding, via een algemene maatregel van bestuur TenneT tijdelijk aan te wijzen als facilitator van een capaciteitsmechanisme? Zo nee, waarom niet?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de Afdeling advisering van de Raad van State erop wijst dat het bij eerdere plotselinge stijgingen van de energieprijzen niet eenvoudig is gebleken om tijdig effectieve maatregelen te treffen en dat het daarom behulpzaam kan zijn wanneer het wettelijke instrumentarium voor een prijsmaatregel vooraf al is uitgewerkt. Kan de regering, mede in het licht van dit advies, nader reflecteren op de keuze om desondanks geen wettelijke grondslag op te nemen voor het reguleren van elektriciteitsprijzen tijdens een energieprijscrisis? Waarom kiest de regering er alsnog niet voor deze mogelijkheid uit voorzorg wettelijk uit te werken, ook als zij verwacht dat andere instrumenten in een concrete crisis de voorkeur zullen verdienen?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of ze een overzicht kan geven van de keuze die andere EU-lidstaten maken in het al dan niet wettelijk implementeren van een prijscrisismechanisme. In hoeverre wordt de afweging van Nederland gevolgd of wordt ervan afgeweken?

2.2 Belangrijkste wijzigingen van de implementatie van het EMD-pakket voor de praktijk

De leden van de D66-fractie merken op dat energiedelen mensen moet beschermen tegen hoge en wisselende energieprijzen en ook toegankelijk moet zijn voor huishoudens met een kleinere portemonnee. Tegelijkertijd lezen zij dat energiedelen extra kosten met zich meebrengt, die deels worden doorberekend aan mensen die energie delen. Zij vragen de regering daarom in hoeverre zij verwacht dat energiedelen per saldo bijdraagt aan een lagere of betaalbare energierekening voor huishoudens, waarop die verwachting is gebaseerd en voor welke groepen huishoudens zij de grootste effecten verwacht.

De leden van de D66-fractie vinden het belangrijk dat ook huishoudens met weinig financiële ruimte kunnen profiteren van lokaal opgewekte duurzame elektriciteit. Energiedoneren kan hierbij helpen. Huishoudens, bedrijven, energiecoöperaties en overheden stellen dan hun zelfopgewekte stroom gratis beschikbaar aan huishoudens die moeite hebben hun energierekening te betalen. Deze leden vinden het belangrijk dat belastingen en administratieve kosten het voordeel van deze donaties niet tenietdoen. Zij vragen daarom of de regering bereid is te borgen dat ontvangers van gedoneerde energie er door deelname nooit financieel op achteruitgaan.

De leden van de D66-fractie lezen dat de richtlijn ruimte biedt voor ondersteunende maatregelen om energiedelen toegankelijk te maken voor kwetsbare en energiearme afnemers. Zij vragen of het klopt dat het wetsvoorstel geen gebruik maakt van de ruimte die artikel 15 bis, zevende lid, van de gewijzigde Elektriciteitsrichtlijn (2019/944, zoals gewijzigd door 2024/1711) biedt voor financiële steunmaatregelen voor kwetsbare en energiearme afnemers bij energiedelen.

De leden van de D66-fractie merken op dat de kosten van de systeembeheerders niet kunnen worden doorberekend aan de afnemers die energie delen en daarom worden gesocialiseerd. Zij vragen hoe de regering voorkomt dat de kosten van energiedelen uiteindelijk worden gedragen door consumenten die zelf niet aan energiedelen deelnemen.

De leden van de D66-fractie lezen dat de wijze waarop energiedelen moet worden gefaciliteerd bij algemene maatregel van bestuur wordt voorgeschreven. Zij vragen de regering aan te geven welk tijdpad zij voor ogen heeft voor de nadere uitwerking van energiedelen in lagere regelgeving en hoe zij waarborgt dat zowel die uitwerking als de implementatie door de sector tijdig gereed zijn.

De leden van de D66-fractie lezen dat de regering voornemens is energiedelen in eerste instantie te faciliteren met een vaste verdeelsleutel, omdat dit eenvoudiger en goedkoper is dan een dynamische verdeelsleutel. Tegelijkertijd kan een vaste verdeelsleutel ertoe leiden dat een energie-ontvanger meer elektriciteit ontvangt dan die op dat moment verbruikt en daardoor te maken krijgt met virtuele teruglevering. Deze leden vragen hoe de regering waarborgt dat de keuze voor lagere uitvoeringskosten niet ten koste gaat van het financiële voordeel en het gebruiksgemak voor energie-ontvangers. Ook vragen zij op basis van welke concrete criteria en binnen welke termijn wordt beoordeeld of een dynamische verdeelsleutel alsnog wenselijk is.

De leden van de D66-fractie lezen dat de energieleverancier van de ontvanger energiebelasting moet afdragen over gedeelde stroom en dat hierover mogelijk ook btw moet worden betaald. Zij vragen of de regering bereid is te onderzoeken of elektriciteit die wordt gedoneerd aan huishoudens in energiearmoede kan worden vrijgesteld van energiebelasting en btw.

De leden van de D66-fractie lezen dat energiedelen altijd via het openbare elektriciteitsnet verloopt, in tegenstelling tot het direct gebruiken van zelfopgewekte stroom. Ook lezen zij dat meer inzicht in de beschikbare netcapaciteit de noodzaak om het elektriciteitsnet uit te breiden slechts deels kan verminderen. Zij vragen welke concrete bijdrage de regering verwacht van energiedelen aan een efficiënter gebruik van de bestaande netcapaciteit en aan het terugdringen van netcongestie en de wachtrijen voor een aansluiting.

De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van het voornemen van de regering om in de AMvB in eerste instantie een vaste verdeelsleutel als standaardmodel voor energiedelen voor te schrijven. Deze leden zijn daar niet van overtuigd, omdat dit energiedelen juist minder aantrekkelijk maakt voor huishoudens zonder eigen opwek en voor minder draagkrachtige huishoudens. Waarom kiest de regering ervoor deze complexiteit en dit risico bij de energie-ontvanger te leggen?

De leden van de PRO-fractie vragen of de regering bereid is in de wet zelf vast te leggen dat aan een energie-ontvanger per onbalansverrekeningsperiode nooit meer elektriciteit wordt toegedeeld dan hij in die periode daadwerkelijk afneemt, en de uitwerking van de toegestane dynamische verdeelsleutels aan de AMvB te laten. Hoe denkt de regering hierover? Indien de regering vasthoudt aan de vaste verdeelsleutel als vertrekpunt: is zij dan bereid ten minste te regelen dat leveranciers op verzoek van de afnemer ook een dynamische verdeling faciliteren, en de evaluatie van het standaardmodel te verbinden aan een concrete termijn, bijvoorbeeld uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding?

De leden van de PRO-fractie constateren dat de voorkeur voor de vaste verdeelsleutel vooral wordt onderbouwd met de verwachting dat deze goedkoper is, zonder dat de onderliggende berekeningen inzichtelijk worden gemaakt. Kan de regering per kostencategorie (zoals uitvoeringskosten en onbalanskosten) uiteenzetten waarom de vaste verdeelsleutel goedkoper zou zijn?

De leden van de PRO-fractie maken zich zorgen over de kosten die leveranciers aan energiedelers in rekening kunnen brengen. Zo hebben de leden vernomen dat sommige energieleveranciers een vast vergoeding vragen voor energiedelen. Is de regering hiermee bekend? Acht de regering een dergelijke vaste vergoeding, die waarschijnlijk hoger is dan het volledige financiële voordeel van energiedelen, verenigbaar met het vereiste dat kosten transparant en redelijk moeten zijn, met het verbod om afnemers ervan te weerhouden energie te delen en met de Europese eis dat deelnemers niet worden geconfronteerd met onevenredige of discriminerende kosten? Deze leden vragen welk beginsel de regering hanteert bij de vraag welke kosten specifiek aan energiedelers mogen worden toegerekend. Deelt de regering de opvatting dat alleen aantoonbare, additionele en efficiënt gemaakte kosten die rechtstreeks door de deelname worden veroorzaakt mogen worden doorberekend, en dat het wegvallen van omzet of marge op gedeelde elektriciteit geen kostenpost is? Waarom zouden eventuele profiel- en onbalanskosten bij energiedelen afzonderlijk worden toegerekend, terwijl vergelijkbare effecten van bijvoorbeeld een elektrische auto, warmtepomp of thuisbatterij doorgaans onderdeel zijn van de reguliere tariefstelling van de leverancier? Is de regering bereid bij AMvB nadere regels te stellen over de berekening en toerekening van deze kosten, en een maximumvergoeding te overwegen indien blijkt dat de prijsstelling van leveranciers energiedelen feitelijk onmogelijk maakt?

De leden van de PRO-fractie constateren dat het wetsvoorstel alleen een inspanningsverplichting bevat voor overheidsinstanties om na te streven dat gemiddeld ten minste tien procent van de door hen gedeelde energie toegankelijk wordt gemaakt voor kwetsbare of energiearme afnemers. De ACM merkt in haar uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets op dat een specifieke regeling voor energiearmoede ontbreekt. Deze leden vragen de regering of woningcorporaties onder het begrip ‘overheidsinstantie’ vallen. Zo nee, is de regering bereid deze verplichting uit te breiden naar woningcorporaties en naar energiedeelprojecten die met publieke middelen worden ondersteund? Hoe wordt gemonitord of dit streven wordt gehaald en welke gevolgen verbindt de regering eraan als dat niet het geval is?

De leden van de PRO-fractie vragen de regering hoe energiedelen binnen een gebouw, zoals binnen een VvE of tussen huurders in een complex van een woningcorporatie, in de praktijk zal worden vormgegeven. Welke rol ziet de regering voor de woningcorporatie of de VvE als organisator van energiedelen, en welke belemmeringen bestaan daarvoor nog? Daarnaast vragen deze leden wanneer de regering besluit of energiegemeenschappen onder voorwaarden ook een eigen distributienet mogen beheren, nu daarmee in experimenten ervaring wordt opgedaan.

De leden van de PRO-fractie hebben vragen over de fiscale gevolgen van energiedelen voor de energie-ontvanger. Kan de regering bevestigen dat virtuele teruglevering door de energie-ontvanger, en de daaruit voortvloeiende btw-vragen, alleen ontstaat bij een verdeelsleutel waarbij meer kan worden toegedeeld dan de ontvanger gelijktijdig verbruikt, en dus niet bij een dynamische verdeelsleutel? Wordt een particuliere energie-ontvanger die virtueel teruglevert daardoor btw-ondernemer? Kan de regering met een rekenvoorbeeld laten zien hoe de btw uitwerkt voor een energie-ontvanger die een deel van de gedeelde elektriciteit zelf verbruikt en het overige deel virtueel teruglevert, mede gelet op het recht op aftrek van voorbelasting?

De leden van de JA21-fractie verzoeken de regering uiteen te zetten welke werkzaamheden van leveranciers, andere marktdeelnemers en organisatoren onder het faciliteren van energiedelen vallen, welke doelmatige kosten en vergoeding voor ingezet vermogen en risico daarbij kunnen worden toegerekend en hoe afzonderlijke vermelding en het voorkomen van dubbele doorberekening verenigbaar worden vormgegeven met de Europese tariefvrijheid.

De leden van de JA21-fractie verzoeken de regering een vergelijking te geven van een vaste verdeelsleutel en een verplichte basisvorm die de toedeling per onbalansverrekeningsperiode begrenst tot het werkelijke verbruik op het ontvangende allocatiepunt, inclusief samenloop van meerdere gevers, resterende elektriciteit bij de gever, onbalans, kosten, energiebelasting en omzetbelasting - en daarbij de maatschappelijke kosten-batenanalyse en de voorwaarden voor eventueel aantoonbare vermindering van fysieke netcongestie te overleggen.

De leden van de BBB-fractie verzoeken de regering uit te leggen hoe zij voorkomt dat de kosten voor het faciliteren van energiedelen hoger worden dan het voordeel van de gedeelde elektriciteit. Welke eisen gelden voor de transparantie en redelijkheid van deze kosten, en hoe kan een deelnemer vooraf eenvoudig beoordelen of deelname financieel gunstig is?

De leden van de BBB-fractie verzoeken de regering toe te lichten of energiedelen kan bijdragen aan het verminderen van netcongestie. Onder welke omstandigheden helpt energiedelen het elektriciteitsnet, en onder welke omstandigheden kan het de belasting van het net juist vergroten? Hoe wordt voorkomen dat een administratieve verdeling van stroom wordt gepresenteerd als een fysieke oplossing voor netcongestie?

De leden van de SGP-fractie horen graag wat de keuze voor een vaste verdeelsleutel of een dynamische verdeelsleutel zou betekenen vanuit het perspectief van de noodzaak om netcongestie te beperken. Zij vernemen daarnaast graag in welke mate het beperken van het geografisch gebied waarin energie gedeeld mag worden bij zou kunnen dragen aan het beperken van de congestieproblematiek.

De leden van de SGP-fractie ontvangen graag meer inzicht in de verschillen in kosten voor systeembeheerders bij toepassing van een vaste of een dynamische verdeelsleutel.

De leden van de SGP-fractie ontvangen graag een reflectie op de stelling dat de keuze voor een vaste verdeelsleutel het weinig aantrekkelijk zal maken voor huishoudens om te kiezen voor energie delen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering expliciet te maken welke beleidsdoelen zij heeft met het mogelijk maken van energiedelen. Deze leden vragen vervolgens per doel inzichtelijk te maken in hoeverre de regering verwacht dat dit doel het best wordt bereikt met de ontwerpkeuzes die de regering maakt. Kan de regering daarbij tevens ingaan op de ervaring van andere lidstaten als België die al reeds energiedelen hebben geïmplementeerd? In hoeverre worden de bovengenoemde doelen daar behaald? Welke lessen trekt de regering daar uit voor de vormgeving van energiedelen in Nederland?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om uiteen te zetten in hoeverre huishoudens in andere lidstaten daadwerkelijk gebruik maken van energiedelen met vrije leverancierskeuze, en daarbij zoveel mogelijk onderscheid te maken tussen verschillende doelgroepen, met in ieder geval expliciet aandacht voor huishoudens met en zonder eigen zonnepanelen, VvE’s en appartementencomplexen met gezamenlijke zonnepanelen en afnemers die kwetsbaar of energiearm zijn. Welke verwachtingen heeft de regering voor de deelname van deze groepen aan energiedelen in Nederland?

De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat de keuze tussen de statische en dynamische verdeelsleutel een cruciale ontwerpkeuze is bij het energiedelen met potentiële gevolgen voor zowel de maatschappelijke kosten als voor de kosten en baten van deelnemers van energiedelen. Deze leden vragen de regering de gevolgen van deze ontwerpkeuze zo inzichtelijk mogelijk te maken in de antwoorden op de volgende vragen van de leden.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering de maatschappelijke kosten van energiedelen in kaart te brengen. Is de regering bereid om voor verschillende scenario’s in kaart te brengen (bijvoorbeeld bij een statische dan wel dynamische verdeelsleutel en bij een grote dan wel lage deelnamegraad van energiedelen) wat de maatschappelijke kosten en baten en daarmee ook voor de kosten/baten van de energierekening van huishoudens? In hoeverre zullen de kosten van energiedelen neerkomen bij huishoudens die niet gebruikmaken van energiedelen?

De leden van de ChristenUnie-fractie denken dat de maatschappelijke kosten of baten mogelijk liggen op het vlak van netcongestie. Deze leden merken op dat het volgens de Afdeling Advisering van de Raad van State onduidelijk is of energiedelen netcongestie zal verminderen of verergeren, waarbij deze refereert aan de consultatiereactie van Netbeheer Nederland. Kan de regering onderbouwen welke verwachting zij heeft op dit punt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen invoering van een statische dan wel dynamische verdeelsleutel? Is de regering voornemens om verdere kaders aan energiedelen te stellen indien energiedelen netcongestie verergert? Hierbij vragen de leden in het bijzonder naar de mogelijkheid om energiedelen geografisch te beperken.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering voor verschillende gebruikersgroepen in kaart te brengen wat de kosten dan wel baten zijn bij deelname aan energiedelen, en daarbij in ieder geval onderscheid te maken tussen huishoudens met en zonder eigen zonnepanelen, kwetsbare of energiearme huishoudens en VvE’s en woningcorporaties met eigen zonnepanelen. Daarbij vragen deze leden om voor elk van deze gebruikersgroepen ook in te gaan op de mogelijke kosten die een leverancier rekent voor energiedelen en voor zowel de situatie waarbij een dynamische als de situatie waarbij een statische verdeelsleutel geldt (en in het laatste geval dus leidt tot terugleverkosten bij deels ongebruikte gedeelde elektriciteit). Deze leden vragen tenslotte om op basis van de uitkomsten te reflecteren in welke gevallen energiedelen daadwerkelijk aantrekkelijk gaat zijn voor de verschillende gebruikersgroepen.

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat de ACM in een eerdere analyse de mogelijke baten voor een gemiddeld huishouden heeft berekend, in combinatie met de mogelijke meerkosten. Hoe beoordeelt de regering de constatering van de ACM in de betreffende analyse dat de meerkosten van energiedelen in België 75 tot 150 euro per jaar bedragen, terwijl het potentiële financiële voordeel voor een gemiddeld huishouden volgens een rekenvoorbeeld van de ACM tussen de 80 tot 160 euro per jaar bedraagt? Acht de regering het aannemelijk dat dergelijke kosten huishoudens ervan weerhouden deel te nemen aan energiedelen? Zo nee, waarom niet?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de eerdergenoemde analyse van de ACM dat, naast voor energiegemeenschappen, energiedelen voor appartementencomplexen die gezamenlijke zonnepanelen hebben een interessante mogelijkheid biedt om de opgewekte stroom te verdelen over de bewoners. Deze leden constateren dat onderhavig wetsvoorstel het enkel voor energiegemeenschappen mogelijk maakt om zonder energiedeelovereenkomsten energie te delen. Deze leden vragen de regering welke stappen een VvE nu moet doorlopen als deze gezamenlijke zonnepanelen wil aanschaffen en de opgewekte energie gratis wil delen met de bewoners in het gebouw. Waarom heeft de regering dit ook niet mogelijk gemaakt voor verhuurders en VvE’s, (met opt-out-mogelijkheid) voor de huurder dan wel eigenaar bij verhuizing naar het complex, vergelijkbaar met de servicekosten of VvE-bijdrage? Klopt het dat Artikel 15 bis van richtlijn 2019/944 die mogelijkheid wel biedt? Deze leden vragen de regering om hierbij voor- en nadelen te schetsen, in ieder geval op het gebied van uitvoerbaarheid, de complexiteit voor zowel VvE’s/woningcorporaties en bewoners en de verwachte deelnamegraad van bewoners.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering in te gaan op het feit dat Frankrijk wel een regeling heeft (via artikel L. 315-2-1 van de Code de l'énergie), waarbij het voor een sociale verhuurder mogelijk is zelf de organiserende rechtspersoon te zijn en de huurder, na te zijn geïnformeerd, als deelnemer geldt, tenzij deze binnen een redelijke termijn bezwaar maakt. Kan de regering toelichten waarom voor Nederland niet voor een dergelijke regeling is gekozen?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat Artikel 21, vierde lid, van richtlijn 2018/2001 lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat een zelfverbruikers in hetzelfde gebouw het recht hebben om op hun locatie opgewekte energie onderling te delen. Is het betreffende lid volgens de regering met dit wetsvoorstel volledig omgezet in nationale wetgeving? Zo ja, in welke bepaling? Zo nee, welk deel van het vierde lid is nog niet omgezet?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe de voorgestelde regeling voor energiedelen zich verhoudt tot artikel 7:261, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. Is het zo dat een woningcorporatie voor het collectief aanbieden van energiedelen eerst instemming van ten minste 70% van de betrokken huurders nodig heeft, waarna iedere huurder vervolgens afzonderlijk een overeenkomst inzake energiedelen moet sluiten? Zo ja, acht de regering deze procedure wenselijk?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of het juridisch mogelijk en technisch uitvoerbaar is om voor verschillende afgebakende groepen een dynamische verdeelsleutel te hanteren en voor andere groepen een statische verdeelsleutel. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een dynamische verdeelsleutel voor huishoudens binnen een appartementencomplex met gezamenlijke zonnepanelen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering tevens of het juridisch mogelijk en technisch uitvoerbaar is om energiedelen binnen appartementencomplexen vrij te stellen van energiebelasting? Kan de regering hiervan voor- en nadelen schetsen?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de uitvoerbaarheid van energiedelen voor de systeembeheerders (netbeheerders). Hebben netbeheerders voldoende capaciteit? In hoeverre is geborgd dat dit niet ten koste gaat van andere werkzaamheden van netbeheerders, waaronder het verminderen van de netcongestieproblematiek? Kan de regering dit onderbouwen?

2.3 Openbaredienstverplichting

De leden van de PRO-fractie vragen de regering nader te concretiseren in welke situaties zij deze bevoegdheid verwacht in te zetten. Begrijpen deze leden goed dat een aanwijzing ertoe kan leiden dat een bepaalde partij, in afwijking van de normale regels, voorrang krijgt bij een aansluiting of transportcapaciteit in een gebied met netcongestie, of dat wordt afgeweken van de volgorde van investeringen in het investeringsplan van een systeembeheerder? Hoe verhoudt dit zich tot het prioriteringskader voor maatschappelijke projecten van de ACM, en wat betekent het voor huishoudens, mkb-bedrijven en maatschappelijke voorzieningen die al op een aansluiting wachten?

De leden van de JA21-fractie vragen de regering de afwijkingen die artikel 5.13a, tweede lid, toestaat per genoemde bepaling te verbinden met de Europese afwijkingsgrondslag en uiteen te zetten hoe noodzakelijkheid, subsidiariteit en evenredigheid in het besluit worden getoetst, met inbegrip van verdringing van andere afnemers, de onafhankelijke wettelijke taken van de ACM en de vereiste mededeling aan de Europese Commissie.

De leden van de JA21-fractie verzoeken de regering de uitvoerbaarheid te beoordelen van een maximale afwijkingsduur van één jaar per besluit, een afzonderlijk gemotiveerde verlenging, voorafgaand ACM-advies met een gemotiveerde spoedroute en informatie aan de Staten-Generaal binnen één week, inclusief de wijze waarop vertrouwelijke gegevens worden verstrekt en een later ontvangen advies leidt tot heroverweging.

3. Gevolgen voor burgers en bedrijven

3.1 Het doenvermogen voor burgers

De leden van de PRO-fractie constateren dat de doenvermogentoets erkent dat de mentale belasting van energiedelen in potentie hoog is, en dat vooral wordt vertrouwd op de organisator van energiedelen als mitigerende maatregel. Welke kosten zullen organisatoren van energiedelen naar verwachting in rekening brengen? Is de regering bereid nadere eisen aan organisatoren te stellen, zodat ook huishoudens met een laag inkomen tegen redelijke kosten kunnen deelnemen?

3.2 Regeldrukeffecten

3.3 Privacy-aspecten

De leden van de JA21-fractie wijzen erop dat de gegevensbeschermingseffectbeoordeling ervan uitgaat dat de systeembeheerder van de gever geen verbruiksdata van de ontvanger nodig heeft. Zij verzoeken de regering voor een verbruiksafhankelijke basisvorm de noodzakelijke gegevensstromen, wettelijke grondslagen, verantwoordelijkheden, minimale gegevensset en bewaartermijnen te specificeren en een geactualiseerde beoordeling te geven, mede van geïnformeerde instemming met een verdeelwijze die een virtueel terugleverrestant kan veroorzaken.

4. Toezicht, handhaving en sanctionering

De leden van de PRO-fractie vragen de regering welke bevoegdheden de ACM heeft om uit eigen beweging te onderzoeken of de kosten en voorwaarden voor energiedelen transparant, redelijk en niet-discriminerend zijn, en welke handhavingsinstrumenten zij daarbij kan inzetten?

De leden van de JA21-fractie vragen de regering welke kostengegevens, toerekeningsmethoden en controleerbare administratie de ACM nodig heeft om de facilitatietarieven te toetsen, welke bestaande informatie-, herstel- en boetebevoegdheden daarvoor toereikend zijn en welke rechtsgang een deelnemer heeft voor terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen.

5. Publieke (internet)consultatie

5.1 Reacties per onderwerp
De leden van de JA21-fractie vragen de regering te reageren op het voorstel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om energiedelen door verenigingen van eigenaars en verhuurders binnen gebouwen te vereenvoudigen, en daarbij onderscheid te maken tussen een gedeelde installatie achter één aansluiting en energiedelen via afzonderlijke allocatiepunten, met aandacht voor vrijwilligheid, leverancierskeuze, huurrecht en servicekosten.

De leden van de JA21-fractie verzoeken de regering bij haar reactie op de VNG-inbreng afzonderlijk uiteen te zetten wat binnen gebouwen geldt voor energiebelasting, omzetbelasting, netkosten en leveringskosten, en welke wettelijke, Europeesrechtelijke en financiële onderbouwing nodig zou zijn voor afwijkende behandeling van elk van deze posten.

6. Toetsing en Adviezen

6.1 Uitvoerbaarheid- en handhaafbaarheidstoets ACM

De leden van de VVD-fractie lezen dat de ACM bevoegdheid krijgt om toezicht te houden op energiedelen. Kan de regering nader toelichting geven over de bevoegdheid van de ACM om actief toezicht te houden op de feitelijk aantoonbare kosten voor energiedelen? Hoe wordt voorkomen dat afnemers met moeilijk controleerbare generieke toeslagen worden geconfronteerd? Acht de regering risicogestuurd toezicht voldoende om dit te borgen?

De leden van de JA21-fractie verzoeken de regering de aanvullende uitvoeringslasten en toezichtskosten van een expliciete norm voor doelmatige, toerekenbare facilitatietarieven te laten onderscheiden van de ACM-raming uit maart 2025, met aandacht voor aanvangsramingen, latere nacalculatie en de behandeling van lopende leverings- en terugleveringsovereenkomsten.

De leden van de D66-fractie constateren dat de ACM heeft opgemerkt dat het wetsvoorstel geen specifieke regeling voor energiearmoede bevat. Tegelijkertijd bevat het wetsvoorstel wel een inspanningsverplichting voor overheidsinstanties om, wanneer zij energie delen, te streven naar het toegankelijk maken van ten minste tien procent van de gedeelde elektriciteit voor kwetsbare of energiearme afnemers. Deze leden vragen hoe de regering deze inspanningsverplichting concreet wil maken en welke rol zij daarbij ziet voor gemeenten, provincies en waterschappen.

7. Overgangsrecht en inwerkingtreding

De leden van de JA21-fractie verzoeken de regering bij de concept-AMvB over energiedelen een toetsbare invoeringsplanning te geven voor leveranciers, systeembeheerders en gegevensuitwisseling, met test- en acceptatiecriteria voor ontbrekende meetwaarden, foutcorrecties, leverancierwissels en meerdere gelijktijdige deelovereenkomsten, en aan te geven wie de daarmee samenhangende resterende kosten draagt.

De leden van de JA21-fractie vragen de regering de wens van de VNG-wens om invoering vóór 2029 te verbinden met de daadwerkelijke ketenplanning en afhankelijkheden, en aan te geven welke onderdelen van wet, uitvoeringsregels, meters, allocatie en leveranciersadministraties op welke verifieerbare momenten operationeel kunnen zijn.

II. ARTIKELSGEWIJS

Artikel I, onder K

Artikel 2.41a

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat een onderneming die groter is dan een middelgrote onderneming kan deelnemen aan energiedelen als deze is aangesloten op een distributiesysteem. Deze leden vragen of middelgrote ondernemingen die aangesloten zijn op het transmissiesysteem (en niet op een distributiesysteem) wél kunnen deelnemen aan energiedelen en dus hiertoe moeten worden gefaciliteerd door de transmissiesysteembeheerder?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat bij een project inzake energiedelen, waarbij een overheidsinstantie betrokken is, moet worden nagestreefd om ten minste tien procent van de elektriciteit die wordt gedeeld toegankelijk te maken voor kwetsbare of energiearme afnemers. Deze leden vragen de regering op welke wijze de overheidsinstantie dit doel moet bereiken en hoe dit streven wordt gemonitord. Deze leden vragen tevens of de regering bereid is om te monitoren in hoeverre in den brede gedeelde elektriciteit toegankelijk wordt gemaakt voor kwetsbare of energiearmoede afnemers. Zo nee, waarom niet?

De voorzitter van de commissie,
Zwinkels

De adjunct-griffier van de commissie,
Teske