Tweeminutendebat Internationale arbitrageprocedure aangespannen door Petrogas (36800-XVII-76) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D48062, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-02 09:13, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-10-01 21:10: Tweeminutendebat Internationale arbitrageprocedure aangespannen door Petrogas (36800-XVII-76) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Internationale arbitrageprocedure aangespannen door Petrogas
Internationale arbitrageprocedure aangespannen door Petrogas
Aan de orde is het tweeminutendebat Internationale
arbitrageprocedure aangespannen door Petrogas (36800-XVII, nr.
76).
De voorzitter:
Ik zou direct door willen gaan naar het volgende tweeminutendebat. Dat
is het tweeminutendebat Internationale arbitrageprocedure aangespannen
door Petrogas. De eerste spreker in het tweeminutendebat is mevrouw
Kröger. Ik geef haar graag het woord.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Op het moment dat hele grote fossiele bedrijven schadeclaims
kunnen indienen als wij klimaatbeleid maken, als wij overwinsten
belasten of als wij maatregelen nemen om het algemeen belang te dienen,
want dat is wat wij doen, dan hebben we echt een heel groot probleem met
elkaar. Dat is wat er nu aan de hand is. Een groot bedrijf, Petrogas,
heeft een megaschadeclaim ingediend omdat wij de overwinsten van de
olie- en gasindustrie willen belasten, omdat we daarmee onze burgers
kunnen helpen.
Dit onderwerp moet op de agenda bij het uitfaseren van fossiele
brandstoffen: de conferentie die eraan komt. Daarom heb ik de volgende
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat fossiele bedrijven de Nederlandse Staat aanklagen op
basis van investeerder-staatarbitrage, ISDS, vanwege
klimaatmaatregelen;
constaterende dat ISDS daarom nadrukkelijk op de agenda stond als een
belangrijk obstakel voor de energietransitie tijdens de eerste
internationale conferentie over de afbouw van fossiele brandstoffen,
mede georganiseerd door Nederland;
constaterende dat de agenda voor de tweede conferentie in ontwikkeling
is;
verzoekt de regering zich ervoor in te zetten dat ISDS deel vormt van de
vergaderagenda van de tweede conferentie over de afbouw van fossiele
brandstoffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Van Oosterhout en
Teunissen.
Zij krijgt nr. 5 (37020-XVII) (#1).
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik heb daar nog een korte vraag over. Ik zou heel graag van de minister
bij het WGO Handel, dat we gaan hebben, wat meer inzicht krijgen in hoe
hij kijkt naar hoe dit soort onderdelen van handelsverdragen ons eigen
nationale beleid beïnvloeden en beperken.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Kröger. We gaan luisteren naar mevrouw Maes. Zij
staat op mijn lijstje, maar ziet af van haar bijdrage. De volgende
spreker in dit debat komt van de Partij voor de Dieren: het lid
Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. We zien in het geval van Petrogas wederom dat
arbitragezaken schaamteloos worden misbruikt door fossiele bedrijven om
hoge claims in te dienen tegen de Staat, ten koste van de Nederlandse
belastingbetaler. Na de inval van Rusland in Oekraïne zijn de
energierekeningen in Europa omhooggeschoten. Geheel terecht heeft
Nederland de bedrijven die profiteerden van deze oorlogswinsten extra
laten betalen. Daar proberen bedrijven zoals Petrogas nu schaamteloos
onderuit te glibberen door de Staat aan te klagen voor miljarden op
basis van het verdrag met Oman. We kunnen niet nog jarenlang blijven
wachten terwijl de claims doorgaan. Daarom de volgende moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Petrogas een arbitrageprocedure tegen de Staat is
gestart op basis van het verdrag tussen Nederland en Oman;
overwegende dat de Nederlandse belastingbetaler hiervan de dupe
is;
constaterende dat de minister van Financiën aangeeft de buitensporige
winsten van fossiele bedrijven niet te kunnen belasten, onder andere
vanwege deze arbitrageprocedures;
verzoekt de regering de Nederlandse belastingbetaler te beschermen en
het bilaterale investeringsverdrag tussen Nederland en Oman op te
zeggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.
Zij krijgt nr. 6 (37020-XVII) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat via ISDS-procedures geschillen van groot publiek belang
achter gesloten deuren worden beslecht, buiten het zicht van
democratische controle;
constaterende dat ISDS de beleidsruimte van overheden beperkt;
overwegende dat Nederland momenteel nog 70 investeringsverdragen met
ISDS in stand houdt;
verzoekt de regering alle resterende bilaterale investeringsverdragen
met ISDS-bepalingen zo spoedig mogelijk op te zeggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.
Zij krijgt nr. 7 (37020-XVII) (#3).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inzet van de
Kamer in dit tweeminutendebat. Ik schors voor vijf minuten en dan gaan
we luisteren naar de reactie van de minister. Het debat is voor vijf
minuten geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. We gaan luisteren naar de reactie van de minister
op de inbreng van de Kamer in het tweeminutendebat Internationale
arbitrageprocedure aangespannen door Petrogas. Het woord is aan de
minister. Gaat uw gang.
Minister Sjoerdsma:
Dank, voorzitter. In reactie op de vraag van het lid Kröger zeg ik: ik
ben uiteraard van harte bereid om in het WGO Handel nader stil te staan
bij investeringsverdragen en bij onderwerpen die ook in dit
tweeminutendebat naar voren komen. We zullen daar in het WGO graag op
ingaan. Als er dan nog specifieke vragen leven, nemen we die natuurlijk
graag mee.
De motie op stuk nr. 5 van mevrouw Kröger. Ik snap goed waar mevrouw
Kröger vandaan komt, maar tegelijkertijd vinden de modernisering van het
ISDS en investeringen in staatsarbitrage echt plaats in VN-verband en in
de OESO. We hebben ook even overleg gehad met het ministerie van Klimaat
en Groene Groei. Tijdens de eerste conferentie is echt een breed scala
aan onderwerpen besproken, waaronder dit, maar er is ook onvoldoende
tractie gebleken om dit mee te nemen. Bovendien waren we destijds als
organiserend land ook nog behoorlijk bepalend voor de agenda. Dat zijn
we nu niet. We snappen voor een deel waar dit vandaan komt. Wij zullen
het blijven doen. Nederland zal zich blijven inzetten voor
modernisering, bijvoorbeeld op het gebied van transparantie en het
duidelijker borgen van het publieke belang, maar dat zal niet kunnen in
het kader van deze conferentie. Dat zal binnen de OESO en de VN moeten
zijn. Daarom moet ik deze motie helaas ontraden.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger heeft een vraag hierover.
Mevrouw Kröger (PRO):
Is het een vraag of is het een verzuchting? Ik was in Colombia …
Minister Sjoerdsma:
Dat weet alleen u.
De voorzitter:
Het is de bedoeling dat u een vraag stelt, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (PRO):
Ja, voorzitter. Ik was in Colombia bij deze conferentie. Volgens mij was
Nederland een van de redenen waarom ISDS op dat moment niet verder in
een slotverklaring is gekomen. Er was van een heleboel landen uit het
Mondiale Zuiden ook juist heel breed de behoefte om toch eens goed door
te praten over wat dit doet in relatie tot de noodzaak om fossiele
energie af te bouwen. De minister zegt nu dat hij de motie ontraadt,
maar ik wil hem eigenlijk vragen om toch met KGG nog verder te kijken in
welke vorm wij deze agenda verder kunnen brengen. De minister kan wel
zeggen dat het bij de OESO moet, maar deze conferentie gaat over de
afbouw van fossiel en de motie gaat dus, onder andere naar aanleiding
van Petrogas, ook specifiek over ISDS in die context.
Minister Sjoerdsma:
Ik snap de vraag. Tegelijkertijd kan ik niet anders dan constateren dat
op die conferentie de tractie op dit onderwerp ontbrak en dat we nu een
zeldzaam momentum hebben, een momentum waarvan ik weet dat de partij van
mevrouw Kröger dat ook heel belangrijk vindt, om in te zetten op de
transitie weg van fossiele brandstoffen. Daar wil het kabinet zich op
richten. Op heel veel onderdelen van deze transitie is wel steun bij
andere landen, maar op dit onderwerp zien we die niet. Maar dat laat
onverlet dat het kabinet hier binnen de OESO en binnen de VN op zal
blijven inzetten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 5: ontraden.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 6 van de leden Kostić en Teunissen: ook ontraden.
Het kabinet is geen voorstander van het opzeggen van de IBO met Oman.
Het heeft ook geen invloed op lopende procedures, zeg ik erbij. In
algemene zin, en dat geldt zowel voor de motie op stuk nr. 6 als de
motie op stuk nr. 7, die wij ook moeten ontraden, geldt dat in Nederland
buitenlandse investeerders gebruik kunnen maken van een onafhankelijk
nationaal rechtsstelsel als zij menen dat de overheid handelt in strijd
met hun rechten. Maar dat is niet overal zo, en om die redenen wordt via
investeringsbeschermingsovereenkomsten in de mogelijkheid voorzien om
via arbitrage alsnog overheidshandelen juridisch te toetsen aan de
basisregels van goed bestuur. Nederland is van mening dat bedrijven,
uiteraard onder voorwaarden, die mogelijkheid moet blijven worden
gegeven.
Daarmee zijn de moties op de stukken nrs. 6 en 7 ontraden.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.