Tweeminutendebat Internationale klimaatstrategie (CD 12/3) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D48063, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-02 09:15, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-10-01 20:40: Tweeminutendebat Internationale klimaatstrategie (CD 12/3) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Internationale Klimaatstrategie
Internationale Klimaatstrategie
Aan de orde is het tweeminutendebat Internationale
Klimaatstrategie (CD d.d. 12/03).
De voorzitter:
Ik wil direct doorgaan met het volgende tweeminutendebat. Dat is het
tweeminutendebat Internationale Klimaatstrategie. De eerste spreker in
dat tweeminutendebat is mevrouw Kröger namens PRO. Ik nodig haar uit om
haar bijdrage te doen. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Volgens mij was dit het onderwerp van het eerste debat dat
we met deze minister voerden in zijn huidige rol. De Internationale
Klimaatstrategie is wat mij betreft echt een ongelofelijk belangrijk
onderdeel van zijn portefeuille. Daarom ben ik bijzonder teleurgesteld
dat er geen opvolging is gekomen van die Internationale
Klimaatstrategie. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we juist over
die verschillende beleidsterreinen heen echt breed kijken wat de
strategie is om ervoor te zorgen dat we ook in internationaal
perspectief klimaatactie echt aanjagen, zeker in een tijd waarin
klimaatbeleid zo keihard onder druk staat. Daarom dien ik de volgende
motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij COP29 en COP30 is afgesproken de
klimaatfinanciering en adaptatiefinanciering te verdrievoudigen per
2035;
constaterende dat de Internationale Klimaatstrategie tot en met 2025
loopt en er nog geen duidelijkheid is over de Nederlandse bijdrage
richting 2035;
verzoekt de regering de Internationale Klimaatstrategie te actualiseren
met een groeipad waarin de Nederlandse publieke klimaatfinanciering voor
mitigatie en adaptatie richting 2035 toegroeit richting het nieuwe
internationale doel, en middelen in te zetten voor de meest kwetsbare
landen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 304 (31793) (#1).
Mevrouw Kröger (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is het lid Kostić namens de Partij voor
de Dieren. Zij vervangt mevrouw Teunissen, begrijp ik. Dat is helemaal
prima.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. Ik heb drie voorstellen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland zich internationaal inzet tegen
ontbossing;
overwegende dat recent onderzoek laat zien dat verbranding van biomassa
leidt tot het grootschalig kappen van tropisch bos in Maleisië;
verzoekt de regering zich er in de EU en internationale
klimaatonderhandelingen voor in te zetten dat:
emissiereductie en CO2-verwijdering strikt gescheiden worden verantwoord;
BECCS op geen enkele wijze wordt gestimuleerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.
Zij krijgt nr. 305 (31793) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland bij de rapportage over internationale
klimaatfinanciering ruimte laat om ook programma's en
programmaonderdelen met een breed doel als klimaatfinanciering mee te
tellen;
overwegende dat onder andere de Europese Rekenkamer concludeert dat de
klimaatfinanciering hierdoor moeilijk te toetsen is;
overwegende dat hierdoor een verschil kan bestaan tussen de werkelijke
en gerapporteerde klimaatfinanciering;
verzoekt de regering een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar
de werkelijke Nederlandse klimaatfinanciering, en de Kamer te informeren
over de uitkomsten en de gevolgen voor toekomstige rapportage,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić, Teunissen en
Kröger.
Zij krijgt nr. 306 (31793) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland binnen zijn internationale
klimaatfinanciering gebruikmaakt van diverse financieringsvormen,
waaronder innovatieve financieringsinstrumenten;
overwegende dat er geen duidelijke definitie bestaat van wat Nederland
onder innovatieve financiering verstaat;
verzoekt de regering duidelijk te definiëren wat binnen het Nederlandse
klimaatfinancieringsbeleid wordt verstaan onder innovatieve
financiering, in de jaarlijkse rapportage transparant te rapporteren
over de aard, kanalen en bestemming van innovatieve klimaatfinanciering,
en daarbij toe te lichten hoe daarbij de schuldenhoudbaarheid van
ontvangende landen wordt gewaarborgd, in lijn met de motie-Teunissen
(21501-33, nr. 1104),
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić, Teunissen en
Kröger.
Zij krijgt nr. 307 (31793) (#4).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. De Algemene Rekenkamer concludeerde onlangs dat de Kamer
veel te weinig gebruikmaakt van alle belangrijke evaluaties die er
gedaan worden. Daarom zet ik één van die evaluaties vandaag in het
zonnetje.
Tijdens het commissiedebat over de Klimaatstrategie heb ik aandacht
gevraagd voor de recente IOB-evaluatie waaruit bleek dat slechts een
beperkt deel van de uitgaven onder artikel 1.3, uitgaven voor handel en
investeringen voor duurzame economische ontwikkeling, als
klimaatrelevant wordt aangemerkt. Juist omdat handel, investeringen en
economische ontwikkeling grote kansen bieden om ook klimaatdoelen in
ontwikkelingslanden te ondersteunen, vroeg ik destijds waarom dat
aandeel zo relatief laag is en of daar niet meer winst te behalen valt.
De minister gaf toen aan dat momenteel ongeveer 17% à 18% van de
uitgaven onder artikel 1.3 klimaatrelevant is, maar dat hij wel verwacht
dat dit aandeel zal stijgen door een integrale aanpak op het gebied van
klimaat, voedsel en water. Kan de minister toezeggen jaarlijks voor de
Kamer inzichtelijk te maken welk deel van de uitgaven onder artikel 1.3
klimaatrelevant is? Het gaat er vooral om hoe dat aandeel zich
ontwikkelt, zodat de Kamer dat kan volgen en ook weet of de verwachte
stijging daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we gekomen aan het eind van de bijdragen van de
kant van de Kamer. Ik kijk even naar de minister: zullen we de schorsing
weer op vijf minuten houden? Ja. Dan gaan we over vijf minuten luisteren
naar de reactie van de minister. Ik schors voor vijf minuten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. We gaan luisteren naar de reactie van de
minister op de inbreng van de Kamer bij het tweeminutendebat
Internationale Klimaatstrategie. Ik geef het woord aan de minister.
Minister Sjoerdsma:
Dank, voorzitter. Mevrouw Van Ark vroeg naar de klimaatrelevantie van
artikel 1.3. Ik ben het er uiteraard mee eens dat wij ons blijvend
moeten inzetten voor de klimaatrelevantie van artikel 1.3 wat betreft de
inzet op handel, investeringen en duurzame ontwikkelingen. Ik denk dat
het goed is om te zien dat de klimaatrelevantie in 2025 gegroeid is naar
21%. We zullen uw Kamer in het HGIS-verslag informeren over de
klimaatrelevantie van het hele artikel 1. Dat zullen we jaarlijks doen.
Het grootste deel daarvan zit overigens in artikel 1.3.
Voorzitter. Ik wil kort iets zeggen over de motie op stuk nr. 304, van
mevrouw Kröger. Vorig jaar was de klimaatfinanciering van Nederland,
publiek en privaat, 3 miljard. We zullen de komende jaren groeien. In de
periode van 2027 tot 2031 is dat met 461 miljoen. Het financieringsdoel
dat is overeengekomen is echter een collectief doel. De individuele
landenbijdragen zijn daarin niet uitgesplitst. Ook is niet vastgelegd
wanneer die doelen bereikt moeten zijn. Vanuit dat oogpunt ontraad ik
deze motie, hoewel ik de strekking snap.
Mevrouw Kröger (PRO):
Deze motie is natuurlijk een poging geweest om twee vragen in een te
stellen. Een nieuwe internationale klimaatstrategie is wat mij betreft
echt cruciaal. Zegt de minister daarvan: met dat goede idee ga ik aan de
slag en ik geef deze motie oordeel Kamer?
Minister Sjoerdsma:
Hoewel ik deze poging waardeer, is dat niet het plan van dit kabinet.
Dat heb ik ook gezegd in het debat. Ik zou het volgende wel graag willen
doen. Ik begrijp het punt goed. Misschien is dat ook wat mevrouw Kröger
bedoelt met "twee dingen in een proberen". Hierachter proef ik de wens
om meer inzicht te krijgen in wat het kabinet nog gaat doen op klimaat.
Er zal ook een brief richting uw Kamer komen om die extra financiële
inzet nader te duiden. Die zullen we ook sturen voor de
begrotingsbehandeling. Daarmee blijft de motie op stuk nr. 304 wel
ontraden.
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik zou bijna tegen de minister willen zeggen: vergeet even dat het in
deze motie over financiering gaat. Het gaat om een strategie: hoe kijken
we naar internationaal klimaatbeleid? We hadden een Internationale
Klimaatstrategie. Komt er weer een internationale klimaatstrategie of
een manier waarop de minister laat zien hoe hij strategisch bezig is met
internationaal klimaatbeleid?
Minister Sjoerdsma:
Een van de eerste brieven die dit kabinet heeft gestuurd, ging over de
internationale klimaatkant. Wij zullen hier opnieuw een brief over
sturen, maar we zullen geen nieuwe strategie gaan formuleren. Vanuit dat
oogpunt ontraad ik de motie op stuk nr. 304.
De motie op stuk nr. 305 is van mevrouw Kostić.
De voorzitter:
Het is het lid Kostić.
Minister Sjoerdsma:
Ja, excuus. De motie op stuk nr. 305 is van het lid Kostić en het lid
Teunissen. De minister van KGG is hier niet. Ik begrijp dat u
Kamervragen heeft gesteld over precies dit onderwerp. Ik zou eigenlijk
willen vragen of u bereid bent om deze motie aan te houden tot na
ommekomst van deze antwoorden. Ik begrijp dat de minister van KGG heel
serieus naar die vragen kijkt. Het kabinet neemt uw motie ook heel
serieus, maar het is wel prettig als we ervoor kunnen zorgen dat die
Kamervragen goed in de pas lopen met deze motie. Anders ben ik bang dat
er hier, in afwezigheid van de minister van KGG, iets fout gaat. Ik zou
dus willen vragen om deze motie even aan te houden. Voor nu is de
appreciatie dus ontijdig.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vervang hierbij mijn collega Teunissen. De vragen gaan over de
nationale aanpak en niet over de internationale inzet. De moties gaan
wel over het internationale. Dat zeg ik even ter verduidelijking. Ik
hoop op een reactie van de minister en de staatssecretaris en dan denk
ik er nog verder over na.
Minister Sjoerdsma:
Oké.
De voorzitter:
Stemt het lid Kostić in met het aanhouden van de motie op stuk nr. 305?
Mag ik op die vraag nog even een knik? Het verzoek is om de motie op
stuk nr. 305 aan te houden. Ik zie een knik.
Op verzoek van het lid Kostić stel ik voor de motie (31793, nr. 305) aan
te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Sjoerdsma:
Ik dank het lid Kostić voor de coulance.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 306.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 306 moet ik ontraden. Nederland volgt heel strikt
de aanwijzingen van de OESO omtrent wat internationaal wordt erkend als
een inzet op klimaat. Dat doen wij echt, echt ontzettend zorgvuldig. Wij
zijn internationaal maximaal transparant in de VN-rapportage. Nationaal
zijn we dat via het HGIS-jaarverslag. In een online dashboard kan zelfs
worden bekeken waarom een heel project of delen ervan relevant zijn voor
het klimaat. Ik durf in alle eerlijkheid niet te zeggen of er een land
zo transparant is als wij, dus vanuit dat oogpunt zeg ik:
ontraden.
De motie op stuk nr. 307, ook van het lid Kostić, en van Teunissen en
Kröger, geef ik graag oordeel Kamer.
De voorzitter:
Daarmee zijn we … O, het lid Kostić rent naar de
interruptiemicrofoon.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb nog even overlegd. Ik moet hier even zeggen dat we die eerste
motie toch niet gaan aanhouden maar hem in stemming laten brengen, omdat
we vinden dat het internationaal is. We hebben hier vaker discussie over
gehad. Het is zo ernstig dat we de Kamer graag om een oordeel willen
vragen.
De voorzitter:
Oké, de motie op stuk nr. 305 wordt niet aangehouden, maar toch in
stemming gebracht ...
Minister Sjoerdsma:
Dan is hij ontijdig, dus ontraden.
De voorzitter:
… en wordt daarmee dus ontraden, ja. Als de minister een motie het
oordeel ontijdig geeft, stel ik altijd de vraag — misschien dat een
andere voorzitter dat anders doet — "wenst de indiener haar aan te
houden?" Als dat niet het geval is, dan hoor ik wat u zegt: dan kan de
minister eigenlijk niet anders dan haar ontraden. Zo gaat het. Ik zie
hem knikken, dus dat is hem óók gewoon.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De regels van de Kamer schrijven voor dat een van de opties is:
ontraden. Maar een andere optie is: ontijdig. Dat was het eerste oordeel
van de minister. Ik zou niet weten … We moeten die twee niet met elkaar
vermengen. Het was: ontijdig.
Minister Sjoerdsma:
Maar dat doen we ook niet. "Ontijdig" is een verzoek tot aanhouding, in
dit geval vanwege de beantwoording van de Kamervragen. Het staat u vrij
om de motie in te dienen of niet — daar ga ik niet over — maar als u
haar niet aanhoudt, dan is zij ontraden, want dan heeft het kabinet geen
gelegenheid om haar oordeel Kamer te geven.
De voorzitter:
U gaat over uw eigen stemadvies en uw stem. Het is een oordeel van het
kabinet.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat
Internationale Klimaatstrategie.
De beraadslaging wordt gesloten.