Tweeminutendebat Bestrijding conflict-gerelateerd seksueel geweld (CD 28/5) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D48064, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-02 09:16, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-10-01 20:20: Tweeminutendebat Bestrijding conflict-gerelateerd seksueel geweld (CD 28/5) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Bestrijding conflictgerelateerd seksueel geweld
Bestrijding conflictgerelateerd seksueel geweld
Aan de orde is het tweeminutendebat Bestrijding
conflictgerelateerd seksueel geweld (CD d.d. 28/05).
De voorzitter:
Dat is het tweeminutendebat Bestrijding conflictgerelateerd seksueel
geweld. Het commissiedebat was op 28 mei jongstleden. De eerste spreker
in dit tweeminutendebat is mevrouw Dobbe. Ik nodig haar uit om haar
bijdrage te komen doen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het belangrijk is dat vluchtelingenkampen worden
ingericht op een manier waarmee seksueel geweld wordt voorkomen;
constaterende dat de lessen en methoden om vluchtelingenkampen veilig in
te richten nog niet worden toegepast bij vluchtelingenkampen voor
Sudanese vluchtelingen in Tsjaad, zoals het opzetten van safespaces en
veilig en nabij transport en distributie van voedsel, hout en
water;
verzoekt de regering om samen met hulporganisaties in beeld te brengen
wat ontbreekt om de vluchtelingenkampen in Tsjaad veiliger te maken en
seksueel geweld tegen te gaan;
verzoekt de regering extra steun te bieden in het realiseren van wat
nodig is, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Kröger.
Zij krijgt nr. 247 (36180) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat netwerken van vrouwen en slachtoffers van
conflictgerelateerd seksueel geweld effectief en waardevol zijn, maar
vaak met zeer beperkte middelen opereren;
verzoekt de regering extra ondersteuning te bieden aan organisaties en
netwerken van vrouwen en van slachtoffers van seksueel geweld in
oorlogsgebieden zoals Sudan, DRC, Oekraïne en Gaza,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Kröger.
Zij krijgt nr. 248 (36180) (#2).
Mevrouw Dobbe (SP):
Tijdens het debat hebben we het gehad over een speciaal gezant voor
conflictgerelateerd seksueel geweld op het niveau van Nederland en de
Europese Unie. De minister zou nog nagaan, zei hij tijdens het debat —
dat heb ik even teruggezocht — wat de mogelijkheden zouden zijn om te
kijken of die functie ergens ondergebracht zou kunnen worden of dat we
zouden moeten pleiten voor een aparte gezant. Ik vroeg mij af wat daar
uit is gekomen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw
Kröger.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Een motie, een vraag en een hartenkreet. Ik begin met de
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat overlevenden van seksueel geweld, in het bijzonder in
conflictgebieden, vaak geen toegang hebben tot veilige
abortuszorg;
overwegende dat het hun onthouden van deze zorg trauma en
gezondheidsrisico's vergroot;
verzoekt de regering om te waarborgen dat veilige abortuszorg en
noodanticonceptie beschikbaar zijn als onderdeel van hulp aan
overlevenden van seksueel geweld in conflictgebieden, daarvoor
financiering te bieden en daarvoor internationaal te pleiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 249 (36180) (#3).
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Dan de vraag. Ik ben heel blij dat de minister inzet op
alles wat wij doen om slachtoffers van seksueel geweld te ondersteunen.
Ik had een gesprek met een lokale vrouwenrechtenactiviste uit
Zuid-Sudan, die heel duidelijk aangaf dat zij het heel belangrijk zou
vinden om ondersteund te worden in advocacy, pleitbezorging, en lokale
wet- en regelgeving om te zorgen dat de strafbaarheid van seksueel
geweld beter geregeld is. Ik wil de minister vragen of dat type
activiteiten ook onder de financiering valt, omdat dat zo belangrijk is
en een vraag van die vrouw zelf is.
Dan de hartenkreet, naar aanleiding van ons bezoek aan Tsjaad. We zagen
in vluchtelingenkampen daar dat vrouwen snakken naar een plek waar ze
veilig met elkaar kunnen praten en hun ervaringen kunnen delen. Daarvoor
is net ook een motie ingediend, die ik mede heb ondersteund. Ik hoop dat
de minister in alle gesprekken die we hebben over opvang in de regio en
over lokale vluchtelingenkampen wil kijken hoe we ervoor kunnen zorgen
dat er plekken zijn waar vrouwen in veiligheid over hun ervaringen
kunnen spreken.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Maes.
Mevrouw Maes (VVD):
Voorzitter. Een mooi onderwerp, ook omdat we hier erg eensgezind over
zijn. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat slachtoffers van conflictgerelateerd seksueel geweld
momenteel vaak te maken krijgen met versnipperde procedures tussen
medische zorg, politie, hulpverlening en justitie;
overwegende dat de complexiteit van deze ongecoördineerde procedures
ertoe leidt dat veel slachtoffers uiteindelijk afzien van het afleggen
van verklaringen en het zoeken van de benodigde ondersteuning;
overwegende dat dit gebrek aan coördinatie niet alleen leidt tot
secundair trauma en zware emotionele belasting omdat slachtoffers
herhaaldelijk hun verhaal moeten doen, maar er ook toe leidt dat
cruciaal forensisch bewijsmateriaal verloren gaat;
verzoekt de regering om zich er internationaal actief voor in te zetten
dat een geïntegreerde aanpak de standaard wordt binnen internationale
hulpprogramma's en VN-initiatieven tegen conflictgerelateerd seksueel
geweld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maes, Bamenga en Van Ark.
Zij krijgt nr. 250 (36180) (#4).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Russische troepen in Oekraïne op systematische wijze
conflictgerelateerd seksueel geweld inzetten als oorlogswapen om de
samenleving te ontwrichten;
overwegende dat succesvolle vervolging van deze oorlogsmisdrijven staat
of valt met het onder levensgevaarlijke omstandigheden verzamelen van
forensisch bewijs dat standhoudt in geval van een strafzaak, nationaal
of internationaal;
verzoekt de regering om te bezien hoe Nederlandse forensische expertise
bij kan dragen aan training voor Oekraïense artsen, onderzoekers en
aanklagers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maes en Bamenga.
Zij krijgt nr. 251 (36180) (#5).
Dank u wel. De volgende spreker in dit tweeminutendebat is de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet de post vrouwenrechten en gendergelijkheid
herstelt;
overwegende dat we te maken hebben met het hoogste aantal conflicten
sinds 1946;
overwegende dat strijdende partijen zich in veel van deze conflicten
schuldig maken aan seksueel geweld als oorlogswapen;
overwegende dat opeenvolgende rapporten van de Verenigde Naties een
stijgende trend signaleren in conflictgerelateerd seksueel geweld;
verzoekt de regering te onderzoeken of een groter deel van de middelen
binnen het begrotingsartikel 3.2 Vrouwenrechten en gendergelijkheid kan
worden ingezet voor het voorkomen en bestrijden van conflictgerelateerd
seksueel geweld, en daarbij ook te bezien of in de komende jaren
middelen uit andere relevante begrotingsartikelen hiervoor zouden kunnen
worden aangewend,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.
Zij krijgt nr. 252 (36180) (#6).
Dank u wel. Ik kijk naar de minister. Zullen we vijf minuten schorsen? Ja? Dan vraag ik iedereen in de buurt te blijven en schors ik de vergadering voor vijf minuten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. We gaan luisteren naar de reactie van de minister
op de ingediende moties bij het tweeminutendebat Bestrijding
conflictgerelateerd seksueel geweld.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat het goed is om nog met één zin vast
te stellen dat dit een bijzonder waardevol debat was. Niet vanwege de
scherpe tegenstellingen, maar integendeel vanwege de brede
overeenstemming, zowel in de Kamer als tussen de Kamer en het kabinet.
Om die brede overeenstemming een nog sterkere uiting te geven, mevrouw
de voorzitter, krijgen alle moties oordeel Kamer. Ik kan ze nog
afzonderlijk afgaan, maar ik hoop dat dit duidelijk genoeg is.
De voorzitter:
Ik denk wel dat we ze afzonderlijk af moeten gaan.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 247: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 248: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 249: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 250: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 251: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 252: ook oordeel Kamer.
Er is geen zevende motie, op stuk nr. 253.
De voorzitter:
Ja. En zelfs dat leidt nog tot vragen.
Minister Sjoerdsma:
Ik zie allemaal Kamerleden opstaan. Ik zal een uitleg geven aan de
appreciatie van de motie op stuk nr. 252, om die iets nader te duiden.
Ik hoop dat ik het feest voor de heer Stoffer niet verpest als ik het
even duid. Ik wil de motie wel graag zo uitleggen dat het niet gaat om
een schuif van middelen van andere begrotingsartikelen naar
begrotingsartikel 3.2. Maar het is wel overduidelijk dat binnen 3.2 de
bestrijding van seksueel geweld een prioriteit is van dit kabinet en dat
daarvoor ook in de aankomende periode extra geld zal worden vrijgemaakt.
Tussen 2027 en 2031 is dat maar liefst 145 miljoen, waarvan een deel zal
worden ingezet voor de intensivering. In dat opzicht geef ik de motie
oordeel Kamer. Ik hoop daarmee ook de twee Kamerleden aan de
interruptiemicrofoon gerust te hebben gesteld, maar we zullen zien of
dat is gelukt.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe als eerste.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zal u vertellen wat ik hier lastig aan vind, als het mag met twee
zinnen, voorzitter. Ik deed van de week een debataanvraag. Dat ging over
allerlei lijstjes waarop Nederland zakt als het gaat over vrouwenrechten
en gendergelijkheid. Vanuit de Kamer wordt er dan gezegd: voeg dat maar
toe aan het debat over femicide, oftewel geweld tegen vrouwen. Deze post
gaat ook echt over vrouwenrechten en gendergelijkheid. Dat is iets
anders dan het voorkomen van geweld tegen vrouwen. Ik vind dat het debat
veel te weinig gaat over en dat het geld veel te weinig gaat naar echte
investeringen in vrouwengelijkheid en rechten van vrouwen. Er gaat
terecht ook veel naar de veiligheid van vrouwen, maar het moet wel
allebei blijven bestaan. Het zou jammer zijn als deze post, die daar
echt voor bedoeld is, dan ook gaat naar het tegengaan van geweld tegen
vrouwen. Snapt u?
Minister Sjoerdsma:
Dit snap ik echt bijzonder goed. Ik kan mevrouw Dobbe echt
geruststellen, denk ik. Mevrouw Dobbe noemt elementen die zij wil
bewaken, beschermen en vergroten. Dat zullen we ook doen met de
intensivering. Maar er is nog steeds ruimte om hier iets extra's te
doen. Dat zit overigens niet alleen op dit artikel. Dat doen we ook bij
humanitaire hulp. Dat doen we ook bij toegang tot het recht. Daar is
hier ook ruimte voor. Ik denk dat we elkaar niet moeten misverstaan. Als
er toch nog zorgen zijn over deze precieze verdeling, zou ik het echt in
de begroting willen doen, maar ik weet vrij zeker dat we de zorgen die
mevrouw Dobbe noemt, ondervangen hebben in deze begroting.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, heeft u een reactie? Ik kijk naar u.
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik wil het hebben over hetzelfde punt. Het is verschrikkelijk dat
vrouwen slachtoffer zijn van mannen. Het versterken van vrouwenrechten
gaat echter juist over het voorkómen dat vrouwen slachtoffer worden. Dat
is net even de andere kant. Ik hoor de minister zeggen: het zal er niet
ten koste van gaan en ik ga ervoor zorgen dat seksueel geweld waar dat
kan wordt geadresseerd in andere begrotingsposten. Dan hoop ik echter
wel dat hij daar bij de begroting echt nadere duiding aan geeft. We
moeten er echt voor zorgen dat het niet ten koste gaan van
vrouwenrechten.
Minister Sjoerdsma:
Weet u wat ik doe? Laten we ervoor zorgen dat ik over dit specifieke
onderwerp — ik doel dan niet op het onderwerp van dit debat, maar het
bredere onderwerp dat mevrouw Dobbe en mevrouw Kröger hier aanraken,
namelijk vrouwenrechten — een aparte brief stuur, zodat dat voor de
begroting helder genoeg is.
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik ontvang die graag voor het WGO Vrouwenrechten dat we hebben als
Kamer. Dat zou een goed moment zijn.
Minister Sjoerdsma:
De begroting bespreken we volgens mij eerder.
De voorzitter:
Nee.
Minister Sjoerdsma:
O, is dat niet zo? Dan doen we het voor het WGO. Prima. Geen probleem.
Geen probleem.
De voorzitter:
Goed. Het is allemaal opgelost. Daarmee …
Minister Sjoerdsma:
We zijn nog niet helemaal klaar, want er zijn ook nog twee vragen.
Excuus, mevrouw de voorzitter.
Vraag één ging over de mevrouw uit Zuid-Sudan die mevrouw Kröger heeft
gesproken. Ik kan haar geruststellen: zeker als onderdeel van het
FemFocus-programma worden dit soort organisaties en dit soort
activiteiten gesteund. We volgen haar daarin.
Mevrouw Dobbe vroeg nog naar de gezant. Daar is in een brief al antwoord
op gegeven, maar dat kan ik gerust nog een keer doen. Dat is niet erg.
Nederland heeft zelf een ambassadeur voor vrouwenrechten en
gendergelijkheid. Wij zetten ons in voor een Europese gezant — in het
Engels — Women, Peace and Security.
De voorzitter:
Dank u wel.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.