Tweeminutendebat Beleidsbrief Buitenlandse Zaken (CD 9/9) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D48066, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-02 09:19, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-10-01 19:30: Tweeminutendebat Beleidsbrief Buitenlandse Zaken (CD 9/9) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Beleidsbrief Buitenlandse Zaken
Voorzitter: Michon-Derkzen
Beleidsbrief Buitenlandse Zaken
Aan de orde is het tweeminutendebat Beleidsbrief Buitenlandse
Zaken (CD d.d. 09/09).
De voorzitter:
We hebben vanavond een heel aantal tweeminutendebatten met de minister
van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die ik van harte
welkom heet in deze Kamer. We beginnen met het tweeminutendebat over de
Beleidsbrief Buitenlandse Zaken. De heer Van Baarle heeft niet
deelgenomen aan het commissiedebat en vraagt of hij wel kan deelnemen
aan het tweeminutendebat. Ik zie daar geen bezwaar tegen; aldus
besloten. Dan kom ik bij de eerste spreker van het tweeminutendebat en
dat is mevrouw Kröger, zij spreekt namens PRO.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. We hebben wederom een heftig debat gehad over de medische
evacuaties van doodzieke kinderen uit Gaza. De minister heeft duidelijk
aangegeven dat er geen principiële bezwaren liggen. Er is geen politieke
blokkade. Toch besluit dit kabinet om de deur naar de route om kinderen
hier te verzorgen, keihard dicht te slaan, terwijl de kinderartsen
aangeven dat ze klaarstaan en ook financiën niet het probleem zouden
moeten zijn. Terwijl Meloni en De Wever, premiers met een behoorlijk wat
rechtsere signatuur dan Rode Lijn-Jetten, wél kinderen opvangen, doet
dit kabinet de deur dicht. Ik hoop echt heel erg dat deze Kamer de
ruimte biedt aan deze minister, die dat volgens mij hartstikke graag zou
willen, om een hele specifieke groep kinderen die anders simpelweg de
zorg niet krijgen, op een wachtlijst staan en dreigen te sterven, wél in
Nederland te behandelen.
Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet inzet op medische zorg en opvang
uitsluitend in Gaza en de regio;
constaterende dat Nederlandse artsen en de Wereldgezondheidsorganisatie
aangeven dat gespecialiseerde zorg voor kinderen met hoogcomplexe
zorgbehoeften niet of niet tijdig beschikbaar is in de regio;
overwegende dat evacuatie naar derde landen met hoogspecialistische zorg
voor deze kinderen de enige oplossing is;
overwegende dat Nederlandse artsen klaarstaan om hier zorg te
verlenen;
verzoekt het kabinet om naast de inzet op hulp in de regio, voor
individuele gevallen ook de mogelijkheid te blijven bieden voor
behandeling in Nederlandse ziekenhuizen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Dobbe, Ceder, Dassen,
Teunissen en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 234 (36180) (#1).
Mevrouw Kröger (PRO):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De tweede spreker in dit debat is mevrouw Dobbe. Ze doet dat
namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb vier moties, dus ik praat even door.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering-Schoof 25 miljoen euro incidenteel
investeerde voor het verlichten van de overbelasting van de zorg in de
regio, zoals in Egypte en Jordanië, voor medische evacués uit
Gaza;
constaterende dat de regering-Jetten 12 miljoen investeert voor
ditzelfde doel;
verzoekt de regering-Jetten om niet minder uit te geven aan medische
zorg voor kinderen uit Gaza dan de regering-Schoof,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Van Baarle en
Kröger.
Zij krijgt nr. 235 (36180) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onafhankelijk onderzoek naar oorlogsmisdaden binnen
Gaza vrijwel onmogelijk is omdat de Israëlische regering toegang weigert
aan journalisten, internationale waarnemers en onderzoekers;
verzoekt de regering om bij de Israëlische regering aan te dringen op
het toelaten van journalisten, internationale waarnemers en onderzoekers
in Gaza, en het te veroordelen als dit niet gebeurt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 236 (36180) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er sinds 2023 in Gaza 1.700 medische hulpverleners en
550 humanitaire hulpverleners gedood zijn;
constaterende dat de Israëlische Military Advocate General recent het
verzoek tot onderzoek naar 15 gedode hulpverleners van MSF in Gaza
definitief heeft gesloten, zonder een onderzoek te openen;
verzoekt de regering om, indien de Israëlische regering geen
onafhankelijk onderzoek laat doen naar de 15 gedode hulpverleners van
Artsen zonder Grenzen, binnen de EU en de VN aan te dringen op
internationaal en onafhankelijk onderzoek;
verzoekt de regering om aan te dringen dat er altijd objectief
onafhankelijk onderzoek plaatsvindt wanneer hulpverleners gedood worden
en te pleiten voor onafhankelijk internationaal onderzoek indien dit
niet gebeurt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 237 (36180) (#4).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een groeiend deel van de middelen voor
ontwikkelingssamenwerking wordt ingezet via investeringsinstrumenten
zoals de Global Gateway;
overwegende dat private investeringen vaak onvoldoende van de grond
komen in de armste en meest fragiele landen vanwege hoge risico's;
overwegende dat juist deze landen onevenredig zwaar worden getroffen
door bijvoorbeeld conflict en klimaatverandering;
verzoekt de regering tijdens de lopende onderhandelingen voor het
Meerjarig Financieel Kader van de EU te pleiten voor een
minimumbestedingspercentage van 50% van ODA-bestedingen aan de least
developed countries,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 238 (36180) (#5).
Dank u wel.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dat was een wereldprestatie: zo veel moties, en precies binnen de tijd!
We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Maes namens de VVD. Gaat
uw gang.
Mevrouw Maes (VVD):
Voorzitter. Het debat over de beleidsbrief was wat mijn fractie betreft
een waardevol debat. De minister heeft zijn belangrijkste ambities met
ons kunnen delen en wij onze ideeën met hem. Ik heb dan ook geen moties,
maar wel een verzoek.
Tijdens het debat ging het kort over Afghanistan. Het was goed dat de
minister duidelijk maakte de operationele contacten met de taliban toe
te staan, maar absoluut niet als stap richting erkenning. Mijn fractie
steunt die lijn. We horen van maatschappelijke organisaties dat ook zij
voor hun werk ter plekke soms de taliban nodig hebben. Het zou hen
helpen als er een brief komt van de regering over de hulp aan
Afghanistan. De laatste brief is van 2024, maar we zien allemaal dat de
noden groter worden. Ik noem alleen al de situatie voor vrouwen en
meisjes. Het is dus ook nodig om daarover op operationeel niveau contact
te hebben met de taliban. Kan de minister toezeggen om op korte termijn,
dus voor de begrotingsbehandeling, een brief te sturen over
ontwikkelingssamenwerking met Afghanistan, waarin specifiek aandacht
wordt gegeven aan humanitaire hulp, basisvoorzieningen en opvang in de
regio, met speciale aandacht voor de Afghanen die recent vanuit Pakistan
en Iran zijn gedwongen om naar Afghanistan terug te keren?
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Van
Ark. Zij doet dat namens het CDA. Aan u het woord.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De minister heeft in het debat gezegd dat hij de
3D-benadering wil doorontwikkelen naar een 4D-benadering. Dat klinkt
positief, maar mijn vraag was juist wanneer de Kamer de gevraagde
uitwerking ontvangt, waarin ook de geleerde lessen van bijvoorbeeld
eerdere inzet in Afghanistan worden meegenomen. Daarom de volgende
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de internationale rechtsorde, democratie en mondiale
stabiliteit onder toenemende druk staan;
overwegende dat Nederland beschikt over sterke diplomatieke,
ontwikkelings-, defensie- en maatschappelijke kennis en netwerken;
verzoekt de regering een geïntegreerde 4D-strategie te ontwikkelen
waarin development, diplomacy, defence en democracy in samenhang worden
ingezet ter versterking van de internationale rechtsorde, democratie en
mondiale stabiliteit,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ark, Bamenga en Maes.
Zij krijgt nr. 239 (36180) (#6).
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. Het gaat natuurlijk niet om het toevoegen van die extra D,
maar om het besef dat we veiligheid niet alleen bereiken met wapens.
Diplomatie, ontwikkelingssamenwerking, defensie en sterke democratische
instituties versterken elkaar. We zien graag hoe de minister dit
concreet meeneemt in het beleid, zodat het niet alleen een etiket is,
maar een aanpak die zichtbaar wordt in de praktijk.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. O, u heeft de motie op uw bankje liggen. Het is wel de
bedoeling dat u de motie daadwerkelijk indient, mevrouw Van Ark. We doen
een klein intermezzo, terwijl u de motie pakt en die alsnog aan de bode
overhandigt. Dan praat ik het even vol. Dit is eigenlijk niet hoe het
moet, maar we doen het even zo. Goed. De volgende spreker is de heer
Hoogeveen namens JA21. Ik nodig hem uit om het woord te voeren. Gaat uw
gang.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Tweemaal een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland voornemens is onderdeel te worden van een
Europese kopgroep voor het waarborgen van een gelijk speelveld;
overwegende dat Nederland een open economie is en meer dan een derde van
het nationale inkomen in het buitenland verdient;
verzoekt de regering binnen de Europese kopgroep het optrekken van
handelsbarrières zoals quota en heffingen zo veel mogelijk te voorkomen
en in te zetten op vrije handel en het behoud van een open Europese
economie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 240 (36180) (#7).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland gebaat is bij het snel sluiten van nieuwe
handelsakkoorden en het diversifiëren van handelsrelaties;
overwegende dat onderhandelingen over aanvullende maatschappelijke
doelstellingen de totstandkoming en inwerkingtreding van
handelsafspraken kunnen vertragen;
verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te zetten dat
het bereiken van overeenstemming over de economische kern van
handelsakkoorden niet afhankelijk wordt gemaakt van overeenstemming over
aanvullende maatschappelijke beleidsdoelstellingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 241 (36180) (#8).
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Stoffer. Ik nodig hem uit om
zijn bijdrage te doen. Hij doet dat namens de SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Twee moties. De eerste luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Dutch Diamond-benadering een belangrijke rol speelt
in een effectief Nederlands handels- en ontwikkelingsbeleid;
overwegende dat de specifieke en onderscheiden rol van de Nederlandse
overheid in het versterken van de Dutch Diamond explicitering en
uitwerking behoeft, om meer duidelijkheid te scheppen over de
wederzijdse verwachtingen met het oog op toekomstige partnerschappen met
bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen;
verzoekt de regering deze nadere uitwerking in ieder geval te betrekken
bij haar reactie op het AIV-briefadvies Toekomst van
Ontwikkelingssamenwerking,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Van Ark en
Bamenga.
Zij krijgt nr. 242 (36180) (#9).
De heer Stoffer (SGP):
Dan heb ik nog een tweede motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een veilige en stabiele gezinsomgeving en de
betrokkenheid van vaders essentieel is voor de bescherming van vrouwen
en kinderen en het terugdringen van geweld;
verzoekt de regering om in de aangekondigde beleidsuitwerking op
vrouwenrechten en gendergelijkheid expliciet aandacht te besteden aan
gezinsversterking en ouderschapsprogramma's als preventieve aanpak voor
de bescherming van vrouwen en kinderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.
Zij krijgt nr. 243 (36180) (#10).
Dank u wel. Dit leidt tot een vraag van mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik zou de heer Stoffer graag willen vragen of mijn naam ook onder de
eerste motie mag. U weet dat mijn hart ook harder gaat kloppen van de
Dutch Diamond.
De heer Stoffer (SGP):
Heel graag. Het was mijn omissie dat ik zo laat was met de moties,
waardoor ik het niet meer fysiek kon vragen. Dank u wel. Dat doen we
graag.
De voorzitter:
Ook op dit punt wordt mevrouw Van Ark helemaal bediend. Wilt u nog even
blijven staan, meneer Stoffer? Mevrouw Dobbe heeft een vraag.
De heer Stoffer (SGP):
Ze mag er ook bij.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb nog een verduidelijkende vraag bij de laatste motie. Wat bedoelt
de heer Stoffer met "een preventieve aanpak voor vrouwen en kinderen"?
Ik geloof dat hij dat zei. Wat bedoelt hij daarmee?
De heer Stoffer (SGP):
In principe gewoon goede zorg, zodat we voorkomen dat er allerlei
kwalijke dingen gebeuren. Je ziet dat vrouwen en kinderen natuurlijk
heel vaak de zwakke kant zijn van de samenleving. Dat is niet zo in onze
samenleving, gelukkig. Tenminste, dat hoop ik niet. Maar dat is wel zo
in grote delen van de wereld. Mijn punt is dat we daar aandacht voor
moeten hebben.
De voorzitter:
Dit antwoord leidt tot een vraag van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het ging natuurlijk over de overweging dat de preventieve werking zou
zijn dat vaders en mannen bij het gezin blijven. De inzet van het
Nederlands kabinetsbeleid zou moeten zijn: ervoor zorgen dat vaders en
mannen bij het gezin blijven, als onderdeel van een
vrouwenrechtenagenda. Is dat het punt van de SGP-motie?
De heer Stoffer (SGP):
Mag ik heel even de exacte formulering nog een keer benoemen? Nu wordt
het heel onduidelijk.
De voorzitter:
Het wordt allemaal steeds gekker, meneer Stoffer. We gaan zo ook nog
naar de appreciatie van de minister luisteren. Die herhaalt 'm dan ook
nog eens. We kunnen hem even aankijken om te zien of hij de motie dan
nog even precies wil duiden.
De heer Stoffer (SGP):
Ik zal alleen de tweede motie even precies duiden.
De voorzitter:
Dat begrijp ik, maar zo gaan we normaal gesproken ook niet te werk. We
hebben al gekkere dingen gedaan vandaag.
De heer Stoffer (SGP):
Nee, voorzitter, excuus daarvoor, maar omdat er nu heel specifiek naar
wordt gevraagd …
De voorzitter:
Ik begrijp het.
De heer Stoffer (SGP):
Het gaat om de overweging die ik heb neergezet. "De betrokkenheid van
vaders is essentieel voor de bescherming van vrouwen en kinderen en het
terugdringen van geweld." Dat is de overweging. Dat is heel vaak zo.
Maar dat is niet het verzoek dat we doen. Dat is de overweging die we
hierin hebben staan.
De voorzitter:
U kunt allemaal iets van de overweging vinden, maar dat doet u dan bij
de afweging van het stemadvies.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mijn vraag is of het in het dictum, waarin het gaat over het
terugdringen van geweld, dus niet over huiselijk geweld gaat. Daarbij
zijn de vaders namelijk juist vaak de dader in de situatie. Over welk
geweld gaat het? Welk geweld wordt teruggedrongen door de aanwezigheid
van vaders en mannen? Ik probeer toch de heer Stoffer zijn logica te
volgen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik zeg: overwegende dat een veilige en stabiele gezinsomgeving en de
betrokkenheid van vaders essentieel is voor de bescherming van vrouwen
en kinderen en het terugdringen van geweld. Dat is iets wat toch vaak …
Ik bedoel, als er ergens wat gebeurt … Ik hoop dat het in Nederland niet
nodig is en dat het nergens nodig is, maar vaak zie je in delen van de
wereld wel dat het soms nodig is, dat je je gezin beschermt. Helaas, zeg
ik erbij. Het is heel kwetsbaar. Daar kunnen we het niet over eens
zijn.
De voorzitter:
Dit is de reactie van de heer Stoffer. We gaan luisteren naar de
appreciatie van de minister. Vervolgens maakt u uw mind op voor de
stemming. We hebben nog één spreker in deze eerste termijn aan de zijde
van de Kamer.
De heer Stoffer (SGP):
Ik hou de motie er even bij, voordat ik nog een hele moeilijke vraag
krijg.
De heer Bamenga (D66):
Ik wilde alleen maar vragen of ik ook onder de Dutch Diamond-motie
mag.
De heer Stoffer (SGP):
Uiteraard, dank u wel.
De voorzitter:
Meneer Bamenga is de een-na-laatste spreker. Ik had het net over de
eerste termijn, maar er is maar één termijn in een tweeminutendebat. De
laatste spreker in dit tweeminutendebat is de heer Van Baarle. Hij doet
dat namens DENK. Ik nodig hem uit om zijn bijdrage te doen.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet-Jetten volgens de Kamerbrief van 18
september voornemens is om een bijdrage te leveren om 1.750 medische
evacués uit Gaza te helpen, terwijl uit de Kamerbrief van 2 oktober 2025
blijkt dat destijds is ingezet op het helpen van meer dan 3.000 medische
evacués;
verzoekt de regering-Jetten om niet minder medische evacués uit Gaza te
helpen dan de regering-Schoof,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Dobbe en
Kröger.
Zij krijgt nr. 244 (36180) (#11).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ruim 18.500
patiënten in Gaza wachten op medische evacuatie;
overwegende dat ernstig zieke en gewonde patiënten uit Gaza zo spoedig
mogelijk toegang moeten krijgen tot levensreddende medische zorg;
overwegende dat het belemmeren van medische evacuaties een schending is
van het internationaal recht;
verzoekt de regering een pakket aan concrete sancties tegen Israël voor
te bereiden, in EU-verband en die Nederland zelfstandig kan treffen,
zodat deze onmiddellijk worden ingesteld indien Israël niet of
onvoldoende blijft meewerken aan medische evacuaties uit Gaza,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 245 (36180) (#12).
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot. Het feit dat we zo ontzettend veel mensen uit Gaza medisch
moeten evacueren en het feit dat Gaza totaal vernietigd is, heeft te
maken met de misdaden die gepleegd worden door de Israëlische regering,
de genocide. Daar moeten veel meer sancties op volgen. Daarom de
volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de volledige regering-Netanyahu tot persona non
grata te verklaren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 246 (36180) (#13).
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de bijdrage van de
zijde van de Kamer. Ik kijk even naar de minister. Zullen we gewoon om
20.00 uur rond terugkomen voor de beantwoording van de minister?
De vergadering wordt van 19.49 uur tot 19.59 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. We gaan luisteren naar de reactie van de minister
op de ingediende moties in het tweeminutendebat Beleidsbrief
Buitenlandse Zaken. De minister.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank u wel. Misschien allereerst in reactie op de vraag van
het lid Maes over een Kamerbrief over de humanitaire hulp met betrekking
tot Afghanistan en de andere vragen die zij stelde: dat zeg ik graag
toe. Ik zie ook wel de meerwaarde ervan om de Kamer weer een stand van
zaken te geven van de Nederlandse inzet op Afghanistan. Ik kan me ook
voorstellen dat dat van belang is voor de diverse hulporganisaties. Dus
dat zullen wij doen.
Voorzitter. De motie op stuk nr. 234: die ontraden we met verwijzing
naar het debat.
De motie op stuk nr. 235 van mevrouw Dobbe is ontijdig. Ik heb in het
debat verwezen naar de begrotingsbehandeling. Die is ook ongedekt. Dus
in dat geval moet ik 'm ontraden.
De motie op stuk nr. 236 van Dobbe en Van Baarle: oordeel Kamer. Wij
delen die inzet zeer.
De motie op stuk nr. 237 van Dobbe en Van Baarle: ook oordeel Kamer. Die
inzet delen wij ook zeer.
De motie op stuk nr. 238 van Dobbe en Van Baarle moet ik ontraden. De
MFK-onderhandelingen zijn gaande en ik kan niet vooruitlopen op dit
soort percentages. Het MFK moet ook een flexibel instrument zijn. Als we
dat helemaal dichttimmeren, dan wordt de inzet lastig.
De motie op stuk nr. 239 van mevrouw Van Ark: oordeel Kamer. Ik zal dat
meenemen in de beleidsreactie op het AIV-advies over de toekomst van
ontwikkelingssamenwerking.
Dan de motie op stuk nr. 240 van de heer Hoogeveen. Daar heb ik even
over getwijfeld, moet ik zeggen. Ik begrijp wat de heer Hoogeveen wil,
maar ik wil er ook iets bij zeggen. Zij krijgt oordeel Kamer, omdat wij
ook zien dat de vrijhandel van enorm belang is voor het behoud van de
Nederlandse economie. Tegelijkertijd zeg ik hem dat zij niet zo
uitgelegd kan worden dat wij de instrumenten die de heer Hoogeveen noemt
niet zullen inzetten, omdat zich situaties kunnen voordoen waarin Europa
besluit, gelet op het enorme handelstekort met China, een miljard per
dag, dat zulke instrumenten nodig zijn. Als ik 'm zo mag uitleggen dat
dit onze inzet is en als dat kan binnen de dialoog met China: uiteraard.
Als de motie maar niet uitsluit dat zulke maatregelen nodig zouden
kunnen zijn, want dan moet ik 'm ontraden.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dat laatste, want het is ook echt bedoeld om ervoor te zorgen dat
Nederland, mocht hier een discussie over ontstaan in Europees verband,
wel aan de kant van de vrijhandelsgezinde landen gaat hangen en niet
meegaat in protectionisme.
Minister Sjoerdsma:
Laat ik het zo zeggen: Nederland beschermen, ja, protectionisme,
nee.
De voorzitter:
U bent het eens met die uitleg, dus de motie op stuk nr. 240 krijgt
…
Minister Sjoerdsma:
Oordeel Kamer.
De voorzitter:
… oordeel Kamer.
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik probeer dan toch dat lijntje tussen beschermen en protectionisme …
Dat is een continuüm, zou ik zeggen. Of niet? Hoe kijkt de minister
daarnaar? Dat is eigenlijk de vraag, toch? Ik probeer het even te
snappen. De minister neemt nu China als voorbeeld, maar er is toen ook
gesproken met Trump, die bepaalde maatregelen nam, waarop Europa zei:
dan moeten we de … Hoe heet dat ook alweer? Nou ja, het had een naam,
wat we moesten inzetten.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, heeft u een vraag aan de minister?
Mevrouw Kröger (PRO):
Ja, sorry, ik heb een vraag: waar ligt voor de minister de grens tussen
beschermen en protectionisme?
Minister Sjoerdsma:
Ik weet niet of ik mijn nagelschaartje heb meegenomen om het precieze
lijntje daartussen te knippen, maar ik ga proberen om het zo te
formuleren: je beschermt jezelf tegen oneerlijke concurrentie en met
protectionisme probeer je je eigen industrie op oneerlijke wijze een
voordeel te geven. Daar ligt de grens.
Voorzitter. De motie-Hoogeveen op stuk nr. 241 ga ik ontraden. Ik snap
zijn streven om zo veel mogelijk voordeel uit die verdragen te halen —
dat deelt het kabinet zeer — maar het zou zonde zijn om alle
nevenwerking die er is op het gebied van duurzame ontwikkelingsdoelen en
arbeidsnormen overboord te gooien. Dat is ook helemaal niet nodig, wat
het kabinet betreft.
De motie op stuk nr. 242 van de heer Stoffer, mevrouw Van Ark en ook de
heer Bamenga, begreep ik inmiddels, krijgt oordeel Kamer.
De motie-Stoffer op stuk nr. 243: ontraden. Ja, mannen en jongens hebben
een belangrijke rol in het tegengaan van geweld tegen vrouwen, maar ik
en het kabinet vinden het niet wenselijk om te sturen op de rol van het
gezin en het ouderschap bij het bereiken van onze beleidsdoelstellingen,
zoals de heer Stoffer in zijn motie suggereert.
De motie op stuk nr. 244 van de heer Van Baarle, mevrouw Dobbe en
mevrouw Kröger. Ik laat de considerans even voor wat die is. In alle
eerlijkheid herken ik die cijfers helemaal niet. Gesteld dat het de
focus van dit kabinet is om zo veel mogelijk zieke en gewonde kinderen
uit Gaza te helpen, krijgt de motie oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 245. Ik snap de gedachte van de heer Van Baarle,
maar als we één ding willen bereiken, is het dat de meeste evacuaties
doorgaan. Ik denk daarom dat dit niet de maatregel is om op dit moment
in te zetten. Daarom wordt de motie ontraden.
Tot slot, de motie-Van Baarle op stuk nr. 146 wordt ook ontraden. Tegen
de heer Netanyahu staat een arrestatiebevel uit. Het Nederlandse kabinet
heeft twee ministers ge-png'd. Voor de rest wordt er nu Europees
geprobeerd om volgende stappen te zetten als het gaat over Israëlische
ministers.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 244. Die krijgt oordeel
Kamer. Ik ben daar heel blij mee. Ik vraag me af: als deze motie wordt
aangenomen, wat betekent dat dan voor wat deze minister gaat doen?
Minister Sjoerdsma:
Het betekent precies hetzelfde als wat ik al in het debat zei. Het
streven van dit kabinet is om zo veel mogelijk zieke en gewonde kinderen
uit Gaza te halen. De route die het kabinet daarbij kiest, gelet op het
welzijn van het kind en het streven om zo veel mogelijk van die 18.000
zieke patiënten die er zijn, waarvan heel veel kinderen, de hulp te
brengen die ze nodig hebben … Die inzet zetten we door. Die 250 van het
Nederlandse kabinet staan daar. De inzet van deze minister en de
minister van Buitenlandse Zaken om dat op te hogen naar 1.000 staat er
ook. Daarnaast is er nog inzet van het kabinet op opvang en
ondersteuning in Egypte en andere zaken. Die inzet kunt u dus van het
kabinet verwachten.
De heer Van Baarle (DENK):
Maar betekent dat dan ook dat als deze motie wordt aangenomen, de
minister dat ziet als een opdracht voor hem om meer medische evacuees te
helpen dan de 1.750 die in zijn brief worden genoemd? Los van dat de
minister zegt dat hij zich niet helemaal herkent in de aantallen, staat
wel vast dat in de brief van oktober '25 … Meer dan 3.000 is nog ruim
gezegd; volgens mij werden er bijna 4.000 medische evacuees genoemd.
Ziet de minister die opdracht voor zichzelf?
Minister Sjoerdsma:
Ik herken de cijfers waar de heer Van Baarle mee schermt niet. Ik zal
die brief een andere keer moeten lezen. Ik weet vrij zeker — dat is
volgens mij ook van het grootste belang — dat de inzet van dit kabinet
een hele andere is dan die van het vorige kabinet. Ik heb dat vanochtend
ook in het commissiedebat, waar we nu overigens niet over praten,
proberen uiteen te zetten. De inzet voor de medische ondersteuning in
Gaza, Egypte en Jordanië is ontzettend groot. Daarbovenop is er een
diplomatieke inzet die ziet op de toegang tot Gaza voor hulpmiddelen en
voor humanitaire hulporganisaties. Er is diplomatieke druk om het
herstel van de medische corridor tussen Gaza en de Westoever te
bewerkstelligen. Er is diplomatieke outreach om het programma dat
Jordanië en de Wereldgezondheidsorganisatie hebben helemaal te vullen.
Daar zit wel een maximum aan van 1.000, zeg ik tegen de heer Van Baarle.
Dat is wat Jordanië heeft toegezegd te willen doen. Dat is waar wij
proberen op de kortst mogelijke termijn te komen. Deze week is het reeds
51 boven op de 700 die al waren gelukt in het programma. Het programma
werkt en gaat goed, maar het is ook fragiel — dat heb ik vanochtend ook
gezegd — want voor al deze stappen is medewerking van Israël nodig.
De voorzitter:
Minister, ik heb even een kleine administratieve vraag over de
appreciatie van de motie op stuk nr. 235. U begon met de appreciatie
"ontijdig" en u eindigde met de appreciatie "ontraden". Ik hoor mevrouw
Dobbe zeggen dat hij "oordeel Kamer" bedoelde, maar ik denk dat u wil
vragen ...
Minister Sjoerdsma:
Ik vrees dat de ondertiteling van mevrouw Dobbe het niet gaat redden.
"Ongedekt" betekent "ontraden". Laat ik het daarbij laten. De motie op
stuk nr. 235 is ontraden, omdat die ongedekt is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 235: ontraden. Daarmee hebben we de appreciatie van
alle moties ontvangen. Ik kijk naar mevrouw Dobbe, die nog een vraag
voor u heeft.
Mevrouw Dobbe (SP):
Stel dat we van de motie op stuk nr. 235 zouden zeggen dat we het dekken
via de middelen op het gebied van post-militaire hulp die nog vrij te
besteden zijn. Dat is een dekking. Krijgt de motie dan oordeel
Kamer?
Minister Sjoerdsma:
Ik kan niet overzien of die dekking geldig is. Ik zou de motie dan het
oordeel "ontijdig" geven, omdat ik dit een besluit vind dat gevormd
wordt bij de begrotingsbehandeling. Daarbovenop zou ik willen zeggen dat
ik denk dat geld voor dat Jordaanse programma niet de bottleneck is, als
ik zie wat nu lukt met de coalitie die we aan het bouwen zijn. De 250
van Nederland is al opgerekt naar 600, dankzij de steun van andere
landen. Wij hopen de 1.000 snel te bereiken. We hopen dat echt zo snel
als mogelijk te doen. Maar dat is in dit geval meer afhankelijk van de
medewerking van Israël dan van de hoeveelheid geld.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, ik wil afronden. We gaan er bij de begroting wellicht
weer op door. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit
tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.