Algemene Financiële Beschouwingen (inclusief begroting Financiën en begrotingsstaat Nationale Schuld) antwoord 1e termijn + rest (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D48067, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-02 09:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-10-01 10:16: Algemene Financiële Beschouwingen (inclusief begroting Financiën en begrotingsstaat Nationale Schuld) antwoord 1e termijn + rest (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Algemene Financiële Beschouwingen
Algemene Financiële Beschouwingen
Aan de orde is de voortzetting van het debat over
de Algemene Financiële Beschouwingen,
en van de behandeling van:
de brief van de minister van Financiën d.d. 15 september 2026 inzake nota over de toestand van ’s Rijks Financiën (37020);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2027 (37020-IX).
(Zie vergadering van 30 september 2026.)
De voorzitter:
Aan de orde is de voortzetting van de Algemene Financiële Beschouwingen,
het antwoord in de eerste termijn van de zijde van het kabinet en de
rest. Er zijn nog steeds zeventien sprekers van de zijde van de Kamer en
twee sprekers van de zijde van het kabinet. Ik wilde de minister van
Financiën het woord geven, maar ik zie mevrouw Beckerman staan. Mevrouw
Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, niet voor een interruptie maar voor een verzoek. Ik heb
gister aangekondigd dat wij graag een stemming willen over het niet
indexeren van het eigen risico. Dat heeft haast; het is vandaag 1
oktober. Daarom wil ik de collega's om steun vragen om vandaag over
enkel dat voorstel te stemmen. Wij kunnen dat gewoon fractiegewijs doen.
Dat heeft onze grote voorkeur.
De voorzitter:
Dan moet ik u wel streng en bevoogdend toespreken en zeggen dat dit type
verzoeken eigenlijk op de dinsdag bij de regeling van werkzaamheden al
kenbaar dient te worden gemaakt en te worden gedaan, omdat fracties zich
moeten kunnen voorbereiden, maar ook omdat dit nogal wat vraagt van de
Kamerorganisatie.
Mevrouw Beckerman stelt dus voor om vandaag over één motie fractiegewijs
te stemmen na afloop van de behandeling. Ik wil eigenlijk horen hoe
daarover gedacht wordt en of daar voldoende steun voor is.
De heer Ergin (DENK):
Steun, voorzitter.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, ik steun dat. Het kan ook in de schorsing.
De heer Vermeer (BBB):
Steun.
De heer Stultiens (PRO):
Steun. Van mij mag dan ook de hele stemmingslijst van dit debat, maar
ook steun voor dit verzoek.
De voorzitter:
Nee, even scherp: het voorstel gaat nu over een motie van mevrouw
Beckerman.
De heer Stultiens (PRO):
Dat steun ik.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Steun.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Geen steun.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Steun.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Geen steun.
De heer Oosterhuis (D66):
Geen steun.
De heer Hoogeveen (JA21):
Geen steun.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Steun.
De voorzitter:
75.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, normaal voel ik echt voor uw bevoogdende woorden, maar mijn
fractie heeft tweemaal geprobeerd dit via de hele nette route van een
interpellatie te doen. Dat is niet gelukt. Daarom vragen we dit hier. Ik
reken echt op uw collegialiteit om een stemming te kunnen houden. Het
gaat om één motie, fractiegewijs. Zo moeilijk is het niet.
De voorzitter:
Ja, maar ik zie dat 75 leden voor zijn. Dat is niet de meerderheid en we
stemmen fractiegewijs op basis van aanwezigheid in de zaal. Ik
constateer en concludeer dus dat er nu onvoldoende steun voor is.
Meneer Ergin, een ander verzoek?
De heer Ergin (DENK):
Ja, voorzitter, een ander informatieverzoek. We kregen gisteren een
tabel van de minister over indicatieve besparingsopgaven. Vrijwel
direct, gisteravond nog, zei de minister van Onderwijs dat zij die
indicatieve bezuinigingen niet ziet gebeuren. Ik zou dus graag de
invulling ontvangen van de tabel die we gisteren hebben gekregen: hoe
komen ze nou uit op de percentages die daar nu staan?
De voorzitter:
Dat is een informatieverzoek. Dat geleiden we dus formeel door. We
hebben ook dit debat. U kunt daarover dus ook het debat voeren met de
minister van Financiën, maar u doet een informatieverzoek en dat zullen
we doorgeleiden. Ik neem aan dat u dat tegemoet zult zien.
Meneer Vermeer?
De heer Vermeer (BBB):
Ja, voorzitter. Ik twijfel een beetje over hoe ik dit het beste in kan
kleden. We hebben een brief gehad van het kabinet met allerlei
voorstellen, maar we hebben de bestaande wetten voor ons liggen, terwijl
die allemaal onderling verband met elkaar hebben. Ik weet niet of de
minister straks in zijn verhaal terug gaat komen op het proces en hoe
hij dat allemaal voor zich ziet. Anders zou ik daar een brief van het
kabinet over vragen.
De voorzitter:
Ik denk inderdaad dat we …
De heer Vermeer (BBB):
Gewoon in het debat?
De voorzitter:
Ja, we hebben voldoende ruimte. Er is ook ruimte voor interrupties. Ik
denk dat u, als ik gisteren goed heb geluisterd en het goed heb gezien,
er allen heel wel toe in staat bent om het kabinet daar scherp op te
bevragen.
De (algemene) beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister van Financiën. Ik stel voor dat hij de
gelegenheid krijgt om even zijn inleiding af te ronden. Daarna is er —
dat beloof ik u — ruimschoots ruimte voor interrupties. Het woord is aan
de minister van Financiën.
Minister Heinen:
Voorzitter. Dank ook voor alle vragen die zijn gesteld vanuit de zijde
van uw Kamer. Voordat ik naar de beantwoording ga en schets in welke
blokjes ik de beantwoording in het debat zal proberen te structureren,
heb ik inderdaad een paar inleidende woorden.
Het was namelijk mevrouw Beckerman van de SP-fractie die mij ook wel
raakte met haar bijdrage in de eerste termijn. Ze begon haar inbreng
namelijk niet met wat ons verdeelt, maar zocht naar wat ons verbindt. Zo
wees zij erop dat wij beiden een kind zijn van de vroege jaren tachtig.
Ze benoemde dat haar fractievoorzitter bijna een kindje krijgt en dus
ook een jonge vader wordt: een kleine Jimmy. Dat is natuurlijk prachtig
en ik hoop voor vader Jimmy dat de baby niet net zoveel zal schreeuwen!
Ik heb in ieder geval tijdens het debat gisteren — u zag dat ik bezig
was op mijn iPad — een heel klein megafoontje van Brandweerman Sam
gekocht. Dat zal ik zodra dat binnen is, komen brengen; dat kost een
paar dagen. Dan hoop ik dat hij daar veel plezier mee heeft.
Voorzitter. Mevrouw Beckerman vroeg zich in haar inbreng ook af in welke
wereld kleine Jimmy zal opgroeien. Precies die vraag stelde ik ook in
mijn maidenspeech, toen ik daar, achter het spreekgestoelte, stond als
Kamerlid en zelf net vader was geworden. Het is inderdaad waar dat als
je vader wordt, je kijk op de wereld verandert. Zo kwam ik erachter dat
niet alles wat waarde heeft in het leven te berekenen valt, dat je
feilloos wordt geconfronteerd met je eigen karaktereigenschappen en hoe
ongelofelijk irritant het is als je de hele dag "nee" hoort. Het is
waar: je stelt jezelf inderdaad continu de vraag in welke wereld je
kinderen opgroeien.
Voorzitter. Gisteren heb ik ook even opgezocht wat nou eigenlijk de
gemiddelde leeftijd in dit parlement is. Weet u dat? U zegt: 42. U bent
dichtbij. Het is 45 jaar. Tenminste, dat is het geval volgens AI. Daar
maken we dan schijnbaar gebruik van; dat ontkennen we allemaal! We zijn
dus allemaal kinderen van de vroege jaren tachtig. Daarmee zijn wij ook
bevoorrecht, want wij mochten onze jeugd doorbrengen in de jaren
negentig, een tijd direct na de val van de Muur. De vrijheid had
overwonnen. De grenzen gingen openen. Europa verenigde zich. Een
ongekende welvaartsgroei was het gevolg.
Hoe anders is de wereld van nu. Bij de aanbieding van het koffertje wees
ik er al op: onze veiligheid staat onder druk. Onze toekomstige welvaart
is minder vanzelfsprekend en de wereld om ons heen verandert snel. De
opgaven waarvoor Nederland staat, zijn groot en gaan ons allemaal aan,
want of het nu gaat over onze veiligheid, onze zorg, ons onderwijs of de
kansen die we volgende garanties willen geven, het staat of valt met de
kracht van onze economie. Die kracht zijn we aan het verliezen. Onze
bevolking vergrijst. Onze productiviteit groeit te langzaam. We
investeren te weinig en blijven achter. De internationale concurrentie
wordt harder. Dit voelen we allemaal in onze portemonnee.
Voorzitter. Voor de toekomst van kleine Jimmy maar ook die van kleine
Heinen moeten we samenwerken om grote uitdagingen aan te kunnen. We
moeten onze welvaart centraal stellen; dat is een gemeenschappelijk doel
en een nationale opdracht voor onszelf. We zullen moeten investeren. We
zullen moeten hervormen en zullen internationaal beter moeten
samenwerken. Daar zijn moeilijke keuzes voor nodig. In de Miljoenennota
presenteren we die.
Bij de Politieke Beschouwingen kwamen drie thema's naar voren waarop de
Kamer aangaf dat de begroting aangepast moest worden. Het ging om de
begroting van SZW en meer specifiek de samenwerking tussen werkgevers en
werknemers, het Belastingplan en meer specifiek box 3, en de
lastenverlichting en meer specifiek de vormgeving van het
koopkrachtpakket. Langs deze drie scharnierpunten is de begroting ook
aangepast, op basis van alle gesprekken die ik met de premier samen en
met uw Kamer heb gevoerd.
Voorzitter, ik ga naar de afronding. Ik voel daarbij een grote
persoonlijke verantwoordelijkheid. Met alleen nee zeggen of vasthouden
aan het eigen gelijk kom je niet verder. We zullen compromissen moeten
sluiten. Dat geldt ook voor mij. Ik ben er namelijk van overtuigd dat de
werkgevers en werknemers samen om de tafel moeten om te komen tot
noodzakelijke hervormingen. Ik kies er dus voor om die ruimte te maken,
ook als dat betekent dat bezuinigingen even geparkeerd worden. Ik ben er
ook van overtuigd dat box 3 eindelijk eens opgelost moet worden, om ons
investeringsklimaat te verbeteren en om spaargeld eerlijker te belasten.
Ik kies er dus voor om dit op te lossen, ook als dat betekent dat ik
daar veel kritiek op zal ontvangen omdat de rekening ergens heen moet.
Ik zie dat de koopkracht onder druk staat en dat dat ons allemaal raakt.
Ik kies er dus voor om de rek in de begroting op te zoeken en de
koopkracht van werkenden te verbeteren, wetende dat uw Kamer er
natuurlijk op zal wijzen dat het niet genoeg is.
Voorzitter. Dit waren gisteren ook de drie grote thema's in de eerste
termijn van uw Kamer bij de Financiële Beschouwingen: het sociaal
akkoord en de dekking daarvan, box 3 en specifiek het effect op kleine
spaarders, en de koopkracht als gevolg van de lastenontwikkeling. Bij
deze drie thema's wil ik in mijn termijn uitvoerig stilstaan. Ik zal de
gestelde vragen langs vier onderwerpen beantwoorden, te beginnen bij de
economie en de overheidsfinanciën. Daarbij zal ik ook het sociaal
akkoord behandelen. Daarna ga ik in op de inkomsten, en dan specifiek
box 3 en de koopkracht. Uiteraard zal de staatssecretaris alle vragen
tot in detail beantwoorden. Vervolgens ga ik in op de uitgaven, en
daarna waren er nog een paar overige vragen van de heer Dassen over AI!
Die zal ik ook beantwoorden.
Voorzitter. Ik ga beginnen bij het onderwerp economie en
overheidsfinanciën.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Deze minister heeft het over de koopkracht en de burgers. In mijn
termijn had ik het ook over het feit dat 40% van de Nederlandse gezinnen
de rekeningen niet kan betalen. Deze minister en dit kabinet doen niets
voor de mensen en de koopkracht. De vraag aan deze minister is: waarom
heeft dat zo'n lage prioriteit? U heeft het over van alles en nog wat,
maar niet over het feit dat de mensen in Nederland hun rekeningen niet
kunnen betalen. De energierekening, de benzine, het eigen risico: het is
allemaal niet meer op te brengen en ik hoor u daar helemaal niet
over.
Minister Heinen:
Nou, ik ga daar uitgebreid bij stilstaan. Dan zal ik u bijvoorbeeld
vertellen dat we 2,5 miljard investeren in de benzineaccijns, dat we de
onbelaste reiskostenvergoeding verlagen naar aanleiding van het eerdere
koopkrachtpakket, dat we de vrachtwagenheffing verlagen en dat we de mrb
voor bestelbusjes verlagen. Ik kom over al die dingen te spreken, maar
dat doe ik bij het tweede onderwerp, de inkomsten.
De voorzitter:
En net als gisteren spreken we via de voorzitter en zijn interrupties
kort en bondig.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Deze minister doet niets aan de koopkracht. Hij noemt nu een paar
dingetjes op, maar alle mensen in Nederland staan in de min als het gaat
om de koopkracht. Kijk naar de koopkrachttabelletjes. Het is -0,1%,
-0,2% … Iedereen staat in de min, terwijl mensen snakken naar een beetje
lucht in de portemonnee. Het is een feit dat deze minister de verkeerde
keuzes maakt, want hij maakt wél 9 miljard over aan Oekraïne en hij
maakt wél 6,5 miljard over aan Afrika. Over een asielstop heb ik het nog
niet eens gehad. Die tsunami van gelukszoekers kost ons in Nederland elk
jaar meer dan 9 miljard. Dat laat u allemaal gebeuren en u laat de
mensen die hun boodschappen niet kunnen betalen gewoon in de steek.
Minister Heinen:
De heer Van Dijck kan dit nog een keer vertellen als we bij dit
onderwerp komen. Dan gaan we er uitgebreid bij stilstaan. Dan zal ik ook
het koopkrachtpakket toelichten dat het kabinet heeft vormgegeven. Ik
heb net al wat elementen genoemd. Onderdeel daarvan is ook dat de
koopkracht van werkenden relatief het meeste stijgt. Die stonden
inderdaad het meest in de min. Dat zagen we als kabinet ook. Daarom
hebben we ook een fors koopkrachtpakket gepresenteerd, waardoor de
relatieve stijging het grootst is voor werkenden. We zien inderdaad dat
het onder druk staat. We komen bij het blokje economie en
overheidsfinanciën nog te spreken over waar dat nou het gevolg van is.
Er is namelijk wel wat aan de hand in de wereld. Dat is heel heftig en
daar moeten we ook even bij stilstaan met elkaar. Dus dit is een goed
onderwerp en het is goed dat u dit naar voren brengt, maar we komen daar
nog uitgebreid op terug.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Er is wat aan de hand in de wereld? Er is wat aan de hand in Nederland.
We zagen vorige week dat er weer 900 asielzoekers aan de deur kloppen.
Elke week weer! Maar u verrekt het om een asielstop aan te kondigen. U
verrekt het om die geldkraan naar Oekraïne dicht te draaien. Laat Spanje
eens een keer wat doen. Die doen niks in Oekraïne, terwijl wij maar
moeten schuiven, schuiven, schuiven. Natuurlijk moet er geld naar
Oekraïne, maar waarom moet Nederland alles doen en doen Spanje,
Frankrijk en Italië nauwelijks iets? En dan ook nog Afrika. Dit kabinet
doet niks voor de burgers en daarom kan het het beste zo snel mogelijk
weg.
Minister Heinen:
We zijn het erover eens dat de asielinstroom naar beneden moet. Ik vind
het jammer dat we niet meer gezamenlijk in een kabinet zitten waarin we
daar gezamenlijk aan konden werken. Daarin heeft u een andere afweging
gemaakt.
De voorzitter:
Daarin heeft "de heer Van Dijck" een andere afweging gemaakt.
Minister Heinen:
De heer Van Dijck, excuus, voorzitter. Ik ben wel dankbaar voor het feit
dat u in dat kabinet ook stond voor de steun aan Oekraïne, ook in ons
eigen nationale veiligheidsbelang.
De heer Dassen (Volt):
Gisteren waren de techbaronnen weer bij Trump. Zij zijn in onze economie
steeds meer verantwoordelijk voor wat er gebeurt. Wij zijn steeds
afhankelijker van hen. De minister geeft aan dat hij het gaat hebben
over economie, inkomsten en uitgaven. Bij het kopje overig komt hij op
AI. Ik wil hem toch uitdagen om te kijken of hij AI ook in die andere
onderwerpen mee kan nemen, want dat gaat namelijk heel bepalend zijn
voor onze welvaart de komende jaren. Kan de minister daarop ingaan?
Minister Heinen:
Zeker. Ik zal het onder andere, om maar een voorbeeld te noemen, ook
hebben over hoe we de overheid zelf willen hervormen. Daarin speelt AI
ook een belangrijke rol en ik zal ook wat voorbeelden noemen van hoe wij
dat toepassen. We denken daarmee naar een slagvaardige overheid te
komen. Het heeft ook macro-economische gevolgen; daar ben ik het
helemaal mee eens. Dus laten we inderdaad kijken hoe we dat kunnen
betrekken bij het eerste onderwerp, namelijk economie en
overheidsfinanciën. Maar ik probeer het debat een beetje te
structureren. Er zijn veel vragen op verschillende deelonderwerpen
gesteld. Die behandelen we dan altijd in het blokje overig en dat doen
we op het einde, maar daar kunt u niet uit afleiden dat het minder
belangrijk is. Sterker nog, vaak komt dan juist de rust wat meer terug
in het debat zodat we ook echt op de inhoud over deze onderwerpen kunnen
spreken.
De heer Dassen (Volt):
Ik vind het goed om te horen dat de minister daar dadelijk serieus naar
kijkt. Tegelijkertijd denk ik dat een van de grote problemen is dat wij
als Tweede Kamer AI nog als een los onderwerp zien. We zouden dat niet
meer als los onderwerp moeten zien. Ik wil de minister uitdagen om er op
die manier naar te gaan kijken. Het is goed dat we aan het einde op
specifieke vragen over AI ingaan, maar ik hoop dat de minister AI in
zijn beantwoording mee zal nemen, indachtig wat er op dit moment gebeurt
en indachtig dat we onze welvaart willen behouden.
Minister Heinen:
Zeker. Het is heel goed dat de heer Dassen hier aandacht voor vraagt.
Als ik vanuit mijn functie op het internationale toneel mag acteren,
bijvoorbeeld bij de G20 of het IMF, dan merk ik hoe dit onderwerp speelt
op andere continenten. In Europa zien we dit gebeuren, maar we lijken er
soms een beetje als toeristen naar te staan kijken. Dat baart wel zorgen
als je ziet in welke race vooral het Noord-Amerikaanse continent en het
Aziatische continent, meer specifiek de Verenigde Staten en China,
verwikkeld zijn en welke ontwikkelingen er plaatsvinden. Ik wijs ook op
de veiligheidsrisico's die hieraan zitten. Als ik dat naar de nationale
situatie vertaal, bijvoorbeeld naar de financiële sector en de
dreigingen die daarop afkomen, naast de kansen, dan moeten we dit als
Europeanen niet onderschatten. Dat dreigt wel te gebeuren, dus ik vind
het heel goed dat de heer Dassen daar aandacht voor vraagt. Dit is een
heel groot onderwerp. De toekomst waar we het net over hadden, die van
de kleine Jimmy en de kleine Heinen, zal hierdoor fundamenteel
veranderen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Eens. Daar zit natuurlijk ook mijn grote kritiek op de Miljoenennota die
voorligt, namelijk dat AI daarin een voetnoot is en dat er amper geld
voor beschikbaar wordt gesteld. Ik hoop dus dat de minister daar
dadelijk serieus op ingaat. Het probleem is inderdaad dat er in de VS en
China massaal wordt geïnvesteerd — dit jaar 2,6 biljoen — terwijl dat in
Nederland amper wordt gedaan. Het wordt op die manier steeds moeilijker
om die zorgwekkende achterstand in te halen.
Minister Heinen:
In die zin maak ik ook een vergelijking. Ik verwees er net naar dat wij
hier in het parlement eigenlijk allemaal kinderen zijn van de vroege
jaren tachtig en onze jeugd in de jaren negentig hebben mogen
doorbrengen. Dat was ook de tijd van de opkomst van het internet. Ik
weet het nog. Ik ben zelf met een studie informatica begonnen. Toen had
iedereen wel iets over het internet gehoord. In het bedrijfsleven, in de
boardroom, werd gezegd: we moeten iets met het internet; bouw mij een
website. Daar werd toen goed geld mee verdiend. Ik heb toen ook veel
stages mogen lopen bij verschillende bedrijven waar dat allemaal werd
vormgegeven. Maar toen was iedereen ook zoekende. Iedereen zag dat dit
een nieuwe technologie was, maar wat betekende het nou? Daarmee kun je
niet zeggen: we moeten investeren in het internet. Het is er en het zal
een bepalende technologie zijn die in de haarvaten van de economie zit.
Daarom is het ook niet zo eenduidig te duiden: er is niet één potje AI
waar ik 50 miljoen in stop en dan is het opgelost. Dat vraagt u ook
niet. Het is een veel breder vraagstuk en het is doorweven in alle
beleidsvraagstukken die wij met elkaar behandelen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Gisteren hebben we kunnen constateren dat de begrotingen, de uitgaven,
zich in rustiger vaarwater bevinden dan het Belastingplan. Het is goed
als we vandaag het debat over de band van de inhoud gaan voeren. Ik kon
mij dus ook echt wel herkennen in de vier blokjes van deze minister,
maar ik miste wel een vijfde blokje: wat is het pad van de minister, de
choreografie, richting een meerderheid voor het Belastingplan? Zo
meteen, in de tweede helft van oktober of begin november, spreken we met
deze staatssecretaris over het Belastingplan, maar deze minister heeft
daar ook een verantwoordelijkheid in. Hij begon over Brandweerman Sam.
Mijn vraag aan deze Brandweerman Sam is: hoe gaat hij de
belastingplanbrand blussen?
Minister Heinen:
Laten we het in de eerste plaats niet zelf in de fik steken, zou ik
zeggen. Wij hebben veel gesprekken gevoerd met elkaar. Op basis van al
die input hebben we een nieuw voorstel gedaan. Ik zag gebeuren dat we
eindeloos blijven praten en uiteindelijk niemand de uiteindelijke stap
wil zetten om een akkoord te geven. Ik heb dus gezegd: ik ga nu iets
neerleggen dat het debat naar de inhoud dwingt. We zijn veel te lang
bezig — dat ligt niet aan de heer Grinwis, want hij is het met mij eens
— met links, rechts, "de ander is stom" en "ik wil niet samenwerken".
Het is van een niveau waarvan ik denk: dit land moet verder, maar op
deze manier zitten we vast. Ik probeer ook doorbraken te bereiken. Ik
heb dus iets neergelegd en daarmee neem ik ook een risico. Ik weet dat
ik hiermee ook publiekelijk kritiek in ontvangst sta te nemen. Er zijn
ook adviseurs geweest die hebben geadviseerd dat niet te doen. Die
zeiden überhaupt: raak box 3 niet aan; doe het zoals uw voorgangers, met
plakwerk, en schuif het door, want het is een heftig thema. Ik heb
gezegd: dat ga ik niet doen; ik ga het oplossen.
Twee. Het advies was ook: blijf praten totdat je een handtekening hebt.
Toen heb ik gezegd: dan blijven we praten tot december; het land zit
vast en mensen willen oplossingen, dus ik ga iets forceren, ik ga iets
neerleggen op basis van alle gesprekken. Ik begrijp heel goed dat
partijen vervolgens zeggen dat ze nog aanpassingen willen. Ik kom daar
straks uitgebreid over te spreken. Ik heb u goed gehoord. Laat mij daar
uitvoerig bij stilstaan. Maar ik vind dat we het debat langs de inhoud
moeten voeren. Daar begint het mee.
De Financiële Beschouwingen zijn een belangrijk onderdeel van dit
traject. Daarna volgt het Belastingplan. Vanuit het kabinet zullen er
nog aanpassingen moeten plaatsvinden. Dat is helder. Nogmaals, daar zal
ik straks op ingaan. Aan de zijde van uw Kamer zullen moties en
amendementen ingediend worden. Zo werken we, stap voor stap, aan een
breed draagvlak. Ik ben nog steeds optimistisch dat we op 12 november
met elkaar voor het Belastingplan kunnen stemmen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De heer Heinen had een heel mooi verhaal over welke toekomst wij voor
ons zien voor onze kinderen. Daar ben ik de laatste tijd ook veel mee
bezig.
Minister Heinen:
Waarvoor de felicitaties.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Wat ik daar toch in mis, is het volgende. We hebben de afgelopen zomer
ook de economische gevolgen gezien van het klimaat. Er was 9 miljard aan
productiviteitsverlies. Dat gaat alleen maar toenemen als we niet
voldoende maatregelen nemen. Dat komt niet op ons bordje; dat komt juist
op het bordje van de jongere generatie, van onze kinderen. Mijn vraag is
dus: hoe weegt de minister het belang van het klimaat en van voldoende
maatregelen? Ik heb hem er namelijk niet over gehoord.
Minister Heinen:
Ik kom hier nog over te spreken. Ik was nog bij mijn introductie. Om
deze vraag specifiek te beantwoorden: mevrouw Teunissen heeft gewoon
gelijk. Ik denk dat we deels allemaal hebben genoten van een hele mooie
zomer en deels ook gelijk de gevolgen hebben gezien van bijvoorbeeld de
droogte. We hebben gezien wat voor gevolgen dit heeft voor iets
praktisch als de infrastructuur. Ik besef heel goed dat het klimaat
anders is dan het weer. Je past beleid niet aan op basis van dagkoersen
en een warme zomer, maar er zijn wel patronen. We zien het klimaat
wereldwijd veranderen. We zien ook dat dat gevolgen heeft. We moeten dus
op twee borden schaken: we moeten internationaal acteren om de uitstoot
van fossiele brandstoffen te verminderen en we moeten werken aan
klimaatadaptatie, omdat we als Nederland, in alle eerlijkheid, niet
alleen het tij kunnen keren. Dat betekent dus ook dat we ons moeten
voorbereiden op die veranderende wereld. Ik ben daar zelf ook zeer
gepassioneerd over. Ik vind dat dat altijd betaalbaar en haalbaar moet,
omdat we het ook allemaal moeten meemaken met elkaar. Tegelijkertijd
mogen we het niet negeren, precies wat mevrouw Teunissen zegt, want we
hebben ook een grote verantwoordelijkheid richting de generaties na ons.
Zeker gezien ons beider persoonlijke situatie denk ik dat we ook
persoonlijk heel erg gemotiveerd zijn om de wereld beter achter te laten
dan hoe we die samen hebben aangetroffen. Hoe we dat doen, daarover
verschillen we politiek van mening, maar ik ben er wel van overtuigd dat
we in het democratische streven naar samenwerking en compromissen met
elkaar stappen kunnen zetten om precies dit vraagstuk met elkaar op te
lossen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De passie die ik bij de minister zie, is heel goed, maar als we dan
kijken naar de begroting, dan zien we nog steeds antiklimaatbeleid:
bijvoorbeeld 2 miljard naar de bodemloze put van Tata Steel, kernenergie
waar we nu totaal niks aan hebben en die een enorm dure maatregel is. De
verlaging van de vliegbelasting is heel duur. De accijnsverlaging op
fossiele diesel is heel duur. We zadelen dus de jongere generatie met
alles op. Mijn vraag aan deze minister is dus: wilt u dan de maatregelen
die echt antiklimaatbeleid zijn opnieuw op tafel leggen als er straks
verderonderhandeld wordt over de begroting?
Minister Heinen:
We zijn het dus eens over het doel; dat is al winst. Over de
instrumenten verschillen we natuurlijk politiek van mening. Laat ik er
een uitlichten. Mevrouw Teunissen noemt bijvoorbeeld kernenergie. Ik
denk dat deze cruciaal wordt voor het energieonafhankelijker worden en
voor het reduceren van het gebruik van fossiele brandstoffen. Ik zou
daar dus juist niet op in willen boeten. Sterker nog, ik zou de ambitie
op het vlak van kernenergie willen verhogen. Ik hoor vaak het argument
dat het zo lang duurt voordat die centrales gebouwd zijn. Elke dag dat
we dat zeggen, duurt het dus ook een dag langer. Het beste moment om een
boom te planten was twintig jaar geleden. Dan hadden we nu mooie bomen
gehad. Het beste moment om een kernenergiecentrale te bouwen is nu. Daar
moeten we echt mee aan de slag. Laten we nou elkaar vinden.
Ik denk dat we het erover eens zijn dat we het gebruik van fossiele
brandstoffen moeten reduceren, enerzijds omdat de uitstoot van
broeikasgassen evident leidde tot een veranderend klimaat en anderzijds
omdat we ook zien hoe afhankelijk zijn van die fossiele brandstoffen
mensen thuis in de portemonnee raakt. Dat kunnen we ontkennen, maar de
gevolgen die we nu allemaal in onze portemonnee voelen, hebben
rechtstreeks te maken met onze fossiele afhankelijkheid van het
buitenland. Dat raakt ook onze economie. Dat raakt breder ook ons
vestigingsklimaat en dus de welvaart van onze toekomstige generaties.
Daar moeten we echt wat mee. Vanuit welke visie je dit doet, is mij om
het even, maar we zijn het eens over het doel: we moeten
energieonafhankelijker worden. Ik ben van mening dat kernenergie daar
onderdeel van is. Laten we nou kijken hoe we dit pad samen kunnen
vormgeven.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Als we in blijven zetten op kernenergie, dan zijn we in 2040 nog voor de
helft afhankelijk van fossiel, dus dat is geen oplossing. Er ligt nu 14
miljard op de plank voor kernenergie. Er is geen bedrijf dat daarin wil
investeren. Het is een enorm dure maatregel en komt veel te laat voor
het klimaat. Ik roep de minister dus op echt te stoppen met die
schijnoplossingen en het vooruitschuiven van het klimaatprobleem, want
we zitten nu midden in een klimaatcrisis. Ik hoop echt van de minister,
ook vandaag, extra maatregelen te horen, die wel degelijk voldoen en wel
degelijk voldoende zijn, zodat we komende generaties niet opzadelen met
al die kosten en al die schadelijke gevolgen van de klimaatcrisis.
Minister Heinen:
Ik vind het al winst dat mevrouw Teunissen erkent dat als we inzetten op
kernenergie, we al voor de helft minder afhankelijk worden van fossiele
brandstoffen. Laten we nou de gezamenlijke energie vinden om ook de
andere helft af te bouwen. Dan zou ik echt inzetten op wind en zon. En
dan zal je ook altijd nog een stuk gas nodig hebben als back-up. Zo
bouwen we onze afhankelijkheid samen af.
De heer Flach (SGP):
Ik heb er waardering voor dat de minister en de staatssecretaris gekomen
zijn met een oplossing voor box 3. Ik ben wat minder tevreden over de
dekking en de maatvoering. Mijn vraag gaat over de inleiding van de
minister. Hij zei: ik ben gekomen met een compromis, ook op box 3. Maar
een compromis lijkt me gericht op een meerderheid, dat je een geste doet
richting de meerderheid. Maar iets verderop in die inleiding zei de
minister: ik heb iets geforceerd. Dat klinkt meer als een begin van een
gesprek. Mijn vraag is: is dit nou het compromis waarvoor de minister
een meerderheid hoopt te krijgen of het startbod waarmee hij in gesprek
wil met de Kamer?
Minister Heinen:
Dat is semantiek. Het belangrijkste is dat we het uiteindelijk met
elkaar eens worden. Daar dient dit debat ook voor. Met "forceren"
bedoelde ik dat ik gewoon een voorstel neerleg op basis van de
gesprekken die we hebben gevoerd waarvan ik proef dat er landingsgrond
zit, maar ook in de gesprekken die wij voorafgaand aan dit debat hebben
gevoerd, heb ik aangegeven dat er op parameterniveau natuurlijk nog
dingen moeten wijzigen, dat we dat ook zien. Maar we moeten starten met
de inhoudelijke discussie en stoppen met de discussie over wel of niet
met elkaar willen samenwerken. Ik dwing in die zin het parlement nu dus
ook om over de inhoud te spreken. Ik heb u gisteren goed gehoord. Ik zal
daar straks ook uitvoerig bij stilstaan. Wij hebben elkaar natuurlijk
ook nog afzonderlijk gesproken hierover. Ik weet ook waar de
gevoeligheden liggen aan de zijde van het parlement. Ik zal u straks ook
schetsen waar ik denk dat de oplossing kan liggen.
De heer Flach (SGP):
Dat is voor nu even voldoende. Ik kom er straks bij de behandeling
verder op terug.
De voorzitter:
De minister vervolgt.
Minister Heinen:
Voorzitter. Ik wil dan beginnen met het eerste onderwerp, economie en
overheidsfinanciën. Dat beschouw ik dan maar even om in te draaien met
elkaar, want ik denk we daarna, bij de inkomsten, het debat uitgebreider
zullen vervolgen. Daarnaast wil ik stilstaan bij de uitgaven. Dan is er
nog wat "overig", wat het hele palet van de rijksbegroting
beslaat.
Voorzitter. Ik begin bij de economie. Ik begin bij mevrouw Van Brenk.
Zij vroeg naar de kabinetsplannen op het gebied van economische groei.
Ik wil met deze vraag beginnen omdat ik dit een ontzettend belangrijk
thema vind dat ik ook bij de aanbieding van het koffertje als centraal
thema heb benoemd. Alles wat wij hier doen, of het nou gaat om onze
veiligheid, onze zorg, onze wegen of onze pensioenen, staat of valt met
de kracht van onze economie. Die staat onder druk. Dat moeten we
erkennen. De wereld beweegt zich in een ongelofelijk tempo; meneer
Dassen wees daar net ook al op. We zullen moeten acteren. We zullen op
drie niveaus moeten acteren.
Allereerst moeten de investeringen omhoog. Dat doen we onder andere door
de regeldruk te verminderen en door netcongestie aan te pakken. Het
stikstofdossier is een ander dossier waarvan het kabinet heeft gezegd
dat we het gaan oplossen, ook daar in het besef dat dit veel vraagt. Dat
zijn moeilijke keuzes en we moeten het samen met het parlement doen,
maar het moet wel gebeuren. Dat is er ook allemaal op gericht om weer
investeringen los te trekken in dit land. Daarnaast zullen we minder
moeten consumeren en meer moeten investeren op de rijksbegroting. Daar
zijn belangrijke hervormingen voor nodig. Dat is het tweede onderwerp.
Om investeringen zelf los te trekken, richt het kabinet een nationale
investeringsinstelling op en vullen we het Groeifonds weer. We richten
ook het NADI op, het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Zo
proberen we op het hele pakket van investeringen echt stappen te zetten
met elkaar.
Daarnaast moeten we hervormen. Dat kunnen we niet alleen. De
hervormingen die we moeten doen zijn groot. We zitten in een
vergrijzende situatie. Het arbeidsaanbod stokt en onze economische groei
staat onder druk. Onze productiviteit moet omhoog. Daar zijn
hervormingen voor nodig. Dat is niet leuk, maar het zal moeten. Dit
kunnen we niet alleen, dus dat moeten we doen met de werkgevers en de
werknemers. De werknemers hebben aangegeven zich zorgen te maken over de
toegankelijkheid van sociale voorzieningen. De werkgevers hebben gezegd
zich zorgen te maken over de betaalbaarheid van de voorzieningen. In dat
licht is onder andere loondoorbetaling bij ziekte genoemd. Ik heb ook
met de werkgevers gesproken. Zij hebben mij gevraagd: doe nou alles wat
je kunt om aan die tafel te komen. Zij hebben gezegd: wij zijn ervan
overtuigd dat we kunnen hervormen en dat dat misschien zelfs meer
oplevert dan u zich al had voorgenomen, maar geef ons die kans. Ik ga er
alles aan doen om die kans te bieden. We moeten samenwerken. Dat is niet
alleen het parlement, maar ook de samenleving. Ik zorg ervoor dat de
partijen aan tafel komen voor deze belangrijke hervormingen.
Een derde, laatste niveau waarop we moeten acteren is internationaal.
Dat zit op ons Europese continent, want dat is de interne markt. Ik heb
kopgroepen opgericht om in ieder geval de interne markt verder te
verdiepen als het gaat om de kapitaalmarktunie. We moeten dat doen bij
de bankenunie. Dit is allemaal weer in het licht van het lostrekken van
de investeringen en het bevorderen van economische groei. Dat zeg ik in
antwoord op de vraag van mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Een van onze zorgen heb ik nog niet gehoord in de adressering van de
minister. Nog niet zo lang geleden hebben we de keuze gemaakt dat wij
vooruitlopend wilden zijn op het gebied van klimaat, groene groei
enzovoort. Daar hebben we aardig de boot gemist. Daar is China veel
sneller en doet het veel meer. Hoe gaan we ervoor zorgen dat we de
volgende keer als wij met elkaar denken "deze kant moet het op", de boot
niet missen?
Minister Heinen:
Dit raakt de kern. Dat is een hele goede vraag. Gek genoeg heeft Europa
alles in huis om voorop te lopen. We hebben ontzettend goede
onderwijsinstellingen en goede wetenschappelijke instituten. We hebben
de beste onderzoekers. We hebben knappe koppen. Onze infrastructuur is
goed. We zijn hoogopgeleid. We spreken de talen en we zijn
internationaal verbonden. Hoe kan het toch dat elke innovatie niet hier
plaatsvindt maar in het buitenland? Dit is de kern. Dat heeft ermee te
maken dat de innovaties hier wel plaatsvinden, maar dat ze om door te
groeien vaak de oceaan overgaan, omdat daar het durfkapitaal is om te
investeren in die veelbelovende technologieën en bedrijven. Dat is een
van de onderwerpen die aan de zijde van het kabinet en in de coalitie is
gesignaleerd. Het gaat dan om het oprichten van een nationale
investeringsinstelling, om te voorkomen dat die veelbelovende bedrijven
… Die kunnen wel groeien en die vinden wel het kapitaal, maar niet in
Europa. In dat gat willen wij dus springen. Daarnaast zullen we op zo
veel meer terreinen moeten acteren om bedrijven hier te houden. Dan kijk
ik ook naar de regeldruk. Dan moet je ook kijken naar zaken als
netcongestie, vergunningverlening en lastendruk, die hier veel te hoog
is. Op al die borden zullen we moeten acteren, want we hebben alles in
huis om innovatie en groei hier te laten plaatsvinden.
Als ik internationaal spreek, kijken ze ons allemaal aan en zeggen ze:
"U heeft alles. Had ik maar wat u had. Mijn zorgen zijn dat ik de
mensen, branche, bedrijven, onderwijsinstellingen en infrastructuur niet
heb. U heeft alles, maar het loopt bij u weg omdat u het niet
binnenhoudt en dat doet u zelf." Zo wordt tegen mij gesproken. Dat
motiveert mij persoonlijk ongelofelijk om in de tijd dat ik hier deze
functie mag vervullen, er alles aan te doen om op deze drie onderwerpen
te acteren. Ga ik alles oplossen? Nee, maar ik ga geen dossier
vooruitschuiven en ik ga alle kritiek in ontvangst nemen. Ik ga liever
hier weg met ontzettend veel kritiek, maar met de wetenschap dat ik er
alles aan heb gedaan om dit op te lossen, dan dat ik hier een dag zonder
kritiek rondloop en alles heb doorgeschoven.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik word wel enthousiast van de minister die die drive heeft. Laat ik het
zo zeggen: de zorgen van 50PLUS zien niet alleen op Nederland, maar ook
op Europa. Het duurt wel even voordat Europa een keer wat besloten
heeft. Dat doen ze in andere landen wel even wat sneller, zeg ik
voorzichtig. Dus als daar ook de power die deze minister uitstraalt kan
komen, komt dat vertrouwen bij 50PLUS ook wel weer terug.
Minister Heinen:
Soms beginnen grote veranderingen met hele kleine persoonlijke relaties.
Zo was ik bij de G20 in Zuid-Afrika. Dat begon met een simpel etentje
met de Poolse minister van Financiën. We hadden het over het thema
eurobonds en hoe we toch financiering kunnen lostrekken. Ik heb hem de
positie van het Nederlandse parlement uitgelegd en gezegd: dat gaan wij
gewoon niet doen, maar ik zie wel de noodzaak om internationaal te
investeren. Zijn zorg zat voornamelijk op het defensiegebied. Zo hebben
wij daar samen bedacht: hoe kunnen wij intergouvernementeel, dus los van
de Europese Commissie, een samenwerking opzetten? Ik ben nu met de
Britten en de Finnen — ik probeer ook de Canadezen en de Noren aan boord
te krijgen — bezig om onze gezamenlijke defensie-inkoop vorm te
geven.
Eenzelfde etentje in een ander forum heeft geleid tot een kopgroep, de
E6, met Frankrijk, Italië, Spanje, Polen, Duitsland en Nederland. Met
deze zes landen hebben wij gezegd: laten wij proberen compromissen te
bereiken. Ik zei: "Ik ga me niet in een schuttersputje, in de frugals of
weet ik veel wat, opsluiten. Met deze zes moeten we het doen. Wij moeten
hier leiderschap tonen." Het zijn allemaal jonge gasten — het zijn
mannen en vrouwen, zeg ik erbij — die hebben gezegd: "Wij zijn een
nieuwe generatie. We zijn het ontzettend beu dat het zo vastzit. We zien
allemaal de verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties en dit zit
vast. Dus wij gaan allemaal over onze schaduw springen. We gaan een
kopgroep vormen." Ik zei: ik ga ook in het parlement staan en aangeven
hoe ik in de kapitaalmarktunie het toezicht op de financiële sector op
Europees niveau ga beleggen. Ik weet dat dat ook kritiek gaat opleveren,
maar ik geloof hierin en ik sta hier om dat te verdedigen.
Zo proberen we via die kopgroepen ook weer doorbraken te bereiken en
zaken te forceren, want als wij het met deze zes eens worden … En dit is
een bont gezelschap. Ik ben het niet altijd eens. Ik heb hele felle
discussies met mijn Spaanse collega, en ik kom nogal eens in Spanje om
over migratie te spreken. Hier zijn wij het niet mee eens, maar ik zeg:
ik laat deze relatie niet verstoren omdat wij het niet eens worden over
migratie. Er zijn ook zaken die we wel moeten doen op onze interne
markt, op de kapitaalmarktunie en op de bankenunie. Ik blijf tot de
laatste dag de samenwerking zoeken, in het parlement en in Europa. Zo
probeer ik voortgang te boeken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Afrondend. Heel goed. Ik denk dat dat niet alleen aan leeftijd ligt, wat
deze minister wel zegt, maar ik ben wel blij dat hij hier al zijn
krachten op inzet.
Minister Heinen:
U heeft helemaal gelijk. Ik schiet in de lach omdat mijn Franse collega
precies dit zei: ik ben een beetje de senior, maar laat mij dan ook de
wijste zijn in dit geheel. Die dempt dan af en toe het jeugdige
enthousiasme en geeft mij de tip: loop niet te snel, Heinen, want als u
te snel loopt, verliest u draagvlak. Dat ondervind ik soms ook
proefondervindelijk, maar ook daar komen we wel weer uit, want
uiteindelijk zullen we moeten samenwerken, linksom of rechtsom, en ik
doe het in volle breedte.
Voorzitter. Dan had mevrouw Van Brenk ook een vraag over de
overheidsfinanciën. Zij vroeg waarom de overheidsfinanciën en -uitgaven
de afgelopen tien jaar bijna zijn verdubbeld. Dat heeft ermee te maken
dat de uitgaven en inkomsten meegroeien met de economie. Als we naar de
afgelopen tien jaar kijken, zijn de collectieve lasten als percentage
van de economie ongeveer gelijk gebleven. Dat gaat om de collectieve
lasten. We vinden die allemaal te hoog, maar ze zijn wel ongeveer gelijk
gebleven ten opzichte van de economie. De collectieve uitgaven als
percentage van het bbp zijn iets toegenomen. Als je ook in het licht van
de vergrijzing iets naar de toekomst kijkt, dan zien we voornamelijk
daar de grote uitdaging. Daar zie je de uitgaven toenemen, met het grote
risico dat de consumptieve uitgaven de investeringscapaciteit van ons
land uithollen en daarmee ook onze verdiencapaciteit en onze toekomstige
welvaart. We zullen er dus met elkaar alles aan moeten doen om dit niet
te laten gebeuren.
Voorzitter. Dan was er ook een vraag van de heer Hoogeveen over schuld,
rente en inflatie. De heer Hoogeveen vroeg mij hoe ik kijk naar de
combinatie van oplopende schulden, hoge rentes en hardnekkige inflatie.
Ik ben blij met deze vraag, want natuurlijk gaat dit debat over wat dit
allemaal betekent voor mensen thuis in hun portemonnee en over wat dit
concreet betekent voor de volgende dag. In de vraag van de heer
Hoogeveen lag besloten om een stap terug te doen en ons af te vragen
waar we nou eigenlijk naar kijken: wat gebeurt er op mondiale schaal?
Dan zie je schuldenniveaus tot een ongekend niveau toenemen. De
Verenigde Staten zitten op dit moment op een hoger schuldenniveau dan
toen ze uit de Tweede Wereldoorlog kwamen. Ook in Europa is het
schuldenniveau ongelofelijk hoog. De Verenigde Staten besteden meer geld
aan rente dan aan het hele nationale leger; dat is het grootste leger op
aarde en het grootste in de wereldgeschiedenis. Dan heb je het over
1.500 miljard.
Voorzitter. Ook in Nederland stijgen de rentelasten. Het gaat naar 18
miljard euro. Dat is deels een gevolg van een in absolute termen
stijgende staatsschuld, maar ook een gevolg van de rente. Die rente
stijgt als gevolg van drie zaken. Dat zit in risico's die zich
opstapelen; hogere schulden leiden tot hogere risicopremies. Het zit
deels in inflatieverwachtingen. Markten kijken ook hoe het terugbetaald
wordt; dat kan wel eens een inflatoir effect hebben en ook dat wordt
ingeprijsd. En er is op mondiaal niveau concurrentie van schulduitgifte
door de enorme AI-boom. Daar heeft u het, zeg ik ook tegen de heer
Dassen. U ziet dat er in de Verenigde Staten en ook internationaal op
dit moment zoveel schuldpapier wordt uitgegeven om die AI-investering
mogelijk te maken. Dat heeft dus effect op schuldpapier. Ik heb hier ook
met mijn Amerikaanse collega-minister van Financiën over gesproken. Zij
zijn namelijk zeer enthousiast over de AI-boom en crypto en vinden dat
we daarin moeten investeren. Ik stel hem ook de vraag: "Ziet u hier ook
de effecten van en de mogelijkheid van overinvesteringen? Uw
staatsschuld loopt ook op, deels als gevolg van de oplopende schulden en
deels ook als gevolg van concurrentie die u ondervindt van de
schulduitgifte inzake de grote AI-investeringen."
Dat gesprek vindt plaats en is lastig. Ik merk dat iedereen hier ook wel
een beetje van wegkijkt. Op ons eigen continent ziet iedereen dit. Voor
iedereen geldt hetzelfde: iedereen staat voor een parlement. Mijn Franse
collega zegt: "De schulden zijn te hoog, het begrotingstekort is te
hoog. Ik zie de financiële markten nu reageren en dit kunnen we niet
heel lang volhouden." Hij zegt ook: "Ik kijk naar een parlement dat niet
meer samenwerkt. Niemand wil meer hervormen. Ik kan geen
belastingverhoging doen. Ik kan geen uitgavenbeperking doen en de
schulden lopen op." Mijn Poolse collega-minister van Financiën zei
hetzelfde: "Of het nou een suikertaks is of een overwinstenbelasting,
het wordt allemaal geblokkeerd. Als ik een uitgavenbeperking doe, dan
wordt het allemaal geblokkeerd."
Onze uitdagingen nemen toe. We zullen allemaal moeten investeren in
defensie. We moeten energieonafhankelijker worden. We moeten investeren
in onze infrastructuur die achterhaald is en onderhouden moet worden. We
staan allemaal voor dezelfde uitdagingen. En mijn collega's staan
allemaal voor eenzelfde parlement: waarmee de samenwerking moeilijk is.
Iedereen voelt ook dat de keuzes die nodig zijn om dit tij te keren,
ongelofelijk groot zijn. Ga er maar aan staan; we vragen wel wat van
elkaar. We moeten die keuzes ook verdedigen bij onze kiezers en bij onze
achterban, want we zijn een democratie. We kunnen dit alleen doen met
draagvlak van diezelfde samenleving. Dat vergt van ons en van deze
generatie een van de grootste opdrachten waarvoor we kunnen staan. Wij
zijn opgegroeid — ik zei het al — in de jaren negentig. We hebben veel
voorspoed gekend. Ik hoop dat velen hun jeugd hebben mogen doorbrengen
zoals ik die heb mogen doorbrengen.
Voorzitter. Nu staan wij voor een keerpunt. De wereld van onze ouders —
zo zou ik het willen zeggen — is niet meer. De toekomst waar wij in de
wereld naartoe gaan, is ongewis. Wij moeten haar met elkaar vormgeven,
deze generatie moet haar vormgeven. Dat betekent dat wij zullen moeten
samenwerken en hier compromissen moeten vinden en die schuldenniveaus
moeten ombuigen. Als we dat niet doen, dan kijk ik naar een plaatje van
oplopende schulden, oplopende rente. Dat gaat niet goed.
Dan had ook mevrouw Van Eijk een vraag over de overheidsfinanciën. Zij
vroeg naar de oplopende rente en staatsschulden van landen in de
eurozone en meer specifiek van Nederland. Ik denk dat ik dit zojuist heb
beantwoord. Maar even de Nederlandse situatie: we hebben het over 18
miljard en dat is dezelfde omvang als de begroting van het primair
onderwijs, en het is twee keer de politiebegroting. Dat betalen wij aan
het eind van de kabinetsperiode aan rente. Dat is geld dat we geven aan
obligatiehouders en investeerders, en niet kunnen investeren in onze
economie. Tegen iedereen die tegen mij "laat de staatsschuld oplopen"
zegt, zeg ik: elke euro rente krijg je niet meer terug en kan ik niet
investeren in de economie.
De heer Hoogeveen (JA21):
Het is een vurig pleidooi van de minister. Dat kwam uit zijn tenen,
volgens mij. Ik kan me hier helemaal in vinden. We staan voor grote
uitdagingen, ook op mondiaal niveau. Ik vind het fijn dat deze discussie
bij de Algemene Financiële Beschouwingen wordt betrokken, want het is
inderdaad niet iets waar we onze ogen voor moeten sluiten. Gezien die
geopolitieke en macro-economische ontwikkelingen is mijn vraag aan de
minister wel hoe Nederland zich daartoe zou moeten verhouden. Hoe ziet
de minister dat voor zich? De grote schulden in de eurozone, de grote
schulden vanuit Amerika en overinvesteringen, hoe kijkt de minister
daarnaar?
Minister Heinen:
Dat is een zeer goede vraag. Ik ben blij dat we ook bij dit onderwerp
stilstaan, want dat doen we te weinig. Het is dus goed dat de heer
Hoogeveen dit aan de orde stelt. Ik denk dat het antwoord tweeledig is.
Het eerlijke verhaal is dat we een open economie zijn. We zijn de
zeventiende of achttiende economie ter wereld, dus eigenlijk heel groot
als klein land. Daar mogen we ongelofelijk trots op zijn. Tegelijkertijd
zijn we klein op de wereldschaal. Een groot deel van de effecten die
zich internationaal ontwikkelen, hebben dus gewoon effect op ons. Daar
moeten we ons tegen wapenen. Dit is precies de reden waarom ik zo hamer
op het belang van goede overheidsfinanciën en het hebben van buffers.
Als de klap komt, kunnen we die dan opvangen? We hebben in het verleden
laten zien dat we die diepe zakken dan ook gebruiken. Elke keer, bij
elke crisis, of het nou de kredietcrisis was of wat daarna volgde,
bijvoorbeeld een vreselijke situatie als corona, gebruiken we die diepe
zakken en is Nederland het land dat de ondernemers en de mensen thuis
het beste kan stutten. Dat is ook elke keer de reden dat Nederland het
sterkst uit de crisis komt en dat de crisis bij andere landen veel
langer doorebt, waardoor ze nu ook economisch een achterstand en hogere
werkloosheidniveaus hebben. Dat is de reden waarom ik hamer op die
buffers.
Daarnaast wil ik me niet afhankelijk maken van die schulden. Dit is
precies de reden waarom ik geen voorstander ben van eurobonds, om die
schulden te collectiviseren en die risico's naar binnen te trekken. Ik
zie dat we Europees moeten investeren, maar als ik garant ga staan voor
landen die de zaken niet op orde hebben, dan trek ik onverantwoorde
risico's naar de Nederlandse belastingbetaler. Dat ga ik niet doen. Dat
zal ik in de toekomst ook niet doen. Daar sta ik voor.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik ben blij dat de minister het naar die Europese discussie trekt, want
daar ging mijn vervolgvraag over. Dan zitten we namelijk ook met de
uitdagingen waar de minister het over had. U staat voor een parlement.
Dat is verdeeld. Er moeten compromissen worden gesloten. Alleen, de
minister staat op Europees niveau eigenlijk zelf in het parlement,
namelijk tegenover landen die het niet met elkaar eens zijn. Ik denk dat
de positie van Nederland zeer te verdedigen en zeer te prijzen is.
Alleen, hoe ziet de minister dat voor zich? Misschien komt dat later in
de bijdrage terug. Dan wacht ik op het antwoord.
Minister Heinen:
Ik denk dat de heer Hoogeveen het goed samenvat. Wij kijken in alle
westerse democratieën tegen de verdeeldheid aan. We zien dit overal. Ik
zeg dit geenszins in verwijtende zin, maar het is steeds moelijker om
compromissen te vinden. De opgaven waarvoor we staan, worden namelijk
steeds groter. De keuzes die wij maken, worden steeds lastiger. Het
wordt dus ook steeds moeilijker om elkaar daarin te vinden. Daarom zeg
ik ook dat de generatie die op dit moment politiek actief is, staat voor
een van de grootste uitdagingen waarvoor wij staan. Tegelijkertijd is
het een grote eer om daarvoor te mogen staan, omdat wij straks aan de
kleine Jimmy's en de kleine Heinens kunnen vertellen wat we hebben
gedaan om dit bij elkaar te brengen.
In Europa leg ik mijn positie uit en geef ik aan dat ik hierbij soms
streng in de wedstrijd zit. De eurobonds gaan wij niet doen. De Europese
begroting is te groot. Die moet kleiner. Dat wordt ook begrepen, in
tegenstelling tot wat de grote krantenkoppen soms aangeven, namelijk dat
Nederland dan te frugal is, of te zuinig. Neemt u van mij aan dat elk
land in Brussel aan het knokken is voor het nationale belang. Dat is ook
oké. Daar is de hele Europese samenwerking op gebaseerd. In Brussel komt
het samen en je hebt een verantwoordelijkheid om de nationale belangen
daar te verdedigen. Tegelijkertijd hebben we een verantwoordelijkheid om
compromissen te vinden. Die zoeken we in Europa, maar ik geef heel
duidelijk aan waar voor Nederland rode lijnen liggen. Dat zit in die
gemeenschappelijke schulden. Het zit ook in die veel te hoge begroting.
We gaan dat niet doen. Dat zijn onverantwoorde risico's. Als wij in
Nederland grote offers vragen, dan vraag ik die ook aan de Europese
Commissie en dan moet die begroting kleiner.
De voorzitter:
Afrondend, meneer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan eigenlijk de laatste vraag. Die gaat dan inderdaad toch over het
verdedigen van die nationale belangen. Ik heb de brief gelezen die naar
het Ierse voorzitterschap is gestuurd. Ik zei het al in mijn bijdrage in
de eerste termijn: full support van JA21 daarvoor. Als die rode lijnen
toch worden overschreden en we er niet uit komen, dan is Nederland dus
ook bereid om met de sensible six — dat is hoe we onszelf noemen, zo is
mij verteld — een veto in te zetten en ervoor te zorgen dat die
begroting linksom of rechtsom uiteindelijk toch kleiner, verstandiger en
doelmatiger wordt?
Minister Heinen:
Ja. Ze vinden me in Europa net zo irritant als in Nederland.
De heer Vermeer (BBB):
Dat is in ieder geval consequent. Dat is ook het langst vol te houden.
Ik mis in het betoog van de minister nog wel de invloed van dure
energie, en van de extra belastingen die we daar in Nederland ook nog
over heffen ten opzichte van andere landen. Die hebben grote gevolgen
voor onze industrie, en dus ook voor ons verdienvermogen en onze
inkomsten als Staat. Wil de minister daar nog iets op zeggen of gaat hij
dat straks nog doen in zijn betoog?
Minister Heinen:
Dit is net als AI verweven met alle andere onderwerpen. Ik kan er nu ook
specifiek bij stilstaan. Dat doe ik dan in de adressering van dit
vraagstuk. De heer Vermeer heeft gelijk. Dit is het grote vraagstuk voor
het hele Europese continent, met uitzondering van één land: Frankrijk
heeft een generatie geleden vol ingezet op kernenergie en is veel beter
gewapend tegen die internationale energieschokken. Maar dat is ook niet
helemaal waar, want wat betreft diesel of vliegtuigkerosine is Frankrijk
ook afhankelijk van andere landen. Dit is het grote vraagstuk van
Europa. Kijk naar de drie grote vraagstukken: veiligheid en defensie,
energie en onze economie. Die zaken zijn met elkaar verbonden. Als we
geen economie hebben, dan kunnen we veiligheid niet betalen. Als we geen
veiligheid hebben, dan kunnen we de economie niet garanderen. Energie is
het verbindende thema hierin.
Ik pleit in Europa dan ook voor wat ik een "nucleaire renaissance" noem.
Het is gekkenwerk dat wij op dit continent kerncentrales en
kolencentrales aan het sluiten zijn en alles aan het afbouwen zijn,
zonder dat we doorhebben dat dat gevolgen heeft voor de energierekening
en de aanwezigheid van alternatieven. Ik ben gepassioneerd over het punt
dat we naar een ander energiesysteem moeten. We zullen
energieonafhankelijk moeten worden. Kernenergie is daar onderdeel van,
maar daarvoor zullen we ook moeten inzetten op zon en wind. Wij hebben
een fantastische Noordzee: daar kunnen we windenergie uit oogsten. Daar
zetten we ook vol op in. Ik zal straks nader toelichten hoe we daar vol
in investeren. Dat is er allemaal op gericht dat we
energieonafhankelijker worden.
Waarom is dat belangrijk? We hebben nu in korte tijd twee grote
energieschokken gehad. Eén was de Russische invasie in Oekraïne,
waardoor de gasprijzen enorm stegen; we hebben dat allemaal gevoeld en
hebben grote offers moeten brengen. We hebben dat ook gezien bij het
Iranconflict en hoe dat hier neerslaat. Dat slaat niet alleen bij de
keukentafels neer, maar ook in het hele bedrijfsleven en de economie. Ik
zoom in het algeheel iets meer uit: de energie is duur op dit continent;
dat raakt het bedrijfsleven ook. Ik was vorige week op werkbezoek in de
Rotterdamse haven, bij de chemische clusters. Ik zag hoe de chemische
clusters daar samenwerken. Dat is zeer indrukwekkend. De restproducten
van de ene fabriek worden gebruikt als input voor de andere fabriek. Dat
is een mooi circulair systeem. Maar ook zij zeggen: met deze
energieprijs is het bijna niet meer te doen.
Ik kan het niet genoeg benadrukken: de enige reden waarom dit soort
bedrijven nog in Nederland zijn, is omdat het duurder is om de fabrieken
te sluiten. Het is duurder om de fabrieken te sluiten, en dat is de
reden waarom bedrijven hier nog zijn. Als wij dit niet fixen, gaan die
weg. Er wordt namelijk niet meer geïnvesteerd en we leven nog van oude
infrastructuur. Dit moet anders. Daar komt mijn passie vandaan om die
investeringen los te trekken en de energielasten naar beneden te
brengen, want dit is onderdeel van ons vestigingsklimaat.
De heer Vermeer (BBB):
Dat brengt mij bij mijn punt en legt een link met wat de minister net in
zijn verhaal ook vertelde: we hebben buffers nodig om crisissen aan te
kunnen. Maar het punt is dat zodra wij hier in de Kamer beginnen over
buffers, wij altijd te horen krijgen dat die voor crisissen zijn. Als
wij dan iets als een crisis willen bestempelen, dan zegt het kabinet
steeds: dat is het niet. Dat was het geval bij de energierekening als
gevolg van de acties tegen Iran. De minister schetste net een heel
verhaal over de industrie en wat daar allemaal speelt …
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Vermeer (BBB):
… maar toch wordt dat niet als een crisis benoemd en worden die buffers
daar niet voor ingezet, is mijn observatie. Ik wil als Kamerlid graag
weten wanneer het kabinet iets wel een crisis vindt, en wat hun kader
daar dan voor is. Anders moeten we namelijk stoppen met zeggen dat er
buffers zijn voor een crisis.
Minister Heinen:
Deze begrijp ik. Tegelijkertijd probeer ik ervoor te waken dat we in het
vocabulaire te vaak het woord "crisis" gebruiken, want dan is dat woord
aan inflatie onderhevig en plakken we op elk probleem maar het woord
"crisis" zodat er een bak geld volgt. Ik moet vanuit mijn rol als
minister van Financiën daar enigszins de rem op zetten. Tegelijkertijd
is het energievraagstuk natuurlijk een heel groot vraagstuk. Wij blijven
als kabinet vol investeren in onze energiesystemen. Dan gaat het over
wind op zee, maar ook over de SDE+-regeling. Datzelfde cluster waar ik
het net over had, profiteert daarvan en kan daar gebruik van maken. We
hebben in deze Miljoenennota ook extra investeringen gedaan als het gaat
om CCS. Dat gaat om het mogelijk maken van CO2-opslag, zodat
industrieën ook weer kunnen investeren. We zijn bezig met
maatwerkafspraken. We hebben specifiek voor de IKC en, een ouder
voorbeeld, de VCR-regeling allemaal enveloppen klaargezet om dat vorm te
geven. De IKC is ingeboekt op de VCR. Dat is wat ambtelijk taalgebruik,
maar de heer Vermeer weet waar het over gaat. We hebben die middelen
gereserveerd om specifiek deze industrieën te helpen met het oog op de
hoge energielasten. Mijn collega in het kabinet is dag en nacht bezig om
dit vorm te geven en aan uw Kamer te communiceren.
Verder ben ik bezig met TenneT en het beter plannen van de
investeringsagenda. Ik vind dat in het verleden te makkelijk
investeringen zijn afgesproken zonder de vraag te stellen waar die
kosten dan heen gaan. Dat debat hebben we echt onvoldoende gevoerd met
elkaar. Daar grijpen we nu dus ook op in. Ik vind ook dat uw Kamer daar
beter over geïnformeerd moet worden. Bij elke investeringsbeslissing die
wij doen, elke keuze die wij maken en elke windmolen die wij plaatsen,
moet u weten: daar zit een bepaald investeringsbedrag achter. Die
investeringen moeten opgebracht worden door de belastingbetaler; wat
zijn de gevolgen daarvan? Ik ben er hard mee bezig om dat beter in kaart
te brengen. Dat zal dus ook naar uw Kamer komen.
De voorzitter:
Afrondend. Kort en bondig.
De heer Vermeer (BBB):
De minister benoemt nu precies waar het probleem ligt, want de
netwerkkosten gaan op dit moment gewoon naar de burger en de bedrijven.
Het invoeringstarief wordt bijvoorbeeld nog weer twintig jaar
uitgesteld. Mijn oproep aan dit kabinet is de volgende. Als het kabinet
dit allemaal observeert en dit als analyse geeft, waarom wordt er dan
niet echt wat gedaan aan die energiebelastingen voor huishoudens en
bedrijven?
Minister Heinen:
De kosten gaan altijd naar burgers en bedrijven. Waar we 'm ook leggen,
de eindgebruiker betaalt altijd de rekening. Dat is ook wat we met
elkaar moeten beseffen: er is geen gratis post waar we iets kunnen
parkeren. Uiteindelijk landt de rekening altijd bij de burger. Daarom
vind ik het ook zo belangrijk dat we de uitgaven en de lasten in de hand
houden, omdat die rekening altijd komt.
Dan specifiek over deze vraag. Ik weet dat mijn collega in het kabinet,
de minister van KGG, hier heel druk mee bezig is en uw Kamer hier
binnenkort over informeert. U heeft ook nog de begrotingsbehandeling. Ze
heeft bijvoorbeeld specifiek voor de netwerkkosten gekeken hoe je die
doorberekening via die amortisatie anders kunt vormgeven. Dat heeft ook
weer allemaal haken en ogen in de Europese regelgeving. Zij is hier
non-stop mee bezig. Zij zal uw Kamer hierover bij de
begrotingsbehandeling informeren. Ik probeer nu wel een punt te zetten,
omdat ik natuurlijk niet de energie-expert in het kabinet ben; dat is
echt de collega. Ik wil mijn collega ook niet voor de voeten lopen. Dit
kan ik er dus in algemene zin over zeggen. Maar ik zal dit doorgeleiden
naar mijn collega, namelijk: zorg dat je bij de begrotingsbehandeling,
in ieder geval voor de heer Vermeer maar eigenlijk voor heel Nederland,
een goed verhaal hebt.
De heer Dassen (Volt):
Ik vond het heel mooi dat de minister zei: we zijn in Europa met een
generatie van politici die nu voor hele grote uitdagingen staan;
veiligheid, groene economie en AI zullen we gezamenlijk moeten oppakken.
In de zin erna zei hij: dan komen we bij de Europese begroting en
knokken we allemaal voor ons nationale eigenbelang. Daar gaat het voor
mij wel mis. Als we op die manier doorgaan, hebben we straks een
Europese begroting die niet in staat is om op de grote uitdagingen van
deze tijd door te pakken omdat iedereen in zijn eigenbelang is blijven
handelen. Deelt de minister die zorg?
Minister Heinen:
Nee. Het is altijd een combinatie. Je zoekt het gemeenschappelijk belang
en tegelijkertijd is iedereen in Brussel bezig met het nationale belang
en ligt daar ook een verantwoordelijkheid. En dat is ook oké. De ene
lidstaat zal meer bekijken wat het betekent voor de visserij, de andere
zal meer bekijken wat het betekent voor de landbouw. Weer een andere
lidstaat, zoals specifiek Nederland, bekijkt wat het ook betekent voor
innovatieve investeringen. Zo proberen we allemaal de begroting zo vorm
te geven dat die ook in het nationaal belang is, zonder het Europese
belang uit het oog te verliezen. Ik heb wel de overtuiging dat je met
elkaar tevreden kunt zijn als iedereen individueel tevreden is. Zo kom
je verder. Dat is echt een overtuiging. Het is echt oké om te zeggen dat
die begroting te groot is. Je bent niet anti-Europees als je zegt:
sorry, het is even genoeg geweest. Ook een lidstaat als Frankrijk zegt:
wij gaan dit niet doen. Ik trek hier samen met de Fransen op. De rek is
uit de begroting. We zullen harde keuzes moeten maken, nationaal en
Europees.
De heer Dassen (Volt):
Ik hoop echt dat de Europese begroting gemoderniseerd en hervormd wordt.
Maar als iedereen zich gaat ingraven en we helemaal niks veranderen, dan
zitten we de komende zeven jaar met een soortgelijke begroting als de
afgelopen zeven jaar. Dan gaan we de uitdagingen van Europa echt niet op
een goede manier aanpakken. De minister gaf net zelf aan: de nationale
begrotingen zitten vol; het lukt mensen niet om te hervormen. Dan kunnen
we juist de Europese begroting gebruiken om ervoor te zorgen dat we wél
gezamenlijke investeringen kunnen doen. Ik wil hem nogmaals vragen:
laten we alsjeblieft niet allemaal vasthouden aan onze nationale
belangen als we daar aan het einde niks mee opschieten.
Minister Heinen:
Maar de Europese begroting wordt betaald door de nationale lidstaten,
dus er ligt daar geen gratis geld. Een groeiende Europese begroting
betekent een groeiende nationale afdracht en aanvullende nationale
hervormingen of bezuinigingen. We staan al aan de lat. Ik geloof in
modernisering, maar er zijn ook heel veel potjes waarbij het minder kan.
Denk aan de cohesiefondsen en de bureaucratie. Daar moet eerst op
geleverd worden voordat we überhaupt een gesprek hebben over de omvang
van de begroting. Elk voorstel dat we zien, verwijs ik terug naar de
kattenbak. Ik heb geleerd dat dat internationaal geen bekende term is.
Dat is iets nationaals. Ik zei: je kunt het als cat litter gebruiken.
Toen zaten ze me aan te kijken in de zin van: waar heb je het over? Toen
zei ik: het kan door de shredder. Het antwoord is nee.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
De minister zegt: je moet eerst over hervormingen praten en dan pas over
de grootte van de begroting. Maar volgens mij doet dit kabinet precies
het tegenovergestelde, namelijk zeggen "er mag geen vergroting komen"
…
Minister Heinen:
Nog niet.
De heer Dassen (Volt):
… terwijl dat volgens mij niet het doel zou moeten zijn. Als je niet
alleen de afdracht wilt vergroten, kun je ook kijken naar eurobonds. Dat
is ook een commitment aan gezamenlijke investeringen, veiligheid en het
op orde krijgen van een groene economie. Je kunt er ook voor zorgen dat
de eigen middelen van de Europese Unie vergroot worden op een manier
waarop landen er geen last van hebben. Dat kun je doen door bijvoorbeeld
een digitaks neer te zetten. Dan dragen de grote Amerikaanse
techbedrijven, die nu helemaal geen belasting betalen, ook nog wat bij
en kunnen we daar misschien wat investeringen mee doen. Is de minister
bereid om daarnaar te kijken?
Minister Heinen:
Ik haal de woorden van mijn zoontje aan. Het antwoord daarop is
"nee".
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb een vraag over de hoge energierekening voor huishoudens. Ik vind
het zorgelijk dat de minister zegt: dat ga ik niet apart behandelen,
want dat is een soort rode draad door mijn verhaal. Dat heeft echt onze
prioriteit nodig. Ik vind het al helemaal zorgelijk dat ik de minister
hoor over kernenergie. Ik merk dat er bij de VVD altijd heel veel emotie
zit rondom kernenergie. Er is jarenlang gevochten om van het
Klimaatfonds lekker 14 miljard af te snoepen voor kernenergie. Ik hoor
de minister er ook met veel emotie over praten, maar als we naar de
feiten kijken, dan is het geen oplossing voor de hoge energierekening.
Je moet een kerncentrale het hele jaar aan laten staan, met hele dure
contracten. Dat staat nog los van de enorme investeringen die nodig
zijn, met heel veel risico's voor de belastingbetaler. Dus nee, het is
geen oplossing voor de hoge energierekening. Wat wel een oplossing is,
is heel snel onafhankelijk worden en volop inzetten op schone energie
van eigen bodem: wind, zon, opslag en groene waterstof als backbone. We
moeten er daarnaast voor zorgen dat we energie gaan besparen. Mijn vraag
is: wil de minister nu eindelijk daarop inzetten?
De voorzitter:
De minister staat hier namens de Kroon.
Minister Heinen:
Zo is het. Ik erken wel dat VVD'ers gaan stralen van kernenergie. Er
wordt ook ingezet op kernenergie vanwege de stabiliteit van het
netwerksysteem en vanwege de onafhankelijkheid van onze
energievoorziening. Het is dus belangrijk, maar laten we het
kernenergiedebat houden met de minister van KGG. Dit kabinet zet daar
ook op in. Wij vinden dit belangrijk, in het licht van het reduceren van
fossiele brandstoffen en de internationale afhankelijkheid, en de
schokken die dat met zich meebrengt.
De voorzitter:
Mevrouw Teunissen, korter en bondiger dan zojuist.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Jazeker, voorzitter. Het gaat mij niet om kernenergie. Het gaat mij erom
dat de energierekening voor mensen nu torenhoog is. Mijn vraag aan de
minister is: word zo snel mogelijk onafhankelijk om ervoor te zorgen dat
het door fossiel niet steeds duurder wordt. Het kabinet komt met een
plan om een bijmengverplichting voor groen gas in te voeren. We gaan
volgende week stemmen over die wet. Dat maakt de energierekening nog
duurder. Wil de minister het op z'n minst niet erger maken en die wet
opnieuw bespreken in de ministerraad en van tafel gooien?
Minister Heinen:
Dan ga ik buiten mijn portfolio. Ik geleid dit door naar de minister van
KGG. Wij schaken op verschillende borden om de energieonafhankelijkheid
vorm te geven. Ik denk dat we in herhaling vallen als we elkaar blijven
overtuigen van de zin of onzin van bepaalde maatregelen. Laat dat een
debat zijn dat u voert met de minister van KGG bij de
begrotingsbehandeling.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Sorry, maar dit vind ik echt veel te makkelijk. We hebben het vandaag
over de financiën en over de hoge kosten van huishoudens voor hun
energie. Er komt een wet aan waar we volgende week over gaan stemmen.
Heel veel energiebedrijven waarschuwen en zeggen: doe dit niet, want de
energierekening wordt nog veel hoger. Mijn vraag aan de minister is dus:
maak nou de keuze om de wet níét in te voeren. Dat zorgt er in ieder
geval voor dat het niet erger wordt voor de mensen thuis.
Minister Heinen:
Ik hoor mevrouw Teunissen goed. Gelet op de voorgeschiedenis van de hele
wet zeg ik tegelijkertijd: de parlementaire behandeling heb ik niet
kunnen doen; dat is echt de collega in het kabinet geweest. Dus ik
probeer ook enigszins terughoudend te zijn als het erom gaat me te
mengen in dat hele wetstraject, omdat ik daar niet bij betrokken ben
geweest. Ik weet niet wat er is uitgewisseld van de kant van de Kamer en
het kabinet om tot dit wetsvoorstel te komen, maar ik hoor dat u het
daarmee oneens bent, en daar zullen we ons toe moeten verhouden.
De voorzitter:
U vervolgt de beantwoording.
Minister Heinen:
Mevrouw Van Eijk had een vraag over de naleving van de Europese
begrotingsregels en hoe we de handhaving daarvan kunnen versterken. We
hebben het Stabiliteits- en Groeipact. In het vorige kabinet … In het
voorvorige kabinet — de omloopsnelheid is hoog — in Rutte IV, is dat
herzien. In het voorjaar zal de Commissie er voor het eerst op getest
worden in hoeverre zij dat ook naleven. Tot nu toe zijn de signalen in
die zin hoopvol dat de Commissie er heel strak in zit. Ik heb ook
gezegd: dit wordt de grote test; als u nu niet handhaaft, dan zijn de
begrotingsregels helemaal niks meer waard. De beste handhaving van de
Europese begrotingsregels en de staatsfinanciën loopt ook via de
financiële markten. Je ziet nu dus ook dat als je er een potje van
maakt, de rentes oplopen en de financiële markten meedogenloos zijn. Dat
laat ik hier in Nederland niet gebeuren.
Voorzitter. Dan de overheidsfinanciën en de besluitvorming. Mevrouw Van
Dijk vraagt om voortaan in de Miljoenennota en de Voorjaarsnota de
verschillen met het CPB weer te geven. Ik kan toezeggen dat we voortaan
bij de Voorjaarsnota en de Miljoenennota de belangrijke verschillen met
het CPB voor het saldo weergeven en duiden. Op dit moment wordt een
dergelijke verschillenanalyse al opgenomen in de Europese
begrotingshoofdstukken. Dat zijn dat annual progress report en het draft
budgetary plan, zoals we dat naar de Europese Commissie sturen. Mevrouw
Van Dijk heeft gelijk: dat zou je dan ook bij de Voorjaarsnota en de
Miljoenennota moeten opnemen. Ik doe dat graag, omdat die verschillen te
groot zijn, wat ook tot veel vragen leidt, met name over hoe het zit met
de onderuitputting. Dat geeft ons ook de gelegenheid om toe te lichten
waar die verschillen in zitten. Die verschillen in het saldo zitten echt
in de verwachte onderuitputting die het CPB raamt. Dat is de reden
waarom wij, anticiperend daarop, ook een taakstellende onderuitputting
hebben ingeboekt om te voorkomen dat meevallers weer worden uitgegeven,
want als het CPB die meevallers ziet dan wil ik, in het licht van de
staatsfinanciën, die ook hebben.
De heer Flach had een vraag over de stapeling van de sociale zekerheid.
Meer specifiek vraagt hij hoe de uitkomsten van het stapelingsrapport
worden gebruikt voor de aanpassing van de regelingen en of er ook een
verdiepingsslag zal worden gemaakt. Het kabinet heeft op 15 september de
uitkomsten van het stapelingsonderzoek met de Kamer gedeeld. Mede daarom
is toen bij het pakket dat we hadden vormgegeven, besloten om het
maximumdagloon te schrappen en de bezuiniging binnen de sociale
zekerheid in de begroting van het ministerie van Sociale Zaken uit te
stellen, om ruimte te geven aan de polder.
Naar aanleiding van de gesprekken en de Algemene Politieke Beschouwingen
was het voortschrijdende inzicht om de totale bezuinigingen te parkeren
op de aanvullende post bij Financiën, om ook de werkgevers en werknemers
in de positie te brengen om tot dat sociaal akkoord te komen. Zij
beseffen dat nu heel het land naar hen kijkt. Zij hebben het volgende
aangegeven. "Wij gaan een aantal grote hervormingen doen. Dat zit op de
WIA, op de WW en op de doorbetaling bij ziekte. Wij zijn ervan overtuigd
dat we zelfs een grotere besparing kunnen binnenhalen dan u had
voorgenomen, maar laten we het gesprek wel voeren langs een neutrale
lijn, zodat wij niet tegen een bedrag op moeten onderhandelen." Daarvan
hebben wij gezegd: "Dat is goed; ga dan ook aan tafel, maar de lat ligt
hoog. U zult wel moeten leveren." Daarin nemen we mee hoe vervolgens in
het licht van ik meen de motie-Stoffer de effecten in het kader van de
stapeling zijn.
Voorzitter. De heer Hoogeveen en de heer Flach vroegen hoe het dan zit
met de dekking van die bezuiniging, die ook van de begroting is
afgehaald. Ik snap deze vraag, want geld is niet gratis. Het is dus
makkelijk gezegd: haal een bezuiniging, die aan het eind van de
kabinetsperiode oploopt tot 2,5 miljard, maar even weg en laat ons even
rustig praten. Was het maar zo simpel. Dat bezuinigingsbedrag moet dus
ergens geboekt worden, want anders slaan we een gat in de begroting,
laten we het allemaal lopen en dan is de discussie: doe dat dan maar bij
alles. Dat kunnen we in het licht van de stabiliteit van de
staatsfinanciën natuurlijk niet laten gebeuren. Wij hebben dit dus op de
aanvullende post bij Financiën op de prijsbijstelling geboekt. Dat zit
in de tranches in latere jaren en die worden ook pas berekend in het
voorjaar. Het is dus een technische boeking, zodat de boeken in ieder
geval sluiten. In het voorjaar wordt er altijd besloten in het gehele
uitgavenbeeld. Dan weten we ook waar de polder mee is gekomen. Nogmaals,
de polder zegt: in de hervormingen die wij doen, kunnen wij
waarschijnlijk meer ophalen dan u had voorgenomen en we kunnen u helpen
om een aantal doorbraken in het sociale domein te bereiken. Dan is deze
hele discussie een non-discussie, want dan levert het zelfs meer op en
hebben we een andere discussie: wat gaan we met de meeropbrengsten doen?
Het hele land kijkt nu naar de werkgevers en werknemers. Zij hebben de
belofte gedaan en ik ga er ook van uit dat ze die nakomen.
De heer Flach (SGP):
Dit is een beetje een technische discussie, maar het is goed om die goed
te begrijpen. Feitelijk staat het op die aanvullende post pas vanaf 2029
geboekt. Kan de minister hierbij dan gewoon uitleggen dat dit inderdaad
niet van toepassing is totdat er in het voorjaar besloten is om het
daadwerkelijk van toepassing te laten zijn? Met andere woorden, op
departementen hoeft er nog geen rekening te worden gehouden met die
kaasschaaf die langskomt.
Minister Heinen:
Dat klopt, want de latere tranches zouden pas in het voorjaar uitgekeerd
worden. Dan hebben we ook de berekeningen, de macro-economische
indicatoren van het Centraal Planbureau. Ik wil het niet ingewikkeld
maken, maar alle begrotingen zijn geprogrammeerd met loon-prijscodes.
Aan elke code hangt een ander inflatiecijfer. We gebruiken het Centraal
Planbureau om dat uit te rekenen. Dan weten we ook precies wat de
effecten zijn voor de verschillende begrotingen. Het is wel ingeboekt.
Dat is ook het eerlijke verhaal: ik laat geen gaten in de begroting
staan. Daarvan is Defensie uitgezonderd, omdat we aan de 3,5% zijn
gecommitteerd in het licht van de verslechterende internationale
veiligheid. Ook onze nationale veiligheid hebben we daarvan
uitgezonderd, evenals het Mobiliteitsfonds, het Deltafonds en de staat
van onze infrastructuur, ook in het licht van een motie die de heer
Flach met de heer Grinwis heeft ingediend. Die terreinen zijn dus
uitgezonderd. Als je de grondslag versmalt, betekent dat wel dat de
opgave bij andere begrotingen groter wordt. Tegelijkertijd is die
discussie pas relevant in het voorjaar, wanneer we over die uitgaven
besluiten en we ook weten wat de polder heeft opgeleverd.
De heer Flach (SGP):
Ik begrijp dat. Ik vind het belangrijk om vast te stellen dat
departementen en ook daarachter liggende zbo's en bijvoorbeeld gemeentes
niet nu al rekening hoeven te houden met die lagere prijsbijstelling.
Als we dan toch in metaforen spreken, denk ik dat we kunnen vaststellen
dat dit in de begroting een granaat is waar de pin nog in zit.
Minister Heinen:
De metafoor laat ik aan de heer Flash. We proberen gewoon netjes een
sluitende begroting op te leveren en geen gaten te slaan. Ik zou het
iets anders vormgeven. We moeten met elkaar ook beseffen dat we voor
grote opgaven staan en dat er hervormd zal moeten worden. Dat betekent
ook dat als de polder niet levert, we met een opgave zitten die wel
gedekt zal moeten worden. Dat moet bij de uitgaven gevonden worden, want
daar is het weggehaald. We hebben in het regeerakkoord met elkaar het
belang van investeringen vastgelegd en afgesproken dat de consumptieve
uitgaven worden verlaagd. Langs die pilaren blijf ik de begroting wel
benaderen. Dat betekent dat als de polder niet levert, we de oplossing
ook in dat domein moeten zoeken. Tegelijkertijd wil ik dat debat nu niet
voeren, want we moeten eerst de polder aan zet hebben. Ik wil voorkomen
dat iedereen het gevoel heeft in die zin te worden opgejaagd. Ze moeten
deze hervorming in rust kunnen vormgeven, maar het moet wel
plaatsvinden. Dit is zoeken naar die balans tussen enerzijds de urgentie
dat we zullen moeten hervormen en dat daar een bedrag uit zal moeten
komen en anderzijds het feit dat, als de reden waarom zij niet aan tafel
komen is dat zij het gevoel hebben dat zij tegen een bedrag op
onderhandelen, ik mij daarom maximaal ga stretchen om partijen aan tafel
te krijgen in het belang van die hervormingen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik vind dat er toch ook een risico zit aan uitbesteding hiervan aan de
sociale partners. De minister zei het net zelf ook al: compromissen
sluiten is lastig en er is geen enkele garantie dat de sociale partners
nu met een deal komen. En als ze al met een deal komen, is dat misschien
een heel slap aftreksel van wat het kabinet eigenlijk voor ogen had. Dan
staan we dus écht voor een uitdaging en dan ontstaat er écht een gat.
Hoe reflecteert de minister daarop?
Minister Heinen:
Ik begrijp dat de heer Hoogeveen dat zegt. Tegelijkertijd zeggen zowel
de werkgevers als de werknemers: geef ons nou die kans, want wij denken
dat het wél kan. Ik kan mij herinneren dat de heer Brekelmans bij de
Politieke Beschouwingen ook aan de fractievoorzitter van JA21 heeft
gevraagd hoe hij de polder eigenlijk ziet en of hij ook vindt dat als de
werkgevers in positie moeten worden gebracht om dit op te lossen als zij
zeggen: zet ons nou aan tafel; zorg dat dat lukt, want wij zien ook
zaken zoals loondoorbetaling bij ziekte en wij willen dat regelen, omdat
loondoorbetaling bij ziekte zo ontzettend zwaar weegt voor al die
ondernemers en mkb'ers in Nederland die geen personeel meer kunnen
aannemen omdat de risico's gewoon te groot worden. Laat ik daar in
budgettaire zin nou niet te veel over zeggen, omdat ik wil dat er
hervormd wordt en dat zij aan tafel komen, maar het zal niet gratis
zijn. Inderdaad — het is goed dat de heer Hoogenveen hiernaar vraagt —
is het niet zo dat als de polder met minder komt, de opgave dan kleiner
wordt. Die blijft staan. Dan zal er ergens aanvullend omgebogen moeten
worden. In die zin is loon- en prijsbijstelling niet uitgekeerd. Dat
geeft dus voor een minister van Financiën comfort in budgettaire zin,
omdat hij weet: ik hoef dat niet uit te keren, ik doe dat gewoon niet en
dan is het budgettair gedekt. Tegelijkertijd heb ik ook een
verantwoordelijkheid tegenover het kabinet en het land, namelijk om
hervormingen zo vorm te geven dat iedereen ze ook kan dragen. Daar
probeer ik nu een middenweg in te vinden, dus door enerzijds streng te
zijn — "de begroting moet netjes zijn en u zult moeten hervormen" — en
anderzijds de flexibiliteit van mijn karakter op te zoeken en ook
partijen aan tafel te krijgen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Helder. Dan heb ik nog één vervolgvraag: wat is dan het precieze
fallbackscenario? Er wordt nu naar gekeken om de kaasschaaf eroverheen
te laten gaan als er geen akkoord is, maar ik hoor het kabinet ook
zeggen dat er wel hervormd moet worden, ook als we het hebben over de
langetermijnhoudbaarheid van onze staatsschuld en de tekorten. Ik ben
dus toch nog wel op zoek naar waar het kabinet op terugvalt. Gaat het én
die kaasschaaf toepassen én dan zelf weer verder met hervormingen? Of
loop ik nou te veel op de zaken vooruit?
Minister Heinen:
Ik probeer hier een balans te zoeken en anderzijds recht te doen aan de
vraag van de heer Hoogeveen. Rekeningen gaan niet weg door te doen alsof
ze er niet zijn; dat is inmiddels een gevleugelde uitdrukking. Er zal
linksom of rechtsom hervormd moeten worden. Dat zien ook de
vertegenwoordigers van de werknemers en de werkgevers. Zij voelen deze
opgave ook. Ik wil hen echt in positie brengen en ze niet het gevoel
geven dat er een zwaard boven ze hangt. Tegelijkertijd wil ik ook
eerlijk zijn: er zal hervormd moeten worden. In de ultieme vorm kan je
als minister van Financiën altijd terugvallen op zo'n kaasschaaf.
Tegelijkertijd wil je dat voorkomen, omdat dat betekent dat je geen
keuzes hebt gemaakt. En ik vind dat wij in dit land keuzes moeten maken,
ook in het parlement. Ik zal mij er dus altijd voor inzetten dat, ook
als het polderen onvoldoende oplevert, het alternatief is dat we alsnog
gaan hervormen. Ik denk namelijk dat we alle twee het belang zien van
het ombuigen van de toenemende uitgaven aan sociale zekerheid en zorg —
zorg zit hier overigens buiten — in het licht van de vergrijzing, het
afnemende arbeidsaanbod en de houdbaarheid van de
overheidsfinanciën.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Hoogeveen (JA21):
Tot slot. Ik vind het belangrijk dat de minister dat zegt, want ik vind
het ook belangrijk dat wij ons als parlement en als politiek wel
realiseren dat wij het mandaat hebben …
Minister Heinen:
Zo is het.
De heer Hoogeveen (JA21):
… en niet de sociale partners. Het is dus goed dat zij nu gaan
onderhandelen voor breed draagvlak, maar ik vind het wel belangrijk dat
wij als parlement, als Tweede Kamer, zeggen: wij zijn soeverein, wij
kiezen uiteindelijk voor de richting en wij zijn uiteindelijk degenen
die onze klap erop geven.
Minister Heinen:
Daar ben ik het zeer mee eens. Zij proberen dus een compromis bij elkaar
te vinden, maar dat moet voorgelegd worden aan het parlement. Alles moet
uitgewerkt worden in wet- en regelgeving. Het eerste woord en het
laatste woord zijn in dit parlement. Hier ligt het budgetrecht en dat
zal ik tot de laatste snik verdedigen. Ik ben zelf Kamerlid geweest. Het
hoogste orgaan is de Tweede Kamer. Wij leggen hier verantwoording aan ú
af, voorzitter, en de Kamer beslist, en niet uiteindelijk andere
organisaties.
De voorzitter:
Dat horen we hier graag. U vervolgt.
Minister Heinen:
En dat is ook in het belang van de democratie.
Mevrouw Van Eijk vroeg hoe het arbeidspotentieel in Nederland beter kan
worden benut; dat is eigenlijk een achterliggende vraag in dit bredere
thema. Het kabinet vindt het belangrijk dat wie kan werken ook
daadwerkelijk aan de slag kan. Hervormingen in onder meer de sociale
zekerheid, waaronder de WW en de WIA, zijn ook nodig om mensen aan het
werk te krijgen. De instroom in de regelingen is op dit moment te hoog.
Ik heb eerder in een interview ook gezegd dat er evenveel vacatures als
werklozen zijn; dat is ongeveer aan elkaar gelijk. Ik snap dat daar ook
een mismatch in zit, dus er is een rol voor werk-naar-werkbegeleiding en
educatie, dus omscholing. Het zit er allemaal bij, maar het moet wel
gebeuren. We moeten er dus alles aan doen. De default is uiteindelijk,
zou ik zeggen: werken. Voor wie niet kan werken of heel hard heeft
gewerkt, moet een goed sociaal vangnet zijn, maar de default is dat we
allemaal aan de slag moeten voor dit mooie land.
Ik heb ook de vragen over de prijsbijstelling van de heer Grinwis
alreeds beantwoord.
De heer Oosterhuis had een vraag over de baten-lastensystematiek; dan
maken we even een bruggetje naar de begrotingssystematiek. Hij vroeg
naar mijn overweging om bij een integrale invoering van een
baten-lastenstelsel … Hij vroeg wat ik daar überhaupt van vond en, in
zijn woorden, welke stappen in de goede richting we kunnen zetten. Zoals
de heer Oosterhuis zelf ook heeft opgemerkt, creëert een
baten-lastenstelsel op zichzelf geen uitgaveruimte. Ik heb ook vaak
gezegd: verschuil je niet te veel achter begrotingsregels, want er is
ook visie en moed nodig. Er is weleens gewezen op de
infrastructuuruitgaven, van: je kan je afschrijving beter in de boeken
zetten. Ja, je kan ook gewoon onderhoudsbudget in de boeken zetten. Ik
heb dus geen baten-lastenstelsel nodig om moedige keuzes te maken. Laten
we ons daar dus niet achter verschuilen.
Ik ben het wel eens met het streven om waar mogelijk beter inzicht te
bieden in te maken keuzes. De invoering van het baten-lastenstelsel in
de hele rijksbegroting is echter wel een hele omvangrijke operatie. Ik
ben daar natuurlijk ook terughoudend in. Ik zou vooral willen kijken
waar dan de meerwaarde zit. Het is minder zinvol bij begrotingen zoals
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waarbij het vooral lopende uitgaven
betreft. Bij EZK lopen grote investeringen in het energienet
bijvoorbeeld al via de balans van TenneT. Dat heeft dus niet te maken
met kasverplichtingen. Bij Financiën lopen de investeringsinstellingen,
dus de investeringen in de scale-ups, weer via de balans van de
nationale investeringsinstelling. Dat is ook geen
kasverplichtingenstelsel. IenW is, denk ik, een begroting waarbij het
misschien een meerwaarde kan bieden, en meer informatiewaarde. Maar
zoals begin 2025 al is toegelicht in het rapport Bezit beter in beeld,
heeft een verdere uitbreiding van het baten-lastenstelsel bij
Rijkswaterstaat echt alleen zin als het assetmanagement en de interne
informatievoorziening bij Rijkswaterstaat verbeterd zijn. Die zijn op
dit moment gewoon onvoldoende op orde. Daar is de afgelopen jaren ook op
ingezet, onder andere via het Ontwikkelplan Assetmanagement IenW, maar
of dit voldoende is gevorderd moet nog nader worden onderzocht. De
minister van Infrastructuur zal hier bij de begrotingsbehandeling nader
op ingaan. Ook andere uitvoerings- en implementatievragen zal ik bij hem
neerleggen. Dat ten aanzien van het baten-lastenstelsel.
Ik wijs er wel op dat het kasverplichtingenstelsel de Kamer meer in
positie brengt in het belangrijke budgetrecht, dat ik zonet omschreef.
We hebben het hier vaak over de kasuitgaven, maar veel belangrijker is
het accorderen van de verplichtinguitgaven dat u doet. Dat instrument
verliest u bij een baten-lastenstelsel. Bij een kasverplichtingenstelsel
accordeert u ook de verplichtingen en voorkomt u dat er over een graf
heen wordt geregeerd en dat er meer verplichtingen worden aangegaan dan
dat er middelen in de kas zitten. Daar zit uw budgetrecht. Dus kijk bij
elke begrotingsbehandeling — zegt het voort aan uw collega's in de
fracties — niet alleen naar de kasuitgaven, maar kijk ook naar de
verplichtingsruimte. Dat is veel belangrijker als het gaat om
begrotingsbeheer en het budgetrecht van de Kamer. Daarom ben ik als
oud-Kamerlid, al ben ik niet zo heel oud trouwens, zelf ook zeer
gepassioneerd over dat kasverplichtingenstelsel.
Voorzitter. Dan de nationale investeringsinstelling. Mevrouw Van Dijk —
terwijl ik haar naam noem, krijgt ze een niesbui, maar dat neem ik niet
persoonlijk — vraagt hoe ik kijk naar de garanties oplopend tot 100%
voor de nationale investeringsinstelling en of ik een mogelijk
ingroeipad zie. Dat is een terechte vraag. Ik heb hier met de financiële
sector veel over gesproken. We hebben afgelopen vrijdag een
intentieverklaring kunnen tekenen met de financiële sector, die helemaal
aan boord is om die belangrijke investeringsinstelling mede te
financieren. Het bedrijfsleven en de financiële sector juichen dit ook
toe. Die vinden ook dat we moeten investeren in Nederland in het belang
van onze economische groei.
Mocht de NII extra investeringsruimte nodig hebben, dan zal ik op dat
moment bepalen of een 100%-garantie de meest doelmatige optie is of dat
een kapitaalstorting vanuit de Staat doelmatiger is. In die zin maakt
dat niet zo veel uit: of ik geef een 100%-garantie en doe daarmee een
kapitaalstorting of ik doe het vanuit de staatsschuld en dan zit daar
automatisch al die 100% staatsschuld op. Ik vind het belangrijk dat de
financiële sector mede participeert in die investeringsinstelling.
Deze keuze hangt ook af van de classificatie van de nationale
investeringsinstelling door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Als
de NII binnen de sector overheid zit, dan is een directe
kapitaalstorting meer voor de hand liggend, omdat de schuld van de NII
dan zou worden opgeteld bij de staatsschuld. Als de NII buiten de
overheid wordt geclassificeerd — dat gesprek loopt nog — dan moeten de
voordelen van vreemd vermogen, zoals de mobilisatie van vreemd kapitaal,
zonder verhoging van de EMU-schuld worden afgewogen tegen de nadelen
zoals mogelijk extra kosten voor de uitgave van leningen. Nou, in dat
vraagstuk bevinden we ons nog niet.
We zijn nu bezig met het oprichten van de NII. Ik zorg dat er
kernkapitaal is. Dat is die 3,3 miljard. We gebruiken daarvoor de
opbrengsten van de verkoop van TenneT Duitsland. Dat is de start, samen
met het kernkapitaal dat al in Invest-NL en in Invest International zat.
Daarin zat om en nabij hetzelfde bedrag. Dan heb je dus een kernkapitaal
van zo'n 6,6 miljard. De financiële sector geeft aan dat ze dat met een
factor 3,5 kunnen cofinancieren. Zo zou die 6,6 uiteindelijk tot een
investeringscapaciteit van zo'n 30 miljard kunnen lopen.
Het belangrijkste is dat we dit gaan doen en dit gaan opzetten. Ik ben
in goed gesprek hierover met de financiële sector. Er zit helemaal geen
taboe op. Het gaat vooral om de vraag wat eigenlijk de beste vormgeving
is van de NII als we meer informatie hebben over de classificatie.
Mevrouw Van Eijk had een vraag over de hefbomen. Die heb ik zojuist al
beantwoord. Ik zet even een punt, voorzitter.
De voorzitter:
Ja, voor een interruptie van mevrouw Inge van Dijk.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik snap in welke fase we zitten, ik snap ook dat het in beweging is en
ik weet ook dat de gesprekken goed zijn. Maar ik zou het wel goed vinden
als wij daar goed in meegenomen worden. Als wij een nog steviger hefboom
met elkaar zouden kunnen realiseren door wel na te denken over de vraag
of we iets moeten met die obligatie-uitgifte et cetera, dan vind ik het
ook wel mooi om die beslissing hier met elkaar nadrukkelijk te
bespreken.
Minister Heinen:
Dan zou ik toejuichen dat ik, als we nog een debat voeren over de NII,
dat samen met de minister van Economische Zaken doe. Dan kunnen we zowel
de investeringskant als de financieringskant doen. Dan kunnen we samen
dat debat verder voeren. Dit is een terecht punt inderdaad.
Mevrouw Van Eijk had in het licht van het belang van investeringen een
vraag over de kopgroep, de E6 waaraan ik al eerder refereerde. Mevrouw
Van Eijk vroeg meer specifiek hoe we voorkomen dat kopgroepen op de
spaar- en investeringsunie leiden tot nieuwe fragmentatie. Dat is
diezelfde balans zoeken. Tegelijkertijd ben ik daar niet zo bevreesd
voor. Wij zeggen elke keer dat we niet besluiten in de kopgroep. We
zorgen ervoor dat er een compromis gevonden wordt. Dat leggen we voor.
Uiteindelijk besluiten we met alle lidstaten. Maar iedereen kijkt wel
naar deze kopgroep, ook lidstaten die wat meer als een emmertje achter
het bootje hangen. Zij snappen echt wel dat het moet en vinden dat het
zou helpen als wij als kopgroep een compromis kunnen vinden.
Uiteindelijk wordt er met meerderheidsbesluitvorming over besloten en
dan kunnen zij daarin mee. Dit vindt dus in goede afstemming plaats. We
hebben ook de landen onderverdeeld. Soms loopt dat langs Europese
politieke familiegroepen, soms meer langs geografische verhoudingen. Zo
proberen we ook andere lidstaten mee te nemen in die kopgroep. Ik heb
bijvoorbeeld continu overleg in Benelux-verband en ik probeer ook met de
Ieren op te trekken in het licht van hun voorzitterschap, om hen op de
hoogte te houden van de stappen die ik zet en dat ook weer terug te
leggen bij het voorzitterschap. Zo werkt deze generatie aan het verder
brengen van Europa.
Voorzitter. Mevrouw Van Eijk had een achterliggende vraag bij dit
bredere thema. Zij vroeg welke stappen gezet kunnen worden om het
faillissementsrecht te verbeteren. In Europees verband zijn de afgelopen
jaren grote stappen gezet om het faillissementsrecht te harmoniseren.
Een kleine anekdote: als je het over het faillissementsrecht hebt, komt
er uit elke hoek een jurist rennen die zegt "ons stelsel is het beste".
Het is volgens mij ook het meest historische instrument in wetsteksten.
De ministers van Financiën kijken elkaar soms aan van: zullen wij het
proberen op te lossen? Maar we hebben allemaal collega's in kabinetten
die zeggen: nee, ons stelsel is het beste. Maar er zijn grote stappen
gezet. Het kabinet is van plan om samen met gelijkgestemde landen op
korte termijn verdere stappen te zetten om het faillissementsrecht
verder te harmoniseren. Dat is ook afgesproken in het coalitieakkoord.
Uiteraard ben ik het met mevrouw Van Eijk eens dat we op nationaal
niveau actie moeten blijven ondernemen om het insolventierecht actueel
en efficiënt te houden. Maar de staatssecretaris van JenV is primair
verantwoordelijk voor het Nederlandse insolventierecht. Ik denk dat
mevrouw Van Eijk deze vraag stelde in het licht van de
kapitaalmarktunie. Faillissementswetgeving is daar inderdaad ook een
belangrijk onderdeel van.
Dan ga ik naar de afronding van dit onderwerp. Daarna ga ik naar de
inkomsten; dat is, denk ik, de hoofdmoot van dit debat. Ik rond dit
onderwerp nog af met het MFK, het Meerjarig Financieel Kader.
De heer Hoogeveen vroeg of ik kan toelichten waarom we bij voorbaat al
akkoord zijn gegaan met een verhoging van de Europese begroting. Daar
kan ik kort over zijn: dat zijn wij niet; we zijn daar helemaal niet
akkoord mee. Ik heb net in strenge woorden gezegd wat ik daarvan
vind.
Daarmee heb ik ook gelijk de vraag van de heer Dassen beantwoord, die
bij de interruptiemicrofoon mij uitlokte om zijn vraag eerder te
beantwoorden dan ik in mijn set voornemens was.
Tot slot had mevrouw Van Dijk een vraag over het begrotingsproces. Zij
vroeg wat we bijvoorbeeld kunnen leren van het begrotingsproces in
Denemarken. De precieze vormgeving daarvan is mij niet helemaal bekend.
Ik spreek mijn Deense collega's veel. Ik heb het een klein halfjaar
geleden ook met ze gehad over het feit dat wij een minderheidskabinet
vormgeven. De eerste vraag die zij stelden, was: heeft u ook een Eerste
Kamer, een senaat? Toen zei ik: ja, die hebben wij. Toen zeiden ze: dan
maakt u uw eigen opgave wel groot. In Denemarken is er namelijk geen
Eerste Kamer. Als een minderheidskabinet wordt gevormd, is er vooraf al
meer duidelijkheid over waar de steun van de oppositiepartijen moet
worden gevonden. Daar is vooraf ook meer samenwerking tussen politieke
partijen in het parlement.
Een minderheidskabinet staat of valt bij de wil in een parlement om
samen te werken. Dat geeft ons een hele grote opgave. In die zin had de
heer Bontenbal ook gelijk: dit dwingt ons ook tot een andere manier van
politiek bedrijven met elkaar, waarbij het kabinet een veel meer open
houding moet aannemen. Begrotingen zullen vaker aangepast moeten worden.
Wij zullen veel beter moeten luisteren. Ik zie ook dat de
coalitiepartijen, mevrouw Van Dijk, mevrouw Van Eijk en de collega van
D66, dit ook doen, met een open houding naar de verschillende partijen
in dit parlement, om die samenwerking te zoeken. We hopen natuurlijk dat
wij daar ook in slagen aan de zijde van het kabinet. Dit debat zal daar
een belangrijk onderdeel van zijn.
Voorzitter. Dit zou ik als een bruggetje willen gebruiken naar het
onderwerp inkomsten. In dit blokje zal ik ook kort stilstaan bij box 3
en de koopkracht.
De voorzitter:
Ik zie dat er nog twee interrupties zijn. Ik stel voor om daarna een
hele korte sanitaire schorsing te houden. Daarna gaat de minister verder
met het volgende onderwerp.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik gaf in mijn inbreng ook aan dat Nederland geen Denemarken is. Dat
begrijpen we echt heel goed. Laten we er gewoon eens goed naar kijken.
We gaan daar ook op werkbezoek om te kijken of we er iets van kunnen
leren. Wellicht zitten er toch een aantal slimmigheidjes in waarvan we
denken: laten we gewoon proberen om die op de een of andere manier in
onze systematiek of in het proces dat we met elkaar hebben te bouwen. Ik
zou het dus niet meteen weg willen gooien als: ja, maar zij zijn heel
anders. Ik zou vooral willen kijken naar wat we er wel van kunnen leren.
Ik zou de minister dus willen vragen of er vanuit de financiële bril
toch een keer naar gekeken zou kunnen worden en of hij ons hierover een
brief zou kunnen sturen.
Minister Heinen:
Daar ben ik uiteraard toe bereid, maar mag ik dan vragen wat de
financiële bril is als het gaat over de politieke samenwerking in
Denemarken? Zou u dat kunnen toelichten? Dan kan ik dat betrekken bij
mijn antwoord.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Of zij met betrekking tot de financiën andere afspraken hebben.
Minister Heinen:
Oké, helder. Naar mijn weten worden daar vooraf inderdaad meer
begrotingsafspraken gemaakt. Ik denk dat mevrouw Van Dijk daar ook naar
verwijst. Daar zal ik op terugkomen.
De voorzitter:
Ik zie de heer Ergin en de heer Stultiens staan. De heer Stultiens was
eerder.
De heer Stultiens (PRO):
Wij hebben als PRO en Volt aangegeven dat we graag een totaalakkoord
willen sluiten, over alle begrotingen. Komende week begint het seizoen
voor alle begrotingen. Hoe staat de minister van Financiën tegenover dit
aanbod? Of wil hij liever per week gaan kijken? Dat lijkt mij namelijk
een hele onrustige en kwetsbare route voor de komende tijd.
Minister Heinen:
Het kabinet heeft aangegeven te zoeken naar een breed draagvlak en met
zowel de linkerzijde als de rechterzijde van de Kamer te willen
samenwerken. Ik blijf hier tot de laatste snik knokken om beide kanten
aan boord te houden. Het kan niet zo zijn dat één flank … "Flank" is het
verkeerde woord, voorzitter. Zoals ik hier sta, kijk ik naar
middenpartijen, naar JA21, dat ik daar dan toe reken, en naar partijen
die aan de zijkant van het politieke spectrum zitten. Ik probeer
iedereen erbij te houden. Als een deel van de Kamer onvoldoende
aangrijpingspunten ziet om het geheel te steunen, dan zal dat betekenen
dat het kabinet door moet blijven zoeken.
De heer Stultiens (PRO):
Dan blijf ik toch benieuwd naar hoe de minister het voor zich ziet de
komende maanden. Gaan al zijn collega's elke week opnieuw steun moeten
zoeken per begroting bij alle fracties? Dat lijkt me vrij instabiel,
onrustig. Zou het niet beter zijn als we nu van tevoren een
totaalakkoord zouden hebben voor alle begrotingen?
Minister Heinen:
In de samenwerking tussen kabinet en parlement is het altijd zo dat elke
vakminister moet zoeken naar meerderheden voor zijn of haar begroting.
Dat hele proces is een wetgevingsproces. Het begint met schriftelijke
inbrengen, dan het beantwoorden van feitelijke vragen,
wetgevingsoverleggen en plenaire afrondingen. Er worden van de zijde van
de Kamer veel amendementen en veel moties ingediend om de plannen zoals
gepresenteerd door het kabinet bij te stellen. Zo wordt gezocht naar
breed draagvlak. Het maakt niet uit of je een minderheids- of
meerderheidskabinet bent; dat proces zal plaats moeten vinden. U kunt
dat duiden als een onrustig proces, maar zo wordt altijd gewerkt. Daar
staat tegenover dat in het verleden ook de kritiek is geuit dat
coalitiepartijen het dichthielden en er helemaal geen ruimte meer was
voor oppositiepartijen om plannen aan te passen. Daarom opent deze
samenwerking als minderheidskabinet in die zin ook meer deuren voor het
democratische proces om de plannen vanuit de zijde van de Kamer aan te
passen; dat heb ik van begin af aan gezegd. Maar dat vergt ook dat de
Kamer de samenwerking opzoekt. Dan moeten we ook die samenwerking beter
vormgeven, met de wetenschap dat je in een compromis altijd een beetje
je gelijk krijgt maar nooit honderd procent je gelijk. Dat heeft
Nederland wel heel ver gebracht in al die decennia.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (PRO):
Afrondend. Het aanbod blijft staan namens PRO en Volt. Ik denk dat het
verstandig is, zowel vanwege onze politieke overtuiging als vanwege
stabiliteit. Ik vrees namelijk dat het anders een heel onrustig najaar
wordt met heel veel wekelijke miniformaties. Ik zou het de minister van
Financiën niet aanbevelen.
Minister Heinen:
De vraag is of u deze functie überhaupt zou aanbevelen aan mensen, maar
dat leest u in mijn memoires maar. Ik heb in twee kabinetten mogen
zitten en elk kabinet heeft zo zijn uitdagingen, zeg ik erbij.
Tegelijkertijd voel ik de bijzondere verantwoordelijkheid om dit huis te
verenigen en bij elkaar te brengen. Ik knok hier tot de laatste stem
voor.
De heer Ergin (DENK):
Op de valreep van het blok over de begrotingssystematiek: zou de
minister van Financiën kunnen toelichten hoe het nou werkt met
indicatieve besparingsopgaven en hoe de invulling en eigenlijk überhaupt
de totstandkoming van zo'n opgave in zijn werk gaat?
Minister Heinen:
Zeker. We hebben hier net een uitgebreid interruptiedebatje over
gevoerd. Ik zou even de vraag terug willen leggen. Welk specifiek
onderdeel van dat interruptiedebatje was onduidelijk? Dan kan ik daar
nader op ingaan.
De heer Ergin (DENK):
Ik begrijp het volgende niet. Gisterenmiddag kregen we een tabel van de
minister van Financiën, die zei dat als het niet lukt, we zoveel gaan
bezuinigen op onderwijs. Dat was 1,2 miljard, oplopend tot 2031. We
kregen direct van D66 te horen: ja, dat was maar een overijverige
ambtenaar. En als ik die avond aan de minister van Onderwijs vraag hoe
het nou zit, dan geeft de minister van Onderwijs aan dat ze dit niet
gaat doen en dat ze hiervoor niet minister van Onderwijs is geworden. Ik
ben dus benieuwd welke lezing van de regering ik nou moet volgen.
Minister Heinen:
IJverig zijn we allemaal. En we zijn politiek verantwoordelijk voor
alles wat er aan uw Kamer wordt gepresenteerd. In die zin is het niet
goed om naar ambtenaren te verwijzen. Ik ben hier verantwoordelijk. U
mag mij hier ter verantwoording roepen en daar uw oordeel over vellen.
In die zin sta ik vol voor mijn ambtelijk apparaat. Zonder dat ambtelijk
apparaat hadden wij hier allemaal niet kunnen functioneren.
Dat gezegd hebbende — ik val nu deels in herhaling — wij hebben de
bezuinigingsopgave van de SZW-begroting af gehaald. Dat kan ik niet in
het tekort laten lopen, dus ik moet dat inboeken. In technische zin is
dat gebeurd op de prijsbijstelling. De reden waarom de tabel nog niet
was meegestuurd, was omdat dat een indicatieve verdeling is, want de
definitieve verdeling weet je pas in het voorjaar, als we de laatste
macro-economische doorrekeningen hebben van het Centraal Planbureau. Dan
weten we hoe we al die prijs- en looncodes en welke inflatie-indicator
we daaraan moeten koppelen. Dan weet je ook wat de budgettaire omvang
is. U heeft nu in percentages kunnen zien wat grofweg de benadering is.
Tegelijkertijd heb ik erbij gezegd dat de discussie niet relevant is als
de polder gewoon levert. In die zin kijkt het hele land nu naar de
polder, naar de werkgevers en de werknemers. Zij zijn nu
medeverantwoordelijk voor de grote opgaven waarvoor wij staan, maar zij
hebben ook gevraagd die verantwoordelijkheid te mogen hebben. Ze hebben
de ambitie zelfs groter neergelegd: om tot belangrijke hervormingen te
komen op de sociale zekerheid, de WIA, de WW en loondoorbetaling bij
ziekte van de zijde van de werkgevers. Zij hebben aangegeven: wij kunnen
dit en wij zullen leveren. In het voorjaar zullen we dan het hele
uitgavenbeeld opnieuw bezien en natuurlijk integraal wegen. Ik zal dat
natuurlijk op zo'n manier doen dat alle collega's ermee kunnen
leven.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ergin (DENK):
Ik denk dat voor iedereen duidelijk is dat de regering de opgave heeft
geparkeerd, dus dat hoeft de minister niet aan mij uit te leggen.
Begrijp ik de woorden van de minister van Onderwijs dan goed? Zij zei
eigenlijk: die lijst is niet heel relevant, ik zou daar niet heel zwaar
aan tillen en ik zie het ook niet gebeuren. Begrijp ik het goed als ik
deze samenvatting geef van de woorden van de minister van Onderwijs, zou
ik de minister van Financiën willen vragen.
Minister Heinen:
Het kabinet spreekt met één mond. Dat doen wij via Kamerbrieven. Daarmee
heeft u de informatie ook ontvangen. Ik ga niet reageren op quotes die
ik zelf niet heb gelezen, want voor je het weet ontstaan er allemaal
misverstanden. Ik werk zeer prettig en zeer goed samen met iedereen in
het kabinet. Wij zijn het staatsrechtelijk altijd met elkaar eens, maar
zijn het ook op persoonlijk niveau altijd met elkaar eens. Ik ga niet
reageren op elk Twitterbericht, elke socialmediapost of elke quote in de
krant. Zo bestuur ik geen land. Ik neem alle uitspraken voor
kennisgeving aan. De Kamerbrief is datgene waarop u mij kunt
afrekenen.
De voorzitter:
De heer Ergin, volgens mij omdat er iets gecorrigeerd moet worden.
De heer Ergin (DENK):
Ja, voorzitter, er moet iets gecorrigeerd worden. Ik heb het niet over
X-berichten. Ik heb het ook niet over wat er in de krant staat. Ik heb
het over de uitspraak van de minister van Onderwijs. De minister van
Onderwijs zegt: ik zie het niet gebeuren. De minister van Financiën
stuurt aan de andere kant een tabel aan de Kamer waarin staat "dit is
aan de orde". Het is indicatief, maar het is wel aan de orde. Ik vraag
gewoon aan de minister van Financiën om duidelijk te maken wat het nou
is. Is het nou aan de orde of is het een lijst die niet relevant is en
kennelijk dus niet belangrijk is?
Minister Heinen:
Het is in budgettaire zin aan de orde omdat het is ingeboekt, maar het
is niet aan de orde omdat er wordt gewerkt aan een sociaal akkoord
tussen werkgevers en werknemers, in het belang van de verdiencapaciteit
en in het belang van sociale voorzieningen die toegankelijk en
betaalbaar moeten blijven. Als daar een akkoord uit komt, is deze hele
discussie een non-discussie, want dan komt er een besparingsbedrag uit
en dan hoef je in die zin ook de prijsbijstellingen niet te korten. Dat
bezien we in het voorjaar, zodat we dat altijd doen, want dan vindt de
integrale besluitvorming over de uitgaven plaats.
De heer Vermeer (BBB):
Maar het is wel wat kort door de bocht van de minister om te zeggen dat
alleen brieven tellen en niet uitspraken in interviews. Eenheid van het
kabinet is eenheid van het kabinet, ongeacht het middel waarmee een
boodschap naar ons wordt gestuurd. Ziet de minister dat ook zo?
Minister Heinen:
Ik verwees naar de Kamerbrief, waarover ik hier verantwoording afleg,
maar ik ga niet reageren op uitspraken in de media, omdat ik ze niet heb
gelezen. Ik heb de beste collega niet kunnen spreken. Ik ken de context
niet waarin dit is gezegd. Ik wil heel voorzichtig zijn om in algemene
zin, niet specifiek op de vraag van de heer Ergin maar in algemene zin,
te snel te reageren op wat ik allemaal ofwel in de krant ofwel op social
media of elders voorbij zie komen. Ik probeer vanuit stabiliteit en
goede samenwerking het land te besturen en hier compromissen te vinden.
Dan helpt het niet om continu op elkaar te reageren. Ik merk dat het ook
veel rust brengt om af en toe de telefoon weg te leggen en niet de hele
tijd daarnaar te kijken.
De heer Vermeer (BBB):
Wij bepalen natuurlijk zelf waar we naar kijken, naar welk bericht et
cetera. Maar het klinkt verstandig om niet te snel te reageren. Daarom
verzoek ik de minister om gewoon even een briefje naar de Kamer te
sturen over het bewuste interview van de minister van OCW versus de
brief die wij gehad hebben. Dan hoeft dat niet op een emotioneel moment
of op basis van hearsay. Dan kan de minister daar even rustig naar
kijken en weten wij in de polder waar we aan toe zijn en wat de relatie
is tussen die twee uitspraken. Als die er niet is, kan dat ook worden
beschreven.
Minister Heinen:
Aan informatieverzoeken moet ik natuurlijk altijd voldoen, maar laten we
hier nu ook naar de inhoud kijken. Het belangrijkste is dat de
werkgevers en de werknemers met elkaar aan tafel komen. Het
belangrijkste is dat we geen gaten in de begroting laten ontstaan. Ik
heb u net geschetst hoe dat proces er de komende tijd uitziet en hoe we
in het voorjaar integraal besluiten over de uitgaven. Als de Kamer eraan
hecht, kunnen we elke brief sturen, maar we moeten elkaar ook af en toe
de vraag stellen welke discussie we hier met elkaar voeren. Laten we de
discussie over de inhoud voeren en niet over wie wat waar en wanneer
zei, want dan blijven we hier continu in cirkels draaien. Maar nogmaals,
als de heer Vermeer daar behoefte aan heeft, zullen wij dat uiteraard
doen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Uitspraken en brieven over alternatieve scenario's zijn zeer
inhoudelijk, in ieder geval wat ons betreft, dus het lijkt me verstandig
om die te sturen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik wil hier toch even op verdergaan. We hebben dus een brief gehad
waarin staat dat 39% versus 49% structureel gedekt gaat worden vanuit
Onderwijs. Dat staat nu op de aanvullende post. Wij weten hier allemaal
dat dat dan geldt. Is dat zo? Want de minister van Onderwijs zegt
gewoon: nee, dat is niet zo. Zegt de minister nou: ja, dat is wél
zo?
Minister Heinen:
Het is in technische zin nu ingeboekt. Het materialiseert zich pas bij
de Voorjaarsnota, wanneer wordt besloten over die prijsbijstelling. Dan
vindt de integrale besluitvorming plaats, waarbij ook de uitkomsten van
het sociaal akkoord worden betrokken. De werkgevers en werknemers geven
aan: wij kunnen een groter besparingsbedrag ophalen en dan houden we
zelfs geld over met elkaar dat we weer kunnen inzetten om te investeren
in dit mooie land. Dat bezien we, zoals altijd, bij de Voorjaarsnota.
Mevrouw Keijzer heeft in het kabinet gezeten en weet dat die integrale
besluitvorming in het voorjaar plaatsvindt en niet in oktober.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ja, dat weet ik. Ik weet ook hoe aanvullende posten werken. Ik weet dus
ook dat je dan als minister van Onderwijs niet kunt zeggen: nee, ik ben
het daar niet mee eens. Als minister van Onderwijs houd je dan ook dit
verhaal en realiseer je je dat er 1,2 miljard moet worden gevonden op de
Onderwijsbegroting, want dat is uiteindelijk waar het op neerkomt. Zou
de minister van Financiën toch even in overleg willen treden met de
minister van Onderwijs en mede namens haar een brief willen sturen dat
dit het juiste verhaal is? Want ik vind dit echt — nou, wij zeggen thuis
altijd "een zootje", maar laat ik het wat parlementairder uitdrukken —
een rommeltje op deze manier.
Minister Heinen:
Ik had al toegezegd dat er een aanvullende brief naar de Kamer komt.
Maar nogmaals, die zal niet veel meer informatie bevatten dan ik zojuist
heb verteld. Maar dat is aan u ter weging.
Dan wilde ik naar het volgende onderwerp gaan: de inkomsten.
De voorzitter:
Afrondend, kort en bondig.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Tot slot. Ik wil gewoon graag … Ik heb geen behoefte aan een brief
waarin nog een keer uitgelegd wordt wat de aanvullende post is en hoe de
besluitvorming in het voorjaar werkt, want dat weten wij allemaal. Wij
willen hier volgens mij allemaal heel graag weten of de minister van
Onderwijs dit ook onderschrijft. Dat zou ik graag in een brief zien.
Minister Heinen:
Vanzelfsprekend, maar het lijkt me wel goed dat ik nog eenmaal uitleg
hoe de besluitvorming in het voorjaar werkt. We gaan dan integraal over
de uitgaven besluiten. Daarin wegen we ook de uitkomsten van het sociaal
akkoord mee. Je besluit dan ook pas of datgene wat je aan plannen hebt
voorgenomen, materialiseert. Daar dient ook dit debat voor.
Dan wilde ik gaan …
De voorzitter:
Excellentie, voordat u continueert, stel ik een korte sanitaire
schorsing voor. Dan zien we elkaar weer terug binnen enkele minuten. De
vergadering is heel kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister van
Financiën voor de voortzetting van zijn beantwoording.
Minister Heinen:
Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met het onderwerp box 3. Daar
zijn veel vragen over gesteld. Uiteraard zal de staatssecretaris verder
op de inhoud ingaan, maar laat mij er vijf dingen over zeggen. Ik denk
dat de Kamer mij hierover ook een aantal vragen wil stellen. De
staatssecretaris zal er in zijn termijn nader op ingaan, maar ik sta
hier ook verantwoording af te leggen. Laat me hier vijf dingen over
zeggen. Het is een groot onderwerp en het speelt al in vele kabinetten.
Ik hecht eraan om dit goed in te leiden. Allereerst vijf punten.
Eén. Dit is een dossier dat wij al heel lang met elkaar meeslepen.
Tijdens elk kabinet leidt dit tot problemen, met tussenoplossingen,
rechterlijke uitspraken, reparaties en weer nieuwe problemen tot gevolg.
Ik zal ook eerlijk zijn: er zijn veel beloftes gedaan over het
eindmodel, de zuivere vermogenswinstbelasting, maar daar is nooit op
geleverd. Iedereen zag namelijk dat daar ook een forse rekening aan zit.
Het wetsvoorstel over vermogensaanwas leidde tot veel kritiek, tot ver
over de grenzen, en ook tot zorgen, namelijk over de onbelaste winsten
van kleine tot grote spaarders. Bovendien was er geen meerderheid meer
voor in de Eerste Kamer.
Twee. Naar aanleiding van de moties is de staatssecretaris er vervolgens
mee aan de slag gegaan. Ik heb hem daar met ongelofelijk veel passie
hard aan zien werken. In de tussentijd, terwijl hij daarmee bezig was,
bleek dat er ook geen steun meer was voor de wet mét deze aanpassingen.
In de Eerste Kamer kwam uiteindelijk de vraag of we niet sneller naar
vermogenswinst kunnen. Het goede nieuws is: we hebben een route
gevonden. Maar het is ook een spannende route en daar zal de
staatssecretaris straks nader op ingaan. En er zit ook een rekening
bij.
Drie De rekeningen moeten ergens binnen het domein zelf worden gedekt,
binnen box 2 en box 3. Want we delen ook dat je de rekening bijvoorbeeld
niet neerlegt bij de minima. Dat ziet iedereen. Dan heb je niet heel
veel knoppen. Dan kan je aan tarieven, aan schijfgrenzen of aan forfaits
gaan draaien. Daarin hebben wij een keuze gemaakt, mede op basis van
gesprekken die wij hebben gevoerd. Wij hebben daarom ook een slimme
oplossing van de periode van Rutte II toegepast; de heer Oosterhuis wees
daar al op in zijn inbreng, of in zijn interruptie — daar was het,
geloof ik. Uw Kamer heeft echter duidelijk gemaakt en aangegeven dat u
vindt dat de kleine spaarder in het pakket geraakt wordt.
Vier. Het heffingsvrije rendement is namelijk op twee punten aangepast:
binnen het huidige stelsel terug naar het niveau van zes jaar terug, en
in het nieuwe stelsel terug naar het niveau van vijf jaar terug. Dat
werkt zo: om een rendement van €1.000 te halen moet je bij een
gemiddelde rent van 2% €50.000 spaargeld hebben; voor fiscale partners
gaat het om €100.000. Ik heb de inschatting gemaakt dat als je tot die
€100.000 vrijstelt je daarmee de kleine spaarder en de kleine belegger
vrijstelt van deze belastingheffing.
Dan kom ik bij mijn laatste punt, het vijfde punt. Tegelijkertijd heeft
uw Kamer duidelijk gemaakt dat u de gekozen grens, die grens van €1.000,
niet goed vindt vanuit de zorg voor die kleine spaarder en ook de zorg
dat er een hoeveelheid personen weer in de belastingheffing wordt
getrokken die daar eerst niet in zaten. Want hoe lager de grens, hoe
meer mensen dan ook de belasting moeten betalen. Dat is ook helder
signaal, dus moeten we op zoek naar een andere grens. Ik heb daar ook
met de premier over gesproken; wij zijn daar ook toe bereid. Ik zie
daarvoor ook mogelijkheden, maar het vergt wel veel rekenwerk. Het is
enorm ingewikkeld en elke uitvraag die ik stel, kost met alle modellen
op Financiën weer een paar uur rekenwerk.
Welllicht kunnen wij hier dus ook … Maar goed, ik hoor graag eerst de
Kamer aan. Ik kan mij heel goed voorstellen dat u van de zijde van de
Kamer een opdracht formuleert, om het kabinet aan het werk te zetten, om
deze grens niet op dit niveau te leggen en aan te passen.
Voorzitter. Ik zet een punt. Dat waren mijn inleidende woorden.
Uiteraard zijn daar nog veel vragen over.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Keijzer, meneer Stultiens, mevrouw Van Eijk en mevrouw
Beckerman. Eerst mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dit betekent dus dat de brief van dinsdagavond in ieder geval op het
onderdeel van de heffingsvrije bedragen van tafel is? Dat is denk ik
goed om te constateren; ik zie de minister knikken. Maar dat geldt dus
niet voor de andere onderdelen van die brief? Want daar zitten nog wel
een paar dingen in waarvan ik denk: is dit nu wijsheid?
Minister Heinen:
Ik spreek nu specifiek over de box 3-systematiek. Ik probeer ook een
aantal gemeenschappelijkheden te vinden. Ik denk dat we ook verenigd
zijn in het doel dat we nastreven. We willen allemaal naar
vermogenswinst. Ik zie ook ruimte in de route ernaartoe. Ook in de
Eerste Kamer is gevraagd: zoek de snelste route. Die hebben we gevonden:
het zou kunnen via een novelle op de wet waarin je ook de aandelen naar
de vermogenswinst haalt. Dan heb je het spaargeld, het vastgoed en de
aandelen per 2028, als we ons allemaal maximaal stretchen, in de
vermogenswinstsystematiek. Twee jaar later, via een nieuwe wet waar we
ook aan gaan werken, volgt ook de restcategorie, en zullen in 2030 ook
de overige vermogensbestanddelen in de vermogenswinst zitten. Ik proef
brede steun voor die route.
Ik proef ook steun voor de slimmigheid die we hebben geleend uit de
periode-Rutte II van de heer Dijsselbloem. Hij zei toen rond de
stamrecht-bv: je kan ook vermogens uit bv's trekken als onderdeel van de
dekking door het tarief in box 2 te verlagen. Ook daar hebben we naar
gekeken. Dat heeft inderdaad saldo-effecten, omdat er natuurlijk meer
vermogen uit bv's wordt getrokken. Dat kan je dan inzetten om over de
hobbel te komen die de box 3-aanpassing tot gevolg heeft. Ook daar proef
ik ruimte voor. Om het parlement te verenigen, heb ik met veel partijen
gesproken. Iedereen ziet dat er dan misschien ook een logica is om het
excessief lenen aan te passen, maar dan wel exclusief het lenen voor de
eigen woning. Daar proef ik ook steun voor.
Gisteren zag ik echter dat er geen steun is voor het niveau van het
heffingsvrije rendement, voornamelijk vanuit de zorg van de kleine
spaarders en de startende beleggers. Ik heb u goed gehoord. Ik begrijp
het ook. Ik heb de inschatting heb gemaakt dat je met die €100.000-grens
nog best een redelijke vrijstelling hebt, maar u heeft mij erop gewezen
dat er ook een keerzijde aan zit, namelijk: er zijn mensen die nu niet
in de belastingheffing worden getrokken, maar dan wel; dat is
onwenselijk. Ik begrijp dat. Laten wij dus doorzoeken naar een andere
vormgeving.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De minister gaat ervan uit dat als je de heffing voor het onttrekken uit
box 2 verlaagt, mensen dat dan doen. Dat is natuurlijk zeer de vraag als
je vervolgens meer belasting gaat betalen in box 3, maar dat zal de
werkelijkheid laten zien. Maar betekent dit dat het percentage, het
forfait, niet ter discussie staat bij de minister? Dat stijgt namelijk
ook aanzienlijk.
Minister Heinen:
Dat gaan we integraal wegen. Alle input die u heeft meegegeven, nemen we
uiteraard mee. Ik heb dit met de premier en in de coalitie besproken. Ik
heb gezegd: het parlement is van mening dat deze grens ongelukkig
gekozen is. Dat zien wij ook. Die moet dus aangepast worden. Daar zijn
we ook toe bereid. De vormgeving van het hele pakket is ingewikkeld in
de berekeningen. Ik vraag de ruimte om met een voorstel te komen waarin
we de kleine beleggers ontzien en waarin we ook de kleine spaarders
ontzien, zoals u die hier heeft gedefinieerd. Daar moet u natuurlijk
voor de behandeling van het Belastingplan een nieuw voorstel voor
hebben. Dat geeft ook de gelegenheid om goed met elkaar in overleg te
treden.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dit betekent dus dat we straks van de staatssecretaris een aantal opties
krijgen, maar dat op dit moment niet vaststaat wat we uiteindelijk gaan
doen met dit onderwerp. We moeten de voorstellen dus afwachten en pas
bij het Belastingplan kunnen we daar echt inhoudelijk over spreken.
Klopt dit? Dan hebben we in ieder geval de status quo van dit moment
duidelijk. Het is een beetje een zootje, maar dat was al gezegd.
Minister Heinen:
Er komt een nieuw voorstel. Dat zal voor het Belastingplan zijn. Dat
geeft ons ook de gelegenheid om nader met u in contact te treden om dit
allemaal goed met elkaar te bespreken.
Ik probeer ook de successen te vieren. We komen namelijk van ver. We
roepen met elkaar, ik ook, dat we naar de vermogenswinstsystematiek
moeten. Dat doen we eigenlijk al vanaf de periode-Rutte II. Ik zie
ontzettend veel gedoe op dit dossier. Dan worden er nieuwe forfaits
geïntroduceerd. Dan worden er aannames gedaan: als je een bepaald bedrag
hebt, word je geacht te beleggen en dan word je aangeslagen voor hogere
forfaits. Vervolgens zijn er Hoge Raaduitspraken, moeten er
herstelbetalingen zijn en worden er weer pleisters geplakt. Het is niet
om aan te zien! Ik kan de verantwoordelijkheid niet nemen voor dit
gedoe. Ik wil dat dit opgelost wordt.
Ik zal u eerlijk bekennen dat veel oud-politici die ik heb gesproken,
zeiden: brand je vingers er niet aan, want je gaat er veel kritiek op
krijgen; het moet namelijk gedekt worden en dan word je impopulair. Ik
heb altijd gezegd: maar ik sta hier niet om populair te worden; ik sta
hier om problemen op te lossen. Wij willen dit en er is nog nooit budget
geregeld om dit te gaan regelen. Wij kunnen dit nu regelen. Sterker nog,
ik bied u een route aan waarmee wij in 2028 in vermogenswinst zitten.
Mind you, dat is over anderhalf jaar. Dat is ons in de afgelopen
vijftien jaar niet gelukt. Laten we deze kans grijpen.
Ik ben met u en met de Eerste Kamer in contact. De Eerste Kamer heeft
gezegd: kijk voor de grote dekking in een schuif in de box 2-systematiek
met een verlaging van box 2; dat is een voordeel voor ondernemers, maar
dat helpt hen ook vastzittend kapitaal eruit te trekken. Daar hebben we
naar geluisterd. Ik heb gekeken hoe de heer Dijsselbloem, een voorganger
van mij, dat heeft gedaan rond de stamrecht-bv's. Daar zag je
daadwerkelijk saldo-effecten waarmee je op korte termijn een winst had
om dit te dekken. Daarmee is er een gedekt pakket in de kabinetsperiode,
op basis van de financiële afspraken die wij met elkaar maken. Dat is
ook winst. We zijn dus heel dicht bij een oplossing. Dan is de
vastgoedsector dus uit die vermogensaanwasbelasting en uit die
vreselijke tegenbewijssystematiek. De spaarders gaan dan naar
vermogenswinstbelasting, net als de aandeelhouders en de beleggers. Wat
betreft de restcategorie zeg ik tegen iedereen: u gaat naar
vermogenswinstbelasting, want we gaan die wet maken. Dat wordt dan twee
jaar later, in 2030, maar met deze route gaat 90% van het vermogen op de
snelste manier naar vermogenswinstbelasting. Ik proef hier draagvlak
voor. Ik ben hier ook blij mee. Zo dichtbij zijn we nog nooit geweest.
Maar ik merk ook …
De voorzitter:
Minister, minister.
Minister Heinen:
Ik zet nu een punt, voorzitter. Ik merk dat uw Kamer het volgende heel
duidelijk heeft gemaakt: "In de zoektocht naar oplossingen heeft u
onvoldoende rekening gehouden met de kleine spaarders. We kunnen de
grens zoals die er nu ligt in analytische zin volgen — dat gaat over die
50.000 en die 100.000 — maar tegelijkertijd zien we dat nu van heel veel
mensen de box 3-heffing ingetrokken wordt. Dat vinden wij onwenselijk."
Dat gaan we dus ook aanpassen. Wij zullen dan met een nieuw voorstel
komen.
De heer Stultiens (PRO):
Ik ga natuurlijk een punt maken over die tabel van minister Heinen.
Eerst kregen we namelijk maar de helft te zien. Pas toen we daar zelf om
vroegen, kregen we ook het slechte nieuws te zien: een openstaande
rekening van 7,7 miljard. Dat is een minister van Financiën onwaardig.
Dan hoor ik hem hier vandaag als beste oneliner weer "maar Rutte II"
zeggen. Waarom kiest de minister van Financiën voor een tabel met een
uitgave van 18 miljard, waarvan hij 7,7 miljard niet betaald? Waarom
stuurt hij vervolgens een brief naar de Kamer waarin hij dat ook nog
verborgen houdt? Daar hoor ik graag een stevige reflectie op van de
minister van Financiën.
Minister Heinen:
Ik maak hier echt bezwaar tegen. Ik vind dit niet fair. De heer
Stultiens weet als geen ander dat er twee peilstokken zijn waarop we de
overheidsfinanciën beoordelen: de sluitende kaders in de kabinetsperiode
— er moet een dekkend pakket zijn — en het structurele bedrag. Daarom
presenteren wij de jaartallen altijd tot aan het einde van de
kabinetsperiode, met daarna een structurele kolom. In beide ziet u een
gedekt pakket, zowel in de kabinetsperiode als structureel. De jaren
daarna, wanneer een bedrag structureel is … De heer Stultiens weet dit
als geen ander. Hij gebruikt dit politiek slim om te proberen het debat
op scherp te zetten, maar hij weet dat dit niet klopt. Ik kijk hem in de
ogen en zie dat hij gewoon weet dat het niet klopt. Voor elke maatregel
die wij treffen, geldt namelijk dat per jaar verschilt wanneer het
structurele bedrag zal materialiseren. De ene keer is dat in 2040, de
andere keer is dat in 2035 en soms is dat in 2050. Daarom kiezen we voor
één kolom, de structurele kolom, en sturen wij op peilstokken: een
gedekt pakket binnen de kabinetsperiode, en een structureel bedrag. Als
u vindt dat zaken ook in de jaren daarna nog gedekt moeten worden, ga ik
graag met u de discussie aan over de AOW. De grootste eis van PRO was
namelijk om die AOW-bezuiniging te schrappen. Dat is 2,7 miljard in het
structurele bedrag. Zullen we die dan ook even gelijk dekken binnen het
eigen domein, dus binnen de sociale zekerheid? Dan hoor ik graag van
Stultiens hoe hij dat denkt te dekken.
De voorzitter:
Blijft u via de voorzitter spreken, minister.
De heer Stultiens (PRO):
Het is opvallend. We hebben gisteren de hele dag een debat gevoerd met
alleen Kamerleden. Dat verliep eigenlijk heel inhoudelijk, rustig en
vriendelijk. Nu een bestuurder aan het woord is, hoor ik binnen twee
zinnen allemaal jij-bakken en politieke frames. "En dreigementen", hoor
ik naast mij. Als de minister van Financiën dit een goed verhaal vindt,
waarom heeft hij dan niet gewoon de hele tabel naar de Kamer gestuurd,
met een volledige toelichting? Hij weet donders goed dat het verlagen
van tarieven in box 2, het extra belastingcadeau aan
directeur-grootaandeelhouders, geen dekking is: dat kost 1,7 miljard.
Dat staat toch in zijn eigen reeks? Dat kost 1,7 miljard. Als collega's
op ieder ander dossier om geld zouden vragen, zou de minister van
Financiën zeggen dat hij een goede dekking wil zien, maar voor box 3 en
box 2 gelden andere regels. Dit kost 1,7 miljard en laat een open
rekening achter van 7,7 miljard in de komende vijftien jaar. Dat weet
hij prima. Maar hij wil daar niet eens op reflecteren. Ik krijg allemaal
jij-bakken over de AOW.
Minister Heinen:
Ik zoek naar een consistentie in de redeneerlijn van de heer Stultiens.
Als de heer Stultiens vindt dat in de tussenliggende jaren, dus tussen
het einde van de sluitende kaders en het structurele bedrag, alles
gedekt moet worden, dan geldt dat ook voor de sociale zekerheid. Daar
hoor ik de heer Stultiens niet over, dus ik constateer een
inconsistentie in zijn redenering.
Maar terug naar het dekkingsvoorstel hier. Het klopt. Er ligt een gedekt
pakket binnen deze kabinetsperiode. Structureel is er overdekking. Die
overdekking wordt altijd gebruikt om intertemporeel een sluitende plaat
te kunnen presenteren. De heer Stultiens weet ook dat we aan de
uitgavenkant tabellen presenteren tot aan het einde van de
kabinetsperiode. In dit geval is dat 2031. Aan de lastenkant zoeken we
altijd binnen de kabinetsperiode naar een gedekt pakket. Dat heb ik u
gepresenteerd. De heer Stultiens vraagt ook naar de jaren daarna, maar
kiest een arbitrair eindjaar. Of het nu 2040, 2045 of 2050 is: het gaat
om een willekeurig gekozen getal. Daarom is de begrotingssystematiek —
dat weet de heer Stultiens — dat wij in de presentatie altijd twee
peilstokken hanteren: sluitende kaders en een structurele dekking.
Structureel is er hier een overdekking. Ik wijs erop dat er in het
sociale domein juist een tekort zit. Dus als we consistent zouden zijn
met elkaar, moeten we zeggen dat er een overdekking aan de lastenkant
zit en een tekort aan de uitgavenkant.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (PRO):
Afrondend. Ik hoor dat er een nieuw voorstel komt voor het WGO
Belastingplan. Dat lijkt me verstandig. Kan de minister toezeggen dat
hij dan wel een volledige tabel meestuurt, met inderdaad de hele periode
en de volledige dekking binnen het domein vermogen en winst?
Minister Heinen:
Ik ga iets anders doen. Ik ben de hele begrotingssystematiek anders aan
het vormgeven. Ik weet dat daar ook vanuit 50PLUS eerder vragen over
zijn gesteld. Wat ik zie gebeuren, is het volgende. Wij presenteren nu
een kabinetsperiode voor vier, vijf jaar, en dan een structurele kolom.
Ik vind dat niet goed. Wij hebben, in het licht van het advies van de
Studiegroep Begrotingsruimte, een studiegroep vastgesteld, met het CPB,
het Centraal Planbureau, en De Nederlandsche Bank, om de
begrotingshorizon te verlengen naar acht jaar. Vervolgens komt het
structurele bedrag. Dat komt tegemoet aan deze discussies, maar ik kan u
één ding voorspellen: op het moment dat ik acht jaar presenteer, wil de
Kamer twaalf jaar zien, en op het moment dat ik twaalf jaar kies, wil u
vijftien jaar zien. Daarom zeggen we altijd dat we twee peilstokken
hebben: sluitende kaders in een kabinetsperiode en het uitgangspunt dat
het bedrag structureel sluitend moet zijn, of met overdekking. Dat heb
ik hier ook gepresenteerd. Meer specifiek over deze ene vraag: uiteraard
ben ik bereid elke tabel naar de Kamer te sturen. Dat is een
informatieverzoek en daar heeft het kabinet aan te voldoen.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik heb de minister in verschillende bewoordingen horen zeggen: "De
dekking die nu gepresenteerd is voor box 3, specifiek als het gaat om
het heffingsvrij vermogen, het heffingsvrij resultaat, nemen wij terug
als kabinet. Wij gaan op zoek naar een andere invulling daarvan." Ik wil
hem daar van harte in aanmoedigen. Mijn fractie zal in de tweede termijn
ook een motie indienen en daar ook wat richting aan geven.
Minister Heinen:
Vanaf het begin van mijn Kamerlidmaatschap vecht ik voor de portemonnee,
voornamelijk voor die van de spaarders. Ik vind dat in het parlement te
makkelijk wordt gepraat over vermogen. Ik wijs altijd op het volgende.
Als we het hebben over vermogen, hebben we het over spaargeld. Dat staat
op de rekening van mensen, dat zit in het pensioen of in het huis. 80%
van het vermogen is pensioen, huis en spaargeld. Ik vind dat er in dit
huis veel te makkelijk wordt gedacht over het belasten daarvan. Ik knok
daartegen. Bij het kiezen van die grens, waarbij ik de afgeleide naar
die €100.000 zag, dacht ik: ik ken geen mensen met €100.000. Ik dacht:
daarmee heb ik de kleine spaarder ontzien. Maar u heeft mij ook gewezen
op een andere kant van deze discussie, namelijk dat op deze manier ook
heel veel mensen de Belastingdienst in worden getrokken. Dat is de reden
waarom in het verleden juist die grens van het heffingsvrije vermogen
omhoog is gegaan, namelijk om mensen uit de Belastingdienst te trekken.
Dat is voor de uitvoerbaarheid van de Belastingdienst ook veel beter. In
het voorstel dat ik heb gepresenteerd, heb ik het naar het niveau
2021-2020 gebracht. Toen hadden wij geen heftige debatten over dat
kleine spaarders werden belast, maar ik was in die tijd wel aan het
knokken voor de portemonnee en vond dat spaargeld überhaupt te zwaar
werd belast. Ik heb nu een andere rol. Ik sta hier als minister van
Financiën, en ik heb u goed gehoord. Over deze grens heeft u heel
duidelijk aangegeven: dat accepteren we niet. Het kabinet heeft u goed
gehoord en gaat dit dus ook niet doen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga er toch nog even op door. Ik zie wel dat de minister echt lijkt te
kiezen voor een soort boekhoudkundige truc. Je hebt een
belastingverlaging en die verkoop en verpak je als een
belastingverhoging. Je ziet een enorm cadeau voor grote vermogens; dat
betreft zo'n 20 miljard. Wij kregen het gevoel: dit is geen gratis bier
maar gratis champagne, met vrachtwagenladingen tegelijk. Kan de minister
nog één keer reflecteren op die dekking?
Minister Heinen:
Ik heb het debat gisteren anders ervaren, dus de kwalificatie daarvan
laat ik aan de Kamer. Maar ik heb ook met voorgangers gesproken over wat
als je voor zo'n uitdaging staat en je incidenteel een grote
dekkingsopgave hebt. Als wij zaken inboeken, is dat altijd structureel
en leidt dat tot enorme overdekking in latere jaren. Hoe kom ik nou over
die hobbel heen om te komen tot die vermogenswinst, die toch eigenlijk
die hele Kamer verlangt? Daarom heb ik goed gekeken naar de
periode-Rutte II, met de heer Dijsselbloem. Ik was toen medewerker bij
de fractie in die coalitie. We zagen dat er veel vermogen zat in die
stamrecht-bv's; hoe krijg je dat vermogen er nou uit? We hebben toen ook
het tarief verlaagd. We hebben daar inderdaad een incidenteel effect van
gezien. U heeft gelijk: over alles wat je nu uit een bv trekt en waar je
belasting over betaalt, kun je later geen belasting betalen. Daarom is
het zo belangrijk dat er een overdekking zit in de structurele kolom,
waar u naar verwees, zodat je altijd een overdekking presenteert op de
twee peilstokken in de systematiek zoals wij die hanteren. Dat betreft
dus een gedekt pakket in de kabinetsperiode, zoals we dat met elkaar
hebben we afgesproken — die rol heb ik ook hier als minister van
Financiën — en structurele overdekking. Wanneer is een bedrag
structureel? U kent de rapporten van het Centraal Planbureau, Keuzes in
Kaart. Dit ziet op elke ombuiging, bijvoorbeeld op de sociale zekerheid
en de zorg. Het verschilt per maatregel wanneer een bedrag structureel
is. Het is onmogelijk om voor elke maatregel een aparte tabel te
presenteren. Daarom hebben we in de begrotingssystematiek gekozen voor
einde kabinetsperiode en een structureel bedrag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wil het even hebben over dat structurele moment. Ik vervang hier
Jimmy Dijk, dus ik ben nieuw. Van een afstandje dacht ik: dit is de
minister van boekhoudkundige reinheid. Hij zegt nu: structureel zit het
wel goed. Ik heb daar even naar gekeken. Het break-evenpunt is in 2060.
Dan is de concept-baby van Jimmy Dijk 34 jaar. Dat is ook nog eens min
of meer verhuld voor de Kamer. Is dat nou echt boekhoudkundige
reinheid?
Minister Heinen:
Als we het hebben over vermogensopbouw: de grootste route uit de armoede
is de mogelijkheid om vermogen op te bouwen. Dat begint bij het kopen
van een eigen huis. Ik maak me juist zorgen om starters en jonge mensen.
Hoe krijg je überhaupt het spaargeld bij elkaar om toegang te krijgen
tot de woningmarkt? Daarom raakte de eerste termijn van de Kamer mij,
waarin u erop wees dat de kleine spaarders juist geraakt worden. Dat was
precies wat we probeerden te voorkomen, juist voor de toekomstige
generaties. Ik sta honderd procent voor boekhoudkundige reinheid. Daarom
zeg ik ook dat er een structurele overdekking moet zijn, net als een
gedekt pakket in de kabinetsperiode. Ik heb de stretch zo ver gezocht
dat de golven hoog gaan. Dat is precies de reden waarom wij nooit de
keuze maken om naar vermogenswinst te gaan, omdat iedereen ziet dat de
rekening heel hoog is en ergens heen gaat. Daar durven we niet met
elkaar voor te staan. Ik spreek hier honderd procent het commitment uit
dat we naar vermogenswinst gaan en dat we dit gaan regelen. Wat betreft
de manier waarop: ik denk dat we al heel ver zijn in die reis, maar om
op een goede manier op de bestemming aan te komen zijn er aanpassingen
nodig. Die zitten bij de kleine spaarder en de startende belegger, en
het kabinet gaat dat aanpassen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
De minister komt elke keer terug op de kleine spaarders. Dat is goed. Er
wordt een beweging gemaakt. Ik denk dat dat mooi is. Maar dat verhult
dat er meer problemen zijn met deze dekking. Die wordt zelfs "bijzonder
amateuristisch" genoemd. De minister zegt dat hij wil opkomen voor
mensen die nu geen woning kunnen kopen, maar dan is het niet heel
logisch om bijna 20 miljard weg te geven aan grotere vermogens. Ik kom
nogmaals bij het volgende punt. Als de Kamer voor een dekking gaat die
volgens het kabinet rammelt, dan wordt ons altijd gratis bier verweten,
maar dit is gewoon gratis champagne, in vrachtwagenladingen.
Minister Heinen:
Konden mensen maar champagne kopen. Ik laat dit echt bij mevrouw
Beckerman. Ik leid uit haar inbreng af dat mevrouw Beckerman het er niet
mee eens is. In mijn zoektocht naar breed draagvlak proef ik ook dat
veel partijen snappen wat wij doen en dat dit een ingewikkeld dossier
is. Ik waardeer alle partijen die hun nek uitsteken omdat iedereen ziet
dat dit een maximale stretch vraagt van ons allemaal. Het moet
structureel gedekt worden in de kabinetsperiode. Het vraagt van mij een
grote overtuigingskracht om voor die dekking te staan en het vraagt in
de eerste plaats van de staatssecretaris een grote bestuurlijke
verantwoordelijkheid om te staan voor de route die wij hebben gekozen
via de novelle. De staatssecretaris zal daar straks ook het nodige over
zeggen. We zijn ook in gesprek met de uitvoering, met de
Belastingdienst. We zijn maximaal aan het stretchen om dit dossier
eindelijk op te lossen. Ik wijs erop dat wij dit sinds Rutte II met ons
meeslepen, tot aan de Hoge Raad en de internationale zorgen over het
investeringsklimaat aan toe. Ik word tot in de Europese Commissie
aangesproken op de aanwas. Ik kijk mevrouw Van Dijk nu in de ogen. Ik
weet dat mevrouw Van Dijk dit ook bij de formatieonderhandelingen naar
voren bracht, als voorvechter op dit punt. Zij wees hier al heel lang
op. Ik hoop met deze route tegemoet te komen aan die wens.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoorde de staatssecretaris vorige week op de radio zeggen dat jullie
van puzzelen houden. Het is een aardige puzzel aan het worden. Het is
een soort jigsawpuzzel, maar hopelijk niet uit die ene film. Het is goed
dat de minister en de staatssecretaris creatief op zoek zijn naar
dekkingen. De dekking van gisteren was een misser. Het is goed dat er nu
flexibiliteit is en dat we daarover verder kunnen debatteren.
Ik wil het ook nog hebben over het forfait voor volgend jaar. Dat stond
ook in de brief. Dat gaat flink omhoog. Dat raakt vastgoedbeleggers. Het
risico is dat we 2028 niet halen en dat dat hoge forfait één of
misschien zelfs twee jaar doorloopt.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Hoogeveen (JA21):
Hoe kijkt de minister naar dat risico? Hoe groot is de kans dat we 2028
gaan halen? Dat wil ik eigenlijk weten.
Minister Heinen:
Over het traject. Nogmaals, ik wil de staatssecretaris niet voor de
voeten lopen, maar ik voel de verantwoordelijkheid om ook verantwoording
af te leggen aan uw Kamer. Daarom sta ik u ook uitgebreid over dit thema
te woord. Wij vragen een maximale stretch van iedereen. Dus wij zullen
over de specifieke novelle in de ministerraad van vrijdag moeten
besluiten. De Raad van State zal in twee weken daarover moeten
besluiten, maar wij hebben contact met de Raad van State; wij denken dat
dat kan. Dan zal het wetgevingstraject ook voortvarend moeten lukken. Ik
denk dat we elkaar in de gekozen richting, route en contouren van de
oplossing gevonden hebben, maar dat we in de uitwerking van de oplossing
nog echt stappen moeten zetten. Dat gaat ons ook gewoon lukken. Dat is
dan de maximale stretch, en dan is 2028 haalbaar. U heeft gelijk: er
zitten veel aannames in, met het risico dat het 2029 wordt. Daar zal de
staatssecretaris ook wat over zeggen.
We zijn dit maximaal aan het pushen, ook vanuit de wens van de Eerste
Kamer die ons daarmee op pad heeft gestuurd. Tegelijkertijd voelen wij
samen een grote bestuurlijke verantwoordelijkheid om dit netjes te doen.
Wij geven dus ons politieke en bestuurlijke commitment eraan om het
maximale te doen om dit dossier na al die jaren eindelijk op te lossen,
maar tegelijk vragen we ook iets van de Kamer: als dat traject
vertraging oploopt, dan zullen wij daar altijd over rapporteren, maar
dan moeten wij open het gesprek kunnen aangaan over de vraag waaraan dat
ligt. Dat heeft ook specifiek tot gevolg dat je langer in een
tegenbewijsregeling zit, maar laten we daar nou even niet van uitgaan,
want wij denken dat dit gewoon kan. Als er vertraging is, dan hebben we
daar bij de Voorjaarsnota en het Belastingplan van volgend jaar weer een
discussie over, maar wij zijn nu alles op alles aan het zetten om
eindelijk wel te gaan regelen wat drie kabinetten niet is gelukt,
namelijk de overgang naar de vermogenswinstbelasting.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoop inderdaad dat dat lukt, want anders zien we nog meer
vastgoedbeleggers richting Portugal en Spanje gaan. Een andere vraag
gaat over de tijdelijke verlaging van het box 2-tarief. Dat vind ik een
goede en creatieve dekking. Daar kan ik in meegaan. Wel spreek ik
ondernemers die zeggen: die 1,8 gaat voor mij het verschil niet maken.
De minister sprak over de tijd van Dijsselbloem; toen was de verlaging
3%. Is het niet verstandiger om die tariefverlaging wat forser te doen,
en wellicht in een kortere periode?
Minister Heinen:
Laat me dat meenemen in de uitwerking van een hernieuwde
oplossingsrichting. Daar moet ik wel kanttekeningen bij plaatsen. Een
verlaagd tarief kost ook weer geld en moet ook weer gedekt worden. Ik
probeer ook het EMU-saldo niet te veel een golfslagbad te laten worden.
Want hoe hoger je dat tarief maakt, hoe groter inderdaad de
gedragseffecten zijn. Dan zult u in de beginjaren een grotere opbrengst
zien, en in latere jaren een groter tekort, waar mevrouw Beckerman
inderdaad al op wees. Dan wordt het EMU-saldo een te groot golfslagbad
en ik probeer naar rustigere wateren te varen. Maar ik snap dat u
hiernaar vraagt, dus laat me hiernaar kijken. Tegelijkertijd moeten we
ons hierin matigen, omdat ik ook een verantwoordelijkheid voel vanuit
mijn rol als minister van Financiën, om het saldo naar rustiger wateren
te varen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Hoogeveen (JA21):
Mijn laatste vraag gaat over de hersteloperatie box 3. We zien dat het
in het saldo loopt als we vanuit de box 3-systematiek naar
vermogenswinst gaan. De hersteloperatie box 3 loopt waarschijnlijk ook
in het saldo. Zou het niet zuiver zijn om dat uiteindelijk tegen elkaar
af te strepen en om een bedrag dat is gereserveerd voor de box
3-hersteloperatie, ook in te zetten voor het toewerken naar volledige
vermogenswinstbelasting?
Minister Heinen:
Het is niet zo dat er een pot geld gereserveerd is. Het zit in de
ramingen en in wat we, in vreselijke ambtelijke taal, het "basispad"
noemen. Ik denk dat de staatssecretaris straks nog wat zegt over hoe het
precies zit met deze ramingen. Als dat nader uitzoekwerk vergt, dan
zullen we dat uiteraard doen, maar ik zou de verwachtingen niet te hoog
maken, omdat wij ook de verantwoordelijkheid hebben om, als er een
groter beroep wordt gedaan op die tegenbewijsregeling, te voorkomen dat
er weer tekorten ontstaan. Maar ik begrijp dat u hiernaar vraagt, de
staatssecretaris zal daar straks nader op ingaan en we kunnen altijd,
nogmaals, nadere informatie verstrekken.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Laat ik beginnen met een positieve noot: ik waardeer de beweging die het
kabinet, de minister, heeft gemaakt. Maar toen ik de brief onder ogen
kreeg was wel mijn grote vraag: waar is de minister gebleven die ik heb
leren kennen als meneer Heinen in 2017 en 2021 bij allerlei
onderhandelingen over Miljoenennota's? Toen was hij namelijk de eerste
die zei: laten we het heffingsvrije vermogen verhogen, laten we kleine
spaarders en beleggers ontzien. Hoe kan het nou dat hij zo gefocust is
geweest op vermogenswinst dat hij die kleinere beleggers en spaarders
toch even uit het oog is verloren? Ik begrijp het gewoon niet.
Minister Heinen:
De heer Grinwis en ik kennen elkaar lang. Inderdaad heeft hij, tot
gekmakend aan toe, altijd geknokt voor die spaarders. Dat beeld herken
ik dus. U wijst naar het tijdperk van 2020-2021. In de zoektocht naar de
oplossing heb ik inderdaad die periode weer voor het oog gehouden. We
hebben er toen geen discussies over gevoerd dat kleine spaarders geraakt
werden in die systematiek en met waar we de grens toen hebben gelegd. Ik
weet nog dat wij ook elkaar aankeken als hardwerkende Kamerleden: kent u
mensen met zoveel spaargeld? Ik vind €100.000 ongelofelijk veel geld,
maar in mijn hyperfocus om te komen tot oplossingen heb ik dit
onderschat. U heeft mij er ook op gewezen dat op deze manier veel mensen
— het gaat dus niet eens om het bedrag, maar om het grote aantal mensen
— in de Belastingdienst worden getroffen. Ik denk dat we in de zoektocht
naar die eindoplossing — nogmaals, we zijn ontzettend ver; het ligt nu
echt voor het grijpen, mensen — ook moeten voorkomen dat we de
uitvoeringsdiensten, waar we ook maximaal energie van vragen, nu
opzadelen met meer belastingafhandelingen. Daar hebben wij het dus ook
over gehad en dat zien wij ook. Wij moeten als twee puzzelaars dit
laatste puzzelstukje dus gewoon net beter leggen. Ik denk dat we dit dan
kunnen bereiken met elkaar. Dat zou echt fantastisch zijn. Ik waardeer
ook de medewerking van de zijde van de Kamer. Dit vraagt iets van ons
allemaal, maar dan lossen we net als met stikstof weer een dossier op.
Zo zijn we stap voor stap gewoon problemen met elkaar aan het
fiksen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik waardeer dat de minister erkent dat hij onderschat heeft hoezeer hij
hiermee kleinere spaarders en beleggers heeft geraakt en dat dit door de
Kamer en ook de ChristenUniefractie niet zou worden gepruimd. Het is
goed dat u dit onderkent. Laten we samen aan een oplossing werken. Dan
mijn tweede vraag. Wat voor mij als een duveltje uit een doosje kwam,
was dat mijn amendement is geslachtofferd dat ik vorig jaar door de
Kamer heb geloodst om kleinere spaarders inderdaad te ontzien maar
vooral ook om verhuurders, die massaal hun appartementen en huizen aan
het uitponden zijn, niet te confronteren met een verhoging van het
forfait van 1,5%, toen 4,78%. Dat leidt echt tot uitponden; meneer
Hoogeveen zei dat ook al. Ik begrijp eigenlijk niet waarom dit
amendement van de Kamer, dat buiten de coalitie heel breed is gesteund,
is geslachtofferd. Kan de minister van Financiën daar wat over
zeggen?
Minister Heinen:
Het gevolg van het succes van de heer Grinwis is dat er zo veel
amendementen en moties zijn en dat ik ze allemaal probeer uit te voeren.
Ik heb in de brief ook opgenomen dat ik een ander amendement — nee,
volgens mij was het een motie — uitvoer om de prijsbijstelling niet van
toepassing te laten zijn op het Mobiliteits- en Deltafonds. Ik denk dat
ik op het ministerie bij elke brief die eruit gaat, vraag of die
"Grinwisproof" is en of we nog een motie hebben gemist. Blijkbaar hebben
we dat gedaan. Laat me daar nou gewoon goed op terugkomen. We hebben
alles gehoord in de eerste termijn. We willen dit over de eindstreep
trekken. Kijkend naar de oplossingsrichting en de contouren denk ik dat
we ontzettend ver zijn, maar in die laatste stap om het naar de haven te
brengen, heeft u gezegd: die grens van €100.000, waar die €1.000 een
afgeleide van is, vinden wij te laag; kijk daar nou nog eens goed naar.
Ik herhaal hier nogmaals dat we dat op deze manier niet gaan doen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Zoals gezegd waardeer ik dat zeer. Die prijsbijstelling is ook een
lelijke kaasschaaf, maar laten we de bruggen en de sluizen uitzonderen.
Daar ben ik dus blij mee. Hopelijk geldt dat voor de hele Miljoenennota;
daar komen we misschien later op. Mijn punt hierbij is dat ik al heb
aangekondigd om in de tweede termijn met een motie te komen om de
minister wat te helpen. Mijn laatste vraag gaat over box 2. Ik heb ook
teruggedacht aan het Belastingplan 2014.
De voorzitter:
Kort en bondig.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Toen is het met 3 procentpunt naar 22% verlaagd. Het ging toen om
€250.000. Waarom heeft de minister gedacht aan verlaging van het hoogste
tarief en niet aan schijfverlenging in de eerste tariefschijf van box 2,
die we toen nog niet hadden en nu wel? Nu zit die op €69.000. Als je
meer richting die €100.000 of €250.000 gaat, heb je dan niet méér
effect?
Minister Heinen:
We proberen het samen te zien, ook in het licht van het excessief lenen.
Nogmaals, de eigen woning is daarvan uitgezonderd; daar zit dus geen
limiet op. Maar dit is een slimme; laten we dit dus ook meewegen.
Nogmaals, om dit hele dossier in rustiger vaarwater te brengen, hebben
we geprobeerd om het saldo rustig te houden en daar geen golfslagbad van
te maken. We hebben gekeken hoe je vanuit de belastingheffing de dekking
het dichtstbij waar de winsten zitten kan vinden. Dat hou ik uw Kamer
altijd voor. Dat geldt op het sociale domein en dan moet ik eerlijk
zijn: dan moet ik dat ook doen aan de lastenkant. Maar ik constateer ook
dat we nog één laatste stap moeten zetten om dit helemaal thuis te
brengen. Wat een waanzinnige stap hebben we dan weer met elkaar gezet.
Dan hebben we dit opgelost.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dit geeft maar weer aan hoe ingewikkeld belastinghervormingen zijn.
Inderdaad, de golven gaan hoog. Daarom denken wij ook dat, als golven
hoog gaan en je rustiger vaarwater wilt, het goed is om
stuurinstrumenten te hebben. Wij hebben als Kamer in meerderheid —
volgens mij hebben PRO en de ChristenUnie er ook om gevraagd en wij
hebben er ook ooit om gevraagd — om het volgende gevraagd: kunnen wij
nou ook niet nadenken over progressieve tarieven in box 3, zodat je, als
je discussies hebt over kleine spaarders of grote vermogens, misschien
ook op die manier wat meer kunt sturen? Misschien is dit iets voor uw
collega, want het is techniek, maar ik zou het waarderen als daar in
ieder geval vandaag nog op teruggekomen wordt. We hebben er namelijk
vaak om gevraagd en iedere keer krijgen we eigenlijk geen goed
antwoord.
Minister Heinen:
Ik snap het. Ik probeer dit bolletje wol te ontrafelen en hier stap voor
stap verder in te komen. Ik denk dat stap één is om naar de
vermogenswinstbelasting te gaan, waar mevrouw Van Dijk ook al heel lang
aandacht voor vraagt. Gefeliciteerd met uw benoeming als fiscaal
Kamerlid van het jaar! Laten we dit proberen te bereiken. Daarnaast zijn
er aanpalend nog heel veel andere discussies. Ik heb u bijvoorbeeld ook
al langer gehoord over tanteagaathleningen. Ik heb de heer Oosterhuis
ook gehoord over groen beleggen. Ik heb de heer Grinwis ook gehoord over
landgoederen. Zo zijn er ook vanuit de specifieke smaldelen in deze
Kamer nog specifieke wensen. Zo heb ik er zelf ook nog een aantal, maar
die zal ik even parkeren, want het gaat hier niet om de minister maar om
de Kamer. Dat zou ook een tweede stap kunnen zijn; ik zou ook zeggen dat
wij goed laten zien wat de stappen zijn naar dat verbeteren van het
stelsel. Het belangrijkste is dat wij deze stap nu met elkaar in breed
draagvlak weten te bereiken, maar ik snap ook, los van of het daarmee af
is, dat er nog wordt gezocht naar de fijnmazigheid van de vormgeving. Ik
probeer het bolletje wol niet ingewikkelder te maken maar uit elkaar te
trekken. De wensen hebben wij heel goed opgeschreven. Een aantal hebben
wij genoemd, zoals de landgoederen; daar is ook veel aandacht voor
gevraagd. Nogmaals, van groen beleggen tot tanteagaathleningen: ik weet
dat dat wensen zijn die niet weg zijn.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik snap dat het ingewikkeld is. Ik ben er niet op uit om het
ingewikkelder te maken, maar wel om het naar de toekomst toe
beheersbaarder te maken. Wij zijn er echt van overtuigd dat we op
termijn blij zijn met progressiviteit, wat heel veel landen met
vermogenswinstbelasting hebben, omdat we dan ook daadwerkelijk een
stuurinstrument hebben als we problemen hebben met dekking, ons afvragen
hoe we ermee omgaan en discussies hebben over het belasten van vermogen.
Ik zou het dus wel goed vinden als er in ieder geval dadelijk een
reactie op komt van de staatssecretaris.
Minister Heinen:
De staatssecretaris wees er al op dat hij dat beantwoordt. Dat lijkt me
ook verstandig, want de staatssecretaris beschikt, tot in het kwadraat,
over meer kennis en kunde op dit dossier dan ik.
De heer Oosterhuis (D66):
De minister heeft net toegezegd met een voorstel te komen om dat
heffingsvrije resultaat weer te vergroten. Ik denk dat een groot deel
van de Kamer daar blij mee is. Het moet natuurlijk wel gedekt worden
binnen het domein. Het is niet mijn fractie die op dat punt taboes
heeft, dus ik zie een voorstel tegemoet. Mijn vraag gaat over het
verlaagde tarief in box 2, eigenlijk de Dijsselbloemtruc. Ik heb het nog
even nagekeken: in 2014 leverde dat echt geld op. Het leverde een keer
een miljard op en daarna was er een paar jaar een paar honderd miljoen
derving, maar per saldo leverde het geld op.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Oosterhuis (D66):
Nu zie ik de tabel die wij gisteren kregen. Dan zie ik, als ik kijk over
de periode tussen 2026 en 2036, dat het per saldo geld kost, namelijk
1,7 miljard. Wij moesten dus juist derving van box 3 oplossen, maar nu
geven we hiermee eigenlijk extra geld uit dat in de schuld loopt. Kan de
minister dat uitleggen?
Minister Heinen:
Dat heb ik net uitvoerig gedaan in het interruptiedebat met uw collega's
in de Kamer, dus dan is wederom mijn vraag welk onderdeel daarvan
onduidelijk was. Dan kan ik daar specifieker op ingaan. Maar, nogmaals,
in dit dossier hebben we gezocht, ook in afstemming met de smaldelen in
het kabinet, naar een dekking die voor iedereen te dragen was. Daarbij
was het idee om ook naar structurele overdekking te kijken. In het ene
jaar heb je een overdekking en in het andere jaar een tekort.
Structureel leidt dat tot een overdekking. Maar laten we deze discussie
nou als volgt doen. Ik heb iedereen goed gehoord. Ik heb u de contouren
geschetst van de oplossing om die finale stap te zetten om dit grote
dossier eindelijk op te lossen. Dan zal ik uiteraard ook in contact
treden met de heer Oosterhuis. Dan ga ik echt proberen het allemaal bij
elkaar te brengen.
De heer Oosterhuis (D66):
Aan het begin van het debat heeft de minister hier een terecht verhaal
gehouden over de risico's van oplopende schulden. Deze maatregel leidt
er wel toe dat de schuld over tien jaar gewoon 2 miljard hoger is dan
nu. We kunnen natuurlijk sturen op kaders en op saldo. Het kasritme is
wat raar, maar dit leidt wel gewoon tot een hogere schuld. Ik denk dus
dat als er toch wordt gekeken naar alternatieve vormgeving van deze
maatregel, er moet worden gezocht naar een manier die niet per saldo ook
meerjarig tot een hogere schuld leidt.
Minister Heinen:
Laten we dat aan beide kanten van de begroting doen, dus ook aan de
uitgavenkant — daar hoor ik de heer Oosterhuis niet over — waar we toch
flink wat bezuinigingen hebben geparkeerd en de structurele opbrengst
vele malen groter is, oplopend tot 6 miljard. Als we dus met elkaar
vinden dat dat gedekt moet worden, en ik vind dat, dan ben ik graag
gemotiveerd om aan beide kanten van de begroting die dekking te zoeken,
binnen het domein.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Oosterhuis (D66):
Nou, volgens mij heb ik dat commitment aan de uitgavenkant ook, dus ik
snap deze opmerking van de minister niet zo heel goed. In ieder geval
denk ik dat een oplossing die in box 2 leidt tot verdere derving zeker
niet de route is richting een oplossing.
De heer Flach (SGP):
Ik ken de vriendengroep en de familie van de minister natuurlijk niet
goed, maar ik hoorde hem een aantal keren zeggen: ik ken geen mensen die
een ton op de spaarrekening hebben. Waar komt toch de fictie vandaan dat
mensen die een ton hebben, dat geld allemaal op hun spaarrekening hebben
staan? Dat kan ook in een klein beleggingspand zitten, of in een
pakketje aandelen. Met andere woorden, die €1.000-afgeleide komt van de
fictie dat iemand €100.000 op zijn rekening heeft staan. Maar als je
aandelen hebt of het in een heel betrouwbaar vastgoedfonds stopt tegen
6%, dan heb je nog maar een derde van die vrijstelling. Met andere
woorden, impliciet geeft de minister met deze grens aan: beleg maar niet
en investeer maar niet; spaar maar. Waar komt die fictie vandaan?
Minister Heinen:
Ik heb daarover al gezegd dat die grens ongelukkig is gekozen en dat we
die dus gaan aanpassen. Ik gaf een inzicht in mijn kijk hierop, namelijk
dat ik in de hyperfocus om te komen tot een oplossing naar gemiddelden
heb gekeken. U wijst er terecht op dat dit een afgeleide is van de
aanname van 2% over €50.000, en voor stellen €100.000. Maar u heeft
helemaal gelijk — daar ging het debat gisteren ook over — als u aangeeft
dat die 2% op sommige spaarrekeningen 1% is. Dan zou het €200.000 zijn.
Er zijn echter ook mensen die meer rendement maken, en dan is het bedrag
kleiner. Dit zit wel besloten in de aanpassing van de systematiek,
waarin we van een heffingsvrij vermogen naar een heffingsvrij rendement
gaan. Dat zijn allemaal afgeleiden van elkaar. Maar ik heb u goed
gehoord, en nogmaals, die grens is niet goed gekozen en die gaan we dus
ook aanpassen.
De heer Flach (SGP):
Ik heb er ook waardering voor, moet ik eerlijk zeggen, dat de minister
die beweging maakt. Mijn waarschuwing is vooral: ga dan bij de herijking
inderdaad uit van die gemengde groep van beleggen en sparen. Mijn tweede
vraag gaat specifiek over het belastingjaar 2027. Daar ben ik me echt
wild van geschrokken. Het heffingsvrij vermogen wordt gehalveerd en het
tarief wordt meer dan 30% verhoogd. Ook hoor ik de minister zeggen dat
het weleens zo kan zijn dat we 1-1-2028 niet halen en dat het dan
1-1-2029 zou worden. Mijn vrees is dan dat we nog een keer zo'n jaar
krijgen. Ik ga naar mijn vraag toe, voorzitter. De minister zei net dat
hij geen golfslagbad wil in het saldo. Maar wat we hier zien, is een
golfslagbad in de belastingheffing. Mensen kunnen zich hier niet meer op
aanpassen en worden volgend jaar met een heel hoog tarief
geconfronteerd. Misschien gebeurt het het jaar daarna nog eens. Pas dan
kabbelt het weer wat weg. Zou de minister niet naar een meer vlakke lijn
moeten kijken?
Minister Heinen:
Dat is een goede, denk ik. In de zoektocht naar een oplossing voegt u
eigenlijk een extra dimensie toe, namelijk rust en reinheid op dit punt.
Laten we dat ook betrekken bij de oplossing. Ik probeer het debat in
volle transparantie te doen. Wij zijn ongelofelijk gecommitteerd. Wij
werken dag en nacht, ook de ambtenaren, om dit mogelijk te maken in
2028. Maar ik wil voor mijn ministerie en voor de staatssecretaris
staan, die nu worden belast met de uitvoering van dit belangrijke
dossier. Ik wil iedereen beschermen. Het kan natuurlijk altijd zo zijn
dat we in de uitvoering tegen nieuwe problemen aanlopen. Ik wil
voorkomen dat we elkaar dan weer naar het leven gaan staan. Ik probeer
de verwachtingen te managen. Ik geef aan dat we er alles aan doen om dit
in 2028 te implementeren. Wij denken ook dat dit kan. We hebben de
novelle al geschreven. We hebben met de Raad van State contact. Het ligt
vrijdag in de ministerraad. Dan kunnen we dit gewoon gaan regelen. Wij
zijn er positief over dat dit lukt. Alle afgeleide discussies hiervan
hebben de aanname dat er vertraging komt, maar laten we er alles aan
doen om ervoor te zorgen dat die vertraging er niet komt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
Mijn vraag ging niet zozeer over die vertraging, want wat dat betreft
zal ik de minister en de staatssecretaris niet naar het leven staan,
zoals de minister dat zelf noemde. Het gaat mij erom dat ervoor gekozen
is om in het tussenjaar een forse belastingverhoging te doen. Die zou
zomaar voor twee jaar kunnen gelden. Ik zou graag de toezegging van de
minister willen dat hij ook van mening is dat we die onverwachte piek in
de belastingheffing voor 2027 zouden moeten schrappen en dat dat zou
helpen voor rust in de hele discussie.
Minister Heinen:
Het vergroot de opgave om te komen tot een oplossing, maar als dat nodig
is moet dat er natuurlijk bij betrokken worden. Maar laat me dit even
goed in kaart brengen. Ik heb u goed gehoord. Nogmaals, het kan
natuurlijk nooit zo zijn dat er bij kleine spaarders en beleggers onrust
is. Dat zou ook contrair zijn aan de inzet die ik daarvoor heb, al sinds
ik hier in de Kamer rondliep. We gaan dit fiksen met elkaar.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik waardeer het dat er goed geluisterd is naar de problemen die gisteren
door zo ongeveer alle partijen aangekaart zijn en dat er geluisterd
wordt, waardoor die kleine beleggers en kleine spaarders ontzien gaan
worden. Dat hopen we althans. Maar er is één punt dat nog niet
geadresseerd is. Ik hoop dat ik daarvoor bij deze minister aan het
juiste adres ben, maar misschien moet ik bij de staatssecretaris zijn.
Wij hadden gezien dat ook het heffingsvrij vermogen teruggebracht wordt
naar het niveau van 2020, maar dat daar de grens voor de zorgtoeslag aan
gekoppeld lijkt te worden. Ik hoop dat dat niet het geval is.
Minister Heinen:
Dit kan ik gelijk beantwoorden. Dat is niet aan elkaar gekoppeld. Wij
probeerden inzichtelijk te maken waarom precies die grens gekozen is.
Dat kun je benaderen via het jaartal door te zeggen: in die periode zat
het op hetzelfde niveau. Maar je kunt het ook benaderen door te zeggen
dat het een vergelijkbare grens is zoals mevrouw Van Brenk die hier
definieert. Maar het is niet aan elkaar gekoppeld. We probeerden uit te
leggen waarom er is gekozen voor die grens in de redeneertrant van de
zoektocht naar een oplossing. Daar heb ik over gezegd wat ik daarover
heb gezegd, maar het is niet aan elkaar gekoppeld.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Als het niet aan elkaar gekoppeld is, maar er bij het schema wel staat
dat de zorgtoeslag gekoppeld is aan het heffingsvrij vermogen, mag ik er
dan van uitgaan dat de grens van de zorgtoeslag blijft op het niveau van
rond de €60.000?
Minister Heinen:
Wij zijn niet voornemens die aan te passen. Dat waren we ook niet van
plan.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dus het blijft op het huidige niveau.
Minister Heinen:
Honderd procent zeker. Dit was helemaal geen onderdeel van de
gesprekken. Dit was überhaupt nooit onderdeel van de zoektocht naar de
oplossing. Ik wil wel duidelijkheid geven over het niveau waarop het
zit, maar de koppeling is er niet.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Zoals de meeste mensen weten, ben ik nieuw in deze Kamer. Dit zijn ook
mijn eerste Financiële Beschouwingen. Ik hoor de hele tijd hetzelfde
woord terugkomen, namelijk "dekkingen" en "dekken". "Hier moet een
dekking voor worden gezocht en dit is een dekking waard." Het lijkt hier
voor mij bijna op een manege. Ik snap niet waarom er door dit kabinet
constant naar oplossingen in de vorm van dekkingen wordt gezocht; ik
hoor het andere mensen in deze Kamer ook zeggen. Is het geen oplossing
om fors te snijden in de uitgaven van de overheid in plaats van iets te
dekken?
Minister Heinen:
Hier ben ik het helemaal mee eens. Het is uit mijn hart gegrepen. Als
het gaat over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, vind ik dat de
grootste uitdaging ligt bij de uitgaven. Je ziet ook feitelijk dat een
oplopend tekort en oplopende schulden het gevolg zijn van stijgende
uitgaven. Die zijn niet het gevolg van te lage belastingen.
Tegelijkertijd hebben wij in het regeerakkoord de overheidsfinanciën via
de uitgavensystematiek en de lastensystematiek vormgegeven. Vanuit een
trendmatig begrotingsbeleid, dat ook is vormgegeven in de Wet houdbare
overheidsfinanciën, moet ik mij ook aan die kaders houden. Dat betekent
dat als je extra wilt uitgeven, je bij de uitgaven ook extra dekking
moet vinden. Als je de lasten wilt verlichten, dan moet die rekening
ergens anders heen gaan. Dat leidt tot dit ongemakkelijke debat. Als je
meer holistisch naar de begroting kijkt, kunnen we elkaar snel vinden en
vinden we dat de uitgaven naar beneden moeten. In de
begrotingssystematiek zoals we hier met elkaar hebben gedefinieerd,
Europees en nationaal, hebben we de scheiding van inkomsten en
uitgaven.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Het lijkt mij geen duurzame oplossing. De rekening wordt opnieuw bij
werkende mensen neergelegd. Deze komt bij de spaarders, bij de mensen
die beleggen, die edelmetalen, crypto of aandelen kopen, of misschien
zijn het gewoon mensen die hebben gewerkt en het geld aan de kant
zetten. Dat is waar de dekking op neerkomt: deze mensen meer belasten.
Daar moeten we gewoon vanaf. Deze fundamentele denkfout hoeven we niet
meer te maken met z'n allen. We kunnen er gewoon voor kiezen om te
stoppen met het zoeken naar dekking voor van alles en te beginnen met
het snijden in de uitgaven.
Minister Heinen:
Die ambitie deel ik natuurlijk. Nogmaals, als je kijkt naar de oplopende
tekorten en schulden, dan zit de uitdaging echt in de uitgaven, met name
in de sociale zekerheid en de zorg.
De heer Stultiens (PRO):
Ik ga verder op de vraag van collega Oosterhuis van D66. In reactie
daarop kreeg hij allemaal jij-bakken. Ik ga een hele feitelijke
interruptie plegen. Herkent de minister wat zijn ambtenaren opschrijven,
namelijk dat de tariefsverlaging in box 2 1,7 miljard euro kost?
Minister Heinen:
We vallen in herhaling. Ik heb een gedekt pakket neergelegd. Ik heb de
tabel nu niet bij de hand. U vraagt nu naar getallen. Daar moet ik in de
tweede termijn nog een keer naar kijken. Het pakket is gedekt in de
kabinetsperiode. Er is een structurele overdekking. Dat doen we
inderdaad langs de contouren van box 2 zoals u dat omschrijft. Wij gaan
doorpuzzelen voor een definitieve finale oplossing, om met breed
draagvlak dit dossier nu verder te brengen.
De heer Stultiens (PRO):
Misschien kan de bode de tabel even overhandigen aan de minister. Het is
zijn eigen tabel. Hij zegt dat hij deze niet bij de hand heeft, maar het
zou wel goed zijn voor het debat om deze erbij te hebben. Ik zou de
tabel graag even overhandigen aan de minister.
De voorzitter:
Ik denk dat hij die wel heeft, hoor.
De heer Stultiens (PRO):
Nou, blijkt niet. Hij zegt van niet.
De voorzitter:
Hij zei van wel, maar hij heeft 'm nu niet bij de hand volgens mij.
De heer Stultiens (PRO):
Laat hem deze dan even opzoeken.
Minister Heinen:
Laten we, in het licht van hoe we dit debat startten en in de wetenschap
dat we in dit huis samen moeten werken om tot oplossingen te komen … Ik
heb het gevoel dat de heer Stultiens hier probeert een oplossing verder
weg te brengen in plaats van dichterbij te brengen. Dat vind ik jammer.
In de zoektocht naar breed draagvlak is dit een belangrijk onderwerp
voor een deel van de Kamer om steun te kunnen verlenen aan een
belastingplan; laat ik het zo zeggen. Zo zijn er ook andere belangrijke
onderwerpen die voor een ander deel van de Kamer van belang zijn.
Daarvoor hebben we oplossingen gezocht. Daarvoor kan ik ook tabellen
presenteren waarbij er ook nog een dekkingsopgave ligt. Dan wijs ik
bijvoorbeeld op de AOW. Daar vraagt de heer Stultiens mij om daar niet
over te spreken, om de polder met een nul te laten starten in de
gesprekken. Dat verzoek eerbiedig ik. Dan vraag ik ook aan de heer
Stultiens om hier niet het conflict maar de samenwerking op te
zoeken.
De heer Stultiens (PRO):
Ik stel gewoon een hele feitelijke vraag: hebben de ambtenaren van
Financiën die een tabel naar ons sturen met de boodschap dat de
tariefsverlaging van box 2 1,7 miljard kost, gelijk? De minister wil
niet erkennen dat zijn ambtenaren gelijk hebben. Blijkbaar zijn de
ambtenaren dan aan het liegen.
Minister Heinen:
Wat is dit voor …
De voorzitter:
Wacht, wacht, meneer Stultiens is nog aan beurt.
De heer Stultiens (PRO):
Ik krijg vervolgens allemaal politieke dingen …
De voorzitter:
Laten we het een debat houden en laten we dit blijven voeren over de
inhoud. Ik signaleer ook de vinnigheden, maar volgens mij doen we
debatten hier op de inhoud. Dat geldt zowel voor de minister als voor de
leden.
De heer Stultiens (PRO):
Een terechte oproep. Kan de minister alsnog feitelijk erkennen dat de
tariefsverlaging in box 2 1,7 miljard kost en dus geen dekking is?
Minister Heinen:
De reden waarom u enige emotie bij mij bespeurde, is dat ik niet ga
toestaan dat de heer Stultiens hier mijn ambtenaren als liegende mensen
wegschetst. Ik vind dat echt onacceptabel. Wij presenteren de tabellen
goed aan de Kamer. We hebben aan elk informatieverzoek voldaan. Het is
zo dat als het tarief in box 2 verlaagd wordt, dat in de
tariefsverlaging een kostenverhogend effect heeft. In het gedragseffect,
waarin geld uit een bv wordt gehaald, heeft dat een positief effect op
de belastinginning. Dat leidt tot dat hele golfslagbad. Dat proberen we
met tarieven en schijfgrenzen in rustiger vaarwater te brengen.
Nogmaals, er ligt hier een gedekt pakket over de kabinetsperiode. Er is
structureel overdekking. Op basis van de input van de Kamer gaan wij
doorzoeken naar de finale oplossing om nogmaals dit belangrijke dossier
nu met elkaar op te lossen.
De voorzitter:
Ik heb de heer Stultiens dat verwijt overigens niet horen maken. Ik geef
hem de gelegenheid tot een laatste interruptie voor nu. Daarna gaat de
minister verder met zijn beantwoording. Gaat uw gang.
De heer Stultiens (PRO):
Tot slot. Het hele punt is juist dat ik de ambtenaren wél vertrouw. Ik
lees gewoon hun tabel. Die zegt: een tariefverlaging in box 2 kost 1,7
miljard. En het lukt de minister van Financiën niet om over zijn lippen
te krijgen, om te erkennen dat een tariefsverlaging geld kost. Dat zegt
toch alles? Het is geen dekking, minister van Financiën. Kom met een
betere dekking. Dit slaat echt helemaal nergens op.
Minister Heinen:
Ik constateer dat PRO niet blij is met de gevonden oplossing. Ik heb
letterlijk gezegd dat een tariefsverlaging een negatief budgettair
effect heeft. Daar staat tegenover dat het gedragseffect een positief
budgettair effect heeft. Alle effecten hebben wij in de tabel
gepresenteerd.
Daarnaast bespeurde u, voorzitter, een emotionele reactie in mijn
inhoudelijke debat. Ik wees erop waar dat vandaan kwam, zonder daarmee
weer een verwijt terug te maken. Ik probeerde dat in verklarende zin
hier neer te zetten.
Ik probeer hier maximaal te stretchen om deze Kamer te verenigen in de
oplossing. Ik denk dat dat ook echt lukt. Daar zat inderdaad ook een
irritatie, want we kunnen elkaar met tabellen altijd gek maken en elkaar
wijsmaken dat iets niet deugt, maar dan moet je naar het principiële
punt dat je gewoon vindt dat dit dossier van vermogenswinstbelasting
niet de voorkeur verdient en dat de PRO-fractie liever
vermogensaanwasbelasting had gezien. Daar denkt een groot van de Kamer
anders over en ik zoek naar meerderheden in deze Kamer.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik wil het feestje niet bederven, maar de heer Stultiens heeft
natuurlijk gelijk. Het is natuurlijk een dekking van niks. Als
belastingverlaging, en daarmee de prikkel om het gedrag van mensen te
beïnvloeden waardoor ze belasting gaan betalen, een dekking is die na de
kabinetsperiode omslaat tot het tegenovergestelde effect, dan is het
natuurlijk een dekking van niks. Als ik zo kan gaan dekken in de
toekomst, dan verlaag ik een jaartje de btw. Dan stimuleer ik iedereen
om een televisie te kopen, want die heeft niet 21% btw maar 15% btw. Het
jaar daarna verhoog ik de btw weer naar 21% en dan heb ik voor dat jaar
een dekking gehad. Ik weet zeker dat de minister van Financiën mij dan
naar huis stuurt.
Minister Heinen:
Ik heb deze gesprekken ook gevoerd met fracties in de Eerste Kamer. Daar
werd precies dit punt gebruikt. Daar werd de oplossing gezocht in enkel
het tarief verlagen. Daar werd precies de lijn gehanteerd van de heer
Van Dijck. Daarvan zei ik: dat is te mooi om waar te zijn. Dat zei ik
ook tegen de werkgevers, die dit aan mij voorstelden. Ik zei: "Ja, dat
is mooi. Wilt u dan alle prijzen in de supermarkt even verlagen? Dan
heeft u allemaal meer winst. Geen gezeik, iedereen rijk." Dat is te mooi
om waar te zijn. Dat kan niet. Daarom hebben we ook in dit pakket gezegd
dat we een gedragseffect zien, net zoals we dat in Rutte-II zagen. Dat
is best een slimme route, maar dat kan niet geïsoleerd als dekking
plaatsvinden. Dan zal je ook meer maatregelen moeten nemen om tot een
dekkend pakket te komen. Daar kijkt u hier naar. Ik proef steun voor de
richting waarin wij dit proberen op te lossen, maar nogmaals, u heeft
ook aangegeven dat naar uw oordeel de kleine spaarders en beleggers
hierdoor geraakt worden. Dat gaat dan niet zo plaatsvinden. Dat gaan we
aanpassen.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Dan heb je toch totaal geen dekking? De kleine spaarders gaat u
ontlasten; dat is hartstikke mooi. Maar voor de tariefverlaging in box 2
is geen serieuze dekking. Voor deze kabinetsperiode is er een dekking,
maar als je vier jaar verder kijkt, kom je in de min, precies wat de
heer Stultiens zegt. Dan zit je 1,7 miljard in de min. Met andere
woorden, u legt het probleem dan bij een volgend kabinet: zoeken jullie
maar uit hoe je dat gedragseffect dan weer verandert na een min van 1,7
miljard.
Minister Heinen:
Ik vind altijd dat je rekeningen niet moet doorschuiven. Dat geldt zowel
aan de uitgavenkant als aan de lastenkant. Aan de uitgavenkant doen we
dit erg veel, doordat we niet in gezamenlijkheid tot hervormingen kunnen
komen. Daar zit echt de stijging van de uitgaven. Daardoor zien we de
schuldposities toenemen. Aan de lastenkant vind ik het daarom belangrijk
dat je een structurele overdekking hebt, dus gedekt in de
kabinetsperiode, zodat je rekeningen niet doorschuift. Naar dat pakket
kijkt u.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik had net hierachter een gesprek met collega Keijzer. Wij zaten ons wel
af te vragen wat de route is van het kabinet ten aanzien van deze
novelle. De minister zegt dat die morgen naar de ministerraad gaat, ik
neem aan inclusief dekking. Vervolgens gaat die naar de Raad van State.
Maar wij hebben op 10 oktober al een wetgevingsoverleg Belastingplan. De
vraag is dan even waar we als Kamer staan op dat moment.
Minister Heinen:
Het ligt in de ministerraad, het gaat naar de Raad van State en het komt
ook nog terug. Dan wordt het weer gewogen in de ministerraad en dan gaat
het naar de Kamer. Dan zal ook het dekkingspakket rond zijn, hoop ik, en
kunt u het integraal beoordelen. Daar zien wij geen problemen, maar het
moet in de goede volgorde. U kunt over niets stemmen als u niet weet wat
de oplossing is. Dat zien wij ook heel goed. Daarom ga ik de komende
dagen, nogmaals met weinig uren slaap, u veel bellen om te komen tot een
oplossing.
De heer Hoogeveen (JA21):
Als het morgen in de ministerraad wordt besproken, moet dat toch ook
inclusief de finale dekking zijn zoals die naar de Raad van State gaat
en uiteindelijk ook naar de Kamer? Naar mijn weten zou het ook moeten
worden betrokken bij het WGO Belastingplan op 10 oktober.
Minister Heinen:
Zeker, daar moet het bij betrokken zijn; daar ben ik het helemaal mee
eens. Belastingplannen worden natuurlijk op het laatste moment
aangenomen met amendementen die we dan ook nog niet naar de Raad van
State hebben gestuurd. Bij de finale stemming zijn er dus altijd
aanpassingen aan de dekkingskant of aan waaraan je het uitgeeft, die
niet langs de Raad van State zijn gegaan. Het budgetrecht is natuurlijk
ook aan de Kamer. De Raad van State geeft een advies en dat sturen we
ook aan u mee, maar de Raad van State besluit niet. U besluit als Kamer.
We proberen de informatiepositie van de Kamer zo veel mogelijk te
versterken door doorrekeningen en tabellen mee te sturen en door het
advies van de Raad van State. Maar ik heb heel helder gemaakt dat er nog
een aanpassing nodig is. Dat is duidelijk. Die zal in ieder geval ook
onderdeel worden van de behandeling van het Belastingplan.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik begrijp de vraag van de heer Hoogeveen wel. Het is best heel
bijzonder dat er morgen een aanpassing van dit heel belangrijke dossier
in de ministerraad ligt, zonder dekking en blijkbaar ook zonder dat
daarover is gesproken met een meerderheid in de Kamer. Mij bekruipt
constant het gevoel: wat zijn wij hier nou eigenlijk aan het doen?
Moeten we dit onderwerp niet gewoon volledig schorsen en straks bij het
Belastingplan maar eens uitgebreid de tijd hiervoor inruimen? We hebben
namelijk werkelijk geen idee hoe dit er gaat uitzien. Wat wordt dit?
Minister Heinen:
Je kan in een vijver roeren en dan zeggen: kijk hoe troebel het is. Wij
hebben het in de ministerraad om het naar de Raad van State te sturen.
Dan komt het terug. In de tussenliggende periode hebben wij elkaar, denk
ik, gevonden in de oplossing. Dan wordt het gewoon betrokken in de
wetgevingsoverleggen. Uiteraard gaat er niks zonder dekking naar de
Kamer. Dan kunt u het allemaal integraal wegen. Ik ben een groot
voorstander van wat mevrouw Keijzer zegt: behandel dit uitgebreid bij
het wetgevingsoverleg Belastingplan. Dan heeft u ook alle informatie.
Hopelijk zijn we dan ook weer verder met elkaar in die laatste stap naar
de finale oplossing.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik zie het ongemak bij de minister. Dit is natuurlijk ongekend. Het komt
niet voor dat je een wetsvoorstel vaststelt en naar de Raad van State
stuurt zonder dat je daar een dekking voor hebt. Er zal vast ergens in
een tabel een dekking staan, maar er is geen begin van een meerderheid
voor hoe die moet worden vormgegeven. Ik laat het er nu even bij. We
hebben gewoon met z'n allen geen idee. Mensen die sparen of beleggen
weten niet wat hen te wachten staat. Alle zorgen en boosheid en verdriet
van de afgelopen dagen zijn dus onnodig geweest. Dit geëmmer, dit
gerommel gaat de komende twee weken dus nog voort. Nou ja, het is wat
het is.
Minister Heinen:
Ik heb aangegeven dat wij ons in de route naar de oplossing maximaal
stretchen. Dat betekent dat er ook gewoon tempo gemaakt moet worden. We
hebben de novelle al geschreven en we zijn bezig met die dekking. Maar
ik heb precies in mijn inleiding gezegd dat we er zo snel mogelijk mee
willen komen op verzoek van de Eerste Kamer, waar een oud-partijgenoot
van mevrouw Keijzer ook in zit. Wij willen dus graag die novelleroute.
We willen graag in 2028 zo snel mogelijk naar die
vermogenswinstbelasting. We snappen dat daar dekking bij zit. De
contouren van die dekking hebben we ook besproken. Daar voelen we
landingsgrond voor, maar dan zijn we er nog niet helemaal. We zitten
echt nog in die laatste stap om tot die finale oplossing te komen. Maar
wij moeten ondertussen ook tempo maken. Anders halen we 2028 niet. Daar
vraagt de Kamer ook om: maak haast; we willen dit zo snel mogelijk. Dat
vergt iets van ons allemaal, maar u heeft helemaal gelijk: er kan nooit
iets zonder dekking; dat kan nooit onafgestemd. We gaan zorgen voor een
net Raad van State-advies, zodat u het allemaal kunt wegen, en voor een
net wetgevingsoverleg om dat allemaal goed in de Kamer te kunnen wegen
en daar een oordeel over te kunnen vellen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik zou natuurlijk niet in troebel water durven vissen, maar ik heb wel
een vraag aan de minister. Voor alle helderheid: morgen ligt de novelle
in de ministerraad. Dat is goed. Dat moet ook, want die moet voor
spoedadvies naar de Raad van State. De dekking wordt, lijkt mij,
geregeld in een nota van wijziging op het Belastingplan. Dat kan
natuurlijk later. Morgen gaat er dus een novelle naar de Raad van State.
Staat daar dan nog dat heffingsvrije inkomen van €1.000 in, of worden er
nu ook meerdere bedragen ingevuld, met daarbij de vraag aan de Raad van
State om te reflecteren op zowel €1.000, €1.400, €1.800 als €22.000? Wat
wordt daarvoor de route?
Minister Heinen:
Er zijn vaker voorstellen bij de Raad van State gelegd waarin
verschillende modaliteiten voor de oplossingsrichting zijn opgenomen.
Die kan de Raad van State ook wegen. Voor het advies over de gekozen
route maakt het op zichzelf niet zo veel uit waar precies de grenzen
zitten, want het oordeel gaat meer over het juridische traject dan over
het budgettaire traject. Maar het is heel helder: het moet natuurlijk
gedekt zijn; het moet allemaal kunnen. We gaan dan ook weer met u in
overleg, net zoals we tot nu toe continu hebben gedaan, ook tot kort
voordat we pakketten presenteerden.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat klopt, in zoverre dat de Raad van State in een eerder traject bij de
Wet werkelijk rendement — daar hebben we het namelijk over — heeft
gezegd: het is onverstandig dat het kabinet de eis van
budgetneutraliteit boven zo'n stelselwijziging hangt. Maar de Raad van
State let ook op uitvoerbaarheid. Als het kabinet morgen nog steeds een
heffingsvrij inkomen van €1.000 opschrijft, zoals in de kabinetsbrief
van dinsdag, en niet €1.800 zoals nu in de wet staat, dan moet de Raad
van State daar ook een oordeel over vellen, zo van: "Hiermee trekt u
850.000 belastingplichtigen het systeem in. Dat heeft gevolgen voor
zowel de belastingplichtige als de Belastingdienst. Kabinet, let op uw
zaak." Hoe weegt de minister dit?
Minister Heinen:
Wij doen dit in alle zorgvuldigheid, dus wij moeten dit stap voor stap
doen. De reden waarom ik dit hier benoem, is dat u ook weet welke
stappen wij zetten en hoe wij ons maximaal stretchen om zo snel mogelijk
naar die vermogenswinstbelasting te komen, ook op verzoek van vele
Kamerfracties. Daar hoort een dekking bij en daar zit inderdaad ook een
uitvoeringsvraagstuk bij. Ik heb heel helder gemaakt dat die grens van
€1.000 het niet wordt, dus het zou gek zijn om die naar de Raad van
State te sturen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Kijk, dat wilde ik helder hebben. Dank u wel. De laatste vraag hierbij
gaat eigenlijk nog over het antwoord op de vraag die ik in eerste
instantie stelde. Het klopt toch dat de novelle inhoudelijke keuzes
bevat die morgen naar de Raad van State gaan en dat de nota van
wijziging op het Belastingplan meer de dekkingskeuzes bevat? Die heeft
geen deadline morgen, maar een deadline van volgende week vrijdag, omdat
we op 12 oktober het eerste wetgevingsoverleg hebben. Klopt dat?
Minister Heinen:
Er zijn verschillende routes. De dekking kan in de novelle zitten en in
het Belastingplan. Laten we even goed kijken wat de beste route
daarnaartoe is. Het belangrijkste is: het moet gedekt zijn, en wel op
een manier waarbij iedereen het met een breed draagvlak kan steunen
De heer Vermeer (BBB):
Ik denk dat de heer Grinwis al allerlei voorwerk aan het doen is voor de
Raad van State, want hij geeft al allerlei stukken die waarschijnlijk zo
uit de Handelingen kunnen worden overgenomen. Mijn vraag gaat over de
volgtijdelijkheid, want we hebben straks de situatie waarin een novelle
hier in de Kamer een meerderheid krijgt, maar een Belastingplan waarin
dekkingszaken staan vervolgens wordt weggestemd. Hoe gaan we voorkomen
dat — het hangt allemaal aan elkaar — wij voor één van die twee plannen
moeten stemmen terwijl we niet weten of het andere erdoor komt, en in
welke vorm?
Minister Heinen:
Hier kan je een juridische of een politieke benadering kiezen. Het zoet
en het zuur gaan met elkaar op. Dat kan door ze ook in één wetsvoorstel
te doen of in één novelle. Het kan ook zijn dat je politieke afspraken
met elkaar maakt dat ze met elkaar samenhangen. Dat betekent dat een
stem voor het ene ook een stem voor het andere is. Maar daar moeten we
het goede politieke gesprek over voeren. Uiteindelijk gaan we hier zelf
over stemmingen. Op een gegeven moment is dus ook de vraag: vertrouwen
we elkaar dat we een deal hebben en dat voor beide wordt gestemd? Het
zou natuurlijk niet oké zijn om voor het zoet te stemmen en het zuur
even met elkaar over te slaan. Zo kunnen we het land niet besturen.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, maar er staan op hele andere gebieden ook nog gewoon heel
belangrijke zaken in het Belastingplan. Als iemand hier dat bijvoorbeeld
amendeert en dat een meerderheid krijgt, en het is iets wat zeer
ongewenst is voor een partij, dan kan het wezen dat je niet anders kunt
dan tegen het Belastingplan stemmen terwijl je wel akkoord gegaan bent
met de deal over box 3. Hoe gaan we dat voorkomen? Of zegt de minister:
ik ga gewoon de hele dekking, alles, gewoon in die novelle schrijven,
zodat gewoon duidelijk is waar we voor of tegen zijn?
Minister Heinen:
Onderdeel van de afspraken die we met elkaar maken, is hoe het
eindproduct eruitziet. Ik ga er dus niet van uit dat die situatie zich
voor gaat doen.
De heer Flach (SGP):
We moeten dit toch even uitdiepen. Een van de redenen waarom we hier
deze discussie voeren is dat de minister heeft gezegd "ik wilde iets
forceren". Er ligt een voorstel dat niet is afgestemd met een
meerderheid van de Kamer. Ik wil eigenlijk wel klip-en-klaar hebben wat
er nou morgen in de ministerraad ligt. De stukken voor de ministerraad
hadden eigenlijk al gisteravond verstuurd moeten worden, dus misschien
zijn ze dat al wel. Ligt daar nu een novelle waarin alle dekkingen zijn
opgenomen, dus inderdaad ook die €1.000? Of ligt er een novelle zonder
dekking?
Minister Heinen:
Ik ga toch niet vertellen wat er allemaal in de ministerraad ligt? Wat
vraagt u van mij? Ik vertel u dus dat we de novelle behandelen zodat die
naar de Raad van State kan, zodat die daar betrokken kan worden bij de
behandeling van het Belastingplan. We hebben net een hele discussie
gevoerd over de dekking. Daarbij heb ik geschetst waar de oplossing
ligt. Dat gaan we nog met elkaar bespreken. Ik wil even weerleggen dat
er zaken niet zijn afgestemd. Ik laat dat even in het midden. Het
belangrijkste is dat we hier samen uit komen, dat we zoeken naar een
oplossing. Dat moet gewoon netjes. Wij geven aan dat we hier tempo aan
het maken zijn, zowel intern in het kabinet als naar de Raad van State,
zodat het bij de WGO's betrokken kan worden, zodat we die deadline, die
2028, gewoon kunnen halen.
De heer Flach (SGP):
Het afstemmen heeft in ieder geval niet op tabelniveau plaatsgevonden.
Laat dat dan in het midden zijn. Het gaat erom dat ik niet de exact de
stukken hoef te weten die in de ministerraad liggen. Maar het is nogal
van belang of een zo wezenlijk onderdeel, die grens van €1.000, er nog
in zit. Die heeft de minister pas zojuist ingetrokken. Gaat hij daar de
novelle nu nog op aanpassen, of staat die er helemaal niet in? Ik zou
willen voorkomen dat we straks opnieuw worden geconfronteerd met een
besluit van de ministerraad waarvan een groot deel van de Kamer zegt
"ja, maar dit was niet de bedoeling", en dat we weer opnieuw moeten
beginnen. Met andere woorden, wil de minister nou klip-en-klaar
weergeven waar hij morgen mee naar de ministerraad gaat?
Minister Heinen:
Nogmaals, aan de novelle met de oplossingsrichting zoals ik die net
geschetst heb, zit een dekkingsvraag. Die kan landen in een
Belastingplan of in de novelle. Daar hebben we tijd voor; het kan ook
weer aangepast worden. Via de voorzitter zeg ik tegen de heer Flach: u
gaat over het integrale geheel de balans opmaken en stemmen. Verder
verwijs ik, als het gaat om die grens van €1.000, ook naar het
interruptiedebatje met de heer Grinwis.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
Ik vraag toch nog een keer door; de minister laat het gewoon open. Hij
zegt: het kan in de novelle staan en het kan in het Belastingplan staan.
Maar als het in de novelle staat, gaat er een heel gedekt voorstel naar
de Raad van State met daarin ook allerlei grenzen waar nog geen
meerderheid voor is. Het is toch zonde van de tijd als de Raad van State
daar een advies op geeft en daar kritisch op is en de Kamer het
vervolgens afschiet en het weer opnieuw moet? Met andere woorden, ik
snap dat de minister het open wil houden, maar ik vraag toch echt om
duidelijkheid: welke getallen gaan er dan naar de Raad van State, en
moeten we daar niet eerst afstemming over hebben? Haal anders die
getallen eruit en doe het in het Belastingplan.
Minister Heinen:
Er zijn dus meerdere routes, maar het belangrijkste is dat de Raad van
State het advies kan uitbrengen. Nogmaals, we hebben een debat over de
contouren waarin ik draagvlak voel, maar waarbij we in de vormgeving nog
echt een paar stappen moeten zetten. Dat gaan we dus ook doen. Dat kan
landen in een Belastingplan of in een novelle. Maar uiteindelijk moet
het hier integraal in de Kamer liggen, en natuurlijk ook met een breed
draagvlak.
De heer Stultiens (PRO):
Ik heb eigenlijk nog steeds geen antwoord op de vraag van Flach. De
minister zegt: alles kan. Bevat de novelle dekking, ja of nee?
Minister Heinen:
Dat kan, maar als uit dit debat en de contacten daaromheen blijkt dat we
daar nog niet zijn, dan kan je alleen de contouren schetsen voor de Raad
van State. Dan moet je het later preciseren, zodat het allemaal goed
betrokken kan worden bij de WGO's. Wat bij de Raad van State ligt, is de
novelleroute naar vermogenswinst. Daar is een breed draagvlak voor. Daar
zit een ook ongemakkelijke dekkingsvraag. We zijn nu op zoek naar de
oplossingsrichting. We zijn daar heel dichtbij. We zien allemaal de
contouren van waar die moet plaatsvinden. De staatssecretaris en ik gaan
daarmee aan de slag. Dat zullen we u melden. Dat kan landen in het
Belastingplan of in de novelle, maar wat naar de Kamer gaat, moet
integraal zijn; er moet uiteraard een integraal pakket liggen. Los van
het juridische aspect hebben we natuurlijk ook nog de politieke afspraak
met elkaar dat je, als we dat brede draagvlak hebben, ook voor het zoet
en het zuur moet stemmen, ongeacht of het nou in de novelle of in het
Belastingplan zit.
De heer Stultiens (PRO):
Dat is een lang antwoord op een korte ja-neevraag. Bevat de novelle
morgen de dekking?
Minister Heinen:
Ik verwijs naar het antwoord dat ik hierover heb gegeven.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (PRO):
Het kan, maar er ligt een stuk. Staat daar dekking in?
Minister Heinen:
Ik verwijs naar het antwoord dat ik hierover heb gegeven.
De voorzitter:
U vervolgt uw beantwoording.
Minister Heinen:
Dan wilde ik naar het volgende onderwerp gaan. U gaat over de orde van
het debat, voorzitter, maar ik wilde gaan naar de ... Als u mij een
ogenblik geeft, dan haal ik even de set erbij.
De voorzitter:
Zeker. Of is dit een natuurlijk moment voor een lunchschorsing?
Minister Heinen:
Nou, dat was een kleine suggestie. Dat kan natuurlijk ook.
De voorzitter:
Dan gaan we dat doen.
De (algemene) beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Ik schors een halfuur voor de lunchpauze.
De vergadering wordt van 13.10 uur tot 13.41 uur geschorst.
Algemene Financiële Beschouwingen
Algemene Financiële Beschouwingen
Aan de orde is de voortzetting van de Algemene Financiële
Beschouwingen,
en de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2027 (37020-IX);
de brief van de minister van Financiën d.d. 15 september 2026 inzake nota over de toestand van ’s Rijks Financiën (37020).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
Dan is aan de orde de voortzetting van de Algemene Financiële
Beschouwingen. Eén Eelco is al aanwezig, in de persoon van de
staatssecretaris, maar we wachten ook nog op de andere, de minister van
Financiën. Ik zou de bode willen vragen om op zoek te gaan naar de
minister van Financiën.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Kijk eens, het duo is compleet. Als de minister van Financiën zover is,
heeft hij het woord.
De (algemene) beraadslaging wordt hervat.
Minister Heinen:
Er was in ieder geval een Eelco in de zaal, maar net niet de
juiste!
We waren gebleven bij het blokje inkomsten. Daarna ga ik naar de
uitgaven en de overige vragen die er waren.
Ik begin bij de vraag van de heer Hoogeveen over de vrijheidsbijdrage.
Hij vroeg meer specifiek hoe die is vormgegeven en wat er van over is
gebleven. Als het gaat om de vrijheidsbijdrage, is er nu 1,2 miljard
gecompenseerd, maar het totaalbedrag is natuurlijk 1,5 miljard. Daar
heeft hij gelijk in.
De heer Stultiens had ook een vraag in deze categorie. Die ziet op het
thema: de verdeling tussen de lasten op arbeid en de lasten op kapitaal.
Hij vroeg hoe ik daar in meer algemene zin tegen aankijk. Doorgaans
kijken we in de hele mix van belastingen uiteindelijk naar de koopkracht
van mensen en naar wat alle ontwikkelingen samen betekenen voor
werkenden. Dat geldt zowel voor de lastenkant als voor alle
ontwikkelingen die zich buiten onze invloedssfeer voltrekken,
bijvoorbeeld als het gaat om de hoge energieprijzen als gevolg van het
conflict in het Midden-Oosten en Iran.
Ten opzichte van de cMEV-raming van het CPB deze zomer verbetert de
koopkracht van werkenden door het beleid van dit kabinet. Werkenden
ondervinden de grootste relatieve verbetering. Het gaat om vier tienden,
van om en nabij -0,5% naar -0,1%. Daar is het hele koopkrachtpakket op
geënt. Daarvoor hebben we de arbeidskorting aanvankelijk ook ingezet,
maar aan de zijde van de Kamer is aangegeven dat het instrument anders
moest, dus we hebben aanpassingen gedaan. Indachtig het debat van
gisteren denk ik zomaar dat de Kamer daar via amendementen zelf nog
aanpassingen aan wil doen en dat kan uiteraard. Daar dienen dit soort
debatten ook voor.
De heer Ergin (DENK):
Ik heb een paar uur gewacht op dit stuk over de koopkracht. We hebben
het de hele dag over box 3 gehad. Volgens mij kunnen heel veel
Nederlanders alleen maar dromen van box 3, want een op de drie
Nederlanders heeft maar maximaal €2.500 op zijn spaarrekening staan. Als
de wasmachine en het tosti-ijzer in dezelfde maand kapotgaan, hebben ze
een probleem. Ik wil aan deze minister het volgende vragen. Hoe kan het
dat er vooraf wordt gezegd "we willen echt iets met de koopkracht doen",
terwijl de uitkomst is dat bijna iedereen erop achteruitgaat? Hoe kan
dat?
Minister Heinen:
Dat heeft u ook kunnen lezen in de doorrekening van de Macro Economische
Verkenning. Twee ontwikkelingen drukken op de koopkracht van mensen
thuis. Eén is de lastenontwikkeling en twee is wat er wereldwijd
gebeurt. Voornamelijk het conflict in het Midden-Oosten en Iran heeft
geleid tot een enorme stijging van de energieprijzen. Dat werkt door in
de hele economie. Meer specifiek merken mensen dat aan de
energieprijzen, bijvoorbeeld aan de pomp of aan de gasrekening. Breder
slaat het neer in de hele economie in de vorm van inflatie en dat holt
de koopkracht ook uit. Daarnaast hebben de maatregelen van het kabinet
daar ook invloed op. Daarom heeft het kabinet gezegd: laten we dat
anders vormgeven in het koopkrachtpakket. Van de vrijheidsbijdrage van
1,5 miljard, waardoor de lasten volgend jaar omhoog zouden gaan, hebben
we zo'n 1,15 miljard teruggedraaid of anders vormgegeven en er is aan
lastenverlichting gewerkt. Er zijn ook zaken die je niet terugziet in de
koopkracht. Denk bijvoorbeeld aan de prijs aan de pomp, het verlengen
van de accijnzen, de vliegtaks of de onbelaste reiskostenvergoeding. Dat
zijn allemaal zaken die natuurlijk ook inwerken op de situatie thuis,
maar die je niet direct terugziet in de koopkracht.
De heer Ergin (DENK):
Maar de mensen thuis zien vooral dat de boodschappen duurder worden. De
minister refereerde al aan de brandstofprijzen. Dat is echt peperduur in
Nederland. Ze zien een regering die de belasting op water omhooggooit en
die zich in allerlei bochten wringt voor box 3, maar die niks doet voor
werkende armen, mensen in loondienst die keihard werken maar die iedere
maand minder geld uit te geven hebben. Begrijpt deze minister dan dat al
die mensen, echt miljoenen Nederlanders, er gewoon geen vertrouwen meer
in hebben dat er rust komt in hun portemonnee?
Minister Heinen:
Dit zien wij natuurlijk ook. Daarom is het ook zo belangrijk dat wij in
de eerste plaats zorgen dat de economie blijft draaien, want er zitten
twee aspecten aan die koopkracht. Enerzijds gaat het om de prijzen. Daar
zien we precies de effecten zoals de heer Ergin die beschrijft.
Tegelijkertijd zien we een veel indirecter aspect namelijk dat inkomens
achterblijven; dat vind ik ook wel een beetje de sluipmoordenaar van de
koopkracht. Dat is het gevolg van een economie die stagneert. Want bij
een groeiende economie hebben mensen meer inkomen en dan zijn die
stijgende prijzen, waar je als overheid dus niet altijd invloed op hebt
— ik wees in dat kader op de energieprijzen — ook draagbaar. Daarom maak
ik ook zo'n punt van het aanjagen van de economische groei, zodat de
lonen stijgen. U ziet ook in alle doorrekeningen dat het grootste effect
van de stijging of de daling van de koopkracht in de loonontwikkeling en
de inflatie zit. Daar heb je als overheid niet direct invloed op, maar
je kunt het natuurlijk wel beïnvloeden. Je kunt proberen de inflatie
laag te houden, door ook de uitgaven te minderen, de inkomens omhoog te
krijgen door de economische groei te stimuleren en waar nodig gerichte
lastenverlichting te geven. Dat hebben we bijvoorbeeld gedaan bij de
mobiliteit, waar ik al op wees: aan de pomp, met de onbelaste
reiskostenvergoeding, de verlaging van de vrachtwagenheffing en de
halvering van de motorrijtuigenbelasting. Zo proberen we naar aanleiding
van die stijgend energieprijzen compenserende maatregelen te nemen. Dat
doen we ook op huishoudniveau, bijvoorbeeld bij de gasrekening; het
Noodfonds Energie levert daar echt een belangrijke bijdrage aan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ergin (DENK):
De minister noemt allerlei maatregelen die we allemaal kennen. We weten
ook wat die maatregelen onder de streep doen. Die maatregelen betekenen
voor de mensen thuis, die moeite hebben om de rekeningen te betalen en
die echt een probleem hebben als ze straks een financiële tegenvaller in
privézin krijgen, dat ze niet meer kunnen rondkomen. Die mensen voelen
zich dus allemaal in de steek gelaten. Mijn oproep aan deze minister is:
ja, kijk naar de economische groei, probeer de economie te stimuleren,
maar zolang je deze mensen niet helpt, zolang je met maatregelen komt
zoals het duurder maken van water, en zolang je de accijns torenhoog
laat, laat je deze mensen in de steek.
Minister Heinen:
Daarom hebben we meerdere maatregelen genomen om hieraan tegemoet te
komen. Ik wijs in dat kader inderdaad op die accijnzen. Daar trekken we
2,4, 2,3 miljard voor uit. Daarmee zorgen we dat dat niet stijgt. We
grijpen in als het gaat om de gasrekening, met het Noodfonds Energie.
Ook proberen we tochtige woningen versneld te isoleren, omdat dit
natuurlijk ook heel hard inhakt op de energierekening. Zo proberen we
kabinetsbreed in te zetten op alle instrumenten die we hebben, binnen de
beschikbare middelen, om hieraan tegemoet te komen.
De heer Stultiens (PRO):
Mijn vraag gaat over de verhouding in belastingen tussen arbeid en
kapitaal. De minister noemde het al kort. De vraag blijft staan waarom
het kabinet er nou toch voor kiest om de rekening voor een heel groot
deel, bijna helemaal, neer te leggen bij werkende mensen.
Minister Heinen:
Ik heb de heer Stultiens dat een paar keer horen zeggen. Daarbij moet ik
op wat feitelijke onjuistheden wijzen. In die beleidsmatige
lastenontwikkeling betreft, waar de heer Stultiens op doelt — dat doet
hij in elk debat, dus in die zin is hij consistent — zitten overlopende
maatregelen uit voorgaande kabinetsperiodes. Daar zijn wij voor
verantwoordelijk. Ik leg dat niet bij een ander kabinet. Maar er zijn
doorlopende maatregelen die je terugziet in die beleidsmatige
lastenontwikkeling. Neem het ETS, om zomaar iets te noemen; ik denk dat
de heer Stultiens daar voorstander van is. Dat zie je ook terug in die
beleidsmatige lastenontwikkeling. Tegelijkertijd zijn er ook
compenserende maatregelen die je niet ziet in het Belastingplan maar die
wel wat betekenen voor de mensen thuis. Dat zit op die zorgpremies. Ik
heb de heer Stultiens gisteren goed gehoord. Hij zei: kom nou niet aan
met die zorgpremies. Dus ik probeer dat niet te doen. Tegelijkertijd is
het wel onderdeel van het hele verhaal.
Dan komen we in een Haagse werkelijkheid die voor de mensen thuis niet
meer te volgen is, want dan gaan we het over basispaden hebben. Wat zit
er in een basispad? Wij presenteren de mutaties ten opzichte van een
basispad, maar ten opzichte van een situatie waarvan mensen nog niet
eens wisten dat die zich zou materialiseren. Dan voeren wij hier hele
debatten in een werkelijkheid die voor mensen thuis niet meer te volgen
is. Daarom praten we over koopkracht. Koopkracht is iets wat mensen wél
in de portemonnee ervaren. Dan kijk je naar loonontwikkeling,
prijsontwikkeling en de lastenvormgeving zoals een dan zittend kabinet
vormgeeft. We hebben alles op alles gezet om die koopkrachtontwikkeling
te verbeteren. Dan zien we dat de relatieve stijging specifiek bij de
werkenden, waar ook PRO aandacht voor vraagt, het grootst is: van -0,5
naar -0,1. Tegelijkertijd hoor ik partijen ook zeggen: een goede stap,
maar we zijn er nog niet. In dezelfde zin hoor ik echter: de
koopkrachtplaatjes zijn niet helemaal bruikbaar, want dat zijn
natuurlijk ook weer benaderingen van een werkelijkheid. Ik heb dus ook
veel geluiden gehoord met als strekking: moeten we niet überhaupt van
die koopkrachtplaatjes af, want in hoeverre benaderen die nou de
werkelijkheid? Maar ze zijn in ieder geval beter dan die beleidsmatige
lastenontwikkeling.
De heer Stultiens (PRO):
De minister zegt dat er een paar feitelijke onjuistheden waren. Ik hoor
graag welke dat zijn, want we hebben gisteren eigenlijk alleen maar
gezegd dat de lasten in de inkomstenbelasting omhooggaan met 7,8
miljard. Dat staat in zijn eigen factsheetbundel; dat lijkt mij dus geen
onjuistheid. Kan de minister dus aangeven wat er niet klopt aan wat wij
zeiden?
Minister Heinen:
De heer Stultiens zei: het kabinet heeft besloten die lasten te
verhogen. Ik wees er in dat kader op dat de beleidsmatige
lastenontwikkeling alle maatregelen betreft, ook van voorgaande
periodes. Nogmaals, dat zeg ik niet om daarvan weg te lopen, maar het is
niet zo dat het kabinet tot iets heeft besloten. Het is het gevolg van
beleid van meerdere jaren, dat zich materialiseert in die indicator van
de beleidsmatige lastenontwikkeling, maar de beleidsmatige
lastenontwikkeling houdt geen rekening met inkomensontwikkelingen.
Daarom is het zo belangrijk om de lasten, de lonen en de prijzen in
totaliteit te bezien. Dan kan je fijnmaziger benaderen wat dit bij
mensen thuis betekent voor de eenverdiener, de tweeverdiener, mensen met
of zonder kinderen, gepensioneerden. Dat is de koopkracht in Den Haag.
Daar vinden we ook allemaal wat van, want die is in die zin natuurlijk
bruikbaar voor beleidsdebatten die we voeren. Tegelijkertijd proberen we
elke keer ook zo veel mogelijk de vraag voor het licht te houden of we
een modelmatige werkelijkheid beschrijven of echt een werkelijkheid aan
de keukentafel.
De voorzitter:
Afrondend.
Minister Heinen:
Afrondend: het is het beste wat we hebben. Ik wees erop dat het dus
belangrijk is om het beleidsdebat op basis van de koopkracht te
voeren.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (PRO):
De minister noemt mij "consistent". Dat is hijzelf ook, want elke keer
dat wij vragen naar de belastingen, begint hij over koopkracht. Dat gaat
over lonen en salarissen, terwijl het Belastingplan dat hier voorligt,
een keuze is van dit kabinet en van geen enkel ander kabinet. Het is een
structurele lastenverzwaring in de inkomstenbelasting van 7,8 miljard
euro. De grote vraag, die hij niet wil beantwoorden, blijft waarom dit
kabinet ervoor kiest om die lasten zo eenzijdig bij werkende mensen te
leggen.
Minister Heinen:
Je ziet twee dingen gebeuren. Je ziet de beleidsmatige
lastenontwikkeling; daar zie je de lasten stijgen. Dat zie je ook aan de
uitgavenkant, dus ook bij de ontwikkeling van de uitgaven: die stijgen
ook. Tezamen heeft dit effect op de koopkracht. Daarom hebben we het
beleidsdebat altijd over de koopkracht. Dan meer specifiek op dit punt,
de inkomstenbelasting: de heer Stultiens weet ook dat die weer
samenhangt met de zorgpremies. Ten opzichte van de 4 miljard stijging
staat weer 2 miljard daling van de zorgpremies, allemaal ten opzichte
van een basispad. In die zin is dit dus een Haagse discussie; mensen
thuis hebben geen idee wat "een basispad" is, maar ten opzichte van dat
basispad dalen die zorgpremies weer met 2,5 miljard, omdat we ingrijpen
op die zorg. Er zijn ook maatregelen die je niet terugziet in die
beleidsmatige lastenontwikkeling, specifiek op arbeid, waar de heer
Stultiens op wijst, namelijk de accijnzen. Ik heb de heer Ergin zojuist
al aangegeven dat we 2,3 miljard investeren om ook de accijnzen niet te
laten stijgen. De werkelijke situatie van werkenden is dat zij aan de
pomp staan te tanken om naar hun werk te gaan. Die zijn hier natuurlijk
wel blij mee, maar dat zit weer niet in die indicator. Dat is zo'n
beetje de rode draad die ik probeer te ontrafelen in dit debat: we
kunnen elkaar natuurlijk helemaal gek maken met statistieken en
tabellen, maar ik probeer iedereen te bewegen naar de tabel waar we het
over eens zijn. Dat is de koopkracht. Die wordt onafhankelijk berekend
door het Centraal Planbureau. Daar zit het kabinet niet in te shoppen.
Daarvoor heb je een onafhankelijk bureau, dat onafhankelijke cijfers
presenteert. Daar maken wij dan vervolgens het beleid op.
De heer Dassen (Volt):
De minister doet er in ieder geval alles aan om er inderdaad een echt
Haags debat van te maken dat moeilijk te volgen is; complimenten
daarvoor. Maar de vraag van de heer Stultiens is natuurlijk vrij
eenvoudig: waarom kiest dit kabinet ervoor om de lasten op arbeid
significant te verhogen, met 7,8 miljard? Van JA21 tot en met PRO is
eigenlijk de hele Kamer verenigd in de mening dat dit een te hoge last
op arbeid is. Waarom kiest het kabinet er dan toch voor om hiermee door
te gaan?
Minister Heinen:
We kijken naar de totale lastenontwikkeling en wat die in het licht van
de koopkracht betekent voor mensen thuis en voor het vestigingsklimaat.
Dan moet je niet alleen naar de lastenontwikkeling kijken, maar ook naar
de uitgaven en dan moet je dat vervolgens tezamen wegen. Specifiek op
dit punt van de lasten blijft in het vocabulaire hangen dat "het kabinet
heeft besloten". Ik wijs erop dat we de ontwikkeling inzichtelijk maken.
Daarin ziet u meerjarig kabinetsbeleid zich effectueren. Ik denk dat wij
het erover eens zijn dat ETS, geredeneerd vanuit economische
efficiëntie, een interessant instrument is, maar het is lastenverhogend.
Dat zit ook in die beleidsmatige lastenontwikkeling. Daar heeft dit
kabinet niet toe besloten. Ik sta er wel achter, omdat dat een goed
instrument is en ook omdat we de opbrengsten weer terugsluizen, maar dat
ziet u dan weer aan de uitgavenkant. Dat ziet u nu terug. Die hele blo
is dus een zoeklicht dat schijnt op de hele Haagse besluitvorming, maar
die beschijnt niet het totaal. Dat zien we terug in de koopkracht. We
hebben onafhankelijke rekenmeesters aan het werk gezet: houd ons nou een
spiegel voor over die koopkracht en doe dat onafhankelijk. Dat is
precies om dit soort debatten te voorkomen. Dan hebben we er echt alles
aan gedaan om die koopkracht te verbeteren. Dan zie je de relatieve
stijging bij werkenden het meest neerslaan.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb een andere vraag. Of laat ik hem anders insteken. We hebben
gisteren het debat gevoerd met de fracties. Eigenlijk was er daarbij
brede overeenstemming dat eigenlijk niemand tevreden is over die
lastenverzwaring van 7,8 miljard op arbeid die het kabinet en het vorige
kabinet hebben ingezet. Dit kabinet is een minderheidskabinet en moet
dadelijk zorgen dat er meerderheden komen. Dan zal er iets moeten
gebeuren aan de lasten op arbeid. Heeft de minister dat geluid ook
gehoord of heeft hij gedacht "we hebben 66 zetels en ik zie het wel"?
Want ik begreep in ieder geval van de partijen aan beide kanten dat ze
hier niet akkoord mee gaan. Ik hoop dat de minister dat ook ziet; anders
hebben we dadelijk een heel groot probleem.
Minister Heinen:
Voor volgend jaar, 2027, ligt dat bedrag helemaal niet voor. Dan gaat
het om 4 miljard, maar daar staat weer 2,5 miljard aan zorgpremies
tegenover in de min. Daar staan ook weer lagere accijnzen tegenover,
zoals ik net schetste, van 2,3 miljard voor 2027 en 2028. Zo kijken we
uiteindelijk naar de situatie voor mensen thuis. Dat doen we via de
koopkracht. Dan kan je rekening houden met de prijsstijgingen,
loonontwikkelingen en inderdaad lastenmaatregelen. De heer Hoogeveen
wees in dat kader op de vrijheidsbijdrage. Daar wees ook het Centraal
Planbureau op. Dat zei: het is de combinatie van die vrijheidsbijdrage
met de inflatie en dan met name de energieprijs als gevolg van het
conflict in het Midden-Oosten en Iran specifiek; dat leidt ertoe dat die
koopkracht onder druk staat. We hebben ons er dus ook voor ingezet om
die koopkracht te verbeteren. Nogmaals, als we het over arbeid en
werkenden hebben, is de relatieve verbetering bij werkenden het grootst.
Die buigen we echt om van -0,5 naar -0,1. Die zou je ook naar 0 kunnen
brengen, maar dan moet je specifiek naar de arbeidskorting gaan kijken.
Ik heb de Kamer ook heel goed gehoord. Die vindt dat het instrument
eigenlijk te vaak ingezet wordt, dat ook eenverdieners daar nadeel van
hebben en dat we dus moeten kijken naar een ander instrument. Dat kan,
maar als je dat, met de beschikbare middelen, in een ander instrument
zet, bijvoorbeeld een tarief eerste schijf, zal je het effect in de
koopkracht weer verminderd zien. Het is elke keer zoeken naar de balans
tussen enerzijds sturen op instrumenten, bijvoorbeeld vanuit specifieke
wensen — denk aan eenverdieners en tweeverdieners — en sturen op
resultaten, en dat allemaal tegen de achtergrond van het punt dat we
weten dat koopkrachtplaatjes ook weer een benadering van de
werkelijkheid zijn, maar nooit de echte werkelijkheid zijn.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Afrondend. De minister probeert er nog steeds een heel Haags intern
debat van te maken, maar uiteindelijk is de keuze van dit kabinet vrij
eenvoudig: de lasten op arbeid worden de komende jaren flink verhoogd en
op vermogen wordt heel weinig gedaan. Dat is een keuze die uiteindelijk
dit kabinet maakt. Wij zijn daar geen voorstander van. Wij denken juist
dat werken moet lonen. Als iemand werkt en als iemand meer werkt, moet
je ook zorgen dat diegene daar aan het einde van de maand meer bij
overhoudt. Dat zou je kunnen betalen door fiscale regelingen of door de
erf- en schenkbelasting; noem het maar op. Dat is de keuze die dit
kabinet niet maakt. Dat is volgens mij de hele simpele conclusie van dit
verhaal, maar als ik de mensen hier in de zaal hoor, heb ik toch het
gevoel dat heel veel fracties het daar niet mee eens zijn. Ik denk dat
de minister daar straks toch een probleem mee heeft.
Minister Heinen:
Ja, maar met het afschaffen van de fiscale regelingen is iedereen het in
woord snel eens, maar de staatssecretaris en ik zijn met de pet langs
ministeries en collega's gegaan. Ik herinner me ook overleggen waarin we
tegen elkaar zeiden "dat moet toch meer". De staatssecretaris
presenteerde dan voorstellen, uiteraard met steun van mij, en dan zei
iedereen: maar dat potje niet, want dat raakt aan mijn belang! Dan zie
je dus dat het veel moeilijker is om die fiscale regelingen af te
schaffen. Ik wijs er in dat kader ook op dat fiscale regelingen toezien
op lasten. Het afschaffen van een fiscale regeling werkt
lastenverhogend. Dan hangt het er natuurlijk ook van af waar je dat
specifiek zoekt. Ik kan mij herinneren dat we in een vorig kabinet een
aanpassing hebben voorgesteld aan een fiscale regeling, de giftenaftrek.
Toen zag ik juist in het midden van het parlement wat weerstand
ontstaan. Daar zei men: dit raakt misschien weer giften aan de
kerkgenootschappen, dus dat moet ook teruggedraaid worden. We hebben
weleens via de btw geprobeerd inefficiënties uit het systeem te halen —
we keken naar dat hele btw-boek — en we hebben alle ridicule voorbeelden
langs gehad met elkaar waarvan we zeiden: dat moeten we eigenlijk niet
willen, want op het moment dat we wat voorstellen … Het tonen van de
moed om stappen te zetten zal niet aan de staatssecretaris en deze
minister liggen. Daar zien we natuurlijk ook direct dat het altijd een
specifieke groep raakt. Dat maakt die zoektocht zo lastig. Ik hoor de
heer Dassen dus goed. Ik denk dat hij een grotere ambitie zou willen
zien op het punt van het zwaarder belasten van vermogen, maar ik vraag
me af of daar een meerderheid voor is in dit parlement. Mijn zoektocht
gaat nu vooral om het punt hoe ik in ieder geval met wat ik voorstel wel
breed draagvlak kan organiseren.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Dat zijn heel veel woorden, maar daar hebben de mensen thuis natuurlijk
niks aan. Ik vraag het gewoon straight, op de man af: gaat de koopkracht
van de mensen in dit land volgend jaar in de plus of in de min?
Minister Heinen:
Als wij dit Belastingplan niet zouden aannemen, staan specifiek de
werkenden op -0,5%. Met dit Belastingplan weten we dit om te buigen naar
-0,1%, en ik wees al op zaken die in het Belastingplan zitten die je
niet direct terugziet in de koopkrachtplaatjes. Dat gaat bijvoorbeeld
over de prijzen aan de pomp. Zonder Belastingplan stijgen die met 2,3
miljard en gaat ook de onbelaste reiskostenvergoeding niet omhoog. Dan
heb je nog de vrachtwagenheffing en de verlaging van de mrb. Dat zit ook
allemaal in het Belastingplan, maar dat zie je weer niet in die
koopkrachtplaatjes terug.
De heer Tony van Dijck (PVV):
De conclusie is dus: volgend jaar gaat iedereen qua koopkracht in de
min. Dat zegt de minister hier klip-en-klaar, ondanks al die woorden
over de pomp en noem maar op. Want over de pomp gesproken: waarom kunnen
we in Duitsland en in België zoveel goedkoper tanken en zoveel goedkoper
boodschappen doen? Alles is daar goedkoper. Doen zij het zo slecht of
doen zij het zo goed? Of doet Nederland het zo goed? De reden waarom wij
aan de pomp de hoofdprijs betalen, is dat van elke liter die we tanken
de helft naar de schatkist gaat. De reden waarom wij de energierekening
niet kunnen betalen, is dat de helft naar de schatkist gaat. Deze
minister roomt alles af, waardoor de mensen in de kou zitten en geen
geld hebben om te tanken. Dat is het eerlijke verhaal. Waarom neemt u
dus niet het voorbeeld van Duitsland en België en verlaagt u die prijs
aan de pomp en de prijs van de energie niet?
Minister Heinen:
We hebben geprobeerd om dat slimmer vorm te geven. We doen twee dingen.
We verlengen de accijnskorting, zowel op benzine als op diesel. Daar zit
echt een forse rekening bij, van zo'n 2,3 miljard euro voor de komende
twee jaar. Daarnaast hebben we ook gekeken hoe we mensen nog beter
kunnen bedienen. We hebben daarvoor gekeken naar die onbelaste
reiskostenvergoeding. Daar hebben we in het kader van het energiepakket
over gesproken. Die verhoging van €0,02 is per kilometer, maar als je
dat omrekent naar liters is het zo'n €0,30 de liter. Dan kun je
specifiek de mensen die afhankelijk zijn van mobiliteit veel gerichter
helpen. Daarnaast hebben we natuurlijk de vrachtwagenheffing en de
motorrijtuigenbelasting voor bestelbusjes verlaagd. Zo hebben we een
heel pakket samengesteld om mensen specifiek gericht op dit vraagstuk
tegemoet te komen. U wijst op de accijnzen. Daar hebben we toen ook het
debat over gevoerd. We hebben ons allemaal afgevraagd hoe het kan dat
bijvoorbeeld de accijnzen op diesel in België lager liggen, maar de
totale brandstofprijzen toch hoger zijn. Het is dus ook niet helemaal
waar dat de accijnzen bij de buren altijd lager zijn. In sommige
gevallen zijn die zelfs hoger, en toch is het goedkoper. Het hele debat
daarover hebben we toen gevoerd; dat ging over hoe de marktmacht werkt.
Door PRO werd toen gevraagd of we niet met vaste prijzen zouden moeten
werken. Mkb'ers kwamen toen in opstand. Die zeiden: dat helpt ons niet;
ik moet dit pompje draaiende houden. Zo zijn we specifiek op dit thema
in die zoektocht uiteindelijk op dit pakket gekomen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Het probleem is dat de mensen niks hebben aan dit pakket. U heeft het
over een vrachtwagenheffing. Wat heeft een gezin met twee kinderen,
waarvan de moeder naar het werk moet, aan een vrachtwagenheffing, aan
een motorrijtuigenbelasting voor een bestelbusje, aan een
kilometervergoeding van €0,02 als de werkgever het niet betaalt? Dat
zijn allemaal flutmaatregelen! U moet iets doen aan de echte noden van
de Nederlanders: de energierekening, de prijs aan de pomp, het eigen
risico en de boodschappen. Alle vier die zaken negeert u. U komt met
mooie woorden, maar uiteindelijk zit iedereen met de koopkracht in de
min, ook met deze minister die propageert dat werken moet lonen, maar de
lasten op arbeid alleen maar met 8 miljard verhoogt.
Minister Heinen:
Nee, we schaken op meerdere borden om die koopkracht te verbeteren. In
het kader daarvan wees ik erop dat de relatieve verbetering van
werkenden het hoogst is. Het is niet zo dat het allemaal flutmaatregelen
zijn. Je zal als zzp'er maar afhankelijk zijn van dat busje. Je zal maar
je brood verdienen in die vrachtwagen. Het is ook wel en-en-en. Het
halveren van het eigen risico heb ik vaak gehoord van de PVV-fractie,
maar het eerlijke verhaal is wel dat de keerzijde was dat de zorgpremies
gingen stijgen. Die worden ook opgebracht door diezelfde werkende
mensen. Het is een moeilijk vraagstuk, maar laten we het wel in
eerlijkheid naar de mensen thuis communiceren: een halvering van het
eigen risico leidt tot een stijging van de zorgpremies. Daar hebben
mensen ook last van. Zo probeer je op al die borden te kijken naar hoe
de kosten precies neerslaan, zowel in de uitgaven als in de lasten, en
te kijken naar de loonontwikkelingen en de prijsontwikkelingen. Zo
probeer je uiteindelijk via de koopkracht de situatie van mensen te
verbeteren.
De heer Flach (SGP):
Een groot deel van de dag hebben we het gehad over mensen met vermogen.
Ik zou het willen hebben over een groep die helemaal geen vermogen meer
kan opbouwen: de eenverdieners. De minister heeft hen ook al een aantal
keer genoemd. Zou de minister kunnen aangeven waarom de SGP enthousiast
zou moeten worden van het Belastingplan als het gaat om de positie van
eenverdieners?
Minister Heinen:
Omdat die gelijk is in de koopkracht, dus u ziet daar geen verschillen
in. Ook in de aanpassing van het koopkrachtpakket ziet u daar geen
verschillen in ontstaan. Ik ken de heer Flach als iemand die opkomt voor
de eenverdiener. We hebben geprobeerd alle inkomensgroepen in gelijke
mate op te laten gaan. Dat geldt dus voor de werkenden en de
uitkeringsgerechtigden en voor de een- en tweeverdieners. Dat ziet u ook
terug in de tabellen.
Meer specifiek wijst de heer Flach op de inzet van het instrument van de
arbeidskorting, denk ik. Wat dat betreft is er geprobeerd een mix te
vinden tussen enerzijds de wens en de aangenomen Kamermoties waarin
staat dat werkenden er meer op vooruit moeten gaan. Gegeven de
beschikbare middelen is het meest gerichte instrument de arbeidskorting.
Tegelijkertijd staat dat op spanning met precies het vraagstuk dat de
heer Flach hier naar voren brengt, namelijk de eenverdiener. Dan zal je
naar andere maatregelen moeten kijken; dat zal je dan meer in de
tarieven en de schijflengtes moeten doen. We hebben nu geprobeerd een
combinatie te maken. In de koopkracht ziet u dat niet één groep ten
opzichte van de andere groepen wordt bevoordeeld of benadeeld. Maar na
gisteren de eerste termijn gehoord te hebben, denk ik dat er
waarschijnlijk een amendement komt om die arbeidskorting anders vorm te
geven. De staatssecretaris en ik hebben gezegd dat we dat volkomen
begrijpen, omdat we de wensen van de Kamer hebben gehoord. Dan gaat het
dus echt over de vormgeving van het pakket. Ik wijs er wel op dat je
elke aanpassing van de arbeidskorting, bijvoorbeeld als je het meer
generiek uitspreidt over de tarieven in de eerste schijf, ook weer terug
zult zien bij de werkenden. Dat is het moeilijke van dit debat.
Enerzijds willen we een goed koopkrachtbeeld neerleggen en anderzijds
vinden we wat van die instrumenten. Soms staan het instrument en het
doel haaks op elkaar.
De heer Flach (SGP):
Het beeld is weleens dat alle eenverdieners SGP'ers zijn; nou, was dat
maar zo! De meeste eenverdieners zitten bij de PVV en de VVD, blijkt uit
onderzoek. Het is een groep die het echt heel erg moeilijk heeft. De
kloof is zo ontzettend groot. Ook dit jaar gebeurt er eigenlijk niks
mee. Voor sommigen zal het zelfs nog iets toenemen. In de zomer hebben
wij hele gerichte voorstellen gedeeld om dit nu echt aan te pakken. Je
ziet dat de arbeidskorting niet meer het gewenste effect heeft. Die
zorgt er alleen voor dat mensen zo optimaal mogelijk hun uren gaan
verdelen en per saldo minder gaan werken.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Flach (SGP):
De werkenden gaan erop vooruit, maar ze hoeven er minder voor te werken.
Kortom, zitten we nu op de goede weg of moeten we zeggen dat deze groep
alleenverdieners, alleengaanden, nu echt een extra plus moet krijgen,
omdat ze het gewoon te zwaar hebben?
Minister Heinen:
Nogmaals, in het pakket zoals wij dat hebben vormgegeven, bevoordelen of
benadelen we niet een bepaalde groep en blijven de effecten dus gelijk.
Ik herken de wens van de heer Flach. De heer Flach is consistent op dit
thema. Het is daarin ook zoeken naar een oplossing. Ik weet dat de heer
Grinwis en de heer Flach samen optrekken als het gaat om die
arbeidskorting. Naar mijn beste weten zijn er ook amendementen in de
maak om die anders vorm te geven. Dat kan uiteraard ook. Het gaat er
uiteindelijk om dat we met een breed draagvlak een belastingplan
aannemen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
De SGP zal zeker voorstellen doen om de positie van de eenverdiener te
bevorderen, maar het mag duidelijk zijn dat er nu weer eigenlijk niks
verbetert voor de eenverdiener. De minister zegt zelf ook dat het gelijk
blijft. Dat verklaart in belangrijke mate ook het gebrek aan
enthousiasme over dit belastingplan. Kan de minister zich dat
voorstellen?
Minister Heinen:
Ik zei dit ook al in mijn inleiding. Ik denk dat we in een zoektocht
naar compromissen matig enthousiast kunnen reageren omdat we nooit ons
volledige gelijk krijgen, maar we kunnen ook gematigd positief reageren
omdat we altijd iets van ons gelijk erin terugzien. Zo bouwen we aan een
coalitie met breed draagvlak. Ik probeer natuurlijk de blijdschap van
iedereen te optimaliseren.
De voorzitter:
Een interruptie van mevrouw Teunissen. Ik meen me nu te herinneren dat
de minister in zijn beantwoording al aanbeland was bij het onderdeel
uitgaven.
Minister Heinen:
Bijna. De rest van de lasten ligt bij de staatssecretaris. Dat moet ik
ook eerlijk zeggen.
De voorzitter:
Ik wil eigenlijk ook wel weer verder met de beantwoording, zeg ik ook
tegen de leden. Er is breed ruimte voor interrupties, maar we hebben ook
nog een staatssecretaris. De minister is nog niet op de helft van zijn
beantwoording. Er mag een beetje tempo komen in de beantwoording.
Mevrouw Teunissen, vooruit, meneer Grinwis en dan mevrouw Van Brenk. En
dan gaan we weer even verder.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De minister begon net zelf over de generieke accijnsverlaging op
fossiele diesel. Ik vraag me af: waarom toch steeds die
kortetermijnkeuzes? In het Belastingplan zien we dat de vliegbelasting
naar beneden gaat en zien we die accijnsverlaging. Dat zijn twee
maatregelen die op de korte termijn heel duur zijn en een paar mensen
helpen, maar geen gerichte steun zijn voor mensen die het echt nodig
hebben. Aan heel veel andere problemen gaat het kabinet volledig
voorbij. Dan kom ik toch weer op het klimaat.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit gaat rechtstreeks in tegen klimaatbeleid. Wat is daar de afweging
geweest van het kabinet?
De voorzitter:
De minister. De antwoorden mogen ook iets korter.
Minister Heinen:
Dank voor deze vraag. Mevrouw Teunissen noemt specifiek de
vliegbelasting. Ik denk dat mevrouw Teunissen daar juist heel
enthousiast over kan worden, want daar doen we een aantal zaken.
Enerzijds harmoniseren we het tarief voor de lange afstand met het
niveau van Frankfurt, ter voorkoming dat mensen over de grens dezelfde
vlucht pakken, waar het klimaat niet beter van wordt. In combinatie
daarmee hebben we afspraken gemaakt met bijvoorbeeld Schiphol en de
airlines dat ze meer gebruik moeten maken van de biobrandstoffen om de
CO2-uitstoot te verminderen. In dat hele pakket bereik je dus
enerzijds de bescherming van het vestigingsklimaat en anderzijds dat er
geen ontwijkingsgedrag is naar toch dezelfde vlucht, tegen een
vervuilendere uitkomst. Bovendien geeft het ook de mogelijkheid aan
investeerders om te investeren in die zuinigere vliegtuigen. Dan heb je
eigenlijk drie zaken bij elkaar verenigd: enerzijds een schonere
luchtvaart, anderzijds een sterker vestigingsklimaat en in die zin
stimuleer je daar investeringen mee. Dus ik had eigenlijk verwacht dat
mevrouw Teunissen daar juist enthousiast over was, omdat we de
luchtvaart juist aan het vergroenen zijn, in combinatie met de
maatregelen die ik net noemde.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De minister heeft er een hele mooie redenering van gemaakt, maar die
klopt natuurlijk van geen kant. Als je vliegen goedkoper maakt, gaan
meer mensen vliegen. Dat is gewoon de economische wet die eraan ten
grondslag ligt. Mijn vraag is: heeft het kabinet nou afgewogen dat we
ook een klimaatcrisis hebben, dat we daar ook oplossingen voor moeten
hebben? Daar geeft de minister nu geen antwoord op. Die accijnsverlaging
en het omlaag brengen van de vliegbelasting zijn twee maatregelen die
precies het tegenovergestelde doen. We hebben nu te maken met een
fossiel belastingplan, dat de Partij voor de Dieren natuurlijk niet gaat
steunen. Waarom zet de minister niet in op het stimuleren van schoon
vervoer en niet op minder vliegen?
Minister Heinen:
Dat doen wij dus. De inverse van die economische wet klopt ook, namelijk
dat als je het duurder maakt, mensen de grens over gaan en er nog steeds
gebruik van maken. Dan verwijs ik naar de befaamde uitspraak van de heer
Bolkestein: de wereld warmer en Nederland armer. Dat moeten we
natuurlijk proberen te voorkomen. Specifiek de vliegbelasting
harmoniseren we op het niveau van Frankfurt, zodat daar in ieder geval
geen concurrentie meer van komt, in nadelige termen. Vervolgens
stimuleren we de luchtvaart om te vergroenen — dat zit ook in dat pakket
— en stimuleren we luchtvaart daarmee stiller te worden en schoner te
worden, stiller voor de omwonenden en schoner voor het klimaat. Ik vind
het knap werk van minister Karremans dat het hem is gelukt om het
Luchtverkeerbesluit aangenomen te krijgen en op deze manier
omgevingsvergunningen te krijgen, zodat er een stabielere situatie
ontstaat rond Schiphol. Daarbij hebben we de afspraak dat Schiphol kan
groeien, maar dan moet het wel stiller en schoner. Zo werken we én aan
de versterking van onze welvaart én aan het verbeteren van het klimaat.
Dat is de enige manier om hier samen uit te komen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Uit dit antwoord blijkt precies dat klimaat de minister op geen enkele
manier interesseert. Maar voor de onafhankelijkheid van Nederland helpen
deze maatregelen ook niet. We hebben nu gezien dat Trump overweegt om
diesel niet meer te exporteren. Dat betekent dat we alleen maar meer
tekorten krijgen in Europa. Dat zorgt ervoor dat de prijzen weer
omhooggaan. Het is de zoveelste keer dat het kabinet gewoon helemaal
negeert dat hoe langer je afhankelijk blijft van fossiel, hoe
gevaarlijker, onzekerder en duurder het allemaal wordt.
Minister Heinen:
Dat van die diesel zien wij ook. Ik zie dan ook het belang van
energieonafhankelijk worden en het elektrificeren van het wagenpark. Ik
rijd zelf in een oude diesel en ik wil er dolgraag vanaf en naar
elektrisch vervoer. Ik wacht er nog heel even mee tot het einde van deze
functie en dan zal ik zelf ook die transitie maken, vanuit de
overtuiging dat het beter is voor de omgeving. Het is stiller, het is
schoner en we worden energieonafhankelijker. Ik geloof echt dat dat onze
toekomst is.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat is het nadeel als je eerst iets enorm verhoogt en het vervolgens
verlaagt: het wordt geframed als een verlaging. Bij de vliegbelasting
moeten we eerlijk erkennen dat de burger de komende januarimaand zal
ontdekken: hé, de vliegbelasting is met meer dan €30 omhooggegaan. Daar
hebben we het hier nog steeds over: over een verhoging van meer dan €30.
Ik hoor meneer Van Dijck reageren.
De voorzitter:
Meneer Van Dijck, als u wilt meedoen met het debat, staat er nog een
vrije interruptiemicrofoon.
Minister Heinen:
De heer Van Dijck is net zijn vlucht aan het boeken, zie ik!
(Hilariteit)
Minister Heinen:
Nu het nog kan.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan!
Minister Heinen:
Hij hoorde dat het tarief naar beneden ging.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, maar dat was nog een erfenis van het kabinet waar de heer Van Dijck
ook bij zat.
Minister Heinen:
Zo is het.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Bij de arbeidskorting zien we natuurlijk ook zoiets. Eerst verhoogt
minister Heinen deze in de plannen met €173. Vervolgens verlaagt hij die
verhoging iets, terug naar €133. Er gaat dus €40 vanaf. Dan moeten we
heel blij zijn. Dat was natuurlijk ook de achtergrond van de interruptie
van de heer Flach. We hebben wat gemengde gevoelens. Ik waardeer de
beweging die is gemaakt in de brief. De minister laat met deze beweging
zelfs zien dat het kan zonder werkenden erop achteruit te laten gaan.
Sterker, als je gewoon netjes je schijfgrens aan de bovenkant indexeert,
gaan werkenden er zelfs nog iets op vooruit. Daar heb je dat instrument
dus niet voor nodig. Hoe kijkt de minister nu zelf naar dat getweak dat
zo is gefocust op de koopkracht, terwijl je eigenlijk net zulke mooie of
zelfs betere uitkomsten kunt krijgen als je het systeem minder
tweakt?
Minister Heinen:
Als u mij in de ziel kijkt en vraagt wat ik ervan vind, zal ik heel
eerlijk antwoorden dat ik het vreselijk vind. Ik vind die
augustusrondes, waarin wij naar puntenwolken kijken, elke punt ergens
anders in het spectrum willen plaatsen en aan knoppen zitten te draaien
terwijl ik elke keer probeer te begrijpen wie aan welke keukentafels
hiermee geholpen worden … Maar dit is de Haagse werkelijkheid waarin we
zitten. Ik weet ook dat als ik het niet doe, ik hier een ander debat
heb. We proberen in de mix enerzijds te komen tot een gunstig effect,
waarbij de werkenden er relatief het meeste op vooruitgaan, en
anderzijds in het instrumentarium terughoudend te zijn omdat ik ook weet
hoe bijvoorbeeld de ChristenUnie maar ook de SGP aankijken tegen het
instrument van de arbeidskorting. Ik denk dat dit alles, dit hele debat,
maar één afdronk heeft: wij hebben het systeem veel te ingewikkeld
gemaakt met elkaar. Daar kunnen we elkaar de hand schudden; we vinden
dit allemaal. Dat moet simpeler. Er zitten ontzettend veel
heffingskortingen in. We hebben de algemene heffingskorting en een
arbeidskorting die weer is opgelopen. Daar heb ik zelf ook aan
bijgedragen. Misschien wordt het wel weer eens tijd om dat helemaal te
herzien en veel simpeler vorm te geven. We moeten al die
heffingskortingen ook weer afbouwen naarmate de inkomens stijgen. Dat
leidt tot een hogere marginale druk. Dan gaat werken niet lonen. Als we
het dan hebben over problemen oplossen, is dit ook een opgave op ons
ministerie waarvan wij hebben gezegd: we gaan hier echt moedig zijn en
heel boude keuzes maken, want dit kan zo niet langer.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De minister kondigde het al aan, maar wij komen nog met amendementen om
het verder te verbeteren. De minister geeft in het slot van zijn
antwoord aan dat de arbeidskortingen, in combinatie met al die andere
aflopende kortingen en toeslagen, deeltijdbonussen zijn, dat het
eigenlijk voltijdboetes zijn. Daar zie ik toch wel een discrepantie
tussen met de mond zeggen "wij willen dat mensen meer werken en dat meer
werken loont" en de instrumenten die wij inzetten, die het zeker voor
mensen die een goed uurloon hebben totaal onaantrekkelijk maken om extra
uren te werken. Ik hoop dus echt dat we een keer de daad bij het woord
voegen en ons niet langer focussen op die koopkrachtcijfers. Echt, het
koopkrachtfetisjisme uit augustus is verschrikkelijk. Mijn vraag die
hieraan gekoppeld is, is als volgt. Het kabinet heeft er nu voor gekozen
de inflatiecorrectie niet volledig door te voeren. In deze laatste
beweging van de brief van dinsdag hebben ze ervoor gekozen: nou, weet je
wat, we indexeren wel de tariefschijf een beetje en temperen de
heffingskorting.
De voorzitter:
Meneer Grinwis …
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mijn vraag aan de minister is: is hiermee nou een goede afweging
gemaakt? Had niet netjes het systeem van inflatiecorrectie moeten worden
gevolgd, of had de focus volledig op de tarieven en de tariefgrenzen
moeten liggen?
De voorzitter:
Dit kost u uw laatste interruptie, meneer Grinwis.
Minister Heinen:
U vraagt me eigenlijk mezelf te evalueren. Met het risico dat je jezelf
altijd een goed geeft, doe ik dat niet. Het oordeel is aan u, zeg ik via
de voorzitter tegen de heer Grinwis. Ik begrijp heel goed dat de heer
Grinwis ook dat nog aangepast wil zien. Die mogelijkheid is er. Ik kijk
ook zeer uit naar die amendementen. Ik ben altijd bereid om daar
technische assistentie bij te geven.
Voorzitter, ik weet dat u haast maakt, maar geef mij twintig seconden om
één punt te maken om de heer Dassen ook goed te bedienen. De heer Dassen
vroeg om bij elk onderwerp te benoemen hoe AI daardoorheen zit. Als het
gaat om het belastingstelsel en alles wat wij hier doen met
heffingskortingen en percentages, zijn er meer combinaties mogelijk dan
er sterren zijn in het universum. Dit gaat boven het menselijk brein.
Daarom kunnen wij dit niet simpeler maken. Wij hebben op Financiën een
project gestart met AI om ons te helpen tot een efficiënter systeem te
komen. We doen dat met de beste onderzoekers, bijvoorbeeld van Stanford.
We zijn die modellen nu aan het valideren. We proberen daar ook de
samenwerking met het Centraal Planbureau op te zoeken. Wij hebben ook de
ambitie om dat ter beschikking te stellen aan de fracties, zodat
iedereen daar gebruik van kan maken bij het opstellen van
verkiezingsprogramma's.
Dan zit je met AI. Dan hoef je alleen in te voeren welke groepen je
belangrijk vindt en waar misschien no-go's zitten. Dat kan bijvoorbeeld
op het gebied van toptarieven zijn of iets dergelijks. Het is
waanzinnig. Ik heb zelf met het team gezeten dat hiermee bezig is en
echt binnen een minuut heb je ontwerpen waarvan je niet wist dat die
konden en die kan je finetunen. Ik ben ervan overtuigd — en dan zet ik
een punt — dat het ons met AI gaat lukken om ook weer in gezamenlijkheid
het belastingstelsel te verbeteren.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat laatste klinkt heel hoopvol. Ik heb de minister niet gehoord over
het punt waarover wij ons ongenoegen hebben uitgesproken: de verlaging
van de ouderenkorting met €100, uitgaande van het standpunt dat iedereen
er vanuit de pensioenen wel 7,6% op vooruitgaat. Dat is natuurlijk
absoluut niet de waarheid. Dat is een gemiddelde, maar er zijn heel veel
mensen die dat niet hebben of zeker niet in het vooruitzicht hebben. De
koopkracht gaat daar dan wel heel erg hard op achteruit.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik wil gewoon dat de minister daarop reageert. Ik heb daar niets over
gehoord. Het gaat allemaal over arbeidskorting en dat snap ik, maar dit
is ook echt een belangrijk punt.
Minister Heinen:
We hebben daar een afweging in gemaakt, kijkend naar de koopkracht,
omdat we ook groepen in de min zagen. We zagen inderdaad in die
vreselijke tabellen de categorie ouderen in de plus. Dat zat op 0,5% en
tegelijkertijd zagen we de werkenden in de min, op -0,5%. Daar zat een
groot verschil tussen. We hebben geprobeerd dat in te passen door aan al
die instrumenten te draaien. Dan kijk je dus naar arbeidskorting,
heffingskorting, schijfgrenzen en ouderenkorting en probeer je tot een
meer evenwichtig koopkrachtpakket te komen. Dat is de reden waarom we
die keuze hebben gemaakt in deze vorm.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik heb een aantal punten genoemd die eigenlijk allemaal cumuleren bij
ouderen, met name als je minder gezond bent. Er zijn dan een heleboel
zaken die daar specifiek terechtkomen. Daardoor hakt het er heel erg
hard in. Denk aan de afschaffing van de aftrek specifieke zorgkosten. Zo
zijn er nog een heleboel meer. Mijn fractievoorzitter heeft gevraagd om
daar eens specifiek in te duiken. Als alles terechtkomt bij deze groep,
kunnen we dan ook werkelijk de plaatjes zien van wat dat doet voor de
koopkracht? Kan ik die toezegging krijgen?
Minister Heinen:
Laten wij dat inzichtelijk maken. Ik begreep dat uw fractievoorzitter
dat ook "stresstesten" noemde. Ik vond het eigenlijk wel een mooie term,
omdat dat ook benadert hoe het gevoel is. De stress moet niet oplopen.
Dus laten wij dat ook in kaart brengen bij alle maatregelen die wij
nemen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wanneer kunnen we dat verwachten?
Minister Heinen:
Ik zal dat ook even overleggen met de minister van SZW en de minister
van VWS, omdat die daar ook binnen die hele stapelingsdiscussie mee
bezig zijn. Ik weet dat die contacten ook goed lopen. Laat me dat dus
even hernemen. Ik probeer daar in tweede termijn op terug te komen.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn beantwoording. Er is natuurlijk al een hoop
gewisseld in het debat.
Minister Heinen:
Zeker. Ik ga dus naar de afronding, voorzitter. Er was nog één vraag
over de overwinsten, van de heer Stultiens. Ik kijk even naar de
staatssecretaris: zat die in uw set of … Hij zat in mijn set; wij hebben
het mooi verdeeld! Over de overwinsten van de oliemaatschappijen. De
heer Stultiens vroeg daar in eerdere debatten inderdaad ook aandacht
voor. Hij vraagt waarom de grote oliebedrijven, zoals hij ze noemt, niet
belast worden. Laat ik vooropstellen dat iedereen natuurlijk het ongemak
ziet. Het is natuurlijk ongemakkelijk als de prijzen aan de pomp stijgen
en mensen daardoor in de kopkracht geraakt worden en je de winsten van
oliemaatschappijen ziet toenemen. Ik snap dus ook deze zoektocht. Die is
er niet alleen in Nederland; die is er in alle Europese landen. Ik moet
er één nuance bij aanbrengen. Het is wel zo dat de winstbelasting
relatief is. Dus naarmate je meer winst maakt, ga je ook meer
winstbelasting betalen. Maar dat is, denk ik, niet het punt waar de heer
Stultiens op wees.
Dit hele vraagstuk is wel complex omdat — dat heb ik al vaker aangegeven
— hier ook veel juridische haken en ogen aan zitten. De heer Stultiens —
en ook zijn collega — heeft mij ook eerder in debatten gevraagd: maak je
nou in Europa hard om dit op de agenda te zetten. Dat doen wij ook. Ik
heb dus in de Ecofin-Raad van 4 en 5 mei opgeroepen tot een nadere
analyse van het ontstaan van eventuele overwinsten bij olie- en
gasbedrijven als gevolg van de huidige hoge prijzen. Het kabinet heeft
daarnaast ook opgeroepen op EU-niveau de juridische mogelijkheden te
verkennen voor het invoeren van belasting op overwinsten, als er ook
inderdaad sprake is van overwinsten. Dat hebben we gedaan in zowel de
Ecofin-Raad van 4 en 5 mei als in de informele Energieraad van 12 en 13
mei. Toen ik vorige week in Dublin mijn collega's sprak, hebben we het
hier ook weer over gehad. Toen heb ik de Commissie wederom gevraagd om
nou met die analyse te komen. Die is belangrijk omdat we naar aanleiding
van het eerder belasten van overwinsten tegen twee zaken aanliepen. De
definitie van wat een overwinst is, blijkt lastiger te formuleren dan
het zo in eerste instantie oogt.
Daarnaast is de vraag hoe je het juridisch houdbaar houdt. Over de
maatregelen die wij destijds hebben genomen lopen nu rechtszaken, zowel
nationaal als Europees. Ze worden betwist bij de rechter. Ik wil
voorkomen dat wij nu in alle haast en ondoordacht maatregelen nemen, en
dat ik straks belastinggeld moet inzetten om oliemaatschappijen voor die
maatregelen te compenseren. Dan zou mijn ongemak nog vele malen groter
zijn. We zijn hier dus mee bezig in Europa. Ik wijs er wel op dat
Nederland nauwelijks oliewinning meer heeft. We hebben ook geen
oliemaatschappijen meer, want die zijn helaas over de grens gegaan
vanwege de verslechtering van het vestigingsklimaat. Er is hier dus ook
niet heel veel te belasten. Dat staat echter los van het fundamentele
punt dat de heer Stultiens maakt: het ongemak van stijgende winsten. Dat
zetten wij dus ook Europees op de agenda.
Voorzitter. Dan wil ik naar het volgende onderwerp gaan …
De voorzitter:
Kort en bondig. Meneer Van Dijck.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Kort en bondig. In Italië hebben ze ook gedreigd met die
solidariteitsheffing richting oliemaatschappijen. Die oliemaatschappijen
zijn zelf tot het inzicht gekomen dat het eigenlijk schandalig is dat ze
zo veel meer winst maken als gevolg van de geopolitieke spanningen, en
dat de mensen daar dan de dupe van zijn. Misschien is het dus goed om
daar eens naar te kijken: hoe Eni en IP in Italië de benzineprijzen
verlaagd hebben met €0,17 om hun burgers tegemoet te komen en om te
voorkomen dat er vanuit de regering hardere maatregelen zouden worden
genomen.
Minister Heinen:
Welke Nederlandse oliemaatschappijen stelt de heer Van Dijck dan voor
die ik zou benaderen? Die hebben wij niet meer.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Nou, je hebt verschillende ingangen om oliemaatschappijen te pakken. Je
kan ook kijken naar de raffinage, en die hebben we wel. Die
maatschappijen zou je ook extra kunnen belasten voor de overwinsten die
ze op de raffinage maken. Dat zeg ik dus om aan te geven dat de minister
niet gelijk zijn handen in lucht moet steken, van: sorry, ik kan er niks
aan doen en ik heb al genoeg gedaan met m'n accijnzen. Tot nu toe
betalen wij in Europa de hoogste prijs voor een litertje benzine.
Minister Heinen:
Ik ben hier dus Europees mee bezig, maar ik stel deze vraag om aan te
geven dat we dit Europees moeten doen, precies vanwege het punt dat ik
probeerde te maken. Raffinage is wel een andere tak van sport. Het is
ook de vraag of daar sprake is van overwinsten. De raffinaderijen hebben
lange tijd veel verliezen gelezen, dreigden te vertrekken. Godzijdank
hebben wij in Nederland deze capaciteit nog. Mijn collega's in Europa …
Mijn Franse collega zei bijvoorbeeld: we zijn wel jaloers dat Nederland
in het kader van de autonomie überhaupt nog over deze capaciteit
beschikt. Als het nog verder escaleert — we zijn echt nog niet uit de
gevarenzone — dan heb je echt die capaciteit nodig om gewoon puur in je
energiebehoefte te kunnen blijven voorzien. Laten we dat dus ook
voorzichtig doen. Ik snap echt het ongemak. We zijn hier Europees naar
aan het kijken, maar we moeten voorkomen dat we hiermee schaarse
capaciteit verder uit Nederland wegdrukken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Een raffinaderij verplaats je niet zomaar, dus daar hoeft u niet zo bang
voor te zijn.
Minister Heinen:
Die kan wel failliet gaan.
De heer Tony van Dijck (PVV):
De minister zegt: via de Europese weg. Dombrovskis heeft nu net gezegd:
het is een nationale bevoegdheid; ik ga dat niet Europees oppakken. Met
andere woorden, iets meer inzet van deze minister om die prijs, linksom
of rechtsom, omlaag te krijgen voor de burgers van dit land zou wel op
zijn plaats zijn.
Minister Heinen:
Die oproep neem ik natuurlijk ter harte, want daar knokken we iedere dag
voor.
Voorzitter. Dan wil ik naar de uitgaven. Dat is het derde onderwerp.
Daarna heb ik nog een onderwerp overig. Het meeste is echter behandeld,
dus ik probeer hier in een hoger tempo doorheen te gaan.
Voorzitter. De heer Hoogeveen vroeg hoe ik aankijk tegen de
uitgavengroei en hoe ik die ga beteugelen, met nadruk op de sociale
zekerheid, de zorg en het aantal ambtenaren. Los van de rente zijn dit
inderdaad de drukfactoren die de uitgaven omhoogstuwen. Ik heb eerder in
dit debat aangegeven hoe wij ruimte proberen te maken voor een sociaal
akkoord tussen werkgevers en werknemers in het belang van hervormen. Zij
hebben mij beloofd met ambitieuze voorstellen te komen. Die moeten in
het parlement natuurlijk gewogen worden, want zoals de heer Hoogeveen
zei: uiteindelijk besluit het parlement daarover.
Daarnaast zijn we aan het sturen op een kleinere overheid. Dat is een
enorme olietanker die we in beweging moeten brengen. We hebben nu
meerdere taakstellingen en budgettaire kortingen doorgevoerd, maar er
zit ook wat achter. Het kan niet alleen een budgettaire korting zijn. We
moeten ook sturen op het aantal fte en op het aantal regels. Dat is ook
weer een opdracht die we met elkaar hebben in het kader van de
regeldruk. De ambtenaren werken natuurlijk naar eer en geweten en
snoeihard. Tegelijkertijd voeren ze ook het beleid uit dat wij allemaal
maken.
Zo proberen we langs verschillende domeinen de uitgaven te beteugelen.
In afdwingende zin heb ik daar een uitgavenkader op. Net zoals het
lastenkader mag het uitgavenkader niet overschreden worden. Indien dat
wel het geval is, moeten er aanvullende maatregelen komen aan de
uitgavenkant. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk dat is. Ik
vind de heer Hoogeveen aan mijn zijde in de strijd om dat te
beteugelen.
Ook de heer Grinwis had een vraag over de uitgaven. Hij vroeg naar de
weg naar een sociaal akkoord, maar die hebben wij al uitvoerig besproken
in eerdere interruptiedebatten.
De heer Stultiens vroeg of het kabinet voldoende oog heeft voor de
langetermijnuitdagingen en wees in dat kader op de infrastructuur, als
ik me niet vergis, en de energietransitie. Dat hebben we zeer zeker. Ik
denk dat we een heel ambitieuze Miljoenennota, begroting en
coalitieakkoord hebben neergelegd. Als we het dan toch over die
meerjarenperiode hebben: dit kabinet besluit om tussen nu en 2035 10
miljard extra vrij te maken voor infrastructuur. Daarmee is de totale
investering tussen nu en 2035 in het Mobiliteitsfonds, waar we onze
infrastructuur uit betalen, 110 miljard en in het Deltafonds 20 miljard.
Dat is ook weleens goed om te benadrukken. Tezamen gaat het om 130
miljard die we de komende tien jaar investeren. We zien allemaal dat er
nog een ambitie bij zal moeten, maar we investeren ongelofelijk veel. Op
energiegebied, waar de heer Stultiens ook terecht aandacht voor vroeg,
gaat het bij de SDE, de Stimulering Duurzame Energieproductie, de SDE++
en wind op zee tezamen om z'n 25 miljard plus 6 miljard is 31 miljard.
In het Klimaatfonds zit nog zo'n 36 miljard. Wij zetten hier dus
ongelofelijk astronomische bedragen klaar in het belang van investeren.
Laten we elkaar dus ook niet aanpraten dat we niet investeren. Dit is
allemaal nodig, maar het is ook allemaal opgebracht door de
belastingbetaler. Ik moet er dus ook op toezien dat dit goed gaat.
De voorzitter:
Meneer Grinwis, helpt u mij het kort en bondig te houden?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, voorzitter, zeker. Ik doe nu mijn best. Dat deed ik net niet; dat
klopt.
Nog even hierover. Ik ben blij dat de minister in de brief van afgelopen
dinsdag schreef dat hij zich bij de extra prijsbijstellingsronde die
eventueel komt, maar liever niet, houdt aan de motie-Grinwis/Stoffer om
geen prijsbijstelling op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds in te
houden. Dat is ook zeer relevant in het kader van het antwoord op de
vraag van de heer Stultiens.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mijn vraag is: geldt die motie-Grinwis/Stoffer en de uitvoering daarvan
ook voor de zaken die al in de Miljoenennota zijn opgenomen? Daar is
namelijk een taakstellende onderuitputting voor de jaren 2027 en 2028.
Daar wordt als dreigement bij geschreven: als we die niet halen via die
taakstelling, dan gaan we met de prijsbijstelling aan de slag. Dat geldt
ook voor de punten op de aanvullende post uit het coalitieakkoord.
Minister Heinen:
Absoluut, uiteraard. U heeft die motie ingediend. Die was zeer helder.
Die heb ik ook scherp voor de bril, mochten we daartoe overgaan. Ik ga
er niet van uit dat de onderuitputting die het Centraal Planbureau ons
voorhoudt, zich materialiseert. Indien dat niet het geval is, heb ik de
prijsbijstelling altijd achter de hand om af te dwingen dat er geen
gaten ontstaan. Maar dat is dan wel exclusief het Mobiliteitsfonds en
het Deltafonds, conform de motie van de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Heel veel dank. Dan is dit in één ronde gebeurd. Dank aan de minister.
Dat is heel helder en scheelt weer een motie. Alstublieft,
voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Het wordt hogelijk gewaardeerd.
Minister Heinen:
We zien door de moties de moties niet meer, maar we komen er wel.
Er waren in het kader van een slagvaardige overheid een aantal vragen
gesteld. Ik zal het wat op tempo proberen te doen.
Zo had de heer Oosterhuis de vraag hoe de taakstelling voor een kleinere
betere overheid daartoe leidt. De besparingsopgave is in de
departementale begrotingen toebedeeld, dus in die zin is het bedrag weg
en zal het wel moeten voor dat bedrag; dat zeg ik altijd heel streng.
Daarnaast komt uiterlijk in december de Commissie Toekomst Rijksdienst
met aanbevelingen voor een efficiëntere toekomstige overheid. Daarvoor,
in oktober, ontvangt u ook de voortgangsbrief van de staatssecretaris
Slagvaardige Overheid met concrete doelstellingen op het gebied van
vereenvoudiging, dienstverlening en productiviteit. In lijn met de
motie-Brekelmans/Bontenbal — die hebben we er ook weer bij gehaald — zal
de Kamer in het voorjaar van 2027 worden geïnformeerd over het
besparingsplan per ministerie. Ik ben op mijn ministerie voortvarend aan
de slag met een productiviteitsagenda en met de vraag hoe we het kunnen
verbeteren.
Ik blijf benadrukken, en ik weet dat wij dit met elkaar vinden: we
zeggen dit allemaal met het grootste respect voor alle ambtenaren, zowel
voor degenen die hier in dit huis achter de schermen werken en voor ons
klaarstaan, dag en nacht, als voor de ambtenaren op alle ministeries. Er
wordt echt heel hard gewerkt. Het zijn mensen die heel bevlogen zijn,
alles geven en voor wie dit een mooi moment in hun carrière is. Sommige
groeien ook door naar prachtige posities. Daar hebben we heel veel
respect voor. Toch is de overheid gegroeid. Die moet kleiner. De
uitgavegroei zit niet zozeer in deze Kamer. U bent hier vrij mager
bediend qua ondersteuning. Dat geeft extra druk op alle leden in dit
parlement om dit werk allemaal te kunnen verzetten. Diep respect
daarvoor.
De heer Dassen van Volt had in het kader van een slagvaardige overheid
ook weer een vraag over AI. Hij vraagt naar het betrekken van
AI-bedrijven bij de slagvaardige overheid. Uw Kamer heeft wederom met de
motie-Brekelmans/Bontenbal verzocht om AI te betrekken bij het bereiken
van de efficiëntieverbetering binnen de overheid. Veiligheid is daarbij
van groot belang. Er loopt binnen het Rijk een pilot met Europese
AI-diensten. In lijn met de motie-Brekelmans/Bontenbal zal de Kamer in
het voorjaar van 2027 nogmaals verder worden geïnformeerd over wat de
besparingsplannen zijn en waar AI van toepassing is. Ik haal even terug
wat wij hier eerder over zeiden, namelijk dat dit een veelbelovende
technologie is. Het maakt ons werk efficiënter en het is allemaal heel
knap wat we ermee kunnen. Tegelijkertijd wil ik ook geen
regeringsdocumenten uploaden naar servers die niet in Europa staan. Dan
zijn we onze data namelijk kwijt. We kijken dus ook naar Europese
initiatieven. Dit is wel echt een debat dat u met de staatssecretaris
Economische Zaken en de staatssecretaris Slagvaardige Overheid moet
voeren, maar u heeft er helemaal gelijk in — dat zeg ik via u,
voorzitter — dat AI hierbij betrokken moet worden. De premier en ik
hebben het hier vaak over, als twee jonge gasten die gewoon een
slagvaardige overheid willen. Wij vinden dat dit veel meer toegepast
moet worden.
De heer Dassen (Volt):
De minister noemde net een voorbeeld van iets waarbij AI kan helpen.
Tegelijkertijd wordt dat gedaan met Stanford. Ik weet niet of dat ook
Amerikaanse technologie is.
Minister Heinen:
Nee.
De heer Dassen (Volt):
Dat is goed om te horen, want daar zit natuurlijk wel een van de zorgen
als je AI onderdeel gaat maken van een slagvaardige overheid. Waar zit
dan de besluitvorming? Wat mag AI dan precies doen? Hoe voed je die
systemen? Zijn die systemen hier aan het draaien of zijn die Europees?
Dat is iets wat ik graag aan de minister wil meegeven, ook als daar een
reactie op komt. Hoe wordt dit meegewogen in die besluiten? Ik denk dat
dat cruciaal is. Ik denk niet dat we in één keer de besluitvorming
binnen de overheid moeten overgeven aan systemen, laat staan aan
systemen die vanuit Europa worden gemaakt.
Minister Heinen:
Dit is precies het cruciale punt. Ik heb bijvoorbeeld bij mij intern een
discussie gehad over de Woo. De Woo-verzoeken zijn enorm complex.
Partijen die daarom vragen, moeten lang wachten. Kunnen we hier niet AI
toepassen? Toen zeiden mijn topambtenaren: pas op, want je wil geen
gevoelige documenten uploaden of met technologie werken waarvan we niet
weten waar dat landt. Dit raakt de kern, maar we zien allemaal dat AI
een oplossing biedt voor efficiënter werken. Overigens heeft Stanford
daar een leerstoel, dus Stanford is erbij betrokken maar het is geen
Amerikaanse technologie.
De heer Dassen (Volt):
Mijn vraag is of de minister wil toezeggen dat hij in de brief meeneemt
hoe dit meegenomen wordt.
Minister Heinen:
Zeker, ja. Ik zeg dat wel namens mijn collega, maar ik weet dat dit de
kern is.
Voorzitter. Mevrouw Van Eijk had nog een vraag over de taakstelling op
het ambtelijk apparaat. Die vraagt hoe ik dat in mijn eigen departement
vormgeef. Daar heb ik net al wat over gezegd. Er wordt hard aan gewerkt.
Er wordt ook veel gevraagd van de mensen; dat moet ik er wel bij zeggen.
We willen naar die kleinere overheid en we vinden dat er meer moet, maar
we hebben ook wel veel taakstellingen neergelegd. We zijn alles aan het
uitwerken en komen nu echt in de fase van harde keuzes maken. Dan moeten
we ook gaan kijken naar de wet- en regelgeving en of we niet te veel
doen met elkaar.
Mevrouw Van Dijk had in het verlengde hiervan een vraag over de
vereenvoudigingswet, de Wet op het financieel toezicht. Ze vroeg meer
specifiek of die vereenvoudigingswet voor het einde van het jaar rond
is. Het kabinet zet zich ervoor in om jaarlijks 500 regels te schrappen
en de regeldruk te verminderen. Ik zet mij daar ook in Europa voor in.
Nationaal zet ik mij ervoor in om de regeldruk te verminderen die volgt
uit financiële regelgeving zoals de Wft. Ik heb een heel project lopen
om regeldruk rond het witwassen te verminderen, want het is ongekend
hoeveel regeldruk daarbij komt kijken. Een specifieke
vereenvoudigingswet voor de Wft kan dit proces niet versnellen. We zijn
hiervoor ook bezig met vragen als: "Hoe geef je het toezicht vorm? Wat
is de rol van de Autoriteit Persoonsgegevens en van andere
toezichthouders?" Er wordt heel goed samengewerkt om te bekijken hoe we
in de financiële sector kunnen werken met meer vertrouwen, open normen
en risicogebaseerd toezichthouden, om te voorkomen dat we helemaal
doorschieten wat betreft de regelgeving.
Mevrouw Van Brenk stelde een vraag over de apparaatstaakstelling. Die
gaf aan dat die jaarlijks wordt ingeboekt en dat het totale bedrag
oploopt tot 3,5 miljard in 2035. Dat is echt een forse besparing. In
augustus is besloten om de taakstelling zelfs nog te versnellen. Dit
levert een aanvullende besparing op van 200 miljoen in de jaren 2028,
2029. Een andere rode draad in dit debat is het punt van de meerjarige
tabellen. Als u wilt, kan ik u die doen toekomen. Dan kunt u zien hoe
zich dat na de kabinetsperiode verder ontwikkelt. Als daar prijs op
wordt gesteld, zal ik ook zorgen dat dat richting uw Kamer komt.
Mevrouw Van Dijk had nog een vraag over investeringen en hoe we
aankijken tegen bredere rapporten over overheidsuitgaven die bijdragen
aan de productiviteit, conform de Raad van State. Allereerst
onderschrijf ik het belang van productiviteitsgroei. Ik waardeer de
exercitie van de Raad van State zeer om een indicator voor die
productiviteitsverhogende uitgaven te maken. Tegelijkertijd merkt de
Raad van State zelf ook op dat die indicator niet perfect is. Dat weet
mevrouw Van Dijk ook. Om een totaalbeeld te geven, zet het kabinet in op
de jaarlijkse Productiviteitsagenda. Daarin gaan we alle acties van het
kabinet uiteenzetten die zijn gericht op het vergroten van de
productiviteit. Ik ben daar in mijn eigen departement al mee bezig, maar
ik weet dat dit nu op alle ministeries gebeurt. Daar gaan we deze
indicator ook bij gebruiken.
Voorzitter. Er was ook een vraag van mevrouw Van Dijk over de
takenbalans bij de Rijksoverheid. Specifieker vroeg zij welke taken er
deze kabinetsperiode bij komen en met welke taken de overheid stopt. Dit
is eigenlijk de kern van de discussie. Het is heel goed dat u daarnaar
vraagt. Ik moet daar wel op antwoorden met een opmerking over het
proces. De staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid
heeft de Kamer in september geïnformeerd over de vereenvoudigingswet.
Het kabinet wil in november al de eerste editie indienen. Dat is bijna;
dat is volgende maand. De blaadjes beginnen al van de bomen te vallen.
Als de bomen straks kaal zijn, dan heeft u die. Nogmaals, daarnaast
heeft het kabinet het doel om jaarlijks 500 regels te schrappen of te
vereenvoudigen. Hierover wordt de Kamer in oktober geïnformeerd. Het
idee van die 500 regels is slim. Daardoor blijft er druk om elke keer te
leveren en kunt u ons er ook op aanspreken als wij niet leveren.
De heer Dassen had een vraag over het NADI, het Nationaal Agentschap
voor Disruptieve Innovatie. Dat is ook een hele belangrijke
ontwikkeling. Hij vraagt eigenlijk: moet er niet meer geld bij komen? Ik
denk dat voor alles geldt dat er meer geld bij moet komen, maar laten we
nou eerst deze eerste stap zetten. Allereerst is innovatie natuurlijk
een van de belangrijkste drijfveren van economische groei. Dat is ook
waar ik mijn bijdrage mee begon. Met de NADI in de huidige omvang denken
wij als kabinet hier een belangrijke impuls aan te kunnen geven. Als de
NADI inderdaad een succes blijkt, kan in de toekomst uiteraard gekeken
worden of we meer middelen vrij kunnen maken. Dit is een startpunt, maar
zeker geen eindpunt; wij verwachten veel van dit instituut. Het is dus
goed dat de Kamer hier aandacht voor heeft gevraagd en dat wij dit ook
verder kunnen uitwerken.
Mevrouw Van Brenk had nog een vraag over de uitgaven voor asielmigratie.
Zoals u weet, is het Rijk wettelijk verantwoordelijk voor de opvang van
asielzoekers. Op budgettaire besluitvormingsmomenten beziet het kabinet
welk budget hiervoor nodig is. Het kabinet zet uiteraard in op het
beperken van de asielinstroom, met het bevorderen van terugkeer van
degenen die hier niet mogen blijven. Ik probeer er hier geen asieldebat
van te maken, maar ik erken natuurlijk wel dat deze uitgavencategorie
ook een drukfactor is wat betreft de toenemende uitgaven. Ongeacht hoe
je naar dit thema kijkt en of je het nou beredeneert vanuit het oogpunt
van sociale cohesie en sociale voorzieningen, of gewoon vanuit een
budgettair oogpunt … Ten aanzien van alle drie die punten zou ik zeggen
dat de asielinstroom naar beneden moet. We moeten grip krijgen op
migratie. Dar wordt hard aan gewerkt door mijn collega Van den
Brink.
Voorzitter, met uw goedkeuren, wil ik naar het laatste onderwerp: de
categorie overig. We gaan hopelijk zo'n beetje de laatste veegronde
doen. Ik hoop alle vragen daarin goed te beantwoorden.
Het begint met een startrekening. Daar hadden we het eerder al over.
Mevrouw Van Dijk had namelijk een vraag over een onderzoek naar een
beleggingsrekening voor kinderen, een startrekening, en wat daarbij de
randvoorwaarden zouden moeten zijn wat betreft de uitvoering,
beleggingsvoorwaarden en kosten en risico's. Het kabinet wil huishoudens
stimuleren meer vanuit hun spaargeld te beleggen in de reële economie.
Dat vergt inderdaad een cultuurverandering. Dat zie ik ook. Sterker nog,
ik heb een mooi feitje: als Europeanen zouden beleggen zoals Amerikanen,
dan zou er 350 miljard aan durfkapitaal per jaar vrijkomen en zou dat
geïnvesteerd kunnen worden in de economie. Het heeft gewoon te maken met
dat wij het allemaal op een spaarrekening zetten. Ik ben er vandaag
achter gekomen dat er meer mensen beleggen dan ik had verwacht, maar dat
kan dus nog meer en dat kan dus ook durfkapitaal verder versterken.
Ouders kunnen op dit moment al een beleggingsrekening voor hun kind
openen en de mogelijkheden om dat te doen, zijn eigenlijk ook relatief
simpel, maar ik kan mevrouw Van Dijk wel toezeggen nog eens goed tegen
het licht te houden wat we tot nu toe hebben gedaan om beleggen te
stimuleren, welke belemmeringen we nog zien en wat we nog verder kunnen
ondernemen. Daarbij kan ik ook ingaan op de startrekening, zoals die in
sommige landen inderdaad al is uitgerold. Momenteel onderzoekt ook de
staatssecretaris van Financiën de mogelijkheden om beleggen fiscaal te
stimuleren. Dat is een initiatief dat ik ook weer in een kopgroep in
Europa ben gestart. We zijn dus op al deze fronten bezig om het
investeringsklimaat te verbeteren.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Heel kort. De minister maakt de vergelijking met Amerika en zegt dat als
wij zouden beleggen zoals in Amerika, alle problemen opgelost zouden
zijn, maar hoeveel box 3 betalen ze in Amerika?
Minister Heinen:
Dat heb ik niet paraat.
De heer Flach (SGP):
Het waren zeer behartigenswaardige woorden van de minister over de
waarde van beleggen en het fiscaal stimuleren daarvan. Ik zou bijna
zeggen dat ik de minister zou aanbevelen om het transcript daarvan onder
zijn kussen te leggen, want het is zeer belangrijk om dat in het oog te
houden bij de verdere aanpassingen binnen box 3. Gisteren is een aantal
Kamerleden te gast geweest bij een lezing van een bekende Zweedse
econoom, die liet zien dat juist lagere box 3-heffingen leiden tot
economische groei, innovatie en nieuwe, jonge mensen die gaan
investeren. Ik zou zeggen: neem uw eigen woorden ter harte.
Minister Heinen:
Prachtig. Dan vraag ik nog even op welke econoom dat was, want daar ben
ik ook zeer in geïnteresseerd. Mooi. Maar besteed daar geen interruptie
aan, want dat is zonde.
De voorzitter:
Jawel, dat mag. Dan komt het in het stenografisch verslag en kunnen we
allemaal meelezen.
De heer Flach (SGP):
Dat ging om de econoom Johan Norberg. We hebben allemaal een boek gehad
en mijn exemplaar leen ik graag uit aan de minister.
Minister Heinen:
Dank u wel, die krijgt u terug met rente.
De voorzitter:
Binnenkort in uw postvak.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik heb eigenlijk twee vragen naar aanleiding van het laatste stuk over
beleggen: wanneer kunnen wij daar het een en ander over verwachten, en
kan daarin ook de potentiële meeropbrengst voor de economie verwerkt
worden?
Minister Heinen:
Ja, dat zal ik doen. Ik zal ook aan mijn mensen vragen om dit boek en
deze econoom daarin te betrekken, want ik vind het een zeer stimulerend
verhaal. Wanneer? Ik zit even te kijken. Dit moet zo snel mogelijk. Ik
kan hier nu geen datum aan koppelen, maar laat mij in de tweede termijn
even terugkomen op de termijn waarop dit kan. Het is helder. Ook in de
bredere thematiek zoals we die hebben besproken, is het goed om ook de
positieve kanten hiervan te blijven benadrukken.
Dan had de heer Stultiens nog vragen over doelen. De heer Stultiens
vraagt naar concrete en meetbare doelen. Zoals u heeft kunnen zien,
hebben de vakministers vanaf dit jaar in hun ontwerpbegrotingen
hoofddoelen opgenomen voor hun beleidsterreinen. In de Miljoenennota
wordt ingegaan op kabinetsdoelen die betrekking hebben op investeren,
hervormen en internationale samenwerking. De Algemene Rekenkamer benoemt
dat ook. Meer dan in de afgelopen jaren bevat de begroting nu concrete
doelen. Ik zie dat als een bevestiging van dat we de goede richting
hebben ingezet, maar de vraag zou niet gesteld zijn als de heer
Stultiens helemaal tevreden was. Ik zie ook dat dit nog niet bij alle
begrotingen het geval is. Daar blijven we aan werken. Ik spreek mijn
collega's in het kabinet daarop aan. Nogmaals, u kunt mij daarbij helpen
door daarop ook in alle begrotingsbehandelingen door te vragen. Ik trek
samen op met de heer Duisenberg, die zegt: zorg nou voor die lerende
overheid, voor afrekenbare doelen. Ik probeer dat te stimuleren en als u
dat ook doet, werken we samen aan een steeds efficiëntere
overheid.
Dan vroeg meneer Oosterhuis nog welk financieel en fiscaal beleid het
kabinet voorbereidt om de klimaatdoelen dichterbij te brengen en of ik
ook kijk naar "social lease" — dat is de Engelse term voor sociale
leenconstructies — en varianten van betalen naar gebruik. Het kabinet
beraadt zich onder leiding van de minister van Klimaat en Groene Groei
in het voorjaar op de vormgeving van het klimaatbeleid. Maatregelen
rondom social lease en varianten van betalen naar gebruik kan zij daar
uiteraard in meewegen, maar u weet ook dat daar gevoeligheden bij
zitten. Dat moet dus allemaal goed gewogen worden. De staatssecretaris …
Nee, ik geloof dat de minister de Kamer informeert. Nee, ook de
staatssecretaris … Hij zal straks nader ingaan op wat hij allemaal met
de minister van KGG onderneemt om dit beter vorm te geven. Ik geef het
stokje nu langzaam over; u merkt het. De ambtenaren wisten ook niet bij
wie dit blaadje hoorde, dus het is in mijn postvak terechtgekomen.
Voorzitter. Ik zal afsluiten met de allerlaatste en allermooiste vraag,
over AI en weerbaarheid. De heer Dassen vraagt waar de urgentie blijft
ten aanzien van AI. Dat hebben we net benoemd. Zijn wij klaar voor
grootschalige aanvallen en kan de minister — dat ben ik — een gesprek
voeren met De Nederlandsche Bank en het NCSC over stresstesten? AI kan
inderdaad gebruikt worden voor cyberaanvallen, maar het kan natuurlijk
ook bijdragen aan een versterkte cyberweerbaarheid van instellingen. Het
is constant een kat-en-muisspel tussen aanval en verdediging. Zo wordt
de weerbaarheid steeds verder verbeterd. De weerbaarheid van de
financiële sector is echt belangrijk. Daar voeren we ook gesprekken
over. De financiële sector en de overheid oefenen met allerlei
crisisscenario's. Cyberaanvallen en AI zijn hier onderdeel van.
Het kabinet ziet echt de urgentie van het weerbaar houden van de
financiële sector. In tijden waarin we te maken hebben met snel
ontwikkelende AI en met geopolitieke uitdagingen is dit absoluut van
belang. Het kabinet werkt hieraan met DNB en het NCSC. Ik heb dit ook in
Europa op de agenda gezet. Ik werk samen met Kyriakos, de voorzitter van
de Eurogroep. Dit thema moeten we bespreken, ook voor de weerbaarheid
van de euro zelf. Zodra AI het vertrouwen kan schaden door instituten,
het financiële systeem en banken aan te vallen … Het hele betaalsysteem
is onderdeel van het vertrouwen in het maatschappelijk verkeer. Als dat
ter discussie staat, hebben we met elkaar een groot probleem.
Weerbaarheid op dit thema is ongelofelijk belangrijk. Ik heb net
geschetst wat we nationaal doen, maar we kijken er ook zeker Europees
naar. In G20-verband kijken we hoe we de financiële sector kunnen
positioneren om met de grote techgiganten in de Verenigde Staten op te
trekken om te begrijpen hoe modellen ons kunnen aanvallen en hoe we ons
daartegen kunnen verdedigen. Iedereen ziet de uitdaging hiervan. Er
gebeurt ook ontzettend veel in de financiële sector zelf.
Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de vragen die ik had
opgeschreven. Ik ga nu horen of dat voldoende gelukt is.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Er is één vraag nog niet beantwoord. 50PLUS had gevraagd om een hele
strakke planning voor de stelselwijziging van de belastingen en
toeslagen. Gaat de staatssecretaris die vraag beantwoorden?
Minister Heinen:
Ik vermoed van wel.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Mooi.
De heer Ergin (DENK):
Ik was net even de zaal uit, dus misschien is het onderwerp van de
brandstofaccijnzen al aan de orde geweest. Ik zou graag aan de regering
willen vragen wat ze ervan vindt dat als je vandaag in Utrecht de auto
pakt en naar België reist met een aantal jerrycans in kofferbak om te
tanken, je goedkoper uit bent dan in Utrecht bij een tankstation om de
hoek. Wat vindt de regering daarvan?
Minister Heinen:
Ik zou mensen niet willen oproepen om met jerrycans in de auto te gaan
rijden, want dat is levensgevaarlijk. De vraag die daaronder ligt, gaat
natuurlijk over de stijgende brandstofprijzen die we in Europa zien. Dat
is waar de heer Ergin naar vraagt. We hebben hier net via de
interruptiemicrofoon een uitgebreid debat over gevoerd. Ik heb geschetst
op welke vlakken we allemaal maatregelen nemen om de stijgende
energieprijzen te compenseren. Dat hebben we in het voorjaar gedaan, in
het Iranpakket. Toen hebben we gekeken naar de onbelaste
reiskostenvergoeding, de vrachtwagenheffing en de
motorrijtuigenbelasting. In dit Belastingplan hebben we gekeken naar de
accijnzen voor zowel benzine als diesel. Daarnaast kijken we concreet
hoe we de energierekening van mensen thuis kunnen verlagen. Dan moet u
denken aan woningisolatie. De minister van KGG zet daar een extra impuls
op. De minister van SZW, de heer Vijlbrief, is bezig met het oprichten
van een noodfonds energie om kwetsbare gezinnen die te maken krijgen met
stijgende prijzen, bijvoorbeeld als gevolg van de stijgende gasprijzen,
te helpen. Zo proberen we hier op meerdere fronten naartoe te werken,
zonder daarbij de lange termijn uit het oog te verliezen. We moeten
energieonafhankelijker worden, want we willen deze schokken niet meer.
Als er iets in de wereld gebeurt, dan willen we niet dat dat ons aan de
keukentafel zo hard raakt.
De heer Ergin (DENK):
De praktijk van heel veel Nederlanders is dat ze dat juist wél doen, dat
ze met melkflessen, frisdrankflessen, jerrycans in de auto de grens
overgaan en daar tanken. Dan kan de minister zeggen: ja, ik roep niemand
op om dat te doen. Maar dát is de praktijk; dat is wat de Nederlanders
doen om deze gigantische stijging te dempen. Het is inmiddels ook een
probleem voor de begroting, want het kost de schatkist ook nog eens 400
miljoen euro per jaar. Ik vraag me af hoelang de minister dit verhaal
van "we wachten, we kijken, we monitoren" gaat volhouden. Wat is nou de
grens voor deze minister? Moet een litertje diesel €3 kosten? Is de
grens dan bereikt voor de minister?
Minister Heinen:
Ik denk dat de grens voor heel veel mensen al is bereikt. Dat zie je dus
ook terug in die koopkracht, waar negatieve druk op zat vanwege de
stijgende energieprijzen. Ik heb u net geschetst wat het kabinet
allemaal heeft gedaan. Ik zou dat niet willen wegzetten als weinig. Want
bijvoorbeeld bij benzine- en dieselaccijns gaat het om zo'n 2,3 miljard
euro. Dat is ongelofelijk veel geld. Dat moet ook opgebracht worden door
al die werkende Nederlanders, maar we zien wel dat we gericht
maatregelen moeten nemen omdat de stijging zo ontzettend hoog is dat het
ook diezelfde werkende Nederlander raakt die afhankelijk is van de
auto.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ergin (DENK):
Het punt is dat die maatregelen niet werken. De prijzen stijgen door en
de mensen zijn echt ten einde raad. Ik denk dat heel veel Nederlanders
het gevoel hebben dat ze brandstofvluchtelingen zijn, dat ze door deze
regering de grens over worden geduwd, richting België worden geduwd met
jerrycans en al, om te kunnen tanken. De vraag aan deze regering is heel
eenvoudig: stop dit, regel dit gewoon en zorg ervoor dat mensen niet
meer als brandstofvluchtelingen de grens over moeten naar België om
brandstof te tanken.
Minister Heinen:
We zien natuurlijk die stijgende prijzen. Ik heb net geschetst welke
maatregelen wij daartegenover zetten. Dan vallen wij in herhaling. Ik
hoor ook het voorbeeld dat mensen naar België zouden uitwijken, maar op
diesel is de accijns in België hoger dan in Nederland. Er zijn meerdere
factoren die hierop van invloed zijn dan alleen de accijns.
De voorzitter:
Tot slot in deze termijn van de minister, de heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Ik wil nog even doorgaan op die stresstest. We zien namelijk dat een
onafhankelijk bureau bij het ministerie van Financiën in de VS heeft
aangegeven dat we helemaal nog niet goed in kaart hebben wat nou precies
die risico's zijn die AI-modellen op het financiële systeem gaan hebben,
dus hoe dat precies in zijn werk gaat, zowel bij cyberveiligheid maar
ook bij fraude en andere zaken. Ik begrijp in ieder geval dat hier ook
in Nederland nog veel meer onderzoek naar gedaan moet worden. Daar zal
ik straks een voorstel voor indienen, maar ik wil graag aan de minister
vragen hoe hij dat soort signalen, ook vanuit de Verenigde Staten,
opneemt waaruit blijkt dat we eigenlijk nog niet helemaal scherp hebben
wat dit allemaal betekent.
Minister Heinen:
Dat is niet het geval. We zien eigenlijk twee kanten. We hebben het
vandaag gehad over de enorme kansen die AI biedt, maar er is ook een
keerzijde. Op dat punt in het debat zijn we nu beland. Dat zien wij
echt. Ik maak me hier best zorgen over. Tegelijkertijd kan AI ook weer
helpen om je te beschermen tegen aanvallen. Ik weet dat de financiële
sector hiermee bezig is. Ik heb u net geschetst wat wij in het kabinet
doen. Wij voeren ook stresstesten uit. De financiële sector kan dat ook
aangeven, zonder prijs te geven hoe we dat precies doen. We proberen
continu, soms ook in een veilige omgeving, aan te vallen, te kijken hoe
je je daartegen kan verdedigen en dat goed in kaart te brengen. Daarmee
zijn we internationaal overal in contact. Maar laat me daar ook weer
niet te veel over zeggen. We zien dit risico en we zijn hier non-stop
mee bezig.
De heer Dassen (Volt):
Dat hoop ik. Tegelijkertijd denk ik ook niet dat we nu al weten wat er
allemaal op ons af komt. Denk aan de aanvallen van OpenAI-agents die uit
zichzelf bedrijven en overheidswebsites zijn gaan hacken, waarover elke
dag weer extra informatie naar buiten komt waaruit blijkt dat het nog
veel groter is dan initieel gesteld werd. Maar ik hoor goed wat de
minister zegt en ik begrijp dat hij hier druk mee bezig is. Ik zal daar
dadelijk in ieder geval ook zelf een voorstel over indienen, omdat ik
denk dat het heel belangrijk is dat we ons hiervan bewust zijn en dat we
dagelijks bezig zijn om dit te verbeteren.
Minister Heinen:
Graag. Ik kijk uit naar de motie. We zijn het eens op dit thema.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat was de eerste termijn van de zijde van de minister. Ik
schors enkele minuten en dan is het woord aan de staatssecretaris.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank en ook dank aan uw Kamer voor het interessante debat.
Zeker vanuit mijn perspectief is het buitengewoon bijzonder om dit mee
te mogen maken, want in mijn rol zijn dit de eerste Algemene Financiële
Beschouwingen. In de afgelopen zeven maanden heb ik in privékring
relatief vaak de volgende vragen gekregen: "Is dat nou wel leuk? Dat is
toch allemaal droge kost? Dat gaat alleen maar over getallen en het is
toch ingewikkeld en saai?" Het omgekeerde is waar. Het is het hart van
de overheid. Dit is de machinekamer van wat we allemaal met elkaar doen.
Daarmee is dit een hele effectieve manier om bij te dragen aan het
oplossen van maatschappelijke problemen. Dat zijn natuurlijk ook heel
vaak juist de geluiden die in uw politieke debat naar voren komen. Dat
zie ik eigenlijk ook links en rechts in deze Kamer. Het is dus juist een
hele dankbare, leuke en creatieve taak om daar juist vanuit de
fiscaliteit aan bij te mogen dragen, bijvoorbeeld als je de
investeringscapaciteit van woningbouwcorporaties kunt vergroten met een
fiscale maatregel, als we met een verlaging van de vliegbelasting kunnen
zorgen voor een eerlijker speelveld ten opzichte van Duitsland, als we
de youngtimerregeling kunnen aanpassen — daarbij kijk ik de heer Grinwis
even aan — zodat we ook een probleem in die sector oplossen of wat al
niet meer zij. Kortom, het gaat om een Belastingplan waarin we ook
gewoon echt voorstellen doen die bijdragen aan de oplossing van
maatschappelijke problemen en waarmee we hebben geluisterd naar geluiden
uit de samenleving van inwoners én ondernemers.
Ik ga zo aan mijn beantwoording beginnen. Die heb ik in blokjes
ingedeeld. Het eerste blokje is ook bij mij het blokje over box 3, want
een van mijn belangrijkste taken is dat we van de box 3-rotonde afkomen;
dat doe ik volstrekt met uw Kamer samen. Als we niet oppassen, blijven
we daar eindeloos rondjes op draaien. We moeten ervanaf. Ik zal daar
straks meer over zeggen, maar het feit dat we nu een afslag aan het
nemen zijn is gewoon hoe dan ook goed nieuws. Na dat blokje ga ik naar
het blokje over de fiscale regelingen. Dan eindig ik met het blokje dat
je in het Frans "faits divers" zou noemen.
Als eerste dus het blok box 3. Misschien is het goed om nog even iets
over de route te schetsen; dan heb ik gelijk een aantal van uw vragen
beantwoord. De route is dat we nu die novelle aan het voorbereiden zijn,
deze week; daar hebben we overigens ook de afgelopen weken voorbereidend
werk voor gedaan, zodat we zo snel mogelijk naar die box 3-heffing op
basis van vermogenswinst voor waardepapieren kunnen. Dat is dus op basis
van het wetsvoorstel dat nu in de Eerste Kamer ligt, want dat wordt met
die novelle gewijzigd. Tenminste, dat wordt ons voorstel aan u, maar dat
is dan natuurlijk nog steeds het hybride stelsel. Dat betekent dat er
achter die novelle aan een wet moet komen die alsnog vermogenswinst voor
het geheel gaat regelen. In die wetsbehandeling — die gaan we met
gezwinde spoed doen; ook daar zetten we heel veel druk achter, gericht
op 2030 — gaan wij wat mij betreft nog heel veel discussies met elkaar
voeren over hoe die vermogenswinst er dan uitziet en welke condities
daar wel of niet voor gelden. Ik wil daar nu nog niet op vooruitlopen,
maar er zijn verschillende vragen gesteld over parameters, over wel of
geen voorheffingen, over wat de Belastingdienst wel of niet aankan. Die
vragen kunnen we allemaal beantwoorden in dat reguliere wetstraject,
maar dat moeten we echt doen na de novelle, want nu hebben we de focus
op zo snel mogelijk van de rotonde afkomen. Daarmee heb ik zowel de
vragen van 50PLUS als onder andere Volt op dat thema beantwoord: dat
komt echt in dat proces. Ook het CDA stelde daar overigens vragen
over.
De heer Grinwis heeft gelijk als hij zegt dat we op de route van de
rotonde af via die novelle ook nog een paar hobbels tegen zullen komen.
Ik ga hetzelfde zeggen als de minister: ik heb van heel van uw leden bij
heel veel kopjes koffie gehoord dat het heel belangrijk is dat wij nu zo
snel mogelijk naar vermogenswinst gaan. "Doe het maximale, zo snel als
je kan." Dit is die snelste route, maar zoals ik al zei zal die snelste
route ook met hobbels gepaard gaan. Dat betekent dat we die gewoon met
elkaar accepteren en met elkaar dragen. Ik vind ook dat het kabinet en
het parlement daar volstrekt in samenwerken. Dat betekent dat we ook
heel veel van die hobbels gaan nemen met elkaar. We gaan met de banken
praten over de gegevensaanlevering. We gaan zorgen dat de
Belastingdienst de capaciteit heeft om dit waar te maken. U krijgt van
mij een uitvoeringstoets, zodat u daar eind oktober met mij over in
gesprek kunt gaan. Dat gaan we allemaal doen, maar we moeten eerlijk
zijn; in dit huis moeten we echt eerlijk zijn: het wordt een afslag van
de rotonde en die gaan we met elkaar echt nemen, maar we zullen met
elkaar ook even een aantal dingen moeten accepteren of oplossen.
De heer Stultiens (PRO):
De staatssecretaris zegt terecht dat we met elkaar eerlijk moeten zijn.
Als wij in al de beslisnotities lezen dat er bij scenario 4 wordt
gewaarschuwd voor problemen met handhaafbaarheid, voor hoge risico's,
voor het punt dat gegevensaanlevering door ketenpartners niet mogelijk
is, voor een nieuwe hersteloperatie en voor een risico op
reparatiewetgeving, dan is het toch gewoon onbehoorlijk bestuur om nu
deze route te kiezen?
Staatssecretaris Eerenberg:
We moeten eerlijk zijn. Dit heeft u ook op papier. Ik heb het ook ten
anderen male gezegd. De minister heeft het net ook gezegd. Dit is een
feit. Dan kun je twee dingen doen. Dan kun je bij de pakken neer gaan
zitten of je kan de afslag van de rotonde nemen — nogmaals, ik ben daar
door velen van u zeer toe aangemoedigd — en dan risico voor risico,
zoals u ze net noemt, bekijken of we die nu kunnen oplossen. Ik denk dat
er dan nog heel wat mogelijk zal blijken te zijn.
De heer Stultiens (PRO):
Dan blijft de vraag staan of er voor de staatssecretaris een ondergrens
is. Als er de komende weken nieuwe beren op de weg, nieuwe tegenvallers
of nieuwe rooie vlaggen vanuit de Raad van State of de Belastingdienst
komen, gaat hij dan hoe dan ook zeggen "dit moet er komen" of blijft hij
kijken naar de uitvoerbaarheid, het belang van de Belastingdienst en de
uitvoering?
Staatssecretaris Eerenberg:
U mag van de staatssecretaris van Financiën verwachten dat hij altijd
ook oog heeft voor de vraag of we het goede met elkaar doen, maar ik ga
niet nu in het debat pro forma zeggen hoe dat er dan uitziet of niet. We
gaan ervoor. Ik voel me aangemoedigd. Ik voel me ook gesteund. Ik voel
me ook gesteund door partijen die zeggen bereid te zijn hier maximaal op
in te zetten, dat zelf te dragen en ervoor te gaan. We gaan samen zien
wat we tegenkomen. Ik ken de heer Stultiens als een scherp Kamerlid dat
mij daarbij kan helpen.
De heer Stultiens (PRO):
Tot slot. Laat ik dan inderdaad waarschuwen. Laten we de komende tijd
echt heel scherp blijven, want we hebben in het verleden gezien dat
juist als dingen met grote haast moeten gebeuren, er fouten kunnen
ontstaan. Daar ben ik zeer bang voor, dus laten we scherp blijven
kijken, ook als het gaat om de uitvoerbaarheid, de Belastingdienst, de
banken en mensen thuis, want ik vind het een hele riskante route.
Staatssecretaris Eerenberg:
Fouten maken wil niemand in dit huis, maar treuzelen ook niet. Daarom
gaan we volle kracht vooruit.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De staatssecretaris heeft een prachtig ambt. Het gaat over werkelijk
fantastische materie. Dat geef ik hem graag gewonnen. Tegelijkertijd
staat hij nu voor een ongelofelijk zware bergetappe, want in no time
moet er een hele grote novelle bij een ingewikkeld wetsvoorstel door
Kamers worden geloodst maar vooral uitvoerbaar en controleerbaar worden
gemaakt. Kan de staatssecretaris nog iets meer zeggen over de risico's
van het punt dat er in 2028 belastingaangiftes binnenkomen, als we alle
planningen halen, en dat ze dan niet zo goed gecontroleerd kunnen
worden?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik denk dat we eind oktober, als we die uitvoeringstoets hebben, dit
gesprek echt veel rijker kunnen voeren, want we gaan de komende weken
ook kijken wat hier nog wél mogelijk is, of we hier met banken nadere
afspraken over kunnen maken. Ik weet dat ook heel veel banken in de
lobby de afgelopen tijd gezegd hebben: aan de slag met vermogenswinst!
Ik vind dus dat we ook iets mogen vragen als: nu moet u ook uw cliënten
gaan helpen om dat mogelijk te maken. Wij gaan dit wat mij betreft dus
langs de lijn van de uitvoeringstoets verder en beter bespreken. U mag
van mij verwachten dat ik u eerlijk en transparant informeer.
Tegelijkertijd willen we het allemaal snel en dan gaan we het doen ook.
Dat gaan we met open vizier doen.
De voorzitter:
Blijft u via de voorzitter spreken, staatssecretaris. Meneer
Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou wil het geval dat het huidige wetsvoorstel ook al een — hoe zal ik
het zeggen? — donkerrode uitvoeringstoets had. Nog veel slechter zou dus
bijna niet kunnen, zou je denken. We gaan het zien en we gaan het
bespreken. Mijn andere vraag stel ik dan ook gelijk maar. Collega Ergin
en ik hebben gevraagd of we het dekkingsgat ook kunnen verkleinen door
te werken met een opstaptarief en een hoger tarief zoals in box 2. Kan
de staatssecretaris daar nu al wat over zeggen of kan hij daar later in
de stukken op weg naar de behandeling van het Belastingplan nog op
terugkomen?
Staatssecretaris Eerenberg:
In mijn introductie en in de beantwoording van de eerste paar vragen heb
ik daar al wat dingen over gezegd, namelijk: alle ballen op de novelle.
Ik heb dat in een debat in de Eerste Kamer volgens mij "all-in gaan op
deze route" genoemd. Dat is wat het is. Over vragen over progressieve
tarieven, voorheffingen of, voor de liefhebbers, retroperspectieve
vermogenswinst — dan heeft u ook wat te googlen vanmiddag — gaan we het
allemaal hebben in dat wetstraject dat achter die novelle aan komt. Als
we dat nu gaan doen, lopen we namelijk helemaal vast. Nu gaan we volle
bak vooruit en in het wetstraject voeren we die andere discussie.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dus als ik de staatssecretaris goed begrijp, is de novelle primair
gericht op het organiseren van vermogenswinstbelasting, op effecten, en
komen al deze zaken die heel belangrijk zijn in het wetstraject op weg
naar 2030. De staatssecretaris doet hiermee dus eigenlijk de oproep aan
ons: alsjeblieft, ga de novelle niet verzwaren met allemaal zaken
waarmee het misschien nog mooier wordt maar ook complexer.
Staatssecretaris Eerenberg:
Volgens mij is tempo maken het allerbelangrijkste wat wij nu te doen
hebben, dus de heer Grinwis parafraseert mij correct.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb een vraag in vervolg op de laatste vraag van de heer Grinwis,
over de novelle en de nieuwe wet. Wat zijn de beweegredenen om in de
novelle crypto niet mee te nemen?
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat kan gewoon feitelijk niet. Er zat namelijk in de wet al een
uitzondering voor start-ups en scale-ups. Hier heb ik in een
commissiedebat voor de zomer ook met mevrouw Van Eijk over van gedachten
gewisseld. Er zat een uitzondering in voor waardepapieren voor start-ups
en scale-ups. Die uitzondering zat er al in en die kun je uitbreiden
naar alle waardepapieren. Daar heb je gewoon een titel voor. Crypto,
cognac, goud, zilver of Pokémonkaarten, allemaal andere dingen waar
mensen in zouden kunnen beleggen, zaten niet in de wet.
De heer Hoogeveen (JA21):
Helder punt, maar dan krijgen we wel een hele merkwaardige situatie. Je
ziet tegenwoordig namelijk ook heel veel beleggingsproducten met crypto
als onderliggende waarde. Dan hebben we het over ETF's. Dan krijg je dus
eigenlijk een soort gedragseffect in de handel daarin, waarbij mensen
wel de vermogenswinstbelasting op ETF's hebben, op crypto, maar niet op
de crypto zelf. Dat is dan een enigszins schizofrene situatie.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dit is een van de risico's waar onder anderen de heer Stultiens aan
refereert, en dan is het op een gegeven moment ook van tweeën één. Of we
willen met elkaar de snelst mogelijke route, die onder andere deze
beperking in zich heeft, of de Kamer zegt dat zij het gesprek in de
breedte wil voeren, maar dan zijn we pas in 2030 aan de beurt. En ik heb
in alle gesprekken gehoord dat een groot gedeelte van uw Kamer dat te
traag vindt. Dan is dit dus gewoon even hoe het is.
Mevrouw Beckerman (SP):
De staatssecretaris is hier, denk ik, heel enthousiast over. Hij wil
heel veel tempo maken. Hij zal begrijpen dat de Socialistische Partij
niet heel enthousiast is over 20 miljard extra voor grote vermogens,
maar er is ook nog dat andere cadeau, namelijk die 1,7 miljard in box 2.
Is de staatssecretaris dáár gelukkig mee?
Staatssecretaris Eerenberg:
Volgens mij heeft u hier net een uitgebreid debat met de minister over
gehad, vanuit het totaal dat nu op tafel ligt. Kortheidshalve kan ik
terugverwijzen naar dat debat. Er is ook afgesproken dat we een aantal
dingen gaan hernemen. Het voorstel dat er ligt, is keurig gedekt, maar u
heeft ook nieuw huiswerk aan het kabinet gegeven. Van daaruit werken we
verder.
Mevrouw Beckerman (SP):
De beweging en het huiswerk betreffen met name de spaarders. Dit blijft
toch een hele ingewikkelde kwestie als je ziet wat voor keuzes er zijn
gemaakt in deze begroting. De 1,7 miljard is meer dan we jaarlijks
uitgeven aan het daadwerkelijk subsidiëren van woningen. Je kunt daarmee
acht tot tien keer het energiefonds vullen. Je kunt daarmee drieënhalf
jaar het eigen risico bevriezen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Is het nu werkelijk wenselijk om dit zo te doen?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik snap dat u het natuurlijk graag nog een keer uit mijn mond wil horen,
maar u heeft het er net uitgebreid over gehad. U debatteert altijd met
het kabinet, dus ik ga niks anders zeggen.
De voorzitter:
"Mevrouw Beckerman debatteert met het kabinet." Tot slot.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat begrijp ik, maar ik zei het net al: dit is normaal niet mijn debat;
ik vervang Jimmy Dijk hierin. De reinheid van de boekhouding is ook iets
waar dit kabinet graag om bekend wil staan. De staatssecretaris heeft
tegen al zijn familie en vrienden gezegd dat hij dit een superleuke baan
vindt. Ik vind het ook altijd ingewikkeld om vrienden en familie daarvan
te overtuigen. Is dit nu wel een wenselijke methode om dit te dekken?
Dat vind ik een hele logische vraag voor de staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Maar dan blijf ik mezelf herhalen. Ik denk dat u daar uitgebreid over
heeft gedebatteerd en dat u daar uitgebreide antwoorden op heeft
gekregen. Dat zijn de antwoorden van het kabinet, dus ik ga daar in dit
interruptiedebatje niks anders over zeggen dan wat ik u net zei: we gaan
tempo maken. Dat betekent niet dat we de zorgvuldigheid uit het oog
moeten verliezen, maar we gaan wel tempo maken met elkaar.
De voorzitter:
U vervolgt.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. Dan zijn allerlei vragen over de dekkingen en de
alternatieve dekkingen reeds aan de orde geweest.
De vraag van DENK over progressiviteit — dat gaat over de
progressiviteit binnen box 3 en niet over progressiviteit in z'n
algemeenheid; dat betreft een ander debat — heb ik ook reeds
beantwoord.
Dan de deadline van 15 maart. Daarover stelden zowel PRO als het lid
Keijzer een vraag. Hoe zat het ook alweer? 15 maart is een oude
deadline. Het was de deadline voor het aannemen van de wet die nu in de
Eerste Kamer ligt. Die moest toen aangenomen worden, omdat er dan,
weliswaar op risico, zowel bij de Belastingdienst als bij de banken
begonnen kon worden aan de implementatie. Daar kwam die deadline
vandaan.
Dan vroeg Volt naar groen beleggen. Die vraag wil ik echt parkeren tot
het gesprek dat we hebben over de wet over de vermogenswinst, om het
niet oneerbiedig te zeggen. Dan kunnen we weer allerlei nieuwe
discussies openen. We moeten de novelle nu niet moeilijker maken dan die
al is.
De heer Stultiens (PRO):
Kort over die 15 maart. Ik ben jarenlang wetgevingsrapporteur geweest
met collega Van Eijk. Toen is altijd verteld aan de Kamer: je moet
uiterlijk 15 maart de wet hebben aangenomen; daarna kun je geen grote
wijzigingen meer doorvoeren. Dan blijft de vraag: wat is er sindsdien
gebeurd waardoor dit nu opeens wel kan? Dit lijkt me namelijk wel een
grote wijziging die eraan gaat komen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Daar ben ik zelf niet bij geweest; dan moet ik het interpreteren. Ik kan
me voorstellen dat het verschil is gemaakt tussen wat met een novelle te
wijzigen is — dat kan op de manier die ik net schetste — en wat een
wezenlijke wijziging van de wet is, waardoor het niet meer kan.
Toendertijd zal daar een knip in gelegd zijn. In zekere zin vind ik het
voor nu niet de meest relevante vraag, want de route die wij nu
voorstellen te nemen, en die wij dus ook gaan nemen, is een route die
kan, maar zowel de minister als ondergetekende zeggen: we zullen de
komende weken zeer intensief met elkaar moeten samenwerken en open en
transparant moeten zijn.
De heer Stultiens (PRO):
Tot slot. Waarom dit relevant is, ook voor de collega's hier: als je de
nobele taak op je neemt om rapporteur te worden en je stopt daar heel
veel tijd en moeite in, dan verwacht je dat de dingen die wij horen ook
kloppen. Jarenlang kregen wij te horen krijgt dat dingen niet gewijzigd
konden worden. Amendementen van collega Hoogeveen konden eerst niet, en
nu opeens wel. 15 maart was een harde deadline, en nu blijkbaar toch
niet. Dat stimuleert niet echt je werk als Kamerlid en als wetgever.
Daarom noem ik het hier. Ik vind het belangrijk dat als wij als
Kamerleden informatie krijgen van het ministerie, we kunnen weten dat
dit een halfjaar later ook nog steeds klopt. Daarom noem ik dit
hier.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat metapunt snap ik. Waar het gaat om mijn eigen handelen, trek ik me
dat altijd aan. Ik vind dat ik u volledig correct, transparant en juist
moet informeren, zodat u uw werk goed kan doen.
De voorzitter:
"Zodat de Kamer haar werk goed kan doen."
Staatssecretaris Eerenberg:
Zodat de Kamer haar werk goed kan doen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik wil even heel kort de heer Stultiens steun betuigen. Wij zitten
straks weer in de Belastingplanbehandelingen. Dan doen we voorstellen en
hebben we ideeën. Ik wil de staatssecretaris vragen om zijn woorden over
dingen die wel of niet kunnen en op welke termijn extra zorgvuldig te
wegen, omdat wij als Kamer eigenlijk te vaak tegenkomen dat iets wat het
kabinet wil kan en iets wat de Kamer wil ingewikkeld is.
Staatssecretaris Eerenberg:
In z'n algemeenheid is de oproep van de heer Vermeer er eentje die me
uit het hart gegrepen is. Ik kan u wel vast een amuse op dat gesprek
geven. We gaan heel veel van onze Belastingdienst vragen voor die
novelle box 3. Dat is ook wat we allemaal willen met elkaar. Dat heb ik
allemaal goed gehoord. Maar heel veel andere dingen, ook in andere
dossiers, zullen daardoor wel moeilijker worden. Dat kan ik u nu alvast
vertellen, maar ik ga dat transparant en navolgbaar met u delen in alle
debatten over het Belastingplan. "U" is de Kamer.
De heer Vermeer (BBB):
Dan is het misschien wel handig dat de staatssecretaris de impact
hiervan ergens in de komende week naar ons toe doet komen, zodat we dat
al weten als we 12 oktober voor het eerst bij elkaar zitten.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik heb u net gezegd dat de Belastingdienst werkt aan een
uitvoeringstoets. Dat is vrij regulier. Dat is ook gewoon hoe het hoort,
ook voor die novelle. De uitslag ontvangt u eind oktober, dus het zal
elkaar een beetje kruisen. Ik hoop ook op uw begrip, omdat we nou
eenmaal heel hard moeten werken met iets wat best complex is. Willen we?
Kunnen we? Doen we? Dan kunt u dit debat met mij vervolgen.
De voorzitter:
"De Kamer."
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Hier geeft de staatssecretaris nog wel een extra belangrijke
winstwaarschuwing, namelijk dat misschien de belangrijkste
uitvoeringsorganisatie die we hebben, de Belastingdienst, compleet aan
zijn taks zit en dat als we dit gaan doen, andere zaken dus niet kunnen.
Wat zijn bijvoorbeeld de consequenties voor een al ingezette
kinderopvangtoeslaghervorming, waarbij we deze toeslag gaan afschaffen,
als eerste toeslag van de vier die we hebben? Komt die hervorming
daardoor bijvoorbeeld ook in het gedrang? Want dat is me dunkt ook geen
kleine operatie.
Staatssecretaris Eerenberg:
Mijn beeld nu is dat dat niet zo is. De heer Vermeer zei: we gaan bij
het Belastingplan ook nog met ideeën, wensen, suggesties komen. Ik wil
uw Kamer vooral de eerlijke spiegel voorhouden. We hebben met elkaar nu
een hele grote wens in het bakje gestopt, namelijk de novelle box 3 —
volgens mij is dat ook goed — maar die wegen we altijd af tegen al die
nieuwe wensen. Ik heb nu geen informatie dat we een ander gesprek moeten
hebben over andere beleidsagenda's. U krijgt de uitvoeringstoets — u, de
Kamer.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dan heb ik nog een aanvullende vraag. De uitvoeringstoets gaat vaak over
het wetsvoorstel zelf en over hoeveel fte daarvoor nodig is. Kan er in
de duiding dan ook op ingegaan worden dat zeker wordt gesteld dat andere
trajecten die al lopen, zoals het afschaffen van de kinderopvangtoeslag,
gewoon doorgang kunnen vinden, zonder vertraging? Want het is wel fijn
om als Kamer te weten dat we zo meteen geen besluit nemen over iets met
hele grote consequenties die we op dat moment niet scherp hadden.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat zeg ik u toe, voorzitter.
De voorzitter:
U vervolgt.
Staatssecretaris Eerenberg:
De vraag over crypto en doenvermogen heb ik dankzij wat interrupties al
mogen beantwoorden.
Dan kom ik op de vraag van JA21 over de hersteloperatie op box 3. De
kern van het antwoord daarop heeft de minister eigenlijk al gegeven,
denk ik. We hebben hier de ongemakkelijke situatie, die ik zelf eerlijk
gezegd ook voel, dat je aan de ene kant gewoon ziet dat het bedrag dat
we tot nu toe uitkeren gewoon een beperkt bedrag is ten opzichte van wat
er gereserveerd staat — dat is zo — en tegelijkertijd de rekenmeesters,
die we ook gewoon een beetje heel moeten houden met elkaar, zeggen dat
daar nog geen conclusies aan te verbinden zijn. Zelfs als dat al wel zo
zou zijn, dan ben ik gehouden aan de begrotingsregels. Die
begrotingsregels kennen wij in deze Kamer met z'n allen. Dat is het
trendmatige begrotingsbeleid. Dat betekent dat een eventuele meevaller
het saldo inloopt. Maar er is gewoon nog geen conclusie aan te
verbinden. Tegelijkertijd denk ik dat iedereen hetzelfde ziet en voelt,
maar we moeten onze rekenmeesters ook maar gewoon even vertrouwen.
Voorzitter. Dan ga ik met uw permissie naar het blokje fiscale
regelingen.
De voorzitter:
Ja, heel graag.
Staatssecretaris Eerenberg:
Volt had een theoretische vraag over de schenk- en erfbelasting en
papieren schenkingen. Ik denk dat ik daarover kortheidshalve kan
verwijzen naar alle informatie die ik u, de Kamer, daarover heb doen
toekomen. Dat is gewoon het snelst om te doen.
50PLUS had een vraag over de vermogensgrens voor de zorgtoeslag, maar
die is reeds beantwoord. Ik herbevestig dat wij helemaal geen plannen
hebben om daaraan te zitten.
Dan vroeg de heer Stultiens samen met de heer Dassen hoe het eigenlijk
gaat met het afschaffen van de fiscale regelingen. Ik zal toch ook even
het goede nieuws vertellen. We hebben er inmiddels tien die we, als u
met alles instemt de komende weken, met elkaar afschaffen. Dat gaat toch
over 1,5 miljard euro. Dat is ook niet weinig. Tegelijkertijd ben ik het
eens met iedereen die zegt dat de ambitie hier hoger mag. Maar die
ambitie zou ik ook heel graag naar uw Kamer willen spiegelen, want het
betekent ook over schaduwen heen stappen. Het betekent af en toe ook de
mensen weerstaan die in uw mailbox komen en zeggen: ik vind dat niet
zo'n verstandig idee. Dat hoort wel bij dit traject. Ik ben niet klaar
met deze tien. Ik werk gestaag door aan de tweede tranche. Dan gaan wij
het gesprek vervolgen.
Dan vroeg de heer Oosterhuis van D66 naar de greentimerregeling. Die
kunt u tegemoetzien in het Belastingplan van volgend jaar.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb een vraag over de fiscale regelingen. We hebben al langer een
discussie over de vraag hoe we daarvan af komen. De staatssecretaris
zegt: Kamer, we kijken ook naar u; spring over uw schaduw heen. Is het
een voorstel om suggesties die daarvoor worden gedaan in ieder geval van
het kabinet altijd oordeel Kamer te laten krijgen? Dan kan de Kamer
namelijk zelf bepalen of zij ze afschaft, ja of nee. Mijn gevoel op dit
moment is dat als er voorstellen worden gedaan, er vanuit het kabinet
heel vaak terug wordt geduwd met: dit kunnen we geen oordeel Kamer
geven.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik sta altijd open voor elke goede suggestie van de heer Dassen en welk
Kamerlid dan ook. Tegelijkertijd moet het kabinet zijn werk doen. Ik ga
u dus niet pro forma beloven dat elk idee altijd op applaus van het
kabinet kan rekenen. Dat begrijpt de heer Dassen ook. Maar ik zeg het
allemaal niet voor niets. Als wij met elkaar dapperder willen zijn bij
de fiscale regelingen, en daar zijn goede redenen voor, dan zullen we
misschien ook wat meer pijn moeten verdragen met elkaar.
De heer Dassen (Volt):
Dat begrijp ik heel goed, alleen ben ik dus zoekende naar hoe je dat
kunt doorbreken. Er zijn heel veel ondoelmatige en ondoeltreffende
regelingen. Dat loopt in de 90 miljard, stond in de brief van de
staatssecretaris. Die 1,5 miljard is een goed begin, maar dat is
natuurlijk een fractie. Kunnen we het volgende niet gewoon eens aan de
Kamer voorleggen? We hebben deze maatregelen geïdentificeerd als
"ondoelmatig" of "ondoeltreffend"; ga er maar eens over stemmen. Geef
als Kamer maar eens aan wat je ervan vindt.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik sta zeer open voor een dergelijke werkwijze van uw Kamer. Ik denk
namelijk dat uw Kamer dat bij wijze van spreken morgen zou kunnen doen,
want u krijgt van het kabinet regelmatig allerlei rapportages over
fiscale regelingen en de mate waarin die doelmatig of doeltreffend zijn.
U kent volgens mij ook allemaal de tabel met de groene, oranje en rode
vlakjes. In zekere zin zou ik dus zeggen: de bal ligt op de stip.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Dat vind ik dan positief om te horen. Ik denk dat we dat dan moeten
doen. Begrijp ik het dan goed dat er in ieder geval vanuit het kabinet
geen belemmering op zit dat de Kamer dit gezamenlijk doet? Het kabinet
gaat dan niet zeggen: neeneenee, deze fiscale regelingen die ondoelmatig
en ondoeltreffend zijn, willen we toch behouden?
Staatssecretaris Eerenberg:
U bent het hoogste orgaan. Vanuit het kabinet kan ik de Kamer sowieso
niet verbieden, en terecht, om dit soort gesprekken te voeren.
Tegelijkertijd zal het kabinet altijd zijn werk doen en met een oordeel
komen waarin het alles afweegt. Dat is nu eenmaal hoe het werkt, maar
volgens mij heb ik uw Kamer voldoende uitgenodigd.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Een van die voorbeelden is de landbouwvrijstelling. Die is de Partij
voor de Dieren al heel lang een doorn in het oog. 1,4 miljard lopen we
ongeveer mis. Dat is een fors bedrag, dat het kabinet goed kan
gebruiken. Het kabinet kan natuurlijk zelf met voorstellen komen. De
vraag is dan waarom het kabinet nu niet met die afschaffing is
gekomen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan kom je op het punt dat het ook voor het kabinet een afweging is.
Hierover heb ik het ook gehad met mijn collega Van Essen. Er speelt veel
in de sector op dit moment. Dat betekent dat een van de afwegingen op
zo'n moment kan zijn: laten we de sector, die op dit moment ook met
collega Van Essen volop bezig is met het stikstofpakket, één uitdaging
tegelijk geven.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Maar je zou denken dat dit juist helpt bij de transitie, door die 1,4
miljard ook te betrekken bij de stikstofplannen. Waarom is dat dan niet
gebeurd? Je kunt precies de andere kant op redeneren, namelijk dat het
wel degelijk heel gunstig kan zijn voor het toekomstperspectief van
boeren om die vrijstelling af te schaffen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik denk oprecht … Nogmaals, ik heb het er met mijn collega Van Essen
over gehad en die gaat volgens mij nog heel veel debatten met u voeren
over het stikstofpakket en wat daar ook allemaal aan wet- en regelgeving
achter weg komt. Laten we er alsjeblieft met elkaar voor zorgen dat dat
traject nu goed gaat en dat dat in goede aarde valt. Laten we dat niet
nog complexer maken door een nieuw gesprek met dezelfde sector te
openen. Dat is waarom we in dit dossier de afweging hebben gemaakt zoals
we die gemaakt hebben.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Tot slot. Dan vraag ik de staatssecretaris toch ook om het
onrechtvaardigheidsdeel van deze vrijstelling mee te nemen, namelijk dat
het oneerlijk is voor andere ondernemers. Zij betalen namelijk wel
belasting over de waardestijging van hun grond, terwijl boeren dat niet
doen. De vraag is dus: kan de staatssecretaris ook dat
eerlijkheidsprincipe meewegen bij het wel of niet afschaffen van die
vrijstelling?
Staatssecretaris Eerenberg:
Dit is, precies zoals ik ook in mijn introductie zei, het mooie van de
fiscaliteit. Je kunt op allerlei plekken in de samenleving, dus ook in
sectoren, af en toe een prikkel of een boost geven. Per definitie is
alles wat we in het fiscale stelsel doen bedoeld om het een of ander te
stimuleren. Als je dat allemaal niet zou willen, dan kun je nooit meer
iets stimuleren. We moeten ook dingen stimuleren in ons fiscale stelsel,
bijvoorbeeld de vergroening. Ik snap de achtergrond van deze opmerking
helemaal. Die snap ik oprecht, maar ik blijf wel bij mijn standpunt:
laten we het nou niet moeilijker maken dan het toch al is.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dat de staatssecretaris hele zinvolle en waardevolle dingen zegt
in antwoord op deze interruptie, want als je wilt dat boeren meer
extensiveren, eventueel verplaatsen en allerlei investeringen doen, dan
moet je ze niet aan de andere kant ook nog met een andere knuppel een
klap op hun hoofd geven. Dus waardering voor de staatssecretaris voor
hoe hij dit uitlegt.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik had een beetje last van het geluid, voorzitter. Ik kon het net niet
goed verstaan. Geintje, geintje!
De voorzitter:
Neehee, u vervolgt uw beantwoording!
Staatssecretaris Eerenberg:
Dank u wel. Ik waardeer het zeer van de heer Vermeer.
Dan blijven we bij hetzelfde thema. De heer Flach had namelijk een vraag
over de fiscale investeringsreserve in de Miljoenennota. Hij vroeg of we
de voorstellen voor dier en klimaat op een andere manier kunnen
vormgeven. Ik heb het idee dat de heer Flach daar ook zelf ideeën over
heeft. Ik sta er zeer voor open om daar ook het gesprek met de heer
Flach over te voeren.
Dan vroeg de heer Vermeer hoe het zit met de belastingaanslagen van
niet-bezwaarmakers die een Duits pensioen hebben ontvangen. De Hoge Raad
heeft een arrest gewezen over de fiscale behandeling van die Duitse
Rente, zoals die uit mijn hoofd heet. Dat betekent dat de ambtshalve
vermindering op grond van het arrest alleen mogelijk is voor de
belastingaanslagen die op 19 juni 2026 nog niet onherroepelijk
vaststonden. Dat is overigens niet helemaal een dubbele heffing, maar
dat laat ik maar even buiten dit debat. Dat betekent dat we binnenkort
dat beleidsbesluit zullen publiceren. Een en ander is overigens door
mijn voorganger al in de schriftelijke antwoorden op de vragen van het
lid Joseph van 17 september 2025 met u gedeeld.
Dan ga ik naar de werkkostenregeling. Daar vroeg de heer Vol… Daar vroeg
de heer Dassen van de heer Volt … De heer Dassen van Volt vroeg — ik
probeer te haasten, maar het levert me geen winst op — naar de
mogelijkheid om ook naar de studiekosten te kijken. Wij zijn bezig met
een evaluatie. Ik kom daar in april volgend jaar op terug. Op dit thema
laten we de ambitie uit het coalitieakkoord meelopen. Die is zeer
vergelijkbaar met de ambitie van de heer Dassen, dus dat komt daarin
terug.
Dan heb ik een vraag van mevrouw Van Eijk over hetzelfde thema: werken
moet lonen. Ze vroeg of het mogelijk is om overuren naar Frans voorbeeld
— ik had eerlijk gezegd bij Frankrijk nog niet helemaal de connotatie
van overuren tot deze vraag, maar dat is een andere discussie — fiscaal
voordeliger te behandelen. Dat kan in diezelfde werkkostenregeling. Die
mogelijkheid hebben werkgevers als zij de vrije ruimte daarvoor willen
benutten.
Dan heb ik een vraag van zowel D66, VVD als CDA over hoe het eigenlijk
staat met werken meer laten lonen, ook vanuit de hervormingen van het
belastingstelsel. Ik ben samen met mijn collega's van SZW aan het kijken
wat we daarop kunnen doen. We hebben zelfs benoemd dat wij op zoek zijn
naar onorthodoxe maatregelen, want er is natuurlijk ook al heel veel
geprobeerd en gedaan. U ontvangt daar in december van dit jaar een brief
over. Dan hoop ik dat wij allerlei inspirerende, onorthodoxe voorstellen
aan u hebben gedaan.
De voorzitter:
Vordert u in de fiscale regelingen? Dan zouden we dat …
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik wilde de vragen die daarover gesteld zijn eigenlijk gaan
afronden.
De voorzitter:
Laten we dat eerst doen. Dan geef ik daarna ruimte voor
interrupties.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. Dan heb ik er volgens mij nog één. Zeg ik dat goed? Ik ben
even kriskras door mijn set aan het gaan. Nee, die vragen heb ik
eigenlijk al in samenhang beantwoord. Ik ben gewoon klaar met dit
blokje.
De voorzitter:
Meneer Oosterhuis, dan mag u weer in de benen om een vraag te
stellen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dit is allemaal in het kader van de gezondste generatie ooit!
De heer Oosterhuis (D66):
Dan sta ik direct weer op. De staatssecretaris noemde zojuist de brief
met opties om werken meer te laten lonen. We hebben in het
coalitieakkoord afgesproken dat er ook onderzoek zal worden gedaan naar
bijvoorbeeld een meerurenvoordeel of een arbeidskorting per uur. Kunnen
we in die brief ook de resultaten van die onderzoeken verwachten?
Staatssecretaris Eerenberg:
Zo is het maar net.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank, dan wacht ik dat af. Eveneens in het coalitieakkoord hebben we
afgesproken dat er een strategische agenda komt voor de hervorming van
het belastingstelsel. Komt die ook al met die brief in december, of
kunnen we die op een ander moment verwachten?
Staatssecretaris Eerenberg:
Dank voor deze interruptie, want dan kan ik meteen de vraag van 50PLUS
daarover beantwoorden. Uit mijn hoofd zeg ik — maar dat is altijd
gevaarlijk — dat u 10 december weer een commissiedebat Fiscaliteit
gepland heeft met ondergetekende. Het wordt hard doorwerken — dus wat ik
nu zeg is gevaarlijk — maar ik hoop oprecht u eigenlijk voor die tijd de
opzet van hoe die hervorming eruit zou kunnen zien te sturen, zodat we
die juist in dat debat met elkaar kunnen behandelen. Anders zit je
namelijk voor je het weet weer met elkaar in het voorjaar.
De voorzitter:
U bent aanbeland bij de diversen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik ben bij de diversen, voorzitter. Die wilde ik beginnen met het
onderwerp artificial intelligence. Het is namelijk terecht dat daar veel
aandacht voor is. Wij zijn bezig met die hervormingsagenda, waar het net
in het interruptiedebatje over ging. Die willen we ook een beetje
opbouwen langs de lijn van welke maatschappelijk trends we zien en wat
die vragen van zowel het fiscale stelsel als van de uitvoering daarvan.
Ik kan vast verklappen dat een van die trends gaat worden: wat gaat
technologische disruptie met ons doen? Daarin is één dominante
natuurlijk artificial intelligence. Dat wordt dus een van de drijvers
van de trends in die agenda en van de vraag hoe we daar dan mee om
hebben te gaan. De analyse van Dassen is correct. Het gaat over wat dat
betekent voor belastinginkomsten en wat dat betekent voor het veranderen
van werk, maar het is ook een enorme kans in de uitvoering, of dat nou
de bij Belastingdienst is, de Dienst Toeslagen of de Douane.
Het mooie is dat de Belastingdienst natuurlijk een lange traditie heeft
van een eigen datacentrum, mensen die zelf goed software kunnen bouwen.
De Belastingdienst is dus ook echt vanuit dat autonome idee aan het
kijken — daar heb ik overigens ook zelf veel energie op — hoe wij gewoon
ook als Belastingdienst autonomer kunnen zijn. Kunnen wij met al die
kennis en kracht die de Belastingdienst zelf heeft AI-pilots doen die
voldoen aan alle randvoorwaarden rondom veiligheid, privacy en
dergelijke?
Misschien mag ik u één mooi voorbeeldje noemen van bij de Douane. Daar
gaat het bijvoorbeeld over beeldherkenning. De Douane gebruikt dus
allerlei vormen van scanners. Dan wil je natuurlijk zien wat er in dat
pakketje, in die vrachtwagen of in die container zit wat er niet in zou
mogen zitten. Dan kun je met AI veel sneller, effectiever en efficiënter
aan opsporing doen.
Voorzitter. Dan ga ik naar de vraag van de SGP: wat gaat het kabinet
doen om het mkb tegemoet te komen? Dat is een beetje een brede vraag.
Daar doet natuurlijk ook mijn collega op Economische Zaken heel veel op.
Maar laten we gewoon ook even trots zijn op wat we in het Belastingplan
aan u hebben voorgesteld. Dat is namelijk om ervoor te zorgen dat de
ruimte voor mkb'ers om te innoveren weer wat wordt verruimd. Dat wordt
ook wel de innovatiebox genoemd. Het kabinet staat natuurlijk zeer open
voor andere suggesties van uw Kamer, want het mkb is echt de kurk van de
Nederlandse economie.
Voorzitter. Het is al veel over brandstofaccijnzen en de grens gegaan.
Ik voeg daar één ding aan toe. Ik heb namelijk in een eerder debat, ook
dankzij een paar goede vragen van de heer Vermeer, u toegezegd dat wij
weer opnieuw een onderzoek gaan doen over die grenseffecten. Dat gaat
dit jaar nog starten. Dan gaan we ook echt weer eens heel scherp kijken
hoe dat dan zit. Dan gaat het ook over alcohol, over brandstof, over
tabak en wat al niet meer.
Ik heb de vraag over de hervormingsagenda al beantwoord dankzij het
interruptiedebatje. Dat betekent, voorzitter, dat ik wat mij betreft
zeer uitkijk naar de behandeling van het Belastingplan en naar de vele
debatten die wij met elkaar krijgen. Uiteraard betekent dat dat ik
mijzelf de komende tijd ook weer bij u allen op de koffie ga uitnodigen.
Ik kijk ernaar uit!
De voorzitter:
Ik zie interrupties van de heer Dassen en mevrouw Beckerman. Daarna gaan
we meteen door naar de tweede termijn van de zijde van de Kamer.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb voor de staatssecretaris eigenlijk dezelfde vraag als ik aan de
minister stelde. Ik hoorde voorbeelden waarin AI op dit moment gebruikt
wordt. Tegelijkertijd weten we dat de technologie in Europa nog niet zo
ver is als in de Verenigde Staten. Ik ben benieuwd of de technologie die
hier door de staatssecretaris beschreven wordt, Europese technologie is
of technologie van de Verenigde Staten. Hoe waarborgen we dan ook dat we
de afhankelijkheid van de VS afbouwen?
Staatssecretaris Eerenberg:
U overvraagt mij als u nu vraagt hoe het in het Douanevoorbeeld precies
werkt. Daar wil ik overigens met alle liefde in duiken en bij u op
terugkomen, als dat u helpt. Dat wij minder afhankelijk moeten worden
van monopolisten — laat ik het maar even in het meervoud noemen — is
misschien nog wel belangrijker dan de precieze mogendheid. Wat we
vandaag van de ene mogendheid vinden, kunnen we overmorgen namelijk van
de andere mogendheid vinden. Als we de trots die we bij de
Belastingdienst decennialang gehad hebben omdat we heel veel dingen heel
goed zelf konden, weer een beetje hervinden, dan gaat dat gewoon
bijdragen aan deze agenda. Daar ben ik van overtuigd.
De heer Dassen (Volt):
Dat is fijn om te horen. Ik hoor graag van de staatssecretaris wat dat
is, precies om te voorkomen dat we afhankelijk worden van enorme
techbedrijven. We zien wat de ideologie van die bedrijven is. Ik zou
zeggen dat we daar zo ver mogelijk vandaan moeten blijven op zo veel
mogelijk vlakken. Ik kijk dus uit naar het antwoord van de
staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
De heer Dassen en ik zijn het volstrekt met elkaar eens, in de
wetenschap dat je natuurlijk wel een transitie nodig hebt en dat je tijd
nodig zult hebben. Nederland moet namelijk ook blijven draaien.
De heer Dassen (Volt):
Daar zit precies mijn zorg, want dit argument hoor ik op heel veel
dossiers: Nederland moet blijven draaien, we moeten vooruit en op dit
moment hebben we de technologie nog niet. Ik wil voorkomen dat we over
tien jaar terugkijken en helemaal locked-in zijn bij Amerikaanse
techbedrijven omdat we nu voor de snelste en goedkoopste weg kiezen. Ik
kijk dus uit naar hetgeen waarover de staatssecretaris ons nog zal
informeren, namelijk welke technologie erachter zit. Ik denk dat we
samen moeten optrekken om te zorgen dat we die afhankelijkheid niet
vergroten, ook niet op de korte termijn.
Staatssecretaris Eerenberg:
Kort en goed. U heeft gezien dat ik zowel bij het btw-systeem als bij
het Microsoft 365-systeem — dat heeft u ook in een brief gezien — echt
gezegd heb: wij moeten daar de wissel omzetten, vanuit het behoud van
productiviteit. Volgens mij trekken wij hierbij met elkaar, zowel Kamer
als kabinet, helemaal aan dezelfde kant van het touw.
Mevrouw Beckerman (SP):
De staatssecretaris heeft best lang gesproken over ondoelmatige fiscale
maatregelen. Klopt het dat ik daarin die hele ondoelmatige heb gemist,
namelijk de hypotheekrenteaftrek, ook wel "de blindedarm van de
economie" genoemd? Heb ik die gemist of is de staatssecretaris die
vergeten?
De voorzitter:
De blindedarm van de economie?
Mevrouw Beckerman (SP):
Je hebt er niks aan; hij zit wel in de weg.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dank voor deze metafoor, die ik voorlopig even niet uit mijn hoofd
krijg. Ik snap waar deze vraag vandaan komt, maar laten we ook gewoon
eerlijk zijn: we hebben natuurlijk met elkaar een politieke afspraak
gemaakt. Ik sta gewoon voor die politieke afspraak. Die afspraak is dat
we de fiscale behandeling van de eigen woning in deze kabinetsperiode
niet ter discussie stellen.
Mevrouw Beckerman (SP):
De Socialistische Partij vindt het heel logisch dat we kopers, starters,
ondersteunen, maar heel onlogisch we nu ongeveer de helft van het bedrag
oplopend naar 12 miljard aan mensen gaan geven die vaak echt villa's
hebben. De staatssecretaris zegt: dat is nou eenmaal de afspraak. Er is
echter ook een Kamermeerderheid die heeft gezegd: ga 'm nou niet
verhogen, zoals de vorige keer gebeurde. Juist de hoge inkomens
profiteren er namelijk van. Ook dat is toch een politieke deal? Heeft de
staatssecretaris daarnaar gekeken?
Staatssecretaris Eerenberg:
Daar hebben we ook in het commissiedebat over fiscaliteit en
volkshuisvesting met elkaar over gewisseld. Volgens mij hebben zowel de
minister als ik u in dat commissiedebat uitgenodigd om heel nadrukkelijk
ook naar het koopkrachtpakket te kijken. Ik heb daar ook ideeën over
gehoord in deze Kamer. U weet allen — ik zie de heer Grinwis al
glimlachen — dat een aantal van de zaken, zoals de tarieven,
communicerende vaten zijn. Laten we dus ook maar eens kijken wat de
discussie over de dekking van het koopkrachtpakket ons gaat brengen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar dat is natuurlijk een soort van wegschuiven van dit probleem. Er is
wel degelijk een probleem. In het commissiedebat waar de
staatssecretaris naar verwijst, heb ik zes problemen met de
hypotheekrenteaftrek benoemd. Het drijft de huizenprijzen op. Het drijft
de huurprijzen op. Nou ja, goed, dat hele rijtje hoeven we niet te
herhalen. Daarmee hebben heel veel mensen er niks aan. Het is ook nog
eens — dat is heel pijnlijk — een systeemrisico. Dat zegt De
Nederlandsche Bank inmiddels. Die zegt: als er iets misgaat met de
huizenprijzen — denk aan een kleine daling — dan raakt dat direct de
hele economie. Mag ik de staatssecretaris daarop bevragen? Die zegt "ga
maar eens kijken naar iets anders, namelijk koopkracht", maar als er
iets is wat de koopkracht kan raken, dan is het dit probleem, die
hypotheekrenteaftrek, die volgens De Nederlandsche Bank een
systeemrisico is. Is de staatssecretaris het daarmee eens?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik vind het niet aan mij om De Nederlandsche Bank te recenseren. Daar
werken buitengewoon verstandige mensen. Tegelijkertijd mag je volgens
mij ook van een lid van het kabinet verwachten dat die, als er politieke
afspraken zijn, zich daar gewoon netjes aan houdt. Zo werkt het.
De voorzitter:
Meneer Grinwis. O, was de heer Stultiens eerder, op dit punt?
De heer Stultiens (PRO):
Ja, op hetzelfde onderwerp. Er is willens en wetens besloten door D66 en
het CDA om onze motie te steunen. Die is glashelder: verhoog de
hypotheekrenteaftrek niet; compenseer dat desnoods met het
eigenwoningforfait. Waarom is dan toch de keuze gemaakt door het kabinet
om deze motie niet uit te voeren?
Staatssecretaris Eerenberg:
Die vraag snap ik. Die is ook in het commissiedebat aan de orde geweest.
Ook in dit geval kan ik me in mijn antwoord dus wat beperken. Dit heeft
er echt mee te maken dat al die zaken met elkaar samenhangen. Die
aftrekposten, "posten" in meervoud dus, hangen samen met de tarieven
voor de tweede schijf. Die hangen dan weer samen met de compensatie van
een aantal van de maatregelen die door onze voorgangers zijn genomen.
Dat gaat weer samenhangen met hoe je het koopkrachtpakket dekt. Het
wordt nu een buitengewoon technisch verhaal, maar ik heb het idee dat
wij de komende weken echt nog wel gaan debatteren met elkaar over de
vraag hoe we dat koopkrachtpakket gaan dekken. Ik denk dat we pas aan
het eind van die debatten een conclusie kunnen trekken over wat het nou
heeft betekent voor de opdracht die u het kabinet heeft gegeven.
De heer Stultiens (PRO):
Er wordt steeds naar een volgend moment gewezen, maar in het voorjaar
zeiden wij al: voer 'm uit. Toen kwam er een onduidelijke reactie. De
minister van Financiën zei toen: ik ga 'm niet uitvoeren. Toen hebben we
Kamervragen gesteld om te vragen of de motie toch wel kon worden
uitgevoerd. Toen zei de staatssecretaris: dat ziet u op Prinsjesdag. We
zagen toen dat die niet wordt uitgevoerd. Nu word ik weer doorverwezen.
Dan blijft de vraag staan: gaat de staatssecretaris deze motie van een
Kamermeerderheid gewoon uitvoeren?
Staatssecretaris Eerenberg:
Er ligt nu een koopkrachtpakket dat niet tegemoetkomt aan die motie. Dat
is evident. Daarom stelt uw Kamer deze vraag ook aan mij. Maar
tegelijkertijd hebben wij u als kabinet wat betreft koopkracht zeer
nadrukkelijk de uitnodiging gedaan om met ons mee te puzzelen. Daarom
denk ik dat wij pas aan het eind van alle debatten die wij de komende
weken gaan hebben, de eindconclusie kunnen trekken over het wel of niet
uitvoeren van deze motie.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (PRO):
Afrondend. We gaan nog lang doorpraten over het Belastingplan. Laat ik
alvast één ding zeggen: deze motie moet gewoon worden uitgevoerd.
Punt.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Er ligt al een prachtig amendement klaar om die alsnog uit te gaan
voeren, maar dat terzijde.
Ik heb een andere vraag, namelijk over de hersteloperatie voor box 3.
Volgens mij mis ik nog een antwoord op de vraag die ik daarover gesteld
heb. Wij hebben allemaal onze twijfels uitgesproken of die 16,6 miljard,
de oorspronkelijke raming, daadwerkelijk helemaal nodig zal zijn om
spaarders en beleggers uit het verleden te compenseren. Er is een groep
niet-bezwaarmakers uit de jaren 2017-2020 die door een voorvorige
staatssecretaris, namelijk Van Rij, met gewetenswroeging terzijde is
geschoven, met als argument: het is al zo duur. Als die hersteloperatie
nu minder duur blijkt te zijn, is dat dan reden voor deze
staatssecretaris om alsnog tegemoet te komen aan de niet-bezwaarmakers
uit de periode 2017-2020?
Staatssecretaris Eerenberg:
Daar zitten een aantal lagen in. Het gaat om mensen; dat besef ik zeer.
Dat wil ik vooraf even gezegd hebben. Tegelijkertijd moeten we met
elkaar zeer zorgvuldig handelen als het gaat om de juridische vraag die
hieronder ligt, namelijk: wie compenseer je eigenlijk allemaal in dit
land? Zijn dat ook de mensen die niet de rechtsmiddelen hebben ingezet
op het moment dat die voorhanden waren? Ik snap oprecht dat dit bij een
aantal mensen leidt tot zure gevoelens. Dat snap ik oprecht.
Het ingewikkelde is dat ik nu nog geen oordeel kan vellen over hoeveel
van die 16,6 miljard wij wel of niet nodig gaan hebben. Dat heb ik net
ook in mijn antwoord geschetst. Ik zie ook dat er tot nu toe relatief
weinig wordt uitgekeerd. Maar er zitten nog heel veel formulieren in de
pijplijn; we hebben nog jaren voor ons. Ik moet hierin echt luisteren
naar de experts; ik denk dat we dat allemaal moeten doen. Die zeggen:
als wij naar de uitkeringen tot nu toe kijken, kunnen we nog geen
definitieve conclusie trekken over wat dit aan het eind gaat doen. Ik
kan dus ook op geen enkele wijze preluderen op wat je nog meer met dat
geld zou kunnen doen. Dat geldt dus ook voor de vraag die de heer
Grinwis mij nu stelt, in de wetenschap dat dit sowieso een ingewikkelde
vraag is vanuit het kader dat ik net schetste. Maar goed, ik zeg het in
de volle wetenschap dat dit voor een aantal mensen natuurlijk
buitengewoon zuur voelt. Dat besef ik zeer.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, want dat zijn eerzame belastingbetalers geweest, die altijd netjes
hun belasting hebben betaald, altijd hebben gedragen, nooit hebben
geklaagd en die zich ook niet hebben gemeld met een bezwaar bij de
Belastingdienst, maar die uiteindelijk wel, moeten we achteraf
constateren, te veel belasting hebben betaald. Eerder is, bijna in het
geniep, in het Belastingplan van 2015 of 2016, ergens de
massaalbezwaarprocedure veranderd. Hier zit toch echt nog wel een kiezel
in de schoen.
De voorzitter:
Uw vraag, uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik wil de staatssecretaris vragen of er gelet op de enorme verschillen
tussen de raming en het uitgekeerde bedrag — in bijvoorbeeld 2017 is er
3 miljoen geraamd en €200.000 uitgekeerd en in het jaar 2020 is er meer
dan 700 miljoen geraamd en slechts 100 miljoen uitgekeerd — daarin nog
een basis ligt om nog eens een keer naar de groep niet-bezwaarmakers te
kijken. Ik doe deze oproep aan de staatssecretaris. Hopelijk kan hij
daarop terugkomen bij de behandeling van het Belastingplan.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik sta er altijd voor open om dat debat met de heer Grinwis te vervolgen
bij de behandeling van het Belastingplan, maar zolang de rekenmeesters
bij Financiën, die daar echt voor hebben geleerd en die zo vaak de
grondslag leveren voor waarover wij de debatten voeren, niet tot de
conclusie komen … Ik zie exact hetzelfde als de heer Grinwis, maar ik
steun echt op de mensen die deze sommetjes maken. Het zou zomaar kunnen
dat wij later tot een andere conclusie komen. Ik sluit dat helemaal niet
uit. Dan kunnen we weer elke discussie voeren die we willen voeren. Maar
de begrotingsregels schrijven natuurlijk ook iets anders voor, want als
dit meevalt, gaat het het saldo in.
De voorzitter:
Neeneenee, u zit al minuten over uw tijd en u heeft ook nog een tweede
termijn, meneer Grinwis. Eerst mevrouw Al Biyati, dan meneer Van Dijk en
dan gaan we verder met de tweede termijn van de Kamer.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Ik zou het nog graag met de staatssecretaris willen hebben over het
heffingsvrij vermogen. Dat is namelijk in Frankrijk zo'n 1,3 miljoen
euro, in België 1 miljoen euro, in Spanje €700.000 en in Nederland
zitten we op €59.357. Ik vind dat zelf best bijzonder, vooral omdat het
kabinet het, voor een jaar, ook nog eens wil verlagen naar €30.000. Mijn
vraag is eigenlijk: waarom maakt het kabinet het zo moeilijk voor mensen
om een klein beetje vermogen op te bouwen?
Staatssecretaris Eerenberg:
Daar heeft u het volgens mij uitgebreid over gehad met de minister in de
eerste termijn van de minister. De minister en ik hebben gisteren na het
debat hier boven op de derde verdieping bij elkaar gezeten. We kwamen
samen tot de conclusie: hier moeten we echt wat aan doen. Dat is het
huiswerk dat we uit dit debat hebben gehaald. Volgens mij is dat
klip-en-klaar. Dus hier komen wij gewoon op terug vanuit een
alternatief.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Ik hoop dat er dan goed wordt nagedacht over de gevolgen hiervan. Denk
aan ondernemers of mensen die hebben gespaard en die hierdoor naar het
buitenland willen trekken. Dat blijkt ook uit de Monitor
ondernemersklimaat 2025. Steeds meer mensen overwegen een vertrek naar
het buitenland en nemen ook hun vermogen mee, omdat ze hier gewoon
merken dat dit kabinet, samen met vorige kabinetten, mensen financieel
gevangenhoudt. Ik heb niet het gevoel dat dit kabinet dit serieus
neemt.
Staatssecretaris Eerenberg:
De oproep om goed na te denken, is mij uit het hart gegrepen.
Uiteraard.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Ja, sorry, maar ik begrijp dan niet waaruit dit blijkt. In Nederland
hebben we de hoogste inkomstenbelasting. We hebben de hoogste
rendementsbelasting. Wegenbelasting, energiebelasting en btw zijn in
Nederland enorm hoog. En straks is er ook nog een box 3-belasting van
36%. Het gaat om mensen die hebben gewerkt in hun leven, die gewoon
zouden willen sparen en die misschien een keer een aandeel willen kopen
zodat hun geld niet teniet wordt gedaan door de enorme inflatie, maar
die gewoon iets willen overhouden voor hun oude dag, iets willen kunnen
doorgeven aan hun kinderen. Dat wordt onmogelijk gemaakt. Ik voel nog
steeds de urgentie niet en die blijkt ook niet uit het antwoord van de
staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat wij alles op alles gaan zetten om de komende maanden versneld naar
vermogenswinst te gaan voor waardepapieren, is misschien wel het
allerbeste bewijs voor de vraag die mij nu gesteld wordt. Daarmee help
je mensen namelijk echt om te beleggen. Daarmee maak je het interessant
om die keuze te maken. Tegelijkertijd is het ook mijn opdracht, en dat
heeft de minister ook al gezegd, om in de wet, die daarachteraan komt,
te bekijken wat wij fiscaal nog meer kunnen stimuleren om te beleggen.
We kennen allemaal in deze zaal het Zweedse model. Ik wilde maar niet
over forfaitair beginnen, maar daar zit in ieder geval ook in dat
investeringen in de nationale economie een voordeel krijgen. Er zijn nog
heel veel mooie dingen te doen.
De heer Tony van Dijck (PVV):
In het coalitieakkoord staat duidelijk dat werken moet lonen. Ik heb het
net nog even nagekeken. Toch presenteert dit minderheidskabinet dat de
lasten op arbeid met 8 miljard omhooggaan. Wat gaat de staatssecretaris
daaraan doen?
Staatssecretaris Eerenberg:
U heeft van het kabinet het Belastingplan gekregen. U heeft net lang met
de minister gedebatteerd over de relatie tussen de lasten op arbeid en
de koopkracht. Volgens mij wordt alles wat ik daar nu over ga zeggen een
herhaling van dat debat, dus ik verwijs kortheidshalve naar wat er twee
uur geleden met uw Kamer is gewisseld.
De heer Tony van Dijck (PVV):
De staatssecretaris verwijst wel heel veel naar wat er allemaal is
gewisseld, maar feit blijft dat de lasten op arbeid met 8 miljard
omhooggaan in dit Belastingplan, terwijl in het coalitieakkoord is
afgesproken dat werken moet lonen. De koopkrachtplaatjes laten zien dat
iedereen in de min staat. Met andere woorden, u spreekt met een
minderheidscoalitie in het coalitieakkoord af dat werken moet lonen,
maar vervolgens presenteert u plannen waarbij iedereen in de min staat
en de lasten op arbeid met 8 miljard omhooggaan. Dat is niet: werken
moet lonen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Het kabinet praat met één mond. U heeft dit debat gehad. Ik wil me er
niet makkelijk vanaf maken, maar er zijn ook andere knoppen om aan te
draaien, bijvoorbeeld de marginale druk. We hebben een opdracht richting
de hervormingsagenda. Wat kunnen we doen om de marginale druk te
verlagen? Ook dat is: meer werken moet gaan lonen. De meerurenbonus is
ook al genoemd. Volgens mij zei een van uw leden dat gisteren. Er is nog
heel veel meer in het mandje te brengen om werken te laten lonen. Maar
laten we het ook gewoon zeggen hoe het is: we moeten in Nederland een
aantal dingen regelen, bijvoorbeeld omtrent defensie, maar er is nog
veel meer en daar zullen we onze bijdrage aan moeten leveren. Zo is het
ook.
De voorzitter:
Afrondend. Kort en bondig.
De heer Tony van Dijck (PVV):
De staatssecretaris laat het te veel bij de Kamer. Het kabinet komt met
plannen. De Kamer controleert en beoordeelt die plannen. U heeft het
over de marginale druk, maar dit kabinet doet ook niets aan de marginale
druk. Daar steggelen we ook al jarenlang over. Als je €1 meer verdient
door harder te werken, is het belachelijk dat je €0,80 moet inleveren
bij deze staatssecretaris. Volgens mij is er ook geen meerderheid voor
dit Belastingplan, als het gaat om 8 miljard lasten op arbeid.
De voorzitter:
De staatssecretaris.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Als ik u was, staatssecretaris, zou ik goed nadenken over hoe ik iets
kan verzinnen voor de lasten op arbeid, want anders haalt dit
Belastingplan het niet. Dan staat u met lege handen en kunnen we terug
naar de stembus.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik heb het goed gehoord. Er is vanuit het kabinet al een uitgestoken
hand als het gaat over de relatie tussen de koopkracht en de lasten op
arbeid. Ik heb net gezegd, in antwoord op vragen van onder anderen de
heer Oosterhuis, dat we in december met maatregelen komen om meer werken
te laten lonen, buiten de ib. In die zin kijk ik uit naar het debat dat
we gaan hebben met elkaar.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn eerste termijn. Daarmee zijn we
aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van het
kabinet. We zijn aanbeland bij de tweede termijn van de zijde van de
Kamer. Ik geef als eerste het woord aan de heer Stultiens. Denkt u om uw
spreektijd. Dat geldt voor u allen. Gaat uw gang.
De heer Stultiens (PRO):
Dank u, voorzitter. Ook dank aan de minister, de staatssecretaris en de
collega's voor het goede en inhoudelijke debat. Het was bij vlagen zelfs
emotioneel. De minister van Financiën en ik delen dat we zelfs
emotioneel kunnen worden van tabellen. Dat is mooi bij zo'n debat.
Voorzitter. Laat ik beginnen met het belangrijkste punt voor ons:
sociale zaken. Het is van groot belang dat er nu in de polder kan worden
gesproken over een sociaal akkoord, met een echt neutrale start, zonder
het zwaard van Damocles. Daarom dien ik graag de volgende motie in, mede
namens collega's Dassen en Patijn.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de bezuinigingen op de AOW, WIA en WW door het kabinet
uit de boeken zijn gehaald en niet terugkomen, aangezien dekking elders
wordt gezocht en de discussie hierover naar volgend jaar wordt
geschoven;
constaterende dat daarmee tegemoet is gekomen aan het ultimatum van de
vakbonden FNV, CNV en VCP;
overwegende dat de WIA verbeteringen behoeft als het gaat om preventie,
fatsoenlijke inkomenszekerheid, hardheden, reële kans op re-integratie,
de hoge instroom van flexwerkers en uitstroom naar werk;
overwegende dat meer mensen van werk naar werk moeten worden begeleid en
er daarbij specifiek gekeken moet worden naar een werkend systeem van
leven lang ontwikkelen;
verzoekt de regering, samen met de voorzitters van de Stichting van de
Arbeid, te komen tot een gezamenlijke agenda voor het najaarsoverleg, en
daarbij zonder enige financiële taakstelling vooraf een advies te vragen
aan de voorzitters van de Stichting van de Arbeid over verbetering van
werknemersverzekeringen, de relatie tussen de premie en de polis,
zeggenschap en de verdeling van verantwoordelijkheden en daarbij zowel
aanbevelingen voor de korte als lange termijn te doen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens, Dassen en
Patijn.
Zij krijgt nr. 7 (37020-IX) (#3).
De heer Stultiens (PRO):
Voorzitter. Dit was het vrolijke deel van mijn inbreng, want SZW is
hiermee de eerste begroting waar het kabinet een meerderheid voor heeft
gevonden: een van de twintig. We kijken nu naar de rest van het najaar,
de rest van de begrotingen. PRO en Volt willen graag een totaalakkoord
sluiten over alle begrotingen en het Belastingplan. Tot nu toe zien we
nog weinig ... De minister is nog niet erg happig, laat ik het zo
formuleren. Dat lijkt me onverstandig. Volgens mij is het de hoogste
tijd om uit dit begrotingsmoeras te komen.
Voorzitter. Deze Financiële Beschouwingen laten ook iets anders zien,
namelijk dat het Belastingplan nog een heel groot hoofdpijndossier wordt
voor dit kabinet. Er ligt een Belastingplan met een belastingverhoging
van 7,8 miljard euro per jaar. En er werd vandaag weer geprobeerd een
rookgordijn op te werpen over zorgpremies in het basispad, en wat
eigenlijk de schuld is van dit kabinet en het vorige kabinet. Maar het
Belastingplan is klip-en-klaar: een enorme belastingverhoging op werk.
Dat moet echt anders. Alle experts zeggen het: de planbureaus, de
Rekenkamer, de Raad van State. Alleen dit kabinet doet het niet. Daarom
de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het voorliggende Belastingplan de inkomstenbelasting
verhoogt met 7,8 miljard euro per jaar;
van mening dat werken moet lonen;
constaterende dat er geen Kamermeerderheid is voor deze verhoging van de
belasting op werkenden;
verzoekt de regering voor de behandeling van het Belastingplan (12
oktober 2026) met een forse koerswijziging te komen van het
Belastingplan waardoor werken meer gaat lonen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens, Dassen en
Teunissen.
Zij krijgt nr. 8 (37020-IX) (#4).
De heer Stultiens (PRO):
Voorzitter. Dit is een belangrijke motie, want het kabinet dreigt tegen
een muur aan te lopen, want de steun voor het Belastingplan is nog lang
niet binnen. Ik zie nog geen begin van een oplossing om een meerderheid
te vinden voor deze 8 miljard lastenverzwaring op werkenden.
Wat een contrast ook deze twee dagen weer tussen enerzijds box 1, voor
gewone werkende mensen, en anderzijds box 2 en 3. De box 3-soap is deze
week nog een stuk gekker geworden. Dat begon een halfjaar geleden al,
toen minister Heinen op eigen houtje besloot het coalitieakkoord te
verbouwen. Een halfjaar verder zien we nog steeds geen fatsoenlijke
dekking. De Kamer kreeg een tabel met de helft van de informatie. Nu we
over de hele informatie beschikken, zien we dat er een belastingcadeau
wordt uitgedeeld van 1,7 miljard euro aan directeur-grootaandeelhouders
in box 2. Nog steeds wordt hier beweerd door sommige partijen dat dit
een serieuze dekking is. Dit is een sjoemeldekking. Het kost geld om een
belastingkorting te geven; dat levert geen geld op. Er wordt hier een
cadeau uitgedeeld aan de rijkste 1%. En nog gekker: dit wordt betaald
door kleine spaarders. Mevrouw Beckerman noemde het gratis champagne; ik
vind dat een mooie term. Er werd nog gezegd: maar we kijken alleen naar
deze kabinetsperiode. Zelfs dit klopt niet. De kabinetsperiode loopt tot
2030. En ook dan zien we een tekort van 1,4 miljard; in de komende
vijftien jaar een tekort van 7,7 miljard. De enige serieuze dekking die
er lag, werd gehaald bij kleine spaarders in plaats van de
allerrijksten. Gelukkig is dat deel van tafel; dat is dan een
winstpuntje. Maar het pakket moet nog steeds gedekt worden, en een stuk
beter. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het huidige dekkingspakket voor een
vermogenswinstbelasting vooral terechtkomt bij kleine spaarders;
van mening dat de volledige rekening voor een vermogenswinstbelasting
moet worden gedekt door beleidsmatige aanpassingen binnen het brede
vermogensdomein;
verzoekt de regering voor de behandeling van het Belastingplan (12
oktober 2026) met een alternatief pakket te komen dat niet terechtkomt
bij kleine spaarders,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens en Dassen.
Zij krijgt nr. 9 (37020-IX) (#5).
De heer Stultiens (PRO):
Voorzitter. Ik vat het samen. Box 1: een lastenverzwaring van 7,8
miljard. Box 2: een tariefskorting van 1,7 miljoen. Box 3: een extra gat
vanwege de klein spaarders van 7,7 miljard.
Voorzitter. Er is één begroting gered, nog negentien te gaan, met als
startschot het Belastingplan de komende weken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Oosterhuis voor zijn tweede termijn
namens D66.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de minister en de staatssecretaris
voor hun beantwoording en natuurlijk ook aan alle ambtenaren die die
beantwoording hebben voorbereid, terwijl ze ook nota's van wijziging en
novelles aan het schrijven zijn.
De Algemene Financiële Beschouwingen gaan weer over de inhoud. Ik heb
genoten van alle goede inhoudelijke discussies, want er is veel om over
te praten. Dit kabinet doet immers ook veel. Ik had het gisteren al over
de grote en broodnodige investeringen in wonen, infrastructuur,
onderwijs en innovatie. Natuurlijk zijn al die investeringen niet
gratis. Ook daar hebben we de afgelopen dagen over gedebatteerd, want de
rekening voor alle investeringen van dit land die ons land
vooruithelpen, kunnen we niet doorschuiven naar toekomstige
generaties.
Dat moet ook gelden voor het klimaat, want hoewel we de puzzel van de
begroting, het Belastingplan en box 3 vandaag nog niet hebben opgelost,
ben ik me ook aan het voorbereiden op de klimaatbesluitvorming van het
komende voorjaar. Een ambitieus klimaatpakket zal immers noodzakelijk
zijn om weer op koers te komen voor de klimaatdoelen. Daarom dien ik een
motie in om te zorgen dat ook de kosten van niets doen dit voorjaar
worden meegewogen, zodat het kabinet naast de kosten op de begroting ook
de baten van het klimaatbeleid inzichtelijk heeft. Daarom de volgende
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat alle hitte- en droogterecords in Nederland dit jaar
zijn verbroken;
constaterende dat door de droogte de Rijn het laagste niveau ooit heeft
bereikt, waardoor de binnenvaart wordt belemmerd;
constaterende dat de droogte heeft geleid tot verzilting waardoor boeren
worden geraakt;
overwegende dat het uitblijven van klimaatbeleid zorgt voor hogere
kosten die terechtkomen bij toekomstige generaties;
overwegende dat tijdens besluitvormingsmomenten de baten van
klimaatbeleid noch de kosten van niets doen voldoende in kaart worden
gebracht;
overwegende dat het CPB in zijn werkplan 2026 een project heeft
aangekondigd waarin de langetermijndoorwerking van klimaatverandering en
klimaatbeleid op de overheidsfinanciën in kaart wordt gebracht;
verzoekt de regering om met het CPB en het PBL in gesprek te gaan over
de mogelijkheden om de kosten van niets doen periodiek inzichtelijk te
maken ter voorbereiding van de klimaatbesluitvorming in het
voorjaar;
verzoekt de regering, zodra de planbureaus de benodigde ramingen gereed
hebben, om de kosten van niets doen inzichtelijk te maken en dit
expliciet mee te wegen tijdens de besluitvormingsmomenten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Oosterhuis en Stultiens.
Zij krijgt nr. 10 (37020-IX) (#6).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Een vraag: wat betekent "niets doen" in de motie? Is dat vooral gericht
op adaptatiemaatregelen of zit hier ook de suggestie in dat de
Nederlandse mitigatie iets zou kunnen doen aan toekomstige droogte,
waterstanden et cetera?
De heer Oosterhuis (D66):
Ook dat laatste. Ja, Nederland kan dat niet in zijn eentje, maar kan
daar wel aan bijdragen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, dat klopt. De Nederlandse uitstoot is op dit moment 0,3% van de
wereldwijde uitstoot. Die uitstoot daalt, maar is nog steeds meer dan
nul. Dat ga ik dus niet bagatelliseren, maar tegelijkertijd zullen we
samen met Duitsland en Zwitserland maar ook hier, met een Rotterdamdam
of met andere maatregelen, vooral via adaptatie iets moeten doen aan de
consequenties van droogte, hitte en lage rivierstanden. Ligt het
zwaartepunt bij "niets doen" dus bij het op tijd nemen van
adaptatiemaatregelen of bij mitigatie?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk dat de heer Grinwis er gelijk in heeft dat ook adaptatie nodig
is en dat het inderdaad ook gaat om allerlei maatregelen over
waterbeheer, droogte et cetera. Dat moet inderdaad ook samen met andere
landen gebeuren. Tegelijkertijd heeft dit kabinet ook de opdracht om de
klimaatdoelen conform de Klimaatwet te gaan halen. De afspraak is dat
daar zo nodig in het voorjaar van 2027 besluitvorming over plaatsvindt.
Ik ga ervan uit dat dat nodig is, ook gezien de Klimaat- en
Energieverkenning. Het is dus ook gericht op mitigatie.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Helder. Ik ben het er inhoudelijk mee eens dat we onze
verantwoordelijkheid hebben te nemen, maar hier wordt de suggestie
gewekt dat de Nederlandse inzet op mitigatie en de consequenties daarvan
iets zouden kunnen doen aan de risico's van droogte, rivierstanden et
cetera. Dat is een te groteske beweging. Ik denk dat de planbureaus dat
ook gaan zeggen: "Wij kunnen dit niet aantonen, tenzij elk land net als
Nederland een extra inspanning doet."
De heer Oosterhuis (D66):
De heer Grinwis heeft er gelijk in dat Nederland dit zeker niet in zijn
eentje kan oplossen, maar ik vind dat wij als grote economie en als
welvarend land ook een voortrekkersrol hebben in de wereld om te zorgen
dat andere landen ook hun best gaan doen.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Grinwis maakt precies het punt: het PBL kan dat helemaal niet
uitrekenen. Deze motie leidt dus alleen maar tot extra werk, extra
ambtenaren en mensen die van alles uit moeten voeren, terwijl de door de
heer Oosterhuis genoemde voorbeelden juist gaan over het feit dat wij
hier in een delta leven en dat we afhankelijk zijn van wat er in al die
andere landen gaat gebeuren. Dat geldt voor verzilting, lage
waterstanden in de Rijn et cetera. Of is dit eigenlijk een brevet van
onvermogen voor het kabinet, omdat de heer Oosterhuis vindt dat het daar
allemaal waardeloos gaat op het gebied van klimaat?
De heer Oosterhuis (D66):
De planbureaus hebben juist al in hun werkprogramma opgenomen dat ze op
dit punt al informatie inzichtelijk willen maken. Dat gaat zowel over de
gevolgen voor de begroting, bijvoorbeeld wat het klimaatbeleid betekent
voor de grondslagen van sommige belastingen, als, daarbuiten, voor de
economie. Wat betekent de droogte bijvoorbeeld voor de economie? Ik heb
daar gisteren wat voorbeelden van genoemd: de Rijn die droogvalt, de
gevolgen van de hitte voor de productiviteit en de vraag wat de
mogelijkheden zijn om daar iets aan te doen. Dat lijken me reële
vragen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Op zichzelf is het een goeie motie. We weten natuurlijk al wel een
beetje hoe groot die klimaatschade en schade van nietsdoen zijn: 9
miljard productiviteitsverlies door de hitte van afgelopen zomer. Op
zichzelf is het dus een goeie motie, maar dan blijft de vraag staan
waarom D66 rond de Algemene Beschouwingen en vandaag niet met extra
maatregelen is gekomen en waarom D66 gewoon het advies van de Raad van
State naast zich neerlegt.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik heb in het debat aan het kabinet gevraagd welke maatregelen nu worden
voorbereid. Er worden nu ook voorbereidingen getroffen door de minister
van Klimaat en ook door de staatssecretaris. We hebben de afspraak om
daar in het voorjaar besluitvorming over te hebben. Mevrouw Teunissen
haalt inderdaad ook een paar rapporten van de afgelopen zomer aan. Ik
vind het ook belangrijk dat dat onafhankelijk in kaart wordt gebracht en
meegewogen wordt door het kabinet.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat is op zichzelf goed, maar de Raad van State heeft gezegd dat het
voorjaar van 2027 te laat is. De klimaatcrisis is nu. Er hadden drie
jaar geleden al maatregelen genomen moeten worden. Dan blijft de vraag
staan. We gaan het nu dan in kaart brengen. Dat is op zich goed. Maar
waarom heeft D66 de afgelopen tijd, na die hitte die we hebben gezien,
niet de kans aangegrepen om zelf met klimaatmaatregelen te komen?
De heer Oosterhuis (D66):
Mevrouw Teunissen heeft helemaal gelijk als zij zegt dat we dit drie
jaar geleden al hadden moeten doen. Drie jaar geleden is het ook
gebeurd. Toen was Rob Jetten minister van Klimaat en Energie. Toen lag
er een pakket om de klimaatdoelen voor 2030 binnen bereik te brengen.
Helaas heeft het vorige kabinet op dat punt weer stappen terug gezet.
Daarvan zegt ook de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving
dat dat de oorzaak is dat we nu echt achterlopen. Dat valt dit kabinet
nog niet aan te rekenen. Ik verwacht dat dit kabinet richting het
voorjaar echt maatregelen gaat voorbereiden om weer op koers te
komen.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Oosterhuis (D66):
Voorzitter. We zijn er nog niet, maar ik zie wel dat er echt stappen
zijn gezet, namelijk bij Prinsjesdag en afgelopen week bij de AFB. Ik
kijk uit naar de voorstellen van het kabinet met betrekking tot het
Belastingplan. Ik zie het echt als een gezamenlijke
verantwoordelijkheid, dus met deze hele Kamer, om er samen uit te komen.
Ik ben er optimistisch over dat dit gaat lukken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Tony van Dijck, namens de PVV in
tweede termijn. Gaat uw gang.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter, dank u wel. We hebben twee dagen gedebatteerd over de
plannen van dit minderheidskabinet. Het ging voornamelijk over box 3,
maar de gewone Nederlander heeft niets aan deze informatie, want die zit
niet in box 3. Ik heb het net nog eens opgezocht: een derde van de
huishoudens heeft niet eens €2.500 aan spaargeld. Dat zijn 3 miljoen
huishoudens die niet eens €2.500 op de spaarrekening hebben staan. En
wij zitten hier twee dagen te verspillen aan box 3, maar de gewone
Nederlander heeft er dus niets aan. 40% heeft problemen met het betalen
van de rekeningen en met het betalen van de boodschappen. Ze zijn
helemaal niet bezig met box 3. Hadden ze maar box 3! Het kabinet is
daarom een ramp voor Nederland en heeft geen aandacht voor de gewone
Nederlander.
Het kabinet heeft geen aandacht voor de asielstop. De mensen schreeuwen
om een asielstop. Gooi die grenzen dicht! We zien overal demonstraties.
Week na week verwelkomen we bijna 900 gelukszoekers in Ter Apel. We
weten allemaal van berekeningen dat één asielmigrant ons 1 miljoen euro
kost. Wekelijks verspillen we hier dus in Nederland 900 miljoen euro aan
gelukszoekers, maar we doen er niets aan, terwijl de mensen het zat zijn
en schreeuwen om een asielstop.
Voorzitter. Een ander punt is de ouderenzorg. Het ging er helemaal niet
over. De ouderenzorg wordt uitgekleed door dit kabinet. De
wijkverpleging, de huishoudelijke hulp, de specifieke zorgkosten: met 5
miljard wordt het allemaal versoberd en de ouderen, die Nederland hebben
opgebouwd, zitten straks in de kou. En hier hebben we het over box 3.
Het eigen risico? Niemand had het erover. Het gaat naar €500. Mensen
kunnen hun zorgkosten nu al niet betalen en wij verhogen lustig het
eigen risico van €385 naar €500, waardoor de mensen straks helemaal niet
meer naar de dokter durven te gaan.
Voorzitter. De mensen snakken naar een beetje koopkracht, maar iedereen
zit in de min. Iedereen krijgt van dit kabinet een dikke min. En dan
presteren ze het ook nog om de lasten op arbeid met 8 miljard te
verhogen, terwijl ze mooie woorden schrijven in hun coalitieakkoord,
namelijk: werken moet lonen. Nou, hun daden zijn tegenovergesteld.
Werken loont niet in dit land. Ook aan de marginale druk gebeurt
helemaal niets.
Wat moet er gebeuren? De btw op boodschappen moet worden geschrapt, het
eigen risico moet worden geschrapt, de btw op energie moet omlaag — het
is tenslotte geen luxeproduct — en de accijns op brandstof moet omlaag.
In andere landen kan het wel, maar wij in Nederland zijn kunstenaars in
het uitpersen van onze bevolking als rijpe citroenen, en het weggeven
van dat geld aan ontwikkelingshulp, voor 6,5 miljard, aan asielopvang,
voor 9 miljard, en aan Oekraïne. In deze kabinetsperiode maken we 22
miljard over aan Oekraïne, nadat we al 30 miljard hadden overgemaakt.
Oekraïne heeft straks in tien jaar tijd 50 miljard van ons gekregen,
terwijl Spanje, Italië en Frankrijk niets doen. Die denken allemaal:
onze eigen mensen eerst. En wat doen wij? Wij schenken 50 miljard aan
Oekraïne, alsof het niets is. Stop met die klimaat- en stikstofonzin,
met die duurzaamheid en met die windmolens. We pompen daar in de komende
tien jaar 100 miljard in, en de mensen hebben geen geld voor hun
boodschappen.
Voorzitter. Zoals gezegd zit dit kabinet er niet voor de Nederlander.
Het negeert de problemen van de gewone Nederlander. De asieltsunami gaat
gewoon door en de koopkracht heeft geen aandacht. Het was niks, het is
niks en het wordt niks met dit kabinet.
Zijn er nog vragen?
De voorzitter:
Even kijken. Mevrouw Van Eijk misschien?
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja? Een vraag?
De voorzitter:
O nee.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ah, jammer.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Eijk voor haar tweede
termijn.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Voorzitter, dank u wel. We hebben gisteren en vandaag uitgebreid
gesproken over de toekomst van box 3. Het is goed om te zien dat er in
deze Kamer breed draagvlak is voor een stap naar een
vermogenswinstbelasting. Daarmee kunnen we eindelijk afscheid nemen van
een belasting op papieren winst. Voor de VVD is dit een belangrijke
stap. Daarvoor verdient dit kabinet ook een compliment.
Maar er zat ook een onderdeel in het voorstel waar de VVD niet achter
kan staan. Door een deel van de voorgestelde dekking zouden
honderdduizenden kleine spaarders en beleggers ineens belasting moeten
gaan betalen in box 3. Dat vinden wij geen goed idee. Daarom ben ik blij
dat de minister samen met een brede groep partijen in deze Kamer bereid
is om dit aan te passen en met een nieuw voorstel te komen. Om dit te
onderstrepen heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het positief is dat het kabinet de stap zet naar
vermogenswinst in box 3;
overwegende dat de dekking tot gevolg heeft dat een extra groep kleinere
spaarders en beleggers onder de box 3-heffing valt;
verzoekt de regering de aanpassing van het heffingsvrij resultaat te
herzien en ter dekking hiervan in ieder geval naar een verlaging van het
box 2-tarief te kijken, en zo snel mogelijk, uiterlijk voor het
Belastingplan, een alternatief incidenteel voorstel te
presenteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijk, Inge van Dijk en
Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 11 (37020-IX) (#7).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vind het fijn dat de VVD tot het inzicht komt dat we kleine spaarders
en beleggers niet zo moeten aanslaan door ze in de belastingheffing van
box 3 te trekken; dat moeten we niet willen. Daarover zijn we het eens.
Maar over box 2 heeft de minister ook gezegd dat je wel tijdelijk het
tarief kunt verlagen, maar dat dat geen structurele dekking is; dat
heeft hij ook laten zien in de tabel die we gisteren kregen. Over de
hele looptijd bezien is het ook geen dekking en kost het waarschijnlijk
geld. Het enige wat je kunt doen, is geld oogsten en naar voren halen.
Ik snap dan niet dat er in het dictum van de motie staat dat er een
structurele dekking moet worden ingezet voor het omhoogkrikken van het
heffingsvrije inkomen.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik snap het punt dat de heer Grinwis maakt. Tegelijkertijd, als we het
hebben over de tariefsverlaging in box 2 die nu is voorgesteld en die
ook vaker in het verleden is toegepast, kun je op verschillende manieren
naar de maatvoering kijken. Je kan bijvoorbeeld kijken naar een
schijfgrens of een tarief; de heer Flach komt straks ook nog met een
voorstel. Die kun je er in ieder geval bij betrekken en die
gedragseffecten kun je iets dieper analyseren. Waarom leverde de
tariefsverlaging jaren geleden per saldo geen tekort op? Omdat de
tariefsverlaging een stuk steviger was dan nu wordt voorgesteld. Ik denk
dat er twee soorten vermogen in box 2 zitten: een stukje vermogen
waarvan je van plan bent om ieder jaar iets uit te keren — misschien doe
je daar een schepje bovenop als het tarief iets lager is — en vermogen
dat vaster zit en waar echt wel iets extra's voor nodig is om het los te
trekken.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Daar heb ik zo meteen ook een motie over. Het gaat over het nader
onderbouwen van de vraag of de keuze die het kabinet heeft gemaakt nu
het meeste geld oogst uit het beklemde vermogen, ja of nee, en over de
vraag of we nog slimmere maatvoering kunnen bedenken, zoals het
verlengen van de eerste tariefschijf. Inderdaad, dat deed Jeroen
Dijsselbloem destijds. Hij stelde als het ware €250.000 vrij met drie
procentpunt lagere belasting. Daarover zijn we het eens. Maar dat is nog
steeds geen structurele dekking om dat heffingsvrije rendement
structureel omhoog te duwen. Daar heb je echt structurele dekking voor
nodig. Dat mis ik in deze motie.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik heb nadrukkelijk gezegd: onder andere of meer specifiek, maar ik
verzoek in ieder geval te kijken naar box 2.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dan is de enige suggestie die collega Van Eijk meegeeft aan het kabinet
op zijn best een incidentele dekking op korte termijn, die op lange
termijn onder de streep waarschijnlijk geld kost. Maar laten we die
discussie nu niet gaan voeren, want dat gaat collega Stultiens vast
doen. Dan geeft collega Van Eijk eigenlijk alleen iets incidenteels mee.
Dan is het toch logischer om mee te gaan in het pleidooi van collega
Flach om dat in te zetten voor 2027, omdat daar ook nog een lelijk
veldje zit? De belastingen worden volgend jaar, per 1 januari, namelijk
al verhoogd.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Daarom heb ik het expliciet over een heffingsvrij resultaat vanaf 2028,
zodat collega Flach dat met zijn voorstel voor 2027 op die manier ook
rond krijgt.
De heer Stultiens (PRO):
Na twee dagen debat, waaruit blijkt dat een box 2-cadeau geld kost en
niet oplevert, dient mevrouw Van Eijk een motie in waarin zij zegt:
laten we nog meer geld weggeven aan box 2 en daarmee het gat van de
spaarders dichten. Klopt dat?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Het is een lastenverlichting voor box 2, absoluut. Daar ben ik absoluut
niet op tegen. Als we daarmee een gat dichten dat ontstaat in box 3 en
kleinere spaarders en beleggers vooruit kunnen helpen, ben ik graag
bereid dat te doen. Nogmaals, het is een suggestie die via een motie
wordt gedaan. Ik ga ervan uit dat er ook vanuit de Kamer vanuit alle
kanten allerlei ideeën en suggesties komen om te kijken hoe we dit samen
kunnen oplossen. Ik geef het kabinet de ruimte om daar uitwerking aan te
geven.
De heer Stultiens (PRO):
Vroeger was de commissie Financiën een bolwerk van inhoudelijk stevige
voorstellen, met serieuze dekking. Ik zie vandaag heel veel
sjoemeldekkingen en bullshit voorbijkomen. Mevrouw Van Eijk weet veel
beter. Dat je nu een motie indient waarin je zegt nog meer korting te
gaan geven aan box 2 — dat mag ze vinden; ik weet dat de VVD dat graag
doet — met als doel om geld op te halen voor een gat in box 3 … Ze weet
dat het nergens op slaat, de heer Van Dijck weet dat het nergens op
slaat en toch dient ze 'm in. Hoe gaat ze het gat echt dichten? Want dit
kost nog meer geld.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik wil het kabinet vooral alle ruimte geven voor alle mogelijke
maatregelen die ervoor zorgen dat kleinere spaarders en beleggers niet
zwaarder worden belast vanaf 2028 en meedenken over alle oplossingen die
dat dichterbij brengen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (PRO):
Tot slot, voorzitter. Er ligt een Belastingplan voor met 7,8 miljard
lastenverzwaring voor werkenden — de heer Van Dijck noemde het al — en
mevrouw Van Eijk dient een motie in waarin ze niks doet voor werkende
mensen, maar nog meer cadeau wil geven aan box 2-aandeelhouders. Dat
hele "werken moet lonen" kan echt de prullenbak in. Ik vind het ongekend
dat een partij als het CDA meetekent terwijl we weten dat er geld nodig
is en dat dit meer geld gaat kosten.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik heb daar niks meer op aan te vullen, voorzitter.
De voorzitter:
Was u aan het einde van uw termijn?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Nee, ik heb nog één motie.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
In mijn eerste termijn heb ik namens de VVD het belang van een krachtige
en concurrerende economie benadrukt. Als we kijken naar wat het kabinet
doet, zien we dat daarin belangrijke stappen worden gezet met investeren
in de nationale investeringsinstelling en het NADI, met hervormen op de
arbeidsmarkt en in de uitkeringen en natuurlijk met die grote stap in
box 3. Er zijn maatregelen die bijdragen aan de economie waarin
innovatieve mkb-bedrijven toegang krijgen tot belastingvoordelen en
start-ups talenten kunnen aantrekken en behouden, maar daarmee zijn we
er nog niet. Ik zei dat ook al in de eerste termijn. Wie serieus werk
wil maken van een concurrerende economie, moet ook serieus werk maken
van het verminderen van de regeldruk. Het kabinet heeft die ambitie
uitgesproken. De teller staat nu op 403. Er ontbreken er dus nog een
aantal. Daarom heeft de VVD ook zelf een voorstel gedaan om 97 extra
regels aan te dragen. Heel specifiek binnen de financiële wet- en
regelgeving valt nog genoeg te vereenvoudigen. Daarom de volgende
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er diverse nationale koppen en knellende regels zitten
in de Wet op het financieel toezicht;
overwegende dat een sterke financiële sector bijdraagt aan
ondernemerschap, het scheppen van goedbetaalde banen en economische
groei;
verzoekt de regering uiterlijk in het eerste kwartaal 2027 een
vereenvoudigingswet op de Wet op het financieel toezicht naar de Kamer
te sturen waarin diverse nationale koppen en knellende regels worden
aangepakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijk en Inge van Dijk.
Zij krijgt nr. 12 (37020-IX) (#8).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, dank. Ik wil eerst een beeld herstellen dat ik per ongeluk
in de eerste termijn had neergezet. Over de onderhandelingen deze zomer
zei ik dat bij het kabinet op een gegeven moment de telefoon niet meer
werd opgenomen. Dat was een beeldspraak. Ik had moeten zeggen: de luiken
gingen dicht. Ik wil even bevestigd hebben dat ik altijd goed contact
heb met de bewindspersonen en dat ze ook gewoon benaderbaar zijn. Dat
beeld wilde ik even herstellen, voorzitter.
Voorzitter. Ik denk dat we een goed debat hebben gehad. Op box 3 heeft
het kabinet wat ons betreft de juiste richting gekozen, namelijk naar
vermogenswinstbelasting, maar de weg ernaartoe lijkt er wel een vol met
hindernissen. Ik zei het tijdens het debat al: de minister en de
staatssecretaris komen met elkaar overeen dat ze van puzzelen houden.
Maar af en toe lijkt deze box 3-puzzel alleen maar meer op de puzzelbox
uit Hellraiser, voor de liefhebber van horrorfilms uit de jaren 1980.
Iedere oplossing creëert een nieuw probleem. We zagen bijvoorbeeld het
voorstel om het heffingsvrije resultaat fors te verlagen, wat ons
betreft een flinke misser. Tegelijk is het goed om vandaag te
constateren dat er ruimte is om dat pakket te verbeteren.
Voorzitter. Ook voor het Belastingplan als geheel loopt deze Kamer op
dit moment nog niet bepaald over van enthousiasme. De inzet van ons als
JA21 blijft dezelfde als tijdens de gesprekken deze zomer: brede
lastenverlichting, waaronder het van tafel halen van de
vrijheidsbijdrage, box 3 nu eindelijk goed regelen en serieus kijken
naar de energierekening van huishoudens en bedrijven. Als financieel
woordvoerder is dat mijn focus en mijn inzet. Daar blijven wij het
gesprek over voeren met het kabinet.
Voorzitter. Ik begon mijn bijdrage met Lubbers I. Laat dat een voorbeeld
zijn. Dat kabinet sneed in de collectieve uitgaven van de overheid en
verlaagde bijvoorbeeld de vpb met 5%. Laten we in die geest ook mijn
moties beoordelen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het huidige pakket leidt tot circa 8 miljard euro aan
lastenverzwaring;
overwegende dat de ontwikkeling van de consumptieve lasten een
zorgwekkend beeld schetst waardoor de staatsschuld te hoog
oploopt;
overwegende dat lastenverlichting alleen geloofwaardig is wanneer daar
lagere overheidsuitgaven tegenover staan;
verzoekt de regering om met aanvullende lastenverlichtingen te komen en
deze volledig en structureel te dekken door te snijden in de
overheidsuitgaven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 13 (37020-IX) (#9).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de overgang naar een vermogenswinstbelasting in box 3
in de eerste jaren leidt tot een incidentele budgettaire derving;
constaterende dat meevallers uit de hersteloperatie box 3 eveneens in
het begrotingssaldo lopen;
overwegende dat zowel de incidentele derving als meevallers daarmee via
hetzelfde begrotingssaldo lopen;
verzoekt de regering meevallers uit de hersteloperatie box 3, voor zover
deze samenvallen met de incidentele budgettaire derving van de overgang
naar een vermogenswinstbelasting, bij de integrale
begrotingsbesluitvorming tegen die derving te laten opwegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 14 (37020-IX) (#10).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het terugdraaien van de voorgenomen sociale
hervormingen leidt tot een budgettaire tegenvaller;
overwegende dat deze tegenvaller niet mag leiden tot een verdere
verslechtering van het EMU-saldo, lastenverzwaring of een hogere
staatsschuld;
verzoekt de regering te garanderen dat de budgettaire gevolgen van het
terugdraaien of afzwakken van hervormingen volledig aan de uitgavenkant
van de rijksbegroting worden gedekt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 15 (37020-IX) (#11).
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, ik dank u hartelijk.
De voorzitter:
En ik dank u, meneer Hoogeveen. Het woord is aan mevrouw Inge van Dijk
namens het CDA in tweede termijn.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter. Met het risico dat ik mijn eigen handschrift
niet meer zo goed kan lezen, ga ik het toch proberen.
Allereerst dank voor het debat, collega's, en dank voor de beantwoording
door de bewindspersonen. Ik had eigenlijk vier moties. Daar was mijn
fractievoorzitter natuurlijk al niet zo blij mee, maar ik heb dat kunnen
terugbrengen tot één, gezien een aantal toezeggingen die zijn
gedaan.
Allereerst had ik de vraag gesteld om de materiële verschillen tussen de
budgettaire ramingen van Financiën en van het CPB inzichtelijk te maken
in de Voorjaarsnota en in de Miljoenennota. Ze zijn vaak groot en daarin
zit een benaderingsverschil. Dat weet ik. FIN zegt wat we verwachten uit
te geven en het CPB probeert te voorspellen wat er feitelijk wordt
gerealiseerd. Ik vind het belangrijk om dat inzicht te hebben en de
redenering erachter te kennen, ook om ons budgetrecht goed te kunnen
uitvoeren, dus dank voor die toezegging.
De minister begon met een verhaal over wat "hervormen" betekent,
namelijk bijna altijd dat iemand vandaag iets verliest. Hoe langer je
wacht, hoe moeilijker het wordt. Politieke versnippering maakt pijn
verdelen ontzettend moeilijk. Dan kom je tot een zogenaamde
stilstandsspiraal. Hij verwees ook naar een aantal landen waarin we dat
heel duidelijk en nadrukkelijk zien en de gevolgen die zich beginnen af
te tekenen in de financiën, onder andere in de staatsschuld.
Begrotingsruimte is ook politieke hervormingsruimte. Ik heb gevraagd om
te kijken naar de ervaringen van onder andere Denemarken met
minderheidskabinetten en eventuele tips daar die voor ons zouden kunnen
werken, bijvoorbeeld financiële kaders. Daar hebben ze bijvoorbeeld het
principe: begin met de ruimte in plaats van met wensen. Ook maken ze
consequenties van een nieuwe wens onmiddellijk zichtbaar, dus niet
alleen "wat doet het dit jaar?" maar ook "wat doet het structureel met
de beschikbare ruimte?" Ik ben dus blij met de toezegging dat daar
informatie over naar de Kamer komt. Misschien kunnen we er iets mee.
Misschien komen we tot de conclusie dat het minder goed bij ons past,
maar dan gaan we in ieder geval ook daarover het gesprek aan.
Tot slot box 3. Hoe ingewikkeld een deel van ons belastingstelsel is,
zien we al jaren met box 3. We zijn blij met de brief van dinsdagochtend
om daar nu een stap in te zetten. Ook ben ik blij dat het kabinet
opnieuw kijkt naar de positie van de kleine spaarder. Ik hoop dat er
snel een voorstel ligt. Er wordt hier ook wel een beetje een frame
geschetst alsof een kleine spaarder geen hardwerkende Nederlander is.
Inderdaad klopt het wat de heer Van Dijck zegt: heel veel mensen bouwen
onvoldoende buffers op. Ik probeer al jaren in allerlei Financiële
Beschouwingen een punt te maken over de financiële weerbaarheid. Niet
iedereen die geen buffer opbouwt, heeft per definitie te weinig geld.
Heel veel mensen hebben moeite met vragen als "hoe doe ik dat?" en "hoe
houd ik elke maand geld over?" We moeten dat slimmer doen met
elkaar.
Ook daarom heb ik nog een motie. Die gaat over de startrekening.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het wenselijk is dat mensen de kans krijgen om vermogen
op te bouwen en al vroeg kennis te maken met beleggen voor de lange
termijn;
overwegende dat een startrekening voor kinderen daaraan mogelijk kan
bijdragen, maar er nog vragen bestaan over onder meer de kosten,
uitvoering, fiscale behandeling en waarborgen;
verzoekt de regering te verkennen wat ervoor nodig is om een
startrekening voor pasgeboren kinderen in Nederland mogelijk te maken,
waarbij een startbedrag gedurende de jeugd kan worden aangevuld en
langjarig kan worden belegd, en daarbij in ieder geval de budgettaire
gevolgen, uitvoering, fiscale aspecten en beleggingswaarborgen in beeld
te brengen;
verzoekt de regering de Kamer hierover voor de zomer van 2027 te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk en Grinwis.
Zij krijgt nr. 16 (37020-IX) (#12).
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Waarom vind ik dit belangrijk? We zijn als Nederland een behoudend land.
We zien met z'n allen dat beleggen iets kan toevoegen, zowel voor
gezinnen als voor de Nederlandse economie. Ik denk dat dat een kans is
die we niet mogen laten liggen.
Dank je wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Stultiens.
De heer Stultiens (PRO):
Ik had gisteren een vraag aan mevrouw Van Dijk, en toen had ze terecht
nog geen tijd gehad om de tabel te lezen. Inmiddels wel. Wat vindt zij
ervan dat een deel van de dekking bestaat uit een belastingkorting van
1,7 miljard voor de rijkste 1%?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Kijk, dit is precies het debat dat we ook de komende tijd moeten voeren.
Doordat we langjarige reeksen in beeld krijgen, zien we ook wat iets op
langere termijn doet, en niet alleen de komende vier jaar. Dat betekent
dat we hier iets zichtbaar krijgen, maar we gaan de komende jaren op
heel veel dossiers iets zichtbaar krijgen. Ik vind dat we daar iedere
keer het debat over moeten voeren. Ik vind het niet fijn om dit te zien
in die tabellen en ik vind het ook niet fijn om het te zien in andere
tabellen. Daar moeten we het dus over hebben met elkaar. Volgens mij
heeft het kabinet dat geluid ook echt wel gehoord. Maar we moeten de
discussie ook breder voeren. Ik heb in het debat niet voor niks
opgeroepen om tien jaar vooruit te kijken. Het kabinet geeft aan dat het
in ieder geval met heel veel experts aan het kijken is hoe we acht jaar
vooruit kunnen kijken. Maar dat zal wel moeilijkere discussies
opleveren, en misschien ook discussies die PRO heel graag zou willen,
maar die budgettair op de middellange termijn niet zo fijn uitkomen.
Laten we daar gewoon een volwassen gesprek over aangaan met elkaar.
De heer Stultiens (PRO):
Mevrouw Van Dijk zegt: ik vond het niet fijn om te lezen. Dat deel ik.
Maar dan blijft de vraag: waarom staat ze onder een motie die vraagt om
deze korting nog groter te maken?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dat ga ik uitleggen, want ik snap die vraag heel goed. Als ik het goed
heb, is er in 2007 en in 2014 geprobeerd om extra geld uit box 2 te
halen. Dat gebeurde inderdaad door hem anders in te richten dan nu,
namelijk met een iets stevigere prikkel en een iets andere inrichting.
Als we het dan doen en denken dat we hier geld kunnen gaan ophalen, denk
ik dat we het wel zo moeten inrichten dat het ook effect heeft. We
moeten het dus niet inrichten op een manier waarvan we achteraf zeggen:
hadden we misschien toch maar die 3% gepakt, waar collega Grinwis het in
het debat over had, want we hebben nu een mooi voorstel liggen, maar het
haalt helemaal niks op.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (PRO):
Afrondend. Kan ik dan concluderen dat mevrouw Van Dijk wel zegt: als we
aan box 2 gaan sleutelen, moet het over de lange termijn geld opleveren
en niet geld kosten?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dat zou een hele mooie uitkomst zijn, maar ik snap ook hoe ingewikkeld
de puzzel is. Ik zie de voorstellen dus met veel belangstelling
tegemoet. En ja, dit onderdeel is natuurlijk wel een aspect dat ik mee
zal wegen in onze uiteindelijke besluitvorming.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Al Biyati namens Forum voor
Democratie in de tweede termijn.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb best wel wat moties, dus ik ga gelijk
beginnen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat heffingskortingen per persoon worden toegekend en niet
overdraagbaar zijn tussen partners;
overwegende dat dit eenverdienershuishoudens fiscaal benadeelt ten
opzichte van huishoudens met een gelijkere inkomensverdeling;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe heffingskortingen overdraagbaar
tussen partners of op huishoudniveau toepasbaar kunnen worden
gemaakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Al Biyati.
Zij krijgt nr. 17 (37020-IX) (#13).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de verhoogde btw-tarieven een enorme last zijn voor
Nederlandse huishoudens;
overwegende dat in plaats van telkens meer geld op te halen uit de
samenleving, de Staat er ook voor kan kiezen minder geld uit te
geven;
verzoekt de regering de btw-tarieven te verlagen naar de oude tarieven
van 6% en 19%, en dit te dekken door te bezuinigen op het
ambtenarenapparaat, de klimaatplannen, ontwikkelingshulp en de miljarden
die naar buitenlandse oorlogen gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Al Biyati.
Zij krijgt nr. 18 (37020-IX) (#14).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de zelfstandigenaftrek substantieel zal dalen;
overwegende dat zelfstandigen zonder personeel geen recht hebben op WW
of pensioenopbouw en dat deze aftrek dit deels compenseert;
verzoekt de regering de verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek stop
te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Al Biyati.
Zij krijgt nr. 19 (37020-IX) (#15).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de expatregeling per 2027 wordt verlaagd naar een
forfait van 27%;
overwegende dat dit nog steeds een aanzienlijk fiscaal voordeel in stand
houdt ten opzichte van Nederlandse werknemers, maar ook merkbare
gevolgen heeft op bijvoorbeeld de huizenmarkt en voorzieningen;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe dit forfait verder verlaagd kan
worden en de looptijd verder verkort kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Al Biyati.
Zij krijgt nr. 20 (37020-IX) (#16).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een groot deel van de particuliere geldovermakingen
vanuit Nederland naar het buitenland wordt verstuurd door immigranten
naar hun land van herkomst, zonder dat dit geld ten goede komt aan de
Nederlandse economie;
overwegende dat het wenselijk is dat geld dat in Nederland wordt
ontvangen in de vorm van uitkeringen, ook in Nederland besteed
wordt;
verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe een heffing op deze
remittances mogelijk is, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Al Biyati.
Zij krijgt nr. 21 (37020-IX) (#17).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat box 3 een jaarlijkse belastingopbrengst van ongeveer
10 miljard euro genereert, terwijl de uitvoering complex is en leidt tot
dubbele belasting van reeds belast vermogen;
overwegende dat het kabinet in plaats daarvan werkt aan een nieuw, nog
complexer stelsel op basis van werkelijk rendement per 2028, terwijl
Nederland jaarlijks circa 6,5 miljard euro aan ontwikkelingshulp
uitgeeft;
verzoekt de regering af te zien van de invoering van een nieuw box
3-stelsel en in plaats daarvan box 3 volledig af te schaffen, en de
daarmee gepaard gaande derving te dekken door het budget voor
ontwikkelingshulp met een vergelijkbaar bedrag te verlagen of een andere
dekking te zoeken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Al Biyati.
Zij krijgt nr. 22 (37020-IX) (#18).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland de OESO-norm van 0,7% van het bni voor
ontwikkelingshulp al jaren niet haalt;
overwegende dat het vasthouden aan deze internationale streefnorm de
nationale begrotingsafwegingen onnodig beperkt;
van mening dat we Nederlands belastinggeld beter kunnen besteden in en
voor Nederland;
verzoekt de regering er niet langer naar te streven om deze norm te
halen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Al Biyati.
Zij krijgt nr. 23 (37020-IX) (#19).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet onderzoek doet naar verdere aanscherping
van de bedrijfsopvolgingsregeling;
overwegende dat familiebedrijven hierdoor bij bedrijfsoverdracht onnodig
kunnen worden geraakt met risico op gedwongen verkoop of
ontslagen;
verzoekt de regering bij uitwerking van deze maatregelen de vrijstelling
voor reële bedrijfsoverdracht binnen families te ontzien en deze niet
verder te beperken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Al Biyati.
Zij krijgt nr. 24 (37020-IX) (#20).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de tijdelijke verlaging van de brandstofaccijns
inmiddels voor de vierde keer is verlengd;
overwegende dat deze steeds opnieuw tijdelijke verlenging huishoudens en
ondernemers onnodige onzekerheid geeft over de brandstofprijs als de
belasting op brandstof al zo hoog is;
verzoekt de regering de verlaging van de brandstofaccijns structureel te
maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Al Biyati.
Zij krijgt nr. 25 (37020-IX) (#21).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat landen van herkomst regelmatig niet meewerken aan de
terugname van uitgeprocedeerde asielzoekers;
overwegende dat ontwikkelingshulp een instrument kan zijn om medewerking
aan terugkeer te bevorderen;
verzoekt de regering ontwikkelingshulp aan landen die niet meewerken aan
terugname van eigen onderdanen te korten of op te schorten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Al Biyati.
Zij krijgt nr. 26 (37020-IX) (#22).
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Meneer Flach, op welke van de tien moties wenst u een interruptie te
doen?
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Het waren er negen.
De voorzitter:
We hebben er tien geteld.
De heer Flach (SGP):
Volgens mij was het de eerste, de motie over de eenverdieners. Zou
mevrouw Al Biyati die nog eens kunnen uitleggen? Het ging voor mij
namelijk net iets te snel. Als ik het goed hoorde, zou het erover gaan
dat heffingskortingen niet meer overdraagbaar zouden moeten zijn, want
dat zou eenverdieners met vergelijkbare inkomens benadelen. Maar het
punt bij eenverdieners is dat die inkomens niet vergelijkbaar zijn. Kan
zij nog eens uitleggen hoe dat precies werkt en op welke manier dat
eenverdieners een stap verder helpt?
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Wij hebben in de afgelopen jaren gezien en weten door eigen ervaring en
ervaringen van vrienden, dat als je een huishouden vormt met twee mensen
en kinderen hebt, een van de twee misschien het liefst niet of minder
wil werken en thuis wil zijn met de kinderen. Dat kan de man of de vrouw
zijn; dat staat iedereen natuurlijk vrij. Onze ervaring is dat je als
eenverdiener best wel hard wordt gepakt qua inkomstenbelasting. Wij
willen dat liever gelijktrekken, zodat het een gezamenlijke belasting
wordt voor een huishouden, op basis van bijvoorbeeld één inkomen, in dit
geval, zodat mensen niet zo hard worden gepakt als zij er in verband met
de kinderen voor kiezen om minder te gaan werken of misschien juist
helemaal niet te werken.
De heer Flach (SGP):
Dat klinkt als het idee dat de SGP al meer dan tien jaar in het
verkiezingsprogramma heeft staan, namelijk om het gezinsinkomen te
belasten en dat te delen door twee. In de motie was dat niet helemaal
duidelijk. Die leek zich toe te spitsen op overdraagbaarheid van de
heffingskorting. Misschien is het dus goed om nog even te kijken of daar
precies staat wat bedoeld wordt.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Dat zal ik doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ergin van DENK voor zijn tweede
termijn.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering bij het maken van financiële keuzes voor
een enorme dekkingsopgave staat;
overwegende dat de karige koopkrachtmaatregelen van de regering het
onverantwoord maken om bij bezuinigingen werkende mensen en lagere
inkomens te raken;
verzoekt de regering eventuele bezuinigingen niet ten koste te laten
gaan van de koopkracht van werkenden en mensen met lage inkomens,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.
Zij krijgt nr. 27 (37020-IX) (#23).
De heer Ergin (DENK):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Nederlandse accijnsbeleid ertoe leidt dat veel
Nederlandse automobilisten voor brandstof uitwijken naar buurlanden
België en Duitsland;
overwegende dat dit leidt tot extra uitstoot, onveilige situaties door
het vervoer en de opslag van brandstof in jerrycans en flessen, en naar
schatting 400 miljoen euro aan misgelopen accijnsinkomsten;
constaterende dat de regering bezig is de grenseffecten van het
Nederlandse accijnsbeleid in kaart te brengen;
verzoekt de regering de brandstofaccijnzen te verlagen en de omvang van
de accijnskorting te bepalen op basis van prijselasticiteit en
grenseffecten, zodat de circa 400 miljoen euro aan misgelopen
accijnsinkomsten zo veel mogelijk wordt teruggewonnen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.
Zij krijgt nr. 28 (37020-IX) (#24).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Flach van de Staatkundig Gereformeerde Partij voor zijn tweede termijn.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Ik kijk terug op twee dagen met een mooi debat. Maar het
gaat er natuurlijk niet om of wij het naar onze zin hebben gehad en deze
dagen leuk met elkaar hebben doorgebracht; het gaat ook echt over
serieuze zaken, zoals het inkomen en de financiële toekomst van mensen.
Daar blijft de SGP toch echt een aantal zorgen over hebben.
Ik noem even twee blokken. We hebben het uitgebreid over box 3 gehad.
Met name de dekking baart de SGP echt wel zorgen. De stap naar
vermogenswinstbelasting hebben wij altijd toegejuicht, maar de dekking
is op dit moment echt niet acceptabel voor ons. Ik zal dan ook een
voorstel doen om dat in ieder geval voor 2027 aan te passen; daar heb ik
een motie voor. We zullen daar ook nog op terugkomen bij de verdere
behandeling van de novelle. De motie luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is het heffingsvrije vermogen
in 2027 bijna te halveren naar €30.846 en het forfait voor overige
bezittingen met bijna een kwart wil verhogen in 2027;
overwegende dat dit zo kort voor de start van het nieuwe belastingjaar
een onverantwoorde verhoging zou betekenen van de belastingdruk;
overwegende dat dit een enorme lastenverzwaring voor kleine spaarders en
beleggers betekent en een groot aantal extra belastingplichtigen met
zich meebrengt;
verzoekt de regering genoemde lastenverzwaringen te herzien en ter
incidentele dekking hiervan in ieder geval naar een verlaging van het
box 2-tarief of verlenging van de schijfgrens in box 2 te kijken en
uiterlijk voor het Belastingplan een alternatief voorstel neer te
leggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach, Hoogeveen en
Grinwis.
Zij krijgt nr. 29 (37020-IX) (#25).
De heer Flach (SGP):
Verder gaan we natuurlijk ook nog een aantal dagen met elkaar in gesprek
over het Belastingplan. Ik heb daarbij een aantal financiële zorgen
gemarkeerd die wij zien. De lasten voor gezinnen lopen verder op.
Eenverdieners staan nadrukkelijk op ons netvlies. Ik spreek mensen met
een heel behoorlijk inkomen die toch moeite hebben om rond te komen;
daar moet echt een keer wat mee gebeuren. Er is echt sprake van een
schrijnende ongelijkheid in ons belastingstelsel, die de SGP als een
graat in de keel zit.
Voorzitter. Dan tot slot een geheel ander onderwerp, waar we niet veel
over hebben gesproken, maar wat voor een andere groep Nederlanders toch
echt heel erg belangrijk is. Daar wil ik een motie over indienen, en die
gaat over de fiscale investeringsreserve landbouw.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet een fiscale reserve voor dier en klimaat
wil invoeren, waarmee ook investeringen in reductie van de
stikstofuitstoot kunnen worden gedaan;
constaterende dat deze reserve een budgettair belang heeft van 50
miljoen euro vanaf 2030 en 25 miljoen euro structureel;
van mening dat de agrarische sector meer baat heeft bij een tijdelijke
reserve tot en met 2035, met een ruimer budget en met terugwerkende
kracht vanaf 2025, waardoor structureel ook een budgettaire opbrengst
ontstaat;
verzoekt de regering in de uitwerking van de fiscale reserve te bezien
hoe de invoeringstermijn kan worden versneld, hoe dit kan worden gedekt
door de reserve tijdelijk in plaats van structureel te maken, waarbij de
genoemde budgettaire opbrengst ingezet wordt om het budget voor de
reserve tot en met 2035 te verhogen, en de Kamer voor de behandeling van
het Belastingplan zo veel mogelijk inzicht te geven in deze
mogelijkheden, zodat zo snel mogelijk daarna gestart kan worden met de
verdere uitwerking;
verzoekt de regering tevens bij deze en de verdere uitwerking van de
reserve gebruik te maken van de kennis en voorstellen vanuit de
sector,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 30 (37020-IX) (#26).
Dank u wel, meneer Flach.
Het woord is aan mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er meerdere antiklimaatmaatregelen door dit kabinet
worden geïntroduceerd die het klimaat schaden, waaronder het verlagen
van de vliegbelasting, het verlengen van de fossiele
brandstofaccijnsverlaging en 2 miljard subsidie voor het Indiase Tata
Steel;
overwegende dat hiermee een dubbele rekening wordt neergelegd bij
toekomstige generaties;
verzoekt de regering deze drie maatregelen te schrappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.
Zij krijgt nr. 31 (37020-IX) (#27).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. We hebben het veel over extra klimaatmaatregelen gehad. In
de motie die ik zo ga voorlezen, staat een van de voorstellen die de
Partij voor de Dieren doet om wél tot extra klimaatmaatregelen te komen.
Ik hoop dat de bewindspersonen daar toch positief tegenover staan, want
er moet veel meer gebeuren.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het zomerticket deze zomer een groot succes was en dat
70% van de reizigers een autorit heeft vervangen door een
treinreis;
overwegende dat het openbaar vervoer steeds duurder wordt en iedereen
recht heeft op schoon en betaalbaar vervoer;
verzoekt de regering te verkennen of het zomerticket kan worden verlengd
en kan worden uitgebreid naar bus, tram en metro, en hierover zo snel
mogelijk aan de Kamer te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.
Zij krijgt nr. 32 (37020-IX) (#28).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie in
tweede termijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank. Dank ook aan de bewindspersonen.
De brief van dinsdag kwam in blessuretijd, zei ik in de eerste termijn.
Ik moet constateren dat wij op een rommelige manier een ongewisse
verlenging in gaan. Ik heb een motie om deze verlenging wat minder
ongewis te maken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in de kabinetsbrief van dinsdag voornemens
was de door te voeren vermogenswinstbelasting voor effecten per 2028
onder meer te betalen uit het verlagen van het heffingsvrij rendement
van €1.800 in het huidige voorstel voor de Wet werkelijk rendement naar
€1.000, waarmee een opbrengst is gemoeid van 540 miljoen
structureel;
overwegende dat hierdoor niet alleen meer kleinere spaarders en
beleggers erop achteruitgaan, maar dat deze aanpassing de uitvoering van
box 3 voor de Belastingdienst en voor genoemde spaarders en beleggers
ook complexer maakt, aangezien er ten opzichte van het huidige
wetsvoorstel met circa 2 miljoen belastingplichtigen 850.000
belastingplichtigen bij komen;
verzoekt de regering het heffingsvrij rendement in box 3 te verhogen ten
opzichte van de kabinetsbrief van dinsdag, zodat spaarders en beleggers
met een bescheiden rendement vrijgesteld blijven van belastingheffing in
box 3, met als dekking in ieder geval de aanpak van de
belastingconstructie papieren schenkingen middels modernisering van de
rekenrente,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Flach, Van Brenk en
Vermeer.
Zij krijgt nr. 33 (37020-IX) (#29).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dan mijn tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet ter tijdelijke dekking van een
vermogenswinstbelasting op effecten kiest voor onder andere verlaging
van het toptarief in box 2 gedurende een periode van vier jaar met 1,8%
vanaf 2027;
overwegende dat het kabinet deze maatregel motiveert met het idee
ondernemers te verleiden om een deel van het beklemd vermogen in bv's,
volgens het CPB geraamd op een totaal van 600 miljard, uit te keren bij
een lager tarief;
overwegende dat in de kabinetsbrief niet is onderbouwd of de keuze voor
een relatief kleine verlaging van het toptarief gedurende vier jaar
effectief genoeg is;
overwegende dat in het Belastingplan 2014 werd gekozen voor een
eenmalige verlaging met 3 procentpunt voor de eerste €250.000 inkomen in
box 2;
verzoekt de regering voor de behandeling van het Belastingplan uiteen te
zetten welke tijdelijke schijfverlenging en/of tariefsverlaging in box 2
het effectiefst is in het verleiden van ondernemers om veel dividend uit
te keren op korte termijn, inclusief een onderbouwing onder de gemaakte
keuze,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Flach.
Zij krijgt nr. 34 (37020-IX) (#30).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit is dus de betere versie van de motie van mevrouw Van Eijk van de
VVD, want toen ik haar haar motie hoorde voorlezen, kreeg ik toch een
beetje het gevoel: Sinterklaas bestaat; daar zit ze. Ik wil collega Van
Eijk niet op ideeën brengen, maar er is nog een vacature.
De heer Stultiens (PRO):
De heer Grinwis haalt uit naar de VVD, maar dan wil ik ook van hem horen
of hij vindt dat de maatregel in box 2 geld moet opleveren over de hele
periode, wat nu niet het geval is, of dat hij zegt: we kijken maar een
paar jaar vooruit en wat er daarna gebeurt maakt niet uit.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb een motie ingediend met echt een concrete, structurele dekking.
Die kan een bijdrage leveren in het opvullen van het structurele gat dat
wordt geslagen ten opzichte van de kabinetsbrief. Dat is mijn hoofdpunt.
Mijn fractie heeft eerder met collega Eerdmans een motie ingediend met
de strekking dat je, als je stappen zet ter verbetering van het box
3-stelsel, de dekking moet zoeken in het brede vermogensdomein. Dat is
de hoofdboodschap. Dat je vervolgens ook in kasritme bereid bent om te
spelen met box 2, om daar beklemd vermogen uit te laten keren, vind ik
een logische aanvulling. Maar de kern is natuurlijk dat je voor een
probleem een goede dekking organiseert. Het is dus hoogstens aanvullend,
maar het is nooit de kern van een voorstel.
De heer Stultiens (PRO):
Ik kan het voor een groot deel volgen. Maar nu even scherp. Hij noemt
mevrouw Van Eijk Sinterklaas. Moet draaien aan de box 2-knop geld
opleveren over de hele reeks of niet?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
We hebben gezien dat de draai aan de knop van het tarief die het kabinet
heeft gemaakt, van 31% naar 29,2%, over de hele reeks geen geld
oplevert. Ook daarom heb ik een motie ingediend. Doen we hiermee nou wel
het effectiefste? In het Belastingplan 2014 hebben we met een eenjarige
draai van 3 procentpunt voor een bedrag van €250.000 in dat jaar
namelijk vijf miljard extra op weten te halen. Ik heb niet meer helemaal
scherp wat het toen over de hele reeks heeft gedaan. Ik kan me zo
voorstellen dat er een andere draai aan de knop van de box 2-tarieven en
-tariefschijven mogelijk is, waardoor je netto een minder groot verlies
lijdt dan die 1,7 miljard. Tegelijkertijd zal het als je de belasting
verlaagt, heel moeilijk zijn om over de hele looptijd, dus tot 2040 of
2060, onder de streep iets extra's op te halen. Meneer Stultiens weet
dat natuurlijk beter dan wie ook. Het is dus eerder het mitigeren van
het gat dat even ontstaat door de overgang naar een
vermogenswinstbelasting dan dat het daadwerkelijk een bijdrage levert
aan de structurele dekking. Dat is natuurlijk ook de reden van mijn
plagerijtje naar mevrouw Van Eijk van zojuist: eigenlijk is de enige
dekkingsbron die zij aandraagt voor een structureel probleem, geen
structurele dekking.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (PRO):
Tot slot. Veel van de dekkingen die de heer Grinwis noemt, kan ik
volgen. Ik constateer helaas ook dat hij hetzelfde doet als de VVD. Hij
accepteert namelijk dat een wijziging in box 2 op de lange termijn geld
mag kosten. Dat is dus geen echte dekking; dat is schuiven met geld.
Onderaan de streep kost het geld. Dat weet de heer Grinwis ook. Dat vind
ik jammer.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben het niet helemaal eens met die conclusie. Ten eerste wordt in box
2 ook een andere maatregel door het kabinet getroffen, die ik steun.
Excessief lenen wordt namelijk beperkt. Dat levert, hoewel niet heel
veel, structureel wel degelijk wat geld op. Dat ten eerste. Ten tweede
roep ik in herinnering wat de Raad van State heeft gezegd over de hele
stelselherziening in box 3. Als je daar de knoet van de
budgetneutraliteit overheen legt, maak je het jezelf als politiek wel
heel moeilijk om een fair stelsel te organiseren. Dat wil ik ook wel
weer even in herinnering brengen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de SP in tweede
termijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goeiemiddag. Ik heb zin in pepernoten nu! Maar ik zal me beperken tot
het indienen van enkele moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet van plan is om het eigen risico vanaf 2027
weer te gaan indexeren;
overwegende dat hierdoor het eigen risico in 2027 zou stijgen naar
€400;
verzoekt de regering om met spoed met een wetsvoorstel te komen om het
eigen risico in 2027 niet te indexeren, maar te bevriezen op €385,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 35 (37020-IX) (#31).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet het belastingtarief in de tweede schijf in
2027 verhoogt van 37,56% naar 38,16%;
constaterende dat het tarief waartegen de hypotheekrente wordt
afgetrokken aan dit percentage is gekoppeld, waardoor woningbezitters
door deze lastenverhoging meer hypotheekrenteaftrek krijgen;
constaterende dat een Kamermeerderheid zich eerder dit jaar tegen deze
verruiming van de hypotheekrenteaftrek heeft uitgesproken;
verzoekt de regering de verruiming van de hypotheekrenteaftrek ongedaan
te maken en het geld dat hieruit vrijkomt in te zetten voor de bouw van
betaalbare woningen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 36 (37020-IX) (#32).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat planbureaus als het CPB vaststellen dat de meest
vermogende 0,01% gemiddeld een lager belastingpercentage over hun
inkomen betaalt dan mensen met een modaal inkomen;
overwegende dat dit leidt tot minder belastinginkomsten, die vervolgens
gedekt worden met belasting op mensen met lage en middeninkomens;
verzoekt het kabinet om voor 2027 belastingmaatregelen te treffen die
ervoor zorgen dat de meest vermogende 0,01% gemiddeld minimaal hetzelfde
belastingpercentage betaalt over hun inkomen als mensen met een modaal
inkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 37 (37020-IX) (#33).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Brenk namens 50PLUS in tweede
termijn.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Dit waren mijn eerste Algemene Financiële Beschouwingen. Ik
zag er een beetje tegen op. Ik dacht: een hele zaal met
cijferfetisjisten — en daar moet ik dan tussen zitten! Ik weet zeker dat
ik nooit fiscaal Kamerlid van het jaar word. Maar eigenlijk was het toch
best wel heel leuk. Ik had leuke debatjes met de minister en de
staatssecretaris.
Een van de punten die we gemaakt hebben en waarvoor ik een motie heb, is
dat we echt willen dat we over meer jaren inzicht in de begroting
krijgen. Daarom deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat belangrijke maatschappelijke en infrastructurele
investeringen zich vaak over meerdere kabinetsperiodes
uitstrekken;
overwegende dat het huidige begrotingsproces zich voornamelijk richt op
de kortere termijn, waardoor de afweging van langetermijninvesteringen
kan worden bemoeilijkt;
overwegende het gedeelde nationale belang van verstandige
investeringsbeslissingen voor de lange termijn;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze het begrotingsproces
meer ruimte kan bieden voor een langetermijnperspectief op
investeringen, waaronder een verruiming van het begrotingsvenster, en de
Kamer hierover uiterlijk in het voorjaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk.
Zij krijgt nr. 38 (37020-IX) (#34).
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. We hebben ook de discussie "werken moet lonen" gehad. Ik
denk dat wij in ieder geval een prikkel hebben voor een doelgroep
waarbij dat zeker zou kunnen. Daarom deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een hogere arbeidsparticipatie bijdraagt aan de aanpak
van personeelstekorten en aan economische groei;
overwegende dat werkende gepensioneerden voor dezelfde arbeid slechts de
helft van de arbeidskorting ontvangen ten opzichte van andere werkenden
en dat dit de financiële prikkel om na pensionering te blijven werken
vermindert;
overwegende dat het onwenselijk is dat de fiscale waardering van arbeid
afhankelijk is van de leeftijd van de werknemer;
verzoekt de regering de arbeidskorting voor werkende gepensioneerden
gelijk te trekken met die voor overige werkenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk.
Zij krijgt nr. 39 (37020-IX) (#35).
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Wij hadden een motie over de €100 verlaging van de
ouderenkorting, maar wij werken nu aan een amendement, waarbij we dus
ook de dekking daarvoor regelen. Wij vinden namelijk echt dat die van
tafel moet. Het is echt een verkeerde aanname dat iedereen er 7,6% op
vooruitgaat vanuit de pensioengelden. Nogmaals, er waren jaren, maar dan
ook jaren, waarin er geen enkele indexatie was.
Voorzitter. 50PLUS zal ervoor waken dat ouderen het kind van de rekening
worden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Het woord is aan de heer Vermeer namens
de BBB in tweede termijn.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. We staan hier aan het einde van deze Algemene Financiële
Beschouwingen. We hebben toch naar een bijzonder proces gekeken. We
hebben vandaag een kabinet gezien dat elke euro lijkt te moeten
omdraaien, zich in allerlei bochten wringt om een paar honderd miljoen
te schuiven en van links tot rechts ogenschijnlijk tevergeefs naar
meerderheden zoekt voor het Belastingplan, voor deelbegrotingen en voor
box 3, terwijl de kern eigenlijk niet aan de orde geweest is.
De kern is namelijk dat er een kabinet zit dat zonder meerderheid in no
time maar liefst 19 miljard euro extra wil uitgeven aan Defensie. Het
zijn uitgaven, geen investeringen. Het is geld dat volgens de Rekenkamer
niet eens fatsoenlijk uitgegeven kan worden op deze termijn. Het is ook
een kabinet dat een stikstofplan van 20 miljard uitrolt, waarvan
ongeveer een kwart voor blijvers is, waarvan zelfs het PBL zegt dat het
de vergunningen niet gegarandeerd los gaat trekken. Het is een kabinet
dat nog onvoldoende doet aan de ongebreidelde asielstroom. Dat kost wel
20 miljard euro per jaar. Het is een kabinet dat structureel 7 miljard
besteedt aan ontwikkelingshulp en sinds 2022 al 21 miljard aan steun aan
Oekraïne gaf, terwijl hier bruggen en wegen op instorten staan. Ik heb
het nog niet eens over het Klimaatfonds, over burgers en ondernemers die
de netwerkkosten zien stijgen vanwege allerlei investeringen in
wiebelstroom en over zaken als 10 miljard aan zorgfraude die nog steeds
niet aangepakt worden.
Voorzitter. Deze regering schuift vandaag met een paar honderd miljoen
op de vierkante centimeter om te overleven. Dat is toch echt een gebrek
aan visie. We zullen dit anders aan moeten pakken.
Voorzitter. Nederland heeft geen inkomstenprobleem, maar een
uitgavenprobleem. We komen pas vooruit als we dat collectief inzien en
kiezen voor wat Nederland nodig heeft, en niet de rest van de wereld, en
voor wat Nederlanders nodig hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is … O, u heeft nog een interruptie van meneer
Stultiens.
De heer Stultiens (PRO):
Nog één korte vraag aan de heer Vermeer. Vandaag liet het kabinet
blijken een soort koppelverkoop te willen tussen novelle en
Belastingplan. Betekent dit dat BBB het Belastingplan gaat steunen?
De heer Vermeer (BBB):
Zoals ik in de interrupties al aangaf, heb ik er ernstig moeite mee dat
die twee dingen aan elkaar gekoppeld worden, omdat het Belastingplan
over veel meer gaat dan alleen box 3 en dekking voor box 3. Ik laat dat
dus niet aan elkaar koppelen. Wij blijven dit gewoon als losse
onderdelen zien. Zoals ik eerder in mijn bijdrage heb gezegd, heb ik ook
nog een andere wens, namelijk dat dit verwoestende stikstofplan zwaar
aangepast wordt of van tafel gaat, als men dat niet wil. Dat blijft voor
mij overeind voor steun aan dit kabinet. Anders kan ik gewoon niet aan
mijn achterban verkopen wat we hier aan het doen zijn. We hebben hier
nota bene een partij voor opgericht. We zien ook grote problemen in de
grensregio's. Wij kunnen niet iets steunen wat datgenen waar we voor
opgericht zijn, zo hard raakt.
De heer Stultiens (PRO):
Dank voor dit duidelijke antwoord.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn tweede termijn
namens Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de bezuinigingen op de AOW, WIA en WW door het kabinet
uit de boeken zijn gehaald;
overwegende dat het van belang is dat de Nederlandse economie ook op
lange termijn sterk blijft en dat het versterken van
arbeidsproductiviteit en verdienvermogen kan bijdragen aan het vergroten
van de brede welvaart;
overwegende dat kunstmatige intelligentie brede maatschappelijke en
economische consequenties gaat hebben;
constaterende dat technologische ontwikkelingen binnen sectoren zowel
kansen als bedreigingen met zich meebrengen, waarbij kunstmatige
intelligentie kan leiden tot hogere arbeidsproductiviteit, maar ook tot
risico's op het gebied van werkgelegenheid en technologische
afhankelijkheid;
verzoekt de regering de Sociaal-Economische Raad om advies te vragen
over het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse economie en het
versterken van de economie binnen het kader van brede welvaart, en
daarbij expliciet in te gaan op de kansen en bedreigingen van
kunstmatige intelligentie op de toekomstbestendigheid van
ondernemerschap en werkgelegenheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Stultiens.
Zij krijgt nr. 40 (37020-IX) (#36).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat AI de schaal, snelheid en complexiteit van
cyberaanvallen op het financiële stelsel verhoogt, waaronder het
bankverkeer, betaalsystemen en de financiële markten;
overwegende dat onze financiële instituties niet opgewassen zijn tegen
deze nieuwe vorm van AI-aanvallen, mede doordat niet goed genoeg bekend
is waar deze aanvallen toe in staat zijn;
verzoekt de regering om met behulp van De Nederlandsche Bank (DNB) een
stresstest uit te voeren om te bezien in welke mate ons financiële
stelsel voorbereid is op mogelijke AI-aanvallen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen, Stultiens en Van
Brenk.
Zij krijgt nr. 41 (37020-IX) (#37).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Europa voor grote uitdagingen staat op het gebied van
veiligheid, groene economie en AI;
verzoekt de regering zich in te zetten voor een modernere Europese
begroting, en zich daarbij niet blind te staren op een kleinere
begroting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 42 (37020-IX) (#38).
De heer Dassen (Volt):
Dan rest mij de bewindspersonen te bedanken voor het debat. Ik proef bij
beide bewindspersonen de urgentie van AI en de noodzaak om daar iets mee
te doen, maar als ik naar de Miljoenennota zelf kijk, zie ik die nog
niet. Wij hebben een technologische afhankelijkheid van de grote
techbazen in de Verenigde Staten en daar hebben wij als Europa en als
Nederland op dit moment veel te weinig tegenover te zetten. Dit gaat
over onze veiligheid en over ons concurrentievermogen, en daarmee ook
over onze toekomstige welvaart. Ik wil het kabinet er dus nogmaals toe
oproepen om daar met een open blik naar te kijken in de komende weken en
maanden, om te zorgen dat we de investeringen in AI, vanuit Nederland en
Europa, gaan opschroeven.
Daar wil ik het bij laten, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Het woord is aan de heer Markuszower voor
zijn tweede termijn.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter, en dank aan de staatssecretaris en minister voor
de beantwoording. Ik ga snel naar de moties, want zo veel tijd had ik
niet over.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de belastingen in Nederland torenhoog zijn en dat de
koopkracht van gezinnen onder druk staat;
verzoekt de regering:
de tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting te maximeren op 25%;
box 3 alsmede de erf- en schenkbelasting in het geheel af te schaffen;
de ouderenkorting met €100 te verhogen in plaats van te verlagen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Markuszower.
Zij krijgt nr. 43 (37020-IX) (#39).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het mkb gebukt gaat onder torenhoge belastingen;
constaterende dat het mkb de ruggengraat is van onze economie;
verzoekt de regering de middelingsregeling opnieuw in te voeren en de
mkb-winstvrijstelling te verhogen naar 15%,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Markuszower.
Zij krijgt nr. 44 (37020-IX) (#40).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de koopkracht van Nederlanders onder gigantische druk
staat;
constaterende dat de regering jaarlijks miljarden euro's overmaakt naar
het buitenland en buitenlanders, en dat wij dit geld zelf hard nodig
hebben;
verzoekt de regering om alle middelen die zijn begroot voor
ontwikkelingshulp om te buigen naar lastenverlichting voor Nederland en
de Nederlanders,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Markuszower.
Zij krijgt nr. 45 (37020-IX) (#41).
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Net maakte ik een grapje richting mevrouw Van Eijk over de dekking bij
een motie, maar dit is natuurlijk helemaal ongelofelijk. Er worden hier
allemaal moties aan ons voorgelegd, waarin wordt gezegd dat we dit
moeten schrappen, dat moeten schrappen en belasting moeten opheffen. Het
zijn allemaal structureel grote posten, soms miljardenposten. Dan
krijgen we altijd te horen dat incidentele uitgaven als dekking genomen
kunnen worden, zoals bijvoorbeeld in het kader van klimaat. Maar is mijn
collega Markuszower voornemens om een structurele dekking bij deze
moties te leveren? Dit maakt het namelijk wel heel ingewikkeld om vóór
de moties te stemmen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik had een hele mooie dekking in mijn laatje liggen, maar ik had niet
verwacht dat ik een interruptie zou krijgen. Ik kan het ook wel uit mijn
hoofd. Ontwikkelingshulp kost 6,6 miljard. Die zouden we kunnen
schrappen. Ik pleit ook voor een veel lagere afdracht aan de EU,
misschien maximaal 2 miljard, maar het liefst 0. Dan zit je al op 13
miljard structureel erbij. 6 plus 13, dan zit je al op 19. Dan zeg ik:
stop met asiel, stop structureel met asiel. De heer Van Dijck heeft net
terecht gezegd dat ons dat iedere week opnieuw ongeveer 1 miljard kost.
Hij had het over 900 miljoen, dus dat zal ongeveer 900 miljoen zijn. Dat
is redelijk structureel geld. Dat is zo'n 30 miljard per jaar,
structureel gevonden voor u. Er zijn ook nog andere effecten. Ik denk
dan aan het Laffercurve-effect. Als je de belasting verlaagt, krijg je
misschien wel hogere opbrengsten. Mijn collega van DENK zei net dat we
400 miljoen mislopen aan inkomsten omdat we zulke gekke hoge belastingen
hebben op bijvoorbeeld de btw en de accijnzen bij benzine. Ik kom dus
een heel eind als we stoppen met het geven van geld aan buitenlanders en
het buitenland, en met die andere dekkingen die ik net noemde. Dan kom
je echt een heel eind.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit doet toch echt wel denken aan een verlanglijst die ik niet zou
durven indienen op weg naar 5 december. Zoveel miljarden afdrachtkorting
willen we allemaal, maar we weten dat zolang we in de Europese Unie
zitten, er een onderhandelingsspel is tussen 27 lidstaten. Dan is de
consequentie eigenlijk dat je uit de Europese Unie zou moeten. Is de
heer Markuszower dat met mij eens? Het hele gesprek over de Laffercurve
hebben we bij de belastingen gevoerd. Dus mijn uitdaging is: zou mijn
collega op weg naar het Belastingplan dan ook met een plussen- en
minnentabel kunnen komen?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik weet dat de heer Grinwis van tabellen houdt. Ik heb net wat dekkingen
gegeven. Ik heb nog niet eens de volgende zaken genoemd. Als je de
fraude aanpakt in de zorg, leidt dat tot 10 miljard extra. Als je stopt
met de externe inhuur van allemaal consultants, leidt dat tot 10 miljard
extra. Ik heb ook in een eerder debat gepleit voor het jaarlijks laten
krimpen van de overheid met 5%. Dan kom je ook op miljarden uit. Met die
dekking komt het dus wel goed. In tabellen zie ik niet zo veel. U noemde
een nexit. Ik pleit voor een juridische exit. Ik geloof ook niet in het
woord "onderhandelingsspel". We moeten minder spelen als politici, maar
we moeten ervoor zorgen dat we opkomen voor de belangen van de
Nederlanders. Dat doe je niet in een spel. Je moet gewoon naar de
Europese Unie gaan en zeggen: dit is het maximale dat wij betalen.
Misschien is het 0, misschien maximaal 2 miljard. Andere landen zijn
netto-ontvanger. Wij zijn nettobetaler. Wij doen dus iets verkeerd in de
Europese Unie.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors tot 17.30 uur, waarna we verder gaan met de
beantwoording van het kabinet.
De vergadering wordt van 17.06 uur tot 17.30 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Heinen:
Dank u wel, voorzitter. Er zijn heel wat moties ingediend. Ik zal een
stapeltje moties behandelen en daarna zal de staatssecretaris de overige
moties behandelen. We noemen elke keer het nummer, zodat u kunt volgen
wie welke motie voor zijn rekening neemt.
Ik begin met de motie op stuk nr. 7 van de heer Stultiens, de heer
Dassen en mevrouw Patijn. In de schorsing heb ik even geschakeld met de
minister van SZW. Hij kan deze motie oordeel Kamer geven. Namens hem
geef ik de motie dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 7 krijgt oordeel Kamer.
Minister Heinen:
De motie op stuk nr. 8 is ontijdig.
De motie op stuk nr. 10 krijgt oordeel Kamer, als ik de motie zo mag
lezen dat we niet weer allemaal nieuwe rapporten, onderzoeken en
dergelijke gaan aankondigen, maar dat ik in contact treed met het CPB en
het PBL om na te gaan wat zij al doen in het licht van de Klimaat- en
Energieverkenning, de KEV. Ik zal kijken wat ze daar nog als verrijking
aan kunnen toevoegen als het gaat om de inzichten die de heer Oosterhuis
vraagt. Als ik de motie zo mag lezen, kan ik haar oordeel Kamer
geven.
De voorzitter:
De heer Oosterhuis knikt.
Minister Heinen:
Heel goed. De motie-Van Eijck/Van Dijk op stuk nr. 12 kan ik oordeel
Kamer geven.
Dan de motie op stuk nr. 13 van de heer Hoogeveen. Ik wijs op de
scheiding van inkomsten en uitgaven, dus ik moet deze motie
ontraden.
De motie op stuk nr. 15, eveneens van de heer Hoogeveen, kan ik oordeel
Kamer geven.
De motie op stuk nr. 16, van onder anderen mevrouw Van Dijk, of enkel
van mevrouw Van Dijk, kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Het is een motie van mevrouw Van Dijk en de heer Grinwis. Deze motie
krijgt oordeel Kamer.
Minister Heinen:
Ja, dat was de enige motie met een partijlogo. Dat ziet er mooi uit.
De voorzitter:
Wij deden dat altijd in de gemeenteraad.
Minister Heinen:
De motie op stuk nr. 21 moet ik ontraden.
Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 23.
De motie op stuk nr. 26 is ontijdig.
De motie op stuk nr. 27 moet ik ontraden.
Ook de motie op stuk nr. 31 van mevrouw Teunissen moet ik
ontraden.
Dat geldt eveneens voor de motie op stuk nr. 32.
Ook de motie op stuk nr. 35 wordt ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 38 van mevrouw Van Brenk. Deze motie kan ik
oordeel Kamer geven.
De motie op stuk nr. 40 hangt samen met de eerste motie, de motie van de
heer Stultiens, de heer Dassen en mevrouw Patijn op stuk nr. 7. Ook het
oordeel over deze motie heb ik afgestemd met de minister van Sociale
Zaken. Hij vroeg mij deze motie namens hem oordeel Kamer te geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 40 krijgt oordeel Kamer.
Minister Heinen:
Dan de motie op stuk nr. 41. Die krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 42 moet ik ontraden. Uiteraard zet ik me in voor
een moderniserende begroting, maar ik moet me wel blind blijven staren
op een kleinere begroting.
Dan de motie op stuk nr. 43. Ook deze motie moet ik ontraden.
Daarmee heb ik de moties op mijn beleidsterrein geapprecieerd. Er liggen
nog twee amendementen. Vindt u het goed dat ik die meteen van een
oordeel voorzie?
De voorzitter:
Heel graag.
Minister Heinen:
Dan zal de staatssecretaris de overige moties van een oordeel
voorzien.
Er zijn twee amendementen ingediend. Het eerste amendement, het
amendement van het lid Keijzer op stuk nr. 4 (37020-XVII) (#42), moet ik
ontraden.
Het tweede amendement, het amendement op stuk nr. 4 (37020-X) (#43), ook van
het lid Keijzer, moet ik eveneens ontraden.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank. De motie op stuk nr. 9 geef ik oordeel Kamer. Ik wil
over deze motie één keer twee zinnen zeggen. Bij de appreciatie van heel
veel andere moties zal ik daar dan naar terugverwijzen.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Staatssecretaris Eerenberg:
Er wordt door uw Kamer, wat wij zeer waarderen, op verschillende
manieren via diverse moties meegedacht over het huiswerk dat het kabinet
krijgt voor zowel 2027 als 2028 en verder, over het niet raken van de
kleine spaarders. Al deze moties geef ik oordeel Kamer. Wij beschouwen
deze moties als inspiratie voor het gesprek dat wij met elkaar gaan
hebben.
Dat betekent automatisch dat dit ook voor de motie op stuk nr. 11 geldt.
Deze motie krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 11 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 14 ziet op de hersteloperatie. Dat geld is er nog
niet: ontraden.
De motie op stuk nr. 17 is ongedekt: ontraden.
De motie op stuk nr. 18 is ongedekt: ontraden.
De motie op stuk nr. 19 is ongedekt: ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 20. Nou moet ik het even goed zeggen. Dat is al
verlaagd, dus: ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 22. Het zou mijn leven soms aanzienlijk
makkelijker maken als heel box 3 werd afgeschaft. Dit voorstel lijkt me
echter ongedekt en niet helpen, dus: ontraden.
De motie op stuk nr. 24 ontraad ik. Daar zit ook nog een feitelijke fout
in. Het kabinet kiest er juist voor om de bedrijfsopvolgingsregeling
níét onder de loep te leggen, dus: ontraden.
De motie op stuk nr. 25 is ongedekt: ontraden.
De motie op stuk nr. 28 is ongedekt: ontraden.
De motie op stuk nr. 29 geef ik oordeel Kamer, net zoals ik deed met de
motie op stuk nr. 9.
De motie op stuk nr. 30: oordeel Kamer.
Voor de motie op stuk nr. 33 geldt hetzelfde als voor de motie op stuk
nr. 9: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 34 geven wij oordeel Kamer. Ik zeg tegen de heer
Grinwis dat wij natuurlijk wel hebben nagedacht over hoe het zit met de
tariefschijven. Wij denken echt, ook met onze rekenmeesters, de meest
effectieve vorm gekozen te hebben. We gaan het u inzichtelijk maken,
dus: oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 36 …
De voorzitter:
Als u die motie even afmaakt?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ja. De motie op stuk nr. 36: ontraden. Al was het maar omdat wij de
woningbouw via andere middelen stimuleren en wij een andere politieke
afspraak hebben over de behandeling van de eigen woning in de
fiscaliteiten.
De voorzitter:
Meneer Flach, heeft u het nummer nog bij de hand?
De heer Flach (SGP):
Ik heb een algemene vraag. De staatssecretaris gaf een soort algemene
appreciatie van een heel aantal moties tegelijk, in één keer. Ik mag
toch hopen dat de moties rondom box 3 bij de appreciatie niet allemaal
alleen maar gezien worden als inspiratie voor het gesprek dat we nog
gaan voeren, maar als een duidelijke wens van de Kamer. Dit was niet een
brainstorm; dit waren de Financiële Beschouwingen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik probeer af en toe in een debat een lichtvoetig woord te gebruiken
voor de sfeer, maar de lezing van de heer Flach is uiteraard
correct.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 37, als ik het goed heb.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat heeft u goed, voorzitter. De motie op stuk nr. 37 ontraad ik. Dat is
niet mogelijk in ons belastingstelsel, met alle ingewikkeldheden die
daarin zitten.
De motie op stuk nr. 39 is ongedekt. Dan weet u wat ik ga zeggen: dan
ontraad ik 'm.
De motie op stuk nr. 43 is ongedekt, dus ook die ontraad ik.
Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 44. Die is ongedekt:
ontraden.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn
van de zijde van het kabinet alsook aan het einde van de Algemene
Financiële Beschouwingen. Ik dank de minister van Financiën, de
staatssecretaris van Financiën en de leden voor het gevoerde debat. Ik
dank ook eenieder die dit debat in de zaal of op afstand heeft
gevolgd.
De (algemene) beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De stemmingen over de moties vinden aanstaande dinsdag plaats. Ik schors
de vergadering voorlopig tot 19.30 uur. Als de Kamer eerder verder zal
gaan met de tweeminutendebatten, dan krijgt u daarover bericht. De
vergadering is geschorst.
De vergadering wordt van 17.37 uur tot 19.31 uur geschorst.