Materieel (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D48177, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-02 13:59, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van zaak 2026Z19445:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-07 14:00 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-10-01 15:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-09-24 10:45 ⇒ Agenderen voor wetgevingsoverleg Materieel d.d. 1 oktober 2026. (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z19453:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-01 15:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-09-28 14:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-09-24 10:45 ⇒ Reeds geagendeerd voor het WGO Personeel d.d. 28 september 2026 en het WGO Materieel d.d. 1 oktober 2026. (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z20268:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-08 09:30 ⇒ Desgewenst betrokken bij begrotingsbehandeling Defensie. (Besluit)
- 2026-10-01 15:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-09-28 14:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z20270:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-08 09:30 ⇒ Desgewenst betrokken bij begrotingsbehandeling Defensie. (Besluit)
- 2026-10-01 15:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z20540:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-08 09:30 ⇒ Reeds behandeld bij wetgevingsoverleg Materieel d.d. 1 oktober 2026. (Besluit)
- 2026-10-01 15:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z20561:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-08 09:30 ⇒ Reeds behandeld bij wetgevingsoverleg Materieel d.d. 1 oktober 2026. (Besluit)
- 2026-10-01 15:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-09-24 10:45: Procedurevergadering Defensie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Defensie
- 2026-09-28 14:00: Personeel (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Defensie
- 2026-10-01 15:00: Materieel (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Defensie
- 2026-10-01 15:00: Materieel (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Defensie
- 2026-10-07 14:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-10-08 09:30: Procedurevergadering Defensie (gewijzigd tijdstip) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Defensie
- 2026-10-13 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Materieel
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Defensie heeft op 1 oktober 2026 overleg gevoerd met de heer Boswijk, staatssecretaris van Defensie, en mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie, viceminister-president, over:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2027 (37020-X);
de brief van de minister van Defensie d.d. 28 september 2026 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2027 (37020-X) (2026Z20268);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2027 (37020-K);
de brief van de minister van Defensie d.d. 28 september 2026 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2027 (37020-K) (2026Z20270);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 30 juni 2026 inzake verzamelbrief vastgoed en leefomgeving (36592, nr. 86);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 12 augustus 2026 inzake kennisgeving Woo-besluit inzake Palantir Technologies (26643, nr. 1551);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 27 augustus 2026 inzake A-brief project Uitbreiding grondmobiliteit Luchtmobiele Brigade (27830, nr. 515);
de brief van de minister van Defensie d.d. 3 juli 2026 inzake update Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen (27830, nr. 511);
de brief van de minister van Defensie d.d. 2 september 2026 inzake beantwoording vragen commissie over de Stand van Defensie voorjaar 2026 (36800-X, nr. 82) (36800-X, nr. 116);
de brief van de minister van Defensie d.d. 15 september 2026 inzake de Stand van Defensie najaar 2026 (37020-X, nr. 28);
de brief van de minister van Defensie d.d. 29 juni 2026 inzake de Defensienota 2026 "Samen voorwaarts!" (36975, nr. 1);
de brief van de minister van Defensie d.d. 21 september 2026 inzake beantwoording vragen commissie over de Defensienota 2026 "Samen voorwaarts!" (36975, nr. 1) (2026Z19453);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 30 september 2026 inzake reactie op het nieuwsbericht Meer dan de helft van de 22 belangrijkste wapens van defensie is deels niet inzetbaar (2026Z20561);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 30 september 2026 inzake kabinetsreactie op het bericht dat "België een uitgang zoekt uit de samenwerking met Nederland voor de vervanging van de M-fregatten (ASWF-project) en voor Italiaanse fregatten kiest" (2026Z20540);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 18 september 2026 inzake stand van zaken project Vervanging M-fregatten (ASWF) (27830, nr. 517);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 21 september 2026 inzake actieplan Defensie voor Nederlandse supervezelindustrie (2026Z19445);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 18 september 2026 inzake B-brief project Maritieme kinetische counter-UAS (27830, nr. 516);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 15 september 2026 inzake aandachtspunten Kamer voor E-fase project Verwerving F-35 (26488, nr. 482).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,
Huidekooper
De griffier van de vaste commissie voor Defensie,
De Lange
Voorzitter: Ten Hove
Griffier: Manten
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Bolhuis, Boon, Diederik van Dijk, Peter de Groot, Ten Hove, Jagtenberg, Van Lanschot en Nanninga,
en de heer Boswijk, staatssecretaris van Defensie, en mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie, viceminister-president.
Aanvang 15.00 uur.
De voorzitter:
Welkom allemaal. Goedemiddag bij het wetgevingsoverleg Materieel van de
vaste commissie voor Defensie. Welkom aan de minister en de
staatssecretaris, aan de staf, de mensen op de tribune, de kijkers op
afstand en de Kamerleden. Links van mij zitten de heer Van Lanschot
namens het CDA, de heer De Groot namens de VVD, de heer Boon namens de
PVV, mevrouw Nanninga namens JA21, de heer Van Dijk namens de SGP,
mevrouw Jagtenberg namens D66 en de heer Bolhuis namens PRO. Hartstikke
goed. We hebben vandaag een indicatieve spreektijd. Daar zijn we niet
echt aan gebonden, maar we hebben wel een keiharde, vaste eindtijd. Dat
is echt uiterlijk 21.00 uur vanavond, omdat de bewindspersonen nog
andere verplichtingen hebben. Ik wil in de eerste termijn drie
interrupties doen. We hebben aanstaande dinsdag ook nog de begroting,
dus ik denk dat we daar prima mee wegkomen. Het is een
wetgevingsoverleg, dus in de tweede termijn bent u in de gelegenheid om
moties in te dienen.
Tot zover. Dan geef ik het woord aan de heer Van Lanschot.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Ik wil het vandaag hebben over Europese samenwerking,
het stimuleren van onze defensie-industrie en innovatie.
Voorzitter. De fog of war begint op te trekken, want we hebben eindelijk
cijfers. De Stand van Defensie najaar '26 geeft aan waar we staan op het
gebied van concrete doelstellingen voor materieelinkoop uit het
regeerakkoord. Ik herinner het kabinet er graag aan dat er een motie is
aangenomen bij de begrotingsbehandeling '26 van Dassen, Struijs en
mijzelf. Die roept het kabinet op om het woord "minstens" aan die
percentages toe te voegen. Dat is geen absoluut getal, anders zou je
terug moeten als je er al boven zit. Dus ik ga ervan uit dat in de
volgende standen van Defensie ook het woord "minstens" aan al die
doelstellingen gaat worden toegevoegd.
Europese samenwerking. De doelstelling is om minstens 40% met Europese
partners in te kopen. Defensie rapporteert daar in de eerste vijf
maanden van 2026 twee cijfers over. Dat zijn de scores van 39% voor
gezamenlijke inkoop en 15% voor gezamenlijke inkoop waar EU-partners de
leiding hebben. Dat is natuurlijk een belangrijk onderscheid, want als
EU-landen zelf de leiding hebben, kun je ook beter je eigen Europese
defensie-industrie stimuleren. We begrijpen dus dat Defensie dat
onderscheid nu maakt. Alleen, de normstelling van 40% — dat is één norm
voor twee verschillende KPI's — is natuurlijk wel een beetje verwarrend.
De vraag aan de staatssecretaris is dus of hij kan toezeggen dat hij in
de volgende Stand van Defensie voor beide KPI's een ambitieuze
doelstelling formuleert.
Dan naar enkele van de onderliggende projecten. Een goed voorbeeld van
Europese samenwerking is de AWACS-capaciteit die we gaan inkopen met
tien andere bondgenoten bij Saab GlobalEye in Zweden. Datzelfde geldt
voor de anti-ballistischeraketcoalitie. Oekraïne en Nederland doen
daaraan mee, en natuurlijk het Nederlandse bedrijf Destinus in Hengelo.
Die capaciteit is cruciaal om Oekraïne op de middellange termijn te
kunnen blijven verdedigen. Er zijn natuurlijk ook projecten die minder
goed lopen. ASW-fregatten zijn daar een bekend voorbeeld van. Als CDA
hebben we ervoor gepleit dat er op het hoogste niveau overlegd wordt met
onze zuiderburen om dit vlot te trekken. Het is ook goed dat de
staatssecretaris die handschoen heeft opgepakt en dat hij deze week met
zijn Belgische counterpart, minister Francken, heeft overlegd. Het CDA
vindt dat de jarenlange samenwerking en integratie van de Belgische en
Nederlandse marine niet overboord moet gaan. Ik heb ooit van Jeroen
Dijsselbloem, de burgemeester van Eindhoven, geleerd dat je problemen
soms eerst wat groter moet maken om ze op te lossen. Wat het CDA
betreft, benadert de staatssecretaris dit probleem dan ook vanuit een
breed en langetermijnperspectief in die samenwerking met onze Belgische
partners.
Voorzitter. Wat kunnen we verder doen om deze Europese samenwerking te
verbeteren? Ik licht twee aspecten uit. Nederland heeft de zogenaamde
SAFE-verordening gesteund, maar heeft zelf niet ingeschreven op
gemeenschappelijke projecten. Dat is met de bril van "geen
financieringsvoordelen voor Nederland" nog wel te begrijpen, maar we
hadden ook kunnen inschrijven zonder deel te nemen aan de
gemeenschappelijke financiering door het zelf te financieren. Daarmee
hebben we kansen gemist om bij te dragen aan standaardisatie en op het
gebied van de schaal en positionering van onze defensie-industrie. Op de
achtergrond wordt inmiddels al aan het SAFE II-instrument gewerkt. Wij
vragen de staatssecretaris dus: kan hij toezeggen dat hij zich, zodra
SAFE II er is, maximaal gaat inspannen om deel te nemen aan
gemeenschappelijke, gezamenlijke Europese defensieprojecten?
Het tweede aspect is het Verdrag van Aken. Dit zou de
wapenexportlicenties in Europa enorm harmoniseren. Frankrijk en
Duitsland zijn verdragspartner en Nederland heeft de ambitie om daarbij
aan te sluiten. Wat is de stand van zaken, vragen wij aan de
staatssecretaris.
Dan het versterken van onze defensie-industrie. Ik begin weer met de
doelstelling. Die is dat we minstens 50% van het materieel in Europa
willen inkopen. Onder die definitie schaart het ministerie van Defensie
ook Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne; dat is logisch. We
behalen eigenlijk een behoorlijk goed resultaat, namelijk 59%. Oké, dat
betreft slechts de eerste vijf maanden van 2026, maar het zit toch
stevig boven de doelstelling. De staatssecretaris voelt denk ik wel aan
waar ik heen wil: als deze trend doorzet in 2026, vinden wij dat we de
lat hoger moeten leggen dan die 50%. Hoe denkt de staatssecretaris
daarover?
Op inkoopgebied zien we ook een aantal goede ontwikkelingen bij
Defensie. Eerder werd onze fractie nog verrast door het bericht dat we
3D-printers in China gingen kopen; we hebben daar samen met andere
fracties in deze Kamer kritische vragen over gesteld. We zijn opgelucht
dat de staatssecretaris het roer heeft omgegooid. We gaan nu mikken op
strenge herkomsteisen voor cruciale grondstoffen en systemen om
afhankelijkheden te voorkomen of te reduceren. We vragen de
staatssecretaris dan ook of het uitgangspunt "Europees, tenzij" wordt,
waarbij afwijking alleen plaatsvindt als operationele noodzaak,
beschikbaarheid of technologische kwaliteit dat aantoonbaar vereist.
Wordt er daarbij niet alleen gekeken naar de aanschafprijs, maar ook
naar leveringszekerheid, kennisbehoud, onderhoud en strategische
afhankelijkheden?
We zien dat de staatssecretaris zich persoonlijk inzet om bij het
afsluiten van contracten met innovatieve bedrijven ervoor te zorgen dat
zij zich ook in Nederland vestigen met hun productiecapaciteit; een heel
belangrijke ontwikkeling. EOS, producent van laserwapens, onderzoekt nu
of hij hierheen komt.
Maar ook hier is nog een wereld te winnen. Ik denk dan met name aan het
Nederlandse mkb. In de traditionele verhouding tussen Defensie en
industrie, ligt de focus namelijk vaak op de eindproducent en niet op de
bedrijven in de toeleveringsketen, terwijl ook die moeten meeprofiteren
van de investering in defensie. Zo ontbreken een centraal loket voor
mkb'ers, gedeelde testfaciliteiten en ondersteuning bij het voldoen aan
allerlei, op zich terechte, veiligheidseisen, en zetten we ons
industriële participatiebeleid nog onvoldoende strategisch en
gestructureerd in. Samen met mijn collega Judith Bühler van Economische
Zaken zal ik daarom hierover een initiatiefnota indienen. Omdat we niet
alles vanuit de Haagse ivoren toren denken te kunnen regelen of willen
kunnen regelen, roepen we ook het bedrijfsleven op om daar suggesties
voor aan te leveren, om zo tot een uitstekend verhaal te komen.
Voorzitter. Tijdens het rondetafelgesprek over de Defensienota 2026 werd
het belang van een eigen munitieproductiecapaciteit benadrukt. Defensie
heef aangegeven dat de deadline om die te openen Q1 2029 is. Het is
positief dat ze dat durven te stellen. Het is natuurlijk nog best ver
weg, maar wat ziet de staatssecretaris als belangrijkste aandachtspunten
om die ambitie te realiseren?
Voorzitter. Dan innovatie. Maandag hadden we het al even over de
kruistochten. Ik ga iets verder in de tijd. In 1453, collega Boon, viel
natuurlijk Constantinopel. Die val liet het potentieel van de inzet van
nieuwe, zware kanonnen zien. Hoge stenen muren die steden eeuwenlang
hadden weten te beschermen, werden met gemak neergehaald. Als antwoord
hierop ontstond het bastionfort, met lage, zeer dikke aarden muren en
hoeken waardoor kanonskogels beter geabsorbeerd werden en aanvallers
onder kruisvuur werden genomen. Zo werd het kanon als muurbrekend wapen
weer decennialang geneutraliseerd. Tegenwoordig gaan in Oekraïne de
technologische innovaties een stuk sneller, maar deze les is eigenlijk
constant in de oorlogsvoering, wil ik maar aangeven. Een snelle test
leert en vernieuwt, en dat heeft een voordeel.
In dat kader wordt in 2027 gestart met de Defensie Innovatie- en
Opschalingsautoriteit, naar voorbeeld van het Amerikaanse DARPA. Dat is
ook meteen een mooie kans voor het volgende. Weet de staatssecretaris
hoeveel innovatieafdelingen Defensie eigenlijk heeft? Wij horen
schattingen dat dat er minstens 25 zijn, maar er zijn ook mensen die
"boven de 100" durven te zeggen. Ik ben heel benieuwd hoeveel het er
zijn en of de staatssecretaris kan bevestigen dat hij deze gaat
samenvoegen om effectiever te kunnen innoveren.
Tegelijkertijd is het ministerie van Economische Zaken bezig met het
opzetten van het zogenaamde NADI, het Nationaal Agentschap voor
Disruptieve Innovatie. Dat zal deels overlappende doelstellingen en
taken hebben. Het SPRIND-initiatief in Duitsland, een afkorting met zes
letters, leert ons dat 80% van alle disruptieve innovaties een
dualusetoepassing hebben, namelijk zowel een militaire als een civiele.
Wat het CDA betreft moeten we de synergieën tussen het NADI en de DIOA
straks maximaal benutten. Binnenkort organiseert de Kamer hierover een
rondetafelgesprek. Dank aan de collega van D66 die hieraan meehelpt. Dan
gaan we hierover praten met experts. Kan de staatssecretaris aangeven
hoe hij daarnaar kijkt? Zou het niet slim zijn als Defensie de
infrastructuur van het NADI zou gebruiken om een aantal heel uitdagende
internationale defensiechallenges in de markt te zetten? Voor de goede
orde: daar is natuurlijk niet voor nodig dat je budget gaat overhevelen.
Dat kan gewoon nog steeds gebeuren vanuit het defensiebudget, en dan
gebruik je de infrastructuur van het NADI.
In 2027 wordt ook de nationale investeringsinstelling opgericht. De
verwachte investeringsomvang is 30 miljard. Daarbij gaat het om de
startfase. Dank aan de banken die daaraan meewerken. Een van de vier
thema's van de nationale investeringsinstelling wordt veiligheid en
weerbaarheid. Die thema's komen natuurlijk uit het rapport-Wennink. Dat
weet iedereen. Dat beschrijft ook een aantal mooie projecten, ook voor
dit thema. Daarbij gaat het concreet om satellieten, drones,
counterdrones, werven voor de toekomst, Smart Maritime, robotisering en
wind op zee, en nucleaire voortstuwing van schepen. De totale
investering wordt geschat op 3 miljard. Voor de goede orde: dat is
publiek en privaat. Het publieke bonnetje, dat je dus zou kunnen
financieren via zo'n NII, is ongeveer de helft.
Het leuke is dat op de lijst van Wennink ook niet-defensieprojecten
staan die heel erg belangrijk zijn voor onze veiligheid. Ik denk dan aan
zinkproducent Nyrstar. Onze fractievoorzitter noemde tijdens de Algemene
Politieke Beschouwingen al dat dit bedrijf in moeilijkheden zit vanwege
hoge energiekosten. Dat is niet alleen een probleem voor Brabant en voor
onze industrie in Nederland, maar ook voor Defensie. Waarom is dat nou?
Nyrstar heeft de kans om met een relatief kleine investering — dan heb
je het over een miljoen of 100 — te voorzien in een substantieel deel
van de Europese vraag naar het zeldzame aardmetaal germanium. Nou denkt
u waarschijnlijk: germanium, wat is dat eigenlijk? Het kabinet heeft in
juli de lijst met zeventien kritieke grondstoffen vastgesteld. Op plaats
twee staat, geadviseerd door het Nederlands Materialen Observatorium:
germanium. Germanium wordt bijvoorbeeld gebruikt voor pilotenschermen
van de F-35, voor röntgenapparatuur en voor chipmachines. China
controleert deze markt voor 70%. Laat dit even op u inwerken. Nyrstar
gooit dit bijproduct van zink nu weg, omdat de overheid nog niet wil
mee-investeren in extra raffinagecapaciteit. Sterker nog, dit bedrijf
gaat hier misschien vertrekken omdat wij onze energie-envelop die in de
begroting staat, niet een jaar naar voren willen halen.
Voorzitter. Terug naar de NII. Kan de staatssecretaris het opwerken van
de defensiegerelateerde projecten uit het rapport-Wennink coördineren,
zodat deze mogelijk in aanmerking komen voor funding vanuit diezelfde
NII? Kan hij in de Stand van Defensie gaan rapporteren over de stand van
zaken van deze projecten?
Tot slot, voorzitter. In het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste
Systemen lezen we dat Defensie de rol van smart developer op zich neemt.
Militaire bedrijven en kennisinstellingen ontwikkelen samen, waarbij de
stap van idee naar prototype en productie korter moet worden. Dat is wat
het CDA betreft een goede en noodzakelijke stap. De KIVI-werkgroep —
veel dank voor al hun scherpe adviezen — vraagt in reactie op deze
plannen terecht waarom we die aanpak alleen bij drones gebruiken. Kan de
staatssecretaris aangeven op welke andere terreinen Defensie deze
werkwijze gaat toepassen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan gaan we naar de heer De
Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga even terug naar gisteren, naar de briefing
van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Daar werd
aangegeven dat Rusland, met name uit rancune voor de steun aan Oekraïne,
de Europese NAVO-landen aan het testen is om te zien hoe wij daarop
reageren, om te zien hoever "ze" kunnen gaan. Dat maakt het vandaag, als
we praten over de gereedstelling van onze krijgsmacht, des te
belangrijker dat we snel verder bouwen aan een betere en krachtigere
defensie die geloofwaardig kan afschrikken en waarmee we in
internationaal verband kunnen laten zien dat er niet met ons valt te
sollen.
Onze militairen moeten er ook op kunnen vertrouwen dat er voldoende
materieel is, dat voertuigen rijden, dat verbindingen werken, dat er
voldoende wapens beschikbaar zijn en dat er morgen, overmorgen en voor
langere tijd opnieuw munitie, brandstof en reserveonderdelen zijn. Dat
is voor de VVD de maatstaf bij deze Defensiebegroting. Maar laten we ook
even kort stilstaan bij de andere woorden van de MIVD, namelijk dat de
voortdurende steun aan Oekraïne belangrijk is omdat die het de Russen
moeilijker maakt om verder te kijken dan Oekraïne. Oekraïne vecht
daarmee voor ónze vrijheid. De VVD staat pal achter hen en de steun die
we aan hen verlenen.
Dan de begroting. Voor 2027 is er ruim 14 miljard euro geraamd in het
Defensiematerieelbegrotingsfonds. Dat is een grote investering in onze
veiligheid. Daar hoort een duidelijke opdracht bij: zorg dat dit geld zo
snel mogelijk tot meer materieel leidt waarmee onze militairen kunnen
oefenen, kunnen vechten en gevechten kunnen volhouden. De Defensienota
geeft daarvoor een richting die de VVD steunt: meer gevechtskracht,
grotere voorraden, meer onbemande systemen en een sterkere
defensie-industrie. Tegelijkertijd hoorden we tijdens de rondetafel ook
kritiek, en die wordt breder gesteund. De vraag was daar: "Hoeveel
capaciteit komt er met name wanneer beschikbaar? Welke procedures
verdwijnen dan? Welke productie komt er daadwerkelijk op gang?" De
antwoorden op die vragen zijn essentieel voor vandaag. De VVD wil daarom
dat de Kamer helder kan volgen wat er besteld is, wat er geleverd is,
wat er operationeel beschikbaar is en wat er langdurig inzetbaar blijft.
Die informatie is nodig om te beoordelen of de miljarden aan
investeringen hun doel bereiken. Waar dat vanwege de veiligheid
vertrouwelijk moet, kan dat wat de VVD betreft ook vertrouwelijk.
Defensie verwacht dat nog dit jaar drie belangrijke wapensystemen op
norm komen. Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris is dan: kan hij
die verwachtingen ook echt waarmaken? Welke concrete maatregelen neemt
hij om de resterende knelpunten bij onderhoud, munitie en
reserveonderdelen weg te nemen? Bij drones zien we dat Defensie de
behoeftestelling en contractvormen aanpast. Dat is verstandig; de
technologie verandert snel en onze verwerving moet daarin kunnen
meebewegen. De VVD wil dat deze werkwijze ook buiten het droneprogramma
wordt toegepast: koop beschikbare middelen van de plank als dat kan,
geef ruimte om besluiten te nemen in de organisatie en organiseer je
controle zo dat de publieke middelen zorgvuldig worden besteed en
materieel tijdig beschikbaar komt. De lichte voertuigen voor de
Luchtmobiele Brigade zijn daarvan een concreet voorbeeld. De behoefte is
duidelijk: licht verlaadbare voertuigen voor twee infanteriebataljons.
Daarvoor moeten we de markt benutten en voorkomen dat aanvullende eisen
onderweg alsnog tot jaren vertraging leiden. Ook bij andere
materieelprojecten is de vraag of de staatssecretaris de komende jaren
de snellere APOS-werkwijze gaat toepassen, met behoud van een
controleerbare besteding van dat geld.
Voorzitter. Het versnelde aanschaffen vraagt ook om bedrijven die kunnen
leveren. Bedrijven moeten fysiek kunnen uitbreiden. Dat duurt soms
jaren. Ik was bij het mooie bedrijf Van Halteren, samen met collega
Jagtenberg. Dat wil productielijnen kunnen bouwen, maar heeft nu de
vergunningen niet. Er is gewoon een wachtrij. De vraag aan de minister
is of de Wet op de defensiegereedheid hier eindelijk een einde aan gaat
maken, zodat die bedrijven snelheid kunnen maken om die productielijnen
wel te kunnen garanderen voor Defensie. Maar bedrijven hebben ook
zekerheid over opdrachten nodig. De VVD wil dat langjarige contracten,
minimumafnames en afnamegaranties gebruikelijker worden bij strategische
capaciteiten. Waar voorfinanciering aantoonbaar nodig is om productie
mogelijk te maken, moet Defensie die mogelijkheid benutten, wat de VVD
betreft. De NIDV waarschuwde namelijk tijdens de rondetafel terecht dat
innovatie en inkoop met elkaar verbonden moeten zijn. Een bedrijf kan
namelijk geen fabriek bouwen op basis van belangstelling alleen. Dus
welke concrete meerjarige productiepartnerschappen sluit de
staatssecretaris in 2027 en hoe gebruikt hij die om kwetsbaarheden in
onze toeleveringsketens te verminderen?
Voorzitter. Dan nog iets over drones en luchtverdediging. In Oekraïne
zien we dagelijks hoe bepalend drones zijn geworden in het moderne
gevechtsveld. De Oekraïners waarschuwen: er zal een toekomstig conflict
zijn waarin de tegenstander zich gedraagt als een terrorist, maar met
een schaal van een overheid, met duizenden goedkope aanvalsdrones
tegelijk. Tegen die dreiging kun je niet blijven schieten met raketten
van miljoenen euro's, iets wat we ook in het Midden-Oosten zien. Het
vraagt om een fundamenteel nieuwe manier van samenwerken met
ondernemers.
Daarom is het goed dat Defensie inzet op industry challenges. Het is van
belang dat Defensie leert haar operationele behoeftes bij de markt neer
te leggen en dat zij innovatieve ondernemers uitdaagt om snel en
iteratief met oplossingen te komen. Mijn eerder ingediende motie over
publiek-private samenwerking — je doet het samen met de markt — sluit
daarbij aan. Defensie moet wat de VVD betreft ook vaker als eerste klant
optreden. Eenheden moeten dus direct met nieuw materieel kunnen oefenen
en lessen moeten binnen weken worden verwerkt in de volgende
versie.
De waarschuwing uit de rondetafel was terecht: technologie levert niet
vanzelf meer effectiviteit op; de opleiding, de doctrine en de
organisatie moeten meegroeien. Daarom is de vraag aan de
staatssecretaris hoe hij gaat zorgen dat oplossingen uit de industry
challenges daadwerkelijk en snel worden opgeschaald naar contracten en
operationele inzet bij eenheden.
Dat sluit direct aan bij onze bredere lucht- en raketverdediging. Onze
bescherming moet namelijk gelaagd zijn: van goedkope droneonderschepping
tot Patriotcapaciteit, maritieme luchtverdediging en Europese systemen.
Nederlandse bedrijven hebben cruciale kennis over radars, sensoren en
software. Zij moeten wat de VVD betreft een volwaardige rol krijgen in
de nieuwe productieketens.
Voorzitter. Tot slot de bescherming van Nederland en dan in het
bijzonder onze havens, vliegvelden, kabels, pijpleidingen en
energievoorziening. Die zijn namelijk essentieel voor onze eigen
verdediging en die van onze bondgenoten. Het National Maritime Security
Centre kan helpen dreigingen op de Noordzee tijdig te herkennen. Maar
tijdens de rondetafel werd wel het belangrijke punt gemaakt dat alleen
meekijken niet echt afschrikt. Op het moment dat een verdacht schip over
een datakabel vaart of sabotage voorbereidt bij een windpark, heb je
bovenal snelheid nodig. Snelle onderscheppingsvaartuigen zijn daarom
essentieel. Dat zijn vaartuigen die binnen no time ter plaatse kunnen
zijn om verdachte schepen fysiek te bereik, te identificeren en waar
nodig te enteren. Mijn vraag aan de minister: welke aanvullende snelle
onderscheppingsmiddelen, bemand en onbemand, acht Defensie nodig om
dreigingen tegen onze vitale infrastructuur op zee daadwerkelijk en
veilig te stoppen? En op welke termijn komen die beschikbaar?
Voorzitter, ik sluit af. De VVD steunt dus deze investeringen, maar
verwacht dat de uitvoering past bij de urgentie. Onze militairen moeten
kunnen rekenen op inzetbaar materieel, onze bedrijven moeten kunnen
rekenen op concrete opdrachten en Nederland moet kunnen rekenen op een
krijgsmacht die gereed is en het gevecht kan volhouden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van Lanschot.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan collega De Groot voor zijn betoog. Hij zei dat bedrijven in de
defensie-industrie niet alleen van belangstelling kunnen leven en
produceren. Dat is een signaal dat ik ook vaak hoor op werkbezoeken. Kan
hij daar wat meer over zeggen? Wat is zijn beeld daarvan? Wat denkt hij
dat er nodig is bij Defensie om dat te doorbreken?
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank voor de vraag. Ik denk dat uit de verhalen uit mijn werkbezoeken
naar voren komt dat het om een aantal dingen gaat. Wat ik het meest
hoorde, is: betrek ons bij wat er echt nodig is. "Betrek ons vroeg aan
de voorkant en zorg er ook voor dat we in positie komen om die partner
te kunnen worden voor die langdurige termijn." Twee. "Schrijf ons niet
precies voor wat je precies wil hebben, want misschien hebben we wel een
betere oplossing". Gebruik dus ook de kracht van de markt. Drie. Het
gaat ook vaak over voorfinanciering. Het gaat er vaak over dat er grote
investeringen nodig zijn. Bedrijven die willen uitbreiden, moeten
bijvoorbeeld productielijnen opzetten. Soms zijn dat productielijnen die
eigenlijk pas aangezet worden op het moment dat er echt een conflict
dreigt of wanneer er een conflict is. Daar zullen dus echt betere
afspraken over gemaakt moeten worden.
Soms gaat het ook om hele kleine bedragen om iets werkend te krijgen. De
heer Van Lanschot heeft afgelopen maandag zelf gesproken over hoe je de
weerbaarheid in de samenleving en de logistieke keten op orde brengt.
Een beetje ondersteuningsgeld helpt bijvoorbeeld heel erg om die vaak
vrijwillige organisaties goed te laten draaien.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Interessant om daar toch nog eventjes bij aan te haken. De signalen die
de heer De Groot nu geeft, hoor je inderdaad terug op werkbezoeken. Ligt
er misschien ook een uitdaging voor de politiek, zeker als het gaat om
die voorfinanciering? Dat betekent dat je ook een zeker risico neemt,
want dat geld kun je verliezen. Moeten we dan accepteren dat er één bal
op de grond valt als we drie, vier ballen opgooien? Moet je accepteren
dat het dan een keer misgaat? Is daar misschien ook nog wat te
winnen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank aan de heer Diederik van Dijk voor deze vraag. Ik zou die vraag
tweeledig willen beantwoorden. Ik ben er namelijk heel erg voor om het
zo te doen, om die snelheid te kunnen maken met elkaar. Daarvoor heb je
overigens wel goed inzicht in die ketens nodig. En waar ga je dan op
inzetten? Maar de andere kant is dat de politiek ook vooraan staat als
geld niet goed besteed wordt. Zo hebben we bijvoorbeeld voor de zomer
nog de discussie gehad over de Rekenkamer. Dan staan we vooraan. We
moeten dus ook naar onszelf kijken. Welke ruimte geven we dan? Binnen
welke kaders doen we dat? Zorgen we er dan ook voor dat we comfort
bieden aan het kabinet om dat ook zo uit te voeren? Het heeft dus twee
kanten, wat de VVD betreft.
De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Boon voor zijn eerste termijn.
De heer Boon (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Nederland geeft weer tientallen miljarden uit
aan Defensie. Maar voordat deze VVD-minister zichzelf op de borst klopt
over al dat extra geld, moeten we eerst even terugkijken naar wie die
rekening heeft veroorzaakt. Onder Rutte en de VVD werd de krijgsmacht
jarenlang uitgekleed. Duizenden functies verdwenen. De laatste
tankbataljons werden opgeheven en de Leopardtanks afgestoten. Ook de
F-16-vloot werd verkleind. Er werd fors gesneden in mijnenjagers,
antitankwapens en artillerie.
Afbreken gaat snel, maar opbouwen kost vele jaren en miljarden.
Nederland moet nu terugkopen wat destijds door de VVD is kapotbezuinigd.
Onze nieuwe tanks worden bijvoorbeeld pas vanaf 2028 geleverd en ze
worden niet eens in ons eigen land gestationeerd. En Rutte? Eerst
persoonlijk Defensie de genadeklap bezorgen, en nu als NAVO-baas andere
landen vertellen dat ze meer moeten uitgeven: zo hypocriet vind je ze
alleen bij de VVD. En nu krijgt opnieuw een VVD-minister miljarden om de
schade te herstellen, die onder haar eigen partij is aangericht.
Dan is de vraag wat Nederland voor al die miljarden terugkrijgt. Juist
daar schiet de Defensienota tekort. Veel ambities en nieuwe technologie,
maar geen duidelijk plan welke krijgsmacht Nederland eigenlijk moet
bouwen. Om het met voetbal te vergelijken: minister Yesilgöz gaat de
transfermarkt op, maar weet niet eens in welke opstelling Nederland gaat
spelen. Straks koopt ze zes keepers en geen spits. Dan is Yesilgöz niet
de minister van Defensie maar de Sven Mislintat van Defensie.
Die kritiek komt niet alleen van de PVV. Ook deskundigen waarschuwen dat
deze Defensienota onvoldoende duidelijk maakt hoe onze krijgsmacht moet
worden opgebouwd en welke keuzes daarvoor nodig zijn. Dat is extra
zorgelijk omdat het slagveld razendsnel veranderd. Deze nota zet zwaar
in op nieuwe technologie, maar maakt niet duidelijk hoe onze militairen
daarmee straks moeten vechten. Want het slagveld is echt fundamenteel
veranderd. Door drones en andere langeafstandswapens strekt de killzone
zich steeds verder uit.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ik dacht: we gaan even door met die voetbalmetafoor, want die sprak mij
wel aan. De heer Boon had het net over drones. Als je kijkt naar drones,
hebben we daarin best wel een sterrenelftal. In de basis hebben we goed
beleid, strategische plannen, het Actieplan Productiezekerheid
Onbemenste Systemen. We hebben de Defensienota gezien met een mooie
ambitie: 50% van de effecten met onbemenste systemen. Op het middenveld
staan de Taskforce Drones en de Taskforce Maritime Uncrewed. Aan de
vleugels hebben we een fantastische industrie en kennisinstellingen met
een dijk aan ervaring, en in de spits staan we voorop met de Drone
Capability Coalition for Ukraine. Dus hoezo schetst de heer Boon zo'n
negatief beeld? Volgens mij staan we er namelijk hartstikke goed voor,
is het open doel en hoeven we 'm er alleen maar in te koppen.
De heer Boon (PVV):
De PVV wil zeker niet beweren dat alles slecht gaat, maar als je alleen
een keeper hebt en geen middenveld, dan ga je de wedstrijd niet winnen.
Op bepaalde punten zijn we zeker aan het vooroplopen, maar er zijn ook
drones waargenomen in Nederland waar we helemaal niks van weten. De
onderschepping van drones bijvoorbeeld hebben we dus nog niet op orde.
Dat is het middenveld. Dus laten we eerst het hele elftal in orde gaan
maken, want dan kunnen we wedstrijden gaan winnen, in plaats van één
topspeler aan te wijzen en daaromheen te gaan staan juichen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Boon (PVV):
Door drones en andere langeafstandswapens strekt de killzone zich steeds
verder uit. Militairen en materieel kunnen daardoor tot ver achter het
front worden ontdekt en aangevallen. Een veilige plek achter de
frontlinie bestaat bijna niet meer. Voor een klein en dichtbevolkt land
als Nederland is dit een enorm probleem. Defensie moet dus nadenken over
veilige plekken, waar militairen en materieel kunnen worden verzameld,
bevoorraad, onderhouden en hersteld. Daarover lees ik in de Defensienota
nauwelijks iets concreets. Daarom wil ik van de minister weten: welke
keuzes maakt dit kabinet vanwege deze veranderde oorlogsvoering? Hoe
ziet de Nederlandse krijgsmacht er over vijf, tien en vijftien jaar uit?
Hoe wil het kabinet veilige zones creëren voor onze militairen en voor
ons materieel? Welke lessen leert het kabinet van Finland, dat al
jarenlang investeert in schuilplaatsen en bescherming van zijn
bevolking?
Plannen voor de toekomst zijn één ding. Een andere vraag is: is onze
krijgsmacht vandaag klaar om te vechten? Daar gaat het mis. Van de 22
belangrijkste wapensystemen zijn er 13 niet volledig inzetbaar. Bij drie
daarvan is inzetbaarheid zelfs verder verslechterd. U hoorde het goed:
meer dan de helft van onze belangrijkste wapensystemen voldoet niet
volledig aan de eisen. Hoe ernstig dat is, bleek toen Defensie het
fregat Zijner Majesteits Evertsen zonder werkend kanon op missie
stuurde. Een Nederlands oorlogsschip hoort toch gewoon met een werkend
kanon uit te varen? De uitleg dat het kanon tijdens deze missie niet
nodig zou zijn, verandert daar helemaal niets aan.
De Evertsen staat niet op zichzelf: een tekort aan monteurs, technici en
reservedelen zorgt voor veel problemen met onderhoud. Daardoor is minder
materieel beschikbaar en kunnen onze militairen niet optimaal trainen.
Wat heeft het dan voor zin om steeds nieuwe wapensystemen te kopen, als
Defensie onvoldoende mensen, onderdelen en werkplaatsen heeft om ze
inzetbaar te houden? Daarom de volgende vragen. Wanneer voldoen alle 22
belangrijkste wapensystemen weer aan de eisen? Wat gaat u doen aan de
drie systemen waarvan de inzetbaarheid verder is verslechterd? Kan de
minister garanderen dat Nederlandse militairen niet meer met gebrekkig
materieel op missie worden gestuurd? U kunt wel met miljarden strooien
en het ene na het andere nieuwe wapensysteem aankondigen, maar onze
militairen hebben niets aan mooie persberichten. Zij hebben materieel
nodig dat werkt.
Om een oorlog te kunnen volhouden hebben we grote voorraden nodig:
munitie, brandstof, reserveonderdelen, geneeskundige goederen en
uitrusting. Die voorraden zijn jarenlang te klein geweest. Ze zijn nog
steeds niet volledig op orde. Tegelijkertijd zegt dit kabinet dat
Nederland zich in een grijze zone bevindt tussen vrede en oorlog. Maar
als dat echt zo is, waarom blijven we onze eigen wapensystemen en
munitie dan weggeven aan Oekraïne? Is dit werkelijk het moment om onze
krijgsmacht verder uit te kleden? Zelfs Defensie erkent dat leveringen
aan Oekraïne grote gevolgen hebben gehad voor de gereedheid van onze
krijgsmacht. Nederlandse militairen worden dus geconfronteerd met
tekorten, terwijl het selfiekabinet vooraan blijft staan om uit te
delen.
Voor de PVV is de grens bereikt. Nederland heeft lang genoeg
vooropgelopen met de levering van wapens en munitie aan Oekraïne. Nu
zijn de landen aan de beurt die jarenlang achterover hebben
geleund.
De heer Peter de Groot (VVD):
Net als maandag bij het WGO Personeel wil ik de heer Boon bedanken voor
de complimenten aan de VVD. Ik heb een vraag over wat wij gisteren
hebben gehoord van de MIVD. Wij hebben gisteren van de MIVD gehoord dat
het heel belangrijk is dat we Oekraïne blijven steunen, terwijl de PVV
er nu gewoon toe oproept om daarmee te stoppen en zegt: anderen zijn aan
de beurt, wij stoppen ermee. Maar we hebben gehoord dat het ervoor zorgt
dat de Russen bezig worden gehouden, dat wij de tijd hebben om onszelf
in gereedstelling te brengen en dat het heel belangrijk is om als heel
Europa er in ieder geval voor te zorgen dat Oekraïne kan blijven
doorvechten, omdat ze daar ook voor onze vrijheid vechten. Nu zegt de
PVV: laten we daar maar mee stoppen. Hoe valt dat überhaupt te rijmen
met ervoor zorgen dat Nederland veilig blijft?
De heer Boon (PVV):
Ik vind het echt een grof schandaal dat de VVD hier een grapje maakt van
de miljardenbezuinigingen die zij hebben gepleegd op Defensie. Jullie
zouden je echt kapot moeten schamen voor wat jullie gedaan hebben. Dat
vind ik echt niet om te lachen, want daarvoor zitten we nu deels met het
probleem dat ons leger niet volledig gereed gesteld is. Dat wil ik ten
eerste gezegd hebben. Nogmaals, ik vind het echt een schande.
Ik heb de MIVD ook horen vertellen dat er heel veel sabotageaanslagen,
om ze zo maar te noemen, in Europa worden gepleegd. Ik ben niet bij het
vertrouwelijke gedeelte geweest, maar alleen bij het openbare gedeelte,
dus ik kan niet alles weten wat u verteld is, maar ik ben er wel van
geschrokken dat Europese landen aangevallen worden, eventueel met drones
en dat soort zaken. Dan zeggen wij als PVV: laten we eerst zorgen dat
ons eigen land in orde is, dat ons eigen leger sterk genoeg is om dat op
te kunnen vangen in plaats van alles weg te geven. Dat lijkt me geen
rare gedachte. Kijk, de VVD wil alles weggeven en dan maar hopen dat
hier niks gebeurt. Dat lijkt mij niet de juiste zet. Mij lijkt het goed
om te zeggen: eerst je eigen huis in orde. Als je dan wat overhebt, kun
je dat weggeven, maar nu hebben we niks over, dus: eerst ons eigen huis
in orde. Er zijn heel veel landen, in Europa en buiten Europa, die
gewoon nog helemaal niks gedaan hebben en lekker achterover zitten te
leunen. Ga daar eens aankloppen. Laat die landen eens betalen voor
Oekraïne. Wij hebben al meer dan genoeg gedaan. Wij zijn een piepklein
landje en we zijn een van de grootste investeerders in materieel in
Oekraïne. Sorry, maar dat staat toch totaal niet in verhouding?
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is precies wat we te doen hebben. We moeten hen steunen om ervoor te
zorgen dat zij ook kunnen vechten voor onze vrijheid. Tegelijkertijd was
de VVD de eerste die vooraan stond en zei dat we 2% en nu 3,5% moesten
investeren. Ik ben het met de heer Boon eens dat we ook moeten zorgen
dat andere landen ook blijven bijdragen, maar het betekent nogal wat
voor alles wat er nu gebeurt in Oekraïne als wij nu ineens zouden
stoppen met die steun. Dat zegt Oekraïne zelf ook. We zien elke dag die
verschrikkelijke luchtaanvallen. Die zien we maar doorgaan. Oekraïne
heeft heel hard hulp nodig om ervoor te zorgen dat ook de rest van
Europa veiliger blijft. Ik vraag dus nogmaals een reflectie van de heer
Boon op het volgende: we moeten Rusland afschrikken door te zorgen dat
Oekraïne overeind kan blijven. Dat gaat zeker over hetgeen gisteren in
het openbare gedeelte van de briefing gezegd is.
De heer Boon (PVV):
Laat ik iets rechtzetten. Ik hoor de heer De Groot zeggen dat de VVD de
eerste was die pleitte voor de 2%. Naar mijn weten zijn dat de
mannenbroeders van de SGP geweest, die dat volgens mij al honderd jaar
in hun partijprogramma hebben staan. Volgens mij was de SGP dus veruit
de eerste. Dat wil ik even rechtzetten voor de geschiedenis.
In Oekraïne gebeuren zeker verschrikkelijke dingen; dat ben ik helemaal
met u eens. Ik hoop ook dat ze de Russen keihard terugslaan uit hun
land. Maar Nederland is maar een klein landje. We kunnen niet alles doen
in ons land. Ik vergelijk het met mezelf. Ik vind dierenleed ook heel
erg, maar ik kan ook niet alle honden en katten in Nederland beschermen.
Dat zou ik het liefste willen doen, maar dat gaat niet. Wij kunnen
Oekraïne nu ook niet meer steunen. Het is nu tijd dat andere landen dat
doen, veel grotere landen, die nog helemaal niks of heel weinig gedaan
hebben. Laat die eerst eens doen wat Nederland gedaan heeft. Dan gaan we
daarna verder praten. Dat is toch gewoon een normale verdeling? Daar kan
de minister zelf iets in betekenen. Ga naar die landen toe en pak ze
eens een keer vast.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik wil verdergaan op hetzelfde onderwerp. De heer De Groot en ik denken
daar volledig hetzelfde over. Ik sprak vanmiddag toevallig de
vicevoorzitter van de Oekraïense Defensiecommissie. Die geeft aan dat
met de nieuwe Shaheds, die met straalmotoren zijn uitgerust, de
interceptieratio's boven Kiev en andere steden veel en veel lager zijn.
Als Nederland nu zou stoppen met steun, als een van de leiders daarin,
dan geven wij een extreem signaal af, ook aan de rest van de coalitie
die Oekraïne steunt. Dat is het belang van daarmee doorgaan. Mijn vraag
aan de heer Boon is: denkt hij niet dat het steunen van Oekraïne ook in
het belang van Nederland kan zijn, omdat wij ook leren van de Oekraïense
defensie-innovatie-industrie?
De heer Boon (PVV):
Het lijkt net alsof we weggezet worden alsof we niets gedaan hebben voor
Oekraïne. Nederland heeft al meer dan genoeg gedaan. Het houdt toch een
keer op? Je kan je geld toch maar een keer uitgeven? Laat andere landen
eens een keer het voortouw nemen. Nederland is al sinds het begin van de
oorlog het braafste jongetje van de klas. We lopen iedere keer voorop.
Ik zie de minister volgens mij om de week wel ergens met een cheque
staan te zwaaien voor wat er nu weer naar Oekraïne gaat. Laten we nou
ook eens een keer zorgen dat ons leger in orde is. We zitten hier toch
ook voor onze eigen mannen en vrouwen? Laten we zorgen dat als er iets
in Nederland gebeurt, we gewoon kunnen terugslaan. Of moeten we zeggen
"ja jammer, maar onze spullen liggen in Oekraïne; we hebben even pech"
als er iets in Nederland gebeurt? Ja, sorry, maar de PVV zegt: eerst ons
eigen land beschermen en zorgen dat onze eigen jongens en meisjes gewoon
de beste middelen hebben die ze kunnen krijgen. Laat andere landen nu
wat doen. Andere landen hebben lekker in de hangmat gelegen. Die hebben
gekeken naar hoe Nederland vooroploopt en hoe mevrouw Yeşilgöz iedere
keer selfies staat te maken met dikke cheques. Laat die landen maar wat
doen.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie, meneer Van Lanschot.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ja. Stel, we pakken even het puur nationalistische
achter-de-dijkenperspectief. Het lijkt alsof de heer Boon ook niet is
geïnteresseerd om bijvoorbeeld te leren van het Deltasysteem, de meest
geavanceerde, beste technologie op het gebied van anti-drone warfare, om
de data daarvan te gebruiken en zo te leren voor onze
defensiecapaciteiten. Klopt het dat de heer Boon en de PVV niet
geïnteresseerd zijn in de lessen uit de oorlog in Oekraïne?
De heer Boon (PVV):
Ik hoop dat de heer Van Lanschot nog een interruptie krijgt, want ik
vind dit een hele domme vraag. Natuurlijk willen wij dat wij leren! Wat
heeft dat er nou mee te maken? Maar moet je dan iedere week met
miljarden staan te zwaaien? Is dat dan het verhaal? Kunnen we niet leren
zonder iedere week die cheques uit te schrijven? Is dat echt wat u
bedoelt? Anders begrijp ik u echt niet.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Boon (PVV):
Ja. Tegelijkertijd zegt dit kabinet dat Nederland zich in een grijze
zone tussen vrede en oorlog bevindt. Maar als dat echt zo is, waarom
blijven we onze eigen wapensystemen en munitie dan weggeven aan
Oekraïne? Is dit werkelijk het moment om onze krijgsmacht verder uit te
kleden? Zelfs Defensie erkent dat de leveringen aan Oekraïne grote
gevolgen hebben gehad voor de gereedheid van onze krijgsmacht.
Nederlandse militairen worden dus geconfronteerd met tekorten terwijl
hetzelfde kabinet vooraan blijft staan om uit te delen. Voor de PVV is
de grens bereikt. Nederland heeft lang genoeg vooropgelopen met het
leveren van wapens en munitie aan Oekraïne. Nu zijn de landen aan de
beurt die jarenlang achterover hebben hebben geleund. Onze eigen
veiligheid en onze militairen mogen niet langer de sluitpost zijn van de
steun aan Oekraïne. Is het kabinet bereid per direct te stoppen met
nieuwe leveringen uit onze operationele voorraden?
Voorzitter. In een crisis of oorlog kunnen we niet wachten op een
buitenlandse fabrikant. We kunnen er al helemaal niet van uitgaan dat
grenzen, havens en transportroutes gewoon openblijven. Nederland moet
daarom zelf veel meer munitie, drones en onderdelen kunnen produceren.
Ook onderhoud en reparatie moet zo veel mogelijk in ons eigen land
plaatsvinden. Die afhankelijkheid van het buitenland moeten we dus
verkleinen. Is de minister daarom bereid bij nieuwe aankopen als harde
eis te stellen dat Nederland het materieel zo veel mogelijk zelf kan
onderhouden en repareren? We hebben nu immers al verschillende
wapensystemen waarvan we voor onderhoud en reparaties deels afhankelijk
zijn van het buitenland. Het Patriotsysteem is daar een voorbeeld van.
Wat gaat de minister doen om deze buitenlandse afhankelijkheid te
verkleinen en meer productie en reparatie naar Nederland te halen?
Voorzitter. Hoe gevaarlijk die buitenlandse afhankelijkheid kan zijn,
zien we nu bij de F-35. Door een volstrekt onbegrijpelijke blunder
kwamen onderdelen van een Australische F-35 via Zuid-Korea in Chinees
Hongkong terecht. Het Pentagon probeert de onderdelen nu terug te
krijgen, maar die zijn inmiddels in handen van de Chinese autoriteit en
dus nog steeds niet terug. Dit is een enorme veiligheidsblunder.
Australië zegt dat er geen geheime technologie in de onderdelen zit,
maar we hebben het wel over onderdelen van een van de modernste
gevechtsvliegtuigen ter wereld, die volgens de berichtgeving zijn
voorzien van radar-absorberend materiaal. Of ze nog bruikbaar waren of
niet, doet er niet toe: onderdelen van een F-35 mogen nooit in handen
van China terechtkomen. Daarom is de vraag hoe Nederlandse
F-35-onderdelen naar buitenlandse onderhoudslocaties worden vervoerd.
Houdt Defensie daar zelf de controle over of worden ze meegegeven aan
private bedrijven en hopen we er daarna maar het beste van? Heeft het
incident gevolgen voor de veiligheid en inzetbaarheid van onze
F-35's?
Voorzitter. Drones hebben de oorlogsvoering compleet veranderd. In
Oekraïne zien we iedere dag wat dat betekent: wie te lang op dezelfde
plek blijft staan, wordt ontdekt en aangevallen. Eén goedkope drone kan
een wapensysteem uitschakelen dat miljoenen heeft gekost. De
ontwikkeling van drones gaat razendsnel. De drone van vandaag kan over
een paar maanden verouderd zijn. We moeten onze magazijnen dus niet
simpelweg volproppen met drones die straks achterhaald zijn. Nederland
moet vooral in staat zijn om zelf grote aantallen drones te produceren,
aan te passen en te verbeteren. Wat gaat de minister doen om de
productiecapaciteit in Nederland op te bouwen? Kunnen we die productie
in een crisis ook echt snel opschalen? Het gaat niet alleen om de drones
die we zelf hebben. We moeten vijandelijke drones ook kunnen opsporen en
uitschakelen.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Er was net al een klein interruptiedebatje over steun aan Oekraïne. We
hoorden de heer Boon zeggen dat de PVV vindt dat onze steun een heel
stuk minder mag. Laat ik even vooropstellen dat D66 dat zeker niet
vindt. Maar ik hoor de heer Boon nu ook zeggen dat hij graag wil dat we
onze productie gaan opschalen. Onderdeel van onze steun aan Oekraïne is
het Build with Ukraine-initiatief, waarbij het hand in hand gaat dat we
Oekraïne helpen, maar ook onze eigen productie opschalen. Is de heer
Boon daar dan tegen?
De heer Boon (PVV):
Op de productie in ons eigen land ben ik niet tegen, maar ik ben er wel
op tegen om nu te blijven leveren aan Oekraïne. Wij hebben al genoeg
gedaan. Laat andere landen het voortouw nemen. Ik hoop dat ik u daarmee
bediend heb.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Boon (PVV):
Ik wil nog even wat aanvullen op het punt van mijn vraag naar de
productiecapaciteit. Ik wil niet de magazijnen vol met drones hebben
liggen, omdat die over twee maanden verouderd zijn. Ik wil een kleine
voorraad hebben, maar zodra de crisis uitbreekt, moet er op een knop
worden gedrukt en moeten er razendsnel extreem veel drones worden
geproduceerd. Dat heb ik het liefst in Nederland. Ik hoop dat ik daarmee
uw interruptie iets beter beantwoord heb.
Voorzitter. Op het gebied van uitschakelen van drones loopt Israël
voorop. Ze hebben daar heel veel ervaring met het opsporen en
uitschakelen van drones. Is de minister bereid de samenwerking met
Israël op dit gebied te versterken en die kennis naar Nederland te
halen? Of laat dit kabinet zijn anti-Israëlobsessie opnieuw zwaarder
wegen dan de veiligheid van onze militairen?
Voorzitter. Naast drones in de lucht zien we steeds meer onbemande
systemen op het land, op zee en onder water. Het kabinet wil dat over
vijf jaar meer dan de helft van de operationele effecten met zulke
systemen wordt bereikt. Kijk naar de Verenigde Staten. Daar is het
project Meridian gestart om te onderzoeken hoe oorlogsvoering de komende
decennia verandert en welke technologie en wapens dan nodig zijn. De
Amerikanen doen meer. Zij richten een apart viersterrencommando op voor
autonome oorlogsvoering. Waarom? Omdat zelfs het Pentagon erkent dat de
technologie op het slagveld sneller verandert dan de eigen bureaucratie
en aanschafprocedures kunnen bijhouden. Militairen, technici en
bedrijven moeten daarom samen nieuwe systemen razendsnel ontwikkelen,
testen en invoeren, want op het slagveld wacht de vijand niet tot je
aanbestedingsprocedure eindelijk klaar is. Voor de oorlog van morgen
halen de Amerikanen topmensen uit de techwereld binnen, zoals Elon Musk
en Palmer Luckey. En Nederland? Wij komen aanzetten met Derk Boswijk en
Dilan Yeşilgöz. Dat verschil zegt eigenlijk alles. Straks vragen we ons
dan weer hardop af waarom Nederland achter de feiten aanloopt.
Voorzitter. De Defensienota stelt dat over vijf jaar meer dan de helft
van de operationele effecten met onbemande systemen moet worden bereikt,
maar hoe we dat voor elkaar gaan krijgen, blijft onduidelijk. Dus
minister, wat gaat er daadwerkelijk veranderen om die doelstelling te
halen? Die ontwikkeling stopt niet bij drones. Onbemande systemen worden
ook steeds autonomer. Hoe snel dat gaat, zagen we deze zomer in
Oekraïne. Bij een Russische aanval op Zaporizja kwamen drie burgers om
het leven. Onderzoek wees uit dat de drones waarschijnlijk volledig
autonoom vlogen en zelf hun precieze doel kozen, zonder menselijke
besturing. Autonome wapens worden dus nu al op het slagveld ingezet.
Voor de PVV moet het uitgangspunt duidelijk zijn: een mens beslist over
het gebruik van dodelijk geweld, maar dat mag geen absolute regel
worden. Als duizenden vijandelijke drones of andere autonome wapens
tegelijk op Nederland afkomen, kan een mens onmogelijk iedere
onderschepping afzonderlijk goedkeuren. Landen als Rusland, China en
Noord-Korea leggen zichzelf geen beperkingen op. Nederland mag zichzelf
daarom niet op voorhand weerloos maken. Kan de minister garanderen dat
Nederland níét instemt met internationale beperkingen op autonome wapens
die niet wederkerig, controleerbaar en handhaafbaar zijn?
Voorzitter. Defensie kan niet groeien zonder kazernes, oefenterreinen en
munitiedepots, maar het bestaande Defensievastgoed is jarenlang
verwaarloosd. Bij de laatste kwaliteitsmeting voldeed 61% niet eens aan
de eigen normen. Militairen die ons land moeten verdedigen, worden in
gebouwen gestopt die niet eens aan de eigen Defensienormen voldoen.
Ondertussen weet het kabinet voor asielzoekers wel snel dure hotels en
cruiseschepen te regelen. Voor asielopvang kan bijna alles, terwijl onze
militairen jarenlang moeten wachten op fatsoenlijke huisvesting,
werkplaatsen en kazernes.
Dat zien we ook in Budel. Defensie heeft de Nassau-Dietzkazerne hard
nodig, maar het COA zit er nog steeds. Het kabinet zegt dat onze
militairen vanaf 2028 terug kunnen, maar niemand wil hard garanderen dat
de asielzoekers dan ook echt volledig weg zijn. Daar neemt de PVV geen
genoegen mee. Wij vertrouwen het COA voor geen ene meter. Als het COA
straks weer roept dat er nergens plek is, dan mogen onze militairen niet
opnieuw aan de kant worden geschoven. Uiterlijk medio 2028 moet de
laatste asielzoeker vertrokken zijn en moet het COA het volledige
terrein hebben verlaten: geen uitstel, geen verlenging en geen gedeeld
gebruik. Kan de minister dat vandaag keihard garanderen? Of gaat deze
VVD-minister de mensen in Brabant weer een loer draaien?
Ook het tekort aan oefenruimte komt niet uit de lucht vallen. De
politiek heeft jarenlang niet alleen materieel, maar ook
Defensieterreinen afgestoten. Ruim 50 Defensieobjecten, van samen meer
dan 2.100 hectare, werden overgedragen aan het toenmalige ministerie van
Landbouw en Natuur. Daar zaten veel oefenterreinen bij. Nu Defensie die
ruimte weer keihard nodig heeft, mogen we met veel geld, lange
procedures en eindeloze onderzoeken op zoek naar nieuwe ruimte. Met de
kennis van nu was het oerdom om goede oefenterreinen weg te geven en er
tupperwarenatuur van te maken. Onze militairen zitten nu met de gevolgen
daarvan. Op verschillende oefenterreinen kunnen militairen door
vergunningen en allerlei beperkingen nauwelijks nog loopgraven en
verdedigingswerken graven.
Voorzitter. We waarschuwen voor oorlog en geven miljarden extra uit aan
Defensie, maar onze militairen mogen op hun eigen oefenterrein
nauwelijks een loopgraaf graven. Dat is toch echt compleet van de zotte?
Voor de PVV is het simpel: op een militair oefenterrein moet Defensie
vooropstaan en stikstofregels en bureaucratie moeten dat niet. Is de
minister bereid die beperkingen vandaag nog aan te pakken en ervoor te
zorgen dat onze militairen gewoon kunnen oefenen met hoe ze moeten
vechten?
Voorzitter. Dan de infrastructuur. We kopen voor miljarden aan nieuw
materieel en bouwen nieuwe kazernes en werkplaatsen, maar ondertussen
zit het Nederlandse elektriciteitsnet bomvol. Straks staan de
wapensystemen er, maar kunnen we ze niet opslaan, onderhouden of opladen
omdat de stroomvoorziening niet op orde is. Dat zou toch te gek voor
woorden zijn? Wat gaat de minister doen om te voorkomen dat het
overvolle stroomnet de opbouw van onze krijgsmacht vertraagt? Als de
stroom uitvalt, dan moet Defensie gewoon kunnen doordraaien. Kan de
minister garanderen dat onze belangrijkste kazernes, commandocentra,
vliegvelden en opslaglocaties over voldoende noodvoorzieningen
beschikken?
Onze nieuwe tanks en pantserhouwitsers moeten ook nog door Nederland
kunnen worden verplaatst. Aan zwaar materieel hebben we weinig als het
onze bruggen, wegen en spoorlijnen niet over kan. Heeft het kabinet
inmiddels in kaart gebracht waar de knelpunten zitten en wanneer die
worden opgelost?
Voorzitter. Defensie moet sneller materieel en software kunnen inkopen.
Daar is de PVV voor. Onze militairen kunnen niet jarenlang wachten als
een aanbestedingsprocedure weer eens vastloopt. Sneller inkopen is
echter geen excuus voor een financiële puinhoop. De Algemene Rekenkamer
stelde over 2025 voor maar liefst 3,6 miljard aan onzekerheden vast. Dat
is 3,6 miljard! Defensie krijgt miljarden extra en meer ruimte om
sneller in te kopen, maar dan mag Nederland ook verwachten dat de
minister weet waar het geld terechtkomt en haar administratie op orde
heeft. Dat betekent geen nieuwe bureaucratie en geen vertraging, maar
wel controle over ons belastinggeld. Hoe gaat de minister ervoor zorgen
dat Defensie snel kan blijven inkopen zonder dat de Rekenkamer volgend
jaar opnieuw onzekerheden aantreft?
Voorzitter, ik ga afsluiten. Deze minister heeft een dikgevulde
portemonnee, maar geld schiet geen vijandelijke raket uit de lucht en
geld houdt geen een militair in leven. Daarvoor zijn wapensystemen nodig
die werken, evenals voldoende munitie en mensen die het materieel kunnen
onderhouden. Juist daar gaat het mis. Nogmaals, 13 van onze 22
belangrijkste wapensystemen zijn niet volledig inzetbaar. Tegelijkertijd
komt de minister met een Defensienota vol ambities, maar zonder
duidelijk plan voor welke krijgsmacht Nederland eigenlijk moet opbouwen.
De minister krijgt miljarden om onze krijgsmacht op te bouwen, maar voor
de PVV telt uiteindelijk maar één ding: kunnen onze militairen vechten
en het gevecht volhouden? Op dit moment is dat antwoord nog te vaak
"nee". Met mooie woorden en miljarden op papier win je geen oorlog, en
met een fregat zonder werkend kanon al helemaal niet. De problemen zijn
bekend. Het geld is er. De excuses zijn op. Zorg dat onze wapensystemen
werken, onze voorraden gevuld zijn en onze militairen kunnen vechten.
Minister, ga aan het werk!
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Boon had het erover dat zo'n beetje alle problemen in de wereld
veroorzaakt worden door de VVD. Dat wereldbeeld heb ik soms ook, maar
dat even terzijde. Ik vind het ook belangrijk dat we in dit huis plat
populisme bestrijden en dat we reageren op Kamerleden die een tikkeltje
boter op hun hoofd hebben. Nu heb ik het verslag van de
begrotingsbehandeling van het kabinet-Rutte I gelezen. De woordvoerder
van de PVV destijds, de heer Hernandez, zei toen: de PVV steunt de
grootschalige bezuinigingen op Defensie. Bij dat gedoogakkoord zat ook
een financiële uitwerking in een bijlage, waarbij honderden miljoenen op
Defensie bezuinigd werden. Het was de eerste in een lange serie van
kabinetten-Rutte. Nu kent u DENK als een politieke partij die kritisch
is op de wapenwedloop. Wij zijn geen politieke partij die vooroploopt om
geld in Defensie te steken. Wij zijn een politieke partij die plat
populisme bestrijdt, evenals mensen die een kilo boter op hun hoofd
hebben. Meneer Boon, ik denk dat u zich daar schuldig aan maakt.
De heer Boon (PVV):
Ik zal zeggen: ik ben geen heilige; ik ben niet perfect en mijn partij
is niet perfect. Er zijn in het verleden ook dingen gebeurd die niet
goed waren, maar wij hebben toentertijd in de onderhandelingen wel
gepleit voor extra geld. Het was Rutte — daar is een hele mooie
reconstructie in de NRC van gemaakt — die persoonlijk aandrong op de
bezuinigingen. De PVV heeft dat in die onderhandelingen toen dus helaas
niet voor elkaar gekregen. De VVD heeft haar zin gekregen en heeft die
extra bezuiniging op Defensie erdoorheen gekregen.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Nanninga, het is tijd voor uw eerste termijn.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank, voorzitter. Vandaag hebben we het over het materieel van de
krijgsmacht. Dat is enorm belangrijk. We hebben nog wel een aantal grote
onbeantwoorde vragen. Het raakt ook aan een immaterieel onderwerp dat
cruciaal is voor Defensie, namelijk draagvlak in onze samenleving voor
de uitgaven en voor de druk die Defensie op de samenleving legt; en
terecht, hoor, denken wij, maar dat moet wel in orde zijn.
Voorzitter. In de nota worden drie hoofdtaken vermeld. Die zijn prima,
maar geven die genoeg strategische richting? Wat ons inziens ontbreekt,
is de nadruk op de bescherming van vitale kwetsbare leveringslijnen naar
Nederland, de logistiek en het voortzettingsvermogen. Veruit het
grootste deel van die aanvoerlijnen loopt over zee en ze accommoderen
meer dan 80% van de wereldhandel. Als beroeps-Amsterdammer zeg ik toch
dat via Rotterdam en andere belangrijke havens een aantal vitale, maar
kwetsbare stromen van overzee ons land in komen. Je ziet bij Hormuz wat
er gebeurt als zo'n zeeroute wordt afgeknepen. Denk aan een groot deel
van de Europese energievoorziening en vele goederen. Dat is niet alleen
belangrijk voor Nederland, maar voor het hele continent. Rotterdam is
ook de belangrijkste doorvoerhaven voor NAVO-reinforcement. Als deze
logistieke stromen stagneren door Russische actie op zee — ik hoef dit
gezelschap denk ik niet te vertellen dat dat al gebeurt — komt het
maatschappelijk leven vrij snel tot stilstand en gaat het licht uit. Dan
hebben burgervervoer, maar ook tanks, vliegtuigen en schepen geen
brandstof meer en moet voedsel worden gerantsoeneerd. Los daarvan
verstoort dit alle militaire versterking en herbevoorrading. Zo zie je
dat nationale belangen en die van de NAVO sterk in elkaar
overlopen.
Voorzitter. Die NAVO-verplichtingen zijn belangrijk. We moeten onze
bijdrage leveren, zodat de oostflank van het bondgenootschap veilig
blijft. Tegelijkertijd is het voor onze nationale veiligheid en voor die
van de NAVO dus net zo essentieel om onszelf te beschermen. Wij kunnen
en moeten bijdragen aan de verdediging van landen in het oosten, maar
helpen deze landen ook om deze kwetsbare aanvoerlijnen te beschermen?
Waar exact ligt onze grootste nationale verantwoordelijkheid? Wat
betekent de nationale verdediging dus concreet in deze nota? Waar wordt
overwogen wat onze rol is als vitaal knooppunt? Op basis van dit gegeven
moet een strategie vormgegeven worden, waarna onvermijdelijk een
prioritering van middelen en materieel volgt. Dat is een beetje de kern
van mijn betoog: waar worden die prioriteiten gemaakt, waar staat de
strategische afweging en welke bescherming moeten wij zelf kunnen bieden
aan onze bevolking en vitale infrastructuur? Een voorbeeld is generaal
De Kruif, die in zijn positionpaper waarschuwde voor de tekorten aan
capaciteit voor lage en geïntegreerde luchtverdediging. Maar wat gaan we
daarmee als eerste beschermen; onze vliegbases en havens, de
infrastructuur? Is dat uitgewerkt? Ik begrijp dat heel veel details niet
openbaar kunnen, maar iets meer blijk geven vanuit het departement van
een doordacht plan hieromtrent zou ons geruststellen.
Daar hoort bijvoorbeeld ook een eerlijk gesprek bij over de onderlinge
concurrentie tussen de krijgsmachtsonderdelen. Ik chargeer: de landmacht
wil meer tanks, de marine meer schepen en de luchtmacht meer
vliegtuigen. De optelsom van hun wensenlijstje is nog geen nationale
strategie; daarvoor moeten de behoeften tegen elkaar worden afgewogen.
Het gaat mij om de onderbouwing: wie bewaakt dat het Nederlands
veiligheidsbelang de doorslag geeft, ook wanneer dat misschien weleens
schuurt met NAVO-doelstellingen of wanneer krijgsmachtsonderdelen een
beetje met elkaar botsen?
Voorzitter. Moderne oorlogsvoering loopt van de fabriek in een
onafgebroken keten naar het front. Een krijgsmacht die langdurig gereed
moet kunnen staan of zelfs moet vechten, heeft een ecosysteem, een
industrie en innovatie nodig die het voortzettingsvermogen dragen. Het
kabinet wil meer Nederlands en Europees inkopen. Dat steunen wij bij
JA21 van harte. Er blijft alleen onduidelijk welke plaats de Nederlandse
industrie daarin precies krijgt. Op de expliciete vraag in een eerder
debat naar het gewenste Nederlandse aandeel, antwoordt het kabinet dat
dit aandeel "fors" moet zijn. Oké, maar wat is "fors" dan, wat betekent
het concreet? De industrie en het mkb schetsen daar heel herkenbare
voorwaarden voor. Ondernemers hebben langjarige opdrachten en een
voorspelbaar afnameperspectief nodig om te kunnen investeren. Ze hebben
passende financiering nodig en een opdrachtgever die de risico's niet
allemaal op hun bordje legt. Bedrijven moeten weten welke rol Defensie
voor hen ziet. Ook moeten Nederlandse bedrijven eerder worden betrokken
bij de plannen en moeten inkoopprocedures toegankelijker worden. Welke
concrete belemmeringen haalt de staatssecretaris nu weg? Waarom benutten
we bestaande samenwerking zoals Defport niet eerst zo goed mogelijk
voordat we weer een nieuw instituut gaan optuigen?
De industrie heeft bovendien behoefte aan betaalbare stroom, fysieke
ruimte, vergunningen en personeel. De Wodg komt eraan: een heel goede
zaak, wat ons betreft. Die zit al vol met regelingen die versnelling
binnen Defensie mogelijk maken. Alleen helpt dit bedrijven niet verder
wanneer zij jarenlang op een wachtlijst staan voor aansluiting op het
elektriciteitsnet of wanneer zij niet kunnen uitbreiden en vernieuwen
vanwege het stikstofslot. De casus rondom de supervezelindustrie
onderschrijft dit alleen maar verder; het staat nota bene in een
Kamerbrief. Het kabinet zelf noemt deze industrie "strategisch
belangrijk" en constateert ook dat hoge energieprijzen internationale
concurrentie onder druk zetten. Bij het debat over het rapport-Wennink
hebben wij de problemen voor het Nederlands bedrijfsleven al uitgebreid
besproken: stikstof, energie, regeldruk et cetera; we kennen het hele
rijtje wel. Hoe ziet het kabinet het voor zich om een ambitieuze
defensie-industrie op te tuigen, terwijl de industrie naar het
buitenland wordt geduwd en de innovatie stokt? We kunnen hier wel meer
geld tegenaan gooien, maar de vraag is of dat helpt. Of zou het toch een
kwestie van beleid zijn? Dat vraagt om een serieus en integraal
kabinetsbreed plan. De huidige begrotingsonderhandelingen bieden ook
weinig hoop.
Voorzitter. De Defensienota ambieert meer Europese zelfstandigheid en
wij delen dat streven, maar over de invulling daarvan wordt nog weinig
gerept. Europa is voor haar verdediging afhankelijk van Amerikaanse
inlichtingen, satellieten en andere essentiële capaciteiten, of wij dat
leuk vinden of niet. Op welke terreinen wil Europa dan zelfstandig
worden? En waarom worden die niet concreet benoemd? Gaan we de
zogenaamde critical capabilities vanaf nul ontwikkelen, of een
operationeel systeem vernederlandsen? Hoeveel tijd gunt het ministerie
zich daarvoor?
Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat het debat wordt overgenomen door
anti-Amerikanisme en anti-Israëlisme. De Verenigde Staten en Israël zijn
en blijven belangrijke bondgenoten en partners. Zij beschikken over
sterke defensie-industrieën, hoogwaardige kennis en veel operationele
ervaring. Het is juist in ons operationele belang om daarvan gebruik te
blijven maken. Onszelf isoleren op basis van morele hoogdraverij is
zinloos en ook contraproductief voor onze veiligheid. De samenwerking
met de Amerikanen binnen het CCA-programma is daar een voorbeeld van.
Daarom vraag ik de staatssecretaris nogmaals of hij kan toezeggen dat er
geen politieke afwegingen te pas komen in de aanschaf van materieel en
het aangaan van samenwerkingen.
Ook bij de luchtverdediging moeten we beschikbare kennis serieus
benutten. De Kamer heeft onze motie aangenomen om bij de uitwerking van
Europese lucht- en raketverdediging actief samenwerking met Israël te
zoeken. Ik vraag naar de stand van zaken van de uitvoering van deze
motie. Ik vraag ook specifiek naar lasertechnologie, onder meer die van
Elbit. Welke Israëlische systemen zijn op korte termijn beschikbaar en
hoe zijn die beoordeeld? Vorige week kondigde Defensie namelijk een
verdere ontwikkeling aan met het Australische EOS. Niets ten nadele van
dat bedrijf, maar bij Elbit is het systeem off the shelf beschikbaar. Is
werken met EOS dan in lijn met de ambitie om zo snel mogelijk een
geïntegreerd luchtschild op te tuigen, terwijl elders geschikte
technologie beschikbaar is? Dan moet wel duidelijk zijn waarom we voor
dit traject kiezen.
Voorzitter. Als we het hebben over het verminderen van ongewenste
afhankelijkheden, ligt er voor JA21 ook wel een prioriteit bij China.
Hier hebben we te maken met een strategische rivaal en de aanschaf van
de Chinese 3D-metaalprinters roept in dat licht ook vragen op. Ik heb de
antwoorden van de staatssecretaris gelezen. Hij wijst erop dat het om
onderzoeksprinters gaat, dat kritieke componenten uit Europa en Japan
komen, en dat de systemen op een afgesloten netwerk kunnen werken. Dat
vind ik best een heel acceptabele uitleg, maar uiteindelijk gaat het om
een bredere vraag: wij zijn in ketens van zoveel industrieën en kritieke
technologieën toch ergens afhankelijk van China. Wordt dat in kaart
gebracht en ligt er een plan om deze kwetsbaarheden te mitigeren?
Voorzitter. Dan de kwestie van de tussenhandel.
De voorzitter:
Voor u verdergaat, heeft u een interruptie van mevrouw Jagtenberg. Dat
is uw laatste.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ja, dank. Inderdaad de laatste. Ik zal de morele kwestie niet aangaan,
maar ik ben wel benieuwd op het punt over China. Er is ook het voorbeeld
van Israëlische scherfvesten waar Chinese vezels in zaten. Ik ben
benieuwd hoe mevrouw Nanninga daarnaar kijkt.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Wij hebben in Nederland een prachtige vezelindustrie en ons standpunt is
altijd: als het Nederlands of Europees kan, moet het Nederlands of
Europees. Als China erbij zit, dan hebben we dat ook liever niet. Dus ik
denk dat het in deze casus heel duidelijk is: wij willen altijd zo
voordelig, zo snel en zo goed mogelijk spullen inkopen, waarbij dat,
waar het kan, Nederlands of Europees moet zijn. Maar ja, wij zien ook
terreinen waarin de VS of Israël gewoon echt verder zijn in kennis en
technologie, of sneller kunnen leveren. Dan zal dat de doorslag moeten
geven. Maar in dit specifieke geval gaat het bij uitstek om iets wat
naar ons idee van Nederlandse bodem zou moeten komen. Daar hebben we een
heel mooi Limburgs bedrijf voor.
De heer Bolhuis (PRO):
Ik wil toch even doorgaan op dit punt. Bij de Nederlandse vezelindustrie
die opgebouwd wordt, verwees u net naar hoge energieprijzen en hoge
lasten. Dat betekent dus dat het best wel duur is, ten opzichte van
China, om dat hier in Nederland op te bouwen en af te nemen.
Tegelijkertijd denk ik: strategische autonomie heeft ook gewoon een
prijs en die moeten we dan bereid zijn te betalen. Hoe reflecteert u
daarop? We kunnen immers niet allebei hebben, we kunnen niet goedkope,
snelle levering hebben en tegelijkertijd strategische autonomie.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik ga deze zin niet vaak uitspreken, maar: dat ben ik helemaal met de
heer Bolhuis eens. Dat is altijd een afweging. Aangezien China op
meerdere fronten wat problematisch is, vind ik wel dat je inderdaad een
prijs betaalt om géén zaken met ze te doen waar dat kan. Dat zul je
natuurlijk per product moeten afwegen. Neem het voorbeeld van de
scherfvesten. Als scherfvesten van Nederlandse makelij door het beroerde
vestigingsklimaat hier, het ondernemersklimaat hier, wat duurder zijn,
dan staat toch de veiligheid voorop. Dat is natuurlijk niet per se China
spekken. Dat zul je echt per product, per traject en per systeem moeten
afwegen, maar die afweging ligt er. Ja, dat ben ik met u eens.
De heer Bolhuis (PRO):
Ik maakte die opmerking even, omdat de heer Van Dijk het net over dit
soort zaken had. Dat was een heel goed punt. Hoe gaan we als Kamer of
als politiek om met de financiële controle? Hoe wegen we het als we een
innovatie gaan doen die bijvoorbeeld kosten met zich brengt omdat het
een keer misgaat? Daar zouden we dan wat beter mee om moeten gaan.
Strategische autonomie heeft ook een prijs. We moeten niet voor een
dubbeltje op de eerste rij willen zitten. Ik vind het wel goed om dat in
deze commissie zo te bespreken. Ik ben gewoon benieuwd hoe mevrouw
Nanninga en de heer Van Dijk hiernaar kijken.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Voorzitter, met uw welnemen. Ja, dat is een mooie discussie, die we
zeker moeten voeren, maar ik proefde 'm een beetje anders bij de heer
Van Dijk. Dat ging volgens mij meer om innovatie. Tenminste, zo hebben
wij het opgevat. Af en toe moet je met een beetje lef investeren in
start-ups die misschien goede ideeën hebben. In Oekraïne doen ze dat
ook. Het is net als met het bakken van pannenkoeken: er mislukt er
weleens eentje. Dat is een risico dat het departement van Defensie
misschien moet willen nemen, en dan is het niet fair om de
bewindspersoon daar keihard op af te rekenen. Dat is echter een andere
discussie. Die moeten we niet door elkaar halen met de discussie over
een andere component: met wat voor partijen wil je zakendoen bij
concrete dreigingen of geopolitieke issues? Het is natuurlijk ontzettend
leuk als Rusland heel goedkoop spullen aanbiedt, maar ik denk dat we die
niet moeten willen. Dat is een andere discussie. Zoals ik het opvatte,
zei de heer Van Dijk gewoon: zorg voor een bloeiend investeringsklimaat
waarin dat ook wordt geaccepteerd en waarin dus niet meteen vanuit deze
Kamer naar de bewindspersonen wordt gewezen als een investering in een
ogenschijnlijk veelbelovend dronebedrijfje toch niet uit de verf komt.
Zo lees ik 'm in ieder geval. Die discussie moeten we natuurlijk zeker
voeren. Daar gaan we het nu dus over hebben.
Een ander ding is de beruchte tussenhandelaar. Daar ligt natuurlijk wel
een financiële verantwoordelijkheid. Dat gaat gewoon over echt malafide
gedrag. Daar moeten we het natuurlijk wel over hebben. Laat ik één ding
heel duidelijk zeggen: het gaat mij niet om een heksenjacht, het gaat
mij niet om die handelaar als persoon en het gaat mij zeker niet om de
personen tegenover mij, om het even lekker moeilijk te maken. Het gaat
om het vertrouwen van het publiek en van ondernemers in Defensie. Het
gaat erom wat er gebeurt met ons belastinggeld. Ik noemde het aan het
begin van mijn betoog: voor dit alles is draagvlak enorm van belang. Dat
wordt door dit soort gevallen natuurlijk wel misschien minder.
Het geval van de tussenhandelaar. Voor minstens 200 miljoen euro
bestelde Defensie bij DTS Armory en Aurexys B.V. boten en wapens voor
Oekraïne. Onderzoek van Follow the Money laat zien hoe deze
tussenhandelaar zich tussen Defensie en leveranciers in heeft gewurmd.
Al langer is bekend dat zijn bedrijven omringd zijn met
integriteitsschandalen. Vergunningen zijn niet op orde en er lopen zelfs
strafrechtelijke zaken. Nog ernstiger is wat de leveranciers van die
tussenhandelaar is overkomen. Er zijn er die al maanden wachten op
betaling. Gaandeweg worden bepalingen in contracten aangepast, al dan
niet frauduleus, en wordt door de tussenhandelaar met beslaglegging
gedreigd. Het zijn gewoon Nederlandse mkb-bedrijven die hier zwaar onder
lijden. Defensie is hier ruimschoots van op de hoogte en kende zelfs
signalen over voorkennis en de rol van eigen medewerkers, maar Defensie
zette de samenwerking toch via een andere vennootschap voort. Dat
begrijp ik niet. Daarmee heeft Defensie het probleem immers in stand
gehouden. Wie wist wat wanneer? Is er onafhankelijk onderzoek gedaan? Is
de Rijksrecherche überhaupt ingeschakeld en, zo nee, waarom niet? In
juni hebben wij het hier al over gehad. Toen zei de staatssecretaris dat
Aurexys B.V. de juiste vergunning had. Maar wat schetst onze verbazing?
Een dag later stond dat bedrijf tegenover de rechter en stelde het dat
wegens stilgelegde vergunningsafspraken de bedrijfsactiviteiten niet
konden worden uitgevoerd. Dat lijkt me tegenstrijdig. Hoe zit dat? De
staatssecretaris heeft bovendien zelf erkend dat de contracten met DTS
Armory konden worden ontbonden. Maar hij koos voor een overdracht aan
Aurexys, omdat daarmee volgens hem snellere levering tegen de bestaande
prijs mogelijk bleef. Maar dat is een keuze.
Nu blijkt dat de boten al maanden stilliggen en dat de bijbehorende
wapens nog niet zijn geleverd. Dit komt uit openbare bronnen. Ik zeg
hier geen rare dingen, denk ik. Maar wat blijft er dan over van de
rechtvaardiging voor die keuze? Welke mogelijkheden om de huidige
samenwerking te beëindigen zijn tegen deze nieuwe feiten afgewogen?
Waarom is die samenwerking nog niet beëindigd? De staatssecretaris
noemde in het vorige debat dat er geen onherroepelijke veroordeling is,
maar dat sluit ingrijpen niet uit. Een zogenoemde "aannemelijk gemaakte
ernstige beroepsfout" kan reden zijn voor uitsluiting.
En ja, ik heb geen ministerie vol knappe juristen, maar dat heeft de
overkant van de tafel wel en dan moet het toch mogelijk zijn. Hoeveel
signalen dat deze samenwerking beëindigd moet worden, hebben de
bewindspersonen nog nodig? Heeft Defensie die mogelijkheid überhaupt
onderzocht? Zo ja, kan de staatssecretaris dan onderbouwen waarom dat
niet is gebeurd? Kan hij ook aangeven wat de meerwaarde is van het
gebruikmaken van dit type tussenhandelaar? Hebben we niet genoeg
specialisten bij Commit?
Nog een vraag. Zijn die boten en wapens eigenlijk al geleverd? Dit vraag
ik ook aan de minister, die medeverantwoordelijk is voor de steun aan
Oekraïne. Ik wil graag dat er een overzicht naar de Kamer komt van wat
er nou werkelijk uiteindelijk door deze tussenhandelaar aan Defensie en
Oekraïne is geleverd. Ik snap dat dat niet heel gedetailleerd kan, maar
zeg het dan in bedragen of in aantallen units of iets dergelijks. Ik
snap ook dat daar gevoelige informatie bij zit.
Daarnaast vraag ik de bewindspersoon even een moment van bezinning in te
lassen. Juist in deze tijd, waarin Defensie zo veel vraagt van de
samenleving, qua budget en fysieke en juridische ruimte — een flink
beslag op de leefomgeving — is dat draagvlak echt enorm van belang. Is
de minister het daarmee eens en is het dan ook niet zaak dat Defensie
zich integer opstelt, ook als de druk om te kopen hoog is, en zich niet
inlaat met dergelijke partijen? Deze partijen rommelen met vergunningen,
zijn in strafzaken verwikkeld, onderhouden oneigenlijke contacten met
Defensiepersoneel, uiten juridische dreigementen en persen leveranciers
af. Dit zijn nog maar enkele voorbeelden. Ik heb er nog meer, maar daar
hebben we niet genoeg tijd voor. Kunnen de bewindspersonen het dus echt
verantwoorden dat de contacten met deze tussenhandelaar worden
voortgezet?
Voorzitter. Ik zeg er wel bij dat ik geen genoegen neem met het antwoord
dat er over individuele casuïstiek niet wordt gepraat. Dit is een
fundamenteel probleem, waarover ook uitvoerig in de pers is bericht en
waar het publiek gewoon een antwoord op verdient.
Tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. De Commandant der Strijdkrachten zei het vorige week
treffend: "We worden niet simpelweg een grotere versie van wat we waren.
We gaan naar een heel andere krijgsmacht."
Mensen blijven de belangrijkste factor in de krijgsmacht, maar veel
wordt onbemenst en digitaal. Nederland heeft de afgelopen decennia een
vooraanstaande internationale positie opgebouwd in hoogwaardige
kennisintensieve defensietechnologie, met name op het gebied van radar,
satelliettechnologie en sensoren, maar ook op het gebied van drones.
Defensie kiest voor een mix van hoogwaardige systemen en betaalbare
massa, zo lezen we in de voorliggende nota.
Een van de experts aan de rondtafel wees er vorige week op dat Nederland
in staat moet zijn eigen munitie voor een deel zelf te produceren,
enerzijds met het oog op het voortzettingsvermogen in een mogelijk
conflict, maar anderzijds omdat binnenlandse munitieproductie de
mogelijkheid biedt om bij andere landen schaarse munitiesoorten te
verkrijgen. Erkent het kabinet dat munitie in oorlogstijd een ruilmarkt
is? Ziet de staatssecretaris noodzaak en ruimte voor een zelfscheppende
munitie-industrie in Nederland? Of is verder specialiseren in waar we nu
al goed in zijn de weg voorwaarts?
Voorzitter. Het kabinet kent de SGP als een partij die zuinig is op de
eigen maakindustrie. Onze Nederlandse industriële basis kunnen we alleen
versterken als Defensie langjarige vraagzekerheid biedt en als bedrijven
niet beperkt worden in hun groeiambities. In hetzelfde rondetafelgesprek
benadrukten experts dat Defensie weg moet van traditionele
opdrachtgever-klantrelaties. Ook de staatssecretaris heeft dat meermalen
beaamd. De situatie in de wereld dwingt ons om hechte langdurige
partnerschappen aan te gaan met bedrijven en kennisinstellingen. Bij een
concreet conflict moet Defensie snel kunnen opschalen om het
voortzettingsvermogen van de krijgsmacht te waarborgen. Een stabiele
nationale basis is daarbij van cruciaal belang.
Het "wat" in de Defensienota is duidelijk, maar het "hoe" nog niet.
Daarom vraag ik de staatssecretaris: waar wil het kabinet precies
naartoe met het Nederlandse Defensie-ecosysteem? Hoe heeft het
ministerie in het belang van onze veiligheid de afgelopen jaren de regie
gepakt om ketenpartners bij elkaar te krijgen en inkoopprocedures te
vereenvoudigen? Deelt de staatssecretaris de inschatting dat zo'n 3.000
mkb-bedrijven die nu nog niet actief zijn in de keten, relatief snel
kunnen instromen om als ketenpartner te kunnen leveren aan
eindproducenten?
De SGP ziet de toegevoegde waarde van de Defensie Innovatie en
Opschaling Autoriteit. Daarmee kunnen ervaringen van het front sneller
hun weg vinden naar de tekentafel en kan Defensie beter inspelen op
snelle technologische ontwikkelingen. Tegelijkertijd is dit vooral een
zaak van lange adem. De resultaten en opbrengsten daarvan zullen we pas
op termijn zien.
In de nota wordt gesproken over een afnamegarantie bij
innovatietrajecten. Deze lijkt vooral bedoeld om zogenoemde mutuals
mogelijk te maken: innovatieve trajecten met een potentiële impact op de
middellange en lange termijn. Dat roept de vraag op of er voldoende
urgentie wordt gevoeld om bewezen en snel inzetbare oplossingen op korte
termijn op te schalen, terwijl daar evengoed vaak voorfinanciering bij
nodig is. Komen producenten alleen bij innovatieve
productontwikkelingstrajecten in aanmerking voor een afnamegarantie? Hoe
wordt bepaald of een businesscase innovatief genoeg is om hiervoor in
aanmerking te komen?
De SGP kan heel ver meegaan met het pleidooi voor Europese strategische
autonomie. Niemand zit te wachten op versnippering, verkwisting van
belastinggeld of wapensystemen die niet goed op elkaar aansluiten. Veel
systemen en capaciteiten zijn zo geavanceerd en kostbaar dat
afzonderlijke landen niet in staat zijn om deze zelfstandig te
ontwikkelen of aan te schaffen. De NAVO-capaciteitsdoelstellingen en
regionale plannen blijven leidend voor wat we inkopen, maar de Europese
defensiesamenwerking is hierbij onmiskenbaar nodig.
Tegelijkertijd verwoordde de SACEUR, de opperbevelhebber van de NAVO in
Europa, afgelopen maandag in het Europees Parlement een hartenkreet van
veel militairen toen hij stelde: "Een focus op waar iets wordt gemaakt
in plaats van hoe goed iets presteert op het slagveld, dient alleen onze
tegenstanders. Onze mannen en vrouwen kunnen we alleen met het
allerbeste materiaal het veld in sturen." Is de staatssecretaris het met
ons eens dat kwaliteit altijd voor herkomst gaat? Waar ligt voor het
kabinet het omslagpunt? Hoeveel meerkosten, langere levertijd of extra
onzekerheid is het kabinet bereid te accepteren wanneer de keuze voor
een "made in Europe"-product aantoonbaar bijdraagt aan de versterking
van de Europese defensie-industrie en onze strategische autonomie?
Hoe neemt het kabinet bij keuzes over Europese defensiesamenwerking het
perspectief van niet-EU-NAVO-bondgenoten mee? Het Verenigd Koninkrijk,
maar ook Noorwegen, Turkije en Canada kijken vanuit een andere
institutionele positie naar de verhouding tussen Europese en
trans-Atlantische samenwerking. Laat het kabinet zijn voordeel doen met
deze inzichten.
Voorzitter. Als de SGP één advies zou mogen meegeven aan de
staatssecretaris, zou het het volgende zijn. Schiet niet van de ene in
de andere kramp. Houd het hoofd koel en draag in de ambitie om autonoom
te worden niet zelf onbedoeld bij aan verdere verwijdering of nieuwe
kwetsbaarheden. Vandaag zijn het de VS en Israël, morgen is er misschien
wel een Europese bondgenoot bij wie we ongemak voelen als het electoraat
verder op drift raakt.
Een substantieel deel van onze antitankwapens, counterdronecapaciteit en
raketartillerie komt uit Israël of is gebaseerd op Israëlische
technologie. Dat Defensie vorig jaar voor 1,13 miljard in Israël
inkocht, was geen liefdadigheid of ideologie, maar gewoon bittere
noodzaak. Veel van deze technologie bewijst momenteel zijn waarde in
Oekraïne. Het afbouwen van samenwerking met de Israëlische
defensie-industrie is niet in ons veiligheidsbelang en het is heel
veelzeggend, vind ik, dat Europese bondgenoten die dichter bij Rusland
liggen, juist wel zaken blijven doen. In het licht van de boycot of het
gedram over een Palestijnse staat denk ik dat we überhaupt blij mogen
zijn als Israël in de toekomst bereid is om nieuwe contracten aan te
gaan. We gaan Israël nog hard nodig hebben, vooral voor onze
luchtverdediging.
Graag hoor ik, mede in het licht van mijn eerder aangenomen motie, of de
staatssecretaris vorderingen kan melden over de realisatie van een
Europees lucht- en raketverdedigingssysteem.
Tot zover. Dit is mijn slot.
De voorzitter:
Dat is een mooie timing. U heeft een interruptie van de heer Bolhuis.
Dat is zijn laatste.
De heer Bolhuis (PRO):
Ik ben heel erg benieuwd geworden door het betoog van meneer Van Dijk.
Er is heel veel discussie over Israël en de inkoop. Wij vinden dat het
minder moet. Ik ben heel erg benieuwd hoe meneer Van Dijk heeft kunnen
vinden dat alles wat ingekocht is in Israël, echt noodzakelijk is. Dat
kunnen we namelijk nergens lezen. Dan mijn tweede vraag. Wilt u op
termijn, als dat kan en een en ander gewoon mogelijk is in Europa, de
inkoop in Israël wel afbouwen?
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor deze vraag. Ik ga op het laatste punt in. Ik begrijp heel goed
de lijn dat we in Europa moeten doen wat we in Europa kunnen doen, zodat
je minder afhankelijk bent van landen verderop. Dat is een lijn waar ik
me van alles bij kan voorstellen. Voor mij blijft echter wel het
criterium staan dat we onze vrouwen en mannen van Defensie met het
allerbeste spul de strijd in moeten kunnen sturen. Als andere landen
buiten Europa dat beter kunnen dan wij in Europa, dan geven we daar
voorrang aan.
Dan even de vraag over Israël. Ik weet niet of ik hem helemaal goed
begrijp, maar volgens mij is het onmiskenbaar en onbetwist dat er geen
land is dat zo veel aan innovatie heeft gedaan en zo veel uitgekiende
systemen heeft bedacht als Israël, mede gelet op zijn ervaringen. Israël
is namelijk een land dat sinds 1948 onder vuur ligt van omliggende
landen, die zoeken naar zijn vernietiging. Ik denk zeker ook aan
verdediging tegen raketten et cetera. Om het heel simpel te zeggen: we
zouden toch wel oerdom zijn als we ons niet uitermate zouden inzetten
voor het benutten van die kennis ook voor onze veiligheid?
De voorzitter:
Dan is het woord aan mevrouw Jagtenberg.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank, voorzitter. Ik wil graag beginnen met een update vanuit Oekraïne,
om aan te geven waar we het allemaal voor doen. Poetin heeft per decreet
een opschaling van het Russische leger aangekondigd. De Russen hebben de
raket- en droneaanvallen enorm opgeschaald. Ze vallen niet meer alleen
's nachts aan, maar vallen nu 24/7 aan. Met name burgerdoelen, zoals
woonwijken, tankstations en supermarkten, krijgen het te verduren. Ze
hebben het zelfs voor elkaar gekregen om zo 80% van de schoolboeken voor
komend schooljaar te vernietigen. Ze proberen de wil van de
burgerbevolking echt helemaal kapot te maken, maar doen dit juist ook
omdat ze aan het front geen meter weten te winnen.
Dit debat gaat over twee dingen: de veiligheid van Europa en de vraag
hoe we iedere euro die we aan defensie uitgeven, verstandig inzetten. De
krijgsmacht groeit en daarmee groeit ook de behoefte aan nieuw
materieel. De vraag is echter niet alleen wat we vandaag kunnen kopen.
Het gaat ook om de vraag van wie we morgen afhankelijk willen zijn. Voor
D66 is het duidelijk dat Europese samenwerking het uitgangspunt moet
zijn. Door samen te werken kunnen we sneller capaciteit opbouwen,
slimmer inkopen en onze afhankelijkheid van landen buiten Europa
verkleinen.
Tegelijkertijd bieden de groeiende defensie-uitgaven een kans om onze
eigen kennis, innovatie en defensie-industrie te versterken. Nederland
moet dus niet alleen meer investeren in defensie, maar ook strategischer
investeren, in een sterke Europese defensie, in Nederlandse innovatie en
in een industrie die kan opschalen wanneer dat nodig is. Zo versterken
we niet alleen onze krijgsmacht, maar ook onze strategische autonomie en
uiteindelijk de veiligheid van Nederland. Na jaren aan technologische
innovaties voor Defensie te hebben gewerkt, durf ik best wel te zeggen
dat we echt geen innovatieprobleem hebben; we hebben een
implementatieprobleem. Vrijwel alle puzzelstukjes voor innovatie hebben
we in huis. We hebben hoogwaardig onderwijs en onderzoek. We hebben
internationaal gerenommeerde kennisinstellingen en een industrie van
wereldklasse. De vraag is dus niet of we kunnen innoveren. De vraag is
hoe we ervoor zorgen dat die innovaties daadwerkelijk bij de krijgsmacht
terechtkomen en worden omgezet in slagkracht en strategische autonomie.
Daarom kijk ik vol belangstelling naar de Defensie Innovatie Opschaling
Autoriteit en de nieuwe naam daarvan. Vol verwachting klopt ons hart om
te horen hoe deze bestaande puzzelstukjes aan elkaar worden gelegd. Welk
tijdspad ziet de staatssecretaris nu voor zich voor het oprichten van
deze autoriteit? Hoe zet de staatssecretaris in op het sluitend maken
van de innovatieketen? Dus van probleem en idee tot validatie en
implementatie.
De implementatie blijkt een weerbarstige realiteit. Neem 3D-printen. Een
paar jaar geleden was er vanuit het Amerikaanse bedrijfsleven een
wereldwijde uitvraag om voor het Amerikaanse leger een zeer complex
onderdeel met metaal te 3D-printen. Van alle bedrijven over de hele
wereld was er één partij die de uitdaging aandurfde. Je voelt 'm al
aankomen: dat was een Nederlandse partij. En het lukte ze nog ook.
Nederland investeert namelijk veel in deze technologie, onder andere via
mooie publiek-private samenwerkingen. Maar dan. Als Defensie zelf
3D-printers koopt, doet de staatssecretaris dat tot ieders verbazing in
China, onder het mom van: het draait soeverein op onze eigen secure
servers, dus er is geen risico. Het risico zit niet alleen in het delen
van gevoelige data. Het risico zit net zo goed in het verwaarlozen van
onze eigen nationale strategische capaciteiten en daarmee ook in het
weggooien van eerdere investeringen in onderzoek en innovatie, die juist
bedoeld waren om die capaciteiten op te bouwen. Kan de staatssecretaris
uitleggen hoe dit kan? Wat gaat de staatssecretaris doen om ervoor te
zorgen dat elke euro die wij in innovatie stoppen ook daadwerkelijk
wordt omgezet in Europese slagkracht en strategische autonomie?
Want dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Vol verbazing las ik het
bericht dat Defensie scherfvesten bij het Israëlische bedrijf Elbit
inkoopt, waarin vervolgens Chinese supervezels zijn verwerkt. Dat
terwijl in de Defensienota toch expliciet staat benoemd dat China een
bedreiging vormt. Er is een aangenomen Kamermotie die het kabinet vraagt
de Nederlandse afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie af te
bouwen. Hoewel de staatssecretaris nu in actie lijkt te komen, valt het
moeilijk met elkaar te rijmen dat dit überhaupt gebeurt en dat er pas na
aandringen van de Kamer actie wordt ondernomen. Hoe heeft dit zo kunnen
gebeuren? Er is gewoon een Nederlandse partij die deze supervezels
maakt.
Industrie is een strategische capaciteit. De Defensienota onderstreept
dat principe, maar de praktijk — laat ik het positief zeggen — kan
beter. Is de staatssecretaris het met mij eens dat het waarborgen van
een strategische defensie-industriële capaciteit meer industriepolitiek
vraagt? Hoe gaat de staatssecretaris dat principe in de toekomst
toepassen en voor welke concrete programma's?
Ik wil begrijpen hoe het kan dat we enerzijds massaal zeggen "meer
Europees" en dat we zo snel mogelijk willen stoppen met aankopen in een
land als Israël, maar dat er vervolgens toch in Israël wordt gekocht.
Tegelijkertijd ontbreekt nog ieder spoor van een duidelijk beleid om
onze Amerikaanse afhankelijkheden af te bouwen. Daarom mijn vraag aan de
staatssecretaris: waar maakt u in het hele DLP, het Defensie Lifecycle
Plan, van de eerste behoefte via aanschaf en onderhoud tot de
uitfasering van een wapensysteem de afweging dat een kritieke aankoop
buiten de EU beter is voor onze veiligheid dat een aankoop bij een
Europese partner? Hoe is in dat proces het belang van een sterke
Europese industrie en Europese productiecapaciteit meegewogen?
De samenvattende vraag aan de staatssecretaris is: hoe zorgt u ervoor
dat innovatie, inkoop en industriepolitiek voortaan niet los van elkaar
worden bekeken, maar als één onderdeel van onze strategische veiligheid
en autonomie?
De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Jagtenberg stipt de wapeninkopen uit Israël aan. Ik heb het idee
dat D66 als het gaat om wapeninkopen uit Israël toch enigszins twee
gezichten heeft. Voor de verkiezingen stemde D66, in 2025, voor een
motie "per direct geen nieuwe orders meer bij de Israëlische
defensie-industrie". Na de verkiezingen, stemt D66 tegen een motie die
hetzelfde luidt: geen nieuwe deals Israëlische defensie-industrie. Nota
bene in een kabinet koopt D66 alleen dit jaar al voor 163 miljoen euro
wapens van Israëlische defensiebedrijven. Hoe kan D66 die twee gezichten
hebben? Ze zeggen voor de verkiezingen dat het allemaal moet stoppen,
maar leveren na de verkiezingen niet. Integendeel, ze blijven gewoon
kopen. Ze blijven gewoon de pinautomaat van Netanyahu. Dat is wat D66
doet.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Hier kunnen we vrij duidelijk over zijn: wij willen er zo snel mogelijk
van af. Maar we zien dat we ook voor het dilemma staan dat we zelfs voor
scherfvesten afhankelijk zijn van Israël. Dan willen we ook in de
overweging die we maken, meenemen dat de veiligheid van onze militairen
ook wel echt heel belangrijk is. Maar wij komen, zoals ik vandaag ook in
mijn betoog zeg, met voorstellen om ervan af te gaan. Volgende week kom
ik ook met een groter voorstel, dat ik nu verder aan het uitwerken ben,
voor hoe we dat concreet voor elkaar kunnen krijgen.
De heer Van Baarle (DENK):
Ervan afgaan, eventueel, in de toekomst? D66 heeft gewoon twee
gezichten. Voor de verkiezingen zei D66: per direct ermee stoppen.
Klopte dat toen dan niet? Was dat een misvatting? Na de verkiezingen
zegt D66: daar zijn we tegen; misschien moeten we er in de toekomst van
afgaan. D66 gireert in dit kabinet gewoon 163 miljoen euro naar
Netanyahu. Die twee dingen kunnen niet naast elkaar bestaan. Of D66
heeft toen dus een fout gemaakt. Zeg dat dan eerlijk. Zeg dan gewoon
eerlijk tegen de mensen in dit land: wij vinden dat we nu gewoon nog bij
Israëlische wapenbedrijven kunnen kopen. Wees daar dan eerlijk over als
D66. Of de kiezer is een rad voor de ogen gedraaid door D66. Dan heeft
D66 de kiezer die het belangrijk vond om een vuist te maken tegen de
criminele staat Israël keihard laten vallen. Dat is allebei kwalijk. Het
is kwalijk dat D66 dat doet in allebei de gevallen.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Mijn fractie staat voor zo snel mogelijk afbouwen, maar ook voor de
veiligheid van onze militairen. Ik kom met concrete plannen voor hoe we
dit kunnen gaan doen, voor hoe we Europese alternatieven gaan
verwezenlijken en ook de veiligheid van onze militairen kunnen
waarborgen. Ik neem toch aan dat de heer Van Baarle ook voor de
veiligheid van onze militairen staat.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Recent was in het nieuws te lezen dat België een uitweg zoekt uit de
samenwerking met Nederland voor de vervanging van de M-fregatten en voor
Italiaanse fregatten kiest. Een paar dagen daarvoor had de Kamer nog een
brief gehad van de staatssecretaris waarin staat dat de gesprekken nog
lopen. In de kabinetsbrief van gisteren lezen we dat de gesprekken nog
steeds gaande zijn, maar dat vanwege de commercieel vertrouwelijke
inhoud van de gesprekken niet ingegaan kan worden op de berichtgeving in
de media. Het doet mij vermoeden dat dit nieuws voor het ministerie ook
onverwachts kwam. Hoe kan het dat er zo'n verschillende lezing is van de
stand van zaken? Wat kunnen we voor het vervolg verwachten? Aangezien
dit project onderdeel is van een bredere maritieme samenwerking: heeft
dit nog impact op het project Vervanging mijnenbestrijdingscapaciteit?
Kan de staatssecretaris toezeggen na elk volgend overleg met de
bilaterale Joint Steering Committee de Kamer op de hoogte te houden van
de voortgang, desnoods via een vertrouwelijke brief?
Voorzitter. Ik werd bijna wat negatief. Als eeuwige optimist wil ik dus
graag weer wat positieve kansen belichten. Als er één gebied is waarop
Nederland keer op keer heeft laten zien grootst te kunnen handelen, dan
is het wel de ruimte. In 2008 stuurden studenten van de TU Delft een
satelliet ter grootte van een melkpak de ruimte in, de Delfi-C3. Hij was
ontworpen om slechts drie maanden mee te gaan, maar hij bleef maar
liefst vijftien jaar in de ruimte. Een prachtig voorbeeld van Nederlands
pionierschap: met een klein budget, een flinke dosis lef en slimme
techniek kun je zelfs vanuit een studentenproject de sterren bereiken.
In een eerder debat heb ik al een heel betoog gehouden over BRIK-II. Een
ander voorbeeld van dit jaar nog waren de zonnepanelen van Airbus
Nederland die de Artemis van energie heeft voorzien tijdens haar
maanmissie. Ik zou zo echt nog minutenlang door kunnen gaan, maar ik wil
ook niet het gras voor de voeten van de staatssecretaris wegmaaien. Ik
wil hem zelf graag laten vertellen over het PAMI-1-project. De kern is
dat we pas aan het begin staan van het besef van wat ruimtelijke
capaciteiten voor ons kunnen betekenen, welke oplossingen er vanuit de
ruimte geboden kunnen worden voor problemen die nu nog astronomisch
lijken. Denk bijvoorbeeld aan de schaduwvloot en aan sabotageacties op
de Noordzee. Hoe mooi zou het zijn als ook de marine, de landmacht en
andere departementen meer gebruik zouden kunnen gaan maken van de
ruimteoplossingen vanuit de industrie en vanuit de Space Command? Is de
staatssecretaris bereid om de mogelijkheden van spacegerelateerde
oplossingen samen met de Space Command Defensiebreed en
interdepartementaal onder de aandacht te brengen? Wat betreft het meer
denken in operationele effecten: kan de staatssecretaris toezeggen het
interdepartementale overleg voor de bescherming van de Noordzee
proactief urgentie te geven en sterker door te pakken op de
mogelijkheden die onze nationale space-capaciteiten hiervoor
bieden?
De Defensienota spreekt over eigen ruimtecapaciteiten en een soevereine
satellietlaag. Een mooi streven, maar in de begroting zie ik dit nog
niet terug in een projectbedrag of in de planning. Ik vraag daarom twee
dingen. Maak een concreet plan voor deze ambities, een meerjarige
roadmap voor ruimte, met Defensie als eerste klant. Bedrijven investeren
namelijk graag mee in de productie als er afnamezekerheid is. En geef
ruimtetechnologie een eigen thema in de nieuwe opschalingsautoriteit en
laat Nederland zich als koploper melden bij de Europese ruimteprojecten
zodat het goed aansluit op de ambities binnen de Defensiestrategie voor
industrie en innovatie. Kunnen de bewindspersonen dit toezeggen?
Voorzitter. Een paar weken geleden was ik met een aantal regionale
bestuurders op bezoek bij Unmanned Valley. Waar het merendeel van de
Nederlanders dit kennen van de hangar waar de musical Soldaat van Oranje
jarenlang heeft gedraaid, is dit nu een van de testgebieden voor drones
die Nederland te bieden heeft. Maar ondanks goede inzet belemmeren
complexe regelgeving en onvoldoende structurele financiering verdere
groei. Hoe kan het dat ondanks alle goede intenties het "Beyond Visual
Line of Sight"-testgebied voor drones boven de Noordzee nog steeds niet
operationeel is? Wat wordt er gedaan aan het korten op de Inspectie
Leefomgeving en Transport op specifiek het gebied van onbemande
luchtvaart? Sure, dit is van IenW, maar het is ook écht in het belang
van Defensie. Welke opvolging heeft u tot op heden gegeven aan mijn
motie over een regiegroep drones?
Voorzitter. Om een bruggetje te slaan naar de inbreng waarmee ik mijn
betoog begon: Rusland heeft inmiddels de welbekende Shahed-drones en
Geran-drones uitgerust met straalmotoren; het werd al verteld door
collega Van Lanschot. Deze drones zijn te snel om te worden
uitgeschakeld door de interceptors die de Oekraïners hebben. Dit is een
concreet probleem, waar een concrete oplossing voor moet komen. Oekraïne
zet nu F-16's in tegen deze drones, maar veel van de F-16's staan helaas
aan de grond wegens uitblijvend onderhoud. Daar is westerse hulp voor
nodig. Ook is er nog maar beperkte bewapening voor de F-16 zoals
air-to-air missiles en de 20 millimeterkogels. Hoe gaat het kabinet
Oekraïne ook daarbij concreet ondersteunen? Ik wil alvast aankondigen
dat ik volgende week zal komen met een counterdronevoorstel, specifiek
voor dit onderwerp.
Voorzitter. Tot slot. Het debat van vandaag laat wat mij betreft één
ding heel duidelijk zien: Nederland heeft ontzettend veel in huis. We
hebben kennis; we hebben innovatieve bedrijven; we hebben talent, van
3D-printer tot drones, van satellieten tot onbemenste systemen. In de
Defensienota ligt een duidelijke stip aan de horizon. Onze vrede en
veiligheid vragen immers om een Nederland dat niet afwacht, maar vooruit
durft te lopen. Een Nederland dat zelf de technologie ontwikkelt, zelf
de kennis opbouwt en samen met Europese partners de regie houdt. Dat
betekent dat we niet alleen moeten investeren in meer defensie, maar ook
in innovatiekracht die ons morgen veilig houdt, in onze bedrijven, onze
kennisinstelling en in Europese samenwerking. Niet alleen reageren op de
wereld van vandaag, maar bouwen aan de wereld van morgen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geeft ik het woord aan de heer Bolhuis.
De heer Bolhuis (PRO):
Voorzitter, dank u wel. We gaan in 2027 14,1 miljard euro uitgeven via
het Defensiematerieelfonds. We hebben zelfs 40% overgeprogrammeerd om
het budget hopelijk uit te kunnen geven. PRO steunt de noodzakelijke
investeringen in de krijgsmacht, maar het kabinet moet die miljarden
belastinggeld wel op een verantwoorde en zo transparant mogelijke wijze
uitgeven. Wat ons betreft is dat aan Nederlandse en Europese veiligheid
en autonomie en niet aan Amerikaanse en Israëlische afhankelijkheden en
risico's. We vinden dat Nederland sterker moet werken aan
Europees-strategische autonomie en het afbouwen van afhankelijkheden van
Amerikaanse en Israëlische wapensystemen.
De Defensienota praat hier niet over. Experts zeggen zelfs dat die wat
naïef is met betrekking tot de trans-Atlantische verhoudingen. De
cruciale vraag, die we ook moeten stellen, is wat er nodig is om ons
veilig te houden zonder de Amerikanen. Maar die vraag wordt niet gesteld
en zeker niet beantwoord. De Defensienota spreekt zelfs van het
intensiveren van de samenwerking met de VS. Dat zien we nu ook gebeuren.
Waar er in 2024 slechts 9,5% van het totale inkoopvolume bij Defensie
naar de Verenigde Staten ging, is dat in 2026, in de periode tot en met
augustus, gegroeid naar 31,8%. Terwijl de Kamer schreeuwde om minder
Amerika, deed Defensie het tegenovergestelde. Eenzelfde beweging zien we
voor de Israëlische afhankelijkheden. We zijn dat soort afhankelijkheden
op dit moment eigenlijk aan het vergroten, en dat is zorgelijk. In het
coalitieakkoord staat dat 50% van het materieel in Europa of in het
eigen land moet worden aangeschaft en dat 40% van het materiaal met
Europese partners moet worden aangeschaft. Dat zijn prima plannen. Die
steunen wij ook, maar hoe de regering dat op termijn wil realiseren, is
niet duidelijk. Hoe werken we daarnaartoe?
Het is goed dat de laatste Stand van Defensie ter uitvoering van moties
van collega Piri en anderen rapporteert over het percentage inkoop in
Nederland en in Europa. Collega Van Lanschot zei dat ook. Wij blijven
wel van mening dat de licentieproductie van niet-Europese systemen
daarbij niet moet worden meegerekend. Dat is echt vervuiling. Dat zit
erin, maar dat vinden wij vervelend. Dat is volgens mij niet hoe we dit
moeten doen. Het gaat echt over Europese systemen en licenties. Wat wij
graag willen is dat Defensie een duidelijk stappenplan opstelt om
afhankelijkheden van materieel van buiten Europa af te bouwen. Dat kan
niet volledig. Dat snappen wij ook, maar nu is niet duidelijk hoe dat
gaat gebeuren. Kan de regering — de staatssecretaris, denk ik — in kaart
brengen welke Europese alternatieven er zijn voor de bestaande
niet-Europese wapensystemen? Wat wordt het stappenplan voor de
vervanging daarvan? Kan hij de Kamer hierover rapporteren voor de
Voorjaarsnota? Ik snap dat vervanging niet direct kan, maar welk beeld
is er dan van de termijn? Waar willen we heen?
Wij vinden het belangrijk dat er bij de aanbestedingen veel meer
aandacht komt voor de eisen op het gebied van herkomst en de
reserveonderdelen van het aan te schaffen materieel. Dit jaar, zo zegt
de regering, zullen 12 van 22 wapensystemen aan de normen van materiële
gereedheid voldoen. Dat komt mede omdat reserveonderdelen moeilijk te
krijgen zijn. Een aantal daarvan zijn daar niet voor klaar, zijn
daarvoor niet materieel op orde. In het Europese programma EDIP wordt de
eis gesteld dat 65% van de componenten uit de EU komt en dat de
hoofdaannemer uit de EU komt en juridisch bevoegd is om componenten te
vervangen met EU-alternatieven. Kan de staatssecretaris dit soort sterke
eisen — de herkomsteis, de reserveonderdelen — ook gaan meenemen in de
nationale aanbestedingen en tenders? Dat zou goed zijn voor onze eigen
industrie en het mkb, maar dat we die reserveonderdelen hebben of
sneller kunnen krijgen, zou ook goed zijn voor de materiële
gereedheid.
De complimenten voor het actieplan Nederlandse supervezelindustrie. Dat
is volgens mij een mooi voorbeeld. Dat kan echt een voorbeeld zijn. Ik
wil even teruggrijpen naar het gesprek dat wij hadden met
Eurocommissaris Kubilius. Hij stelt dat een defensie-industrie alleen
opgeschaald kan worden als 80% van de productie door de nationale
overheid wordt aangekocht. Dat vond hij een norm. Ik ben benieuwd hoe
daarnaar gekeken wordt. Er wordt echter ook gezegd dat dit langjarige
contracten vereist, heel duidelijke eisen vooraf, voorfinanciering,
afnamegarantie — dat is een launching-customervraag — ontwikkelafspraken
en dus die aanbestedingen, waarin dan verplicht Nederlandse eisen worden
gesteld op het gebied van onderdelen en herkomst. Een apart ding dat ik
hier wil noemen, is dat Kubilius zei dat war facility contracts moeten
worden afgesloten. Dat zijn dus contracten waarmee de industrie klaar
gehouden wordt voor opschaling. Kapitaal, arbeid en technologie moeten
dus beschikbaar blijven voor het moment waarop we die opgeschaalde
productie nodig hebben. Je wil immers niet dat het allemaal in fabrieken
ligt te verouderen. Het werd al gezegd. Je wil juist dat opgeschaald
wordt op het moment dat dat nodig is. Werkt de regering op dit moment
zulke langjarige contracten en war facility contracts uit met de
Nederlandse industrie? Wordt daaraan gewerkt, en wordt dat
ingezet?
Voor onze Nederlandse industrie is het belangrijk dat zij in Europa goed
gepositioneerd wordt. Bijvoorbeeld voor de SAFE-lijst en in de
werkgroepen zou het kabinet onze industrie en onze producten heel actief
moeten promoten. Dat is in de eerste ronde niet helemaal goed gegaan.
Dat horen wij overal. Dat is zorgelijk, maar er komt een tweede ronde
aan. Hoe gaat de regering Nederlandse bedrijven nu wél en beter promoten
in de tweede SAFE-ronde? Dat is volgens mij goed voor onze
industrie.
Ik wil graag ingaan op het industrieel participatiebeleid. Door dit
programma worden buitenlandse leveranciers van defensiematerieel
verplicht om tegenorders te plaatsen bij de Nederlandse
defensie-industrie en onze kennisinstituten. De Rekenkamer is hier echt
heel kritisch over geweest en zegt: het is niet duidelijk wat de
effectiviteit is, er moeten periodieke evaluaties en een betere
verantwoording komen. Mijn vraag is: hoe gaat de staatssecretaris dit
doen? Hoe gaat de staatssecretaris dit uitvoeren? Volgens mij is het
belangrijk voor de Nederlandse industrie dat wij van het industrieel
participatiebeleid een succes maken. Ik vraag dit ook namens mijn
collega Tom van der Lee, want als je dit bij EZ vraagt, word je
doorverwezen naar deze commissie. Dus dan vragen we het hier.
Dan wil ik terugkomen op de motie op stuk nr. 509 (27830) (#5), die voor de
zomer is aangenomen. Die motie heb ik ingediend samen met de collega's
Kröger en Van Oosterhout. Daarin zeiden we: we willen eigenlijk een
e-SAF-industrie in Nederland; kan Defensie niet gaan optreden als
launching customer voor e-SAF-projecten? Dat zou namelijk voor de
Nederlandse industrie — er zijn initiatiefnemers hier in Nederland —
interessant kunnen zijn, en voor Defensie natuurlijk ook, want dan heb
je alternatieven voor je fossiele energie. Op het moment dat er een
oorlog uitbreekt, krijg je bovendien tekorten aan energie. Zou dat een
mogelijkheid zijn? Ik ben benieuwd wat de tussenstand is van de
uitvoering van die motie. Daar zou voor Prinsjesdag bericht over komen,
maar dat hebben wij nog niet gezien.
Het volgende blokje gaat over het draagvlak en over de vertrouwelijkheid
van stukken. We zien steeds meer vertrouwelijkheid rondom
materieelprojecten en we zien dat als punt van zorg. Het belemmert in
onze ogen de democratische controle en het budgetrecht. Ook de Algemene
Rekenkamer waarschuwt er opnieuw voor bij de aandachtspunten voor deze
begroting. Die controle is nu juist extra belangrijk, omdat Defensie
vele miljarden euro's extra gaat uitgeven.
Het grootste gedeelte van de Nederlanders steunt de investeringen in de
krijgsmacht, maar toch vertrouwt bijna de helft er niet op dat dat geld
goed besteed gaat worden. Wij willen dat het vertrouwen blijft bestaan.
We willen niet dat het wantrouwen groter wordt. Dan zou het nog
belangrijker moeten zijn dat de parlementaire controle op de uitgaven
versterkt wordt en dat Defensie daar ook publiekelijk zo veel mogelijk
verantwoording over aflegt of zaken uitlegt. Maar wij zien nu juist dat
de luiken dichtgaan. Daar ging het over bij de Defensienota. Ook de
experts zeiden dat nu juist minder gedeeld wordt. We zien ook nog de
onrust die we hadden rondom dat ASWF-project. Kan de staatssecretaris
daarop reflecteren? Welke verbeteringen stelt hij hierop voor?
Concreet zegt de Algemene Rekenkamer vooral dat in het Defensie
Projectenoverzicht steeds minder informatie wordt gegeven. In 2025 werd
nog wel informatie gegeven over specifieke projecten, maar dat werd toen
in de vertrouwelijke bijlage gedaan. In het DPO 2026 gaan de elementen
in de vertrouwelijke bijlage, en de Rekenkamer zegt nu: alle informatie
over aantallen en werkbudgetten wordt niet meer opgenomen, en is gewoon
niet meer beschikbaar. En belangrijker: voorheen kon je het zien als
tijdlijnen verschoven. Dan kon je zien: hé, daar is een project dat
vertraging oploopt. Op dit moment zien we dat niet meer. Wij vinden dat
een zorgelijke ontwikkeling. Hoe kijkt de staatssecretaris daarnaar?
Waarom is dat zo? Waarom wordt dat nu op deze manier gedaan?
Verder zijn wij zoekende. We zien dat er een wens is om met
vertrouwelijkheid te werken. Operationele vertrouwelijkheid snappen wij
heel goed, maar je hebt vaak ook commerciële vertrouwelijkheid. Kunnen
we even reflecteren op het verschil tussen beide? Is het niet toch
mogelijk om meer kennis te delen? Je zou toch echt willen weten hoe de
prijzen van onze materieelinkopen zich ontwikkelen in vergelijking met
die in andere landen. Kan je daar niet toch wat onderscheid in maken en
wat duidelijker over zijn? Dat zou namelijk betekenen dat wij daar
controle over hebben. We begrijpen dat dit soort benchmarks op
NAVO-gebied gewoon worden gemaakt. Ze worden dus wel gemaakt, maar
voorts niet gedeeld.
Als laatste onderwerp wil ik mij vooral richten op drones en AI, of
eigenlijk vooral AI. In verband met de Defensienota zei de
directeur-generaal Beleid van Defensie: wij gaan binnen Defensie steeds
meer doen met onbemenste systemen, maar eigenlijk zijn het autonome
systemen aan het worden. We zijn eigenlijk naar een soort glijdende
schaal aan het gaan en die ontwikkelingen gaan echt razendsnel. Dat
betekent dat we inderdaad kritisch moeten zijn. Zijn we modern genoeg
aan het inkopen? We moeten die ontwikkeling immers bijhouden, dat snap
ik heel goed. Gaat daar voldoende geld heen? En wat betekent dat ook
voor het personeel en de opleiding? Tegelijkertijd zijn er natuurlijk
ook ethische vragen en veiligheidszorgen waar we, denk ik, te weinig
over praten. Volgens mij werd ergens afgelopen week bekend dat het
Amerikaanse leger bijna een Chinees schip wilde aanvallen omdat ze
dachten dat daar kernwapens mee vervoerd werden. Er was met AI een
foutief inlichtingenrapport gemaakt. Dat gaf best wel wat gedoe, kun je
wel zeggen. Het is goed om dat soort discussies te voeren. Het is
belangrijk dat de regering zegt dat wij altijd toetsen aan het
internationaal recht en het humanitair recht en dat ook dat van
toepassing is op AI, op alle middelen en methoden, volgens het Verdrag
van Genève. Dat steunen we allemaal. Dat is ook heel goed. We zien ook
de voorlopersrol van de Nederlandse defensie op AI-gebied en ethisch
gebruik. Dat zien wij en wij steunen dat. Tegelijkertijd zien we dat er
internationaal eigenlijk geen regels worden afgesproken, want we komen
er internationaal niet uit. Dat is natuurlijk omdat China en Amerika in
een enorme ratrace zitten, terwijl ook de AI-bedrijven zeggen: het wordt
steeds gevaarlijker met AI; we hebben AI-agents, die ontsnappen en die
gaan dingen zelf doen. In Amerika is er een hele grote discussie over de
gevaren van AI. Er wordt ook steeds meer gesproken over de
noodzakelijkheid van een killswitch bij bestaande en toekomstige
AI-modellen en -systemen. Wat ik graag zou willen weten, is: hoe zit dat
eigenlijk bij Defensie? Hoe willen we daar in de toekomst mee omgaan? Ik
snap het punt dat je wil reageren — wat de heer Boon zei — op andere
zonder-menssystemen of AI-systemen, maar het kan ook fout gaan met de
systemen die je hebt. Zijn we daar nou klaar voor? Dus mijn vraag is:
zou zo'n killswitch ook wenselijk kunnen zijn bij AI-systemen in de
krijgsmacht? Wordt daarover nagedacht? En zijn we bereid om te kijken of
we dat in de toekomst standaard gaan inbouwen bij dreigende AI-systemen
van Defensie?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Nu is het woord aan de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, voorzitter. We worden een nieuwe wapenwedloop in gerommeld.
Alles moet wijken voor de defensiemiljarden, voor de wapenwedloop met
Rusland, voor de oorlog in Oekraïne. Jongeren krijgen een verkapte
dienstplicht opgelegd, moeten verplicht legerformulieren invullen. Er
wordt gedreigd met legerkeuringen en een opkomstplicht, verplicht voor
jongeren. Er wordt bezuinigd op de zorg, op de sociale sector en
misschien 1,2 miljard op het onderwijs als het op de sociale zekerheid
niet lukt, hebben we geleerd. Allemaal om die defensiemiljarden te
betalen. Nederlanders worden gemiddeld armer omdat ze al die wapens
moeten betalen. De koopkracht van Nederlanders wordt geofferd op het
altaar van de NAVO. Veel van de Nederlandse verworvenheden moeten wijken
voor de NAVO: onze verzorgingsstaat, de vrijheid van jongeren, de
koopkracht, de zorg. Dat is een slechte zaak, een principieel verkeerde
keuze. Alleen al via het Defensiematerieelbegrotingsfonds gaat er in
2027 ongeveer 14 miljard euro naar materieel, infrastructuur, IT en
andere investeringen. 14 miljard euro in één jaar! Snapt de regering dat
heel veel mensen in Nederland die niet meer rond kunnen komen, die zien
dat er overal op wordt bezuinigd, die zien dat er geen geld is om nou
eindelijk eens wat te doen aan die enorme armoede in Nederland, horendol
worden als ze zien waar het geld wél naartoe gaat? Inmiddels heeft
Nederland volgens de regering ook ongeveer 12 miljard euro aan militaire
steun geleverd aan Oekraïne. Ook als het gaat om Oekraïne vliegen je de
miljarden om de oren. De komende jaren wil de regering daar miljarden
aan toevoegen.
Voorzitter. Begrijp mij niet verkeerd; Poetin is een crimineel die
Oekraïne illegaal is binnengevallen. Dat moet ten krachtigste
veroordeeld worden. En ik zeg ook niet dat Oekraïne niet geholpen moet
worden. Integendeel, we hebben ook hulp aan Oekraïne gesteund. Maar we
kunnen dit niet eindeloos op deze manier blijven doen. We worden
langzaam maar zeker als Nederland een oorlog ingerommeld. Wat DENK
betreft moeten we dat niet doen. Van de laatste 500 miljoen euro gaat
250 miljoen euro rechtstreeks naar de aankoop van Amerikaanse wapens,
onder andere de Patriots en de F-16's. We sturen dus Nederlands
belastinggeld via Oekraïne richting de Amerikaanse defensie-industrie,
terwijl we tegelijkertijd minder afhankelijk willen worden van de VS.
Dit is een voorbeeld. Het is exemplarisch. Maar de afbouw van de
afhankelijkheid van de VS loopt echt nog achter. Kan de regering
concreet maken hoe die wordt afgebouwd?
Voorzitter. Ik ga naar een andere entiteit waarbij we wapens inkopen.
Nederland heeft de afgelopen jaren voor enorme bedragen wapens en
militair materieel van de genocidale staat Israël ingekocht. Bij
Israëlische leveranciers werd in de jaren 2020 tot 2025 voor 2,2 miljard
besteld. Een astronomisch bedrag: 2,2 miljard euro! Het is bloedgeld
voor Israëlische defensiebedrijven. Er was in 2025 een piek. Toen ging
er 1,13 miljard naar Israëlische defensiebedrijven. Ik vraag aan de
regering: zagen jullie toen niet wat Israël daar allemaal doet? Zagen
jullie niet hoe het een genocide pleegt? Zagen jullie niet de
onderdrukking op de Westbank? En dan 1,13 miljard inkopen bij
Israëlische defensiebedrijven? Het is echt een schande. Juist die
defensie-industrie in Israël profileert zich internationaal met systemen
die als "battle-tested" worden verkocht: getest op Palestijnse vrouwen
en kinderen.
Voorzitter. Dit D66-kabinet blijft gewoon de pinautomaat van Netanyahu.
In de eerste helft van 2026 werd er opnieuw voor meer dan 163 miljoen
aan overeenkomsten gesloten met in Israël gevestigde bedrijven. Wat is
de laatste stand van zaken lopende dit jaar? Hoe kan het nou zo zijn dat
dit D66-kabinet wapens blijft kopen van Israëlische defensiebedrijven en
dit kabinet onder leiding van rodelijnpremier Jetten de pinautomaat
blijft van Netanyahu? Terwijl dit kabinet zegt strategische
afhankelijkheden te willen afbouwen, blijft Nederland dus met bloedgeld
de zakken vullen van genocidale Israëlische wapenbedrijven. Daar moeten
we wat DENK betreft per direct mee stoppen. We moeten per direct alle
bestellingen bij en contracten met Israël door de shredder halen. We
moeten kappen met het spekken van de genocidekas van Netanyahu.
Voorzitter. Vorig jaar vroeg de Kamer tijdens de behandeling van de
Defensiebegroting al om openheid over welke Israëlische wapenbedrijven
Nederlands belastinggeld ontvangen. We kregen alleen maar
totaalbedragen. Informatie per bedrijf werd "commercieel vertrouwelijk"
verklaard. Ook bij de recente feitelijke vragen kregen we geen volledig
inzicht over wat Defensie de komende jaren verwacht te gireren naar de
defensiebedrijven van oorlogsmisdadiger Netanyahu. Kan de regering dat
per Israëlische leverancier gewoon aangeven, zodat de Nederlandse
belastingbetaler weet hoeveel deze regering de komende tijd wil gaan
gireren aan Israëlische defensiebedrijven?
De Kamer heeft expliciet uitgesproken …
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Een eenvoudige vraag voor de heer Van Baarle. Wat weegt er nou zwaarder
voor de heer Van Baarle: zijn ideologische afkeer van Israël of de
veiligheid van onze Nederlandse burgers en militairen? We hebben het in
dit debat ook over die afweging.
De heer Van Baarle (DENK):
Een eenvoudig antwoord van de heer Van Baarle. Voor de heer Van Baarle
weegt het zwaarste wat het ook maar kan wegen dat je als Nederland geen
bloody genocide gaat steunen. De Israëlische defensiebedrijven zijn voor
het grootste gedeelte staatsbedrijven. Wat wij overmaken naar die
Israëlische bedrijven, verdwijnt gewoon in de genocidekas en de
apartheidskas van Netanyahu, zodat hij daarmee zijn misdaden kan
financieren. We zouden het voorbeeld moeten nemen van andere Europese
landen die hebben gezegd: wij doen geen zaken meer met die bedrijven.
Ja, dat zal misschien met zich meebrengen dat we extra geld moeten
investeren om spoedig alternatieven aan te schaffen, maar als je als
land verdragen hebt ondertekend waarin je zegt alles te doen wat je kan
doen om een genocide te stoppen, dan betekent dat dus: al die contracten
met Israëlische defensiebedrijven door de shredder en geen euro, en
zeker geen sjekel, naar de genocidekas van Netanyahu.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Je kunt het duizend keer blijven roepen, maar er is geen genocide
vastgesteld. Dat zeg ik eventjes als eerste als feit. Het is verder ook
geen antwoord op mijn vraag. Natuurlijk moeten we werken aan
alternatieven, jazeker, maar het kan nog wel jaren duren. Daarom heb ik
nu de volgende vraag. Als we moeten kiezen tussen de ideologische afkeer
van Israël van de heer Van Baarle of de veiligheid van onze mannen en
vrouwen in Defensie, waar ligt dan het zwaartepunt voor de heer Van
Baarle?
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Van Dijk maakt er een tegenstelling van die er niet is. Andere
Europese landen, andere landen in de NAVO, hebben het voorbeeld laten
zien dat je een defensieorganisatie in stand kan houden zonder dat je
dat wapentuig van Netanyahu koopt. Dan moeten we dat als Nederland maar
per direct gaan regelen. Dat betekent: niet meer daar kopen, maar per
direct andere wapensystemen aanschaffen en ervoor zorgen dat je op dit
moment niet meer afhankelijk bent van de Israëlische bedrijven. Dat
betekent: per direct dat doen, net zoals andere landen dat doen. Dat kan
gewoon. Ik snap niet waarom daarmee gewacht wordt. Ik snap al helemaal
niet waarom Nederland geld blijft betalen en de misdaden van Israël
daarmee financieel blijft ondersteunen. Dat is namelijk wat het in de
praktijk is als je Israëlische staatsbedrijven geld geeft.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik ga door, voorzitter. Ik had het erover dat de Kamer heeft
uitgesproken dat de Nederlandse afhankelijkheid van de Israëlische
wapenindustrie moet worden afgebouwd. Kan de regering per wapensysteem
er per leverancier aangeven hoe dat afbouwen … Nogmaals, wat mij betreft
moet je er per direct mee stoppen, maar laat maar zien wat je dan hebt
gedaan. DENK is namelijk helder: geen aankopen meer van de genocidale
staat Israël en alle contracten met Israëlische wapenbedrijven
ontbinden. Per direct geen euro, geen sjekel meer naar de genocidekas
van Netanyahu.
Voorzitter. Het is ook niet meer te accepteren dat Israëlische bedrijven
actief zijn op wapenbeurzen. Dat is ook gebeurd in Nederland. Ik zou de
regering willen vragen of zij ervoor kunnen zorgen dat die Israëlische
defensiebedrijven daar niet meer actief zijn. We hebben ook gezien dat
er bij de NAVO onderzoek werd gedaan naar een Israëlisch defensiebedrijf
vanwege corruptie bij dat defensiebedrijf. Kan de regering aangeven of
ze dat Israëlische defensiebedrijf al hebben uitgesloten?
Daarnaast lees ik in de antwoorden op de feitelijke vragen die zijn
gesteld dat Nederland materiële samenwerkingen heeft met Israël. Wat
voor materiële samenwerking heeft Nederland met Israël? Waarom werken we
überhaupt samen met die regering en die defensie-industrie daar? Kan de
regering dat toelichten? Is ze bereid om per direct met die samenwerking
te stoppen?
Nog steeds staat de handtekening van de Nederlandse minister van
Defensie onder een defensieverdrag dat Nederland heeft met Israël. Ik
zou aan deze minister van Defensie willen vragen of zij bereid is om
haar handtekening daaronder vandaan te halen, dus om als Nederland
eindelijk te doen wat het zou moeten doen, namelijk ons terugtrekken uit
dat defensieverdrag met Israël. Het ligt nu in de Eerste Kamer, maar
laten we het niet op een behandeling aan laten komen. Trek je gewoon
terug uit het defensieverdrag.
Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over de controle op alle
miljarden die deze regering wil gaan uitgeven. Juist nu Defensie steeds
sneller en sneller voor steeds grotere bedragen materieel aanschaft,
moet het ministerie zijn anticorruptiebeleid en zijn
verantwoordingsbeleid natuurlijk goed op orde hebben. De Algemene
Rekenkamer constateerde juist dat dit onvoldoende was en dat het
onvoldoende verantwoordelijk was hoe de fraude- en corruptierisico's
worden beheerd. Kan de regering aangeven welke concrete stappen
inmiddels, sinds dat oordeel van de Rekenkamer, in de praktijk zijn
gebracht om uit te sluiten … In de praktijk kun je iets natuurlijk nooit
100% uitsluiten, maar doet de regering er alles aan om ervoor te zorgen
dat we malversaties, corruptie en fraude in de praktijk voorkomen?
Voorzitter, dat was mijn inbreng in eerste termijn. Ik dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Een interruptie van de heer Boon.
De heer Boon (PVV):
Ik hoef er eigenlijk geen reactie op van de heer Van Baarle, want er
komt toch alleen maar weer een rant. Maar hij verspreidt hier wel de
antisemitische leugen dat Israël "battle test" op vrouwen en kinderen.
Dat is totale onzin. Dat is walgelijk. Het is gewoon echt puur
antisemitisme.
Waar vecht Israël tegen? Ik zal een paar organisaties noemen: Hamas, de
Palestijnse Islamitische Jihad, Hezbollah, de Houthi's, ook bekend als
Ansar Allah, de Iraanse Garde, de Al Aqsa Brigade en islamitische
milities in Syrië en Irak. Daar vecht Israël tegen, omdat Israël wordt
aangevallen. Stop met het verspreiden van die antisemitische leugens.
Waarschijnlijk zul je hierna drie keer zo hard doorgaan. Maar goed, dat
is DENK. Zo kennen we DENK en daar valt weinig mee te bereiken.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik heb het idee dat de heer Boon iets mankeert aan zijn oren, dan wel
dat hij dingen ziet die niet bestaan, dan wel dat hij toch wel spoedig
contact moet opnemen met een professionele hulpverlener. Want,
voorzitter, kritiek op Israël is geen antisemitisme. Kritiek op de
misdaden van Israël is geen antisemitisme. Opkomen voor de rechten van
de Palestijnen is geen antisemitisme.
Voorzitter, ik laat me dat ook niet aanmeten van types als de heer Boon.
Het zijn walgelijke verwijten …
De voorzitter:
Maar ik denk dat we er nu wel genoeg …
De heer Van Baarle (DENK):
… die kant noch wal raken. Het zijn hersenspinsels van de heer
Boon.
De voorzitter:
Een korte reactie van de heer Boon.
De heer Boon (PVV):
De heer Van Baarle heeft hier letterlijk gezegd dat "battle tested",
zoals Israël wapens verkoopt, betekent dat er geweld uitgeoefend is op
Palestijnse vrouwen en kinderen. Dat heeft u letterlijk gezegd. Dat is
een púúr antisemitische leugen. U kunt eromheen draaien wat u wilt, maar
dat heeft u gezegd. U heeft hier in de Kamer antisemitische leugens
verspreid.
De voorzitter:
U heeft uw punt gemaakt. Ik wil nu verdergaan. Een hele korte reactie,
meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Een korte reactie? Ik vind dit nogal een aantijging, voorzitter. Dat ik
in de gelegenheid wordt gesteld om daarop te reageren, lijkt me
evident.
Dit is een spelletje dat we zien bij de PVV, de SGP en bij andere
rechtse politieke partijen. Het strijden voor de rechten van de
Palestijnen wordt consequent zwartgemaakt door het in de hoek van
antisemitisme te drukken.
Voorzitter, ik accepteer het niet dat de Nederlandse regering geld
gireert naar een regering, de regering-Netanyahu, die misdaden pleegt.
Daar gaat het over. Proberen om daar de aandacht van af te leiden door
het in een bepaalde hoek te drukken is een valse opzichtige tactiek,
waar heel veel mensen in het land gelukkig ook niet meer in
trappen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik draag even het voorzitterschap over aan de heer Van
Lanschot.
Voorzitter: Van Lanschot
De voorzitter:
Dank. Het woord is aan mevrouw Ten Hove van de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel. De ontwikkeling van militair materieel is bijna niet bij te
houden. Wat vandaag nieuw is, kan binnen de kortste keren alweer
achterhaald zijn. Drones, kunstmatige intelligentie, cyber, ruimte,
langeafstandswapens en het elektromagnetische spectrum bepalen steeds
vaker wie het snelst ziet, beslist, handelt en daardoor domineert. Het
is daarom goed dat Defensie volop inzet op technologische vernieuwing en
dat er behalve in geavanceerde wapensystemen ook wordt geïnvesteerd in
goedkopere, vervangbare en schaalbare middelen.
Drones zijn daar een goed voorbeeld van. Daarmee kunnen we zorgen voor
meer massa, spreiding en uithoudingsvermogen. De ambitie is dat over
vijf jaar meer dan de helft van de operationele effecten met behulp van
onbemande systemen wordt bereikt. Dat zijn belangrijke ontwikkelingen.
Tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat deze ambities ook
daadwerkelijk worden waargemaakt. Veel nieuwe capaciteiten moeten nog
worden besteld, geleverd, ingevoerd en bemand. Tegelijkertijd moeten
bestaande systemen langer en betrouwbaar inzetbaar blijven door onder
andere goed onderhoud. Dat vraagt niet alleen om geld, maar ook om
capaciteit, personeel en een goede planning. Hoe zorgt het kabinet dat
beide ambities elkaar niet in de weg zitten?
Een sterke krijgsmacht begint met goede mensen, maar die moeten kunnen
beschikken over goed en inzetbaar materieel. Het is goed dat Defensie
hierbij de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers de komende
jaren wil verminderen en meer gezamenlijk wil inkopen en produceren met
Europese partners. Het is bijvoorbeeld goed om te zien dat het kabinet
de strategische waarde van de supervezelindustrie in Nederland erkent en
hier actief mee aan de slag is gegaan. DNA deelt de mening dat Nederland
en Europa, waar mogelijk, zelfvoorzienender moeten worden. Strategische
afhankelijkheden kunnen immers een hele grote kwetsbaarheid vormen. Maar
één ding moet daarbij voorop staan: onze militairen moeten kunnen
beschikken over het beste materieel. Zelfredzaamheid mag wat ons betreft
nooit betekenen dat we genoegen nemen met een systeem dat minder goed
is, alleen omdat het in Europa wordt geproduceerd. Daarom vraag ik de
minister: hoe bewaakt zij bij het streven naar Europese strategische
autonomie dat de operationele kwaliteit en de beschikbaarheid voor onze
militairen altijd leidend blijven?
Voorzitter. Vandaag publiceerde Follow the Money een artikel over
Martijn W. Collega Nanninga refereerde er ook al even aan. Uit het
artikel blijkt dat verschillende onderaannemers verwikkeld zijn in
conflicten met bedrijven van W. Het gaat om schimmige constructies en
contracten met als resultaat: onzekere leveringen ten gunste van
Defensie. Dit kan toch niet de bedoeling zijn? Ik hoor graag een reactie
van het kabinet op het artikel.
De Algemene Rekenkamer benoemde in het verantwoordingsonderzoek van 2025
bij het Defensiematerieelbegrotingsfonds een onzekerheid van 3,6 miljard
euro, vanwege onvoldoende toelichting in de inkoopdossiers bij het
gebruik van uitzonderingsbepalingen. Mijn fractie wil graag weten of er
een relatie is tussen de constateringen van de Algemene Rekenkamer en de
zaken van W. En zo ja, over welke bedragen gaat dit dan?
Voorzitter. Als je een conflict wil domineren en volhouden, moet vooral
ook de logistiek op orde zijn. Denk aan brandstof, munitie, onderdelen,
voeding, zorg, transport, havens, spoor, wegen en ook de opslag. Dit is
essentieel voor het domineren en het volhouden van een eventueel
conflict. De Nederlandse infrastructuur is op meerdere plekken in niet
al te beste staat en daarom, op veel plekken, al helemaal onvoldoende
berekend op grootschalige militaire verplaatsingen. Dat is niet alleen
een probleem voor Defensie, maar ook voor onze nationale weerbaarheid.
Hoe wordt er samen met IenW ingezet op het aanpakken van
infrastructurele knelpunten die rechtstreeks van belang zijn voor
militaire mobiliteit? Wordt hiervoor ook gebruik gemaakt van budget
vanuit de Europese Unie, aangezien aldaar infrastructuur en dual-use een
van de topics zijn?
Dan kom ik bij de munitie. Wereldwijd staan de munitievoorraden onder
druk. Door geopolitieke conflicten en een sterk gestegen internationale
vraag is de druk op de productiecapaciteit groot. Nederland investeert
gelukkig fors in het vergroten van de voorraden. Mijn fractie wil graag
weten hoe het op dit moment is gesteld met de Nederlandse
munitievoorraad. Wat is er nodig om deze te optimaliseren?
Voorzitter. Tot slot wil ik graag nog aandachtvragen voor het Veteranen
Search Team. Voor de zomer heb ik in het commissiedebat Materieel
gevraagd of Defensie een pick-uptruck aan het Veteranen Search Team kon
en wilde schenken. De staatssecretaris heeft zich hier persoonlijk voor
ingezet en heeft dit kunnen toezeggen, waarvoor dank. Maar inmiddels
zijn we enige tijd verder en mijn vraag aan de staatssecretaris is:
wanneer kan het Veteranen Search Team de pick-uptruck daadwerkelijk
tegemoetzien?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Als ik geen interrupties zie, geef ik het voorzitterschap
weer terug aan u.
Voorzitter: Ten Hove
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de bewindspersonen. Hoelang heeft u
nodig?
Staatssecretaris Boswijk:
Voorzitter. Een halfuur, plus tien minuten looptijd, want we zitten aan
de andere kant van het gebouw.
De voorzitter:
Dan schorsen we tot 18.00 uur en zorgen we dat we ook allemaal hebben
gegeten. Ik zie u straks terug.
De vergadering wordt van 17.10 uur tot 18.00 uur geschorst.
De voorzitter:
Welkom terug allemaal bij het wetgevingsoverleg Materieel van Defensie.
Wij gaan naar de eerste termijn van het kabinet. Ik sta de leden toe
drie interrupties te doen, omwille van de tijd. Kunnen de bewindsleden
aangeven welke blokjes zij hebben? Dan kunnen we de interrupties gericht
wegzetten.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel, voorzitter. De meeste vragen zijn denk ik voor de
staatssecretaris. U zult mij zo meteen, na mijn korte inleiding, in
ieder geval horen over nationale veiligheid. Dan heb ik een blokje over
de Defensienota, waar wat vragen over zijn gesteld. Daar komen volgende
week bij de begroting ongetwijfeld nog meer vragen over. Dan heb ik nog
een blokje met andere hele belangrijke vragen die ik niet in een mapje
kon vatten. Dan zal denk ik vanzelf duidelijk worden wat er allemaal
over is — dat is heel veel — voor de staatssecretaris.
Voorzitter. Voor het eerst in hele lange tijd moeten Nederlanders
opnieuw onder ogen zien wat oudere generaties heel goed begrepen: we
moeten voorwaarts om onze vrijheid, veiligheid en vrede met kracht te
verdedigen. We moeten dat samen doen. De toekomst van onze vrijheid,
veiligheid en welvaart is afhankelijk van een Europa dat kan ingrijpen,
afschrikken en, als het moet, vechten. We moeten zelf in staat zijn om
samen met bondgenoten ons eigen land en het bontgenootschappelijk
verdragsgebied te beschermen. Het is tijd dat Nederland en Europa meer
verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid op ons continent. Dat
betekent dat we op eigen kracht onze manier van leven moeten kunnen
behouden en dat we moeten beschermen wat ons dierbaar is. Nederland moet
voorbereid zijn, verbonden blijven en verantwoordelijkheid nemen.
Voorzitter. Ik vind het heel fijn om nogmaals te benadrukken dat het
heel duidelijk is dat deze commissie ook verantwoordelijkheid neemt. Als
ik zeg "dat doen we samen", dan doen we dat natuurlijk ook hier in dit
huis samen. U bent allen erg betrokken bij Defensie. U bent zeer actief
betrokken. Ik wil u ook danken voor de brede steun die uw Kamer de
afgelopen tijd steeds weer heeft uitgesproken voor het versterken van
onze krijgsmacht, voor de uitbreiding van onze gevechtskracht in
NAVO-verband en voor de verhoging van de defensie-uitgaven om dat te
bereiken. Ik weet dat dat geen vanzelfsprekendheid is, dat zeker in deze
tijden ook in ieders achterban om uitleg gevraagd kan worden en dat u
daar ook allemaal voor staat. Ik heb in mijn reizen richting mijn
collega's, ook in Europa, zeker in ons deel van Europa, gezien dat dat
in de meeste landen niet zo voorkomt. Daar is de steun voor Defensie
namelijk zeer laag. Ik vind het fijn om dat nog maar eens te
benadrukken. Daarom heb ik natuurlijk ook alle begrip voor alle
kritische vragen. Dat betekent namelijk een extra verantwoordelijkheid
voor ons, hier aan deze kant, die we delen.
Voorzitter. Meer dan een jaar geleden maakten we hier in Den Haag de
historische afspraak om 3,5% van ons bbp te investeren in defensie. Dat
is een collectieve investering in onze veiligheid, met als doel onze
tegenstanders af te schrikken: geef ons geen klap, want dan slaan we
harder terug. We hebben samen de unieke kans om deze historisch grote
investering, waarmee we Nederland veilig kunnen houden, in onze defensie
te doen. We moeten dit verantwoord doen; we willen en moeten het budget
verantwoordelijk besteden. Het is belangrijk dat uw Kamer weet wat daar
onze ideeën en visies over zijn. Dit soort debatten draagt daar
natuurlijk aan bij. Elke euro die we in defensie investeren, is een
investering in een innovatiever en ondernemender Nederland. Van gips tot
gps: er zijn talloze militaire innovaties die onze economie en de hele
samenleving al ten goede zijn gekomen en we kijken uit naar wat dit in
de toekomst zal betekenen.
Ten slotte in mijn inleiding nog het volgende. Wij leren ook van de
lessen uit Oekraïne. Het is onvoorstelbaar dat dit land nu al bijna vijf
jaar standhoudt tegen de barbaarse agressie van Rusland, een land met
meer dan drie keer zo veel inwoners en een veel hoger defensiebudget. We
weten allemaal dat Poetin echt wat anders voor ogen had toen hij in 2022
begon met zijn zogenaamde speciale operatie. Toch staat Oekraïne nog
steeds trots overeind. Sterker nog, ze hebben daar noodgedwongen de
meest innovatieve krijgsmacht van Europa gebouwd. Dit komt ook door de
niet aflatende steun vanuit Europa en ook ons land. We leren een heel
belangrijke les van hen: niet de grootste krijgsmacht wint, maar de
krijgsmacht die zich het snelst kan aanpassen en daarmee voorbereid is
op het onbekende. En een tweede les: je moet het gevecht heel lang
kunnen volhouden.
Voorzitter. Ik zou hier nog heel veel meer over kunnen zeggen, maar ik
denk dat de Kamerleden eerder geïnteresseerd zijn in de antwoorden op
hun vragen. Ik begin met mevrouw Nanninga. Zij vroeg wie er bewaakt dat
het Nederlandse veiligheidsbelang de doorslag geeft, ook wanneer dat
belang soms schuurt met NAVO-doelstellingen of verschillende
krijgsmachtonderdelen met elkaar botsen. Heel kort samengevat: dat doe
ik natuurlijk, met de militaire top en de adviezen die we krijgen. Maar
die verantwoordelijkheid is mijn taak. Als u er iemand op wil
aanspreken, ben ik dat dus.
Laat ik iets meer aanvulling geven, want ik denk dat mevrouw Nanninga
ook daarnaar zocht. De NAVO is natuurlijk de hoeksteen van het
Nederlandse veiligheidsbeleid. De NAVO-doelstellingen schuren dus niet
met ons eigen veiligheidsbelang en zouden dat ook niet moeten doen.
Defensie kiest daarom voor maatregelen die het meest bijdragen aan het
militaire vermogen dat Nederland en de NAVO het hardste nodig hebben.
Als we het heel kort door de bocht formuleren: als er iets heftigs onze
kant op zou komen, is onze beste verzekeringspolis de NAVO en dat we in
NAVO-verband een belangrijke partner zijn. Tegelijkertijd hebben we
natuurlijk onze eigen verantwoordelijkheden over ons eigen grondgebied.
Wij zetten de Nederlandse krijgsmacht ook in voor veiligheid in het
Caribisch gebied, dus voor onze nationale veiligheid. Dit betekent dat
we in Nederland bijvoorbeeld grote transporten van militairen en
materieel kunnen ondersteunen. Het is dus een taak die erbij komt of die
leidend kan zijn wanneer het hier of in het Caribisch gebied heftig
wordt. Het is dus niet een neventaak waar we ook maar naar kijken. Die
3,5% waar we nu zo veel in investeren, is echt binnen NAVO-verband, maar
we proberen natuurlijk ervoor te zorgen dat wat we daar doen, ook
een-op-een ten goede komt aan ons eigen veiligheidsbelang en ook aan de
verantwoordelijkheid die we bijvoorbeeld in het Caribisch gebied
hebben.
Ik heb hier nog een vraag liggen van mevrouw Nanninga. Zij merkt op dat
we in veel industrieën, kritieke technologieën en ketens afhankelijk
zijn van China. Wordt dit in kaart gebracht en zijn we bezig met een
plan om deze kwetsbaarheden te mitigeren? Ja, en ik deel absoluut met
JA21 het belang van zo snel mogelijk onafhankelijker worden — helemaal
onafhankelijk zullen Europa en Nederland niet zijn, denk ik — van landen
als China. Dat betekent dat we veel meer in Europees verband en het
liefst op Nederlands grondgebied onze producten moeten kunnen vergaren,
produceren en noem maar op. We krijgen steeds beter inzicht in de
afhankelijkheden van China en in hoe deze te mitigeren. Zo zijn
bijvoorbeeld de afhankelijkheden in de toeleveringsketen van een
marineschip in kaart gebracht. We werken gezamenlijk met TNO en het
Nederlands Materialen Observatorium om continu zicht te houden op dit
soort afhankelijkheden en te kijken of we toekomstige aankopen,
innovaties en updates zo veel mogelijk Europees en/of Nederlands — het
is natuurlijk mooi als het ook ten gunste komt van onze eigen industrie
— kunnen besteden. Binnen het Nationaal Programma Defensie-industrie en
Innovatie heeft het kabinet ook specifiek aandacht voor de
toeleveringsketens, en het deelprogramma Weerbare Toeleveringsketens
draagt bij aan het inzicht daarin. Wij zorgen ook dat de Kamer daarover
in november verder wordt geïnformeerd.
Dan heb ik er hier nog eentje van mevrouw Nanninga. We kunnen en moeten
bijdragen aan de verdediging van landen in het oosten, maar helpen deze
landen ook om kwetsbare aanvoerlijnen te beschermen? Waar ligt onze
grootste nationale verantwoordelijkheid, vroeg zij. Nederland heeft als
economisch en militair knooppunt een cruciale rol als doorvoerland. In
de rol als gastland hebben we ook een verantwoordelijkheid om troepen en
materieel van bondgenoten te beschermen, die via Nederland worden
doorgevoerd. Dat is ook een heel belangrijke taak van ons. Wij bieden
die bescherming in nauwe samenwerking met zowel buurlanden als
bondgenoten die worden doorgevoerd. Dat betekent andersom — dat was ook
de vraag — dat ook wij op bescherming moeten kunnen rekenen als wij
troepen en materieel door andere landen verplaatsen. Dat is ook de
werkwijze die wij met elkaar hebben en daar moeten we ook op kunnen
rekenen.
Dan kom ik bij mevrouw Jagtenberg. Kunnen wij, als het gaat om meer te
denken in operationele effecten, toezeggen dat we het
interdepartementale overleg voor de bescherming van de Noordzee meer
urgentie geven en sterker doorpakken op mogelijkheden die onze nationale
spacecapaciteiten hiervoor bieden? Ja, en ik kan u ook verzekeren dat
veel uren van de staatssecretaris en van mij, met onze collega's uit het
kabinet, zitten in het beschermen van de infrastructuur op de Noordzee.
Dat is voor heel veel verschillende doeleinden van groot belang en heeft
dus ook de urgente aandacht van het kabinet. Daarom stellen we hiervoor
nu ook structurele financiering beschikbaar, oplopend tot ongeveer 78
miljoen per jaar. Dat hebben we eind september, recent, aan de Kamer
laten weten.
Ook de mogelijkheden die spacecapaciteiten bieden, worden meegenomen in
onze aanpak om de infrastructuur op de Noordzee te beschermen. Als
onderdeel van het Actieplan Strategie ter bescherming Noordzee
Infrastructuur wordt geïnvesteerd in satellietcapaciteit en sensoren ten
behoeve van beeldopbouw op de Noordzee. Dat betreft nu nog de inhuur van
commerciële capaciteit, maar dat willen we natuurlijk graag veranderen.
Zoals we ook in onze Defensienota hebben aangegeven, investeren we in
eigen ruimtecapaciteit en werken we nauw samen met de nationale en
internationale industrie voor de ontwikkeling van diverse typen
satellieten, sensoren en ook een robuuste architectuur die we daaromheen
kunnen bouwen. Zodra beschikbaar zal deze capaciteit mede aangewend
worden voor het beschermen van de Noordzee.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank aan de minister voor de toelichting op dit onderwerp. Het is
natuurlijk heel fijn dat er al heel veel gebeurt en dat ook de
mogelijkheden daarvan worden onderkend. Mijn zorg zit in het punt dat de
minister ook maakt over de commerciële partijen, die nu worden gevraagd
om erbij te helpen de Noordzee in kaart te brengen vanuit de
ruimtevaart. Daar zitten ook veel commerciële partijen bij die
uiteindelijk hun roots in China hebben. Die zijn op de markt vrij
voordelig, dus dat is natuurlijk gunstig voor het contract, maar die
data gaan dan natuurlijk ook daarheen. Dan betalen we dus eigenlijk de
Chinezen om onze eigen gevoelige infrastructuur in kaart te brengen.
Vandaar dat ik vroeg om een toezegging. Ga alstublieft met veel urgentie
erachteraan om met eigen capaciteiten dat beeld te kunnen creëren. Er
moest nog een vraag bij, hè? Kan de minister dat toezeggen?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dat kan ik zeker toezeggen. Wij delen die urgentie zeer en wij zullen
ook zorgen dat u met regelmaat wordt geïnformeerd hoe dat ervoor staat,
want dit is ontzettend belangrijk. Voorzitter, ik weet dat de Kamer zelf
gaat over haar agenda en werkbezoeken, maar wat wij op het gebied van
space aan het doen en aan het opbouwen zijn, is best gaaf, eerlijk
gezegd. Het is best indrukwekkend en wellicht kunnen wij de commissie
vanuit het ministerie aanbieden om daar eens gezamenlijk naartoe te
gaan. Dan kunnen wij ook mee. Het is ook goed voor ons om dat nog een
keer te zien, want daar gebeuren gewoon hele bijzondere dingen. Mevrouw
Jagtenberg zei het al in haar inbreng: we mogen daar als Nederlanders
ook echt trots op zijn, en dat zijn we vanuit Defensie ook. Maar de
toezegging is meer dan graag gedaan.
Dan had ik de heer De Groot. Welke middelen zijn beschikbaar om bij
dreigingen tegen vitale infrastructuur op de Noordzee snel in te grijpen
en welke aanvullende behoefte aan snelle bemande en onbemande
onderscheppingsmiddelen is vastgesteld? Onze inlichtingendiensten, de
MIVD en de AIVD, waarschuwen al enige tijd voor dreigingen tegen onze
vitale infrastructuur op zee. Defensie is waakzaam en we ondernemen ook
actie als dat nodig is. Wij doen, net zoals civiele partners,
investeringen in de bescherming van de infrastructuur op de Noordzee.
Wij investeren in additionele waarnemingscapaciteit, zoals sensoren en
satellietcapaciteit op zee. Ik had het er net over. Dat doen we zodat we
dreigingen sneller kunnen zien.
Verder investeert Defensie in meer responscapaciteit, zoals
multifunctionele ondersteuningsvaartuigen, die verdachte situaties op de
Noordzee nader kunnen onderzoeken en waar nodig kunnen ingrijpen.
Daarnaast ontwikkelen we ook, althans dat doet de marine, innovatieve
bemenste en onbemenste technologieën voor toekomstige maritieme en
amfibische operaties. Het kabinet werkt aan de oprichting van een
National Maritime Security Center, dat zal bijdragen aan een compleet
dreigingsbeeld op de Noordzee en snelle respons bij incidenten. Daarvoor
zullen we ook samenwerken met sectorpartijen en daar zullen ook privaten
tussen zitten. Dat is zoveel mogelijk natuurlijk gewoon lokaal en
Nederlands. Zo bouwen we daar ook iets moois op. Exacte aantallen en
specificaties kan ik in dit debat natuurlijk niet delen, maar ik hoop
dat dit genoeg houvast geeft richting de VVD.
Dan ben ik bij mijn tweede mapje, dat is bestempeld als Defensienota.
Daarover had ik van de heer Van Dijk een vraag. Hij vroeg hoe bij keuzes
over Europese defensiesamenwerking het perspectief wordt meegenomen van
niet-NAVO- of niet-EU-bondgenoten, zoals het VK, Noorwegen, Turkije en
Canada. Ik denk dat het een heel belangrijk punt is dat je binnen
bestaande structuren de boel versterkt, maar ook kijkt wie je vrienden
daarbuiten zijn. Door nauwer samen te werken op het gebied van
capaciteitsontwikkeling, materieel, defensie-industrie en operationele
inzet, vergroten Europese landen zoals gezegd hun gezamenlijke
slagkracht, en daarmee ook de geloofwaardigheid als het gaat om de
afschrikking.
Het blijft dus heel erg van belang om samen te werken binnen de EU en
met belangrijke NAVO-partners zoals de landen die we net noemden. Daar
geven we invulling aan in multilateraal kader, maar ook bilateraal. Dat
kan zijn op een of meerdere terreinen die wij urgent vinden en waarop
wij graag stappen vooruit willen zetten. Voorbeelden zijn de regionale
samenwerking in het Arctisch gebied of de gezamenlijke aanschaf van
hetzelfde materieel. Ik noem de gezamenlijke aanschaf en productie van
amfibische transportschepen met het VK.
We achten ook de financiële EU-instrumenten voor de defensie-industrie
van groot belang, zodat er voldoende ruimte blijft bestaan voor
samenwerkingen met landen buiten de EU. We willen graag Europees, we
willen graag Nederlands, maar we willen wel de nummer één, het beste wat
er op dit moment is. Dat is geloof ik de volgorde der dingen, en dat
betekent dat je bijvoorbeeld met NAVO-bondgenoten als Canada zaken kunt
doen. Volgens mij moet je het op die manier gaan afwegen.
Dan een vraag vanuit de PVV. Welke keuzes maakt het kabinet vanwege de
veranderende oorlogsvoering en hoe ziet de Nederlandse krijgsmacht er
over vijf, tien en vijftien jaar uit? Welke les leren we van landen als
Finland als het gaat om schuilplaatsen en de bescherming van de
bevolking? Wij bouwen aan een krijgsmacht die wezenlijk anders is
ingericht dan voorheen. We maken daar best wel grote keuzes in. We zette
in op een schaalbare, technologisch hoogwaardige en toekomstbestendige
krijgsmacht. Een van de strategische doelstellingen in de Defensienota
is anticiperen op veranderingen in de veiligheidsomgeving. We houden dus
rekening met verschillende vormen van dreiging, uitdagingen en mogelijke
veranderingen. Vooruitkijken naar de dreiging van morgen betekent ook
dat je verder kijkt dan de huidige situatie, maar dus ook in staat bent
om in verschillende scenario's te denken en flexibel te zijn.
Flexibiliteit is per definitie iets wat bij de overheid vaak wat
lastiger is, maar wij bij Defensie moeten wel, want anders heeft wat wij
doen helemaal geen zin. Dit is dus voor ons heel belangrijk.
Wij vertalen ontwikkeling in dreiging, technologie en conflicten naar de
verdere ontwikkeling van de krijgsmacht en we leren van andere landen,
zoals Finland. Die lessen zijn verwerkt in de aanpak maatschappelijke
weerbaarheid, waarvoor Defensie en de NCTV nauw samenwerken. Ik heb de
afgelopen dagen bijvoorbeeld weer contact gehad met mijn Finse collega.
Sommige discussies zijn daar exact hetzelfde en sommige zaken gaan exact
hetzelfde, want dat is ook maar politiek en een democratie en een
bevolking die vergelijkbare dingen voelt en meemaakt. Maar in essentie —
dat geldt voor Finland en natuurlijk voor een heleboel landen in het
Noorden en het Oosten van Europa — zijn ze heel erg welbekend met de
agressor, nog veel welbekender dan wij, die wat verderaf zijn. Daar
kunnen we ook veel van leren. Wat mij altijd opvalt als ik met collega's
spreek, is dat zij het hebben over het enorme instrument dat de Russen
vaak inzetten, namelijk desinformatie. Bij ons valt dat onder een rijtje
zaken waar we heel veel aandacht aan besteden, maar hoe dichter je als
land op Rusland zit, hoe meer ervaring je ermee hebt dat desinformatie
een van de gevaarlijkste zaken is, net als bemoeienis met verkiezingen.
Dat zijn allemaal zaken waar wij vanuit de overheid en de Kamer alert op
zijn, maar ik denk dat de gemiddelde Nederlander daar misschien wat
minder mee bezig is. Dat is ook waarom u ons en ook bijvoorbeeld de
collega van JenV daar wat vaker over hoort. Wij leren enorm van landen
als Finland, ook ten aanzien van hoe ze zaken aanpakken. In de
Defensienota ziet u ook hoe wij dat proberen vorm te geven.
De heer Boon (PVV):
Dank u wel voor uw antwoord. Ik hoor heel veel over wat we wel doen,
maar als je keuzes maakt, moet je ook bepalen wat je niet gaat doen. Ik
zie bijvoorbeeld in het optreden met helikopers, wat de Luchtmobiele
Brigade doet, geen oplossing in dit dronetijdperk. Dat klinkt heel hard,
maar moet je daar op die manier mee doorgaan? Of moet je luchtmobiel
gaan opheffen omdat het echt airborne wordt? Dat zijn keuzes die ik echt
mis in de Defensienota. Zou u kunnen vertellen wat wij níét gaan doen,
waar we dus mee gaan stoppen?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik vind dit wel een interessante en ik denk dat de heer Boon gelijk
heeft. We zouden dat strakker inzichtelijk moeten maken. Wat wij nu
echter leren van Oekraïne is dat je zaken als tanks en helikopters moet
hebben, dat je ook moet trainen met bijvoorbeeld loopgraven — iedereen
dacht dat die nooit meer terug zouden komen — en dat je tegelijkertijd
zonder drones nergens bent op het slagveld, zoals de heer Boon ook
aangaf. Die worden immers ook ingezet en daar houden we inmiddels ook
rekening mee. Nu zijn we ervoor aan het zorgen dat we beide zaken op
orde hebben. Je moet niet uit nostalgie met iets doorgaan, maar dat is
niet aan de orde. Ik snap dat dit een belangrijke vraag is vanuit de
Kamer. Ik denk dat wij, ook met de Defensienota volgende week bij de
begroting, steeds scherper zullen kunnen aangeven: wat bouw je af?
Oekraïne laat vooralsnog zien dat je alles nodig hebt. Daarin wordt ook
geïnvesteerd. Er komt, als u het ons vraagt, een derde laag bij,
namelijk dat eigenlijk niemand weet hoe het er over vijf jaar uitziet.
Die flexibiliteit, die wendbaarheid, dat oog voor innovatie moet in al
je plannen zitten. Dat is ook wat we rond proberen te maken, van aankoop
tot beleid en zaken die we doen.
We zijn nu al jaren defensie in hoog tempo aan het opbouwen. Dat
betekent dat je alles op orde moet hebben, van oldskool materieel, om
het plat te zeggen, tot en met wat nu wordt gebruikt en dat je rekening
moet houden met de toekomst. Maar wellicht kunnen we vanaf volgende week
in onze communicatie en ook in de Stand van Defensie duidelijker opnemen
welke zaken we gaan afbouwen. Omdat we van zo ver komen, is het nu
echter vooral zaak om alles op orde te hebben en dat onze mensen dus ook
bijvoorbeeld kunnen oefenen met het graven van loopgraven. Dat kan
nauwelijks in Nederland, zelfs niet op ons eigen terrein. Daarom komen
we ook richting u met aanvullende wetgeving. Het zou mooi zijn als we
met dat soort zaken in eigen land zouden kunnen trainen. Van drones tot
loopgraven: alles is op dit moment relevant.
Een vraag van mevrouw Nanninga: "Bij het debat over het Wenninkrapport
hebben we stilgestaan bij de issues waar het Nederlandse bedrijfsleven
tegenaan loopt en waar het beter kan. Hoe ziet het kabinet het voor zich
om een ambitieuzere defensie-industrie op te tuigen, terwijl de
industrie naar het buitenland wordt geduwd en innovatie stokt?" In
november zullen wij met u het Nationaal Programma Defensie-industrie en
Innovatie delen. Daarin zal worden ingegaan op hoe de defensie-industrie
wordt versterkt en opgeschaald, ook met concrete interventies. Wat ik
net zei over materieel geldt immers ook voor de defensie-industrie.
Aangezien we nu een x-aantal jaar fors aan het investeren zijn, hebben
zij tijd nodig gehad en hebben ze die nog steeds nodig om ervoor te
zorgen dat zij op volle sterkte spullen kunnen leveren die wij en de
rest van de wereld nodig hebben. Wij gaan gericht investeren in de
versterking van de Nederlandse defensie-industrie op basis van de
behoefte van de krijgsmacht. Het zou mooi zijn als dat goed met elkaar
matcht. Het programma gaat in op de door het bedrijfsleven
geïdentificeerde knelpunten en op de recent gepubliceerde analyse van
het economische beleid. Dat komt in november richting u. Ongetwijfeld
gaan we daar ook snel samen bij stilstaan.
Dan heb ik nog een paar vragen die niet in een apart mapje pasten. De
eerste die ik hier heb, is van het CDA. Sorry, meneer Van Lanschot. U
zit meestal een beetje aan de andere kant, hè? Ja. Nou ja, het is een
beetje linkser geworden. Daar hebben we het ook over, haha. Sorry,
voorzitter. Dit is een heel belangrijk punt. Het gaat over de toetreding
tot het Verdrag van Aken. Dat draagt bij aan de harmonisatie van de
Europese afspraken over wapenexport. Er is terecht naar de stand van
zaken gevraagd. De voorgenomen toetreding tot het Verdrag van Aken is
medio juli voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Dat ligt nu
daar. Na ontvangst en verwerking van het advies zullen wij het verdrag
indienen bij de Kamer. Wellicht voor degenen die zich nu afvragen waar
dat over gaat: dit verdrag zorgt ervoor dat we de vergunningsaanvragen
kunnen vereenvoudigen en bespoedigen. Dat betekent uiteindelijk minder
administratieve lasten voor bedrijven, zodat alles wat wij hier
bespreken, veel sneller en veel soepeler kan. Dat houdt in dat we binnen
Europa de defensiesamenwerking kunnen bevorderen en versterken. Dat
loopt dus. Hopelijk kom ik daar snel op terug.
De heer Van Lanschot sprak over SAFE II. Wij gaan ons er maximaal voor
inspannen om deel te nemen aan gezamenlijke Europese defensieprojecten.
Indien een volgend SAFE-project wordt opgezet, zullen wij ons echt
inzetten voor deelname aan gezamenlijke projecten. Dat zeg ik hierbij
toe. Dat is ook bij de vorige SAFE gebeurd. We zullen de samenwerking
opzoeken door de plannen van andere lidstaten naast die van ons te
leggen en door daar waar mogelijk aansluiting van andere lidstaten bij
Nederlandse contracten te accommoderen. Volgens mij is deze vraag ook
door de heer Bolhuis gesteld. Excuus dat ik u in het begin …
De heer Van Lanschot (CDA):
Verandering van spijs doet eten.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
U ziet het: ik raak helemaal in de war door de stoelwisseling.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan de minister voor deze beantwoording en de toezegging. Mooi dat
we die stappen gaan zetten.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel. Ik dacht dat zelfs ook de voorzitter deze vraag had gesteld
in haar rol als Kamerlid. In ieder geval aan degene die de vraag heeft
gesteld: hierbij het antwoord. Dank u wel.
De heer Boon vraagt of de minister kan garanderen dat Nederland niet
instemt met internationale beperkingen op autonome wapens die niet
wederkerig controleerbaar of handhaafbaar zijn. Wij worden steeds
moderner. Daar hebben we het natuurlijk ook met elkaar over. Dat is iets
goeds, maar je wilt wapens wel zelf in de hand kunnen houden. Tien jaar
geleden klonk dat misschien als een rare open deur, maar we weten nu
waar we het over hebben, en dat is natuurlijk gewoon cruciaal. Daarom
pleiten wij voor internationale regels, bij voorkeur in de Convention on
Certain Conventional Weapons. Die regels moeten absoluut handhaafbaar en
controleerbaar zijn. Dat is ontzettend belangrijk. Wij pleiten daar dus
juist voor om ervoor te zorgen dat daar een kader voor bestaat.
De heer Boon (PVV):
Dat klinkt allemaal prachtig. In een ideale wereld zou dat geweldig
zijn, maar heeft u enige illusie dat een Rusland, een Noord-Korea of een
Iran zich aan die regels gaat houden? Laten we gewoon eerlijk zijn: die
landen gaan zich daar niet aan houden. We kunnen wel doen alsof we
regels gaan maken en ons daaraan gaan houden, maar we gaan ons nu weer
in het pak binden en daar later heel veel spijt van krijgen.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dat vind ik een faire waarschuwing; laat ik het zo zeggen. Natuurlijk
wil je met zo veel mogelijk landen duidelijke internationale afspraken
maken en een set van kaders hebben. Als de vraag is "zijn we naïef?",
dan zeg ik: nee. Ik denk wel dat we in het verleden naïef waren. Wat mij
betreft gaan we nooit meer naïef zijn. Laten we dus wel proberen om met
elkaar internationale kaders af te spreken. Dat is ontzettend
belangrijk. Daar waren ook veel vragen over: hoe ziet de toekomst eruit,
blijft de mens daar wel altijd over gaan en welke regels horen daar dan
bij? Daarop moeten we in blijven zetten, maar er is geen plek —
waarschijnlijk nooit weer — voor naïviteit.
Ik ben nog steeds bij de heer Boon. Hij had veel vragen voor mij. Ik
weet niet of dat per ongeluk was dat hij nu teleurgesteld is, maar de
staatssecretaris heeft vast ook nog wel iets. Deze vraag gaat over de
Algemene Rekenkamer en de onzekerheden op het gebied van inkoop. Wij
voeren inmiddels ontzettend goed overleg met de Algemene Rekenkamer, de
Auditdienst Rijk en Financiën. Daar hebben we laatst ook een brief over
uitgedaan. We kijken echt samen naar een beoordelingskader voor
uitzonderingen. Daar ging het immers over. Wij mogen uitzonderingen
maken of ons daarop beroepen, maar dan moeten we dat goed onderbouwen.
De vraag is dus hoe je dat doet. Daar wordt het beoordelingskader nu
echt gezamenlijk op aangescherpt, zodat het goed navolgbaar en
transparant is en de Algemene Rekenkamer het goed kan beoordelen, maar
wij wel tempo kunnen blijven maken. Zorgvuldigheid en een proportionele
administratieve lastendruk voor de inkoop gaan daarmee hand in hand. We
proberen dat dus echt op een goede manier te doen. Ik zal, zoals
afgesproken, de Kamer steeds informeren bij de stappen die we vooruit
zetten. Op enig moment komt natuurlijk de Algemene Rekenkamer ook met
een eigen onafhankelijk rapport en dan kunnen we hopelijk met z'n allen
zien dat het de goede kant op gaat.
Dan is volgens mij de laatste voor mij die van mevrouw Nanninga: welke
concrete belemmeringen haalt de minister nu weg; en waarom benutten we
bestaande samenwerkingen als Defport nou niet eerst zo goed mogelijk
voordat we weer nieuwe instituten gaan optuigen? Ik ben het er
ontzettend mee eens dat we bij de oprichting van nieuwe instituten
uiteraard moeten kijken naar de meerwaarde ervan en de samenhang met
bestaande gremia. In Defport werken we inderdaad goed samen met het
bedrijfsleven en kennisinstellingen voor de opschaling van de
defensie-industrie en het toegankelijk maken van de markt. We werken
onverminderd samen in Defport en moeten er ook voor zorgen dat daar
knelpunten worden weggenomen. Dan moet u denken aan knelpunten in
financiering of toegang tot de markt. Zo komt er nu een loket dat
ondernemers moet helpen met een goede informatievoorziening. Ik ben het
er ontzettend mee eens dat je geen dingen naast elkaar moet optuigen. De
staatssecretaris heeft daar ook oog voor, omdat we graag willen dat het
geld dat we nu besteden, ook echt aan nieuwe dingen is die echte
toegevoegde waarde hebben, en je alles wat bestaat beter moet maken. Als
mevrouw Nanninga ons daarop kritisch blijft volgen, komen we daar vast
ook uit.
Dat was mijn stuk.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we door … O, excuus. Een interruptie van de heer
Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Een interruptie van de orde. Volgens mij had ik de minister nog gevraagd
naar het verdrag, als ik het me goed kan herinneren. Of doet de
staatssecretaris dat? Het verdrag inzake de strijdkrachten.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik kijk ernaar en anders zorg ik dat ik erop terugkom.
De voorzitter:
Dank u wel. De staatssecretaris.
Staatssecretaris Boswijk:
Dank u wel. Allereerst dank aan de Kamerleden voor de vele gestelde
vragen. Het is goed om elkaar om de twee dagen even te zien …
Ik begin met een inleiding en zal daarna met de blokjes komen. Ik denk
dat de ambities al meerdere keren gedeeld zijn. We zitten inmiddels in
de fase van hoe we die ambities gaan concretiseren. De minister noemde
het net al: de krijgsmacht die uiteindelijk wint, is niet per se de
grootste of de sterkste bij het begin van een oorlog; de geschiedenis
laat zien dat de krijgsmacht die uiteindelijk wint, degene is die zich
het snelst kan aanpassen. En een krijgsmacht die zich snel aanpast, is
een krijgsmacht die goed is aangesloten op de samenleving, een weerbare
samenleving achter zich heeft staan, en nauw samenwerkt met de industrie
en met kennisinstellingen. Die verantwoordelijkheid voelen de minister
en ik ook.
Ik wil de inleiding doen langs de drie v's van "versterken", "volhouden"
en "vernieuwen". Ik begin bij "versterken". Onze krijgsmacht moet
afschrikken en zo nodig ons bondgenootschappelijk grondgebied kunnen
verdedigen. Dat vraagt om de versterking van onze gevechtskracht. Een
belangrijk voordeel van de afgelopen periode zijn de investeringen in
antidronesystemen voor de marine, gezamenlijk door Defensie en de
industrie ontwikkeld binnen een zeer kort tijdspad. Maar we werken ook
internationaal slim samen. Uw Kamer is recentelijk nog geïnformeerd over
de handtekening die de minister heeft gezet voor het Saab
GlobalEye-vliegtuig van Europese bodem. We kijken hierbij nadrukkelijk
ook naar Europese strategische autonomie. Zo formuleren we Europese
herkomsteisen voor supervezels. Daaraan is door uw Kamer al een aantal
keer gerefereerd. Het uitgangspunt is dus: Europese of Nederlandse
supervezels, tenzij er juridische of operationele belemmeringen zijn. Zo
geven wij invulling aan de ambitie van dit kabinet in het
coalitieakkoord. Defensie koopt voor meer dan 50% in Nederland en in
Europa. En ja, uw Kamer heeft ook een motie aangenomen. De heer Van
Lanschot heeft mij er even aan herinnerd. We gaan het dan over minstens
50% hebben. We gaan er ook voor zorgen dat we dit expliciet opnemen in
de volgende Stand van Defensie, want wij voelen die aanmoediging ten
zeerste. Daarnaast heeft Defensie de ambitie om meer samen met Europese
partners te doen: 40% samen. We richten daarvoor een
government-to-government office op. Maar de Stand van Defensie laat ook
zien dat we daarvoor nog een behoorlijke slag moeten maken. Momenteel
zitten we op 39% samen met Europese partners, maar er werd al aan
gerefereerd dat 15% onder leiding van Europese partners is. Daar kunnen
we dus nog echt wel een stap maken. Maar ook daarover zijn wij vrij
optimistisch. Nederland heeft de intentie om lid te worden van OCCAR om
zo die aanschaf in Europa meer gezamenlijk te doen. Alleen moet, voordat
we dat doen, de Eerste Kamer daarmee akkoord gaan. Dat ligt daar nu
voor. De hoop is dat dat nog dit jaar gaat gebeuren. Deze stap gaat ons
de komende jaren echt helpen om meer Europees samen te werken en ook
meer samen aan te besteden. Daarbij ga ik binnenkort zelf nog op een
economische missie met onder andere de NIDV naar Zweden en Noorwegen.
Het is ook de eerste keer dat Defensie dit doet, gewoon heel
pragmatisch, met Nederlandse bedrijven die kant op. We hebben al
geïdentificeerd waar de mogelijkheden zitten. Die identificatie is ook
vanuit de counterparts gedaan richting ons, zodat de gesprekken die we
daar gaan hebben nuttig zijn. Nog een ander punt is dat we best wel
stappen zetten op het gebied van de luchtverdediging, waarop door uw
Kamer bij ons al meerdere keren is aangedrongen. Maar helaas, helaas,
helaas ... Ik had gehoopt dat ik een dezer weken, nog vóór dit debat,
een brief naar buiten kon fietsen hierover, dus over een Europese
integratie waarmee we jullie hopelijk iets tegemoet kunnen komen, maar
dat is helaas niet gelukt. Deze maand gaat dat waarschijnlijk wel
lukken. Wij koersen er heel erg op aan dat we dit nog in die briefing
kunnen meenemen. U heeft de vertrouwelijke briefing over dit onderwerp.
Er gebeurt op dit onderwerp gelukkig heel veel.
Voorzitter. De volgende v is van "volhouden". Het conflict waarop we ons
voorbereiden vraagt om voortzettingsvermogen van de krijgsmacht, een
sterke logistieke keten, een soepele medische keten, en voldoende
materieel en munitie. De heer Boon wees daar ook al een aantal keren op.
Allemaal van kritiek belang als we het gevecht ook willen winnen. Daarom
versterken we de ketens en vullen we onze voorraden aan. In 2027
verwachten we dan ook nieuwe leveringen van allerlei typen munitie,
waaronder ook kapitale munitie. Denk dan aan luchtverdediging en
langeafstandscapaciteiten. We bereiden onze industrie ook nadrukkelijk
voor op een langdurige en grootschalige bijdrage aan Defensie voor het
geval dat dat nodig is. Met het Nationaal Programma Defensie-industrie
en Innovatie gaan we onze strategie voor industrie en innovatie ook
concreet maken. Het is een programma dat niet alleen Defensie doet; we
doen dit nadrukkelijk in afstemming met BZ, EZK, Financiën en OCW. U
heeft hier eerder een aantal punten aan meegegeven. U krijgt die
strategie in november; in november komt die jullie kant op.
Dan de laatste v: "vernieuwen". De geschiedenis leert ons dat het niet
alleen draait om welk land het beste kan vechten of produceren, maar dat
het ook gaat om hoe snel het kan vernieuwen. Ze is al een aantal keren
genoemd: de weinig inspirerende afkorting DIOA: Defensie Innovatie en
Opschaling Autoriteit. Het is wel grappig om te weten dat "opschaling"
er later bij is gekomen, omdat meerderen van u terecht hadden
geconstateerd: wij zijn in Nederland ontzettend goed in innoveren, maar
in opschalen en implementeren zit de uitdaging. Dat is dus een van de
punten die deze autoriteit expliciet gaat meenemen, dat we meteen zorgen
dat we ook gaan implementeren. De lancering staat nu voor november
gepland. U krijgt allen een uitnodiging. Op dit moment is de organisatie
al in oprichting en zijn we al bezig met de werving van de meest slimme
mensen enzovoort, enzovoort. Dus we zijn daar al mee bezig. In november
volgt de lancering en daarvoor krijgt u een uitnodiging. En overigens
ook een betere naam.
Het blijft niet alleen bij ambities. Uw Kamer heeft vorige week kunnen
zien hoe wij onze ambities al aan het concretiseren zijn met onder
andere het tekenen van een letter of intent voor een strategische
samenwerking met een Australisch bedrijf om in Nederland
lasertechnologie tegen drones te ontwikkelen. Maar u kent ook het
initiatief van Bliksem dat we samen met Destinus en Oekraïne doen, ook
voor de luchtverdediging. Dus er lopen een aantal initiatieven die vrij
hoopvol zijn. Bovendien gaan we in Nederland onbemenste vaartuigen
bouwen die geschikt zijn voor onderzeebootbestrijding, twee voorbeelden
van het type innovatie waar Defensie behoefte aan heeft. Ze dragen
namelijk snel bij aan de verdediging van Nederland en ook van het
NAVO-bondgenootschap.
Defensie gaat in rap tempo van plannen naar actie. U gaat binnenkort op
bezoek bij de Taskforce Drones van de landmacht. U zal daar zien hoe
snel onze eenheden zich aanpassen aan het gevecht van de toekomst, maar
u zal daar ook zien waar het nog aan schort en waar het beter kan; zo
eerlijk moeten we ook zijn. Plannen om te versnellen kunnen soms schuren
met bestaande kaders. De minister noemde bijvoorbeeld al het kunnen
graven van loopgraven. U bent op de hoogte van de belemmeringen daarvan
en zo zijn er nog wel wat te noemen.
Of het nou gaat over inkoop, test- of experimenteerruimte, samenwerking
met de industrie, de rol van AI of de afhankelijkheid van andere landen,
het zijn allemaal onderwerpen waar wij oog voor hebben en waar wij
dagdagelijks druk mee zijn. Wij versnellen volop om te blijven
beschermen wat ons dierbaar is, maar we moeten continu blijven beseffen
dat wat ons dierbaar is niet achterblijft in die versnelling:
zorgvuldigheid, transparantie en ethische waarden. Ik hecht eraan om
daar ook de debatten over te voeren. Dat vraagt om een politiek die de
dilemma's in de ogen durft te kijken, daar een gezond democratisch debat
over voert en ook gezamenlijk vooruitkijkt, want een sterke krijgsmacht
is nodig, maar dat kan niet zonder breed draagvlak. Ik geloof dat
mevrouw Nanninga dat ook expliciet maakte. Onze militairen verdienen ook
niets minder, want onze dank en waardering voor hen is uiteraard
groot.
Voorzitter, dan de volgende blokjes: een blokje industrie, een blokje
innovatie, een blokje drones/APOS, een blokje materieelprojecten, waar
onder andere ASWF in valt, en dan nog het belangrijkste blokje altijd,
namelijk de overige belangrijke zaken.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Even een punt van orde, geen interruptie. In welk blokje zitten de
vragen over het tussenhandelaarverhaal? Dan weet ik even wanneer ik
daarop moet gaan letten.
Staatssecretaris Boswijk:
Overige belangrijke zaken. Daarom is het ook zo belangrijk.
Ik begin met industrie. Ik ga gewoon staccato zijn, omdat ik altijd de
opmerking krijg dat ik te breedsprakig ben.
De voorzitter:
U heeft op voorhand al een interruptie, van mevrouw Jagtenberg.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ik had wat vragen over Oekraïne gesteld. Zitten die ook in het blokje
overig of komt dat ergens anders tussendoor terug?
Staatssecretaris Boswijk:
Dat is er even afhankelijk van waar de Oekraïnevraag over gaat. Als het
over industriesamenwerking gaat, valt het onder industrie en als het
over innovatie gaat, valt het onder innovatie.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ik zal zitten en luisteren.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, dat is ingewikkeld. De casus waar mevrouw Nanninga naar verwees, zou
je ook onder Oekraïne schuiven, want die ging geloof ik over boten die
naar Oekraïne gingen.
De voorzitter:
Laat u verrassen, zou ik zeggen.
Staatssecretaris Boswijk:
We moeten toch nog iets overlaten aan de verbeelding.
"Hoe voert u de eerste VVD-inzet op private inkoop uit, welke meerjarige
productschappen ziet u de komende jaren voor u en hoe worden het mkb en
nieuwe toetreders betrokken?" Dat was een vraag van de heer De Groot.
Het is een onderwerp dat hij vaker noemt. Ik heb net al even het
voorbeeld genoemd van EOS. We hebben er daar nadrukkelijk voor gekozen
om niet zomaar een order te plaatsen en dat het daarmee klaar is, maar
ook nadrukkelijk om samen risico te dragen. Het doel is om ze hierheen
te halen en de productie ook hier te doen. Dit is even een groot
voorbeeld, maar dat kan je ook naar kleinere vertalen. Als het naar het
mkb gaat, zit daar heel veel potentie. Daar voeren vooral de regionale …
De BOM's? Nou ja …
De heer Peter de Groot (VVD):
Brabantse Ontwikkelings Maatschappij.
Staatssecretaris Boswijk:
Die ja. Ik ben onder andere in Brabant en Zuid-Holland op bezoek
geweest. Daar zijn wij vooral de trekker en is Defensie de sponsor. Eén
grote uitdaging die wij vaak horen, is: wie bij Defensie moet ik bellen?
Dat klinkt heel logisch, maar we hebben 85.000 mensen lopen van wie meer
dan de helft een uniform aan heeft. Als mensen dan zeggen "ik heb iemand
gesproken bij jullie", dan is het voor ons altijd wat lastig: ja, wie
dan? Daar gaan we nu verandering in brengen. Wij komen in november met
een soft launch van een loket Werken met Defensie met daarachter een
organisatie dan meteen identificeert "o, u kunt dit bieden aan kennis en
diensten" en dan doorverwijst. Dat zal echt in november niet meteen 100%
werken, maar dat komt wel tegemoet aan het punt dat u continu aandraagt:
dat het met name voor mkb'ers moeilijk is om te weten waar ze moeten
zijn. Nu komt het nog via verschillende kanalen binnen en dan wordt het
meer gekaderd.
De heer De Groot vroeg ook naar de stand van zaken van de kwetsbaarheden
in de toeleveringsketen en de daaruit voortvloeiende maatregelen. Hij
vroeg ook wanneer het bonus-malussysteem wordt ingezet. Defensie heeft
diverse onderzoeken uitgevoerd naar de kwetsbaarheden in de
toeleveringsketen en zet actief in op het verminderen daarvan, zodat
inzichtelijk wordt waar in de toeleveringsketen de risico's en de kansen
liggen. Dat betreft onder andere munitiegrondstoffen. Het kabinet heeft
verder een actieplan voor chemie en materialen voor Defensie
vastgesteld. Dat doen we onder andere samen met KGG. Dit plan geeft
concrete handelingsopties om de Nederlandse chemie- en materialensector
beter te benutten voor Defensiedoeleinden. Ik ga volgende week maandag,
zo zeg ik even uit mijn hoofd, samen met de minister van KGG op bezoek
bij een chemisch bedrijf dat wellicht ook voor ons iets zou kunnen
betekenen. We gaan kijken hoe we het model van de Europese en dus de
Nederlandse vezels in plaats van de Chinese vezels, ook hier kunnen
toepassen. Dat is in ieder geval het idee.
Het bonus-malussysteem kan optioneel worden toegepast. Mogelijk wordt
het voor het eerst in oktober 2026 toegepast wanneer de eerste kavel
voor de verkenningsdrone op uitsluitend de Nederlandse markt wordt
ingezet.
De heer De Groot vroeg ook: kan de snellere werkwijze voor de inkoop en
de doorontwikkeling die u in de APOS-brief noemde ook bij andere
materieelprojecten worden toegepast en hoe bewaakt u daarbij de controle
op de aanbesteding van de publieke middelen? Ja, we proberen natuurlijk
zo veel als mogelijk op de nieuwe, versnelde manier samen te werken,
meer in partnerschappen. Dat gaat ook om accepteren dat we meer risico's
moeten nemen. Dat merkte de heer Van Dijk ook terecht op. De overheid
zal een ondernemendere rol moeten gaan vervullen. Ik heb weleens gezegd:
als wij nu op safe gaan spelen, dan is dat misschien wel het
gevaarlijkste wat er is. Dan weet je namelijk dat je altijd achterloopt.
Natuurlijk moeten we nog steeds nauwkeurig omgaan met belastinggeld,
maar we moeten daar elke keer een goede afweging in maken. Dat zal
vooral worden toegepast op innovatieve middelen. Denk aan onbemenste
systemen en drones, varend, vliegend en rijdend.
We zullen altijd een combinatie houden met de huidige platforms. Denk
aan tanks, fregatten en noem het maar op. We zullen nog steeds op een
meer traditionele manier de grote systemen hebben, maar het zal een
combinatie gaan worden. De tank zal in de toekomst niet alleen meer
rijden; die zal waarschijnlijk een rijdende computer zijn voor de
onbemenste systemen eromheen of in de lucht. Met name op dat laatste
punt zal je die andere manier van samenwerken hebben. Dat is ook omdat
die systemen vaak een veel kortere doorlooptijd hebben en goedkoper
zijn. Het is ook minder erg als die sneuvelen en kapotgaan.
De heer De Groot noemde de wachtrij bij Van Halteren. Dat is inderdaad
een prachtig bedrijf. De heer De Groot vroeg of de Wet op de
defensiegereedheid een einde gaat maken aan die wachtrij. Toen u die
vraag stelde, dacht ik dat die ging over een vergunning die ze niet
krijgen en die moet worden aangevraagd. Ik begrijp nu eigenlijk dat het
probleem veel meer zit op de langjarige orders en de langjarige
zekerheid. Daar zijn we ons inderdaad van bewust. We zijn hierover met
dit specifieke bedrijf vrij kort in gesprek.
De heer Peter de Groot (VVD):
We gaan natuurlijk nog over die wet spreken. Het was natuurlijk een
beetje voorbarig om daar vragen over te stellen. Het gaat er wel om dat
wij de opschaling van die industrie zo cruciaal vinden voor de groei van
Defensie. Die wet is natuurlijk heel erg op de Defensietaken gericht.
Zou je in de wet dat spoor niet verder moeten uitbreiden? Dan kunnen
essentiële bedrijven die je in de toeleveringsketen bindt of
contracteert ook gebruikmaken van de uitzonderingsregels om bijvoorbeeld
hun bedrijfsactiviteiten uit te breiden. Daar ging de vraag eigenlijk
over. Ik heb de vraag nu iets breder gesteld. Deze vraag mag ook op een
later moment worden beantwoord, of bij de wetsbehandeling.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik denk dat wij al vrij veel instrumenten hebben om economische
zekerheid te bieden. Onder artikel 346 mag je gewoon één partij
aanwijzen om mee te dealen. Ik moet even terugkomen op de bredere
implicaties, zoals de fysieke ruimte die je nodig hebt om te kunnen
produceren. Ik denk inderdaad dat het qua hygiëne goed is als we dit
punt bij de Wodg behandelen, want daar past dit beter bij.
De heer Van Lanschot vroeg op welke terreinen Defensie de werkwijze van
smart developer gaat toepassen. Ik denk dat het goed is om daar ook
duidelijk over te zijn. Wij kunnen natuurlijk als Nederland onmogelijk
alles doen. Dat moeten we ook niet willen, want Nederland is
uiteindelijk een fysiek klein land. We hebben een beperkt aantal mensen
en een beperkte milieugebruiksruimte. Hoewel er veel geld naar Defensie
gaat, is het onmogelijk om het allemaal overal te doen. Je moet dus gaan
specialiseren.
In de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie hebben we een
vijftal gebieden genoemd, plus maritiem, moet ik erbij zeggen. Dat zijn
kwantum, slimme materialen, ruimtetechnologie, sensoren en intelligente
systemen. Dus die smart developer zal zich vooral op die terreinen
richten. Dat is de reden dat we u vorige week die brief over vezels
hebben gestuurd, want dat valt hieronder. Ik vond het overigens ook niet
uit te leggen. De Telegraaf is inmiddels weg, maar het was De Telegraaf
die ons daarop scherp maakte. Ik dacht: dit kan niet waar zijn. Wij
moeten dus zeker op de terreinen gaan handelen, die we zelf belangrijk
zeggen te vinden. Dus ja, dat zullen we doen, maar dan wel op die vijf
terreinen.
De heer Van Lanschot zei dat Defensie aangeeft de eerste munitiefabriek
van Nederland in Q1 2029 te willen openen. "Wat ziet de staatssecretaris
als belangrijkste aandachtspunt om deze ambitie te realiseren?" Ik weet
dat dit een punt is waarvoor mevrouw Nanninga en de heer Van Dijk in het
verleden ook aandacht hebben gevraagd. Het is inderdaad nog steeds het
streven om het in Q1 2029 operationeel te hebben. Wij hebben redelijk in
beeld waar die locaties zitten. Wij zijn met deze bedrijven in gesprek,
ook omdat ik persoonlijk gemotiveerd ben om op dit onderwerp te
leveren.
Ik was niet bij de rondetafel, maar generaal buiten dienst De Kruif
heeft wat mij betreft terecht gezegd dat het verstandig is om in de
huidige geopolitieke situatie zelf je spullen te kunnen leveren. Dat
onderschrijven wij helemaal. Wij zien inderdaad in dat je de
munitieproductie, de productie van onderdelen van munitie en de meer
hoogtechnologische munitie, in Nederland moet gaan doen. Daar zijn we op
dit moment met een aantal partijen over in gesprek.
De heer Van Dijk vroeg: waar wil het kabinet precies naartoe met het
Nederlandse Defensie-ecosysteem? Ik heb een deel van het antwoord, denk
ik, al gegeven. Op de vijf terreinen, die ik al noemde, willen we veel
meer naar partnerschappen. We komen uit een tijd van "de scherpste
prijs, hop, die gaan we kopen", maar we gaan nu veel meer naar "wat
kunnen we in Europa meer doen en slimmer doen". Het gevolg is overigens,
zei de heer Bolhuis terecht, wat er gebeurt bij die Chinese vezels. Die
vezels zijn natuurlijk goedkoper, want daar hebben ze andere
arbeidsvoorwaarden en andere milieuwetgeving. Sterker nog, ze hebben
daar beleid om nadrukkelijk met een doel onder onze prijs te gaan
zitten. We zullen dus continu de afweging moeten maken hoe strategisch
iets is en ons steeds moeten afvragen of wij bereid zijn om hiervoor te
betalen.
Ik kan u zeggen dat we niet alles wat op Temu staat, in Nederland moeten
gaan maken, want daar hebben we de portemonnee niet voor. Maar wij
zullen wel echt kijken: "Dit is strategisch. Als we dit kwijtraken, dan
is in potentie de consequentie niet te betalen." Daarom zijn wij bereid
om af en toe binnen het redelijke meer te betalen. Daar moeten we ook
het gesprek over voeren met deze bedrijven in Europa: luister, draai ons
geen poot uit. Zo eerlijk is het ook weer. Maar die gesprekken gaan tot
nu toe eigenlijk redelijk constructief, omdat wij bij het bedrijfsleven
een groot verantwoordelijkheidsgevoel zien als het gaat om het
weerbaarder maken van Europa.
De heer Van Dijk vroeg: erkent het kabinet dat munitie in oorlogstijd
een ruilmarkt is? Ja, dat herken ik helemaal. Nou ja, goed. Wij zijn dus
op een drietal gebieden bezig om hieraan invulling te geven.
De heer Van Dijk vroeg naar de weging tussen herkomst en kwaliteit.
"Hoeveel meerkosten ..." Nou ja, hier heb ik ook al op geantwoord. Dat
is een continue afweging, waarbij het strategische belang gewoon
nadrukkelijk meeweegt.
Mevrouw Nanninga zei: "Vorige week kondigde Defensie aan verder te gaan
met het Australische EOS. Bij Elbit ligt een systeem on the shelf.
Waarom koop je dat niet?" Dat zijn geen vergelijkbare systemen, want die
hebben minder vermogen dan die in dit initiatief. Ik ben bij meerdere
bedrijven geweest die op dit terrein bezig zijn, maar ik durf wel te
zeggen dat dit bedrijf het het verst ontwikkeld heeft. Daarbij komt dat
de samenwerking tussen het Australische bedrijf en de landmacht langer
teruggaat. We hebben verder nauw samengewerkt bij de ontwikkeling van de
pilot. Ik had dat wellicht niet moeten doen, maar u heeft vorige week
wellicht gezien dat ik naar Renze spullen had meegenomen om te laten
zien wat het effect is. Dat kunnen zij dus, omdat zij qua vermogen hoger
in de markt zitten. Het zijn dus in die zin onvergelijkbare
toepassingen.
Verder hebben we hier nadrukkelijk de kans om de ontwikkeling in
Nederland te doen. Juist als we allemaal zeggen "we moeten eigen
capaciteiten gaan ontwikkelen" en het aansluit bij ons ecosysteem en de
kennis van TNO op dit gebied, is het wat mij betreft een goede
stap.
Mevrouw Jagtenberg vraagt: "Het waarborgen van onze belangen ..." Effe
kijken. "Onze belangen, industriële capaciteit om actieve
industriepolitiek ..." "Hoe krijgt het concreet vorm?" Wij zijn in
continu overleg met onze industrie. Ik noemde net al even de
handelsreizen die we samen doen. Dat is echt iets nieuws en, denk ik,
een concrete invulling hiervan. Ik denk dat het verhaal rond EOS een
concrete invulling is. Het verhaal dat wij hebben gezegd "het kan toch
niet zo zijn dat wij in Nederland vezels maken" ... Ik heb het even
breed gedefinieerd met "in Europa". Toevallig zijn dat twee Nederlandse
bedrijven en daar gaan we dan niet die afhankelijkheden afbouwen.
Dat zijn, denk ik, twee concrete bewijzen dat wij als ministerie hebben
gezegd: hier moeten we gewoon echt actief op gaan sturen. Wij delen
gewoon volledig het ongeduld dat jullie ook hebben. "Je gaat meer
investeren en dan wil je zorgen dat we niet over tien jaar tot de
conclusie komen: fantastisch, we hebben alle spullen, maar we zijn nog
steeds net zo afhankelijk." Daarom zijn we zo actief aan het sturen. Dus
dat launching customer zijn, partnerschappen aangaan, risico's delen met
het bedrijfsleven, challenges lanceren ... Dat doen we, zodat het niet
bij een challenge blijft van "O, wat fantastisch. Je hebt een superleuk
iets, maar we kopen wel iets anders." Nee, er zit dan meteen achteraan
dat het wordt geïmplementeerd bij eenheden en dat er wordt gekeken hoe
we het verder kunnen opschalen.
Daar voeren we overigens ook heel veel overleggen over met de financiële
sector. Dat doen we om te kijken hoe zij ... Ik bedoel: wij hebben een
hoop extra geld ter beschikking, maar uiteindelijk is het ook
maatschappelijk kapitaal dat moet worden gemobiliseerd. We zijn dus in
nauw overleg met zowel het bancaire als met private equity om te kijken
hoe ook zij kunnen aanhaken.
Voorzitter, een briefje met "graag korter houden, staccato"? U heeft
helemaal gelijk, maar ik word gewoon enthousiast. Je hebt helemaal
gelijk en dan heb ik ook nog eens gezegd dat ik een harde deadline
heb!
De herkomst speelt dus een veel zwaardere rol. Punt!
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik ga nog even door op de antwoorden die mijn collega net kreeg op zijn
vraag over de noodzaak van voorfinanciering en afnamegaranties. Ik denk
dat ik het nu voor mezelf scherp heb dat het bij innovatieve projecten
allemaal wel goed geregeld is. Maar in mijn bijdrage voegde ik daar nog
een vraag aan toe. Je kunt ook projecten of materieel hebben dat niet
innovatief is, maar allang bewezen. Als je dat op korte termijn wil
opschalen, is voorfinanciering of een afnamegarantie evenzeer
belangrijk. Is dat stuk ook afgedekt en mogelijk?
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, al is de noodzaak daar, denk ik, iets minder. Bij de meer
traditionele systemen heb je het in het algemeen over grote bedrijven.
Die hebben op zich wel het geld voor voorfinanciering, maar dat willen
ze alleen pas doen als ze bijvoorbeeld weten dat een order niet eenmalig
is. Als ze een extra fabriekshal openen, omdat ze weten "jullie komen al
die CV90's doen", dan kunnen ze die hal in principe zelf bouwen, want ze
hebben zelf kapitaal. Maar ze willen wel het risico afdekken dat wij
zeggen: "Wij hebben er twintig gekocht. Super, bedankt en tot ziens."
Dan is het veel meer: "Joh, geef je ook commitment?" Ik denk dat daar
echt wel verbeteringen in zitten.
Voorzitter, ik ga door naar het blokje innovatie. Ik begin met een vraag
van mevrouw Ten Hove.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ik wachtte op een stukje over mijn inbreng over industriepolitiek. Ik
denk dat dat niet meer komt, dus daarom vraag ik het even. Het gaat ook
een beetje door op wat collega Van Dijk vroeg. Het heeft betrekking op
verschillende ontwikkelsnelheden. Ik vroeg naar het Defensie Lifecycle
Plan, het planningsproces voor nieuw materieel voor nieuwe behoeftes.
Misschien sla ik het plat, maar ik denk dat de ontwikkelsnelheden
verschillend zijn voor verschillende typen materieel. In Amerika noemen
ze dat heel mooi het "innovation battle rhythm". Voor drones is dat
weken, voor satellieten is dat maanden en voor groot materieel is dat
misschien wel jaren.
Ik wil het hebben over zo'n project met groot materieel, een tank of een
vliegtuig, whatever. Als die behoefte zich aandient, dan heb je ook best
wel lang nodig voordat je de behoefte stelt dat je zoiets bijvoorbeeld
zelf wil ontwikkelen. Waar in dat proces hakt Defensie de knoop door en
zegt het: dit vinden we zo belangrijk om soeverein te ontwikkelen dat we
dat met onze industrie gaan aanlopen voordat we in een
aanbestedingsproces komen, zodat we het dan al soeverein klaar hebben
liggen?
Staatssecretaris Boswijk:
Ik wil de vraag goed beantwoorden. Wij hebben vijf gebieden
geïdentificeerd, plus maritiem, waarvan we zeggen dat we daar in
Nederland ontzettend veel kennis van hebben. Ik doel dan onder andere op
het gebied van space of drones. Zeker in combinatie met de steun aan
Oekraïne halen wij de allerlaatste informatie op over wat werkt en wat
niet werkt.
Vroeger bestond Defensie uit heel veel verschillende eilandjes. We
hebben DPLAN. Die kijkt welke spullen nodig zijn en heeft inderdaad
Excel-sheets die vijftien jaar doorgaan. We hebben Commit. Die koopt
aan. Taskforce Oekraïne is bezig met het geven van steun aan Oekraïne.
Dan hebben we ook nog de aparte groep Industrie en Innovatie. Dat waren
redelijk los opererende eilandjes.
Het gebeurde weleens dat wij dingen aan Oekraïne gaven waarvan we
dachten: dit moeten we zelf ook hebben. Als je dat zou bundelen, kan je
een hele goede deal maken met de industrie. Je zegt dan bij wijze van
spreken: we geven niet alleen 200 miljoen aan drones aan Oekraïne, maar
bestellen ook meteen voor 200 miljoen voor onszelf. Dan hebben we ook
een betere onderhandelingspositie richting de industrie.
Die satéprikker zijn we nu door de vier verschillende organisaties van
het ministerie aan het halen, met die korte loop terug. We krijgen
continu vanuit Oekraïne te horen wat werkt en niet werkt. We kijken ook
elke keer wat we kunnen gebruiken. Een kleine maand geleden was ik mee
met een oefening van de Luchtmobiele Brigade. We hebben daarbij gekeken:
we hebben dit in Oekraïne gezien; hoe gaan wij dit nu testen? Dat is een
ander ritme dan het ritme dat we voorheen hadden.
Je houdt een deel van lange aankopen van meer traditionele systemen en
parallel daaraan hebben we dus dat hele korte. Dat laat zich vooral
leiden door de wisselwerking: wat gebeurt er in Oekraïne, wat weten onze
kennisinstellingen en wat heeft Defensie nodig? Dat kan je alleen doen
in een partnerschap. Daarom hebben wij die switch gemaakt en gaan we
niet meer zeggen dat we een drone willen die zo veel kilo moet wegen en
zo ver moet kunnen vliegen. Nee, we zeggen nu: "We willen een bepaald
effect hebben. Slimme mensen, zeg het maar."
Dat is de transitie die we willen maken. Die is echter supermoeilijk,
niet omdat wij hem moeilijk vinden, maar omdat we ook leven in een tijd
waarin we alles moeten kunnen verantwoorden. Dat is ook in lijn met wat
de heer Van Dijk net zei. Dan moet je ook accepteren dat we in projecten
stappen die mogelijk mislukken, omdat we nu nog niet weten wat het
effect gaat zijn. Dat is echt een zoektocht. Dat is een zoektocht die we
gezamenlijk moeten doen. Het is voor ons allemaal een nieuwe wereld waar
we in stappen. Ik ben ervan overtuigd dat de nieuw op te richten
innovatieautoriteit daar een cruciale rol in gaat spelen.
Dat brengt mij bij het blokje innovatie. Mevrouw Ten Hove heeft gevraagd
naar de balans tussen de huidige organisatie en de benodigde
vernieuwing. Ik hoorde net dat ik staccato en kort moet zijn. Dat is
het: we hebben twee werelden. Een deel zal … Ja. Oké, het is duidelijk,
een kwartier later. Ik doe zo mijn best.
De heer Van Lanschot had een vraag. O nee, die heb ik ook al gehad. Nee,
ik maak een grapje. Hij sprak over de grote hoeveelheid
innovatieafdelingen. Ja, we hebben inderdaad veel innovatieafdelingen
binnen Defensie en binnen de verschillende krijgsmachtonderdelen. Met
het oprichten van de nieuwe autoriteit — we zijn daar as we speak mee
bezig — hebben we natuurlijk gekeken naar wat we kunnen samenvoegen en
wat we meer zouden kunnen centreren. Dat gaat dus inderdaad gebeuren.
Wij kunnen ons simpelweg ook niet veroorloven dat we het beperkte talent
dat we in Nederland hebben, versnipperd op gebieden gaan inzetten.
Helemaal centraliseren gaan we niet, omdat een bepaalde vorm van
decentralisatie, lokaal bij eenheden bepaalde innovaties doen, ook van
nut is. Maar wij zijn wel nadrukkelijk aan het bekijken hoe het slimmer
kan. We gaan er niet iets parallel naast zetten waardoor we vervolgens
meer werkgelegenheid hebben gecreëerd, maar weinig effect. Dit is dus
een terecht punt, denk ik.
De heer Van Lanschot vroeg ook of ik het werk binnen aan defensie
gerelateerde projecten uit het rapport-Wennink wil coördineren, zodat
deze mogelijk in aanmerking komen voor funding vanuit de NII, en of ik
de staat van de projecten kan meenemen in de Stand van Defensie.
Defensie is nauw betrokken bij de uitwerking van de nationale
investeringsinstelling en houdt daarbij ook rekening met de behoeften
van defensie. Ik wil alleen niet al op voorhand vastleggen welke
projecten een gecoördineerde actie vanuit Defensie behoeven. Daarbij is
dit aan de nationale investeringsinstelling zelf, want deze staat
nadrukkelijk los van de overheid. Daar moeten we niet te veel in willen
sturen. Tot slot is het ook niet wenselijk om projecten geopperd door
derden te rapporteren in de Stand van Defensie. Ik snap natuurlijk dat
je altijd een vorm van afstemming moet hebben om te voorkomen dat de
investeringsinstelling iets parallel gaat doen aan wat wij ook aan het
doen zijn. Afstemming zal er dus altijd zijn, maar we willen niet te
veel invloed en verwarring daarin hebben.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dit is helder, maar het was niet helemaal de achtergrond van mijn vraag.
Die ging er namelijk over dat er een zevental projecten zijn, en
misschien nog wel veel meer, waar heel veel partners in zouden kunnen
samenwerken. Het is dan natuurlijk belangrijk dat iemand de leiding
neemt in het opwerken van zo'n project, zodat het beslisrijp is voor de
NII om het wel of niet te funden. Iemand moet dus het initiatief nemen
om een volwaardige potentiële investeringspropositie te ontwikkelen.
Daar gaat mijn vraag over.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik kom daarop terug met een antwoord in de tweede termijn, om het even
goed scherp te kunnen hebben en nu niet iets te zeggen wat uiteindelijk
niet werkbaar is. Ik kom daar dus nog even op terug.
Deelt de staatssecretaris de inschatting dat zo'n 3.000 mkb-bedrijven
die nu nog niet actief zijn in de keten, relatief snel kunnen instromen
om als ketenpartner te kunnen leveren aan de eindproducten? Zeker. Wij
zijn met name met die regionale ontwikkelingsmaatschappijen bezig — voor
een deel gebeurt dat al — met het identificeren van waar de slimme
bedrijven zitten in die gebieden, waar we nu nog geen gebruik van maken.
Dat zijn onder andere slimme materialen. Een van mijn bezoeken van de
week gaat ook naar zo'n bedrijf. We denken dat die veel voor defensie
kunnen betekenen, maar ook op het gebied van space, waar mevrouw
Jagtenberg alles van weet. Ik heb daarnaar al heel veel werkbezoeken
afgelegd. Die waren vroeger vooral bezig vanuit een economische drive,
of meteorologisch. Je ziet dat dat nu heel erg aan het verschuiven is
naar defensie toe. Dat is denk ik ook iets positiefs, want daar kunnen
wij ook een rol in spelen. Dat doen we in zekere zin al, maar daar gaan
we heel erg in versnellen.
Mevrouw Jagtenberg vroeg ook: hoe investeren we in innovatie, en wordt
het daadwerkelijk omgezet in Europese slagkracht en strategische
autonomie? Ik heb net al wat voorbeelden gegeven: het project Bliksem;
de samenwerking met Destinus, een mooi Nederlands bedrijf dat bijdraagt
aan de vrij spectaculaire effecten die Oekraïne op dit moment behaalt.
We zijn aan het kijken hoe Destinus ook kan bijdragen aan de veiligheid
van Europa in het luchtdomein. Dat doet Destinus niet alleen; dat doet
het onder andere met Thales, MBDA en nog een aantal andere bedrijven.
Dat is ook iets waarvoor de premier, ik meen, voor de zomer heeft
getekend. Dat is er een, en zo zijn er nog EOS en het hele riedeltje dat
ik net heb genoemd. We zijn as we speak bezig om dat te concretiseren.
Met het Nationaal Programma Defensie-industrie en Innovatie, dat in
november naar u toe komt, zal er een nog concretere vertaling daarvan
zijn.
In het verlengde daarvan vroeg mevrouw Jagtenberg om gezamenlijk te
kijken naar innovatie-, inkoop- en industriepolitiek als één onderdeel
van strategische veiligheid en autonomie. Inderdaad, dat moet je
integraal bekijken. U noemde in uw bijdrage ook die challenges, geloof
ik. Ik geloof ook dat u het was die zei dat we supergoed zijn in
innovatie, maar dat het daarna blijft hangen. Dat is helaas ook onze
analyse. Op basis van die vijf gebieden kijken wij dus heel nadrukkelijk
waar we van meerwaarde kunnen zijn. We komen dan met challenges op die
gebieden. Als een challenge succesvol is, gaan we er meteen voor zorgen
dat we die spullen aankopen, dat er financiers aanhaken en dat die
bedrijven niet een leuke start-up blijven, maar we er uiteindelijk een
scale-up van kunnen maken. Dat is de manier waarop we het nu
aanvliegen.
De heer Van Lanschot vroeg of het niet slim zou zijn om de
defensie-infrastructuur van het NADI te gebruiken om een aantal heel
uitdagende internationale defensiechallenges in de markt te zetten. De
doelstelling van de op te richten DIOA is het aanjagen van disruptieve
militaire innovatie. Defensie en EZK stemmen de complementaire
doelstellingen over de vormgeving van DIOA en NADI af. Het is
aannemelijk dat op een aantal randvoorwaarden samengewerkt zal worden.
Daarnaast is het mogelijk dat er gezamenlijke trajecten worden opgezet
waarin het gaat over projecten met een dualusekarakter. In Q1 2027 wordt
uw Kamer nader geïnformeerd over de voorziene samenwerking tussen DIOA
en NADI. DIOA wordt zodanig ingericht dat zij Europees schaalbaar is;
processen en netwerken zullen vanaf het begin worden verheven in ons
Europese netwerk. De afgelopen maanden was ik op bezoek in Berlijn,
Parijs en Londen en binnenkort ga ik naar Scandinavië. De inbedding van
DIOA was daar steeds een structureel onderdeel van de bijeenkomst. Ook
spraken we over het uitwisselen van personeel opdat we als Europese
landen niet allemaal dezelfde innovaties gaan uitvinden.
De heer Van Dijk vroeg of er alleen innovatietrajecten in aanmerking
komen voor afnamegarantie of ook langetermijn DIOA-trajecten. We gaan
zowel de korte als de lange termijn doen. We koppelen innovatie aan
operationele capaciteit, zodat we het gevecht van morgen kunnen winnen.
Bij kortetermijntrajecten is het zicht op afname veelal duidelijker. Bij
succes wil de krijgsmacht dat er opgeschaald wordt en ook meteen kan
worden afgenomen. DIOA als instituut zal echter op armlengte van
Defensie staan, maar tegelijkertijd wel nauw met ons samenwerken, om
ervoor te zorgen dat er vroegtijdig duidelijkheid is over de vraag of de
aansluiting van de innovaties overeenkomt met de behoeftes van de
krijgsmacht. Door met innovatieve inkoopvormen te werken via DIOA en
breder als Defensieorganisatie wordt het ook mogelijk om al in een
eerder stadium bedrijven zicht te geven op afnames. Ik zeg nadrukkelijk
dat het niet alleen innovatie is maar ook opschaling.
Mevrouw Jagtenberg vroeg naar het tijdspad van DIOA. Dat heb ik net al
gezegd. Ergens in november krijgt u ook een uitnodiging.
De heer Bolhuis heeft eerder een motie over e-SAF ingediend. Ik herinner
mij die nog. Ik heb gezegd die te omarmen omdat ik het zelf ook een
belangrijk punt vind. We hebben onszelf doelstellingen opgelegd, maar
komen nog niet in de buurt daarvan. U bent er wel over geïnformeerd; het
staat op pagina 55 van Stand van Defensie. Ik heb het niet zelf
opgezocht, maar het staat er wel degelijk. Naar aanleiding van uw motie
heb ik zelf de telefoon gepakt en onder andere gesproken met KLM en
Shell om te bezien hoe wij de projecten die zij hebben, kunnen opschalen
en hoe wij beter kunnen aansluiten bij KLM voor bijvoorbeeld de inkoop,
omdat zij natuurlijk dezelfde uitdagingen hebben. Ik zit er bovenop en
zal u eind dit jaar informeren over de voortgang.
Mevrouw Jagtenberg vroeg of wij bereid zijn om space breed onder de
aandacht te brengen, een roadmap te ontwikkelen en space op te nemen in
de opschalingsautoriteit. Ik kan dat toezeggen, ook al omdat space onder
de vijf terreinen valt, zoals u weet. Daarnaast zit Defensie volop in
ruimtetechnologieën, zoals mevrouw Jagtenberg weet. U noemde zelf al de
PAMI-satelliet en ik geloof dat u ook BRIK nog noemde. Wij willen
inderdaad uitblinken op dit gebied. Dat kan ook, want we hebben echt
fantastische bedrijven, bijvoorbeeld op het gebied van sensoren of
zonnepanelen. Ik heb pasgeleden nog een cleanroom geopend bij GTM, een
bedrijf waar ik nog nooit van had gehoord maar dat wel een van de
wereldspelers is. Dat is echt heel mooi. We zijn ook nadrukkelijk in
overleg met een aantal Europese bedrijven die kijken naar vestiging in
Nederland omdat wij zo'n goed ecosysteem hebben. Wij voeren het gesprek
erover dat we ze heel erg welkom heten, maar wel als ze passen in ons
ecosysteem en niet opeens mooie ecosystemen van ons gaan beschadigen.
Maar tot nu toe ziet het er daar niet naar uit. Het lijkt er vooral op
dat we als Europa en als Nederland echt een flinke stap kunnen gaan
zetten op dit gebied. Dat was mijn blokje innovatie, voorzitter.
Dan ga ik door naar het blokje drones. Mevrouw Jagtenberg heeft haar
frustratie geuit over het feit dat het testgebied boven de Noordzee nog
steeds niet operationeel is. Ik moet wel zeggen dat de provincie dit
jaar hard heeft gewerkt aan de technische uitwerking van het test- en
oefengebied. In juni is een participatietraject gestart. In het najaar
zal de zienswijzeprocedure door de provincie worden doorlopen. Wij zijn
in nauw overleg met IenW en pushen iedereen voor zover dat mogelijk is,
maar we hebben hier wel te maken met bestaande procedures die helaas
niet sneller kunnen. Uw ongeduld is ook ons ongeduld, omdat wij liefst
zo snel mogelijk out of sight willen kunnen testen. Daarvoor is de
Noordzee een fantastisch gebied. We zitten er bovenop. Dat doen we in
goed overleg met IenW en de provincie Zuid-Holland.
Mevrouw Jagtenberg vroeg ook naar het opvolgen van haar motie over de
droneregiegroep. Defensie werkt samen met de industrie en
kennisinstellingen aan het verbeteren van de randvoorwaarden om
productie en gebruik van onbemenste systemen te versnellen. Dit is ook
een van de actielijnen in het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste
Systemen. Daarnaast is afgelopen jaar intern bij Defensie de regie met
prioriteit opgepakt en centraal belegd bij de Directie Plannen. Er wordt
al intensief gesproken met kennisinstellingen en industrie over het
experimenteren en over het gebruik van test- en onderzoeksfaciliteiten,
niet alleen op de Noordzee, maar ook in gebieden op land.
Op verschillende manieren proberen we de toegang tot de test- en
onderzoeksfaciliteiten te verbeteren, zowel binnen Nederland als
daarbuiten. Onlangs hebben we een faciliteit geopend bij de Universiteit
Delft, een enorme ruimte waar je ook binnen kan oefenen, kan analyseren
hoe de drones werken, enzovoorts. Die ruimte is mede dankzij
financiering vanuit Defensie tot stand gekomen. Er worden dus ook al
concrete locaties geopend.
Mevrouw Jagtenberg sprak over de Shaheddrones met straalmotoren. Zij
vroeg of het een idee is om een challenge uit te schrijven voor het
bestrijden van zulke drones. Ik denk dat dit een terechte opmerking is.
Defensie heeft twee challenges in de markt gezet om een oplossing te
ontwikkelen tegen zulke drones. De eerste challenge is gericht op de
kleine First-Person View-drones en de tweede challenge is gericht op de
Shaheddrones, het type dat mevrouw Jagtenberg aanhaalde. In de tweede
challenge is nadrukkelijk gevraagd om te komen met oplossingen voor
drones met straalmotoren die tot een specifiek aantal kilometers per uur
gaan. In het eerste kwartaal van 2027 staan de eerste testen in de
praktijk gepland. Er wordt dus op dit moment al invulling gegeven aan
hetgeen mevrouw Jagtenberg vraagt. Mocht ik over de voortgang hiermee op
een later moment meer kunnen melden, zal ik dat uiteraard doen.
De heer Bolhuis vindt het belangrijk dat er bij aanbestedingen veel meer
aandacht komt voor de eisen op het gebied van herkomst van materialen en
de reserveonderdelen voor het aan te schaffen materieel. In zekere zin
doen we dit ook al. Bij de aanschaf van materieel kijken we niet alleen
naar kwaliteit, prijs en levertijd, maar ook naar de leveringszekerheid
van materialen. Dit doen we binnen de Europese aanbestedingswetgeving.
Ik wijs op de stap die wij recent hebben gezet met de vezels. Dat gaat
over iets heel kleins, maar de stap die wij op dat punt hebben gezet is
heel groot, namelijk dat we niet meer alleen kijken naar de prijs, maar
nadrukkelijk ook naar de herkomst. Voor bepaalde reserveonderdelen deden
we dat al, maar dat gaan we nu dus nog nadrukkelijker doen.
De heer De Groot vraagt hoe ervoor wordt gezorgd dat de oplossingen uit
APOS ook operationeel worden ingezet. Juist de challenges zijn ervoor
bedoeld dat die oplossingen ook operationeel worden ingezet. Dat is
eigenlijk een van de randvoorwaarden. Wij willen geen challenges
waarover we allemaal zeggen "o, wat fantastisch en wat leuk
uitgevonden", waarna we weer overgaan tot de orde van de dag. Het idee
is juist dat de opschaling en de aanschaf daarachteraan komen.
De heer Van Dijk vraagt of het ministerie in de afgelopen jaren de regie
heeft gepakt om ketenpartners bij elkaar te krijgen om de
inkoopprocedures te vereenvoudigen. Jazeker. We nemen maatregelen om de
inkoopprocedures te vereenvoudigen. Dat doen we via de taskforce
Versnellen Inkoop. We kijken bijvoorbeeld naar het verhogen van het
inkoopmandaat. Daarvoor leggen we vertrouwen en verantwoording lager in
de organisatie. We nemen regie, ook richting Europa, en we hebben ons
ingezet voor de verruiming van de Europese aanbestedingswetgeving, want
als gevolg van de Defensieomnibus worden de aanbestedingsdrempels voor
militaire producten fors verhoogd. Dus ja, op dit onderwerp worden
inderdaad ook stappen gezet. Daar zijn we nu nog niet mee klaar, maar
kijk je naar de debatten die we drie, vier jaar geleden hebben gevoerd
en naar wat we nu aan het doen zijn, dan blijkt dat hier echt een
versnelling in zit en dat het een stuk efficiënter is. Tegelijkertijd
moeten we natuurlijk nog steeds heel nauwkeurig omgaan met
belastinggeld. Op dat onderwerp kom ik zo meteen nog terug, maar we zijn
dat inderdaad wel echt aan het versnellen.
De heer Boon vraagt wat er gaat veranderen om de doelstelling te halen
om over vijf jaar meer dan helft van de operationele effecten onbemand
te bereiken. Ik denk dat de minister al aardig heeft gezegd wat er moet
gebeuren. Ik ga dus niet helemaal in herhaling vallen. Tegelijkertijd
geef ik een winstwaarschuwing. Het zou fout zijn om te denken dat de
drones de toekomst zijn, want het kan zomaar zijn dat we iets uitvinden
waardoor het effect van drones ineens weg is. In het verlengde van de
opmerking van de minister zeg ik dat ik het inderdaad niet zo snel meer
zie gebeuren dat we nu een Chinook inzetten zoals we dat misschien in
Afghanistan hadden gedaan bij luchtmobiel, maar je weet het niet.
Wellicht voorzien we de Chinooks zo meteen weer van een systeem waardoor
het wel kan. Ik denk dat het heel dom zou zijn om de kennis die we op
dat gebied hebben, kwijt te raken. Het is dus helaas en-en-en-en. In de
tussentijd oefenen onze mensen van "luchtmobiel" — u noemde het zo
expliciet — wel anders dan destijds. Wij houden daar dus wel degelijk
rekening mee.
Voorzitter. Dan kom ik bij het volgende blokje, over materieelprojecten.
Mevrouw Jagtenberg begon over de scherfvesten: wij kopen scherfvesten
met Chinese vezels. Dat moet ik wel even corrigeren, want dat is niet
het geval. Er was een optie waarbij dat zou gebeuren. Daar heeft onder
andere De Telegraaf over bericht en daar heeft u ook op gereageerd, zo
van: dit kan toch niet de bedoeling zijn? Ik dank u voor uw aansporing,
maar ik was ook zelf wel zo intrinsiek gemotiveerd dat ik dacht: dit kan
inderdaad niet waar zijn. Daarop hebben wij dus geïntervenieerd. We
zullen er continu scherp op moeten blijven dat we dat doen.
In het verlengde daarvan zei mevrouw Jagtenberg: en nu koopt u ook nog
eens 3D-printers in China. Dat ligt wel iets anders. Kijk, we zeggen
allemaal dat een Iphone een Amerikaanse telefoon is, maar die telefoon
wordt voor een groot deel in China in elkaar gefietst. Met de kennis van
nu zouden we ook anders naar deze casus moeten kijken. Wij hebben nu die
stap gezet met die vezels. In het verlengde daarvan zullen we die
systematiek in de toekomst ook zo bij deze producten moeten
hanteren.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ik was een beetje spaarzaam met mijn laatste interruptie, maar ik denk
dat ik 'm nu toch maar inzet. Het is fijn dat er per casus actie wordt
ondernomen en dat er beter wordt nagedacht over hoe we dit strategisch
kunnen aanpakken voor Nederland en voor Europa, maar hier zit natuurlijk
een structureel probleem onder. Hoe gaat de staatssecretaris dit dus
structureel oplossen in plaats van dat per casus op te lossen als we
daartegenaan lopen?
Staatssecretaris Boswijk:
Een zeer terechte vraag. Dit is een cultuur die overigens niet alleen
een probleem bij Defensie is. Dit is het gevolg van 30 jaar bezuinigen
en van elk kwartje drie keer willen omdraaien in combinatie met
globalisering, lang leven de lol en "we kunnen het allemaal uit China
halen en het is fantastisch". Daarna, ten tijde van corona, hebben we
gezegd: reassuring, de-risking enzovoort. Sinds de coronapandemie is ons
handelstekort met China met 44% toegenomen. Dus het gaat nog niet
helemaal lekker. De minister en ik zijn intrinsiek gemotiveerd, zoals u
dat ook bent, om zeker op dit gebied als Defensie het goede voorbeeld te
geven. Dat neemt niet weg dat wij nog steeds wel in een mal zitten.
Vroeger kochten we altijd het scherpst en het snelst in. Wij hebben daar
onvoldoende bij stilgestaan. Ik zou dus zeggen: houd ons hier scherp op.
Dat houdt ons alleen maar goed bezig, maar weet dat door de minister en
mij en gelukkig ook breed in de organisatie is gezegd: jongens, wij
moeten het goede voorbeeld geven. Nogmaals, wij gaan als Defensie niet
van alles wat Temu aanbiedt, zeggen: dat moet nu allemaal in Europa. Dat
is onhaalbaar. Maar we moeten strategisch kijken waar we dat wel gaan
doen, en dat zijn die vijf gebieden. Daar vallen de vezels onder en daar
valt dit ook onder. Dat is hoe wij daarmee bezig zijn. Wij gaan ons best
doen om ervoor te zorgen dat u niet nog een keer wordt overvallen door
zoiets, dus ik zie het volgende debat al met angst en beven tegemoet.
Nee, ik ben ervan overtuigd dat dit behoorlijk goed tussen onze oren
zit.
Dan de heer Bolhuis en de heer Van Baarle, die net weg is ... Ha, nu kan
ik alle vragen over Israël gaan doen, snel, snel, snel. Nee, grapje.
Pardon, dat mag ik natuurlijk niet zeggen. Nee, dat ging over iets heel
anders. Jagtenberg, Van Baarle en Bolhuis: hoe gaat u afhankelijkheden
afbouwen buiten Europa? Allereerst zijn de capaciteiten van de VS op
meerdere gebieden strategisch onmisbaar voor NAVO-operaties. Vervolgens
zetten we natuurlijk wel het versterken van onze zelfstandigheid en
autonomie door. Ik heb het tweesporenbeleid al vaker genoemd.
Als ik nu vraag aan de Oekraïners wat de beste luchtverdediging is, dan
zeggen zij: Patriots. Dat is de reden dat wij eerder dit jaar opnieuw
Patriots hebben besteld. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om te
zorgen dat er meer alternatieven komen, helemaal omdat we weten dat wij
die als Europa zelf ook kunnen maken. Daar ben ik van overtuigd. Wij
hebben ook Nederlandse bedrijven die hier een rol in kunnen spelen. Ik
heb ze al genoemd: Destinus en Thalens kunnen hier een rol in spelen.
Alleen kunnen wij ons niet veroorloven om te zeggen: laat die Patriots
maar zitten, we gaan volle bak op iets gokken waarvan we nog niet weten
wanneer het er is.
Wij zitten nu in een window of vulnerability en het gaat ook nog een
paar jaar duren dat we dat tweesporenbeleid zullen hebben. Maar ik ben
overtuigd dat wij capaciteiten gaan ontwikkelen, niet alleen op dit
gebied, die zo ontiegelijk goed zijn dat de Amerikanen bedenken "hm, die
hebben wij ook nodig". Sterker nog, er zijn nu al onderdelen waarvoor de
Amerikanen afhankelijk zijn van ons. Dan zegt u "ja, ASML", maar nee,
die bedoel ik niet. Een F-35 kan niet landen op een vliegdekschip zonder
die haak, en die haak komt uit Nederland. Niemand kon 'm maken en zorgen
dat die niet brak. Alleen de Nederlanders konden dat. Er zijn dus al
afhankelijkheden van de VS richting Nederland en ik ben overtuigd dat
wij als Europa en als Nederland nog meer kunnen laten zien, en dat gaan
wij ook doen.
Dus ja, wij werken heel hard en heel pragmatisch aan een gezondere
balans tussen de VS en Europa. Ik heb een aantal zaken genoemd. Als het
gaat om luchtverdediging, om GlobalEye of om spacecapaciteiten zijn wij
echt meters aan het maken, maar het is niet iets dat van vandaag op
morgen meteen in de balans is waarin we het willen hebben. Ik roep u dan
ook op: houd ons scherp hierop, maar wij zitten echt op dat
tweesporenbeleid.
Dat geldt overigens ook voor kunstmatige intelligentie. Daar hebben we
eerder een debat over gehad en daar gaat het debat de laatste weken
natuurlijk heel erg over. Wil je kaders kunnen stellen en normen kunnen
opleggen, dan moet je ook zorgen dat je capaciteit op dit gebied
ontwikkelt. Ik ben overtuigd dat wij ook dat kunnen, zij het niet
alleen, want dat zullen we in Europees verband moeten doen. Ook hierin
maken wij behoorlijk wat meters. Ik heb eerder gezegd: over twee jaar
hebben wij een alternatief gevonden voor Palantir. Wij zijn committed.
Ik ga binnenkort op werkbezoek bij een groot aantal Europese bedrijven
die hier ook in geloven. Willen is kunnen, maar het is niet makkelijk en
het gebeurt ook niet van vandaag op morgen. Uiteindelijk zijn de
Amerikanen echt nog steeds een belangrijke bondgenoot, alleen moeten wij
ze laten zien dat wij niet alleen hen nodig hebben, maar zij ook ons, en
dat kan alleen als je zelf je broek ophoudt.
Dan had de heer Bolhuis een terechte vraag over de mate van
vertrouwelijkheid. Dat is ook een steen in mijn schoen, zeg ik gewoon
eerlijk, want ik herken helemaal de wens die er is om te kunnen
controleren. Het is, denk ik, goed voor het beeld dat ik zeg: wij delen
nog net zoveel als we vroeger deden. Soms hebben mensen het idee: ze
hebben bij Defensie miljarden en ze doen maar wat. Wij delen net zo veel
informatie als eerder, alleen is nu meer informatie vertrouwelijk. Dat
kunt u wel zien, maar de buitenwereld niet. Maar dat maakt het voor u
als Kamerleden ingewikkeld. Dat besef ik ook. Wat ik ervan heb begrepen,
is dat er met de griffie over gesproken wordt hoe we dit nog verder
kunnen verbeteren, nog meer in vertrouwelijke briefings. We hebben het
niet alleen over commercieel vertrouwelijk, maar ook willen we de Russen
niet wijzer maken dan we ze al maken. Ik voel en snap het ongemak. Wij
moeten hier blijvend een modus in vinden. Ik weet dat dit gesprek volgt,
maar de voorzitter grijpt al in.
De voorzitter:
We gaan hier binnenkort over in gesprek met de commissie. Dat
volgt.
De heer Bolhuis (PRO):
De vraag komt er ook vandaan dat we een gesprek hadden over de
Defensienota, waarin meerdere experts zeiden dat er meer gedeeld kan
worden dan wat Defensie nu doet. We hebben net een rapport van de
Algemene Rekenkamer gekregen over de aandachtspunten bij de begroting.
De Rekenkamer zegt ook: Defensie is minder aan het delen; er moet een
gesprek komen tussen de regering en de Tweede Kamer over hoe we dit
beter gaan doen. Ik heb nu wel het gevoel dat u het een stuk kleiner
maakt dan wat anderen zeggen. De vraag aan u is: gaan jullie ook de stap
naar voren zetten om dit te verbeteren, zoals de experts aangeven en
zoals ook de Algemene Rekenkamer aangeeft?
Staatssecretaris Boswijk:
Ik zou willen voorstellen dat we eerst het gesprek met de griffie
voeren, want dan kunnen we ook heel duidelijk en misschien ook veel meer
onze dilemma's delen. Nogmaals, ik deel het liefst alles wat ik weet.
Dat maakt voor mij de debatten ook veel makkelijker, maar je zit soms
met commercieel vertrouwelijke punten of je zit met de
veiligheidsvertrouwelijkheden. Ik denk dat we daar vroeger te naïef in
zijn geweest. Tegelijkertijd snap ik ook het ongemak omdat in relatie
met de gigantische investeringen die we doen, u uw rol moet kunnen
vervullen. Ik wil voorstellen dat we dit eerst in overleg met u, via de
griffie, gaan doen en dat we daarbij ook kijken welke verbeteringen we
daarin kunnen vinden.
De heer Van Lanschot sprak over de 40% en de 50%. Ja, wij zijn in ieder
geval in de Stand van Defensie, op verzoek van PRO, gekomen met die
vertaling. Ik denk dat die best positief is. We zien dat we daar best
wel een stap in zetten. Ja, het is "minstens", dus het is inderdaad niet
zo van "o, we zitten nu op 59%, dus we kunnen nu iets minder gaan doen".
Tegelijkertijd moet u zich ook voorstellen dat het golfbewegingen zijn.
Het zal nu dus misschien iets harder gaan. Bij de volgende Stand van
Defensie, in Q2, zou het misschien iets kunnen zakken. Ik zou willen
voorstellen om, voordat we percentages gaan wijzigen, eerst een wat
langere trend te zien, zodat we iets meer kunnen sturen.
De heer Van Lanschot vroeg ook naar de toepassing van het principe van
"Europees, tenzij" bij componenten en halffabricaten. Dat principe zijn
we inderdaad aan het toepassen. Laat ik het voorbeeld noemen van het
model bij de vezels. Dat model willen we nu eigenlijk overal voor gaan
gebruiken.
De heer Van Lanschot (CDA):
Daar heb ik toch nog wel een vraag over. We hebben de vijf NLD-gebieden,
die weer uit de tien NTS-technologieën komen. Daar zit dan ook nog
maritiem bij. Wel is het natuurlijk voorstelbaar dat er materieel van
Defensie is dat daar niet bij hoort en niet supergeavanceerd is — ik
denk aan een radio of aan een plaat waar een deel van een drone in komt
— maar dat we toch niet uit bijvoorbeeld China willen halen. Als we het
alleen maar toespitsen op de NLD-gebieden, beperken we onszelf dan
eigenlijk niet te veel en zouden we "EU, tenzij" dan toch niet moeten
uitbreiden?
Staatssecretaris Boswijk:
Even los van die NLD-gebieden, we hebben de percentages, namelijk de 50%
en de 40%. Daar valt alles onder. Daar zit sowieso de prikkel. Dat
percentage willen wij zo hoog mogelijk hebben. Bovendien is het
"minstens" dat percentage. Ik zou het liever nog hoger willen hebben.
Wellicht over twee, drie jaar kunnen we het omhoogschroeven. Daar
vallen, even plat gezegd, ook de radio's, de jassen, de helmen onder. We
hebben sowieso al een prikkel om dat al meer te doen. Ik denk alleen dat
je daar toch nog steeds bij moet nadenken. We moeten niet alles hierheen
willen halen, want sommige dingen voegen gewoon niet zo veel toe aan ons
economisch ecosysteem of aan de kennisinstellingen. Ik snap uw punt. Je
moet breder kijken dan die vijf gebieden. Maar ik denk dat we dat al
hebben ondervangen doordat die 40% en 50% over het brede gaat. Dat
kunnen we op termijn wel opschroeven, maar ik zou wel willen
voorstellen: laten we eerst een paar Standen van Defensie kijken of we
die trend goed hebben. Nu ziet die er goed uit, maar we moeten kijken
hoe die volgend kwartaal is, als we weer aantal keer een aanschaf hebben
gedaan.
Dan gaan we door naar de heer Boon. Die had het over een harde eis
stellen dat materieel zo veel mogelijk zelf wordt onderhouden en
gerepareerd. Bij de aanschaf van defensiematerieel in het buitenland
ontstaan onvermijdelijk afhankelijkheden. Dit geldt voor ook de
instandhouding, in het bijzonder ten aanzien van reservedelen, die
meestal alleen bij de oorspronkelijke fabrikant kunnen worden
aangeleverd. Bij de aanschaf van nieuw materieel maakt Defensie
afspraken met leveranciers om te borgen dat de gebruiker het onderhoud
en de reparaties grotendeels kan uitvoeren. Daarnaast worden dergelijke
afhankelijkheden beperkt door bijvoorbeeld het aanhouden van voorraden
en kijken we ook hoe we bepaalde bedrijven in die supply lines kunnen
krijgen waar we al een hele goede ervaring mee hebben.
De heer Boon had in het verlengde daarvan ook nog vragen over de drie
wapensystemen waarover wordt gesproken in de Stand van Defensie. Hij
vroeg of die op norm komen. Conform wat we hebben gemeld in de Stand van
Defensie in het najaar van 2026 is de verwachting nog steeds dat in 2026
de drie A-wapensystemen op norm komen. Daarvan heeft één systeem bijna
de norm gehaald. Het tweede systeem zit in de afrondende fase. Het derde
systeem laat ook een stijgende lijn zien. Ook voor de langere termijn is
een stijgende trend van de materiële gereedheid zichtbaar. Onze mensen
werken elke dag hard om de systemen op norm te krijgen. We vergroten de
onderhoudscapaciteit, intensiveren de samenwerking met industriële
partners en verhogen de voorraden van reservedelen. U zult begrijpen dat
ik vanwege operationele veiligheid niet kan ingaan op de specifieke
knelpunten bij de wapensystemen. In de vertrouwelijke bijlage bij de
Stand van Defensie is uw Kamer geïnformeerd over de materiële gereedheid
van de individuele wapensystemen. In de Stand van Defensie voorjaar 2027
volgt een update met betrekking tot de wapensystemen waar de heer Boon
zojuist naar heeft gevraagd.
Dan vroeg de heer Boon: is onze krijgsmacht vandaag klaar om te vechten?
Onze krijgsmacht is altijd klaar om te vechten. Er is een uitspraak van,
geloof ik, Donald Rumsfeld, die zegt: je vecht niet met de krijgsmacht
die je wenst te hebben, je vecht met de krijgsmacht die je hebt. Onze
mannen en vrouwen zijn er altijd klaar voor. Dat ontslaat ons natuurlijk
niet van de plicht om elke dag te zorgen dat ze weer nog een stukje
beter zijn. Dat zijn we aan het doen.
Dan een vraag — dit is een ideale combinatie — van zowel de heer Boon
als de heer Van Baarle. Ja, waar zou dat nou over gaan? Over Israël. Ik
kan daar gewoon het algemene standpunt weergeven, dat ik hier echt al
ontiegelijk vaak heb herhaald. In het bredere onderwerp willen wij onze
afhankelijkheden van wapensystemen buiten Europa afbouwen, maar de
realiteit is ook dat voor bepaalde wapensystemen simpelweg nog geen
alternatieven zijn. Ik meen dat destijds de motie-Teunissen is
aangenomen, die heeft gezegd: zodra er een alternatief is, moet je het
Europees gaan kopen. Zo nee, dan is dat niet anders. Voor een aantal
wapensystemen, en dat gaat vooral over luchtverdediging, voor het
gebruik van helikopters of voor pantservoertuigen is er op dit moment
geen alternatief, maar die worden nu al wel operationeel ingezet. Dan
hebben de minister en ik twee dingen af te wegen. Dat is enerzijds de
veiligheid van onze mensen en anderzijds de afhankelijkheden van landen
buiten Europa. Wij hebben al meerdere keren in uw Kamer gezegd: als er
geen alternatieven zijn, dan weegt de veiligheid van onze mannen en
vrouwen die worden ingezet, zwaarder. Zeggen we daarmee dat we dus niet
aan alternatieven werken? Nee. Dat zullen we altijd blijven doen. Daar
zijn we ook continu mee bezig. Maar de realiteit is wel dat voor een
aantal wapensystemen nu geen alternatief is.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Allereerst dank voor het wat mij betreft heel realistische antwoord. Er
hoorde nog iets bij. Landen als de VS of Israël zijn nu in bepaalde
opzichten de gebeten hond in de ogen van een aantal mensen, een deel van
de Kamer. Dat kan bij wijze van spreken politiek over tien jaar ook weer
totaal anders zijn. We hebben het nu voortdurend over de Europese
samenwerking, maar we zien ook dat in Europa zaken niet stilstaan. Het
zou zomaar kunnen dat we over tien jaar terugkijken en dat bepaalde
Europese landen een afslag hebben genomen waarvan we zeggen: nou, dat is
ook wel heel tricky. Dus past hier ook niet vooral heel veel
voorzichtigheid, ook als het gaat over het afschrijven van oude,
beproefde bondgenoten? Moet het niet vooral gaan over zo veel mogelijk
verscheidenheid en diversificatie? Geen ongezonde afhankelijkheid, maar
ook uitkijken voor het te snel afschrijven van beproefde bondgenoten
zoals de VS of Israël.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik denk dat de heer Van Dijk op zich een terecht punt aanhaalt. We
hebben het in Europa ook gezien; landen als Hongarije waren even weg en
zijn nu weer terug. Maar er is geen enkele garantie dat dat altijd zo
blijft, net zomin als dat die garantie er is voor Nederland, Duitsland
of Frankrijk overigens. Dat is een terecht punt. Ik denk dat we toe gaan
naar een wereld met meer gelegenheidscoalities van gelijkgestemde
landen. Carney heeft dat goed geformuleerd; hij had het over the middle
powers. Ik zie daar vooral een verantwoordelijkheid voor Nederland en
Europa. U noemde daarnaast het VK, Noorwegen en Canada; ik had het al
over EOS uit Australië; de minister is in Zuid-Korea en Japan geweest,
gok ik zo even. Dat zijn ook landen waar we veel van kunnen leren en die
met veel interesse naar ons kijken. Wij zullen veel meer van zulke
coalities aan moeten gaan. Ik zeg wel, gezien de omvang en economische
kracht van Europa en haar kleine defensie-industrie, dat wij hier nog
wel een wereld te winnen hebben. Dat is, denk ik, onze eerste
prioriteit. En dan ondertussen meer gelijkgestemde landen op dit gebied
zoeken.
De voorzitter:
Mevrouw Jagtenberg heeft een punt van orde.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ja, toch wel, voorzitter. Er werd een poosje terug wat lacherig gedaan
over dit punt en over dat collega Van Baarle niet aanwezig is. Net werd
er ook een beetje een grapje over gemaakt. Ik wil toch wel aangeven dat
dit onderwerp voor een hoop Kamerleden heel gevoelig ligt. Laten we er
alsjeblieft geen grapjes over maken. Dat wil ik even zeggen.
De voorzitter:
U vervolgt, staatssecretaris.
Staatssecretaris Boswijk:
Voorzitter. Sorry, het was nooit bedoeld dat het over de casus ging.
Mijn schuld.
Ik ga het goedmaken, want ik heb hier wel een vraag van de heer Van
Baarle liggen. Hij wil weten of de regering kan bevestigen dat het
Israëlische bedrijf dat corruptie heeft gepleegd ook is uitgesloten.
Europese regelgeving over aanbestedingen zegt inderdaad dat partijen die
onherroepelijk veroordeeld zijn, vier jaar uitgesloten zijn van
aanbestedingen. Het bedrijf waaraan de heer Van Baarle zeer
waarschijnlijk refereert, is niet onherroepelijk veroordeeld en is
conform Europese wetgeving dus ook niet uitgesloten.
Dan een vraag van de heer Bolhuis. "We zien nog steeds dat er meer
informatie vertrouwelijk wordt gemaakt, zoals geconcludeerd door de ARK.
Kan de staatssecretaris hierop reflecteren?" Dat heb ik geloof ik
zojuist uitgebreid gedaan. Ik had het al over de vertrouwelijkheid en
het gesprek dat we hierover moeten gaan hebben, gecoördineerd door de
Griffie.
De heer Bolhuis haalde Commissaris Kubilius aan, die benoemde dat 80%
wordt aangekocht door de nationale overheid. De heer Bolhuis is benieuwd
hoe we hiertegen aankijken. Maakt Defensie al langetermijncontracten,
zodat de industrie sneller kan opschalen? Zoals u weet, streven we naar
40% in Europees verband. Wij zien er ook een stijgende lijn in. Ik denk
dat er nog heel veel mogelijkheden liggen voor Defensie om meer
langetermijncontracten te plaatsen. Dat zijn we aan het doen en dat
moeten we ook gaan doen. Maar we moeten ook kijken naar andere modellen.
Een van die modellen is de strategische samenwerking met het
softwarebedrijf Intelic; u bent daarvan op de hoogte. Onze zorg zit
vooral bij de bedrijven die veelbelovend zijn en kapitaal nodig hebben
om te groeien. Defensie kan daar geld in steken, maar met het risico dat
ze uiteindelijk een bepaalde omvang krijgen en dan kunnen worden
opgekocht door bedrijven buiten Europa. U weet dat we afspraken hebben
gemaakt dat dit bedrijf niet zomaar zonder goedkeuring van Defensie kan
vertrekken. Wij zien die modellen in de toekomst toenemen. Het wordt dus
per geval bekeken. We gaan het natuurlijk niet doen bij elk bedrijf dat
groen gespoten spullen maakt; we kijken nadrukkelijk wat strategische
bedrijven zijn. Maar dat langjarige contracten een van de punten is, is
denk ik heel duidelijk.
De heer Bolhuis had het in het verlengde hiervan ook over de gevaren van
AI. Hoe ziet Defensie dit? Ik denk dat het zeker zorgelijk is. Ja, het
is zeker nodig om in internationaal verband afspraken te maken. Ik denk
dat we wel kunnen zeggen dat Nederlands daarin een van de trekkers is.
Wij zijn de initiatiefnemers van REAIM, een congres waarvan de eerste
bijeenkomst onder de titel Responsible AI in the Military Domain
plaatsvond; vandaar de afkorting. Wij zijn daar in 2023 de eerste
organisator van geweest, toen nog met 60 landen. Volgend jaar zijn wij
mede co-host in Kenia — over middelpowers gesproken, overigens. Daar
doen wij als Nederland ook aan mee, en daar zullen 85 landen bij zijn.
Onder andere in Genève heeft u vorige maand die overeenkomst van 120
landen gezien. Daar zaten ook de grootmachten bij en dat was onder
Nederlands voorzitterschap. Wij zijn dus echt de trekker op dit gebied
en wij voelen die verantwoordelijkheid ook.
En ja, natuurlijk is er altijd een risico dat bepaalde landen zeggen:
zoek het maar uit, wij doen nergens aan mee. Je moet niet naïef zijn,
maar je moet je ook niet automatisch tot lagere normen gaan verlagen.
Wij hebben immers ook geen clustermunitie en geen mijnen, omdat wij
bepaalde normen belangrijk vinden. Dat is, denk ik, op AI-gebied ook
belangrijk. Uiteindelijk gaat het erover wat je als land hebt in te
brengen op dit gebied. Dus moeten wij ervoor zorgen dat we ook op
AI-gebied volop gaan investeren in Europees verband. Ook daarin zetten
we best wel wat stappen. U heeft op dit gebied eerder de premier met
Macron gezien en zowat al mijn overleggen gaan ook hierover.
De heer Van Landschot vroeg naar inkoop in Nederland door Europa. Moeten
we de lat hoger leggen? Die heb ik ook al beantwoord.
Voorzitter. Dan het laatste puntje voor materieel. Dat ging over de
ASWF. Laat ik eerst zeggen dat met de ASWF de Koninklijke Marine, en
daarmee onze hele krijgsmacht, een zeer hoogwaardig en innovatief fregat
ter bestrijding van onderzeeboten krijgt. Dat is noodzakelijk vanwege de
toenemende dreiging en snelle technologische ontwikkeling van zowel
onderzeeboten als onderzeebootbestrijding. Wij kiezen dan ook bewust
voor een fregat dat toekomstbestendig is en ook voor de toekomst
ontworpen is, dat ruimte biedt voor een groot scala aan onbemenste
systemen en kan inspelen op nieuwe ontwikkelingen, dreigingen en
technologie.
En ja, ik lees net als u ook alle berichten in de krant en online.
Afgelopen maandag heb ik inderdaad een goed overleg gehad met mijn
Belgische collega en daarbij afgesproken dat we, omwille van het
commercieel vertrouwelijke karakter en in het belang van het proces,
niet via de media met elkaar communiceren. Dan ga ik dus ook niet
speculeren over wat er nu wel gezegd is of wat er niet gezegd is. Dat
komt namelijk het proces en het uiteindelijke resultaat niet ten goede.
Wij spreken elkaar wekelijks op verschillende niveaus en die gesprekken
lopen door. Nederland en België zijn en blijven met elkaar in gesprek
over het ASWF-project en over de brede maritieme samenwerking. Zoals
eerder aan uw Kamer geschreven, informeren wij u nog dit jaar over de
besluitvorming hierover.
Wat Damen betreft: uw Kamer weet ook dat Damen Shipyards een
strategische leverancier is voor Defensie en een belangrijke rol speelt
bij de vervanging en het onderhoud van onze vloot. Het is ook algemeen
bekend dat wij in een proces met Damen zijn over de concrete invulling
van deze samenwerking. U zult ook begrijpen dat ik gedurende dat proces
nog geen nadere uitspraken kan doen, zolang er nog geen besluitvorming
is. Dat was mijn punt over de ASWF.
De heer Bolhuis (PRO):
Ik wil nog even terugkomen op een vorige vraag. Ik had ook gevraagd of
het wenselijk zou zijn om te gaan nadenken over het inbouwen van
killswitches in AI-aangestuurde systemen bij Defensie. Die discussie
loopt nu in Amerika. Daar ging eigenlijk mijn vraag over. Alles wat u
net vertelde, wist ik en daar ben ik groot voorstander van, maar het
gaat er juist over of je kunt ingrijpen als een AI-systeem gevaarlijk
losgaat. De vraag is dus vooral: kunnen we bekijken of onderzoeken of de
inbouw van killswitches in defensiesystemen nodig kan zijn, in de
toekomst?
Staatssecretaris Boswijk:
Een zeer terechte vraag van de heer Bolhuis. Expliciet heb ik het nog
niet gehad over een killswitch in AI. Ik vind de gedachte wel
interessant, alleen ben ik geen techneut. Wat ik kan voorstellen, is dat
ik dit ga uitzoeken en er bij de begroting bij u op terugkom. Wij hebben
het er heel vaak over dat een mens in the loop moet zijn. Is dat dan een
mens die altijd op een knop moet drukken? Of moet een mens zien hoe de
code is gemaakt, hoe het algoritme is gemaakt? Ook daarover verschillen
op dit moment de uitleggen van de verschillende landen. Op dit
specifieke punt zou ik bij de begroting terug moeten komen. Ik kan nu
wel gaan freewheelen, maar ik wil het ook even aan onze specialisten
voorleggen. Ik kan dus toezeggen dat ik bij de begroting meteen in mijn
eerste termijn op de vraag van de heer Bolhuis zal terugkomen.
Voorzitter. En dan …
De voorzitter:
Momentje, hoor. Er is nog een interruptie van mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Nou, voorzitter, dat hangt ervan af of wijzen op een vergeten vraag telt
als een interruptie, want als dat zo is laat ik 'm hangen. Ik miste nog
wel het antwoord op mijn vraag over onze motie waarin wordt verzocht om
bij de uitwerking van een Europees lucht- en raketverdedigingssysteem
actief de samenwerking te zoeken met Israël. Dat is een aangenomen
motie. Wat is daarvan terechtgekomen? Die vraag stond nog open, maar
misschien vraag ik dit in het verkeerde blokje. Dat kan
natuurlijk.
De voorzitter:
Dat telt niet als een interruptie. Dat geldt ook voor de heer
Bolhuis.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik heb net uitgelegd hoe we onze eigen capaciteiten opbouwen. Het beleid
van Defensie is dat wij voorrang geven aan het opbouwen van eigen
capaciteiten. Inkopen waarvoor op dit moment geen alternatieven zijn,
zullen wij nog steeds doen, maar dan hebben we nog steeds de
verplichting om alternatieven op te bouwen. Dat heb ik net gezegd.
De voorzitter:
De heer Bolhuis? Had u nog een vraag?
De heer Bolhuis (PRO):
Ja, ik miste nog het antwoord op een vraag over het maken van een
stappenplan om af te komen van de afhankelijkheid van niet-Europees
materieel. Kan in ieder geval met de Kamer worden gedeeld hoe dat wordt
gedaan? De staatssecretaris zei net: er zijn twee sporen. Inderdaad,
voor de directe gereedheid zijn we op bepaalde gebieden daarvan
afhankelijk, maar er is ook een langer spoor, een tweede spoor, waarbij
je dingen wil gaan vervangen. Dat werd ook bij de Defensienota gezegd.
Kan zo'n stappenplan met de Kamer gedeeld worden, zodat wij inzicht
krijgen in hoe je dat op de lange termijn zou willen doen?
Staatssecretaris Boswijk:
Onze afhankelijkheden doen zich op een aantal gebieden voor, en dan
vooral in het luchtdomein. Dan gaat het over F-35's, luchtverdediging,
spacedomein en strategisch luchttransport. Op al die gebieden, met
uitzondering van de F-35, zijn wij nu al concreet bezig met
alternatieven. De luchtverdediging heb ik net al genoemd: EOS, Destinus,
de deal die de minister pasgeleden heeft gesloten over GlobalEye. Ik
noem ook space. Daar weet u van; daar zijn we volle bak met
investeerders … Wat ik zou kunnen doen, is dat ik in mijn … Even denken,
hoor. Wat ik wil voorkomen, is dat wij alleen maar druk zijn met
roadmaps en plannen maken, terwijl wij inmiddels bij onze mensen over de
schoenen lopen. Ik heb eigenlijk veel liever dat ze bezig zijn met
uitvoeren. Ik snap echter ook uw behoefte. Er komen een aantal briefings
aan, onder andere over de luchtverdediging. Dat is nu even het meest
prangende waarbij wij grote afhankelijkheden hebben. Ik denk dat ik dan
al voor een groot deel aan uw informatiebehoefte tegemoet kan komen. Ik
ben een beetje bang dat ik heel veel mensen achter hun bureau vandaan ga
trekken om iets te maken, terwijl ze juist heel druk bezig zijn om die
afhankelijkheden op een heel concrete manier af te bouwen. Ik wil daarom
toch voorstellen … U krijgt eind oktober de briefing over de
luchtverdediging. Dan zult u al vrij concreet zien waarop wij op dit
moment schakelen. Laat mij in de tweede termijn even terugkomen op wat
ik misschien nog voor de begroting staccato kan aanleveren om u iets
meer feeling te geven. Ik wil eigenlijk voorkomen dat ik weer een
roadmap moet maken, want ik weet wat op dit moment de druk bij onze
mensen is.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zou graag verder willen naar het volgende blokje, ook
omwille van de tijd.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, dat ga ik heel snel doen, voorzitter. Wat gaat Defensie doen in
verband met het stroomnet? Wij zijn inderdaad bij bestaande kazernes aan
het kijken of we opslag en opwek slimmer kunnen doen. Geheel praktisch:
kunnen we bijvoorbeeld batterijen neerzetten? Hierover ben ik in nauw
overleg met de staatssecretaris van KGG. Op nieuwe locaties doen we dat
op dezelfde manier.
De heer Boon vroeg hoe de Nederlandse F-35-onderdelen naar buitenlandse
locaties worden vervoerd. Binnen het F-35-programma worden onderdelen
vervoerd via de Amerikaanse overheid en via enkele private bedrijven.
Daarbij wordt gebruikgemaakt van geaccrediteerde civiele
transportbedrijven. In alle gevallen worden gevoelige onderdelen besteld
conform de hoge eisen. Die worden gerespecteerd. Het is dus niet een DHL
die heen en weer rijdt; het zijn echt bedrijven die geaccrediteerd zijn
om dit te doen.
Mevrouw Jagtenberg vroeg wat er gedaan kan worden aan de tekorten bij de
ILT specifiek op het punt van ondernemen in de luchtvaart, omdat dat ook
in het belang van Defensie is. Zeker. Wij werken nauw samen met de ILT
op het gebied van de onbemenste luchtvaart. Wij zijn ons bewust van het
punt dat u aandraagt. Tegelijkertijd valt de ILT wel onder de
bevoegdheid van IenW. Wij zijn ons ervan bewust. We proberen om ze zo
veel mogelijk te ontlasten en zo slim mogelijk mee te denken, maar
uiteindelijk is IenW hier verantwoordelijk voor. Ik geloof dat er
binnenkort een debat met IenW gepland staat dat ook over dit onderwerp
gaat. Ik zou dus voorstellen dat u daar ook deze vraag stelt, maar weet
dat wij er in nauw contact over staan.
De heer Boon had een vraag over het COA, Budel en 2028. Het is niet zo
dat Defensie de volledige ingebruikname van de Nassau-Dietzkazerne
uitstelt vanwege een gebrek aan alternatieve opvangcapaciteit bij het
COA. Ik ben er een halfjaar geleden geweest om het te bekijken. Het is
een immens terrein, waar het COA maar een heel klein gedeelte van
gebruikt. Het kazerneterrein is inderdaad nodig en blijft ook nodig voor
de groei van de krijgsmacht. We zijn op dit moment bezig met het
uitwerken van de invulling daarvan. Maar het is dus niet zo dat het COA
Defensie op dit moment blokkeert.
Voorzitter. Tot slot de vraag van mevrouw Nanninga, maar ik dacht ook
van de heer Van Baarle en misschien nog iemand. Vanochtend heb ik het
nieuwe artikel van Follow the Money gelezen waarin wordt gesteld dat de
grenzen tussen Defensie en het bedrijf van de heer Walraven troebel
zijn. De minister en ik betreuren het ontstane beeld. Ik realiseer mij
heel goed wat dat kan doen met het draagvlak voor Defensie, zoals
mevrouw Nanninga al zei. Laat ik daarom heel duidelijk zijn: alleen
Defensie spreekt namens Defensie en geen enkele leverancier mag dat
zomaar namens ons doen. Als dat hier is gebeurd, zoals Follow the Money
stelt, betreuren wij dat. We zoeken het op dit moment uit in een gesprek
met betrokkenen, zoals we dat met elke zakelijke relatie zouden
doen.
Juist nu er veel publiek geld naar defensie gaat, is een zakelijke én
een verantwoorde besteding van het geld van belang. Defensie is daarom
alert op onregelmatigheden, zowel intern als extern. In het vorige debat
heb ik dan ook aangegeven dat mensen bij onregelmatigheden, intern of
extern, zich bij ons moeten melden. Dat is ook gebeurd. Er loopt op dit
moment een intern onderzoek onder leiding van de Centrale Organisatie
Integriteit Defensie. De Rijksrecherche is hier niet bij betrokken.
Zoals u weet, kan ik geen uitspraken doen over een lopend onderzoek,
maar integriteit in zaken is voor mij topprioriteit. Zoals ik de Kamer
eerder heb toegezegd, zijn we bezig met het aanscherpen van het beleid
hierop, in aanvulling op de al bestaande maatregelen.
Mevrouw Nanninga maakte verder nog een opmerking over de vergunning van
Aurexys B.V. Daarover is navraag gedaan bij de politie, die over
dergelijke vergunningen gaat. Die meldt dat het bedrijf nog immer een
vergunning heeft in het kader van de Wet wapens en munitie. Wij zijn
zelf ook in het bezit van een kopie van deze vergunning.
Dan de status van de levering aan Oekraïne. Wij doen daarover geen
uitspraken in het openbaar, maar ik snap de behoefte van mevrouw
Nanninga. Ik heb uw Kamer al eerder toegezegd dat ik door middel van een
vertrouwelijke technische briefing hier open over kan en ook wil
zijn.
Mevrouw Ten Hove vroeg naar de relatie tussen de onzekerheden in het
inkoopdossiers verklaard door de Algemene Rekenkamer en de contacten met
de heer Walraven. Wij zien daar geen relatie tussen. In de steekproeven
van de Algemene Rekenkamer die hebben geleid tot de onzekerheden zaten
geen contracten van de heer Walraven.
In het verlengde daarvan vroeg de heer Van Baarle nog wat de
staatssecretaris inmiddels doet aan het fraude- en corruptiebeleid om de
risico's te beheersen. Zoals u weet en zoals ik ook heb toegezegd in het
debat voor de zomer naar aanleiding van de Rekenkamer, komen wij eind
dit jaar met nieuw fraude- en corruptiebeleid — we zullen dit ook naar
de Kamer sturen — omdat wij beseffen hoe belangrijk het is dat wij zulke
signalen serieus nemen.
Dat was 'm, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik dacht "ik ga heel braaf de naam van de persoon niet noemen", maar ik
constateer dat de staatssecretaris dat wel doet. Ik zal het houden bij
"de tussenhandelaar". Even denken, hoor, want er werd heel veel
geantwoord. Ik heb toch echt nog wel een vraag, heel simpel: waarom is
de samenwerking niet stopgezet? De vorige keer heeft u gezegd dat er
geen onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling is. Maar dat is niet
de enige grond waarop de samenwerking kan worden stopgezet. Waarom is
dat niet gedaan? Waarom is die keuze gemaakt? Er zijn wel voldoende
aanwijzingen die vallen onder een "aannemelijk gemaakte, ernstige
beroepsfout", zoals dat in juridisch jargon heet.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik heb dat eigenlijk net al gezegd. Er loopt op dit moment een
onderzoek. Zolang er geen veroordeling is, kan ik dit niet opschorten.
Mevrouw Nanninga heeft deze vraag al eerder gesteld. Waarom is het
destijds niet gecanceld? Ik weet dat ik in een eerder debat heb
aangegeven dat het belang van de levering van deze spullen groot was.
Meer kan ik er gewoon niet over vertellen.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ja, maar dat klopt niet. Er zijn hele intelligente juristen, veel
slimmere mensen dan ik, die stellen dat dit echt een grond is om zo'n
contract op te zeggen. Dat is echt niet alleen mogelijk als er sprake is
van strafrechtelijke veroordelingen. Als het over 200 miljoen euro gaat,
lijkt het me wel handig om daar ten minste nog eens goed naar te kijken.
En als het gaat om de snelheid van levering, blijkt ook dat die er
helemaal niet is. Dus die meerwaarde is er via deze tussenpersoon ook al
helemaal niet, want de spullen worden niet geleverd, ze zijn niet
gebruiksklaar; die boten liggen overal aan kades. Dus het argument om
snelheid in het proces te houden, is bij deze tussenleverancier niet aan
de orde. Graag een reactie.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik vind het heel ongemakkelijk, maar er zijn hier twee dingen die het
gewoon moeilijk maken om dit in de openbaarheid te bespreken. Allereerst
de individuele casuïstiek, het feit dat hier verwijten worden gemaakt
die ik niet kan of mag ontkrachten, omdat het onderzoek op dit moment
loopt. En dan gaat het ook nog over leveringen aan Oekraïne, waar ik ook
niet de allerlaatste updates van kan geven. Wat ik wel met alle liefde
kan doen — dat heb ik mevrouw Nanninga eerder al toegezegd — is een
vertrouwelijke briefing waarin we dit kunnen toelichten. Meer kan ik
niet doen. Er is een melding gedaan. Ik heb daarvan gezegd hoe
belangrijk ik het vind dat die wordt onderzocht en dat erop wordt
geacteerd. Maar zolang dat onderzoek loopt, is dat heel onbevredigend,
maar wel mijn antwoord.
De voorzitter:
In laatste instantie.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ja, maar dit is te makkelijk. Defensie heeft zelf gepubliceerd over die
boten, met aantallen. Daar hebben we het de vorige keer ook uitgebreid
over gehad. Ik heb al gezegd dat er duidelijk niet of niet voldoende
wordt geleverd, althans niet de juiste spullen. Dat is gewoon openbare
informatie. Ik heb ook gezegd dat ik ook wel snap dat je niet gaat
zeggen "zo veel bootjes en zo veel spullen" en weet ik veel, maar in
aantallen units of in bedragen ... Er is 200 miljoen uitgegeven. Op zijn
minst: welk deel van het bedrag is ook daadwerkelijk geleverd? En als
dat dan in vertrouwelijkheid moet, moet dat maar. Maar dat is dan ook
raar, want dit is gewoon redelijk openbare informatie inmiddels. En de
vraag waarom alleen die onherroepelijke veroordeling zo belangrijk is
... Tja, dat klopt gewoon niet. Dat is geen reden om dit contract te
laten voortduren. Dus ik ben toch echt benieuwd welke keuze daarachter
zit. Ook als er een onderzoek loopt of er de verdenking is dat er fouten
worden gemaakt, kun je al zeggen: we gaan hier niet mee verder. En
snelheid is hier ook al geen goed argument. Dus ik ben hier echt heel
verbaasd over en niet helemaal blij met de antwoorden.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik snap het onbevredigde gevoel van mevrouw Nanninga heel erg goed. Ik
ben net zo onbevredigd. Maar ik wil het echt even houden bij wat ik nu
heb gezegd. Wij hebben al eerder het aanbod gedaan om dit vertrouwelijk
toe te lichten. En ja, ik zie dat er over de dossiers meer in de krant
staat dan wij hebben gedeeld. Dat is niet hoe wij het willen. Maar dat
neemt niet weg dat ik wel een eigen verantwoordelijkheid heb, helaas.
Dat is de reden waarom ik het hierbij laat.
De voorzitter:
Een mooie toezegging, denk ik, om hier vertrouwelijk op terug te
komen.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat sowieso.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond ... Geen vragen. Ik stel voor dat we dan
gelijk doorgaan naar de tweede termijn. Ik geef het woord aan de heer
Van Lanschot.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister, de staatssecretaris en hun
staf voor de bevlogen beantwoording. Het was realistisch, zoals ook al
werd genoemd. Het is ook ambitieus. Dank daarvoor van het CDA. We hebben
geen moties, maar wel hebben we nog een vraag.
Die vraag gaat over "EU, tenzij". Het antwoord vond ik toch niet
helemaal bevredigend. Wij denken namelijk dat we minder fouten maken dan
die bij de 3D-printers en de scherfvesten als de standaard bij de
inkoopafdeling van Defensie "EU, tenzij" is. Ik zou de staatssecretaris
willen vragen of hij daarop en op een mogelijk gedifferentieerde aanpak
bij dat "EU, tenzij" in een brief terug zou kunnen komen. Wij begrijpen
namelijk ook dat we niet op korte termijn in de EU een F-35 kunnen
kopen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
De heer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister, de staatssecretaris en de
ondersteuning voor de beantwoording.
Ik denk dat het goed is om op een later moment terug te komen op de rol
van de industriële opschaling binnen de Wodg. Ik denk het gepast is om
dat niet nu te doen, maar op een later moment. Ik heb verder twee moties
meegenomen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het opschalen van voortzettingsvermogen valt of staat
met de daadwerkelijk vastgelegde productie van capaciteiten;
verzoekt de regering in 2027 meerjarige productiepartnerschappen voor
geselecteerde strategische defensiecapaciteiten tot stand te brengen met
waar nodig minimumafnames, afnamegaranties of voorfinanciering, en de
Kamer voor 1 april 2027 te informeren over de geselecteerde
capaciteiten, contractplanning en beoogde productie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Diederik van
Dijk en Van Lanschot.
Zij krijgt nr. 29 (37020-X) (#6).
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat scheelt weer voor het motiequotum, hè, meneer Van Lanschot. Zo is
het dan ook weer!
De tweede motie gaat over de interventies die nodig zijn op de
Noordzee.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de schaduwvloot een bedreiging vormt voor onze
nationale veiligheid;
overwegende dat snelle afschrikking en entering onderdeel moet zijn van
de aanpak van ongewenste vaartuigen in onze nationale wateren;
verzoekt de regering voor de zomer van 2027 vast te stellen welke
aanvullende snelle interventiecapaciteit nodig is voor de bescherming
van vitale infrastructuur op de Noordzee en daarvoor een
uitvoeringsplanning met verantwoordelijkheden, beschikbaarheid en
verwerving vast te leggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 30 (37020-X) (#7).
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boon.
De heer Boon (PVV):
Ik stip nog een paar puntjes aan, voordat ik naar mijn moties ga. Ik ben
teleurgesteld over de kwestie "loopgraven". Ik dacht dat hier een
minister en een staatssecretaris zouden zitten die zeiden: "Luister,
morgen gaan wij gebieden aanwijzen waar loopgraven gegraven mogen
worden. Als de rechters daar moeite mee hebben, laat ze dan maar komen."
Dat had ik gehoopt, maar jullie kunnen het natuurlijk in de tweede
termijn nog goed maken.
Mijn tweede punt is Finland. Wat ik echt nog mis in Nederland, is een
ondergrondse strategie. Daar wil ik echt wel meer over lezen en meer
over zien. Ik denk dat we daar winst kunnen boeken, zeker gezien hoe
smal Nederland is.
Het antwoord op de vraag over de F-35. Er werd gesteld dat we dat doen
met private bedrijven die gekwiteerd zijn, en dus niet met DHL's. Maar
ik neem aan dat Australië dat ook gedaan heeft. Waarom is het dan bij
Australië toch misgegaan? Kan het in Nederland ook misgaan? Van mij
hoeft hier vandaag geen antwoord op gegeven te worden. Ik vind het ook
goed als later uitgebreid in een brief teruggekomen wordt op hoe we
kunnen voorkomen dat dat ooit in Nederland gaat gebeuren.
Budel en het COA. Het is niet precies wat ik gevraagd heb. Ik heb gewoon
de harde garantie gevraagd dat de laatste asielzoeker daar in 2028 weg
is. Ik vroeg niet hoe groot het terrein is. Dat geloof ik allemaal wel.
Maar de PVV en ook de mensen in Budel willen gewoon echt dat er geen
asielzoekers meer naar die kazerne komen. Ik wil dus gewoon een harde
uitspraak dat de laatste asielzoeker, ongeacht of het COA wel of niet
genoeg plekken in Nederland heeft, in 2028 van de kazerne in Budel is
verdwenen.
Ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Defensie erkent dat de leveringen aan Oekraïne
significante gevolgen hebben gehad voor de gereedheid van de Nederlandse
krijgsmacht;
overwegende dat onze eigen militairen moeten kunnen beschikken over
voldoende wapensystemen, munitie en voorraden;
verzoekt de regering te stoppen met het weggeven van wapensystemen,
munitie en andere militaire middelen uit de Nederlandse operationele
voorraden aan Oekraïne,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 31 (37020-X) (#8).
De heer Boon (PVV):
Dat was de eerste. De tweede.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat eenzijdige beperkingen op autonome wapensystemen
Nederland militair op achterstand kunnen zetten en de bescherming van
onze militairen en samenleving kunnen verzwakken;
verzoekt de regering niet in te stemmen met internationale beperkingen
op autonome wapensystemen die niet wederkerig, controleerbaar en
handhaafbaar zijn en de operationele mogelijkheden van de Nederlandse
krijgsmacht beperken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 32 (37020-X) (#9).
De heer Boon (PVV):
Dan heb ik hier de laatste. Ik heb er een antwoord op gekregen. Als u
zegt dat die motie eigenlijk precies is wat wij al doen, dan kunt u hem
overnemen. Of ik trek hem in. Ik zal hem indienen en dan hoor ik in de
tweede termijn wel wat u ervan vindt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat buitenlandse afhankelijkheid voor onderhoud, reparaties
en onderdelen de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht kan
beperken;
verzoekt de regering bij de aanschaf van nieuwe wapensystemen als
uitgangspunt te hanteren dat Nederland zelfstandig het volledige
onderhoud en herstel kan uitvoeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 33 (37020-X) (#10).
De heer Boon (PVV):
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank, voorzitter. Ik moest net even ergens om lachen. We hebben net
gehoord dat dat eigenlijk niet mag van mevrouw Jagtenberg, maar ik moest
lachen omdat de staatssecretaris een onbedoeld grappige verspreking
maakte. Ik zat hem niet uit te lachen. Dat wil ik toch gezegd
hebben.
Staatssecretaris Boswijk:
We doen alles voor de sfeer.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Het wordt gewaardeerd dat er ook een beetje aan de sfeer gedacht wordt.
Maar goed, het leek alsof ik begon te lachen toen de staatssecretaris
een antwoord gaf, maar het was om iets anders. Anyway.
Voorzitter. Toch maar weer even serieus. Dank voor de antwoorden. Rond
het hele geval met de tussenhandelaar snap ik dat er dingen niet
openbaar mogen worden in deze casus, maar ik vind het echt
onbevredigend. Het is duidelijk dat de beperking om contacten met die
persoon op te zeggen, wordt versmald tot alleen de situatie waarin er
een strafrechtelijke vervolging ligt. Dat klopt gewoon niet. Als er al
zo wordt vastgehouden aan die tussenhandelaar, wat is dan in godsnaam
nog de meerwaarde als er voldoende informatie beschikbaar is waaruit
blijkt dat die spullen niet goed zijn en niet geleverd worden, en dat de
snelheid ook helemaal geen winst is. Wat is nou de meerwaarde? Behalve
bijvoorbeeld de experts van Commit, behalve één iemand die spulletjes
herverpakt in een doos, daar een strik om doet en iemand met een
computer die daar 200 miljoen euro belastinggeld voor vraagt? Het is
niet duidelijk geworden. Ik ben bang dat ik dit onderwerp ook nog niet
ga loslaten. Ik heb nog wel één vraag. Ik heb geen moties, wel een
vraag. Wanneer is er voor het laatst vanuit Defensie een contract met
deze persoon getekend? Dat hoeft niet op een dag precies te worden
aangegeven, maar in welke maand was dat? Als we dat hier zouden kunnen
vaststellen, dan kunnen we de volgende keer gewoon verder. En ik zie uit
naar de behandeling van de begroting.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik zeg de bewindspersonen dank voor de
uitvoerige beantwoording. Volgende week spreken we verder over deze
belangrijke thematiek. Een punt wil ik nog graag beleggen met een motie.
Die luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een deel van de Nederlandse maakindustrie een gebrek
aan inzicht ervaart in de toekomstige behoefte van Defensie, zoals onder
meer blijkt uit het rapport De Nederlandse mkb-maakindustrie en de
defensieketen, en uit inbreng van de NIDV in het rondetafelgesprek over
de nota;
overwegende dat de uitvoeringskracht van rechtstreekse
defensieleveranciers in belangrijke mate afhankelijk is van hun
toeleveranciers in het midden- en kleinbedrijf;
overwegende dat opschaling naast groei van bestaande spelers ook een
grotere betrokkenheid vereist van mkb-bedrijven uit andere sectoren die
onderdelen en halffabrikaten willen leveren;
overwegende dat opschaling niet mogelijk is zonder zicht op
orders;
verzoekt de regering in overleg te treden met relevante partijen uit de
industrie om hen meer inzicht te bieden in de aard en omvang van de
langjarige materieelbehoefte, waarbij ruimte blijft voor bijstelling als
gevolg van veranderende dreigingen, operationele behoeften en
technologische ontwikkelingen;
verzoekt de regering de Kamer uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027
te informeren over het groeipotentieel van het Nederlandse mkb dat in
verschillende scenario's kan toetreden tot de defensieketen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Van Lanschot,
Nanninga, Peter de Groot en Jagtenberg.
Zij krijgt nr. 34 (37020-X) (#11).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik constateer hierbij: dat zijn dus de coalitiepartijen plus JA21, plus
SGP: nog steeds een aanstekelijke combinatie. Dat wil ik maar gezegd
hebben. Nog steeds, ja.
De voorzitter:
Mevrouw Jagtenberg.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst natuurlijk dank aan de
bewindspersonen en de ondersteunende staf voor de geweldige
beantwoording van de vragen en het fijne gesprek dat we hebben
gehad.
Ik wil nog even een punt rechtzetten. Er werd net gezegd dat er van mij
geen grapjes meer gemaakt mogen worden. Alsjeblieft wel! Ik ben gewoon
heel erg een mensenmens. Als ik merk dat er een grapje wordt gemaakt in
de afwezigheid van een collega die heel erg gepassioneerd is over iets,
dan stel ik dat graag aan de orde. Dat zou ik ook doen als het van
iemand anders kwam. Of het nou van links of van rechts komt, dat maakt
mij niet uit. Ik vind gewoon dat we netjes met elkaar om moeten
gaan.
Dat gezegd hebbende nog wat inhoudelijke punten, om te beginnen over het
ASWF-project. Ik had meer verwacht dat het antwoord zou zijn: de Kamer
wordt meer regulier geüpdatet over dit onderwerp. We krijgen nu eind dit
jaar een brief, terwijl er wekelijks gesprekken zijn. Er gaat zo veel
geld gepaard met dit project en er zitten zo veel risico's voor de hele
maritieme sector aan dat ik graag zou zien dat de Kamer daar meer bij
betrokken wordt. Ik snap dat dat niet allemaal in het openbaar kan en
daarom is vertrouwelijk ook goed. Maar het blijft toch wel mijn wens dat
wij daarvan vaker en structureel op de hoogte worden gehouden.
Ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zich in de afgelopen maanden meerdere voorbeelden
hebben voorgedaan van Defensieverwervingen waarbij China betrokken is,
terwijl het betreffende materieel ook in Nederland of Europa ingekocht
had kunnen worden;
overwegende dat Europese soevereiniteit een belangrijke wegingsfactor
zou moeten zijn in het inkoopproces van Defensie;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe Europese soevereiniteit aan
de voorkant als concrete ambitie kan worden meegenomen in het Defensie
Materieel Proces, en de Kamer hierover uiterlijk voor het volgende
commissiedebat Materieel te informeren;
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jagtenberg.
Zij krijgt nr. 35 (37020-X) (#12).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse innovatieketen voor defensie-innovaties
nog niet sluitend is en dat innovatieve oplossingen daardoor onvoldoende
snel van ontwikkeling naar daadwerkelijke toepassing binnen Defensie
komen;
overwegende dat de innovatieketen onder andere bestaat uit onderwijs,
onderzoek, ontwikkeling, verificatie, validatie, certificatie en
implementatie;
verzoekt de regering om binnen het Nationaal Programma Industrie en
Innovatie een concrete aanpak uit te werken om de mogelijkheden voor
implementatie van defensie-innovaties in Nederland structureel mogelijk
te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jagtenberg.
Zij krijgt nr. 36 (37020-X) (#13).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Defensie in de Defensienota de ambitie heeft
uitgesproken om binnen vijf jaar meer dan de helft van de operationele
effecten met behulp van onbemande systemen te realiseren;
constaterende dat het veilig en op schaal kunnen testen van onbemande
systemen, waaronder "beyond visual line of sight"-vluchten, noodzakelijk
is om deze ambitie te kunnen realiseren;
overwegende dat vorig jaar de alliantie BVLOS-testgebied boven de
Noordzee is ondertekend, maar dat het nog niet operationeel is;
verzoekt de regering om nog dit jaar een operationeel testgebied boven
de Noordzee voor BVLOS-vluchten mogelijk te maken, en de Kamer uiterlijk
begin 2027 te informeren over de inrichting, beschikbare capaciteit en
voorwaarden voor het gebruik daarvan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg en Diederik van
Dijk.
Zij krijgt nr. 37 (37020-X) (#14).
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
De heer Bolhuis.
De heer Bolhuis (PRO):
Voorzitter. Allereerst natuurlijk dank aan de beide bewindspersonen voor
de beantwoording van de vragen. Ik vond het fijn om te horen dat we onze
bedrijven gaan betrekken bij SAFE II. Ik vond het ook heel fijn om te
horen dat we meer gaan doen met herkomsteisen en onderdelen uit Europa.
Ook dank voor de beantwoording van de vragen over ISAF. Excuses dat ik
dat niet op pagina 55 had zien staan! Ik zal de volgende keer beter
lezen. En ook fijn dat we een gesprek gaan hebben over
vertrouwelijkheid. Toch wil ik nog één vraag stellen. Ik heb verder ook
nog drie moties, omdat ik vind dat ... Eerst de vraag!
Mijn vraag gaat over het industrieel participatiebeleid. De Algemene
Rekenkamer zegt dat we daar nog niet alles uit halen. Die vraag is er
een beetje tussendoor geglipt, maar ik ben toch benieuwd hoe de
staatssecretaris daarnaar kijkt. Gaan we verder die aanbeveling van de
Algemene Rekenkamer opvolgen om periodiek te rapporteren over wat we
eigenlijk uit dat industrieel participatiebeleid halen? Het is voor onze
bedrijven! Dat is dus de vraag die nog openstaat.
De moties. Ik dacht na over dat afbouwpad, stappenplan, en ik kwam tot
de conclusie dat het goed is voor het draagvlak om dat toch te gaan
doen. Ik bedoel dus een concreet stappenplan met daarin hoe we van
niet-Europees naar Europees gaan. Dan kunnen we er namelijk ook een
gesprek over voeren. Ik wil daar een uitspraak over. Vandaar de volgende
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aandeel van de Verenigde Staten in het totale
inkoopvolume van Defensie is gestegen van 9,5% in 2024 naar 31,8% in
2026 en dat het aandeel van Israël is gestegen van 3,7% in 2024 naar
5,4% in 2026, waarmee de afhankelijkheid van deze landen sinds 2024 is
toegenomen in plaats van afgenomen;
overwegende dat deze toename haaks staat op de wens van de Kamer, dat de
strategische autonomie vraagt om een structurele vermindering van deze
afhankelijkheden en dat de regering daarvoor nog geen concreet
afbouwplan heeft vastgesteld;
verzoekt de regering een concreet stappenplan op te stellen voor de
afbouw van afhankelijkheden van niet-Europese leveranciers, met
jaarlijkse mijlpalen per capaciteitsgebied, en de Kamer hierover voor de
Voorjaarsnota 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bolhuis.
Zij krijgt nr. 38 (37020-X) (#15).
De heer Bolhuis (PRO):
Ik denk echt dat dit ook voor het draagvlak beter is dan elke keer
hapsnap weer een informatieronde te doen of te updaten.
De volgende motie gaat over ...
De heer Van Baarle (DENK):
Als ik het correct hoor, vraagt de heer Bolhuis in zijn motie om een
plan van de regering om het kopen van onder andere Israëlische wapens af
te bouwen. Ik vroeg mij iets af. In het geval van Israël moeten we daar
toch gewoon per direct mee stoppen? Dan moeten we toch geen plan hebben
om af te bouwen en het wellicht ergens in de toekomst niet meer te doen?
Dat moet toch gewoon vanaf nu niet meer gedaan worden? Dan is die motie
toch een verkeerd signaal?
De heer Bolhuis (PRO):
De heer Van Baarle en ik zijn het er natuurlijk over eens dat we vinden
dat dat moet stoppen, maar er is een grotere vraag, namelijk hoe we
ervoor zorgen dat we niet meer van niet-Europese leveranciers
afhankelijk zijn en dat het meer Europa wordt. Dat kunnen we nu niet en
daarom vind ik dat daar een stappenplan voor moet komen, zodat wij dat
als Kamer kunnen zien en ook weten welke acties er worden ondernomen. Ik
vind dat een andere vraag dan "we moeten stoppen met wapens afnemen van
Israël", want daarover zijn we het gewoon eens. We zijn het eens, alleen
weten we ook wat daarop het antwoord is.
De volgende motie gaat over de war facility contracts. Dat is niet echt
besproken. Er wordt aangegeven: die hebben we nodig voor de industrie om
op te schalen. Vandaar deze motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de opschaling van productiecapaciteit in de
defensie-industrie achterblijft bij de vraag, wat leidt tot forse
prijsstijgingen;
overwegende dat achterblijvende opschaling voortkomt uit onzekerheid
over afname en dat langjarige contracten, zoals ontwikkelcontracten of
afnamegaranties, die onzekerheid kunnen wegnemen en innovatie-systemen
en werkgelegenheid versterken;
overwegende dat Defensie met special war facility contracts
productiecapaciteit in vredestijd kan behouden, zodat deze capaciteit in
crisistijd snel kan opgeschaald;
verzoekt de regering vormen van langjarige contracten en special war
facility contracts uit te werken en toe te passen bij de inkoop van
kritieke capaciteiten, bij voorkeur met Europese partners, en de Kamer
hierover te informeren in de Stand van Defensie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bolhuis en Van Lanschot.
Zij krijgt nr. 39 (37020-X) (#16).
De heer Bolhuis (PRO):
Als laatste over de AI-killswitch. De staatssecretaris zegde toe daarop
terug te komen bij de begroting, maar ik ben bang dat we dan een
antwoord krijgen waar we eigenlijk niet zo veel mee kunnen. Ik heb ook
het gevoel dat het, zoals ook in Amerika heel veel experts zeggen,
sneller moet. We moeten echt gaan nadenken over AI-agents die uit de
hand lopen; die moeten we dan kunnen stoppen. Vandaar toch een motie
over de killswitch. Het gaat er vooral om: ga kijken waar dat nodig
is.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zich steeds vaker incidenten voordoen waarbij
Al-agents zonder menselijke aansturing uit hun afgeschermde omgeving
breken en op eigen houtje handelen, en dat deze Al-systemen daarbij niet
altijd direct konden worden stilgelegd;
overwegende dat Defensie steeds meer Al inzet, ook in onbemande en
autonome systemen, en dat betekenisvolle menselijke controle hierbij
gewaarborgd moet blijven;
verzoekt de regering waar nodig een killswitch in te bouwen in
Al-systemen van Defensie waarmee de mens het systeem op ieder moment kan
uitschakelen, en de Kamer vóór de Voorjaarsnota 2027 te informeren over
de uitvoering,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bolhuis.
Zij krijgt nr. 40 (37020-X) (#17).
De heer Bolhuis (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Om te beginnen: vandaag had ik vier debatten. Dat ik dit
debat niet volledig heb kunnen bijwonen, heeft te maken met het feit dat
ik op en neer moest lopen. Wel dank ik de bewindspersonen voor hun
beantwoording. De grap/opmerking die blijkbaar gemaakt is, ga ik
terugkijken. In elk geval heb ik vernomen dat mevrouw Jagtenberg er iets
over heeft gezegd, dus ik ga dat allemaal bekijken.
Ik ga mijn moties indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland een verdrag met Israël heeft gesloten over
de aanwezigheid van militairen op elkaars grondgebied;
verzoekt de regering het verdrag met Israël inzake de status van hun
strijdkrachten op te zeggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 41 (37020-X) (#18).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering alle contracten met Israëlische defensiebedrijven
per direct te beëindigen, en Israëlische defensiebedrijven categorisch
uit te sluiten voor aankopen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 42 (37020-X) (#19).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Israëlische wapenbedrijven in 2024 nog deelnamen aan
de NEDS-defensiebeurs in Rotterdam en in 2025 uitsluitend vanwege
veiligheids- en ordeoverwegingen werden geweerd;
constaterende dat Frankrijk in 2026 heeft besloten de tentoonstelling
van Israëlische offensieve wapens op de defensiebeurs Eurosatory niet
toe te staan;
verzoekt de regering naar Frans voorbeeld ervoor zorg te dragen dat
Israëlische wapens niet worden tentoongesteld of gepromoot op
defensiebeurzen en evenementen die door de Nederlandse overheid worden
georganiseerd, ondersteund of gefaciliteerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 43 (37020-X) (#20).
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u vriendelijk, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie zelf af van een tweede termijn. Ik kijk even naar de
bewindspersonen. Hoe lang heeft u nodig?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
De moties komen er nog aan.
Staatssecretaris Boswijk:
Een kwartiertje. En om gelijk de heer Van Baarle uit zijn spanning te
halen: ik maakte een grap. Nou ja, het was niet heel grappig. Ik
constateerde dat u er niet was en ik zei: ik ga gauw alle vragen over
Israël beantwoorden. Dat was 'm.
De heer Van Baarle (DENK):
Ah. Ik ga het terugkijken, maar zo fysiek vind ik 'm eigenlijk niet zo
grappig.
De voorzitter:
Een kwartier is gezien de tijd misschien een beetje lang. Zouden we tien
minuutjes kunnen doen?
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, tien minuten. Is het mogelijk dat wij dan heel eventjes hier alleen
blijven zitten?
De voorzitter:
Ja. Iedereen eruit.
De vergadering wordt van 20.24 uur tot 20.37 uur geschorst.
De voorzitter:
Welkom terug allemaal. Welkom bij de tweede termijn van de zijde van het
kabinet. Ik geef het woord aan de minister.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog één vraag openstaan. Die is van de
heer Boon en ging, in relatie tot Finland, over de schuilstrategie. Dat
beleidsterrein ligt bij JenV. Het kabinet werkt aan een landelijk kader
voor schuilen en evacueren. Ik kan mijn collega informeren over de vraag
daarover en de interesse daarin van deze commissie. Wellicht komt het de
PVV-fractie uit om dit punt in een van de JenV-debatten verder op te
pakken.
Dan ga ik meteen naar de moties die ik apprecieer. Ik begin met de motie
op stuk nr. 30. Als ik aan het dictum "vast te stellen of en, zo ja,
welke aanvullende snelle interventiecapaciteit nodig is" mag toevoegen,
als we dat erin kunnen bouwen, dan krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 30: oordeel Kamer. Past u de motie nog aan, meneer
De Groot?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
De motie op stuk nr. 31 apprecieer ik ook: ontraden. De veiligheid van
Oekraïne en het punt dat zij weerstand kunnen bieden aan de agressor
staan een-op-een gelijk aan onze veiligheid. We zetten ons hierbij in
voor onze eigen veiligheid. Die motie wordt dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 31: ontraden.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Bij de motie op stuk nr. 32 heb ik een langere tekst, maar die krijgt
oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 32: oordeel Kamer.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik doe nu natuurlijk alle moties die voor mij zijn. Ik wilde het even om
en om doen, maar dat slaat nergens op.
Ik ben bij de motie op stuk nr. 38, de motie-Bolhuis. Met deze
formulering wordt de motie ontraden, omdat die nogal absoluut is. We
zijn al bezig met het afbouwen van onze afhankelijkheden. Er werd net
ook "zo veel mogelijk Europees" en "zo veel mogelijk Nederlands" gezegd,
maar diversificatie is sowieso gunstig. We zijn daarvoor wel afhankelijk
van heel veel ontwikkelingen om ons heen. Om die redenen wordt deze
motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 38: ontraden.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Bij de motie op stuk nr. 40 plaats ik de kanttekening dat wij het
woordje "killswitch" niet zo gebruiken. De heer Bolhuis houdt van mij
tegoed welke term wij wel zouden gebruiken. We waren even blijven hangen
op dat punt, maar deze motie krijgt wel oordeel Kamer. We snappen wel
waar u naar op zoek bent.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 40: oordeel Kamer.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
De motie op stuk nr. 41: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 41: ontraden.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
De motie op stuk nr. 42, van de heer Van Baarle: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 42: ontraden.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
De rest wordt opgepakt door de staatssecretaris.
De heer Van Baarle (DENK):
Waarom zijn mijn moties ontraden?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Wat betreft de motie op stuk nr. 41 zeg ik dat wij inderdaad een
zogenaamd SOFA-verdrag hebben. Dat is een bilateraal defensieverdrag.
Het is niet definitief in werking getreden; het is on hold. Het zou
bijvoorbeeld de rechtspositie van Defensiepersoneel op elkaars
grondgebied regelen. Op dit moment is het verdrag echter on hold. Wij
zien het opzeggen ervan niet als gunstig. De heer Van Dijk gaf ook aan
dat je niet weet hoe de situatie in de toekomst is en met welke
bondgenoten, partners en landen je ooit weer samenwerkingen nodig hebt.
Het verdrag is nu on hold. Ik ontraad dus deze motie.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik snap niet dat het überhaupt een bespreekbaar scenario is om de status
van mogelijke Israëlische grondtroepen op Nederlands grondgebied te
reguleren in een verdrag. Waarom trekt de minister haar handtekening
niet gewoon in wat betreft dat verdrag, gezien de genocide die Israël
pleegt? Waarom zegt ze niet: no way, dat gaan we niet doen?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik denk dat ik dat al heb toegelicht. Wij zien het absoluut niet zoals
de heer Van Baarle het ziet. De motie op stuk nr. 41 wordt dus
ontraden.
Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 42. Voor ons is de veiligheid
van onze eigen militairen doorslaggevend. Daarbij zullen we altijd voor
de beste kwaliteit gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Boswijk:
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin met de moties, heb nog een
aantal vragen. Allereerst vroeg de heer Van Lanschot naar "Europees,
tenzij". Hij vroeg om een aparte brief. Eerlijk gezegd denk ik dat we
het over hetzelfde hebben. Ik wil, ook om het wat efficiënter te maken,
voorstellen dat wij zijn opmerking meenemen in het Nationaal Programma
Defensie Industrie. Dat krijgt u in november. Ik hoor dat dat akkoord
is. Top, dat gaat snel.
De heer Van Lanschot noemde ook de opmerkingen uit het rapport-Wennink
over de coördinatie van defensiegerelateerde projecten. Defensie is nauw
betrokken bij de uitwerking van de nationale investeringsinstelling en
houdt daarin rekening met de behoeften van Defensie. Ik wil alleen niet
op voorhand vastleggen om welke projecten het gaat. We beoordelen de
projecten naar aanleiding van de bijdrage van de krijgsmacht. Indien
positief beoordeeld, zal Defensie daarin een stimulerende rol spelen.
Waar de nationale investeringsinstelling uiteindelijk in investeert, is
bovendien aan de nationale investeringsinstelling zelf. Die staat
namelijk bewust op afstand. Tot slot is het ook niet wenselijk om over
projecten die geopperd worden door derden te rapporteren in de Stand van
Defensie. Op dat puntje kan ik u dus net niet tegemoetkomen.
De heer Boon had een vraag over de F-35. Niet-gevoelige onderdelen gaan
met een pakketservice; gevoelige onderdelen worden verscheept via het
CMF, volgens de Amerikaanse regels die gelden voor de te beschermen
belangen. Uiteindelijk is Amerika hiervoor de verantwoordelijke.
De heer Boon had ook nog een opmerking over Budel en het COA. Wij doen
dat gewoon in goed overleg met AenM. Het lijkt mij dan ook niet
verstandig om hier eenzijdig uitspraken te doen. Wij zijn hierover
doorlopend in overleg met AenM.
Dan kom ik bij mevrouw Nanninga. Het is misschien goed om te melden dat
de persoon in kwestie geen tussenhandelaar is, maar een leverancier. Die
maakt gebruik van onderleveranciers en die kunnen wij als COMMIT niet
overnemen. Nogmaals, er ligt een aanbieding voor een vertrouwelijke
briefing. Daarin kunnen we ingaan op vragen over contracten. Het enige
wat ik wel kan zeggen, is dat er het afgelopen jaar geen nieuwe
contracten zijn gesloten.
Mevrouw Jagtenberg had een vraag over de ASWF's.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Nou ben ik pardoes mijn vraag vergeten. Ik had echt een hele
intelligente vraag, maar die is me even ontschoten. Gaat u maar even
verder; ik kom er zo wel op, sorry.
Staatssecretaris Boswijk:
Dit is wel erg onbevredigend, ja.
Mevrouw Jagtenberg had een vraag over de ASWF's. Bij wezenlijke stappen
of besluiten zullen wij altijd de Kamer informeren, maar ondanks dat wij
wekelijks op verschillende niveaus overleg hebben, is het op dit moment
gewoon niet verstandig om u over elke punt en komma te informeren, omdat
de informatie soms al heel snel achterhaald of niet meer relevant is.
Wij willen ons dus echt beperken tot de momenten waarop er wezenlijke
stappen worden gezet; dan zal de Kamer daar als eerste over worden
geïnformeerd.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Als mevrouw Nanninga het goedvindt, zal ik mijn vraag nu eerst stellen.
Wat zijn "wezenlijke stappen"?
Staatssecretaris Boswijk:
Een wezenlijke stap zou een besluit kunnen zijn dat onomkeerbaar is,
maar het heeft niet zo veel zin om u elke keer over een bewegend doel te
informeren. Als we van elk wekelijks overleg de tussenconclusies zouden
gaan delen, zou dat heel veel werkverschaffing zijn, die u
schijnnauwkeurigheid en schijnzekerheid zouden geven. Helaas zien we dat
het een megacomplexe onderhandeling is. We hebben te maken met België en
met Damen. We hebben vrij recent ook het Duitse besluit gezien, dat weer
door al onze processen heen fietst. Ik denk dat u het veel te druk heeft
om daar allemaal over bijgepraat te worden en dat het ook niet heel veel
nut heeft, omdat het u op bepaalde momenten misschien informatie kan
geven die achterhaald is. Het lijkt ons dus gewoon niet verstandig om
dat te doen.
Een besluit waarbij een stap wordt gezet die niet meer teruggedraaid kan
worden, beschouwen we als een wezenlijk besluit. Laat helder zijn dat ik
dit proces ook zo kort mogelijk wil houden en dat ik het zo snel
mogelijk van mijn bureau wil hebben, maar het moet wel op een goede
manier gebeuren. Het gaat over de relatie met de Belgen, het gaat over
de relatie met Damen, het gaat over belastinggeld dat we op een zo
efficiënt mogelijke manier willen besteden. Hoe meer informatie er naar
buiten toe gaat, hoe moeilijker het wordt om al die resultaten te halen.
Ik hoop dat u dat begrijpt.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Nanninga, weet u uw vraag weer?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ja. Excuus, voorzitter, het is laat. De vraag was waarom de
Rijksrecherche hier niet bij betrokken is.
Staatssecretaris Boswijk:
Er loopt een onderzoek. Ik kan nu iets gaan roepen, maar dat lijkt me
gewoon niet verstandig. Ik wil met alle liefde vertrouwelijk met u
spreken. Dan kunnen we alle vragen beantwoorden en bent u helemaal
up-to-date. Met alles wat ik nu zou zeggen, fiets ik echter een steeg in
waar ik later spijt van heb, dus dat ga ik niet doen.
De voorzitter:
Het lijkt me een goed idee om het dan mee te nemen.
Staatssecretaris Boswijk:
Voorzitter. Als laatste had de heer Bolhuis had nog een vraag over het
IP-beleid. Volgens de Rekenkamer halen we daar niet het meeste uit. Hoe
kijkt de staatssecretaris naar de aanbevelingen van de Rekenkamer? Wil
hij die overnemen? Bij het Nationaal Programma Defensie Industrie wordt
onder andere IP-beleid meegenomen. Dat is de strategie waar ik het over
had met de heer Van Lanschot. We zullen dit punt daarin ook zeker
meenemen. Dat is in november, zeg ik uit mijn hoofd.
Voorzitter. Dan ga ik nu door naar de moties. De motie op stuk nr. 29:
oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 29: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 33: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 33: ontraden.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 34: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 34: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
Demotie op stuk nr. 35: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Momentje, hoor. Meneer Boon?
De heer Boon (PVV):
Zou u me kunnen uitleggen waarom de motie op stuk nr. 33 ontraden
is?
Staatssecretaris Boswijk:
Heel praktisch: wij kopen systemen aan in Europees verband, onder andere
het vliegtuig bij GlobalEye. Het is onhaalbaar om al dat onderhoud in
Nederland te gaan doen. Natuurlijk zullen we continu kijken hoe we
Nederlandse suppliers goed in die keten kunnen krijgen. De
midlife-update van de CV90 doen we bijvoorbeeld bij Van Halteren. Dat is
niet een natuurfenomeen; dat is duidelijk een lobby vanuit Defensie
geweest. Wij zijn ons er dus echt van bewust om overal op een
strategische manier de Nederlandse maakindustrie, het Nederlandse mkb en
de Nederlandse industrie in te krijgen. Maar om zo stellig te zijn als u
bent, is gewoon onhaalbaar. Daarom is de motie op stuk nr. 33
ontraden.
De voorzitter:
Dank u wel. En de motie op stuk nr. 35 krijgt oordeel Kamer, als ik het
goed heb.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, dat klopt; die krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 36: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 36: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
Bij de motie op stuk nr. 37 moet ik ook verwijzen naar het debat. Het is
uiteindelijk IenW die hierover gaat. Al zou ik het willen, het is niet
de juiste manier als ik hier opdrachten ga verstrekken aan IenW. Er is
een debat Luchtvaart op 7 oktober. Dit is al redelijk snel. Mijn advies
zou zijn om deze motie aan te houden en in te dienen bij IenW. Zo niet,
moet ik 'm ontraden.
De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Jagtenberg.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ik krijg de goede suggestie om IenW om een adviesappreciatie te vragen
voor de stemmingen.
Staatssecretaris Boswijk:
Ehm … Nou, dat kunnen we ook doen. Dan gaan we dat doen. Maar ik wil
toch vragen om in het vervolg een beetje hygiëne toe te passen. Het
klinkt allemaal heel klein, maar dit betekent een batterij ambtenaren
die weer een batterij ambtenaren bij IenW moet gaan bellen en die moeten
daar dan weer over overleggen … Het lijkt allemaal heel snel te gaan,
maar ik weet helaas dat dit een hele molen in gang zet. Ik zou er toch
voor willen pleiten dat we vragen neerleggen bij het coördinerende
ministerie. Ik zal deze motie doorgeleiden met een adviesappreciatie
voor de stemming, maar in het vervolg echt …
De voorzitter:
Een terecht punt. Ja. Mevrouw Jagtenberg, heel kort.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Daar wil ik wel even op aanhaken, want u weet ook dat we achter de
schermen natuurlijk afstemmen wat de verwachtingen zijn. En er was een
andere verwachting geschetst. Dus ik snap het punt over hygiëne, maar
laten we dat dan ook in de voorbereiding doen.
Staatssecretaris Boswijk:
Point taken, voorzitter.
Dan agendapunt … Excuus, dan de mótie op stuk nr. 39. Deze krijgt
oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 39: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan heb ik als het goed is nog één motie, die op stuk nr. 43. Die motie
is ontraden omdat wij uiteindelijk niet over het gevraagde gaan. De
organisatie van de beurs en het lokale gezag zijn degenen die erover
gaan. De motie is dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 43: ontraden.
(Wegens een ontbrekende geluidsregistratie is een deel van de
uitgesproken tekst niet beschikbaar.)
De voorzitter:
...
… periodiek te informeren over de voortgang omtrent het creëren van eigen capaciteiten en gevoelige infrastructuur in kaart te brengen.
De staatssecretaris zegt het lid Bolhuis toe om de Kamer voor het einde van het jaar te informeren over de voortgang van de gesprekken met verschillende bedrijven, naar aanleiding van de motie-Bolhuis.
De staatssecretaris zegt het lid Jagtenberg toe om een space roadmap te ontwikkelen. Wanneer dat gebeurt, volgt nog.
De appreciatie van de motie op stuk nr. 37 volgt nog voor de stemming, in afstemming met IenW.
Verder zullen er vast kleine toezeggingen zijn gedaan. Die kunt u
teruglezen in de Handelingen. De vertrouwelijke briefing komt. Dat staat
op de agenda.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik weet dat ik het geduld van iedereen nu aan het testen ben. Er zijn
twee toezeggingen gedaan waarvan ik het toch wel fijn zou vinden als er
schriftelijk op wordt teruggekomen. Eentje betreft de gap. Het is nu
opgesplitst in tweeën. Dat gaat over hoeveel we minstens inkopen met
Europese partners versus Europese partners in the lead. Voor beide staat
nu 40%. De toezegging van de staatssecretaris was om daarop terug te
komen. Ik zou het fijn vinden als dat gebeurt in de volgende Stand van
Defensie, zodat we dat niet kwijtraken.
De voorzitter:
Ik zie geknik bij de staatssecretaris.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank. De tweede gaat over SAFE II. Fijn dat de minister daar een
toezegging over deed. Ik zou het fijn vinden als het in een volgende
brief over Europese defensiesamenwerking kan terugkomen.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ja.
De voorzitter:
Een mooie toezegging.
Ik dank u allen voor het fijne debat dat we gehad hebben. Dinsdag gaan
wij stemmen over de ingediende moties. Ik hoop u daarna te zien bij de
begrotingsbehandeling van Defensie. Fijne avond.
Sluiting 20.52 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|