Reactie op aandachtspunten van de Algemene Rekenkamer bij de ontwerpbegroting 2027 hoofdstuk X Defensie en K Defensiematerieelbegrotingsfonds
Brief regering
Nummer: 2026D48228, datum: 2026-10-02, bijgewerkt: 2026-10-02 15:38, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z20942:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-08 09:30 ⇒ Desgewenst betrokken bij begrotingsbehandeling Defensie. (Besluit)
- 2026-10-08 09:30: Procedurevergadering Defensie (gewijzigd tijdstip) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
| > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag | |
|---|---|
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag |
|
| Datum | 2 oktober 2026 |
| Betreft | Reactie op Aandachtspunten van de Algemene Rekenkamer bij de ontwerpbegroting 2027 hoofdstuk X Defensie en K Defensiematerieelbegrotingsfonds |
Ministerie van Defensie
Plein 4
MPC 58 B
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
www.defensie.nl
Onze referentie
MINDEF20260067912
Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.
Geachte voorzitter,
Met deze brief reageer ik op de aandachtspunten die de Algemene Rekenkamer aan u heeft aangeboden bij de ontwerpbegroting 2027 begrotingshoofdstuk X Defensie en K Defensiematerieelbegrotingsfonds. In uw brief van 24 september 2026 met kenmerk 2026Z19510/2026D46036 heeft u mij verzocht dit te doen.
De Algemene Rekenkamer behandelt in haar brief een aantal onderwerpen. Hieronder geef ik per onderwerp mijn reactie.
Navolgbaarheid van het geld
We herkennen ons in het beeld dat de Algemene Rekenkamer
schetst dat de uitgaven grotendeels navolgbaar zijn in de
Ontwerpbegroting 2027.
In deze Ontwerpbegroting zijn de coalitieakkoordmiddelen voor versterking van de eigen krijgsmacht tot en met 2031 structureel verwerkt. De coalitieakkoordmiddelen voor de latere jaren staan nog tijdelijk op de Aanvullende Post (AP) bij het ministerie van Financiën. Zoals in de Ontwerpbegroting beschreven zal elk jaar bij Voorjaarsnota bij de extrapolatie van de begroting een volgende tranche worden toegevoegd. Op die manier groeit het budget – in lijn met de afspraak uit het coalitieakkoord – naar 3,5% van het bbp per 2035.
De Algemene Rekenkamer heeft correct opgemerkt als zij aangeeft dat er in de periode 2027-2031 ook nog middelen op de AP staan. Deze middelen zijn echter niet gekoppeld aan de coalitieakkoordmiddelen. De middelen die in de periode 2027-2031 nog op de AP staan zijn benodigd, conform de Wet financiële defensieverplichtingen, voor het indexeren van de defensie-uitgaven. Ook dit zal ieder jaar met Voorjaarsnota plaatsvinden. Deze werkwijze is niet nieuw, ook vorige jaren had Defensie deze middelen van de AP opgenomen in de figuur waarin het NAVO-percentage werd weergegeven.
Met betrekking tot de militaire steun aan Oekraïne klopt het beeld dat de Algemene Rekenkamer schetst dat alle militaire steun aan Oekraïne niet apart zichtbaar is op één begrotingsartikel. De reden is, zoals de Algemene Rekenkamer ook aangeeft, dat de financiering van de steun verloopt via verschillende posten in de begroting. Dit komt omdat de steun door middel van commerciële aanschaf verloopt via artikel 1 van de Defensiebegroting, van waaruit de reguliere inzet wordt gefinancierd, en de vervanging van geleverde eigen voorraad via het DMF. De steun in Oekraïne volgt hiermee reguliere processen van Defensie.
Defensie onderkent de noodzaak om helder en transparant te communiceren over de militaire steun aan Oekraïne. Om die reden is in de Ontwerpbegroting 2027 in paragraaf 3.1. toegelicht hoe de budgetten voor militaire steun aan Oekraïne verdeeld zijn over de verschillende begrotingen. Ook informeert Defensie uw Kamer over de geleverde en de te leveren steun. Periodiek licht Defensie de leveringen aan Oekraïne toe in een uitgebreide Kamerbrief, met de realisatie aan leveringen (inclusief vertrouwelijke bijlage) en het totaalbudget (Kamerstuk 22 054, nr. 486). Daarnaast worden in elke begroting van Defensie de mutaties voor de Oekraïne steun toegelicht.
Doelen
Defensie zit middenin de doorontwikkeling naar een sterkere en
wendbare krijgsmacht. Het kabinet onderschrijft het belang van concrete
en meetbare doelen om de Tweede Kamer inzicht te geven in wat Defensie
met de beschikbare middelen wil bereiken. In de Ontwerpbegroting 2027 is
hierin een verdere stap gezet door voor de belangrijkste
beleidsprioriteiten concrete doelstellingen op te nemen.
De Algemene Rekenkamer constateert dat een deel van deze doelstellingen primair ziet op randvoorwaarden zoals financiële middelen, personele omvang en materiële verwervingsdoelstellingen. Uiteindelijk gaat het bij Defensie echter om het daarmee te realiseren militair vermogen: de mate waarin de krijgsmacht in staat is de opgedragen taken uit te voeren en de benodigde operationele effecten te bereiken.
De verdere concretisering daarvan vindt plaats binnen de defensieplanning. Daarbij worden de strategische doelstellingen, mede op basis van de NAVO-doelstellingen, vertaald naar benodigde operationele effecten, militaire vermogens en uiteindelijk concrete capaciteiten en gereedheid. Daarmee ontstaat een samenhangende lijn van politieke en strategische doelstellingen naar militair vermogen, investeringen en resultaten.
Gevolg verplaatsen informatie uit Jaarverslag naar Stand van
Defensie
Defensie onderschrijft het belang van betrouwbare en
controleerbare informatie over de resultaten die met de toenemende
defensie-uitgaven worden bereikt. De keuze om informatie over onder meer
de operationele gereedheid en KPI’s in de Stand van Defensie op te
nemen, is gemaakt om de Kamer meer samenhangend en verdiepend te
informeren over de ontwikkeling van de krijgsmacht.
Defensie onderkent de constatering van de Algemene Rekenkamer dat het opnemen van deze informatie in de Stand van Defensie gevolgen heeft voor de reikwijdte van het reguliere verantwoordingsonderzoek. Dit betekent echter niet dat daarmee de waarborgen voor de betrouwbare totstandkoming van deze informatie zijn vervallen. De managementinformatie over de operationele, personele en materiële gereedheid wordt samengesteld uit de bronsystemen van Defensie en verwerkt en geapprecieerd binnen de daarvoor ingerichte digitale dashboards. De dossiervorming van dit proces vindt eveneens binnen deze systematiek plaats. De Algemene Rekenkamer heeft de totstandkoming van de gereedheidsinformatie eerder onderzocht en heeft het aandachtspunt hierop naar aanleiding van het Verantwoordingsonderzoek over 2022 laten vervallen.
De plaatsing van deze informatie in de Stand van Defensie doet daarmee niet af aan de verantwoordelijkheid van Defensie voor een betrouwbare en herleidbare totstandkoming van de informatie.
Budget voor innovatie
De Rekenkamer heeft terecht aandacht voor het budget voor innovatie en
industrieopschaling. Het coalitieakkoord heeft de ambitie om fors te
investeren in defensie-innovatie. Deze ambitie is nader op hoofdlijnen
uitgewerkt in de Defensienota 2026. Zoals ook onlangs beschreven in
antwoorden op uw schriftelijke vragen bij de Defensienota 2026 zult u
met de beoogde publicatie van het Nationaal Programma Industrie en
Innovatie in november nader worden geïnformeerd over de Defensie-
innovatie en opschalingsautoriteit, het Defensie investeringsbudget aan
innovatie- en industrieopschaling en het financiële pad. Momenteel wordt
er ook gewerkt aan het operationaliseren van een 10% KPI, hierover wordt
de Kamer in het eerste kwartaal van 2027 geïnformeerd en resultaten
zullen worden opgenomen in de Stand van Defensie.
Strategische Evaluatie Agenda (SEA)
Defensie onderschrijft het belang van leren van het verleden,
zoals de Algemene Rekenkamer in haar brief schrijft. Dat is een
belangrijke reden om elk jaar een ander beleidsthema te evalueren, zoals
vooraf vastgelegd in de Strategische Evaluatie Agenda (SEA). We hechten
eraan die evaluaties tijdig en volledig uit te voeren en hierover open
te communiceren met het parlement. We steunen dan ook van harte de
oproep van de Rekenkamer om het eindrapport van de evaluatie van het
infra- en vastgoedbeleid en de bijbehorende Kabinetsreactie, die nog
voor het einde van dit jaar aan uw Kamer wordt aangeboden, te agenderen.
Voor 2027 staat inderdaad de periodieke rapportage over het
personeelsbeleid gepland, uw Kamer heeft op 26 augustus 2026 de
onderzoeksopzet en -vraagstelling ontvangen (Kamerstuk 31 516, nr.
53).
Risico’s en beheer
Defensie heeft continue aandacht voor de risico’s die in de
begroting zijn aangegeven en ook voor de risico’s die de Algemene
Rekenkamer aangeeft in haar begrotingsbrief. We werken met ons
strategisch risicomanagement continue aan mitigatie van deze
risico’s.
De AR wijst specifiek op het risico dat samenhangt met de snelle groei van de defensiebegroting naar 3,5%. In een drukke Defensiemarkt is het een uitdaging om onze uitbreidingsdoelen doeltreffend en doelmatig te behalen. Dit is een belangrijk onderwerp waar Defensie in haar bedrijfsvoering aandacht voor heeft.
Onzekerheid inkoop
Graag verwijs ik hierover naar mijn brief van 24 september jl.
(Tweede update opvolging verantwoordingsonderzoek 2025; Kamerstuk
2026Z19919) aan de Tweede Kamer waarin ik een tweede update geef over de
opvolging van het verantwoordingsonderzoek 2025. Ik heb daarin onder
andere geschreven dat een belangrijke verbetermaatregel het aanscherpen
van het beoordelingskader voor de onderbouwing van het gebruik van een
uitzonderingsbepaling betrof en dat hierover een gedeeld beeld bestaat
tussen Defensie, de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer. Dit
beoordelingskader is in constructieve sfeer tot stand gekomen en
Defensie, de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer beproeven aan de
hand van enkele actuele inkoopdossiers de werking ervan.
Steeds vaker informatie vertrouwelijk naar de Kamer
Het is inmiddels niet langer ondenkbaar dat Nederland betrokken
raakt bij een grootschalig militair conflict. Daarnaast zien we dat de
hybride dreigingen en aanvallen tegen Nederland en onze bondgenoten
toenemen. In deze nieuwe realiteit in het grijze gebied tussen oorlog en
vrede kan het delen van informatie over operationele plannen, inzet,
gereedheid en militaire capaciteiten van de Krijgsmacht niet alleen de
belangen van Defensie, onze bondgenoten en partners schaden, maar ook
levens van militairen in gevaar brengen. Bij het openbaar delen en/of
maken van Defensie informatie moet daarom altijd een afweging gemaakt
worden tussen operationele veiligheid en het belang van transparantie.
Middels Kamerstuk 36 800 X, nr. 90 is de Kamer reeds geïnformeerd over
de kaders die Defensie hanteert voor het delen van informatie die
openbaar toegankelijk wordt. Onderdeel van dit kader is bijvoorbeeld het
kijken naar juridische of andere externe beperkingen voor het openbaar
maken van de informatie, zoals door internationale verdragen of
leverancierscontracten. Ook wordt er gecontroleerd of de informatie
inzicht geeft in militaire capaciteit of activiteiten; van Nederland
en/of bondgenoten. Wanneer de informatie in voorkomende gevallen niet
openbaar kan worden gedeeld wordt de Kamer vertrouwelijk
geïnformeerd.
Informatiestroom vanuit Defensie steeds minder
transparant
In navolging van haar opmerking over vertrouwelijkheid van
informatie naar de Kamer, adresseert de AR de transparantie van het
Defensie Projectenoverzicht (DPO). Het uitgangspunt voor de
informatievoorziening aan de Tweede Kamer is het verschaffen van een zo
volledig mogelijk, openbaar inzicht in alle relevante aspecten. Alleen
wanneer operationele belangen of commerciële belangen van de industrie
en Defensie in het geding zijn, zal Defensie informatie verstrekken op
vertrouwelijke basis.
In het DPO 2026 (Kamerstuk 27 830, nr. 489) is in verband met de verslechterende geopolitieke situatie en vanwege de bescherming van de operationele en veiligheidsbelangen een aantal gegevens vertrouwelijk gemaakt. Dit betreft de informatie over specifieke tijdslijnen, aantallen en de kosten van het materieel. Ook is de informatie in het openbare DPO, waaruit de gevolgen voor de operationele gereedheid kunnen worden afgeleid, ten opzichte van voorgaande edities naar een hoger abstractieniveau getild. Uw Kamer krijgt met het DPO nog steeds een integrale rapportage met daarin, weliswaar vertrouwelijk, de actuele planning, budgetten en aantallen, waarmee de Kamer haar controlerende taak kan uitvoeren.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Dilan Yeşilgöz-Zegerius