Antwoord op vragen van het lid Westerveld over de situatie bij het aanmeldcentrum in Ter Apel
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D48235, datum: 2026-10-02, bijgewerkt: 2026-10-02 16:01, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z17079:
- Gericht aan: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (š origineel)
AH 215
Antwoord van minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 2 oktober 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 3022
Vraag 1
Waarom is het pas midden juli mogelijk gebleken om gebruik te maken van
het DISA-gebouw, en pas na meldingen over de veiligheid? Is er in een
eerder stadium onderzocht of nieuwe aanvragers in het DISA-gebouw konden
verblijven, zodat zij niet buiten op het gras hoefden te wachten? Zo ja,
waarom is hier destijds niet voor gekozen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 1
Vanwege de aanhoudende druk op de opvang is COA in mei 2026
overgegaan tot gecontroleerde toegang. Dit betekent dat niet iedereen
direct toegang krijgt tot een opvangplek op het azc Ter Apel. Voor
kwetsbaren is wel direct toegang. Voor wie nog geen plek is op het azc
is er vanaf de start van de gecontroleerde toegang nachtopvang
gerealiseerd. Dit had prioriteit en bleek zeker tijdens de opstartfase
een intensief proces. De nachtopvang is inmiddels op diverse locaties
georganiseerd.
Toen duidelijk werd dat de bestaande situatie, mede gelet op de veiligheid en de omstandigheden waarin mensen overdag op het voorveld verbleven, niet langer houdbaar was, zijn verschillende aanvullende oplossingen onderzocht. Uiteindelijk is besloten het voormalige DISA-kantoor in te zetten als dagopvang. Dit gebouw was tot medio juni nog in gebruik als kantoorpand.
Zowel de dagopvang in het DISA-gebouw als de noodnachtopvang is geen duurzame oplossing. Dit is een noodgreep om te voorkomen dat mensen op straat staan. Wat nodig is, zijn extra opvangplekken waar deze mensen fatsoenlijk opgevangen kunnen worden. In de beantwoording van vragen 3 en 4 wordt hier dieper op ingegaan.
Vraag 2
Welke duur van de gecontroleerde toegang werd bij de invoering op 20 mei
2026 voorzien? Op welk moment verwachtte het kabinet dat de maatregel
kon worden beƫindigd? Welke concrete voorwaarden moesten daarvoor zijn
vervuld?
Antwoord op vraag 2
Bij de invoering van gecontroleerde toegang is geen concrete
einddatum vastgesteld. De maatregel is ingevoerd vanwege aanhoudende
druk op de opvangketen en de daarmee gepaarde risicoās voor veiligheid,
leefbaarheid en beheersbaarheid voor medewerkers en bewoners. Er was
onvoldoende zekerheid en stabiliteit aanwezig om verantwoord te kunnen
voorspellen wanneer de omstandigheden voldoende zouden zijn verbeterd.
Dit is ook nu nog het geval. Om de gecontroleerde toegang te beƫindigen
is het noodzakelijk dat er voldoende opvangplekken gerealiseerd zijn om
de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid op locaties in het land
te waarborgen. Dat is op dit moment nog niet het geval.
Vraag 3
Welke concrete maatregelen heeft u sinds 20 mei 2026 genomen om
onmiddellijke toegang tot de opvang in Ter Apel zo spoedig mogelijk te
kunnen voortzetten? Welke maatregelen zijn inmiddels uitgevoerd, welke
zijn nog in uitvoering en welke mogelijkheden zijn er nog die niet
worden ingezet?
Vraag 4
Waarom hebben deze, 3 maanden later, nog niet tot het beoogde resultaat
geleid?
Antwoord op vragen 3 en 4
Gecontroleerde toegang in Ter Apel is een onwenselijke
situatie. Dit geldt voor asielzoekers, de gemeente Westerwolde,
vrijwilligers van het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk (VWN) als ook voor
het COA. De afgelopen maanden is door alle betrokken partijen ontzettend
hard gewerkt om ervoor te zorgen dat voldoende opvangplekken beschikbaar
waren gedurende de zomer. Hiervoor zijn verschillende maatregelen in
werking gezet.
Allereerst zet het COA in op het verlengen van overeenkomsten met zoveel mogelijk opvanglocaties in samenwerking met gemeenten. Het COA heeft daarmee meer dan 60% van de locaties die anders zouden sluiten weten te behouden. In enkele gevallen heeft het COA een locatie niet volgens afspraken kunnen sluiten, omdat onvoldoende vervangende opvangcapaciteit beschikbaar was. Daarnaast werkt het COA aan het vervroegen van openingen van toekomstige opvanglocaties waar mogelijk.
Daarnaast wordt samen met het ministerie van Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf gekeken naar het inzetten van Rijksgronden voor opvanglocaties. Het streven is op deze locaties tijdelijke grootschalige opvang te realiseren. Ondanks de grote inzet die hierop is gepleegd, heeft dit tot op heden nog niet geleid tot nieuwe opvangcapaciteit. In de praktijk blijkt een aanzienlijk deel van de onderzochte locaties uiteindelijk niet realiseerbaar, bijvoorbeeld vanwege ecologische, ruimtelijke of operationele beperkingen. Ook blijkt het verkrijgen van bestuurlijk draagvlak voor nieuwe, grootschalige opvanglocaties zeer lastig.
Ook is er aandacht voor de grote groep statushouders die zich in de opvang bevindt. Op peildatum 14 september 2026 zijn dit er ca. 18.360. De oproep van de VNG om statushouders versneld te huisvesten heeft mogelijk aan een lager dan gebruikelijke zomerdip in de uitstroom van statushouders bijgedragen. De uitstroom ligt inmiddels weer onder het gemiddelde.
Daarmee blijft een aanzienlijke groep statushouders langdurig opvangplaatsen bezet houden. Versnelling van de huisvesting door gemeenten is noodzakelijk om de druk op de opvang structureel te verminderen.
De Spreidingswet heeft als doelstelling om het opvanglandschap te stabiliseren en ervoor te zorgen dat door heel Nederland voldoende (duurzame) opvangplekken beschikbaar zijn. Ik voer deze wet en het bijbehorende interbestuurlijk toezicht uit en verwacht van gemeenten dat zij zich aan de wet houden en opvang realiseren. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat het interbestuurlijk toezicht er niet op korte termijn voor zal zorgen dat er voldoende opvangplekken beschikbaar zijn.
Tot die tijd staan gemeenten, COA en ik aan de lat om met noodopvang ervoor te zorgen dat iedereen met recht op opvang ook daadwerkelijk opgevangen wordt. Het COA, mijn departement en het ondersteuningsteam van de VNG zijn beschikbaar om gemeenten daarbij te ondersteunen.
Vraag 5
Hoeveel mensen hebben sinds de invoering van de gecontroleerde toegang
niet direct toegang gekregen tot het aanmeldcentrum en hoeveel mensen
hebben op het gras op voorterrein moeten slapen omdat zij niet tijdig
gebruik konden maken van de noodnachtopvang? Kunt u een overzicht van
deze aantallen per week sinds het begin van de zomer aan de Kamer
verstrekken?
Antwoord op vraag 5
Als op het moment van aanmelding geen opvangplaats beschikbaar is, wordt tijdelijk gebruikgemaakt van de dag- en noodnachtopvang door het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk Nederland. Zodra er ruimte beschikbaar komt in Ter Apel, worden deze personen alsnog opgevangen door het COA. Sinds de invoering van de gecontroleerde toegang hebben er in totaal ruim 5.000 overnachtingen plaatsgevonden in de noodnachtopvang. Dit gaat niet om identieke personen maar om het totaal van overnachtingen.
Vraag 6
Wat is de prognose aangaande capaciteit en verwachte bezetting van het
DISA-gebouw en de noodnachtopvanglocaties? Tot wanneer in 2026 worden
deze prognoses voorbereid?
Antwoord op vraag 6
Er worden dagelijks prognoses opgesteld voor de bezetting van
de noodnachtopvang dezelfde avond. Deze prognoses kunnen niet lang van
tevoren gemaakt worden omdat deze in zeer grote mate afhankelijk zijn
van de instroom op de dag zelf. Voor de bezetting van de noodnachtopvang
worden derhalve geen prognoses opgesteld die ver in de toekomst
kijken.
De noodzaak van de noodnachtopvang is in grote mate verbonden aan de beschikbaarheid van capaciteit elders in het land en de mogelijkheden vanuit Ter Apel door te stromen. Het landelijke beeld laat zien dat de tekorten in de opvang aanhouden. De ontwikkeling van de tekorten wordt dagelijks gemonitord. Begin maart waren tekorten van 7.900 plekken geprognosticeerd voor het einde van de zomer. Deze tekorten zijn gedurende de zomer gedaald door het openen van (tijdelijke) nieuwe noodlocaties naar aanleiding van de oproep aan alle gemeenten eind maart, het verlengen van bestaande locaties en een relatief lage instroom. Gedurende de zomerperiode was er daarnaast meer uitstroom van statushouders naar gemeenten dan in eerdere maanden. Inmiddels is deze uitstroom weer tot onder het gemiddelde gedaald.
Op dit moment zijn de geprognosticeerde tekorten in week 44 ongeveer 3.100 en einde jaar (week 53) ongeveer 7200 (op basis van een 100% bezettingsgraad). De verwachting is dat een deel van tekorten kan worden opgevangen door het verlengen van bestaande opvanglocaties en het aanhouden van een hogere bezettingsgraad. Hierdoor zijn de verwachte tekorten respectievelijk 2.100 en 5.400 in week 44 en 53.
Alleen als voldoende gemeenten nieuwe opvanglocaties realiseren, kan de gecontroleerde toegang worden beƫindigd. Daarnaast wil ik nogmaals benadrukken dat een lagere bezettingsgraad op de langere termijn noodzakelijk is om de opvang beheersbaar, veilig en wendbaar te houden, zowel voor bewoners als voor medewerkers van het COA. COA hanteert hierbij een vastgestelde norm van 91%. De huidige bezettingsgraad bedraagt 102%.
Vraag 7
Hoe verhoudt de huidige situatie, waarin asielzoekers niet direct
toegang hebben tot opvang, gebruik wordt gemaakt van dagelijkse
pendelbussen tussen noodnachtopvang (waar mensen soms maar enkele uren
kunnen slapen), de sobere dagopvang en het feit dat sommige mensen
buiten moeten slapen, zich tot de nationaal- en Europeesrechtelijke
verplichtingen van Nederland om asielzoekers meteen na kenbaar maken van
de wens asiel aan te vragen adequate opvang te bieden?
Antwoord op vraag 7
Vanwege de tekorten in de opvang kan niet elke asielzoeker
direct toegang krijgen tot de opvang in Ter Apel. Door noodnachtopvang
en dagopvang beschikbaar te stellen wordt geprobeerd zoveel mogelijk aan
de nationaal- en Europeesrechtelijke verplichtingen te voldoen, zij het
in een andere vorm dan wenselijk. Tegelijk ben ik mij ervan bewust dat
dit een oplossing is die afwijkt van de opvang die COA normaliter beoogt
te bieden. De noodzaak om deze situatie te beƫindigen is groot. Zolang
sprake is van gecontroleerde toegang, blijft de inzet van
noodnachtopvang in omliggende gemeenten van de gemeente Westerwolde
noodzakelijk om te voorkomen dat mensen buiten moeten slapen. Dit
betekent dat mensen tijdelijk overnachten in noodvoorzieningen, zoals
sporthallen. Deze situatie is onwenselijk en maakt dat het COA niet op
de wijze die het voorstaat invulling kan geven aan zijn wettelijke
verantwoordelijkheid.
Vraag 8
Hoe wordt een tijdige signalering van mogelijke kwetsbaarheid
gegarandeerd en dus voorkomen dat kwetsbare personen in de dag- en
noodnachtopvang terecht komen en/of s āavonds buiten moeten slapen?
Hebben er zich situaties voorgedaan waar kwetsbare mensen hier toch
terechtkwamen? Is de huidige werkwijze voor de signalering van
kwetsbaarheden (inclusief niet evidente kwetsbaarheden) voorbereid op
een eventuele stijging in het aantal asielaanvragen?
Antwoord op vraag 8
Op de locatie Ter Apel hebben COA en IND onderling afspraken
gemaakt om te zorgen dat kwetsbare groepen toegang krijgen tot de
opvang. De IND voert in haar taak als screeningsautoriteit een
voorlopige kwetsbaarheidsbeoordeling uit voor elke vreemdeling in het
OVA proces. Eventuele signalen die van belang kunnen zijn voor plaatsing
in de opvang worden gedeeld met het COA. Het is uiteindelijk het COA
dat, in samenwerking met het Rode Kruis, bepaalt welke vreemdelingen
toegang moeten krijgen tot de opvang. Dit verloopt goed.
Kwetsbaren worden altijd toegelaten tot de opvang.
Vraag 9
Wat wordt er gedaan om de veiligheid van lhbtqia+ vluchtelingen beter te
beschermen? Wordt bijgehouden hoeveel incidenten en geweldsituaties er
zijn geweest waarbij deze mensen slachtoffer zijn? Zo ja, hoeveel
incidenten zijn er geweest? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 9
Er wordt met aandacht voor de specifieke behoeften van lhbtiq+ asielzoekers gekeken naar de leefruimte van bewoners op een locatie. Op locatie Ter Apel worden asielzoekers, indien zij dit wensen, geplaatst in een unit van bewoners die zich identificeren als lhbtiq+ persoon. Door de hoge bezettingsgraad is er helaas niet altijd de mogelijkheid om aan deze behoeften te voldoen. Daarnaast zijn in Ter Apel verschillende contactpersonen lhbtiq+ actief. Deze contactpersonen hebben extra kennis over en affiniteit met het thema en ondersteunen collegaās op de locatie hierbij.
Wegens privacy redenen neemt het COA niet standaard op of een persoon zich identificeert als lhbtiq+ persoon. Hierdoor valt niet automatisch uit de incidentencijfers van het COA te herleiden hoeveel lhbtiq+ asielzoekers slachtoffer zijn van intimatie/agressie en geweld op de locaties.
Vraag 10
Welke concrete maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat op zo kort
mogelijke termijn geen mensen meer buiten hoeven te slapen bij Ter Apel,
de noodnachtopvang kan worden beƫindigd en mensen weer toegang krijgen
tot opvang in het aanmeldcentrum?
Antwoord op vraag 10
Ik verwijs naar het antwoord op vragen 3 en 4. Als doorstroom
vanuit Ter Apel naar locaties in het land hoger is, kan de
gecontroleerde toegang worden beƫindigd.
Ten aanzien van personen die de nacht op het voorterrein doorbrengen, wil ik nog graag opmerken dat dit in sommige gevallen op vrijwillige basis is. In andere gevallen komen de personen dusdanig laat in Ter Apel dat de bussen naar de noodnachtopvang al zijn vertrokken.
Vraag 11
Kunt u de Kamer vanaf heden wekelijks informeren over het aantal
personen dat gebruikmaakt van de dag- en noodnachtopvang, het aantal
personen dat buiten moet wachten of overnachten, en de prognose voor het
beƫindigen van de gecontroleerde toegang?
Antwoord op vraag 11
Deze informatie is op weekbasis erg volatiel. Om te Kamer goed te informeren met de juiste nadere duiding bij de cijfers blijf ik uw Kamer periodiek informeren over de stand van zaken in de asielopvang en hierbij ook aandacht geven aan de aantallen personen in de dag- en noodnachtopvang.