[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

37023 Nota van wijziging inzake Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2027)

Nota van wijziging

Nummer: 2026D48295, datum: 2026-10-02, bijgewerkt: 2026-10-02 16:28, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z20964:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2027)

NOTA VAN WIJZIGING

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

In artikel VII, onderdeel B, onder 1, subonderdeel b, wordt in het voorgestelde onderdeel 0a “Verordening (EU) 2026/[XXXX]” vervangen door “Verordening (EU) 2026/2108” en wordt “[XX] september 2026” vervangen door “16 september 2026”.

2

Na artikel IX wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel IXA

In de Fiscale verzamelwet 2027 wordt na artikel XXIII een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel XXIIIA

  1. Artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepaling zoals die luidden op 31 december 2026 blijven van toepassing op een arbeidsverhouding:

  1. die uiterlijk op 31 december 2026 is aangevangen; en

  2. waarvoor de melding, bedoeld in die bepaling, uiterlijk op 31 december 2026 is gedaan.

  1. Artikel 28, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepaling zijn niet van toepassing op een arbeidsverhouding als bedoeld in het eerste lid.

3

Aan artikel XIV wordt een lid toegevoegd, luidende:

  1. In afwijking van het eerste lid treedt artikel IXA in werking, nadat het bij koninklijke boodschap van 23 april 2026 ingediende voorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2027) (Kamerstukken 36938) tot wet is verheven, op het tijdstip waarop artikel III, onderdelen A en C, van die wet in werking treedt of is getreden.

TOELICHTING

  1. Algemene toelichting

Deze nota van wijziging bevat een technische aanpassing en een beleidsmatige wijziging. De technische wijziging wordt alleen toegelicht in de onderdeelsgewijze toelichting.

Opting-in-regeling

De zogenoemde opting-in-regeling biedt degene die uit een arbeidsverhouding die niet op grond van een andere bepaling als dienstbetrekking wordt beschouwd een beloning geniet en de beoogde inhoudingsplichtige de mogelijkheid om hun arbeidsverhouding als een dienstbetrekking voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen aan te merken. Daarvoor geldt als voorwaarde dat genoemde partijen met een gezamenlijke verklaring aan de inspecteur melden dat de arbeidsverhouding als dienstbetrekking moet worden aangemerkt.

In het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 20271 (wetsvoorstel FVW 2027) wordt voorgesteld om met ingang van 1 januari 2027 aanvullende eisen te stellen aan de genoemde verklaring en om de meldplicht om te zetten in een bewaarplicht. De gezamenlijke verklaring dient ingevolge dat wetsvoorstel voortaan schriftelijk, gedagtekend en ondertekend te zijn en tevens aan bij lagere regelgeving te stellen voorwaarden te voldoen. Op basis van die voorwaarden dient de verklaring ten minste de volgende gegevens te bevatten:

a. naam en voorletters van degene die de arbeid verricht;

b. geboortedatum van degene die de arbeid verricht;

c. burgerservicenummer van degene die de arbeid verricht;

d. loonheffingennummer van de beoogde inhoudingsplichtige;

e. omschrijving van de werkzaamheden waarop de verklaring betrekking heeft;

f. ingangsdatum van de verklaring;

g. handtekeningen van de werknemer en de beoogde inhoudingsplichtige.

De beoogde inhoudingsplichtige dient ingevolge genoemd wetsvoorstel in plaats van de gezamenlijke verklaring naar de Belastingdienst te sturen de gezamenlijke verklaring te bewaren bij de loonadministratie. Om te bewerkstelligen dat bij invoering van de bewaarplicht bestaande opting-in-situaties niet opnieuw een (aan de nieuwe eisen aangepaste) gezamenlijke verklaring hoeven op te stellen en te bewaren bij de loonadministratie, wordt voorgesteld om voor die arbeidsverhoudingen in overgangsrecht te voorzien.

Uitvoeringsgevolgen

De nota van wijziging is beoordeeld met de uitvoeringstoets. De dienaangaande eerder vastgestelde uitvoeringstoets is onverkort van kracht.2

  1. Onderdeelsgewijze toelichting

Onderdeel 1

Artikel VII, onderdeel B (artikel 1:3 van de Algemene douanewet)

Artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene douanewet (Adw) bevat begripsbepalingen die in die wet van toepassing zijn. Het voorgestelde artikel VII, onderdeel B, onder 1, subonderdeel b, ziet erop artikel 1:3, eerste lid, onderdeel 0a, Adw, in te voegen. Hiermee wordt voorgesteld een begripsbepaling op te nemen voor Verordening (EU) 2026/2108 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2026 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, tot oprichting van de douaneautoriteit van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 952/2013, namelijk het nieuwe Douanewetboek van de Unie (nDWU). Ten tijde van de indiening van het wetsvoorstel waren het publicatienummer en de datum van ondertekening van het nDWU nog niet bekend. Het nDWU is gepubliceerd op 19 september 2026 en op 20 september 2026 deels van toepassing geworden.3 Nu de publicatie van het nDWU heeft plaatsgevonden, worden de nog ontbrekende gegevens in de voorgestelde begripsbepaling ‘nieuwe Douanewetboek van de Unie’ opgenomen. Deze aanpassing is technisch van aard en heeft geen inhoudelijke gevolgen.

Onderdeel 2

Artikel IXA (artikel XXIIIA van de Fiscale verzamelwet 2027)

In het wetsvoorstel FVW 2027 wordt voorgesteld om artikel 4, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) zodanig te wijzigen dat niet langer als voorwaarde voor opting-in als bedoeld in artikel 4, aanhef en onderdeel f, Wet LB 1964 geldt dat met een gezamenlijke verklaring van de beoogde inhoudingsplichtige en degene die voor de opting-in kiest een melding aan de inspecteur wordt gedaan dat de arbeidsverhouding als dienstbetrekking moet worden beschouwd, maar dat dit, zonder melding aan de inspecteur, wordt verklaard in een gezamenlijke, schriftelijke, gedagtekende en ondertekende verklaring van de beoogde inhoudingsplichtige en degene die voor de opting-in kiest. Die verklaring dient ingevolge een eveneens in dat wetsvoorstel opgenomen wijziging van artikel 28, eerste lid, onderdeel g, Wet LB 1964 bij de loonadministratie te worden bewaard.

Zonder overgangsrecht zou de wijziging van de meldplicht in een bewaarplicht voor bestaande opting-in-situaties kunnen betekenen dat de beoogde inhoudingsplichtigen niet kunnen voldoen aan de bewaarplicht zonder nieuwe verklaringen op te maken die aan de nieuwe eisen voldoen. Om deze administratieve lasten te voorkomen wordt voorgesteld om met het voorgestelde artikel XXIIIA van het wetsvoorstel FVW 2027 in overgangsrecht te voorzien, dat geldt voor arbeidsverhoudingen als bedoeld in de huidige tekst van artikel 4, onderdeel f, Wet LB 1964 die uiterlijk op 31 december 2026 zijn aangevangen en waarvoor de melding, bedoeld in die bepaling, uiterlijk op 31 december 2026 is gedaan.

Op basis van het in genoemd artikel XXIIIA op te nemen overgangsrecht blijven voor die arbeidsverhoudingen artikel 4, aanhef en onderdeel f, Wet LB 1964 zoals dat luidde op 31 december 2026 en de daarop berustende bepaling (dit ziet op artikel 2g van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (UBLB 1965)) zoals die luidde op 31 december 2026 van toepassing en is voor die arbeidsverhoudingen de ingevolge het wetsvoorstel FVW 2027 met ingang van 1 januari 2027 geldende tekst van artikel 28, eerste lid, aanhef en onderdeel g, Wet LB 1964 en de daarop berustende bepaling (dit ziet op het in de Eindejaarsregeling 2026 op te nemen artikel 2.7 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (URLB 2011)) niet van toepassing. De betreffende gezamenlijke verklaring blijft dus ook na 31 december 2026 haar geldigheid behouden, ondanks dat deze verklaring naar de Belastingdienst is ingestuurd en niet, zoals na 31 december 2026 op grond van genoemd wetsvoorstel voor nieuwe gevallen vereist is, door de beoogde inhoudingsplichtige bij de loonadministratie wordt bewaard.

Het voorgestelde artikel XXXIIIA betekent kort samengevat dat

gezamenlijke verklaringen die uiterlijk op 31 december 2026 zijn ingestuurd om daarmee op dat moment bestaande arbeidsverhoudingen aan te merken als dienstbetrekking niet hoeven te voldoen aan de nieuwe voorwaarden die met ingang van 1 januari 2027 worden gesteld aan de toepassing van de opting-in-regeling en ook niet bij de loonadministratie hoeven te worden bewaard. Er hoeft dus geen aan de nieuwe eisen aangepaste verklaring te worden opgemaakt om die te kunnen bewaren bij de loonadministratie.

Ter zake van andere arbeidsverhoudingen waarvoor vanaf 1 januari 2027 wordt beoogd gebruik te maken van de opting-in-regeling dient te zijn voldaan aan de met ingang van 1 januari 2027 in de artikelen 4, aanhef en onderdeel f, en 28, eerste lid, aanhef en onderdeel g, Wet LB 1964, artikel 2g UBLB 1965 en artikel 2.7 URLB 2011 opgenomen voorwaarden om als dienstbetrekking te kunnen worden aangemerkt.

Onderdeel 3

Met het invoegen van artikel IXA wordt voorgesteld overgangsrecht op te nemen in artikel XXIIIA van het wetsvoorstel FVW 2027 met betrekking tot de in artikel III, onderdelen A en C, van genoemd wetsvoorstel opgenomen wijziging van de artikelen 4 en 28 Wet LB 1964. Met de aanpassing van de inwerkingtredingsbepaling van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld dat de inwerkingtreding van het voorgestelde artikel IXA, en daarmee van het voorgestelde artikel XXIIIA van het wetsvoorstel FVW 2027, afhankelijk wordt gesteld van de inwerkingtreding van artikel III, onderdelen A en C, van dat wetsvoorstel nadat dat voorstel tot wet is verheven, en gelijktijdig daarmee plaatsvindt.

De Staatssecretaris van Financiën,


  1. Het bij koninklijke boodschap van 23 april 2026 ingediende voorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2027) (Kamerstukken 36938).

    ↩︎
  2. Bijlage bij Kamerstukken II 2026/27, 37023, nr. 3.

    ↩︎
  3. Zie voor een uitgebreide toelichting op het van toepassing worden van het nDWU de memorie van toelichting, Kamerstukken II 2026/27, 37023, nr. 3, p. 24-25.

    ↩︎