Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het artikel "Schatting RIVM: honderden sterfgevallen meer dan verwacht tijdens hitte vorige week"
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D48313, datum: 2026-10-02, bijgewerkt: 2026-10-05 08:35, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
- Mede namens: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Mede namens: E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Onderdeel van zaak 2026Z16559:
- Gericht aan: E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Gericht aan: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Gericht aan: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 230
Antwoord van minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 2 oktober 2026)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de schatting van het Rijksinstituut voor
Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat tijdens de hittegolf van eind juni
2026 ongeveer 480 mensen meer zijn overleden dan verwacht? 1)
Antwoord 1
Ja. Inmiddels zijn nieuwere cijfers beschikbaar gekomen waarmee het RIVM de oversterfte tijdens de hitteperiode eind juni 2026 schat op 957 mensen.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat er in één week honderden mensen,
voornamelijk mensen van 80 jaar en ouder, zijn overleden als gevolg van
extreme hitte? Deelt u de mening dat dit geen natuurverschijnsel is waar
we ons bij neer moeten leggen, maar een falen van de bescherming van
kwetsbare mensen?
Antwoord 2
Het kabinet betreurt dat er naar schatting van het RIVM tijdens de hittegolf van eind juni 2026 957 mensen meer zijn overleden dan verwacht en leeft mee met hun dierbaren. Waaraan mensen zijn overleden is niet bekend, maar dat de hitte hierin een rol speelt is volgens het RIVM zeer aannemelijk. Dit onderstreept dat hitte een reëel gezondheidsrisico is en dat aandacht voor dit onderwerp gerechtvaardigd is. Dat is ook de reden dat het kabinet sinds 2007 het Nationaal Hitteplan onderhoudt en activeert, waarmee professionals en vrijwilligers rond kwetsbare groepen worden gewaarschuwd en geïnformeerd over komende hitteperioden. Uit een recente evaluatie door het RIVM blijkt dat de kans om te sterven tijdens hitteperioden is afgenomen sinds de instelling van het Nationaal Hitteplan, al kunnen ook andere factoren daar een rol in hebben gespeeld.1 Dat neemt niet weg dat we goed moeten blijven kijken of de hittesterfte verder kan worden teruggedrongen.
Een hittegolf is op zich een natuurverschijnsel dat eens in de zoveel tijd voorkomt. De verwachting is dat er door klimaatverandering vaker hittegolven zullen zijn die ook langer en heviger zullen zijn. Voor sterfte die gerelateerd is aan een hittegolf spelen echter ook nog andere zaken een rol, zoals de inrichting van de leefomgeving, het ontwerp van gebouwen, vergrijzing, leefstijl en gedrag en sociaal-culturele trends als individualisering.
Vraag 3
Kunt u aangeven waarom de oversterfte juist in het oosten en zuiden van het land het hoogst was? In hoeverre speelt hierbij mee dat de zorg en het welzijnswerk in deze regio's onder druk staan door bezuinigingen en personeelstekorten?
Antwoord 3
Uit de cijfers van het RIVM blijkt dat in alle regio's in Nederland sprake was van verhoogde sterfte en dat de meeste extra sterfte in het zuiden en oosten van Nederland was. Dat in die regio’s de oversterfte hoger was, komt overeen met de hogere temperaturen en hittekracht in die regio’s (hogere temperatuur in combinatie met luchtvochtigheid, zon en wind). Het is bekend uit eerder onderzoek dat hittesterfte sterk toeneemt bij hogere temperaturen (meer dan evenredig). Dat zou dus een goede verklaring kunnen bieden.
Op basis van de beschikbare informatie is het echter niet mogelijk te onderbouwen dat druk op de zorg in die regio’s van invloed is geweest op de hittesterfte. Goede (preventieve) zorgverlening kan de kans op sterfte wel verlagen.
Vraag 4
Hoeveel van de overleden ouderen woonden zelfstandig thuis, en
hoeveel in een verpleeghuis of andere zorginstelling? Bent u bereid dit
door het RIVM te laten uitzoeken?
Antwoord 4
De oversterfte die wordt geschat door het CBS en RIVM is een statistische berekening ten opzichte van gemiddelden en is niet gebaseerd op een individuele beoordeling van de situatie van mensen die zijn overleden. We hebben op dit moment dus wel een schatting van het aantal extra mensen dat is overleden rond de hitteperiode, maar we weten nu niet wat de woonsituatie van deze mensen is geweest.
Voor het berekenen van de oversterfte wordt gebruik gemaakt van voorlopige cijfers en zijn er op dit moment nog weinig aanvullende gegevens beschikbaar. CBS-databestanden waarmee mogelijk wel dat soort koppelingen gemaakt zouden kunnen worden, zijn pas na veel langere tijd beschikbaar.
Vraag 5
Erkent u dat het jarenlange beleid om ouderen zo lang mogelijk thuis
te laten wonen, in combinatie met het sluiten van verzorgingshuizen,
ertoe heeft geleid dat veel kwetsbare ouderen tijdens een hittegolf
alleen thuis zitten zonder toezicht, koeling of hulp bij het drinken? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het beleid om zorg meer in de thuissituatie te leveren sluit aan bij een
maatschappelijke trend en de wensen van ouderen. Een deel van de
thuiswonende ouderen ontvangt thuiszorg. Thuiszorgmedewerkers kunnen
vanuit hun deskundigheid beoordelen wat ouderen tijdens een hittegolf
nodig hebben.
Vraag 6
Hoeveel verpleeghuizen en zorginstellingen in Nederland beschikken op dit moment niet over airconditioning of andere adequate koeling in de verblijfsruimten van bewoners? Bent u bereid hier een landelijke inventarisatie naar te doen?
Antwoord 6
VWS heeft dit inzicht niet. Het is aan de instellingen om passende
maatregelen te nemen tegen de gevolgen van hitte voor hun bewoners.
Vraag 7
Welke rol speelt de kwaliteit van woningen bij hittesterfte? Erkent u dat mensen met een laag inkomen vaker in slecht geïsoleerde woningen wonen die in de zomer veel te heet worden en dat hitte daarmee ook een kwestie van ongelijkheid is?
Antwoord 7
Het kabinet heeft in de ontwerp-Nationale Klimaatadaptatiestrategie’26 (ontwerp-NAS’26) aangegeven dat met meer prioriteit maatregelen moeten worden getroffen voor mensen en gebieden die meer nadelige gevolgen van hitte ondervinden.2 We zien dat wijken met een lage sociaaleconomische status vaak meer versteend zijn en weinig groen hebben. Daarnaast hebben mensen in een financieel kwetsbare positie ook vaak minder mogelijkheden om zelf maatregelen te treffen om hitte tegen te gaan. Daarom heeft de minister van VRO onlangs een onderzoek laten uitvoeren door Berenschot naar de mogelijkheid om zonwering op te nemen in bestaande financiële regelingen voor isolatie.3 De resultaten van dit onderzoek zullen worden meegenomen in het lopende traject “IBO Energietransitie Woningvoorraad”. Ook stimuleert de minister van VRO het nemen van isolatiemaatregelen die niet alleen bijdragen aan energiebesparing, maar ook helpen tegen hitte. Dit doet zij onder meer door de aanpak energiearmoede en invulling te geven aan de afspraken uit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en de Nationale Prestatieafspraken (NPA).
Vraag 8
Bent u bereid om verhuurders te verplichten maatregelen tegen hitte
te nemen?
Antwoord 8
Het kabinet is niet van plan op de korte termijn verplichtingen op te
leggen aan verhuurders om maatregelen te nemen tegen hitte. Wel heeft de
minister van VRO een opdracht uitgezet voor het onafhankelijk
ontwikkelen van een bepalingsmethode bij de NEN voor hitte in bestaande
bouw. Oplevering van deze methode wordt halverwege 2027 verwacht.
Vraag 9
Erkent u dat hittegolven door klimaatverandering vaker en heviger
zullen voorkomen en dat structurele maatregelen dus noodzakelijk
zijn?
Antwoord 9
Het kabinet verwacht op basis van de KNMI’23 Klimaatscenario’s inderdaad
dat hittegolven in Nederland vaker zullen voorkomen en langer en heviger
kunnen worden. Het kabinet heeft in de Hitte aanpak 2025 en de
ontwerp-Nationale Klimaatadaptatiestrategie ’26 aangegeven wat het
daarvoor wil doen.
Vraag 10
Bent u bekend met onderzoeken waaruit blijkt dat wijken met lagere
inkomens gemiddeld aanzienlijk warmer zijn dan rijkere wijken, doordat
er minder groen, meer steen en asfalt en dichtere bebouwing is? Hoe
beoordeelt u het feit dat juist de mensen met de minste middelen in de
heetste wijken wonen?
Antwoord 10
Zoals in het antwoord op vraag 7 aangegeven geeft het kabinet in de
Ontwerp-NAS prioriteit aan mensen en gebieden die meer nadelige effecten
van hitte ondervinden. In de wijken die vaak meer versteend zijn, wonen
vaker mensen met lagere inkomens. In het hoofdstuk ‘Hittebestendige
steden en dorpen’ van de Ontwerp-NAS staat welke verdere stappen worden
gezet.
Vraag 11
Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat je portemonnee
bepaalt hoe heet je wijk wordt en daarmee hoe groot je gezondheidsrisico
is tijdens een hittegolf? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Helaas ziet het kabinet al jaren in de gezondheids- en sterftecijfers
dat er grote gezondheidsverschillen zijn tussen mensen met een hogere en
lagere opleiding en met een hoger en lager inkomen. Het kabinet vindt
het belangrijk om in te zetten op het verkleinen van die
verschillen.
Vraag 12
Is bekend of de oversterfte tijdens de afgelopen hittegolf hoger was
in wijken met een lagere sociaaleconomische status? Bent u bereid het
RIVM opdracht te geven de oversterfte uit te splitsen naar wijk en
inkomensniveau, zodat duidelijk wordt waar de klappen vallen?
Antwoord 12
De sterftecijfers die nu beschikbaar zijn, zijn niet op die manier uit
te splitsen (zie ook het antwoord op vraag 4). Het RIVM heeft in
opdracht van de gemeente Amsterdam wel onderzoek gedaan naar temperatuur
gerelateerde sterfte in Amsterdam.4 Uit dat onderzoek blijkt
dat ouderen en mensen uit buurten met een lagere sociaaleconomische
status een hoger risico liepen op sterfte bij hitte. Ook werd een
verband gevonden tussen sterfte en de hoeveelheid publiek groen in de
buurt. Het RIVM werkt daarnaast aan een landelijk onderzoek naar
hittesterfte gekoppeld aan onder andere wijken en inkomen. De
publicatiedatum daarvan is echter nog niet bekend.
Vraag 13
Welke gerichte rijkssteun is er op dit moment beschikbaar om de armste en heetste wijken af te koelen, bijvoorbeeld door vergroening, het planten van bomen, het vervangen van steen door groen en het aanleggen van schaduw en waterpartijen? Kunt u een overzicht geven van de beschikbare middelen en waar deze terechtkomen?
Antwoord 13
Het plaatsen van groen in openbaar bebouwd gebied valt onder de verantwoordelijkheid van de lokale overheden. Daarom ondersteunt het kabinet de gemeenten hierin. Dit gebeurt onder andere door de handreiking Groen in en om de stad en het platform KAN (Klimaatadaptief bouwen met de natuur) van de bouwsector. Ook faciliteert het Rijk het gebruik van de menukaart hitte waarmee gemeenten hitte beter kunnen verankeren in bestaand gemeentelijk beleid. Daarnaast werkt de minister van VRO ook aan de implementatie van de Natuurherstelverordening die vanaf 2030 zal moeten leiden tot een toename van de hoeveelheid groen en blauw in de gebouwde omgeving.
Vraag 14
Erkent u dat gemeenten met veel kwetsbare wijken vaak juist de
gemeenten zijn met de minste financiële ruimte, en dat zonder extra
rijksmiddelen de vergroening van deze wijken niet van de grond komt?
Bent u bereid een gericht fonds in te stellen voor het hittebestendig
maken van de heetste, armste wijken, waarbij de wijken met de grootste
hitteproblemen als eerste aan de beurt komen?
Antwoord 14
In de Ontwerp-NAS’26 staat aangegeven dat met meer prioriteit maatregelen moeten worden getroffen voor mensen en gebieden die meer nadelige gevolgen van hitte ondervinden, zoals in de versteende wijken waar vaker mensen wonen met lage inkomens. Het Rijk gaat verkennen hoe prioritaire gebieden ondersteund kunnen worden, in aansluiting op bestaande initiatieven, zoals het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
Vraag 15
Hoeveel procent van de woningen in de armste wijken heeft toegang tot
een koele buitenruimte, zoals een park of schaduwrijk plein, binnen
loopafstand? Bent u bereid een norm in te voeren voor de maximale
afstand tot koele, groene openbare ruimte, zoals ook wordt bepleit voor
groennormen in de stad?
Antwoord 15
Het kabinet is niet van plan een norm in te voeren voor een maximale
afstand tot groene en koele plekken of een groen norm. Wel helpt de
Landelijke Maatlat voor een Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving
bij het formuleren van doelen, prestatie-eisen en richtlijnen voor
klimaatadaptief bouwen en inrichten, waaronder hitte, groen en
biodiversiteit. De Maatlat bevat een richtlijn van 300 meter loopafstand
tot een groene koele verblijfsplek. De relevante onderdelen uit de
Maatlat komen ook in de herijking van de Handreiking Groen in en om de
Stad (GIOS). Het Rijk werkt aan de verdere uitwerking van een maatlat
voor de bestaande gebouwde omgeving. Daarnaast bevat de
Klimaateffectatlas de afstand-tot-koeltekaart5,
die de afstand laat zien tussen een pand en de koele plek die daar het
dichtste bij ligt. De kaart geeft gemeenten, bewoners en andere partijen
een overzicht van de koele plekken in een gebied. Het is niet bekend
hoeveel procent van de woningen in de armste wijken toegang heeft tot
een koele buitenruimte.
Vraag 16
Bent u bereid om samen met gemeenten tijdens hittegolven gekoelde
publieke ruimtes open te stellen in de heetste wijken zodat bewoners
zonder airconditioning ergens terechtkunnen? Ziet u hierbij ook een rol
voor de heropening van buurthuizen die de afgelopen jaren zijn
wegbezuinigd?
Antwoord 16
In Nederland worden koele ruimtes op verschillende plekken, zoals in
Amsterdam6, ingezet en daar is afgelopen zomer
veel gebruik van gemaakt. De effectiviteit van dit soort maatregelen
wordt nog geëvalueerd. Buurthuizen kunnen daar ook geschikt voor zijn,
maar er zijn meer afwegingen die daarbij een rol spelen. In het kader
van de Hitte aanpak 2025 heeft het kabinet een landelijke handreiking
laten opstellen voor de ontwikkeling van lokale hitteplannen. In die
plannen kunnen gemeenten een aanpak uitwerken voor bescherming en
ondersteuning van hun inwoners die het beste past bij hun gemeente,
buurt en wijk.
1) Nos.nl, 2 juli 2026, 'Schatting RIVM: honderden sterfgevallen meer dan verwacht tijdens hitte vorige week' (https://nos.nl/artikel/2621328-schatting-rivm-honderden-sterfgevallen-meer-dan-verwacht-tijdens-hitte-vorige-week)
https://www.rivm.nl/nieuws/evaluatie-nationaal-hitteplan-kans-om-te-sterven-door-hitte-sterk-gedaald-sinds-2010↩︎
https://open.overheid.nl/overheid/openbaarmakingen/api/v0/attachment/7c87a58a-0fd1-4cb1-bee1-36e108bc33e0↩︎
https://www.rivm.nl/publicaties/temperatuur-gerelateerde-sterfte-in-amsterdam-onderzoek-naar-ouderen-kwetsbare-locaties↩︎
https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/afstand-tot-koeltekaart↩︎
Hitteplan: koelteplekken, afval eerder opgehaald en gratis zwemmen voor Stadspashouders | Gemeente Amsterdam↩︎