Benchmark luchthaventarieven en overheidsheffingen 2025
Brief regering
Nummer: 2026D48318, datum: 2026-10-02, bijgewerkt: 2026-10-02 17:03, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Benchmark luchthavengelden en overheidsheffingen 2025
- Beslisnota bij Kamerbrief over Benchmark luchthaventarieven en overheidsheffingen 2025
Onderdeel van zaak 2026Z20970:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-10-14 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt elk jaar door SEO Economisch Onderzoek een benchmark naar luchthavengelden en overheidsheffingen uitgevoerd. De rapportage over het jaar 2025 is bijgevoegd en geeft een indicatie van het niveau van de kosten voor luchtvaartmaatschappijen op Schiphol en twaalf belangrijke concurrerende luchthavens. Deze kosten bestaan uit luchthavengelden, Air Traffic Control (ATC)-heffingen en overheidsheffingen. In deze brief worden de conclusies op hoofdlijnen uiteengezet.
Uit de benchmark 2025 blijkt dat één luchthaven een hoger prijsniveau heeft dan Schiphol: Londen Heathrow. Schiphol klom qua prijsniveau van positie 12 (van 13) in 2019 naar de één na hoogste positie in 2025.
Het nominale prijsniveau van Schiphol is in 2025 met 30,6% gestegen ten opzichte van de peildatum in 2024. Daarmee kent Schiphol de sterkste stijging van alle benchmarkluchthavens. Ongeveer 90% van de stijging is toe te schrijven aan hogere landings-, passagiers- en securitygelden. Schiphol is verantwoordelijk voor het vaststellen van de luchthavengelden en doet dit binnen de kaders van Europese en nationale wet- en regelgeving. De overige circa 10% wordt verklaard door een toename van de kosten voor Air Traffic Control (ATC)-heffingen, de hoogte van de Nederlandse vliegbelasting1 in 2025 en de introductie van een geluidsheffing (t.b.v. gevelisolatie Schiphol “GIS”) eind 2024.2
Schiphol differentieert via de luchthavengelden sterk op grond van geluid. Op Schiphol en Londen Heathrow is het procentuele verschil in prijsniveau tussen vliegtuigen met een hoge en lage geluidsproductie het grootst in 2025. Hierdoor betalen lawaaiigere toestellen (veel) meer dan stillere toestellen. Op Schiphol worden ook separate geluidsheffingen in rekening gebracht (“GIS gevelisolatie”). De sterke differentiatie op grond van geluid draagt bij aan de nationale geluidsreductiedoelstellingen.
Er zijn verschillen in hoe kosten op de benchmarkluchthavens worden gealloceerd aan typen vliegverkeer. Dat levert een ander beeld op dan het allesomvattende prijsniveau. Daarom is ook een vergelijking uitgewerkt op toestelniveau. Dit laat zien wat de landing, de afhandeling en het vertrek (zogenoemde turnaround) voor een bepaald type toestel kost. De kosten van deze turnarounds zijn voor verschillende type vliegtuigen vergeleken. Hierbij valt op dat Schiphol op plaats vier staat (na Londen Heathrow, Londen Gatwick en Frankfurt) voor toestellen die veelal worden ingezet op intercontinentale bestemmingen, met zowel lokaal opstappende passagiers als transferpassagiers. Deze intercontinentale bestemmingen zijn van belang voor de goede internationale verbondenheid van Nederland. Over de verbondenheid wordt uw Kamer binnenkort geïnformeerd via de Monitor Netwerkkwaliteit en Staatsgaranties.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
Vincent Karremans