[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verzamelbrief luchtkwaliteit

Brief regering

Nummer: 2026D48327, datum: 2026-10-02, bijgewerkt: 2026-10-02 17:08, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z20971:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

De afgelopen decennia is de luchtkwaliteit verbeterd. Toch worden mensen ziek door luchtvervuiling. Luchtkwaliteit heeft van alle milieufactoren de grootste negatieve invloed op de gezondheid van mensen in Nederland. Blootstelling aan schadelijke stoffen in de lucht kan hart- en vaatziekten en astma veroorzaken en hierdoor kunnen mensen vroegtijdig overlijden. De luchtkwaliteit verdient dus onze volle aandacht. Daar werken we aan in zowel nationaal als in EU- en internationaal verband. Innovaties die zorgen voor bijvoorbeeld minder uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden afkomstig van uitlaatpijpen en schoorstenen zijn hierbij van belang. Die helpen om de uitstoot en concentraties van vervuilende stoffen te verlagen.

Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over een aantal onderwerpen op het gebied van luchtkwaliteit. Als eerste de voortgangsmeting van het Schone Lucht Akkoord. Daarbij kan ik vermelden dat de verwachting is dat de advieswaarden van de WHO van 2005 in 2030 in het grootste deel van Nederland kunnen worden gerealiseerd. Daarbij moet worden uitgegaan van de huidige inzichten in emissies en de ruimtelijke verdeling daarvan over Nederland en volledige implementatie van het vastgestelde, voorgenomen en het SLA-beleid. Verder komt in deze brief een reactie op een verzoek over houtrookoverlast en een reactie op de petitie “bescherm Nederlanders tegen vervuiling” aan bod. Daarna volgt een stand van zaken wat betreft de EU-richtlijn Nationale Emissiereductieverplichtingen (de ‘NEC-richtlijn’). De brief sluit af met een korte stand van zaken rondom de implementatie van de EU-richtlijn luchtkwaliteit en een toezegging uit het plenair debat daarover van 9 september 2026.

Monitoringsrapportage Doelbereik Schone Lucht Akkoord, derde voortgangsmeting

Met het Schone Lucht Akkoord (SLA) wordt ingezet op een verdere verbetering van de luchtkwaliteit en gezondheidswinst. Het SLA werd op 13 januari 2020 ondertekend met als streven om de luchtkwaliteit in ons land permanent te verbeteren, en het realiseren van 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016 door de aanpak van binnenlandse bronnen. Gemeenten, provincies en het Rijk werken binnen het SLA samen. Inmiddels nemen alle provincies en 139 gemeenten deel, waardoor meer dan 60% van de Nederlandse inwoners via hun overheden zijn aangesloten. Deelname aan het SLA is en blijft vrijwillig, elke gemeente maakt hierin een eigen keuze. Via de nieuwsbrief en brede bijeenkomsten worden ook niet-deelnemende gemeenten op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen binnen en rond het SLA. We bekijken of de, binnen het SLA gedane, onderzoeken en documenten beter toegankelijk kunnen worden gemaakt. We onderzoeken hoe verder delen van kennis binnen en buiten het SLA nog kan worden verbeterd. Deelname aan het SLA is niet vrijblijvend: deelnemers worden gehouden aan een aantal verplichtingen. We bekijken hoe we voor de resterende looptijd van het SLA toetreding van nieuwe gemeenten laagdrempeliger kunnen maken en hen nog beter kunnen ondersteunen. Het is nog steeds belangrijk meer gemeenten bij het SLA te krijgen.

Het SLA is nu over de helft van de looptijd. Met de voortgangsmeting is in beeld gebracht in hoeverre Nederland op koers ligt om de doelen van het SLA te halen. De voortgangsmeting wordt om de twee jaar uitgevoerd door het RIVM.
De rapportage is gepubliceerd op de website van het RIVM.1 Hieronder worden de uitkomsten toegelicht.

Het eerste doel van het Schone Lucht Akkoord is het streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, waarbij wordt toegewerkt naar de advieswaarden die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2005 heeft opgesteld. Uitgaande van de huidige inzichten in emissies en de ruimtelijke verdeling daarvan over Nederland, is de verwachting dat de advieswaarden van de WHO van 2005 in 2030 bij volledige implementatie van het vastgestelde, voorgenomen en SLA-beleid in het grootste deel van Nederland kunnen worden gerealiseerd. Voor een aantal locaties (met name IJmond, Rijnmond, rond Schiphol) zullen aanvullende maatregelen nodig zijn om ook daar de advieswaarden te halen. Deze advieswaarden komen grotendeels overeen met de grenswaarden die zijn gesteld in de gewijzigde Europese richtlijn luchtkwaliteit. Bij de implementatie hiervan worden onder andere deze locaties bekeken.

Het tweede doel van het Schone Lucht Akkoord is het realiseren van 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016 door de afname van binnenlandse emissies van luchtvervuilende stoffen. De voortgangsmeting laat zien dat in 2030 met het volledig uitvoeren van het vastgestelde en voorgenomen beleid en de (de)centrale uitvoeringsplannen van het Rijk, de provincies en de gemeenten (‘VES-scenario’) een berekende gezondheidswinst van 55% ten opzichte van 2016, gehaald wordt. Het RIVM concludeert dat daarmee het SLA-hoofddoel (50% gezondheidswinst) waarschijnlijk haalbaar is. In de vorige voortgangsmeting rapporteerde het RIVM voor dit scenario een gezondheidswinst van 46%. Het verschil wordt vooral verklaard door veranderde inzichten in zowel de emissies als de prognoses voor met name stikstofoxiden.

Het derde doel is om een dalende trend in emissies voor alle sectoren van het Schone Lucht Akkoord te realiseren. Het gaat om de sectoren mobiliteit (wegverkeer), mobiele werktuigen, landbouw, industrie, houtstook en binnenvaart en havens. In al deze sectoren wordt een dalende trend aan emissies gerealiseerd, maar hoe groot die daling is, wisselt sterk per sector. Voor elk van de zes genoemde sectoren zijn ook specifieke doelen geformuleerd in termen van een daling in emissies of in een daling in de gezondheidseffecten die door de emissies van die sector worden veroorzaakt. De prognoses van het RIVM laten een gemengd beeld zien wat betreft het halen van deze doelen (zie bijlage 1 Monitoringsrapportage Doelbereik Schone Lucht Akkoord Derde voortgangsmeting, Tabel 2). In samenhang met de implementatie van de herziene richtlijn luchtkwaliteit wordt eventueel aanvullende inzet bezien.

Bij de begrotingsbehandeling van de IenW begroting in 2024 is een motie aangenomen om in de voortgangsmeting van het SLA concrete gezondheidsdoelen op te nemen, zoals minder kinderen met astma en meer gezonde levensjaren.2 Voor de tweede voortgangsmeting zijn gezondheidseffecten al berekend voor verschillende volgende eindpunten, waaronder astma bij kinderen (0-20 jarigen). Door het actualiseren en uitbreiden van de methodiek op basis van wetenschappelijke inzichten (VTV-aanpak) is de inhoudelijke basis op orde om DALYS (“disability adjusted lifeyears” ofwel “(verlies aan) gezonde levensjaren”) toe te voegen aan de rekenmethodiek aan de voor het SLA berekende eindpunten voor enkele ziektebeelden. In de volgende voortgangsmeting wordt dit meegenomen. Daarmee is deze motie afgedaan.

De resultaten van deze derde voortgangsmeting zijn gunstiger dan de resultaten van de tweede voortgangsmeting uit juni 2024: toen lag het verwachte percentage gezondheidswinst nog op 46%. Nieuwe wetenschappelijke inzichten laten zien dat luchtverontreiniging een groter effect heeft op de gezondheid dan eerder gedacht. Een groter effect van dezelfde afname van emissies is één van de verklaringen voor een grotere berekende gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016. Van belang blijft dat uitvoering van het klimaat- en stikstofbeleid wordt doorgezet. Dit heeft direct invloed op luchtkwaliteit en de doelen van het SLA, de richtlijn luchtkwaliteit en de NEC-richtlijn. Ook de komende jaren blijven we werken aan synergie op deze terreinen.

Houtstook: Reactie op een notitie van het kenniscentrum Houtrookoverlast

Naar aanleiding van een verzoek om een reactie van de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat ga ik in op de notitie3 van het Kenniscentrum Houtrookoverlast. Deze notitie geeft een opsomming van de landelijke regels ten aanzien van houtstook en legt uit welke stappen gemeenten kunnen nemen. Er wordt onder meer uitgelegd welke mogelijkheden (juridisch en beleidsmatig) er zijn onder de Omgevingswet en in de algemene plaatselijke verordening (APV) om beleid op het gebied van houtstook te maken. Het Kenniscentrum adviseert gemeenten daarnaast om zich aan te sluiten bij het Schone Lucht Akkoord (SLA).

Ik zie het initiatief van het Kenniscentrum Houtrookoverlast als een aanvulling op de informatie die vanuit de Rijksoverheid al wordt gegeven aan gemeenten. Deze notitie kan een rol spelen in het verspreiden van kennis over de mogelijkheden die gemeenten hebben ten aanzien van houtstook. De Rijksoverheid heeft op de website van het SLA een aparte pagina over het thema houtstook4. Daar wordt kennis uitgewisseld en kunnen gemeenten terecht voor uitkomsten en producten van houtstook-pilots, voorbeelden van mogelijke lokale maatregelen met betrekking tot houtstook, voorlichtingsmateriaal dat gemeenten kunnen gebruiken om burgers te informeren, stappenplannen, rapporten en belangrijke onderzoeken met betrekking tot houtstook. Verder kunnen gemeenten op de website van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO)5 voorlichtingsmateriaal downloaden.

Reactie oproep ‘Bescherm Nederlanders tegen vervuiling’

Op 3 december 2025 verzocht de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat om een reactie te ontvangen op de oproep ‘Bescherm Nederlanders tegen vervuiling’6. Met deze oproep, gericht aan de formatietafel, vroeg een brede coalitie van gezondheids-, omwonenden- en milieuorganisaties een nieuw kabinet op om werk te maken van een gezonde leefomgeving. De oproep focust op het verminderen van de impact van industriële bedrijven en vraagt onder andere om 1) het versterken van toezicht en handhaving op de uitstoot van schadelijke stoffen; 2) het verbeteren van metingen; 3) het aanscherpen van emissienormen naar de meest recente inzichten; 4) beschermen van mens en milieu tegen persistente en giftige stoffen en 5) het onderwerp milieu een volwaardige plaats geven in een ministerie.

De inhoud van de oproep is meegenomen in het Coalitieakkoord. Dit kabinet onderschrijft het belang van een schoon en gezond milieu, en de noodzaak hier voldoende aandacht en middelen aan te besteden, en kiest, zoals ook te lezen is in het coalitieakkoord van 30 januari 2026 voor een ambitieus en toekomstgericht beleid op het gebied van de leefomgeving. Dit is ook van belang voor het bouwen aan de gezondste generatie ooit, wat begint met onder andere een gezonde leefomgeving.

Terugkoppeling gesprek Omgevingsdiensten Actieagenda Industrie en Omwonenden

Zoals toegezegd aan lid Kostic informeer ik de Kamer over de uitkomsten van het gesprek met omgevingsdiensten over de Actieagenda Industrie en Omwonenden.7 Op maandag 6 juli 2026 heb ik als onderdeel van een breder werkbezoek gesproken met Omgevingsdienst NL. Het gesprek ging met name over het VTH-stelsel milieu; daarnaast werden enkele adviezen van Omgevingsdienst NL betreffende de Actieagenda kort aangestipt. Het was een goed en inhoudelijk gesprek onder andere over de werking van het VTH-stelsel. Ik heb met Omgevingsdienst NL afgesproken dat er een vervolggesprek komt. In het vervolggesprek gaan we preciezer doorspreken over de werking van het VTH-stelsel, prioriteiten en innovaties. Verder zal Omgevingsdienst NL mij nader informeren over hun adviezen betreffende het VTH-stelsel milieu, regeldruk en de Actieagenda Industrie en Omwonenden.

Uitvoering NEC-richtlijn 2026

Luchtverontreiniging vormt een grensoverschrijdende uitdaging en moet op EU- en internationaal niveau worden aangepakt om de gezondheid te verbeteren. Daarom zijn er in Europees en VN-verband afspraken gemaakt. Omdat ieder land gelijktijdig moet werken aan het verminderen van emissies, zijn verbetering van de leefomgeving, een gelijk speelveld en duidelijkheid voor burgers en bedrijven gewaarborgd. Elk jaar rapporteert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over de verplichtingen die Nederland heeft als gevolg van de Europese richtlijn Nationale Emissiereductieverplichtingen (de ‘NEC-richtlijn’). In deze richtlijn is voor iedere lidstaat van de Europese Unie voor een aantal belangrijke luchtverontreinigende stoffen voorgeschreven hoeveel er jaarlijks in totaal mag worden uitgestoten. Nederland haalt de NEC-doelen, zoals blijkt uit tabel 1.

Elk jaar wordt in het kader van de Emissieregistratie onder regie van het RIVM, vastgesteld hoeveel luchtvervuilende stoffen Nederland heeft uitgestoten. Onder de NEC-richtlijn wordt er naar vijf stoffen gekeken: zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3), vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (NMVOS) en fijnstof (PM2,5). Deze stoffen dragen bij aan luchtverontreiniging en leiden tot gezondheidseffecten.

In de NEC-richtlijn is afgesproken dat de emissies van deze stoffen elk jaar met een bepaald percentage moeten dalen. De reductiepercentages zijn gekoppeld aan het basisjaar 2005 en kunnen aan de hand daarvan worden omgerekend naar emissieplafonds, uitgedrukt in kiloton per jaar (kTon/j).

De afspraken op Europees niveau zorgen ervoor dat elk land moet werken aan schonere lucht. Ieder jaar moeten de lidstaten aan de Europese Commissie rapporteren over hun uitstoot. De Nederlandse cijfers zijn samen met de emissies in 2022, 2023 en 2024 opgenomen in onderstaande tabel. De emissies uit de Emissieregistratie zijn conform de definities uit de NEC-richtlijn berekend.

Tabel 1: Jaarlijkse emissie van enkele belangrijke luchtvervuilende stoffen

Jaarlijkse emissie van enkele belangrijke luchtvervuilende stoffen (Kton/j)
Jaar SO2 NOx NH3 NMVOS PM2,5
2022 19,6 162,7 121,2 153,9 14,8
2023 17,5 153,6 117,2 152,5 14,4
2024 15,8 148,7 112,6 149,3 13,9
NEC-plafond 2020-2029 48,7 215,2 135,1 186,2 18,0

Bij deze resultaten kunnen de volgende opmerkingen worden geplaatst8:

  • Zwaveldioxide (SO2): In 2024 is de SO2-emissie ten opzichte van 2023 verder afgenomen met 1,6 kton. De afname vond vooral plaats bij de sector Raffinaderijen.

  • Stikstofoxiden (NOx): De dalende trend voor de NOx-emissies zet zich voort in 2024, deze nemen met 4,9 kton af ten opzichte van 2023. De dalende trend wordt vooral veroorzaakt door afnemende emissies in de sector Verkeer en Vervoer (door strengere emissienormen en een steeds moderner wagenpark) en voor een kleiner deel bij Elektriciteitsopwekking (minder elektriciteit opgewekt met steenkool).

  • Ammoniak (NH3): De emissie van NH3 nam in 2024 met 4,6 kton af ten opzichte van 2023. Deze afname vindt vooral plaats in de sector Landbouw en heeft als voornaamste oorzaken een kleinere veestapel en minder gebruik van ureummeststoffen.

  • Niet-Methaan Vluchtige Organische Stoffen (NMVOS): In 2024 is de totale uitstoot van NMVOS 16,4 kton lager dan in 2020, en 3,1 kton lager dan in 2023. De afname in 2024 ten opzichte van 2023 doet zich vooral voor in de sector Consumenten, door een daling van het gebruik van schoonmaakmiddelen, handdesinfectiemiddelen en cosmetica.

  • Fijnstof (PM2,5): Ten opzichte van 2023 namen de PM2,5 emissies in 2024 met 0,4 kton af. Deze afname komt onder andere doordat oude voertuigen worden vervangen door nieuwe en door strengere emissienormen.

Evaluatie NEC-richtlijn

De Europese Commissie heeft in december 2025 de evaluatie van de NEC-richtlijn afgerond. De belangrijkste resultaten van de evaluatie zijn als volgt samen te vatten:

  • Emissies van de NEC-stoffen nemen af, terwijl het BNP blijft groeien. De NEC-richtlijn is daarmee effectief om emissies terug te dringen;

  • Het tempo van afname van emissies verschilt per stof. Met name de daling van ammoniakemissies blijft achter ten opzichte van andere stoffen. Dit heeft er onder andere mee te maken dat voor ammoniak minder strenge doelen zijn gesteld;

  • De doelstellingen per lidstaat worden steeds vaker gehaald. Er zijn vier lidstaten die al voldoen aan hun doelen voor 2030, waaronder Nederland. Emissiedoelen voor SO2 worden het vaakst gehaald;

  • Ecosysteemrapportages, waarbij de effecten van luchtverontreiniging op ecosystemen worden gemonitord, zijn op de huidige manier niet van veel toegevoegde waarde. Dit heeft Nederland ook meegegeven in zijn reactie op de consultatie9.

De Europese Commissie concludeert op basis van de evaluatie dat de NEC-richtlijn een succesvol beleidsinstrument is om de emissies van luchtverontreinigende stoffen terug te dringen. Voor een groot aantal lidstaten blijft het belangrijk om te werken aan het verlagen van hun emissies. Zoals eerder aangegeven voldoet Nederland al aan de doelen van de richtlijn. De Europese Commissie heeft nog niet bekend gemaakt hoe deze evaluatie opgevolgd gaat worden.

Met deze berichtgeving beschouw ik de toezegging die in de vorige Kamerbrief over de NEC-richtlijn10 is gedaan met betrekking tot het informeren van de Kamer over de evaluatie van de NEC-richtlijn als afgedaan.

Update NEC-programma

Om de vier jaar moeten lidstaten hun nationale programma’s ter beheersing van de luchtkwaliteit (NEC-programma’s) bijwerken en indienen bij de Europese Commissie. Nederland heeft dat voor het laatst in 2023 gedaan, en zal dus in 2027 een nieuw programma moeten indienen. Op dit moment wordt gewerkt aan het bijwerken van het programma. Omdat volgens de laatste prognoses Nederland met staand beleid de doelen haalt, zullen in het geactualiseerde programma geen nieuw beleid of wijzigingen in het staand beleid worden geïntroduceerd. Het programma bestaat uit een inventarisatie van beleid op allerlei terreinen dat bijdraagt aan het halen van de NEC-doelen. Bij het opstellen van het herziene NEC-programma zullen relevante maatschappelijke partijen worden betrokken. De Tweede Kamer zal in het voorjaar van 2027 over het concept NEC-programma worden geïnformeerd.

Implementatie richtlijn luchtkwaliteit

Stand van zaken beleidsarme implementatie (‘fase 1’)

Op dit moment wordt gewerkt zowel aan de implementatie van de richtlijn luchtkwaliteit in de regelgeving als aan de uitvoering.

Wat betreft de één-op-één implementatie in de regelgeving heeft de Kamer op 24 april 2026 de Nota naar aanleiding van het verslag ontvangen met betrekking tot de Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met de implementatie van de herziening van de richtlijn luchtkwaliteit11. Op 9 september was het plenair debat over het wetsvoorstel met uw Kamer. Daarmee is het wetgevingstraject weer een stap verder. De voorbereidingen voor de bijbehorende beleidsarme wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn ook in volle gang.

In het traject rondom het aanpassen van het Bkl is naar voren gekomen dat de verantwoordelijkheid voor de programmaplicht wat betreft de jaargemiddelde concentraties van PM2,5 anders ligt dan eerder aan uw Kamer is vermeld. Deze ligt namelijk voor de jaargemiddelde omgevingswaarden niet bij het Rijk, maar bij de gemeenten. De programmaplicht wat betreft de verplichting om de gemiddelde blootstelling te verminderen (GBI) ligt wel bij het Rijk. Over deze nuancering heb ik de gemeenten geïnformeerd.

Stand van zaken beleidsrijke implementatie (‘fase 2’)

Ongeacht waar de programmaplicht ligt, blijft samenwerking op dit onderwerp belangrijk omdat niet altijd één bestuurslaag de oplossing heeft. Er zijn extra maatregelen nodig om de grenswaarden overal in Nederland in 2030 te halen. Deze maatregelen worden de komende tijd in kaart gebracht in nauwe samenwerking met het ministerie van BZK (VRO) en andere departementen. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen. Hieronder ga ik nader in op de huidige stand van zaken.

De beleidsarme AMvB (het gewijzigde Bkl) die naar de Raad van State is verstuurd is één van de stappen in het implementeren van de richtlijn luchtkwaliteit. Het is ook nodig om te bekijken hoe we naar de normen toewerken die vanaf 2030 gelden. Aanpalend beleid zoals stikstof- en klimaatmaatregelen helpen om (dreigende) overschrijdingen van de aangescherpte normen op te lossen. Net als de maatregelen die gemeenten en andere overheden nemen in het kader van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit zijn positieve ontwikkelingen die de luchtkwaliteit verbeteren, maar naar verwachting blijft er een restopgave met overschrijdingen bestaan. Een deel van de resterende opgave overstijgt de mogelijkheden van individuele gemeenten en er wordt gevraagd om landelijke regie en ondersteuning.

Dit kabinet gaat gebiedsgericht kijken wat nodig, zinvol en financieel haalbaar is om te doen om die mogelijke restopgave op te lossen. Er kunnen maatregelen genomen worden langs een aantal sporen, zoals versnelde elektrificatie en verdergaande verschoning van het wegverkeer en (versnelde) verduurzaming van industrie. Daarbij wordt expliciet ook gekeken naar de effecten op de woningbouw en naar wat er nodig is om op locaties met woningbouwprojecten die risico lopen op tijd aan die normen te voldoen. Indien te zijner tijd wordt geconstateerd dat aanvullende maatregelen nodig zijn zal hiervoor dekking moeten worden gevonden binnen de eigen begroting.

Bij het bepalen van maatregelen moet goed gekeken worden welke het beste ingezet kunnen worden en door wie. Het Rijk en medeoverheden hebben hier allebei een rol in. Dit vraagt een goede samenwerking met duidelijke afspraken. Er wordt samen met medeoverheden verkend hoe deze samenwerking het beste ingericht kan worden. Ik heb eind september bestuurlijk overleg met IPO en VNG hierover gehad en afgesproken dat we begin 2027 verder spreken. Over de samenwerking met overheden en contouren van de aanpak informeer ik u nader begin volgend jaar.

De richtlijn luchtkwaliteit betekent een flinke stap voorwaarts voor de gezondheid. Er moet tegelijkertijd oog zijn voor de consequenties voor bijvoorbeeld de woningbouw en er moet gekeken worden hoe die zo goed mogelijk te mitigeren. In de tussentijd worden er op andere gebieden ook maatregelen getroffen op die kunnen helpen daarbij, dus daar moet een goede balans in gevonden worden.

Toezegging overzicht schadelijke stoffen

In het plenair debat op 9 september over de wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met de implementatie van de herziening van de richtlijn Luchtkwaliteit heb ik een toezegging gedaan aan het lid Zalinyan. Deze toezegging betreft het delen van een overzicht van stoffen, zoals PFAS, zware metalen, pak’s, PCB’s en andere ZZS, die geen onderdeel zijn van de implementatiewet inzake de herziene richtlijn luchtkwaliteit. Gezien de achtergrond van deze toezegging, beperk ik mij hier tot de normstelling voor luchtkwaliteit en laat ik normstelling voor de water- en bodemkwaliteit buiten beschouwing.

Voor deze stoffen zijn er drie vormen van normering mogelijk. Er zijn zowel immissienormen (maximale concentratie van de stof in de buitenlucht), als landelijke emissieplafonds (maximaal uit te stoten massa per jaar, geaggregeerd voor heel Nederland) en emissiegrenswaarden voor industriële installaties (bronbeleid). Deze komen voort uit Europese wet- en regelgeving. Daarnaast wordt gewerkt aan de minimalisatie van emissies van ZZS.

In Nederland geldt een rolverdeling tussen de verschillende overheidslagen in de normstelling, vergunningverlening en handhaving voor stofnormen. Landelijke normen worden door de Wetgever onder andere gesteld via het Besluit activiteiten Leefomgeving (Bal). De Europese basis hiervoor ligt in Europese regelgeving, de richtlijn luchtkwaliteit, richtlijn Industriële Emissies, richtlijn nationale emissiereductieverplichtingen (NEC-richtlijn) en REACH. De vergunningverlening en handhaving op basis van deze normen is belegd bij het bevoegd gezag (veelal provincies en gemeenten). Daarbij heeft het bevoegd gezag de ruimte om gemotiveerd af te wijken van de in het Bal gestelde normen, mits Europese regelgeving zich hier niet tegen verzet. Ook heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om voor stoffen waarvoor het Bal geen norm bevat het RIVM te vragen een milieukwaliteitsnorm af te leiden. De normvoorstellen van het RIVM (dit kunnen gedegen of indicatieve normen zijn) kunnen officieel door IenW beleidsmatig worden vastgesteld of door de wetgever worden opgenomen in wet- of regelgeving (wettelijke normen). Het bevoegd gezag heeft daarmee een belangrijke rol in het proces van normstelling op stoffen.

Afsluiting

De resultaten in het kader van het Schone Lucht Akkoord en de NEC-richtlijn laten zien dat Nederland goed op weg is naar de gestelde doelen voor luchtkwaliteit. Tegelijkertijd blijft inzet in Nederland en in Europa belangrijk. Vervuilende stoffen houden zich immers niet aan grenzen. Het kabinet blijft daarom werken aan een gezonde leefomgeving, samen met gemeenten en provincies en in Europees en internationaal verband. Deze samenwerking zal in relatie tot het implementeren van de richtlijn luchtkwaliteit de komende tijd verder vorm krijgen. Hierover zal ik uw Kamer nader informeren.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Annet Bertram


  1. https://www.rivm.nl/nieuws/schone-lucht-akkoord-betere-luchtkwaliteit-in-2030-leidt-tot-meer-gezondheidswinst .↩︎

  2. Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 410 XII, nr. 54.↩︎

  3. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 2024Z13389↩︎

  4. https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/houtstook-van-particuliere-huishoudens/↩︎

  5. https://iplo.nl/thema/lucht/voorlichtingsmateriaal-houtstook-2024-2025/↩︎

  6. Brief van de griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat met als kenmerk 2025Z19834/2025D49862.↩︎

  7. Kamerstukken II, 2026-2027, TZ202604-082↩︎

  8. Deze resultaten en meer uitleg over de afname van de emissies is te vinden op de website van de Emissieregistratie: https://www.emissieregistratie.nl/data/overzichtstabellen-lucht/national-emission-ceilings-nec↩︎

  9. Kamerstukken II, vergaderjaar 2024-2025, 21501-08, nr. 969↩︎

  10. Kamerstukken II, vergaderjaar 2024-2025, 30175, nr. 474.↩︎

  11. Vergaderjaar 2025-2026, Kamerstukken II, 36879, nr. 6↩︎