Themabrief begroting Koninkrijksrelaties
Brief regering
Nummer: 2026D48337, datum: 2026-10-02, bijgewerkt: 2026-10-02 17:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit VVD kamerlid)
- Definitief rapport evaluatie Protocol Versterking Grenstoezicht van 13 april 2026
- Beslisnota bij themabrief begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties
Onderdeel van zaak 2026Z20973:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
Preview document (🔗 origineel)
> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Turfmarkt 147
2511 DP Den Haag
Postbus 20011
2500 EA Den Haag
www.rijksoverheid.nl
Onze referentie
2026-0000498467
Bijlage(n)
1
| Datum | 02 oktober 2026 |
|---|---|
| Betreft | Themabrief begroting Koninkrijksrelaties |
Pagina 1 van 1
Voorafgaand aan de begrotingsbehandeling over de ontwerpbegroting 2027 van Koninkrijksrelaties informeer ik uw Kamer graag over de stand van de zaken van een aantal onderwerpen, moties en toezeggingen op het beleidsterrein van Koninkrijksrelaties. Dit doe ik thematisch, aan de hand van de drie prioriteiten uit de Beleidsbrief Koninkrijksrelaties van 24 april jl.1:
Bouwen aan slagvaardig bestuur dat resultaten boekt, met aandacht voor onder meer een slagvaardige en integere overheid, veiligheid en weerbaarheid en toekomstbestendige overheidsfinanciën;
Versterken van sociaaleconomische veerkracht en duurzame ontwikkeling, met aandacht voor economische ontwikkeling, bestaanszekerheid, infrastructuur en natuur en klimaatweerbaarheid;
Werken aan kaders en kansen voor effectieve samenwerking binnen het Koninkrijk, met aandacht voor gelijkwaardigheid samenwerking en de historische en culturele verbondenheid.
Prioriteit 1: Bouwen aan slagvaardig bestuur dat resultaten boekt
Veilig en weerbaar Koninkrijk: Evaluatie van het Protocol
Grenstoezicht
In 2021 is een protocol afgesloten ter versterking van het grenstoezicht tussen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland. Met dit protocol zijn de vier landen een zevenjarige samenwerking overeengekomen, waarin Nederland middelen, capaciteit, technische hulpmiddelen en kennis beschikbaar stelt om grensoverschrijdende criminaliteit tegen te gaan. Na zes jaar uitvoering is het protocol geëvalueerd door de DSP groep (zie bijlage 1). Kort samengevat heeft het Protocol meerwaarde gehad voor de grenscontrole. De inzet van de Koninklijke Marechaussee en de Douane is grotendeels gerealiseerd en heeft vooral gezorgd voor extra capaciteit en een impuls aan de samenwerking.
Tegelijkertijd zijn er ook beperkingen. Capaciteitsproblemen en het ontbreken van duidelijke, meetbare doelen maken het lastig om de effecten goed te meten en waar nodig bij te sturen. De evaluator adviseert om het protocol te verlengen en heeft daarbij diverse aandachts- en ontwikkelpunten meegegeven. De uitkomsten en aanbevelingen uit het evaluatie neem ik mee in de gesprekken met Aruba, Curaçao en Sint Maarten over de toekomst van het Protocol versterking grenstoezicht. Ik zal u voor de zomer van 2027 informeren over de uitkomsten van deze gesprekken.
Slagvaardige overheid: Uitwerking taakstelling op Rijksdienst CN2
Tijdens het commissiedebat Bestaanszekerheid Caribisch Nederland op 23 april 2026 is aan het lid Tseggai (PRO) door mij een toezegging gedaan. Toegezegd is dat de Kamer wordt geïnformeerd over de uitwerking van de taakstelling in het kader van Slagvaardige Overheid op de werkgelegenheid bij de Rijksdienst Caribisch Nederland op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Bij de Algemene Politieke Beschouwingen is de motie van de leden Brekelmans (VVD) en Bontenbal (CDA)3 aangenomen. Deze motie vraagt om binnen een half jaar te komen tot plannen per departement om te voldoen aan de taakstellingen. In lijn met deze motie zal uw Kamer in het eerste kwartaal van 2027 worden geïnformeerd hoe deze plannen eruit komen te zien. Hierin zullen ook de aanbevelingen van de Commissie Toekomst Rijksdienst worden meegenomen. Deze aanbevelingen worden verwacht in december 2026. Hierbij zal ook het effect op de werkgelegenheid bij de Rijksdienst Caribisch Nederland worden meegenomen en zal ik uw Kamer over informeren.
Prioriteit 2: Versterken van sociaal- en economische veerkracht en duurzame ontwikkeling
Infrastructuur: Toekomstbestendige havenontwikkeling van Sint Eustatius
Naar aanleiding van de motie van de leden Ceder (CU) en Tseggai (PRO) inzake een integraal investerings- en uitvoeringsvoorstel voor een toekomstbestendige havenontwikkeling op Sint Eustatius4 is door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en het openbaar lichaam Sint Eustatius (OLE) gekeken naar een toekomstbestendige havenontwikkeling en in het bijzonder naar de benodigde versterking en uitbreiding van de golfbreker. Daarbij zijn de kosten en mogelijke financieringsmogelijkheden in beeld gebracht. Voor de golfbreker gaat het om circa € 7,5 miljoen voor reparaties, circa € 15 miljoen voor renovatie van de bestaande golfbreker en circa € 40 miljoen voor een uitbreiding van de golfbreker met 100 meter, gericht op een maximaal toekomstbestendig beschermingsniveau. Voor deze investeringen en ook voor de beheer en onderhoudstaken is op dit moment echter geen aanvullende dekking voorhanden. Het ministerie van BZK en IenW zullen hierover nader in overleg treden met het openbaar lichaam Sint Eustatius.
Sociale ontwikkeling en Bestaanszekerheid: Gesprek met UNICEF
Tijdens het Commissiedebat Bestaanszekerheid Caribisch Nederland op 23 april jl. vroeg het lid Dijk (D66) naar de inzet van UNICEF op Bonaire, Saba en Sint Eustatius en de aflopende bijdrage van het ministerie van BZK aan UNICEF. Het ministerie van BZK heeft UNICEF de afgelopen jaren jaarlijks financieel ondersteund. Met deze bijdrage heeft UNICEF zich ingezet voor het versterken van de positie van kinderen en het bevorderen van kinderrechten op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Ook heeft UNICEF eraan bijgedragen dat kinderen en jongeren beter worden betrokken bij de ontwikkeling van beleid.
Tijdens het debat heb ik toegezegd met UNICEF in gesprek te gaan over de voortzetting van de financiële bijdrage en uw Kamer te informeren over de uitkomsten daarvan.5 Dit gesprek heeft inmiddels plaatsgevonden. Daarbij is besproken of en op welke wijze de financiële ondersteuning vanuit het ministerie van BZK kan worden voortgezet. Tijdens het gesprek heb ik mijn waardering voor het werk van UNICEF uitgesproken. In mijn gesprek met UNICEF heb ik hen gecomplimenteerd met hun goede werk: zo er is een mooie campagne rondom positief opvoeden uitgerold en de jongerenparticipatie op de eilanden ondersteund. Met de resultaten van de afgelopen jaren is een belangrijke basis gelegd om de aandacht voor kinderen en jongeren duurzamer onderdeel te laten zijn van de inzet richting Caribisch Nederland. Zoals ik in mijn brief aan Uw Kamer van 10 juni jl. reeds schreef ben ik hoopvol dat de vakdepartementen ervoor zullen zorgdragen dat de jeugd in Caribisch Nederland gelijke kansen krijgt en maak ik tegen die achtergrond nu geen middelen vrij voor Unicef voor 2027.
Economische ontwikkeling en Europese samenwerking: Bezoek Brussel over LGO
Tijdens het Commissiedebat Aruba, Curaçao en Sint Maarten d.d. 28 mei 2026, naar aanleiding van een vraag van het lid Dijk (D66), heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over mijn bezoek aan Brussel.6 Op 21 en 22 september jl. heb ik een bezoek gebracht aan Brussel in het kader van slagvaardige overheid en het LGO-dossier. Met betrekking tot het LGO-dossier heb ik met de Permanent Vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Europese Unie gesproken. Het gesprek ging over de Nederlandse inzet voor het nieuwe LGO besluit, zoals onder andere uiteengezet in de Kamerbrief EU-aangelegenheden Koninkrijksrelaties van 1 september dit jaar.7 Het is mijn voornemen om op korte termijn nogmaals Brussel te bezoeken om deze inzet te bespreken met Eurocommissaris Síkela en Europarlementariërs die actief zijn op dit dossier. Na afloop van mijn volgende bezoek zal ik u informeren over de uitkomsten.
Prioriteit 3: Werken aan kaders en kansen voor effectieve samenwerking binnen het Koninkrijk
Historische en culturele banden: Statia Day 2026
In de motie Bosman (VVD) en Van Raak (SP) die ingediend is tijdens de Begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties op 10 oktober 20188 is de regering opgeroepen tot het stilstaan bij 250 jaar internationale betrekkingen tussen Nederland en de Verenigde Staten, die begonnen met The First Salute naar het Amerikaanse schip Andrew Doria vanaf Fort Oranje op Sint Eustatius. In de motie werd ook verzocht beide staatshoofden uit te nodigen op Statia Day 2016.
Zoals in de motie verzocht, is de Amerikaanse president door Z.M. de Koning persoonlijk uitgenodigd. Hoewel de president de uitnodiging waardeert, laat zijn schema in november het helaas niet toe om de viering bij te wonen. In zijn respons gaf hij blijk van waardering voor de historische banden tussen onze landen. Het is op dit moment nog niet bekend wie de Verenigde Staten zal vertegenwoordigen. De ambassadeur van de VS is voornemens deze dag bij te wonen. Tijdens Statia Day 2026 zal worden stilgestaan bij de geschiedenis en de relatie van beide landen en daarnaast veel aandacht zijn voor de geschiedenis, identiteit en cultuur van Sint Eustatius zelf. Z.M. de Koning, de premier en ikzelf zullen hierbij aanwezig zijn.
Samenwerking binnen het Koninkrijk: IPKO en VN-resoluties
Uw Kamer heeft mij bij brief van 11 juni 2026 verzocht om een kabinetsreactie op de afsprakenlijst van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) van juni 2026 in Nederland waarop bij brief van 28 augustus 2026 is gereageerd.9 Bij de ontvangen afsprakenlijst ontbrak de aangeboden resolutie van de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten over de stemming van de VN-resolutie, waarin de trans-Atlantische mensenhandel wordt erkend als ernstigste misdaad tegen de menselijkheid. Samen met de minister van Buitenlandse Zaken reageer ik daarom nu alsnog op de aangeboden resolutie.
Bij een VN-stemming wordt namens het Koninkrijk der Nederlanden gesproken. Het is daarom essentieel dat Aruba, Curaçao en Sint Maarten vooraf actief betrokken worden bij zaken die hen raken. Als Koninkrijk zijn er bestaande structuren voor afstemming over het buitenlandbeleid. In het algemeen geldt dat in de Rijksministerraad afstemming plaatsvindt over de buitenlandse betrekkingen, maar ook via de Diensten Buitenlandse Betrekkingen en de gevolmachtigde ministers van de overheden van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Het kabinet erkent dat de afstemming met de Caribische landen van het Koninkrijk bij de VN-resolutie ‘over het erkennen van de trans-Atlantische slavenhandel als ernstigste misdaad tegen de menselijkheid’ in maart jl. niet goed is verlopen. Dit is ook door de minister-president tijdens zijn bezoek aan het Caribisch deel van het Koninkrijk in mei dit jaar gesteld. Ook zijn er Kamervragen gesteld en deze heeft het kabinet beantwoord.10 Daarom is het ministerie van Buitenlandse Zaken met de landen in gesprek om te bekijken hoe de consultatieprocedures het beste vormgegeven kunnen worden. Het kabinet blijft zich ervoor inzetten om besluiten over het buitenlandbeleid in goede samenspraak binnen het Koninkrijk te nemen en de onderlinge afstemming op internationale kwesties en consultaties verder te verbeteren.
Met deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over een aantal onderwerpen, specifieke moties en toezeggingen op het terrein van Koninkrijksrelaties. Ik zie ernaar uit om tijdens de begrotingsbehandeling verder met uw Kamer van gedachten te wisselen over de bredere prioriteiten en opgaven.
De Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid,
Eric van der Burg
Kamerstukken II, vergaderjaar 2025/26, 36 800-IV, nr. 56.↩︎
Commissiedebat Bestaanszekerheid CN d.d. 23 april 2026. TZ202604-173.↩︎
Kamerstukken II, vergaderjaar 2026/27, 37020 nr. 8.↩︎
Tweeminutendebat Bonaire, Sint Eustatius en Saba d.d. 17 juni 2026. 36 800-IV, nr. 66.↩︎
Commissiedebat Bestaanszekerheid CN d.d. 23 april 2026. TZ202604-172.↩︎
Commissiedebat Aruba, Curaçao en Sint Maarten d.d. 28 mei 2026. TZ202605-102.↩︎
Kamerstukken II, vergaderjaar 2025/26, 22 112, nr. 4430.↩︎
Kamerstukken II, vergaderjaar 2018/19, 35 000-IV, nr. 19.↩︎
Kamerstukken II, vergaderjaar 2025/26, 2026Z06398, 2026Z06392 en 2026Z06394.↩︎