Appreciatie Kalavasta notitie over ketenemissies groen gas en amendement van het lid Grinwis over buy-outvergoedingen uitkeren aan of besteden ten bate van afnemers (Kamerstuk 36947-44)
Brief regering
Nummer: 2026D48355, datum: 2026-10-02, bijgewerkt: 2026-10-02 18:01, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z20978:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-10-27 17:00: Procedurevergadering commissie Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Op 23 september 2026 heb ik op verzoek van het lid Kostić (PvdD) een reactie gegeven op een door Kalavasta in opdracht van Urgenda gemaakte analyse van een alternatieve toerekening van ketenemissies door groen gas uit mestvergisting.1 Naar aanleiding van het verzoek van het lid Teunissen (PvdD) bij de Regeling van Werkzaamheden op 29 september jl. ga ik in de brief nader op deze notitie in en schets ik een aantal vervolgstappen. Ook geef ik hierbij een appreciatie op het amendement (nr. 44) dat het lid Grinwis (CU) op 1 oktober jl. heeft ingediend.
Nadere appreciatie Notitie over ketenemissies groen gas
Hierna licht ik nader toe waarom het kabinet de conclusies niet deelt dat groen gas niet of onvoldoende tot klimaatwinst zou leiden en zou bijdragen aan het in stand houden van emissies uit de veehouderij.
Kalavasta heeft de mogelijke gevolgen van verschillende methodologische keuzes in de toerekening van ketenemissies van de veehouderij in beeld gebracht. Zolang er vee wordt gehouden voor de productie van melk zal er sprake zijn van mest, maar leidt mestvergisting netto tot een reductie van de uitstoot van de veehouderij. Daarbij gaat het om een reductie van CO2 en methaan, maar ook, in combinatie met stalaanpassingen en mestverwerking, om een reductie van stikstof. Dit draagt bij aan de strategische autonomie door vermindering van onze afhankelijkheid van aardgas en aan een stabiel energiesysteem.
Groen gas biedt een alternatief waar andere verduurzamingsroutes niet goed mogelijk of onevenredig kostbaar zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de piekvoorziening van elektriciteit, piekvraag van warmtenetten, de keramiekindustrie en specifieke delen van de gebouwde omgeving.
Mest, waar beschikbaar, kan bijdragen aan de productie van groen gas, maar is geen voorwaarde voor de productie van groen gas, er ontstaat dus door de inzet van groen gas geen lock-in. Ik deel de zorgen dan ook niet dat de inzet op mestvergisting ervoor zorgt dat de omvang van de veehouderij, en daarmee de omvang van de emissies van de melk productieketen, in stand gehouden zou worden door of voor de productie van groen gas. De bijmengverplichting groen gas is immers techniekneutraal vormgegeven en vereist geen specifieke hoeveelheid mest: groen gas kan ook uit andere reststromen geproduceerd worden.
Het wetsvoorstel zal een significante reductie van CO2- en methaanuitstoot realiseren. Mestvergisting in combinatie met stalaanpassingen en mestverwerking is daarmee van belang voor de verduurzaming van (een deel van) de veehouderij en is ook onderdeel van het stikstofpakket zoals 26 juni jl. door het kabinet is gepresenteerd. Daarnaast zijn er, zoals onlangs toegelicht aan uw Kamer door de staatssecretaris van LVVN, (financiële) prikkels die weidegang stimuleren, ook bij mestvergisting, zoals weidegangpremies vanuit de markt en de eco-regeling van het GLB.2 Bij het houden van melkvee is het primaire doel de productie van melk, niet de productie van mest ten behoeve van vergisting; de opbrengst van mestvergisting is immers (significant) lager dan de opbrengst uit de productie van melk.
Vervolg
Desalniettemin, zoals in de wetsbehandeling aangegeven hecht het kabinet eraan dat bij de evaluatie van de wet wordt bezien of de bijmengverplichting onbedoelde effecten heeft. Zo zijn er in de wetsbehandeling zorgen geuit over mogelijke averechtse effecten van het stimuleren van groen gasproductie door mestvergisting in de landbouw, bijvoorbeeld ten gevolge van financiële prikkels binnen de SDE++. Het kabinet onderschrijft dat het stimuleren van mestvergisting, onder meer door middel van de bijmengverplichting, de transitie in de landbouw niet mag belemmeren.
Het kabinet zal daarom vanaf de inwerkingtreding van de bijmengverplichting nauwlettend monitoren of en zo ja hoe de stimulering van groen gasproductie door middel van mestvergisting leidt tot ongewenste effecten (een zogenaamde landbouwtransitietoets). Uw Kamer wordt in Q1 2027 geïnformeerd over de voortgang. De Kamer wordt voorafgaand aan de openstellingsronde van de SDE++ 2027 geïnformeerd over de tussentijdse resultaten van de monitoring. Mocht blijken dat er sprake is van ongewenste effecten, zal het kabinet de Kamer informeren of en zo ja welke maatregelen binnen de SDE++ passend en/of nodig zijn. De gevolgen voor de landbouwtransitie vormen bovendien een onderdeel van de evaluatie van de wet in 2029.
Appreciatie amendement Grinwis (nr. 44)
Op 1 oktober jl. heeft het lid Grinwis een amendement (nr. 44) ingediend bij het wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas. Dit amendement regelt dat eventuele opbrengsten uit de buy-out uitgekeerd worden aan afnemers of gebruikt worden voor de financiering van directe prijssteunregelingen of investeringen die erop zijn gericht de kosten voor afnemers te verlagen. In dat kader is ook de motie Van Oosterhout (nr. 35) aangenomen in uw Kamer3, waarbij het kabinet wordt opgeroepen om zich in te spannen om evenredig aan de opbrengsten van de buy-out middelen vrij te maken voor verduurzaming van huishoudens. Het kabinet heeft een behoedzaam opbouwpad voor de bijmengverplichting gekozen en verwacht om die reden dat er voldoende groen gas beschikbaar is voor de bijmengverplichting. Indien er toch opbrengsten zijn uit de buy-out, is het kabinet bereid die in te zetten conform het amendement. Om die reden krijgt het amendement oordeel Kamer. Bij de eventuele inzet van buy-out opbrengsten zal het kabinet er oog voor hebben dat er geen verkeerde prikkel ontstaat voor het gebruik van de buy-out door energieleveranciers.
Stientje van Veldhoven-van der Meer
Minister van Klimaat en Groene Groei
Zie: 2026Z19765&did=2026D45760">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z19765&did=2026D45760↩︎
Voorhang ontwerp-AMvB dierwaardige veehouderij, Kamerstukken 28 286, nr. 1481↩︎
Zie: 2026Z19457&did=2026D45122">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2026Z19457&did=2026D45122↩︎