31520 Wijziging van de WAO en de WAZ om uitkeringsgerechtigden te stimuleren arbeid te gaan verrichten
Wijziging van de WAO en de WAZ om uitkeringsgerechtigden te stimuleren arbeid te gaan verrichten
Eindtekst
Nummer: 2010D08815, datum: 2008-10-30, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van zaak 2007Z01100:
- Indiener: J.P.H. Donner, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: Vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2008-09-09 14:00: Wijziging van de WAO en de WAZ om uitkeringsgerechtigden te stimuleren arbeid te gaan verrichten (kamerstuk 31 520) (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2008-10-07 16:30: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2008-10-22 13:40: Aanvang middagvergadering: regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2008-10-30 10:15: Aanvang vergadering: hamerstuk (Wijziging van de WAO en de WAZ; stimuleren tot verrichten van arbeid (31 520)) (Hamerstukken), TK
Preview document (š origineel)
De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE Generaal zendt bijgaand door haar aangenomen wetsvoorstel aan de Eerste Kamer. De Voorzitter, 30 oktober 2008 Wijziging van de WAO en de WAZ om uitkeringsgerechtigden te stimuleren arbeid te gaan verrichten GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om het verrichten van arbeid door uitkeringsgerechtigden, die een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ontvangen, aantrekkelijker te maken; Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING Artikel 44 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden: Indien degene, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomsten uit arbeid geniet, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak van vijf jaar, vanaf de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid worden genoten, niet aangemerkt als arbeid, bedoeld in artikel 18, vijfde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering:. 2. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Na afloop van het in de eerste zin genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid, bedoeld in artikel 18, vijfde lid. 3. In het tweede lid vervallen de eerste en de derde zin. 4. In het tweede lid wordt āDeze termijnā vervangen door āHet in het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar:ā en wordt in onderdeel b āhet van de drie jaar resterende tijdvakā vervangen door āhet van de vijf jaar resterende tijdvakā. 5. Het zevende lid vervalt. ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING ZELFSTANDIGEN Artikel 58 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden: Indien verzekerde, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomsten uit arbeid geniet, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak van vijf jaar, vanaf de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid worden genoten, niet aangemerkt als arbeid, bedoeld in artikel 2, vierde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering:. 2. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Na afloop van het in de eerste zin genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid, bedoeld in artikel 2, vierde lid. 3. In het tweede lid vervallen de eerste en de derde zin. 4. In het tweede lid wordt āDeze termijnā vervangen door āHet in het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar:ā en wordt in onderdeel b āhet van de drie jaar resterende tijdvakā vervangen door āhet van de vijf jaar resterende tijdvakā. 5. Het zevende lid vervalt. ARTIKEL III. INWERKINGTREDING Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PAGE PAGE 3