Duidelijkheid over de eventuele deelname van leden van de Staten-Generaal in de Nederlandse delegatie naar de klimaatconferentie van de Verenigde Naties eind dit jaar in Durban, Zuid-Afrika
Brief regering
Nummer: 2011D41969, datum: 2011-09-06, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 2
Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.J. Atsma, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2011Z17017:
- Indiener: J.J. Atsma, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu (2010-2017)
- 2011-09-07 10:15: Procedurevergadering commissie voor Infrastructuur en Milieu (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu (2010-2017)
- 2011-09-13 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2011-10-06 14:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 6 september 2011 Leden van de Vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu hebben mij per brief van 15 juni jl. (kenmerk 2011Z12245/2011D31763) gevraagd om duidelijkheid over de eventuele deelname van leden van de Staten-Generaal in de Nederlandse delegatie naar de klimaatconferentie van de Verenigde Naties eind dit jaar in Durban, Zuid-Afrika. Door middel van deze brief informeer ik uw Kamer over mijn zienswijze ter zake. Leden van de Vaste Commissie hebben in dezelfde brief verzocht om geïnformeerd te worden over de (inzet tijdens de) (voorbereidende) onderhandelingen in het kader van de klimaatconferentie te Durban. Over de inhoudelijke inzet van Nederland en de Europese Unie bij de klimaatconferentie zal ik uw Kamer binnenkort in een separate brief informeren. In het kader van kostenbesparingen is het mijn beleid de omvang van delegaties naar internationale bijeenkomsten zo beperkt mogelijk te houden. Daartoe heb ik de omvang van de ambtelijke delegatie klein gehouden, waardoor in verscheidene parallelwerkgroepen het EU Voorzitterschap of de Europese Commissie ons standpunt naar voren zal moeten brengen. Ook zullen waarnemers van bedrijfsleven, milieubeweging en andere maatschappelijke groepen geen deel uitmaken van de delegatie. Het spreekt voor zich dat behalve kostenbesparing kleine(re) delegaties ook leiden tot vermindering van de uitstoot. In het licht van bovenstaande is het niet mijn voornemen leden van de Staten-Generaal uit te nodigen als leden van de Nederlandse delegatie. Dit geldt zowel voor leden van de Tweede als de Eerste Kamer. Vanzelfsprekend zal ik voorafgaand aan, ten tijde van de conferentie (via videoconferentie vanuit Durban) en na mijn terugkomst uit Durban u informeren over de gang van zaken en de uitkomsten van de conferentie. Mochten leden van uw Kamer besluiten toch af te willen reizen naar Durban, bijvoorbeeld omdat de betreffende Kamercommissie dat wenselijk acht, dan ben ik uiteraard bereid de betreffende deelnemers tijdens de klimaattop bij te praten over de ontwikkelingen in de onderhandelingen, ze logistiek te ondersteunen ter plekke en onderdeel te laten uitmaken van de delegatie. Een brief met gelijke strekking heb ik verzonden naar de Voorzitter van de Eerste Kamer. DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU J.J. Atsma