[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

31660, bijgewerkt t/m 008 (NvW d.d.4 december 2013)

Wijziging van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen in verband met de toepassing van artikel 1, onderdeel b, van het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van kernenergie

Bijgewerkte tekst

Nummer: 2013D49149, datum: 2013-12-04, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2013Z12354:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Bijgewerkt t/m 008 (NvW d.d.4 december 2013)

33 660	Wijziging van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen in verband
met de toepassing van artikel 1, onderdeel b, van het Verdrag van 29
juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van
kernenergie







Nr. 2	VOORSTEL VAN WET



	Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: 

Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het wenselijk is de Wet
aansprakelijkheid kernongevallen te wijzigen om de mogelijkheid die
artikel 1, onderdeel b, van het op 29 juli 1960 te Parijs tot stand
gekomen Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van
kernenergie (Trb. 1961, 27), biedt om kerninstallaties uit te sluiten
van de toepassing van dat verdrag op te nemen in die wet; 

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: 

ARTIKEL I 

De Wet aansprakelijkheid kernongevallen wordt als volgt gewijzigd: 

A

In artikel 5, tweede lid, wordt “Onze Minister van Justitie”
vervangen door: Onze Minister van Veiligheid en Justitie en Onze
Minister van Economische Zaken.

B

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende: 

Artikel 5a 

1. Onze Minister van Financiën kan, met inachtneming van de krachtens
artikel 1, onderdeel b, van het Verdrag van Parijs door de
Bestuurscommissie genomen besluiten, in Nederland gelegen
kerninstallaties van de toepassing van dat verdrag uitsluiten, indien de
geringe omvang van de betrokken risico’s in relatie tot de kosten van
de verdragsverplichtingen dat naar zijn oordeel rechtvaardigen. Het
besluit daartoe wordt genomen in overeenstemming met Onze Minister van
Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Economische Zaken. 

2. In een besluit op grond van het eerste lid kan worden bepaald dat de
exploitant van de kerninstallatie aansprakelijk blijft voor schade
waarop ten gevolge van dat besluit het Verdrag van Parijs niet meer van
toepassing is. Aan het besluit kunnen tevens voorschriften worden
verbonden met betrekking tot het bedrag en de vorm van die
aansprakelijkheid, alsmede voorschriften met betrekking tot de wijze
waarop daarvoor financiële zekerheid wordt gesteld. 

C

	Aan artikel 18, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Indien
het een ongeval betreft waarbij de aansprakelijkheid van de exploitant
op grond van artikel 5, tweede lid, op een lager bedrag is vastgesteld
dan het op grond van artikel 5, eerste lid, geldende bedrag, stelt de
Staat tot een bedrag van € 1,5 miljard aan openbare middelen
beschikbaar.

ARTIKEL II 

Indien deze wet eerder in werking treedt dan de Wet van 30 oktober 2008
tot wijziging van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen ter uitvoering
van het Protocol van 12 februari 2004 houdende wijziging van het Verdrag
van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van
de kernenergie en ter uitvoering van het Protocol van 12 februari 2004
houdende wijziging van Verdrag van 31 januari 1963 tot aanvulling van
het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het
gebied van de kernenergie (Stb. 2008, 509): 

a. wordt in artikel I, onderdelen A en C, van deze wet “artikel 5,
tweede lid” telkens vervangen door: artikel 5, derde lid;  

b. wordt in artikel I, onderdeel D, van de genoemde wet van 30 oktober
2008, in artikel 5, tweede lid, “Onze Minister van Justitie”
vervangen door: Onze minister van Veiligheid en Justitie en Onze
Minister van Economische Zaken;

c. wordt in artikel I, onderdeel N, van de genoemde wet van 30 oktober
2008, aan onderdeel 1 een zin toegevoegd, luidende: Voorts wordt een zin
toegevoegd, luidende: Indien voor de desbetreffende installatie op grond
van artikel 5, tweede lid, een lager bedrag is vastgesteld, stelt de
Staat tot een bedrag van € 1,5 miljard aan openbare middelen
beschikbaar.

ARTIKEL III 

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip. 

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. 

Gegeven 

De Minister van Financiën, 

De Minister van Veiligheid en Justitie, 

De Minister van Buitenlandse Zaken, 

De Minister van Economische Zaken,

 

 

 PAGE    

 PAGE   3