Motie van de leden Idsinga en Stoffer over de noodzaak evalueren van de verfijning van de categorie "overig"
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2023)
Motie
Nummer: 2022D46531, datum: 2022-11-09, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36202-94).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.L. Idsinga, Tweede Kamerlid (Nieuw Sociaal Contract)
- Mede ondertekenaar: C. Stoffer, Tweede Kamerlid (SGP)
Onderdeel van kamerstukdossier 36202 -94 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2023).
Onderdeel van zaak 2022Z21547:
- Indiener: F.L. Idsinga, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: C. Stoffer, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2022-11-09 16:25: Pakket Belastingplan 2023**, Fiscale Verzamelwet 2023 (36 107) en Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling digitale platformeconomie (36 063) (antwoord 1e termijn + rest) (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2022-11-10 17:45: Voortzetting van de STEMMINGEN (over het Pakket Belastingplan 2023, Fiscale Verzamelwet 2023 (36 107) en Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling digitale platformeconomie (36 063) en over moties ingediend bij het Tweeminutendebat Gewasbeschermingsmiddelen) (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
Vergaderjaar 2022-2023 |
36 202 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2023)
Nr. 94 MOTIE VAN DE LEDEN IDSINGA EN STOFFER
Voorgesteld 9 november 2022
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de Overbruggingswet box 3 een verdeling wordt gemaakt van verschillende vermogensbestanddelen, waaronder een categorie «overig», en dat in deze categorie wordt uitgegaan van een rendement van ruim 6%;
constaterende dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de wetgever bij het hanteren van een forfaitair stelsel de werkelijkheid moet trachten te benaderen;
overwegende dat voor sommige vermogensbestanddelen, zoals winstdelende kapitaalverzekeringen, obligaties of vermogen van verpachters, een rendement van 6% op voorhand niet altijd haalbaar is;
overwegende dat verfijning van deze categorie kan bijdragen aan de houdbaarheid van een heffing die beter aansluit op het werkelijk behaalde rendement;
verzoekt de regering om in het komende jaar de noodzaak van deze verfijning te evalueren en indien nodig bij het volgende belastingplan met een voorstel te komen voor verdere verfijning van de categorie «overig», waarbij het principe van het trachten te benaderen van de werkelijkheid leidend is,
en gaat over tot de orde van de dag.
Idsinga
Stoffer