Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (36800-XXII) voortzetting (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D01540, datum: 2026-01-15, bijgewerkt: 2026-01-16 09:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-15 10:15: Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (36800-XXII) voortzetting (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026
Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (36800-XXII).
(Zie vergadering van 13 januari 2026.)
De voorzitter:
Dan is aan de orde de voortzetting van de begroting Volkshuisvesting en
Ruimtelijke Ordening.
Door mij zijn schriftelijke antwoorden ontvangen van de minister van
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op vragen, gesteld in eerste
termijn.
Deze antwoorden zullen worden opgenomen in een bijvoegsel bij de
Handelingen van deze vergadering.
(Het bijvoegsel is opgenomen aan het eind van deze editie.)
De voorzitter:
Ik heet de minister opnieuw van harte welkom in ons midden. Aan de orde
is haar beantwoording in de eerste termijn. Daarvoor geef ik haar graag
het woord.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Keijzer:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de leden voor hun inbreng in eerste
termijn. In het bijzonder wil ik de heer Van Asten, mevrouw Zalin…
Mevrouw … Hè, jakkes. Ik had erop geoefend. Zallinyan. Zeg ik dat
goed?
De voorzitter:
Zalinyan.
Minister Keijzer:
Zalinyan. Ik wil hen en mevrouw Steen bedanken voor en feliciteren met
hun maidenspeech. Ik zat zo naar ze te luisteren, en opeens viel bij mij
het kwartje: het zijn alle drie wethouders. Ze zijn alle drie betrokken
geweest bij de inrichting van onze omgeving en bij het realiseren van
allerlei zaken op gemeentelijk niveau. Dat doet mij goed. Dat ben ik ook
ooit geweest. Ik ben ook ooit begonnen als wethouder, en wel als
wethouder Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Ik vind het prachtig
om te zien dat de Kamer weer aangevuld is met mensen met die
deskundigheid op gemeentelijk niveau, want dat is natuurlijk de plek
waar alles uiteindelijk landt. Het is het bestuursniveau dat het dichtst
bij de burger staat.
Mevrouw Steen had een heel erg herkenbare maidenspeech, waarin zij ook
"heanig an" … Zeg ik dat goed? Ja, ik ben een Volendammer, hè. Ik kan
het wel in het Volendams, maar niet in het Twents. Maar dat gaf zeker
ook een glimlach op het gezicht. De boodschap die daarachter ligt, is:
jongens, kalmpjes aan, rustig aan, geef elkaar een beetje de tijd, geef
elkaar een beetje de ruimte en tel eens tot tien. Dat is in ieder geval
iets wat voor ons allemaal geldt. De heer Van Asten heb ik ook als
minister vaak mogen ontmoeten toen het ging over de uitdagingen in zijn
stad. Mevrouw Zalinyan had ook een heel mooi verhaal, namelijk: laten we
elkaar de ruimte geven en laten we met elkaar laten zien hoe mensen die
van buiten Nederland komen gewoon bijdragen aan onze samenleving. Dat
zijn dus allemaal woorden die we ons ter harte kunnen nemen.
Overigens mis ik hier de heer De Groot van de VVD-fractie. Niets ten
nadele van mevrouw Den Hollander, maar ik mis hem toch wel. Vanaf het
allereerste begin dat ik deze portefeuille behandel, ook hiervoor nog
als Kamerlid, heb ik eigenlijk altijd met hem in deze zaal gestaan. Ik
hoop dat hij heel snel weer op zijn twee benen staat en aanwezig is in
deze debatten.
Voorzitter. Het is een begrotingsbehandeling onder een bijzonder
gesternte. Het nieuwe kabinet zit al zo'n beetje in de wachtkamer. Ik
heb af en toe het idee dat ze al met één been op het bordes staan. Zij
hebben natuurlijk ook eigen ideeën. Ik zie de heer Vijlbrief nee
schudden. Stel me nou niet teleur, zou ik bijna willen zeggen.
Natuurlijk heeft een nieuw kabinet ook eigen plannen en eigen ideeën
voor hoe het verder moet met de volkshuisvesting en de ruimtelijke
ordening. Ik zag ook af en toe de heer Vijlbrief al een beetje zo staan,
zo van: nou, ik ben de volgende die dit gaat doen. Dat doet mij
deugd!
De voorzitter:
Ja, dit is uitlokking, mevrouw de minister! Meneer Vijlbrief.
De heer Vijlbrief (D66):
Ik wil hier ernstig bezwaar tegen maken! Ik ben lid van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal. Zo heb ik me, dacht ik, ook gedragen. Verder wens
ik de minister veel succes!
Minister Keijzer:
Mooi om te zien! Ik ken de heer Vijlbrief ook uit de vorige periode.
Mocht het zover komen, dan zie ik uit naar de debatten met hem.
Voorzitter. Nu serieus. Ik ga mijn best doen om alle vragen te
beantwoorden die mij gesteld zijn. Een groot gedeelte heb ik al
schriftelijk beantwoord. Verdere vragen zal ik uiteraard vandaag
beantwoorden. Maar u kunt zich voorstellen dat ik ook geregeld zal
proberen te verwijzen naar een volgend kabinet, want dat past mij. Dat
zal mij best wel zwaar vallen, want u kent mij: ik heb een mening. Als
er echt dingen gezegd worden waarvan ik denk dat die gewoon onverstandig
zijn, dan zal ik dat vanuit het perspectief van mijn portefeuille hier
toch ook naar voren brengen.
Anderhalf jaar heb ik dit werk als minister mogen doen. Dat is
natuurlijk veel te kort. Maar ik ben toch trots op het werk dat wij
vanuit het ministerie hebben gedaan, ik en al die betrokken ambtenaren
die keihard gewerkt hebben om de volkshuisvesting en ruimtelijke
ordening in Nederland een stukje verder te brengen. Dat hebben wij niet
alleen op het ministerie gedaan; dat hebben wij ook gedaan in debat met
uw Kamer en uiteraard met al die lokale overheden. Nederland is namelijk
een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Volkshuisvesting en ruimtelijke
ordening zijn dus zeker taken die je uitvoert samen met provincies,
waterschappen, gemeenten en alle mensen die er verder bij betrokken
zijn.
Voorzitter. Ik ben ook trots. De inkt van het regeerakkoord was namelijk
nog niet droog, of daar was in december van 2024 al de Woontop; het
eerste wapenfeit van het kabinet-Schoof. Op de Woontop is het gelukt om
met alle betrokken partners afspraken te maken over sneller bouwen en
minder regels. Heel veel mensen die zitten te luisteren, zullen hier
misschien van denken: "Ja, duh. Logisch. Zo moet dat." Maar tot die
Woontop waren er oeverloze discussies over alles: waar er gebouwd moest
worden, wat er gebouwd moest worden en hoe er gebouwd moest worden. Het
is ons met elkaar gelukt — dat is niet alleen mijn verdienste, maar
zeker ook de verdienste van al die Woontoppartners — om een flink aantal
afspraken met elkaar te maken.
Over het "waar", de vraag waar er gebouwd moest worden, zijn we een heel
traject met elkaar aangegaan. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het
ontwerp van de Nota Ruimte. Dan het "wat": wat moest er gebouwd worden?
Twee derde betaalbaar en 30% sociaal. Dat hebben we daarin ook met
elkaar afgesproken. De discussie die er tot dat moment was over de
vragen "kan het wel uit" en "kan het betaald worden", hebben we daarmee
ook weten te beslechten. Ja, het kan uit, mits er wel subsidie van
overheden bij zit. Hier is ook in vastgelegd "hoe" we gaan bouwen,
namelijk: conform het Bbl, het Besluit bouwwerken leefomgeving. Daar
komen geen plussen meer bovenop. Dat is niet omdat ík vind dat het Bbl
kwalitatief voldoende is — dat vind ik overigens wel; daarom hebben we
dat met elkaar vastgelegd — maar dat is om te voorkomen dat er elke keer
in het planproces, voordat er überhaupt een vergunningsaanvraag wordt
ingediend, oeverloos discussie is: "Moet het niet een beetje zus? Moet
het niet een beetje zo? Kan er niet een plusje hier? Kan het daar niet
net even anders?" Dat vertraagt namelijk gewoon.
Dit heeft uiteindelijk geleid tot het programma STOER: het schrappen van
tegenstrijdige en overbodige eisen en regels. Dat is een rechtstreekse
reactie op datgene waar de heer Mooiman van de PVV-fractie en de heer
Vermeer in hun inbreng naar verwezen: alle verstikkende regels in dit
land die het er voor woningbouw niet makkelijker op maken.
Voorzitter. Ik ben trots op nog meer zaken, zoals de doorbraaklocaties.
Gisteravond is in de gemeenteraad het plan voor Cortelande vastgesteld.
Dat is het vervolg op een doorbraak die eind vorig jaar, een paar weken
geleden, bereikt is. De Wet versterking regie volkshuisvesting ligt bij
de Tweede Kamer. Ik hoorde, met dank aan de heer Grinwis, dat er een
emailprocedure voorligt om zo snel als mogelijk dat wetsvoorstel verder
te brengen.
Dan de realisatie van 50.000 woningen in de NPLV-gebieden, de nieuwe
realisatiestimulans. Iemand zei eens tegen mij: waarom heb je dat niet
gewoon een bouwbonus genoemd? Ik vond dat eigenlijk wel een heel goed
idee, want dat is wat het is: gewoon €7.000 per gebouwde woning, helder,
eenvoudig, niet al te veel moeite om het te moeten aanvragen. En we
kunnen echt hier met elkaar vaststellen, zoals de heer De Hoop dat ook
noemde, dat we door muren gegaan zijn.
Maar er is nog iets anders gebeurd. De sfeer aan allerlei tafels is de
afgelopen anderhalf jaar omgeslagen. De houding is er eentje geworden
van: het kan wel. Dat zeg ik de fractie van D66 na. Maar het is vooral
ook een sfeer geworden van: pak je verantwoordelijkheid en doe wat
gedaan moet worden.
Voorzitter. Ik durf te zeggen dat wat er nu staat het begin is van het
oplossen van het woningnoodprobleem. In die zin komt de nieuwe minister
van VRO beleidsmatig en juridisch in een gespreid bedje. We hebben nog
wel een financiële discussie met elkaar te gaan, maar het beleidsmatige
en juridische huis staat.
Ik heb geen magische bol, om de verzuchting van de heer Clemminck van de
fractie van JA21 in zijn inbreng te herhalen. Was het maar zo. De
realiteitszin waaraan mevrouw Den Hollander in haar inbreng refereerde,
is ook echt nodig. Morgen is het niet opeens anders.
Het is wel zo dat we vorig jaar op ongeveer 75.000 nieuwbouwwoningen
zaten. Als je er 100.000 per jaar nodig hebt, doen wij het stukken beter
dan andere Europese landen, waar ze bij lange na niet het equivalent
halen van de benodigde productie. We zijn er natuurlijk nog niet, maar
als zaken blijven lopen zoals ze nu lopen, zitten we binnen twee jaar op
die 100.000 woningen per jaar.
Daarin is nog niet de mogelijkheid opgenomen om in achtertuinen
mantelzorgwoningen en familiewoningen te mogen bouwen; we hebben het
verbreed naar kinderen van de hoofdbewoner. Daar is ook niet in
opgenomen het vergunningsvrij mogen splitsen van woningen. Ik zal straks
laten zien hoe je dat kan doen. Het is aan een volgend kabinet, maar ik
ben het wel aan het uitzoeken, zodat het klaarligt voor de volgende
minister.
Als we dat echt serieus gaan doen, dan kunnen we echt met elkaar in deze
Kamer aan al die woningzoekenden in Nederland laten weten: we zien uw
zorgen, we zien uw problemen en we hebben alles op alles gezet om ervoor
te zorgen dat die woningen er komen. Ik ben daar trots op. De heer
Vijlbrief refereerde aan het interview in het FD, maar het is gewoon
zoals het is. En als het is zoals het is, dan moet je het gewoon zeggen.
Zo zit ik een beetje in het leven.
De sector is wel gebaat bij continuïteit en voorspelbaarheid. Als ik
kijk naar de ideeën en plannen van het nieuwe kabinet die voorbijkomen,
dan zie ik daar wel de lijn in dat men doorgaat op de ingeslagen weg:
bestendig beleid, grote lijnen blijven intact. Het belang daarvan hoef
ik u niet uit te leggen. Woningbouw vraagt even niet om nieuwe idealen,
maar vraagt om bestendig beleid, om doorgaan op de ingeslagen weg.
Hooguit zou enige deregulering nog verder kunnen helpen. Er zijn ook een
aantal voorstellen door u allen hier gedaan. De starters die
noodgedwongen tot hun 30ste op de zolder blijven wonen. De gezinnen die
hun leven in dozen hebben staan omdat er geen huis beschikbaar is voor
ze. Scheidingen die, hoe verdrietig dat ook in het leven van mensen is,
er ook nog eens toe leiden dat men veroordeeld blijft tot dezelfde trap
naar de slaapkamers. Voor deze mensen telt maar één vraag: wanneer komt
er een huis voor mij?
Ik heb de vragen op het onderdeel volkshuisvesting schriftelijk
beantwoord. Ik zou nu graag over willen gaan naar het blokje ruimtelijke
keuzes.
De voorzitter:
Kunt u de Kamer wellicht meenemen in de verschillende blokjes waarlangs
u de beantwoording heeft gestructureerd?
Minister Keijzer:
Dat is dit, voorzitter. Ik heb alle gestelde vragen op het onderdeel
volkshuisvesting schriftelijk beantwoord. Het verstandigst is denk ik om
gewoon te kijken welke vragen er nog liggen, als er nog onduidelijkheden
zijn. Vervolgens kan ik overgaan tot de ruimtelijke keuzes. Ja,
voorzitter, ik help u ook maar een klein beetje in de voortgang.
De voorzitter:
Daar zijn wij alleen maar ontzettend blij mee, minister. Ik stel de
Kamer voor het aantal interrupties niet te maximeren, maar wel om net
als afgelopen dinsdag kort en bondig te blijven en de interrupties
maximaal in drieën te doen. Meneer Vermeer?
De heer Vermeer (BBB):
Ik wil de minister en haar team bedanken voor de antwoorden die we
ontvangen hebben. Mooi dat die op tijd binnen waren. Ik heb ook antwoord
gekregen over de vakantieparken en het bewonen van recreatiewoningen. Er
komt van alles aan, maar ik heb naar aanleiding van het debat ook
meerdere berichten gekregen van mensen die zeggen: moet je eens
luisteren; er wordt volop gehandhaafd en er worden dwangsommen
uitgedeeld. Maar er is geen enkel alternatief voor die mensen, ook niet
in de vorm van bijvoorbeeld een sociale huurwoning. Die mensen worden op
deze manier gewoon keihard de schulden in gedrukt door de overheid zelf.
Wat kan en wil de minister hieraan doen op de korte termijn?
Minister Keijzer:
De regeling zoals ik die zie, is gepubliceerd. Dat is duidelijk. Maar
wat je op gemeentelijk niveau ziet, is dat er vervolgens doorgegaan
wordt op de ingeslagen weg. Dat vind ik soms heel erg jammer; ik zal u
ook uitleggen waarom. Wat is die ingeslagen weg? "Dit is een
vakantiepark, dat is de bestemming in het omgevingsplan en daar mag je
niet wonen." Dat is één. Twee. De wethouder zegt dan: gemeentelijke
autonomie; het is aan mij om dat besluit te nemen. Waarom vind ik dat
nou jammer? Eén. Deze mensen hebben geen alternatief. Woningnood,
wachttijden, noem het allemaal maar op. Feitelijk zeg je tegen die
mensen: u zoekt het maar uit. Maar het is ook jammer om het volgende.
Heel veel gemeentes hebben dan wel autonomie — het is de taak van
gemeenten — maar ze hebben ook heel vaak niet de ambtelijke capaciteit
om goed te kijken hoe je dit wel mogelijk zou kunnen maken. Dat is
precies de reden waarom die instructieregeling gemaakt is. Dat stond ook
in het hoofdlijnenakkoord en is ook een wens van een meerderheid van de
Kamer.
Deze mensen zouden vervolgens bij de volksvertegenwoordigers op
gemeentelijk niveau kunnen aankloppen, zodat zij zich dit kunnen
aantrekken. Daar waar het komt tot een handhavingszaak, kun je heel goed
kijken naar de instructieregeling en zeggen: er is zicht op legalisatie.
Dat helpt in een eventuele procedure. Dat laat onverlet dat de stress
van de mensen die het betreft huizenhoog is. Het is ook gewoon niet te
doen; dat weet ik. Ik ben, zolang het mij nog gegund is om dit werk te
doen, aan het uitwerken wat nodig is op het gebied van de voorwaarden
die gesteld moeten worden. Dat heeft u kunnen lezen. Denk aan de
discussie over of iemand aanspraak kan maken op huurtoeslag en hoe je
dat dan regelt. Zodra de minister dat heeft, mijn opvolger, zal die —
dat hoop ik; daar ga ik van uit — verdergaan met het in werking laten
treden van de instructieregel.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Het is altijd fijn dat we schriftelijke beantwoording van het ministerie
krijgen, zodat we goed naar alle antwoorden kunnen kijken. Maar het is
toch ook wel prettig om in het debat een aantal van die antwoorden langs
te lopen met elkaar. Ik zou willen beginnen bij de slagkracht van
corporaties. Voor dit debat kwam de koepel van woningbouwcorporaties,
Aedes, met het signaal dat ze denken 20 miljard te weinig te hebben om
te kunnen voldoen aan de nationale prestatieafspraken. In de
beantwoording van de minister staat dat woningbouwcorporaties op korte
termijn nog beschikken over een goede financiële positie, maar dat ze
ook een investeringstekort verwacht van 20 miljard tot en met 2034. Hoe
snel verwacht de minister dat corporaties echt in de problemen komen met
betrekking tot het voldoen aan die doelen binnen de Nationale
Prestatieafspraken?
Minister Keijzer:
Het gaat nog een aantal jaren goed, maar dat wil niet zeggen dat je niet
nu al moet nadenken over de consequenties hiervan. Het moment dat het
ten koste gaat van de productie van nieuwbouwwoningen of de
verduurzaming van de bestaande voorraad huurwoningen, komt nu wel in
beeld. Omdat het een aantal consequenties heeft ten aanzien van de
middelen die naar corporaties gaan, ten aanzien van de belastingen die
bij corporaties worden geheven of ten aanzien van het ambitieniveau —
moet je deze hoeveelheid woningen verduurzamen en bouwen? — is dat echt
aan een nieuw kabinet. Maar je moet ook kijken naar hoe dit nou kan. Kan
de bedrijfsvoering bij corporaties efficiënter, goedkoper? Een van de
redenen waarom het nu tegenvalt, zijn bijvoorbeeld de kosten aan
onderhoud. Kan daarin efficiënter gewerkt worden? Dat moet je echt de
komende jaren gaan doen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Helder. Ik ben het met de minister eens dat we daar nu met elkaar over
na moeten denken. De minister is best expliciet over de punten waarvan
zij denkt dat er binnen de corporaties zelf nog wat aan, bijvoorbeeld
die efficiëntieslag, gedaan kan worden. Maar wat vindt de minister
bijvoorbeeld van misschien toch kijken naar de ATAD en de vpb? Ik weet
dat ze bij de belofte van de PVV ten aanzien van de huurbevriezing ook
heeft nagedacht over wat je dan kunt doen. Zijn er nou dingen die deze
minister de volgende Kamer en de volgende minister mee zou willen geven
voor wat je juist op dat vlak dan misschien toch zou moeten doen de
komende periode?
Minister Keijzer:
Hiervoor geldt dat je natuurlijk altijd aan fiscale knoppen kan draaien,
maar dat dat geld kost. Dat moet je dan dus op een andere manier
goedmaken. Daar moet je "dekking voor zoeken", om het maar eens gewoon
even op een parlementair gebruikelijke manier te formuleren. Maar je
moet in verband met de rechtsgelijkheid ook nadenken over wat je dan
doet met particuliere verhuurders van sociale huurwoningen. Zoals u
weet, zijn er daar nogal een aantal van. Daar moet je dan dus wel naar
kijken. Je kunt aan verschillende knoppen draaien, maar het is
uiteindelijk aan een volgend kabinet om te bezien aan welke knop dat dan
is en hoe je dat organiseert.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Tot slot heb ik nog een andere vraag over volkshuisvesting die niet
beantwoord is in de schriftelijke beantwoording en die de minister nu
ook niet is langsgelopen. Die gaat over de staatsteunmogelijkheden die
de Europese Unie nu biedt. Ik ben benieuwd wat de minister denkt over
hoe snel we die in Nederland kunnen omzetten in wetgeving. Ik hoop ook
dat de minister, zolang zij er nog zit, daar echt de vaart achter wil
zetten, omdat we daarmee kunnen zorgen voor meer betaalbare woningen,
ook in dat middensegment waar zij zorgen over maakt. Ik ben dus benieuwd
of de minister nog wat uitgebreider in zou willen gaan op de kansen die
zij ziet en op hoe snel we die in Nederland kunnen omzetten in wetgeving
en beleid.
Minister Keijzer:
Zoals we allemaal weten, heeft de Europese Commissie laten weten dat de
ontheffing voor de staatssteundiscussie ook gaat gelden voor middenhuur.
Dat was dus goed nieuws. Eind deze maand zitten we bij de Europese
Commissie om goed door te spreken hoe we dat dan doen. We weten in ieder
geval dat de Woningwet gewijzigd moet gaan worden. We hebben dus een
wetswijziging nodig. Ik voel me een klein beetje gemankeerd, want het is
natuurlijk ook weer aan een volgend kabinet om dit te gaan doen. Dat wil
niet zeggen dat er op mijn ministerie niet aan gewerkt wordt, maar het
is niet meer aan mij.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik wil inderdaad de minister en de ambtenaren bedanken voor het
beantwoorden van de vragen. Mijn zorg zit in de zorggeschikte woningen.
ActiZ en Aedes zeggen in een reactie: wij kunnen geen sociale
huurwoningen bouwen die zorggeschikt zijn. Wat is dan het antwoord van
het ministerie en de minister?
Minister Keijzer:
Het antwoord zit in subsidiemogelijkheden die er daarvoor zijn, zoals
bijvoorbeeld de ontmoetingsruimte. Daar zit geld om dat te organiseren.
Je hebt de nultredenwoningen. Je hebt de geclusterde woningen. Naarmate
je een hogere zorgbehoefte in die woningen hebt, kost het natuurlijk
meer geld om die te realiseren. Daar zijn subsidies voor. Dat doe ik
samen met de staatssecretaris Langdurige Zorg om ervoor te zorgen dat
deze woningen uiteindelijk gebouwd gaan worden. Maar als je simpelweg
zegt "het kan niet", dan ga je voorbij aan de mogelijkheden.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben blij om te horen dat er vasthoudendheid is ten aanzien van het
belang om dit te gaan bouwen. Ik maak me nog wel zorgen over een ander
punt, namelijk het puntensysteem voor die woningen. Er geldt een opslag
van 35% als de woning zorggeschikt is. Betekent dat niet automatisch dat
zo'n woning niet binnen de sociale huur valt?
Minister Keijzer:
Dat ligt eraan. Dat kun je zo niet zeggen. Dat is één. Twee: hoe hoger
de huur is — uiteraard tot een bepaald niveau — hoe hoger uiteindelijk
ook de huurtoeslag is. Dat is ook een punt dat hierbij speelt. Maar er
zijn natuurlijk ook situaties waarin mensen onder de Wet langdurige zorg
vallen. Zij betalen geen huur meer, maar een eigen bijdrage.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter, tot slot. Ik had nog gevraagd naar de termijn voor die
290.000. Het is nu doorgeschoven naar 2036. Denkt de minister dat dat
echt realiseerbaar is? Want het is zo hard nodig.
Minister Keijzer:
Het is absoluut hard nodig. Daar heeft mevrouw Van Brenk absoluut gelijk
in. De bevolking vergrijst. We worden steeds ouder. De hoeveelheid
mensen in die leeftijdscategorie wordt groter. We weten dat mensen aan
het einde van hun leven zorgbehoevender worden. Gelukkig komen ze niet
allemaal terecht in de zware zorg, maar als de absolute aantallen
stijgen, dan is de hoeveelheid mensen die aangewezen is op zwaardere
zorg en op een bijbehorende woning natuurlijk ook groter.
In de gesprekken die in het kader van de woondeals worden gevoerd met de
gemeenten is alles erop gericht om deze woningen te realiseren. We
hebben inmiddels met alle woondealregio's afspraken gemaakt. Volgens mij
ligt er inmiddels in zo'n beetje alle woondealregio's in Nederland een
plan om dit te gaan doen. Ik ken geen wethouder die zich niet realiseert
dat dit in zijn of haar gemeente nodig is. In zijn algemeenheid geldt
natuurlijk wel wat voor alle nieuwbouw geldt, namelijk dat het te lang
duurt. Dat is absoluut een feit. Ik zei al eerder in mijn betoog "ga
niet lekker creatief met elkaar tekenen", ook al klinkt dat een beetje
raar. Dat moet je wel doen als het gaat om de schoonheid, zoals de heer
Clemminck mooi naar voren bracht, maar niet als het gaat om de
technische inhoud van wat er nodig is in de woning, want die discussie
is al beslecht.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn complimenten aan de minister voor de beantwoording en een puntje
van kritiek voor mijzelf. Ik denk dat ik mijn vraag niet duidelijk
genoeg heb gesteld, want hij is niet beantwoord. Ik ga hem daarom nog
een keer stellen. Vanaf deze maand kunnen huurders geen huurtoeslag meer
krijgen voor de servicekosten. Dat kan oplopen tot €48 per maand. Dat
komt niet veel voor, maar de mensen die dit treft, zijn veelal mensen
die een flat bewonen. Het gaat voor een groot deel om de armste
Nederlanders. Daar komt dit jaar ook weer een huurverhoging bovenop.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag is: erkent de minister dat dit problematisch kan zijn voor
een grote groep huurders?
Minister Keijzer:
Er wordt in deze Kamer vaak gefulmineerd over de huurverhoging. Als je
moeilijk kunt rondkomen, dan snap ik dat een huurverhoging rauw op je
dak valt. Dat begrijp ik. Tegelijkertijd vloeit die huurverhoging wel
voort uit de regels en wetten die hier vastgesteld zijn. Ik snap dat je
het daar als fractie niet mee eens kunt zijn, maar dat is wel waarbinnen
ik en de verhuurders moeten opereren. Dat is één.
Twee: die hogere huur is natuurlijk niet omdat het lekker is. Die vloeit
voort uit bijvoorbeeld de hogere kosten die verhuurders moeten maken om
woningen te bouwen en woningen te onderhouden. Het is dus ook
noodzakelijk. Daarnaast wordt huurverhoging soms verbonden aan hogere
lonen en hogere uitkeringen. Als mensen hogere huren krijgen, dan staat
daar tegenover dat zij hogere lonen of hogere uitkeringen krijgen.
Vervolgens groeit de huurtoeslag ook mee. Dus laten we die werkelijkheid
ook met elkaar blijven zien.
Dan de servicekosten. Aan het begin van mijn ministerschap is daar
wetgeving over aangenomen. Ook daar kan je tegen zijn geweest — dat zal
wel, als ik mevrouw Beckerman een beetje ken — maar dat is wel de
werkelijkheid waarbinnen de situatie zich beweegt. Is het vervelend voor
de mensen die het betreft? Ja, dat snap ik volledig. Nibud heeft hier
echter onderzoek naar gedaan en daaruit is gebleken dat het voor de
meeste mensen uit kan. Wie echt in de problemen komt, kan zichzelf
melden bij de gemeente, bij het loket. Daar zitten de mensen die je
daarbij kunnen helpen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is een lang antwoord, maar ook met heel veel dingen waar de politiek
wél wat aan kan doen. We hebben geluk. De minister zegt namelijk dat die
huurverhoging voortkomt uit wetgeving. Als het om de sociale huur gaat
kunnen wij ingrijpen, maar dan moeten we wel snel zijn. Dan kunnen wij
nog zeggen: dat gaat naar een lager percentage, dat gaat naar nul.
Verlagen laat die wetgeving toe. Het onderzoek van Nibud, waar de
minister naar verwijst, heeft dit helemaal niet allemaal meegenomen,
want dat ging over vorig jaar.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Waarom maken we nu niet eerst een pas op de plaats? Het is in januari
ingevoerd. We kunnen niet al die mensen naar gemeenten duwen. Side-note:
er wordt door dit kabinet ook hard bezuinigd op gemeenten. Laten we
eerst kijken of dit nog wel haalbaar is, want het is een grote klap:
servicekosten én na een recordhuurverhoging twee jaar geleden en een
hoge huurverhoging vorig jaar, nu weer een huurverhoging
daaroverheen.
Minister Keijzer:
Dit kabinet heeft vorig jaar extra geld aan gemeenten gegeven. Ik herken
me dus niet zo in de woorden van mevrouw Beckerman. Ik zie de heer
Mooiman al staan. Zijn vraag zal ook over huur gaan. Je kunt alles. Nou
niet alles, maar je kunt een hoop. Maar de gevolgen van ingrijpen in de
huren hebben we eerder met elkaar meegemaakt. Dat was april vorig jaar
in de Voorjaarsnota. Toen hebben we gezien wat een huurbevriezing doet
bij corporaties. Het toezichtsorgaan corporaties luidde de noodbel.
Corporaties doken onder de ratio's op basis waarvan ze hun werk kunnen
doen, met grote consequenties voor het bouwen van nieuwbouwwoningen en
voor het verduurzamen van de woningen. We weten hier allemaal dat de
huurquote, dus de hoeveelheid geld die mensen in de sociale huur kwijt
zijn aan huur, ongeveer gelijk gebleven is. Maar we weten dat de
woonkosten, waaronder de energiekosten, het grote probleem zijn. Het is
dus onverstandig om op zo'n manier in te grijpen in de kas van
corporaties, want dat heeft juist consequenties voor mensen om rond te
komen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar dit is natuurlijk het wrange antwoord, want huurders worden dus
verplicht de wooncrisis te betalen. Zij moeten meebetalen aan die
nieuwbouw. Tegelijkertijd blijft het kabinet een greep in de kas van die
corporaties doen en vraagt het hun nog steeds om winstbelasting en ATAD
af te dragen. We hadden net de interruptie van de heer De Hoop:
corporaties komen flink tekort, op termijn 20 miljard. We kunnen dat
niet allemaal van sociale huurders vragen. Daarom zul je slim beleid
moeten voeren en de corporaties daar inderdaad voor moeten compenseren.
Dat is mogelijk, als we op het juiste moment die besluiten nemen. Wil
het kabinet dan in ieder geval toezeggen om nog vóór de periode waarin
de Kamer een ander besluit kan nemen, de Kamer te informeren over de
mogelijkheden om de huurverhoging te beperken of op nul te zetten of om
op andere manieren te compenseren?
Minister Keijzer:
Mevrouw Beckerman doet dit volgens mij elk jaar. Elk jaar staat ze bij
de interruptiemicrofoon en vraagt ze hierom. Daarbij doet ze naar mijn
idee net alsof huurders nu opeens betalen voor nieuwbouw, maar dat is
altijd zo geweest. Als je een huis huurt of een hypotheek betaalt, moet
je geld opzijzetten voor onderhoud. Een huurder is zelf verantwoordelijk
voor de binnenkant en met de huurpenningen betaalt de verhuurder,
bijvoorbeeld een corporatie, het onderhoud aan de buitenkant. Denken dat
dat niets met elkaar te maken heeft, is niet reëel. Daarmee laat je
huurders die het moeilijk hebben — en die zijn er, hoor; dat snap ik
heel goed — eigenlijk een beetje in de steek. Het is nog vroeg, maar ik
kan het eigenlijk niet anders verwoorden. Natuurlijk kan je de
vennootschapsbelasting afschaffen; dat heb ik net ook tegen de heer De
Hoop gezegd. Het kan. Dat kost 1,3 miljard. Daar moet je dan wel alleen
even dekking voor zoeken. Ook moet je vervolgens nadenken hoe je in het
kader van rechtsgelijkheid particuliere verhuurders van sociale
huurwoningen ...
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, geen vraag meer, maar een korte conclusie.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wilde trouwens op een ander punt nog hele sympathieke vragen stellen,
maar dit is natuurlijk wel een heel onsympathieke manier van reageren op
een interruptie. Het klopt dat wij hier elk jaar staan: wij zijn
consequent en komen op voor huurders en de betaalbaarheid. Inderdaad,
via de huur betaal je mee voor het onderhoud. Dat is heel vaak
ondermaats. Er zitten heel veel huurders in ziekmakende
schimmelwoningen, ondanks dat ze betalen. Wat hier verkeerd aan is, is
dat huurders eerst hebben betaald met de verhuurderheffing — dat betrof
13 miljard — en ze nu betalen met de winstbelasting en ATAD. Als het
kabinet dan zegt dat het de schuld van de SP is en dat je daarmee
huurders in de steek laat ... Je kunt recht praten wat krom is, maar dit
praat je op deze manier niet recht.
De voorzitter:
U heeft uw punt gemaakt.
Minister Keijzer:
Ik zeg overigens niet dat het de schuld van de SP is. Dat heeft u mij
niet horen zeggen.
De voorzitter:
Helder.
De heer Mooiman (PVV):
Allereerst wil ik de minister natuurlijk ook bedanken voor de
schriftelijke beantwoording van de vragen. Ik denk dat de minister in
haar inleiding het programma STOER, dat zij natuurlijk samen met de
relevante partijen heeft opgezet, heel terecht heeft aangeprezen. In de
schriftelijke beantwoording refereert ze ook aan onze vraag ten aanzien
van het Duitse noodmaatregelenpakket. Daar loopt nu een onderzoek naar,
in het kader van de vraag welke elementen in STOER opgenomen kunnen
worden.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Mooiman (PVV):
Daar had ik een vraag over. Wanneer kunnen wij de uitkomsten van het
onderzoek verwachten?
Minister Keijzer:
Het onderzoek naar wat? Sorry. O, de Duitse bouwturbo, hoor ik meneer
Mooiman zeggen. We zijn natuurlijk bezig met de uitwerking van het plan
dat mij aangereikt is door de commissie-De Zeeuw. We gaan de komende
tijd kijken wat we daar nog van kunnen leren, maar het is even lastig om
uit mijn hoofd te zeggen hoelang dat duurt. Ik vind het moeilijk om dit
nu te beantwoorden. Heel veel van wat daarin zit, doen we namelijk al.
De komende tijd gaan we kijken of er eventueel nog meer in zit waar we
iets aan zouden kunnen hebben. Kan ik met de heer Mooiman afspreken dat
dat gewoon in de volgende brief over dit onderwerp wordt meegenomen?
De heer Mooiman (PVV):
Dat lijkt me een hele goede afspraak, dus dank daarvoor. Ik had nog een
andere vraag, over een ander onderwerp: de staatssteun. Dat kwam net ook
al even aan de orde. Het is natuurlijk goed dat die regels versoepeld
worden. Woningbouwcorporaties kunnen anders straks ook geen huurwoningen
meer bouwen. Tegelijkertijd horen we natuurlijk van marktpartijen dat
zij ook een grotere rol daarin zouden willen spelen, maar dat ze geen
aanspraak kunnen maken op het instrument dat straks voor de sociale
woningbouwcorporaties vrijkomt, de geborgde leningen. Is de minister het
met ons eens dat er voor marktpartijen die een grotere bijdrage zouden
willen leveren, een soortgelijk instrument kan worden opgezet? Hoe ziet
zij de oproep vanuit die marktpartijen?
Minister Keijzer:
Dit is precies een van de discussies. Eigenlijk is het een van de
problemen, om het maar gewoon eens te zeggen. Het instrumentarium, de
geborgde leningen, geldt namelijk voor corporaties, niet voor
marktpartijen. Maar ja, omdat je niet zonder marktpartijen kan, moet je
daarnaar gaan kijken. Ook daarvoor geldt trouwens dat je het gesprek
hierover te voeren hebt met de Europese Commissie. Ik ben dus blij met
het besluit van de Europese Commissie, maar dit is wel wat hierachter
wegkomt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Het was de afgelopen maand heel koud. Dat betekent dat we allemaal een
hogere energierekening hebben gehad, maar dat betekent ook dat in
Nederland 10.000 mensen met -10 graden in de kou buiten hebben geslapen.
Bij die 10.000 mensen worden de kinderen nog niet eens goed meegeteld.
Ik vind dit een van de meest schrijnende zaken op het punt van de
woningnood. Tegelijkertijd zie ik dat dit kabinet nog niet eens in de
buurt komt van het doel van nul daklozen in 2030. Ik zou in dit debat
graag toch ook nog een reactie van de minister krijgen op het zeer
alarmerende rapport dat we hier de afgelopen tijd weer over hebben
gezien en waaruit blijkt dat we heel ver van dat doel af zitten. Hoe
kunnen we daar volgens de minister met z'n allen toch komen? Ik vind het
namelijk echt ontzettend pijnlijk dat we nog steeds in die situatie
zitten.
Minister Keijzer:
Ik deel dat; ik deel dat. Dit is de afgelopen week ook door mijn hoofd
geschoten; eigenlijk de afgelopen weken, want het is al een tijdje heel
koud. We weten allemaal dat het doel van nul daklozen in 2030 een ideale
situatie is. We weten ook allemaal dat het is zoals het bij mijn ouders
langs de trap hing: "Al wie naar volmaaktheid zoekt, tast gelijk een
blinde". Volmaaktheid is in deze wereld immers niet te vinden. Dat laat
onverlet dat we alles moeten doen om ervoor te zorgen dat zo min
mogelijk mensen in deze situatie terechtkomen. Er ligt inmiddels een
novelle in de Tweede Kamer op de Wet regie. Daarin heeft u ook kunnen
lezen hoe ik uitwerking geef aan het amendement dat de heer Grinwis
tijdens de behandeling heeft ingediend om een urgentiecategorie toe te
voegen aan de huisvestingsverordening, namelijk dakloze gezinnen met
minderjarige kinderen. Dat is dus waar wij aan werken. Daarnaast: het
enige waar een dakloze behoefte aan heeft, is een dak boven zijn hoofd.
Dat geeft tegelijkertijd de noodzaak aan van blijven sleuren en trekken
aan het realiseren van nieuwbouw.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb geen enkele twijfel dat de minister het net zo erg vind als ik
dat er mensen buiten slapen. Het enige wat ik ingewikkeld vind, is dat
het kabinet zelf — dat betreft niet deze minister, maar haar voorgangers
— een aantal jaren met best wel veel bombarie zei dat het voor die nul
daklozen zou gaan zorgen, maar dat het beleid dat daarop gemaakt wordt,
achterblijft bij dat doel. Daarin heeft deze minister natuurlijk wél een
verantwoordelijkheid. De minister heeft het over de urgentiemogelijkheid
die er nu hopelijk komt met het aannemen van de Wet regie, maar je kunt
ook iets doen op andere vlakken, bijvoorbeeld woningbouwcorporaties nog
meer ruimte geven, meer sociale huur en het voorkomen van het uitzetten
van kinderen. Ik vind dat de minister en dit kabinet daarin nog wel meer
stappen hadden kunnen zetten. Ik hoop dat de minister de komende
periode, zolang zij die mogelijkheid heeft, echt nog doorgaat om naast
die urgentieverklaring ook extra beleid mogelijk te maken om die
dakloosheid echt tegen te gaan.
Minister Keijzer:
Ja, want volgens mij is er niemand in deze Kamer die niet deelt dat
dakloosheid voorkomen moet worden, maar je moet ook realistisch blijven.
Je kunt met elkaar ook niet in een situatie terechtkomen waarin mensen
bewust de huur niet betalen met stiekem in het achterhoofd dat zij,
omdat ze een jong kind hebben, toch niet worden uitgezet. Je moet dus
alles op alles zetten om het te voorkomen. Dat doen gemeenten en
corporaties ook. In de tijd waarin ik nog wethouder was — dat is echt
heel lang geleden, zeg ik tegen de heer De Hoop — is er gewerkt aan
beleid waarmee er bij betalingsachterstand niet gewacht wordt totdat die
achterstand opgelopen is, maar waarmee meteen, al na een of twee
maanden, contact met de betrokkenen wordt opgenomen om te zien wat er
aan de hand is en om te voorkomen dat het erger wordt. Dat is een van de
zaken die op gemeentelijk niveau en bij corporaties plaatsvinden. Er
wordt op gemeentelijk niveau uiteraard ook gewerkt aan daklozenopvang;
daar is geld voor. Dat zijn alle zaken die gebeuren in de praktijk.
Daarnaast ben ik samen met u bezig met het realiseren van die 100.000
woningen, waarvan 30% sociaal op regionaal niveau, op
woningbouwregioniveau, zodat meer woningen toegevoegd worden aan de
voorraad.
De voorzitter:
U vervolgt uw beantwoording.
Minister Keijzer:
Oké. Dank, voorzitter. Toen ik wilde beginnen aan mijn blokje over de
ruimtelijke keuzes, dacht ik nog even: hoort het vergunningsvrij
woningsplitsen bij ruimtelijke keuzes of bij volkshuisvesting? Misschien
is het goed om dat als een soort intermezzo ertussen te doen, want daar
is ook naar gevraagd.
De voorzitter:
Zeer creatief van u, minister.
Minister Keijzer:
Ja, goed hè?
De voorzitter:
Jazeker.
Minister Keijzer:
Er is gevraagd naar het delen en splitsen van woningen. In de
beantwoording ben ik wat op de vlakte gebleven, maar ik dacht dat het
misschien toch goed is om een doorkijkje te geven van de manier waarop
je dat kunt organiseren. Ik geef een voorbeeld van vergunningsvrij
woningdelen. Dat is natuurlijk het beter benutten van de bestaande
voorraad. Daar zitten ruimtelijke consequenties aan. Het zit er een
beetje tussen. De gemeente Utrecht heeft via de huisvestingsverordening
woningdelen vergunningsvrij gemaakt voor maximaal drie personen. Zoals
we allemaal weten, is Utrecht een studentenstad. Als het daar kan, dan
denk ik dat er weinig plekken in Nederland zijn waar het niet kan, de
NPLV-gebieden misschien daargelaten. Dat is dan iets waar je in het
beleid uiteindelijk ruimte voor moet geven. Het is in ieder geval een
inspirerend voorbeeld. Als een nieuw kabinet dat wil regelen — goed
luisteren, meneer Vijlbrief — dan moet in de Huisvestingswet artikel 21,
lid 1, sub c worden gewijzigd, waardoor dit in alle gemeenten de
standaard wordt. Natuurlijk moet je daarbij regelen dat aan de eisen
voor de bouwkwaliteit en de brandveiligheid wordt voldaan, want daar
moet je niet op inboeten. Bovendien moet je, zoals ik net al zei, goed
opletten dat je het niet doet in gebieden waar er nu al problemen zijn
met bijvoorbeeld verkamering, de NPLV-gebieden.
Dan kom ik op woningsplitsen. Zal ik het afmaken, voorzitter?
De voorzitter:
Ja, heel graag.
Minister Keijzer:
Woningsplitsen. Ikzelf ben opgevoed in een rijtjeshuis dat nog door mijn
vader en de buurmannen is gebouwd. Het was zo'n doorzonwoning met een
voordeur, een klein tuintje voor de voordeur, een trap omhoog en een
achtertuintje met een schuurtje erin. Volgens mij hebben we daar
allemaal beeld bij. Sanne van Manen heeft een prachtige publicatie
gemaakt met tekeningen erin — ik heb ervan genoten — waarin precies
staat hoe je zo'n woning zou kunnen splitsen. Dit soort woningen gewoon
opsplitsen naar twee kan natuurlijk prima. Hoe doe je dat? Dat kan door
artikel 21, lid 1, sub e van de Huisvestingswet te wijzigen. Hierbij
geldt natuurlijk ook dat je oog moet houden voor brandveiligheid en
bouwkwaliteit. Ook moet je goed bezien of je niet iets moet wijzigen in
de Omgevingswet, waardoor je eventuele omgevingsplannen of
bestemmingsplannen die dat verbieden, onklaar maakt of beter gezegd
buiten werking stelt. Dit zijn twee concrete mogelijkheden om, als de
brandweer het toestaat, de bestaande voorraad beter te benutten.
De voorzitter:
Was dit het intermezzo?
Minister Keijzer:
Ja.
De heer Vijlbrief (D66):
Dat is prachtig. Dank u wel voor dit antwoord, minister. Het kan. Het is
fijn om dat te horen. Bij het vergunningsvrij maken van delen en
splitsen hoor je vaak de bezwaren vanwege de veiligheid et cetera. De
minister hintte daar een beetje op. Je zou kunnen redeneren dat de
gemeente dat het beste kan beoordelen. Dat is natuurlijk de reden waarom
we het uiteindelijk ook bij gemeentes hebben neergelegd. Dan zegt de
minister: je kunt dat landelijk regelen door iets te wijzigen in de wet.
Dat begrijp ik.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Vijlbrief (D66):
Mijn vraag is dan: hoe maak je in de ogen van de minister een goede
afweging tussen veiligheid et cetera en het belang van de
woningzoekenden? Dat houdt me hier bezig.
Minister Keijzer:
We hebben een gedecentraliseerde eenheidsstaat, zoals dat heet. Dat zijn
twee moeilijke woorden die erop neerkomen dat de gemeente erover gaat,
omdat dat het laagste niveau is, het niveau waarop dit het beste kan.
Tegelijkertijd zie je gewoon in de praktijk dat gemeenten onvoldoende
ambtelijke capaciteit hebben. In de praktijk komt iemand aan een loket
en stelt deze vraag. Dan is het: moeilijk, moeilijk, moeilijk,
onvoldoende capaciteit. Vaak wordt er dan verwezen naar bestaande wet-
en regelgeving die dat niet toestaat, terwijl gemeenten de mogelijkheid
hebben om daarvan af te wijken. Maar ja, dat is een procedure. Dan heb
je buren die er mogelijk wat van vinden en dan gebeurt het niet.
De veiligheid zit natuurlijk in het Bouwbesluit. Daar zit
brandveiligheid in. Dat blijft van toepassing. Bouwkwaliteit,
bijvoorbeeld hoeveel vierkante meters je nodig hebt om te voorkomen dat
mensen boven op elkaar komen te zitten, kun je daar natuurlijk ook in
opnemen. Dus dit is een kwestie van kiezen. We hebben wetten en
praktische bezwaren die constant in de weg staan van wat we met elkaar
willen maar niet doen, omdat er altijd redenen zijn om het niet te doen.
Het is mij niet meer gegeven, maar ik was zeker bij u gekomen met
voorstellen. Als je dan helemaal aan de veilige kant wilt zitten, kun
je, net als bij de vakantieparken, zeggen: we doen het voor een aantal
jaar en daarna vervalt de mogelijkheid weer. Je kunt natuurlijk niet
tegen mensen die verbouwd hebben, zeggen dat ze het moeten terugbrengen
in de oude staat, want dan doet niemand het meer. Maar je kunt wel
zeggen dat we dit een aantal jaren toelaten in het kader van de
woningnood.
Voorzitter. In de publicatie die onder anderen door Sanne van Manen
gemaakt is, wordt verwezen naar de duplexwoningen die we gemaakt hebben
na de Tweede Wereldoorlog. We hebben het dus een hele tijd op deze
manier gedaan. Er is echt niets nieuws onder de zon. In mijn ouderlijk
huis kunnen bijvoorbeeld prima twee gezinnen. Als je kijkt naar het
aantal vierkante meters dat al die woningen hebben, vaak met een
voortuintje en een achtertuintje, zie je dat het prima te doen is. Maar
we doen het niet.
De heer Vijlbrief (D66):
Dank aan de minister.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De minister kent artikel 21 vele malen beter dan ik, want ik heb het
niet scherp, maar betekent dit dat het probleem van de
parkeervergunningen en de parkeernormen ook verdwenen is?
Minister Keijzer:
Dat zal je daarin mee moeten nemen. Nu loopt het vaak stuk op het feit
dat er een parkeernorm wordt opgelegd, terwijl er nu bijvoorbeeld twee
personen, een man en een vrouw, in zo'n huis wonen, die ook twee auto's
hebben. Of erger nog, pa en ma wonen er met twee kinderen, met ieder een
eigen auto. Ook hiervoor geldt: willen we het of blijven we beren op de
weg zien? Ik ben van de afdeling "aanpakken en oplossen". Op een gegeven
moment moet je een keertje doorzetten. Dan zal het een keer ergens niet
gaan zoals je had gehoopt, maar dat is nu ook zo. Nu zitten de mensen te
wachten op een huis en woont bijvoorbeeld de dochter boven op zolder,
met haar auto geparkeerd naast die van haar vader. Dit is bijna uit het
leven gegrepen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben gewoon heel blij als we inderdaad meer mogelijkheden zien en meer
mogelijkheden geven. Ik heb vaak de indruk, maar ik hoor graag hoe de
minister hiertegen aankijkt, dat gemeenten het zichzelf ook moeilijk
maken. Ik weet dat Den Bosch fantastische ideeën heeft over
woningsplitsing, maar dat mag dan bij één woning. Bij de twee ernaast
mag het niet.
Minister Keijzer:
In mooi Nederlands: I rest my case.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wat ons betreft is dit een handschoen die heel snel opgepakt moet
worden. Wij zullen daar graag aan meewerken.
De voorzitter:
Waarvan akte. Meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben het van harte eens met de minister. Kijk naar hoeveel mensen er
30 jaar geleden in een woning woonden en vergelijk dat met nu: 2,35
versus 2,1. Dat is met de huidige woningvoorraad een verschil van
900.000 woningen, twee keer het huidige woningtekort. Tel uit je winst.
De minister maakt een soort uitzondering voor de wijken die in het
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid zitten. Er kunnen op
gemeentelijk niveau natuurlijk andere afwegingen zijn bij andere wijken.
Ik weet zelf dat in Den Haag in het verleden — dat was een ander
tijdsgewricht; dat geef ik toe — vanuit het oogpunt van leefbaarheid, en
wetende dat huizen gebouwd waren rond 1900, met hele dunne wandjes en
enorm krappe straten, de parkeerdruk, de fietsendruk en de
leefbaarheidsproblemen serieuze issues waren, zeker in combinatie met de
vele arbeidsmigranten die hier wonen. Dat leidde echt tot problemen.
De voorzitter:
En uw vraag is?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mijn vraag is: op welke manier weegt de minister dit om de gemeenten
hiervoor nog beleidsvrijheid te geven; moeten we dit uniform strakker
gaan regelen en veel meer vergunningvrij gaan splitsen en verkameren, of
moeten we deze afwegingsruimte bij de gemeenten laten? Er zit namelijk
wel een reëel verhaal achter.
Minister Keijzer:
Dat is dus echt aan een nieuw kabinet in overleg met de Kamer. Kijk
bijvoorbeeld naar het Statenkwartier hier in Den Haag, om maar eens iets
te noemen. Daar stonden grote huizen waarin één gezin woonde. Daar
zitten nu meerdere appartementen in. Dat is feitelijk waar het op
neerkomt. De vraag is: wat wil je? Het is uiteindelijk echt aan het
nieuwe kabinet, in overleg met de Kamer, om te bezien of we dit gaan
doen en, zo ja, hoe we dit doen en voor welke delen wel en voor welke
niet. Ik blijf het onverteerbaar vinden dat we overal in Nederland zo
ontzettend veel bestaande voorraad hebben waar één persoon in woont.
Voor de mensen die nu zitten te luisteren en al twitteren "ja, maar daar
ga ik zelf wel over": ja, dat klopt; dit is een mogelijkheid om het te
doen, maar het hoeft niet. Ik houd namelijk niet van een overheid die
eventjes komt vertellen wat u met uw eigen woning moet doen. Dat doen we
al veel te veel.
De voorzitter:
We gaan naar de ruimtelijke keuzes.
Minister Keijzer:
Dan het blokje ruimtelijke keuzes. Het bouwen van woningen is niet iets
wat je geïsoleerd doet. Dat komt met logistiek en wegen, want je moet op
je werk kunnen komen of bij je schoonouders in het weekend. Dat komt met
een stuk leefomgeving, want je wilt het naar je zin hebben in je buurt.
Dat komt met een heleboel zaken. Het Rijk heeft een onmiskenbare rol die
vervuld moet worden in de ruimtelijke ordening en in de ruimtelijke
keuzes die we in dit land moeten maken. Dat is het afgelopen jaar voor
iedereen glashelder geworden.
De heer Van Asten, mevrouw Den Hollander en mevrouw Zalinyan benoemden
in hun inbreng al het belang van het nemen van regie op de ruimte.
Mevrouw Zalinyan zei het mooi: zonder regie ontstaat versnippering en
komt de leefomgeving onder druk te staan. Je zou het zelfs nog scherper
kunnen zeggen: zonder stevige regie op de ruimte gaat het ons niet
lukken om de 100.000 woningen te bouwen, de energietransitie door te
laten gaan, droge voeten te houden, een sterke en concurrerende economie
te zijn, onze defensie op orde te krijgen, de natuur er goed bij te
laten staan en de boeren een toekomstperspectief te geven. De keuzes
zijn groot en de belangen concurrerend, maar niets doen is geen optie.
Dat zou betekenen dat we spelen met de toekomst van onze kinderen en
onze kleinkinderen, mochten die nog een keer komen; ik hoop het.
Geen keuzes maken betekent dat de keuzes ons worden opgedrongen, want de
wereld om ons heen gaat zijn gang. Dat is het slechtste scenario. Met
het concept van de Nota Ruimte ligt er nu een duidelijke richting. De
ruimtelijke belangen van de verschillende departementen zijn hierin
opgenomen en er is geprobeerd om deze in samenhang te brengen. De Nota
Ruimte zal het kader zijn voor de toekomst, waarin alle ruimtelijke
claims en transities bij elkaar worden gebracht en gewogen. De heer Van
Asten zei het mooi: dit is het kompas voor de inrichting van Nederland
in de komende decennia. Zo is het. Dat is ook echt de bedoeling ervan:
doorkijken naar 2050 en stiekem een beetje verder. De Kamer zal daar in
debat met elkaar over komen te praten.
Er zijn 445 inspraakreacties gekomen. Dat is best wat. Dat is niet
alleen een gigantische hoop werk; ik vind het ook een compliment. De
Nota Ruimte leeft dus. Iedereen ziet het belang ervan in en mensen nemen
de moeite om te vertellen wat ze ervan vinden. Al die opmerkingen moet
je goed gaan wegen. Zo sta ik in ieder geval in de wereld. Met alles wat
je weet en alles wat je kan, kom je met een voorstel, maar dat is niet
het einde van de discussie. Vervolgens moet je goed kijken of het ook
klopt wat je gedaan hebt of dat je iets over het hoofd hebt gezien. Dat
is natuurlijk echt aan mijn opvolgers. Ik vind niet dat ik dat nog moet
doen.
De Nota Ruimte heeft ook een ander effect gehad. Ruimtelijke ordening
was namelijk een beetje uit, een beetje weg. Wij dachten dat Nederland
af was. Met deze Nota Ruimte zijn we daar natuurlijk van teruggekomen.
Daardoor is ook het onderwerp weer op het netvlies komen te staan. Maar
nog belangrijker is dat we met alle betrokkenen weer in gesprek zijn om
deze discussie op een goeie manier te voeren; het gaat dan om
waterschappen, provincies, gemeenten, ondernemers, natuurbeheerders en
boeren. Dat vind ik echt winst.
Het is het begin. Het is niet zo dat dit het bouwplan voor de komende
jaren is. Het is namelijk echt iets wat we met elkaar moeten uitwerken,
maar met bestuurlijke dapperheid en in samenhang met alles en iedereen
kunnen we regie geven aan Nederland. Ik heb gezien dat door te
benadrukken wat wél kan, door kritisch naar bestaande wet- en
regelgeving te kijken en door slim te coördineren en te innoveren, we
meer kunnen dan we willen.
In die zin is er wel iets veranderd ten opzichte van de tijd dat ik in
1998 als wethouder Ruimtelijke Ordening begon. In die tijd waren we
bezig om alles te compartimenteren. Dat is ook de tijd waarin het
normaal was dat je niet meer op bedrijventerreinen woonde; dat moest je
scheiden. Nu zijn we daar echt van terug. We zien dat je met 20 miljoen
mensen combinaties zult moeten maken als je ook een florerende economie
wil hebben, als je wil dat er goede natuurgebieden zijn en als je ook
wil dat de voedselzekerheid, die zeker in deze internationaal onstuimige
tijden van het grootste belang is, gewaarborgd blijft.
We zullen in de uitwerking die daar uiteindelijk van komt, tempo moeten
maken. We moeten met elkaar het goeie gesprek blijven voeren om al deze
belangen een plek te kunnen blijven geven.
Voorzitter. Dat was mijn blokje onder ruimtelijke ordening. Ik kijk nog
even naar de heer Van Asten en de heer Vijlbrief, die ik niet meer zie,
inzake de zogenaamde tien nieuwe steden. Het is, denk ik, goed om je te
realiseren dat de meeste van die steden gewoon al een plek hadden in de
Nota Ruimtelijke Ordening. Twee steden ontbreken, maar daar wordt ook op
gemeentelijk niveau al aan gewerkt. De fractie van D66 kan dus gerust
zijn: het is niet alleen een metafoor; ze zaten voor het grootste
gedeelte allemaal al in de ruimtelijke plannen die we met elkaar gemaakt
hebben.
Voorzitter. Dat was het einde van mijn beantwoording. Alles wat ik
schriftelijk van de Kamer gehad heb, heb ik opgenomen in de
schriftelijke beantwoording. Als er nog behoefte is aan debat, dan blijf
ik hier voorlopig nog even staan.
De voorzitter:
Het is altijd prettig om een bewindspersoon te gast te hebben die ook de
Kamer goed kent. Ik wil de minister en haar ambtelijke organisaties ook
danken voor de goede, zorgvuldige voorbereiding. Daardoor is er nog
ruimte voor debat. Daarvoor geef ik nu graag mevrouw Beckerman het
woord.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik kom uit Veenendaal, maar ik kom niet naar voren om het over
Veenendaal-De Klomp te hebben. Sorry, meneer Grinwis, wilde u daarover
doorgaan? Dan kunt u misschien voorgaan.
De voorzitter:
Meneer Grinwis doet zo Veenendaal en u maakt uw punt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Super. Mijn punt ging over Nij Begunwoningen. Ik was benieuwd wat de
minister van dat plan vond. Er is in Groningen een JongerenTop gehouden,
gesteund door het kabinet. Daar werd gezegd: de wooncrisis en zeker de
dubbele wooncrisis — dat is dat als je uit huis gaat je weer in een
kapot en soms zelfs onveilig huis terechtkomt — is voor ons een van de
grootste problemen. Vervolgens is dit niet terechtgekomen in die sociale
of economische agenda. Mijn voorstel was: zet die omissie nou recht en
ga met jongeren aan de slag om een plan te maken. Dat moet natuurlijk
ook lokaal gebeuren, maar omdat het Rijk betrokken is bij Nij Begun was
mijn voorstel: kunnen we niet tot zo'n plan komen?
Minister Keijzer:
Ik hoor mevrouw Beckerman zeggen: het is geen onderdeel geworden van de
sociaal-economische agenda. Maar dat is wel iets wat mijn collega Van
Marum doet. Ik denk dus dat dat de beste plek is om deze discussie met
elkaar te voeren. Het zou toch bijzonder zijn dat als hij aan het werk
is aan Groningen, ik hier even een bypass leg.
Mevrouw Beckerman (SP):
Uiteraard is het niet mijn bedoeling om tweespalt te zaaien in het
kabinet, maar omdat dit de begroting Wonen is — ik zal natuurlijk ook de
begroting Groningen doen — vond ik het wel interessant om dit juist ook
aan deze minister voor te leggen. Deze jongeren worden namelijk geraakt
door een dubbele wooncrisis. Niet dit kabinet, maar het vorige kabinet
heeft gezegd: we moeten toe naar een nij begun, en jongeren krijgen
daarin een stem. Die stem hebben ze gebruikt, maar vervolgens is daar
betreffende die wooncrisis nog geen vervolg op gekomen. Dat lijkt me dus
heel passend binnen deze vergadering.
Minister Keijzer:
En toch: in de Nota Ruimte zijn locaties in Groningen aangewezen. Ik ben
zelf in Groningen geweest bij de start van het Suikerterrein. Daar wordt
van alles gerealiseerd. Er zit ongelofelijk veel geld in de begroting
van deels het ministerie BZK en deels mijn ministerie om ervoor te
zorgen dat al de woningen die daar geleden hebben onder de aardbevingen,
verbeterd worden. Mijn collega Eddie van Marum, de staatssecretaris
Herstel Groningen, is daar ook hard mee aan het werk. Maar het zou niet
goed zijn om hier nu iets af te spreken met mevrouw Beckerman, zonder
dat we daarvan de financiële dekking hebben doorgesproken. Dan denkt
Groningen dat er iets geregeld is, terwijl dat niet het geval is.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, dat kun je Groningen niet aandoen, maar dit is natuurlijk ook het
moment om te debatteren over de begroting van komend jaar, en ook over
waar je als partij heen wil. Voor de SP is dit een heel logisch punt. Ik
sprak een jongedame, die haar hele jeugd in een caravan in de achtertuin
heeft gewoond, omdat het huis onveilig was. Zij dacht: hé, nu kan ik
eindelijk uit huis. Ze kwam in een flat terecht waar je gewoon twee
handen in een scheur kunt stoppen, en er is geen oplossing voor. We
moeten er natuurlijk nog veel harder mee aan de slag om dat op te
lossen, maar daarnaast zou je kunnen zeggen: met deze jongeren bouwen we
aan een nij begun. Het Suikerterrein in de stad is hartstikke mooi, maar
voor heel veel mensen onbetaalbaar. Het is wel echt stads. Dat is er nou
juist ook voor deze jongeren, die trots zijn op het bevingsgebied, en
daar willen blijven wonen.
Minister Keijzer:
Deze situaties ken ik. Die zijn dramatisch; daar doe ik echt niets aan
af. Maar het lijkt mij gewoon niet verstandig om nu te zeggen: we gaan
weer een nieuw plan maken voor Groningen. Staatssecretaris Van Marum is
bezig met het uitwerken van Nij Begun. Dat doet hij op een voortvarende
manier, met heel veel passie en gevoel voor de Groningers ter plekke.
Maar om nu te zeggen: nou, we doen er weer even een nieuw plan bij …
Volgens mij zit niemand in Groningen daarop te wachten. Ze zitten erop
te wachten dat we uitvoeren wat we hebben beloofd. We moeten niet weer
met wat nieuws komen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb een vraag over de grootschalige woningbouwlocaties. Het waren er
aanvankelijk 17. Nu zijn het er 21, geloof ik. Ik heb de volgende vraag
aan de minister. Er zijn nog steeds grootschalige locaties denkbaar. We
hebben onze handen vol aan het ontwikkelen ervan — dat begrijp ik — maar
er zijn nog steeds grootschalige locaties beschikbaar die niet zijn
benoemd in de Nota Ruimte. Veenendaal-De Klomp is vaak genoemd. Aan de
zijde van het treinstation zijn tienduizenden huizen te bouwen. Maar
denk ook aan IJburg II en Almere Pampus. Daartussen zou je IJstad kunnen
ontwikkelen. Ik weet dat de minister buitengewoon prudent is met het
Markermeer. Hoe verhouden dit soort nieuwe, grootschalige
woningbouwlocaties voor de lange termijn zich tot het gegeven dat ze
niet genoemd zijn in de Nota Ruimte? Welke mogelijkheden zijn er om ze
toe te voegen? Of moeten we dat als Kamer zelf expliciet doen?
Minister Keijzer:
Ik heb hier staan: Ede-De Klomp is aangeduid als regionale,
grootschalige woningbouwlocatie en is daarmee opgenomen in de Nota
Ruimte. Die staat er dus in. We hebben in de Nota Ruimte 127 locaties
genoemd, waarvan 21 grootschalig zijn. Vier daarvan zijn nieuw. We
hebben het overal mogelijk gemaakt — ik hoop dat de Kamer dat overeind
laat — dat er bij elk dorp en stadje een wijkje van 100 woningen bij
kan, mits dat een beetje ruimtelijk inpasbaar is, wat al gauw het geval
is. Het risico dat we met elkaar lopen, is dat we er weer wat aan
plakken. Laten we nou met elkaar aan de bak gaan met deze locaties en
niet weer iets nieuws bedenken. Er zullen bij die 445 inspraakreacties
vast voorstellen zitten. Die moet de nieuwe minister uiteindelijk gaan
wegen en in overleg met de Kamer gaan vaststellen: doen we het wel of
doen we het niet? Maar laten we alle energie nu inzetten op wat we
inzichtelijk hebben gemaakt. Dat lijkt mij de beste manier om de
schaarse energie, ambtenaren en bouwstoffen die we hebben zo snel als
mogelijk om te zetten in daken boven de hoofden van mensen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik kan het alleen maar eens zijn met de minister. Tegelijkertijd ben ik
nooit vies van groot denken, en de plannen voor de Markerwaard zijn
ouder dan menig woningbouwplan uit de Nota Ruimte, maar dat
terzijde.
Minister Keijzer:
Laten we dat vooral zo houden.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik wil nog een heel ander punt aan de minister voorleggen. Het ging er
eerder in het debat al over. Even over de financiële positie van
woningcorporaties en de prestatieafspraken, waar eerst eigenlijk 5
miljard over leek te zijn en nu 20 miljard tekortkomt door oplopende
rente en toenemende bouwkosten. Mijn vraag is de volgende. De minister
zegt dat het de komende jaren nog wel meevalt, maar doordat het gaat
knellen, zie je bij steeds meer woningcorporaties dat ze tekortkomen en
een beroep moeten doen op collega's. Er wordt een beroep gedaan op de
onderlinge solidariteit, en de mogelijkheden daartoe zijn beperkt. Kan
de minister misschien toch in een brief nader uiteenzetten wat precies
het probleem is qua tekorten ten opzichte van de prestatieafspraken,
wanneer dat waar gaat knellen en wat een volgend kabinet dus aan opgaven
heeft? Nu hebben we dat heel kort in de antwoorden — waarvoor dank —
maar dat kan iets uitgebreider, denk ik.
Minister Keijzer:
Ja, ik ben er absoluut toe bereid om dat met de Kamer te delen als het
stuk openbaar is. Volgens mij is het nog niet eens helemaal openbaar,
dus we doen het hier van horen zeggen, maar goed, zo gaat dat. Ik denk
dus dat het heel goed is om als het stuk echt openbaar is, dat met de
Kamer te delen en daar een voorlopige analyse over neer te leggen. Als
je uitgaat van de omvang van dit bedrag en je doet niets, is onderlinge
solidariteit ook niet meer voldoende. Wat betekent dat dan? De knoppen
waar je aan kunt draaien, heb ik net opgesomd. Dat is ook geen geheim.
Iedereen met een beetje verstand van de corporatiewereld weet dat. De
vraag is alleen: waar gaat het nieuwe kabinet op inzetten? Het gaat geld
kosten, of het betekent inboeten op ambities. Dit is niet het enige wat
geld gaat kosten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nee, klopt. Dank voor deze toezegging. Ik zie de brief tegemoet. Het is
inderdaad een van de twee: of geld erbij, of inboeten op ambitie.
Dank.
Minister Keijzer:
Ja, of binnen corporaties bezuinigen. Met name die onderhoudskosten zijn
een punt waarvan ik denk dat we daar toch eens een keertje goed naar
moeten kijken met elkaar.
De voorzitter:
Helder.
De heer Van Asten (D66):
De minister begon met "het kan wél". Daarna kwamen ook nog de tien
nieuwe steden, die in vruchtbare aarde waren gevallen. Dan wachten we
natuurlijk op een mals lentebuitje om die te laten ontspruiten. Dat
zullen we dan doen tijdens de bespreking van de Nota Ruimte. Daarover
gesproken: we hebben het er enkele malen over gehad dat we door muren
heen moeten om de woningbouw in Nederland los te krijgen. Ik vroeg me af
hoe we dat nou precies gaan doen. Hoe ziet de minister dat? Als we er
overal wijken bij willen, of misschien wel nieuwe steden of hele nieuwe
stadsdelen, dan zal er ook flink aan de muren van het huis van Thorbecke
moeten worden gesleuteld.
Minister Keijzer:
…
De heer Van Asten (D66):
En om de vraag af te maken …
De voorzitter:
O?
De heer Van Asten (D66):
Ja, er gaat nog één zin komen. Hoe ziet de minister de bevoegdheden die
nu liggen bij de provincies en de gemeentes? Om tempo te maken, zullen
ook daar extra maatregelen moeten worden genomen.
Minister Keijzer:
Alle locaties waar wij het op dit moment over hebben, de straatjes en
wijkjes erbij daargelaten, want daar is nog weleens discussie over … Ik
heb net Cortelande genoemd. Jeetje, nou ben ik die naam weer kwijt.
Gisteren zijn er een aantal uitspraken geweest bij de Raad van State
waarin bestemmingsplannen zijn goedgekeurd die bij elkaar optellen tot
11.000 woningen. Er is dus écht wat in beweging, dames en heren. Dat is
goed. Maar over al die locaties is bijna geen discussie meer: daar wil
men bouwen. Daarvoor geldt: zorg nou dat je aan het begin niet weer
helemaal het Bbl ter discussie stelt. Bouw gewoon conform Bbl. Zorg dat
ook de helft in de fabriek geproduceerd is. We hebben met elkaar 50%
afgesproken. Het zijn prachtig mooie woningen; de kwaliteit is tiptop.
Maar het kan sneller en goedkoper. Doe dat dan ook. Inmiddels hebben
acht prototypes een goedkeuringsstempel gekregen. Daarvoor hoeft een
ambtenaar niet meer te bekijken of het wel conform de eisen is. Doe dat
dan ook.
Er zijn hier een aantal ideeën genoemd. De heer Grinwis had het over
bezwaaruitzonderingen voor bouwvergunningen die al goedgekeurd zijn in
het omgevingsplan. Ik vind dat een interessant idee. Dat is alleen niet
meer aan mij. Als onherroepelijk vaststaat dat er gebouwd mag worden
conform het omgevingsplan, waar ga je het dan nog over hebben met
elkaar? Of het wel conform Bbl is, of conform de technische eisen? Of
het wel mooi is? Iedereen weet dat de Raad van State uiteindelijk niet
treedt in de vraag of iets mooi is. Als er een welstandsadvies ligt, is
het oké en kunnen we door. Dat houdt de procedure alleen wel een jaar
op. Hier zitten met name de kansen om iets te doen. De Omgevingswet in
combinatie met de Wet regie geeft de minister van VRO de bevoegdheid om
op een gegeven moment in te grijpen.
Tot slot, voorzitter. We hebben in de Woontopafspraken ook met elkaar
afgesproken om te gaan werken met versnellingstafels. Als iets te lang
duurt, komt het op de versnellingstafel. Als dat op een gegeven moment
niet snel genoeg gaat, kan men zich melden bij de minister van VRO. Dan
is het te hopen dat ook de volgende minister een beetje ballen en lef
heeft om dan gewoon in te grijpen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Nog één puntje. Ik heb antwoord gekregen op mijn vragen over erfdelen,
over agrarische bedrijven die misschien mooie appartementen en woningen
kunnen bouwen in de stallen. Daarover wordt gezegd dat er een
actieleerprogramma is. Daarmee schijnt de weg geplaveid te worden. Maar
dan lees ik in de laatste zin de woorden "ambtelijke capaciteit". Als we
weten dat dat misschien het enige probleem is, kunnen we daar dan niet
iets op vinden? Of denkt de minister daar allang over na?
Minister Keijzer:
Ook hiervoor geldt dat het uiteindelijk aankomt op de vraag of er
voldoende slimme koppen en handige handen zijn om de procedures te laten
draaien. Daar komt het uiteindelijk altijd op neer. Het is niet zo
ingewikkeld. Het is prima te organiseren, maar de vraag is of je
uiteindelijk ook de procedure draaiende en de vergunning verleend
krijgt. Ook hiervoor geldt: als dat op een gegeven moment niet werkt,
kun je nadenken over een situatie waarin je zaken dereguleert, waardoor
het makkelijker wordt. Ik heb het volgens mij nog niet gezegd vandaag,
maar wij hebben ons als Nederland echt wel in een hoek geschilderd als
het gaat om alle wet- en regelgeving die we met elkaar hebben. Elke
regeling heeft een ontstaansgeschiedenis en iemand die 'm verdedigt,
maar alles bij elkaar opgeteld frustreert het ongelofelijk en maakt het
dat alles heel erg lang duurt.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Daar noemt de minister natuurlijk een heel belangrijk feit. Ik noemde
het voorbeeld uit Nistelrode, maar er zullen vast meer voorbeelden zijn.
Dit is dus wel al ergens gerealiseerd. Je zou dan denken: goed voorbeeld
doet goed volgen, copy paste.
Minister Keijzer:
Ja, dat zou je denken, maar helaas is dat niet altijd zo. Daar kunnen
allerlei redenen voor zijn. Soms is een situatie echt anders, of heeft
men het idee: het is niet hier bedacht, dus het zal wel niet kloppen.
Dat is heel jammer, want ook hier liggen gigantische kansen om
uiteindelijk dingen toe te voegen. Dan gaat het weliswaar maar over een
kleine hoeveelheid woningen, maar als je dat overal in Nederland doet,
maken kleine beetjes toch iets groters. Toch is dit iets wat op
gemeentelijk niveau niet altijd tot resultaat leidt, met alle redenen
die er daarvoor kunnen zijn.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja, tot slot. Ik weet dat de inzet van Senioren Brabant-Zeeland geweest
is om in ieder geval dit thema op te nemen in de woonvisie per gemeente.
Zij hebben erop aangedrongen om dat in alle woonvisies te doen. Want bij
voorbaat zeggen "erfdelen gaan wij niet doen" is natuurlijk ontzettend
dom.
Minister Keijzer:
Ja, dat soort kwalificaties zijn eerder aan Kamerleden dan aan
ministers, maar ik zou soms ook wat meer inventiviteit en creativiteit
verwachten.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Wij willen allereerst de minister danken voor de beantwoording van alle
vragen in de eerste termijn en voor de inbreng van zojuist. Wij zijn
alleen nog niet helemaal tevreden over de beantwoording over de
inkomensafhankelijke huurverhoging. De minister zegt natuurlijk terecht:
we kunnen mensen niet uit de woning zetten, want er zijn geen
vervangende woningen. Daarom vindt de VVD dat er in ieder geval meer
gebouwd moet worden. Maar zou de minister niet wat meer inzet kunnen
plegen om de vrijblijvendheid van de corporaties om die
inkomensafhankelijke huurverhoging door te voeren aan de kaak te stellen
en te zorgen dat daar meer actie op wordt gezet?
Minister Keijzer:
Het is een bevoegdheid van corporaties. Het hoeft niet. Je kunt het
natuurlijk wettelijk verplichten, maar ook dat is echt aan een volgend
kabinet.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Op zich is het prima als corporaties hun eigen beleid bepalen. Maar
deelt de minister niet met ons dat het dan ook aan de overheid is om op
andere manieren extra geld bij te passen zolang deze mogelijkheden niet
voldoende worden benut door de corporaties?
Minister Keijzer:
We zitten in een situatie waarin corporaties onvoldoende middelen hebben
om datgene te doen wat ze moeten doen, namelijk het verduurzamen van de
bestaande voorraden en het bouwen van 30% sociale huurwoningen. Als u
mij dan vraagt of het verstandig is om dat wettelijk te verplichten, is
mijn antwoord: ja. Maar daar heeft u niks aan, want ik ben demissionair
demissionair. Ik zou dus zeggen: regel het aan de formatietafel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn
van de zijde van het kabinet. Ik schors enkele ogenblikken, waarna we
verder zullen gaan met de tweede termijn van de zijde van de Kamer. De
vergadering is kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan … De heer Vijlbrief? De
heer Van Asten? U ziet af van uw spreektijd in tweede termijn? Dan is
het woord aan mevrouw Den Hollander voor haar inbreng in tweede termijn
bij de behandeling van de begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening. U heeft het woord.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Heb ik één minuut, voorzitter? Zie ik dat goed? Oké, dan gaan we heel
snel.
Voorzitter. In de eerste termijn hebben wij als VVD vooral de aandacht
gevestigd op het grote tekort aan woningen. Wat ons betreft zit de
oplossing niet in het herverdelen van de bestaande voorraad, maar in het
extra bouwen. De VVD roept al jaren "bouwen, bouwen, bouwen". Dat blijft
voor ons heel erg belangrijk.
Wij hebben net nog een vraag gesteld over de inkomensafhankelijke
huurverhoging. Wij overwogen een motie daarover, maar wij zouden willen
kijken of wij een toezegging vanuit het ministerie kunnen krijgen dat
wij deze zomer een terugkoppeling krijgen over of en hoe het
vrijblijvende karakter van die huurverhoging af kan worden gehaald. Als
we die binnenkrijgen, dan is dat voor ons voldoende, want het
scheefwonen moet opgelost worden.
Daarmee is het voldoende voor deze tweede termijn. Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel, mevrouw Den Hollander. Dan is het woord aan de heer
Mooiman voor zijn inbreng in tweede termijn namens de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Nogmaals dank aan de minister voor de
beantwoording van de vragen die we nog hadden. Ik ga gelijk over naar
het indienen van de moties. Ik zal van tevoren wat toelichting geven bij
de moties.
Voorzitter. Allereerst de motie omtrent taakstelling, waar natuurlijk al
een tijd discussie over is. Wat ons betreft is het goed wanneer het
kabinet zijn voornemen doorzet om die taakstelling af te schaffen
gelijktijdig met de wet verbod voorrang statushouders. Daarom de
volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering al geruime tijd het voornemen heeft om de
wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders af te
schaffen;
overwegende dat het wenselijk is om de taakstelling gelijktijdig af te
schaffen met de invoering van het wetsvoorstel schrappen voorrang
statushouders;
verzoekt de regering zo snel mogelijk de nodige maatregelen te nemen om
de gemeentelijke taakstelling voor de opvang van statushouders af te
schaffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 15 (36800-XXII).
De heer Mooiman (PVV):
Voorzitter. Dan een motie omtrent woningbouwplannen die worden gehinderd
door provinciaal omgevingsbeleid. We stellen hier met elkaar regels en
ambities vast om zo snel mogelijk nieuwe betaalbare woningen te bouwen,
maar we zien dat een aantal provincies … Ik heb in mijn eerste termijn
al de provincie Zuid-Holland als voorbeeld genoemd. Die zegt: een
straatje erbij is maximaal 1,5 hectare. Het PBL rekent met vijftien
woningen per hectare, dus dan word je flink beperkt. Dat lijkt ons niet
goed. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het voorkomt dat gemeentelijke woningbouwplannen
worden gehinderd door provinciaal omgevingsbeleid dat haaks staat op
landelijk beleid;
overwegende dat het niet bevorderlijk is voor het oplossen van de
woningcrisis als er fundamentele verschillen zitten tussen provinciaal
en landelijk beleid;
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat provinciaal
omgevingsbeleid de woningbouwdoelstellingen niet nadelig
beïnvloedt;
verzoekt de regering per provincie te analyseren in hoeverre en welke
provinciale regels de ruimte voor woningbouw beperken ten opzichte van
landelijk beleid, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 16 (36800-XXII).
De heer Mooiman (PVV):
Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering verspreid over Nederland tientallen
doorbraaklocaties en regionale grootschalige woningbouwlocaties heeft
aangewezen waar de woningbouw moet worden versneld;
overwegende dat er tot op heden nog niet voor alle aangewezen locaties
concrete plannen tot ondersteuning zijn gepresenteerd;
verzoekt de regering per locatie met concrete voorstellen te komen in
een plan van aanpak om alle aangewezen doorbraaklocaties en regionale
grootschalige woningbouwlocaties van ondersteuning te voorzien,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 17 (36800-XXII).
De heer Mooiman (PVV):
Voorzitter, dan de volgende.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de provincie Zuid-Holland in november 2025 liet weten
niet akkoord te kunnen gaan met het Plan Park Weidevogel te Koudekerk in
de gemeente Alphen aan den Rijn, omdat het gaat om bouw buiten bestaand
stads- en dorpsgebied;
overwegende dat er lokaal veel draagvlak is voor woningbouw en de
opstelling van de provincie Zuid-Holland niet bijdraagt aan het oplossen
van de woningnood in het dorp Koudekerk;
verzoekt de regering om met de provincie Zuid-Holland in gesprek te gaan
en de provincie te bewegen om woningbouw in Koudekerk doorgang te laten
vinden en hiertoe zo nodig instrumentarium in te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 18 (36800-XXII).
De heer Mooiman (PVV):
Voorzitter. Dan nog iets ten aanzien van de makelaarsdiscussie, de
situatie omtrent de makelaardij. Eerder zijn natuurlijk twee moties
ingediend en aangenomen over het biedlogboek en over het in het leven
roepen van een kwaliteitsstandaard voor de makelaardij. We zien dat er
nog de nodige struikelblokken liggen; vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat na uitgebreid overleg met betrokken partijen in de NTA
8061 minimale eisen aan het uniform biedproces en biedlogboek zijn
vastgelegd, maar niet alle partijen zich hieraan hebben
gecommitteerd;
overwegende dat het noodzakelijk is om met de relevante partijen in
gesprek te blijven om de transparantie in het biedproces te
verbeteren;
verzoekt de regering om binnen twee maanden met de Vereniging Eigen
Huis, Vastgoed Nederland, de NVM en andere relevante partners in gesprek
te gaan om de knelpunten te adresseren met als doel alsnog te komen tot
een uniform biedproces dat voor iedere koper inzichtelijk en
controleerbaar is, en de Kamer te informeren over de uitkomsten;
verzoekt de regering tevens als alternatief een eerste inventarisatie te
maken van passende wet- en regelgeving teneinde het biedproces te
uniformeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 19 (36800-XXII).
De heer Mooiman (PVV):
Tot slot, voorzitter. Een aantal partijen, waaronder onze partij, heeft
het in de bijdrage natuurlijk gehad over de verhogingen van de sociale
huur die eraan komen. Die moeten wat ons betreft bevroren worden. Daarom
de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat huurders in de sociale huursector vanaf 1 juli 2026
een huurverhoging tegemoet kunnen zien van maximaal 4,1%;
overwegende dat het van belang blijft om de woonlasten van alle sociale
huurders te verlichten;
overwegende dat corporaties geen winstoogmerk hebben en de
vennootschapsbelasting voor corporaties de sector jaarlijks ongeveer 1,5
miljard euro kost;
verzoekt de regering om de huren voor 2026 te bevriezen en corporaties
tegemoet te komen door de vennootschapsbelasting te schrappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 20 (36800-XXII).
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag over de motie over het biedlogboek. De heer Mooiman is
daar al vaker mee aan de slag geweest en ik ben het op dat punt met hem
eens. Ik heb zelf ook een motie liggen en ik wil even kijken of die
hetzelfde doel behelst als die van de heer Mooiman, want dan is het niet
nodig dat ik mijn motie indien. Wij willen komen tot een richtlijn die
het verbiedt om tussentijds naar biedingen te kijken. Daarmee krijg je
namelijk vaak dat mensen nog een extra bod kunnen doen, wat een
prijsopdrijvende werking heeft. Dat is ook naar aanleiding van een
bericht van de NVM in de afgelopen periode. Is dat ook wat de motie van
de heer Mooiman behelst? Of heeft hij een andere aanvliegroute? In dat
geval kan mijn motie misschien een toevoeging zijn. Als dat niet het
geval is, ben ik altijd bereid om die motie niet in te dienen. Dan
kunnen we met de motie van de heer Mooiman aan de slag.
De heer Mooiman (PVV):
Dat is een goede vraag. De motie is inderdaad meerledig. Enerzijds gaat
die over het biedlogboek en de eisen die daaraan worden gesteld om
ervoor te zorgen dat het voor iedere koper inzichtelijk is en dat het
proces transparanter wordt. Anderzijds gaat het over de discussie over
de wettelijke kwaliteitsstandaard, zoals opleidingseisen, tuchtrecht
enzovoort. Die discussie is natuurlijk ook al eerder gevoerd. De
discussie over het tussentijds inzichtelijk maken van biedingen door
makelaars wordt daar wat ons betreft ook in betrokken.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat ik dan mijn motie indien om dat nog extra duidelijk te
maken. Dan horen we wel van de minister wat daaruit komt. Ik kan dan
altijd achteraf de motie nog intrekken, mocht de minister daar
voortvarend mee aan de slag willen gaan.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Mooiman. Het woord is aan de heer Vermeer voor zijn
inbreng in de tweede termijn namens de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen moties. We hebben het net even kort
gehad over die instructieregel voor de recreatieparken. Ik wil echt de
gemeenten oproepen om de handhaving en de dwangsommen te stoppen in de
tussenliggende periode. Er worden op allerlei manieren voor allerlei
urgentiedoelgroepen flexwoningen, hotelopvang en zelfs cruiseschepen
afgehuurd. Volgens mij moet dat ook kunnen als iemand op een
recreatiepark zit en daar echt weg moet, omdat dat nu eenmaal zo
afgesproken is. Er moet wel een alternatief zijn voor deze mensen.
Anders is het onmenselijk om ze dwangsommen op te leggen, waardoor ze
schulden, stress en allerlei gezondheidsproblemen krijgen. Mijn omroep
aan de gemeentes is: doe dit op een humane manier. Als het niet op een
goede manier opgelost kan worden, gedoog dan het wonen op een
recreatiepark.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Het woord is aan de heer De Hoop voor zijn
inbreng in de tweede termijn namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik begin met een motie die gaat over de staatssteunregels
van de Europese Unie. We hebben in de Kamer al vaker moties aangenomen
om het ministerie ertoe te bewegen om daar snel mee aan de slag te gaan.
Ik vind dat de minister dat nog iets meer kan doen. Meerdere fracties
vinden dat. Vandaar deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie de staatssteunregels voor de
middenhuur heeft versoepeld;
overwegende dat corporaties hierdoor veel meer middenhuurwoningen kunnen
bouwen, mits de Nederlandse wetgeving daarop snel wordt aangepast;
verzoekt de minister voor de zomer met een voorstel naar de Kamer te
komen om geborgde financiering van middenhuurwoningen door corporaties
mogelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop, Beckerman, Grinwis,
Flach en Van Brenk.
Zij krijgt nr. 21 (36800-XXII).
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dan een motie die gaat over de interruptie die ik net pleegde bij
collega Mooiman.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat starters nauwelijks een woning kunnen kopen;
overwegende dat de woningprijzen worden opgedreven doordat makelaars en
verkopers tussentijds inzicht hebben in biedingen;
constaterende dat de minister aangeeft hier geen regie op te willen
nemen;
verzoekt de regering met brancheorganisaties tot een richtlijn te komen
die tussentijds naar biedingen kijken verbiedt om het opdrijven van
prijzen te stoppen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop en Beckerman.
Zij krijgt nr. 22 (36800-XXII).
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De laatste motie die ik heb, gaat over het tegengaan van
discriminatie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aandeel verhuurbemiddelaars dat meegaat in een
discriminerend verzoek is gestegen;
verzoekt de regering om met brancheorganisaties tot een
vergunningsplicht en centraal register voor makelaars te komen, zodat
discriminerende makelaars kunnen worden aangepakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop, Beckerman en Van
Brenk.
Zij krijgt nr. 23 (36800-XXII).
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik heb nog een slotwoord richting de minister, want dit is
haar laatste begroting als minister van Volkshuisvesting. We hebben op
inhoudelijk vlak best vaak de degens gekruist. De eerlijkheid gebiedt te
zeggen dat we het niet heel vaak met elkaar eens waren, bijvoorbeeld als
het gaat over de Wet betaalbare huur, de Wet regie en de nestkastjes,
waar ik al bijna niet meer over durf te beginnen bij deze minister. Er
zijn weleens mensen die de politiek saai vinden, maar een debat met
minister Keijzer is nooit saai. Het is altijd leuk. Ook al zijn we het
inhoudelijk best vaak niet met elkaar eens geweest, ik heb wel gezien
dat deze minister met volle overtuiging en vanuit haar idealen heeft
geprobeerd om de woningbouw op gang te krijgen. Dat verdient heel veel
waardering, ook al ben ik het niet altijd met haar eens. Ik hoop dat zij
daar in de komende periode ook nog mee aan de slag zal gaan. Daar ga ik
in zekere zin ook van uit.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Hoop. Het woord is aan mevrouw Zalinyan, die
tevens spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid in
de tweede termijn.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik zou graag drie moties willen indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de beschikbaarheid van betaalbare grond een
belangrijke randvoorwaarde is voor woningbouw, energietransitie en
andere maatschappelijke opgaven;
constaterende dat er na de aangenomen motie-Gabriels c.s. van oktober
2024 nog geen plannen zijn gepresenteerd;
overwegende dat versnipperd grondeigendom, grondspeculatie en stijgende
grondprijzen deze maatschappelijke opgaven vertragen en duurder
maken;
overwegende dat een publieke grondbank kan bijdragen aan doelmatige
uitgifte van gronden ten behoeve van het algemeen belang;
verzoekt de regering om een nationale grondbank op te richten in
samenwerking met decentrale overheden, die gronden kan verwerven en
uitgeven ten behoeve van maatschappelijke doelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 24 (36800-XXII).
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dan mijn motie over grond voor coöperaties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering de inrichting van een grondfaciliteit
verkent en een landelijke integrale grondbank word onderzocht om
gemeenten te ondersteunen bij woningbouw;
constaterende dat wooncoöperaties in de praktijk vaak moeilijk toegang
hebben tot grond;
overwegende dat wooncoöperaties bijdragen aan betaalbaar wonen,
alternatieve woonvormen en uitvoering van de woningbouwopgave;
overwegende dat toegang tot rijksinstrumenten essentieel is om deze
coöperatieve initiatieven een reële positie te geven binnen de
woningbouwopgave;
verzoekt de regering te verkennen hoe de rijksgrondfaciliteit
wooncoöperaties kan ondersteunen bij de risicodeling van grondaankopen
en wooncoöperaties te betrekken bij een op te richten grondbank, en de
Kamer hierover voor de zomer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan en Beckerman.
Zij krijgt nr. 25 (36800-XXII).
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
En nog de derde.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij gebiedsontwikkeling de inbrengwaarde van grond
wordt vastgesteld op basis van de verwachtingswaarde, waarbij
bestemmingswijzigingen een prijsopdrijvend effect hebben;
overwegende dat deze praktijk leidt tot hogere publieke kosten,
verminderde betaalbaarheid van wonen, een onevenwichtige verdeling van
waardestijgingen en vertraging van woningbouwprojecten;
overwegende dat het hanteren van de gebruikswaarde van grond, gebaseerd
op het feitelijk en planologisch toegestane huidige gebruik, beter
aansluit bij het uitgangspunt dat door de overheid gecreëerde
waardestijgingen ten goede komen aan de samenleving en publieke kosten
drukken;
verzoekt de regering om het toepassen van de gebruikswaarde zo spoedig
mogelijk juridisch te borgen, met het oog op het versnellen van
woningbouw en betaalbaar bouwen, en de Kamer voor de zomer te informeren
over de daarvoor benodigde wettelijke en beleidsmatige stappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 26 (36800-XXII).
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
In reactie op de laatste motie van collega Zalinyan: dit is interessant.
Wij maken ons denk ik druk over hetzelfde probleem. Wij willen
speculatie en te hoge grondprijzen tegengaan. Door de gebruikswaarde af
te zetten tegen de huidige waarde onder de huidige bestemming bestaat
tegelijkertijd ook het risico dat agrariërs denken: op deze manier ga ik
mijn grond niet meer verkopen. Hoe ziet mijn collega dit risico? Dan kom
je toch uit bij onteigening. Als je uitkomt bij onteigening, kom je
uiteindelijk waarschijnlijk ook uit bij een hogere grondwaarde. Ik zal
daar zo meteen een eigen motie over indienen; we hebben het al even
gedeeld. Maar is dat risico wel voldoende getackeld in de motie van mijn
collega?
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dat is een hele mooie vraag. Wethouders lopen juist heel erg aan tegen
de vaststelling van de inbrengwaarde. Stel dat een ontwikkelaar twintig
jaar geleden grond heeft aangekocht voor bijvoorbeeld €2 en twintig jaar
lang gewacht heeft totdat de grond meer waard is geworden. Ik denk dus
dat het helemaal niet gaat om de vraag of we een agrariër raken of
iemand anders. Het gaat er hier om dat je de werkelijke gebruikswaarde
op dit moment neemt en dat een publieke functiewijzing, waartoe een
gemeenteraad besluit, niet tot gevolg heeft dat de waarde van de grond
stijgt, waardoor betaalbaar wonen überhaupt in het geding komt.
De voorzitter:
Tot zover. Dank u wel, mevrouw Zalinyan. Nu is het woord aan mevrouw
Steen voor haar inbreng namens de CDA-fractie in tweede termijn.
Mevrouw Steen (CDA):
Dank, voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording van onze
vragen en het debat van vandaag. Ik denk dat we hebben geconcludeerd dat
de woningbouwopgave eigenlijk een gemeenschapsopgave is, en dat we in de
geest van Stork ook verantwoordelijkheid moeten nemen en bewust moeten
kiezen voor het bouwen aan gemeenschappen. Daartoe dien ik de volgende
motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het tekort aan onzelfstandige woonruimten voor studenten
groot is, ook in middelgrote steden;
overwegende dat de bouw van studentenkamers in veel gemeenten wordt
belemmerd door eisen, grondbeleid en regels rond verkamering en
splitsing;
overwegende dat gespecialiseerde studentenhuisvesters vaak niet actief
zijn buiten de grote studentensteden, terwijl woningcorporaties in
middelgrote steden niet altijd beschikken over de specifieke kennis en
ervaring die nodig is voor studentenhuisvesting en de regie nu
versnipperd is;
overwegende dat de samenwerking en kennisuitwisseling tussen
gespecialiseerde studentenhuisvesters en corporaties een vliegwieleffect
kunnen creëren voor de bouw van studentenkamers op een manier die
aansluit bij de lokale omstandigheden;
verzoekt het kabinet een ondersteuningsprogramma studentenhuisvesting in
te richten, gericht op gemeenten buiten de G4, waarin gespecialiseerde
huisvesters en gemeenten structureel kennis en expertise delen met
gemeenten en woningbouwcorporaties die minder ervaring hebben met
studentenhuisvesting, met als doel de bouw van onzelfstandige woonruimte
voor studenten te versnellen;
verzoekt het kabinet deze aanpak te verankeren in de actualisering van
het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Steen, De Hoop, Peter de Groot,
Grinwis en Vijlbrief.
Zij krijgt nr. 28 (36800-XXII).
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Ik deel nog één reflectie als het gaat over de vier
verstedelijkingslocaties. We hebben het erover gehad en de vragen zijn
ook beantwoord. Volgens mij kunnen we concluderen dat deze locaties zijn
gestimuleerd om een aanvraag te doen. Maar toen zij uiteindelijk
aangewezen waren, zijn er toch andere keuzes gemaakt omtrent de
financiering. Die zijn daardoor tussen wal en schip gevallen. Ik wil
graag de volgende reflectie hierover delen. Het is belangrijk dat we
zaken samendoen en dat het Rijk, decentrale overheden, corporaties en
bouwers dit met elkaar doen. Dan is een belangrijke voorwaarde dat je
zegt wat je doet maar ook dat je doet wat je zegt. In dit geval heeft
het ertoe geleid dat deze vier verstedelijkingslocaties geen geld meer
hebben voor hun infrastructurele maatregelen, die ze een hele zomer lang
hebben doorgerekend. Volgens mij kan dit beter. Dat gun ik ons allen in
de komende tijd ook.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Steen. Het woord is aan de heer Clemminck voor zijn
inbreng namens JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de minister voor de
beantwoording van de vragen. Daarmee natuurlijk ook dank aan de
ambtelijke ondersteuning van de minister.
Voorzitter. Ten aanzien van biobased bouwen heeft de minister mij echter
nog niet overtuigd met haar beantwoording. Naar mijn inzicht is biobased
bouwen toch echt 10% tot 30% duurder dan normaal bouwen. Ik verwijs
onder andere naar het artikel van Nieuwsuur en de NOS daarover. De
minister is het vast met me eens: als de NOS het zegt, dan zal het wel
waar zijn. Ik overweeg dus om daar nog een amendement over in te dienen.
Volgens mij is het nu tijd om de betaalbaarheid van woningen te laten
prevaleren boven biobased bouwen.
Voorzitter. Ik heb twee moties. Mijn allereerste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat volgens inschattingen minstens 100.000 sociale
huurwoningen illegaal worden onderverhuurd;
overwegende dat in tijden van woningnood misbruik onacceptabel is;
overwegende dat de aanpak van deze woonfraude door woningbouwcorporaties
en gemeentes veel strikter moet dan nu het geval is;
verzoekt het kabinet om samen met woningbouwcorporaties en gemeentes een
actieplan woonfraude op te stellen en hiervoor voldoende middelen te
reserveren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 29 (36800-XXII).
De heer Clemminck (JA21):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een duidelijk, feitelijk zicht op het aantal sociale
huurwoningen dat illegaal wordt onderverhuurd, ontbreekt;
overwegende dat onderzoek van het AD uit 2025 uitwijst dat er signalen
zijn dat bij het plegen van woonfraude ook statushouders zijn
betrokken;
verzoekt het kabinet om bij het ontwikkelen van het verhuurregister ook
een registratiesysteem woonfraude in te stellen, waarin een onderscheid
wordt gemaakt tussen verschillende groepen verhuurders,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 30 (36800-XXII).
Dank u wel. Het woord is aan meneer El Abassi, voor zijn inbreng namens de fractie van DENK in tweede termijn.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Ik merk dat mijn jasje steeds moeilijker dichtgaat, maar
goed.
De voorzitter:
Dat hebben we allemaal na de feestdagen, meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Gelukkig is het binnenkort ramadan. Dat is een goed moment om af te
vallen, denk ik.
Voorzitter. Ik begin meteen met drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat jaarlijks tienduizenden sociale huurwoningen worden
gesloopt;
overwegende dat sloop leidt tot verdringing van bewoners en verlies van
betaalbare woningen;
verzoekt de regering om sloop van sociale huurwoningen alleen toe te
staan indien gelijkwaardige, betaalbare sociale huur in dezelfde wijk
wordt teruggebouwd, met terugkeergarantie voor bewoners,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 31 (36800-XXII).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat per 1 juli 2026 de maximale huurverhoging in de
sociale huursector wordt vastgesteld op het gemiddelde inflatiecijfer
over drie jaar vermeerderd met 0,5 procentpunt, wat uitkomt op
4,1%;
overwegende dat het hanteren van het meerjarig inflatiegemiddelde reeds
zorgt voor voorspelbaarheid en stabiliteit;
overwegende dat de extra opslag van 0,5% leidt tot hogere woonlasten
voor sociale huurders en niet noodzakelijk is voor
voorspelbaarheid;
verzoekt de regering de maximale huurverhoging in de sociale huursector
per 1 juli 2026 vast te stellen op uitsluitend het gemiddelde
inflatiecijfer, 3,6%, en de opslag van 0,5 procentpunt te laten
vervallen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 32 (36800-XXII).
De heer El Abassi (DENK):
Dan mijn laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de doelstelling was om uiterlijk in 2026 geen
corporatiewoningen meer te hebben met een slechte onderhoudskwaliteit,
waaronder woningen met vocht- en schimmelproblemen;
constaterende dat de minister stelt dat ook in 2027-2028 nog duizenden
woningen gerenoveerd of gesloopt moeten worden en de doelstelling
daarmee niet wordt gehaald;
overwegende dat in deze woningen gezinnen en kinderen dag in, dag uit
schimmel inademen, met ernstige gevolgen voor hun gezondheid;
verzoekt de regering om schimmel- en vochtproblematiek aan te merken als
acute gezondheidsdreiging en onmiddellijk in te grijpen met verplichte
renovatie of tijdelijke herhuisvesting waar nodig,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 33 (36800-XXII).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Bij afwezigheid van de heer Flach, die namens zijn fractie
de onvolprezen Grüne Woche in Berlijn bijwoont, geef ik het woord aan de
heer Diederik van Dijk. Hij levert zijn inbreng in tweede termijn namens
de fractie van de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik vond het inderdaad mooi om mijn collega Flach
hier een poosje te mogen vervangen. De commissie is leuk, de minister is
sympathiek en de thematiek is boeiend. Al was het soms wat technisch,
het gaat wel om dossiers die het dagelijks leven van mensen bepalen. Het
is algemeen bekend dat politici goed zijn in het bouwen van
luchtkastelen, maar we zullen hier moeten tonen dat we ook in staat zijn
om de echte woningbouw een boost te geven en te beseffen dat, als we
niets doen aan het zeer hoge migratiesaldo, daar niet tegenop valt te
bouwen.
Voorzitter. Ik heb een motie over de starterswoningen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met het amendement-Flach c.s. (36850-XXII, nr. 8) 57
miljoen euro is toegevoegd aan de Woningbouwimpuls en dat ook na
eventuele aanname van twee amendementen op de voorliggende begroting
(36800-XXII, nrs. 13 en 14) extra middelen beschikbaar blijven;
overwegende dat hiermee de bouw van starterswoningen gestimuleerd moet
worden, waarbij het publieke financiële tekort vaak hoog is;
verzoekt de regering te bezien hoe dit budget zo veel mogelijk specifiek
besteed kan worden aan de bouw van woningen voor starters, bijvoorbeeld
middels aanpassing van de voorwaarden of toetsingscriteria, en de Kamer
daarover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en
Flach.
Zij krijgt nr. 34 (36800-XXII).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Voorzitter. Ik ga ervan uit dat er nog een appreciatie van de
amendementen komt.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Het woord is aan de heer Grinwis voor zijn
inbreng in de tweede termijn namens de fractie van de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank. Dank aan de minister, ook voor de vele aanbevelingen
aan haar opvolger; het is leuk dat zij die geeft.
Ik heb een drietal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de prijs van verworven grond van grote invloed is op
de financiële haalbaarheid en het tempo van woningbouw en er brede
politieke en maatschappelijke consensus bestaat over het tegengaan van
speculatieve grondhandel en daarmee samenhangend te hoge
grondverwervingsprijzen;
overwegende dat de invoering van een planbatenheffing complex is, tot
onzekerheid bij project- en gebiedsontwikkelaars en woningcorporaties
leidt en het risico op vertraging van woningbouwprojecten vergroot, met
name doordat de kans toeneemt dat agrarische eigenaren hun grond niet
meer vrijwillig willen verkopen;
overwegende dat bepaling van de waarde van de verworven gronden op basis
van de residuele methode, waarbij de waarde wordt afgeleid van de
opbrengst van de ontwikkeling minus de kosten daarvan, speculatief hoge
verwervingsprijzen uitbant, maar de verwerving van gronden niet zal doen
stagneren, waarmee verruiming van het kostenverhaal door invoering van
de residuele waarde de snelst en best uitvoerbare methode is met de
minste nadelen;
constaterende dat de residuele methode ook in het rapport van de
adviesgroep STOER wordt aanbevolen;
verzoekt de regering om het waardebepalingsvoorschrift, artikel 8.17 van
het Omgevingsbesluit, aan te passen en de inbrengwaarde van grond vanaf
1 januari 2027 te bepalen op basis van de
residuelewaardemethodiek,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Den Hollander en
Vijlbrief.
Zij krijgt nr. 35 (36800-XXII).
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag die volgens mij verwacht werd. Ik ben heel erg benieuwd
hoe de heer Grinwis kijkt naar de koppeling van de planbatenheffing en
de residuele waarde aan de agrarische gronden en ook hoe de residuele
waarde hierin wordt ingezet. De residuele waarde komt immers pas aan de
orde als de overeenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente al
gesloten is en het gaat over de verdeling van kosten. Hoe denkt de heer
Grinwis dus speculatie tegen te gaan?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voor het uitgebreide antwoord verwijs ik eigenlijk naar het rapport van
de adviesgroep STOER, die dit helemaal heeft beschreven en uiteindelijk
tot de afweging gekomen dat de methode van de berekening van de
residuele waarde beter is dan het idee van de planbatenheffing maar ook
beter dan de methode die nu vaak wordt toegepast, namelijk de
comparatieve methode. Als je de residuele waarde als leidraad neemt en
het Omgevingsbesluit dus aanpast, zoals ik verzoek, zet je als het ware
een nieuwe standaard waarmee je speculatie eigenlijk uit de grondmarkt
haalt. Maar tegelijkertijd maak je het voor agrariërs nog steeds
interessant om te verkopen, want het zal in de praktijk toch vaak om hun
grond gaan. Als je echt full speed de planbatenheffing zou invoeren of
het verschil tussen de huidige waarde onder de huidige bestemming en de
gebruikswaarde die het in de nieuwe bestemming krijgt helemaal goed zou
willen maken, heb je als agrariër geen enkele aanleiding meer om te
willen verkopen, want waarom zou je dat dan nog doen? Dit is dus precies
het midden tussen de huidige methode, die soms "wat de gek ervoor gaf"
de maat maakt en een op papier misschien ideale oplossing om windfall
profits af te romen die in de praktijk echter niet gaat werken.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Hoe kijkt de heer Grinwis naar het onderzoek van het ibo, waarin
gebruikswaarde juist aangemoedigd wordt? Daar wordt ook vanuit de VNG al
een tijdje voor gestreden. Als het gaat over woningbouw, gaat het soms
over agrarische grond, maar heel vaak gaat het ook over
herstructurering, waarbij een andere bestemming gewijzigd wordt. Sluit
de heer Grinwis planbatenheffing helemaal uit?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Zoals heel veel collega's heb ik een paar jaar geleden de
planbatenheffing omarmd. Dat instrument werd eigenlijk best wel breed
omarmd in de Kamer. Daarna zijn het ibo en de technische briefings
gekomen, hebben we eindeloos informatie gekregen en zijn er gesprekken
gevoerd. Ook kwam er een advies van de adviesgroep STOER. In de door mij
geschreven volkshuisvestingsvisie, die ik afgelopen vrijdag heb
gepresenteerd en dinsdag gedeeld heb met mijn collega's, kom ik tot de
conclusie dat dit in de praktijk niet gaat werken, omdat je gewoon
enorme vertraging en onzekerheid in de markt krijgt. Grondeigenaren
hebben dan namelijk geen enkele reden meer om hun grond te verkopen. Je
kunt daarom beter een andere, betere methode voorstellen. Ik denk dat de
adviesgroep STOER in dezen uiteindelijk het beste advies heeft gegeven.
Het ibo beschrijft de diverse problemen, mogelijkheden en
uitvoeringsissues. Uiteindelijk moeten wij een conclusie trekken. Wat
gaan we dan kiezen? Ik denk dat de adviesgroep STOER een panklaar advies
heeft uitgebracht dat we uiteindelijk alleen maar hoeven over te nemen
en te implementeren. Daar ziet mijn motie op.
De voorzitter:
U vervolgt uw termijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat goede en tijdige participatie bij woningbouwprojecten
van groot belang is, maar geen garantie biedt dat bezwaar- en
beroepsprocedures uitblijven;
constaterende dat langdurige bezwaar- en beroepsprocedures
woningbouwprojecten aanzienlijk vertragen en daarmee woningzoekenden
raken;
overwegende dat onder de Omgevingswet de ruimtelijke afweging primair
plaatsvindt bij de vaststelling van het omgevingsplan, waarbij
participatie en rechtsbescherming zijn geborgd, en dat derhalve
woningbouwprojecten die volledig passen binnen het geldende
omgevingsplan planologisch al zijn beoordeeld;
constaterende dat de Omgevingswet gemeenten de ruimte biedt om in die
gevallen de uitvoeringsfase te beperken tot toetsing aan technische
bouwregels en welstand;
verzoekt de regering om samen met de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten en marktpartijen actief te stimuleren dat gemeenten deze
mogelijkheden benutten, zodat woningbouw die past binnen het
omgevingsplan sneller kan worden gerealiseerd en onnodige procedurele
vertraging wordt voorkomen, en tevens te bezien of verruiming van deze
mogelijkheid nodig en mogelijk is, en de Kamer over de toepassing in de
gemeentelijke praktijk en mogelijkheden voor verruiming voor de zomer te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Den Hollander,
Vijlbrief en Steen.
Zij krijgt nr. 36 (36800-XXII).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ten slotte een motie voor u, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal mensen dat dakloos is de afgelopen jaren
niet is gedaald, maar is gestegen;
overwegende dat het doel van nul daklozen in 2030, zoals geformuleerd in
het Nationaal Actieplan Dakloosheid, uit zicht raakt;
overwegende dat de coördinatie van het nationaal actieplan nu bij het
ministerie van VWS ligt, maar het aanpakken van dakloosheid primair een
huisvestingsopgave is;
spreekt uit dat in het volgende kabinet de eerste verantwoordelijkheid
voor de coördinatie van de bestrijding van dakloosheid, en daarmee voor
het Nationaal Actieplan Dakloosheid, wordt neergelegd bij de minister
van c.q. het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening;
verzoekt de Kamervoorzitter dit verzoek door te geleiden aan de
informateur,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Beckerman en Diederik
van Dijk.
Zij krijgt nr. 37 (36800-XXII).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Daarmee ben ik aan het eind van mijn spreektijd.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. We gaan erover beraadslagen. Het woord is
aan mevrouw Beckerman voor haar inbreng in tweede termijn namens de
fractie van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemiddag. Een tweetal moties vanuit de Socialistische Partij.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat jongeren in Groningen naast door de landelijke
wooncrisis ook worden geraakt doordat veel woningen in de regio (nog
altijd) beschadigd en/of onveilig zijn;
constaterende dat deze jongeren niet opnieuw gedupeerd mogen raken
wanneer zij het ouderlijk huis verlaten;
verzoekt de regering om in samenwerking met jongeren en de regio een
concreet programma op te stellen voor het realiseren van veilige en
betaalbare woningen voor Groningse jongeren door zowel nieuwbouw als
herbestemming van leegstaande panden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.
Zij krijgt nr. 38 (36800-XXII).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat huurders in 2024 zijn geconfronteerd met een
recordhoge huurverhoging, gevolgd door opnieuw een substantiële
huurverhoging in 2025;
constaterende dat huurders in flats en appartementen daarbovenop worden
geraakt door het vervallen van huurtoeslag over servicekosten;
gelet op de aangenomen motie-Beckerman/De Hoop (36725-XXII, nr. 12)
waarin de regering is verzocht een voorstel te doen voor structurele
compensatie voor gestegen huur- en woonlasten;
spreekt uit dat de stapeling van hoge huurverhogingen en het wegvallen
van huurtoeslag op servicekosten problematisch is;
verzoekt de regering om uiterlijk eind februari alle mogelijkheden voor
te leggen waarmee de huurverhoging kan worden beperkt en/of huurders
kunnen worden gecompenseerd voor gestegen huren en het wegvallen van
huurtoeslag op servicekosten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en De Hoop.
Zij krijgt nr. 39 (36800-XXII).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Van Brenk namens 50PLUS,
als laatste spreker van de zijde van de Kamer in tweede termijn.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Wij hebben een pleidooi gehouden om vooral te bouwen
voor jong en voor oud. Wij hebben als 50PLUS onze zorgen uitgesproken
over de betaalbaarheid van het bouwen van zorggeschikte woningen. Aedes
en ActiZ hebben ons bericht dat die niet te bouwen zijn voor sociale
huur. Er zitten veel meer kosten aan, omdat er een ruimere draaicirkel
in de badkamer moet zijn en je bredere deuren moet hebben. Kortom, zij
zeggen dat het niet te bouwen is voor sociale huur. Daarom hoop ik dat
het volgende kabinet hier vol op zal inzetten. Wat ons betreft is dit
een van de speerpunten, want als een senior verhuist, levert dat een
heel mooie doorstroming op de woningmarkt op.
Voorzitter. Wat ons betreft zouden we met elkaar moeten kijken naar hoe
regels versneld kunnen worden. Er zijn net al een heleboel dingen
gezegd. Wij hebben geen motie ingediend, omdat wij heel tevreden zijn
met de motie over 100 zorgbuurthuizen die al door de vorige Kamer is
aangenomen. Het is een mooie motie van de SP. Wij kunnen niets anders
zeggen dan dat wij hopen dat die omarmd wordt door het volgende kabinet
en dat er zo veel mogelijk komen, in zo veel mogelijk wijken en
buurten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Natuurlijk wacht de lunch, maar ik heb toch wel een vraag aan collega
Van Brenk. Ik ben het zeer met haar eens dat de manier waarop wij het
geregeld hebben, de subsidieregeling voor zorggeschikte woningen,
tekortschiet voor woningcorporaties. De kosten, de onrendabele top, zijn
hoger. Het komt dus niet van de grond. Maar als we nu niks doen,
verliezen we zo meteen een jaar. Moeten we niet een oproep doen aan de
minister om de Realisatiestimulans, van nu €7.000 per woning, te
vergroten, specifiek voor een aantal huizen met een grotere onrendabele
top? Dan verliezen we geen tijd en kunnen woningcorporaties deze
zorggeschikte woningen wel bouwen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Daarom hou ik van mijn buurman, vanwege zulk soort voorstellen. De
ChristenUnie en 50PLUS vormen een duo in de gang. Dat is helemaal
fantastisch. Wat dat betreft kan ik zeggen dat er op 22 januari een
borrel is op gang C5. U bent natuurlijk allemaal van harte
uitgenodigd.
De voorzitter:
Schrijf het in uw agenda, zou ik zeggen. Dank u wel, mevrouw Van Brenk.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde
van de Kamer.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 13.15 uur voor de beantwoording van de
minister.
De vergadering wordt van 12.19 uur tot 13.15 uur geschorst.
Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026
Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (36800-XXII).
De voorzitter:
Dan zijn we aanbeland bij de tweede termijn van de zijde van het kabinet
betreffende de begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Ik geef daarvoor het woord aan de minister.
Minister Keijzer:
Dank u wel, voorzitter. Voorafgaand aan de beoordeling van de ingediende
moties is het, denk ik, nog wel even goed om iets te zeggen over de
structurele financiering van taken die het ministerie heeft en over
beleidsgeld dat er is om onrendabele toppen en investeringen in gebieden
weg te nemen. Dat is omdat in een aantal moties voorstellen gedaan
worden die op zichzelf wel belangrijk en prijzenswaardig zijn maar waar
gewoon geen geld voor is. Toen ik aantrad als minister was ik namelijk
eigenlijk wel verbaasd dat een groot deel van de middelen en de
ambtelijke capaciteit waarmee het ministerie gefinancierd werd,
tijdelijk was. De opgave vereist een langjarig en toekomstbestendig
beleid; dat weten we allemaal en daar hebben het de hele dag ook al over
gehad.
In de voorjaarsbesluitvorming van het afgelopen voorjaar heb ik een
basis kunnen leggen voor een toekomstbestendig ministerie; dat ligt
uiteindelijk natuurlijk ook in deze begroting voor. Een groot gedeelte
van het personeel was tijdelijk gefinancierd; dat is nu structureel. Dat
is natuurlijk belangrijk, want als je bijvoorbeeld aan de minister van
VRO vraagt om in te grijpen in een bepaalde gemeente of om dingen te
doen, dan heb je daar natuurlijk wel de ambtelijke capaciteit voor
nodig. Ook is voldaan aan een aantal noodzakelijke voorwaarden om
überhaupt beleid te kunnen voeren. Voor de Huurcommissie is bijvoorbeeld
structureel 10 miljoen euro beschikbaar gekomen. De Nationale
Geo-Informatie Infrastructuur is betaald. Het voortzetten van het
programma voor ruimtelijke ordening, zoals bijvoorbeeld NOVEX, is ook
structureel gefinancierd. Dat geldt ook voor aan aantal
basisvoorzieningen voor de Omgevingswet.
Alleen ben je er dan natuurlijk nog niet, want je hebt ook te maken met
aandachtsgroepen. Daar gaat het hier ook heel vaak over, zoals vandaag
bijvoorbeeld over de huisvesting van studenten. Zo is vanaf 2026 geen
geld meer beschikbaar voor de Regeling huisvesting aandachtsgroepen,
inclusief die studenten. Na 2027 kunnen er geen projecten meer worden
gestimuleerd die nu vallen onder de Stimuleringsregeling flex- en
transformatiewoningen. Ik zie mevrouw Steen knikken en zij zit aan de
formatietafel. Dat is dus goed om je te realiseren.
De grondfaciliteit heeft financiering tot en met 2029. De
Woningbouwimpuls heeft die ook tot en met 2029. Dat is natuurlijk geld
dat meegegeven is aan het nu nog zittende kabinet. Datzelfde geldt voor
de Realisatiestimulans. Er is dus geen geld voor de aangewezen
grootschalige woningbouwgebieden. Dit is voor het afgelopen jaar
volledig toegekend. Voor de vier toegevoegde grootschalige
woningbouwgebieden zal dus ook nog geld moeten worden gevonden. Actieve
grondpolitiek is vandaag ook weer aan de orde geweest. Daarvoor zijn
geen middelen, dus ook niet voor de Nationale Grondbank. Ook voor de
versterking van de regie op projecten van nationaal belang moet nog geld
gevonden worden.
Last but certainly not least: infrastructuur. De 2,5 miljard die
meegegeven is aan het kabinet is inmiddels verdeeld, maar er was voor
een miljard meer aangevraagd. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de
structuurversterkende infrastructuur zoals bijvoorbeeld de Lelylijn, de
IJmeerverbinding en de Oude Lijn Leiden-Dordrecht. Als je al dat soort
zaken wil — de Kamer is daar natuurlijk uitgebreid over geïnformeerd —
zal je dus nog geld moeten vinden.
Voorzitter. Door de Omgevingswet hebben wij een juridisch systeem
gemaakt waarin je bij de vaststelling van omgevingsplannen waarin
woningbouw gerealiseerd wordt, ook de ontsluiting geregeld moet hebben,
omdat je anders nat kunt gaan bij de rechter. Het is dus wel van het
grootste belang om dit uiteindelijk te realiseren. Dit kan voor niemand
nieuw zijn, want dit is in allerlei brieven opgenomen. Maar omdat er een
nieuw kabinet aantreedt dat verdergaat dan 2027 — althans, dat is het
plan — is het wel goed om dat hier te benadrukken. Ik zal bij een aantal
moties naar dit verhaal verwijzen. Dan weet u waar het vandaan komt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een korte vraag nu de minister over die 2,5 miljard begint. Ik
denk dat we Kamerbreed al heel lang zaten te wachten op die verdeling.
Ik ben blij dat die er nu komt. Ik heb wel één kritiekpunt, met name
omdat deze minister van een partij is die voor de regio opkomt. Bij de
verdeling van de WoMo-gelden hebben Friesland, Groningen en Drenthe met
z'n drieën volgens mij minder dan 1% van die gelden toegewezen gekregen.
Zelfs als je Zeeland erbij neemt, kom je nog maar amper aan 1% van die
gelden. Ik vraag me toch af hoe een minister van een partij die ook oog
heeft voor de regio, daarnaar kijkt. Is ze bereid om daar nog iets van
herstelwerk te doen? Ook in die regio's worden er namelijk woningen
gebouwd. Ook al zijn de aantallen wat kleiner, die woningen zijn niet
minder belangrijk.
Minister Keijzer:
Dan maken we het toch politiek. Dat vind ik leuk; dat weet de heer De
Hoop. Daar is natuurlijk wel gereageerd op aanvraag. Daar waar niet
aangevraagd wordt, kun je niet beschikken. Daar waar het nog niet zover
is dat het geld direct of sneller tot realisatie zal leiden, kun je een
aanvraag ook niet honoreren. Dat is uiteindelijk de afweging die gemaakt
is. Er was een miljard meer aangevraagd. In die hele afweging is
natuurlijk ook gekeken welke aanvragen het snelst tot te realiseren
woningen leiden. Soms lukte dat niet. Maar dat wil niet zeggen dat de
aanvragen die gedaan zijn, slechte aanvragen zijn geweest of dat het
geld daar niet naartoe moet. Dat is niet het geval, maar mijn financiële
polsstok ging niet verder dan 2,5 miljard. Ik heb uiteraard ook contact
gehad met bestuurders in de desbetreffende gebieden. Er was af en toe
ook gewoon even wat discussie, want als je geen geld krijgt in het kader
van de WoKT, wil dat niet zeggen dat je ook geen geld krijgt in het
kader van een ander instrumentarium, zoals de realisatie-impuls; die is
namelijk over heel Nederland gegaan. Ook in de WBI-gelden zit natuurlijk
geld dat geland is in de desbetreffende provincies.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dit antwoord van de minister. Tegelijkertijd weet ik dat er
ook in die provincies zeker aanvragen zijn gedaan die wel toegekend
hadden kunnen worden. Ik denk dat daar niet voor gekozen is omdat die
grote aantallen in die provincies gewoon niet makkelijk gebouwd kunnen
worden; die interpretatie geef ik nu zelf. Ik begrijp dat we zo snel
mogelijk zo veel mogelijk woningen willen bouwen, maar mij bekruipt het
gevoel dat als we niet oppassen, er weer een systematiek ontstaat
waarmee verschillende regio's net benadeeld worden, ook al is dat niet
de bedoeling. Ik zou de minister en het ministerie willen vragen om erop
toe te zien dat we daar bij de verdeling van de rest van die 2,5 miljard
extra oog voor blijven houden.
Minister Keijzer:
Nou, het geld is beschikt, dus als je meer wil, zal het nieuwe kabinet
geld moeten vinden. Maar het is dus niet zo dat die andere plannen niet
belangrijk of niet nodig zijn. Integendeel, overal in Nederland is
woningnood, ook in die provincies. Dat het daar logischerwijs over
minder grote aantallen gaat, wil niet zeggen dat het geld daar niet
nodig is. Er ligt gewoon een gigantische opgave voor het volgende
kabinet om ook daar de woningbouw noodzakelijk te maken.
De heer Mooiman (PVV):
Dank aan de minister voor het nogmaals naar voren brengen van de
financieringsproblematiek. We hebben in het verleden al de brief gehad
over hoe de verschillende instrumenten gefinancierd worden en natuurlijk
ook de WoMo-middelen, waar de heer De Hoop net aan refereerde. Omdat dit
toch een soort startpunt is, ook richting een nieuw kabinet, denk ik dat
het goed is dat de minister deze oproep doet. Een hoop van deze zaken
zijn natuurlijk over verschillende brieven verspreid. Misschien zou de
minister kunnen toezeggen om hetgeen zij in haar termijn naar voren
heeft gebracht nogmaals te bundelen in een brief, zodat dat ook kan mee
worden genomen in de formatie, waar straks de nieuwe partijen over
gaan.
Minister Keijzer:
Deze informatie is beschikbaar. Ik heb het nu gezegd. Ik vind het dus
een beetje zonde om nou een kopietje te maken van de Handelingen en dat
in een brief te stoppen, tenzij de heer Mooiman erop staat; dan wil ik
uiteraard daarin bewilligen. Feit is wel — dat kunt u gewoon terugvinden
in de stukken — dat er een aantal financiële regelingen zijn die tot
2027 lopen en daarna niet meer. Dat is gewoon zo. De realisatie-impuls
en de Woningbouwimpuls lopen tot en met 2029. Dat is logisch, want die
kwamen van het kabinet-Schoof. Het is dus echt noodzakelijk om na te
denken over de termijn daarna, maar die informatie ligt uiteraard ook
bij de formerende partijen.
De heer Mooiman (PVV):
Absoluut. Dat ben ik ook met de minister eens. Ik denk — maar dat is een
opvatting die ik zelf heb — dat de minister deze oproep natuurlijk niet
voor niets in haar tweede termijn heeft gedaan. Juist vanwege het belang
dat die structurele financiering er wel komt, leek het mij goed als de
Kamer, maar straks ook de formerende partijen, allemaal beschikken over
die informatie. Dan hoeft het niet opnieuw opgevraagd te worden dan wel
ergens gevonden te worden. Graag zie ik een overzicht toekomen, als dat
kan.
Minister Keijzer:
Is goed.
De voorzitter:
Dat is toegezegd. Mevrouw Steen.
Mevrouw Steen (CDA):
De uitleg van de minister nodigt mij toch uit om nog even een vraag te
stellen over die vier verstedelijkingsgebieden. Ik hoorde de minister
namelijk zeggen: het was overtekend, want we hadden meer aanvragen
gekregen dan we konden beschikken. Tegelijkertijd zijn die vier gebieden
gestimuleerd om zich als grootschalig te laten kwalificeren. Vervolgens
doen ze dan geen WoKT-aanvraag. Tegelijkertijd heeft het ministerie ook
aan tafel gezeten toen zij hun aanvraag deden voor de gebiedsbudgetten
en de daarmee gepaard gaande mobiliteitsinvesteringen. Die aanvraag is
dus eigenlijk bijna onder begeleiding van het ministerie gedaan. Ik vind
het dan best wel gek om te constateren dat de minister wel zegt: met een
gebiedsbudget kun je alvast beginnen en die mobiliteitsmaatregelen doen
we dan eventjes niet. Mijn vraag is: wat is dan precies de afweging
geweest om in dit geval mobiliteit, bereikbaarheid en woningbouw niet
hand in hand te laten gaan?
Minister Keijzer:
Met het aanwijzen van een gebied ben je er natuurlijk nog niet. Daarna
moet je nadenken over wat je daar dan gaat bouwen. Dat is 30% sociaal en
twee derde betaalbaar. Hoe je daar gaat bouwen, is conform het Bbl. Maar
vervolgens begin je natuurlijk wel aan de ruimtelijke plannenmakerij. We
weten allemaal hoelang dat duurt. Als je dan bij de aanwijzing die in de
Nota Ruimte is opgenomen meteen geld ter beschikking stelt, wat ik niet
heb, staat er geld op de plank dat je niet meteen nodig hebt. Regeren is
vooruitzien. Dat is waarom we in de Nota Ruimte, die tot 2050 loopt,
gezegd hebben: deze vier doen we erbij. Maar het is zeer de vraag of het
kabinet-Jetten de realisatie ervan mee zal maken.
Mevrouw Steen (CDA):
Dan is toch mijn vraag: hoe kan het dan zijn dat het ministerie van VRO
en het ministerie van IenW bij de aanvraag van de gebiedsbudgetten,
juist omdat ze grootschalig gaan verstedelijken, aan tafel zitten en
vervolgens zeggen: wij hebben deze plannen? Die plannen liggen er gewoon
en zijn uitgetekend en zelfs doorgerekend. Daar liggen hele
financieringsplannen onder. Daar zijn mensen hele zomers mee bezig
geweest.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Steen (CDA):
Dat is dus helemaal niet vaag of onontwikkeld. Ik vraag mij af hoe het
dan zo kan zijn dat de minister in dit geval zegt: het geld is op. Het
ministerie wist namelijk dat deze aanvraag eraan kwam. Sterker nog, het
was erbij betrokken.
Minister Keijzer:
Mevrouw Steen gaat meemaken dat je op een gegeven moment niet meer geld
hebt dan er op je begroting staat. De keerzijde van deze vraag is
trouwens: als je op dit moment geen geld hebt, moet je dan niet nadenken
over de toekomst? Natuurlijk moet je dat. We groeien toe naar 20 miljoen
mensen in 2040. Ik maak mij er zorgen over of het zolang gaat duren. Je
zult er dus over na moeten denken waar die mensen dan allemaal gaan
wonen. Je moet dus nadenken over of je dan voldoende locaties hebt. We
hebben nu 130% harde plancapaciteit opgenomen in onze woondeals. Je kunt
je afvragen of dat genoeg is. Het is trouwens al moeilijk om dat voor
elkaar te krijgen, maar als u vervolgens van mij verlangt dat er alleen
gepraat mag worden over toekomstige plannen als het geld er ook is, dan
vraagt u het onmogelijke van een minister. Voordat je het weet, beweegt
niemand meer omdat je anders lastige vragen krijgt over geld. Zo werkt
het gewoon niet. Je zult moeten nadenken over de komende jaren en de
komende locaties. Dat betekent — dat is ook de reden waarom ik het hier
zeg — dat je ook moet nadenken over de budgetten voor de komende jaren.
Dat zal voorbij dit kabinet-Jetten zijn, als het allemaal gaat lukken.
We weten allemaal hoelang het, helaas, duurt. Alles is erop gericht om
dat te verkorten. Maar de eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat als
jij nu bedenkt "daar gaan we bouwen", in enige omvang, je dan wel een
héle knappe bent als je over drie jaar begint.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Wij hebben een toezegging gevraagd aan de minister om voor de zomer een
terugkoppeling te geven over hoe het vrijblijvende karakter van het
doorvoeren van de inkomensafhankelijke huurverhoging kan worden
geschrapt. Die heb ik niet gehoord. Het is ook geen motie. Ik vroeg me
af of de minister daar nog op terugkomt.
Minister Keijzer:
Dat was mijn volgende punt.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Keijzer:
Ik kan dat namelijk toezeggen aan mevrouw Den Hollander. Dat neem ik mee
in de brief die ik, ook in antwoord op de Kamervragen die ik
schriftelijk aan u heb doen toekomen, heb toegezegd. Die ga ik voor de
zomer aan uw Kamer sturen — niet om het zelf te doen, want dat is echt
aan een toekomstig kabinet. Daarbij zal ik ook ingaan op de vraag hoe we
eigenlijk omgaan met discussies over een vermogenstoets, om de
vermogenspositie van sociale huurders daarin mee te nemen.
De optie van een vermogenstoets bij toewijzing heeft de Kamer voor de
zomer besproken. Daarbij is toen een motie ingediend. Die heb ik toen
ontraden, en die is niet aangenomen. Reden daarvoor was dat uit een
eerdere inventarisatie bleek dat een beperkte groep van 79.000
huishoudens op een totaal van 2,3 miljoen huishoudens een vermogen heeft
van €100.000 of meer. Maar daar zitten ook gevallen bij van mensen die
een erfenis hebben gekregen of pensioenvermogen hebben. Het gaat om
huishoudens die dikwijls dat vermogen hebben opgebouwd terwijl ze in die
woning woonden en dit vermogen nog niet hadden bij toewijzing. Die
situaties heb je namelijk ook. Toch voelt het natuurlijk een beetje
raar, iemand die zó veel geld op de bank heeft maar een lager inkomen
heeft en vervolgens in een sociale huurwoning zit.
Maar ik zeg u toe dat ik, voor zolang het mij gegeven is, maar daarna
zal het vast verder uitgewerkt worden, in kaart ga brengen of een
vermogensafhankelijke huurverhoging op dezelfde wijze zou kunnen werken
als een inkomensafhankelijke huurverhoging. Ik ga in kaart brengen of
dat een optie zou kunnen zijn en of de nadelen daarvan opwegen tegen de
voordelen. Het gaat dan sowieso om de positie van de mensen die het
betreft, want we hebben nog wel meer eigen bijdrages in dit land. Die
komen tot stand in verschillende beleidssilo's. Voordat je het weet,
telt dat weer bij elkaar op tot een niveau waarvan je zegt: dit is ook
weer niet eerlijk. Daarbij moeten we natuurlijk ook meenemen wat het
eigenlijk aan capaciteit kost om dit allemaal te regelen. Niet alles wat
niet helemaal rechtvaardig voelt, is iets wat door de overheid moet
worden opgelost.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nog even een vraag over wat de minister in het sandwichmodel van haar
antwoord zei over die 12.000 sociale huurwoningen die bewoond worden
door huishoudens die ook één of meerdere koopwoningen bezitten. Wat was
nou de portee van wat de minister daar zei? Zei ze nou: "Dat aantal op
de 2,3 miljoen is zo klein; daarom heb ik destijds de motie over die
vermogenstoets ontraden en daardoor moet je ook terughoudend zijn om je
hier druk over te maken"? Of gaat de minister ook kijken of het, als het
dan niet in de vorm van een vermogenstoets wordt gedaan, dan in de vorm
van een eigenwoningtoets kan? Hoe ziet de minister dat voor zich? Of
moeten we ons niet zo druk maken, want "12.000 op 2,3 miljoen woningen
zijn er niet zo veel"?
Minister Keijzer:
Dit zijn twee verschillende discussies. De 79.000 huishoudens waar ik
het over had, zijn de 79.000 huishoudens die een vermogen hebben van
meer dan €100.000, wat soms het resultaat is van een pensioenpotje. Er
zijn 12.000 woningen verhuurd aan iemand die daarnaast nog koopwoningen
heeft, soms meerdere. Dat is een andere discussie. Het is ontzettend
afhankelijk van de situatie waar het over gaat. Je hebt namelijk mensen
die zelf in de sociale huurwoning zitten, maar een andere woning hebben
die ze verhuren. En je hebt mensen een sociale huurwoning hebben, in een
andere woning wonen en die woning verhuren aan iemand anders. Daar kan
je verschillend beleid op voeren. De brief die ik gisteren heb toegezegd
in de schriftelijke antwoorden, wat ik net nog eens bevestigd heb, zal
ik ook aan de Kamer doen toekomen, zodat onder de fantastische leiding
van een nieuwe minister de Kamer hier uiteindelijk een verstandig
besluit over kan nemen. Tegen die tijd ben ik een van degenen die daar
ook over mee mag stemmen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik zie ernaar uit, maar ik vind het ook fantastisch dat u daar staat,
minister. Ik heb hier nog wel een vraag over, want dit klinkt als: ik
zal het op een rijtje zetten in die brief. Wat is het doel van de
minister daarbij? Wat is haar missie hierbij? We kennen de kwestie
Ymere. Die heeft geprobeerd hier paal en perk aan te stellen. Na veel
vijven en zessen hebben ze dat gewonnen bij de rechter, dus dat is fijn.
Is het doel van de minister bijvoorbeeld om corporaties zoals Ymere te
helpen om hun woningen toe te wijzen aan mensen die het echt nodig
hebben? Of is het meer: ja, we moeten niet met een kanon op een mug gaan
schieten? Hoe zit de minister hier zelf in?
Minister Keijzer:
Zoals ik gisteren ook voor de camera's van SBS6 en RTL gezegd heb. Het
is bij een dergelijke woningnood natuurlijk verwerpelijk dat mensen een
sociale huurwoning "bezitten", in overdrachtelijke zin, terwijl ze 'm
niet nodig hebben, óf omdat ze een andere woning hebben en verhuren óf
omdat ze überhaupt niet in de woning wonen. Ik heb ooit een essay
geschreven met als titel "De weg naar de hel is geplaveid met goede
bedoelingen". Als je iets verwerpelijk vindt, moet je vervolgens wel
nadenken over: wat komt er weg aan een oplossing van overheidswege om
dat dan vervolgens tegen te gaan? Wat hier in ieder geval wel kan, is
het volgende. Ymere heeft een zaak aangespannen op basis van het eigen
gebruik. Dat is het eigen gebruik van de corporatie, namelijk: ik ben op
aarde om sociale huurwoningen te verhuren aan mensen met een zodanige
inkomenspositie dat ze het niet zelf kunnen regelen. Daar staat dit
haaks op. Er is een uitspraak geweest van een kantonrechter en er is
geen hoger beroep aangetekend, dus je weet niet zeker of dat standhoudt.
In de antwoorden aan de Kamer heb ik aangegeven dat we goed gaan
bekijken of dit nu voldoende omvang en inhoud heeft om uiteindelijk in
hoger beroep overeind te blijven en als dat niet zo is, je dan iets moet
aanpassen in het Burgerlijk Wetboek. Ik zal, voor zover het mij nog
gegeven is, u van informatie voorzien. Maar het is natuurlijk
uiteindelijk ook aan een nieuw kabinet om dat te gaan regelen.
De voorzitter:
Ik zou de minister willen vragen of we zouden kunnen overgaan tot de
appreciatie van de ingediende moties.
Minister Keijzer:
Bijna, voorzitter. De fractie van de BBB deed hier nog een oproep aan
gemeentes: wees nou terughoudend met handhaven als mensen op
vakantieparken wonen. Als meneer De Groot hier was geweest, was hij daar
zeker ook over begonnen. Ik ondersteun dat. Ik heb in die
instructieregeling opgenomen in welke situaties ik voornemens ben om het
uiteindelijk zo te regelen dat er een gedoogvergunning kan worden
afgegeven. Ik zou dan ook tegen gemeentes en mensen die dit betreft,
willen zeggen: lees dat ook. Ook hiervoor geldt dat het aan een volgend
kabinet is om dit al dan niet door te zetten, maar: lees dit. Ik vind
het verstandig beleid. Als je in jouw gemeente zo'n situatie hebt of als
je zelf op zo'n vakantiepark woont, maak daar dan ook gebruik van. De
mensen die het betreft kunnen namelijk gewoon geen andere kant op. Het
is dan onnodig om hier handhavingscapaciteit op in te zetten. Je loopt
trouwens ook nog de kans dat als het uiteindelijk tot een rechtszaak
komt, de aanzegging niet overeind blijft omdat er zicht is op gedogen.
Dat is niet aan mij. Het is uiteindelijk natuurlijk aan de rechter. Het
is wel hoe dit systeem in elkaar zit. Ik hoop uiteraard dat het volgende
kabinet dit voortzet.
Dan kom ik bij de moties en de amendementen. De motie op stuk nr. 15.
Dit was onderdeel van het hoofdlijnenakkoord. Nee, het was geen
onderdeel van het hoofdlijnenakkoord. Het verbod omtrent voorrang
statushouders was onderdeel van het hoofdlijnenakkoord. Uiteindelijk is
daar in de coalitieafspraken van oktober 2024 het afschaffen van de
taakstelling aan toegevoegd. We weten allemaal wat de heer Wilders toen
vervolgens gedaan heeft. Inmiddels is er een nieuw kabinet aangetreden.
We moeten met elkaar afwachten of dat nieuwe kabinet deze wetgeving
voortzet. Ik heb met passie betoogd waarom ik het verstandig vind om dat
te doen, maar het is niet meer aan mij. Daarmee is de motie op stuk nr.
15 ontijdig, want het is aan een volgend kabinet.
De voorzitter:
Dan moeten we formeel de heer Mooiman eerst vragen of hij bereid is tot
het aanhouden van de motie. Dat mag ook met een non-verbale uiting. Dat
is niet het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 15 de appreciatie
ontijdig.
Minister Keijzer:
Dan de motie op stuk nr. 16. Hierbij twijfel ik over "overbodig" en
"ontraden". De motie vraagt om per provincie te analyseren welke regels
in de provincie ruimte voor woningbouw beperken. Dat is nogal een vraag.
Deels doen we dat natuurlijk ook al, want via de planmonitor houd ik
zicht op de beschikbaarheid van voldoende woningbouwlocaties en
rapporteer ik daar halfjaarlijks over. Wanneer er sprake is van
belemmeringen, komen die via de versnellingstafels uiteindelijk bij de
minister terecht. Dat heb ik net verteld. Via onderzoek breng ik
belemmeringen in beeld, zoals het EIB-onderzoek voor een straatje erbij.
Dit gebeurt dus in grote lijnen al. Hier bovenop een hele analyse doen
kost weer meer onderzoekstijd. De vraag is of het uiteindelijk iets
toevoegt. Daarom ontraad ik de motie op stuk nr. 16.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 16 wordt ontraden.
De heer Mooiman (PVV):
Ik heb daar nog wel een vraag over. De reden dat we deze motie indienen,
is, zoals ik in mijn termijn ook heb aangegeven, dat we toch zien dat
heel veel provincies, en in ieder geval ook de provincie Zuid-Holland,
bezig zijn met omgevingsbeleid dat haaks staat op het landelijke beleid.
Dat gaat om maximaal 1,5 hectare erbij voor een straatje erbij, terwijl
het Rijk aan 100 woningen denkt, en ook om niet kunnen bouwen buiten
bestaand stads- en dorpsgebied. Dat laatste wordt in Zuid-Holland steeds
verder beperkt. Ik ben relatief jong, maar ik ben nu tien jaar Statenlid
geweest in de provincie Zuid-Holland en ik maak me daar toch hele grote
zorgen over. Ik denk dat die inventarisatie juist heel veel kan
toevoegen om ervoor te zorgen dat we in de uitwerking van die
woningbouwdoelstellingen niet tegen problemen aanlopen. Mijn vraag aan
de minister is of zij dit toch wil gaan doen, omdat ik denk dat dat wel
degelijk heel veel toe kan voegen, ook straks voor het nieuwe kabinet
bij de uitvoering van huidige plannen.
Minister Keijzer:
In alle plannen voor Zuid-Holland zijn voldoende locaties en voldoende
aantallen woningen opgenomen. Daar is het dus niet voor nodig. Als ik de
heer Mooiman zo hoor, kan hij prima zelf zo'n inventarisatie voor
Zuid-Holland maken. Het voegt nu alleen niet veel toe, want dan moet ik
het voor alle provincies doen.
De voorzitter:
Dat is het verzoek.
Minister Keijzer:
Dit speelt niet in alle provincies op deze manier. Dat vind ik dan weer
geld besteden aan onderzoeken, terwijl ik geld wil brengen naar
bouwen.
De voorzitter:
Meneer Mooiman, tot slot.
De heer Mooiman (PVV):
Ik heb inderdaad tot slot toch nog een reactie daarop. Het speelt wel
degelijk in meerdere provincies. Ik krijg regelmatig van verschillende
gemeenten uit het land het verzoek om meer te kunnen bouwen. Zij zeggen:
wij willen meer bouwen, de ruimte gebruiken die het Rijk ons geeft, maar
de provincie zit tegen. Ik denk ook niet dat het een onderzoek hoeft te
zijn bij een of ander onderzoeksbureau, maar dat het juist ontzettend
nodig is dat het ministerie van VRO scherp heeft waar het nu misgaat. Ik
heb het gevoel dat dat nu nog niet het geval is. Dus ik zou de motie
toch graag willen indienen om ervoor te zorgen dat we toekomstige
problemen voorkomen.
De voorzitter:
Dan de volgende motie.
Minister Keijzer:
Dat mag, voorzitter. Hij heeft 'm al ingediend. De Kamer gaat erover
stemmen, stel ik mij zo voor.
De voorzitter:
Ja, aanstaande dinsdag wordt erover gestemd.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 17 verzoekt om concrete voorstellen om aangewezen
doorbraaklocaties maar ook regionale grootschalige woningbouwlocaties te
ondersteunen. Deze motie is ontijdig. We zijn als Rijk al betrokken bij
de gebiedsontwikkeling van 21 nationale grootschalige
woningbouwlocaties. Op 24 doorbraaklocaties wordt in samenwerking met
partners gewerkt aan een plan van aanpak. Stougjeswijk, Haarlemmermeer,
Cortelande: daar hebben we al doorbraken bereikt. Dus het heeft ook
effect en leidt ook tot woningen. De concrete uitwerking van de
regionale grootschalige woningbouwlocaties is echt aan een nieuw
kabinet, en daarmee is deze motie ontijdig.
De motie op stuk nr. 18 ...
De voorzitter:
Ook hier is de vraag of de heer Mooiman bereid is om de motie aan te
houden. Dat is niet het geval. De motie op stuk nr. 17 is ontijdig. Dan
de motie op stuk nr. 18.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 18 gaat over het Plan Weidevogel in Koudekerk, met
240 woningen. Dat is dus niet niks. De motie vraagt aan mij om in
gesprek te gaan met de provincie om haar te bewegen om woningbouw in
Koudekerk doorgang te laten vinden en hiertoe zo nodig instrumentarium
voor in te zetten. Dat laatste moet ik ontraden, want ik kan op dit
moment niet overzien hoe deze motie zich precies verhoudt tot
bijvoorbeeld de woondealafspraken. Maar uiteraard wil ik zeker in
gesprek gaan. Dus als ik de motie zo mag begrijpen, kan ik 'm oordeel
Kamer geven.
De heer Mooiman (PVV):
Dat is akkoord.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 18 krijgt oordeel Kamer, met deze appreciatie. Dan
de motie op stuk nr. 19.
Minister Keijzer:
In de motie op stuk nr. 19 vraagt de heer Mooiman mij om binnen twee
maanden met de Vereniging Eigen Huis, Vastgoed Nederland, NVM en andere
relevante partners in gesprek te gaan om knelpunten in het biedproces te
bespreken. De heer Mooiman verzoekt mij ook om als alternatief een
eerste inventarisatie te maken van passende wet- en regelgeving. Ik geef
deze motie oordeel Kamer, waarbij uiteraard concrete stappen aan een
nieuw kabinet zijn en niet meer aan mij.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 19: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 20.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 20 is een huurbevriezingsmotie. Met verwijzing naar
het debat en de hele discussie vorig jaar ontraad ik deze motie.
De motie op stuk nr. 21 van de heer De Hoop gaat over het aanbieden van
middenhuur door corporaties. Ik wil de motie voor dat deel uitvoeren
waarin mij om informatie wordt gevraagd. Er wordt uiteraard gewerkt aan
een plan van aanpak, maar het is niet meer aan mij om uiteindelijk
wetgeving naar de Kamer te sturen. Dus dat deel is ontijdig. Maar als ik
'm zo mag verstaan dat dat niet meer aan mij gevraagd wordt, kan de
motie oordeel Kamer krijgen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik denk even met de minister mee. Als de reden voor het oordeel
"ontijdig" is dat het niet zozeer aan deze minister is, dan kan zij de
Kamer daar toch ook een oordeel over laten vellen? Als de Kamer dat
dictum wel wenst, dan kan de minister die motie toch in principe gewoon
oordeel Kamer geven?
Minister Keijzer:
In de wandelgangen had ik dit gesprek met een ander lid van deze Kamer.
Wij weten hier allemaal dat "oordeel Kamer" betekent dat de
bewindspersoon in kwestie zegt: ja, dit ga ik zo doen, ik voer 'm uit.
Het lastige hieraan is alleen dat dit echt niet meer aan mij is. Ik dank
de heer De Hoop trouwens nog voor de vriendelijke woorden. U kent mij.
Ik was nog lang niet klaar, maar het is gewoon niet meer aan mij. Ik
vind het dus ook ingewikkeld om een volgend kabinet te binden aan zo'n
onderwerp, dat echt wel wat voeten in de aarde heeft. Dat is waarom ik
dit op deze manier zeg. Tegelijkertijd kan ik me niet voorstellen dat
dit geen plek zal krijgen in het nieuwe regeerakkoord, of welke naam ze
er ook aan geven.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik zit even te kijken. Adviseert de minister mij dan om de motie aan te
passen zodat ie oordeel Kamer krijgt? Of blijft het hier bij
"ontijdig"?
De voorzitter:
Ik heb eigenlijk drie verschillende appreciaties gehoord: ontijdig, een
verzoek tot aanhouden en oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Ja, eigenlijk wel. Dat is hier het lastige van.
De voorzitter:
Minister, verlos ons uit ons lijden. Wat wordt het?
Minister Keijzer:
"Verzoekt de minister voor de zomer met een plan van aanpak naar de
Kamer te komen". Dus als het woord "voorstel" mag worden begrepen als
"plan van aanpak", dan kan de motie oordeel Kamer krijgen. Want hier mot
wat mee.
De voorzitter:
Dan doen we het als volgt. De motie op stuk nr. 21 krijgt in zijn
huidige vorm het oordeel ontijdig, maar de heer De Hoop geeft
non-verbaal aan dat hij de motie gaat wijzigen langs de lijn van het
voorstel van de minister. Dan zal de motie oordeel Kamer krijgen.
Minister Keijzer:
Ja.
De voorzitter:
Akkoord.
Minister Keijzer:
Uiteraard — maar dat is met verwijzing naar het debat — is hier ook nog
wel een varkentje te wassen wat betreft de vraag wat je dan doet met
private partijen die deze middenhuurwoningen realiseren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 22.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 22. Dat is de motie-De Hoop/Beckerman om tot een
richtlijn te komen die tussentijds naar biedingen kijken verbiedt. Dat
is het biedlogboek waar de heer Mooiman ook over sprak. De motie is te
stellig geformuleerd. Ik moet 'm dan ook ontraden. Ik snap wat de heer
De Hoop wil, maar kijken naar tussentijdse biedingen is bij sommige
vormen van biedprocessen geen probleem, als het maar niet alleen voor
verkopen mogelijk is. Daarbij: er is een richtlijn. Die heet NTA. Daar
is nou net discussie over. Deze motie moet ik dus ontraden.
In de motie op stuk nr. 23 van De Hoop, Beckerman en Van Brenk wordt
gevraagd om tot een vergunningsplicht en een centraal register voor
makelaars te komen. Toe maar. Dit is echt een fundamentele verandering
van ons verkooplandschap. Er zitten vele haken en ogen aan, die ik hier
niet allemaal ga oplepelen. Dit is echt aan een volgend kabinet. Daarmee
is de motie ontijdig.
De voorzitter:
Dan moet ik ook hier de heer De Hoop vragen of hij bereid is om de motie
aan te houden.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik houd 'm aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer De Hoop stel ik voor zijn motie (36800-XXII, nr.
23) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 24.
Minister Keijzer:
In de motie op stuk nr. 24 van Zalinyan wordt gevraagd om een nationale
grondbank op te richten. Deze motie is ook ontijdig. We hebben wel grote
opgaven. Meer regie en sturing op dat er tijdig grond beschikbaar is, is
ook noodzakelijk. Er loopt een onderzoek naar zo'n integrale grondbank,
alsook naar financieringsfaciliteiten voor woningbouw. Maar zoals ik net
in mijn inleiding heb aangegeven, zijn er op dit moment geen financiële
middelen voor. Daarmee is deze motie vooral financieel ontijdig. Er is
namelijk geen dekking voor. Wel loopt er onderzoek.
De voorzitter:
Is mevrouw Zalinyan bereid om de motie aan te houden? Of wil ze 'm toch
graag in stemming brengen?
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Aanhouden, graag.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Zalinyan stel ik voor haar motie (36800-XXII, nr.
24) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 25 van mevrouw Zalinyan en mevrouw Beckerman
verzoekt de regering te verkennen hoe een rijksgrondfaciliteit kan
ondersteunen bij risicodeling van grondaankopen. Deze motie kan ik
oordeel Kamer geven. Ik zal 'm betrekken bij de uitwerking.
De motie op stuk nr. 26 gaat over het toepassen van de gebruikswaarde
bij grondbeleid. Dat is 'm. In juni heb ik de Kamer een brief gestuurd
over een planbatenheffing of een vergelijkbaar systeem. Daarin heb ik
ook een voorstel gedaan over de gebruikswaarde en over de stappen die
daarbij nodig zijn. De brief voldoet dus eigenlijk al aan het verzoek in
de motie, maar de heer Grinwis heeft ook nog een motie ingediend. Deze
motie kan ik dus oordeel Kamer geven, omdat zij conform staand beleid
is, maar tegelijkertijd geldt dat het wel even afwachten is wat het
nieuwe kabinet op dit punt gaat doen.
Dan …
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 26: oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Sorry, voorzitter. Ik moet u elke keer even laten samenvatten.
De voorzitter:
Geen probleem; daar heeft u mij voor.
Minister Keijzer:
Ja, zo is dat. De motie-Steen c.s. op stuk nr. 28 verzoekt om met een
ondersteuningsprogramma voor studentenhuisvesting te komen. Geen extra
middelen; dat is één. Twee: je zou deze motie ook overbodig kunnen
noemen, omdat er al allerlei ondersteuningsstructuren zijn, zoals de
studentenhuisvestingsregisseur,. Maar er staat een dikke
Kamermeerderheid onder deze motie. Daarmee verplicht u uzelf dus ook om
hier middelen voor te vinden. Maar dat gaan we meemaken. Oordeel
Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 28 krijgt oordeel Kamer.
Minister Keijzer:
Geen geld, maar degenen die eronder staan, zitten aan de knoppen. We
gaan het dus zien.
De voorzitter:
U heeft het gezegd.
Minister Keijzer:
Ja, ja. De motie op stuk nr. 29 roept op om een aanpak van woonfraude te
ontwikkelen. Dit doen we al. De motie is dus overbodig. En moties waarin
gevraagd wordt om voldoende middelen te reserveren zijn ongedekt. Daarom
moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 29 is ontraden.
Minister Keijzer:
Ja. En meneer Clemminck zit niet aan tafel; hij kan het dus niet
regelen. Nóg niet; echt waar, in de politiek weet je het nooit.
De motie op stuk nr. 30 gaat over het ontwikkelen van een huurregister.
Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde. We zijn bezig met het uitwerken van
een huurregister, maar ook hiervoor geldt dat er nog geen dekking voor
is. Daarom moet ik deze motie ontraden. Daarnaast is het zeer de vraag
of je een registratiesysteem op zichzelf als instrument voor het
vaststellen van woonfraude kunt gebruiken, want daar komt meer achter
weg en dat is ook niet waar we mee bezig zijn. Het is meer een register
waar huurders en contracten een plek in gaan krijgen.
De motie-El Abassi op stuk nr. 31 roept op om sloop alleen toe te staan
als gelijkwaardige betaalbare sociale huur op dezelfde plek kan worden
gerealiseerd. Corporaties die slopen hebben een verplichting om aan
herhuisvesting te doen, maar dat is niet altijd dezelfde woning op
dezelfde plek.
Dan de motie-El Abassi op stuk nr. 32 over het verlagen van de
huurverhoging. In het debat heb ik uitgelegd hoe het zit met door de
Kamer vastgestelde wetten of regelgeving die op wetten is gebaseerd.
Daarom moet ik deze motie ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 33, die de regering verzoekt om schimmel- en
vochtproblematiek als acute gezondheidsbedreiging aan te merken en
onmiddellijk in te grijpen. Ik begrijp de achtergrond van deze motie,
want het is niet fijn als je in zo'n woning zit. Maar er wordt niet
stilgezeten. Daar waar dit te maken heeft met de fysieke, technische
omstandigheden van de woning, zijn daar programma's voor, maar soms is
het ook een kwestie van een ander gebruik van de woning. Dan moet je
daarop acteren, want als je zegt dat er een acute gezondheidsdreiging
is, moeten mensen hun huis uit. Daar waar dit opgelost kan worden, zou
dat een beetje veel zijn.
De voorzitter:
Tot welke appreciatie leidt dat?
Minister Keijzer:
Ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 33 is ontraden.
Minister Keijzer:
Dan de motie op stuk nr. 34 van de heer Van Dijk. Deze motie is
overbodig naar aanleiding van een vergelijkbare motie-Boulakjar; die
motie zal van eind 2023 zijn. Hier is aandacht aan besteed. Het is
onwenselijk om minimale eisen aan lager geprijsde segmenten op te
leggen.
Dan heb ik de motie op stuk nr. 35 van de heer Grinwis. Deze moet ik
ontraden, want die staat haaks op de brief die ik in juni gestuurd heb.
Hiervoor geldt ook dat het uiteindelijk aan de volgende coalitie is. Die
moet besluiten wat ze hiermee gaat doen. In mijn verantwoordelijkheid is
een brief aan de Kamer gestuurd, waarin een keuze is gemaakt. Daarom
moet ik deze motie ontraden, dus we gaan meemaken hoe er gestemd gaat
worden, voorzitter.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 35 is ontraden.
Minister Keijzer:
Dat is natuurlijk altijd zo, maar hier helemaal. De heer Grinwis
begrijpt mij.
Dan heb ik nu de motie op stuk nr. 36 van de heer Grinwis c.s., waarin
aan mij gevraagd wordt om met de VNG en alle betrokkenen te gaan praten
over wat de Omgevingswet mogelijk maakt, namelijk: sluit nou uit dat je
tegen de omgevingsvergunning ook nog eens in bezwaar en beroep kan. Daar
heeft de heer Grinwis helemaal gelijk in. Dat kunnen gemeenten zelf
regelen. Jawel, jawel, maar ze doen het lang niet allemaal. Dat is echt
een gemiste kans, want met een beetje bezwaar en beroep ben je zo
anderhalf tot twee jaar verder, als het niet langer is. Ik zal dus zeker
in gesprek gaan, maar het is niet meer aan mij om de Omgevingswet te
wijzigen en dit gewoon uit de wet te halen, hoewel mijn vingers
jeuken.
De voorzitter:
Hoe appreciëren we de motie dus?
Minister Keijzer:
Ontraden, voorzitter. De motie krijgt het oordeel ontraden, want ik kan
niet uitleggen hoe ik dit ga doen. Maar ik zal zeker in gesprek gaan ...
O, wat staat er dan? Misschien lees ik de motie verkeerd.
De voorzitter:
Meneer Grinwis gaat ons duidelijkheid geven.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou, er staat niet dat er allerlei dingen geschrapt moeten worden. Er
staat gewoon: ga in gesprek, zodat gemeenten dat inderdaad gaan doen;
precies wat de minister zegt!
Minister Keijzer:
Eens.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Vervolgens staat er: en tevens te bezien of verruiming van deze
mogelijkheid nodig en mogelijk is en de Kamer over toepassing in de
gemeentelijke praktijk — dat was het eerste deel — en mogelijkheden voor
verruiming voor de zomer te informeren. Daar staat dus helemaal niet:
minister, gij zult dit of dat! Het is een vrij open verzoek.
Minister Keijzer:
Nee, maar het is wel echt ...
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Maar dat is toch geen reden? Net werd gezegd dat de minister sommige
verzoeken niet meer kan uitvoeren, maar dat de motie oordeel Kamer
krijgt, omdat er een meerderheid is ontstaan. Over andere verzoeken
wordt gezegd: daar ga ik niet meer over; ontijdig! Met dit verzoek is de
minister het eigenlijk eens, maar ze zegt dat ze het laatste deel niet
meer zelf gaat uitvoeren en daarom ontraadt ze de motie. Ik kan er geen
touw meer aan vastknopen.
Minister Keijzer:
Ik snap het helemaal. De heer Grinwis heeft gelijk. Tegelijkertijd kijk
ik ook naar degenen die onder deze motie staan. Als ik even heel snel
tel, dan zie ik dat er geen Kamermeerderheid voor deze motie is.
De voorzitter:
Ik wijs de minister er wel op dat er altijd een regering zal zijn, welke
dat dan ook is.
Minister Keijzer:
Ja, ja, zeker. In de hele voorbereiding van deze begroting heb ik
ongemak gevoeld, zo van: moet ik nou ...? Het is niet zo ingewikkeld. De
heer Grinwis weet net als ik wat je moet schrappen in de Omgevingswet om
dit gewoon anders te organiseren. Is het nou aan mij om dat te doen? Er
staat: "en tevens te bezien of verruiming van deze mogelijkheden nodig
en mogelijk is". Dat is pertinent nieuw beleid dat ingrijpt in het recht
van mensen om in bezwaar en in beroep te gaan. Ik vind ook dat dat
wenselijk is in dit geval, maar is het nou aan mij om de Kamer daarover
te informeren? Als mensen nu naar de interruptiemicrofoon lopen — met de
heer De Hoop is er een meerderheid — en zeggen dat ik dat wel moet doen,
dan krijgt die motie per direct het oordeel Kamer. Dan ga ik dat gewoon
voor u op een rijtje zetten. Geen probleem.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vind dat de minister hier ... Ze was net zo lekker bezig, maar hier
begint ze echt te zwalken. De voorzitter zegt het al: er zal een
regering zijn. Als het verzoek is om de Kamer voor het zomerreces te
informeren, dan is er inderdaad een gerede kans dat dat niet door deze
minister zal gebeuren, maar door haar opvolger. "Te bezien" is niet
hetzelfde als een wet van Meden en Perzen, maar eigenlijk een
onderzoeksvraag. De minister heeft net de loftrompet over het eerste
deel gestoken, maar als ze dan op basis hiervan zegt "en dus ontraden",
dan kan ik er geen touw meer aan vastknopen. Gelukkig ...
Minister Keijzer:
Ja, maar, voorzitter ...
De voorzitter:
Nee, minister, meneer Grinwis is nog aan het woord.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Gelukkig is de Kamer zelf mans genoeg om wel of niet iets met al die
oordelen te doen, maar ik vind het ook wel grappig als er enige sprake
is van consistentie.
Minister Keijzer:
Ja, nou ja, die zit hier wel in, als je kijkt naar de hoeveelheid
ondertekenaars. Ik zie dat ook de fractie van D66 hieronder staat,
terwijl dat toch altijd de fractie is die inspraak belangrijk vindt. Die
verminder je hiermee. Ik zie de heer De Hoop eigenlijk knikken, dus dan
kan de motie oordeel Kamer krijgen. Het ingewikkelde hieraan is wel dat
ik als minister niet meer ga over wat u eigenlijk van mij verlangt. U
kent mij. Ik heb overal — niet over alles — een mening over. Maar is dit
nu aan mij? Dat is het ongemak dat u bij mij merkt.
De voorzitter:
Het is dat we zo goed en ruim in de tijd zitten …
Minister Keijzer:
Dan is de motie ontijdig. Dat is een mooie oplossing: ontijdig,
huppetee.
De voorzitter:
Maar dan moet ik meneer Grinwis eerst vragen of hij bereid is de motie
aan te houden. Ik zie dat dat niet het geval is. Daarmee krijgt de motie
op stuk nr. 36 de appreciatie "ontijdig". We zijn eruit! Dank u wel. Dan
de motie op stuk nr. 37.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 37 is een spreekt-uitmotie, dus ik heb geen
appreciatie.
De voorzitter:
Nee.
Minister Keijzer:
Nee. Maar je moet jezelf wel realiseren dat dakloosheid veel verder gaat
dan alleen een dak boven het hoofd van mensen. Het gaat over
betalingsachterstanden, ggz, verslavingen, huiselijk geweld; het is
alles en alles en alles. Je moet dus wel nadenken over hoe je de
minister van VRO die bevoegdheden geeft.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 38.
Minister Keijzer:
De motie op stuk nr. 38: ontraden, met verwijzing naar het debat. In het
kader van Nij Begun is er een uitgebreid pakket voor Groningen. Dat
moeten we nu uitvoeren; we moeten niet weer een nieuw plan maken.
Dan de motie op stuk nr. 39 over de stapeling van huurverhogingen. Deze
motie is ontraden, met verwijzing naar het debat. Dat leidt namelijk
weer tot een tekort bij corporaties, terwijl dat tekort toch al
oploopt.
Voorzitter. Dan heb ik nog drie amendementen.
Het amendement van de heer Flach op stuk nr. 13 krijgt oordeel Kamer. Er
zijn op dit moment geen middelen beschikbaar voor een nieuwe tranche van
de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten ouderen, zeg ik ook tegen
mevrouw Van Brenk. Dit is een goede besteding daarvan.
Voorzitter. Het amendement op stuk nr. 14 krijgt ook oordeel Kamer. Ook
voor de nieuwe tranches van de Regeling huisvesting aandachtsgroepen is
er op dit moment geen budget, en zo komt het er wel.
Dan heb ik het amendement op stuk nr. 27 van de heer Grinwis nog. Toen
ik dit hoorde, dacht ik: het gaat niet over veel geld, maar wat doe je
hier nou eigenlijk; wat gebeurt er met het geld? Dit zijn groepen
burgers die met elkaar in gesprek gaan om de verduurzaming uiteindelijk
soepeler te laten verlopen. Gemeenten kunnen, voor zover nodig, ook geld
hiervoor inzetten uit hun budget van het Nationaal Isolatieprogramma,
dat in totaal 1,6 miljard bedraagt. In de begintijd was het nodig om
mensen te informeren over hoe je het doet. Nu is dat steeds minder
noodzakelijker. Daarbij komt dat de dekking uit het budget komt dat op
mijn begroting voor ruimtelijke ordening staat. Daar worden nu juist
andere zaken mee betaald, zoals de gebiedsprocessen in de NOVEX-gebieden
en de Basisregistratie Ondergrond. Als ik het in mijn
verantwoordelijkheid voor die begroting moet wegen, wil ik het geld niet
kwijt. Bovendien vraag ik mij echt af of de verduurzaming niet meer
verloopt als je dit niet doet. Daarom ontraad ik dit amendement.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat laatste is natuurlijk de appreciatie van de minister. Over het
eerste deel en de dekking: ik snap wat de minister zegt, maar dit was
het enige nog vrij besteedbare budget in de hele begroting van de
minister. Dat wil niet zeggen dat er geen plannen voor waren; dat klopt.
Het gaat om het volgende. Neem het fantastische initiatief Buurkracht.
Ik weet niet of de minister daar weleens mee op pad is geweest. Ik ben
bij verschillende projecten daarvan geweest, in Leusden en in Molenwijk
in Amsterdam-Noord. Als Buurkracht er niet was geweest, waren de
bewoners daar niet met elkaar in staat geweest aan de slag te gaan met
energiebesparende maatregelen, verduurzaming en verbetering van hun
wijk.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Er wordt dus al flink op bezuinigd. Ook met mijn amendement wordt er nog
steeds flink bezuinigd op die subsidies: het was 10 miljoen en het gaat
naar 2,5 miljoen; met dit amendement maak ik daar 5 miljoen van. Als we
dit dus weghalen, gaan we heel veel maatregelen missen.
De voorzitter:
En uw vraag is?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De minister weet ook dat deze mensen in Amsterdam-Noord echt niet bij de
gemeentelijke overheid gaan aanbellen met de vraag: kunt u mij helpen?
Als een bewonerscollectief of een coöperatieve vereniging dat aanpakt,
is dat iets heel anders dan wanneer de overheid zegt: wij komen u helpen
en redden.
Minister Keijzer:
Ja, maar er gaat ontzettend veel geld naar dit soort praatgroepen; het
is een beetje oneerbiedig om te zeggen, maar ik heb even geen ander
woord. Daarnaast is dit een gemeentelijke taak. Er zit 1,6 miljard euro
in het Nationaal Isolatieprogramma. We beginnen vaak aan dit soort
projecten en op een of andere manier kunnen we er nooit meer mee
stoppen. Daarbij gaat dit ten koste van zaken die deze Kamer ook
belangrijk vindt. Dat is waarom ik deze motie ontraad.
De voorzitter:
"Het amendement ontraad."
Minister Keijzer:
Amendement. Dank u wel, voorzitter.
Tot slot.
De voorzitter:
Een cri de coeur.
Minister Keijzer:
Nee hoor, geen cri de coeur, absoluut niet. Ik ben een blij, opgeruimd
mens. Maar het is waarschijnlijk wel mijn laatste behandeling als
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in dit
kabinet.
Ik heb het echt een voorrecht gevonden om hiervoor verantwoordelijk te
mogen zijn. Een dak boven je hoofd is toch probleem nummer één; het is
fundamenteel. Altijd als ik in debatten zei dat iedereen wel iemand kent
die wanhopig op zoek is naar een huis, dan had ik mensen in mijn eigen
familie en omgeving op het netvlies staan, zoals wij allemaal. Mijn
eerste bestuurlijke klus was die van wethouder Ruimtelijke Ordening en
Volkshuisvesting in de gemeente Waterland, een prachtige gemeente, net
boven Amsterdam. Ik vond het dus ook heel erg mooi hoe dat uiteindelijk
weer bij elkaar kwam.
Het is echt een voorrecht geweest, ook trouwens in het contact met uw
Kamer. Ja, er waren debatten en er waren verschillen van mening, maar
dat is nou net het leuke aan politiek: dat je met elkaar van mening
verschilt, maar dat je dan toch met elkaar, wat ons hier gelukt is, elke
keer weer die stappen zet. Je laat aan Nederland zien dat politiek af en
toe lelijk is, maar dat politiek er ook toe in staat is om elkaar te
vinden en om met elkaar stappen te zetten om de problemen van de burgers
op te lossen; daar zijn wij als Tweede Kamer en als politieke
bestuurders eigenlijk toe op aarde. Het is dus echt een voorrecht
geweest.
Ik heb gisteravond nog de nota van de heer Grinwis zitten lezen.
Helemaal op de laatste pagina schrijft hij ten slotte het volgende,
waarbij hij Erasmus citeert. "Erasmus scheef eens: wat is de stad anders
dan een groot klooster?" Nou ben ik van katholieken huize, dus ik weet
dat in kloosters ook nog weleens de gelofte van armoede afgelegd wordt.
Dat ga ik niet doen! Ik ben er namelijk van overtuigd dat de mens wil
reiken naar het hogere, naar het betere, en dat het dus in mensen
ingebakken zit om hard te werken om vooruit te komen. Bij een klooster
komt ook de gedachte op dat mensen er in gezamenlijkheid er iets moois
van proberen te maken, de wereld een mooiere plek proberen te maken. Dat
spreekt mij buitengewoon aan.
Voorzitter. Nogmaals, het is mij echt een voorrecht geweest om dat samen
met u, samen met alle ambtenaren op het ministerie van VRO en samen met
al die bestuurders op lokaal en provinciaal niveau en in de
waterschappen te hebben mogen doen. Laten we niet vergeten alle mensen
die bij corporaties werken en zeker ook de marktpartijen. Want zonder
hen gaan we die 100.000 woningen per jaar niet bouwen. Dank u wel. Ik
blijf als het mij gegeven is — Deo volente zoals dat heet — nog een
tijdje in uw midden, voorlopig nog even als minister, maar op een
gegeven moment in een van die blauwe stoelen daar.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de behandeling van de
begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Ik dank de minister
en haar organisatie voor het verdedigen van deze begroting.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 15.00 uur.
De vergadering wordt van 14.18 uur tot 15.02 uur geschorst.