Monitor herkomst diervoedergrondstoffen
Beschrijving van de opzet, uitkomsten en beperkingen van een monitor voor de herkomst van
diervoedergrondstoffen gebruikt in mengvoer in Nederland in 2019 en 2020
Maayke Veraart, Paul Bikker, Harmen van Laar
Together with our clients, we integrate scientific know-how and practical experience
to develop livestock concepts for the 21st century. With our expertise on innovative
livestock systems, nutrition, welfare, genetics and environmental impact of livestock
farming and our state-of-the art research facilities, such as Dairy Campus and Swine
Innovation Centre Sterksel, we support our customers to find solutions for current
and future challenges.
The mission of Wageningen UR (University & Research centre) is ‘To explore
the potential of nature to improve the quality of life’. Within Wageningen UR,
nine specialised research institutes of the DLO Foundation have joined forces
with Wageningen University to help answer the most important questions in the
domain of healthy food and living environment. With approximately 30 locations,
6,000 members of staff and 9,000 students, Wageningen UR is one of the leading
organisations in its domain worldwide. The integral approach to problems and
the cooperation between the various disciplines are at the heart of the unique
Wageningen Approach.
Wageningen UR Livestock Research
P.O. Box 65
8200 AB Lelystad
The Netherlands
T +31 (0)320 23 82 38
E info.livestockresearch@wur.nl
www.wageningenUR.nl/livestockresearch
Livestock Research Report 0000
ISSN 0000-000
Openbaar
Rapport 1404
Monitor herkomst diervoedergrondstoffen
Beschrijving van de opzet, uitkomsten en beperkingen van een monitor voor de herkomst
van diervoedergrondstoffen gebruikt in mengvoer in Nederland in 2019 en 2020
Maayke Veraart, Paul Bikker, Harmen van Laar
Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Livestock Research en gesubsidieerd door het ministerie van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in het kader van het Beleidsondersteunend onderzoek thema ‘D3 Veilige
en duurzame dierlijke productie’ (projectnummer BO-43-111-043 KD-2021-002).
Wageningen Livestock Research
Wageningen, januari 2023
Openbaar
Rapport 1404
Veraart, M., P. Bikker, H. van Laar, 2023. Monitor herkomst diervoedergrondstoffen. Wageningen
Livestock Research, Openbaar rapport 1404.
Op basis van een kennisvraag van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is een
monitor voor de herkomst van diervoedergrondstoffen opgezet. De monitor richt zich op de herkomst
(Nederland, geografisch Europa, buiten geografisch Europa) van de grondstoffen voor mengvoeders
en rechtstreeks aan veehouders geleverde droge losse grondstoffen voor landbouwhuisdieren. Op
basis van drie verschillende methoden is het gebruik aan grondstoffen voor mengvoeders ingeschat.
Het blijkt dat er veel aannames nodig zijn bij het bepalen van het grondstofgebruik. Daarnaast geven
de drie methodes verschillende uitkomsten. Deze uitkomsten verschillen aanzienlijk van eerdere
publicaties. De huidige werkwijze lijkt nog onvoldoende robuust voor jaarlijkse monitoring van het
grondstofgebruik in mengvoeders en droge losse grondstoffen. We adviseren om in overleg met
sectorpartijen na te gaan hoe deze monitor verbeterd kan worden door gebruik te maken van de
beschikbare gegevens uit de diervoedersector.
Based on a knowledge question (“kennisvraag”) of the Dutch Ministry of Agriculture, Nature and Food
Quality (LNV), a monitor for the origin of feedstuffs for farm animals was developed. The monitor is
aimed at the origin (Netherlands, geographical Europe, outside of geographical Europe) of the raw
materials used in compound feeds and dry raw materials fed to farm animals. The amount of raw
materials used in compound feed was based on three different methods. It became apparent that in
order to determine the use of raw materials, many assumptions have to be made. Additionally the
results of the three methods are different. The estimated volumes and origin of feed materials are
quite different from earlier publications. The current method seems insufficiently robust for annual
monitoring of the raw material use in compound feed and as dry raw materials. We recommend to
discuss with the animal feed sector how this monitor can be improved, based on data available in the
sector.
Dit rapport is gratis te downloaden op https://doi.org/10.18174/584501 of op
www.wur.nl/livestock-research (onder Wageningen Livestock Research publicaties).
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-Niet Commercieel 4.0 Internationaal-
licentie.
© Wageningen Livestock Research, onderdeel van Stichting Wageningen Research, 2021
De gebruiker mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven en afgeleide werken maken. Materiaal
van derden waarvan in het werk gebruik is gemaakt en waarop intellectuele eigendomsrechten
berusten, mogen niet zonder voorafgaande toestemming van derden gebruikt worden. De gebruiker
dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden, maar niet
zodanig dat de indruk gewekt wordt dat zij daarmee instemmen met het werk van de gebruiker of het
gebruik van het werk. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
Wageningen Livestock Research aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade
voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Wageningen Livestock Research is NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Op al onze onderzoeksopdrachten zijn de Algemene Voorwaarden van de Animal Sciences Group van
toepassing. Deze zijn gedeponeerd bij de Arrondissementsrechtbank Zwolle.
Wageningen Livestock Research Rapport 1404
Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van dieraantallen,
voeropname en voersamenstelling (methode 1)
Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van beschikbaarheid en
herkomst van grondstoffen (methode 2)
Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van gegevens uit de
Schatting grondstofgebruik in mengvoer met methode 1, 2 en 3
Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 1
Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 2
Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 3
Methode 1, 2 en 3 gecombineerd
Schatting van het grondstofverbruik
Mengvoergrondstoffen met additionele aannames
Herkomst mengvoer per diercategorie
Ruwvoer en vochtrijke diervoeders
Notitie verkenning naar mogelijkheden monitor
Berekening voor alternatieve aannames
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 5
Woord vooraf
Dit project is voortgekomen uit een kennisvraag gesteld door het ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit (LNV). In de kringlooplandbouwvisie van de Minister van LNV is het doel opgenomen
om kringlopen in 2030 op het kleinst mogelijke niveau te sluiten. Om zicht te hebben op het behalen
van deze doelen, heeft LNV behoefte aan een monitor die de herkomst van grondstoffen voor
diervoeders weergeeft. Het ministerie van LNV heeft Wageningen University & Research daarom een
kennisvraag gesteld voor het opstellen van een kennisproduct, zijnde een voorstel voor een monitor
die de herkomst van grondstoffen die gebruikt worden in diervoeders weergeeft.
In overleg is besloten deze vraag op te delen en te beginnen met een notitie die zich richtte op een
inschatting of het mogelijk is een dergelijke monitor te ontwikkelen. Met deze notitie is inzichtelijk
gemaakt welke gegevens daarvoor nodig zijn en wie daar een bijdrage aan kunnen leveren. Op basis
van deze inventarisatie is de daadwerkelijke ontwikkeling van een monitor voor de herkomst van
diervoedergrondstoffen vormgegeven. Voorliggend rapport beschrijft het proces van de ontwikkeling
van de monitor en de beperkingen die daarbij naar voren kwamen.
Bij het ontwikkelen van de monitor hebben we gesproken met meerdere partijen uit de
diervoedersector om zo de best beschikbare gegevens te verzamelen en deze zo goed mogelijk te
interpreteren. Op deze manier hopen wij dat dit project een bijdrage kan leveren aan het verder
verduurzamen van de diervoedersector en het realiseren van de kringlooplandbouwvisie van de
Minister van LNV.
Maayke Veraart
Paul Bikker
Harmen van Laar
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 6
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 7
Samenvatting
Introductie
In de kringlooplandbouwvisie van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is het
doel opgenomen om kringlopen in 2030 op het kleinst mogelijke niveau te sluiten. Voor diervoeders
betekent dit dat de overheid er naar streeft dat een groter deel van de grondstoffen vanuit Nederland,
de EU of Europa komt en een kleiner deel van buiten Europa. Daarnaast is vanuit de Nationale
Eiwitstrategie het doel om minder afhankelijk te worden van landen buiten Europa (EU of geografisch
Europa).
Om zicht te hebben op het behalen van deze doelen, is gewerkt aan het opzetten van een monitor
voor de herkomst van diervoedergrondstoffen. Dit project bestond uit twee delen. Eerst is een
verkenning uitgevoerd of, en zo ja, hoe het mogelijk zou kunnen zijn een dergelijke monitor op te
zetten. Deze verkenning (gedetailleerde resultaten zijn in bijlage 1 van dit rapport te lezen) gaf aan
dat er mogelijkheden zijn om een monitor voor de herkomst van diervoedergrondstoffen op te zetten.
Op basis van deze conclusie is gestart met het uitwerken van de methodiek voor het opzetten van een
monitor voor de herkomst van diervoedergrondstoffen.
Deze monitor is gericht op het gebruik van grondstoffen voor landbouwhuisdieren, meer specifiek:
rundvee (categorieën melkvee en vleesvee), varkens (categorieën vleesvarkens, fokvarkens en
biggen), kippen (categorieën vleeskuikens, leghennen en ouderdieren), eenden en kalkoenen. In dit
rapport worden zowel het mengvoer als de los bijgevoerde droge grondstoffen als mengvoer gezien.
Dit onderzoek kijkt slechts beperkt naar het totale rantsoen van landbouwhuisdieren waarvan ook
ruwvoer en natte voeders (co-producten) deel uitmaken (zie paragraaf 3.5). De herkomst van de
grondstoffen is opgedeeld in grondstoffen die oorspronkelijk geteeld zijn in: Nederland, geografisch
Europa en buiten geografisch Europa.
Methode
Voor de opzet van een monitor voor de herkomst van diervoedergrondstoffen gebruikt in mengvoeders
(inclusief droge grondstoffen) zijn gegevens nodig over: 1. Het gebruik (hoeveelheid, tonnage) van
individuele grondstoffen (bijvoorbeeld, mais, tarwe, sojaschroot, mineralen etc.) in diervoeders, en 2.
De herkomst van de gebruikte grondstoffen.
Ad 1. Voor het bepalen van de hoeveelheid grondstoffen is voor verschillende
grondstoffen/grondstofcategorieën volgens drie verschillende methodes het gebruik van de individuele
grondstoffen bepaald. Deze methoden verschillen vooral in de herkomst van de basisgegevens en
daardoor in de berekeningswijze van de hoeveelheid mengvoergrondstoffen die volgens de betreffende
methode gebruikt wordt. Voor methode 1 is gebruik gemaakt van de consumptie van mengvoer wat
volgens CBS gebruikt wordt voor de eerder vermelde categorieën landbouwhuisdieren en de middels
voeroptimalisatie verkregen grondstofsamenstelling van deze voeders. Vermenigvuldiging van de
hoeveelheid mengvoer met het aandeel (percentage) van de grondstof in mengvoeder geeft per
grondstof de hoeveelheid gebruikt in diervoeders. Voor methode 2 is gebruikt gemaakt van de
gegevens van EUROSTAT voor de invoer en uitvoer van grondstoffen uit verschillende landen en
gegevens van CBS voor de productie van grondstoffen in Nederland zelf. Dit geeft per grondstof de
hoeveelheid van potentieel in Nederlandse mengvoeders gebruikte grondstoffen. Voor de grondstoffen
die zowel in diervoeders voor landbouwhuisdieren gebruikt worden als voor andere toepassingen
(bijvoorbeeld voor huisdieren of humane voeding) is per grondstof een inschatting gemaakt van het
aandeel gebruikt in diervoeders. Voor methode 3 is gebruik gemaakt van gegevens van de
diervoedersector, meer specifiek die van SecureFeed. SecureFeed verzamelt de gegevens van inkoop
van grondstoffen van haar leden (de volledige Nederlandse mengvoerindustrie). Het grondstofgebruik
van de drie methodes is per grondstof vergeleken om tot een zo goed mogelijke bepaling van het
gebruik van een grondstof in mengvoeders voor Nederlandse landbouwhuisdieren te komen.
Ad 2. Voor de herkomst van de grondstoffen is in alle gevallen methode 2 gebruikt; de EUROSTAT
gegevens gecombineerd met CBS gegevens. Dus voor de hoeveelheden grondstoffen volgens
methodes 1, 2 en 3 als ook voor de uiteindelijk bepaalde hoeveelheid grondstoffen op basis van de 3
methodes gezamenlijk. Dit was noodzakelijk omdat methodes 1 en 3 geen gegevens over herkomst
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 8
omvatten, alleen over beschikbare en gebruikte hoeveelheden. Een aantal geïmporteerde
grondstoffen, zoals bijvoorbeeld hele sojabonen of zonnebloempitten worden pas na verwerking in
Nederland in diervoeders gebruikt, wat resulteert in producten als sojaschroot en
zonnebloemzaadschroot. Voor deze in Nederland verwerkte grondstoffen is de herkomst van de
(geïmporteerde) uitgangsproducten gebruikt.
Om het gebruik van mengvoergrondstoffen in perspectief te plaatsen is ook het gebruik aan
ruwvoeders en natte bijproducten verzameld. Hiermee is op basis van het totale rantsoen de herkomst
van de diervoedergrondstoffen berekend.
Resultaten
Per grondstof kan het berekende gebruik in mengvoer volgens de drie methodes erg verschillen.
Daarom moesten soms aanzienlijke aannames worden gedaan voor het bepalen van het gebruik van
een specifieke grondstof (uiteindelijke schatting monitor). Deze aannames zijn per grondstof
beschreven in dit rapport. Zelfs voor een relatief goed beschreven grondstof als soja (bonen, schroot
en hullen) liepen de resultaten van de drie methodes uiteen en was het nodig het gebruik van
sojabonen, sojaschroot en sojahullen in de diervoeding opnieuw in te schatten op basis van
verschillende bronnen.
De herkomst van de diervoedergrondstoffen volgens methode 1, 2, 3 en de uiteindelijke schatting
door vergelijking van de methoden per grondstof is weergegeven in Tabel S1. Op basis van de per
grondstof bepaalde hoeveelheid en herkomst komen de grondstoffen in de jaren 2019 en 2020 voor
circa 10% uit Nederland, 67% uit geografisch Europa en 23% van buiten geografisch Europa. Er zijn
kleine verschuivingen tussen de jaren.
Tussen de drie gebruikte methodes varieert de schatting van de herkomst in de orde grootte van 2 tot
4%.
Tabel S1: Volgens verschillende methodes bepaalde herkomst (in %) van in Nederland gebruikte
diervoedergrondstoffen in mengvoeders en als droge losse grondstoffen in 2019 en 2020.
Een aanzienlijk deel van het rantsoen van landbouwhuisdieren, met name voor herkauwers en
varkens, bestaat uit ruwvoeders en natte bijproducten die veelal uit Nederland en omringende landen
afkomstig zijn. Wanneer dit in de berekening wordt meegenomen, en de herkomst van het totale
rantsoen wordt beoordeeld, dan komen de in tabel S1 genoemde getallen in een ander perspectief te
staan. De herkomst van het totaal aan diervoedergrondstoffen (op droge stof niveau) wordt dan circa
49% voor Nederland, circa 38% voor geografisch Europa en circa 13% voor buiten geografisch
Europa.
Discussie
Er is volgens drie methodes een zo goed mogelijke inschatting van de herkomst van gebruikte
grondstoffen voor diervoeders gemaakt. De drie methodes verschillen enigszins in de procentuele
herkomst van het totaal aan gebruikte grondstoffen. Tabel S2 geeft de vergelijking van de uitkomsten
van de huidige monitor met eerdere publicaties. De uitkomsten van de huidige monitor duiden op een
hoger aandeel grondstoffen uit geografisch Europa (circa 67 vs. 55-60%) en een lager aandeel van
buiten Europa (circa 23 vs. 33-35%) in vergelijking met eerdere publicaties.
Bron
Jaar
Nederlandse
productie
Invoer uit geogr.
Europa
Invoer van buiten
geogr. Europa
Methode 1
2019
11,4
65,0
23,6
Methode 2
2019
12,2
62,2
25,6
Methode 3
2019
12,5
65,9
21,9
Uiteindelijke schatting monitor
2019
10,4
65,9
23,6
Methode 1
2020
11,0
67,5
21,5
Methode 2
2020
10,8
66,1
23,1
Methode 3
2020
11,4
68,9
19,7
Uiteindelijke schatting monitor
2020
9,4
68,6
22,1
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 9
Tabel S2: Vergelijking van de herkomst (in %) van in Nederland gebruikte diervoedergrondstoffen
volgens het onderhavige rapport en eerder verschenen rapportages.
*Van Krimpen (2019) rapporteerde 65% aan ‘regionale’ grondstoffen, d.w.z. uit geografisch Europa, dus inclusief Nederland.
Naast de verschillen met eerdere publicaties over de herkomst van diervoedergrondstoffen geeft de
huidige monitor een totaal grondstoffengebruik (14.5 miljoen ton) dat aanzienlijk hoger ligt dan
volgens CBS (13.4 miljoen ton) en Nevedi (12.5 miljoen ton) gegevens voor 2019. Dit geeft aan dat
de in het voorliggende rapport gebruikte methode waarschijnlijk dubbeltellingen van het gebruik van
grondstoffen bevat. Om het effect van mogelijke onderschatting van vooral het gebruik van niet-
Europese grondstoffen te onderzoeken is een aantal aannames over gebruik van soja en andere
grondstoffen in de huidige monitor gevarieerd. Hierdoor neemt het aandeel niet-Europese
grondstoffen toe tot 29%. Dit resultaat komt dichter in de buurt van andere publicaties. Echter,
daarvoor was het noodzakelijk om de aannames erg ’op te rekken’. Nader onderzoek is nodig om deze
verschillen beter te kunnen duiden.
Aanbevelingen
De hier beschreven aanpak brengt veel onzekerheden met zich mee. Het is belangrijk deze in acht te
nemen bij het interpreteren van de resultaten. Het huidige model is gebaseerd op aannames, welke
per jaar kunnen variëren. Daarnaast wordt elke grondstof op dit moment individueel beoordeeld door
de resultaten van de drie methodes met elkaar te vergelijken, waarna door de auteurs is ingeschat
welke methode de daadwerkelijke gebruikshoeveelheid het best representeert. De aannames en
uitkomsten kunnen daardoor persoonsafhankelijk zijn. Op dit moment is de huidige werkwijze nog
onvoldoende robuust om meerjarige trends in de herkomst van diervoedergrondstoffen vast te stellen.
Het is wenselijk om een standaardaanpak te formuleren die bij de meeste grondstoffen kan worden
toegepast. Een standaardaanpak zou gebruik kunnen maken van de sterke punten van elk van de drie
methodes. De beste gegevens over de hoeveelheid diervoedergrondstoffen komen uit de sector zelf, in
dit geval van SecureFeed zoals gebruikt in methode 3. Daarnaast heeft Nevedi het voornemen meer
inzicht te verwerven in het grondstoffengebruik in mengvoeders door haar leden. Ons advies is, om in
overleg met de sectorpartijen na te gaan hoe gebruik gemaakt kan worden van de beschikbare
gegevens.
Bron
Jaar
Nederlandse
productie
Invoer uit geogr.
Europa
Invoer van buiten
geogr. Europa
Dit rapport
2019
10,4
65,9
23,6
Dit rapport
2020
9,4
68,6
22,1
Van Krimpen (2019)
2018
65*
35
Comité der Graanhandelaren
2019
7
59
34
Grondstoffenwijzer Nevedi
2019
11,6
55,6
32,8
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 10
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 11
1
Introductie
In de kringlooplandbouwvisie van de Minister van LNV is het doel opgenomen om kringlopen in 2030
op het kleinst mogelijke niveau te sluiten. Voor diervoeders betekent dit dat de overheid wil dat een
groter deel van de grondstoffen vanuit NL/EU/Europa komt en een kleiner deel van buiten Europa.
Daarnaast is er vanuit de nationale eiwitstrategie het doel om minder afhankelijk te worden van
landen buiten Europa.
Om zicht te hebben op het behalen van deze doelen, heeft LNV behoefte aan een monitor die de
herkomst van de grondstoffen die gebruikt worden in diervoeders weergeeft. Het ministerie van LNV
heeft Wageningen University & Research een kennisvraag gesteld voor het opstellen van een
kennisproduct, zijnde een voorstel voor een monitor die de herkomst van grondstoffen die gebruikt
worden in mengvoeders weergeeft. De herkomst is in dit rapport onderverdeeld in drie categorieën.
Dit zijn: Nederland, geografisch Europa en buiten (geografisch) Europa. De volgende landen zijn als
geografisch Europa beschouwd: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland,
Ierland, Italië, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Malta, Spanje, Turkije, Groot-Brittannië, Zweden,
Zwitserland, IJsland, Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Moldavië, Oekraïne, Polen,
Roemenië, Slowakije, Tsjechië, Kroatië, Servië en Luxemburg.
Het huidige onderzoek richt zich op de herkomst van diervoedergrondstoffen die in mengvoeders voor
landbouwhuisdieren gebruikt worden en ook de droge losse grondstoffen die op veehouderijbedrijven
gevoerd worden maar ook geschikt zijn om in mengvoer te verwerken. Mengvoeders, ook wel
krachtvoer genoemd, zijn de droge voeders, vaak mengsels van granen en gedroogde restproducten
die afhankelijk van de diersoort en situatie als compleet voer, of als aanvulling op bijvoorbeeld
ruwvoer of natte voeders gevoerd worden. In dit rapport worden de los bijgevoerde droge
grondstoffen dus tot het mengvoer gerekend. Dit onderzoek kijkt slechts beperkt naar het totale
rantsoen van landbouwhuisdieren waar ook ruwvoer en natte voeders (bijproducten) deel van
uitmaken (zie paragraaf 3.5). De landbouwhuisdieren die in dit rapport meegenomen worden zijn:
rundvee (categorieën melkvee en vleesvee), varkens (categorieën vleesvarkens, fokvarkens en
biggen), kippen (categorieën vleeskuikens, leghennen en ouderdieren), eenden en kalkoenen.
Er is in overleg besloten de vraag op te delen in twee vragen: 1. Een verkenning die zich richt op de
vraag of het mogelijk is een monitor te ontwikkelen; 2. Daadwerkelijke opzet van een conceptmonitor.
De verkenning is terug te lezen in bijlage 1. In dat document is beschreven welke mogelijkheden er
zijn bij het opzetten van een monitor, welke gegevens daarvoor nodig zijn en welke organisaties of
instituten daaraan een bijdrage kunnen leveren. Op basis van deze inventarisatie is gestart met het
opzetten van een conceptmonitor voor de herkomst van in mengvoer gebruikte grondstoffen voor het
jaar 2019. Dit proces is herhaald voor het jaar 2020. Het gehele proces, de uitkomsten en de duiding
is in het voorliggende rapport beschreven.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 12
2
Methode
Om inzicht te krijgen in de herkomst van diervoedergrondstoffen in Nederland zijn verschillende typen
gegevens verzameld, voor 2019 en 2020. De herkomst van de in diervoeders gebruikte grondstoffen
is berekend door het combineren van gegevens over het totale gebruik van grondstoffen in
diervoeders, gebaseerd op gegevens over voersamenstelling, voeropname en dieraantallen, en de
herkomst van geïmporteerde en inlands geproduceerde grondstoffen. Deze gegevens zijn verzameld
uit verschillende bronnen. Daarnaast zijn ook gebruiksgegevens van grondstoffen vanuit de sector ter
beschikking gesteld. De bronnen van de gebruikte gegevens zijn verder uitgewerkt in tabel 1.
Door de verschillende bronnen zijn er meerdere manieren mogelijk (deze zullen wij verder methoden
noemen) om een schatting te geven van de hoeveelheid gebruikte grondstoffen voor diervoeding. In
dit rapport zijn drie methoden gebruikt die elk een schatting geven van de hoeveelheid gebruikte
grondstoffen in diervoeders. Door deze drie methoden te vergelijken hopen wij de best mogelijke
schatting van het grondstofgebruik voor diervoeder in Nederland te maken. De drie gebruikte
methoden worden hieronder in paragraaf 2.1, 2.2 en 2.3 beschreven.
Tabel 1
Benodigde informatie met bijbehorende informatiebronnen.
Onderdeel
Benodigde gegevens
Bron
Verbruik van grondstoffen
in diervoeders
Dieraantallen
CBS WUM methodiek (Van Bruggen et al., 2019)
Totaal verbruik droog voer per
diercategorie
CBS WUM methodiek (Van Bruggen et al., 2019)
Voersamenstelling
WLR
Totaal verbruik in Nederland
Input van diervoedersector/SecureFeed
Herkomst van grondstoffen Invoergegevens
CBS/Eurostat
Uitvoergegevens
CBS/Eurostat
Nederlandse productie
CBS/Eurostat en input van diervoedersector
Onderscheid bestemming humaan
voedsel/diervoeder
WEcR, input van diervoedersector
Onderverdeling per
diercategorie
Mogelijk via WUM-methode, wordt op dit
moment niet structureel gedaan.
CBS WUM methodiek (Van Bruggen et al., 2019)
2.1
Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van
dieraantallen, voeropname en voersamenstelling
(methode 1)
Het verbruik van grondstoffen in diervoeders is geschat op basis van dieraantallen en voerverbruik per
diercategorie en de grondstofsamenstelling van de mengvoeders per diercategorie. Zowel
dieraantallen als het voerverbruik per diercategorie wordt jaarlijks verzameld door het CBS volgens de
Werkgroep Uniformering Mest- en mineralencijfers (WUM)-methodiek. De WUM-methodiek is eerder
uitgebreid beschreven (Van Bruggen et al., 2019).
De gegevens over de voersamenstelling per diercategorie zijn afkomstig van voeroptimalisaties
uitgevoerd door WLR. Deze voeroptimalisaties zijn ook de basis voor voersamenstellingen zoals
gebruik in de WUM. Deze voeroptimalisaties zijn uitgevoerd voor de diercategorieën zoals gebruikt in
de WUM-methode. Binnen de diercategorieën van WUM zijn meerdere optimalisaties gedaan die de
verschillende fasen van de diercategorie weergeven (zoals drie fasen voor vleesvarkens en vier fasen
voor vleeskuikens). De optimalisaties zijn uitgevoerd voor vier kwartalen per jaar, en gebaseerd op de
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 13
grondstofprijzen zoals verzameld ten behoeve van het project voederwaardeprijzen1. Als
randvoorwaarden zijn de voedernormen van het CVB en minimum en maximum gehalten aan
specifieke grondstoffen gebruikt, in afstemming met nutritionisten en deskundigen uit de
mengvoerpraktijk. Op basis van beschikbare prijzen zijn de vijftig belangrijkste grondstoffen voor het
jaar 2019 en 2020 aangeboden aan de optimalisatie. Hieruit volgde een overzicht met per grondstof
per jaar het berekende gemiddelde percentage waaruit de geoptimaliseerde voeders voor alle
diercategorieën bestaan. Deze optimalisatie van voeders is inclusief de droge grondstoffen die op
veehouderijbedrijven zelf gevoerd worden, maar exclusief natte voeders en ruwvoer (zie paragraaf
3.5).
Op basis van de dieraantallen, het totaal verbruik (droog) mengvoer per diercategorie en
voersamenstellingsgegevens per diercategorie is het totaal verbruik aan diervoedergrondstoffen per
diercategorie in Nederland in 2019 en 2020 geschat. Voor elke diercategorie is het voerverbruik, door
CBS gespecificeerd per diercategorie, vermenigvuldigd met de percentages van de geoptimaliseerde
voersamenstelling. Dit leidde tot het totale verbruik van grondstoffen per diercategorie. De hier
beschreven methode geeft geen inzicht in de herkomstlanden van de grondstoffen.
Naar deze methode wordt in het vervolg van het rapport verwezen als methode 1.Deze methode is
gebaseerd op least-cost optimalisatie van voeders en houdt slechts beperkt rekening met de
daadwerkelijke beschikbare hoeveelheid grondstoffen door eigen productie, invoer (binnen en buiten
geografisch Europa) en uitvoer. Daarom is uit deze methode alleen een schatting van het gebruik van
grondstoffen af te leiden; de herkomst van grondstoffen is niet bekend. Daarvoor is methode 2
gebruikt, zoals beschreven in 2.2.
2.2
Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van
beschikbaarheid en herkomst van grondstoffen
(methode 2)
Invoer- en uitvoergegevens zijn beschikbaar van 96 grondstoffen, afkomstig van EUROSTAT2. Hierbij
wordt onderscheid gemaakt tussen Nederlandse productie en invoer per land. Met het oog op het doel
om minder afhankelijk te worden van landen buiten geografisch Europa zijn de gegevens voor de
monitor onderverdeeld in productie in Nederland, invoer vanuit geografisch Europa en invoer van
buiten geografisch Europa. Voor deze onderverdeling zijn percentages per herkomstland berekend, die
in de monitor verder zijn gehanteerd. Invoer- en uitvoergegevens zijn voor de belangrijkste
grondstoffen beschikbaar in de databases van EUROSTAT2. Voor de Nederlandse productie van
grondstoffen die mogelijk in diervoeders verwerkt kunnen worden zijn gegevens van het CBS3
gebruikt.
De invoergegevens zijn gecombineerd met de uitvoergegevens om zo per grondstof een balans van
import minus export te maken. Deze balans geeft, in combinatie met de hoeveelheid grondstof die in
Nederland zelf geproduceerd wordt, inzicht in de totaal beschikbare hoeveelheid grondstof voor
gebruikt in diervoeders in Nederland. De beschikbare hoeveelheid op basis van de handelsbalans hoeft
niet volledig in diervoeders gebruikt te worden, maar kan bijvoorbeeld ook voor humane consumptie
gebruikt zijn (bijvoorbeeld tarwe). Harde gegevens over het percentage dat is gebruikt voor
diervoederproductie zijn voor de meeste grondstoffen niet beschikbaar. De gebruikte, ingeschatte
percentages zijn afkomstig van gegevens van Het Comité van Graanhandelaren, Wageningen
Economic Research, persoonlijke communicatie met praktijkexperts of afgeleid van de EUROSTAT-
gegevens.
EUROSTAT maakt gebruik van zogenaamde Combined Nomenclature (CN)-codes. De codes zijn
bedoeld om goederen te classificeren in de EU, en zijn voor deze monitor gebruikt om
gebruikshoeveelheden in diervoeders af te leiden. Er zijn producten met CN-codes die zowel in
diervoeders als in humane voeding gebruikt worden. Daarnaast bestaan er CN-codes voor producten
die specifiek voor diervoeders gebruikt worden of een technische toepassing hebben en daarom niet in
(dier)voeding gebruikt worden. De CN-codes gebruikt voor deze monitor zijn opgenomen in bijlage 2.
1 https://www.wur.nl/nl/landingspagina-redacteuren/nl/onderzoek-resultaten/onderzoeksinstituten/livestock-
research/producten/voederwaardeprijzen-rundvee.htm
2 https://ec.europa.eu/eurostat/data/database
3 https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/7100oogs/table?ts=1670440464021
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 14
De berekende beschikbaarheid per grondstof is vervolgens gebaseerd op de balans van import en
export volgens EUROSTAT, de Nederlandse productie en de het ingeschatte percentage dat van een
grondstof in diervoeders wordt gebruikt. Naar deze methode wordt in het vervolg van het rapport
verwezen als methode 2. Om dit grondstofgebruik te specificeren naar diercategorie zijn de
dieraantallen, voeropname en voersamenstelling uit methode 1 gebruikt.
2.3
Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van
gegevens uit de diervoedersector (methode 3)
Vanuit de diervoedersector zijn gegevens over het grondstofgebruik in diervoeders in Nederland ten
behoeve van dit project gedeeld. Deze cijfers zijn afkomstig van SecureFeed. De inkoophoeveelheden
zijn bekend van meer dan 600 grondstoffen. Dit is dus de hoeveelheid van de verschillende
grondstoffen die door de deelnemers van SecureFeed zijn ingekocht. Dit omvat de hele Nederlandse
mengvoerindustrie, echter, directe verkoop van droge grondstoffen tussen primaire bedrijven,
bijvoorbeeld akkerbouw- en veehouderijbedrijven blijft buiten beeld. Aangezien deze verkoop vrij is
van wettelijke of bovenwettelijke verplichtingen is dit aandeel niet goed in beeld (pers. mededeling F.
Gort). Voor een goede vergelijking is deze SecureFeed lijst geaggregeerd om tot dezelfde lijst aan
grondstoffen te komen zoals gehanteerd in methode 1 en 2. Het verbruik van diervoedergrondstoffen
op basis van gegevens van SecureFeed wordt in het vervolg methode 3 genoemd.
Vanwege de vertrouwelijkheid van de gegevens van deelnemers van SecureFeed is deze methode
puur als vergelijking naast methode 1 en 2 gebruikt. De cijfers worden niet als zodanig in dit rapport
opgenomen. Belangrijk hierbij is dat deze gegevens enige dubbeltellingen bevatten door interne
leveringen tussen deelnemers van SecureFeed. Het totaal verbruik aan diervoedergrondstoffen
volgens deze methode is daardoor hoger dan volgens methode 1 en 2. Het is niet bekend om welke
grondstoffen en om hoeveel dubbeltellingen het precies gaat. Daarom is een correctie toegepast: voor
alle grondstoffen zijn de hoeveelheden van methode 3 gecorrigeerd naar het totaal verbruik volgens
methode 1.
Methode 3 verwijst naar de gecorrigeerde hoeveelheden, tenzij anders vermeld. In sommige gevallen
is de ongecorrigeerde methode 3 gebruikt. De dubbeltelling zoals eerdergenoemd hoeft namelijk niet
voor elke grondstof (in dezelfde mate) van toepassing te zijn. Methode 3 gecorrigeerd wordt daarom
als ondergrens beschouwd en methode 3 ongecorrigeerd wordt als bovengrens beschouwd voor de
mogelijk gebruikte hoeveelheid grondstoffen. Grondstofgebruik hoger dan methode 3 ongecorrigeerd
is namelijk onwaarschijnlijk. In deze monitor is methode 3 naast methode 1 en 2 gebruikt om een
inschatting te maken van het totale verbruik aan diervoedergrondstoffen voor jaren 2019 en 2020.
Om dit grondstofgebruik te specificeren naar diercategorie zijn de dieraantallen, voeropname en
voersamenstelling uit methode 1 gebruikt.
2.4
Schatting grondstofgebruik in mengvoer met methode
1, 2 en 3
Het hanteren van methode 1, 2, 3 gecorrigeerd en 3 ongecorrigeerd leidt voor elke grondstof tot vier
verschillende waarden van het gebruik in diervoeders. Per grondstof zou het berekende totaal verbruik
gebaseerd op CBS-gegevens in combinatie met de berekende voersamenstellingen (methode 1)
overeen moeten komen met de beschikbaarheid van een grondstof voor diervoeder (methode 2).
Vanwege gebrek aan volledige gegevens was dit niet altijd het geval. Methode 1 is gebaseerd op
voersamenstellingen die met verschillende aannames zijn berekend, zoals de randvoorwaarden van de
least-cost optimalisatie en prijs van de grondstoffen in 2019 en 2020. Voor methode 2 zijn er niet
altijd gegevens beschikbaar over welk aandeel van de beschikbare hoeveelheid van een grondstof in
diervoeding gebruikt wordt.
De hoeveelheden uit methode 1, 2 en 3 zijn daarom vergeleken. Daarbij zijn de gegevens van
methode 3 niet zelfstandig gebruikt. Methode 3 is ter ondersteuning gebruikt om in te schatten of
methode 1 en 2 het meest aannemelijke gebruik aangaf, of het aandeel van de beschikbare
hoeveelheid dat in diervoeders gebruikt wordt in te schatten. Daarbij zijn de ongecorrigeerde en
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 15
gecorrigeerde hoeveelheden van methode 3 als richtlijn voor een bovengrens en ondergrens van de
gebruikte hoeveelheid voor een grondstof gezien. Op die manier is uiteindelijk per grondstof een
inschatting gemaakt van het verbruik in diervoeder en de verdeling daarvan over diercategorieën. Een
aantal aannames is gedaan om de verbruikshoeveelheden per grondstof, en daarmee de monitor, zo
representatief mogelijk te maken. De uitwerking hiervan staat per grondstof beschreven in sectie
3.3.2 voor soja en 3.3.3 voor de overige grondstoffen.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 16
3
Resultaten
3.1
Methode 1
3.1.1
Voersamenstelling
De resultaten van de geoptimaliseerde voersamenstellingen zijn weergegeven in bijlage 3 en bijlage 4,
respectievelijk voor 2019 en 2020. Deze samenstellingen zijn gebruikt om voor elke diercategorie het
totaal voerverbruik te berekenen per grondstof waarbij de totale geschatte voerconsumptie per
diercategorie van de CBS als uitgangspunt is gebruikt. Deze totalen per grondstof staan weergegeven
in bijlage 5 en 6. Vanwege schommelingen in prijzen en beschikbaarheid van grondstoffen verandert
de voersamenstelling over de jaren. Een kleine schommeling in de samenstelling kan een grote
verandering in het totaal verbruik veroorzaken, afhankelijk van de herkomst en diergroep.
3.2
Methode 2
Op basis van gegevens over de Nederlandse productie, invoer uit geografisch Europa en invoer van
buiten geografisch Europa is een verdeling gemaakt van de herkomst van alle mengvoergrondstoffen.
De herkomst is voor 2019 en 2020 berekend en weergegeven in tabel 2.
3.2.1
Herkomst
Tabel 2
De herkomst van mengvoergrondstoffen (in % per grondstof) in 2019 en 2020 volgens
methode 2.
2019
2020
Grondstof
NL productie
(%)
Invoer
geogr.
Europa (%)
Invoer
buiten
geogr.
Europa (%)
NL productie
(%)
Invoer
geogr.
Europa (%)
Invoer
buiten
geogr.
Europa (%)
Granen
Tarwe
20
79
1
19
80
0
Gerst
10
89
0
9
91
0
Mais
2
92
6
2
89
9
Triticale
9
89
2
5
95
1
Rogge
9
91
0
4
95
0
Sorghum
0
84
16
0
92
8
Haver
5
95
0
4
96
0
CCM
100
0
0
100
0
0
Graanbijproducten
Tarwegries
12
88
0
11
89
0
Maisproducten
74
25
0
15
85
0
Rijstbijproducten
52
48
0
0
100
0
Tarweglutenvoer gedroogd
20
79
1
20
79
1
Bakkerijproducten
20
79
1
20
79
1
DDGS mais
2
92
6
2
92
6
Oliezaadbijproducten
Sojaschroot
0
2
98
0
4
96
Zonnebloemzaadschroot
0
74
26
0
85
15
Kokosschroot en -schilfers
0
1
99
0
1
99
Palmpitschilfers
0
0
100
0
0
100
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 17
Raapschroot
13
87
0
4
96
0
Maiskiemschroot
0
100
0
0
100
0
Maisglutenvoer
2
92
6
2
92
6
Lijnschroot en -schilfers
0
0
100
0
0
100
Grondnotenschroot en -schilfers
100
0
0
100
0
0
Sojahullen
0
2
98
0
2
98
Sojaconcentraat
100
0
0
100
0
0
Bestendig raap
100
0
0
100
0
0
Bestendig soja
100
0
0
100
0
0
Maisglutenmeel
2
92
6
2
92
6
Peulvruchten
Erwten droog
0
81
19
0
96
4
Lupinen
0
1
99
0
5
95
Bonen
9
62
29
8
72
20
Oliezaden
Sojabonen verhit
0
3
97
0
4
96
Raapzaad
0
86
13
0
66
34
Lijnzaad
0
0
100
0
0
100
Zonnebloempitten
0
96
4
0
100
0
Overige
Luzernemeel
77
23
0
82
18
0
Overige voedselbijproducten
Bietenpulp
24
76
0
26
74
0
Citruspulp
0
6
94
0
10
90
Rietsuikermelasse
0
23
77
0
16
84
Vinasse
64
30
6
84
16
0
Aardappeleiwit
100
0
0
100
0
0
Bietenmelasse
70
29
0
70
30
0
Dierlijke producten
Weipoeder
0
99
1
0
99
1
Melkpoeder/concentraat
0
100
0
0
100
0
Dierlijke eiwitten
0
97
3
0
98
2
Vismeel
0
74
26
0
75
25
Rundvet
79
21
0
73
27
0
Varkensvet
83
17
0
91
9
0
Vet dierlijk
48
48
4
49
46
5
Visolie
0
78
22
0
61
39
Pluimveevet
59
41
0
66
34
0
Plantaardige oliën en vetten
Kokosvet
0
9
91
0
6
94
Palmolie
0
0
100
0
0
100
Palmpitvet
0
0
100
0
0
100
Raapolie
22
73
5
20
80
0
Plantaardige vetten/oliën
0
2
98
0
2
98
Zonnebloemolie
0
96
4
0
96
4
Diverse plantenolie (+ lijnolie)
7
93
1
9
91
0
Mengsels vet(zuren)
0
8
92
0
6
94
Kleine toevoegingen
Krijt en kalksteentjes
0
97
3
0
92
8
Zout
95
4
1
99
1
0
Natrium-bicarbonaat
0
95
5
0
92
8
Premix vitamines en mineralen
0
0
100
0
0
100
Monocalciumfosfaat
0
54
46
0
88
12
Magnesiumoxide
0
65
35
0
67
33
L-Lysine
0
100
0
0
100
0
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 18
DL-Methionine
0
100
0
0
100
0
L-Threonine
0
100
0
0
100
0
L-Tryptofaan
0
100
0
0
100
0
L-Valine
0
100
0
0
100
0
Fytase premix
0
100
0
0
100
0
Melkzuur
100
0
0
100
0
0
NSP afbrekende enzymen
100
0
0
100
0
0
L-Arginine
0
100
0
0
100
0
Ureum
100
0
0
100
0
0
Kopersulfaat
0
64
36
0
64
36
3.2.2
Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 1
De herkomst van grondstoffen is af te leiden uit de Nederlandse productie, invoer uit geografisch
Europa en invoer van buiten geografisch Europa. Deze gegevens zijn beschikbaar uit de handelsbalans
van methode 2. Op basis van het verbruik volgens methode 1 met de herkomst van methode 2 kan
een overzicht gemaakt worden van de herkomst van het mengvoer in Nederland. Daarbij is dus het
verbruik vastgesteld aan de hand van diergetallen, voerverbruik en voersamenstelling. Op dit verbruik
zijn de herkomstpercentages uit methode 2 toegepast. Dit overzicht is weergegeven in tabel 3. Voor
deze monitor is echter per grondstof bepaald en ingeschat welke van de drie methodes het meest
representatieve getal weergeeft. De resultaten van deze aannames zijn te lezen in 3.3.
Tabel 3
Herkomst van de in mengvoer gebruikte grondstoffen in Nederland in 2019 en 2020,
gebaseerd op het verbruik volgens methode 1 en de herkomstgegevens volgens methode
2.
3.2.3
Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 2
Wanneer per grondstof een inschatting gemaakt wordt van het aandeel gebruikt in diervoeders (zie
sectie 3.3.3), dan kan ook op basis van methode 2 het verbruik van grondstoffen geschat worden. Op
basis van dit verbruik, gecombineerd met de herkomst van methode 2 kan een overzicht gemaakt
worden van de herkomst van het mengvoer in Nederland. Dit overzicht is weergegeven in tabel 4.
Voor deze monitor is echter per grondstof bepaald en ingeschat welke van de drie methodes het
meest representatieve getal weergeeft. De resultaten van deze aannames zijn te lezen in 3.3.
Tabel 4
Herkomst van de in mengvoer gebruikte grondstoffen in Nederland in 2019 en 2020,
gebaseerd op de handelsbalans volgens methode 2 en de herkomstgegevens volgens
methode 2.
3.2.4
Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 3
Op basis van het gecorrigeerde verbruik volgens methode 3 met de herkomst van methode 2 kan ook
een overzicht gemaakt worden van de herkomst van het mengvoer in Nederland. Daarbij is dus het
verbruik vastgesteld aan de hand van methode 3. Op dit verbruik zijn de herkomstpercentages uit
methode 2 toegepast. Dit overzicht is weergegeven in tabel 5. Voor deze monitor is echter per
grondstof bepaald en ingeschat welke van de drie methodes het meest representatieve getal
weergeeft. De resultaten van deze aannames zijn te lezen in 3.3.
Jaar
Nederlandse productie (%)
Invoer uit geogr. Europa
(%)
Invoer van buiten geogr.
Europa (%)
2019
11,4
65,0
23,6
2020
11,0
67,5
21,5
Jaar
Nederlandse productie (%) Invoer uit geogr. Europa
(%)
Invoer van buiten geogr.
Europa (%)
2019
12,2
62,2
25,6
2020
10,8
66,1
23,1
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 19
Tabel 5
Herkomst van de in mengvoer gebruikte grondstoffen in Nederland in 2019 en 2020,
gebaseerd op het verbruik volgens methode 3 en de herkomstgegevens volgens methode
2.
3.3
Methode 1, 2 en 3 gecombineerd
3.3.1
Schatting van het grondstofverbruik
Tabel 6 geeft het grondstofverbruik volgens methode 1 of 2 weer. Het verbruik en/of het percentage
van het gebruik in diervoeder is per grondstof ingeschat op basis van methode 1, 2 en 3. De
onderliggende gegevens van methode 1 en 2 te vinden in bijlage 5 (2019) en bijlage 6 (2020). De
aannames die gemaakt zijn om tot deze getallen te komen zijn per grondstof weergegeven in
paragrafen 3.3.2 en 3.3.4. Paragraaf 3.3.2 is hierbij volledig gewijd aan de hoeveelheid gebruikte
sojaproducten. Dit omdat de gebruikte hoeveelheid soja(producten), die voor 98% van buiten
geografisch Europa komen, een groot effect heeft op het percentage grondstoffen van buiten
geografisch Europa. De aannames voor de andere grondstoffen staan beschreven in paragraaf 3.3.3.
Tabel 6
Schatting van de hoeveelheid gebruikte diervoedergrondstoffen in Nederland in 2019 en
2020, gebaseerd op methode 1, 2 of 3.
Grondstof
Verbruik in 2019
(ton)
Verbruik in 2020
(ton)
Gebruikte
methode
Granen
Tarwe
2.204.349
1.621.087
1+2
Gerst
1.507.807
2.120.998
1
Mais
3.056.534
2.930.150
2
Triticale
77.945
111.871
2
Rogge
55.882
120.078
2
Haver
33.145
38.214
2
CCM
67.773
71.764
2
Graanbijproducten
Tarwegries
606.140
607.133
2+3
Maisproducten
79.415
65.565
2
Tarweglutenvoer gedroogd
16.221
12.567
2+3
Bakkerijproducten
480.000
208.000
2+3
DDGS mais
32.625
56.215
2+3
Oliezaadbijproducten
Sojaschroot
1.550.000
1.450.000
zie 3.3.2
Zonnebloedzaadschroot
624.273
592.663
2
Palmpitschilfers
691.869
643.046
2
Raapschroot
994.593
1.032.694
2
Maiskiemschroot
7.944
2.186
2+3
Maisglutenvoer
80.000
80.000
2
Lijnschroot en -schilfers
8.661
9.482
2
Sojahullen
303.829
318.325
2
Maisglutenmeel
10.000
10.000
1+2+3
Peulvruchten
Erwten droog
75.549
107.649
2
Jaar
Nederlandse productie (%) Invoer uit geogr. Europa
(%)
Invoer van buiten geogr.
Europa (%)
2019
12,5
65,9
21,9
2020
11,4
68,9
19,7
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 20
Lupinen
69.576
49.300
2+3
Bonen
14.614
37.379
2+3
Sojabonen verhit
50.000
50.000
zie 3.3.2
Lijnzaad
25.000
25.000
2+3
Overige
Luzernemeel
48.412
54.353
2+3
Overige voedselbijproducten
Bietenpulp
522.112
483.536
2
Citruspulp
110.000
100.000
1+2+3
Rietsuikermelasse
52.431
23.474
2+3
Vinasse
65.820
93.297
2
Aardappeleiwit
4.000
7.000
2
Protapec
15.000
15.000
2+3
Bietenmelasse
147.988
145.794
2+3
Dierlijke producten
Weipoeder
7.272
7.280
1
Vismeel
1.945
1.670
2+3
Vet dierlijk
34.328
34.495
3
Plantaardige oliën
Kokosvet
3.237
3.179
2+3
Palmolie
35.000
35.000
3
Palmpitvet
11.923
19.080
2
Raapolie
80
300
3
Plantaardige vetten/oliën
50.000
50.000
3
Zonnebloemolie
5.000
2.400
3
Diverse plantenolie (+ lijnolie)
24.000
24.000
3
Mengsels vet(zuren)
25.000
25.000
3
Kleine toevoegingen
Krijt en kalksteentjes
306.078
314.197
1
Zout
52.653
48.270
2+3
Natrium-bicarbonaat
25.177
22.894
2+3
Premix vitamines en mineralen
53.401
54.393
zie aannames
Monocalciumfosfaat
15.000
15.000
3
Magnesiumoxide
15.000
15.000
3
L-Lysine
28.832
28.535
1
DL-Methionine
9.245
9.874
1
L-Threonine
6.454
6.754
1
L-Tryptofaan
925
1.038
1
L-Valine
1.186
1.415
1
Fytase premix
15.071
15.166
1
Melkzuur
7.272
7.280
1
NSP afbrekende enzymen
150
158
1
L-Arginine
104
64
1
Ureum
5.000
5.000
3
Kopersulfaat
350
350
3
Totaal
14.412.171
14.026.611
3.3.2
Soja
Een van de moeilijkheden bij de ontwikkeling van de monitor was dat het verschil tussen de
verbruikshoeveelheden sojabonen, -schroot en -hullen van de drie methodes erg groot is. Bij de
ontwikkeling van de monitor is het belangrijk om de verbruikshoeveelheden van de drie methodes
goed te vergelijken. Op het totaal aan gebruikte grondstoffen is het zo correct mogelijk inschatten van
de juiste hoeveelheid soja(schroot) namelijk van wezenlijk belang; omdat soja voornamelijk van
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 21
buiten Europa wordt ingevoerd, verschuift de verhouding in herkomst wanneer een andere methode
wordt gebruikt. Een combinatie van de gegevens uit de drie verschillende methodes kan het meest
representatieve beeld van het daadwerkelijke verbruik van sojaschroot in diervoeders in Nederland
geven.
Soja wordt ingevoerd in de vorm van hele sojabonen, sojaschroot en sojahullen. Een deel van de
ingevoerde grondstoffen wordt in Nederland verwerkt. De uiteindelijk beschikbare hoeveelheid
sojabonen, -schroot en -hullen kan worden gebruikt in diervoeding of humane voeding, of weer
worden uitgevoerd. Figuur 1 geeft de stromen van bonen, schroot en hullen schematisch weer.
Figuur 1
Globaal stroomschema van sojabonen, sojaschroot en sojahullen van invoer (links) tot
bestemming (rechts).
In tabel 7 en tabel 8 zijn de hoeveelheden volgens de beschikbare bronnen voor respectievelijk 2019
en 2020 weergegeven. Deze cijfers zijn onder elkaar gezet om tot een zo goed mogelijke inschatting
van het gebruik van soja in diervoeders te komen. Gezien de grote hoeveelheden sojaschroot van
MVO, het Comité der Graanhandelaren en de Grondstoffenwijzer van Nevedi zijn daarbij de hullen
waarschijnlijk meegeteld. Het verbruik van soja volgens de uitvraag bij de leden van Nevedi
representeert ongeveer 95% van de totale diervoedermarkt in Nederland (website Nevedi). Het
werkelijke gebruik is daardoor hoger.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 22
Tabel 7
De verschillende verbruikshoeveelheden (ton) van sojaproducten in 2019 volgens alle bronnen
die zijn gebruikt om het daadwerkelijke gebruik en de herkomst van sojaschroot, -hullen en -
bonen in mengvoeders in te schatten.
Bron
Grondstof
NL productie
Invoer
Uitvoer
Verbruik DV
Methode 1
Sojaschroot
1.320.252*
Methode 2
Sojaschroot
2.408.600
2.661.880
3.176.046
1.894.434
Methode 3 ongecorrigeerd
Sojaschroot
1.594.550*
Methode 3 gecorrigeerd
Sojaschroot
1.281.012*
Nevedi eigen uitvraag leden
Sojaschroot
1.567.251
MVO factsheet
Sojaschroot
2.700.000
3.200.000
1.900.000
Nevedi (Grondstoffenwijzer)
Sojaschroot- en
bonen
1.800.000
Comité
Sojabonen
(schroot en olie)
1.776.000
Methode 1
Sojahullen
532.898
Methode 2
Sojahullen
0
438.035
134.206
303.829
Methode 3 ongecorrigeerd
Sojahullen
352.120
Methode 3 gecorrigeerd
Sojahullen
282.882
Nevedi eigen uitvraag leden
Sojahullen
288.441
Methode 1
Sojabonen
3.636
Methode 2
Sojabonen
0
4.111.583
958.487
0
Methode 3 ongecorrigeerd
Sojabonen
67.390
Methode 3 gecorrigeerd
Sojabonen
54.139
MVO factsheet
Sojabonen
4.100.000
900.000
0
*incl. bestendig sojaschroot en sojaconcentraat
Tabel 8
De verschillende verbruikshoeveelheden (ton) van sojaproducten in 2020 volgens alle bronnen
die zijn gebruikt om het daadwerkelijke gebruik en de herkomst van sojaschroot, -hullen en -
bonen in mengvoeders in te schatten.
Bron
Grondstof
NL productie
Invoer
Uitvoer
Verbruik DV
Methode 1
Sojaschroot
1.529.699*
Methode 2
Sojaschroot
2.530.100
2.537.265
3.288.406
1.778.959
Methode 3
ongecorrigeerd
Sojaschroot
1.430.830*
Methode 3
gecorrigeerd
Sojaschroot
1.194.218*
Nevedi eigen uitvraag
leden
Sojaschroot
1.495.087
MVO factsheet
Sojaschroot
2.500.000
3.300.000
1.700.000
Methode 1
Sojahullen
359.570
Methode 2
Sojahullen
0
318.325
0
318.325
Methode 3
ongecorrigeerd
Sojahullen
345.010
Methode 3
gecorrigeerd
Sojahullen
287.957
Nevedi eigen uitvraag
leden
Sojahullen
272.562
Methode 1
Sojabonen
3.946
Methode 2
Sojabonen
0
4.534.127
1.058.452
0
Methode 3
ongecorrigeerd
Sojabonen
66.230
Methode 3
gecorrigeerd
Sojabonen
55.278
MVO factsheet
Sojabonen
4.500.000
1.000.000
0
*incl. bestendig sojaschroot en sojaconcentraat
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 23
Het globale stroomschema van figuur 1 kan voor 2019 en 2020 worden ingevuld op basis van de
gegevens uit tabel 7 en 8 waarbij zowel methode 1, 2 als 3 wordt gebruikt. Daaruit volgt figuur 2 voor
2019 en figuur 3 voor 2020. Hoe de hoeveelheden in het stroomschema zijn ingevuld, is hieronder
stap voor stap te lezen.
Figuur 2
Globaal stroomschema van sojabonen, sojaschroot en sojahullen van invoer (links) tot
bestemming (rechts) in Nederland in 2019. Hoeveelheden zijn ingevuld op basis van een
combinatie van methode 1, 2 en 3.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 24
Figuur 3
Globaal stroomschema van sojabonen, sojaschroot en sojahullen van invoer (links) tot
bestemming (rechts) in Nederland in 2020. Hoeveelheden zijn ingevuld op basis van een
combinatie van methode 1, 2 en 3.
Sojabonen
De handelsbalans (methode 2) van sojabonen laat zien dat een deel van de ingevoerde sojabonen
wordt uitgevoerd. Het aandeel sojabonen dat in diervoeding is gebruikt is afgeleid van methode 3,
omdat dit vergeleken met methode 1 en 2 als de meest realistische waarde werd beschouwd. De rest
van de ingevoerde sojabonen (methode 2) wordt dus niet uitgevoerd en niet direct in diervoeder
gebruikt. Dit deel wordt in Nederland verwerkt en is in de figuur terug te zien als sojabonen voor
verwerking (figuur 1).
Volgens WEcR (2014) ontstaat bij de verwerking van sojabonen 71% sojaschroot, 6% sojahullen, 20%
sojaolie, en gaat 3% van het volume verloren. Wanneer sojahullen en -schroot samen genomen
worden zien we 77% van de in Nederland verwerkte sojabonen dus terug als binnenlandse productie
van hullen en binnenlandse productie van schroot. Het is waarschijnlijk dat bij de Nederlandse
productie van sojaschroot ook al een deel van de hullen zijn meegeteld. Het percentage sojaschroot
kan dus hoger zijn dan 71%, omdat hieraan hullen zijn toegevoegd. Er blijft dan minder dan 6% losse
hullen over. De binnenlandse productie van schroot is bekend uit de handelsbalans (methode 2). Dit
getal verandert dus niet en komt van EUROSTAT. Vervolgens is de inlandse productie van soja hullen
berekend. Dit is gedaan door eerst de potentiële hoeveelheid sojaschroot inclusief hullen te berekenen
op basis van 77% van de geschatte in Nederland verwerkte sojabonen. Vervolgens is het getal van in
Nederland geproduceerde sojaschroot (volgens EUROSTAT) hiervan afgetrokken om de hoeveelheid in
Nederland geproduceerde sojahullen te berekenen. In 2019 was het EUROSTAT getal groter dan 77%
van de verwerkte sojabonen, waardoor de in Nederland geproduceerde soja hullen op 0 geschat
wordt.
Sojaschroot
Sojaschroot wordt in aanzienlijke hoeveelheden in mengvoeders verwerkt. Om het totaal verbruik aan
sojaschroot zo goed mogelijk in te schatten, zijn de hoeveelheden van alle bronnen met elkaar
vergeleken.
De invoer van sojaschroot is gebaseerd op methode 2. De binnenlandse productie van sojaschroot uit
methode 2 is afkomstig van de verwerking van sojabonen. Samen met de productie van sojaschroot
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 25
uit de ingevoerde sojabonen is daarmee een grote hoeveelheid sojaschroot beschikbaar. Daarvan
wordt een deel geëxporteerd (methode 2) en een deel in diervoeding gebruikt (methode 3).
De verbruikshoeveelheden van bestendig sojaschroot en sojaconcentraat, beide methode 1, worden in
de monitor gerekend als sojaschroot. Deze hoeveelheden zijn opgeteld bij de hoeveelheid sojaschroot
van methode 1. Ook worden de verbruikshoeveelheden van bestendig sojaschroot en sojaconcentraat,
beide methode 3, in de monitor gerekend als sojaschroot. Deze hoeveelheden zijn opgeteld bij de
hoeveelheid sojaschroot van methode 3.
Ten opzichte van de overige bronnen lijkt methode 2 voor beide jaren een te hoge inschatting te
geven voor de in NL geproduceerde hoeveelheid sojaschroot. Voor sojaschroot is de handelsbalans
(methode 2) waarschijnlijk niet representatief voor de daadwerkelijke herkomst van soja die voor
diervoeders beschikbaar is in Nederland. Soja wordt namelijk niet in die mate geteeld in Nederland.
Rauwe sojabonen worden voornamelijk ingevoerd voor de productie van sojaschroot. Daarom lijkt in
Nederland meer sojaschroot te worden geproduceerd dan te worden ingevoerd vanuit het buitenland.
De totaal beschikbare hoeveelheid is daarmee erg hoog. In werkelijkheid worden sojabonen
geïmporteerd van buiten geografisch Europa en in Nederland verwerkt.
Op basis van methode 1, methode 3, MVO en de uitvraag bij de leden van Nevedi is voor beide jaren
een inschatting gemaakt van het gebruik van sojaschroot in diervoeder. Het verbruik aan sojaschroot
volgens MVO (1.900.000 ton in 2019 en 1.700.000 ton in 2020) lijkt een overschatting. Het is
waarschijnlijk dat hierbij ook hullen zijn meegeteld en dat het daadwerkelijke gebruik aan sojaschroot
lager ligt. Voor beide jaren komen methode 1, methode 3 (ongecorrigeerd) en de eigen uitvraag van
Nevedi het meest overeen. Deze drie bronnen zijn daarom gebruikt om een uiteindelijke inschatting te
maken. Voor 2020 laten alle bronnen, behalve methode 1, een daling in het verbruik van sojaschroot
zien ten opzichte van 2019. Voor 2019 is aangenomen dat 1.550.000 ton sojaschroot werd gebruikt in
diervoeders. Voor 2020 is aangenomen dat 1.450.000 ton sojaschroot werd gebruikt.
Sojahullen
Er zijn geen gegevens beschikbaar over de Nederlandse productie van sojahullen uit sojabonen. Zoals
eerder genoemd is berekend hoeveel sojahullen vrijkomen bij de verwerking van sojabonen. Samen
met de ingevoerde hullen (methode 2) is de totaal beschikbare hoeveelheid sojahullen in Nederland
berekend. Daarvan is bekend dat een deel in diervoeding wordt gebruikt (methode 3). Er is dus
aangenomen dat de hoeveelheid sojahullen gebruikt in diervoerders gelijk is aan de gecorrigeerde
hoeveelheid gebruikt in methode 3. Hierdoor blijft er voor zowel 2019 als 2020 een deel van de
sojahullen als overige over. Wanneer de ongecorrigeerde getallen voor het gebruik van sojahullen
aangenomen zouden worden zou voor 2019 geen overige soja hullen meer aanwezig zijn (eigenlijk
negatief circa 50 kiloton) en voor 2020 is er dan nog circa 77 kiloton overige soja hullen.
3.3.3
Mengvoergrondstoffen met additionele aannames
Voor een aantal grondstoffen moesten aanvullende aannames worden gedaan om tot een inschatting
van de meest representatieve waarde (methode 1 of 2) te komen. Methode 3 is indirect gebruikt om
methode 1 of 2 aan te nemen, of het aandeel van de beschikbare hoeveelheid dat in diervoeders
gebruikt wordt in te schatten. De additionele aannames zijn hieronder per grondstof beschreven. Bij
het lezen van deze discussie wordt geadviseerd bijlage 5 en 6 erbij te houden. Daarin staan de
getallen per grondstof zoals berekend volgens methode 1 en 2 en worden de verschillen tussen de 2
methodes duidelijk. Bij een groot verschil tussen methode 1 en 2 is aangenomen welke methode het
meest betrouwbaar lijkt om tot de in tabel 5 weergegeven getallen te komen. De overwegingen achter
deze aannames worden hieronder weergegeven.
Tarwe, rogge, gerst en triticale
Van tarwe wordt, op basis van gegevens van het Comité (Comité der Graanhandelaren, 2018),
verondersteld dat 54% van de totaal beschikbare hoeveelheid wordt gebruikt in diervoeders. Dit
percentage is toegepast op de beschikbare hoeveelheid tarwe volgens methode 2.
Er zijn voor tarwe, rogge en gerst grote verschillen tussen methode 1, 2 en 3 te zien. In Nederland is
potentieel een veel grotere hoeveelheid tarwe uit productie en invoer aanwezig dan volgens methode
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 26
1 in diervoeder gebruikt wordt. Voor rogge en gerst is dit andersom en is de hoeveelheid die volgens
methode 1 gebruikt wordt volgens de handelsbalans (methode 2) niet beschikbaar. Mede gebaseerd
op methode 3 is bij triticale en rogge voor het verschil tussen methode 1 en 2 aangenomen dat het
hier ook om tarwe gaat. Deze verschillen zijn daarom opgeteld bij het tarweverbruik van methode 1.
Dan wordt het tarwe gebruik in diervoeders geschat op 2.204.349 ton in 2019, en 1.621.087 ton in
2020. Dit is nog steeds aanzienlijk lager dan de bijna 3 miljoen ton die beschikbaar is volgens de
handelsbalans en het gebruik voor diervoeders geschat uit de publicatie van het Comité (2018). Ook is
het verschil in het gebruik van granen tussen 2019 en 2020 vrij groot. Dit behoeft verdere studie om
de oorzaak hiervan te achterhalen. Mogelijke oorzaken kunnen zijn de reeds eerder genoemde
onderlinge verkoop tussen agrarische bedrijven (bijvoorbeeld van akkerbouwer naar veehouderij)
waarbij deze grondstoffen los aan het rantsoen van de dieren worden bijgevoegd. Deze grondstoffen
staan wel als binnenlandse productie in de cijfers van CBS (methode 2), maar komen bijvoorbeeld niet
terug in de verkoop aan mengvoerbedrijven (methode 3, SecureFeed getallen).
Sorghum
Sorghum wordt op basis van methode 1 niet verwerkt in mengvoeders voor landbouwhuisdieren. Op
basis van methode 2 lijkt er wel potentieel een kleine hoeveelheid sorghum in Nederland beschikbaar:
8.679 ton in 2019 en 5.718 ton in 2020. In de productie van huisdiervoeders (met name in voeder
voor duiven, sierpluimvee en papagaai-achtigen) wordt veel sorghum gebruikt (pers med F. Gort).
Daarnaast wordt mogelijk ook een deel van de sorghum voor humane voeding gebruikt. Ook volgens
methode 3 wordt sorghum nauwelijks in voeders voor landbouwhuisdieren verwerkt.
Er is daarom aangenomen dat in beide jaren geen sorghum in voeders voor landbouwhuisdieren is
verwerkt.
Haver
Het verbruik van haver in diervoeder volgens methode 1 is 0, maar volgens methode 2 is er in
Nederland wel haver beschikbaar. Naar verwachting wordt een groot deel hiervan verwerkt in
paardenvoer en gebruikt in humaan voedsel. Omdat het aannemelijk is dat haver ook in kleine
hoeveelheden wordt gebruikt in pluimveevoeders (vleeskuikens en leghennen), is 20% van de totaal
beschikbare hoeveelheid van methode 2 in de monitor toegerekend aan pluimvee. Dat is 33.145 ton in
2019 en 38.214 ton in 2020.
Tarwegries
Op basis van methode 3 is aangenomen dat alle beschikbare tarwegries volgens methode 2 in
diervoeders werd gebruikt. Dat is 606.140 ton in 2019 en 607.133 ton in 2020. Wat betreft de
herkomst van tarwegries is er een aanvullende aanname gedaan. In 2019 was 20% van alle tarwe
afkomstig uit Nederland, in 2020 was 19% van alle tarwe afkomstig uit Nederland. Omdat tarwegries
afkomstig is van tarwe, is de herkomstverdeling van tarwe toegepast op het deel dat wordt als
Nederlandse productie van tarwegries is gerapporteerd. Dat leidde tot een inschatting van de
daadwerkelijke inlandse productie van tarwegries: 12% in 2019 en 11% in 2020. Voor de herkomst
van het overige deel tarwegries wordt de herkomstverdeling van tarwe aangehouden.
Tarweglutenvoer
Voor handelsbalans gegevens (methode 2) voor tarweglutenvoer en bakkerijproducten zijn geen
gegevens verzameld over het deel dat in diervoeders wordt gebruikt. Na vergelijking met methode 3 is
aangenomen dat 90%van de beschikbare hoeveelheid tarweglutenvoer (methode 2) in diervoeders
wordt verwerkt. In 2019 was dat 16.221 ton, in 2020 was dat 12.567 ton. Tarweglutenvoer bestaat
grotendeels uit tarwe. Daarom is voor deze grondstoffen dezelfde herkomstverdeling als voor tarwe
aangenomen.
Bakkerijproducten
Op basis van methode 3 is aangenomen dat 80% van de beschikbare bakkerijproducten (methode 2)
in diervoeders wordt verwerkt. Dat is 480.000 ton in 2019 en 208.000 ton in 2020. Bakkerijproducten
zijn waarschijnlijk voornamelijk van tarwe gemaakt. Daarom is de herkomstverdeling van tarwe
toegepast op deze producten.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 27
DDGS mais
Op basis van methode 3 (ongecorrigeerd) is aangenomen dat methode 2 de beste inschatting maakt
van het gebruik van DDGS mais in diervoeders: 32.625 ton in 2019 en 56.215 ton in 2020.
Zonnebloemzaadschroot
De gegevens van methode 3 duiden erop dat methode 1 een overschatting geeft van het gebruik van
zonnebloemzaadschroot. Daarom wordt methode 2 gehanteerd als meest aannemelijke schatting voor
de beschikbaarheid of het gebruik: 624.273 ton in 2019 en 592.663 ton in 2020. Methode 2 geeft aan
dat zonnebloemzaadschroot deels in Nederland wordt geproduceerd. Omdat zonnebloemzaadschroot
afkomstig is van zonnebloempitten en alleen in Nederland wordt verwerkt, is voor dit Nederlandse deel
dezelfde herkomstverdeling als bij zonnebloempitten toegepast. Dat betekent dat er geen
zonnebloemzaadschroot uit Nederland komt.
Kokosschroot/kokosschilfers
Volgens methode 2 waren in Nederland kokosschroot en -schilfers beschikbaar. Volgens methode 3
werden deze echter niet in diervoeders gebruikt. Daarom is conform methode 1 aangenomen dat in
beide jaren geen kokosschroot- en schilfers in diervoeders werden gebruikt.
Palmpitschilfers
Volgens het Comité der Graanhandelaren wordt 71%4 van de beschikbare hoeveelheid palmpitschilfers
in diervoeders verwerkt: 691.869 ton in 2019 en 643.046 ton in 2020 (methode 2). Dat is meer dan
de hoeveelheid berekend met methode 1. Mede op basis van methode 3 (ongecorrigeerd) en omdat
voor palmpitschilfers voldoende gegevens beschikbaar zijn over de hoeveelheid invoer, uitvoer en het
gebruik in diervoeders, is methode 2 gevolgd.
Raapzaadschroot en -schilfers
Methode 2 lijkt het meest betrouwbaar op basis van de invoer- en uitvoergegevens, met de aanname
dat 100% wordt gebruikt in diervoeders. Het is niet aannemelijk dat een relevante hoeveelheid
raapschroot voor humane toepassingen wordt gebruikt. In 2019 was er 994.593 ton raapschroot in
Nederland beschikbaar volgens methode 2. Daarbij is ook 215.000 ton bestendig raap opgeteld,
volgens methode 2. In 2020 was er 1.032.694 ton raapschroot in Nederland beschikbaar volgens
methode 2. Daarbij is ook 225.000 ton bestendig raap opgeteld, volgens methode 2.
Maïskiemschroot en -schilfers
Maïskiemschroot en -schilfers zijn niet meegenomen in de optimalisatie, omdat hiervan geen prijzen
beschikbaar zijn. Het gebruik volgens methode 1 is daarom 0. Methode 2 is gevolgd, waarbij 19.861
ton wordt gebruikt. Hiervoor is ook methode 3 (ongecorrigeerd) als referentiegetal gebruikt. Dit getal
kwam het meest overeen met methode 2, waarbij is aangenomen dat 40% in diervoeders wordt
gebruikt.
Maïsglutenvoer
De hoeveelheid volgens methode 1 komt het meest overeen met de hoeveelheid van methode 3
(ongecorrigeerd). Omdat de hoeveelheden volgens methode 1, 2 en 3 erg uiteenlopen, is voor beide
jaren aangenomen dat 80.000 ton maisglutenvoer werd gebruikt. In dit rapport is aangenomen dat
het hier gaat om maïsglutenvoer als droog product.
Lijnzaadschroot en -schilfers
Lijnzaadschroot en -schilfers zijn niet meegenomen in de optimalisatie, omdat hiervan geen prijzen
beschikbaar zijn. Daarom is methode 2 gevolgd. De cijfers van methode 2 zijn vergelijkbaar met de
cijfers van methode 3. Volgens methode 2 was 8.661 ton beschikbaar in 2019, en 9.482 ton in 2020.
Er is aangenomen dat 100% van deze hoeveelheid in diervoeders werd verwerkt. Omdat
lijnzaadschroot en -schilfers producten zijn van de verwerking van lijnzaad, is, net als voor lijnzaad
(zie verderop), aangenomen dat 100% van buiten geografisch Europa wordt ingevoerd.
4 https://www.graan.com/dynamic/media/1/documents/Sectoranalyse_ComiteGraanhandelaren_def_HR.pdf
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 28
Maïsglutenmeel
De hoeveelheden maisglutenmeel verschillen erg per methode. Op basis van de cijfers van alle
methodes en beide jaren is daarom een inschatting gemaakt en aangenomen dat 10.000 ton
maisglutenmeel in diervoeders werd gebruikt in 2019 en 2020.
Erwten droog
Vergeleken met de andere methodes lijkt methode 1 een te hoge inschatting te geven voor 2019, en
een te lage inschatting voor 2020. Methode 2 komt het meest overeen met methode 3. Volgens
methode 2 was er in 2019 75.549 ton beschikbaar en in 2020 was er 107.649 ton beschikbaar,
waarvan niets inlands geproduceerd werd. Dit lijkt aannemelijk, omdat het onwaarschijnlijk is dat de
in Nederland geteelde erwten gedroogd worden voor gebruik in diervoeder. Daarom is de hoeveelheid
van methode 2 aangenomen.
Lupinen
Volgens methode 1 werd er geen lupine gebruikt in diervoeders. Methode 2 geeft een totaal
beschikbare hoeveelheid van 173.941 ton aan. Omdat lupinen wel in diervoeders worden gebruikt, is
de beschikbare hoeveelheid van methode 2 te gevolgd. Lupinen wordt ook veel in humane voeding
verwerkt, zoals in chips, sauzen, snacks, koekjes, brood en vleesvervangers. Op basis van methode 3
is daarom ingeschat dat 40% van de beschikbare hoeveelheid (methode 2) in diervoeders wordt
gebruikt. In 2019 was dat 69.576 ton, in 2020 was dat 49.300 ton.
Bonen
Volgens methode 1 werden bonen niet gebruikt in diervoeders in 2019 en 2020. Er zijn wel bonen
beschikbaar (methode 2), en daarvan werd waarschijnlijk 60% in diervoeders gebruikt. Dit percentage
is gebaseerd op de ongecorrigeerde cijfers van methode 3 omdat bonen ook voor humaan gebruik zijn
bedoeld. In 2019 werd 14.614 ton bonen in diervoeders gebruikt, in 2020 werd 37.379 ton in
diervoeders gebruikt.
Raapzaad
Volgens methode 2 was er in beide jaren raapzaad beschikbaar in Nederland. Volgens methode 1 werd
raapzaad niet gebruikt in diervoeders. Dat is aannemelijk, want het wordt met name gebruikt voor de
productie van raapolie, o.a. voor de humane voeding. Daarnaast is raapzaad een belangrijk ingrediënt
in voeders voor siervogels (net als vele andere kleinere onbewerkte zaden) (pers med. F. Gort). Er is
daarom aangenomen dat er geen raapzaad in diervoeders werd verwerkt in 2019 en 2020. Raapzaad
is als zodanig niet meegeteld in de monitor, omdat is aangenomen dat deze al in de productie van
raapzaadschroot en -schilfers is meegenomen. Dit is vergelijkbaar met situatie voor de import van
rauwe sojabonen.
Lijnzaad
De drie methodes laten voor beide jaren erg verschillende verbruikshoeveelheden van lijnzaad zien.
Volgens methode 1 wordt er geen lijnzaad in diervoeders gebruikt. Dit is onwaarschijnlijk. Voor 2019
en 2020 is een verbruik van 25.000 ton lijnzaad aangenomen, gebaseerd op de hoeveelheden
methode 2 en 3 van beide jaren. Op basis van communicatie met de diervoedersector is aangenomen
dat alle lijnzaad wordt ingevoerd van buiten Europa.
Zonnebloempitten
Volgens methode 1 werden zonnebloempitten niet gebruikt in diervoeders. Hele zonnebloempitten zijn
als zodanig niet meegeteld in de monitor, omdat is aangenomen dat deze al in de productie van
zonnebloemzaadschroot zijn meegenomen. Daarnaast zijn zonnebloempitten een belangrijk ingrediënt
voor voeders voor tuinvogels en papegaaiachtige, deze voeders worden voor een groot deel
geëxporteerd (pers med. F. Gort). Voor beide jaren is het verbruik aan zonnebloempitten voor
landbouwhuisdieren daarom 0.
Luzernemeel
Van luzernemeel is de Nederlandse productie niet bekend. Op basis van methode 3 (ongecorrigeerd) is
daarom een inschatting gemaakt van de inlandse productie: er is aangenomen dat in Nederland
ongeveer 70.000 ton luzernemeel wordt geproduceerd. Volgens methode 2 wordt een deel daarvan
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 29
uitgevoerd. Het totaal verbruik aan luzernemeel volgens methode 2 is gevolgd: 48.412 ton in 2019 en
54.353 ton in 2020.
Bietenpulp
De beschikbaarheid van bietenpulp volgens methode 2 is hoger dan het verbruik volgens methode 1.
Omdat bietenpulp, ook volgens methode 3, in grote hoeveelheden in diervoeders wordt verwerkt, en
we geen toepassing in de humane voeding hiervoor zien, is de volledige beschikbare hoeveelheid van
methode 2 gebruikt. Dat was 522.112 ton in 2019 en 483.536 ton in 2020.
Citruspulp
Vanwege de verschillen tussen de methodes en tussen 2019 en 2020 is geen getal overgenomen uit
één van de methodes, maar is er een hoeveelheid citruspulp ingeschat op basis van methode 1, 2 en
3. Voor 2019 is 110.000 ton citruspulp aangehouden en voor 2020 100.000 ton.
Rietsuikermelasse
Gebaseerd op methode 2 en 3 is ingeschat dat 50% van de totaal beschikbare rietsuikermelasse
(methode 2) in diervoeders wordt gebruikt. Met dit percentage was er volgens methode 2 52.431 ton
beschikbaar in 2019 en 23.474 ton in 2020. Methode 2 is gevolgd.
Aardappeleiwit
Aardappeleiwit wordt in kleine hoeveelheden in diervoeders gebruikt en is afkomstig van Nederlandse
productie. Op basis van methode 3 is ingeschat dat in 2019 4.000 ton aardappeleiwit werd gebruikt en
7.000 ton in 2020, volledig uit binnenlandse productie.
Protapec
Protapec is een product gemaakt van soja- en aardappeleiwit. Het bestaat voor 1/3 deel uit ingedampt
vruchtwater van aardappelen, gedroogd op sojahullen (2/3 deel). Het is aannemelijk dat het
vruchtwater van aardappelen van Nederlandse herkomst is, en dat de sojahullen van buiten
geografisch Europa zijn ingevoerd. Alleen methode 3 geeft getallen voor het verbruik van protapec in
diervoeding weer, en dat is aannemelijk omdat het in melkveevoeding wordt gebruikt. Op basis van
methode 3 is daarom voor beide jaren aangenomen dat het verbruik van protapec rond de 15.000 ton
lag.
Bietmelasse
Er is niet bekend hoeveel bietmelasse voor diervoeding bestemd is. Op basis van methode 2 en 3 is
ingeschat dat 60% van alle beschikbare bietmelasse (methode 2) in diervoeders verwerkt wordt. In
2019 was dat 147.988 ton en in 2020 was dat 145.794 ton.
Weipoeder
Omdat er geen CN-codes beschikbaar zijn voor weipoeder, is niet met zekerheid te bepalen of de
beschikbare hoeveelheid bedoeld is voor humane voeding, diervoeders of een andere toepassing.
Methode 3 geeft een veel hoger verbruik weer dan methode 1 en 2. Het is waarschijnlijk dat in deze
getallen kalvermelk is meegeteld. Weipoeder/melkproducten voor vleeskalveren worden niet
beschouwd als mengvoer en zijn niet meegenomen in deze monitor. Het getal volgens methode 1
(7.272 ton in 2019 en 7.280 ton in 2020) geeft waarschijnlijk het verbruik in biggenvoer weer en is
daarom aangenomen.
Vismeel
Omdat vismeel ook in visvoeders wordt gebruikt, die niet in deze monitor zijn opgenomen, en op basis
van methode 3, is voor methode 2 aangenomen dat 20% in diervoeders werd gebruikt, waarvan een
kwart in pluimveevoer en de rest in biggenvoer: 1.945 ton in 2019 en 1.670 ton in 2020.
Dierlijk vet, rundvet, varkensvet, visolie, pluimveevet
Er worden verschillende dierlijke vetten in diervoeding verwerkt. Niet alle methodes laten het
specifieke verbruik van de verschillende vetten zien. In de formulatie van de voersamenstelling in
methode 1 werd bijvoorbeeld geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten dierlijk vet.
Methode 2 hanteert de categorieën rundvet, varkensvet, visolie, pluimveevet en dierlijk vet. Om het
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 30
verbruik van de vetten te kunnen vergelijken en goed in te kunnen schatten, is het verbruik van
varkensvet, visolie en pluimveevet en dierlijk vet bij elkaar opgeteld. Volgens methode 3 werd er geen
rundvet gebruikt, echter dit kan ook reeds in de categorie dierlijk vet verwerkt zijn. Voor het totaal
verbruik aan dierlijk vet is vervolgens de gemiddelde herkomst berekend van alle dierlijke vetten. In
2019 werd 34.328 ton dierlijk vet gebruikt, waarvan 48% uit Nederland, 48% uit geografisch Europa
en 4% van buiten geografisch Europa. In 2020 werd 34.495 ton dierlijk vet verbruikt, waarvan 49%
uit Nederland, 46% uit geografisch Europa en 5% van buiten geografisch Europa.
Kokosvet
Voor kokosvet is, gebaseerd op methode 2 en 3, aangenomen dat 75% van de beschikbare
hoeveelheid volgens methode 2 in diervoeders wordt verwerkt. Dat was 3.237 ton in 2019 en 3.179
ton in 2020. Er is aangenomen dat kokosvet in dezelfde verhouding over diergroepen wordt verdeeld
als plantaardige oliën en vetten. Dat betekent dat het voorkomt in voeders voor biggen, ouderdieren,
eenden en kalkoenen.
Palmolie
Vanwege de verschillen tussen de hoeveelheden van de methodes en jaren is aangenomen dat in
2019 en 2020 35.000 ton palmolie werd gebruikt. Dat getal is gebaseerd op methode 3.
Palmpitvet, raapolie, zonnebloemolie, diverse plantaardige olie en lijnolie, mengsels vet(zuren)
Voor palmpitvet, raapolie, zonnebloemolie, diverse plantaardige olie en lijnolie, mengsels vet(zuren) is
niet methode 1 of 2 gevolgd maar een getal aangenomen op basis van methode 3. Voor al deze vetten
is aangenomen dat zij in dezelfde verhouding over diergroepen worden verdeeld als plantaardige oliën
en vetten. Dat betekent dat de vetten voorkomen in voeders voor biggen, ouderdieren, eenden en
kalkoenen.
Krijt en kalksteentjes
Gegevens over de Nederlandse productie van krijt en kalksteentjes zijn niet. Het is niet zeker of in
herkomstgegevens van krijt en kalksteentjes ook technische toepassingen zitten. Daardoor is het
onzeker of de herkomstgegevens representatief zijn voor diervoeder. Methode 1 is gebruikt, omdat de
voersamenstelling in deze methode is geoptimaliseerd op het calciumgehalte van de voeders. Krijt en
kalksteentjes zijn de belangrijkste bron van calcium. Op basis van deze aanname werd in 2019 een
hoeveelheid van 306.078 ton krijt en kalksteentjes gebruikt en in 2020 werd 314.197 ton gebruikt.
Zout
Er is aangenomen dat maar een zeer klein deel van alle beschikbare zout volgens methode 2 in
diervoeders wordt verwerkt. Op basis van methode 3 is ingeschat dat 0.9% van alle beschikbare zout
in diervoeders wordt verwerkt: 52.653 ton in 2019 en 48.270 ton in 2020.
Natrium-bicarbonaat
Er zijn geen gegevens bekend over het aandeel natrium-bicarbonaat dat is bestemd voor diervoeding.
Op basis van methode 3 is ingeschat dat van de beschikbare hoeveelheid volgens methode 2 ongeveer
25% naar diervoeders gaat. In 2019 was dat 25.177 ton en in 2020 was dat 22.894 ton.
Premix vitamines en mineralen
Er is geen handelsbalans (methode 2) beschikbaar voor premix vitamines en mineralen. Het is
aannemelijk dat premix ongeveer 0.4% (eigen inschatting) van het totale verbruik aan mengvoer
beslaat. Dit percentage is voor beide jaren toegepast op het totaal mengvoerverbruik in Nederland en
resulteerde in 53.401 ton premix in 2019 en 54.393 ton in 2020.
Monocalciumfosfaat
Door verschillen tussen de jaren en methode 1 en 2 is voor beide jaren aangenomen dat er 15.000 ton
monocalciumfosfaat in diervoeding werd verwerkt. Dit getal is gebaseerd op methode 3.
Magnesiumoxide
Door verschillen tussen de jaren en methode 1 en 2 is voor beide jaren aangenomen dat er 15.000 ton
magnesiumoxide in diervoeding werd verwerkt. Dit getal is gebaseerd op methode 3.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 31
Ureum
Door verschillen tussen de jaren en methode 1 en 2 is voor beide jaren aangenomen dat er 5.000 ton
ureum in diervoeding werd verwerkt. Dit getal is gebaseerd op methode 3.
Kopersulfaat
Door verschillen tussen de jaren en methode 1 en 2 is voor beide jaren aangenomen dat er 350 ton
kopersulfaat in diervoeding werd verwerkt. Dit getal is gebaseerd op methode 3.
Aminozuren (L-lysine, DL-methionine, L-threonine, L-valine, L-arginine, L-isoleucine)
Van de meeste aminozuren zijn geen productie of in- en uitvoergegevens beschikbaar. Voor alle
aminozuren is methode 1 gevolgd. Er is daarbij aangenomen dat er geen Nederlandse productie is, en
dat de volledige hoeveelheid wordt ingevoerd vanuit geografisch Europa.
3.4
Herkomst mengvoer per diercategorie
In tabel 9 en 10 is de berekende herkomst van de gebruikte diervoedergrondstoffen in Nederland in
2019 en 2020 per diercategorie aangegeven, ten opzichte van de diercategorie zelf (diercategorie
=100%). De herkomst, namelijk Nederlandse productie, invoer uit geografisch Europa, en invoer van
buiten geografisch Europa, is weergegeven in percentage van de totale hoeveelheid gebruikte
diervoedergrondstoffen in mengvoer voor de betreffende diercategorie.
Tabel 9
Schatting van de herkomst van diervoedergrondstoffen in 2019, weergegeven in
percentage Nederlandse productie, invoer en uitvoer per diercategorie.
Diercategorie
Nederlandse
productie (%)
Invoer uit geogr.
Europa (%)
Invoer van buiten geogr.
Europa (%)
Melkvee
7,2
46,5
46,4
Vleesvee
7,2
63,5
29,4
Vleesvarkens
12,8
73,5
13,7
Fokvarkens
14,2
75,5
10,3
Biggen
10,0
65,3
24,7
Vleeskuikens
11,3
65,2
23,5
Leghennen
6,3
76,9
16,8
Ouderdieren
7,8
73,8
18,4
Eenden
9,2
64,5
26,4
Kalkoenen
8,2
66,6
25,2
Tabel 10 Schatting van de herkomst van diervoedergrondstoffen in 2020, weergegeven in
percentage Nederlandse productie, invoer en uitvoer per diercategorie.
Diercategorie
Nederlandse
productie (%)
Invoer uit geogr.
Europa (%)
Invoer van buiten geogr.
Europa (%)
Melkvee
8,0
58,2
33,8
Vleesvee
5,9
74,2
19,9
Vleesvarkens
10,3
74,0
15,7
Fokvarkens
10,1
77,4
12,5
Biggen
8,1
69,6
22,3
Vleeskuikens
10,5
65,5
23,9
Leghennen
6,2
76,1
17,7
Ouderdieren
5,8
78,4
15,8
Eenden
8,5
68,0
23,5
Kalkoenen
7,6
73,1
19,3
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 32
Tabel 9 en 10 laten zien dat voor alle diercategorieën een groot deel van de diervoedergrondstoffen
wordt ingevoerd uit geografisch Europa. De Nederlandse productie is het grootst voor grondstoffen
voor fok- en vleesvarkenvoeders en vleeskuikenvoeders. Voor vleesvee en leghennen is de
Nederlandse productie het laagst. Voor melkveevoeders wordt het grootste deel van buiten
geografisch Europa ingevoerd, en voor vlees- en fokvarkens wordt het minst ingevoerd van buiten
geografisch Europa. Deze verhoudingen zijn vergelijkbaar voor 2019 en 2020.
Van melkveevoer wordt een groot deel ingevoerd van buiten geografisch Europa. Het gaat dan vooral
om controversiële producten zoals sojaschroot, sojahullen en palmpitschroot, die met
ontbossingsproblemen geassocieerd worden. Aan de andere kant zijn deze ingevoerde producten wel
producten die deels niet rechtstreeks in humane voeding kunnen worden gebruikt, zoals
palmpitschroot en sojahullen. Daarnaast is voor melkvee (zie paragraaf 3.5) het mengvoer een
aanvulling op het (veelal door veehouders zelf geteelde) ruwvoer.
Bij melkvee is er een relatief groot verschil in herkomst tussen 2019 en 2020. Zoals eerder vermeld, is
methode 1 erg gevoelig voor verschuivingen in de voersamenstelling. Een kleine schommeling in de
voersamenstelling kan leiden tot een groot verschil in het uiteindelijke resultaat. De voersamenstelling
wijst de grondstoffen toe aan de verschillende diercategorieën en bepaalt zo de verdeling en herkomst
van grondstoffen per diercategorie. Zo is in de voersimulatie van 2019 en 2020 een kleine
schommeling te zien in het verbruik aan bietenpulp. In 2020 werd er volgens de gesimuleerde
voersamenstelling 328.000 ton meer bietenpulp in melkveevoer verwerkt. Aan fokvarkens werd er
juist 335.000 ton minder bietenpulp gevoerd in 2020.
In tabel 11 en 12 is de herkomst van de gebruikte diervoedergrondstoffen in Nederland in 2019 en
2020 per diercategorie aangegeven. De herkomst, namelijk Nederlandse productie, invoer uit
geografisch Europa, en invoer van buiten geografisch Europa, is weergegeven in percentage van de
totale hoeveelheid gebruikte diervoedergrondstoffen in Nederland in 2019 en 2020 voor alle
genoemde diercategorieën gezamenlijk. Daarbij verschilt de bijdrage aan de totale hoeveelheid
mengvoerders dus per diercategorie.
Tabel 11 Schatting van de herkomst van diervoedergrondstoffen per diercategorie in 2019,
weergegeven in percentage Nederlandse productie, invoer en uitvoer van het totaal
gebruik aan diervoedergrondstoffen in Nederland.
Tabel 12 Schatting van de herkomst van diervoedergrondstoffen per diercategorie in 2020,
weergegeven in percentage Nederlandse productie, invoer en uitvoer van het totaal
gebruik aan diervoedergrondstoffen in Nederland.
Diercategorie
Nederlandse productie
(% van totaal NL)
Invoer uit geogr.
Europa (% van totaal
NL)
Invoer van buiten
geogr. Europa
(% van totaal NL)
Diercategorie
Nederlandse productie
(% van totaal NL)
Invoer uit geogr.
Europa
(% van totaal NL)
Invoer van buiten
geogr. Europa
(% van totaal NL)
Melkvee
1,5
9,8
9,8
Vleesvee
0,2
2,0
0,9
Vleesvarkens
3,8
21,8
4,0
Fokvarkens
1,7
8,8
1,2
Biggen
0,6
4,2
1,6
Vleeskuikens
1,3
7,4
2,7
Leghennen
0,8
9,2
2,0
Ouderdieren
0,2
2,0
0,5
Eenden
0,0
0,3
0,1
Kalkoenen
0,0
0,4
0,1
Totaal
10,4
65,9
23,6
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 33
Melkvee
2,3
16,5
9,6
Vleesvee
0,3
3,2
0,9
Vleesvarkens
2,7
19,0
4,0
Fokvarkens
0,9
6,9
1,1
Biggen
0,4
3,9
1,2
Vleeskuikens
1,2
7,4
2,7
Leghennen
0,7
8,4
2,0
Ouderdieren
0,2
2,2
0,4
Eenden
0,0
0,2
0,1
Kalkoenen
0,0
0,4
0,1
Totaal
9,4
68,6
22,1
Tabel 11 en 12 laten zien hoe de herkomstpercentages per diercategorie zich verhouden tot het totaal
verbruik aan diervoedergrondstoffen in Nederland in 2019 en 2020. Deze verhouding is afhankelijk het
totaal verbruik per diercategorie, dat wordt bepaald door de omvang van de veestapel in de
verschillende sectoren en het voerverbruik per dier.
Het uiteindelijke totaal verbruik aan diervoedergrondstoffen volgens deze monitor is een optelling van
het verbruik alle grondstoffen dat via een combinatie van de drie methodes is vastgesteld. In 2019
was het totaal verbruik aan mengvoedergrondstoffen 14.412.171 ton. In 2020 was het totaal verbruik
14.026.611 ton.
In 2019 werd van de berekende 14.412.171 ton in totaal 10,4% in Nederland geproduceerd, 65,9%
uit geografisch Europa ingevoerd en 23,6% van buiten geografisch Europa ingevoerd. Van het totaal
werd voor melkvee het grootste deel van buiten geografisch Europa ingevoerd (9,8%). Voor eenden
en kalkoenen werd het kleinste deel van buiten geografisch Europa ingevoerd (0,1%). In totaal werd
voor vleesvarkens het grootste deel in Nederland geproduceerd (3,8%). Voor vleesvarkens werd ook
het grootste deel uit geografisch Europa ingevoerd (21,8%).
Volgens de grondstoffenwijzer van Nevedi was 55,6% van de in 2019 gebruikte
diervoedergrondstoffen afkomstig uit geografisch Europa en 11,6% uit Nederland. Een eerdere studie
van Van Krimpen (2019) naar het percentage regionaal eiwit in het Nederlands mengvoerrantsoen
rapporteerde dat in 2018 65% van alle grondstoffen in het mengvoer uit geografisch Europa (inclusief
Nederland) werd ingevoerd. Verschillen kunnen zijn veroorzaakt door de gebruikte
berekeningsmethode en schommelingen in het gebruik van bepaalde grondstoffen tussen de jaren.
In 2020 werd van de berekende 14.026.611 ton in totaal 9,4% in Nederland geproduceerd, 68,6% uit
geografisch Europa ingevoerd en 22,1% van buiten geografisch Europa ingevoerd. Van het totaal werd
voor melkvee het grootste deel van buiten geografisch Europa ingevoerd (9,6%). Voor eenden en
kalkoenen werd het kleinste deel van buiten geografisch Europa ingevoerd (0,1%). In totaal werd voor
vleesvarkens het grootste deel in Nederland geproduceerd (2,7%). Voor vleesvarkens werd ook het
grootste deel uit geografisch Europa ingevoerd (19,0%). Ondanks verschuivingen binnen
diercategorieën, ligt verdeling in herkomst per diercategorie ten opzichte van het totaal verbruik aan
mengvoer ligt daarmee gelijk tussen 2019 en 2020.
In tabel 13 is te zien dat het percentage invoer van buiten geografisch Europa in deze monitor voor
2019 en 2020 lager is berekend dan volgens andere bronnen. Van Krimpen (2019) rapporteerde dat
35% van alle mengvoergrondstoffen niet-regionaal (van buiten geografisch Europa) werden
ingevoerd. Volgens het Comité was dat 34% en volgens de grondstoffenwijzer van Nevedi was dat
32,8%. Oorzaken voor de verschillen tussen het huidige rapport en de andere rapporten zijn niet
duidelijk en een belangrijk punt voor vervolgonderzoek.
Tabel 13 De herkomst van Nederlandse mengvoeders volgens de monitor in dit rapport, de
grondstoffenwijzer van Nevedi en de publicatie van Van Krimpen (2019).
Bron
Jaar
Nederlandse
productie
(% van totaal NL)
Invoer uit geogr.
Europa
(% van totaal NL)
Invoer van buiten
geogr. Europa
(% van totaal NL)
Dit rapport
2019
10,4
65,9
23,6
Dit rapport
2020
9,4
68,6
22,1
Van Krimpen (2019)
2018
65*
35
Comité der Graanhandelaren
2019
7
59
34
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 34
*Van Krimpen (2019) rapporteerde 65% aan ‘regionale’ grondstoffen, d.w.z. uit geografisch Europa, dus inclusief Nederland.
3.5
Ruwvoer en vochtrijke diervoeders
Naast mengvoer bestaat het rantsoen van rundvee bestaat voor een groot deel uit ruwvoer. Tabel 14
geeft het totaal verbruik aan ruwvoer voor rundvee in 2019 en 2020 weer.
Tabel 14 Het totaal verbruik aan ruwvoer voor rundvee in 2019 en 2020 op basis van CBS (Van
Bruggen & Gosseling, 2019; Van Bruggen & Gosseling, 2020).
Ruwvoer
Verbruik in 2019 (ton droge stof)
Verbruik in 2020 (ton droge stof)
Graskuil en -hooi
6.301.000
5.738.000
Snijmais
3.120.000
2.840.000
Weidegras
2.040.000
2.530.000
Totaal
11.461.000
11.108.000
In totaal werd in 2019 en 2020 respectievelijk 11.461.000 en 11.108.000 ton droge stof ruwvoer
verbruikt. Hiervan werd aangenomen dat dit volledig in Nederland werd geproduceerd. Van deze
hoeveelheid is aangenomen dat het grootste deel werd gebruikt als voer voor melkvee, en een klein
deel voor vleesvee en andere graasdieren.
Bij de totale beoordeling van de herkomst van diervoeders is het daarom voor deze diercategorieën
belangrijk in gedachte te houden dat het mengvoer maar een deel van het rantsoen is en het
overgrote deel van het rantsoen (ruwvoer) in Nederland geproduceerd wordt.
Naast mengvoer en ruwvoer worden er ook vochtrijke producten toegevoegd aan het rantsoen van
varkens en rundvee. Tabel 15 geeft de totale afzet van vochtrijke diervoeders in Nederland in 2019 en
2020 weer, op basis van gegevens van Overleggroep Producenten Natte Veevoeders (OPNV).
Tabel 15 De totale afzet van vochtrijke diervoeders in Nederland in 2019 en 2020.
Product
Totale
afzet in 2019
(ton droge stof)
Totale
afzet in 2020
(ton droge stof)
Tarwezetmeel
177.100
173.800
Bierbostel
148.350
139.150
Vers maisglutenvoer/maisweekwater
61.500
57.400
Biergist en voerbier
3.450
5.175
Aardappelpersvezel e.a.
37.950
47.850
Aardappelstoomschillen
73.800
62.280
Aardappelsnippers
17.440
17.658
Voorgebakken frites
13.280
17.264
Aardappelzetmeel
10.343
4.925
Div. aardappelproducten
8.678
5.607
Bietenperspulp
184.600
191.100
Chichorei perspulp
7.860
7.860
Wei/melkproducten
40.710
48.645
Tarwegistconcentraat
171.570
162.260
Overige producten
5.040
2.880
Graanenergieproducten
3.888
6.480
Sojaproducten
5.016
6.080
Erwtenproducten
14.040
10.530
Grondstoffenwijzer Nevedi
2019
11,6
55,6
32,8
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 35
Producten van groente, fruit en sap bereiding/verwerking
20.115
170.605
Dranken en overig
3.213
5.140
Eindtotaal
1.007.942
1.142.689
De totale afzet van vochtrijke diervoeders in Nederland was 1.007.942 ton droge stof in 2019. In 2020
was de totale afzet 1.142.689 ton droge stof. Van de totale afzet is ongeveer de helft afkomstig van
de graanverwerkende en aardappelverwerkende industrie. Deze voeders worden het meest gebruikt in
varkensvoeders en rundveevoeders. Tabel 16 geeft de herkomst van voeders in Nederland weer,
wanneer naast het ruwvoer en mengvoer ook de vochtrijke voeders zijn meegeteld.
Tabel 16 Herkomst van de in mengvoer gebruikte grondstoffen in Nederland in 2019 en 2020,
gebaseerd op het verbruik volgens methode 3 en de herkomstgegevens volgens methode
2, met daarbij het verbruik van ruwvoer en vochtrijke diervoeders meegeteld.
Jaar
Nederlandse
productie (%)
Invoer uit geogr.
Europa (%)
Invoer van buiten geogr.
Europa (%)
2019
49,8
37,7
12,5
2020
48,8
39,3
11,9
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 36
4
Discussie en conclusie
Bij het opstellen van deze monitor zijn drie verschillende methodes gebruikt. In tabel 3, 4 en 5 is te
zien wat de herkomst is van het totaal aan mengvoer in Nederland, wanneer het gebruik van alle
grondstoffen zou worden vastgesteld volgens één methode (1, 2 of 3 gecorrigeerd). Daarna is per
grondstof een afweging gemaakt welke methode de beste inschatting van het verbruik geeft. De
herkomstpercentages van het totaal mengvoerverbruik van de drie methodes (tabel 3, 4 en 5) zijn
vergelijkbaar, maar schommelen meer over de jaren dan wanneer een combinatie van de methodes is
gebruikt om het verbruik te bepalen (tabel 11 en 12). Dit kan betekenen dat de combinatie van
methodes meer stabiliteit geeft in de schatting van de herkomst van diervoeders tussen jaren dan de
drie methodes afzonderlijk.
In 2019 werd van het berekende grondstofgebruik van 14.412.171 ton in totaal 10,4% in Nederland
geproduceerd, 65,9% uit geografisch Europa ingevoerd en 23,6% van buiten geografisch Europa
ingevoerd. In 2020 werd van de berekende 14.026.611 ton in totaal 9,4% in Nederland geproduceerd,
68,6% uit geografisch Europa ingevoerd en 22,1% van buiten geografisch Europa ingevoerd. Daarmee
zijn de percentages tussen 2019 en 2020 vergelijkbaar. De kleine verschillen kunnen veroorzaakt
worden door werkelijke verschuivingen in de herkomst tussen de jaren, maar kunnen ook door
onzekerheden in de gevolgde werkwijze komen, zoals door kleine percentuele verschillen in de
gesimuleerde voersamenstelling tussen 2019 en 2020. Bij de totale beoordeling van de herkomst van
diervoeders is het van belang in gedachte te houden dat het rantsoen voor rundvee naast mengvoer
grotendeels uit ruwvoer bestaat. Mengvoer voor varkens kan worden aangevuld met vochtrijke
voeders.
Het ministerie van LNV heeft Wageningen University & Research een kennisvraag gesteld voor het
opstellen van een kennisproduct, zijnde een voorstel voor een monitor die de herkomst van
grondstoffen die gebruikt worden in mengvoeders weergeeft. Een groot deel van het rantsoen van
herkauwers bestaat echter uit ruwvoeders, die grotendeels in Nederland geproduceerd worden.
Daarnaast worden in varkensvoeders en rundveevoeders ook vochtrijke producten gebruikt, die
voornamelijk afkomstig zijn vanuit de voedingsindustrie in Nederland. Voor de volledigheid zijn
daarom ruwvoeders en vochtrijke voeders ook opgenomen in dit rapport. De nadruk ligt op
mengvoeders, omdat daarvan een groot deel wordt ingevoerd, zowel uit geografisch Europa als buiten
geografisch Europa.
Het uiteindelijke totaal verbruik aan diervoedergrondstoffen volgens deze monitor is een optelsom van
het verbruik van alle grondstoffen dat met drie verschillende methodes is ingeschat. In 2019 en 2020
was het totaal verbruik aan mengvoedergrondstoffen respectievelijk 14.412.171 en 14.026.611 ton.
Nevedi rapporteerde in 2019 een mengvoerafzet van 11.917.000 ton en in 2020 11.750.000 ton.
Volgens Nevedi representeren deze cijfers 95% van de totale mengvoederafzet in Nederland.
Omgerekend naar 100% zou de afzet volgens de gegevens van Nevedi 12.544.000 in 2019 en
12.368.000 in 2020 zijn. FEFAC rapporteerde voor Nederland een mengvoerproductie van 13.760.000
ton in 2018, dit is inclusief export. Het totale verbruik volgens CBS (methode 1) was 13.350.257 ton
in 2019 en 13.598.177 ton in 2020. Deze getallen zijn aanzienlijk lager dan het totale verbruik in
deze monitor. In deze monitor hebben wij vrij vaak gekozen voor het gebruik volgens methode 2.
Hierbij is de Nederlandse productie meegenomen, inclusief onderlinge verkoop van grondstoffen
tussen agrariërs. In Nevedi en SecureFeed getallen is onderlinge verkoop niet meegenomen. Wanneer
we het door ons berekende totale mengvoerverbruik met andere aannames berekenen, blijkt dat de
herkomst met een marge van ongeveer 5% is berekend. Het aandeel mengvoer dat van buiten
geografisch Europa komt zou dan niet 23,6%, maar maximaal 28,9% kunnen zijn. De berekening
achter deze aannames is te lezen in bijlage 7. Zelfs met deze maximale scenario’s is de berekende
import van buiten Europe gerapporteerd door Van Krimpen (2019), Comité en Nevedi (34-35%)
aanzienlijk hoger. Voor het vervolg van deze monitor is het daarom gewenst om verder in te gaan op
mogelijke dubbeltellingen in de gebruikte methoden en uit te zoeken op welke grondstoffen deze
dubbeltellingen van toepassing zijn, en in welke mate.
Een belangrijke belemmering bij het opstellen van een monitor voor de herkomst van
diervoedergrondstoffen is de beschikbaarheid van gegevens over het verbruik per grondstof en per
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 37
diercategorie. Daarnaast is de kwaliteit van de gegevens niet in alle gevallen optimaal waardoor het
nodig is een groot aantal aannames te maken om de hoeveelheid in diervoeders gebruikte
grondstoffen te bepalen. Bovendien is niet voor alle grondstoffen dezelfde methode gebruikt. Bij zowel
methode 1 als methode 2 zijn veel aannames gedaan. Het verbruik is voor alle grondstoffen door de
auteurs beoordeeld. De aannames zijn daarom persoonsafhankelijk en moeten per jaar herhaald
worden. Dit creëert een belangrijke onzekerheid van de huidige aanpak.
Methode 1 zou kunnen worden verbeterd wanneer zowel voerhoeveelheid als voersamenstelling per
diercategorie door mengvoerbedrijven rechtstreeks worden aangeleverd. Echter, de gebruikte
voerhoeveelheden en vooral de voersamenstellingen worden niet centraal gecommuniceerd en worden
door de mengvoerbedrijven vaak als vertrouwelijk gezien. Door afwezigheid van deze gegevens zijn
‘gemiddelde’ voeders gesimuleerd via mengvoeroptimalisatie. Hierbij worden uitgangspunten
gehanteerd met betrekking tot de voedernormen, matrixwaarden en grondstofprijzen, die kunnen
afwijken van de praktijk bij het mengvoerbedrijf. Daarnaast wordt het gebruik van grondstoffen
bepaald door factoren zoals de beschikbaarheid en inkoopbeleid, waardoor het daadwerkelijke gebruik
afwijkt van de geoptimaliseerde voeders. Sommige nutritioneel vergelijkbare producten zijn op basis
van kostprijs opgenomen in de geoptimaliseerde voeders. In de praktijk kan dit anders uitvallen,
afhankelijk van de kostprijs en voederwaarde waarmee gerekend wordt. De afzetketen van het dierlijk
product bepaalt of er dierlijke (bij)producten in het voer verwerkt mogen worden. De uiteindelijke
voersamenstelling varieert per mengvoerbedrijf. De onzekerheid van de voersamenstelling zoals
gebruikt in methode 1 is daarmee erg groot.
Vanuit methode 2 zijn meer gebruikshoeveelheden en gegevens bekend, omdat de handelsbalans voor
een aantal voedermiddelen inzicht geeft in de omvang van de Nederlandse productie, invoer (uit
geografisch Europa en van buiten geografisch Europa) en uitvoer. Deze gegevens zijn echter niet voor
alle grondstoffen beschikbaar, waardoor methode 2 niet voor alle grondstoffen de meest betrouwbare
en volledige methode is. Verder zijn niet voor alle grondstoffen CN-codes beschikbaar, waardoor niet
bekend is of de grondstoffen voor humane voeding, diervoeders of een andere (technische) toepassing
bedoeld zijn. Vanwege het ontbreken van deze gegevens en codes zijn in dit rapport inschattingen
gemaakt voor de bestemming van een aantal grondstoffen. Deze onzekerheden en ontbrekende
gegevens kunnen echter grotendeels worden aangevuld met behulp van methode 3. Dit is dan ook de
reden dat voor de meeste grondstoffen methode 2 is verkozen boven methode 1, die met de
geoptimaliseerde voeders erg onzeker is.
Een goede inschatting van het verbruik aan soja in diervoeders is van wezenlijk belang voor het totale
resultaat van de monitor. Omdat soja bijna volledig van buiten geografisch Europa wordt ingevoerd, is
de verbruikshoeveelheid van grote invloed op de uiteindelijke verdeling van de herkomst van de totale
hoeveelheid mengvoerders in Nederland. Voor een inschatting van het verbruik in 2019 en 2020 is
geput uit de op dit moment beschikbare bronnen. Van deze bronnen is niet bekend hoe het verbruik is
berekend. De inschatting blijft daarmee mede gebaseerd op een aantal aannames en het exacte
gebruik is dus niet bekend. Het verbeteren van de kwaliteit van deze bronnen en het verzamelen van
gegevens over het sojaverbruik over meerdere jaren zal bijdragen aan de betrouwbaarheid van de
uitkomst van de monitor in het algemeen.
Om de herkomst van de gebruikte diervoedergrondstoffen in Nederland te monitoren, zal de kwaliteit
van de gebruikte gegevens moeten worden verbeterd. De meest controversiële grondstoffen en de
grondstoffen met de meeste impact op het eindresultaat hebben dan prioriteit. Ook grondstoffen met
een groot verschil in de hoeveelheden volgens methode 1 en 2 of grondstoffen met een groot verschil
tussen de jaren vragen om meer onderzoek. Het in kaart brengen van het grondstofverbruik over
meerdere jaren zal de betrouwbaarheid van deze monitor dan ook verbeteren. Daarmee kan het
gemiddeld gebruik per diercategorie met de bijbehorende herkomst beter worden geschat.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 38
5
Aanbevelingen
Het ministerie van LNV heeft Wageningen University & Research een kennisvraag gesteld voor het
opstellen van een voorstel voor een monitor die de herkomst van grondstoffen in mengvoeders
weergeeft. De huidige aanpak brengt veel onzekerheden met zich mee. Het is belangrijk deze in acht
te nemen bij het interpreteren van de resultaten. In de huidige werkwijze worden een aantal
aannames gedaan, welke per jaar kunnen variëren. Daarnaast wordt elke grondstof op dit moment
individueel beoordeeld aan de hand van de drie methodes (methode 1, 2, 3, waarvan methode 3
gecorrigeerd en ongecorrigeerd), waardoor de aannames en uitkomsten persoonsafhankelijk kunnen
zijn. Op dit moment is de huidige werkwijze daardoor onvoldoende robuust om meerjarige trends in
de herkomst van diervoedergrondstoffen vast te stellen.
Het is wenselijk om een standaardaanpak te formuleren die op de meeste grondstoffen kan worden
toegepast. Op die manier zijn de onzekerheden voor de betreffende grondstoffen per jaar
vergelijkbaar en is de beoordeling minder persoonsafhankelijk. Een standaardaanpak zou gebruik
kunnen maken van de sterke punten van elk van de drie methodes. Uitzonderingen blijven bestaan:
sommige grondstoffen, zoals soja, vragen vanwege hun grote invloed om uitvoeriger onderzoek.
Met methode 3 in de standaardaanpak kan het gebruik van grondstoffen in diervoeder worden
vastgesteld, zonder dat er voor een aantal grondstoffen aannames moeten worden gedaan over het
aandeel gebruikt voor humane voeding en diervoeder. Wel vormen de dubbeltellingen in methode 3
een aandachtspunt. Het is daarom zinvol om na te gaan op welke grondstoffen deze dubbeltellingen
van toepassing zijn, en in welke mate.
Met methode 2 in de standaardaanpak kan de herkomst van de gebruikte grondstoffen worden
vastgesteld. Voor veelgebruikte grondstoffen die ook voor humane voeding worden gebruikt, kan
alsnog een correctie op de herkomst nodig zijn wanneer de herkomst niet evenredig verdeeld is over
gebruik voor humane voeding en diervoeding. Een voorbeeld hiervan is tarwe, waarbij in Nederland
geteelde tarwe vaak gebruikt wordt als voertarwe. Het aandeel Nederlandse tarwe is voor diervoer
dan wellicht groter dan volgens methode 2 wordt berekend, terwijl een groter aandeel hoogwaardige
(bak)tarwe voor humane voeding wordt ingevoerd.
Met methode 1 in de standaardaanpak kan het grondstofgebruik worden toebedeeld aan de
diercategorieën.
Met de voorgestelde aanpak kunnen de onzekerheden ook zoveel mogelijk gestandaardiseerd worden.
Wanneer de onzekerheden minder variabel zijn, kunnen met de monitor op den duur mogelijk trends
in herkomst en gebruik van grondstoffen binnen diercategorieën worden gesignaleerd. Hiervoor zijn
wel gegevens over meerdere jaren nodig.
De beste gegevens over de hoeveelheid grondstoffen gebruikt in diervoeders uit methode 3 komen uit
de sector zelf, in dit geval van SecureFeed. Daarnaast heeft Nevedi het voornemen meer inzicht te
verwerven in het grondstoffengebruik in mengvoeders door haar leden. Ons advies is, om in overleg
met de sectorpartijen na te gaan hoe gebruik gemaakt kan worden van de beschikbare gegevens.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 39
Literatuur
EUROSTAT (http://ec.europa.eu/eurostat/data/database). (september 2020)
G.D. Jukema, P. Ramaekers en P. Berkhout (Red.). 2021. De Nederlandse agrarische sector in
internationaal verband – editie 2021. Wageningen/Heerlen/Den Haag, Wageningen Economic
Research en Centraal Bureau voor de Statistiek, Rapport 2021-001. 126 blz.; 45 fig.; 38 tab.; 117 ref.
https://doi.org/10.18174/538688 (februari 2021) 538688 (wur.nl)
G.D. Jukema, P. Ramaekers en P. Berkhout (2020). De Nederlandse agrarische sector in internationaal
verband – editie 2020 Wageningen/Heerlen/Den Haag, Wageningen Economic
Research en Centraal Bureau voor de Statistiek, Rapport 2020-001) 511255 (wur.nl)
Nevedi. 2019a. Grondstoffenwijzer; diervoeders voor een circulaire voedselproductie. Editie 3.
Grondstoffenwijzer Nevedi 2019 LR2.pdf (Februari 2021).
Hannah Ritchie and Max Roser (2021) - "Forests and Deforestation"
https://ourworldindata.org/forests-and-deforestation'
Van Bruggen, C en M. Gosseling. 2019. Dierlijke mest en mineralen 1990-2018. Centraal Bureau voor
de Statistiek. Den Haag/Heerlen
https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2019/49/dierlijkemestenmineralen2018.pdf (februari 2021)
Royal Dutch Grain and Feed Trade Association ‘Het Comité’. 2019. Dutch trade in grains, seeds and
Pulses: Essential to the European food and feed system.
Sectoranalyse_ComiteGraanhandelaren_def_HR.pdf (februari 2021)
Van Bruggen, C. & M. Gosseling (2020). Dierlijke mest en mineralen 2019. Centraal Bureau voor de
Statistiek. Den Haag/Heerlen
https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2020/40/dierlijke-mest-en-mineralen-2019
Van Bruggen, C en M. Gosseling (2021). Dierlijke mest en mineralen 2020. Centraal Bureau voor de
Statistiek. Den Haag/Heerlen
https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/aanvullende-statistische-diensten/2021/dierlijke-mest-en-
mineralen-2020
Van Krimpen, M. en A. Cormont. 2019. Het percentage regionaal eiwit in het Nederlandse mengvoer;
actualisatie voor 2018. Wageningen Livestock Research, The Netherlands (WLR), Wageningen
University & Research, WLR rapport 1222. https://doi.org/10.18174/510422 (februari 2021)
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 40
Notitie verkenning naar
mogelijkheden monitor
Verkenning naar de mogelijkheden een monitor op te zetten voor de herkomst van
diervoeder
grondstoffen
Harmen van Laar, Paul Bikker, Wageningen Livestock Research.
Inleiding
In de kringlooplandbouwvisie van de Minister van LNV is het doel opgenomen om kringlopen in 2030
op het kleinst mogelijke niveau te sluiten. Voor diervoeders betekent dit dat de overheid wil dat een
groter deel van de grondstoffen vanuit NL/EU/Europa komt ten opzichte van buiten Europa.
Daarnaast is er vanuit de nationale eiwitstrategie het doel om minder afhankelijk te worden van
landen buiten Europa (EU of geografisch Europa). Om zicht te hebben op het behalen van deze
doelen, heeft LNV behoefte aan een monitor die de herkomst van de grondstoffen die gebruikt
worden in diervoeders weergeeft.
LNV heeft WUR een kennisvraag gesteld voor het opstellen van een kennisproduct, zijnde een
voorstel voor een monitor die de herkomst van grondstoffen die gebruikt worden in diervoeders
weergeeft. Er is in overleg besloten deze vraag op te delen en te beginnen met de huidige notitie die
zich richt op een inschatting of het mogelijk is een monitor te ontwikkelen. Daarbij richt deze notitie
zich op wat daar voor nodig is (welke gegevens) en wie (welke organisaties of instituten) daar een
bijdrage aan kunnen leveren. Op basis van deze inventarisatie kunnen indien gewenst volgende
stappen richting de daadwerkelijke ontwikkeling van een monitor voor de herkomst van
diervoedergrondstoffen gezet worden.
Werkwijze
Informatie is verzameld door documenten te zoeken op internet deze te beoordelen en door
gesprekken te voeren met personen van verschillende organisaties die een relatie hebben met het
onderwerp. Er is gesproken met personen werkzaam bij Wageningen Research (WLR, WEcR), CBS,
NEVEDI, en Agribusiness-services.
Resultaten
Literatuur (beschrijvend)
Er zijn verschillende documenten publiek beschikbaar die betrekking hebben op het onderwerp van
de herkomst van grondstoffen. Een publicatie is: “De grondstoffenwijzer” van Nevedi (Nevedi,
2019a). Deze publicatie geeft reeds vrij gedetailleerde getallen over de herkomst naar continent
(Noord Amerika, Zuid Amerika, Azië, Geografisch Europa en Nederland) van grondstoffen op totale
voer basis en voor een aantal grondstoffen. Deze publicatie geeft geen uitleg over de gehanteerde
methode van berekening. Als bronnen worden SecureFeed 2018, CBS statline 2019 en FAO database
2017 aangehaald, welke niet verder gespecificeerd worden. In persoonlijke communicatie heeft de
auteur van dit document wel uitgelegd hoe tot deze cijfers gekomen is. Deze informatie is deels
gebruikt in de navolgende paragraaf design monitor.
Een tweede gebruikte publicatie is: “Het percentage regionaal eiwit in het Nederlandse mengvoer”
geschreven door Van Krimpen en Cormont (2019). In deze publicatie wordt de hoeveelheid eiwit in
eiwitrijke grondstoffen (RE-gehalte >15.4%) tot in detail berekend en wordt ook het percentage
regionaal eiwit voor het totale grondstofgebruik weergegeven. De definitie van regionaal in dit
rapport is geografisch Europa. De methode is gebaseerd op enerzijds gegevens over import en
productie van alle grondstoffen (dus zowel voor humaan als dierlijk gebruik) van FAOSTAT,
EUROSTAT, CBS Statline en Nevedi en anderzijds het geschatte gebruik van grondstoffen in
diervoeders op basis van dieraantallen, geschatte krachtvoergebruik en geschatte
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 41
grondstofsamenstelling van deze krachtvoeders. De grondstofsamenstelling van de diercategorie
specifieke krachtvoeders was hierbij gebaseerd op door WLR gemaakte voer optimalisaties (m.b.v.
“least cost formulation”) die elk kwartaal gemaakt worden op basis van dan geldende
grondstofprijzen. Deze werkwijze geeft ook de mogelijkheid de verdeling van de herkomst van
gebruikte grondstoffen per diercategorie te schatten, zoals in het document van Van Krimpen en
Cormont (2019) ook gedaan is voor de herkomst van het eiwit. Deze laatste methode is vergelijkbaar
met de methode zoals toegepast voor de berekening van de N, P en K uitscheiding voor de WUM en
NEMA cijfers zoals gerapporteerd door Van Bruggen et al. (2019) en Lagerwerf et al. (2019).
Een derde publicatie is van Het Comité van Graanhandelaren (2019) die van 8 grondstoffen (gerst,
mais, tarwe, raapzaad, sojabonen, zonnebloemzaad, palmpitschilfers en bietenpulppellets) een
gemiddelde van de import, export en nationaal gebruik voor humane consumptie en voor
diervoeders weergeeft als gemiddelde voor de periode 2015-2018. Als bronnen worden genoemd:
Customs data, Eurostat annual data en Stigevo. Dit rapport geeft een globaal overzicht van de import
en export van grondstoffen en herkomst van de grondstoffen.
De hierboven openbaar beschikbare publicaties zijn het meest toepasselijk op de huidige vraag, en
zijn ook geschreven vanuit het doel de herkomst van grondstoffen weer te geven voor het in
Nederland gebruikte voer, of eiwit in het voer van de dieren. Echter ook vanuit heel andere doelen is
de herkomst van (diervoeder)grondstoffen van belang. BuRO (2019) geeft in de bijlagen voor een
rapport voor de NVWA vooral op basis van CBS Statline, maar ook andere bronnen, de herkomst (NL,
niet-EU, EU) van verschillende grondstoffen gebruikt in diervoeders. Dit rapport is gericht op
risicoinventarisatie voor de grondstoffen die in diervoeders worden gebruikt.
Een voorbeeld van een rapport vanuit economisch perspectief is Jukema et al. (2021). Dit rapport is
een actualisatie van voorgaande rapporten waarin de totale waarde in handel van landbouw en
landbouw gerelateerde producten beschreven wordt. Dit rapport geeft een overzicht van het totale
economische belang van de sector, maar is voor de huidige vraag minder van toepassing.
Concluderend kan met betrekking tot de beschikbare literatuur worden gesteld dat er publicaties
beschikbaar zijn die verband houden met de huidige vraag naar een monitor voor de herkomst van
grondstoffen gebruikt in diervoeders. Deze publicaties geven goede informatie, maar missen deels
een beschrijving van de achtergronden van de methode en zijn niet diercategorie specifiek (Nevedi,
2019a) of zijn op groter detail niveau zoals eiwit in plaats van grondstoffen (Van Krimpen en
Cormont, 2019). Daarbij is niet volledig transparant welke informatie uit welke bronnen wordt
afgeleid en zijn niet alle bronnen publiek beschikbaar. Verder lopen de jaren waarvoor het overzicht
gegeven wordt niet synchroon en lijkt er geen structurele aanpak voor een jaarlijkse monitor.
Literatuur Inhoudelijk
Het Comité (2019) geeft aan dat de import van granen, zaden en peulvruchten, een import waarde
van 6,8 miljard Euro en een uitvoerwaarde van 4,2 miljard Euro vertegenwoordigt. Het totale import
en export volume is respectievelijk 28 miljoen ton en 11 miljoen ton. Deze import betreft de totale
import, dus voor alle sectoren. Het aandeel van de totale invoer + inlandse productie komt 7% uit
Nederland, 59% uit Europa (zonder NL), 19% uit Zuid Amerika, 9% uit Noord Amerika, 5% uit Azië en
1% uit Oceanië. Dit rapport geeft de gemiddelde situatie voor 2015-2018 weer.
De publicatie van Nevedi (2019a) geeft getallen specifieker voor diervoeders en voor een groter
aantal grondstoffen gebruikt in diervoeders (dus meer dan granen, zaden en peulvruchten). Deze
publicatie rapporteert de herkomst van grondstoffen als: 11,6 % Nederland, 55,6% (geografisch)
Europa, 20,5% uit Zuid Amerika, 7,6% uit Noord Amerika, en 4,7% uit Azië. Dit betekent dat Het
Comité een percentage regionale (gedefinieerd als NL + geografisch Europa) grondstoffen van 66 %
en Nevedi van 67,2 % berekent. Dit ligt zeer dicht bij elkaar en komt overeen met de schatting door
Van Krimpen en Cormont (2019) dat in 2018 65% van het eiwit gebruikt in mengvoer uit regionale
grondstoffen komt. Deze laatste publicatie geeft wel aan dat dit getal (voor de herkomst van eiwit)
kan variëren en geeft voor de jaren 2011/2012, 2013, 2014, 2015 en 2018 waarden van
respectievelijk 56%, 59%, 64%, 59% en 65%. Voor specifiek het eiwitgebruik uit alleen eiwitrijke
grondstoffen hebben Van Krimpen en Cormont (2019) ook een opdeling voor diercategorieën
gemaakt.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 42
Echter de dier specifieke getallen voor alleen de eiwitrijke grondstoffen zijn voor de huidige vraag
van LNV niet compleet genoeg aangezien de huidige vraag alle grondstoffen betreft.
Gesprekken
Er is informeel overleg geweest met personen werkzaam bij CBS, Nevedi, Agribusiness services, WLR,
en WEcR. Net als uit de literatuur blijkt dat er verschillende partijen interesse hebben in de herkomst
van diervoedergrondstoffen en met verschillende doelen reeds bepaalde activiteiten op dit gebied
ontplooien. De verschillende doelen kwamen reeds in de literatuuranalyse naar boven (zie ook
conclusies).
Conclusies literatuur en gesprekken
De herkomst van grondstoffen staat vanuit meerdere partijen en doelen in de belangstelling. Zo
wordt het land/de regio van herkomst en de geschatte hoeveelheid gebruikt ten behoeve van:
-
Het inschatten van risico’s voor de voedselveiligheid,
-
Het berekenen van milieukenmerken zoals onder andere carbon footprint (Vellinga et al.,
2013),
-
Het inschatten van de mate van circulariteit en voor de eiwitstrategie,
-
Het inschatten van de mate van afhankelijkheid van landen buiten Europa.
Bij meerdere partijen wordt gewerkt aan het berekenen en of schatten van de herkomst van
grondstoffen die gebruikt worden in diervoerder. Het lijkt dat er op verschillende plekken aan delen
van de puzzel (een monitor met volledig overzicht) gewerkt wordt. Afhankelijk van de precieze vorm
en definitie hiervan, lijkt het dus technisch mogelijk een monitor te ontwikkelen. Afhankelijk van de
beschikbare gegevens zijn hiervoor wel een aantal aannames nodig (zie paragraaf risico’s).
Verschillende instituten en organisaties zouden hierbij een rol kunnen spelen (zie design monitor).
Design monitor
Om een inschatting te maken hoe een project om een monitor voor de herkomst van
diervoedergrondstoffen op te zetten, eruit zou kunnen zien, worden eerst doel en te leveren
producten (deliverables) en opties beschreven. Vervolgens wordt beschreven hoe een monitor
ontwikkeld kan worden, welke gegevens daarvoor nodig zijn, en waar deze mogelijk te verkrijgen
zijn.
Doel
Jaarlijks inzicht in de hoeveelheid en herkomst van de grondstoffen die gebruikt worden in
diervoeders in Nederland.
Producten
Een jaarlijks rapport waarin de herkomst van diervoedergrondstoffen beschreven staat, met
interpretatie en duiding van deze gegevens.
Opties afhankelijk van wens opdrachtgever
1. Herkomst kan eerst gedefinieerd worden als: Nederland, EU, Geografisch Europa, buiten
geografisch Europa. Mogelijke verdieping kan zijn herkomst naar continent. Wanneer een
monitor ook gebruikt wordt voor risico analyse, dan is de herkomst specifiek per land nodig.
2. Herkomst weergegeven zowel in tonnen gewicht als % grondstof op gewichtsbasis voor:
a. grondstoffen mengvoeders
b. grondstoffen totale rantsoen
3. Hetzelfde als 2 maar specifiek voor diercategorieën: melkvee (melkvee + jongvee + fokvee),
vleesvee, varkens, vleeskuikens (inclusief fok), leghennen (inclusief fok), overige (dus geen
verdere specificatie).
4. CBS invoer en uitvoer gegevens zijn leidend.
5. Alleen grondstoffen die gebruikt worden in diervoeders die gevoerd worden aan dieren die in
Nederland gehouden worden, dus geen export.
6. Focus op grondstoffen van plantaardige en dierlijke oorsprong. Minerale oorsprong wordt op
dit moment niet meegenomen.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 43
7. Voor zover mogelijk wordt de oorspronkelijke herkomst van grondstof wordt gebruikt, dus
waar is het uitgangsmateriaal van de grondstof gegroeid.
8. Punt 2 geldt ook voor co-producten uit de levensmiddelenindustrie, zoals bierbostel,
bietenpulp etc., dus deze producten worden op gewichtsbasis van het ingangsproduct
verdeeld naar herkomst.
9. Monitor op jaarbasis. Eerste referentie jaar kan gekozen worden (voorstel: 2019), vervolgens
mogelijk jaarlijks.
10. Monitor gereed eind van het opvolgende jaar. Dit is vooral afhankelijk van wanneer de
gegevens beschikbaar komen.
Risico’s
Beschikbaarheid van informatie: Het is wel zeker dat niet alle informatie volledig beschikbaar is
waardoor additionele aannames gemaakt moeten worden. Reeds bekende aannames die als
uitgangspunt dienen om met de huidige kennis een monitor te ontwikkelen worden hieronder
genoemd, echter punt 6 geeft aan dat er mogelijk ook nog aannames zijn die nu nog niet voorzien
zijn.
Reeds bekende aannames zijn:
1. Aanname: Binnen een grondstof wordt aangenomen dat alle herkomsten evenredig gebruikt
worden voor humane toepassingen als voor diervoeding. Dit is zeer waarschijnlijk niet waar,
maar het is op basis van de huidige informatie niet mogelijk goed in te schatten of dit verder
te onderscheiden is. Bijvoorbeeld voor tarwe of mais kan het zijn dat tarwe die uit bepaalde
landen komt geschikt is voor humane toepassing, terwijl uit andere landen de tarwe vooral in
diervoeding gebruikt wordt. Dit is echter lastig te splitsen. Het kan zijn dat dit niet splitsbaar
is, echter hier dient extra aandacht voor te zijn. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor sojaschroot.
Het is lastig te achterhalen of de in diervoeder gebruikte sojaschroot direct geïmporteerd is, of
dat de sojaschroot afkomstig is van in Nederland bewerkte geïmporteerde sojabonen.
2. Aanname: Binnen een grondstof wordt aangenomen dat alle herkomsten evenredig verdeeld
worden over de diercategorieën. Hier geldt hetzelfde als voor het vorige punt, wellicht is dit
niet waar. Echter aangezien het reeds lastig dit te achterhalen voor humaan versus diervoer,
is het onmogelijk de herkomsten naar diercategorie op te splitsen.
3. Aanname: Optimalisatie van samenstellingen van diervoeder zijn representatief voor de in
Nederland gevoerde voeders. Grondstoffen die slechts op kleine schaal gebruikt worden zullen
niet in voeroptimalisaties terecht komen die op nationaal niveau gemaakt worden. Mogelijk is
het gebruik van deze kleinere stromen te achterhalen uit andere databronnen. Dit moet
verder worden onderzocht of daar moeten verdere aannames voor gemaakt worden.
4. Aanname: Dierlijke producten worden zo weinig in voeders gebruikt dat we die op dit moment
achterwege kunnen laten. Deze aanname dient beter onderzocht te worden in de ontwikkeling
van een monitor.
5. Aanname: Grondstoffen komen direct van het land van oorsprong, of het land van oorsprong
is te achterhalen. Doorvoer binnen Europa kan een probleem zijn. Is het product ook
daadwerkelijk daar gegroeid, voor een aantal grondstoffen die niet of weinig in Europa
verbouwd worden kan dat vrij duidelijk zijn, maar voor grondstoffen die zowel van buiten
Europa geïmporteerd worden en ook in Europa verbouwd worden is dit lastiger. Een mogelijke
oplossing is naar de Eurostat gegeven per land te kijken. Bij het ontwikkelen van de monitor
dient dit beter onderzocht te worden en zo mogelijk gekwantificeerd.
6. Onvoorziene aannames: Het is waarschijnlijk dat bij de bouw van de uiteindelijke monitor
additionele aannames nodig zijn die niet in deze notitie beschreven zijn.
Onderdelen van een monitor
Op basis van de huidige, met enige inspanning, verkrijgbare data is het in principe mogelijk, met
verschillende aannames (zie boven) een monitor te ontwikkelen. Een eerste schets welke gegevens
nodig zijn, met mogelijke bron, staat weergegeven in Tabel 1. Een voorstel om de herkomst van in
diervoeders gebruikte grondstoffen te berekenen is het combineren van gegevens over 1. Het totale
gebruik van grondstoffen in diervoeders, 2. De herkomst van alle geïmporteerde grondstoffen en 3
gegevens over voersamenstelling, voeropname en dieraantallen.
Het totale verbruik van grondstoffen in diervoeders kan op 3 manieren verzameld worden zoals in
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 44
Tabel 1 aangegeven wordt. Bij de methodes a t/m c nemen de hoeveelheid aannames in de
berekening af en de verwachte nauwkeurigheid van de getallen toe, echter de administratieve lasten
en complexiteit van het verzamelen neemt ook toe.
De herkomst van de invoer van grondstoffen lijkt op dit moment vrijwel alleen door CBS
geregistreerd en openbaar beschikbaar gesteld te worden. Ook de rapportage van het Comité van
Graanhandelaren (2019) verwijst naar CBS getallen als bron. Het is dus onwaarschijnlijk dat Het
Comité eigen getallen beschikbaar heeft.
De onderverdeling van grondstoffen naar diercategorie kan met methode zoals gebruikt wordt voor
1a,
of door gegevens uit de sector van individuele mengvoerbedrijven te verzamelen. Het laatste is
waarschijnlijk niet eenvoudig te realiseren.
Voor het ontwikkelen van een monitor zoals beschreven zou het in theorie mogelijk zijn om van alle
mengvoerbedrijven het grondstof gebruik per diercategorie jaarlijks te verzamelen (methode c).
Echter
op dit moment zijn deze data niet beschikbaar en gezien de aanzienlijke administratieve last die dat
met zich meebrengt, is het de vraag of het ooit wenselijk zou zijn deze data te verzamelen.
Wanneer besloten wordt een monitor te gaan bouwen, is het voorstel te starten met alle ‘a’
methodes, waarbij tijdens het proces geïnventariseerd kan worden of de ‘b’ methodes mogelijk zijn.
Tabel 1:
Informatie nodig, mogelijke informatie bronnen, een inschatting van de realiseerbaarheid
deze informatie ook te verzamelen en mogelijk betrokken partijen voor het bouwen van
een monitor van de herkomst van diervoedergrondstoffen.
Informatie nodig
Mogelijke herkomst
Te realiseren?
1A Verbruik van
grondstoffen in
diervoeders
Geschat op basis van
dieraantallen en dierrantsoenen
Dit lijkt op de WUM methodiek (van
Bruggen et al., 2019) zoals
uitgevoerd door CBS, WEcR, WLR
samen. Logische rol voor deze
partijen
1B
Gegevens uit de sector (Nevedi,
comité van graanhandelaren,
SecureFeed, OPNV)
De bereidwilligheid van de sector
deze getallen te delen moet nog
onderzocht. Goed dit gebruik zeer
transparant te doen.
1C
Directe informatie van individuele
mengvoerbedrijfsleven.
Dit is waarschijnlijk lastig te
realiseren, geeft extra
administratieve laste.
2A Herkomst van
import
CBS, Eurostat, FAO
Basis getallen komen vooral bij
CBS vandaan. Logische rol voor
CBS in bouw van monitor.
2B
Gegevens uit de sector (wellicht
Comité van graanhandelaren)
Graanhandelaren verwijzen in
eigen rapportages naar CBS
getallen. De bereidwilligheid van de
sector deze getallen te delen moet
nog onderzocht.
3A Onderverdeling per
diercategorie
Mogelijk met methode 1a, wordt
op dit moment niet structureel
gedaan.
Zie 1a.
3B
Gegevens uit de sector.
Dit is waarschijnlijk lastig te
realiseren, gegevens liggen
(mogelijk) bij individuele
mengvoerbedrijven. Geeft extra
administratieve lasten.
Aandachtspunten bij gebruik monitor
De Minister schrijft in haar visie ‘waardevol en verbonden’: lokaal wat kan, regionaal of
internationaal wat moet. Om dit te beoordelen is een suggestie om ook de Carbon Footprint mee te
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 45
nemen in de monitoring. Immers het is niet per definitie voor alle aspecten beter om grondstoffen
dichter bij te produceren, omdat productie in derde landen efficiënter kan zijn. Nevedi geeft in haar
jaarverslag (Nevedi 2019b) dit ook als punt aan waar zijn aandacht aan willen besteden dit te
communiceren.
Verder spelen vanzelfsprekend onderwerpen als het gebruik van diermeel in diervoeders een rol.
Wanneer het mogelijk zou zijn diermeel wederom in diervoeders op te nemen zou dit het gebruik
van sojaschroot kunnen verminderen (Vijn et al. 2019).
Communicatie
Zoals aangegeven worden herkomst gegevens van diervoedergrondstoffen op verschillende plekken
voor verschillende doelen gebruikt. Het is onwenselijk dat deze projecten op verschillende data zijn
gebaseerd. Het is wenselijk dat er een goede communicatie is tussen deze projecten. Ook de
grondstoffenhandel en diervoersector publiceren gegevens over de herkomst van
(diervoeder)grondstoffen. Het is wenselijk dat alle informatie efficiënt gebruikt wordt en dat de
gebruikte gegevens zo juist mogelijk zijn. Het opzetten van een klankbord groep met betrokken
partijen kan hierbij helpen.
Eindconclusie/advies
Het is technisch mogelijk een monitor te ontwikkelen voor de herkomst van de grondstoffen die in
Nederland gebruikt worden als diervoer. Echter, omdat niet alle detail informatie beschikbaar is zijn,
zoals beschreven in deze notitie, verschillende aannames nodig. De kwaliteit van de monitor kan
verbeterd worden afhankelijk van de beschikbaarheid van gegevens van private partijen. Er wordt
geadviseerd om eerst voor één jaar, bijvoorbeeld 2019, een monitor te ontwikkelen. Op basis
daarvan kan inzicht verworven worden of dit mogelijk is voor meerdere jaren en welke verdere
problemen opduiken.
Voor het creëren van draagvlak voor (de achtergronden van) de monitor en het mogelijk verkrijgen
van gegevens die zo dicht mogelijk bij de praktijk liggen, is het wenselijk dit te doen in samenwerking
met de verschillende partijen die betrokken zij n bij het genereren of gebruiken van herkomst
gegevens. Dit kan, mogelijk in een klankbordgroep die in het begin van het project samen gesteld
wordt. Een actieve rol vanuit LNV kan wellicht bijdragen aan de beschikbaarheid van data vanuit de
diervoedersector.
Referenties
BuRO, 2019. Advies over de risico’s van de diervoederketen. Bijlagen Februari 2019. Bijlagen bij
advies risico’s van de voedergewassen- en diervoederketen | Publicatie | NVWA (februari 2021)
Lagerwerf, L.A., A. Bannink, C. van Bruggen, C.M. Groenestein, J.F.M. Huijsmans, J.W.H. van der
Kolk, H.H.Luesink, S.M. van der Sluis, G.L. Velthof & J. Vonk. 2019. Methodology for estimating
emissions from agriculture in the Netherlands. Calculations of CH4, NH3, N2O, NOx, NMVOC,
PM10, PM2.5 and CO2 with the National Emission Model for Agriculture (NEMA) – update 2019.
Wageningen, The Statutory Research Tasks Unit for Nature and the Environment. WOt technical
report 148. 0888fb93-8922-4975-8f7f-61f2b6231666_WOt-technical report 148 webversie.pdf
(wur.nl) (februari 2021)
Nevedi. 2019a. Grondstoffenwijzer; diervoeders voor een circulaire voedselproductie. Editie 3.
Grondstoffenwijzer Nevedi 2019 LR2.pdf (Februari 2021).
Nevedi 2019b. Voer voor ketensamenwerking. Nevedi visie 2020-2025. Nevedi-visie 2020-2025 'Voer
voor ketensamenwerking'(1).pdf (maart 2021)
van Krimpen, M. en A. Cormont. 2019. Het percentage regionaal eiwit in het Nederlandse mengvoer;
actualisatie voor 2018. Wageningen Livestock Research, The Netherlands (WLR), Wageningen
University & Research, WLR rapport 1222. https://doi.org/10.18174/510422 (februari 2021)
Van Bruggen, C en M. Gosseling. 2019. Dierlijke mest en mineralen 1990-2018. CBS.
https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2019/49/dierlijkemestenmineralen2018.pdf (februari 2021)
Royal Dutch Grain and Feed Trade Association ‘Het Comité’. 2019. Dutch trade in grains, seeds and
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 46
pulses. Sectoranalyse_ComiteGraanhandelaren_def_HR.pdf (februari 2021)
G.D. Jukema, P. Ramaekers en P. Berkhout (Red.). 2021. De Nederlandse agrarische sector in
internationaal verband – editie 2021. Wageningen/Heerlen/Den Haag, Wageningen Economic
Research en Centraal Bureau voor de Statistiek, Rapport 2021-001. 126 blz.; 45 fig.; 38 tab.; 117 ref.
https://doi.org/10.18174/538688 (februari 2021) 538688 (wur.nl)
Vellinga, Th., V., Blonk, H., Marinussen, M., van Zeist, W.J., de Boer, I.J.M, en D. Starmans. 2013.
Methodology used in FeedPrint: a tool quantifying greenhouse gas emissions of feed production and
utilization. Wageningen Livestock Research. Report 674. Methodology used in feedprint: a tool
quantifying greenhouse gas emissions of feed production and utilization (wur.nl) (februari 2021)
Vijn, M., Dawson, W., de Wolf, P., van der Voort, M. en I. Vermeij. 2019. Welke mogelijkheden zijn er
in Nederland om meer diervoeders te produceren? Verkenning van de mogelijkheden tot het
verhogen van de productie van diervoeders uit reststromen in Nederland op basis van beschikbare
kennis en data. Wageningen Research, Rapport WPR-796. Microsoft Word - Externe notitie
Mogelijkheden verhogen productie diervoeders in Nederland(def).docx (wur.nl) (februari 2021)
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 47
Combined Nomenclature codes
cn_number
cn
cn_description
Granen
2
10019900
1001 99 00 WHEAT AND MESLIN (EXCL. SEED FOR SOWING, AND DURUM WHEAT)
3
10039000
1003 90 00 BARLEY (EXCL. SEED FOR SOWING)
4
10059000
1005 90 00 MAIZE (EXCL. SEED FOR SOWING)
5
10086000
1008 60 00 TRITICALE
6
10029000
1002 90 00 RYE (EXCL. SEED FOR SOWING)
7
10079000
1007 90 00 GRAIN SORGHUM (EXCL. FOR SOWING)
8
10049000
1004 90 00 OATS (EXCL. SEED FOR SOWING)
9
10081000
1008 10 00 BUCKWHEAT
9
10082900
1008 29 00 MILLET (EXCL. GRAIN SORGHUM, AND SEED FOR SOWING)
11
10089000
1008 90 00 CEREALS (EXCL. WHEAT AND MESLIN, RYE, BARLEY, OATS, MAIZE, RICE, GRAIN SORGHUM,
BUCKWHEAT, MILLET, CANARY SEEDS, FONIO, QUINOA AND TRITICALE)
Graanbijproducten
13
23023010
2302 30 10 BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF PELLETS, DERIVED
FROM THE SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING OF WHEAT, WITH A STARCH CONTENT OF
<= 28% BY WEIGHT, AND OF WHICH THE PROPORTION THAT PASSES THROUGH A SIEVE
WITH AN APERTURE OF 0,2 MM IS <= 10% BY WEIGHT OR ALTERNATIVELY THE PROPORTION
THAT PASSES THROUGH THE SIEVE HAS AN ASH CONTENT, CALCULATED ON THE DRY
PRODUCT, OF >= 1,5% BY WEIGHT
13
23023090
2302 30 90 BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF WHEAT, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF
PELLETS, DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING (EXCL. THOSE WITH
STARCH CONTENT OF <= 28%, PROVIDED THAT EITHER <= 10% PASSES THROUGH A SIEVE
WITH AN APERTURE OF 0,2 MM OR IF > 10% PASSES THROUGH, THE PROPORTION THAT
PASSES THROUGH THE SIEVE HAS AN ASH CONTENT, CALCULATED ON THE DRY PRODUCT, OF
>= 1,5% BY WEIGHT)
14
23021010
2302 10 10 BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF MAIZE, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF
PELLETS, DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING, WITH STARCH CONTENT OF
<= 35%
14
23021090
2302 10 90 BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF MAIZE, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF
PELLETS, DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING, WITH STARCH CONTENT OF
> 35%
15
23024002
2302 40 02 BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF RICE, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF PELLETS,
DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING, WITH STARCH CONTENT OF <= 35%
15
23024008
2302 40 08 BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF RICE, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF PELLETS,
DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING, WITH STARCH CONTENT OF > 35%
16
23024010
2302 40 10 BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES, IN THE FORM OF PELLETS OR NOT, DERIVED FROM
THE SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING OF CEREALS, WITH A STARCH CONTENT <= 28%
BY WEIGHT, AND OF WHICH <= 10% BY WEIGHT PASSES THROUGH A SIEVE WITH AN
APERTURE OF 0,2 MM OR, IF > 10% PASSES THROUGH, THE PROPORTION THAT PASSES
THROUGH THE SIEVE HAS AN ASH CONTENT, CALCULATED ON THE DRY PRODUCT, OF >=
1,5% BY WEIGHT (EXCL. BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF MAIZE, RICE OR WHEAT)
16
23024090
2302 40 90 BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF CEREALS, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF
PELLETS, DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING (EXCL. THOSE OF MAIZE,
RICE AND WHEAT AND THOSE WITH A STARCH CONTENT OF <= 28%, PROVIDED THAT
EITHER <=10% PASSES THROUGH A SIEVE WITH AN APERTURE OF 0,2 MM OR, IF > 10%
PASSES THROUGH, THE PROPORTION THAT PASSES THROUGH HAS AN ASH CONTENT OF >=
1,5%)
18
23033000
2303 30 00 BREWING OR DISTILLING DREGS AND WASTE
Oliezaadbijproducten
20
23040000
2304 00 00 OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF
PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF SOYA-BEAN OIL
21
23063000
2306 30 00 OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF
PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF SUNFLOWER SEEDS
22
23065000
2306 50 00 OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF
PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF COCONUT OR COPRA
23
23066000
2306 60 00 OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF
PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF PALM NUTS OR KERNELS
24
23064100
2306 41 00 OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF
PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF LOW ERUCIC ACID RAPE OR COLZA SEEDS
"YIELDING A FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID CONTENT OF < 2% AND YIELDING A
SOLID COMPONENT OF GLUCOSINOLATES OF < 30 MICROMOLES/G"
24
23064900
2306 49 00 OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF
PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF HIGH ERUCIC ACID RAPE OR COLZA SEEDS
"YIELDING A FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID CONTENT OF >= 2% AND YIELDING A
SOLID COMPONENT OF GLUCOSINOLATES OF >= 30 MICROMOLES/G"
25
23069005
2306 90 05 OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF
PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF VEGETABLE FATS OR OILS FROM MAIZE
"CORN" GERM
26
23031019
2303 10 19 RESIDUES FROM THE MANUFACTURE OF STARCH FROM MAIZE, OF A PROTEIN CONTENT,
CALCULATED ON THE DRY PRODUCT, OF <= 40% BY WEIGHT (EXCL. CONCENTRATED
STEEPING LIQUORS)
27
23062000
2306 20 00 OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF
PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF LINSEED
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 48
cn_number
cn
cn_description
28
23050000
2305 00 00 OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF
PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF GROUNDNUT OIL
29
23061000
2306 10 00 OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF
PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF COTTON SEEDS
30
23080090
2308 00 90 MAIZE STALKS, MAIZE LEAVES, FRUIT PEEL AND OTHER VEGETABLE MATERIALS, WASTE,
RESIDUES AND BY-PRODUCTS FOR ANIMAL FEEDING, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF
PELLETS, N.E.S. (EXCL. ACORNS, HORSE-CHESTNUTS AND POMACE OR MARC OF FRUIT)
34
23031011
2303 10 11 RESIDUES FROM THE MANUFACTURE OF STARCH FROM MAIZE, OF A PROTEIN CONTENT,
CALCULATED ON THE DRY PRODUCT, OF > 40% BY WEIGHT (EXCL. CONCENTRATED STEEPING
LIQUORS)
Peulvruchten
36
07131090
0713 10 90 PEAS, "PISUM SATIVUM", DRIED AND SHELLED, WHETHER OR NOT SKINNED OR SPLIT (EXCL.
PEAS FOR SOWING)
37
12092950
1209 29 50 LUPINE SEED FOR SOWING
38
07133100
0713 31 00 DRIED, SHELLED BEANS OF SPECIES "VIGNA MUNGO [L.] HEPPER OR VIGNA RADIATA [L.]
WILCZEK", WHETHER OR NOT SKINNED OR SPLIT
38
07133200
0713 32 00 DRIED, SHELLED SMALL RED "ADZUKI" BEANS "PHASEOLUS OR VIGNA ANGULARIS",
WHETHER OR NOT SKINNED OR SPLIT
38
07133390
0713 33 90 DRIED, SHELLED KIDNEY BEANS "PHASEOLUS VULGARIS", WHETHER OR NOT SKINNED OR
SPLIT (EXCL. FOR SOWING)
38
07135000
0713 50 00 DRIED, SHELLED BROAD BEANS "VICIA FABA VAR. MAJOR" AND HORSE BEANS "VICIA FABA
VAR. EQUINA AND VICIA FABA VAR. MINOR", WHETHER OR NOT SKINNED OR SPLIT
Oliezaden
40
12019000
1201 90 00 SOYA BEANS, WHETHER OR NOT BROKEN (EXCL. SEED FOR SOWING)
40
12081000
1208 10 00 SOYA BEAN FLOUR AND MEAL
41
12051090
1205 10 90 LOW ERUCIC RAPE OR COLZA SEEDS "YIELDING A FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID
CONTENT OF < 2% AND YIELDING A SOLID COMPONENT OF GLUCOSINOLATES OF < 30
MICROMOLES/G", WHETHER OR NOT BROKEN (EXCL. FOR SOWING)
41
12059000
1205 90 00 HIGH ERUCIC RAPE OR COLZA SEEDS "YIELDING A FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID
CONTENT OF >= 2% AND YIELDING A SOLID COMPONENT OF GLUCOSINOLATES OF >= 30
MICROMOLES/G", WHETHER OR NOT BROKEN
42
12040090
1204 00 90 LINSEED (EXCL. FOR SOWING)
43
12060091
1206 00 91 SUNFLOWER SEEDS, WHETHER OR NOT BROKEN, SHELLED OR IN GREY AND WHITE STRIPED
SHELL (EXCL. FOR SOWING)
43
12060099
1206 00 99 SUNFLOWER SEEDS, WHETHER OR NOT BROKEN (EXCL. FOR SOWING, SHELLED AND IN GREY
AND WHITE STRIPED SHELL)
46
12122100
1212 21 00 SEAWEEDS AND OTHER ALGAE, FRESH, CHILLED, FROZEN OR DRIED, WHETHER OR NOT
GROUND, FIT FOR HUMAN CONSUMPTION
46
12122900
1212 29 00 SEAWEEDS AND OTHER ALGAE, FRESH, CHILLED, FROZEN OR DRIED, WHETHER OR NOT
GROUND, UNFIT FOR HUMAN CONSUMPTION
47
07141000
0714 10 00 FRESH, CHILLED, FROZEN OR DRIED ROOTS AND TUBERS OF MANIOC "CASSAVA", WHETHER
OR NOT SLICED OR IN THE FORM OF PELLETS
48
12141000
1214 10 00 ALFALFA MEAL AND PELLETS
49
23032010
2303 20 10 BEET-PULP
49
23099091
2309 90 91 BEEF-PULP WITH ADDED MOLASSES OF A KIND USED IN ANIMAL FEEDING
50
23080040
2308 00 40 ACORNS AND HORSE-CHESTNUTS AND POMACE OR MARC OF FRUIT, FOR ANIMAL FEEDING,
WHETHER OR NOT IN THE FORM OF PELLETS (EXCL. GRAPE MARC)
51
17031000
1703 10 00 CANE MOLASSES RESULTING FROM THE EXTRACTION OR REFINING OF SUGAR
52
23032090
2303 20 90 BAGASSE AND OTHER WASTE OF SUGAR MANUFACTURE (EXCL. BEET PULP)
55
17039000
1703 90 00 BEET MOLASSES RESULTING FROM THE EXTRACTION OR REFINING OF SUGAR
Dierlijke producten
57
04041002
0404 10 02 WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT
ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN
CONTENT X 6.38" OF <= 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF <= 1,5%
57
04041004
0404 10 04 WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT
ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN
CONTENT X 6.38" OF <= 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF > 1,5 AND
<= 27%
57
04041006
0404 10 06 WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT
ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN
CONTENT X 6.38" OF <= 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF > 27%
57
04041012
0404 10 12 WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT
ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN
CONTENT X 6.38" OF > 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF <= 1,5%
57
04041014
0404 10 14 WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT
ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN
CONTENT X 6.38" OF > 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF > 1,5% AND
<= 27%
57
04041016
0404 10 16 WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT
ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN
CONTENT X 6.38" OF > 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF > 27%
58
23099035
2309 90 35 PREPARATIONS, INCL. PREMIXES, FOR ANIMAL FOOD, CONTAINING GLUCOSE, GLUCOSE
SYRUP, MALTODEXTRINE OR MALTODEXTRINE SYRUP BUT CONTAINING NO STARCH OR
CONTAINING <= 10% STARCH AND >= 50% BUT < 75% BY WEIGHT OF MILK PRODUCTS
(EXCL. DOG OR CAT FOOD PUT UP FOR RETAIL SALE)
58
23099039
2309 90 39 PREPARATIONS, INCL. PREMIXES, FOR ANIMAL FOOD, CONTAINING GLUCOSE, GLUCOSE
SYRUP, MALTODEXTRINE OR MALTODEXTRINE SYRUP BUT CONTAINING NO STARCH OR
CONTAINING <= 10% STARCH AND >= 75% BY WEIGHT OF MILK PRODUCTS (EXCL. DOG OR
CAT FOOD PUT UP FOR RETAIL SALE)
58
23099049
2309 90 49 PREPARATIONS, INCL. PREMIXES, FOR ANIMAL FOOD, CONTAINING GLUCOSE, GLUCOSE
SYRUP, MALTODEXTRINE OR MALTODEXTRINE SYRUP AND CONTAINING > 10% BUT <= 30%
OF STARCH AND >= 50% BY WEIGHT OF MILK PRODUCTS (EXCL. DOG OR CAT FOOD PUT UP
FOR RETAIL SALE)
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 49
cn_number
cn
cn_description
58
23099059
2309 90 59 PREPARATIONS, INCL. PREMIXES, FOR ANIMAL FOOD, CONTAINING GLUCOSE, GLUCOSE
SYRUP, MALTODEXTRINE OR MALTODEXTRINE SYRUP AND CONTAINING > 30% OF STARCH
AND >= 50% BY WEIGHT OF MILK PRODUCTS (EXCL. DOG OR CAT FOOD PUT UP FOR RETAIL
SALE)
58
23099070
2309 90 70 PREPARATIONS, INCL. PREMIXES, FOR ANIMAL FOOD, CONTAINING NO STARCH, GLUCOSE,
MALTODEXTRINE OR MALTODEXTRINE SYRUP, BUT CONTAINING MILK PRODUCTS (EXCL. DOG
OR CAT FOOD PUT UP FOR RETAIL SALE)
58
04021019
0402 10 19 MILK AND CREAM IN SOLID FORMS, OF A FAT CONTENT BY WEIGHT OF <= 1,5%,
UNSWEETENED, IN IMMEDIATE PACKINGS OF > 2,5 KG
58
04021099
0402 10 99 MILK AND CREAM IN SOLID FORMS, OF A FAT CONTENT BY WEIGHT OF <= 1,5%,
SWEETENED, IN IMMEDIATE PACKINGS OF > 2,5 KG
59
05059000
0505 90 00 SKINS AND OTHER PARTS OF BIRDS, WITH THEIR FEATHERS OR DOWN, FEATHERS AND
PARTS OF FEATHERS, WHETHER OR NOT WITH TRIMMED EDGES, NOT FURTHER WORKED
THAN CLEANED, DISINFECTED OR TREATED FOR PRESERVATION; POWDER AND WASTE OF
FEATHERS OR PARTS OF FEATHERS (EXCL. FEATHERS USED FOR STUFFING AND DOWN)
59
23011000
2301 10 00 FLOURS, MEALS AND PELLETS, OF MEAT OR OFFAL, UNFIT FOR HUMAN CONSUMPTION;
GREAVES
60
23012000
2301 20 00 FLOURS, MEALS AND PELLETS OF FISH OR CRUSTACEANS, MOLLUSCS OR OTHER AQUATIC
INVERTEBRATES, UNFIT FOR HUMAN CONSUMPTION
61
15021010
1502 10 10 TALLOW OF BOVINE ANIMALS, SHEEP OR GOATS, FOR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR
MANUFACTURE OF FOODSTUFFS, AND OIL AND OLEOSTEARIN)
61
15029010
1502 90 10 FATS OF BOVINE ANIMALS, SHEEP OR GOATS, FOR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR
MANUFACTURE OF FOODSTUFFS, AND TALLOW, OLEOSTEARIN AND OLEO-OIL)
62
15011010
1501 10 10 LARD, RENDERED OR OTHERWISE EXTRACTED, FOR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR THE
MANUFACTURE OF FOODSTUFFS, LARD STEARIN AND LARD OIL)
62
15012010
1501 20 10 PIG FAT, RENDERED OR OTHERWISE EXTRACTED, FOR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR THE
MANUFACTURE OF FOODSTUFFS, AND LARD)
63
15060000
1506 00 00 OTHER ANIMAL FATS AND OILS AND THEIR FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, BUT NOT
CHEMICALLY MODIFIED (EXCL. PIG FAT, POULTRY FAT, FATS OF BOVINE ANIMALS, SHEEP AND
GOATS, FATS OF FISH AND OTHER MARINE ANIMALS, LARD STEARIN, LARD OIL,
OLOESTEARIN, OLEO-OIL, TALLOW OIL, WOOL GREASE AND FATTY SUBSTANCES DERIVED
THEREFROM)
64
15042090
1504 20 90 FISH FATS AND OILS AND LIQUID FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED (EXCL.
CHEMICALLY MODIFIED AND LIVER OILS)
65
15019000
1501 90 00 POULTRY FAT, RENDERED OR OTHERWISE EXTRACTED
Plantaardige oliën en vetten
67
15131110
1513 11 10 CRUDE COCONUT OIL, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR MANUFACTURE OF
FOODSTUFFS)
67
15131930
1513 19 30 COCONUT OIL AND ITS LIQUID FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, BUT NOT
CHEMICALLY MODIFIED, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR MANUFACTURE OF
FOODSTUFFS AND CRUDE)
68
15111010
1511 10 10 CRUDE PALM OIL, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR MANUFACTURE OF
FOODSTUFFS)
68
15119091
1511 90 91 PALM OIL AND ITS LIQUID FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, BUT NOT CHEMICALLY
MODIFIED, FOR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR PRODUCTION OF FOODSTUFFS AND CRUDE)
69
15132110
1513 21 10 CRUDE PALM KERNEL AND BABASSU OIL, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR
MANUFACTURE OF FOODSTUFFS)
69
15132930
1513 29 30 PALM KERNEL AND BABASSU OIL AND THEIR LIQUID FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED,
BUT NOT CHEMICALLY MODIFIED, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR
MANUFACTURE OF FOODSTUFFS AND CRUDE)
70
15141110
1514 11 10 LOW ERUCIC ACID RAPE OR COLZA OIL "FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID CONTENT OF
< 2%", CRUDE, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR MANUFACTURE OF
FOODSTUFFS FOR HUMAN CONSUMPTION)
70
15141910
1514 19 10 LOW ERUCIC ACID RAPE OR COLZA OIL "FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID CONTENT OF
< 2%" AND ITS FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, BUT NOT CHEMICALLY MODIFIED,
FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR MANUFACTURE OF FOODSTUFFS FOR
HUMAN CONSUMPTION AND CRUDE)
71
15071010
1507 10 10 CRUDE SOYA-BEAN OIL, WHETHER OR NOT DEGUMMED, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL
USES (EXCL. FOR PRODUCTION OF FOODSTUFFS)
71
15079010
1507 90 10 SOYA-BEAN OIL AND ITS FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, FOR TECHNICAL OR
INDUSTRIAL USES (EXCL. CHEMICALLY MODIFIED, CRUDE, AND FOR PRODUCTION OF
FOODSTUFFS)
72
15121110
1512 11 10 CRUDE SUNFLOWER-SEED OR SAFFLOWER OIL, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL.
FOR MANUFACTURE OF FOODSTUFFS)
72
15121910
1512 19 10 SUNFLOWER-SEED OR SAFFLOWER OIL AND THEIR FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED,
BUT NOT CHEMICALLY MODIFIED, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. CRUDE AND
FOR MANUFACTURE OF FOODSTUFFS)
73
15151100
1515 11 00 CRUDE LINSEED OIL
73
15151910
1515 19 10 LINSEED OIL AND FRACTIONS THEREOF, WHETHER OR NOT REFINED, BUT NOT CHEMICALLY
MODIFIED, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. CRUDE AND FOR MANUFACTURE OF
FOODSTUFFS)
73
15180039
1518 00 39 FIXED VEGETABLE OILS, FLUID, MIXED, INEDIBLE, N.E.S., FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL
USES (EXCL. CRUDE OILS AND FOR PRODUCTION OF FOODSTUFFS)
74
15180099
1518 00 99 MIXTURES AND PREPARATIONS OF ANIMAL OR VEGETABLE FATS AND OILS AND OF
FRACTIONS OF VARIOUS FATS AND OILS, INEDIBLE, N.E.S., IN CHAPTER 15
Kleine toevoegingen
80
25010091
2501 00 91 SALT SUITABLE FOR HUMAN CONSUMPTION
80
25010099
2501 00 99 SALT AND PURE SODIUM CHLORIDE, WHETHER OR NOT IN AQUEOUS SOLUTION OR
CONTAINING ADDED ANTI-CAKING OR FREE-FLOWING AGENTS (EXCL. TABLE SALT, SALT FOR
CHEMICAL TRANSFORMATION "SEPARATION OF NA FROM CL", DENATURED SALT AND SALT
FOR OTHER INDUSTRIAL USES)
96
25070020
2507 00 20 KAOLIN
96
25070080
2507 00 80 KAOLINIC CLAYS (OTHER THAN KAOLIN)
96
25081000
2508 10 00 BENTONITE
84
25199010
2519 90 10 MAGNESIUM OXIDE, WHETHER OR NOT PURE (EXCL. CALCINED NATURAL MAGNESIUM
CARBONATE)
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 50
cn_number
cn
cn_description
95
28332500
2833 25 00 SULPHATES OF COPPER
83
28352200
2835 22 00 MONO- OR DISODIUM PHOSPHATE
83
28352500
2835 25 00 CALCIUM HYDROGENORTHOPHOSPHATE "DICALCIUM PHOSPHATE"
83
28352600
2835 26 00 PHOSPHATES OF CALCIUM (EXCL. CALCIUM HYDROGENORTHOPHOSPHATE "DICALCIUM
PHOSPHATE")
81
28363000
2836 30 00 SODIUM HYDROGENCARBONATE "SODIUM BICARBONATE"
79
28365000
2836 50 00 CALCIUM CARBONATE
94
31021010
3102 10 10 UREA, WHETHER OR NOT IN AQUEOUS SOLUTION, CONTAINING > 45% NITROGEN IN
RELATION TO THE WEIGHT OF THE DRY PRODUCT (EXCL. THAT IN TABLETS OR SIMILAR
FORMS, OR IN PACKAGES WITH A GROSS WEIGHT OF <= 10 KG)
94
31021090
3102 10 90 UREA, WHETHER OR NOT IN AQUEOUS SOLUTION, CONTAINING <= 45% BY WEIGHT OF
NITROGEN ON THE DRY ANHYDROUS PRODUCT (EXCL. GOODS OF THIS CHAPTER IN TABLETS
OR SIMILAR FORMS OR IN PACKAGES OF A GROSS WEIGHT OF <= 10 KG)
44
12079996
1207 99 96 Oil seeds and oleaginous fruits, whether or not broken (excl. for sowing and edible nuts, olives,
soya beans, groundnuts, copra, linseed, rape or colza seeds, sunflower seeds, palm nuts and
kernels, cotton, castor oil, sesamum, mustard, safflower, melon, poppy and hemp seeds)
54
20041099
2004 10 99 Potatoes, prepared or preserved otherwise than by vinegar or acetic acid, frozen (excl. cooked
only and in the form of flour, meal or flakes)
54
20052080
2005 20 80 Potatoes, prepared or preserved otherwise than by vinegar or acetic acid, not frozen (excl.
potatoes in the form of flour, meal or flakes, and thinly sliced, cooked in fat or oil, whether or
not salted or flavoured, in airtight packings, suitable for direct consumption)
77
23021010
2302 10 10 Bran, sharps and other residues of maize, whether or not in the form of pellets, derived from
sifting, milling or other working, with starch content of <= 35%
77
23021090
2302 10 90 Bran, sharps and other residues of maize, whether or not in the form of pellets, derived from
sifting, milling or other working, with starch content of > 35%
77
23080090
2308 00 90 Maize stalks, maize leaves, fruit peel and other vegetable materials, waste, residues and by-
products for animal feeding, whether or not in the form of pellets, n.e.s. (excl. acorns, horse-
chestnuts and pomace or marc of fruit)
82
23099031
2309 90 31 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine
or maltodextrine syrup but containing no starch or no milk products or containing <= 10%
starch and < 10% by weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale)
82
23099033
2309 90 33 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine
or maltodextrine syrup but containing no starch or containing <= 10% starch and >= 10% but
< 50% by weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale)
82
23099035
2309 90 35 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine
or maltodextrine syrup but containing no starch or containing <= 10% starch and >= 50% but
< 75% by weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale)
82
23099039
2309 90 39 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine
or maltodextrine syrup but containing no starch or containing <= 10% starch and >= 75% by
weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale)
82
23099041
2309 90 41 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine
or maltodextrine syrup and containing > 10% but <= 30% of starch and no milk products or <
10% by weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale)
82
23099043
2309 90 43 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine
or maltodextrine syrup and containing > 10% but <= 30% of starch and >= 10% but < 50%
by weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale)
82
23099049
2309 90 49 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine
or maltodextrine syrup and containing > 10% but <= 30% of starch and >= 50% by weight of
milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale)
82
23099051
2309 90 51 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine
or maltodextrine syrup and containing > 30% of starch and no milk products or < 10% by
weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale)
82
23099053
2309 90 53 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine
or maltodextrine syrup and containing > 30% of starch and >= 10% but < 50% by weight of
milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale)
82
23099059
2309 90 59 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine
or maltodextrine syrup and containing > 30% of starch and >= 50% by weight of milk products
(excl. dog or cat food put up for retail sale)
82
23099070
2309 90 70 Preparations, incl. premixes, for animal food, containing no starch, glucose, maltodextrine or
maltodextrine syrup, but containing milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale)
85
29224100
2922 41 00 Lysine and its esters; salts thereof
86
29304090
2930 40 90 Methionine (excl. methionine "INN")
90
35079090
3507 90 90 Enzymes and prepared enzymes, n.e.s. (excl. rennet and concentrates thereof, lipoprotein
lipase and Aspergillus alkaline protease)
91
29151100
2915 11 00 Formic acid
91
29154000
2915 40 00 Mono- di- or trichloroacetic acids, their salts and esters
91
29155000
2915 50 00 Propionic acid, its salts and esters
91
29161500
2916 15 00 Oleic, linoleic or linolenic acids, their salts and esters (excl. inorganic or organic compounds of
mercury)
91
29163100
2916 31 00 Benzoic acid, its salts and esters (excl. inorganic or organic compounds of mercury)
91
29181100
2918 11 00 Lactic acid, its salts and esters (excl. inorganic or organic compounds of mercury)
91
29181400
2918 14 00 Citric acid
91
29181940
2918 19 40 2,2-Bis"hydroxymethyl"propionic acid
91
29224985
2922 49 85 Amino-acids and their esters; salts thereof (excl. those containing > one kind of oxygen
function, lysine and its esters, and salts thereof, and glutamic acid, anthranilic acid, tilidine
"INN" and their salts and beta-alanine)
92
35079090
3507 90 90 Enzymes and prepared enzymes, n.e.s. (excl. rennet and concentrates thereof, lipoprotein
lipase and Aspergillus alkaline protease)
97
15060000
1506 00 00 Other animal fats and oils and their fractions, whether or not refined, but not chemically
modified (excl. pig fat, poultry fat, fats of bovine animals, sheep and goats, fats of fish and
other marine animals, lard stearin, lard oil, oloestearin, oleo-oil, tallow oil, wool grease and
fatty substances derived therefrom)
Voersamenstelling 2019
Voersamenstellingen zijn weergegeven in % vers product. Geschatte gemiddelde samenstelling van
mengvoerders gebruikt voor verschillende diercategorieën voor het jaar 2019. Grondstoffen
weergegeven in % op vers productbasis (~87% droge stof).
Grondstof
Vl
e
e
s
k
u
ik
e
n
s
O
p
fo
k
h
e
n
n
e
n
L
e
g
h
e
n
n
e
n
O
p
fo
k
m
o
e
d
e
rs
O
u
d
e
rd
ie
re
n
Ee
n
d
e
n
K
a
lk
o
e
n
e
n
Me
lk
v
e
e
e
iw
itr
ij
k
Me
lk
v
e
e
e
iw
ita
rm
Vl
e
e
s
v
e
e
Vl
e
e
s
v
e
e
o
p
fo
k
Vl
e
e
s
v
e
e
a
fm
e
s
t
B
ig
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
s
ta
rt
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
g
ro
e
i
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
e
in
d
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
to
ta
a
l
Z
e
u
g
o
p
fo
k
Z
e
u
g
d
ra
c
h
t
Z
e
u
g
l
a
c
to
Z
e
u
g
r
e
p
ro
Z
e
u
g
t
o
ta
a
l
F
o
k
b
e
e
r
Granen
Tarwe
41,03
25,97
11,63
29,04
23,59
34,43
33,14
0,00
0,39
0,03
0,00
0,00
11,25
12,08
16,07
12,74
13,61
15,37
4,84
15,00
8,42
9,25
7,75
Gerst
0,00
0,00
6,90
1,93
0,00
2,81
0,00
0,98
1,89
0,10
0,00
0,00
32,50
26,90
18,45
22,50
22,12
26,43
20,97
13,44
18,32
19,29
19,94
Mais
20,00
39,53
40,00
40,00
40,00
33,70
35,00
15,01
15,30
19,61
28,92
22,31
23,24
19,11
24,96
20,00
21,32
15,33
17,22
24,20
19,67
19,15
13,07
Triticale
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
8,00
9,41
10,89
8,27
13,82
0,00
1,00
1,00
1,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Rogge
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
4,76
8,79
5,46
5,53
7,26
0,00
0,38
0,38
0,50
0,44
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Sorghum
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Haver
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Optie, CCM
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Overige granen
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Graanbijproducten
Tarwegries
0,00
0,00
0,00
7,70
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
3,33
1,30
0,90
3,61
4,69
8,92
9,11
8,21
12,11
17,50
10,63
15,08
14,72
20,00
Maisproducten
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Rijstbijproducten
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Tarweglutenvoer gedroogd
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,69
1,13
1,45
1,25
1,25
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
3,00
2,00
2,65
2,33
0,00
Bakkerijproducten
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
3,24
7,61
7,28
10,00
8,73
3,93
0,50
7,91
3,11
3,21
3,50
DDGS mais
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,25
2,18
1,46
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Oliezaadbijproducten
Sojaschroot
19,64
10,16
9,35
3,15
3,76
15,48
14,45
11,42
1,19
3,47
5,90
3,18
11,58
10,55
7,44
7,87
8,25
5,43
0,04
9,67
3,43
3,67
1,17
Zonnebloedzaadschroot
5,46
9,56
10,44
10,90
12,79
0,00
0,00
6,40
6,24
9,05
5,45
6,92
2,61
3,78
0,75
1,50
1,71
7,13
6,06
5,00
5,69
5,86
7,02
Kokosschr/-schilf.
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Palmpitschilf RC<180
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
12,00
12,00
12,00
12,00
12,00
0,00
0,00
0,00
3,00
1,53
0,00
5,00
0,00
3,24
2,85
5,00
Raapschroot RE < 380
2,20
1,13
3,21
2,77
5,03
0,32
0,00
4,99
4,94
5,55
5,00
6,81
0,50
7,06
9,58
2,44
5,46
5,54
1,58
3,25
2,17
2,57
3,57
Maiskiemschroot
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Maisglvoer RE < 200
0,00
5,60
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
3,48
5,00
5,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Lijnschr/-schilfers
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Grondnotenschr/-schilf.
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Katoenzaadschr/-schilf.
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Sojahulln RC 320-360
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
7,90
13,50
7,09
6,59
6,97
0,00
0,00
0,00
3,28
1,67
0,86
5,92
0,43
3,98
3,61
6,83
Soycomill
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Mervobest Raap
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
6,48
3,40
6,42
5,64
3,48
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Sojaschrt Mervobest
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
8,01
3,87
1,72
1,36
0,79
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Maisglutenmeel
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,90
5,28
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Peulvruchten
Erwten droog
2,00
2,16
3,00
0,46
1,96
2,00
4,40
0,69
1,13
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Lupinen RV<70 RE<335
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Bonen
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Oliezaden
Sojabonen verhit
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,50
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Raapzaad
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Lijnzaad
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Zonnebloempitten
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Diverse zaden
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Optie, TGC
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Luz.meel RE 160-180
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Bietenpulp
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,12
0,00
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,00
10,00
1,27
6,93
6,33
6,02
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 52
Grondstof
Vl
e
e
s
k
u
ik
e
n
s
O
p
fo
k
h
e
n
n
e
n
L
e
g
h
e
n
n
e
n
O
p
fo
k
m
o
e
d
e
rs
O
u
d
e
rd
ie
re
n
Ee
n
d
e
n
K
a
lk
o
e
n
e
n
Me
lk
v
e
e
e
iw
itr
ij
k
Me
lk
v
e
e
e
iw
ita
rm
Vl
e
e
s
v
e
e
Vl
e
e
s
v
e
e
o
p
fo
k
Vl
e
e
s
v
e
e
a
fm
e
s
t
B
ig
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
s
ta
rt
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
g
ro
e
i
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
e
in
d
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
to
ta
a
l
Z
e
u
g
o
p
fo
k
Z
e
u
g
d
ra
c
h
t
Z
e
u
g
l
a
c
to
Z
e
u
g
r
e
p
ro
Z
e
u
g
t
o
ta
a
l
F
o
k
b
e
e
r
Citruspulp
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,42
7,10
0,06
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Melasse riet SUI>475
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,25
0,13
0,00
0,74
0,00
0,48
0,42
0,00
Vinasse RE < 250
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,70
2,40
2,90
2,00
3,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Aardappeleiwit
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,18
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Protapec
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Melasse, biet-
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,30
2,60
2,03
2,25
2,00
0,00
1,25
1,29
2,00
1,64
1,21
2,00
1,25
1,74
1,67
1,25
Dierlijke producten
Weipdr MSA RAS < 210
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Milkpowder/concentrate
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Dierlijke eiwitten
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Vismeel RE 630 - 680
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,56
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Rundvet
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Varkensvet
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Vet dierlijk
0,63
0,00
0,00
0,05
0,37
1,84
0,44
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,67
1,03
0,38
0,25
0,44
0,64
0,83
0,97
0,88
0,85
1,18
Visolie
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Pluimveevet
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Plantaardige olien en vetten
Kokosvet
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Palmolie Arkerv.
5,49
1,50
4,24
0,00
1,33
1,34
0,00
0,28
0,15
0,32
0,20
0,75
0,60
1,77
1,24
1,51
1,47
1,81
1,68
1,56
1,64
1,66
1,70
Palmpitvet
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Raapolie
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Vet/olie plant hg VC als SOJAolie
0,00
0,26
0,00
0,05
1,19
0,81
1,38
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,50
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Zonnebloemolie
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Diverse plant (+ lijnolie)
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Mengsels vet(zuren)
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Optie, Grass (fresh)
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Optie, Grass (silage)
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Optie, Green maize silage
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Kleine toevoegingen
Krijt en Kalksteentjes
1,08
1,71
9,26
1,59
8,13
0,79
1,86
1,16
0,81
2,00
1,91
1,92
0,90
1,27
1,13
1,02
1,10
1,07
0,93
1,64
1,18
1,17
0,97
Zout
0,13
0,13
0,27
0,21
0,17
0,01
0,21
0,57
0,46
0,82
0,86
0,82
0,49
0,08
0,19
0,16
0,15
0,28
0,00
0,17
0,06
0,09
0,26
Natrium-Bicarbonaat
0,24
0,27
0,14
0,33
0,25
0,27
0,15
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,08
0,23
0,07
0,05
0,09
0,01
0,52
0,26
0,43
0,38
0,00
Premix vit + min
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
1,00
0,51
0,75
0,75
0,50
0,50
0,50
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
Monocalciumfosfaat
0,28
0,52
0,49
0,49
0,36
0,59
0,74
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,50
0,12
0,00
0,00
0,02
0,02
0,04
0,52
0,21
0,18
0,02
Magnesiumoxide
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,04
0,02
0,04
0,08
0,09
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
L-Lysine HCL
0,34
0,24
0,17
0,21
0,15
0,20
0,56
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,49
0,47
0,34
0,31
0,35
0,33
0,19
0,33
0,24
0,25
0,26
DL-Methionine
0,21
0,07
0,15
0,10
0,11
0,12
0,23
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,15
0,09
0,04
0,05
0,05
0,03
0,00
0,00
0,00
0,00
0,02
L-Threonine
0,10
0,08
0,00
0,07
0,05
0,00
0,13
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,14
0,13
0,07
0,07
0,08
0,06
0,04
0,09
0,06
0,06
0,07
L-Tryptofaan
0,00
0,03
0,00
0,01
0,00
0,01
0,03
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,04
0,03
0,02
0,01
0,02
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
L-Valine
0,07
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,06
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,02
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,02
0,01
0,00
0,00
Fytase premix
0,60
0,58
0,25
0,44
0,25
0,38
0,47
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,03
0,02
0,01
0,01
0,01
0,01
0,02
0,02
0,02
0,02
0,02
Melkzuur 100% vloeibaar
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Rovabio Excel AP
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
L-Arginine
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,18
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Ureum
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,21
0,25
0,23
0,00
0,25
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Kopersulfaat
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Kleimineralen
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 53
Voersamenstelling 2020
Voersamenstellingen zijn weergegeven in % vers product. Geschatte gemiddelde samenstelling van
mengvoerders gebruikt voor verschillende diercategorieën voor het jaar 2020. Grondstoffen
weergegeven in % op vers productbasis (~87% droge stof).
Grondstof
Vl
e
e
s
k
u
ik
e
n
s
O
p
fo
k
h
e
n
n
e
n
L
e
g
h
e
n
n
e
n
O
p
fo
k
m
o
e
d
e
rs
O
u
d
e
rd
ie
re
n
Ee
n
d
e
n
K
a
lk
o
e
n
e
n
M
e
lk
v
e
e
e
iw
itr
ij
k
M
e
lk
v
e
e
e
iw
it
a
rm
Vl
e
e
s
v
e
e
Vl
e
e
s
v
e
e
o
p
fo
k
Vl
e
e
s
v
e
e
a
fm
e
s
t
B
ig
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
s
ta
rt
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
g
ro
e
i
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
e
in
d
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
to
ta
a
l
Z
e
u
g
o
p
fo
k
Z
e
u
g
d
ra
c
h
t
Z
e
u
g
l
a
c
to
Z
e
u
g
r
e
p
ro
Z
e
u
g
to
ta
a
l
F
o
k
b
e
e
r
Granen
Tarwe
44,01
26,72
18,42
27,61
15,86
34,70
33,00
0,00
0,00
0,27
0,00
0,00
5,00
7,65
6,59
6,10
6,54
12,94
0,00
15,00
5,28
6,20
5,00
Gerst
0,00
0,43
6,44
4,92
10,33
2,83
0,00
3,76
9,22
5,60
0,00
0,00
33,80
30,00
30,00
30,00
30,00
30,00
29,14
16,22
24,59
25,24
26,90
Mais
20,00
40,00
40,00
40,00
40,00
33,70
35,00
20,69
21,54
21,23
28,92
22,31
29,68
25,00
25,00
20,00
22,45
15,69
15,67
23,66
18,49
18,15
14,16
Triticale
0,30
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
3,19
4,37
4,43
8,27
13,82
0,00
1,00
1,00
1,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Rogge
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
3,11
3,91
4,26
5,53
7,26
0,00
0,50
0,50
0,50
0,50
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Sorghum
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Haver
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Optie, CCM
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Overige granen
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Graanbijproducten
Tarwegries
0,22
1,23
0,00
7,08
0,55
0,00
0,00
2,28
1,14
6,65
1,30
0,90
2,56
5,84
12,24
10,03
9,89
11,59
17,50
10,22
14,93
14,53
20,00
Maisproducten
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Rijstbijproducten
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Tarweglutenvoer gedroogd
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,70
3,85
4,02
1,25
1,25
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
3,00
2,00
2,65
2,33
0,00
Bakkerijproducten
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
3,00
6,50
8,00
10,00
8,74
4,57
0,00
6,66
2,35
2,61
2,00
DDGS mais
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,50
1,50
0,98
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
4,10
2,50
3,54
3,11
2,50
Oliezaadbijproducten
Sojaschroot
22,28
6,42
10,51
3,11
5,87
14,82
12,32
11,19
1,01
4,13
5,90
3,18
11,48
12,85
12,08
8,63
10,46
7,25
1,76
10,15
4,71
5,02
2,88
Zonnebloedzaadschroot
2,93
11,58
9,46
11,97
12,22
0,44
0,00
7,96
9,30
9,96
5,45
6,92
2,81
2,11
0,09
2,25
1,57
7,03
3,41
4,50
3,79
4,18
5,42
Kokosschr/-schilf.
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Palmpitschilf RC<180
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
12,00
12,00
12,00
12,00
12,00
0,00
0,00
0,00
3,00
1,53
0,00
5,00
0,00
3,24
2,85
5,00
Raapschroot RE < 380
0,13
1,02
0,00
1,06
1,75
0,00
0,00
0,00
0,00
1,42
5,00
6,81
0,50
2,58
0,00
0,00
0,49
2,37
0,00
1,25
0,44
0,67
1,25
Maiskiemschroot
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Maisglvoer RE < 200
0,00
2,91
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,43
1,82
4,87
5,00
5,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,75
0,00
0,49
0,43
0,00
Lijnschr/-schilfers
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Grondnotenschr/-schilf.
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Katoenzaadschr/-schilf.
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Sojahulln RC 320-360
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,44
8,76
0,29
6,59
6,97
0,00
0,00
0,00
2,24
1,14
0,43
3,85
0,01
2,49
2,25
0,53
Soycomill
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Mervobest Raap
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
3,75
1,16
3,14
5,64
3,48
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Sojaschrt Mervobest
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
9,84
5,03
3,49
1,36
0,79
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Maisglutenmeel
0,00
0,46
0,00
0,00
0,00
2,16
4,35
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Peulvruchten
Erwten droog
1,51
0,59
0,75
0,12
0,58
1,82
5,00
0,33
0,18
0,68
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Lupinen RV<70 RE<335
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Bonen
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Oliezaden
Sojabonen verhit
0,01
2,92
0,00
0,00
0,00
0,24
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,50
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Raapzaad
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Lijnzaad
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Zonnebloempitten
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Diverse zaden
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Optie, TGC
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Algen
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 54
Grondstof
Vl
e
e
s
k
u
ik
e
n
s
O
p
fo
k
h
e
n
n
e
n
L
e
g
h
e
n
n
e
n
O
p
fo
k
m
o
e
d
e
rs
O
u
d
e
rd
ie
re
n
Ee
n
d
e
n
K
a
lk
o
e
n
e
n
M
e
lk
v
e
e
e
iw
itr
ij
k
M
e
lk
v
e
e
e
iw
it
a
rm
Vl
e
e
s
v
e
e
Vl
e
e
s
v
e
e
o
p
fo
k
Vl
e
e
s
v
e
e
a
fm
e
s
t
B
ig
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
s
ta
rt
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
g
ro
e
i
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
e
in
d
Vl
e
e
s
v
a
rk
e
n
to
ta
a
l
Z
e
u
g
o
p
fo
k
Z
e
u
g
d
ra
c
h
t
Z
e
u
g
l
a
c
to
Z
e
u
g
r
e
p
ro
Z
e
u
g
to
ta
a
l
F
o
k
b
e
e
r
Maniok
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Luz.meel RE 160-180
0,00
0,39
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Bietenpulp
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
3,64
6,30
3,25
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,86
10,00
1,21
6,90
6,42
10,00
Citruspulp
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,17
1,38
0,71
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Melasse riet SUI>475
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,00
0,00
0,58
0,65
0,50
0,00
0,00
1,00
0,25
0,25
1,00
0,63
0,25
0,50
0,25
0,41
0,39
0,25
Vinasse RE < 250
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
2,70
2,40
3,00
2,00
3,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Aardappeleiwit
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,21
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Protapec
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Melasse, biet-
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,73
1,95
1,50
2,25
2,00
0,00
0,75
0,75
1,50
1,13
0,75
1,50
0,75
1,24
1,18
0,75
Dierlijke producten
Weipdr MSA RAS < 210
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Milkpowder/concentrate
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Dierlijke eiwitten
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Vismeel RE 630 - 680
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
4,76
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Rundvet
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Varkensvet
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Vet dierlijk
2,50
0,00
0,00
0,06
1,61
3,37
0,55
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,91
1,99
1,00
1,00
1,19
1,14
1,51
2,00
1,68
1,62
1,28
Visolie
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Pluimveevet
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Plantaardige olien en vetten
Kokosvet
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Palmolie Arkerv.
0,64
0,00
1,62
0,00
0,00
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,20
0,75
0,00
0,00
0,03
0,34
0,18
0,54
0,00
0,00
0,00
0,06
0,00
Palmpitvet
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Raapolie
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Vet/olie plant hg VC als SOJAolie
1,85
1,12
1,47
0,05
1,18
0,53
0,85
0,00
0,00
0,04
0,00
0,00
0,50
0,00
0,00
0,31
0,16
0,31
0,17
0,19
0,18
0,19
0,00
Zonnebloemolie
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Diverse plant (+ lijnolie)
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Mengsels vet(zuren)
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Optie, Grass (fresh)
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Optie, Grass (silage)
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Optie, Green maize silage
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Kleine toevoegingen
Krijt en Kalksteentjes
1,11
1,68
9,31
1,61
8,17
0,79
1,61
1,39
1,08
2,05
1,91
1,92
0,90
1,34
1,27
1,06
1,17
1,09
1,02
1,70
1,26
1,24
1,03
Zout
0,13
0,12
0,27
0,20
0,16
0,01
0,13
0,54
0,44
0,79
0,86
0,82
0,47
0,08
0,23
0,19
0,18
0,26
0,00
0,16
0,06
0,08
0,25
Natrium-Bicarbonaat
0,24
0,32
0,16
0,35
0,27
0,27
0,09
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,11
0,26
0,03
0,03
0,07
0,03
0,46
0,25
0,39
0,34
0,03
Premix vit + min
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
1,00
0,50
0,75
0,75
0,50
0,50
0,50
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
Monocalciumfosfaat
0,30
0,53
0,53
0,53
0,38
0,60
0,45
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,51
0,15
0,03
0,00
0,04
0,04
0,05
0,48
0,20
0,18
0,03
Magnesiumoxide
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,04
0,01
0,04
0,08
0,09
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
L-Lysine HCL
0,32
0,29
0,19
0,24
0,15
0,21
0,39
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,50
0,47
0,34
0,31
0,35
0,33
0,18
0,34
0,23
0,24
0,26
DL-Methionine
0,22
0,06
0,16
0,11
0,12
0,11
0,18
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,15
0,11
0,06
0,05
0,06
0,04
0,00
0,00
0,00
0,01
0,02
L-Threonine
0,11
0,09
0,00
0,08
0,06
0,00
0,08
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,14
0,13
0,09
0,07
0,08
0,07
0,03
0,10
0,05
0,05
0,07
L-Tryptofaan
0,00
0,03
0,00
0,01
0,00
0,01
0,02
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,05
0,04
0,02
0,01
0,02
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
L-Valine
0,07
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,02
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,00
0,00
Fytase premix
0,60
0,58
0,25
0,40
0,25
0,38
0,37
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,03
0,02
0,01
0,01
0,01
0,01
0,01
0,02
0,01
0,01
0,01
Melkzuur 100% vloeibaar
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
1,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Rovabio Excel AP
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
L-Arginine
0,00
0,01
0,00
0,00
0,00
0,00
0,11
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Ureum
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,29
0,25
0,23
0,00
0,25
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Kopersulfaat
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Kleimineralen
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 55
Mengvoerverbruik in 2019
In bijlage 5 is het verbruik van mengvoergrondstoffen volgens methode 1 en 2 weergegeven. De tabel
geeft de hoeveelheden van grondstoffen gebruikt in diervoeders voor landbouwhuisdieren in het jaar
2019, geschat volgens methode 1 of 2 (zie ook hoofdstuk 3.3.1). Het mengvoerverbruik is
weergegeven in ton (1000 kg) per jaar.
Grondstof
Methode 1
Methode 2
Granen
Tarwe
1.636.187
2.988.514
Gerst
1.507.807
1.604.914
Mais
3.003.561
3.056.534
Triticale
403.572
77.945
Rogge
298.418
55.882
Sorghum
0
0
Haver
0
33.145
CCM
0
67.773
Graanbijproducten
Tarwegries
532.243
606.140
Maisproducten
0
79.415
Rijstbijproducten
0
0
Tarweglutenvoer gedroogd
67.459
16.221
Bakkerijproducten
401.819
480.000
DDGS mais
76.562
32.625
Oliezaadbijproducten
Sojaschroot
1.117.898
1.894.434
Zonnebloedzaadschroot
705.392
624.273
Kokosschroot en -schilfers
0
0
Palmpitschilfers
565.460
691.869
Raapschroot
552.036
779.593
Maiskiemschroot
0
7.944
Maisglutenvoer
22.727
72.791
Lijnschroot en -schilfers
0
8.661
Grondnotenschroot en -schilfers
0
0
Katoenzaadschroot en -schilfers
0
0
Sojahullen
532.898
303.829
Sojaconcentraat
7.272
0
Bestendig raap
178.202
215.000
Bestendig soja
195.082
0
Maisglutenmeel
3.978
10.790
Peulvruchten
Erwten droog
122.736
75.549
Lupinen
0
69.576
Bonen
0
14.614
Oliezaden
Sojabonen verhit
3.636
3.153
Raapzaad
0
0
Lijnzaad
0
0
Zonnebloempitten
0
0
Diverse zaden
0
0
TGC
0
0
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 56
Algen
0
0
Maniok
0
0
Luzernemeel
0
48.412
Bietenpulp
87.880
522.112
Citruspulp
182.654
157.331
Rietsuikermelasse
18.397
52.431
Vinasse
100.075
65.820
Aardappeleiwit
7.372
4.000
Protapec
0
0
Bietenmelasse
180.038
147.988
Dierlijke producten
Weipoeder
7.272
0
Melkpoeder/concentraat
0
0
Dierlijke eiwitten
0
0
Vismeel
319
1.945
Rundvet
0
0
Varkensvet
0
0
Vet dierlijk
43.774
0
Visolie
0
0
Pluimveevet
0
0
Plantaardige oliën en vetten
Kokosvet
0
3.237
Palmolie
247.978
294.251
Palmpitvet
0
11.923
Raapolie
0
0
Plantaardige vetten/oliën
8.722
0
Zonnebloemolie
0
0
Diverse plantenolie (+ lijnolie)
0
0
Mengsels vet(zuren)
0
25.088
Optie, Grass (fresh)
0
0
Optie, Grass (silage)
0
0
Optie, Green maize silage
0
0
Kleine toevoegingen
Krijt en kalksteentjes
306.078
-251.386*
Zout
38.873
52.653
Natrium-bicarbonaat
15.558
25.177
Premix vitamines en mineralen
69.844
0
Monocalciumfosfaat
21.062
0
Magnesiumoxide
1.307
0
L-Lysine
28.832
0
DL-Methionine
9.245
0
L-Threonine
6.454
0
L-Tryptofaan
925
0
L-Valine
1.186
0
Fytase premix
15.071
0
Melkzuur
7.272
0
Rovabio
150
0
L-Arginine
104
0
Ureum
8.945
0
Kopersulfaat
0
0
Kleimineralen
0
0
Totaal
13.350.356
15.032.165
* Voor een aantal producten is het gebruik negatief, in dit geval is export groter dan import en Nederlandse productie. In
deze gevallen is de Nederlandse productie veelal onbekend of te laag ingeschat.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 57
Mengvoerverbruik in 2020
In bijlage 6 is het verbruik van mengvoergrondstoffen volgens methode 1 en 2 weergegeven. De tabel
geeft de hoeveelheden van grondstoffen gebruikt in diervoeders voor landbouwhuisdieren in het jaar
2020, geschat volgens methode 1 of 2 (zie ook hoofdstuk 3.3.1). Het mengvoerverbruik is
weergegeven in ton (1000 kg) per jaar.
Grondstof
Methode 1
Methode 2
Granen
Tarwe
1.413.800
2.555.035
Gerst
2.120.998
1.956.161
Mais
3.323.862
2.930.150
Triticale
249.864
111.871
Rogge
189.371
120.078
Sorghum
0
0
Haver
0
38.214
CCM
0
71.764
Graanbijproducten
Tarwegries
640.905
607.133
Maisproducten
0
65.565
Rijstbijproducten
0
0
Tarweglutenvoer gedroogd
168.580
12.567
Bakkerijproducten
384.059
208.000
DDGS mais
96.230
56.215
Oliezaadbijproducten
Sojaschroot
1.263.719
1.778.959
Zonnebloedzaadschroot
740.860
592.663
Kokosschroot en -schilfers
0
0
Palmpitschilfers
607.831
643.046
Raapschroot
66.237
807.694
Maiskiemschroot
0
2.186
Maisglutenvoer
104.732
77.733
Lijnschroot en -schilfers
0
9.482
Grondnotenschroot en -schilfers
0
0
Katoenzaadschroot en -schilfers
0
0
Sojahullen
359.570
318.325
Sojaconcentraat
7.280
0
Bestendig raap
94.129
225.000
Bestendig soja
258.699
0
Maisglutenmeel
3.475
-45.274*
Peulvruchten
Erwten droog
49.514
107.649
Lupinen
0
49.300
Bonen
0
37.379
Oliezaden
Sojabonen verhit
3.946
0
Raapzaad
0
0
Lijnzaad
0
0
Zonnebloempitten
0
0
Diverse zaden
0
0
TGC
0
0
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 58
Algen
0
0
Maniok
0
0
Luzernemeel
0
54.353
Bietenpulp
297.383
483.536
Citruspulp
50.580
74.747
Rietsuikermelasse
60.980
23.474
Vinasse
108.411
93.297
Aardappeleiwit
7.404
7.000
Protapec
0
-409.603*
Bietenmelasse
138.672
145.794
Dierlijke producten
Weipoeder
7.280
0
Melkpoeder/concentraat
0
0
Dierlijke eiwitten
0
0
Vismeel
2.857
1.670
Rundvet
0
0
Varkensvet
0
0
Vet dierlijk
116.692
0
Visolie
0
0
Pluimveevet
0
0
Plantaardige oliën en vetten
Kokosvet
0
3.179
Palmolie
46.113
189.009
Palmpitvet
0
19.080
Raapolie
0
0
Plantaardige vetten/oliën
68.219
0
Zonnebloemolie
0
0
Diverse plantenolie (+ lijnolie)
0
0
Mengsels vet(zuren)
0
20.815
Optie, Grass (fresh)
0
0
Optie, Grass (silage)
0
0
Optie, Green maize silage
0
0
Kleine toevoegingen
Krijt en kalksteentjes
314.197
338.533
Zout
40.002
48.270
Natrium-bicarbonaat
14.830
22.894
Premix vitamines en mineralen
72.110
0
Monocalciumfosfaat
22.203
26.835
Magnesiumoxide
1.267
0
L-Lysine
28.535
0
DL-Methionine
9.874
0
L-Threonine
6.754
0
L-Tryptofaan
1.038
0
L-Valine
1.415
0
Fytase premix
15.166
0
Melkzuur
7.280
0
Rovabio
158
0
L-Arginine
64
0
Ureum
11.031
0
Kopersulfaat
0
0
Kleimineralen
0
0
Totaal
13.598.177
14.479.778
* Voor een aantal producten is het gebruik negatief, in dit geval is export groter dan import en Nederlandse productie. In
deze gevallen is de Nederlandse productie veelal onbekend of te laag ingeschat.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 59
Berekening voor alternatieve
aannames
Wanneer we het totaal mengvoerverbruik van 2019 en 2020 volgens de monitor vergelijken met het
verbruik volgens CBS en FEFAC, ligt het door ons berekende eindtotaal een stuk hoger. In tabel 1 is
het totaal mengvoerverbruik volgens verschillende bronnen weergegeven. Deze totalen zijn gebruikt
om de herkomst van mengvoer in een aantal uiterste scenario’s te berekenen.
Tabel 1
Het totale mengvoerverbruik (ton) volgens verschillende bronnen.
Bron
Jaar
Eindtotaal mengvoerverbruik (ton)
Dit rapport
2019
14.412.171
FEFAC
2018
13.760.000
CBS
2019
13.350.257
Vanwege deze verschillen is voor 2019 berekend wat het effect is van een correctie op het eindtotaal
met verschillende aannames op de herkomst van het totaalverbruik. In tabel 2 zijn de berekeningen
achter deze aannames te zien.
In aanname 1 is het verbruik aan soja gecorrigeerd van 1.550.000 (onze inschatting op basis van alle
beschikbare bronnen) naar 1.900.000 ton, de hoogst gerapporteerde waarde (MVO). Het aandeel
grondstoffen van buiten Europa is daarom verhoogd met 350.000 ton.
In aanname 2 is het aandeel mengvoer uit Europa verlaagd met 800.000 ton. Deze correctie is gedaan
omdat het mengvoerverbruik van Nederland (in 2017) volgens FEFAC5 ongeveer 800.000 ton lager
was dan volgens de monitor. Daarbij is aangenomen dat het verschil afkomstig was uit Europa.
Aanname 3 is een combinatie van aanname 1 en 2, waarbij het eindtotaal volgens FEFAC is gebruikt
als uitgangspunt. Om tot dit eindtotaal te komen met daarbij het maximale gebruik van soja van
1.900.000 ton, is het aandeel grondstoffen uit Europa verlaagd met 1.150.000 ton en het aandeel
grondstoffen van buiten Europa verhoogd met 350.000 ton.
Met aanname 4 is het eindtotaal (ongeveer) gecorrigeerd naar het eindtotaal dat CBS in 2019
rapporteerde met het maximale gebruik van soja van 1.900.000 ton. Voor deze correctie is het
aandeel grondstoffen uit Europa nogmaals verlaagd met 300.000 ton. Daarmee is voor aanname 4 de
invoer uit Europa in totaal verlaagd met 1.450.000 ton. Het aandeel grondstoffen van buiten Europa
verhoogd met 350.000 ton.
Tabel 2
Verschillende scenario’s waarbij correcties zijn toegepast op basis van het aandeel
grondstoffen uit Europa, het aandeel grondstoffen van buiten Europa of het eindtotaal.
Aanname 1
Aanname 2
Aanname 3
Aanname 4
Herkomst
Berekend
volgens monitor
Soja +350.000
ton
o.b.v. FEFAC
-800.000 uit EU
Soja + FEFAC
Soja + FEFAC +
CBS
NL
1.503.647
1.503.647
1.503.647
1.503.647
1.503.647
EU
9.500.933
9.500.933
8.700.933
8.350.933
8.050.933
Niet-EU
3.407.590
3.757.590
3.407.590
3.757.590
3.757.590
Totaal
14.412.171
14.762.171
13.612.171
13.612.171
13.312.171
Voor de vier aannames is een nieuwe berekening gemaakt van de herkomst van het totaal
mengvoerverbruik. De percentages zijn weergegeven in tabel 3.
5FEFAC (European Feed Manufacturers' Association). (2018). Feed & Food Statistical Yearbook 2018.
Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404
| 60
Tabel 3
Herkomst van mengvoer in Nederland in 2019 bij verschillende aannames.
Aanname 1
Aanname 2
Aanname 3
Aanname 4
Herkomst
Berekend
volgens monitor
Soja +350.000
ton
o.b.v. FEFAC
-800.000 uit EU
Soja + FEFAC
Soja + FEFAC +
CBS
NL
10,4
10,2
11,0
11,0
11,3
EU
65,9
64,4
63,9
61,3
60,5
Niet-EU
23,6
25,5
25,0
27,6
28,2
In tabel 3 is te zien dat het aandeel grondstoffen van buiten Europa in 2019 maximaal 4,6% hoger is
dan 23,6% volgens de monitor. Met aanname 4 is namelijk de grootste correctie toegepast. In dit
scenario is gerekend met het maximale aandeel grondstoffen van buiten Europa van het minimale
eindtotaal mengvoer. Zelfs met deze maximale scenario’s zien wij dat de percentages die Van Krimpen
(2019), Comité en Nevedi rapporteren (34-35%) aanzienlijk hoger zijn dan bij aanname 4 (28,2%).
Rapporttitel Verdana 22/26
Maximaal 2 regels
Subtitel Verdana 10/13
Maximaal 2 regels
Namen Verdana 8/13
Maximaal 2 regels
Wageningen Livestock Research ontwikkelt kennis voor een zorgvuldige en
renderende veehouderij, vertaalt deze naar praktijkgerichte oplossingen en
innovaties, en zorgt voor doorstroming van deze kennis. Onze wetenschappelijke
kennis op het gebied van veehouderijsystemen en van voeding, genetica, welzijn en
milieu-impact van landbouwhuisdieren integreren we, samen met onze klanten, tot
veehouderijconcepten voor de 21e eeuw.
De missie van Wageningen University & Research is ‘To explore the potential of
nature to improve the quality of life’. Binnen Wageningen University & Research
bundelen 9 gespecialiseerde onderzoeksinstituten van Stichting Wageningen
Research en Wageningen University hun krachten om bij te dragen aan de oplossing
van belangrijke vragen in het domein van gezonde voeding en leefomgeving.
Met ongeveer 30 vestigingen, 6.500 medewerkers en 10.000 studenten
behoort Wageningen University & Research wereldwijd tot de aansprekende
kennisinstellingen binnen haar domein. De integrale benadering van de
vraagstukken en de samenwerking tussen verschillende disciplines vormen het hart
van de unieke Wageningen aanpak.
Wageningen Livestock Research
Postbus 338
6700 AH Wageningen
T 0317 48 39 53
E info.livestockresearch@wur.nl
www.wur.nl/livestock-research
CONFIDENTIAL