background image

Monitor herkomst diervoedergrondstoffen

Beschrijving van de opzet, uitkomsten en beperkingen van een monitor voor de herkomst van 

diervoedergrondstoffen gebruikt in mengvoer in Nederland in 2019 en 2020

Maayke Veraart, Paul Bikker, Harmen van Laar

Together with our clients, we integrate scientific know-how and practical experience 
to develop livestock concepts for the 21st century. With our expertise on innovative 
livestock systems, nutrition, welfare, genetics and environmental impact of livestock
farming and our state-of-the art research facilities, such as Dairy Campus and Swine 
Innovation Centre Sterksel, we support our customers to find solutions for current 
and future challenges.

The mission of Wageningen UR (University & Research centre) is ‘To explore 
the potential of nature to improve the quality of life’. Within Wageningen UR, 
nine specialised research institutes of the DLO Foundation have joined forces 
with Wageningen University to help answer the most important questions in the 
domain of healthy food and living environment. With approximately 30 locations, 
6,000 members of staff and 9,000 students, Wageningen UR is one of the leading 
organisations in its domain worldwide. The integral approach to problems and 
the cooperation between the various disciplines are at the heart of the unique 
Wageningen Approach.

Wageningen UR Livestock Research
P.O. Box 65 
8200 AB Lelystad
The Netherlands
T +31 (0)320 23 82 38
E info.livestockresearch@wur.nl
www.wageningenUR.nl/livestockresearch

Livestock Research Report 0000
ISSN 0000-000

Openbaar

Rapport 1404

background image
background image

   

Monitor herkomst diervoedergrondstoffen 

 

Beschrijving van de opzet, uitkomsten en beperkingen van een monitor voor de herkomst 
van diervoedergrondstoffen gebruikt in mengvoer in Nederland in 2019 en 2020 

 

Maayke Veraart, Paul Bikker, Harmen van Laar 
 

 

 

 

 

 

 

Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Livestock Research en gesubsidieerd door het ministerie van 
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in het kader van het Beleidsondersteunend onderzoek thema ‘D3 Veilige 
en duurzame dierlijke productie’ (projectnummer BO-43-111-043 KD-2021-002). 

Wageningen Livestock Research 
Wageningen, januari 2023 

 

 

 

 

 

Openbaar 

Rapport 1404 

 

 

 

 

 

 

 
 

 

background image

 
Veraart, M., P. Bikker, H. van Laar, 2023. Monitor herkomst diervoedergrondstoffen. Wageningen 
Livestock Research, Openbaar rapport 1404. 
 
Op basis van een kennisvraag van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is een 
monitor voor de herkomst van diervoedergrondstoffen opgezet. De monitor richt zich op de herkomst 
(Nederland, geografisch Europa, buiten geografisch Europa) van de grondstoffen voor mengvoeders 
en rechtstreeks aan veehouders geleverde droge losse grondstoffen voor landbouwhuisdieren. Op 
basis van drie verschillende methoden is het gebruik aan grondstoffen voor mengvoeders ingeschat. 
Het blijkt dat er veel aannames nodig zijn bij het bepalen van het grondstofgebruik. Daarnaast geven 
de drie methodes verschillende uitkomsten. Deze uitkomsten verschillen aanzienlijk van eerdere 
publicaties. De huidige werkwijze lijkt nog onvoldoende robuust voor jaarlijkse monitoring van het 
grondstofgebruik in mengvoeders en droge losse grondstoffen. We adviseren  om in overleg met 
sectorpartijen na te gaan hoe deze monitor verbeterd kan worden door gebruik te maken van de 
beschikbare gegevens uit de diervoedersector. 
 
Based on a knowledge question (“kennisvraag”) of the Dutch Ministry of Agriculture, Nature and Food 
Quality (LNV), a monitor for the origin of feedstuffs for farm animals was developed. The monitor is 
aimed at the origin (Netherlands, geographical Europe, outside of geographical Europe) of the raw 
materials used in compound feeds and dry raw materials fed to farm animals. The amount of raw 
materials used in compound feed was based on three different methods. It became apparent that in 
order to determine the use of raw materials, many assumptions have to be made. Additionally the 
results of the three methods are different. The estimated volumes and origin of feed materials are 
quite different from earlier publications. The current method seems insufficiently robust for annual 
monitoring of the raw material use in compound feed and as dry raw materials. We recommend to 
discuss with the animal feed sector how this monitor can be improved, based on data available in the 
sector. 
 
 
 
Dit rapport is gratis te downloaden op https://doi.org/10.18174/584501 of op  
www.wur.nl/livestock-research (onder Wageningen Livestock Research publicaties). 
 

 

Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-Niet Commercieel 4.0 Internationaal-
licentie. 
 
© Wageningen Livestock Research, onderdeel van Stichting Wageningen Research, 2021 
De gebruiker mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven en afgeleide werken maken. Materiaal 
van derden waarvan in het werk gebruik is gemaakt en waarop intellectuele eigendomsrechten 
berusten, mogen niet zonder voorafgaande toestemming van derden gebruikt worden. De gebruiker 
dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden, maar niet 
zodanig dat de indruk gewekt wordt dat zij daarmee instemmen met het werk van de gebruiker of het 
gebruik van het werk. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken. 
 
Wageningen Livestock Research aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade 
voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. 
 
Wageningen Livestock Research is NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd. 
 
Op al onze onderzoeksopdrachten zijn de Algemene Voorwaarden van de Animal Sciences Group van 
toepassing. Deze zijn gedeponeerd bij de Arrondissementsrechtbank Zwolle. 
 
 
 
Wageningen Livestock Research Rapport 1404 
 
 

link to page 7 link to page 9 link to page 13 link to page 14 link to page 14 link to page 14 link to page 15 link to page 15 link to page 16 link to page 16 link to page 16 link to page 18 link to page 18 link to page 18 link to page 18 link to page 18 link to page 20 link to page 20 link to page 20 link to page 21 link to page 21 link to page 22 link to page 27 link to page 33 link to page 36 link to page 38 link to page 40 link to page 41 link to page 42 link to page 49 link to page 53 link to page 55 link to page 57 link to page 59 link to page 61
background image

 

1

 

Introductie 

11

 

2

 

Methode 

12

 

2.1

  Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van dieraantallen, 

voeropname en voersamenstelling (methode 1) 

12

 

2.2

  Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van beschikbaarheid en 

herkomst van grondstoffen (methode 2) 

13

 

2.3

  Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van gegevens uit de 

diervoedersector (methode 3) 

14

 

2.4

  Schatting grondstofgebruik in mengvoer met methode 1, 2 en 3 

14

 

3

 

Resultaten 

16

 

3.1

  Methode 1 

16

 

3.1.1

  Voersamenstelling 

16

 

3.2

  Methode 2 

16

 

3.2.1

  Herkomst 

16

 

3.2.2

  Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 1 

18

 

3.2.3

  Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 2 

18

 

3.2.4

  Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 3 

18

 

3.3

  Methode 1, 2 en 3 gecombineerd 

19

 

3.3.1

  Schatting van het grondstofverbruik 

19

 

3.3.2

  Soja 

20

 

3.3.3

  Mengvoergrondstoffen met additionele aannames 

25

 

3.4

  Herkomst mengvoer per diercategorie 

31

 

3.5

  Ruwvoer en vochtrijke diervoeders 

34

 

4

 

Discussie en conclusie 

36

 

5

 

Aanbevelingen 

38

 

  Notitie verkenning naar mogelijkheden monitor 

40

 

  Combined Nomenclature codes 

47

 

  Voersamenstelling 2019 

51

 

  Voersamenstelling 2020 

53

 

  Mengvoerverbruik in 2019 

55

 

  Mengvoerverbruik in 2020 

57

 

  Berekening voor alternatieve aannames 

59

 

 

 

 

background image

 

 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 5 

Woord vooraf 

Dit project is voortgekomen uit een kennisvraag gesteld door het ministerie van Landbouw, Natuur en 
Voedselkwaliteit (LNV). In de kringlooplandbouwvisie van de Minister van LNV is het doel opgenomen 
om kringlopen in 2030 op het kleinst mogelijke niveau te sluiten. Om zicht te hebben op het behalen 
van deze doelen, heeft LNV behoefte aan een monitor die de herkomst van grondstoffen voor 
diervoeders weergeeft. Het ministerie van LNV heeft Wageningen University & Research daarom een 
kennisvraag gesteld voor het opstellen van een kennisproduct, zijnde een voorstel voor een monitor 
die de herkomst van grondstoffen die gebruikt worden in diervoeders weergeeft. 
In overleg is besloten deze vraag op te delen en te beginnen met een notitie die zich richtte op een 
inschatting of het mogelijk is een dergelijke monitor te ontwikkelen. Met deze notitie is inzichtelijk 
gemaakt welke gegevens daarvoor nodig zijn en wie daar een bijdrage aan kunnen leveren. Op basis 
van deze inventarisatie is de daadwerkelijke ontwikkeling van een monitor voor de herkomst van 
diervoedergrondstoffen vormgegeven. Voorliggend rapport beschrijft het proces van de ontwikkeling 
van de monitor en de beperkingen die daarbij naar voren kwamen. 
Bij het ontwikkelen van de monitor hebben we gesproken met meerdere partijen uit de 
diervoedersector om zo de best beschikbare gegevens te verzamelen en deze zo goed mogelijk te 
interpreteren. Op deze manier hopen wij dat dit project een bijdrage kan leveren aan het verder 
verduurzamen van de diervoedersector en het realiseren van de kringlooplandbouwvisie van de 
Minister van LNV. 
 
Maayke Veraart 
Paul Bikker 
Harmen van Laar 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 6 

 

 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 7 

Samenvatting 

Introductie 
In de kringlooplandbouwvisie van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is het 
doel opgenomen om kringlopen in 2030 op het kleinst mogelijke niveau te sluiten. Voor diervoeders 
betekent dit dat de overheid er naar streeft dat een groter deel van de grondstoffen vanuit Nederland, 
de EU of Europa komt en een kleiner deel van buiten Europa. Daarnaast is vanuit de Nationale 
Eiwitstrategie het doel om minder afhankelijk te worden van landen buiten Europa (EU of geografisch 
Europa). 
Om zicht te hebben op het behalen van deze doelen, is gewerkt aan het opzetten van een monitor 
voor de herkomst van diervoedergrondstoffen. Dit project bestond uit twee delen. Eerst is een 
verkenning uitgevoerd of, en zo ja, hoe het mogelijk zou kunnen zijn een dergelijke monitor op te 
zetten. Deze verkenning (gedetailleerde resultaten zijn in bijlage 1 van dit rapport te lezen) gaf aan 
dat er mogelijkheden zijn om een monitor voor de herkomst van diervoedergrondstoffen op te zetten. 
Op basis van deze conclusie is gestart met het uitwerken van de methodiek voor het opzetten van een 
monitor voor de herkomst van diervoedergrondstoffen.  
Deze monitor is gericht op het gebruik van grondstoffen voor landbouwhuisdieren, meer specifiek: 
rundvee (categorieën melkvee en vleesvee), varkens (categorieën vleesvarkens, fokvarkens en 
biggen), kippen (categorieën vleeskuikens, leghennen en ouderdieren), eenden en kalkoenen. In dit 
rapport worden zowel het mengvoer als de los bijgevoerde droge grondstoffen als mengvoer gezien. 
Dit onderzoek kijkt slechts beperkt naar het totale rantsoen van landbouwhuisdieren waarvan ook 
ruwvoer en natte voeders (co-producten) deel uitmaken (zie paragraaf 3.5). De herkomst van de 
grondstoffen is opgedeeld in grondstoffen die oorspronkelijk geteeld zijn in: Nederland, geografisch 
Europa en buiten geografisch Europa. 

  

Methode 
Voor de opzet van een monitor voor de herkomst van diervoedergrondstoffen gebruikt in mengvoeders 
(inclusief droge grondstoffen) zijn gegevens nodig over: 1. Het gebruik (hoeveelheid, tonnage) van 
individuele grondstoffen (bijvoorbeeld, mais, tarwe, sojaschroot, mineralen etc.) in diervoeders, en 2. 
De herkomst van de gebruikte grondstoffen.  
Ad 1. Voor het bepalen van de hoeveelheid grondstoffen is voor verschillende 
grondstoffen/grondstofcategorieën volgens drie verschillende methodes het gebruik van de individuele 
grondstoffen bepaald. Deze methoden verschillen vooral in de herkomst van de basisgegevens en 
daardoor in de berekeningswijze van de hoeveelheid mengvoergrondstoffen die volgens de betreffende 
methode gebruikt wordt. Voor methode 1 is gebruik gemaakt van de consumptie van mengvoer wat 
volgens CBS gebruikt wordt voor de  eerder vermelde categorieën landbouwhuisdieren en de middels 
voeroptimalisatie verkregen grondstofsamenstelling van deze voeders. Vermenigvuldiging van de 
hoeveelheid mengvoer met het aandeel (percentage) van de grondstof in mengvoeder geeft per 
grondstof de hoeveelheid gebruikt in diervoeders. Voor methode 2 is gebruikt gemaakt van de 
gegevens van EUROSTAT voor de invoer en uitvoer van grondstoffen uit verschillende landen en 
gegevens van CBS voor de productie van grondstoffen in Nederland zelf. Dit geeft per grondstof de 
hoeveelheid van potentieel in Nederlandse mengvoeders gebruikte grondstoffen. Voor de grondstoffen 
die zowel in diervoeders voor landbouwhuisdieren gebruikt worden als voor andere toepassingen 
(bijvoorbeeld voor huisdieren of humane voeding) is per grondstof een inschatting gemaakt van het 
aandeel gebruikt in diervoeders. Voor methode 3 is gebruik gemaakt van gegevens van de 
diervoedersector, meer specifiek die van SecureFeed. SecureFeed verzamelt de gegevens van inkoop 
van grondstoffen van haar leden (de volledige Nederlandse mengvoerindustrie). Het grondstofgebruik 
van de drie methodes is per grondstof vergeleken om tot een zo goed mogelijke bepaling van het 
gebruik van een grondstof in mengvoeders voor Nederlandse landbouwhuisdieren te komen.   
Ad 2. Voor de herkomst van de grondstoffen is in alle gevallen methode 2 gebruikt; de EUROSTAT 
gegevens gecombineerd met CBS gegevens. Dus voor de hoeveelheden grondstoffen volgens 
methodes 1, 2 en 3 als ook voor de uiteindelijk bepaalde hoeveelheid grondstoffen op basis van de 3 
methodes gezamenlijk. Dit was noodzakelijk omdat methodes 1 en 3 geen gegevens over herkomst 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 8 

omvatten, alleen over beschikbare en gebruikte hoeveelheden. Een aantal geïmporteerde 
grondstoffen, zoals bijvoorbeeld hele sojabonen of zonnebloempitten worden pas na verwerking in 
Nederland in diervoeders gebruikt, wat resulteert in producten als sojaschroot en 
zonnebloemzaadschroot. Voor deze in Nederland verwerkte grondstoffen is de herkomst van de 
(geïmporteerde) uitgangsproducten gebruikt. 
Om het gebruik van mengvoergrondstoffen in perspectief te plaatsen is ook het gebruik aan 
ruwvoeders en natte bijproducten verzameld. Hiermee is op basis van het totale rantsoen de herkomst 
van de diervoedergrondstoffen berekend. 

 

Resultaten 
Per grondstof kan het berekende gebruik in mengvoer volgens de drie methodes erg verschillen. 
Daarom moesten soms aanzienlijke aannames worden gedaan voor het bepalen van het gebruik van 
een specifieke grondstof (uiteindelijke schatting monitor). Deze aannames zijn per grondstof 
beschreven in dit rapport. Zelfs voor een relatief goed beschreven grondstof als soja (bonen, schroot 
en hullen) liepen de resultaten van de drie methodes uiteen en was het nodig het gebruik van 
sojabonen, sojaschroot en sojahullen in de diervoeding opnieuw in te schatten op basis van 
verschillende bronnen. 
De herkomst van de diervoedergrondstoffen volgens methode 1, 2, 3 en de uiteindelijke schatting 
door vergelijking van de methoden  per grondstof is weergegeven in Tabel S1. Op basis van de per 
grondstof bepaalde hoeveelheid en herkomst komen de grondstoffen in de jaren 2019 en 2020 voor 
circa 10% uit Nederland, 67% uit geografisch Europa en 23% van buiten geografisch Europa. Er zijn 
kleine verschuivingen tussen de jaren. 
Tussen de drie gebruikte methodes varieert de schatting van de herkomst in de orde grootte van 2 tot 
4%. 
 
Tabel S1:   Volgens verschillende methodes bepaalde herkomst (in %) van in Nederland gebruikte 

diervoedergrondstoffen in mengvoeders en als droge losse grondstoffen in 2019 en 2020.  

 
Een aanzienlijk deel van het rantsoen van landbouwhuisdieren, met name voor herkauwers en 
varkens, bestaat uit ruwvoeders en natte bijproducten die veelal uit Nederland en omringende landen 
afkomstig zijn. Wanneer dit in de berekening wordt meegenomen, en de herkomst van het totale 
rantsoen wordt beoordeeld, dan komen de in tabel S1 genoemde getallen in een ander perspectief te 
staan. De herkomst van het totaal aan diervoedergrondstoffen (op droge stof niveau) wordt dan circa 
49% voor Nederland, circa 38% voor geografisch Europa en circa 13% voor buiten geografisch 
Europa. 
 
Discussie 
Er is volgens drie methodes een zo goed mogelijke inschatting van de herkomst van gebruikte 
grondstoffen voor diervoeders gemaakt. De drie methodes verschillen enigszins in de procentuele 
herkomst van het totaal aan gebruikte grondstoffen. Tabel S2 geeft de vergelijking van de uitkomsten 
van de huidige monitor met eerdere publicaties. De uitkomsten van de huidige monitor duiden op een 
hoger aandeel grondstoffen uit geografisch Europa (circa 67 vs. 55-60%) en een lager aandeel van 
buiten Europa (circa 23 vs. 33-35%) in vergelijking met eerdere publicaties.  
 
 

Bron 

Jaar 

Nederlandse 

productie 

Invoer uit geogr. 

Europa 

Invoer van buiten 

geogr. Europa 

Methode 1 

2019 

11,4 

65,0 

23,6 

Methode 2 

2019 

12,2 

62,2 

25,6 

Methode 3 

2019 

12,5 

65,9 

21,9 

Uiteindelijke schatting monitor 

2019 

10,4 

65,9 

23,6 

Methode 1 

2020 

11,0 

67,5 

21,5 

Methode 2 

2020 

10,8 

66,1 

23,1 

Methode 3 

2020 

11,4 

68,9 

19,7 

Uiteindelijke schatting monitor 

2020 

9,4 

68,6 

22,1 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 9 

Tabel S2:   Vergelijking van de herkomst (in %) van in Nederland gebruikte diervoedergrondstoffen 

volgens het onderhavige rapport en eerder verschenen rapportages. 

*Van Krimpen (2019) rapporteerde 65% aan ‘regionale’ grondstoffen, d.w.z. uit geografisch Europa, dus inclusief Nederland.  
 
 
Naast de verschillen met eerdere publicaties over de herkomst van diervoedergrondstoffen geeft de 
huidige monitor een totaal grondstoffengebruik (14.5 miljoen ton) dat aanzienlijk hoger ligt dan 
volgens CBS (13.4 miljoen ton) en Nevedi (12.5 miljoen ton) gegevens voor 2019. Dit geeft aan dat 
de in het voorliggende rapport gebruikte methode waarschijnlijk dubbeltellingen van het gebruik van 
grondstoffen bevat. Om het effect van mogelijke onderschatting van vooral het gebruik van niet-
Europese grondstoffen te onderzoeken is een aantal aannames over gebruik van soja en andere 
grondstoffen in de huidige monitor gevarieerd. Hierdoor neemt het aandeel niet-Europese 
grondstoffen toe tot 29%. Dit resultaat komt dichter in de buurt van andere publicaties. Echter, 
daarvoor was het noodzakelijk om de aannames erg ’op te rekken’. Nader onderzoek is nodig om deze 
verschillen beter te kunnen duiden. 
 
Aanbevelingen 
De hier beschreven aanpak brengt veel onzekerheden met zich mee. Het is belangrijk deze in acht te 
nemen bij het interpreteren van de resultaten. Het huidige model is gebaseerd op aannames, welke 
per jaar kunnen variëren. Daarnaast wordt elke grondstof op dit moment individueel beoordeeld door 
de resultaten van de drie methodes met elkaar te vergelijken, waarna door de auteurs is ingeschat 
welke methode de daadwerkelijke gebruikshoeveelheid het best representeert. De aannames en 
uitkomsten kunnen daardoor persoonsafhankelijk zijn. Op dit moment is de huidige werkwijze nog 
onvoldoende robuust om meerjarige trends in de herkomst van diervoedergrondstoffen vast te stellen. 
Het is wenselijk om een standaardaanpak te formuleren die bij de meeste grondstoffen kan worden 
toegepast. Een standaardaanpak zou gebruik kunnen maken van de sterke punten van elk van de drie 
methodes. De beste gegevens over de hoeveelheid diervoedergrondstoffen komen uit de sector zelf, in 
dit geval van SecureFeed zoals gebruikt in methode 3. Daarnaast heeft Nevedi het voornemen meer 
inzicht te verwerven in het grondstoffengebruik in mengvoeders door haar leden. Ons advies is, om in 
overleg met de sectorpartijen na te gaan hoe gebruik gemaakt kan worden van de beschikbare 
gegevens. 
 

 

Bron 

Jaar 

Nederlandse 

productie 

Invoer uit geogr. 

Europa 

Invoer van buiten 

geogr. Europa 

Dit rapport 

2019 

10,4 

65,9 

23,6 

Dit rapport 

2020 

9,4 

68,6 

22,1 

Van Krimpen (2019) 

2018 

 

65* 

35 

Comité der Graanhandelaren 

2019 

59 

34 

Grondstoffenwijzer Nevedi 

2019 

11,6 

55,6 

32,8 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 10 

 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 11 

Introductie 

In de kringlooplandbouwvisie van de Minister van LNV is het doel opgenomen om kringlopen in 2030 
op het kleinst mogelijke niveau te sluiten. Voor diervoeders betekent dit dat de overheid wil dat een 
groter deel van de grondstoffen vanuit NL/EU/Europa komt en een kleiner deel van buiten Europa. 
Daarnaast is er vanuit de nationale eiwitstrategie het doel om minder afhankelijk te worden van 
landen buiten Europa. 
Om zicht te hebben op het behalen van deze doelen, heeft LNV behoefte aan een monitor die de 
herkomst van de grondstoffen die gebruikt worden in diervoeders weergeeft. Het ministerie van LNV 
heeft Wageningen University & Research een kennisvraag gesteld voor het opstellen van een 
kennisproduct, zijnde een voorstel voor een monitor die de herkomst van grondstoffen die gebruikt 
worden in mengvoeders weergeeft. De herkomst is in dit rapport onderverdeeld in drie categorieën. 
Dit zijn: Nederland, geografisch Europa en buiten (geografisch) Europa. De volgende landen zijn als 
geografisch Europa beschouwd: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, 
Ierland, Italië, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Malta, Spanje, Turkije, Groot-Brittannië, Zweden, 
Zwitserland, IJsland, Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Moldavië, Oekraïne, Polen, 
Roemenië, Slowakije, Tsjechië, Kroatië, Servië en Luxemburg. 
Het huidige onderzoek richt zich op de herkomst van diervoedergrondstoffen die in mengvoeders voor 
landbouwhuisdieren gebruikt worden en ook de droge losse grondstoffen die op veehouderijbedrijven 
gevoerd worden maar ook geschikt zijn om in mengvoer te verwerken. Mengvoeders, ook wel 
krachtvoer genoemd, zijn de droge voeders, vaak mengsels van granen en gedroogde restproducten 
die afhankelijk van de diersoort en situatie als compleet voer, of als aanvulling op bijvoorbeeld 
ruwvoer of natte voeders gevoerd worden. In dit rapport worden de los bijgevoerde droge 
grondstoffen dus tot het mengvoer gerekend. Dit onderzoek kijkt slechts beperkt naar het totale 
rantsoen van landbouwhuisdieren waar ook ruwvoer en natte voeders (bijproducten) deel van 
uitmaken (zie paragraaf 3.5). De landbouwhuisdieren die in dit rapport meegenomen worden zijn: 
rundvee (categorieën melkvee en vleesvee), varkens (categorieën vleesvarkens, fokvarkens en 
biggen), kippen (categorieën vleeskuikens, leghennen en ouderdieren), eenden en kalkoenen. 
Er is in overleg besloten de vraag op te delen in twee vragen: 1. Een verkenning die zich richt op de 
vraag of het mogelijk is een monitor te ontwikkelen; 2. Daadwerkelijke opzet van een conceptmonitor. 
De verkenning is terug te lezen in bijlage 1. In dat document is beschreven welke mogelijkheden er 
zijn bij het opzetten van een monitor, welke gegevens daarvoor nodig zijn en welke organisaties of 
instituten daaraan een bijdrage kunnen leveren. Op basis van deze inventarisatie is gestart met het 
opzetten van een conceptmonitor voor de herkomst van in mengvoer gebruikte grondstoffen voor het 
jaar 2019. Dit proces is herhaald voor het jaar 2020. Het gehele proces, de uitkomsten en de duiding 
is in het voorliggende rapport beschreven. 

 

 

 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 12 

Methode 

Om inzicht te krijgen in de herkomst van diervoedergrondstoffen in Nederland zijn verschillende typen 
gegevens verzameld, voor 2019 en 2020. De herkomst van de in diervoeders gebruikte grondstoffen 
is berekend door het combineren van gegevens over het totale gebruik van grondstoffen in 
diervoeders, gebaseerd op gegevens over voersamenstelling, voeropname en dieraantallen, en de 
herkomst van geïmporteerde en inlands geproduceerde grondstoffen. Deze gegevens zijn verzameld 
uit verschillende bronnen. Daarnaast zijn ook gebruiksgegevens van grondstoffen vanuit de sector ter 
beschikking gesteld. De bronnen van de gebruikte gegevens zijn verder uitgewerkt in tabel 1. 
Door de verschillende bronnen zijn er meerdere manieren mogelijk (deze zullen wij verder methoden 
noemen) om een schatting te geven van de hoeveelheid gebruikte grondstoffen voor diervoeding. In 
dit rapport zijn drie methoden gebruikt die elk een schatting geven van de hoeveelheid gebruikte 
grondstoffen in diervoeders. Door deze drie methoden te vergelijken hopen wij de best mogelijke 
schatting van het grondstofgebruik voor diervoeder in Nederland te maken. De drie gebruikte 
methoden worden hieronder in paragraaf 2.1, 2.2 en 2.3 beschreven. 
 

Tabel 1  

Benodigde informatie met bijbehorende informatiebronnen. 

Onderdeel 

Benodigde gegevens 

Bron 

Verbruik van grondstoffen 
in diervoeders 

Dieraantallen 

CBS WUM methodiek (Van Bruggen et al., 2019) 

 

Totaal verbruik droog voer per 
diercategorie 

CBS WUM methodiek (Van Bruggen et al., 2019) 

 

Voersamenstelling 

WLR 

 

Totaal verbruik in Nederland 

Input van diervoedersector/SecureFeed 

Herkomst van grondstoffen  Invoergegevens 

CBS/Eurostat 

 

Uitvoergegevens 

CBS/Eurostat  

 

Nederlandse productie 

CBS/Eurostat en input van diervoedersector 

 

Onderscheid bestemming humaan 
voedsel/diervoeder 

WEcR, input van diervoedersector 

Onderverdeling per 
diercategorie 

Mogelijk via WUM-methode, wordt op dit 
moment niet structureel gedaan. 

CBS WUM methodiek (Van Bruggen et al., 2019) 

2.1 

Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van 
dieraantallen, voeropname en voersamenstelling 
(methode 1) 

Het verbruik van grondstoffen in diervoeders is geschat op basis van dieraantallen en voerverbruik per 
diercategorie en de grondstofsamenstelling van de mengvoeders per diercategorie. Zowel 
dieraantallen als het voerverbruik per diercategorie wordt jaarlijks verzameld door het CBS volgens de 
Werkgroep Uniformering Mest- en mineralencijfers (WUM)-methodiek. De WUM-methodiek is eerder 
uitgebreid beschreven (Van Bruggen et al., 2019). 
De gegevens over de voersamenstelling per diercategorie zijn afkomstig van voeroptimalisaties 
uitgevoerd door WLR. Deze voeroptimalisaties zijn ook de basis voor voersamenstellingen zoals 
gebruik in de WUM. Deze voeroptimalisaties zijn uitgevoerd voor de diercategorieën zoals gebruikt in 
de WUM-methode. Binnen de diercategorieën van WUM zijn meerdere optimalisaties gedaan die de 
verschillende fasen van de diercategorie weergeven (zoals drie fasen voor vleesvarkens en vier fasen 
voor vleeskuikens). De optimalisaties zijn uitgevoerd voor vier kwartalen per jaar, en gebaseerd op de 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 13 

grondstofprijzen zoals verzameld ten behoeve van het project voederwaardeprijzen1. Als 
randvoorwaarden zijn de voedernormen van het CVB en minimum en maximum gehalten aan 
specifieke grondstoffen gebruikt, in afstemming met nutritionisten en deskundigen uit de 
mengvoerpraktijk. Op basis van beschikbare prijzen zijn de vijftig belangrijkste grondstoffen voor het 
jaar 2019 en 2020 aangeboden aan de optimalisatie. Hieruit volgde een overzicht met per grondstof 
per jaar het berekende gemiddelde percentage waaruit de geoptimaliseerde voeders voor alle 
diercategorieën bestaan. Deze optimalisatie van voeders is inclusief de droge grondstoffen die op 
veehouderijbedrijven zelf gevoerd worden, maar exclusief natte voeders en ruwvoer (zie paragraaf 
3.5). 
Op basis van de dieraantallen, het totaal verbruik (droog) mengvoer per diercategorie en 
voersamenstellingsgegevens per diercategorie is het totaal verbruik aan diervoedergrondstoffen per 
diercategorie in Nederland in 2019 en 2020 geschat. Voor elke diercategorie is het voerverbruik, door 
CBS gespecificeerd per diercategorie, vermenigvuldigd met de percentages van de geoptimaliseerde 
voersamenstelling. Dit leidde tot het totale verbruik van grondstoffen per diercategorie. De hier 
beschreven methode geeft geen inzicht in de herkomstlanden van de grondstoffen. 
Naar deze methode wordt in het vervolg van het rapport verwezen als methode 1.Deze methode is 
gebaseerd op least-cost optimalisatie van voeders en houdt slechts beperkt rekening met de 
daadwerkelijke beschikbare hoeveelheid grondstoffen door eigen productie, invoer (binnen en buiten 
geografisch Europa) en uitvoer. Daarom is uit deze methode alleen een schatting van het gebruik van 
grondstoffen af te leiden; de herkomst van grondstoffen is niet bekend. Daarvoor is methode 2 
gebruikt, zoals beschreven in 2.2. 

2.2 

Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van 
beschikbaarheid en herkomst van grondstoffen 
(methode 2) 

Invoer- en uitvoergegevens zijn beschikbaar van 96 grondstoffen, afkomstig van EUROSTAT2. Hierbij 
wordt onderscheid gemaakt tussen Nederlandse productie en invoer per land. Met het oog op het doel 
om minder afhankelijk te worden van landen buiten geografisch Europa zijn de gegevens voor de 
monitor onderverdeeld in productie in Nederland, invoer vanuit geografisch Europa en invoer van 
buiten geografisch Europa. Voor deze onderverdeling zijn percentages per herkomstland berekend, die 
in de monitor verder zijn gehanteerd. Invoer- en uitvoergegevens zijn voor de belangrijkste 
grondstoffen beschikbaar in de databases van EUROSTAT2. Voor de Nederlandse productie van 
grondstoffen die mogelijk in diervoeders verwerkt kunnen worden zijn gegevens van het CBS3 
gebruikt.    
De invoergegevens zijn gecombineerd met de uitvoergegevens om zo per grondstof een balans van 
import minus export te maken. Deze balans geeft, in combinatie met de hoeveelheid grondstof die in 
Nederland zelf geproduceerd wordt, inzicht in de totaal beschikbare hoeveelheid grondstof voor 
gebruikt in diervoeders in Nederland. De beschikbare hoeveelheid op basis van de handelsbalans hoeft 
niet volledig in diervoeders gebruikt te worden, maar kan bijvoorbeeld ook voor humane consumptie 
gebruikt zijn (bijvoorbeeld tarwe). Harde gegevens over het percentage dat is gebruikt voor 
diervoederproductie zijn voor de meeste grondstoffen niet beschikbaar. De gebruikte, ingeschatte 
percentages zijn afkomstig van gegevens van Het Comité van Graanhandelaren, Wageningen 
Economic Research, persoonlijke communicatie met praktijkexperts of afgeleid van de EUROSTAT-
gegevens. 
 EUROSTAT maakt gebruik van zogenaamde Combined Nomenclature (CN)-codes. De codes zijn 
bedoeld om goederen te classificeren in de EU, en zijn voor deze monitor gebruikt om 
gebruikshoeveelheden in diervoeders af te leiden. Er zijn producten met CN-codes die zowel in 
diervoeders als in humane voeding gebruikt worden. Daarnaast bestaan er CN-codes voor producten 
die specifiek voor diervoeders gebruikt worden of een technische toepassing hebben en daarom niet in 
(dier)voeding gebruikt worden. De CN-codes gebruikt voor deze monitor zijn opgenomen in bijlage 2. 

 

1 https://www.wur.nl/nl/landingspagina-redacteuren/nl/onderzoek-resultaten/onderzoeksinstituten/livestock-

research/producten/voederwaardeprijzen-rundvee.htm 

2 https://ec.europa.eu/eurostat/data/database 

3 https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/7100oogs/table?ts=1670440464021 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 14 

De berekende beschikbaarheid per grondstof is vervolgens gebaseerd op de balans van import en 
export volgens EUROSTAT, de Nederlandse productie en de het ingeschatte percentage dat van een 
grondstof in diervoeders wordt gebruikt. Naar deze methode wordt in het vervolg van het rapport 
verwezen als methode 2. Om dit grondstofgebruik te specificeren naar diercategorie zijn de 
dieraantallen, voeropname en voersamenstelling uit methode 1 gebruikt.  

2.3 

Verbruik van diervoedergrondstoffen op basis van 
gegevens uit de diervoedersector (methode 3) 

Vanuit de diervoedersector zijn gegevens over het grondstofgebruik in diervoeders in Nederland ten 
behoeve van dit project gedeeld. Deze cijfers zijn afkomstig van SecureFeed. De inkoophoeveelheden 
zijn bekend van meer dan 600 grondstoffen. Dit is dus de hoeveelheid van de verschillende 
grondstoffen die door de deelnemers van SecureFeed zijn ingekocht. Dit omvat de hele Nederlandse 
mengvoerindustrie, echter, directe verkoop van droge grondstoffen tussen primaire bedrijven, 
bijvoorbeeld akkerbouw- en veehouderijbedrijven blijft buiten beeld. Aangezien deze verkoop vrij is 
van wettelijke of bovenwettelijke verplichtingen is dit aandeel niet goed in beeld (pers. mededeling F. 
Gort). Voor een goede vergelijking is deze SecureFeed lijst geaggregeerd om tot dezelfde lijst aan 
grondstoffen te komen zoals gehanteerd in methode 1 en 2. Het verbruik van diervoedergrondstoffen 
op basis van gegevens van SecureFeed wordt in het vervolg methode 3 genoemd. 
Vanwege de vertrouwelijkheid van de gegevens van deelnemers van SecureFeed is deze methode 
puur als vergelijking naast methode 1 en 2 gebruikt. De cijfers worden niet als zodanig in dit rapport 
opgenomen. Belangrijk hierbij is dat deze gegevens enige dubbeltellingen bevatten door interne 
leveringen tussen deelnemers van SecureFeed. Het totaal verbruik aan diervoedergrondstoffen 
volgens deze methode is daardoor hoger dan volgens methode 1 en 2. Het is niet bekend om welke 
grondstoffen en om hoeveel dubbeltellingen het precies gaat. Daarom is een correctie toegepast: voor 
alle grondstoffen zijn de hoeveelheden van methode 3 gecorrigeerd naar het totaal verbruik volgens 
methode 1. 
Methode 3 verwijst naar de gecorrigeerde hoeveelheden, tenzij anders vermeld. In sommige gevallen 
is de ongecorrigeerde methode 3 gebruikt. De dubbeltelling zoals eerdergenoemd hoeft namelijk niet 
voor elke grondstof (in dezelfde mate) van toepassing te zijn. Methode 3 gecorrigeerd wordt daarom 
als ondergrens beschouwd en methode 3 ongecorrigeerd wordt als bovengrens beschouwd voor de 
mogelijk gebruikte hoeveelheid grondstoffen. Grondstofgebruik hoger dan methode 3 ongecorrigeerd 
is namelijk onwaarschijnlijk. In deze monitor is methode 3 naast methode 1 en 2 gebruikt om een 
inschatting te maken van het totale verbruik aan diervoedergrondstoffen voor jaren 2019 en 2020. 
Om dit grondstofgebruik te specificeren naar diercategorie zijn de dieraantallen, voeropname en 
voersamenstelling uit methode 1 gebruikt. 

2.4 

Schatting grondstofgebruik in mengvoer met methode 
1, 2 en 3 

Het hanteren van methode 1, 2, 3 gecorrigeerd en 3 ongecorrigeerd leidt voor elke grondstof tot vier 
verschillende waarden van het gebruik in diervoeders. Per grondstof zou het berekende totaal verbruik 
gebaseerd op CBS-gegevens in combinatie met de berekende voersamenstellingen (methode 1) 
overeen moeten komen met de beschikbaarheid van een grondstof voor diervoeder (methode 2). 
Vanwege gebrek aan volledige gegevens was dit niet altijd het geval. Methode 1 is gebaseerd op 
voersamenstellingen die met verschillende aannames zijn berekend, zoals de randvoorwaarden van de 
least-cost optimalisatie en prijs van de grondstoffen in 2019 en 2020. Voor methode 2 zijn er niet 
altijd gegevens beschikbaar over welk aandeel van de beschikbare hoeveelheid van een grondstof in 
diervoeding gebruikt wordt. 
De hoeveelheden uit methode 1, 2 en 3 zijn daarom vergeleken. Daarbij zijn de gegevens van 
methode 3 niet zelfstandig gebruikt. Methode 3 is ter ondersteuning gebruikt om in te schatten of 
methode 1 en 2 het meest aannemelijke gebruik aangaf, of het aandeel van de beschikbare 
hoeveelheid dat in diervoeders gebruikt wordt in te schatten. Daarbij zijn de ongecorrigeerde en 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 15 

gecorrigeerde hoeveelheden van methode 3 als richtlijn voor een bovengrens en ondergrens van de 
gebruikte hoeveelheid voor een grondstof gezien. Op die manier is uiteindelijk per grondstof een 
inschatting gemaakt van het verbruik in diervoeder en de verdeling daarvan over diercategorieën. Een 
aantal aannames is gedaan om de verbruikshoeveelheden per grondstof, en daarmee de monitor, zo 
representatief mogelijk te maken. De uitwerking hiervan staat per grondstof beschreven in sectie 
3.3.2 voor soja en 3.3.3 voor de overige grondstoffen. 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 16 

Resultaten 

3.1 

Methode 1 

3.1.1 

Voersamenstelling 

De resultaten van de geoptimaliseerde voersamenstellingen zijn weergegeven in bijlage 3 en bijlage 4, 
respectievelijk voor 2019 en 2020. Deze samenstellingen zijn gebruikt om voor elke diercategorie het 
totaal voerverbruik te berekenen per grondstof waarbij de totale geschatte voerconsumptie per 
diercategorie van de CBS als uitgangspunt is gebruikt. Deze totalen per grondstof staan weergegeven 
in bijlage 5 en 6. Vanwege schommelingen in prijzen en beschikbaarheid van grondstoffen verandert 
de voersamenstelling over de jaren. Een kleine schommeling in de samenstelling kan een grote 
verandering in het totaal verbruik veroorzaken, afhankelijk van de herkomst en diergroep. 

3.2 

Methode 2 

Op basis van gegevens over de Nederlandse productie, invoer uit geografisch Europa en invoer van 
buiten geografisch Europa is een verdeling gemaakt van de herkomst van alle mengvoergrondstoffen. 
De herkomst is voor 2019 en 2020 berekend en weergegeven in tabel 2. 

3.2.1 

Herkomst  

Tabel 2  

De herkomst van mengvoergrondstoffen (in % per grondstof) in 2019 en 2020 volgens 
methode 2. 

 

2019 

2020 

Grondstof 

NL productie 

(%) 

Invoer 

geogr. 

Europa (%) 

Invoer 

buiten 

geogr. 

Europa (%) 

NL productie 

(%) 

Invoer 

geogr. 

Europa (%) 

Invoer 

buiten 

geogr. 

Europa (%) 

Granen 

Tarwe 

20 

79 

19 

80 

Gerst 

10 

89 

91 

Mais 

92 

89 

Triticale 

89 

95 

Rogge 

91 

95 

Sorghum 

84 

16 

92 

Haver 

95 

96 

CCM 

100 

100 

Graanbijproducten 

Tarwegries 

12 

88 

11 

89 

Maisproducten 

74 

25 

15 

85 

Rijstbijproducten 

52 

48 

100 

Tarweglutenvoer gedroogd 

20 

79 

20 

79 

Bakkerijproducten 

20 

79 

20 

79 

DDGS mais 

92 

92 

Oliezaadbijproducten 

Sojaschroot 

98 

96 

Zonnebloemzaadschroot 

74 

26 

85 

15 

Kokosschroot en -schilfers 

99 

99 

Palmpitschilfers 

100 

100 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 17 

Raapschroot 

13 

87 

96 

Maiskiemschroot 

100 

100 

Maisglutenvoer 

92 

92 

Lijnschroot en -schilfers 

100 

100 

Grondnotenschroot en -schilfers 

100 

100 

Sojahullen 

98 

98 

Sojaconcentraat 

100 

100 

Bestendig raap 

100 

100 

Bestendig soja 

100 

100 

Maisglutenmeel 

92 

92 

Peulvruchten 

Erwten droog 

81 

19 

96 

Lupinen 

99 

95 

Bonen 

62 

29 

72 

20 

Oliezaden 

Sojabonen verhit 

97 

96 

Raapzaad 

86 

13 

66 

34 

Lijnzaad 

100 

100 

Zonnebloempitten 

96 

100 

Overige 

 

 

 

 

 

 

Luzernemeel 

77 

23 

82 

18 

Overige voedselbijproducten 

 

 

 

 

 

 

Bietenpulp 

24 

76 

26 

74 

Citruspulp 

94 

10 

90 

Rietsuikermelasse 

23 

77 

16 

84 

Vinasse 

64 

30 

84 

16 

Aardappeleiwit 

100 

100 

Bietenmelasse 

70 

29 

70 

30 

Dierlijke producten 

Weipoeder 

99 

99 

Melkpoeder/concentraat 

100 

100 

Dierlijke eiwitten 

97 

98 

Vismeel 

74 

26 

75 

25 

Rundvet 

79 

21 

73 

27 

Varkensvet 

83 

17 

91 

Vet dierlijk 

48 

48 

49 

46 

Visolie 

78 

22 

61 

39 

Pluimveevet 

59 

41 

66 

34 

Plantaardige oliën en vetten 

Kokosvet 

91 

94 

Palmolie 

100 

100 

Palmpitvet 

100 

100 

Raapolie 

22 

73 

20 

80 

Plantaardige vetten/oliën 

98 

98 

Zonnebloemolie 

96 

96 

Diverse plantenolie (+ lijnolie) 

93 

91 

Mengsels vet(zuren) 

92 

94 

Kleine toevoegingen 

Krijt en kalksteentjes 

97 

92 

Zout 

95 

99 

Natrium-bicarbonaat 

95 

92 

Premix vitamines en mineralen 

100 

100 

Monocalciumfosfaat 

54 

46 

88 

12 

Magnesiumoxide 

65 

35 

67 

33 

L-Lysine 

100 

100 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 18 

DL-Methionine 

100 

100 

L-Threonine 

100 

100 

L-Tryptofaan 

100 

100 

L-Valine 

100 

100 

Fytase premix 

100 

100 

Melkzuur 

100 

100 

NSP afbrekende enzymen 

100 

100 

L-Arginine 

100 

100 

Ureum 

100 

100 

Kopersulfaat 

64 

36 

64 

36 

3.2.2 

Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 1 

De herkomst van grondstoffen is af te leiden uit de Nederlandse productie, invoer uit geografisch 
Europa en invoer van buiten geografisch Europa. Deze gegevens zijn beschikbaar uit de handelsbalans 
van methode 2. Op basis van het verbruik volgens methode 1 met de herkomst van methode 2 kan 
een overzicht gemaakt worden van de herkomst van het mengvoer in Nederland. Daarbij is dus het 
verbruik vastgesteld aan de hand van diergetallen, voerverbruik en voersamenstelling. Op dit verbruik 
zijn de herkomstpercentages uit methode 2 toegepast. Dit overzicht is weergegeven in tabel 3. Voor 
deze monitor is echter per grondstof bepaald en ingeschat welke van de drie methodes het meest 
representatieve getal weergeeft. De resultaten van deze aannames zijn te lezen in 3.3. 

Tabel 3  

Herkomst van de in mengvoer gebruikte grondstoffen in Nederland in 2019 en 2020, 
gebaseerd op het verbruik volgens methode 1 en de herkomstgegevens volgens methode 
2. 

3.2.3 

Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 2 

Wanneer per grondstof een inschatting gemaakt wordt van het aandeel gebruikt in diervoeders (zie 
sectie 3.3.3), dan kan ook op basis van methode 2 het verbruik van grondstoffen geschat worden. Op 
basis van dit verbruik, gecombineerd met de herkomst van methode 2 kan een overzicht gemaakt 
worden van de herkomst van het mengvoer in Nederland. Dit overzicht is weergegeven in tabel 4. 
Voor deze monitor is echter per grondstof bepaald en ingeschat welke van de drie methodes het 
meest representatieve getal weergeeft. De resultaten van deze aannames zijn te lezen in 3.3. 

Tabel 4  

Herkomst van de in mengvoer gebruikte grondstoffen in Nederland in 2019 en 2020, 
gebaseerd op de handelsbalans volgens methode 2 en de herkomstgegevens volgens 
methode 2. 

 

3.2.4 

Herkomst met grondstofgebruik volgens methode 3 

Op basis van het gecorrigeerde verbruik volgens methode 3 met de herkomst van methode 2 kan ook 
een overzicht gemaakt worden van de herkomst van het mengvoer in Nederland. Daarbij is dus het 
verbruik vastgesteld aan de hand van methode 3. Op dit verbruik zijn de herkomstpercentages uit 
methode 2 toegepast. Dit overzicht is weergegeven in tabel 5. Voor deze monitor is echter per 
grondstof bepaald en ingeschat welke van de drie methodes het meest representatieve getal 
weergeeft. De resultaten van deze aannames zijn te lezen in 3.3. 

Jaar 

Nederlandse productie (%) 

Invoer uit geogr. Europa 
(%) 

Invoer van buiten geogr. 
Europa (%) 

2019 

11,4 

65,0 

23,6 

2020 

11,0 

67,5 

21,5 

Jaar 

Nederlandse productie (%)  Invoer uit geogr. Europa 

(%) 

Invoer van buiten geogr. 
Europa (%) 

2019 

12,2 

62,2 

25,6 

2020 

10,8 

66,1 

23,1 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 19 

Tabel 5  

Herkomst van de in mengvoer gebruikte grondstoffen in Nederland in 2019 en 2020, 
gebaseerd op het verbruik volgens methode 3 en de herkomstgegevens volgens methode 
2. 

 
 

3.3 

Methode 1, 2 en 3 gecombineerd 

3.3.1 

Schatting van het grondstofverbruik 

Tabel 6 geeft het grondstofverbruik volgens methode 1 of 2 weer. Het verbruik en/of het percentage 
van het gebruik in diervoeder is per grondstof ingeschat op basis van methode 1, 2 en 3. De 
onderliggende gegevens van methode 1 en 2 te vinden in bijlage 5 (2019) en bijlage 6 (2020). De 
aannames die gemaakt zijn om tot deze getallen te komen zijn per grondstof weergegeven in 
paragrafen 3.3.2 en 3.3.4. Paragraaf 3.3.2 is hierbij volledig gewijd aan de hoeveelheid gebruikte 
sojaproducten. Dit omdat de gebruikte hoeveelheid soja(producten), die voor 98% van buiten 
geografisch Europa komen, een groot effect heeft op het percentage grondstoffen van buiten 
geografisch Europa. De aannames voor de andere grondstoffen staan beschreven in paragraaf 3.3.3. 

Tabel 6  

Schatting van de hoeveelheid gebruikte diervoedergrondstoffen in Nederland in 2019 en 
2020, gebaseerd op methode 1, 2 of 3. 

Grondstof 

Verbruik in 2019 
(ton)
 

Verbruik in 2020 
(ton) 

Gebruikte 
methode
 

Granen

 

 

 

 

Tarwe 

2.204.349 

1.621.087 

1+2 

Gerst 

1.507.807 

2.120.998 

Mais 

3.056.534 

2.930.150 

Triticale 

77.945 

111.871 

Rogge 

55.882 

120.078 

Haver 

33.145 

38.214 

CCM 

67.773 

71.764 

Graanbijproducten 

 

 

 

Tarwegries 

606.140 

607.133 

2+3 

Maisproducten 

79.415 

65.565 

Tarweglutenvoer gedroogd 

16.221 

12.567 

2+3 

Bakkerijproducten 

480.000 

208.000 

2+3 

DDGS mais 

32.625 

56.215 

2+3 

Oliezaadbijproducten 

 

 

 

Sojaschroot 

1.550.000 

1.450.000 

zie 3.3.2 

Zonnebloedzaadschroot 

624.273 

592.663 

Palmpitschilfers 

691.869 

643.046 

Raapschroot 

994.593 

1.032.694 

Maiskiemschroot 

7.944 

2.186 

2+3 

Maisglutenvoer 

80.000 

80.000 

Lijnschroot en -schilfers 

8.661 

9.482 

Sojahullen 

303.829 

318.325 

Maisglutenmeel 

10.000 

10.000 

1+2+3 

Peulvruchten 

 

 

 

Erwten droog 

75.549 

107.649 

Jaar 

Nederlandse productie (%)  Invoer uit geogr. Europa 

(%) 

Invoer van buiten geogr. 
Europa (%) 

2019 

12,5

 

65,9 

21,9 

2020 

11,4

 

68,9

 

19,7

 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 20 

Lupinen 

69.576 

49.300 

2+3 

Bonen 

14.614 

37.379 

2+3 

Sojabonen verhit 

50.000 

50.000 

zie 3.3.2  

Lijnzaad 

25.000 

25.000 

2+3 

Overige 

 

 

 

Luzernemeel 

48.412 

54.353 

2+3 

Overige voedselbijproducten 

 

 

 

Bietenpulp 

522.112 

483.536 

Citruspulp 

110.000 

100.000 

1+2+3 

Rietsuikermelasse 

52.431 

23.474 

2+3 

Vinasse 

65.820 

93.297 

Aardappeleiwit 

4.000 

7.000 

Protapec 

15.000 

15.000 

2+3 

Bietenmelasse 

147.988 

145.794 

2+3 

Dierlijke producten 

 

 

 

Weipoeder 

7.272 

7.280 

Vismeel 

1.945 

1.670 

2+3 

Vet dierlijk 

34.328 

34.495 

Plantaardige oliën 

 

 

 

Kokosvet 

3.237 

3.179 

2+3 

Palmolie 

35.000 

35.000 

Palmpitvet 

11.923 

19.080 

Raapolie 

80 

300 

Plantaardige vetten/oliën 

50.000 

50.000 

Zonnebloemolie 

5.000 

2.400 

Diverse plantenolie (+ lijnolie) 

24.000 

24.000 

Mengsels vet(zuren) 

25.000 

25.000 

Kleine toevoegingen 

 

 

 

Krijt en kalksteentjes 

306.078 

314.197 

Zout 

52.653 

48.270 

2+3 

Natrium-bicarbonaat 

25.177 

22.894 

2+3 

Premix vitamines en mineralen 

53.401 

54.393 

zie aannames 

Monocalciumfosfaat 

15.000 

15.000 

Magnesiumoxide 

15.000 

15.000 

L-Lysine 

28.832 

28.535 

DL-Methionine 

9.245 

9.874 

L-Threonine 

6.454 

6.754 

L-Tryptofaan 

925 

1.038 

L-Valine 

1.186 

1.415 

Fytase premix 

15.071 

15.166 

Melkzuur 

7.272 

7.280 

NSP afbrekende enzymen 

150 

158 

L-Arginine 

104 

64 

Ureum 

5.000 

5.000 

Kopersulfaat 

350 

350 

Totaal 

14.412.171 

14.026.611 

 

 

3.3.2 

Soja 

Een van de moeilijkheden bij de ontwikkeling van de monitor was dat het verschil tussen de 
verbruikshoeveelheden sojabonen, -schroot en -hullen van de drie methodes erg groot is. Bij de 
ontwikkeling van de monitor is het belangrijk om de verbruikshoeveelheden van de drie methodes 
goed te vergelijken. Op het totaal aan gebruikte grondstoffen is het zo correct mogelijk inschatten van 
de juiste hoeveelheid soja(schroot) namelijk van wezenlijk belang; omdat soja voornamelijk van 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 21 

buiten Europa wordt ingevoerd, verschuift de verhouding in herkomst wanneer een andere methode 
wordt gebruikt. Een combinatie van de gegevens uit de drie verschillende methodes kan het meest 
representatieve beeld van het daadwerkelijke verbruik van sojaschroot in diervoeders in Nederland 
geven.  

Soja wordt ingevoerd in de vorm van hele sojabonen, sojaschroot en sojahullen. Een deel van de 
ingevoerde grondstoffen wordt in Nederland verwerkt. De uiteindelijk beschikbare hoeveelheid 
sojabonen, -schroot en -hullen kan worden gebruikt in diervoeding of humane voeding, of weer 
worden uitgevoerd. Figuur 1 geeft de stromen van bonen, schroot en hullen schematisch weer. 

 

Figuur 1  

Globaal stroomschema van sojabonen, sojaschroot en sojahullen van invoer (links) tot 

bestemming (rechts). 

In tabel 7 en tabel 8 zijn de hoeveelheden volgens de beschikbare bronnen voor respectievelijk 2019 
en 2020 weergegeven. Deze cijfers zijn onder elkaar gezet om tot een zo goed mogelijke inschatting 
van het gebruik van soja in diervoeders te komen. Gezien de grote hoeveelheden sojaschroot van 
MVO, het Comité der Graanhandelaren en de Grondstoffenwijzer van Nevedi zijn daarbij de hullen 
waarschijnlijk meegeteld. Het verbruik van soja volgens de uitvraag bij de leden van Nevedi 
representeert ongeveer 95% van de totale diervoedermarkt in Nederland (website Nevedi). Het 
werkelijke gebruik is daardoor hoger.  

 

 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 22 

Tabel 7  

De verschillende verbruikshoeveelheden (ton) van sojaproducten in 2019 volgens alle bronnen 
die zijn gebruikt om het daadwerkelijke gebruik en de herkomst van sojaschroot, -hullen en -

bonen in mengvoeders in te schatten. 

Bron 

Grondstof 

NL productie 

Invoer 

Uitvoer 

Verbruik DV 

Methode 1 

Sojaschroot 

 

 

 

1.320.252* 

Methode 2 

Sojaschroot 

2.408.600 

2.661.880 

3.176.046 

1.894.434 

Methode 3 ongecorrigeerd 

Sojaschroot 

 

 

 

1.594.550* 

Methode 3 gecorrigeerd 

Sojaschroot 

 

 

 

1.281.012* 

Nevedi eigen uitvraag leden 

Sojaschroot 

 

 

 

1.567.251 

MVO factsheet 

Sojaschroot 

 

2.700.000 

3.200.000 

1.900.000 

Nevedi (Grondstoffenwijzer) 

Sojaschroot- en 
bonen 

 

 

 

1.800.000 

Comité 

Sojabonen 
(schroot en olie) 

 

 

 

1.776.000 

Methode 1 

Sojahullen 

 

 

 

532.898 

Methode 2 

Sojahullen 

438.035 

134.206 

303.829 

Methode 3 ongecorrigeerd 

Sojahullen 

 

 

 

352.120 

Methode 3 gecorrigeerd 

Sojahullen 

 

 

 

282.882 

Nevedi eigen uitvraag leden 

Sojahullen 

 

 

 

288.441 

Methode 1 

Sojabonen 

 

 

 

3.636 

Methode 2 

Sojabonen 

4.111.583 

958.487 

Methode 3 ongecorrigeerd 

Sojabonen 

 

 

 

67.390 

Methode 3 gecorrigeerd 

Sojabonen 

 

 

 

54.139 

MVO factsheet 

Sojabonen 

 

4.100.000 

900.000 

*incl. bestendig sojaschroot en sojaconcentraat 

Tabel 8  

De verschillende verbruikshoeveelheden (ton) van sojaproducten in 2020 volgens alle bronnen 

die zijn gebruikt om het daadwerkelijke gebruik en de herkomst van sojaschroot, -hullen en -

bonen in mengvoeders in te schatten.

 

Bron 

Grondstof 

NL productie 

Invoer 

Uitvoer 

Verbruik DV 

Methode 1 

Sojaschroot 

 

 

 

1.529.699* 

Methode 2 

Sojaschroot 

2.530.100 

2.537.265 

3.288.406 

1.778.959 

Methode 3 
ongecorrigeerd 

Sojaschroot 

 

 

 

1.430.830* 

Methode 3 
gecorrigeerd 

Sojaschroot 

 

 

 

1.194.218* 

Nevedi eigen uitvraag 
leden 

Sojaschroot 

 

 

 

1.495.087 

MVO factsheet 

Sojaschroot 

 

2.500.000 

3.300.000 

1.700.000 

Methode 1 

Sojahullen 

 

 

 

359.570 

Methode 2 

Sojahullen 

318.325 

318.325 

Methode 3 
ongecorrigeerd 

Sojahullen 

 

 

 

345.010 

Methode 3 
gecorrigeerd 

Sojahullen 

 

 

 

287.957 

Nevedi eigen uitvraag 
leden 

Sojahullen 

 

 

 

272.562 

Methode 1 

Sojabonen 

 

 

 

3.946 

Methode 2 

Sojabonen 

4.534.127 

1.058.452 

Methode 3 

ongecorrigeerd 

Sojabonen 

 

 

 

66.230 

Methode 3 

gecorrigeerd 

Sojabonen 

 

 

 

55.278 

MVO factsheet 

Sojabonen 

 

4.500.000 

1.000.000 

*incl. bestendig sojaschroot en sojaconcentraat 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 23 

Het globale stroomschema van figuur 1 kan voor 2019 en 2020 worden ingevuld op basis van de 
gegevens uit tabel 7 en 8 waarbij zowel methode 1, 2 als 3 wordt gebruikt. Daaruit volgt figuur 2 voor 
2019 en figuur 3 voor 2020. Hoe de hoeveelheden in het stroomschema zijn ingevuld, is hieronder 
stap voor stap te lezen. 

 

 

Figuur 2  

Globaal stroomschema van sojabonen, sojaschroot en sojahullen van invoer (links) tot 

bestemming (rechts) in Nederland in 2019. Hoeveelheden zijn ingevuld op basis van een 

combinatie van methode 1, 2 en 3. 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 24 

 

Figuur 3  

Globaal stroomschema van sojabonen, sojaschroot en sojahullen van invoer (links) tot 

bestemming (rechts) in Nederland in 2020. Hoeveelheden zijn ingevuld op basis van een 

combinatie van methode 1, 2 en 3. 

 

Sojabonen 
De handelsbalans (methode 2) van sojabonen laat zien dat een deel van de ingevoerde sojabonen 
wordt uitgevoerd. Het aandeel sojabonen dat in diervoeding is gebruikt is afgeleid van methode 3, 
omdat dit vergeleken met methode 1 en 2 als de meest realistische waarde werd beschouwd. De rest 
van de ingevoerde sojabonen (methode 2) wordt dus niet uitgevoerd en niet direct in diervoeder 
gebruikt. Dit deel wordt in Nederland verwerkt en is in de figuur terug te zien als sojabonen voor 
verwerking (figuur 1).  

Volgens WEcR (2014) ontstaat bij de verwerking van sojabonen 71% sojaschroot, 6% sojahullen, 20% 
sojaolie, en gaat 3% van het volume verloren. Wanneer sojahullen en -schroot samen genomen 
worden zien we 77% van de in Nederland verwerkte sojabonen  dus terug als binnenlandse productie 
van hullen en binnenlandse productie van schroot. Het is waarschijnlijk dat bij de Nederlandse 
productie van sojaschroot ook al een deel van de hullen zijn meegeteld. Het percentage sojaschroot 
kan dus hoger zijn dan 71%, omdat hieraan hullen zijn toegevoegd. Er blijft dan minder dan 6% losse 
hullen over. De binnenlandse productie van schroot is bekend uit de handelsbalans (methode 2). Dit 
getal verandert dus niet en komt van EUROSTAT. Vervolgens is de inlandse productie van soja hullen 
berekend. Dit is gedaan door eerst de potentiële hoeveelheid sojaschroot inclusief hullen te berekenen 
op basis van 77% van de geschatte in Nederland verwerkte sojabonen. Vervolgens is het getal van in 
Nederland geproduceerde sojaschroot (volgens EUROSTAT) hiervan afgetrokken om de hoeveelheid in 
Nederland geproduceerde sojahullen te berekenen. In 2019 was het EUROSTAT getal groter dan 77% 
van de verwerkte sojabonen, waardoor de in Nederland geproduceerde soja hullen op 0 geschat 
wordt.  

Sojaschroot 
Sojaschroot wordt in aanzienlijke hoeveelheden in mengvoeders verwerkt. Om het totaal verbruik aan 
sojaschroot zo goed mogelijk in te schatten, zijn de hoeveelheden van alle bronnen met elkaar 
vergeleken. 

De invoer van sojaschroot is gebaseerd op methode 2. De binnenlandse productie van sojaschroot uit 
methode 2 is afkomstig van de verwerking van sojabonen. Samen met de productie van sojaschroot 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 25 

uit de ingevoerde sojabonen is daarmee een grote hoeveelheid sojaschroot beschikbaar. Daarvan 
wordt een deel geëxporteerd (methode 2) en een deel in diervoeding gebruikt (methode 3). 

De verbruikshoeveelheden van bestendig sojaschroot en sojaconcentraat, beide methode 1, worden in 
de monitor gerekend als sojaschroot. Deze hoeveelheden zijn opgeteld bij de hoeveelheid sojaschroot 
van methode 1. Ook worden de verbruikshoeveelheden van bestendig sojaschroot en sojaconcentraat, 
beide methode 3, in de monitor gerekend als sojaschroot. Deze hoeveelheden zijn opgeteld bij de 
hoeveelheid sojaschroot van methode 3. 

Ten opzichte van de overige bronnen lijkt methode 2 voor beide jaren een te hoge inschatting te 
geven voor de in NL geproduceerde hoeveelheid sojaschroot. Voor sojaschroot is de handelsbalans 
(methode 2) waarschijnlijk niet representatief voor de daadwerkelijke herkomst van soja die voor 
diervoeders beschikbaar is in Nederland. Soja wordt namelijk niet in die mate geteeld in Nederland. 
Rauwe sojabonen worden voornamelijk ingevoerd voor de productie van sojaschroot. Daarom lijkt in 
Nederland meer sojaschroot te worden geproduceerd dan te worden ingevoerd vanuit het buitenland. 
De totaal beschikbare hoeveelheid is daarmee erg hoog. In werkelijkheid worden sojabonen 
geïmporteerd van buiten geografisch Europa en in Nederland verwerkt. 

Op basis van methode 1, methode 3, MVO en de uitvraag bij de leden van Nevedi is voor beide jaren 
een inschatting gemaakt van het gebruik van sojaschroot in diervoeder. Het verbruik aan sojaschroot 
volgens MVO (1.900.000 ton in 2019 en 1.700.000 ton in 2020) lijkt een overschatting. Het is 
waarschijnlijk dat hierbij ook hullen zijn meegeteld en dat het daadwerkelijke gebruik aan sojaschroot 
lager ligt. Voor beide jaren komen methode 1, methode 3 (ongecorrigeerd) en de eigen uitvraag van 
Nevedi het meest overeen. Deze drie bronnen zijn daarom gebruikt om een uiteindelijke inschatting te 
maken. Voor 2020 laten alle bronnen, behalve methode 1, een daling in het verbruik van sojaschroot 
zien ten opzichte van 2019. Voor 2019 is aangenomen dat 1.550.000 ton sojaschroot werd gebruikt in 
diervoeders. Voor 2020 is aangenomen dat 1.450.000 ton sojaschroot werd gebruikt. 

Sojahullen 
Er zijn geen gegevens beschikbaar over de Nederlandse productie van sojahullen uit sojabonen. Zoals 
eerder genoemd is berekend hoeveel sojahullen vrijkomen bij de verwerking van sojabonen. Samen 
met de ingevoerde hullen (methode 2) is de totaal beschikbare hoeveelheid sojahullen in Nederland 
berekend. Daarvan is bekend dat een deel in diervoeding wordt gebruikt (methode 3). Er is dus 
aangenomen dat de hoeveelheid sojahullen gebruikt in diervoerders gelijk is aan de gecorrigeerde 
hoeveelheid gebruikt in methode 3. Hierdoor blijft er voor zowel 2019 als 2020 een deel van de 
sojahullen als overige over. Wanneer de ongecorrigeerde getallen voor het gebruik van sojahullen 
aangenomen zouden worden zou voor 2019 geen overige soja hullen meer aanwezig zijn (eigenlijk 
negatief circa 50 kiloton) en voor 2020 is er dan nog circa 77 kiloton overige soja hullen.  

 

3.3.3 

Mengvoergrondstoffen met additionele aannames 

Voor een aantal grondstoffen moesten aanvullende aannames worden gedaan om tot een inschatting 
van de meest representatieve waarde (methode 1 of 2) te komen. Methode 3 is indirect gebruikt om 
methode 1 of 2 aan te nemen, of het aandeel van de beschikbare hoeveelheid dat in diervoeders 
gebruikt wordt in te schatten. De additionele aannames zijn hieronder per grondstof beschreven. Bij 
het lezen van deze discussie wordt geadviseerd bijlage 5 en 6 erbij te houden. Daarin staan de 
getallen per grondstof zoals berekend volgens methode 1 en 2 en worden de verschillen tussen de 2 
methodes duidelijk. Bij een groot verschil tussen methode 1 en 2 is aangenomen welke methode het 
meest betrouwbaar lijkt om tot de in tabel 5 weergegeven getallen te komen. De overwegingen achter 
deze aannames worden hieronder weergegeven. 

Tarwe, rogge, gerst en triticale 
Van tarwe wordt, op basis van gegevens van het Comité (Comité der Graanhandelaren, 2018), 
verondersteld dat 54% van de totaal beschikbare hoeveelheid wordt gebruikt in diervoeders. Dit 
percentage is toegepast op de beschikbare hoeveelheid tarwe volgens methode 2. 
Er zijn voor tarwe, rogge en gerst grote verschillen tussen methode 1, 2 en 3 te zien. In Nederland is 
potentieel een veel grotere hoeveelheid tarwe uit productie en invoer aanwezig dan volgens methode 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 26 

1 in diervoeder gebruikt wordt. Voor rogge en gerst is dit andersom en is de hoeveelheid die volgens 
methode 1 gebruikt wordt volgens de handelsbalans (methode 2) niet beschikbaar. Mede gebaseerd 
op methode 3 is bij triticale en rogge voor het verschil tussen methode 1 en 2 aangenomen dat het 
hier ook om tarwe gaat. Deze verschillen zijn daarom opgeteld bij het tarweverbruik van methode 1. 
Dan wordt het tarwe gebruik in diervoeders geschat op 2.204.349 ton in 2019, en 1.621.087 ton in 
2020. Dit is nog steeds aanzienlijk lager dan de bijna 3 miljoen ton die beschikbaar is volgens de 
handelsbalans en het gebruik voor diervoeders geschat uit de publicatie van het Comité (2018). Ook is 
het verschil in het gebruik van granen tussen 2019 en 2020 vrij groot. Dit behoeft verdere studie om 
de oorzaak hiervan te achterhalen. Mogelijke oorzaken kunnen zijn de reeds eerder genoemde 
onderlinge verkoop tussen agrarische bedrijven (bijvoorbeeld van akkerbouwer naar veehouderij) 
waarbij deze grondstoffen los aan het rantsoen van de dieren worden bijgevoegd. Deze grondstoffen 
staan wel als binnenlandse productie in de cijfers van CBS (methode 2), maar komen bijvoorbeeld niet 
terug in de verkoop aan mengvoerbedrijven (methode 3, SecureFeed getallen). 

Sorghum 
Sorghum wordt op basis van methode 1 niet verwerkt in mengvoeders voor landbouwhuisdieren. Op 
basis van methode 2 lijkt er wel potentieel een kleine hoeveelheid sorghum in Nederland beschikbaar: 
8.679 ton in 2019 en 5.718 ton in 2020. In de productie van huisdiervoeders (met name in voeder 
voor duiven, sierpluimvee en papagaai-achtigen) wordt veel sorghum gebruikt (pers med F. Gort). 
Daarnaast wordt mogelijk ook een deel van de sorghum voor humane voeding gebruikt. Ook volgens 
methode 3 wordt sorghum nauwelijks in voeders voor landbouwhuisdieren verwerkt.  
Er is daarom aangenomen dat in beide jaren geen sorghum in voeders voor landbouwhuisdieren is 
verwerkt.  

Haver 
Het verbruik van haver in diervoeder volgens methode 1 is 0, maar volgens methode 2 is er in 
Nederland wel haver beschikbaar. Naar verwachting wordt een groot deel hiervan verwerkt in 
paardenvoer en gebruikt in humaan voedsel. Omdat het aannemelijk is dat haver ook in kleine 
hoeveelheden wordt gebruikt in pluimveevoeders (vleeskuikens en leghennen), is 20% van de totaal 
beschikbare hoeveelheid van methode 2 in de monitor toegerekend aan pluimvee. Dat is 33.145 ton in 
2019 en 38.214 ton in 2020. 

Tarwegries 
Op basis van methode 3 is aangenomen dat alle beschikbare tarwegries volgens methode 2 in 
diervoeders werd gebruikt. Dat is 606.140 ton in 2019 en 607.133 ton in 2020. Wat betreft de 
herkomst van tarwegries is er een aanvullende aanname gedaan. In 2019 was 20% van alle tarwe 
afkomstig uit Nederland, in 2020 was 19% van alle tarwe afkomstig uit Nederland. Omdat tarwegries 
afkomstig is van tarwe, is de herkomstverdeling van tarwe toegepast op het deel dat wordt als 
Nederlandse productie van tarwegries is gerapporteerd. Dat leidde tot een inschatting van de 
daadwerkelijke inlandse productie van tarwegries: 12% in 2019 en 11% in 2020. Voor de herkomst 
van het overige deel tarwegries wordt de herkomstverdeling van tarwe aangehouden. 

Tarweglutenvoer 
Voor handelsbalans gegevens (methode 2) voor tarweglutenvoer en bakkerijproducten zijn geen 
gegevens verzameld over het deel dat in diervoeders wordt gebruikt. Na vergelijking met methode 3 is 
aangenomen dat 90%van de beschikbare hoeveelheid tarweglutenvoer (methode 2) in diervoeders 
wordt verwerkt. In 2019 was dat 16.221 ton, in 2020 was dat 12.567 ton. Tarweglutenvoer bestaat 
grotendeels uit tarwe. Daarom is voor deze grondstoffen dezelfde herkomstverdeling als voor tarwe 
aangenomen. 
 
Bakkerijproducten 
Op basis van methode 3 is aangenomen dat 80% van de beschikbare bakkerijproducten (methode 2) 
in diervoeders wordt verwerkt. Dat is 480.000 ton in 2019 en 208.000 ton in 2020. Bakkerijproducten 
zijn waarschijnlijk voornamelijk van tarwe gemaakt. Daarom is de herkomstverdeling van tarwe 
toegepast op deze producten. 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 27 

DDGS mais 
Op basis van methode 3 (ongecorrigeerd) is aangenomen dat methode 2 de beste inschatting maakt 
van het gebruik van DDGS mais in diervoeders: 32.625 ton in 2019 en 56.215 ton in 2020. 
 
Zonnebloemzaadschroot 
De gegevens van methode 3 duiden erop dat methode 1 een overschatting geeft van het gebruik van 
zonnebloemzaadschroot. Daarom wordt methode 2 gehanteerd als meest aannemelijke schatting voor 
de beschikbaarheid of het gebruik: 624.273 ton in 2019 en 592.663 ton in 2020. Methode 2 geeft aan 
dat zonnebloemzaadschroot deels in Nederland wordt geproduceerd. Omdat zonnebloemzaadschroot 
afkomstig is van zonnebloempitten en alleen in Nederland wordt verwerkt, is voor dit Nederlandse deel 
dezelfde herkomstverdeling als bij zonnebloempitten toegepast. Dat betekent dat er geen 
zonnebloemzaadschroot uit Nederland komt. 

Kokosschroot/kokosschilfers 
Volgens methode 2 waren in Nederland kokosschroot en -schilfers beschikbaar. Volgens methode 3 
werden deze echter niet in diervoeders gebruikt. Daarom is conform methode 1 aangenomen dat in 
beide jaren geen kokosschroot- en schilfers in diervoeders werden gebruikt. 

Palmpitschilfers 
Volgens het Comité der Graanhandelaren wordt 71%4 van de beschikbare hoeveelheid palmpitschilfers 
in diervoeders verwerkt: 691.869 ton in 2019 en 643.046 ton in 2020 (methode 2). Dat is meer dan 
de hoeveelheid berekend met methode 1. Mede op basis van methode 3 (ongecorrigeerd) en omdat 
voor palmpitschilfers voldoende gegevens beschikbaar zijn over de hoeveelheid invoer, uitvoer en het 
gebruik in diervoeders, is methode 2 gevolgd. 

Raapzaadschroot en -schilfers 
Methode 2 lijkt het meest betrouwbaar op basis van de invoer- en uitvoergegevens, met de aanname 
dat 100% wordt gebruikt in diervoeders. Het is niet aannemelijk dat een relevante hoeveelheid 
raapschroot voor humane toepassingen wordt gebruikt. In 2019 was er 994.593 ton raapschroot in 
Nederland beschikbaar volgens methode 2. Daarbij is ook 215.000 ton bestendig raap opgeteld, 
volgens methode 2. In 2020 was er 1.032.694 ton raapschroot in Nederland beschikbaar volgens 
methode 2. Daarbij is ook 225.000 ton bestendig raap opgeteld, volgens methode 2. 

Maïskiemschroot en -schilfers 
Maïskiemschroot en -schilfers zijn niet meegenomen in de optimalisatie, omdat hiervan geen prijzen 
beschikbaar zijn. Het gebruik volgens methode 1 is daarom 0. Methode 2 is gevolgd, waarbij 19.861 
ton wordt gebruikt. Hiervoor is ook methode 3 (ongecorrigeerd) als referentiegetal gebruikt. Dit getal 
kwam het meest overeen met methode 2, waarbij is aangenomen dat 40% in diervoeders wordt 
gebruikt. 

Maïsglutenvoer 
De hoeveelheid volgens methode 1 komt het meest overeen met de hoeveelheid van methode 3 
(ongecorrigeerd). Omdat de hoeveelheden volgens methode 1, 2 en 3 erg uiteenlopen, is voor beide 
jaren aangenomen dat 80.000 ton maisglutenvoer werd gebruikt. In dit rapport is aangenomen dat 
het hier gaat om maïsglutenvoer als droog product. 

Lijnzaadschroot en -schilfers 
Lijnzaadschroot en -schilfers zijn niet meegenomen in de optimalisatie, omdat hiervan geen prijzen 
beschikbaar zijn. Daarom is methode 2 gevolgd. De cijfers van methode 2 zijn vergelijkbaar met de 
cijfers van methode 3. Volgens methode 2 was 8.661 ton beschikbaar in 2019, en 9.482 ton in 2020. 
Er is aangenomen dat 100% van deze hoeveelheid in diervoeders werd verwerkt. Omdat 
lijnzaadschroot en -schilfers producten zijn van de verwerking van lijnzaad, is, net als voor lijnzaad 
(zie verderop), aangenomen dat 100% van buiten geografisch Europa wordt ingevoerd. 

 

4 https://www.graan.com/dynamic/media/1/documents/Sectoranalyse_ComiteGraanhandelaren_def_HR.pdf 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 28 

Maïsglutenmeel 
De hoeveelheden maisglutenmeel verschillen erg per methode. Op basis van de cijfers van alle 
methodes en beide jaren is daarom een inschatting gemaakt en aangenomen dat 10.000 ton 
maisglutenmeel in diervoeders werd gebruikt in 2019 en 2020.  

Erwten droog 
Vergeleken met de andere methodes lijkt methode 1 een te hoge inschatting te geven voor 2019, en 
een te lage inschatting voor 2020. Methode 2 komt het meest overeen met methode 3. Volgens 
methode 2 was er in 2019 75.549 ton beschikbaar en in 2020 was er 107.649 ton beschikbaar, 
waarvan niets inlands geproduceerd werd. Dit lijkt aannemelijk, omdat het onwaarschijnlijk is dat de 
in Nederland geteelde erwten gedroogd worden voor gebruik in diervoeder. Daarom is de hoeveelheid 
van methode 2 aangenomen. 

Lupinen 
Volgens methode 1 werd er geen lupine gebruikt in diervoeders. Methode 2 geeft een totaal 
beschikbare hoeveelheid van 173.941 ton aan. Omdat lupinen wel in diervoeders worden gebruikt, is 
de beschikbare hoeveelheid van methode 2 te gevolgd. Lupinen wordt ook veel in humane voeding 
verwerkt, zoals in chips, sauzen, snacks, koekjes, brood en vleesvervangers. Op basis van methode 3 
is daarom ingeschat dat 40% van de beschikbare hoeveelheid (methode 2) in diervoeders wordt 
gebruikt. In 2019 was dat 69.576 ton, in 2020 was dat 49.300 ton. 

Bonen 
Volgens methode 1 werden bonen niet gebruikt in diervoeders in 2019 en 2020. Er zijn wel bonen 
beschikbaar (methode 2), en daarvan werd waarschijnlijk 60% in diervoeders gebruikt. Dit percentage 
is gebaseerd op de ongecorrigeerde cijfers van methode 3 omdat bonen ook voor humaan gebruik zijn 
bedoeld. In 2019 werd 14.614 ton bonen in diervoeders gebruikt, in 2020 werd 37.379 ton in 
diervoeders gebruikt. 

Raapzaad 
Volgens methode 2 was er in beide jaren raapzaad beschikbaar in Nederland. Volgens methode 1 werd 
raapzaad niet gebruikt in diervoeders. Dat is aannemelijk, want het wordt met name gebruikt voor de 
productie van raapolie, o.a. voor de humane voeding. Daarnaast is raapzaad een belangrijk ingrediënt 
in voeders voor siervogels (net als vele andere kleinere onbewerkte zaden) (pers med. F. Gort). Er is 
daarom aangenomen dat er geen raapzaad in diervoeders werd verwerkt in 2019 en 2020. Raapzaad 
is als zodanig niet meegeteld in de monitor, omdat is aangenomen dat deze al in de productie van 
raapzaadschroot en -schilfers is meegenomen. Dit is vergelijkbaar met situatie voor de import van 
rauwe sojabonen. 

Lijnzaad 
De drie methodes laten voor beide jaren erg verschillende verbruikshoeveelheden van lijnzaad zien. 
Volgens methode 1 wordt er geen lijnzaad in diervoeders gebruikt. Dit is onwaarschijnlijk. Voor 2019 
en 2020 is een verbruik van 25.000 ton lijnzaad aangenomen, gebaseerd op de hoeveelheden 
methode 2 en 3 van beide jaren. Op basis van communicatie met de diervoedersector is aangenomen 
dat alle lijnzaad wordt ingevoerd van buiten Europa. 

Zonnebloempitten 
Volgens methode 1 werden zonnebloempitten niet gebruikt in diervoeders. Hele zonnebloempitten zijn 
als zodanig niet meegeteld in de monitor, omdat is aangenomen dat deze al in de productie van 
zonnebloemzaadschroot zijn meegenomen. Daarnaast zijn zonnebloempitten een belangrijk ingrediënt 
voor voeders voor tuinvogels en papegaaiachtige, deze voeders worden voor een groot deel 
geëxporteerd (pers med. F. Gort). Voor beide jaren is het verbruik aan zonnebloempitten voor 
landbouwhuisdieren daarom 0. 
 
Luzernemeel 
Van luzernemeel is de Nederlandse productie niet bekend. Op basis van methode 3 (ongecorrigeerd) is 
daarom een inschatting gemaakt van de inlandse productie: er is aangenomen dat in Nederland 
ongeveer 70.000 ton luzernemeel wordt geproduceerd. Volgens methode 2 wordt een deel daarvan 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 29 

uitgevoerd. Het totaal verbruik aan luzernemeel volgens methode 2 is gevolgd: 48.412 ton in 2019 en 
54.353 ton in 2020. 

Bietenpulp 
De beschikbaarheid van bietenpulp volgens methode 2 is hoger dan het verbruik volgens methode 1. 
Omdat bietenpulp, ook volgens methode 3,  in grote hoeveelheden in diervoeders wordt verwerkt, en 
we geen toepassing in de humane voeding hiervoor zien, is de volledige beschikbare hoeveelheid van 
methode 2 gebruikt. Dat was 522.112 ton in 2019 en 483.536 ton in 2020. 
 
Citruspulp 
Vanwege de verschillen tussen de methodes en tussen 2019 en 2020 is geen getal overgenomen uit 
één van de methodes, maar is er een hoeveelheid citruspulp ingeschat op basis van methode 1, 2 en 
3. Voor 2019 is 110.000 ton citruspulp aangehouden en voor 2020 100.000 ton. 

Rietsuikermelasse 
Gebaseerd op methode 2 en 3 is ingeschat dat 50% van de totaal beschikbare rietsuikermelasse 
(methode 2) in diervoeders wordt gebruikt. Met dit percentage was er volgens methode 2 52.431 ton 
beschikbaar in 2019 en 23.474 ton in 2020. Methode 2 is gevolgd. 
 
Aardappeleiwit 
Aardappeleiwit wordt in kleine hoeveelheden in diervoeders gebruikt en is afkomstig van Nederlandse 
productie. Op basis van methode 3 is ingeschat dat in 2019 4.000 ton aardappeleiwit werd gebruikt en 
7.000 ton in 2020, volledig uit binnenlandse productie. 
 
Protapec 
Protapec is een product gemaakt van soja- en aardappeleiwit. Het bestaat voor 1/3 deel uit ingedampt 
vruchtwater van aardappelen, gedroogd op sojahullen (2/3 deel). Het is aannemelijk dat het 
vruchtwater van aardappelen van Nederlandse herkomst is, en dat de sojahullen van buiten 
geografisch Europa zijn ingevoerd. Alleen methode 3 geeft getallen voor het verbruik van protapec in 
diervoeding weer, en dat is aannemelijk omdat het in melkveevoeding wordt gebruikt. Op basis van 
methode 3 is daarom voor beide jaren aangenomen dat het verbruik van protapec rond de 15.000 ton 
lag.  

Bietmelasse 
Er is niet bekend hoeveel bietmelasse voor diervoeding bestemd is. Op basis van methode 2 en 3 is 
ingeschat dat 60% van alle beschikbare bietmelasse (methode 2) in diervoeders verwerkt wordt. In 
2019 was dat 147.988 ton en in 2020 was dat 145.794 ton. 

Weipoeder 
Omdat er geen CN-codes beschikbaar zijn voor weipoeder, is niet met zekerheid te bepalen of de 
beschikbare hoeveelheid bedoeld is voor humane voeding, diervoeders of een andere toepassing. 
Methode 3 geeft een veel hoger verbruik weer dan methode 1 en 2. Het is waarschijnlijk dat in deze 
getallen kalvermelk is meegeteld. Weipoeder/melkproducten voor vleeskalveren worden niet 
beschouwd als mengvoer en zijn niet meegenomen in deze monitor. Het getal volgens methode 1 
(7.272 ton in 2019 en 7.280 ton in 2020) geeft waarschijnlijk het verbruik in biggenvoer weer en is 
daarom aangenomen. 

Vismeel 
Omdat vismeel ook in visvoeders wordt gebruikt, die niet in deze monitor zijn opgenomen, en op basis 
van methode 3, is voor methode 2 aangenomen dat 20% in diervoeders werd gebruikt, waarvan een 
kwart in pluimveevoer en de rest in biggenvoer: 1.945 ton in 2019 en 1.670 ton in 2020. 

Dierlijk vet, rundvet, varkensvet, visolie, pluimveevet 
Er worden verschillende dierlijke vetten in diervoeding verwerkt. Niet alle methodes laten het 
specifieke verbruik van de verschillende vetten zien. In de formulatie van de voersamenstelling in 
methode 1 werd bijvoorbeeld geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten dierlijk vet. 
Methode 2 hanteert de categorieën rundvet, varkensvet, visolie, pluimveevet en dierlijk vet. Om het 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 30 

verbruik van de vetten te kunnen vergelijken en goed in te kunnen schatten, is het verbruik van 
varkensvet, visolie en pluimveevet en dierlijk vet bij elkaar opgeteld. Volgens methode 3 werd er geen 
rundvet gebruikt, echter dit kan ook reeds in de categorie dierlijk vet verwerkt zijn. Voor het totaal 
verbruik aan dierlijk vet is vervolgens de gemiddelde herkomst berekend van alle dierlijke vetten. In 
2019 werd 34.328 ton dierlijk vet gebruikt, waarvan 48% uit Nederland, 48% uit geografisch Europa 
en 4% van buiten geografisch Europa. In 2020 werd 34.495 ton dierlijk vet verbruikt, waarvan 49% 
uit Nederland, 46% uit geografisch Europa en 5% van buiten geografisch Europa. 

Kokosvet 
Voor kokosvet is, gebaseerd op methode 2 en 3, aangenomen dat 75% van de beschikbare 
hoeveelheid volgens methode 2 in diervoeders wordt verwerkt. Dat was 3.237 ton in 2019 en 3.179 
ton in 2020. Er is aangenomen dat kokosvet in dezelfde verhouding over diergroepen wordt verdeeld 
als plantaardige oliën en vetten. Dat betekent dat het voorkomt in voeders voor biggen, ouderdieren, 
eenden en kalkoenen. 

Palmolie 
Vanwege de verschillen tussen de hoeveelheden van de methodes en jaren is aangenomen dat in 
2019 en 2020 35.000 ton palmolie werd gebruikt. Dat getal is gebaseerd op methode 3. 
 
Palmpitvet, raapolie, zonnebloemolie, diverse plantaardige olie en lijnolie, mengsels vet(zuren) 
Voor palmpitvet, raapolie, zonnebloemolie, diverse plantaardige olie en lijnolie, mengsels vet(zuren) is 
niet methode 1 of 2 gevolgd maar een getal aangenomen op basis van methode 3. Voor al deze vetten 
is aangenomen dat zij in dezelfde verhouding over diergroepen worden verdeeld als plantaardige oliën 
en vetten. Dat betekent dat de vetten voorkomen in voeders voor biggen, ouderdieren, eenden en 
kalkoenen. 

Krijt en kalksteentjes 
Gegevens over de Nederlandse productie van krijt en kalksteentjes zijn niet. Het is niet zeker of in 
herkomstgegevens van krijt en kalksteentjes ook technische toepassingen zitten. Daardoor is het 
onzeker of de herkomstgegevens representatief zijn voor diervoeder. Methode 1 is gebruikt, omdat de 
voersamenstelling in deze methode is geoptimaliseerd op het calciumgehalte van de voeders. Krijt en 
kalksteentjes zijn de belangrijkste bron van calcium. Op basis van deze aanname werd in 2019 een 
hoeveelheid van 306.078 ton krijt en kalksteentjes gebruikt en in 2020 werd 314.197 ton gebruikt. 

Zout 
Er is aangenomen dat maar een zeer klein deel van alle beschikbare zout volgens methode 2 in 
diervoeders wordt verwerkt. Op basis van methode 3 is ingeschat dat 0.9% van alle beschikbare zout 
in diervoeders wordt verwerkt: 52.653 ton in 2019 en 48.270 ton in 2020. 
 
Natrium-bicarbonaat 
Er zijn geen gegevens bekend over het aandeel natrium-bicarbonaat dat is bestemd voor diervoeding. 
Op basis van methode 3 is ingeschat dat van de beschikbare hoeveelheid volgens methode 2 ongeveer 
25% naar diervoeders gaat. In 2019 was dat 25.177 ton en in 2020 was dat 22.894 ton. 
 
Premix vitamines en mineralen 
Er is geen handelsbalans (methode 2) beschikbaar voor premix vitamines en mineralen. Het is 
aannemelijk dat premix ongeveer 0.4% (eigen inschatting) van het totale verbruik aan mengvoer 
beslaat. Dit percentage is voor beide jaren toegepast op het totaal mengvoerverbruik in Nederland en 
resulteerde in 53.401 ton premix in 2019 en 54.393 ton in 2020. 
 
Monocalciumfosfaat 
Door verschillen tussen de jaren en methode 1 en 2 is voor beide jaren aangenomen dat er 15.000 ton 
monocalciumfosfaat in diervoeding werd verwerkt. Dit getal is gebaseerd op methode 3. 
 
Magnesiumoxide 
Door verschillen tussen de jaren en methode 1 en 2 is voor beide jaren aangenomen dat er 15.000 ton 
magnesiumoxide in diervoeding werd verwerkt. Dit getal is gebaseerd op methode 3. 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 31 

 
Ureum 
Door verschillen tussen de jaren en methode 1 en 2 is voor beide jaren aangenomen dat er 5.000 ton 
ureum in diervoeding werd verwerkt. Dit getal is gebaseerd op methode 3. 
 
Kopersulfaat 
Door verschillen tussen de jaren en methode 1 en 2 is voor beide jaren aangenomen dat er 350 ton 
kopersulfaat in diervoeding werd verwerkt. Dit getal is gebaseerd op methode 3. 
 
Aminozuren (L-lysine, DL-methionine, L-threonine, L-valine, L-arginine, L-isoleucine) 
Van de meeste aminozuren zijn geen productie of in- en uitvoergegevens beschikbaar. Voor alle 
aminozuren is methode 1 gevolgd. Er is daarbij aangenomen dat er geen Nederlandse productie is, en 
dat de volledige hoeveelheid wordt ingevoerd vanuit geografisch Europa. 

3.4 

Herkomst mengvoer per diercategorie 

In tabel 9 en 10 is de berekende herkomst van de gebruikte diervoedergrondstoffen in Nederland in 
2019 en 2020 per diercategorie aangegeven, ten opzichte van de diercategorie zelf (diercategorie 
=100%). De herkomst, namelijk Nederlandse productie, invoer uit geografisch Europa, en invoer van 
buiten geografisch Europa, is weergegeven in percentage van de totale hoeveelheid gebruikte 
diervoedergrondstoffen in mengvoer voor de betreffende diercategorie. 
 

Tabel 9  

Schatting van de herkomst van diervoedergrondstoffen in 2019, weergegeven in 
percentage Nederlandse productie, invoer en uitvoer per diercategorie. 

Diercategorie 

Nederlandse 

productie (%) 

Invoer uit geogr. 

Europa (%) 

Invoer van buiten geogr. 

Europa (%) 

Melkvee 

7,2 

46,5 

46,4 

Vleesvee 

7,2 

63,5 

29,4 

Vleesvarkens 

12,8 

73,5 

13,7 

Fokvarkens 

14,2 

75,5 

10,3 

Biggen 

10,0 

65,3 

24,7 

Vleeskuikens 

11,3 

65,2 

23,5 

Leghennen 

6,3 

76,9 

16,8 

Ouderdieren 

7,8 

73,8 

18,4 

Eenden 

9,2 

64,5 

26,4 

Kalkoenen 

8,2 

66,6 

25,2 

 

Tabel 10   Schatting van de herkomst van diervoedergrondstoffen in 2020, weergegeven in 

percentage Nederlandse productie, invoer en uitvoer per diercategorie. 

Diercategorie 

Nederlandse 

productie (%) 

Invoer uit geogr. 

Europa (%) 

Invoer van buiten geogr. 

Europa (%) 

Melkvee 

8,0 

58,2 

33,8 

Vleesvee 

5,9 

74,2 

19,9 

Vleesvarkens 

10,3 

74,0 

15,7 

Fokvarkens 

10,1 

77,4 

12,5 

Biggen 

8,1 

69,6 

22,3 

Vleeskuikens 

10,5 

65,5 

23,9 

Leghennen 

6,2 

76,1 

17,7 

Ouderdieren 

5,8 

78,4 

15,8 

Eenden 

8,5 

68,0 

23,5 

Kalkoenen 

7,6 

73,1 

19,3 

 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 32 

Tabel 9 en 10 laten zien dat voor alle diercategorieën een groot deel van de diervoedergrondstoffen 
wordt ingevoerd uit geografisch Europa. De Nederlandse productie is het grootst voor grondstoffen 
voor fok- en vleesvarkenvoeders en vleeskuikenvoeders. Voor vleesvee en leghennen is de 
Nederlandse productie het laagst. Voor melkveevoeders wordt het grootste deel van buiten 
geografisch Europa ingevoerd, en voor vlees- en fokvarkens wordt het minst ingevoerd van buiten 
geografisch Europa. Deze verhoudingen zijn vergelijkbaar voor 2019 en 2020. 
Van melkveevoer wordt een groot deel ingevoerd van buiten geografisch Europa. Het gaat dan vooral 
om controversiële producten zoals sojaschroot, sojahullen en palmpitschroot, die met 
ontbossingsproblemen geassocieerd worden. Aan de andere kant zijn deze ingevoerde producten wel 
producten die deels niet rechtstreeks in humane voeding kunnen worden gebruikt, zoals 
palmpitschroot en sojahullen. Daarnaast is voor melkvee (zie paragraaf 3.5) het mengvoer een 
aanvulling op het (veelal door veehouders zelf geteelde) ruwvoer. 
Bij melkvee is er een relatief groot verschil in herkomst tussen 2019 en 2020. Zoals eerder vermeld, is 
methode 1 erg gevoelig voor verschuivingen in de voersamenstelling. Een kleine schommeling in de 
voersamenstelling kan leiden tot een groot verschil in het uiteindelijke resultaat. De voersamenstelling 
wijst de grondstoffen toe aan de verschillende diercategorieën en bepaalt zo de verdeling en herkomst 
van grondstoffen per diercategorie. Zo is in de voersimulatie van 2019 en 2020 een kleine 
schommeling te zien in het verbruik aan bietenpulp. In 2020 werd er volgens de gesimuleerde 
voersamenstelling 328.000 ton meer bietenpulp in melkveevoer verwerkt. Aan fokvarkens werd er 
juist 335.000 ton minder bietenpulp gevoerd in 2020. 
 
 
 
In tabel 11 en 12 is de herkomst van de gebruikte diervoedergrondstoffen in Nederland in 2019 en 
2020 per diercategorie aangegeven. De herkomst, namelijk Nederlandse productie, invoer uit 
geografisch Europa, en invoer van buiten geografisch Europa, is weergegeven in percentage van de 
totale hoeveelheid gebruikte diervoedergrondstoffen in Nederland in 2019 en 2020 voor alle 
genoemde diercategorieën gezamenlijk. Daarbij verschilt de bijdrage aan de totale hoeveelheid 
mengvoerders dus per diercategorie.  
 

Tabel 11   Schatting van de herkomst van diervoedergrondstoffen per diercategorie in 2019, 

weergegeven in percentage Nederlandse productie, invoer en uitvoer van het totaal 
gebruik aan diervoedergrondstoffen in Nederland. 

 

Tabel 12   Schatting van de herkomst van diervoedergrondstoffen per diercategorie in 2020, 

weergegeven in percentage Nederlandse productie, invoer en uitvoer van het totaal 
gebruik aan diervoedergrondstoffen in Nederland. 

Diercategorie 

Nederlandse productie 

(% van totaal NL) 

Invoer uit geogr. 

Europa (% van totaal 

NL) 

Invoer van buiten 

geogr. Europa 

(% van totaal NL) 

Diercategorie 

Nederlandse productie 

(% van totaal NL) 

Invoer uit geogr. 

Europa  

(% van totaal NL) 

Invoer van buiten 

geogr. Europa 

(% van totaal NL) 

Melkvee 

1,5 

9,8 

9,8 

Vleesvee 

0,2 

2,0 

0,9 

Vleesvarkens 

3,8 

21,8 

4,0 

Fokvarkens 

1,7 

8,8 

1,2 

Biggen 

0,6 

4,2 

1,6 

Vleeskuikens 

1,3 

7,4 

2,7 

Leghennen 

0,8 

9,2 

2,0 

Ouderdieren 

0,2 

2,0 

0,5 

Eenden 

0,0 

0,3 

0,1 

Kalkoenen 

0,0 

0,4 

0,1 

Totaal 

10,4 

65,9 

23,6 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 33 

Melkvee 

2,3 

16,5 

9,6 

Vleesvee 

0,3 

3,2 

0,9 

Vleesvarkens 

2,7 

19,0 

4,0 

Fokvarkens 

0,9 

6,9 

1,1 

Biggen 

0,4 

3,9 

1,2 

Vleeskuikens 

1,2 

7,4 

2,7 

Leghennen 

0,7 

8,4 

2,0 

Ouderdieren 

0,2 

2,2 

0,4 

Eenden 

0,0 

0,2 

0,1 

Kalkoenen 

0,0 

0,4 

0,1 

Totaal 

9,4 

68,6 

22,1 

 
Tabel 11 en 12 laten zien hoe de herkomstpercentages per diercategorie zich verhouden tot het totaal 
verbruik aan diervoedergrondstoffen in Nederland in 2019 en 2020. Deze verhouding is afhankelijk het 
totaal verbruik per diercategorie, dat wordt bepaald door de omvang van de veestapel in de 
verschillende sectoren en het voerverbruik per dier.  
Het uiteindelijke totaal verbruik aan diervoedergrondstoffen volgens deze monitor is een optelling van 
het verbruik alle grondstoffen dat via een combinatie van de drie methodes is vastgesteld. In 2019 
was het totaal verbruik aan mengvoedergrondstoffen 14.412.171 ton. In 2020 was het totaal verbruik 
14.026.611 ton.  
In 2019 werd van de berekende 14.412.171 ton in totaal 10,4% in Nederland geproduceerd, 65,9% 
uit geografisch Europa ingevoerd en 23,6% van buiten geografisch Europa ingevoerd. Van het totaal 
werd voor melkvee het grootste deel van buiten geografisch Europa ingevoerd (9,8%). Voor eenden 
en kalkoenen werd het kleinste deel van buiten geografisch Europa ingevoerd (0,1%). In totaal werd 
voor vleesvarkens het grootste deel in Nederland geproduceerd (3,8%). Voor vleesvarkens werd ook 
het grootste deel uit geografisch Europa ingevoerd (21,8%). 
Volgens de grondstoffenwijzer van Nevedi was 55,6% van de in 2019 gebruikte 
diervoedergrondstoffen afkomstig uit geografisch Europa en 11,6% uit Nederland. Een eerdere studie 
van Van Krimpen (2019) naar het percentage regionaal eiwit in het Nederlands mengvoerrantsoen 
rapporteerde dat in 2018 65% van alle grondstoffen in het mengvoer uit geografisch Europa (inclusief 
Nederland) werd ingevoerd. Verschillen kunnen zijn veroorzaakt door de gebruikte 
berekeningsmethode en schommelingen in het gebruik van bepaalde grondstoffen tussen de jaren. 
In 2020 werd van de berekende 14.026.611 ton in totaal 9,4% in Nederland geproduceerd, 68,6% uit 
geografisch Europa ingevoerd en 22,1% van buiten geografisch Europa ingevoerd. Van het totaal werd 
voor melkvee het grootste deel van buiten geografisch Europa ingevoerd (9,6%). Voor eenden en 
kalkoenen werd het kleinste deel van buiten geografisch Europa ingevoerd (0,1%). In totaal werd voor 
vleesvarkens het grootste deel in Nederland geproduceerd (2,7%). Voor vleesvarkens werd ook het 
grootste deel uit geografisch Europa ingevoerd (19,0%). Ondanks verschuivingen binnen 
diercategorieën, ligt verdeling in herkomst per diercategorie ten opzichte van het totaal verbruik aan 
mengvoer ligt daarmee gelijk tussen 2019 en 2020. 
In tabel 13 is te zien dat het percentage invoer van buiten geografisch Europa in deze monitor voor 
2019 en 2020 lager is berekend dan volgens andere bronnen. Van Krimpen (2019) rapporteerde dat 
35% van alle mengvoergrondstoffen niet-regionaal (van buiten geografisch Europa) werden 
ingevoerd. Volgens het Comité was dat 34% en volgens de grondstoffenwijzer van Nevedi was dat 
32,8%. Oorzaken voor de verschillen tussen het huidige rapport en de andere rapporten zijn niet 
duidelijk en een belangrijk punt voor vervolgonderzoek.  

Tabel 13   De herkomst van Nederlandse mengvoeders volgens de monitor in dit rapport, de 

grondstoffenwijzer van Nevedi en de publicatie van Van Krimpen (2019). 

Bron 

Jaar 

Nederlandse 

productie 

(% van totaal NL) 

Invoer uit geogr. 

Europa 

(% van totaal NL) 

Invoer van buiten 

geogr. Europa 

(% van totaal NL) 

Dit rapport 

2019 

10,4 

65,9 

23,6 

Dit rapport 

2020 

9,4 

68,6 

22,1 

Van Krimpen (2019) 

2018 

 

65* 

35 

Comité der Graanhandelaren 

2019 

59 

34 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 34 

*Van Krimpen (2019) rapporteerde 65% aan ‘regionale’ grondstoffen, d.w.z. uit geografisch Europa, dus inclusief Nederland.  

3.5 

Ruwvoer en vochtrijke diervoeders 

Naast mengvoer bestaat het rantsoen van rundvee bestaat voor een groot deel uit ruwvoer. Tabel 14 
geeft het totaal verbruik aan ruwvoer voor rundvee in 2019 en 2020 weer.   
 

Tabel 14   Het totaal verbruik aan ruwvoer voor rundvee in 2019 en 2020 op basis van CBS (Van 

Bruggen & Gosseling, 2019; Van Bruggen & Gosseling, 2020). 

Ruwvoer 

Verbruik in 2019 (ton droge stof) 

Verbruik in 2020 (ton droge stof) 

Graskuil en -hooi 

6.301.000 

5.738.000 

Snijmais 

3.120.000 

2.840.000 

Weidegras 

2.040.000 

2.530.000 

Totaal 

11.461.000 

11.108.000 

 
In totaal werd in 2019 en 2020 respectievelijk 11.461.000 en 11.108.000 ton droge stof ruwvoer 
verbruikt. Hiervan werd aangenomen dat dit volledig in Nederland werd geproduceerd. Van deze 
hoeveelheid is aangenomen dat het grootste deel werd gebruikt als voer voor melkvee, en een klein 
deel voor vleesvee en andere graasdieren.  
Bij de totale beoordeling van de herkomst van diervoeders is het daarom voor deze diercategorieën 
belangrijk in gedachte te houden dat het mengvoer maar een deel van het rantsoen is en het 
overgrote deel van het rantsoen (ruwvoer) in Nederland geproduceerd wordt.  
 
Naast mengvoer en ruwvoer worden er ook vochtrijke producten toegevoegd aan het rantsoen van 
varkens en rundvee. Tabel 15 geeft de totale afzet van vochtrijke diervoeders in Nederland in 2019 en 
2020 weer, op basis van gegevens van Overleggroep Producenten Natte Veevoeders (OPNV). 
 

Tabel 15   De totale afzet van vochtrijke diervoeders in Nederland in 2019 en 2020. 

Product 

Totale  

afzet in 2019  

(ton droge stof) 

Totale  

afzet in 2020  

(ton droge stof) 

Tarwezetmeel 

177.100 

173.800 

Bierbostel 

148.350 

139.150 

Vers maisglutenvoer/maisweekwater 

61.500 

57.400 

Biergist en voerbier 

3.450 

5.175 

Aardappelpersvezel e.a. 

37.950 

47.850 

Aardappelstoomschillen 

73.800 

62.280 

Aardappelsnippers 

17.440 

17.658 

Voorgebakken frites 

13.280 

17.264 

Aardappelzetmeel 

10.343 

4.925 

Div. aardappelproducten 

8.678 

5.607 

Bietenperspulp 

184.600 

191.100 

Chichorei perspulp 

7.860 

7.860 

Wei/melkproducten 

40.710 

48.645 

Tarwegistconcentraat 

171.570 

162.260 

Overige producten 

5.040 

2.880 

Graanenergieproducten 

3.888 

6.480 

Sojaproducten 

5.016 

6.080 

Erwtenproducten 

14.040 

10.530 

Grondstoffenwijzer Nevedi 

2019 

11,6 

55,6 

32,8 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 35 

Producten van groente, fruit en sap bereiding/verwerking 

20.115 

170.605 

Dranken en overig  

3.213 

5.140 

Eindtotaal 

1.007.942 

1.142.689 

 
De totale afzet van vochtrijke diervoeders in Nederland was 1.007.942 ton droge stof in 2019. In 2020 
was de totale afzet 1.142.689 ton droge stof. Van de totale afzet is ongeveer de helft afkomstig van 
de graanverwerkende en aardappelverwerkende industrie. Deze voeders worden het meest gebruikt in 
varkensvoeders en rundveevoeders. Tabel 16 geeft de herkomst van voeders in Nederland weer, 
wanneer naast het ruwvoer en mengvoer ook de vochtrijke voeders zijn meegeteld. 
 

Tabel 16   Herkomst van de in mengvoer gebruikte grondstoffen in Nederland in 2019 en 2020, 

gebaseerd op het verbruik volgens methode 3 en de herkomstgegevens volgens methode 
2, met daarbij het verbruik van ruwvoer en vochtrijke diervoeders meegeteld. 

Jaar 

Nederlandse 

productie (%) 

Invoer uit geogr. 

Europa (%) 

Invoer van buiten geogr. 

Europa (%) 

2019 

49,8 

37,7 

12,5 

2020 

48,8 

39,3 

11,9 

 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 36 

Discussie en conclusie 

Bij het opstellen van deze monitor zijn drie verschillende methodes gebruikt. In tabel 3, 4 en 5 is te 
zien wat de herkomst is van het totaal aan mengvoer in Nederland, wanneer het gebruik van alle 
grondstoffen zou worden vastgesteld volgens één methode (1, 2 of 3 gecorrigeerd). Daarna is per 
grondstof een afweging gemaakt welke methode de beste inschatting van het verbruik geeft. De 
herkomstpercentages van het totaal mengvoerverbruik van de drie methodes (tabel 3, 4 en 5) zijn 
vergelijkbaar, maar schommelen meer over de jaren dan wanneer een combinatie van de methodes is 
gebruikt om het verbruik te bepalen (tabel 11 en 12). Dit kan betekenen dat de combinatie van 
methodes meer stabiliteit geeft in de schatting van de herkomst van diervoeders tussen jaren dan de 
drie methodes afzonderlijk. 
In 2019 werd van het berekende grondstofgebruik van 14.412.171 ton in totaal 10,4% in Nederland 
geproduceerd, 65,9% uit geografisch Europa ingevoerd en 23,6% van buiten geografisch Europa 
ingevoerd. In 2020 werd van de berekende 14.026.611 ton in totaal 9,4% in Nederland geproduceerd, 
68,6% uit geografisch Europa ingevoerd en 22,1% van buiten geografisch Europa ingevoerd. Daarmee 
zijn de percentages tussen 2019 en 2020 vergelijkbaar. De kleine verschillen  kunnen veroorzaakt 
worden door werkelijke verschuivingen in de herkomst tussen de jaren, maar kunnen ook door 
onzekerheden in de gevolgde werkwijze komen, zoals door kleine percentuele verschillen in de 
gesimuleerde voersamenstelling tussen 2019 en 2020. Bij de totale beoordeling van de herkomst van 
diervoeders is het van belang in gedachte te houden dat het rantsoen voor rundvee naast mengvoer 
grotendeels uit ruwvoer bestaat. Mengvoer voor varkens kan worden aangevuld met vochtrijke 
voeders. 
Het ministerie van LNV heeft Wageningen University & Research een kennisvraag gesteld voor het 
opstellen van een kennisproduct, zijnde een voorstel voor een monitor die de herkomst van 
grondstoffen die gebruikt worden in mengvoeders weergeeft. Een groot deel van het rantsoen van 
herkauwers bestaat echter uit ruwvoeders, die grotendeels in Nederland geproduceerd worden. 
Daarnaast worden in varkensvoeders en rundveevoeders ook vochtrijke producten gebruikt, die 
voornamelijk afkomstig zijn vanuit de voedingsindustrie in Nederland. Voor de volledigheid zijn 
daarom ruwvoeders en vochtrijke voeders ook opgenomen in dit rapport. De nadruk ligt op 
mengvoeders, omdat daarvan een groot deel wordt ingevoerd, zowel uit geografisch Europa als buiten 
geografisch Europa. 
Het uiteindelijke totaal verbruik aan diervoedergrondstoffen volgens deze monitor is een optelsom van 
het verbruik van alle grondstoffen dat met drie verschillende methodes is ingeschat. In 2019 en 2020 
was het totaal verbruik aan mengvoedergrondstoffen respectievelijk 14.412.171  en 14.026.611 ton. 
Nevedi rapporteerde in 2019 een mengvoerafzet van 11.917.000 ton en in 2020 11.750.000 ton. 
Volgens Nevedi representeren deze cijfers 95% van de totale mengvoederafzet in Nederland. 
Omgerekend naar 100% zou de afzet volgens de gegevens van Nevedi 12.544.000 in 2019 en 
12.368.000 in 2020 zijn. FEFAC rapporteerde voor Nederland een mengvoerproductie van 13.760.000 
ton in 2018, dit is inclusief export. Het totale verbruik volgens CBS (methode 1) was 13.350.257 ton 
in 2019 en  13.598.177 ton in 2020. Deze getallen zijn aanzienlijk lager dan het totale verbruik in 
deze monitor. In deze monitor hebben wij vrij vaak gekozen voor het gebruik volgens methode 2. 
Hierbij is de Nederlandse productie meegenomen, inclusief onderlinge verkoop van grondstoffen 
tussen agrariërs. In Nevedi en SecureFeed getallen is onderlinge verkoop niet meegenomen. Wanneer 
we het door ons berekende totale mengvoerverbruik met andere aannames berekenen, blijkt dat de 
herkomst met een marge van ongeveer 5% is berekend. Het aandeel mengvoer dat van buiten 
geografisch Europa komt zou dan niet 23,6%, maar maximaal 28,9% kunnen zijn. De berekening 
achter deze aannames is te lezen in bijlage 7. Zelfs met deze maximale scenario’s is de berekende 
import van buiten Europe gerapporteerd door Van Krimpen (2019), Comité en Nevedi (34-35%) 
aanzienlijk hoger. Voor het vervolg van deze monitor is het daarom gewenst om verder in te gaan op 
mogelijke dubbeltellingen in de gebruikte methoden en uit te zoeken op welke grondstoffen deze 
dubbeltellingen van toepassing zijn, en in welke mate. 
Een belangrijke belemmering bij het opstellen van een monitor voor de herkomst van 
diervoedergrondstoffen is de beschikbaarheid van gegevens over het verbruik per grondstof en per 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 37 

diercategorie. Daarnaast is de kwaliteit van de gegevens niet in alle gevallen optimaal waardoor het 
nodig is een groot aantal aannames te maken om de hoeveelheid in diervoeders gebruikte 
grondstoffen te bepalen. Bovendien is niet voor alle grondstoffen dezelfde methode gebruikt. Bij zowel 
methode 1 als methode 2 zijn veel aannames gedaan. Het verbruik is voor alle grondstoffen door de 
auteurs beoordeeld. De aannames zijn daarom persoonsafhankelijk en moeten per jaar herhaald 
worden. Dit creëert een belangrijke onzekerheid van de huidige aanpak.  
Methode 1 zou kunnen worden verbeterd wanneer zowel voerhoeveelheid als voersamenstelling per 
diercategorie door mengvoerbedrijven rechtstreeks worden aangeleverd. Echter, de gebruikte 
voerhoeveelheden en vooral de voersamenstellingen worden niet centraal gecommuniceerd en worden 
door de mengvoerbedrijven vaak als vertrouwelijk gezien. Door afwezigheid van deze gegevens zijn 
‘gemiddelde’ voeders gesimuleerd via mengvoeroptimalisatie. Hierbij worden uitgangspunten 
gehanteerd met betrekking tot de voedernormen, matrixwaarden en grondstofprijzen, die kunnen 
afwijken van de praktijk bij het mengvoerbedrijf. Daarnaast wordt het gebruik van grondstoffen 
bepaald door factoren zoals de beschikbaarheid en inkoopbeleid, waardoor het daadwerkelijke gebruik 
afwijkt van de geoptimaliseerde voeders. Sommige nutritioneel vergelijkbare producten zijn op basis 
van kostprijs opgenomen in de geoptimaliseerde voeders. In de praktijk kan dit anders uitvallen, 
afhankelijk van de kostprijs en voederwaarde waarmee gerekend wordt. De afzetketen van het dierlijk 
product bepaalt of er dierlijke (bij)producten in het voer verwerkt mogen worden. De uiteindelijke 
voersamenstelling varieert per mengvoerbedrijf. De onzekerheid van de voersamenstelling zoals 
gebruikt in methode 1 is daarmee erg groot. 
Vanuit methode 2 zijn meer gebruikshoeveelheden en gegevens bekend, omdat de handelsbalans voor 
een aantal voedermiddelen inzicht geeft in de omvang van de Nederlandse productie, invoer (uit 
geografisch Europa en van buiten geografisch Europa) en uitvoer. Deze gegevens zijn echter niet voor 
alle grondstoffen beschikbaar, waardoor methode 2 niet voor alle grondstoffen de meest betrouwbare 
en volledige methode is. Verder zijn niet voor alle grondstoffen CN-codes beschikbaar, waardoor niet 
bekend is of de grondstoffen voor humane voeding, diervoeders of een andere (technische) toepassing 
bedoeld zijn. Vanwege het ontbreken van deze gegevens en codes zijn in dit rapport inschattingen 
gemaakt voor de bestemming van een aantal grondstoffen. Deze onzekerheden en ontbrekende 
gegevens kunnen echter grotendeels worden aangevuld met behulp van methode 3. Dit is dan ook de 
reden dat voor de meeste grondstoffen methode 2 is verkozen boven methode 1, die met de 
geoptimaliseerde voeders erg onzeker is. 
Een goede inschatting van het verbruik aan soja in diervoeders is van wezenlijk belang voor het totale 
resultaat van de monitor. Omdat soja bijna volledig van buiten geografisch Europa wordt ingevoerd, is 
de verbruikshoeveelheid van grote invloed op de uiteindelijke verdeling van de herkomst van de totale 
hoeveelheid mengvoerders in Nederland. Voor een inschatting van het verbruik in 2019 en 2020 is 
geput uit de op dit moment beschikbare bronnen. Van deze bronnen is niet bekend hoe het verbruik is 
berekend. De inschatting blijft daarmee mede gebaseerd op een aantal aannames en het exacte 
gebruik is dus niet bekend. Het verbeteren van de kwaliteit van deze bronnen en het verzamelen van 
gegevens over het sojaverbruik over meerdere jaren zal bijdragen aan de betrouwbaarheid van de 
uitkomst van de monitor in het algemeen. 
Om de herkomst van de gebruikte diervoedergrondstoffen in Nederland te monitoren, zal de kwaliteit 
van de gebruikte gegevens moeten worden verbeterd. De meest controversiële grondstoffen en de 
grondstoffen met de meeste impact op het eindresultaat hebben dan prioriteit. Ook grondstoffen met 
een groot verschil in de hoeveelheden volgens methode 1 en 2 of grondstoffen met een groot verschil 
tussen de jaren vragen om meer onderzoek. Het in kaart brengen van het grondstofverbruik over 
meerdere jaren zal de betrouwbaarheid van deze monitor dan ook verbeteren. Daarmee kan het 
gemiddeld gebruik per diercategorie met de bijbehorende herkomst beter worden geschat. 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 38 

Aanbevelingen 

Het ministerie van LNV heeft Wageningen University & Research een kennisvraag gesteld voor het 
opstellen van een voorstel voor een monitor die de herkomst van grondstoffen in mengvoeders 
weergeeft. De huidige aanpak brengt veel onzekerheden met zich mee. Het is belangrijk deze in acht 
te nemen bij het interpreteren van de resultaten. In de huidige werkwijze worden een aantal 
aannames gedaan, welke per jaar kunnen variëren. Daarnaast wordt elke grondstof op dit moment 
individueel beoordeeld aan de hand van de drie methodes (methode 1, 2, 3, waarvan methode 3 
gecorrigeerd en ongecorrigeerd), waardoor de aannames en uitkomsten persoonsafhankelijk kunnen 
zijn. Op dit moment is de huidige werkwijze daardoor onvoldoende robuust om meerjarige trends in 
de herkomst van diervoedergrondstoffen vast te stellen. 
Het is wenselijk om een standaardaanpak te formuleren die op de meeste grondstoffen kan worden 
toegepast. Op die manier zijn de onzekerheden voor de betreffende grondstoffen per jaar 
vergelijkbaar en is de beoordeling minder persoonsafhankelijk. Een standaardaanpak zou gebruik 
kunnen maken van de sterke punten van elk van de drie methodes. Uitzonderingen blijven bestaan: 
sommige grondstoffen, zoals soja, vragen vanwege hun grote invloed om uitvoeriger onderzoek.  
Met methode 3 in de standaardaanpak kan het gebruik van grondstoffen in diervoeder worden 
vastgesteld, zonder dat er voor een aantal grondstoffen aannames moeten worden gedaan over het 
aandeel gebruikt voor humane voeding en diervoeder. Wel vormen de dubbeltellingen in methode 3 
een aandachtspunt. Het is daarom zinvol om na te gaan op welke grondstoffen deze dubbeltellingen 
van toepassing zijn, en in welke mate. 
Met methode 2 in de standaardaanpak kan de herkomst van de gebruikte grondstoffen worden 
vastgesteld. Voor veelgebruikte grondstoffen die ook voor humane voeding worden gebruikt, kan 
alsnog een correctie op de herkomst nodig zijn wanneer de herkomst niet evenredig verdeeld is over 
gebruik voor humane voeding en diervoeding. Een voorbeeld hiervan is tarwe, waarbij in Nederland 
geteelde tarwe vaak gebruikt wordt als voertarwe. Het aandeel Nederlandse tarwe is voor diervoer 
dan wellicht groter dan volgens methode 2 wordt berekend, terwijl een groter aandeel hoogwaardige 
(bak)tarwe voor humane voeding wordt ingevoerd. 
Met methode 1 in de standaardaanpak kan het grondstofgebruik worden toebedeeld aan de 
diercategorieën. 
Met de voorgestelde aanpak kunnen de onzekerheden ook zoveel mogelijk gestandaardiseerd worden. 
Wanneer de onzekerheden minder variabel zijn, kunnen met de monitor op den duur mogelijk trends 
in herkomst en gebruik van grondstoffen binnen diercategorieën worden gesignaleerd. Hiervoor zijn 
wel gegevens over meerdere jaren nodig.  
De beste gegevens over de hoeveelheid grondstoffen gebruikt in diervoeders uit methode 3 komen uit 
de sector zelf, in dit geval van SecureFeed. Daarnaast heeft Nevedi het voornemen meer inzicht te 
verwerven in het grondstoffengebruik in mengvoeders door haar leden. Ons advies is, om in overleg 
met de sectorpartijen na te gaan hoe gebruik gemaakt kan worden van de beschikbare gegevens. 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 39 

Literatuur 

EUROSTAT (http://ec.europa.eu/eurostat/data/database). (september 2020) 
 
G.D. Jukema, P. Ramaekers en P. Berkhout (Red.). 2021. De Nederlandse agrarische sector in  
internationaal verband – editie 2021. Wageningen/Heerlen/Den Haag, Wageningen Economic  
Research en Centraal Bureau voor de Statistiek, Rapport 2021-001. 126 blz.; 45 fig.; 38 tab.; 117 ref.  
https://doi.org/10.18174/538688 (februari 2021) 538688 (wur.nl)  
 
G.D. Jukema, P. Ramaekers en P. Berkhout (2020). De Nederlandse agrarische sector in internationaal 
verband – editie 2020 Wageningen/Heerlen/Den Haag, Wageningen Economic  
Research en Centraal Bureau voor de Statistiek, Rapport 2020-001) 511255 (wur.nl) 
 
Nevedi. 2019a. Grondstoffenwijzer; diervoeders voor een circulaire voedselproductie. Editie 3.  
Grondstoffenwijzer Nevedi 2019 LR2.pdf (Februari 2021).  
 
Hannah Ritchie and Max Roser (2021) - "Forests and Deforestation" 
https://ourworldindata.org/forests-and-deforestation' 
 
Van Bruggen, C en M. Gosseling. 2019. Dierlijke mest en mineralen 1990-2018. Centraal Bureau voor 
de Statistiek. Den Haag/Heerlen  
https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2019/49/dierlijkemestenmineralen2018.pdf (februari 2021)  
 
Royal Dutch Grain and Feed Trade Association ‘Het Comité’. 2019. Dutch trade in grains, seeds and  
Pulses: Essential to the European food and feed system. 
Sectoranalyse_ComiteGraanhandelaren_def_HR.pdf (februari 2021) 
 
Van Bruggen, C. & M. Gosseling (2020). Dierlijke mest en mineralen 2019. Centraal Bureau voor de 
Statistiek. Den Haag/Heerlen  
https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2020/40/dierlijke-mest-en-mineralen-2019  
 
Van Bruggen, C en M. Gosseling (2021). Dierlijke mest en mineralen 2020. Centraal Bureau voor de 
Statistiek. Den Haag/Heerlen 
https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/aanvullende-statistische-diensten/2021/dierlijke-mest-en-
mineralen-2020 
 
Van Krimpen, M. en A. Cormont. 2019. Het percentage regionaal eiwit in het Nederlandse mengvoer;  
actualisatie voor 2018. Wageningen Livestock Research, The Netherlands (WLR), Wageningen  
University & Research, WLR rapport 1222. https://doi.org/10.18174/510422 (februari 2021)  
 
 
 
 
 
 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 40 

 

Notitie verkenning naar 
mogelijkheden monitor 

Verkenning naar de mogelijkheden een monitor op te zetten voor de herkomst van 
diervoeder  
grondstoffen  
Harmen van Laar, Paul Bikker, Wageningen Livestock Research.  
 
Inleiding  
In de kringlooplandbouwvisie van de Minister van LNV is het doel opgenomen om kringlopen in 2030  
op het kleinst mogelijke niveau te sluiten. Voor diervoeders betekent dit dat de overheid wil dat een  
groter deel van de grondstoffen vanuit NL/EU/Europa komt ten opzichte van buiten Europa.  
Daarnaast is er vanuit de nationale eiwitstrategie het doel om minder afhankelijk te worden van  
landen buiten Europa (EU of geografisch Europa). Om zicht te hebben op het behalen van deze  
doelen, heeft LNV behoefte aan een monitor die de herkomst van de grondstoffen die gebruikt  
worden in diervoeders weergeeft.  
LNV heeft WUR een kennisvraag gesteld voor het opstellen van een kennisproduct, zijnde een  
voorstel voor een monitor die de herkomst van grondstoffen die gebruikt worden in diervoeders  
weergeeft. Er is in overleg besloten deze vraag op te delen en te beginnen met de huidige notitie die  
zich richt op een inschatting of het mogelijk is een monitor te ontwikkelen. Daarbij richt deze notitie  
zich op wat daar voor nodig is (welke gegevens) en wie (welke organisaties of instituten) daar een  
bijdrage aan kunnen leveren. Op basis van deze inventarisatie kunnen indien gewenst volgende  
stappen richting de daadwerkelijke ontwikkeling van een monitor voor de herkomst van  
diervoedergrondstoffen gezet worden.  
 
Werkwijze  
Informatie is verzameld door documenten te zoeken op internet deze te beoordelen en door  
gesprekken te voeren met personen van verschillende organisaties die een relatie hebben met het  
onderwerp. Er is gesproken met personen werkzaam bij Wageningen Research (WLR, WEcR), CBS,  
NEVEDI, en Agribusiness-services. 
 
Resultaten 
 
Literatuur (beschrijvend)  
Er zijn verschillende documenten publiek beschikbaar die betrekking hebben op het onderwerp van  
de herkomst van grondstoffen. Een publicatie is: “De grondstoffenwijzer” van Nevedi (Nevedi,  
2019a). Deze publicatie geeft reeds vrij gedetailleerde getallen over de herkomst naar continent  
(Noord Amerika, Zuid Amerika, Azië, Geografisch Europa en Nederland) van grondstoffen op totale  
voer basis en voor een aantal grondstoffen. Deze publicatie geeft geen uitleg over de gehanteerde  
methode van berekening. Als bronnen worden SecureFeed 2018, CBS statline 2019 en FAO database  
2017 aangehaald, welke niet verder gespecificeerd worden. In persoonlijke communicatie heeft de  
auteur van dit document wel uitgelegd hoe tot deze cijfers gekomen is. Deze informatie is deels  
gebruikt in de navolgende paragraaf design monitor. 
 
Een tweede gebruikte publicatie is: “Het percentage regionaal eiwit in het Nederlandse mengvoer”  
geschreven door Van Krimpen en Cormont (2019). In deze publicatie wordt de hoeveelheid eiwit in  
eiwitrijke grondstoffen (RE-gehalte >15.4%) tot in detail berekend en wordt ook het percentage  
regionaal eiwit voor het totale grondstofgebruik weergegeven. De definitie van regionaal in dit  
rapport is geografisch Europa. De methode is gebaseerd op enerzijds gegevens over import en  
productie van alle grondstoffen (dus zowel voor humaan als dierlijk gebruik) van FAOSTAT,  
EUROSTAT, CBS Statline en Nevedi en anderzijds het geschatte gebruik van grondstoffen in  
diervoeders op basis van dieraantallen, geschatte krachtvoergebruik en geschatte  

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 41 

grondstofsamenstelling van deze krachtvoeders. De grondstofsamenstelling van de diercategorie  
specifieke krachtvoeders was hierbij gebaseerd op door WLR gemaakte voer optimalisaties (m.b.v.  
“least cost formulation”) die elk kwartaal gemaakt worden op basis van dan geldende  
grondstofprijzen. Deze werkwijze geeft ook de mogelijkheid de verdeling van de herkomst van  
gebruikte grondstoffen per diercategorie te schatten, zoals in het document van Van Krimpen en  
Cormont (2019) ook gedaan is voor de herkomst van het eiwit. Deze laatste methode is vergelijkbaar  
met de methode zoals toegepast voor de berekening van de N, P en K uitscheiding voor de WUM en  
NEMA cijfers zoals gerapporteerd door Van Bruggen et al. (2019) en Lagerwerf et al. (2019). 
 
Een derde publicatie is van Het Comité van Graanhandelaren (2019) die van 8 grondstoffen (gerst,  
mais, tarwe, raapzaad, sojabonen, zonnebloemzaad, palmpitschilfers en bietenpulppellets) een  
gemiddelde van de import, export en nationaal gebruik voor humane consumptie en voor  
diervoeders weergeeft als gemiddelde voor de periode 2015-2018. Als bronnen worden genoemd:  
Customs data, Eurostat annual data en Stigevo. Dit rapport geeft een globaal overzicht van de import  
en export van grondstoffen en herkomst van de grondstoffen.  
 
De hierboven openbaar beschikbare publicaties zijn het meest toepasselijk op de huidige vraag, en  
zijn ook geschreven vanuit het doel de herkomst van grondstoffen weer te geven voor het in  
Nederland gebruikte voer, of eiwit in het voer van de dieren. Echter ook vanuit heel andere doelen is  
de herkomst van (diervoeder)grondstoffen van belang. BuRO (2019) geeft in de bijlagen voor een  
rapport voor de NVWA vooral op basis van CBS Statline, maar ook andere bronnen, de herkomst (NL,  
niet-EU, EU) van verschillende grondstoffen gebruikt in diervoeders. Dit rapport is gericht op 
risicoinventarisatie voor de grondstoffen die in diervoeders worden gebruikt.  
 
Een voorbeeld van een rapport vanuit economisch perspectief is Jukema et al. (2021). Dit rapport is  
een actualisatie van voorgaande rapporten waarin de totale waarde in handel van landbouw en  
landbouw gerelateerde producten beschreven wordt. Dit rapport geeft een overzicht van het totale  
economische belang van de sector, maar is voor de huidige vraag minder van toepassing.  
Concluderend kan met betrekking tot de beschikbare literatuur worden gesteld dat er publicaties  
beschikbaar zijn die verband houden met de huidige vraag naar een monitor voor de herkomst van  
grondstoffen gebruikt in diervoeders. Deze publicaties geven goede informatie, maar missen deels  
een beschrijving van de achtergronden van de methode en zijn niet diercategorie specifiek (Nevedi,  
2019a) of zijn op groter detail niveau zoals eiwit in plaats van grondstoffen (Van Krimpen en  
Cormont, 2019). Daarbij is niet volledig transparant welke informatie uit welke bronnen wordt  
afgeleid en zijn niet alle bronnen publiek beschikbaar. Verder lopen de jaren waarvoor het overzicht  
gegeven wordt niet synchroon en lijkt er geen structurele aanpak voor een jaarlijkse monitor.  
 
Literatuur Inhoudelijk  
Het Comité (2019) geeft aan dat de import van granen, zaden en peulvruchten, een import waarde  
van 6,8 miljard Euro en een uitvoerwaarde van 4,2 miljard Euro vertegenwoordigt. Het totale import  
en export volume is respectievelijk 28 miljoen ton en 11 miljoen ton. Deze import betreft de totale  
import, dus voor alle sectoren. Het aandeel van de totale invoer + inlandse productie komt 7% uit  
Nederland, 59% uit Europa (zonder NL), 19% uit Zuid Amerika, 9% uit Noord Amerika, 5% uit Azië en  
1% uit Oceanië. Dit rapport geeft de gemiddelde situatie voor 2015-2018 weer.  
 
De publicatie van Nevedi (2019a) geeft getallen specifieker voor diervoeders en voor een groter  
aantal grondstoffen gebruikt in diervoeders (dus meer dan granen, zaden en peulvruchten). Deze  
publicatie rapporteert de herkomst van grondstoffen als: 11,6 % Nederland, 55,6% (geografisch)  
Europa, 20,5% uit Zuid Amerika, 7,6% uit Noord Amerika, en 4,7% uit Azië. Dit betekent dat Het  
Comité een percentage regionale (gedefinieerd als NL + geografisch Europa) grondstoffen van 66 %  
en Nevedi van 67,2 % berekent. Dit ligt zeer dicht bij elkaar en komt overeen met de schatting door  
Van Krimpen en Cormont (2019) dat in 2018 65% van het eiwit gebruikt in mengvoer uit regionale  
grondstoffen komt. Deze laatste publicatie geeft wel aan dat dit getal (voor de herkomst van eiwit)  
kan variëren en geeft voor de jaren 2011/2012, 2013, 2014, 2015 en 2018 waarden van  
respectievelijk 56%, 59%, 64%, 59% en 65%. Voor specifiek het eiwitgebruik uit alleen eiwitrijke  
grondstoffen hebben Van Krimpen en Cormont (2019) ook een opdeling voor diercategorieën 
gemaakt.  

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 42 

Echter de dier specifieke getallen voor alleen de eiwitrijke grondstoffen zijn voor de huidige vraag  
van LNV niet compleet genoeg aangezien de huidige vraag alle grondstoffen betreft.  
 
Gesprekken  
Er is informeel overleg geweest met personen werkzaam bij CBS, Nevedi, Agribusiness services, WLR,  
en WEcR. Net als uit de literatuur blijkt dat er verschillende partijen interesse hebben in de herkomst  
van diervoedergrondstoffen en met verschillende doelen reeds bepaalde activiteiten op dit gebied  
ontplooien. De verschillende doelen kwamen reeds in de literatuuranalyse naar boven (zie ook  
conclusies).  
 
Conclusies literatuur en gesprekken  
De herkomst van grondstoffen staat vanuit meerdere partijen en doelen in de belangstelling. Zo  
wordt het land/de regio van herkomst en de geschatte hoeveelheid gebruikt ten behoeve van:  

Het inschatten van risico’s voor de voedselveiligheid,  

Het berekenen van milieukenmerken zoals onder andere carbon footprint (Vellinga et al., 
2013),  

Het inschatten van de mate van circulariteit en voor de eiwitstrategie,  

Het inschatten van de mate van afhankelijkheid van landen buiten Europa.  

 
Bij meerdere partijen wordt gewerkt aan het berekenen en of schatten van de herkomst van  
grondstoffen die gebruikt worden in diervoerder. Het lijkt dat er op verschillende plekken aan delen  
van de puzzel (een monitor met volledig overzicht) gewerkt wordt. Afhankelijk van de precieze vorm  
en definitie hiervan, lijkt het dus technisch mogelijk een monitor te ontwikkelen. Afhankelijk van de  
beschikbare gegevens zijn hiervoor wel een aantal aannames nodig (zie paragraaf risico’s).  
Verschillende instituten en organisaties zouden hierbij een rol kunnen spelen (zie design monitor).  
 
Design monitor  
Om een inschatting te maken hoe een project om een monitor voor de herkomst van  
diervoedergrondstoffen op te zetten, eruit zou kunnen zien, worden eerst doel en te leveren  
producten (deliverables) en opties beschreven. Vervolgens wordt beschreven hoe een monitor  
ontwikkeld kan worden, welke gegevens daarvoor nodig zijn, en waar deze mogelijk te verkrijgen  
zijn.  
 
Doel  
Jaarlijks inzicht in de hoeveelheid en herkomst van de grondstoffen die gebruikt worden in  
diervoeders in Nederland.  
 
Producten  
Een jaarlijks rapport waarin de herkomst van diervoedergrondstoffen beschreven staat, met  
interpretatie en duiding van deze gegevens. 
 
Opties afhankelijk van wens opdrachtgever  

1.  Herkomst kan eerst gedefinieerd worden als: Nederland, EU, Geografisch Europa, buiten  

geografisch Europa. Mogelijke verdieping kan zijn herkomst naar continent. Wanneer een  
monitor ook gebruikt wordt voor risico analyse, dan is de herkomst specifiek per land nodig.  

2.  Herkomst weergegeven zowel in tonnen gewicht als % grondstof op gewichtsbasis voor:  

a.  grondstoffen mengvoeders  
b.  grondstoffen totale rantsoen  

3.  Hetzelfde als 2 maar specifiek voor diercategorieën: melkvee (melkvee + jongvee + fokvee),  

vleesvee, varkens, vleeskuikens (inclusief fok), leghennen (inclusief fok), overige (dus geen  
verdere specificatie).  

4.  CBS invoer en uitvoer gegevens zijn leidend.  
5.  Alleen grondstoffen die gebruikt worden in diervoeders die gevoerd worden aan dieren die in  

Nederland gehouden worden, dus geen export.  

6.  Focus op grondstoffen van plantaardige en dierlijke oorsprong. Minerale oorsprong wordt op 

dit moment niet meegenomen.  

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 43 

7.  Voor zover mogelijk wordt de oorspronkelijke herkomst van grondstof wordt gebruikt, dus 

waar is het uitgangsmateriaal van de grondstof gegroeid.  

8.  Punt 2 geldt ook voor co-producten uit de levensmiddelenindustrie, zoals bierbostel, 

bietenpulp etc., dus deze producten worden op gewichtsbasis van het ingangsproduct 
verdeeld naar herkomst.  

9.  Monitor op jaarbasis. Eerste referentie jaar kan gekozen worden (voorstel: 2019), vervolgens  

mogelijk jaarlijks.  

10.  Monitor gereed eind van het opvolgende jaar. Dit is vooral afhankelijk van wanneer de 

gegevens beschikbaar komen.  

 
Risico’s  
Beschikbaarheid van informatie: Het is wel zeker dat niet alle informatie volledig beschikbaar is  
waardoor additionele aannames gemaakt moeten worden. Reeds bekende aannames die als  
uitgangspunt dienen om met de huidige kennis een monitor te ontwikkelen worden hieronder  
genoemd, echter punt 6 geeft aan dat er mogelijk ook nog aannames zijn die nu nog niet voorzien  
zijn.  
 
Reeds bekende aannames zijn:  

1.  Aanname: Binnen een grondstof wordt aangenomen dat alle herkomsten evenredig gebruikt 

worden voor humane toepassingen als voor diervoeding. Dit is zeer waarschijnlijk niet waar,  
maar het is op basis van de huidige informatie niet mogelijk goed in te schatten of dit verder 
te onderscheiden is. Bijvoorbeeld voor tarwe of mais kan het zijn dat tarwe die uit bepaalde 
landen komt geschikt is voor humane toepassing, terwijl uit andere landen de tarwe vooral in 
diervoeding gebruikt wordt. Dit is echter lastig te splitsen. Het kan zijn dat dit niet splitsbaar 
is, echter hier dient extra aandacht voor te zijn. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor sojaschroot. 
Het is lastig te achterhalen of de in diervoeder gebruikte sojaschroot direct geïmporteerd is, of 
dat de sojaschroot afkomstig is van in Nederland bewerkte geïmporteerde sojabonen.  

2.  Aanname: Binnen een grondstof wordt aangenomen dat alle herkomsten evenredig verdeeld 

worden over de diercategorieën. Hier geldt hetzelfde als voor het vorige punt, wellicht is dit 
niet waar. Echter aangezien het reeds lastig dit te achterhalen voor humaan versus diervoer, 
is het onmogelijk de herkomsten naar diercategorie op te splitsen.  

3.  Aanname: Optimalisatie van samenstellingen van diervoeder zijn representatief voor de in 

Nederland gevoerde voeders. Grondstoffen die slechts op kleine schaal gebruikt worden zullen 
niet in voeroptimalisaties terecht komen die op nationaal niveau gemaakt worden. Mogelijk is 
het gebruik van deze kleinere stromen te achterhalen uit andere databronnen. Dit moet 
verder worden onderzocht of daar moeten verdere aannames voor gemaakt worden.  

4.  Aanname: Dierlijke producten worden zo weinig in voeders gebruikt dat we die op dit moment 

achterwege kunnen laten. Deze aanname dient beter onderzocht te worden in de ontwikkeling 
van een monitor.  

5.  Aanname: Grondstoffen komen direct van het land van oorsprong, of het land van oorsprong 

is te achterhalen. Doorvoer binnen Europa kan een probleem zijn. Is het product ook 
daadwerkelijk daar gegroeid, voor een aantal grondstoffen die niet of weinig in Europa 
verbouwd worden kan dat vrij duidelijk zijn, maar voor grondstoffen die zowel van buiten 
Europa geïmporteerd worden en ook in Europa verbouwd worden is dit lastiger. Een mogelijke 
oplossing is naar de Eurostat gegeven per land te kijken. Bij het ontwikkelen van de monitor 
dient dit beter onderzocht te worden en zo mogelijk gekwantificeerd.  

6.  Onvoorziene aannames: Het is waarschijnlijk dat bij de bouw van de uiteindelijke monitor 

additionele aannames nodig zijn die niet in deze notitie beschreven zijn.  

 
Onderdelen van een monitor  
Op basis van de huidige, met enige inspanning, verkrijgbare data is het in principe mogelijk, met  
verschillende aannames (zie boven) een monitor te ontwikkelen. Een eerste schets welke gegevens  
nodig zijn, met mogelijke bron, staat weergegeven in Tabel 1. Een voorstel om de herkomst van in  
diervoeders gebruikte grondstoffen te berekenen is het combineren van gegevens over 1. Het totale  
gebruik van grondstoffen in diervoeders, 2. De herkomst van alle geïmporteerde grondstoffen en 3  
gegevens over voersamenstelling, voeropname en dieraantallen.  
Het totale verbruik van grondstoffen in diervoeders kan op 3 manieren verzameld worden zoals in  

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 44 

Tabel 1 aangegeven wordt. Bij de methodes a t/m c nemen de hoeveelheid aannames in de  
berekening af en de verwachte nauwkeurigheid van de getallen toe, echter de administratieve lasten  
en complexiteit van het verzamelen neemt ook toe.  
De herkomst van de invoer van grondstoffen lijkt op dit moment vrijwel alleen door CBS  
geregistreerd en openbaar beschikbaar gesteld te worden. Ook de rapportage van het Comité van  
Graanhandelaren (2019) verwijst naar CBS getallen als bron. Het is dus onwaarschijnlijk dat Het  
Comité eigen getallen beschikbaar heeft.  
De onderverdeling van grondstoffen naar diercategorie kan met methode zoals gebruikt wordt voor 
1a,  
of door gegevens uit de sector van individuele mengvoerbedrijven te verzamelen. Het laatste is  
waarschijnlijk niet eenvoudig te realiseren.  
Voor het ontwikkelen van een monitor zoals beschreven zou het in theorie mogelijk zijn om van alle  
mengvoerbedrijven het grondstof gebruik per diercategorie jaarlijks te verzamelen (methode c). 
Echter  
op dit moment zijn deze data niet beschikbaar en gezien de aanzienlijke administratieve last die dat  
met zich meebrengt, is het de vraag of het ooit wenselijk zou zijn deze data te verzamelen.  
Wanneer besloten wordt een monitor te gaan bouwen, is het voorstel te starten met alle ‘a’  
methodes, waarbij tijdens het proces geïnventariseerd kan worden of de ‘b’ methodes mogelijk zijn.  
  
Tabel 1:  

Informatie nodig, mogelijke informatie bronnen, een inschatting van de realiseerbaarheid  
deze informatie ook te verzamelen en mogelijk betrokken partijen voor het bouwen van 
een monitor van de herkomst van diervoedergrondstoffen.  

 

Informatie nodig 

Mogelijke herkomst 

Te realiseren? 

1A  Verbruik van 

grondstoffen in 
diervoeders 

Geschat op basis van 
dieraantallen en dierrantsoenen 

Dit lijkt op de WUM methodiek (van 
Bruggen et al., 2019) zoals 
uitgevoerd door CBS, WEcR, WLR 
samen. Logische rol voor deze 
partijen 

1B   

Gegevens uit de sector (Nevedi, 
comité van graanhandelaren, 
SecureFeed, OPNV) 

De bereidwilligheid van de sector 
deze getallen te delen moet nog 
onderzocht. Goed dit gebruik zeer 
transparant te doen. 

1C   

Directe informatie van individuele 
mengvoerbedrijfsleven. 

Dit is waarschijnlijk lastig te 
realiseren, geeft extra 
administratieve laste. 

 

 

 

 

2A  Herkomst van 

import 

CBS, Eurostat, FAO 

Basis getallen komen vooral bij 
CBS vandaan. Logische rol voor 
CBS in bouw van monitor. 

2B   

Gegevens uit de sector (wellicht 
Comité van graanhandelaren) 

Graanhandelaren verwijzen in 
eigen rapportages naar CBS 
getallen. De bereidwilligheid van de 
sector deze getallen te delen moet 
nog onderzocht. 

 

 

 

 

3A  Onderverdeling per 

diercategorie 

Mogelijk met methode 1a, wordt 
op dit moment niet structureel 
gedaan. 

Zie 1a. 

3B   

Gegevens uit de sector. 

Dit is waarschijnlijk lastig te 
realiseren, gegevens liggen 
(mogelijk) bij individuele 
mengvoerbedrijven. Geeft extra 
administratieve lasten. 

 
Aandachtspunten bij gebruik monitor  
De Minister schrijft in haar visie ‘waardevol en verbonden’: lokaal wat kan, regionaal of  
internationaal wat moet. Om dit te beoordelen is een suggestie om ook de Carbon Footprint mee te  

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 45 

nemen in de monitoring. Immers het is niet per definitie voor alle aspecten beter om grondstoffen  
dichter bij te produceren, omdat productie in derde landen efficiënter kan zijn. Nevedi geeft in haar  
jaarverslag (Nevedi 2019b) dit ook als punt aan waar zijn aandacht aan willen besteden dit te  
communiceren.  
Verder spelen vanzelfsprekend onderwerpen als het gebruik van diermeel in diervoeders een rol.  
Wanneer het mogelijk zou zijn diermeel wederom in diervoeders op te nemen zou dit het gebruik  
van sojaschroot kunnen verminderen (Vijn et al. 2019).  
 
Communicatie  
Zoals aangegeven worden herkomst gegevens van diervoedergrondstoffen op verschillende plekken  
voor verschillende doelen gebruikt. Het is onwenselijk dat deze projecten op verschillende data zijn  
gebaseerd. Het is wenselijk dat er een goede communicatie is tussen deze projecten. Ook de  
grondstoffenhandel en diervoersector publiceren gegevens over de herkomst van  
(diervoeder)grondstoffen. Het is wenselijk dat alle informatie efficiënt gebruikt wordt en dat de  
gebruikte gegevens zo juist mogelijk zijn. Het opzetten van een klankbord groep met betrokken  
partijen kan hierbij helpen.  
 
Eindconclusie/advies  
Het is technisch mogelijk een monitor te ontwikkelen voor de herkomst van de grondstoffen die in  
Nederland gebruikt worden als diervoer. Echter, omdat niet alle detail informatie beschikbaar is zijn,  
zoals beschreven in deze notitie, verschillende aannames nodig. De kwaliteit van de monitor kan  
verbeterd worden afhankelijk van de beschikbaarheid van gegevens van private partijen. Er wordt  
geadviseerd om eerst voor één jaar, bijvoorbeeld 2019, een monitor te ontwikkelen. Op basis  
daarvan kan inzicht verworven worden of dit mogelijk is voor meerdere jaren en welke verdere  
problemen opduiken.  
Voor het creëren van draagvlak voor (de achtergronden van) de monitor en het mogelijk verkrijgen  
van gegevens die zo dicht mogelijk bij de praktijk liggen, is het wenselijk dit te doen in samenwerking  
met de verschillende partijen die betrokken zij n bij het genereren of gebruiken van herkomst  
gegevens. Dit kan, mogelijk in een klankbordgroep die in het begin van het project samen gesteld  
wordt. Een actieve rol vanuit LNV kan wellicht bijdragen aan de beschikbaarheid van data vanuit de  
diervoedersector.  
 
Referenties  
BuRO, 2019. Advies over de risico’s van de diervoederketen. Bijlagen Februari 2019. Bijlagen bij  
advies risico’s van de voedergewassen- en diervoederketen | Publicatie | NVWA (februari 2021)  
 
Lagerwerf, L.A., A. Bannink, C. van Bruggen, C.M. Groenestein, J.F.M. Huijsmans, J.W.H. van der  
Kolk, H.H.Luesink, S.M. van der Sluis, G.L. Velthof & J. Vonk. 2019. Methodology for estimating  
emissions from agriculture in the Netherlands. Calculations of CH4, NH3, N2O, NOx, NMVOC,  
PM10, PM2.5 and CO2 with the National Emission Model for Agriculture (NEMA) – update 2019.  
Wageningen, The Statutory Research Tasks Unit for Nature and the Environment. WOt technical  
report 148. 0888fb93-8922-4975-8f7f-61f2b6231666_WOt-technical report 148 webversie.pdf  
(wur.nl) (februari 2021)  
 
Nevedi. 2019a. Grondstoffenwijzer; diervoeders voor een circulaire voedselproductie. Editie 3.  
Grondstoffenwijzer Nevedi 2019 LR2.pdf (Februari 2021).  
 
Nevedi 2019b. Voer voor ketensamenwerking. Nevedi visie 2020-2025. Nevedi-visie 2020-2025 'Voer  
voor ketensamenwerking'(1).pdf (maart 2021)  
 
van Krimpen, M. en A. Cormont. 2019. Het percentage regionaal eiwit in het Nederlandse mengvoer;  
actualisatie voor 2018. Wageningen Livestock Research, The Netherlands (WLR), Wageningen  
University & Research, WLR rapport 1222. https://doi.org/10.18174/510422 (februari 2021)  
 
Van Bruggen, C en M. Gosseling. 2019. Dierlijke mest en mineralen 1990-2018. CBS.  
https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2019/49/dierlijkemestenmineralen2018.pdf (februari 2021)  
Royal Dutch Grain and Feed Trade Association ‘Het Comité’. 2019. Dutch trade in grains, seeds and  

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 46 

pulses. Sectoranalyse_ComiteGraanhandelaren_def_HR.pdf (februari 2021)  
 
G.D. Jukema, P. Ramaekers en P. Berkhout (Red.). 2021. De Nederlandse agrarische sector in  
internationaal verband – editie 2021. Wageningen/Heerlen/Den Haag, Wageningen Economic  
Research en Centraal Bureau voor de Statistiek, Rapport 2021-001. 126 blz.; 45 fig.; 38 tab.; 117 ref.  
https://doi.org/10.18174/538688 (februari 2021) 538688 (wur.nl)  
 
Vellinga, Th., V., Blonk, H., Marinussen, M., van Zeist, W.J., de Boer, I.J.M, en D. Starmans. 2013.  
Methodology used in FeedPrint: a tool quantifying greenhouse gas emissions of feed production and  
utilization. Wageningen Livestock Research. Report 674. Methodology used in feedprint: a tool  
quantifying greenhouse gas emissions of feed production and utilization (wur.nl) (februari 2021)  
 
Vijn, M., Dawson, W., de Wolf, P., van der Voort, M. en I. Vermeij. 2019. Welke mogelijkheden zijn er  
in Nederland om meer diervoeders te produceren? Verkenning van de mogelijkheden tot het  
verhogen van de productie van diervoeders uit reststromen in Nederland op basis van beschikbare  
kennis en data. Wageningen Research, Rapport WPR-796. Microsoft Word - Externe notitie  
Mogelijkheden verhogen productie diervoeders in Nederland(def).docx (wur.nl) (februari 2021) 
 

 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 47 

 

Combined Nomenclature codes 

 

cn_number 

cn 

cn_description 

Granen 

10019900 

1001 99 00  WHEAT AND MESLIN (EXCL. SEED FOR SOWING, AND DURUM WHEAT) 

10039000 

1003 90 00  BARLEY (EXCL. SEED FOR SOWING) 

10059000 

1005 90 00  MAIZE (EXCL. SEED FOR SOWING) 

10086000 

1008 60 00  TRITICALE 

10029000 

1002 90 00  RYE (EXCL. SEED FOR SOWING) 

10079000 

1007 90 00  GRAIN SORGHUM (EXCL. FOR SOWING) 

10049000 

1004 90 00  OATS (EXCL. SEED FOR SOWING) 

10081000 

1008 10 00  BUCKWHEAT 

10082900 

1008 29 00  MILLET (EXCL. GRAIN SORGHUM, AND SEED FOR SOWING) 

11 

10089000 

1008 90 00  CEREALS (EXCL. WHEAT AND MESLIN, RYE, BARLEY, OATS, MAIZE, RICE, GRAIN SORGHUM, 

BUCKWHEAT, MILLET, CANARY SEEDS, FONIO, QUINOA AND TRITICALE) 

Graanbijproducten 

13 

23023010 

2302 30 10  BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF PELLETS, DERIVED 

FROM THE SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING OF WHEAT, WITH A STARCH CONTENT OF 
<= 28% BY WEIGHT, AND OF WHICH THE PROPORTION THAT PASSES THROUGH A SIEVE 
WITH AN APERTURE OF 0,2 MM IS <= 10% BY WEIGHT OR ALTERNATIVELY THE PROPORTION 

THAT PASSES THROUGH THE SIEVE HAS AN ASH CONTENT, CALCULATED ON THE DRY 
PRODUCT, OF >= 1,5% BY WEIGHT 

13 

23023090 

2302 30 90  BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF WHEAT, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF 

PELLETS, DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING (EXCL. THOSE WITH 
STARCH CONTENT OF <= 28%, PROVIDED THAT EITHER <= 10% PASSES THROUGH A SIEVE 

WITH AN APERTURE OF 0,2 MM OR IF > 10% PASSES THROUGH, THE PROPORTION THAT 
PASSES THROUGH THE SIEVE HAS AN ASH CONTENT, CALCULATED ON THE DRY PRODUCT, OF 
>= 1,5% BY WEIGHT) 

14 

23021010 

2302 10 10  BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF MAIZE, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF 

PELLETS, DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING, WITH STARCH CONTENT OF 

<= 35% 

14 

23021090 

2302 10 90  BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF MAIZE, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF 

PELLETS, DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING, WITH STARCH CONTENT OF 
> 35% 

15 

23024002 

2302 40 02  BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF RICE, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF PELLETS, 

DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING, WITH STARCH CONTENT OF <= 35% 

15 

23024008 

2302 40 08  BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF RICE, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF PELLETS, 

DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING, WITH STARCH CONTENT OF > 35% 

16 

23024010 

2302 40 10  BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES, IN THE FORM OF PELLETS OR NOT, DERIVED FROM 

THE SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING OF CEREALS, WITH A STARCH CONTENT <= 28% 
BY WEIGHT, AND OF WHICH <= 10% BY WEIGHT PASSES THROUGH A SIEVE WITH AN 
APERTURE OF 0,2 MM OR, IF > 10% PASSES THROUGH, THE PROPORTION THAT PASSES 

THROUGH THE SIEVE HAS AN ASH CONTENT, CALCULATED ON THE DRY PRODUCT, OF >= 
1,5% BY WEIGHT (EXCL. BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF MAIZE, RICE OR WHEAT) 

16 

23024090 

2302 40 90  BRAN, SHARPS AND OTHER RESIDUES OF CEREALS, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF 

PELLETS, DERIVED FROM SIFTING, MILLING OR OTHER WORKING (EXCL. THOSE OF MAIZE, 
RICE AND WHEAT AND THOSE WITH A STARCH CONTENT OF <= 28%, PROVIDED THAT 

EITHER <=10% PASSES THROUGH A SIEVE WITH AN APERTURE OF 0,2 MM OR, IF > 10% 
PASSES THROUGH, THE PROPORTION THAT PASSES THROUGH HAS AN ASH CONTENT OF >= 
1,5%) 

18 

23033000 

2303 30 00  BREWING OR DISTILLING DREGS AND WASTE 

Oliezaadbijproducten 

20 

23040000 

2304 00 00  OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF 

PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF SOYA-BEAN OIL 

21 

23063000 

2306 30 00  OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF 

PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF SUNFLOWER SEEDS 

22 

23065000 

2306 50 00  OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF 

PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF COCONUT OR COPRA 

23 

23066000 

2306 60 00  OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF 

PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF PALM NUTS OR KERNELS 

24 

23064100 

2306 41 00  OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF 

PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF LOW ERUCIC ACID RAPE OR COLZA SEEDS 

"YIELDING A FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID CONTENT OF < 2% AND YIELDING A 
SOLID COMPONENT OF GLUCOSINOLATES OF < 30 MICROMOLES/G" 

24 

23064900 

2306 49 00  OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF 

PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF HIGH ERUCIC ACID RAPE OR COLZA SEEDS 
"YIELDING A FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID CONTENT OF >= 2% AND YIELDING A 

SOLID COMPONENT OF GLUCOSINOLATES OF >= 30 MICROMOLES/G" 

25 

23069005 

2306 90 05  OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF 

PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF VEGETABLE FATS OR OILS FROM MAIZE 
"CORN" GERM 

26 

23031019 

2303 10 19  RESIDUES FROM THE MANUFACTURE OF STARCH FROM MAIZE, OF A PROTEIN CONTENT, 

CALCULATED ON THE DRY PRODUCT, OF <= 40% BY WEIGHT (EXCL. CONCENTRATED 
STEEPING LIQUORS) 

27 

23062000 

2306 20 00  OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF 

PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF LINSEED 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 48 

 

cn_number 

cn 

cn_description 

28 

23050000 

2305 00 00  OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF 

PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF GROUNDNUT OIL 

29 

23061000 

2306 10 00  OILCAKE AND OTHER SOLID RESIDUES, WHETHER OR NOT GROUND OR IN THE FORM OF 

PELLETS, RESULTING FROM THE EXTRACTION OF COTTON SEEDS 

30 

23080090 

2308 00 90  MAIZE STALKS, MAIZE LEAVES, FRUIT PEEL AND OTHER VEGETABLE MATERIALS, WASTE, 

RESIDUES AND BY-PRODUCTS FOR ANIMAL FEEDING, WHETHER OR NOT IN THE FORM OF 

PELLETS, N.E.S. (EXCL. ACORNS, HORSE-CHESTNUTS AND POMACE OR MARC OF FRUIT) 

34 

23031011 

2303 10 11  RESIDUES FROM THE MANUFACTURE OF STARCH FROM MAIZE, OF A PROTEIN CONTENT, 

CALCULATED ON THE DRY PRODUCT, OF > 40% BY WEIGHT (EXCL. CONCENTRATED STEEPING 
LIQUORS) 

Peulvruchten 

36 

07131090 

0713 10 90  PEAS, "PISUM SATIVUM", DRIED AND SHELLED, WHETHER OR NOT SKINNED OR SPLIT (EXCL. 

PEAS FOR SOWING) 

37 

12092950 

1209 29 50  LUPINE SEED FOR SOWING 

38 

07133100 

0713 31 00  DRIED, SHELLED BEANS OF SPECIES "VIGNA MUNGO [L.] HEPPER OR VIGNA RADIATA [L.] 

WILCZEK", WHETHER OR NOT SKINNED OR SPLIT 

38 

07133200 

0713 32 00  DRIED, SHELLED SMALL RED "ADZUKI" BEANS "PHASEOLUS OR VIGNA ANGULARIS", 

WHETHER OR NOT SKINNED OR SPLIT 

38 

07133390 

0713 33 90  DRIED, SHELLED KIDNEY BEANS "PHASEOLUS VULGARIS", WHETHER OR NOT SKINNED OR 

SPLIT (EXCL. FOR SOWING) 

38 

07135000 

0713 50 00  DRIED, SHELLED BROAD BEANS "VICIA FABA VAR. MAJOR" AND HORSE BEANS "VICIA FABA 

VAR. EQUINA AND VICIA FABA VAR. MINOR", WHETHER OR NOT SKINNED OR SPLIT 

Oliezaden 

40 

12019000 

1201 90 00  SOYA BEANS, WHETHER OR NOT BROKEN (EXCL. SEED FOR SOWING) 

40 

12081000 

1208 10 00  SOYA BEAN FLOUR AND MEAL 

41 

12051090 

1205 10 90  LOW ERUCIC RAPE OR COLZA SEEDS "YIELDING A FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID 

CONTENT OF < 2% AND YIELDING A SOLID COMPONENT OF GLUCOSINOLATES OF < 30 
MICROMOLES/G", WHETHER OR NOT BROKEN (EXCL. FOR SOWING) 

41 

12059000 

1205 90 00  HIGH ERUCIC RAPE OR COLZA SEEDS "YIELDING A FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID 

CONTENT OF >= 2% AND YIELDING A SOLID COMPONENT OF GLUCOSINOLATES OF >= 30 

MICROMOLES/G", WHETHER OR NOT BROKEN 

42 

12040090 

1204 00 90  LINSEED (EXCL. FOR SOWING) 

43 

12060091 

1206 00 91  SUNFLOWER SEEDS, WHETHER OR NOT BROKEN, SHELLED OR IN GREY AND WHITE STRIPED 

SHELL (EXCL. FOR SOWING) 

43 

12060099 

1206 00 99  SUNFLOWER SEEDS, WHETHER OR NOT BROKEN (EXCL. FOR SOWING, SHELLED AND IN GREY 

AND WHITE STRIPED SHELL) 

46 

12122100 

1212 21 00  SEAWEEDS AND OTHER ALGAE, FRESH, CHILLED, FROZEN OR DRIED, WHETHER OR NOT 

GROUND, FIT FOR HUMAN CONSUMPTION 

46 

12122900 

1212 29 00  SEAWEEDS AND OTHER ALGAE, FRESH, CHILLED, FROZEN OR DRIED, WHETHER OR NOT 

GROUND, UNFIT FOR HUMAN CONSUMPTION 

47 

07141000 

0714 10 00  FRESH, CHILLED, FROZEN OR DRIED ROOTS AND TUBERS OF MANIOC "CASSAVA", WHETHER 

OR NOT SLICED OR IN THE FORM OF PELLETS 

48 

12141000 

1214 10 00  ALFALFA MEAL AND PELLETS 

49 

23032010 

2303 20 10  BEET-PULP 

49 

23099091 

2309 90 91  BEEF-PULP WITH ADDED MOLASSES OF A KIND USED IN ANIMAL FEEDING 

50 

23080040 

2308 00 40  ACORNS AND HORSE-CHESTNUTS AND POMACE OR MARC OF FRUIT, FOR ANIMAL FEEDING, 

WHETHER OR NOT IN THE FORM OF PELLETS (EXCL. GRAPE MARC) 

51 

17031000 

1703 10 00  CANE MOLASSES RESULTING FROM THE EXTRACTION OR REFINING OF SUGAR 

52 

23032090 

2303 20 90  BAGASSE AND OTHER WASTE OF SUGAR MANUFACTURE (EXCL. BEET PULP) 

55 

17039000 

1703 90 00  BEET MOLASSES RESULTING FROM THE EXTRACTION OR REFINING OF SUGAR 

Dierlijke producten 

57 

04041002 

0404 10 02  WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT 

ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN 
CONTENT X 6.38" OF <= 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF <= 1,5% 

57 

04041004 

0404 10 04  WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT 

ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN 
CONTENT X 6.38" OF <= 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF > 1,5 AND 

<= 27% 

57 

04041006 

0404 10 06  WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT 

ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN 
CONTENT X 6.38" OF <= 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF > 27% 

57 

04041012 

0404 10 12  WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT 

ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN 

CONTENT X 6.38" OF > 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF <= 1,5% 

57 

04041014 

0404 10 14  WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT 

ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN 
CONTENT X 6.38" OF > 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF > 1,5% AND 
<= 27% 

57 

04041016 

0404 10 16  WHEY AND MODIFIED WHEY, IN POWDER, GRANULES OR OTHER SOLID FORMS, WITHOUT 

ADDED SUGAR OR OTHER SWEETENING MATTER, OF A PROTEIN CONTENT "NITROGEN 
CONTENT X 6.38" OF > 15% BY WEIGHT AND A FAT CONTENT, BY WEIGHT, OF > 27% 

58 

23099035 

2309 90 35  PREPARATIONS, INCL. PREMIXES, FOR ANIMAL FOOD, CONTAINING GLUCOSE, GLUCOSE 

SYRUP, MALTODEXTRINE OR MALTODEXTRINE SYRUP BUT CONTAINING NO STARCH OR 

CONTAINING <= 10% STARCH AND >= 50% BUT < 75% BY WEIGHT OF MILK PRODUCTS 
(EXCL. DOG OR CAT FOOD PUT UP FOR RETAIL SALE) 

58 

23099039 

2309 90 39  PREPARATIONS, INCL. PREMIXES, FOR ANIMAL FOOD, CONTAINING GLUCOSE, GLUCOSE 

SYRUP, MALTODEXTRINE OR MALTODEXTRINE SYRUP BUT CONTAINING NO STARCH OR 
CONTAINING <= 10% STARCH AND >= 75% BY WEIGHT OF MILK PRODUCTS (EXCL. DOG OR 

CAT FOOD PUT UP FOR RETAIL SALE) 

58 

23099049 

2309 90 49  PREPARATIONS, INCL. PREMIXES, FOR ANIMAL FOOD, CONTAINING GLUCOSE, GLUCOSE 

SYRUP, MALTODEXTRINE OR MALTODEXTRINE SYRUP AND CONTAINING > 10% BUT <= 30% 
OF STARCH AND >= 50% BY WEIGHT OF MILK PRODUCTS (EXCL. DOG OR CAT FOOD PUT UP 
FOR RETAIL SALE) 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 49 

 

cn_number 

cn 

cn_description 

58 

23099059 

2309 90 59  PREPARATIONS, INCL. PREMIXES, FOR ANIMAL FOOD, CONTAINING GLUCOSE, GLUCOSE 

SYRUP, MALTODEXTRINE OR MALTODEXTRINE SYRUP AND CONTAINING > 30% OF STARCH 
AND >= 50% BY WEIGHT OF MILK PRODUCTS (EXCL. DOG OR CAT FOOD PUT UP FOR RETAIL 
SALE) 

58 

23099070 

2309 90 70  PREPARATIONS, INCL. PREMIXES, FOR ANIMAL FOOD, CONTAINING NO STARCH, GLUCOSE, 

MALTODEXTRINE OR MALTODEXTRINE SYRUP, BUT CONTAINING MILK PRODUCTS (EXCL. DOG 
OR CAT FOOD PUT UP FOR RETAIL SALE) 

58 

04021019 

0402 10 19  MILK AND CREAM IN SOLID FORMS, OF A FAT CONTENT BY WEIGHT OF <= 1,5%, 

UNSWEETENED, IN IMMEDIATE PACKINGS OF > 2,5 KG 

58 

04021099 

0402 10 99  MILK AND CREAM IN SOLID FORMS, OF A FAT CONTENT BY WEIGHT OF <= 1,5%, 

SWEETENED, IN IMMEDIATE PACKINGS OF > 2,5 KG 

59 

05059000 

0505 90 00  SKINS AND OTHER PARTS OF BIRDS, WITH THEIR FEATHERS OR DOWN, FEATHERS AND 

PARTS OF FEATHERS, WHETHER OR NOT WITH TRIMMED EDGES, NOT FURTHER WORKED 
THAN CLEANED, DISINFECTED OR TREATED FOR PRESERVATION; POWDER AND WASTE OF 
FEATHERS OR PARTS OF FEATHERS (EXCL. FEATHERS USED FOR STUFFING AND DOWN) 

59 

23011000 

2301 10 00  FLOURS, MEALS AND PELLETS, OF MEAT OR OFFAL, UNFIT FOR HUMAN CONSUMPTION; 

GREAVES 

60 

23012000 

2301 20 00  FLOURS, MEALS AND PELLETS OF FISH OR CRUSTACEANS, MOLLUSCS OR OTHER AQUATIC 

INVERTEBRATES, UNFIT FOR HUMAN CONSUMPTION 

61 

15021010 

1502 10 10  TALLOW OF BOVINE ANIMALS, SHEEP OR GOATS, FOR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR 

MANUFACTURE OF FOODSTUFFS, AND OIL AND OLEOSTEARIN) 

61 

15029010 

1502 90 10  FATS OF BOVINE ANIMALS, SHEEP OR GOATS, FOR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR 

MANUFACTURE OF FOODSTUFFS, AND TALLOW, OLEOSTEARIN AND OLEO-OIL) 

62 

15011010 

1501 10 10  LARD, RENDERED OR OTHERWISE EXTRACTED, FOR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR THE 

MANUFACTURE OF FOODSTUFFS, LARD STEARIN AND LARD OIL) 

62 

15012010 

1501 20 10  PIG FAT, RENDERED OR OTHERWISE EXTRACTED, FOR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR THE 

MANUFACTURE OF FOODSTUFFS, AND LARD) 

63 

15060000 

1506 00 00  OTHER ANIMAL FATS AND OILS AND THEIR FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, BUT NOT 

CHEMICALLY MODIFIED (EXCL. PIG FAT, POULTRY FAT, FATS OF BOVINE ANIMALS, SHEEP AND 
GOATS, FATS OF FISH AND OTHER MARINE ANIMALS, LARD STEARIN, LARD OIL, 
OLOESTEARIN, OLEO-OIL, TALLOW OIL, WOOL GREASE AND FATTY SUBSTANCES DERIVED 
THEREFROM) 

64 

15042090 

1504 20 90  FISH FATS AND OILS AND LIQUID FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED (EXCL. 

CHEMICALLY MODIFIED AND LIVER OILS) 

65 

15019000 

1501 90 00  POULTRY FAT, RENDERED OR OTHERWISE EXTRACTED 

Plantaardige oliën en vetten 

67 

15131110 

1513 11 10  CRUDE COCONUT OIL, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR MANUFACTURE OF 

FOODSTUFFS) 

67 

15131930 

1513 19 30  COCONUT OIL AND ITS LIQUID FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, BUT NOT 

CHEMICALLY MODIFIED, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR MANUFACTURE OF 
FOODSTUFFS AND CRUDE) 

68 

15111010 

1511 10 10  CRUDE PALM OIL, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR MANUFACTURE OF 

FOODSTUFFS) 

68 

15119091 

1511 90 91  PALM OIL AND ITS LIQUID FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, BUT NOT CHEMICALLY 

MODIFIED, FOR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR PRODUCTION OF FOODSTUFFS AND CRUDE) 

69 

15132110 

1513 21 10  CRUDE PALM KERNEL AND BABASSU OIL, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR 

MANUFACTURE OF FOODSTUFFS) 

69 

15132930 

1513 29 30  PALM KERNEL AND BABASSU OIL AND THEIR LIQUID FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, 

BUT NOT CHEMICALLY MODIFIED, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR 
MANUFACTURE OF FOODSTUFFS AND CRUDE) 

70 

15141110 

1514 11 10  LOW ERUCIC ACID RAPE OR COLZA OIL "FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID CONTENT OF 

< 2%", CRUDE, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR MANUFACTURE OF 

FOODSTUFFS FOR HUMAN CONSUMPTION) 

70 

15141910 

1514 19 10  LOW ERUCIC ACID RAPE OR COLZA OIL "FIXED OIL WHICH HAS AN ERUCIC ACID CONTENT OF 

< 2%" AND ITS FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, BUT NOT CHEMICALLY MODIFIED, 
FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. FOR MANUFACTURE OF FOODSTUFFS FOR 
HUMAN CONSUMPTION AND CRUDE) 

71 

15071010 

1507 10 10  CRUDE SOYA-BEAN OIL, WHETHER OR NOT DEGUMMED, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL 

USES (EXCL. FOR PRODUCTION OF FOODSTUFFS) 

71 

15079010 

1507 90 10  SOYA-BEAN OIL AND ITS FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, FOR TECHNICAL OR 

INDUSTRIAL USES (EXCL. CHEMICALLY MODIFIED, CRUDE, AND FOR PRODUCTION OF 
FOODSTUFFS) 

72 

15121110 

1512 11 10  CRUDE SUNFLOWER-SEED OR SAFFLOWER OIL, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. 

FOR MANUFACTURE OF FOODSTUFFS) 

72 

15121910 

1512 19 10  SUNFLOWER-SEED OR SAFFLOWER OIL AND THEIR FRACTIONS, WHETHER OR NOT REFINED, 

BUT NOT CHEMICALLY MODIFIED, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. CRUDE AND 
FOR MANUFACTURE OF FOODSTUFFS) 

73 

15151100 

1515 11 00  CRUDE LINSEED OIL 

73 

15151910 

1515 19 10  LINSEED OIL AND FRACTIONS THEREOF, WHETHER OR NOT REFINED, BUT NOT CHEMICALLY 

MODIFIED, FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL USES (EXCL. CRUDE AND FOR MANUFACTURE OF 

FOODSTUFFS) 

73 

15180039 

1518 00 39  FIXED VEGETABLE OILS, FLUID, MIXED, INEDIBLE, N.E.S., FOR TECHNICAL OR INDUSTRIAL 

USES (EXCL. CRUDE OILS AND FOR PRODUCTION OF FOODSTUFFS) 

74 

15180099 

1518 00 99  MIXTURES AND PREPARATIONS OF ANIMAL OR VEGETABLE FATS AND OILS AND OF 

FRACTIONS OF VARIOUS FATS AND OILS, INEDIBLE, N.E.S., IN CHAPTER 15 

Kleine toevoegingen 

80 

25010091 

2501 00 91  SALT SUITABLE FOR HUMAN CONSUMPTION 

80 

25010099 

2501 00 99  SALT AND PURE SODIUM CHLORIDE, WHETHER OR NOT IN AQUEOUS SOLUTION OR 

CONTAINING ADDED ANTI-CAKING OR FREE-FLOWING AGENTS (EXCL. TABLE SALT, SALT FOR 
CHEMICAL TRANSFORMATION "SEPARATION OF NA FROM CL", DENATURED SALT AND SALT 

FOR OTHER INDUSTRIAL USES) 

96 

25070020 

2507 00 20  KAOLIN 

96 

25070080 

2507 00 80  KAOLINIC CLAYS (OTHER THAN KAOLIN) 

 

 

 

 

96 

25081000 

2508 10 00  BENTONITE 

84 

25199010 

2519 90 10  MAGNESIUM OXIDE, WHETHER OR NOT PURE (EXCL. CALCINED NATURAL MAGNESIUM 

CARBONATE) 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 50 

 

cn_number 

cn 

cn_description 

95 

28332500 

2833 25 00  SULPHATES OF COPPER 

83 

28352200 

2835 22 00  MONO- OR DISODIUM PHOSPHATE 

83 

28352500 

2835 25 00  CALCIUM HYDROGENORTHOPHOSPHATE "DICALCIUM PHOSPHATE" 

83 

28352600 

2835 26 00  PHOSPHATES OF CALCIUM (EXCL. CALCIUM HYDROGENORTHOPHOSPHATE "DICALCIUM 

PHOSPHATE") 

81 

28363000 

2836 30 00  SODIUM HYDROGENCARBONATE "SODIUM BICARBONATE" 

79 

28365000 

2836 50 00  CALCIUM CARBONATE 

94 

31021010 

3102 10 10  UREA, WHETHER OR NOT IN AQUEOUS SOLUTION, CONTAINING > 45% NITROGEN IN 

RELATION TO THE WEIGHT OF THE DRY PRODUCT (EXCL. THAT IN TABLETS OR SIMILAR 
FORMS, OR IN PACKAGES WITH A GROSS WEIGHT OF <= 10 KG) 

94 

31021090 

3102 10 90  UREA, WHETHER OR NOT IN AQUEOUS SOLUTION, CONTAINING <= 45% BY WEIGHT OF 

NITROGEN ON THE DRY ANHYDROUS PRODUCT (EXCL. GOODS OF THIS CHAPTER IN TABLETS 

OR SIMILAR FORMS OR IN PACKAGES OF A GROSS WEIGHT OF <= 10 KG) 

44 

12079996 

1207 99 96  Oil seeds and oleaginous fruits, whether or not broken (excl. for sowing and edible nuts, olives, 

soya beans, groundnuts, copra, linseed, rape or colza seeds, sunflower seeds, palm nuts and 
kernels, cotton, castor oil, sesamum, mustard, safflower, melon, poppy and hemp seeds) 

54 

20041099 

2004 10 99  Potatoes, prepared or preserved otherwise than by vinegar or acetic acid, frozen (excl. cooked 

only and in the form of flour, meal or flakes) 

54 

20052080 

2005 20 80  Potatoes, prepared or preserved otherwise than by vinegar or acetic acid, not frozen (excl. 

potatoes in the form of flour, meal or flakes, and thinly sliced, cooked in fat or oil, whether or 
not salted or flavoured, in airtight packings, suitable for direct consumption) 

77 

23021010 

2302 10 10  Bran, sharps and other residues of maize, whether or not in the form of pellets, derived from 

sifting, milling or other working, with starch content of <= 35% 

77 

23021090 

2302 10 90  Bran, sharps and other residues of maize, whether or not in the form of pellets, derived from 

sifting, milling or other working, with starch content of > 35% 

77 

23080090 

2308 00 90  Maize stalks, maize leaves, fruit peel and other vegetable materials, waste, residues and by-

products for animal feeding, whether or not in the form of pellets, n.e.s. (excl. acorns, horse-

chestnuts and pomace or marc of fruit) 

82 

23099031 

2309 90 31  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine 

or maltodextrine syrup but containing no starch or no milk products or containing <= 10% 
starch and < 10% by weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale) 

82 

23099033 

2309 90 33  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine 

or maltodextrine syrup but containing no starch or containing <= 10% starch and >= 10% but 
< 50% by weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale) 

82 

23099035 

2309 90 35  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine 

or maltodextrine syrup but containing no starch or containing <= 10% starch and >= 50% but 
< 75% by weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale) 

82 

23099039 

2309 90 39  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine 

or maltodextrine syrup but containing no starch or containing <= 10% starch and >= 75% by 
weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale) 

82 

23099041 

2309 90 41  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine 

or maltodextrine syrup and containing > 10% but <= 30% of starch and no milk products or < 
10% by weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale) 

82 

23099043 

2309 90 43  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine 

or maltodextrine syrup and containing > 10% but <= 30% of starch and >= 10% but < 50% 
by weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale) 

82 

23099049 

2309 90 49  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine 

or maltodextrine syrup and containing > 10% but <= 30% of starch and >= 50% by weight of 
milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale) 

82 

23099051 

2309 90 51  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine 

or maltodextrine syrup and containing > 30% of starch and no milk products or < 10% by 
weight of milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale) 

82 

23099053 

2309 90 53  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine 

or maltodextrine syrup and containing > 30% of starch and >= 10% but < 50% by weight of 
milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale) 

82 

23099059 

2309 90 59  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing glucose, glucose syrup, maltodextrine 

or maltodextrine syrup and containing > 30% of starch and >= 50% by weight of milk products 
(excl. dog or cat food put up for retail sale) 

82 

23099070 

2309 90 70  Preparations, incl. premixes, for animal food, containing no starch, glucose, maltodextrine or 

maltodextrine syrup, but containing milk products (excl. dog or cat food put up for retail sale) 

85 

29224100 

2922 41 00  Lysine and its esters; salts thereof 

86 

29304090 

2930 40 90  Methionine (excl. methionine "INN") 

90 

35079090 

3507 90 90  Enzymes and prepared enzymes, n.e.s. (excl. rennet and concentrates thereof, lipoprotein 

lipase and Aspergillus alkaline protease) 

91 

29151100 

2915 11 00  Formic acid 

91 

29154000 

2915 40 00  Mono- di- or trichloroacetic acids, their salts and esters 

91 

29155000 

2915 50 00  Propionic acid, its salts and esters 

91 

29161500 

2916 15 00  Oleic, linoleic or linolenic acids, their salts and esters (excl. inorganic or organic compounds of 

mercury) 

91 

29163100 

2916 31 00  Benzoic acid, its salts and esters (excl. inorganic or organic compounds of mercury) 

91 

29181100 

2918 11 00  Lactic acid, its salts and esters (excl. inorganic or organic compounds of mercury) 

91 

29181400 

2918 14 00  Citric acid 

91 

29181940 

2918 19 40  2,2-Bis"hydroxymethyl"propionic acid 

91 

29224985 

2922 49 85  Amino-acids and their esters; salts thereof (excl. those containing > one kind of oxygen 

function, lysine and its esters, and salts thereof, and glutamic acid, anthranilic acid, tilidine 

"INN" and their salts and beta-alanine) 

92 

35079090 

3507 90 90  Enzymes and prepared enzymes, n.e.s. (excl. rennet and concentrates thereof, lipoprotein 

lipase and Aspergillus alkaline protease) 

97 

15060000 

1506 00 00  Other animal fats and oils and their fractions, whether or not refined, but not chemically 

modified (excl. pig fat, poultry fat, fats of bovine animals, sheep and goats, fats of fish and 
other marine animals, lard stearin, lard oil, oloestearin, oleo-oil, tallow oil, wool grease and 
fatty substances derived therefrom) 

background image

 

 

Voersamenstelling 2019 

Voersamenstellingen zijn weergegeven in % vers product. Geschatte gemiddelde samenstelling van 
mengvoerders gebruikt voor verschillende diercategorieën voor het jaar 2019. Grondstoffen 
weergegeven in % op vers productbasis (~87% droge stof). 
 

Grondstof 

Vl

e

e

s

k

u

ik

e

n

s

 

O

p

fo

k

h

e

n

n

e

n

 

L

e

g

h

e

n

n

e

n

 

O

p

fo

k

m

o

e

d

e

rs

 

O

u

d

e

rd

ie

re

n

 

Ee

n

d

e

n

 

K

a

lk

o

e

n

e

n

 

Me

lk

v

e

e

 e

iw

itr

ij

k

 

Me

lk

v

e

e

 e

iw

ita

rm

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 o

p

fo

k

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 a

fm

e

s

B

ig

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 s

ta

rt 

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 g

ro

e

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 e

in

d

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 to

ta

a

Z

e

u

g

 o

p

fo

k

 

Z

e

u

g

 d

ra

c

h

Z

e

u

g

 l

a

c

to

 

Z

e

u

g

 r

e

p

ro

 

Z

e

u

g

 t

o

ta

a

F

o

k

b

e

e

Granen 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tarwe 

41,03 

25,97 

11,63 

29,04 

23,59 

34,43 

33,14 

0,00 

0,39 

0,03 

0,00 

0,00 

11,25 

12,08 

16,07 

12,74 

13,61 

15,37 

4,84 

15,00 

8,42 

9,25 

7,75 

Gerst 

0,00 

0,00 

6,90 

1,93 

0,00 

2,81 

0,00 

0,98 

1,89 

0,10 

0,00 

0,00 

32,50 

26,90 

18,45 

22,50 

22,12 

26,43 

20,97 

13,44 

18,32 

19,29 

19,94 

Mais 

20,00 

39,53 

40,00 

40,00 

40,00 

33,70 

35,00 

15,01 

15,30 

19,61 

28,92 

22,31 

23,24 

19,11 

24,96 

20,00 

21,32 

15,33 

17,22 

24,20 

19,67 

19,15 

13,07 

Triticale 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

8,00 

9,41 

10,89 

8,27 

13,82 

0,00 

1,00 

1,00 

1,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Rogge 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

4,76 

8,79 

5,46 

5,53 

7,26 

0,00 

0,38 

0,38 

0,50 

0,44 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Sorghum 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Haver 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Optie, CCM 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Overige granen 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Graanbijproducten 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tarwegries 

0,00 

0,00 

0,00 

7,70 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,33 

1,30 

0,90 

3,61 

4,69 

8,92 

9,11 

8,21 

12,11 

17,50 

10,63 

15,08 

14,72 

20,00 

Maisproducten 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Rijstbijproducten 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Tarweglutenvoer gedroogd 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,69 

1,13 

1,45 

1,25 

1,25 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,00 

2,00 

2,65 

2,33 

0,00 

Bakkerijproducten 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,24 

7,61 

7,28 

10,00 

8,73 

3,93 

0,50 

7,91 

3,11 

3,21 

3,50 

DDGS mais 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,25 

2,18 

1,46 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Oliezaadbijproducten  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sojaschroot 

19,64 

10,16 

9,35 

3,15 

3,76 

15,48 

14,45 

11,42 

1,19 

3,47 

5,90 

3,18 

11,58 

10,55 

7,44 

7,87 

8,25 

5,43 

0,04 

9,67 

3,43 

3,67 

1,17 

Zonnebloedzaadschroot 

5,46 

9,56 

10,44 

10,90 

12,79 

0,00 

0,00 

6,40 

6,24 

9,05 

5,45 

6,92 

2,61 

3,78 

0,75 

1,50 

1,71 

7,13 

6,06 

5,00 

5,69 

5,86 

7,02 

Kokosschr/-schilf. 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Palmpitschilf RC<180 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

12,00 

12,00 

12,00 

12,00 

12,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,00 

1,53 

0,00 

5,00 

0,00 

3,24 

2,85 

5,00 

Raapschroot RE < 380 

2,20 

1,13 

3,21 

2,77 

5,03 

0,32 

0,00 

4,99 

4,94 

5,55 

5,00 

6,81 

0,50 

7,06 

9,58 

2,44 

5,46 

5,54 

1,58 

3,25 

2,17 

2,57 

3,57 

Maiskiemschroot 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Maisglvoer RE < 200 

0,00 

5,60 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,48 

5,00 

5,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Lijnschr/-schilfers 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Grondnotenschr/-schilf. 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Katoenzaadschr/-schilf. 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Sojahulln RC 320-360 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

7,90 

13,50 

7,09 

6,59 

6,97 

0,00 

0,00 

0,00 

3,28 

1,67 

0,86 

5,92 

0,43 

3,98 

3,61 

6,83 

Soycomill 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Mervobest Raap 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

6,48 

3,40 

6,42 

5,64 

3,48 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Sojaschrt Mervobest 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

8,01 

3,87 

1,72 

1,36 

0,79 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Maisglutenmeel 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,90 

5,28 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Peulvruchten 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Erwten droog 

2,00 

2,16 

3,00 

0,46 

1,96 

2,00 

4,40 

0,69 

1,13 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Lupinen RV<70 RE<335 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Bonen 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Oliezaden 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sojabonen verhit 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,50 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Raapzaad 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Lijnzaad 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Zonnebloempitten 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Diverse zaden 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Optie, TGC 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Luz.meel RE 160-180 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Bietenpulp 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,12 

0,00 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,00 

10,00 

1,27 

6,93 

6,33 

6,02 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 52 

Grondstof 

Vl

e

e

s

k

u

ik

e

n

s

 

O

p

fo

k

h

e

n

n

e

n

 

L

e

g

h

e

n

n

e

n

 

O

p

fo

k

m

o

e

d

e

rs

 

O

u

d

e

rd

ie

re

n

 

Ee

n

d

e

n

 

K

a

lk

o

e

n

e

n

 

Me

lk

v

e

e

 e

iw

itr

ij

k

 

Me

lk

v

e

e

 e

iw

ita

rm

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 o

p

fo

k

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 a

fm

e

s

B

ig

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 s

ta

rt 

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 g

ro

e

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 e

in

d

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 to

ta

a

Z

e

u

g

 o

p

fo

k

 

Z

e

u

g

 d

ra

c

h

Z

e

u

g

 l

a

c

to

 

Z

e

u

g

 r

e

p

ro

 

Z

e

u

g

 t

o

ta

a

F

o

k

b

e

e

Citruspulp 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,42 

7,10 

0,06 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Melasse riet SUI>475 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,25 

0,13 

0,00 

0,74 

0,00 

0,48 

0,42 

0,00 

Vinasse RE < 250 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,70 

2,40 

2,90 

2,00 

3,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Aardappeleiwit 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,18 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Protapec 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Melasse, biet- 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,30 

2,60 

2,03 

2,25 

2,00 

0,00 

1,25 

1,29 

2,00 

1,64 

1,21 

2,00 

1,25 

1,74 

1,67 

1,25 

Dierlijke producten 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Weipdr MSA RAS < 210 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Milkpowder/concentrate 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Dierlijke eiwitten 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Vismeel RE 630 - 680 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,56 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Rundvet 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Varkensvet 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Vet dierlijk 

0,63 

0,00 

0,00 

0,05 

0,37 

1,84 

0,44 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,67 

1,03 

0,38 

0,25 

0,44 

0,64 

0,83 

0,97 

0,88 

0,85 

1,18 

Visolie 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Pluimveevet 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Plantaardige olien en vetten 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kokosvet 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Palmolie Arkerv. 

5,49 

1,50 

4,24 

0,00 

1,33 

1,34 

0,00 

0,28 

0,15 

0,32 

0,20 

0,75 

0,60 

1,77 

1,24 

1,51 

1,47 

1,81 

1,68 

1,56 

1,64 

1,66 

1,70 

Palmpitvet 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Raapolie 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Vet/olie plant hg VC als SOJAolie 

0,00 

0,26 

0,00 

0,05 

1,19 

0,81 

1,38 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,50 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Zonnebloemolie 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Diverse plant (+ lijnolie) 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Mengsels vet(zuren) 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Optie, Grass (fresh) 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Optie, Grass (silage) 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Optie, Green maize silage 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Kleine toevoegingen 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Krijt en Kalksteentjes 

1,08 

1,71 

9,26 

1,59 

8,13 

0,79 

1,86 

1,16 

0,81 

2,00 

1,91 

1,92 

0,90 

1,27 

1,13 

1,02 

1,10 

1,07 

0,93 

1,64 

1,18 

1,17 

0,97 

Zout 

0,13 

0,13 

0,27 

0,21 

0,17 

0,01 

0,21 

0,57 

0,46 

0,82 

0,86 

0,82 

0,49 

0,08 

0,19 

0,16 

0,15 

0,28 

0,00 

0,17 

0,06 

0,09 

0,26 

Natrium-Bicarbonaat 

0,24 

0,27 

0,14 

0,33 

0,25 

0,27 

0,15 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,08 

0,23 

0,07 

0,05 

0,09 

0,01 

0,52 

0,26 

0,43 

0,38 

0,00 

Premix vit + min 

0,50 

0,50 

0,50 

0,50 

0,50 

1,00 

0,51 

0,75 

0,75 

0,50 

0,50 

0,50 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

Monocalciumfosfaat 

0,28 

0,52 

0,49 

0,49 

0,36 

0,59 

0,74 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,50 

0,12 

0,00 

0,00 

0,02 

0,02 

0,04 

0,52 

0,21 

0,18 

0,02 

Magnesiumoxide 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,04 

0,02 

0,04 

0,08 

0,09 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

L-Lysine HCL 

0,34 

0,24 

0,17 

0,21 

0,15 

0,20 

0,56 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,49 

0,47 

0,34 

0,31 

0,35 

0,33 

0,19 

0,33 

0,24 

0,25 

0,26 

DL-Methionine 

0,21 

0,07 

0,15 

0,10 

0,11 

0,12 

0,23 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,15 

0,09 

0,04 

0,05 

0,05 

0,03 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,02 

L-Threonine 

0,10 

0,08 

0,00 

0,07 

0,05 

0,00 

0,13 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,14 

0,13 

0,07 

0,07 

0,08 

0,06 

0,04 

0,09 

0,06 

0,06 

0,07 

L-Tryptofaan 

0,00 

0,03 

0,00 

0,01 

0,00 

0,01 

0,03 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,04 

0,03 

0,02 

0,01 

0,02 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

L-Valine 

0,07 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,06 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,02 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,02 

0,01 

0,00 

0,00 

Fytase premix 

0,60 

0,58 

0,25 

0,44 

0,25 

0,38 

0,47 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,03 

0,02 

0,01 

0,01 

0,01 

0,01 

0,02 

0,02 

0,02 

0,02 

0,02 

Melkzuur 100% vloeibaar 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Rovabio Excel AP 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

L-Arginine 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,18 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Ureum 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,21 

0,25 

0,23 

0,00 

0,25 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Kopersulfaat 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Kleimineralen 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 53 

 

Voersamenstelling 2020 

Voersamenstellingen zijn weergegeven in % vers product. Geschatte gemiddelde samenstelling van 
mengvoerders gebruikt voor verschillende diercategorieën voor het jaar 2020. Grondstoffen 
weergegeven in % op vers productbasis (~87% droge stof). 

 

Grondstof 

Vl

e

e

s

k

u

ik

e

n

s

 

O

p

fo

k

h

e

n

n

e

n

 

L

e

g

h

e

n

n

e

n

 

O

p

fo

k

m

o

e

d

e

rs

 

O

u

d

e

rd

ie

re

n

 

Ee

n

d

e

n

 

K

a

lk

o

e

n

e

n

 

M

e

lk

v

e

e

 e

iw

itr

ij

k

 

M

e

lk

v

e

e

 e

iw

it

a

rm

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 o

p

fo

k

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 a

fm

e

s

B

ig

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 s

ta

rt 

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 g

ro

e

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 e

in

d

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 to

ta

a

Z

e

u

g

 o

p

fo

k

 

Z

e

u

g

 d

ra

c

h

Z

e

u

g

 l

a

c

to

 

Z

e

u

g

 r

e

p

ro

 

Z

e

u

g

 to

ta

a

F

o

k

b

e

e

Granen 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tarwe 

44,01 

26,72 

18,42 

27,61 

15,86 

34,70 

33,00 

0,00 

0,00 

0,27 

0,00 

0,00 

5,00 

7,65 

6,59 

6,10 

6,54 

12,94 

0,00 

15,00 

5,28 

6,20 

5,00 

Gerst 

0,00 

0,43 

6,44 

4,92 

10,33 

2,83 

0,00 

3,76 

9,22 

5,60 

0,00 

0,00 

33,80 

30,00 

30,00 

30,00 

30,00 

30,00 

29,14 

16,22 

24,59 

25,24 

26,90 

Mais 

20,00 

40,00 

40,00 

40,00 

40,00 

33,70 

35,00 

20,69 

21,54 

21,23 

28,92 

22,31 

29,68 

25,00 

25,00 

20,00 

22,45 

15,69 

15,67 

23,66 

18,49 

18,15 

14,16 

Triticale 

0,30 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,19 

4,37 

4,43 

8,27 

13,82 

0,00 

1,00 

1,00 

1,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Rogge 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,11 

3,91 

4,26 

5,53 

7,26 

0,00 

0,50 

0,50 

0,50 

0,50 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Sorghum 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Haver 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Optie, CCM 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Overige granen 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Graanbijproducten 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tarwegries 

0,22 

1,23 

0,00 

7,08 

0,55 

0,00 

0,00 

2,28 

1,14 

6,65 

1,30 

0,90 

2,56 

5,84 

12,24 

10,03 

9,89 

11,59 

17,50 

10,22 

14,93 

14,53 

20,00 

Maisproducten 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Rijstbijproducten 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Tarweglutenvoer gedroogd 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,70 

3,85 

4,02 

1,25 

1,25 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,00 

2,00 

2,65 

2,33 

0,00 

Bakkerijproducten 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,00 

6,50 

8,00 

10,00 

8,74 

4,57 

0,00 

6,66 

2,35 

2,61 

2,00 

DDGS mais 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,50 

1,50 

0,98 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

4,10 

2,50 

3,54 

3,11 

2,50 

Oliezaadbijproducten  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sojaschroot 

22,28 

6,42 

10,51 

3,11 

5,87 

14,82 

12,32 

11,19 

1,01 

4,13 

5,90 

3,18 

11,48 

12,85 

12,08 

8,63 

10,46 

7,25 

1,76 

10,15 

4,71 

5,02 

2,88 

Zonnebloedzaadschroot 

2,93 

11,58 

9,46 

11,97 

12,22 

0,44 

0,00 

7,96 

9,30 

9,96 

5,45 

6,92 

2,81 

2,11 

0,09 

2,25 

1,57 

7,03 

3,41 

4,50 

3,79 

4,18 

5,42 

Kokosschr/-schilf. 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Palmpitschilf RC<180 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

12,00 

12,00 

12,00 

12,00 

12,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,00 

1,53 

0,00 

5,00 

0,00 

3,24 

2,85 

5,00 

Raapschroot RE < 380 

0,13 

1,02 

0,00 

1,06 

1,75 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,42 

5,00 

6,81 

0,50 

2,58 

0,00 

0,00 

0,49 

2,37 

0,00 

1,25 

0,44 

0,67 

1,25 

Maiskiemschroot 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Maisglvoer RE < 200 

0,00 

2,91 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,43 

1,82 

4,87 

5,00 

5,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,75 

0,00 

0,49 

0,43 

0,00 

Lijnschr/-schilfers 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Grondnotenschr/-schilf. 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Katoenzaadschr/-schilf. 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Sojahulln RC 320-360 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,44 

8,76 

0,29 

6,59 

6,97 

0,00 

0,00 

0,00 

2,24 

1,14 

0,43 

3,85 

0,01 

2,49 

2,25 

0,53 

Soycomill 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Mervobest Raap 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,75 

1,16 

3,14 

5,64 

3,48 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Sojaschrt Mervobest 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

9,84 

5,03 

3,49 

1,36 

0,79 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Maisglutenmeel 

0,00 

0,46 

0,00 

0,00 

0,00 

2,16 

4,35 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Peulvruchten 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Erwten droog 

1,51 

0,59 

0,75 

0,12 

0,58 

1,82 

5,00 

0,33 

0,18 

0,68 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Lupinen RV<70 RE<335 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Bonen 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Oliezaden 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sojabonen verhit 

0,01 

2,92 

0,00 

0,00 

0,00 

0,24 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,50 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Raapzaad 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Lijnzaad 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Zonnebloempitten 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Diverse zaden 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Optie, TGC 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Algen 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 54 

Grondstof 

Vl

e

e

s

k

u

ik

e

n

s

 

O

p

fo

k

h

e

n

n

e

n

 

L

e

g

h

e

n

n

e

n

 

O

p

fo

k

m

o

e

d

e

rs

 

O

u

d

e

rd

ie

re

n

 

Ee

n

d

e

n

 

K

a

lk

o

e

n

e

n

 

M

e

lk

v

e

e

 e

iw

itr

ij

k

 

M

e

lk

v

e

e

 e

iw

it

a

rm

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 o

p

fo

k

 

Vl

e

e

s

v

e

e

 a

fm

e

s

B

ig

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 s

ta

rt 

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 g

ro

e

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 e

in

d

 

Vl

e

e

s

v

a

rk

e

n

 to

ta

a

Z

e

u

g

 o

p

fo

k

 

Z

e

u

g

 d

ra

c

h

Z

e

u

g

 l

a

c

to

 

Z

e

u

g

 r

e

p

ro

 

Z

e

u

g

 to

ta

a

F

o

k

b

e

e

Maniok 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Luz.meel RE 160-180 

0,00 

0,39 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Bietenpulp 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

3,64 

6,30 

3,25 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,86 

10,00 

1,21 

6,90 

6,42 

10,00 

Citruspulp 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,17 

1,38 

0,71 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Melasse riet SUI>475 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,00 

0,00 

0,58 

0,65 

0,50 

0,00 

0,00 

1,00 

0,25 

0,25 

1,00 

0,63 

0,25 

0,50 

0,25 

0,41 

0,39 

0,25 

Vinasse RE < 250 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

2,70 

2,40 

3,00 

2,00 

3,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Aardappeleiwit 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,21 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Protapec 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Melasse, biet- 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,73 

1,95 

1,50 

2,25 

2,00 

0,00 

0,75 

0,75 

1,50 

1,13 

0,75 

1,50 

0,75 

1,24 

1,18 

0,75 

Dierlijke producten 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Weipdr MSA RAS < 210 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Milkpowder/concentrate 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Dierlijke eiwitten 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Vismeel RE 630 - 680 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

4,76 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Rundvet 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Varkensvet 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Vet dierlijk 

2,50 

0,00 

0,00 

0,06 

1,61 

3,37 

0,55 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,91 

1,99 

1,00 

1,00 

1,19 

1,14 

1,51 

2,00 

1,68 

1,62 

1,28 

Visolie 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Pluimveevet 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Plantaardige olien en vetten 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kokosvet 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Palmolie Arkerv. 

0,64 

0,00 

1,62 

0,00 

0,00 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,20 

0,75 

0,00 

0,00 

0,03 

0,34 

0,18 

0,54 

0,00 

0,00 

0,00 

0,06 

0,00 

Palmpitvet 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Raapolie 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Vet/olie plant hg VC als SOJAolie 

1,85 

1,12 

1,47 

0,05 

1,18 

0,53 

0,85 

0,00 

0,00 

0,04 

0,00 

0,00 

0,50 

0,00 

0,00 

0,31 

0,16 

0,31 

0,17 

0,19 

0,18 

0,19 

0,00 

Zonnebloemolie 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Diverse plant (+ lijnolie) 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Mengsels vet(zuren) 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Optie, Grass (fresh) 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Optie, Grass (silage) 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Optie, Green maize silage 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Kleine toevoegingen 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Krijt en Kalksteentjes 

1,11 

1,68 

9,31 

1,61 

8,17 

0,79 

1,61 

1,39 

1,08 

2,05 

1,91 

1,92 

0,90 

1,34 

1,27 

1,06 

1,17 

1,09 

1,02 

1,70 

1,26 

1,24 

1,03 

Zout 

0,13 

0,12 

0,27 

0,20 

0,16 

0,01 

0,13 

0,54 

0,44 

0,79 

0,86 

0,82 

0,47 

0,08 

0,23 

0,19 

0,18 

0,26 

0,00 

0,16 

0,06 

0,08 

0,25 

Natrium-Bicarbonaat 

0,24 

0,32 

0,16 

0,35 

0,27 

0,27 

0,09 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,11 

0,26 

0,03 

0,03 

0,07 

0,03 

0,46 

0,25 

0,39 

0,34 

0,03 

Premix vit + min 

0,50 

0,50 

0,50 

0,50 

0,50 

1,00 

0,50 

0,75 

0,75 

0,50 

0,50 

0,50 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

0,40 

Monocalciumfosfaat 

0,30 

0,53 

0,53 

0,53 

0,38 

0,60 

0,45 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,51 

0,15 

0,03 

0,00 

0,04 

0,04 

0,05 

0,48 

0,20 

0,18 

0,03 

Magnesiumoxide 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,04 

0,01 

0,04 

0,08 

0,09 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

L-Lysine HCL 

0,32 

0,29 

0,19 

0,24 

0,15 

0,21 

0,39 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,50 

0,47 

0,34 

0,31 

0,35 

0,33 

0,18 

0,34 

0,23 

0,24 

0,26 

DL-Methionine 

0,22 

0,06 

0,16 

0,11 

0,12 

0,11 

0,18 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,15 

0,11 

0,06 

0,05 

0,06 

0,04 

0,00 

0,00 

0,00 

0,01 

0,02 

L-Threonine 

0,11 

0,09 

0,00 

0,08 

0,06 

0,00 

0,08 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,14 

0,13 

0,09 

0,07 

0,08 

0,07 

0,03 

0,10 

0,05 

0,05 

0,07 

L-Tryptofaan 

0,00 

0,03 

0,00 

0,01 

0,00 

0,01 

0,02 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,05 

0,04 

0,02 

0,01 

0,02 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

L-Valine 

0,07 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,02 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

Fytase premix 

0,60 

0,58 

0,25 

0,40 

0,25 

0,38 

0,37 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,03 

0,02 

0,01 

0,01 

0,01 

0,01 

0,01 

0,02 

0,01 

0,01 

0,01 

Melkzuur 100% vloeibaar 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

1,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Rovabio Excel AP 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

L-Arginine 

0,00 

0,01 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,11 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Ureum 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,29 

0,25 

0,23 

0,00 

0,25 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Kopersulfaat 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

Kleimineralen 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

0,00 

 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 55 

 

Mengvoerverbruik in 2019 

In bijlage 5 is het verbruik van mengvoergrondstoffen volgens methode 1 en 2 weergegeven. De tabel 
geeft de hoeveelheden van grondstoffen gebruikt in diervoeders voor landbouwhuisdieren in het jaar 
2019, geschat volgens methode 1 of 2 (zie ook hoofdstuk 3.3.1). Het mengvoerverbruik is 
weergegeven in ton (1000 kg) per jaar. 
 
Grondstof 

Methode 1 

Methode 2 

Granen 

 

 

Tarwe 

1.636.187 

2.988.514 

Gerst 

1.507.807 

1.604.914 

Mais 

3.003.561 

3.056.534 

Triticale 

403.572 

77.945 

Rogge 

298.418 

55.882 

Sorghum 

Haver 

33.145 

CCM 

67.773 

Graanbijproducten 

 

 

Tarwegries 

532.243 

606.140 

Maisproducten 

79.415 

Rijstbijproducten 

Tarweglutenvoer gedroogd 

67.459 

16.221 

Bakkerijproducten 

401.819 

480.000 

DDGS mais 

76.562 

32.625 

Oliezaadbijproducten 

 

 

Sojaschroot 

1.117.898 

1.894.434 

Zonnebloedzaadschroot 

705.392 

624.273 

Kokosschroot en -schilfers 

Palmpitschilfers 

565.460 

691.869 

Raapschroot 

552.036 

779.593 

Maiskiemschroot 

7.944 

Maisglutenvoer 

22.727 

72.791 

Lijnschroot en -schilfers 

8.661 

Grondnotenschroot en -schilfers 

Katoenzaadschroot en -schilfers 

Sojahullen 

532.898 

303.829 

Sojaconcentraat 

7.272 

Bestendig raap 

178.202 

215.000 

Bestendig soja 

195.082 

Maisglutenmeel 

3.978 

10.790 

Peulvruchten 

 

 

Erwten droog 

122.736 

75.549 

Lupinen 

69.576 

Bonen 

14.614 

Oliezaden 

 

 

Sojabonen verhit 

3.636 

3.153 

Raapzaad 

Lijnzaad 

Zonnebloempitten 

Diverse zaden 

TGC 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 56 

Algen 

Maniok 

Luzernemeel 

48.412 

Bietenpulp 

87.880 

522.112 

Citruspulp 

182.654 

157.331 

Rietsuikermelasse 

18.397 

52.431 

Vinasse 

100.075 

65.820 

Aardappeleiwit 

7.372 

4.000 

Protapec 

Bietenmelasse 

180.038 

147.988 

Dierlijke producten 

 

 

Weipoeder 

7.272 

Melkpoeder/concentraat 

Dierlijke eiwitten 

Vismeel 

319 

1.945 

Rundvet 

Varkensvet 

Vet dierlijk 

43.774 

Visolie 

Pluimveevet 

Plantaardige oliën en vetten 

 

 

Kokosvet 

3.237 

Palmolie 

247.978 

294.251 

Palmpitvet 

11.923 

Raapolie 

Plantaardige vetten/oliën 

8.722 

Zonnebloemolie 

Diverse plantenolie (+ lijnolie) 

Mengsels vet(zuren) 

25.088 

Optie, Grass (fresh) 

Optie, Grass (silage) 

Optie, Green maize silage 

Kleine toevoegingen 

 

 

Krijt en kalksteentjes 

306.078 

-251.386* 

Zout 

38.873 

52.653 

Natrium-bicarbonaat 

15.558 

25.177 

Premix vitamines en mineralen 

69.844 

Monocalciumfosfaat 

21.062 

Magnesiumoxide 

1.307 

L-Lysine 

28.832 

DL-Methionine 

9.245 

L-Threonine 

6.454 

L-Tryptofaan 

925 

L-Valine 

1.186 

Fytase premix 

15.071 

Melkzuur 

7.272 

Rovabio 

150 

L-Arginine 

104 

Ureum 

8.945 

Kopersulfaat 

Kleimineralen 

Totaal 

13.350.356 

15.032.165 

* Voor een aantal producten is het gebruik negatief, in dit geval is export groter dan import en Nederlandse productie. In 

deze gevallen is de Nederlandse productie veelal onbekend of te laag ingeschat. 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 57 

 

Mengvoerverbruik in 2020 

In bijlage 6 is het verbruik van mengvoergrondstoffen volgens methode 1 en 2 weergegeven. De tabel 
geeft de hoeveelheden van grondstoffen gebruikt in diervoeders voor landbouwhuisdieren in het jaar 
2020, geschat volgens methode 1 of 2 (zie ook hoofdstuk 3.3.1). Het mengvoerverbruik is 
weergegeven in ton (1000 kg) per jaar. 
 
Grondstof 

Methode 1 

Methode 2 

Granen

 

 

 

Tarwe 

1.413.800 

2.555.035 

Gerst 

2.120.998 

1.956.161 

Mais 

3.323.862 

2.930.150 

Triticale 

249.864 

111.871 

Rogge 

189.371 

120.078 

Sorghum 

Haver 

38.214 

CCM 

71.764 

Graanbijproducten 

 

 

Tarwegries 

640.905 

607.133 

Maisproducten 

65.565 

Rijstbijproducten 

Tarweglutenvoer gedroogd 

168.580 

12.567 

Bakkerijproducten 

384.059 

208.000 

DDGS mais 

96.230 

56.215 

Oliezaadbijproducten 

 

 

Sojaschroot 

1.263.719 

1.778.959 

Zonnebloedzaadschroot 

740.860 

592.663 

Kokosschroot en -schilfers 

Palmpitschilfers 

607.831 

643.046 

Raapschroot 

66.237 

807.694 

Maiskiemschroot 

2.186 

Maisglutenvoer 

104.732 

77.733 

Lijnschroot en -schilfers 

9.482 

Grondnotenschroot en -schilfers 

Katoenzaadschroot en -schilfers 

Sojahullen 

359.570 

318.325 

Sojaconcentraat 

7.280 

Bestendig raap 

94.129 

225.000 

Bestendig soja 

258.699 

Maisglutenmeel 

3.475 

-45.274* 

Peulvruchten 

 

 

Erwten droog 

49.514 

107.649 

Lupinen 

49.300 

Bonen 

37.379 

Oliezaden 

 

 

Sojabonen verhit 

3.946 

Raapzaad 

Lijnzaad 

Zonnebloempitten 

Diverse zaden 

TGC 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 58 

Algen 

Maniok 

Luzernemeel 

54.353 

Bietenpulp 

297.383 

483.536 

Citruspulp 

50.580 

74.747 

Rietsuikermelasse 

60.980 

23.474 

Vinasse 

108.411 

93.297 

Aardappeleiwit 

7.404 

7.000 

Protapec 

-409.603* 

Bietenmelasse 

138.672 

145.794 

Dierlijke producten 

 

 

Weipoeder 

7.280 

Melkpoeder/concentraat 

Dierlijke eiwitten 

Vismeel 

2.857 

1.670 

Rundvet 

Varkensvet 

Vet dierlijk 

116.692 

Visolie 

Pluimveevet 

Plantaardige oliën en vetten 

 

 

Kokosvet 

3.179 

Palmolie 

46.113 

189.009 

Palmpitvet 

19.080 

Raapolie 

Plantaardige vetten/oliën 

68.219 

Zonnebloemolie 

Diverse plantenolie (+ lijnolie) 

Mengsels vet(zuren) 

20.815 

Optie, Grass (fresh) 

Optie, Grass (silage) 

Optie, Green maize silage 

Kleine toevoegingen 

 

 

Krijt en kalksteentjes 

314.197 

338.533 

Zout 

40.002 

48.270 

Natrium-bicarbonaat 

14.830 

22.894 

Premix vitamines en mineralen 

72.110 

0  

Monocalciumfosfaat 

22.203 

26.835 

Magnesiumoxide 

1.267 

L-Lysine 

28.535 

DL-Methionine 

9.874 

L-Threonine 

6.754 

L-Tryptofaan 

1.038 

L-Valine 

1.415 

Fytase premix 

15.166 

Melkzuur 

7.280 

Rovabio 

158 

L-Arginine 

64 

Ureum 

11.031 

Kopersulfaat 

Kleimineralen 

Totaal 

13.598.177 

14.479.778 

* Voor een aantal producten is het gebruik negatief, in dit geval is export groter dan import en Nederlandse productie. In 

deze gevallen is de Nederlandse productie veelal onbekend of te laag ingeschat. 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 59 

 

Berekening voor alternatieve 
aannames 

Wanneer we het totaal mengvoerverbruik van 2019 en 2020 volgens de monitor vergelijken met het 
verbruik volgens CBS en FEFAC, ligt het door ons berekende eindtotaal een stuk hoger. In tabel 1 is 
het totaal mengvoerverbruik volgens verschillende bronnen weergegeven. Deze totalen zijn gebruikt 
om de herkomst van mengvoer in een aantal uiterste scenario’s te berekenen. 
 

Tabel 1  

Het totale mengvoerverbruik (ton) volgens verschillende bronnen. 

Bron 

Jaar 

Eindtotaal mengvoerverbruik (ton) 

Dit rapport 

2019 

14.412.171 

FEFAC 

2018 

13.760.000 

CBS 

2019 

13.350.257 

 
Vanwege deze verschillen is voor 2019 berekend wat het effect is van een correctie op het eindtotaal 
met verschillende aannames op de herkomst van het totaalverbruik. In tabel 2 zijn de berekeningen 
achter deze aannames te zien. 
In aanname 1 is het verbruik aan soja gecorrigeerd van 1.550.000 (onze inschatting op basis van alle 
beschikbare bronnen) naar 1.900.000 ton, de hoogst gerapporteerde waarde (MVO). Het aandeel 
grondstoffen van buiten Europa is daarom verhoogd met 350.000 ton. 
In aanname 2 is het aandeel mengvoer uit Europa verlaagd met 800.000 ton. Deze correctie is gedaan 
omdat het mengvoerverbruik van Nederland (in 2017) volgens FEFAC5 ongeveer 800.000 ton lager 
was dan volgens de monitor. Daarbij is aangenomen dat het verschil afkomstig was uit Europa. 
Aanname 3 is een combinatie van aanname 1 en 2, waarbij het eindtotaal volgens FEFAC is gebruikt 
als uitgangspunt. Om tot dit eindtotaal te komen met daarbij het maximale gebruik van soja van 
1.900.000 ton, is het aandeel grondstoffen uit Europa verlaagd met 1.150.000 ton en het aandeel 
grondstoffen van buiten Europa verhoogd met 350.000 ton. 
Met aanname 4 is het eindtotaal (ongeveer) gecorrigeerd naar het eindtotaal dat CBS in 2019 
rapporteerde met het maximale gebruik van soja van 1.900.000 ton. Voor deze correctie is het 
aandeel grondstoffen uit Europa nogmaals verlaagd met 300.000 ton. Daarmee is voor aanname 4 de 
invoer uit Europa in totaal verlaagd met 1.450.000 ton. Het aandeel grondstoffen van buiten Europa 
verhoogd met 350.000 ton. 
 

Tabel 2  

Verschillende scenario’s waarbij correcties zijn toegepast op basis van het aandeel 
grondstoffen uit Europa, het aandeel grondstoffen van buiten Europa of het eindtotaal. 

 

 

Aanname 1 

Aanname 2 

Aanname 3 

Aanname 4 

Herkomst 

Berekend 

volgens monitor 

Soja +350.000 

ton 

o.b.v. FEFAC  

-800.000 uit EU 

Soja + FEFAC 

Soja + FEFAC + 

CBS 

NL 

1.503.647 

1.503.647 

1.503.647 

1.503.647 

1.503.647 

EU 

9.500.933 

9.500.933 

8.700.933 

8.350.933 

8.050.933 

Niet-EU 

3.407.590 

3.757.590 

3.407.590 

3.757.590 

3.757.590 

Totaal 

14.412.171 

14.762.171 

13.612.171 

13.612.171 

13.312.171 

 
Voor de vier aannames is een nieuwe berekening gemaakt van de herkomst van het totaal 
mengvoerverbruik. De percentages zijn weergegeven in tabel 3. 
 

 

5FEFAC (European Feed Manufacturers' Association). (2018). Feed & Food Statistical Yearbook 2018. 

background image

 

Openbaar Wageningen Livestock Research Rapport 1404

 | 60 

Tabel 3  

Herkomst van mengvoer in Nederland in 2019 bij verschillende aannames. 

 

 

Aanname 1 

Aanname 2 

Aanname 3 

Aanname 4 

Herkomst 

Berekend 

volgens monitor 

Soja +350.000 

ton 

o.b.v. FEFAC  

-800.000 uit EU 

Soja + FEFAC 

Soja + FEFAC + 

CBS 

NL 

10,4 

10,2 

11,0 

11,0 

11,3 

EU 

65,9 

64,4 

63,9 

61,3 

60,5 

Niet-EU 

23,6 

25,5 

25,0 

27,6 

28,2 

 
In tabel 3 is te zien dat het aandeel grondstoffen van buiten Europa in 2019 maximaal 4,6% hoger is 
dan 23,6% volgens de monitor. Met aanname 4 is namelijk de grootste correctie toegepast. In dit 
scenario is gerekend met het maximale aandeel grondstoffen van buiten Europa van het minimale 
eindtotaal mengvoer. Zelfs met deze maximale scenario’s zien wij dat de percentages die Van Krimpen 
(2019), Comité en Nevedi rapporteren (34-35%) aanzienlijk hoger zijn dan bij aanname 4 (28,2%).  

background image
background image

Rapporttitel Verdana 22/26

Maximaal 2 regels

Subtitel Verdana 10/13

Maximaal 2 regels

Namen Verdana 8/13
Maximaal 2 regels

Wageningen Livestock Research ontwikkelt kennis voor een zorgvuldige en 
renderende veehouderij, vertaalt deze naar praktijkgerichte oplossingen en 
innovaties, en zorgt voor doorstroming van deze kennis. Onze wetenschappelijke 
kennis op het gebied van veehouderijsystemen en van voeding, genetica, welzijn en 
milieu-impact van landbouwhuisdieren integreren we, samen met onze klanten, tot 
veehouderijconcepten voor de 21e eeuw.

De missie van Wageningen University & Research is ‘To explore the potential of 
nature to improve the quality of life’. Binnen Wageningen University & Research 
bundelen 9 gespecialiseerde onderzoeksinstituten van Stichting Wageningen 
Research en Wageningen University hun krachten om bij te dragen aan de oplossing 
van belangrijke vragen in het domein van gezonde voeding en leefomgeving. 
Met ongeveer 30 vestigingen, 6.500 medewerkers en 10.000 studenten 
behoort Wageningen University & Research wereldwijd tot de aansprekende 
kennisinstellingen binnen haar domein. De integrale benadering van de 
vraagstukken en de samenwerking tussen verschillende disciplines vormen het hart 
van de unieke Wageningen aanpak.

Wageningen Livestock Research 
Postbus 338 
6700 AH Wageningen 
T 0317 48 39 53 
E info.livestockresearch@wur.nl 
www.wur.nl/livestock-research

CONFIDENTIAL

Document Outline