SS
SUWI-Jaarverslag
2024
BV/F&CU.25.893
SUWI-jaarverslag
2024
BV/F&CU.25.893
1
Voorwoord
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft zich het afgelopen jaar als publieke dienstverlener wederom
volledig ingezet voor de bestaanszekerheid van miljoenen mensen. Of het nu gaat om gepensioneerden,
nabestaanden, ouders met opgroeiende kinderen, slachtoffers van beroepsziekten, oorlogsgetroffenen,
repatrianten of mensen die door middel van het persoonsgebonden budget zelf regie willen voeren op
hun zorg- en/of ondersteuningsbehoeften. De SVB ziet het als haar kerntaak dat mensen begrijpen en
krijgen waar ze recht op hebben.
In 2024 is de SVB er grotendeels in geslaagd om deze kerntaak betrouwbaar en voortvarend uit te
voeren. Betalingen werden op tijd gedaan en de gemiddelde tijdigheid van beschikkingen bij de
nationale regelingen laat een relatief stabiel beeld zien. Wel vraagt de tijdigheid van de internationale
uitvoering van regelingen blijvend aandacht. Ondanks dat er kleine verbeteringen in de eerste acht
maanden van het jaar zichtbaar waren, staan onze nationale en internationale dienstverlening blijvend
onder druk en is de tijdigheid van beschikkingen van de meeste regelingen onder de gestelde norm.
Toenemende vergrijzing, internationalisering, krapte op de arbeidsmarkt en het feit dat de manier
waarop mensen wonen, werken en leven is veranderd, zorgen ervoor dat deze dienstverlening
bovendien verder onder druk komt te staan. Dit vraagt om aanzienlijke vereenvoudiging van processen
en wet- en regelgeving. De inzet van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de
politiek is noodzakelijk voor concrete en snelle vereenvoudiging waarmee onze dienstverlening
toekomstbestendig blijft.
De SVB heeft zich in het afgelopen jaar vanuit haar expertise als dienstverlener opnieuw hard gemaakt
voor vereenvoudiging van wet- en regelgeving én uitvoering. Tijdens de avond van de Publieke
Dienstverlening is de vierde knelpuntenbrief ‘Internationale dienstverlening onder druk’ aan de Tweede
en Eerste Kamer overhandigd. In de knelpuntenbrief vraagt de SVB aandacht voor de complexiteit in de
internationale dienstverlening. In de brief stelt de SVB meerdere structurele aanpassingen voor, die
bijdragen aan een toekomstbestendigere dienstverlening door vereenvoudiging voor de burger én de
uitvoering. Vereenvoudigingen van nationale wetgeving als het herijken van de leefvormen in de AOW
en de integrale kindregeling maken hier onderdeel van uit. Deze dragen namelijk bij aan het wegnemen
van complexiteit bij dienstverlening over de grenzen heen. De SVB participeert in meerdere
samenwerkingsverbanden met verschillende uitvoerders om deze en andere vereenvoudigingen van het
stelsel voor te stellen en op de politieke agenda te zetten. Daarnaast werkt de SVB intern met behulp van
de werkagenda Internationaal aan de vereenvoudiging van de uitvoering van de internationale
dienstverlening.
Deze voortvarende inzet wierp zijn vruchten af en in 2024 zijn wederom concrete resultaten geboekt in
het vereenvoudigen van de dienstverlening van de SVB. Op 1 juli 2024 is de uitvoering van de
wetswijziging vereenvoudiging Dubbele Kinderbijslag Intensieve Zorg (DKIZ) succesvol in werking
getreden. Deze wetswijziging zorgt ervoor dat ouders van kinderen met een Wlz-indicatie de dubbele
kinderbijslag automatisch ontvangen. Daarnaast is 45% van de interne beleidsregels vereenvoudigd of
burgervriendelijker gemaakt door middel van het project Bestuursrecht op Maat.
Dit jaar heeft de SVB ook verder gewerkt aan het implementeren van (nieuwe) wet- en regelgeving. Zo is
eind juli ambtshalve het gebaar van erkenning uitbetaald aan 23.067 ouderen van Surinaamse afkomst.
De uitvoering van het gebaar is grotendeels afgerond. Ook heeft de SVB samen met ketenpartners en
regievoerder SZW een verbeterplan opgesteld voor de Tegemoetkoming stoffengerelateerde
beroepsziekten (TSB) om het bereik van de regeling te vergroten, richting burgers die hier recht op
hebben.
De dienstverlening van de SVB wordt ten aanzien van het PGB en de verzekerdenadministratie voor de
Wet langdurige zorg (Wlz) door burgers met een 8,4 gewaardeerd. De investeringen vanuit de SVB in de
dienstverlening op het domein van zorg resulteerden in het behalen van de doelstellingen voor het tijdig
verwerken van declaraties vanuit het PGB. In 2024 is hard gewerkt aan uitvoeringstoetsen voor
2
wetswijzigingen, waaronder de Regeling dienstverlening aan huis (Rdah). Deze wetwijzigingen zullen
bijdragen aan de rechts- en bestaanszekerheid van zorgverleners die via het persoonsgebonden budget
(PGB) worden betaald.
De geopolitieke ontwikkelingen maken dat de SVB zich heeft voor te bereiden op het bieden van
continuïteit van haar dienstverlening bij mogelijk onvoorziene omstandigheden. Het afgelopen jaar heeft
de SVB op meerdere manieren voorbereidingen getroffen om te anticiperen op dergelijke
ontwikkelingen. Dit vergt ook de komende periode nog veel inspanningen van de SVB, die onder meer
betrekking hebben op het wendbaar maken van IT-systemen en blijvend investeren in digitale veiligheid.
Het vergroten van de weerbaarheid van de dienstverlening ziet de SVB als een belangrijke prioriteit. De
SVB werkt hierin intensief samen met het ministerie van SZW en het ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (VWS).
Als werkgever is de SVB trots op het toegewijde werk van haar medewerkers, die dagelijks direct en
indirect voor miljoenen burgers klaarstaan. Dankzij hun inspanningen heeft de SVB inzicht in hoe we het
sociale zekerheidsstelsel vanuit een mensgerichte benadering kunnen verbeteren en dragen we effectief
bij aan het belangrijkste doel van de SVB: het bevorderen van de bestaanszekerheid en eigen regie van
burgers.
De raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank,
Simon Sibma
Diana Starmans
Hellen van Dongen
3
4
Kerncijfers
Tabel 0.1 Kerncijfers 2024
2024
2023
Uitkeringslasten (Ukl) (x € 1 mln) *1
AOW *3
52.575,2 48.533,7
Anw *3
372,2 350,6
AKW
4.634,2 4.365,0
AIO *5
467,8 410,4
WKB
17,3 13,4
Wko
1,7 1,3
TAS
7,2 6,9
Overbruggingsregeling AOW
1,1 1,2
Remigratiewet
38,3 37,6
Bijstand Buitenland
0,9 0,9
CSE
- 0,1
TSB
1,5 0,9
Uitvoeringskosten (Uvk) (x € 1 mln)
AOW
217,4 187,9
Anw
15,3 12,8
AKW
107,1 106,4
AIO *5
40,6 37,4
WKB *6
8,8 9,3
Wko
- -
TAS/CSE
2,2 2,3
Overbruggingsregeling AOW
- 0,0
Remigratiewet
2,6 2,6
Bijstand Buitenland
0,6 0,6
TSB
2,2 2,0
Aantal klanten/huishoudens
AOW
3.625.920 3.592.377
Anw
21.313 22.017
AKW
1.879.297 1.874.662
AIO *5
54.707 53.876
WKB
9.515 8.741
Wko
201 214
TAS/CSE
498 660
Overbruggingsregeling AOW
68 86
Remigratiewet
5.876 6.071
Bijstand Buitenland
81 88
TSB
197 254
Kosten per klant (x € 1) *2
AOW
60 52
Anw
720 582
AKW
57 57
AIO *5
742 694
WKB*6
922 1.069
Wko
-
-
TAS/CSE
4.412 3.472
Overbruggingsregeling AOW
445 455
Remigratiewet
446 430
Bijstand Buitenland
7.119 6.784
TSB *4
11.086
-
*1 Voor de toelichting op de uitkeringslasten wordt verwezen naar de jaarrekening in hoofdstuk 6.
*2 In paragraaf 5.2 volgt een nadere toelichting- op de kosten per klant.
*3 Bijdrage vergoeding Zvw meegeteld bij de uitkeringslasten.
*4 In verband met de opstartkosten van de TSB-regeling zijn de kosten per klant in 2023 niet weergegeven.
*5 De AIO cijfers zijn inclusief EVAC.
*6 Uitvoeringskosten en kosten per klant WKB zijn inclusief Wko
5
Inhoudsopgave
Voorwoord ................................................................................................................................................ 1
Kerncijfers ................................................................................................................................................. 4
Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 5
Leeswijzer .................................................................................................................................................. 7
1.
Werken aan dienstverlening die goed is voor iedereen ......................................................... 10
1.1
Optimaliseren toegankelijkheid dienstverlening
10
1.2
Werken volgens de bedoeling
11
1.3
Versterken vakmanschap
12
1.4
Burgers betrekken bij de dienstverlening
13
1.5
Verbeteren tijdigheid beschikkingen
14
1.6
Bevorderen van het gebruik van regelingen
17
1.7
Borgen continuïteit dienstverlening aan budgethouders via PGB
17
1.8
Preventie en handhaving
18
2.
Signaleren en bijdragen aan vereenvoudiging van wet- en regelgeving ............................ 21
2.1
Signaleren van knelpunten
21
2.2
Meedenken over vereenvoudiging van wet- en regelgeving
22
2.3
Implementeren van (nieuwe) wet- en regelgeving
24
2.4
Bestuursrecht op Maat
26
3.
Bouwen aan een wendbare en toekomstbestendige organisatie ......................................... 28
3.1
De SVB als aantrekkelijke werkgever
28
3.2
Moderniseren AA
29
3.3
Versterken continuïteit en wendbaarheid IT-dienstverlening
30
3.4
Digitale veiligheid
31
3.5
Implementeren SVB Datastrategie
33
3.6
Transparantie door een goede informatiehuishouding
33
3.7
Toepassing van duurzaamheid binnen de SVB
33
4.
Governance .................................................................................................................................. 36
4.1
Organogram SVB
36
4.2
Advies- en reflectieorganen SVB
36
4.3
Toezicht en externe signalering
37
4.4
Risicomanagement
38
6
5.
Bedrijfsvoering, financiën en rechtmatigheid .......................................................................... 42
5.1
Het financieel resultaat
42
5.2
Doelmatigheid
43
5.3
Instrumenten van interne beheersing
43
5.4
Uitvoeringskosten naar verschillende domeinen
45
5.5
Realisatie en investeringen per kostencategorie
46
5.6
Huisvesting
49
5.7
Aanbestedingen
49
5.8
Rechtmatigheid (inclusief M&O-beleid)
50
6.
Jaarrekening ................................................................................................................................. 54
6.1
Balans per 31 december 2024
54
6.2
Staat van baten en lasten over 2024
55
6.3
Kasstroomoverzicht
56
6.4
Algemene toelichting
57
6.5
Waarderingsgrondslagen
57
6.6
Toelichting op de balans
67
6.7
Toelichting op de staat van baten en lasten
77
6.8
Bestemming saldo van baten en lasten
92
6.9
Toelichting kasstroomoverzicht
92
6.10
Accountantshonoraria
93
6.11
Bezoldiging topfunctionarissen conform WNT
93
6.12
Gebeurtenissen na balansdatum
98
6.13
Ondertekening van de jaarrekening
99
7.
Overige gegevens ..................................................................................................................... 101
7.1
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
101
7.2
Statutaire zeggenschap raad van bestuur
107
Bijlage 1: Actielijnen POK en WaU
109
Bijlage 2: Overzicht KPI’s
110
Bijlage 3: U-toetsen
112
Bijlage 4: Personalia
113
Bijlage 5: Afkortingen
115
Bijlage 6: Adressen
118
7
Leeswijzer
Dit jaarverslag volgt in opbouw de publieke waarden, die samen met het ministerie van SZW zijn
vormgegeven en waarde leveren voor burger én maatschappij. Aan deze waarden zijn opgaven
gekoppeld voor de dienstverlening van de SVB. Dit zijn de opgaven:
1.
Het bieden van betrouwbare en rechtvaardige dienstverlening voor iedereen die daar recht op
heeft.
2.
Het proactief bieden van persoonlijke en toegankelijke dienstverlening.
3.
Bijdragen aan de uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving met aandacht voor het
burgerperspectief.
4.
Het zijn en blijven van een toekomstbestendige en wendbare organisatie.
De doelstellingen die zijn vormgegeven op basis van de publieke waarden sluiten ook aan bij
verschillende actielijnen die volgen uit de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag
(POK) en het programma Werk aan Uitvoering (WaU). De SVB krijgt aanvullende middelen om op basis
van de aanbevelingen uit deze programma’s te werken aan de verbetering van de dienstverlening. De
SVB geeft invulling langs acht actielijnen waarvoor budget beschikbaar is gesteld:
1.
POK 1: Toegankelijke en passende dienstverlening
2.
POK 2: Tijd en aandacht voor burgers
3.
POK 3: Maatwerk
4.
POK 4: Informatiehuishouding
5.
POK 5: Beleid, wet- en regelgeving
6.
POK 6: Vakmanschap
7.
WaU 2: Versnellen digitale agenda
8.
WaU 5: Aantrekkelijkheid uitvoering
In het schematische sturingskader op de volgende pagina staat waar de verschillende opgaven een plek
hebben gekregen in het jaarverslag en aan welke doelstellingen de actielijnen vanuit de POK en WaU zijn
gekoppeld.
Resultaatbalken
Bij verschillende hoofdstukken en paragrafen in dit jaarverslag zijn ‘resultaatbalken’ toegevoegd. De
teksten in deze groene balken verwijzen naar opgestelde doelen in het Jaarplan 2024. Het gebruikte
icoon geeft weer welk resultaat hier in 2024 op is geboekt. Er zijn drie soorten iconen:
Het groene vinkje betekent dat het doel volledig behaald is.
De groene cirkel staat voor een bijna volledig behaald doel.
De rode cirkel geeft aan dat het doel nog aandacht behoeft
De resultaatbalken bieden transparantie over de vorderingen die in 2024 zijn geboekt en zijn daarmee
een belangrijk signaal voor de SVB.
Afkortingen
In dit jaarverslag staan afkortingen. Die worden steeds één keer voluit geschreven. In bijlage 5 staat een
overzicht van de afkortingen en de betekenis.
8
9
Werken aan dienstverlening
die goed is voor iedereen
10
1.
Werken aan dienstverlening die
goed is voor iedereen
De SVB ziet het als taak om het werk betrouwbaar en eenvoudig uit te voeren, zodat voor de burger
duidelijk is wat we doen, de burger zélf de regie heeft, en zich geholpen voelt. De SVB werkt proactief
samen met ketenpartners en maakt waar mogelijk gebruik van gegevens die al bekend zijn. De SVB werkt
mensgericht door te werken vanuit de bedoeling van de wet, en niet alleen vanuit de letter. Er wordt
rekening gehouden met de persoonlijke situatie van de burger bij de uitvoering van regelingen. In het
contact met burgers houdt de SVB rekening met de persoonlijke wensen en behoeften van burgers. De
SVB is op meerdere manieren goed bereikbaar, zowel digitaal, telefonisch als fysiek bij loketten verspreid
door het land. Zo blijft de dienstverlening voor iedereen toegankelijk.
De dienstverlening van de SVB komt steeds meer onder druk te staan. Dit komt door internationalisering,
arbeidsmarktkrapte, vergrijzing, en veranderlijke, nieuwe vormen van wonen en werken. Constante
aandacht voor de toekomstbestendigheid van de dienstverlening blijft nodig en de opgave die de SVB
heeft op het gebied van vereenvoudiging van het stelsel is zeer urgent. Vereenvoudigen van zowel wet-
en regelgeving als de uitvoering is nodig om dezelfde goede dienstverlening aan burgers te kunnen
bieden.
1.1
Optimaliseren toegankelijkheid
dienstverlening
De SVB biedt eenvoudige toegankelijke dienstverlening, zowel digitaal als fysiek. Het maakt niet uit via
welk kanaal (telefonie, post, website, WhatsApp, balie) iemand contact heeft met de SVB. De
dienstverlening moet goed en eenduidig zijn en aan de informatiebehoefte van de burger voldoen.
Doelen 2024:
De SVB implementeert de eerste onderdelen van de omnichannelstrategie.
De SVB geeft in samenwerking met (keten)partners de overheidsbrede loketfunctie
verder vorm.
Omnichannelstrategie
Voor de digitale kanalen geeft de SVB haar dienstverlening vorm via de omnichannelstrategie. De
omnichannelstrategie is erop gericht dat burgers gebruik kunnen maken van het kanaal van hun voorkeur
middels een geïntegreerd aanbod van verschillende kanalen voor contact. De omnichannelstrategie stelt
de burger centraal. In 2024 is gewerkt aan de implementatie van het IT-platform dat de
omnichannelstrategie moet ondersteunen. Dit multi-kanalenplatform is een belangrijke stap richting
omnichannel. De SVB implementeert de omnichannelstrategie gedurende meerdere jaren.
Digidentity Wallet App
In 2024 is succesvol de Digidentity Wallet App in gebruik genomen, hiermee kunnen mensen die in het
buitenland wonen voortaan hun levensbewijs ook digitaal aanleveren bij de SVB. Dit is voor zowel de
Actielijn 1 POK
Actielijn 2 WaU
11
burger als de dienstverlening van de SVB een vereenvoudiging van de uitvoering. De SVB heeft sinds de
start in maart 2024, meer dan 25.000 levensbewijzen via de app ontvangen. Eind 2024 is dit ongeveer
20% van het totaal en hiervan is circa 90% volautomatisch verwerkt.
Overheidsbrede loketfunctie
In 2024 zijn de gemeenten Best en Groningen aangesloten op het programma Inrichten Overheidsbrede
Loketten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In 2024 is op zes
plekken overheidsbrede dienstverlening aangeboden: Enschede, Amsterdam, Utrecht, Hoorn
(WerkSaam West-Friesland), Best en Groningen. Overheidsbrede loketten bij gemeenten geven burgers
de mogelijkheid om vragen te stellen die betrekking hebben op (diensten van) meerdere organisaties of
wanneer sprake is van bredere problematiek. Bij deze loketten is de SVB niet fysiek aanwezig, maar
kunnen SVB-medewerkers worden gebeld om burgers te helpen met specifieke vragen.
Dienstverlening op locatie
De SVB was in 2024, naast haar eigen kantoren, fysiek aanwezig op 13 andere plekken in Nederland. In
2024 is het aantal loketten uitgebreid met de volgende locaties: Samenwerkplein Drechtsteden
(Dordrecht), de bibliotheken in Heerenveen, Vlissingen en Middelburg en de pop-up winkel in
Heerenveen.
1.2
Werken volgens de bedoeling
Burgers moeten krijgen waar zij recht op hebben en geholpen worden op een manier die bij hen past. De
SVB doet dit door te werken volgens de bedoeling. Dit houdt in dat medewerkers niet alleen naar de
letter van de wet kijken, maar ook naar de bedoeling van de wet. Het programma ‘De Bedoeling 2.0’
werkt langs twee hoofdlijnen: integreren van maatwerk in het reguliere werk en bijdragen aan de
overheidsbrede, organisatie-overstijgende maatwerkopgaven. Hiermee draagt het programma de
Bedoeling doorlopend bij aan het realiseren van maatwerk in de dienstverlening van de SVB.
Doel 2024:
Borging maatwerk binnen DSV
Sinds 2024 worden binnen elke locatie van de directie Dienstverlening Sociale Verzekeringen (DSV)
instrumenten ingezet om met verschillende disciplines samen te werken aan lokaal ingebrachte
maatwerkcasussen. De casussen zijn input voor de knelpuntenbrieven van de SVB. Bij complexe
vraagstukken waarbij de casuïstiek SVB-overstijgend was, werd regelmatig samengewerkt met het PMM-
netwerk (Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek netwerk). Daarnaast werd gewerkt aan het
voorkomen van problematiek bij burgers, door bijvoorbeeld te bellen bij beslaglegging. Er werd ook
onderzoek gedaan naar ‘bevorderen gebruik’ en proactieve dienstverlening. Capaciteitstekorten en de
focus op het verbeteren van de doorlooptijd van beslissingen, zorgen ervoor dat de ingezette
instrumenten nog niet op elke locatie naar wens functioneren.
Borging maatwerk binnen DZW
De directie Dienst Zorg en Welzijn (DZW) hanteert dezelfde instrumenten als DSV om maatwerk te
borgen. Elk team van DZW heeft in 2024 een opleiding gedaan om maatwerk te borgen in de dagelijkse
werkzaamheden. De ervaring leert dat met elkaar in gesprek gaan de meest effectieve leermethode is om
bewustzijn en vaardigheden op maatwerk en de menselijke maat te stimuleren.
Maatwerk is op alle locaties van de SVB geborgd.
Actielijn 2 POK
Actielijn 3 POK
12
Borging maatwerk SVB-breed
SVB-breed is in 2024 een Maatwerkcampagne gehouden. Medewerkers konden zich via lezingen en
workshops verder verdiepen in het werken vanuit de bedoeling en het perspectief van burger. Deze
campagne is positief ontvangen.
1.3
Versterken vakmanschap
Doel 2024:
De SVB beschikt over een volledig en geactualiseerd curriculum voor nieuwe
sociaal juridisch dienstverleners inclusief leerdoelen en leerroutes.
De SVB biedt zowel organisatiebrede als specialistische trainingen aan om het vakmanschap onder de
medewerkers te versterken. Binnen de organisatie worden trainingen verzorgd om innovatiemethodes te
verdiepen en integraal werken te stimuleren. Daarnaast vinden er ook diverse activiteiten plaats die zich
specifiek richten op de vaardighedenset binnen de verschillende afdelingen.
Actueel curriculum voor nieuwe serviceteammedewerkers
Het programma ‘Vakmanschap Medewerkers’ is in 2024 binnen DSV doorgezet als ‘Strategielijn
Vakmanschap’. Het opleidingscurriculum is binnen deze strategielijn verder ontwikkeld. Op basis van
wensen van individuele medewerkers is onderzocht in hoeverre een gestandaardiseerd aanbod van
opleidingen ontwikkeld kan worden. De gebruiksvriendelijkheid van de applicatie waarin de
werkinstructies voor de uitvoering zijn opgenomen, is verbeterd. Hiermee heeft de SVB in 2024
bijgedragen aan de vereenvoudiging die binnen de organisatie nodig is om de dienstverlening
toekomstbestendig te houden.
Vakmanschap IT
Het vormen van vakgroepen op specialistische domeinen binnen IT wordt actief gestimuleerd. Op deze
manier wordt rechtstreekse communicatie en afstemming op expertises tussen medewerkers van
verschillende afdelingen bevorderd. Een voorbeeld hiervan is de vakgroep ‘secure by design’ die zich
bezighoudt met digitale veiligheid. In het voor- en najaar zijn interne IT-community building events (‘IT
HeartBeat’) gehouden om de verbinding binnen de organisatie te versterken en kennis uit te wisselen.
Om de vakkennis te vergroten bezoeken IT-medewerkers ook geregeld IT-beurzen, congressen en
kenniskringen.
Vakmanschap specialistische staffuncties
Diverse specialistische staffuncties hebben aandacht besteed aan het versterken van vakmanschap door
middel van verschillende trainingen en masterclasses. Voorbeelden hiervan zijn de training
Overheidsfinanciën en de masterclass Advance projectmanagement. Deze opleidingsactiviteiten zijn
zowel gericht op het bieden van specialistische kennis aan medewerkers als op het ontwikkelen van
vakmanschap in samenwerking tussen verschillende afdelingen.
Integriteit
Een belangrijk onderdeel van vakmanschap binnen de SVB is ervoor zorgen dat burgers kunnen blijven
vertrouwen op de medewerkers van de SVB. Het werken aan een integere en integriteitsbewuste
organisatie is van groot belang voor het bereiken van alle organisatie brede doelstellingen. In 2024 zijn
de volgende resultaten behaald:
Actielijn 6 POK
Actielijn 5 WaU
13
-
Meer toegankelijke, moderne en eenvoudige inrichting van de integriteitsfunctie.
-
Versterking van de inrichting van integriteit.
-
Bouw digitaal portaal over Integriteit en Ethiek.
-
Betere bewustwording en vergroting van de interne bespreekbaarheid van integriteit in het
dagelijkse werk.
In 2024 zijn er 27 meldingen van mogelijke integriteitsschendingen gedaan bij de integriteitscoördinator.
Dit is een toename ten opzichte van vorig jaar met als verwachte oorzaak de verhoogde
meldingsbereidheid en aandacht voor thema’s rond integriteit en ongewenste omgangsvormen. De
integriteitscoördinator handelde deze meldingen zorgvuldig af. Dit gebeurt in samenwerking met HR, de
arbeidsjuristen en (senior) management en indien nodig, technische experts. Zij stellen passende
interventies op en voorkomen daarmee nieuwe incidenten. De Commissie Integer Handelen heeft vijf
meldingen ontvangen. Die commissie handelde deze meldingen zorgvuldig af.
Vertrouwenspersoon
Medewerkers kunnen voor vertrouwelijke kwesties aankloppen bij de interne vertrouwenspersonen. Zij
zijn er om medewerkers te ondersteunen en geven advies bij kwesties rond ongewenste
omgangsvormen en integriteit.
1.4 Burgers betrekken bij de dienstverlening
De SVB geeft haar dienstverlening vorm in samenwerking met burgers door structureel klantonderzoek te
doen naar ervaringen en behoeften. De Cliëntenraad van de SVB heeft hier een belangrijke rol.
Doel 2024:
Het tweejarige algemene klanttevredenheidsonderzoek bij AOW, AKW, Anw
en AIO wordt herhaald.
Klanttevredenheidsonderzoek bij AOW, AKW, Anw en AIO
In 2024 is het tweejaarlijkse algemene klanttevredenheidsonderzoek herhaald. Het rapportcijfer dat
burgers gaven aan de dienstverlening voor de AOW, AKW, Anw en AIO is een 8,3 (in 2022 was dit een
8,2). 1% van de burgers beoordeelt de dienstverlening als onvoldoende. In 2024 werd ook onderzocht
waarom burgers vertrouwen hebben in de SVB. Het blijkt dat het eenvoudig kunnen regelen van zaken
met de SVB hiervan een belangrijke reden is.
Customer journeys (klantreizen) en klantpanels
De SVB heeft in 2024 onderzoek gedaan naar de overwegingen, motivaties en barrières van burgers
rondom het (wel of) niet gebruiken van de Digidentity Wallet app. Uit het onderzoek blijkt dat burgers de
app als zeer positief ervaren. De aanbevelingen uit de klantinterviews werden ingezet om de
gebruikerservaring te optimaliseren en het gebruik van de app te stimuleren. Dit heeft, mede op basis
van een verdiepend onderzoek in het SVB klantenpanel, geleid tot een nieuwe brief en een extra flyer.
Andere onderwerpen, waar de SVB burgers bij betrokken heeft, zijn:
-
communicatiemiddelen rondom het Gebaar van erkenning naar Surinaamse Nederlanders
(ouderen van Surinaamse afkomst) (GSN);
-
de kennis van verplichtingen onder AOW-gerechtigden in België, de VS en Spanje;
-
de beleving van burgers tijdens het aanvraagproces van de regeling Tegemoetkoming
stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB);
14
-
het ontwikkelen van producten voor werkgevers vanuit het Bureau Belgische Zaken en het Bureau
Duitse Zaken;
-
de Beleving dienstverlening Wet langdurige zorg (Wlz).
Cliëntenraad actief betrokken
Het afgelopen jaar vonden er periodieke overleggen plaats tussen de raad van bestuur (RvB) van de SVB
en de Cliëntenraad SVB (CR) over actuele onderwerpen in de dienstverlening. Per 1 januari 2024 is een
nieuwe regeling met de CR ingegaan die beter aansluit op taken en bevoegdheden. De Cliëntenraad
blijft de SVB inzichten bieden in het perspectief van burgers en hun ervaringen van de dienstverlening
van de SVB. Een afvaardiging van de CR nam ook deel aan de Landelijke Cliëntenraad.
1.5
Verbeteren tijdigheid beschikkingen
Een belangrijke voorwaarde voor betrouwbare dienstverlening is dat burgers op tijd weten en krijgen
waar ze recht op hebben. In de meeste gevallen lukt dit, maar de complexiteit en arbeidsintensiviteit van
de uitvoering van wet- en regelgeving nemen toe. Dit heeft invloed op de werkvoorraden en op de
tijdigheid van beschikkingen, met name bij de internationale dienstverlening. Daarmee is de opgave van
vereenvoudiging van zowel de dienstverlening als het stelsel van wet- en regelgeving zeer urgent om de
toekomstbestendigheid van de uitvoering te waarborgen.
Doelen 2024:
Gemiddeld scoort de tijdigheid nationaal 96%.
Gemiddeld scoort de tijdigheid AOW internationaal 85%.
Gemiddeld scoort de tijdigheid Anw internationaal 90%.
Gemiddeld scoort de tijdigheid AKW internationaal 75%.
Tijdigheid in het SV-domein
De tijdigheidsnormen en streefwaardes voor beschikkingen worden voor de meeste regelingen of wetten
niet behaald. Vooral binnen de internationale dienstverlening zijn er aanzienlijke uitdagingen, die veel
van de capaciteit van de SVB vereisen. Tegelijkertijd is er sprake van een toenemende werkvoorraad.
Afgelopen jaar is prioriteit gegeven aan het wegwerken van oude voorraden en aan het oppakken van
dossiers met grote impact op burgers. Door deze aanpak zijn in 2024 de eerste voorzichtige
verbeteringen geboekt in de tijdigheidscijfers. Dit geeft vertrouwen in de ingeslagen weg, maar laat nog
geen structurele verbeteringen zien. Er is blijvende aandacht vanuit zowel de SVB als SZW en de politiek
nodig om processen en wet- en regelgeving te vereenvoudigen.
Actielijn 2 POK
15
Tabel 1.1 Prestaties tijdigheid SV-regelingen, na validatie*
Prestatie-indicatoren
2024 Realisatie 2023 Realisatie
Norm
Streefwaarde
Tijdigheid betalingen
Totaal
100,0%
100,0%
99,0%
99,0%
Tijdigheid beschikkingen nationaal
AOW
96,8%
97,2%
96,0%
96,0%
Anw
91,1%
96,4%
96,0%
96,0%
AKW
91,5%
88,2%
96,0%
96,0%
AIO
89,3%
92,6%
96,0%
96,0%
TAS
100,0%
100,0%
96,0%
96,0%
REM
87,1%
82,4%
96,0%
96,0%
OBR
95,7%
94,9%
96,0%
96,0%
Tijdigheid beschikkingen internationaal AOW
75,0%
70,3%
96,0%
85,0%
Anw
78,1%
83,0%
96,0%
90,0%
AKW
42,9%
35,6%
75,0%
* De vanuit het systeem verkregen tijdigheidscijfers nemen de handmatige registratie van inkomend werk,
opschorting en verlenging niet mee. Deze cijfers worden gevalideerd via een steekproef waarin eventuele afwijkingen
in de handmatige registratie worden gemeten, met als doel een betrouwbaar beeld te krijgen van de werkelijk
gerealiseerde tijdigheid. De SVB verantwoordt zich over de tijdigheidscijfers na deze validatie.
Tijdigheid nationaal
De tijdigheid van beschikkingen bij de nationale dienstverlening laat gemiddeld een neutraal beeld zien
ten opzichte van de realisatie in 2023. De tijdigheid bij de Anw en AIO zijn gedaald ten opzichte van vorig
jaar en de tijdigheid bij de AKW en REM zijn gestegen. De tijdigheid bij de AOW is nagenoeg gelijk
gebleven.
De stijging van de tijdigheid bij de AKW is het resultaat van de eerder ingezette aanpak om
prioriteringskeuzes te maken en oude voorraden op te pakken. Deze methode is in 2024 ook gestart bij
de Anw en AIO, waardoor de tijdigheid hier conform de verwachting eerst is gedaald. Dezelfde positieve
ontwikkeling als bij de AKW ten gevolge van de prioriteringsaanpak wordt in 2025 verwacht voor de Anw
en AIO.
Tijdigheid AOW internationaal
De tijdigheid AOW internationaal blijft over 2024 met 75,0% zowel onder de norm als onder de
streefwaarde. De gekozen verbeteraanpak en stevige inzet op aantrekken van nieuw personeel in
voorgaande jaren en investeringen in opleidingen resulteren in meer grip op de voorraden. Zowel de
voorraadsamenstelling als de tijdigheid laten lichte verbeteringen zien ten opzichte van 2023. Er zijn
aanvullende maatregelen ingezet om het aanvraagproces AOW internationaal voor een aantal landen
doelmatiger in te richten. Het blijft noodzakelijk om huidige wet- en regelgeving te vereenvoudigen om
de voorraad te verlagen en de tijdigheid internationaal te verbeteren.
Tijdigheid Anw internationaal
De tijdigheid Anw internationaal blijft met 78,1% zowel onder de norm als onder de streefwaarde en laat
een daling zien ten opzichte van 2023. Dit is in lijn met de verwachtingen, gezien de doorgevoerde
herinrichting en de focus op de oude voorraad. Deze initiatieven zijn in 2024 voortgezet met betere
controle op de samenstelling van de voorraad en meer gerichte sturing als positief resultaat. De SVB
geeft prioriteit aan nieuwe aanvragen en dossiers waarin de burger in de knel zit, naast het inlopen op
liggende dossiers. In 2024 is geïnvesteerd in het opleiden van medewerkers voor de internationale
uitvoering van de Anw waardoor de kwetsbaarheid is verlaagd op het gebied van (specifieke) kennis.
Daarnaast is de voorlichting en communicatie aan nabestaanden en wezen verbeterd door middel van
een vernieuwde website.
Tijdigheid AKW internationaal
De tijdigheid voor de AKW internationaal blijft met 42,9% onder de streefwaarde, maar vertoont een
lichte stijging zien ten opzichte van 2023. Dit is te danken aan de ingezette aanpak om te komen tot een
16
gezonde voorraad en dienstverlening. Onderdeel van de aanpak is het opleiden van medewerkers om
kennis te vergroten op het gebruik van het Europese Electronic Exchange of Social Security Information
(EESSI)-systeem in internationale dienstverlening en daarmee effectiviteit van uitvoering. Het is van
belang om de ingezette aanpak door te zetten om verbetering vast te houden.
Beter voorspellen werkvoorraad
Een maatregel om tijdigheid te verbeteren is investeren in tooling die de werkvoorraad beter voorspelt
en verdeelt (workforce management). Alle voorbereidende activiteiten voor een aanbesteding in 2025
zijn afgerond.
Doorlooptijd internationale gevalsbehandeling
De doorlooptijd van de internationale gevalsbehandeling staat in onderstaande tabel. Dit is uitgesplitst in
percentage afgehandeld binnen 10 werkdagen, binnen 8 weken, binnen 8 tot 12 weken en binnen meer
dan 12 weken.
Tabel 1.2 Ontwikkeling in doorlooptijd internationale gevalsbehandeling aanvragen
Doorlooptijd internationale Gevalsbehandeling aanvragen en mutaties met rechtsgevolg
2024
2023
AOW IR
% afgehandeld ≤ 10 werkdagen
35,4%
21,9%
% afgehandeld ≤ 8 weken
60,0%
47,3%
% afgehandeld ≤ 8-12 weken
9,9%
12,5%
% afgehandeld > 12 weken
30,2%
40,1%
AKW IR
% afgehandeld ≤ 10 werkdagen
15,7%
13,9%
% afgehandeld ≤ 8 weken
33,5%
27,5%
% afgehandeld ≤ 8-12 weken
9,9%
7,8%
% afgehandeld > 12 weken
56,6%
64,7%
Anw IR
% afgehandeld ≤ 10 werkdagen
43,0%
41,4%
% afgehandeld ≤ 8 weken
68,3%
66,5%
% afgehandeld ≤ 8-12 weken
6,8%
8,0%
% afgehandeld > 12 weken
24,9%
25,5%
Werkagenda Internationaal
De werkagenda Internationaal is in 2024 vastgesteld. Deze werkagenda moet leiden tot vereenvoudiging
in processen, werkwijzen en wet- en regelgeving en bevat verschillende exploratieve denkrichtingen om
de uitvoering van de internationale dienstverlening te vereenvoudigen en de uitvoerbaarheid
toekomstbestendig te houden. In 2024 is gestart met de implementatie van de agenda en de
inhoudelijke uitwerking van de denkrichtingen. Deze uitwerking heeft geleid tot een aantal opdrachten
die van start zijn gegaan zoals het herijken van het dienstverleningsconcept en het investeren in EESSI als
instrument voor gegevensuitwisseling. Hierin wordt onder andere een vervolg gegeven aan de in 2024
gehouden Conferentie met de Katholieke Universiteit Leuven. Een aantal denkrichtingen wordt op een
later moment uitgewerkt door de prioriteit die wordt gegeven aan het versterken van de weerbaarheid
van de dienstverlening van de SVB.
Bezwaren
Het aantal bezwaren over de SV-regelingen lag in 2024 hoger dan in 2023. De verklaring hiervoor is het
aantal bezwaren met betrekking tot de regeling Gebaar van erkenning naar Surinaamse Nederlanders
(GSN) die in 2024 is uitgevoerd. 27% van alle bezwaren is gegrond verklaard, waarmee dit aandeel
stabiel is gebleven ten opzichte van 2023.
17
Tabel 1.3 Aantal bezwaren
2024
2023
Totaal bezwaren
9.441
8.530
Percentage gegrond verklaard
27%
26%
De wijze waarop de SVB met bezwaren is omgegaan wordt beoordeeld met een 6,7 (september 2023 tot
en met mei 2024). Deze score is stabiel en vergelijkbaar met de tevredenheid over de voorgaande
meetperiode (6,4).
1.6
Bevorderen van het gebruik van regelingen
Het bijdragen aan de bestaanszekerheid van alle Nederlanders is het belangrijkste doel van de SVB.
Daarom blijft de SVB zoeken naar nieuwe methodes om het gebruik van regelingen te bevorderen, zodat
burgers de uitkeringen ontvangen waar zij recht op hebben.
Actief op zoek naar potentiële AIO-gerechtigden
Als vervolg op de pilot Bevorderen gebruik AIO met UWV is een verkenning uitgevoerd voor een pilot
met de Belastingdienst en UWV. Met gegevens van de Belastingdienst en die van het UWV kunnen
potentieel rechthebbenden nog gerichter worden benaderd. Uit de verkenning is gebleken dat een
vervolg van de pilot Bevorderen gebruik AIO met innovatieve technologie een belangrijke bijdrage kan
leveren aan het proactief en aanzienlijk gerichter benaderen van potentiële AIO-gerechtigden. De
verwachting is dat het aantal AIO-toekenningen hierdoor toeneemt. Vanwege de prioriteit die wordt
gegeven aan het versterken van de weerbaarheid van de dienstverlening van de SVB is een vervolgpilot
op het bevorderen van gebruik uitgesteld.
1.7
Borgen continuïteit dienstverlening aan
budgethouders via PGB
De SVB verricht betalingen aan zorgverleners door het beheren van het persoonsgebonden budget
(PGB) van burgers. De komende jaren werkt de SVB aan een voor budgethouders geruisloze transitie
naar het meer gebruikersvriendelijke PGB 2.0. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(VWS) heeft de SVB gevraagd regie te voeren op de aansluitingen van gemeenten. Met het oog op
continuïteit van de dienstverlening is dit mogelijk als aan de door de SVB benodigde randvoorwaarden is
voldaan. In oktober 2024 is een groep budgethouders met een PGB op grond van de Wlz aangesloten.
Plan van aanpak
De SVB voert sinds 1 januari 2024 de operationele regie op aansluiting van gemeenten op het PGB2.0-
systeem. Vanuit die rol heeft de SVB in 2024 een plan van aanpak Aansluiten Gemeenten opgesteld om
de landelijke uitrol van PGB 2.0 voor gemeenten op een gestructureerde en effectieve manier te
realiseren. Het plan omvat de belangrijkste producten voor een gedetailleerde fasering van het
uitrolproces, de aansluiting van gemeenten en de samenwerking met de keten. De staatssecretaris van
Maatschappelijke en Langdurige Zorg heeft aangegeven dat de implementatie van Regeling
dienstverlening aan huis (Rdah) prioriteit krijgt het komende jaar. Hierdoor is in overleg met VWS en de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) besloten om vooralsnog niet over te gaan tot het
aansluiten van gemeenten op het PGB 2.0-systeem.
18
1.8
Preventie en handhaving
De SVB hecht er veel waarde aan dat burgers krijgen waar zij recht op hebben. Dit betekent ook
voorkomen dat burgers onterecht uitkeringen ontvangen. Daarom besteedt de SVB veel aandacht aan
haar preventie- en handhavingsbeleid. De SVB vindt het belangrijk hierbij zoveel mogelijk het
perspectief van de burger in het oog te houden. en daarbij effectief, efficiënt en ethisch te handelen Zo
zet de SVB haar preventiebeleid in om terugvorderingen zoveel mogelijk te voorkomen. Wanneer toch
onrechtmatig gebruik wordt geconstateerd, bekijkt de SVB in overleg met de burger op welke wijze
terugbetaling plaats moet vinden.
Doelen 2024:
De SVB vergroot de bekendheid met plichten onder gerechtigden.
De SVB intensiveert vermogensonderzoeken in het buitenland en
handhavingsactiviteiten in het kader van Toepasselijke wetgeving (TPW)
Preventie
Burgers moeten weten welke verplichtingen horen bij het ontvangen van een uitkering. Jaarlijks meet de
SVB de kennis over verplichtingen en de inschatting van de kans dat een overtreding wordt gedetecteerd
en bestraft (gepercipieerde detectiekans) bij in Nederland wonende gerechtigden in de sociale
zekerheid. De inzichten die dit oplevert, bieden handvatten voor verbetering van de
informatievoorziening aan burgers. Na voltooiing van de meting in 2025 kan een uitspraak worden
gedaan of de bekendheid met plichten onder gerechtigden is vergroot door de inzet van de SVB hierop
in 2024.
Bekendheid met plichten onder gerechtigden vergroten
In 2024 onderzocht de SVB de kennis over verplichtingen in Nederland, België, de Verenigde Staten en
Spanje. In december is de conceptrapportage opgeleverd. Daarin staat dat de kennis over
verplichtingen, gepercipieerde detectiekans en tevredenheid in deze landen weinig afwijkt van
Nederland, daardoor is er geen aanleiding tot nieuwe of andere interventies.
Handhaving
De SVB wil met effectieve en zichtbare handhaving bijdragen aan het maatschappelijke draagvlak voor
het sociaalzekerheidsstelsel. Handhaving is het geheel aan maatregelen en activiteiten dat tot doel heeft
om fouten en misbruik door burgers te voorkomen. Waar dat niet lukt, zet de SVB in op het detecteren
van fouten en misbruik om ze te corrigeren en zo nodig te sanctioneren. Eind 2024 is bij meer dan 425
burgers een controle op de rechtmatigheid van de AIO-uitkering gedaan, daarbij is onderzoek gedaan
naar mogelijk vermogen in het buitenland.
Aanpak van misstanden in de uitzendbranche
De SVB handhaaft op schijnconstructies waarbij werkgevers misbruik maken van A1-verklaringen om te
besparen op personeelskosten. Een onterechte A1-verklaring met betrekking tot TPW leidt onder andere
tot afdracht van premies in het verkeerde land of het tewerk kunnen stellen van goedkope buitenlandse
arbeidskrachten in Nederland. De SVB onderzoekt schijnconstructies in samenwerking met ketenpartners
in Nederland en zusterorganen in het buitenland. In 2024 zijn er 58 werkgeversonderzoeken afgerond
(incl. informatie- en adviesverzoeken), waarbij 28 verzoeken zijn gedaan om de A1-verklaring in te
trekken.
Actielijn 1 POK
19
Sinds januari 2024 is het samenwerkingsverband Aanpak Malafide Uitzendbureaus (AMU) gestart. Dit
samenwerkingsbestand richt zich op het voorkomen en bestrijden van arbeidsmigrantenproblematiek,
onder andere door gezamenlijk onderzoeken uit te voeren en (voor de SVB) onwenselijke situaties in
kaart te brengen. De SVB maakt onderdeel uit van dit samenwerkingsverband dat verder bestaat uit de
Nederlandse Arbeidsinspectie, de Belastingdienst en het UWV. Arbeidsmigrantenproblematiek wordt op
deze manier gelijktijdig voorkomen en aangepakt op verschillende terreinen, daardoor worden de
rechten van de arbeidsmigrant beter beschermd.
Resultaten handhaving
De volgende tabellen bevatten de voornaamste resultaten van SVB-handhavingsactiviteiten. Sancties zijn
niet alleen boetes en maatregelen, maar ook waarschuwingen die geen financiële consequentie hebben.
De verwachte besparingen als gevolg van herzieningen zijn indicatief.
Tabel 1.4 Resultaten Handhaving (Bedragen x € 1.000)
AOW
AKW
Anw
AIO
Totaal
2024 2023
2024 2023 2024 2023
2024
2023
2024
2023
Sancties
Aantal
858 1.342 3.141 5.182 67 101 1.039 1.009 5.105 7.634
Bedrag 647 701 139 185 68 75 269 290 1.123 1.251
Terugvorderingen
waarbij
een sanctie is opgelegd
Aantal
371 463 1.262 1.838 38 38 627 716 2.298 3.055
Bedrag 2.385 2.899 1.355 1.684 329 195 1.488 1.591 5.557 6.369
Besparingen
Aantal
371 487 1.277 1.851 52 39 636 721 2.336 3.098
Bedrag 5.565 7.305 1.532 2.221 780 585 9.540 10.815 17.417 20.926
Aangiften
Aantal
5 7
- - 6 2 4 4 15 13
Bedrag 340 371
- - 542 128 226 237 1.108 736
Het volgende overzicht betreft de structurele kosten van alle handhavingsinspanningen. De bedragen zijn
indicatief.
Tabel 1.5 Kosten handhaving (x € 1.000)
Bedragen
2024
2023
Coördinatie en beleid
700
475
Controle
3.950
4.000
Afdeling P&H
11.950
11.325
Totaal
16.600
15.800
20
Signaleren en bijdragen aan
vereenvoudiging van wet- en
regelgeving
21
2.
Signaleren en bijdragen aan
vereenvoudiging van wet- en
regelgeving
Het complexe stelsel van sociale zekerheid drukt steeds zwaarder op de uitvoering. Een belangrijke
oorzaak hiervoor is de trend van internationalisering. Veel knelpunten die de publieke dienstverlening in
de nationale context bemoeilijken, worden versterkt bij de uitvoering van regelingen over de grenzen
heen. Het signaleren van knelpunten en het vereenvoudigen van wet- en regelgeving is daarmee een
voorname en urgente opgave. Niet alleen vanuit het perspectief van de dienstverlener, die uitvoering
moet geven aan wet- en regelgeving, maar vooral ook vanuit het perspectief van de burger die klem
komt te zitten in een stelsel dat niet meer te begrijpen is. De SVB ziet het als een zeer belangrijke taak om
knelpunten in haar dienstverlening op te sporen, aan te dragen en als ervaringsdeskundige mee te
denken over vereenvoudiging van het stelsel.
2.1
Signaleren van knelpunten
De SVB heeft het afgelopen jaar bijgedragen aan het signaleren van knelpunten in de uitvoering. Het
strategisch klachtenloket is geformaliseerd en verder geprofessionaliseerd. Dit is een registratiesysteem
waarin politiek-bestuurlijke klachten worden opgeslagen en waaruit trends en patronen kunnen worden
waargenomen. Op deze wijze wordt op structurele wijze geleerd van klachten die raken aan de
dienstverlening van de SVB of aan complexiteiten in het stelsel.
Om signalen beter en meer gestructureerd in beeld te krijgen, is in 2023 een registratietool ontwikkeld
waarin maatwerkcasussen worden opgenomen. De tool zorgt in de huidige vorm voor een aanvullende
belasting op medewerkers van de SVB die hierin casussen moeten registreren. Gezien de hoge
werkvoorraad in de uitvoering is gekozen om in 2024 nog niet volledig gebruik te maken van de
registratietool en zijn er geen analyses uitgevoerd om structurele knelpunten bloot te leggen.
In juni 2024 is de vierde knelpuntenbrief overhandigd aan de Tweede Kamer. Deze brief heeft als thema
de internationale dienstverlening van de SVB. Hierin worden verschillende voorstellen aangedragen die
samen bijdragen aan een toekomstbestendigere dienstverlening. Vereenvoudigingsvoorstellen uit
eerdere knelpuntenbrieven rondom de kindregelingen en de leefvormen in de AOW maken hier
onderdeel van uit, omdat deze zowel nationaal als internationaal complexiteiten wegnemen.
De SVB heeft de verschillende vereenvoudigingsvoorstellen tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede
Kamer nader toegelicht. Dit jaar is voor het eerst ook met de Eerste Kamer gesproken over de
knelpunten(brief).
Klachten
De SVB ziet klachten als waardevolle signalen voor het verbeteren van de dienstverlening. Medewerkers
nemen bij de behandeling van klachten persoonlijk contact op met de burger om een goed beeld van de
klacht te krijgen. Dit persoonlijke contact leidt in 73% van alle klachten tot een directe, informele
oplossing, waardoor het niet nodig is de formele klachtenprocedure op te starten. In 2024 registreerde
de SVB met betrekking tot de SV-regelingen 2099 klachten, waarvan 1538 door middel van persoonlijk
contact zijn opgelost (informele klachtbehandeling). Het aantal formele klachten over 2024 bedraagt 561,
ten opzichte van 633 in 2023. Dat betekent een daling van 12%. De meeste klachten hebben betrekking
Actielijn 5 POK
22
op de werkwijze, zoals de behandelingswijze of wetstoepassing. In onderstaande tabel zijn de formeel
behandelde klachten naar oorzaak uitgesplitst.
Tabel 2.1 Aantal formele klachten verdeeld naar aard van de klacht
Oorzaak
2024
2023
Klacht inzake bejegening
26
37
Klacht inzake bereikbaarheid
5
8
Klacht inzake voorlichting
41
28
Totaal klachten communicatie
72
73
Klacht inzake behandelingsduur
98
166
Klacht inzake betalingsduur
25
27
Klacht inzake uitblijven reactie
87
104
Totaal klachten tijdigheid
210
297
Klacht inzake behandelingswijze
87
84
Klacht inzake overig
126
119
Klacht inzake wetstoepassing
66
60
Totaal klachten werkwijze
279
263
Totaal aantal klachten
561
633
Tijdigheid van klachtafhandeling
De doelstelling voor de tijdigheid van de afhandeling van klachten (95%) is met een score van 90,9% niet
behaald. Dit signaal zal in 2025 meegenomen worden in de besprekingen over de sturing op
klachtafhandeling.
Tevredenheid bij klachtbehandeling
Uit het klanttevredenheidsonderzoek van september 2023 tot en met mei 2024 blijkt dat de burger de
behandeling van klachten beoordeelt met een 6,2. Deze score is vergelijkbaar met de tevredenheid over
de voorgaande meetperiode (6,0).
2.2
Meedenken over vereenvoudiging
van wet- en regelgeving
De SVB heeft het afgelopen jaar bijgedragen aan (de visie op) vereenvoudiging van wet- en regelgeving.
De bijdrage van de SVB aan vereenvoudiging is betekenisvol vanwege de expertise van de organisatie
als publieke dienstverlener en het goede zicht op knelpunten in de praktijk. De SVB participeert in
meerdere samenwerkingsverbanden en onderzoeken die een aandeel leveren in de visievorming op de
toekomst van het stelsel van sociale zekerheid.
Leefvormen in de AOW
Onderzoek objectief partnerbegrip
De SVB en de Belastingdienst hebben het afgelopen jaar met een bestandvergelijking bijgedragen aan
het onderzoek naar het objectief partnerbegrip in de AOW. Voor alle 3,6 miljoen AOW-gerechtigden is
onderzocht of ze een fiscaal partner hebben. De vergelijking gaat inzicht geven in wat de gevolgen zijn
als dit partnerbegrip in de AOW wordt overgenomen.
Maatschappelijke kosten- en batenanalyse
In het najaar van 2024 startte een maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA), waarbij onderzocht
is, welke gevolgen de leefvormensystematiek in de AOW heeft op onder andere wonen en zorg. Hierbij
wordt de huidige leefvormensystematiek vergeleken met de variant waarbij wordt aangesloten op het
objectief partnerbegrip, zoals ook door de Belastingdienst wordt gehanteerd; en de individualisering van
de AOW. De SVB draagt bij aan dit onderzoek dat in opdracht van de ministeries van SZW, VWS en
Actielijn 5 POK
23
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) wordt uitgevoerd. Het onderzoek wordt volgens
planning medio 2025 opgeleverd. Zowel het onderzoek naar het objectief partnerbegrip, als het de
MKBA vormen een bijdrage aan de besluitvorming over de toekomst van de AOW.
Duurzaam gescheiden leven
De ministeries van SZW en VWS hebben samen met het CAK en de SVB de mogelijkheid onderzocht om
het begrip ‘duurzaam gescheiden leven’ aan te passen, waardoor de keuzemogelijkheid in
verpleeghuissituaties komt te vervallen. In het regeerprogramma is het voornemen opgenomen om dit
voorstel in wetgeving om te zetten. Een nadere uitwerking wordt meegenomen in het lopende
onderzoek naar het objectief partnerbegrip in de AOW.
Kindregelingen
In het regeerprogramma is opgenomen dat het kabinet de vormgeving van één integrale kindregeling in
één wettelijk kader wil onderzoeken. Hierover zijn gesprekken gevoerd met SZW. Deze gesprekken
hebben nog niet geleid tot concrete afspraken over de uitwerking van één integrale kindregeling en de
bijdrage die de SVB hieraan kan leveren. Begin 2025 volgt een brief vanuit de staatssecretarissen van
Financiën waarin de aanpak van het kabinet rondom een integrale vereenvoudiging van toeslagen en het
belastingstelsel wordt aangekondigd. Deze aanpak raakt aan de toekomstvisie op de kindregelingen (de
kinderbijslag en het kindgebonden budget).
Programma Vereenvoudiging inkomensondersteuning voor Mensen
In het regeerprogramma is uitgebreid aandacht voor vereenvoudiging en hervorming van
inkomensondersteuning. Het ministerie van Financiën neemt het voortouw bij de taakopdracht voor de
hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel, waaronder vereenvoudiging op de korte, middellange
en lange termijn. De minister van SZW heeft de Tweede Kamer in het najaar geïnformeerd over de
coördinatie binnen de hervormingsopgave en de vereenvoudiging van het stelsel van sociale zekerheid.
De SVB heeft aangegeven door middel van inhoudelijke expertise een bijdrage te kunnen leveren aan
deze trajecten.
Versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht
De SVB heeft dit jaar een uitvoeringstoets uitgebracht op de voorgenomen herziening van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb). In beginsel is de SVB positief over de voorgenomen wijzigingen in de Awb.
Tegelijkertijd voegt het wetsvoorstel op onderdelen te veel complexiteit toe aan de uitvoeringspraktijk.
Deze complexiteit is ook namens de SVB benadrukt in een gezamenlijke reactie van de Manifestgroep op
het wetsvoorstel. De SVB heeft in 2024 goede gesprekken gevoerd met de ministeries van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Justitie en Veiligheid (JenV) om tot vereenvoudiging te komen. Die
gesprekken worden vervolgd in 2025.
Modernisering wet SUWI
Het ministerie van SZW voorziet op dit moment minimaal twee wetsvoorstellen om de Wet SUWI te
wijzigen en minstens drie wijzigingen in de onderliggende regelgeving. De uitvoeringstoets op het eerste
wetsvoorstel dat toeziet op proactieve dienstverlening is in 2024 afgerond. In het vierde kwartaal is
gewerkt aan de bijbehorende Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). De SVB verwacht een
uitvoeringstoets op de AMvB begin 2025. Het tweede wetsvoorstel over modernisering van grondslagen
voor gegevensverwerking is in voorbereiding bij SZW. De SVB heeft hiervoor verschillende interne
juridische inventarisaties verricht. Op dit moment wordt de Wet eenmalige gegevensuitvraag (WEU)
geëvalueerd vanuit zowel het burgerperspectief als het uitvoeringsperspectief. In 2024 hebben SVB
professionals deelgenomen aan interviews voor deze evaluatie, daarnaast zijn door de SVB mensen
geworven voor deelname aan interviews om het burgerperspectief op de WEU te belichten.
Herziening handhavingsinstrumentarium (POK 1)
De SVB heeft in 2023 een uitvoeringstoets uitgebracht op het wetsvoorstel ‘Handhaving sociale
zekerheid’. De SVB heeft in de toets een aantal onderdelen uit het wetsvoorstel als niet-uitvoerbaar
24
beoordeeld. Dit betrof het nieuwe afwegingskader en de verplichting tot toelichtingsgesprekken bij het
opleggen van sancties. Het wetsvoorstel wordt nog nader uitgewerkt in onderliggende boete- en
maatregelenbesluiten. De SVB verwacht in 2025 een verzoek voor een uitvoeringstoets op de boete- en
maatregelenbesluiten en reageert daarin ook op de herziene versie van het wetsvoorstel.
2.3
Implementeren van (nieuwe) wet- en
regelgeving
De SVB anticipeert en reageert op nieuwe ontwikkelingen en nieuw beleid. De organisatie denkt mee
met beleidsmakers en geeft signalen door over hoe dit beleid in de uitvoering landt. Dit doet de SVB
door middel van uitvoeringstoetsen. De belangrijkste nieuwe wet- en regelgeving die de SVB dit jaar
heeft uitgevoerd of waarop de organisatie uitvoeringstoetsen heeft uitgebracht wordt hieronder
beschreven. De SVB heeft in 2024 gewerkt aan meer dan tien uitvoeringstoetsen, waarvan twee op eigen
initiatief zijn gestart.
Gebaar van erkenning naar Surinaamse Nederlanders
De SVB is in juni gestart met de uitvoering van het eenmalige gebaar van erkenning naar Surinaamse
Nederlanders. In juli is de financiële tegemoetkoming aan 23.067 ouderen ambtshalve uitbetaald. Het
kan voorkomen dat iemand in aanmerking komt voor het gebaar, maar dat dit niet direct uit de
administratie van de SVB blijkt. Sinds 1 juli 2024 kunnen mensen ook contact opnemen met de SVB voor
een aanvraagformulier. Dat kan tot 1 juli 2026. De SVB heeft tot en met 27 december 2024, naast de
groep die het bedrag ambtshalve heeft ontvangen, aan ruim 1.700 personen het eenmalige bedrag
toegekend na een aanvraag. Ongeveer 900 aanvragen zijn afgewezen. Het gaat om mensen die bij hun
komst naar Nederland nog geen 18 jaar waren of na de onafhankelijkheid van Suriname naar Nederland
zijn gekomen. De uitvoering van het gebaar van erkenning verloopt zoals verwacht.
Wetswijziging Dubbele Kinderbijslag bij Intensieve Zorg
Op 1 juli 2024 is de wetswijziging vereenvoudiging Dubbele Kinderbijslag Intensieve Zorg (DKIZ)
succesvol in werking getreden, hierdoor ontvingen ongeveer 850 ouders van kinderen met een Wlz-
indicatie, de dubbele kinderbijslag automatisch. Voorheen moesten ouders een belastend en tijdrovend
aanvraagproces doorlopen. Dit wetsvoorstel bevordert gebruik onder de Wlz-doelgroep. Het is voor alle
ouders, van kinderen met een Wlz-indicatie mogelijk gemaakt DKIZ met terugwerkende kracht te
ontvangen met een standaardtermijn van zes maanden.
Eenmalige tegemoetkoming zelfstandigen met een AOW-AOV hiaat
De SVB heeft bijgedragen aan een verkenning naar een regeling die tegemoetkomt aan de aangenomen
motie Van Kent. Deze verkenning is nog niet afgerond. Het is op dit moment onduidelijk of dit traject in
de huidige situatie wordt voortgezet, gezien de prioriteit die wordt gegeven aan het versterken van de
weerbaarheid van de dienstverlening van de SVB.
Wijziging Participatiewet
In juli 2023 heeft de SVB een uitvoeringstoets uitgebracht op de wijziging van de Participatiewet. De
uitvoeringstoets heeft bijgedragen aan een wetsvoorstel, waar een stap wordt gezet naar een
Participatiewet waarbinnen vertrouwen en de menselijke maat kernwaarden zijn. De Participatiewet wordt
met dit wetsvoorstel meer responsief en de belangrijkste knelpunten worden aangepakt, zoals de
complexiteit van de vermogenstoets en terugwerkende kracht. In de uitvoeringstoets heeft de SVB
aangegeven dat het van belang is dat de organisatie wordt vrijgesteld van een aantal maatregelen die
voor de SVB onuitvoerbaar zijn. De SVB is hier inmiddels voor uitgezonderd. Het wetsvoorstel is door het
ministerie van SZW in juni 2024 naar de Tweede Kamer gestuurd en wacht nu op plenaire behandeling.
25
Beroepsziekten-regelingen
In 2024 bleek dat de regeling Tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB) op belangrijke
punten zijn doelstelling nog niet realiseerde. Het aantal aanmeldingen en toekenningen bleef sterk
achter bij de verwachting. Ketenpartners, het Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door Gevaarlijke
stoffen (ISBG), het Bureau Lexces en de SVB hebben hierop samen met regievoerder SZW een
verbeterplan opgesteld. Speerpunten daarin zijn onder andere begrijpelijkere taal bij contacten en het
breder betrekken van patiëntenorganisaties. De SVB ontving op 21 november het verzoek tot een
uitvoeringstoets over de uitbreiding van de regeling. Voorwaarden voor de uitbreiding worden hierin
neergelegd.
Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer
De SVB heeft een informatie- en businessanalyse uitgevoerd waarin de consequenties van de wet zijn
uitgewerkt in acties voor de verschillende domeinen. Voor een groot deel voldoet de SVB al aan de eisen
die in de wet worden gesteld. Een aantal acties is uitgevoerd, andere zijn opgestart, of worden later
opgestart naar aanleiding van uitstel van de wet tot januari 2026 (of voor het onderdeel aangepaste
notificatie tot 2027). De SVB heeft een kadernotitie opgesteld en daarin bepalingen verder ingevuld met
beleid.
Kwijtschelding schulden gedupeerden toeslagenaffaire
Het vorige kabinet heeft in 2021 toegezegd dat de overheidsschulden van de gedupeerden van de
toeslagenaffaire worden kwijtgescholden. Eind 2022 is hiertoe de Wet hersteloperatie toeslagen in
werking getreden. Tot en met 2024 heeft de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) voor de SVB
1.420 ouders als gedupeerden aangemerkt en 118 als niet-gedupeerden. De SVB heeft de dossiers van
1.377 gedupeerden met publieke schulden afgerond. De stapeling van compensatieregelingen leidt tot
een complexe uitvoering van de Wet hersteloperatie toeslagen. Doordat de SVB voor deze burgers ook
maatwerk toepast, kosten deze werkzaamheden veel tijd.
Uitvoeringstoets Archiefwet
De Archiefwet 1995 wordt vernieuwd. Tegelijkertijd wijzigen ook het Archiefbesluit en de
Archiefregeling, die onder de Archiefwet vallen. In 2020 heeft de SVB een uitvoeringstoets uitgevoerd op
de vernieuwde Archiefwet. Daarin heeft de SVB aangegeven dat de Archiefwet een kaderwet is en dat bij
de verdere uitwerking van de Archiefwet in een Archiefbesluit en Archiefregeling een aanvullende
uitvoeringstoets nodig is. De SVB is dit jaar gestart met het bepalen van de impact van de onderliggende
regelgeving van de Archiefwet.
Beëindigingsvergoeding binnen PGB
In april 2024 heeft de SVB een uitvoeringstoets uitgevoerd omtrent beëindigingsvergoedingen binnen
het PGB. Het ministerie van VWS en SZW stellen twee beleidswijzingen voor met als doel om
zorgverleners meer bestaanszekerheid te bieden bij het stoppen van het PGB vanwege overlijden of
plotselinge langdurige opname van de budgethouder. De SVB acht de twee beleidsvoorstellen
uitvoerbaar, mits de voorgestelde beleidswijzigingen en bijbehorende criteria worden verankerd in de
PGB-regelingen en de benodigde functionaliteiten tijdig in het PGB2.0 systeem zijn doorgevoerd. Het
ministerie van VWS en de SVB werken in samenspraak de beleidsvoorstellen verder uit.
Regeling dienstverlening aan huis
Op 30 maart 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) geoordeeld dat het uitzonderen van PGB-
dienstverleners van de verzekeringsplicht voor de Werkloosheidswet (WW) ongerechtvaardigde indirecte
discriminatie naar geslacht oplevert. Het uitzonderen van deze dienstverleners op de verzekeringsplicht
voor de WW en andere werknemersverzekeringen is geregeld in de Regeling dienstverlening aan huis
(Rdah). Het ministerie van SZW heeft een wetsvoorstel voorbereid waarmee de Rdah per 1 januari 2026 in
zijn geheel niet meer van toepassing zal zijn op het PGB. Hierdoor verkrijgen alle zorgverleners die onder
een arbeidsovereenkomst werken dezelfde sociale zekerheidsrechten. De SVB heeft in september 2024
de uitvoeringstoets op het wetsvoorstel Aanpassing regeling dienstverlening aan huis uitgebracht en acht
26
het wetsvoorstel uitvoerbaar, zolang de implementatie niet gelijktijdig met andere belangrijke
opdrachten in het zorgdomein plaatsvindt. De SVB werkt nauw samen met VWS en de ketenpartners,
zodat afhankelijkheden op elkaar kunnen worden afgestemd om zo gezamenlijk een tijdige
implementatie van het wetsvoorstel te waarborgen.
2.4
Bestuursrecht op Maat
Doel 2024:
45% van het totaal aantal beleidsregels wordt doorgelicht en daar waar
nodig gemoderniseerd ofwel mensvriendelijker gemaakt.
Het uitgangspunt van het project Bestuursrecht op Maat is, om in beleidsregels, de menselijke maat
centraal te stellen en deze beleidsregels daarom waar nodig te herijken. De SVB realiseert hiermee
vereenvoudiging van haar interne beleid en het beleid wordt burgervriendelijker en
uitvoeringsvriendelijker. Inmiddels is circa 45% van de beleidsregels doorgelicht en gemoderniseerd.
In 2024 is het vervolg op het project Bestuursrecht op Maat vormgegeven. Hierin wordt de ontwikkeling
naar een beginselgeleide uitvoering, waarin de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur leidend zijn,
uitgewerkt. In 2025 worden de eerste stappen gezet in dit traject.
Het project Bestuursrecht op Maat is breder dan alleen het herijken van beleidsregels. Het project draagt
ook bij aan het oplossen van geschillen op een mensvriendelijkere manier. Mediation wordt ingezet als
geschillenoplossingsmethode tussen burgers en de SVB, en tussen medewerkers en de SVB als
werkgever (arbeidskwesties). In 2024 is mediation vaker ingezet als middel bij conflicten in
arbeidskwesties.
Actielijn 5 POK
27
Bouwen aan een wendbare en
toekomstbestendige
organisatie
28
3.
Bouwen aan een wendbare en
toekomstbestendige organisatie
In 2024 besteedde de SVB extra aandacht aan het versterken van de wendbaarheid van de
dienstverlening en de systemen die hieraan ten grondslag liggen. Dit is noodzakelijk. Deze systemen
blijven hierdoor robuust en toekomstbestendig. De SVB kan hierdoor in blijven spelen op de wensen en
situaties van burgers.
3.1
De SVB als aantrekkelijke werkgever
Doel 2024:
De SVB zorgt voor meer dan 100 werkplekken voor arbeidsparticipanten.
Werving en selectie
In 2024 is de SVB wederom aangesloten op het traineeshipprogramma van het UWV en de organisatie
heeft aan meerdere starters een opdrachtplaats geboden. Met de huidige arbeidsmarktkrapte blijft de
SVB op zoek naar nieuwe doelgroepen. Zo startte een pilot waarvoor 24 kandidaten zonder mbo-diploma
zijn geworven voor dienstverlenende functies met een Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) traject. Voor
extra instroom op IT zette de SVB ‘potentieeltesten’ in om de huidige en ontwikkelbare IT-kennis te
toetsen en loopt een wervingscampagne die gebruik maakt van het netwerk van medewerkers. Hieruit
zijn vijf plaatsingen gerealiseerd. Verder is er meer ruimte gecreëerd voor de instroom van junioren en
mensen in deeltijd. Ook is de SVB aangesloten bij de Java User Groep om zich als IT-werkgever te
presenteren op beurzen.
Versterken lerende organisatie
De SVB biedt opleidingen die medewerkers ondersteunen in het bieden van goede en passende
dienstverlening. Alle nieuwe serviceteammedewerkers hebben in 2024 de basisopleiding doorlopen,
waar de basis wordt gelegd voor het werk waarop de SVB zich toerust. De SVB stelt voor iedere
medewerker een persoonlijk opleidingsbudget beschikbaar. Dit budget werd in 2024 volledig benut.
Cursussen die onderdeel uitmaken van het opleidingscurriculum worden continu herijkt om aan te sluiten
bij een lerende dienstverlening die tegemoetkomt aan de wensen en verwachtingen van burgers. Hiertoe
werden ook nieuwe leervormen geïntroduceerd. Het talentprogramma is verder uitgerold binnen DZW
en een pilot is gestart binnen DSV.
Vitaliteit en werkvermogen
Werkbeleving
De SVB zet sinds 2020 een aantal keer per jaar een barometer uit onder haar medewerkers. De algemene
tevredenheid is in 2024 gemiddeld beoordeeld met een 7,4. In 2024 is de kandidaat-enquête
geïmplementeerd, in aanvulling op de bestaande instrumenten van de barometer en de exit-enquête om
de kandidaatervaring te monitoren. Op deze wijze monitort de SVB naast de medewerkersbeleving van
huidige en vertrekkende medewerkers, ook de ervaringen van toekomstige medewerkers.
Vitaliteit
In 2024 is het gemiddelde ziekteverzuimpercentage (8,0%) toegenomen ten opzichte van 2023 (7,5%).
Daarmee blijft er veel aandacht en inzet nodig om deze cijfers omlaag te brengen. In 2024 is daarom een
Actielijn 6 POK
Actielijn 5 WaU
29
persoonlijke gezondheidscheck uitgerold en is in zowel teamtrainingen als trainingen voor
leidinggevenden veel aandacht besteed aan de rollen en verantwoordelijkheden in het verzuimproces.
Daarnaast zijn diverse verlofregelingen verruimd in de nieuwe cao, waarover in 2024 een akkoord is
bereikt. De SVB heeft een contract afgesloten met een nieuwe arbodienstverlener. Vanaf 1 januari 2025
wordt hiermee intensief samengewerkt om middelen en methodes te vinden die bijdragen aan het
omlaag brengen van het verzuim. Daarnaast worden conclusies en opvallendheden uit het periodieke
interne onderzoek onder medewerkers (SVB-barometer) besproken binnen de diverse directies en teams
om hier de aandacht op te vestigen en samen naar oplossingen te zoeken.
Diversiteit en inclusie
Het is de ambitie van de SVB om een inclusieve organisatie te zijn waarbinnen diverse medewerkers
gelijkwaardige kansen krijgen. Medewerkers voelen zich over het algemeen sterk betrokken bij de SVB,
betrokkenheid scoorde namelijk een 7,4 in de barometer. De SVB draagt bij aan het creëren van
werkgelegenheid voor arbeidsparticipanten. De doelstelling voor 2024 voor het aantal
arbeidsparticipanten dat bij de SVB werkt, is in overleg met het ministerie van SZW verhoogd van 100
naar 110 werkplekken. Eind 2024 werkten 115 collega’s met een doelgroep-indicatie bij de SVB.
De SVB hecht er veel waarde aan dat iedere medewerker zich thuis voelt in de organisatie en volledig
zichzelf kan zijn. Om het bewustzijn rondom inclusiviteit te vergroten heeft de SVB in 2024 sessies
georganiseerd met managementteams omtrent discriminatie op de werkvloer. In de aanpak van
discriminatie op de werkvloer zijn de meldingskanalen en processen doorgelicht en verbeterd. Ook is
een verrijkte methodiek geïmplementeerd bij de directies dienstverlening (DSV en DZW) waarbij nog
meer aandacht wordt gevestigd op objectief werven door middel van selectie op vooraf vastgestelde
competenties en vaardigheden. Bij de stafdirecties wordt de implementatie van deze methodiek verder
voortgezet.
3.2
Moderniseren AA
Doel 2024:
De SVB verhoogt de kwaliteit van het AA-systeem en daarmee borgt de SVB
de continuïteit van de dienstverlening, de onderhoudbaarheid en de
wendbaarheid van het AA-systeem.
Met het programma Modernisering AA wordt het basissysteem voor de uitvoering van de sociale
verzekeringen gemoderniseerd om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen. Dit maakt
verbetering van het onderhoud van het AA-systeem ook mogelijk, waarmee deze toekomstbestendiger
wordt. In januari is een advies van het Adviescollege ICT-toetsing over het programma Modernisering AA
opgeleverd, waarin steun werd uitgesproken voor de noodzaak, het gekozen scenario en de aanpak van
het programma. Naar aanleiding van de adviezen zijn de doelstellingen van het programma
aangescherpt, is de scope op een aantal onderdelen beperkt en is de primaire focus voor het vervolg
gelegd op de onderhoudbaarheid en continuïteit van het AA-systeem.
In 2024 zijn overbodige code en componenten verwijderd. De totale omvang van het systeem is hierdoor
met circa 25% teruggebracht. De code gerelateerd aan de voorheen in het AA-systeem onderscheiden
vestigingen is volledig verwijderd.
De software van het AA-systeem wordt maandelijks gescand en getoetst op kwaliteitsaspecten en -regels.
Elk team binnen het programma draagt bij aan het verbeteren van de softwarecode op basis van de
bevindingen van de maandelijkse scans. Nieuwe en aangepaste software wordt maandelijks in
verzamelingen (releases) naar productie gebracht. Het maken van koppelingen tussen het AA-systeem en
andere applicaties is complex en tijdrovend. Om dit proces te verbeteren werden generieke koppelingen
30
ontwikkeld die door meerdere applicaties kunnen worden gebruikt. De eerste van deze koppelingen zijn
in 2024 opgeleverd.
Het huidige hiërarchische datamodel binnen het AA-systeem is verouderd. Om dit te verbeteren wordt
toegewerkt naar een modern relationeel datamodel, hiermee blijft het datamodel toekomstbestendig.
De eerste onderdelen zijn in de nieuwe opzet naar productie gegaan.
3.3
Versterken continuïteit en wendbaarheid IT-
dienstverlening
De dienstverlening van de SVB wordt steeds moderner en maakt daarmee in toenemende mate gebruik
van IT ter ondersteuning. De IT-voorzieningen moeten met zorg worden onderhouden, gemoderniseerd
en beveiligd om ze toekomstbestendig en weerbaar te houden, zeker gezien de huidige geopolitieke
ontwikkelingen. Zo kan de SVB betrouwbare dienstverlening blijven bieden en voortvarend inspelen op
ontwikkelingen, zoals de uitvoering van aangepaste of nieuwe wet- en regelgeving. In 2024 zijn er goede
stappen gezet om de continuïteit en wendbaarheid van de IT-systemen te bevorderen, maar blijvende
aandacht is nodig om de IT-dienstverlening toekomstbestendig te houden.
Programma IT op Koers
Het programma IT op Koers is afgerond met uitzondering van één deelproject (IT-
dienstenimplementatie). Er is een nieuw model geïmplementeerd voor de indeling en besturing van de
IT-organisatie met de afspraak om dit jaarlijks te evalueren en door te ontwikkelen. In dit model zijn rollen
beschreven, functies benoemd en is de structuur gewijzigd. De levenscyclus van de belangrijkste
applicaties (kroonjuwelen) van de SVB en andere kernapplicaties is in kaart gebracht. In het programma is
besloten hoe verder om te gaan met deze applicaties: behouden, uitfaseren, ‘rehosten’, herontwerpen,
herbouwen of vervangen.
Voor een betere samenwerking in de keten, zowel binnen de IT-directie als met de uitvoerende directies,
zijn twee IT-Diensten opgeleverd. De implementatie van deze IT-Diensten zorgt voor standaardisering in
de dienstverlening over de hele keten, van leverancier tot burger. Dit zorgt voor transparantie, waardoor
sneller gereageerd kan worden op incidenten, veranderende wet- en regelgeving en nieuwe wensen
vanuit de uitvoerende directies. Procesverbetering heeft ertoe geleid dat het aantal incidenten dat
invloed heeft op de gemiste klantcontacten fors is gedaald.
IT-platformen
Na een transitieperiode van het gecontroleerd uitfaseren van klantcontactbrieven uit de oude applicatie
is de dienstverlening van de SVB op 1 oktober 2024 volledig overgegaan naar een nieuw platform voor
correspondentie. De nieuwe applicatie borgt de toekomstbestendigheid van de briefcorrespondentie
door betere aansluiting op de IT-architectuur en zorgt voor een betere beveiliging van de
correspondentieketen. Bij de overgang naar het nieuwe platform traden verschillende incidenten op die
een negatieve invloed hadden op de productie-uren. Een taskforce heeft maatregelen genomen om de
oorzaken van deze incidenten terug te dringen. Daarnaast is in 2024 gewerkt aan het multichannel-
platform dat de technische ondersteuning gaat vormen voor de omnichannelstrategie. Momenteel
worden de eerste nieuwe klantcontactkanalen aan dit platform toegevoegd.
SVB-infrastructuur en sourcingbeleid
SVB-infrastructuur
De SVB draagt bij aan de bestaanszekerheid van miljoenen mensen en moet ervoor zorgen dat de
maandelijkse uitbetaling aan burgers altijd en onder alle omstandigheden doorgaat. In dat kader werken
we continu aan het verbeteren van de dienstverlening. Daarbij hebben we rekening te houden met een
veranderende wereld met een verhoogd dreigingsniveau en toenemende cyberaanvallen op kritieke
Actielijn 2 WaU
31
systemen. Net als andere overheidsorganisaties staat de SVB voor de opgave maatschappelijke
weerbaarheid te vergroten, onder meer door systemen minder afhankelijk te maken van specifieke
technologieën of leveranciers. De SVB heeft inmiddels diverse maatregelen genomen om continuïteit van
de business te kunnen borgen en werken aan aanvullende maatregelen. Als onderdeel van het
sourcingbeleid en het leveranciersmanagement monitort de SVB de continuïteit van de dienstverlening
die externe serviceproviders aan de SVB leveren. De continuïteit van dienstverlening van de SVB staat
hierin altijd voorop. Op basis van de monitoring is de inschatting dat de continuïteit van de
dienstverlening voldoende is gewaarborgd op het moment van ondertekening van het jaarverslag.
Cloudinfrastructuur
De cloudomgeving waarin de SVB deels opereert maakt deel uit van de SVB-infrastructuur en krijgt
dezelfde prioriteit om deze veilig en wendbaar te houden. In lijn met het SVB-cloudbeleid is gestart met
het bijwerken van de SVB-cloudinfrastructuur door middel van standaardisering van inrichting, beheer en
beveiliging. Zo kan door middel van nieuwe standaarden de infrastructuur zoveel mogelijk
geautomatiseerd gereed worden gemaakt voor het hosten van applicaties die door de SVB gebouwd
worden. Daarnaast is een dedicated team opgezet om de cloudomgeving te beheren.
Sourcingbeleid
Begin 2024 zijn de lopende voorbereidingen van een Europese aanbesteding voor de SVB-infrastructuur
tijdelijk stilgelegd. Dit om prioriteit te geven aan de noodzaak van het versterken van de weerbaarheid
van de dienstverlening van de SVB. In september heeft de SVB het project ‘IT infrastructuur sourcing’
herstart. Onderdeel van de toekomstvisie op de infrastructuur binnen dit project is het beperken van
risico’s door het hanteren van een flexibele (infra-agnostische) structuur, waardoor systemen
onafhankelijk van specifieke technologieën of leveranciers kunnen functioneren. Op deze manier
verhoogt de SVB de weerbaarheid van haar IT-infrastructuur en borgt daarmee de continuïteit van de
dienstverlening bij onvoorziene maatschappelijke omstandigheden. Omdat de doorlooptijd van een
dergelijke aanbesteding inclusief transitie tijd vergt, heeft de SVB een extra maatregel genomen
waarmee een kopie van de burgerdata is veiliggesteld, waar de SVB onafhankelijk van de IT-leverancier
over kan beschikken. Tevens heeft de organisatie opdracht verstrekt om geschoonde applicatiedata op
een andere locatie veilig te stellen, zodat de SVB hier te allen tijde over kan beschikken. Indien nodig
kunnen de burgerdata en applicatiedata worden gebruikt om een nieuw datacenter op te bouwen.
3.4
Digitale veiligheid
Doelen 2024
:
Het volwassenheidsniveau wordt op de top drie van de meest kritieke
processen bepaald conform het Capability Maturity Model.
75% van de controls van het totale SVB veiligheidskader (SPS) werkt
aantoonbaar op voldoende niveau.
Het veilig houden van de systemen en gegevens waar de SVB mee werkt, is van groot belang. Zeker in
tijden waarin cyberdreigingen toenemen. De SVB heeft het afgelopen jaar middels verschillende
projecten ingezet op het beveiligen van haar digitale systemen en het waarborgen van de bescherming
van persoonsgegevens van burgers.
Actielijn 2 WaU
32
Beveiligingsniveau (gegevensuitwisselingen) Suwinet
Jaarlijks wordt een onderzoek uitgevoerd naar de beveiliging van gegevensuitwisselingen die
plaatsvinden in het kader van de gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI (kortweg via Suwinet),
tegen inbreuk op de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid. De SVB voldoet in 2024 aan alle
normen. Voortschrijdend inzicht en toenemende dreiging maken dat voortdurende investering nodig
blijft om dit niveau te behouden.
Gegevensverwerking SUWI
De SVB draagt zorg voor een integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking. Een groot
deel van de SVB IT-dienstverlening is uitbesteed. Over dit deel leggen de belangrijkste leveranciers
jaarlijks verantwoording af. Voor de privacywet (AVG), de Wet Politiegegevens (WPG) en de digitale
veiligheidsnormen (BIO) zijn nog verbeteringen nodig om de dienstverlening beter te beschermen tegen
digitale dreigingen. Om deze verbeteringen te realiseren lopen er meerdere verbeterinitiatieven waarvan
een aantal hieronder wordt toegelicht.
Informatiebeveiliging en privacybescherming
De SVB heeft in 2024 meerdere acties ondernomen om de informatieveiligheid en privacybescherming
binnen de organisatie te versterken. Het Privacy Control Framework is vastgesteld en de eerste Privacy
controls zijn getoetst op opzet, bestaan en werking. Het crisismanagementplan is geüpdatet. De SVB
moet in 2025 voldoen aan de NIS2-richtlijn en is in 2024 gestart met de voorbereiding daarop. De
Informatiebeveiligings- en privacy-activiteiten binnen de SVB, zoals hierboven beschreven, sluiten zoveel
als mogelijk aan bij de rijksbrede digitale agenda.
Datalekken
De SVB hecht veel waarde aan de bescherming van de privacy van burgers en ziet de beveiliging van
persoonsgegevens binnen de organisatie als serieuze taak. De SVB zet zich volledig in om datalekken te
detecteren en te voorkomen. In 2024 hebben zich 888 datalekken met een beperkte impact voorgedaan
en zijn er 15 datalekken gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Er hebben zich geen
datalekken voorgedaan met een grote impact. Dit aantal (totaal van 903 datalekken) is een significante
toename ten opzichte van vorig jaar (669 datalekken). Deze stijging is het gevolg van investeringen
binnen de organisatie in het bewustzijn onder medewerkers om signalen van datalekken op te vangen.
Hierdoor zijn medewerkers beter toegerust om signalen vanuit burgers te herkennen als datalek en te
registreren. Elk datalek is er één te veel en wordt zorgvuldig onderzocht om deze in de toekomst te
voorkomen.
Cyberweerbaarheid
Operationele verbeteringen zijn doorgevoerd om de cyberweerbaarheid ten aanzien van Identity and
Access Management (IAM) te verhogen. De implementatie van de nieuwe IAM-tool is gestart en de
controle op de kritieke informatiesystemen is verhoogd. De weerbaarheid van de (digitale)
dienstverlening is verhoogd door mitigerende maatregelen die zijn geïmplementeerd.
Programma Digitale Veiligheid
Met het programma Digitale Veiligheid verhoogt de SVB het volwassenheidsniveau voor de meest
kritieke processen, zoals het betalingsverkeer, tot niveau 3. Daarnaast wordt de ICV over 2024 afgerond
in 2025. Op basis hiervan is een uitspraak te doen in welke mate de SVB voldoet aan het SVB
veiligheidskader (SPS).
33
3.5
Implementeren SVB Datastrategie
De SVB heeft het afgelopen jaar een dataplatform gerealiseerd dat de oude datawarehouses vervangt,
met als doel de datakwaliteit te verbeteren. De implementatie is gereed, maar de migratie loopt minder
snel dan verwacht. De reden hiervan is dat er is gekozen voor een schone migratie, waarbij alleen
(kwalitatief) juiste data wordt meegenomen. De datakwaliteit monitor laat ten aanzien van dit
migratieproces een positieve trend zien. Binnen verschillende directies zijn inmiddels de belangrijkste
Proces- en Gegevenseigenaren (PGE's) benoemd om het eigenaarschap over processen, bijbehorende
informatie en gegevens te bevorderen. Een ander belangrijk onderdeel in de datastrategie is het
vastleggen van de taal (semantiek en definities van data) om beter (in de keten) te kunnen samenwerken.
Door personeelsgebrek en een vol projectportfolio is hier in 2024 nog niet mee gestart.
Algoritmebeleid
De SVB is begonnen met het actualiseren van het Algoritme- en AI-beleid, tevens wordt aan de hand van
casuïstiek het huidige beleid geïmplementeerd. Op het gebied van Generatieve AI is met
toepassingsmogelijkheden geëxperimenteerd in gecontroleerde omstandigheden. Dit jaar is in
samenwerking met de eigenaren van algoritmes de registratie afgerond en zijn verplichte en niet-
verplichte algoritmes in het landelijke algoritmeregister opgenomen.
3.6
Transparantie door een goede
informatiehuishouding
In 2024 heeft de SVB gewerkt aan een toekomstbestendige informatiehuishouding met het programma
SVB Open op Orde. De SVB voldoet aan de eisen voor actieve openbaarmaking. Het schrijven in
begrijpelijke taal wordt ondersteund en er wordt momenteel een omgevingsgerichte strategie opgesteld
op basis waarvan de inspanningsverplichting uit de Wet open overheid (Woo) wordt ingevuld.
De SVB-medewerkers zijn begeleid in het passend integreren van de informatierichtlijnen in hun
werkprocessen, zodat informatie op de juiste plek en wijze wordt bewaard. In 2024 heeft 95% (conform
de doelstelling) van de medewerkers een e-learning die hierop toeziet, doorlopen. Middels permanente
educatie wordt het informatiepeil van de medewerkers hoog gehouden. Naast aandacht voor de kennis
van de medewerkers is er veel aandacht voor de informatie zelf. De SVB heeft de fysieke klantdossiers zo
goed als allemaal verhuisd naar een externe leverancier. Er is een proces ingericht om inzageverzoeken
digitaal af te handelen. Voor de overige fysieke, niet-klant dossiers is een bewerkingsplan opgesteld. Tot
slot heeft de SVB een formeel vervangingsbesluit uitgevaardigd op basis waarvan fysieke stukken
vervangen worden door digitale versies.
3.7
Toepassing van duurzaamheid binnen de SVB
De SVB integreerde in 2024 duurzaamheid in het werk en vraagt leveranciers dat ook te doen. Op die
manier droeg de SVB bij aan drie Sustainable Development Goals (VN) (SDG’s): SDG 1: Einde aan
Armoede; SDG 10: ongelijkheid verminderen; SDG 13 klimaatactie.
Einde aan Armoede
De SVB keert voorspelbaar en betrouwbaar uit en biedt maatwerk als burgers het financieel moeilijk
hebben. Urgente dossiers en vragen die effect hebben op de uitkering van burgers, gingen voor op het
andere werk. De SVB ondersteunde burgers in het vinden van hulp bij financiële tegenslag. Dat doet de
SVB ook voor haar medewerkers door het aanbieden van financieel fit-gesprekken en de inzet van
Actielijn 2 WaU
Actielijn 4 POK
34
secundaire arbeidsvoorwaarden. Daarnaast is er een proces ingericht waardoor medewerkers direct
worden benaderd als beslag wordt gelegd op hun loon.
Ongelijkheid verminderen
De SVB had in 2024 aandacht voor het ‘doenvermogen’ van burgers, bijvoorbeeld in de
uitvoeringstoetsen. Zo werd nieuwe wet- en regelgeving zo toegankelijk en begrijpelijk mogelijk
ingericht. De SVB gebruikte heldere taal in haar brieven en op de website. De SVB zorgde voor de
toegankelijkheid van de website voor mensen met een beperking. Sinds 2024 heeft de organisatie de A-
status bereikt en voldoet daarmee volledig aan de eisen voor digitale toegankelijkheid. De organisatie
was telefonisch goed bereikbaar en er bestond de mogelijkheid langs te komen op spreekuur. Als
werkgever ziet de SVB een taak voor zichzelf weggelegd om ongelijkheid op de arbeidsmarkt terug te
dringen en zet de organisatie in op het aantrekken van een diverse werknemersgroep, onder andere
door het bieden van werkplaatsen aan arbeidsparticipanten.
Klimaatactie
CO2-prestatieladder
De SVB werkt toe naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering in 2030. De organisatie heeft zich in 2024
laten certificeren op de CO2-prestatieladder op trede 4. Het hiervoor verplichte CO2-managementplan
voor 2025 is vastgesteld en de directiebeoordeling is gedaan. Als onderdeel van dit plan is de SVB sinds
1 januari 2024 overgestapt op groene stroom en is begonnen aan de verduurzaming van het
hoofdkantoor in Amstelveen (nieuwe ruiten en kozijnen). In het kader van dit plan is in 2024 twee keer
een ecologische voetafdruk gemaakt van de SVB: één over de tweede helft van 2023 en halverwege
2024 over de eerste helft van het jaar. Deze zijn opgenomen in de voortgangsrapportages in het kader
van de CO2-prestatieladder.
Maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen
De SVB heeft een actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) opgesteld
en deze extern gepubliceerd. In het MVOI zijn ambities en concrete acties uitgewerkt op zes MVOI-
thema’s: Klimaat, Circulair, Milieu, Ketenverantwoordelijkheid, Diversiteit en Inclusie en Social return. Dit
actieplan behoort bij het Manifest MVOI. Hiermee draagt de organisatie zorg dat inkopen met impact
steeds goed ingebed worden in de organisatie door de kennis hierover beter te verspreiden, maar ook
dat bewustwording wordt vergroot binnen de organisatie.
35
Governance
36
4.
Governance
4.1
Organogram SVB
Het organogram van de SVB ziet er als volgt uit:
De leden van de raad van bestuur delen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het besturen van de
organisatie. De minister van SZW meldt de benoeming van de leden van de raad van bestuur in de
ministerraad. De raad van bestuur bestond in 2024 uit dhr. drs. S.T. (Simon) Sibma (voorzitter), mevr. drs.
D.T.H. (Diana) Starmans en mevr. drs. H.A.M. (Hellen) van Dongen. De leden van de raad van bestuur
worden ondersteund door het directieteam. Het directieteam is verantwoordelijk voor de dagelijkse
sturing van de SVB. De Chief Change Officer (CCO) en de Chief Information Officer (CIO) adviseren de
raad van bestuur. De Audit Dienst (AD) voert audits uit en rapporteert hierover aan het verantwoordelijk
management en aan de raad van bestuur. Daarnaast certificeert de AD –in opdracht van de raad van
bestuur– de diverse verantwoordingen van de SVB en geeft zij een verklaring bij de geautomatiseerde
gegevensverwerking.
4.2
Advies- en reflectieorganen SVB
De raad van bestuur kent een aantal onafhankelijke adviesorganen, te weten de Raad van Advies, de
Cliëntenraad SVB, de IT-Committee en de Audit Committee. Deze adviesorganen hebben elk eigen
aandachtsgebieden. Alle adviesorganen brengen gevraagd en ongevraagd advies uit aan de raad van
bestuur en bestaan uit externe leden.
Raad van Advies (RvA)
De Raad van Advies adviseert de raad van bestuur als het gaat om besluitvorming over strategische
aangelegenheden voor de organisatie en bestaat uit externe vertegenwoordigers met een
verscheidenheid aan expertises. In 2024 is naast de reguliere strategische en inhoudelijke advisering
aanvullend aandacht geweest voor Preventie en Handhaving, werkvoorraadontwikkeling bij DSV, de
impact van het regeerakkoord op de SVB en de lange termijn strategie ‘SVB in 2040’.
Overlegfrequentie: 4 keer/jaar, daarnaast tussentijdse afstemming tussen voorzitter RvA en voorzitter RvB.
Cliëntenraad SVB (CR)
De Cliëntenraad SVB bestaat uit een afvaardiging van burgers en belangenorganisaties. De CR helpt met
gevraagde en ongevraagde adviezen de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren. In 2024
adviseerde de CR onder andere over de vierde knelpuntenbrief van de SVB en de vernieuwing van de
37
website voor burgers die gebruikmaken van de Algemene Nabestaandenwet (Anw). Belangrijke
agendapunten van overleggen met de CR waren het Gebaar van erkenning naar Surinaamse
Nederlanders (GSN), het afschaffen van Schuldig Nalatig, en ontwikkelingen op het gebied van Preventie
& Handhaving en de politiek. De voorzitter van de CR nam deel aan het rondetafelgesprek in de Tweede
Kamer naar aanleiding van de vierde Knelpuntenbrief van de SVB.
Overlegfrequentie met de raad van bestuur: 4 tot 6 keer per jaar
IT-Committee
De IT-Committee bestaat uit een groep deskundigen die vanuit een externe positie de raad van bestuur
adviseert over strategische IT-ontwikkelingen en onderwerpen. De voorzitter van de IT-Committee is
tevens lid van de Raad van Advies. In 2024 is de vorm van vergaderen iets gewijzigd en zijn de laatste
twee bijeenkomsten experimenteel vormgegeven rondom de thema’s ‘SVB in 2040’ en ‘HR voor IT’.
Gezien het brede belang van IT en informatievoorziening (IV) binnen de SVB en de verwevenheid ervan
met de gehele organisatie is besloten de advisering over deze onderwerpen met ingang van 2025 stevig
te verankeren in de Raad van Advies en de Audit Committee. Daarmee is het belang van een apart IT-
Committee komen te vervallen en is het eind 2024 opgeheven..
Overlegfrequentie: 3 keer per jaar
Audit Committee
De Audit Committee functioneert als reflectie- en adviesorgaan voor de raad van bestuur. De Audit
Committee adviseert op een aantal belangrijke terreinen, zoals de kwaliteit van de (financiële)
bedrijfsvoering, de financiële verslaglegging en de jaarverantwoording. De Audit Committee bestaat uit
drie externe leden, waarvan de voorzitter tevens lid is van de Raad van Advies. Eén van de leden wordt
voorgedragen door het ministerie van SZW. Per 1 januari 2025 is het voorzitterschap van de Audit
Committee overgedragen en staat er één functie vacant. In 2024 zijn, naast het Jaarplan 2025 en de
verschillende verantwoordingen over 2023, de volgende onderwerpen besproken: de opvolging van de
bevindingen van de interne en externe accountant, top risico’s, risicomanagement, de
verantwoordingscyclus en realisatiekracht.
Overlegfrequentie: 4 keer per jaar
4.3
Toezicht en externe signalering
Er wordt op twee manieren extern toezicht uitgevoerd op de SVB, naast de eerdergenoemde interne
afdelingen zoals de Audit Dienst. Er vindt organisatiegericht toezicht plaats vanuit SZW en
doeltreffendheidstoezicht vanuit de Nederlands Arbeidsinspectie (NLA). Zij onderzoeken of de SVB op de
juiste wijze invulling geeft aan taken, en nu en in de toekomst ‘in control’ is over diens uitvoering. Zo
garanderen we samen dat we het belangrijkste doel, namelijk de bestaanszekerheid van alle burgers in
Nederland, niet uit het oog verliezen. Daarnaast is er ook een aantal toezichthouders op specifieke
terreinen actief, zoals privacywetgeving en de dienstverlening aan burgers, en zijn er andere organisaties
die samen met de SVB bijdragen aan de signalering van knelpunten. In deze paragraaf worden de
relevante ontwikkelingen in toezicht en externe signalering belicht.
Parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening
In het eerste kwartaal van 2024 bracht de Parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en
Dienstverlening haar rapport ‘Blind voor mens en recht’ uit. In dit rapport gaat de commissie in op de
misstanden rondom de kinderopvangtoeslagaffaire en de rol van alle betrokkenen in deze affaire. De
enquêtecommissie doet op basis van zes harde conclusies aanbevelingen om te voorkomen dat een
nieuwe toeslagenaffaire plaatsvindt. Deze aanbevelingen hebben ook betrekking op de uitvoering. Zo
stelt de commissie dat de uitvoering vaker gebruik moet maken van ‘dringende redenen’ om hardheden
in de wet te kunnen verzachten. En geeft zij aan dat persoonlijk contact met de overheid een
gewaarborgd recht moet worden. Ook pleit de commissie voor meer ruimte voor uitvoerders om naar
eigen inzicht te handhaven op regelingen die zij uitvoeren. Tenslotte kaart de enquêtecommissie het
38
belang aan van het harmoniseren van begrippen voor de inlichtingenplicht binnen het stelsel van sociale
zekerheid. De SVB onderschrijft de aanbevelingen van de commissie en zet zich onder andere in op het
waarborgen van persoonlijk contact met de overheid door middel van fysieke (overheidsbrede) loketten.
Advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur: ‘Naar een uitvoerende macht’
De Raad voor het Openbaar Bestuur bracht in november 2024 een ongevraagd advies uit, aan regering
en parlement, waarin de Raad deze instituten opriep om de positie van uitvoerende professionals en
organisaties binnen de overheid versneld sterker te maken. De Raad identificeert drie hardnekkige fouten
in het systeem: uitvoerders worden door ministeries gezien als ondergeschikt; hebben te weinig ruimte
om zelf morele keuzes te maken om in te spelen op situaties in de praktijk; en staan op (te grote) afstand
van Den Haag. De Raad benadrukt dat hier voor uitvoerders een taak ligt. Hiertoe komt ze met vijf
concrete actiepunten: sturen op publieke waarden; verschillende perspectieven op dienstverlening
samenbrengen; burgergerichte professionals het uitgangspunt van HR-beleid maken; het creëren van
een sociaal veilige werkomgeving; en zorgen voor een noodrem voor uitvoerende professionals. In het
advies van de Raad wordt Garage de Bedoeling van de SVB genoemd als voorbeeld van een goede
manier om uitvoerende professionals in de interne organisatie een sterke stem te geven. Daarnaast
onderschrijft de Raad het belang van het sturen op publieke waarden, een beweging die de SVB in
samenwerking met SZW en VWS het afgelopen jaar heeft ingezet.
4.4
Risicomanagement
Risicomanagement is een taak van alle niveaus en maakt onderdeel uit van de reguliere P&C-cyclus
(Planning en Control). De raad van bestuur is eigenaar van het risicomanagement en samen met het
directieteam verantwoordelijk voor het creëren van een risicobewuste cultuur, het vaststellen van de risk
appetite en het herijken en managen van de (top)risico’s die de realisatie van de gestelde (strategische)
doelen bedreigen. Het (door)ontwikkelen van beleid en het structureren van de
risicomanagementprocessen (zowel bottom-up als top-down) is gedelegeerd aan de directeur
Bedrijfsvoering, bijgestaan door de concern risicomanager. De decentrale risicomanagers ondersteunen,
coördineren en adviseren de directies bij het beheersen van de toprisico’s, het uitvoeren van control risk
self-assessments (CRSA’s), inclusief het vaststellen en bewaken van de risicostrategie. De Audit Dienst ziet
onafhankelijk toe op de opzet en werking van het gehele risicobeheersingssysteem. Tot slot adviseert het
Audit Committee over het risicomanagementbeleid en de uitkomsten daarvan.
Eind 2024 heeft de SVB haar risk appetite herijkt. Deze is geconcretiseerd langs de door de organisatie
onderkende thema’s/kerndoelen. Een lage risk appetite (aversie) geeft aan dat er een kleine marge naar
beneden wordt geaccepteerd bij het realiseren van het aan het doel gekoppelde prestatieniveau, maar
ook dat het opwaarts potentieel niet groot hoeft te zijn. Een hoge risk appetite (open) laat een groter
scala aan uitkomsten toe: zowel resultaten boven als resultaten die ver onder de gestelde
prestatieniveaus liggen. De risk appetite vormt de basis voor de wijze waarop risico en de beheersing
daarvan binnen de organisatie wordt benaderd. Op doelen waar de SVB weinig risico wil, kan of mag
nemen, dient de mate van beheersing hoog te zijn. De expliciete beschrijving van de risk appetite
reduceert de kans dat, door onwetendheid of onbegrip, er ongewenste situaties ontstaan in het managen
van risico’s en/of het waarderen van prestaties.
De uitrol van de in 2023 aangeschafte Governance, Risk & Compliance (GRC) tool met voor de SVB
nieuwe functionaliteiten staat in basis en vordert gestaag. De tool draagt bij aan een meer uniforme
procesgang over de directies heen en zorgt voor een realtime inzicht in de status van de interne
beheersing. Daarnaast heeft de training risicoleiderschap plaatsgevonden bij de managementteams van
de verschillende directies. Deze training moet er onder andere voor zorgen dat leidinggevende meer
hun rol pakken en medewerkers stimuleren om kansen en risico’s aan te dragen.
39
Ontwikkeling toprisico’s
De raad van bestuur heeft eind 2023 de toprisico’s voor 2024 herijkt alsmede de reeds getroffen key
controls en de belangrijkste aanvullende acties die de SVB neemt om de risico’s verder terug te dringen.
De toprisico’s zijn, samen met de toprisico’s van SZW en het UWV, in het Audit Committee van SZW
besproken. Doel van deze besprekingen was om de risico’s in samenhang te beschouwen en
aanvullende acties te bepalen om risico’s waar mogelijk verder te beperken. Monitoring en bijsturing van
de beheersing van de toprisico’s heeft gedurende 2024 plaatsgevonden. Voor ieder van de toprisico’s is
de effectiviteit van de volledig geïmplementeerde key controls getoetst en de voortgang van de
aanvullende acties in kaart gebracht. Onderstaand wordt per toprisico kort de status toegelicht.
Cybercrime
Het risico op cybercrime door statelijke en criminele actoren is onverminderd groot gebleven.
Complexiteit van uitvoering, IV- en IT-inrichting, maar ook arbeidsmarktkrapte maken dat in de verhoging
van de digitale veiligheid en weerbaarheid slechts kleine stappen vooruit worden gezet. De eisen gesteld
door wet- en regelgeving komen echter steeds hoger te liggen.
Onderbezetting
Om het risico op onderbezetting te verlagen heeft de SVB ingezet op strategisch HR-beleid,
arbeidsmarktcampagnes, leer-werktrajecten en het verminderen van uitval, verzuim en vertrek van
medewerkers. Dit geschiedt tegen de achtergrond dat tegelijkertijd de externe (IT) inhuur moet worden
teruggedrongen.
Discontinuïteit PGB
Ter voorkoming van het risico op discontinuïteit PGB worden er twee omgevingen in stand gehouden
waarbij het beheer en de doorontwikkeling van PGB 2.0 momenteel onder de verantwoordelijkheid van
het ministerie van VWS valt. De SVB staat open om dit van VWS over te nemen mits de overdracht
uitvoerbaar en haalbaar is. Een uitvoeringstoets zal dit onder andere moeten uitwijzen.
Wendbaarheid IT-dienstverlening
Ten aanzien van het risico discontinuïteit en gebrek aan wendbaarheid IT-dienstverlening is voortgang
geboekt in het realiseren van het gewenste risiconiveau. De aanbevelingen van het Adviescollege ICT-
toetsing betreffende het programma Modernisering AA zijn doorgevoerd. Dit programma gaat met
verscherpte focus verder. Capaciteitstekorten hebben de opstart van het programma vertraagd en
hierdoor is het totale programma met een jaar vertraagd en loopt het uit tot eind 2027. Het programma
IT op Koers nadert zijn afronding door het opleveren van verschillende producten en het borgen daarvan
in de lijn. Het project Sourcing (voor Outsourcing Datacentrum Infrastructuur) maakt een doorstart.
Internationalisering
De hoeveelheid burgers met een internationale component in de dienstverlening neemt jaarlijks toe. In
combinatie met de complexe samenloop van nationale en internationale wetgeving vergt dit steeds meer
maatwerk. Deze ontwikkeling heeft mede door de krapte op de arbeidsmarkt grote impact op de
werkvoorraden. De tijdigheid van de (internationale) dienstverlening komt hiermee onder druk te staan.
Verbeterinitiatieven gericht op het werven van personeel, verhogen van de netto capaciteit en investeren
in systemen en opleidingen zijn nodig. Net als interventies op het gebied van sturing en het
vereenvoudigen van wet- en regelgeving, beleid en processen.
M&O en interne fraude
De beheersing van het risico op toename van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) en interne fraude
ontwikkelt zich positief, al blijft de complexiteit van de handhaving, met name in de internationale
context, een aandachtspunt. Het opstellen van een integriteitsmeerjarenplan, een nieuwe meldregeling,
het opnieuw inrichten van de integriteitsfunctie, het aanstellen van een integriteitscoördinator en het
oprichten van een nieuw signaleringsoverleg zorgen ervoor dat de basis is gelegd voor de detectie en
beheersing van interne fraude.
40
Stagnerende verbetering datakwaliteit
Maatregelen ter beheersing van het risico ‘stagnerende verbetering datakwaliteit’, zoals het benoemen
van proces- en gegevenseigenaren en het uitvoeren van een nulmeting, zijn nog niet volledig
geïmplementeerd. Het grootste verbeterpotentieel is zodoende nog niet zichtbaar. Een uitdaging bij het
daadwerkelijk realiseren van de verbeteringen zijn de vele afhankelijkheden (onder andere IT-capaciteit)
en andere prioriteiten.
Vereenvoudiging wet- en regelgeving en interne beleidsregels
De beheersing van het risico op onvoldoende vereenvoudiging van wet- en regelgeving voor burgers en
medewerkers ligt niet volledig binnen de invloedssfeer van de SVB. De maatregelen die door de SVB
getroffen kunnen worden, zoals knelpuntenbrieven en beleidsopties, zijn geïmplementeerd en effectief
bevonden. Door deze initiatieven zijn de voorwaarden voor het aanvragen van dubbele kinderbijslag
versoepeld en staan vereenvoudigingen van de kindregelingen en de AOW-leefvormen op de politieke
agenda. Intern wordt door middel van directie overstijgend portfoliomanagement gewerkt aan
vereenvoudiging van de interne beleidsregels en de vertaling hiervan naar de uitvoering. Binnen dit
programma borgt de gebruikte Plan-Do-Check-Act-cyclus de kwaliteitsverbetering.
Toprisico’s 2025
Een aantal toprisico’s is samengevoegd en/of op onderdelen aangescherpt, door in- en externe
ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht. De risico’s ‘beperkte maatschappelijke weerbaarheid’ en
‘budgettair tekort digitaliseringsontwikkelingen’ zijn nieuw geïdentificeerd.
41
Bedrijfsvoering, financiën en
rechtmatigheid
42
5.
Bedrijfsvoering, financiën en
rechtmatigheid
De bedrijfsvoering onderdelen zoals financiën, huisvesting, facilitaire zaken en inkoop ondersteunen het
primaire proces van uitvoering en de dienstverlening aan de burger. Als de SVB andere of meer taken
krijgt, bewegen de bedrijfsvoering onderdelen mee om dit mogelijk te maken. In dit hoofdstuk wordt
nader ingegaan op de bedrijfsvoering van de SVB. De toelichting op het personele aspect heeft in dit
verslag al de aandacht gekregen in hoofdstuk 3.
Vaste onderwerpen in dit hoofdstuk zijn het financieel resultaat, de uitvoeringskosten en investeringen,
en een toelichting op de doelmatigheid, de instrumenten van interne beheersing, de aanbestedingen en
de rechtmatigheid, alsmede beleid op misbruik- en oneigenlijk gebruik.
5.1 Het financieel resultaat
Tabel 5.1 Overzicht financieel resultaat SVB naar domeinen (bedragen x € 1 miljoen)
SV domein
Zorg domein Overig niet-SV domein
Totaal SVB
Regulier
-2,7
1,9
0,4
-0,4
Projecten
-
0,4
-0,2
0,2
Totaal
-2,7
2,3
0,2
-0,2
De SVB heeft over 2024 een nadelig financieel resultaat behaald van € 0,2 miljoen. Binnen het SV-domein
is een nadelig financieel resultaat behaald van € 2,7 miljoen, hetgeen het saldo is van een aantal positieve
en negatieve ontwikkelingen. Op de andere domeinen is sprake van positieve resultaten. In paragraaf 5.4
worden de resultaten van de SVB per domein toegelicht.
Tabel 5.2 Ontwikkeling baten en lasten SV-domein (bedragen x €1 miljoen)
Bedragen x € 1 miljoen
2024
2023
Budget regulier
384,8
349,7
Projectgelden
-
-
384,8
349,7
Opbrengsten derden
9,2
10,2
Totaal
394,1
359,9
Totale lasten
396,7
361,5
Saldo van baten en lasten
-2,7
-1,6
In tabel 5.2 is de ontwikkeling van het budget en de lasten op het SV-domein weergegeven. In 2024 was
€ 34,2 miljoen meer budget beschikbaar ten opzichte van vorig jaar. Dit wordt veroorzaakt door extra
budget voor legacy en loon- en prijsontwikkeling, waar een geraamde daling van de opbrengsten
tegenover staat. De ontwikkeling van de lasten wordt verder toegelicht in paragraaf 5.5.
43
5.2 Doelmatigheid
Een organisatie is doelmatig indien er een goed evenwicht is tussen de geleverde prestaties (kwantitatief
en kwalitatief) en de daarvoor ingezette middelen. De voor 2024 geplande werkzaamheden en
activiteiten voor de SV-taken zijn grotendeels uitgevoerd of opgestart. Het SV-budget voor de kosten
(€ 394,1 miljoen) was bijna toereikend om alle kosten te kunnen dekken. De SVB heeft in overleg met het
ministerie van SZW twee kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) vastgesteld, voor kwantitatieve en
kwalitatieve doelmatigheid (zie tevens bijlage 2).
Kwantitatieve doelmatigheid
De KPI inzake de kwantitatieve doelmatigheid (en financiële voorspelbaarheid) is dat het verschil tussen
realisatie en de prognose in de tweede tertaalrapportage maximaal 1,5% van de actuele begroting
bedraagt.
De totale kosten binnen het SV-domein zijn € 396,7 miljoen. Dit leidt tot een overschrijding van
€ 2,7 miljoen (oftewel circa 0,7%) van de begroting. De KPI gaat echter om het verschil ten opzichte van
de laatst afgegeven prognose. De prognose van het financieel resultaat van het SV-domein was in de
tweede tertaalrapportage een overschrijding van € 2,6 miljoen. Het verschil van € 0,1 miljoen bedraagt
0,03% van de actuele begroting (inclusief opbrengst derden) en blijft daarmee ruim binnen de gestelde
norm van 1,5%.
Kwalitatieve doelmatigheid
Voor de KPI kwalitatieve doelmatigheid is bepaald dat de SVB de ontwikkeling van de kosten per 1000
klanten toelicht. De kosten per klant worden bepaald door de totale uitvoeringskosten per wet te delen
door het aantal klanten per wet. De kerncijfers (in tabel 0.1) laten zien dat de kosten per klant toenemen.
De kosten per klant nemen toe door hogere uitvoeringskosten in het SV-domein. Deze stijging wordt
veroorzaakt door de loon- en prijsindexatie en de verhoging van de uitgaven voor IT-legacy.
De verdeelsleutels (ten behoeve van de verdeling van de kosten naar de onderliggende regelingen)
worden ieder jaar opnieuw vastgesteld. Het effect van deze herijking in 2024 is dat de stijging van de
kosten per klant bij AOW/Anw in relatie moet worden gezien met de daling van de kosten per klant bij de
kindregelingen.
5.3 Instrumenten van interne beheersing
Interne sturing
De SVB maakt gebruik van de planning- en controlcyclus om op de voortgang en realisatie van
afgesproken doelstellingen te kunnen (bij)sturen en monitoren. De strategische doelstellingen en het
daarbij behorende financieel kader zijn in het Jaarplan opgenomen. De doelstellingen uit het
Gemeenschappelijk Management Contract (GMC), waarop de directeuren gezamenlijk met de raad van
bestuur prioritair sturen, maken hier onderdeel van uit. De doelstellingen uit het Jaarplan worden
vertaald naar tactische en operationele doelstellingen voor de directies. Deze worden - tezamen met de
(vertaling van de) GMC-doelstellingen - in de Jaarplannen van de directies meegenomen. De directeuren
leggen over de voortgang op deze directie specifieke Jaarplannen periodiek verantwoording af aan de
portefeuillehouder binnen de raad van bestuur.
De SVB werkt voor projectmatige werkzaamheden (met name de ICT-projecten) met een projectportfolio
programma voor de informatievoorziening. Tweemaandelijks wordt gerapporteerd over de voortgang.
Deze projectrapportages worden geconsolideerd en, voorzien van onafhankelijke adviezen op onder
meer risico’s en maatregelen, ter bespreking aangeboden aan de raad van bestuur.
44
Verbetering P&C-cyclus
Een belangrijke ambitie in de meerjarenkoers van de SVB is de “basis op orde hebben en houden”. De
voorspelbaarheid en de betrouwbaarheid van de stuur- en verantwoordingsinformatie is voor
bedrijfsvoering een belangrijk speerpunt. In 2024 heeft de SVB verder gewerkt aan de optimalisatie van
de P&C-cyclus en de hieraan gerelateerde bedrijfsvoering processen.
Een aantal voorbeelden hiervan zijn:
•
verdere verbetering van de kwaliteit van de prognose, waardoor de voorspelbaarheid van
financiële uitkomsten is verhoogd;
•
de doorontwikkeling en oplevering van een PowerBI app met managementinformatie voor de
raad van bestuur, directieteam en managers, die sinds het tweede tertaal van 2024 operationeel
is;
•
de implementatie en definitieve ingebruikname van een Governance, Risk & Compliance (GRC)-
tool om risicobeheersing gestructureerd te kunnen vastleggen en bewaken;
•
het verschuiven en eenmalig aanleveren van het jaarplan en begroting in het najaar in plaats van
in de zomer naar aanleiding van een pilot in de P&C-cyclus met SZW.
Financieel beheer
Het financieel beheer binnen de SVB dient te voldoen aan de eisen van ordelijkheid, juistheid,
volledigheid en controleerbaarheid. De SVB voert al enige jaren diverse projecten uit om het financieel
beheer verder te verbeteren, door binnen de gehele organisatie processen te verbeteren. Er zijn bij de
SVB geen dusdanige onvolkomenheden in het financieel beheer geconstateerd die aanzienlijke risico’s
met zich meebrengen. Het risicomanagement is ingericht conform het Raamwerk Integraal
Risicomanagement. Steeds meer processen zijn volgens een model1 beschreven en er worden eerstelijns
en tweedelijns controlewerkzaamheden uitgevoerd, waarin een steeds duidelijkere scheiding van de
rollen wordt doorgevoerd. De SVB werkt in brede zin al geruime tijd aan optimalisering van het financieel
beheer. In 2024 zijn daarin weer belangrijke stappen gezet. De SVB werkt aan het verbeteren van de
financiële en administratieve hygiëne om de bedrijfsvoeringprocessen te optimaliseren. Dat gebeurt
onder meer door het opstellen van tussentijdse dossiers, die voldoen aan duidelijke eisen voor een
goede dossiervorming. Deze dossiers worden door interne reviewers beoordeeld. Uiteindelijk moet dit
leiden tot een vereenvoudiging en daarmee vermindering van de administratieve lastendruk voor alle
medewerkers van de SVB.
In het jaarrekeningtraject 2024 is het toepassen van het "three lines" model doorgezet, wat geleid heeft
tot betere resultaten. Zo zijn de eerste- en tweedelijns controles binnen de financiële afdeling zichtbaar
verbeterd. De formatie voor de afdeling Financieel Beheer is in 2024 met 9 fte uitgebreid. De werving van
de nieuwe collega's is vanaf 2023 gestart en in 2024 doorgezet. Ondanks de krappe arbeidsmarkt zijn
bijna alle functies nu vervuld door vaste medewerkers.
Kwaliteitsborging informatievoorziening
De SVB hecht veel belang aan de kwaliteit van haar informatievoorziening. Voor de beoordeling hiervan
wordt onderscheid gemaakt tussen financiële en niet-financiële informatie. Over de opzet en werking van
de AO/IB (Administratieve Organisatie/Interne Beheersing) van de primaire systemen (inclusief
automatisering) en het financiële proces wordt jaarlijks gerapporteerd door de controlerend accountant.
Het proces dat zich richt op de financiële verwerking van de uitkeringsstroom is volledig uitgewerkt in een
procesbeschrijving. Daarnaast is er gestart met het updaten van de procesbeschrijvingen en
werkinstructies van de overige financiële processen.
1
Hierbij wordt gebruik gemaakt van het RACI-model : Responsible, Accountable, Consulted, Informed
45
Betrouwbaarheid niet-financiële gegevens
De kaders, richtlijnen en inrichtingsvoorschriften voor de SUWI-verantwoording zijn als instructie
opgenomen in het handboek Planning & Control. Hiermee wordt invulling gegeven aan het in algemene
termen opgestelde normenkader van het ministerie van SZW en wordt concreet ingegaan op de kwaliteit
van de informatievoorziening. Ook worden daarin de totstandkoming van de informatie en de
waarborgen die in de systematiek zijn opgenomen beschreven. In het handboek wordt verwezen naar de
AO/IB die hiervoor is opgesteld.
5.4 Uitvoeringskosten naar verschillende domeinen
Tabel 5.3 Baten en lasten naar domein (bedragen x € 1 miljoen)
Bedragen x € 1 miljoen
Realisatie
2024
Begroting
2024
Realisatie
2023
Baten
SV
384,8
384,8
349,7
Zorg
94,5
94,5
91,2
Overig niet-SV
18,8
18,8
16,7
Totaal baten
498,2
498,2
457,6
Derden
9,4
8,4
10,3
Totaal baten incl. derden
507,6
506,6
467,9
Lasten naar domein
SV
396,7
393,1
361,5
Zorg
92,3
94,5
88,8
Overig niet-SV
18,8
19,0
15,3
Totaal lasten
507,8
506,6
465,6
Saldo van baten en lasten
-0,2
-
2,3
In 2024 zijn de kosten € 1,2 miljoen hoger dan begroot en € 42,2 miljoen hoger dan in 2023. De
opbrengsten derden zijn € 1,0 miljoen hoger dan begroot en komen € 0,9 miljoen lager uit dan de
realisatie 2023. De plussen en minnen aan de baten- en lastenkant leiden gesaldeerd tot een tekort van
€ 0,2 miljoen over het jaar 2024.
Tabel 5.4 Financieel resultaat naar domein (bedragen x € 1 miljoen)
Domein
Middelen
Opbrengsten
derden
Totaal incl
opbrengsten
derden
Lasten
Resultaat
SV
Regulier
384,8
9,2
394,1
396,7
-2,7
Projecten
-
-
-
-
Totaal SV
384,8
9,2
394,1
396,7
-2,7
Zorg
Regulier
84,7
0,1
84,8
82,9
1,9
Projecten
9,8
9,8
9,4
0,4
Totaal Zorg
94,5
0,1
94,6
92,3
2,3
Overig niet-SV
Regulier
17,6
0,1
17,7
17,3
0,4
Projecten
1,3
1,3
1,5
-0,2
Totaal Overig niet-SV
18,8
0,1
19,0
18,8
0,2
Totaal
498,2
9,4
507,6
507,8
-0,2
In tabel 5.4 staan de financiële resultaten per domein gespecificeerd. In de onderstaande toelichting per
domein wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere activiteiten en projecten.
Toelichting SV
46
De totale kosten binnen het SV-domein zijn € 396,7 miljoen. Dit leidt tot een overschrijding van
€ 2,7 miljoen (oftewel circa 0,7%) van de begroting. De overbesteding op de lasten wordt vooral
veroorzaakt door de toegenomen realisatiekracht binnen het IT-domein. De SVB heeft daar bewust op
gestuurd, gezien de opgaven waarvoor de SVB zich nu en in de komende jaren gesteld ziet.
Toelichting Zorg
De uitvoering voor persoonsgebonden budget (PGB) in het zorgdomein valt onder het ministerie van
VWS. VWS ontvangt een aparte verantwoording over de uitvoeringskosten PGB. Het budgettair kader
voor PGB is in 2024 € 94,6 miljoen en bestaat uit reguliere budgetten (€ 84,8 miljoen) en het
projectbudget (€ 9,8 miljoen). De onderschrijding van € 1,9 miljoen wordt bijna volledig veroorzaakt door
lagere personele kosten als gevolg van een lagere personele bezetting. Op de projecten (waaronder
PGB 2.0) zijn de kosten € 0,4 miljoen lager dan begroot. Het saldo van baten en lasten op de projecten
wordt separaat afgerekend met VWS.
Toelichting overig niet-SV
Het budgettair kader voor het overig niet-SV domein bedraagt € 19,0 miljoen. Nagenoeg de helft van dit
kader (€ 8,9 miljoen) is voor Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen (V&O) en de andere helft (€ 8,6
miljoen) voor Verzekerdenadministraties (VZA). Een resterend deel is bestemd voor Regeling
tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS) en voor Gebaar van
erkenning naar Surinaamse Nederlanders (GSN).
5.5 Realisatie en investeringen per kostencategorie
Tabel 5.5 Realisatie per kostencategorie versus begroting (bedragen x € 1 miljoen)
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Personeelskosten
412,1
399,2
380,4
Huisvestingskosten
26,5
26,1
23,9
Automatiseringskosten
45,0
56,7
39,8
Bureaukosten
5,1
5,0
4,9
Diensten en Diversen
19,1
19,6
16,7
Totaal Uitvoeringskosten
507,8
506,6
465,6
De totale uitvoeringskosten zijn € 1,2 miljoen hoger dan begroot. Per kostencategorie volgt hieronder
een nadere toelichting.
Personeelskosten
Tabel 5.6 Uitsplitsing personeelskosten (incl. vrijval/dotatie voorzieningen)
Realisatie
2024
Begroting
2024
Realisatie
2023
Bezoldiging
302,6
322,8
276,5
Uitzendkrachten
18,8
8,6
20,7
Externe inhuur
70,0
43,0
66,1
Overige
20,6
24,8
17,1
Totaal
412,1
399,2
380,4
De personeelskosten vallen € 12,9 miljoen hoger uit dan begroot. Dit komt vooral omdat er in de
begroting vanuit is gegaan dat bepaalde werkzaamheden uitgevoerd zouden worden door consultancy
bedrijven (begroot onder automatiseringskosten). In werkelijkheid zijn deze werkzaamheden uitgevoerd
door extern ingehuurd personeel. De overige personeelskosten zijn € 4,2 miljoen lager dan begroot en
€ 3,5 miljoen hoger dan vorig jaar. De kosten zijn gestegen door onder andere de verschuldigde
eindheffing werkkostenregeling, stijgende reiskosten en meer gebruik van het opleidingsbudget.
Tabel 5.7 Formatie-/bezettingsoverzicht (gemiddeld aantal fte's op jaarbasis)*
47
Domein
Formatie
jaarplan
2024
Gemiddelde
bezetting
internen
Gemiddelde
bezetting
externen
Gemiddelde
bezetting
uzk
Gemiddelde
bezetting
2024
Bezetting
ultimo
2024
Gemiddelde
bezetting
2023
SV
3.123
2.985
258
171
3.414
3.425
3.270
Zorg
752
602
61
41
704
691
723
Overig niet-SV
98
84
5
0
89
89
115
Totaal
3.973
3.671
324
213
4.208
4.206
4.108
*Formatiecijfers zijn excl. arbeidsparticipanten/excl. projecten, bezetting cijfers zijn incl. arbeidsparticipanten/excl. projecten
De verschillen in de realisatie op de personele kosten worden verklaard met de bezettingscijfers. Uit de
tabel blijkt dat de SVB een 235 fte hogere gemiddelde bezetting heeft dan geraamd in het jaarplan. Dit is
inclusief 74 fte aan arbeidsparticipanten. Dit is in lijn met de ontwikkeling in de personele kosten ten
opzichte van voorgaand jaar.
Voor toelichting op het sociaal beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.1 (De SVB als aantrekkelijke
werkgever).
Huisvestingskosten
De gerealiseerde huisvestingskosten over 2024 bedragen € 26,5 miljoen, onderverdeeld naar
respectievelijk het SV-domein voor € 22,0 miljoen en € 4,5 miljoen voor de overige domeinen. Per saldo
is er sprake van een overschrijding van € 0,4 miljoen. In de huisvestingskosten is sprake van een hogere
dotatie voorziening groot onderhoud en hogere kosten voor onroerendezaakbelasting. Tegenover deze
hogere kosten staan lager dan verwachte lasten voor rente en afschrijvingen. Tevens is een deel van de
kostenstijging op sommige onderdelen doorberekend via verhoogde opbrengsten derden.
Huisvesting gerelateerde investeringen
Tabel 5.8 Huisvesting gerelateerde investeringen (bedragen x € 1 miljoen)
Realisatie
2024
Begroting
2024
Realisatie
2023
Gebouwen/Verbouwingen
0,5
2,2
1,1
Installaties
3,1
6,5
1,0
Vervoermiddelen
-
-
-
Meubilair/stoffering
1,9
4,4
0,7
Activa in uitvoering
1,4
-
4,4
Totaal
6,9
13,1
7,2
De investeringen op het gebied van huisvesting zijn geactiveerd onder de materiële vaste activa (zie tabel
6.4). De met de investeringen gemoeide kapitaallasten (afschrijvingen en rente) lopen mee in de lasten
voor huisvesting.
Er is in 2024 € 6,2 miljoen minder geïnvesteerd in huisvesting dan begroot. Dit komt vooral door een
langere voorbereidingstijd en uitstel van projecten. Reden voor uitstel is dat op basis van nadere
inspectie is besloten dat vervanging (nog) niet nodig is. Ook zijn bepaalde reguliere
investeringsprojecten aangehouden omdat er een afhankelijkheid is met de uitvoering van het project
“Bewust Werken” waarmee dit bepalend is voor het initiëren van investeringen in huisvesting. De nieuwe
inrichting van kantoorpanden in het kader van “Bewust Werken” is in 2022 van start gegaan. De hieraan
gerelateerde investeringen lopen nog door in 2025. De totale activa in uitvoering (onderhanden werk)
komt ultimo 2024 uit op € 5,8 miljoen.
48
Automatiseringskosten
De totale automatiseringskosten bedragen € 45,0 miljoen voor 2024 en vallen € 11,7 miljoen lager uit
dan begroot. Dit komt omdat er in begroting vanuit is gegaan dat bepaalde werkzaamheden uitgevoerd
zouden worden door consultancy bedrijven. In werkelijkheid zijn de werkzaamheden uitgevoerd door
extern ingehuurd personeel (vallend onder de personele kosten).
Over het geheel genomen vallen de totale IT-gerelateerde kosten (in de personele kosten en
automatiseringskosten) in 2024 € 4,3 miljoen hoger uit dan begroot.
Automatisering gerelateerde investeringen
Tabel 5.9 Automatisering gerelateerde investeringen (bedragen x € 1 miljoen)
Realisatie
2024
Begroting
2024
Realisatie
2023
Hardware / werkplekapparatuur
7,3
3,2
1,7
Software / licenties
-
-
0,3
Infrastructuur
-
6,5
-
Activa in uitvoering
1,8
-
0,1
Automatiseringsapparatuur
9,1
9,7
2,1
De aan automatisering gerelateerde investeringen in 2024 zijn € 0,6 miljoen lager uitgevallen dan
begroot.
Grote automatiseringsprojecten
Tabel 5.10 Overzicht kosten grote Automatiseringsprojecten (bedragen x € 1 miljoen)
Groot ICT-project
Actuele schatting
van de kosten
Uitgaven in 2024
Cumulatieve
uitgaven per
31/12/2024
Status per
31/12/2024
Programma Modernisering AA
42,2
10,1
22,8
in uitvoering
Vernieuwen DMS Primaire Processen
12,7
2,0
2,5
in uitvoering
Project Dataplatform (Fit4data)
9,0
3,3
7,5
in uitvoering
Grote projecten binnen de overheid met een IT-component van ten minste € 5,0 miljoen worden
publiekelijk gerapporteerd op www.rijksictdashboard.nl. De ICT-component wordt uitgedrukt in de
meerjarige ICT-kosten.
Bureaukosten
De gerealiseerde bureaukosten in 2024 bedragen € 5,1 miljoen. Dit is gelijk aan het begrote bedrag.
Diensten en diversen
De realisatie op de categorie ‘diensten en diversen’ voor 2024 bedraagt € 19,1 miljoen. Ten opzichte van
de begroting komen de kosten € 0,5 miljoen lager uit. Dit komt voornamelijk door de lagere
keuringskosten bij het ISBG. De stijging in de kosten ten opzichte van 2023 is deels te verklaren door
nieuw afgesloten autoleasecontracten voor de medewerkers van Preventie & Handhaving en door de
stijging van advies en consultancy kosten inzake overige diensten derden.
49
5.6 Huisvesting
Tabel 5.11 Huisvesting verhuurbaar vloeroppervlak (VVO)
Overzicht huisvesting (in m2VVO)
2024
2023
m2
%
m2
%
Beschikbaar verhuurbaar vloeroppervlak
97.256
100,0%
97.256
100,0%
Huisvestingsbehoefte
71.715
73,7%
70.341
72,3%
Teveel aan kantoorruimte
25.541
26,3%
26.915
27,7%
Verhuurd aan derden
27.535
28,3%
27.535
28,3%
Niet verhuurde overtollige kantoorruimte *
-1.994
-2,1%
-620
-0,6%
*De genoemde niet-verhuurde kantoorruimte van de SVB wordt deels ingezet voor interne projecten en door uitzendkrachten die
door de SVB zijn ingehuurd. Deze ruimte is verdeeld over diverse locaties van de SVB en soms binnen een locatie verspreid. Waar
mogelijk is de niet verhuurde kantoorruimte geclusterd en omgezet in verhuurbare ruimten.
Sinds 2024 is de huidige huisvestingsstrategie van kracht waarin is bepaald dat het vastgoed in
eigendom wordt gehouden en de verhuuractiviteiten van leegstand aan derden worden voortgezet. De
huisvestingskosten van locaties in eigendom zijn substantieel laag door minimale rentekosten en
daarnaast levert de verhuur een aanzienlijke opbrengst op. Aan het einde van 2024 was in totaal 28,3%
van de beschikbare kantoorruimten verhuurd aan derden. De leegstand is minimaal.
5.7 Aanbestedingen
Inkoop
De Europese aanbestedingen die in 2024 zijn gepubliceerd op TenderNed betreffen: Implementatie
nieuwe Merkidentiteit, Print en Mailings, Robotics (RPA), Catering (restauratieve dienstverlening), Vertaal-
en tolkdiensten, BHV Veiligheidstrainingen, Warme dranken- en koudwatervoorzieningen (gehele SVB),
Arbodienstverlening, Audiovisuele middelen, Continu Klanttevredenheidsonderzoek, Inhuur t/m schaal 7,
Swift serviceprovider, Zaaksysteem Octopus, Glasbewassingsrobot, Identity and Access Management
(IAM), Content Services Platform (CSP), Digitale juridische contentbronnen, Projectinrichting en
Verbouwing vergaderruimtes (ontmoetingsgebied Amstelveen).
De SVB participeerde in 2024 in de rijksbrede aanbesteding: Elektriciteitslevering, Internetspiegel
onderzoekstool (Human Resources), Postdiensten, Internationale verhuisdiensten, Resultaatgerichte
inhuur financiële adviesdiensten, Civiele dienstauto’s, EAP 2024-2, RVICTO (Resultaatgerichte ICT
opdrachten), IT-research dienstverlening en CDR2023 – MCI.
In 2024 is sprake van geconstateerde onrechtmatigheden van € 6,1 miljoen incl. btw (2023:
€ 10,1 miljoen). Dit is een forse daling ten opzichte van 2023. Dit wordt veroorzaakt door de afronding
van diverse Europese aanbestedingstrajecten die hebben geleid tot nieuwe contracten en daarmee tot
het wegnemen van een aantal grote onrechtmatigheden uit 2023. Daar is echter niet alle
onrechtmatigheid mee opgelost want in 2024 zijn er terugkerende onrechtmatigheden die nog niet zijn
opgelost en ook weer nieuwe onrechtmatigheden geconstateerd. Onrechtmatigheid wordt met name
veroorzaakt doordat lopende contracten niet tijdig opnieuw zijn aanbesteed of vanwege uitbreidingen
op lopende contracten, wat een wezenlijke wijziging veroorzaakt en daarmee onrechtmatig is. Het totale
inkoopvolume bedroeg in 2024 € 205,2 miljoen incl. btw. Dit is ten opzichte van vorig jaar een stijging
van € 180,1 miljoen, vooral omdat de kosten zijn gestegen (o.a. door indexaties) maar ook meer is
aanbesteed/ingekocht.
50
Contract- en Leveranciersmanagement
In 2024 zijn grote stappen gezet in het professionaliseren van de afdeling contract- en
leveranciersmanagement. Zo is de functie inmiddels gecentraliseerd en is vanuit die centrale aansturing
hard gewerkt aan de implementatie van de CATS CM contractmanagementmethodiek en de verdere
optimalisatie van de mensen, processen en systemen. De SVB investeert in goed contract- en
leveranciersmanagement omdat technologische en sociale veranderingen elkaar sneller opvolgen dan
voorheen. De roep om aantoonbare invulling van verantwoordelijken wordt steeds groter. Zo is
bijvoorbeeld te noemen Informatiebeveiliging (NIS2) & Privacy, Informatiebeheer, Risicomanagement en
de opkomst van de Internationale Sociale Voorwaarden (ISV) die zich richten op het voorkomen en
aanpakken van misstanden op het gebied van arbeidsomstandigheden, mensenrechten en milieu in de
toeleveringsketen (the Green Deal). Waar het vroeger vooral ging over de financiële risico’s van
contracten, wordt nu steeds meer de continuïteit als risico onderkend. Het tijdig en adequaat beheersen
van de risico’s in een snel veranderende omgeving is daarmee steeds belangrijker voor de SVB.
5.8 Rechtmatigheid (inclusief M&O-beleid)
Voor het vaststellen van de rechtmatigheid geldt dat dit gekoppeld is aan het handelen in het verslagjaar
(het handelen omvat mede het ten onrechte niet-handelen) en de fouten die daarbij zijn aangetroffen.
Voor zover er vanuit het interne controlemechanisme fraude is ontdekt wordt deze niet meegerekend als
onrechtmatig. Aangezien de procedures, die er juist voor zijn om dit op te sporen, dan goed hebben
gewerkt. Fraudes die niet vanuit de interne procedures zijn opgemerkt, maar onderdeel zijn van de
steekproef, zijn wel meegenomen in het onrechtmatigheidspercentage.
In het jaarverslag verklaart de raad van bestuur van de SVB dat de wetsuitvoering van de SVB rechtmatig
is geweest. De raad van bestuur baseert haar oordeel op een onderliggende steekproef. Deze aselect
uitgevoerde steekproef wordt uitgevoerd door Operational Control en is onderdeel van de controle door
de Audit Dienst. Deze risicogerichte steekproef is erop gericht om, met een betrouwbaarheid van 95% en
een nauwkeurigheid van 1%, een uitspraak te kunnen doen over de rechtmatige betaling van de SV-
regelingen. De overige rechtmatigheidsaspecten van de SVB, zoals uitvoeringskosten en Europese
aanbestedingen, vloeien direct voort uit de accountantscontrole van de Audit Dienst.
In tabel 5.12 zijn de in 2024 berekende onrechtmatigheidsscores per wet opgenomen. Deze scores zijn
afgeleid uit de hierboven genoemde risicogerichte steekproef. Hoewel deze steekproef primair is
opgezet voor het afgeven van een oordeel over de SV-uitkeringen, levert deze door de risicogerichte
aanpak ook de beste schattingen op per wet. Deze schattingen zijn opgenomen in de tabellen en zijn
onderdeel van de prestatie-indicatoren van de SVB. De risicogerichte aanpak wordt ook ingezet om de
processen - en daarmee de rechtmatigheid - te verbeteren.
In de Regeling SUWI zijn regels opgenomen voor de accountantscontrole. Hierin staat onder meer dat de
accountant bij de rechtmatigheid ook het door het bestuur gevoerde beleid ter voorkoming en
bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik onderzoekt. Tweemaal per jaar rapporteert de SVB of er
wordt voldaan aan de rechtmatigheidsnorm (alle wetten samen) en over de streefwaarde per wet. Bij de
bepaling van de strekking van de uiteindelijke controleverklaring weegt de Audit Dienst de getrouwheid
van de rapportage over het gevoerde beleid ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk
gebruik. Voor de getrouwheid van de rechtmatigheidsrapportage geldt geen kwantitatieve
goedkeuringstolerantie.
51
Conclusie rechtmatigheid
Tabel 5.12 Onrechtmatigheidsscore per wet (1 = 1%)
Wet en regeling
Onrechtmatigheid
Onzekerheden
2024
2023
2024
2023
Algemene Ouderdomswet (AOW)
0,01
0,01
0,00
0,03
Algemene Kinderbijslagwet (AKW)
0,13
0,05
0,12
0,09
Algemene nabestaandenwet (Anw)
0,50
0,49
0,04
0,05
Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO)
0,84
0,35
0,00
0,21
Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 (TAS)
0,77
0,00
0,00
0,00
Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE(CSE)
4,88
0,00
0,00
0,00
Overbruggingsregeling AOW (OBR)
0,00
0,11
0,00
0,00
Remigratiewet (REM)
0,08
0,04
0,00
0,00
Bijstand Buitenland (BBL)
0,04
0,00
0,00
0,00
Tegemoetkoming stoffengerealateerde beroepsziekten (TSB)
13,62
0,04
1,58
0,00
Totaal SUWI
0,03
0,02
0,01
0,04
Ieder jaar wordt er, door middel van een onrechtmatigheidsscore per wet, inzicht gegeven in de
rechtmatigheid. Bij het bepalen van de rechtmatigheid spelen, naast recente financiële fouten, recente
onzekerheden een rol. Een onzekerheid kan na onderzoek uiteindelijk een financiële fout blijken te zijn
die van invloed is op het onrechtmatigheidspercentage. De onderstaande onrechtmatigheidsscores in
procenten gaan over de financiële fouten en onzekerheden in controlejaar 2024 voor alle wetten die de
SVB uitvoert.
De norm voor de totale rechtmatigheidsscore is 99%. De totaalscore voor alle SUWI-wetten valt met
99,97% binnen de norm. Ook de onrechtmatigheidsscore van de onzekerheden ligt met 99,99% binnen
de norm van 97%.
CSE
De onrechtmatigheid bedraagt 4,88%. De CSE is per 7 oktober 2023 ingetrokken. In 2024 zijn nog 2
bezwaarschiften gegrond verklaard. Hierbij heeft de SVB het door de Minister van SZW gepubliceerde
geïndexeerde bedrag per 1 januari 2024 (€ 24.010,00) uitbetaald, waar dit het bedrag voor 2023
(€ 22.839,00) had moeten zijn.
TSB
De onrechtmatigheid bedraagt 13,62%. Dit betreft voornamelijk 8 toegekende aanvragen waarbij het
hiertoe in het leven geroepen Deskundigenpanel van mening is dat inachtneming van de
beoordelingsprotocollen geen recht doet aan de complexiteit en/of de bewijsnood bij deze aanvragen.
Het gaat om aanvragen waarbij voorgeschreven diagnostisch onderzoeken ontbreken of de
voorgeschreven beoordelingsmethodiek niet passend is. Het Deskundigenpanel heeft daarom op basis
van het dossier en hun eigen kennis en ervaring een positieve beoordeling gegeven. Deze zijn door het
ISBG in haar adviezen overgenomen en de SVB heeft conform deze adviezen – dus contra legem – ten
gunste van de aanvrager besloten.
Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O)
Om misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden te voorkomen zijn beheersmaatregelen nodig
die functioneren. Daartoe is binnen de SVB een stelsel ingericht van tweede- en derdelijns activiteiten. De
SVB hanteert een aanpak voor deze controle waarbij wordt nagegaan of het beleid op een evenwichtige
wijze aandacht schenkt aan de vier voor M&O onderkende gebieden, te weten: preventie, detectie,
correctie (controle en opsporing) en sanctionering (afdoening).
Primair is de afdeling Preventie & Handhaving verantwoordelijk voor de uitvoering en stelt hierover
periodiek rapportages op.
52
Operational Control en de Audit Dienst hebben een toetsende functie op de verantwoordingen,
prestatie-indicatoren en kengetallen.
De SVB heeft een adequaat proces op het detecteren van potentiële risico's. Het bijbehorende
besluitvormingsproces hiervoor is een aantal jaren geleden opnieuw ingericht. Hierdoor is de 'risk
appetite' beter in beeld.
Handhaving is een van de kerntaken van de SVB en bestaat uit alle activiteiten om het risico op misbruik
en oneigenlijk gebruik zo veel mogelijk te beperken. Hierbij is het streven om het M&O risico per wet te
beperken tot maximaal 3% van de jaarlijkse uitkeringslast. De SVB levert door een effectieve en zichtbare
handhaving een bijdrage aan het in stand houden van het maatschappelijke draagvlak voor het sociaal
zekerheidstelsel. Het beleid van de SVB is erop gericht enerzijds zo min mogelijk drempels op te werpen
voor de toegang tot rechten en diensten en anderzijds goede waarborgen in te bouwen tegen misbruik.
Een goede naleving begint bij begrijpelijke wet- en regelgeving. De SVB draagt hieraan bij door
geconstateerde knelpunten in de handhavingspraktijk aan te dragen, te bespreken met de wetgever, en
te adviseren over aanpassingen. Zo zijn bijvoorbeeld voorstellen gedaan voor vereenvoudiging van
wetgeving bij leefsituaties. Handhaving betekent ook burgervriendelijke, rechtmatige en betrouwbare
dienstverlening (op basis van de juiste gegevens) waarbij de risico's voor fouten en misbruik zoveel
mogelijk zijn afgedekt binnen het primaire proces. De SVB is alert op nieuwe risico's, onderzoekt deze en
werkt via innovatieve pilots aan het mitigeren of beheersen daarvan. De medewerkers in de uitvoering en
de toezichthouders zijn alert op fouten en misbruik. De SVB analyseert alle meldingen van misbruik en
doet vervolgonderzoek waar dat opportuun is.
Het afwegingskader voor de inzet van handhaving wordt met name bepaald door de mate van risico op
onrechtmatigheid, maar ook door andere factoren zoals de kosten en het (maatschappelijke) rendement
van de inzet van capaciteit. De SVB zet handhavingsactiviteiten daarom in op basis van de kans op fouten
en misbruik en de impact daarvan. De kans op detectie wordt daarmee vergroot en er wordt capaciteit
gerichter ingezet, waarmee effectiviteit en efficiëntie zijn gebaat. Daarnaast hoeven hierdoor minder
burgers aan toezicht en handhaving te worden onderworpen. Data-analyse is een belangrijk hulpmiddel
bij het bepalen in welke situaties er sprake kan zijn van onrechtmatigheid. Met de ontwikkeling van data-
analyse wordt de risicogerichtheid verhoogd.
Handhavingsactiviteiten kunnen gevoelig en belastend zijn. Daarom is de SVB transparant in wat zij doet.
Net als bij dienstverlening handhaaft de SVB vanuit de bedoeling van de wet waarbij een goede balans,
een menselijke maat, wordt gezocht tussen de inbreuk op de belangen van de burger en de belangen
van de maatschappij bij een rechtmatige wetstoepassing. De SVB werkt in het kader van de Bedoeling en
blijft daarop investeren door diverse instrumenten te ontwikkelen die medewerkers hierin ondersteunen,
zoals Algemene Beginselen Behoorlijk Afwegen (ABBA), de Perspectiefcirkel en het Ethics Center.
Rechtmatigheidsverklaring 2024
Op basis van de regelgeving heeft de SVB het onrechtmatigheidspercentage voor 2024 berekend op
0,04% van de totale lasten van de jaarrekening als geheel. Dit percentage is inclusief de geconstateerde
onrechtmatigheidsfouten inzake Europese aanbestedingen en eventueel niet gecorrigeerde financiële
fouten. Het totale percentage recente onzekerheden bedraagt 0,01% van de totale lasten. De
onrechtmatigheidsscores op totaalniveau blijven ruim onder de wettelijk toegestane tolerantiegrenzen.
Op grond van het overall onrechtmatigheidspercentage stelt de raad van bestuur dat de wetsuitvoering
door de SVB over het jaar 2024 rechtmatig is geweest. De SVB verklaart dat er beleid aanwezig is ter
voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. De niet-financiële informatie is in het
jaarverslag ordelijk, controleerbaar en deugdelijk tot stand gekomen
53
Jaarrekening
54
6.
Jaarrekening
6.1
Balans per 31 december 2024
Tabel 6.1 Balans per 31 december 2024 (na bestemming van saldo van baten en lasten) (bedragen x € 1 miljoen)
Ref.
31 december 2024 31 december 2023
Activa
Vaste activa
961,5
953,0
1
Materiële vaste activa
113,2
104,7
2
Financiële vaste activa
848,3
848,3
Vlottende activa
7.113,8
5.227,0
3
Vorderingen
7.113,3
5.226,4
4
Liquide middelen
0,5
0,6
Totaal Activa
8.075,3
6.180,0
Passiva
Vermogen
3.885,2
2.221,0
5
Fondsvermogen AOW/Anw
3.869,5
2.202,5
6
Bestemmingsfonds ICT
3,9
3,9
7
Egalisatiereserve
11,9
14,6
8
Voorzieningen
28,7
30,4
9
Langlopende schulden
1,3
1,3
10
Kortlopende schulden
4.160,1
3.927,4
Totaal Passiva
8.075,3
6.180,0
De referentienummers verwijzen naar de toelichtingen op de balans vanaf paragraaf 6.6.
55
6.2
Staat van baten en lasten over 2024
Tabel 6.2 Staat van baten en lasten (bedragen x € 1 miljoen)
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Baten
Baten Premie gefinancierd
11
Algemene Ouderdomswet
54.595,8
52.165,0
44.782,6
12
Algemene nabestaandenwet
255,4
196,5
253,8
Subtotaal Baten Premie gefinancierd
54.851,1
52.361,6
45.036,4
Baten Budget gefinancierd
13
Kindregelingen*
4.769,5
4.551,0
4.495,9
14
Aanvullende inkomensvoorziening ouderen**
508,3
486,9
447,9
15
Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014
9,4
8,1
9,2
16
Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE
0,0
0,0
0,1
17
Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde
beroepsziekten
3,7
20,3
2,9
18
Overbruggingsuitkering AOW
1,2
1,3
1,3
19
Remigratiewet
40,9
41,0
40,2
20
Regeling bijstand buitenland
1,5
1,1
1,5
Subtotaal Baten Budget gefinancierd
5.334,5
5.109,8
4.999,0
Baten SV-taken
60.185,7
57.471,3
50.035,2
Baten niet SV-taken
111,1
113,5
104,1
Totaal Baten
60.296,8
57.584,8
50.139,3
Lasten
Lasten Premie gefinancierd
11
Algemene Ouderdomswet
52.793,3
52.425,0
48.722,4
12
Algemene nabestaandenwet
393,5
368,5
369,0
Subtotaal Lasten Premie gefinancierd
53.186,8
52.793,6
49.091,4
Lasten Budget gefinancierd
13
Kindregelingen*
4.769,5
4.551,0
4.495,9
14
Aanvullende inkomensvoorziening ouderen**
508,3
486,9
447,9
15
Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014
9,4
8,1
9,2
16
Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE
0,0
0,0
0,1
17
Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde
beroepsziekten
3,7
20,3
2,9
18
Overbruggingsuitkering AOW
1,2
1,3
1,3
19
Remigratiewet
40,9
41,0
40,2
20
Regeling bijstand buitenland
1,5
1,1
1,5
Subtotaal Lasten Budget gefinancierd
5.334,5
5.109,8
4.999,0
Lasten SV-taken
58.521,3
57.903,3
54.090,2
Lasten niet SV-taken
111,1
113,5
104,1
Totaal Lasten
58.632,4
58.016,8
54.194,3
Saldo van baten en lasten
1.664,3
-432,0
-4.055,0
* Kindregelingen betreft de Algemene Kinderbijslagwet, Wet op het kindgebonden budget en Wet kinderopvang.
** AIO is inclusief de tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden Oekraïne, Soedan, Gazastrook en vanaf 2024 ook
gerepatrieerden uit Libanon. In 2023 gaf de SVB nog uitvoering aan gerepatrieerden uit Afghanistan.
56
6.3
Kasstroomoverzicht
Tabel 6.3 Kasstroomoverzicht (directe methode) (bedragen x € 1 miljoen)
Ref.
2024
2023
Kasstromen uit operationele activiteiten
21 Ontvangsten
Premies
19.989,5
32.036,3
Financiering door het Rijk
33.146,5
22.524,4
Overige ontvangsten
3.294,1
3.013,7
Overige ontvangsten m.b.t. niet SV-activiteiten
111,1
104,1
56.541,2
57.678,5
22 Uitgaven
Uitkeringen
-57.895,9
-52.734,0
Uitvoeringskosten
-385,8
-350,4
Overige uitgaven
-1,3
-1,2
Overige uitgaven m.b.t. niet SV-activiteiten
-111,1
-104,1
-58.394,1
-53.189,7
Kasstroom uit operationele activiteiten
-1.852,9
4.488,8
Kasstromen uit investeringsactiviteiten
1 Investeringen in materiële vaste activa
-16,0
-9,3
Desinvesteringen in materiële vaste activa
0,2
-
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
-15,8
-9,3
Kasstromen uit financieringsactiviteiten
3 Mutatie rekening-courant Rijk
1.868,6
-4.479,4
Interest rekening-courant Rijk
-
-
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
1.868,6
-4.479,4
Afname geldmiddelen in 2024
-0,1
0,1
Specificatie netto-kasstroom
4 Stand liquide middelen 1 januari*
0,6
0,5
4 Stand liquide middelen 31 december*
0,5
0,6
Totaal mutatie liquide middelen
-0,1
0,1
* Stand betreft saldo van liquide middelen en schulden aan kredietinstellingen.
57
6.4
Algemene toelichting
Statutaire vestigingsplaats, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister
De Sociale Verzekeringsbank (hierna, de SVB) is een zelfstandig bestuursorgaan en statutair en feitelijk
gevestigd op de Van Heuven Goedhartlaan 1, 1181 KJ in Amstelveen. De SVB is ingeschreven bij het
handelsregister onder nummer 34366008.
In bijlage 6 Adressen is een overzicht opgenomen van alle locaties van de SVB.
6.5
Waarderingsgrondslagen
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De jaarrekening is conform bijlage VIII ‘informatieproducten van de SVB’ van de Regeling SUWI
opgesteld. De jaarrekening omvat de financiële verantwoording van de sociale verzekeringswetten (SV-
wetten) uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de
baten en lasten voor de gehele bedrijfsvoering van de SVB. De verantwoording over de niet-SV-
geadministreerde regelingen geschiedt via separate verantwoordingen, ten behoeve van het
desbetreffende ministerie of ander verantwoordelijk orgaan. De jaarrekening wordt gepresenteerd in
euro’s, dit is tevens de functionele valuta.
De grondslagen en regels voor het opstellen van deze jaarrekening, die voortvloeien uit de Regeling
SUWI, zijn afgeleid van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Richtlijnen voor de
Jaarverslaggeving (RJ). Activa en passiva zijn opgenomen tegen verkrijgingsprijs, tenzij anders vermeld.
Afwijkingen ten opzichte van Titel 9 Boek 2 BW zijn hierna toegelicht.
De Regeling SUWI schrijft voor dat de financiële verantwoording van de uitvoeringskosten en
uitkeringslasten naar wet/regeling wordt gesplitst. In de staat van baten en lasten en in de toelichting
wordt deze indeling gehanteerd. Dit wijkt af van de categoriale indeling.
De Regeling SUWI schrijft voor dat de financiële verantwoording van de uitvoeringskosten verantwoord
wordt op kostensoort niveau. Hierdoor worden de afschrijvingskosten niet separaat verantwoord en
toegelicht, maar opgenomen onder de kostensoort huisvestings- en automatiseringskosten. Dit wijkt af
van de categoriale indeling.
De SVB hanteert als waarderingsgrondslag voor de premiebaten en premievorderingen, conform de
Regeling SUWI, de EMU-definitie. De EMU-definitie hanteert voor de premieontvangsten via de
loonheffing een afwijkend verslagjaar namelijk 1 februari van het verslagjaar t/m 31 januari van het jaar
dat volgt op het verslagjaar. Een nadere toelichting van de EMU-definitie wordt bij de
waarderingsgrondslag van de vorderingen gegeven.
Voor het bepalen van de egalisatiereserve wordt in de jaarrekening uitgegaan van de voorwaarden zoals
gesteld in de Regeling SUWI. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de
egalisatiereserve.
Bepaling van het norm-/fondsvermogen vindt plaats op basis van de Regeling SUWI. Voor een nadere
toelichting wordt verwezen naar de toelichting op het fondsvermogen en normvermogen. De SVB stelt
de jaarrekening op, op basis van de continuïteitsveronderstelling, aangezien de activiteiten van de SVB
bij wet zijn geregeld en de Wet Financiering Sociale Verzekeringen en de Materiewetten de dekking van
de kosten van de SVB garanderen. De verslagperiode is gelijk aan het kalenderjaar en loopt van 1 januari
t/m 31 december. De gehanteerde grondslagen van waardering en van bepaling van het saldo van baten
en lasten zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande boekjaar.
58
Onder de SV-taken vallen de volgende wetten/regelingen:
•
Algemene Ouderdomswet (AOW)
•
Algemene nabestaandenwet (Anw)
•
Algemene Kinderbijslagwet (AKW)
•
Wet op het kindgebonden budget (WKB)
•
Wet kinderopvang (Wko)
•
Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) inclusief de tijdelijke regeling verstrekkingen
gerepatrieerden Oekraïne, Soedan, Gazastrook en Libanon (EVAC)
•
Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 (TAS)
•
Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE (CSE)
•
Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB)
•
Overbruggingsregeling AOW (OBR)
•
Remigratiewet (REM)
•
Regeling Bijstand Buitenland (BBL)
Wijzigingen SV-taken
Vanaf 2021 geeft de SVB uitvoering aan de repatriantenregelingen, die door de minister van SZW werd
afgekondigd voor Nederlanders en hun familieleden, die vanuit een gebied gerepatrieerd werden
vanwege de politieke ontwikkelingen aldaar. De eerste groep gerepatrieerden betrof een groep uit
Afghanistan. In jaren erop volgden de verstrekkingen gerepatrieerden aan Oekraïne (2022), Soedan
(2023), Gazastrook (2023) en Libanon (2024). In 2024 gaf de SVB geen uitvoering meer aan de tijdelijke
verstrekkingen gerepatrieerden uit Afghanistan.
Vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta (€) tegen de wisselkoers
op de datum waarop deze transacties plaatsvinden. In vreemde valuta luidende monetaire activa en
verplichtingen op balansdatum worden omgerekend in de functionele valuta (€) tegen de wisselkoers op
balansdatum. Valutakoersverschillen die optreden bij transacties in vreemde valuta of omrekening van
balansposten worden verwerkt in het saldo van baten en lasten.
Financiële instrumenten
In de jaarrekening wordt ingegaan op de risico’s met betrekking tot financiële instrumenten. In het
bijzonder wordt er een toelichting gegeven op het gebied van marktrisico’s, kredietrisico’s,
liquiditeitsrisico’s en kasstroomrisico’s. De SVB maakt geen gebruik van afgeleide instrumenten en houdt
geen handelsportefeuille aan. Het marktrisico is gezien de aard van de activiteiten van de SVB nihil. De
SVB loopt een incassorisico over de debiteuren, aangezien de financiering van de SVB via het Rijk loopt,
loopt de SVB voor de uitkeringsdebiteuren geen financieringsrisico. Indien noodzakelijk wordt, voor
zowel de uitkeringsdebiteuren als de overige debiteuren, een voorziening voor oninbaarheid gevormd.
De kredietrisico’s zijn nihil, omdat de financiële vaste activa bestaan uit vorderingen op het ministerie van
SZW, als gevolg van het wijzigen van de bekostiging van kas- naar transactiebasis. Het ministerie rekent
deze vordering bij beëindiging van de regeling af. De liquiditeitsrisico’s en kasstroomrisico’s zijn nihil als
gevolg van de financiering door het Rijk (schatkistbankieren). Het ministerie van SZW staat garant als het
gaat om de continuïteit en uitvoering van de SVB.
Schattingen
De opstelling van de jaarrekening vereist dat de raad van bestuur van de SVB oordelen vormt en
schattingen en veronderstellingen maakt, die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de
gerapporteerde waarde van activa, verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten
kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden
periodiek beoordeeld. De herzieningen worden opgenomen in de huidige periode waarin de
schattingen worden herzien en in toekomstige perioden waarop de herzieningen gevolgen hebben. Als
het voor het geven van het vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze onderdelen en
59
schattingen, inclusief de bijbehorende veronderstellingen, opgenomen bij de toelichting op de
desbetreffende jaarrekeningposten.
Schattingswijziging
In 2024 is de wijze van vormen van voorzieningen bij voorziening uitkeringsdebiteuren en personele
voorzieningen herzien.
De methode voor het vormen van de voorziening wegens oninbaarheid is herzien op basis van nieuwe
inzichten en een data-analyse. De voorziening werd tot en met voorgaande jaren bepaald op basis van
een gemiddelde van het percentage afboekingen over de laatste drie jaren. Daarbij werd geen rekening
gehouden met het ontstaansjaar van de vorderingen en werd aangenomen dat vorderingen op overige
fondsen volledig zouden worden ontvangen.
Op basis van de data-analyse is de inschatting van de voorziening aangepast. Deze schattingswijziging
heeft geleid tot een eenmalige aanpassing van de voorziening, wat een toename van de voorziening met
€ 48 miljoen betekent per 31 december 2024. Deze schattingswijziging is prospectief verwerkt en betreft
uitsluitend de huidige verslagperiode.
De wijzigingen met betrekking tot de personele voorzieningen zijn doorgevoerd op basis van gewijzigde
inzichten en methodieken en hebben gevolgen voor de financiële verslaggeving. De belangrijkste
wijzigingen zijn:
1.
Voorziening toeslagen op pensioenen
Omdat de voorziening momenteel circa € 140.000 bedraagt en er geen nieuwe instroom
mogelijk is, is deze voorziening vervallen.
2.
Voorziening kosten sociaal plan en WW
De individuele inschatting van de plaatsbaarheid op basis van de inschatting van Loopbaanadvies
(LBA) vervalt. Hierdoor wordt de inschatting van het gebruik van het recht op WW niet langer
bepaald op basis van deze labeling, maar vervangen door één uniform percentage.
3.
Voorziening jubileumgratificaties
Voor de bepaling van de jubileumvoorziening zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
a.
Er wordt voortaan uitgegaan van het maximum van de salarisschaal waarin de
medewerker zich bevindt, in plaats van een geschatte salarisontwikkeling die
onderscheid maakt tussen medewerkers die al op het maximum zitten en medewerkers
die dat nog niet hebben bereikt.
b.
De verwachte toekomstige cao-ontwikkeling wordt voortaan gebaseerd op het Centraal
Planbureau (CPB)-cijfer ‘Loonkostenontwikkeling in de sector overheid’, zoals jaarlijks
gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning (MEV) in september. Voorheen werd
hiervoor het gemiddelde van de cao-ontwikkelingen in de afgelopen drie jaar als
prognose gehanteerd.
c.
Voor de discontering van toekomstige uitgaven wordt voortaan gebruikgemaakt van de
‘lange rente’, zoals jaarlijks gepubliceerd in de MEV in september. Dit wijkt af van de
eerdere methodiek, waarbij werd uitgegaan van het driejaarsgemiddelde van de ESTER,
wat achterliep op de werkelijke renteontwikkelingen.
d.
De blijf-kansen (de kans dat een medewerker met een bepaald aantal dienstjaren bij een
25- of 40-jarig jubileum nog steeds in dienst is) worden vanaf 2025 niet langer jaarlijks,
maar eens per drie jaar vastgesteld. Deze zijn per 31 december 2024 vastgesteld voor de
bepaling van de voorziening in de jaarrekeningen 2024 tot en met 2026.
De impact van deze schattingswijzigingen is niet kwantificeerbaar vastgesteld, aangezien het praktisch
niet haalbaar is om de effecten betrouwbaar te berekenen. De schattingswijzigingen hebben een
verlagend effect op het totaal van de voorzieningen van € 1,8 miljoen en daarmee een positief effect op
het saldo van baten en lasten 2024:
- De voorziening toeslagen op pensioenen komt door de schattingswijziging € 0,1 miljoen lager
uit.
60
- De voorziening kosten sociaal plan en WW komt door de gewijzigde berekening van het
effectueringspercentage naar schatting ongeveer € 0,4 miljoen lager uit.
- De voorziening jubileumgratificaties komt door de gewijzigde rekenmethoden naar schatting
€ 1,3 miljoen lager uit. Voor € 1,1 miljoen is dit het gevolg van het gewijzigde
discontopercentage.
Dienstverlening en bedrijfsvoering
In de verantwoording worden de kortlopende vorderingen en schulden nader onderscheiden in
dienstverlening en bedrijfsvoering. Dienstverlening gaat over de uitkeringen en de daarmee gepaard
gaande financiering met betrekking tot de uitvoering van SV en niet-SV regelingen.
Bedrijfsvoering gaat over alle activiteiten die samenhangen met de uitvoering en organisatie van de SVB.
Hiervoor wordt verwezen naar tabellen 6.6 en 6.16.
Wijziging in de presentatie
In de jaarrekening 2024 is aantal tabellen gewijzigd, dan wel samengevoegd om de leesbaarheid van de
jaarrekening te vergroten. De wijzigingen betreffen voornamelijk de tabellen in de toelichting van baten
en lasten. De gewijzigde tabellen zijn:
-
De vergelijkende cijfers RC niet-SV zijn aangepast, op basis van nieuwe inzichten over de
saldering van vorderingen en schulden. De wijzigingen betreffen de standen van vorderingen en
kortlopende schulden in tabel 6.1 ‘Balans per 31 december 2024’, saldo van uitstaande middelen
bij het Rijk in tabel 6.6 ’Vorderingen’ en saldo van Rekening-courant niet-SV-regelingen in tabel
6.16 ’Kortlopende schulden.
-
Tabel 6.19 'Toelichting staat van baten en lasten': In deze nieuwe opzet van de staat van baten en
lasten worden alle baten, uitkeringslasten en uitvoeringskosten gezamenlijk gepresenteerd.
-
De tabellen van de baten en lasten van zowel de premie gefinancierde als budget gefinancierde
regelingen, worden apart per regeling gepresenteerd.
Afrondingsverschillen
De jaarrekening wordt zorgvuldig opgesteld en gepresenteerd. Met ingang van 2023 maakt de SVB
gebruik van software waarbij een groot deel van de tabellen van de jaarrekening direct gegenereerd
wordt vanuit het financiële pakket. Dit kan er toe leiden dat er verschillen ontstaan in de afrondingen en
tussen diverse tabellen. De rekenkundige juistheid van de tabellen en de interne consistentie tussen de
tabellen, zal hierdoor niet op een decimaal nauwkeurig zijn.
Leeswijzer
De afkortingen ‘R’ en ‘B’ die in de diverse tabellen worden weergegeven, staan voor realisatie en
begroting van het desbetreffende jaar. De verantwoording vindt plaats in miljoenen. Hierdoor is er soms
een ‘-‘ (geen bedrag) of een ‘0’ (bedrag < € 50.000) in de tabellen opgenomen.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, onder aftrek van lineaire
afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Voorwaarde voor activering is dat de
aanschafwaarde per object minimaal € 0,05 miljoen bedraagt. Er wordt jaarlijks rekening gehouden met
eventuele bijzondere waardeverminderingen.
Materiële vaste activa, waarvan besloten is dat deze buiten gebruik worden gesteld, worden tegen de
directe opbrengstwaarde gewaardeerd.
De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd:
terreinen:
geen afschrijving
erfpacht:
50 jaar
gebouwen:
10 – 40 jaar
installaties gebouwen:
3 – 15 jaar
61
computerinstallaties:
2 – 10 jaar
overige activa:
2 – 10 jaar
activa in uitvoering:
geen afschrijving
Afschrijvingskosten zijn niet afzonderlijk verantwoord en toegelicht in de staat van baten en lasten, maar
opgenomen onder de kostensoorten huisvestings- en automatiseringskosten. Deze kosten zijn
opgenomen in zowel de SV-taken als de niet-SV taken. Als een schattingswijziging plaatsvindt van de
toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast.
Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa worden in het boekjaar
van realisatie verantwoord in de staat van baten en lasten.
Er is geen sprake van een verplichting tot herstel na afloop van het gebruik van een gebouw. Voor de
toekomstige kosten van groot onderhoud aan de bedrijfsgebouwen is een voorziening voor groot
onderhoud gevormd.
Financiële vaste activa
Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Indien er
geen sprake is van agio of disagio en transactiekosten, is de geamortiseerde kostprijs gelijk aan de
nominale waarde van de vorderingen.
In 2012 is de bekostiging van de door het Rijk gefinancierde wetten en regelingen gewijzigd van kasbasis
naar transactiebasis. In de voorbereiding op de stelselwijziging was als voorwaarde gesteld dat deze
wijziging geen budgettaire consequenties mocht hebben. Daaruit vloeit voort dat de genoemde
vordering als langdurig moet worden getypeerd, aangezien zij niet eerder betaald wordt door het
ministerie van SZW, dan bij beëindiging van de desbetreffende wet en/of regeling. Over de vordering
wordt geen rente in rekening gebracht bij het ministerie van SZW.
Bijzondere waardevermindering vaste activa
Jaarlijks wordt, per balansdatum, beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een
bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de
realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor
het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende
eenheid, waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de
boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Een bijzonder
waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder
gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.
Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie.
Na die eerste verwerking worden de vorderingen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
Indien er geen sprake is van agio of disagio en transactiekosten is de geamortiseerde kostprijs gelijk aan
de nominale waarde van de vorderingen. De vorderingen zijn, indien noodzakelijk, verminderd met
voorzieningen voor het risico van oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van de
verwachte inbaarheid van de vorderingen. Dotaties aan en vrijval van de voorzieningen voor oninbare
uitkeringsdebiteuren worden verwerkt in de uitkeringslasten van de fondsen.
De premievorderingen AOW en Anw worden gewaardeerd volgens de EMU-definitie. Dit houdt in dat de
premieontvangsten via de inkomstenheffing en de nabetalingen over de loonheffing en de
inkomstenheffing worden toegerekend aan de baten in het jaar waarin deze zijn ontvangen door de
Belastingdienst. Als gevolg hiervan worden de premieontvangsten via de loonheffing tussen 1 februari
van het verslagjaar en 31 januari van het jaar dat volgt op het verslagjaar toegerekend aan de baten in het
verslagjaar. Dit wijkt af van Titel 9 Boek 2 BW, waar wordt uitgegaan van een kalenderjaar. De vordering
premiebaten op de Belastingdienst bestaat uit de ontvangen premies via afdracht loonheffing in de
maand januari van het jaar dat volgt op het verslagjaar. De in het boekjaar meegenomen afdrachten
62
loonheffing januari hebben betrekking op het verslagjaar en de reeds verstreken jaren. Nabetalingen
worden verantwoord op kasbasis.
Liquide middelen
Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde en bestaan uit kas- en banktegoeden
met een looptijd korter dan twaalf maanden.
Fondsvermogen
Het fondsvermogen van de fondsen AOW en Anw bestaat uit twee onderdelen: het normvermogen en
het vermogensoverschot/-tekort.
Normvermogen
Het normvermogen is een gemiddeld vermogen dat nodig is om, gedurende het jaar, voldoende
middelen te hebben om aan de verplichtingen te voldoen. Het normvermogen is daarmee een ijkpunt
voor het meten van overschotten of tekorten. Een aanpassing van het normvermogen komt ten laste/bate
van het vermogensoverschot/-tekort.
Vermogensoverschot/-tekort
Het verschil tussen het totale fondsvermogen en het normvermogen wordt aangeduid als het vermogens-
overschot/-tekort. Het saldo van baten en lasten wordt toegevoegd of onttrokken aan het
vermogensoverschot/-tekort.
Bestemmingsreserve en -fondsen
De bestemmingsreserve of het bestemmingsfonds is een afgezonderd vermogensbestanddeel met een,
door de raad van bestuur bepaalde, specifieke bestemming. Met ingang van 31 december 2014 geldt
dat in het SV-domein geen bestemmingsreserves worden gevormd zonder toestemming van het
ministerie van SZW. Voor de fondsen gekoppeld aan taken buiten het SV-domein blijft de mogelijkheid
bestaan om een bestemmingsreserve te vormen.
Bestemmingsfonds ICT
De SVB heeft met ingang van boekjaar 2021 een bestemmingsfonds ICT gevormd en in gebruik
genomen. In een brief van 7 december 2021 (besluit nummer 2021-0000163582) heeft het ministerie van
SZW hier toestemming voor gegeven, via een onderliggend besluit van de staatssecretaris van SZW. Voor
het gebruik van het fonds geldt een aantal voorwaarden, zoals opgenomen in de brief van het ministerie
van SZW.
Onderuitputting op het projectenportfolio mag in principe worden gedoteerd aan het
bestemmingsfonds als hiermee geen negatief saldo van baten en lasten ontstaat (na mutaties fondsen en
reserves) dat niet kan worden opgevangen binnen de vrije ruimte van de egalisatiereserve en waarmee
de omvang van de egalisatiereserve onder 25% van het maximum uitkomt. De staatssecretaris heeft voor
vijf jaar toestemming gegeven voor de vorming van dit bestemmingsfonds. Voor het projectenportfolio
(change/legacy) is conform de IV-strategie 2021-2025 jaarlijks ca. € 50 miljoen begroot inclusief de
projecten met betrekking tot wet- en regelgeving. Het bestemmingsfonds ICT mag in deze jaren gevuld
worden tot maximaal € 7 miljoen. In de jaarrekening en de begroting wordt ieder jaar gerapporteerd
over de toevoegingen en onttrekkingen aan het bestemmingsfonds. De SVB kan, via de goedkeuring op
het Jaarplan of de reactiebrief op een tertaalverslag, het bestemmingsfonds aanspreken.
Egalisatiereserve
De SVB vormt een egalisatiereserve met overeenkomstige toepassing van artikel 33 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen en artikel 5.10a, tweede lid, van de Regeling SUWI. Deze reserve wordt
ingezet voor:
•
Opvangen van schommelingen in de inkomsten en uitgaven;
63
•
Reserveringen voor kosten die zich niet jaarlijks voordoen (bijvoorbeeld onderhoud
bedrijfsmiddelen);
•
Opvangen van overlopende verplichtingen (bijvoorbeeld projecten wet- en regelgeving);
•
Onvoorziene uitgaven met een incidenteel karakter.
De in de jaarrekening op te nemen egalisatiereserve, zoals bedoeld in artikel 52 van de Wet SUWI, heeft
slechts betrekking op de uitvoeringskosten. De egalisatiereserve bedraagt ten hoogste 5% van het over
de voorgaande drie jaar toegekende budget voor de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 48, eerste lid,
van de Wet SUWI en bedraagt niet minder dan nul. De maximale hoogte in 2024 bedraagt op basis
hiervan € 15,8 miljoen.
Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op
balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en
waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen
worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.
De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen per balansdatum die
noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden
gewaardeerd tegen de nominale waarde, tenzij anders vermeld. Voor een inhoudelijke toelichting per
voorziening wordt verwezen naar paragraaf 6.6 onderdeel 8 'Voorzieningen'.
Wanneer de verwachting is dat een derde verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat
deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze
vergoeding als een actief in de balans opgenomen.
Indien een voorziening nog niet is gevormd en de toekomstige verplichting wordt geschat op minder
dan € 300.000, wordt geen voorziening opgenomen.
Een lopende voorziening wordt opgeheven indien de resterende verplichting minder dan € 300.000
bedraagt en er geen nieuwe instroom van verplichtingen wordt verwacht. De grondslagen per
voorziening betreffen:
•
De voorziening ‘Sociaal Plan en Frictiekosten’ wordt bepaald door een berekening van
individuele aanspraken en door individueel vastgestelde Werkloosheid (WW)-rechten. De
voorziening is berekend op basis van de totale rechten, rekening houdend met de kans op
herplaatsing van medewerkers;
•
De voorziening WW is berekend op basis van de individueel vastgestelde totale WW-rechten,
rekening houdend met de kans op herplaatsing van medewerkers;
•
De voorziening ‘Dienstverlening Persoonsgebonden Budget (DPGB)’ is berekend op basis van de
individueel vastgestelde totale WW-rechten, rekening houdend met de kans op herplaatsing van
medewerkers;
•
De waardering van de voorziening ‘Eigen risicodragerschap WIA’ wordt bepaald door de
individueel vastgestelde rechten op een uitkering volgens de regeling werkhervatting
gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA), en de potentiële instroom in deze regeling, als gevolg van
langdurige ziekte;
•
De waardering van de voorziening Jubileumgratificaties wordt bepaald op basis van de
individueel vastgestelde rechten bij het bereiken van een dienstverband van 25 jaar en 40 jaar.
Hierbij wordt er rekening gehouden met de blijf kans. De contante waarde van de toekomstige
verplichting wordt bepaald door het toepassen van een disconteringsvoet. Deze wordt bepaald
aan de hand van het rentepercentage ‘lange rente’ dat het Centraal Planbureau in de meest
recente Macro Economische Verkenning (MEV) publiceert. Er wordt rekening gehouden met
verwachte toekomstige loonstijgingen;
•
De waardering van de voorziening ‘Groot onderhoud’ wordt bepaald op basis van het geschatte
bedrag van het groot onderhoud met betrekking tot de bouwkundige kosten en de periode
tussen de werkzaamheden. De voorziening wordt bepaald aan de hand van een Meerjaren
64
Onderhoudsplan met een looptijd van 17 jaar (2024-2040). Voor het bepalen van de toekomstige
verplichting wordt jaarlijks rekening gehouden met een marktconforme indexatie. De indexatie
wordt bepaald aan de hand van externe marktgegevens, waaronder de bouwkostenindex. Indien
de kosten van groot onderhoud uitkomen boven de stand van de voor het desbetreffende actief
aangehouden voorziening, worden de (meer)kosten verwerkt ten laste van de staat van baten en
lasten;
•
De waardering van de voorziening ‘Juridische procedures’ volgt uit een inschatting van mogelijke
schadevergoedingen en/of claims uit lopende juridische procedures, inclusief de kosten van
juridisch advies en proces gerelateerde kosten voor een mogelijke gerechtelijke uitspraak;
•
De waardering van de voorziening ‘Eigen risicodragerschap ZW’ wordt bepaald door de
individueel vastgestelde rechten op een uitkering volgens de Ziektewet.
Langlopende schulden
Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde.
Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de langlopende schulden worden
in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking
gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
In 2012 is de bekostiging van de door het Rijk gefinancierde wetten en regelingen gewijzigd van kasbasis
naar transactiebasis. In de voorbereiding op de stelselwijziging was als voorwaarde gesteld dat deze
wijziging geen budgettaire consequenties mocht hebben. Daaruit vloeit voort dat de genoemde schuld
als langdurig moet worden getypeerd, aangezien zij niet eerder betaald wordt aan het ministerie van
SZW, dan bij beëindiging van de desbetreffende wet en/of regeling. Over de schuld wordt geen rente in
rekening gebracht bij het ministerie van SZW.
Kortlopende schulden
Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende
schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Grondslagen voor bepaling van het saldo van Baten en Lasten
Toerekening van baten en lasten
Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop deze betrekking hebben, tenzij anders
vermeld.
Premies
De premiebaten AOW en Anw worden toegerekend volgens de EMU-definitie, zoals is toegelicht bij de
vorderingen.
Financiering door het Rijk
Met uitzondering van de AOW en de Anw worden de wetten en regelingen die de SVB uitvoert door
middel van ‘financiering door het Rijk’ gefinancierd, de zogenoemde ‘Budget gefinancierde regelingen’.
Op basis van de door de SVB ingediende begroting wordt een bijdrage toegekend die, conform het
uitkeringspatroon, gedurende het jaar wordt uitbetaald. Het jaarbudget voor de uitvoeringskosten wordt
in maandelijks gelijke termijnen ontvangen.
De premiebaten en de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) zijn bij de AOW onvoldoende om de
uitkeringen en uitvoeringskosten te financieren. Daarom wordt van het Rijk een aanvullende financiering
ontvangen, die via de ‘financiering door het Rijk’ wordt verantwoord. De hoogte van deze aanvullende
financiering is gelijk aan het geraamde vermogenstekort voor het desbetreffende jaar. Het gerealiseerde
vermogensoverschot/-tekort van het voorgaande jaar wordt in het huidige boekjaar verrekend.
65
Uitkeringslasten
De uitkeringslasten bij de SVB verwijzen naar de totale middelen die de SVB uitkeert aan
uitkeringsgerechtigden voor de verschillende sociale wetten en regelingen zoals AOW, kinderbijslag en
nabestaandenuitkeringen. De uitkeringslasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking
hebben.
Uitvoeringskosten
De SVB berekent kosten door aan de wetten en regelingen die uitgevoerd worden en aan derden.
Binnen het SV-domein wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de kosten die direct toe te rekenen zijn
aan de fondsen en regelingen ook direct hieraan worden toegerekend. Indirecte kosten worden
toegerekend aan de kostendragers, op basis van voorcalculatorische verdeelsleutels (productie fte’s) die
jaarlijks bij de begroting worden herijkt.
De doorbelastingen van de stafdirecties naar het domein
De doorbelastingen aan PGB en V&O worden gebaseerd op voorcalculatorische bedragen op basis van
de begroting. Ook de doorbelasting van de stafdirecties naar het SV-domein vindt plaats op basis van
voorcalculatie maar hierbij wordt tevens rekening gehouden met de kostenplaatsresultaten van de
stafdirecties die door het toepassen van het systeem van voorcalculatie optreden.
Leasing
Op basis van het contract wordt bepaald of deze geclassificeerd wordt als operational of financial lease.
De SVB maakt alleen gebruik van operational leasecontracten. Deze worden niet op de balans
geactiveerd. Leasebetalingen worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor,
over de looptijd van het contract op lineaire basis verwerkt in de staat van baten en lasten.
Interesttoerekening
De SVB is verplicht haar liquide middelen aan te houden op de rekening-courant bij het Rijk. Dit is
vastgelegd in de Wet 'geïntegreerd middelenbeheer' en wordt ook geïntegreerd middelenbeheer of
schatkistbankieren genoemd. Liquiditeitsschommelingen worden opgevangen in de rekening-courant
met het Rijk. Hierover wordt rente betaald of ontvangen waarbij de daggeldrente ESTER wordt gebruikt.
De rente wordt berekend over de valutaire standen van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024. De
referentierente is in lijn met de gehanteerde methodiek vanuit het ministerie van Financiën.
Over de rekening-courantverhouding tussen de SVB, fondsen en derden wordt ook rente verrekend met
een gemiddeld maandpercentage. Het gemiddelde maandpercentage is gebaseerd op ESTER voor
respectievelijk creditsaldi en debetsaldi.
Het rentepercentage ten behoeve van de berekening kapitaallasten vaste activa is voor 2024 op basis van
een driejarig gemiddelde vastgesteld op 0,1% (2023: 0%). Negatieve rentepercentages worden in de
Regeling schatkistbankieren op nul gesteld.
Het saldo tussen de rekening-courantrente (SVB en fondsen) en de door de SVB gerealiseerde rente
(inclusief gerealiseerde rente op de vordering op het ministerie van Financiën) wordt toegerekend aan
de fondsen, op basis van de dagelijkse verhouding in de rekening-courantpositie met deze fondsen.
Bestemming saldo van baten en lasten
Bij de bestemming van het saldo van baten en lasten van de AOW en Anw wordt rekening gehouden met
de noodzakelijke mutaties in het normvermogen. Het saldo van het vermogenstekort/-overschot bij de
AOW wordt door het Rijk in het jaar na vaststelling in de financiering betrokken.
66
Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden, op grond van de arbeidsvoorwaarden, verwerkt in de staat
van baten en lasten, voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers en de Belastingdienst.
Voor de beloning met opbouw van rechten worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in
aanmerking genomen. Toevoegingen aan en vrijval van de verplichtingen en voorzieningen worden ten
laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.
Indien een beloning, waarbij geen rechten zijn opgebouwd, wordt betaald, wordt het meerdere
opgenomen als een overlopend actief of zal worden verrekend met de toekomstige betaling.
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor beëindiging van het
dienstverband. Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de
bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen. Een uitkering als gevolg van ontslag (uit
hoofde van een transitievergoeding en/of een vaststellingsovereenkomst) wordt als verplichting en als
last verwerkt als de SVB zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een
ontslagvergoeding.
Pensioenregeling
De SVB heeft alle pensioenregelingen verwerkt volgens de verplichtingenbenadering. De SVB verplicht
haar werknemers om deel te nemen aan een pensioenregeling, overeenkomstig de bepalingen van het
pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP. Deze pensioenregeling, die op basis van RJ
271.3 wordt geclassificeerd als een toegezegde pensioenregeling (middelloon), wordt gefinancierd door
premiebetalingen aan de Stichting Pensioenfonds ABP. De SVB heeft geen verplichting tot het voldoen
van aanvullende bijdragen in het geval er een tekort ontstaat bij de Stichting Pensioenfonds ABP, anders
dan het voldoen van hogere toekomstige premies. Op grond hiervan kunnen geen aanspraken op de
SVB worden gemaakt door individuele deelnemers. De indexatie wordt jaarlijks door de Pensioenkamer
vastgesteld.
De dekkingsgraad van de Stichting Pensioenfonds ABP bedraagt per 31 december 2024 111,9% (bron:
website ABP, geraadpleegd op 28 januari 2025). Per 31 december 2023 was dit 110,5% (bron: website
ABP, geraadpleegd op 25 januari 2024).
Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van
toepassing. De SVB betaalt de verplichte, contractuele of vrijwillige basispremies aan het ABP. De
premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn.
Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa, indien dit tot een terugstorting of
tot een vermindering van toekomstige betalingen leidt. Nog niet betaalde premies worden als
verplichting op de balans opgenomen. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last
verantwoord.
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve
rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening
gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen
Voor de uitvoering van de Wet normering topinkomens (WNT) zijn de ‘beleidsregels toepassing WNT’
van toepassing. De SVB maakt, op verzoek van het ministerie van SZW, gebruik van de
modelverantwoording zoals deze door het ministerie van BZK ter beschikking wordt gesteld. In paragraaf
6.11 worden de bezoldigingen van de topfunctionarissen weergegeven.
67
Grondslagen voor bepalen van de kasstromen
Het kasstroomoverzicht is opgesteld met toepassing van de directe methode en bestaat uit drie
onderdelen:
•
kasstroom uit operationele activiteiten;
•
kasstroom uit investeringsactiviteiten;
•
kasstroom uit financieringsactiviteiten.
Kasstromen uit operationele activiteiten hebben direct te maken met de uitvoering van wetten en
regelingen. Het betreft hier ontvangen premies en financieringen ten opzichte van de betaalde
uitkeringen en uitvoeringskosten.
De kasstroom uit investeringsactiviteiten betreft investeringen en desinvesteringen van vaste activa.
De kasstroom uit financieringsactiviteiten betreft de financiering middels de rekening-courantverhouding
met het Rijk.
6.6
Toelichting op de balans
Activa
1. Materiële vaste activa
Tabel 6.4 Materiële vaste activa (bedragen x € 1 miljoen)
Terreinen/
Erfpacht
Gebouwen Installaties
gebouwen
Computer
installaties
Overige
activa
Activa in
Uitvoering
Totaal
Stand per 1 januari 2024
Aanschafwaarde
42,1
118,3
64,2
38,6
13,1
4,5
280,8
Cumulatieve afschrijvingen
-3,4
-71,9
-55,3
-35,4
-10,1
-
-176,1
Boekwaarde 1 januari 2024
38,7
46,4
8,9
3,2
3,0
4,5
104,7
Investeringen
-
0,5
3,1
7,3
1,9
3,2
16,0
Aanschafwaarde desinvesteringen
-
-0,4
-0,6
-0,1
-0,3
-
-1,4
Afschrijvingen desinvesteringen
-
0,3
0,6
-
0,3
-
1,2
Afschrijvingen
-0,2
-3,2
-1,1
-2,1
-0,7
-
-7,3
Boekwaarde 31 december 2024
38,5
43,6
10,9
8,3
4,2
7,7
113,2
Stand per 31 december 2024
Aanschafwaarde
42,1
118,4
66,7
45,8
14,7
7,7
295,4
Cumulatieve afschrijvingen
-3,6
-74,8
-55,8
-37,5
-10,5
-
-182,2
Boekwaarde 31 december 2024
38,5
43,6
10,9
8,3
4,2
7,7
113,2
De SVB hanteert een roulatieschema waarin jaarlijks een aantal panden getaxeerd wordt. Het resultaat
van deze taxatie bepaalt of er indicaties zijn voor een bijzondere waardevermindering bij de panden.
Mocht er bij de toetsing van de panden gedurende het boekjaar een indicatie zijn voor een bijzondere
waardevermindering, dan worden alle panden getoetst. Voor vier panden is de waarde gebaseerd op de
taxatie uit 2024. Voor de overige zes panden is gesteund op de taxatie uit 2022 of 2023. Er zijn geen
indicaties geconstateerd die zouden moeten leiden tot een bijzonder waardeverminderingsverlies.
De investeringen in installaties bedragen in 2024 € 3,1 miljoen. Voorheen werden deze installaties vanaf
start bouw in een totaal bedrag verantwoord onder de rubriek gebouwen. Deze installaties worden nu
vervangen en dit wordt nu meer specifiek gerubriceerd onder installaties. Doordat de vervanging van
installaties niet meer onder de gebouwen wordt gerubriceerd ontstaat daar ook een mutatie in 2024
68
waarbij de boekwaarde van het oude actief (aanschafwaarde-/-afschrijving) in mindering wordt gebracht
op de rubriek gebouwen.
De investeringen en desinvestering in 'installaties gebouwen' hebben betrekking op vervangingen van
koelmachines, gevelinstallaties en diverse elektrische installaties.
De computerinstallaties investeringen hebben voornamelijk betrekking op datacenter- en werkplek
beveiligingstools voor apparaten en aanschaf van nieuwe laptops en telefoons.
Activa in uitvoering heeft betrekking op verschillende projecten zoals het plaatsen van laadpalen,
vervangen van kozijnen en het moderniseren van liften etc. Deze projecten zijn nog niet volledig
afgerond.
2. Financiële vaste activa
Tabel 6.5 Financiële vaste activa (bedragen x € 1 miljoen)
Boekwaarde per
1 januari 2024
Mutaties
Boekwaarde per
31 december 2024
Aanvullende inkomensvoorziening ouderen
2,2
-
2,2
Algemene Kinderbijslagwet
843,8
-
843,8
Regeling bijstand buitenland
0,0
-
0,0
Wet op het kindgebonden budget
2,3
-
2,3
Financiële vaste activa
848,3
-
848,3
De financiële vaste activa betreft een langlopende vordering op het ministerie van SZW, die is ontstaan
door de overgang van het afrekenen op kasbasis naar het afrekenen op transactiebasis. In 2024 hebben
zich geen mutaties voorgedaan.
Vlottende activa
3. Vorderingen
Tabel 6.6 Vorderingen (bedragen x € 1 miljoen)
31-12-2024
31-12-2023
Dienstverlening
Vordering premiebaten Belastingdienst
5.071,0
4.902,5
Uitstaande middelen bij het Rijk
1.747,5
-
Uitkeringsdebiteuren
51,5
100,6
Overige vorderingen
224,1
204,2
Overlopende activa
7,3
6,9
Rekening-courant niet-SV regelingen
0,2
-
Totaal Dienstverlening
7.101,6
5.214,2
Bedrijfsvoering
Debiteuren
0,4
0,3
Overige vorderingen
2,3
5,2
Overlopende activa
8,9
6,7
Totaal Bedrijfsvoering
11,6
12,2
Totaal Vorderingen
7.113,3
5.226,4
Van de totale vorderingen ad € 7.113,3 miljoen heeft het overgrote gedeelte een looptijd korter dan één
jaar (€ 7.112,1 miljoen). De vorderingen met een looptijd langer dan één jaar bedragen € 1,2 miljoen en
hebben betrekking op de overige vorderingen en overlopende activa. Binnen de overige vorderingen
heeft een bedrag van € 0,02 miljoen betrekking op leningen verstrekt aan het personeel. Binnen de
overlopende activa betreft het de vooruitbetaalde facturen, waarbij de diensten in de toekomst geleverd
69
worden (€ 1,2 miljoen). Voor de leningen verstrekt aan het personeel is een nominaal rentepercentage
gehanteerd van 4,0% (2023: 4,0%).
Vordering premiebaten Belastingdienst
Tabel 6.7 Vorderingen premiebaten Belastingdienst (bedragen x € 1 miljoen)
Algemene
Ouderdomswet
Algemene
nabestaandenwet
Vorderingen per
31-12-2024
Vordering inzake december ontvangen premiebaten
2.084,4
10,6
2.095,0
Te ontvangen met betrekking tot afrekening LH 2022
-989,0
-0,4
-989,4
Te ontvangen met betrekking tot afrekening IH 2020
1.080,1
4,3
1.084,5
Te ontvangen premiebaten inzake verschoven kasbasis
2.861,3
19,5
2.880,8
Te vorderen premiebaten Belastingdienst per 31 december 2024
5.036,9
34,1
5.071,0
De 'te vorderen premiebaten Belastingdienst' omvatten premies die de Belastingdienst in december int
en verrekeningen. Dit zijn enerzijds verrekeningen tussen loonheffing over twee jaar voor het verslagjaar
en anderzijds verrekeningen tussen inkomensheffing over vier jaar voor het verslagjaar. In 2024 is de
loonheffing afgerekend over het belastingjaar 2022 en de inkomensheffing over het belastingjaar 2020.
De te ontvangen premiebaten bestaan uit premies voor de loonheffing, ontvangen in januari 2025 over
2024 en eerder. De omvang van de vordering is stabiel en afhankelijk van de loonheffing die werkgevers
in januari afdragen en de verdeelsleutels die zijn afgesproken voor loonbelasting en premies AOW, Anw
en Wlz.
Per saldo zijn de te vorderen premies eind 2024 hoger dan de te vorderen premies eind 2023. De
stijging zit bij alle posten uit tabel 6.7 (zie ook tabel 6.22 'Premiebaten AOW' en tabel 6.24 'Premiebaten
Anw').
Uitstaande middelen bij het Rijk
De SVB doet aan schatkistbankieren bij het Rijk en de hieruit voortvloeiende vordering- c.q. schuldpositie
wordt op deze rekening verantwoord. De positie wordt beïnvloed door de mutaties rondom de
financiering en de uitgaven van de uitkeringen, waardoor deze is omgeslagen van een schuldpositie
ultimo 2023 naar een vordering ultimo 2024 op het Rijk.
Uitkeringsdebiteuren
De uitkeringsdebiteuren betreffen vorderingen die de SVB op de uitkeringsgerechtigden heeft, inclusief
boetes en maatregelen. Gezien de aard van deze uitkeringsdebiteuren en de complexiteit rondom de
invordering, is de kans groot dat een substantieel deel van deze gelden niet meer zal worden
terugontvangen.
Op basis van nieuwe inzichten is een grondige analyse uitgevoerd van deze positie. Uit deze analyse is
gebleken dat de bestaande voorziening oninbare uitkeringsdebiteuren onvoldoende was en dat een
aanpassing noodzakelijk is. Hierdoor is de voorziening in 2024 verhoogd met € 47,9 miljoen. Deze
toename vloeit voort uit een schattingswijziging die noodzakelijk bleek om de verwachte realisatiewaarde
van de uitkeringsdebiteuren correct weer te geven. De voorziening is in mindering gebracht op de
vordering.
Overige vorderingen dienstverlening
De overige vorderingen bestaan uit nog te ontvangen interest op de rekening-courant met het Rijk. In
2024 is de rente op de rekening-courant met het ministerie van SZW het gehele jaar positief waardoor de
rentebaten ad € 224,1 miljoen (2023: € 204,3 miljoen) als een vordering op de balans tot uitdrukking
komt.
70
Overlopende activa dienstverlening
De post overlopende activa dienstverlening betreft grotendeels nog te ontvangen premies. Dit betreft
een regeling waarbij burgers zich vrijwillig kunnen verzekeren voor de AOW en Anw.
Dit is van toepassing op burgers die al dan niet tijdelijk in het buitenland verblijven en in die periode
anders niet verzekerd zouden zijn voor de AOW en de Anw.
Rekening-courant niet-SV regelingen
De rekening-courant stand betreft het saldo van de vorderingen en schulden met de niet-SV-regelingen.
Vrijwel het gehele saldo is toe te rekenen aan V&O ( € 0,1 miljoen). De resterende vordering heeft deels
betrekking op VZA (€ 0,03 miljoen) en deels op TNS (€ 0,04 miljoen).
Debiteuren
De toename in het saldo van de debiteuren komt door de herrubricering van crediteuren met een
debetsaldo per 31 december 2024.
Overige vorderingen bedrijfsvoering
Overige vorderingen bedrijfsvoering bestaan voornamelijk uit de afrekening met ISBG (€ 1,7 miljoen).
Doordat het ISBG minder aanvragen heeft beoordeeld dan vooraf ingeschat, vallen de daadwerkelijke
kosten lager uit dan begroot. De SVB heeft een voorschot aan het ISBG uitbetaald op basis van de
begrote kosten. Het verschil van € 1,7 miljoen tussen de daadwerkelijke kosten van € 1,5 miljoen en het
voorschot van € 3,2 miljoen zal in 2025 afgerekend worden. De overige € 0,6 miljoen zijn vorderingen op
diverse overige instanties.
Overlopende activa bedrijfsvoering
Tabel 6.8 Overlopende activa bedrijfsvoering (bedragen x € 1 miljoen)
31-12-2024
31-12-2023
Vooruitbetaalde kosten
8,8
6,7
Sociaal Attachés
0,1
-
Totaal Overlopende activa Bedrijfsvoering
8,9
6,7
De post overlopende activa bedrijfsvoering heeft betrekking op vooruitbetaalde kosten zoals onder
andere licentiekosten en ov-abonnementen. De stijging van de overlopende activa ten opzichte van
voorgaand jaar is te verklaren door de vooruitbetaling op nieuwe langdurige licenties.
4. Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit vrij opneembare banktegoeden.
Passiva
5. Fondsvermogen AOW/Anw
Tabel 6.9 Fondsvermogen (bedragen x € 1 miljoen)
Boekwaarde per
1 januari 2024
Mutaties
Boekwaarde per
31 december 2024
Algemene Ouderdomswet
-466,1
1.805,2
1.339,0
Normvermogen
1.013,0
-115,3
897,7
Vermogenstekort/-overschot
-1.479,1
1.920,5
441,4
Algemene nabestaandenwet
2.668,6
-138,2
2.530,4
Normvermogen
9,0
-9,0
0,0
Vermogenstekort/-overschot
2.659,6
-129,2
2.530,4
Fondsvermogen AOW/Anw
2.202,5
1.667,0
3.869,5
71
Het AOW-fonds is afgesloten met een toe te rekenen saldo van baten en lasten aan het fondsvermogen
van €1.805,2 miljoen en het Anw-fonds met een negatief saldo van € 138,2 miljoen aan het
fondsvermogen (zie tabel 6.21 'Uitsplitsing van baten en lasten AOW’ en tabel 6.23 'Algemene
nabestaandenwet'). Deze saldi zijn met de respectievelijke fondsvermogens verrekend (rekening
houdend met de mutaties in de egalisatiereserve en het bestemmingsfonds).
Het fondsvermogen bestaat uit het normvermogen en het vermogenstekort/-overschot. Jaarlijks stelt de
SVB het normvermogen vast. Het streven is om het vermogenstekort/-overschot jaarlijks op nihil te
hebben.
Het vermogensoverschot bij de AOW wordt met name veroorzaakt door een hogere Financiering door
het Rijk. De afname van het fondsvermogen bij de Anw wordt veroorzaakt door de inkomsten uit premies
die sinds 2017 lager zijn dan het totaal van de uitkeringslasten en uitvoeringskosten. Vanaf 2017 is het
premietarief door het Rijk verlaagd met als doel om het overschot in het fondsvermogen geleidelijk af te
bouwen door middel van een jaarlijks tekort. Dit is te zien in de Tabel 6.20 'Algemene Ouderdomswet' en
tabel 6.23 'Algemene nabestaandenwet'.
Het uitgangspunt bij het normvermogen is een liquiditeit neutrale financiering. Ultimo 2024 is bij de ANW
de schuldenpositie hoger dan de vorderingenpositie waardoor er een negatief vermogen ontstaat bij de
ANW. Aangezien een negatief vermogen niet is toegestaan, is het normvermogen ultimo 2024 op nihil
gesteld.
6. Bestemmingsfondsen
Tabel 6.10 Bestemmingsfondsen (bedragen x € 1 miljoen)
Boekwaarde per
1-1-2024
Mutaties
Boekwaarde per
31-12-2024
Bestemmingsfonds ICT
3,9
-
3,9
Totaal Bestemmingsfonds ICT
3,9
-
3,9
De SVB heeft met ingang van boekjaar 2021 een bestemmingsfonds ICT. In een brief van
7 december 2021 heeft de staatssecretaris van SZW hier toestemming voor gegeven. In de
waarderingsgrondslagen zijn de kaders verder uitgewerkt. Het ministerie heeft bepaald dat het
bestemmingsfonds een plafond kent van € 7,0 miljoen.
In 2024 hebben geen mutaties binnen het bestemmingsfonds plaatsgevonden.
7. Egalisatiereserve
Tabel 6.11 Egalisatiereserve ( bedragen x € 1 miljoen)
Boekwaarde per
1-1-2024
Mutaties
Boekwaarde per
31-12-2024
Egalisatiereserve
14,6
-2,7
11,9
Totaal Egalisatiereserve
14,6
-2,7
11,9
Het saldo tussen de uitvoeringskosten en het beschikbare budget inzake de bedrijfsvoering van de SVB
in het SV-domein is, conform de SUWI-richtlijnen, onttrokken uit de egalisatiereserve. De mutatie van
€ 2,7 miljoen is een negatief saldo van baten en lasten op het SV-domein van € 2,7 miljoen.
De egalisatiereserve mag conform artikel 5.10a van de regeling SUWI, in 2024 maximaal € 15,8 miljoen
bedragen.
72
8. Voorzieningen
Tabel 6.12 Voorzieningen (bedragen x € 1 miljoen)
Boekwaarde per
1-1-2024
Mutaties
Boekwaarde per
31-12-2024
Inzake organisatiewijzigingen
1,6
-0,1
1,5
Overige voorzieningen
28,8
-1,6
27,2
Totaal Voorzieningen
30,4
-1,7
28,7
In onderstaande tabellen worden de voorzieningen nader toegelicht. De kosten voortvloeiend uit de
voorzieningen worden toegerekend aan de wetten en regelingen.
Tabel 6.13 Voorzieningen inzake organisatiewijzigingen (bedragen x € 1 miljoen)
Aantal
personen*
Stand
per
Dotatie Onttrekking Vrijval Stand per
Uitsplitsing looptijd
1-1-
2024
31-12-
2024
< 1jaar
> 1jaar
Sociaal Plan en Frictiekosten
2
0,3
0,1
-0,3
-0,1
0,0
0,0
-
Kosten Sociaal Plan en WW**
37
1,3
1,6
-1,0
-0,6
1,3
0,9
0,4
D-PGB
3
0,0
0,2
0,0
0,0
0,2
0,2
-
Reorganisaties SVB
1
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
-
Totaal
43
1,6
1,9
-1,3
-0,7
1,5
1,1
0,4
* Betreft aantal personen per 31 december 2024.
** Is inclusief de wachtgelden voorziening.
Voorziening sociaal plan- en frictiekosten
In deze voorziening zijn de verwachte toekomstige uitgaven opgenomen die voortkomen uit de
reorganisatie als gevolg van veranderingen uit 'SVB Tien' (project vervanging primaire systeem) en de
efficiencytaakstellingen 2012-2015, die in 2011 zijn opgelegd. De voorziening betreft kosten voor salaris
gedurende boventalligheid, WW-uitkeringen en een bovenwettelijke regeling. De onttrekking voor het
boekjaar 2024 bedraagt € 0,3 miljoen. De vrijval van € 0,1 miljoen is ontstaan omdat niet de maximale
uitkeringen nodig waren. Het resterend gedeelte van de voorziening per 31 december 2024 betreft twee
oud-medewerkers.
Voorziening kosten sociaal plan en WW
In deze voorziening zijn de kosten die voortvloeien uit het eigen risicodragerschap voor de WW
verantwoord. Met ingang van boekjaar 2021 is de voorziening pensioenregister samengevoegd met
deze voorziening.
De dotatie van € 1,6 miljoen heeft vrijwel geheel betrekking op nieuwe instroom in 2024.
De vrijval van € 0,6 miljoen is het gevolg van kortingen op uitkeringen voor inkomsten en van het
vervallen van de voorziening omdat rechthebbenden ander werk hebben gevonden.
De onttrekking van € 1,0 miljoen betreft de feitelijke kosten van WW-uitkering en bovenwettelijke
uitkering in het boekjaar 2024.
Voorziening Dienstverlening PGB
Als gevolg van een afname van het werkaanbod bij Dienstverlening PGB in eerdere jaren, heeft de SVB
destijds gewerkt aan het afbouwen van het werknemersbestand. Daarnaast is er beperkt sprake van
nieuwe instroom.
De SVB is eigen risicodrager voor verplichtingen uit hoofde van eventuele werkloosheid en heeft de
verwachte te betalen bedragen voorzien.
Voorziening reorganisaties SVB
Deze voorziening is gevormd voor kosten die voortvloeien uit de concentratie van locaties van de SVB
(eind jaren ’90). Het betreft de kosten van wachtgelden, die eind 2024, op een minimaal bedrag na,
volledig zijn uitbetaald waarna de voorziening eind 2025 wordt beëindigd.
73
Tabel 6.14 Overige voorzieningen (bedragen x € 1 miljoen)
Stand
per Dotatie Onttrekking Vrijval
Stand per
Uitsplitsing looptijd
1-1-2024
31-12-2024
korter dan 1 jaar langer dan 1 jaar
Eigen risicodragerschap WIA
10,7
6,6
-1,0
-3,2
13,1
1,5
11,6
Toeslagen op pensioenen
0,2
-
0,0
-0,2
-
-
-
Jubileumgratificaties
5,4
0,4
-0,5
-0,7
4.6
0,5
4,1
Groot onderhoud
12,4
2,8
-5,7
-
9,5
3,3
6,2
Juridische procedures
0,1
-
0,0
-0,1
-
-
-
Totaal
28,8
9,8
-7,2
-4,2
27,2
5,3
21,9
Voorziening eigen risicodragerschap WIA
De dotatie van € 6,6 miljoen is het gevolg van de groei van het aantal medewerkers dat in de regeling is
ingestroomd alsmede van een geschat bedrag voor de groep potentiële instromers (langdurig zieken, dit
zijn (oud-) medewerkers die meer dan 18 maanden ziek zijn).
De vrijval van € 3,2 miljoen is het gevolg van lagere uitkeringsrechten bij eigen inkomsten, herkeuring of
aanpassing van het type uitkering, waarbij het UWV een lagere bijdrage bij de SVB in rekening brengt.
Ook zijn enkele medewerkers uitgestroomd omdat zij in de IVA-regeling zijn ingestroomd, waar SVB
geen bijdrage voor verschuldigd is.
De onttrekking van € 1,0 miljoen betreft de WGA-uitkeringen die UWV over 2024 aan SVB in rekening
heeft gebracht.
Voorziening toeslagen op pensioenen
Deze voorziening heeft betrekking op de kosten die voortvloeien uit de overdracht van de uitvoering van
de Kinderbijslagwet uit 1962. Per ultimo 2024 is deze voorziening geheel vrijgevallen vanwege de
geringe omvang (€ 0,2 miljoen) en het ontbreken van toekomstige instroom.
Voorziening jubileumgratificaties
Deze voorziening heeft betrekking op de kosten van jubileumuitkeringen bij het bereiken van een
dienstverband van 25 jaar en 40 jaar. In 2024 is in totaal € 0,5 miljoen uitgekeerd. De dotatie van
€ 0,4 miljoen wordt veroorzaakt door het effect van de cao-verhoging. De vrijval van € 0,7 miljoen is
ontstaan door een hogere discontovoet die voor het contant maken van de uitkeringen is gehanteerd en
door het uit dienst gaan van medewerkers waardoor zij geen recht meer hebben op een gratificatie.
Voorziening groot onderhoud
De SVB vormt ter egalisatie van de onderhoudskosten met betrekking tot de bouwkundige kosten een
voorziening voor groot onderhoud. In 2024 heeft een dotatie van € 2,8 miljoen plaatsgevonden en een
onttrekking van € 5,7 miljoen voor uitgevoerde werkzaamheden in 2024, voornamelijk vervanging van
vliesgevels in het pand van Amstelveen.
Voorziening juridische procedures
Deze voorziening heeft betrekking op lopende juridische procedures. Er zijn geen lopende procedures
waarvan verwacht wordt dat deze kosten met zich meebrengen.
9. Langlopende schulden
Tabel 6.15 Langlopende schulden (bedragen x € 1 miljoen)
31-12-2024
31-12-2023
Remigratiewet
1,2
1,2
Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014
0,1
0,1
Totaal Langlopende schulden
1,3
1,3
74
De langlopende schulden betreft een schuld aan het ministerie van SZW, die is ontstaan door de
overgang van het afrekenen op kasbasis naar het afrekenen op transactiebasis. In 2024 zijn er geen
mutaties geweest.
10. Kortlopende schulden
Tabel 6.16 Kortlopende schulden (bedrag x € 1 miljoen)
31-12-2024
31-12-2023
Dienstverlening
Te betalen uitkeringen
2.940,9
2.767,7
Rekening-courant niet-SV-regelingen
769,0
574,9
Af te dragen loonheffing en premies
384,3
348,4
Overige schulden
0,4
0,4
Te verrekenen Rijksbijdragen SV-regelingen
11,0
65,4
Openstaande middelen van het Rijk
0,0
121,4
Totaal Dienstverlening
4.105,7
3.878,3
Bedrijfsvoering
Crediteuren
3,4
1,6
Overige schulden
16,2
15,0
Belastingen en sociale premies
16,7
15,0
Te betalen pensioenpremie
4,2
3,6
Overlopende passiva
13,9
13,9
Totaal Bedrijfsvoering
54,4
49,1
Totaal Kortlopende schulden
4.160,1
3.927,4
Te betalen uitkeringen
De te betalen uitkeringen bestaan voor het grootste deel uit opgebouwde vakantiegeld aanspraken van
AOW’ers en Anw’ers over de periode mei 2024 tot en met december 2024. Verder bestaan de te betalen
uitkeringen uit de AKW over het vierde kwartaal van 2024, die in het eerste kwartaal van 2025 worden
uitbetaald.
Rekening-courant niet-SV-regelingen
De rekening-courant stand zijn schulden die ontstaan vanwege transacties voor niet-SV-regelingen. Van
het gehele saldo is het overgrote gedeelte toe te rekenen aan PGB-regelingen (€ 761,9 miljoen). De
overige saldi zijn schuldposities die ontstaan vanwege betalingen voor de regelingen GSN (€ 1,3 miljoen)
en V&O (€ 5,7 miljoen).
De vergelijkende cijfers van 2023 zijn, op basis van nieuwe inzichten over hoe vorderingen en schulden
moeten worden gesaldeerd, aangepast. Hierbij is de vordering van € 1.504,3 miljoen en schuld van
€ 2.079,2 miljoen gesaldeerd weergegeven als een schuld van € 574,9 miljoen in de vergelijkende cijfers.
Deze aanpassing is noodzakelijk om een juiste weergave te geven van de vorderingen en de schulden
per ultimo 2023. Deze aanpassing heeft geen invloed op het vermogen en het resultaat ultimo 2023.
Af te dragen loonheffing en premies
De af te dragen loonheffing en premies hebben betrekking op de AOW, Anw en AIO. De stijging wordt
veroorzaakt door een stijging van het aantal AOW-gerechtigden en door de indexatie van de
uitkeringsbedragen op jaarbasis. De jaarlijkse indexatie van 2024 bedroeg 6,9% (2023: 13,6%).
Overige schulden Dienstverlening
De overige schulden dienstverlening bestaan uit de verrekeningen met de gemeenten. Deze
verrekeningen betreffen verleende bijstand voor kredieten door de gemeenten aan
uitkeringsgerechtigden. De SVB heeft deze kredieten overgenomen van de gemeenten. Het saldo loopt
75
af wanneer betreffende kredieten worden afgewikkeld. Derhalve muteert de stand niet ten opzichte van
voorgaand jaar.
Te verrekenen Rijksbijdragen SV-regelingen
De verschuldigde € 11,0 miljoen betreft de afrekening van de budget gefinancierde regelingen met SZW.
In de volgende tabel is de afrekening per wet gespecificeerd.
Tabel 6.17 Te verrekenen Rijksbijdragen SV-regelingen (bedrag x € 1 miljoen)
Programmakosten
Uitvoeringskosten
Totaal
afrekening
Wet of regeling
Realisatie
Voorschot Afrekening Realisatie Voorschot
Afrekening
Algemene Kinderbijslagwet
4.623,1
4.625,1
-2,0
104,5
-
104,5
102,6
Regeling tegemoetkoming
asbestslachtoffers 2014
7,2
7,2
-
2,2
-
2,2
2,2
Aanvullende
Inkomensvoorziening voor
Ouderen, inclusief de tijdelijke
regeling verstrekkingen
gerepatrieerden Afghanistan,
Oekraïne, Soedan en
Gazastrook
467,0
452,7
14,3
39,6
-
39,6
53,9
Wet op het kindgebonden
budget buitenland
17,4
15,6
1,8
8,6
-
8,6
10,4
Wet kinderopvangtoeslag
buitenland, de realisatie
uitvoeringskosten onder
'uitvoeringskosten WKB
buitenland'
1,7
1,4
0,3
-
-
-
0,3
Overbruggingsregeling AOW
1,1
1,3
-0,2
0,0
-
0,0
-0,1
Remigratiewet
38,3
37,5
0,9
2,6
-
2,6
3,5
Regeling bijstand buitenland
0,9
0,8
0,1
0,6
-
0,6
0,7
Regeling CSE, de realisatie
uitvoeringskosten onder
'uitvoeringskosten TAS'
-
-
-
-
-
-
-
Regeling tegemoetkoming
stoffengerelateerde
Beroepsziekten
0,9
4,2
-3,3
2,2
-
2,2
-1,1
-
-
-
-
-
-
-
Voorschot gebundelde
uitvoeringskosten
-
-
-
-
183,2
-183,2
-183,2
Totaal nog te verrekenen
5.157,6
5.145,8
12,0
160,2
183,2
-23,0
-11,0
Openstaande middelen van het Rijk
Het middelenbeheer van de SVB berust bij het Rijk en de hieruit voortvloeiende vordering- c.q.
schuldpositie wordt op deze rekening verantwoord. Deze positie op het Rijk is in 2024 omgeslagen naar
een vordering.
Crediteuren
Het saldo crediteuren in de bedrijfsvoering neemt ten opzichte van 2023 met € 1,8 miljoen toe. Enkele
hoge facturen met betrekking tot IT en huisvesting waren pas eind december 2024 binnengekomen en
per 31 december 2024 nog niet voldaan.
Overige schulden Bedrijfsvoering
De overige schulden bestaan vooral uit de verplichting voor nog niet opgenomen verlofdagen ad
€ 15,9 miljoen (2023: € 14,7 miljoen). De verplichting verlofuren is met € 1,2 miljoen toegenomen. Dit is
voor € 0,8 miljoen het gevolg van de cao-loonstijging waardoor het gemiddeld tarief per verlofuur hoger
is. Voor € 0,4 miljoen is de toename het gevolg van een hoger opgespaard aantal verlofuren.
76
Belastingen en sociale premies
De belastingen en sociale premies hebben betrekking op de personeel gerelateerde nog af te dragen
loonheffingen en premies over de maand december. Stijging ten opzichte van 2023 is mede veroorzaakt
door de cao-stijging, waarmee ook de af te dragen belasting en premies hoger zijn.
Te betalen pensioenpremie
De te betalen pensioenpremie heeft betrekking op de pensioenafdrachten voor de maand december.
Ook deze zijn hoger dan eind 2023 als gevolg van de cao-stijging.
Overlopende passiva
De overlopende passiva bestaan voornamelijk uit nog te betalen posten voor diensten en leveringen in
2024, waarvoor per 31 december nog geen factuur is ontvangen. Hierin zijn geen schulden opgenomen
met een looptijd langer dan één jaar. Het saldo overlopende passiva bestaat voor ongeveer de helft
(€ 6,9 miljoen) uit nog te betalen uren voor inhuur externen en uitzendkrachten.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa
Tabel 6.18 Niet uit balans opgenomen verplichtingen en activa (bedrag x € 1 miljoen)*
31-12-2024
31-12-2023
Korter dan / gelijk aan 1 jaar
34,1
24,3
1 tot en met 5 jaar
4,9
5,1
Langer dan 5 jaar
-
-
Totaal
39,0
29,4
*Er is geen sprake van niet in de balans opgenomen activa
De huur-, lease- en onderhoudsverplichtingen, op basis van de nog niet verstreken termijnen van de
lopende overeenkomsten, bedroegen per balansdatum € 39,0 miljoen (2023: € 29,4 miljoen). Het gaat
hierbij om meerjarige financiële verplichtingen uit langlopende overeenkomsten. Voor de jaarrekening
2024 is dezelfde drempel gehanteerd als in 2023 om de niet in de balans opgenomen verplichtingen te
bepalen. De huidige grens is momenteel vastgesteld op € 150.000.
De stijging van de verplichting is voornamelijk veroorzaakt door bestaande contracten, waarbij in 2024
nieuwe orders zijn geplaatst of gebruik is gemaakt van verlengingsopties. Dit heeft geleid tot een
toename van de contractwaarde en daarmee tot een hogere verplichting. Daarnaast zijn in 2024 nieuwe
contracten afgesloten, die per saldo € 2,7 miljoen aan extra verplichtingen met zich meebrengen.
Er zijn geen overeenkomsten met een looptijd langer dan 5 jaar.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa inzake fondsen
Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa van de fondsen zijn hier niet weergegeven, omdat
die volledig worden afgedekt door toekomstige financiering door het Rijk.
77
6.7
Toelichting op de staat van baten en lasten
In de toelichting van de staat van baten en lasten wordt als eerste de staat van baten en lasten totaal SVB
gepresenteerd waarna onderscheid wordt gemaakt naar premie gefinancierde regelingen en budget
gefinancierde regelingen. Daarnaast worden de niet-SV taken en de uitvoeringskosten separaat
toegelicht.
Tabel 6.19 Toelichting staat van baten en lasten (bedragen x € 1 miljoen)
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Baten
Premies
23.745,5
26.633,7
24.493,1
Bijdrage in de kosten van kortingen
3.066,4
3.162,0
2.802,1
Financiering door het Rijk
33.145,9
27.665,4
22.528,6
Overige baten
218,7
2,0
201,4
Toegerekende uitvoeringskosten SVB aan derden
111,1
113,5
104,1
Opbrengst derden
9,2
8,4
10,3
Toegerekende opbrengsten SVB aan derden
-0,2
-0,2
-0,1
Totaal Baten
60.296,7
57.584,8
50.139,5
Lasten
Uitkeringen
Uitkeringen
57.443,7
56.839,2
53.099,0
Bijdrage vergoeding Zvw
673,7
666,0
623,1
Tegemoetkomingen
5,9
5,0
5,6
Totaal Uitkeringen
58.123,3
57.510,2
53.727,7
Uitvoeringskosten
Personeelskosten
412,1
399,2
380,4
Huisvestingskosten
26,5
26,1
23,9
Automatiseringskosten
45,0
56,7
39,8
Bureaukosten
5,1
5,0
4,9
Diensten en diversen
19,1
19,6
16,6
Totaal Uitvoeringskosten
507,8
506,6
465,6
Overige lasten
1,3
0,0
1,2
Totaal Lasten
58.632,4
58.016,8
54.194,5
Saldo van baten en lasten
1.664,3
-432,0
-4.055,0
Bestemming saldo van baten en lasten
Vermogenstekort/-overschot
1.791,3
-307,0
-3.540,4
Normvermogen
-124,3
-125,0
-513,0
Bestemmingsfonds ICT
0,0
0,0
-3,1
Egalisatiereserve
-2,7
0,0
1,5
Saldo van baten en lasten
1.664,3
-432,0
-4.055,0
78
Premie gefinancierde regelingen 2024
11. Algemene Ouderdomswet
Tabel 6.20 Algemene Ouderdomswet (bedragen x € 1 miljoen)
R2024
B2024
R2023
Baten
Premies
23.584,8
26.437,5
24.327,9
Bijdrage in de kosten van kortingen
3.066,4
3.162,0
2.802,1
Financiering door het Rijk
27.828,0
22.561,0
17.543,4
Opbrengst derden
5,1
4,6
5,4
Overige baten
111,4
-
103,8
Baten
54.595,8
52.165,0
44.782,6
Lasten
Uitkeringen
51.926,2
51.585,0
47.934,5
Bijdrage vergoeding Zvw
649,1
645,0
599,2
Uitvoeringskosten
217,4
195,0
187,9
Overige lasten
0,7
-
0,8
Lasten
52.793,3
52.425,0
48.722,4
Saldo van baten en lasten
1.802,5
-260,0
-3.939,8
Uitsplitsing saldo van baten en lasten AOW
Tabel 6.21 Uitsplitsing van baten en lasten AOW (bedragen x € 1 miljoen)
Algemene Ouderdomswet
R2024
B2024
R2023
Saldo van baten en lasten n.a.v. mutatie fondsvermogen
1.805,2
-260,0
-3.938,2
Saldo van baten en lasten Bedrijfsvoering
-2,7
-
-1,6
Saldo van baten en lasten AOW
1.802,5
-260,0
-3.939,8
Het saldo van baten en lasten Bedrijfsvoering betreft het resultaat op de uitvoeringskosten SV en loopt tot
op heden via de AOW. De SVB is in gesprek met het ministerie van SZW om hier een structurele
oplossing voor te vinden, zodat de verwerking van het saldo van baten en lasten beter aansluit op de wet-
en regelgeving van het SUWI-domein.
Het saldo van baten en lasten AOW wordt verwerkt in het fondsvermogen van € 1.805,2 miljoen (zie tabel
6.9 ‘Fondsvermogen’) en in de egalisatiereserve € 2,7 miljoen ( zie tabel 6.11 ‘Egalisatiereserve’).
Premies
De premiebaten zijn toegerekend volgens de EMU-definitie, die is toegelicht bij de
waarderingsgrondslagen. In de premiebaten van 2024 is een aantal afrekeningen opgenomen.
79
Tabel 6.22 Premiebaten (bedragen x € 1 miljoen)
Algemene Ouderdomswet
R 2024
R 2023
Premies loonheffing
27.574,4
26.981,3
Premies inkomensheffing
-4.090,6
-2.640,5
Premies
23.483,8
24.340,8
Afrekeningen
Loonheffing 2022
-989,0
-
Loonheffing 2021
-514,2
Inkomensheffing 2020
1.080,1
-
Inkomensheffing 2019
491,4
Totaal afrekeningen
91,2
-22,8
Vrijwillige premies
9,8
9,9
Totaal premiebaten
23.584,8
24.327,9
In 2024 zijn de verdeling van de ontvangsten van de gecombineerde heffing van premies
volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz), de loonheffing 2022 en inkomensheffing 2020 afgerekend met
de Belastingdienst. Per saldo heeft het Rijk € 91,2 miljoen verrekend ten gunste van het AOW-fonds. De
afrekeningen zijn het gevolg van een afwijking tussen de voorlopige verdeling, die voorafgaand aan het
belastingjaar is vastgesteld, en de gerealiseerde verdeling bij het opstellen van de afrekening. Hierdoor
is over de belastingjaren 2020 en 2022 een te klein deel van de heffingen betaald aan het AOW-fonds.
Dit leidt tot een nabetaling ten gunste van het fonds. Per saldo zijn de nabetalingen bij de AOW hoger
dan in 2023.
Bijdrage in de kosten van kortingen
Met de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 is het systeem van belastingvrije sommen
vervangen door een systeem van heffingskortingen. Dit had tot gevolg dat sprake is van een daling van
opbrengsten van premies voor de AOW. De bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) compenseert de
fondsen AOW en Anw voor die daling. De hoogte van de BIKK wordt jaarlijks berekend met behulp van
een in de Wet financiering sociale verzekeringen vastgelegde formule (artikel 15).
De hoogte van de heffingskorting en de premietarieven zijn enkele van de variabelen in deze formule.
Financiering door het Rijk
De premiebaten en de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) zijn bij de AOW onvoldoende om de
uitkeringen en uitvoeringskosten te financieren. Daarom wordt van het rijk een aanvullende financiering
ontvangen. In 2024 bedroeg de aanvullende financiering € 27.828,0 miljoen.
Opbrengst derden
De opbrengst derden heeft betrekking op de reguliere huuropbrengsten en opbrengsten met
betrekking tot detachering van personeel. De opbrengst derden heeft betrekking op het AOW-fonds
toebedeelde deel.
Overige baten
De overige baten bestaan uit interestbaten op de rekening-courant, invorderingsrente op de door de
Belastingdienst geïnde premies AOW en Anw, boetes en maatregelen die de SVB heeft opgelegd aan
klanten. De invorderingsrente en opgelegde boetes en maatregelen zijn niet opgenomen in de
begroting.
80
Uitkeringen
De uitkeringslasten AOW zijn gestegen in 2024. Dit komt doordat het aantal AOW-gerechtigden is
toegenomen en doordat de uitkeringsbedragen voor de AOW zijn gestegen. De AOW-bedragen zijn
gekoppeld aan het nettominimumloon. Per 1 januari 2024 is het minimumloon met 3,74% verhoogd, per
1 juli 2024 is het nog eens met 3,08% verhoogd. De uitkeringslasten stegen met € 3.991,7 miljoen (2023:
€ 3.903,9 miljoen). De verhoging van de uitkeringsbedragen was ook hoger dan waar in de begroting
van juni 2023 rekening mee was gehouden. De AOW-uitkeringen zijn inclusief € 217,6 miljoen (2023:
€ 196,2 miljoen) aan inkomensondersteuning AOW.
Bijdrage vergoeding Zvw
De bijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds Zvw is met € 49,9 miljoen gestegen tot € 649,1 miljoen (2023:
€ 599,2 miljoen). Dit is een vergoeding voor het verschil tussen het hoge en lage tarief van de
inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Het verschil in het tarief is voor 2023 en
2024 onveranderd en betreft 1,25%. De stijging van de bijdrage vergoeding Zvw wordt veroorzaakt door
een stijging in de uitkeringslasten van de AOW.
12. Algemene nabestaandenwet
Tabel 6.23 Algemene nabestaandenwet (bedragen x € 1 miljoen)
R2024
B2024
R2023
Baten
Premies
160,6
196,2
165,2
Opbrengst derden
0,3
0,3
0,3
Overige baten
94,4
-
88,3
Baten
255,4
196,5
253,8
Lasten
Uitkeringen
352,2
331,0
330,9
Werkgeversbijdrage Zvw
20,0
21,0
19,7
Tegemoetkomingen
5,9
5,0
5,6
Uitvoeringskosten
15,3
11,5
12,8
Overige lasten
0,1
-
-
Lasten
393,5
368,5
369,0
Saldo van baten en lasten
-138,2
-172,0
-115,2
Het saldo van baten en lasten Anw wordt bestemd door middel van een mutatie in het fondsvermogen
van € 138,2 miljoen (zie tabel 6.9 ‘Fondsvermogen’).
81
Tabel 6.24 Premiebaten Anw (bedragen x € 1 miljoen)
Algemene nabestaandenwet
R 2024
R 2023
Premies loonheffing
188,6
183,8
Premies inkomensheffing
-31,9
-17,9
Premies
156,7
165,9
Afrekeningen
Loonheffing 2022
-0,4
-
Loonheffing 2021
-1,8
Inkomensheffing 2020
4,3
-
Inkomensheffing 2019
1,1
Totaal afrekeningen
3,9
-0,7
Vrijwillige premies
Totaal premiebaten
160,6
165,2
Per 2024 zijn de verdeling van de ontvangsten van de gecombineerde heffing van premies
volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz), de loonheffing 2022 en inkomensheffing 2020 afgerekend met
de Belastingdienst. Per saldo heeft het Rijk € 3,9 miljoen verrekend ten gunste van het Anw-fonds. De
afrekeningen zijn een gevolg van een afwijking tussen de voorlopige verdeling, die voorafgaand aan het
belastingjaar is vastgesteld en de gerealiseerde verdeling bij het opstellen van de afrekening. Hierdoor is
over de belastingjaren 2020 en 2022 een te klein deel van de heffingen betaald aan het Anw-fonds. Dit
leidt tot een nabetaling ten gunste van het fonds. Per saldo zijn de nabetalingen bij de Anw hoger dan in
2023.
Bijdrage in de kosten van kortingen
Met de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 is het systeem van belastingvrije sommen
vervangen door een systeem van heffingskortingen. Dit had tot gevolg dat sprake is van een daling van
opbrengsten van premies voor de Anw. De bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) compenseert de
fondsen AOW en Anw voor die daling. De hoogte van de BIKK wordt jaarlijks berekend met behulp van
een in de Wet financiering sociale verzekeringen vastgelegde formule (artikel 15).
De hoogte van de heffingskorting en de premietarieven zijn enkele van de variabelen in deze formule. Bij
een negatieve uitkomst van de formule wordt de BIKK op nihil vastgesteld. Dit is in zowel 2024 als in 2023
bij de Anw van toepassing.
Opbrengst derden
De opbrengst derden heeft betrekking op de reguliere huuropbrengsten en opbrengsten met
betrekking tot detachering van personeel. De opbrengst derden wordt verdeeld over de SV-fondsen.
Overige baten
De overige baten bestaan uit interestbaten op de rekening-courant, invorderingsrente op de door de
Belastingdienst geïnde premies AOW en Anw, boetes en maatregelen die de SVB heeft opgelegd aan
klanten. De invorderingsrente en opgelegde boetes en maatregelen zijn niet opgenomen in de
begroting.
Uitkeringen
De Anw-uitkeringslasten zijn iets hoger dan 2023. Sinds in 1996 de Algemene Weduwen- en Wezenwet
(AWW) is vervangen door de Anw, komen minder nabestaanden in aanmerking voor een uitkering en
daalt het aantal gerechtigden geleidelijk. Nu hebben alleen nog nabestaanden met kinderen jonger dan
82
18 jaar en arbeidsongeschikte nabestaanden recht op Anw. De daling in aantal gerechtigden heeft zich in
2024 voortgezet.
Echter zijn in 2024 de Anw-uitkeringen gestegen met € 21,3 miljoen (2023: € 27,5 miljoen). De stijging is
enerzijds te verklaren doordat de uitkeringsbedragen voor de Anw gemiddeld 6,9% gestegen zijn en
anderzijds doordat de vorming van de voorziening uitkeringsdebiteuren. De stijging van de
uitkeringslasten wordt ook veroorzaakt door de vorming van de voorziening uitkeringsdebiteuren. De
Anw is een inkomensafhankelijke regeling waardoor er een beperkte afloscapaciteit kan ontstaan.
Hierdoor is de inbaarheid van de vorderingen beperkt waardoor een voorziening uitkeringsdebiteuren is
gevormd voor € 12,4 miljoen.
Binnen Anw zijn er meerdere oude vorderingen waardoor percentueel Anw een hogere voorziening
heeft.
Werkgeversbijdrage Zvw
De werkgeversbijdrage Zvw is met € 0,3 miljoen gestegen tot € 20,0 miljoen (2023: € 19,7 miljoen). Dit is
een heffing voor de rekening van de SVB. Het tarief is in 2024 gedaald tot 6,57% ( 2023: 6,68%). Echter
de stijging in de werkgeversbijdrage Zvw is het gevolg van de stijging van de uitkeringsbedragen.
Tegemoetkoming
De tegemoetkoming voor nabestaanden, welke als aanvulling op de Anw-uitkering dient, is in lijn met
voorgaand jaar.
Budget gefinancierde regelingen
Met uitzondering van de AOW en de Anw, worden de wetten en regelingen die de SVB uitvoert direct
gefinancierd door het Rijk. Op basis van de door de SVB ingediende begroting wordt een bijdrage
toegekend die, conform het uitkeringspatroon, gedurende het jaar wordt uitbetaald. Ultimo jaar wordt
het verschil tussen realisatie en begroting met het ministerie van SZW afgerekend.
De opbrengst derden heeft betrekking op de reguliere huuropbrengsten en opbrengsten met
betrekking tot detachering van personeel. De opbrengst derden wordt verdeeld over de SV-fondsen.
De overige baten bestaan uit interestbaten op de rekening-courant, boetes en maatregelen die de SVB
heeft opgelegd aan klanten. De invorderingsrente en opgelegde boetes en maatregelen zijn niet
opgenomen in de begroting.
13. Kindregelingen
Tabel 6.25 Kindregelingen (bedragen x € 1 miljoen)*
R2024
B2024
R2023
Baten
Financiering door het Rijk
4.755,3
4.546,6
4.484,8
Opbrengst derden
2,7
2,5
3,3
Overige baten
11,4
2,0
7,8
Baten
4.769,5
4.551,0
4.495,9
Lasten
Uitkeringen
4.653,1
4.412,7
4.379,6
Uitvoeringskosten
115,8
138,3
115,9
Overige lasten
0,5
-
0,4
Lasten
4.769,4
4.551,0
4.495,9
Saldo van baten en lasten
-
-
-
* Kindregelingen betreft de Algemene Kinderbijslagwet, Wet op het kindgebonden budget en Wet kinderopvang.
83
Tabel 6.26 Uitsplitsing Kindregelingen (bedragen x € 1 miljoen)
Uitkeringslasten
Uitvoeringskosten
R2024
B2024
R2023
R2024
B2024
R2023
Algemene Kinderbijslagwet
4.634,2
4.399,0
4.364,9
107,1
128,1
106,4
Wet op het kindgebonden budget
17,3
12,3
13,4
8,8
10,2
9,3
Wet kinderopvang
1,7
1,4
1,3
-
-
-
Saldo van baten en lasten
4.653,1
4.412,7
4.379,6
115,8
138,3
115,9
In de verantwoording Kindregelingen worden de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), de Wet op het
kindgebonden budget (WKB) en de Wet kinderopvang (Wko) samengevoegd. Om inzicht te blijven
houden in de gerealiseerde uitkeringslasten en uitvoeringskosten per wet, is een uitsplitsing op
wetsniveau gemaakt.
De uitkeringslasten AKW zijn inclusief de AKW+. De AKW+ betreft een aanvullende bijdrage voor
alleenstaande of alleenverdienende ouders met één of meer thuiswonende kinderen die intensieve zorg
nodig hebben. De uitkeringslasten van de AKW zijn hoger dan geraamd. Per 1 januari 2024 is de AKW
geïndexeerd met 1,04% en zijn de bedragen nominaal verhoogd met € 21,53 voor 12 tot 17-jarige
kinderen. Per 1 juli 2024 bedroeg de indexatie 0,87% voor 0 tot 17-jarige kinderen en zijn de bedragen
nominaal verlaagd met € 0,33 voor 12 tot 17-jarige kinderen. In de Juninota 2023 was geen rekening
gehouden met de nominale verhoging van de begroting per 1 januari 2024. Daarnaast is de stijging in de
uitkeringslasten voor € 6,6 miljoen te verklaren door de vorming van de voorziening
uitkeringsdebiteuren.
De SVB betaalt uitkeringen voor de WKB en de Wko aan klanten waarbij sprake is van samenloop met
buitenlandse uitkeringen. De SVB vult voor deze klanten de buitenlandse gezinsbijslag aan. Het
overgrote deel van de WKB en Wko wordt uitbetaald door de Belastingdienst, de SVB betaalt alleen uit
aan een groep specifieke klanten. Of en hoeveel WKB en Wko aan deze groep wordt uitbetaald hangt af
van veel factoren zoals of een gerechtigde in Nederland woont of werkt, het inkomen van de
gerechtigde, het land waar het kind woont, het woonland en het eventuele werk van de partner en de
hoogte van de gezinsbijslag die het andere land uitbetaalt. Hierdoor fluctueert het aantal gerechtigden
en de hoogte van de gemiddelde uitkering sterk.
De uitkeringslasten van de WKB zijn hoger dan begroot. Zowel het aantal kinderen waar WKB voor wordt
uitbetaald als het gemiddeld uitgekeerde bedrag is hoger dan geraamd. Ook zijn er meer herzieningen
van uitkeringen geweest. De stijging in de uitkeringslasten is voor € 0,4 miljoen te verklaren door de
vorming van de voorziening uitkeringsdebiteuren.
De uitkeringslasten van de Wko zijn hoger dan voorgaand jaar en de begroting doordat het gemiddeld
uitgekeerde bedrag hoger was dan geraamd. Bij de Wko waren er meer herzieningen. Daarnaast is de
stijging in de uitkeringslasten voor € 0,1 miljoen te verklaren door de vorming van de voorziening
uitkeringsdebiteuren.
84
14. Aanvullende inkomensvoorziening ouderen
Tabel 6.27 Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (bedragen x € 1 miljoen)*
R2024
B2024
R2023
Baten
Financiering door het Rijk
506,6
486,1
445,9
Opbrengst derden
1,0
0,9
1,1
Overige baten
0,8
-
0,9
Baten
508,3
486,9
447,9
Lasten
Uitkeringen
463,2
447,0
406,4
Bijdrage vergoeding Zvw
4,5
-
4,1
Uitvoeringskosten
40,6
39,9
37,4
Lasten
508,3
486,9
447,9
Saldo van baten en lasten
-
-
-
* AIO is inclusief de tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden Oekraïne, Soedan, Gazastrook en vanaf 2024 ook
gerepatrieerden uit Libanon. In 2023 gaf de SVB nog uitvoering aan gerepatrieerden uit Afghanistan.
De Aanvullende inkomensvoorzieningen ouderen (AIO) is bedoeld voor mensen die in Nederland wonen
en een laag inkomen hebben. Middels de AIO uitkering worden de inkomens aangevuld tot het sociaal
minimum.
De uitkeringslasten van de tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden bedraagt € 0,2 miljoen
(2023: € 0,4 miljoen). De uitkeringslasten AIO zijn hoger dan begroot en tevens hoger dan voorgaand
jaar. Stijging in de uitkeringslasten kent meerdere redenen. De normbedragen en de bijstandsnorm zijn
gestegen door verhoging van het minimumloon, wat resulteert in een indexatie van 7,1%. Omdat het
gemiddelde inkomen van de gerechtigden minder is toegenomen door onder andere afschaffen van
schuldig nalatig in de AOW, geeft dit een extra verhogend effect op het gemiddelde AIO uitkering.
Daarnaast heeft een hogere instroom van aantal uitkeringsgerechtigden plaatsgevonden.
Naast de hiervoor genoemde componenten, wordt de stijging deels ook verklaard door de vorming van
de voorziening uitkeringsdebiteuren. De AIO is een inkomensafhankelijke regeling waardoor er een
beperkte afloscapaciteit kan ontstaan. Hierdoor is de inbaarheid van de vorderingen beperkt waardoor
een voorziening uitkeringsdebiteuren is gevormd voor € 15,2 miljoen.
15. Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014
Tabel 6.28 Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 (bedragen x € 1 miljoen)
R2024
B2024
R2023
Baten
Financiering door het Rijk
9,4
8,1
9,2
Baten
9,4
8,1
9,2
Lasten
Uitkeringen
7,2
6,5
6,9
Uitvoeringskosten
2,2
1,6
2,3
Lasten
9,4
8,1
9,2
Saldo van baten en lasten
-
-
-
De regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 (TAS) is voor de mensen die ziek zijn geworden
doordat ze met asbest gewerkt hebben. Zij krijgen een vast bedrag uitgekeerd. In 2024 was de TAS
uitkering € 24.010 (2023: € 22.839). Het aantal toegekende TAS-vergoedingen fluctueert sterk als gevolg
van de onvoorspelbaarheid rondom de aanvraag van een TAS-uitkering. Het is moeilijk in te schatten,
85
wanneer een aanvraag plaatsvindt. Door het relatief hoge uitkeringsbedrag bij de TAS zorgen kleine
afwijkingen in de aantallen al voor grote fluctuaties in de uitkeringslasten.
16. Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE
Tabel 6.29 Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE (bedragen x € 1 miljoen)
R2024
B2024
R2023
Baten
Financiering door het Rijk
0,0
-
0,1
Baten
0,0
-
0,1
Lasten
Uitkeringen
0,0
-
0,1
Lasten
0,0
-
0,1
Saldo van baten en lasten
-
-
-
De CSE-regeling is voor mensen die ziek zijn geworden doordat ze in aanraking zijn gekomen met
oplosmiddelen. Dit wordt ook wel OPS (Organo Psycho Syndroom) of schildersziekte genoemd.
In 2023 is de CSE-regeling geïntegreerd in de regeling TSB (zie tabel 6.30) waarin ook aanverwante
aandoeningen worden ondergebracht. In 2024 zijn nog een aantal bezwaar en beroepszaken in de CSE-
regeling afgehandeld. De uitvoeringskosten van de CSE-regelingen worden in overleg met het ministerie
verantwoord onder de TAS.
17. Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten
Tabel 6.30 Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (bedragen x € 1 miljoen)
R2024
B2024
R2023
Baten
Financiering door het Rijk
3,1
20,3
2,3
Overige baten
0,6
-
0,6
Baten
3,7
20,3
2,9
Lasten
Uitkeringen
1,5
15,9
0,9
Uitvoeringskosten
2,2
4,4
2,0
Lasten
3,7
20,3
2,9
Saldo van baten en lasten
-
-
-
In 2023 is de SVB begonnen met de uitvoering van de regeling TSB (Tegemoetkoming stoffen-
gerelateerde beroepsziekten). Deze regeling is voor mensen die ziek zijn geworden omdat ze gewerkt
hebben met stoffen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid en daarmee longkanker door asbest,
allergische beroepsastma of CSE (schildersziekte) hebben opgelopen.
Het normbedrag voor de tegemoetkoming bedraagt in 2024 € 24.010 (2023: € 22.839) en is daarmee
5,1% gestegen. De uiteindelijke hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van een eventuele
vergoeding vanuit de werkgever. In 2024 is er veel minder gebruik gemaakt van de regeling dan in
begroting rekening mee was gehouden.
86
18. Overbruggingsuitkering AOW
Tabel 6.31 Overbruggingsuitkering AOW (bedragen x € 1 miljoen)
R2024
B2024
R2023
Baten
Financiering door het Rijk
1,2
1,3
1,3
Baten
1,2
1,3
1,3
Lasten
Uitkeringen
1,1
1,0
1,2
Bijdrage vergoeding Zvw
0,1
-
0,1
Uitvoeringskosten
0,0
0,2
0,0
Lasten
1,2
1,2
1,3
Saldo van baten en lasten
-
-
-
De AOW leeftijd is afgelopen jaren verhoogd waardoor de AOW gerechtigden, die voor 1 januari 1960
zijn geboren, gedurende een periode van twee jaar minder inkomen hebben. De Overbruggingsregeling
AOW (OBR) is bedoeld als een aanvullend inkomen.
De uitkeringslasten OBR zijn in lijn met de begroting en voorgaand jaar. Per 1 januari 2025 kunnen geen
nieuwe OBR aanvragen worden gedaan. Dit betekent dat de burgers die op of na 1 januari 2025 65 jaar
worden, geen overbruggingsuitkering kunnen ontvangen. Aangezien de AOW-leeftijd in 2024 67 jaar
was, zal de laatste OBR gerechtigde uiterlijk eind 2026 uitstromen.
19. Remigratiewet
Tabel 6.32 Remigratiewet (bedragen x € 1 miljoen)
R2024
B2024
R2023
Baten
Financiering door het Rijk
40,9
40,9
40,1
Opbrengst derden
0,1
0,1
0,1
Baten
40,9
41,0
40,2
Lasten
Uitkeringen
38,3
39,2
37,6
Uitvoeringskosten
2,6
1,8
2,6
Lasten
40,9
41,0
40,2
Saldo van baten en lasten
-
-
-
De remigratie-wet is voor mensen die vanuit Nederland zijn teruggegaan naar het land waar ze zijn
geboren. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van het woonland, de gezinssituatie en andere
uitkeringen.
De uitkeringslasten zijn gestegen met € 0,7 miljoen ten opzichte van voorgaand jaar. De
uitkeringsgerechtigden zijn gedurende 2024 afgenomen, maar tegelijkertijd zijn de normbedragen
toegenomen. De stijging wordt volledig veroorzaakt door de vorming van de voorziening
uitkeringsdebiteuren.
87
20. Regeling bijstand buitenland
Tabel 6.33 Regeling bijstand buitenland (bedragen x € 1 miljoen)
R2024
B2024
R2023
Baten
Financiering door het Rijk
1,5
1,1
1,5
Baten
1,5
1,1
1,5
Lasten
Uitkeringen
0,9
0,9
0,9
Uitvoeringskosten
0,6
0,2
0,6
Lasten
1,5
1,1
1,5
Saldo van baten en lasten
-
-
-
Regeling Bijstand Buitenland (BBL) wordt verleend aan Nederlanders die in het buitenland wonen en te
weinig inkomen hebben. Sinds 1996 is het niet meer mogelijk om van deze regeling gebruik te maken.
De uitkeringsgerechtigden die voor 1996 in aanmerking voor BBL kwamen en per heden nog voldoen
aan deze regeling, krijgen de uitkering nog wel uitbetaald.
De uitvoeringskosten en uitkeringslasten BBL zijn in lijn met voorgaand jaar.
Uitvoeringskosten
De lasten van de SVB worden toegerekend naar regelingen die vallen onder de Sociale
Verzekeringswetten (SV), gefinancierd door het ministerie van SZW en regelingen die worden uitgevoerd
voor andere opdrachtgevers, met name het ministerie van VWS en derden/particulieren (niet-SV).
De sleutel voor de kostenverdeling, voor kosten die niet direct zijn toe te rekenen, is voor de SV-
regelingen gebaseerd op de ingezette productieformatie per regeling. Vanaf 2022 wordt dit gebaseerd
op de voorcalculatorische sleutels die in de begroting zijn opgenomen. Voor PGB en V&O (niet-
SV) worden de kosten van de stafdirecties voorcalculatorisch doorbelast en worden de directe kosten op
basis van nacalculatie afgerekend. De voorcalculatie is bijgesteld naar aanleiding van loon- en
prijsontwikkeling en overige materiele wijzigingen.
In tabel 6.34 worden de totale uitvoeringskosten uitgesplitst naar SV en niet-SV. De toelichting spitst zich
toe op de totale uitvoeringskosten. De uitvoeringskosten niet-SV worden separaat aan het einde van deze
paragraaf toegelicht in tabel 6.42.
Tabel 6.34 Uitvoeringskosten SV en niet-SV (bedragen x € 1 miljoen)
SV
Niet-SV
Totaal
R2024
B2024
R2023
R2024
B2024
R2023
R2024
B2024
R2023
Personeelskosten
322,6
307,1
296,5
89,4
92,1
83,9
412,1
399,2
380,4
Huisvestingskosten
22,0
20,7
19,2
4,5
5,4
4,7
26,5
26,1
23,9
Automatiseringskosten
33,2
46,1
28,9
11,8
10,6
10,9
45,0
56,7
39,8
Bureaukosten
4,4
4,0
4,0
0,7
1,0
0,9
5,1
5,0
4,9
Diensten en diversen
14,6
15,2
12,9
4,6
4,4
3,7
19,1
19,6
16,6
Totaal
396,7
393,1
361,5
111,1
113,5
104,1
507,8
506,6
465,6
88
Personeelskosten
De totale personeelskosten van € 412,1 miljoen worden in de onderstaande tabel nader uitgesplitst.
Tabel 6.35 Uitsplitsing personeelskosten (bedragen x € 1 miljoen)
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Lonen en salarissen
235,6
322,8
217,0
Sociale lasten
32,4
-
29,2
Pensioenen
34,6
-
30,3
Uitzendkrachten
18,8
8,6
20,7
Externe inhuur
70,0
43,0
66,1
Overige personeelskosten
20,6
24,8
17,1
Totaal Personeelskosten
412,1
399,2
380,4
De totale personeelskosten vallen € 12,9 miljoen hoger uit dan begroot. Dit betreft per saldo minder
gerealiseerde kosten voor de interne formatie dan begroot en hogere kosten voor de inhuur van extern
personeel en uitzendkrachten. De stijging in de externe inhuur is vooral te verklaren doordat er in de
begroting vanuit is gegaan dat bepaalde werkzaamheden uitgevoerd zouden worden door consultancy
bedrijven (begroot onder automatiseringskosten). In werkelijkheid zijn de werkzaamheden uitgevoerd
door extern ingehuurd personeel.
Interne personeelskosten
De realisatie op de interne personeelskosten (lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenen) bedraagt
€ 302,6 miljoen. Ten opzichte van de begroting is € 20,2 miljoen minder uitgegeven. De werving van
nieuwe medewerkers is lastig gebleken en kwam moeizaam op gang. De gemiddelde bezetting op de
vaste formatie valt hierdoor lager uit dan begroot.
Ten opzichte van 2023 is evenwel een duidelijke stijging in de personeelskosten waarneembaar. Naast
het effect van de reguliere loon- en prijsontwikkeling zijn er gedurende 2024 ook nieuwe medewerkers
aangenomen.
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van aantal fte’s tussen 2023 en 2024 in beeld gebracht:
Tabel 6.36 Bezettingsoverzicht 2024 (gemiddeld aantal fte's op jaarbasis*)
Omschrijving
Bezetting 2024
Bezetting 2023
Dienstverlening SV
2.357
2.278
DZW
451
527
Hoofdkantoor (excl. IT)
737
667
IT
589
574
Totaal
4.134
4.046
*Exclusief arbeidsparticipanten/projecten
Van het totaal aantal fte’s, zijn twee fte’s permanent werkzaam in het buitenland. Het gaat hierbij om de
sociaal attachees van Marokko en Turkije.
Uitzendkrachten
De onderschrijding op vast personeel wordt deels ingevuld door uitzendkrachten. De kosten voor
uitzendkrachten bedroegen in 2024 € 18,8 miljoen en zijn daarmee € 10,2 miljoen hoger dan begroot.
Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de inzet van uitzendkrachten om de kwaliteit van de
dienstverlening op niveau te houden c.q. te verbeteren.
De daling van de kosten voor uitzendkrachten ten opzichte van 2023 is te verklaren door een hoge
instroom uitzendkrachten in 2023 vanwege de POC KOT waarvoor tijdelijk in 2023 grote tranches
uitzendkrachten zijn geworven. In 2024 betrof de inhuur van de uitzendkrachten vrijwel alleen vervanging
89
van uitstroom van medewerkers waardoor de inhuur in aantal uitzendkrachten per saldo lager was dan
voorgaand jaar.
Externe inhuur
De kosten voor externe inhuur bedragen in 2024 € 70,0 miljoen. De kosten van externe inhuur komen
daarmee € 27,0 miljoen hoger uit dan begroot. In de huidige arbeidsmarkt is het moeilijk om de
reguliere personele bezetting op het gewenste niveau te krijgen. Door schaarste of het ontbreken van
specialistische kennis, konden veel vacatures niet met intern personeel worden vervuld en was onder
andere de directie IT genoodzaakt om gebruik te maken van externe inhuur. Daarnaast is de stijging te
verklaren doordat er in de begroting vanuit is gegaan dat bepaalde werkzaamheden uitgevoerd zouden
worden door consultancy bedrijven (begroot onder automatiseringskosten). In werkelijkheid zijn de
werkzaamheden uitgevoerd door extern ingehuurd personeel.
Naast de stijging in aantal externen, stijgen ook de uurtarieven van externe medewerkers waardoor de
kosten ten opzichte van voorgaand jaar toenemen. De kosten van inhuur externen bedragen 17,0% van
de totale personeelskosten (2023: 17,4%).
Overige personeelskosten
De overige personeelskosten bestaan onder andere uit reiskosten (woon-werkverkeer) en
opleidingskosten. Deze kosten vallen € 4,2 miljoen lager uit dan begroot en € 3,5 miljoen hoger dan
vorig jaar. Stijging is voor € 0,6 miljoen toe te rekenen aan de verschuldigde eindheffing
werkkostenregeling (2024: € 0,8 miljoen). Stijging van de overige kosten heeft ook deels te maken met
stijgende reiskosten (toename van € 0,7 miljoen). De SVB voert actief beleid waarbij de medewerkers
minimaal 2 dagen op kantoor aanwezig moeten zijn. De reiskosten stijgen ook door de invoering van de
nieuwe cao per 1 juli 2024, waarbij de vergoeding woon-werkverkeer per kilometer stijgt. Tevens maken
de medewerkers steeds meer gebruik van het opleidingsbudget, waardoor deze kosten met
€ 0,8 miljoen toenemen. Door toenemend ziekteverzuim stijgen de arbo-kosten met € 0,4 miljoen.
Resterende stijging van € 0,3 miljoen betreft onder andere ontslagvergoedingen en overige
personeelskosten.
Bezoldiging adviesorganen
In 2024 zijn er voor Audit Committee, IT-Committee en de raad van advies vergoedingen vastgesteld. Het
maximale bedrag voor vergoedingen aan commissieleden is geregeld in het 'Besluit vergoedingen
adviescolleges en commissies'.
Leden ontvangen een maximale vergoeding van €331,- per vergadering. De vergoeding van de
voorzitter is € 430,30 (130% van de vergoeding aan de leden).
De voorzitter van de raad van advies ontvangt een hogere vergoeding welke door de raad van bestuur
nader bepaald wordt.
Tabel 6.37 Audit Committee
Naam
Functie
Mevrouw ir. M.N.A.J. Vogt
Voorzitter (tot 11 oktober 2024)
De heer drs. R.J.A. Kerstens
Lid
Mevrouw M.A. Verhoef
Lid
Tabel 6.38 IT Committtee
Naam
Functie
Mevrouw R. van den Broek
Voorzitter
De heer drs. ing. F.J. Coster
Lid
De heer R.J.A. Frijters
Lid
De heer A. Jadoenathmisier
Lid
90
Tabel 6.39 Raad van advies
Naam
Functie
De heer F.J. Paas
Voorzitter
Mevrouw S.M.J.G. Gesthuizen
Lid
Mevrouw R. van den Broek
Lid
Mevrouw drs. K. Yücel
Lid
Mevrouw ir. M.N.A.J. Vogt-Claessens
Lid
Huisvestingskosten
De huisvestingskosten zijn € 0,4 miljoen in 2024 hoger uitgevallen ten opzichte van de begroting. Ook
zijn de huisvestingskosten in 2024 € 2,6 miljoen hoger uitgevallen ten opzichte van voorgaand jaar.
Stijging in de kosten is deels te verklaren door hogere uurtarieven van schoonmaak- en
beveiligingspersoneel waardoor deze kosten met € 1,1 miljoen toenemen. Daarnaast stijgen de
huisvestingskosten door onder andere stijging in onroerendzaakbelasting (€ 0,4 miljoen), stijging in de
kosten voor opslag archief en meubilair (€ 0,6 miljoen) en stijging van de huur- en onderhoudskosten
(€ 0,7 miljoen). Hiertegenover staat wel een daling in de energiekosten van € 1,8 miljoen als gevolg van
daling van de verbruikstarieven.
Als gevolg van actualisatie van het onderhoudsplan is dit jaar een dotatie van € 2,8 miljoen
(2023: € 1,3 miljoen) aan voorziening groot onderhoud gedaan waarmee de kosten in de huisvesting met
€ 1,5 miljoen zijn gestegen.
Automatiseringskosten
De automatiseringskosten zijn € 45,0 miljoen en zijn in de onderstaande tabel naar kostencategorie
uitgesplitst.
Tabel 6.40 Automatiseringskosten (bedragen x € 1 miljoen)
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Hardware
4,1
5,1
2,0
Software
13,7
11,3
12,8
Spraak en dataverbinding
1,1
2,5
1,2
Uitbestede diensten ICT leveranciers
26,1
37,8
23,8
Totaal
45,0
56,7
39,8
De totale automatiseringskosten bedragen € 45,0 miljoen voor 2024 en vallen € 11,7 miljoen lager uit
dan begroot. Dit komt omdat er in de begroting vanuit is gegaan dat bepaalde werkzaamheden
uitgevoerd zouden worden door consultancy bedrijven. In werkelijkheid zijn de werkzaamheden
uitgevoerd door extern ingehuurd personeel (vallend onder de personele kosten).
De kostenstijging ten opzichte van 2023 wordt veroorzaakt door een aantal projecten welke in 2024
gestart zijn. Deze projecten hebben betrekking op telefonie, beheer van aantal applicaties, dataplatform
en verbeteren van toegangsmanagement.
Overige kosten
De gerealiseerde bureaukosten voor 2024 bedragen € 5,1 miljoen. De kosten zijn in lijn met de begroting
en met de kosten van voorgaand jaar.
De realisatie van de categorie ‘diensten en diversen’ bedraagt voor 2024 € 19,1 miljoen. Ten opzichte van
de begroting komen de kosten € 0,5 miljoen lager uit. De kosten zijn in 2024 hoger uitgevallen dan in
2023. De stijging in de kosten is te verklaren door nieuwe afgesloten autoleasecontracten voor de
medewerkers van Preventie & Handhaving en deels door de stijging van advies en consultancy kosten
inzake overige diensten derden.
91
Uitsplitsing uitvoeringskosten
Binnen de uitvoeringskosten valt een onderscheid te maken naar kosten voor de reguliere (staande)
organisatie en de projectkosten.
Tabel 6.41 Uitvoeringskosten (bedragen x € 1 miljoen)
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Staande organisatie
496,9
495,5
455,4
Projecten
10,9
11,1
10,2
Totaal
507,8
506,6
465,6
Staande organisatie
De gerealiseerde kosten van de staande organisatie komen uit op € 496,9 miljoen en zijn € 1,4 miljoen
hoger dan begroot. De oorzaken hiervan zijn enerzijds de stijging van de kosten van externe inhuur, maar
ook stijging van overige algemene kosten zoals onder andere reiskosten, afsluiten nieuwe
leasecontracten. Voor een verdere inhoudelijke toelichting per kostensoort, wordt verwezen naar de
toelichting bij tabel 6.34 'Uitvoeringskosten SV en niet-SV'.
Projecten
De projectkosten ad € 10,9 miljoen bestaan uit:
• Projecten PGB € 9,4 miljoen;
• Projecten overig niet-SV € 1,5 miljoen.
De projecten PGB, voornamelijk PGB2.0 laten een onderschrijding zien door lagere personele bezetting
waardoor de personeelskosten lager uitvallen (zie ook toelichting in H5, par. 5.4). De projecten overig
niet-SV laten een onderschrijding zien welke grotendeels betrekking hebben op het project Europese
Aanbesteding van V&O. De afwikkeling van de projectkosten vindt plaats via separate verantwoordingen.
Uitvoeringskosten niet-SV
Tabel 6.42 Uitvoeringskosten niet-SV (bedragen x € 1 miljoen)
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Uitvoering Persoonsgebonden Budget
92,3
94,5
88,8
Verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen
8,8
9,1
7,9
Verzekerden Administratie
8,3
8,3
6,9
Overig
1,6
1,7
0,5
Eindtotaal
111,1
113,5
104,1
De uitvoeringskosten niet-SV zijn € 2,4 miljoen lager dan begroot. De reguliere activiteiten inzake PGB en
V&O worden in 2024 deels (voor de doorbelastingen vanuit de stafdirecties) op voorcalculatie
afgerekend. Het directe deel van de PGB en V&O kosten wordt op nacalculatiebasis afgerekend via de
afzonderlijke verantwoording van PGB en V&O richting het ministerie van VWS.
De kosten in het kader van de uitvoering PGB zijn € 2,2 miljoen lager dan begroot. Dit heeft te maken met
lagere interne personeelskosten als gevolg van onderbezetting en lagere kosten van ‘diensten en
diversen’.
De uitvoeringskosten V&O zijn € 0,3 miljoen lager dan begroot. Dit komt omdat de personeelskosten
lager uitvallen en door een verschuiving van een aantal projecten.
92
6.8
Bestemming saldo van baten en lasten
Tabel 6.43 Bestemming saldo van baten en lasten (bedragen x € 1 miljoen)
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Normvermogen
-124,3
-125,0
-513,0
Vermogenstekort/-overschot
1.791,3
-307,0
-3.540,4
Bestemmingsfonds informatie- en communicatietechnologie
(ICT)
0,0
0,0
-3,1
Egalisatiereserve
-2,7
0,0
1,5
Totaal
1.664,3
-432,0
-4.055,0
De voornaamste oorzaak van het saldo van baten en lasten ter hoogte van € 2,7 miljoen betreft de
toegenomen realisatiekracht bij de uitvoering van het Portfolioprogramma waardoor de kosten in 2024
hoger zijn uitgevallen dan begroot. Hier is actief op gestuurd. Het resulterende negatief saldo van baten
en lasten van € 2,7 miljoen wordt onttrokken van de egalisatiereserve.
6.9
Toelichting kasstroomoverzicht
21. Ontvangsten
De AOW- en Anw-premies worden periodiek afgerekend met de Belastingdienst. De SVB ontvangt de
premieopbrengsten op de rekening-courant met het Rijk. Deze inkomende kasstroom is € 12,0 miljard
lager dan voorgaand jaar. In 2024 zijn de loonheffing 2022 en inkomensheffing 2020 afgerekend met de
Belastingdienst.
De financiering door het Rijk betreft de bevoorschotting en afrekening van SV-wetten die de SVB
ontvangt voor de uitvoering van haar wettelijke taken. De toename van € 10,6 miljard in deze kasstroom
in 2024 kan onder andere worden verklaard door de uitkeringen die in 2024 zijn gestegen ten opzichte
van 2023. Hierdoor is ook een hogere financiering door het Rijk nodig. De aanvullende financiering wordt
bepaald aan de hand van het geraamde vermogenstekort en het verschil tussen ontvangen premies en
betaalde uitkeringen en uitvoeringskosten.
De overige ontvangsten betreffen alle inkomende kasstromen die geen betrekking hebben op premies
en financiering.
De bevoorschotting van het niet-SV-domein vindt plaats op de rekening-courant met het ministerie van
Financiën. De geldstroom van externe opdrachtgevers naar deze rekening-courant bestemd voor het niet
SV-domein wordt in deze post weergegeven. Deze kasstroom van € 111,1 miljoen heeft voornamelijk
betrekking op het PGB- en V&O-domein.
22. Uitgaven
De uitkeringen betreffen de uitgaande kasstroom naar de uitkeringsgerechtigden binnen het SV-domein.
De stijging van € 5,2 miljard wordt met name veroorzaakt door de stijging van de AOW-uitkeringen als
gevolg van indexatie per 1 januari 2024 met 3,74% en per 1 juli 2024 met 3,08%.
De uitvoeringskosten hebben betrekking op het SV-domein en zijn gestegen ten opzichte van 2023. De
stijgingen in de uitvoeringskosten zijn in eerdere paragrafen toegelicht.
De overige uitgaven betreft alle uitgaande kasstromen die geen betrekking hebben op uitkeringen en
uitvoeringskosten.
De ontvangen bevoorschotting voor het niet-SV-domein wordt overgeheveld uit het SV-domein naar de
niet-SV wetten. Deze uitgaande kasstroom van € 111,1 miljoen heeft voornamelijk betrekking op het PGB-
93
en V&O-domein. Ten aanzien van de liquide middelen maken eventuele debetsaldi deel uit van de
geldmiddelen.
6.10
Accountantshonoraria
De accountantshonoraria zijn gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de SUWI
jaarrekening over het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, ongeacht of de werkzaamheden
door de externe accountant en de accountantsorganisatie reeds gedurende dat boekjaar zijn verricht.
Deloitte Accountants B.V. is sinds jaarverslag 2023 aangesteld als de externe accountant voor de controle
van het SUWI jaarverslag.
De accountantshonoraria voor 2024 bedragen € 406.502 (2023: € 359.370). De accountantshonoraria
bestaan uit het honorarium van de externe accountant voor het jaar waar het onderzoek betrekking op
heeft plus de meerwerknota over het voorgaande boekjaar.
Voor andere controleopdrachten en adviesdiensten op fiscaal terrein zijn de kosten in 2024 € 0
(2023: € 9.438). Voor andere niet-controle diensten zijn de kosten in 2024 € 176.766 (2023: € 117.579).
6.11
Bezoldiging topfunctionarissen conform WNT
De WNT is van toepassing op de Sociale Verzekeringsbank. Het voor de SVB toepasselijke
bezoldigingsmaximum is voor 2024 € 233.000 (Algemeen bezoldigingsmaximum).
94
Raad van bestuur
Tabel 6.44 Raad van bestuur (bedragen x € 1)
drs. S.T. Sibma
drs. D.T.H. Starmans
drs. H.A.M. van
Dongen
Functiegegevens
Voorzitter raad van
bestuur
Lid raad van bestuur Lid raad van bestuur
Aanvang en einde functievervulling in 2024
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Ja
Ja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
208.624
171.359
178.813
Beloningen betaalbaar op termijn
23.869
23.635
23.682
Subtotaal
232.493
194.993
202.495
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
233.000
233.000
233.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen
bedrag
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Totaal bezoldiging
232.493
194.993
202.495
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de
overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Gegevens 2023
Aanvang en einde functievervulling in 2023
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
01/10 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
1
Dienstbetrekking?
Ja
Ja
Ja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
196.508
164.166
42.782
Beloningen betaalbaar op termijn
22.987
22.840
5.720
Subtotaal
219.495
187.006
48.502
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
223.000
223.000
56.208
Totaal bezoldiging 2023
219.495
187.006
48.502
95
Directieteam
Tabel 6.45 Directieteam (bedragen x € 1)
H. Aalders*1
drs. M.H.R.
Hofstede
drs. A.M.
Zwiers*2
J. Van der Vliet
Functiegegevens
Directeur DSV
Directeur DZW
Directeur IT
Directeur IT
Aanvang en einde functievervulling in 2024
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
01/01 – 25/09
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
0,944
1,0
1,0
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Ja
Ja
Ja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
143.663
140.720
152.036
145.765
Beloningen betaalbaar op termijn
22.202
23.435
23.508
17.487
Subtotaal
165.866
164.155
175.545
163.252
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
219.952
233.000
233.000
171.249
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet
terugontvangen bedrag
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Totaal bezoldiging
165.866
164.155
175.545
163.252
Het bedrag van de overschrijding en de reden
waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens
onverschuldigde betaling
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Gegevens 2023
Aanvang en einde functievervulling in 2023
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
1/11 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
1,0
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Ja
Ja
Nee
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
143.333
131.309
144.773
35.157
Beloningen betaalbaar op termijn
22.672
21.645
22.672
0
Subtotaal
166.005
152.954
167.445
35.157
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
223.000
223.000
223.000
37.268
Totaal bezoldiging 2023
166.005
152.954
167.445
35.157
*1 De heer H. Aalders was topfunctionaris tot en met 30 juni 2024. Vanaf 1 juli 2024 is hij werkzaam geweest als programmadirecteur
Internationaal en gedetacheerd bij het ministerie van SZW. Daarmee is hij vanaf dat moment geen directeur DSV meer en wordt hij
niet langer aangemerkt als topfunctionaris. Conform de Wet normering topinkomens (WNT) zal de beloning van de heer H. Aalders
gedurende de vier jaar na het beëindigen van zijn functie (tot en met 30 juni 2028) nog worden verantwoord onder de WNT.
*2 Mevrouw A.M. Zwiers was tot en met 30 juni 2023 directeur IT. Per 1 juli 2023 is zij benoemd tot Chief Information Officer (CIO),
waarmee zij niet langer als topfunctionaris kwalificeert. Conform de Wet normering topinkomens (WNT) zal haar beloning nog
worden verantwoord onder de WNT tot en met 30 juni 2027.
96
drs. L.W.M.M.
Beljaars
mr. Drs. W.E.
Zandbergen
J.M.C. Mulder *3
Drs. P.M.
Fassaert
Functiegegevens
Directeur
Bedrijfsvoering
Directeur
Strategie, Recht
& Communicatie
Adjunct directeur
DSV
Directeur IT
Aanvang en einde functievervulling in 2024
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
01/01 - 30/06
01/07 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
1,0
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Ja
Ja
Ja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
155.929
151.961
70.130
80.555
Beloningen betaalbaar op termijn
23.508
23.508
11.754
11.773
Subtotaal
179.437
175.470
81.884
92.329
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
233.000
233.000
115.863
117.137
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet
terugontvangen bedrag
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Totaal bezoldiging
179.437
175.470
81.884
92.329
Het bedrag van de overschrijding en de reden
waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens
onverschuldigde betaling
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Gegevens 2023
Aanvang en einde functievervulling in 2023
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
-
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
1,0
-
Dienstbetrekking?
Ja
Ja
Ja
-
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
144.813
144.683
144.905
-
Beloningen betaalbaar op termijn
22.672
22.672
22.672
-
Subtotaal
167.485
167.355
167.577
-
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
223.000
223.000
223.000
-
Totaal bezoldiging 2023
167.485
167.355
167.577
-
*3 De heer J. Mulder heeft zijn functie als topfunctionaris neergelegd per 30 juni 2020. Conform de Wet normering topinkomens
(WNT) wordt zijn beloning gedurende vier jaar na beëindiging van zijn functie als topfunctionaris (tot en met 30 juni 2024) nog
verantwoord onder de WNT. Per 1 juli 2024 is de WNT-normering voor de heer J. Mulder geëindigd.
97
Tabel 6.46 Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking (bedragen x € 1)
P.W. Verhoeven
Functiegegevens
Directeur DSV a.i.
Kalenderjaar
2024
2023
Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde)
06/09 - 31/12
-
Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar
4
-
Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar
435
-
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
Maximum uurtarief in het kalenderjaar
221
-
Maxima op basis van de normbedragen per maand
123.200
-
Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
96.135
Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw)
Bezoldiging in de betreffende periode
75.212
-
Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
75.212
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Bezoldiging
75.212
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al
dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
J. Van der Vliet*4
Functiegegevens
Adviseur
Kalenderjaar
2024
2023
Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde)
27/09-27/12
-
Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar
4
-
Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar
224
-
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
Maximum uurtarief in het kalenderjaar
221
-
Maxima op basis van de normbedragen per maand
123.200
-
Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
49.504
Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw)
Bezoldiging in de betreffende periode
25.970
-
Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
25.970
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Bezoldiging
25.970
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al
dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
*4 De heer Van der Vliet is na zijn dienstbetrekking (waarvan de bezoldiging is opgenomen in tabel 6.45) bij de SVB nog ingehuurd
als adviseur voor een project (de bezoldiging van de externe inhuur is opgenomen in deze tabel).
98
Tabel 6.47 Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen
H. Aalders
Functiegegevens
Functie(s) bij beëindiging dienstverband
Programma Directeur Internationaal
Omvang dienstverband
1,0
Jaar waarin dienstverband wordt beëindigd
2025
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband
Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
50.515
Individueel toepasselijk maximum
75.000
Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
10.007
Waarvan betaald in 2024
10.007
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan
niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2024 een
bezoldiging boven het individueel toepasselijk drempelbedrag hebben ontvangen.
6.12
Gebeurtenissen na balansdatum
Er hebben zich na balansdatum geen gebeurtenissen voorgedaan met belangrijke financiële gevolgen
voor het boekjaar.
100
Overige gegevens
101
7.
Overige gegevens
7.1 Controleverklaring van de onafhankelijke
accountant
102
ADU25.0029
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT
Aan de Raad van Bestuur van de
Sociale Verzekeringsbank
Postbus 1100
1180 BH Amstelveen
A.
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2024
Ons oordeel
Wij hebben ingevolge artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) het
SUWI-jaarverslag 2024 van de Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen gecontroleerd.
Naar ons oordeel geven de in het SUWI-jaarverslag 2024 van de Sociale Verzekeringsbank opgenomen:
•
jaarrekening over 2024 (pagina’s 54 t/m 99 van het SUWI-Jaarverslag) met daarin opgenomen de
grootte en de samenstelling van het vermogen van de Sociale Verzekeringsbank op 31 december 2024
en van het saldo van baten en lasten en de kasstromen over het jaar 2024 met de financiële
toelichtingen daarbij, waarin begrepen de paragraaf Bezoldiging topfunctionarissen conform WNT; en
•
rapportage over de financiële rechtmatigheid van de uitkomsten van de taakuitvoering over 2024
(pagina 52 van het SUWI-Jaarverslag)
een getrouw beeld van de uitkomsten van de taakuitvoering van de Sociale Verzekeringsbank over 2024 in
overeenstemming met de Wet SUWI, de Wet normering topinkomens (WNT) en de daarmee verbonden
dan wel daaruit voortvloeiende regelgeving.
De in het SUWI-jaarverslag opgenomen jaarrekening bestaat uit:
•
de balans per 31 december 2024;
•
de staat van baten en lasten over het jaar 2024;
•
het kasstroomoverzicht over het jaar 2024; en
•
de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en
overige toelichtingen waarin ook begrepen de WNT-verantwoording 2024.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse
controlestandaarden, de regels inzake de accountantscontrole zoals opgenomen in de Regeling SUWI,
paragraaf 5.1b en het Controleprotocol WNT vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn
beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'.
Wij hebben de jaarrekening gecontroleerd in onafhankelijkheid van de Raad van Bestuur van de Sociale
Verzekeringsbank zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij
assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland.
Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons
oordeel.
103
ADU25.0029
B.
Informatie ter ondersteuning van ons oordeel
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als
geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter onderbouwing van ons
oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of
conclusies.
Controleaanpak frauderisico's
Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing in de
processen voor het genereren en verwerken van journaalposten en het maken van schattingen, uitgaande
van een risico op doorbreking van dat proces. We hebben het proces rondom de totstandkoming van
financiële verslaggeving beoordeeld en daarbij met name de opzet en implementatie geëvalueerd van de
interne beheersingsmaatregelen.
Tevens hebben wij specifieke aandacht gegeven aan de toegangsbeveiligingen in het IT-systeem en de
mogelijkheid dat hierin functiescheiding kan worden doorbroken. Wij hebben journaalposten geselecteerd
op basis van risicocriteria, zoals memoriaalboekingen, journaalposten met betrekking tot bijzondere
gebruikers en de memoriaalboekingen inzake specifieke boekingsperiodes. Hierop zijn
controlewerkzaamheden verricht, waarbij wij tevens aandacht hebben besteed aan significante transacties
buiten de normale bedrijfsuitoefening. Daarnaast hebben wij controlewerkzaamheden verricht ten aanzien
van belangrijke schattingen van de Raad van Bestuur, waaronder de waardering van de voorzieningen.
Waar de interne beheersing van onvoldoende niveau is gebleken voor het afdekken van de frauderisico’s,
hebben wij aanvullende steekproeven uitgevoerd om de risico’s af te dekken.
Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van
fraude ten aanzien van het doorbreken van de interne beheersing door de Raad van Bestuur.
Geen omstandigheden met betrekking tot de continuïteit
Bij het opmaken van de jaarrekening moet de Raad van Bestuur afwegen of de Sociale Verzekeringsbank in
staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. De Raad van Bestuur moet de
jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de Raad van Bestuur het
voornemen heeft om de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. De
Raad van Bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of
de Sociale Verzekeringsbank haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De Raad van Bestuur heeft geen dusdanige omstandigheden geïdentificeerd die de continuïteit van de
Sociale Verzekeringsbank in direct gevaar kunnen brengen en aldus geconcludeerd dat de
continuïteitsveronderstelling voor de Sociale Verzekeringsbank passend is.
104
ADU25.0029
In het kader van onze controle van de jaarrekening moeten wij vaststellen dat de door de Raad van Bestuur
gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Daarbij moeten we, op basis van de verkregen
controle-informatie, vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou
kunnen bestaan of de Sociale Verzekeringsbank haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij
concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze
controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de
toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen.
In het kader van onze verantwoordelijkheid hebben wij de volgende controlewerkzaamheden uitgevoerd:
•
wij hebben vastgesteld dat de activiteiten van de Sociale Verzekeringsbank bij wet geregeld zijn;
•
wij hebben vastgesteld dat de Wet financiering sociale verzekeringen en de materiewetten de dekking
van de kosten van de Sociale Verzekeringsbank garanderen.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van mening dat de jaarrekening terecht op
basis van het continuïteitsveronderstelling is opgesteld. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-
informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of
omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Sociale Verzekeringsbank een deel van haar
activiteiten niet langer kan uitvoeren.
C.
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie
Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die
bestaat uit:
•
het bestuursverslag; en
•
de overige gegevens.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
•
met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat; en
•
alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW en de Wet- en Regeling SUWI is vereist.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen
vanuit de controle van de jaarrekening of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële
afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW, de Wet en Regeling
SUWI en de Nederlandse Standaard 720 ‘De verantwoordelijkheden van de accountant met betrekking tot
andere informatie’. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden
bij de jaarrekening.
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het
bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW en de Wet en Regeling
SUWI.
105
ADU25.0029
D.
Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur voor de jaarrekening
De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening,
alsmede voor het opstellen van de overige onderdelen van het jaarverslag, alle in overeenstemming met de
Wet SUWI en de daarmee verbonden dan wel daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de
bepalingen bij en krachtens de WNT. In dit kader is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor een
zodanige interne beheersing die de Raad van Bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de
jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet de Raad van Bestuur afwegen of de Sociale Verzekeringsbank in
staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van het gehanteerde
verslaggevingsstelsel moet de Raad van Bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de
continuïteitsveronderstelling, tenzij de Raad van Bestuur het voornemen heeft om de Sociale
Verzekeringsbank te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische
alternatief is.
De uitleg van de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur met betrekking tot de
continuïteitsveronderstelling is opgenomen in sectie ‘Geen omstandigheden met betrekking tot
continuïteit’. De Raad van Bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou
kunnen bestaan of de Sociale Verzekeringsbank haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten
in de jaarrekening.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee
voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het
mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan
worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische
beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard,
timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende
afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant
professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden,
de regels inzake de accountantscontrole zoals opgenomen in de Regeling SUWI, paragraaf 5.1b, het
Controleprotocol WNT, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.
107
7.2 Statutaire zeggenschap raad van bestuur
In de Wet SUWI, artikel 6 lid 1, is geregeld dat de Sociale Verzekeringsbank een raad van bestuur heeft
die met de dagelijkse leiding is belast. De raad van bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit die bij
of krachtens de wet aan de SVB zijn opgedragen.
108
Bijlagen
109
Bijlage 1: Actielijnen POK en WaU
Actielijnen POK
1 POK: Toegankelijke en passende dienstverlening
Binnen deze actielijn wordt invulling gegeven aan het zijn van een toegankelijke en benaderbare
overheid, ook als burgers vastlopen of in de knel komen. Persoonlijke dienstverlening die aansluit bij
ieders situatie staat daarbij centraal.
2 POK: Tijd en aandacht voor burgers
Ruimte bieden voor de menselijke maat is met de Bedoeling al jarenlang verankerd in de dienstverlening
van de SVB. Toch gebeurt het in de praktijk dat medewerkers vanwege beperkte capaciteit en/of
bewegingsruimte binnen de beleidskaders niet de tijd en ruimte kunnen creëren om dit volwaardig te
doen. Met deze actielijn wordt deze ruimte voor medewerkers gecreëerd.
3 POK: Maatwerk bieden bij complexe situaties
Het overgrote deel van onze dienstverlening gaat geruisloos en via automatische afhandeling. In
sommige situaties is (ketenbreed) maatwerk nodig, omdat het reguliere proces niet aansluit bij de
persoonlijke situatie van de burger.
4 POK: Verbeteren van de informatiehuishouding ten behoeve van actieve openbaarmaking
Een transparante overheid draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving. Deze actielijn is gericht op
het versneld verbeteren van de informatiehuishouding van de SVB.
5 POK: Toekomstbestendig beleid, wet- en regelgeving
Met deze actielijn zet de SVB in op uitvoerbaar beleid en wetgeving die uitwerkt zoals beoogd. Dit doet
de SVB door onder andere signalering en agendering van knelpunten, aan de voorkant betrokken te zijn
bij de totstandkoming van beleid, wet- en regelgeving en door mee te denken over vereenvoudiging van
het socialezekerheidsstelsel.
6 POK: Versterken ambtelijk vakmanschap
Professioneel vakmanschap vraagt dat ambtenaren adviseren vanuit hun kennis en ervaring, werken op
basis van openheid, professioneel omgaan met tegenspraak en effectief samenwerken over
(organisatie)grenzen heen, altijd ingegeven vanuit de maatschappelijke opgave. Dat vraagt dat
medewerkers souplesse hebben in de uitvoering van routines, boven de materie staan, én
toekomstgerichte vaardigheden ontwikkelen.
Actielijnen WaU
2 WaU: Versnellen digitale agenda
Het verbeteren van de digitale dienstverlening, specifiek gericht op het aanpakken van knelpunten in de
digitalisering van het primaire proces (handelingsperspectief 2 WaU).
5 WaU: Statuur en aantrekkelijkheid uitvoering
In aanvulling op de middelen die voor actielijn 6 POK beschikbaar zijn gesteld, worden de ambities en
opgaven ten aanzien van vakmanschap met deze actielijn gefinancierd. Het betreft onder andere
middelen voor vakopleiders in de uitvoering en het begeleiden en opleiden van trainees
(handelingsperspectief 5 WaU).
In dit Jaarverslag worden de activiteiten die horen bij één van de actielijnen POK en/of WaU in gekleurde
labels benoemd bij de paragraaftitels zodat inzichtelijk is hoe de SVB invulling geeft aan deze actielijnen.
110
Bijlage 2: Overzicht KPI’s
Tabel Bijlage 2.1: Overzicht KPI's (Key Performance Indicators)
No. Afspraak/ actie
Resultaat
1 Tijdigheid betalingen (99,9%)
100%
2 Tijdigheid – nationaal (96%)
AOW: 96,8%
Anw: 91,1%
AKW: 91,5%
AIO: 89,3%
3 Tijdigheid – internationaal:
AOW: 75,0%
Anw: 78,1%
AKW: 42,9%
4 Kengetal ‘doorlooptijd internationale
gevalsbehandeling’ AOW, AKW, AIO
en Anw.
Percentage aanvragen binnen 0-8 weken opgepakt: AOW 60,0%, Anw 68,3% en AKW
33,5%
Gemiddelde doorlooptijd in dagen: AOW 73,2, Anw 66,3, AKW 138,9
5 Rechtmatigheid (99%)
100%
6 Het verschil tussen realisatie en
prognose P8 bedraagt maximaal 1,5 %
van de actuele begroting. Het betreft
hier de kleine geldstroom.
Het verschil bedraagt 0,03%
7 Algemene klanttevredenheid
rapportcijfer 8. Aangevuld met % <6
8,3 met 1% < 6 (dit betreft het tweejarige onderzoek uit 2024)
8 Tijdigheid klachtafhandeling (95%)
90,8%
9 In het kader van preventieve
handhaving worden er jaarlijks twee
pilots uitgevoerd door de SVB.
P&H heeft bij meer dan 425 burgers een controle op de rechtmatigheid van de AIO-
uitkering gedaan. Daarnaast is een samenwerkingsverband gestart dat zich richt op het
voorkomen en bestrijden van arbeidsmigrantenproblematiek. Zie paragraaf 1.8 Preventie
en Handhaving.
10 De SVB legt voor digitale veiligheid
jaarlijks een getekende in-control-
verklaring af.
De ICV voor 2023 is in maart 2024 voltooiden. De verklaring over 2024 loopt volgens
planning, met een verwachte oplevering medio maart.
11 De SVB en SZW nemen gezamenlijk
maatregelen om het onbewust niet-
gebruik AIO te verminderen.
Als vervolg op de pilot Bevorderen gebruik AIO met UWV is een verkenning uitgevoerd
voor een pilot met de Belastingdienst en UWV. Met gegevens van de Belastingdienst en
die van het UWV kunnen potentieel rechthebbenden nog gerichter worden benaderd. Uit
de verkenning is gebleken dat een vervolg van de pilot Bevorderen gebruik AIO met
innovatieve technologie een belangrijke bijdrage kan leveren aan het proactief en
aanzienlijk gerichter benaderen van potentiële AIO-gerechtigden. De verwachting is dat
het aantal AIO-toekenningen hierdoor toeneemt. Vanwege de prioriteit die wordt gegeven
aan het versterken van de weerbaarheid van de dienstverlening van de SVB is een
vervolgpilot op 'niet gebruik’ uitgesteld.
12 Bij (impactvolle) wijzigingen of nieuw
beleid vindt er voorafgaand
klantonderzoek door de SVB plaats.
Er is in 2024 een (onafhankelijk) klantbelevingsonderzoek gedaan voor de invoeringstoets
(I-toets) van de wijziging in de TSB-regeling die door de SVB wordt uitgevoerd. Het doel
van het klantbelevingsonderzoek is om het burgerperspectief in kaart te brengen. Daarbij
gaat het om aspecten als de klantreis, belangrijke stappen in het aanvraag- en
beoordelingsproces en specifiek de mening van burgers over deze aspecten. Via
interviews met burgers van wie aanvragen zowel zijn afgewezen als toegekend hebben we
meer inzage verkregen over de werking van de keten. Dit klantbelevingsonderzoek helpt
met het continu verbeteren van de TSB-keten en de regeling op zichzelf. De resultaten van
het onderzoek worden gepresenteerd in de I-toets, die in het voorjaar van 2025 aan het
ministerie van SZW wordt aangeboden.
111
13 Er vindt jaarlijks minimaal één pilot
plaats, in gezamenlijk
opdrachtgeverschap vanuit in ieder
geval SVB en SZW, om kennis op te
doen over ketenbreed maatwerk
vanuit de één-overheidsgedachte.
Er heeft in 2024 geen specifieke pilot plaatsgevonden om kennis op te doen over
ketenbreed maatwerk. De SVB participeert daarentegen wel in diverse netwerken om
ketenbreed maatwerk te leveren. Het gaat onder andere om de overheidsbrede
maatwerkplaats van het ministerie van SZW en het platform Professionals voor Maatwerk
Multiproblematiek (PMM). Ook draagt de SVB bij aan diverse bijeenkomsten over
maatwerk, bijvoorbeeld door middel van presentaties en workshops. Bij de aanpak binnen
de netwerken proberen de verschillende partijen eerst te komen tot een “fix” voor de
casus. Multidisciplinair overleg waarbij gebruik wordt gemaakt van een intervisiemethode
is hiertoe effectief. Indien nodig bekijken partijen gezamenlijk of het mogelijk is tot een
structurele oplossing voor het knelpunt ("solve") te komen: vanuit de oplossing op
casusniveau wordt beredeneerd of er beleidsaanpassingen nodig zijn om bestaande
knelpunten weg te nemen. Vanuit het platform PMM zijn het afgelopen jaar 17 casussen bij
de SVB ingebracht door gemeenten, maatschappelijk werk, UWV en het Instituut voor
Publieke Waarden (IPW). Vanuit de SVB is één casus ingebracht. Bij meer dan de helft van
de casussen is een passende oplossing gevonden voor de burger die in de knel zat.
14 De signalen in de SVB-knelpuntenbrief
wet & regelgeving (jaarlijkse bijlage bij
de Stand van de Uitvoering) leiden in
samenwerking met het departement
tot verbeteringen voor de burger.
Twee aangedragen vereenvoudigingsvoorstellen die een bijdrage leveren aan het
vereenvoudigen van de internationale dienstverlening, het aanpassen van de AOW-
leefvormensystematiek en de integrale kindregeling, zijn opgenomen in het
Hoofdlijnenakkoord en het regeerprogram. Het kabinet is nu aanzet om richting aan te
geven hoe deze vereenvoudigingen te bewerkstelligen.
De SVB participeert in verschillende onderzoeken rondom leefvormen in de AOW. Zie
paragraaf 2.2. Daarnaast hebben gesprekken met SZW plaatsgevonden over één integrale
kindregeling en de bijdrage die de SVB hieraan kan leveren. De SVB heeft aangegeven
met haar inhoudelijke expertise te willen bijdragen aan het traject hervorming van het
belasting- en toeslagenstelsel en de vereenvoudiging van het stelsel van sociale zekerheid.
Hiertoe is de SVB onder andere aangesloten bij het traject Vereenvoudiging
Inkomensondersteuning voor Mensen (VIM). De SVB heeft een uitvoeringstoets uitgebracht
op de voorgenomen herziening van de Awb. De SVB heeft gesproken met BZK en JenV om
tot vereenvoudiging te komen voor dit wetsvoorstel.
15 De SVB onderzoekt op welke wijze de
aantrekkelijkheid als (beoogd)
werkgever vergroot kan worden.
De SVB zet sinds 2020 een aantal keer per jaar een barometer uit onder haar medewerkers.
De tevredenheid is in 2024 gemiddeld beoordeeld met een 7,4. In 2024 is de kandidaat-
enquête geïmplementeerd, in aanvulling op de bestaande instrumenten van de barometer
en de exit-enquête om de kandidaatervaring te monitoren. Op deze wijze monitort de SVB
naast de medewerkersbeleving van huidige en vertrekkende medewerkers, ook de
ervaringen van toekomstige medewerkers.
16 De SVB scoort in het continu
medewerkerstevredenheidsonderzoek
minimaal een 6,8 op werkgeverschap
en een 7,2 op bevlogenheid en
betrokkenheid.
7,4 tevredenheid 6,8 bevlogenheid 7,4 betrokkenheid. Deze meting die gedaan is geeft
een goed beeld van de punten werkgeverschap en bevlogenheid en betrokkenheid.
112
Bijlage 3: U-toetsen
Tabel Bijlage 3.1: Overzicht U-toetsen
Onderwerp
Departement Datum ontvangst
SVB
Bevoegdhedenkwestie kindregelingen internationaal
SZW
8-2-2024
Aanpassing Wet SUWI met Proactieve dienstverlening
SZW
16-2-2024
Wet meer mensgerichte Awb (deel 2, u-toets) - wet Versterking waarborgfunctie Awb
BZK
5-3-2024
Verzamelwet 2025
SZW
28-3-2024
Impactanalyse maandaangiften
VWS
23-4-2024
Conceptwetsvoorstel Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) -
gemoedsbezwaarden
SZW
13-6-2024
Regeling dienstverlening aan huis (Rdah)
VWS
4-7-2024
Verhoging kindgebonden budget met ingang van 1 januari 2025
SZW
30-8-2024
Tussentijdse wijziging Maatregelenbesluit
SZW
4-9-2024
Wijziging Regeling Participatiewet IOAW en IOAZ
SZW
10-9-2024
Repatriëringsregelingen (spontane u-toets, dus geen opdracht van SZW)
SZW
Meerouderschap (verzoek via Manifestgroep)
JenV
113
Bijlage 4: Personalia
Raad van bestuur
De heer drs. S.T. Sibma (27 april 1960)
Voorzitter raad van bestuur van 1 april 2018 tot heden. Portefeuilles: Chief Change Officer, Chief
Information Officer en Audit Dienst.
Nevenfuncties:
Lid Audit Committee Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
Lid Adviescommissie voortgang hersteloperatie toeslagen
Mevrouw drs. D.T.H. Starmans (5 november 1970)
Lid raad van bestuur van 1 januari 2020 tot heden. Portefeuilles: Dienstverlening Zorg & Welzijn en
Dienstverlening Sociale Verzekeringen.
Nevenfuncties:
Voorzitter dagelijks bestuur Rijksbrede Benchmark Groep
Lid dagelijks bestuur van het Netwerk van Publieke Dienstverleners
Mevrouw drs. H.A.M. van Dongen (11 augustus 1967)
Lid raad van bestuur van 1 oktober 2023 tot heden. Portefeuilles: Bedrijfsvoering, IT, Strategie, Recht &
Communicatie.
Nevenfuncties:
Lid program review board voor het Business & Sustainable Transitions Executive modular MBA
programma, Nyenrode Business Universiteit
Voorzitter curatorium voor de interdepartementale management leergang van de Nederlandse School
voor Openbaar Bestuur (NSOB)
Directieteam
Dienstverlening Sociale Verzekeringen
Dhr. H. Aalders (tot 1 juli 2024);
Mevr. drs. M.H.R. Hofstede a.i. (vanaf 1 juli tot 16
september 2024)
Mevr. P. Verhoeven a.i. (vanaf 16 september 2024)
Dienstverlening Zorg en Welzijn
Mevr. drs. M.H.R. Hofstede
IT
Dhr. J. van der Vliet, a.i. (tot 1 juli 2024);
Mevr. drs. P.M. Fassaert (vanaf 1 juli 2024)
Bedrijfsvoering
Dhr. drs. L.W.M.M. Beljaars
Strategie, Recht & Communicatie
Dhr. mr. drs. W.E. Zandbergen
Adviseurs
Chief Information Officer
Mevr. drs. A.M. Zwiers
Chief Change Officer
Mevr. drs. J. Kuyvenhoven
Audit Dienst
Directeur Audit Dienst
Dhr. R.C.A. van Rijswijk RA
Samenstelling Raad van Advies
De Raad van Advies bestond in 2024 uit: dhr. F.J. Paas (voorzitter), mevrouw M.N.A.J. Vogt (tot
11 oktober 2024), mevr. M.M. van den Broek, mevr. S.M.J.G. Gesthuizen en mevrouw K. Yücel.
Samenstelling Cliëntenraad SVB
De Cliëntenraad SVB (voorheen Klantenadviesraad) bestond in 2024 uit: dhr. C.W.F.M. Driessen
(voorzitter), mevr. A. Smits (vice voorzitter tot 1 februari), dhr. T. Heinen (vice voorzitter namens CNV), dhr.
114
H.J.F.M. Kas (namens ANBO/PCOB), mevr. S.J. Querido (tot 1 februari), dhr. M.L. Hanssen, mevr. A. Pelzer
(namens FNV), dhr. J.J. van Veen (namens VCP), mevr. L. van der Meer, dhr. L.H. Goudriaan, mevr.
L Cherrabi (namens NOOM), mevr. D Kaplan (vanaf 1 februari), dhr. L. van Diepen (vanaf 1 februari) en
mevr. A.M. Ceton (ambtelijk secretaris).
Samenstelling IT-Committee
De IT-Committee bestond in 2024 uit de volgende externe leden: mevr. M.M. van den Broek (voorzitter),
dhr. R.J.A. Frijters, dhr. F.J. Coster, dhr. J.B.F. Mulder (tot 1 april 2024) en dhr. A.U.N. Jedoenathmisier.
Samenstelling Audit Committee
De Audit Committee bestond in 2024 uit: mevr. M.N.A.J. Vogt (voorzitter, tot 11 oktober 2024), mevr.
M.A. Verhoef en dhr. R.J.A. Kerstens.
115
Bijlage 5: Afkortingen
AA
SVB-kernsysteem voor het Sociaal Domein (Moderniseren AA)
ABP
Stichting Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
AC
Audit Commitee
AD
Audit Dienst
AI
Artificial Intelligence
AIO
Aanvullende inkomensvoorziening ouderen
AKW
Algemene Kinderbijslagwet
Anw
Algemene nabestaandenwet
AOW
Algemene Ouderdomswet
AP
Autoriteit Persoonsgegevens
AMU
Aanpak Misstanden Uitzendbureaus
AMvB
Algemene Maatregel van Bestuur
AO/IB
Administratieve Organisatie/Interne Beheersing
AOV
Arbeidsongeschiktheidsverzekering
API
Application Programming Interface (generieke koppeling)
AVG
Algemene Verordening Gegevensbescherming
Awb
Algemene wet bestuursrecht
AWW
Algemene Weduwen- en Wezenwet
B
Begroting
BAZ
Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen
BBL
Beroeps Begeleidende Leerweg
BBL
Bijstand Buitenland
BHV
Bedrijfshulpverlening
BIKK
Bijdrage in de kosten van kortingen
BIO
Baseline Informatiebeveiliging Overheid
BOM
Bestuursrecht op Maat
btw
belasting toegevoegde waarde
BvBu
Regeling Bijstand Buitenland
BW
Burgerlijk Wetboek
BZK
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
CAK
Centraal Administratie Kantoor
cao
Collectieve arbeidsovereenkomst
CCO
Chief Change Officer
CIO
Chief Information Officer
CNV
Christelijk Nationaal Vakverbond
CO2
Koolstofdioxide
CPB
Centraal Planbureau
CR
Cliëntenraad
CRSA
Control risk self-assessment
CRvB
Centrale Raad van Beroep
CSE
(Regeling tegemoetkoming werknemers met) Chronic solvent-induced encephalopathy
CSP
Content Services Platform
DKIZ
Dubbele Kinderbijslag Intensieve Zorg
DMS
Document management systeem
DPGB
Dienstverlening Persoonsgebonden Budget
DSV
Dienstverlening Sociale Verzekeringen
DTIA
Data Transfer Impact Assessment
DZW
Dienst Zorg en Welzijn
EA
Europese Aanbesteding
EESSI
Electronic Exchange of Social Security Information
EMU
Economische en Monetaire Unie
116
ESTER
Euro Short-Term Rate
EVAC
Tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden Oekraïne, Soedan, Gazastrook en Libanon
FNV
Federatie Nederlandse Vakbeweging
Fte
fulltime-equivalent
GMC
Gemeenschappelijk Management Contract
GRC
Governance, Risk & Compliance
GSN
Gebaar van erkenning naar Surinaamse Nederlanders
HR
Human Resources
IAM
Identity and Access Management
IAS
International Accounting Standards
IB
Interne beheersing
ICT
Informatie- en communicatietechnologie
ICV
In Control Verklaring
I-toets
Invoeringstoets
IOAW
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
IOAZ
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen
IPW
Instituut voor Publieke Waarden
IR
Internationaal
ISBG
Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door Gevaarlijke stoffen
ISV
Internationale Sociale Voorwaarden
IT
Informatietechnologie
IV
Informatievoorziening
IVA
Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten
JenV
Justitie en Veiligheid
KBO-PCOB Samenwerkingsverband Katholieke Bond van Ouderen en Protestants Christelijke
Ouderenbond
KPI
Key Performance Indicator
LBA
Loopbaanadvies
M&O
Misbruik en oneigenlijk gebruik
MBA
Master of Business Administration
mbo
middelbaar beroepsonderwijs
MEV
Macro Economische Verkenning
MKBA
Maatschappelijke kosten- en batenanalyse
MT
Managementteam
MVOI
Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen
NIS
Network and Information Security Directive
NLA
Nederlands Arbeidsinspectie
NOOM
Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten
NSOB
Nederlandse School voor Openbaar Bestuur
OBR
Overbruggingsregeling AOW
OPS
Organo Psycho Syndroom
P&C
Planning & Control
P&H
Preventie en Handhaving
PGB
Persoonsgebonden budget
PGE
Proces- en Gegevenseigenaar
PMM
Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek
POC KOT Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag
POK
Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag
P2P
Purchase-to-Pay
QDB
Query Database
R
Realisatie
REM
Remigratiewet
RvA
Raad van Advies
117
RACI
Responsible, Accountable, Consulted, Informed
Rdah
Regeling dienstverlening aan huis
RJ
Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving
RPA
Print en Mailings, Robotics
RvB
Raad van bestuur
RVICTO
Resultaatgerichte ICT opdrachten
SCC
Standard Contractual Clause
SDG
Sustainable Development Goals
SPS
SVB Privacy- & Securitybeleid
SUWI
(Wet) Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
SV
Sociale verzekeringen
SVB
Sociale Verzekeringsbank
SZW
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
TAS
Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014
TNS
Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom
TOP
Voorziening Toeslag op Pensioenen
TPW
Toepasselijke wetgeving
TSB
Tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten
UHT
Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
U-toets
Uitvoeringstoets
UWV
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
Uzk
Uitzendkrachten
V&O
Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen
VCP
Vakcentrale voor Professionals
VIM
Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen
VN
Verenigde Naties
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VRO
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
VVO
verhuurbaar vloeroppervlak
VWS
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
VZA
Verzekerdenadministraties
WaU
Werk aan Uitvoering
WEU
Wet eenmalige gegevensuitvraag
WGA
Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten
WIA
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
WKB
Wet op het kindgebonden budget
WKR
Werkkostenregeling
Wko
Wet kinderopvang
Wlz
Wet langdurige zorg
WNT
Wet normering topinkomens
Woo
Wet open overheid
WPG
Wet Politiegegevens
WW
Werkloosheidswet
Zbo
Zelfstandig bestuursorgaan
Zvw
Zorgverzekeringswet
ZW
Ziektewet
WAZO
Wet arbeid en zorg
118
Bijlage 6: Adressen
Website: svb.nl
SVB locaties:
Amstelveen
Van Heuven Goedhartlaan 1
1181 KJ Amstelveen
020 – 656 56 56
Breda
Rat Verleghstraat 2
4815 NZ Breda
076 – 548 50 00
Deventer
Snipperlingsdijk 2
7417 BJ Deventer
0570 – 50 60 00
Dienstverlening PGB
Papendorpseweg 93
3528 BJ Utrecht
030 – 264 82 00
Groningen
Cascadeplein 5
9726 AD Groningen
050 – 316 90 00
Leiden
Stationsplein 1
2312 AJ Leiden
071 – 512 90 00
Nijmegen
Takenhofplein 4
6538 SZ Nijmegen
024 – 343 10 00
Roermond
Laurentiusplein 8
6043 CS Roermond
0475 – 36 80 00
Rotterdam
Posthumalaan 100
3072 AG Rotterdam
010 – 417 40 00
Utrecht
Graadt van Roggenweg 400
3531 AH Utrecht
030 – 264 90 00
Zaanstad
Stationsstraat 112
1506 DK Zaandam
075 – 655 10 00
Bureau voor Belgische Zaken
Rat Verleghstraat 2
4815 NZ Breda
076 – 548 58 40
Bureau voor Duitse Zaken
Takenhofplein 4
6538 SZ Nijmegen
024 – 343 18 11
Attachees:
Turkije
Ambassade van het Koninkrijk
der Nederlanden, Bureau voor
Sociale Zaken
Mevlana Bulvarı
Yıldırım Kule No.221
06520 Çankaya Ankara
Marokko
Ambassade van het Koninkrijk
der Nederlanden, Bureau voor
Sociale Zaken
11, Rue Azrou
B.P. 4497
10010 Hassan, Rabat
Spanje
Ambassade van het Koninkrijk
der Nederlanden, Bureau voor
Sociale Zaken
Paseo de la Castellana 259 D -
36
28046 Madrid
Gemeentekantoren:
Alkmaar Stadskantoor
Mallegatsplein 10
Breda Stadskantoor
Claudius Prinsenlaan 10
Dordrecht Sociale Dienst
Drechtsteden
Spuiboulevard 298
Enschede Stadskantoor
Hengelosestraat 51
Goes Stadskantoor
M.A. De Ruijterlaan 2
Heerenveen Bibliotheek
Burg. Kuperusplein 48
Heerenveen POP-up winkel
Dracht 12
(inmiddels gesloten)
Hoorn WerkSaam
Westfriesland
Dampten 26
Maastricht Centre Ceramique
Avenue Ceramique 50
Middelburg Bibliotheek
Kousteensedijk 7
’s-Hertogenbosch Weener XL
Oude Vlijmenseweg 200
Utrecht Stadskantoor
Stadsplateau 1
Vlissingen Bibliotheek
Spuikomweg 7