[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]
Datum 2026-04-23. Laatste update: 2026-04-30 13:37
Groen van Prinstererzaal
Tussenpublicatie / Ongecorrigeerd

De tweede cyclus van de Spreidingswet

Opening

Verslag van een commissiedebat

De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 23 april 2026 overleg gevoerd met de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over De tweede cyclus van de Spreidingswet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie,

Peter de Groot

De griffier van de vaste commissie voor Asiel en Migratie,

Nouse

Voorzitter: Peter de Groot

Griffier: Nouse

Aanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Van Asten, Ceder, Ceulemans, Diederik van Dijk, Ellian, Peter de Groot, Lammers, Piri, Van der Plas, Russcher, Straatman en Vondeling,

en de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president.

Aanvang 14.17 uur.

De tweede cyclus van de Spreidingswet

Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 27 februari 2026 inzake vaststelling en bekendmaking capaciteitsraming 2026 (19637, nr. 3519);
  • de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 26 maart 2026 inzake afschrift brief aan gemeenten over asielopvang (19637, nr. 3523).

De voorzitter:

Dames en heren, hartelijk welkom bij dit commissiedebat over de tweede cyclus van de Spreidingswet. Allereerst hartelijk welkom aan de leden. Ook hartelijk welkom aan de minister. Ik begreep dat u werd opgehouden in de gang door wat media-aandacht, maar ik ben blij dat u er bent om dit debat te kunnen voeren met deze commissie. Ik wil ook de mensen op de publieke tribune en de mensen die dit commissiedebat op afstand volgen hartelijk welkom heten.

We gaan beginnen met de eerste termijn van de kant van de Kamer. We hebben drie uur de tijd voor dit debat. Het wordt dus aardig aanwerken, zou ik bijna willen zeggen. Met "aanwerken" bedoel ik dat we hard moeten werken om die drie uur te halen. Ik wil u dus verzoeken om het zo veel mogelijk bij het onderwerp van de vergadering te houden. Ik stel voor dat we drie interrupties hebben in de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik heb begrepen dat de heer Ceder de vergadering zo meteen nog even moet verlaten en dat hij daarom nu als eerste het woord zal voeren. Daarna gaan we naar de heer Ceulemans. Ik geef graag het woord aan de heer Ceder namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de commissie voor de coulance.

Voorzitter. Er heerst onvrede in de samenleving ten aanzien van de uitvoering van het asielbeleid door de overheid. Ik denk dat dat op een aantal punten ook terecht is. Het gaat allereerst over de beheersbaarheid van het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt. Die zorgen deelt de ChristenUnie. Daarom kijken we ook naar de snelle invoering van het Europees Migratiepact, die geen dag langer kan wachten.

Voorzitter. Er heerst ook onvrede over de opvang, zowel onder de bevolking als bestuurlijk. Er zijn structureel te weinig plekken, er wordt geschoven met verantwoordelijkheden en er is dure, luxe noodopvang, die maar niet afgeschaald lijkt te worden. Het tegenwerken van kleinschalige opvang, terwijl gemeenten aangeven dat die nodig is, is funest voor het draagvlak binnen de gemeenschap. De ChristenUnie heeft het al langer gevraagd en geƫist: kleinschalige opvang moet binnen gemeenten gewoon kunnen. Ik ontvang signalen dat de wens van de Kamer gewoon niet door de minister, en daarmee ook niet door het COA, gerespecteerd wordt. Het overvallen van gemeenschappen met aankondigingen van grootschalige locaties is ook funest voor het draagvlak als mensen niet van tevoren via een deugdelijk communicatieproces op de hoogte zijn gehouden. Dat is echt funest.

Voorzitter. Laten we eerlijk zijn met elkaar: als we de Spreidingswet willen doen slagen, moet het roer echt om, en ook snel. Dat vraagt om een cruciaal uitgangspunt, namelijk dat de overheid betrouwbaar dient te zijn en zich aan de afspraken dient te houden, zowel landelijk als lokaal. Daarom heb ik ook Kamervragen gesteld over de situatie in Hardenberg. Uit de antwoorden blijkt dat de minister vooral wil praten, maar een daadwerkelijke oplossing nog niet voorhanden is. Mijn vraag aan de minister is of hij hier de impact van begrijpt. Naar aanleiding van de situatie in Hardenberg zegt meer dan de helft van de Nederlanders, volgens een panel van Hart van Nederland, minder bereid te zijn om mensen op te vangen. Gemeenten moeten erop kunnen rekenen dat de afspraken die gemaakt zijn over een locatie, hoeveel plekken er komen en wanneer de opvang stopt, ook worden nagekomen door de Rijksoverheid en het COA als uitvoerder. Als gemeenten daar niet van op aan kunnen, durven gemeenten langzamerhand weinig meer toe te zeggen en kalft het draagvlak ook af. Mijn vraag is of de minister deze analyse deelt of herkent. Zo ja, dan is mijn vraag hoe de minister zich kan opstellen als een overheid die betrouwbaar is in het nakomen van afspraken, hoewel ik weet dat je daar natuurlijk ook het COA en externe factoren voor nodig hebt.

Voorzitter. Een andere zorg die ik heb, is dat de logica van de Spreidingswet is dat de minister gemeenten eraan kan houden dat zij hun deel doen. Dat is belangrijk. Maar heeft de minister in beeld welke gemeenten een besluit voor opvang heroverwegen of gedane besluiten willen herzien? Zijn er gemeenten die pertinent weigeren om hun verantwoordelijkheid te nemen? Vanuit de systematiek heeft een aantal gemeenten nog een aantal maanden, maar ik neem aan dat de minister niet tot het einde van het jaar wacht voordat hij contact met hen zoekt. Klopt dat? Ik ben ook benieuwd naar de strategie van de minister daarachter.

Voorzitter. Een tweede aandachtspunt dat ik wil aanstippen, is dat asielzoekers goed opgevangen dienen te worden. Er is nu een acuut tekort van 4.500 plekken, dat mogelijk oploopt tot 7.900 aan het einde van de zomer. Hoeveel tijd geeft de minister de gemeenten om bijvoorbeeld vrijwillig over de brug te komen met noodopvang? Wordt deze opgave ook weer per provincie verdeeld, of is het aan individuele gemeenten om hun vinger op te steken?

Voorzitter. Een derde punt. Alleen met lokaal draagvlak kunnen we de wet, en daarmee ook de opvang, goed en voldoende realiseren. Ik noemde al dat het draagvlak dreigt af te kalven als een overheid de afspraken niet nakomt. Deze Kamer vraagt herhaaldelijk om meer mogelijkheden voor kleinschaligheid. Mijn vraag is dan of er met het extra budget voor het COA ook meer financiƫle ruimte komt voor kleinschaligere opvang, zodat het COA die qua kosten kan dekken. Wil de minister hier ook flexibel in meedenken, zodat bijvoorbeeld in die gevallen niet alle voorzieningen op alle locaties aanwezig hoeven te zijn, maar per gemeente beschikbaar kunnen zijn? De gemeentes staan ook vooraan bij de minister om mee te denken, heb ik begrepen.

Tot slot, voorzitter, specifiek aandacht voor de opvang van amv'ers.

De voorzitter:

Ik ga u even onderbreken. Uw vier minuten zitten er al ruim op. Kunt u tot een afronding komen?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Laatste zin, voorzitter. Ten aanzien van amv'ers: welke mogelijkheden wil de minister bieden voor kleinschaligere opvang voor amv'ers?

Dat is 'm. Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Het woord is aan de heer Ceulemans namens JA21.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter, dank u wel. Het Nederlandse asielbeleid is totaal failliet. Er is in dit land werkelijk niemand meer te vinden die vindt dat het op deze manier verder kan. De instroom blijft onverminderd hoog. Sterker nog, die was in de eerste maanden van dit jaar ruim een kwart hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Er wordt al jaren over gepraat, het maatschappelijk draagvlak voor forse beperking van de asielinstroom is ongekend hoog en er zijn twee kabinetten achter elkaar op gesneuveld. Tegelijkertijd worden we ingehaald door de ene na de andere lidstaat die het roer wel omgooit en gebeurt er in Nederland tot nu toe niets, met afgelopen dinsdag, met het sneuvelen van de Asielnoodmaatregelenwet in de Eerste Kamer, als nieuw dieptepunt. Met zo veel maatschappelijk draagvlak zo weinig voor elkaar krijgen als het gaat om asielinstroombeperking toont aan hoe enorm disfunctioneel de politiek in dit land is op dit terrein.

Kortom, er gebeurt dus nog altijd niets. Althans, niet om de instroom in te perken. Het enige dat namelijk wel is gebeurd, is de gevolgen van de permanent hoge asielinstroom via wettelijke dwang over de schutting bij gemeenten gooien via de Spreidingswet, beter bekend als de dwangwet. JA21 is vanaf het allereerste moment verklaard tegenstander van de Spreidingswet geweest, vanaf het moment in maart 2022 waarop toenmalig staatssecretaris Van der Burg aankondigde te kijken naar een dwingend instrumentarium voor gemeenten om asielopvang te realiseren tot vandaag de dag. Dit is namelijk niet alleen een wet die we slecht vinden. We hebben er fundamentele problemen mee. Asielopvang zou een vrijwillige keuze van gemeenten moeten zijn, gebaseerd op draagvlak onder de bevolking en op basis van een meerderheid in de gemeenteraad. De Spreidingswet heeft daar rigoureus een einde aan gemaakt. Draagvlak of niet, met een Haagse pennenstreek wordt alle gemeenten een azc opgedrongen. Gemeentebesturen worden door het Rijk recht tegenover hun eigen inwoners gezet en hebben door de Spreidingswet weinig mogelijkheden meer om de wil van de bevolking ten aanzien van asielopvang te vertalen in beleid dat daaraan tegemoetkomt.

Op dit moment loopt de tweede cyclus. De minister heeft bekendgemaakt dat volgend jaar 88.000 asielopvangplekken opgeleverd moeten worden. Dat betekent 38.000 nieuw op te leveren plekken. Alleen al in de provincie Zuid-Holland gaat het om 11.500 nieuwe asielopvangplekken. Dat zijn aantallen die de samenleving simpelweg niet meer aankan. Op dit moment vindt de fase van overleg aan de provinciale regietafels plaats, waarna volgens de wet de uitkomsten daarvan voor 1 november naar de minister moeten. Voor 1 januari tekent hij vervolgens het verdeelbesluit, waarin hij opvangplekken kan toewijzen aan gemeenten die dit niet willen, waarna gemeenten tot 1 juli krijgen om de opvangplekken op te leveren.

Ik heb hierover een aantal vragen aan de minister. Erkent hij dat er niets terecht is gekomen van de harde voorwaarde die gesteld werd bij de invoering van de Spreidingswet, namelijk dat er tegelijkertijd werk zou worden gemaakt van instroombeperking? Erkent hij dat deze wet dus eigenlijk onder valse voorwendselen van kracht is? Hoe denkt hij gemeenten te kunnen dwingen, terwijl het COA zelf keiharde en juridisch bindende afspraken niet nakomt? Kijk alleen al naar een gemeente als Hardenberg. Kan hij klip-en-klaar aangeven hoe hij voornemens is dwang uit te oefenen? Want dat hij dit van plan is, is helaas al duidelijk geworden. Erkent hij dat gemeenten gewoon het recht hebben om aan de provinciale regietafel het aanbod van nul asielopvangplekken te doen en dat zij dus niet aan de indicatieve aantallen gebonden zijn?

Voorzitter. Voor JA21 is het dus helder: de Spreidingwet moet zo snel mogelijk worden ingetrokken. Dat dit zelfs onder het vorige kabinet niet is gebeurd, is niet alleen zeer teleurstellend, maar heeft het vertrouwen van veel kiezers in de politiek ernstig geschaad. Daarom komt JA21 met een eigen initiatiefwet om de Spreidingswet in te trekken. Hier is hij, vers van de pers. Met deze initiatiefwet trekken wij de Spreidingswet in, vervalt de mogelijkheid om gemeenten dwang tot asielopvang op te leggen middels wettelijke verdeelbesluiten en interbestuurlijk toezicht, wordt asielopvang weer een kwestie waarover gemeenten zelf kunnen besluiten, zoals ook het geval was voorafgaand aan de invoering van de Spreidingwet, zorgen we voor een werking met terugwerkende kracht, zodat gemeenten in deze tweede cyclus niet gedwongen kunnen worden, ook niet als de intrekkingswet wordt aangenomen na het tekenen van het verdeelbesluit, en zorgen we voor een nette financiƫle overgang, zodat gemeenten geen financieel nadeel ondervinden wanneer zij bijvoorbeeld specifieke uitkeringen hebben ontvangen toen de Spreidingswet nog van kracht was of wanneer in die periode een recht is ontstaan.

Voorzitter. Ik zal afronden, want ik zie u kijken. Wat kiezers denk ik zeker op dit onderwerp willen zien, is dat partijen die het hierover eens zijn zo veel mogelijk samen optrekken. Ik steek daarom de hand uit naar collega's aan deze tafel om mee te doen. Graag ga ik met hen in gesprek, zodat we deze wet zo snel mogelijk en zo breed mogelijk gedragen kunnen indienen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Van Asten (D66):

Kent u dat gevoel van "hier hebben we het toch over gehad"? Ik hoor de heer Ceulemans de hele tijd zeggen dat er nog geen enkele maatregel is genomen om het asielbeleid strenger te maken of iets aan de instroom te doen. Dat herhaalt hij een paar keer. Hij zei ook dat het onderdeel van de Spreidingswet zou zijn dat daaraan gewerkt werd. Toen dacht ik: maar we hebben hier toch vorige week het Europese Migratiepact aangenomen? Dat staat toch vol met maatregelen die juist gaan over het verlagen van de instroom en het beheersbaar maken van die hele keten? Heb ik dat dan gedroomd of hebben we die wet gewoon aangenomen?

De heer Ceulemans (JA21):

Met alle respect, maar als er ƩƩn iemand is die heel voorzichtig moet zijn met opmerkingen als "we hebben toch dingen gedaan om de instroom te beperken?", dan is het de heer Van Asten. Het is onder andere zijn partij die dinsdag in de Eerste Kamer de Asielnoodmaatregelenwet heeft getorpedeerd. Dat was de enige wet, de allereerste wet, die iets aan de instroom zou doen in dit land, terwijl de Spreidingswet vanaf het eerste moment dat hij werd aangekondigd, hand in hand zou gaan met instroombeperking. Daar is op dit moment materieel nog helemaal niets van terechtgekomen. De instroom is alleen maar toegenomen. De eerste de beste gelegenheid die D66 had om daar iets tegen te doen, heeft u verworpen. U moet daar dus heel voorzichtig mee zijn.

De voorzitter:

"U" is de voorzitter; die hoeft niets. Dit is de heer Van Asten van D66. U krijgt het woord van de voorzitter.

De heer Van Asten (D66):

Daar bedankte ik u ook voor. Wat de heer Ceulemans van JA21 doet, is natuurlijk een heel flauw trucje. Hij gaat gewoon totaal niet in op de vraag. Mijn vraag was helder: wij hebben hier toch gewoon die migratiewet aangenomen? Daar heeft u toch voor gestemd, heb ik toch voorgestemd, hebben we toch met een meerderheid voor gestemd om ervoor te zorgen dat de instroom naar beneden gaat? U lijkt dat nu gewoon compleet te ontkennen. Klopt het of klopt het niet dat er met die wet is ingestemd?

De heer Ceulemans (JA21):

Daar is voor gestemd in de Tweede Kamer en ik hoop dat hij ook door de Eerste Kamer komt en dat D66 niet weer dwarsligt, bijvoorbeeld. We zitten nu al jarenlang met de Spreidingswet. We zitten in de tweede cyclus van de Spreidingswet. Gemeenten worden op dit moment gedwongen — althans, dat gaat gebeuren — om 88.000 asielopvangplekken op te leveren. Dat is niet iets van vandaag of gisteren; dit is een wet die al jarenlang van kracht is en die hand in hand zou gaan met instroombeperking. Daar is tot op dit moment, zoals ik net al zei, materieel nog niets aan gebeurd. De instroom is nog niet ingeperkt. We hebben voor een Europees Migratiepact gestemd, althans voor de implementatiewet daarvoor, die nog door de Eerste Kamer moet. Dat gaat vanaf juni hopelijk lopen, want op dit moment is er nog niets veranderd, terwijl dat wel een harde voorwaarde was. Ik zeg dus: het is onredelijk en bijzonder unfair dat aan de ene kant gemeenten worden gedwongen tot asielopvang, terwijl er aan de instroom, de kern van het probleem, al die jaren niets gedaan is.

De heer Van Asten (D66):

Tot slot is de conclusie dus gewoon: we hebben het Migratiepact aangenomen, dus er wordt een stap gemaakt in het beperken van de instroom. Dat is een grote wens van deze Kamer, waar D66 zich ook voor heeft uitgesproken en voor heeft gestemd. Dat lijkt me dus een belangrijk signaal. En ja, als je wetten op het goede niveau wil maken, dan is dat dus het Europese niveau, want daar hebben we het over als het gaat over asiel. Op dat niveau moeten we zorgen dat er een stevig pakket ligt, dat de instroom niet alleen in Nederland, maar ook in de hele Unie verder beteugelt. Daar moet het worden neergelegd. Dat kost tijd, want dat moet je in goed overleg doen. Een goede wet maak je namelijk niet op een achternamiddag. We hebben de effecten ervan gezien als iets er per ongeluk eventjes in komt. Dan maken we brokken en schieten we totaal niet op.

De heer Ceulemans (JA21):

Los daarvan: D66 heeft in de Eerste Kamer ook tegen de novelle gestemd. U heeft dus ook niet gestemd voor iets dat de wet tot iets acceptabels voor u moest maken. D66 heeft het gewoon bewust lopen torpederen; dat is gewoon hoe het is. De heer Van Asten leeft in een totaal papieren werkelijkheid, moet ik tot mijn spijt toch wel zeggen. Hij verwijst nu namelijk naar het Migratiepact, dat nog in werking moet treden, terwijl gemeenten op dit moment de opgave hebben gekregen om 88.000 asielopvangplekken in het hele land aan te bieden, tegen het draagvlak onder de lokale bevolking en tegen de wil van steeds meer gemeenteraden in. U kunt dus verwijzen naar zaken die in de toekomst moeten gaan gebeuren, maar doordat er in de afgelopen jaren niets is gebeurd, er alleen maar is getreuzeld en er alleen maar is getraineerd, staan gemeenten nu voor een gigantische opgave die ze niet aankunnen. Dat moeten we dus ook niet willen.

Mevrouw Straatman (CDA):

De boodschap van de heer Ceulemans is duidelijk: de instroom moet naar beneden en we moeten meer grip krijgen op migratie. Ik ben dat helemaal met JA21 en de heer Ceulemans eens. Ik ben het niet met hem eens als hij zegt dat we op dit moment niks doen. De Wet invoering tweestatusstelsel is aangenomen en heeft direct effect. Als u zegt dat er meer moet gebeuren, ben ik het ook met u eens. Daarom ben ik heel blij dat er een minister zit die zegt dat er met spoed aanvullende asielwetten naar de Kamer komen. We hebben nu echter te maken met de situatie dat er in Nederland asielzoekers zijn en we te maken hebben met grote tekorten. Kijk naar Ter Apel. Kijk naar Hardenberg. Kijk naar Epe. Er zijn tal van gemeenten die meer dan hun verantwoordelijkheid nemen. Ik ben benieuwd: wat is de boodschap van JA21 aan die gemeenten? Moeten alleen de gemeenten die nu al hun verantwoordelijkheid nemen, de zwaarste lasten dragen? Wat is uw boodschap aan die inwoners en aan die lokale bestuurders.

De voorzitter:

Voordat u antwoord geeft, meneer Ceulemans, zou ik nogmaals willen oproepen om vanwege de tijd kortere interrupties te plegen. Daar ben ik aan het begin van het debat mee begonnen. U heeft mij de opdracht gegeven om deze vergadering in drie uur af te ronden. Dat betekent dat ik daarvoor ook iets van u vraag, dus graag kortere interrupties en ook kortere antwoorden.

De heer Ceulemans (JA21):

De kern van het probleem is gewoon de instroom. Ook het CDA wil dat niet onder ogen zien. Het CDA denkt dat er sprake is van een opvangcrisis, maar er is sprake van een instroomcrisis. Het antwoord kan niet zijn om dan maar de last daarvan over het hele land uit te spreiden. Ik ben de eerste die vooraan staat om op te komen voor de bewoners en ondernemers in Ter Apel. Ik heb daar nota bene een debat over aangevraagd, nadat we dat hier twee weken geleden gevoerd hadden. Daarover hebben we het hier twee weken geleden over gehad. Het antwoord moet zijn dat we van Ter Apel weer een stukje Nederland moeten maken en niet dat we van Nederland ƩƩn groot Ter Apel moeten maken. Dat is waar het CDA voor staat als het die last wil verspreiden. Daarnaast is het ook zo dat de Spreidingswet het probleem alleen maar verder in de hand werkt, omdat de Spreidingswet iedere prikkel om tot echte instroombeperking te komen wegneemt. Als je als landelijke overheid met een wettelijk verplichting altijd genoeg opvangplekken kunt afdwingen bij een gemeente, neemt dat de noodzaak in de praktijk weg om iets aan de instroom te doen. Dat vind ik onwenselijk.

Mevrouw Straatman (CDA):

Wat het CDA betreft is het duidelijk: het is en-en; Ʃn de instroom moet naar beneden Ʃn we moeten de opvang netjes regelen. Ik denk dat JA21 en het CDA elkaar kunnen vinden als het gaat om de instroom, maar als ik kijk naar de opvang, dan kijk ik nu naar de regio's die het heel zwaar hebben en moet ik helaas constateren dat JA21 voor die regio's, voor die lokale bestuurders en voor die inwoners helemaal geen verhaal heeft. Dat vind ik echt zonde.

De heer Ceulemans (JA21):

Het verhaal van JA21 richting al die gemeenten en hun inwoners is dat wij willen dat asielopvang weer een vrijwillige kwestie wordt. Gemeenten moeten daar weer zelf over kunnen besluiten. De gemeenteraad moet daar zelf over kunnen besluiten, met inachtneming van de vraag of er draagvlak onder de lokale bevolking is of niet. Wij komen dus juist op voor de gemeenten. Elke gemeente die geen asielopvang op haar grondgebied zou willen, hoeft die wat ons betreft ook niet meer aan te bieden. Daarom komen wij ook met een wetsvoorstel om de Spreidingwet in te trekken. Daarmee komen we juist op voor de gemeenten.

Mevrouw Straatman (CDA):

Heel kort. Dat betekent dus dat Ter Apel, Hardenberg, Epe, dus de regio's die al heel veel doen, onder aan de streep gewoon de zwaarste lasten dragen. Ik denk dat je in een fair land, in een fatsoenlijk land, niet op die manier met elkaar omgaat, dat je de lasten op een gelijkwaardige en solidaire manier met elkaar verdeelt en dat je niet zegt: alleen degene die wil, doet het.

De heer Ceulemans (JA21):

Mevrouw Straatman zei net dat wij het helemaal eens zijn wat betreft de instroom, maar dat is dus niet het geval. Wij vinden de instroom het grote probleem. We kunnen direct stappen zetten om de instroom te beperken, waarmee de druk afneemt op de gemeenten die op dit moment inderdaad te lijden hebben; daar zijn we het wel over eens met elkaar. Ook het CDA heeft daarin boter op het hoofd, want het is ook gewoon het CDA geweest dat in de Eerste Kamer de Asielnoodmaatregelenwet getorpedeerd heeft. Nogmaals, de eerste kans in jaren om een stap te kunnen zetten om er daadwerkelijk iets aan te doen heeft het CDA niet gegrepen, heeft het CDA weggestemd. U zegt dat wij het eens zijn over de instroom, maar ik moet dus constateren dat dat helaas niet het geval is.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de andere leden. Zijn er nog interrupties? Dat is niet het geval. Dan geef ik het woord aan mevrouw Lammers namens de Groep Markuszower voor haar inbreng. U heeft vier minuten. Aan u het woord.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over de laatst overgebleven wet van Marjolein Faber. Nadat haar belangrijkste voorstel afgelopen dinsdag is gesneuveld in de Eerste Kamer, nota bene door de PVV zelf, resteert er nog ƩƩn wet: de Spreidingswet.

Voorzitter. Laat ik u kort meenemen in de tijdlijn. Eerst zou de Spreidingswet via een noodwet worden ingetrokken. Toen ging die noodwet van tafel — iets met een ruggengraat en een banaan — en schreef Faber vervolgens dat de Spreidingswet voor het einde van 2024 zou worden ingetrokken, maar mevrouw Faber miste haar eigen deadline. Daarna kwam Faber met een contourennota in plaats van een intrekkingswet en werd de deadline doorgeschoven naar 2026. Waar staan we nu? Het is 23 april 2026. Faber is minister af en de Spreidingswet is springlevend. Laten we dat maar gewoon het Fabereffect noemen.

De huidige minister, Van den Brink, gebruikt gretig alle mogelijkheden van de dwangwet. Hij zet gemeenten onder druk en heeft al aangekondigd bereid te zijn over te gaan tot dwang om gemeenten te verplichten asielzoekers op te nemen. Aan iedereen die bij de gemeenteraadsverkiezingen op een partij heeft gestemd die geen azc wil: de minister heeft nog een opgave van 38.000 plekken. Wilt u een azc in uw plattelandsdorp, met alle overlast en criminaliteit die daarbij hoort? Meldt u zich bij de minister. Wilt u dat niet? Dan meldt de minister zich wel bij u. Want vroeg of laat komt hij met dwang en met boetes, net zolang totdat de gemeente buigt. Tot zover de lokale democratie. En tegen al die gemeentes zeg ik hier: geef niet op; leg je er niet zomaar bij neer; zeg nee tegen deze minister. Ook tegen de mensen in Loosdrecht zeg ik: blijf demonstreren, maar doe dat wel vreedzaam. De inwoners van Loosdrecht hebben niet eens gemeenteraadsverkiezingen gehad, dus vindt u het gek dat er onvrede heerst over een college dat nog even een azc erdoorheen drukt met 110 alleenstaande mannelijke asielzoekers op een plek waar kinderen lopen en spelen? Het is absurd, minister, dat u dit überhaupt toestaat. U stelt het belang van mannelijke vreemdelingen boven de veiligheid van Nederlandse kinderen. Hoe …

De voorzitter:

Ik ga u toch even onderbreken. Ik probeerde een natuurlijk moment te vinden, maar dat lukte niet zo makkelijk. Mevrouw Piri zat hevig naar mij te zwaaien, omdat zij graag een interruptie wil doen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Jazeker. De meningen over de Spreidingswet lopen uiteen in deze Kamer. Het is duidelijk dat de Groep Markuszower, toen nog de PVV, tegen heeft gestemd en nog steeds tegen is. Kan de collega erkennen dat die wet gewoon met een democratische meerderheid is aangenomen in beide Kamers? Dan is het toch heel raar om de minister het verwijt te maken dat hij de wet uitvoert?

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Nou, die wet is destijds aangenomen, maar er was ook een meerderheid om die wet in te trekken. Die wet kan nog steeds ingetrokken worden. Daar is draagvlak voor.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Ik ben benieuwd waar die meerderheid was om die wet in te trekken. Ik denk dat die dan namelijk was ingetrokken, maar dat is niet gebeurd. Volgens mij is er tot de dag van vandaag in beide Kamers gewoon een meerderheid voor deze Spreidingswet. Daar kan de Groep Markuszower het niet mee eens zijn, maar erkent mevrouw Lammers wel dat het heel raar is om de minister iets te verwijten wat we als Kamer in meerderheid zelf hebben gewild?

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Volgens mij was die er bij het vorige coalitieakkoord, maar daarnaast is het ook gewoon een keuze om over te gaan tot dwang. Dat hoeft niet. Dat is een keuze.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Hoe gaat u er ooit voor zorgen dat deze kinderen, vrouwen en dochters veilig zijn? Of moeten zij, net als de inwoners van Lochem, die veiligheid maar zelf regelen? Want iedereen weet: wie asielzoekers spreidt over het land, spreidt de overlast, de criminaliteit en de onveiligheid.

Voorzitter. Deze week is opnieuw pijnlijk duidelijk geworden dat je voor streng asielbeleid niet bij de PVV moet zijn. Wat de mensen thuis van ons kunnen verwachten — daar mogen zij ons op afrekenen — is dat wij ieder moment zullen gebruiken om met goede asielplannen te komen. Alle plannen die het beleid strenger maken, zullen wij steunen en wij zullen maximale druk zetten om de Spreidingswet in te trekken.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage. Dan is het woord nu aan mevrouw Vondeling van de PVV.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Vandaag hebben wij het eerste asieldebat na het verraad van D66, dat tegen alle asielwetten heeft gestemd. Het zal je coalitiepartner maar zijn! Ze maken heel Nederland kapot. Onze grenzen blijven onder dit kabinet wagenwijd openstaan. Iedere maand komen er weer duizenden asielzoekers bij. Terwijl onze eigen mensen jarenlang in een wachtrij staan voor een huis, een operatie of een plek op school, eist de krankzinnige Spreidingswet weer 10.000 nieuwe opvangplekken. Tegen mevrouw Lammers zeg ik dat de Spreidingswet is ingediend door de heer Van der Burg, mocht ze dat hebben gemist. Volgens de ramingen van dit kabinet loopt het aantal benodigde plekken in juli 2027 op tot maar liefst 88.000. Dat betekent dat er de komende periode nog eens 38.000 plekken bij moeten. De Spreidingswet verandert ons land in hoog tempo in een groot, permanent asielzoekerscentrum en spreidt de ellende van onze open grenzen over elk dorp en elke stad in Nederland.

In zijn brief aan de gemeenten schrijft de minister dat de situatie in de asielopvang urgent en kritiek is, dat de asielketen tegen de grenzen van het mogelijke aanloopt en dat de enorme druk op Ter Apel en de directe omgeving dat weer pijnlijk duidelijk maakt. Maar als de minister zelf zegt dat de situatie urgent en kritiek is, waarom voert hij dan niet onmiddellijk een asielstop en een stop op nareis in? Wanneer is het voor de minister urgent genoeg? Andere Europese landen durven wel harde maatregelen te nemen. Ze lopen ons straal voorbij, terwijl Nederland het asielafvoerputje van Europa blijft. Hoelang laten we dit nog gebeuren?

In plaats van een asielstop in te voeren en te starten met remigratie, dreigt deze minister gemeenten met actief toezicht en brute dwang als ze weigeren nog meer azc's te openen. Het COA is zelfs al begonnen met het opdringen van asielzoekers in onze dorpen en steden. Onder meer in Epe en Hardenberg houdt het COA zich niet aan de afspraken en worden opvanglocaties door het COA illegaal opengehouden. Er zijn inmiddels door gemeenten dwangsommen opgelegd aan het COA, maar het COA heeft er gewoon schijt en aan gaat vrolijk door.

De voorzitter:

Mevrouw Vondeling, ik wil u graag onderbreken. U heeft een interruptie van mevrouw Lammers.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Voor mij is het niet helemaal duidelijk wat mevrouw Vondeling nou precies bedoelt. U hebt een verhaal dat u tegen de Spreidingswet bent, maar hoe zit dat dan in de gemeente Zoetermeer? Daar heeft de PVV-fractie een brief gestuurd dat zij de Spreidingswet in de verkenningsfase al opgeven. Betekent dat dan dat de Spreidingswet nu geen breekpunt meer is? Hoe moet ik dat zien?

Mevrouw Vondeling (PVV):

Ik zou dan graag het letterlijke citaat willen hebben van mevrouw Lammers waarin staat dat zij de Spreidingswet opgeven. Volgens mij gaat de gemeente nog geeneens over het intrekken van de Spreidingswet. Dat doen wij hier. Nou, de PVV heeft inmiddels meerdere amendementen ingediend — ik heb er zelf twee ingediend — om de Spreidingswet in te trekken en meerdere moties. Het is dus gewoon complete onzin wat u zegt.

De voorzitter:

Gaat uw gang, mevrouw Lammers. Niet? Vervolgt u uw betoog dan, mevrouw Vondeling.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Onder meer in Epe en Hardenberg houdt het COA zich niet aan de afspraken en worden opvanglocaties door het COA illegaal opengehouden. Eh, die had ik al gehad. Sorry. Nou, ik ga maar even verder. Er zijn inmiddels door gemeenten dwangsommen opgelegd aan het COA, maar het COA heeft er schijt aan en gaat vrolijk door. Uit een gelekte memo blijkt zelfs dat sluiting van het azc in Hardenberg geen topprioriteit heeft bij het COA. Hardenberg staat ergens onderaan in de prioriteitenlijst. Maar het kan nog erger. In IJsselstein ramt de gemeente doodleuk een azc voor 100 tot 150 asielzoekers midden op het voetbalveld van een lokale club. Een kwart van het sportpark weggevaagd en niemand — niet de club, niet de buurt — was geĆÆnformeerd. In Loosdrecht heeft de VVD-interim-burgemeester op persoonlijke titel zonder voorafgaande inspraak of overleg met omwonenden besloten om 110 jonge mannelijke asielzoekers uit Ter Apel tijdelijk in het dorp onder te brengen. Dit is geen bestuur meer. Dit is puur verraad aan het eigen Nederlandse volk. Het is ook niet gek dat mensen boos zijn, maar geweld is natuurlijk nooit aanvaardbaar.

Alsof het niet genoeg is dat we straks in iedere gemeente een azc krijgen, roept de minister ondertussen Nederlanders ook op om asielzoekers in huis te nemen. Hoeveel asielzoekers heeft de minister eigenlijk zelf al in huis genomen? En wat is de volgende stap? Gaat de minister straks met een noodwet, de "Wet verplaatsing bevolking", mensen dwingen om asielzoekers in huis te nemen? Gaat straks een alleenstaande bejaarde Nederlandse vrouw te horen krijgen dat er twee Syrische mannen bij haar intrekken omdat het azc vol zit? Een doodenge gedachte. Kan de minister garanderen dat hier nooit sprake van zal zijn?

Voorzitter. Het is duidelijk. Nederland gaat kapot aan dit krankzinnige beleid. De Spreidingswet lost helemaal niets op. Die spreidt alleen maar ellende, overlast en criminaliteit. Van Ter Apel tot in de kleinste dorpen worden asielzoekers doorgeduwd. De Nederlanders zijn er helemaal klaar mee. De PVV zegt daarom: sluit onze grenzen, laat geen asielzoeker meer binnen en knikker al die illegalen ons land uit. Hoe de minister dit doet, zal ons een zorg zijn, maar regel het, zodat Nederland weer voor ons wordt.

Dank u wel.

De voorzitter:

U hebt nog een interruptie van mevrouw Lammers.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Ja. Ik vraag me toch een beetje af hoe ik nou het verhaal van mevrouw Vondeling moet duiden, want deze week werd toch pijnlijk duidelijk dat de PVV helemaal niet voor strengere asielmaatregelen is en helemaal niet voor het terugdringen van de instroom van asielzoekers in Nederland?

Mevrouw Vondeling (PVV):

Laat ik het even duidelijk maken hier: de PVV heeft voor de asielwetten gestemd. D66, de partij die daar zit, die heeft ertegen gestemd, en samen met het CDA tegen de Asielnoodmaatregelenwet. Wij stemmen voor strenge regels, maar wij stemmen niet in met slappe inlegvelletjes.

De voorzitter:

Mevrouw Lammers, uw laatste interruptie.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Dan ben ik toch wel benieuwd hoe u dan uw eigen amendement, dat u heeft ingediend bij de uitvoeringswetten van het Migratiepact, ziet. Daarop heeft u namelijk samen met de heer Wilders een amendement ingediend waarin precies de afzwakking zit die ook in de novelle zit, die u in de Eerste Kamer heeft weggestemd. Dus u heeft nog geen twee weken geleden een amendement ingediend met de verzwakking en nu zegt u: in de Eerste Kamer stemmen we 'm weg omdat ie niet sterk genoeg is. Dus ik begrijp dat niet.

De voorzitter:

Maar ik heb ook niets ingediend. Dat heeft mevrouw Vondeling gedaan.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Ja, mevrouw Vondeling.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Vondeling.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Ik herhaal dat wij voor de Asielnoodmaatregelenwet hebben gestemd, waar ook mijn amendement in was verwerkt om illegaliteit strafbaar te stellen. Wij stemmen niet in met slappe inlegvelletjes. We konden nog maar net in de Tweede Kamer instemmen met de novelle, maar de minister is daar in het debat nog drie keer overheen gegaan met afzwakkingen. We hebben nu een slappe minister-president en een minister die overal azc's door wil drukken. Wij stemmen gewoon niet in met maatregelen waardoor er nog niet eens een ezel kan worden uitgezet.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk of er nog andere interrupties zijn. Dat is niet het geval. Verder wil ik wel graag dat u via de voorzitter spreekt, maar dat mag duidelijk zijn. Dan gaan we nu naar de heer Russcher van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.

De heer Russcher (FVD):

Voorzitter. De minister gaf vorige week aan bij Nieuwsuur dat hij bereid is gemeenten te dwingen om asielzoekers op te vangen. Met de Spreidingswet wordt hem dat heel makkelijk gemaakt. En die dwang is concreet. Dat hebben we al gezien in Loosdrecht. Het COA klopt op 13 april aan, op 14 april werd het besluit genomen en enkele dagen later zouden er al 110 alleenstaande mannen midden in het dorp gehuisvest worden. Zonder enig overleg met de inwoners! Daarom gaan mensen nu al drie avonden op rij de straat op om te demonstreren.

Heel even over de beelden van deze demonstraties. We zien ouderen, jongvolwassenen en kinderen die met opgeheven handen alsnog klappen krijgen, op hun hoofd worden geraakt en in sommige gevallen zelfs bewusteloos op de grond worden achtergelaten. Heeft de minister deze beelden gezien en vindt hij dat de autoriteiten zo om moeten gaan met inwoners, die om volstrekt begrijpelijke redenen in verzet komen tegen de Spreidingswet?

Het is in ieder geval duidelijk dat de Spreidingswet de spelregels heeft veranderd. Mensen staan machteloos tegenover een overheid die asielzoekers in hun dorp plaatst. Want wat zal die Spreidingswet dan precies doen? De capaciteitsraming staat op 88.000 plekken. Dat betekent dat we komend anderhalf jaar bijna 38.000 asielzoekers in gemeenten moeten worden geplaatst. En dat zullen er nog veel meer worden, want er komen nog steeds 1.000 asielzoekers per week binnen. Zolang die kraan openstaat, is eerlijker verdelen een pleister op een slagaderlijke bloeding. De Spreidingswet lost de problemen niet op, maar exporteert ze.

Voorzitter. Laten we het dan hebben over wat er precies geƫxporteerd wordt. Asielzoekers worden vijf keer vaker verdacht van een misdrijf dan autochtone Nederlanders. In 2024 was 11% van de COA-bewoners betrokken bij agressie of geweld en het aantal geregistreerde gevallen van fysiek geweld is sinds 2017 verviervoudigd, van 1.400 naar 6.000 per jaar. Uit onderzoek van dr. Jan van de Beek blijkt dat Somaliƫrs twintig keer vaker worden verdacht van een seksueel misdrijf dan autochtone Nederlanders, Afghanen elf keer en Irakezen acht keer. Dit is waar de mensen in dorpen en steden mee te maken krijgen. Dit stond uiteraard niet in de brief van de minister die hij aan de burgemeesters stuurde. Ik vraag de minister: waarom niet? Want dit is wat de Spreidingswet verspreidt, over honderden gemeenten, van groot tot klein, geen enkele uitzondering.

Elke gemeente heeft een opgave opgelegd gekregen. Honderden alleenstaande mannen die plotseling worden geplaatst in gemeenschappen met een eigen karakter, cultuur en sociale samenhang. Plekken waar mensen elkaar nog kennen en waar het nog authentiek Nederlands is. Onze steden zijn al niet meer authentiek Nederlands, want in Amsterdam had in 2023 minimaal 60% van de inwoners een migratieachtergrond. In Rotterdam is dat 56%. In onze eigen steden zijn autochtone Nederlanders nu al in de minderheid. En nu wil dit kabinet met de Spreidingswet dat proces versnellen naar de laatste plekken die nog gespaard zijn. Die mensen kijken naar hun dorp en zeggen: hier herken ik Nederland nog, maar voor hoelang? Want de Spreidingswet zal iedere gemeente in Nederland voor goed veranderen. Dit kabinet noemt dat solidariteit. Forum voor Democratie noemt het wat het is: het onherkenbaar en onveilig maken van Nederland, tegen de wil van zijn bevolking in.

Voorzitter. Deze wet moet van tafel, vandaag nog! De instroom moet stoppen en de plekken in Nederland die nu nog herkenbaar zijn, moeten dat blijven, voor ons en voor de generaties na ons.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw inbreng. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Plas. Zij spreekt namens de BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel, voorzitter. De asielwetten waar Nederland zo naar snakte, zijn afgelopen dinsdag in de Eerste Kamer gesneuveld. En nog voordat het stof is neergedaald, heeft het kabinet gisteren alweer nieuwe wetsvoorstellen aangekondigd. Dat is mooi, zou je in eerste instantie denken, maar als ik er wat langer over nadenkt, vind ik het eigenlijk helemaal niet zo mooi. Het roept bij mij echt wel vragen op. Als je nu al nieuwe wetten klaar hebt liggen, hoe serieus was dan de inzet van de minister en de minister-president om de eerdere voorstellen door de Eerste Kamer te krijgen? Was dat een oprechte poging om beleid te veranderen of was het vanaf het begin al een tussenstap, waarbij achter de schermen al werd gewerkt aan een volgend pakket met lichtere maatregelen? Een pakket dus dat D66 wel zou kunnen steunen. Daarom vraag ik de minister wanneer is besloten om deze nieuwe wetsvoorstellen voor te bereiden en in welke ministerraad dit is besproken en vastgesteld. En was dit besluit al genomen terwijl de vorige wetsvoorstellen nog in de Eerste Kamer lagen?

Voorzitter. De Spreidingswet. Er bestaat een oud juridisch principe dat luidt: lex dura, sed lex. De wet is hard, maar het is de wet. Dat klinkt heel krachtig, bijna stoer, maar het is precies waar het de afgelopen jaren keer op keer is misgegaan in Nederland. Als de overheid zich verschuilt achter wetten, zonder oog te hebben voor de werkelijkheid van mensen, dan raak je het vertrouwen kwijt. Dat hebben we bijvoorbeeld gezien bij de toeslagenaffaire. "Het is de wet" werd gezegd en ondertussen werden duizenden gezinnen kapotgemaakt.

Voorzitter. Wetten zijn geen doel op zich. Ze moeten werken voor mensen. Ze moeten aansluiten bij wat draagbaar en uitvoerbaar is in de samenleving. Maar wat zien we nu? Gemeenten die aangeven dat het gewoon niet meer gaat. Inwoners die zich niet gehoord voelen. Dorpen waar het draagvlak simpelweg ontbreekt. En wat zegt de minister dan? "De wet is de wet." Maar juist na de recente gemeenteraadsverkiezingen, waarin partijen die zich uitspreken tegen deze aanpak, duidelijk hebben gewonnen, zou je verwachten dat er reflectie komt, dat er wordt geluisterd en dat er wordt bijgestuurd. Maar in plaats daarvan wordt er doorgezet en krijgen gemeenten te maken met dwang.

Voorzitter. Daarom de volgende vragen aan de minister. Hoe kan de minister na alles wat we hebben geleerd van eerdere crises, na alle signalen uit de samenleving en na deze verkiezingsuitslag nog steeds volhouden dat het simpelweg uitvoeren van de wet belangrijker is dan draagvlak, vertrouwen en uitvoerbaarheid in gemeenten?

Voorzitter. Met het aannemen van de dwangwet twee jaar geleden is wat BBB betreft een fundamentele denkfout gemaakt. Er werd gedaan alsof het een kwestie van capaciteit was en dat we wel even konden opschalen, maar dat is niet de kern van het asielprobleem. De kern van het probleem is de torenhoge instroom. Zolang die structureel hoog blijft, is het dweilen met de kraan open.

Ter voorbereiding op dit commissiedebat heb ik de Handelingen nog even teruggelezen van toen we in 2023 in de Tweede Kamer de dwangwet behandelden. In die Handelingen las ik allereerst terug dat de huidige minister, toen nog Kamerlid, zijn maidenspeech hield. Maar in de Handelingen las ik ook terug dat de huidige minister, toen dus nog Kamerlid namens het CDA, voor de dwangwet zou gaan stemmen. Maar tegelijkertijd wilde hij ook wat doen aan het beperken van de instroom. En de minister pleitte toen, toen hij Kamerlid was, voor een viertal maatregelen. Ik vraag de minister of hij zich nog herinnert wat die maatregelen waren en of hij kan aangeven hoe het staat met die maatregelen. Zijn deze in de tussentijd opgepakt? En als dat niet het geval is, wil hij dat dan als minister alsnog gaan doen? En zo niet, waarom dan niet?

Tot slot, voorzitter, heb ik nog drie vragen voor de minister. Ik zal dat kort doen. Kan de minister per gemeente een volledig en actueel overzicht geven van de uitvoering van de Spreidingswet? Wie voldoet, wie niet en waarom niet? De invoeringstoets ontbreekt. Die hadden we in februari al moeten ontvangen. Kan de minister deze alsnog toesturen? En vooruitlopend op de uitvoeringstoets: zitten er onderdelen in de wet die naar de mening van de minister moeten worden aangepast?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dank u wel voor uw inbreng. Er zijn geen interrupties. Dan ga ik naar mevrouw Straatman. Zij spreekt namens het CDA.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dank u wel, voorzitter. In een humaan land zorgen we op een fatsoenlijke manier voor mensen die recht hebben op opvang. Als mensen in het gras moeten slapen, hebben we als beschaafd land iets verkeerd gedaan. Dan hebben we met elkaar dus de verantwoordelijkheid om het beter te doen. Maar die verantwoordelijkheid kent twee kanten: solidariteit in opvang Ʃn het omlaagbrengen van de instroom. Want zolang de instroom te hoog blijft, blijven we achter de feiten aan lopen en blijft de druk op de opvang en het draagvlak te groot.

De Spreidingswet is een noodzakelijk instrument om niet alleen over solidariteit te spreken, maar om het ook gewoon te doen, zodat we toewerken naar stabiele en bij voorkeur kleinschalige opvang. Dat voorkomt voortdurende overplaatsingen, helpt de integratie en versterkt de band met de lokale gemeenschap.

Voorzitter. De opgave is groot, met een tekort van 38.000 duurzame opvangplekken en een dreigend acuut tekort van 4.500 plekken. Daarom mijn vraag aan de minister: hoeveel gemeenten voldoen op dit moment niet aan hun opgave uit de eerste cyclus? Wat gaat de minister daaraan doen? Met andere woorden, wat is het vervolg op de brief?

Voorzitter. Nu zijn de provincies aan zet. Maar ook na de deelbesluiten zijn we er nog niet, want bezwaarprocedures, vergunningtrajecten en de soms beperkte operationele slagkracht van het COA vertragen de uitvoering en maken dat welwillende gemeenten soms wel willen, maar helemaal niet verder komen. Hoe gaat de minister met deze externe knelpunten om? Ziet de minister bijvoorbeeld mogelijkheden om bezwaarprocedures te vereenvoudigen, zoals we ook doen bij woningbouwprojecten? Die acute tekorten maken de verleiding groot om terug te vallen op noodopvang, maar noodopvang is niet alleen minder humaan, het is ook nog eens veel duurder. Biedt dat niet ook kansen om gemeenten financieel te stimuleren om voor reguliere opvang te gaan?

Voorzitter. Laten we ook het zicht op de lange termijn niet verliezen. Neem de gemeentelijke opvangplekken voor OekraĆÆners: wat als het einde van de oorlog in OekraĆÆne op enig moment in beeld komt? Hoe zorgen we dan dat vrijgekomen locaties goed worden ingezet? Ligt er daarvoor al een plan?

Voorzitter. We mogen niet vergeten dat veel gemeenten de afgelopen periode hun verantwoordelijkheid al hebben genomen en hun taakstelling netjes nakomen. Wij zijn hun daarvoor zeer erkentelijk, maar het kan niet zo zijn dat juist deze gemeenten de dupe worden van tekorten elders en de gevolgen ondervinden van het niet nakomen van bestuurlijke afspraken. En dat geldt dus ook voor het COA. Broze solidariteit moeten we niet te veel op de proef stellen. In dat kader verbaast het ook dat de minister in zijn brief aan gemeenten schrijft dat als aanvullende maatregel ook boven bestuursovereenkomsten asielzoekers kunnen worden geplaatst. Wat bedoelt hij hiermee en kan hij bevestigen dat gemeenten die aan hun taakstelling voldoen, hier niet mee te maken krijgen? Dat zou ook het lokale draagvlak onder druk zetten, terwijl juist andere gemeenten nu aan zet zijn.

Voorzitter. Ik sprak zojuist over lokaal draagvlak voor azc's. En in alle eerlijkheid maak ik me daarover zorgen. De manier waarop wij als landelijke politici ook vandaag weer over asielzoekers spreken, is daarvoor heel bepalend. En laat duidelijk zijn dat ook het CDA vindt dat de instroom naar beneden moet en dat we grip moeten krijgen op migratie. Maar achter die opgave mogen wij nooit de mens achter de asielzoeker uit het oog verliezen. Dat betekent wel dat we elkaar moeten tegenkomen. Daarin kunnen we een voorbeeld nemen aan de asielopvang in Oss. Daar doen ze het anders: geen afgesloten en afgelegen opvanglocaties, maar een azc als buurthuis, gemengd met OekraĆÆners en in verbinding met de lokale gemeenschap. Dat is opvang die niet alleen komt halen, maar ook komt brengen door kansen te bieden aan omwonenden. We zien dat daar dat incidenten beperkt blijven, kosten lager zijn en het draagvlak juist groeit. Ziet de minister mogelijkheden om maatwerkopvang door gemeenten, zoals bijvoorbeeld in Oss, breder onder de aandacht te brengen?

Tot slot, voorzitter. Juist deze positieve voorbeelden moeten we blijven vertellen en ook durven te vertellen. Daarom deze slotvraag aan de minister: welke mogelijkheden ziet hij om samen met COA en gemeenten in te zetten op een positieve campagne om draagvlak voor asielopvang te versterken?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Mevrouw Straatman zegt: we mogen de mens achter de asielzoeker niet vergeten. Maar ik denk dat de meeste mensen in Nederland echt wel compassie hebben met mensen die vluchten voor oorlog en die tijdelijk een veilige regio zoeken. Want daar is asielopvang altijd op gericht, hĆØ. Zolang er oorlog is, is er opvang, maar als het veilig is, moeten mensen gewoon weer terug. De meeste mensen vinden dat helemaal niet en die denken helemaal niet per se slecht over asielzoekers.

Waar mensen zich zorgen over maken, is de overlast en dan met name overlast door alleenstaande jongemannen die hier geen enkele kans maken op een verblijfsvergunning. Ze maken zich druk over de druk op de zorg. Er is een zorgtekort. Er is een lerarentekort. Er is een huisartsentekort. Er is een tekort aan woningen. Dat is waarom mensen zich verzetten tegen een azc, maar bijvoorbeeld ook tegen de hoge instroom.

De voorzitter:

En uw vraag is?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Sorry, voorzitter. Mijn vraag is: ziet het CDA dat wel?

Mevrouw Straatman (CDA):

Dank voor deze interruptie, want ik ben het eigenlijk helemaal met mevrouw Van der Plas eens. De instroom is veel te hoog en daar moeten we iets aan doen. Dat men daar zorgen over heeft, begrijp ik, want die deel ik. Daarom ben ik ook heel blij dat hier een minister zit die na dinsdag niet gaat zitten treuren, maar meteen zegt: wij komen met nieuwe asielwetten om het te herstellen. Dat is wat er denk ik moet gebeuren.

Als mevrouw Van der Plas zegt dat er een aantal tussen zitten die zich misdragen, dan ben ik dat met haar eens. Die moeten we heel hard aanpakken. Ik ben dat helemaal met mevrouw Van der Plas eens, want die zorgen ervoor dat er te weinig draagvlak is. Maar waar ik wel moeite mee heb, en ik hoor dat ook nu weer een aantal keer terugkomen, is dat er gedaan wordt alsof alle asielzoekers criminelen zijn. Alle mensen worden over ƩƩn kam geschoren. Mevrouw Van der Plas is ook in een hoop azc's geweest en zij weet net zo goed als ik dat dit mensen zijn die uit erbarmelijke omstandigheden komen en gevlucht zijn voor oorlog en geweld. Mevrouw Van der Plas zegt dat overigens niet, maar dat moeten we dus ook zeggen. De grote groep zit hier uit noodzaak, omdat ze gevlucht zijn. We moeten op een fatsoenlijke manier voor deze mensen zorgen en ik geloof inderdaad ook dat heel veel Nederlanders dat ook vinden.

De voorzitter:

Dat leidt niet tot een vervolginterruptie en dat betekent dat de heer Diederik van Dijk namens de SGP aan zijn inbreng mag beginnen. Gaat uw gang.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank u wel, voorzitter. De voordeur bleef wagenwijd openstaan, terwijl er binnen geen plekken meer over zijn. Dat is de samenvatting van twee jaar Spreidingswet. De SGP wees de controversiƫle wet af, omdat we geen gedwongen spreiding over gemeenten wilden terwijl niets aan de voordeur zou worden gedaan. Sommige partijen stemden uiteindelijk toch in met de gedachte: er volgen nog maatregelen om de instroom te beperken. Maar afgelopen dinsdag hebben we opnieuw gezien dat de wens voor aanscherping van het asielbeleid wel met de lippen wordt beleden, maar in de praktijk niet wordt waargemaakt. Eindelijk lag er een kans om mooie woorden over grip op migratie om te zetten in concrete daden, maar opnieuw werden de vele Nederlanders die zich hierover zorgen maken, teleurgesteld. Ronduit beschamend!

Ook de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen laten zien dat veel inwoners kritisch zijn over meer azc's in hun wijk of straat. De SGP vindt daarom dat we in moeten zetten op wetten die de instroom daadwerkelijk gaan beperken. Ik roep het kabinet op: kom na snelle invoering van het Migratiepact en het tweestatusstelsel met een spoedpakket met aanvullende nationale maatregelen, zodat we niet langer aantrekkelijker zijn dan de landen om ons heen. Zet in op migratiepartnerschappen en asielaanvragen buiten de EU om te voorkomen dat mensen massaal de onfortuinlijke oversteek wagen. Maak werk van veel steviger terugkeerbeleid met terugkeerhubs buiten de EU. En uitgeprocedeerde asielzoekers moeten ook echt terug naar het land van herkomst, want ze mogen niet blijven ronddolen. En schaf die dwangsommen snel af! Geen enkel ander land kent zo'n lucratieve vergoeding voor asielzoekers, terwijl de IND eronder bezwijkt. Daarom heb ik recent met JA21 opnieuw een amendement ingediend om definitief afscheid te nemen van de asieldwangsommen.

Voorzitter. In het coalitieakkoord staat een vrij vage zin over de Spreidingwet: "Wanneer er voldoende vaste en flexibele opvangplekken van het COA zijn, wordt inzet van de Spreidingswet overbodig." Gaat het hier om een feitelijke constatering of een brandende ambitie van deze coalitie? Betekent dit dat deze minister inzet op voldoende vaste COA-plekken en dat dan de wet verdwijnt? En zo ja, hoe gaat hij er dan met gezwinde spoed voor zorgen dat die plekken gerealiseerd gaan worden? Hoe eerder die Spreidingswet verdwijnt, hoe liever. En wat de SGP betreft passen we in ieder geval geen enkele dwang richting gemeenten toe.

Voorzitter. Iedere dag worden gemeenten op een laat moment overvallen met een telefoontje vanuit het COA: "Er komt nu een bus asielzoekers uw kant op. Veel succes met de opvang." Bij sommige gemeenten komt het COA de gemaakte afspraken over beƫindiging niet na. Het is begrijpelijk dat deze mensen ergens onder moeten worden gebracht, maar dit is natuurlijk een zƩƩr onwenselijke situatie. Ik vraag ook om een reactie op de brief van de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht die na een ernstige mishandeling en poging tot verkrachting door een veiligelander geen asielzoekers uit een veilig herkomstland meer willen opvangen en pleiten voor een aparte aanpak van deze groep. Graag een reactie daarop.

Tot slot nog een aantal vragen over de uitvoering van de Spreidingswet. Kleinschalige opvang levert meer draagvlak en draagkracht op, maar in gesprekken met gemeenten horen wij nog steeds dat vooral wordt ingezet op grote locaties. Wil de minister in gesprek met het COA bezien hoe de mogelijkheden voor kleinschalige opvang in deze cyclus kunnen worden verruimd. Mijn tweede vraag komt voort uit een voorstel van de VNG. Ziet de minister ook kansen voor ruimere mogelijkheden voor gemeenten om zelf de exploitatie en de regie te voeren over opvanglocaties en daarbij ondersteuning van het COA in te huren? Zoals gezegd is dit recent voorgesteld door het VNG.

Voorzitter. Ondanks een aangenomen SGP-motie om de verslagen van de regietafels actief openbaar te maken, bleek eerder dat de helft van de provinciale regietafels dat nog niet doet. Wordt ervoor gezorgd dat iedere regietafel voortaan openheid geeft?

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is aan de heer Van Asten. Hij spreekt namens D66.

De heer Van Asten (D66):

Dank, voorzitter. Met het Migratiepact hebben we in de Tweede Kamer de duidelijke keuze gemaakt om de asielketen weer te laten werken en de instroom onder controle te brengen. We gaan dat doen met snelle procedures en sterkere Europese samenwerking Ʃn kansen voor mensen die vluchten voor oorlog en geweld om hier zo snel mogelijk aan de slag te gaan met werk en onderwijs. Het is goed dat de eerste stappen hiervoor zijn gezet.

Voorzitter. Een goed functionerende asielketen begint bij zekerheid en duidelijkheid. Daarvoor moeten we ook naar de gemeenten luisteren die aangeven de Spreidingswet nodig te hebben. Die begint bij voldoende opvangplekken, zodat procedures snel kunnen starten en mensen duidelijkheid krijgen, ook wanneer zij geen recht hebben op verblijf. De Spreidingswet is daar op dit moment nog hard voor nodig, niet als doel op zich, maar als middel om grip te krijgen op de opvang, verantwoordelijkheid te delen en vooruitgang te boeken. We zien gemeenten die verantwoordelijkheid ook pakken, gemeenten die niet afwachten, maar actief bijdragen. Ook na de oproep van deze minister voor extra noodplekken zijn veel gemeenten bereid om die handschoen op te pakken.

Voorzitter. Ik zie echter gemeenten die nog niet willen bijdragen. Als we een goed asielsysteem willen, betekent dat voldoende opvang, waarbij we niet steeds leunen op dezelfde schouders, maar samen de verantwoordelijkheid dragen. Ik wil dan ook graag van deze minister horen dat het volgende belletje eerst naar de gemeenten gaat die tot nu toe weinig hebben bijgedragen, zodat we niet alleen spreken over eerlijkheid, maar die ook echt waarmaken. Dat is ook een bericht dat mij heeft bereikt via vele wethouders in het land die wel een opvang hebben en die om zich heen kijken: waarom wij wel en de andere gemeentes niet?

De heer Ceulemans (JA21):

De heer Van Asten spreekt op een heel verwijtende toon over gemeenten die geen asielopvang willen bieden: het gaat over gemeenten die het niet willen en die niks bijdragen. Vroeger stond D66, Democraten 66, bekend als een partij die ook belangrijk vindt wat de bevolking wil en dat je daar rekening mee moet houden, en van bestuurlijke vernieuwing et cetera. Is de heer Van Asten er ook nog maar enigszins in geĆÆnteresseerd of er draagvlak is in een gemeente voor asielopvang, of maakt hem dat echt helemaal niks meer uit?

De heer Van Asten (D66):

Op dit moment hebben we te maken met een grote groep mensen die hier opvang nodig heeft. We hebben gezien dat daar de afgelopen jaren niets aan is gedaan. Onder het vorige kabinet, met minister Faber aan het roer, was er geen contact meer met de gemeentes. Er was dus geen enkele opzet meer om het goed te doen samen met de gemeentes, maar wel om de boel daar doelbewust in het honderd te laten lopen. Dat betekent dat die crisis nu alleen nog maar verdiept is. Dat betekent ook dat de noodzaak voor opvang daardoor alleen nog maar groter is geworden. Dat willen we hier nu weer omdraaien. Dat moeten we op een eerlijke manier doen, waarbij iedereen zijn deel pakt. Je kan niet van de helft van het land vragen om met een noodopvang te komen, terwijl de andere helft buiten schot blijft. Je zal het eerlijk moeten delen. Dan blijft die last ook goed te dragen.

De voorzitter:

De heer Ceulemans zegt dat hij te weinig interrupties heeft. U heeft er nog twee over, hĆØ. Dat weet u.

De heer Ceulemans (JA21):

Ja, maar die heb ik nog nodig.

De voorzitter:

Die heeft u nog nodig? Kijk, dat is een andere zaak dan te weinig.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik wil graag doorgaan op het gegeven antwoord. Dat we een enorme uitdaging hebben qua opvang en dat sommige mensen ook het woord "crisis" in de mond nemen, kan ik me goed voorstellen. Toch vraagt dat ook van D66 om wat breder te kijken naar het plaatje van wat er nu gebeurt, ook met die hele negatieve dynamiek rond de Spreidingswet. Is de heer Van Asten niet bang dat dit de lokale democratie en ook onze verhoudingen met de lokale overheden langdurig en asieloverstijgend stukmaakt?

De heer Van Asten (D66):

Dank voor deze interruptie. Ik was natuurlijk wethouder in deze stad, Den Haag, en ook daar hebben wij te maken gehad met een behoefte aan noodopvang. Daar hebben we als Den Haag de telefoon voor opgenomen. U kent wellicht de casus in Kijkduin nog wel, waar mensen werden opgevangen. Daar werd ook een heleboel misbaar om gemaakt. Ik heb mensen gesproken die oprecht zorgen hadden over hoe hun omgeving eruit zou zien en wie ze tegen zouden komen als zij daar 's avond hun hondje zouden uitlaten. Ik vind dat zeer terechte vragen. Ik vind dat je iedereen in Nederland die daar zijn vinger voor opsteekt, van "hƩ, gemeente, dit gaat wel heel snel; ik heb hier zorgen over", zo goed als mogelijk moet meenemen. Wat ik daar ook heb gezien, is dat daar heel veel mensen omheen hingen die totaal niet uit Den Haag kwamen en die daar bewust de boel op scherp aan het zetten waren om dit debat nog giftiger te maken. Dat vind ik ook kwalijk. Ik weet hoe lastig het is om te gaan met een verzoek om als gemeente je deel te pakken. Ik weet hoe moeilijk dat is. Daarom heb ik ook veel respect voor alle bestuurders in dit land die dit nog wel blijven dragen, die moeilijke gesprekken hebben met hun inwoners. Maar ik vraag ook van iedereen: we zullen mensen tijdelijk moeten opvangen, dus doe daarin mee.

De voorzitter:

Ik kijk even of er nog interrupties zijn. Dat is niet het geval. O, sorry, mevrouw Van der Plas heeft toch nog een interruptie. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik zat nog even terug te denken aan deze week en de bizarre stunt van D66 in de Eerste Kamer. Nou had de heer Van Asten het daarstraks met de heer Ceulemans over het Europees Migratiepact, maar dat moet natuurlijk nog wel door de Eerste Kamer. Ik ben dan wel even benieuwd wat D66 daarmee gaat doen. Heeft u daar al zicht op?

De heer Van Asten (D66):

Allereerst verwerp ik natuurlijk dat u dat een stunt van D66 noemt. Ik denk dat we hier de brokkenpiloten van de PVV aan het werk hebben gezien, die op het laatste moment daarin draaiden door tegen hun eigen wetten te stemmen. Voor D66 is het altijd duidelijk geweest dat wij tegen deze wet waren, omdat die de strafbaarstelling van illegaliteit met zich meedroeg. Sterker nog, dat hebben we dusdanig duidelijk gemaakt dat dit ook in het coalitieakkoord staat. Tegen iedereen die daar verbaasd over is, zeg ik dat zij die stukken eventjes moeten teruglezen en moeten weten waarom wij dat hebben gedaan. Nu ligt er een Europees Migratiepact voor, de negen verordeningen en de richtlijn die wij hebben geĆÆmplementeerd daarin. Daar is geen illegaliteit in opgenomen. Daar staan gewoon goede, stevige maatregelen in. Ik heb ook al het vertrouwen erin dat de Eerste Kamerfractie — die gaat er echter zelf over — daarin mee zal stemmen.

De voorzitter:

Mevrouw Van der Plas eerst.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Nou ja, ik vertrouw het allemaal zover als ik mezelf kan gooien, en dat is niet heel erg ver. Maar kijk, D66 heeft in de Eerste Kamer ook gewoon tegen de novelle gestemd, die eigenlijk het kopje soepje eruit haalde, en heeft vervolgens tegen de Asielnoodmaatregelenwet gestemd. Voor mij voelt het wel alsof het een verschrikkelijke stunt is geweest, waardoor Nederland met de gebakken peren zit. Maar daar gaat mijn vraag niet over. Ik zal de vraag kort stellen.

De voorzitter:

Graag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Het is eigenlijk dezelfde vraag als aan mevrouw Straatman. Het draagvlak is er gewoon niet in Nederland, binnen gemeentes niet, onder lokale bewoners niet. Hoe gaat D66 om met die roep van die mensen?

De heer Van Asten (D66):

Nogmaals, toch nog even op het eerste ingaand. Ik zal dat zo snel mogelijk doen, voorzitter. Het is natuurlijk van de zotte. Wij zijn tegen de strafbaarstelling illegaliteit. Daar staan wij niet alleen in. Dat is ook bijvoorbeeld de mening van de politie, die ook zoiets heeft van: doe ons dit niet aan, want als mensen vervolgens van de radar verdwijnen, wordt Nederland daar alleen gevaarlijker door. Minimaal ƩƩn senator van de BBB was het daarmee eens, want die heeft daar ook tegen gestemd, dus er zit daar ook nog de goede denkkracht bij. Maar dan als het gaat om het verhaal van het draagvlak in het land. Wij zien dat er in heel veel gemeentes, die op rustige basis konden toewerken naar een eigen azc, heel veel draagvlak is. Neem een gemeente als Wageningen, die meer vluchtelingen opvangt dan zij volgens zo'n provinciale regietafel zou moeten doen. Daar is veel draagvlak in die gemeentes, omdat het rustig kan. Dat is ook mijn pleidooi. Zorg dat je goed kijkt naar de toekomst, zorg dat je met vaste locaties gaat werken. Dan hoeven we niet met noodmaatregelen te komen. Daarvoor is stabiel beleid nodig. Dat vertrouw ik deze regering, deze minister meer toe dan er in de afgelopen twee jaar op de mat is gelegd.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Even een punt van orde. De heer Van Asten van D66 zit hier gewoon leugens te verkondigen. De PVV heeft níét tegen de eigen asielwetten gestemd. Wij hebben vóór de wet gestemd. Het is D66 dat tegen de strenge asielwetten heeft gestemd.

De voorzitter:

Waarvan akte, op het punt van orde. De heer Ceder voor een interruptie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik probeer het weer even te schuiven naar het punt dat ook vandaag met de minister besproken moet worden: de Spreidingswet. D66 heeft het over draagvlak. Ik heb net in mijn betoog als eerste aangegeven dat ik me zorgen maak over het afkalvende draagvlak. Dat zit 'm voor een deel in de betrouwbaarheid van de overheid: is afspraak afspraak? Ik denk dat wij beiden het slagen van deze wet om meerdere redenen gunstig zouden vinden, maar daarvoor is wel betrouwbaarheid van alle kanten nodig. Mijn vraag is of D66 in ieder geval kan erkennen dat het vertrouwen een knauw heeft opgelopen en dat wij dus wel extra hard moeten gaan lopen, ook als overheid, maar ook een COA en alle betrokkenen, om ervoor te zorgen dat de gemeenten in die relatie willen stappen.

De heer Van Asten (D66):

Ja, een terecht punt. Dat heb ik net ook proberen duidelijk te maken op de interruptie van de heer Van Dijk. Om een goede relatie te houden met de gemeentebesturen, maar natuurlijk ook met alle inwoners erbij, moet je duidelijk en voorspelbaar zijn, moet je eigenlijk een heel saai beleid willen uitrollen. We weten dat we veel vluchtelingen opvangen. We hopen dat het er minder worden met het nieuwe Migratiepact, maar we zullen daar voorlopig nog wel voor aan de lat staan. Laten we dat op een goede manier doen, op een manier met vaste locaties, met duidelijke afspraken. Dan hoeven we niet op het laatste moment nog rond te gaan bellen en mensen in bussen midden in de nacht op weg te sturen om nog ergens in een sporthal op een veldbedje te kunnen liggen. Ik denk dat dit het draagvlak zeker ten goede zal komen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Fijn dat D66 daar zo in staat. Een van de punten die daaraan kan bijdragen, is het punt van kleinschaligheid. Ik heb in meerdere debatten, ook met de voorganger van deze minister, het debat gevoerd over de vraag of gemeenten ook zelf mogen invullen hoe ze aan die opgave voldoen, bijvoorbeeld door echt kleinschalig de voorzieningen in te richten. Ik heb van meerdere bestuurders teruggekregen dat er een soort minimumgrens lijkt te zijn in de onderhandelingen met het COA. Wanneer je bijvoorbeeld een locatie voor twintig man wil aanbieden, kan dit niet omdat dit te duur zou zijn of omdat je daar te veel mensen voor zou moeten inzetten. Maar ook dat maakt dat gemeenten op een gegeven moment …

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Ceder (ChristenUnie):

… zeggen: ja, maar wij willen geen grote voorziening op ƩƩn plek, wij willen het veel liever splitsen. Mijn vraag is of D66 bereid is om, als dat een knelpunt is, misschien veel meer mee te gaan denken met die gemeenten over hoe je dat wel kan oplossen, ook als het misschien iets duurder is dan grotere locaties.

De heer Van Asten (D66):

D66 is groot voorstander van kleine locaties, maar ik denk dat iedereen die voor een goede opvang staat, die graag zou willen. Ik zie tegelijkertijd de beperkingen in zo'n systeem van de beschikbaarheid van het aantal mensen dat we daarvoor nodig hebben, de kosten die daarmee gepaard gaan. Ik zou het overigens wel interessant vinden om te zien of we alle kosten die we nu maken voor het inhuren van hotels, cruiseboten et cetera zouden kunnen wegstrepen tegen die voor meer kleinschalige locaties, als dat mogelijk is. Mijn zegen heeft u daarbij, en mijn steun ook. U stelde de vraag aan de minister. Ik ben benieuwd hoe hij daar dadelijk op ingaat.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Van Asten (D66):

Na zo veel interrupties is het altijd even zoeken, maar volgens mij heb ik 'm weer. De duidelijkheid, waar ik het al over had, die de overheid moet bieden, werkt verder door. Stabiele opvang zorgt ervoor dat mensen niet stilstaan maar vooruit kunnen, dat kinderen naar school kunnen en een vaste plek hebben, dat mensen aan het werk moeten, de taal moeten leren en kunnen inburgeren. We zien veel mensen die willen bijdragen, die moeten bijdragen. Die inzet is hard nodig. Denk ook bijvoorbeeld aan extra handjes die we kunnen gebruiken voor woningbouw of in de zorg. Juist daarom willen we af van de huidige situatie, waarin mensen steeds opnieuw worden verplaatst van locatie naar locatie. Dat heeft niet alleen gevolgen voor mensen, maar ook voor ondernemers en organisaties die net hebben geĆÆnvesteerd in die handjes en die vervolgens die personen weer zien vertrekken.

Voorzitter. Als we willen dat mensen meedoen, moeten we ook een aantal voorwaarden daarvoor creƫren: zekerheid, stabiliteit en duidelijkheid. De stabiele opvang biedt kansen. Het is tijd om die kansen te benutten. Welke concrete stappen, zo vraag ik aan de minister, kunnen worden gezet, om uiteindelijk het aantal overplaatsingen terug te dringen. Ik ben ook nog benieuwd naar de Meedoenbalies op de locaties: hoeveel kunnen we er nu daadwerkelijk starten?

Ik begrijp dat de minister door de chaos van de afgelopen jaren nu vol moet inzetten op noodopvang, maar voor rust en stabiliteit in de keten is het van belang dat we toewerken naar vaste locaties, waar personen langer kunnen worden opgevangen. Kan de minister aangeven hoe het staat met de zoektocht naar deze structurele opvangplekken?

Tot slot. De Spreidingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om bij opvanglocaties samen te werken met derde partijen. Dat geeft gemeenten veel ruimte, maar de kwaliteit en de randvoorwaarden moeten wel op orde zijn. Kan de minister aangeven hoe op de kwaliteit van deze locaties wordt toegezien? Hoe staat het met het kwaliteitskader dat ontwikkeld zou worden volgens de memorie van de Spreidingswet om deze kwaliteitseisen op elke locatie te garanderen?

Dank.

De voorzitter:

Ik ga allereerst naar de heer Diederik van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Het sneuvelen van de Asielnoodmaatregelenwet heeft er ook toe geleid dat de afschaffing van de dwangsommen niet is doorgegaan. Dat is een punt waarover D66 altijd sceptisch was. Maar tot mijn verrassing zag ik van de week de reactie van de heer Paternotte, die wel degelijk welwillend tegenover de afschaffing van de dwangsommen leek te staan. Mijn hele concrete vraag: betekent dit dat D66 het betreffende amendement dat ik eerder noemde, zou kunnen steunen om te komen tot de afschaffing van die dwangsommen?

De heer Van Asten (D66):

Ik ken de precieze tekst van dat amendement niet, maar laat ik erop ingaan. Wij staan zeer positief tegenover het afschaffen daarvan, maar we moeten wel weten waarom die dwangsommen worden toegekend. Dat is natuurlijk omdat de termijnen waarop besloten wordt, volledig overschreden worden. Dus het lijkt me wel een goed plan dat we, op het moment dat we die dwangsommen dadelijk tegengaan, ook wel wat gaan doen om ervoor te zorgen dat we niet meer uit die termijnen lopen. Het Migratiepact zou daarvoor moeten zorgen. Daarover hebben we de duidelijke afspraken staan dat vanaf 12 juni die termijnen heel kort worden. Wellicht faseert het probleem zichzelf snel uit, maar het bedrag dat daarmee gemoeid is, staat niet in verhouding tot wat we eigenlijk zouden moeten doen.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Genoteerd. Dat gaat goed komen, proef ik. Dan mijn laatste interruptie. D66 staat open voor aanvullende maatregelen na het verwerpen van de Asielnoodmaatregelenwet. De heer Van Asten gaf aan dat strafbaarstelling van illegaliteit en alles daaromheen heel ingewikkeld is. Maar het achterliggende punt is: kan het wel op instemming van ook D66 rekenen om die specifieke categorie van uitgeprocedeerde asielzoekers, die dus bewust niet meewerken aan hun terugkeer, wƩl strafbaar te kunnen stellen?

De heer Van Asten (D66):

Ik heb de minister bij de behandeling van de wet in de Eerste Kamer veel horen spreken over de terugkeerfrusteerders — een prachtig woord voor een niet zo prachtig fenomeen. Ik denk dat we daar inderdaad hele strakke maatregelen op moeten nemen, dat we daar kunnen zeggen: die moeten we zo snel mogelijk wĆ©l aan kunnen pakken. Of het vervolgens opschiet om die eerst in de cel te zetten? Volgens mij wilden we die graag zo snel mogelijk het land uit hebben. Elke regeling moet er dus aan getoetst worden of die daaraan bijdraagt.

De heer Ceulemans (JA21):

We hebben het hier uiteindelijk gewoon over een instroomprobleem, hè? De reden dat gemeenten nu gedwongen worden tot asielopvang, is dat die instroom permanent te hoog is. Afgelopen dinsdag lag er in de Eerste Kamer de eerste mogelijkheid om iets te doen aan die instroom. Laat duidelijk zijn: wij zijn teleurgesteld in alle partijen die ervoor gezorgd hebben dat deze wetten er niet gekomen zijn. Maar de heer Van Asten glibbert er wel een beetje onder vandaan wanneer hij zegt: ja, maar dat kan geen verrassing zijn, want het was van het begin af aan duidelijk dat wij tegen waren. Uit een appconversatie tussen de heer Dittrich en een journalist bleek namelijk dat D66 in de Eerste Kamer tot op het allerlaatste moment van plan was om vóór de novelle te stemmen, waardoor de Asielnoodmaatregelenwet het gehaald had. Dus D66 heeft ook een draai gemaakt en er was dus helemaal geen sprake van een principieel bezwaar tegen die novelle. Kan de heer Van Asten zich voorstellen dat dit overkomt alsof D66 niet door principes gedreven, maar puur opportunistisch die wet heeft getorpedeerd en tegen die novelle heeft gestemd, en dan ook nog eens tegen de wil van zijn eigen premier in?

De heer Van Asten (D66):

De "eigen premier" is natuurlijk altijd een leuk iets. Een premier is er voor alle partijen, voor heel Nederland. Die heeft een belang bij het uitvoeren van het coalitieakkoord. Wij hebben daar als partij onze handtekening onder gezet. In het coalitieakkoord staat heel duidelijk de zin, die ik gewoon nog een keer zal herhalen: D66 zal niet instemmen met het strafbaar stellen van illegaliteit. Wij werken dus ook niet mee aan het strafbaar stellen van illegaliteit. Ik denk dat dit bovenaan staat. Het is een behoorlijk principieel punt dat wij niet vinden dat mensen die illegaal hier in Nederland verblijven, dus zonder papieren, de cel in zouden moeten worden gegooid. Daarom is er tegengestemd in de Tweede Kamer en uiteindelijk ook in de Eerste Kamer.

Mevrouw Vondeling (PVV):

De vraag is eigenlijk wat D66 dan wel wil doen om al die uitgeprocedeerde afgewezen asielzoekers ons land uit te krijgen. U wilt ze allereerst niet strafbaar stellen, maar als er dan een Europees voorstel in het Europees Parlement ligt om het mogelijk te maken om ze bijvoorbeeld naar terugkeerhubs te sturen, steunt D66 die voorstellen ook niet. Wat wil D66 dan concreet doen om al die illegalen ons land uit te krijgen?

De heer Van Asten (D66):

Volgens mij hebben we een heel stevig pakket aangenomen met het Migratiepact van de EU. Daar horen nog enkele zaken bij, zoals inderdaad: hoe ga je om met mensen het land weer uit krijgen, de Europese Unie uit krijgen, en welke rol kunnen hubs daarbij spelen? Die zaken zijn in het Europees Parlement op het laatste moment veranderd. Er is toen een deal gesloten tussen de rechtse fracties en de christendemocratische fracties, anders dan wat de onderhandelaar van het Europees Parlement daarop voorstelde. Onze fractie in het Europees Parlement heeft er reden toe gehad om tegen die wetten te stemmen. Nou, het komt er wel, want het is aangenomen in het Europees Parlement. Er komt een verordening. Die komt onze kant op en dan verwachten we hier die implementatiewet te zien. Daar zullen wij mee gaan instemmen. Dan hebben we een grond om mensen uiteindelijk naar een buitenland te sturen.

De voorzitter:

Mevrouw Vondeling.

De heer Van Asten (D66):

Volgens mij heeft D66 daarmee een heel streng beleid neergelegd en een heel streng beleid gesteund. We hopen dat dit er uiteindelijk toe zal leiden dat zoiets als de Spreidingswet uiteindelijk niet meer voor dit soort verhitte debatten gaat zorgen, maar dat we de opvang in Nederland goed regelen.

De voorzitter:

Meneer Van Asten, dit was echt veel te lang, echt veel te lang. Ik heb het nu een paar keer moeten herhalen, maar dit was echt veel te lang. Het gaat ruim richting de anderhalve minuut. Dat moet echt korter.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Het probleem is juist dat D66 dat soort voorstellen dus niet steunt. Als het erop aankomt, als er strenger beleid voorligt, of dat nou in de Eerste Kamer is of in het Europees Parlement, dan stemt D66 consequent tegen. Sterker nog, een senator van de Eerste Kamer staat zelfs te poseren voor het debat met een groep illegalen. Wat wil D66 nou concreet doen om die illegalen ons land uit te krijgen?

De heer Van Asten (D66):

Ik zal het kort houden, voorzitter. We hebben ingestemd met het Migratiepact. Daarin is een heel duidelijk standpunt ingenomen over hoe we mensen opvangen, hoe we mensen beoordelen en hoe we mensen een vervolgtraject geven in Nederland of daarbuiten.

De voorzitter:

Kijk, er zijn weer wat seconden gewonnen. De heer Ellian voor een interruptie.

De heer Ellian (VVD):

Ik was niet van plan om iets te vragen aan de collega, maar ik moet dat nu toch doen, voorzitter, via u. Ik hoor collega Van Asten zeggen: strafbaarstelling van illegaliteit zouden we niet doen, want dat stond in het akkoord. Dan heb ik wel iets gemist. Zou de collega het kunnen toelichten?

De heer Van Asten (D66):

Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat er heel duidelijk in staat dat D66 niet in zal stemmen met de strafbaarstelling van illegaliteit. Op het moment dat de wet het wel zou halen, wordt die uitgevoerd. Dan kun je vinden van die zin wat je vindt, omdat je namelijk een wet altijd moet uitvoeren. Ook de Spreidingswet, overigens. Maar dat staat in het akkoord.

De heer Ellian (VVD):

Maar uit die zinnen — iedereen kent ze — had ik dus moeten begrijpen dat D66 ook tegen die novelle zou stemmen? Ik begrijp gewoon niet goed wat de collega hier nu zegt. Er staat daar geen zin in dat D66 tegen de strafbaarstelling van illegaliteit en tegen de novelle gaat stemmen. Dat staat er niet. Ik ben nu dus wat verrast door wat de collega zegt.

De heer Van Asten (D66):

Zelfs bij de behandeling van de regeringsverklaring heeft mevrouw Yeşilgöz van de VVD toentertijd heel helder aan de heer Wilders uitgelegd wat precies dat standpunt was. Wellicht kan de heer Ellian dat nog even terugkijken. Dan zal het wellicht helder worden als mijn woorden niet voldoende zijn.

De voorzitter:

Wilt u nog een interruptie plegen?

De heer Ellian (VVD):

Nee, hoor.

De voorzitter:

Meneer Van Asten, u was klaar met uw betoog? Dat is het geval. Dan is nu aan u het woord, meneer Ellian, namens de VVD.

De heer Ellian (VVD):

Wel bijzonder dat mijn partijleider iets voor D66 zou moeten uitleggen, maar goed, ik geloof niet dat dat aan de orde was.

Voorzitter. Hier zit een chagrijnig Kamerlid. We hadden dƩ kans om iets te regelen waar heel Nederland, of althans een groot deel, naar snakt, maar die kans is voor het doel gemist, blijven liggen of hoe je het ook wilt noemen. Dat was wat ons betreft niet nodig, maar het is wel gebeurd. Waarom begin ik daarmee? Omdat de wet waar het commissiedebat van vandaag over gaat, voor ons natuurlijk wel verbonden is aan "niet dweilen met de kraan open". Het heeft geen zin om te spreiden en dan continu een toename van de asielinstroom te zien. Dan schiet het niet op.

Voor ons was dus heel duidelijk dat de asielinstroom heel snel maximaal naar beneden zou moeten. En dan moet je er natuurlijk ook werk van maken om diegenen die hier niet horen te zijn vervolgens uit Nederland te krijgen. Als je dat doet, kun je misschien een in enige mate acceptabele situatie creĆ«ren, waardoor hopelijk die hele wet uiteindelijk niet nodig is. Ja, als je dan … Nou ja, goed. Dan helpt deze week niet als je het gevoel krijgt dat die situatie niet dichterbij komt.

Voorzitter. Ik begin toch met het beperken van de instroom, ook al is dat geen onderdeel van de Spreidingswet en het voorliggende debat. Ik wil wel even het volgende vragen aan de minister. Vanaf 13 juno aanstaande is de permanente verblijfsvergunning — gelukkig is dit deze week gelukt — verleden tijd. Mag ik aannemen dat er voorlopig geen permanente verblijfsvergunningen meer worden afgegeven? Het zou toch wel vrij lelijk zijn als dat zou gebeuren. Ik wil de minister ook vragen of hij rapido werk gaat maken van de doorstroomlocaties. Op dit moment moet ongeveer 25% van de COA-bewoners daar weg. Het zou fijn zijn als de minister, en ook zijn collega in het kabinet, daar echt snel werk van maken. Dan gaat het vooral ook om de sobere locaties. Als ik het goed begrijp, kunnen die snel geregeld worden. Waarom hoor ik daar zo weinig over?

Tot slot de uitstroom. Ik heb gisteren de brief over het landenbeleid voor Syriƫ gezien. De essentie is dat een deel van Syriƫ veilig is. 36% in de COA-locaties is van Syrische komaf. Gaan we er nu vaart mee maken en het prioriteren dat een deel daarvan Nederland gewoon gaat verlaten? Als we dat doen, krijg je hopelijk heel snel de situatie dat we dit commissiedebat niet meer nodig hebben. Dan kunnen we bij het volgende commissiedebat hopelijk praten over de vraag of de instroom uiteindelijk helemaal naar beneden is gegaan en of je een situatie in Nederland hebt gecreƫerd waardoor er voldoende draagvlak is onder de mensen om datgene te doen wat nodig is; dat is wat ons betreft niet per se veel.

Tot slot ... Voorzitter, hoeveel tijd heb ik nog?

De voorzitter:

EƩn minuut.

De heer Ellian (VVD):

Ah, dan kan het. Tot slot ƩƩn opmerking over Loosdrecht. Ik heb niet alles kunnen volgen. Ik zat vol in debatten deze week. Vooropgesteld, geweld tegen hulpverleners is onaanvaardbaar. Ik weet verder niet ... Achter elk beeld komt van alles vandaan, maar geweld is pertinent onaanvaardbaar. Wat ik wel zie, is een gemeente en bewoners die zich zeer overvallen voelen. Dat is natuurlijk niet de manier waarop het zou gaan. Ik wil de minister dus wel vragen om werk te maken van fatsoenlijke communicatie met de omgeving. Als je ergens draagvlak voor wil creƫren, helpt het natuurlijk niet als mensen zich overvallen voelen. Dan begrijp ik het dat mensen zeggen: dit zie ik op deze manier niet zitten. Dat is overigens geen rechtvaardiging voor de beelden die ik heb gezien.

Dat was het.

De heer Ceulemans (JA21):

Even terug naar de Spreidingswet. Ik heb daarover een vraag aan de heer Ellian. Hij verwees er in het begin van zijn betoog zelf al naar: ook de VVD heeft bij de invoering van de Spreidingswet continu als harde voorwaarde gesteld dat parallel daaraan de instroom omlaag moest. Op een gegeven moment moest premier Rutte langs bij de fractievergadering van de VVD om te beloven dat hij ook echt aan de instroom zou gaan werken. Woordvoerder Brekelmans heeft bij het debat over de Spreidingswet nog een amendement ingediend om te zeggen: hij moet na een jaar worden ingetrokken als er in de tussentijd geen forse instroombeperking tot stand is gekomen. Dat is allemaal dus niet gebeurd. Eigenlijk is de Spreidingswet op dit moment dus van kracht terwijl die niet voldoet aan de voorwaarden die de VVD er zelf aan gesteld heeft. Mijn concrete vraag aan de heer Ellian is dus of er bij de VVD enige ruimte zit om over te gaan tot intrekking van de Spreidingswet. U kunt verwijzen naar het coalitieakkoord. We hebben de afgelopen weken gezien dat D66 en CDA allerlei afspraken van tafel veegden ...

De voorzitter:

Ik denk dat de vraag helder was.

De heer Ceulemans (JA21):

... dus zit er bij de VVD enige ruimte?

De heer Ellian (VVD):

Kijk, het is volgens mij heel duidelijk. We zaten niet zo op deze wet te wachten. Volgens mij heeft de VVD het ook altijd zo gezegd. Het liefst heb je deze wet niet nodig. Alleen, die COA-locaties zitten vol. Zoals ik net zei, heeft dweilen met de kraan open geen zin. Dat zien wij dus ook niet zitten. Als je gaat spreiden en de asielinstroom ondertussen alleen maar blijft toenemen, dan creƫer je een situatie waar, ook gelet op de afgelopen weken en op de gemeenteraadsverkiezingen, volstrekt geen draagvlak voor is in Nederland. Ik ben volgens mij in mijn inbreng ook duidelijk richting de minister. Hij moet aan de slag met een aantal dingen. Hopelijk is de situatie dan opgelost. Dat moet voor ons de prioriteit zijn. Deze wet is er nu eenmaal gekomen. Wat ons betreft komt de dag wel snel dat de wet ook niet meer nodig is. Maar daar moet deze minister wel voor aan de bak, overigens ook met zijn collega in het kabinet. Ik hoop wel dat ook de minister-president dit als chefsache voelt.

De voorzitter:

We gaan eerst naar de heer Russcher. Daarna kom ik bij mevrouw Vondeling.

De heer Russcher (FVD):

Ik wil hier even op inhaken. Sophie Hermans zei in 2022 ook: "Mijn geduld is niet eindeloos." Van 2022 tot 2025 zijn 190.000 asielzoekers Nederland binnengekomen. Nog steeds komen er 1.000 asielzoekers per week binnen. Bij welk aantal asielzoekers dat Nederland per week binnenkomt, staat de VVD ervoor open om de Spreidingswet in te trekken? Zijn dat er 900, 800, 500? Wat Forum voor Democratie betreft zijn het er nul. Ik ben benieuwd hoe de VVD hiernaar kijkt.

De heer Ellian (VVD):

Je moet zo snel mogelijk de instroom maximaal beperken. In onze visie hoort daar ook bij dat je je land dus niet aantrekkelijk moet maken voor deze grootschalige migratiestroom. Daar zijn die wetten heel hard voor nodig. Daarvoor was het handig geweest als je bijvoorbeeld de ongewenstverklaring of de strafbaarstelling van illegaliteit had. Dat is niet gelukt. Ik hoor dat er vanuit het kabinet gezegd wordt: we gaan dit voortvarend en rapido regelen. Zolang je land aantrekkelijk blijft, zullen de mensen blijven komen. Dat is nou net wat de VVD niet wil. Ik ga er geen vaste getallen opplakken, maar het moet snel naar beneden.

De heer Russcher (FVD):

Maar de instroom omlaag was toch een concrete voorwaarde voor de VVD om deze wet te steunen? En nu kunt u geen concreet cijfer noemen voor het aantal asielzoekers per week dat Nederland binnen mag komen om de Spreidingswet te schrappen. Dat is toch een beetje krom?

De heer Ellian (VVD):

Nee, dat is niet krom. Nu moet de heer Russcher even goed opletten. Zelfs als je nu zou zeggen "grenzen dicht en er komt niemand meer binnen", dan nog zit je met al die mensen die nu in de COA-locaties zitten. Waar moeten die naartoe? Ik ga er niet in mijn eentje over, maar zelfs als ik zou doen wat Forum voor Democratie wil, dan nog heb je een probleem met de COA-locaties, die ramvol zitten. Ik zeg dus: doorstroom en uitstroom. Dat betekent, voor de goede luisteraar, gewoon: graag een deel van de mensen uitzetten, want die horen hier niet. Dan heb je nog een groep overlastgevers en degenen die allang uitgeprocedeerd zijn: die ook eruit. Dan los je hopelijk het probleem op. Maar de inzet van de VVD is wel degelijk dat de instroom snel naar beneden moet.

De voorzitter:

De heer Russcher, de laatste interruptie.

De heer Russcher (FVD):

Er zitten ongeveer 30.000 Syriƫrs in de azc's. Als we die allemaal het land uitsturen, is dat probleem ook opgelost qua opvang. Dan gaat het argument dat u net gebruikte ook niet meer op. Als u niemand binnenlaat, dan blijven we alsnog met die overspoelde azc's zitten. Laten we dus in ieder geval samen werk maken van het terugsturen van Syriƫrs.

De heer Ellian (VVD):

Daarom benoemde ik ook de kwestie van het landenbeleid voor Syriƫ. Ik denk dat ik de enige was, maar dat is niet erg. Ik zie lichtpunten in de zin dat een deel van Syriƫ veilig is. Een deel, zeker de nieuwe aanvragen, moet, hups, terug. Ik wil dus ook dat de minister daar een prioriteit van maakt. Hopelijk is Syriƫ op enig moment, binnen afzienbare tijd, helemaal veilig. Ik ga ervan uit dat we met de herbeoordelingen een heel eind komen. Inderdaad, dan heb je een groot probleem, namelijk dat van de volle opvang, opgelost.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Daar ging mijn vraag ook over. Ik heb het nieuwe landenbeleid van de minister ook gelezen. Maar een grote groep die nu in de azc's zit, is statushouder. We hebben tienduizenden Syrische statushouders. Zoals de heer Ellian terecht zegt, is een deel van Syriƫ veilig. Steunt de VVD de PVV erin dat we nu moeten gaan beginnen met de herbeoordelingsprocedures van Syrische statushouders in Nederland? Laat ze gewoon hun eigen land opbouwen. U zegt nu: als het helemaal veilig is. Wat moet er gebeuren voordat we verblijfsvergunningen gaan intrekken en we die mensen terug gaan sturen?

De heer Ellian (VVD):

Zo werkt het systeem op dit moment natuurlijk niet. Gelukkig bestaat de permanente verblijfsvergunning straks niet meer. De hele gedachte is dat je vaker kunt herbeoordelen, zodat je makkelijker kunt terugsturen als op basis van de ambtsberichten die het kabinet krijgt, wordt geoordeeld dat een land weer veilig is. Dat is de hele gedachte. Volgens mij is dat een positieve route. Er zijn mensen die inmiddels al wel een status hebben gekregen. Wat ons betreft moeten die naar zo'n sobere doorstroomlocatie. Zij moeten dan ook wachten zoals alle andere Nederlanders moeten wachten. Principieel denk ik dat mevrouw Vondeling en ik niet zo heel veel uit elkaar zitten, in die zin ... Ik vind de Syrische machthebber — hoe noem je die man? — een gevaarlijke man, maar ik denk dat heel veel mensen die nu naar Europa komen, prima veilig in SyriĆ« kunnen verblijven, en ik denk dat mevrouw Vondeling dat ook denkt.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Er zijn verder geen interrupties meer. Dan ga ik naar mevrouw Piri, als laatste spreker van de zijde van de Kamer.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vervang even mijn collega Westerveld. Ik heb deze commissie vierenhalf jaar mogen doen en ik kan u vertellen: ik heb het niet gemist. Dit is toch echt de commissie waar het minst wordt gedaan aan feiten en het meest aan politiek.

Voorzitter. Iedereen die in Nederland asiel aanvraagt, heeft het recht om het besluit daarover onder fatsoenlijke omstandigheden af te wachten. Vandaar ook dat we de Spreidingswet nodig hebben. We zagen in het verleden eigenlijk dat altijd dezelfde gemeentes, met name in het noorden van Nederland, alle mensen opvingen. Daarnaast kon het ook niet kleinschalig. Het moest altijd enorm grootschalig. Dat zorgde uiteraard ook voor veel minder draagvlak.

We hebben de Spreidingswet nu al twee jaar, maar we hebben hiervoor natuurlijk een kabinet gehad dat eigenlijk gewoon weigerde om die wet toe te passen. Dat kabinet liet elke keer boven de markt hangen dat die elk moment kon worden ingetrokken. Eigenlijk heb ik dus alleen maar respect voor deze minister, die het rommelwerk van zijn voorgangers nu mag gaan opruimen. Ik denk dat Nederlanders van ons een betrouwbaar bestuur mogen verwachten, dat dus ook werkt aan het herstel van vertrouwen door zich gewoon te houden aan wetten die door deze Kamer worden aangenomen. Ik maak me er nog wel zorgen over dat in het coalitieakkoord toch weer zo'n zin staat als dat de Spreidingswet "voorlopig in stand wordt gehouden". Vandaar mijn vraag aan de minister: is dit ook niet weer schadelijk voor het vertrouwen? Er wordt steeds weer ruimte gelaten voor tegenwerken.

Wij steunen het kabinet bij het uitvoeren van de Spreidingswet en verwachten ook van de minister dat hij, in tegenstelling tot zijn voorgangers, ervoor staat dat onze gemeenteraadsleden, onze wethouders en onze burgemeesters gewoon de Nederlandse wet naleven. Laat ik ook zeggen dat demonstraties in een democratische rechtsstaat gelukkig altijd zijn toegestaan. Wij moedigen het op elk onderwerp ook vooral aan om je uit te spreken, ook als het gaat over bezwaren tegen de opvang van asielzoekers. Maar ik hoop ook dat het kabinet optreedt tegen de mensen die lokale politici bedreigen en geweld gebruiken, want dat is natuurlijk gewoon onacceptabel.

Dan over de noodopvang. De minister heeft een brief moeten sturen aan de gemeenten met het verzoek om snel over te gaan tot het openen van noodopvanglocaties. Laten we eerlijk zijn: als de Spreidingswet de afgelopen twee jaar gewoon was uitgevoerd, had de minister deze brief niet hoeven te sturen. De gemeenten zaten er niet op te wachten, en de mensen die in die noodopvangplekken moeten worden opgevangen zeker ook niet. Hoe gaat het nu, vraag ik de minister, met het langjarig openen van locaties? Dat was natuurlijk ook een van de doelen van de Spreidingswet. Ziet de minister daarin vooruitgang? En wanneer kunnen we de invoeringstoets verwachten?

Voorzitter. Iets waar deze Kamer het van links tot rechts altijd over eens is geweest, is de kinderen in de noodopvang. Volgens mij zijn we het er allemaal over eens dat het niet zo kan zijn dat 7.000 kinderen in Nederland in de noodopvang zitten, en 700 kinderen zelfs in de crisisnoodopvang. Ik weet heus wel dat voorgaande staatssecretarissen en ministers dit ook een onzalige situatie vonden. Ziet deze minister nu kans om hier eindelijk iets aan te doen?

Voorzitter, dan Ter Apel. Ook van links tot rechts hebben wij hier altijd voorstellen gedaan om Ter Apel te ontlasten. Maar nu zie ik dat Ter Apel er steeds meer taken bij gaat krijgen. Zodra het Migratiepact ingaat, zal het zogeheten Ontvangst en Voorbereiding Asielaanvraag-proces alleen in Ter Apel plaatsvinden. Klopt het dat er dan geen enkele aanmelding meer zal zijn in Budel? Hoe ontlast dit dan specifiek Ter Apel?

Tot slot over kleinschalige locaties. Hoe gaat de minister de gemeenten die dit echt heel graag willen eindelijk in staat stellen om kleinschalige opvang zelf te realiseren?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw inbreng. Mevrouw Lammers, uw interrupties zijn op. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. De minister gaat zich voorbereiden op de antwoorden. Daartoe schorsen we twintig minuten. Ik zie u hier graag terug om 16.05 uur. Ik schors de vergadering.

De voorzitter:

Ik heropen dit CD over de tweede cyclus van de Spreidingswet. We zijn aangekomen bij de eerste termijn van de kant van het kabinet. De minister gaat zo de vragen beantwoorden. Ik zou willen voorstellen dat we ons in deze termijn beperken tot twee interrupties. Daarbij wil ik wel de ruimte geven voor … Laten we het zo zeggen: ik wil zorgen dat alle vragen beantwoord worden. Als u daar een vraag over heeft, valt dat buiten de orde van interrupties. Ik doe dat omdat we natuurlijk niet zo heel veel tijd meer hebben met elkaar. Er zijn best wat vragen gesteld. Ik zou dus eerst aan de minister willen vragen welke blokjes hij in de aanbieding heeft.

Minister Van den Brink:

Daar ben ik ook benieuwd naar!

De voorzitter:

Kijk eens aan.

Minister Van den Brink:

Ik heb een blokje over de Spreidingswet, want daar ging het debat over. Ik heb ook blokjes over de opvang in zijn algemeenheid, over de instroom, over de asielwetten van de afgelopen dagen en over nog een aantal overige zaken.

De voorzitter:

Kijk eens aan. Dan nodig ik u uit om te beginnen met de beantwoording. Gaat uw gang.

Minister Van den Brink:

Ja, dank u wel, voorzitter. Dank voor alle vragen in de eerste termijn. Als we kijken naar het maatschappelijk debat, ook in de afgelopen dagen weer, dan zou je best kunnen zeggen dat de spanning in de samenleving op dit onderwerp vandaag ook best wel goed voelbaar was en vertolkt werd in deze zaal. Het is natuurlijk een weerslag van een debat dat al een tijd gaande is in onze samenleving. Het is altijd goed om van de volksvertegenwoordiging te horen hoe breed die punten zijn en dat ze gaan over het volledige spectrum van onze samenleving. Je ziet ze hier dus ook in de zaal.

Mij staat het te doen — die opdracht ligt daaroverheen, denk ik — om aan beide kanten van het spectrum, dus zowel de opvang als de instroom, te proberen de spanning in de samenleving te verminderen en die niet te vergroten. Ik denk dat we daar allemaal een gezamenlijke verantwoordelijkheid in hebben, want de wijze waarop wij spreken over dit onderwerp bepaalt ook hoe er in onze samenleving over wordt gesproken. Ik geloof daar zeer sterk in. Dat is ook de reden waarom ik als minister soms even netjes op mijn tong bijt en soms ook gewoon heel goed probeer uit te leggen hoe de dingen feitelijk zitten. Op dit onderwerp is dat gewoon van groot belang. Dat zal ik vandaag in dit debat opnieuw proberen te doen.

Ik wil mevrouw Van der Plas in het bijzonder bedanken voor de herinnering aan mijn maidenspeech, want het is waar: die was bij de Spreidingswet. Ik herinner me die eigenlijk nog wel als de dag van gisteren. Overigens was de opbouw van mijn inbreng ook toen langs die twee lijnen. Ik vond op dat moment namelijk ook dat er te lang alleen over opvang of alleen over instroom werd gesproken. Mijn betoog was toen dus: laten we beide bij de kop pakken, want het beperken van de instroom gaat ons helpen in de opvang en tegelijkertijd kun je niet negeren dat er in de opvang echt iets wezenlijks aan de hand is, waar we ook een oplossing voor moeten bieden. Daarom heb ik toen de Spreidingswet ook met volle overtuiging gesteund.

Wij hebben wel echt al een langjarig vraagstuk als het gaat om opvang. Veel partijen hebben vandaag betoogd waarom ze van de Spreidingswet af willen. Ik denk dat het debat daarover zo meteen ook nog volle bak gevoerd gaat worden, maar laten we toch even teruggaan naar dat moment. Het was in 2022. We hadden jarenlange ups en downs gehad in de asielopvang en in de instroom. Kort na corona was er weer een enorme toename. In Ter Apel lagen de mensen in het gras. We waren op dat moment ook al miljarden aan het uitgeven aan noodopvanglocaties, boten en alles wat daarbij kwam. We wilden de kosten dus verlagen en stabiele opvang realiseren. Gemeenten zeiden tegen ons: komt u alstublieft met een wet die gewoon duidelijk maakt wat de opgave is per gemeente en wat we met elkaar te doen hebben. Daaronder zaten de noodzaak en de wens om met kleinschalige opvang te gaan werken. Dat is vandaag al door verschillende partijen hier gezegd. Eigenlijk kwam alles dus bij elkaar in de Spreidingswet.

De Spreidingswet is aangenomen. Dat is ook het antwoord op mevrouw Van der Plas. Als ik het heb over "de wet is de wet", zeg ik erbij dat ik als minister een dienaar van de Kroon ben. Ik vind het elke dag dus best een aardig vertrekpunt om de wet uit te voeren. Dat is gewoon mijn taak. In die zin moet u die woorden ook horen en lezen. De Spreidingswet is dus aangenomen. Ik laat even alle politieke perikelen eromheen buiten beschouwing. Er was een nieuw kabinet toen de eerste ronde van de Spreidingswet begon te lopen. Heel veel gemeenten begonnen met die verantwoordelijkheid, die ze ook zagen. Ze leverden locaties aan. De provinciale regietafels kwamen bij mekaar. Eigenlijk draaide het best goed, tot een bepaald moment. Ik wil daar geen politieke betekenis aan geven, maar ik wil gewoon een feitelijke constatering doen. Door het vorige kabinet werd gezegd: we gaan van die Spreidingswet af; weet je, we hebben hem niet meer nodig. We zien ook letterlijk terug in de cijfers wat we toen zagen: vanaf dat moment is gewoon het aanbod vanuit gemeentes om opvang te leveren gedaald. Dat is niet even een dipje waardoor je een tijdje wat minder opvanglocaties hebt. Nee, dat is exact waarom ik vandaag brieven stuur om tot noodopvanglocaties te komen. De Spreidingswet is namelijk niet een oplossing voor het probleem van vandaag. De Spreidingswet moest langjarig rust en stabiliteit brengen in het opvanglandschap. De opvanglocaties waren dus net op stoom aan het komen en toen zakte het weer helemaal in. Dat is, denk ik, een beetje de story van de Spreidingswet.

Nu staat dit kabinet opnieuw voor de taak om op migratiebeleid rust te brengen. Dat heb ik mijzelf ten doel gesteld en dat doe ik langs drie lijnen. Ik beperkt de instroom met alle juridische mogelijkheden die ik heb. Ik verlaag de kosten op de opvang en probeer rust in de opvang te brengen door de Spreidingswet gewoon uit te voeren. Daar gaan we zo nog heel veel over zeggen. En we laten mensen sneller meedoen zodat dat ook op locaties meer integratie oplevert, een bijdrage levert aan de opvangkosten en het ook rust op de locaties brengt doordat mensen gewoon wat zinnigs aan het doen zijn. Dat zijn eigenlijk dus de drie zaken die ik ter hand neem.

Ik heb vandaag veel mensen horen zeggen hoe ze tegen die Spreidingswet aankijken en ik heb ook de gemeenteraadsverkiezingsuitslag gezien. Tegelijkertijd voer ik gewoon het gesprek met lokale bestuurders. Ik weet dat er een onderscheid is tussen wat volgt en wat er in de gemeenteraadscampagne is gebeurd, maar ik wil het toch een keer gezegd hebben. Lokale bestuurders vragen nog steeds, tot op de dag van vandaag: please, voer die Spreidingswet uit. Dat zeggen vooral al die gemeenten die ook door mevrouw Straatman en door anderen werden genoemd, die de afgelopen jaren wel hun opvang op orde hebben gehad, Hardenberg voorop. Die hebben gewoon jarenlang geleverd en zeggen tegen mij als minister: minister, bel nu die andere gemeenten, die niet leveren op de Spreidingswet; spreek die aan en ga door met het toepassen van de Spreidingswet.

Dat is dus het gesprek dat ik met alle lokale bestuurders heb. Dat is ook het gesprek dat ik met de commissarissen van de Koning heb, die de voorzitters zijn van de provinciale regietafel. Dat is dus niet een — laat ik het zo zeggen — wens om de Spreidingswet met alles wat erop en eraan zit toe te passen. Nee, dat is de verantwoordelijkheid waar de bestuurders in dit land, van partijen die we met een verkiezing hebben aangewezen en die met elkaar samenwerken, uitvoering aan geven. Dat is toch wel het vertrekpunt van de aanpak van dit kabinet. Ook al uw vragen over de Spreidingswet moet u dus zien in de context van een vraagstuk dat niet vandaag of morgen opeens is opgelost.

Er zijn op dit moment dus twee bewegende beelden, om het zo te zeggen. Dat is een Spreidingswet die een tijdlang niet is toegepast, waardoor we gewoon op dit moment structureel een tekort hebben. Daarom zijn we tegelijkertijd noodopvanglocaties aan het sluiten en andere weer aan het openen. Daarin is het COA aan het roeien met de riemen die het heeft, en die riemen zijn wat kort. Daardoor kan je minder vaart maken en daardoor kom je in allerlei lastige situaties, die u ook terecht aan mij toeschrijft. Denk aan bestuursovereenkomsten die niet worden nageleefd, locaties die niet dicht kunnen, locaties die met beperkte communicatietijd op een plek moeten worden geopend. Alles in de situatie op dit moment gebeurt gewoon niet op de manier waarop je in Nederland met elkaar bestuurlijk verantwoordelijkheid wilt nemen. We roeien met de riemen die we hebben en bestuurders steken hun nek uit. Laat ik daarom gelijk, voordat ik naar alle antwoorden ga, ook de burgemeester van Loosdrecht in dit geval benoemen. Het is ongehoord dat iemand die gewoon zijn verantwoordelijkheid neemt, op deze manier bedreigd wordt en te maken heeft met een geweldexplosie in zijn dorp, terwijl er tegelijkertijd gewoon bezorgde burgers in zijn dorp wonen die terechte zorgen hebben. Die vragen terecht: hoe is het gegaan?

Ik zou met het volgende willen aftrappen. We moeten met elkaar ook dit debat op zo'n manier voeren dat we bijdragen aan de rust in de samenleving. Dat ga ik in ieder geval doen en ik hoop ook dat u daar een bijdrage aan wil leveren. Tegen al die partijen die echt anders denken over de instroom en die vinden dat migratie morgen moet worden opgelost, wil ik de woorden van de heer Ellian herhalen: "Ook al vind je dat, dan heb je vandaag als politicus en als bestuurder nog steeds een bestuurlijke verantwoordelijkheid om de opvang van vandaag op te lossen." Ik hoop dus dat u ook daarin uw bijdrage wil leveren.

Dan ga ik naar de vraag …

De voorzitter:

EĆ©n moment. Ik kijk even of er interrupties zijn. Ik zou namelijk graag willen voorstellen dat na deze introductie — ik zie het zo toch maar even — de minister even een slokje water kan nemen en ik ruimte geef voor interrupties. Daarna geef ik daar weer ruimte voor aan het eind van het blokje Spreidingswet. Dat doe ik voor de efficiĆ«ntie en gezien de tijd.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Ik hoor de minister alleen maar zeggen: "We moeten genoeg opvang creƫren; daar ligt het probleem. En ja, okƩ, we moeten iets aan de instroom doen." Maar als de minister zo veel werk wil maken van de instroom, waarom zorgt hij er dan niet voor dat de coalitiepartijen allemaal voor wetten stemmen die de instroom beperken? Waarom zorgt hij daar niet voor? Waarom doet hij niet daadwerkelijk iets aan de instroom in plaats van dat hij nu allemaal gemeenten gaat dwingen om opvangcentra te openen?

Minister Van den Brink:

Ik kom zo zeker nog op wat er de afgelopen dagen allemaal gebeurd is. Tegelijk is het volgende het geval. Stel dat deze redenering klopt, dan is er vandaag nog steeds een opvangvraag. Dus ja, ik ben bereid aanspreekbaar te zijn en ik neem mijn verantwoordelijkheid op de instroom. Ik zal daar ook wijzigingen op voorstellen. Maar dan nog is het niet zo dat de opvangproblematiek van vandaag daarmee is opgelost. Daar staan we ook voor.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Dat snap ik, maar de oorzaak daarvan is ook dat mede de partij van deze minister, het CDA, jarenlang de grenzen wagenwijd open heeft laten staan, dat er duizenden, tienduizenden, honderdduizenden asielzoekers naar binnen zijn gelaten. We zitten daardoor nu met de gebakken peren. Neem nou het landenbeleid ten aanzien van Syriƫ. Een derde van de bewoners van de COA-locaties zijn namelijk statushouders. Waarom begint de minister dan niet met het intrekken van die verblijfsvergunningen en met hen terug te sturen? Dan maakt u ook ruimte in opvangcentra en dan kunt u azc's gaan sluiten in plaats van openen.

Minister Van den Brink:

Laat ik het volgende zeggen. We nemen, denk ik, binnen wat we kunnen onze maximale verantwoordelijkheid. Uw partij is daar ook een tijd tegenaan gelopen en heeft zich misschien ook wel eens verbaasd over welke ruimte er wel of niet is. Binnen de ruimte die er is, neemt dit kabinet echter de verantwoordelijkheid om de instroom te beperken. Als landenbeleid leidt tot nieuwe keuzes, dan zijn we daar ook toe bereid. Ik heb gisteren ook een brief gestuurd over wat dat nu betekent voor bijvoorbeeld het binnenlands beschermingsalternatief voor Syriƫrs. Waar dat kan, neemt het kabinet dus deze besluiten, maar tegelijkertijd nemen wij zeker wel in acht wat er internationaal over is afgesproken en opereren we binnen het internationaal recht. Als je een rechtsstaat bent, geldt die rechtsstaat immers zowel voor jou als voor een ander. Ook in het internationaal recht is dat een vertrekpunt waar dit kabinet zeer aan hecht.

Dan ga ik de systematiek van de Spreidingswet ter hand nemen.

De voorzitter:

Ja hoor, gaat u door.

Minister Van den Brink:

De heer Ceder, die er nu niet is, maar die natuurlijk wel meeluistert — ik weet namelijk dat hij hierop heel erg betrokken is — vraagt hoe het gaat met de gemeenten die er nu nog niet aan hebben bijgedragen. Ik heb natuurlijk op 9 april alle gemeenten een brief gestuurd. Dat was een onderdeel van de eerste ronde van de Spreidingswet. Die brief was bedoeld om hun te verzoeken om informatie, namelijk waarom ze nog niet hebben voldaan aan hun wettelijke taak. Ik vroeg hun wat de huidige stand van zaken is. Dat is eigenlijk fase twee van de Spreidingswet. Hierna zullen er eerst ambtelijke gesprekken worden gevoerd met de gemeenten die niet voldoen. Ze kunnen dan informatie aanleveren. Als ze dan in zo'n gesprek aangeven dat ze er ook niet aan willen voldoen, dan volgen erna bestuurlijke gesprekken waarin er afspraken worden gemaakt over hoe ze dan toch gaan voldoen aan de afspraken. Hoeveel tijd nemen we daar dan voor? De capaciteitsraming voor de tweede cyclus van de Spreidingswet is in februari gepubliceerd, vier dagen na mijn aantreden. Daar zit die provinciale opgave in, die u al heeft genoemd, met het aantal van 88.000 opvangplekken. Uiteindelijk is er tot 30 november de tijd om daarop te reageren. Voor het einde van het jaar op oudejaarsdag zal ik een verdeelbesluit nemen. Dat is de systematiek die volgt uit de Spreidingswet.

Dan vraagt de heer Van Dijk naar de plekken die moeten worden gerealiseerd. Dat heb ik net ook aangegeven. We hebben dus de korte termijn en de lange termijn. Voor de korte termijn wordt er dus gekeken naar de inzet van hotels, noodopvang en alle locaties die beschikbaar zijn om op dit moment de nood van de opvangsituatie te lenigen. Tegelijkertijd voeren we de Spreidingswet uit, zoals ik net heb aangegeven, en zullen we ook doorgaan met de gesprekken die ik net aankondigde, dus met gemeenten die nog niet hebben geleverd.

Mevrouw Straatman vraagt mij naar de bezwaarprocedures, de bezwaren die in de eerste ronde zijn ingediend. Hoe gaat dat nou en levert dat niet een vertraging op voor het hele proces? Dat was natuurlijk de eerste ronde van de Spreidingswet. Het heeft dus ook wat extra tijd gekost, ook omdat het gaat om iets wat we zorgvuldig willen doen, bijvoorbeeld door een extra gesprekronde te organiseren met bezwaarmakende gemeenten. We verwachten dus dat de bezwaarprocedure in de tweede cyclus een stuk sneller zal gaan. Het is, denk ik, ook goed — gemeenten vragen daar ook om — om die hele cyclus sneller te doorlopen zodat het voor gemeenten ook sneller duidelijk is waar ze aan toe zijn.

De heer Van Asten vraagt mij of ik de volgende keer ook naar gemeenten ga bellen die tot nu toe niet hebben bijgedragen. Ik gaf net ook aan dat alle gemeenten mij zeggen: please, pas die Spreidingswet toe op al die gemeenten die tot nu toe niet geleverd hebben, want wij willen misschien nog een keer een extra stapje doen, maar dan moeten we wel weten dat die andere gemeenten ook wat gaan doen. Dus ja, daar proberen we ook op te sturen. Tegelijkertijd — ik gaf het net aan — roeit het COA echt met de riemen die het heeft, dus het zit niet in de luxepositie dat, als het een locatie ziet die mogelijk beschikbaar is in een gemeente die al meedoet, het die achteraan kan zetten. We komen dus ook in situaties dat we wel degelijk gemeenten vragen die al geleverd hebben.

Mevrouw Van der Plas vraagt of we een volledig overzicht hebben van wie er wel en niet voldoet aan de Spreidingswet. Op basis van de voortgangsrapportages die zijn aangeleverd door de provinciale regietafels, voldoen 101 gemeenten wel, voldoen 94 gemeenten deels en voldoen 147 gemeenten niet ten opzichte van die verdeelbesluiten. Ik heb net aangegeven hoe we daar het gesprek over gaan vervolgen.

U vraagt dan ook het volgende. We hebben gemeenteraadsverkiezingen gehad. Hoe verhouden zich die tot de Spreidingswet? De noodzaak van die locaties is gewoon niet weg. Ik zie dus ook de spanning die er in de samenleving is. Ik zie ook de discussie die daar gaande is en die ook — laat ik het zo zeggen — een appel doet op mij en op dit kabinet om de maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn. We kunnen echter niet ontkennen dat de opvangproblematiek zodanig is dat we zonder een Spreidingswet nog verder in de problemen zouden komen.

U had ook naar de invoeringstoets gevraagd. Ja, dat is een terechte vraag, want die is een onderdeel geweest van de wetgeving. Hij zit in de afronding, dus ik verwacht die nog voor de zomer naar uw Kamer te kunnen sturen. Dan kunt u daar dus kennis van nemen.

Er zijn heel veel vragen geweest over kleinschalige opvang. De heer Van Dijk vroeg daarnaar, en ook mevrouw Piri en de heer Ceder. Ja, wij zijn zeker met het COA ook daarover in gesprek. Het is ook mogelijk. Tegelijkertijd zijn op dit moment ook die grote opvanglocaties nodig om alle verhuisbewegingen op te kunnen vangen en om gaten op te vullen die ontstaan door plekken die sluiten. Ik hoorde van verschillende partijen dat zij voorbeelden hebben van gemeenten die wel degelijk kleinschalige opvanglocaties zouden willen leveren, maar die vanuit het COA daarin worden geblokkeerd. Ik hoor een voorbeeld van twintig bedden. Ik moet eerlijk erkennen dat dat echt wel aan de lage kant is. Dat zou bijvoorbeeld heel erg geschikt zijn voor amv's, voor minderjarigen. Ik wil echt geen mogelijkheid onbenut laten. Laat ik in die zin het volgende zeggen. Voor alle voorbeelden op lokaal niveau waarvan u weet dat er op dit moment kleinschalige opvang beschikbaar zou kunnen worden gesteld en waarvan u denkt dat die niet wordt geleverd: mijn telefoon staat open, want we kunnen alles gebruiken.

De heer Ceulemans vraagt mij of het klopt dat gemeenten het recht hebben om aan een provinciale regietafel het aanbod van nul asielopvangplekken te doen, en of dat mogelijk is. Ja, theoretisch wel. Je kan dus aan een provinciale regietafel inbrengen dat jij nul asielopvang gaat doen. Tegelijkertijd zal dan de rest van die tafel — zo zit dat ongeveer — tegen die gemeente zeggen: wat ga je dan op een ander vlak doen, op het vlak van OekraĆÆne, van statushouders of voor andere aandachtgroepen zoals plekken voor tienermoeders of ggz-plekken of gevangenisplekken? Dat is namelijk het gesprek dat aan de provinciale regietafel plaatsvindt. Als daar dan geen extra bijdrage wordt geleverd, dan ga ik ervan uit dat andere gemeentes zeggen: zo kunnen we er met elkaar niet uitkomen. Als dat dan niet lukt, dan komt in een provinciaal verslag te staan dat die gemeente dus nul wilde leveren. Dan zal bij het besluit dat ik moet nemen de restopgave, dus wat ze dan niet geleverd hebben, alsnog worden verdeeld, ook over de gemeente die gezegd heeft dat die niet wilde leveren. Ja, theoretisch kan het dus, maar heel praktisch gezien zal het waarschijnlijk niet gaan optellen als je niet op een ander onderwerp wel wilt bijdragen.

Mevrouw Vondeling van de PVV vroeg mij of mensen door de Spreidingswet op welke wijze dan ook gedwongen kunnen worden om mensen in huis op te nemen. Dat hing samen met een vraag over de ruimte die is geboden bij Takecarebnb om daar na zorgvuldige screening een asielzoeker of een statushouder te matchen met een gastgezin. Dit is een mooie manier om zo'n statushouder sneller te laten integreren. Dat is op verzoek van de SGP en bij meerderheid van deze Kamer voorgesteld. In dezen heb ik dus uitvoering gegeven aan een verzoek van een meerderheid van het parlement.

De heer Van Dijk vraagt mij nog of in het coalitieakkoord staat wat de betekenis is van die afspraak als er voldoende vaste en flexibele opvangplekken zijn. Daar zijn meerdere vragen over gesteld. Mevrouw Piri vroeg in dat kader ook naar de Spreidingswet. Jarenlang liepen we ertegen aan dat onvoldoende opvangplekken werden gerealiseerd en jarenlang is Ter Apel met de problemen blijven zitten. De Spreidingswet is dan ook een middel en geen doel. Zodra wij een vast aantal opvangplekken hebben, kunnen wij zonder de Spreidingswet. Tegelijkertijd is het eerlijke antwoord dat wij dit vooruitzicht nu echt nog niet hebben en dat dit dus niet op de korte termijn zo zal zijn.

De heer Ceulemans en mevrouw Van der Plas zeiden dat bij de behandeling van de Spreidingswet hier ook iets is gezegd over de instroom. Dat klopt. Dat heb ik zelf ook gedaan. Mevrouw Van der Plas hield mij nog vier punten voor. Nou, zij hield mij die niet voor; het was meer "ik vraag het eens". Ik had een beetje hulp nodig, hoor; dat moet ik eerlijk zeggen. Maar ik wist wel dat het over het kerngezin ging en daarmee ook over de samenhang met nareis. Ik wist mij nog te herinneren dat het ook ging over het niet meer publiceren van het landenbeleid. Overigens doen wij dat op dit moment aangepast. Wat ik was vergeten, is dat de bewijslastverdeling moest worden omgedraaid. Dat was de vierde. Ik hoop dat ik toch net geslaagd ben voor deze test. Ik heb toen gezegd dat we ook instroombeperkende maatregelen moeten nemen. Dat hebben meerdere partijen betoogd. Dat is deels ook deze week gebeurd. Nog los van alle opmerkingen die daarover zijn gemaakt: de invoering van het tweestatusstelsel Ʃn de nareisbeperking is de grootste hervorming van het asielbeleid in Nederland sinds de invoering van de Vreemdelingenwet 2000. Daardoor zal de instroom wel degelijk worden beperkt.

Voorzitter, ik denk dat ik al best een eind ben. Mevrouw Straatman vraagt nog naar de acute noodopvang, die heel duur is. Ja, dat klopt. Door de Spreidingswet worden gemeenten al financieel gestimuleerd om duurzame opvanglocaties te openen. Doen ze daarbij meer dan hun opgave, dan krijgen ze daarvoor een financiƫle bonus. Als we dat op een goede manier weten in te regelen, dan zal de acute noodopvang echt dalen en dan kunnen we de kosten ook laten dalen. Laten we niet vergeten dat we op dit moment echt miljoenen, honderden miljoenen opmaken aan dure opvanglocaties. Alle partijen die zeggen dat zij op geen enkele manier willen dat gemeenten bijdragen, accepteren daarmee dus ook dat die miljarden worden uitgegeven aan deze "business", want dat is het. Daar moeten we met z'n allen vanaf, ook als je zorgvuldig met belastinggeld wil omgaan.

De heer Van Asten heeft mij nog gevraagd hoe wij erop toezien dat op noodopvanglocaties wordt voldaan aan het kwaliteitskader dat in de maak is. Er is een kwaliteitskader uitgewerkt, maar op dit moment kunnen nog niet alle noodopvanglocaties daar volledig aan voldoen. Het COA blijft er natuurlijk aan werken om de kwetsbare groepen waar ook mevrouw Piri op wees, onder wie kinderen en minderjarige asielzoekers, zo veel mogelijk op plekken te krijgen waar daarmee geen risico's worden gelopen. Tegelijkertijd zit men soms zodanig met de handen in het haar dat opvang op noodopvanglocaties soms echt noodzakelijk is.

Ik denk dat ik daarmee alles rondom de Spreidingswet heb behandeld.

De heer Ceulemans (JA21):

De minister zei dat het klopt dat ten tijde van de invoering van de Spreidingswet is gezegd dat parallel hieraan gewerkt moet worden aan een instroombeperking. JA21 is van begin af aan tegen geweest en heeft ook altijd tegengestemd, maar destijds was het voor partijen een voorwaarde dat hand in hand met de Spreidingswet aan instroombeperking zou worden gewerkt. Sterker nog, de Spreidingswet is zo aan de samenleving verkocht, zo van: we gaan dit even doen, maar wees gerust want we gaan ook de instroom beperken. In de tussentijd is dat niet gebeurd. Kan de minister zich voorstellen dat het draagvlak voor de Spreidingswet helemaal niet meer in de samenleving leeft, omdat de overheid zelf de beloftes die zijn gemaakt in het kader van de Spreidingswet niet nakomt?

Minister Van den Brink:

Laat ik het zo zeggen. We hebben het dan over 2022. Toen hebben we het over de invoering van de Spreidingswet gehad. Het vorige kabinet is begonnen met het maken van wetsvoorstellen waarmee zou worden gewerkt aan de instroombeperking. EƩn daarvan is afgelopen week afgerond. In die zin is er in de afgelopen jaren dus wel degelijk gewerkt aan instroombeperkende maatregelen. EƩn daarvan heeft het de afgelopen week gehaald in de Eerste Kamer. Eigenlijk is dat dus wel degelijk op die manier ingevuld. Alleen, u ziet nog niet de resultaten die u wenst te zien, omdat u de instroom in die zin nu te hoog vindt.

De heer Ceulemans (JA21):

Het gaat niet zozeer om mij. Het gaat om al die mensen die tegen hun wil in een azc in hun wijk dreigen te krijgen of al hebben gekregen, en die bij de invoering van de Spreidingswet hebben gehoord dat de instroom omlaag zou gaan. Er is nu een eerste wet aangenomen, maar de instroom is niet omlaaggegaan. Die is ten opzichte van vorig jaar met een kwart gestegen. Ik vraag het de minister dus nogmaals. Er is gewoon geen draagvlak. Volgens mij erkent hij dat ook. In heel veel gemeenten is hiervoor geen draagvlak. Dat blijkt ook uit de gemeenteraadsverkiezingen. Is de minister, ondanks dat hij zegt dat hij de wet gaat uitvoeren, op geen enkele manier bereid om te kijken hoe hij rekening zal houden met lokaal ontbrekend draagvlak?

Minister Van den Brink:

Wij zijn natuurlijk continu met gemeenten in gesprek over de vraag hoe je dit zo goed en zo zorgvuldig mogelijk kan doen. Daarbij helpt het als door alle gemeenten een bijdrage wordt geleverd, zodat niet op stel en sprong noodopvanglocaties moeten worden geopend en de communicatie nogal op een heel korte termijn plaatsvindt. We zouden hier een enorme kip-eidiscussie van kunnen maken, maar feit is gewoon dat op dit moment een grote groep mensen in Nederland opvang nodig heeft en dat daarvoor te weinig opvanglocaties beschikbaar zijn. Met de riemen die we hebben, krijgen we het op dit moment net voor elkaar om het sluiten van locaties parallel te laten lopen met het openen van locaties, maar er is in die zin geen verbetering zichtbaar ten opzichte van het moment waarop ik die brief heb gestuurd. Door een aantal gemeenten is ontzettend veel bijgedragen. Overigens is daar ook gewoon draagvlak voor. Laten we niet doen alsof de onrust die we op sommige locaties zien, overal de norm is. De afgelopen maanden zijn heel veel locaties geopend waarbij die onrust er niet is geweest. De wijze waarop wij daarover spreken en hoe wij uitvergroten waar de onrust er wel of niet is, bepaalt, denk ik, mede of daarvoor in de samenleving draagvlak is en blijft.

Mevrouw Straatman (CDA):

De minister zei zojuist dat er ongeveer 147 gemeenten zijn die nog niet of nog helemaal niet aan de taakstelling voldoen. In de aanloop naar dit debat heb ik met een aantal bestuurders gesproken van gemeenten die niet aan hun taakstelling voldoen. Zij zeggen dat het vaak ook door externe knelpunten niet lukt. Ik noem de bezwaarprocedures die niet alleen door gemeenten maar ook door omwonenden worden gestart, maar ook bouwvergunningen, natuurvergunningen rondom Natura 2000-gebieden, de provincie die soms niet flexibel is en het COA, dat ook niet altijd flexibel is. Mijn vraag is wat we aan die externe knelpunten kunnen doen. Hoe kunnen we met die hele groep van 147 gemeenten gedifferentieerd omgaan: met gemeenten die niet-welwillend zijn versus gemeentes die onwillig zijn versus gemeenten die wel willen maar die tegen externe knelpunten aanlopen?

Minister Van den Brink:

Dat is heel terecht, want er is natuurlijk een veelvoud aan complexiteit op lokaal niveau. Laten we ook eerlijk zijn: wij vragen al veel van gemeentes op het gebied van opvanglocaties, want daarbij gaat het om OekraĆÆne, statushouders, asielopvang en bouwopgaves. Op allerlei manieren gaat het dus ook over schaarste. Dat proberen we natuurlijk met elkaar in het gesprek in te brengen. Dat is eigenlijk het gesprek dat aan de provinciale regietafel plaatsvindt en dat wij straks ook gaan hebben met de gemeenten als wij ze uitnodigen. Dat gesprek gaat dus juist daarover. Misschien biedt dat juist wel een gelegenheid voor gemeenten om te zeggen waar ze tegenaan lopen, terwijl wij dan denken: ho, maar daar kunnen wij bij helpen. Op die manier zijn we telkens met gemeenten in gesprek. Welke gronden heeft het Rijksvastgoedbedrijf bijvoorbeeld zelf nog? Wij proberen dus op allerlei manieren het gesprek te voeren. De enige plek waar je het kunt oplossen, is die tafel waar je samen met gemeenten aan zit.

De voorzitter:

Ik kijk even of mevrouw Straatman nog een interruptie wil plegen. Nee. Dan ga ik naar de heer Van Asten.

De heer Van Asten (D66):

De minister zei dat het kwaliteitskader waar ik om had gevraagd ontwikkeld is. Nou heb ik dat niet kunnen vinden. Is dat gedeeld, gepubliceerd? Wat is daar precies de status van?

Minister Van den Brink:

In dit land is weinig geheim, dus als het er is, dan moet dat ook naar u toe kunnen komen, lijkt me. Dat zeg ik even zonder dat ik mijn rechteroor hoor hoe dat werkt, maar kwaliteitskaders zijn in dit land niet geheim. Als dat er is, zal ik ervoor zorgen dat het uw kant op komt. In een brief of in een volgend bericht over de voortgang laat ik weten waar het staat.

De voorzitter:

Een prachtige toezegging. Dat is toch mooi.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik hoor de minister een heel rationele reflectie geven op de hele problematiek rond de Spreidingwet. Zo kennen we hem inmiddels ook wel. Toch mis ik een soort appreciatie of een reflectie: tegen welke prijs? In de bestuurlijke verhouding tussen Den Haag en gemeenten, maar ook tussen Den Haag en de lokale democratie zetten we immers wel iets op het spel. Rationeel zal het allemaal kloppen: noodzaak et cetera. En toch, er gebeurt wel iets. Kan de minister daar toch nog op reflecteren? Hoe ernstig neemt hij die zorg?

Minister Van den Brink:

U heeft gelijk dat het bij mij een rationele uitkomst is, maar het is wel degelijk de uitkomst van een weging, ook van die spanning in de samenleving. Ik ben er namelijk echt van overtuigd dat je de spanning in de samenleving in ieder geval niet verder laat toenemen door dat heel feitelijk aan te vliegen. Dat doe ik vanuit de onderkenning dat we dus wel degelijk grip moeten krijgen op migratie en de instroom moeten beperken. Ik zou me heel erg aangesproken voelen als ik het alleen maar over opvang zou hebben in de zin van "dat gaan we even oplossen; er is helemaal geen probleem". Nee, het gaat hand in hand. Over opvang kan je niet spreken zonder het ook over de instroom te hebben. Ik snap heel goed dat u zorgen en twijfels heeft over de verhouding tussen het Rijk en het lokale niveau: hoe gaan overheden met elkaar om? Dat heeft u volgens mij ook bij de behandeling uitgesproken. Tegelijkertijd is dat juist de vraag die we lokaal gekregen hebben. De bestuurders op lokaal niveau, de burgemeesters en wethouders, zeggen tegen ons: please, geef ons handvaten om met jullie samen dit probleem op te lossen, want dan kunnen wij rust brengen.

Daartegenover staat nu een samenleving die op sommige plekken veel zorgen daarover uitspreekt en zegt: ja, maar hoe dan; wat komt er op mij af? Dat moeten we met elkaar zien op te lossen. Dat kan alleen door met elkaar in gesprek te gaan en door te laten zien dat je aan de andere kant ook die instroom wil en gaat beperken. Dat zijn voor mij zaken die echt hand in hand gaan, maar wel tot een rationele uitkomst leiden. Daar voel ik mij dan wel weer bij thuis.

De voorzitter:

Ik kijk even of er nog interrupties zijn in dit blokje. Dat is niet het geval. Als ik het goed heb, gaan we nu door naar het volgende blokje.

Minister Van den Brink:

Ja. Dan komen we bij de algemene opvangsituatie. Dit raakt natuurlijk gelijk aan alle vragen die er zijn over wat we op dit moment zien gebeuren in gemeentes waar opvanglocaties zijn en in gemeentes waar opvanglocaties openblijven terwijl is toegezegd dat die gesloten zouden worden. Laat ik absoluut uitspreken dat ik, het COA en alle mensen die daarbij betrokken zijn, zich op geen enkele manier senang voelen bij hoe het op dit moment gaat. Op heel veel locaties roeien we met de riemen die we hebben, want op dit moment — het is waarschijnlijk nu bijna het einde van de werkdag — zijn bij het COA letterlijk mensen, net zoals al de hele dag, aan het bellen, bellen, bellen op zoek naar een locatie waar een groep mensen die morgen uitgeplaatst moeten worden, naartoe kan gaan. Dat is gewoon de feitelijke situatie. Ik hoop dat u de werkelijkheid en de praktische kant hiervan op u laat inwerken en dat u bedenkt wat het voor een organisatie betekent om niet alleen vandaag en gisteren, maar eigenlijk al jaren tegen de klippen op naar locaties te zoeken en mensen uit te plaatsen. Mensen weten vandaag niet waar ze morgen naartoe gaan. Dit is ook gewoon de feitelijke situatie.

Zelf vind ik dat we daar soms te weinig aandacht voor hebben. Het gaat dan niet alleen over de medewerkers van het COA, maar ook over mensen voor wie wij zorg te dragen hebben omdat zij hier internationale bescherming hebben gezocht. Die hebben wij op een fatsoenlijke manier te leveren. En ja, dan komen we uit bij een situatie zoals in Hardenberg, bij gemeenten met bestuursovereenkomsten waar vijf mensen erbij geplaatst moeten worden, want er is gewoon geen andere oplossing is. Ik kan het niet mooier maken. Er is geen andere oplossing. Zolang er geen nieuwe locaties komen waar we deze mensen kunnen plaatsen, zullen bestuursovereenkomsten aangevuld worden met een aantal mensen. We proberen dat op allerlei manieren in communicatie met gemeentes te doen om ze niet te verrassen, maar het is echt roeien met de riemen die we hebben. Ik kan het in dat opzicht niet mooier maken.

Dat is, denk ik, ook een antwoord op alle vragen over de opstelling van de overheid in dezen. Ik begrijp de irritatie. Ik begrijp uw zorg. Het heeft ook een effect op het onderlinge vertrouwen. Dat erken ik, maar ik heb op dit moment geen andere oplossing dan doen wat we met het COA aan het doen zijn. Dat is mijn antwoord in heel algemene zin en in concreetheid op alle vragen daarover.

Mevrouw Straatman vraagt naar de oorlog in OekraĆÆne: hoe werkt dat met de ontheemden die daarvandaan komen? Op dit moment wordt gewerkt aan een langetermijnbeeld ten aanzien van OekraĆÆense ontheemden. Als opvanglocaties niet meer nodig zouden zijn voor het opvangen van OekraĆÆners, voor deze doelgroep, kan in goed overleg met de gemeenten gekeken worden naar mogelijkheden om deze plekken in te zetten voor de opvang van asielzoekers dan wel voor de huisvesting van statushouders, studenten of andere "aandachtsgroepen", zoals we dat noemen. Op dit moment zijn we hierover in gesprek.

Dat is volgens mij ook wat de heer Ellian vraagt: wanneer horen we iets over de locaties voor statushouders? In het regeerakkoord hebben we afgesproken dat er een doelgroep flexibele regeling komt. Daar waren afspraken over gemaakt met gemeentes en daar is nu in de Voorjaarsnota ook geld voor beschikbaar gekomen. Dat soort locaties zijn echt wel wat soberder dan de normale sociale huurhuizen. Daar kunnen we meer mensen uit verschillende groepen plaatsen. Dat kunnen studenten zijn, dat kunnen OekraĆÆners zijn, dat kunnen statushouders zijn, dat kan asiel zijn. Gemeenten kunnen op die manier lokaal een invulling geven aan de behoefte die er is.

De heer Van Asten vraagt wat wij doen om het aantal overplaatsingen terug te dringen. Het eerlijke antwoord is dat het verhuizen van asielzoekers om heel veel redenen ontzettend onwenselijk is, vooral als het kinderen zijn, want die moeten dan ook van school wisselen en daar komt van alles bij kijken. Wij zetten dus alles op alles om dat voor die groep zo veel mogelijk te voorkomen, maar voorlopig hebben we nog geen stabiel opvanglandschap. Daar werken we wel aan en dat is ook waarom die Spreidingswet zo noodzakelijk is.

Dan de vraag van de heer Ellian over de doorstroomlocaties. Daar gaan we dus volle bak mee aan de slag. Het kabinet is met de minister van VRO in gesprek; het zal daar voor de zomer een plan voor presenteren en daarover in een convenant afspraken maken met gemeenten en corporaties.

De heer Van Dijk vraagt mij naar het voorstel van de VNG om zelf de regie te pakken. Jazeker, dat is een van de mooiere voorbeelden die we de afgelopen jaren hebben gezien parallel aan de ontwikkeling van de Spreidingswet. Er zijn gemeentes — daarvan ken ik een voorbeeld vlak bij mij in de buurt: Nijkerk — die helemaal in eigen beheer een prachtig eigen concept hebben ontwikkeld. Die ruimte is er zeker. Er zijn ook gewoon vergoedingen om dat te realiseren. Dat moeten we absoluut doorzetten.

Mevrouw Straatman vraagt hoe we nou in een ander gesprek terecht kunnen komen met het COA en de gemeenten om het draagvlak te versterken. Wij zijn natuurlijk wekelijks, nee, dagelijks met het COA en gemeenten in gesprek om gezamenlijk weer rust en orde in de asielketen te brengen. Dat is echt de opgave die wij hebben. Daarnaast kiezen we voor het sneller laten meedoen van mensen die mogen blijven. Op die manier proberen we echt een positieve agenda neer te zetten als het gaat om opvang en meedoen.

Over de bestuursovereenkomst, kinderen in de noodopvang en Loosdrecht heb ik net iets gezegd.

Mevrouw Straatman vroeg nog naar het voorbeeld van Oss. Het initiatief in Oss laat zien dat de komst van een opvanglocatie ondanks aanvankelijke maatschappelijke onrust goed kan verlopen als maatschappelijke organisaties, omwonenden en de bewoners van een COA-locatie met elkaar in contact komen en samenwerken. Juist dit soort voorbeelden brengen wij graag onder de aandacht van gemeenten en provinciale regietafels om dat soort dingen te versterken en te verbeteren.

De heer Van Dijk vroeg mij nog naar de situatie in Hendrik-Ido-Ambacht, waar echt heel veel onrust is ontstaan. Dat is natuurlijk begrijpelijk en het roept ook op tot een andere aanpak en opvang. In de Spreidingswet zit geen generieke uitsluitingsgrond voor de toewijzing van groepen. Dat zou ook niet gaan, want dan komen we juist weer terecht in de situatie waar we niet in willen komen. Er wordt natuurlijk wel gekeken naar de amv's en in hoeverre locaties geschikt zijn voor welke doelgroep. Op die manier wordt daar dus wel naar gekeken. Er is alleen geen sprake van een generieke uitzondering.

Dat waren mijn algemene vragen over de opvang.

De voorzitter:

Mevrouw Straatman wil interrumperen. Ik kijk nog even of dat kan. Dat kan. Zij heeft nog een interruptie.

Mevrouw Straatman (CDA):

De laatste interruptie, voorzitter. De minister zegt: we zijn met het COA en gemeenten dagelijks in gesprek om die keten zo goed mogelijk op orde te brengen. Dat is natuurlijk zo, maar soms is het nog wat onzichtbaar; ik denk bijvoorbeeld aan wat er in Oss gebeurt. Het zijn de afschuwelijke beelden, bijvoorbeeld van wat in Loosdrecht gebeurt, die dagelijks het nieuws halen. Ik had een meeting met verschillende bestuurders in Hardenberg. Er zijn heel veel mooie initiatieven, nu in Nijkerk, waarbij bewoners echt in verbinding staan met asielzoekers en een azc. Daar werkt het gewoon heel goed. Met die "positieve campagne" bedoelde ik vooral: hoe kunnen we ook de positieve beelden veel zichtbaarder maken, zodat we veel meer evenwicht krijgen in het debat over azc's, dat we vandaag ook hier voeren?

Minister Van den Brink:

Dat is terecht en alleen al daarom is het goed dat we dit debat hebben. We kunnen zo weer balans aanbrengen tussen die beide kanten: de maatschappelijke onrust en tegelijkertijd de ontzettend mooie initiatieven die er zijn en hoe er op lokaal niveau invulling aan wordt gegeven. Dat is, denk ik, wel de grote groep.

Er is een kleine hardnekkige groep overlastgevers op COA-locaties. Die moeten we heel hard aanpakken, iets waar we onlangs een debat over hebben gehad. Er is grote groep mensen in de samenleving bij wie er nog steeds draagvlak is voor het opvangen van mensen die echt op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, maar er is ook een groep mensen in de samenleving die heel bewust de confrontatie zoekt over asielopvanglocaties. Dat zien we natuurlijk ook terug bij wat we de afgelopen tijd hebben gezien. Dus in die zin is er echt een groep in de samenleving bezig om die spanning te maximaliseren. Het is aan ons … Het is in ieder geval aan mij om daar zo goed mogelijk rust, reinheid en regelmaat in te brengen.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik zit nog een klein beetje te kauwen op het antwoord dat de minister gaf in reactie op de brief van de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht. De minister laat absoluut doorklinken dat het een hele indringende brief is. Gelet op wat er gebeurd is, is dat ook begrijpelijk. En toch, wat kunnen we doen voor gemeenten die zoiets hebben meegemaakt en die een punt maken van die specifieke groep van veiligelanders, die echt de verkeerde lijstjes aanvoeren? Ik begrijp dat de minister zegt dat een generieke oplossing ingewikkeld is, maar toch: is dit nou eigenlijk alles? Hoe kunnen we deze gemeenten gewoon meer comfort geven? Ik denk dat ze daar namelijk gewoon recht op hebben.

Minister Van den Brink:

Het belangrijkste wat we te doen hebben, is die groep zo snel mogelijk door de procedure halen en uitzetten. Dat is de snelste route naar een oplossing. Maar we moeten natuurlijk wel altijd ergens een locatie hebben waar we die mensen kunnen opvangen. We zoeken naar mogelijkheden om die mensen zo goed mogelijk te spreiden, want we weten ook uit ervaring dat als we die mensen verspreiden, er minder overlast van uitgaat. Dat is gewoon de realiteit. Op die manier wordt er zeker naar een oplossing gezocht en ik zal ook zeker de situatie van Hendrik-Ido-Ambacht meenemen in de afwegingen die we maken.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Mijn vraag aan de minister ligt in het verlengde van de vraag van de heer Van Dijk. Wat zegt de minister tegen de mensen die zich zorgen maken wanneer er zo'n azc in hun wijk of dorp komt? De afspraken worden niet nagekomen. En als er dan eenmaal zo'n azc komt, wordt er ook nog eens, zoals bijvoorbeeld in Lochem, tegen ze gezegd: hier hebt u €1.000; regel uw veiligheid zelf maar. Wat zegt u nou tegen ouders die hun kinderen langs zo'n azc moeten laten fietsen of die daar in het donker langs moeten lopen? Die mensen voelen zich onveilig in hun eigen wijk.

Minister Van den Brink:

Wat ik daarop zeg is allereerst: probeer met elkaar het gesprek te voeren. Dat is denk ik het allereerste. Ga met elkaar het overleg aan. Ik weet dat al die gemeentes dat ook doen op de plekken waar voor de Spreidingswet locaties worden opgestart.

Uw voorbeeld van Lochem. In antwoord op Kamervragen heb ik volgens mij al gezegd dat wij op geen enkele manier toejuichen of gezegd hebben dat zo'n bijdrage wenselijk is. Dat is dus een lokale afweging geweest waar wij niet bij betrokken zijn. Ik zou dat ook niet toejuichen. Ik heb in de beantwoording van de Kamervragen naar mijn weten ook gezegd dat er in die zin geen sprake was van directe overlastcijfers die ons bekend waren.

Dus we moeten heel gericht kijken naar waar er overlast is en hoe we dat aan kunnen pakken in plaats van te zeggen dat elk asielzoekerscentrum dat ergens komt, leidt tot overlast. Dat kan op sommige plekken wel de ervaring zijn en dan handhaven we daar ook op. We pakken dat dan aan. Maar dat iedere locatie leidt tot de overlast die mevrouw Lammers beschrijft, is een uitspraak die ik zeker niet voor mijn rekening zou willen nemen.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Dit verbaast mij toch wel, want ik hoor de minister hier zeggen: als er overlast is, dan reageren we daarop en dan pakken we dat aan. Nou, we hebben volgens mij vorige week nog een debat gevoerd over alleen nog maar de buslijnen in Ter Apel. Dat wordt dus helemaal niet aangepakt. Daar gebeurt niks, want het is al jaren een probleem. Zelfs dat probleem wordt niet opgelost en dan hebben we het alleen nog maar over een buslijn in Ter Apel. Ik begrijp niet waarom de minister niet gewoon tegen die mensen kan zeggen: dit ga ik voor u doen om uw veiligheid te garanderen of om u in ieder geval een veilig gevoel te geven. Wat zegt de minister tegen die mensen?

Minister Van den Brink:

Dat het gesprek op lokaal niveau gevoerd moet worden om die onrust weg te nemen en met elkaar te borgen dat aan signalen over onveiligheid of anderszins een goede opvolging wordt gegeven. Dat is wat gemeenten volgens mij op allerlei manieren inregelen. En als dat noodzakelijk is, zetten zij ook personeel in dat dat kan borgen. Ik weet dat er op die manier heel hard aan wordt gewerkt.

De voorzitter:

Gaat u verder met de follow-up.

Minister Van den Brink:

Ik kom aan bij alle vragen die er zijn geweest over de afgelopen dagen. Of ja, de afgelopen dagen … Nu lijkt het alsof het de hele week over de asielwetten ging. In het nieuws was dat wel een beetje zo, dus dat is waar. Afgelopen dinsdag is in de Eerste Kamer het debat afgerond over de twee wetten: de Wet invoering tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatregelenwet.

Mevrouw Van der Plas vroeg mij hoelang ik nog bezig ben met de voorstellen ter reparatie die ik daarna heb gedaan. Ik denk dat ik het best wel ongeveer per tijdstip kan bedenken. Dinsdag was de stemming. Maandagavond laat heb ik, nadat ik de indruk kreeg dat het hier weleens naartoe zou kunnen gaan en nadat we alle pogingen hadden gedaan om tot een ander resultaat te komen, dat aan een aantal kabinetsleden laten weten en gezegd: er zijn drie onderdelen in deze wet die sneuvelen omdat ze dan geen onderdeel worden van het pact. Dat zijn de dwangsom, waar de heer Van Dijk over sprak, de ongewenstverklaring en de strafbaarstelling van de terugkeerfrustreerders. Nou was mijn ragfijne politieke inschatting dat de heer Van Dijk opnieuw bereid zou zijn om met een amendement te komen om de dwangsom te regelen, en dat bleek, want hij heeft het al ingediend. Voor de ongewenstverklaring gaan we kort na het meireces een nota van wijziging indienen als onderdeel van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Ik kom met een zorgvuldig proces rondom de strafbaarstelling van de terugkeerfrustreerders om te voorkomen dat het politiek rommelige proces dat hieraan in de vorige periode vooraf is gegaan, opnieuw plaatsvindt, en om ervoor te zorgen dat ertoe doende advisering plaatsvindt en er voldoende gesprek is met maatschappelijke organisaties. Op die manier repareren we wat na afgelopen dinsdag van de kar is gevallen, om het even wat huiselijk te zeggen. De rest zit in het Migratiepact. Daarnaast is het tweestatusstelsel, met de nareisbeperkingen en de beperkingen van het kerngezin, al in de Eerste Kamer aangenomen. Daarmee gaan we nu richting de uitvoering. Dat is wat ik kan zeggen over de wetgeving van afgelopen week.

Verder mag ik bij herhaling het antwoord geven dat wij niet voornemens zijn om een asielstop in te voeren, los van de vraag hoe die er dan uit zou moeten zien.

Dat is het blokje instroom.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas. Mevrouw Van der Plas, gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Het was de afgelopen week wel een grote puinhoop — laten we dat concluderen — maar daarvoor ook. Ik hoorde de fractieleider van het CDA, nee, sorry, de minister-president zelfs, heel trots vertellen dat het zo mooi was dat er geen blokkades waren in de coalitie en dat ze elkaar allemaal vrij lieten, maar dit is wel echt een onderdeel geweest van een campagne. Onder andere D66 heeft daar zijn hele campagne op gevoerd. Compleet met Nederlandse vlaggen en al werd mensen een streng asielbeleid beloofd. Dat is niet gebeurd. We moeten de voorstellen nu afwachten, maar ik maak mij wel zorgen: gaat dit dan wĆ©l werken? Worden binnen de coalitie wĆ©l afspraken gemaakt om er in ieder geval voor te zorgen dat wetten er gewoon doorheen gaan? Het is in ieder geval een kleine anarchistische bende bij D66.

Minister Van den Brink:

Ik zit even te kauwen op uw vraag. Ik denk dat ik hierbij toch voor de rationele aanpak van de heer Van Dijk kies. Ik constateer wat er is gebeurd. Ik heb mij daar dinsdag ook over uitgesproken. Ik heb mij voorgenomen om mij vooral niet uit het veld te laten slaan en de herstelwerkzaamheden zo snel mogelijk te doen. Zoals ik net aangaf gaat dat in het proces heel snel, maar ik had het ook liever anders gezien; laat daar geen onduidelijkheid over bestaan. Ik ga echter aan het werk om te doen wat nodig is.

De voorzitter:

Ja hoor, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik heb ook nog de vraag gesteld — het antwoord is me niet helemaal duidelijk geworden — of het besluit voor die nieuwe wetsvoorstellen al genomen was terwijl deze wetsvoorstellen nog in de Eerste Kamer lagen. Is er dus alvast een soort van ontsnappingsroute gemaakt voor het geval dat?

Minister Van den Brink:

Het eerlijke antwoord is dat ik tot maandagavond heel laat plan A heb gehad, namelijk erop inzetten dat die wet het zou halen. Maandagavond laat heb ik een aantal collega's laten weten dat als zich dat niet zou voordoen — soms maak je een inschatting — dat dit mijn alternatieven waren om het te herstellen. Daar is dus niet in de ministerraad of anderszins over gesproken. Nee, dit heb ik gewoon op eigen titel neergelegd als "zo gaan we het oplossen"; dat is ook omarmd en dat gaan we ook zo doen.

De voorzitter:

Even kijken. Dan gaan we naar het laatste blokje: overig. De minister kijkt nog of de heer Ceder een interruptie wil doen. Dat lijkt bijna op uitlokking van een interruptie! Ik zie dat de heer Ceder het toch graag wil, dus dan geef ik daar even de ruimte voor.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter, ik zie dat de minister er behoefte aan heeft dat ik mijn interrupties zo snel mogelijk opmaak, dus dat zal ik dan maar doen. Het gaat even over de schriftelijke vragen die ik gesteld heb over het azc in Hardenberg. De gemeente werd daar gewoon voor het blok gezet, als ik het zo mag zeggen, doordat ze een paar dagen van tevoren te horen kreeg dat het azc niet zou sluiten. Er is vandaag tijdens dit debat een bericht gekomen dat er een memo is uitgelekt waarin eigenlijk wordt aangegeven dat sluiting van het azc geen prioriteit blijkt te zijn voor het COA. Dit staat volgens mij ten eerste haaks op de afspraken die gemaakt zijn na afloop van de ontdekking dat het azc zou blijven bestaan, maar dit kƔn volgens mij ook niet. Ook dit is weer een knauw richting de overheid en haar betrouwbaarheid. Ik vroeg mij af of de minister in ieder geval op beide punten kan reageren.

Minister Van den Brink:

Bij uw afwezigheid — u had natuurlijk een ander debat of andere verplichtingen — heb ik net een vrij uitvoerige verhandeling gehouden over de situatie waarin we op dit moment zitten. Ik heb gezegd dat het een situatie is die op alle manieren knelt, die op alle manieren maakt dat het COA op dit moment waarschijnlijk nog aan het bellen is hoe ze het morgen weer opgelost krijgt. Ze zijn dus aan het roeien met de riemen die ze hebben. Dat laat onverlet dat ik op geen enkele manier blij ben en het zelfs erg treurig vind hoe we op dit moment omgaan met afspraken zoals met de gemeente Hardenberg. Dan wat u specifiek bedoelt over de situatie nu. Op dit moment gaat men in Ter Apel natuurlijk al jarenlang over de norm van 2.000. Daarnaast zijn er echt locaties die sluiten waardoor er mensen op straat zouden komen te staan op het moment dat daar geen alternatief voor is. In die zin wordt er op dit moment met man en macht gewerkt om Hardenberg ook leeg te maken. Ik weet dat ze inmiddels op een aantal van ongeveer 250 zitten, terwijl ze van 700 kwamen. Op die manier wordt er gewerkt. Er wordt dus met man en macht gewerkt om gestand te doen wat is afgesproken. Tegelijkertijd zit er een grens aan wat er in Ter Apel kan en is Breda volgende week dicht. In die context opereert het COA dus, zonder enige blijmoedigheid over de wijze waarop het moet werken, want het roeit met de riemen die het heeft.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik begrijp dat het een complexe situatie is en ik benijd de minister ook niet. Dit gaat echter om vertrouwen. Het vertrouwen is eenmaal geschonden toen het COA aangaf niet te vertrekken op de afgesproken datum. Vandaag komt er een memo naar voren waaruit volgens de gemeente Hardenberg blijkt dat het azc daar niet de hoogste prioriteit heeft, terwijl het COA juist beloofd heeft dat Hardenberg wel de hoogste prioriteit zou hebben. Nogmaals, er kunnen goeie redenen voor zijn, maar dit is een dubbele knauw. Ik vraag me af hoe de minister ten aanzien van het laatste bericht denkt het vertrouwen te herstellen, niet alleen in Hardenberg maar ook in andere gemeenten. Die lezen dit mee en denken: "Kan ik nog een relatie aangaan met het COA? Wat haal ik mijzelf op de hals en wat halen wij ons als gemeenteraad op de hals?"

De voorzitter:

Jaja, helder. De minister.

Minister Van den Brink:

Het maakt duidelijk hoe nijpend de situatie is en hoe lang we daar nu al in zitten. Ik gaf net al aan dat we er op dit moment dus wel locaties bijkrijgen maar dat dat eigenlijk alleen maar voldoende is om het verlies van bedden door de locaties die sluiten, net bij te houden. Er is dus bij het COA een soort van break-even gaande met een opvangratio van 104%. Ter Apel zit gewoon permanent boven de 2.000, soms boven de 2.100. Dat is dus de situatie waarin we zitten. Ja, dat leidt dus tot het schenden van het vertrouwen. Dat zie ik dus heel goed en dat levert schade op. Tegelijkertijd wordt ook Hardenberg op dit moment wel degelijk als prioriteit gezien, binnen de context van al die locaties die sluiten. Ook op Hardenberg wordt volop geacteerd, maar wel in de context dat er anders locaties zijn die mensen echt buiten zouden moeten zetten. Dat zijn noodopvanglocaties die dan alweer dichtgaan. Dat is dus de situatie waar ik mee van doen heb.

De voorzitter:

Vervolgt u met het laatste blokje.

Minister Van den Brink:

Ik kom nu op mijn blokje overige. Ik begin daarbij met de vraag van de heer Ellian over Syriƫrs. In zijn algemeenheid geldt dat het kabinet een brede agenda voor Syriƫ heeft en stevig inzet op versterking van de samenwerking met de Syrische autoriteiten, ook op het gebied van migratie en terugkeer. We investeren daar natuurlijk ook in de capaciteitsopbouw van de Syrische autoriteiten en in grensmanagementprojecten. De samenwerking met de Syrische autoriteiten krijgt op verschillende manieren vorm. Zo zal ik samen met Syriƫ binnenkort een event organiseren over wederopbouw en terugkeer, als ik in de tweede week van het reces in New York ben bij het International Migration Review Forum. Tijdens dit event zullen verschillende Europese lidstaten aanwezig zijn. Naast de landen in de regio zijn daar ook de Europese Commissie en internationale organisaties om daar met elkaar te bespreken welke concrete mogelijkheden er zijn voor die samenwerking, wederopbouw en terugkeer. Dat is dus waar we op het meer diplomatieke vlak mee bezig zijn.

Uw vraag is dan de volgende. Er liggen heel veel aanvragen van Syriƫrs. De aanvragen worden individueel getoetst, maar we weten vanuit het landenbeleid dat de situatie natuurlijk echt wezenlijk is veranderd. Zien we dat dat dus tot veel minder inwilliging leidt ten opzichte van eerder? Dat klopt. Ik had u al toegezegd om u in mei te informeren over hoe mijn plan van aanpak met de IND eruitziet. We moeten dan namelijk ook kijken naar alle aanvragen die er nog liggen. Dat ga ik hier zeker in betrekken, want ik zoek natuurlijk ook naar manieren om aan de ene kant de aanvragen die er nog liggen, zo snel mogelijk af te doen; dat heeft u ook van mij gevraagd. Tegelijkertijd heb ik u toegelicht dat we ook aan het pact willen voldoen. Dit zou daarin een groep kunnen zijn die we zouden kunnen prioriteren. Binnen de IND hebben we allemaal afhankelijkheden over hoe dat werkt en hoe dat gaat. Daar valt veel meer over te vertellen, maar dat ga ik eerst opschrijven in een Kamerbrief aan u. Dit neem ik echter zeker mee, dus dat wil ik u graag toezeggen.

Ik had van de heer Russcher nog de vraag waarom er aan gemeenten niet ook overlastcijfers worden verstrekt. De overlastcijfers zijn gewoon bekend; die worden via het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum, het WODC, jaarlijks in beeld gebracht. Die zijn dus algemeen beschikbaar; die worden op die manier voor iedereen ter beschikking gesteld.

U vroeg nog, denk ik, naar de situatie van gisteren waarin autoriteiten optreden tegen inwoners die demonstreren en of we daartegen moeten optreden. Nee, op geen enkele manier. Demonstratierecht is een groot goed in dit land. We treden alleen op als er geweld wordt gebruikt en daar was sprake van. Dus heeft de politie gemeend daar te moeten optreden.

Mevrouw Piri vroeg mij nog naar het OVA-proces, dus dat hele toelatingsproces in Ter Apel. Dat is onderdeel van het Migratiepact waar we onlangs al zo over hebben gesproken. De IND is hard bezig met de voorbereiding van het pact en het screeningsproces. Dat zal allereerst in Ter Apel plaatsvinden en we zoeken nog naar vervolglocaties waar we het ook kunnen toepassen.

De heer Van Asten vroeg mij nog naar de stand van zaken rondom de Meedoenbalies. Op dit moment hebben 38 locaties een Meedoenbalie, en 50 opvanglocaties hebben een soort "meedoenbalie light"; zo noemen we het maar even. In het coalitieakkoord zijn er middelen vrijgekomen voor de uitbreiding van de Meedoenbalies naar meer COA-locaties. We, het COA en wij, zijn op dit moment in gesprek met het ministerie van Sociale Zaken, dat hier de financiering van doet. We overleggen hoe we ze kunnen uitbreiden. Er is nu nog geen exacte datum te noemen wanneer we dat doen, maar er is wel … Volgens mij was het ergens rond de zomer. Ik zeg het vanuit mijn eigen herinnering, maar je weet nooit of die klopt. Het is toch voor zomer? Ja, okĆ©. Dat dus rondom de Meedoenbalies.

De heer Ellian vroeg mij nog naar de permanente verblijfsvergunning. Onderdeel van de Asielnoodmaatregelenwet was het schrappen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Dat punt gaat nu meelopen in de discussie over het Migratiepact. Ik zeg nu "discussie", maar hopelijk is het de aanvaarding van het Migratiepact door de Eerste Kamer. Dan is die vanaf 12 juni bij wet van kracht.

Dat waren alle vragen.

De heer Ellian (VVD):

Ik heb nog ƩƩn vraag. De minister zei dat hij het graag toezegt. Ik heb goed geluisterd en probeer te begrijpen wat die toezegging is. Ik vroeg om prioriteit.

Minister Van den Brink:

Ja.

De heer Ellian (VVD):

Zegt de minister toe dat hij prioriteit geeft?

Minister Van den Brink:

Dan heeft u toch wel heel scherp geluisterd, hoor. Ik zeg het u toe bij de aanpak van de aanvragen die moeten worden afgehandeld, of en hoe dat kan. Laat ik zeggen dat mijn sympathie ernaar uitgaat.

De heer Ellian (VVD):

Dat is was mij betreft prima. Als de minister erop wil terugkomen of er geprioriteerd kan worden, ben ik happy.

Wat betreft de permanente verblijfsvergunning: we kunnen het deze week niet meer ongedaan maken. Had de wet het gehaald, dan had ik deze vraag niet hoeven stellen. Maar goed, laat ik daar maar niet over beginnen, want dat is vrij sfeerverpestend, heb ik gemerkt. Maar mag ik er dan wel op rekenen dat we niet nu onnodig allerlei permanente verblijfsvergunningen gaan afgeven? Volgens mij is het nog 40 dagen of 41 dagen tot het pact.

Minister Van den Brink:

Er ligt natuurlijk gewoon de huidige werkpraktijk, gebaseerd op juridische bepalingen. Zolang er niet een andere wet ligt, is er geen ruimte om nu een andere keuze te maken dan gewoon uitvoering geven aan het huidige kader.

De voorzitter:

Ik kijk naar de commissie of er nog vragen op de zeef zijn blijven liggen. Dat had ik u beloofd. Is er een vraag blijven liggen, meneer Ceder?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Nee, ik heb wel een korte technische … Nee …

De voorzitter:

Technische vragen zitten in een andere sessie. U kunt wel een punt van orde maken. Uw interrupties zijn op.

Ik dank de minister voor de beantwoording namens het kabinet in de eerste termijn. Mevrouw Van der Plas zit allemaal gebaren te maken; dat is echt heel gezellig. Ik heb de vraag of de commissie een tweede termijn wenst, even los van de aanvraag van een tweeminutendebat. Dat is mijn vraag in eerste instantie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Even een punt van orde en een vraag. We zouden over zeven minuten stoppen. Een tweede termijn met al deze sprekers, die ik allemaal zeer hoog heb zitten, zal denk ik minimaal nog een uur duren. Ik vraag mij dus af hoe de voorzitter dit qua tijd inschat voordat ik er een afweging in kan maken.

De voorzitter:

Ik zou willen voorstellen om een tweede termijn te doen van 45 seconden per lid. Er kan dan een laatste vraag worden gesteld of een laatste inbreng worden geleverd. Daarna kunnen we vijf minuten schorsen en dan zijn we uiteindelijk rond 17.30 uur klaar. Dat is de tijdplanning. Ik hoor nu dat een schorsing niet nodig is. Dan zijn we dus eerder dan 17.30 uur klaar. Het is dus een heel kort rondje. Ik kijk of dat gewenst is, of dat u zegt het ook af te kunnen met alleen een tweeminutendebat. Ik zie dat er behoefte is aan een tweede termijn. Dan gaan we dat gewoon doen. U kunt het ook rustig overslaan, is mijn aanmoediging als uw voorzitter.

Meneer Ceulemans, gaat uw gang.

De heer Ceulemans (JA21):

Dank, voorzitter. Ik zou graag formeel een tweeminutendebat aanvragen.

Dank aan de minister voor de antwoorden. Ik denk dat de conclusie is dat we het niet eens worden over dit onderwerp. Ik zie de minister nu knikken, dus die onderschrijft dit. We gaan zelf een poging wagen met onze intrekkingswet. Dat heeft overigens niets te maken met het zaaien van onrust in de samenleving; het heeft gewoon te maken met het gebruikmaken van parlementaire middelen om ook tegemoet te komen aan de autonomie van gemeenten en de bevolking die hier niet op zit te wachten.

Een korte vraag nog. De minister is al ingegaan op het dwangelement. We kennen de systematiek van de Spreidingswet, maar kan de minister nog eventjes concreet aangeven hoe hij die dwang wil gaan toepassen?

Tot slot. De heer Ellian refereerde al aan de zin in het coalitieakkoord, geloof ik, dat op het moment dat er genoeg opvangplekken zijn, de Spreidingswet overbodig is. Wanneer is voor de minister concreet het moment aangebroken waarop de Spreidingswet voor hem overbodig is?

De voorzitter:

Ik dank u wel. Meneer Ceder, gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Ten aanzien van de kleinschalige opvang ben ik benieuwd of de minister kan toezeggen om in ieder geval te inventariseren of die knelpunten er zijn. Dat kan via de VNG. Er zijn echt een aantal gemeenten die herhaaldelijk bij mij aankloppen en aangeven: wij willen wel, maar wel op een manier die past bij de lokale gemeenschap; dat is voor ons heel belangrijk, ook in het kader van het behouden van het draagvlak. De vraag is dus of de minister dat kan toezeggen.

De tweede vraag is in hoeverre de wijziging die de minister voorstelde — dat is het vrije recht van de minister — op het punt van de extra maatregelen te rijmen valt qua capaciteit met de inwerkingtreding van het Migratiepact. Op het moment dat dat gaat botsen, zou ik liever een goede invoering willen dan dat wij hier in de Tweede Kamer gaan stuntelen met maatregelen. Je kan die capaciteit immers maar ƩƩn keer inzetten. Kan de minister toelichten hoe die capaciteit de komende weken wordt ingezet?

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zie dat mevrouw Van der Plas behoefte heeft aan een tweede termijn. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja, ik kom toch even terug op mijn vragen over wat er allemaal is gebeurd voor dinsdag. De minister geeft aan dat er maandagavond besloten is om nieuwe wetsvoorstellen voor te bereiden. Dat is voor de stemming op dinsdag. Wat mij triggert en waar ik een antwoord op wil hebben, is het volgende. Het was dus al bekend dat er zou worden gewerkt aan nieuwe wetsvoorstellen. Was dit dan een soort ontsnappingsdeal voor D66, zodat ze tegen konden stemmen, het nieuwe kabinet met compleet nieuwe voorstellen kan komen en de Faberwetten definitief van tafel zouden zijn? Dat is mij nog niet duidelijk. Ik heb er nog wel vraagtekens bij.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Straatman niet. Diederik van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Dit debat heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat de aantallen asielzoekers omlaag moeten. Dit geldt ook voor het aantal politieke spelletjes. Ook moet het bruuskeren van de lokale democratie via de Spreidingswet zo snel mogelijk stoppen.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Van Asten niet. De heer Ellian.

De heer Ellian (VVD):

Heel kort. Dank voor de beantwoording. Ondanks alle perikelen van de afgelopen tijd — ik probeer het zo neutraal mogelijk te formuleren — wil ik wel zeggen dat ik een minister zie die er alles aan doet om te doen wat we hebben afgesproken met elkaar: de instroom beperken.

Ik zag een amendement van JA21 en de SGP over de gerechtelijke dwangsommen. Ondanks dat het hier niet altijd even gezellig is en ik soms permanent boos lijk, waardeer ik het wel dat collega's meteen aan de slag gaan om toch te fiksen wat we kunnen fiksen.

Daarmee wil ik afronden.

De voorzitter:

Dank. En dat kan ook met een lach, zou ik zeggen. Waarom niet. Dank u wel, meneer Ellian.

Ik kijk of de minister paraat staat om te antwoorden.

Minister Van den Brink:

Ja, zeker.

De voorzitter:

Gaat uw gang.

Minister Van den Brink:

Dan begin ik met die vraag van mevrouw Van der Plas, want zij maakt het telkens spannender. Ik wil gewoon heel praktisch maken hoe dit in mijn hoofd werkt. Als ik wekenlang werk om een wetsvoorstel het te laten halen, denk ik op een gegeven moment dat ik er misschien toch ook een plan B naast moet gaan leggen, voor het geval dat plan A niet werkt. Maar dat was echt pas twaalf uur voordat de stemmingen waren. Er is dus op geen enkele manier ruimte … Laat ik het zo zeggen: alles is op alles gezet om die wetten aangenomen te krijgen, maar er mag ook van mij verwacht worden dat ik als minister nadenk over wat er nodig is als iets niet zou lukken. Dat gebeurde maandagavond. Dit is eigenlijk een soort reconstructie, alleen dan via een debat in de Tweede Kamer. In die zin heb ik nu gelijk antwoord gegeven op de vraag hoe dit allemaal gegaan is. Dank voor de vraag, dus. Maar veel spannender dan dit is het niet.

Het zijn in die zin ook geen nieuwe wetsvoorstellen. We weten dat er een amendement komt dat een deel herstelt. We weten dat er een nota van wijziging komt van dit kabinet, ingediend in mei. Daarnaast komt er een wetsvoorstel van mijn kant over het strafbaar stellen van terugkeerfrustreerders.

Dat is het antwoord op de vragen van mevrouw Van der Plas. Dan naar de minder spannende vragen.

De voorzitter:

Er is toch nog een vraag op de zeef blijven liggen bij mevrouw Van der Plas. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik heb het debat in de Eerste Kamer gevolgd en wil benadrukken dat ik vind dat deze minister het ook in het debat gewoon goed heeft gedaan. Hij is echt duidelijk geweest over wat er dan allemaal niet zou gebeuren. Het lijkt nu een beetje alsof ik wantrouwen heb, maar ik wil het gewoon weten. Maar ik wil wel even gezegd hebben dat de minister er in mijn ogen alles aan gedaan heeft om het door te laten gaan. Maar goed, dat is niet gebeurd, helaas.

De voorzitter:

Ja. Mooi. Waarvan akte.

Minister Van den Brink:

Dank u wel, zeer gewaardeerd. Zeer gewaardeerd.

De conclusie van JA21 over mijn conclusie over u klopt. We zijn het erover eens dat we er anders over denken.

U stelde ook een vraag over die stappen. De Spreidingswet geeft gewoon het bestuurlijk toezicht weer. Overigens zij nog een keer extra vermeld dat dit niet iets is wat aan de Spreidingswet hangt; het is gewoon een bepaling die al heel lang in onze wetgeving zit als we spreken over een decentrale taak van gemeentes. Soms ligt het bestuurlijk toezicht bij de provincie en in dit geval ligt het bij mij. Nu doorlopen we daarbij gewoon de fasering. Die bestaat er nu uit dat fase twee en daarop volgend fase drie voor de gemeenten aan de orde zijn. We weten dat daar nog stap vier, vijf en zes achter wegkomen, maar ik hoop en blijf erop inzetten dat fase twee en drie de laatste stappen zijn die ik nodig heb om er met gemeenten uit te komen. Ik ga me daarbij dus ook niet verder laten verleiden, want we hebben in dit land al genoeg tegenstellingen. Tegelijkertijd is het voor gemeenten duidelijk dat ik van alle gemeenten verwacht dat ze een bijdrage leveren. Ze kunnen dat aan de provinciale regietafel met elkaar bespreken en oplossen.

Wanneer is die dan overbodig? Kan ik dat concreet maken? Nee, dat zou geen recht doen aan de problematiek van dit moment. Wij hebben dus voorlopig de Spreidingswet nodig om de opvang te verbeteren en stabiel te maken en om af te geraken van noodopvanglocaties. Dat zou de grootste bijdrage zijn die ik kan leveren aan het begrotingssaldo. Ik denk dat de minister van Financiƫn daar enorm blij van zou worden. Het moment waarop dat stabiel oogt en waarop we zien dat dat langjarig is, is het moment om de Spreidingswet af te schaffen. Ik ga daar geen jaartal aan hangen.

De heer Ceulemans (JA21):

Dat antwoord is natuurlijk wel een beetje een kip-eiverhaal. Op dit moment is de minister namelijk middels de Spreidingswet aan het afdwingen dat er in het land in de ogen van de Rijksoverheid voldoende asielopvangplekken zijn. Als dat moment is aangebroken en het genoeg en stabiel is, dan is de Spreidingswet overbodig, maar op dit moment wordt dat juist door de Spreidingswet afgedwongen. Dat betekent dus ook dat als de Spreidingswet er niet meer is, gemeenten weer zelf kunnen bepalen dat ze die asielopvangvoorzieningen sluiten. Is dit dus niet gewoon een formulering van de minister om beleefd te zeggen: ik ga die Spreidingswet nooit meer intrekken?

Minister Van den Brink:

Sowieso heb ik in dit werk al heel vaak het gevoel dat er een kip-eidiscussie gaande is en dat elke keer de vraag is: wat is de kip en wat is het ei? Maar nee, ik heb absoluut het doel om een stabiel opvanglandschap te creĆ«ren, waarbij wat mij betreft de vrijwilligheid van gemeenten weer een plaats krijgt. We hebben het jarenlang gedaan op vrijwilligheid en dat leverde niet; daardoor werd Ter Apel overlopen en kwamen er grote problemen op andere locaties. Toen concludeerden we — dat werd door heel veel gemeenten, het IPO en commissarissen gevraagd — dat er een spreidingswet moest komen. Dus nee, ik handhaaf de Spreidingswet zolang die nodig is, maar zodra het kan, zullen we ervan afstappen. Ik kan alleen geen moment in de tijd aangeven.

Ik zeg toe aan de heer Ceder dat we de inventarisatie voor kleinschalige opvang gaan doen. Ik nodig u ook uit: mocht u tegen voorbeelden aanlopen waarbij u weet dat het ergens is stukgelopen, laat me dat dan weten. Ik wil daar namelijk graag mee aan de slag, want ik geloof ook zeer in de kleinschalige opvang. Ik ga daarover met de VNG in overleg en kom daar bij u op terug.

Ten slotte uw vraag over de nationale maatregelen versus het Europees pact. Die zijn natuurlijk met elkaar vervlochten en krijgen gelijktijdig uitvoering, dus ik ga ze niet losknippen. Wat betreft de maatregelen die deze week niet door zijn gegaan en weer aangeboden worden, noem ik als voorbeeld de ongewenstverklaring. Die komt bij nota van wijziging op de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, die waarschijnlijk in mei in uw Kamer wordt besproken, maar die moet daarna weer naar de Eerste Kamer. Die loopt er dus wel echt achteraan. In die zin is dat een voorbeeld van een nationale maatregel die niet gelijk interfereert met het pact vanaf 12 juni.

Ik denk dat ik daarmee compleet ben.

De voorzitter:

Ja, dat is het geval. Hartelijk dank aan de minister voor de beantwoording. We zijn zo ongeveer aan het einde gekomen van dit debat, maar niet helemaal, zeg ik tegen de heer Van Asten. We hebben namelijk de toezeggingen nog. U wilt er graag vandoor gaan, zie ik. Dat mag, hoor. U mag gaan, maar dan kan het zijn dat een toezegging aan u niet goed geregistreerd staat. We gaan die administratie dus nog even doen.

Ik noem de toezeggingen op.

  • De minister stuurt de invoeringstoets van de Spreidingswet voor de zomer naar de Kamer.
  • De minister voegt bij de eerstvolgende voortgangsbrief het kwaliteitskader voor opvanglocaties toe. Dat is een toezegging aan de heer Van Asten.
  • De minister stuurt samen met de minister van VRO voor de zomer een plan van aanpak voor de doorstroomlocaties naar de Kamer. "Het convenant", noteren we daarbij.
  • De minister stuurt kort na het meireces een nota van wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring naar de Kamer.
  • De minister stuurt in mei een plan van aanpak voor de voorraden van de IND en neemt daarin de status van de Syrische aanvragen met prioriteit mee.
  • De minister stuurt een wetsvoorstel over de strafbaarstelling van terugkeerfrustreerders.

De vraag is wanneer.

Minister Van den Brink:

Daar ga ik geen datum aan koppelen.

De voorzitter:

Dan is het geen toezegging.

Minister Van den Brink:

O? Dan is het geen toezegging. Ik ga het wel doen.

De voorzitter:

"Datum onbekend", zullen wij noteren bij deze toezegging. Als de Kamer daar anders over denkt, horen we dat vanzelf.

  • De minister stuurt een brief over de inventarisatie van kleinschalige opvang naar de Kamer. Dat doet hij na de zomer.
  • Ik had er natuurlijk mee moeten beginnen dat lid Ceulemans van JA21 een tweeminutendebat heeft aangevraagd.

Daarmee hebben we alle toezeggingen en de administratie gehad.

Ik wil in ieder geval de minister en de ambtelijke staf hartelijk danken voor hun aanwezigheid, en natuurlijk ook de leden. Het leek niet te lukken in drie uur, maar het is toch echt bijna gelukt. Daarvoor waren heel veel aanmoedigingen en veel kortere interrupties en antwoorden nodig. Dank daarvoor. Ik wil ook alle mensen die dit debat op de publieke tribune of op afstand hebben gevolgd, hartelijk danken. Dank aan de griffie en de ondersteuning voor het mogelijk maken van dit commissiedebat. Daarmee sluit ik dit commissiedebat. Dank u wel.

Sluiting