BOA-stelsel
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 12 maart 2026 overleg gevoerd met de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid, over BOA-stelsel.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
Ellian
De waarnemend griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
Burger
Voorzitter: Van der Plas
Griffier: Van Tilburg
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: El Abassi, Coenradie, Faber, Lammers, Martens-America, Mathlouti, Mutluer, Van der Plas en Straatman,
en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.
Aanvang 14.01 uur.
BOA-stelsel
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 6 oktober 2025 inzake de buitengewoon opsporingsambtenaar een professionele partner met een eigenstandige taak in de publieke ruimte (36395, nr. 22);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 maart 2026 inzake antwoord op vragen commissie over de buitengewoon opsporingsambtenaar een professionele partner met een eigenstandige taak in de publieke ruimte (Kamerstuk 36395-22) (36395, nr. 23).
De voorzitter:
Goedemiddag, dames en heren. Welkom bij dit commissiedebat. Mag ik even de aandacht van de leden? Welkom bij dit commissiedebat BOA-stelsel. De commissie heeft speciaal verzocht om dit commissiedebat los te koppelen van het commissiedebat Politie. Ik denk dat dat heel goed is. Hier op de publieke tribune zie ik een aantal groene boa's, die onze buitengebieden beschermen. Ik denk dat het heel goed is om dit los te koppelen, om de boa's de aandacht te geven die ze verdienen, omdat zij, in welk domein zij ook werken, elke dag verantwoordelijk zijn voor het beschermen van onze samenleving, om het zo maar te zeggen. Ik denk dat het goed is dat we daar ruim aandacht aan geven.
Dit commissiedebat duurt drie uur, tot 17.00 uur. Ik wil behalve de mensen op de publieke tribune ook de mensen welkom heten die thuis de livestream volgen. Ik wil de leden natuurlijk welkom heten. Dat zijn mevrouw Martens-America van de VVD, mevrouw Mutluer van GroenLinks-PvdA, de heer Mathlouti van D66, mevrouw Straatman van het CDA, mevrouw Faber van de PVV, mevrouw Coenradie van JA21 en mevrouw Lammers van Groep Markuszower. Mijn naam is Caroline van der Plas. Ik zit deze vergadering vandaag voor, maar ik zal zelf straks ook een bijdrage houden. Op dat moment geef ik het voorzitterschap even over aan mevrouw Martens-America. Als het gaat om senioriteit, is zij het langste lid van deze commissie. Dan zal ik zelf mijn bijdrage houden.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter, ik vind dat heel vriendelijk, maar ik heb net mevrouw Mutluer becomplimenteerd dat zij de nestor is van deze commissie, dus ik denk dat zij een nog betere kandidaat zou zijn voor het voorzitterschap.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Nee joh, dat maakt helemaal niet uit.
De voorzitter:
Dat is voor mij ook helemaal prima. Het gaat erom dat ik de onafhankelijkheid van de voorzitter kan bewaken als iemand anders het voorzitterschap even overneemt. Mevrouw Mutluer is van harte welkom om het straks even van mij over te nemen.
Ik stel de leden voor om vier interrupties te doen en die kort en bondig te houden, zodat we een goede discussie kunnen voeren. De leden hebben vier minuten spreektijd. Dan rest mij als enige nog om natuurlijk ook de minister en zijn staf welkom te heten. Een groot aantal leden van de staf zijn ook buiten het zicht hard aan het werk om dit commissiedebat in goede banen te leiden.
Bij dezen is deze vergadering dus geopend. Ik wil als eerste het woord geven aan mevrouw Martens-America namens de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank, voorzitter. Vandaag spreken we over boa's. Ik zie een groot aantal boa's hier zitten. Hartelijk welkom en dank. Boa's spelen een ontzettend belangrijke rol, of het nou in de binnenstad, een dorp of de natuur is. Als raadslid in Amsterdam heb ik een aantal keer mogen meelopen met de boa's, onder andere op de Wallen. Ik was echt diep onder de indruk van hoe zij zaken moeten oplossen met de middelen die ze op dat moment van ons hebben gekregen. Nogmaals dank daarvoor. Ik heb gezien dat het werk alles behalve makkelijk is. Ik heb ook gezien hoe de interactie met bijvoorbeeld de politie is. Ik heb gezien wat er allemaal beter moet. Ik hoop ook ā dat is een uitnodiging ā dat eenieder die hier zit, mij weet te vinden. Ik ben nieuw hier, dus ik hoor meer dan graag hoe wij jullie verder kunnen helpen.
Voorzitter. Juist daarom is het van belang dat we dit debat hier vandaag voeren. Gezien de beperkte spreektijd beperk ik mij tot een tweetal onderwerpen. Dat zijn de groene boa's en de neutraliteit van het uniform.
Voorzitter. De groene boa's spelen een cruciale rol bij het beschermen van onze natuurgebieden en indirect ook ons. Zij controleren bijvoorbeeld op illegale afvaldumping en zijn vaak als eerste ter plaatse bij grote drugsdumpingen in de natuur. Daardoor krijgen zij helaas ook vaker direct te maken met georganiseerde criminaliteit. Dat baart mijn fractie zorgen. Ik ben benieuwd wat op dit moment de stand van zaken is van bijvoorbeeld het aanvragen van verdedigingsmiddelen zoals bodycams voor deze groene boa's die zij nodig hebben bij het uitvoeren van hun werk. Op welke termijn gaat de minister de beleidsregels wijzigen, zodat de vereiste van de noodzaak van een geweldsmiddel wordt gekoppeld aan de bevoegdheden en taken van een boa, in plaats van aan vastgestelde situaties uit het verleden?
Ik vraag daarbij aan de minister hoe ervoor gezorgd kan worden dat het toewijzen van eventuele wapens en verdedigingsmiddelen in alle provincies gelijkloopt, om te voorkomen dat er verschillen ontstaan tussen provincies en dus tussen de instrumenten die deze boa's hebben. Hoe zit het wanneer de provincie een omgevingsdienst heeft aangewezen en de omgevingsdienst, anders dan de provincie, niet overtuigd is wat betreft het toewijzen van deze geweldsmiddelen? Kan de minister dit delen met de Kamer? Daarnaast wil ik de minister vragen of en hoe het aanvraagsysteem voor vuurwapens voor groene boa's kan worden vereenvoudigd, uiteraard zonder dat dit ten koste gaat van het zorgvuldige proces en de veiligheid. Wat de VVD betreft staat de veiligheid van boa's voorop en mag die nooit in het geding komen door georganiseerde criminaliteit.
Voorzitter. Een neutraal uniform. Dit is mijn tweede punt en een belangrijk punt, want zichtbare religieuze uitingen staan steeds vaker ter discussie in verschillende gemeenteraden. Wat de VVD betreft staat een uniform voor vertrouwen, gezag en neutraliteit. Dat geldt dus voor alle uniformen. Dat is al geregeld voor de politie en voor militairen. Wat ons betreft wordt dit ook geregeld voor boa's. Zichtbare religieuze uitingen, zoals het dragen van een keppeltje, een kruisje of een hoofddoek, dragen wat de VVD betreft niet bij aan het uitstralen van deze neutraliteit. Laat ik duidelijk zijn: iedereen heeft het recht om te geloven wat hij of zij wil, maar mijn fractie staat voor een seculiere samenleving, met een scheiding tussen kerk en staat of tussen moskee en staat. We zullen dus wettelijk moeten verankeren dat een boa-uniform neutraal moet zijn.
Mevrouw Faber (PVV):
Het doet me deugd dat de VVD pleit voor neutraliteit, ook voor onder andere de boa's en de politie. Maar ik vind het volgende wel vreemd. Ik neem aan dat we daar geen jarenlang proces van willen maken. We kunnen dat heel snel oplossen door de AMvB die al klaarligt in de lucht te hangen, maar tot mijn grote spijt heeft de VVD daartegen gestemd. Dan denk ik ook: hoe serieus bent u dan over die neutraliteit? Mijn voorstel was destijds: "Laten we de AMvB in de lucht hangen. Dan gaan we werken aan een wetsvoorstel. Dan is iedereen tevreden. Dan hebben we neutraliteit. Op lange termijn kunnen we het wettelijk borgen." Dat leek me de beste oplossing. Mijn vraag is dus: hoe serieus bent u nu over die neutraliteit? Dat vraag ik u via de voorzitter.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ontzettend serieus. Wij zijn al begonnen met het schrijven van een wet. De reden waarom we dat doen, is als volgt. Wat mevrouw Faber zegt, stemt mij ook wel positief, want als ik nu ga tellen hoeveel zetels er voor neutraliteit van boa's zijn, dan denk ik dat wij de 100 wel gaan halen. Dat is dus heel goed nieuws. Alleen, de Raad van State heeft natuurlijk ook gezegd: regel dit niet met een algemene maatregel van bestuur; regel dit wettelijk. Om het in ƩƩn keer goed te doen, zijn wij begonnen met het schrijven van een wet. Ik hoop dat die nog voor de zomer naar de Kamer kan komen.
Mevrouw Faber (PVV):
Alle respect voor de Raad van State, maar dat is een advies. Het is een advies. Dat kan de bewindspersoon naast zich neerleggen. We hebben een seculiere staat, dus we hadden ook een goede reden om dat naast ons neer te leggen. Je komt de Raad van State al tegemoet door het in een wetsvoorstel te gieten.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog, mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik hoorde niet direct een vraag, maar ik wil uiteraard wel reageren op mevrouw Faber. Mevrouw Faber heeft het recht om ervoor te kiezen om te zeggen: mijn fractie vindt het advies van de Raad van State niet belangrijk.
Mevrouw Faber (PVV):
Dat heb ik niet gezegd.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Nee, ik zei: "kan ervoor kiezen om". Dat zei ik letterlijk.
De voorzitter:
Mevrouw Faber, liever niet buiten de microfoon.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dat zei ik letterlijk, mevrouw Faber. Laten we dat ophelderen. Mijn fractie heeft ervoor gekozen om te zeggen: dan schrijven we de wet. Ik zou graag met zo veel mogelijk mensen hier aan tafel die handschoen oppakken. Dat willen we zo snel mogelijk doen. Wij kiezen ervoor om het advies van de Raad van State in dezen wel te volgen.
De voorzitter:
Inmiddels is de heer El Abassi van DENK ook aangeschoven, zeg ik even snel. Mevrouw Coenradie heeft nog een interruptie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ook wij kijken reikhalzend uit naar een wet. Ik ben wel even benieuwd in hoeverre er door de VVD-collega uitgezocht is in hoeverre we, voordat de wet naar de Kamer en mogelijk ook naar de Eerste Kamer toe gaat, iets kunnen bedenken om te voorkomen dat er net na de gemeenteraadsverkiezingen coalities gesmeed worden en er misschien toch afspraken worden gemaakt die hier haaks op staan. Hoe kijkt de VVD daartegen aan? Is er een mogelijkheid tot een experimenteel iets of zijn er andere wegen die we daarin kunnen bewandelen?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik denk dat dat een hele goede vraag is. Ik heb zelf zeven jaar in de gemeenteraad van Amsterdam mogen zitten. Daar zijn natuurlijk al meerdere voorstellen aangenomen om dit wƩl toe te staan. Ik denk dat mevrouw Coenradie dit heel terecht aankaart. Hoe voorkom je een lappendeken, dus dat in elke gemeente wat anders wordt uitgevoerd? Ik zou heel graag samen willen kijken wat we daaraan kunnen doen. Mijn zorg is de volgende. Dat is de reden waarom we ervoor hebben gekozen om het advies van de Raad van State in dezen wel te volgen. Laten we het in ƩƩn keer goed doen. Laten we een goede wet schrijven. Laten we dat wel zo snel mogelijk doen, maar laten we het in ƩƩn keer goed doen. Als mevrouw Coenradie ideeƫn heeft om te kijken wat we voor die tijd al zouden kunnen doen, wil ik daar graag samen met haar naar kijken. Het lastige is natuurlijk dat dit alleen middels een wet is op te lossen, want het gaat natuurlijk over het verschil in bevoegdheid tussen de gemeente en deze minister. Als u ideeƫn heeft, zeg ik via de voorzitter, hoor ik die echt heel graag.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik denk dat dat zeker goed is, dus op dat aanbod ga ik zeker in. Het is misschien niet zo'n chique manier, maar wellicht kan de minister in zijn antwoord aangeven of daar wegen voor zijn voordat er überhaupt over deze wet in de Kamers gesproken wordt.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Mathlouti (D66):
Ik heb een vraag aan mevrouw Coenradie naar aanleiding van haar interruptie.
De voorzitter:
Sorry, in een commissiedebat kunt u alleen de spreker interrumperen. Maar u kunt uw interruptie natuurlijk wel bewaren voor straks, als mevrouw Coenradie aan de beurt is voor haar inbreng.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dan ga ik afronden. De heer Van Dijk van de SGP heeft, gezien het geringe aantal zetels dat zijn partij op dit moment heeft, mij gevraagd om een aantal vragen te stellen aan de minister, omdat hij hier zelf niet bij kan zijn. Ik houd het kort. Gaat de minister kijken naar uitbreiding van de bevoegdheid van groene boa's? Hoe voorkomt de minister dat ov-boa's op indirecte, oneigenlijke manier toch met steeds meer taken worden opgezadeld, doordat meer verantwoordelijkheden naar ov-bedrijven worden toegeschoven? Dat waren de vragen namens de heer Van Dijk.
Dank u wel. Volgens mij zag ik nog een interruptie voor mij.
De voorzitter:
Dat klopt. Uw inbreng was mooi binnen de tijd. Er is een interruptie van de heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Ik zou de VVD willen vragen waarom zij het vooral belangrijk vindt wat de uiterlijke kenmerken van een boa zijn, in plaats van de handelingen van een boa.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dat is een hele mooie vraag, dus ik ben oprecht blij dat ik die vraag krijg. Ik ben lid van een liberale partij en wij geloven principieel in de scheiding van kerk en staat, of moskee en staat in dezen. Het heeft voor ons dus twee redenen. Enerzijds is een uniform neutraal. Daar hoort geen enkele religieuze uiting bij, welke dan ook. Je ziet het bijvoorbeeld ook in Amsterdam, bij de grote incidenten die daar de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. Ik durf er oprecht vraagtekens bij te plaatsen als boa's met een keppeltje of hoofddoek worden afgestuurd op die incidenten, want in hoeverre helpt dat? Ik weet niet of ik dat de dames en heren in kwestie zou durven aandoen.
Anderzijds is er het punt waar ik mee begon. Ik geloof principieel dat religie geen enkele rol mag spelen bij het dragen van een uniform. PrivƩ uiteraard wel; iedereen mag geloven wat hij of zij wil. Je mag ook werken bij de politie. Je mag werken als boa, maar niet in uniform op straat, wanneer je er in je leven voor hebt gekozen om een religieuze uiting te dragen.
De heer El Abassi (DENK):
Mevrouw Martens-America weet dat het niet waar is dat een uniform alleen neutraal is op het moment dat de vrouw geen hoofddoek draagt. Er zijn scheidsrechters met hoofddoeken; die hebben ook uniformen aan. Er zijn politieagenten in het buitenland met een hoofddoek. Er zijn boa's in het buitenland met een hoofddoek; die zijn ook gewoon neutraal. Dat klopt dus niet. Ik vroeg mevrouw Martens-America waarom ze uiterlijke kenmerken wel belangrijk vindt en handelingen niet. Ik heb namelijk een motie ingediend waarin ik heb gevraagd om politiemedewerkers die in de afgelopen vijf jaar veroordeeld zijn voor discriminatie, racisme of intimidatie, niet aan te nemen bij de politie. Die mensen zijn namelijk niet neutraal. Dat is gebleken. Die zijn door de rechter veroordeeld. Waarom mogen die wel aangenomen worden bij de politie en een vrouw met een hoofddoek die niets gedaan heeft niet? Dat zou ik de VVD nog een keer willen vragen.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Naar mijn gevoel gooit de heer El Abassi twee verschillende zaken op ƩƩn hoop, maar ik ga toch een poging doen om antwoord te geven op de vraag, want hij stelt een serieuze vraag. Met die motie ben ik niet bekend, dus daar ga ik even naar kijken. Ik vind het een legitiem punt. Als je gedragingen aantoonbaar, inclusief een veroordeling, hebben geleid tot de gedachte dat jij wellicht niet objectief kunt handelen, vind ik dat een zeer interessante vraag. Daar ga ik dus even naar kijken. Daarnaast heb ik niet het gevoel dat ik mij moet verantwoorden of verontschuldigen voor het feit dat ik geloof in een seculiere staat. Ik zal er dus alles aan doen om te zorgen dat religie bij uniformen geen factor zal zijn.
De heer El Abassi (DENK):
Dat laatste ben ik met mevrouw Martens eens: religie zou geen factor moeten zijn bij het uitoefenen van je beroep. Dat speelt ook niet bij boa's, zoals het ook niet speelt bij scheidsrechters, boa's in het buitenland, et cetera, et cetera. Daarom gaat het mij juist om het handelen. Op het moment dat je anders handelt, dus niet neutraal handelt, moet je wel aangepakt worden. Ik blijf het vreemd vinden dat als ik een motie indien waarin het om het handelen gaat en zeg dat je dat ambt dan niet moet kunnen uitoefenen, de VVD dan tegenstemt. Dat vind ik jammer.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik heb geen vraag gehoord. Zoals ik eerder heb gezegd, ben ik niet bekend met die motie. Het lijkt mij een hele serieuze motie, dus ik zou die straks in de schorsing ook wel graag zien. Het lijkt mij niet essentieel voor het debat dat wij hier nu voeren of voor het punt dat ik aanhaal over het uniform. Het dragen van een religieuze uiting is een vrije keuze, zoals het ook een vrije keuze is om te kiezen voor een beroep waarin je een uniform draagt. Dat is geen verplichting. Dat mag. Je mag werken met een religieuze uiting, met een keppeltje of met een hoofddoek, bij de politie, als boa. Wat de VVD betreft is dat wanneer je kiest voor een uniform niet aan de orde. Dat geldt voor elke religie.
De voorzitter:
Dank u wel. Was u aan het einde van uw betoog? Ja. Dan geef ik het woord aan mevrouw Mutluer van de PvdA.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Allereerst mijn grote waardering voor ā¦
De voorzitter:
Excuses, mevrouw Mutluer spreekt namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dat maakt helemaal niet uit. We gaan opnieuw beginnen.
Allereerst mijn enorme waardering voor de inzet van onze buitengewoon opsporingsambtenaren. Vaak zeggen we: de politie zorgt voor veiligheid en boa's zorgen voor leefbaarheid. De praktijk is echter veel weerbarstiger. Ik ben er blij mee dat het ons is gelukt om het hele boa-stelsel vandaag apart te behandelen in plaats van dat te doen tijdens een politiedebat, want dat verdienen de boa's.
GroenLinks-PvdA vindt het belangrijk dat de herziening niet blijft steken, zeg ik in alle eerlijkheid, in een administratieve operatie. We zien namelijk een vervaging tussen de politie- en boa-taken, juist ook doordat de politie onder grote druk staat. Dan kun je niet zeggen: boa's moeten meer opvangen, maar dat moeten ze wel doen zonder de bevoegdheden, uitrusting, ondersteuning en informatiepositie die daarbij horen.
Voorzitter. Mijn fractie maakt zich in dat licht al langer zorgen over de groene boa's. Op werkbezoeken hebben we gezien hoe groot hun betrokkenheid bij onze natuur is, maar ook hoe gevaarlijk hun werk soms is. Zij kunnen worden geconfronteerd met stroperij, ondermijning en georganiseerde drugscriminaliteit. In the heat of the moment kunnen zij niet altijd terugvallen op directe politiebijstand. Dan helpt het niet als de minister in zijn beantwoording eigenlijk zegt: als een boa niet formeel is aangewezen door de Gedeputeerde Staten van de provincie voor het controleren op bijvoorbeeld gewapende stroperij, kan er ook geen grond voor het dragen van een vuurwapen zijn, ook al kan de boa die situatie in de praktijk wel degelijk tegenkomen. Dat vind ik echt een bureaucratische benadering, want de praktijk trekt zich weinig aan van functiebeschrijvingen. Een boswachter die in een afgelegen gebied oog in oog staat met een gewapende crimineel heeft niets aan de constatering dat dit op papier net buiten zijn formele taak valt.
Mijn vraag aan de minister is dus: erkent hij dat de toekenning van geweldsmiddelen niet mag verzanden in een systeem waarin de papieren werkelijkheid boa's in de echte wereld onnodig kwetsbaar maakt en erkent hij dat ze afhankelijk zijn van de provincie? Is hij bereid om met de groene boa's zelf opnieuw te kijken naar de uitvoerbaarheid van de procedures en de rol van Justis? Omgekeerd zeg ik ook dat er ingezet moet worden op de professionalisering van communicatie, de-escalatie en het toepassen van bewapening bij groene boa's.
Dit wringt overigens ook bij de NS-boa's. Zij krijgen te maken met agressie, geweld en mensen met onbegrepen gedrag. De NS heeft gezegd: wij willen niet dat onze boa's steeds verder in de richting van arrestantenvervoer en aanhoudingsafhandeling worden geduwd, omdat dat ten koste gaat van hun primaire taak, namelijk de veiligheid in de trein en op het station. En wat zegt de minister dan? Ja, de werkgevers, de politie en het bevoegd gezag moeten daar lokaal maar afspraken over maken. Maar daarmee weten heel veel NS-boa's nog steeds niet waar ze aan toe zijn. Tegelijkertijd zeg ik dat ik ook wel weer hele mooie dingen zie, zoals in Utrecht, waar bepaalde interventiemedewerkers, de boa's, mensen met onbegrepen gedrag op een passende manier opvangen. Dat vind ik heel waardevol. Wat mij betreft wordt dat ook uitgerold. Ga dus samen met NS-boa's kijken wat nodig is.
Dan de informatiepositie. De minister erkent gelukkig dat boa's als volwaardig partner binnen de politiefunctie hun werk veilig en adequaat moeten kunnen doen, maar dan moet de toegang tot identificatie-informatie echt op orde komen. De toegang tot het rijbewijzenregister is weer doorgeschoven, ondanks eerdere moties van onze hand. Ook de verdere toegang tot systemen als de SKDB en de BVV zit voor boa's nog in verkenningen, juridische trajecten en wetswijzigingen. Mijn vraag is: wanneer komt die toegang er nou en wat gaan de boa's daarvan merken?
Tot slot, voorzitter. PTSS is een onderwerp dat ik heel belangrijk vind, ook in het licht van brandweer en politie. Wij hebben gezegd: ga dat landelijk erkennen. Dat geldt wat mij betreft ook voor de boa's. Daar wil ik graag een reactie van de minister op. Hetzelfde geldt voor de financiering en de onafhankelijke klachtenbehandeling. Onze oproep, en dan rond ik af, is: stuur boa's niet met een kluitje in het riet. Zij zijn een volwaardige partner en verdienen alle steun van onze zijde.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Straatman heeft een interruptie. Ik weet niet wie er eerder was.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik heb een vraag aan mevrouw Mutluer over PTSS. In het nieuwe boa-stelsel zien we dat heel veel van de nazorg primair geregeld is bij de werkgever, waardoor het heel afhankelijk is van de werkgever welke keuzes er wat betreft nazorg worden gemaakt. Hoe kijkt zij naar de inbedding van PTSS, en nazorg in brede zin, in het nieuwe bestel?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dat vind ik een uitstekende vraag van mijn collega. Ik ben heel blij dat ik samen met haar optrek met onze initiatiefnota om een PTSS-instituut voor alle geüniformeerde beroepen in het leven te roepen. In dat kader vind ik dan ook dat de boa's die met verschillende werkgevers te maken hebben, duidelijkheid moeten krijgen. Nu is het namelijk primair de verantwoordelijkheid van de werkgever. Dat kan verschillen. Je ziet dat de boa's op dit moment publieke taken vervullen in een steeds grimmigere omgeving. Dan kun je niet volstaan met handreikingen en richtlijnen. Ik vind dat PTSS bij de boa's ook gewoon landelijk erkend moet worden, net als bij de brandweer inmiddels, dankzij ons, het geval is. Ik vind dat er gewoon hulp, ondersteuning en financiering moeten komen. Het moet niet van je werkgever afhangen welke ondersteuning en hulp je krijgt. Wat mij betreft wordt dat dus nader geregeld. Ik hoop dat de minister daar straks ook een antwoord op kan geven.
De voorzitter:
Dat was voldoende? Er zijn geen andere interrupties? Dan geef ik het woord aan de heer Mathlouti, die spreekt namens D66.
De heer Mathlouti (D66):
Dank, voorzitter. Mijn eerste debat in deze commissie gaat direct over onze mensen op straat. Het gaat over de boa's, die we allemaal kennen uit onze wijken, stations en winkelstraten. Het zijn mensen die zich er keihard voor inzetten en er dagelijks voor zorgen dat onze leefomgeving heel schoon en vooral veilig blijft. Zij zijn ook vaak de eerste die te maken krijgen met frustratie richting de overheid. Dat is geen makkelijke positie. Ik wil ze daar allereerst graag voor bedanken. Ik sluit me aan bij de woorden van de eerdere sprekers.
Voorzitter. Het nieuwe boa-stelsel. Er worden een aantal goede stappen gezet om het werk van de boa verder te professionaliseren. Ik lees in de brief dat het terugbrengen van het aantal domeinen van zes naar twee onder andere zorgt voor meer duidelijkheid. Ook de verbeterde toegang tot informatiesystemen juichen wij toe. We lezen bijvoorbeeld dat de boa's toegang krijgen tot het rijbewijsregister en het kentekenregister. Dat is een goede eerste stap. Dat geldt helaas nog niet voor de toegang tot onder andere de strafrechtketendatabank. We lezen dat hier een verkenning over loopt, maar wat is hier de status van, vraag ik de minister. Als je verantwoordelijkheid draagt op straat, moet je ook over de juiste informatie beschikken en daar gegrond naar kunnen handelen. Gelukkig zetten we daar in ieder geval een eerste goede stap toe.
Voorzitter. Naast complimenten heb ik ook een aantal zorgen. Zo verschuift het directe toezicht, van politie en OM naar de werkgevers zelf. Ik begrijp dat dit in de basis voor zowel de politie als het OM praktisch kan zijn, maar tegelijkertijd krijgen boa's in het nieuwe stelsel ook veel meer bevoegdheden. Juist daarom vind ik dat we scherp mogen zijn op het toezicht. Zie ook de zorgen van de Nationale ombudsman hierover. Voor zowel de boa als de burger moet helder zijn wie er controleert en waar je terechtkunt als er echt iets misgaat. De minister geeft in zijn brief aan dat de nadere uitwerking plaatsvindt, maar misschien kan hij daar al iets over zeggen.
Voorzitter. Dan wil ik het hebben over nazorg. We weten dat het werk van de boa lichamelijk, maar vaak ook emotioneel, zwaar kan zijn. Het geweld waarmee zij te maken krijgen, is niet mals. Werkgevers worden ook nadrukkelijk verantwoordelijk voor de nazorg. Ik denk dat dat in de basis een goede zet is. Daarin schuilt misschien wel het risico dat de ene boa beter wordt beschermd dan de andere. Mijn vraag aan de minister is dan ook: hoe zorgen we ervoor dat alle boa's gelijke bescherming krijgen wanneer ze die nodig hebben? Hoe wordt de kwaliteit daarvan geborgd? Zal de minister daar vanaf het eerste moment actief op toezien, bijvoorbeeld door werkgevers actief te vragen naar hun opbouw van de nazorg? Ik lees nu namelijk vooral dat het initiatief wat betreft verantwoording en monitoring op het gebied van nazorg vooral bij de werkgevers wordt neergelegd. Kan dat initiatief ook bij de minister zelf komen te liggen?
Voorzitter. Dan de Wet seksuele misdrijven. Mijn collega Van der Werf heeft hier eerder verzocht om alle boa's handelingsbevoegd te maken onder die wet. We weten namelijk uit de praktijk dat straatintimidatie veel voorkomt op plekken waar boa's een belangrijke rol vervullen, zoals stations, uitgaansgebieden en drukke winkelstraten. De minister geeft in de stukken aan dat de evaluatie binnenkort verwacht wordt. Kan hij aangeven wanneer deze komt en hoe snel hij verwacht dat boa's landelijk onder deze bevoegdheid kunnen vallen?
Voorzitter, tot slot. In Noord-Holland loopt momenteel een pilot waarin politie en boa's op meldkamerniveau nauw met elkaar samenwerken, onder meer via een aparte handhavingstafel. Uit die pilot lezen we dat dat zorgt voor betere informatie-uitwisseling, meer gecoƶrdineerde aansturing en een effectieve inzet van zowel politie als handhaving. Hoe kijkt de minister naar deze pilot? Is hij eventueel bereid om te verkennen hoe de lessen hieruit breder kunnen worden getrokken en landelijk kunnen worden ondersteund?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij dat mijn collega ook de straatintimidatie aanhaalt. Per 1 januari 2024 geldt de Wet seksuele misdrijven en is straatintimidatie strafbaar. Alleen blijkt handhaving complex te zijn, omdat de boa's geen bevoegdheden hebben. Daarover hadden wij inderdaad, in samenwerking met D66, een motie ingediend. Het duurt mij te lang. Deelt mijn collega onze mening dat het allemaal te lang duurt, ook de pilots en de evaluatie? Voordat het daadwerkelijk uitgerold wordt, leven we in 2027 en 2028. Vindt mijn collega ook dat de minister hier vaart mee moet maken en veel eerder naar de Kamer moet komen om te regelen dat straatintimidatie in alle gemeenten door de boa's, onder hun bevoegdheid, wordt opgepakt?
De heer Mathlouti (D66):
De behoefte aan snelheid is ook de achtergrond van mijn vraag. Tegelijkertijd kan ik me voorstellen dat je dit zorgvuldig moet doen. Ik heb begrepen dat er een eerste pilot is geweest met een klein aantal gemeenten, waarvan de bevindingen nog niet voldoende waren om te zeggen: we gaan het breder uitrollen. Daar was een verdere proef voor nodig. Ik ben heel erg benieuwd wanneer we daar de resultaten van krijgen. Hoe eerder hoe beter, maar het moet ook zorgvuldig.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. We gaan door naar mevrouw Straatman. Zij spreekt namens het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Boa's vervullen een cruciale rol in onze publieke ruimte. Ze dragen bij aan de leefbaarheid, de veiligheid en het gezag van de overheid op straat. Dat doen boa's in steeds moeilijkere omstandigheden, want ook voor hen, net als voor veel hulpverleners en personen met een publieke taak, verhardt het werk: van geweldsuitbarstingen op straat of in de trein tot confrontaties met drugscriminelen in de natuur. Het CDA staat voor de veiligheid van boa's en alle personen met een publieke taak. Wij zullen ons blijven inzetten om die veiligheid te verbeteren. Daarbij past ook een nieuw boa-stelsel. Het CDA heeft daar nog wel een aantal vragen over.
Allereerst over de uitrusting. In het nieuwe stelsel is de werkgever aan zet om een verzoek te doen tot toekenning van aanvullende uitrusting en geweldsmiddelen. De adviesrol van de politie verdwijnt. Dat is geen kleine verandering, want dat vraagt veel van werkgevers. Voor het CDA is het belangrijk dat de rechtsgelijkheid wordt geborgd. Wij begrijpen dat er maatwerk nodig is voor de diverse taken van boa's, maar binnen die diversiteit moeten gelijke gevallen ook gelijk uitgerust worden. Het kan namelijk niet zo zijn dat een boa met een soortgelijk takenpakket in gemeente a wel een korte wapenstok of pepperspray krijgt en in gemeente b niet, puur afhankelijk van de willekeurige inschatting van verschillende werkgevers. Hoe borgt de minister eenheid in diversiteit?
Meer specifiek over de uitrusting van groene boa's in de handhaving van stroperij. De minister schrijft dat inmiddels de kou uit de lucht zou zijn en dat bij alle provincies duidelijk is dat aanwijzingen van boa's voor de handhaving zijn belegd bij de Gedeputeerde Staten van provincies. Maar is dat wel zo? De provincies waarbij hierover onduidelijkheid zou bestaan, zouden momenteel bezig zijn met aanwijzingsbesluiten. Kan de minister aangeven hoe het ervoor staat met die aanwijzingsbesluiten? Zijn die inmiddels in alle provincies genomen? Zo nee, wat gaat de minister dan doen voor de groene boa's die nog met een bevoegdheidsvacuüm te maken hebben?
Voorzitter. Dan over het onafhankelijk toezicht. In het nieuwe stelsel verliezen politie en OM hun directe toezichthoudende rol en krijgen werkgevers een primaire verantwoordelijkheid in het toezicht. Tegelijkertijd schrijft de minister dat het gebruik van geweldsmiddelen altijd gebeurt onder het gezag van het Openbaar Ministerie. Hoe verhouden die twee waarheden zich tot elkaar? Welke toezichthoudende rol van het OM blijft bestaan en welke verdwijnt? Voor het CDA is het belangrijk dat in het nieuwe bestel de onafhankelijkheid van het toezicht geborgd blijft. Hoe gaat de minister dit inregelen als de primaire toezichttaak bij de wetgever intern wordt ingeregeld?
Voorzitter. Dan de lastendruk voor werkgevers. Zij krijgen zwaardere verantwoordelijkheden op het gebied van opleiding, permanente educatie, screening, nazorg en toezicht. Wat betekent dit concreet voor kleine gemeenten en particuliere werkgevers? Hoe voorkomt de minister dat deze lastenverzwaring de inzet van boa's voor kleine gemeenten moeilijker maakt?
Dan nazorg, waar ik zojuist al wat over zei. De minister wijst in de beantwoording van de schriftelijke vragen op de richtlijnen en de aanstelling van een veiligheidsadviseur. Dit maakt nazorg nog steeds afhankelijk van de keuzes van de individuele werkgevers. PTSS wordt voor boa's ook nog niet erkend als beroepsziekte. Het CDA heeft in de initiatiefnota over PTSS het belang benadrukt van uniformiteit en een centraal meldpunt. Hoe gaat de minister deze uniformiteit inbedden in dit nieuwe stelsel?
Voorzitter, ik rond zo af, maar eerst nog iets over de informatiepositie. De minister zet goede stappen voor de verbetering van de informatiepositie voor boa's, maar legt daarbij de focus op publieke boa's. Wat gaat de minister doen om de informatievoorziening voor private boa's, met name private groene boa's, te verbeteren? In dat kader heb ik ook nog een vraag over de toegang van ov-boa's tot de strafrechtketendatabank ā dat is een hele mond vol. Mijn collega's van IenW horen telkens dat dat nog niet lukt omdat het vastloopt bij JenV. Klopt dat? Kan de minister dat verder toelichten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Straatman. Dan gaan we naar de bijdrage van mevrouw Faber namens de PVV.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het werk van de boa en de politie liggen in elkaars verlengde. Waarom zouden we de boa dan niet opnemen in de politieorganisatie? Volgens de minister is hier geen draagvlak voor. De politie zou onder andere niet over voldoende financiƫn beschikken. Maar bij overdracht van de boa kan dat toch samen met de bijbehorende middelen? Hoezo is er een risico dat de lokale verankering dan minder zou worden? De politie is toch ook gecentraliseerd? Insinueert de minister dat de politie niet lokaal betrokken is?
In plaats van tot centralisering gaat de minister over tot decentralisering. Het stelsel wordt hervormd naar een gelaagd model, waarin de rol van de werkgever groter wordt. Het toezicht verschuift van politie en OM naar de werkgever, die de grote verantwoordelijkheid van de verstrekking van geweldsmiddelen krijgt. De werkgever kan de minister vragen om geweldsmiddelen toe te kennen. De werkgevers zijn primair verantwoordelijk voor het juiste gebruik daarvan. Staat de werkgever sterk genoeg in zijn schoenen om de geweldsmiddelen daadwerkelijk in te zetten? De kans is groot dat werkgevers worden bedolven onder een klachtenregen, daar zij ook een laagdrempelige klachtenprocedure dienen op te tuigen. Daarbij komt nog dat het daadwerkelijke gebruik van deze bevoegdheid geschiedt onder het gezag en de verantwoordelijkheid van het OM. Zo veel verschillende partijen werkt het verschuilen achter elkaar in de hand. Hoeveel grip houdt de minister hier nog op? Kortom, een groot deel van de verantwoordelijkheid en de kosten worden belegd bij de werkgevers. Dit zal bijvoorbeeld de prijs voor een treinkaartje nog verder opdrijven. Dit komt in feite door een falende overheid.
Voorzitter. Het trainen en toetsen van boa's valt officieel onder de verantwoordelijkheid van hun werkgevers. Echter, veel werkgevers hebben dit uitbesteed aan de Politieacademie, die de hercertificering wil afbouwen, waardoor de boa's hun bevoegdheid dreigen te verliezen. De Politieacademie zou een inhaalslag organiseren. Wat is de status hiervan? Waarom laten we de BOA Academie de hercertificering niet overnemen van de Politieacademie? Weliswaar kunnen werkgevers eigen gecertificeerde toetsers inzetten, maar dan moeten toetsers wel in vaste dienst zijn bij de werkgever en dat is niet altijd het geval. Is het een idee om de hertoetsing eenmaal in de twee jaar plaats te laten vinden in plaats van ieder jaar? Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. Groene boa's struinen tijdens nacht en ontij door de bossen en lopen regelmatig tegen illegale stropers aan, dikwijls met een jachtgeweer. Daarom is de groene boa uitgerust met een vuurwapen. Nu is er nogal wat gesteggel over dit wapen. Het is "use it or lose it". Het oordeel kan zijn: als er niet voldoende incidenten zijn, heb je het kennelijk niet nodig. Terwijl zelfs de rechter stelt dat het, als je belast bent met de handhaving van onder andere wildstroperij, aannemelijk is dat je met een vuurwapen geconfronteerd kan worden. De minister geeft aan het beleid dusdanig aan te passen dat niet het aantal processen-verbaal, maar de rol en taak van de boa leidend zullen zijn in de afweging voor het toekennen van geweldsmiddelen, maar wanneer laat de minister dit eindelijk in werking treden?
Voorzitter. Op basis van de Omgevingswet ligt de toekenning van het vuurwapen bij de Gedeputeerde Staten. Dat is eigenlijk wel vreemd, want de provincie kan alleen bestuurlijk handhaven en de boa's handhaven strafrechtelijk. Stroperij is een economisch delict, dat onder het strafrecht valt. Dat is dus een hele vreemde constructie. De ene provincie kent het wapen wel toe en de andere weer niet, met als gevolg dat stropers zich verplaatsen naar het gebied met de minste pakkans. Waarom wordt dit niet landelijk geregeld? Is het IPO al in actie gekomen, zoals afgesproken? Graag hoor ik over de status hiervan.
Voorzitter. Zoals de minister al eerder aangaf, is het huidige boa-stelsel complex. Het geweldsmonopolie ligt primair bij de Staat. Nu wordt het versnipperd in diverse lagen. Dit is het tegenovergestelde van de wens van de Kamer. Is de minister bereid om bij nader inzien toch over te gaan tot centralisatie?
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Faber. U bent ook mooi binnen de tijd gebleven. Dan gaan we over naar mevrouw Coenradie van JA21.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. Boa's spelen een steeds belangrijkere rol in de handhaving van regels in onze publieke ruimte, of dat nu is in het openbaar vervoer, natuurgebieden of onze steden en dorpen. Daarom is het goed dat we vandaag spreken over de toekomst van het boa-stelsel. Als we meer van boa's vragen, moeten we ook eerlijk kijken naar de randvoorwaarden waaronder zij hun werk doen.
Laat ik beginnen bij het openbaar vervoer. Uit cijfers van vervoerders blijkt dat agressie en geweld tegen medewerkers een hardnekkig probleem blijft. De NS registreerde in 2024 meer dan 1.000 incidenten met agressie tegen het personeel, waarbij in honderden gevallen zelfs sprake was van fysiek geweld en letsel. Juist medewerkers met een handhavende taak, zoals ov-boa's, krijgen hier relatief vaak mee te maken. Tegelijkertijd horen wij vanuit OV-NL dat er in de praktijk wel degelijk sprake is van een verschuiving van taken richting vervoerders, bijvoorbeeld bij arrestantenvervoer en aanvullende toezichts- en verantwoordingsverplichtingen. De minister stelt dat daarvan geen sprake is. Kan de minister reflecteren op dit verschil in beeldvorming? Is hij bereid om hierover met de sector in gesprek te gaan, zodat duidelijkheid ontstaat over verwachtingen en verantwoordelijkheden?
Dan de samenwerking tussen de politie en de ov-boa's. In de beantwoording lezen we dat afspraken over aanhouding en verdere afhandeling op stations iets is tussen de lokale gezagen, de politie en de boa-werkgever. Tegelijk schrijft de minister dat voor een organisatie als de NS samenwerkingsafspraken juist zo veel mogelijk landelijk moeten worden ingevuld. Dat laatste lijkt mij logisch, maar wat wordt het nou precies? Moet een landelijke vervoerder straks langs ieder lokaal gezag om afspraken te maken over arrestaties op stations of gaan we toe naar uniforme, landelijke afspraken?
Daarnaast zien we in de praktijk verschillen in de samenwerking tussen politie en ov-boa's, mede door uiteenlopende concessie-eisen van regionale overheden. Dat kan leiden tot onduidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden. Is de minister bereid te bezien of er meer landelijke afspraken nodig zijn om meer uniformiteit te creƫren?
Voorzitter. Wij steunen het verzoek om ov-boa's onder passende waarborgen toegang te geven tot de Basis Voorziening Vreemdelingen, de strafrechtketendatabank en het rijbewijsregister. In de praktijk komen handhavers regelmatig situaties tegen waarin de identiteit van personen niet direct kan worden vastgesteld. Toegang tot deze registers kan bijdragen aan snellere en effectievere handhaving. Is de minister bereid dit met prioriteit te regelen?
Voorzitter. In de stukken lezen we ook dat veel zaken lokaal geregeld moeten worden, terwijl boa's zich bij gewelds- of hoogrisicosituaties moeten terugtrekken. Dat klinkt logisch op papier, maar in de praktijk kan dat ingewikkelder zijn, bijvoorbeeld in buitengebieden, waar politieondersteuning langer op zich laat wachten. Deelt de minister de zorg dat boa's hierdoor soms in situaties terechtkomen waarin terugtrekken niet altijd eenvoudig is? Hoe gaan we daar verantwoord mee om?
Tot slot de randvoorwaarden voor boa's zelf. Wij horen nog altijd zorgwekkende signalen dat door capaciteitsproblemen bij de Politieacademie niet alle boa's met geweldsmiddelen tijdig kunnen worden getoetst. Daarbij horen we dat politiepersoneel vaak voorrang krijgt bij toetsing, waardoor boa's langer moeten wachten. Hoe staat het met de werkgroep die een inhaalslag moest organiseren? In het licht van arbeidskracht wil ik de minister ook vragen om te kijken naar de frequentie van toetsing. Zou het niet verstandig zijn om dit bijvoorbeeld eens per twee jaar te doen in plaats van jaarlijks, zodat operationele capaciteit behouden blijft? De vakbond heeft voorgesteld om te kijken naar een aparte boa-academie voor toetsing, onder toezicht van het ministerie. Hoe kijkt de minister naar dat voorstel?
Tot slot de her- en bijscholing. Boa's in verschillende disciplines doen heel ander werk, van ov-handhaving tot natuurtoezicht. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat her- en bijscholing meer kunnen worden toegesneden op de specifieke functie van een boa?
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Coenradie. Dan gaan we over naar mevrouw Lammers van Groep Markuszower.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Boa's staan dagelijks in de frontlinie, in het openbaar vervoer, op straat en in wijken waar agressie en intimidatie steeds normaler lijken te worden. De cijfers liegen er dan ook niet om. Het werd net al even genoemd: alleen al de NS meldde in 2024 al meer dan 1.000 ernstige agressie-incidenten tegen medewerkers, waarvan 336 gevallen van lichamelijk geweld en 338 letselgevallen. Dit is de realiteit waarin onze boa's moeten werken. Daar moet hard tegen worden opgetreden. Sinds 23 februari loopt er bij de NS een pilot waarin 75 NS-boa's worden opgeleid om een korte wapenstok te dragen. Die wapenstok is keihard nodig voor alle boa's. Daarom wil mijn fractie dat deze pilot zo snel mogelijk wordt afgerond en dat de korte wapenstok landelijk beschikbaar komt voor alle boa's.
Daarnaast hoor ik uit het veld een ander knelpunt. Boa's werken nog steeds met versnipperde registratiesystemen. Daardoor weten collega's vaak niet wat er speelt. Geef boa's ƩƩn landelijk systeem waarin incidenten direct kunnen worden geregistreerd en gedeeld, zodat sneller kan worden opgetreden. Kan de minister hierop reageren?
Voorzitter. Dan een ander belangrijk punt voor onze fractie. Politie en boa's dienen in beginsel neutraal over straat te gaan. Daar is een Kamermeerderheid voor. Ik wil hier wel een kanttekening bij plaatsen. We moeten niet vergeten waar we vandaan komen. We waren altijd een christelijk land en wat onze fractie betreft moet Nederland haar joods-christelijke normen en waarden verdedigen. Laten we dus niet alle religies over ƩƩn kam scheren. Joden en christenen leggen hun religie niet op aan anderen. Bij de islam zien we dit echter voortdurend, net als afgelopen maandag bij de iftarschorsing. De discussie over neutraliteit gaat dan ook over de opdringerigheid van de islam. Daarom wil Groep Markuszower wel een verbod op religieuze uitingen bij boa's, maar moet er wat ons betreft daarna wel worden nagedacht over coulance voor joods-christelijke symbolen.
Het vorige kabinet wilde het verbod op religieuze uitingen via een AMvB regelen. De Raad van State was kritisch, maar het kan en het mag, en het is vooral de snelste route. Mijn vraag is dus ā¦
De voorzitter:
Mevrouw Lammers, er is een interruptie. Stelt u uw vraag en daarna krijgt u een interruptie van mevrouw Straatman.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dus mijn vraag is: waar blijft het verbod en voor welke datum gaat de minister dit regelen?
Mevrouw Straatman (CDA):
Volgens mij staat in onze Grondwet dat iedereen gelijk is. Volgens mij staat er ook vrijheid van godsdienst in. Dus mijn oprechte vraag aan mevrouw Lammers is als volgt. Ćf u bent voor een verbod op religieuze uitingen ā daar kan ik me heel veel goede argumenten bij voorstellen ā of u bent daartegen. Kunt u uitleggen hoe u binnen de kaders van onze Grondwet mensen met een islamitische achtergrond wilt verbieden om een hoofddoek te dragen, maar coulance wilt betrachten voor anderen?
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Zoals ik net heb benoemd, is onze fractie van mening dat Nederland gebaseerd is op joods-christelijke normen en waarden. Die willen wij behouden. Daarom vinden wij dat er daarvoor coulance moet zijn.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik leid hieruit af dat u dus voor een Grondwetswijziging bent wat betreft de vrijheid van godsdienst, want dat is de enige manier waarop u dit zou kunnen inregelen. Ik denk overigens dat dat ook niet kan, maar laten we dat dan ook wel helder hebben.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik hoor niet echt een vraag.
De voorzitter:
OkƩ, u gaat daar zelf over. Mevrouw Lammers, zou u even uw microfoon willen uitzetten? Er is namelijk een interruptie van mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik wil dat verbod ook. Daarom ben ik zelf begonnen met het schrijven van een wet. Daar had mevrouw Lammers zelf ook voor kunnen kiezen in plaats van voor het wijzen naar anderen. Ik wil eigenlijk wel voortborduren op de vraag die net gesteld is. Hoe zou u dat doen?
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Daar zijn allerlei manieren voor. Je kan bijvoorbeeld zeggen dat je daar niet op gaat handhaven. Als iemand een klein kruisje wil dragen, zou je kunnen zeggen: we handhaven daar niet op.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik heb geen antwoord gehad op de vraag. Nogmaals, wij vinden volgens mij allebei dat er een verbod moet komen op religieuze uitingen, maar mevrouw Lammers roept zaken die wettelijk gezien niet mogelijk zijn, ook niet middels een wijziging. Ik ben zelf wel een beetje van de tak die vindt dat als je hier hele grote stoere praat hebt, je het zelf moet regelen of in ieder geval ƩƩn, twee of drie opties moet noemen voor hoe je dit wilt regelen. Laten we hier nou niet een wedstrijd doen wie het strengste is. Ik ga die wet zelf schrijven. Ik neem aan dat mevrouw Lammers daar dan straks voor stemt. OkƩ, laat ik het dan makkelijk maken. Als dat voorligt, welke wet zou u dan willen aanpassen, middels een amendement of weet ik veel, om wat u hier roept daadwerkelijk te realiseren?
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dat hoeft niet per se via een wet of een amendement. Je kan ook gewoon afspreken dat als iemand een klein kruisje draagt, je daar niet op gaat handhaven.
De voorzitter:
Dan zag ik nog een interruptie van de heer Mathlouti.
De heer Mathlouti (D66):
Mevrouw Lammers had het over de joods-christelijke waarden. Kan zij duiden wat die waarden dan precies zijn?
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik denk dat die in de Grondwet staan.
De heer El Abassi (DENK):
Dat is heel vreemd. Mevrouw Lammers, die zelf de Grondwet wil wijzigen, verwijst nu naar de Grondwet. Mevrouw Lammers is in ieder geval eerlijk, maar volgens mij is wel heel duidelijk dat mevrouw Lammers op dit moment discrimineert. Ze zegt namelijk: de ene religieuze uiting wel en de andere niet. Ze gaat zelfs zo ver dat ze de Grondwet wil wijzigingen. Dit is precies het voorbeeld dat ik hier eigenlijk wil benoemen, namelijk: gaat het nou om uiterlijke kenmerken, zoals een vrouw met een hoofddoek die niet discrimineert? En mag mijn collega mevrouw Lammers, die hier gewoon in de Kamer aan het discrimineren is, straks wel bij de boa's werken? Mijn vraag aan mevrouw Lammers is: vindt zij dit terecht?
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ja, volgens mij is het geen discriminatie. Zoals ik net ook al een aantal keren heb gezegd, is onze fractie van mening dat de joods-christelijke normen beschermd moeten worden. De islam staat haaks op die joods-christelijke normen. Daarom vinden wij dus dat er neutraliteit moet zijn, maar dat er wel coulance moet zijn voor bijvoorbeeld het dragen van een kruisje.
Mevrouw Faber (PVV):
De inhoudelijke discussie laat ik even voor wat die is, maar wat ik wel zorgelijk vind, is dat hier een volksvertegenwoordiger aanwezig is die zegt: dan gaan we niet handhaven. Dan heeft mevrouw Lammers het over het niet handhaven van de wet. Dat vind ik toch wel een zorgelijke uiting, want dan zet je dus wel de democratische rechtsstaat op de helling. Hoe ziet mevrouw Lammers dat? Is ze het ermee eens dat ze op deze manier in feite de wet aan haar laars lapt? Als we toch niet gaan handhaven, kunnen we de wetten wel overboord gooien. Dit kan toch gewoon niet als Tweede Kamerlid?
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Nee hoor. Nee, ik bedoel alleen te zeggen dat op het moment dat er iemand is die een klein kruisje wil dragen dat half onder haar kleding valt of iets dergelijks, wij daar geen halszaak van moeten maken.
De voorzitter:
OkƩ. Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Hoe gaat de minister optreden tegen gemeentebestuurders zoals burgemeester Halsema in Amsterdam, die al heeft gezegd dat zij weigert om het verbod uit te voeren?
Ten slotte, voorzitter. Het kabinet noemt bodycams als onderdeel van een meer gestandaardiseerde uitrusting. Vorige jaar is er bij de NS een pilot geweest met bodycams. Nu hoorden we in het rondetafelgesprek van afgelopen woensdag dat er opnieuw een pilot komt voor het opspelden van die bodycams. Dat is tamelijk bizar, want die pilot is er al geweest. Kan de minister uitleggen waar we nu eigenlijk mee bezig zijn? Wat is er dan überhaupt gedaan bij die pilot vorig jaar? Kan de minister garanderen dat die bodycams zo snel mogelijk beschikbaar komen? Graag een reactie daarop.
Daarnaast wil ik nog zeggen: veel respect en waardering voor onze boa's. Zij verdienen alle middelen en steun van ons om hun taak goed te kunnen uitvoeren. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. We gaan naar de bijdrage van de voorlaatste spreker, de heer El Abassi, namens DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dank. Ondanks dat mijn maag redelijk leeg is op dit moment, ben ik misselijk geworden van een aantal woorden die hier in de Kamer helaas gebezigd worden. Joods-christelijke normen wel, islam niet, een keppeltje wel, een hoofddoek niet: ik kan niet anders constateren dan dat dat keiharde discriminatie is in dit huis. De mensen die dit soort uitingen doen, zouden verboden moeten worden bij de boa's, niet de onschuldige vrouwen met een hoofddoek.
Terwijl we hier spreken over hoe we Nederland veiliger kunnen maken, hoe we boa's beter kunnen ondersteunen en hoe we het personeelstekort in de handhaving kunnen aanpakken, besteden partijen tijd aan de discussie over kleding. Eerlijk gezegd vind ik dat een zeer vreemde prioriteit. We hebben in veel gemeenten een tekort aan boa's. Gemeenten zoeken naar mensen die dit belangrijke werk willen doen. In sommige wijken helpt het juist als handhavers een afspiegeling zijn van de samenleving en herkenbaar zijn voor de mensen die ze aanspreken. Dan is het toch minstens opmerkelijk dat wij tegelijkertijd nadenken over regels die deze mensen juist uitsluiten.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Nog los van de woorden van de heer El Abassi, zijn wij hier natuurlijk ook om fundamentele, principiƫle discussies te vormen, bijvoorbeeld als het gaat om de definitie van een "neutraal uniform". Maar als we het hebben over "randzaken", "niet urgent" of "niet groots", waar de heer El Abassi op doelt als het gaat over welke kledingvoorschriften van belang zijn voor boa's, hoe duidt hij zelf dan de show die zij afgelopen weken zelf hebben opgevoerd rondom de schorsing voor de iftar?
De heer El Abassi (DENK):
Als ik terugdenk aan de gebeurtenissen rondom de iftar ⦠Dat is een totaal ander onderwerp, maar ik ga de vraag wel beantwoorden, voorzitter ā met liefde, zelfs. Als ik erop terugkijk hoe mijn collega heel vriendelijk, volgens het proces, via de voorzitter, niet vroeg om een nieuwe pauze in te lassen, niks ten koste van extra tijd, maar gewoon de vraag heeft gesteld of de schorsing een kwartier eerder kon uit collegialiteit, zodat hij kon eten, dus een kwartier eerder in plaats van een kwartier later ⦠Dan moet de VVD, en zeker ook een aantal andere partijen, echt in de spiegel kijken waarom ze hier zo'n drama van maken. Een kwartier eerder schorsen. We zijn daardoor niet een kwartier later klaar. Het is uit collegialiteit. Bovendien hebben partijen er niks over gezegd, en maken ze er achteraf een hele heisa van. Ik vind het verschrikkelijk en schandalig dat dit gebeurt in dit huis.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik wil de leden er wel op wijzen dat dit niet is waar dit debat over gaat. Ik wil de leden dan ook verzoeken om het bij de interrupties te houden bij de boa's, want zij verdienen de aandacht die ze verdienen. We gaan dus geen zijsporen nemen, maar ik wilde de heer El Abassi wel de gelegenheid geven om hierop te reageren. Gaat u verder.
De heer El Abassi (DENK):
Dank dat u mij daartoe de gelegenheid heeft geboden.
Het is toch opmerkelijk dat we tegelijkertijd nadenken over regels die deze mensen juist uitsluiten. Het debat wordt vaak gevoerd over de neutraliteit van het uniform, maar neutraliteit zit niet in een kledingstuk. Neutraliteit zit in gedrag, in professionaliteit en in de manier waarop iemand de functie uitoefent. Een boa zonder hoofddoek die zich niet neutraal gedraagt, mag blijkbaar wel werken, maar een vrouw met een hoofddoek die haar werk volledig professioneel en onpartijdig doet, zou dat niet mogen. Dat is totaal niet uit te leggen.
Als we deze redenering doortrekken, waar stopt het dan? Moeten we dan ook zeggen dat een scheidsrechter niet neutraal kan zijn met een hoofddoek, of een docent, of een arts in een ziekenhuis, of agenten in landen zoals het Verenigd Koninkrijk of Canada? In al die beroepen verwachten we professionaliteit en onpartijdigheid, en daarbij worden mensen beoordeeld op hun gedrag, niet op hun uiterlijk. Wij vinden dat we moeten focussen op wat echt telt, namelijk goede handhaving, voldoende personeel en vertrouwen tussen burgers en overheid en niet op het uitsluiten van vrouwen met een hoofddoek.
Voorzitter. Mijn moeder draagt een hoofddoek. Mijn zussen dragen een hoofddoek. Ik heb nichten die een hoofddoek dragen. Heel veel vrouwen die ik ken, dragen een hoofddoek. Het zijn vrouwen die werken, studeren, zorgen voor hun familie en zich dagelijks inzetten voor de samenleving. We hebben hier in dit huis zelfs collega's met een hoofddoek. Daarom zeg ik dit heel, heel duidelijk: ik pik het van niemand dat vrouwen met hoofddoek worden weggezet of geframed als "minder neutraal". Neutraliteit zit niet in een kledingstuk. Neutraliteit zit in gedrag, in professionaliteit en in hoe iemand zijn functie uitvoert. Deze vrouwen handelen neutraler en rechtvaardiger dan menig politicus in deze zaal. Ze verdienen respect en gelijke kansen, geen uitsluiting en framing.
Voorzitter. Dan toch over de boa's. We zien een ontwikkeling die DENK grote zorgen baart. Binnen het boa-stelsel wordt steeds vaker gesproken over de uitbreiding van bevoegdheden en zelfs over extra bewapening. Dat lijkt misschien een praktische oplossing, maar we moeten ons realiseren wat hier eigenlijk gebeurt. Stap voor stap schuiven we het geweldsmonopolie steeds verder op. Laat ƩƩn ding duidelijk zijn: boa's doen belangrijk werk en krijgen helaas soms ook te maken met agressie. Zij verdienen bescherming en ondersteuning. Maar de oplossing kan toch niet zijn dat we steeds meer geweldsmiddelen de straat op sturen? De Wetenschappelijke Adviesraad Politie heeft hier juist nadrukkelijk voor gewaarschuwd. In haar advies stelt de raad dat geweldsbevoegdheden alleen mogen worden uitgebreid wanneer dat echt noodzakelijk is, en dat het geweldsmonopolie in de kern bij de politie hoort te liggen.
Voorzitter, ik kort het een stuk in. Wat mij betreft is de vraag: wie draagt straks de politieke verantwoordelijkheid? Neemt de minister het advies van de Wetenschappelijke Adviesraad Politie serieus of kiest hij voor een koers vanuit de onderbuik, waarbij steeds meer handhavers worden bewapend en het geweldsmonopolie langzaam maar zeker verwatert?
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer El Abassi. Er is een interruptie van mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik wil toch nog even op die hoofddoek terugkomen. Meneer El Abassi geeft aan dat neutraliteit gaat om gedrag. Maar het dragen van een hoofddoek Ćs gedrag. Dat valt daar gewoon onder. Het is gewoon lariekoek. Hij kan wel zeggen: ik pik het allemaal van niemand. Nou, ik zal u ƩƩn ding zeggen, zeg ik via de voorzitter: ik pik het nooit dat Nederland geĆÆslamiseerd wordt, en zeker niet door partijen als de uwe.
De voorzitter:
Ik geef de heer El Abassi de gelegenheid om te reageren, maar dit is geen islamdebat; dit is een debat over het boa-stelsel.
De heer El Abassi (DENK):
Mijn collega naast mij vindt het dragen van een keppeltje geen gedrag en vindt het dragen van een kruisje kennelijk ook geen gedrag. Zo zie je dat daar in dit huis onderscheid in wordt gemaakt. Als mevrouw Faber het heeft over gedrag, dan zou ik mevrouw Faber willen vragen wat zij van Ʃcht gedrag vindt. Wat vindt zij ervan als er personen zijn in dit huis die vinden dat er meer of minder Joden moeten zijn, die vinden dat er meer of minder Marokkanen moeten zijn? Ik zou de PVV willen aangeven: kijk in de spiegel. Volgens mij is de persoon die de PVV dan in de spiegel ziet juist de persoon die niet aangenomen mag worden als boa. Doe dat, in plaats van wijzen naar vrouwen met een hoofddoek die helemaal niks verkeerd gedaan hebben, mevrouw Faber, zou ik willen zeggen via de voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat doen we. Mevrouw Faber had ook geen interrupties meer. U bent erdoorheen. Mevrouw Faber, u mag via de microfoon praten. Als u een persoonlijk feit wil maken, kan dat altijd.
Mevrouw Faber (PVV):
Dit is een persoonlijk feit, maar ach, ik laat meneer El Abassi maar in zijn wereld.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Coenradie heeft nog een interruptie op de heer El Abassi.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ja, een interruptie, of misschien wel een punt van orde. Weet je, u gaf het als voorzitter net ook aan. De boa's verwachten, denk ik, echt een boa-debat. Zo stond het overigens ook in mijn agenda. Er wordt hier een punt aangehaald door de VVD, want het gaat hier natuurlijk ook over de neutraliteit van de boa, maar als we niet uitkijken, hebben we hier opeens een islamdebat. Daar heb ik wel moeite mee, dus ik zou toch even via de voorzitter richting de commissieleden willen zeggen: laten we dat pad nou niet op gaan. Ik vind dat echt niet okƩ. Laten we het hier nou echt hebben over de boa, de inzet, het stelsel et cetera, gewoon alles wat hier in de convocatie staat.
De voorzitter:
Mevrouw Coenradie, dank u wel. Ik ben het daarmee eens. Daarom gaf ik het net ook aan. Als er vragen worden gesteld, wil ik leden wel zo veel mogelijk de ruimte geven voor een debat, maar ik ben het met u eens. Het gaat hier over het boa-stelsel. Een onderdeel daarvan is de uniformen en de neutraliteit. Wat dat betreft is het ook prima om daar vragen over te stellen, maar we gaan dit debat niet alle kanten op laten schieten. Dat doet geen recht aan de boa's in Nederland en ook niet aan de mensen die hiernaartoe zijn gekomen om dit debat te volgen. Laten we het gewoon echt bij het onderwerp houden. Meneer El Abassi, u heeft geen interrupties meer, maar u mag altijd een persoonlijk feit maken. Maar ik zou zeggen: laten we gewoon teruggaan naar de orde van dit debat.
Dat gezegd hebbende wil ik het voorzitterschap overgeven aan de nestor van deze commissie, mevrouw Mutluer, zodat ik mijn eigen inbreng in dit debat ook kan doen.
De voorzitter:
Gelukkig hoef ik niet zo veel te doen, behalve mevrouw Van der Plas het woord geven voor haar eerste termijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Elke dag worden in Nederland conducteurs en boa's in het openbaar vervoer mishandeld, bespuugd, beledigd en uitgescholden. Elke dag. Het wordt hoog tijd dat we nu eindelijk eens een keer ā wij, hier, in de Kamer ā gaan opstaan en deze mensen daadwerkelijk gaan helpen. Zij missen onze rugdekking. Tijdens een recent bezoek aan de NS, met conducteurs en medewerkers van de afdeling veiligheid en service, liet een van hen mij een filmpje zien van een volledig doorgesnoven man die haar bedreigde. Dat staat letterlijk op beeld. Er waren getuigen. En wat zei het Openbaar Ministerie? "Deze aangifte gaan we seponeren, want er is onvoldoende bewijs." Gelukkig startte zij een artikel 12-procedure en kreeg ze een jaar later toch haar gelijk. Gisteren tijdens het rondetafelgesprek over veiligheid in het openbaar vervoer hoorden we soortgelijke verhalen. Conducteurs, boa's: ze vragen niet veel van ons. Ze willen maar ƩƩn ding: rugdekking, van hun leiding en van ons. Ik hoor regelmatig dat het OM aangiftes van boa's en conducteurs seponeert. Kan de minister de Kamer een overzicht geven van de zaken die de laatste vijf jaar zijn geseponeerd, en waarom? Kan hij ook aangeven hoeveel aangiftes tot een veroordeling hebben geleid? Ik ontvang graag een overzicht op alle boa-domeinen.
Voorzitter. Er zijn landelijke afspraken gemaakt over een stevige aanpak van geweld tegen mensen met een publieke taak, de Eenduidige Landelijke Afspraken. Ik vraag me af hoe het met de uitwerking daarvan staat. Er zou dit voorjaar een evaluatie komen. Wanneer krijgen we die? Kan de minister nu al wat delen uit die evaluatie?
Voorzitter. Ik heb diep respect voor boa's en conducteurs die zwaar mishandeld worden, maar al snel hun werk in de bus, de trein, op straat of in het bos of buitengebied weer oppakken, maar van respect eet je geen brood; dat snap ik ook. In deze Kamer zijn meerdere moties aangenomen om er daadwerkelijk iets aan te doen, onder andere een motie van BBB en VVD voor minimumstraffen bij geweld tegen hulpverleners. Dat is dus ook geweld tegen boa's. Daarom vraag ik de minister: hoe staat het met de uitvoering van die motie?
Dan ga ik naar de toegang tot de informatie. Boa's smeken al jaren om toegang tot systemen om te checken of iemands identiteit wel klopt. Boa's mogen naar iemands ID-bewijs vragen en mensen bekeuren of in de boeien slaan. Ze mogen echter niet in de bestaande systemen checken of de identiteit wel klopt en of iemand al eerder in de fout is gegaan. Identiteitsvaststelling is nodig voor een effectief lik-op-stukbeleid, dossieropbouw en een persoonsgerichte aanpak vanuit de overheid. Dat is nog steeds niet goed geregeld. Vaak moeten boa's lang wachten totdat de politie er is, die de identiteitscheck wƩl mag doen. Dit lange wachten leidt vaak tot escalatie en geweld tegen de boa. De algemene maatregel van bestuur, de AMvB, die het rijbewijzenregister beschikbaar maakt voor boa's is weliswaar een goede stap, maar niet de heilige graal. De personen waar boa's mee te maken krijgen, hebben in veel gevallen namelijk helemaal geen rijbewijs. Waarom is de toegang tot de strafrechtketendatabank, de SKDB, en het vreemdelingenregister er nog steeds niet? Is het misschien mogelijk om een pasfoto aan de databank van de Gemeentelijke Basisadministratie te koppelen? Wie houdt dit steeds tegen?
"Het kan wƩl!", roept de minister-president ons steeds toe. Ik zou dus zeggen: eindelijk een keer aan de slag ermee. Wat kan er wel voor een landelijke uitrol van samenwerking tussen ov-boa's en het Real Time Intelligence Center, het RTIC, van de politie? Het is van belang om in ƩƩn systeem persoonsgegevens te registreren of uit te wisselen tussen politie en boa. Nu doet iedereen dat in een eigen systeem. Geef alsjeblieft nou eindelijk eens toegang tot systemen waarmee een ov-boa persoonsgegevens kan vaststellen. Dan hoeft de politie er ook niet meer bij te komen. Dat ontlast ook hun werk en vermindert agressie. Kan de minister toezeggen dat dit wordt geregeld voor boa's? Zo ja, wanneer is het eindelijk zover?
Tot slot, voorzitter. Heel kort. Er is veel gezegd over de groene boa's. Ik sluit mij helemaal aan bij de vragen die hierover gesteld zijn. De groene boa's beschermen onze buitengebieden en worden geconfronteerd met georganiseerde criminaliteit. Er is een groot tekort. Ik wil de minister vragen of hij bereid is om samen met de provincies om tafel te gaan om te zorgen voor structurele financiering en voldoende capaciteit voor de groene boa's.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik geef het voorzitterschap weer terug aan mevrouw Van der Plas.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. We gaan straks verder met de beantwoording door de minister. Hoeveel tijd heeft u nodig? 25 minuten, hoor ik. Dan zijn we hier om 15.30 uur dus weer terug. Dank u wel alvast. Tot straks, zeg ik tegen de mensen op de tribune.
De voorzitter:
Beter luisteren naar de voorzitter, wordt hier gezegd. Dat vind ik een heel goed plan.
We zijn weer terug, na een korte schorsing na de eerste termijn van de Kamer, waarin de leden hun inbreng hebben geleverd en hun vragen hebben gesteld. Ik wil de minister graag het woord geven om de vragen te beantwoorden. Kunt u aangeven of u blokjes heeft en zo ja, welke blokjes dat dan zijn?
Minister Van Weel:
Zeker heb ik blokjes, voorzitter. Na een korte inleidende tekst heb ik een blokje over de neutrale uitstraling van het uniform. Laten we daarmee beginnen. Dan heb ik een blokje over de informatiepositie en de registers, daarna het ov, dan de geweldsmiddelen en vervolgens de verantwoordelijkheden van werkgevers en het toezicht. Ik eindig met andere belangrijke zaken. Dat zijn de kopjes.
Dan begin ik nu, met uw welnemen, met mijn inleidende tekst.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de leden. Ik wil voorstellen dat de minister een blokje met vragen afrondt en dat we daarna de interrupties doen, voor de soepelheid van het debat. Dan geef ik de minister het woord.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Ik ben blij dat we vandaag met elkaar van gedachten wisselen over de boa. Allereerst zeg ik vriendelijk gedag tegen alle boa's die in het publiek zitten, maar via de camera ook tegen alle boa's die het debat op afstand volgen, en ook tegen degenen die het debat niet volgen. Dat begrijp ik hartstikke goed, want die zijn waarschijnlijk bezig met hun heel belangrijke werk, maar ook hun wens ik het allerbeste.
De boa heeft een onmisbare en belangrijke rol in het leefbaar en veilig houden van onze wijken, het openbaar vervoer en onze natuurgebieden. Zij zijn onze oren en ogen bij het handhaven van de kleine norm en specialistische wet- en regelgeving. Het huidige boa-stelsel bestaat nu ongeveer vijftien jaar. In die vijftien jaar is de boa-functie verder geprofessionaliseerd en zijn er steeds meer taken en bevoegdheden bij gekomen. Ook onze samenleving en de vraag naar veiligheid zijn in die vijftien jaar veranderd. Het boa-stelsel was daar tot op heden onvoldoende in meegegroeid. Dat zorgde voor een aantal concrete en principiƫle knelpunten in het huidige stelsel, waardoor het noodzakelijk was om dat tegen het licht te houden.
Over een aantal van deze knelpunten heb ik in een vorige capaciteit vaker met uw Kamer van gedachten gewisseld. Zo zijn de bevoegdheden en taken van de boa al vaker onderwerp van gesprek geweest en hebben we het regelmatig met elkaar gehad over de uitrusting van en de geweldsmiddelen voor boa's, bijvoorbeeld het vuurwapen voor de groene boa. Ook kost het vaststellen van de identiteit van een verdachte op dit moment veel tijd voor zowel de boa als de politie. Daarom werken we aan toegang tot de systemen voor boa's, zodat ze vaker zelfstandig kunnen overgaan tot identificatie als de situatie daarom vraagt. Dit is ook opgenomen in het coalitieakkoord. Ik kom later nog terug op de individuele registers en de vraag wanneer we de toegang daartoe voor elkaar gaan krijgen.
Het algemene uitgangspunt bij de boa-beschouwing is geweest dat boa's over een stevig, toekomstbestendig stelsel moeten beschikken. Daarbij is er bewust voor gekozen om het bestel te optimaliseren door te behouden wat nu wel goed werkt en verbeteringen aan te brengen waar dat nodig is. Het afgelopen jaar is samen met belanghebbenden uit het boa-veld een intensief traject doorlopen om te komen tot een ontwikkelrichting voor het nieuwe boa-stelsel. Dat heeft geleid tot de richting en aanpassingen die mijn voorganger in de brief van 2 oktober uiteen heeft gezet. Met de in die brief voorgestelde wijzigingen zetten we een belangrijke stap naar een toekomstbestendig stelsel. We versterken de legitimiteit van boa's, we vergroten hun slagkracht en we dragen bij aan een leefbare en veilige samenleving.
Voorzitter. Een nieuw stelsel implementeren kost tijd. Ik vind het belangrijk om dit zorgvuldig en in goede afstemming met alle belanghebbenden te doen. Zoals u weet, hebben we in Nederland meer dan 20.000 boa's, werkzaam voor ongeveer 600 verschillende werkgevers. Ik streef ernaar om het stelsel in 2028 volledig geĆÆmplementeerd te hebben. Waar mogelijk zullen we deelonderwerpen die eerder klaar zijn, ook al eerder in werking laten treden. Zo kan ik zeggen dat de beleidsregels op het gebied van geweldsmiddelen binnenkort als eerste stap worden aangepast. Hierin koppel ik onder meer de noodzaak voor de toekenning van geweldsmiddelen aan de taak van de boa. De bepaling om met situaties en incidenten uit het verleden de noodzaak aan te tonen, de zogenaamde kan-bepaling, waar we het zo vaak over hebben gehad, laat ik daarmee volledig vervallen voor alle boa's. Die beleidsregels zijn vandaag gepubliceerd in de Staatscourant. Ze worden op 1 mei van kracht. Ik denk dat we daarmee een belangrijke stap hebben gezet in het dossier dat hier in uw Kamer al zo lang heeft gezorgd voor irritatie, en niet alleen bij u, maar natuurlijk ook bij de boa's die daar het slachtoffer van waren.
Ook zijn we samen met het ministerie van IenW bezig met het openstellen van het rijbewijzenregister voor boa's, zodat ze vaker de identiteit van een verdachte kunnen vaststellen, en gaan we, zoals is vastgelegd in het coalitieakkoord, werken aan de toegang tot de Basis Voorziening Vreemdelingen en de strafrechtketendatabank; die laatste is wel wat lastiger, maar daar kom ik straks nog op terug. We zijn dus volop aan de slag. Dat moet ook, want er is nog een heleboel te doen. Natuurlijk zullen de diverse partijen en belanghebbenden uit het boa-veld bij het hele vervolgtraject worden betrokken. Ik kijk er ook naar uit om dat gesprek verder aan te gaan met u, bijvoorbeeld over deelonderwerpen als toezicht, opleiding en training, en certificering. Die onderwerpen komen vandaag ook langs. Dit is een traject, een stelsel, in ontwikkeling. Daar kijk ik naar uit.
Dit was mijn inleiding, voorzitter.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de leden om te zien of hier vragen over zijn. Nee. Dan kunt u aan het volgende blokje beginnen.
Minister Van Weel:
Ja. Dat is voor mij een kort blokje, over de neutraliteit van het boa-uniform. U weet dat ik een traject in gang had gezet om dat te regelen per AMvB en niet per wet. Wij vonden namelijk dat dat kon voor deze maatregel, vanwege de snelheid die ermee gemoeid was. De Raad van State heeft daar een negatief advies over gegeven en meent dat dit met een wetswijziging moet worden geregeld, omdat het raakt aan de grondrechten. U heeft ook het coalitieakkoord gelezen. Daarin is niks opgenomen over de neutraliteit van het boa-uniform. Dat betekent dat ik voornamelijk ga kijken naar wat uw Kamer verwacht en hoe uw Kamer daarmee verder wil omgaan. Ik heb al gehoord dat er voornemens bestaan voor een initiatiefwet. Als dat de route is die de Kamer wenst te bewandelen, zullen we daar uiteraard van harte behulpzaam bij zijn.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dank. O, sorry.
De voorzitter:
De heer El Abassi krijgt het woord voor een vraag aan de minister.
De heer El Abassi (DENK):
Sorry, voorzitter; ik was iets te snel. De minister geeft aan hierin naar de Kamer te luisteren. Ik zou hem willen vragen of er ook gekeken wordt naar de mensen in het veld. Zijn er signalen dat werken met een hoofddoek op niet neutraal is? Misschien kan de minister dat aangeven.
Minister Van Weel:
Ik heb in een vorige periode deze AMvB naar voren gebracht en in behandeling gebracht omdat ik ervan overtuigd was dat de neutraliteit van het boa-uniform van grote waarde is. Die AMvB-route is doodgelopen, zoals gezegd. In het coalitieakkoord zijn er geen afspraken over gemaakt. Dat betekent dat ik allereerst wil luisteren naar uw Kamer. Ik heb zelf niet de behoefte om nog een keer de ronde langs het veld te maken. We zullen zien. Als er een wetswijziging vanuit de Kamer komt, zal die alle trajecten weer doorlopen, inclusief een consultatie. Dan kan iedereen, waaronder dus mensen uit het veld, burgers en belangenorganisaties, input geven voor het conceptwetsvoorstel dat er dan ligt. Dat is de route die we dan bewandelen.
De voorzitter:
Ik wil vier interrupties per persoon voorstellen. Als we goed binnen de tijd blijven, kunnen we daar misschien enige verbreding in zoeken, maar ik vraag dan ook van de leden om de vragen kort en bondig te houden; dan heeft u meer kans op meer interrupties.
De heer El Abassi (DENK):
Ik stel die vraag ook omdat ik me oprecht afvraag hoe we hier ineens op komen; althans, hoe in dit geval de minister hierop komt. In steden als Amsterdam lopen relatief veel vrouwen met een hoofddoek rond. Heeft de minister het gevoel dat Amsterdam niet zit te wachten op vrouwen met een hoofddoek als boa? Vertrouwen mensen die niet? Waar komt die twijfel over de neutraliteit vandaan? Is daar onderzoek naar gedaan, of is het een onderbuikgevoel uit de Kamer?
Minister Van Weel:
EĆ©n. Die discussie hebben we eerder gevoerd. Het moge duidelijk zijn wat toen mijn afweging is geweest. Daarom heb ik toen dat traject ingezet. Twee. Zoals ik heb gezegd, is het nu aan uw Kamer om dit dossier verder op te pakken. Ik hoef verder geen uitgebreide verhandelingen met u te voeren over wat ik daar al dan niet van vind. In de kern ā laat ik het omwille van de discussie kort houden ā geldt voor mij dat een uniform een uniform is en daarmee niet van religieuze uitingen zou moeten worden voorzien, dan wel daarmee zou moeten worden aangevuld.
De heer El Abassi (DENK):
Daarom stel ik die vraag ook. Ik snap het oprecht niet. Een uniform van een arts is ook een uniform en een uniform van een scheidsrechter is ook een uniform. Van die mensen verwachten we ook dat ze neutraal zijn en integer handelen. Ik wil de minister dus nog een keer vragen: is dit een onderbuikgevoel of komt dit naar voren uit wetenschappelijk onderzoek? Kan de minister onderbouwen waarom hij vindt dat het de veiligheid van Nederland ten goede komt om vrouwen met een boa te verbieden om te werken als boa?
De voorzitter:
De heer El Abassi zei "vrouwen met een boa", maar hij bedoelt natuurlijk "vrouwen met een hoofddoek".
Minister Van Weel:
Dat is omdat het hier gaat om het geweldsmonopolie van de Staat. Het gaat hier om handhaving, om Vrouwe Justitia en om haar uitvoerders. Niet voor niets is Vrouwe Justitia blind. Daarom is neutraliteit, juist in dit soort beroepen, wat mij betreft essentieel. Ik ga echt niet tot een vergelijk met u komen, zeg ik via de voorzitter tegen de heer El Abassi, maar dat hoeft ook niet. De Kamer is nu aan zet en ik zal volgen wat de Kamer voorstelt.
De voorzitter:
Meneer El Abassi, dit is uw laatste interruptie.
De heer El Abassi (DENK):
Ja, dan maak ik mijn interrupties maar meteen op.
Dat vind ik jammer. We hebben hier inderdaad vaker het debat over gevoerd, maar we hebben het nooit over het waarom gehad. Ik snap oprecht niet waarom, behalve dat ik van collega's hoor dat het er niet uitziet en dat we een onderscheid moeten maken tussen keppeltje en niet-keppeltje. We weten allemaal dat dit ooit is ontstaan door een PVV-motie waarin het ging om vrouwen met een hoofddoek. Er zijn verschillende artikelen over geschreven door deskundigen, de Raad van State heeft hier iets van gevonden en het College voor de Rechten van de Mens heeft hier iets van gevonden. Ik snap niet waarom de minister hieraan vasthoudt en keer op keer wil tegenhouden dat vrouwen met een hoofddoek in dit soort beroepen aan de slag gaan, terwijl zij ons kunnen helpen met het beveiligen van de stad, terwijl er heel weinig mensen zijn die überhaupt voor dit soort beroepen solliciteren. Ik hoop dat de minister ons dit toch een keer wil uitleggen.
Minister Van Weel:
Dat laatste moet ik even ontkrachten. Dit is absoluut geen beroep waar mensen niet voor solliciteren. Ik moet zeggen dat de aantrekkelijkheid van het werk als boa zich op een alltime high bevindt. We moeten echt af van het idee dat dit banen zijn die mensen niet zouden willen. Ik ken inmiddels heel veel voorbeelden van politieagenten die overstappen naar een boa-werkgever of omgekeerd. Dat is nou juist de volwassenwording van het boa-bestel waar we het vandaag over hebben. Dat idee wil ik dus wegnemen. Het gaat helemaal niet verkeerd met de werving van boa's. Verder denk ik dat alles hierover gezegd is en ik daar niets aan hoef toe te voegen.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Een heel klein puntje van orde, want de samenvatting van de heer El Abassi over de vraag waar de discussie van vandaag vandaan komt, is feitelijk onjuist. Hij zegt dat de discussie voortkomt uit de behoefte van de PVV om hoofddoeken te verbieden. De VVD heeft aangekondigd wettelijk te willen verankeren dat uniformen van boa's neutraal zijn. Voor mijn fractie geldt dat dit voor elke religie het geval moet zijn; daar maken wij geen onderscheid in. Laat ik dat hier even heel duidelijk vermelden.
De voorzitter:
Dit was niet echt een punt van orde, maar het is een slimme manier om nog iets tegen de heer El Abassi te zeggen. Uw punt is gemaakt. Omdat u de heer El Abassi heeft aangesproken, geef ik hem de gelegenheid om hierop te reageren.
De heer El Abassi (DENK):
Volgens mij heb ik gewoon gezegd dat het ooit begonnen is met een motie van de PVV, van de heer Markuszower, zeg ik uit mijn hoofd, die destijds nog van de PVV was. Die motie heeft het ook gehaald in de Kamer. Daarna kwam er inderdaad een VVD-motie overheen, waarin het iets anders was geformuleerd, maar de bedoeling, de strekking, is gewoon ā dat hoor ik terug bij andere Kamerleden, ook bij het Kamerlid hier naast mij ā om vrouwen met een hoofddoek te weren als boa. Dat blijft mijn standpunt.
De voorzitter:
Dan maken we nu een einde aan deze discussie, want de eerste termijn van de Kamer, waarin u met elkaar kon debatteren over elkaars standpunten, is geweest. Ik wil de minister de gelegenheid geven om door te gaan naar het volgende blokje. Dat gaat over ā ik moet even m'n bril opzetten, mensen ā de informatiepositie en de registers.
Minister Van Weel:
Dat vind ik een ontzettend belangrijk punt. Ik ben zelf in Utrecht geweest, waar ik heb meegelopen met boa's die mij hun verhaal vertelden: als je iemand een proces-verbaal wilt geven voor door rood fietsen in de spits, op weg naar zijn of haar werk, en diegene geen ID-bewijs bij zich heeft, moet je die persoon vervolgens tot drie kwartier ophouden voordat er uiteindelijk een politieagent komt, die natuurlijk ook niet zit te wachten op dit soort taken, om de identiteit van die persoon vast te kunnen stellen. Ik vind het een wonder dat het dan blijft bij een proces-verbaal voor door rood rijden, want ik kan me voorstellen dat de irritatie enorm oploopt op deze manier. Dat moeten we boa's niet aandoen. Ik ben dus vanaf het begin zeer gemotiveerd geweest om dat voor elkaar te krijgen. De toegang tot het rijbewijzenregister moet uiteindelijk door het ministerie van IenW worden geaccordeerd, maar we liggen echt op koers ā dat is het goede nieuws ā om dit vanaf april in ieder geval voor de publieke boa's al mogelijk te maken. Hopelijk kan het dan later dit jaar via een AMvB ook mogelijk worden gemaakt voor de private boa's. Ik denk dat daarmee een eerste belangrijke stap wordt gezet.
Ja, er is een workaroundpilot in Rotterdam. Dat werd ook genoemd door mevrouw Coenradie. Zoals mijn voorganger, denk ik, ook met uw Kamer heeft gewisseld, zitten daar wel juridische haken en ogen aan. We laten die pilot nu wel doorlopen, maar die heeft onvoldoende juridische basis om hem breder uit te rollen. Daarom willen we er eerst aan werken om wel die juridische basis te creƫren, en dan kunnen we dat verder doorzetten.
De minister van AenM gaat over de BVV. Die minister kende ik tot voor kort zeer goed. Inmiddels moeten we daar de banden weer wat aanhalen, maar ik weet zeker dat we eruit gaan komen om ook daar zo snel mogelijk een traject op te zetten om dat mogelijk te gaan maken ā¦
De voorzitter:
Ik wil u heel even onderbreken, als u het niet erg vindt. We werken in de Kamer heel vaak met afkortingen die voor ons allemaal bekend zijn. Ik zou u willen vragen om, als u een afkorting gebruikt, ook even te zeggen wat die betekent.
Minister Van Weel:
De boa hoef ik niet uit te leggen, hĆØ?
De voorzitter:
Die hoeft u niet uit te leggen, nee.
Minister Van Weel:
We hebben het over registers. Naast het rijbewijsregister is er een Basis Voorziening Vreemdelingen. Dat is een database waarin de identiteit van vreemdelingen is vastgelegd. Die valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Asiel en Migratie. We hebben ook een strafrechtketendatabank. Die valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid, maar dan wel onder de staatssecretaris. Ze staan niet voor niks genoemd in het coalitieakkoord; dat is juist omdat we het belang erkennen van een deugdelijke toegang daartoe. Ik zal dus ook zo snel mogelijk trajecten opzetten om zowel voor die Basis Voorziening Vreemdelingen als voor de strafrechtketendatabank te kijken hoe we daar de noodzakelijke stappen kunnen zetten. Voor de strafrechtketendatabase zijn we al in de fase van het zogeheten beleidskompas. Daarbij inventariseren we welk probleem we willen oplossen en hoe we dat het beste kunnen doen. Daarmee wil ik dus wel ontkrachten dat de toegang vastloopt omdat er onwil zou bestaan binnen mijn ministerie of elders. Dat voel ik niet. Ik deel wel de frustratie dat het lang heeft geduurd om bij het rijbewijsregister die toegang te krijgen, maar ik zal er zelf bovenop zitten om te zorgen dat dit inderdaad spoedig ter hand wordt genomen voor die zaken waar ik zelf over ga.
Er was ook nog een vraag van mevrouw Lammers, namelijk of we niet kunnen werken met één landelijk registratiesysteem voor alle boa's. Zij vroeg of ik ervoor kan zorgen dat dat systeem er komt en ook wordt geïmplementeerd. Ik zou daar zeker schoonheid in zien, maar in de huidige verdeling van verantwoordelijkheden is het aan werkgevers om zelf hun eigen registratiesysteem vast te leggen. Boa's mogen op basis van de Wet politiegegevens wel politiegegevens met elkaar delen. De juridische mogelijkheid om dat te doen, bestaat dus wel. Ik kan me echt voorstellen dat één systeem dat positief zou beïnvloeden, maar dat heeft natuurlijk hele grote financiële consequenties. Bovendien gaat dat dan over die 600 werkgevers heen. Ik zie het dus voor deze doorontwikkeling van het stelsel niet als een hele haalbare kaart om op te nemen. Dat neemt niet weg dat ik natuurlijk wel snap wat de gedachte daarachter is.
Wat gaan we dan doen voor de private en de groene boa's als het gaat om informatievoorziening? Dat was een vraag van mevrouw Straatman. Iedere boa moet voor zijn eigen specifieke taak natuurlijk kunnen beschikken over een goede informatiepositie. Daarom is het ook van belang om die informatie die behulpzaam kan zijn om een persoon te identificeren voor iedereen, zowel publiek als privaat als groen als anders, beschikbaar te maken. Er zijn wel wat uitdagingen als het gaat om de groene boa's uit domein 2. De grote versnipperdheid in het werkgeversveld speelt hier parten. Dat maakt de zorgvuldige toegang en het toezicht daarop heel moeilijk, omdat je dus zit met werkgevers met slechts enkele boa's, waarvoor je het toezicht dat noodzakelijk is voor toegang onafhankelijk moet inbrengen. Daarom doen we dit stapsgewijs en noemde ik dat het rijbewijsregister vanaf april in ieder geval toegankelijk is voor de publieke boa's. We werken ernaar dat die tegen het einde van het jaar ook toegankelijk is voor de private boa's, waaronder de groene boa's, zoals is genoemd.
Dan een vraag van mevrouw Van der Plas, of het mogelijk is om een pasfoto aan de databank van de GBA toe te voegen. Ik weet niet of u het wel voluit had geschreven, maar de GBA is de Gemeentelijke Basisadministratie. Dat is niet mogelijk. Het implementeren van een centraal register zou in verhouding tot de verbetering van de identiteitsvaststelling niet proportioneel zijn, vanwege potentiƫle privacyinbreuken en de gevoeligheid van de gegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft destijds, in december 2022, negatief geadviseerd over dit voorstel.
Voorzitter. Dat was wat ik had over de informatiepositie.
De voorzitter:
Dan kijk ik even naar de leden: zijn hier vragen over? Nee, dat is niet het geval. Dan kunt u door naar het volgende blokje. Dat gaat over het openbaar vervoer.
Minister Van Weel:
Ja. Oftewel: het ov.
De voorzitter:
Het ov.
Minister Van Weel:
Ik heb het vermoeden dat deze nog een paar keer terugkomt in dit debat, voorzitter.
Mevrouw Martens vroeg: verschuiven er op basis van de ontwikkelrichting nu nog meer taken van de politie naar de boa's in het ov; krijgen bedrijven meer taken op dat gebied? Dat is niet wat er in de brief over de ontwikkeling van het stelsel staat. We willen juist duidelijkheid verschaffen over de eigen rol en de taak van de boa binnen de politiefunctie en deze bestendigen. Maar er staat wel een uitgangspunt in: we willen dat de boa zijn eigen werk zelfstandiger kan doen dan nu het geval is. Dat is wat we de komende tijd met al die werkgevers moeten gaan bepalen. Wat betekent dat nou? Wat heeft een boa nodig om minder afhankelijk te zijn van de politie voor de uitvoering van zijn taken? Dat gaat niet over het verschuiven van verantwoordelijkheden, maar meer over het in zijn kracht zetten van de boa, al dan niet met middelen, informatiesystemen, communicatiesystemen en arrangementen tussen politie en boa's en door die op een betere manier te regelen dan nu het geval is. Ik denk dat dat ook een hoop frustratie wegneemt. Natuurlijk gaan we de ov-bedrijven daar ook bij betrekken.
De heer Mathlouti (D66):
Voorzitter?
De voorzitter:
We gaan even het blokje afmaken. Daarna komen de vragen.
Minister Van Weel:
Mevrouw Coenradie vroeg of de samenwerking tussen politie en ov-boa's meer uniform kan worden geregeld. Op dit moment verschilt dat per locatie, soms per werkgever en soms per stad of gemeente. Zoals gezegd zijn ze zo veel mogelijk complementair aan elkaar. In die zin heb je dus vooral afspraken nodig over waar de overdracht van de ene naar de andere functie ligt en over de verdeling die lokaal wordt afgesproken, zodat ze allebei hun eigen taak kunnen doen. Daarbij is er wel noodzaak tot maatwerk. Ik heb dat gezien in verschillende steden. Boa's worden voor verschillende zaken ingezet. Er werd al gesproken over de interventie-boa's. Dat vind ik zelf ook een heel mooi voorbeeld. Dat betreft een prangend probleem waar de politie nu ontzettend veel tijd aan kwijt is. In Utrecht heb ik boa's gezien die zich voornamelijk bezighouden met verslaafden op straat. Dat vereist dus duidelijke afspraken met de politie over wat de boa's doen, wanneer je ze kunt bellen en wanneer iets wordt overgedragen.
In sommige gemeentes is ervoor gekozen om samen te gaan zitten in een meldkamer, omdat eenduidige afbakening aan de voorkant moeilijker is en je dus vaker ter plekke per incident moet kunnen bepalen of er een boa-team of de politie op af wordt gestuurd. Dat vereist dan ook weer dat er iemand in de meldkamer zit die anders op straat zou lopen. Zo denk ik dat er ontzettend veel best practices zijn die deels zijn afgeleid van wat er lokaal werkt en deels zijn gericht op maximale efficiƫntie. Ik denk niet dat we dat landelijk heel strak moeten gaan vastleggen. In de ontwikkeling van het stelsel wil ik wel kijken of we daar een soort guide van best practices van kunnen maken. Middelgrote gemeentes die op dezelfde manier omgaan met boa's in de handhaving kunnen daarmee dan leren van elkaar.
Mevrouw Lammers vroeg naar de pilot met de wapenstok van de NS. Zij vroeg wanneer alle boa's van de NS een wapenstok krijgen. De NS is een pilot gestart waarin 75 boa's zijn uitgerust een wapenstok. Het is nu aan de NS om naar de resultaten van die pilot te kijken en op basis daarvan een besluit te nemen. Als de NS een wapenstok aanvraagt voor al zijn boa's, zullen de politie en het OM daar een advies over geven en zal ik daar een besluit over nemen. Ook daarbij zeg ik: er komen nieuwe beleidsregels, dus we hebben niet meer te maken met de kan-bepaling en incidenten uit het verleden als basis voor de toekomst. Het gaat echt om de taak. Daar geeft de pilot voldoende inzicht in, denk ik.
Nog meer pilots, maar dan met bodycams. Er werd gevraagd waarom er zoveel rondes met bodycams zijn. Het is voor boa's nu al mogelijk om bodycams te dragen. Dat hebben wij geregeld met het ministerie van SZW. Daar is geen enkele belemmering voor. Het is nu echt aan de werkgevers van de boa's om te bepalen of ze hun boa's wel of niet met een bodycam willen uitrusten. Van de NS heb ik begrepen dat het hierbij niet gaat om een nieuwe pilot, maar om een gefaseerde uitrol van het gebruik van de bodycams door toezichthouders. Daarbij worden de boa's van de NS toegerust met nieuwere, modernere bodycams. Het is dus geen pilot, maar onderdeel van de invoering daarvan. Ik kom zo nog terug op bodycams in zijn algemeenheid daar waar het gaat om de uitrusting van boa's, want daar zegt het coalitieakkoord ook wat over.
Mevrouw Van der Plas vroeg naar het seponeren. Hoe vaak gebeurt dat? Er wordt in de registratie geen onderscheid gemaakt naar specifieke beroepsgroepen, dus we kunnen de boa's niet uit die cijfers lichten. De politie en het OM publiceren jaarlijks in het voorjaar de cijfers over alle delicten tegen alle mensen met een publieke taak. Ze nemen deze natuurlijk zeer ernstig en met voorrang op en bij zo'n 85% van de aangiftes die zijn gedaan, leidt dat daadwerkelijk tot een strafvorderlijke reactie. Ik vind dat eerlijk gezegd hoopvolle cijfers. Politie en OM nemen geweld tegen hulpverleners in ieder geval serieus.
Dat brengt mij bij geweldsmiddelen en de rest van de uitrusting.
De voorzitter:
Dan ga ik eerst even kijken naar de leden. Ik zag dat in ieder geval de heer Mathlouti een vraag heeft aan de minister.
De heer Mathlouti (D66):
Die had ik aanvankelijk inderdaad. Die ging over de pilot in Noord-Holland waarin politie en de boa's goed samenwerken in de meldkamer, maar daar heeft de minister eigenlijk al min of meer antwoord op gegeven. Hij had het over een vorm om best practices te delen. Volgens mij is dat een goede start. Dingen die ergens goed werken, moet je volgens mij breder faciliteren. Dus dat is in ieder geval een goed begin.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie nog een hand van mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij hoort het hierbij. Ik zou nog even in willen gaan op de zorgen die de vervoersbedrijven hebben geuit ten aanzien van het arrestantenvervoer en de aanhoudingsafhandelingen. Zij vinden dat dat niet bij hen hoort, maar bij de politie omdat zij met hun boa's in het ov met name willen focussen op hun kerntaken. We weten dat de NS al eerder afspraken heeft gemaakt met de politie over het arrestantenvervoer, juist omdat die boa's vaak te voet of met de trein zijn en dat niet kunnen oppakken. Het nadrukkelijke verzoek is om dat landelijk te verankeren. Ik wil daar toch een reactie op van de minister, temeer omdat wij eerder via een motie samen met collega Michon-Derkzen hebben gepleit voor heel concrete samenwerkingsafspraken tussen politie en boa's voor al die taken. Graag daar een reactie op.
Minister Van Weel:
Ik begrijp die wens en ik begrijp ook de wens van het ov. Het ov heeft een voor- of een nadeel ā het is maar hoe je het noemt ā want dat rijdt door het hele land heen en hoewel wij wel een landelijke politie hebben, is dat niet hoe we uiteindelijk de inzet van de politie hebben belegd. Dat maakt het lastig om te bepalen ā uiteindelijk opereert de politie immers onder gezag van de burgemeester ā hoe een burgemeester de politie moet inzetten op het moment dat een trein met boa's en een arrestant door zijn verantwoordelijkheidsgebied rijdt. Daar kan ik wettelijk niets afdwingen. Wat ik wel kan doen, is ook hier weer ā dan kijk ik naar de heer Mathlouti ā kijken naar best practices, want er zijn een aantal van dit soort afspraken gemaakt en er zijn natuurlijk trajecten waarvan je weet dat het daarop vaker voorkomt dan op andere. Daar komt de pilot ook vandaan die wel succesvol is geweest. Daarna kan je kijken hoe je dat als een best practice ook door andere gezagen kan laten overnemen. Ik denk dat dat ongeveer is hoever mijn macht daar reikt.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik ga hier een concrete toezegging uit proberen te halen, want dan hoef ik geen motie in te dienen. Dat willen we natuurlijk niet meer. Tenminste, zo min mogelijk. Wat zegt de minister concreet? Uiteindelijk is hij verantwoordelijk en ik heb er heel veel belang bij dat hij straks met de VNG of het Veiligheidsberaad in gesprek gaat, dus ook met die lokale gezagen, om na te gaan hoezeer ze hier handen en voeten aan kunnen geven, omdat je daarmee daadwerkelijk die boa's binnen het ov kunt ontlasten zodat zij zich kunnen richten op hun kerntaken. Bent u daartoe bereid? Als dat afgedaan kan worden met een toezegging, dan hoef ik dat niet via een motie af te dwingen, uiteraard indien er een meerderheid is.
Minister Van Weel:
Als ik mevrouw Mutluer de moeite kan besparen om een motie in te dienen, dan zal ik dat heel graag doen. Wat ik kan toezeggen, is dat we in ieder geval kijken naar best practices op basis van de afspraken die er al zijn en om die dan vervolgens onder de aandacht te brengen van de gezagen.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Is dit een interruptie? Wordt het gerekend als een interruptie als ik zeg dat het niet zo bedoeld was?
De voorzitter:
Dat is een interruptie, ja.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Prima, ik ga 'm gewoon gebruiken en dan bewaar ik er nog eentje voor de groene boa's. Hij mag iets steviger, beste minister. Het mag veel steviger dan alleen maar onder de aandacht brengen. Ik wil dat u gewoon actie onderneemt en dat het uiteindelijk ook gewoon gebeurt. Kunt u de toezegging iets verstevigen?
Minister Van Weel:
Dat zou ik hier wel kunnen zeggen, maar dan heb ik vervolgens 342 burgemeesters aan de lijn, die mij allemaal gaan vertellen dat ik daar niet over ga. Daar hebben ze nog gelijk in ook, want wettelijk gezien hebben zij het gezag over de inzet van de politie en ik niet. Ik ben de beheerder, samen met de korpschef. Vanuit mijn bevoegdheden kan ik dus niet verder gaan dan de toezegging zoals ik die heb gedaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik voorzie een motie.
Minister Van Weel:
Het oordeel laat zich dan ook raden.
De voorzitter:
Tenzij er nog vragen zijn van de Kamer, gaat u nu verder met het blokje geweldsmiddelen.
Minister Van Weel:
Geweldsmiddelen. Ik denk dat er al heel veel aandacht is geweest voor de groene boa's en het makkelijker maken van het verkrijgen van een vuurwapenvergunning. Ik ben oprecht blij dat de beleidsregels nu gepubliceerd zijn, dat de kan-bepaling er nu uit is en dat het enige wat nog telt voor de beoordeling van een vuurwapen, de taakomschrijving van de boa is. Daar waar het gaat om de groene boa's, zeg ik: ja, inderdaad zijn de provincies volgens de Omgevingswet het gezag dat die aanwijzingsbesluiten moet geven over de taken van groene boa's. Een aantal van u heeft dat gememoreerd. We hebben de provincies erop geattendeerd en zullen dat ook blijven doen.
Tot nu toe hebben drie provincies dat gedaan. Ik pak mijn aantekeningen er even bij. Dat zijn Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant. Ik moet wel zeggen dat daar ook wel de bulk van de groene boa's zit, omdat daar natuurlijk de meeste natuurgebieden zijn. Stropers kunnen natuurlijk altijd uitwijken naar Noord-Holland, maar daar zullen ze weinig winst behalen. Ik denk dus dat we voor de korte termijn daarmee in ieder geval dat gat hebben gedicht. Die provincies hebben ook daadwerkelijk alle groene boa's de taak gegeven tegen gewapende stroperij. Daarmee worden de aanvraag van een vuurwapen en de toekenning daarvan een stuk eenvoudiger. Ik zeg er wel bij dat het uiteindelijk aan de werkgevers is, en die kunnen we niet dwingen, om uiteindelijk ook de aanvraag te doen namens hun eigen boa's. Maar ten opzichte van waar we stonden, is het een belangrijke stap voorwaarts, denk ik.
Dat geldt dus nu ook voor alle andere boa's en andere geweldsmiddelen. Ook daar is de kan-bepaling en het aantal incidenten dat ze hebben meegemaakt in hun taak, niet meer bepalend voor het feit of zij al dan niet de beschikking kunnen krijgen over bijvoorbeeld een wapenstok. Ook dat is geen automatisme. Je kunt je voorstellen dat als het om handhaving in een heel rustige buurt gaat, je veel liever zonder een wapenstok rondloopt om een meer laagdrempelig contact te hebben met de omgeving dan in sommige omgevingen, waarin die dreiging van gevaar, ook voor hun eigen persoon, veel hoger is. We hebben het nu in ieder geval geüniformeerd aan de mogelijkhedenkant. Het is aan de werkgever om het dan verder in te vullen.
Ik denk dat dit ook een antwoord is op de vraag van mevrouw Straatman over de uniformering van die uitrusting. Ook in het nieuwe stelsel hebben we dus te maken met een basisuitrusting. Daarbovenop komen die aanvullende geweldsmiddelen. Dat kan een wapenstok zijn of pepperspray. Het is dan aan de werkgevers om dat naar aanleiding van de taken die ze geven aan specifieke boa's aan te vragen en daar toestemming voor te verkrijgen. Uiteindelijk is het dan de Dienst Justis, die namens mij een besluit neemt over die aanvragen. Dat is nu ook al het geval. Het enige wat vervalt in de nieuwe situatie is de toezichtsrol van het OM.
Mevrouw Coenradie vroeg nog of ik de toetsing voor geweldsmiddelen van een naar twee jaar wil brengen. Laat ik vooropstellen dat ik de situatie die is ontstaan rond de Politieacademie betreur. Ik snap de Politieacademie. Ook die moet roeien met de riemen die zij heeft, maar dat mag uiteindelijk natuurlijk niet ten koste gaan van de toetsing van boa's voor het gebruik van hun geweldsmiddelen. De inhaalslag die gedaan zou worden, is gedaan, dus alle werkgevers die nog in 2025 hun medewerkers wilden laten toetsen, hebben dat kunnen doen. In die zin was er begin dit jaar geen sprake van een achterstand, maar de Politieacademie heeft wel gezegd dat zij daar in 2026 geen capaciteit voor heeft. Ik ben dus inderdaad met een werkgroep bezig om te bekijken wat de beste manier is om dat te doen. Is dat een boa-academie? Zijn dat private partijen die we in permanente dienst hebben? Is dat toch via een omweg de Politieacademie, maar dan met compensatie? Daar zijn we nog niet uit, maar we gaan zorgen dat we daar in ieder geval in de komende maanden helderheid over krijgen, zodat we niet weer tegen dat probleem aanlopen. Vanwege de impact en de toekenning van geweldsmiddelen en goed werkgeverschap wil ik niet per se die termijn oprekken van een naar twee jaar. Ik wil veel liever regelen dat we ƩƩn jaar gewoon kunnen halen.
Dan houden we wat betreft de groene boa's ƩƩn vraagstuk over en dat is door een aantal van u genoemd. Wat nou als je in the middle of nowhere bent, je geen taak hebt met betrekking tot gewapende stroperij en je iets tegenkomt waarbij er sprake is van een gevaarzetting? Ik wil toch zeggen dat als het niet behoort tot de taakomschrijving van de boa, het de bedoeling is dat de boa zich terugtrekt uit die situatie en hulp roept. De strafrechtelijke vervolging van hetgeen wordt aangetroffen, heeft dan geen prioriteit. De veiligheid van de boa heeft dan prioriteit. Dat an sich, dus het feit dat je in de natuur kunt aanlopen tegen ondermijnende criminaliteit, is niet automatisch een reden om een vuurwapen toe te kennen. Zoals gezegd, is de gewapende stroperij dat wel, omdat het gewoon behoort tot de taak van de boa om die tegen te gaan. Daar kan dan wel een vuurwapen bij horen. Dat wil ik voor de helderheid wel nog even hebben neergelegd.
Voorzitter, ik heb er nog eentje. Nee, nog twee en dan ben ik aan het einde van het blokje. De eerste is de vraag van de heer El Abassi, die vroeg naar de uitbreiding van de bevoegdheden en de extra bewapening: verschuiven we niet het geweldsmonopolie en hoe houden we daar grip en toezicht op? In eerste instantie zorgen de werkgevers ervoor dat de boa's binnen de aan hen gegeven bevoegdheden opereren, maar elke inzet van geweld wordt uiteindelijk beoordeeld door het OM. Dat bekijkt ook in elk individueel geval van geweldsinzet of er noodzaak is tot strafvervolging. De ambtsinstructie is leidend bij de inzet van geweldsmiddelen. Op basis van die ambtsinstructie is de boa verplicht om bij de inzet van die middelen een geweldsmelding te doen bij de hulpofficier van justitie. Voor het nieuwe bestel wordt samen met de werkgevers, de politie en het OM verder uitgewerkt welke aanvullende waarborgen voor geweldsinzetten moeten worden geregeld om dat ook in het nieuwe stelsel gewaarborgd te hebben.
Ten slotte kom ik op het aantal groene boa's in de buitengebieden. Daar ga ik niet over, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas. Dat is aan de boa-werkgevers zelf. Er is op dit moment vanuit mijn ministerie wel een subsidie van 5 miljoen euro per jaar. Verder is de collega van LVVN in the lead om te bekijken wat er vanuit het oogpunt van natuurbescherming en natuurbeheer aanvullend nodig zou zijn aan groene boa's in de buitengebieden.
O, ik heb hier ook nog een vraag over de bodycam. Excuses, het waren er toch drie. Het is geen geweldsmiddel, maar hoe zit het met het uitrusten daarmee? In het coalitieakkoord staat beschreven dat boa's en politieagenten die dat nodig hebben voor de uitvoering van hun taak een bodycam krijgen, zodat ze veiliger kunnen werken. In het nieuwe boa-stelsel is de bodycam al standaard onderdeel van de aanvullende uitrusting. Het is uiteindelijk nog wel aan de werkgever om die in overleg met de boa al dan niet toe te kennen. Ik ken ook boa's die absoluut niet zitten te wachten op een bodycam. Het hangt dus maar helemaal af van de setting waarin je opereert of het van toegevoegde waarde is of niet, maar de mogelijkheid is er en die wordt ook onderstreept in het akkoord.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat mevrouw Coenradie een vraag heeft. Daarna is mevrouw Faber en dan mevrouw Straatman.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Heel fijn dat de minister de komende tijd bekijkt hoe we ermee omgaan. Ik hoor dat er in ieder geval nog meerdere mogelijkheden opstaan, zoals een boa-academie. We weten ook nog niet of er een vervolg komt op dit commissiedebat ā dat is namelijk nu even besloten ā en wanneer dat dan is. Is het, om toch een beetje de druk erop te houden, mogelijk om binnen nu en drie maanden een brief te ontvangen over de stand van zaken? Ik ben namelijk wel benieuwd naar de uitkomsten van deze hersenspinsels en de openstaande mogelijkheden.
Minister Van Weel:
Ik stel voor om zo veel mogelijk dingen te clusteren. Ik waardeer dit aparte debat over de boa's. Ik stel voor dat we bij het volgende halfjaarbericht politie een apart hoofdstuk over de boa's toevoegen en dat we daarin een aantal van deze zaken benoemen. Dan laten we het samenlopen, maar besteden we er wel expliciet aandacht aan.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik wil het nog even hebben over de toekenning van het vuurwapen door de Gedeputeerde Staten. Ik heb in mijn eerste termijn al gezegd dat het wel een beetje vreemd is dat dit bij de provincies ligt, omdat die alleen bestuurlijk kunnen handhaven. Klopt dit allemaal wel? De boa's moeten namelijk strafrechtelijk handhaven. Ik vraag me af hoe dat kan. Ik heb begrepen dat aan het IPO het verzoek is gedaan om dit te repareren en om het weer onder de Wet natuurbescherming te laten vallen, zodat het hersteld wordt. Wat is de status daarvan? Is daar iets van bekend bij de minister? Klopt het wel dat de Gedeputeerde Staten die toewijzing kunnen doen? Er gaan verschillende verhalen rond, ook over Justis. Er zijn door de landsadvocaat adviezen gegeven, maar die worden niet prijsgegeven. Het is een beetje een black box voor mij. Wellicht kan de minister dit toelichten. Het is ook prima als hij dat in een brief doet, maar ik wil daar wel graag helderheid over hebben.
Minister Van Weel:
Ik denk dat u niet de enige bent die hierover enigszins verbaasd was. Dat waren wij ook. De landsadvocaat heeft ons geadviseerd over hoe wij hiermee moeten omgaan. De Omgevingswet is hier de schuldige. Ik weet niet of men tijdens de behandeling van de Omgevingswet expliciet gekeken heeft naar dit zijeffect, maar daarin is aangewezen dat de handhaving van de gewapende stroperij en het aanwijzen van de boa's die dit als taak hebben, belegd is bij de provincies. Dat is natuurlijk niet het meest praktisch, want dat betekent dat wij de provincies nu moeten opbellen om hen een aanwijzingsbesluit te laten nemen zodat we uiteindelijk die dekking hebben. Dat is hoe de wet nu werkt. Je zou dat vrij eenvoudig kunnen oplossen met een reparatiewet. Daar zullen we naar kijken, samen met de nieuwe minister van VRO, van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. For the time being: zolang de provincies hun aanwijzingsbesluiten nemen ā de drie belangrijkste hebben dat gedaan ā is het gerepareerd en is het verder niet onhelder. We hebben nu gewoon een heldere juridische basis voor het optreden. Dat is nu het geval voor Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik begrijp niet helemaal wat die reparatie inhoudt. Kunnen Gedeputeerde Staten die toekenning geven? De minister geeft aan dat drie provincies het geregeld hebben, namelijk Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant, maar volgens mij zijn er ook stropers actief in Drenthe en andere provincies. U gaf het voorbeeld van Noord-Holland, maar volgens mij stropen ze ook konijnen en hazen. Ik weet niet hoe dat zit.
Minister Van Weel:
Die reparatie zou eruit bestaan dat de domeinaanwijzing en de taken die daarin genoemd worden, voldoende zijn. Dan kan ik die besluiten weer nemen als minister en dan hoeft er verder ook geen aanwijzing meer te komen vanuit de Provinciale Staten. Maar op dit moment hebben we te maken met de Omgevingswet en is dat wƩl nodig. Het klopt dat de stroperij niet alleen actief is in die drie belangrijkste provincies. Daarom zitten we de andere provincies ook achter de broek om dat aanwijzingsbesluit zo snel mogelijk te nemen.
Mevrouw Faber (PVV):
Wanneer is de minister weer in staat om die aanwijzing te geven? Aan welke tijdspanne moet ik dan denken? Worden we geĆÆnformeerd op het moment dat dat weer kan?
Minister Van Weel:
Het is een wetswijziging. Nogmaals, op het moment dat de provincies die aanwijzingsbesluiten hebben genomen, zijn we gedekt. Dan is er geen acute nood. Maar je zult wel een wetswijziging moeten indienen op de Omgevingswet. Ik wil niet zeggen dat u beter weet dan ik hoelang een wetstraject ongeveer in beslag neemt, maar u weet dat wel net zo goed als ik.
De voorzitter:
Mevrouw Faber, dit is uw laatste interruptie.
Mevrouw Faber (PVV):
Wanneer is de minister bereid om er actief op in te zetten dat die reparatie eraan komt? Bent u daar al over in gesprek? Want we moeten dat natuurlijk niet laten versloffen. Er moet wel wat gebeuren. Wanneer wordt het nieuwe wetsvoorstel geĆÆnitieerd?
Minister Van Weel:
Ik wil niks laten versloffen, maar mijn belangrijkste prioriteit is om er nu voor te zorgen dat het geregeld is voor de boa's die er zijn. De weg om het nu geregeld te krijgen, is via de provincies, omdat zij nu die bevoegdheid hebben. Daar ligt de prioriteit nu. Daarnaast zal ik met de nieuwe minister van VRO in overleg gaan, want die moet uiteindelijk de wetswijziging indienen. Ik zal vragen of zij daartoe bereid is en of dat samenvalt met andere reparaties aan de Omgevingswet die al aanstaande zijn. Dan kan daar een wetstraject omheen worden gezet. Nogmaals, het is niet moeilijk, maar het moet wel door alle stappen heen.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik wil op ditzelfde punt graag nog wat doorvragen. Het is goed als er een reparatiewet komt, maar op dit moment hebben de boa's daar natuurlijk nog niets aan. In de beantwoording van de vragen staat: "De provincies waarbij dit speelt, zijn momenteel de aanwijzingsbesluiten aan het vormgeven." Betekent dit dat de andere provincies waar dit ook speelt, buiten de drie provincies die we zojuist genoemd hebben, dit in proces hebben? Of betekent het dat zij gewoon nog bezig zijn met een juridische discussie en dat zij dus weigeren om dit in proces te nemen?
Minister Van Weel:
Dank voor de verhelderende vraag. Niemand weigert. Het heeft hier te maken met processen. Dat speelt ook bij die overige provincies.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dan heb ik ƩƩn vervolgvraag. Wat kan de minister doen om die processen te versnellen, of in ieder geval om de provincies aan te zetten dit zo snel mogelijk te regelen? Wat betekent dit concreet voor de boa's in die provincies nu? Zij handelen nu onbevoegd, maar hebben wel een vuurwapen. Kunt u mij meenemen in wat die boa's nu moeten doen? Zij hebben wel een vuurwapen, maar mogen dat niet gebruiken. Het is natuurlijk een onwerkbare situatie. Wij hebben die situatie gecreƫerd omdat er een juridische ruis ontstaat, maar we moeten het voor die boa's wel goed inregelen.
Minister Van Weel:
Ik durf niet per se te zeggen of er nu gewapende boa's rondlopen buiten de drie provincies die genoemd zijn. Ik kan daar wellicht in de tweede termijn op terugkomen. Ik zal het u dan even laten weten. Nogmaals, de prioriteit is nu gericht op het hebben van die aanwijzingsbesluiten. Dat is niet moeilijk, maar het moet wel even gebeuren.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie geen verdere vragen. U kunt dus overgaan tot het laatste blokje, overige belangrijke vragen.
Minister Van Weel:
Dan begin ik met ā¦
De voorzitter:
O, excuses. Ik keek even verkeerd. Het is nog niet het laatste blokje; we hebben nog het blokje verantwoordelijkheden werkgevers en toezicht.
Minister Van Weel:
Ja, maar dat is niet een heel dik blokje. Laat ik daar dus doorheen gaan. Het blokje met de andere belangrijke zaken is ietsje langer.
Mevrouw Straatman vroeg naar de verdwijnende rol van het Openbaar Ministerie als het gaat om toezicht. Het klopt dat het OM in het nieuwe stelsel geen toezichthouder meer is. Het heeft dus geen rol meer in de advisering over het toekennen van aanvullende wapenuitrusting, en ook niet in het toezichthouden op de taakuitvoering door de boa. Het OM blijft uiteraard wel het bevoegd gezag voor zover de boa gebruikmaakt van zijn strafrechtelijke bevoegdheid of van de geweldsbevoegdheid die daaraan gekoppeld is. Daarmee behoudt het, zoals ik net al tegen de heer El Abassi zei, ook een rol bij de strafrechtelijke toetsing van incidenten, en uiteraard ook bij de kwaliteit van de opsporing. We zijn nog bezig met de nadere uitwerking van het toezichtstelsel, zeg ik ook tegen anderen. Daarbij zullen we hier ook rekening mee houden.
Het is de bedoeling dat in het nieuwe bestel de werkgever een onafhankelijke interne toezichthouder aanstelt. Die houdt dan toezicht op de kwaliteit, integriteit, proportionaliteit en rechtmatigheid van de taakuitvoering. Die onafhankelijke interne toezichthouder wordt wettelijk verplicht, naar het voorbeeld van de functionaris gegevensbescherming, zoals we die kennen binnen organisaties. Daarnaast komt er ook een tweede- en derdelijnstoezicht. We komen later nog terug op hoe we dat precies vorm gaan geven. Dat gaan we samen met het veld verder uitwerken.
Mevrouw Straatman vroeg nog wat het betekent voor de kleinere gemeentes en de kleinere werkgevers van boa's. Professioneel werkgeverschap is een van de pijlers die we in het nieuwe bestel naar voren willen laten komen. De verantwoordelijkheden die daarbij horen, moeten voor iedereen gelden. Maar ik besef ook wel dat dat een grote impact kan hebben op kleine werkgevers. We zullen de mogelijkheid voor samenwerking tussen verschillende werkgevers bij het invullen van het toezicht dus behouden. Dan zou je bijvoorbeeld regionaal kunnen kijken of een aantal gemeentes dat gezamenlijk kan doen, om het meer behapbaar te houden en om meer schaalgrootte te creƫren.
Mevrouw Straatman vroeg ook nog hoe het zit met de nazorg. Dat is een zaak van individuele werkgevers, en zij vroeg of we het niet landelijk kunnen organiseren. Dat kan niet, want die nazorg vloeit voort uit het werkgeverschap zoals dat in de Arbowet is vastgelegd. De Arbowet verplicht werkgevers om een risico-inventarisatie en -evaluatie op te stellen om arbeidsrisicoās zoals geweld en agressie in kaart te brengen en maatregelen te nemen om deze te beperken. Uiteindelijk ziet de Arbeidsinspectie dan weer toe op de naleving van de Arbowet. Werkgevers moeten op basis daarvan bij incidenten, zoals geweld op het werk, wat bij een boa ook kan gebeuren, zelf zorgen voor passende opvang en nazorg.
In het verlengde daarvan ligt de PTSS-vraag, zoals die is genoemd. Uiteraard is het van groot belang dat er goed wordt zorg gedragen voor boa's, ook daar waar sprake is van PTSS, maar ook hier is het primair op basis van de wet aan de werkgevers om een zorgstelsel in te richten. Dat is ook onderdeel van hun rechtspositie. Daarnaast vindt er ā anders kom ik weer bij best practices terecht ā al uitwisseling van kennis en ervaringen plaats tussen de werkgevers van verschillende beroepsgroepen over beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, waaronder natuurlijk ook PTSS.
Dat was het blokje toezicht en verantwoordelijkheden.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zag nog een vraag van mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
We hebben er een jaar voor gevochten om PTSS bij de brandweer landelijk te erkennen als beroepsziekte en ik ben best bereid om dat gevecht ook voor de boa's aan te gaan. Het antwoord "het is afhankelijk van de werkgevers" ken ik en herken ik van de voorgaande ministers. Ik neem daar geen genoegen mee, omdat elke werkgever daar op een andere wijze mee omgaat. Ik vind dat we, zeker na zo'n boa-stelselherziening, alles op alles moeten zetten om PTSS landelijk te erkennen. Is de minister daartoe bereid? Zo niet, dan zullen wij proberen, hopelijk in samenspraak en samenwerking met andere partijen, om de minister een andere weg ā hoe zeg je dat netjes? ā te laten bewandelen.
Minister Van Weel:
Ik hoorde het woord "motie" niet, maar ik voelde het wel ergens in doorklinken. Wat ik wel wil doen, is in het volgende halfjaarbericht een paragraaf wijden aan PTSS en hoe wij daartegenaan kijken. Dat helpt u dan misschien om te bepalen hoe ver dat afligt van hoe u daartegenaan kijkt en wat dat verder nog vereist.
Dan nu de overige belangrijke zaken. Eerst de handelingsbevoegdheid van boa's onder de Wet seksuele misdrijven. Ook daar heb ik in mijn vorige verleden met uw Kamer over van gedachten gewisseld. We hebben toen gesteld dat we de pilot, hoewel die nog loopt, willen openstellen voor meerdere gemeenten, voor zij die dat willen. De eerste resultaten die ik terughoor van deze pilot zijn positief. In die zin verwacht ik dat we met de evaluatie door kunnen stappen naar het creƫren van een permanente bevoegdheid. Die evaluatie wacht ik wel af. Die komt dit jaar rond de zomer. Tot die tijd verandert er dus wat mij betreft niets aan de pilots die lopen. Na die tijd zal ik zorgen voor een naadloze overgang van de pilot naar de permanente bevoegdheid. We gaan dus niet ergens mee stoppen om dan vervolgens een bevoegdheid te creƫren. Dat zal gewoon naadloos in elkaar overlopen.
Al debatterend kom je toch al een heleboel onderwerpen tegen onderweg, blijkt in het debat.
De Eenduidige Landelijke Afspraken. Mevrouw Van der Plas had daar nog een vraag over, namelijk hoe het staat met de herziening daarvan. In april vorig jaar is de evaluatie met een beleidsreactie naar uw Kamer toe gegaan. We werken nu aan de herziening van de Eenduidige Landelijke Afspraken en ik verwacht dat die voor het zomerreces naar uw Kamer toe kan komen.
Mevrouw Coenradie vroeg hoe je de her- en bijscholing meer kunt toespitsen op specifieke functies, bijvoorbeeld het verschil tussen de groene boa en de ov-boa. Het nieuwe puntensysteem voor permanente her- en bijscholing is erop gericht om ruimte te creƫren voor werkgevers om zelf de bijscholing te kiezen die zij nodig achten voor hun specifieke werk, maar er is wel een evenwicht tussen die ruimte en het aantal zaken dat je landelijk wilt voorschrijven. De kwaliteit van de processen-verbaal van boa's moet natuurlijk gewoon een landelijke standaard kennen. Daar zit dus eenduidigheid achter. Dat geldt ook voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering en de bijscholing die daarvoor nodig is of het de-escalerend bejegenen van bepaalde groepen. Er komt dus een mix van centrale en specifieke her- en bijscholing in dat puntensysteem.
Mevrouw Van der Plas vroeg nog naar de motie van BBB en VVD over minimumstraffen bij geweld tegen hulpverleners. Er komt snel een brief aan. Ik hoop nog in april, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas.
Ik denk dat ik daarmee aan het einde van mijn eerste termijn ben.
De voorzitter:
Dan kijk ik even naar de leden om te zien of al de vragen die zij hebben gesteld, ook zijn beantwoord door de minister. Ik geef nog de gelegenheid voor een vraag aan mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
EƩn vraag is niet beantwoord, voorzitter. Die ging over interventiemedewerkers op stations om verward en onbegrepen gedrag op te pakken. Dat zijn vaak boa's. Ik weet dat er in Utrecht een hele mooie pilot loopt. Mogelijk gaat Rotterdam die ook overnemen. Eigenlijk zou je dat uit moeten rollen. Wellicht komt dat nog een keer terug bij het debat over verward en onbegrepen gedrag, maar ik zou toch de minister opnieuw willen vragen om daar zijn eerste reflectie op te geven.
Minister Van Weel:
In een bijzin had ik ze al geprezen. Het is een van de specifieke boa-taken die mogelijk navolging verdienen. Ik zal dit dus zeker inbrengen vanuit mijn verantwoordelijkheid in het traject over verward gedrag, dat natuurlijk onder de leiding van de minister van BZK plaatsvindt.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu over naar de tweede termijn van de Kamer. Ik kijk even wie van de tweede termijn gebruik wil maken. Dat is mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank, voorzitter. Ik wil in ieder geval de minister en zijn team bedanken voor alle uitgebreide antwoorden. Ik wil graag een tweeminutendebat aanvragen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ook mijn dank aan de minister. EƩn ding dat mij duidelijk is geworden uit dit debat over het boa-stelsel, is dat wat er nu ligt, nog niet de optimale versie is, gelet op alle brieven en positionpapers die wij hebben ontvangen. Mijn nadrukkelijke verzoek aan deze minister is om daar echt rekening mee te houden en dat te verwerken in het nieuwe boa-stelsel, of het nou gaat om de groene boa's, hun uitrusting, hun bewapening of de NS-boa's. Ik hoop en verwacht dat hij dat gaat doen. Wij beraden ons wel op een aantal moties om deze minister in ieder geval de goede weg op te sturen, want dat is nu nog niet het geval. Dat gaan we meemaken bij het tweeminutendebat dat net is aangevraagd.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Mathlouti.
De heer Mathlouti (D66):
Voorzitter, dank. Dank ook aan de minister en zijn team voor de duidelijke beantwoording. Ik vind het goed om een aantal dingen te horen en dat er stappen zijn gezet. We zijn er nog niet, maar in ieder geval zijn er stappen gezet in het kader van toegang tot informatie en de verschillende systemen. Ik zei in de eerste termijn dat de behoefte om het sneller te doen er nog steeds is, maar de zorgvuldigheid en de juridische hobbels zijn volgens mij heel logisch. Dat over dat stukje.
Ik denk dat ik nog even moet kauwen op het antwoord over de best practices, zoals de minister het noemde, op het gebied van samenwerking tussen politie en boa's. Het delen van best practices en in welke vorm is voor mij nog even een vraag.
Verder vind ik het heel goed om het enthousiasme van de minister te horen over de pilot op het gebied van de Wet seksuele misdrijven. Goed dat hij daar kort na de resultaten in ieder geval op door wil pakken. Dat zien we met belangstelling tegemoet.
Heel veel dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ook namens mij dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Aan mijn kant is er nog ƩƩn aanvullende vraag. Ik had het in mijn eerste bijdrage over de toegang tot informatiesystemen van private boa's. De minister gaf aan dat hij verwacht dit later dit jaar te kunnen inregelen, maar dat er nog moeilijkheden zijn met onafhankelijk toezicht. Ik vroeg me af of de minister een doorkijkje kan geven in hoe hij dit onafhankelijke toezicht wil inregelen, of hij daar al ideeƫn bij heeft en of hij die kan delen. Het is namelijk belangrijk dat er voor publieke en private boa's dezelfde rechten gelden, want ze hebben dezelfde eed afgelegd en hebben dezelfde taak, dus ze moeten die taak ook op dezelfde manier kunnen uitoefenen. Ik zou het zonde vinden als we op een later moment te lang doordiscussiƫren over dat onafhankelijke toezicht, waardoor dat ook weer vertraging oploopt.
Bij het aanwijzingsbesluit hebben we zojuist langdurig stilgestaan. Ik ga ervan uit dat de achterblijvende provincies daar snel werk van maken en ook die urgentie voelen, want het kan niet zo zijn dat de groene boa's de dupe worden van de juridische strijd die gevoerd wordt.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u, voorzitter. Eerst wil ik de minister natuurlijk bedanken voor zijn beantwoording. Er is al een tweeminutendebat aangevraagd. Daar zal ik wat moties indienen ter aanmoediging van de minister.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Coenradie? Geen tweede termijn. Mevrouw Lammers.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Nee, ik zou alleen graag de minister willen bedanken voor zijn beantwoording van de vragen.
De voorzitter:
De heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Er is inderdaad een tweeminutendebat aangevraagd. Dat zal ik gebruiken voor een aantal moties ter aanmoediging of misschien ter ontmoediging.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik het voorzitterschap even overgeven aan mevrouw Mutluer.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, het woord is aan u voor uw tweede termijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Allereerst natuurlijk dank aan de minister en zijn staf voor de beantwoording, maar ik wil de tweede termijn meer gebruiken om al onze boa's in Nederland een hart onder de riem te steken. Mensen beseffen te weinig dat zij ons land veilig houden, dat zij mensen beschermen, dat zij ervoor zorgen dat mensen veilig in de trein kunnen reizen en veilig op straat kunnen zijn. Ik vind dat soms door mensen van buitenaf maar soms misschien ook hier of in het verleden hier ā in deze commissie heb ik het niet gehoord ā een beeld van boa's wordt neergezet waar jullie last van hebben. Jullie zorgen er wel voor dat wij elke avond gewoon weer veilig thuis kunnen komen. Ik zou publieke figuren in Nederland die invloed hebben ā influencers, zoals ze dat tegenwoordig noemen ā ook echt willen oproepen om op televisie voorzichtig te zijn en niet schamper te doen over boa's. Dat verdienen jullie niet. Het getuigt van heel erg weinig respect, maar ook van heel erg weinig kennis. Iedereen die een bepaald beeld heeft van boa's, zou ik aanraden om even een weekje mee te lopen, te zien wat jullie dan meemaken en vooral ook te zien wat jullie doen om ons land veilig te houden. Daar wil ik mijn tweede termijn mee afsluiten.
Voorzitter: Van der Plas
De voorzitter:
Dan neem ik het voorzitterschap weer terug. Ik kijk naar de minister: wil hij nog op iets reageren? Er is ƩƩn vraag gesteld door mevrouw Straatman over de toegang van de private boa's tot de informatiesystemen.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Op die vraag kan ik een heel kort antwoord geven: we nemen in het halfjaarbericht politie mee hoe we daartegen aankijken. Dat is nog tijdig, want we beginnen nu in april met de publieke zaken en daarna komt de rest.
Laat mij ook nog een woord van dank uitspreken aan alle boa's, die inderdaad een cruciale rol voor ons vervullen in de veiligheid in onze omgeving, in onze steden, in onze straten, maar ook in onze natuurgebieden. Ze zijn niet meer weg te denken. Het is ongelofelijk om te zien dat er binnen vijftien jaar ā het is echt nog een jonge organisatie ā in de diversiteit ontzettend veel kracht in deze organisatie zit. Daar gaan we verder aan bouwen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu de toezeggingen even doornemen, maar allereerst merk ik op dat er een tweeminutendebat is aangevraagd, met als eerste spreker het lid Martens-America van de VVD.
Ik loop de toezeggingen langs.
- Naar aanleiding van vragen van mevrouw Mutluer over het arrestantenvervoer gaat de minister kijken naar de best practices en brengt hij die onder de aandacht van de lokale gezagen.
- Naar aanleiding van een vraag van mevrouw Coenradie zal de minister in het volgende halfjaarbericht politie een los hoofdstuk over de boa's opnemen.
- Naar aanleiding van vragen van mevrouw Mutluer zal de minister in het volgende halfjaarbericht ook een passage opnemen over PTSS, dat staat voor "posttraumatische stressstoornis".
- Naar aanleiding van vragen van mevrouw Van der Plas zal de minister de Kamer voor de zomer de brief over de herziening van de Eenduidige Landelijke Afspraken sturen.
Ik wil de minister en zijn staf als voorzitter van dit commissiedebat nogmaals bedanken voor de antwoorden. Ik wil de Kamerleden bedanken voor hun betrokkenheid en hun mooie woorden over de boa's. Ik wil het publiek hier op de tribune heel erg bedanken voor hun komst en het volgen van het debat. Dat geldt ook voor de mensen die dit thuis hebben gevolgd. Ik dank de bodes voor de goede zorgen, de harde werkers op de achtergrond die zorgen dat wij een goed debat kunnen voeren. Uiteraard ook dank aan de griffier voor de ondersteuning.
Rest mij niets anders dan te zeggen: zorg goed voor elkaar, help elkaar, wees goed voor elkaar, zie om naar elkaar en kom vooral veilig thuis. Dank u wel.