Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva
Opening
Verslag van een wetgevingsoverleg
De vaste commissie voor Financiën heeft op 19 januari 2026 overleg gevoerd met de heer Heijnen, staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, over Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Van der Lee
De griffier van de vaste commissie voor Financiën,
Weeber
Voorzitter: Van der Lee
Griffier: Lips
Aanwezig zijn vier leden der Kamer, te weten: Bushoff, Van Eijk, Van der Lee en Vlottes,
en de heer Heijnen, staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane.
Aanvang 10.00 uur.
Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva
Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de Algemene wet inzake rijksbelastingen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PbEU L 2023/2226) (Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva) (36782).
De voorzitter:
Goedemorgen. Ik open dit wetgevingsoverleg van de vaste Kamercommissie voor Financiën. Ik heet de staatssecretaris van Financiën en zijn ondersteuning van harte welkom. Ik heet ook een drietal leden ter linkerzijde van mij welkom: de heer Bushoff namens GroenLinks-Partij van de Arbeid, mevrouw Van Eijk namens de VVD en de heer Vlottes namens de PVV. We gaan het hebben over de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva. Zoals gebruikelijk beginnen we met de termijn van de zijde van de Kamer, met gelukkig beperkte spreektijd. Ik geef als eerste het woord aan de heer Bushoff.
Gaat uw gang.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga mijn best doen om die twee minuten vol te krijgen, maar ik weet niet of het gaat lukken. Heel kort, vandaag hebben we het natuurlijk over een Europese richtlijn die eigenlijk verplicht tot transparantie en gegevensuitwisseling over cryptotransacties. Deze wet moet ervoor zorgen dat cryptodienstverleners in Nederland die gegevens ook daadwerkelijk verzamelen en eventueel ook kunnen uitwisselen met andere belastingdiensten. Ik denk dat dat een goede zaak is. Ik kan er dus heel kort over zijn dat de implementatiewet van deze Europese richtlijn wat GroenLinks-PvdA betreft ook een hamerstuk had kunnen zijn. Nu we dit toch bespreken, heb ik nog twee hele korte vragen aan de staatssecretaris. Eén. Hoe kijkt hij aan tegen de uitvoerbaarheid? Daar waren toch wel wat zorgen over. Het legt ook een best groot beslag op de Belastingdienst. Ik denk dat het desalniettemin goed is dat we dit doen, maar dat brengt ook gelijk de tweede vraag met zich mee: is er al iets te zeggen over een eventuele verwachte opbrengst als we dit gaan doen?
Tot zover, voorzitter. Daar wilde ik het bij laten. Wegens een dubbele afspraak moet ik straks eerder weg, maar dan zal ik eventueel het vervolg onderweg meekrijgen.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Van Eijk. Zij voert het woord namens de VVD-fractie.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Zoals de heer Bushoff terecht al zei had dit een hamerstuk kunnen zijn, ware het niet dat een partij ervoor heeft gekozen om het te onthameren. Vervolgens is deze partij niet bij dit wetsoverleg aanwezig. Nu we er toch zijn, heb ik er nog een keer goed naar gekeken. Ik heb dan ook een aantal vragen.
Voorzitter. Voor de VVD geldt het uitgangspunt dat wie in Nederland verdient, hier ook eerlijk belasting betaalt. Dat geldt ook voor inkomsten en vermogens in cryptoactiva. Tegelijk moet de cryptomarkt ruimte houden voor innovatie. Die mag geen vrijplaats zijn voor fraude en criminaliteit. De VVD steunt daarom in beginsel uniforme Europese gegevensuitwisseling. Die steun is echter niet onvoorwaardelijk. Europese regelgeving moet doelmatig, uitvoerbaar en administratief beheersbaar zijn. Juist op dat punt heeft de VVD zorgen bij DAC8. Zoals collega Bushoff ook al aangeeft, vraagt de implementatie van deze richtlijn een structurele inzet van 126 fte bij de Belastingdienst. Het gaat dan met name om gespecialiseerde cryptoanalisten. Deze expertise is schaars en de Belastingdienst staat al onder grote druk. Hoe schat de staatssecretaris de beschikbaarheid van deze capaciteit in? Hoe borgt hij dat deze extra inzet in verhouding staat tot de verwachte opbrengst van de handhaving?
Daarnaast levert DAC8 vooral uitgebreide transactiegegevens op, terwijl Nederland in box 3 momenteel heft op basis van een forfaitair rendement. In die systematiek zijn deze gegevens slechts beperkt bruikbaar, bijvoorbeeld voor van tevoren ingevulde aangiften. Hoe beoordeelt de staatssecretaris deze mismatch? Welke concrete meerwaarde heeft DAC8 op dit moment voor de handhaving?
Tot slot hoor ik graag van de staatssecretaris hoe hij de relatie ziet tussen DAC8, het huidige box 3-stelsel en het beoogde nieuwe stelsel. Kan hij toelichten op welke wijze de gegevensuitwisseling onder DAC8 in dat toekomstig stelsel wel effectief benut kan worden?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Kort en bondig. Dan gaan we luisteren naar de heer Vlottes namens de PVV-fractie.
De heer Vlottes (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het zal een beetje een herhaling van zetten worden. Uiteraard hebben ook wij kennis genomen van de implementatierichtlijn voor het uitwisselen van de gegevens, maar we zien tegelijkertijd ook dat Nederland dan toch weer een beetje als braafste jongetje van de klas voorop wil lopen. De implementatie was voorzien voor 1 januari 2026. Na Pijler 2 krijgen wij toch een beetje een déjà vu. Bij de Wet minimumbelasting liep Nederland ook voorop. Achteraf bleek dat de grote economieën zoals China en Amerika eerder terugtrekkende bewegingen maakten. Die parallel zou ik toch willen leggen, want we hebben recent — ik meen vorige week — een brief ontvangen van de staatssecretaris waarin staat dat in ieder geval de Amerikaanse participatie in Pijler 2 afwijkt door middel van een soort Side-by-Sidepakket. Dat wordt een afgezwakte vorm van de Wet minimumbelasting. De logische vraag is dan eigenlijk of ons dat nu ook staat te wachten met DAC8? Ik wil dat weten voordat we allemaal ambtenaren gaan optuigen en gegevens uitwisselen en dan achteraf blijkt dat we het toch moeten herzien en er weer wetswijzigingen komen. Ik heb inmiddels namelijk begrepen dat er ook voor Pijler 2 weer een wetswijziging aan zit te komen.
Voorzitter. Los van de implementatie blijkt deze richtlijn vooral erg kostbaar en complex te zijn. Er zullen maar liefst 126 fte nodig zijn. Dan is de vraag natuurlijk: zijn die überhaupt? Het zijn cryptospecialisten. De markt zal daarmee nog dunner bezaaid zijn dan voor technisch personeel überhaupt. De complexiteit in de controle zit 'm in erin dat cryptotransacties vaak over verschillende platforms en verschillende landen lopen. Welke oplossing heeft de staatssecretaris hiervoor bedacht?
Dan nog heel concreet. We zien dat enthousiaste cryptobeleggers hun crypto vooral in zogenaamde hardware wallets hebben ondergebracht — die zijn hardwarematig en fysiek, op een usb-drager — of vooral transacties doen tussen self-hosted wallets, zoals ze dat noemen. In het geval van self-hosted wallets gaat het onderling, zonder een derde. Derden moeten nu juist met cryptoaanbieders gegevens uitwisselen. Hoe gaat het dan met dit soort wallets in z'n werk? En wat zijn de gevolgen hiervan voor de budgettaire opbrengsten? Ik meen te hebben gelezen dat voor Nederland zo'n 80 miljoen euro zou worden beoogd. Op Europees niveau schijnt het iets meer te zijn, maar voor Nederland is het slechts zo'n 80 miljoen. Wellicht kan de staatssecretaris daar ook op reageren.
Hoe gaat de Belastingdienst controleren dat deze cryptotransacties en de aanbieders daarvan zich niet gaan verplaatsen naar landen waar geen gegevensuitwisseling mee plaats gaat vinden, aangezien het toch allemaal in het digitale domein plaatsvindt? Het is namelijk heel erg eenvoudig: als de servers in een ander land staan waar geen gegevensuitwisseling mee is, zou je kunnen beredeneren dat er geen gegevensuitwisseling hoeft plaats te vinden.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Ook dat was kort en bondig. Dank aan de leden. Ik kijk even naar de staatssecretaris om te zien hoeveel tijd hij nodig heeft om de beantwoording voor te bereiden.
Staatssecretaris Heijnen:
Zou ik het mogen ophogen naar tien minuten?
De voorzitter:
Tien minuten? Dat is prima. Zeker. Dan schorsen we een minuut of tien en gaan we daarna verder.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het wetgevingsoverleg over de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva. We zijn toe aan de termijn van de regering. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Heijnen:
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng. Ook dank aan de heer Bushoff, die nu niet meer in de zaal is, voor zijn aanwezigheid; heel fijn. Ik heb de vragen gehoord. Volgens mij kan ik die in drie delen onderbrengen: vragen over uitvoerbaarheid, vragen over wat het betekent voor de opbrengst en hoe DAC8 zich verhoudt tot de huidige box 3 en het nieuwe box 3-stelsel, en een aantal specifieke digitale vragen, met name van de heer Vlottes. Langs deze lijn wil ik de vragen beantwoorden.
De eerste vraag gaat over de capaciteit van de 126 fte, met name wat betreft de cryptoanalisten. Alle drie de leden stelden die vraag. Laat ik beginnen met aan te geven dat dit bekend is. Nederland is verplicht uitvoering te geven aan DAC8; dat is een gegeven. Op grond van de uitvoeringstoets is de Belastingdienst van mening dat DAC8 uitvoerbaar is; dat heeft u ook kunnen lezen in de uitvoeringstoets. We hebben daarvoor als Belastingdienst een projectstructuur ingericht. We hebben afgelopen jaar op basis van een projectplan gewerkt naar de implementatie. De uitvoering loopt op schema, dus dat gaat goed. Op dit moment gaan we ervan uit dat we voldoende fte hebben voor de uitvoering. We hebben er in ieder geval niet te weinig. Dat gaat dus goed.
Als je specifiek kijkt naar cryptospecialisten — ook de heer Vlottes vroeg daarnaar — klopt het dat die mensen gewild zijn in de markt. Op dit moment werken er 25 cryptospecialisten bij de Belastingdienst. Van de 126 fte zijn er dus 25 cryptospecialisten. Je zou dus kunnen zeggen dat dat 20% is. Dat is, denk ik, goed. Dat voor wat betreft de uitvoerbaarheid en de uitvoering.
Dan de vraag van mevrouw Van Eijk. DAC8 vraagt op dit moment met name transactiegegevens op. Die zijn misschien in het nieuwe box 3-stelsel interessant, omdat het daadwerkelijk rendement wordt belast. Maar hoe zit dat in het huidige box 3-stelsel, waarbij er min of meer op basis van vermogens belasting wordt geheven in plaats van op basis van daadwerkelijk rendement? Een van de doelen van DAC8 is fiscale transparantie; dat is bekend. De rapportage is dan ook het resultaat van de onderhandelingen in Europa. Het klopt dat er geen saldi worden gerapporteerd. Desalniettemin zijn de transactiegegevens die wel worden gerapporteerd waardevol voor de controle van de aangifte. Ze kunnen ook na ontvangst bewerkt worden, zodat we ze kunnen gebruiken om de aangifte te selecteren voor controle. In die zijn ze dus zeker bruikbaar, niet alleen in het huidige box 3-stelsel, maar naar verwachting ook zeker in het nieuwe box 3-stelsel.
Dan een combinatie van uitvoerbaarheid en verwachte opbrengst. Daar waren ook vragen over. Op dit moment is de becijferde opbrengst 79 miljoen. Daarvoor zijn, zoals bekend, 126 extra fte nodig. Die berekening is gemaakt op basis van een aantal uitgangspunten over de omvang van het cryptobezit per cryptogebruiker, het daarmee gemoeide fiscale belang en het niveau van compliance, dus in hoeverre men op dit moment netjes aangifte doet van zijn bezit. Maar dat zijn onzekerheden. We hebben een aantal uitgangspunten moeten nemen. Zo komen we aan die 126 fte. Vanwege die onzekerheden hebben we besloten een nieuw ijkmoment in te voeren voor de uitvoeringstoets, eind dit jaar, eind 2026. Dan wordt opnieuw gekeken of die 126 fte inderdaad voldoende zijn. Dan kan er ook nader gekeken worden hoe dat zich nu precies verhoudt tot de verwachte opbrengst van DAC8, die 79 miljoen.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank voor deze toelichting. De inzet vanuit de Belastingdienst op toezicht en handhaving in relatie tot een eventuele opbrengst en in hoeverre hier misbruik van wordt gemaakt, is natuurlijk altijd onderdeel van de discussie over het handhavingsplan van de Belastingdienst. Ik ben niet helemaal bij met het lezen van de stukken over de Belastingdienst, dus waarschijnlijk heeft het al ergens bij gezeten, maar kan de staatssecretaris toezeggen hier in aanloop naar het commissiedebat over de Belastingdienst — dat staat volgens mij ergens in april of mei gepland — nog specifiek bij stil te staan? Het gaat steeds meer over de inzet van schaarse capaciteit, die je wil inzetten waar je de meeste impact wil maken of waar de kans op misbruik of fraude het grootst is. Misschien kan hij daar nog iets over zeggen.
Staatssecretaris Heijnen:
Die toezegging doe ik graag — niet voor mijzelf, maar voor mijn opvolger, wie dat ook moge zijn. Ik heb ook niet zo paraat wat erover in het handhavingsplan staat, dus ik denk dat het heel goed is om daar nog een keer specifiek aandacht aan te schenken voorafgaand aan het debat.
De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.
Staatssecretaris Heijnen:
Even vooruitlopend op het debat hierna over box 3, kom ik nu specifiek even op de verhoudingen tussen DAC8 en het nieuwe box 3-stelsel. Zoals gezegd: in de huidige box 3 is alleen de waarde relevant. Onder het toekomstige stelsel moet het werkelijk rendement worden berekend. Hiervoor zijn er meer gegevens nodig. Cryptobezit valt zo meteen onder de vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat er gekeken wordt naar de waardeverandering in het belastingjaar. Als het gaat om de onttrekkingen en de stortingen zoals die bekend zijn, zijn dan ook de transacties van belang. In die zin is het feit dat die aan- en verkopen nu met DAC8 worden gerapporteerd, zeker nuttig. Dit draagt bij aan een effectievere controle en een effectievere handhaving.
We hebben het net over de verwachte opbrengst gehad, dus dan kom ik nu op een aantal digitale vragen van de heer Vlottes, te beginnen met Pijler 2. Pijler 2 en DAC8 zijn in die zin vergelijkbaar dat het beide internationale afspraken zijn over fiscale regelingen; dat klopt. Maar wij verwachten niet dat we bij DAC8 dezelfde situatie krijgen als bij Pijler 2. Bij Pijler 2 ging het met name over landen die niet aan DAC8 meedoen. Lees: de VS en China. Daarnaast zijn we als Nederland ook gewoon verplicht om DAC8 te implementeren conform de richtlijn. Wij verwachten dus niet heel concreet dat landen terugtrekkende bewegingen gaan maken. Vanuit die optiek denken wij ook dat wij moeten doorgaan met de implementatie zoals we van plan zijn.
Dan werd er specifiek gevraagd naar de oplossing voor de hardware wallets en de self-hosted wallets. Naar ik nu begrijp, zijn dat wallets die onderling transacties doen. De vraag is hoe we kunnen controleren dat crypto niet verplaatst naar landen waarmee er geen gegevensuitwisseling is. Ik ben het met de heer Vlottes eens dat dit een uitdaging is, maar onder DAC8 worden ook transacties gerapporteerd van overboekingen naar hardware wallets. Ook op dit moment, zonder DAC8, zouden dit soort transacties en resultaten in feite al meegenomen moeten worden, ook binnen het nieuwe stelsel voor box 3. DAC8 biedt de Belastingdienst een aanknopingspunt om cryptobezittingen inzichtelijk te krijgen die niet via rapporterende cryptodienstverlening worden aangehouden. Ruim 60 landen en alle EU-lidstaten gaan via de CARF, de internationale gegevensuitwisseling, per 1 januari 2026 zaken uitwisselen. Dat zijn er dus heel veel. Daarnaast monitort het Global Forum landen die een grote crypto-industrie hebben. Kunnen we het helemaal uitsluiten? Nee. Maar we gaan ervan uit dat mensen netjes aan hun fiscale verplichtingen voldoen, rapporteren en aangeven wat ze moeten aangeven. Gezien het grote aantal landen dat deelneemt aan DAC8, rechtstreeks of via de CARF, denken wij dat dit risico klein is en in ieder geval niet leidt tot een verminderde opbrengst.
Dat waren mijn antwoorden.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Ook dat was een bondige termijn. Ik kijk nog even naar de leden. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan gaan we deze vergadering beëindigen. We gaan in principe 27 januari, volgende week dinsdag, stemmen over de wet. Ik zie u allen straks bij het debat over box 3. Dat begint om 11.30 uur. De vergadering is gesloten.