[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]
Datum 2025-03-04. Laatste update: 2025-03-10 17:33
Klompezaal
Tussenpublicatie / Ongecorrigeerd

Externe veiligheid

Opening

Verslag van een commissiedebat

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 4 maart 2025 overleg gevoerd met de heer Jansen, staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, over Externe veiligheid.

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat,

Peter de Groot

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat,

Schukkink

Voorzitter: Heutink

Griffier: Koerselman

Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Bamenga, Boutkan, Buijsse, Gabriëls, Heutink en Kostić,

en de heer Jansen, staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.

Aanvang 16.37 uur.

Externe veiligheid

Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 17 oktober 2024 inzake verzamelbrief vuurwerk (28684, nr. 745);
  • de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 15 november 2024 inzake RIVM-rapport Radon in Nederlandse woningen, op reguliere werkplekken en voor het publiek toegankelijke gebouwen. Resultaten meetcampagne 2022-2023 (25422, nr. 305);
  • de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 12 december 2024 inzake verzamelbrief nucleaire veiligheid en stralingsbescherming Q4 2024 (25422, nr. 306);
  • de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 6 december 2024 inzake kabinetsreactie tweede advies Expertgroep Gezondheid IJmond (28089, nr. 331);
  • de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 21 januari 2025 inzake uitvoering van verschillende acties bij beleid chemische stoffen (22343, nr. 408);
  • de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 18 februari 2025 inzake reactie op toezeggingen gedaan tijdens het debat van 28 januari 2025 over ongeregeldheden jaarwisseling 2025 (28684, nr. 771).

De voorzitter:

Een hele goede middag. Wij beginnen iets later aan dit debat over externe veiligheid in verband met wat plenaire verplichtingen. Daar is op dit moment een afscheid gaande. De verwachting is dat we zo rond 16.45 uur gaan starten. Ik zie u allen zo meteen terug.

De voorzitter:

Een hele goede middag gewenst. Welkom bij dit commissiedebat Externe veiligheid. Ik open hiermee de vergadering. Allereerst van harte welkom aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, die de vragen van de commissie zal beantwoorden. Ook van harte welkom aan alle leden, de mensen op de tribune en de mensen die thuis meekijken. We gaan zo meteen beginnen met de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik wil met jullie afspreken dat ik in de eerste termijn van de Kamer drie interrupties toesta. In de termijn van de kant van het kabinet wil ik vijf interrupties toestaan. Zo kunnen we er volgens mij een mooi debat van maken met elkaar.

Ik wil beginnen met de eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat is meneer Boutkan van de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.

De heer Boutkan (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ik lees in de brief van de staatssecretaris met de titel "Handhaving milieuwetgeving" van 21 januari 2025 het volgende. "Het ministerie van IenW werkt, in samenwerking met het ministerie van Klimaat en Groene Groei, aan een wetsvoorstel voor een circulairplasticnorm. Het oogmerk van het wetsvoorstel is vanaf 2027 verwerkers van polymeren te verplichten om een minimumpercentage fossiele polymeren te vervangen door gerecycleerde of biogebaseerde polymeren." Complimenten aan de staatssecretaris, want het Engels is eruit gesloopt, lees ik. Keurig! Mijn vraag is: hoe moet de PVV dit, wat ik zojuist heb voorgelezen, nu lezen ten opzichte van het verbod per 1 januari '26 met betrekking tot kartonnen bekers voorzien van een biogebaseerde polymeer?

Voorzitter. Ik lees in dezelfde brief: "De circulairplasticnorm biedt recyclers en producenten van circulair plastic perspectief door een afzetmarkt te creëren voor circulair plastic." Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe deze zin rijmt met de praktijk van alledag, waarin wij regelmatig lezen dat juist bedrijven in deze sector failliet gaan. Op eerdere vragen van de PVV over deze materie antwoordde de staatssecretaris nog dat dit tijdelijk zou zijn. Mijn vraag is of de staatssecretaris nog steeds van mening is dat het een tijdelijke situatie betreft.

Dan mijn volgende onderwerp. De staatssecretaris schrijft in de beantwoording op het tweede advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond onder andere het volgende. "In de regelgeving zorgen we voor aanscherpingen, waardoor het bevoegd gezag beter in staat is om verbeteringen voor omwonenden die niet nu met de maatwerkafspraak worden gerealiseerd, via vergunningverlening, toezicht en handhaving af te dwingen." Voor alle duidelijkheid: de PVV is géén tegenstander van verbeteringen voor omwonenden met betrekking tot de gezondheid. Mijn vraag aan de staatssecretaris is middels welke regelgeving hij de aanscherpingen wil realiseren en binnen welk tijdvak hij dat wil doen. Daarop aansluitend vraag ik hoe dit zich verhoudt tot de zorgelijke ontwikkeling van onze industrie ten opzichte van het buitenland.

Voorzitter. In dezelfde brief spreekt de staatssecretaris over de door de PVV aangehaalde koppen, en wordt er een technische toelichting gegeven hoe het nu precies zit. Maar hoe zit het nou eigenlijk precies? Zijn deze koppen, zoals wij die genoemd hebben, nou koppen van het vorige kabinet bovenop Europees beleid? Worden die nu dus uitgevoerd? Hoe verhoudt zich dat nu tot de gemaakte afspraken?

Tot zover in eerste termijn, voorzitter.

De voorzitter:

Keurig binnen de tijd, meneer Boutkan. Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie dat u geen interrupties heeft. Dan wil ik graag door met de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Dat is meneer Gabriëls namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Dit keer wil ik beginnen met een compliment ten aanzien van de brief over chemische stoffen. Die brief was duidelijk en laat ook zien dat er vorderingen zijn op het gebied van kennisontwikkeling, waardoor omgevingsdiensten beter kunnen handhaven ten gunste van ons leefmilieu. Er staat ook in dat het juridisch onderzoek naar het beter verankeren van het voorzorgsprincipe in de wet is afgerond. Die toezegging hebben we al heel vaak gevraagd. Mijn vraag is dan ook wanneer het voorstel ter versterking van het voorzorgsprincipe in de wet, zoals in oktober 2023 via de motie gevraagd is, naar de Kamer komt.

Vorig jaar bleek dat er ondanks de minimalisatieplicht bij uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen toch meer zeer zorgwekkende stoffen werden uitgestoten bij 125 bedrijven. De Kamer nam daarop een motie aan om in gesprek te gaan met de provincies over het handhaven op deze bedrijven. Wat is de stand van zaken ten aanzien van de uitvoering van die motie? In het verlengde daarvan: ook vorig jaar kwam het goede nieuws dat alle pfas op de lijst met zeer zorgwekkende stoffen worden gezet en dat daar dus per direct een minimalisatieplicht voor gaat gelden. Hoe gaat het met de implementatie en de handhaving van die verplichting? Kan de staatssecretaris ook iets vertellen over de Rijkscoördinator PFAS die is aangesteld voor de werkzaamheden en hoe dat gaat?

Dan Tata Steel. Bijna een jaar geleden is er een motie aangenomen om per direct te starten met het opstellen van een GER, een gezondheidseffectrapportage, en een tweede motie om die GER ook randvoorwaardelijk te verankeren in de afspraken die met Tata gemaakt worden. Het lijkt erop dat er nog geen openbare, volwaardige MER ligt, laat staan een GER. Hoe kan het kabinet dan nog volhouden dat het thema gezondheid concreet meegenomen wordt in de onderhandelingen? Wij zijn daar niet van overtuigd, maar de Kamer heeft er wel om gevraagd en de expertgroep staat er klaar voor. Kan de staatssecretaris toezeggen dat er zo snel mogelijk een GER komt op basis van de concept-MER en de methodiek van het RIVM, en dat die GER als harde voorwaarde verankerd wordt in de maatwerkafspraken zoals gevraagd in die moties?

De extra gezondheidsafspraken die zullen volgen uit de gezondheidseffectrapportage moeten natuurlijk ook juridisch geborgd zijn. Onder de huidige wet- en regelgeving kunnen de omgevingsdiensten toezicht houden en handhaven, maar er volgen straks ook bovenwettelijke extra gezondheidseisen via de maatwerkafspraken. Hoe worden die extra gezondheidseisen dan juridisch geborgd? Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij per brief inzicht geeft in hoe hij die gezondheidseisen juridisch gaat borgen?

Dan nog een blik naar de toekomst. Wat zijn de consequenties als een bedrijf na het afronden van de maatwerkafspraken toch afspraken overtreedt of als blijkt dat de gezondheid in de praktijk niet geborgd wordt? Kan de staatssecretaris toezeggen met een brief te komen waarin al die consequenties staan? Je wilt voorkomen dat, als alles straks op papier heel goed geregeld is, er in de praktijk niet veel verandert en dat de omgevingsdiensten met de rug tegen de muur staan, omdat niet duidelijk is hoe zij kunnen handhaven of wat zij dan in de praktijk nog kunnen. Is het na de maatwerkdeal straks mogelijk om vergunningen in te trekken of aan te scherpen? En hoe beïnvloedt dat de maatwerkafspraken?

We hebben het nogal schokkend gevonden dat de staatssecretaris in zijn brief schreef dat hij niet alle adviezen van de expertgroep wil overnemen. Hij schrijft dat het kabinet geen verwachtingen wil wekken die niet waar te maken zijn. Dat is niet wat de Kamer heeft gevraagd en het komt over alsof er bij voorbaat al water bij de wijn wordt gedaan op het gebied van gezondheid. Dat is gewoon onacceptabel, zeker in combinatie met het ontbreken van de MER en de GER.

Dan alle regelgeving rondom bodemas. De krantenartikelen vliegen ons om de oren. In Limburg pfas in Beaumix, in Gelderland gebruik van immobilisaat, in West Betuwe gebruik van Duomix en in Beetsterzwaag problemen met menggranulaat. Het voldoet aan de regels, maar toch zien we tranende ogen, hoestbuien, bloedneuzen, plastic in bossen en pH-waardes in bossen die net zo hoog zijn als die van gootsteenontstopper. En dan wordt er gezegd "het is circulair gebruik" en "het kan gebruikt worden, mits goed toegepast". Die opmerkingen zijn heel storend. Introduceer een vergunningsplicht die per direct ingaat bij gebruik van bijvoorbeeld staalslakken, menggranulaat, immobilisaat, Beaumix en Duomix.

In de zomer, zo hebben we gelezen, wordt de Kamer geïnformeerd over de nieuwe regelgeving. Mijn vraag aan de staatssecretaris is wat we precies kunnen verwachten. Een aanscherping om het milieu te beschermen? Kan de staatssecretaris dan toezeggen dat hij de voorbeelden van waar het nu mis is gegaan, meeneemt in de brief die de Kamer gaat krijgen over nieuwe bodemregelgeving? Gewassen bodemas schijnt veiliger te zijn dan niet-gewassen bodemas. Kunt u toezeggen dat u de regels dusdanig gaat herzien dat het gebruik van de veilige variant, dus de gewassen bodemas, bevorderd wordt ten opzichte van de onveiligere variant?

Tot slot. Het overleg fysieke leefomgeving dat gestart is na de presentatie van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid lijkt te zijn mislukt. Die dialoog is gestrand, zo schrijven de inwoners die deelnemen. Letterlijk schrijven ze: er zijn geen fundamenten gevonden voor een structureel gelijkwaardig, effectief en veilig overleg. Kan de staatssecretaris hierop ingaan? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat de omwonenden een serieuze stem blijven houden in dit overleg?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw inbreng. U heeft 15 seconden gesmokkeld, maar dat tellen we voor deze ene keer dan maar goed.

De volgende spreker aan de zijde van de Kamer is het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter. Ik wil toch weer beginnen met uitspreken wat een mooi voorbeeld het is dat we, als het gaat om Tata Steel en omwonenden, samen optrokken met onder andere de PVV, NSC, maar ook de progressieve partijen om de gezondheid van omwonenden goed te borgen. Dat hebben we laten zien in 2024. We hebben een duidelijke boodschap meegegeven aan het kabinet: dat moet gewoon goed geborgd worden in de maatwerkafspraken. De Expertgroep IJmond is daar gewoon de autoriteit voor. Daar moet je gewoon strikt naar luisteren. De GER is daar randvoorwaardelijk voor. We zien nu onderhandelingen achter de schermen, waar de Kamer eigenlijk nauwelijks meer een vinger op kan leggen, terwijl het kabinet tegenstribbelt ten opzichte van de Kamer.

Ik vraag me tegelijk iets af. Ik benadruk het wel vaker, omdat het, denk ik, wel relevant is: ik heb heel veel met Tata Steel samengewerkt, met het dossier, vanuit Noord-Holland. Daarin zag ik een Tata Steel dat tegenstribbelt, dat zich verzet tegen elke mogelijke dwangsom van de provincie. Ik zag dat een burger zich moet verzetten tegen de overheid en Tata Steel om maar iets van bescherming van de gezondheid af te dwingen. Gelukkig zijn daar stappen in genomen. Dit is echter wel al een hele tijd de houding van het bedrijf. In de jaren negentig zijn er met het bedrijf afspraken gemaakt over de concrete reductie van giftige stoffen, van sommige stoffen tot 90%. Die doelen zijn nog steeds niet gehaald. Dat is hoe Tata Steel werkt en hoe het normaal gesproken met afspraken gaat.Dat wil de Partij voor de Dieren in ieder geval voorkomen. We zien ook dat ze stellen dat ze de hoeveelheid zeer zorgwekkende stoffen, met name de kankerverwekkende paks,in het verleden met 50% hebben gereduceerd. Dat is een van de zaken die we zijn tegengekomen. Dan blijkt, zegt ook de Reclame Code Commissie, dat Tata Steel heeft gelogen en er nu zelf op terug moest komen. Hun paks zijn zelfs vermeerderd. Dat is het bedrijf waar we mee te maken hebben.

Voorzitter. Ik benoem dit omdat we daar ook een motie over hebben aangenomen, die ertoe oproept ervoor te zorgen dat de metingen echt onafhankelijk, met afstand van Tata Steel, worden geborgd en ervoor te zorgen dat we dat goed kunnen controleren. Dat zegt ook de Expertgroep IJmond.Dat is nog onvoldoende meegenomen. Ik vraag dus de staatssecretaris nogmaals om dat sterker te borgen dan nu in de brief lijkt te staan.

Een milieueffectrapportage is een belangrijke indicatie van wat nou de plannen van Tata, en dus de deal die we gaan maken, gaan doen met de leefomgeving. Alleen had die MER in december geleverd moeten worden door Tata. Die is niet geleverd; er kwam opeens een concept-MER. En terwijl Tata tegen omwonenden zei "geen probleem, dat delen we met jullie", zei Tata toen het puntje bij het paaltje kwam "nee, dat gaan we niet delen." Er ligt dus een concept-MER, die heel belangrijk is om de gezondheidseffectrapportage te doen, die belangrijk is voor de onderhandelingen, om te kijken welke kant het op gaat en wat de plannen waarover we nu aan het onderhandelen zijn eigenlijk überhaupt opleveren qua gezondheidswinst, qua milieuwinst. De MER wil niet geleverd worden.

Ik weet dat er bepaalde gangbare procedures hieromtrent zijn, maar de maatwerkafspraken zijn bovenwettelijk, dus we kunnen ook hier aan Tata vragen om die MER alvast te delen, desnoods onder embargo, zodat we daarmee alvast kunnen rekenen. Dat delen hoeft niet met ons, maar juist met degenen die de MER moeten hebben. Dat zijn de gezondheidsexpertgroep,het RIVM en onze eigen onderhandelaars van de Kamer. Ik vraag de staatssecretaris daarover echt een toezegging te doen, want anders moet ik daar natuurlijk een ander instrument voor inzetten. Dat zou jammer zijn, gezien het verleden en de wens van de Kamer.

Voorzitter. Dan over de toezeggingen richting de Kamer. Ik had een toezegging over een schriftelijke reactie op het rapport van expert Coenrady over de vraag of overkapping bij Tata Steel juridisch afdwingbaar is. Die heb ik nog niet ontvangen. Ik ontvang die graag zo snel mogelijk, hopelijk deze maand nog. Ik had ook een toezegging om terug te komen op wat de Greenpeace-uitspraak betekent voor Tata Steel en eventueel voor de maatwerkafspraken.

Voorzitter. Dan de actieagenda Industrie en Omwonenden. Dat is een hele belangrijke agenda op basis van het OVV-rapport, waaruit bleek dat omwonenden inderdaad jarenlang zijn achtergesteld. Daar is een actieagenda uit voortgekomen en er zijn moties aangenomen om die actieagenda ongeveer nu, medio 2025, aan te scherpen. Ik vraag de staatssecretaris wanneer dat gebeurt. Er zitten nogal wat onderzoeken onder. Er is ook een motie van de heer Grinwis aangenomen om aan die hele actieagenda een soort tijdlijn te koppelen. We hebben alleen nog steeds geen tijdlijn van wanneer die acties uitgevoerd worden, van wanneer er tussenrapporten komen, van wat we daarmee gaan doen. Ten slotte: hoe worden de omwonenden betrokken? Dus mijn vraag aan de staatssecretaris: kan hij deze maand nog komen met inderdaad een duidelijke tijdlijn van wanneer wat wordt uitgevoerd en een plan van hoe de omwonenden betekenisvol worden betrokken? Ik verwijs nogmaals naar de brief die is gestuurd naar de staatssecretaris en de Kamerleden: omwonenden zien dat het centrale punt van het OVV-rapport, namelijk dat omwonenden een stem moeten hebben in het besluitvormingsproces, nu totaal niet aan de orde is.

De voorzitter:

Ik ga u nu ook onderbreken, maar ik neem aan dat u ook hebt afgerond nu. Helemaal goed. Dank u wel voor inbreng.

Dan wil ik het woord geven aan de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Dat is meneer Buijsse namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Buijsse (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil dit debat graag aangrijpen om dieper in te gaan op vuurwerk. Ik weet dat er veel meer agendastukken zijn, maar de Tweede Kamer is op dit moment in gesprek over de initiatiefwet van de leden Klaver en Ouwehand. Wij hebben daar nog vragen over en de agendastukken geven er aanleiding toe om die vragen in dit debat te stellen.

In het verlengde van dit debat wil ik vragen stellen over twee thema's op het Europese speelveld, namelijk het gebruik van de pyro-pass en de inzet op Europees vlak tegen de productie van en illegale handel in zwaar F4-vuurwerk. Allereerst moet er wat de VVD betreft zo snel mogelijk een geharmoniseerd Europees speelveld van aangescherpte regelgeving zijn op het gebied van de verkoop van consumentenvuurwerk, zodat dit leidt tot versnelde actie voor in het bijzonder België en Duitsland. De pyro-pass voor professioneel vuurwerk is vanaf 1 oktober jongstleden in werking getreden in de Benelux. Wat zijn hiermee de ervaringen geweest bij onszelf en, nog belangrijker, bij onze zuiderburen rond de jaarwisseling en de maanden daarna? Hoe zijn de contacten met Duitsland over de pyro-pass? Worden er stappen gezet? Zijn er al indicaties die erop wijzen dat de pyro-pass ervoor zorgt dat er minder zwaar vuurwerk wordt verkocht in onze buurlanden?

We vinden het daarnaast goed dat het kabinet zich inzet tegen de productie van en illegale handel in zwaar F4-vuurwerk. Momenteel loopt er een evaluatie van de Pyrorichtlijn. Kan de staatssecretaris een inschatting geven van hoe hij de situatie beoordeelt? Is er op korte termijn zicht op strakkere regelgeving op dit vlak vanuit Europa? Zal er een verbod komen op de productie van zwaar vuurwerk en de verkoop daarvan aan consumenten in heel Europa? Hoe ziet het proces vanaf nu eruit? Wil de staatssecretaris de Kamer specifiek informeren over dit onderwerp, zodra er meer vanuit Brussel beschikbaar komt over de evaluatie en/of de besluitvorming in het kader van de Pyrorichtlijn? Wat is de inzet van Nederland en wie zijn onze partners bij deze agenda?

Voorzitter. Als laatste heb ik een specifieke vraag aan de staatssecretaris naar aanleiding van het overleg dat hij op verzoek van de VVD heeft opgepakt met zowel het Veiligheidsberaad, dat de brandweer aanstuurt, als de vuurwerkbranche. Daarom werd verzocht in het vorige commissiedebat Externe veiligheid. Dit overleg is ontstaan nadat de VVD vragen heeft gesteld over de omissies in de interpretatie van wetgeving rondom de vuurwerkopslag in wijken. Deze omissies lijken nog niet volledig opgelost te zijn. Zo blijft de staatssecretaris er bijvoorbeeld op inzetten dat alle gemeentes in Nederland hun APV dienen aan te passen voor het borgen van de regels. Dit zal tot onwerkbare en onwenselijke situaties leiden voor zowel de gemeentes, in het kader van aansprakelijkheidsproblemen, als de branche, als het gaat om de willekeur tussen gemeentes. De staatssecretaris moet hier wat de VVD betreft een duidelijke handreiking doen. De vraag is wat zijn gedachtes hier op dit moment over zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor uw inbreng. U bent nog niet klaar, want ik zie dat er nog een aantal vragen zijn richting u, allereerst van meneer Boutkan namens de PVV. Gaat uw gang.

De heer Boutkan (PVV):

Ik heb een vraag aan de heer Buijsse van de VVD. Zijn vraag gaat over de pyro-pass. Bereidt de VVD zich daarmee voor op een algeheel vuurwerkverbod voor particulieren?

De heer Buijsse (VVD):

Deze vraag had ik ergens natuurlijk wel verwacht. Zoals bekend voeren we in de Kamer een debat over de initiatiefwet die de heer Klaver en mevrouw Ouwehand ondernomen hebben. De VVD heeft hierover op dit moment nog geen standpunt. We hebben nog heel veel vragen en we grijpen dit debat aan om meer antwoorden te krijgen, zodat we een standpunt kunnen innemen. We hebben nu dus nog geen standpunt.

De voorzitter:

Meneer Boutkan heeft een vervolgvraag.

De heer Boutkan (PVV):

Het is duidelijk dat de VVD op dit moment nog geen standpunt heeft ingenomen, gezien de verzoeken om uitstel en dergelijke. Maar ik ga hier toch op door. Heeft u de antwoorden over de pyro-pass echt nodig of is dat de excuustruus om te komen tot een algeheel vuurwerkverbod?

De heer Buijsse (VVD):

Die antwoorden hebben we zeker nodig. We hebben een breed pakket aan vragen, die zijn onderverdeeld in een aantal classificaties. Maar let wel: de Europese regelgeving, waaronder de pyro-pass, is voor ons van groot belang als het gaat over vuurwerk. Als we in Nederland overgaan tot een verbod, dan kan er in Europa nog steeds heel veel vrijelijk beschikbaar zijn, zodat het vuurwerk alsnog via wegen ons land in komt. Wij willen hierin afgewogen keuzes kunnen maken en serieus nadenken over de rol van Europese regelgeving bij een mogelijk verbod.

De voorzitter:

Er is nog een vraag van de heer Gabriëls. Gaat uw gang.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Ik zou graag van de heer Buijsse van de VVD willen weten hoe hij denkt over het juridisch borgen van gezondheidsafspraken in de maatwerkafspraken met Tata.

De heer Buijsse (VVD):

Ik heb me niet voorbereid op deze vraag, maar ik denk dat de maatwerkafspraken als zodanig al een hele goede en belangrijke stap vooruit zijn om de gezondheid van omwonenden te borgen. Dat geldt voor de medewerkers natuurlijk net zo goed. Er is een Expertgroep IJmond, die tot tweemaal toe advies heeft uitgebracht. Het kabinet heeft daar een reactie op gegeven. Wij volgen het kabinet daarin. We zijn ook geïnteresseerd in hoe het kabinet reageert op wat juridisch haalbaar is. Het is niet aan mij om daar een oordeel over te hebben, maar we kijken met interesse uit naar de reactie van de staatssecretaris.

De voorzitter:

Er is nog een vervolgvraag van de heer Gabriëls.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel voor het antwoord, maar de maatwerkafspraken van Tata borgen niet direct de gezondheid, zoals in de brief staat die de staatssecretaris naar ons heeft gestuurd. De Kamer heeft daar wel om gevraagd. Hoe denkt de VVD over, laten we zeggen, de gezondheid van de omwonenden van Tata en de juridische borging in de maatwerkafspraken? Moeten die worden afgedwongen of laten we dat, zoals nu in de brief staat, vrij en nog niet concreet? Gaan we wachten omdat er nog geen MER en GER zijn? Hoe denkt de heer Buijsse over het feit dat de maatwerkafspraken lopen, maar dat er nog niets bekend is over gezondheid? Is dat voldoende voor de VVD?

De heer Buijsse (VVD):

Of het voldoende is of niet hangt natuurlijk af van hoe de maatwerkafspraken tot een vervolg komen. Nogmaals, ik denk dat de maatwerkafspraken een serieuze bijdrage gaan leveren aan de gezondheid van medewerkers en omwonenden. Ik heb natuurlijk zelf ook ervaring met gezondheidsdossiers, vooral in het buitengebied, in veehouderijrijke gebieden. Als je heel hoge en ambitieuze doelen gaat nastreven, bijvoorbeeld omdat er vanuit de WHO criteria voor zijn opgesteld, dan snap ik enerzijds de behoefte om daarnaar te streven. Dat zijn namelijk onderbouwde criteria. Tegelijkertijd kan het misschien ook een goede afweging zijn als je iets van de criteria af blijft, maar dan wel de zekerheid kan creëren dat er zaken op gang komen. Die afweging ligt op dit moment bij het kabinet. Ik heb het gevoel en de informatie dat daar op een serieuze manier naar wordt gekeken. Ik wil niemand onnodig in de wielen rijden door hier te specifiek op te antwoorden.

De voorzitter:

Meneer Gabriëls, uw derde en laatste interruptie. Gaat uw gang.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Uit de brief blijkt dat er nog weinig concreet is. Er ligt geen milieueffectrapportage en geen gezondheidseffectrapportage. We zijn wel al bezig met afspraken. Hoe concreet is voor u de wens om gezondheid daadwerkelijk als juridisch bindend op te nemen in de maatwerkafspraken?

De heer Buijsse (VVD):

Ik denk dat het voor de VVD relevant is om te weten wat de potentiële gezondheidseffecten zijn op basis van de maatwerkafspraken. Voor ons is het helemaal niet uitgesproken dat dit geborgd moet worden in een GER. Dat ga ik hier ook niet doen. Het is aan het kabinet om ons daar nader over te informeren.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Kijk, het stereotype beeld van de VVD is dat ze er zijn voor de grote vervuilers. Maar ik weiger dat te geloven. Het is 2025. Ik heb hier een aardige man naast me zitten. We lachen er een beetje om, maar ik ken een omwonende die twintig jaar lang heeft aangeklopt bij de provincie om aan iedereen die er misschien iets mee te maken heeft uit te leggen: "Die rauwe cokes is iets technisch. Dat is een overtreding van Tata. Daarin zitten schadelijke stoffen. Dat moet je gaan aanpakken. Dat is gewoon een overtreding van de wet." Die werd jarenlang genegeerd, ook door de provincie. Uiteindelijk heeft die omwonende na twintig jaar toch gewonnen. Daardoor wordt Tata Steel ook wat strenger aangepakt en worden er dwangsommen opgelegd. We zien dat mensen zich zorgen maken, daadwerkelijk minder lang leven en een verhoogd risico lopen op kanker. Dat is allemaal bewezen door het RIVM.

De voorzitter:

Komt u tot een vraag?

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dat in acht nemende: ik hoor de VVD zeggen "dat vinden we belangrijk; die maatwerkafspraken gaan daar op zich al een goede bijdrage aan leveren". Maar dan is mijn vraag aan de VVD: hoe weet u dat? Want we hebben die gegevens niet. De milieueffectrapportage is er niet. De GER is er niet. We hebben geen idee. Waar haalt de VVD dus de informatie vandaan dat het met die maatwerkafspraken sowieso beter wordt?

De voorzitter:

Duidelijk. Hoe weet u dat, meneer Buijsse?

De heer Buijsse (VVD):

Ik probeer het goed onder woorden te brengen. Mijn indruk is weleens — misschien zit ik ernaast — dat aan een GER dezelfde status wordt toegekend als aan de MER, onder andere door uw partij. In een stelsel zoals we dat op dit moment kennen, is dat raar. De status is namelijk niet dezelfde. We willen dat ergens wel als het over deze specifieke situatie rondom Tata gaat. Wij hebben er moeite mee om dat dan zomaar te doen. Ik wil niet zeggen dat we niet naar die gezondheidseffecten zouden streven. Alleen, onze zorg zit bij het voortgangsproces van die maatwerkafspraken, bij de juridische borging die erachter schuilgaat en bij de effecten daarop. Het mag wat ons betreft niet zo zijn dat als iets niet gezond genoeg zou zijn ... Ik gaf zojuist het voorbeeld van hoe het in het buitengebied ook kan gaan. Als je hele hoge ambities nastreeft, dan zouden die in de wielen kunnen rijden van maatwerkafspraken waarmee je al hele grote stappen zou kunnen zetten. Dan heb je uiteindelijk stilstand. Daar is niemand bij gebaat. Daar zit onze zorg. U gebruikt steeds het woord GER. De associatie aan onze kant is dat dat gelijkgesteld wordt aan de MER. Dat betekent: juridische consequenties. Wat ons betreft mag dat er nooit toe leiden dat die maatwerkafspraken daardoor niet doorgaan. Dan heeft namelijk helemaal niemand er iets aan gehad. Daar zit het 'm in.

De voorzitter:

Ik zou toch even willen benadrukken dat de interrupties kort en bondig moeten zijn. We zijn nu echt hele verhalen met elkaar aan het delen. Dat is niet de bedoeling. Dat wil ik hier toch even benadrukken. Lid Kostić, gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik hoor eigenlijk nog steeds geen antwoord op mijn simpele vraag: waar baseert u op dat het sowieso beter gaat worden met die maatwerkafspraken? Maar goed, u heeft het erover dat de GER niet past binnen het systeem. We hebben iets anders. Maar de maatwerkafspraken zijn ook niet een standaard binnen het systeem. Maatwerkafspraken gaan over iets bovenwettelijk regelen. Daarom adviseert de expertgroep en zegt de Tweede Kamer: zorg ervoor dat die gezondheid dan nu echt wordt geborgd. Dat doe je door de MER op orde te hebben en vervolgens de GER goed in te vullen. Dat is gewoon volgens het advies van experts. Waarom bent u dan niet bereid om in dit geval — het is toch al bovenwettelijk — te kijken naar wat de experts zeggen, zodat we die gezondheid goed kunnen borgen? Dan kunt u daar nog in zoeken wat dan bij de VVD past. Maar u lijkt dat nu helemaal te negeren.

De heer Buijsse (VVD):

Ik weet gewoon simpelweg niet welke eisen u stelt aan een GER als het gaat over gezondheidsdoelstellingen. Daarom ga ik daar niet specifiek op in. Want stel dat u bedoelt dat er in een GER hele hoge, ambitieuze gezondheidsdoelstellingen staan, dan kan het zomaar zijn dat de hele maatwerkafspraken uiteindelijk niet door kunnen gaan. Niet alleen voor het belang van Tata Steel, maar ook voor heel veel economieën rondom Tata Steel is het natuurlijk wel belangrijk dat er gewoon maatwerkafspraken komen. Daarmee wil ik ook meegeven dat je in een MER al dusdanig veel kan afleiden voor die gezondheid, niet alleen als het gaat over milieuzaken, maar dus bijvoorbeeld ook over luchtkwaliteit, die uiteindelijk ook gezondheidseffecten heeft. Daar zit het 'm gewoon in.

De voorzitter:

Uw laatste interruptie, lid Kostić. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Wat mijn mening is over de GER en hoe die ingevuld moet worden, doet er niet toe. Daarvoor hebben we ...

De heer Buijsse (VVD):

Nou, wel.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Daarvoor hebben we dus het advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond. Die heeft daarover geadviseerd. Die kan daar samen met het RIVM invulling aan geven. Dat is hoe het zit. Dat is wat de VVD nu negeert.

Maar goed, over de MER vraag ik de VVD, als ze op z'n minst erkent dat die MER belangrijk is en dat die past binnen dat gewone systeem, of ze onze oproep richting de staatssecretaris wil steunen om Tata Steel op te roepen ervoor te zorgen dat het concept van die MER wordt gedeeld met de relevante instanties, volgens het proces dat we nu hebben ingericht. Zo kunnen de expertgroep en het RIVM het in ieder geval inzien en kijken wat voor effect het huidige plan van Tata op die gezondheid heeft.

De voorzitter:

Ik denk dat de vraag duidelijk is. Meneer Buijsse, kunt u die wellicht kort beantwoorden?

De heer Buijsse (VVD):

Ik ben geen expert op het gebied van de MER en op de procesgang op dat vlak. Ik zal daarin het advies van de staatssecretaris volgen. Dus als de staatssecretaris zegt dat het goed is om dat al te doen, dan is dat oké. Is het advies dat we vanwege juridische bezwaren het pad stap voor stap moeten bewandelen en het zorgvuldig moeten doen, dan snap ik hem ook.

De voorzitter:

Tot slot zag ik nog een vraag van meneer Bamenga. Graag kort en bondig, maar dat kunt u als de beste.

De heer Bamenga (D66):

Ook ik weiger eigenlijk te geloven, om de woorden van het lid Kostić over te nemen, dat de VVD er is voor de vervuiler. Daarom mijn vraag: hoe kijkt de VVD naar het feit dat Chemours op dit moment ontzettend veel vervuilt? We zien in België bijvoorbeeld dat 3M helpt bij het opruimen van de vervuiling. Hoe kijkt de VVD ertegen aan als we dat soort overeenkomsten hier zouden treffen?

De heer Buijsse (VVD):

Even voor mezelf: u verwijst nu naar Chemours, neem ik aan? Ja. Het zou me een lief ding waard zijn als Chemours poogt om mee te helpen om het schoner te maken. Nu ik het zo uitspreek, vind ik het ergens ook wel ironisch, zeg ik bijna op persoonlijke titel. Dit weekend is er een initiatief geweest om schone moestuintjes te helpen aanbieden, maar daar is weer commotie over ontstaan. Ik merk gewoon dat de sfeer op dit moment niet oké is. Ik zie dat er investeringen gedaan worden door Chemours om te pogen die sfeer te verbeteren, maar tegelijkertijd, terwijl ik het uitspreek, zie ik bij de omwonenden dat dat nog niet echt lukt. Het wantrouwen blijft en men kijkt er met een bepaald cynisme naar. Ik vind het heel belangrijk dat we uit deze situatie komen, want die is voor niemand vruchtbaar. Voor Chemours is dit zeer demotiverend en voor de omwonenden is het ook zeer ontmoedigend. Het zou me oprecht een lief ding waard zijn om hier in een betere dialoog uit te komen. Dat heb ik in mijn werkbezoeken ook aangegeven, bij Chemours, bij gemeenten en bij omwonenden. Ik zie de inspanningen die ze plegen en daar heb ik bewondering voor, maar, zo zeg ik concluderend, ik zie ook dat we er nog niet zijn. Ik doe dus de oproep dat zowel omwonenden als gemeenten als Chemours zich ervoor blijven inspannen om tot een verbetering van de situatie te komen.

De voorzitter:

Duidelijk. Heeft u nog een vervolgvraag, meneer Bamenga? Gaat uw gang.

De heer Bamenga (D66):

Dank voor de reactie. U zegt dat u wilt dat mensen zich ervoor blijven inspannen dat het beter gaat. Bent u het dan met D66 eens dat er een soort pfas-saneringsplan moet komen, zoals in België gebeurt, om dit op te ruimen?

De heer Buijsse (VVD):

In de basis denk ik "Wie de rotzooi maakt, moet die opruimen", om het zo maar te zeggen. Het is mij ook wel wat waard om daar meer over te weten, dus als u daar zo meteen in uw termijn vragen over stelt, ga ik met interesse luisteren en neem ik uw vraag verder mee in mijn overwegingen.

De voorzitter:

Helemaal goed. Dank u wel voor uw bijdrage. Dan ga ik naar de volgende spreker van de Kamer en dat is de heer Bamenga, van de fractie van D66. Gaat uw gang.

De heer Bamenga (D66):

Dank u wel, voorzitter. Op 52 plekken in Nederland is inmiddels pfas in het grondwater aangetroffen. De kosten om dit op te ruimen lopen op tot tientallen miljoenen en dat is nog maar het topje van de ijsberg, dus hoe houdt de staatssecretaris bedrijven verantwoordelijk voor de vervuiling die zij veroorzaken? 3M in België moet dit jaar een pfas-opruimplan aanleveren. Dat Chemours nu het schoonmaken van omliggende moestuinen gaat betalen, is een begin, al hebben omwonenden daar niet zo veel aan als het bedrijf giftige pfas blijft uitstoten of illegaal blijft lozen, zoals recent bekend werd. Hoe kan het dat onze Vlaamse collega's al tot zo'n overeenkomst zijn gekomen en wij nog niet? Kan de staatssecretaris toezeggen het principe van "de vervuiler betaalt" toe te passen en te onderzoeken of de kosten voor het opruimen van pfas uit onze leefomgeving kunnen worden verhaald op de bedrijven, zoals in België? Wanneer wordt de motie over het stoppen met de pfas-productie in Dordrecht nou uitgevoerd? De Kamer zou eerst voor de zomer, toen in oktober en toen begin 2025 een brief ontvangen over het stoppen met de pfas-productie in 2025. Het is nu begin 2025 en de pfas-productie is nog niet stopgezet en we hebben ook nog geen brief. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Opruimen is één ding, maar je wil toch ook weten waar de gevaarlijke stoffen vandaan komen? Ook dat doen de Belgen beter. Zij hebben een overzicht, maar dit kabinet vindt het blijkbaar acceptabel om nog zeven jaar te wachten om dit op een rij te zetten. Waarom heeft België wel een overzicht van lozingen van pfas en zeer zorgwekkende stoffen en zijn wij daar niet toe in staat? Welke lessen trekt de staatssecretaris uit de aanpak van onze zuiderburen? Kan hij toezeggen deze toe te passen, zodat we uiterlijk 2027 weten waar giftige stoffen onze leefomgeving in stromen?

Van blusschuim weten we wel dat het een bron is. Niet alleen het Amsterdamse Bos raakt vergiftigd. Op een vliegbasis in Leeuwarden werden door het gebruik van blusschuim concentraties gevonden die meer dan 2.000 keer hoger lagen dan de norm. Ik herhaal: 2.000 keer. En dat terwijl de Kamer al langer oproept om met alternatieven te komen. Hoe staat het daarmee? Kan de staatssecretaris toezeggen pfas-houdend blusschuim uit te faseren tot 2030?

Niet alleen Chemours ging in de fout. Ook bij Tata Steel was het weer raak. Tata Steel stoot op dit moment twintig keer te veel uit. Ik ben dan ook blij om te zien dat de omgevingsdienst daarop gaat handhaven en dat de staatssecretaris zich ervoor inzet om de gezondheidsadviezen van de Expertgroep Gezondheid IJmond zo veel mogelijk over te nemen. Een van de adviezen die hij laat liggen, is om de gezondheidseisen voor Tata Steel te vergelijken de eisen die gelden in andere steden. Dat zou niet kunnen omdat elke stad zo anders is. Eerlijk gezegd begrijp ik dat niet echt. Ik zou graag een toelichting hierop krijgen van de staatssecretaris. Hoe staat het verder met de GER-methodiek, die begin dit jaar naar de Kamer zou komen?

Verder wil ik me aansluiten bij wat zojuist gezegd is door de Partij voor de Dieren. Ook vanuit D66 vraag ik of de overkappingen juridisch afdwingbaar zijn. Kan de staatssecretaris toezeggen 90% uitstootreductie daadwerkelijk randvoorwaardelijk te laten zijn voor de maatwerkafspraken, waar de motie-Thijssen toe oproept?

Voorzitter. Met de kennis dat bijna 5% van de totale ziektelasten door een ongezond milieu komt, is weer eens duidelijk dat uitstel geen optie meer is.

Dank u wel.

De voorzitter:

Helemaal goed. Dank u wel voor uw inbreng. Ik heb gehoord dat de staatssecretaris minimaal een halfuur nodig heeft voor het voorbereiden van de beantwoording. Dat betekent dat we eerst overgaan tot de dinerpauze. We schorsen deze vergadering daarom tot 18.20 uur, om elkaar daarna weer te treffen voor de beantwoording van de staatssecretaris. Ik schors hierbij de vergadering.

De voorzitter:

Ik heropen hierbij het commissiedebat Externe veiligheid. Aan de orde is de eerste termijn aan de kant van het kabinet. Ik zou graag aan de staatssecretaris willen vragen of hij, voordat hij begint met de beantwoording, kan aangeven welke blokjes hij voor ons heeft. Voorafgaand aan het debat hebben we afgesproken dat we vijf interrupties hebben vanuit de Kamer richting het kabinet. Ik wil daar ook graag aan vasthouden. Ik verzoek de leden om interrupties kort en bondig te houden. Als de staatssecretaris dat ook kan doen, zou dat heel erg mooi zijn. Dan wil ik hierbij het woord aan de staatssecretaris geven voor de beantwoording in de eerste termijn aan de kant van het kabinet.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter, mag ik een punt van orde maken? We missen nu drie Kamerleden en het zijn er al weinig. Het gaat om belangrijke onderwerpen. Ik zou willen voorstellen om op z'n minst twee minuten te wachten. Het is nu precies twintig over.

De voorzitter:

Ik snap het voorstel, maar we hebben net 50 minuten geschorst. Het is aan iedereen om zelf te bepalen of ze hier op tijd voor dit debat weer aanwezig zijn. De staatssecretaris is aan het begin van het debat ook al heel erg coulant geweest en heeft bijna een halfuur op ons gewacht. Ik vind het goed als we nu gewoon verdergaan met dit debat. Het is aan ieder afzonderlijk om wel of niet op tijd aanwezig te zijn voor de hervatting.

Ik zou graag het woord willen geven aan de staatssecretaris voor zijn beantwoording in de eerste termijn. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Jansen:

Dank u wel, voorzitter. Conform uw wens wil ik aangeven dat ik vier mapjes heb. Het eerste gaat over Tata Steel en de omgevingsdienst voor de veiligheid. Het tweede gaat over zeer zorgwekkende stoffen, waaronder pfas. Het derde mapje gaat over vuurwerk. Het vierde mapje betreft overige onderwerpen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zou ook willen voorstellen dat we de interrupties doen aan het einde van ieder blokje. Dan wil ik de staatssecretaris vragen om te beginnen met het eerste blokje.

Staatssecretaris Jansen:

Dank, voorzitter. Ook dank aan de commissie voor de discussie en de vragen die gesteld zijn in eerste termijn.

De eerste vraag die ik wil beantwoorden is van het lid Boutkan van de PVV: middels welke regelgeving en binnen welk tijdvak gaat de staatssecretaris de regels voor VTH rond Tata aanscherpen en hoe zit het met nationale koppen? We onderzoeken op dit moment of strengere normering zou kunnen helpen om het gezondheids- en milieuprobleem in de IJmond aan te pakken. Het gaat dan om het verbeteren of opstellen van wetgeving, bijvoorbeeld via de implementatie van de Europese en nationale normen op het gebied van luchtkwaliteit en industriële emissies. Het uitgangspunt hierbij was dat nieuwe nationale koppen worden vermeden, oftewel: dat gaan we niet meer doen.

Dan heb ik een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid: "De dialoog is volgens de omgevingsdienst voor de veiligheid mislukt. Er zijn geen fundamenten voor een effectief overleg. Kan de staatssecretaris hierop ingaan? Hoe krijgen inwoners een serieuze stem in dit overleg?" Wij waarderen — laat ik dat vooropstellen — de betrokkenheid in dit proces van alle omwonenden natuurlijk enorm. We betreuren ook dat omwonenden het gevoel hebben dat het proces niet goed loopt. Die zorgen begrijpen we natuurlijk wel. Wij proberen natuurlijk ook om daarop te reageren. Alles is wat ons betreft gericht op wat ons verbindt: een gezonde leefomgeving. Daarom heb ik vertrouwen in het bereiken van een betere dialoog met omwonenden, bedrijven en overheidsorganisaties. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, dat het proces begeleidt, komt in april met een advies. Dat wachten we dan ook af. Uiteraard komen we voor de zomer met een terugkoppeling richting de Kamer.

Dan heb ik een vraag van het lid Kostić van de Partij voor de Dieren: kan de staatssecretaris deze maandag komen met een duidelijke tijdlijn waarin staat wanneer welke acties uit de actieagenda worden uitgevoerd, zodat omwonenden kunnen zien dat het centrale punt van het OVV-rapport wordt geborgd, namelijk dat omwonenden een stem moeten hebben in het besluitvormingsproces? Het antwoord is: de tijdlijn voor de acties in de actieagenda zal in april worden geleverd in een voortgangsbrief, waar onder andere de Actieagenda Industrie en Omwonenden aan de orde komt. Omwonenden zijn bij de actieagenda betrokken via de klankbordgroep omwonenden. Hun opmerkingen en suggesties bij deze acties worden daarin zo veel mogelijk meegenomen.

Er was nog een vraag van het lid Kostić: "Er is een motie aangenomen die stelt dat metingen onafhankelijk van Tata moeten worden gecontroleerd. De Expertgroep IJmond vindt dit ook. Dit is onvoldoende meegenomen. Kan de staatssecretaris dit sterker borgen dan nu uit de brief blijkt?" In de Actieagenda Industrie en Omwonenden wordt een onderzoek uitgevoerd dat in kaart brengt welke verbeteringen er mogelijk zijn ten aanzien van het meten en het controleren van schadelijke emissies bij bedrijven. Geldende wetgeving legt de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van geaccrediteerde metingen bij de bedrijven zelf. Daarmee is op voorhand al duidelijk dat het aanpassen van de systematiek een groot aantal technische, financiële, maar ook juridische en operationele uitdagingen zal kennen. Daarom wil ik bovengenoemde onderzoeksuitkomsten eerst afwachten, voordat er verdere stappen worden gezet in de uitvoering van deze motie. We zijn er dus wel mee bezig, maar we willen wel eerst het onderzoek afwachten, voordat we daarin concreet stappen zetten.

Dan heb ik een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid, het lid Kostić van de Partij voor de Dieren en de heer Bamenga van D66. Kan ik toezeggen dat er z.s.m. een GER komt op basis van de concept-MER? Sorry voor alle afkortingen, zeg ik tegen de mensen thuis. In de eerste termijn zijn ze al helemaal uitgesproken. Ik zal omwille van de tijd proberen om dat nu niet te doen. Kan ik aangeven wanneer er een GER komt op basis van de concept-MER en de methodiek van het RIVM? Het RIVM zal een dezer dagen het methodisch kader voor de GER afronden. Uw Kamer zal dit naar alle waarschijnlijkheid in april ontvangen. Parallel daaraan zal het ministerie de uitvoering van de GER voorbereiden. Hiervoor wordt een adviesbureau gecontracteerd. Indien nodig kan daarbij gebruik worden gemaakt van de concept-MER. Daarnaast is de verwachting dat voor de zomer de definitieve MER wordt afgerond en dan kan die ook worden benut.

Ik vervolg met een vraag van de heer Gabriëls: hoe kan het kabinet volhouden dat gezondheid als harde voorwaarde meegenomen wordt in de maatwerkafspraken als er nog geen volwaardige MER is, laat staan een GER? Zoals het lid Gabriëls aangeeft, is de MER vertraagd. Die is inderdaad wel nodig om de pilot-GER uit te voeren voor Tata. Het RIVM zal een dezer dagen het methodisch kader voor de GER afronden. Zoals ik net al aangaf, gaan we die richting de Kamer sturen. De maatwerkafspraak kent overigens verschillende fases. We werken nu aan een joint letter of intent — sorry voor het Engels, meneer Boutkan — waar de Expertgroep Gezondheid IJmond in gezamenlijkheid met de Adviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie naar zal kijken. Op deze manier borgen we dat gezondheid ook in de komende fases goed wordt geborgd.

Er was nog een vraag van het lid Kostić en de heer Bamenga, van de Partij voor de Dieren en D66. Wanneer komt de schriftelijke reflectie op het rapport van Coenrady over de vraag of de overkappingen bij Tata Steel afdwingbaar zijn? Deze reactie ontvangt u uiterlijk in april, dus mogelijk al eerder.

Ik ben bij een vraag van de heer Gabriëls, van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Kan ik per brief aangeven hoe de maatwerkafspraken juridisch geborgd worden en wat de consequenties zijn als deze afspraken niet worden nagekomen? Laat ik vooropstellen dat ik natuurlijk ook de zorgen van de heer Gabriëls begrijp. Dit zijn onderwerpen die worden opgepakt in de joint letter of intent. Daaraan wordt nu gewerkt. Zodra die in concept klaar is, zal hij met de Adviescommissie Maatwerk Verduurzaming Industrie en de Expertgroep Gezondheid IJmond gedeeld worden voor advies. Na ontvangst van dat advies zullen wij de joint letter of intent finaliseren en gezamenlijk met het advies en de begeleidende brief delen met de Kamer.

Voorzitter. De laatste vraag in dit blokje is van de heer Bamenga, van D66. Er staat: "Wat laat de staatssecretaris liggen bij Tata in vergelijking met andere steden? Graag een toelichting." Het was een wat cryptische vraag, maar ik ga proberen erop in te gaan, zeg ik richting de heer Bamenga. Zoals ook aangegeven in de kabinetsreactie kent het vergelijken van de situatie rondom Tata met andere steden haken en ogen. Hoe vergelijk je verschillende waarden in verschillende aspecten, bijvoorbeeld typen stof, hinder, emissie, immissie en deposito, met elkaar? Er is geen eenduidige manier om de verschillende aspecten van de gezondheid tegen elkaar af te wegen, zo stelt ook het RIVM. Dat maakt het een gecompliceerde exercitie die niet makkelijk meer inzicht gaat bieden. Daarom lijkt het ons beter om ons voor nu te richten op de specifieke casus met betrekking tot Tata Steel en de gezondheidseffectrapportage, dan om nu al een vergelijking te maken met andere plekken, omdat dat gewoon heel lastig is. Appels en peren.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik heb als eerste op mijn lijstje voor vragen aan de staatssecretaris het lid Kostić staan. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ja, voorzitter. De staatssecretaris noemde een aantal stappen in de GER en de MER. De opzet, het kader, van de GER komt in april en dan komt voor de zomer de MER. Maar wij hebben als Kamer afgesproken dat die MER en die GER er moeten zijn voordat die maatwerkafspraken op wat voor manier dan ook op papier komen. Zo krijgen we namelijk inzicht in welke effecten die plannen van Tata Steel, waar we belastinggeld tegenaan willen gooien, hebben op het gebied van gezondheid. Mijn concrete vraag aan de staatssecretaris is dus: wachten we met die maatwerkafspraken op papier zetten totdat die MER en GER inzicht geven in de gezondheidseffecten van de plannen van Tata Steel?

Staatssecretaris Jansen:

Het antwoord zal ongetwijfeld onbevredigend zijn voor het lid Kostić. Het is namelijk niet afgesproken. Het kabinet heeft steeds gezegd dat de GER zo goed mogelijk mee wordt genomen. Er zit geen afhankelijkheid in. We wachten met het een niet op het ander. Het wordt zo goed mogelijk meegenomen, maar er is geen afspraak gemaakt met de Kamer dat we het aan elkaar verbinden.

De voorzitter:

Een vervolgvraag. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Het is een aangenomen motie van de Kamer. Maar nog even los daarvan, het uitgangspunt is — dat was ook de les van het OVV-rapport — dat we de gezondheid goed moeten borgen. Dat omarmt het kabinet ook. Dat kunnen we pas doen als we weten wat de effecten zijn. Dan moet je niet alvast van alles op papier gaan zetten. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus de volgende. Tata Steel heeft ervoor gezorgd dat de MER niet op tijd kwam. Opeens is het een concept-MER geworden. Zij hebben tegen omwonenden gezegd: die concept-MER willen wij best met jullie delen. En nu willen ze dat weer niet. De staatssecretaris kan namens ons, als Tweede Kamer, gewoon vragen: Tata, laat je een keer van je goede kant zien en geef die MER onder embargo vrij aan die instanties, zoals Expertgroep Gezondheid IJmond en RIVM, zodat zij ermee aan de slag kunnen gaan. Dat is misschien buiten de standaardprocedures om, maar we hebben het hier ook over buitengewone procedures als het gaat om de maatwerkafspraak. Mijn concrete vraag was dus of de staatssecretaris ertoe bereid is om er op zijn minst op aan te sturen dat wij die concept-MER krijgen. Dan hoeven wij het niet te krijgen, maar die experts in ieder geval wel, zodat ze alvast aan de onderhandelingstafel inzicht krijgen in wat voor effecten dat plan van Tata of die maatwerkafspraken hebben op de gezondheid.

De voorzitter:

Dat is een duidelijke vraag, denk ik, staatssecretaris.

Staatssecretaris Jansen:

Ik snap de vraag. Hij is ook al ter sprake gekomen toen ik ongeveer anderhalve maand geleden op bezoek was in de IJmond en daar met de omwonenden sprak. Ook daar heb ik aangegeven dat ik dat verzoek natuurlijk kan doen bij Tata, maar dat ik niet kan afdwingen dat het gebeurt. De motie noemt de GER. Dat is ook wat wij gaan doen. Wij hebben altijd, al meerdere keren in de vergadering, aangegeven dat gezondheid voor ons een absolute randvoorwaarde in de afspraken met Tata Steel. Daarmee proberen we het te borgen. Dat is de manier waarop wij dat hebben opgepakt. Ik kan het bedrijf niet dwingen om iets te delen. Volgens mij zijn we met de tijdlijn die ik net schetste, de GER in april en de MER voor de zomer, redelijk in lijn met hetgeen wij willen bereiken. Ik zie de maatwerkafspraken namelijk echt niet eerder gereed zijn. Wat dat betreft komen we volgens mij met de documenten redelijk uit qua tijd.

De voorzitter:

Er is toch nog een vervolgvraag, zie ik. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Het is misschien ook goed als de staatssecretaris dit op papier zet, want zoals ik hem nu hoor, komt het allemaal ruim op tijd, voordat we die maatwerkafspraken op papier hebben gezet. Het is goed als de Kamer dat even goed hoort. Dat is ook wat omwonenden willen, omdat ze dan zekerheid hebben over de effecten daarvan. Ik hoor de staatssecretaris zeggen "ik kan Tata niet dwingen", maar we zijn die maatwerkafspraken aan het maken, dus je kan er wel over praten met Tata. Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat hij Tata daar best toe wil oproepen. Nou, dat is precies mijn vraag: wil de staatssecretaris dat doen en daarover terugkoppeling geven aan de Kamer, opdat die MER deze maand wordt vrijgegeven aan de gezondheidsexpertgroep en het RIVM, zodat die er al naar kunnen kijken? Dat zou fijn zijn.

De voorzitter:

Duidelijk. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Jansen:

Ik kan toezeggen dat ik zorg dat bij de GER ook de concept-MER beschikbaar is. Dat is dus in april. Dat is wat ik kan toezeggen.

De voorzitter:

Dan zie ik ... Sorry, meneer Gabriëls, meneer Boutkan stak eerst zijn vinger op, dus die wil ik eerst het woord geven. Gaat uw gang.

De heer Boutkan (PVV):

Een interessante discussie over de MER, maar mijn eerste interruptie voor de staatssecretaris gaat over mijn vraag hoe het zit met de verscherping van de regelgeving. Mijn vraag was: welke regelgeving? Dan krijg ik als antwoord: onze nationale wetgeving en de Europese wetgeving, en er komen geen nieuwe koppen op. De vraag over het tijdpad heb ik niet beantwoord gekregen. Welk tijdpad ziet de staatssecretaris? In de maatwerkafspraken worden het uiteindelijk bovenwettelijke maatregelen, want anders gaat het weer om Europese staatssteun en dan krijgen we boetes. Hoe ziet de staatssecretaris deze bovenwettelijke maatregelen? Waarom zijn die geen nieuwe kop?

Staatssecretaris Jansen:

Dat is precies de uitdaging die wij ook voor ons zien, zeg ik tegen de heer Boutkan. Overigens is het tijdpad waar de heer Boutkan naar vraagt een continu proces. Dus ik kan nu niet aangeven waar we over praten, want daarmee wek ik misschien een bepaalde verwachting die ik uiteindelijk niet kan inlossen. Het is een continu proces. De discussie gaat nu inderdaad over de vraag hoe je, als je bovenwettelijke taken hierin wilt opnemen, voorkomt dat je opnieuw met nationale koppen gaat werken, want dat willen we juist niet.

De heer Boutkan (PVV):

En dan toch even over die MER, want ik heb het nieuws gevolgd. Er is een afspraak geweest tussen de omgevingsdienst en Tata Steel over het aanleveren van de verbeterplannen "in het kader van", en op een later tijdstip van de MER. Vervolgens is de MER aangeleverd aan de omgevingsdienst, op verzoek in concept, omdat de omgevingsdienst het anders niet op tijd kon beoordelen. Is die informatie ook bekend bij de staatssecretaris? En zo ja, zou de staatssecretaris ons willen informeren over hoe het precies gegaan is met die afspraken?

Staatssecretaris Jansen:

Die informatie is wel bekend en we kunnen de Kamer er ook over informeren, maar het is wel zo dat Tata in december heeft gereageerd op de concept-MER. Dat was voor ons een nieuwe situatie. Daarop anticiperen we dan weer.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk even of de heer Boutkan nog een vervolgvraag wil stellen. Anders ga ik naar meneer Gabriëls, voor een vraag aan de staatssecretaris. Gaat uw gang.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Er zijn vorig jaar twee moties ingediend. Een daarvan ging over per direct starten met een gezondheidseffectrapportage. De tweede ging over de gezondheidseffectrapportage als harde voorwaarde meenemen in de maatwerkafspraken. Nu zegt de staatssecretaris dat de methodiek van de GER, waar het RIVM mee klaar is, in april komt. Dan komt de MER voor de zomer. En de maatwerkafspraken zijn er niet eerder dan op dat moment. Er is een motie aangenomen over per direct een GER maken. Dan is mijn eerste vraag of die GER dan ook voor de zomer komt. Als de MER af is, kan de GER ook gemaakt worden. Eerder is ook gezegd dat de GER al af zou moeten zijn. En eerder is gezegd dat de GER niet kan meelopen met de maatwerkafspraken, omdat die langer duurt. Maar nou zijn die maatwerkafspraken vertraagd. Dan kun je zeggen, precies wat de Kamer wil, dat de GER moet meelopen in de maatwerkafspraken, want anders kun je namelijk nooit concretiseren welke extra gezondheidseisen je wilt. We hebben met z'n allen getracht om extra gezondheidseisen te concretiseren. Dat kan via de Expertgroep Gezondheid IJmond, die gezegd heeft dat ze een GER kunnen maken. Dan concretiseren we de extra eisen. Dus dit is wettelijk. Daarbovenop komt bovenwettelijk. Dat concretiseren we met een GER. Dan kunnen we dat concretiseren en het bedrijf er ook aan houden. Als én de MER er niet is, én de GER er niet is, hoe kunnen we dan überhaupt over gezondheid spreken? Hoe kunnen we dan überhaupt ooit concretiseren en als Kamer het vertrouwen krijgen dat die gezondheidseisen meegenomen worden in de maatwerkafspraken? Wat zijn die woorden dan waard? En wat is dan de vraag? De vraag is dus: wanneer komt de GER, die per motie vorig jaar is afgedwongen?

Staatssecretaris Jansen:

Die komt in ieder geval niet voor de zomer, zeg ik richting de heer Gabriëls.

De voorzitter:

Even kijken of meneer Gabriëls nog een vervolgvraag wil stellen. Ik zie hem druk pennen, maar ik denk het wel.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Ja, dat wil ik zeker. De GER komt dus niet voor de zomer. Die motie vindt u blijkbaar niet belangrijk genoeg. Dan komt de tweede motie, met het verzoek om gezondheidseisen en de GER-eisen concreet mee te nemen in de maatwerkafspraken. Zal de GER dan wel meegenomen worden in de maatwerkafspraken als harde, concrete randvoorwaarde, zoals in de motie-Thijssen is gesteld? Die motie is ook door de PVV en door NSC gesteund.

Staatssecretaris Jansen:

Laten we dan ook even heel duidelijk de feiten op elkaar afstemmen. In de motie stond over de GER: per direct starten. Dat hebben we ook gedaan. Daarvoor is een methode nodig. Die is nu bijna klaar. In april komt daarover informatie naar u toe. Zo hebben wij het opgepakt, dus de bewering dat wij de motie niet belangrijk vinden, klopt niet helemaal, denk ik, want we proberen 'm uit te voeren, maar dan wel in volgordelijkheid. Dat is heel duidelijk. Tussentijds nemen we de inzichten natuurlijk steeds zo goed mogelijk mee in de onderhandelingen die wij voeren. De Kamer kan meekijken bij het eindresultaat van de onderhandelingen en bij de joint letter of intent. Overigens is er nog iets van belang; anders vergeet ik dat misschien te zeggen. "Bovenwettelijke maatregelen" betekent ook dat het verder gaat dan de wettelijke kaders, want anders kun je er geen staatssteun aan geven. Dat is wel een heel duidelijk punt dat van belang is en dat ik hier wil melden, want anders komen we straks in een andere discussie terecht.

De voorzitter:

Meneer Gabriëls heeft een vervolgvraag.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

De GER komt niet voor de zomer. Kan de staatssecretaris nog ingaan op de vraag of de GER dan wel randvoorwaardelijk meegenomen wordt bij het maken van de maatwerkafspraken? Hoe worden die bovenwettelijke zaken, die bovenwettelijke gezondheidseisen, die dus boven het VTH-stelsel zitten — daar subsidiëren we immers voor — juridisch geborgd? Dus één: wordt de motie-Thijssen uitgevoerd? Daar wil ik gewoon een antwoord op. En twee: hoe wordt dat dan geborgd? Hoe worden de bovenwettelijke gezondheidseisen geborgd? Ik moet zeggen dat het antwoord tot nu toe vrij teleurstellend is, omdat de vragen over de moties nu eigenlijk niet concreet en goed beantwoord worden. Dat doet wat met mij; dat vind ik vervelend. Normaal ben ik heel meegaand, maar dit voelt echt niet goed.

Staatssecretaris Jansen:

Ik snap wel wat de heer Gabriëls vraagt, maar ik kan niet voldoen aan de stappen die wij moeten zetten om tot het goede resultaat te komen. Ik heb continu richting uw Kamer gecommuniceerd dat gezondheid een randvoorwaarde is voor de maatwerkafspraak met Tata Steel. Daarnaast is de GER natuurlijk niet het enige instrument om gezondheid te borgen in de afspraken die wij maken. Er zijn ook andere rapporten en inzichten die relevant zijn. Denk bijvoorbeeld aan het onderzoek van het RIVM uit 2023 en de rapporten van de expertgroep. Maar we hebben wel gezegd: wat er uiteindelijk uit de GER gaat komen, nemen we zo goed mogelijk mee in het uiteindelijke resultaat. Dat is de manier waarop wij het proberen te borgen, maar dan nog zit ik gewoon met de tijd die zaken nou eenmaal vergen. Ik kan dingen niet versnellen, omdat we daarmee hetgeen we willen bereiken inhoudelijk tekortdoen.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

De staatssecretaris heeft geen antwoord gegeven op de vraag die ik al twee keer gesteld heb, namelijk: hoe borgt het kabinet dan de extra gezondheidseisen in de maatwerkafspraken? Hoe gaat het die juridisch borgen? Op die vraag heb ik nog geen antwoord gekregen. De staatssecretaris zegt: we nemen gezondheid mee. Dan heb ik wel de vraag: hoe concretiseert u dat dan en hoe borgt u dat vervolgens juridisch?

De voorzitter:

Het kabinet gaat natuurlijk wel over zijn eigen antwoorden, al snap ik dat dat vervelend kan zijn, maar ik hoop dat de staatssecretaris op beide vragen van meneer Gabriëls antwoord zal geven, voor zover hij dat kan.

Staatssecretaris Jansen:

Volgens mij heb ik net aangegeven hoe we dat proberen te borgen op de manier die wij voor ogen hebben. We proberen de methodiek van de GER mee te nemen bij het vormgeven van de vervolgstappen. Ik noem ten tweede het rapport van het RIVM uit 2023 en de rapporten van de expertgroep. Op die manier proberen we dat te borgen. Als de heer Gabriëls vindt dat ik de motie daarmee niet helemaal uitvoer, dan vind ik dat heel jammer. We proberen het juridisch in ieder geval te borgen met de joint letter of intent. Die komt ook naar uw Kamer toe, net als het uiteindelijke onderhandelingsresultaat. Volgens mij hebben we daarmee alle instrumenten en mogelijkheden geboden aan de Kamer om hierin op een goede manier een afweging te kunnen maken.

De voorzitter:

Ik kijk nog even naar meneer Gabriëls. Nee? Helemaal prima. Dan gaan we door naar het lid Kostić. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik weet niet waarom de staatssecretaris nu zit te schermen met: we hebben andere rapporten, van het RIVM en van de gezondheidsexpertgroep. Mijn collega wijst erop dat de GER een integraal onderdeel is van het advies van de gezondheidsexpertgroep, die wij collectief hebben aangewezen als de partij die voor ons de randvoorwaarden voor de gezondheid duidt. Die kunnen we hier niet zomaar zelf bedenken. Daar hebben we die expertgroep voor aangesteld en die zegt: dit en dit heb je nodig, waaronder de GER. Die hoort bij het advies. Onze vraag is: gaat u alle adviezen van de gezondheidsexpertgroep, die u zelf net quootte, opvolgen, dus inclusief het eerst rondkrijgen van de GER, voordat de maatwerkafspraken op papier liggen?

Staatssecretaris Jansen:

Ik denk dat ik nu al drie keer heb gezegd hoe wij dit als kabinet willen oppakken en hoe wij dit naar de Kamer willen brengen. Dat is het antwoord dat u van mij krijgt. De afspraak kan ook geborgd worden via privaatrechtelijke weg in een vergunning of met boeteclausules. Dat is ook een optie.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dit is echt vervelend. Hiervoor is een meerderheid in de Kamer. Wat gaat het kabinet dan borgen als het niet weet wat de gezondheidsvoorwaarden zijn? De expertgroep zegt: je moet eerst in kaart brengen wat het gevolg van het Tataplan is, dus hoeveel gezondheidswinst je ermee behaalt. Vervolgens kijk je naar wat er volgens de gezondheidsexpertgroep voldoende is en dat breng je samen. Dat was het uitgangspunt van de Kamer, van het kabinet en van de motie. Daar gaat het om. Nogmaals, u moet eerst de GER laten uitvoeren en het advies van de gezondheidsexpertgroep opvolgen, en pas daarna de maatwerkafspraken op papier zetten.

Staatssecretaris Jansen:

Volgens mij heb ik het proces waar we mee bezig zijn, net geschetst. De expertgroep is nadrukkelijk betrokken bij alle stappen die wij zetten. Zij denken mee met onze methodiek en met de uitvoering. De expertgroep adviseert straks ook over de concrete afspraken die worden uitgewerkt in de joint letter of intent. Dat is de manier waarop wij het hebben aangevlogen. Ik begrijp dat het lid Kostić dat onbevredigend vindt, maar dit is wel de manier waarop wij het hebben opgepakt. Wij denken dat we daarmee ook de gezondheidsaspecten meenemen, op de meest vergaande wijze die mogelijk is. Ik ben afhankelijk van de juiste documentatie op de juiste momenten. Ik heb u een tijdpad geschetst en daar zult u het mee moeten doen.

De voorzitter:

Sorry, lid Kostić, maar u hebt inmiddels al vijf interrupties gehad. We zitten redelijk binnen de tijd, maar ik wil eerst even kijken of we uitlopen bij de volgende blokjes. Ik wil namelijk ook voldoende ruimte geven voor een tweede termijn. Ik wil nu eerst het woord geven aan meneer Buijsse namens de VVD. Gaat uw gang.

De heer Buijsse (VVD):

Ik wil het eigenlijk omdraaien. Stel dat de Kamer u uiteindelijk toch dwingt om een GER te gebruiken. Komen de maatwerkafspraken dan onder druk te staan? Stel dat we dat instrument zo belangrijk vinden, zoals geschetst is, en we die GER er gewoon doorheen duwen, wat voor effect heeft dat dan op de maatwerkafspraken? Mijn zorg is dat die maatwerkafspraken mogelijk onder druk komen te staan vanwege een te zwaar juridisch instrument, dat ook te lang duurt om te ontwikkelen. Daardoor kan het uiteindelijk die hele maatwerkafspraken hinderen.

Staatssecretaris Jansen:

Ik had 'm bijna zelf kunnen inkoppen. Als we inderdaad van die situatie uit moeten gaan, dan vertraagt dat uiteindelijk de afspraken en dus mogelijk ook de gezondheidswinst die wij willen bereiken.

De voorzitter:

Dan wil ik de staatssecretaris bedanken voor de toelichting in dit eerste blokje. Ik zou graag willen dat we hier met elkaar de aandacht erbij houden. Dank u wel. Dan gaan we de staatssecretaris vragen om te vervolgen met zijn tweede blokje.

Staatssecretaris Jansen:

De heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid en de heer Bamenga van D66 vroegen wat de overheid gaat doen om het juridisch onderzoek beter te verankeren en toepasbaar te maken in de praktijk. Het juridisch onderzoek naar onder andere de verankering van het voorzorgsbeginsel is afgerond. De resultaten verwachten we in april richting de Tweede Kamer te sturen. Op de invulling van de verankering wil ik nu niet vooruitlopen. Daarnaast ontwikkelen we ook een routekaart voor het toepassen van het voorzorgsbeginsel, zodat het voorzorgsbeginsel beter toepasbaar wordt in de praktijk. Die verwachten we voor de zomer van dit jaar.

Dan een vraag, wederom van de heer Gabriëls van de Partij van de Arbeid-GroenLinks, over zeer zorgwekkende stoffen. Hij zei dat er toch meer uitstoot is bij 125 bedrijven, als ik me het goed herinner. Hij vroeg wat de status is van de motie die verzoekt om in overleg te gaan met provincies over de handhaving bij bedrijven. Ter uitvoering van de motie-Thijssen/Gabriëls en de motie-Kostić/Bamenga hebben we het gesprek met bevoegde gezagen verder geïntensiveerd, oftewel: vaker en diepgaander contact. Daarvoor heeft het IPO namens hen een aantal knelpunten aangedragen, bijvoorbeeld over de wens voor een uniform toetsingskader voor de vermijdings- en reductieprogramma's, de VRP's, en over de versterking van ZZS-kennis, de kennis over zeer zorgwekkende stoffen, bij omgevingsdiensten. Daarnaast werken we actief samen met alle overheidspartijen en het bedrijfsleven aan het oplossen van de knelpunten door de gezamenlijke uitvoeringstafel. Ook verkennen we de mogelijkheden voor een landelijke handreiking voor bevoegde gezagen en bedrijven ter ondersteuning van de beoordeling van die VRP's.

De heer Bamenga van D66 zei: "De Kamer zou een brief ontvangen over het stoppen met pfas, maar er is nog niet met pfas gestopt. Ook hebben we nog geen brief ontvangen. Ik wil daar graag een reactie op." Op verzoek van de Kamer kijken we naar de mogelijkheid van een nationaal productie- en lozingsverbod voor pfas. Daar informeren wij u later dit voorjaar over per brief, zoals we ook hebben aangegeven. Daarnaast zijn we in gesprek met het bedrijf over de motie-"nul uit de pijp" en over aansprakelijkheid. Hier kan ik in het belang van de Staat op dit moment niet meer over zeggen. Ik informeer de Kamer natuurlijk wel wanneer dat wel kan.

Er was nog een vraag van de heer Bamenga. Hij vroeg hoe ik de bedrijven die verantwoordelijk zijn voor pfas-vervuiling verantwoordelijk houd voor de opruiming daarvan. In principe geldt bij alle bodemverontreiniging dat de vervuiler betaalt. Dat is het uitgangspunt. Als de veroorzaker niet aan te spreken is, dan wordt de terreineigenaar aangesproken. Voor pfas geldt meestal de zorgplicht uit het overgangsrecht Wet bodembescherming. Onderdeel hiervan is dat de vervuiler wist of redelijkerwijs kon weten dat hij de bodem vervuilde. Dit is ter beoordeling aan het bevoegde gezag voor het overgangsrecht, de 12 provincies en de 29 gemeenten. Indien de veroorzaker, dan wel eigenaar, niet aan te spreken is, staat vaak het bevoegd gezag aan de lat voor de aanpak van onaanvaardbare risico's. Om hen daarbij te ondersteunen, stellen wij de middelen beschikbaar via de specifieke uitkering bodem, de SPUK.

Een vraag van heer Gabriëls, GroenLinks-Partij van de Arbeid: "Zeer zorgwekkende stoffen en ook alle pfas staan nu op de ZZS-lijst. Hier gaat direct een minimalisatieplicht voor gelden. Hoe gaat het met de implementatie en de handhaving van die verplichting?" Voor ZZS-emissies geldt die minimalisatieplicht, dus inderdaad ook voor pfas. Daarover heb ik uw Kamer geïnformeerd. Vermijdings- en reductieprogramma's voor pfas moeten nu door bedrijven worden opgesteld. Deze worden gecontroleerd door het bevoegd gezag. Deze maand zijn die gesprekken ook geïntensiveerd met de bevoegde gezagen en het bedrijfsleven. In deze gesprekken worden de knelpunten uit de praktijk besproken.

Nog een vraag van de heer Gabriëls: hoe gaat het met de Rijkscoördinator PFAS? In november is de Rijkscoördinator gestart voor de pfas-verontreiniging in de regio Dordrecht. De Rijkscoördinator zit naast mij. Dus mocht u het nog niet hebben geweten: het gaat om deze dame. Voor alle helderheid: dit gaat om een Rijkscoördinator voor alleen de problematiek rondom Chemours. De Rijkscoördinator is het aanspreekpunt voor zowel de provincie als de gemeenten. De afgelopen periode stond met name in het teken van de kennismaking en het samen bekijken wat er nodig is voor een goede invulling van deze opdracht. Er wordt in goede afstemming met zowel de provincie als de gemeenten gewerkt aan een werkplan. Dat zal uiteindelijk voor de zomer richting de Kamer gaan.

Ik heb nog twee vragen, voorzitter.

Een vraag van de heer Bamenga, D66. Kan ik toezeggen pfas-houdend blusschuim uit te faseren voor 2030? Er ligt een voorstel van de Europese Commissie aan de lidstaten om pfas in brandblusschuim te verbieden. In het voorstel zijn overgangsperioden van achttien maanden tot vijf jaar voorgesteld voor de meeste sectoren en het meeste gebruik. Voor sommige sectoren, zoals militaire schepen, sevesobedrijven en de olie- en gassector, wordt zelfs tien jaar voorgesteld. Eind dit voorjaar kan ik iets meer duidelijkheid geven over de uitkomsten van dit voorstel op Europees niveau, maar er zijn dus wel verschillende termijnen voor verschillende sectoren.

De laatste vraag, wederom van de heer Bamenga. Waarom heeft België wel een overzicht van pfas-lozingen en ZZS-lozingen en zijn wij daar niet toe in staat? Welke lessen trekken we uit de aanpak van onze zuiderburen? En kan ik toezeggen deze lessen toe te passen, zodat we uiterlijk in 2027 weten waar giftige stoffen onze leefomgeving instromen? Alle lozingsvergunningen die relevant zijn voor de Kaderrichtlijn Water worden bezien en herzien voor 2027. Overige vergunningen worden voor 2032 bezien. Alle beschikbare expertise wordt ingezet, maar helaas is ook die schaars. We doen het wel zo snel als mogelijk is.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk even naar de leden. Ik zie het lid Kostić. Ik wil dus coulant zijn en u krijgt nog één extra interruptie, maar het is wel direct uw laatste. Ik hoop dus dat u die goed gebruikt. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik ga dan terug naar Tata Steel, een cruciaal onderwerp. We moeten de discussie wel zuiver houden. Aan de ene kant wordt er gezegd dat de maatwerkafspraken er zo snel mogelijk moeten komen vanwege de economie et cetera. Daar kan dus opeens wel versnelling in komen. Maar als het gewoon gaat om het proces van het borgen van de gezondheid en het opstellen van een GER en een MER, dan horen we dat het niet sneller kan. Tegelijkertijd schreef de staatssecretaris eerder: de gezondheidseffectrapportage van Tata Steel wordt naar verwachting in de eerste helft van 2025 opgeleverd, na de MER. Dat was een eerdere toezegging. Die MER is er nog niet, omdat Tata die vertraagt. Ik heb het zonet allemaal uitgebreid uitgelegd. Dat laat de staatssecretaris nu gewoon gebeuren, terwijl er aan de andere kant wordt gezegd dat we moeten opschieten met maatwerkafspraken. Tata moet opschieten, met het opleveren van gegevens over de gezondheid! Dan kunnen we die afspraken pas maken. Is de staatssecretaris dat met ons eens? En is hij dus bereid om Tata Steel hierop aan te spreken en ervoor te zorgen dat die MER uiterlijk deze maand in ieder geval terechtkomt bij de experts die meekijken? Daar wil ik echt graag een toezegging over. Prima als dat onder embargo is; wij hoeven het dan niet te zien. Maar dan is het in ieder geval daar en kan het proces van de borging van de gezondheid in ieder geval worden versneld.

Staatssecretaris Jansen:

Ik begrijp dat het lid Kostić hier meer duiding in wil en dat snap ik ook heel goed. Wat wij wel kunnen doen, is het volgende. Wij kunnen in april een procesbrief aan de Kamer sturen, waarin wij heel duidelijk aangeven welke verschillende stappen en advies- en inspraakmomenten er zijn. Dan kunnen we die natuurlijk ook delen met de expertgroep. Dat kan ik u toezeggen, maar dat is ook de enige duiding die ik hieraan kan geven. U suggereert dat het bedrijf vertraagt. Zo kun je ertegen aankijken, maar wij zijn als kabinet alleen maar bezig om goede afspraken te maken met het bedrijf en daardoor uiteindelijk op termijn de maximale gezondheidswinst te behalen. Dat is de insteek van dit kabinet. Als het daardoor misschien iets langer duurt, zeg ik: liever een maand langer en een perfect rendement dan heel snel en iets minder rendement. Dat zeg ik heel eerlijk.

De heer Bamenga (D66):

Ik keek natuurlijk uit naar dit moment waarop we in debat kunnen gaan met de staatssecretaris over belangrijke onderwerpen. Dan vind ik het jammer dat we hier procesmatige en hele korte, summiere antwoorden krijgen over zaken die toch heel belangrijk zijn. Dat wil ik eerst even gezegd hebben. De staatssecretaris geeft aan dat hij het eens is met het principe dat de vervuiler betaalt, maar wanneer ik dat concreet koppel aan het specifieke voorbeeld van Chemours en aangeef dat onze zuiderburen daar concrete afspraken over hebben gemaakt, krijg ik eigenlijk geen duidelijk antwoord. Ik wil gewoon van de staatssecretaris weten of hij van plan is om net zoals onze zuiderburen met een saneringsplan te komen in samenwerking met Chemours, om te zorgen dat hetgeen is vervuild, opgeruimd wordt.

Staatssecretaris Jansen:

Zoals u weet ben ik ook bij Chemours geweest, zeg ik richting de heer Bamenga. Daar hebben wij inderdaad gesproken over welke concrete stappen kunnen worden gezet en welke concrete maatregelen kunnen worden genomen. Dit kwam daar ook ter sprake. We zijn ook met Chemours aan het kijken hoe we daar op de juiste manier goede afspraken mee kunnen maken. Ze hebben op dit moment een reductie van 99%. Ik zeg altijd heel eerlijk: dat is hartstikke mooi, dat is heel goed, maar het is nog geen 100. Dat is natuurlijk uiteindelijk het streven, maar er worden wel stappen gezet. Ik heb net de onderlinge discussie tussen een aantal Kamerleden gehoord, volgens mij tussen de heer Buijsse en de heer Bamenga. Het vervelende zit 'm inderdaad in het feit dat een aantal situaties uit het verleden zijn blijven hangen, zowel bij het bedrijf als bij omwonenden en andere betrokkenen. Het vertrouwen in elkaar is gewoon relatief laag. Op het moment dat je überhaupt moeilijk met elkaar aan tafel komt, kun je ook niet gaan werken aan structurele oplossingen. Alleen, het komt van twee kanten. Als ik daarin kan bemiddelen, doe ik dat zeker. Uiteindelijk moeten we zorgen dat al die partijen met elkaar aan tafel komen en met elkaar gaan samenwerken aan concrete oplossingen. Dat is de enige manier. Dat betekent inderdaad dat we allemaal af en toe helaas — nou ja, helaas — een streep moeten zetten door wat er in het verleden gebeurd is. We moeten kijken naar welke stappen met het oog op de toekomst worden gezet, want dat is volgens mij de enige manier waarop we uit deze situatie met dit soort voorbeelden kunnen komen. Het is volgens mij de enige manier. Het klinkt heel makkelijk: zet een streep door hetgeen er gebeurd is en ga met elkaar kijken naar de toekomst.

De heer Bamenga (D66):

Dank u wel voor de antwoorden. Ook hierin hoor ik nog steeds veel vrijblijvendheid. We zijn stappen aan het zetten, we zijn in gesprek met elkaar, maar ik hoor nog niet hele duidelijke opdrachten. Ik hoor nog niet dat de staatssecretaris zegt: wij komen met een saneringsplan. Ik hoor nog niet dat de staatssecretaris zegt: wij zorgen ervoor dat de productie bij Chemours nu stopt. Ik vraag me af — ik stel de vraag eigenlijk nog een keer — of de staatssecretaris bereid is, net als onze zuiderburen, te komen met een duidelijk plan, een saneringsplan in het geval van Chemours.

Staatssecretaris Jansen:

In dit geval is de gemeente het bevoegd gezag. Die zijn juist op dit moment bezig met het maken van afspraken met het bedrijf. Het bevoegd gezag is wel de gemeente. Wij proberen natuurlijk vanuit onze positie daarin te ondersteunen, te helpen en te kijken of we de partijen goed met elkaar aan tafel kunnen krijgen, maar uiteindelijk moet de gemeente hier ook stappen in zetten. Ik ben heel blij dat dat op dit moment ook gebeurt.

De voorzitter:

Ik kijk even naar meneer Bamenga. U heeft nog een vervolgvraag? Gaat uw gang.

De heer Bamenga (D66):

Ik vind het zelf altijd jammer als er door de staatssecretaris heel erg verwezen wordt naar andere partijen zoals de gemeente, Europa of wat dan ook. Ik vraag aan de staatssecretaris vooral om verantwoordelijkheid te nemen, gebruik te maken van de middelen die hij heeft om iets wat heel erg belangrijk is aan te pakken en onze gezondheid op één te zetten. We hebben gesproken over de motie over de productie die eerder is ingediend. Daarover is gezegd dat we in juli te horen krijgen hoe verder. Later werd het oktober, later werd het Q1 en nu hoor ik "voorjaar". Het is inmiddels maart. Gaat het uiteindelijk komen? Het gaat niet alleen maar om gesprekken. Volgens mij gaat de motie ook over het uiteenzetten van de juridische mogelijkheden en het in kaart brengen van de wetgevingsmogelijkheden. Gaat het uiteindelijk lukken om nog in maart, neem ik aan, de Kamer hierover te informeren?

Staatssecretaris Jansen:

Ik snap het ongeduld van de heer Bamenga heel goed. Het lijkt alsof het allemaal wordt opgeschoven, maar we proberen zo snel mogelijk de stappen te zetten die we kunnen zetten. Chemours is nu bezig met een saneringsplan. Wij komen in beeld met een speciaal fonds, als er niets te verhalen valt bij het bedrijf. Dan komen wij in beeld. Op dit moment is dat niet de situatie. Het bedrijf is er nog en op dit moment worden daar afspraken mee gemaakt. Zou het bedrijf er niet zijn, dan kom je in de situatie die ik net noemde. Dan is er een andere constructie. Maar zolang het bedrijf er is, worden er afspraken gemaakt en kijken we hoe ze kunnen saneren.

De voorzitter:

Ik kijk even naar meneer Gabriëls voor een vervolgvraag. Gaat uw gang.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Die gaat over ... Ik vind het soms heel moeilijk om de beantwoording van de staatssecretaris te begrijpen. Laat ik de hand in eigen boezem steken. Het zal waarschijnlijk aan mij liggen, maar door de snelheid van het voorlezen snap ik soms niet wat hij bedoelt. Dat vind ik ingewikkeld en dan ben ik weer een interruptie kwijt; laat ik dat even vooropstellen. Het zal vast volledig aan mij liggen. Maar goed, dat is één.

Twee. Ik wil het volgende vragen over het beter in de wet verankeren van het voorzorgsprincipe. Kunt u dat antwoord alstublieft nog een keer herhalen? Volgens mij hebben wij hierover in oktober 2023 een motie ingediend. Het betreft de motie-De Hoop c.s. waarin Kamerbreed wordt gezegd dat we het voorzorgsprincipe beter willen verankeren in de wet. Staatssecretaris Heijnen heeft toen gezegd: er komt een juridisch onderzoek naar of dat kan. Ik heb toen gevraagd of die toezegging op papier kon worden gezet. Dat is gebeurd. Het zou eind 2024 gepresenteerd worden, maar het werd uitgesteld naar het voorjaar van 2025. In de brief staat dat het juridisch onderzoek is afgerond. Komt er een voorstel om het voorzorgsprincipe beter in de wet te verankeren, ja of nee? Kunt u uw antwoord daarop alstublieft nog een keer herhalen? Dan weet ik of we alleen het resultaat van het onderzoek krijgen of dat we ook daadwerkelijk een voorstel krijgen tot verandering van de wet- en regelgeving.

Staatssecretaris Jansen:

Dit is een hele concrete vraag van de heer Gabriëls. Ik zal proberen om die zo te beantwoorden dat hij hiervoor geen interrupties hoeft op te offeren. Volgens mij spelen hier twee zaken. Of en hoe we het in de regelgeving verwerken beslissen we na de uitkomst van het onderzoek. Daarnaast werken we nu al aan een handreiking die de praktijk kan helpen. Op die twee manieren proberen we de motie van de heer Gabriëls over het voorzorgsbeginsel op te pakken. Ik hoop dat dit u iets meer duiding geeft, maar ik zie u al nee schudden. Op die twee manieren proberen we het voor u op te pakken.

De voorzitter:

Ik heb op de toezeggingenlijst genoteerd: in april komen de resultaten van het onderzoek naar de verankering van het voorzorgsbeginsel naar de Kamer en voor de zomer ontvangt de Kamer de routekaart over het beter toepassen van het voorzorgsbeginsel. Ik hoop dat de staatssecretaris mij kan corrigeren als dit niet klopt. Dit is een toezegging aan u, meneer Gabriëls. Ik hoop dat het klopt. Misschien helpt dit en hoeft u geen interruptie te verspillen. Toch wel? Dat mag. Gaat uw gang.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Ik wil de voorzitter bedanken voor deze duidelijke weergave van de toezeggingen. We hebben al heel lang een discussie over de toepassing in de praktijk. We krijgen een handreiking om het beter te kunnen toepassen. We kunnen meer informatie gebruiken voor de omgevingsdiensten, zodat ze het voorzorgsprincipe beter kunnen toepassen. Dat is waar. Dank daarvoor, maar de motie hield in ... De omgevingsdiensten zeggen zelf: wij vinden het heel moeilijk om het voorzorgsprincipe toe te passen in de wet- en regelgeving die er nu is. Enerzijds is er een informatiebehoefte. Dat is wat u al een jaar telkens zegt. Maar aan de andere kant zeggen de omgevingsdiensten: de wet- en regelgeving moet beter, nog los van die informatie, want die kunnen wij niet goed genoeg inzetten.

Er is toen gevraagd: hoe gaat u het voorzorgsprincipe beter verankeren in de wet? Nu krijg ik het antwoord dat er een handreiking komt. Prima. Daar ben ik heel blij mee. Maar de hoofdvraag van de motie, die Kamerbreed is aangenomen, was om daadwerkelijk met een voorstel te komen om de wet- en regelgeving aan te passen. U zegt dat u nog niet weet of de wet- en regelgeving daadwerkelijk aangepast gaat worden. Wat is het nou? Want anders blijven we dit gesprek de hele tijd voeren en neemt de frustratie bij mij een beetje toe. Mijn excuses daarvoor, maar dat komt omdat we hier niet tot een duidelijk antwoord komen. Ik hoop dat ik dat nu wel krijg.

Staatssecretaris Jansen:

Of we het op die manier moeten borgen is afhankelijk van de resultaten van het onderzoek. Dat onderzoek hebben wij nodig om te kunnen onderbouwen hoe we het willen borgen.

De voorzitter:

Duidelijk. We gaan hier niet onderling buiten de microfoon vragen stellen en beantwoorden. Daar ga ik echt scherper op zijn, ook als de emoties wat hoger oplopen. Ik kijk even naar meneer Buijsse namens de VVD. Gaat uw gang.

De heer Buijsse (VVD):

Ik reageer nog even op de pfas-toelichting van de staatssecretaris, waarvoor dank. Want eigenlijk … Ja, weet je, het is natuurlijk een moeilijke situatie en ik probeer als lid van de Kamer ook gewoon een weg te zoeken die voor iedereen werkt, dus zowel voor de omwonenden als voor het bedrijf. Ik ben bemoedigd doordat er een rijkscoördinator aan de slag is gegaan, Chemours met een saneringsplan bezig is en de gemeente bezig is. Er komt voor de zomer dus een werkplan. Eigenlijk wil ik vragen of de staatssecretaris iets meer toelichting kan geven over wat wij mogen verwachten van dat werkplan dat voor de zomer aan ons toegezonden zal worden. Dan zijn we een klein beetje voorbereid in de verwachtingensfeer. Dank u wel.

De voorzitter:

Kan de staatssecretaris dat?

Staatssecretaris Jansen:

We overleggen heel even, voorzitter, bij wie de vraag precies terechtkomt.

Voorzitter. Ik heb net even overleg gehad met de rijkscoördinator. Zo zeg ik het maar even. Het gesprek met de gemeente gaat juist over hoe we hier op de juiste manier mee omgaan. Dat voeren we op dit moment, dus het zou niet goed zijn om daar nu mee naar buiten te komen, zeg ik richting de heer Buijsse.

De heer Buijsse (VVD):

Oké. Ik probeer toch iets los te weken. Het gaat er dus om dat u samen met de gemeentes een werkplan aan het maken bent. En een onderdeel daarvan is onder andere de sanering. Ik hoorde de heer Bamenga daarover namelijk iets in mijn oor fluisteren, dus ik vraag het ook een beetje namens hem. Kunnen we van dat saneringsdeel verwachten dat dat meegenomen wordt in het werkplan?

Staatssecretaris Jansen:

Volgens mij heb ik dat inderdaad net in twee losse zinnen aan u gemeld. Ja, dat wordt meegenomen in het werkplan, waar op dit moment gesprekken over plaatsvinden.

De voorzitter:

Ik kijk even naar meneer Bamenga.

De heer Bamenga (D66):

Ik blijf natuurlijk de hele tijd de vraag stellen: wanneer kunnen wij dat als Kamer verwachten?

Staatssecretaris Jansen:

Het tweede kwartaal van dit jaar, zeg ik. Dan hou ik een beetje een slag om de arm. Het kan al eerder zijn, misschien in april. "April" wordt mij nu ook ingefluisterd, maar laat ik voor de zekerheid zeggen: in het tweede kwartaal.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de leden. Ik zie verder geen vervolgvragen. Dan zou ik de staatssecretaris willen verzoeken om te continueren met zijn derde blokje. Daar zijn we inmiddels.

Staatssecretaris Jansen:

Ja, voorzitter. Dat is het blokje vuurwerk. De heer Buijsse vroeg naar de pyro-pass, die vanaf 1 oktober in werking is getreden in de Benelux. Hij vroeg wat de ervaringen bij onszelf en onze zuiderburen waren bij de jaarwisseling en in de maanden erna. Luxemburg komt trouwens ook op een later moment. Dat heb ik volgens mij al eerder gezegd. Vanaf 1 januari van dit jaar zijn verkopers in Nederland van onder andere professioneel vuurwerk verplicht om die pyro-pass te checken. Er zijn in Nederland op dit moment 25 pyro-passes verstrekt. Het aanvraagproces verloopt dus goed. In Benelux-verband worden op regelmatige basis ervaringen uitgewisseld. Maar het is nog wel erg vroeg om iets te kunnen zeggen over de effecten van de pyro-pass, zeg ik tegen de heer Buijsse. Daarvoor is de tijdspanne waar we het over hebben, gewoon te kort.

Dan heb ik wederom een vraag van de heer Buijsse, van de VVD. Hij vroeg: hoe zijn de contacten met Duitsland over de pyro-pass en worden hierin stappen gezet? De deelstaat Noordrijn-Westfalen neemt deel aan de werkgroep die zich in Benelux-verband bezighoudt met vuurwerk. Zij staan positief tegenover de pyro-pass. Samen met mijn collega de minister van Justitie en Veiligheid en met Frankrijk lopen we Europees gezien ook voorop om te komen tot scherpe maatregelen om de illegaliteit van vuurwerk uit de F4-klasse aan te pakken. Ook met Duitsland wordt over dit onderwerp gesproken. Op die manier proberen we de landen om ons heen dus mee te krijgen. Want anders krijg je hier nog steeds vuurwerk dat eigenlijk verboden is, bijvoorbeeld F4, als het in landen om ons heen niet is afgedekt. Dat was ook een discussie tussen Kamerleden onderling.

Ik heb nog een vraag van de heer Buijsse: kan de staatssecretaris inschatten of er zicht is op strakke Europese regelgeving tegen de productie en illegale handel van zwaar F4-vuurwerk op korte termijn? De evaluatie van de Pyrorichtlijn wordt binnenkort door de Europese Commissie afgerond. Het is nog niet duidelijk of deze evaluatie gaat leiden tot een herziening. Dat is wel de wens van Nederland. Dat is onze inzet. Samen met mijn collega de minister van JenV voer ik binnen de EU diverse gesprekken om de problematiek aan te kaarten en te proberen die op te lossen. We trekken daarin overigens samen op met Frankrijk. Het maken van afspraken is wel een proces van een lange adem, maar er lijkt gelukkig langzaamaan steeds meer beweging in te komen. Zodra er meer bekend is over de uitkomsten en het vervolg van de evaluatie van de Pyrorichtlijn zullen we u daarvan op de hoogte stellen. De verwachting is dat dat voor de zomer gebeurt.

Er is nog een vraag van de heer Buijsse: zal er een verbod komen voor de productie dan wel verkoop van zwaar vuurwerk aan consumenten in heel Europa? Op dit moment is er al een verbod om professioneel vuurwerk te verkopen aan consumenten. Europees zetten wij ons er ook voor in om de productie van de zogenoemde flashbangers — sorry, meneer Boutkan, het is wederom Engels — binnen de Europese Unie te verbieden, omdat deze vrijwel geen professionele markt kennen. Of dat lukt, is mede afhankelijke van de evaluatie van de Pyrorichtlijn en de opvolging die de Europese Commissie daaraan geeft. Vanuit Nederland is dat wel de inzet die wij plegen.

Er is nóg een vraag van de heer Buijsse. Volgens mij was hij de enige die hier heel veel vragen over stelde. Hij vroeg hoe het proces in het kader van de evaluatie van de Pyrorichtlijn er vanaf nu uitziet en of ik de Kamer specifiek over dit onderwerp wil informeren wanneer hierover meer informatie uit Brussel beschikbaar komt. Nou, ik heb net al gezegd dat de evaluatie voor de zomer wordt afgerond door de Europese Commissie. Vanuit Nederland is er ook actief bijgedragen aan deze evaluatie. Of dat een herziening gaat opleveren, moeten we natuurlijk nog afwachten. Mijn collega van JenV en ik zullen u wel blijven informeren over de ontwikkelingen. De Europese Commissie zal naar verwachting in 2025 hierover een besluit nemen.

Een andere vraag is wat de inzet van Nederland op Europees niveau is. Ik gaf net al in andere woorden aan wat onze inzet is. Eigenlijk praten we over twee prioritaire onderwerpen. Enerzijds is dat het verbeteren van de kwaliteit van het consumentenvuurwerk, onder andere door samenwerking tussen lidstaten en het met elkaar afspreken van conformiteitsprocedures. En het tweede punt waarop we inzetten, is het aanpakken van illegale handel en het illegale gebruik van zwaar, professioneel vuurwerk. De flashbangers heb ik net al genoemd, maar het gaat bijvoorbeeld ook over het maximeren van kruitgewicht, flitspoeder, track-and-tracesystemen en het invoeren van een Europese pyro-pass.

Ik heb nog drie vragen, voorzitter.

Wie zijn de partners van Nederland bij de inzet op Europees niveau? Volgens mij heb ik net al iets gezegd over hoe we daarvoor in Benelux-verband optreden en dat we natuurlijk ook proberen om daarin op te trekken met Frankrijk en Duitsland. In het verder brengen van de Nederlandse inzet op EU-niveau wordt ook door de minister van Justitie en Veiligheid en mijzelf samengewerkt met onder andere de Inspectie Leefomgeving en Transport, maar ook met de politie.

Een andere vraag was of ik van plan ben om een duidelijke handreiking op te stellen voor gemeenten om hen te helpen bij het eenduidig borgen van vuurwerkopslag binnen de gemeentegrenzen. Tja, u zal er niet blij van worden, want het is een procesantwoord. Dat zeg ik maar heel eerlijk. Zowel in het gesprek met het Veiligheidsberaad als in de brief van 18 februari jongstleden zijn de mogelijkheden benoemd voor de gemeenten om in het omgevingsplan vuurwerkopslagplaatsen uit woonwijken te weren. Dat is maatwerk en is natuurlijk afhankelijk van de situatie, dus een afweging die de gemeente zelf moet maken. Op dit moment voert het RIVM overigens wel onderzoek uit naar het huidige pakket aan veiligheidsmaatregelen. De onderzoeksresultaten wachten wij af om te kijken of we aanvullende maatregelen moeten opstellen, bijvoorbeeld het uitwerken van die handreiking. Maar ik wil daar niet op vooruitlopen. Dat heb ik al meerdere keren gezegd.

Dan ben ik bij de laatste vraag van de heer Buijsse. Hij vraagt of ik objectieve informatie heb die kan helpen bij het vaststellen van een compensatie en of ik een idee heb van hoe scenario's voor compensatie eruit kunnen zien. Volgens mij hebben we daar op 19 februari een debat over gehad. Daarin heb ik aangegeven dat wij met drie scenario's gaan komen. Volgens mij heeft u dan een aardig beeld van wat er speelt.

De voorzitter:

Zo meneer Buijsse, een heel blokje helemaal voor uzelf. Dat zien we ook niet elke dag. Maar u heeft vast nog wel een beetje vuurwerk voor ons in petto. Ik geef u graag het woord.

De heer Buijsse (VVD):

Dank u wel. Ook dank aan de staatssecretaris voor dit deel van zijn beantwoording. Ik heb eigenlijk nog drie kleine vragen.

Die pyro-pass. Er zijn dus 25 pyro-passes verstrekt. Dat is al een goed begin, denk ik. Maar wat denkt u dat het potentieel is om uit te reiken? Gaat dat naar de 100 toe? Of is dat 200? En wat doet u eraan om naar dat potentieel toe te werken?

Dan even over de Europese richtlijn. De evaluatie loopt. Daar horen we voor de zomer meer over ...

De voorzitter:

Meneer Buijsse, was dat uw eerste vraag en bent u nu al bezig met uw tweede interruptie? Want anders doen we eerst ...

De heer Buijsse (VVD):

Nee, ik heb gewoon drie vraagjes.

De voorzitter:

Oké. Dat gaan we niet in één interruptie doen.

De heer Buijsse (VVD):

O, zijn dat dan drie interrupties?

De voorzitter:

We doen één vraag per interruptie. Ik wil de staatssecretaris dus vragen om in ieder geval te reageren op die eerste vraag.

Staatssecretaris Jansen:

Het is niet het doel op zich om een bepaald aantal te halen. We hebben natuurlijk wel een discussie gehad, ook laatst in het plenaire debat, over werken met uitzonderingen. Als je dat zou doen, dan heb je professionele afstekers nodig, om het zo maar even te noemen. Hoeveel zijn dat er dan? Op dit moment zitten we op 25, dus daar zijn we heel blij mee, maar als ik met 40 alles afdek, ben ik ook heel blij. En als het er 100 zijn, ben ik net zo blij. Maar uiteindelijk is het natuurlijk wel het idee om het gewoon helemaal af te dekken.

De heer Buijsse (VVD):

Oké. We zitten in deze ordegroottes te praten, dus dat is dan even waar het over gaat.

Dan de tweede interruptie, voorzitter. Die gaat over de Europese richtlijn en de aanpak van Nederland. Ik waardeer de inzet. Ik waardeer ook de inzet op dat het samen met Frankrijk verloopt. De vraag is eigenlijk: steunt Duitsland jullie daar ook in? Welke landen zijn nou eigenlijk zo lastig? Want uiteindelijk zouden we toch allemaal de inzet die Nederland doet, moeten omarmen?

Staatssecretaris Jansen:

Noordrijn-Westfalen noemde ik ook, maar zij trekken hierin met ons op, dus wij hopen ook de rest van Duitsland erbij te betrekken. Ik zal niet zeggen dat landen lastig zijn, maar je ziet wel verplaatsingen. Op het moment dat het in een land strikter wordt aangepakt, zie je een verplaatsing. Afgelopen periode zag je bijvoorbeeld dat een deel van het zeer zware vuurwerk uit Italië kwam, maar op het moment dat ook daar de duimschroeven worden aangedraaid, zie je een verplaatsing naar een land in Oost-Europa. Het is dus net een kat-en-muisspel. Zolang wij hiermee Europees niet met z'n allen op één lijn komen, zul je zien dat een deel van de aanlevering vanuit landen gaat komen waarmee er nog geen overeenstemming is of die niet op dezelfde lijn zitten.

De voorzitter:

Ik kijk even naar meneer Buijsse. Is het voldoende beantwoord?

De heer Buijsse (VVD):

Op deze vraag is het voldoende. Maar hoeveel heb ik er nog?

De voorzitter:

U heeft nog één interruptie.

De heer Buijsse (VVD):

Nou, dan wil ik die graag besteden aan de laatste vraag die ik had, over de gemeentes en de brandweer. Bent u het uiteindelijk met mij eens dat aan de ene kant de brandweer afgaat op zwaardere criteria voor het opmaken van een brandinstructie — zoals dat volgens mij heet — terwijl de gemeentes daar lichter over denken? Sorry, ik bedoel: de branche. Daar zit dus ook gewoon een omissie. Dat onderzoek van het RIVM moet ons eigenlijk helpen om die omissie op te lossen. Klopt dat? Misschien is het dan namelijk ook de moeite om even te wachten op dat onderzoek van het RIVM, voordat we iets aangeven richting de gemeentes en het Veiligheidsberaad. Stel, dat onderzoek kan een antwoord geven in de trant van: maar dit is het en hiermee is de verwarring ook uit de lucht, want er is een duidelijke misinterpretatie tussen zaken. Dan zou ik ontzettend geholpen zijn, om het zo maar te zeggen.

Staatssecretaris Jansen:

Ik snap uw vraag, hoor. Die vraag is ook gesteld in het overleg dat ik hierover heb gehad met het Veiligheidsberaad en de burgemeesters. Ik heb aan hen toegezegd dat ik in ieder geval met ze ga kijken wat er nodig is om dit gemeentelijk te uniformeren. Dat is wat ik richting hen heb toegezegd. Maar ik heb net ook genoemd dat het op dit moment vanuit gemeentelijk oogpunt al mogelijk is om daar zelf via de omgevingsvisie regels voor op te stellen. Alleen, ik snap ook wel dat er wordt gevraagd om meer uniformiteit. Ik ben daar niet blind voor. Vandaar ook de toezegging die ik gedaan heb.

De voorzitter:

Oké, dank u wel. Dan zie ik dat er geen vragen meer zijn. Dan wil ik de staatssecretaris vragen om te starten met het blokje overig. Dank u wel.

Staatssecretaris Jansen:

Dat is gelukkig een dun mapje, voorzitter, maar dun is niet bijna niks. Een vraag van de heer Boutkan over de koppen in de brief van 21 januari. Kan het zijn dat er een kop uit het vorige kabinet zit boven op het EU-beleid en hoe verhoudt dit zich tot eerder gemaakte afspraken? Het platte antwoord is: nee, er zijn geen nationale koppen, zoals in de brief is toegelicht. Technisch: een nationale kop is Nederlandse regelgeving die verder gaat dan waartoe een Europese richtlijn die precies dezelfde materie regelt, verplicht. Nederland heeft een aantal middelen gekozen om een Europees bepaalde milieukwaliteit te realiseren. Wij hebben in het hoofdlijnenakkoord afgesproken om daar geen nationale koppen bovenop te zetten. Als er nu onduidelijkheid over is of iets een nationale kop is of nationaal beleid … Wij hebben gezegd: vanaf nu geen nationale koppen erop. Dat wil niet zeggen dat er in het verleden in nationaal beleid niet een kop heeft gezeten, maar dan is dat op dit moment wel nationaal beleid. We hebben daar in het hoofdlijnenakkoord over afgesproken dat we niet tornen aan de huidige al bestaande nationale koppen. Er komen alleen geen nieuwe bij.

De tweede vraag van de heer Boutkan was hoe de circulairplasticnorm rijmt met het verbod per 2026 van plastic bekers met bioplastics daarin. Het gaat hier om twee verschillende zaken, zeg ik richting de heer Boutkan. In beide gevallen gaat het wel om plastic, maar het gaat om hele andere maatregelen. Het ene voorbeeld gaat over de samenstelling van plastic zelf, dat deels gemaakt moet worden van gerecycled of biogebaseerd plastic; dat is de circulairplasticnorm. Het andere voorbeeld reguleert het gebruik van plastic in beperkte en hele specifieke situaties en producten en het bestaande verbod op het gebruik van wegwerpplastic, -bekers en -bakjes in bijvoorbeeld kantoren. Dit bijt elkaar verder niet. Het zijn twee gescheiden zaken, maar dit zal ongetwijfeld een vervolgvraag opleveren.

De volgende vraag van de heer Boutkan was hoe de zin over de afzetmarkt voor circulaire plastics rijmt met de praktijk van alledag, waarin we regelmatig lezen dat juist bedrijven in deze sector failliet gaan. Heel plat is het antwoord dat we donderdag een tweeminutendebat hebben en op 16 april een commissiedebat Circulair, maar ik wil de heer Boutkan wel aangeven dat de circulairplasticnorm geen kortetermijnoplossing biedt voor de moeilijke situatie op de recyclemarkt. Het doel van de norm is om bij te dragen aan de grondstoffentransitie. Op de middellange termijn biedt de norm wél perspectief aan recyclers door de grotere afname van recyclaat, maar de moeilijke situatie op de markt en de transitie naar circulair plastic moeten natuurlijk wel in samenhang met elkaar worden gezien. Bij de verdere besluitvorming hebben we dan ook oog voor beide ontwikkelingen. Heb ik daarmee op korte termijn een oplossing voor de sector? Nee, die kan ik u op dit moment niet pasklaar geven.

Nog een vraag van de heer Boutkan: ben ik nog steeds van mening dat de situatie in de afzetmarkt in verband met de circulairplasticnorm een tijdelijke situatie is? Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde als wat ik zojuist heb geantwoord: donderdag is het tweeminutendebat en op 16 april is het commissiedebat Circulair.

Een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid: wat kunnen we precies verwachten als u ons voor de zomer informeert over de herijking van de bodemregelgeving? Met de herijking van de bodemregelgeving worden de kaders voor secundaire bouwstoffen onder de loep genomen. Uiteraard kijken we ook waar het mis is gegaan. Voorbeelden van wat u kunt verwachten, zijn het ontwikkelen van handvatten voor de invulling van de zorgplicht, zodat helder is hoe en met welke eigenschappen van bouwstoffen rekening moet worden gehouden, en ervoor zorgen dat het bevoegd gezag meer zicht krijgt op de toepassing van deze secundaire bouwstoffen. Ook een vergunningplicht wordt onderzocht als beleidsoptie. Het voornemen is om in het Circulair Materialenplan de verplichting op te nemen om alle AVI-bodemassen te reinigen tot een kwaliteit die voldoet aan de normen uit de bodemregelgeving voor een vrije toepassing op de bodem.

Ik heb nog een vraag van de heer Gabriëls; dat is de laatste: kan ik toezeggen dat de regels zo worden herzien dat het gebruik van de veilige variant, de gewassen bodemassen, bevorderd wordt ten opzichte van de onveilige variant? Ongewassen bodemassen worden nu nog toegepast in immobilisaat. Wij zetten in op een aantal maatregelen om het gebruik te verbeteren, zoals het voornemen om in het Circulair Materialenplan de verplichting op te nemen om alle AVI-bodemassen verplicht te reinigen tot de net genoemde kwaliteit, de norm voor de bodemregelgeving, voor een vrije toepassing op de bodem. Daarnaast is de Branchevereniging Immobilisatiebedrijven bezig met de herziening en actualisatie van de beoordelingsrichtlijn voor immobilisaat; voor de fijnproever: de BRL 9322. Deze richtlijn bevat ook voorschriften voor producenten die zijn gericht op kwaliteitsborging van het produceren van immobilisaat. Ook wordt binnen de lopende herijking van de bodemregelgeving op dit moment gewerkt aan het oplossen van knelpunten in de praktijk.

Dat was 'm.

De voorzitter:

Ik kijk nog even naar meneer Boutkan voor een vraag. Gaat uw gang.

De heer Boutkan (PVV):

Ik kon mijn eigen krabbels niet eens meer terugvinden, zo snel ging het. Laat ik maar even beginnen met wat me nog het meest voor de geest staat: het antwoord op mijn vraag over de sectoren en hoe de staatssecretaris aankijkt tegen de tijdelijkheid van toen. Ik krijg namelijk een antwoord in de trant van: middellange termijn, als er een recyclaat wordt toegevoegd. Maar we zien links en rechts nu al op- en aanmerkingen binnenkomen over het Circulair Materialenplan, over dat het toepassen van recyclaat een heel lastig traject gaat worden. De vraag die er nog steeds is bij de PVV en die ik nogmaals aan de staatssecretaris zou willen stellen, is of er eigenlijk nog wel een bedrijf over is in Nederland wanneer we eindelijk toekomen aan die middellange termijn of dat recyclaat. Want de een na de ander valt momenteel om. De teller staat nu op negen, geloof ik. Zo veel hebben we er niet meer. Er sluiten grote bedrijven. De eerste vraag die ik heb, is dus: zijn er dan nog wel bedrijven over die dit in Nederland kunnen doen?

Staatssecretaris Jansen:

Ik snap de vraag van de heer Boutkan. Ook wij zien wat er gebeurt. Ik kan natuurlijk geen enkele garantie geven wat betreft of bedrijven wel of niet omvallen. We zien echter wel de problematiek waarmee ze te maken hebben en proberen daarop te anticiperen. Alleen, dan zit je met de korte, middellange en lange termijn. Iets wat op middellange en lange termijn heel goed kan zijn, kan op korte termijn soms een onbedoeld neveneffect hebben. Daar zijn we naar aan het kijken. We hebben zeker niet de intentie om die bedrijven te laten omvallen, want juist deze bedrijven lopen voorop. Volgens mij is dit waar we uiteindelijk met z'n allen naartoe willen. Het zou dus heel zonde zijn als heel veel van deze bedrijven omvallen terwijl wij ze op lange termijn gewoon nog keihard nodig hebben.

De heer Boutkan (PVV):

Even spieken.

De voorzitter:

U heeft nog twee interrupties.

De heer Boutkan (PVV):

Nog twee. Nou, dan zal ik eerst die andere even doen, namelijk over de circulairplasticnorm, zoals u dat zelf schrijft, en het antwoord dat dat twee verschillende zaken zijn. Alleen, als ik die brief erbij pak over — wat was het? — handhaving milieuwetgeving van 21 januari 2025, zie ik dat daarin staat dat u samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei werkt aan een wetsvoorstel voor de circulairplasticnorm. Zoals ik het lees, gaat u daarin iets zeggen over polymeren en dergelijke. We hebben natuurlijk die eindeloze discussie gehad over het kartonnen bekertje, waar volgens de technische sessie polymeren in zitten. Ik blijf daarover zeuren, want er zijn nou eenmaal kartonnen bekertjes die een inhoud hebben op biobasis.

De voorzitter:

En wat is uw vraag?

De heer Boutkan (PVV):

De vraag is dan: hoe moet ik dat nou zien in het licht van wat hier geschreven staat, zonder te zeggen dat dat twee verschillende dingen zijn? Ik zou zeggen: leg het mij gewoon eens uit in jip-en-janneketaal.

Staatssecretaris Jansen:

Daar heb ik iets meer tijd voor nodig. Ik kom daar in tweede termijn uitgebreider op terug. Dan probeer ik het in jip-en-janneketaal te doen, want daar zijn we volgens mij allemaal heel goed mee geholpen.

De voorzitter:

En dan niet in het Engels, hoop ik, staatssecretaris.

Staatssecretaris Jansen:

Ik zal proberen Engelse termen te voorkomen, voorzitter.

De voorzitter:

Dat doet meneer Boutkan denk ik ook deugd. Ik kijk even of hij nog vervolgvragen heeft, en anders zie ik meneer Bamenga zijn vinger nog opsteken. U heeft nog één interruptie, meneer Boutkan. Het hoeft natuurlijk niet, maar als u dat graag wil, gaat u dan vooral uw gang. Meneer Bamenga, u mag eerst van meneer Boutkan. Wat een geluk!

De heer Bamenga (D66):

Dank u wel, meneer Boutkan. Ik heb een verduidelijkende vraag. De motie waar ik het net over had, de motie-Hagen over het stopzetten van de productie van pfas, bestaat uit twee delen. Enerzijds gaat die over in gesprek gaan met Chemours om uiterlijk in 2025 te stoppen met de pfas-productie. Aan de andere kant gaat die over het in kaart brengen van de juridische en wetgevende mogelijkheden. Ik begrijp van de staatssecretaris dat wij uiterlijk in Q1 over beide punten geïnformeerd worden. Klopt dat?

De voorzitter:

Staatssecretaris, klopt dat?

Staatssecretaris Jansen:

Ja, dat klopt. Overigens was dit, als ik me niet vergis, een vraag uit het vorige blokje en niet uit dit blokje.

De voorzitter:

De duidelijkheid is er nu in ieder geval. Dus dank, staatssecretaris. Ik kijk even rond of er nog vragen zijn. Meneer Boutkan, voor zijn laatste interruptie.

De heer Boutkan (PVV):

Ik heb een vraag naar aanleiding van de beantwoording over de bedrijven in de circulaire economie. We hebben daar al eens eerder aandacht voor gevraagd. Ik vraag het dan maar nogmaals. Kan de staatssecretaris gewoon in contact treden met deze bedrijven? Dat is gewoon een vraag aan u. Kunt u rechtstreeks in contact treden, dus niet middels allerlei tussenpersonen en dergelijke? Kunt u gewoon persoonlijk in contact treden met deze industrie? Is de staatssecretaris daartoe bereid?

Staatssecretaris Jansen:

Ik ben daar zeker toe bereid, zeg ik tegen de heer Boutkan. Daarnaast ben ik met minister Hermans van Klimaat en Groene Groei in gesprek om te kijken of er mogelijkheden zijn met een overbruggingsregeling. Het is dus echt niet zo dat we het op zijn beloop laten; we proberen stappen te zetten. Maar ik ben zeker ook bereid om met vertegenwoordigers van deze bedrijven het gesprek aan te gaan, want ik zie de urgentie hiervan ook. Ik zeg heel eerlijk: af en toe krijg ik ook een noodkreet te horen via social media. Ik weet dus hoe hoog de nood is.

De voorzitter:

Wordt de Kamer daarover geïnformeerd, staatssecretaris?

Staatssecretaris Jansen:

Ik zal de Kamer daarover informeren.

De voorzitter:

Wanneer?

Staatssecretaris Jansen:

Dat is afhankelijk van wanneer ik contact daarover heb. Laat ik zeggen: drie weken na het contact rapporteer ik terug. Maar ik moet natuurlijk eerst in mijn agenda kijken wanneer ik daar ruimte voor heb.

De voorzitter:

Oké. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerste termijn aan de zijde van het kabinet. Dank voor de beantwoording, zeg ik tegen de staatssecretaris.

Dan gaan we door met de tweede termijn aan de kant van de Kamer. U heeft allen 1 minuut en 40 seconden voor uw tweede termijn. Ik wil u meegeven dat u in deze tweede termijn kunt aangeven of u een tweeminutendebat wilt aanvragen. We beginnen met meneer Boutkan namens de Partij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.

De heer Boutkan (PVV):

Voorzitter. Ik hou het kort. Ik kijk reikhalzend uit naar de beantwoording die we nog gaan krijgen van deze staatssecretaris.

De voorzitter:

Dank u wel. Meneer Gabriëls, gaat uw gang.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Ik wil graag een tweeminutendebat aanvragen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat er zo snel mogelijk een GER komt op basis van de concept-MER en de methodiek van het RIVM, en dat die GER als harde voorwaarde wordt verankerd in de maatwerkafspraken? Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij per brief inzicht geeft in hoe hij de bovenwettelijke gezondheidseisen juridisch gaat borgen? Kan de staatssecretaris toezeggen met een brief te komen waarin de consequenties staan als Tata zich niet aan de maatwerkafspraken houdt? Want die vraag is in de eerste termijn nog niet gesteld.

De voorzitter:

Ik ga u wel heel even onderbreken nu, want meneer Buijsse heeft nog een interruptie voor u. Gaat uw gang.

De heer Buijsse (VVD):

De heer Gabriëls wil heel graag een GER in de maatwerkoplossingen. Maar wat als dit, zoals de staatssecretaris ook al aangaf in zijn vraag aan mij, meer tijd kost en tot meer gezondheidsschade leidt? Hoe reageert de heer Gabriëls daarop?

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Dat is een goede vraag. Wij willen heel graag dat het concreet en juridisch geborgd kan worden als er wordt gezegd dat we gezondheid willen meenemen in de maatwerkafspraken. Het moet geen vage afspraak blijven die slechts op papier bestaat. Het moet duidelijk zijn wat de gezondheidseisen zijn. We hebben namelijk het normale VTH-stelsel, waarin op basis van het OVV-rapport is vastgesteld dat dit de gezondheid niet borgt. Daarbovenop komen de bovenwettelijke afspraken. Die moeten worden geconcretiseerd en juridisch geborgd. Dat is belangrijk, want dan weet je waarvoor je miljarden vrijmaakt. Dat is dus heel belangrijk. Het is heel gek, want er zou een MER moeten liggen en een GER gemaakt zijn. Vorig jaar is er een motie ingediend om daar per direct mee te beginnen. De uitkomsten hiervan moeten vervolgens juridisch worden verankerd in de maatwerkafspraken. Het is niet voldoende om te zeggen: we nemen gezondheid mee. Ja, maar hoe dan? Wat precies? Hoe borg je dat? Dat is het antwoord.

De voorzitter:

Ik sta in deze tweede termijn niet veel meer dan twee interrupties toe. Ik wil u dat meegeven voordat u aan deze interruptie begint. Als u dat graag wilt, geef ik u hierbij het woord.

De heer Buijsse (VVD):

Ik wil hier inderdaad geen ellenlang debat van maken, maar ik heb wel een vraag ter verduidelijking. Volgens mij heeft de staatssecretaris aangegeven dat hij naar een letter of intent wil, een afsprakenlijst waarin ook afspraken over gezondheid zullen worden opgenomen. Dat is geen GER. Een letter of intent is, net als een GER, een juridisch instrument. Daarmee kun je op vrij korte termijn gewoon aan de slag. Ik vraag me richting de heer Gabriëls af: wat is daar mis mee? Wat is er mis met deze aanpak? Dat vraag ik me af.

De voorzitter:

Duidelijk. Meneer Gabriëls, wat is daar mis mee?

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Als er extra gezondheidseisen komen, die zijn toegezegd en die we met z'n allen willen, is het goed dat die geconcretiseerd worden. Als dat gebeurt via, met dat Engelse woord, een joint letter of intent, is dat goed, maar een gezondheidseffectrapportage maakt concreet — dat heeft de Expertgroep Gezondheid IJmond ook gezegd — welke eisen dat precies zijn. Als dat buiten elkaar om gaat lopen, ga je straks afspraken maken zonder dat je precies weet wat er uit die gezondheidsrapportage komt. Dat is één.

Twee. Er is nog een andere motie aangenomen — dat wordt ook omschreven in de brief die de staatssecretaris gestuurd heeft — om ook te gaan kijken naar het aanpassen van de wet- en regelgeving, überhaupt bij vergunningverlening, om gezondheid daarin meer een plek te geven. In het OVV-rapport is namelijk aangegeven dat het VTH-stelsel op dit moment de gezondheid niet borgt. Op de langere termijn moeten we ernaartoe dat de wetgeving dusdanig wordt aangepast dat gezondheid, en niet een bepaalde norm, de basis is voor vergunningverlening. Ik vind het dus goed dat er een joint letter of intent komt met daarin juridische afspraken, als het inderdaad juridische afspraken zijn, maar ik vind dat daar zo concreet mogelijk de gezondheidsadviezen van de expertgroep in moeten worden opgenomen. Het concretiseren van de gezondheidseisen komt in die GER naar voren.

De voorzitter:

Nee, we gaan niet nog eens buiten de microfoon met elkaar in debat. Meneer Gabriëls, dank u wel. Zou u uw tweede termijn willen vervolgen? Ik weet niet of u nog weet waar u was gebleven, maar dat kunt u dan nu even opzoeken en dan kunt u uw betoog vervolgen.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Ik heb net twee vragen gesteld. De laatste was of de staatssecretaris kan toezeggen met een brief te komen over de consequenties. Op het moment dat er maatwerkafspraken gemaakt zijn en de miljarden verdeeld zijn, maar Tata zich niet aan de afspraken houdt of er overtredingen plaatsvinden, waardoor de gezondheid niet wordt geborgd, wat zijn dan de consequenties? Kunnen we — dat was ook een vraag — de vergunningen nog intrekken of aanscherpen ná de maatwerkdeal?

De voorzitter:

Dank u wel. Dan het lid Kostić voor haar tweede termijn. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter, nog even voor de duidelijkheid, met name richting de VVD, denk ik. We hebben afgesproken dat we gaan kijken naar gezondheid als randvoorwaarde voor de maatwerkafspraken. Daar gaan wij politiek niet over, want anders wordt het cherrypicking, maar daar hebben we een expertgroep voor aangewezen en dat is die Expertgroep Gezondheid IJmond. Die zegt: een onderdeel van het proces is de GER; die heb je nodig om in beeld te brengen wat dan genoeg is voor de gezondheid. Zij hebben zelf in beeld gebracht welke emissies naar beneden moeten worden gebracht; zo moet de emissie van kankerverwekkende paks met 90% worden gereduceerd. Volgens een motie van de Tweede Kamer moet het kabinet dat meenemen in die maatwerkafspraken: gewoon keihard juridisch borgen. Dat is het punt.

Mijn vraag aan …

De voorzitter:

Ik ga hier wel heel even op ingrijpen, want meneer Buijsse is niet aan het woord en u doet nu eigenlijk een interruptie op meneer Buijsse. We zijn weliswaar nog onderling in debat, maar dit is niet heel erg netjes richting iemand die geen interrupties meer heeft en zich nu niet kan verdedigen. Ik ga hem dus zo meteen wel toestaan om hier nog even op te reageren, maar weet dat het niet gebruikelijk is.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Het was meer voor de hele Kamer. Ik noemde de VVD specifiek, maar het was voor de hele Kamer en ook voor het kabinet, om nog even duidelijk te maken hoe het zit.

Ik wil heel graag weten wat er nou precies in die joint letter of intent komt. Zijn de GER en de MER dan klaar? Want die wil je eerst hebben. Je wilt inzichtelijk hebben wat het plan überhaupt gaat opleveren aan gezondheidseffecten, zodat je weet of je daarin nog moet bijsturen. Is dat klaar voor de joint letter of intent?

Dan wil ik de staatssecretaris vragen om toe te zeggen dat hij deze maand, het liefst voor het tweeminutendebat van deze commissie, concreet zal reageren op de brief van omwonenden over het gefaalde OFL-beleid.

Tot slot. Er is een motie van onder andere de Partij voor de Dieren aangenomen in september 2024, waarin staat: "verzoekt de regering om medio 2025 te komen met een aanscherping en verdere uitwerking van de actieagenda, met een overzicht van concrete (kwantificeerbare) doelen en bijbehorende acties (inclusief tijdspad) gericht op merkbare verbeteringen van de bescherming van gezondheid". Begrijp ik de staatssecretaris goed dat we dat in april krijgen?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik heb 'm overigens wel zo op mijn toezeggingenlijst genoteerd, maar de staatssecretaris mag er zo meteen nog even op ingaan.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Misschien nog even ter verduidelijking, als u mij toestaat: het gaat mij dus niet alleen om het tijdspad van de actieagendapunten die er al in staan, dus om al die onderzoeken, maar ook over een verdere aanscherping. We hebben destijds namelijk geconstateerd dat die onderzoeken wel leuk en aardig zijn — dat moet ook gebeuren — maar dat je ook moet kijken wat er nog meer gedaan kan worden, en daar ging die motie over.

De voorzitter:

Ik kom straks, aan het einde, met een lijst met toezeggingen en dan kunnen we het nog even verder concretiseren, samen met het kabinet. Meneer Buijsse, het woord is aan u voor uw tweede termijn.

De heer Buijsse (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil het graag kort houden. Ik heb in ieder geval heel veel vragen gesteld. Ook heb ik veel aan beantwoording terugontvangen van de staatssecretaris over vuurwerk, vooral in Europese context. Ik waardeer de inzet van Nederland in Europa; de inzet van de staatssecretaris en zijn collega van JenV is goed. Verder heb ik me een klein beetje bemoeid met de pfas-discussie en met de GER- en MER-discussie. Ik wil er uiteindelijk wel gewoon voor waken, jongens — en meisjes; ik bedoel iedereen, sorry — dat we verzanden in woorden en interpretaties van deze woorden, terwijl de intentie van het kabinet volgens mij precies is zoals de Kamer heeft opgedragen. Ik denk dat als we die GER heel zwaar gaan juridificeren, we veel verder van huis komen qua gezondheidsvoordelen ten opzichte van het proces zoals dat nu loopt. Dat steun ik van harte.

De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):

Stel dat er maatwerkafspraken gemaakt zijn en er een joint letter of intent is die juridisch te borgen is, maar Tata vervolgens over een bepaalde norm heen gaat, waardoor de gezondheid niet geborgd wordt; vindt de VVD dan dat de vergunningen van Tata weer aangescherpt moeten worden of zelfs ingetrokken zouden kunnen worden door een omgevingsdienst?

De heer Buijsse (VVD):

Ik laat het kabinet vrij om daarin eigen afwegingen en keuzes te maken, maar ik kan me heel goed voorstellen dat in een intent ook clausules worden opgenomen over "escalatie", zoals je dat noemt. Als iets niet volgens de afspraken verloopt, staat daarin wat er dan gebeurt. Dat kan in allerlei vormen zijn. Ik spreek daar niet een voorkeur voor uit. Ik laat het aan het kabinet om daarover zelf met voorstellen te komen. Maar ik heb zeker interesse in de precieze uitwerking daarvan.

De voorzitter:

Ik zie toch nog een vervolgvraag van het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

De VVD probeert het een beetje plat te slaan tot een soort definitiestrijd. Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat we kijken wat er nodig is om die gezondheid voldoende te borgen. We hebben daarvoor de expertgroep aangewezen. Die heeft een aantal hele concrete punten. Laten we de GER nog even opzijzetten. Het gaat onder andere ook om die 90% reductie van die kankerverwekkende stoffen. Daarvan zegt die expertgroep: die reductie is gewoon nodig; daar hebben jullie ons voor aangewezen. Is de VVD bereid om die adviezen van de Expertgroep Gezondheid dusdanig te omarmen dat ze zegt: als die adviezen straks niet in die maatwerkafspraken zitten, dan gaat de VVD daar niet in mee?

De heer Buijsse (VVD):

Het kabinet heeft een kabinetsreactie gegeven op de adviezen van de expertgroep. Dat was wat ons betreft een genuanceerd verhaal. Daar hebben wij vrede mee.

De voorzitter:

Tot slot uw laatste vraag, lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Precies. Nu komt het puntje bij het paaltje: de VVD is eigenlijk gewoon niet geïnteresseerd in die gezondheid. Het gaat de VVD erom dat het belastinggeld van onze burgers die het geld keihard nodig hebben, zo snel mogelijk aan een bedrijf wordt gegeven dat jarenlang verzaakt heeft te investeren in een toekomstbestendig bedrijf. Er zijn heel veel economen die waarschuwen dat Tata straks aan het belastingsinfuus hangt. Is de VVD bereid om verantwoordelijkheid te nemen op het moment dat we 1 miljard à 2 miljard investeren in Tata, maar vervolgens blijkt dat die investering onvoldoende is en de belastingbetaler meer moet betalen? Gaat de VVD daar de verantwoordelijkheid voor dragen?

De heer Buijsse (VVD):

Ik heb dit ook eerder in dit debat aangegeven. Ik denk dat er wellicht een verschil zit tussen de Partij voor de Dieren en de VVD als het gaat over de ambitie wat betreft de gezondheid. Dat is ook duidelijk geworden in dit debat. Tegelijkertijd zeggen we als VVD ook dat we pragmatisch zijn. Wellicht kunnen we niet voor de volle honderd procent de doelstelling van de Partij voor de Dieren halen …

Kamerlid Kostić (PvdD):

Nee, van de expertgroep.

De heer Buijsse (VVD):

Het equivalent daarvan is de doelstelling van de expertgroep, maar het zou ons al heel veel waard zijn als we grote stappen zouden kunnen zetten in een tijdframe dat gewoon binnen de maatwerkafspraken zou passen. Tegelijkertijd is onze zorg dat als we die ambitie wel zouden omarmen, we in een juridisch traject komen dat ellenlang gaat duren, waardoor de omwonenden veel langer last gaan krijgen van gezondheidsschade. Dat is ook niet wat we willen.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Bamenga.

De heer Bamenga (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil de staatssecretaris bedanken voor de antwoorden. Ik heb nog een aantal vragen. Om te beginnen merk ik nog op dat ik het bizar vind dat de VVD kenbaar maakt dat die andere ambities heeft op gezondheid. Als het goed is, zouden we met z'n allen dezelfde ambitie moeten hebben op gezondheid, want dat is volgens mij het allerbelangrijkste. Zonder een goede gezondheid kun je namelijk heel weinig.

Dank voor de toezegging dat we het saneringsplan in april mogen ontvangen. Het was voorzichtig, maar ik heb zelf "in april" opgeschreven.

Verder was ik nog benieuwd welke lessen de staatssecretaris trekt uit de situatie in België. Ik bedoel dus het samenstellen van het overzicht van de pfas- en ZZS-lozingen. Welke lessen trekt de staatssecretaris daaruit, zodat het eventueel sneller zou kunnen in Nederland? Als dat niet sneller kan, ben ik benieuwd naar wat de Belgen wel doen wat wij niet kunnen.

De toezegging rondom de uitfasering van blusschuim heb ik gemist. Misschien wil de staatssecretaris daar nog op terugkomen.

Ik had nog een vraag gesteld over het gemiddelde. Dat laat ik nu even voor wat het is.

Ik wil tot slot nog een opmerking maken over de Kamervragen die onlangs beantwoord zijn, volgens mij zelfs vandaag, over pfas. Ik vond dat ze ontzettend summier en ook slecht waren beantwoord. Ik heb er in dit debat weinig over gezegd, maar ik kom daar zeker nog op terug.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee beëindig ik nu de tweede termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft aangegeven vijf minuten nodig te hebben voor het voorbereiden van de beantwoording, dus ik ga voor enkele minuten schorsen. Dan komen wij zo meteen bij u terug voor de tweede termijn van het kabinet. Dank u wel en tot straks.

De voorzitter:

Ik heropen dit commissiedebat Externe veiligheid. Ik zou graag het woord willen geven aan de staatssecretaris voor de beantwoording in de tweede termijn. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Jansen:

Dank, voorzitter. Richting de heer Boutkan: ik kom er in een brief richting u op terug, in jip-en-janneketaal, zonder Engelse termen, voor het debat van 16 april.

De voorzitter:

Ik hoor dat meneer Boutkan zegt dat u geweldig bent. Dat wou ik toch even op band gememoreerd hebben.

Staatssecretaris Jansen:

Dan zijn we allebei blij. Dan kom ik bij de heer Gabriëls. Die heeft mij vier vragen gesteld. De eerste vraag: kan ik toezeggen dat er zo spoedig mogelijk een GER komt en dat dat ook een harde voorwaarde is? Het antwoord is: ja, natuurlijk snap ik het ongeduld van de heer Gabriëls en ook de wens om tot harde en geborgde afspraken te komen. Dat willen wij natuurlijk als kabinet ook. Ik heb u al toegezegd in een brief het hele proces tot een maatwerkafspraak, inclusief tussenstappen, te gaan schetsen. Dat zal ik ook richting u gaan doen.

De tweede vraag is: kan ik per brief toezeggen hoe gezondheid wordt geborgd? Zoals in de eerste termijn ook aangegeven, neemt het kabinet de resultaten van de GER, indien beschikbaar, mee. Dat is geen harde randvoorwaarde voor de afspraken.

Tegelijkertijd, en dat is eigenlijk ook uw derde vraag: wat gebeurt er als Tata zich niet houdt aan de afspraken? Wat zijn dan eventuele consequenties? We hebben de joint letter of intent — sorry, ik heb nog geen Nederlands woord daarvoor — waarin wij vastleggen welke afspraken wij maken. Ook daarover zullen wij u per brief informeren. Op die manier proberen wij dat vorm te geven. Dus ja, dat is het antwoord dat ik ook in eerste termijn volgens mij op vier verschillende manieren heb geprobeerd te geven.

De laatste vraag van de heer Gabriëls. Kunnen we de vergunningen nog aanscherpen na de maatwerkafspraken? Het antwoord is: ja, het reguliere proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving blijft intact. De provincie is wel bevoegd gezag en blijft in dezen uiteindelijk natuurlijk leidend, maar ja, het kan dus wel na afloop van.

Dan kom ik bij twee vragen van het lid Kostić. Kan ik per brief reageren op de reactie van de omwonenden op het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving rond zijn advies? Op dit moment is het bezig dat advies af te ronden. Op basis daarvan komen wij voor de zomer met een voorstel naar de Kamer. Dan zullen we ook reageren op de brief van de omwonenden. Tegelijkertijd, zeg ik richting het lid Kostić, zullen we ook eerder natuurlijk richting omwonenden antwoorden, zodat zij op de hoogte zijn van deze procesmatige behandeling. Maar richting de Kamer reageren we in ieder geval voor de zomer.

Dan heb ik een tweede vraag van het lid Kostić. Die ging over verdere aanscherping van de actieagenda. Hoe staat het daarmee? Ik heb volgens mij al aangegeven: in april zal ik een voortgangsbrief sturen. Daarin zal ik ook een tijdschema opnemen. In die voortgangsbrief zullen we ook specifiek ingaan op de motie van het lid Kostić om te komen tot verdere aanscherpingen.

Dan heb ik nog een laatste vraag. Die is van de heer Bamenga. Die ging er ook over wat we onder andere van België leren. België is wel anders georganiseerd dan wij. Wij zijn decentraal. België is meer gecentraliseerd, dus die hebben daar een andere manier van ingrijpen. Wij hebben het VTH-stelsel zoals wij dat hebben vormgegeven, waarbij de gemeente of provincie het bevoegd gezag is. België heeft dat op een andere manier vormgegeven, dus werken ze daar ook op een andere manier mee. Dat laat onverlet dat we wel in goed contact staan met Vlaanderen en dat we ook wel van elkaar proberen te leren, zeg ik ook richting de heer Bamenga. België geeft overigens ook aan dat zij van ons leren wat betreft het zeerzorgwekkendestoffenbeleid. Het is dus een wisselwerking.

Dan was er nog een tweede vraag van de heer Bamenga, maar die hebben wij niet goed kunnen noteren. Misschien kan de heer Bamenga die herhalen.

De heer Bamenga (D66):

Ik heb meerdere vragen gesteld. Volgens mij heb ik ook een vraag gesteld over dat blusschuim. Wanneer zal de uitfasering plaatsvinden?

Staatssecretaris Jansen:

Volgens mij heb ik daar in de eerste termijn uitgebreid antwoord op gegeven en aangegeven dat daar verschillende data voor zijn, variërend van 2027 tot 2030 tot zelfs tien jaar verder. Ik ben daar dus heel uitgebreid op ingegaan, maar ik kan u wel nog een keer het antwoord voorlezen, maar het is tot maximaal tien jaar, laat ik het zo zeggen, maar dat is afhankelijk van de verschillende sectoren. Volgens mij noemde ik ook de scheepvaart als voorbeeld. Daar was een andere termijn voor dan voor op het land. Dat was dus het antwoord dat ik heb gegeven.

De heer Bamenga (D66):

Wellicht heb ik dat niet gehoord. Ik kwam enkele minuten later binnen. Ik zal het dus terugluisteren. Wat fijn dat België en Nederland over en weer van elkaar kunnen leren. Mijn vraag was inderdaad vooral wat wij in ieder geval van België kunnen leren.

Staatssecretaris Jansen:

Volgens mij is het gewoon een continu proces waarin we naar elkaar kijken. Als zaken die goed aanslaan in België te kopiëren zijn naar Nederland, zullen we dat zeker niet nalaten als daar aanleiding toe is. Maar omgekeerd geldt dat net zo hard. We proberen ook rondom vuurwerk samen op te trekken. Dat kwam onder andere aan de orde in de beantwoording in de richting van de heer Buijsse van de VVD. We proberen dus continu met de buurlanden hierin gezamenlijk op te trekken en lessen van elkaar te leren. Uiteindelijk is het doel natuurlijk om alles zo goed mogelijk in beeld te krijgen en daardoor uiteindelijk de juiste stappen te kunnen zetten rondom de gezondheidswinst.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Ik zie dat het lid Kostić nog één vraag heeft. Dat is dan ook de laatste die ik wil toestaan in deze termijn. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik heb misschien verduidelijking nodig over die joint letter of intent en hoe die samenhangt met de MER en de GER. Dat was eigenlijk mijn eerste vraag. Mij is het volgende nog steeds niet duidelijk. Als wij als Kamer, inclusief expertgroep, hebben gezegd dat die MER en GER er eerst moeten zijn en wij pas dan die afspraken kunnen beoordelen en rondkrijgen, komen dan eerst die MER en GER, en dán de joint letter of intent waarin in ieder geval de lessen die zijn geleerd uit de MER en de GER worden meegenomen? Of komt dat later? Laat ik de vraag zo stellen. Kan de staatssecretaris misschien komende week met een brief komen waarin dit verduidelijkt wordt, en niet in april, maar gewoon op termijn, zodat we precies weten wat we wanneer kunnen verwachten en zodat we weten hoe de staatssecretaris de snelheid achter die gezondheidsrapportages, en alles wat we daarvoor nodig hebben, erin kan brengen?

Staatssecretaris Jansen:

Ik kan toezeggen dat ik daar in een brief uitgebreid op terug ga komen. Daarin zal heel duidelijk zijn wat de intenties zijn achter de GER, de MER en ook de joint letter of intent. Dan kunt u daar zelf eventueel ook weer vervolgvragen over stellen. Daar zullen we uiterlijk in april schriftelijk op terugkomen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dat is te laat.

Staatssecretaris Jansen:

Ja, maar er is op 16 april nog een debat. Voor dat debat kom ik hierop terug.

De voorzitter:

Dat is een concrete toezegging, zeg ik tegen het lid Kostić. Die gaan we als zodanig noteren. Dan wil ik de staatssecretaris bedanken voor de beantwoording in de tweede termijn. Dan hebben we nog even wat administratie met elkaar te doen en ik zou zeggen: ga er maar even goed voor zitten, want we hebben dertien toezeggingen. Ik ga ze allemaal oplezen. Ik hoop dat de staatssecretaris mij corrigeert als het niet klopt. Als er dingen ontbreken, hoor ik dat graag achteraf van de leden. Dan kunnen we dat nog even met elkaar uitkristalliseren. Ik moet nog even aangeven dat het lid Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid een tweeminutendebat heeft aangevraagd.

  • De eerste toezegging is een toezegging aan het lid Kostić. In april wordt de Kamer geïnformeerd in de voortgangsbrief Actieagenda Industrie en Omwonenden over de tijdlijn voor de uitvoering van de acties uit de actieagenda.

Dat klopt? Mooi.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Misschien is het nog een aparte toezegging, maar waar het mij ook om ging — de staatssecretaris zei dat op het laatst — is dat er een tijdlijn is, maar dat er ook een motie is aangenomen in september 2024 waarin wordt gezegd: medio 2025 neem je ook de volgende stap al, namelijk in het aanscherpen et cetera, et cetera. Dat gaat dus niet om een verdere tijdlijn. Is dat een aparte toezegging?

De voorzitter:

Ik kijk even naar de staatssecretaris.

Staatssecretaris Jansen:

Laat ik zeggen dat dit onderdeel is van de toezegging die ik gedaan heb. We zullen proberen alles in dezelfde brief richting het lid Kostić te beantwoorden.

De voorzitter:

We gaan eerst even alle toezeggingen langs. Dat is een goede suggestie, meneer Boutkan. Als er omissies zijn, noteert u dat dan alstublieft. De toezeggingen.

  • De tweede toezegging. In april ontvangt de Kamer het methodisch kader van het RIVM voor de GER en de concept-MER. Dat is een toezegging aan de hele commissie.
  • Drie. Voor de zomer ontvangt de Kamer de definitieve MER in het kader van de maatwerkafspraken met betrekking tot Tata Steel. Dat is ook een toezegging aan de hele commissie.
  • Toezegging vier. Uiterlijk in april ontvangt de Kamer de reflectie op het advies van expert Coenrady over een overkapping bij Tata Steel. Dat is een toezegging aan het lid Kostić.
  • Dan nummer vijf. Nadat de Expertgroep Gezondheid IJmond zijn advies heeft uitgebracht over de joint letter of intent, komen beide naar de Kamer met een begeleidende brief van de staatssecretaris. Dat is een toezegging aan de hele commissie.
  • Dan nummer zes. In april komen de resultaten van het onderzoek naar de verankering van het voorzorgsbeginsel naar de Kamer. Voor de zomer ontvangt de Kamer de routekaart voorzorgsbeginsel beter toepassen. Dat is een toezegging aan het lid Gabriëls. Ik heb deze ook al genoemd in het debat.
  • Nummer zeven. In het voorjaar ontvangt de Kamer een brief over een nationaal productie- en lozingsverbod pfas. Dat is een toezegging aan meneer Bamenga.
  • Dan nummer acht. In het tweede kwartaal ontvangt de Kamer het werkplan van de Rijkscoördinator PFAS. Dat is een toezegging aan meneer Gabriëls en meneer Buijsse.

Ik kijk even naar de staatssecretaris en zie dat dit klopt.

  • Nummer negen. Naar verwachting wordt de Kamer voor de zomer geïnformeerd over de uitkomsten en het vervolg van de evaluatie van de Pyrorichtlijn. Dat is een toezegging aan meneer Buijsse.
  • Nummer tien. Drie weken na het gesprek met de plasticrecyclingbedrijven ontvangt de Kamer hiervan een schriftelijke terugkoppeling. Dat is een toezegging aan meneer Boutkan.
  • Nummer elf. De Kamer wordt in jip-en-janneketaal geïnformeerd over de relatie tussen de circulairplasticnorm en koffiebekers. Dit is een toezegging aan meneer Boutkan.
  • Nummer twaalf. Op basis van het advies van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving wordt de Kamer voor de zomer geïnformeerd. Tevens ontvangt de Kamer een reactie op de brief van omwonenden. Dat is een toezegging aan het lid Kostić.
  • Dan nummer dertien. De Kamer wordt geïnformeerd over de intenties ten aanzien van de MER, de GER en de letter of intent. Dat is een toezegging aan het lid Kostić. Dit komt uiterlijk in april.

Dan kijk ik even naar de staatssecretaris of ik gekke dingen heb gezegd.

Staatssecretaris Jansen:

Ik wil heel even een minuutje overleggen, voorzitter.

Er was even wat onduidelijkheid, voorzitter, over de brief over het methodisch onderzoek van het RIVM over de GER en de concept-MER. Dit hebben we inderdaad toegezegd. Dit komt in april. Het is wel iets anders: we zullen in de brief ook nog apart toelichten wat de verhouding is — dat zeg ik ook richting het lid Kostić — tussen MER, GER en joint letter of intent.

De voorzitter:

Eerst even meneer Bamenga, lid Kostić, want hij had als eerste een opmerking.

De heer Bamenga (D66):

Ik heb heel veel gesproken over het saneringsplan. Ik heb daar ook toezeggingen op gehoord, maar die heb ik niet teruggehoord in de lijst.

De voorzitter:

Dan is de vraag of de Kamer daarover wordt geïnformeerd. Dan kijk ik toch heel even naar de staatssecretaris.

Staatssecretaris Jansen:

De heer Bamenga heeft gelijk. Die pakken we mee in de brief van april. Herstel: dat was de discussie over april of Q2. Ik zei Q2, de heer Bamenga zei april. Mijn streven is zo snel mogelijk, in ieder geval in Q2 en misschien wel in april.

De voorzitter:

Dan is dat opgehelderd. Lid Kostić?

Kamerlid Kostić (PvdD):

Mijn vraag gaat eigenlijk over een onderdeel van die toezegging waar de staatssecretaris net al naar verwees: de brief in april over de GER, de MER en de joint letter of intent. Mijn vraag was of de staatssecretaris ook in het pakket meeneemt welke maatregelen hij neemt om het proces rond de GER en de MER juist ook te versnellen, zodat het allemaal tijdig gebeurt. Want we zien dus dat die MER vertraging heeft opgelopen. Dat lag toch echt aan de kant van Tata, niet aan die van iemand anders. De staatssecretaris kan zich in ieder geval inspannen om bij Tata op te vragen dat dat eerder komt, of in ieder geval onder embargo beschikbaar komt bij de mensen die bij de onderhandelingen zitten, bij de mensen en expertgroepen die over gezondheid gaan en bij het RIVM.

De voorzitter:

De vraag is eigenlijk of u die brief nog wat kunt uitbreiden.

Staatssecretaris Jansen:

Ik had ook in de eerste termijn volgens mij gezegd dat ik bereid was om dat te doen. U had het dus ook als een toezegging kunnen krijgen, maar ik kan het ook in de brief meenemen.

De voorzitter:

Oke, geregeld. Ik kijk naar meneer Boutkan. U heeft nog een verzoek?

De heer Boutkan (PVV):

Als de staatssecretaris dat aan het uitpluizen is: ik had in mijn eerste termijn ook gevraagd hoe dat nou precies zat met dat verschil van mening tussen de omgevingsdienst en Tata steel over het wel of niet aanleveren van de concept-MER. Als u dat dan toch wilt uitzoeken, neem dat dan gelijk mee. Ik hoor het lid Kostić nu namelijk regelmatig zeggen dat het bij Tata Steel ligt, maar misschien kan ook bij de omgevingsdienst gecheckt worden hoe het nou precies zat.

Staatssecretaris Jansen:

We zullen het grondig napluizen en ook richting Kamer communiceren hoe dat precies is gelopen en wat daar uiteindelijk de consequentie van is.

De voorzitter:

Dan zijn we volgens mij rond met elkaar. Ik wil de staatssecretaris en de ambtelijke ondersteuning van harte bedanken. Ik wil de leden bedanken voor het goed gevoerde debat met elkaar. Het was hartstikke nuttig. Ik wil de mensen op de publieke tribune, de mensen die thuis meekeken en de bodedienst van de Kamer en de ondersteuning bedanken. Daarmee sluit ik hierbij dit debat.

Sluiting