Wadden
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat en de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur hebben op 12 februari 2026 overleg gevoerd met de heer Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat, over Wadden.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat,
Peter de Groot
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Podt
De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat,
Schukkink
Voorzitter: Huidekooper
Griffier: Meedendorp
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Bevers, Boelsma-Hoekstra, Goudzwaard, De Hoop, Huidekooper, Van der Plas en Vellinga-Beemsterboer,
en de heer Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Aanvang 13.00 uur.
Wadden
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 2 april 2025 inzake genomen maatregelen bevaarbaarheid van de vaargeul Holwert-Ameland (31409, nr. 480);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 26 maart 2025 inzake moties en toezeggingen over concessies voor de Friese Waddenveren (23645, nr. 836);
- de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 14 juli 2025 inzake overdracht haven van Oudeschild en onderhoud haven West-Terschelling (29684, nr. 294);
- de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 3 september 2025 inzake voortgang MIRT-verkenning bereikbaarheid Ameland en opvolging motie Heutink afvaarten TSM (36600-A, nr. 68);
- de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 29 september 2025 inzake vervoerplannen Waddenveren 2026 (23645, nr. 869).
De voorzitter:
Goedemiddag, allemaal. Ik open deze vergadering van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat. Aan de orde, voor de komende drie uur, is het commissiedebat Wadden. Ik heet allereerst de bewindspersonen van harte welkom: de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat, en de heer Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Ik heet natuurlijk ook hun ondersteuning welkom. Ik zal ook de Kamerleden aan u voorstellen. Aan mijn linkerhand zitten mevrouw Vellinga-Beemsterboer namens D66, mevrouw Van der Plas namens de fractie van de BBB, de heer Bevers namens de VVD, de heer Goudzwaard namens JA21, mevrouw Boelsma-Hoekstra namens het CDA en de heer De Hoop namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Uiteraard ook van harte welkom aan de vele aanwezigen hier vandaag in de zaal en uiteraard ook aan de mensen die vandaag via de livestream meekijken naar dit debat.
Graag maak ik de leden erop attent dat wij vandaag spreektijden hanteren van vier minuten per fractie en dat ik vier interrupties per fractie zal toestaan. Ik geef nu graag het woord aan mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, we zitten met een relatief klein clubje. Ik zou dus willen voorstellen om misschien toch vijf minuten per interruptie te hanteren, voor degenen die toch nog even wat extra punten willen maken. Volgens mij moet dat kunnen, dus als de commissie dat ook prettig vindt, zou ik dat willen voorstellen.
De voorzitter:
Ik zie dat er inderdaad minder leden aanwezig zijn dan wellicht verwacht, dus als er geen bezwaar tegen het verzoek is, stel ik voor om het in te willigen. Ik zie dat de heer De Hoop daarop wil reageren.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Steun voor dat voorstel van mevrouw Van der Plas. Daaropvolgend wil ik zeggen dat we de laatste tijd in de commissie het gebruik hebben dat we in principe vrij kunnen interrumperen, tenzij de tijd het niet toelaat. Ik zou het ook fijn vinden als we het aantal interrupties niet meteen tot vier beperken.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Het voorstel is om inderdaad de interrupties kort te houden en geen maximumaantal te hanteren. Ik ga daar wel bij zeggen dat ik de eindtijd van dit debat wil respecteren, dus dat ik die in de gaten zal houden.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik vind de methodiek waarbij de interruptie niet telt als hij minder dan een bepaald aantal seconden duurt, ook altijd wel mooi. Dan telt zij niet mee. Dan houden we ons er ook aan. Ik weet het aantal seconden niet meer, maar dat zou ik heel prettig vinden.
De voorzitter:
Minder dan 30 seconden, ja. Dank voor de suggestie. We gaan van start. Ik vraag de leden inderdaad om kort en bondig zijn, maar we nemen ook de ruimte om het debat vandaag goed met elkaar te voeren. Dan zou ik graag willen overgaan naar de start. Ik geef graag als eerste het woord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer, die spreekt namens de fractie van D66.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Drie jaar lang mocht ik eilandwethouder zijn. In de voorbereiding op dit debat merkte ik dat het me eigenlijk aan woorden ontbrak om te beschrijven wat ik voel bij het Waddengebied. Geen plekje boeit er méér, om even een zin uit het Vlielands volkslied te gebruiken. Ik heb de eilanden en het Waddengebied leren kennen als enorm krachtige plekken. De gemeenschappen hebben een uitzonderlijke ecologische waarde, maar ze zijn meer dan dat: ze houden een compleet pakket aan voorzieningen in stand, omdat ze nou eenmaal niet kunnen terugvallen op buurgemeentes, en verwelkomen per jaar miljoenen bezoekers om mee te genieten van al dat moois.
Juist omdat de gemeenschappen op de eilanden bijna niet op buurgemeentes kunnen terugvallen, worden er oplossingen bedacht voor uitdagingen waar de rest van Nederland veel van kan leren, bijvoorbeeld op het gebied van zorg, inclusief onderwijs of de landbouwtransitie. Op de eilanden los je het samen op. Maar het lukt niet altijd. Een uniek gebied vraagt een unieke aanpak en vaak unieke oplossingen. We praten vaak over voorbeelden hiervan: de bereikbaarheid van Ameland, de dijknormering op Schiermonnikoog en als meest recente voorbeeld de Willem Barendtszkade op Terschelling. Dit zijn stuk voor stuk problemen die opgelost moeten worden, maar die ook stuk voor stuk symptomen zijn van een groter probleem: het ontbreken van een samenhangende visie en aanpak voor het Waddengebied waarin met kennis van zaken en op domeinoverstijgende wijze wordt gewerkt aan leefbaarheid, natuur, veiligheid en bereikbaarheid.
Ook financieel is het tijd voor duidelijkheid. Nu is er te veel versnippering. De huidige veelheid aan losse subsidies en regelingen levert te weinig zekerheid en te weinig samenhang op en zorgt vooral voor veel bureaucratie. Voor het wad is een duurzaam financieel toekomstperspectief nodig, een structurele basis die langdurige investeringen in natuurherstel, klimaatadaptatie en leefbaarheid mogelijk maakt. Op korte termijn zou het ook enorm helpen om het instrument van de Waddentoets vaker en vooral gestructureerder in te zetten. Dit zou ook een eilandtoets kunnen worden, waar ook de BES-eilanden veel aan zouden kunnen hebben.
Voorzitter. Over dit eerste stuk heb ik daarom de volgende vragen. Is de minister bereid te onderzoeken hoe een integraal kustfonds, waarin de middelen van Rijk, regio en private partijen gebundeld zijn, vorm zou kunnen krijgen? Is de minister bereid om de nu nog relatief vrijblijvende samenwerkingsafspraak van de Waddentoets verder te ontwikkelen tot eilandtoets en te formaliseren zodat deze gerichter en inzichtelijker ingezet zou kunnen worden?
Dan ga ik toch nog even in op twee specifieke onderwerpen. Kan de minister schetsen hoe het proces rond de dijknormering er nu verder uitziet? Dat Terschelling per 1 juli grotendeels onbereikbaar zou worden, is onacceptabel. Kan de minister toezeggen dat er uiterlijk 1 april een oplossing op tafel ligt waar gemeente, Rijk en provincie bij betrokken zijn en die garandeert dat Terschelling duurzaam toegankelijk blijft?
Voorzitter. Afsluitend ga ik nog even in op de UNESCO-status van het wad. Deze status is niet vanzelfsprekend, maar is afhankelijk van de zorg die wij, samen met de andere betrokken landen, aan het gebied besteden. Mijn voorganger op dit dossier diende daarom vier jaar geleden al een motie in om voor het gebied een beleidskader op te stellen met oog voor de natuur en de leefbaarheid. Vanaf mei is Nederland bovendien vier jaar lang voorzitter van de waddensamenwerking tussen Duitsland, Denemarken en Nederland. Hierover nog de laatste twee vragen. Aan het beleidskader wordt al sinds 2022 gewerkt. Deze zomer volgt een volgende versie, maar ik begrijp dat dit nog steeds geen definitieve versie is. Hoelang duurt het tot dit beleidskader in werking treedt en is het dan voldoende om de UNESCO-status te waarborgen? Wat is de inzet bij het Nederlandse voorzitterschap en hoe wordt dit voorbereid?
Voorzitter. Het Waddengebied is uniek, bijzonder en zo ongelofelijk, ongelofelijk mooi. Laten we alles op alles zetten om het zo te houden.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Ik zag een interruptie van de heer De Hoop en daarna is er een interruptie van mevrouw Van der Plas.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ook vanuit mijn fractie is er veel aansluiting bij de bijdrage van D66. Over de natuur zou ik nog wel een vraag aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer willen stellen. De Waddenacademie heeft recent geconstateerd dat de wetgeving over beleid en beheer zich voornamelijk richt op Europese richtlijnen, maar dat verplichtingen uit internationale verdragen onvoldoende aandacht krijgen. We hebben in de stukken ook een overzicht gekregen; ik schrik me echt een hoedje van alle dingen die niet worden overgenomen. Kan ik dan ook van de D66-fractie verwachten dat het volgende kabinet daarin wel extra stappen gaat zetten en internationale verdragen overneemt?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel voor de vraag. Dit is precies de reden dat je een beleidskader nodig hebt: alles in het wad hangt met elkaar samen. Als je steeds op een stukje en op verschillende regels inzoomt, krijg je die samenhang dus niet. Wij pleiten er dus voor om dat beleidskader heel goed in te gaan zetten en daarmee ook dit volledige plaatje voor elkaar te krijgen, zodat je de goede afweging kan maken om te weten wat je op internationaal, Europees en nationaal niveau het beste kunt inzetten om voor die perfecte balans in het gebied te zorgen, waarbij de natuur zeker voorop moet staan.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer De Hoop nog zijn tweede interruptie wil inzetten. Het woord is aan hem.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
We kunnen een nieuw beleidskader ontwikkelen en daar ben ik niet tegen. Ik denk dat mijn fractie dat toentertijd ook gesteund heeft, maar het helpt voor de natuur, denk ik, allereerst als we ons überhaupt aan de verdragen houden. Ik zie dat we verschillende dingen niet overnemen, zoals dingen die te maken hebben met het zeehondenverdrag, de milieubeginselen, de gebiedenbescherming, de bescherming van het landschap een expliciet onderdeel van natuurbescherming maken, vermindering van regulering die lozingen toelaatbaar maakt, en milieu-, natuur en waterbescherming. Zullen we dat allemaal eerst doen voordat we weer met een nieuwe aanpak komen? Is mevrouw Vellinga dat niet met me eens?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
De heer De Hoop en ik liggen niet ver uit elkaar, want het beleidskader is natuurlijk niet nieuw. Het rijtje dat hij opnoemt, is een perfect voorbeeld van de versnippering in de regelgeving die er voor het gebied is. In een beleidskader breng je dat samen en zorg je dus ook dat je dat in samenhang kan gaan uitvoeren. Ik zou zeggen: leg bij het Omgevingsberaad Wadden de lat hoog.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer De Hoop om te zien of hij nog verdere interrupties heeft. Dat is niet het geval. Dan gaan we naar mevrouw Van der Plas namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We hebben afgelopen weekend, vorige week vrijdag en zaterdag, met wat ik hier als team Wadden zie, een heel mooi werkbezoek gehad op de Waddeneilanden Terschelling en Vlieland. Heel veel dank aan de mensen hier in de zaal die onderdeel waren van het werkbezoek en ons allerhartelijkst hebben ontvangen. We hebben heel veel gezien, heel veel geleerd en ook heel veel plezier gehad; dat is heel belangrijk. Daar kwam inderdaad het kustfonds al aan de orde. Ik heb daar de volgende vraag gesteld. Hoe ga je zo'n kustfonds afkaderen? Nederland heeft namelijk best een lange kust. Er zijn ook grote steden, zoals Den Haag en Rotterdam, aan die kust. Hoe ga je ervoor zorgen dat je als eiland niet achter de wagen gaat lopen bij zo'n kustfonds, omdat die grote steden heel veel macht, middelen en mensen hebben qua lobby? Ik ben benieuwd hoe mevrouw Vellinga dat ziet.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik denk dat we hier onderscheid moeten maken tussen de Noordzeekust en de Waddenkust. Hier wordt gevraagd om een integraal kustfonds voor de Waddenkust. Ik heb als bestuurder op de eilanden meegemaakt hoe ongelofelijk vervelend de potjescultuur is. Daardoor moet je voor heel veel plannen constant zoeken en leg je hele grote administratieve lasten op hele kleine organisaties die hun tijd echt wel beter kunnen besteden. Ik zie dit dus als een pleit voor een integraal kustfonds voor het Waddengebied. Voor de Noordzee moeten we het later misschien maar even op een andere manier bekijken.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Van der Plas geen tweede interruptie wil plegen. Dan gaan we naar haar voor haar bijdrage in de eerste termijn namens de fractie van de BBB. Het woord is aan haar.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, dank u wel. Ik refereerde net al aan het mooie bezoek dat we aan de Waddeneilanden hebben gebracht. We hebben daar gesproken met raadsleden, gedeputeerden, inwoners en ondernemers. Opnieuw werd het pijnlijk duidelijk dat Haagse regels vaak niet aansluiten bij het leven op de eilanden. De Waddeneilanden zijn geen pretpark, maar leefgemeenschappen. Meer dan 30.000 mensen wonen, werken, ondernemen en gaan naar school op de eilanden. Voor hen zijn goede zorg en betrouwbare verbindingen geen luxe, maar een levensnoodzaak. De veerboten zijn geen gewoon vervoermiddel; zij vormen de levensader van de eilanders. BBB wil die levensader betaalbaar, bereikbaar en betrouwbaar houden.
Voorzitter. Ik kom eerst op de watertaxi op Ameland. Inwoners kunnen 's nachts nog steeds niet van of naar het eiland reizen. Dat is voor ons onacceptabel. Dit probleem moet zo snel mogelijk worden opgelost, zodat er ook 's nachts weer met 40 kilometer per uur kan worden gevaren. We begrijpen dat ook natuurorganisaties geen bezwaar hebben tegen sneller varen in de nacht. Het is goed dat ondernemers is toegezegd dat zij worden betrokken bij het ecologische traject. Ook waarderen wij de inzet van de minister en de staatssecretaris om er alles aan te doen om het mogelijk te maken. Ik hoop dat de volgende bewindspersonen dit ook blijven doen.
Het is essentieel dat het ecologische traject in juni wordt afgerond. Deze toezegging moet worden nagekomen. Zonder afhandeling van dit traject ligt de watertaxi in de volgende donkerteperiode opnieuw stil. Een concreet tijdspad is daarbij noodzakelijk. Ik heb dan ook de volgende vragen. Kan de minister dat tijdspad geven? Wanneer kan de snelheidsverhoging worden ingevoerd? Waaruit bestaat de ecologische toets die hiervoor nodig is precies? Kan de watertaxi tot die tijd via een gedoogconstructie alvast sneller varen? Wat heeft de minister afgelopen maandag tijdens zijn werkbezoek aan Ameland en de mensen van de watertaxi besproken?
Voorzitter. Dan Terschelling. De staat van de haven van Terschelling is ronduit erbarmelijk. Als er niet snel wordt ingegrepen, dreigt het eiland ontoegankelijk te worden. De sluiting van de kade onderstreept de urgentie eens te meer. Op korte termijn moet er een oplossing komen voor heel Terschelling. Dit is geen lokaal probleem dat eenvoudig kan worden afgedaan; voor Terschelling is dit van levensbelang. Honderdduizenden toeristen brengen jaarlijks miljoenen euro's in het laatje, ook voor de Staat. Materialen voor woningbouw moeten worden aangevoerd. Supermarkten en horeca moeten worden bevoorraad. Kinderen reizen dagelijks van en naar de wal om naar school te gaan. Dan hebben we het nog niet eens over medische noodsituaties. Zonder de haven zou dit allemaal niet mogelijk zijn. Daarom heb ik de volgende vragen. Welke spoedmaatregelen gaat de minister nemen om het herstel van de kade zo snel mogelijk te realiseren? Kunnen in de Voorjaarsnota direct middelen worden gerealiseerd voor de haven van Terschelling? Kan het Waddenfonds worden betrokken bij het dekken van de kosten of een deel van de kosten voor het herstel van de haven van Terschelling? Op welke manier zou de provincie Friesland hieraan kunnen bijdragen?
Voorzitter. Dan de toekomst van de visserijgemeenschappen in het Waddengebied. De staatssecretaris heeft eergisteren een brief gestuurd over de stand van zaken van de garnalenvisserij in de Waddenzee. Visserij hoort bij de Waddenzee. De Waddengemeenschappen worden hard geraakt door de vrijwillige sanering. Het is een pijnlijk en emotioneel proces. BBB wil dat de visserij in de Waddenzee behouden blijft en dat er toekomstperspectief is voor de Waddengemeenschappen die hiervan afhankelijk zijn. Ik wil de staatssecretaris bedanken voor zijn keiharde inzet voor deze gemeenschappen, onder meer door het geven van een langjarige vergunning.
Voorzitter. Het bodemonderzoek bij Rottum in de Waddenzee. Daar is achttien jaar lang niet gevist. Onderzoekers hebben gekeken of de zeebodem daar anders is dan in gebieden waar wel wordt gevist. De uitkomst is dat er geen duidelijk verschil is gevonden. Volgens de uitkomsten van het rapport zijn natuurlijke verschillen, zoals waterdiepte en stroming, waarschijnlijk belangrijker dan de visserij. Er wordt gemeten met de zogenaamde BISI-methode. Die vergelijkt de uitkomst met vaste, soms hoge theoretische referentiewaarden. Daardoor kan de natuur sneller als slecht worden beoordeeld. Is de staatssecretaris bereid om Wageningen Marine Research onafhankelijk te laten onderzoeken of er sprake is van realistische en wetenschappelijk vastgestelde referentiewaarden, en of de keuze voor opgehoogde maximumwaarden, gelet op de grote natuurlijke fluctuaties in de bodemfauna, überhaupt wel te verdedigen is?
Voorzitter. Tot slot Rijkswaterstaat. Uit Woo-documenten blijkt dat vertrouwelijke stukken door Rijkswaterstaat zijn gedeeld met natuurorganisaties. Mogelijk is er meegedacht in zaken tegen het vergunningenbeleid van het ministerie; destijds was dat het ministerie van LVN. Dat schaadt het vertrouwen in de overheid enorm. Visserijgemeenschappen in de Wadden zijn hier het slachtoffer van geworden en hebben ernstige schade geleden. Daarom heb ik de volgende vragen. Wanneer ontvangen wij de antwoorden op de Kamervragen die hierover zijn gesteld? Is de minister bereid een extern of onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de rol van Rijkswaterstaat bij de passende beoordeling en vergunningverlening van LVVN?
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank, mevrouw Van der Plas. U kunt uw microfoon uitzetten. Ik zie dat er geen interrupties zijn, dus ik geef graag het woord aan de heer Bevers. Hij spreekt namens de fractie van de VVD.
De heer Bevers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb in het verleden wel vaker het debat gevoerd over de Wadden en dit onderwerp. De VVD vindt het belangrijk om aandacht te vragen en te blijven vragen voor de unieke kenmerken van het Waddengebied: een balans van wonen, werken en recreëren in een Natura 2000-gebied. De bewoners van de eilanden en kustgemeenten zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid, maar vragen de overheid ook om begrip voor de bijzondere situatie, met name op de eilanden. Als een veerdienst uitvalt, kan je niet even omrijden, zoals bijvoorbeeld bij de Blankenburgtunnel. Ook een zwembad in een buurgemeente is dan vrij lastig te bereiken. Toch worden we af en toe geconfronteerd met besluiten in de Haagse werkelijkheid die de enorme afstand — het is zo'n 200 of 300 kilometer — tussen Den Haag en de Wadden weer in één klap duidelijk maken. Zo is het besluit genomen om de dijknormering ook voor de Waddeneilanden te verlagen. Dat heeft grote gevolgen voor onder andere Schiermonnikoog, waar de dijkversterking in de startblokken staat.
De Kamer heeft afgelopen dinsdag gelukkig via een motie op de rem getrapt. Maar om heel eerlijk te zijn, begrijp ik niet helemaal dat de minister zegt dat 50% van de mensen op het eiland — het is nog geen 200 vierkante kilometer groot — bij een dijkdoorbraak geëvacueerd kan worden. Mijn oprechte vraag is: hoe dan, en waarnaartoe? Ik hoorde de term "verticaal evacueren". In gewonemensentaal betekent dat dat je in complete paniek, uit lijfsbehoud, het dak van je huis moet opzoeken. In het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk is goed te zien wat dat betekent. Is de minister weleens op een Waddeneiland geweest met windkracht 8 of meer? Ik kan gelijk het antwoord geven: nee, want dan vaart of vliegt er niks meer. Als de dijken doorbreken, kom je het eiland niet op, laat staan dat je eraf komt. Ik weet dat we op de rem hebben gedrukt, maar ik doe toch nog een dringend beroep om voor de Waddeneilanden op dit besluit terug te komen. Ik denk dat dit geen goed signaal is voor de veiligheid van de eilanden.
Voorzitter. Afgelopen weekend legden we met verschillende leden van de commissie een mooi, gezellig en zeer informatief werkbezoek af aan het Waddengebied. De provincie Fryslân en de gemeenten Harlingen, Terschelling en Vlieland hebben weer eens goed inzichtelijk weten te maken welke uitdagingen dit gebied kent.
Inmiddels hebben we bericht gekregen dat de minister afgelopen maandag heeft gesproken met de gemeente Terschelling over de Willem Barentszkade en over de stappen die worden gezet om gezamenlijk aan de slag te gaan. Ik denk dat de minister uit de reacties van de verschillende collega's in de pers wel heeft begrepen dat de Kamer gewoon wil dat dit probleem wordt opgelost. Punt! Ik denk dat dat volstrekt helder moet zijn. Ik hoop dan ook dat de verschillende betrokken partijen op korte termijn, maar, zo heb ik begrepen, in ieder geval rond 1 april, met goed nieuws naar buiten komen.
Ik heb begrepen dat de minister afgelopen maandag ook heeft gesproken met de watertaxi's, onder andere over de ecologische toets. Ik zou wel graag van de minister de toezegging krijgen dat een en ander uiterlijk in de zomer wordt afgerond en in ieder geval voordat de dagen weer korter worden en het zogenoemde donkerteseizoen weer begint.
Ten slotte, voorzitter. De noodzaak …
De voorzitter:
U heeft een aantal interrupties. Ik meende dat u daarvoor op een logisch moment in uw spreektekst was gekomen en daarom zou ik nu graag het woord geven aan mevrouw Van der Plas voor haar interruptie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind de vraag of de minister weleens op een Waddeneiland is geweest bij windkracht 8 of 9 terecht. Afgelopen weekend is ook heel helder en duidelijk de waanzin uitgelegd van een evacuatie en op het dak van je huis moeten klimmen. Er vliegt en vaart daar dan inderdaad niemand meer naartoe. Het laat heel goed zien dat er hier in de Haagse stolp eigenlijk beleid wordt gemaakt voor mensen die ze niet kennen of voor eilanden die ze niet kennen. Nou wil het geval dat de VVD straks de nieuwe minister van IenW gaat leveren. Ik ben daarom benieuwd of de heer Bevers de heer Karremans bij de eerstvolgende windkracht 8 of 9 gaat uitnodigen om dit zelf mee te maken. Maar liever nog een paar dagen daarvoor, want dan kan hij in ieder geval naar het eiland toe!
De heer Bevers (VVD):
Hij is nog geen minister van IenW, maar ik ga hem zeker uitnodigen. Ik heb ook gezegd dat ik denk dat het goed is dat bewindspersonen heel snel kennisnemen van het unieke van het gebied. Ik meen dat staatssecretaris Aartsen dat ook heeft gedaan. Nogmaals, het is geen kwalificatie of diskwalificatie, maar er zijn dingen anders op de Waddeneilanden. Daar hebben wij in Den Haag rekening mee te houden en dat betekent dat je soms even moet ervaren hoe dat is. Wij hebben zelf mogen ervaren wat bijvoorbeeld dichte mist betekent voor de bereikbaarheid. Dus ik denk dat het goed is dat de nieuwe minister daar heel snel naartoe gaat. Ik ga het hem niet aandoen om dat met meer dan windkracht 7 te doen, want dan wordt het echt een hobbelige vaart. Maar ik ga het zeker doen. Dat spreekt vanzelf.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb de aankomende minister van IenW, de heer Karremans, met een blote torso op een paard zien zitten. En ik denk dus dat dat uitdagender is dan met windkracht 7 of 6 de Waddenzee over te steken. En joh, kom op: de minister kan toch zeker wel tegen een stootje? Ik ga er dus maar van uit dat de heer Bevers goed de weerberichten in de gaten houdt en bij de volgende storm de heer Karremans meeneemt, want ik neem aan dat hij dan zelf ook meegaat.
De heer Bevers (VVD):
Ik ga zeker mee en laten we vooral ook niet doen alsof het alleen maar stormt op de Waddeneilanden, want het is er ook prachtig met mooi weer. Maar absoluut, u kunt ervan op aan dat ik hem ga uitnodigen.
De voorzitter:
Dank. Er is een interruptie van de heer De Hoop van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Die interruptie gaat over de haven van Terschelling. De heer Bevers zei daar namelijk over dat we in de reacties in de media hebben kunnen zien wat de leden van de fracties daarvan vonden. Nou was de reactie van de heer Bevers zelf niet het meest duidelijk, want hij zei: ik zeg niet meteen nee. Wat betekent dat? Vindt de heer Bevers dat de aankomend minister van Infrastructuur, de heer Karremans, financieel moet bijspringen, ja of nee?
De heer Bevers (VVD):
Ik heb het volgende gezegd. Ik zeg niet direct "nee". Je gaat met elkaar om tafel zitten. Je maakt een analyse. U weet ook dat wij een aantal varianten voorgelegd hebben gekregen. Daar is over gediscussieerd. Daar hebben we het met de gemeenteraad en met het college van B en W over gehad. Daar wordt nu over doorgepraat. Daar komt waarschijnlijk — daar ga ik van uit — een keuze uit. Dan wordt er gekeken wat er eventueel bij moet, buiten de enorme inleg van 15 miljoen euro die de gemeente Terschelling al heeft gedaan. Ik heb gezegd: het moet opgelost worden. De Willem Barentszkade is namelijk de enige toegangsweg waarop we dit eiland leefbaar kunnen houden. We zullen hoe dan ook als overheden — dan heb ik het over gemeente, provincie en Rijk — naar een oplossing moeten kijken. Dat ik niet direct "nee" zeg, betekent: ik ga niet hier nu zeggen "het wordt zo veel" of "het wordt zo veel". De intentie is duidelijk. De boodschap aan de minister is volgens mij ook heel duidelijk geweest. Het is opgepakt door alle partijen. We hebben goede hoop dat dit de goede kant opgaat.
De voorzitter:
De heer De Hoop voor zijn vierde interruptie.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Toch even in alle scherpte: het uitgangspunt is volgens mij — ik denk dat de heer Bevers dat met mij eens is — dat de gemeente Terschelling dit niet zelf kan dragen. Dat betekent dat het Rijk moet bijspringen. Het ministerie van IenW, het ministerie van Financiën en het ministerie van BZK zullen daar met elkaar uit moeten komen. Het is niet aan ons hoe dat precies opgelost moet worden. Ik vind dat wij niet overal op de stoel moeten zitten. Ik vind dat men dat met elkaar moet oplossen. Maar ik neem toch aan dat de heer Bevers kan zeggen dat de VVD ook vindt dat het uitgangspunt moet zijn dat het Rijk bijspringt.
De heer Bevers (VVD):
Ik ben heel helder geweest dat wij vinden dat dit opgelost moet worden. De route die nu gekozen wordt, is volstrekt helder. Daar komt iets uit. Daar gaan we mee aan de slag, samen met de nieuwe minister. Laat ik daar heel helder over zijn.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik wil de volgende vraag stellen aan de heer Bevers. U bent portefeuillehouder IenW. U komt terug van zo'n werkbezoek en u geeft uw fractie een advies, afgaande op wat u allemaal heeft gezien. Als ik u zo hoor, dan denk ik dat die omleidingsroute sowieso een no-go is voor de VVD. Klopt dat?
De heer Bevers (VVD):
U bedoelt de omleidingsroute op Terschelling zelf? Laat ik helder zijn: wij sluiten ons aan bij de grote wens van de gemeente Terschelling om het probleem van de Willem Barentszkade op te lossen. Dat zijn de stappen die nu gezet zijn. Daar ga ik ook voor. Dat wil ik graag op korte termijn, om de problemen per 1 juli te voorkomen. Dan zou het afgesloten worden. Dat is de route waar we op koersen. Volgens mij is dat ook de route waar de gemeente op koerst. Daar sluiten wij ons bij aan.
De voorzitter:
Meneer Bevers, u vervolgt uw betoog.
De heer Bevers (VVD):
Ik heb nog een paar woorden over de noodzaak van natuurherstel in het Waddengebied, zeker niet het onbelangrijkste onderwerp. We zijn vrij recent door het Omgevingsberaad Waddengebied bijgepraat over de stand van zaken. Overigens grote complimenten voor dat omgevingsberaad, want dat is een goed voorbeeld van hoe alle partijen, van landbouw- tot natuurorganisaties, van overheden tot ondernemers, bij elkaar zitten en, met de unieke zaken van het gebied in het achterhoofd, met elkaar proberen zaken vorm te geven, daarover te adviseren en tot een goed standpunt te komen.
Voorzitter. Op 15 maart 2022 diende ik mijn allereerste motie in de Kamer in samen met mijn oud-collega Tjeerd de Groot — tot mijn grote genoegen zit hij op de tribune — over het Beleidskader Natuur. Wij hebben toen om dat beleidskader gevraagd. We hebben het daar nog steeds veel over. Kortom, een korte vraag van mijn kant is: wat is de stand van zaken daarvan? Het is namelijk belangrijk dat we daar stappen op gaan zetten.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank, meneer Bevers, voor uw bijdrage. Dan gaan we over naar de heer Goudzwaard voor zijn bijdrage in de eerste termijn namens de fractie van JA21. Het woord is aan u.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Er zal het een en ander aan overlap zijn, maar daar ontkom je niet aan. Afgelopen maand werd Schiermonnikoog opgeschrikt door het bericht dat de dijknormen voor de Waddeneilanden gelijk zouden worden gesteld aan die van de rest van Nederland. Dat is geen technische aanpassing, maar een fundamentele koerswijziging, met wat mijn fractie betreft grote gevolgen voor de veiligheid van eilandbewoners. Hier wordt namelijk een bedenkelijk spel gespeeld met normen die juist boven elke twijfel verheven zouden moeten zijn. De overheid heeft — laten we eerlijk zijn — honderden miljoenen extra uitgegeven om mislukte warmteprojecten overeind te houden. Tegelijkertijd loopt ons stroomnet vast door hier en daar een te snelle uitbreiding van wind- en zonneparken, waardoor duurzame energie moet worden afgeschakeld of tegen negatieve prijzen moet worden verkocht.
Voorzitter. Dit laat zien dat het afblazen van de dijkverhoging geen kwestie is van slim risicomanagement, maar van een ordinaire prioritering. Terwijl miljarden euro's worden afgeschreven op slecht functionerende klimaatprojecten, wordt bij dijken en de directe veiligheid van onze inwoners opeens op de kleintjes gelet. Noord-Nederland ontving slechts …
De voorzitter:
Meneer Goudzwaard, er is een interruptie van de heer De Hoop. Het woord is aan u, meneer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik weet dat GroenLinks-Partij van de Arbeid en JA21 een andere visie op klimaatbeleid hebben, maar, met alle respect, de causaliteit die de heer Goudzwaard nu zoekt met de dijkversterking gaat volgens mij behoorlijk mank. Het gaat over bestedingen op de begroting van Infrastructuur en Waterstaat. Dat heeft werkelijk niks te maken met windmolens op zee. Als er dan al middelen anders besteed zouden kunnen worden, zou dat bijvoorbeeld ook de accijnsverlaging kunnen zijn, die elk jaar opnieuw 1,6 miljard kost en waar JA21 voorstemt. Dus dat zijn eerder financiële verbanden dan verbanden met windmolens op zee. Is de heer Goudzwaard het met mij eens dat deze causaliteit niet echt terecht is, omdat het om geld gaat op een andere begroting dan die van IenW?
De heer Goudzwaard (JA21):
Nee, ik ben dat niet eens met de heer De Hoop. Ik heb het puur over het feit dat er sprake is van enige klimaatverandering. Wij verschillen van mening over hoe groot de invloed van de mens daarop is. Iedereen betaalt zijn of haar belasting. Die komt binnen in een grote pot. Soms worden er gewoon miljoenen, miljarden euro's afgeschreven op onrendabele projecten. Dat kan gebeuren. Je moet ook risico's nemen; dat snap ik. Alleen, mijn fractie heeft heel erg grote moeite met het gemak waarmee er nu wordt gezegd: ja, maar dat is een kwestie van risicomanagement en dat vinden wij prima te billijken. Volgens mij hebben een hele hoop andere Nederlanders dat ook. Als het gaat over de veranderingen die klimaat met zich meebrengt, zijn wij een partij die van de klimaatadaptieve maatregelen is. Dit is nou zo'n uitgelezen voorbeeld van klimaatadaptieve maatregelen.
De voorzitter:
Meneer Goudzwaard, u vervolgt uw betoog.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik was gebleven bij Noord-Nederland, dat slechts 0,67% van de WoKT-middelen heeft ontvangen. Mijn collega's die ook op IenW zitten, weten waar ik het over heb. De aanpak van de flessenhals bij Meppel is vertraagd tot 2032, het Lelylijnpotje is leeggeroofd, de versterking van de woningen in Groningen duurt nog tot minstens 2034 en de dijknormering van de Waddeneilanden wordt verlaagd van één keer in de 1.000 jaar naar één keer in de 300 jaar naar zelfs één keer in de 100 jaar. Daarom twee vragen aan de minister. Hoe verhouden deze besluiten zich tot de kabinetsdoelstelling om de brede welvaart in de regio te versterken in plaats van te ondermijnen? Wat gaat de minister concreet doen om te voorkomen dat Noord-Nederland opnieuw het sluitstuk gaat worden van nationaal beleid?
Voorzitter. Dan ook een stukje over de haven in Harlingen.
De voorzitter:
Meneer Goudzwaard, u heeft een interruptie van mevrouw Van der Plas. Het woord is aan mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik maak wel een beetje bezwaar tegen woorden als "de pot is leeggeroofd". Het is feitelijk onjuist dat de pot is leeggeroofd, want er zit nog wel geld in de pot. Ik wil hier wel op reageren omdat BBB in de Voorjaarsnota van vorig jaar een keuze heeft gemaakt. Er lagen vijf infrastructurele projecten op de plank te verstoffen. Daar gebeurde niks mee. Het geld dat voor de Lelylijn in de pot zat, was bij lange na niet genoeg. Daar is ongeveer 14, 15 miljard voor nodig en er zat — wat was het? — 1,3 of 1,4 miljard in. Oké, het was meer dan 3 miljard, maar het was bij lange na niet genoeg. Sorry, ik verwarde even het bedrag dat wij beschikbaar hebben gesteld. Dus de Lelylijn zou in de komende tien jaar of misschien nog wel langer niet kunnen worden aangelegd. BBB heeft toen de keuze gemaakt om voor vier van de vijf projecten die lagen te verstoffen, geld beschikbaar te stellen, zodat die wél zouden kunnen gebeuren, waaronder de aanpak van de flessenhals Meppel-Zwolle.
De voorzitter:
We hebben aan het begin van deze vergadering vijf minuten spreektijd toegestaan, met de afspraak dat we de interrupties kort zouden houden. Zou ik u mogen vragen om tot uw vraag te komen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Elk Kamerlid gaat over zijn eigen woorden, maar ik vind het niet oké dat hier wordt gezegd dat de pot voor de Lelylijn is "leeggeroofd". Dat klinkt echt alsof je iets heel crimineels hebt gedaan, maar er zijn vier projecten waar gewoon heel veel geld voor beschikbaar is gesteld. Er zit nog geld in de pot voor de Lelylijn. Bij de Voorjaarsnotaonderhandelingen was er geen andere partij van de vier die nog geld in de pot wilde laten zitten. BBB heeft gezegd: laat daar nou geld in zitten zodat die pot niet helemaal leeg raakt, want anders is er helemaal niks meer. Dit was dus meer een punt van orde.
De voorzitter:
Uw punt is helder. We gaan naar de heer Goudzwaard.
De heer Goudzwaard (JA21):
Het is mij helder. Mijn excuses. Ook BBB heeft de pot niet helemáál leeggeroofd.
Voorzitter. De haven van Harlingen …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas wil nog reageren. Graag kort. Het woord is aan u.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker, want ik vind wel wat van de terminologie die we hier met elkaar gebruiken. We proberen hier allemaal op onze eigen manier goede dingen te doen voor Nederland, dus ik vind, ook voor de uitstraling naar buiten toe, dat je woorden als "leeggeroofd" niet tegen elkaar kan zeggen. Als dit over een andere fractie was gegaan, had ik precies hetzelfde punt gemaakt. We hoeven elkaar niet met fluwelen handschoentjes aan te pakken, maar ik maak echt bezwaar tegen woorden als "leeggeroofd".
De voorzitter:
Uw punt is gemaakt.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik voel me helemaal senang bij mijn woordgebruik en ik heb hier ook expliciet voor gekozen, waarvan akte.
Voorzitter. Ik heb het niet meegekregen in verschillende powerpoints of presentaties, maar een beetje tussen neus en lippen door kreeg ik mee dat de haven in Harlingen idealiter gezien hier en daar enkele meters moet uitbreiden om de nautische veiligheid te waarborgen. Te vaak vinden er vaarbewegingen plaats die feitelijk kantje boord zijn. Toch vindt er dan geen doorgang plaats, omdat de Natura 2000-status van de Waddenzee zelfs de meest minimale aanpassingen juridisch en financieel kwetsbaar maakt. Ook in de havenmond van Terschelling steekt datzelfde fenomeen steeds de kop op. Sommige stukjes van de havens kunnen met een paar meter uitbreiding richting de zee veel betere toegankelijkheid en daarmee ook nautische veiligheid realiseren. Daarom heb ik een vraag aan de minister: welke concrete landelijke kaders hanteert het Rijk bij kleine aanpassingen aan bestaande havenmonden in het Waddengebied, en hoe wordt daarin de nautische veiligheid afgewogen tegen de Natura 2000-gebieden?
Dan heb ik nog een stuk over de watertaxi, die al heel vaak genoemd is. Het tragische bootongeluk uit 2022 heeft natuurlijk op iedereen diepe indruk gemaakt. De veiligheid op het water moet vanzelfsprekend op orde zijn, daar kan geen misverstand over bestaan. Daarom is mijn vraag: wat is precies de juridische aanleiding voor de nieuwe ecologische toets? Is er sinds 2022 sprake van een gewijzigde activiteit, nieuwe wetgeving, nieuwe jurisprudentie, of is het ongeluk aanleiding geweest om bestaande regelgeving strenger te interpreteren? Als een veiligheidsincident nu via het Natura 2000-kader wordt aangegrepen om een activiteit opnieuw natuurrechtelijk te toetsen, dan moeten we wel scherp blijven op de juridische zuiverheid en de proportionaliteit. Ameland gaat namelijk het vierde hoogseizoen in met verminderde bereikbaarheid. Het eiland is voor zorg en specialistische dienstverlening en werknemers afhankelijk van een betrouwbare verbinding met het vasteland. Dat is geen luxe, maar gewoon een normale basisvoorwaarde voor iedere gemeenschap. Daarom vraag ik de minister: welke concrete juridische wijziging rechtvaardigt deze nieuwe natuurtoets, en hoe wordt voorkomen dat een veiligheidsincident leidt tot structurele beperkingen die niet proportioneel zijn ten opzichte van het doel?
Voorzitter, ik rond af. Ik wil het tot slot hebben over de Willem Barentszkade. Iedereen heeft er van gehoord en erover gelezen. Meerdere collega's hebben hierover iets ingebracht. Er is dringend geld nodig voor het realiseren van een toekomstbestendige oplossing. De huidige staat van de kade is natuurlijk ronduit zorgwekkend. Daadkrachtig handelen is absoluut noodzakelijk. Hoe groot acht de minister de kans dat er voor juli dit jaar een breedgedragen oplossing kan worden afgevinkt? Tot zover. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Ik geef graag het woord aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor haar inbreng in de eerste termijn namens het CDA. Het woord is aan u.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Voorzitter. In mijn korte tijd als Kamerlid ben ik nog nooit zo goed voorbereid geweest als voor dit Waddendebat. Dat komt natuurlijk door de tweedaagse over de Wadden en het Waddendiner van eergisteren. We zijn zowel fysiek als in presentaties meegenomen in de kansen en bedreigingen van het Waddengebied. Met oog voor de inwoners van de eilanden en kustgemeentes en natuurlijk het mooie gebied wil ik dit debat ingaan. Als Kamer zijn wij er namelijk voor elke regio.
Voordat ik begin met een aantal concrete punten — ik zal waarschijnlijk ook in herhaling vallen — wil ik zeggen dat ik tijdens de tweedaagse met bestuurders heb gesproken over de Waddentoets, die ik vanaf nu de "eilandentoets" noem. Mevrouw Vellinga heeft het er ook al over gehad. Het Rijk past deze toets toe bij nieuwe regelgeving die impact kan hebben op de Wadden, vaak in overleg met de Waddeneilanden. Ik had de minister willen vragen of deze toets voldoende geborgd is, maar tijdens het Waddendiner zijn we het er tezamen met de decentrale overheden over eens geworden dat deze borging er niet is.
Illustratief is het voorbeeld dat geschetst werd door de burgemeester van Vlieland. Bij de verdeling van de preventiemiddelen kreeg Vlieland namelijk enkele honderden euro's om het preventiebeleid uit te voeren. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Omdat ik weet dat een van mijn voorgangers, Lutz Jacobi, zich hier in het verleden — het is al een tijdje geleden — hard voor heeft gemaakt, ben ik er wat verder in gedoken. Ik kom tot de conclusie dat de borging van de eilandentoets ontbreekt. Mijn vraag aan de minister, via de voorzitter, is dus: kan de minister borgen dat de eilandtoets bij elk nieuw beleidsvoorstel wordt uitgevoerd? Ik noem het specifiek "eilandtoets", want er is wat verwarring over de naam Waddentoets.
Dan ga ik naar de verschillende onderwerpen waar we veel over hebben gehoord aan wal, op de boot en op de eilanden. Ik wil beginnen met de kade van Terschelling. Ik weet niet waar hij het precies zei, maar mijn linkerbuurman, de heer De Hoop, zei in de media: "Ik zal proberen mijn collega's te overtuigen van het nut en de noodzaak." Volgens mij zijn we ervan overtuigd geraakt — dat waren we ook al — dat deze kade een heel groot aandachtspunt is, want het eiland kan erdoor onbereikbaar raken. Volgens mij willen we allemaal een oplossing. We weten dat de minister in het commissiedebat Maritiem heeft toegezegd zich tot het uiterste te willen uitrekken om tot een oplossing te komen. Omdat de tijd begint te dringen, wil ik graag van de minister horen waar deze rek toe geleid heeft en of dit resulteert in een oplossing die op tijd komt. Dat is de concrete vraag.
Over de dijknormering voor Schiermonnikoog is al heel veel gezegd. Ook hebben we afgelopen dinsdag hierover een motie aangenomen. De vraag is hoe de minister deze gaat uitvoeren.
Dan kom ik bij de concessies voor de Waddenveren. Nog niemand heeft het daarover gehad, dus dat is een nieuw punt. We hebben de tijdsplanning gezien, maar het begint te schuren. De tijd tussen gunning en van start gaan, wordt steeds krapper. Ik wil graag van de minister weten of er nog meer hiccups zijn die het tijdstip van gunning kunnen vertragen. Ik heb gehoord dat er nog onduidelijkheid is over de taxatie van de boten en de gebouwen. Daarnaast is het CDA blij met de routekaart voor toekomstige bereikbaarheid, vooral vanwege, zo hebben we gehoord, de inzet op een langetermijnvisie. Als je op dit moment ad hoc iets wijzigt, werkt dit overal in door.
Een voorbeeld is als je met z'n allen met hele goede bedoelingen bedenkt dat een eiland autoluw wordt. Dat kan doorweken in de betaalbaarheid van de bootkaartjes of bijvoorbeeld in de parkeergelegenheid op het vasteland. Datzelfde geldt voor de elektrificatie van de boten. Wanneer hierin grote stappen worden gezet, moet bijvoorbeeld het station in Kiesterzijl, tussen Herbaijum en Franeker, prioriteit krijgen in capaciteit. Dit zijn een paar voorbeelden. Het is eigenlijk van belang dat de regie gevoerd wordt vanuit IenW. Mevrouw Vellinga heeft het daar ook al over gehad. Kan de minister toezeggen dat hij zijn opvolger vraagt om, in overleg met de Waddengemeenten, die regiefunctie te pakken en doorzettingsmacht te borgen bij een ministerie, zodat het niet over verschillende ministeries verdeeld is?
Wat betreft Ameland is er ook nog zorg over het baggeren van de vaargeul door de nieuwe beheerplannen voor de natuur en het beleidskader voor de Waddenzee. We weten dat het van belang is, maar de bereikbaarheid is voor de eilandbewoners cruciaal. Kan de minister garanderen dat de veerdiensten in de huidige vorm geen belemmeringen vanuit het nieuwe beleid gaan ondervinden?
Als laatste wil ik de KNRM de complimenten geven voor het goede werk dat zij doen, op vrijwillige basis. We hebben een hele mooie presentatie en overzet gehad. Het was indrukwekkend. Ik weet niet of ze hier zijn, maar: hulde.
Wij zijn gestart in Harlingen tijdens ons Waddenbezoek. We hebben gesproken met alle Waddengemeenten tijdens het Waddendebat, tijdens het bezoek en tijdens het Waddendiner. Er is ook gesproken over een Waddenkustfonds — volgens mij hebben we het daar net ook over gehad — waarin alle losse fondsen samenkomen. De vraag aan de minister is eigenlijk om aan zijn opvolger te vragen om hier eens over in gesprek te gaan. Voor het CDA is het van belang dat dit fonds oog heeft voor de leefbaarheid voor de bewoners op de eilanden, want dat was, vond ik zelf, de rode draad van ons bezoek: oog voor de unieke positie van de eiland- en de kustbewoners.
Tot zover. En volgens mij heb ik een interruptie.
De voorzitter:
U ziet het goed. U heeft een interruptie van de heer Goudzwaard. Het woord is aan u.
De heer Goudzwaard (JA21):
Een hele korte interruptie. Ik hoorde mijn collega net zeggen dat ze het een en ander aan de minister mee wil geven als het gaat over het baggeren. Ik onderschrijf die zorgen helemaal. Dat is echt een probleem, ook vanwege Natura 2000-regels. Je mag het echt maar binnen een straal van een paar kilometer dumpen en dan vloeit het allemaal gewoon weer net zo hard terug in die geulen. Heeft het CDA dan ook een bepaalde oplossingsrichting in gedachten, voor hoe wij dit probleem op een langdurige manier gaan tackelen?
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik heb niet direct een oplossing. Ik geef hier de zorg weer. Je hebt dus zeg maar de natuurbeheerplannen, maar wat heel vaak ontbreekt — dat hebben we gezien tijdens het bezoek — is oog voor de bereikbaarheid voor de eilandbewoners. Ik wilde dat hier neerleggen en eens horen van de minister of dat te borgen is in de bestaande regelgeving. Als dat niet zo is, dus als daar geen oplossing voor is, dan moeten we een vervolggesprek hebben over hoe dat dan wel opgelost kan worden. Want als er niet gebaggerd kan worden … Ik ben dit keer niet met de boot naar Ameland geweest, maar ik heb dat wel al eens vaker gedaan. Je bent blij dat je de rand van het baggergebied niet raakt als je naar Ameland wilt komen, zo krap is dat. Dat is de reden van mijn vraag en als ik niet een afdoende antwoord krijg, wordt dat vervolgd.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Boelsma-Hoekstra. Er is een vervolginterruptie van de heer Goudzwaard. Het woord is aan hem.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dit alles is volgens mij gewoon een uitvloeisel van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Europese Commissie houdt in de gaten, denk ik dan, of de Natura 2000-regels in dat gebied nageleefd worden. Vindt het CDA dan ook dat wij juist eerst naar bijvoorbeeld de Europese Commissie zouden moeten stappen, via de minister, om te onderzoeken of daarop een vorm van uitzondering mogelijk is? Want dit zorgt ervoor dat we in een extreem penibele situatie terechtkomen. En als ik dan bepaalde Waddenverenigingen hoor, dan wordt een haven in Ferwert ook niet als een reële optie gezien. Ja, dan blijft er weinig over.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Het is voor mij belangrijk om het beeld helder te hebben voordat ik vervolgstappen neem. Daarom is ook de eerste stap die ik neem de vraag stellen aan de minister, op basis van zijn antwoord kijken hoe penibel de situatie dan blijkt te zijn en dan kijken hoe je verder gaat. Ik denk dat voor dit gebied de uitdaging is dat je te maken hebt met natuurwetgeving — we hebben daar ook prachtige natuur — en met de eilandbewoners en de weg naar de eilanden, de bereikbaarheid. Dat spanningsveld heb je daar en ik wil gewoon aan de minister vragen hoe groot dat spanningsveld is en dan kijken of er iets zou moeten gebeuren om dat spanningsveld weg te nemen. Volgens mij kunnen beide naast elkaar. Ik wil wel echt aandacht vragen voor de bereikbaarheid. Ik wacht het antwoord van de minister eerst even af.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Boelsma-Hoekstra. Dan geef ik graag het woord aan de laatste spreker in de eerste termijn, de heer De Hoop namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Het woord is aan u.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het Waddengebied is zo prachtig dat het mens en dier nieuwsgierig maakt. Dat werd gisteren wel heel erg duidelijk toen er zelfs een dolfijn aanspoelde bij Wierum. Dat is niet helemaal de bedoeling. Mijn vraag aan beide bewindspersonen is of we daar meer over weten en of het goed gaat me de dolfijn, want dat is natuurlijk ook wel van belang.
Voorzitter. De Wadden zijn prachtig. Het is niet voor niks dat zo veel Nederlanders ernaartoe gaan voor rust, vakanties en vooral ook de unieke natuur. De commissie mocht dat dit weekend weer met eigen ogen ervaren. Het was een zeer nuttig en ook prettig werkbezoek met de collega's. De bereikbaarheid van de eilanden is van groot belang voor alle mensen die er met veel plezier naartoe reizen, maar vooral ook voor de bewoners zelf. Om de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de Waddeneilanden ook in de toekomst te garanderen, wordt er gewerkt aan een nieuwe concessie; mijn collega Boelsma had het er net ook al over.
Wat de aanbestedingen van veerverbindingen met de eilanden betreft is mijn fractie nog niet helemaal gerust op de volgorde waarin we dit nu doen. Het programma van eisen is in november vastgesteld. De aanbesteding zou in principe in december van start gaan, maar die loopt vertraging op. De MIRT-verkenning voor de vaargeul naar Ameland wordt met een jaar uitgesteld. Daar zijn allemaal redenen voor die individueel best begrijpelijk zijn, maar het zorgt voor veel onduidelijkheid, alleen al over de volgordelijkheid der dingen. Ik heb daar een aantal vragen over. Komt de keuze over het wel of niet verplaatsen van de vaargeul na de aanbesteding van de veerboten, ook al is er met de tussenconcessie tijd gewonnen, vraag ik de minister. Wordt er gekeken naar eisen aan de vloten om te zorgen voor de minst invasieve vaargeul? Klopt het dat het Rijk de vervoerders vraagt om vastgoed dat zij in eigendom hebben niet over te dragen aan het Rijk? Kan de minister een brief naar de Kamer sturen met de beoogde tijdlijnen van zowel de MIRT-verkenning als de beoogde einddatum van de aanbesteding, met daarbij de mogelijke besluiten die hierbinnen nog genomen moeten worden? Mijn laatste vraag is of de concessie die zal aansluiten bij de busverbinding ook aansluit bij het leerlingenvervoer. Het is namelijk voor ontzettend veel leerlingen op de Waddeneilanden heel erg belangrijk dat het daar goed bij aansluit, omdat het veel tijd kost om heen en weer naar school te gaan.
Voorzitter. Naast nautische onderwerpen en het belang van de bereikbaarheid wil mijn fractie ook blijvend aandacht vestigen op de natuur. Een vraag die eigenlijk niet nodig zou moeten zijn, maar die ik toch wil stellen, is: kunnen de eilanders hier nu echt gerust op zijn, na de besluiten om geen gasboringen meer bij Ternaard toe te staan? Daar is natuurlijk een besluit over genomen door mevrouw Hermans. Maar tegelijkertijd zien we wel dat het kabinet de deur wél weer openzet voor winning in Noord-Nederland bij kleinere gasvelden. Wij vinden dat zeer onverstandig. Wij willen ook te allen tijde dat dat niet bij Ternaard gebeurt. Wij willen dat dat bij alle plekken niet gebeurt, maar zeker niet bij de UNESCO Werelderfgoedgebieden.
Voorzitter. De Europese Natuurherstelverordening verplicht Nederland om natuurverslechtering tegen te gaan. In de verzamelbrief lazen wij tot onze schrik dat ervoor is gekozen om natuurbeleid te beperken. Internationale verdragen worden bewust genegeerd; dat staat letterlijk in de brief. Mijn fractie vindt dat bezwaarlijk. Waarom sluiten we een verdrag als we ons daar niet aan willen houden? Van alle aanbevelingen uit de bijlage worden wat mij betreft juist de meest waardevolle niet overgenomen. We verwachten toch ook van Duitsland en Denemarken dat zij zich aan de verdragen houden die wij met hen sluiten in het Waddengebied? Zijn deze stappen allemaal, los van dat ik ze qua natuur onwenselijk vind, juridisch houdbaar?
Voorzitter. Dan over het Beleidskader Natuur, waar ook over gesproken is in het debat. Ik vind het goed dat we daarvoor gaan, maar het mag geen excuus worden om in de tussentijd niet de stappen te zetten die nodig zijn op het gebied van natuur. Ik zie te vaak in Den Haag dat we iets in een procesvoorstel zetten om in de tussentijd niet de benodigde stappen te hoeven zetten. Ik vind dat niet de bedoeling. Ik hoop dus echt dat we op het gebied van natuurherstel de goede dingen doen.
Voorzitter. Dan kom ik bij de havens van Texel en Terschelling. Ik wil het met name over die laatste hebben. We hebben jaren geleden — daar zijn we ook allemaal bij geweest — in een vlaag van deregulering en decentralisatie het onderhoud van deze rijksinfrastructuur op het bordje van deze kleine gemeente neergelegd. Ik vind dat onverstandig. Voor een degelijk herstel van de haven moet Terschelling heel diep in de buidel tasten. GroenLinks-Partij van de Arbeid verwacht dat de gesprekken tussen het ministerie en de gemeente tot een oplossing leiden en dat het Rijk haar verantwoordelijkheid, ook haar financiële verantwoordelijkheid, neemt.
Ik heb daar nog wel een aantal vragen over. Want los van dat wij vinden dat het Rijk moet bijspringen, is de situatie die ontstaan is zo alarmerend dat je ook vragen moet stellen over hoe we hier zijn gekomen. Hoe kan het dat de staat van de havens pas zo laat naar boven is gekomen? Hoe kan het dat de situatie nu zo alarmerend is? Kijkt Rijkswaterstaat ook af en toe, om de zo veel tijd, mee naar de monitoring? Als dat niet het geval is, is het dan niet wenselijk dat periodiek ook Rijkswaterstaat meekijkt? Het gaat hier namelijk om een stevige taak, die nu bij de gemeente belegd wordt. Ondanks dat veel mensen daar hard voor werken, is het misschien toch wel verstandig dat RWS daar af en toe ook bij meekijkt.
Voorzitter. In concessies zijn er natuurlijk gebruikskosten en zeehavengelden van de vervoerders. Rederijen betalen daaraan mee. Maar zijn die nog wel accuraat, gezien de kosten die hier nu ook weer bij de haven terechtkomen? Moeten we dat dan allemaal publiek ophoesten of kun je niet ook iets vragen van rederijen en andere private organisaties die meeprofiteren van de toeristen die naar de Wadden gaan?
Voorzitter. Ten slotte wil ik stilstaan bij de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij. Tijdens het werkbezoek ben ik zeer onder de indruk geraakt van de grote bijdrage die de vrijwilligers van de KNRM leveren aan de veiligheid van onze wateren. Toch zijn er ook veel extra uitdagingen voor hen om te voldoen aan dit mooie doel. Regels die er terecht zijn voor de binnenvaart en zeker ook voor de watertaxi's en de maritieme sector, hebben soms onbedoeld ook een weerslag op de mogelijkheden voor de KNRM om reddingsacties uit te voeren. Kan de minister toezeggen dat hij voor het volgende commissiedebat Wadden met de KNRM in gesprek gaat over de knelpunten die zij ervaren en dat hij hierover rapporteert aan de Kamer?
Ten slotte over de dijknormering. Ik heb daar met mevrouw Vellinga een hele set schriftelijke vragen over ingediend. Het lukte niet om deze voor het commissiedebat te beantwoorden, heb ik gezien. Dat kan ik begrijpen. Recent is er een motie aangenomen die daar ook weer haar weerslag op heeft. Het zou fijn zijn als die vragen nog wel beantwoord kunnen worden voor het tweeminutendebat dat wij na dit commissiedebat voeren. Ik ga ervan uit dat dat mogelijk is.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Ik dank de heer De Hoop. U heeft nog een interruptie van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ten eerste wil ik mij heel graag aansluiten bij de vragen van de heer De Hoop over de KNRM. Ik had daar zelf geen tijd meer voor. We hebben inderdaad een hele mooie presentatie gekregen. Ze doen fantastisch werk. Wat heel veel mensen waarschijnlijk niet weten en wat ook mij verraste, is dat dit werk eigenlijk helemaal gedaan wordt op basis van donaties in plaats van subsidies. Dat is heel indrukwekkend, maar dat terzijde. Mijn vraag gaat over de verdragen. Wij zitten maar overal verdragen te tekenen en we rennen van land naar land en van tafel naar tafel om overal onze handtekening onder te zetten, terwijl we weten dat we waarschijnlijk helemaal niet kunnen voldoen aan de doelen die in die verdragen staan. Ondertussen zetten we onszelf met het tekenen van die verdragen juridisch helemaal op slot. Vindt de heer De Hoop ook niet dat we toch voorzichtiger moeten zijn met allerlei verdragen als we eigenlijk al van tevoren weten dat we niet kunnen voldoen aan alle doelen en alles wat er verder in staat?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Vaak is het uitgangspunt van een verdrag dat we ons eraan kunnen houden en dat we met elkaar een doel willen halen. Ik ga ervan uit dat de meeste verdragen, eigenlijk alle, met de goede intenties worden gesloten, ook met een duidelijk doel. In de tussentijd kan het natuurlijk zijn dat je constateert dat je je niet aan een verdrag kunt houden. Dan moet je wat mij betreft opnieuw met elkaar om tafel gaan, die verdragen openbreken en bekijken wat er voor nodig is om er wel aan te kunnen voldoen of om te bezien of het verdrag overbodig is. Dat hangt ervan af. Van de verdragen in het lijstje in de stukken van de minister en vooral ook de staatssecretaris over natuur ben ik ervan overtuigd dat het heel belangrijk is om ons daaraan te houden, ook voor de UNESCO Werelderfgoedstatus van de Wadden.
De voorzitter:
Een vervolginterruptie van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De praktijk — de mensen met de poten in het water of in de klei, zo je wilt — waarschuwt al vaak, zo van: pas nou op met het stellen van allerlei doelen, want we zetten onszelf straks helemaal klem. Bij de Wadden zie je dat ook gebeuren. Over de hele linie zie je dat gebeuren. Eigenlijk is mijn pleidooi om beter te luisteren naar wat er aan waarschuwingen uit de praktijk komt: doe dit nou niet, want dat gaat dit of dat als gevolg hebben. De bedoelingen zijn goed hoor, maar met alle goede bedoelingen verdragen gaan tekenen en vervolgens weer verdragen moeten openbreken of tafels over weer strengere regels en weer strengere normen ... Luisteren zou toch veel beter zijn?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Over deze verdragen is ook geadviseerd door de Waddenacademie. Juist organisaties die uit de praktijk komen, geven aan dat we ons om verschillende redenen aan die verdragen moeten houden. Daar wijkt het ministerie van LVVN van af. Ik vind dat je dan met hele goede redenen moet komen. Die redenen lees ik niet of nauwelijks in deze stukken. Ik vind dat je niet alle verdragen over één kam kunt scheren. Ik weet dat mevrouw Van der Plas bijvoorbeeld de eisen in verdragen over de KRW en dat soort doelen te hoog vindt. Daar moet je dan in Europa over in gesprek gaan. Dat kan ook altijd, maar ten aanzien van deze specifieke verdragen verwacht ik echt dat het ministerie extra stappen zet. Het is immers belangrijk voor de natuur. De natuur heeft ook een klimaatadaptieve functie. Ik hoorde collega Goudzwaard van JA21 daar iets over zeggen. Hoe sterker onze natuur is, hoe meer adaptieve maatregelen je kunt nemen. Ook als je daarvoor bent, is het juist belangrijk om de natuur te herstellen.
De voorzitter:
Ik dank de heer De Hoop en alle leden voor hun bijdrage in de eerste termijn. Ik zou willen voorstellen om het debat om 14.30 uur weer voort te zetten. Ik kijk even in de richting van de minister en staatssecretaris. Ik zie geknik. Ik schors dit debat tot 14.30 uur. Dan gaan we weer verder. Ik stel voor om de spreektijd op twee minuten per fractie vast te stellen. Het debat is geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag, en een welkom terug aan de bewindslieden, de leden, de mensen op de publieke tribune en achter de livestream. Ik heropen hierbij de vergadering. Aan de orde is het commissiedebat Wadden, van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat. We waren gebleven bij de beantwoording in de eerste termijn van het kabinet, dus ik zou de minister straks als eerste het woord willen geven om de vragen van de leden te beantwoorden die in de eerste termijn zijn gesteld. Ik zou hem willen vragen of hij een aantal blokjes heeft. Ik stel dan voor aan de leden om per blokje aan het einde interrupties toe te staan.
Het woord is aan u, minister Tieman.
Minister Tieman:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal mapjes: bereikbaarheid, en daaronder valt ook kade, snel varen en concessie; een kopje, of mapje, dijken; en een mapje overig, waaronder ook het Woo-verzoek garnalen en het kustfonds, waarop ik zal ingaan.
Voorzitter, met uw permissie wil ik beginnen met bereikbaarheid. Dat betreft een vraag van mevrouw Vellinga, maar ook van de heer Goudzwaard en mevrouw Van der Plas over Terschelling. Ik heb van de week al gesproken op het Waddendiner en daar heb ik dat onderwerp ook aangeraakt: dat Terschelling grotendeels onbereikbaar zou worden per 1 juli en dat dat onacceptabel zou zijn. Ik heb hier voor mij liggen de vier varianten die op dit moment nader onderzocht worden. We bekijken dit op dit moment met een commissie. U heeft ook een brief gekregen van de gemeente. In april willen we echt een besluit nemen. Dat wordt nu allemaal opgelijnd.
U gaf 1 april aan, ik heb "april" staan. Daar wil ik graag aan vasthouden, maar dat betekent ook dat we met noodmaatregelen daar nog voor dit zomerseizoen een klap op kunnen geven, in een vorm die ook functioneel is. Maar als bijvoorbeeld optie 4 van de mogelijkheden onderzocht wordt — en die is dan voor de langere termijn — dan is dat niet voor de zomer klaar. Dat is ook 140 miljoen euro. Ik sluit daarmee ook een beetje aan bij wat de heer De Hoop aangeeft, met toch ook hier de financiële paragraaf van het coalitieakkoord. Op dit moment heb ik dat geld dus niet, vooralsnog. Ik zie dat de gemeente hard gespaard heeft. Ik zie ook dat we dit als Rijk echt breed moeten doen, dus niet alleen IenW. BZK is er dus ook bij betrokken. U geeft aan: wat is de kans dat het goed gaat aflopen? Nou, die kans schat ik op dit moment, met de signalen die ik heb gekregen, zeer hoog in; laat ook dat duidelijk zijn.
Mevrouw Van der Plas heeft aangegeven dat het eigenlijk niet is te vergelijken met de kade in Maassluis, waar we ook een aantal perikelen hebben. Daar is maar één toegangsweg. Maar ik neem dit mee richting mijn opvolger. Ik zal dit ook in het overdrachtsmoment benadrukken. Dat zal niet met alle dossiers zo zijn, kan ik u hier vertellen. We hebben daar een halfuur voor, of een kwartier, maar ik zal deze meenemen in het mondelinge overdrachtsdossier, dat hier een streep onder moet. Dat zal ik trouwens ook doen met de dijknormeringen. Dat zijn twee punten die ik echt gewoon mondeling, face to face, met mijn opvolger wil adresseren. Daarmee heb ik eigenlijk best al veel gezegd over die vraag, voorzitter.
De voorzitter:
Betekent dat ook dat u aan het einde van uw eerste blokje bent?
Minister Tieman:
Nee, nog niet. Ik ga verder met de volgende vraag. De heer De Hoop: kijkt Rijkswaterstaat ook af en toe mee met de monitoring; zou dat geen goed idee zijn? Rijkswaterstaat doet dat nu niet. We hebben dat inderdaad overgedragen aan de gemeente. We doen op dit moment wel aan monitoring, of de gemeente doet dat. Die ziet wat daar gebeurt, per dag. Het gaat dan om millimeters — als ik mij goed heb laten informeren over die verzakking. En de monitoring is op dit moment door de gemeente uitbesteed aan een ingenieursbureau. Of dat een goed idee is, meneer De Hoop? Ja, natuurlijk, alle expertise is goed. We hebben regelmatig overleg met onze HID in de regio. Ik zou willen voorstellen dat we dat onderwerp daar nog een keer neerleggen.
We hebben zo meteen ook te maken met een taakstelling. Met de coalitiedocumenten waarin dit staat, denk ik dat ik niks nieuws zeg met dat we binnen de huidige taakstelling echt te maken hebben met een uitvoeringsorganisatie die niet ontzien wordt. Dat vind ik jammer, maar dat is een persoonlijke noot. IenW-uitvoeringsorganisaties als Rijkswaterstaat worden niet ontzien. Dan is "wat kunnen wij?" ook wel een punt van aandacht, ook prioriteringen. Ik zou zeggen: laten we dit onderwerp naar de HID-tafel brengen. Die hebben we in de regio. Dan kunnen de gemeenten daarmee in overleg treden. Wanneer er assistentie nodig is, laten we het dan daar bespreekbaar maken. Wij willen die open dialoog uiteraard houden, maar ik wil hier nog even niet concreet de toezegging doen dat we structureel gaan meekijken, gelet op de enorme squeeze die er toch is. Ondanks het hele kleine beetje ademruimte dat we financieel hebben gekregen, is er toch echt ook een taakstelling voor Rijkswaterstaat.
Mevrouw Van der Plas vroeg: kunnen er in de Voorjaarsnota direct middelen worden gereserveerd voor de haven van Terschelling? Ik heb al het een en ander aangegeven. Wij hebben nog geen zicht op die financiering. We hebben natuurlijk andere zaken. Daar gaat wel het gesprek over. Ik denk dat dat een groot onderdeel van het gesprek zal zijn en dan moeten we als Rijk ook ons huiswerk hebben gedaan. Met andere woorden, als wij dat bestuurlijk overleg zo meteen, in april, hebben en de spreekwoordelijke kogel door de kerk zou kunnen gaan, moeten we met BZK en Financiën goed weten wat wij kunnen betekenen, mede in relatie tot de opties die zo meteen op tafel liggen. Daar zit ook een prijskaartje bij. Financiën zal daar dus een groot onderdeel van zijn. Op korte termijn komen er noodmaatregelen, maar op de wat langere termijn zijn er ook een aantal zaken.
Ik heb gehoord dat dit Kamerbreed gedeeld wordt. Laat dat hier ook gewoon helder zijn. U zegt het allemaal. Ik heb het ook ervaren. Ik heb het dossier natuurlijk ingekeken, maar ik heb ook gezien dat hier binnen het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds op dit moment geen middelen voor zijn. We gaan dus heel creatief kijken wat we kunnen doen om dit euvel te beslechten op korte termijn. Ik heb ook al eerder toegezegd dat wij u daarna ook zullen informeren over de uitkomsten van dat overleg. Op dit moment staan alle seinen op groen. We zetten de schouders eronder om zo snel mogelijk duidelijkheid te hebben over die spanne van geld en over wat we kunnen doen op de korte termijn, maar ook voor de lange termijn, zodat dat gewoon geborgd is. We hebben het in het verleden inderdaad overgedragen voor een bedrag dat afgekocht is voor, uit mijn hoofd, tussen de 4 en 5 miljoen euro, heb ik me laten vertellen. De heer De Hoop vroeg of dat allemaal wel zo verstandig was. Het is de keuze die destijds is gemaakt om een aantal zaken over te dragen.
Mevrouw Van der Plas vroeg: op welke manier zou de provincie Friesland kunnen helpen? Dat vind ik een hele interessante vraag. Die betrekken we uiteraard ook bij de discussie. Dat zou in financiële zin kunnen zijn, want er spelen op dit moment nog wel meer zaken in Friesland. We moeten daar ook nog iets aan de bruggen doen met elkaar, dus alle hens aan dek, zou ik zeggen. Dat geldt met name voor de vergunningverlening, als bevoegd gezag. We moeten daar echt met elkaar gaan zitten. Ik kan melden dat ook de provincie deelneemt aan de werkgroep onder regie van Rijkswaterstaat die op dit moment de maatregelen onderzoekt. We betrekken alle partijen daar dus bij.
Mevrouw Van der Plas vroeg: kan het Waddenfonds worden betrokken bij het dekken van een deel van de kosten? Ik vind dat ook weer een interessante vraag. Het is niet mijn fonds. Wij hebben daar wel randvoorwaarden aan gesteld als Rijk. Het is ook echt het fonds van de regio. Daar zit nog zo'n 100 miljoen euro in. Laten we, kijkende naar de financiën, alle creativiteit hier op tafel leggen, zonder dat we daarvoor een potje plunderen; ik gebruik even iets andere woorden dan de heer Goudzwaard. Dat is echt bedacht voor iets anders dan onderhoud en herstel. Dat is een van de randvoorwaarden. Op dit moment is het antwoord dus nee, maar ik wil het nu eigenlijk ook niet helemaal uitsluiten. Dan zou het in een volgend verhaal echter wel weer gesuppleerd moeten worden.
De voorzitter:
Ik zie dat de minister op de pauzeknop drukt. Betekent dat dat hij aan het einde van dit blokje is gekomen?
Minister Tieman:
Nee, ik ben nog niet aan het einde van het blokje, maar ik was in de veronderstelling dat er interrupties waren, want ik zag een aantal pennen omhooggaan. Het was dus een natuurlijke reflex dat ik even pauzeerde.
De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen dat u het blokje even afmaakt en dat ik de leden daarna de ruimte voor vragen geef.
Minister Tieman:
De heer De Hoop vroeg: hoe kan het dat de staat waarin de havens verkeren pas zo laat naar boven is gekomen? Bij de overdracht van de havens in het kader van de zogenaamde Brokx-nat is in 2006 het eigendom van de havens in handen van de gemeente gekomen. Zodoende zijn ook beheer en onderhoud van de havens onder haar verantwoordelijkheid gekomen. Destijds is op verzoek van de gemeenteraad ook een second opinion gedaan over de overdracht en de voorwaarden. Daar is het naar terug te herleiden.
Mevrouw Van der Plas had een vraag over de watertaxi. Zij vroeg of ik al een tijdpad kan schetsen. Ik kan een tijdpad schetsen. In juni hebben wij de passende beoordeling; daar heb ik afgelopen vrijdag ook met de staatssecretaris, hier aan mijn rechterzijde, over gesproken.
Toch even out of the box, zoals ik u ook beloofd heb: kunnen we nou echt niks anders doen? Wij komen tot dezelfde conclusie. Laat dat ook helder zijn: wij spreken hier met één mond. De nieuwe minister heeft straks echt het handelingsperspectief om hier in de zomer, dus voor de donkerperiode, snel een besluit over te nemen op basis van het MARIN-rapport, waarin ik, met de kennis die ik had meegenomen als voormalig zeevarende, ook een aantal punten gewijzigd heb. De passende beoordeling is in juni voorzien. Dan heeft de minister ook zicht op en handelingsperspectief voor een pilot. Dat is het eerst mogelijke moment dat het ingezet kan worden. Dat is de tijdlijn die ik op dit moment voor ogen heb. Ik heb op dit moment geen signalen dat de passende beoordeling andere uitkomsten zal hebben. Met de kennis die wij hebben, staan alle lichten op groen, maar we moeten wel door die hoepel heen.
De heer Goudzwaard vraagt: "Wat is de precieze juridische aanleiding voor de ecologische toets? Is er sprake van een nieuwe activiteit of nieuwe wetgeving?" Het 's nachts snel varen met snelle motorboten, wat de watertaxi volgens de verkeersregels is, is eigenlijk al heel lang verboden. Snel varen mag alleen overdag. Het is niet eerder gereguleerd geweest, dus we hebben te maken met een nieuwe activiteit. Daar hebben we ons aan te houden. Daarom moet die passende beoordeling ook gedaan worden in dit Natura 2000-gebied. Dat doen we dan ook op een zorgvuldige manier, zodat we dat gewoon geborgd hebben voor de toekomst. Wij doen dat niet alleen voor de verbinding Holwerd-Ameland, maar ook voor een viertal andere verbindingen. Dat zijn kostbare onderzoeken. Die doen we voor de ondernemers in de regio. Wij pakken die rekening op. Dan is het geborgd voor de toekomst en dan hebben we het hopelijk ook eens en voor altijd helemaal afgehecht.
De heer Bevers vraagt: kan de minister toezeggen dat een en ander voor de zomer is afgerond? Ik gaf u net aan wat er in juni gebeurt. Ik heb op dit moment geen signalen dat er uit de passende beoordeling het een en ander gaat komen waardoor we weer in een vertraging terechtkomen. Dan hebben we echt een solide oplossing voor de jaren die gaan komen. Ik heb heel wat waddendossiers om mondeling toe te lichten, maar ook dit en het handelingsperspectief dat de minister in juni zal hebben, zal ik nog meenemen in mijn onderonsje met de heer Karremans.
Dan de planning van de Waddenveren. Mevrouw Boelsma-Hoekstra vraagt: zijn er hiccups voorzien die de gunning van de nieuwe concessies voor de waddenveren verder zouden kunnen vertragen? De aanbestedingsprocedure start dit voorjaar. We treffen nu de laatste voorbereidingen. Daarbij verkiezen we zorgvuldigheid boven snelheid. Er is iets meer tijd benodigd gebleken om alle aanbestedingsstukken gereed te maken voor publicatie. Er wordt geen verdere vertraging in de planning voorzien.
De heer De Hoop en mevrouw Boelsma-Hoekstra vragen: kan de minister een planning geven voor de aanbesteding en het MIRT-traject? De planning van de MIRT-verkenning bereikbaarheid Ameland is met de Kamer gedeeld in september 2025. Die verkenning loopt nu, conform het plan. De planning van de aanbesteding van de concessies voor de waddenveren is onlangs gedeeld met uw Kamer bij de recente waddenbrief. Een nieuwe brief lijkt mij op dit moment dan ook niet voor de hand liggen.
De heer De Hoop vroeg: "De MIRT-verkenning voor de vaargeul naar Ameland is met een jaar uitgesteld. Komt de keuze over het wel of niet verplaatsen van de vaargeul voor of na de aanbesteding van een vorm van het vervoer?" De MIRT-verkenning bereikbaarheid Ameland loopt. Ik verwacht dat het voorkeursbesluit van de verkenning eind 2027 genomen kan worden. Dat is dus na de gunning van de waddenconcessie. Er wordt een kortlopende concessie verleend, tot aan het jaar 2035. Dit geeft de mogelijkheid om de uitkomst van de MIRT-verkenning in de daaropvolgende concessie mee te nemen.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra heeft zorg over het baggeren van de vaargeul bij Ameland door de nieuwe beheerplannen natuur. Harde zekerheden over de omvang van de vaargeul zijn op dit moment niet te geven vanwege de natuurlijke dynamiek van de verzanding van de Waddenzee. Voor de vaargeulen van de veerdiensten is besloten om tot en met het jaar 2035 de vaargeulen niet te versmallen of te verondiepen als gevolg van beleidswijzigingen. Dat is in lijn met de motie-Soepboer/Grinwis. Het Beleidskader Natuur Waddenzee geldt in algemene zin voor alle activiteiten. Hier zal gekeken worden naar de effecten op de bereikbaarheid.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg of de minister van IenW een interdepartementale regietafel gaat inrichten. Uit de routekaart hebben we geleerd dat juist met regionale en lokale inzet het vraagstuk verder wordt geholpen. Een nieuwe regionale regietafel is meer passend en dat zet ik voort. Dat gaan we doen.
De heer De Hoop vroeg of het klopt dat het Rijk de vervoerders vraagt om vastgoed dat zij in eigendom hebben, niet over te dragen aan het Rijk. In de nieuwe concessies zullen de terminalgebouwen en de andere productiemiddelen door het Rijk aan de vervoerder ter beschikking worden gesteld. Op dit moment lopen er gesprekken met de vervoerders over een goede overgang van deze productiemiddelen.
De heer De Hoop vroeg of de gebruikskosten voor zeehavens nog accuraat zijn en wie die dan moet betalen. Als ik deze vraag vanuit de Waddenverenconcessie benader, dan kom ik tot het volgende antwoord. De rederijen betalen een jaarlijkse vergoeding aan het Rijk om van de haveninfrastructuur gebruik te maken. Dat is bijvoorbeeld voor het onderhoud dat daaraan moet plaatsvinden. De gebruiksvergoeding is echter niet geheel kostendekkend. Naast dat rederijen een bijdrage leveren, wordt een groot deel door het Rijk betaald. Dat is echt met publiek geld.
Voorzitter, tot zover dit kopje.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn beantwoording en zou hem willen verzoeken om zijn microfoon even uit te zetten. Ik zag een aantal interrupties. Ik zag mevrouw Vellinga-Beemsterboer als eerste. Vervolgens zag ik ook mevrouw Van der Plas, de heer De Hoop, mevrouw Boelsma-Hoekstra en tot slot de heer Goudzwaard. We beginnen bij u, mevrouw Vellinga-Beemsterboer.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb best een aantal vragen en ik vermoed dat er wel wat overlap is met de rest, dus ik kijk heel even naar links om te zien of wij allemaal een vraag over Terschelling hebben. Ik vermoed van wel. Dan laat ik die even aan u, mevrouw Van der Plas.
Ik heb twee vragen. Ik hoor de minister net zeggen dat we nu in overleg zijn over de overdracht van de terminals en dergelijke. Dat is wel gek, want afgelopen oktober is gezegd: alles is geregeld op dat gebied. Is er nou in de tussentijd iets opgeplopt wat destijds niet voorzien is? Ik heb in het verslag van een plenair debat van afgelopen oktober gelezen dat de staatssecretaris zei: nee, alles is geregeld wat betreft die overdracht. Dus dat puzzelt mij wat.
Dan mijn tweede vraag. U heeft het over die regietafel. U zegt terecht dat die regionale en lokale vertegenwoordiging heel belangrijk is, maar wat natuurlijk vanuit de regio wordt gevraagd is juist die interdepartementale vertegenwoordiging, omdat een, twee of soms drie ministeries betrokken zijn bij het Waddengebied. Je ziet heel vaak dat op deelonderwerpen, bijvoorbeeld zorg of onderwijs, ook andere ministeries betrokken zijn waar niet altijd kennis aanwezig is over de specifieke behoeften in het gebied. Geeft u dat dan ook een plek aan deze tafel?
Ik heb er nog één, maar ik geloof dat de minister heeft gezegd dat dijken straks nog aan de orde komen. Dan wacht ik nog even.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Dat waren, heel slim, twee interrupties in één keer. Dat zal ik voor deze eerste keer door de vingers zien. Ik geef het woord aan de minister voor de beantwoording van de vragen.
Minister Tieman:
Ja, dank u wel. De eerste vraag zal ik in de tweede termijn neerzetten. U refereert aan een verslag en een uitspraak van de staatssecretaris. Dat wil ik dus echt even goed uitgezocht hebben.
De tweede vraag gaat over de interdepartementale afstemming. Dat is een toezegging van mijn kant. Het lijkt me logisch dat ook andere departementen aangetakt worden. We gaan dus het gesprek aan over of daar capaciteit voor is. Ik wil dat wel. Dat lijkt me logisch. We praten op dit moment alleen met Rijkswaterstaat over andere zaken. Wanneer er met het Rijk gesproken wordt, lijkt het me gewoon goed als we daar een commissie of een werkgroep hebben die ook andere zaken adresseert. Voor scholen hebben we bijvoorbeeld te maken met een ander ministerie. Ik ga dus mee met uw oproep. Ik check ook nog even in hoeverre dat niet geregeld is. Ik neem het aan van u. Dan gaan we dat verstevigen. Dat is een toezegging van mijn kant, voorzitter.
De voorzitter:
Een toezegging van de minister. Ik kijk even naar mevrouw Vellinga-Beemsterboer, die daar tevreden mee lijkt te zijn. Dan ga ik graag naar mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank aan de minister voor de antwoorden. Zoals we vorige week ook hebben gehoord, is Terschelling een eiland met alleen maar gemeentewegen. Eigenlijk is er in het verleden veel op het bord van Terschelling gekomen, zo van: dat is niet onze zaak, dat is een taak van de gemeente. Nu heeft Terschelling al 15 miljoen euro gereserveerd. Dat is €3.000 per inwoner en dat is echt indrukwekkend. Ik wil de gemeente daar ook een groot compliment voor geven. De gemeente ziet haar eigen rol hierin, maar het kan niet allemaal worden betaald door de gemeente. Mijn vraag aan de minister naar aanleiding van zijn antwoorden is: welke boodschap krijgen de mensen op Terschelling, inclusief de mensen die hier op de publieke tribune zitten, precies mee? Is dat de boodschap "wij gaan u helpen en het gaat goedkomen" of is dat de boodschap "wij gaan er alles aan te doen om het goed te laten komen, maar wij weten niet zeker of het lukt"? Kan de minister in een samenvatting van alle antwoorden die hij heeft gegeven de mensen hier en de mensen thuis op Terschelling een duidelijke boodschap meegeven?
Minister Tieman:
Ik zit hier nog eventjes. Ik wil mijn opvolger niet voor de voeten lopen, maar ik wil mevrouw Van der Plas wel een heel duidelijk antwoord geven. Tijdens het Waddendiner heb ik dat ook uitgesproken en ook al bij een eerder overleg: ik zal echt tot het uiterste gaan, maar we hebben wel te maken met een aantal zaken die ik op dit moment nog niet kan invullen. Ik heb heel veel vertrouwen — op een schaal van 0 tot 10 is dat een 8 — dat we dit tot een goed einde gaan brengen. Waar zitten die twee punten dan nog in waardoor ik nog geen 10 kan geven? Dat heeft te maken met het gegeven van diverse departementen — daar voeren we het gesprek mee — en met het feit dat in de tabel van bijvoorbeeld het coalitieakkoord, dat op sommige punten heel regelspecifiek is, er geen koppeling is gemaakt. Ik geef u hier een eerlijk antwoord: we moeten hier creatief naar kijken. U noemde zelf het Waddenfonds al. Als we dat met de regio op tafel kunnen leggen, hebben we weer een handelingsperspectief. U kunt met een gerust gevoel zo meteen naar huis gaan, naar het Noorden, maar het antwoord blijft zoals ik het net heb gegeven.
De voorzitter:
Dank, minister. Ik ga naar de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dank wederom aan de minister voor de uitgestoken hand. Volgens mij is duidelijk dat de minister echt tot het gaatje wil gaan. Laat ik hem daar ook de erkenning voor geven. Vanwege het ontstaan van deze situatie wil ik wat verder doorvragen op het punt van de monitoring. De minister zegt dat structureel meekijken misschien te veel is gevraagd voor Rijkswaterstaat, maar ik zou het toch goed vinden als we periodiek, om de zoveel tijd, Rijkswaterstaat laten meekijken bij de monitoring. De minister zegt dat het onderdeel wordt van het gesprek met de HID. Ik begreep dat antwoord niet helemaal, maar kan de minister de uitkomsten daarvan terugkoppelen voor het volgende Waddendebat? Ik denk namelijk dat periodiek meekijken wel verstandig is.
Minister Tieman:
Laat ik ook op dit punt een toezegging doen. Wij gaan onderzoeken wat mogelijk is. We doen een quickscan: hoe staat alles erbij? Zijn er onderling best practices uit te wisselen, zo van: die haven doet het op die manier en die haven op die manier? Tot zover kan ik op dit moment gaan. Regelmatig meekijken, waarbij wij de monitoring overnemen ... Ik heb een HID, een hoofdingenieur-directeur — in verschillende regio's hebben wij mensen die wij regelmatig spreken — waarmee ik periodiek overleg heb. In die periodieke overleggen wil ik dit op tafel leggen, dan is het daar ook geborgd. Ik ga kijken of we een quickscan oftewel een interactie tussen verschillende eilanden op dit onderwerp kunnen neerzetten. Of dat ook regelmatig terug gaat komen? Die toezegging doe ik niet, maar we gaan echt even kijken of we hier nog een slag kunnen maken met elkaar om de veiligheid beter borgen. Wat is de staat van de havens op dit moment? Als bepaalde gemeenten een zetje of hulp nodig hebben, zijn wij eigenlijk altijd beschikbaar.
De voorzitter:
Dank aan de minister. Er is een vervolgvraag van de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb zo ook nog twee onbeantwoorde vragen in dit blokje, maar misschien heb ik zelf niet goed geluisterd. Dan komen we daarop terug.
Allereerst toch over die kosten, waaraan de minister vanuit het Rijk met zijn collega-bewindspersonen naar mijn verwachting wat zal doen. De minister schetst in zijn beantwoording ook dat de gebruikerskosten en de zeehavengelden van de rederijen niet voldoende dekkend zijn. Ik zeg niet dat de rederijen de volledige kosten moeten dragen, maar ik proef in de beantwoording van de minister dat het misschien toch wel verstandig is om met de rederijen te bekijken of zij, met ons, iets van die opgave kunnen dragen de komende jaren, omdat er toch heel veel op het bordje van het Rijk komt te liggen en er ook echt geld wordt verdiend in het Waddengebied. Er mag best wel wat teruggevraagd worden van privaat. Is de minister bereid om bij het aangaan van de concessie en bij die zeehavengelden het gesprek te voeren met de rederijen over de vraag of zij daar eventueel een extra bijdrage aan kunnen leveren?
Minister Tieman:
Die vraag neem ik graag mee naar de tweede termijn.
De voorzitter:
Dan dank ik de minister voor zijn antwoord. Er is nog een vervolgvraag van de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik wilde checken of er nog onbeantwoorde vragen zijn op het gebied van de concessie. Komen die zo nog terug?
Minister Tieman:
De heer De Hoop is scherp. Ik was net iets te snel. Ik heb twee vragen niet beantwoord en die twee vragen zijn van u. Sluit de veerverbinding in de nieuwe concessie ook aan bij het leerlingenvervoer? In het programma van eisen voor de Waddenverenconcessie vanaf 2029 is het een eis dat de veerverbinding aansluit op het busvervoer. De dienstregeling wordt ieder jaar geconsulteerd door meerdere partijen, waaronder de consumentenorganisaties die speciaal zijn opgericht voor de veerdiensten en de eilandgemeenten. Zo wordt gewaarborgd dat de veerverbinding ook kan dienen voor het leerlingenvervoer. Als dat in het verleden wat minder goed is verlopen, gaan we dat rechtzetten.
Dan was er nog een vraag. Wordt er gekeken naar de eisen van de vloot om te zorgen voor de minst invasieve vaargeul? De MIRT-Verkenning Bereikbaarheid Ameland loop op dit moment. Binnen de verkenning wordt breed gekeken naar de oplossingsrichtingen, waaronder de samenstelling van de vloot. Ik verwacht eind 2027 een voorkeursbesluit te nemen over die verkenning. Daar betrekken we dat ook bij, voor de minst invasieve vaargeul.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording. Ik had nog interrupties genoteerd van mevrouw Boelsma-Hoekstra en de heer Goudzwaard. Het woord is eerst aan mevrouw Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Vanuit mijn landbouwachtergrond weet ik dat je een broedende kip niet moet storen. Dat ga ik dus ook niet doen. Die 8 stelt gerust, dus dank daarvoor. Ik zou wel heel graag willen dat we de toezegging krijgen dat als die 8 onvoldoende is — dat is normaliter niet zo — wij als Kamer tijdig geïnformeerd worden, zodat wij Kamerbreed daar iets mee kunnen doen. Dat over Terschelling.
Mag ik zo vrij zijn om er nog even een tweede achteraan te doen, voorzitter?
De voorzitter:
Ik kijk even naar de minister om te zien of hij die toezegging kan doen. Dan kunt u namelijk door met uw tweede interruptie.
Minister Tieman:
Ik kan die toezegging doen.
De voorzitter:
Dat was kort. U vervolgt uw vraag.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dan de volgende vraag. Ik vind het een beetje spannend dat u aangaf dat er geen vertraging zit in de gunning. U zegt: ik kan garanderen dat er geen vertraging komt. Ik denk dat mevrouw Vellinga die vraag ook heeft gesteld, dus ik wacht even af, maar ik kom in de tweede termijn terug op de overdracht.
Dan als laatste de vaargeul Ameland. Heb ik goed begrepen dat u zegt dat u of uw opvolger zich er hard voor gaat maken dat er geen problemen komen met het baggeren van de huidige vaargeul naar Ameland en dat dit geen beperkingen gaat opleveren, zodat de bereikbaarheid niet in het geding komt?
Minister Tieman:
Dat kan ik zeggen. Binnen de gestelde kaders worden daarin voor de periode die ik net heb genoemd geen wijzigingen voorzien.
De voorzitter:
Dank. Dan gaan we naar de heer Goudzwaard.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik wil toch nog even kort terugkomen op die ecologische toets voor de watertaxi. Laten we eerlijk zijn: er is 35 jaar een gedoogconstructie geweest en die werkte prima. Waarom zou je iets willen repareren wat niet stuk is? Het is namelijk vele decennia lang goed gegaan met deze gedoogconstructie. Het zijn twee verschillende zaken, namelijk een stuk veiligheid en een stuk ecologie. Ik heb dus nog een beetje moeite om deze actie te kunnen begrijpen.
Minister Tieman:
Ik moet dan toch even naar het proces gaan. We willen nu een robuust juridisch proces afronden. Het is op dit moment juridisch wankel. Ik ben gebonden. Gedogen was misschien ook meer iets van de jaren tachtig. Dit is op dit moment de juridische situatie waarin ik zit. Ik kan u ook een keer meenemen in wat we allemaal doen ten aanzien van Schiphol. De wereld is op dat gebied echt anders. We lopen daar echt het risico dat we zo meteen verder van huis zijn. Ik wil voorkomen dat we weer zaken in de prullenbak moeten gooien en dat we ons weer openzetten voor boetes et cetera et cetera.
Laten we dit proces nu zo spoedig mogelijk … We zitten nu bijna in maart. Ik heb aangegeven dat we de stap in juni zetten; laat dat ook in de notulen terugkomen. Dat is in mijn optiek het beste perspectief voor wat ik kan doen. Dan hebben we het ook voor de toekomst geborgd voor alle juridische invloeden van buitenaf. Het is op dit moment ook belangrijk dat we piketpaaltjes slaan op het gebied van de juridificatie; helaas, zeg er ik bij. Dat is echter de situatie die ik heb aangetroffen in de wetgeving.
De voorzitter:
Dank, minister. Dat zal zeker genotuleerd worden. U kunt uw betoog vervolgen met uw tweede blok.
Minister Tieman:
Dijken. Dan kom ik bij een gevoelig onderwerp. Laat ik dat als voormalig hoogheemraad, die onder andere met dijken te maken heeft, ook duidelijk schetsen aan eenieder die meekijkt en op de tribune zit. We hebben het over een wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Ik heb de vorige keer, in het WGO Water, genoemd dat het om een ministerieel besluit zou gaan. Dat is niet geheel correct geweest; excuses daarvoor. U krijgt nog een voorhang. Laat dat helder zijn. U heeft daar ook nog wat van te vinden. Ik heb ook de deltacommissaris in de arm genomen, want we willen een goed proces met elkaar doorlopen. Ik heb een tweetal bestuurlijke overleggen gevoerd met diverse partijen, maar ik wil ook echt wat meer in de haarvaten gaan en ook in de regio op bestuurlijk niveau dit gesprek verder voeren. Dat gaat ook over meerlaagse veiligheid en over hoe we tot bepaalde zaken zijn gekomen, met Deltares maar ook met veel meer ingenieursbureaus.
Niet alles is natuurlijk op de tekentafel neer te zetten. Ik heb ook met windkracht 9 op de zee gevaren. Ik heb ook onder een helikopter gehangen met iets meer wind dan je zou willen. Ik heb er dus alle begrip voor dat we daar goed over moeten nadenken. De samenredzaamheid op het eiland, kijkend naar de hoogteverschillen, kijkend naar de evacuatiefractie, kijkend naar de kans op overlijden van 1 op 100.000, is ook een punt, maar die discussie wil ik gaan voeren. Deze normering heeft ook consequenties voor andere regio's in Nederland.
Ik wil hier dus een zorgvuldig proces doorlopen. U heeft hier ook een motie over aangenomen. Ik heb u gehoord. Ik heb net al aangegeven dat ook dit onderdeel zal zijn van het kwartiertje overdracht en dat ik dit ook mondeling meegeef, want veiligheid is van groot belang. Ik wil dat iedereen meegenomen wordt in het denkproces hoe we tot zaken zijn gekomen. Ik wil hier echt zorgvuldig mee omgaan en dat geef ik aan mijn opvolger mee.
De heer Bevers: grote gevolgen voor de … Afijn, ik heb daar net veel over gezegd, denk ik. Laten we het op die manier doen.
De heer Goudzwaard vroeg: hoe verhouden de besluiten rondom de dijknormeringen zich tot het plan om de brede welvaart in de regio te versterken? U had het over de WoKT. Ik ga het even over de WoKT hebben. Ik heb net het een ander gezegd over dijkverzwaringen. Het kabinet mocht 2,5 miljard euro uitdelen van de WoMo-gelden, de gelden voor Woningbouw en Mobiliteit, wat fijn is, en daarvoor diverse andere kabinetten 7,5 miljard euro. Dat is logisch, want je moet ook kunnen bewegen alvorens je gaat bouwen. We hebben van die 2,5 miljard euro maar 6 miljoen euro naar Zeeland weten te brengen. Volgens mij was dat nog doordat ik een maand voor dat besluit mijn vinger opstak en vroeg of elke regio wel telt. We hebben te maken met een aantal zaken waartoe de ministerraad in het voorjaar heeft besloten en daar moet dat allemaal aan voldoen. Ik was ook erg verrast met deze uitkomst. Heeft die te maken met de kwaliteit van de projecten die zijn ingediend? Dat geldt ook voor het Noorden van Nederland.
Hier gaan we een slag met elkaar maken. Zoals ik ook in de MIRT-overleggen heb aangegeven, bezien wij op korte termijn, binnen nu en een tweetal maanden, op bestuurlijk niveau — wellicht dus niet in deze Kamer, maar met de lokale bestuurders — of er additionele weegfactoren moeten komen om die bredewelvaartsaspecten, die "Elke regio telt!"-aspecten beter mee te nemen. Er komt meer geld beschikbaar, lees ik in de financiële bijsluiter van het coalitieakkoord, zodat we ook projecten in de haarvaten gaan zien. Als die niet van de juiste kwaliteit zijn, kunnen wij daar wellicht bij helpen, of we moeten tot de conclusie komen dat die €20.000 per woning ontoereikend is voor bijvoorbeeld Saba, de eilandentoets, of voor bijvoorbeeld een eiland, maar wellicht ook Vlissingen.
Binnen nu en een paar maanden hebben we dat duidelijk inzichtelijk gemaakt. Er is ook al met de heer Brok over gesproken hoe we dat gaan doen. Zeeland en Noord-Nederland zijn op dit moment de punten die we daarin meenemen. Daar gaan we van leren met elkaar. In een volgend MIRT-overleg zullen we met de regio terugkomen op wat daar de uitkomsten van zullen zijn, maar in ieder geval voordat weer een volgende ronde van het WoMo beschikbaar komt. Dat was een goed punt van de heer Goudzwaard in mijn optiek; een beetje bezijden deze agenda, maar ik dacht ik geef u toch dit antwoord mee.
De heer De Hoop over de dijknormeringen. Ik stel voor om de vragen die u heeft gesteld, voor het volgende tweeminutendebat te beantwoorden, ik denk over ongeveer drie weken. Als wij die drie weken kunnen krijgen, dan ga ik ervan uit dat beantwoording ervan mogelijk moet zijn. Dat zal ik dan ook gewoon doorgeven en dat zal ik niet mondeling doen. Het hele puntje dijknormeringen neem ik wel mondeling mee.
Tot zover het kopje dijken, voorzitter.
De voorzitter:
Dank, minister. Ik kijk even ter linkerzijde of er interrupties zijn naar aanleiding van de beantwoording onder het kopje dijken.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Nog even ter verduidelijking. Ik hoor de minister zeggen "ik ga een proces in met de regio over de dijknormering, we gaan nog een keer goed kijken naar de veiligheid". Ik ben er heel blij mee dat te horen, want dat is ook wat we met de motie vroegen. Hoe groot acht de minister de kans dat er in dat proces gaat worden geconstateerd dat die verlaging van de dijknormering dus ook gewoon niet kan voor dit gebied?
Minister Tieman:
Dank u wel voor de vraag. Ik moet hier echt bescheiden zijn in mijn reactie, helaas. Deze vraag moet ik overdragen aan mijn opvolger en aan de deltacommissaris die dit proces ingaan. Ik wil hen hier niet voor de voeten lopen.
De voorzitter:
Ik zie de heer De Hoop. Het woord is aan u.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Als ik de minister goed begrepen heb, is het geen ministeriële regeling maar wordt het besluit aan de Kamer voorgelegd, zodat wij daar ook over meepraten. Dat lijkt me heel goed. Mijn zorg is, al wil ik de minister of het ministerie daar niet direct van betichten, dat toch ook een financiële reden tot dit besluit heeft geleid. Kan de minister op papier aan ons meegeven of daar een financiële reden achter zit en als het zo is, wat de kostenbesparing is van deze verlaging van de normen, zodat dat ook meegenomen kan worden in het debat?
Minister Tieman:
Ik kan dat schriftelijk doen, maar dat is geen afweging geweest, laat dat helder zijn. Ik ben inderdaad links en rechts aan het schrapen geweest de laatste negen maanden. Maar op dat gebied is dat niet ter sprake gekomen. Qua geldspanne moet u denken aan een bedrag van rond de 60 à 70 miljoen euro voor het specifieke eiland in kwestie.
De voorzitter:
Dan kijk ik even naar de heer De Hoop, of hij die brief nog wenst met deze toelichting van de minister. Dat is het geval. Dan noteren we dat. Ik kijk nog even naar links. Mevrouw Boelsma-Hoekstra heeft nog een interruptie.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dit triggert mij een beetje, want de minister zei net: er komt nog een voorhang. Is dat naar aanleiding van de motie veranderd of was dit gewoon een foute constatering? Ik hoor dat dat laatste het geval is. Oké, dank.
De voorzitter:
Dan geef ik de minister graag het woord voor de beantwoording in het laatste blokje.
Minister Tieman:
Mevrouw Van der Plas heeft een vierentwintigtal vragen ingediend op 19 december. Die vragen hadden beantwoord moeten zijn; laat ik dat gewoon duidelijk aangeven. Ik duik er nog even in, want het zijn wat complexere vragen. Ik wil uw vragen ook echt rechtdoen. Ik duik hier echt nog even in. Het heeft te maken met hoe we met een aantal zaken omgaan, maar laat ik het volgende wel even meegeven. Bij vergunningverlening staat voorop dat alle partijen vertrouwen moeten hebben in de manier waarop de overheid met hun belangen omgaat. Documenten die gedeeld zijn, met een formele of niet-formele status, zijn serieus. Dat was de strekking van een aantal van uw vragen. Naar die documenten wil ik goed kijken. Ik heb gisteravond laat een eerste concept gezien van de beantwoording van die vragen. Daardoor heb ik ook weer vragen in mijn hoofd gekregen. De antwoorden daarop wil ik echt nog even boven tafel halen. Ik doe dat op een zo kort mogelijke termijn, mevrouw Van der Plas. U wacht namelijk al sinds 19 december op een antwoord op uw vragen.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de minister om te zien of hij daarmee ook alle vragen heeft beantwoord.
Minister Tieman:
Nee, sorry.
De voorzitter:
Er is nog een interruptie van mevrouw Van der Plas. Ik zou die eigenlijk aan het eind van het blokje willen doen, maar omdat de vraag over dit specifieke punt gaat, sta ik hem nu toe. Het woord is aan u, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zou de antwoorden graag komende week willen hebben, want het duurt al aardig lang. Het is nog een geluk dat het niet in het mondelinge vragenuur terecht is gekomen. Dat had anders dinsdag gekund. Ik wil de minister daarom vragen om ervoor te zorgen dat we de komende week, dus nog voordat deze minister geen minister meer is, die antwoorden hebben. Als ik het Woo-document zo zie, dan is dit echt wel een hele kwalijke zaak.
Minister Tieman:
Ik zit even met de kalender in mijn hoofd. Volgende week zitten we ook nog in Genève met de ICT — dat is de Inland Transport Committee — maar ik ga de antwoorden op die vragen binnen nu en een week beantwoorden en naar de Kamer sturen.
De voorzitter:
Dank. Dan geef ik de minister graag het woord voor de beantwoording.
Minister Tieman:
Voorzitter. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer en mevrouw Boelsma-Hoekstra zeiden dat het op korte termijn zou helpen om de Waddentoets vaker en meer gestructureerd in te zetten. "Dit zou ook een eilandentoets kunnen worden. Ook de BES-eilanden zouden daar dan een onderdeel van kunnen zijn en daar voordeel van kunnen hebben. Is de minister bereid om de nu nog relatief vrijblijvende samenwerkingsafspraken rondom de Waddentoets verder te ontwikkelen, zodat het een eilandentoets wordt?"
De Waddentoets is een verantwoordelijkheid van de minister van BZK. De Waddentoets heeft het bewustzijn van eilandspecifieke effecten vergroot en draagt bij aan maatwerk. Samen met BZK ga ik eraan werken dat de Waddentoets onderdeel wordt van de UDO, de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden voor de Waddeneilanden. Ik zal u samen met het ministerie van BZK informeren over het daar neerzetten van het onderdeel.
Ik hoor ook wat opmerkingen met de strekking dat het onvoldoende geborgd zou zijn. Destijds is er een motie ingediend met het voorstel van mevrouw Lutz Jacobi — zij komt ook uit de regio — om te kijken of we dit beter neer zouden kunnen zetten. Geeft u mij dus nog even de tijd om dit met BZK te bespreken. Dan informeren wij u over de uitkomsten daaromtrent. Daar betrek ik dan ook de beantwoording bij van de vraag of het ook voor de BES-eilanden geborgd kan worden, maar die vallen ook al onder een UDO. Ik ga ermee aan de slag om dit wat robuuster te maken en ook even het net op te halen om te kijken hoe goed dit instrumentarium nu functioneert, of we er blij mee zijn en of er nog verbeterpunten zijn. Maar ik heb ook echt even een haakje te maken naar BZK, want dat is echt het eerste aanspreekpunt voor de Waddentoets.
Zowel mevrouw Vellinga-Beemsterboer als mevrouw Boelsma vroeg of de minister bereid is om te onderzoeken hoe een integraal kustfonds vorm zou kunnen krijgen. Ik wil niet vooruitlopen op de uitkomsten van het evaluatierapport dat de heer De Graeff heeft uitgebracht. Ik wil dat eerst nog bestuurlijk bespreken in het eerste BOW-overleg. Ik koppel dan de uitkomsten terug naar aanleiding van dat BOW-overleg, dat gepland staat op 26 maart.
De heer Goudzwaard vroeg hoe we voorkomen dat Noord-Nederland het sluitstuk van de verdeling van de middelen wordt. Ik heb daar net ook al het een en ander over aangegeven, bijvoorbeeld wat betreft de WoKT-gelden. Ik denk dat zo'n Waddentoets daar ook bij zou kunnen helpen en daarom ga ik dat met BZK oppakken.
De heer De Hoop zei: we zien dat het kabinet de deur een beetje openzet voor de winning uit kleinere gasvelden in Noord-Nederland. "Kunnen de eilandbewoners er gerust op zijn dat er geen gasboringen meer worden toegestaan bij Ternaard?" Ja, er gaat geen gaswinning meer plaatsvinden bij Ternaard. Daar is overeenstemming over gekomen met de NAM. Uw Kamer is hier vorig jaar ook over geïnformeerd. Conform de nieuwe Mijnbouwwet zullen er daarnaast geen nieuwe vergunningen meer worden afgegeven voor fossiele winning in de Waddenzee. Verder is dat aan de minister van KGG.
De heer Goudzwaard stelt dat sommige stukjes haven met een paar meter uitbreiding richting zee veel beter toegankelijk kunnen zijn. Je hebt daar natuurlijk ook te maken met de Natura 2000-wetgeving. De gemeente Harlingen is verantwoordelijk voor de nautische veiligheid binnen de haven van Harlingen. Het Wetterskip Fryslân is verantwoordelijk voor de dijkversterking. Het Wetterskip is bezig met de voorbereiding van het dijkversterkingstraject en wil de koppelkans in de havenmond verbreden om de toegankelijkheid en de nautische veiligheid te verbeteren. Rijkswaterstaat is gevraagd om hier als adviseur in te participeren.
Dit project, dat nog in de verkenningsfase zit, moet uiteindelijk binnen het Natura 2000-beheerplan en de wetgeving passen. U heeft misschien signalen gekregen dat dat niet zou passen. Ik heb die signalen nog niet gekregen. We werken wel met elkaar samen. Dit zou een optie kunnen zijn, maar ik heb hierbij wel te maken met de kaders uit die beheerplannen. Die zijn ook niet altijd resoluut of absoluut, want Natura 2000 geeft ook gewoon mogelijkheden. Maar ik zou wel binnen een beheerplan en de wetgeving moeten opereren.
De heer De Hoop vroeg of de minister kan toezeggen dat hij voor het volgende commissiedebat Wadden met de KNRM in gesprek gaat over de knelpunten en dat hij daarover rapporteert. Ja, dat kan ik toezeggen. Heel duidelijk. Dat is een mooie organisatie die afhankelijk is van donaties. Als u nog geen lid bent: word lid van de KNRM. Ik ben drie maanden geleden lid geworden.
De vraag van mevrouw Vellinga-Beemsterboer bewaar ik liever voor de tweede termijn, maar ik kan hem ook nu beantwoorden, als u dat wil. Ja? Oké. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer zei dat er eerder door de staatssecretaris zou zijn gezegd dat we nu al over de productiemiddelen uit zouden zijn en vroeg hoe dat nu zit. De staatssecretaris heeft aangegeven dat we de productiemiddelen in de havens vanuit de Staat ter beschikking zullen stellen aan de nieuwe concessiehouders. Dat is nog steeds het geval. We hebben dit, in lijn met het verslag van het debat van 1 oktober, goed geregeld voor de nieuwe concessieperiode en de aanbesteding. We moeten nog wel goede afspraken maken met de huidige concessiehouders over de overgang. Ook moeten we nog bekijken hoe we omgaan met de in het verleden gedane investeringen in die productiemiddelen. Maar de aanbesteding hoeft daar niet op te wachten.
De heer de Hoop vroeg of de rederijen niet meer kunnen gaan betalen voor het gebruik van de haveninfrastructuur. De essentie van het antwoord is: vanaf 2029. Het Rijk moet op grond van de wet- en regelgeving een marktconforme vergoeding vragen voor het gebruik van de haveninfrastructuur. Op dit moment wordt geen marktconforme vergoeding betaald. In de nieuwe concessies wordt dit wel gevraagd. Vanaf 2029 zullen de toekomstige concessiehouders iets meer gaan betalen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording en verzoek hem om zijn microfoon nog even uit te zetten. Ik zag als eerste een interruptie van mevrouw Boelsma-Hoekstra. Het woord is aan u. O, en ik zou de leden willen verzoeken om hun interrupties kort te houden. Zo komen we aan het einde van de rit niet in tijdnood. Het woord is aan u.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik heb een korte vraag over de eilandentoets. Toevallig zit ik ook bij BZK aan tafel, dus dat komt mooi uit. Kunt u toezeggen dat u de eilanden daar ook bij betrekt? Anders gaat het namelijk niet goedkomen, denk ik. Dat is de enige vraag.
Minister Tieman:
Die toezegging kan ik doen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dank weer voor de stevige herhaling dat de gaswinning bij Ternaard niet meer door zou mogen gaan, ook volgens het kabinet zelf. Onderliggend proef ik bij de minister dat we gaswinning die invloed heeft op UNESCO Werelderfgoedgebied echt niet moeten willen. Tegelijkertijd zie ik dat er meer ruimte komt voor kleinere velden. Het probleem is natuurlijk dat er mogelijk verzocht wordt om vergunningen te verlenen net boven de Wadden, die ook weer invloed kunnen hebben op het Waddengebied. Is de minister het met mij eens dat je echt te allen tijde zou moeten willen voorkomen dat er toch kleinere gasvelden opengaan boven het Waddengebied, omdat dat zijn weerslag heeft op de Wadden?
Minister Tieman:
Ik snap de vraag, maar kijkende naar de tijdspanne is dit echt een vraag die ik, weliswaar als coördinerend minister, met KGG oppak. Dat heeft dan wellicht een volgende naam, maar dat weet ik nog niet goed. Ik kan daar op dit moment gewoon niet op ingaan. Ik wil mijn opvolger niet voor de voeten lopen en ook de nieuwe minister van KGG niet. U mag de minister die hierin coördinerend is — dat is deze minister — daar wel te allen tijde over bevragen, maar op deze vraag kan ik nu niet ingaan, een week en twee dagen voor de wissel.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik heb nog één vraag en ik heb nog twee onbeantwoorde vragen. Die kan ik ook in de tweede termijn opnieuw even stellen, maar misschien heeft de minister nog een mapje liggen. Ik heb nog een vraag over de overgang van de materialen bij de aanbesteding. Klopt het wat de minister net zei, namelijk dat het niet erg is dat dat nog niet helemaal duidelijk is voordat de aanbesteding van start gaat. Dat klopt toch niet als het gaat om de schepen? Dat moet toch van tevoren duidelijk zijn, omdat je anders die aanbesteding niet in gang kan zetten?
De voorzitter:
Dank, mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Ik zou de minister graag het woord willen geven voor de beantwoording van de vraag die net werd gesteld. Ik stel mevrouw Vellinga-Beemsterboer de vraag: welke vragen ontbreken er? Dan kan de minister daar in de tweede termijn op terugkomen.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Zeker. Dat waren de vragen over het Beleidskader Natuur Waddenzee, naar aanleiding van de motie uit 2022 van de heer Bevers en de heer De Groot, namelijk: wanneer treedt het beleidskader in werking en is dat voldoende om de UNESCO-status te borgen? Daarbij hoorde ook de vraag wat de inzet is van het Nederlands voorzitterschap van de trilaterale samenwerking.
De voorzitter:
Helder.
Minister Tieman:
Op het gebied van de productiemiddelen stel ik voor dat ik daar op korte termijn gewoon even schriftelijk op reageer. Ik hoop dat u dat ook een goed idee vindt. Dan weten we duidelijk wat er nou precies onder valt, zoals schepen en terminals, en in hoeverre dat elkaar raakt. Dan hebben we dat ook gewoon goed geborgd. Ik doe dat dan binnen nu en een maand. De andere twee vragen laat ik over aan de staatssecretaris.
De voorzitter:
Dan is dat ook direct opgehelderd. Mevrouw Van der Plas heeft ook nog een onbeantwoorde vraag. Kunt u die heel kort noemen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker. Ik heb nog gevraagd of de minister bereid is om extern onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de rol van Rijkswaterstaat bij de passende beoordeling en vergunningverlening van het toenmalige ministerie LNV.
De voorzitter:
Ik kijk even of de minister die direct kan beantwoorden of bij de tweede termijn.
Minister Tieman:
Ik ga binnen nu en een week de vragen beantwoorden en ik neem dit punt daarin schriftelijk mee.
De voorzitter:
Ik zie dat dat op instemming kan rekenen. Dan ga ik naar de heer Goudzwaard.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik wil heel kort terugkomen op de landelijke kaders die het Rijk hanteert bij bestaande havenmonden, met daarin de nautische belangen versus de Natura 2000-belangen. Ik hoor de minister zeggen: er zijn beheersplannen, we hebben het Wetterskip, we hebben de gemeente en het Rijk is gevraagd om op te treden in de rol van adviseur. Zou de minister kunnen beamen dat ik ervan uit kan gaan dat wanneer het Rijk om advies wordt gevraagd en je de nautische veiligheid hetzij in de haven van Terschelling, hetzij in de haven van Vlieland op bepaalde stukjes een paar meter zeewaarts zou kunnen uitbouwen en je daarmee de nautische veiligheid vergroot, het Rijk dan onomwonden zegt: wij kiezen altijd voor die nautische veiligheid? Kan ik dat antwoord van de minister krijgen?
Minister Tieman:
Als het gewoon kan binnen de wettelijke kaders van Natura 2000, die daar in mijn optiek wel ruimte voor bieden, dan nemen we dat zeker mee. Bij de snelheid op Ameland heb ik nu ook te maken met Natura 2000, maar daar is wel ruimte. Maar dat is even het spel van regels dat er is. Als er een ontheffing kan komen vanwege de nautische veiligheid, dan nemen we dat ook mee; dat lijkt mij logisch. Maar ik heb daarbij te werken binnen de kaders van de Natura 2000-wetgeving.
De voorzitter:
Heel kort, meneer Goudzwaard.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ja, heel kort. Het is mij niet duidelijk hoe beklemmend die kaders zijn. Nogmaals, we hebben het soms echt over het verleggen van een paar stukjes meter in de zee. Als Natura 2000-wetgeving zegt "we lopen hierop stuk", dan wil ik heel graag horen dat het daarop stuk loopt. Zou u mij die duidelijkheid dan kunnen verschaffen?
Minister Tieman:
Laten we gewoon het net hierover ophalen. Hoeveel projecten lopen er stuk op dit onderwerp? Dat zou ik dan willen weten. Dan kunnen we het ook adresseren. U geeft nu aan: 2 meter. Ik heb geen signalen dat er op dit moment projecten stuklopen op het gebied van een uitbreiding van 2 meter, waarbij we nautische veiligheid prioriteit kunnen geven. Laten we dit wellicht als stukje huiswerk meegeven: inventariseren. Dat kunnen wij doen; dat kunt u wellicht zelf ook doen. Dan weten we wat meer en hebben we concrete voorbeelden. Dan kunnen we kijken of we dit moeten opschalen, als het een individuele casus is die u beschrijft. Ik heb geen informatie over projecten die nu stuklopen op 1 of 2 meter.
De voorzitter:
Dank, minister voor de beantwoording van de vragen van de leden. Ik zie nog …
De heer Goudzwaard (JA21):
Voorzitter, ik wilde kort zeggen: dank u.
De voorzitter:
Dit is dan wel uw laatste interruptie, want er is ook nog een tweede termijn van deze Kamer. Ik zou u dus willen vragen om nu uw laatste interruptie in de eerste termijn te plegen.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik snap het helemaal; dank voor de ruimte. Minister, ik maak graag gebruik van uw aanbod. Ik kom bij u op de lijn met een concrete casus.
De voorzitter:
Dank. Dan geef ik graag het woord aan staatssecretaris Rummenie voor de beantwoording van de vragen die in de eerste termijn aan hem zijn gesteld. Het woord is aan u.
Staatssecretaris Rummenie:
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik met de vragen begin, wil ik eerst een update over de dolfijn geven, want daar werd door de heer De Hoop naar gevraagd. Het gaat goed met haar. Zij is bij SOS Dolfijn in Anna Paulowna. Ze heeft een goede eerste nacht doorgemaakt en ze wordt continu in de gaten gehouden.
Dan ga ik naar de eerste vraag, van mevrouw Vellinga-Beemsterboer: hoelang duurt het tot het beleidskader in werking treedt en is dit voldoende om een UNESCO-status te waarborgen? Mevrouw Vellinga-Beemsterboer, wanneer het beleidskader in werking treedt, kan ik nog niet zeggen. Wel kan ik zeggen dat het de inzet is om het beleidskader voor de zomer op te leveren. Zo staat het beleidskader ook op de agenda van het BO Waddengebied in juni. De precieze tijdslijn van de vaststelling is aan een nieuw kabinet, zoals u begrijpt. Na vaststelling van het beleidskader volgt een traject van implementatie. Dat zal enkele jaren duren, omdat het een transitie betreft. Dit doen we samen met de gebruikers, uiteraard.
Ik heb trouwens geen blokjes, dus als iemand wil reageren, dan is dat prima.
De voorzitter:
Volgens mij heeft u ook een beperkt aantal papieren voor u liggen, dus kan ik wel interrupties toestaan wanneer leden dat wensen. Dat is op dit moment volgens mij nog niet het geval, dus u kunt verdergaan met de beantwoording.
Staatssecretaris Rummenie:
Dan had ik nog een vraag van mevrouw Vellinga-Beemsterboer: wat is de inzet bij het Nederlands voorzitterschap van de trilaterale samenwerking met Denemarken en Duitsland en hoe wordt dit voorbereid? De inzet is uiteraard de bescherming van het UNESCO-erfgoed. Daarbij moeten we wel goed rekening houden met het feit dat mensen ook moeten kunnen werken, wonen en recreëren. Het gaat om een balans tussen economie en ecologie. Naast dit uitgangspunt is er nog geen vastgestelde inzet of agenda. Dat is ook aan een nieuw kabinet. Met het voorzitterschap per 1 mei willen we uiteraard wel de speciale focus leggen op de natuurherstelvordering, de OUV en de klimaatverandering.
Dan had ik een vraag van mevrouw Van der Plas van de BBB. "De staatssecretaris geeft aan dat hij het onderzoek dat plaatsvindt in Rottum gaat evalueren. Kan hij toezeggen dat deze evaluatie gedaan gaat worden door een onafhankelijke partij?" Ja, mevrouw Van der Plas, ik kan u toezeggen dat er een onafhankelijke partij ingeschakeld wordt. Zoals u allen weet, worden daar al achttien jaar metingen gedaan. Tot nu toe is daar niets uitgekomen. Ik vind dat een vrij lange periode. Ik heb daarom met mijn ambtenaren afgesproken dat we een grondige evaluatie gaan doen. Ik merk daar wel één ding bij op. Dit onderzoek is onderdeel van het trilaterale overleg met Denemarken en Duitsland. We hebben met die landen dus afgesproken dat we dit onderzoek delen. Dat kan een complicerende factor zijn.
Dan had ik een vraag van de heer Bevers van de VVD. "Wat is de stand van zaken omtrent het beleidskader? Welke stappen worden gezet?" Met het beleidskader, meneer Bevers, wordt beoogd om de cumulatieve impact van al het gebruik terug te dringen. Bestaand gebruik is daarbij wel het uitgangspunt. In een intensief traject worden beleidsopgaven uitgewerkt die, zoals ik net al zei, in juni worden geagendeerd in het BO Waddengebied. Hiermee willen we ondernemers en gebruikers van de Waddenzee duidelijkheid geven over welke activiteiten in de toekomst mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. De objectieve basis om te komen tot specifieke beleidsopgaven vormt een aantal goed onderbouwde onderzoeken, zowel ecologische als sociaal-economische als juridische. Dit zorgvuldige proces heeft helaas veel tijd gekost. De precieze tijdslijn is aan het nieuwe kabinet, zoals ik net al zei.
Dan had ik nog een vraag van de heer De Hoop van de PvdA over de Natuurherstelverordening en het beperken van het natuurbeleid. "Waarom houden we ons niet aan het verdrag?" Ik neem aan dat u refereerde aan de nota van de Waddenacademie, meneer De Hoop. Nederland heeft ervoor gekozen om de Europese wetgeving, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water en de Natuurherstelverordening, goed te implementeren. Die vormen de basis voor de bescherming van de Waddenzee. Mede naar aanleiding van het door u aangehaalde rapport van de Waddenacademie wordt er gewerkt aan een nadere uitwerking van de toetsing op de OUV, zoals vastgelegd in de Omgevingswet. Daarnaast is de habitat impact assessment geïntroduceerd voor nieuwe projecten, ook om te toetsen aan de OUV. De Natuurherstelverordening wordt uitgevoerd. Maatregelen voor de Waddenzee zijn daar onderdeel van en zullen worden opgenomen in het ontwerpnatuurplan dat per 1 september bij de Commissie moet worden ingediend.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Op dit punt. Mijn vraag is nadrukkelijk naar aanleiding van de aanbevelingen van de Waddenacademie. Als ik het stuk van het ministerie lees, zie ik dat er twee punten worden overgenomen. Dan gaat het over de houting en de Europese steur en over het versterken van de trilaterale samenwerking. Dat laatste punt lijkt me vrij vanzelfsprekend. Negen aanbevelingen worden niet overgenomen. Dat vind ik best fors, zeker als die andere twee zo vanzelfsprekend zijn. Zou de staatssecretaris of zijn opvolger niet toch nog een keer nadrukkelijker kunnen beargumenteren waarom die negen punten niet worden overgenomen? Is er niet toch ruimte om iets meer van die adviezen over te nemen?
Staatssecretaris Rummenie:
Dan was mijn antwoord niet duidelijk genoeg. Ik gaf aan dat we bezig zijn met het beleidskader. Daarin zullen we deze punten meenemen. Ik probeerde u dus een beeld te schetsen van wat de basis is van ons beleid. Dat is al die Europese wetgeving. Dit beleidskader, dat dus in juni gepresenteerd wordt, is juist bedoeld om te kijken of we in totaal dan ook inderdaad aan alles voldoen.
De voorzitter:
Meneer De Hoop met een vervolgvraag.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik zal het kort houden, voorzitter, ook gezien de tijd. Ik begrijp het, maar we wachten al heel lang, echt al jarenlang, op het beleidskader. Dus wat gaat er in de tussenfase gebeuren om die punten over te nemen? Als we weer wachten totdat het beleidskader een feit is, dan ben ik bang dat het een hele tijd gaat duren.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik begrijp uw vraag. Daarom heb ik ook net, dacht ik, goed uiteengezet dat er verschillende onderzoeken zijn verricht. Ik vind het zelf ook een hele lange tijd, sinds 2022, maar ik ben bang dat u toch tot het overleg in juni moet wachten om te zien hoe het uitgewerkt wordt. Dan is het natuurlijk aan de Kamer wat daarmee gebeurt.
De voorzitter:
Dan zijn we aan het einde gekomen van de beantwoording van de zijde van het kabinet in de eerste termijn. Ik kijk even rond om te zien welke leden behoefte hebben aan een inbreng in de tweede termijn. Ik zie D66, BBB en VVD. Akkoord. Dan zou ik graag het woord willen geven aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Uw spreektijd is twee minuten.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik hoop korter nodig te hebben. Ik wil beginnen met zeggen dat ik graag een tweeminutendebat wil aanvragen. Ik denk dat dat voor velen de conclusie is, want er zijn wel een aantal zaken waarop we over een paar weken misschien toch nog wat actie willen.
Ik ben blij met de toezegging van de minister over Terschelling. Dit is precies een van die zaken; dit maakt het zo moeilijk. In het Waddengebied zijn zo veel partijen betrokken en toch moet je de vaart erin houden. Er ligt hier een heel duidelijke deadline, dus ook daarbij houden we in de overdrachtsperiode graag de vinger aan de pols.
Ik ben ook blij met de antwoorden over de dijknormering, in die zin dat we er nog over komen te spreken. Ik wil graag meegeven om ook de lokale veiligheidsregio's te betrekken, omdat zij degenen zijn die in een noodsituatie actie moeten ondernemen.
Ten aanzien van de Waddentoets zou ik nog graag willen meegeven: maak vooral ook gebruik van goede voorbeelden van vergelijkbare uitgewerkte assessments die elders in Europa al worden toegepast, door andere landen met eilandcommunity's, want daar valt heel veel van te leren.
Met betrekking tot het integraal kustfonds moeten we het BOW daarover even afwachten. De staatssecretaris geeft aan dat er nog geen specifieke inzet is op het voorzitterschap.
Al die dingen brengen mij eigenlijk tot de conclusie dat er de komende maanden ontzettend veel staat te gebeuren; er staan veel beslissingen voor de deur; er zijn veel ontwikkelingen. Dit hoort niet in dit debat, maar ik zal in de strategische procedurevergadering gaan voorstellen om te kijken of we in september, vlak na het zomerreces, opnieuw met elkaar breed kunnen spreken over de Wadden. Dat lijkt mij heel verstandig. Dat is ook om van de kant van de Kamer de vaart erin te houden en ervoor te zorgen dat we elkaar niet pas in februari weer over dit onderwerp spreken.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Dat was precies binnen de tijd, dus dat is heel mooi. Dan kunnen we snel doorgaan naar mevrouw Van der Plas, die spreekt namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik wil nogmaals de eilanders en in dit geval specifiek de mensen op Terschelling bedanken. Zij hebben hier een paar weken geleden gestaan met een petitie. Wij kregen echt vragen van: waarom maken jullie je druk over de havenkade in Terschelling? Dat is wel gebleken. Dankzij die petitie is het ruim onder de aandacht gekomen, ook van de media: NOS was er en SBS6 heeft een item gemaakt. Niet ten nadele van anderen wil ik het volgende zeggen. Ik vind echt alles wat jullie doen en jullie lobby naar ons toe hartstikke goed, maar ik wil wel even benadrukken dat je ziet dat burgerparticipatie, wat wij altijd zo graag willen, wel degelijk zin heeft. Ik roep jullie dan ook op om dat te blijven doen, alle eilanden. Als er problemen zijn, kom dan naar ons toe. Daar kunnen we zeer zeker wat mee doen.
Er zwaaien nu allemaal kinderen naar me. Hoi, hallo!
Dat wil ik jullie dus echt gezegd hebben. Het is helemaal top hoe jullie dat hebben gedaan.
Ik wil graag afsluiten met het bedanken van deze twee bewindspersonen, want dit is hun laatste debat. Ik wil daarbij ook opmerken dat het zowel van de VVD en BBB — toevallig zitten hier nu twee BBB-bewindspersonen; hoewel, ze zijn van de Kroon, maar ik zeg het toch maar eventjes — heel goed is dat ze zijn blijven zitten, deze partijen, en hun werk gewoon hebben gedaan en hebben afgemaakt. Dat deden zij vaak onder heel veel moeilijke omstandigheden: lastige debatten, scherpe debatten. Deze twee partijen, VVD en BBB, zijn niet weggelopen voor hun verantwoordelijkheid. Ik vind dat dat gewoon heel goed en heel mooi is, ook om richting Nederland te laten zien dat je ook in moeilijke tijden gewoon op je post blijft zitten en je werk blijft doen. Dat gebeurt samen met de ambtenaren, natuurlijk, niet te vergeten. Ik wil daar een groot compliment voor geven. Ik wens de nieuwe bewindspersonen heel veel succes op dit dossier.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Van der Plas. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Bevers namens de VVD.
De heer Bevers (VVD):
Dank u wel. "Hear, hear!" aan de vorige spreker.
Voorzitter. Dank aan de minister voor de heldere antwoorden. Complimenten voor zijn inzet, ook de afgelopen weken, als ik zie en hoor hoe het de afgelopen dagen is gegaan. Het is voor mij het eerste en tevens gelijk het laatste debat met beide bewindspersonen, maar toch heel veel dank.
De staatssecretaris noemde 2022; ik heb dat zelf in mijn bijdrage ook gedaan. Ik ben heel blij. Ik snap dat zo'n brede opdracht voor zo'n beleidskader tijd nodig heeft, zeker als je dat kwalitatief goed wilt doen, maar ik ben wel blij dat dat nu in juni in zicht komt. Ik wil u daar nog specifiek voor danken.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank, meneer Bevers. Ik zie nog een aantal vingers in de lucht gaan van Kamerleden die nog geen tweede termijn hadden gevraagd. Gaat het ook om dankwoorden in de richting van het publiek dan wel de bewindslieden? Of wordt er nog om een tweede termijn gevraagd? Het laatste. Ik zie dat we nog tijd over hebben, dus ik stel voor dat we een hele korte ronde maken voor de tweede termijn voor wie daar nog behoefte aan heeft. De heer Goudzwaard voor een kort dankwoord. Daar is ruimte voor.
De heer Goudzwaard (JA21):
Alleen een dankwoord. Dank aan de bewindslieden voor de beantwoording van de vragen. Minister Tieman, ik heb u de afgelopen periode veelvuldig getroffen in verschillende debatten. Ik waardeerde uw constructieve werkwijze daarin heel erg. Hartelijk dank daarvoor. Ik heb het heel erg kunnen waarderen. Het is fijn om te horen dat er een oplossing ophanden lijkt te zijn voor de problematiek op Terschelling. Heel erg fijn.
Dank u wel, voorzitter. Dat is het.
De voorzitter:
Daar bied ik natuurlijk graag de ruimte voor. Mevrouw Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel. Ook van mijn kant dankwoorden. Wat ik heel erg waardeer, is de creativiteit die gezocht wordt. We kleuren vaak binnen de kaders. Er wordt nu wat breder gekeken. Ik vind het echt prijzenswaardig dat dat in het laatste debat plaatsvindt, dus heel veel dank daarvoor, ook aan de staatssecretaris. Wij hebben elkaar wat minder vaak getroffen, maar de beantwoording die ik nu gehoord heb, was prima. Wat dat betreft ook complimenten.
Ik heb in de tweede termijn nog een heel klein puntje. Er zijn mooie toezeggingen gedaan over de eilandentoets. Fijn dat ik bij BZK en gezamenlijk met de eilanden kan kijken hoe het loopt met de UDO, de Uitvoeringstoets Decentrale Overheden, en straks de eilandentoets.
Het tweede punt, de vaargeul naar Ameland, heeft toch nog een beetje een open eindje, maar dat pak ik later op. Uw antwoord was correct: binnen de huidige kaders. Maar ja, die kaders gaan waarschijnlijk veranderen, en dan verandert er ook wat. Daar moet ik zelf goed de vinger aan de pols houden.
Dank voor alles. Het was plezierig samenwerken in deze korte periode.
De voorzitter:
U ook dank, mevrouw Boelsma-Hoekstra. Dan geef ik het woord aan meneer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Eerst dank aan de staatssecretaris voor het verhelderende verhaal dat de dolfijn nu in Anna Paulowna zit en dat het goed met haar gaat. Het is wel jammer dat als je aan de mooiste kant van het Waddengebied, bij Wierum, in Friesland aankomt, je toch naar Noord-Holland moet. Maar los daarvan is het heel fijn dat men daar uitstekend voor haar zorgt.
Dan nog dank voor de beantwoording en ook dank voor de toezeggingen. Richting de heer Tieman dank voor de samenwerking in de afgelopen periode; het is erg prettig geweest. En ook richting de heer Rummenie dank voor dit debat en een aantal debatten dat we met elkaar gevoerd hebben. Ik zie dat de samenwerking met de VVD zo goed is geweest in de afgelopen periode dat de heer Rummenie in het laatste debat dat hij voert ook de kleuren van de VVD in zijn das heeft overgenomen. Ik denk dat dit kabinet hem goed beviel. Nee, zonder grappen: dank aan beide bewindspersonen.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas heeft een korte interruptie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vroeg me af of de dolfijn al een naam heeft, want daar zijn we goed in in Nederland. Ik zou willen voorstellen dat als ze nog geen naam heeft, we de dolfijn Sjaan noemen en vernoemen naar de staatssecretaris, die met zo veel warme woorden over deze dolfijn heeft gesproken.
De voorzitter:
Goed, een concreet voorstel in de richting van het kabinet. Ik denk dat het mogelijk moet zijn om direct door te gaan met de beantwoording, voor zover er nog reacties van het kabinet zijn op hetgeen er net is gezegd. Nee? Dan rest mij nog om aan te kondigen dat er een tweeminutendebat komt naar aanleiding van dit debat. Dat wordt ingepland. Verder herhaal ik nog graag de toezeggingen.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer toe ook andere departementen te betrekken bij de regietafel bereikbaarheid. Dat wordt herkend; ik zie geknik.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt aan de heer De Hoop toe de Kamer te informeren over de uitkomsten van de quickscan die hij zal laten uitvoeren met betrekking tot het monitoren van de staat van de Waddenhavens door Rijkswaterstaat.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt aan mevrouw Boelsma-Hoekstra toe de Kamer schriftelijk te informeren als blijkt dat de kans van slagen voor de aanpak van Terschelling kleiner wordt dan die nu wordt ingeschat.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt aan de heer De Hoop toe de Kamer nog voor het te plannen tweeminutendebat Wadden schriftelijk te informeren over de uitvoering van de aangenomen motie over het verlagen van de dijknormen en daarbij ook in te gaan op de financiële motieven voor dit voorstel.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt aan mevrouw Van der Plas toe de onbeantwoorde schriftelijke vragen over vergunningverlening voor garnalenvisserij binnen een week te beantwoorden.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de Kamer schriftelijk te informeren over de uitkomsten van zijn gesprek met de minister van Binnenlandse Zaken over de Waddentoets.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt aan de heer De Hoop toe de Kamer voor het volgende commissiedebat Wadden per brief te informeren over de uitkomsten van het gesprek met de KNRM over de knelpunten.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer toe de Kamer binnen een maand nader te informeren over hoe er binnen de aanbesteding wordt omgegaan met de productiemiddelen.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat. Dan resteren mij — het is al uitgebreid ook door de commissieleden benoemd — nog mijn woorden van dank in de richting van de minister en staatssecretaris voor hun laatste debat, het prettige debat dat we vandaag hebben gevoerd. Uiteraard ook hartelijk dank aan alle mensen die hier vandaag misschien wel zelfs vanaf de eilanden zijn gekomen, aan de mensen die mee hebben gekeken en uiteraard aan de leden en de ondersteuning. Ik sluit de vergadering. Nog een prettige dag.