Artikel 100 inzet in de Middellandse Zee
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en de vaste commissie voor Defensie hebben op 11 maart 2026 overleg gevoerd met de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, en mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie, viceminister-president, over Artikel 100-inzet in de Middellandse Zee.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Klaver
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,
Paternotte
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Westerhoff
Voorzitter: Kröger
Griffier: Westerhoff
Aanwezig zijn veertien leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Boon, Ceder, Dobbe, Kröger, Van Lanschot, Maes, Markuszower, Nanninga, Piri, Struijs, Teunissen, Vermeer en Van der Werf,
en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, en mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie, viceminister-president.
Aanvang 16.03 uur.
Artikel 100 inzet in de Middellandse Zee
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 maart 2026 inzake artikel 100-inzet in de Middellandse Zee.
De voorzitter:
Hierbij open ik deze vergadering van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken. Aan de orde is een debat over de brief over de artikel 100-inzet in de Middellandse Zee. Ik heet de bewindspersonen, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie, en de leden van harte welkom.
Ik begrijp dat we nog in afwachting zijn van de beantwoording van feitelijke vragen. Die kan elk moment binnenkomen. Er is dan een leespauze, waarbij de leden de mogelijkheid hebben om de antwoorden tot zich te nemen. Ik stel dus voor dat we bij dezen een kwartier schorsen en dat het debat dan aanvangt, ervan uitgaande dat die antwoorden bijzonder rap komen. Hierbij schors ik de vergadering.
De voorzitter:
Ik kijk heel even naar de leden om te zien om te zien hoeveel tijd er nog nodig om te lezen. Nog vijf minuten, hoor ik.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we het debat beginnen. We hebben in principe vier minuten spreektijd. Gegeven het grote aantal sprekers, stel ik voor dat we onderling drie interrupties hebben. Dan is er wat meer ruimte voor interrupties richting de bewindspersonen; daarvoor hebben we er dan in ieder geval vier. Verder heb ik met de leden overlegd. We hebben afgesproken dat we de eerste termijn hier doen, in het commissiedebat, en het debat daarna plenair afronden. Dat is dus de tweede termijn.
Dan geef ik heel graag het woord aan de heer Markuszower van de Groep Markuszower voor zijn eerste termijn.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Van de ministers hebben wij een zogenaamde artikel 100-brief ontvangen. Tijdens deze commissievergadering bespreken wij deze brief. In de plenaire afronding en de daaropvolgende stemming kunnen we hopelijk besluiten om een Nederlands fregat naar het oostelijke gedeelte van de Middellandse Zee te sturen. Ik zeg hopelijk, omdat onze fractie van mening is dat wij onze bondgenoten moeten bijstaan, vooral omdat zij nu letterlijk door het monsterlijke ayatollahregime in Teheran onder vuur worden genomen. Ik zeg hopelijk, omdat het niet ondenkbaar is dat die Iraanse raketten in grotere hevigheid op ons of onze bondgenoten afgevuurd gaan worden. Ik zeg hopelijk, omdat het dappere Perzische volk al 50 jaar door hun barbaarse jihadistische leiders vermorzeld wordt en ik hen hun vrijheid gun. Ik zeg hopelijk, omdat dat kwaadaardige regime het vrije Westen wil vernietigen. Ik zeg hopelijk, omdat die bloeddorstige leiders van Iran openlijk dreigen met terroristische aanslagen op Europese steden.
Het sturen van een fregat dat defensieve handelingen uitvoert, is dus wel het minimale dat Nederland moet doen om de nationale veiligheid te garanderen. Voor ons staat het beschermen van de Nederlandse belangen met deze missie voorop. Amerika en Israël hebben onze hulp helemaal niet nodig en Iran ligt ver weg. Wat ons betreft is het doel van deze missie om die rechtvaardige en legitieme oorlog aldaar vooral heel ver weg van hier te houden.
Een aantal vragen. Kan de minister aangeven hoe onze militairen zichzelf kunnen verdedigen als het fregat onverhoopt wordt aangevallen? Welke persoonlijke bewapening hebben zij en wat is hun geweldsinstructie? Hebben zij voldoende mandaat om zichzelf maximaal te verdedigen, met meer vuurkracht dan hun aanvallers? Hoe zorgen we ervoor dat onze militairen direct herbevoorraad kunnen worden?
Voorzitter. In de plenaire afronding zo dadelijk zal ik het herhalen, maar ik wil nu alvast zeggen dat ik onze dappere militairen die bereid zijn om deze opdracht van het Koninkrijk uit te voeren bijzonder waardeer en dat ik hen namens mijn fractie een behouden vaart en een veilige terugkeer toewens.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van Baarle van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. De Nederlandse regering wil ingaan op het verzoek van Frankrijk en met een luchtverdedigings- en commandofregat deelnemen aan een missie in de Middellandse Zee naar aanleiding van de oorlog in Iran. DENK is helder: de aanval van Israël en de Verenigde Staten op Iran is in strijd met het internationaal recht, hoe je het ook wendt of keert. De aanval heeft geleid tot burgerslachtoffers, waaronder talloze slachtoffers na de aanval op een meisjesschool in Minab. Het is moeilijk om verifieerbare informatie te krijgen over het totale aantal slachtoffers, maar de beelden van de verwoesting die we zien uit Iran beloven niet veel goeds. Volgens PAX zijn er in ieder geval meer dan 1.000 burgerdoden.
DENK wil dat de oorlog stopt. Dat betekent dat alle aanvallen moeten stoppen, de aanvallen van Israël en de Verenigde Staten en ook de aanvallen van Iran op buurlanden. We moeten alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat diplomatie een kans krijgt. Uiteraard zijn we in gedachten bij het volk in Iran, nu ze naast repressie ook lijden onder oorlog. Wij willen dat maatregelen genomen blijven worden om te strijden voor hun mensenrechten en dat plegers van misdaden tegen het Iraanse volk hun verdiende straf krijgen. We veroordelen schendingen van mensenrechten. De manier waarop je dat doet, is echter niet met een illegale oorlog van Trump en Netanyahu. DENK wil dat Nederland op geen enkele manier bij de illegale oorlog van de Verenigde Staten en Israël betrokken raakt, niet direct en niet indirect. Nederland mag geen oorlog voeren van Netanyahu en Trump. Nederland mag niet bijdragen aan hun zionistische project en hun imperialisme. Is de minister dat met DENK eens?
DENK maakt zich zorgen om verschillende aspecten van deze missie. Indien Nederland bescherming biedt aan het Cypriotische grondgebied, dan betekent dat ook dat Nederland bescherming biedt aan de basis van het Verenigd Koninkrijk op Cyprus en vanaf deze basis opereren naar verluidt ook Amerikaanse vliegtuigen. Dat zou betekenen dat Nederland direct betrokken kan raken bij gevechtshandelingen om Amerikaanse militaire doelen te beschermen. Daarmee zou Nederland direct een onderdeel worden van deze oorlog en zelfs de Amerikaanse oorlogsmachinerie beschermen. Wat is de reactie van de minister hierop?
Het is ook onduidelijk wat het huidige en toekomstige mandaat van het Franse vliegdekschip is en wat het mandaat is van de andere deelnemende landen. De schriftelijke beantwoording is vaag. Welke partners en bondgenoten gaat het Franse vliegdekschip in de regio nou exact beschermen? Is het 100% uitgesloten dat Israël hieronder valt? Welke gevechtshandelingen kan dit vliegdekschip allemaal gaan uitvoeren? Is het uitgesloten dat de Charles de Gaulle vanuit defensief oogpunt preventief gaat aanvallen? Wordt het defensieve mandaat door alle deelnemende landen hetzelfde gezien of kan het mandaat er ook toe leiden dat deelnemende landen dit per geval ruimer kunnen interpreteren? Graag willen wij antwoord op deze vragen, want deze onduidelijkheden kunnen er allemaal toe leiden dat Nederland in situaties terechtkomt waardoor het betrokken raakt bij de oorlog.
Tot slot maakt DENK zich zorgen over mogelijke informatie-uitwisseling die een bijdrage aan de oorlog zou kunnen leveren. Is het keihard uitgesloten dat er met Israël en de Verenigde Staten door deelnemende landen uit het vlootverband informatie uitgewisseld kan worden die door Trump en Netanyahu kan worden ingezet voor hun oorlog? Ook als bijvoorbeeld het luchtbeeld uit de schriftelijke beantwoording gedeeld wordt, kan dat daarvoor worden aangewend. Graag een reactie.
Voorzitter, tot slot. Onze deelname leidt er op z'n minst toe dat er een indirecte bijdrage wordt geleverd aan de oorlog van Trump en Netanyahu. Als wij met die capaciteiten aanwezig zijn in de regio, ontlasten wij hoe dan ook hun legers. Zoals gezegd wil DENK op geen enkele manier, direct noch indirect, bijdragen aan een illegale oorlog van Trump en Netanyahu. Wij zullen dan ook naar alle waarschijnlijkheid niet instemmen met de Nederlandse deelname.
Ik dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van der Werf van D66.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. De nieuwe crisis waarin we zijn beland, laat weinig ruimte voor uitstel. Voor het eerst sinds de oprichting van de Europese Unie is een lidstaat, Cyprus, doel geworden van een militaire aanval. Ook Turkije is inmiddels tweemaal doelwit geweest van Iraanse raketten. Na de onbezonnen aanval van de Verenigde Staten en Israël slaat Iran nu roekeloos om zich heen. We hebben te maken met een conflict waarvan de escalatie niet te overzien is, dus wat we ook van deze oorlog vinden, we hebben te maken met de gevolgen ervan.
Voorzitter. Daarmee staan we ook voor een verantwoordelijkheid. Onze eerste plicht is om burgers veilig te houden. Mijn fractie pleit al jaren voor een Europa dat zijn eigen broek ophoudt. Wij pleiten ervoor dat wij, Europese bondgenoten, samen optrekken om elkaar te beschermen in onzekere tijden. Dit is zo'n moment. Daarom staat mijn fractie positief tegenover het initiatief om de Evertsen in te zetten als onderdeel van dit vlootverband. Met onze uitstekende fregatten en uitzonderlijke mensen kan een cruciale bijdrage worden geleverd aan de verdediging van ons continent en het versterken van de Europese luchtafweer. Zo kunnen we juist escalatie voorkomen, want in al het geopolitieke geweld van deze dagen, lijkt het nauwelijks nog te gaan over het lot van de Iraanse bevolking. Ook zij zijn allerminst geholpen met een directe confrontatie tussen Iran en de NAVO.
Voorzitter. Hoe zwaar zo'n moment ook weegt, we kunnen ons geen lichtzinnige besluiten permitteren. We spreken vandaag immers over de inzet van Nederlandse militairen. De geschiedenis leert ons bovendien dat missies soms langzaam van karakter veranderen, mandaten verruimen, doelen opschuiven en defensieve operaties een offensieve dimensie kunnen krijgen. Daarom hechten wij sterk aan de twee voorwaarden die in de brief worden genoemd: een helder defensief mandaat en een duidelijke geografische begrenzing van deze missie.
Tegelijkertijd weten we dat de realiteit de papieren werkelijkheid snel kan inhalen. We willen onze mensen niet met een onmogelijke missie op pad sturen, maar we vragen wel om duidelijkheid over het proces, zeker omdat we meevaren in een vlootverband onder leiding van een ander land. Besluiten van een Franse commandant kunnen directe gevolgen hebben voor Nederlandse militairen en voor onze geopolitieke positie. Ik wil de minister daarom vragen om op enkele punten te reflecteren. Is ons mandaat hetzelfde als dat van de Fransen? Met andere woorden: kan de minister bevestigen dat de inzet van het hele vlootverband, inclusief de middelen aan boord van de Charles de Gaulle, strikt defensief is en zich beperkt tot operaties boven de Middellandse Zee? Ten tweede. Kan de minister toezeggen dat bij iedere verruiming van het mandaat, of dat nu de taken van het Franse vliegdekschip, het vlootverband als geheel of de Evertsen betreft, de Kamer vooraf zal worden geconsulteerd? Ik kijk uit naar zijn antwoorden.
Voorzitter. Tot slot wil ik zeggen dat het heel goed is dat we concrete stappen zetten voor de verdediging van Europa, maar laten we ook niet vergeten dat het in het oosten van ons continent nog dagelijks raketten regent. Ook de Oekraïners verdienen onze aanhoudende steun, juist nu.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het valt mij op dat D66 nu een aantal keer de aanval door Trump en Netanyahu op Iran heeft betiteld als "onbezonnen" en heeft gezegd dat er sprake is van een crisissituatie, terwijl deze aanval illegaal is en niet in lijn is met het internationaal recht. Nou staat D66 bekend als de partij die zich hard maakt voor het internationaal recht. Mijn vraag is: zou het niet helpen om deze aanval ondubbelzinnig te veroordelen, ook in relatie tot deze missie? Zou het defensieve karakter niet worden versterkt door deze aanval juist ook echt ondubbelzinnig te veroordelen, zodat Nederland zich distantieert van deze aanval en dus ook echt laat zien dat het een defensieve missie is?
De voorzitter:
Voordat ik mevrouw Van der Werf het woord geef, wil ik de leden er graag op wijzen dat wij morgen een heel uitgebreid debat hebben over Iran. Deze interruptie gaat wel degelijk over de inzet en de brief, maar ik zeg dit toch even voordat we in een heel Irandebat verzeild raken.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Toch wil ik daar best op reageren. Ik heb al meermaals aangegeven dat het mij heel helder lijkt dat deze aanval in strijd is met het internationaal recht, maar ook dat we ons daarnaast geconfronteerd zien met een situatie waarvan ik ook niet zou willen wegkijken. Het gaat namelijk om de veiligheid van Europa. Er wordt ons nu door een bondgenoot gevraagd om daar samen voor te staan. Ik denk dat je door op dat verzoek in te gaan, ook voor de-escalatie van de situatie kan zorgen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Zou het dan ook niet helpen om het kabinet op te roepen om deze aanval te veroordelen? Kan D66 dat steunen?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik weet niet of het veroordelen helpt. Ik denk dat het vooral helpt om nu samen met bondgenoten op te trekken om deze situatie te de-escaleren en om de veiligheid van Europa te beschermen. Al het andere wordt morgen besproken. Een motie van mevrouw Teunissen beoordeel ik op haar merites.
Mevrouw Dobbe (SP):
Deze missie heeft een strikt defensief karakter. D66 zegt ook: wij zien dat de aanvallen op Iran door de VS en Israël in strijd zijn met het internationaal recht. Er is natuurlijk wel een scenario denkbaar waarin vanaf de militaire basis op Cyprus aanvallen op Iran, die D66 beoordeelt als in strijd met het internationaal recht, gepleegd worden door de Verenigde Staten en wij vervolgens in de positie komen dat wij vanuit ons defensieve mandaat die basis waarvandaan aanvallen worden gepleegd, moeten verdedigen. Hoe kijkt D66 naar die situatie?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat is een terechte vraag. Ik heb begrepen dat de basis van het Verenigd Koninkrijk alleen beschikbaar is gesteld voor defensieve acties, dus niet voor offensieve acties.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als dat zo is, zouden we dan niet, voordat wij ons volledig committeren aan deze missie, de garantie moeten vragen dat er alleen defensieve acties, die door ons ook worden geïnterpreteerd als defensieve actie, vanaf die basis gedaan kunnen worden, zodat we niet in deze situatie terecht kunnen komen? De aanvallen op Iran worden door de VS en Israël namelijk ook verdedigd op basis van een defensief mandaat.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja, alleen denk ik dat mevrouw Dobbe die garantie niet aan mij moet vragen. Die kan zij zo aan het kabinet vragen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar ik vraag aan mevrouw Van der Werf of zij samen met ons die garantie zou willen vragen aan het kabinet, omdat de woorden "defensief" en "defensieve actie" nogal ruim worden geïnterpreteerd, omdat de aanvallen op Iran ook onder een defensief mandaat worden gepleegd. Volgens mij zouden wij dus niet in die situatie terecht moeten komen. Is mevrouw Van der Werf het daarmee eens en wil zij samen met ons die garantie vragen?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik vind dat een hele goede vraag. Dat gaf ik net ook al aan. Dat is ook de reden dat ik de vraag heb gesteld wat al die andere schepen in dat vlootverband gaan doen. Wat is het mandaat van de Fransen? Dat is dezelfde achtergrond als de vraag die u heeft, dus het lijkt me prima dat mevrouw Dobbe deze vraag mede namens mij stelt.
De heer Van Baarle (DENK):
Er is door de internationale media bericht dat de aanval die is uitgevoerd op de basis in Cyprus, als gevolg had dat er een onderdeel van die basis geraakt zou zijn waar Amerikaanse spionagevliegtuigen aanwezig waren. Op het moment dat Nederland daar aanwezig is en onder andere ook die basis verdedigt, verdedigt Nederland dus ook Amerikaanse militaire capaciteit in die regio. Dan word je, op welke manier dan ook, onderdeel van die oorlog. Ik zou aan mevrouw Van der Werf van D66 willen vragen: dat kan toch niet de bedoeling zijn als u tegelijkertijd vindt dat die oorlog illegaal is?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik vind het een terechte vraag, maar ik zou het ook vreemd vinden als we nu zouden zeggen: we gaan het grondgebied van Cyprus verdedigen, maar het stuk waar een hek omheen staat, gaan we uitzonderen. Ik denk dat het heel terecht is en dat de vraag van de heer Van Baarle ook te ondervangen is met de vraag die mevrouw Dobbe net al opwierp, namelijk dat we aan het kabinet vragen wat nou exact het mandaat is van de Amerikaanse militaire activiteit die daar plaatsvindt. Dit is mijn antwoord op die vraag.
De heer Van Baarle (DENK):
Het punt is: dat is al gevraagd en daar kregen we een nogal vaag antwoord op. Ik kan het er nu even niet bij halen, maar het kabinet zei: ons is geen bilaterale overeenkomst tussen de VS en Cyprus bekend. Dat is sowieso een manier om er niet op in te hoeven gaan. Als in internationale media, onder andere in The Sun — ik ben geen expert, maar dat is volgens mij niet de hoogst aangeschreven Engelse krant — maar ook in meerdere kranten, gerapporteerd wordt dat er een doelwit is en dat er een aanval is geweest, dan lijkt het erop dat er wel degelijk sprake is van Amerikaanse activiteit vanaf die basis. Dan word je, als je daar aanwezig bent om dat te beschermen, op de een of andere manier onderdeel van die oorlog. Ik deel met mevrouw Van der Werf dat het beschermen van bondgenoten altijd waardevol is, maar onderdeel worden van zo'n oorlog kan toch nooit de bedoeling zijn, vraag ik nogmaals aan haar.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Volgens mij had ik een heel heldere inbreng op dat punt, namelijk dat dat nooit de bedoeling kan zijn. Als de heer Van Baarle deze vraag, die ik eerder een vraag vind aan het kabinet dan aan mij, zo ook nog een keer wil opwerpen, laten we het daar dan zo over hebben.
De voorzitter:
Ik zie geen andere interrupties, dus dan is het woord aan mevrouw Nanninga van JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel, voorzitter. De heer Stoffer huldigt vandaag de biddag voor gewas en arbeid, dus aan mij de eer deze tekst mede namens de SGP uit te spreken. Zo kan het ook als je religieuze verplichtingen hebt tijdens een commissiedebat.
De Israëlisch-Amerikaanse aanvallen hebben het ayatollahregime en de Revolutionaire Garde hard geraakt. Het is een regime dat al decennia geweld, terrorisme en instabiliteit exporteert en faciliteert in de regio en soms ook ver daarbuiten. Dat het regime na duizenden gerichte aanvallen lijkt te wankelen, zal veel mensen in Iran, maar zeker ook daarbuiten, tussen hoop en vrees doen leven. Tegelijkertijd heeft deze escalatie ook gevolgen voor de veiligheid in onze eigen regio. De spanningen in het Midden-Oosten lopen op en raken ook de stabiliteit rond de Middellandse Zee. Wanneer bondgenoten een beroep doen op Nederland om bij te dragen aan de stabiliteit in onze eigen regio, moeten we daar serieus naar kijken. De Middellandse Zee is in overdrachtelijke zin onze achtertuin. Instabiliteit daar raakt niet alleen de landen in de regio, maar ook Europa en Nederland zelf. Veiligheid in de Middellandse Zee is dus van urgent Europees en Nederlands belang.
Wat JA21 betreft nemen we daarom onze verantwoordelijkheid als een bondgenoot, in casu Frankrijk, om ondersteuning vraagt, zeker wanneer het gaat om veiligheid in een gebied dat zo direct verbonden is met Europa. Israël en de Verenigde Staten halen de hete kooltjes uit het vuur en sturen aan op een herstel van de democratie in Iran. We mogen niet alleen die landen de kooltjes uit het vuur laten halen. De inzet van de Evertsen in dit verband past wat ons betreft bij die gezamenlijke verantwoordelijkheid. De Evertsen heeft een ontzettend sterke Nederlandse radarcapaciteit en uitstekende systemen, en misschien nog wel belangrijker: er varen zeer professionele Nederlandse militairen mee. Tegelijkertijd is het goed dat we realistisch blijven over de context waarin deze inzet plaatsvindt. Het gaat om een complexe en onvoorspelbare situatie, met risico's en spanningen die snel kunnen escaleren. Juist daarom is het belangrijk dat duidelijk blijft wat het doel van deze inzet is en hoe deze past binnen een bredere strategie van samenwerking met bondgenoten.
We verwachten een proactieve houding van het kabinet in de informatievoorziening hierover. In dat kader waren we heel content met de briefing van gisteravond en met de, zij het wat late, antwoorden op de vragen. Ik heb nog wel een vraag. Ik heb gezien dat er geen evaluatie zal plaatsvinden, omdat die in verhouding moet staan tot de duur en intensiteit van de inzet en omdat die hier niet geëigend wordt geacht. Daar heb ik wel enigszins begrip voor, maar ik doe wel het verzoek om, als deze missie wordt verlengd of als het mandaat wordt uitgebreid, dan alsnog deze eerste fase te evalueren. Op dat punt wil ik graag een toezegging.
Voorzitter. Kortom, JA21 staat positief tegenover deze inzet. Met onze materiële inzet en vooral met onze militairen leveren we een bijdrage die binnen zo'n Carrier Strike Group echt van waarde is. Dat laat ook zien hoe Nederland en onze krijgsmacht worden gewaardeerd.
Wij wensen de mannen en vrouwen van de Evertsen veel succes, een behouden vaart en namens JA21, maar zeker ook namens de SGP, Gods zegen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Maes van de VVD.
Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. We spreken vandaag over een belangrijke kwestie: de inzet van Nederlandse militairen in een regio waarin de spanningen oplopen. De VVD-fractie dankt het kabinet voor de voortvarende manier waarop deze procedure is doorlopen. De ernst van de situatie in het Midden-Oosten maakt een snelle en zorgvuldige behandeling wat mijn fractie betreft noodzakelijk.
De VVD-fractie steunt het kabinet in het besluit om met de inzet van een luchtverdedigings- en commandofregat verantwoordelijkheid te nemen voor onze eigen en de Europese veiligheid. Het strategische doel van deze operatie heeft onze volledige steun. De veiligheid en regionale stabiliteit worden serieus bedreigd door de escalatiedrang van het Iraanse regime. In korte tijd heeft Iran talloze buurlanden meegesleurd in dit conflict door agressieve aanvallen op zowel militaire als civiele doelen. Dit verwerpelijke regime ontkent niet alleen het bestaansrecht van bondgenoten, maar exporteert ook geweld naar ons eigen continent. Wat de VVD betreft is deze missie dan ook een noodzakelijke reactie op een regime dat de internationale rechtsorde stelselmatig ondermijnt. Dat we dit samen met een cruciale EU-partner als Frankrijk doen, laat zien dat wij niet aan de zijlijn blijven staan als onze veiligheid in het geding is.
Tijdens de technische briefing hoorden we over de defensieve inzet van het fregat. Het beschermen van bondgenoten en EU-lidstaat Cyprus dient direct onze nationale belangen. De VVD is dan ook helder: landen die deel uitmaken van dit vlootverband moeten de operationele ruimte hebben om zichzelf en het bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen bij een aanval. In dat kader heb ik een vraag over de rules of engagement. Hoe zijn deze precies afgestemd op de verdediging van Cyprus? Heeft de commandant ter plaatse de nodige handelingsvrijheid om adequaat op dreigingen te reageren?
De inzet van de Evertsen is beperkt in mandaat en tijd, wat de VVD-fractie in deze onvoorspelbare situatie verstandig vindt. Het is immers moeilijk in te schatten hoe de situatie zich de komende weken gaat ontwikkelen. Bij een significante wijziging in de regionale dreigingsanalyse of de veiligheidssituatie zien wij dan ook graag dat het kabinet de inzet heroverweegt. Kan de minister dit toezeggen?
Voorzitter. Ook onze nationale veiligheid baart ons zorgen. De lange arm van Teheran reikt tot in Nederland. Het kabinet schat in dat een Iraanse dreiging tegen personen en objecten op eigen bodem, bijvoorbeeld van de Joods-Israëlische gemeenschap of Iraanse dissidenten, evenals tegen ons digitale domein, voorstelbaar is. Hoe gaat het kabinet dit monitoren? Welke aanvullende maatregelen worden genomen? We mogen ons niet laten gijzelen door de chantage van een verwerpelijk regime. Grenzen stellen aan deze agressie is de enige weg naar veiligheid op de lange termijn.
Tot slot, voorzitter, de zorg voor onze mensen. De medische capaciteit is cruciaal als er sprake is van een hoog geweldsspectrum. Kan de minister toelichten hoe de medische keten, inclusief de role 2-faciliteit op het Franse vlaggenschip, is geborgd wanneer zich onverhoopt meerdere incidenten tegelijkertijd voordoen binnen het vlootverband?
Wij vertrouwen op het vakmanschap van onze bemanning en wensen hun een behouden vaart.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Struijs van 50PLUS. Mevrouw Maes, wilt u uw microfoon uitzetten? Dank u wel.
De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter. Niets is zo onvoorspelbaar als een oorlog. Oorlogen worden beëindigd door de vastberadenheid van het volk. Ik weet als geen ander dat het Iraanse regime tot de dag van vandaag zeer actief is en mensen martelt en doodmaakt. Dat gaat ver over hun eigen grenzen heen, tot en met Nederland aan toe. Het sturen van het fregat Evertsen heeft uiteraard onze instemming, zeker na de goede briefing van gisteren, maar het is ook het begin van een onvoorspelbare tijd. Ik roep de regering er echt toe op om ons maximaal op de hoogte te houden, want de omloopsnelheid van de informatie is hoog. Het is aan u om de Kamer informatie te geven en het is aan de Kamer om u hierop regelmatig te bevragen.
De bemanning van het fregat Evertsen vind ik zeer moedig. Die mensen zijn echt gemotiveerd. Ik weet dat, omdat ik met twee bemanningsleden contact heb mogen hebben, niet over de operatie, maar wel over hun motivatie. In hun taal: maak niet te veel ruzie en steun ons. Ik vond dat wel een mooie oproep van een van de dames aan boord, die nogal gebekt was. Ze bevroeg me ook op andere punten, maar dat zal ik hier even buiten beschouwing laten. Ik hou wel van dat soort mensen. Ze zijn tot op het bot gemotiveerd. Als je daarnaar vraagt, hebben ze dezelfde motivatie als 50PLUS, als ik. Er zijn duizenden, duizenden, duizenden slachtoffers, die dit regime tot recent heeft onderdrukt; mooie mensen die studeerden aan de universiteit en die gewoon een stukje vrijheid wilden. Daar doen we het allemaal voor. Maar dit is zeker geen blanco cheque. Laten we elkaar scherp houden, want binnen het mandaat en de onvoorspelbaarheid kan namelijk van alles gebeuren. Maar goed, het defensieve karakter is voor ons uiteraard heel belangrijk.
Ik heb wel wat vragen, bijvoorbeeld over de rol van Israël en Amerika. Is er door de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie contact met hen geweest? Hoe kijken zij aan tegen de Nederlandse bijdrage? Kunt u daar iets over zeggen? Ik heb het niet over operationele dingen, maar gewoon over hun mening: wat vinden ze ervan? Ik vond de uitspraak van Trump, die toch wel instabiel is, namelijk toch opmerkelijk. Hij zei: ik heb geen hulp meer nodig; ik doe het wel met Israël. Ik weet wel dat dat dagkoersen zijn — misschien heeft hij vandaag weer iets anders gezegd — maar ik wil dat toch even in een context plaatsen.
Dan een andere vraag. Ik heb daar gisteren ook even naar gevraagd: de intelligence. We horen dat oorlogen gewonnen worden, zeker met deze verdedigingstactiek, door een hoge mate van intelligence. Ik weet dat de Franse intelligence uitstekend werkt en dat de Nederlandse intelligence daar zeker niet voor onder doet, maar ik wil toch even de geruststelling krijgen dat het hoogste niveau van intelligence bereikt wordt om onze verdedigende taak uit te voeren. Ik wil dat horen van zowel de minister van Buitenlandse Zaken als de minister van Defensie. Dat is namelijk wel cruciaal als je een interventie doet, hoe die er ook uitziet, defensief gesproken.
Voor de rest … Nou ja, u hoort het al aan mijn woorden, dus laat ik er niet te veel woorden aan vuil maken. Er komt ook nog een ander interessant debat over Iran. Steun aan de bemanning en steun voor de inzet van het fregat Evertsen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik heel graag het woord aan de heer Boon van de PVV.
De heer Boon (PVV):
Dank u wel, voorzitter. In 2006 ben ik zelf met het 44 Pantserinfanteriebataljon uitgezonden naar Afghanistan, naar Deh Rawod. De Tweede Kamer stemde destijds in met de ISAF-missie. Het werd hier een "vredesmissie" genoemd, maar de werkelijkheid was dat we terechtkwamen in de oorlog. Juist daarom vind ik dat we eerlijk moeten zijn wanneer we onze militairen uitzenden en dat de kaders vooraf duidelijk moeten zijn. Mede die ervaring maakt dat de PVV altijd kritisch is geweest op buitenlandse missies die Nederland eindeloze conflicten in trekken of die vooral bedoeld zijn als internationale prestigeprojecten.
Maar deze inzet ligt anders. Onze bondgenoot Frankrijk heeft ons om steun gevraagd bij een defensieve inzet in de Middellandse Zee, ter ondersteuning van het Franse vliegdekschip Charles de Gaulle. Daarnaast vergroot het optreden tegen het Iraanse regime ook onze veiligheid. Dat islamitische regime was volgens de AIVD zelf betrokken bij liquidaties in Almere en Den Haag. Door de dreiging van dat regime moeten er nu ook in Nederland nog steeds mensen permanent beveiligd worden. Dat laat zien dat deze dreiging niet ver weg is en ook onze eigen veiligheid raakt.
Voorzitter. Als we militairen uitzenden, dan moeten zij in staat zijn om zichzelf te verdedigen. Ze mogen nooit meer met één hand op de rug worden uitgezonden. Dat betekent dat de rules of engagement helder moeten zijn en voldoende ruimte moeten bieden voor zelfverdediging en bescherming van de missie. Kan de minister aangeven of de rules of engagement voldoende zijn? De PVV is daarnaast blij met de beantwoording dat er met de partners in de regio gedeconflicteerd wordt om blue-on-blue-incidenten te voorkomen. De vraag aan de minister is of zij er vertrouwen in heeft dat dit voldoende is.
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ongeacht deze artikel 100-procedure is de Evertsen al onderweg. Ik wil de bemanning dus sowieso een behouden vaart wensen en hun familie en vrienden veel sterkte wensen met het missen van hun dierbaren. Wat betreft deze missie hebben we nog wel een aantal vragen en zorgen. Het gaat ons vooral om de vraag in hoeverre er een risico is dat Nederland onderdeel wordt van deze oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran. Dat willen we namelijk absoluut niet. Dat moet voorkomen worden.
Om te beginnen de reden waarom deze missie nodig is. Het is het gevolg van de aanvallen van de VS en Israël op Iran. Die aanvallen zijn in strijd met het internationaal recht en gaan nu nog steeds door. De oorlog is gestart niet om de bevolking, maar om olie te bevrijden, in het belang van de VS. Daardoor ontspint zich nu een regionale oorlog, waarvan niet duidelijk is wanneer en hoe die gaat eindigen. Dat vormt de context van deze missie.
Om niet onderdeel te kunnen worden van deze oorlog, is het belangrijk dat we alle schendingen van het internationaal recht veroordelen. Dat geldt voor de schendingen van Iran, maar ook voor de illegale aanvallen van de VS en Israël en voor de burgerdoden die daarbij zijn gevallen, waar niemand verantwoordelijkheid voor neemt. Het moet duidelijk zijn in welke context Nederland nu deelneemt aan deze missie. Is de minister het daarmee eens?
Wat gaat Nederland doen om te de-escaleren, om hier weer uit te komen? Daar zeggen de antwoorden op de vragen die we net hebben gelezen namelijk maar heel weinig over.
De missie van de Evertsen is defensief. Dat zou ervoor moeten zorgen dat Nederland geen onderdeel kan worden van deze oorlog. Maar kijkend naar een aantal scenario's, zijn we nog niet gerustgesteld. Gisteren werd namelijk stellig gezegd: we gaan ervan uit dat de Evertsen en de Charles de Gaulle niet geraakt zullen worden bij een aanval. We hopen allemaal dat dit niet gebeurt, maar toch moeten we ook nadenken over dit scenario. We weten wat het praktisch betekent — dat antwoord hebben we gister al gekregen — maar wat betekent het voor onze politieke betrokkenheid bij deze oorlog als de Evertsen of de Charles de Gaulle wél geraakt zou worden?
Ik zei net al dat de Evertsen Cyprus verdedigt tegen aanvallen. Op Cyprus staat echter een militaire basis waar ook militaire capaciteit van de Verenigde Staten staat. Die verdedigen we dan ook. Hebben we garanties dat er vanaf deze basis geen offensieve aanvallen worden gedaan door de Amerikanen of dat we bijvoorbeeld geen spionagevliegtuigen of ander materieel dat de Verenigde Staten in de oorlog inzetten, verdedigen? Is er een garantie dat we dat niet doen? Dat zou namelijk echt wel wat betekenen voor onze betrokkenheid bij deze oorlog, waar de Verenigde Staten natuurlijk actief bij betrokken zijn. Als deze garantie er niet is, moeten we dit dan wel doen? Is het risico dan niet te groot dat we hiermee actief onderdeel worden van deze oorlog? Kan deze garantie gegeven worden?
Hetzelfde geldt eigenlijk voor alle bondgenoten waar deze missie zich op richt. Is er een scenario denkbaar dat de Evertsen zich vanuit een defensief mandaat opwerpt voor de verdediging van een offensieve actie? Wat betekent dat dan? We lezen dat het kabinet zich niet kan uitspreken over de exacte mandaten van bondgenoten. We willen zeker weten dat het mandaat van de andere landen die aan deze missie deelnemen en die capaciteit leveren aan de Carrier Strike Group, ook defensief is op de manier waarop wij "defensief" interpreteren. "Defensief" moet dus niet ook het aanvallen van landen zijn. "Defensief" moet daadwerkelijk het uit de lucht schieten van raketten zijn. We willen dat ook bij alle andere deelnemende landen preventieve aanvallen zijn uitgesloten. Anders krijg je namelijk hetzelfde scenario: dan kunnen we in een positie komen waarin we aanvalsacties aan het verdedigen zijn en worden we op die manier onderdeel van deze oorlog. Kan de minister dat uitsluiten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren. O, mevrouw Piri heeft een interruptie.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb toch een vraag. Ook mijn fractie heeft vragen over de militaire basis van de Britten op Cyprus en hoe die precies ter beschikking aan de Amerikanen wordt gesteld. Die zal ik straks ook stellen. Maar het gaat natuurlijk heel specifiek om soeverein Brits grondgebied. Ik vraag me dus toch af hoe de SP het ziet. Stel dat er een aanval is op Cyprus en dat Cyprus de Europese bondgenoten om hulp vraagt. Dat gaat natuurlijk gewoon om het hele grondgebied van Cyprus, maar ze gaan niet over de militaire basis van de Britten, want dat is Brits grondgebied. Hoe weegt de SP dat? Wat is het oordeel wanneer er zo'n verzoek komt van een bondgenoot?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik vind dat dus oprecht heel lastig bij deze missie. Wij hebben er geen enkel probleem mee als er een strikt defensieve missie zou zijn om Cyprus te verdedigen. Dat sowieso. Dat verdienen de mensen in Cyprus, vinden wij. Dat geldt dus als het strikt defensief zou zijn. Maar als we ook de basis verdedigen vanwaaruit aanvallen op Iran worden uitgevoerd, kan het gevolg zijn dat we onderdeel worden van deze oorlog. Ik denk dat we dat moeten afwegen. Daarom zou ik het liefste vooraf, nu al, de garantie willen dat we dat niet doen. Ik zou willen dat de minister met de bondgenoten die het betreft, bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, het volgende afspreekt: "We willen dit doen. We willen niet in een positie gebracht worden waarin we actief onderdeel worden van deze oorlog. Zorg dat je de militaire capaciteit die je daar eventueel hebt, niet inzet voor een oorlog, voor aanvallen of voor een andere actie richting Iran. Dan worden we namelijk onderdeel van de oorlog." Onze bondgenoten hebben daar, denk ik, ook een verantwoordelijkheid in.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Bij mijn weten — maar ik hoor het graag als het anders is — zijn er vanuit de Britse luchtmachtbasis op Cyprus geen offensieve aanvallen gepleegd op Iran. Ik denk dat het vanuit het kabinet duidelijk moet zijn of dat zo is en of daar informatie over is. Ook voor mijn fractie is het van belang dat dit echt een missie van defensieve aard is. Kijk naar wat voor fregat we sturen. Dat fregat kan zelf geen raketten lanceren, maar kan eigenlijk alleen maar raketten uit de lucht halen. Wat is er niet defensief aan zo'n missie?
Mevrouw Dobbe (SP):
Het wordt natuurlijk lastig op het moment dat je je defensieve capaciteit inzet om aanvallen te verdedigen, dus om een basis te verdedigen vanwaaruit aanvallen worden gedaan of waar bijvoorbeeld militaire capaciteit staat die op een andere manier in de oorlog tegen Iran wordt ingezet. Dat verdedig je dan namelijk. Dan ben je bezig binnen je defensieve mandaat — je bent puur defensief bezig — maar ben je wel onderdeel geworden van de oorlog. We vinden dat we dat dilemma hier nu moeten bespreken, omdat we dat risico in deze commissie moeten meewegen.
De voorzitter:
Mevrouw Piri, tot slot.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Stel dat Europese bondgenoten, binnen EU- of NAVO-verband, die basissen hebben waar bijvoorbeeld het VK of de VS staan, vragen om bijstand. Is het antwoord van de SP dan dat wij die in principe niet kunnen leveren? Is dat het gevolg ervan? Cyprus heeft nu namelijk gewoon een verzoek neergelegd om zijn grondgebied te beschermen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Sec genomen is die militaire basis van het VK natuurlijk niet het grondgebied van Cyprus. Dat speelt hier ook mee. Ik ben heel erg benieuwd of het überhaupt mogelijk is om vanuit een strikt defensief mandaat te voorkomen dat je terechtkomt in een positie waarbij je militaire capaciteit van de Verenigde Staten die wordt ingezet in de oorlog tegen Iran, aan het verdedigen bent. Je bent dan heel defensief — je bent aan het verdedigen — maar je bent wel onderdeel van deze oorlog. Het zou kunnen betekenen dat Nederland betrokken raakt bij deze oorlog. We moeten hier wel bespreken hoe groot dat risico is en of we dat wel moeten willen.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik deel de mening van de SP dat dit een defensieve operatie moet zijn. Maar mevrouw Dobbe moet me het volgende toch eens uitleggen. Die basis ligt op Cypriotisch grondgebied. Wij sturen een vaartuig dat raketten uit de lucht kan halen. Doen we dat dan niet bij raketten die op die basis zijn gericht? Staat dat erop geschreven? Hoe weten we dat? Ik begrijp totaal niet hoe de SP dit fysiek voor zich ziet. Die basis ligt op een deel van het grondgebied dat we verdedigen. Maar je hebt toch geen flauw idee welke projectielen waarheen moeten en wanneer we wel en niet defensief moeten optreden?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is toch precies het probleem dat hier wordt geschetst? Op het moment dat er op Cyprus een basis ligt, op grondgebied van het Verenigd Koninkrijk, van waaruit de Verenigde Staten eventueel aanvallen zouden kunnen uitvoeren of waar zij militaire capaciteiten hebben staan die worden gebruikt in een oorlog met Iran, brengen wij onszelf in die positie. Dan moeten we afwegen: wat zijn we nu aan het verdedigen? Het is een strikt defensieve missie, die hier ook wordt gebracht als een strikt defensieve missie, maar hiermee zouden we wel actief onderdeel kunnen worden van deze oorlog. Op het moment dat Nederland actief onderdeel wordt van deze oorlog, of het risico daarop bestaat, moeten we hier niet net doen alsof dat risico er niet is. Dan moeten we dat hier met elkaar bespreken. Daarom denk ik dat het hele goede vragen zijn om hier te stellen.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Nou, dat denk ik niet, want we verdedigen daar gewoon Europees grondgebied. Ik snap wel dat je dan zegt: in theorie kan … Ik zie gewoon geen enkele praktische uitvoering. Ik zie ook niet in hoe het geen defensief verhaal zou zijn als je het desondanks toch verdedigt. Ik heb een beetje het gevoel dat de SP hier een reden zoekt om de wens van een bondgenoot te ondergraven of het hen moeilijk te maken, en om zich vooral te positioneren als: laten we hier onnodig moeilijk over doen.
Mevrouw Dobbe (SP):
"Onnodig moeilijk doen" lijkt mij een beetje een bagatellisering van het risico dat hier daadwerkelijk zou kunnen bestaan om betrokken te worden bij een grote oorlog, als onderdeel van de oorlog in het Midden-Oosten die op dit moment plaatsvindt. Daarom denk ik dat wij nu moeten nadenken over de vraag of er, als onderdeel van deze missie, niet een garantie zou moeten komen van die bondgenoten dat er op die basis geen militaire capaciteit is die kan worden gebruikt voor aanvallen of in de oorlog in Iran. Als wij dat kunnen vragen van onze bondgenoten, dan hebben we dat dilemma straks ook niet bij deze missie. Dan lopen we ook niet het risico dat we onderdeel worden van deze oorlog.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Vermeer is aangeschoven. Hij zit in — hoe noem je dat? — mijn dode hoek. Hij heeft een interruptie.
De heer Vermeer (BBB):
Misschien moet u een dodehoekspiegel monteren, want ik zit hier de hele tijd al, maar dat maakt niet uit. Het is wel interessant om het zo eens van de andere kant te bekijken. Dat zouden we misschien bij alle onderwerpen moeten doen. De vraag die bij mij rijst, luidt als volgt. Natuurlijk stelt mevrouw Dobbe terechte vragen. Zij wil gewoon weten of we niet betrokken raken bij iets wat we niet willen. Misschien is het toch wel goed als zij uitspreekt of zij in principe achter het verdedigen van Cyprus staat, dat daar geen enkele discussie over bestaat en dat het puur gaat om wat de Amerikanen daar wel of niet doen. Kan zij klip-en-klaar bevestigen dat dat het punt is, of is zij überhaupt tegen deze missie? Als dat het geval is, kunnen we dat beter gewoon constateren. Dan hoeven we verder niet zoveel met al die vragen, hoewel die an sich misschien ook wel interessant zijn.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik denk dat die vragen sowieso wel interessant zijn, maar natuurlijk staan wij daarachter. Het probleem is wel dat binnen het grondgebied van Cyprus een stukje grondgebied van het Verenigd Koninkrijk ligt. Daarop staat militaire capaciteit van de Verenigde Staten. Dat maakt dit dus wel een probleem dat wij moeten bespreken, denk ik. Dat brengt namelijk ook risico's met zich mee, niet alleen voor deze missie, maar ook voor ons als land. Als we dat op dit moment niet mogen bevragen, hebben we wel een probleem met elkaar, denk ik. Wij hebben geen problemen met het verdedigen van onze bondgenoot in een strikt defensieve missie, maar hier zit wel een risico. Dat risico moeten wij met elkaar bespreken.
De heer Vermeer (BBB):
Ik snap wat mevrouw Dobbe zegt, maar dat betekent dat we bijna geen enkel Europees land meer kunnen verdedigen. Wij hebben zelfs grote problemen binnen de NAVO-afspraken als we zo de nadruk gaan leggen op de mogelijke risico's, in plaats van gewoon de afweging te maken wat de bescherming van onze eigen grondgebieden en die van onze bondgenoten ons waard is. Wij kunnen natuurlijk alleen maar denken in problemen en mogelijke scenario's — het is ook goed dat we dat hier in dit debat doen — maar ik wil mevrouw Dobbe wel meegeven dat zij het bijna onmogelijk maakt om welke bondgenoot dan ook te ondersteunen als dit het criterium gaat worden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Nou, dat is natuurlijk niet waar. Wat hier aan de hand is, is dat er een actieve oorlog is waarbij de Verenigde Staten en Israël illegale aanvallen uitvoeren op Iran, in strijd met het internationaal recht. Dat is wat er aan de hand is. Er is een mogelijkheid dat er vanaf de basis op Cyprus, op grondgebied van het Verenigd Koninkrijk, aanvallen plaatsvinden. Dat is nu aan de hand. Dat brengt risico's met zich mee. Ik vind het ook onze verantwoordelijkheid om die risico's hier te bespreken, want het zijn risico's voor de missies, maar het is ook een risico voor ons om actief onderdeel te worden van deze oorlog.
De heer Vermeer (BBB):
Kan mevrouw Dobbe dan aangeven waar zij de grens legt? Als er bijvoorbeeld allerlei foeragemiddelen van Rotterdam naar Cyprus gaan, is Nederland daarmee dan ook onderdeel van offensieve acties? Waar houdt de keten dan op volgens mevrouw Dobbe? Gaat dat puur en alleen over het vliegveld waar een vliegtuig opstijgt dat een bom afwerpt, of betreft dat ook alles wat daaraan ondersteunend is?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik hoop dat de heer Vermeer het wel met mij eens is dat het op zich problematisch kan zijn als er een vliegtuig opstijgt vanaf die basis, een bom afwerpt op Iran en weer terugkomt, en wij die aanvalsactie vervolgens moeten gaan verdedigen onder het mom van een puur defensieve missie. Er zit natuurlijk wel een tegenstelling in. Plus, in dat geval zijn wij dan gewoon onderdeel geworden van die oorlog. Waar ligt de grens? Wij vragen aan de minister de garantie dat wij op die basis geen militaire capaciteiten verdedigen die actief worden ingezet bij de oorlog in Iran. Dat lijkt mij een heel duidelijk criterium.
De voorzitter:
We hebben in principe afgesproken dat we drie interrupties hanteren, dus ik ben geneigd om het hierbij te laten, zeg ik tegen de heer Vermeer. Dan geef ik heel graag het woord aan mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst wensen ook wij de bemanning een behouden vaart en heel veel succes.
Voorzitter. De aanvallen van Trump en Netanyahu hebben inmiddels meer dan duizend Iraanse burgers het leven gekost. Ja, het Iraanse regime is moorddadig en moet voor het Internationaal Strafhof worden gesleept, en de druk om het regime daar weg te krijgen, moet worden opgevoerd. Maar de aanval van de VS en Israël op Iran is een illegale aanval en een schending van het internationaal recht. Het kabinet veroordeelt de aanval niet, maar heeft er zelfs begrip voor. Is het kabinet alsnog bereid om deze illegale aanval te veroordelen?
Netanyahu geeft niets om mensenlevens. Dat blijkt uit de sluimerende genocide in Gaza, het geweld op de Westoever en de aanvallen op Libanon, die honderden levens hebben gekost. Niemand gelooft dat Netanyahu Iran aanvalt voor de mensen in Iran. Nederland kan, gezien het internationaal recht, eigenlijk niet anders dan de aanvallen veroordelen. Niet wegkijken van wat er met de Palestijnen gebeurt, de Rode Lijneisen uitvoeren en druk uitoefenen op Iran om het regime weg te krijgen: dat is staan voor mensenrechten en het internationaal recht.
Het meesturen van het Nederlandse fregat met de Franse missie staat dan ook niet op zichzelf, maar staat in deze context. In de communicatie over deze missie wekt het kabinet de indruk dat het om een afgebakend, tijdelijk mandaat gaat, maar dit besluit is nog steeds omkleed met onzekerheden, ook na de beantwoording van de schriftelijke vragen. Mijn fractie heeft daar nog een aantal vragen over.
Allereerst wil de Partij voor de Dieren steun uitspreken voor de Cypriotische bevolking die ongewild in dit conflict is geraakt. De eerste vraag die mijn fractie hierbij heeft, is of deze extra militaire aanwezigheid het voor de Cyprioten wel echt veiliger maakt. Wat de Cyprioten in gevaar heeft gebracht, is dat de VS gebruikmaken van die basis. Als het kabinet echt zo begaan is het met lot van de Cyprioten, waarom roept het de Amerikanen en de Britten dan niet op om te stoppen met het gebruiken van die basis voor deze oorlog? Dan draag je tegelijkertijd bij aan de-escalatie.
Het lijkt bovendien niet uitgesloten dat Nederland twee Britse militaire basissen op Cyprus zal moeten verdedigen, zoals net al even besproken werd, en op deze manier onderdeel wordt van deze oorlog. Kan het kabinet dit uitsluiten? Afgelopen maandag maakte president Macron namelijk ook nog duidelijk dat zijn plannen veel verder reiken dan de Middellandse Zee. Dan heb ik het over het mandaat van Frankrijk. Macron noemde het openen van de Straat van Hormuz een puur defensieve missie, om de route voor olie en gas weer open te stellen. Dat is niet het mandaat van Nederland, maar dat is wel waar Frankrijk op doelt. Kan het kabinet het Franse mandaat delen met de Kamer? Ik vind het heel raar dat wij, terwijl we dus meegaan met de missie, niet weten wat het mandaat is van de andere landen die meedoen. Kan het kabinet daar duidelijkheid over geven?
Voorzitter. Dan de samenwerking met Israël. Het kabinet schrijft in de beantwoording dat dat niet aan de orde is. Mijn vraag is of samenwerking met de Amerikanen om Israël te helpen zich te verdedigen tegen luchtaanvallen echt is uitgesloten. In de beslisnota wordt verwezen naar een aangenomen motie die oproept tot samenwerking met de VS voor verdediging van Israël tegen luchtaanvallen. Die motie werd destijds stevig ontraden door het kabinet-Rutte IV vanwege het risico op escalatie. Dat risico is onverkort van kracht. Dus volgt het kabinet ook die lijn ten aanzien van samenwerking met de Verenigde Staten voor verdediging tegen luchtaanvallen op Israël? Sluit het kabinet die samenwerking ook uit?
Voorzitter, tot slot. We moeten ons niet laten afleiden van de acties van Netanyahu, die de genocide in Gaza doorzet, bezig is met de uitbreiding van illegale nederzettingen en bezig is met illegale oorlogen tegen Iran en Libanon. Een land dat zegt te staan voor het internationaal recht dient daartegen op te treden. Op dit moment heeft mijn fractie vraagtekens bij de motieven van zowel Frankrijk als het Nederlandse kabinet, omdat het kabinet ook begrip heeft voor de aanval van de VS en Israël, die, nogmaals, niet in lijn is met het internationaal recht.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Teunissen. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week zaterdag zijn de VS en Israël een illegale en roekeloze oorlog gestart tegen Iran. De regering in Washington kan het tot op de dag van vandaag niet eens worden over de rechtvaardiging noch over het doel van deze oorlog, laat staan dat ze een plan hebben voor hoe verder. GroenLinks-PvdA erkent de wreedheid van het Iraanse regime en de rol die het al decennia speelt in de onderdrukking van zowel de eigen bevolking als het steunen van terroristische groepen in buurlanden. Maar wat we niet kunnen doen, is het internationaal recht zomaar buiten de orde verklaren voor deze oorlog. Mijn fractie vindt het dan ook van belang dat de regering duidelijk maakt dat we politiek noch militair deze oorlog gaan steunen.
Er is nu sprake van escalatie aan alle kanten. Landen die geen enkele betrokkenheid hadden bij deze oorlog worden nu toch aangevallen, waaronder Cyprus. Voor mijn fractie is het van essentieel belang dat het kabinet bijdraagt aan de-escalatie, diplomatie en het bijstaan van Europese bondgenoten wanneer daar om verzocht wordt. In dat kader staan wij dan ook in principe positief tegenover het voornemen van het kabinet om een bijdrage te leveren aan het verzoek van Cyprus en aan het verzoek van Frankrijk om het grondgebied van Cyprus en eventueel andere NAVO-bondgenoten in die regio te beschermen. Een afgebakend mandaat, beperkt in de tijd, defensief van aard, op verzoek van Europese bondgenoten, in samenwerking met landen als Spanje en Noorwegen, die klip-en-klaar de illegaliteit van de oorlog hebben benoemd, en met de afspraak dat intel alleen met deelnemende landen wordt gedeeld: dat zijn voor mijn fractie belangrijke elementen om deze missie überhaupt te kunnen steunen. Laat dan ook duidelijk zijn dat als het verzoek van de Amerikanen was gekomen of als hier nu een missie van offensieve aard voorlag, mijn fractie nee had gezegd. Met het steunen van deze missie willen we natuurlijk ook niet vooruitlopen op eventuele toekomstige verzoeken die Europese bondgenoten wel of niet gaan doen aan het kabinet.
Voorzitter. We hebben gisteren een technische briefing gehad. Mijn dank daarvoor. Net zijn de schriftelijke vragen beantwoord. Veel van de vragen die ik had, zijn inmiddels beantwoord. Mij resten nog een aantal dingen ter verheldering. Een is toch die Britse basis op Cyprus. Die is gisteren ook in de technische briefing aan de orde gekomen. Is deze militaire basis door de Britten nu überhaupt ter beschikking gesteld aan de Amerikanen en, zo ja, met welk mandaat? De tweede vraag. In de kabinetsbrief wordt duidelijk gesteld dat de intel alleen binnen vlootverband zal worden gedeeld. Dat staat in de artikel 100-brief van het kabinet aan de Kamer. In de beantwoording van de schriftelijke vragen staat bij het antwoord op vraag 62 dat info over het luchtbeeld met alle NAVO-landen wordt gedeeld. Kan het kabinet verduidelijken welke intel nu precies wel en welke niet met de Amerikanen wordt gedeeld?
De doelstelling van de missie is de bescherming van de Charles de Gaulle, Cyprus en het NAVO-verdragsgebied. In de beantwoording van de vragen zie ik bij vraag 40 staan dat het schip zonder een verzoek van een NAVO-land geen acties mag uitvoeren. Ik vraag me gewoon af: hoe zit dat dan? Er wordt gedetecteerd dat een drone of een raket op weg is naar Cyprus of in dit geval bijvoorbeeld naar Griekenland. Mag het schip dan niet zo'n raket of drone uit de lucht halen?
Tot slot, voorzitter. De allergrootste dreiging voor veiligheid op dit continent en dus ook voor Nederland vormt Rusland. Door de bedreigingen van Trump rondom Groenland en deze oorlog gaat de beperkte defensiecapaciteit op aan andere zaken dan aan het beschermen van ons continent tegen die Russische agressie. Het zegt alles dat we nu een fregat vanuit de Baltische Zee moeten verplaatsen naar de Middellandse Zee. Hoe maakt het kabinet die belangenafweging bij het nemen van zo'n besluit?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Markuszower heeft een interruptie.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ja, aan mevrouw Piri. Begrijpt mevrouw Piri dat een sterk Iran goed is voor Rusland en dat een zwak Iran slecht is voor Rusland en dus goed voor de veiligheid van Europa?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wil best ingaan op elke vraag van de heer Markuszower. Ik denk overigens dat deze oorlog op geen enkele manier in het voordeel van Oekraïne is, als je uiteindelijk alle plussen en minnen tegen elkaar afweegt. Ik snap alleen niet wat deze vraag met deze missie en artikel 100 te maken heeft, maar als de heer Markuszower dat wil verduidelijken, dan wil ik daar best een reactie op geven hoor.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Het was een reactie op het feit dat mevrouw Piri het had over de grote dreiging die Rusland vormt voor ons. Als ik gewoon even wat googel en zo, dan zie ik dat Iran drones en wapens levert aan Rusland. Rusland en Iran houden militaire oefeningen samen en ontwikkelen militaire en technische samenwerking. In 2025 sloten ze een strategisch partnerschap voor twintig jaar. Dat verdrag omvat defensie, veiligheid en technologie, dus je zou kunnen stellen — althans, dat is mijn stelling — dat een sterk Iraans regime niet goed is voor de veiligheid van Oekraïne en niet goed is voor veiligheid van ons continent. Ik vraag me dus af waarom mevrouw Piri in haar bijdrage het tegenovergestelde leek te beweren.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik laat de woorden van de heer Markuszower bij hemzelf. Wat ik heb gezegd — volgens mij zijn al onze inlichtingendiensten, maar ook het kabinet daar altijd klip-en-klaar over geweest — is dat we natuurlijk als land, als Nederland verschillende dreigingen hebben, maar dat de allergrootste dreiging te maken heeft met de Russische agressie op dit continent; dat is ook de reden waarom dit kabinet zo fors investeert in Defensie. Is Iran een supporter van Rusland? Zeker. Dat hebben we ook gezien. Deze week waren er ook weer berichten dat Rusland mogelijk bepaalde locaties van Amerikaanse basissen en militairen doorgeeft aan Iran. Mijn afweging bij deze oorlog, als je alle plussen en minnen … Je ziet dat Amerika nu de oliesancties tegen Rusland opheft. De hoge olieprijzen spekken niet alleen bepaalde fossiele bedrijven, maar ook zeker de oorlogskas van Poetin. Het begraven van de internationale rechtsorde is, kan ik u vertellen, op geen enkele manier in het voordeel van Oekraïne. En als je ook nog eens kijkt naar wat er aan defensief materiaal is afgeschoten de afgelopen tijd in het Midden-Oosten dat keihard nodig was voor de verdediging van Oekraïne, de Oekraïners en het Europese luchtruim, dan denk ik, met alle plussen en minnen, dat deze oorlog slecht nieuws is voor Oekraïne.
De voorzitter:
Goed. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Lanschot van het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De situatie in het Midden-Oosten is ernstig en onvoorspelbaar. Iraanse aanvallen en aanvallen van aan Iran gelieerde groeperingen raken niet alleen Israël, maar ook andere landen in de regio, waaronder Cyprus en Turkije. Daarmee raakt dit conflict ook direct aan de veiligheid van Europa en aan Nederlandse belangen. In dat licht is het goed dat wij vandaag spreken over de inzet van Zr.Ms. Evertsen. Voor het CDA staat één ding voorop: wij moeten pal staan voor de veiligheid van onze militairen en van onze bondgenoten. Als een EU-lidstaat als Cyprus bedreigd wordt door drones en raketten, dan is het logisch dat wij in EU-verband onze verantwoordelijkheid nemen, zeker omdat de Nederlandse bijdrage defensief is en begrensd is in geografie en tijd.
Voorzitter. Het CDA wil het hebben over verschillende aandachtspunten, te beginnen met het mandaat. Het kabinet schrijft dat de inzet strikt defensief is, ter verdediging van de Carrier Strike Group, Cyprus en bondgenootschappelijk grondgebied. Onze fractie gaat ervan uit dat bij iedere wijziging van doelstelling, takenpakket of geweldsspectrum de Kamer opnieuw vooraf wordt geïnformeerd. Ten tweede wil ik het hebben over de risico's. Het kabinet stelt terecht dat het fregat erin is geoefend om te opereren in een verhoogd geweldsspectrum en is toegerust op drones en raketten. Tegelijkertijd lezen wij dat Iran heeft gedreigd dat EU-landen doelwit kunnen worden als die zich mengen in het conflict. Hoe weegt het kabinet het risico op escalatie voor Nederlandse militairen, burgers, bedrijven en diplomatieke posten in de regio? Een ander risico is de aanwezigheid van een Russisch vlootverband in de regio. Hoe wordt voorkomen dat er ongelukken gebeuren in het contact met de Russen? Het derde aandachtspunt is de politieke strategie. Een fregat alleen brengt geen duurzame stabiliteit. Welke diplomatieke inzet om verdere escalatie te voorkomen loopt parallel aan deze missie?
Voorzitter. Onze fractie sprak al eerder haar positieve grondhouding uit ten aanzien van dit voorgenomen kabinetsbesluit. We kijken uit naar de beantwoording van onze vragen door het kabinet.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga naar de heer Vermeer van BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Mare ad proprium neminis ditionem pertinere. Dat betekent: de zee behoort aan niemand in eigendom toe. Het is de titel van het vijfde hoofdstuk van De vrije zee, of Mare liberum, geformuleerd door onze nationale held Hugo de Groot. Tot op de dag van vandaag is dit het grondbeginsel dat aan de basis ligt van het VN-Zeerechtverdrag. Het is een principe dat eeuwenlang door Nederland is ingezet om claims op zeegebieden van Engeland en Portugal te dwarsbomen. Onze marine verdedigt dit principe nog steeds. De Zr.Ms. Evertsen is onderweg naar Cyprus om onze bondgenoten te beschermen tegen mogelijke aanvallen van Iran. BBB koestert de band met onze internationale bondgenoten en kan deze inzet dus alleen maar aanmoedigen, mits de randvoorwaarden voor deze steun geborgd zijn.
Daar hebben we nog wel een aantal vragen over, want we moeten leren van het verleden. Wat er eind jaren negentig in Srebrenica gebeurde, mag nooit weer gebeuren. Nooit mogen onze mensen, of ze nou met voeten op de aarde staan of een fregat bemensen, in een risicovolle situatie belanden waarin ze niet uitgerust zijn voor hun taak. Nooit meer mag het mandaat van handelen vaag zijn. Daarom heb ik de volgende vragen. Zijn onze mensen voldoende uitgerust voor situaties waarbij er sprake is van escalatie? Is er voldoende munitie en uitrusting voor zelfverdediging en is er voldoende materieel voor de luchtverdediging? Ligt er een terugtrekstrategie klaar bij offensieve acties van de Carrier Strike Group?
Alle feitelijke vragen die hier al gesteld zijn over mandaat, zijn beantwoord in de reactie op de feitelijke vragen. Ik denk wel dat het heel goed zou zijn als de ministers die antwoorden nog even helder uitspreken, vooral voor de mensen die dit debat volgen. Zo hoeft er bij welke Nederlander dan ook geen onduidelijkheid te bestaan over het doel van deze missie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Sinds anderhalve week is het oorlog in het Midden-Oosten, in Iran en in Libanon. Het risico op escalatie ligt op de loer. Iran voert immers aanvallen uit op doelwitten in een groot deel van de regio, inclusief Cyprus en Turkije. Morgen spreken we breder over Iran en het conflict. Vandaag spreken we over de inzet in de Middellandse Zee, naar aanleiding van een verzoek van Frankrijk. We spreken over de Nederlandse inzet ter verdediging van de Carrier Strike Group, Cyprus en de bondgenoten in de regio. De ChristenUnie steunt de inzet van het luchtverdedigings- en commandofregat binnen het mandaat, zoals uiteengezet in de artikel 100-brief. Het is wat ons betreft terecht dat Nederland zijn verantwoordelijkheid neemt als bondgenoot, zeker als de dreiging voor de bondgenoten niet denkbeeldig is.
Voorzitter. Het is een helder en beperkt mandaat, enkel gericht op verdediging en voor een beperkte periode. Gisteren werd in de technische briefing gezegd dat de kans klein is dat het vlootverband wordt geraakt. Een aanval is echter nooit uit te sluiten. Een risico op escalatie is er altijd, vooral in oorlogstijd. In dat kader heb ik een aantal vragen.
Allereerst heb ik een vraag over de informatiepositie. Waarom worden er geen inlichtingen gedeeld met de Amerikanen en Israël? Wij hebben geen betrokkenheid bij de oorlog; laat dat helder zijn. Maar als we met onze defensie actief zijn in de regio, dan kan onze informatiepositie toch nooit goed genoeg zijn, juist met het risico op aanvallen?
Dan een vraag over de periode. Waarom duurt de missie in beginsel tot begin april? Als ik het goed heb, is dat zo omdat de oefening in de Baltische Zee tot die tijd zou duren. In de brief wordt echter al gesteld dat de verwachting is dat het conflict langere tijd zou kunnen duren. Daarmee is de kans groot dat de dreiging begin april niet is verdwenen. Acht het kabinet het dan niet zeer voorstelbaar dat er een verlenging van deze missie komt?
In de brief wordt duidelijk geschetst dat elk land dat meedoet, zijn eigen mandaat heeft. Zijn er verschillen tussen het mandaat van Nederland en dat van Frankrijk, en wellicht dat van andere bondgenoten die ook meedoen? Zo ja, wat zijn die verschillen? Kunnen we daar heel specifiek en helder over zijn? Acht het kabinet het mogelijk dat andere onderdelen van het vlootverband wél ingezet zullen worden voor preventieve aanvallen? Hoewel we de inzet steunen, is dit voor onze fractie wel een belangrijke vraag. Daar willen we echt van tevoren scherp duidelijkheid en helderheid over krijgen, ook richting de Nederlandse bevolking.
Dat het voor de bondgenoten niet bij deze missie blijft, is wel duidelijk. De Franse president heeft op Cyprus al een defensieve missie aangekondigd om schepen door de Straat van Hormuz te escorteren na de heetste fase van het conflict. Mijn vraag is dan ook: is met de Fransen al gesproken over deze mogelijke missie en over de optie dat het LCF ook aan deze missie deelneemt?
Dat waren mijn vragen, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik begrijp dat er ongeveer een halfuur nodig is ter voorbereiding op de beantwoording. Dat geeft ons de mogelijkheid om snel wat te eten, als daar behoefte aan is. We schorsen dus tot 18.00 uur.
De voorzitter:
Hierbij heropen ik het debat van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken. Op de agenda staat de artikel 100-brief over de inzet in de Middellandse Zee. Ik geef graag als eerste het woord aan de minister van Buitenlandse Zaken.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag over deze artikel 100-procedure over de uitzending van Nederlandse militairen in conflictgebied. Het is voor dit kabinet de eerste missie waar we met u als Kamer over spreken. Dat doen we al heel vroeg, misschien wel veel te vroeg, na de aanstelling van dit kabinet. Ik moet daar ook bij zeggen dat de vele vragen van de Kamerleden veelal onderdeel zijn geweest van de overwegingen die wij als kabinet hebben gemaakt voor het voorstel dat we u hebben gedaan. Ik zou graag een klein stukje "inleiding" geven, al weet niet of ik het zo mag noemen. Daarna wil ik specifiek ingaan op de inzet van het fregat en het mandaat. Daar zijn veel vragen over gesteld door de Kamerleden. Dan heb ik een stukje over de regionale context. Er waren ook nog een aantal overige vragen.
Het conflict in het Midden-Oosten is complex en onvoorspelbaar. We zien dat door dit steeds verder escalerende conflict ook Nederlandse belangen geraakt worden. We hebben niet alleen zorgen over de mensen in de regio, de mensen in Iran. We hebben met name zorgen over het escalerende conflict, dat niet alleen risico's met zich meebrengt voor Nederland, maar ook voor Europees grondgebied en NAVO-verdragsgrondgebied. Dat is het kader van deze missie.
Voor Nederland zijn stabiliteit in de regio en bescherming van onze en Europese belangen prioriteiten. Om die reden willen wij als kabinet dat Nederland zijn verantwoordelijkheid neemt en een bijdrage levert aan de Europese militaire inzet via deelname aan de door Frankrijk geleide Carrier Strike Group. Ons fregat was onderdeel van de Carrier Strike Group bij de missie in de Baltische Zee. Vanaf dat moment is ons fregat bij een gewijzigde inzet van het Franse vliegdekschip meegevaren richting de nieuwe locatie.
De inzet is defensief en gericht op bescherming van Nederlandse en Europese belangen en op de veiligheid van NAVO-verdragsgrondgebied. De inzet die wij hiermee willen doen, past binnen het nemen van meer verantwoordelijkheid voor de veiligheid van onze eigen Europese Unie. In het kader van de meer traditionele grootschalige vredesmissies beseffen wij dat er in de regel meer tijd beschikbaar is voor het doorlopen van een artikel 100-procedure. De afgelopen jaren zag het kabinet zich echter vaker genoodzaakt tot versnelde besluitvorming of informatievoorziening aan het parlement achteraf, vanwege de militaire urgentie voor acute crisisbeheersingsoperaties of vanwege de vertrouwelijkheid. Ik wil dan ook mijn dank uitspreken aan de Kamer voor de flexibele opstelling en de bereidheid om dit debat met voorrang te voeren, zodat we tijdige inzet van het fregat mogelijk kunnen maken, uitgaande van een positieve uitkomst van dit debat.
Militaire inzet vraagt om zorgvuldige besluitvorming en informatiedeling met uw Kamer. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat onze tegenstanders meeluisteren en soms kunnen profiteren van de informatie die wij met elkaar bespreken en uitwisselen. Ik zou daarom ook in het vervolg op dit debat graag met uw Kamer van gedachten wisselen over deze procedure en mogelijke dilemma's die die met zich meebrengt, maar dat is dus voor het vervolg.
Ik ga verder met het mandaat van ons fregat en van de missie. We behandelen specifiek het kabinetsbesluit om het fregat naar het oosten van de Middellandse Zee te sturen, in het kader van de artikel 100-procedure. Het kabinet heeft naar aanleiding van het verzoek van Frankrijk en van Cyprus besloten om het luchtverdedigings- en commandofregat naar de Middellandse Zee te sturen ter verdediging van de Carrier Strike Group rond het vliegdekschip Charles de Gaulle, en via deze weg ter verdediging van Cyprus en bondgenoten in de regio. Ik heb al gemeld dat het reeds onderdeel was van die groep. Dit kabinet heeft besloten tot een duidelijke afbakening van locatie en tijd en tot een strikt defensief karakter van deze missie. Dat betekent dat wij, gezien de inkadering van deze missie, bij alles wat buiten de huidige kaders valt, zelf tot een nieuwe weging zullen komen en terug naar de Kamer zullen gaan om de Kamer te informeren en samen het gesprek te voeren.
Nu heb ik vol ambitie het mapje overig opengedaan, maar ik moet natuurlijk beginnen met het mapje over de Evertsen. Er zijn namelijk een aantal vragen gesteld in het kader van dat mandaat.
Ik heb hier de vragen van de leden Van Baarle, Van der Werf, Dobbe en Ceder. Wat is het mandaat van de bijdrage en van de Franse bijdrage? Kan er mogelijk ook offensief gehandeld worden? En is er kans dat dit mandaat op termijn ruimer wordt geïnterpreteerd? Ik heb daar net iets over gezegd. De Nederlandse bijdrage betreft inzet met een defensief karakter, gelimiteerd in tijd, namelijk tot begin april, en in het oosten van het Middellandse Zeegebied. Dat betekent wel dat het schip zich mag en kan verdedigen tegen aanvallen die gaande zijn richting het vlootverband of Cyprus. Het fregat beschikt over defensieve capaciteiten waarmee het niet in staat is om landdoelen uit te schakelen. De gehele Carrier Strike Group waarbinnen de Charles de Gaulle valt, heeft een defensief mandaat in het Middellandse Zeegebied. Dat betekent dat er geweld gebruikt kan worden op basis van het inherente recht op zelfverdediging bij eventuele aanvallen tegen het fregat of tegen het vlootverband waarin het fregat optreedt. Mochten de Fransen besluiten dat de Carrier Strike Group of de Charles de Gaulle daarin anders ingezet zou moeten worden, en als dat op een manier is die niet meer past binnen het mandaat dat wij ons fregat hebben gegeven, dan vindt er nieuwe politieke besluitvorming plaats in het kabinet, in samenwerking met de Kamer.
De heer Vermeer (BBB):
Hoe ziet de minister dat voor zich? Er komt dan namelijk altijd een fase waarin het mandaat is veranderd, maar er nog niet met ons gesproken is. Wat gebeurt er in zo'n tussenfase?
Minister Berendsen:
Een escalatie van het conflict en de situatie waarin we zitten, is onvoorspelbaar. Dat betekent dat het lastig is om te voorspellen welke kant dit op gaat. Dat heeft meegewogen in de afweging die wij gemaakt hebben. Daarom is er dit strikte mandaat. Onze Franse collega's zijn op de hoogte van het mandaat dat ons fregat heeft gekregen. Er ligt op dit moment geen verzoek om mee te doen aan een ander type missie dan aan deze specifieke missie, die past binnen het mandaat. Op het moment dat dat mandaat veranderd wordt door de Fransen of welke andere partij dan ook, dan zullen wij dat wegen en daarnaar handelen.
De heer Van Baarle (DENK):
De vragen waren er natuurlijk ook op gericht om te kijken in hoeverre die mandaten verschillen. De minister zegt dat er voor de activiteiten van de Evertsen sprake is van een strikt defensief mandaat. Voor de gehele Carrier Group gaat het om het inherente recht op zelfverdediging. Dat is wat anders dan de bewoordingen "strikt defensief". Onder het inherente recht op zelfverdediging zou je ook andere zaken kunnen scharen, in principe bijvoorbeeld zelfs het aangrijpen van een doelwit om een aanval te voorkomen. Wat zijn nou de verschillende mandaten binnen die groep? Zit er licht tussen het mandaat van de Evertsen en andere deelnemers van die groep en het mandaat van de De Gaulle?
Minister Berendsen:
De Carrier Strike Group heeft een defensief mandaat; dat is nu het uitgangspunt. Ieder land dat een bijdrage levert aan die Carrier Strike Group, heeft een individueel nationaal mandaat. Dat betekent dat wij bepalen met welk mandaat ons fregat deelneemt aan de Carrier Strike Group. Wij kunnen geen informatie geven over de specifieke mandaten van landen met betrekking tot hun deelname, want dat is aan de landen zelf. Ik kijk even rechts van mij. Dat klopt, hè? Ik zie de minister van Defensie knikken. Wij bepalen ons mandaat. Het mandaat van de Carrier Strike Group is defensief. Stel dat er iets verandert met betrekking tot de individuele schepen in dat vlootverband. Dan heb ik het in het bijzonder over de Charles de Gaulle, als kern van dat vlootverband. Mochten zij andere dingen doen dan passend is binnen het mandaat met het defensieve karakter, dat wij hebben afgekaderd in tijd en locatie, dan betekent het dat wij dat weer moeten heroverwegen.
De heer Van Baarle (DENK):
Dan wordt het voor mij toch een beetje vaag. Op het moment dat er gevraagd wordt naar de mandaten van de andere deelnemende landen, mag of kan de minister daar niks over zeggen. Dan is dus niet uitgesloten dat wij deelnemen aan een missie waarin wij misschien een heel strikt defensief mandaat hanteren — ons schip kan ook niet anders dan verdedigen of aanvallen op hele korte afstand — terwijl andere landen dat defensieve mandaat ruimer interpreteren. In het bijzonder denk ik aan de De Gaulle, die in staat is om over langere afstand met luchtwapens te werken. Wellicht raken we dan, vanwege het verdedigen van de Carrier Strike Group, bij acties betrokken die gericht zijn op het aanvallen van doelwitten op land, bijvoorbeeld preventief. Ik zou graag van de minister willen horen of alle operaties die ook maar iets te maken hebben met het verlaten van het strikt defensieve karakter keihard uitgesloten kunnen worden, met verwijzing naar de mandaten van andere landen. Anders hebben we namelijk geen zekerheid.
Minister Berendsen:
De Carrier Strike Group, en als onderdeel daarvan de Charles de Gaulle, is op verzoek van Cyprus op weg gegaan naar de locatie waar ze nu liggen. Dat is ter verdediging van Cyprus en NAVO-grondgebied. Dat bepaalt het defensieve karakter van de missie die nu is aangegaan. Dat bepaalt ook het kader waarin wij ons fregat laten deelnemen. Nogmaals, op het moment dat de situatie verandert en het vlootverband of de Charles de Gaulle in dat vlootverband andere acties gaat ondernemen dan past bij het defensieve karakter — ik heb het dan over Cyprus, de veiligheid van de vloot en de verdediging van NAVO-grondgebied — betekent dit dat het buiten het mandaat van ons fregat gaat. Dat betekent dat wij een nieuwe weging moeten maken en met de Kamer in gesprek zullen gaan.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Wat betreft het mandaat wordt het er niet duidelijker op. Het staat overeind dat het kabinet zegt: het is strikt defensief. Maar als Frankrijk een ander mandaat heeft, is het risico dat Frankrijk iets anders gaat doen en dat er vervolgens bijvoorbeeld van Iraanse zijde tegenaanvallen komen, waardoor de Nederlandse militairen veiligheidsrisico's ondergaan. Hoe schat het kabinet de veiligheidsrisico's in? Wij kunnen nu zelf namelijk niet controleren welke mandaten gegeven zijn door andere landen.
Minister Berendsen:
Alle communicatie die wij met de Fransen hebben gehad, bevestigen dat wij het eens zijn over het defensieve karakter van deze missie. Nogmaals, op het moment dat Frankrijk, of welk land dat onderdeel is van het vlootverband dan ook, besluit andere acties te ondernemen dan onderdeel zijn van het defensieve karakter van de missie, betekent dat voor ons een nieuwe politieke afweging.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het betekent een nieuwe politieke afweging als Nederland daaraan mee gaat doen. Maar ik heb het erover dat Frankrijk een ruimer mandaat zou kunnen hebben. Het gebruikt er ook een andere term voor. Nederland heeft het over "strikt defensief" en Frankrijk heeft het over "defensief". Daar zit dus alweer lucht tussen. Stel dat Frankrijk daadwerkelijk iets anders gaat doen met het vliegdekschip. Dat zou zomaar kunnen; wij kunnen het niet controleren. Kan het dan zijn dat de veiligheidsrisico's voor de Nederlandse militairen toenemen? Heeft het kabinet daar rekening mee gehouden?
Minister Berendsen:
Wat betreft het defensieve karakter van de missie zit er op dit moment geen lucht tussen wat wij gaan doen en wat de Fransen gaan doen. Als de Fransen hun inzet heroverwegen in tijd of locatie en denken aan minder defensieve acties of offensieve acties — wij hebben geen signalen gelregen dat dat het geval zal zijn — betekent dat een heroverweging. Houdt het kabinet rekening met de risico's die een eventuele andere inzet van dit vlootverband zou opleveren? Dat is nu niet aan de orde. Dit kabinet weegt de risico's die passen bij het defensieve karakter van dit vlootverband, van de inzet van het fregat. Wederom, dat is op basis van de vraag van Cyprus om Cypriotisch grondgebied te verdedigen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dan heb ik ook nog een vraag over het mandaat met betrekking tot de verdediging van Cyprus. Ik vind de afbakening niet helemaal helder. Het gaat ook over de militaire basis van de Britten, waar de VS gebruik van mogen maken. De Britse minister-president heeft gezegd dat je eraan kunt denken dat Iraanse munitiedepots ter verdediging kunnen worden geraakt door de VS. Als dat gebeurt vanuit de VS, en Iraanse munitiedepots inderdaad ter verdediging worden uitgeschakeld, dan kan dat best een enorme escalatie betekenen vanuit Iraanse kant. Moet Nederland Cyprus dan ook gaan verdedigen tegen Iraanse tegenaanvallen? Zou dat een scenario kunnen zijn?
Minister Berendsen:
Wat betreft de basis op Cyprus: de Britten verlenen de VS geen toestemming om die basis op dit moment te gebruiken in het conflict met Iran. Die situatie is op dit moment dus niet aan de orde. Alles wat mevrouw Teunissen daarnaast schetst, is een als-danscenario. Dat is op dit moment wat mij betreft niet aan de orde.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het goed is om dat mandaat gewoon heel helder te hebben. Het mandaat van het Nederlandse kabinet voor de inzet waarover we vanavond spreken, is klip-en-klaar, denk ik. Ik hoor de minister zeggen: voor de hele vloot geldt eigenlijk een defensief mandaat; het doel is bescherming van Cyprus en NAVO-grondgebied. Klopt dat?
Minister Berendsen:
Dat klopt, inclusief de verdediging van het vlootverband.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Oké. Dan is daar in ieder geval geen misverband over. Dan de tweede vraag. Soms zou je "defensief" kunnen interpreteren als: plekken raken waarvandaan raketten of drones worden gelanceerd. Dat kan ons fregat zeker niet, maar misschien kunnen onderdelen van de vloot dat wel. Dat zouden bijvoorbeeld plekken in Iran en Libanon zijn. Ik neem aan dat de minister kan bevestigen dat er in dit vlootverband geen sprake is van het oprekken van de definitie van "defensief" op zo'n manier dat je gewoon in Libanon of Iran doelen zou gaan raken. Klopt dat ook?
Minister Berendsen:
Het defensieve karakter van deze missie heeft het op dit moment niet in zich dat er offensief plekken geraakt worden om defensieve handelingen te verrichten.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Omdat er een aantal vragen over waren, is het belangrijk dat dit klip-en-klaar en duidelijk is, denk ik. Wij hebben een hele transparante artikel 100-procedure. Dat is volgens mij niet in alle landen gangbaar. Het is heel duidelijk wat wij inbrengen in deze missie. Als je verschillende militaire middelen inbrengt, kan dat het verschil in mandaat betekenen, zo kan ik mij voorstellen. Klopt dat ook?
Minister Berendsen:
Goede vraag. Ik kan me voorstellen dat het daarmee te maken heeft. De beslissingsprocedures in landen zijn ook verschillend. Wij doen dit in Nederland op een hele transparante en open manier en heel zorgvuldig. In andere landen ligt er, zonder daar een waardeoordeel aan te willen geven, meer macht bij andere plekken en partijen dan het parlement. Dat zal ongetwijfeld ook iets te maken hebben met de wijze hoe ingekaderd mandaten moeten zijn, ook in combinatie met de informatie aan het parlement.
De heer Van Baarle (DENK):
Allereerst heb ik nog een vraag over dat mandaat. De minister geeft aan dat de missie op dit moment het uitvoeren van dat soort aanvallen niet in zich heeft; dat beoogt de missie op dit moment niet. Is dit op basis van het mandaat van de Charles de Gaulle echter glashard, zwart-op-wit, uitgesloten? Is dit gewoon keihard uitgesloten op basis van het mandaat van de Charles de Gaulle?
Minister Berendsen:
Wij gaan niet over het mandaat van de Charles de Gaulle. Maar nogmaals, het defensieve karakter van deze missie is volstrekt helder. Binnen dat defensieve karakter heeft dit kabinet de kaders vastgesteld waarbinnen ons fregat kan deelnemen aan deze missie. Op het moment dat de Charles de Gaulle een andere opdracht krijgt dan op dit moment in de missie — ik herhaal nogmaals dat dat geen onderdeel van deze missie is — vergt dat dus een heroverweging van onze keuzes.
De voorzitter:
We hadden in principe vier interrupties afgesproken. Anderzijds kan ik mij voorstellen … Dit is een belangrijk onderwerp. Ik kijk goed naar de klok. We koersen eropaf om naar plenair te verhuizen om 19.00 uur. De heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Vanwege mijn gelimiteerde aantal interrupties concludeer ik dan dat je niet kan uitsluiten dat we deelnemen aan een missie waarin het vliegdekschip wat dat betreft een ruim mandaat heeft. Mijn laatste vraag gaat over die basis. Ook in de media heb ik gelezen over het niet verlenen van toestemming om te bombarderen. Tegelijkertijd weten we dat er mediaberichten zijn dat de Verenigde Staten zonder toestemming zelfs vanaf onze basis in de Caribische Zee operaties hebben verricht. We weten op basis van mediaberichten ook dat er wel degelijk andere vormen van militaire capaciteit aanwezig zijn op die basis op Cyprus, onder andere spionagecapaciteit. Kan de minister uitsluiten dat er vanaf de basis op Cyprus op een directe of indirecte manier met Amerikaans materieel wordt deelgenomen aan de militaire activiteiten die de Verenigde Staten ondernemen jegens Iran? Als de minister dat niet kan uitsluiten, lopen we als Nederland op dit moment door de deelname aan deze missie het risico dat we actief militaire capaciteit van de Verenigde Staten gaan verdedigen die op welke manier dan ook, direct of indirect, deelneemt aan het uitvoeren van die gevechtshandelingen; dat kan ook via bevoorrading zijn of op andere manieren.
Minister Berendsen:
Onze inzet en de inzet van het vlootverband zijn gericht op de vraag van Cyprus om zijn grondgebied te verdedigen. Dat is waarop deze missie gericht is. Ik heb net aangegeven dat de Britten hebben aangegeven dat de Amerikanen geen toestemming hebben om de basis te gebruiken voor het conflict in Iran. Dat is de weging die dit kabinet maakt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is dus geen antwoord op de vraag, want de vraag was of u dat kunt uitsluiten. Kunt u uitsluiten dat de Nederlandse bijdrage ingezet wordt om Amerikaans materieel te verdedigen dat wordt ingezet in de oorlog in Iran? Is dat ja of nee?
Minister Berendsen:
Ik vind het zelf lastig om een inschatting te maken van de toekomst van dit conflict, om het zo maar even te zeggen. Wij doen het met de informatie die wij hebben: de Amerikanen hebben geen toestemming om de Britse basis op Cyprus te gebruiken voor het conflict in Iran. Dat wegen wij mee in het besluit dat wij nemen. We wegen dat ook mee in de vraag die Cyprus ons gesteld heeft en de vraag die Cyprus Frankrijk heeft gesteld om Cyprus te verdedigen met dit vlootverband. Voor de rest vind ik het veel "als … dan" en speculatie, waar ik op dit moment ook geen antwoord op kan geven, ook gezien eventuele escalatie van het conflict daar.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is wel heel makkelijk om het "als … dan" of "speculatie" te noemen. Wij moeten ook een risico-inschatting maken om te weten of wij steun verlenen aan deze missie of niet. Een van de risico's die wij willen uitsluiten, is dat Nederland onderdeel wordt van de oorlog die nu door de Verenigde Staten en Israël wordt gevoerd tegen Iran, want we willen daar geen onderdeel van worden. We willen wel helpen in de verdediging van Cyprus, maar we willen geen onderdeel worden van deze oorlog. Dat risico moet wat ons betreft eerst worden uitgesloten. Als deze minister niet kan uitsluiten dat Nederlandse inzet wordt gebruikt om Amerikaans materieel te verdedigen dat wordt ingezet in de oorlog in Iran, dan is er wél een risico dat wij onderdeel worden van deze oorlog. Erkent de minister dat risico en hoe weegt hij dat risico dan?
Minister Berendsen:
Dat risico is op dit moment niet aan de orde, want we hebben het over een fictief gebruik van een basis. "Fictief" is misschien het verkeerde woord. We hebben het over een mogelijk gebruik van een basis waarover de informatie op dit moment is dat de VS geen toestemming hebben om die basis op dat gebied te gebruiken. Dat is de informatie die wij meenemen in onze beoordeling. Bovendien heeft de missie die wij uitvoeren een defensief karakter op het grondgebied van Cyprus, waar die basis dan weer een onderdeel van is. Dat is ook onderdeel van de verantwoordelijkheid die dit kabinet wil nemen voor de veiligheid van Cyprus, van NAVO-grondgebied en van de vloot waar ons fregat onderdeel van was en is, ook ter bescherming van de Charles de Gaulle en de rest van het vlootverband.
Mevrouw Dobbe (SP):
Erkent de minister dat hiermee dus een risico bestaat dat Nederland onderdeel wordt van deze oorlog, omdat wij op die manier met een strikt defensief mandaat misschien Amerikaans materieel gaan verdedigen dat wel wordt gebruikt in de oorlog in Iran? Erkent de minister nu dat dat risico bestaat?
Minister Berendsen:
Het risico dat benoemd wordt, is op dit moment niet aan de orde. Nogmaals, het is een missie met een defensief karakter ter bescherming van Cyprus. Op Cyprus bevindt zich een Britse basis. De Amerikanen hebben geen toestemming om die te gebruiken voor het conflict met Iran. Dat is de informatie waarop wij dat wegen en dat is onderdeel van ons afwegingskader. Op basis daarvan nemen we dit besluit.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat kan deze minister niet op deze manier zeggen met de antwoorden die hij geeft. Deze minister zegt dat dat risico niet aan de orde is, terwijl hij tegelijkertijd niet kan uitsluiten dat Nederlandse inzet wordt gebruikt om Amerikaans materieel te gebruiken dat wordt gebruikt in de oorlog in Iran. Dan kan hij dus niet zeggen dat dat risico niet aan de orde is. Dan is er wél een risico om onderdeel te worden van deze oorlog tegen Iran. Ik vind het transparant als dat hier ook erkend zou worden.
Minister Berendsen:
Dan hebben we het over een potentiële escalatie van het conflict. Helaas is op dit moment niet te voorspellen hoe dit conflict zich verder gaat ontwikkelen. Op het moment dat de situatie echt anders wordt dan de situatie waarin wij ons afwegingskader hebben opgesteld en onze afweging gemaakt hebben, betekent dat ook iets voor het mandaat dat we hebben vastgesteld, voor onze discussie met de Kamer en ook voor onze overwegingen over de verdere inzet van, in dit geval, ons fregat.
De voorzitter:
Ik zag mevrouw Teunissen; daarna is mevrouw Maes.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
We zitten al in een escalatie. Ik heb een vraag over wat de minister zegt, namelijk dat de VS geen toestemming hebben van Groot-Brittannië, dat geen onderdeel wil zijn van het conflict, om daar op die militaire basis op Cyprus te zijn. Zondag heeft premier Starmer gezegd dat hij akkoord gegaan is met het verzoek van de VS om de Britse basis voor specifieke en gelimiteerde, defensieve doelen te gebruiken. Dat is dus "verdedigen". Klopt dat dan niet? Dat is dus een hele feitelijke vraag: klopt dat of niet?
Minister Berendsen:
Ik begrijp vanuit mijn informatie dat deze uitspraak wel klopt, maar dat die niet gaat over de basis op Cyprus.
Mevrouw Maes (VVD):
Ik moet zeggen dat ik met stijgende verbazing naar deze discussie aan het luisteren ben. We zitten met de VS natuurlijk gewoon in een bondgenootschap. Daarover lijkt mij geen enkele twijfel te bestaan. Ik snap de zorgen van de verschillende partijen die hier vragen over hebben gesteld, maar laat ik het zo zeggen: voor mij is de uitleg van de minister in ieder geval heel helder. Hij heeft, net zoals gisteravond is gebeurd, diverse malen benadrukt dat dit echt een defensieve missie is. Ik vertrouw erop dat wij het te horen krijgen als dat verandert. Ook dat is al meerdere malen gezegd. Volgens mij is er niet zo heel veel discussie, maar ik zie dat dat bij anderen heel anders ligt. De garantie kan niet gegeven worden. Ik moet natuurlijk een vraag stellen.
De voorzitter:
Dat is wel de bedoeling, want dit was meer een bijdrage, mevrouw Maes.
Mevrouw Maes (VVD):
Mijn vraag aan de minister is: wij zitten toch nog steeds met de VS in de NAVO en met Cyprus in de EU, en we willen hen toch gewoon helpen?
Minister Berendsen:
Wij zitten met Cyprus in de EU en we willen het inderdaad helpen. De weging van de vraag in hoeverre wij de VS helpen, heeft natuurlijk wel te maken met dit conflict. In die zin begrijp ik ook de vragen van de verschillende leden van de Kamer over betrokkenheid. We zitten met de VS in de NAVO en die zijn een gewaardeerde partner in de NAVO. Laat daar ook geen misverstand over bestaan.
De voorzitter:
Ik zie op het moment geen andere interrupties. De minister vervolgt dus zijn betoog. O, mevrouw Piri!
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zal het bij één vraag laten. Kan de minister ook het volgende zeggen, wat van belang is voor hoe mijn fractie erin staat. We zagen gister bijvoorbeeld de Canadese premier zeggen dat wat hem betreft Canada op geen enkele manier offensief betrokken wil raken bij deze oorlog. Geldt dat ook voor het Nederlandse kabinet?
Minister Berendsen:
Ja, zoals wij nu aan het fregat dit mandaat geven voor een strikt defensieve missie. Er is dus geen enkele intentie om het offensief in te gaan zetten.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Berendsen:
Dank. Ik word nu meteen geconfronteerd met de vraag hoe je zo'n beantwoording op een goede manier organiseert. Ongetwijfeld mag ik rekenen op enige clementie. We hebben — even kijken — het mandaat besproken. Ik denk dat ik daarover al vele vragen heb beantwoord heb, onder andere van Van der Werf en Maes.
Van Baarle vraagt over het mandaat: is het voor 100% uitgesloten dat Israël hieronder valt? Mijn collega van het ministerie van Defensie zal ingaan op de vraag hoe het nou eigenlijk zit met de datadeling en ook ingaan op de vragen die gesteld werden over het luchtbeeld. Het heldere antwoord op de vraag van de heer Van Baarle is dat in deze missie de verdediging van Israël niet aan de orde is. Die valt ook niet binnen het huidige mandaat.
Dan de vraag van mevrouw Teunissen: maakt deze extra militaire aanwezigheid het voor de Cyprioten wel echt veiliger? Ik zou het toch om willen draaien. De directe aanleiding voor de militaire inzet is natuurlijk het feit dat Cyprus een droneaanval te verduren kreeg. De militaire inzet kan eventuele toekomstige aanvallen van die aard ook afweren. Daarmee draagt de inzet ook bij aan het veilig houden van Cyprus.
De vragen van mevrouw Teunissen over de Cypriotische basis hebben we besproken. Ik denk dat ik op het gebied van het mandaat de meeste vragen beantwoord heb. Mevrouw de voorzitter, ik weet niet of ik dat aan de gezichten moet aflezen, of dat ik het mag aannemen, maar volgens mij hebben we het mandaat uitgebreid besproken.
Dan zijn er over de regio en de regionale context een aantal vragen gesteld, door de heer Van Baarle, mevrouw Teunissen en mevrouw Dobbe. Die gingen over de aanval van Israël en de VS, en over de vraag of die in strijd is met het internationaal recht. Dit is ongetwijfeld een onderwerp dat we morgen nog uitgebreider aan de orde zullen stellen. Voor dit kabinet blijft de situatie in en rond Iran een grote bron van zorg. Het conflict is verder geëscaleerd. De escalatie van Iran betekent ook dat wij nu deelnemen aan een missie ter verdediging van grondgebied dat aangevallen wordt door Iran, dan wel door eventuele gelieerde entiteiten. De stabiliteit in het Midden-Oosten staat onder druk. Ik zeg dit ook even in relatie tot de zorgen over de oorlog, de escalatie en de effecten daarvan. Voor het kabinet is het juist heel belangrijk dat wij met deze inzet een concrete en afgebakende bijdrage leveren.
De lijn die ik ook graag nogmaals wil herhalen, die het kabinet ook al meerdere keren heeft vermeld, en die we morgen ook wat uitgebreider zullen bespreken, is de volgende. Op basis van de informatie die wij nu hebben, zijn inderdaad gewoon terecht vragen te stellen bij de basis in het internationaal recht, de juridische basis, voor de aanvallen van de VS en Israël op Iran. Dat heeft alles te maken met de vraag of er een directe dreiging was of niet. Het is in de eerste plaats aan de VS en Israël om die vragen te beantwoorden. Het kabinet heeft ook begrip voor het feit dat de VS en Israël zich genoodzaakt voelden om deze acties te ondernemen, vanwege het Iraanse regime en de grote dreiging die uitgaat van het Iraanse regime voor de Iraanse bevolking en voor de regio, vanwege de steun aan Rusland en de lange arm van Teheran, ook in de Nederlandse samenleving, et cetera. Dat maakt dat wij in ons afwegingskader tot deze conclusie gekomen zijn.
Mevrouw Dobbe vroeg nog in hoeverre er het risico is dat we onderdeel worden van deze oorlog. Ik geloof echter dat we dat wel voldoende beantwoord hebben in het vorige stukje. Ik kijk ook even naar mevrouw Dobbe. Ja toch? Dat was ook mijn gevoel.
Wat gaat Nederland doen om te de-escaleren? Dat is nog een vraag van mevrouw Dobbe. Wij roepen ook continu, structureel op tot de-escalatie, tot terughoudendheid. Het is echt van groot belang dat de aanvallen stoppen, zeker ook die op de niet-betrokken landen. Ik ben veelvuldig in contact geweest met onze collega's in de Golfstaten. Die zijn op dit moment betrokken bij iets waar ze absoluut niet bij betrokken wilden worden. Ze hadden ook niet verwacht dat ze daarbij betrokken zouden worden. Als Nederland zetten wij, ook met Europese partners — we hebben ook een gezamenlijke vergadering gehad met de Golfstaten — gezamenlijk in op de-escalatie en ook op druk om een plan te hebben voor het einddoel van deze inzet. Met deze defensieve inzet van het fregat hopen we in ieder geval ook bij te dragen aan het voorkomen van verdere escalatie, door de verdediging van grondgebied.
Ik wil daar ook bij vermelden dat als wij een knop zouden hebben om het conflict op een goeie manier, waarbij het Iraanse bevolking voor de eigen toekomst ook het heft in eigen handen zou kunnen nemen, te beëindigen, wij die knop zouden indrukken. De Nederlandse inzet is beperkt in de impact die wij kunnen maken. Tegelijkertijd zijn wij geen klein land en doen wij ons best om te doen wat we kunnen.
Een vraag van de heer Struijs: hoe kijken Israël en de VS aan tegen de Nederlandse bijdrage? Het gaat dan dus niet om het operationele aspect, maar om hoe ze aankijken tegen de bijdrage. Er is over deze Nederlandse bijdrage geen direct contact geweest met Israël en de VS, want het mandaat van de missie richt zich op het vlootverband, op Cyprus, op bondgenootschappelijk grondgebied. Dat zeg ik in antwoord op de vragen van de heer Struijs.
Dan de vraag van de heer Ceder. Zal ik die afmaken? De vraag van de heer Ceder is of er al met de Fransen is gesproken over deze mogelijke missie. Hij vroeg daarnaar in het kader van uitspraken van de president over eventueel de Straat van Hormuz et cetera. Er ligt geen verzoek aan ons om mee te doen met een eventuele uitbreiding, verlenging, verplaatsing of andere inzet van de missie. Op dit moment is dat dus niet aan de orde. Op het moment dat zo'n verzoek zou komen, komen we in dezelfde procedure als waarin we nu zitten. Dan moet het kabinet daarin een afweging maken en gaan we het gesprek aan met de Kamer.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb misschien een wat algemenere vraag. Misschien is het al gezegd; dan heb ik het gemist. In mijn bijdrage noemde ik dat voor mijn fractie de bescherming van de Nederlandse belangen bij deze missie vooropstaat. Is de minister het met mij eens dat deze missie in het belang is van de nationale veiligheid van Nederland?
Minister Berendsen:
Ja. Ook dit kabinet maakt zijn afwegingen op basis van het Nederlands belang. Dit kabinet ziet dat de veiligheid van de landen om ons heen, onze partners, ook in het belang is van onze eigen nationale veiligheid. Zoals ik net al heb gemeld, is deze defensieve inzet ter bescherming van Cyprus en ter bescherming van een vlootverband waarin onze partners optrekken. Dat vlootverband is natuurlijk ook gericht op een defensief karakter, waarbij verdere escalatie voorkomen kan worden op het moment dat eventuele projectielen richting het grondgebied afgeschoten worden.
Dan ben ik aanbeland bij het spannende mapje overig. Mevrouw Maes vroeg naar de inschatting van het kabinet van de Iraanse dreiging tegen personen en objecten op eigen bodem, zoals de Joods-Israëlische gemeenschap en Iraanse dissidenten. Is die dreiging voorstelbaar? Hoe gaat het kabinet die monitoren? Welke aanvullende maatregelen werden er genomen? Die vraag is nu gesteld, maar ook in het vragenuurtje werden daar door een aantal van uw collega's vragen over gesteld. De collega van JenV is verantwoordelijk voor het tegengaan van statelijke inmenging. Als Iran zich ongewenst inmengt in Nederland, dan spreken wij Iran daarop aan. Dit is echt een verantwoordelijkheid van onze collega van JenV. De minister en het kabinet zijn zich natuurlijk bewust van eventuele risico's. We brengen die in kaart en zullen daarna ook handelen, mits dat tot de mogelijkheden behoort.
Mevrouw Piri geeft aan dat onze beperkte defensiecapaciteit nu niet naar de Russische dreiging gaat, en vraagt in relatie tot de verplaatsing van het fregat vanuit de Baltische Zee naar de Middellandse Zee hoe het kabinet die belangen weegt. Uiteraard spelen brede geopolitieke belangen mee in het besluit over deze missie. Wij streven altijd naar de meest optimale inzet van onze capaciteiten. Ik denk dat het duidelijk is dat wij onverminderd aandacht houden voor de Russische dreiging en dat we op tal van manieren bijdragen aan de versterking van de NAVO-oostflank; dat doe ik in samenwerking met de minister van Defensie. Niet voor niets heeft de premier Oekraïne snel bezocht en daar onze blijvende steun uitgesproken richting Oekraïne.
Dan heb ik nog een vraag van de heer Van Lanschot: hoe wegen we de risico's op eventuele escalatie voor Nederlandse burgers, bedrijven en militairen in de regio? Onze inschatting is als volgt. Het is een militaire inzet van defensieve aard. Dat betekent dat deze beperkt zal bijdragen aan de-escalatie in en rondom het mandaatgebied, dus de oostelijke Middellandse Zee. Wat betreft de bredere regio blijven we natuurlijk continu in contact met Europese en regionale partners om ervoor te zorgen dat we ons gezamenlijk inzetten voor de-escalatie en voor het beschermen van al die belangen die de heer Van Lanschot noemt.
Dan was er nog de vraag wat de diplomatieke inzet is die hier parallel aan loopt om verdere escalatie te voorkomen. Die vraag heb ik volgens mij zojuist al beantwoord.
Ik denk dat dat het was van mijn kant, maar dat laat ik natuurlijk aan de voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de minister van Defensie. Veel van de leden zitten al op vier interrupties, maar dit is een belangrijk debat, over de artikel 100-procedure, dus laten we kijken. We hebben in ieder geval tot 19.00 uur. De minister van Defensie.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank, voorzitter. Ik zal het zo compact mogelijk proberen te houden. De minister van Buitenlandse Zaken heeft in zijn inleiding al veel belangrijke zaken genoemd. Het strategische doel van Nederland is om bij te dragen aan de regionale stabiliteit en veiligheid, met natuurlijk specifieke aandacht voor de veiligheid van EU-landen, NAVO-bondgenoten en regionale partners. De Fransen hebben ons om hulp gevraagd en Cyprus heeft dat ook gedaan. Wij hechten er zeer aan om te helpen waar we kunnen, om te laten zien dat we naast onze bondgenoten en onze EU-partners staan. Zoals gezegd en zoals aangegeven in de schriftelijke beantwoording: met het fregat kunnen wij bijdragen aan de verdediging van het vlootverband, Cyprus en het NAVO-verdragsgebied. Zo laten we zien dat we onze verantwoordelijkheid pakken.
Ik denk dat ik direct naar de beantwoording van de vragen ga. Maar voordat ik dat ga doen, voordat we wellicht opeens schorsen en ik dit nog niet heb kunnen zeggen, wil ik nog wel benadrukken — dat hebben bijna alle Kamerleden ook aangegeven — hoeveel waardering ik heb voor de bemanning en de staf van Zr.Ms. Evertsen. Zij waren nog maar heel kort geleden aan het oefenen voor een dergelijke inzet, maar moesten opeens doorvaren en zich alvast prepositioneren voor het geval dat we dit besluit met elkaar zouden nemen. Ze gaan nu naar een gebied met een zeer hoge dreiging. Daar zijn ook al vragen over gesteld. Het laat wel zien waar onze krijgsmacht voor staat en dat deze altijd gaat als het nodig is.
Voorzitter. Dan ga ik direct naar de beantwoording. De heer Markuszower vroeg: welke geweldsinstructie heeft het fregat om zichzelf maximaal te verdedigen, met meer vuurkracht dan de aanvallers? Hij vroeg ook welk mandaat zij hebben, maar daar is al op ingegaan. Hij vroeg ook hoe we ervoor zorgen dat zij zichzelf veilig kunnen houden. De Zr.Ms. Evertsen is goed uitgerust voor aanvallen. Het schip kan op grote afstand luchtaanvallen detecteren en, indien nodig, neutraliseren. De bemanning is uitstekend getraind om in dit soort omstandigheden te kunnen opereren.
Ik heb ook een aantal gedetailleerde vragen van de heer Markuszower gekregen hierover, maar daar kunnen we niet op ingaan vanwege veiligheidsoverwegingen; we willen niet te veel informatie prijsgeven richting degenen die kwaadwillend zijn.
De heer Van Baarle van DENK zegt: het is onduidelijk wat het huidige en toekomstige mandaat van het vliegdekschip is en wat het mandaat van de andere deelnemende landen is. Daar is al heel veel over gewisseld, denk ik. Van andere landen kunnen we het niet garanderen. We weten wel heel goed met welk mandaat wij onze mensen op pad sturen. Op het moment dat de inzet van de bondgenoten om ons heen zou veranderen omdat zij een ander besluit nemen, zullen wij daar niet zomaar aan meedoen. Wij zullen het zelf overwegen als ons de vraag wordt gesteld. Het is goed om nog eens te benadrukken — dat heeft u gisteren ook gehoord en in de schriftelijke beantwoording gezien — dat onze Commandant der Strijdkrachten te allen tijde in full command is. Die kan ook ingrijpen. Mochten onze bondgenoten een andere invulling kiezen, dan gaan wij zelf over onze eigen mensen en kunnen wij dat zelf invullen.
Mevrouw Maes van de VVD stelde vragen over de medische keten. Aan boord van het luchtverdedigings- en commandofregat bevindt zich een role 1. Dat is een medische faciliteit die gelijk staat aan een huisarts. Dat is de eerste basiszorg. Die kan ter plekke, op ons eigen schip, worden verleend. Role 2 is een medische faciliteit met chirurgische capaciteit gericht op levensreddende ingrepen. Die is beschikbaar aan boord van het vlaggenschip Charles de Gaulle. Er zijn natuurlijk in vlootverband ook zaken beschikbaar. We zijn ook in de buurt van het vasteland. Dit is heel erg nauwkeurig in kaart gebracht. Als ik mij niet vergis, wordt dit ook nog extra toegelicht in de schriftelijke beantwoording. Dit is een heel belangrijk punt.
Ook was er een vraag van de VVD over de rules of engagement: hoe zijn deze precies afgestemd op de verdediging van Cyprus? Zoals gezegd, is het verdedigen van Cyprus een van de concrete doelen van onze inzet. Die rules of engagement zijn daar ook precies op afgestemd. Dat betekent dat het schip zich mag en kan verdedigen tegen aanvallen die op het vlootverband of op Cyprus zijn gericht. Het schip heeft dus het mandaat om geweldsmiddelen in te zetten ter verdediging van Cyprus.
Onder anderen de heer Struijs, de heer Van Baarle, mevrouw Piri en de heer Ceder hebben een aantal vragen gesteld over de intelligencepositie bij de inzet. Ik geloof dat de minister van Buitenlandse Zaken daar net op is ingegaan, maar gisteren is het volgens mij ook uitvoerig langsgekomen. Inlichtingen worden alleen binnen het vlootverband gedeeld. Dat is iets anders dan informatie over het luchtbeeld. Zoals u weet, heeft het Nederlandse fregat een SMART-L-radar en is het daarmee in staat om een superieur beeld op te bouwen. Die kan echt van verre afstand zaken detecteren. Informatie over het luchtbeeld wordt met schepen binnen het vlootverband — die zijn allemaal van de NAVO — en de NAVO gedeeld, om eventuele incidenten te voorkomen. Maar dat is wat je gewoon daadwerkelijk daar ziet. Dat is iets anders dan intelligence. Dit is het luchtbeeld dat je hebt.
De heer Boon van de PVV had een specifieke vraag: wat wordt er gedaan om blue-on-blue-incidenten te voorkomen? Er wordt actief met EU-partners en NAVO-bondgenoten gedeconflicteerd. Zeg ik dat goed? Ja, het is "gedeconflicteerd". De heer Boon kent deze taal wel al goed, maar ik ben voor mijn gevoel deze drie weken opnieuw Nederlands aan het leren, met al het jargon en de afkortingen! Die afkortingen gaan misschien lukken, maar dat weet ik niet zeker. Het jargon lukt wel. Ik wil graag de juiste woorden gebruiken, want het gaat natuurlijk over een hele belangrijke inzet en een hele relevante vraag. De bestaande procedures voor maritiem optreden met partners bieden wat ons betreft voldoende waarborgen om eventuele incidenten te voorkomen.
Dan mevrouw Dobbe en mevrouw Piri. Ik val in herhaling, denk ik. Ik had specifiek voor ons iets opgeschreven: de verheldering over de Britse basis op Cyprus. De vraag was of die ter beschikking is gesteld en, zo ja, met welk mandaat. Ik denk dat de minister van Buitenlandse Zaken daar al uitvoerig op is ingegaan.
Mevrouw Piri vroeg: mag het schip een drone uit de lucht halen die bijvoorbeeld naar Griekenland vliegt? We hadden het net ook over de vraag wat nou defensief is en wanneer je preventief bezig bent om te verdedigen. Laat ik nog één keertje goed zeggen hoe het zit. Ik denk dat de heer Vermeer ook gelijk had toen hij zei dat het soms goed is om in een debat dingen uit te spreken. Als er een aanval wordt uitgevoerd op een NAVO-bondgenoot, zoals Turkije of Italië, dan is het allereerst aan die landen om te bepalen of zij bondgenoten willen verzoeken te assisteren bij de verdediging tegen die aanval. We hebben het nu trouwens echt over het NAVO-verband. Dat kan gebeuren door middel van een direct verzoek. In het uiterste geval kan dit, zoals we weten, gebeuren door middel van activatie van artikel 5. Nederland zal natuurlijk in beide gevallen klaarstaan om NAVO-bondgenoten te steunen. Het recht op zelfverdediging van het schip en de Carrier Strike Group blijft ook altijd van toepassing. Zo is het mandaat op dit moment ingericht. Onze eigen commandant kan ter plekke dus besluiten om dat als een defensief optreden te zien, maar dat is dan ook het geval omdat het past binnen de context van het mandaat.
In het gesprek met de minister van Buitenlandse Zaken, en wellicht ook gisteren bij de technische briefing, is dat punt volgens mij ook langsgekomen. Wij wegen zo veel mogelijk elk mogelijk scenario af, maar het is heel lastig om in een onzekere situatie zoals de situatie die zich nu voordoet, een oorlogssituatie, zoiets heel erg zwart-wit in een beslisboom op te geven. Maar onze commandant is in charge. Onze CDS is te allen tijde in full command. Het mandaat is heel duidelijk met de Fransen gedeeld. Dat heb ik afgelopen vrijdag overigens ook met mijn eigen collega, de minister van Defensie van Frankrijk, zo gedeeld: "Dit is het mandaat. Dit is hoe wij ernaar kijken. Mocht u besluiten om iets anders te doen, weet dan dat dit de kaders zijn waar wij ons aan houden."
De heer Van Lanschot wees erop dat er ook Russische schepen in de buurt zijn, om het nog onduidelijker te maken. Hij vroeg hoe we kunnen voorkomen dat er daar ongelukken gebeuren. Er wordt door ons ter plekke echt open gecommuniceerd over het feit dat we een defensieve inzet plegen. Via inlichtingen krijgt ons schip een beeld van de locaties van andere schepen. Daarmee kun je dan preventief communiceren en duidelijk maken met welk doel je daar bent. Mocht er onverhoopt een onduidelijke situatie ontstaan, dan kunnen schepen ook van brug tot brug contact zoeken met andere schepen om nog eens duidelijk te maken wat het doel is van onze aanwezigheid. 100% garantie heb je nergens. Onze mensen zijn getraind op ingewikkelde, moeilijke en gevaarlijke situaties. Op deze manier denken we wel dat we het goed afgebakend hebben.
Was dat gewoon een knikje ter bevestiging van de heer Van Lanschot? Oké, top.
Dan de heer Vermeer. Hij zei: het is goed om dingen hier duidelijk uit te spreken, nogmaals te onderstrepen en te vragen. Hij vroeg: zijn onze mensen goed en voldoende uitgerust voor situaties waarin er sprake kan zijn van escalatie, waardoor alles toch anders loopt dan je nu hoopt of voorziet? Ik denk dat dat een terechte zorg is, die we allemaal vanuit verschillende rollen afwegen. Het is belangrijk dat onze Nederlandse militairen voldoende capaciteit en handelingsruimte hebben op het moment dat er dreiging is. Het schip en de bemanning zijn gereed en helemaal voorbereid op deze taak. Het huidige mandaat biedt de commandant ook voldoende ruimte om effectief te opereren. Alle vragen en zorgen die de heer Vermeer heeft, zijn heel goed door ons afgewogen, ook met alle lessen uit het verleden. Ook als de vergelijking niet een-op-een te maken is, moet je elke les wel meenemen en ervan leren.
Dan denk ik dat ik alle vragen heb beantwoord.
De voorzitter:
Dan zijn er wat interrupties. Volgens mij zag ik eerst mevrouw Piri en daarna de heer Van Baarle. Daarna kijk ik even naar de griffie om me te helpen met de volgorde.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de minister. Even een vraag voor de duidelijkheid, want er was gisteren een beetje spraakverwarring door hoe dit in de media werd gebracht. Net hoorde ik de minister weer zeggen dat het gaat om de bescherming van bondgenoten en partners in de regio. Dat is misschien een meer algemene inzet, maar deze artikel 100-inzet gaat specifiek om de Carrier Strike Group, Cyprus en NAVO-grondgebied, en dus niet om partners in de regio. Klopt dat?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ja.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Oké, heel fijn. Ik merkte gisteren dat dingen soms wat verwarring opriepen. Wat betreft de schriftelijke vragen was het heel duidelijk, maar het is denk ik ook gewoon fijn om dat hier helder te hebben.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Oké, helder.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ten tweede heb ik een vraag uit interesse. Naar ik begrijp, kan er met ons fregat vanaf een lange afstand gekeken worden of er een raket richting Cyprus komt. Maar stel dat die dan niet richting Cyprus komt, maar richting Griekenland. Hoe gaat dat dan? Moeten wij Griekenland dan bellen, of heeft Griekenland zelf een fregat met een radar en hoeven wij ze helemaal niet te bellen omdat ze het zelf weten? Dat vraag ik omdat in de schriftelijke beantwoording staat: zonder het verzoek mag het schip op dit moment geen acties uitvoeren. Het is gewoon een vraag vanuit oprechte interesse: hoe werkt dit? Hebben Griekenland, Italië of Turkije dit soort capaciteiten sowieso zelf, met dezelfde afstanden, waardoor ze ons niet nodig hebben?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Wij kunnen dat dus van grote afstand zien. Op dat moment kunnen wij onze bondgenoten, bijvoorbeeld via de NAVO als het om NAVO-bondgenoten gaat, ook informeren. Wij kunnen er dus voor zorgen dat bondgenoten kunnen anticiperen. De enorme meerwaarde van de apparatuur die wij op het schip hebben, is dat je iets van zo'n verre afstand kunt zien.
De heer Van Baarle (DENK):
Over de andere kant van dat verhaal, inlichtingen en informatie delen, geeft de minister aan dat dat luchtbeeld binnen het vlootverband en de NAVO wordt gedeeld. Blijkbaar betreft dat ook informatie over inkomende raketten. Is het nou uitgesloten dat de inlichtingen die wij delen, in welke vorm dan ook, direct of indirect, kunnen bijdragen aan de offensieve operaties van de Verenigde Staten dan wel Israël? De Verenigde Staten zullen dat immers natuurlijk met Israël delen. Als wij op zo'n luchtbeeld bijvoorbeeld zien dat er een raket is afgevuurd vanuit Libanon, wordt dat beeld binnen de NAVO gedeeld met de Verenigde Staten. De Verenigde Staten kunnen dan besluiten om dat doel aan te grijpen. Is zoiets uitgesloten? Is uitgesloten dat wij direct of indirect met onze informatiedeling bijdragen aan aanvallen van Israël en de Verenigde Staten?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik denk dat we echt zaken uit elkaar moeten halen. Intelligence delen is echt iets anders dan het luchtbeeld. Zoals wij hopen dat onze bondgenoten ons beschermen wanneer zij informatie hebben dat er een raket op ons afkomt, mag u aannemen dat wij onze bondgenoten zullen waarschuwen wanneer er iets hun kant op komt. Dat is iets wat we zeker door zullen geven. Dat is het luchtbeeld. Wij kunnen dat, omdat onze apparatuur dat nauwkeuriger kan zien en vanaf een grotere afstand. Wij gaan niet over hoe zij daar vervolgens op handelen en welke acties zij daaraan koppelen. Maar dat is iets anders dan inlichtingen. Het staat natuurlijk iedereen vrij om van beide zaken wat te vinden, maar we moeten ze, denk ik, niet door elkaar halen.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan de minister voor de heldere beantwoording. Ik heb nog een vraag naar aanleiding van het eerdere debat over de wat mij betreft toch wel hoog theoretische casus dat we operationeel gezien kunnen onderscheiden of raketten op Cypriotisch grondgebied gaan terechtkomen of op de basis van het VK op Cyprus. Mevrouw Nanninga sprak daar al een aantal rake woorden over. Het CDA denkt dat het goed is dat wij er geen onduidelijkheid over laten bestaan dat daar misschien een onderscheid tussen gemaakt zou kunnen worden. Mijn vraag aan de minister is dus of zij kan ophelderen dat wij voor de defensieve inzet van de Evertsen geen onderscheid maken tussen een eventuele dreiging voor het Cypriotische grondgebied of voor de basis van het Verenigd Koninkrijk op Cyprus.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Klopt. Cyprus heeft ons gevraagd om … We hebben de afgelopen week helaas gezien dat het werd aangevallen, hoogstwaarschijnlijk vanwege die basis. Cyprus heeft de Fransen en ons gevraagd om hen te helpen met het verdedigen van hun grondgebied. Dat is wat we gaan doen en dat is wat het mandaat inhoudt. Het is puur defensief, maar daar is het wel op gericht.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij is het al beantwoord, maar ik wil het graag bevestigd zien. Een van onze vragen ging over de informatiepositie en daar heeft de minister iets over gezegd. Zij heeft iets gezegd over Amerika en Israël en de informatie die binnenkomt over het luchtbeeld. Ik zou het vreemd vinden dat informatie over een dreiging, anders dan via de lucht, niet gedeeld zou worden. Voor zover ik weet, wordt er continu informatie gedeeld tussen veiligheidsdiensten en andere instanties over dreigingen, zowel op korte als op langere termijn. Mijn doel is dat de mensen die we daarheen sturen, optimaal beveiligd zijn en een optimale veiligheidspositie hebben. Ik vind het moeilijk te geloven dat ze die zouden hebben als we de facto Amerikaanse, Israëlische of welke inlichtingen dan ook ter bevordering van hun veiligheid uit zouden sluiten. Ik ben dus in het licht van de bescherming van de mensen die we daarheen sturen, even op zoek naar waar de informatiepositionering ophoudt.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
De heer Ceder heeft gelijk. Laat ik het zo maar zeggen: er zitten eigenlijk een paar lagen in de vraagstelling waar we het nu met elkaar over hebben. We delen informatie met onze bondgenoten binnen bepaalde verbanden, bijvoorbeeld binnen de NAVO. Maar het kan ook gaan om inlichtingen die de inlichtingendiensten een-op-een met elkaar delen. Daar kennen we natuurlijk ook verschillende voorbeelden van. Dan zijn er de inlichtingen die je binnen het vlootverband met elkaar deelt. Dat doe je ter plekke als onderdeel van deze operatie. Die informatie blijft binnen het vlootverband. Daarnaast is er het luchtbeeld. Dat beeld heb je nou eenmaal, omdat je een luchtverdedigings- en commandofregat bent, want dan kun je dat zien. Wat we in dat beeld zien, kunnen we anticiperend delen met andere bondgenoten door te zeggen: ik zie nu iets op jou afkomen.
Dat zijn die drie lagen. Daarom zei ik net: als je die zou vermengen, kom je uit bij de terechte vraag van de heer Ceder. Hij vroeg namelijk: hebben we het nou zo afgebakend dat we niet eens met elkaar kunnen werken op inlichtingenniveau of op een manier die we al gewend waren? Dat doen we altijd binnen de kaders die we met elkaar hebben vastgesteld.
In het geval van deze operatie maak ik een onderscheid binnen het vlootverband, namelijk de inlichtingen en het luchtbeeld dat je daar krijgt. Bij alle varianten waarover net werd gesproken met de minister van Buitenlandse Zaken, ging het over de vraag of het mandaat zou veranderen en of wij dat dan aan u zouden voorleggen. Wat als de inzet van karakter zou veranderen, als er andere bondgenoten bij zouden komen of als het een NAVO-operatie zou worden? Dan hebben we het over als-danvragen die nu gewoon niet spelen.
Maar mocht dat gebeuren, dan hebben we dit gesprek weer en gaan we in gesprek over hoe we de informatie in dat kader delen. Mijn antwoorden net gingen specifiek over de operatie. De heer Ceder heeft gelijk: daarbuiten zijn er nog allerlei andere lagen, die we ook wettelijk hebben ingekaderd.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb toch nog een verhelderende vraag over de Amerikaanse aanwezigheid op die basis op Cyprus. De minister van Buitenlandse Zaken zei zojuist dat die niet gebruikt wordt voor defensieve acties vanuit de VS. Maar de BBC rapporteert wel over Amerikaanse verkenningsvluchten vanaf die basis. Die vliegtuigen zijn mógelijk ook de aanleiding geweest voor de aanval op die basis. Mijn vraag aan de minister is heel concreet: zijn de Amerikanen nu wel of niet aanwezig op die basis?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik heb niks toe te voegen aan het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken. Daarbij komt dat het vanuit ons oogpunt, vanuit militair oogpunt, echt onwaarschijnlijk is dat de Verenigde Staten überhaupt gebruikmaken van de basis op Cyprus, omdat ze die gewoon niet nodig hebben. Zij hebben daarvoor andere plekken en andere instrumenten. Er is nu bovendien een derde carrier van de VS onderweg. Als we kijken naar het militaire beeld, zou je eerder naar andere zaken kijken dan naar die basis. Maar dat is een invulling van onze kant en wat wij denken, want de feitelijke kant heeft de minister van Buitenlandse Zaken al heel goed toegelicht.
De voorzitter:
De laatste vraag van mevrouw Nanninga. Ik stel voor dat we daarna richting plenair gaan, want daar zit men voor ons klaar.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank voor de vele informatie. Het was veel informatie en misschien heb ik het gemist, maar ik heb een vraag gesteld over de evaluatie. Die wordt in deze context niet gedaan en ik heb gevraagd om de toezegging om dat alsnog te doen, ook over deze poot van de operatie, mocht die worden verlengd of uitgebreid. Nemen we dat stukje dan mee in de evaluatie, die er dan wel komt?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Hierover hebben we nog niet samen overlegd, maar waar het op zit, is … Misschien mogen we van mevrouw Nanninga daarop terugkomen in de vele debatten die wij ongetwijfeld nog zullen hebben in de komende tijd. De reden waarom we hiermee een beetje terughoudend zijn, is dat we hier bijvoorbeeld niet een externe commissie voor willen oprichten. Bij een grote missie met een ander karakter, die ook artikel 100 zou zijn, en die niet alleen defensief zou zijn, zou je dat namelijk echt heel erg groot optuigen. Het is de vraag of dat hier opportuun zou zijn en zelfs of mevrouw Nanninga daarnaar op zoek is. Ik zie nu aan haar dat zij niet naar zoiets op zoek is! Maar als het langer duurt, komt er in ieder geval een moment waarop we terugkijken om te zien wat we hieruit mee kunnen meenemen. Wellicht mogen onze departementen dat dan samen oppakken om te zien hoe we dat op een goede manier vorm kunnen geven. Ik zie mevrouw Nanninga knikken en als ik dat zo mag opvatten dat … O, ze wil er zelf even op reageren.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Laat ik het verduidelijken. Ik bedoel: als de situatie ontstaat dat een evaluatie gerechtvaardigd en, laat ik het zo zeggen, rendabel is, wil ik dat we dit stukje meenemen. Dat is heel concreet wat ik vraag.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dat is heel helder. Zeker in het geval van een potentiële verlenging denk ik mede namens de minister van Buitenlandse Zaken te kunnen toezeggen dat we de Kamer een voorstel zullen doen over hoe we dat zouden willen inrichten.
De voorzitter:
Goed. Daarmee komen we aan het einde van dit deel van het debat. Het debat wordt plenair voortgezet. Er is net één duidelijke toezegging gedaan over het meenemen van dit deel van de operatie in een eventuele evaluatie, als die plaats zou vinden.