Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19-20 februari 2026
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 4 februari 2026 overleg gevoerd met mevrouw De Vries, staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, over Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 19-20 februari 2026.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,
Boswijk
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Erkens
De waarnemend griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,
Prenger
Voorzitter: Boswijk
Griffier: De Keijzer
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Ark, Bamenga, Boswijk, Van der Burg, Hoogeveen, Kröger en Teunissen,
en mevrouw De Vries, staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.
Aanvang 13.32 uur.
Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19-20 februari 2026
Aan de orde is de behandeling van:
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 30 januari 2026 inzake geannoteerde agenda voor de informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19 en 20 februari 2026 (21501-02, nr. 3342);
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 1 december 2025 inzake verslag Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november 2025 (21501-02, nr. 3296);
- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 21 november 2025 inzake fiche: Maatregelen ter bescherming EU-staalsector tegen wereldwijde overcapaciteit (22112, nr. 4213);
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 9 december 2025 inzake voorlopig politiek akkoord Omnibus I-CSDDD (36712, nr. 9);
- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken, minister van Asiel en Migratie d.d. 17 oktober 2025 inzake kwartaalrapportage EU-wetgevingsonderhandeling BZ 2025 Q2 (22112, nr. 4191);
- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 30 januari 2026 inzake fiche: Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU (22112, nr. 4239);
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 30 januari 2026 inzake antwoorden op vragen commissie over onder andere beleidsagenda Buitenlandse Handel "Nederland: welvarend en weerbaar" (Kamerstuk 36180-164) (36180, nr. 196).
De voorzitter:
Goedemiddag, allemaal. Het debat is geopend. Welkom bij het commissiedebat van de commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Welkom aan de collega's. We hebben vier minuten spreektijd en vier interrupties. Ik ga daar wel een beetje kort op zijn, want we hebben ook nog stemmingen tussendoor. Zodra de stemmingen beginnen, moet ik gaan schorsen.
Ik wil de heer Hoogeveen het woord geven.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Dit kan zomaar het laatste debat van de staatssecretaris zijn, althans in deze kabinetsronde. In de korte periode dat ik met haar heb mogen debatteren, ben ik zeer te spreken over haar rotsvaste geloof in vrijhandel. Laten we hopen dat haar opvolger zich daar net zo voor wil inzetten. Dat is broodnodig in deze geopolitieke tijden. Voor nu dus bedankt aan de staatssecretaris voor haar inzet.
Voorzitter. Handel is de hoeksteen van onze welvaart. We zijn als geen ander land gebaat bij voorspelbare en stabiele handelsrelaties. Wat is het daarom mooi dat de onderhandelingen tussen de Commissie en India zijn afgerond. De komende tien jaar zullen wederzijdse invoertarieven voor veel sectoren worden afgebouwd of zelfs verdwijnen. Dat is positief. Wel waren mensenrechten- en klimaatwensen van de Europese Commissie in de laatste fase van de onderhandelingen een heikel blok. Mijn fractie is blij dat daar uiteindelijk pragmatisch over is onderhandeld. Want, zoals we weten, over het Mercosur-akkoord is 25 jaar gesoebat, tot op het punt dat de linkse premier Lula van Brazilië ons zelfs moest betichten van groen kolonialisme. We hebben de Mercosur-landen tot het uiterste gedreven en bijna gillend van de onderhandelingstafel doen wegrennen, en zelfs bijna van de ondertekeningstafel. Nu hebben groene en rode eisen weer tot vertraging geleid in de onderhandelingen met India.
Voorzitter. Ik hoop dat de Commissie zich realistischer weet op te stellen. Kan het kabinet toelichten hoe nu binnen de Raad en de Commissie naar dit soort groene en rode wensen in handelsakkoorden wordt gekeken? Zijn we wat pragmatischer geworden? Zien we dat dit bij andere akkoorden ook een vertragende werking kan hebben? Is er, gezien de recente ontwikkelingen, een wat pragmatischere koers te bekennen?
Voorzitter. Dan China. We hebben de laatste weken premier Carney van Canada en Starmer van het Verenigd Koninkrijk zien aanschuiven in Peking. Merz gaat aan het eind van deze maand. Afgaande op het coalitieakkoord benutten we waar mogelijk kansen met China. Tegelijkertijd treden we op tegen diefstal van intellectueel eigendom en ongewenste inmenging in vitale infrastructuur. Dit lijkt me een goede balans en terecht ook positief geformuleerd. Nu was de EU ooit al dicht bij een akkoord met China, het Comprehensive Agreement on Investment, waarmee veel bestaande handelsirritaties met China werden aangepakt. Denk aan de verplichte joint ventures, de forced technology transfers en betere markttoegang. Er blijven, uiteraard terecht, zorgen over de situatie in Xinjiang en Oost-Turkestan. Maar vanuit een realistisch wereldbeeld zou ik de staatssecretaris toch willen vragen of zij binnen de Raad ook mogelijkheden kan onderzoeken om voorzichtig het stof van het CAI af te blazen, uiteraard op de voorwaarde dat we niet inboeten op enige veiligheidseisen.
Voorzitter. Dan graag een inschatting van de staatssecretaris over het tijdspad van de onderhandelingen met Maleisië, Indonesië en de Verenigde Arabische Emiraten. Op welke termijn wordt gemikt op afronding van de akkoorden met Maleisië en de Emiraten? Wanneer zal naar verwachting de juridische check van het verdrag met Indonesië zijn afgerond? Ik had Mercosur al genoemd. Graag een update over de stand van zaken. De Kamer deed onlangs een uitspraak over de voorlopige inwerkingtreding van het akkoord. Bestaat daar in de Raad ook al genoeg steun voor?
Afrondend, voorzitter: de Verenigde Staten. Als je op een kaart met EU-vrijhandelsverdragen kijkt, dan zie je dat dit nog een grote witte vlek is. Dat is een gemis. Natuurlijk hebben we een woelig begin van deze regering in Amerika gehad. Natuurlijk is de president ook degene die de onderhandelingen met TTIP in zijn eerste mandaat in het slop heeft gebracht. Maar toch ben ik benieuwd of de staatssecretaris zich een verbetering van de huidige Turnberrydeal kan voorstellen en of we voorzichtig zouden kunnen kijken naar het verbeteren van het wegnemen van bijvoorbeeld non-tarifaire belemmeringen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Prachtig binnen de tijd. Mevrouw Teunissen, Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met het EU-Mercosur-verdrag. Het Europees Parlement heeft gevraagd om een advies van het Europees Hof van Justitie over de conformiteit van de EU-Mercosur-overeenkomst met de EU-verdragen. Dat is natuurlijk omdat het rebalancing mechanism erin zit. Dat is een juridisch instrument dat Mercosur-landen in staat stelt compensatie te eisen wanneer nieuwe Europese milieuregels, bijvoorbeeld over ontbossing en landbouwgif, hun handelsvoordelen aantasten. Dat creëert druk op EU-wetgeving en kan het voorzorgsbeginsel ondermijnen, omdat striktere normen als handelsbelemmering kunnen worden aangevochten. Dat is dus een hele legitieme reden om naar een advies te vragen. Ik zie dat de staatssecretaris toch zegt: nee, we moeten gewoon vaart maken met dat handelsverdrag. Hoe gaat de staatssecretaris dit verzoek wel serieus nemen? Gaan we op z'n minst als Nederland serieus om met dit verzoek? En als dat advies er daadwerkelijk ligt, gaan we dan ook onze positie met betrekking tot Mercosur heroverwegen? Dat is toch het minste dat we kunnen doen als er zo'n verzoek ligt?
Voorzitter. We leven in een tijd waarin de machtsverhoudingen razendsnel verschuiven. Oude allianties staan onder druk en de handel wordt steeds vaker ingezet als geopolitiek wapen. De Partij voor de Dieren vindt je niet aan paniekvoetbal moet gaan doen. Je moet geen oude handelsverdragen afsluiten, zeker als we niet precies weten welke juridische consequenties die verdragen hebben. Juist als je kijkt naar Mercosur, waar twintig jaar over is onderhandeld, zie je dat dat een fossiel verdrag is. Het gaat om producten als rundvlees en dieselauto's. Dat past gewoon niet meer in deze tijd. Wij moeten dus gaan inzetten op partnerschappen en handelsverdragen waarbij handel niet een doel op zich is, maar binnen de grenzen van randvoorwaarden van klimaat, mensenrechten en de planeet plaatsvindt. Ik vraag me af wat de visie van de staatssecretaris is op afscheid nemen van oude handelsverdragen en op hoe we in de toekomst duurzame handel binnen die randvoorwaarden vormgeven met nieuwe partnerschappen.
Voorzitter. Dan wil ik het nu hebben over de gaswinning in Mozambique. Dat omstreden gasproject in Mozambique is weer van start gegaan. Nederland heeft een exportkredietverzekering gegeven aan Van Oord, een Nederlandse baggeraar. Die voert een deel van het werk uit bij dat gasproject. Inmiddels zijn daar koraalriffen vernietigd en is er sprake van mensenrechtenschendingen. We hebben het Clingendaelrapport gezien, dat klip-en-klaar zegt dat er structureel sprake is van mensenrechtenschendingen in Mozambique. Nu is de situatie wel wat rustiger, maar ook op lange termijn is die niet stabiel. En wat zien we nou gebeuren? Total zegt dat het doorgaat met die verzekering. En wat doet Nederland? We gaan toch nog steeds die polis verstrekken. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus: wat is er gebeurd met die aangenomen motie van de Kamer in 2023 die zegt dat we eerst moeten wachten op die verzekering of die verzekering moeten opschorten totdat de herbeoordeling plaatsvindt? Heeft die herbeoordeling überhaupt plaatsgevonden? Je kunt toch niet, nadat zo'n Clingendaelrapport verschijnt, zeggen dat je toch gewoon doorgaat met het verstrekken van die kredieten? Als dat wel zo is, dan is er echt iets mis met de criteria voor het verstrekken van kredieten. Ik hoop dus dat de staatssecretaris daar wat helderheid over kan verlenen.
Tot slot, voorzitter, nog één punt: het nationale handelsverbod met illegale nederzettingen. De Israëlische regering blijft maar uitbreiden met die illegale nederzettingen. Het omstreden E1-nederzettingenplan gaat gewoon door. Als het zo doorgaat, maakt dat de Palestijnse Staat en de tweestatenoplossing feitelijk onmogelijk. Wanneer komt het kabinet nou met het handelsverbod? Moeten we wachten op een nieuw kabinet of komt dat nog van dit kabinet, zoals was beloofd?
Dank u wel.
De voorzitter:
Ook perfect binnen de tijd. Het woord is aan mevrouw Van Ark van het CDA.
Mevrouw Van Ark (CDA):
De lat ligt hoog om binnen de tijd te blijven!
Voorzitter. Veel Nederlandse bedrijven ondernemen over de grens. Nederland heeft een uitgebreid aanbod van subsidies en exportverzekeringen om ondernemingen hierbij te ondersteunen. Dan denk ik niet alleen aan de grote multinationals, maar ook aan onze kleine mkb'ers met kennis over water, voedselzekerheid en klimaatslimme landbouw. Het CDA vindt het belangrijk dat ondernemers in de regio ook profiteren van dit aanbod, al is het alleen maar omdat we niet alleen in Fryslân, maar ook in andere regio's buiten de Randstad unieke kennis hebben. Het CDA is heel blij met de toezegging van de staatssecretaris dat het kabinet onderzoekt hoe het meer Fryske ondernemers kan laten deelnemen aan economische missies. Ik neem aan dat de staatssecretaris daarmee ook andere regio's meeneemt. Kan ik daarop misschien een toezegging krijgen?
Voorzitter. De staatssecretaris schrijft in een reactie op de beleidsagenda ook over de combitracks. Samen met de overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties worden deze combitracks ontwikkeld om uitdagingen in landen als Indonesië en Bangladesh op te lossen. Het is een mooi instrument waarmee we handel en hulp met elkaar kunnen combineren en Nederlandse expertise kunnen inzetten. Mijn vraag is: hoeveel combitracks lopen er nu goed en hoe wordt dit gemeten? Mijn fractie hoort ook graag hoe maatschappelijke organisaties in deze combitracks worden meegenomen.
Mijn derde punt gaat over handelsakkoorden. Het is goed om te zien dat we vaart maken met Mercosur. Het CDA is er dan ook voor dat de afspraken in het Mercosur-verdrag in de tussentijd voorlopig toegepast worden. Het is goed dat hierover aan de EU-zijde nu positief is besloten. Tegelijkertijd zie ik dat we over het algemeen niet erg voortvarend zijn als het gaat om handelsakkoorden. Neem als voorbeeld het akkoord met India; daar onderhandelen we al over sinds 2007. Om ons heen zien we landen als Amerika en China de ene na de andere overeenkomst sluiten. In de huidige geopolitieke context is de trage maar zorgvuldige democratische besluitvorming in Europa niet bepaald slagvaardig te noemen. Hoe kijkt de staatssecretaris hiertegen aan? Wat kunnen wij als Nederland doen om er in ieder geval aan onze zijde alles aan te doen om hierover sneller besluiten te nemen?
Tot slot. De Europese Rekenkamer stelt in een recent rapport dat maatregelen van de EU op het gebied van cruciale grondstoffen om autonomer te worden en om de aanvoer van grondstoffen als aluminium, lithium, kobalt en nikkel te spreiden, maar heel weinig resultaat hebben. Ook leiden handelsverdragen zoals die met Nieuw-Zeeland en Chili nauwelijks tot een stijging van de import. Dit rapport laat zien dat de urgentie omhoog moet om onze afhankelijkheid van kritieke grondstoffen van enkele landen te verminderen.
Voorzitter. Het is bijna een no-brainer, maar zoals het rapport ook zegt: recycling van kritieke materialen is laaghangend fruit. Kostbare grondstoffen verdwijnen echter nog steeds in de afvalstroom in plaats van dat we die strategisch hergebruiken. Kan de staatssecretaris concreet aangeven welke barrières wij in Nederland moeten wegnemen om dit wel op gang te krijgen? Hoe gaan we daar doelen aan verbinden?
Voorzitter. Laten we de waarschuwing van de Europese Rekenkamer niet wegzetten als een constatering, maar oppakken als een opdracht. Dit vraagt echt om alle hens aan dek. Minder afhankelijkheid begint bij het benutten van de grondstoffen die we hier al hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U bent heel ruim binnen de tijd gebleven.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag over die strategische afhankelijkheden. Als je echt serieus naar strategische afhankelijkheden wil kijken, vraagt dat er ook om dat we samen met de ministeries van IenW en BHO kijken waar je door middel van recycling grondstoffen kan terugwinnen. Efficiëntie en het verminderen van grondstofgebruik vallen eigenlijk deels onder KGG. We moeten veel meer coherent samenwerken in plaats van, onder het mom van strategische afhankelijkheden afbouwen, alleen maar veel meer handel drijven met een heleboel landen. Is het CDA dat met me eens?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk dat dat een hele goede suggestie is van mevrouw Kröger. Ik denk dat een goede samenwerking tussen departementen heel belangrijk is. Ik vond het pleidooi van de Europese Rekenkamer heel mooi. Zij zeiden: kijk niet alleen naar meer import, maar ook naar een aantal grondstoffen waarvan we echt 0% recyclen in Europa. Ik denk dat het heel makkelijk is om iets ambitieuzere doelen te stellen dan 0%. Als dat met verschillende ministeries moet — dat kan ik me heel goed voorstellen op dit terrein — dan lijkt dat me heel belangrijk.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Daar wil ik nog even op doorgaan. We zitten hier natuurlijk omdat de staatssecretaris naar Europa gaat. Ik merk dat dat in Europa ook op hele verschillende beleidsterreinen ... Moeten we er niet juist toe oproepen dat er in zo'n Handelsraad, als je het hebt over de afbouw van strategische handelslijnen, ook gekeken wordt naar een heel stuk circulaire economie en een heel stuk efficiency?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk dat mevrouw Kröger gelijk heeft. Volgens mij vereist het echt een totaalaanpak. Ik denk dat we niet alleen maar moeten kijken naar recycling hier, maar dat het wel een belangrijk element is. Die samenwerking is zeker ook belangrijk. Misschien is het wel iets voor de staatssecretaris. Kan hij daarop reageren en aangeven hoe we dat slimmer gaan doen?
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Als de afgelopen weken iets hebben laten zien, dan is het wel dat Nederland behoefte heeft aan een realistisch en open handelsbeleid dat bestand is tegen schokken. We bevinden ons in een precaire mondiale situatie, waarin alles verschuift. Zelfs relaties waarop we blind dachten te kunnen vertrouwen, worden op de proef gesteld. Strategische afhankelijkheden worden steeds vaker ingezet als een politiek breekijzer. Dat is gevaarlijk voor een open economie als de onze. Wat moeten we doen om de precaire geopolitieke situatie het hoofd te bieden? We moeten diversifiëren. We moeten nieuwe relaties aangaan en strategische afhankelijkheden verminderen.
Daarom ben ik blij dat deze uitgangspunten duidelijk terugkomen in het nieuwe coalitieakkoord. Daarin wordt expliciet ingezet op open strategische autonomie, op het versterken van internationale handelsrelaties en op het verkleinen van kwetsbare afhankelijkheden in cruciale ketens, met oog voor mens en planeet. Het gaat om waardegedreven realisme waar we allemaal mee vooruit kunnen komen. Als we terugkijken naar de afgelopen periode, zien we dat we die mindset nodig zullen hebben. Een onstuimige omgang met de Verenigde Staten vraagt om een eensgezind optreden, allereerst als het gaat om de handelsdeal die nu voor ons ligt. Daarom is mijn vraag: vindt het kabinet dat er in het EU-VS-handelsakkoord een mechanisme moet worden ingebouwd om te kunnen ingrijpen als de VS zich niet aan de afspraken houden? Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen voorstellen om te versterken en tegen herroepings- en opschortingsclausules voor dat doel?
Voorzitter. Of aanscherping van het akkoord nou mogelijk blijkt of niet: laten we onszelf niet voor de gek houden. De afgelopen periode was geen incident, maar een voorbode van de moeilijke jaren die voor ons liggen. Als we die met opgeheven hoofd tegemoet willen gaan, mogen we ons niet uit elkaar laten spelen. Juist de afgelopen periode heeft laten zien dat eensgezind, daadkrachtig en geloofwaardig Europees optreden werkt en dat Trump luistert naar de taal van macht. Laten we daar lering uit trekken. Daarom vraag ik de staatssecretaris om in Brussel te werken aan het opstellen van een vooraf bepaalde escalatieladder: een helder, vooraf gecommuniceerd plan waarin de consequenties van onbezonnen en arbitraire handelstarieven zijn vastgelegd. Die is niet bedoeld om onnodig te escaleren, maar om geloofwaardig af te schrikken.
Voorzitter. Dan Mercosur. Wat er in het Europees Parlement gebeurt, is een enorme eigen goal voor Europa. In de geopolitiek krijg je zelden een tweede kans. Wie ziet wat er in de afgelopen twee weken allemaal is gebeurd, weet dat twee jaar vertraging in deze wereld een eeuwigheid is. Die vertraging kunnen we ons niet permitteren. Elke maand vertraging is een maand waarin andere, minder welwillende actoren toegang zoeken tot deze markt. De president van Paraguay gaf het zelf aan: als de EU niet opschiet, kijken wij verder. We hebben dus geen tijd te verliezen. De Europese Commissie overweegt voorlopige toepassing van het akkoord. Is het kabinet bereid zich expliciet uit te spreken voor voorlopige invoering van het Mercosur-akkoord?
Voorzitter. Dan het sluiten van het handelsakkoord met India. Dat is ontzettend goed nieuws. Ik hoop dat dit het begin is van een bredere trend en dat we binnenkort ook akkoorden zien met Indonesië en Australië. In het verdrag met India zijn mensenrechten en democratische principes aangemerkt als "essentiële elementen". Dat klinkt goed, maar wat betekent dit concreet? Welke waarborgen zijn er dat dit geen papieren belofte blijft? Waarom is het niet gelukt om de klimaatdoelen van Parijs steviger te verankeren in het akkoord? Hoe zorgen we ervoor dat dit verdrag wel degelijk bijdraagt aan verduurzaming en hogere klimaatstandaarden?
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Soms vind ik het moeilijk om nog het D66-geluid te herkennen als het gaat om Mercosur. Het is dan meer de VVD die ik hoor, die dit handelsverdrag alleen maar wil versnellen, versnellen, versnellen, zonder oog te hebben voor bijvoorbeeld het internationaal recht, Europese verdragen en klimaat- en mensenrechten. Nu ligt er een verzoek voor een advies aan het Europese Hof van Justitie om te toetsen of het EU-Mercosur-verdrag wel in lijn is met andere Europese verdragen. Mijn vraag aan D66 is heel simpel: respecteert u dat verzoek?
De heer Bamenga (D66):
Om te beginnen: dit is altijd de lijn geweest van D66. We zijn een partij die juist heel erg openstaat voor handelsverdragen, omdat we zien dat dat heel erg belangrijk is, zeker nu de geopolitieke situatie is zoals die is. Het is ontzettend belangrijk dat wij ervoor zorgen dat die strategische afhankelijkheden verminderen.
Internationaal recht en klimaat. We zijn daar altijd voorvechter van geweest, ook als het gaat om mensenrechten. Dat zijn we en dat blijven we, iets wat je ook kunt terughoren in mijn bijdrage. Het is inderdaad zo dat het Europees Parlement met een nipte meerderheid heeft besloten om in ieder geval het Europees Hof te vragen om een en ander te bekijken, maar de Europese Commissie kan het dus wel degelijk voorlopig van toepassing laten zijn. En dat is eigenlijk waarover ik een vraag aan de staatssecretaris stel: wil hij het mogelijk maken dat wij kunnen zien wat het kabinetsstandpunt hierover is?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
"Voorlopig van toepassing"? Het kan gewoon en dat heeft de staatssecretaris ook al in een reactie gezegd. Hij heeft namelijk aangegeven dat Nederland daar voorstander van is. Maar het gaat mij om het principe dat je wel iets moet doen met het advies dat nu wordt gevraagd. De heer Bamenga zegt "dit verzoek is met een nipte meerderheid aangenomen", maar dat is dus gewoon een meerderheid! Het Europees Parlement heeft in meerderheid besloten om het EU-Mercosur-verdrag te toetsen aan andere EU-verdragen om te zien of het daarmee in lijn is. Ik ken D66 als een partij die de EU-verdragen heel serieus neemt en daar altijd voor heeft gevochten. Mijn vraag is dan ook: gaat D66 in ieder geval serieus om met dat advies, wanneer dat er eenmaal ligt?
De heer Bamenga (D66):
Wij gaan heel erg serieus om met adviezen als die er liggen. Dat kunnen wij zeker bij dezen stellen. Wat er nu eigenlijk gebeurt, is niet iets wat niet volgens de regels gaat, om het zo maar te zeggen. Dit gaat gewoon volgens de regels die er zijn. De Europese Commissie kan het voorlopig van toepassing laten zijn en dat is eigenlijk waarom wij daar extra kracht in willen zetten.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik vind het toch wel echt belangrijk om dit even aan te stippen. Ik hoor namelijk weer: het is belangrijk om het akkoord voorlopig in werking te laten treden. Maar het is ook belangrijk om het advies serieus te nemen. Ik heb van de heer Bamenga gehoord dat hij dat doet. Dat is fijn, maar dan verwacht ik ook dat D66 bereid is om dat advies, wanneer het er eenmaal ligt, op te volgen. Het is namelijk wel een advies van het Europees Hof van Justitie. Daar komen we nog over te spreken, maar ik ben voor nu in ieder geval blij dat D66 zegt: we moeten ook dat advies serieus nemen.
De heer Bamenga (D66):
Volgens zit hier geen vraag in, maar ik kan wel herhalen dat wij dit advies serieus nemen. Dat geldt natuurlijk voor alle uitspraken van het Hof. Maar goed, dat geldt voor ons allemaal.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Net op een ander punt. De heer Bamenga schetst hoe belangrijk onze handelsbetrekkingen zijn en dat de dialoog op handel de manier is om verbonden te zijn in de wereld. Dat is inderdaad van groot belang. Er is best wel discussie geweest in de laatste twee debatten over het handelsverdrag met de Emiraten en in hoeverre Europa proactief de rol die de Emiraten spelen in de genocide in Sudan gaat aankaarten in het kader van die handelsonderhandelingen.
Ik wil de staatssecretaris straks weer oproepen om zich daar hard voor in te zetten. De staatssecretaris heeft aangegeven dat we een mandaat hebben vastgesteld en dat dat het dan is. "U ziet het dan wel aan het eind van het verdrag." Maar het gaat mij juist om het traject van de onderhandelingen, want die onderhandelingen bieden de mogelijkheid om dingen waar je minder blij mee bent, aan te kaarten. Is de heer Bamenga dat met me eens?
De heer Bamenga (D66):
Dat ben ik inderdaad met GroenLinks-PvdA eens. Wat er in Sudan gebeurt, is verschrikkelijk. Sinds ik in de Kamer zit, probeer ik het continu op de kaart te zetten. Als er partijen zijn die negatief aan de situatie daar bijdragen, dan is het natuurlijk ontzettend belangrijk dat er in ieder gesprek van Nederland of van de Europese Unie met deze partij alles aan wordt gedaan om te zorgen dat dit onderwerp op tafel komt en besproken wordt.
De voorzitter:
Dan heeft u nog een interruptie van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb met plezier geluisterd naar het betoog van de heer Bamenga. Ik denk dat wij overlap hebben ten aanzien van het promoten van vrijhandel. Vroeger was dat een wat meer conservatief standpunt, maar het is goed om te zien dat het ook naar de progressief-liberale kant is doorgesijpeld.
Mijn vraag gaat over de fragmentatie van de economie, iets waar de heer Bamenga het ook over had. Ik bedoel dan dus die constante dreiging van tarieven en het inzetten van handel als een wapen. De heer Bamenga zei in zijn betoog dat die tarieven slecht voor de handel en slecht voor onze economie zijn. Maar vervolgens zei hij in datzelfde betoog: we moeten zo hard mogelijk terug kunnen slaan en we moeten zo hard mogelijke tegenmaatregelen kunnen treffen. Erkent de heer Bamenga dat dat voor onszelf ook economische gevolgen heeft? En hoe kijkt D66 eigenlijk precies naar dat internationale speelveld met aan de ene kant een handelsoorlog en aan de andere kant het met die tegenmaatregelen toebrengen van self-inflicted wounds?
De voorzitter:
Voordat ik de heer Bamenga het woord geef, zeg ik toch maar: als het kan, graag de interrupties en de antwoorden iets korter.
De heer Bamenga (D66):
Het is gewoon heel erg belangrijk dat wij betrouwbare partners zijn. Wij moeten ons natuurlijk aan ons woord houden. Wij vinden het verder belangrijk dat wij op een waardengedreven manier handel drijven. We moeten dus betrouwbaar zijn en dat op een waardengedreven manier doen. We moeten elders bijdragen aan de klimaatdoelen en de mensenrechten, maar we moeten ook bijdragen aan meer welvaart, voor ons maar ook voor de mensen daar. Dat moet op een gelijkwaardige manier gebeuren, maar het kan natuurlijk zijn dat die partners soms zelf niet betrouwbaar zijn. We hebben dat allemaal gezien met de Verenigde Staten en daar moeten we dus wel een goede reactie op kunnen geven. Dat moet snel gebeuren. Dat moet eenduidig, eensgezind en daadkrachtig gebeuren, maar ook op een geloofwaardige manier, want alleen dan heeft het impact.
De heer Hoogeveen (JA21):
Als je bij internationale handel en internationale betrekkingen te snel reageert, kom je echter wel in een soort neerwaartse spiraal van escalatie terecht. Ik hoorde D66 toen de Trumptarieven op tafel kwamen al heel snel roepen om het antidwanginstrument en harde tegenmaatregelen, terwijl het misschien wel verstandig is om het, in een goed Engels woord, met "restraint" te doen. Ik zou daarom D66 dus toch willen vragen om niet te snel over te gaan tot harde retoriek en harde maatregelen. Het antidwanginstrument is echt een vrij zwaar instrument.
De heer Bamenga (D66):
Ik denk dat je die instrumenten vooral moet gebruiken om je doel te bereiken. Wat ons betreft is het natuurlijk belangrijk dat de relaties met je partners goed zijn, maar die partners moeten zich wel bewust zijn van het feit dat jij bepaalde sancties, of hoe je het ook maar wilt noemen, achter de hand hebt. De dreiging dat je die in kunt zetten, werkt volgens mij. Wij geloven daarin en ook dat het preventief werkt. Daardoor zullen zij zich zoals dat hoort aan de regels houden. Daar geloven we dus in. Ik ben het er verder zeker mee eens dat je niet een soort escalatie moet creëren, maar dat heb ik volgens mij ook in mijn bijdrage aangeven. Dus wij volgen hierin volgens mij dezelfde lijn.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Twee jaar schuilen achter de dijken heeft onze internationale positie geen goed gedaan. Onze veiligheid, onze economie, een leefbare toekomst: onze belangen zijn gediend met samenwerking en verbinding. En handelspolitiek is daar een integraal onderdeel van, zeker nu handel ingezet wordt als geopolitiek wapen. Maar dat vraagt dan wel om een heldere koers op basis van die belangen.
Ik maak mij daarom zorgen over hoe nu in "no tempo" wetgeving waar decennia voor is gestreden, wordt afgezwakt. Ik denk dan aan CSDDD, want de antiwegkijkwet bood een basis voor Europese bedrijven om hun ketens te vrijwaren van uitbuiting. Het is een basis om te zorgen dat handel daadwerkelijk bijdraagt aan het voorkomen van de klimaatcrisis en meer welzijn. Dat is kortzichtig. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook welke ruimte er is voor Nederland om stappen te zetten om ervoor te zorgen dat uitbuiting zoals kinderarbeid niet in handelsketens zit en om ervoor te zorgen dat Nederlandse bedrijven wel klimaatplannen hebben in lijn met het 1,5 gradendoel. Klopt het dat de CSDDD daar wel ruimte voor biedt aan lidstaten?
Ik las in de inzet van de staatssecretaris voor de WTO dat Nederland staat voor een pragmatische benadering rond de integratie van milieu- en duurzaamheidsaspecten in de WTO-agenda. Ik vroeg me af wat daarmee bedoeld wordt. Wat is de betekenis van het woord "pragmatisch" in deze zin? Ik lees ook dat er een inzet is op fossielebrandstofsubsidies en plasticvervuiling. Waar zet de staatssecretaris dan concreet op in? Als er namelijk iets geopolitiek relevanter is dan ooit, dan is het de overstap naar duurzame energie van eigen bodem.
Als handelsland is Nederland gebaat bij een internationaal systeem van regels en daar biedt de WTO een platform voor. Maar ondertussen ligt er een akkoord met de VS op de plank dat eigenlijk tegen al die basisregels van de WTO ingaat. Hoe rijmt het kabinet hun inzet voor de WTO met een eventuele instemming met deze slechte handelsdeal?
Dan over die handelsdeal. In de huidige politieke context, die wordt gekenmerkt door snel wisselende verklaringen van een compleet losgeslagen president in Amerika, is het noodzakelijk strategisch te werk te gaan. Dit is geen moment om gewoon door te gaan met business as usual. Het is dus goed dat het Europees Parlement de behandeling van de deal met de VS heeft bevroren. De in Davos aangekondigde kaderovereenkomst die er zou zijn over Groenland hebben we niet op papier. In het vorige debat zei het kabinet: wat we nu weten, is dat er op hoofdlijnen een raamwerk is. Is het kabinet het met mij eens dat dit te weinig is om te beoordelen of de handelsbesprekingen tussen de EU en de VS kunnen worden hervat? Het afsluiten van dit akkoord zou namelijk ook betekenen dat Europa buigt voor de pestkoppenpolitiek van Trump. We zetten onze groene ambities in de uitverkoop en beloven gigantische, onvoorstelbare hoeveelheden fossiele brandstoffen te kopen, zoals lng en olie. Het gaat om 250 miljard. En dat terwijl we juist met man en macht moeten proberen om van die fossiele brandstoffen af te stappen en daadwerkelijk geopolitiek onafhankelijk te worden.
Voorzitter. Het handelsbeleid is vol in beweging. Dat is belangrijk, zeker in dit tijdsgewricht. Maar onderliggende waarden als gelijkwaardigheid en mensenrechten zouden niet in beweging moeten zijn. Ik wil het daarom nogmaals hebben over het onderhandelingsmandaat met de Emiraten. Er staan mooie woorden in over mensenrechten, maar die zijn alleen wat waard als het kabinet ook daadwerkelijk bereid is om eerlijk het gesprek te voeren over wat er beter moet. In het vorige debat met de staatssecretaris gaf zij aan dat dat mandaat nou eenmaal is vastgesteld en dat we wel verder zien als het akkoord er ligt. Maar ik wil de staatssecretaris echt op het hart drukken om het mandaat te gebruiken om aan de hand van mensenrechten, zoals die daar ook in staan, het gesprek te voeren over de rol van de Emiraten in de genocide in Sudan. Anders zijn de woorden in het onderhandelingsmandaat lege woorden. Lege woorden verzwakken ons. Dit gaat wat mij betreft ook over de verhouding tussen kabinet en Kamer. Ja, wij keuren een mandaat goed, maar dat betekent niet dat er niets meer bespreekbaar is tijdens de onderhandelingen, want anders loopt handelspolitiek altijd achter de feiten aan.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Hoogeveen voor u.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoorde collega Kröger vooral klagen dat de CSRD en CSDDD worden gedereguleerd of in ieder geval worden afgezwakt. Bedrijven hebben steen en been geklaagd, het investeringsklimaat staat nu op de agenda en er werd een enorme bureaucratie opgetuigd om bedrijven compliant te laten zijn. Begrijpt collega Kröger ook dat in deze geopolitieke tijden, waarin we echt moeten vechten voor ons investeringsklimaat, die deregulering ook vanuit Europa op gang is gebracht? Ik denk dat het antwoord "nee" is, dus dan is mijn vervolgvraag meteen: waarom niet?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Het domste wat je nu kunt doen, is in een noodtempo dingen afbreken waar heel lang aan gewerkt is en waar ook echt een rationale achter zit. Handel is namelijk een onderdeel van verbinding in een wereldorde. Dat creëert dus ook veel meer stabiliteit. Om handel op een gelijkwaardige manier te laten verlopen, is het van groot belang dat bedrijven zich niet schuldig maken aan uitbuiting en kinderarbeid en dat ze geen zaken in hun keten hebben die de situatie in de landen waarmee we een gelijkwaardige relatie proberen te hebben, verslechtert. Wat mij betreft was CSDDD een langverwachte, zeer noodzakelijke stap om iets wat eigenlijk echt ongelofelijk mis zit, beter te krijgen. Als je in de keten kijkt naar wat er misgaat, dan zie je dat dat echt een gelijkwaardige relatie verzwakt. Ik denk ook dat de manier waarop CSDDD, maar ook andere verordeningen, nu onder het mom van versimpeling vrij halsoverkop worden afge… Ik zoek eigenlijk naar een ander woord dan "afgezwakt", want dat vind ik nog vriendelijk klinken. Ik maak me daar echt grote zorgen over. Ik denk dat we onszelf uiteindelijk ook echt ongelofelijk in de voet schieten. Ik denk dat het dus van belang is om als Nederland, maar ook samen met andere koplopers, te kijken naar waar je toch kan zeggen: hier gaan we zorgen dat onze handelsketens gevrijwaard zijn van uitbuiting.
De voorzitter:
De heer Hoogeveen voor zijn laatste interruptie.
De heer Hoogeveen (JA21):
Wij begrijpen in theorie de rationale achter de CSDDD wel, maar het feit dat je bedrijven gaat opzadelen met klimaatrapportages, het opstellen van klimaatplannen, due diligence … Dat is een businesscase voor grote accountantskantoren, grote advisory firms. Begrijpt u ook de rationale achter de afzwakking van deze wetgeving, namelijk dat er steen en been werd geklaagd vanuit bedrijven en handelspartners: "we move on" als jullie dit gaan invoeren? Dan gaan ze naar een andere handelspartner, weg uit ons investeringsklimaat en keren ze ons de rug toe. Zo duw je je handelspartners juist steeds meer van je af. Begrijpt mevrouw Kröger ook dat in deze geopolitieke tijden juist die afzwakking heel erg logisch is?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
In de eerste plaats is het narratief, het frame van regeldruk op CSDDD geplakt, terwijl dat meer lag bij CSRD. Het is dus heel interessant hoe een aantal slimme lobbyisten met een groot belang met het argument van de regeldruk hun pijlen hebben gericht op CSDDD, waar heel veel belangrijke dingen in zitten. Een klimaatplan opstellen wordt benoemd als een bedreiging of iets vervelends voor een bedrijf. Ik denk dat de investeringstermijnen van bedrijven verder kijken; die kijken voorbij 2040. Als je nog enige relevantie wil hebben als Europees bedrijf handelend in een context van klimaatneutraliteit en als je wil concurreren met China, dan zal je een klimaatplan moeten hebben. Dat is dus ook helemaal niet iets waarmee we bedrijven op achterstand zetten. Het is alleen iets waarmee je zegt: wij willen zorgen dat we een economie en industrie hebben die toekomstbestendig zijn. Daarvoor vraag je bedrijven om een plan te maken voor hoe ze in de economie van de toekomst passen. Dat is uitermate verstandig. Het heel kortzichtig, onder het mom van … Kijk, niemand is tegen simplificatie. Daar kan je nooit tegen zijn. Alleen, dat is echt iets anders dan de sloop en de deregulering die nu plaatsvinden. Ik denk dat dat echt uitermate onverstandig is. Ik denk dat stevige fossiele belangen gewonnen hebben en dat we daar als Nederland en Europa veel spijt van gaan krijgen.
De voorzitter:
De heer Bamenga. En nogmaals, zowel de interrupties als de antwoorden mogen echt korter.
De heer Bamenga (D66):
Ik hoorde zojuist mevrouw Kröger aangeven dat het noodzakelijk is om strategisch te werk te gaan, ook in het kader van de geopolitieke situatie. Er kwam volgens mij juist vanuit mevrouw Kröger een mooi voorbeeld om te kijken wat wij intern hier in Nederland kunnen doen om dat nog extra te verstevigen. Mijn vraag was eigenlijk: als handel inderdaad onderdeel is van verbinding maken — dat geeft mevrouw Kröger aan — hoe kijkt zij dan aan tegen al de handelsverdragen, al de mogelijkheden die er nu ook zijn met India, Indonesië en Mexico? Ziet zij dat inderdaad ook echt als kans, of meer als risico of gevaar?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik zou zeggen dat er veel afhangt van hoe de minderheidscoalitie zich de komende tijd gaat opstellen. Zoals ik in het begin al zei, denk ik dat het in deze tijd, waarin handel als geopolitiek wapen wordt ingezet, nodig is om ervoor te zorgen dat handel bijdraagt aan een stabiele wereldorde en aan brede welvaart. Ik denk dat het echt nodig is om die belangen heel helder koersvast te hebben. Ik denk dat het daarom ook belangrijk is om te kijken hoe dat in die verdragen met India of Indonesië goed geborgd is. Mag ik nog één ding zeggen?
De voorzitter:
Heel kort.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Oké. Er is een heel goed rapport van de WRR over demografisch dividend, waarin ze juist ook India en Indonesië noemen als de gebieden waar we ons echt qua handel goed op moeten gaan richten. Dat vind ik een waardevol advies.
De voorzitter:
De heer Van der Burg.
De heer Van der Burg (VVD):
Voorzitter, ik ga het kort houden. Behalve dat ik zelf totaal niet fris en fruitig ben, heb ik buitengewoon genoten van de bijdrage van de heer Hoogeveen. Ik zou het niet zo erudiet kunnen zeggen, maar heel veel van wat hij gezegd heeft, zou ik ook gezegd kunnen hebben, zij het dan wat platter en wat minder mooi vormgegeven. Dat zijn twee redenen waarom ik het kort houd, voorzitter.
Dan de derde reden. We hebben het hier formeel natuurlijk over de informele Raad. We maken wel vergezichten, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat we hier over pak hem beet tweeënhalve week een nieuw kabinet hebben zitten, dus dat we daarin ook onze beperkingen moeten zien. In dat kader zou dit ook weleens het laatste debat kunnen zijn met de staatssecretaris in deze rol. Ik wil haar daarom in ieder geval hartelijk danken voor het feit dat zij zich de afgelopen maanden als het gaat om de Nederlandse belangen in het buitenland buitengewoon goed heeft ingezet. Ik kon geen social media openen of ik zag alweer een foto waarop ze ergens in een land bezig was de Nederlandse handelsbelangen te dienen. Dat waardeer ik buitengewoon zeer.
Voorzitter. Mevrouw Teunissen had natuurlijk gelijk. Een nipte meerderheid is ook een meerderheid. De Tweede Kamer heeft met een nipte meerderheid het Mercosur-verdrag positief beoordeeld. Dat betekent dat ik er dus, met mevrouw Teunissen, van uitga dat de staatssecretaris zich ook die nipte meerderheid in de Tweede Kamer gelegen laat liggen en dus volop zal blijven inzetten op het uitvoeren van de wens van de Kamer in dezen. Daar wil ik graag nog wel een reflectie op van de staatssecretaris.
Twee. Het is buitengewoon goed dat wij de moeder aller deals hebben gesloten; zo wordt het verkondigd. Daar hoor ik graag een reflectie op van de staatssecretaris. Ik zag zelf namelijk nog wel wat verbeterpunten daarin. Maar het is wel goed dat deze stap is gezet. Ik sluit me ook aan bij de woorden van de heer Hoogeveen dat we verder moeten kijken hoe we nog meer handelsverdragen in gang kunnen zetten, al zie ik dus vooral ook de beperking dat er over tweeënhalve week een ander kabinet is. We weten niet welke rol er dan gespeeld wordt door de staatssecretaris dan wel met wie we dan te maken hebben.
Voor nu laat ik het hier even bij, voorzitter. Het zweet breekt me namelijk nu alweer uit als ik aan het woord ben en dat komt echt niet doordat ik doodsbang ben voor mevrouw Kröger.
De voorzitter:
Dank, meneer Van der Burg. Ik moet zeggen: u ziet er fris en fruitig uit, zoals altijd, en u bent zo scherp als een mes. Van dichtbij kan ik het niet beoordelen. Daarvoor zit ik te ver weg. U heeft toch nog wel een interruptie van mevrouw Kröger. Dat is ook de laatste.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb eigenlijk dezelfde vraag die ik ook aan D66 heb gesteld. We hebben een onderhandelingsmandaat vastgesteld, ook als Kamer, voor de onderhandeling met de Emiraten. Daarin zijn mensenrechten echt benoemd als onderdeel. Is de heer Van der Burg het met mij eens dat onze staatssecretaris er toch op in moet zetten dat wij als Europa gedurende die onderhandelingen de situatie in Sudan en de rol van de Emiraten daarin bespreekbaar maken?
De heer Van der Burg (VVD):
Als er één ding is waar mevrouw Kröger en ik elkaar in kunnen vinden als het gaat om het nieuwe coalitieakkoord dat er nu ligt, dan is dat dat er in het nieuwe coalitieakkoord op het gebied van mensenrechten en het internationale recht goede stappen zijn gezet. Ik herken me daar buitengewoon in. Ik ga ervan uit dat het huidige kabinet op dit punt niet wacht om daar vorm aan te geven tot het nieuwe kabinet er is. Dus ik ga hierin gewoon mee met mevrouw Kröger.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik durfde het bijna niet, moet ik eerlijk zeggen, na dit betoog van meneer Van der Burg, maar ik ga toch even een korte vraag stellen. U mag kort antwoorden. Dat helpt misschien. Mijn vraag is: kent u ook het rapport van de Europese Rekenkamer, dat volgens mij afgelopen maandag werd gepubliceerd, waarin onder andere aan wordt gegeven dat de nieuwe handelsverdragen die we afsluiten eigenlijk nog maar weinig leiden tot nieuwe import van kritieke grondstoffen? Is de heer Van der Burg het met mij eens dat we daar echt goed naar moeten kijken als Nederland, omdat toch wel een groot voordeel van de handelsverdragen is dat we minder afhankelijk worden van die kritieke grondstoffen?
De heer Van der Burg (VVD):
Wij zullen daar volop op moeten inzetten. Dat betekent ook dat we relaties moeten aangaan met landen die geen onderdeel zijn van de Europese Unie. Ik denk niet alleen aan Noorwegen, maar bijvoorbeeld ook aan Canada. Daarnaast moeten we kijken in hoeverre wij toch ook keuzes moeten maken ten aanzien van de kritieke grondstoffen die we als Europa soms wel in eigen bodem hebben, maar nog niet uit de grond willen halen. Ik ben het namelijk geheel met mevrouw Van Ark eens dat we ervoor zullen moeten zorgen dat we op het gebied van de kritieke grondstoffen veel onafhankelijker worden dan we nu al zijn. Dat is in den brede. Dat varieert van lng tot mineralen, maar denk ook aan alle grondstoffen die noodzakelijk zijn voor bijvoorbeeld onze gezondheidszorg.
De voorzitter:
Dank u wel. De staatssecretaris heeft aangegeven twintig minuten schorsing nodig te hebben, dus dat gaan we dan maar doen. Dan zijn we hier om 14.35 uur weer terug, tenzij er natuurlijke plenaire stemmingen zijn. Die kans is vrij … Die zijn om 14.45 uur, hoor ik. O. Dan stel ik voor dat we na de stemmingen doorgaan, anders blijven we heen en weer lopen. Oké, perfect. Tot zo!
De voorzitter:
We zijn weer terug. Ik wil even het volgende ordevoorstel doen. Ik kan maximaal tot 17.00 uur voorzitten. Dat is echt een harde deadline. Kan de staatssecretaris trouwens ook tot die tijd aanwezig zijn?
Staatssecretaris De Vries:
Ja, hoor. Dat moet lukken!
De voorzitter:
Dan wil ik voorstellen dat we de tweede termijn laten vervallen. De staatssecretaris kan nu ingaan op de vragen die gesteld zijn. Ik wil voorstellen dat u allen drie korte interrupties krijgt. Dan moeten we het kunnen halen. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris De Vries:
Dank u wel, voorzitter. Om tijd te besparen zal ik de inleidende woorden achterwege laten. Ik wil u in elk geval, als dit het laatste debat is dat wij gezamenlijk voeren, bedanken voor de goede discussies die wij gehad hebben. We waren het misschien niet altijd overal over eens, maar ik denk dat het ook goed is dat het af en toe een beetje wringt en botst. Uiteindelijk komen we er dan ook wel weer op een goede manier uit.
Voorzitter. Ik heb een aantal blokjes, namelijk: handelsakkoorden, de Verenigde Staten, WTO en overig. Het blokje overig is best groot, omdat er veel verschillende onderwerpen zijn aangekaart.
Ik begin met het blokje handelsakkoorden. Allereerst de vraag van mevrouw Van Ark over de besluitvorming. Zij vraagt: gaat de besluitvorming niet allemaal veel te traag en is die wel slagvaardig genoeg? Ik kan me er wel een beetje in herkennen dat het heel lang duurt voordat we handelsverdragen afsluiten. Bij Mercosur duurde het bijvoorbeeld 25 jaar. Dat zou sneller kunnen. Ik weet niet of dat nou specifiek aan de besluitvormingsprocessen binnen de Europese Unie ligt, maar ik merk wel dat de Commissie een soort versnelling nastreeft. Dat is ook waar wij de hele tijd op aandringen. Tijdens de komende informele Raad zal ik er bij de Europese Commissie op aandringen dat we tempo maken met het afsluiten van de akkoorden. Ik hoef niet te herhalen wat de redenen daarvoor zijn. Ik denk dat het belangrijk is dat wij kijken naar andere markten en dat wij daar ook goede afspraken mee maken.
Verschillende partijen, onder andere JA21, D66 en de VVD, hebben gevraagd naar de voorlopige invoering van het Mercosur-akkoord. Begin januari is er in de Raad al door een gekwalificeerde meerderheid ingestemd met het verdrag. Hetzelfde geldt voor de voorlopige toepassing van het EU-Mercosur-akkoord. Dat gebeurde tegelijk met die instemming. Er komt dus geen nieuw formeel beslismoment in de Raad over de voorlopige toepassing. Wij steunen als kabinet ook dat die voorlopige toepassing gedaan wordt, omdat wij het heel belangrijk vinden dat wij echt stappen zetten en dat wij daar voortgang op boeken. Ik moet wel zeggen dat een van de Mercosur-landen dat natuurlijk moet gaan doen. Dat zal nog wel enige tijd vergen. Daarna hoop ik dat we snel aan de slag kunnen met de implementatie van het verdrag.
Dan een vraag van mevrouw Teunissen. Komt zij nog terug, of weten we dat niet? Ik ga de vraag gewoon beantwoorden. Die vraag gaat over het rebalancing mechanism in Mercosur. Dat is een discussie die we natuurlijk ook eerder met elkaar hebben gevoerd. Ik vind het belangrijk om uit te leggen wat dat rebalancing mechanisme nu eigenlijk doet. Het is niet zo dat door dat mechanisme, als de handelsvoordelen vervallen, de regelgeving in Europa aangepast kan worden. Het is wel zo dat andere partijen, bijvoorbeeld in de Mercosur-landen, dan zouden kunnen vinden dat ze moeten gaan praten over heffingen vanuit hun kant op Europese producten. Maar het is dus niet zo dat zij een aanpassing van de regelgeving in Europa kunnen beïnvloeden.
Dan vroeg de heer Hoogeveen van JA21 hoe er nu binnen de Raad en de Commissie gedacht wordt over rode en groene eisen in de handelsakkoorden. Ik denk dat er binnen de lidstaten, en ook binnen de Europese Commissie en de Raad, hele brede steun is om daar wel afspraken over te maken. Je merkt wel dat het binnen de onderhandelingen over handelsakkoorden altijd een punt van discussie is in hoeverre je die afspraken vastlegt en of er bijvoorbeeld een geschillencommissie of een geschilmechanisme komt. Dat kan dus per land verschillen, maar de inzet is altijd om daar wel afspraken over te maken. Dat komt ook altijd wel terug in het mandaat. De ene afspraak wordt wat concreter, verregaander en misschien ook wat meer op papier gezet. Ik zie bij alle handelsakkoorden wel terug dat daar afspraken over gemaakt worden, of dat nu bij Mercosur of bij India is. Je kan zeggen dat daar kleurverschillen in zitten, maar dat is hoe je uiteindelijk ook tot overeenstemming moet komen. Het is soms een beetje geven en nemen.
De heer Bamenga van D66 vroeg waarom het niet is gelukt om de doelstellingen van Parijs steviger in het verdrag met India te verankeren. We moeten daar ook helder over zijn. Tijdens de onderhandelingen met India bleek dat zij terughoudend waren in het maken van duurzaamheidsafspraken. Het is desondanks gelukt om daar een hoofdstuk over op te nemen. Ik denk dat dat winst is. Het is ook voor het eerst dat India dat heeft gedaan. Die afspraken zijn bindende verplichtingen. Toch gaat dit akkoord op het punt van handhaving minder ver dan andere EU-akkoorden, maar dat is wat er uiteindelijk is uitonderhandeld. Het is natuurlijk wel een hele belangrijke en grote markt voor de handel en voor onze bedrijven. Ik denk dat het uiteindelijk goed is dat we daar afspraken mee maken en dus ook handelsverdragen mee afsluiten.
De heer Bamenga had ook een vraag over de mensenrechten en de essentiële elementen. Als iets is aangeduid als een essentieel element van het verdrag, betekent dat dat een schending van die verplichting kan leiden tot een gedeeltelijke of volledige opschorting van dat verdrag. In het EU-India-akkoord zijn mensenrechten opgenomen als essentieel element, en schending daarvan zou dus kunnen leiden tot het intrekken van bijvoorbeeld bepaalde tariefpreferenties. Er zit geen geschillenbeslechtingsmechanisme in, maar de tegenpartij kan wel zeggen dat ze voordelen zullen intrekken of dat ze weer hogere tarieven gaan vragen.
Mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren vroeg hoe we kunnen inzetten op nieuwe partnerschappen waarin ook mensenrechten en het klimaat geborgd worden. Ik denk dat de inzet van de Europese Commissie en van dit kabinet — ik hoop eigenlijk ook van het komende kabinet — is om heel veel handelsverdragen af te sluiten, met heel veel partnerschappen aan de slag te gaan en om daarin ook snel tempo te maken. Daar zullen mensenrechten en klimaat natuurlijk ook een rol in spelen.
De heer Hoogeveen van JA21 stelde een vraag over Maleisië, de Emiraten en het verdrag met Indonesië. Ik hoop echt op een versnelling van de afronding van die handelsakkoorden. Daar ga ik Commissaris Sefcovic ook graag aan herinneren tijdens de informele Raad. Wat ons betreft is het zaak om daar vaart in te houden. Dat geldt zeker voor de onderhandelingen met Maleisië, ook al bevinden die zich nog in de beginfase. De juridische controlevertaling van het Indonesië-akkoord moet wat ons betreft ook snel worden afgerond, en ik hoop dat we er daarna ook snel een besluit over kunnen nemen. De onderhandelingen met de Emiraten zijn redelijk vlot begonnen, maar het is nog wel de vraag of dat akkoord voor de zomer van 2026 afgerond kan worden.
Dan kom ik ook bij de vraag van mevrouw Kröger over het verdrag met de Emiraten. We hebben daar natuurlijk al veel vaker met elkaar de discussie over gevoerd. Ik vind het belangrijk dat we er vertrouwen in hebben dat de Europese Commissie het met het mandaat dat we hebben gegeven — daarin spelen mensenrechten et cetera een rol — op een goede manier doet. We hebben ook al aangegeven dat wij in de bilaterale overleggen die we met de VAE hebben, dit soort zaken, en ook het internationaal recht, natuurlijk altijd aan de orde zullen stellen.
Dat was het blokje handelsakkoorden, voorzitter.
De voorzitter:
Dat roept interrupties op. Eerst de heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel voor de antwoorden. Wat ons betreft is het inderdaad belangrijk dat we tempo maken. Ik heb een vraag over het Sustainability Impact Assessment. Dat wordt natuurlijk uitgevoerd om de mensenrechtensituatie te bekijken. Hoe zit het dan precies met dat Sustainability Impact Assessment op het moment dat er dus geen tempo wordt gemaakt en het decennia duurt? Het duurt al twintig jaar. Wordt dat assessment aan het einde bij wijze van spreken nog een keer gedaan? Naar welke mensenrechtensituatie kijkt men eigenlijk op het moment dat het zo lang duurt? Dat is eigenlijk de vraag. De aanbevelingen die gedaan worden, moeten dan wel kloppen.
Staatssecretaris De Vries:
Ja, dat wordt vaak aan het begin van het proces gedaan. Ik ben het met u eens dat die processen soms heel lang kunnen duren. Het is niet zo dat die aan het eind van het proces nog een keertje gedaan worden, maar de Tweede Kamer een beetje kennende, denk ik dat die altijd wel de vinger op de zere plek legt als er zaken zijn die geadresseerd moeten worden op het moment dat het handelsakkoord tot stand is gekomen. Maar dat vindt dus niet op het einde nog een keertje plaats.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik kom toch nog even terug op Sudan. Wat de staatssecretaris eigenlijk zegt, is: we stellen in de Kamer een mandaat vast en daarna heb ik er vertrouwen in dat de Europese Commissie goed omgaat met het onderwerp mensenrechten. Dat suggereert dat er in dat hele proces van dat onderhandelen eigenlijk geen mogelijkheid meer is om nadere invulling of inkleuring te geven aan dat mandaat. Het onderwerp mensenrechten kan op een heleboel dingen slaan in relatie tot de Emiraten, maar dit gaat toch wel over iets heel specifieks, namelijk de invloed die zij hebben op het conflict in Sudan. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: vindt zij nou dat wij zo'n mandaat geen verdere invulling of inkleuring kunnen geven als Nederland?
Staatssecretaris De Vries:
Het is natuurlijk wel moeilijk om tussentijds aan een mandaat te komen. Het is ook niet zo dat dit mandaat heel lang geleden afgegeven is. Dat is medio vorig jaar gedaan. Ik kijk even naar de ondersteuning aan mijn rechterkant om te zien of dat klopt. Het is medio vorig jaar gedaan. In het onderhandelingsmandaat zitten ook mensenrechten. Ik moet er dan ook van uit kunnen gaan dat de Europese Commissie dat op een goede manier doet. Ik snap best wel dat er verschillen zijn in hoe je tegen zo'n verdrag aankijkt. Mevrouw Kröger en ik hebben natuurlijk hele uitgebreide discussies gehad. Een aantal partijen, waaronder die van mevrouw Kröger, zouden liever willen dat de onderhandelingen gestopt worden, volgens mij. Ik denk dat dat geen goede zaak is, omdat we de relatie in de breedte moeten hebben om landen überhaupt te kunnen aanspreken op dit soort zaken. Dat doet het kabinet ook altijd. Dat heb ik ook al een aantal keren gezegd. Dat gebeurt vaak achter de schermen in de diplomatieke contacten die we hebben. Het helpt dan wel dat je op andere lijnen die gesprekken nog wel met elkaar hebt. Ik heb er vertrouwen in dat de Europese Commissie dat op basis van het mandaat op een goede manier doet. Ik vind het ook wel raar om daar dan de hele tijd achteraan te lopen, zo van: komt dat wel goed, komt dat wel goed? Dat toont eigenlijk aan dat je geen vertrouwen hebt in de Europese Commissie. Als ik zie welke afspraken er worden gemaakt in de handelsakkoorden die zijn gesloten, heb ik dat wel.
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark. O nee, excuses, er is nog een interruptie van mevrouw Kroger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Het is niet Kroger, maar Kröger. Niemand zegt dat dat mandaat moet worden opengebroken. Deze vraag gaat ook niet over het opschorten van de onderhandelingen. Deze vraag gaat expliciet over of er binnen het mandaat ruimte is om mensenrechten te adresseren en om dat specifiek in te kleuren met de relatie tussen de Emiraten en Sudan. De manier waarop de staatssecretaris reageert, is bijna alsof je als Kamer of kabinet in dat hele onderhandelingsproces — en dat kan soms lang duren — nooit meer inkleuring kan geven aan zo'n mandaat. Dat vind ik eigenlijk wel problematisch. Dat maakt onze rol als Kamer ook wel ingewikkeld, want dan geef je één keer een mandaat en dan is het daarna: oké, aan het eind is er een uitkomst. Het is toch heel logisch dat er op basis van nieuwe ontwikkelingen — die zijn er op dit onderwerp, ten aanzien van de Emiraten en Sudan — inkleuring gegeven kan worden aan een mandaat? Ik vraag dus nogmaals aan de staatssecretaris op welke manieren de Kamer of de Nederlandse inzet volgens haar het begrip "mensenrechten" kan operationaliseren.
Staatssecretaris De Vries:
Deze discussie hebben we op zich al veel vaker gehad. Misschien dat daar ook mijn type antwoord een beetje door gekleurd wordt. Ik denk dat we deze al drie of vier keer hebben gehad, maar dat geeft op zich niks. Ik ben altijd bereid om daar vragen over te beantwoorden. Het is niet zo dat het nooit kan. Dat zeg ik niet. Er is met een motie — ik weet niet eens meer of die aangenomen is — gevraagd: wilt u dat nu doen? Dat mandaat is net vorig jaar verstrekt en er zijn nu niet heel nieuwe ontwikkelingen of dingen die toen niet bekend waren en die afwijkend van het mandaat zouden zijn waardoor ik zeg: nou, dan moet ik daar nu heel expliciet over gaan praten met de Commissie op dit moment, dat die dat nog een keertje doet. Dat is wel wat het is wat mij betreft. Ik denk dat het heel belangrijk is — daarover verschillen wij volgens mij van mening — dat we de handelsrelatie met de VAE openhouden, omdat die een belangrijke handelspartner kunnen zijn en het ook een mogelijkheid biedt om met elkaar in gesprek te zijn, aan tafel te zitten en discussies over andere onderwerpen met elkaar te hebben. Ik denk dat dat heel belangrijk is.
Mevrouw Van Ark (CDA):
In mijn inbreng heb ik aangegeven dat de Europese Rekenkamer constateert dat op dit moment eigenlijk de handelsverdragen nog weinig leiden tot extra import van kritieke grondstoffen. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris daarnaar kijkt, en dan niet alleen naar de kritieke grondstoffen, zoals lithium, maar ook naar bijvoorbeeld medicijnen. Wij zijn op dit moment voor 95% afhankelijk van landen als India en China, wat ook met de nodige vervuiling gepaard gaat. Ik denk dat het heel belangrijk is, los van het milieuaspect, dat we echt kijken hoe we autonomer kunnen worden op dat gebied. Hoe kunnen de handelsverdragen volgens de staatssecretaris daaraan bijdragen? Hoe kunnen we daarop inzetten?
Staatssecretaris De Vries:
Die zat eigenlijk in het blokje overig, maar ik kan 'm hier ook wel beantwoorden. Ik denk dat het kabinet zeker de urgentie onderkent. Volgens mij is dat de aanleiding voor de vraag over de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen. Daar moeten we echt voortvarend mee aan de slag. Ik denk dat we erop moeten blijven drukken dat dat sneller gaat dan nu gebeurt. We hebben natuurlijk de Nationale Grondstoffenstrategie. Wij werken ook aan het voorstel RESourceEU, waarin bijvoorbeeld ook naar recycling wordt gekeken. Ik denk dat handelsverdragen zeker een mogelijkheid bieden om afspraken daarover te maken, als een soort startpunt voor vervolgdiscussies met de landen waar het over gaat. Die grotere afhankelijkheid van een beperkt aantal landen lijkt mij cruciaal. Er moet ook oog zijn voor recycling. Daar moeten we ook zeker naar kijken. Daar wordt aan gewerkt door het kabinet en ook door de Europese Commissie. Ik denk dus dat wij op één lijn zitten wat dat betreft. Het is wel zaak dat we er alert op blijven dat die voortgang blijft bestaan, want het zijn vaak taaie processen. Ik vind het ook goed dat we, als we afspraken maken in handelsverdragen, snel een follow-up doen om te bekijken of we de elementen met betrekking tot kritieke grondstoffen die daarin zitten, verder kunnen uitwerken en concretiseren.
De voorzitter:
Dan was er nog een interruptie van de heer Hoogeveen. O, niet meer. Dan vervolgt de staatssecretaris haar betoog.
Staatssecretaris De Vries:
Dan ga ik over naar het blokje Verenigde Staten. Voordat ik begin met het beantwoorden van de concrete vragen, vind ik het wel belangrijk om te benadrukken dat de Verenigde Staten voor ons nog steeds een belangrijke partner zijn. Ik snap alle zorgen die er zijn, die ook uitgesproken zijn. We hebben natuurlijk een heleboel ontwikkelingen gezien in de afgelopen periode, maar zeker als het gaat om veiligheid en ook om handel blijven de Verenigde Staten natuurlijk een belangrijke partner. Wij willen handelsoorlogen graag voorkomen. Dat is een belangrijk uitgangspunt voor ons. Ik denk dat uiteindelijk niemand er baat bij heeft als er handelsoorlogen zijn.
De heer Bamenga vroeg in dat licht of er mechanismen moeten worden ingebouwd, met name zodat de Verenigde Staten zich wel aan de afspraken houden. De zorgen over mogelijk nieuwe handelsmaatregelen deel ik natuurlijk. Dat hebben we ook gewoon gezien. Ik vind het wel belangrijk dat wij de afspraken die zijn gemaakt met de VS, nakomen. Dat is ook best wel een verwijt dat wij vanuit de Verenigde Staten horen. Zij hebben hun deel van de afspraken ingevoerd en er is nu toch wel een soort vertraging aan de Europese kant. Wil je die relatie goed houden voor de toekomst en niet gaan escaleren, dan vind ik dat je daar ook echt wel voortvarend mee aan de slag moet en stappen in moet zetten.
Er is ook gevraagd of je dan een escalatieladder moet inbouwen. Volgens mij was dat ook een vraag van de heer Bamenga. Ik ben er niet voor om nu een vaststaande escalatieladder met elkaar af te spreken, want dan wordt het een soort automatisme in de zin van dat je vaststelt wat je op een bepaald moment moet gaan doen. Wel is het belangrijk dat we een aantal instrumenten achter de hand hebben. Ik denk dat Europa die ook heeft, maar het is ook belangrijk dat we dit soort ontwikkelingen met z'n allen bij voorkeur de-escaleren, zonder dat we nu als makke schapen zonder enig instrument achter de hand in de relatie met de VS staan. Ik denk dat we instrumenten achter de hand hebben. We hebben natuurlijk eerder het pakket van de rebalancerende maatregelen gehad. Een aantal daarvan is al genoemd, zoals het antidwanginstrument. Maar het speculeren over die inzet helpt volgens mij niet bij het de-escaleren. Ik denk dat het belangrijk is dat wij onze afspraken nakomen die wij met de Verenigde Staten hebben gemaakt. Daar heb ik eerder al toe opgeroepen in de Europese Raad.
Dan de vraag van de heer Bamenga hoe we aankijken tegen versterkte opschorting en herroepingsclausules in de EU-verordening, waarmee het EU-VS-joint statement is geïmplementeerd. De kabinetsinzet is nu vooral gericht op een goede implementatie van het joint statement. Ik heb al gezegd dat ik het belangrijk vind dat we daar snel stappen in zetten. In die verordening moet natuurlijk ook de mogelijkheid zijn opgenomen van opschorting bij niet-naleving door de VS. Daar ging de specifieke vraag over. Maar ik vind wel dat we tempo moeten maken om die verordening en onze kant van de afspraken na te komen.
De heer Hoogeveen van JA21 vroeg of er nog gekeken zou moeten worden naar verbetering van de afspraken met de VS. We blijven druk houden op de Verenigde Staten, want met name de tarieven voor staal zijn natuurlijk enorm. Daar merken de bedrijven de gevolgen van, niet alleen de grote staalproducten die wij in Nederland hebben. Daarnaast hebben we de met-tech en de dranken, waar wij met de Verenigde Staten graag nadere afspraken over zouden willen maken, omdat die sectoren daar grote gevolgen van ondervinden. We zien dat er op dit moment niet heel veel bereidheid is bij de Verenigde Staten. In de media hebben we daar ook verschillende berichten over langs zien komen: "Wij willen daar wel over praten, maar dan moeten jullie ook bereid zijn om te kijken naar wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de DSA en de DMA." Daarvan heeft Europa gezegd: "Dat is niet wat wij willen. Als wij dat intrinsiek zouden willen, dan nemen wij dat besluit wel, maar niet onder dwang van een ander land." Ik denk dat dit de relatie wel bemoeilijkt. Als je verder wilt onderhandelen over dit type afspraken, dan zullen de VS altijd tegen de EU zeggen: jullie moeten de eerste stap zetten als het gaat om de afspraken in die Europese verordeningen, en die ook echt implementeren. Anders is er denk ik sowieso geen basis om daar uitgebreid met de Verenigde Staten over te spreken.
De heer Hoogeveen (JA21):
Als ik zelf contact heb met de Amerikanen, stel ik altijd de vraag: wat is het doel van die heffingen, van die tarieven? Soms zeggen ze: we gebruiken dit om te reshoren. De andere keer zeggen ze: we gebruiken het als revenues, dus om inkomsten te vergaren. En soms zeggen ze: het is een onderhandelingschip die we inzetten. Die drie bijten elkaar natuurlijk. Als je de onderhandelingen wint, heb je geen tarieven. Als je revenues wil, voer je die producten in. Als je reshoret, voer je die producten niet in en heb je geen revenues. Gewoon uit interesse: heeft de staatssecretaris weleens contact met Amerikaanse counterparts over dit specifieke punt? Wat is volgens de staatssecretaris nou precies het doel van de Amerikanen ten aanzien van bijvoorbeeld de tarieven op aluminium en staal?
Staatssecretaris De Vries:
Er zijn natuurlijk regelmatig contacten met de counterparts, ook door mij persoonlijk. Wat je het meest hoort, is dat ze de handelsbalans tussen Europa en de Verenigde Staten niet goed vinden. Daaraan gerelateerd is de reshoring, oftewel het meer van de productie naar de Verenigde Staten halen. Maar ik denk dat dat hun grootste zorg is en dat ze dit daarom zouden willen doen. Ze hebben het idee dat ze er onevenredig slecht af komen als het gaat om de handel met Europa. Misschien zullen de heffingen en de inkomsten daar ook nog een rol bij spelen, maar dit is volgens mij de oorspronkelijke gedachte erachter. Iedere persoon die je erover spreekt, zal weer een verschillend accent leggen, maar ik denk dat dit uiteindelijk de kern is waar het om draait bij de Amerikanen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Staatssecretaris De Vries:
Mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA had nog een vraag over de basisregels van de WTO. De kaderinstructie voor de Wereldhandelsorganisatie staat ook op de agenda. Volgens mij gaat mevrouw Kröger, samen met mevrouw Van Ark, dacht ik … O nee, de heer Bamenga! Sorry. De heer Bamenga en mevrouw Kröger gaan daar ook naartoe. Als Nederland vinden we het belangrijk dat de Wereldhandelsorganisatie een goede positie blijft houden. Het op regels gebaseerde internationale handelssysteem is ook van groot belang voor Nederland. Daarvoor zijn wat mij betreft wel hervormingen nodig. De overeenkomst met de Verenigde Staten is — laat ik het zo maar zeggen — toch wel een soort pragmatische aanpak geweest. We zien dat er zonder die afspraken hele hoge importheffingen op de Europese landen, en op onze bedrijven, af zouden komen. Er is dus een pragmatische aanpak gekozen, maar laat helder zijn dat wij de internationale handelsregels nog steeds hoog in het vaandel hebben en dat die wat ons betreft ook het uitgangspunt zouden moeten zijn. Maar goed, er is gekozen voor zekerheid voor het Europese bedrijfsleven in dat joint statement met de Verenigde Staten.
Dan had mevrouw Kröger nog een vraag over Groenland en het raamwerk. Alles rondom de Groenlanddeal ligt natuurlijk vooral bij de minister van Buitenlandse Zaken. Als het gaat om de handelspolitiek, zouden wij er vooral op in willen zetten dat we die niet met elkaar vermengen. Dat is natuurlijk wel wat de Verenigde Staten gedaan hebben. Iedereen heeft in de media kunnen volgen hoe dat gegaan is. Ik denk dat het belangrijk is dat we dat gescheiden houden. Mevrouw Kröger noemde zelf ook al dat handel als wapen wordt ingezet. Ik denk dat dat uiteindelijk geen goede zaak is, omdat er dan allerlei maatregelen worden ingezet voor oneigenlijke doelen.
Dat was het blokje VS wat mij betreft, voorzitter. Ik ga door naar de WTO. Er was ook een vraag van mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA over de inzet en de kaderinstructie voor de WTO. Ze vroeg wat de pragmatische benadering rond de integratie van milieu- en duurzaamheidaspecten eigenlijk betekent. Ik denk dat het belangrijk is dat we naar de integratie van handel en milieu en duurzaamheid kijken, maar wel vanuit de blik van een gelijk speelveld. Wij leggen ons bedrijfsleven heel veel zaken op vanuit milieu en duurzaamheid, met terechte redenen overigens, maar we vinden het belangrijk dat er ook een gelijk speelveld is met alle andere landen in de rest van de wereld, omdat onze bedrijven anders niet goed zouden kunnen concurreren. Onze insteek is om zo veel mogelijk een gelijk speelveld te creëren.
Een interruptie, voorzitter.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat antwoord snap ik deels, maar dit gaat toch juist om duurzaamheid en milieu ín de WTO-agenda. Daarmee wordt het al per definitie een gelijk speelveld, want het is dan voor de WTO en alle landen die daarbij aangesloten zijn. Dus wat is dan precies de inzet? En ik las ook over fossielebrandstofsubsidies en plasticvervuiling. Ik zoek dus gewoon even naar een wat nadere duiding van de inzet op deze onderwerpen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat was overigens uw laatste interruptie, zeg ik hier. U bent zich er bewust van; dat is goed.
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat heel veel landen erover van mening verschillen of het überhaupt wel op de tafel van de WTO thuis zou horen om te praten over duurzaamheid, milieu en klimaat. Ik denk dat wij het als Nederlanders wel belangrijk vinden, met het oog op dat gelijke speelveld. En we kijken er pragmatisch naar, omdat je daar toch met z'n allen uiteindelijk uit moet komen. Wij vinden het belangrijk dat we daar wel met elkaar de discussie over aangaan en zorgen dat onze bedrijven niet alleen in een hele nadelige positie komen; vandaar dat wij het wel graag op dit platform willen bespreken met elkaar. Maar er zijn heel veel landen die dat absoluut niet willen, dus dat wringt af en toe wel. De inzet van Nederland is wel degelijk om daar ook binnen de WTO die afspraken over te gaan maken. Of dat gaat lukken, is weer een tweede natuurlijk. En bij de brandstofsubsidies, de fossiele subsidies, en het tegengaan van plasticvervuiling gaat het er vooral om tot resultaten te komen in de lopende gesprekken rond het afbouwen van de fossielebrandstofsubsidies en plasticvervuiling. Het gaat daarbij wel vooral om informatie-uitwisseling tussen landen. Dat lijkt misschien niet zo heel ambitieus, maar dat is binnen het krachtenveld van de WTO wel het meest haalbare.
Dat was het wat mij betreft over de WTO, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan komen wij nu bij het blokje overig.
Staatssecretaris De Vries:
Ja, het blokje overig. Dat zijn best nog wat vragen.
De voorzitter:
Dat gaat alle kanten op.
Staatssecretaris De Vries:
Ja, dat kan alle kanten op. Mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA stelde een vraag over de ruimte die de CSDDD lidstaten biedt. Er ligt nu een politiek akkoord. Ik denk dat daar een aantal zaken in zitten die wij belangrijk vinden, zoals de risicogebaseerde benadering. Die is teruggebracht in de CSDDD. Ik weet niet wat het volgende kabinet daarvan vindt, maar dit kabinet is er in elk geval voorstander van om het zuiver en lastenluw te implementeren, dus zonder nationale koppen. Het klimaatplan waar mevrouw Kröger het over had, zit niet meer in de CSDDD, en het zou ook niet het idee van dit kabinet zijn om dat als extra kop op de regelgeving te gaan afspreken. Maar goed, u weet ook waar dit kabinet staat: in zijn demissionaire status. Er komt een nieuw kabinet aan, maar ik denk dat het gelijke speelveld voor onze bedrijven wel zo belangrijk is dat je gewoon niet allemaal koppen op Europese regelgeving zou moeten zetten.
Dan de heer Hoogeveen van JA21, die het CAI wil afstoffen, het Comprehensive Agreement on Investment with China. Ik denk dat het belangrijk is te noemen dat de economische relatie en handelsrelatie met China best complex zijn. We zitten natuurlijk met die veiligheidskant, en aan de andere kant is er natuurlijk ook wel een handelsrelatie. U kent de drieslag "promote, protect, partner". Ik denk wel dat die belangrijk is. We moeten niet meer naïef zijn. Ik denk dat dat ook heel belangrijk is in dit beleid. Die drieslag blijft belangrijk. Ik vind het niet zo nuttig om hier nu te zeggen of ik het opportuun vind om dat nu weer af te stoffen. Het lijkt me echt wel aan een nieuw kabinet om te gaan beoordelen of het dat zou willen, ja of nee.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik begrijp het antwoord van de staatssecretaris. Concreet: het CAI afstoffen gaat misschien wat ver. Maar het lijkt me wel nuttig om ook in de Raad, of in ieder geval in Europees verband, te kijken naar mogelijke openingen en kansen richting China, net als de UK en Canada onlangs hebben gedaan. Dat is het zeker ook als je kijkt naar de speech van de premier van China in Davos, waarin hij juist aangaf open te staan voor verdere onderhandelingen, ook om handelsrelaties en markttoegang te verbeteren. Wellicht is dat dus een alternatief.
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat het wel degelijk belangrijk is om ook die relatie op alle verschillende fronten lopende te houden. Er moet daarbij wel een goede balans zijn tussen de verschillende elementen die ik al noemde. Veiligheid neemt daarbij een steeds belangrijkere plek in. Het is ook zeker zo dat wij de eigen samenwerking met China daarin bekijken. Nederland voert daarom dan ook gesprekken met China over economische samenwerking en wetenschaps- en innovatiemogelijkheden. Dat gebeurt onder andere in het Joint Economic Committee. Dergelijke gesprekken vinden dus wel plaats. Ik denk ook dat het belangrijk is om die te blijven voeren, maar om daar, nogmaals, niet naïef in te zijn en bij dergelijke zaken wel degelijk rekening te houden met de veiligheidsaspecten.
Dan ga ik van China naar Fryslân, misschien een heel grote stap. Het CDA was blij dat ik met de gedeputeerde Economische Zaken in Fryslân gesproken heb en bekeken heb hoe de economische missies meer kunnen worden ingezet voor het Friese bedrijfsleven. Ik denk dat het belangrijk is dat we ook kijken naar andere regio's, om te zien of we die kunnen stimuleren en hoe we het makkelijker kunnen maken voor regio's om mee te gaan met handelsmissies. We hebben ook het Trade & Innovate NL-netwerk, waarin samen wordt gewerkt met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Ik denk dat dat belangrijk is. Dit geldt zeker niet alleen voor Fryslân; ik denk dat het ook voor de andere regio's in Nederland geldt. Ik was gisteren nog in Arnhem bij de bedrijvendag van de ambassadeursconferentie en heb daar toen over gesproken met Oost NL. Dat gesprek ging vooral over technologische start-ups en scale-ups en hoe we via het postennetwerk meer relaties naar het buitenland kunnen leggen. Ik denk dat dat ook voor andere regio's geldt. Ik zou daarom zeggen: zorg dat je die exporttaak goed oppakt; waar wij kunnen, zal Buitenlandse Zaken daarbij helpen.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ten eerste moet ik zeggen dat u de provincienaam veel beter uitspreekt dan ik dat zou kunnen doen. Mijn vraag is of u herkent dat het aanbod via die regionale ontwikkelingsmaatschappijen, die ROM's, versnipperd is. Herkent u dat het aanbod niet overal hetzelfde is en met name in de regio's mogelijk zelfs niet conform het niveau is dat we zouden willen?
Staatssecretaris De Vries:
Ik zie wel dat er verschillen zijn en dat sommige regionale ontwikkelingsmaatschappijen misschien iets meer het been bij zouden moeten trekken, maar het gaat natuurlijk ook over wat voor type bedrijf het is en wat de vraag daarnaar is. Wij proberen wel om het zo goed mogelijk onder de aandacht te brengen en hebben ook met de gedeputeerde in Fryslân afgesproken dat wij zullen aangeven welke handelsmissies we hebben en dat zij dan een aantal bedrijven bij ons aanleveren die daarbij zouden passen, zodat we een wat meer proactieve houding daarin krijgen. Ik denk dat dat dé manier zou zijn. Ik vind het belangrijk dat we de regionale ontwikkelingsmaatschappijen ook stimuleren om in dat Trade en Innovative … Hoe heet het ook alweer? Ik vind het belangrijk dat we de regionale ontwikkelingsmaatschappijen ook stimuleren om in dat netwerk met handel en innovatie een belangrijke rol te spelen. De ROM's kunnen van elkaar leren hoe ze dat op een nog actievere manier kunnen doen dan ze het nu al doen.
Mevrouw Van Ark van het CDA stelde ook een vraag over de voortgang van de combitracks. Er zijn 22 combitracks. Bij een paar daarvan is de voortgang minder, gezien de lastige marktontwikkelingen. Het is best wel een uitgebreid verhaal als ik zou moeten vertellen wat er bij de ene combitrack mist en wat er bij de andere combitrack misschien wel heel goed gaat. Ik denk dat de combitrackaanpak een heel goede is. Misschien kunnen we afspreken dat ik er schriftelijk kort op terugkom en dan een beeld schets van de situatie met de combitrack.
De voorzitter:
Zou de staatssecretaris daar een termijn voor kunnen geven?
Staatssecretaris De Vries:
Kunnen we dat in het verslag doen? Ik zie dat dat niet zo is. Dan een andere termijn. Zullen we het binnen een maand doen?
De voorzitter:
Binnen een maand. Dat staat genoteerd.
Staatssecretaris De Vries:
Dan had mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren nog een vraag over de komende maatregelen tegen handel met illegale Israëlische nederzettingen. Afgelopen zomer heeft het kabinet bekeken of deze maatregelen binnen de EU in gang gezet zouden kunnen worden. Daar was niet voldoende draagvlak voor. Het kabinet heeft al aangegeven druk te werken aan de nationale maatregelen. Ik moet wel zeggen dat dat best complex is en dat we dit ook zorgvuldig willen doen, zodat het ook uitvoerbaar en handhaafbaar is. Momenteel zijn de wetgevings- en uitvoeringstoetsen in de afrondende fase. Ik kan nog niet precies zeggen wat dan de tijdlijn wordt en hoe snel daarna er een besluit zou kunnen vallen, maar hier wordt wel voortvarend aan gewerkt.
De laatste vraag ging over Mozambique. Ik moet zeggen dat dat niet op de agenda staat, want we hebben hier al regelmatig over gesproken. Er zijn twee polissen, een exporteurspolis en een financieringspolis. Vanaf februari 2021 bent u daarover geïnformeerd. We hebben ook een tijdlijn aangegeven in de brief van 1 december, waarmee u daarover uitgebreid bent geïnformeerd. De exporteurspolis loopt door. Daar zit eigenlijk geen nieuw afwegingsmoment in, omdat het een juridisch bindend contract is. De andere polis is een financieringspolis. Daar zou een heroverweging over plaatsvinden, maar de projectleider van het lng-project in Mozambique heeft op 24 november 2025 laten weten af te zien van het door Nederland verzekerde aandeel in de financiering van het project. Tot besluitvorming over de aanpassing van de financieringspolis is het niet gekomen vanwege het besluit van TotalEnergies.
Dat was het wat mij betreft, voorzitter.
De voorzitter:
Heel veel dank. Het paste inderdaad niet helemaal in de orde van het debat, mevrouw Teunissen, dus ik wil daar slechts één interruptie aan besteden. Daarna wil ik dat onderwerp laten voor wat het is en geef ik de heer Bamenga het woord.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat is goed, voorzitter. Er is natuurlijk wel een nieuwe aanleiding geweest, namelijk dat het project weer aangevangen is en dat Nederland dus nog steeds die exporteurspolissen doorzet. Ik hoor het kabinet alleen maar zeggen dat het die vanwege het contract niet kan ontbinden. Ik denk dan dat er toch iets mis is met de criteria. Er is namelijk net een rapport van Clingendael verschenen, waaruit mensenrechtenschendingen en milieuschade blijken, maar we gaan toch door met die exporteurpolis. Is daar echt niks aan te doen? Dat is mijn vraag.
Staatssecretaris De Vries:
We zijn daar volgens mij in de brief van begin december, 1 december, uitgebreid op ingegaan. Als je een juridisch contract hebt en er geen heroverweging in zit, dan is er een juridisch contract. Ik zie geen mogelijkheden om daar nu achteraf iets aan te veranderen.
De heer Bamenga (D66):
Ik heb volgens mij nog twee interrupties. Ik wilde mijn laatste interruptie gebruiken om de staatssecretaris te bedanken voor de samenwerking. Aangezien we geen tweede termijn hebben, wil ik dat bij dezen doen. Dank in ieder geval voor de inzet, hoewel we niet altijd op één lijn zitten, zeker niet als het gaat om het wellicht wat harder aanspreken van bijvoorbeeld de Emiraten. Ik heb wel gezien dat de staatssecretaris bereid was om bijvoorbeeld Sudan en Kongo echt op de Europese agenda te zetten en te houden. Ook op het gebied van handel hebben we volgens mij mooie dingen gedaan in de korte tijd waarin de staatssecretaris er heeft gezeten. Dank daarvoor en heel veel succes voor het vervolg; laat ik het zo zeggen.
De voorzitter:
Wat collegiaal! Hier worden gewoon interrupties verbrand voor dankwoorden. Dat gebeurt niet vaak.
Staatssecretaris De Vries:
Zo kan het ook!
De voorzitter:
Ja, zo kan het ook. Laten we daar een voorbeeld aan nemen. Superdank aan de staatssecretaris. Ik heb één toezegging genoteerd.
- De staatssecretaris zal de Kamer binnen een maand informeren over de voortgang van de 22 combitracks.
Dat is juist. Verder waren er geen toezeggingen. Er was ook geen vooraankondiging van een tweeminutendebat, dus dat kan deze week ook niet meer plaatsvinden. Dat hoeft ook niet per se.
Dan wil ik de staatssecretaris en haar ondersteuning van harte danken voor de tijd. Mijn collega's dank ik voor hun inbreng. Dank u wel.