61e vergadering, woensdag 8 april 2026
Opening
Voorzitter: Van der Lee
Aanwezig zijn 139 leden der Kamer, te weten:
El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Bevers, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, de heer De Bat, staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, de heer Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 8 april 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
Termijn inbreng
De voorzitter:
We beginnen met het tweeminutendebat over het fiche Mededeling Apply AI-strategie. Ik heet de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van harte welkom. Ik heet ook de leden, de mensen op de tribune en iedereen die dit debat op afstand volgt van harte welkom. Drie leden hebben zich aangemeld om te spreken in de eerste, en enige, termijn in dit tweeminutendebat. Als eerste is mevrouw Kathmann. Zij voert het woord namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. De impact van AI op de arbeidsmarkt is nu al gigantisch, maar gaat écht gigantisch zijn. Als de eerste ontmoeting met AI voor veel Nederlanders gaat zijn dat ze hun baan verliezen, doen we iets gigantisch verkeerd. Daarom deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de adoptie van kunstmatige intelligentie (AI) grote gevolgen heeft voor economie, werk en inkomen;
overwegende dat het gebruiken van AI niet ten koste mag gaan van baanzekerheid en het gebruik altijd met medezeggenschap van werknemers moet plaatsvinden;
verzoekt de regering om in overleg te treden met de SER en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, en onder leiding van de betrokken vakministers per sector uit de Apply Al-strategie een plan op te stellen waarin beschreven staat:
1. hoe AI een waardevolle bijdrage aan werk kan leveren met gebruik van ethische Europese toepassingen;
2. welke randvoorwaarden er verbonden zijn aan het gebruiken van AI, zoals het bijscholen van bestuursleden en medewerkers;
3. welke toepassingen van AI momenteel onwenselijk of disruptief zijn en geweerd moeten worden;
4. hoe de medezeggenschap van werknemers georganiseerd moet worden bij keuzes over AI binnen een werkplaats;
verzoekt de regering uiterlijk in Q4 2026 deze sectorplannen te presenteren, met duidelijke vervolgacties voor welke afspraken nodig zijn om AI waardevol in deze sectoren toe te passen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Patijn.
Zij krijgt nr. 4303 (22112) (#1).
Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Zwinkels. Zij voert het woord namens de CDA-fractie. Gaat uw gang.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het CDA steunt de ambitie om AI in Europa sneller te ontwikkelen en toe te passen. Maar juist omdat AI een essentiële technologie is, moeten we ook eerlijk zijn: Nederland kan niet overal koploper in zijn, en Europa ook niet. De Europese Commissie heeft elf strategische sectoren geformuleerd. Tegelijkertijd zegt het kabinet dat Europa niet in alle geavanceerde AI-toepassingen leidend kan zijn en dat we scherpe keuzes moeten maken. Ook het rapport-Wennink benadrukt dit en vraagt om langjarige keuzes in sleuteltechnologieën. Het rapport vraagt dus om een interdepartementale uitwerking en niet om losse projecten naast elkaar. Het CDA vindt dat Nederland zich moet richten op waar we echt uniek en onderscheidend in zijn. Denk aan de halfgeleiderketen, waar Nederland koploper in is. Daarnaast zijn er een aantal strategische opgaven waar we gericht in moeten investeren, zoals AI-infrastructuur en Europese datacentra. Dat vraagt om open standaarden, publiek-private samenwerking en toegang tot talent en financiering. Lidstaten moeten zelf prioriteren waar ze waarde toevoegen en Europa moet zorgen voor samenhang en schaal.
Uit de stukken blijkt dat het nu onduidelijk is hoe Nederland die scherpe keuzes precies wil maken in Brussel. Wij zien graag nationale verantwoordelijkheid voor individuele lidstaten en Europese samenwerking waar het kan. Een goed voorbeeld daarvan is de European Frontier AI Initiative met Frankrijk en Duitsland, waar krachten gebundeld worden. Kan de staatssecretaris toezeggen dat Nederland zich in verdere Europese samenwerking rond de Apply AI-strategie inzet voor scherpere prioritering in plaats van spreiding en dat de Kamer wordt geïnformeerd over de criteria die Nederland daarbij inbrengt?
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank voor uw inbreng. Tot slot in deze termijn van de Kamer is het woord aan mevrouw El Boujdaini. Zij spreekt namens de D66-fractie. Gaat uw gang.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank u, voorzitter. AI is allang geen abstract begrip meer. Het heeft nu al impact op hoe mensen werken en hoe beslissingen worden genomen. Bedrijven gebruiken het op grote schaal om processen te versnellen. Daarnaast bepaalt de enorme rekenkracht steeds vaker welke inzichten we krijgen en welke keuzes we maken. Omdat deze ontwikkelingen razendsnel gaan, kunnen we het ons niet veroorloven om achterover te leunen. Mijn fractie onderstreept daarom het belang van duidelijke regie op verantwoorde AI. Het is goed dat de Apply AI-strategie inzet op die verantwoorde toepassing, met aandacht voor publiek-private samenwerking, want alleen als overheid en bedrijven nu samen optrekken, houden we grip op deze technologie en zorgen we dat die in dienst staat van onze economie en onze publieke waarden.
Naar aanleiding van de beantwoording van het schriftelijk overleg heb ik nog twee vragen voor de staatssecretaris. Hoe borgt de staatssecretaris dat nationale initiatieven, zoals Apply AI, daadwerkelijk complementair zijn aan Europese programma's, zoals InvestAI en de European Innovation Council? Zijn hierover concrete afspraken gemaakt om versnippering en inefficiëntie te voorkomen? Op welke manier zorgt het kabinet ervoor dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen optimaal toegang krijgen tot deze AI-middelen, zodat Nederland niet alleen bijdraagt, maar ook daadwerkelijk profiteert van de opschaling van AI in Europa?
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was de termijn van de zijde van de Kamer. We gaan vijf minuten schorsen en dan krijgen we een antwoord op de gestelde vragen en een appreciatie van de motie die is ingediend.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het vervolg van het tweeminutendebat Mededeling Apply AI-strategie. Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Aerdts:
Dank, voorzitter. Direct na dit tweeminutendebat spreek ik ook met de commissie Digitale Zaken over het onderwerp digitale infrastructuur en economie. Ik beperk me daarom tot de beantwoording van de vragen en de appreciatie van de motie.
Ik begin met de motie van mevrouw Kathmann. Ik voel zeker ook de urgentie van AI voor onze economie, voor ons werk en inkomen. Ik moet de motie wel ontraden, want ik vind het niet verstandig als het eigenaarschap voor eventuele sectorale plannen bij het kabinet komt te liggen. Ik zie wel mogelijkheden om vanuit mijn coördinerende rol het gesprek hierover een stimulans te geven. Het benutten van het immense potentieel van AI is voor een groot deel afhankelijk van de bereidheid op de werkvloer om met die nieuwe technologie aan de slag te gaan. Dit wordt ook benadrukt in het adviesrapport "AI en werk" van de SER. Het eigenaarschap dient dan ook in de sector te liggen, maar ik ben bereid om met de SER in gesprek te gaan om te verkennen wat er mogelijk is. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid komt naar verwachting op korte termijn met een Kamerbrief, mede namens mij, met een uitgebreide kabinetsreactie op het SER-adviesrapport. In deze reactie worden ook een aantal elementen geadresseerd die in de motie staan, zoals medezeggenschap van werknemers.
In een deel van de motie wordt gevraagd om duidelijk te maken welke AI zou moeten worden geweerd. Dat doen we wat mij betreft via generiek beleid, zoals de AI-verordening en de AVG, die hier al regels voor stellen.
Dan de vraag …
De voorzitter:
Een ogenblik. Er is een reactie van mevrouw Kathmann.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Het is natuurlijk altijd een teleurstelling als een motie ontraden wordt. In de motie vraag ik de regering ook om in gesprek te treden met de SER.
Staatssecretaris Aerdts:
Ja.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik zou daar dan wel wat meer houvast op willen. Ik vind het heel erg zonde dat het kabinet niet optimaal zijn regiefunctie wil pakken, maar dan zou ik in ieder geval willen dat er, als die gesprekken zijn geweest, een brief komt van u als coördinerend bewindspersoon. We hebben namelijk wel één plek nodig waar alles landt, waar in ieder geval het AI-plan ligt. Er is niet voor niets een AI Deltaplan gepresenteerd door dit kabinet. Daar hoort dit ook bij. Het zou fijn zijn als we naar aanleiding van de gesprekken en het plan dat er dan komt, in ieder geval een brief aan de Kamer kunnen verwachten.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik kan inderdaad toezeggen dat de Kamer erover wordt geïnformeerd als wij in gesprek zijn geweest met de SER.
De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt haar betoog.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan de vragen van mevrouw Zwinkels. Zij vroeg: kan de staatssecretaris toezeggen zich in te zetten voor scherpe prioritering in plaats van spreiding? Zij vindt mij aan haar zijde als het gaat om het maken van scherpe keuzes voor investeringen in AI. Dit is fundamenteel voor een daadwerkelijke impact op het verdienvermogen. In het coalitieakkoord staan vier prioritaire domeinen: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en lifesciences en biotechnologie. In het najaar komt het kabinet met een uitwerking van de sectorplannen in het kader van industriebeleid met focus, waaronder een uitwerking van AI en digitalisering. Ook in de NTS-Actieagenda AI & Data wordt juist ingezet op die specifieke domeinen in combinatie met de technologieontwikkeling die daarvoor nodig is. Hier worden specifiek zorg, energie, maakindustrie, mobiliteit, voedselproductie, veiligheid en defensie genoemd.
Dan de twee vragen van mevrouw El Boujdaini. Hoe borgt de staatssecretaris dat nationale initiatieven daadwerkelijk complementair zijn aan de Europese programma's? Eigenlijk zijn al die Europese programma's voor AI onderdeel van dezelfde Europese strategie en van het AI Continent Action Plan. Bij de nationale initiatieven houden we dan ook altijd rekening met de Europese kapstok die er is. Ik ben het namelijk met mevrouw El Boujdaini eens dat het natuurlijk altijd aanvullend moet zijn.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik ben ten aanzien van die prioritering toch wel benieuwd naar het volgende. De staatssecretaris ging niet helemaal mee in mijn voorstel. Het is mooi dat er scherpe keuzes komen ten aanzien van die AI-investeringen, maar ik ben wel benieuwd of daar ook een prioritering vanuit het kabinet uit spreekt. Wat doen we bijvoorbeeld op nationaal niveau en wat kunnen we beter Europees aanpakken, in samenwerking met andere lidstaten? Daar heb ik nog niet helemaal een antwoord op gekregen.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan begreep ik de vraag verkeerd. De Europese Unie noemt elf prioritaire gebieden. Nederland brengt daar al een keuze in aan. We zullen de Kamer informeren, juist ook over die prioriteiten waar we nog binnen onze inzet in Europa aan werken.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik kijk daarnaar uit. Ik ben ook benieuwd op welke termijn we als Kamer dan worden geïnformeerd over die prioriteiten, want ik ben juist ook benieuwd naar de prioritering binnen de vier thema's die in het coalitieakkoord staan en naar wat voor gerichte investeringen we straks dan gaan doen.
Staatssecretaris Aerdts:
In het najaar komen we met de plannen voor industriebeleid met focus. Daar zal het in worden meegenomen. Ook als we de Tweede Kamer op de hoogte brengen van de NTS-actieagenda komen we daar specifiek op terug.
De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt haar betoog.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik heb nog de laatste vraag van mevrouw El Boujdaini. Hoe borgen we nou dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen optimaal toegang krijgen tot de Europese AI-middelen? De RVO brengt deze partijen actief op de hoogte via bijeenkomsten en bijvoorbeeld via de website. Daar wordt ook kenbaar gemaakt voor welke Europese initiatieven we nationaal cofinanciering beschikbaar stellen om optimaal aanspraak te kunnen maken op de Europese middelen. Ook de AI Coalitie brengt partijen actief op de hoogte.
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank aan de staatssecretaris.
De voorzitter:
We zullen over de ingediende motie, die ontraden is, op 14 april aanstaande, volgende week dinsdag, stemmen. Dank u. We schorsen een heel kort ogenblik, want we gaan ook wisselen van bewindspersoon en beleidsterrein. We zijn dus heel even geschorst.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen - uitvoering uitspraken en financiële gevolgen. Er hebben zich twee leden aangemeld, maar de heer Koorevaar wil, geloof ik, het verzoek doen of hij mee mag doen. Gaat uw gang.
De heer Koorevaar (CDA):
Bij dezen het verzoek of ik mee mag doen.
De voorzitter:
Is daar bezwaar tegen? Nee. Dan mag u meedoen.
Ondertussen heet ik ook nog even de staatssecretaris van LVVN van harte welkom. Ik geef mevrouw Van der Plas, die al klaarstaat, het woord namens de BBB-fractie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. In 2020 werden de pelsdierhouders gedwongen om allemaal hun bedrijven te beëindigen. Gedwongen. Familiebedrijven waren generaties lang opgebouwd. Het ging om ondernemers die niets verkeerd hadden gedaan, maar die van de een op de andere dag hun toekomst in rook zagen opgaan. Ze kregen een compensatie opgelegd, met kortingen die inmiddels door de rechter onterecht zijn verklaard. Zij kregen dus onterecht te weinig geld. Nu worden alleen de ondernemers gecompenseerd die tegen de overheid zijn gaan procederen, alsof het normaal is dat je eerst moet vechten tegen de Staat en de machtige advocaten om te krijgen waar je recht op hebt. De staatssecretaris heeft hierover recent gezegd dat hij niet wil dat dit als voorbeeld genomen gaat worden. Ik ben daar echt verbijsterd over. Mensen moeten een rechtszaak aanspannen om te krijgen waar ze recht op hebben, iets wat de overheid nagelaten heeft ze te geven. Daar ligt gewoon een rechterlijke uitspraak. Ik vind het zó'n groot onrecht.
Voorzitter. Ik heb daarom ook een motie. Ik hoop dat de Kamer goed nadenkt over hoe ondernemers en burgers in Nederland gemangeld worden door de overheid en dat de Kamer hier uiteindelijk zegt — dat is bij het laatste amendement gebeurd — "wij gaan dit niet steunen". Het is echt gewoon een groot schandaal.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geoordeeld dat toegepaste kortingen in het kader van de nadeelcompensatie voor pelsdierhouders onterecht waren;
overwegende dat van ondernemers die door een wettelijk besluit gedwongen werden hun bedrijf te beëindigen, niet verlangd mag worden dat zij tegen de overheid moeten vechten om rechtvaardig te worden behandeld;
overwegende dat de overheid betrouwbaar en rechtvaardig hoort te handelen en gemaakte fouten richting burgers volledig behoort te herstellen;
verzoekt de regering om alle uitgekochte pelsdierhouders, ook degenen die geen juridische procedures hebben gevoerd, alsnog rechtvaardig te compenseren voor de eerder door de overheid onterecht toegepaste kortingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 26 (35633) (#2).
Hartelijk dank.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.
De voorzitter:
Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Den Hollander. Nee, die heeft geen behoefte aan haar spreektijd; die luistert gewoon. Dan geef ik wél het woord aan de heer Koorevaar, die het woord zal voeren namens de CDA-fractie. Gaat uw gang.
De heer Koorevaar (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank dat ik deel mag nemen aan dit debat.
Dit onderwerp schreeuwt erom dat wij er een aantal vragen over stellen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geconstateerd dat de schadevergoeding die door het ministerie is uitgekeerd aan 150 pelsdierhouderijen juridisch houdbaar was, maar dat de korting op de vergoedingen vanwege het maatschappelijk risico en de aftrek van €38 per fokteef onjuist zijn vastgesteld. Voor ondernemers die in hoger beroep zijn gegaan, is er een mogelijkheid tot extra compensatie. Dit geldt tot op heden nog niet voor ondernemers die hetzelfde hebben meegemaakt, maar niet in hoger beroep zijn gegaan. Dat is in mijn ogen niet eerlijk en dat moeten we in mijn ogen zo veel mogelijk voorkomen.
Ik heb daarom drie vragen. Heeft de staatssecretaris zicht op het aantal pelsdierhouders die geen bezwaar of beroep hebben aangetekend en wat zijn de kosten als die pelsdierhouders ook gecompenseerd worden, zoals de groep die wel in hoger beroep ging? Mijn tweede vraag: kan de staatssecretaris een inschatting maken van de juridische kosten die ermee gemoeid zijn als alle ondernemers zonder extra compensatie een procedure starten? De derde vraag: is de staatssecretaris met mij van mening dat de overheid er alles aan moet doen om ondernemers binnen eenzelfde sector gelijk te behandelen en zo onnodige maatschappelijke kosten te voorkomen?
Tot zover.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was de termijn van de Kamer. O, u krijgt nog een interruptie van mevrouw Van der Plas; blijf nog even staan.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ben blij dat heer Koorevaar hier staat en dat mevrouw Den Hollander, hoewel ze geen vragen heeft gesteld, wel aanwezig is bij dit debat. Dit is namelijk groot onrecht. Ik hoorde de heer Koorevaar praten over wat het gaat kosten voor de ondernemers en voor de regering om een procedure te starten, maar het gaat hier gewoon over onrecht. De overheid heeft hier een fout gemaakt. Ik kan gewoon niet begrijpen dat een overheid die een fout maakt, nu zegt: ja, maar als we dit óók gaan doen, scheppen we wel een precedent. Het mag toch niet zo zijn dat ondernemers, burgers die gewoon recht hebben op een vergoeding — een rechter heeft daar een uitspraak over gedaan — tegen de Staat moeten procederen om te krijgen waarvan al is uitgesproken dat ze er recht op hebben? Het is prima dat we weten wat de kosten zijn, maar dat mag nooit een overweging zijn om te zeggen: dan gaan we het maar niet doen, want het gaat een beetje te veel kosten. Deze mensen zijn gedwongen om met hun bedrijf te stoppen. Ze hebben dat gedaan, maar ze hebben niet de vergoeding gekregen die ze moesten krijgen.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vindt de heer Koorevaar ... Ja, sorry, het zit mij zo hoog!
De voorzitter:
Dat is duidelijk.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vindt de heer Koorevaar ook dat wat het kost geen reden mag zijn? Het moet gewoon vergoed worden.
De heer Koorevaar (CDA):
Allereerst vind ik het heel prettig dat mevrouw Van der Plas aangeeft dat zij het op prijs stelt dat er meer Kamerleden naar dit korte debat zijn gekomen. Dat ten eerste. Ten tweede heeft mevrouw Van der Plas, misschien niet in die mate waarin zij dat zelf heeft gezegd, van mij ook gehoord dat ik het niet eerlijk vond. Daarom vind ik ook dat dit zo veel als mogelijk moet worden voorkomen. Ik stel daarom aan de staatssecretaris een aantal verduidelijkende vragen, omdat ik hoop te begrijpen hoe het kabinet hierin zit. Ik vind het dus oneerlijk en ik hoop dat er een oplossing gaat komen, omdat ik het oneerlijk vind.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is goed om te horen, maar ik heb toch een klein beetje het vermoeden dat mensen denken "Pelsdierhouders? Die nertsen in zo'n hok, dat is toch allemaal zielig en zo?" en dat dit een overweging is dat dit niet hoeft. Maar dit zijn ook burgers van Nederland. Dit zijn ook ondernemers van Nederland. Zij zijn ook het slachtoffer geworden van een fout van de overheid en moeten nu gewoon krijgen waar zij recht op hebben. Ik hoop echt dat het CDA dit goed in de overwegingen gaat meenemen bij het beoordelen van de motie die ik zojuist heb ingediend.
De heer Koorevaar (CDA):
Ik zal zeker de beantwoording van het kabinet meewegen. Ik heb de overweging van mevrouw Van der Plas gehoord. Ik sluit aan bij het eerste dat ik zei: mevrouw Van der Plas heeft gezien dat ik hier sta, zij staat hier en mevrouw Den Hollander is hier in de zaal, dus dat onderstreept dat we graag antwoorden willen hebben. Die zullen we meewegen in ons uiteindelijke oordeel.
De voorzitter:
Dank u wel. We schorsen vijf minuten. Dan krijgen we antwoorden op de vragen en een appreciatie op de ingediende motie. We zijn even geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat over de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie voor pelsdierhouderijen. We zijn toe aan de termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Erkens:
Voor ik naar de motie en de beantwoording ga, wil ik wel een paar feiten op een rijtje zetten in dit debat. De Wet verbod pelsdierhouderij is in januari 2013 in werking getreden en daarin werd toen aangegeven dat de sector binnen elf jaar zou sluiten in Nederland. Daar is dus elf jaar de tijd voor gegeven; dat is de overgangstermijn. Toentertijd is besloten geen nadeelcompensatie te geven. Er zijn drie dingen opgezet: een sloop- en ombouwregeling ter waarde van 28,8 miljoen, een sociaaleconomisch plan voor de overgangsfase van 4,5 miljoen en de compensatie pensioenschade van 0,4 miljoen. Tijdens covid zagen we dat er mogelijk besmettingen konden plaatsvinden op de nertsenhouderij. Het verbod dat al in werking was getreden — men wist dat het eraan kwam — is toen drie jaar naar voren gehaald. Voor die drie jaar is nadeelcompensatie gegeven ter waarde van circa 85% van de maximumomzet op basis van het vergunde aantal dieren en de productiecapaciteit in die jaren. Dat is vergoed. Er is circa 150 miljoen euro voor uitgetrokken voor ongeveer 150 ondernemers, dus gemiddeld 1 miljoen per ondernemer, voor sommigen meer, voor sommigen minder. De Staat en het kabinet waren van mening dat het een rechtvaardige compensatie was.
Dan komt de mogelijkheid voor ondernemers om bezwaar aan te tekenen. Alle 150 ondernemers hebben in de contacten die er waren ook te horen gekregen dat de mogelijkheid bestond om bezwaar te maken als ze het er niet mee eens waren. Een deel heeft daarvoor gekozen, een groter deel heeft daar niet voor gekozen. Ik wil daarbij aangeven dat de groep die het niet heeft gedaan, het toentertijd dus geen onrechtmatige vergoeding vond. Daarop is de uitspraak gebaseerd. Er zijn appellanten geweest, mensen die in bezwaar zijn getreden, die gelijk hebben gekregen. Die uitspraak volgen we. Dat betekent echter niet dat wij de oorspronkelijke compensatie daarmee onrechtvaardig vinden.
Voorzitter. Dan ga ik naar de vragen van het CDA.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dit echt schandalig; het spijt me zeer. Er wordt hier vergoelijkend gezegd: ja, maar in 2013 was al afgesproken dat ze zouden stoppen, in 2020 in de covidperiode is dat versneld en er is 150 miljoen uitgekeerd, waarbij wordt benadrukt dat het 1 miljoen per ondernemer is …
Staatssecretaris Erkens:
Gemiddeld, soms meer, soms minder.
De voorzitter:
Nee, nee, mevrouw Van der Plas heeft het woord.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Soms meer, soms minder, maar eigenlijk wordt gezegd: dat is best wel veel geld. Ondertussen zitten de ondernemers nog met sloopkosten, ze moeten nog afdragen aan de Belastingdienst, dus alles gaat daar nog van af. Maar wat ik het ergste vind, is dat de staatssecretaris hier zegt: een deel van de ondernemers heeft er niet voor gekozen, dus zij vonden de vergoeding die ze kregen waarschijnlijk best wel goed. Nee, dat vonden ze niet. Er zijn heel veel ondernemers in Nederland, ook kleinere ondernemers en gezinnen, die geen procedures kunnen volgen en eieren voor hun geld kiezen. Zij gaan niet tegen de machtige landsadvocaat procederen. Ze hebben er misschien niet eens de middelen voor om dat te doen. Het is een heel kostbaar en langdurig traject om tegen de machtige overheid te moeten procederen.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil weten wat de staatssecretaris vindt van wat ik zeg. Ik wil opmerken dat de staatssecretaris het van tafel veegt door te zeggen: kennelijk vonden ze de vergoeding wel goed. Dan weet deze staatssecretaris niet hoe in het land wordt gedacht over het procederen tegen de overheid. Mensen denken heel vaak: ik ga dat nooit winnen.
Staatssecretaris Erkens:
Hier wordt een beeld geschetst en worden er vergelijkingen gemaakt, ook met het debat over de begroting, die gewoon niet volledig correct zijn. Ik vind het van belang om hier ook de feiten in te brengen. De feiten zijn dat er inderdaad een wettelijk verbod op pelsdierhouderij aankwam, met ingang van 2024 na elf jaar overgangstermijn. Daarvoor was geen nadeelcompensatie voorzien. Dat is drie jaar naar voren gehaald en daarvoor is dus 150 miljoen extra uitgetrokken. Toen hebben alle pelsdierhouders het aanbod gekregen "je mag bezwaar maken". Een deel heeft daarvoor gekozen en een deel niet. Zo werkt het ook in de rechtsstaat. Als je bezwaar maakt, kun je gelijk krijgen. Dat neemt niet weg dat ik nog steeds vind dat wij hier een nette compensatie gegeven hebben. We hebben ook nog een sloop- en ombouwregeling. U gaf net aan dat daar ook kosten voor gemaakt worden, bijna 30 miljoen euro. Hierover is door de overheid gedurende een uitvoerig traject in 2021 met de sector gesproken. Dan kun je je recht halen en volgen wij die uitspraak, maar we zijn nog steeds van mening dat dit een nette compensatie was. Dat zijn grote bedragen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit is de reden waarom mensen in Nederland geen vertrouwen meer hebben in de overheid, want zo wordt het afgedaan, terwijl het hier gaat om een relatief kleine groep die er nog recht op zou moeten hebben. We hebben het hier altijd over "de menselijke maat" en over "maatwerk toepassen". Deze mensen hebben gewoon recht op die compensatie, omdat een rechter heeft vastgesteld dat de overheid fout is geweest met de vergoedingen. Nu wordt eigenlijk tegen deze mensen gezegd "ja sorry hoor, dan had je maar moeten procederen", "ja sorry hoor, het is eigen schuld, dikke bult, dan moet u dat nu nog maar gaan doen". Ik vind dat gewoon echt niet kunnen, met de menselijke maat. Dit is waarom Nederland geen vertrouwen meer heeft in de overheid.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, voorzitter, ik heb niet gezegd: dan moeten mensen maar bezwaar gaan maken of naar de rechter stappen. Wat ik gezegd heb, is dat er een compensatie is afgesproken toentertijd waartegen bezwaar gemaakt kan worden, een compensatie die in gesprek met de sector is opgesteld, inderdaad bovenop de regelingen die al getroffen waren. Het kabinet is van mening dat dit toentertijd een nette compensatie was.
De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Drie vragen van het CDA. Heeft de staatssecretaris zicht op het aantal pelsdierhouders die geen bezwaar of beroep hebben aangetekend? Dat zijn 92 casussen. Als zij ook een soortgelijke compensatie zouden aanvragen, zou daar circa 25 miljoen euro extra mee gemoeid zijn. Dat is op basis van de zogeheten NMR-korting; dat is het normaal maatschappelijk risico. Dat doen wij altijd bij nadeelcompensatie. Daarbij ga je uit van een korting van circa 15% en de uitspraak van het CPB was dat die bij de appellanten op 0% is gezet.
Voorzitter. De tweede vraag was of er een inschatting gemaakt kan worden van de kosten als er inderdaad juridische procedures komen. Dat gaat om proceskosten en die inschatting kunnen wij niet maken, want die hangt af van het aantal zaken.
De derde vraag van het CDA was of we van mening zijn dat de overheid er alles aan moet doen om ondernemers binnen eenzelfde sector gelijk te behandelen en zo onnodige maatschappelijke kosten te voorkomen. Het vertrekpunt is nog steeds dat in de beleidsregel een nette compensatie is afgesproken, dat er ook flankerend beleid is gekomen, ook in samenspraak met de sector, en dat het daarna iedereen vrijstaat om daar bezwaar tegen te maken. Een groep heeft daar wel voor gekozen en een andere groep niet. In het kader van de rechtsstaat zou "ongelijke behandeling" in dezen betekenen dat je appellanten onderling anders gaat behandelen en dat je niet-appellanten onderling anders gaat behandelen, en dat hebben we niet gedaan.
Voorzitter. De motie van mevrouw Van der Plas wil ik ontraden, ook verwijzend naar het interruptiedebat en conform het begrotingsdebat waarin wij het hierover gehad hebben.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De staatssecretaris heeft het over 92 "casussen". Dat zijn 92 gezinnen die een bedrijf hadden, een bedrijf dat generaties lang in de familie zat en dat van hen afgepakt is, sneller dan het eigenlijk zou moeten. Ze zaten nog in een proces dat ze iets anders konden gaan doen. En hier wordt gezegd "dat zijn 92 casussen" — dit is precies wat ik bedoel: het zijn geen casussen, dit gaat over mensen! Het gaat over families die generaties lang hun bedrijf daar hebben gehad. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen om in het vervolg niet meer over "casussen" te spreken maar over mensen.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, voorzitter, want als het om een juridische procedure gaat, dan heet het "een casus", maar het gaat in dezen uiteraard om gezinnen, om ondernemers. Daar geef ik mevrouw Van der Plas gelijk in. Maar dit is de terminologie die wij gebruiken in dit soort processen.
De voorzitter:
Dank. Dat was het debat.
De voorzitter:
We gaan dinsdag 14 april aanstaande stemmen over de ingediende motie. Ik schors een ogenblikje om een wisseling van bewindspersoon te realiseren en een ander tweeminutendebat te gaan voeren.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Wadden. Ik heet van harte welkom de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de leden die zich hebben ingeschreven voor het debat. Dat zijn er zes. Het is gewoon één termijn. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Zij voert het woord namens de D66-fractie. Gaat uw gang.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Er is heel veel te bespreken rond de Wadden, dus ik duik er gelijk in. Dank aan de minister voor de beantwoording van de schriftelijke vragen. Goed om te lezen dat het ministerie bereid is een technische briefing te geven over de dijknormering. Die is net al aangevraagd in de procedurevergadering, dus we gaan proberen die zo snel mogelijk in te plannen. Er is namelijk heel veel onduidelijkheid over, dus het is fijn als daar opheldering over komt. In dat kader wil ik de minister verzoeken om geen onomkeerbare stappen te zetten tot na deze technische briefing en het commissiedebat Water. Ook hoor ik graag voor het commissiedebat Water per brief hoe de minister mijn motie op stuk nr. 25 (36800-J) (#3) heeft uitgevoerd, wat de stand van zaken is omtrent de toezegging die gedaan is in het commissiedebat Wadden over de Waddentoets en de uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg Wadden over een kustfonds.
Dan een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de motie van het lid Vellinga-Beemsterboer c.s. (36800-J, nr. 25) oproept om te wachten met de voorgenomen herziening van de dijknormering totdat er uitgebreider met lokale bestuurders is afgestemd en er duidelijkheid is over de veiligheid;
overwegende dat de veiligheidssituatie op Schiermonnikoog naast de passende bescherming door een waterkering wordt ondersteund door de verdere uitwerking van de integrale veiligheidsstrategie;
overwegende dat de regering heeft toegezegd hieraan te willen bijdragen en dat het proces rondom dijknormering nog tot twee jaar kan duren;
overwegende dat de uitkomst van deze heroverweging niet vaststaat;
overwegende dat dijkversterkingsprojecten in de gebieden waar een mogelijke normaanpassing speelt, zoals het project 1EILAUN op Schiermonnikoog, tijdens dit proces in onzekerheid zitten en stilstaan;
overwegende dat de aanvraag voor de financiering van meekoppelkansen voor de zomer van 2026 plaats moet vinden;
verzoekt de regering om de betrokken projecten niet stil te laten vallen en in gesprek te gaan met de projectpartijen over wat er nodig is om de meekoppelkansen van het project 1EILAUN te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vellinga-Beemsterboer, Boelsma-Hoekstra, De Hoop, Bevers en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 301 (29684) (#4).
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar de heer De Hoop. Hij spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Allereerst dien ik dus een motie in met mevrouw Vellinga-Beemsterboer over de hoogwaterbescherming. Ik heb zelf verder geen moties, maar wel een aantal andere punten. Allereerst zagen wij bij het werkbezoek aan Terschelling en Vlieland wat voor geweldig werk de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij doet. Ik was ook heel erg blij met de toezegging van de minister dat hij gaat kijken tegen welke knelpunten zij aanlopen bij de belangrijke reddingsacties die ze doen en hoe die opgelost kunnen worden. Nogmaals dank daarvoor. Ik denk dat het belangrijk is om met elkaar te benadrukken hoe belangrijk die organisatie is.
Dan nog een ander belangrijk punt waar ik me wel echt zorgen over maak. Dat is de haven van Terschelling. Er is een ontzettend tekort aan middelen om dat voor elkaar te krijgen door de gemeente. Er is eerder door minister Tieman toegezegd dat er in april duidelijkheid zou komen over hoe de financiering rondkomt. Er is eigenlijk gezegd: "Gaat u maar rustig slapen. Het komt wel goed. Wij gaan het regelen. We gaan nog even kijken hoe, maar in april wordt dat duidelijk." Nu zitten we in april en is die duidelijkheid er nog niet. Dat baart mij zorgen, omdat de haven van Terschelling de levensader is voor de mensen die daar wonen, maar ook de weg is voor heel veel toeristen. Voor de zomer moet dat echt duidelijk worden, dus ik zou heel graag van de minister horen hoe die financiering rondkomt. Ik wil eigenlijk een brief voor het meireces, waarin duidelijk wordt hoe de financiering rondkomt en wie daaraan meebetaalt, zodat de mensen op Terschelling en wij als Kamer duidelijkheid hebben en die toezegging van minister Tieman ook wordt nagekomen. Ik wil dus heel graag een uitgebreid antwoord van de minister daarop om tegemoet te komen aan de zorgen op Terschelling, maar ook hier in de Kamer.
Dank.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Boelsma-Hoekstra. Zij voert het woord namens de CDA-fractie. Gaat uw gang.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Er is net al een motie ingediend over het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waar wij ook onder staan, dus dank daarvoor. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer De Hoop over de haven van Terschelling. Hij heeft het, denk ik, heel goed verwoord.
Ik heb zelf geen moties, maar wel drie puntjes. In het commissiedebat hebben we het gehad over de versterking van de Waddentoets. Die zou een bredere eilandentoets worden en ondergebracht worden in de UDO, de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden. Mijn vraag aan de minister is: zijn er al gesprekken geweest met BZK?
Het tweede punt gaat over de toezegging van de toenmalig minister van Infrastructuur en Waterstaat over de vaargeul naar Ameland. De minister wilde zich daar hard voor maken. Hij gaf aan dat er binnen de huidige kaders tot en met 2035 geen versmalling of — ik weet niet of het een goed Nederlands woord is — "verondieping" wordt voorzien. Hij heeft ook uitgesproken dat hij zich ervoor wil inzetten dat het baggeren van de vaargeul geen belemmeringen ondervindt, zodat de bereikbaarheid van het eiland niet in gevaar komt. Mijn vraag aan de minister is: is deze minister bereid om deze lijn te volgen?
Wij hebben in het schriftelijk overleg vragen kunnen stellen over de aanbesteding van de Waddenveren en we hopen op een snelle beantwoording.
Tot zover mijn bijdrage.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Van der Plas. Zij voert het woord namens de BBB-fractie. Ga uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik begin gelijk maar met twee moties. De eerste luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de financiële opgave rond de Willem Barentszkade op Terschelling nog niet is opgelost en de gemeente dit niet alleen kan dragen;
overwegende dat een afsluiting van de Willem Barentszkade grote gevolgen heeft voor de bereikbaarheid en de leefbaarheid van het eiland Terschelling;
verzoekt de regering om samen met de provincie Fryslân en de gemeente Terschelling, op basis van een gedeelde verantwoordelijkheid, zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de dekking van het resterende financiële tekort, zodat de leefbaarheid op het eiland in de toekomst niet ter discussie komt te staan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 302 (29684) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanbestedingen voor de veerdiensten naar de Waddeneilanden zich in een vergevorderd stadium bevinden;
constaterende dat de prijzen van biobrandstoffen sterk zijn gestegen sinds de invoering van de Europese Renewable Energy Directive III (RED III) en de huidige geopolitieke ontwikkelingen;
constaterende dat Wagenborg het gebruik van deze biobrandstoffen al heeft gestopt vanwege de sterk gestegen kosten;
verzoekt de regering om in de aanbestedingen voor de veerdiensten naar de Waddeneilanden het gebruik van biobrandstoffen niet verplicht te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 303 (29684) (#6).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb nog één verzoek aan de minister. Bij het afhameren aan het einde van de vorige vergadering is de toezegging van toenmalig staatssecretaris van LVVN, de heer Rummenie, aan mij gemist. Deze toezegging is wel opgenomen in het gespreksverslag van het commissiedebat Wadden. Voor wie wil weten waar het over gaat: het staat op bladzijde 36. Het verzoek is om deze toezegging alsnog formeel toe te kennen aan de Kamer, zodat de nieuwe regering hiermee aan de slag kan gaan. We hebben hierover ook contact gehad met de minister van LVVN en hij kon hier ook mee instemmen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Bevers. Hij spreekt namens de VVD-fractie.
De heer Bevers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister en zijn voorganger voor het debat en de beantwoording van de vragen. Mevrouw Vellinga heeft al een aantal zaken genoemd. Wij dienen met haar en een aantal andere partijen een motie in over de dijknormering op Schiermonnikoog.
Volgens mij lopen er goede gesprekken over de Willem Barentszkade op Terschelling. Ik sluit me wel aan bij de vraag van de heer De Hoop om daar wat rapportage over te doen in de vorm van een brief. We hebben overigens wel alle vertrouwen in dat proces. We zien dus geen reden om de motie daarover van mevrouw Van der Plas te steunen.
Dank. We wachten de antwoorden van de minister verder af.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Goudzwaard. Hij voert het woord namens JA21. Ga uw gang.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Geen moties van mijn kant.
Ik sluit mij ook aan bij de woorden van de heer De Hoop. Onlangs hebben wij als commissie IenW een werkbezoek gebracht aan Terschelling. Daarbij werd de erbarmelijke status van die Willem Barentszkade echt duidelijk, en daarmee ook het gevaar van het wegvallen van een hele vitale toegangsweg. JA21 wil het constructieve overleg tussen het Rijk, de provincie en de gemeente logischerwijs niet verstoren, maar het gedwongen besluit tot een mogelijke afsluiting van de Willem Barentszkade komt steeds dichterbij. Er moet zicht op financiering zijn. In juli wordt de kade gekeurd. Ik heb begrepen dat de kade een jaar lang geen gedoogsteun kan krijgen als er geen zicht komt op financiering. Dat zou wat mijn fractie betreft echt een worst case scenario zijn, dat koste wat kost voorkomen moet worden. Kan de minister kort reflecteren op de vraag wat dat specifieke moment, die specifieke datum is? Dat zou heel erg prettig zijn.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was de termijn van de Kamer. We gaan vijf minuten schorsen en dan krijgen we een reactie van de minister op de ingediende moties en de vragen. We zijn even geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Wadden. We zijn toe aan de termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Termijn antwoord
Minister Karremans:
Dank, voorzitter. Dank aan de Kamer voor de inbreng. Het Waddendossier is een belangrijk onderwerp, net als alle onderwerpen die daarmee gemoeid zijn. Zelf ga ik op 11 mei richting de Wadden, om daar te spreken met bestuurders. Ik heb al een aantal bestuurders gesproken, maar ga ook zelf op locatie kijken, onder andere op de Willem Barentszkade. Ik kom zo op de vragen die daarover zijn gesteld en de moties die daarover zijn ingediend. Ik begin even met de vragen, voorzitter. Daarna kom ik bij de appreciaties van de moties.
Allereerst ga ik naar de vraag van mevrouw Vellinga-Beemsterboer over een reactie op de motie voor het commissiedebat Water. Zoals ik heb aangegeven in de beantwoording van de Kamervragen zullen wij verder in gesprek gaan met de regio en voorafgaand aan het commissiedebat Water een bestuurlijk overleg inplannen. Daar krijgt u dan dus ook reactie op.
Er was een vraag over het niet zetten van onomkeerbare stappen ten aanzien van hoogwaternormen totdat het commissiedebat Water heeft plaatsgevonden. Dat kan ik inderdaad toezeggen.
Dan vroegen mevrouw Vellinga-Beemsterboer en mevrouw Boelsma-Hoekstra naar de stand van zaken met betrekking tot het toezeggen van de Waddentoets. Daar zijn de eerste departementale gesprekken tussen IenW en BZK over gevoerd. We betrekken daar ook de uitkomsten van de evaluatie van het Convenant Samenwerking Waddeneilanden bij dat in 2019 is uitgevoerd.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg of de beantwoording van het SO over de productiemiddelen van de aanbesteding Waddenveren spoedig naar de Kamer komt. Het is niet gelukt om de beantwoording van de vragen over de productiemiddelen voor het debat van vandaag naar de Kamer te sturen, maar de beantwoording door de staatssecretaris zal op zeer korte termijn naar de Kamer komen.
Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Boelsma-Hoekstra over de vaargeulen. Zij vroeg of wij bereid zijn de lijn te volgen van het CDA, namelijk dat het belangrijk is je ervoor in te zetten dat het baggeren van de vaargeul geen belemmering ondervindt. Zo komt de bereikbaarheid van het eiland niet in gevaar. Wij onderschrijven dat. Tot en met 2035 zal de vaargeul als gevolg van beleidswijzigingen niet versmald of verondiept worden. De staatssecretaris van IenW heeft dit voor de vaargeul naar Ameland expliciet opgenomen in het programma van eisen voor de concessie voor de periode 2029 tot 2035. Daarnaast blijft het uitvoeren van baggerwerkzaamheden ook gewoon mogelijk.
Dan ga ik naar het verzoek van mevrouw Van der Plas over de toezegging over de BC-score die gedaan is door de voormalig staatssecretaris van LVVN bij het commissiedebat Wadden. Die toezegging kunnen we inderdaad gestand doen. Dat is dus in orde.
Dan ga ik naar de vraag over het kustfonds voor het commissiedebat Water. We zijn nu in overleg over een mogelijk kustfonds, conform de afspraak die we in het bestuurlijk overleg hebben gemaakt. Dit wordt nu verder uitgewerkt, zoals onlangs afgesproken. In het BO Wadden van december zal de verdere uitwerking daarvan volgen.
Dan ga ik naar — ik zei het net al even — de Willem Barentszkade in Terschelling. De heer De Hoop vroeg daar aandacht voor. Hij vroeg: "Is er al duidelijkheid over die kade en over de haven? Kunnen we voor het meireces een brief tegemoetzien?" Gisteravond is er nog overleg geweest tussen de betrokken partijen. De Kamer snapt ook — dat heb ik ook gehoord — dat dit niet alleen een zaak van IenW is, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente, de provincie, de regio en het Rijk. Die verantwoordelijkheid is er juridisch natuurlijk niet, maar we pakken het wel op deze manier op, omdat we zien dat hier een oplossing voor moet komen. Mijn voorganger heeft dat ook al gezegd. De komende weken worden de financiële opties verkend. Dat is uiteindelijk ook het prangende punt: hoe gaan we dit financieel met elkaar regelen? Uiterlijk in mei wil ik dat daar besluitvorming over plaatsvindt. Ik kan toezeggen aan de heer De Hoop dat wij voor het meireces een stand-van-zakenbrief naar de Kamer sturen. Ik zie ook een brede wens in de Kamer om vinger aan de pols te houden bij dat proces. We kunnen dat gestand doen door de Kamer daarover te informeren.
De heer Goudzwaard vroeg daarbij nog wanneer er finale besluitvorming plaatsvindt en er zicht is op een oplossing. Dat moet voor de zomer. Als we dat in mei doen, zijn we dus ruim op tijd en redden we dat voor de zomer. We zullen de Kamer daar op dat moment over informeren. Voor het meireces sturen we in ieder geval een update. De heer Goudzwaard vroeg dus wanneer je daarover moet besluiten. Dit is wat ik daarover kan zeggen.
Dat waren de vragen. Dan kom ik bij de moties, voorzitter. Er zijn drie moties ingediend.
Ik begin bij de motie op stuk nr. 301, van mevrouw Vellinga-Beemsterboer, mevrouw Boelsma-Hoekstra, de heer De Hoop, de heer Bevers en mevrouw Van der Plas, die de regering verzoekt om de betrokken projecten niet stil te laten vallen en in gesprek te gaan met de projectpartijen over wat er nodig is om de meekoppelkansen van het project 1EILAUN te realiseren. Die motie kan ik oordeel Kamer geven als ik die zo kan opvatten dat het hier gaat om het realiseren van de meekoppelkansen van het project 1EILAUN. Als dat het geval is, kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer knikt bevestigend. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 301 oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 302, van mevrouw Van der Plas, verzoekt de regering om samen met de provincie Fryslân en de gemeente Terschelling op basis van de gedeelde verantwoordelijkheid voor half mei duidelijkheid te geven over de dekking van het resterende financiële tekort, zodat de leefbaarheid op het eiland in de toekomst niet ter discussie komt te staan. Ja, ik heb net ook een toezegging gedaan aan de heer De Hoop en eigenlijk dubbelt die toezegging de motie. Om die reden kan ik 'm "overbodig" geven, omdat ik al heb toegezegd aan de heer De Hoop dat we dat op deze manier gaan doen.
Tot slot de motie van mevrouw Van der Plas op stuk nr. 303, over de biobrandstoffen. In essentie komt het erop neer dat biobrandstoffen niet verplicht moeten worden bij de concessies voor de Waddenveren. Die motie kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was het tweeminutendebat Wadden.
De voorzitter:
We gaan aanstaande dinsdag 14 april stemmen over de ingediende moties. Ik schors een ogenblik en zo dadelijk gaan we door met het tweeminutendebat Maritiem. We gaan ook even van voorzitter wisselen.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Maritiem. Ik heet de leden van de Kamer welkom, net als de minister in vak K. Ik zie dat mevrouw Wiersma graag de dag wil beginnen met een compliment. Ga uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dat sowieso natuurlijk, aan deze minister; dat weet-ie. Nee, voorzitter, ik heb een vraag. Ik weet niet of ik dat een punt van orde moet noemen, want het is de eerste keer dat ik zo'n verzoek doe.
De voorzitter:
We gaan het meemaken.
Mevrouw Wiersma (BBB):
BBB heeft niet meegedaan aan het commissiedebat, maar wil wel van de gelegenheid gebruikmaken om een aantal vragen te stellen. Daarom vraag ik de leden van de commissie of ik namens het lid Van der Plas namens BBB mag deelnemen aan dit debat.
De voorzitter:
Ik zal eens even rondkijken. "Vooruit", wordt er geroepen. Ik heb uw naam genoteerd. We gaan snel beginnen met de heer Heutink, die spreekt namens de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Enige tijd geleden gaf onderzoeksinstituut MARIN ons het verlossende antwoord: 40 km/u in de nacht voor de watertaxi van en naar Ameland is gewoon veilig. Het is natuurlijk geweldig nieuws. Eindelijk kan de watertaxi gewoon gaan varen in het donker. Daarmee kan dit het sluitstuk zijn van een jarenlange discussie tussen de Kamer en het kabinet. Toch moet er nog een horde worden genomen, zo lijkt: de milieutoets. De minister gaf al aan dat hij voorziet dat er waarschijnlijk geen problemen zijn en dat er daadwerkelijk zicht op legalisatie is. Dat betekent dus ook dat we nu simpelweg kunnen gaan gedogen. De minister sprak eerder de woorden "ik ga het regelen" uit. Nou, dan gaan we het regelen! Daarom deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er zicht is op legalisatie van de watertaxi van en naar Ameland in de nacht op hoge snelheid;
verzoekt de regering om totdat legalisatie een feit is, de watertaxi in de nacht op hoge snelheid te gedogen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 499 (31409) (#7).
Dat geeft aanleiding tot een vraag.
De heer Schutz (VVD):
Ik heb ook meegedaan aan dat commissiedebat. Volgens mij hebben we toen nog gediscussieerd over de vraag of er wel of geen noodzaak was voor een passende beoordeling. In de brief werd erover uitgeweid dat er opvolging is gegeven aan de toezegging. Hoe plaatst de heer Heutink zijn verzoek in het kader van de brief en het verloop van de vergadering waarin wel degelijk nog wel wat te verhapstukken was?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik constateer uit die vergadering dat het allemaal veel te lang duurt. We hebben een toezegging van de minister gekregen dat er ergens voor de zomer een milieutoets plaatsvindt. De vraag is of het gaat lukken; het is allemaal onduidelijk. Wij hebben al een aantal jaar een gevecht met het kabinet over het laten varen van de watertaxi. Als er nu daadwerkelijk zicht is op legalisatie en het kabinet dat ook toegeeft, dan zie ik geen enkele reden meer om niet te gaan gedogen. De eilanders kunnen niet wachten totdat ze ook in de nacht, met name als er sprake is van noodzaak, naar de wal kunnen of vice versa.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Boelsma-Hoekstra, die spreekt namens de fractie van het CDA.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie onlangs de Europese havenstrategie heeft gepresenteerd, in navolging van het rapporteursverslag-Berendsen, waarin werd geconstateerd dat onze havens de poort zijn tot Europa, maar we de sleutels uit handen hebben gegeven;
overwegende het belang dat de Kamer hecht aan deze Europese havenstrategie en het tegengaan van buitenlandse inmenging in onze havens, getuige de in 2022 aangenomen motie-Van der Molen/Koerhuis over dit onderwerp;
overwegende dat de regering zich recent, in het geval van Nexperia, genoodzaakt zag om een noodwet in te zetten vanwege risico's voor de nationale veiligheid, strategische autonomie en het ontstaan van ongewenste afhankelijkheden;
overwegende dat een belangrijk deel van terminals en overslagcapaciteit in Nederlandse havens in buitenlandse handen is;
verzoekt de regering de weerbaarheid en economische veiligheid aan te pakken door kritieke entiteiten aan te wijzen onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, de Cyberbeveiligingswet, de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vifo), de risico's van de toeleveranciersketen aan te pakken met de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, en de Kamer daar na de zomer van 2026 over te informeren;
verzoekt de regering de wenselijkheid van een maximumpercentage voor het aantal terminals in Nederlandse havens dat in buitenlandse handen mag zijn te onderzoeken en hier indien daartoe aanleiding bestaat nadien actief op te sturen;
verzoekt de regering om in samenwerking met havenbedrijven en andere partners de (wettelijke) mogelijkheden voor een noodknopprocedure te onderzoeken om schadelijke buitenlandse inmenging tegen te gaan, met daarin duidelijke grenzen voor wanneer de risico's op spionage, sabotage of economische afhankelijkheid door buitenlandse inmenging te groot zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boelsma-Hoekstra, Stoffer, Goudzwaard, Grinwis, Vellinga-Beemsterboer en Kröger.
Zij krijgt nr. 500 (31409) (#8).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Schutz, die spreekt namens de fractie van de VVD. O, is hij niet aan de beurt? Dat staat wel op mijn lijstje. Dat geeft niet. Ik heb verkeerd gekeken, zie ik. Hij stond erop met nul minuten spreektijd. We gaan nu dus luisteren naar mevrouw Kröger, die spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Sinds wij dit debat gevoerd hebben, is er natuurlijk het nodige gebeurd, met name in maritieme zaken en de internationale zeescheepvaart. Er zijn in het debat ook best wat vragen gesteld over de beveiliging van kritieke infrastructuur op de Noordzee. Ik ben dus benieuwd of de minister hier vandaag nog een update over kan geven. Dat geldt ook voor vragen over hoe wij zorgen dat de bemanning van zeeschepen veilig blijft.
Mijn motie ziet op een toekomstig vraagstuk. Zeker in de huidige geopolitieke crisis zie je hoe ongelofelijk kwetsbaar we zijn als we afhankelijk zijn van de import van fossiel, maar dat is wel nog steeds de belangrijkste activiteit van onze havens. Vandaar dat ik de volgende motie heb.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat fossiele import en verwerking nu nog belangrijke activiteiten in onze havens zijn;
overwegende dat de helft van alle zeescheepvaart fossiele brandstoffen vervoert;
overwegende dat het gebruik en daarmee de overslag en verwerking van fossiele brandstoffen, zowel om geopolitieke redenen als vanuit onze verplichtingen onder het Verdrag van Parijs, af zal nemen;
verzoekt de regering om verschillende scenario's in kaart te brengen voor wat een vermindering van de import, verwerking en export van kolen, olie en gas betekent voor de activiteiten en het ruimtegebruik van onze havens,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 501 (31409) (#9).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Goudzwaard, die spreekt namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik dien een motie in. Dat moet ik misschien eerst even zeggen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie haar Europese maritieme- industriestrategie gepresenteerd heeft;
constaterende dat de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie doorloopt tot eind 2026;
overwegende dat Nederland een vooraanstaande speler moet zijn en blijven in de maritieme sector;
overwegende dat het dus verstandig is voor Nederland om zich proactief op te stellen richting de Europese ontwikkelingen in de maritieme sector;
verzoekt de regering om de Europese maritieme-industriestrategie te betrekken bij de eindevaluatie van de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie en de Europese maritieme-industriestrategie als uitgangspunt te nemen bij een eventuele tweede Sectoragenda Maritieme Maakindustrie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 502 (31409) (#10).
Dank u wel. Dan gaan we nu tot slot luisteren naar mevrouw Wiersma. Zij spreekt namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. Dank ook voor de gelegenheid. Tijdens het debat Maritiem is uitgebreid gesproken over autonoom varen. Ik ben fervent voorstander van innovaties en zeker ook van technische innovaties, want voor veel sectoren is dat de toekomst, ook voor de maritieme sector. Tegelijkertijd moeten we ons afvragen of we voldoende oog houden voor de tussenstappen, want technologie ontwikkelt zich in hoog tempo. We zien dat wet- en regelgeving en beleid dat tempo niet altijd kunnen bijbenen. Dan hebben we het bijvoorbeeld over camera's, sensoren en handelingen die in toenemende mate geautomatiseerd worden.
Om dat tempo bij te kunnen benen, heb ik een aantal vragen aan deze minister. Mijn vraag is om kritisch te kijken naar die ontwikkelingen en in gesprek te gaan met deze sector om wet- en regelgeving nu al voor te bereiden op de toekomstige technologische mogelijkheden, uiteraard zonder concessies te doen op het gebied van de veiligheid. Ik zou de toezegging willen vragen van de minister dat hij samen met de maritieme sector de huidige bemanningseisen en relevante wet- en regelgeving waar nodig gaat herzien en gaat moderniseren, zodat schepen, waar dat veilig kan, met minder bemanning zouden kunnen varen. Dat zou ik willen vragen van de minister en ik zou willen horen op welke termijn hij dat zou kunnen doen. Ik wil ook vragen of hij daarbij expliciet rekening kan houden met de technologische ontwikkelingen en de huidige personeelstekorten, omdat het ook daarvoor een oplossing kan zijn.
Daarnaast heb ik nog een vraag aan de minister over de sterk gestegen olieprijzen. We zien dat heel veel schippers hun schepen op dit moment nog maar voor de helft volbunkeren. Zou hij ook daarover in gesprek kunnen gaan met de maritieme sector, om oplossingen te kunnen bieden voor de gevolgen daarvan, en zou hij de Kamer daarover kunnen informeren?
Dank u wel.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Als iemand die niet aan het commissiedebat heeft meegedaan, verzoekt om toch aan het tweeminutendebat mee te doen, is dat meestal om door te gaan op een thema dat besproken is in het debat. Ik herinner mij niet dat autonoom varen voorbij is gekomen. Ik kijk even naar de collega's. Nee, dat is niet het geval. Ik moet zeggen dat ik dit een beetje ongemakkelijk vind. Ik hoor allemaal vragen. Hier hebben we ook het instrument van de schriftelijke vragen voor. Maar goed, ik wilde dat punt even markeren.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank voor het markeren van het punt. Ik ben hier namens het lid Van der Plas. Ik had begrepen dat het wel besproken was. Dat staat ook letterlijk in mijn tekst. Ik nam geen deel aan het debat. Dat is dus een omissie onzerzijds, zou ik zeggen.
De voorzitter:
Als neutraal voorzitter voel ik wel mee met het punt van mevrouw Kröger, want als we dit soort dingen met elkaar gaan toestaan, loopt het natuurlijk allemaal enorm uit. Maar als het een omissie is, dan is dat wat het is. Dank u wel.
De minister heeft aangegeven zeven minuten nodig te hebben voor de voorbereiding van de appreciatie en de beantwoording van de vragen. Als de minister eerder klaar is, gaan we gewoon beginnen, dus blijf in de buurt.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Maritiem. Wij zijn toegekomen aan de appreciaties van de ingediende moties en de beantwoording van de gestelde vragen. Ik geef daartoe graag het woord aan de minister. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Minister Karremans:
Dank, voorzitter. Ik begin met de vragen die hierover gesteld zijn.
Allereerst ga ik in op de vraag van mevrouw Wiersma over het autonome varen. Nederland zet zich inderdaad op nationaal en internationaal gebied in voor innovatie. Ook autonoom varen kan positief bijdragen aan de scheepvaartsector. Daarover worden internationale afspraken gemaakt. Het is daarom moeilijk om in dezen een heel duidelijk tijdpad te geven, maar ik wil wel toezeggen dat wij daarover in de volgende verzamelbrief in de aanloop naar het commissiedebat Maritiem een update geven en dat wij de Kamer op die manier op de hoogte houden. Ik ben het op zich eens met de interesse in en het belang van autonoom varen.
Dan over de olieprijzen en de gestegen brandstofprijzen. Hebben wij daarover met de sector contact? Jazeker. Wij hebben een goed contact met alle sectoren die met IenW te maken hebben, waaronder inderdaad de Koninklijke Binnenvaart Nederland. Ook met alle andere brancheorganisaties die te maken hebben met de gestegen brandstofprijzen hebben wij een goed contact. Gisteren hebben we nog overleg gehad met heel veel partijen in de maritieme sector en het goederenvervoer.
Tot slot ga ik in op de vraag van mevrouw Kröger. Zij vroeg of er een update is over de kritieke infrastructuur op de Noordzee. Ik heb nu geen specifieke update, maar voor de zomer wordt de Kamer conform alle moties en toezeggingen daarover geïnformeerd. Dat kan ik dus zeggen, maar ik heb nu verder geen specifieke update over de voortgang van het programma.
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een vraag. Gaat uw gang, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat dit wel een onderwerp is dat behoorlijk urgent is. Die urgentie wordt ook breed in de Kamer gevoeld. De hele vraag richt zich daarbij op de governance: hoe wordt het nu ingericht en is er voldoende budget? "Voor de zomer" klinkt voor mij ietwat ver weg. Ik hoop dus dat wij hierover sneller een update kunnen krijgen.
Minister Karremans:
Die vraag is helder. Wij doen natuurlijk ons best. De urgentie deel ik. Die zien we. De Kamer zal hierover worden geïnformeerd.
Voorzitter. Als u het goed vindt, kom ik bij de moties. Ik ga allereerst in op de motie-Heutink/Van der Plas op stuk nr. 499, waarin de regering wordt verzocht om snel varen in het donker te gedogen. Ik snap helemaal waar de heer Heutink vandaan komt. We willen dat natuurlijk graag realiseren. Mijn voorgangers hebben inderdaad al eerder gezegd dat dat wenselijk is. Er wordt nu een ecologisch onderzoek gedaan. Dat moeten we gewoon doen om dit wettelijk mogelijk te maken. We werken natuurlijk sowieso aan de wetswijziging, maar ik wil de Kamer toezeggen dat we de situatie in de tussentijd zullen gedogen als de uitkomst van dat ecologisch onderzoek positief is. We moeten dus wel even afwachten wat er uit het ecologisch onderzoek komt.
De voorzitter:
De heer Heutink is, denk ik, heel blij met deze toezegging.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dat is een hele mooie beweging richting de Kamer. Daar dank ik de minister dus voor. Ik denk dat we dan snel kunnen gaan gedogen. De minister begrijpt natuurlijk ook dat wij hier weer staan als de uitkomst van het ecologisch onderzoek toch de andere kant op valt. Toch dank voor deze toezegging. Ik zal deze motie dan ook intrekken.
Minister Karremans:
Oké, dank.
Dan de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. op stuk nr. 500 over buitenlandse inmenging. Ja, wie ben ik om deze motie te ontraden? Dat is bijna onmogelijk. Ik zie de urgentie daar natuurlijk van in. Op dat vlak werken we ook goed samen met de verschillende havens. Daarom geef ik de motie graag oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 500 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Dan de motie van mevrouw Kröger op stuk nr. 501 over het ruimtegebruik van onze havens. Deze motie wil ik ook oordeel Kamer geven. Het in kaart brengen van de verschillende scenario's loopt nu ook mee in de verkenning in NOVEX, van de Rotterdamse haven en in onderzoek naar ruimtegebrek in het kader van de Nota Ruimte. Het is natuurlijk bekend dat de haven van Rotterdam in NOVEX toe wil naar het meest duurzame havencomplex ter wereld. Gezien de enorme situatie — mevrouw Kröger refereerde daar niet alleen vandaag, maar ook gisteren tijdens het mondelinge vragenuur aan — heeft dit natuurlijk niet alleen met CO2-besparing te maken, maar ook gewoon met de onafhankelijkheid van energiebronnen waar je niet afhankelijk van wil zijn.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 501 krijgt oordeel Kamer.
Tot slot, de laatste motie.
Minister Karremans:
De motie-Goudzwaard op stuk nr. 502 geef ik ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 502 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Dat is dus makkelijk.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik wil toch nog even terugkomen op dit punt. Overigens dank voor de toezegging van de minister. Ik weet dat we wat dit betreft een gezamenlijke passie hebben. Hopelijk kunnen we hierbij ook samen optrekken. Ik wil nog wel even terugkomen op het punt dat het lid Kröger maakte. Het is terecht dat Kamerleden elkaar scherp houden, maar zij hoeft de beraadslaging in de debatten er maar even op na te slaan — dat hebben wij zojuist even gedaan — om te kunnen constateren dat dit punt wel degelijk besproken is. Voor het commissiedebat Maritiem stond ook een brief over autonoom varen geagendeerd. Nou ja, ik denk dat een neutraal voorzitter ook moet kunnen beamen dat, als je een punt maakt, dat wel valide moet zijn. Dat wou ik wel nog even melden hier.
De voorzitter:
Genoteerd voor de Handelingen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Ik schors voor enkele seconden.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Verkeersveiligheid. Nogmaals welkom, nu aan de nieuwe Kamerleden die zijn verschenen, en aan de minister, die er nog steeds is.
Ik geef graag het woord aan de heer Van Dijk, die spreekt namens de fractie van de SGP. Ga uw gang.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik mag hier mijn collega Chris Stoffer vervangen. De SGP is van harte een prolifepartij. Dat betekent dat ook de inzet voor verkeersveiligheid op onze warme belangstelling kan rekenen. In dat licht twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat richting 2040 een toename van het aantal verkeersslachtoffers wordt verwacht in plaats van een afname;
overwegende dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat Nederland verkeersveiliger wordt gemaakt, maar dat geen extra financiële middelen hiervoor zijn gereserveerd, zodat onder meer de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid niet voortgezet lijkt te kunnen worden;
van mening dat alles in het werk gesteld moet worden om te zorgen voor een dalende trend in het aantal verkeersslachtoffers, bijvoorbeeld door voortzetting van de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid en voortvarende invoering van het alcoholslot;
verzoekt de regering in overleg met gemeenten en provincies een integrale aanpak voor het verkeersveiliger maken van Nederland op te stellen, inclusief financiële paragraaf, en deze voor de behandeling van de begroting 2027 met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Stoffer.
Zij krijgt nr. 1205 (29398) (#11).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er onduidelijkheid is over de definiëring van de "fiets met trapondersteuning" in de Wegenverkeerswet, waardoor handhaving bij fatbikes onnodig belemmerd wordt;
van mening dat elektrische fietsen, waaronder fatbikes, qua constructie geen enkele mogelijkheid moeten kunnen bieden om bij snelheden boven de 25 km/uur trapondersteuning te geven;
verzoekt de regering in overleg met de politie ervoor te zorgen dat de Wegenverkeerswet effectieve handhaving betreffende onder meer opgevoerde fatbikes mogelijk maakt, zo nodig de wetgeving hierop aan te passen, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Stoffer.
Zij krijgt nr. 1206 (29398) (#12).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan nu luisteren naar de heer De Hoop, die spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ga uw gang.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het gaat niet goed met de verkeersveiligheid in Nederland. Vandaar dat mijn fractie twee moties heeft, allereerst een over de veiligheid van provinciale wegen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat veel provinciale en lokale wegen onnodig onveilig zijn;
overwegende dat voor veel onveilige wegen een grootschalige aanpak op de korte termijn onmogelijk is, gezien de beperkte budgetten, lastige vergunningverlening en beperkte uitvoeringscapaciteit;
overwegende dat veel wegen veel veiliger kunnen, met relatief beperkte ingrepen, zoals fysieke rijbaanscheiding, of andere maatregelen;
verzoekt de regering om relatief beperkte ingrepen zoals fysieke rijbaanscheidingen mogelijk te maken om de verkeersveiligheid te vergroten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.
Zij krijgt nr. 1207 (29398) (#13).
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dan nog een motie over alcoholgebruik in het verkeer, want we zien dat in de afgelopen tien jaar het aantal verkeersdoden en verkeersongelukken door toedoen van alcoholgebruik verdubbeld is. Mijn fractie vindt dat echt onacceptabel, als je ziet hoeveel verkeersongelukken we hebben en dat dit echt te voorkomen is als mensen zich anders gaan gedragen, bijvoorbeeld als we een alcoholslot zouden toepassen. Vandaar dat wij de volgende motie hebben.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het innemen van het rijbewijs van betrapte drankrijders wordt gezien als een strafmaatregel;
overwegende dat een alcoholslot voor betrapte drankrijders wordt gezien als een strafmaatregel;
overwegende dat straf kan bestaan uit boetes, gevangenis of taakstraf;
verzoekt de regering om te verkennen of de wet zodanig is te wijzigen dat het onttrekken van het rijbewijs wordt beschouwd als maatregel om overige verkeersdeelnemers te beschermen, naast een gepaste straf en het alcoholslot als een middel tot re-integratie van veroordeelde drankrijders,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.
Zij krijgt nr. 1208 (29398) (#14).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Bikkers, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer Bikkers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat opgevoerde en technisch onveilige fatbikes een groeiend risico vormen voor de verkeersveiligheid;
constaterende dat inbeslagnames en overtredingen rondom fatbikes momenteel vaak in bredere categorieën worden geregistreerd, waardoor het zicht op de omvang van het probleem beperkt is;
overwegende dat effectieve handhaving alleen mogelijk is wanneer de problematiek goed in beeld is;
verzoekt de regering om de registratie van overtredingen, inbeslagnames en controles met betrekking tot opgevoerde fatbikes en e-bikes te verbeteren, en de Kamer jaarlijks te informeren over deze cijfers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikkers, Stoffer en Jumelet.
Zij krijgt nr. 1209 (29398) (#15).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal verkeersslachtoffers zonder aanvullende maatregelen naar verwachting zal stijgen;
constaterende dat het huidige beleid wel ambities kent, maar dat concrete tussendoelen voor de komende jaren ontbreken;
overwegende dat duidelijke en meetbare doelstellingen noodzakelijk zijn om beleid te kunnen bijsturen en de Kamer effectief haar controlerende taak te laten uitvoeren;
verzoekt de regering om voor de zomer concrete en meetbare tussendoelen uit te werken voor het terugdringen van het aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden, inclusief een overzicht van de maatregelen waarmee deze doelen moeten worden bereikt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikkers, Stoffer, Van Leijen en Jumelet.
Zij krijgt nr. 1210 (29398) (#16).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat diverse rijks-N-wegen, waaronder de N33, N50, N57 en N59, bovengemiddeld onveilig zijn;
overwegende dat gerichte infrastructurele maatregelen op dergelijke trajecten aantoonbaar bijdragen aan minder verkeersslachtoffers;
overwegende dat verschillende projecten voor verbetering van deze wegen nog jaren vooruitgeschoven lijken te worden;
verzoekt de regering om voor de begrotingsbehandeling van Infrastructuur en Waterstaat de grootste verkeersveiligheidsrisico's en risicolocaties op de rijkswegen inzichtelijk te maken en om in 2027 een maatregelenpakket met kostenindicatie in beeld te brengen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de rijkswegen op basis van de geprioriteerde risico's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikkers, Stoffer en Jumelet.
Zij krijgt nr. 1211 (29398) (#17).
Precies binnen de tijd; dank u wel. Wij gaan luisteren naar de heer Jumelet, die spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. Het coalitieakkoord barst van de ambitie om alcohol- en drugsgebruik in het verkeer aan te pakken. We spreken over een zerotolerancebeleid, strenger handhaven, zwaarder straffen, invoeren van het alcoholslot en aanscherpen van het puntenrijbewijs en zodra nieuwe gevalideerde drugstesten beschikbaar zijn, passen we die zo snel mogelijk toe bij verkeerscontroles.
Maar ik las nu dat er door de politie gestopt gaat worden met de inzet van de zogenoemde verkeersfuiken, omdat de locaties daarvan op sociale media worden gedeeld. In dat licht viel me op dat de vorige minister zei dat er nul knelpunten zijn in capaciteit, middelen, regelgeving en techniek bij de handhaving op drugsgebruik achter het stuur. "Nul", dus dat roept dan vragen op. De vraag aan de minister is: kan er samen met de SWOV in kaart worden gebracht of er inderdaad geen knelpunten zijn? Dan kan daar uiteindelijk ook werk van worden gemaakt.
Voorzitter. Dat was mijn vraag hierbij.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer El Abassi, die spreekt namens de fractie van DENK. Gaat uw gang.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit de Staat van de Verkeersveiligheid 2025 blijkt dat 53% van de verkeersdoden in 2024 60-plusser was en dat het aantal slachtoffers onder oudere fietsers jaarlijks stijgt;
overwegende dat verkeersveiligheidsbeleid zich moet richten op de grootste risico's;
verzoekt de regering om met gerichte maatregelen te komen ter verbetering van de verkeersveiligheid van oudere fietsers, in het bijzonder e-bikegebruikers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1212 (29398) (#18).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit de WODC-evaluatie blijkt dat verkeersboetes steeds minder worden gezien als veiligheidsinstrument en meer als financieel instrument;
overwegende dat disproportioneel hoge boetes en oplopende verhogingen bij niet-tijdige betaling het vertrouwen van burgers kunnen ondermijnen;
verzoekt de regering te waarborgen dat verkeersboetes primair worden ingezet als instrument voor verkeersveiligheid en niet als begrotingsmiddel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1213 (29398) (#19).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Openbaar Ministerie adviseert boetes te verlagen of niet te indexeren;
overwegende dat stijgende energieprijzen en inflatie de koopkracht onder druk zetten;
verzoekt de regering om te verkennen hoe verkeersboetes kunnen worden verlaagd om de druk op de koopkracht te verlichten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1214 (29398) (#20).
De heer El Abassi (DENK):
Dan mijn laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij verkeersongevallen steeds vaker omstanders beelden maken van slachtoffers en deze via sociale media verspreiden;
overwegende dat juist bij verkeersongevallen sprake is van acute kwetsbaarheid van slachtoffers en dat bescherming van hun waardigheid en privacy daarom extra zwaar moet wegen;
verzoekt de regering om bij de kabinetsreactie op (initiatief)wetgeving over het verspreiden van beelden van slachtoffers expliciet aandacht te besteden aan de bescherming van verkeersslachtoffers en hun naasten, en deze aandachtspunten actief onder de aandacht te brengen van de initiatiefnemers en de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1215 (29398) (#21).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot één vraag.
De heer Bikkers (VVD):
Ik heb nog een vraag over de vorige motie. U vindt de VVD aan uw zijde waar het gaat om het feit dat de boetes misschien wat te hoog zijn, maar hoor ik DENK de hoogte van de boetes nu koppelen aan de koopkracht? Is DENK het niet met de VVD eens dat je je gewoon aan de regels moet houden en dat dat uiteindelijk leidt tot minder boetes, wat dan dus de koopkracht verhoogt?
De heer El Abassi (DENK):
Die koppeling maak ík niet; die maken deskundigen, experts. Misschien moet u het boekje de Boetefabriek een keer lezen. Daarin kunt u lezen dat het juist de kwetsbaren raakt, de mensen die nu problemen hebben met het betalen van de energierekening. Dat ten eerste.
Ten tweede iets over de koppeling. Het argument van de VVD is dat mensen zich moeten houden aan de regels. Dat is precies wat ik hier juist probeer te beamen: de overheid dient zich namelijk aan de regels te houden. Op dit moment gebruiken wij de verkeersboetes om de staatskas te spekken. Dat is niet de bedoeling. Boetes zijn bedoeld om de verkeersveiligheid te bevorderen. Dat is al jarenlang niet het geval. Dat hebben we vaak besproken in de Kamer en dat wordt ook nooit ontkend. Wíj moeten ons aan de regels houden; eerst wij en dan de mensen op straat.
De voorzitter:
Meneer Bikkers, ik wil niet het commissiedebat opnieuw doen.
De heer Bikkers (VVD):
Zeker niet, voorzitter. Dat was ik ook niet van plan. Ik constateer dat de fractie van DENK zegt: laten we de boetes naar beneden brengen en er op die manier voor zorgen dat de koopkracht erop vooruitgaat. Volgens mij moet je je gewoon aan de regels houden. Dan zorg je dat je geen boetes krijgt en heb je geld in je portemonnee over.
De heer El Abassi (DENK):
Dat is niet wat ik zeg. Wat ik wel zeg, is dat het de kwetsbaren in de samenleving raakt dat wij illegale boetes uitdelen. Daar moeten we mee stoppen. We moeten ons zelf aan de regels houden voordat we wijzen naar de mensen, die zich inderdaad ook aan de regels moeten houden. Tegelijkertijd raakt het de meest kwetsbaren. Dat weten we van verhogingen. Die raken niet u en mij, zeg ik even, maar die raken mensen met een kleine portemonnee. Daar moeten we mee stoppen. We moeten ons aan de regels houden, net als de mensen thuis.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Van Leijen. Hij spreekt namens de fractie van D66.
De heer Van Leijen (D66):
Voorzitter. Ik heb het commissiedebat zelf niet gedaan; dat was voor mijn beëdiging. Ik maak me echter wel enorm zorgen over de verkeersveiligheid in Nederland. Het aantal slachtoffers neemt niet af. De verwachting is zelfs dat het aantal slachtoffers zal toenemen. Onder jongeren zien we zelfs al dat het aantal dodelijke slachtoffers is toegenomen. Dat was voor mij reden om de motie van de heer Bikkers mede te ondertekenen. Ik denk dat tussendoelen en concrete maatregelen echt nodig zijn om het tij te keren.
Verder heb ik een uitnodiging aan de minister. Ik denk dat het ontsluiten van ambulancedata voor organisaties als VeiligheidNL heel erg kan helpen om gemeenten sturingsinformatie te geven om het verkeer veiliger te maken. Ik ga dus graag gezamenlijk met de minister zoeken naar de financiering die daarvoor nodig is.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar de heer Goudzwaard, die spreekt namens de fractie van JA21.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in Nederland een tekort is van circa 4.400 parkeerplaatsen voor vrachtauto's en dat dit tekort de komende jaren verder zal oplopen;
constaterende dat dit tekort leidt tot verslechterde arbeidsomstandigheden voor vrachtwagenchauffeurs en onnodige stress veroorzaakt;
overwegende dat het tekort aan veilige vrachtwagenparkeerplaatsen leidt tot onveilige situaties voor vrachtwagenchauffeurs en andere weggebruikers;
overwegende dat vrachtwagenchauffeurs hierdoor regelmatig noodgedwongen moeten rusten op onveilige of ongepaste locaties, zoals bedrijventerreinen, woonwijken of vluchtstroken;
verzoekt de regering zich tot het uiterste in te spannen om de aangekondigde middelen voor meer truckparkeerplaatsen om te zetten in concrete acties in 2026, waaronder het versneld realiseren en uitbreiden van veilige parkeerfaciliteiten met sanitaire voorzieningen voor vrachtwagens langs de belangrijkste goederencorridors,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 1216 (29398) (#22).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland in de Actieagenda Auto heeft vastgelegd dat autonoom rijden in de toekomst mogelijk moet zijn op de openbare weg;
constaterende dat meerdere EU-lidstaten autonoom vervoer al structureel toestaan binnen het Europese kader, terwijl Nederland blijft hangen in pilotregelingen;
overwegende dat autonoom rijden essentieel is voor de logistieke innovatiekracht, verkeersveiligheid en concurrentiepositie van de Nederlandse maakindustrie;
verzoekt de regering zich maximaal in te zetten om zo snel als mogelijk een voorstel voor een wet geautomatiseerd vervoer aan de Kamer voor te leggen waarmee structurele toelating van autonoom rijden mogelijk wordt gemaakt binnen het Europese kader en daarbij expliciet te borgen dat de wet veiligheidsnormen, aansprakelijkheid en toezicht helder regelt, zodat marktpartijen kunnen opschalen, en de Kamer periodiek te informeren over de voortgang van deze doelstelling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 1217 (29398) (#23).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de instroom van illegale fatbikes voornamelijk plaatsvindt via digitale platformen, particuliere handel en cross-border e-commerce;
overwegende dat toezicht zich nu vrijwel uitsluitend richt op reguliere verkooppunten, terwijl daar een beperkt deel van het probleem ligt;
verzoekt de regering bij de halfjaarlijkse rapportages specifiek de e-commerce en bijbehorende grensoverschrijdende handhaving mee te nemen en bij de bestaande samenwerking tussen ILT, NVWA en Douane een gerichte aanpak van de import van illegale fatbikes door middel van e-commerce te ontwikkelen, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 1218 (29398) (#24).
Dank u wel. Het geeft aanleiding tot één vraag.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De heer Goudzwaard triggerde mij met die eerste motie over de rusttijden voor vrachtwagenchauffeurs. Ik denk dat het terecht is dat daar aandacht voor wordt gevraagd. Hij schetst in zijn motie een van de voorbeelden die hij niet goed vond, namelijk dat dat nu plaatsvindt bij bedrijventerreinen. Ik denk dat, in een tijd waarin er nog heel veel tekorten zijn aan plekken, het misschien wel goed zou zijn als de minister bekijkt of je met de logistieke sector niet veilige plekken kunt creëren op bedrijventerreinen. Is de heer Goudzwaard dat met mij eens? Zouden we de minister er niet toe moeten aanmoedigen om juist op bedrijventerreinen wel plekken te creëren voor de vrachtwagenchauffeurs?
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank voor deze vraag. Dat zou wellicht een optie kunnen zijn. Vooralsnog wil ik vasthouden aan de overwegingen zoals die in de motie zijn genoemd. Ik ben vooral heel erg benieuwd naar waar de minister mee gaat komen, maar vooralsnog wil ik het liefst zo veel mogelijk blijven vasthouden aan de overwegingen in mijn motie.
De voorzitter:
Dank u wel. De minister heeft aangegeven tien minuten nodig te hebben voor de appreciatie van de ingediende moties en de beantwoording van de vragen. Ik schors voor tien minuten.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Verkeersveiligheid. Wij zijn toegekomen aan de appreciatie van de ingediende moties en de beantwoording van de gestelde vragen. Ik geef daartoe graag de minister het woord. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. Er is veel aandacht voor verkeersveiligheid in deze Kamer. Letterlijk van links tot rechts delen we allemaal het doel en de passie om de verkeersveiligheid te verbeteren in Nederland. We hebben het vaak over statistieken; morgen komen de cijfers van het CBS over verkeersveiligheid weer uit. Dat zijn dan weer getallen, maar achter elk getal zit onnoemelijk veel leed. Dat willen we als politiek natuurlijk zoveel als dat kan terugdringen. De heer De Hoop had natuurlijk helemaal gelijk: het gaat op dit moment niet goed met de verkeersveiligheid. Het is terecht dat daar zoveel aandacht voor is. Als oud-wethouder in een grote stad, waar ik verantwoordelijk was voor verkeersveiligheid, heb ik dat helaas bijna elke dag gemerkt in Rotterdam. De drive, de passie die de Kamer heeft voor verkeersveiligheid, deel ik dus compleet.
In een aantal moties, die ik natuurlijk straks allemaal zal beantwoorden, maar ook in de vragen die gesteld zijn en in debatten met mijn voorgangers ging veel aandacht naar fatbikes en de overlast en verkeersonveiligheid die die met zich meebrengen. In het coalitieakkoord zijn daar natuurlijk een aantal afspraken over gemaakt, waaronder een aparte categorie voor fatbikes. Daar ben ik direct mee aan de slag gegaan, op de dag dat ik het ministerie binnen kwam wandelen. Ik wil het echter ook breder trekken. Dat wil ik de Kamer ook meegeven: gezien de enorme aandacht die er is vanuit de Kamer, wil ik een landelijke aanpak fatbikes opstellen en die ook met de Kamer delen. Ik denk namelijk dat dit een samenhangende aanpak nodig heeft op alle punten die door onder andere de Kamer zijn benoemd. Die kunt u dus binnenkort van ons tegemoet zien.
Voordat ik bij de moties kom, kom ik eerst bij de vraag van de heer Jumelet. Daarbij zeg ik gelijk dat het een beetje een gemankeerde beantwoording is, omdat veel, zeker als het gaat om handhaving, natuurlijk bij mijn collega van JenV zit. Ik heb niet alles direct kunnen afstemmen met hem, dus ik ga een paar keer verzoeken om wat geduld bij de Kamer omdat ik het verstandiger vind om de minister van JenV te laten antwoorden op hele specifieke vragen ten aanzien van bijvoorbeeld handhaving.
Een van de vragen die daarover gesteld zijn, gaat namelijk over de verkeersfuiken en waarom de politie die niet meer gebruikt. Wat ik kan zeggen, is dat de politie risicogestuurd werkt; zij hebben natuurlijk ook capaciteitsissues. Risicogestuurd werken werkt ook goed. Voor de precieze aanpakstrategie verwijs ik u naar de minister van JenV. Ik zal ook vragen of hij de Kamer hier schriftelijk over wil informeren, zodat de Kamer daar verder ook eventueel met hem het gesprek over kan voeren.
Dan over de moties, voorzitter. De eerste motie over verkeersveiligheid is die van de heer Van Dijk namens de heer Stoffer. "Pro-life" had ik niet helemaal zo opgevat. Ik geef 'm oordeel Kamer, overigens, omdat ik denk dat het inderdaad verstandig is om dat te doen. De heer Bikkers had het ook al gevraagd; ik denk dat ik dat mooi samen kan nemen. Ik ga graag de uitdaging aan om zowel met concrete doelen als met een verstandige aanpak op allerlei fronten te komen en die vóór de begroting van 2027 met de Kamer te delen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1205 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1206 gaat over handhaving fatbikes. Ik zei het net al even: er zijn over dit onderwerp veel moties ingediend. Ook deze motie geeft ik oordeel Kamer. Ik zal de motie meenemen in de aanpak die we aan het ontwikkelen zijn.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1206 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Ook de motie-De Hoop op stuk nr. 1207, met het verzoek om met relatief beperkte ingrepen zoals fysieke rijbaanscheidingen de verkeersveiligheid te vergroten, wil ik oordeel Kamer geven. We hebben daar een impulsregeling beschikbaar voor. Daar zitten nog wat middelen in en die willen we op die manier inzetten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1207 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1208 gaat over het innemen van het rijbewijs van betrapte drankrijders en verzoekt de regering om te verkennen of de wet zodanig is te wijzigen dat het onttrekken van het rijbewijs wordt beschouwd als maatregel om overige verkeersdeelnemers te beschermen. Ik kan namens de minister van JenV deze motie oordeel Kamer geven. Het is wel wenselijk dat we met elkaar in contact treden over wat precies het doel is, want er zitten enkele elementen in die overlappen. Met die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1208 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1209 van de heer Bikkers, met het verzoek om de registratie van overtredingen, inbeslagnames en controles met betrekking tot opgevoerde e-bikes en fatbikes te verbeteren en de Kamer daar jaarlijks over te informeren, geef ik oordeel Kamer, met verwijzing naar mijn inleiding.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1209 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1210, van de heer Bikkers, verzoekt de regering concrete en meetbare tussendoelen uit te werken voor het terugdringen van verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden, inclusief een overzicht van de maatregelen waarmee deze doelen moeten worden bereikt. Ik zei net al dat ik die uitdaging graag oppak, dus deze motie geef ik ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1210 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie-Bikkers c.s. op stuk nr. 1211, over het versnellen van de aanpak van gevaarlijke N-wegen, geef ik ook oordeel Kamer. We werken op dit moment aan een strategische agenda verkeersveiligheid voor rijkswegen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1211 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1212 verzoekt de regering om met gerichte maatregelen te komen ter verbetering van de verkeersveiligheid van oudere fietsers, in het bijzonder e-bikegebruikers. Die motie is overbodig, want dat doen we. In het Meerjarenplan Fietsveiligheid, dat wij vorig jaar hebben gedeeld met de Kamer, is er aandacht voor verschillende groepen, waaronder zeker oudere fietsers. In mei starten de eerste Nationale Doortrapdagen. Die worden georganiseerd om ouderen zo lang mogelijk veilig te laten fietsen. Zoals ik net zei, zal ik ook met een aanpak voor fatbikes komen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1212 krijgt de appreciatie "overbodig".
Minister Karremans:
JenV geeft nog een schriftelijke appreciatie op de motie op stuk nr. 1213.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1213 krijgt een schriftelijke appreciatie vanuit het ministerie van JenV.
Minister Karremans:
Ja. Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 1214. Ik wil er een algemene opmerking bij maken, want ik ben het wel met de heer Bikkers eens. De beste budgetmaatregel is: niet door rood licht rijden. Gezien de verkeersveiligheid vind ik dat ik die opmerking toch moet maken. Handhaving sec, boetes en hoe je daarmee omgaat, zijn een aangelegenheid van JenV, maar vanuit de optiek van verkeersveiligheid vind ik het belangrijk dat er ook een flinke straf zit op het niet naleven van verkeersregels.
De voorzitter:
De moties op stuk nr. 1213 en stuk nr. 1214 krijgen een schriftelijke appreciatie vanuit JenV. Door deze laatste opmerking van de minister staat de heer El Abassi hier. Gaat uw gang.
De heer El Abassi (DENK):
We hebben hier inderdaad veel debatten over gehad. We hebben het hier over je aan de regels houden. We zijn verschillende malen door de Raad van State en door ons eigen OM op de vingers getikt omdat wij ons niet aan de regels houden, omdat de boetes te hoog zijn en omdat ze niet meer bedoeld zijn voor verkeersveiligheid, maar om de staatskas te spekken. Dit is verschillende malen gebeurd en we doen er nog steeds niets aan. Is de minister het met mij eens dat als wij van de mensen vragen om zich aan de regels te houden, wij ons op z'n minst ook zelf aan de regels moeten houden?
De voorzitter:
Ik geef de minister de gelegenheid om hierop te reageren, maar ik ga niet het debat opnieuw openen.
Minister Karremans:
Het is wel verleidelijk.
De voorzitter:
Dat weet ik. Ik ken deze minister, dus graag een bondige reactie en dan verder met de motie op stuk nr. 1215.
Minister Karremans:
We zijn het niet met elkaar eens. De regering houdt zich aan de regels. Dit is democratisch tot stand gekomen. De begrotingen worden gewoon allemaal langs het parlement geleid en er wordt over gestemd. We houden ons dus netjes aan de regels. Tot slot zijn er onderzoeken waaruit blijkt dat handhaving wel degelijk werkt en dat de hoogte van boetes ook wel degelijk werkt ter versterking van de verkeersveiligheid. Ik ben het dus niet eens met wat de heer El Abassi zegt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1215.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1215 verzoekt de regering om bij de kabinetsreactie op initiatiefwetgeving over het verspreiden van beelden van slachtoffers expliciet aandacht te besteden aan de bescherming van verkeersslachtoffers en hun naasten. Die motie kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1215 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1216 kan ik ook oordeel Kamer geven. Die gaat over truckparkings. Er was een interruptiedebatje tussen de heer De Hoop en de heer Goudzwaard over de bedrijventerreinen. Als voormalig minister van Economische Zaken kan ik zeggen dat de ruimte bij bedrijventerreinen zeer schaars is, maar die plekken vormen wel de 1% van Nederland waar 60% van ons geld wordt verdiend. Daar moet je voorzichtig mee omgaan. Ik zit er niet dogmatisch in, maar ik denk wel dat ik de zorgen van de heer Goudzwaard deel. Als het sociaal veilig en op een goede manier kan, moeten we kijken waar het mogelijk is. De motie geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1216 krijgt oordeel Kamer.
De heer Goudzwaard (JA21):
Refererend aan het korte interruptiedebat met de heer De Hoop, wil ik zeggen dat ik nog contact heb gehad met een aantal stakeholders. Er valt zeker iets te zeggen voor de suggestie van de heer De Hoop. Ik weet niet of alle omwonenden er direct heel erg blij van gaan worden als bedrijventerreinen dat gaan faciliteren, maar het zou mooi zijn als de minister ook even kijkt of het inpasbaar is bij de spaarzame bedrijventerreinen. De minister geeft zelf net al aan dat het heel erg lastig wordt, maar wat we kunnen meepakken, moeten we vooral meepakken.
De voorzitter:
Dank u wel. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 1217.
Minister Karremans:
We zijn het allemaal eens. De motie op stuk nr. 1217 krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1217 krijgt oordeel Kamer. Tot slot de laatste motie.
Minister Karremans:
Die nemen we mee in de fatbikeaanpak dus die krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1218 krijgt oordeel Kamer.
De heer Jumelet (CDA):
Ik kom nog even terug op de verkeersfuiken. Ik heb gehoord wat er werd gezegd. Ik respecteer het antwoord dat u geeft, want ik denk dat het goed is dat u er ook met uw collega over spreekt. Maar ik heb ook gevraagd om de knelpunten in beeld te brengen rond handhaving om drugs- en alcoholgebruik in het verkeer tegen te gaan. Kan de minister toezeggen dat hij daarbij stilstaat in de brief die naar de Kamer komt en om daar ook mee aan de slag te gaan?
Minister Karremans:
Als ik het in de breedte mag aanvliegen, dan denk ik aan het in algemene zin opsporen van knelpunten in de handhaving en bekijken wat we eraan kunnen doen. Er is altijd ook een andere kant van het verhaal. Als wethouder vroeg ik ook altijd om meer handhaving. Tegelijkertijd snap ik ook het argument van het OM dat we ervoor moeten zorgen dat niet de hele keten in de rechtspraak verstopt raakt. Daar moet je een goede balans in zoeken, maar we kunnen best een aantal knelpunten in kaart brengen. We moeten even kijken wanneer we dat kunnen doen, want ik wil dat wel zorgvuldig doen. Het moet ook in overleg met JenV. Dan kunnen we het op die manier aanpakken.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Aanstaande dinsdag wordt er gestemd over de ingediende moties. Ik dank alle leden en de minister voor hun aanwezigheid. Ik schors voor 30 minuten.
Mededelingen
Voorzitter: Peter de Groot
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Aan de orde is een korte regeling van werkzaamheden.
Ik stel voor om dinsdag 14 april aanstaande ook te stemmen over de aangehouden motie-Ceulemans (26448, nr. 879).
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat voor het dertigledendebat over het toenemende geweld door asielzoekers en statushouders de termijn voor toekenning is verlengd.
Op verzoek van de fractie van de PVV benoem ik in de commissie voor de Rijksuitgaven het lid Vondeling tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Stöteler.
Ik deel aan de Kamer mee dat de commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven het lid Huidekooper tot voorzitter heeft gekozen en het lid Van Houwelingen tot ondervoorzitter.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Dan is nu aan de orde het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen. Allereerst wil ik de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Klimaat en Groene Groei en de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei hartelijk welkom heten. Ook welkom aan de leden.
Ik zie dat de heer Vermeer een punt van orde heeft.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, voorzitter. Ik heb een verzoek aan de collega's, namelijk of ik als tweede spreker mag fungeren vanwege een externe afspraak die ik tussendoor moet doen en waar ik niet omheen kan.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de leden. Ik zie instemmend geknik.
De heer Vermeer (BBB):
Hartelijk dank.
De voorzitter:
Dan gaan we dat zo doen.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Dan wil ik graag mevrouw Beckerman uitnodigen voor haar inbreng in de eerste termijn van de Kamer, die ik hiermee open. Het woord is aan u, mevrouw Beckerman. Ga uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. Groningen is een nij begun beloofd, een nieuw begin. Dat was de belofte na de vernietigende parlementaire enquête, die liet zien hoe Groningen misbruikt was als wingewest, hoe Groningen bewust en gekend onrecht was aangedaan. De financiële belangen van de Staat, Shell en Exxon gingen stelselmatig boven onze belangen, maar in april 2023 was daar Nij Begun, een grote belofte van het toenmalige kabinet. Vanaf dat moment zou er een nieuw begin komen. Nu, drie jaar later, komen die maatregelen pas in de wet.
Maar is het een nieuw begin? Voor veel zwaar gedupeerden, zeker in het kerngebied, is dat niet zo. Kijk naar de grote belofte in Nij Begun dat er een regeling zou komen om grote schades zonder causaliteitsonderzoek te herstellen. Daar zijn vorig jaar maar veertien mensen mee geholpen. Kijk naar de grote belofte uit Nij Begun dat er eindelijk een regeling zou komen voor funderingsschade. Daar zijn vorig jaar maar dertien mensen mee geholpen. Kijk naar de belofte dat de versterking van onveilige huizen sneller zou gaan. Er zijn nog zo'n 9.000 woningen onveilig. In al die jaren zijn er pas 5.147 daadwerkelijk versterkt opgeleverd.
Het systeemfalen gaat door. Terwijl een complete aardbevingsindustrie ervan profiteert, wachten vele zwaar gedupeerden al jaren. Nu is de eerste en misschien wel de belangrijkste vraag aan deze minister: vindt u werkelijk dat dit een nij begun is? Zo ja, waarom? En zo nee, wat gaat u doen? De wet die vandaag voorligt, doet Groningers beloftes, maar geeft ze geen garanties. Daarmee is deze wet voor de SP nog te slap. We vragen de minister of hij erkent dat wanneer je zegt een ereschuld te hebben, dit vraagt om een wet met harde garanties dat deze schuld wordt ingelost. De wet die nu voorligt, spreekt van een zorgplicht, maar Groningers willen resultaat. Steunt u daarom ons amendement voor een resultaatverplichting?
Voorzitter. Laat ik beginnen met de schadeafhandeling. Terwijl schadebureaus sinds 2018 bijna 600 miljoen hebben ontvangen, een van de aandeelhouders het eigen vermogen zag stijgen van 1 miljoen naar 61 miljoen en er boven op elke euro die de overheid uitgeeft aan schade nog steeds bijna 50% aan uitvoeringskosten zit, zien we dat juist zwaar gedupeerden vast blijven zitten in beschadigde huizen. Bij kleinere schades loopt het vaak beter, maar al die mooie aangekondigde maatregelen in Nij Begun, juist voor complexere schades, zijn nog steeds een drama. Ik noemde het net al: er zijn slechts veertien mensen geholpen met daadwerkelijk herstel en dertien mensen met de regeling voor funderingsschade. Er is veel vertrouwen in bedrijven en weinig in inwoners. Hoe gaat u dit keren, vragen we de minister. Hoe voorkomt u dat de schadeafhandeling een groot verdienmodel blijft van bedrijven? Hoe pakt u de perverse prikkels aan waardoor bedrijven verdienen en gedupeerden vast blijven zitten?
Het gaat mis door de regels die de overheid zelf heeft verbonden aan de schadeafhandeling, waaronder de finale kwijting die in deze wet zit. Ik wil u een verhaal vertellen over Ard en Margriet uit Ten Post. Vijf jaar geleden werd hun geliefde woning gesloopt. Het hele versterkingstraject was slopend voor hen, letterlijk slopend. Na de aardbeving in Zeerijp van eind vorig jaar ontdekten ze dat ook hun nieuwe woning schades heeft. Dat is natuurlijk al te pijnlijk voor woorden als je zo'n traject bent doorgegaan met zo'n strijd tegen de overheid. Ook je nieuwe huis heeft weer scheuren, terwijl je gehoopt had dat dat niet opnieuw zou gebeuren. Dan hoop je dat het na al die beloftes over milder, menselijker en makkelijker deze keer wel goed gaat. Het is namelijk al pijnlijk genoeg dat je er weer doorheen moet. Er kwam iemand langs. De schades werden erkend: 72 erkende scheuren. Maar vergoeden? De regels zeggen nee. Wat kunnen zij krijgen? Een kleine vaste vergoeding. Dan moeten ze ook nog tekenen voor finale kwijting. Erkent de minister dat dit werkelijk niks, maar dan ook niks te maken heeft met milder, menselijker en makkelijker? Steunt hij daarom ons amendement om deze bizarre regel, waardoor erkende schade midden in het bevingsgebied niet eerlijk vergoed kan worden, de zogenaamde finale kwijting, te schrappen uit de wet?
Dan het bewijsvermoeden. In maart was er een aardbeving bij Eleveld in Drenthe. Een deel van de mensen kan hun schade melden bij het IMG en een ander deel moet naar de Commissie Mijnbouwschade. Bij die laatste is het veel moeilijker om de schade vergoed te krijgen. Er zijn straten waar de ene kant van de straat onder de ene regeling valt en de andere kant van de straat onder de andere regeling. Al een tijd geleden werd onze motie aangenomen om overal het bewijsvermoeden in te voeren. Dat betekent: geen ongelijkheid tussen gedupeerden. Maar een uitvoering bleef uit. Daarom hebben de heer Bushoff en ik 'm opnieuw ingediend, maar nu als amendement. Wil de staatssecretaris ons amendement steunen en het bewijsvermoeden overal invoeren?
Dan de afhandelingstermijnen. Voor gedupeerden zijn deze kort. De overheid kan echt onverbiddelijk zijn als gedupeerden die niet halen. Tegelijkertijd geeft de overheid in deze wet zichzelf het recht om zich niet aan de termijnen te houden. Berucht is het verhaal van Carmen en Rick uit Wildervank. Het IMG had voor hen ruim €60.000 klaarstaan. Dat konden ze zien toen ze door een fout in het computersysteem even aan de achterkant van het systeem konden kijken. Ze dachten: hé, dit geld staat voor ons klaar. Dat is ook allemaal keurig erkend door het IMG. Maar omdat zij volgens het IMG net iets te laat waren met het indienen van hun bezwaar, krijgen zij dit geld niet. Erkent de minister opnieuw dat dit werkelijk niets maar dan ook niets met "milder, menselijker en makkelijker" te maken heeft?
In de wet die vandaag voorligt, krijgen IMG en NCG in artikel 1, onder d, de mogelijkheid om termijnen te verlengen. Wil de minister deze mogelijkheid beperken? Kan hij hieraan geen specifieke en redelijke termijn koppelen? Kan de minister ervoor zorgen dat bewoners zoals Carmen en Rick veel minder sterk aan termijnen worden gebonden, zodat de menselijke maat eindelijk voorop komt te staan? Het geeft immers toch geen pas dat bewoners aan strenge normen worden gehouden, terwijl de overheid kan dralen, dralen en dralen?
Voorzitter, dan de versterking. Ik vroeg een aantal mensen met wie ik de afgelopen jaren contact had hoe het nu loopt met de versterking van hun onveilige huis. Ik vroeg het Elsbeth uit Loppersum. In 2015 kwam de overheid in Loppersum aankondigen dat de versterking zou beginnen. Daar stonden ze, midden in Loppersum: "Hier gaat het beginnen mensen, hier in Loppersum. Dit is het begin." Het is elf jaar later en voor deze mensen, die in de kern van Loppersum wonen, is nog niks gedaan. In de straat achter Elsbeth worden woningen straks gesloopt en opnieuw gebouwd. Deze mensen zaten in hetzelfde cluster. Maar in deze straat, Schipsloot, zitten ze in grote onzekerheid. "We zijn verstrikt in een oeverloze semantische discussie", schrijft Elsbeth. "Het is inmiddels zo ingewikkeld geworden en de uitgangspunten van zowel de NCG als de gemeente zijn zo moeilijk te volgen, dat ik mij serieus afvraag of een overheid zich op deze manier tot haar burgers kan en mag verhouden."
Dan Jan uit Westerwijtwerd. Hij heeft inmiddels hartklachten en een stapel rapporten van allerhande experts, maar geen oplossing voor zijn huis, pal boven het epicentrum van de aardbeving in Westerwijtwerd. Ik noem ook Deborah uit 't Zandt. Zij zat vorig jaar met haar baby op de arm tijdens de aardbeving van Zeerijp. Haar verhaal was die avond overal op tv te zien. Maar nu de camera's weer weg zijn, blijft ook een oplossing uit. Overal in het dorp wordt er versterkt en herbouwd, maar haar huis niet, ondanks een draagbalk met zeven scheuren. Ik wil even haar hartverscheurende citaat met u delen. Zij schrijft: "Als moeder zorg ik voor het gezin, maar ik kan de veiligheid van het huis niet garanderen. Wat nou als er nog een beving komt? Wat nou als ik net niet snel genoeg bij de kinderen boven kan komen om ze te wekken? Wat nou als de balk in de keuken het als eerste begeeft?"
Kunt u die vragen beantwoorden, minister? Ik zei het net al, in al die jaren zijn er slechts 5.147 woningen daadwerkelijk versterkt of gesloopt en herbouwd. Zo'n 9.000 woningen moeten nog. Zelfs als je conservatief schat, moeten er nu nog meer woningen aangepakt worden dan er in al die jaren zijn gedaan. Hoe gaat u deze aanpak vlottrekken?
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Clemminck. Ik zou de leden willen voorstellen om de interrupties in drieën te doen en graag kort. Gaat uw gang.
De heer Clemminck (JA21):
Kan mevrouw Beckerman aangeven hoeveel slachtoffers er tot nu toe zijn gevallen tijdens de aardbevingen, of hoeveel gewonden?
Mevrouw Beckerman (SP):
Daar is onderzoek naar gedaan door de Rijksuniversiteit Groningen. Zij zeggen dat er mensen zijn die eerder overlijden door de manier waarop de overheid met hen omgaat en door de stress waarin ze zitten.
De heer Clemminck (JA21):
Ik concludeer toch echt dat er door de trillingen in Groningen geen slachtoffers zijn gevallen en ook geen gewonden. Ik heb dan toch wat moeite met het betoog van collega Beckerman omdat zij hier een schrikbeeld oproept, alsof mensen naar boven moeten rennen om de kinderen te redden vanwege instortingsgevaar. Daarmee zaait u angst, wat helemaal niet nodig is. Daar heb ik echt bezwaar tegen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dit is wonderlijk. JA21 komt altijd aan met: luister naar de wetenschap. Ik haal hier in antwoord op uw vraag meteen de wetenschap aan. Die vertelt wat dit met mensen doet. U zegt: dat is onzin. Dit is geen onzin. Vorig jaar nog was er, ondanks dat de gaskraan dicht was, een aardbeving bij Zeerijp en zijn er door het IMG acuut onveilige situaties geconstateerd. Die moeten met tempo veilig worden gesteld. Die versterking moet gebeuren en verloopt veel te traag. Ik vind het pijnlijk dat u niet verder komt dan dit af te doen als onzin.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Clemminck (JA21):
Ik constateer toch echt dat er geen slachtoffers en ook geen gewonden zijn gevallen door de aardbevingen in Groningen. U schetst hier een beeld alsof dat wel het geval zou zijn, alsof mensen moeten rennen in hun huizen om zich veilig te stellen. Dat is gewoon niet waar. U zaait hier angst die totaal buiten de waarheid is.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb hier antwoord op gegeven. De wetenschap was helder over wat het doet met mensen om zo behandeld te worden door de overheid. De wetenschap stelde dat er vroegtijdige overlijdens zijn. Ik vertelde u net over mensen die ziek zijn geworden door de manier waarop ze behandeld zijn, die hartklachten hebben. Ik vertelde net over de mensen met nieuwe schade in hun nieuwe woning. Die melden zij niet. Zij gaan dat bezwaar niet meer maken. Zij gaan niet eens meer de strijd aan met de overheid. Het interesseert JA21 werkelijk niets wat dit met mensen doet. Er is 400 miljard verdiend aan de gaswinning. Mensen zitten nog steeds in de ellende. JA21 doet het af als onzin, terwijl de wetenschap helder is.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. De ongelijkheid scheurt, net als de aardbevingen. Deze wet bevat clausules om dat aan te pakken. Dat is goed, maar er is daarmee geen zekerheid voor bewoners. De aanpak van ongelijkheid wordt de nieuwe bureaucratische dwaling voor veel gedupeerden. Kan de minister onze amendementen steunen om alle bewoners het afdwingbare recht te geven op een rechtvaardige aanpak en een veilig, schadevrij en duurzaam huis te garanderen?
Voorzitter. Vorig jaar werd eindelijk erkend — dat is goed — dat er fouten in rapporten zitten waarmee woningen veilig en op norm worden verklaard. Maar met die erkenning is er nog geen aanpak. Het rapport over de fouten in rapporten is inmiddels vertraagd, begrepen we. Maar ondertussen wachten gedupeerden, zoals Mark uit Ten Boer. Zijn rapport zat vol met fouten. Zijn huis zou een schoorsteen hebben. Die is er niet. Dat zou nog enigszins grappig zijn als het niet zo pijnlijk was. Op basis van zo'n slecht rapport gaat er een dikke streep door zijn versterking. Vorig jaar was hij hier en drong de toenmalige staatssecretaris erop aan dat de NCG met hem in gesprek zou gaan. Dat gesprek zou dit jaar in maart zijn, maar de NCG zegde het af. Deelt de minister onze mening dat de fouten in rapporten snel moeten worden aangepakt? Steunt hij daarom ons amendement om meteen te kunnen ingrijpen wanneer het rapport er is en niet eerst weer een heel traject van wetswijzigingen in te moeten? We hebben hier een amendement op ingediend.
Voorzitter. Dan huurders. Of ze nou bewoner of ondernemer zijn, ze zitten vast en hebben nog minder zeggenschap over de schade en onveiligheid van hun huis of bedrijf. Ik noemde in eerdere debatten de winkels aan het Koopmansplein in Ten Boer. Die zijn cruciaal voor de leefbaarheid van het dorp, maar de ondernemers zitten in een eindeloze lijdensweg wat de versterking van hun winkel betreft. Erkent de minister dat? Wat gaat hij hieraan doen? Steunt hij ons amendement om ook huurders het recht te geven op juridische steun en technisch en financieel advies?
Voorzitter. Eerst was het gas het verdienmodel. Er is 400 miljard verdiend door de Staat, Shell en Exxon. Nu lijkt de afhandeling van de ellende het verdienmodel. We zien miljoenenopbrengsten voor aandeelhouders en zwaar gedupeerden die vast blijven zitten, juist in het kerngebied, waar de ellende het grootst is. De overheid vertrouwt de bedrijven en wantrouwt inwoners. Het is de overheid die faalt en blijft falen. Een groot deel van de parlementaire enquête ging over het falen van de overheid. Toch zien we dit in deze wet die vandaag voorligt nauwelijks terug. Veel inwoners hebben terecht het gevoel dat Nij Begun niet over hen gaat. Ze zien dat het gaat over adviesbureaus, over projectontwikkelaars, over grote bedrijven. Ze zien dat het gaat over prestigeprojecten, over AI-fabrieken, over congressen in de stad en over grootschalige infrastructuur, maar het komt niet bij hen terecht. Bewoners en ondernemers hebben nog altijd schade aan hun huizen. Erkent de minister dit? Is de minister bereid om te komen tot een betere staat van Groningen? Wil hij bewoners daar ook meer zeggenschap in geven?
Voorzitter. De overheid kan eindeloos zaken beloven, maar we komen er niet als wantrouwen tegenover de inwoners de kern is. Laat ik één voorbeeld noemen. Het gaat om de meest simpele maatregel die in Nij Begun stond, echt de aller-, aller-, allersimpelste maatregel: maatregel zestien. Deze maatregel beloofde simpelweg, echt supersimpel, dat bewoners €2.500 zouden krijgen voor het lange wachten. Het is drie jaar later, maar bewoners wachten nog steeds op een compensatie voor het lange wachten. Dat bedenk je toch niet? Kafka kan er trots op zijn, maar bij zelfs de meest simpele maatregel de meest bizarre bureaucratie bedenken, is echt gruwelijk.
Ik herhaal wat ik drie jaar geleden zei: er is maar één manier om dit aan te pakken, en wel mét de gedupeerden, deur voor deur, straat voor straat. De econoom Mariana Mazzucato schrijft dat overheden tegenwoordig verzwakt zijn, uitgehold, bang, geïnfantiliseerd; ze zijn hun kennis kwijt en besteden alles uit aan steeds machtigere bedrijven. Maar zij beschrijft ook een alternatief: de maanlanding als voorbeeld. De overheid die bedacht om een mens op de maan te willen zetten, zette alles op alles om dat te doen, haalde de beste mensen bijeen en nam risico's. Daardoor kwamen we niet alleen op de maan, maar werd ook een golf van andere belangrijke ontdekkingen gedaan op tal van terreinen. Maak van Groningen zo'n missie. Haal de beste mensen uit het land bijeen: de beste architecten, de beste bouwers, de beste artsen en de beste begeleiders. Maak dit onze missie. Ga van deur naar deur. Vraag aan mensen: wat is hier gebeurd, wat is u aangedaan, wat is er nodig, wat gaan we doen? En doe dat vervolgens ook, met bewoners, met straten en met dorpen, en zo lang als dat nodig is voor de mensen, de huizen, de dorpen, het landschap en de economie. We konden dit ooit wel. Kijk naar de Deltawerken. Weet u waarom dat slaagde? Vanwege Groningen. Met het geld uit Groningen kon het. Gronings gasgeld heeft voor wereldwonderen gezorgd. Zorg nu voor ons.
Vandaag moet het gaan over oplossingen voor gedupeerden, een nij begun, niet over nieuwe ellende. Laat het vandaag dan ook niet gaan over eventuele plannen om opnieuw gas te winnen. Daar kun je over debatteren op andere momenten, maar deze wet gaat daar niet over. Als je nog de schijn wilt wekken dat je er ook wil zijn voor gedupeerde Groningers, dan is dát waar het vandaag over moet gaan: over oplossingen voor hen.
Voorzitter. Als ik grappig mag afsluiten: mijn missie vandaag is minister Van Veldhoven naar huis sturen, dit keer niet met een motie van wantrouwen maar omdat het eindelijk moet gaan over Groningers, en daar gaan de andere twee bewindspersonen over.
De heer Clemminck (JA21):
Mevrouw Beckerman had het over de wetenschap. Die is haar veel waard. Laat ik nou twee citaten hebben van twee gerenommeerde wetenschappers op het gebied van aardbevingen. Het eerste is van Julian Bommer, die zegt: "Whoever wrote this is clueless and far out of their depth. This is misinformation on a giant scale." Het andere is van de bekende geoloog Manuel Sintubin. Hij schrijft: "In Groningen is een alternatieve publiekswetenschap ontstaan die niks meer te maken heeft met de wetenschap." Een ander citaat. "Nergens ter wereld is zo veel geld uitgekeerd voor zulke kleine bevingen." Dit is de wetenschap. Er is geen enkel verband meer tussen wat wordt uitgekeerd en de schade die is ontstaan door trillingen veroorzaakt door de gaswinning. Ik ben wel benieuwd wat mevrouw Beckerman als liefhebber van de wetenschap daarvan denkt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik herken deze citaten en ik herken waar ze vandaan komen. Ik heb dat artikel gelezen. Ik vond het knap om zo veel missers te maken in één stuk. Het stuk begint bijvoorbeeld met: "Op zo'n grote afstand van het episch centrum van Huizingen wordt nog steeds schade gemeld, zelfs in Assen." Ik moest er een klein beetje om lachen. U haalt het ook aan. De schrijver had blijkbaar eventjes gemist dat daar vorige maand nog een aardbeving was, waarvan ook deze wetenschappers moeten erkennen dat die daadwerkelijk voor schade zorgt. Dat heeft hij waarschijnlijk even gemist. Een tweede misser — en die vond ik eigenlijk de pijnlijkste — was dat ze constateerden dat er nu heel veel schades gemeld worden iets verder van de kern en heel weinig in het kerngebied. Dat vonden die wetenschappers opmerkelijk. Weet u waarom dat is? Ik heb het u net verteld: omdat die zwaar gedupeerden die strijd niet meer aangaan en omdat de regelingen, die juist bedoeld zijn voor die zwaar gedupeerden, niet werken. Dat kunt u nalezen; de wetenschappers hebben het opgeschreven, ook in het IMG-jaarverslag. Vorig jaar zijn veertien mensen geholpen met die regeling, die zo mooi werd genoemd na de parlementaire enquête. Veertien mensen zijn ermee geholpen ... Dus inderdaad, het klopt: er zijn kleinere schades aan de rand, omdat heel veel mensen in het kerngebied zeggen "wij gaan die strijd niet meer aan" of vastzitten in zo'n regeling die niet werkt.
De heer Clemminck (JA21):
Een heel betoog, met heel veel woorden die niet ingaan op de kernconclusie van deze twee wetenschappers. U komt met een heel ander verhaal. Ik geef u een citaat van twee topwetenschappers als het gaat om de aardbevingen. Een is er zelfs verantwoordelijk geweest voor het Groningse model. Ze halen in datzelfde artikel, dat we allebei hebben gelezen uiteraard, elk wetenschappelijk fundament onder deze aanpak en de relatie tussen de schade die wij vergoeden en schade veroorzaakt door trillingen naar aanleiding van de gaswinning, onderuit. U reageert daar niet op en komt met een heel ander betoog. Tja, dan concludeer ik toch maar even, voorzitter, dat de SP blijkbaar helemaal niets van deze wetenschap wil hebben. Dat is prima, dat is een vrije politieke keuze, maar wees er dan ook eerlijk in dat u geen enkel verband meer kunt leggen tussen de schade waarvoor we uitkeren en de schade naar aanleiding van de gaswinning.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, ga uw gang. Graag korte antwoorden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Volgens mij had ik een hele feitelijke reactie op dit artikel, maar u kunt er meer krijgen, want dit debat voeren we al een hele tijd. Het zijn Shell en Exxon die de rekening voor de ellende die is aangedaan in Groningen continu betwisten. En zij hebben inderdaad een aantal experts, waaronder die ene die u net aanhaalde, aan hun zijde voor een rechtszaak of rechtszaken tegen de Staat. Elke keer komen ze hiermee. Tegelijkertijd zijn er wetenschappers die de woningen zijn binnengegaan — ook in reactie op dit artikel overigens; ze hebben ook gereageerd hierop — die naar de mensen toe zijn gegaan, die naar het gebied toe zijn gegaan, die daar daadwerkelijk ter plekke onderzoek hebben gedaan, die zeggen: ja, inderdaad, wij staan versteld van wat deze aardbevingen hier aanrichtten; wij staan versteld van wat wij in ons lab niet hebben kunnen zien en hier, in de realiteit, wel. Dus ja, die experts die u aanhaalt, bestaan. Ze staan in een artikel waar ik grote blunders in zie. Ik kan er meer opnoemen. Maar wat ik ook zie, is dat er experts zijn die het tegenovergestelde doen. En wat ik pijnlijk vind, is dat Shell en Exxon zich hier niet bij neerleggen en nog steeds bezig zijn, na al die miljarden die zijn verdiend, met het bestrijden van die rekening.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Clemminck, afrondend.
De heer Clemminck (JA21):
Jazeker, voorzitter. De wet is de wet, en die geldt voor iedereen, hè. Je bent dus inderdaad alleen maar aansprakelijk voor de zaken waar je ook een oorzaak voor bent. De NAM staat dus geheel in haar recht om het te betwisten. Het is ons probleem, omdat wij meer uitbetalen dan we eigenlijk juridisch waar kunnen maken. Als het gaat om de schade die in woningen zit, de scheuren, dan zeggen alle adviseurs, iedereen die ook maar een woning binnenkomt, heel duidelijk: ik kan niet herleiden waar die scheur vandaan komt; ik kan die niet herleiden tot trillingen die mogelijk zijn veroorzaakt door de gaswinning. Als we kijken naar andere landen, dan wordt dat verband daar totaal niet gezien. U houdt zich vast aan een aantal wetenschappers omdat die aan uw kant staan — als dat al wetenschappers zijn, eerlijk gezegd. Ik heb het hier over topwetenschappers als het gaat om de aardbevingen, verantwoordelijk voor het Groningse model, en zij zeggen: geen enkel verband. Ze slaan eigenlijk alle grond weg onder elk wetenschappelijk verband dat hier wordt gelegd met de schadevergoedingen in Groningen.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman. En u praat niet tegen de voorzitter ...
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik wil hier een klein punt van orde over maken. "Als dat al wetenschappers zijn"? Ik haalde onder anderen prof. Postmes en zijn team aan, die intensief onderzoek hebben gedaan naar wat het met bewoners heeft gedaan, zo te worden behandeld door de overheid. En dan komt JA21 met: "Als dat al wetenschappers zijn"! Op het moment dat u mij iets vraagt over wetenschappers en u bent het er niet mee eens, geeft het geen pas om te twijfelen aan de kwaliteit van deze wetenschappers. En als ik mag reageren op uw vraag ... Je kunt zeggen: we gaan puur kijken naar het aansprakelijkheidsrecht. Maar we kunnen ook kijken naar het morele aspect. Er is door de Staat, Shell en Exxon — ik herhaal het maar — ruim 400 miljard verdiend aan de gaswinning. Als je dan nu nog steeds bewoners in ellende laat zitten, dan is daar een moreel oordeel over te vellen en dat vel ik al vele jaren.
De voorzitter:
Ik geef u nog even de ruimte om kort te reageren, meneer Clemminck. Ik verzoek ook om via de voorzitter te spreken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Excuus, voorzitter.
De heer Clemminck (JA21):
Even een correctie. Ik had het niet over de wetenschappers waaraan u refereerde in het kader van die gezondheidsonderzoeken. Ik had het ergens anders over.
Mevrouw Beckerman (SP):
Aha, dus u erkent toch dat er gezondheidsschade is?
De heer Clemminck (JA21):
Nee, dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik refereerde daar niet aan; ik refereerde aan de trillingen in verband met de schade.
De voorzitter:
Ik gaf niet de ruimte om door elkaar te heen praten, en graag via de voorzitter spreken.
Mevrouw Beckerman (SP):
U heeft gelijk, voorzitter.
De voorzitter:
Oké, mevrouw Beckerman. Gaat uw gang. Heeft u nog een reactie?
Mevrouw Beckerman (SP):
Nou, ik denk dat dit wel klaar is. Volgens mij voeren we deze discussie namelijk al vele jaren. Ik vind het ook wel jammer bij JA21 dat ze eigenlijk maar twee dingen doen: ze betwijfelen hoe het gaat met de gedupeerden en ze pleiten voor het heropenen van de gaskraan. Vandaag is een unieke dag, omdat we een wet bespreken waarmee we gedupeerden verder kunnen helpen. Ik heb gezien dat de heer Kops, de heer Bushoff en ikzelf de enigen zijn die daarop amendementen indienen en voorstellen hebben gedaan om mensen daadwerkelijk verder te helpen, zoals gevraagd wordt vanuit de regio. JA21 doet dat niet, maar komt hier weer gedupeerden en wetenschappers zwartmaken en pleit wellicht weer voor gaswinning. Wij strijden wél voor deze groep gedupeerden.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Clemminck wil reageren, maar ik zou willen zeggen: u mag na de interruptie van de heer Köse namens D66. Gaat uw gang, meneer Köse.
De heer Köse (D66):
Ik denk dat mevrouw Beckerman de spijker op zijn kop slaat. We zien hier gewoon hoe onmenselijk er door JA21 gekeken wordt naar deze situatie, met wantrouwen dat we al genoeg gezien hebben en artikelen die heel doelgericht gezocht worden. Maar het gaat hierbij heel erg over de directe schade; er lijdt niemand direct door. De NOS kopte laatst over het onderzoek van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen dat ook werd aangehaald door mevrouw Beckerman, over dat 28.000 Groningers last hebben van depressieve gevoelens, 37.000 Groningers kampen met rusteloosheid en nog eens 55.000 Groningers kampen met spanningen. Mevrouw Beckerman komt zelf uit de regio. Wellicht dat u de collega van JA21 kunt helpen door een beetje te duiden wat ook de indirecte schade hiervan is en dat die misschien nog wel veel groter is dan de directe schade.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb dat onderzoek niet aangehaald. Dat heeft ook te maken met dat het mij raakt. Ik vind dat namelijk echt heel zwaar. Er zijn namelijk mensen die echt ziek zijn van de manier waarop de overheid met hen is omgegaan. Dit leidt tot vroegtijdige overlijdens. Ik ken die mensen. Ik vind het altijd moeilijk om daarover te praten, zeker wanneer betwist wordt dat dit daadwerkelijk bestaat.
De heer Clemminck (JA21):
Ik hoor dat mijn collega mij verwijt dat ik onmenselijk ben. Ik hoor deze collega zeggen dat ik mensen zwartmaak. We hebben het gister nog over de taalgids van OCW gehad, dus ik weet niet of dat woord nog mag, maar het moet in ieder geval met een hoofdletter Z! Maar ik vind dit geen manier van debatteren. Kijk, u mag uw politieke keuzes maken en u mag moraliteit inbrengen in het debat, maar ik mag andere keuzes maken. Volgens mij zijn we daarvoor hier in gesprek met elkaar. Maar laten we dit soort verwijten niet maken.
Ik wil er ook nog even op wijzen dat JA21 bij de parlementaire enquête heeft gezegd de uitkomsten te steunen. We hadden daar een aantal kritische vragen over, maar de uitkomsten steunden we. We hebben ook altijd meegestemd bij moties en amendementen uit het verleden, ook met u over het pakket voor compensatie van Groningen, al maakten we daar enkele kritische kanttekeningen bij. Dus doe nou niet alsof JA21 helemaal niets heeft betekend voor de mensen in Groningen als het gaat om compensatie voor het echte leed dat daar is aangedaan.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik prob...
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, aan u het woord.
Mevrouw Beckerman (SP):
Excuus.
Ik probeerde de heer Clemminck ook uit te dagen. Ik noemde het net al: ik heb samen met de heer Bushoff een groot aantal amendementen ingediend, omdat wij vinden dat deze wet te slap is. Deze wet heeft het bijvoorbeeld over een zorgplicht, maar wij willen een resultaatplicht. Wij hebben voorstellen daarvoor gedaan. U weet waarschijnlijk hoeveel werk het is om amendementen te maken. Wij hebben er behoorlijk veel gemaakt. Ik zie dat andere partijen dat nog niet hebben gedaan. Ik daag u uit om hiermee te komen, want we moeten zorgen dat we recht doen aan gedupeerde Groningers.
Laat ik het u dan maar direct vragen: steunt u de amendementen die wij hebben ingediend? Denk bijvoorbeeld aan: geen zorgplicht, maar een resultaatplicht; geen finale kwijting in de wet, waardoor zwaar gedupeerden blijven zitten met de schade; juridische steun, technisch advies en financieel advies voor huurders. Dat zijn zomaar drie amendementen die wij hebben ingediend. Ik vraag uw steun hiervoor.
De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen dat u dat vraagt in de termijn van de heer Clemminck. Het lijkt me goed om dat zo netjes te doen. Zo voeren wij de debatten altijd met elkaar.
Ik zie dat er verder geen interrupties meer zijn. Ik dank u voor uw inbreng, mevrouw Beckerman, en geef het woord aan de heer Vermeer van de BBB-fractie.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Dit wetsvoorstel is geen technisch dossier. Het gaat over mensen die al jaren wachten, mensen die nog steeds niet weten waar ze aan toe zijn en mensen die te vaak hebben gehoord dat het beter wordt, zonder dat ze dat zelf ook echt merkten. BBB ziet dat het kabinet met deze wetswijziging stappen zet. De generatielange aanpak wordt wettelijk vastgelegd. Schadeherstel en versterking worden koste wat kost uitgevoerd. Met de jaarlijkse Staat van Groningen komen er structureel inzicht en politieke verantwoording. Dat zijn belangrijke keuzes, maar wetten herstellen geen vertrouwen; dat doet de uitvoering. Daarom wil BBB vandaag vooral spreken over wat deze wet betekent in de praktijk voor bewoners, voor uitvoerders en voor de overheid zelf.
Voorzitter. Voordat ik inga op schade en herstel, wil ik eerst helderheid over de randvoorwaarden. In en rond dit debat wordt opnieuw gesproken over gaswinning uit het Groningenveld. BBB vindt het belangrijk om daar duidelijk over te zijn, juist om onrust bij inwoners te voorkomen. Voor BBB is veiligheid leidend. Niet politiek opportunisme of financiële overwegingen zijn leidend, maar veiligheid is leidend. Het oordeel over de veiligheid ligt niet bij politici, maar bij de onafhankelijke toezichthouder, het SodM, het Staatstoezicht op de Mijnen. Zij zijn helder: veilige gaswinning uit het Groningenveld kan niet worden gegarandeerd, ook niet door injectie in de bodem. Volgens SodM is er in ieder geval op korte en middellange termijn geen mogelijkheid om de gaswinning te hervatten. Bij de huidige praktijk zal de bodem nog jarenlang instabiel blijven en kunnen er nog aardbevingen plaatsvinden. Bij het hervatten van de gaswinning wordt de instabiliteit van de bodem, en daarmee de kans op aardbevingen, vele malen groter.
Daar komt nog eens bij dat bij de huizen die momenteel al versterkt en afgehandeld zijn, altijd rekening is gehouden met het scenario van geen extra gaswinning. Sommige partijen pleiten voor het hervatten van de gaswinning en ruimhartige compensatie voor de Groningers, maar in de praktijk betekent dit dat de afhandeling van de schade en de claims weer jaren terug in de tijd wordt geworpen. Als er iets is waar de Groningers niet op zitten te wachten, is dat het wel.
Voorzitter. Dat BBB op dit moment niet openstaat voor het hervatten van de gaswinning onder het Groningenveld, betekent niet dat BBB tegen gaswinning an sich is. We hebben op dit moment een aantal kleinere gasvelden, waar ook al jaren gas wordt gewonnen. Volgens SodM kan het winnen van gas in deze velden wel veilig. Daarom willen we daar ook mee doorgaan.
Voorzitter. Dan de kern voor veel mensen in Groningen en Noord-Drenthe: schadeafhandeling. In de memorie van toelichting gaat het over een mildere, makkelijkere en menselijkere aanpak. BBB onderschrijft die ambitie volledig, maar bewoners willen vooral antwoord op één vraag: gaat het nu sneller? De mogelijkheid van daadwerkelijk herstel zonder onderzoek naar de schadeoorzaak kan daarbij helpen. Minder discussie over causaliteit kan tijd schelen en stress verminderen. Dat ziet BBB als een belangrijke stap, maar tegelijkertijd roept dit ook vragen op. Kan het kabinet concreet maken welke versnelling in doorlooptijden het verwacht door deze nieuwe aanpak? Hoe wordt voorkomen dat bewoners alsnog vastlopen in uitzonderingen, aanvullende voorwaarden of ingewikkelde keuzemomenten? Is het kabinet bereid om vaker te werken met duidelijke standaardroutes, waarbij de overheid meer verantwoordelijkheid neemt en bewoners actief ontzorgt, in plaats van ze steeds opnieuw te laten kiezen?
Dan de versterking. Ook over de versterkingsoperatie heeft BBB zorgen. Uit de uitvoeringstoetsen blijkt hoe kwetsbaar de planning is. Elke extra verplichting, elk nieuw overlegmoment en elke aanvullende rapportage kan vertraging veroorzaken. Hoe borgt het kabinet dat deze wetswijziging niet leidt tot extra vertraging in de versterkingsoperatie? Hoe wordt voorkomen dat uitvoerende organisaties wel extra taken krijgen, maar onvoldoende ruimte om die uit te voeren? BBB wil dat deze wet versnelt en niet vertraagt. Dat vraagt om scherpe keuzes en duidelijke prioriteiten.
Voorzitter. BBB steunt het idee van een jaarlijkse Staat van Groningen. Inzicht is nodig, ook voor de Kamer, maar alleen als dat ook gevolgen heeft. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als doelen of streefwaarden niet worden gehaald? Welke concrete consequenties verbindt het kabinet daaraan? Hoe wordt de Kamer tijdig geïnformeerd, zodat bijsturen ook echt mogelijk is? BBB wil voorkomen dat de Staat van Groningen een papieren werkelijkheid wordt, waarin problemen wel worden beschreven, maar niet worden opgelost.
Tot slot, voorzitter. Alles overziend kan deze wet een stap vooruit zijn, maar alleen als deze leidt tot minder onzekerheid, minder wachttijd en meer duidelijkheid voor inwoners. Dat betekent geen nieuwe discussies over gaswinning zolang veiligheid niet gegarandeerd is, maximale focus op versnelling van schadeherstel en versterking en een overheid die verantwoordelijkheid neemt in plaats van doorschuift. BBB wil dat deze wet één duidelijke boodschap afgeeft aan de mensen in Groningen en Noord-Drenthe: het wordt rustiger, duidelijker en sneller. Dat is de meetlat die BBB hanteert bij de verdere behandeling van dit wetsvoorstel en het beoordelen van de amendementen.
Dank u wel.
De heer Clemminck (JA21):
Een korte vraag aan de BBB: is de heer Vermeer er voorstander van om de putten open te laten, zodat wij bijvoorbeeld stikstof zouden kunnen injecteren om de ondergrond te stabiliseren?
De heer Vermeer (BBB):
Zoals ik eerder in debatten ook al aan de heer Clemminck aangegeven heb, zijn wij bereid — we hebben daarover zelfs een motie gesteund — om experimenten met injecties uit te voeren, maar niet in het Groningenveld, want experts hebben duidelijk aangegeven dat dat veld van een heel andere orde van grootte is en dat je, als je al experimenten wilt doen, dat met nieuwe gasputten zult moeten doen, die kleiner zijn en waarvan de omvang beperkt is. Je moet dat dan ook testen. We moeten alles testen wat kan helpen om aan gaswinning te kunnen doen en veiligheid kan garanderen voor de mensen. Ik hoop dat dat duidelijk genoeg is.
De voorzitter:
Volgens mij is dat het; de heer Clemminck is weer gaan zitten. Dank u wel voor uw inbreng. Ik geef het woord aan de heer Bushoff namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Net buiten Middelstum heb je zo'n typische, prachtige herenboerderij op zo'n wierde, zo'n heuvel die we in de rest van het land een terp noemen. Expeditie Grunnen, een weekendprogramma van RTV Noord — ik raad het iedereen aan — besteedde dit paasweekend ook aandacht aan deze specifieke boerderij. Dat komt omdat het een best wel bijzonder voorbeeld is. Deze boerderij stond in 2017 namelijk nog op de nominatie om volledig gesloopt te worden door de NAM, totdat er een gezin was dat zei: laat dat nou niet gebeuren. Zij bonden de strijd aan met de NAM. Vandaag de dag wonen zij met hun gezin in die prachtige gerenoveerde en versterkte boerderij. De boerderij zelf is een typisch voorbeeld van zo'n mooie Groningse herenboerderij. De naam is misschien nog wel mooier, namelijk: Gronings Hoop. Als je in deze tijd van het jaar op het Groninger land komt, zeker in de vroege ochtend, dan wil er nog wel eens zo'n laag mist over het Groninger land hangen. Over die mist heen kijkend zie je dan de silhouetten van die mooie oude herenboerderijen op de heuveltjes, op de wierden, of van die eeuwenoude kerkjes waar Groningen zo bekend om staat. Bijna zou je bij dat verstilde Groninger landschap, de schoonheid van dat Groninger land, vergeten wat daar ook nog achter schuilgaat.
Voorzitter. Ik citeer. "Je wordt heel snel volwassen." "Ik voel me eigenlijk niet echt meer een mens." "Ik weet niet of ik eigenlijk nog wel bij Nederland hoor." "Ik kan niet verder kijken dan de middelbare school." Citaten van twee middelbare scholieren uit Appingedam. Schrijnende situaties die schuilgaan achter de schoonheid van dat prachtige Groninger land. Het werd ook heel scherp verwoord door de parlementaire enquêtecommissie drie jaar geleden. Het is deze week op de kop af drie jaar geleden dat de Kamer hier dat debat met de enquêtecommissie voerde. Na die enquêtecommissie en na het rapport van de enquêtecommissie was daar de kabinetsreactie Nij Begun. Een nieuw begin. Dat ging om 50 maatregelen om recht te doen aan Groningen, om de ereschuld in te lossen en om Groningen weer perspectief te bieden.
Voorzitter. Voordat ik daar verder op inga moet mij één ding van het hart dat eigenlijk niet tot de orde van dit debat hoort. Partijen die het nu hebben over het door blijven gaan met de gaswinning in Groningen, van PVV en JA21 tot SGP en Groep Markuszower, zou ik willen voorhouden: is dat nou echt een Nij Begun? Dat is nog meer van dezelfde ellende. Ik zou het kabinet dan ook vooral willen aansporen om door te gaan met het ontmantelen van de gasputten in Groningen, zodat we deze non-discussie, die het is, echt achter ons kunnen laten en alle focus in de Kamer en bij het kabinet kan gaan naar Nij Begun, naar een nieuw begin voor Groningers.
Voorzitter. Vandaag behandelen we dan ook een wet die een deel van deze 50 maatregelen wettelijk verankert. De wet regelt een aantal zaken, grofweg gezegd drie zaken. Aan de ene kant regelt de wet die vandaag voorligt daadwerkelijk herstel. Mensen hoeven tot €60.000 niet aan te tonen dat er een causaal verband is, maar krijgen hun schade hersteld. Dat wordt wettelijk vastgelegd. Deze wet regelt ook, zoals dat dan heet, een collegiaal bestuur bij het SodM en deze wet moet er ook voor zorgen dat de overheid de ereschuld aan Groningen nakomt door twee zorgplichten in het leven te roepen.
Voorzitter. Ik denk dat deze wet eigenlijk nog te slap is, om eerlijk te zijn. Die kan steviger, zodat de beloftes die aan Groningers gedaan zijn, ook echt worden nagekomen. Groningen wil nu garanties. Die garanties moeten steviger in deze wet verankerd worden. Daarvoor heb ik samen met mijn collega Beckerman een aantal verbetervoorstellen gedaan. Ik heb daarover ook een aantal vragen aan het kabinet. Die loop ik langs aan de hand van vier blokken. In de eerste plaats ga ik in op het nakomen van beloftes. In de tweede plaats wil ik het hebben over de ongelijkheid. In de derde plaats zal ik het ook nog hebben over de gelijke behandeling van de regio en het Rijk. In de vierde plaats wil ik stilstaan bij de uitvoering.
Allereerst het nakomen van de beloftes aan Groningen. Ik noemde het al. Deze wet regelt, om precies te zijn in hoofdstuk 5b, in artikel 13, dat er twee zorgplichten komen voor het kabinet: een om de ereschuld in te lossen die met name wordt ingevuld door de sociale en economische agenda — ik zie ondertussen dat er een interruptie is — en een zorgplicht die toeziet op het verduurzamen van de woningen.
De voorzitter:
Het klopt dat er een interruptie is aangekondigd, maar ik zocht even naar een natuurlijk moment om u te onderbreken. Meneer Heutink, ga uw gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
U heeft een zorgplicht om over de orde van de vergadering te gaan.
De voorzitter:
Daarom.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil even doorgaan op wat de heer Bushoff zei over de zorgplicht. We hebben het dan over de Groningers die echt het vertrouwen in de overheid hebben verloren. Terecht, want we zien wat er is gebeurd en hoeveel leed er is aangedaan. Tegelijkertijd denkt het kabinet met die zorgplicht weg te komen. Vindt meneer Bushoff het niet erg naïef van de overheid en had de overheid er niet scherper op moeten zijn, in de trant van: wij zijn toch wel fout geweest en misschien maken we dat wantrouwen er op deze manier niet beter op?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Na de parlementaire enquête zijn er best wel grote beloftes gedaan aan Groningers. Het moest menselijker, milder en makkelijker. Er zou eindelijk perspectief komen voor Groningen. Een deel van die grote woorden heeft het kabinet proberen te vatten in deze wet. Het kabinet heeft geprobeerd een en ander wettelijk vast te leggen in de vorm van de zorgplicht. Ik vind dat eigenlijk te vrijblijvend. Ik vind het alsof je zegt: we doen ons best en we zien wel waar het schip strandt. Daarom maak ik ook mijn punt dat het veel scherper in deze wet moet worden vastgelegd, in de vorm van een resultaatverplichting, waar ik samen met mijn collega Beckerman ook een amendement over heb ingediend.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ben blij dat u dat amendement heeft ingediend, maar het gaat wel een stap verder dan dat. Het gaat namelijk ook over de houding en de mentaliteit van het kabinet. Het kabinet moet ook iets gaan leren en inzien wat het gevoel is in Groningen. Ik geloof echt wel dat men precies weet wat er speelt, maar dan begrijp ik niet dat het kabinet niet direct heeft gekozen voor een resultaatverplichting, maar dat het nu alleen gaat voor die zorgplicht. Hoe kijkt meneer Bushoff daarnaar? Moet het kabinet daar niet wat meer lering uit gaan trekken?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat kan de heer Heutink straks ook aan het kabinet zelf vragen. Ik denk dat het belangrijk is dat als het kabinet met een wet komt waarvan sommige Kamerleden zeggen dat hij beter kan, het dan ook aan de Kamer is om daar zelf verantwoordelijkheid in te nemen. Als er één conclusie was van de parlementaire enquêtecommissie, dan was het dat niet alleen het kabinet, maar ook de Kamer veel steviger haar rol had moeten pakken bij alle ellende die is aangericht in Groningen. Ik vind dus ook dat de Kamer zelf een verantwoordelijkheid heeft om wetten die misschien niet goed zijn, beter te maken. Vandaar dat ik vandaag tal van verbetervoorstellen doe om de wet steviger te maken.
Tot slot. Ik denk dat het cruciaal is voor het vertrouwen van Groningers in de overheid, dat we de discussie over het herwinnen van gas uit het Groningerveld definitief achter ons laten, en dat alle partijen die er wel voor pleiten daarmee stoppen en zich richten op het oplossen van de ellende van de Groningers.
De voorzitter:
Helder. U vervolgt uw betoog.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik vervolg mijn betoog. Ik was gebleven bij de zorgplichten van dit kabinet. Ik had er al even een interruptiedebat over met de heer Heutink van Groep Markuszower. Ik vind dat het eigenlijk te slap is. Het lijkt zo veel te zijn als: we gaan ontzettend ons best doen en kijken dan of het goedkomt en waar het schip strandt.
Voorzitter. Op bladzijde 17 van de memorie van toelichting schrijft het kabinet dat een resultaatverplichting "een onrealistische verwachting" zou wekken. Mijn vraag aan het kabinet is: wat voor onrealistische verwachting? De Groningers mogen er toch van uitgaan dat de beloftes die zijn gedaan, daadwerkelijk door het kabinet worden nagekomen? Iets verderop wordt op bladzijde 17 van de memorie van toelichting gesteld dat de zorgplichten "toch ongeveer hetzelfde" zouden zijn als een resultaatverplichting. Mijn vraag aan het kabinet is dus: wat is het nou? Is het nu zo dat u zegt dat de beloften die zijn gedaan aan Groningen afrekenbaar zijn en dat u die gaat realiseren? Dat houdt in dat u net zo goed kan kiezen voor een resultaatplicht, overeenkomstig het voorstel van mevrouw Beckerman en mijzelf. Of is het zoals het kabinet eerder schreef in de memorie van toelichting, namelijk dat men de belofte toch niet echt hard durft te maken in deze wet? Welke van de twee is het? Ik hoop echt dat het kabinet de beloftes gaat nakomen. Als dat zo is, dan kunnen we ook kiezen voor een resultaatverplichting.
Voorzitter. Dan kom ik bij de ongelijkheid. Je hoeft bijvoorbeeld alleen maar naar Loppersum te gaan, waar ik een paar weken geleden nog was. Daar heb je de Schipsloot, met prachtige huisjes aan het water. Het heet niet voor niets Schipsloot. Achter de Schipsloot loopt de Middenstraat. De woningen daar worden allemaal aangepakt, maar de woningen bij de Schipsloot worden niet aangepakt. Onuitlegbaar. Ga je naar Appingedam, dan heb je daar de Westersingel. Ik was bij mensen binnen en ik zag dat het plafond eruit lag. Spullen stonden opgeslagen, omdat ze verwachtten dat hun huis zou moeten worden aangepakt. Ze hadden namelijk een brief gekregen dat hun woning niet veilig was. Nu krijgen ze een brief met de mededeling "uw huis is op norm". Ondertussen ligt het plafond er nog steeds uit en staan de spullen in de opslag, terwijl aan de Koninginnelaan, een straat verderop, de huizen wel worden aangepakt: een onuitlegbaar verschil. Ga naar de Stadsweg in Ten Boer. De hele wijk eromheen is aangepakt. De Fivelstraat staat er haaks op en de huizen daar kregen verduurzaming, maar op de Stadsweg in Ten Boer moesten inwoners zelf in actie komen om hun recht te halen: een onuitlegbaar verschil.
Voorzitter. Mijn vraag aan het kabinet, aan deze nieuwe bewindspersonen, is: wat vindt u hiervan? Vindt u deze in mijn ogen onuitlegbare verschillen aanvaardbaar of vindt u dat deze onuitlegbare verschillen inderdaad moeten worden weggewerkt?
In de wet die vandaag voorligt is — ik zeg uit mijn hoofd in artikel 19c — opgenomen dat nieuwe maatregelen geen nieuwe ongelijkheid mogen veroorzaken. Ik ben benieuwd of het kabinet kan reflecteren op de vraag of het inderdaad gaat lukken om na te komen wat in deze wet is opgenomen en hoe zich dat verhoudt tot bijvoorbeeld maatregel 29.
Voorzitter. Je ziet ook een ongelijkheid in de wet als het gaat om huurders en eigenaren. Aan de ene kant krijgen eigenaren juridische en financiële bijstand, maar aan de andere kant zie je dat dat voor huurders eigenlijk nog onvoldoende is geregeld, zeker als die huurders ook nog eens mkb'ers, ondernemers zijn. Mijn collega Beckerman en ik dienen daarom een voorstel in om die ongelijkheid uit deze wet te halen.
Voorzitter. Er zit nog zo'n ongelijkheid in deze wet. Op zich is het goed dat met deze wet ook verankerd wordt dat schades tot €60.000 zonder een causaal verband te hoeven aantonen daadwerkelijk hersteld kunnen gaan worden, maar wat zegt dat over de mensen in het kerngebied die zwaar getroffen zijn, de mensen met de zwaarste schades? Ik vraag het kabinet: hoe is het rechtvaardig dat zij niet in aanmerking komen voor zo'n regeling? Dat lijkt mij een onuitlegbaar verschil. Dat moet ook opgelost worden en daarvoor doen we dus ook een verbetervoorstel.
Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over ongelijkheid en over batch 1588. Ik heb het al vaker over batch 1588 gehad in Kamerdebatten. Mensen moesten nota bene geld inleggen voor de sloop van hun eigen woning, die er tot op de dag van vandaag nog steeds staat en nota bene verhuurd werd. Ze moesten een enorme strijd voeren om dat geld terug te krijgen. Ik ben benieuwd hoe het daarmee staat. Ik zou van het kabinet willen weten: heeft iedereen dat geld inmiddels terug? Ik lees ook — ik wil dat verifiëren bij het kabinet — dat batch 1588 straks in principe op dezelfde maatregelen aanspraak kan maken als ieder ander. Kan het kabinet aangeven of dat klopt? Hoe zit het dan met terugwerkende kracht, zou ik van het kabinet willen weten. Tot zover over die ongelijkheid in Groningen.
Ik wil ook nog ingaan op de rol van de regio in verhouding tot het Rijk. Groningers hadden altijd al gelijk. De mensen uit Groningen weten donders goed wat er goed gaat, wat er niet goed gaat en wat er beter kan. Ik denk dat de conclusie van de parlementaire enquête dat de stem en de belangen van Groningers structureel zijn genegeerd, gerechtvaardigd was. Als er zo'n harde conclusie wordt getrokken, moet je daar ook lering uit trekken. Dan moet je dus ook de stem van Groningers, de gemeente, de provincie en maatschappelijke organisaties een veel betere plek geven in overleggen. Dat betekent concreet twee dingen. Eén. Het overleg tussen Rijk, regio, gemeenten, provincies en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties moet gelijkwaardig zijn. Twee. Het moet op initiatief van de regio zelf geïnitieerd kunnen worden; dat is het tweede amendement dat wij indienen. Alleen dan doe je recht aan de stem van Groningers.
Voorzitter. Mijn vierde punt gaat over de uitvoering. Het was al een tijd geleden dat de SP en toen nog de PvdA … Inmiddels is het GroenLinks-PvdA en zo meteen is het Progressief Nederland in deze Kamer. De naam wil nog weleens veranderen, maar het punt dat ik wil maken blijft hetzelfde, namelijk dat de SP en de PvdA eigenlijk altijd het punt hebben gemaakt dat de aanpak die in Groningen is gekozen, namelijk schadeafhandeling en versterking apart organiseren, een verkeerde aanpak is, een verkeerd fundament. In de afgelopen jaren werd altijd gezegd dat er nu eenmaal is gekozen voor die aanpak, dat die niet meer veranderd kan worden en dat we daarbij moeten blijven. Langzaamaan lijkt nu toch erkend te worden, ook door dit kabinet, ook in de toelichting op deze wet en ook in de beantwoording van het schriftelijk overleg, dat het toch beter zou zijn als je schadeafhandeling, versterking en verduurzaming samenvoegt in een eenoverheidsaanpak of een totaalaanpak. Daar zijn de inwoners het meeste bij gebaat. Ik denk dat dat inderdaad waar is, maar het verbaast me wel dat het zo lang heeft geduurd voordat dat inzicht er is gekomen. Ik vraag dit kabinet en deze nieuwe bewindspersonen dan ook: is dit inderdaad de route die u verder wil bewandelen, dus de route van een eenoverheidsaanpak en een totaalaanpak? Zult u alles doen wat nodig is om die route te realiseren?
Voorzitter. Met betrekking tot de uitvoering denk ik het volgende. Omdat we in beginsel een verkeerde aanpak hebben gekozen, zitten we nu nog steeds met heel veel problemen en hebben we een enorm lange stilstand gezien met betrekking tot het daadwerkelijk herstellen van schade en het verstevigen van woningen. Nog steeds wonen duizenden mensen in beschadigde en onveilige huizen. De stilstand van de afgelopen jaren is niet gratis; dat heb ik eerder al in debatten gezegd. Als iemand van 95 te horen krijgt dat die nog twee jaar langer moet wachten, of als een ouder echtpaar op leeftijd jarenlang strijd moet voeren om te krijgen waar ze recht op hebben, kost dat hen belangrijke laatste levensjaren. Ik zeg dus nogmaals tegen het kabinet: die stilstand is niet gratis. We moeten nu dus heel snel voortgang maken. Ik vraag dit kabinet ook: wat verwachten deze bewindspersonen van de aangekondigde maatregelen voor duurzaam en daadwerkelijk herstel? Die hadden de grote gamechangers moeten zijn, maar blijven voorlopig echt nog achter. Wat verwacht het kabinet daarvan?
Met betrekking tot de uitvoering zou ik ook nog een punt willen maken over finale kwijting. Mijn collega Beckerman maakte dat punt ook al. Het is niet meer dan logisch dat Groningers, die in de afgelopen jaren misschien wel murw zijn geslagen door alle bureaucratische processen, de onzekerheid en het lange wachten, kiezen voor een makkelijkere route om in één keer van hun schades af te zijn of een vergoeding te krijgen, als ze daarvoor in aanmerking komen. Echter, het kan natuurlijk niet zo zijn dat ze daarmee afstand doen van hun recht om meer schade vergoed te krijgen als die er blijkt te zijn. Dat gebeurt wel als je die finale kwijting inbouwt in de wet. Ik vind dat we daar vanaf moeten. Daarvoor doen wij dus een verbetervoorstel.
Voorzitter. Dan nog één punt over de schadeafhandeling dat mij wel van het hart moet. Heel veel schadebureaus hebben heel veel geld verdiend aan de schadeafhandeling in Groningen. Naast dat ik dat moreel verwerpelijk vind — ik wil daarover ook graag een uitspraak van het kabinet — vind ik dat we daar paal en perk aan moeten stellen, zeker als je ziet dat een aantal mensen zich enorm hebben verrijkt. Deelt het kabinet mijn opvatting dat het niet zo kan zijn dat schadebureaus zo ongelofelijk veel geld verdienen over de rug van ons allemaal en zeker van de Groningers? Moeten we daar geen paal en perk aan stellen, vraag ik dit kabinet.
Voorzitter, ik kom tot een afronding. Groningers zijn doorgaans geen mensen die de deur wagenwijd openzetten en zeggen: kom maar kijken naar mijn problemen. Wij Groningers, wij doppen onze eigen boontjes wel. De afgelopen jaren ben ik veelvuldig bij mijn provinciegenoten over de vloer gekomen. Ik heb daar in hun huis aan hun keukentafel gezeten. Elke keer voelde dat een beetje ongemakkelijk, bij mensen in huis komen om zomaar een inkijkje in hun privéleven te krijgen. Ik zeg nadrukkelijk dat je bij hen in huis komt, want eigenlijk kom je niet bij ze thuis. De meeste mensen bij wie ik over de vloer kwam, zeiden: mijn thuis is dit allang niet meer. Het beste voorbeeld daarvan is misschien wel het gezin in Appingedam waar ik kwam. De moeder liet het huis zien: de voorkant staat twaalf centimeter hoger dan de achterkant, scheuren alom, deuren die niet meer sluiten, in de winter wordt het niet warmer dan 18 graden, tocht, vocht. De twee dochters kunnen, zo zei de moeder, niet meer meemaken dat ze in een fijn en veilig thuis wonen, omdat ze tegen die tijd het huis al uit zijn. Er wordt weleens gezegd dat de jeugd de toekomst heeft, maar ik wil afsluiten met de vraag aan het kabinet of dit ook geldt voor Groningen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan zou ik graag het woord willen geven aan de heer Clemminck van de fractie van JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Wie schade veroorzaakt, is verantwoordelijk voor schadeherstel en voor compensatie. In deze ene zin zit meer rechtvaardigheid, meer realisme en meer redelijkheid dan in de honderden pagina's van dit dossier. Schade door trillingen als gevolg van de gaswinning moet van JA21 menselijker, milder en makkelijker worden vergoed, punt. Tegen mevrouw Beckerman zeg ik nogmaals dat wij voorstellen daarover ook altijd hebben gesteund, ook haar amendement en moties. De politiek moet daartoe heldere randvoorwaarden creëren die juridisch houdbaar en financieel verantwoord zijn. Precies op deze punten gaat dit dossier in dit wetsvoorstel helemaal de verkeerde kant op.
Ten eerste. De schade die wordt uitgekeerd, raakt steeds verder los van de aantoonbare schade door gaswinning. Twee. "Menselijker, milder en makkelijker" is verworden tot "misplaatst, mateloos en misbruik". Drie. Het wetsvoorstel wekt bij Groningers de indruk van een generatielange zekerheid met miljarden, terwijl het budgetrecht van de Kamer gewoon overeind blijft. In die zin deel ik de kritiekpunten van de heer Bushoff en mevrouw Beckerman. Alleen trekken we andere conclusies op het einde. Het klopt, het zijn vooral symbolische woorden, in werkelijkheid betekenen ze niets.
Voorzitter. Laat ik beginnen met het eerste, de schade-uitkering die steeds verder losraakt van de aantoonbare schade door gaswinning. Er is nog amper een verband tussen de miljarden aan vergoedingen en de echte schade veroorzaakt door trillingen als gevolg van de gaswinning. De regering schrijft het zelf. Er wordt voor miljoenen aan belastinggeld uitgegeven voor schade die "het gevolg van gaswinning zou kunnen zijn". "Zou kunnen zijn." Het IMG geeft miljoenen belastinggeld uit zonder onderzoek te doen naar de oorzaak van de geclaimde schade. Juist dan ontstaat het risico dat kosten niet of niet volledig op de NAM verhaalbaar blijken. Ondertussen is er een hele industrie ontstaan rondom de schadeafhandeling. Vier bureaus ontvingen in de periode 2018-2025 ruim 577 miljoen euro van de overheid. Eén aandeelhouder zag het eigen vermogen van zijn bedrijf stijgen van acht ton naar 13 miljoen. Bij een ander schoot het omhoog van zeven ton naar ruim 5 miljoen euro. Hoe kan het dat zo veel belastinggeld niet naar de echte gedupeerden gaat? Graag een reactie van de minister. De regering kiest er bovendien voor om expliciet af te wijken van de reguliere systematiek van artikel 6:98 en artikel 6:103 van het Burgerlijk Wetboek. Dat is niet niks. Dat betekent dat het gewone aansprakelijkheidsrecht hier bewust buitenspel wordt gezet.
Voorzitter. Dit is dan nog het bestuurlijke deel. Echt ontluisterend wordt het in het technische deel. Zijn de trillingen in Groningen wel echt zo exceptioneel, verwoestend en ontwrichtend als sommige Kamerleden hier altijd hebben beweerd? Is de minister bekend met het artikel in De Correspondent van 3 april? Zo ja, dan moet deze minister ook van zijn democratische ethos zijn gegaan, zich het leplazarus zijn geschrokken. In dit uitstekende journalistieke werk wordt geen spaan heel gelaten van de wetenschappelijke onderbouwing onder de uitkomsten van de parlementaire enquête.
Ik noem enkele voorbeelden uit het artikel, voorzitter. Na de aardbeving bij Huizinge in 2012 kwamen circa 2.000 meldingen binnen van schade. In 2024, het jaar met de laagste trillingen in ruim twee decennia, waren dat er 42.790. Van de 420.000 adressen is in de afgelopen 40 jaar minder dan 1%, ongeveer 2.600 adressen, echt blootgesteld aan piekgrondsnelheden van meer dan 20 millimeter per seconde. Dat is ongeveer een heipaal die naast je woning één keer afgaat. Zo'n 3.700 adressen, 2,6%, kregen trillingen van meer dan 10 millimeter per seconde te verduren. 57.363 adressen, zo'n 13,7%, zijn blootgesteld aan grondbewegingen van meer dan 3 millimeter per seconde. Dat is vergelijkbaar met ongeveer een denderende goederentrein langs je huis.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Is JA21 van mening dat de Groningers ook heel veel emotioneel leed is aangedaan door de overheid?
De heer Clemminck (JA21):
Ik ben zeker van mening dat de overheid in die jaren niet adequaat heeft gereageerd en de zorgen van de Groningers heeft opgepakt.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Snapt JA21 dan ook dat dat leed wat doet met mensen, dat die mensen daardoor ziek kunnen worden en dat het ook een taak is van de overheid om dat leed te compenseren?
De heer Clemminck (JA21):
Zeker. Schade en leed die veroorzaakt zijn, maar dan wel echt veroorzaakt zijn door de trillingen naar aanleiding van de gaswinning, moeten worden gecompenseerd. Zeker.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik rond af, voorzitter. Hier komen we dan tot de kern van het betoog van JA21. JA21 houdt een zeer technisch verhaal dat de schade die gecompenseerd zou moeten worden aan de Groningers te herleiden is tot het aantal scheuren en het aantal centimeters waarop een woning wel of niet gezakt is. Dat is een zeer technisch verhaal, maar tegelijkertijd is er ook aantoonbare emotionele schade ontstaan door de gaswinning en door het verwijtbaar handelen van het kabinet destijds, waardoor die mensen ook daadwerkelijk in de shit zitten. Ik vraag aan JA21 om daar wel serieus naar te kijken door het niet te herleiden naar een aantal scheuren en het verzakken van een huis, maar om ook rekening te houden met die mensen, die ook daadwerkelijk in de problemen zitten en dat ook gecompenseerd moeten hebben.
De heer Clemminck (JA21):
JA21 gelooft in het recht. Het recht is inderdaad dat als je schade veroorzaakt, je verantwoordelijk bent voor de compensatie.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter. Meer dan 70% van alle schadeclaims is afkomstig uit postcodes met een maximale grondbeweging van minder dan 2 millimeter per seconde. Dat is vergelijkbaar met een straaljager die over je huis vliegt. De schadekans is, zo zeggen de wetenschappers, nihil. Nihil. Hoe beziet de minister deze cijfers en welke gevolgen verbindt de minister daaraan?
Voorzitter. Wetenschappers uit de hele wereld lachen ons uit. De NAM, gedwongen door de Staat, investeerde maar liefst 200 miljoen euro in kennisontwikkeling. 200 miljoen euro! Dat is meer dan op elke andere plek op de wereld met veel zwaardere aardbevingen en waar veel vaker aardbevingen voorkomen. 200 miljoen euro aan belastinggeld. Hoe kan het? Hoe kan het dat onze Nederlandse nuchterheid, realisme en soberheid hebben plaatsgemaakt voor misschien wel de grootste politieke aflaat in de geschiedenis? Nergens ter wereld is zo veel geld uitgekeerd voor zulke kleine trillingen.
Voorzitter. Het emopopulisme waart rond als een besmettelijk virus in deze Kamer. Ik ben zojuist door de heer Köse van D66 uitgemaakt voor onmenselijk. Nou, dat lijkt mij niet een manier om je eigen collega-Kamerleden aan te spreken, maar ik kan er goed tegen, want de heer Köse en ik zijn allebei Brabanders. Ik stel voor dat de heer Köse mij vanavond op een biertje trakteert en dan is alles weer vergeten.
De voorzitter:
Volgens mij denkt de heer Köse daar anders over.
De heer Köse (D66):
Nee, dat kan zeker, maar ik heb een punt van orde, voorzitter. Ik noemde de heer Clemminck niet onmenselijk, ik noemde het beleid dat JA21 ambieert onmenselijk. Ik ben benieuwd hoe hij daarnaar kijkt.
De voorzitter:
Waarvan akte.
De heer Clemminck (JA21):
Waarvan akte. Ik hoop dat dat biertje nog steeds voor me klaarstaat. Helemaal goed, dan doen we dat!
Voorzitter. Dit is niet de Groningers aan te rekenen, zeker niet, maar wel een groot deel van de Kamer. Ik had het over het emopopulisme. Het belangrijkste voor een partij als D66 was dat ze nu eindelijk de rol van held konden spelen in dit dossier, in hun zelfgecreëerde klucht. Kijk ons eens deugen, kijk ons eens goeddoen. Wetenschappers uit de hele wereld maakten gehakt van de veronderstelde problemen in Nederland en Nederlandse wetenschappers durven zich nog amper uit te spreken. Ze worden bedreigd of hier in de Kamer weggezet als gevaarlijk. We hadden het daar al even over. Enkele citaten van wetenschappers. Julian Bommer schreef in 2022 in een beschouwing voor het Bulletin of Earthquake Engineering: "Het is een kolossaal fiasco geworden, het Gronings dossier, waarin wetenschap en techniek er niet in zijn geslaagd irrationaliteit te overwinnen." Een ander citaat. "Er is een alternatieve publiekswetenschap ontstaan", schreef geoloog Manuel Sintubin over Groningen in Seismological Research Letters. "Een publiekswetenschap die een eigen leven is gaan leiden en losgezongen is van de echte wetenschap." Als dat beeld klopt of ten dele zou kloppen, moet deze Kamer zich afvragen op basis van welke feiten zij jarenlang heeft geopereerd. Kan de minister reageren op reacties van diverse wetenschappers die dit hebben aangehaald met betrekking tot de technische onderbouwing van de parlementaire enquête?
Voorzitter. Dit wetsvoorstel bouwt voort op tijdelijke wetten, maar vooral op uitkomsten van die enquête en dat is bijzonder problematisch.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik vraag me af of JA21 naast het selectief citeren van de wetenschap — een gedeelte van de wetenschap heeft toch echt andere uitkomsten; dat is al gewisseld met mevrouw Beckerman — nu ook de bevindingen van deze hele Kamer, die unaniem de parlementaire enquête heeft onderschreven, buiten haken zet. Is die parlementaire enquête eigenlijk voor niks geweest?
De heer Clemminck (JA21):
Zeker niet. Ik wijs slechts op topwetenschappers die toch echt wel fundamentele kritiek hebben op het onderliggende onderzoek en de aannames van de parlementaire enquête. Het lijkt me goed om daar kritisch naar kijken.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
150 zetels in deze Kamer hebben na breed jarenlang onderzoek gezamenlijk gezegd … Dit betrof niet alleen het citeren van wetenschappelijke artikelen, maar ook het zelf op pad gaan om te zien, empirisch, wat er gebeurd is, en het duiken in de parlementaire geschiedenis om te kijken naar de verantwoordelijkheidsverdeling en de wijze van schadeafhandeling. Uit dat onderzoek zijn zeer ernstige conclusies gekomen. De positie van de premier wankelde niet voor niks in dat debat. Nu zegt JA21: er zitten aannames onder die niet goed zijn, dus zetten we die hele parlementaire enquête maar bij het grofvuil.
De heer Clemminck (JA21):
Dat is wel een heel overhaaste conclusie van mevrouw Bikker. Dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik heb gezegd dat er topwetenschappers op dit gebied zijn die echt fundamentele kritiek hebben op een aantal wetenschappelijke aannames die onder de parlementaire enquête liggen. Volgens mij is het goed om er kritisch naar te kijken. Tegelijkertijd is er buiten dat hele wetenschappelijke deel natuurlijk ook een relatie tussen overheid en vertrouwen bij Groningers. Dat is een ander deel. Dat is een politieke discussie. Nogmaals, ik heb al eerder aangegeven dat JA21 de uitkomst van de parlementaire enquête gewoon overgenomen heeft, maar wel met een aantal kritische punten, zoals dit.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, afrondend.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dit is een soort mist waarin ik met de heer Clemminck rij. Aan de ene kant zegt hij namelijk: ik ben kritisch op de vooronderstellingen van de parlementaire enquête. Aan de andere kant zegt hij: JA21 onderschrijft de conclusies van de parlementaire enquête wel, maar toch ook weer niet. Ik ben dan even benieuwd: wat in de parlementaire enquête onderschrijft JA21 nu wel en wat niet? Daar ontstaat nu namelijk veel verwarring over. Ik heb collega Clemminck eerder dingen over "emopopulisme" horen zeggen. Ik zou het heel vervelend vinden als een van beiden dat de ander zou verwijten. Ik constateer wel dat het veel Groningers behoorlijk veel stress oplevert dat, waar men destijds na jarenlang wachten eindelijk erkenning kreeg voor het grote leed wat men ervaren heeft, er nu weer volksvertegenwoordigers zijn die ergens zeggen: ik weet niet of die enquête wel op de goede vooronderstellingen is gefundeerd en ik onderschrijf het wel, maar misschien toch ook niet. Beseft de heer Clemminck wel wat hij daarmee in zijn grote verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger teweegbrengt? Voorzitter, excuses voor het feit dat het twee vragen zijn. Wat onderschrijft JA21 nou wel en niet in de parlementaire enquête en beseft de heer Clemminck ook dat als hij daar wat aan af gaat doen, in tegenstelling tot wat eerder is gezegd, dat ook gevolgen heeft in Groningen?
De heer Clemminck (JA21):
Er is niks veranderd. We hebben altijd gezegd dat de overheid de Groningers te laat heeft erkend in de problemen die er zijn ontstaan. Ik heb er in een eerder debat met mevrouw Bikker ook al over gezegd dat dit mijn partij niet aan te rekenen is. Dat zijn een aantal andere partijen. We hebben dat altijd gezegd. Het klopt. Er is herstel van vertrouwen nodig. Daar hoort bij — dat heb ik net ook aangegeven — dat als je schade hebt opgelopen die aantoonbaar te maken heeft met de trillingen als gevolg van de gaswinning, je ruimhartig, goed, volledig, snel, menselijker, makkelijker en milder gecompenseerd hoort te worden. Dat is een element uit de parlementaire enquête waarvan JA21 heeft gezegd: dat moet gebeuren. We hebben ook amendementen en moties daarover van bijvoorbeeld mevrouw Beckerman gesteund. Maar er zitten inderdaad ook onderdelen in de parlementaire enquête waar we altijd kritisch op zijn geweest. Dat is de cruciale stap, namelijk het loslaten van de oorzakelijkheid tussen de schade die geclaimd en uitgekeerd wordt — het gaat om miljarden euro's — en de trillingen als gevolg van de aardbevingen. Daar heeft het feitelijk niks meer mee te maken.
De heer Köse (D66):
Ik ben een beetje in de war, want in het begin hoorde ik de heer Clemminck van JA21 zeggen: "Het moet menselijker. Het moet makkelijker. Het moet milder." Vervolgens komt er een barrage aan standpunten en argumenten. Eerst werd gezegd dat de parlementaire enquêtecommissie volledig onderschreven werd. Nu wordt er toch weer selectief teruggetrokken; niet alles zou helemaal kloppen. Vervolgens wordt er ook selectief geshopt in de onderzoeken die er zijn. Dat gebeurt weer heel selectief aan één kant. Maar toch hoor ik JA21 hier zeggen: menselijker, makkelijker, milder. We lijken heel erg terug te gaan naar een houding van wantrouwen: o wee als er maar één iemand te veel geld krijgt. Hij wil bijna een hele bureaucratie optuigen om het toch maar niet te gunnen aan de Groningers. Ik wil graag aan de heer Clemminck vragen: waar zit dat "menselijker, makkelijker, milder" van JA21 dan precies in?
De heer Clemminck (JA21):
In ieder geval door collega's niet als onmenselijk weg te zetten, zou ik zeggen tegen de heer Köse. Maar dan naar zijn vraag. Volgens mij is de kern heel simpel en bijna in één zin te vatten: schade die daadwerkelijk is opgelopen en waarbij er een verband is tussen de trillingen en de aanleiding, de gaswinning, moet gecompenseerd worden en moet worden hersteld. Dat mag op een makkelijkere, mildere en menselijkere manier. Makkelijker kan ik het voor de heer Köse niet maken.
De voorzitter:
Meneer Köse, korte interrupties.
De heer Köse (D66):
Ik had al het punt van orde gemaakt dat dat niet het geval was. Er wordt gewoon geen antwoord gegeven op mijn vraag. Waar zit dan het "menselijker, makkelijker, milder" in? Er wordt juist gezegd door JA21 dat we veel strenger moeten zijn voor de Groningers, dat we veel minder ruimte moeten geven, dat we heel veel mensen niet moeten compenseren die nu wel gecompenseerd worden. Waar zit dat "menselijker, makkelijker, milder" dan nog in? Ik vraag het nogmaals.
De heer Clemminck (JA21):
Een van de problemen waar het IMG tegen aanloopt, is dat wij hier zo ruim compenseren dat het helemaal losstaat van het daadwerkelijke causale verband tussen de schade en de claims. Het IMG heeft enorme achterstanden. Dat gaat ten koste van de mensen die juist wel echt schade hebben en die juist veel sneller geholpen zouden kunnen worden als we die operatie veel slimmer zouden aanpakken.
De heer Köse (D66):
We hebben in deze wet en ook al hiervoor in de uitvoering met elkaar afgesproken dat we overcompenseren, juist voor dat "menselijker, makkelijker, milder". Waarom? Omdat dat juist heel veel scheelt in de uitvoeringskosten. Dat scheelt niet alleen voor de mensen daar heel veel, maar ook voor de belastingbetaler. We hebben de taferelen gezien: met €440.000 aan uitvoeringskosten was er maar €80.000 uitgekeerd. Dat is waar JA21 naar streeft. We kunnen ook naar vertrouwen toe gaan en de uitvoeringskosten drukken of bijna laten verdwijnen, bijvoorbeeld met die €60.000-regeling of die €10.000-regeling. Dat doen we bijvoorbeeld niet — dan kom ik op mijn vraag — door Groningen in geval van nood opnieuw te willen openen. Hoe wordt daarnaar gekeken? Wat doet dat met dat "menselijker, makkelijker, milder"? Helpt dat mee in de discussie?
De heer Clemminck (JA21):
Ik heb net van mevrouw Beckerman gehoord dat wij het in dit debat over Groningen, het herstel en de versterking moeten hebben, en helemaal niet over de toekomst van het boren. Ik word uitgedaagd door de heer Köse. Het is heel simpel: daadwerkelijke schade moet inderdaad gecompenseerd worden. Dat zou makkelijker, menselijker en sneller kunnen als wij het daarbij houden en niet een heel circus optuigen. Blijkbaar is de heer Köse van D66 tevreden met het feit dat van elke euro die we uitkeren, de helft naar bureaucratie gaat.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Clemminck gebruikt steeds bewust het woord "trillingen" in plaats van "bevingen". In ben benieuwd of JA21 bij Justitiedebatten ook in plaats van het woord "messteek" straks "schrammetje" gaat gebruiken, maar daarvoor zullen we de andere debatten afwachten. Als JA21 vindt dat er onterecht schade uitgekeerd wordt, als zij daar zo achter staan, welk voorstel gaat JA21 dan doen via amendementen op deze wet om te zorgen dat die afbakening beter gaat plaatsvinden?
De heer Clemminck (JA21):
Ik moet een beetje lachen, hoor. Gisteren stond een collega van de heer Vermeer nog over de taalgids van OCW te spreken en aan te geven wat je wel en niet mag zeggen. Volgens mij mag ik mijn eigen woorden kiezen. Volgens mij was dat gisteren ook het pleidooi van de BBB bij de taalgids van OCW.
Voorzitter, de vraag van de heer Vermeer. Weet u, de kern van deze wet is het loslaten van het causaal verband en het buiten werking stellen van twee artikelen uit het Burgerlijk Wetboek. Dat is de kern van dit wetsvoorstel. Ja, daar is niet tegenop te amenderen. Voor ons is het dan simpelweg zo: we stellen een aantal vragen, we luisteren goed naar de collega's, we luisteren straks goed naar het antwoord van het kabinet en dan zullen we een oordeel moeten vellen over deze wet. Maar deze wet is in de kern gebaseerd op iets waar wij inderdaad grote vraagtekens bij zetten. Daar kun je niet tegenop amenderen.
De heer Vermeer (BBB):
U gaat inderdaad over uw eigen woorden. Ik wilde even blootleggen welke woorden u kiest en wat daarvan de implicaties zijn. Nog even een ander punt, gezien de positie die JA21 inneemt inzake gaswinning uit het Groningenveld. Vindt JA21 ook dat wij per direct moeten starten met het doen van proefboringen naar schaliegas onder Den Haag, Leiden, Rotterdam, Tilburg, Den Bosch en Eindhoven?
De heer Clemminck (JA21):
Ja, voorzitter, dat is buiten de orde van dit debat. Daar ga ik niet op antwoorden. Daar is een ander debat voor. We moeten het nu hebben over de herstel- en versterkingsoperatie voor de Groningers.
De heer Vermeer (BBB):
Dat is wel heel zwak en slap. JA21 denkt makkelijk te kunnen praten over de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe, maar zodra het om een paar stedelijke gebieden gaat waarin zij zelf actief zijn, duikt de heer Clemminck. Dus nogmaals mijn vraag: gaat JA21 ook voorstellen om proefboringen naar schaliegas te doen onder Den Haag, Leiden, Rotterdam, Tilburg, Den Bosch en Eindhoven?
De heer Clemminck (JA21):
Ja, voorzitter, dat is buiten de orde, maar nogmaals: dit is nou precies het emopopulisme dat aan deze kant van de Kamer heel vaak voorkomt. U komt hier echt met een emotionele chantage, waar ik niet op inga. Nou ja, nu u Tilburg noemt: JA21 is helemaal niet actief in Tilburg. Ik heb er zelf jarenlang gewoond. Mijn vader woont er nog. Misschien dat hij eens in zijn achtertuin wil gaan kijken om te zien wat er mogelijk is.
De voorzitter:
U heeft uw derde interruptie al gebruikt, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, maar mij wordt hier emotionele chantage verweten.
De voorzitter:
Ja. Daarom geef ik u nog even het woord.
De heer Vermeer (BBB):
Daarop wou ik graag even een persoonlijk feit maken. Ik stel gewoon een feitelijke vraag. Iemand die mij kent, zou zeggen dat ik dat zonder emotie deed. Iemand die mij niet kent, zou dat misschien emotioneel noemen, maar dat ben ik helemaal niet. Ik stel gewoon een feitelijke vraag. Ik hoop daar dan ooit in een ander debat antwoord op te krijgen.
De heer Clemminck (JA21):
Dat is zeker. Die kans komt zeker. Ik begrijp dat ik met de heer Vermeer een biertje moet gaan drinken zodat we elkaar beter leren kennen.
De voorzitter:
Dat wordt een drukke bar, zo te horen.
De heer Clemminck (JA21):
Ja, het wordt gezellig en druk. Voorzitter, met uw goedkeuring ga ik verder.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Clemminck (JA21):
Ja. "Dit betekent namelijk dat een aanzienlijk deel van de vergoedingen wellicht niet verhaald kan worden op de NAM.": daar was ik gebleven. De NAM wil zich namelijk aan de wet houden, en dat vind ik haar goed recht. Kan de minister aangeven welk deel van de schadevergoedingen naar verwachting niet of niet volledig op de NAM verhaalbaar is? Hoe groot is het financieel risico dat de Staat en daarmee dus ook de belastingbetaler loopt? Graag een reactie.
Voorzitter. Dit wetsvoorstel komt met ronkende teksten zoals "koste wat kost", "generaties lang", "zorgplicht" en "zo lang als nodig", maar het blijkt allemaal politieke retoriek te zijn, want na kritiek van de Raad van State, dictum C, paste de minister de memorie van toelichting aan. De zorgplicht blijkt juridisch gezien geen harde, individuele aanspraak te zijn. De collega's hebben daar terecht vragen over gesteld. De "generatielange aanpak" en "zo lang als nodig" blijven uiteindelijk altijd afhankelijk van de politieke meerderheden in deze Kamer, want de Kamer heeft immers het budgetrecht. Het was, zo schrijft de regering, "symbolisch" bedoeld richting de Groningers. Is dit nu de manier om het vertrouwen van Groningers te herstellen? Symboliek en grote woorden, terwijl de werkelijkheid anders is? Graag een reactie. Volgens mij helpt dat dus niet.
Voorzitter, ik rond af. JA21 blijft nuchter onder al het populisme dat we hier plaats zien vinden. Schade die bewezen veroorzaakt is door trillingen als gevolg van de gaswinning, moet 100% vergoed worden. Binnen die kaders mag het en moet het misschien ook gewoon menselijker, makkelijker en milder, maar de belastingbetaler laten opdraaien voor de fouten van vooral voormalig D66-staatssecretaris Vijlbrief is onacceptabel.
Voorzitter. De afhandeling van de schade in Groningen zoals vervat in deze wet, zou weleens de eerste parlementaire enquête kunnen worden naar aanleiding van een eerdere parlementaire enquête. Ons standpunt moge duidelijk zijn. JA21 is voor het behouden van toegang tot de gasputten als strategische reserve, voor het openhouden van de putten om de grond te kunnen stabiliseren met stikstofinjectie en voor het na de afronding van de herstel- en verstevigingsoperatie mogelijk weer boren in het Groningenveld.
Voorzitter, ik dank u.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik liep al naar voren voordat ik de laatste woorden van de heer Clemminck hoorde. Die veranderen misschien enigszins de aard van mijn interruptie. Is de heer Clemminck zich ervan bewust, vraag ik via u, voorzitter, dat je de facto gewoon moet blijven boren als je het Groningenveld als een soort reserve achter de hand wil houden, zoals hij voorstelt? Anders hou je namelijk onbruikbare putten. Is de heer Clemminck zich daarvan bewust?
De heer Clemminck (JA21):
Zeker. Mijn collega Daniël van den Berg is bezig met het voorbereiden van een initiatiefwet en hij hoopt daar voor de zomer mee te komen. U kunt dan ons voorstel precies op de inhoud beoordelen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is toch wel heel problematisch dat dus af en toe wordt gedaan — ik vind het belangrijk om dat hier in dit debat te duiden — alsof je Groningen wel eventjes achter de hand kan houden voor als het over drie jaar een keertje nodig zou zijn. Los van het feit dat dat niet veilig kan en los van alle beloftes die aan Groningen gedaan zijn, is het ook praktisch onuitvoerbaar. Daarmee zeg je namelijk dat je gas moet blijven boren als je Groningen inderdaad achter de hand wil houden. Daarmee zeg je dus tegen de Groningers dat je onveilig doorgaat met het winnen van gas, terwijl een parlementaire enquête, het zwaarste parlementaire middel, concludeert en het SodM adviseert dat je dat niet moet doen. Dat is wat JA21 voorstelt. Tegelijkertijd hoor ik geen enkel voorstel — daar was mijn interruptie op geënt — over wat JA21 dan wil doen om al die onveilige huizen in Groningen aan te pakken. Ik hoor geen enkel voorstel over wat JA21 wil doen om al die beschadigde huizen, waar mensen nog steeds in onzekerheid in wonen, aan te pakken.
De heer Clemminck (JA21):
Ik zou willen zeggen tegen de heer Bushoff: wacht onze initiatiewet af. Ik zou ook tegen de heer Bushoff willen zeggen: kijkt u eens even goed naar de stemmingslijsten van afgelopen jaren. Dan zult u zien dat JA21 vaak bij "voor" stond als het ging om de herstel- en verstevigingsoperatie van Groningen, overigens ook bij uw moties en amendementen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik weet niet wat ik erger vind: ofwel de onwetendheid die er blijkbaar zit aan de kant van JA21, ofwel het gemak waarmee er over het voorstel van JA21 heen wordt gestapt. Dat voorstel is namelijk: blijven boren in Groningen. Dat is wat u voorstelt. Ik wacht de initiatiefwet niet af, want dit is wat u voorstelt. Wees dan ook mans genoeg om het eerlijke verhaal te vertellen. Als u dat dan voorstelt, hoe kunt u dat dan voorstellen zonder één voorstel te doen voor het veilig maken van al die huizen in Groningen die nog onveilig zijn, zonder dat u vandaag in dit debat één voorstel doet om de schadeafhandeling vlot te trekken en zonder één voorstel te doen om perspectief te bieden aan de regio? Ik heb niks van dat alles gehoord.
De heer Clemminck (JA21):
Dat is dan blijkbaar de dank van de heer Bushoff voor het feit dat JA21 allerlei wetsvoorstellen, moties en amendementen in het verleden heeft gesteund wat betreft de versterking en het herstel van Groningen. Verder zou ik echt tegen de heer Bushoff willen zeggen: wacht even de initiatiefwet af.
De voorzitter:
U mag zo weer terugkeren als u dat wilt, meneer Bushoff. Ik wil u overigens niet uitnodigen om het debat langer te maken. Sorry, mevrouw Beckerman. Ik zeg dat even voor de helderheid. Ik zag dat de heer Bushoff niet in de gaten had dat zijn interrupties op waren. Ga uw gang, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wil toch even iets zeggen over de opbrengst van de bijdrage van JA21. Als ik even heel feitelijk mag zijn, is het: gaskraan open. JA21 zegt het dus tussen de regels door, maar weet zelf ook dat dat betekent: permanent open. Je kunt niet even bij nood winnen. Dat is een deel van zijn bijdrage. Een ander deel is dat alle schades opnieuw op causaliteit moeten worden onderzocht. Ik denk dat hij ook zegt dat bewoners dat zelf dan maar moeten aantonen. Nogmaals, mijn vraag is of dit echt is wat JA21 wil.
De heer Clemminck (JA21):
Als het gaat om de strategische voorraad, dan gaat het feitelijk om de waakvlam. Ik wil het niet te technisch maken en ook niet buiten de orde van dit debat treden, voorzitter. Nogmaals, mijn collega is bezig met een initiatiefwet, die heel snel bekend zal worden. Alles wat betreft schade en versterking hebben we altijd gesteund. Wat versterkt en hersteld moet worden, moet versterkt en hersteld worden. Wij pleiten er wel voor dat er een causaal verband moet zitten tussen wat wij doen, wat wij uitkeren aan schadeclaims, en de trillingen als gevolg van de gaswinning. Dat betekent dat er nu een nieuw moment is. Er ligt een nieuw wetsvoorstel uit het kabinet. Dat gaan we beoordelen met die bril, voor de toekomst.
Mevrouw Beckerman (SP):
JA21 is wel goed met eufemismen, hè? Aardbevingen worden "trillingen", gaswinning wordt "een waakvlam". Dat maakt voor heel veel gedupeerden natuurlijk niet uit, want het betekent dat er dan gas gewonnen wordt en dat de kansen op onveiligheid toenemen. Aardbevingen worden dus "trillingen", gaswinning wordt "een waakvlam", en causaliteit wordt verpakt als "milder, menselijker, makkelijker". Maar dan ga ik dit heel concreet vragen. Ik heb in mijn spreektekst een aantal voorbeelden genoemd van mensen die in het kerngebied wonen en die nu, in hun nieuwe woning, na een lijdensweg door de overheid, er nog steeds mee te maken krijgen dat zij die causaliteit moeten aantonen. Bushoff en ik willen dat uit de wet halen voor dat kerngebied. Wij willen juist dat dit echt goede regelingen worden. Wat zegt JA21 nou werkelijk? Gaan ze opnieuw deze voorstellen steunen, of zeggen ze: "Nee, bewoners moeten weer die hele lijdensweg in van causaliteit aantonen"?
De heer Clemminck (JA21):
Die causaliteit is in ieder geval de kern van het Burgerlijk Wetboek. Als je schade veroorzaakt, dan ben je verantwoordelijk voor compensatie en herstel daarvan, maar dat is dan wel schade die je zelf hebt veroorzaakt. Dat lijkt me toch wel een belangrijk element daarin. Daar komt dit bij. Als voor dat kerngebied, waar het epicentrum zit van de trillingen, wel het bewijsvermoeden geldt als het boven de €60.000 zit, vind ik dat eigenlijk unfair, want daaronder hoeft dat niet. Er is geen enkel verband tussen de afstand van de trillingen en waar het geld terechtkomt. Het geld komt eigenlijk vooral terecht waar het niet terecht hoeft te komen, waar er een grote afstand is tot de trillingen. Volgens mij doen we de Groningers zelf daarmee echt tekort.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik zou het antwoord ook ontwijken en het in eufemismen verpakken. JA21 zegt: ja, wij willen dat al die bewoners zelf opnieuw die causaliteit gaan aantonen en tegelijkertijd willen wij de gaskraan open. Dat is toch wat JA21 hier daadwerkelijk zegt? Er is inderdaad één regeling, die €60.000-regeling. Die heeft vorig jaar maar voor veertien mensen gewerkt. Veertien mensen maar! Maar toch zegt hij: "Nee, ik wil die causaliteit terug. Helaas vind ik een amendement te moeilijk." Wat is het nu, vraag ik aan JA21. Is dit echt wat JA21 wil? Opnieuw gas winnen? Mensen in onveiligheid brengen? Zorgen dat ze weer die hele lijdensweg in moeten van eindeloze onderzoeken naar causaliteit en een eindeloze strijd met de overheid?
De heer Clemminck (JA21):
Ik ben bang dat ik mijn betoog bijna opnieuw moet doen met deze misvattingen, deze soort samenvattingen van mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman heeft, denk ik, niet goed geluisterd, overigens ook niet naar de inbrengen van JA21 in het verleden. Wij hebben altijd gezegd: eerst versterken en herstel, daarna pas kijken wat er mogelijk is in de toekomst als het gaat om gaswinning. Dus niet tegelijk, zoals u net suggereerde. Ik wil niet mijn hele betoog opnieuw doen. Ik stel voor dat mevrouw Beckerman het misschien nog even terug gaat kijken op Debat Direct. Mijn belangrijkste punt blijft dat er een causaal verband moet zijn tussen de schade die er is en de claims die er liggen, en dat er ruimhartig en goed moet worden gecompenseerd.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Er moet dus volgens JA21 een causaal verband liggen. Nou, maatregel 3 van de 50 maatregelen in Nij Begun zegt: stoppen met het onderzoek naar de causaliteit van schades. Dat is precies een van de drie maatregelen die we vandaag wettelijk gaan verankeren. Dat maakt eigenlijk dat we de hele inbreng van JA21 terug kunnen leiden tot twee scenario's, namelijk: gaat JA21 een amendement indienen om die maatregel 3 uit dit wetsvoorstel te slopen of gaat JA21 dan tegen deze wet stemmen?
De heer Clemminck (JA21):
Ik heb altijd gezegd dat ik eerst goed ga luisteren naar de collega's en naar de reactie van het kabinet, voordat ik mijn conclusies trek. Dat zou de heer Heutink misschien ook weleens goed kunnen doen. Ten tweede is deze wet tot in de kern helemaal verweven met de vraag of je die causaliteit wel of niet activeert. Dat ziet niet alleen maar op één regel of één artikel en ook niet op één paragraafje in de memorie van toelichting, maar dat zit helemaal verweven in die hele wet. Daar is niet tegenop te amenderen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Allemaal leuk hoor, dat JA21 wacht op een reactie van het kabinet, maar ik heb geen enkele vraag gehoord richting het kabinet over of het bereid is om die clausule of dat artikel in deze wet eruit te halen. Het is dus een feit dat JA21 hierover een standpunt heeft ingenomen dat de heer Clemminck hier net duidelijk naar voren heeft gebracht, namelijk dat er causaliteit moet zijn ten aanzien van het herstel van de schade in relatie tot de trillingen. Dat is volgens mij een heel duidelijk standpunt. Dat betekent dat JA21 vandaag gewoon echt kleur moet gaan bekennen en niet volgende week bij de stemmingen. JA21 kan nu kleur bekennen. Gaan ze een amendement indienen? Of gaan ze tegen deze wet stemmen? Ik kan u namelijk op een briefje meegeven, zeg ik via u tegen JA21, voorzitter, dat het kabinet weinig aan deze wet gaat veranderen.
De heer Clemminck (JA21):
Tja, dat is een beetje pessimistisch van de heer Heutink. Overigens hebben we deze vragen gewoon expliciet gesteld, dus ik wacht het antwoord van het kabinet even af.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik luister natuurlijk goed naar de heer Clemminck. Hij zei: de versterking moet eerst klaar zijn en pas dan kunnen we weer gas winnen. Maar de versterking is gebaseerd op nul gaswinning en de huidige versterkingsoperatie is naar schatting in 2032 of 2034 klaar. Betekent dat ten eerste dat de initiatiefwet van JA21 pas ingaat na alle versterkingen, dus ook de extra versterking die nodig zal zijn als je weer gas gaat winnen? JA21 weet namelijk ook dat de huidige versterking plaatsvindt op basis van nul gaswinning. Nieuwe gaswinning betekent namelijk dat er ook heel veel extra versterkt moet worden.
De heer Clemminck (JA21):
Er zijn overigens ook rapporten die zeggen dat je op een bepaalde verantwoorde manier wel degelijk in de toekomst gas kunt winnen. De initiatiefwet gaat overigens niet over de gaswinning, zeg ik voor de zekerheid toch maar even, maar over toegang houden tot een strategische reserve. Dat is wat anders.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik hoorde JA21 zeggen: dan moet u maar luisteren naar mijn betoog. Hij zei letterlijk: "JA21 is altijd helder geweest: we gaan pas weer gas winnen nadat de versterking klaar is." Die is klaar in 2032 of 2034, gebaseerd op nul gaswinning. Ook de JA21-wet voor een noodvoorraad betekent gaswinning. Ook een noodreserve betekent dat je een waakvlam moet houden, zoals u net ook eerlijk hebt toegegeven, en een waakvlam betekent gaswinning. Ik vraag de voorzitter ook om de heer Clemminck te vragen om echt antwoord te geven, want het is een hele simpele vraag: wanneer gaat die initiatiefwet in?
De voorzitter:
Het is een goed gebruik om antwoord te geven. Meneer Clemminck, aan u het woord.
De heer Clemminck (JA21):
Ik ben niet anders aan het doen, voorzitter, met veel plezier trouwens. Het initiatiefwetsvoorstel gaat over een strategische reserve, dus niet over gaswinning. Daar is inderdaad een waakvlamsituatie voor nodig. Dat nemen we inderdaad mee: waar kun je dat op een verantwoordelijke manier doen? Ik wijs ook op een aantal rapporten — nogmaals, het is een beetje buiten de orde van dit debat — die aangeven dat dat inderdaad zou kunnen. Nou, dat nemen wij mee bij onze initiatiefwet.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar een waakvlam is gaswinning. Een waakvlam is gaswinning. Dat is dus de conclusie van vandaag. JA21 pleit voor gaswinning terwijl het niet veilig is, want een waakvlam is gaswinning. En voor de schade moeten mensen weer een hele lijdensweg in van het aantonen van causaliteit, ook op plekken waar allang aangetoond is dat het door gaswinning komt. Ten derde zal de versterkingsoperatie opnieuw moeten, maar niet klaar zijn voordat de JA21-wet voor gaswinning ingaat. Dit is de opbrengst van JA21: Groningen weer opnieuw in onveiligheid met nieuwe winning en geen oplossing voor die dramatisch verlopende schade- en versterkingsaanpak.
De heer Clemminck (JA21):
Mevrouw Beckerman lijkt een beetje op ChatGPT dat met een samenvatting komt waar inhoudelijk van alles niet aan klopt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik heb u gevraagd of de heer Clemminck ook antwoord kan geven, want dit zijn gewoon zijn eigen woorden.
De heer Clemminck (JA21):
Ik doe niet anders en ik doe het, nogmaals, met veel plezier. Ik geef elk antwoord op uw vragen dat ik kan geven.
De heer Köse (D66):
Ik snap dat het ongemakkelijk kan zijn als de waarheid aan het licht komt, want dat is momenteel het geval. We zien dat het JA21 helemaal niet om die noodreserve gaat. Dat is een heel mooi beeld dat in de panels te zien was: o, er staan best wel veel mensen achter, want het is best wel logisch. "Nood, maar wat is dan nood?" Maar de heer Clemminck en ik weten heel goed dat er niet zoiets is als de gaskraan even opendraaien om bij nood even te winnen en 'm dan weer heel snel dicht te draaien. Mevrouw Beckerman gaf dat net ook al aan: het is winnen of niet winnen. Dus wat is nou de waarheid volgens JA21? Ik zie de heer Clemminck nee schudden, maar wat is dan de waarheid? Wat wil JA21 nou echt? JA21 weet namelijk net zo goed als ik dat die noodknop niet om kan en dat het dan gewoon volledig winnen zal zijn, iets waar de partij JA21 altijd al voor heeft gestaan. Wees eens eerlijk: waar staat JA21 voor?
De heer Clemminck (JA21):
Dan gaan we het nog een keer doen. We hebben gezegd dat we de toegang tot de gasputten open moeten laten. We moeten ze niet met beton volgieten. Dat is echt het stomste wat je kunt doen, zeker in deze geopolitieke situatie. Daar zijn andere debatten voor, maar volgens mij is het wel duidelijk dat het in deze tijden van onvoorspelbaarheid belangrijk is dat je toegang houdt tot een strategische reserve in geval van nood. We zullen maar terechtkomen in de situatie dat de ziekenhuizen niet meer kunnen draaien, dat de economie stilvalt en dat de mensen hun huis niet meer kunnen verwarmen. Op die kritieke momenten is het handig en goed dat je toegang hebt tot een strategische reserve. Dat is wat nodig is. Dan moet je dus geen beton in de putten gieten, zoals D66 graag wil, maar dan moet je toegang houden tot een aantal putten. Die moeten op de waakvlam, zodat je erbij kan als het echt nodig is.
De heer Köse (D66):
De waarheid is er met extra veel woorden uit gekomen: gewoon gas winnen. Geen nood, want dat kan niet. De waakvlam betekende 3 miljard kuub gas winnen per jaar. Dat was best flink en dat was, op een onveilig veld, ook best wel risicovol. U heeft zelf al heel vaak aangehaald dat ik u onmenselijk heb genoemd, maar het is het beleid dat onmenselijk is. Ik ben benieuwd hoe JA21 hiernaar kijkt, want hoe steekt het dan precies in elkaar? Warffum heeft een paar maanden stilgelegen. Het Groningenveld ligt al jaren stil. We zien dat dat helemaal onder water is gelopen. Er is een waakvlam nodig om te kunnen produceren, maar de leidingen zijn er niet voor gemaakt om lange tijd stil te staan. Er zijn ook leidingen weggehaald. Gasbehandelingsinstallaties zitten vol met lucht. De NAM zegt zelf: leuk, wat JA21 wil, maar wij gaan dat niet doen. We hebben dus de volgende situatie; ik maak het even heel makkelijk. We hebben een huis met een cv-ketel. Dat heeft u vast ook, zeg ik via de voorzitter. De cv-ketel doet het niet, de leiding naar de straat is weg en de aannemer, die in een juridische strijd is verwikkeld, zegt ook nog: ik ga het niet doen; ik hou me daar verre van. Hoe gaan we dit dan doen in geval van nood? U wilt gewoon gaan winnen.
De heer Clemminck (JA21):
En dat komt dan van de partij die er alles aan heeft gedaan om de toegang tot de gasputten onmogelijk te maken voor de toekomst, door de installaties weg te halen en gasputten vol te gieten met beton, zoals de heer Köse zegt. Gelukkig is die operatie nog niet afgerond. Dat weet de heer Köse ook. Er zijn nog putten die we op de waakvlam kunnen houden en wel degelijk kunnen gebruiken op strategische momenten, in nood, als dat nodig is. Dat is echt iets anders dan gas winnen. Ik wijs er ook nog even op dat er allerlei wetenschappelijke rapporten zijn, onder andere van TNO, waarin staat dat het wel degelijk op een verantwoorde manier zou kunnen.
De voorzitter:
Dat leidt niet tot een vervolginterruptie. Volgens mij was u aan het einde van uw betoog. Dat klopt, zie ik, dus dan dank ik u voor uw inbreng. Dan gaan we naar de heer Kops, die spreekt namens de PVV. Gaat uw gang.
De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Met dit wetsvoorstel worden enkele maatregelen uit Nij Begun, de kabinetsreactie op de parlementaire enquêtecommissie, wettelijk verankerd in de Tijdelijke wet Groningen, die vervolgens verandert in de wet Groningen. Dat het tijdelijke karakter van die wet verandert, zegt eigenlijk meerdere dingen, namelijk dat de ellende die in Groningen is veroorzaakt, ontzettend groot is, dusdanig groot dat er een generatielange aanpak nodig is. Die aanpak wordt met dit met voorstel nu dus wettelijk vastgelegd, maar waarom eigenlijk die wettelijke verankering? Nou, zodat ook toekomstige kabinetten gehouden zijn aan de generatielange aanpak, omdat in de loop der jaren — ik citeer uit de memorie van toelichting — "de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie naar de achtergrond kunnen verdwijnen".
Voorzitter. De eerste vraag is dan de volgende. Oké, de minister van BZK wordt primair verantwoordelijk, maar waarom is er in dit nieuwe kabinet eigenlijk geen bewindspersoon specifiek voor Groningen meer? Dat was in het vorige kabinet nog wel het geval. Deze minister heeft het ongetwijfeld heel druk met heel veel dingen, dus hoe wordt voorkomen dat hij het hele Groningendossier, met alle respect, "erbij gaat doen" en het dus niet nu al naar de achtergrond verdwijnt? Graag een reactie.
Voorzitter. Wel komt er een regeringscommissaris. In de brief van 13 maart jongstleden lezen we dat deze regeringscommissaris de opdracht krijgt "de schadeafhandeling soepel te laten verlopen en de versterkingsoperatie zo voortvarend mogelijk af te ronden". Ten eerste zijn dat nogal open deuren en is het wat dat betreft de afgelopen jaren vooral fout gegaan. Ten tweede zijn dat nou net de taken van IMG en NCG. Kortom, wat gaat die regeringscommissaris nu doen, anders dan die uitvoeringsinstanties en anders dan een bewindspersoon? Graag een reactie.
Voorzitter. Met dit wetsvoorstel krijgt de minister twee nieuwe taken: de ontwikkeling van zogeheten "brede welvaart" en verduurzaming. Het valt op dat we het hier dan meteen hebben over "zorgplichten". De eerste vraag is dan — het is misschien vragen naar de bekende weg — of het klopt dat een zorgplicht een inspanningsverplichting is en dus feitelijk niets hoeft te zeggen over de te behalen resultaten. Waarom is hier dus voor gekozen en niet voor bijvoorbeeld resultaatplichten? Bovendien: als je dit allemaal doet voor toekomstige kabinetten, als je dit voor de toekomst voor langere tijd wilt vastleggen, is een zorgplicht dan niet veel te vaag? Is die niet door alle toekomstige bewindspersonen totaal anders in te vullen? Hoe ziet de minister dat? Graag een reactie.
Voorzitter. Hoe wordt de uitvoering van die zorgplicht eigenlijk vormgegeven? Dat gebeurt in een zogeheten "uitvoeringsprogramma Rijk". Daarin worden dan, lezen we, tussentijdse doelen opgenomen, maar ook streefwaarden, noodzakelijke randvoorwaarden en voorgenomen maatregelen. Als ik dat zo lees … Kan de minister dat toelichten? Hoe worden die doelen opgesteld? Wat zijn eigenlijk precies streefwaarden? Hoe worden die bepaald? Hoe hard zijn die? Klopt het dat ergens naar streven helemaal niets hoeft te zeggen over de te behalen resultaten? Welke randvoorwaarden? Klopt het bovendien dat een "voorgenomen maatregel" — zo staat het geformuleerd — nog geen daadwerkelijk te nemen maatregel is? Kortom, vindt de minister het zelf ook niet allemaal boterzacht?
Voorzitter, dan kom ik bij de ontwikkeling van brede welvaart. Dat klinkt misschien heel leuk, maar tegelijkertijd is het ook heel vaag. Want wat is het eigenlijk concreet? Het CBS zegt daarover: "Brede welvaart gaat over alles wat het leven de moeite waard maakt." Dan weet je eigenlijk nog niks. Oftewel, het is heel breed en vooral heel subjectief, en dan ook nog eens vervat in een zorgplicht bedoeld voor een generatielange aanpak. Kortom, wat verwacht de minister dat dit concreet gaat opleveren, niet alleen onder zijn eigen bewind, maar ook bijvoorbeeld over tien jaar, onder een andere bewindspersoon? Graag een reactie.
We lezen in de memorie van toelichting dat het hier gaat om economie, gezondheid, onderwijs, milieu, leefomgeving, sociale cohesie en persoonlijke ontplooiing. Ik vraag me dan het volgende af. Zaken als economische ontwikkeling of onderwijs kun je nog concreet maken, maar hoe meet je eigenlijk zaken als sociale cohesie of persoonlijke ontplooiing? Hoe verzamel je er überhaupt data over? En hoe ga je daar dan uiteindelijk over rapporteren, zeker periodiek, zoals de bedoeling is? Dat rapporteren gebeurt dan in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. De minister schrijft daarover: "Niet alle gegevens uit de Staat van Groningen en Noord-Drenthe worden jaarlijks van een update voorzien. Voor sommige gegevens — denk aan ervaren gezondheid, levensverwachting of geletterdheid — geldt immers dat een verandering geleidelijk plaatsvindt en dat een jaarlijkse meting onvoldoende meerwaarde heeft." Laat nou net zaken als gezondheid, levensverwachting en geletterdheid heel belangrijk zijn. Hoe vaak en op welke manier wordt daar dan wel over gerapporteerd en verantwoording over afgelegd?
Voorzitter. Nadat de Staat van Groningen en Noord-Drenthe is gepubliceerd volgt er overleg tussen de minister of ministers en bestuurders van decentrale overheden, zoals de gedeputeerden, burgemeesters en wethouders. In de memorie van toelichting lezen we dan, en ik citeer: "De term 'overleg' tussen het Rijk en de decentrale overheden kent in het voorliggende wetsvoorstel niet dezelfde betekenis als in de Gemeentewet en de Provinciewet. In de Gemeentewet en de Provinciewet veronderstelt de term meer wederkerigheid. Bovendien komt het bedoelde overleg tot stand op initiatief van het Rijk, anders dan in de organieke wetten." De eerste vraag is dan: kan de minister dat uitleggen? Wat wordt daar precies mee bedoeld? Oftewel, hoe gaat zo'n gesprek, zo'n overleg er dan in de praktijk aan toe, anders dan volgens de Gemeentewet en de Provinciewet?
Komt het er wat betreft die wederkerigheid of het blijkbare gebrek daaraan op neer dat de decentrale overheden hun zegje mogen doen over de te behalen resultaten waarna de kous af is? Of hoe gaat dat in de praktijk? Want — ik citeer opnieuw — "het overleg (…) is niet gericht op het afleggen van politieke verantwoording aan de regionale en lokale volksvertegenwoordiging, maar op het bespreken en analyseren van de resultaten, het identificeren van verbetermogelijkheden en het bespreken van voorstellen voor eventueel benodigde maatregelen". Ik heb er bijna moeite mee om het goed te kunnen uitspreken als ik dat zo oplees. We hebben het dus over bespreken, analyseren en identificeren; het klinkt allemaal zo ontzettend vaag. Mijn vraag daarbij aan de minister is dan: is het ook allemaal niet in de praktijk heel vrijblijvend? Want dat zou het dus juist niet moeten zijn.
Voorzitter. Met dit wetsvoorstel wordt ook — dat is heel belangrijk — daadwerkelijk herstel van veronderstelde schade geregeld, oftewel van schade waarbij het IMG afziet van onderzoek naar de oorzaak en dus wordt aangenomen dat het mijnbouwschade betreft. Aanvragers kunnen dan zelf een aannemer inschakelen, waarna het IMG de redelijke herstelkosten vergoedt, of aanvragers kunnen ervoor kiezen de schade door het IMG in natura te laten herstellen.
Ten eerste. Kunnen deze twee opties voor feitelijk dezelfde schade leiden tot verschillende uitkomsten? Daarmee bedoel ik: kan het bijvoorbeeld gebeuren dat schade die het IMG laat herstellen wel volledig wordt vergoed, maar niet als een aanvrager zelf een aannemer inschakelt? Oftewel, hoe wordt bij redelijke herstelkosten in de praktijk invulling gegeven aan het woord "redelijk"?
Voorzitter. Dan ten tweede. Dat grensbedrag, het maximumbedrag, wordt, zoals eerder door de Kamer verzocht, vastgesteld op €60.000. Althans, dat gebeurt niet nu, maar op een later moment per algemene maatregel van bestuur. Want — ik citeer — "vaststelling per algemene maatregel van bestuur biedt ruimte om op een uitvoerbare wijze rekening te houden met toekomstige (prijs)ontwikkelingen in de schadeafhandeling, waardoor het grensbedrag kan worden aangepast in verband met die ontwikkelingen".
In de memorie van toelichting gaat het over toekomstige prijsontwikkelingen, waarbij "prijs" tussen haakjes staat. Dat leidt dan meteen tot de vraag welke ontwikkelingen anders dan prijzen in de toekomst kunnen leiden tot aanpassing van dat grensbedrag. Dat grensbedrag kan natuurlijk vanwege prijsontwikkelingen in een later stadium worden aangepast, bijvoorbeeld omhoog, maar feitelijk kan het per AMvB ook omlaag. Het is misschien niet de bedoeling, maar het kan wel. Daarom heeft de PVV inmiddels een amendement ingediend dat regelt dat dat grensbedrag in ieder geval niet lager dan die €60.000 kan zijn, zoals eerder door de Kamer bepaald. Graag een reactie van de minister hierop.
Voorzitter. We moeten natuurlijk ook nog beseffen dat er heel veel stille gedupeerden zijn: mensen die recht hebben op schadevergoeding, maar daar tot dusverre geen aanvraag voor hebben gedaan. In verband met privacy en gegevensverwerking heeft het IMG nu niet de bevoegdheid om die mensen actief te benaderen. Maar krijgt het die bevoegdheid wel met dit wetsvoorstel? Hierop vooruitlopend heeft de Kamer begin februari een PVV-motie aangenomen die de regering verzoekt om hier alvast mee aan de slag te gaan en ervoor te zorgen dat alle stille gedupeerden in 2026 worden benaderd, zodat ook zij krijgen waar zij recht op hebben. Vraag één is dan of daar inmiddels al mee is begonnen, en vraag twee of het ook daadwerkelijk in 2026 gaat lukken.
Tot zover, voorzitter. Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is aan de heer Heutink namens de Groep Markuszower.
Bent u zover? Gaat uw gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Nederland heeft jarenlang mogen profiteren van het gas uit Groningen en uit Noord-Drenthe. Het Groninger gasveld was, maar is ook nog steeds een goudmijn. De baten gingen naar Den Haag, terwijl de lasten in het hoge Noorden achterbleven. Huizen scheurden, gezinnen leefden in onzekerheid en compensatie bleef uit. Hele families zijn verwoest omdat de overheid bleef cashen en het Noorden in de kou liet staan.
Voorzitter. Mijn fractie is dan ook blij dat de regering stappen zet om de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe te compenseren. Drie van de maatregelen uit Nij Begun worden nu wettelijk verankerd en deze wet staat vol met goede bedoelingen. Goede bedoelingen moeten echter niet gaan leiden tot georganiseerde teleurstelling; dat is precies wat we moeten gaan voorkomen. We moeten duidelijkheid scheppen, we moeten grenzen stellen en we moeten eerlijk zijn. Wij zeggen dat niet als enigen. Ook de Raad van State erkent dat er toch een behoorlijk aantal risico's aan deze wetgeving kleven.
Voorzitter. De vraag die we onszelf vandaag moeten stellen, en dat is gelukkig ook al gebeurd, is of dit wetsvoorstel er daadwerkelijk voor gaat zorgen dat de inwoners van Groningen en van Noord-Drenthe sneller, duidelijker en eerlijker geholpen gaan worden. Ik betwijfel dat. Laat me dat op basis van deze drie maatregelen uitleggen.
Allereerst het commitment van een generatielange aanpak om de ereschuld in de regio op te lossen. Deze aanpak vertaalt zich concreet in twee zorgplichten voor de minister van Binnenlandse Zaken. Neem bijvoorbeeld de zorgplicht om brede welvaart te realiseren. Dat is een verschrikkelijk vaag begrip en kan ook tot rechtsongelijkheid leiden. De regering wil met dit wetsvoorstel immers de gehele regio qua brede welvaart tot het landelijk gemiddelde laten behoren in 2055. Dat betekent dus dat er lokaal geïnvesteerd moet gaan worden, omdat brede welvaart per gemeente en per gebied verschilt. Het ene gebied zal dus meer nodig hebben dan het andere. Hoe zit het dan met die ene gemeente die reeds goed scoort op brede welvaart? Is daar dan geen zorgplicht meer om te zorgen dat ook zij iets terugzien van die jarenlange gasbaten? Laten we wel stellen: in theorie is het een prima en sympathiek einddoel. Zorgen voor een goed ontwikkeld Groningen en Noord-Drenthe, wie wil dat nou niet? In de praktijk betekent het echter weer een hoop onrechtvaardigheid. Kan de minister mij vertellen wat een gemeente als Tynaarlo — ik noem maar even een voorbeeld — die getroffen is door de bevingsschade, terug gaat zien van al die investeringen? Het is een gemeente die goed scoort op brede welvaart en dus volgens deze wet geen investeringen nodig zou hebben om tot het landelijk gemiddelde te komen. Wat vindt de minister hier eigenlijk van?
Bovendien lijkt het erop dat de verantwoordelijkheid door de regering wordt afgeschoven, door te spreken van een generatielange aanpak. Juist door te kiezen voor deze term, kan het kabinet ervoor kiezen om de aanpak naar een volgende generatie te schuiven. Een volgend kabinet is immers ook verantwoordelijk. Hoe zit dat dan? Gaat het kabinet daadwerkelijk dat commitment hebben?
Ook de zorgplicht is feitelijk een wassen neus. Laat mij u eraan herinneren dat de regering tal van zorgplichten heeft. Zo kent artikel 22 van de Grondwet de plicht toe aan de overheid om te zorgen voor voldoende goede en betaalbare woningen. Maar volgens mij weet iedereen in dit huis dat dit al jaren niet zo heel erg goed gaat. Het blijft meestal bij dit soort intenties en mooie passages in het coalitieakkoord, maar een betaalbare woning is voor heel veel Nederlanders al jarenlang een grote utopie. Daar ga je dan met je zorgplicht.
Dat geldt dus ook voor de zorgplicht uit deze wet. Ook hierbij moet het Noorden er maar op vertrouwen dat de overheid haar afspraken nakomt en het vertrouwen hebben dat de overheid daadwerkelijk gaat compenseren, daadwerkelijk de maatregelen neemt om het leven van mensen in het Noorden te verbeteren en dus de schade gaat herstellen. De zorgplichten uit dit wetsvoorstel leveren namelijk geen enkel recht op voor de burgers. Als ergens in de aanloop naar 2055 niet voldoende geld beschikbaar is voor deze brede welvaart, kunnen de getroffen regio's helemaal nergens aanspraak op maken. Waarom is er voor deze route gekozen, vraag ik aan het kabinet. Waarom zijn er geen concrete doelen gesteld waar de mensen de regering op kunnen afrekenen? Het lijkt er een beetje op dat het kabinet zichzelf indekt, omdat ze weten dat er misschien een kans bestaat dat ze die beloftes toch niet kunnen nakomen. Dat is zeer zorgelijk. Ja, hoeveel geld gaat er zijn? We hebben een minister van Financiën die dagelijks op de televisie zegt dat er geen geld is, dus de vraag is: hoe gaan we dat dan doen?
Dan ga ik naar de tweede maatregel: het Staatstoezicht op de Mijnen dat gaat werken met een collegiaal bestuur. De regering wil dat het SodM niet meer op één persoon leunt, maar op een klein bestuur van meerdere mensen. Kan de regering aangeven waarom zij ervoor kiest om het advies van de Raad van State, namelijk om de wijziging te regelen in een kaderwet, niet over te nemen? Kan de regering ook aangeven waarom deze wijziging eigenlijk nodig is? Wat functioneert er niet aan de huidige werkwijze en waarom denkt de regering dat een klein bestuur van meerdere mensen sterker en minder kwetsbaar zal zijn voor druk van buitenaf? Verder snappen wij niet dat daarnaast ook nog een extra adviescommissie wordt opgetuigd, een commissie op een commissie. Kan de regering mij uitleggen hoe het kabinet ervoor zorgdraagt dat zij nog op een verantwoorde manier de politieke verantwoordelijkheid kunnen dragen?
Voorzitter. Over de derde maatregel kunnen we kort zijn. Die gaat over het daadwerkelijk herstellen van de schade tot €60.000 zonder dat er een onderzoek is naar de schadeoorzaak. Hoeveel geld denkt het kabinet totaal aan het Noorden te kunnen overmaken? Ik heb het niet over wíllen overmaken, maar kúnnen overmaken. Ik spreek hier niet over de wenselijkheid, want die snappen we allemaal. Ik spreek over tot hoever de zakken van de Nederlandse overheid gevuld zijn om deze carte blanche — want dat is het en we gunnen het ze allemaal — te kunnen inwilligen. Is de regering niet bang dat deze maatregel gaat leiden tot wederom georganiseerde teleurstelling? Ik hoor graag een reactie.
Voorzitter. Dan kom ik bij het minder positieve verhaal. We moeten ook realistisch zijn. Dat we de mensen royaal en ruimhartig moeten compenseren, staat buiten kijf. De mensen zijn fors benadeeld door de overheid en de pijn in het Noorden is zichtbaar. Gezinnen zijn verwoest en mensenlevens zijn kapotgemaakt. Daarvoor moet de overheid diep in de buidel tasten. Maar we hebben ook te maken met een zorgplicht die gaat over leveringszekerheid. De overheid moet maatregelen nemen om de voorziening van elektriciteit en gas te kunnen garanderen, ook tijdens een crisis. We hebben de afgelopen weken een voorproefje gehad van wat ons staat te wachten op het moment dat er niet voldoende gas is. De gasprijs is enorm gestegen. Het kan onze hele economie in de prullenbak werpen. Mijn eerste vraag aan het kabinet hierover is hoe het kan dat wij onze gasvoorraad duur moeten gaan vullen, terwijl we tegelijkertijd nog steeds 30 miljard kuub gas per jaar exporteren naar Duitsland. Dat is Nederlands gas van Nederlandse bodem. Het is wellicht leuk verdienen en de Duitsers hebben in het verleden aangetoond royaal te willen betalen voor ons gas, maar waarom gebruiken we dit gas niet eerst om onze eigen gasvoorraad te vullen? We hebben gewoon gas in de gasvelden, niet alleen in het Groningerveld. Laten we dat eerst eens gebruiken om onze eigen voorraad aan te vullen, dan kost het ons niets. Nu moeten we tegen peperdure internationale prijzen onze eigen gasvoorraad vullen, terwijl er meer dan genoeg gas in de velden zit. Dat gas verpatsen we nu linea recta aan Duitsland. Dat is hoogst onverstandig.
Nu weten we dat de gasmarkt vanwege de geopolitieke situatie grillig is en ook geen genade aan ons toont. Het is daarom wel van een ongekende domheid om de gasvelden in Groningen nu permanent af te sluiten met beton. Natuurlijk kun je door beton heen boren, maar waarom zou je rücksichtslos de toegang blokkeren tot het Groningerveld met daarin voor 500 miljard euro aan gas, terwijl de mogelijkheid bestaat dat we straks door dat beton zouden moeten gaan boren? Dat is toch krankzinnig?
Voorzitter. Tegelijkertijd snap ik het natuurlijk. Ik snap dat het kabinet dingen heeft beloofd aan het Noorden. Wij zullen de allereerste zijn die zeggen dat het kabinet die beloftes moet nakomen, maar het is net als met deze hele wet: je moet wel beloftes doen die je ook daadwerkelijk kúnt nakomen en waarop de mensen kunnen terugvallen als blijkt dat het anders ligt. Het volstorten van het Groninger gasveld met beton is zo'n domme belofte. Je moet als overheid, met de zorgplicht van leveringszekerheid in ons achterhoofd, niet het Groningerveld volledig ontmantelen. Uiteindelijk heeft namelijk niet alleen het Noorden een groot probleem als we het gas echt nodig hebben, maar het hele land, heel Europa. Er is gewoon een reëel risico dat we ergens een keer extra gas nodig gaan hebben en dan hebben we het straks weggegeven. We hebben het eigenlijk nu al nodig. We zijn nu met peperduur gas onze gasvoorraad aan het vullen; ik zei het net al. Het is oliekoekendom om geen gebruik te maken van het vloeibare goud dat in het Groningenveld zit. Er zit nog ruim 550 miljard kuub in het Groningenveld. Moet je eens kijken hoeveel mensen we daarvan kunnen compenseren. We kunnen elke Groninger, als we dat zouden willen, miljonair maken. We kunnen de Lelylijn aanleggen. We kunnen dan echt werk maken van brede welvaart.
Voorzitter, nog een paar zinnen. We zeiden het daarom eerder al: drill, Stientje, drill. Dat menen we. Dat zeggen we niet omdat het een leuke boodschap is, zeker niet, want het liefst hadden we het Groningenveld met rust gelaten. We zeggen dat omdat het landsbelang daarom vraagt; daarom is het nodig.
De voorzitter:
Was u aan het einde van uw betoog?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik heb nog twee zinnen.
De voorzitter:
Maak het dan even af, zou ik willen voorstellen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Concreet pleit mijn fractie voor twee dingen: help de mensen in Groningen en help de mensen in Noord-Drenthe. Help ze op een goede en waardevolle manier. Compenseer ze royaal en ruimhartig. Maak stevige en concrete doelen die de mensen zekerheid geven en — ik zeg het nog maar een keer — compenseer ze goed, nog beter dan dat nu het plan is.
Dank u wel.
De heer Köse (D66):
Ik hoor aan de ene kant misschien wel terechte kritiek: koste wat het kost ervoor zorgen dat we nu echt gaan compenseren en dat we ons daaraan gaan houden. Tegelijkertijd hoor ik een heel betoog over het peperdure gas en — ik hoorde ook iets over slechte beloftes — dat we dan toch maar die beloftes moeten breken aan de Groningers en toch maar gas moeten gaan winnen. Ik kan dat niet met elkaar rijmen: het "koste wat het kost"-principe en tegelijkertijd, omdat het ons geld zou kosten om voorraden aan te leggen en misschien wel te verduurzamen, zeggen dat we maar gaan boren, omdat dat ons geld oplevert. Hoe rijmt Groep Markuszower dat met elkaar?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dat is vrij simpel. Uit de parlementaire enquête blijkt nu dat de overheid jarenlang heeft genegeerd wat er speelde in Groningen. De mensen zijn daar oprecht in de problemen gekomen en het kabinet liet het lopen. Voor die schades, maar ook voor de emotionele schade, moet het kabinet echt ruim gaan compenseren, wat ons betreft ruimhartiger dan dat het nu doet. Dat is één. Wat ons betreft moeten we wel vooruitkijken. We moeten op een gegeven moment ook de geopolitieke situatie in ogenschouw nemen en kijken wat er om ons heen gebeurt. We hebben hier de afgelopen weken debatten gehad waarin we met elkaar spraken over een tekort aan gas — een tekort aan gas! Tegelijkertijd zeggen een aantal fracties in de Kamer "we gaan het Groningenveld volpompen met beton", terwijl er nog 550 miljard kuub gas in zit. Dat valt niet met elkaar te rijmen. We moeten al die Groningers zeker helpen en compenseren, maar ik sluit niet uit dat het en-en kan.
De heer Köse (D66):
Dat klinkt echt als dweilen met de kraan open. Aan de ene kant zegt de heer Heutink van Groep Markuszower: we gaan volledig compenseren, vol en ruimhartig. Ik hoop dat u daarachter blijft staan, zeg ik via de voorzitter.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Zeker.
De heer Köse (D66):
Tegelijkertijd is Groep Markuszower ervoor om die onveiligheid, de reden waarom we moeten compenseren, nog lekker op te gaan voeren. "We gaan ervoor zorgen dat er meer schade komt en we gaan dat ook nog eens veel ruimer compenseren." Dat vind ik niet logisch. Ik kom op mijn vraag. Er werd net gezegd dat we vooruit moeten kijken. Ik denk dat Groningen openen achteruitkijken is. Als we echt vooruit willen kijken — dat vindt Groep Markuszower misschien niet leuk om te horen — zullen we moeten verduurzamen. Dat is echte onafhankelijkheid. Dan moeten we ervoor zorgen dat we inzetten op wind op zee en verduurzaming. Zo komen we echt van het gas af. Hoe kijkt Groep Markuszower ernaar om echt vooruit te kijken?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Op zich is met verduurzaming niet zo veel mis. We zijn tegen windmolens op zee, omdat ze volstrekt onrendabel zijn en ook nog eens foeilelijk en omdat ze de planeet daadwerkelijk kapotmaken. Dat is één. Twee. Als je gaat verduurzamen op een goede manier, doet dat wat voor de portemonnee van de mensen. Vanuit dat perspectief steunen we dat volledig. Een van de weinige goede plannen in het coalitieakkoord, waar onder andere D66 een handtekening onder heeft gezet, is kernenergie. Ik kan niet wachten om samen met meneer Köse in deze kabinetsperiode de eerste kerncentrale te openen. Daar heb ik echt heel erg veel zin in. Ook dat is een vorm van duurzame energie waar we groot voorstander van zijn. Maar — dat ik wil ik toch even gezegd hebben — verstandig omgaan met duurzame energie die daadwerkelijk leidt tot lagere lasten voor de mensen thuis, is iets anders dan klimaatbeleid als religie door de strotten van mensen te duwen. Op dat laatste zit niemand te wachten.
De voorzitter:
De heer Köse, afrondend.
De heer Köse (D66):
Afrondend, voorzitter. Binnen nu en vijf jaar kan het. Binnen nu en vijf jaar kunnen we door te verduurzamen — daar hoort wind op zee bij — onafhankelijk worden van de lng-import. Dan hebben we alleen nog wat import via de leiding vanuit Noorwegen en we hebben de huidige productie uit de kleine velden, waar het veilig kan. Dan zijn we er. Hier hoor ik dat windmolens slecht zijn voor de natuur en dat we daarom maar moeten gaan boren in Groningen. Daar kan ik met mijn verstand niet bij.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Je hebt elektriciteit en gas nodig. Zolang de huizen nog niet allemaal van het gas af zijn, zul je gas nodig hebben. Dat is gewoon een realiteit waarmee we te dealen hebben. Als we nu al debatten hebben over scenario's waarin mogelijk een tekort aan gas is, dan is het toch redelijk om de vraag te stellen of we nog wel voldoende gas hebben en te kijken naar alternatieven? Ben ik groot voorstander van het opengooien van het Groningenveld? Nee, natuurlijk niet. Natuurlijk wil je die optie niet, maar ik vind wel dat we hier verstandig beleid met elkaar moeten maken. We moeten niet als een kip zonder kop de toegang gaan blokkeren, want misschien hebben we dat gas straks in tijden van echte crisis keihard nodig.
De voorzitter:
Meneer Bushoff, in drieën.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter, voor de herinnering. Ik constateer dat er partijen zijn die zeggen dat we het Groningenveld achter de hand moeten houden, wat technisch niet kan, tenzij je blijft boren. Dat is één. Twee. Er zijn geen partijen die het Groningenveld willen exploiteren. Drie. Het kan niet veilig. Pleit de heer Heutink van de Groep Markuszower nou voor die optie, voor blijven boren, ondanks dat het niet veilig kan en ondanks dat er geen partijen zijn die het willen exploiteren? Of zegt hij "nee, gooi het maar helemaal open"? Dat wordt mij eigenlijk helemaal niet duidelijk uit het betoog.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
In tegenstelling tot JA21 durf ik wel openlijk toe te geven dat je gewoon moet boren. Heeft dat onze voorkeur? Nee, zeker niet. Maar ik vind wel dat dat nodig is en onze fractie ook.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat schept in ieder geval meer helderheid dan de fractie van JA21, die om de hete brij heen draait en geen antwoord geeft. Inderdaad, dat is wat je moet doen. De heer Heutink is tenminste mans genoeg om dat toe te geven. Tegelijkertijd, en dan wil ik toch terug naar de kern van dit debat ... We kunnen hierover heel lang van mening verschillen en dat doen we ook enorm, maar op dit moment zijn heel veel woningen in Groningen nog onveilig. Wat stelt de heer Heutink voor om de woningen die nu nog onveilig zijn, sneller en beter veilig te maken?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We gaan eerst eens beginnen met deze wet aannemen. Daarna gaan we kijken of we de goede amendementen van de heer Bushoff kunnen steunen om het allemaal vlot te trekken. Op het moment dat we de gasbaten wel kunnen gaan exploiteren via welke route dan ook — ik ben geen aardgasdeskundige, maar we hebben hier een kabinet zitten dat heel veel deskundige mensen op de ministeries heeft werken — dan zijn er ook miljarden te verdelen. Dan kunnen we ook zonder de hand aan de knip te houden daadwerkelijk wat gaan doen om al die mensen te helpen.
De voorzitter:
Meneer Bushoff, afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter, afrondend. Dit vind ik dus best wel problematisch. Is het niet zo dat we nu al koste wat het kost mensen in Groningen moeten helpen aan een schadevrij en veilig huis? Nu wordt de indruk gewekt dat we dat alleen gaan doen als we, nadat er al voor 400 miljard in Groningen uit de grond is gehaald, nog meer geld uit Groningen halen. Ik zou heel helder van de heer Heutink willen weten of het principe van koste wat het kost wat de Groep Markuszower betreft telt als het gaat om schadeafhandeling, als het gaat om versterking en als het gaat om verduurzaming.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We willen nog even kijken naar verduurzaming, naar wat voor maatregelen dat dan zouden zijn. Ze moeten wel daadwerkelijk effectief zijn. Maar ik kan meneer Bushoff geruststellen: wij vinden dat de Groningers na al het leed dat ze is aangedaan — de overheid heeft ze gewoon keihard gepakt — moeten krijgen wat ze verdienen. Moet de overheid daar enorm de portemonnee voor trekken? Nou, dat weet ik wel zeker. Ik hoop dat dat meneer Bushoff geruststelt. Ik kan u zeggen dat ook wij ervoor zullen zorgen dat die Groningers financieel uiteindelijk niks tekortkomen.
De voorzitter:
Moment.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter.
De voorzitter:
Een moment. Ik zie dat mevrouw Beckerman zich naar voren spoedt voor een interruptie.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat dacht ik! Wanneer mag er dan gas gewonnen worden? Met andere woorden, gaan we afwachten tot de versterkingsoperatie klaar is, inclusief alle woningen die je extra moet doen om weer gas te kunnen winnen? De huidige versterking is immers op basis van nul gaswinning.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voordat er überhaupt gas gewonnen kan worden, zal er eerst wat moeten gebeuren, hè. Leidingen zijn weg, de kranen zijn weg. Je hebt dat dus niet van de ene op de andere dag geregeld. Zo realistisch zijn we ook. Ik ben ook zo realistisch om te snappen dat er geen meerderheid is in deze Tweede Kamer om dat te realiseren, dus het gaat niet gebeuren. Dat neemt niet weg dat wij vinden dat het zou moeten gebeuren, puur en alleen omdat wij kijken naar de geopolitieke situatie en omdat wij het niet op ons geweten willen hebben dat er zo meteen een tekort is aan gas omdat wij hier als een kip zonder kop de Groninger gasvelden permanent dicht hebben gegooid.
Mevrouw Beckerman (SP):
Meneer Heutink kreeg net het compliment van de heer Bushoff dat hij ten minste wél antwoord geeft. Mijn vraag was: wilt u Groningers in extra onveiligheid brengen? Die woningen zijn nog onveilig. Er zijn nog 9.000 woningen die wachten op versterking en dat worden er meer op het moment dat je de gaskraan opendraait. De simpele vraag is: wacht u af tot die hele versterking af is, dus de huidige die in 2032 of 2034 klaar is én alles wat extra moet, of wilt u Groningers opnieuw in onveiligheid brengen?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het is nooit de intentie om Groningers in onveiligheid te brengen. Op het moment dat de geopolitieke situatie erom vraagt, moeten we direct kunnen beginnen met boren. Dat is wat ik zeg. Als er wordt gevraagd naar die waakvlam en dat je iets moet gaan opboren, is het antwoord: ja, dat moeten we dan gaan doen; zeker weten. Ik kan niet uitsluiten dat we dit tegelijkertijd doen met de hersteloperatie, want we weten niet wanneer het echt prangend wordt. We hebben gezien hoe grillig het is. We hebben gezien wat de olie- en gasprijzen op dit moment doen. We hebben gezien hoeveel tankers … Afgelopen week lag er volgens mij nog één schip met lng in de Rotterdamse haven. En dan? Dan is het op. Ik kan niet zeggen wanneer, omdat ik het gewoon niet weet en omdat de geopolitieke situatie mij ook niet zegt wanneer dat zo is. Wist ik het maar, want dan konden we erop sturen.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat maakt het natuurlijk zo pijnlijk, dat het eerlijke verhaal eigenlijk is dat ook de Groep Markuszower opnieuw kiest voor onveiligheid. Als je hier een heel verhaal houdt dat je zo graag recht wil doen aan Groningen en zo graag wil dat het kabinet extra dingen doet, maar je tegelijkertijd kiest voor extra onveiligheid, dan werk je helemaal niet aan herstel van vertrouwen. De reden dat heel veel Groningers het zo zwaar hebben, is dat de overheid onbetrouwbaar is geweest en elke keer gas boven Groningers stelde. Daar kiest ook de Groep Markuszower nu opnieuw voor.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het is ook een pijnlijk verhaal. Het is een heel pijnlijk verhaal. Denkt u dat wij het leuk vinden om dit voor te stellen? Maar wat we wel zien, is dat het nodig is. We zien dat als we een tekort hebben aan gas, we een uitwijkoptie moeten hebben. We zeggen daarom: ga aan de slag met alle maatregelen die we voorstellen. Ga de Groningers helpen, maar laten we niet blind zijn voor de mogelijke consequenties die de geopolitieke spanningen met zich mee kunnen brengen. Dat is echt het laatste dat we hier moeten willen.
De voorzitter:
Dank u wel voor … O, ik wilde u bijna bedanken, maar ik zie toch de heer Bushoff nog opspringen. Ik geef hem het woord voor een interruptie.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het collectieve geheugen van de Kamer lijkt echt ongelofelijk kort te zijn. Nog geen drie jaar geleden was er de parlementaire enquêtecommissie, die heel duidelijk maakte dat argumenten rondom leveringszekerheid telkens een rookgordijn optrokken en daarmee de belangen van Groningers structureel zijn genegeerd. Het lijkt wel alsof die zinsnede — het is volgens mij zelfs de letterlijke zinsnede uit het rapport — totaal vergeten wordt door een deel van deze Kamer. Mijn vraag is heel simpel: hoe is het met het geheugen van de heer Heutink gesteld?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het gaat prima met mijn geheugen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Kunt u dan ook reageren op bijvoorbeeld deze zinsnede uit de parlementaire enquête?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Zeker. Als dat uw vraag was, had u niet die eerste vervelende vraag hoeven te stellen. Dat had u weer een interruptie gescheeld. Maar het is heel simpel: we hebben nog nooit zo'n groot probleem gehad met gas. We hebben nog nooit zo'n groot probleem gehad. Het feit is wel dat de overheid destijds ook blind was voor de gevolgen en die inderdaad leveringszekerheid op één zette, maar wij weten nu allemaal toch precies wat er gebeurd is? We weten toch precies hoe de overheid gehandeld heeft? We weten toch precies wat de overheid de Groningers heeft aangedaan door ze structureel te negeren? De oproep zou moeten zijn, en dat is ook een opdracht aan het kabinet, dat het kabinet moet zorgen voor leveringszekerheid van gas. Dat is zelfs een opdracht van het kabinet. Dat neemt niet weg dat ze niet dezelfde fouten hoeven te gaan maken. Het is naïef om te denken dat het kabinet dat dan wel gaat doen. Ik verwacht en ik hoop ook dat het kabinet leert van zijn fouten.
De voorzitter:
De heer Bushoff, afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik vond het een beetje een warrig antwoord en veel woorden om te zeggen: we zijn eigenlijk de conclusie van de parlementaire enquêtecommissie dat het argument van leveringszekerheid misbruikt werd, weer vergeten en we gooien het nu weer in de arena. Mijn oproep zou zijn: doe dat nou niet. Het leidt namelijk ook af van waar het echt om moet gaan, namelijk het helpen van Groningers die nog steeds in een kapot en beschadigd huis zitten. Daar zouden we het over moeten hebben in plaats van zo'n stuk rood vlees in de arena te gooien. Het kan namelijk helemaal niet eens.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik constateerde dat er net vragen werden gesteld over mijn geheugen, maar als er toch problemen zijn en het onthouden van drie zinnen tekst al moeilijk wordt, begin ik mij ook zorgen te maken over andermans geheugen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Köse namens D66. Gaat uw gang.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag beginnen met een citaat. "De Groningers hadden altijd al gelijk. De gaswinning, de oorzaak van alle ellende, stopt. De schade aan uw huizen zullen we herstellen. Er is erkenning voor uw leed." Dat waren de woorden van mijn ambtsgenoot Vijlbrief op 25 april 2023. Achter die woorden sta ik hier vandaag nog steeds met volle overtuiging. Groningen is de laatste weken veel in het nieuws. De discussie over gaswinning laait weer op en dat nog geen twee jaar na de definitieve sluiting van het Groningenveld. Zo dreigt de politiek mensen in Groningen weer tegenover de rest van het land te zetten.
Voorzitter. De beloftes die we gedaan hebben aan de Groningers zijn niet vrijblijvend. Die komen we na. Laten we helder zijn: het opnieuw openen van Groningen of het veld als noodreserve achter de hand houden is geen echte oplossing. Het is hooguit uitstelgedrag. De echte oplossing is het structureel verlagen van onze gasvraag door versneld te verduurzamen. Dat kan. Dat hebben we al bewezen. In vijf jaar tijd ging Nederland van 40 miljard naar 30 miljard kuub gasverbruik. Die lijn kunnen we doorzetten. Met duurzame energie van eigen bodem worden we bovendien weerbaarder tegen prijsschokken en minder afhankelijk van fossiele energie uit onvrije regimes. Zo bouwen we stap voor stap aan echte leveringszekerheid: niet terug naar Groningen, maar vooruit, weg van die fossiele verslaving.
Voorzitter. Ik was onlangs, op 20 en 21 maart, in Groningen voor een werkbezoek en wat ik daar zag, laat me niet los. In plaatsen als Warffum en Loppersum zag ik schade aan vrijwel ieder huis, echt aan bijna elk huis. Bewoners noemden het zelf "de handtekening van de NAM". Zelf zie ik het meer als de littekens van de NAM. Als je verder kijkt, zie je grote ongelijkheid. In het ene dorp staan prachtige nieuwe woningen als resultaat van sloopnieuwbouw, huizen in alle soorten en maten, van jarenzestigstijl tot modern. Het staat in schril contrast met het dorp dat er letterlijk naast ligt. Nou hoorde ik het verhaal van een man die drie jaar heeft moeten vechten voor een fatsoenlijke aanpak van zijn woning. Hij woonde in een prachtig, typisch Gronings landschap. Er liep een gracht voor het huis langs. Zijn vrijstaande woning was zichtbaar verouderd en op meerdere plekken getekend met de littekens van de NAM. Het was moeilijk om de beschadiging van het karakteristieke Groningse dorp te aanschouwen. Het leek eindelijk de goede kant op te gaan voor deze man, maar toen ze bijna rond waren over de aanpak van zijn huis, kreeg hij een hersenbloeding.
Voorzitter. Dit soort verhalen horen we veel te vaak. Ik zal niet te ver uitweiden met mijn voorbeelden. We hebben ze net ook al gehoord en mijn collega's Beckerman en Bushoff kunnen dit ook veel beter dan ik, maar door het zelf te zien en de verhalen van dichtbij te horen, weet ik één ding zeker: ik sta pal naast de Groningers. Ik ben dan ook blij dat we vandaag deze wet behandelen, want die beloftes zijn niet vrijblijvend; we gaan ze waarmaken.
Ik weet dat veel Nederlanders kritisch en met spanning naar dit debat en deze wet kijken. Wat ik zag tijdens mijn bezoek, benadrukt precies de urgentie van het probleem dat we allemaal al heel lang zien rondom dit dossier: wantrouwen. We weten allemaal dat het vertrouwen in de overheid laag is in Groningen. Dat is ook niet zo vreemd. Vertrouwen moet namelijk van twee kanten komen. De afgelopen jaren is er juist iets heel anders gebeurd. Veel te lang heeft geld geprevaleerd boven de veiligheid van Groningers. In plaats van problemen op te lossen werden er stapels papier op stapels papier gelegd. Dure onderzoeken, eindeloze procedures: allemaal omdat we het vooral belangrijk vonden dat niemand per ongeluk te veel zou krijgen.
Het begon bij de NAM. Toen kwam het CVW. Daarna kwam de TCMG. Nu hebben we het IMG. Al die loketten en instanties laten zien hoe complex en grillig dit pad is geweest: steeds weer nieuwe regelingen, steeds weer andere voorwaarden. Het was een bureaucratisch wespennest voor inwoners. Het gevolg: onaanvaardbare verschillen tussen mensen die in dezelfde penibele situatie zitten. Misschien is dat ergens verklaarbaar in de papieren werkelijkheid, maar voor de mensen die er al jaren in leven, is het simpelweg onaanvaardbaar. We hebben een systeem gebouwd op wantrouwen. Deze wet is de kans om dat eindelijk om te draaien naar vertrouwen. Juist daarom is deze wet zo belangrijk. Met deze wet kiezen we voor meer duidelijkheid, minder regels en vooral meer vertrouwen in bewoners. Ook is het goed dat we met de Staat van Groningen jaarlijks inzicht krijgen in de voortgang van de aanpak van verschillen, zodat we hier als Kamer scherp op kunnen blijven sturen.
Voorzitter. Daar heb ik wel een aantal vragen bij. Op welke manier is de minister van plan om nieuwe verschillen te voorkomen en bestaande onaanvaardbare verschillen daadwerkelijk aan te pakken? Op welke wijze is de minister van plan de Kamer te informeren over de voortgang van de aanpak van verschillen?
Daarnaast moet de regeringscommissaris ook duidelijkere verantwoordelijkheden krijgen, zodat we dit niet alleen beloven, maar ook blijven doen. Daarover heb ik de volgende vragen. Welke rol ziet de minister voor de regeringscommissaris in het bewaken van de voortgang en het voorkomen van nieuwe onaanvaardbare verschillen? Hoe wordt geborgd dat deze rol ook daadwerkelijk kan ingrijpen wanneer het in de uitvoering misgaat, bijvoorbeeld bij de meest complexe casussen?
Voorzitter. De aardbevingen zijn één ding, maar de naschokken in het systeem zijn misschien nog wel het ergste. Inwoners kregen eerst te maken met schade en daarna met wantrouwen. Wat we nu zien gebeuren, is kenmerkend. Als het vertrouwen in de overheid laag is, ontstaat er ruimte voor anderen om daarin te stappen. Uit onderzoek van RTV Noord, Follow the Money en RTV Drenthe blijkt dat schadebureaus samen honderden miljoenen euro's hebben gedeclareerd; ik hoorde het net ook al. Dat is geld dat niet direct bij de gedupeerden terechtkomt. Het is begrijpelijk dat ook deze bedrijven geld verdienen met het werk dat ze leveren, maar dit laat wel zien dat er te veel geld blijft hangen in het systeem eromheen en niet terechtkomt bij de mensen om wie het gaat. Dat kan en dat moet anders door het eenvoudiger te maken, door sneller te werken en vooral door weer uit te gaan van vertrouwen, zodat het geld terechtkomt waar het hoort: bij de mensen in Groningen.
Het is daarom goed dat nu in de wet vastgelegd wordt dat schade tot €60.000 direct kan worden hersteld zonder discussie over de oorzaak. Dat betekent dat er sneller duidelijkheid komt, dat er minder procedures zullen zijn en dat Groningers sneller weer een veilig thuis hebben. We kiezen daarmee voor eenvoud en snelheid. Daarover heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe voorkomt de minister dat er alsnog nieuwe drempels of vertragingen ontstaan in de uitvoering? Voorziet de minister dat gedupeerden met onverhaalbare schade kunnen komen te zitten ten gevolge van de finale of voorwaardelijke kwijting? Hoe zorgen we dat middelen maximaal terechtkomen bij bewoners, in plaats van in het systeem eromheen?
De voorzitter:
Ik zit nu toch even te twijfelen wie er als eerste was. Het is natuurlijk altijd verder lopen voor mevrouw Beckerman. Kijk, dit gaat goed. Mevrouw Beckerman laat de heer Bushoff voorgaan. Meneer Bushoff, gaat uw gang.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is mij om het even, voorzitter. Ik schreef even mee met een van de zinsnedes die ik de heer Köse van D66 hoorde zeggen, namelijk: "Beloftes zijn niet vrijblijvend; we gaan ze waarmaken." Dan is mijn simpele vraag: zou je niet precies daarom, zoals Groningen ook vraagt, een resultaatverplichting moeten opnemen in deze wet in plaats van een vrijblijvende zorgplicht?
De heer Köse (D66):
Ik snap deze vraag heel goed. Ik denk dat in ieder geval wij tweeën, en een ruime meerderheid, er ook echt wel voor staan dat we datgene wat we in die zorgplicht hebben opgenomen, ook echt gaan behalen. Daar staan wij zeker achter. Als ik kijk naar die zorgplicht, dan zie ik dat dit niet zomaar een zorgplicht is. Dat is in dit debat al eerder aangehaald: dit is niet zomaar een zorgplicht. De minister krijgt twee taken. Er is een duidelijk doel en er is langdurig geld, een generatie lang, 30 jaar lang. Er is 7,5 miljard en er is een duidelijke politieke wil die niet alleen voor dit kabinet geldt, maar ook voor komende debatten. Alles bij elkaar hebben wij dus een doel, een plan en een verantwoordelijkheid waar u en ik en deze Kamer dit kabinet en het volgend kabinet aan kunnen houden.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, maar er zit een mate van vrijblijvendheid in. Als dit het pleidooi is van de heer Köse, dan vraag ik mij af wat er dan tegen zou zijn om in de wet een resultaatsverplichting op te nemen. Die zorgplicht wordt dan dus vervangen door een resultaatsverplichting. Wat is er dan heel specifiek tegen die resultaatsverplichting?
De heer Köse (D66):
Heel specifiek: dat zou de Groningers niet helpen. Waarom niet, zult u willen vragen. We kunnen het schrijven zoals we willen en we kunnen hier een semantische discussie voeren over de vraag of we het een resultaatsverplichting of een zorgplicht moeten noemen, maar het gaat erom dat we geld hebben en dat we een duidelijk doel hebben dat niet slechts tot de volgende begroting vaststaat. Het gaat erom dat we een duidelijk plan hebben en de middelen daarvoor. Die hebben we nu. Als wij ons werk in de Kamer goed doen en het kabinet zijn werk goed doet, dan gaat het kabinet ook voor resultaten en dat is het uiteindelijke doel.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Afrondend dan, voorzitter. Groningen zegt zelf: wij willen graag een resultaatsverplichting, want daarmee wordt harder gegarandeerd dat de beloftes daadwerkelijk worden waargemaakt. Uit de beantwoording van de heer Köse is mij nog steeds niet duidelijk geworden wat daar dan op tegen is. Hij zegt "het zou de Groningers niet helpen", maar dan zou een zorgplicht ook niet helpen. Een resultaatsverplichting zou in ieder geval al beter helpen dan die vrijblijvende zorgplicht. Precies dat is het pleidooi dat je ook in Groningen hoort. Dan blijft toch een vraag boven de markt hangen waar nog geen antwoord op is gekomen: waarom zouden we in de wet dan niet in plaats van een zorgplicht een resultaatsverplichting opnemen?
De heer Köse (D66):
Ik had hier eigenlijk al antwoord op gegeven. Het antwoord is misschien niet bevallen; dat kan ik begrijpen. Daar kijken wij dan anders naar. Door het een resultaatsverplichting te noemen hebben we niet in één keer garanties voor Groningers. Dat verandert niks aan de werkelijkheid. Zorgplicht of resultaatsverplichting: het komt erop neer dat we geld en een duidelijk plan hebben. Het verschil tussen resultaatsverplichting en zorgplicht doet daar niks aan af.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik hoorde de heer Köse zeggen — ik moet eerlijk zeggen dat dat wel als een soort erkenning voelde — dat dit systeem gebouwd is op wantrouwen. Dat is precies wat ik hier al jarenlang betoog, maar vaak werd daarover ook wel gezegd: dat klopt niet; aan het systeem moet je niks doen, dat is prima. Erkent de heer Köse dat zowel in deze wet als in de uitvoering van Nij Begun nog steeds heel veel wantrouwen jegens de inwoners zit?
De heer Köse (D66):
Ik zag het wantrouwen. Ik somde net alle instanties op, hè? Het begon zelfs bij de NAM, en daarna bij het CVW, dat eigenlijk een verlengstuk van de NAM was. Je zag dat daar echt heel veel wantrouwen was. We zien nog steeds wel voorbeelden waarvan ik zelf zou zeggen: daar zit nog wat wantrouwen tegenover de burger. De commissie mijnbouwschade meldt bijvoorbeeld — ik haalde dit tijdens de interruptie ook al aan — dat de uitvoeringskosten in het gebied €440.000 waren, terwijl €80.000 is uitgekeerd. Waarom? We willen heel zeker weten dat wat we uitkeren, ook écht voor die mensen is. Dat is iets wat ik juist bij deze wet zie veranderen: we zetten een stap naar vertrouwen, bijvoorbeeld door die €60.000-regeling, door af te spreken dat we overcompenseren en niet gaan kijken wat de oorzaak nou precies is. Dat bespaart uitvoeringskosten, maar nog veel belangrijker: dat helpt de mensen.
Mevrouw Beckerman (SP):
De heer Köse noemt twee voorbeelden. Het eerste is het wantrouwen dat zit ingebakken na de aardbeving die heeft plaatsgevonden in Eleveld, in Drenthe bij Assen. Daar doet deze wet niks aan. Het andere voorbeeld is de €60.000-regeling. Daar zijn vorig jaar veertien mensen mee geholpen. Véél te weinig! Dat was de grote belofte van Vijlbrief: de regeling zonder causaliteit. Veertien mensen, omdat de uitwerking nog steeds bureaucratisch en wantrouwend is. Ik heb samen met de heer Bushoff een groot aantal amendementen ingediend waarbij het juist gaat om dat wantrouwen. Dat is er bij die €60.000-grens, want daarboven zit je nog steeds vast, maar bijvoorbeeld ook omdat de causaliteit in het kerngebied nog steeds wordt onderzocht. Erkent de heer Köse dat dit een probleem is? Wil hij meegaan in de voorstellen die wij hebben gedaan, juist om het wantrouwen dat nu zo erkend wordt, uit deze aanpak te slopen?
De heer Köse (D66):
Als ik kijk naar de reactie van de Raad van State op dit wetsvoorstel, dan zie ik dat die best wel kritisch is: dictum c. Er wordt eigenlijk gezegd, even heel vrij vertaald: "Kabinet, u gaat best ver. U doet best wel beloftes. Gaat u die kunnen waarmaken? Doet dit niet iets af aan het budgetrecht en noem het maar op?" Ik zie, ook in de reactie van het kabinet daarop, een kabinet dat echt hard staat voor de Groningers en tegen de Raad van State zegt: nee, wij gaan het niet aanpassen, maar zetten in op een generatielange aanpak, maken daar geld voor vrij en gaan daar stappen op zetten, gebaseerd op vertrouwen. Ook de causaliteit, waar u het over heeft, zeg ik via de voorzitter, wordt betwist. Ik denk dus dat dit kabinet met deze wet juist een hele grote stap in de goede richting zet. Er is altijd ruimte voor het verbeteren van het met elkaar uitwerken van de details. Dat zouden we dan case by case moeten bekijken.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, voorzitter, daar ga ik niet mee akkoord. Nou ja, wel met "afrondend", maar niet met het antwoord van de heer Köse.
De voorzitter:
Dat had ik begrepen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Kijk, deze doet pijn. De erkenning dat het systeem gebaseerd is op wantrouwen, is groots. Als je vervolgens bij alle voorstellen die er worden gedaan, over dat wantrouwen zegt: ja, maar de Raad van State is kritisch op deze wet en we moeten het case by case bekijken … In dat cirkeltje heb ik als woordvoerder jarenlang rondgedraaid. Dan kwam je met een voorbeeld en werd er gezegd: we gaan niet in op individuele zaken. Dan kwam je met een amendement waar je hard aan gewerkt had en werd er gezegd: de Raad van State is kritisch. Die heeft niks over ons amendement gezegd. De grote belofte — laat ik daar nog één keer op terugkomen — was: die mooie regeling over het niet meer kijken naar causaliteit. Er zijn daar veertien mensen mee geholpen. De andere grote regeling was: we gaan eindelijk iets doen aan de fundering. Ik heb hier jarenlang gestaan met plaatjes van scheuren die in de muur zaten. Het deel uit de muur werd vergoed en het deel uit de fundering niet. Er zijn dertien mensen mee geholpen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Je kunt niet zeggen dat het systeem faalt als je vervolgens de wet intact laat en geen oplossing wil bieden. Ik vraag dus aan de heer Köse: wil hij onze voorstellen steunen of komt hij met eigen voorstellen om het wantrouwen hieruit te halen?
De heer Köse (D66):
Ik ga daar niet in mee. We doen een wetswijziging. We verankeren Nij Begun in deze wet. We gaan uit van veel meer vertrouwen dan voorheen, zelfs zo erg dat de Raad van State zegt dat het ver gaat. Het kabinet houdt voet bij stuk. Daar sta ik achter. Het is een goede stap in de goede richting. U vraagt of ik voorstellen van u wil steunen. Ik heb aangegeven een van de amendementen mede te willen indienen. Ik sta daar dus heel open in. Ik denk dat we aan dezelfde kant staan, dus laten we vooral met elkaar bekijken wat we daarin kunnen doen. Dat moet wel redelijk blijven en er moet niet pleister op pleister geplakt worden, want dat gaat ook niet helpen in de duidelijkheid en het perspectief.
De voorzitter:
Graag korte interrupties.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dit laatste lokt een beetje uit om te vragen wat dan "pleisters plakken" zou zijn aan onze amendementen en wat er niet "redelijk" zou zijn.
De heer Köse (D66):
Met "pleister op pleister plakken" bedoel ik dat we eigenlijk doen wat er al heel lang gebeurd is. We zaten met een regeling die uitging van wantrouwen. De Groningers waren daar eigenlijk niet mee geholpen. Dat willen we oplossen, ook wat betreft: lokaal elke keer weer een andere regeling. Uiteindelijk krijg je de situatie waarin je onaanvaardbare verschillen ziet. Dat gaf ik ook in mijn betoog aan. Door steeds maar weer met een nieuwe regeling te komen, door steeds maar te amenderen, ook vanuit de Kamer, en door dan weer omhoog en dan weer omlaag te gaan, krijg je gewoon verschillen tussen mensen, die niet uit te leggen zijn. Dat bedoel ik met rust en perspectief bieden. Laten we uitgaan van deze wet, die een hele mooie basis biedt. Laten we daar met z'n allen achter staan en gewoon vooruitgaan. Dat is wat ik daarmee bedoel.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het wordt me niet helemaal duidelijk wat dan "onredelijk" of "pleisters plakken" zou zijn aan de amendementen die we hebben ingediend. Wat betreft het punt van de onuitlegbare verschillen is het misschien wel bijna onuitlegbaar dat de mensen met de ernstigste schades niet in aanmerking komen voor het herstellen van de schade zonder dat causale verband te hoeven aantonen. Dat is een onuitlegbaar verschil, dat gecreëerd wordt met deze wet. In de woorden van de heer Köse van D66: je zou dat dus uit deze wet moeten slopen om ervoor te zorgen dat die rust en duidelijkheid werkelijkheid worden voor alle Groningers. Staat u daar achter?
De heer Köse (D66):
Het klopt niet wat er nu geschetst wordt. Die duidelijkheid bieden we door door te gaan op de voet van het vertrouwen dat we nu gevormd hebben. Door daar nu weer aan te gaan trekken en tornen ... Ik kijk gerust mee met de amendementen. Ik zeg niet dat die per se pleister op pleister zijn, maar steeds maar gaan morrelen aan afspraken en regelingen, gaat denk ik niet helpen. Ik denk dat we aan dezelfde kant staan en dat we allebei het beste willen. Zoals gezegd steun ik al een van de amendementen. Ik sta daar dus zeker open in.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik vind het best wel problematisch dat voorstellen die worden gedaan om de ongelijkheid te verkleinen, verbetervoorstellen die worden gedaan om Groningers te geven waar ze recht op hebben, nu worden afgedaan als "daarmee wijzig je iets van de wet, wat we niet zouden moeten willen". Een van de lessen uit de parlementaire enquête was toch ook dat de Kamer te lam was en dat de Kamer zelf ook initiatieven moet nemen op het moment dat er iets niet goed gaat? Precies dat is wat wij hier doen, en dat wordt dan afgedaan als "we zouden geen wetten en regels moeten veranderen met amendementen uit de Kamer". Ik kan er echt met mijn hoofd niet bij dat je de Kamer dan reduceert tot een applausmachine van dit kabinet, voor alles wat er van de zijde van vak K zou komen.
De heer Köse (D66):
Hier ga ik totaal niet in mee, in dit frame. Dit vind ik eigenlijk niet oké. U heeft denk ik de verkeerde tegenstander voor zich, of u kiest misschien de verkeerde tegenstanders. Ik denk dat wij heel veel dingen hetzelfde willen. Ik denk dat wij op heel veel punten ook samenwerken, bijvoorbeeld op het amendement. Ook ik zal met voorstellen komen. Maar sommige voorstellen gaan zo ver dat ook het kabinet en de Raad van State zeggen: dat moeten we niet doen. Dat bedoel ik met "pleister op pleister plakken". We hebben dat in het verleden al genoeg gezien. Dat kan niet ontkend worden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, excuus dat ik erop terugkom, maar ik vind het vreemd om te horen dat amendementen of voorstellen die we hebben gedaan, onredelijk zouden zijn of "pleister op pleister". Als er partijen zijn die dit fundamentele onrecht eigenlijk steeds hebben aangekaart, ook al voordat de parlementaire enquête uit was, dan waren wij dat. Wij hebben continu gewezen op het systeemfalen. Ik was blij om te horen dat de heer Köse nu zegt dat het inderdaad een wantrouwig systeem is en dat hij ook voorbeelden aanhaalt uit het hier en nu, dus van na de parlementaire enquête, waarin dat nog steeds doorgaat. Ik ga het hem toch heel concreet vragen. Stel, je woont in dat kerngebied — het zijn de voorbeelden die de heer Köse heeft aangehaald — en je hebt een schade van €80.000 of €100.000. Dat kan, hè. Waarom zou je er in het voorstel van de heer Köse dan nog steeds met die wantrouwende regeling voor in aanmerking komen? Je valt namelijk niet onder die mooie regeling zonder causaliteit.
De voorzitter:
Ik vind het geen probleem dat u op iets terugkomt, maar wel dat uw interrupties steeds meer dan een minuut zijn. Daar wil ik echt graag aandacht voor vragen. De tijd gaat natuurlijk door en u heeft alle ruimte om uw interrupties te doen, maar wel graag korte interrupties en ook korte antwoorden. De heer Köse.
De heer Köse (D66):
Voorzitter, heel kort dan. Ook vanuit mijzelf zie ik hier gewoon ruimhartig beleid. Door eraan te morrelen, krijg je daar geen eenheid in. Vervolgens krijg je mensen die dat proces hebben doorlopen en mensen die daarna wel weer met alles te maken krijgen. Met alle voorbeelden die u net heeft aangehaald, denk ik dat dat niet gaat helpen. Ik denk dat we met deze wet een goede basis hebben voor ruimhartig beleid. Daar wil ik gewoon niet te extreme voorstellen voor doen — overigens wel waar dat enigszins kan — want dat gaat niemand helpen.
Mevrouw Beckerman (SP):
"Morrelen" en "extreme voorstellen" ... Wij deden dit soort voorstellen ook al voordat die regeling van kracht werd. De heer Köse constateert zelf, na zijn bezoek in het bevingsgebied, in het kerngebied, dat er wantrouwen is, dat er onrecht is, maar zegt nu: ja, maar als we morrelen aan de wet, dan is het niet goed. Je kunt toch geen onrecht laten bestaan, terwijl je weet dat het bestaat? Waarom zou je dat niet doen voor die groep zwaarst gedupeerden? Ik maak het heel concreet: waarom zou je voor mensen die voor €80.000, €100.000 of misschien wel grotere schades hebben, niet alsnog deze goede regeling openstellen?
De heer Köse (D66):
Er worden een soort van — tja, wat is het? — bijna tegenstellingen gecreëerd die er niet zijn. Het is niet of onrecht of iets doen. We doen al iets: we wijzigen de wet, ruimhartig, waarvan ook de Raad van State dat zegt. Daar sta ik volledig achter. Ik kom met voorstellen en ik steun voorstellen van u. Ik wil niet in dat frame geduwd worden, waarbij het lijkt alsof wij alles tegenhouden. Wij zijn misschien wel de meest meewerkende partij. Als het goede voorstellen zijn, gaan we daar zeker in mee. Wat er vergeten is te zeggen, is wat ik ook gezien heb, namelijk die grote verschillen. Wat misschien nog meer kapotgemaakt heeft dan de aardbevingen, is hoe we hiermee zijn omgegaan. Dat is ook te wijten aan deze Kamer, namelijk door steeds pleister op pleister te plakken, waardoor die onaanvaardbare verschillen zijn ontstaan. Dat wil ik voorkomen door alleen te kijken naar de juiste voorstellen. Daarvan zeggen wij: oké, dit kunnen we goed doen, daar lossen we problemen mee op en daar helpen we de mensen mee. We willen niet weer onduidelijkheid en vervaging van perspectief. Dat is waarvoor ik sta.
Mevrouw Beckerman (SP):
Excuseer mij, voorzitter, want deze interruptie gaat toch iets langer worden.
De voorzitter:
O jee.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het spijt me echt, voorzitter, maar dit is wel de kern.
De voorzitter:
Ik zou zeggen: doe uw best om dat niet te doen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat zal ik doen, voorzitter.
We krijgen nu het verwijt dat die ongelijkheid is gecreëerd door voorstellen uit de Kamer, maar vanaf de schadeafhandeling door de NAM hebben wij gewezen op het systeemfalen. Elke keer opnieuw hebben we gezegd: dit is niet onafhankelijk, dit is een systeem dat faalt, dit duwt en brengt mensen in de ellende. We hebben altijd gepleit voor dezelfde aanpak, of het nou over het toeslagenschandaal ging of over Groningen. Elke keer als er een nieuw instituut werd opgetuigd, zoals toen het van de NAM naar CVW ging en van CVW naar ... Voor de kortheid: u weet welke instituten het allemaal waren. In het begin werd gezegd: de SP is zo negatief. Na een halfjaar werd gezegd: o ja, wij zien ook wel wat problemen, maar als je nu aan het systeem gaat morrelen, krijg je vertraging.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Na anderhalf jaar werd gezegd: o, dit is toch niet het goede systeem. Erkent de heer Köse dat het echt een bizar verwijt is om dit tegen de partijen te zeggen die keer op keer hebben gezegd "het enige wat werkt, is een systeem waarin vertrouwen vooropstaat en waarin je van deur tot deur gaat en zorgt dat iedereen recht krijgt op een schadevrije, veilige en duurzame woning"? Dat staat overigens in een amendement waarvoor ik u van harte uitnodig om dat ook te ondertekenen, want dat is hoe je echt zorgt voor gelijkheid.
De heer Köse (D66):
Ik maak totaal geen verwijten. Dit hoeft ook niet zo hoog opgenomen te worden. Ik sta achter de woorden dat iedere Groninger een veilig huis krijgt. Daar doen wij ons best voor. Daarvoor zal ik met voorstellen komen en daarvoor zal ik een aantal voorstellen van u steunen. Daarom zal ik ook deze wet steunen. Daar wil ik het graag bij laten.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Welke drie concrete voorstellen van mijn hand of, om het makkelijker te maken, van de zijde van de Kamer hebben de ongelijkheid dan vergroot volgens de heer Köse van D66?
De heer Köse (D66):
Waar ik op doel, is ... Ik zal het nog eens herhalen, want het blijft blijkbaar niet plakken ...
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Noem drie voorstellen. Het is heel simpel. Dat was het verwijt, dus dan is dit ook een eerlijke vraag.
De heer Köse (D66):
Ik ga over mijn eigen antwoorden.
De voorzitter:
Ja, en laten we niet door elkaar heen praten. We doen een ordentelijk debat. Dat betekent dat u het woord krijgt van de voorzitter en niet zelf het woord neemt. Het woord is aan de heer Köse.
De heer Köse (D66):
Waar ik op doel, is dat er heel veel verschillende regelingen zijn geweest en er door de tijd heen heel veel gewisseld is. Dat heb ik ook letterlijk gezien toen ik twee dagen in Groningen was. Ik ben ook naar Zeerijp geweest; daar zag ik het ook. Je ziet letterlijk in het landschap dat er een verschillende aanpak is geweest. Er zijn wijken die totale nieuwbouwwijken zijn en daarnaast staat dan letterlijk een wijk waar nog niks is gebeurd. Dat zijn die onaanvaardbare verschillen. Dat heeft met allerlei zaken te maken. Dat komt niet alleen door deze Kamer; er zit heel veel achter. Dat snap ik. Er zijn vanuit deze Kamer ook hele goede voorstellen gedaan, vanuit mijn partij maar ook vanuit uw partij. Dat wil ik ook gezegd hebben. Daar staan we allemaal achter; dat is iets waar we samen achter staan. Maar je ziet wel dat er in het begin heel veel wantrouwen was en we nu eindelijk goede stappen zetten richting vertrouwen, bijvoorbeeld door die €60.000-regeling. Dat gaat helpen. Dat is waar ik op doel. Met dat in het achterhoofd weeg ik dus heel goed af wat ik wel en niet steun.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Maar dit soort inbrengen, dit soort woorden, raken me wel. Je laat ergens boven de markt hangen of insinueert eigenlijk dat voorstellen vanuit de Kamer, zonder dan een concreet antwoord daarover te geven, hebben bijgedragen aan die onuitlegbare verschillen. Als er één voorstel is geweest vanuit deze Kamer om die onuitlegbare verschillen weg te nemen, dan is dat het voorstel voor het volledig uitvoeren van het rapport-Van Geel. Is D66 daar dan voorstander van?
De heer Köse (D66):
Grote delen daarvan zie ik zeker als bevorderend, maar zoals ik al zei, wegen wij alles af. Daar worden ook stappen voor gezet. Met deze wet worden namelijk ook drie maatregelen uit Nij Begun verankerd.
De voorzitter:
De heer Bushoff, afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Als die onuitlegbare verschillen voor D66 echt onaanvaardbaar zijn, dan zou er maar één oplossing zijn, namelijk het rapport-Van Geel onverkort uitvoeren, maar daar draait u omheen, want daar bent u nu nog steeds geen voorstander van.
De heer Köse (D66):
Nee, ik zie dat we hele mooie stappen zetten met deze wet: 7,5 miljard, een generatielange aanpak, inzetten op brede welvaart — dat is een punt dat in het rapport-Van Geel wordt genoemd — inzetten op de economie, een hele herstelagenda die daarvoor opgetuigd is. Ik zie dat dus anders.
De voorzitter:
U heeft een punt van orde, begrijp ik.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Kijk, je mag best gaan over je eigen antwoorden, maar dan wil ik toch constateren dat er totaal geen antwoord wordt gegeven op mijn simpele vraag: steunt u onverkort het uitvoeren van het rapport-Van Geel om de onuitlegbare verschillen weg te nemen, ja of nee? U mag over uw eigen antwoorden gaan, u mag eromheen draaien, maar het is een simpele vraag, waar u met een ja of nee op had kunnen antwoorden of zou kunnen antwoorden.
De voorzitter:
Waarvan akte, zou ik zeggen bij een punt van orde.
De heer Köse (D66):
Ja, en ik heb er al antwoord op gegeven.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Köse (D66):
Voorzitter. Het grootste onrecht zit 'm niet alleen in schade of compensatie. Het grootste onrecht is dat we als overheid het belangrijkste wat een mens heeft, ongevraagd van deze mensen hebben afgenomen: tijd. Of iemand nu wordt overgecompenseerd of juist jarenlang vastzit in een traject waar een einde aan komt, iedereen raakt kostbare tijd kwijt. Dat raakt alles: brede welvaart, gezondheid, relaties, onderwijs, het verenigingsleven en de lokale economie. Stress, sociale spanning en onzekerheid trekken door hele gemeenschappen heen. Dat zag ik niet alleen aan de lege buurthuizen in de regio, maar ook recent onderzoek van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen toont dit aan. 28.000 Groningers hebben last van depressieve gevoelens door de voortdurende aardbevingen, 37.000 Groningers kampen met rusteloosheid en nog eens 55.000 mensen kampen met spanningen.
Juist daarom is het goed dat we vandaag deze stap zetten. We leggen met deze wet een generatielange inzet vast, een duidelijke afspraak met Groningen, die individuele kabinetten overstijgt. We investeren de komende 30 jaar in herstel en in een sterke toekomst voor de regio. Het gaat namelijk niet alleen over schade; het gaat over een ereschuld. Tegelijkertijd snap ik goed dat veel Groningers zeggen: eerst zien, dan geloven. Dat is terecht. Juist daarom moeten we nu laten zien dat we het menen. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de doelen binnen de zorgplichten niet alleen mooi op papier staan, maar ook daadwerkelijk gehaald worden? Hoe worden deze zorgplichten concreet, toetsbaar en afdwingbaar in de uitvoering, zodat Groningers niet opnieuw afhankelijk worden van goede bedoelingen, maar kunnen rekenen op echte resultaten?
Voorzitter, tot slot. Groningen heeft lang genoeg te maken gehad met wantrouwen. Het is tijd om te kiezen voor vertrouwen en duidelijkheid. Dat betekent dat we eerlijk zijn over de keuzes die we maken, dat we die baseren op feiten en dat we goed uitleggen waarom we doen wat we doen. Zo voorkomen en verhelpen we grote verschillen en brengen we meer rust in de regio. Deze wet is een belangrijke stap, maar het echte werk zit in de uitvoering. Die vraagt de komende jaren inzet en doorzettingsvermogen van dit kabinet en de kabinetten na ons. Ik zal ze daar constant scherp op houden. De aardbevingen zijn nog niet voorbij, maar we kunnen er wel alles aan doen om de schade te herstellen en het vertrouwen stap voor stap terug te brengen. Met deze wet is er een basis voor ruimhartig beleid, gestoeld op vertrouwen. Daarmee komt rechtvaardigheid voor de Groningers eindelijk in zicht. Laten we zo snel mogelijk aan de slag gaan om het waar te maken.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde de heer Köse aan het kabinet vragen hoe we de zorgplicht afdwingbaar kunnen maken. Toen dacht ik: kan dat niet juist met zo'n resultaatsverplichting? Als die er niet is, wat is dan het voorstel van de heer Köse om die zorgplichten afdwingbaar te maken?
De heer Köse (D66):
Ik zal het kort houden, want we hebben hier natuurlijk al een discussie over gehad. Ik zie dat er voor de zorgplicht echt wel de juiste maatregelen worden genomen: geld, doel, plan, verantwoordelijkheid. Ik vraag de minister hoe ze dat gaan doen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
We willen dus dat die zorgplichten steviger afdwingbaar worden. Een resultaatsverplichting zou een oplossing kunnen zijn, maar daar wil D66 niet aan, dus dan vraagt de heer Köse maar hoe het dan wel kan. Zouden we niet zelf juist met een voorstel moeten komen? Ik waardeer samenwerking waar we die maar kunnen vinden. Zouden we hierop niet samen nog tot een voorstel kunnen komen?
De heer Köse (D66):
Ik kijk altijd graag mee met een voorstel, zeker.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dan gaan we dat doen.
De voorzitter:
We wachten even tot mevrouw Beckerman bij de microfoon is.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik kom toch nog even terug op dat laatste punt. Je wilt geen nieuwe ongelijkheid. We kregen zelfs het verwijt dat de Kamer voor verschillen had gezorgd. Nou, dat werd niet concreet gemaakt. Het zou eigenlijk een hele logische keuze zijn om vandaag te zeggen: die grens van €60.000 is heel gek, want die zorgt voor nieuwe ongelijkheid. Stel dat mijn buurman Bushoff voor €60.000 schade heeft, dan valt-ie onder de regeling. Heb ik schade voor €80.000 of €100.000, dan val ik er niet onder. Als je zo'n pleidooi houdt dat de Kamer geen ongelijkheid moet veroorzaken, waarom zou je die ongelijkheid dan in de wet inbakken?
De heer Köse (D66):
Ik snap niet helemaal waar mevrouw Beckerman naartoe wil. Er was een ongewenste situatie. Daar is het, met een hele omweg, naartoe gebracht. Dat was eigenlijk mijn pleidooi. Ik verwijt het niet de Kamer; ik verwijt het ons allemaal. Het kabinet, het hele systeem heeft daarin gefaald. Mevrouw Beckerman heeft dat zelf ook aangegeven. We zijn dat nu aan het herstellen. Juist door die €60.000 — die wordt dus al in uitvoering gebracht — ook nog eens te veranderen … Ik snap niet helemaal wat daar de vraag van is. Het zal niet helpen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het zal zeker helpen. Als jij een hele grote schade hebt en je woont in de kern van het gebied, bijvoorbeeld in Loppersum, dan kan een hele kleine schade makkelijk vergoed worden. Daar hebben we een vergoeding voor. Je ziet dat tot €60.000 makkelijk vergoed wordt, maar als jij die hele grote schade hebt, dan geldt dat niet. Het is een hele simpele vraag: waarom niet? Waarom zou je er juist in dat kerngebied, waarvan we weten dat er grote schades voor kunnen komen, niet ook op dezelfde manier mee omgaan, zonder causaliteitsonderzoek en de schade gewoon onderzoeken en vergoeden?
De heer Köse (D66):
Dat is zo voor duidelijkheid en perspectief. Dat is doorzetten op de lijn die we nu hebben, op basis van vertrouwen. Daarmee kunnen we heel veel gevallen, kleine, wat grotere, tot die €60.000, sowieso goed oppakken.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Je wilt toch dat de zwaarste gedupeerden ook dat vertrouwen kunnen krijgen? Ik begrijp de keuze gewoon niet, om juist die zwaarst gedupeerden … Ik heb het echt over een kerngebied, hè, met grote schades. Ik snap niet waarom je die groep zou willen uitzonderen. Als vertrouwen en het tegengaan van ongelijkheid zo de kern is van je betoog en je geen systeem met wantrouwen wilt, waarom wantrouw je dan nog steeds die allerzwaarst gedupeerden? Waarom ga je ze wel door die mal van het oude systeem drukken en kies je niet voor die eerlijkere oplossing?
De heer Köse (D66):
Ik erken natuurlijk dat je met die grote, complexe casussen iets moet. Daar zou bijvoorbeeld de regeringscommissaris wat in kunnen betekenen. We zijn ook aan het kijken naar voorstellen daarvoor. Dat kan ook door huidige processen te versnellen. Dat is iets waar dit kabinet druk mee bezig is. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt, maar daar is natuurlijk aandacht voor; dat is bekend.
De voorzitter:
Bent u aan het einde van uw inbreng gekomen? Dat is het geval. Dank u wel voor uw inbreng. Dan nodig ik mevrouw Bikker uit voor haar inbreng namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. De belangen van de Groningers zijn structureel genegeerd bij de aardgaswinning in Groningen. Dit heeft voor hen rampzalige gevolgen. Ik moest terugdenken aan de hoofdconclusies van de parlementaire enquête tijdens het debat dat we hier de afgelopen uren hebben gevoerd. Ik dacht vooral aan de eerste vier hoofdconclusies. Eén. De ernst van de problemen in Groningen is structureel onderschat. Twee. Geld is dominant bij besluiten over gaswinning. Drie. Leveringszekerheid is gebruikt als rookgordijn. Vier. De onveiligheid in Groningen duurt onacceptabel lang.
Voorzitter. Ik zou zo nog even kunnen doorgaan, maar ik vind het zwaar frustrerend om te merken dat al deze conclusies op de helling worden gezet door weer allerlei voorstellen te doen over het opnieuw gaan oppompen van gas of het beschikbaar maken daarvan, terwijl dit debat nog zou moeten gaan over het verbeteren van het herstel, over de schade die is aangericht in Groningen en over de mensen bij wie we nog steeds zien dat de schade niet op orde is. Denk aan de boer die ik sprak. De mestkelder lekt en het wordt maar niet opgelost. Inmiddels kampt hij zelf met gezondheidsklachten en hij weet niet waar hij het zoeken moet.
Voorzitter. Als de prijzen aan de pomp omhooggaan, is het goed voorstelbaar dat allerlei Nederlanders naar de Kamer toe komen om te vragen: "Kunt u met ons meedenken? Wat kunnen we doen om deze problemen op te lossen?" Soms kan de overheid een oplossing bieden voor de mensen die daardoor echt diep in de portemonnee geraakt worden en door het ijs zakken. Soms zal de overheid eerlijk moeten zijn dat we niet alle pijn kunnen oplossen, maar laat één ding helder zijn: wij hebben hier met 150 zetels gezegd dat we een ereschuld hebben aan Groningen. Ik zit me dan toch plaatsvervangend te schamen tegenover de mensen die vanuit het bevingsgebied naar dit debat kijken en weer allerlei discussies horen die afleiden van "eerst dat schadeherstel op orde krijgen".
Voorzitter. Nadat de parlementaire enquêtecommissie haar rapport presenteerde, werd er continu "Groningers boven gas" gezegd. Dat is terecht, want Nederland heeft een ereschuld aan Groningen. Het was hard noodzakelijk dat de gaswinning helemaal stopte, dat het herstel zo goed mogelijk werd ingezet en dat er gekeken werd hoe een gebied dat Nederland zo lang welvaart heeft gegeven, daar zelf ook de goede vruchten van plukt in plaats van de wrange vruchten.
Vandaag ligt er een wetsvoorstel dat daar een beetje aan bij wil dragen. In de afgelopen weken sprak ik opnieuw met meerdere Groningers in het bevingsgebied. Wat merkte ik? De recente grote beving van 14 november 2025 heeft alle nachtmerries weer teruggebracht. Waar het stoppen van de gaswinning zware bevingen zal verminderen, weten we nu ook weer opnieuw dat de bodem nog niet tot rust is gekomen. Heftiger is dat zo'n beving toch weer een klap geeft voor het vertrouwen dat het nu eindelijk beter zal gaan. We weten dat die bevingen minder zullen worden, maar het zal ook nog duren, wat telkens weer stress teweegbrengt.
De recente analyse van UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen laat zien: hoe meer aardbevingen iemand over de jaren heeft meegemaakt, hoe meer symptomen van depressie en angst hij of zij rapporteert. Dan gaat het niet om officieel vastgestelde psychische stoornissen, maar wel om klachten als somberheid, verlies van interesse, concentratieproblemen, rusteloosheid en spanning. Tussen 2007 en 2021 gaat het om tienduizenden extra gemeten depressieve en angstklachten onder inwoners van het getroffen gebied. Een van de onderzoekers schrijft daarom dat de gevolgen verder reiken dan de individuele bewoners. Het gaat om een gebied waar de onderlinge samenhang groot is. Als veel inwoners kampen met somberheid of spanning, werkt dat door in gezinnen, op het werk, maar bijvoorbeeld ook in het verenigingsleven.
Voorzitter. Juist daarom vindt de ChristenUniefractie dit wetsvoorstel belangrijk. Het herstel in Groningen gaat namelijk niet alleen om schade aan huizen of het blijvend stoppen van de gaswinning; het gaat ook om het herstel van de gezondheid van een samenleving die bij elke beving opnieuw beproefd wordt. Het is goed dat het kabinet verder werk maakt van Nij Begun. Dat had sneller gekund, want een van mijn frustraties is wel de traagheid en de bureaucratie, waardoor bewoners op alle relevante terreinen lang moeten wachten, maar het is goed dat het kabinet zich committeert aan een generatielange aanpak om de ereschuld aan de regio in te lossen.
Ik heb daar wel de volgende vragen bij. Het kabinet kiest voor een zorgplicht voor brede welvaart en een zorgplicht voor verduurzaming door isolatie. Er wordt uitgebreid in de schriftelijke stukken betoogd dat alle tussentijdse doelen, streefwaarden en randvoorwaarden in het uitvoeringsprogramma passen. Bedoelt het kabinet dan dat er in dat uitvoeringsprogramma wel een resultaatverplichting geldt? Hoe wordt de zorgplicht nu gehandhaafd? Wat is nu de juridische waarde en de verantwoordelijkheid die het kabinet hiermee uitspreekt? Kan de minister heel concreet schetsen wat de zorgplicht inhoudt?
Stel dat de brede welvaart minder wordt, is de zorgplicht dan geschonden? De ChristenUniefractie heeft namelijk best begrip voor de huiverigheid in de regio om opnieuw vagere open normen te gebruiken in de wet, waarbij onvoldoende helder is wat we nu exact aan elkaar beloven en wat een teleurstelling kan vormen in de uitwerking. Daarom stel ik in alle scherpte de vraag: wat gaat er nou mis volgens het kabinet als de amendementen van collega's Beckerman en Bushoff worden aangenomen? Tot nu toe vind ik de redenering van het kabinet nog onvoldoende overtuigend, maar ik zeg erbij dat ik aandachtig ga luisteren.
Voorzitter. Een van de meest indrukwekkende momenten van mijn werkbezoeken aan Groningen was wel in de gemeente Eemsdelta. We spraken toen over de gevolgen voor jongeren en hoorden hun indrukwekkende verhalen over stress bij hun ouders, tijdelijke woningen en onzekerheid over de toekomst. Jongeren kozen er dan maar voor om hun ouders in die stressvolle tijd niet te belasten met de dingen waar zij mee tobben, met alle gevolgen van dien. Ik zou alle nieuwe woordvoerders willen aanraden om de documentaire Barst, die is gemaakt door jongeren zelf in het bevingsgebied, te kijken. De zorg van de ChristenUnie-fractie is namelijk dat bij de besteding van de middelen voor de brede welvaart toch al snel de bestuurlijke constructies weer zeer actief zijn. Ik ben hen overigens dankbaar voor alle inzet, daar niet van, maar het gevaar is dat inwoners zich er te weinig in herkennen. Hoe wordt dan bijvoorbeeld uitvoering gegeven aan de motie-Boulakjar/Bikker, die de regering verzoekt om jongeren ook zelf aan tafel te zetten en hen 1% van de beschikbare middelen te laten begroten en inzetten?
Voorzitter. De zorgen van de ChristenUnie zien dus op de vaagheid van de zorgplicht, waar ik net mijn vragen over stelde, op het betrokken houden van de bewoners zelf in plaats van alleen de bestuurders en ten derde op de manier waarop hierop gestuurd wordt. Deze wet is immers voorbereid in een tijd dat we een staatssecretaris hadden die juist ook het Gronings herstel in zijn portefeuille had. Er werd nog niet gedacht aan de regeringscommissaris die het kabinet binnenkort benoemt. Deze commissaris moet toezien op de uitvoering van Nij Begun. Hoe verhoudt de regeringscommissaris zich tot dit wetsvoorstel? Is het de regeringscommissaris die tussentijds aan de bel trekt als doelen uit beeld raken? Welke rol heeft de regeringscommissaris bij de evaluatie, oftewel de jaarlijkse Staat van Groningen en Noord-Drenthe?
Als ik in de profielschets kijk, zie ik namelijk wel dat deze regeringscommissaris de functie van aanjager, helper, meedenker en verbinder in het kader van de sociale en economische agenda en de verduurzamings- en isolatieaanpak heeft en dat de regeringscommissaris kan fungeren als inspiratiebron en verbinder naar interessante partijen in Den Haag en in de EU die de regio tot bloei kunnen laten komen. Kan het kabinet heel precies toelichten hoe deze nieuwe figuur zich binnen dit wetsvoorstel gaat bewegen en vraagt dat nog ergens aanpassing van de Groningenwet?
Voorzitter. De evaluatiebepaling is geschrapt en er komt een jaarlijkse Staat van Groningen en Noord-Drenthe, maar wie gaat er dan af en toe met iets meer afstand naar kijken? Waarom wordt voor een wetsvoorstel dat tot 2055 loopt, niet eens in de vijf of tien jaar wat meer op de lange lijnen geëvalueerd?
Voorzitter, mijn laatste punt. In het wetsvoorstel wordt een nieuw hoofdstuk aan de Groningenwet toegevoegd dat heet "Voorkomen verschillen"; uit mijn hoofd is dat hoofdstuk 7a. Juist op dat punt hebben de gemeenten in het bevingsgebied grote zorgen geuit dat bij de schadeafhandeling de coulance naar inwoners groter is naarmate iemand minder gedupeerd is, zowel in het proces, want je kan eenvoudiger en sneller een besluit nemen, als in de vergoeding. Gedupeerde inwoners kunnen door de voorwaarde van finale kwijting met onverhaalbare mijnbouwschade geconfronteerd worden. Vindt de regering dit, net als de fractie van de ChristenUnie, een onacceptabele uitkomst? Klopt de stelling van de betrokken gemeenten dat de kans hierop groter is in de kern van het aardbevingsgebied voor de zwaarst gedupeerden? Als dat zo is, zou volgens mij het tegenovergestelde worden bereikt van wat beoogd is met het wetsvoorstel, dus ik ben heel benieuwd hoe het kabinet dit ziet.
Voorzitter, ik rond af. De Groningenwet moet bijdragen aan vertrouwen. Bij het schadeherstel tot nu toe kijken we telkens in de spiegel van een overheid die het door bureaucratie en regeldichtheid maar niet lukt om te komen tot een snel en vertrouwenwekkend herstel. We kijken ook in de spiegel van een Kamer met maar een beperkt geheugen, terwijl het eigenlijk de komende jaren erop aankomt, zelfs als er nieuwe bevingen zijn. Zullen we dan staan voor de beloften die we in de afgelopen jaren hebben gedaan aan Groningen of niet? De ChristenUnie wil kiezen voor een milder, makkelijker en menselijker beleid, oftewel: Groningers boven gas. Dat neemt niet weg dat je de geopolitieke omstandigheden in de ogen moet kijken, maar altijd ook met het oog op de beloften die je hebt gedaan aan mensen die nog steeds in de knel zitten. Daar wil ik voor staan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel voor uw inbreng. Voordat we gaan luisteren naar de inbreng van de heer Flach schors ik het debat kort, voor vijf minuten.
De voorzitter:
Ik heropen het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet. We zijn nog in de eerste termijn aan de kant van de Kamer. Het woord is aan de heer Flach voor de inbreng namens de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Het is vandaag een belangrijke dag voor onze noordelijkste provincie. In deze zaal gaat vandaag even "niets boven Groningen". Het is een cliché om te zeggen dat de aardbevingsproblematiek veel impact heeft. Er ligt een dure plicht om Groningers te steunen. Daarbij denkt de SGP vooral aan adequate schadeafhandeling en aan doorpakken met duurzaam herstel en versterking. Dat helpt getroffen Groningers meer dan het wettelijk vastleggen van een zorgplicht voor brede welvaart en het isoleren van huizen.
Voor eenvoudige schades is in het wetsvoorstel een genereuze aanpak opgenomen, die de bewijslast weghaalt bij de bewoners. Dat is een goede zaak, al moeten we scherp blijven op misbruik. Voor de meer complexe schadegevallen blijft de huidige aanpak wringen. Versterking en schadeafhandeling zijn twee aparte sporen, maar het gaat wel om hetzelfde huis. Bij de schadeafhandeling worden schades na elke beving apart beoordeeld: gaat het om mijnbouwschade of is er een andere oorzaak? Maar in de praktijk is dat niet met een schaartje te knippen. Andere veranderingen in de ondergrond, zoals bodemdaling, maken een huis kwetsbaar voor aardbevingsschade. De schades kunnen elke keer worden weggewerkt, maar door de tijd heen is er ondertussen wel sprake van een verzwakking van het huis. In de praktijk worden elke keer tienduizenden euro's uitgegeven aan schadeherstel, terwijl duurzaam herstel, door bijvoorbeeld vernieuwing van de fundering, vooruitgeschoven wordt. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat complexe gevallen ook perspectief krijgen, zonder van het kastje naar de muur te worden gestuurd? Wat zijn de mogelijkheden om in de kern van het aardbevingsgebied bij woningen die kwetsbaar zijn voor bevingen de bewijslast weg te halen bij bewoners?
Voorzitter. De SGP vindt het belangrijk dat het Rijk samen optrekt met de betrokken medeoverheden in Groningen en Drenthe. In het wetsvoorstel staat dat het Rijk bij het opstellen van een reactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe overleg voert met provinciale bestuurders, met maatschappelijke organisaties en met vertegenwoordigers van bewoners. Mag ik ervan uitgaan dat het overleg met medeoverheden in deze regio van een andere orde is dan het overleg met maatschappelijke organisaties en bewoners? Overheden staan samen aan de lat om verschillende opgaven in het gebied tot een goed einde te brengen. Mijn vraag is of er wordt aangestuurd op, zo mogelijk, een gezamenlijke reactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.
Vanuit het oogpunt van het bewaken van de kwaliteit van wetgeving zet ik, evenals de Raad van State, vraagtekens bij het in de wet opnemen van de zorgplicht voor brede welvaart. Brede welvaart is een plaag in de bestuurskunde. Het is zo'n beetje het meest misbruikte containerbegrip in bestuurlijke stukken, met acht thema's en 46 indicatoren, waaronder het voorkomen van obesitas. Hier is deze wet toch niet voor nodig? Enerzijds zegt de regering dat de zorgplichten in de artikelen 13o en 13p niet meer zijn dan een vastlegging dat de minister van Binnenlandse Zaken het aanspreekpunt is voor de brede welvaart in Groningen en de genoemde Drentse gemeenten, en dat er een verplichting is om iets te doen met de brede welvaart hier. Anderzijds geeft de regering aan dat de vaststelling van het uitvoeringsprogramma niet kan zonder het opnemen van datgene dat moet worden uitgevoerd: een zorgplicht. Dat geeft de zorgplicht een veel meer inhoudelijke lading. Ik hoor graag een nadere duiding van de zorgplichtbepaling. Wat heeft dit juridisch te betekenen?
Wetgeving is wat de SGP betreft niet bedoeld voor het opnemen van allerlei beleidsdoelstellingen en zelfbindende verplichtingen, waaraan burgers geen rechten kunnen ontlenen. We moeten voorkomen dat de waarde van wat in beleidsnota's wordt opgeschreven, wordt ondermijnd door te doen alsof beleidsdoelstellingen pas serieus zijn als ze in de wet zijn opgenomen. Hoe ziet de minister van Binnenlandse Zaken dat?
Wat gaat de verplichting om via een uitvoeringsprogramma "het niveau van brede welvaart uiterlijk in 2055 op ten minste het landelijk gemiddelde te brengen" precies betekenen? Het begrip "brede welvaart" is veelomvattend, misschien wel té veelomvattend wat de SGP betreft. Een belangrijk onderdeel van brede welvaart is bijvoorbeeld wél het werkloosheidscijfer. De provincie Groningen heeft een hoog werkloosheidscijfer. Dat kun je niet naar beneden bijstellen met het draaien aan een paar knoppen. Wat zou het kabinet moeten doen om dit op het landelijk gemiddelde te krijgen? Zou de minister daarvoor ook eens willen kijken naar een oproep die ik al eerder met een aantal andere partijen heb omgezet in een aangenomen motie, namelijk om meer rijkswerkgelegenheid naar de genoemde provincies te krijgen? Hoe ziet de minister van Binnenlandse Zaken dit voor zich? Hoe gaat hij voorkomen dat er verwachtingen worden geschept die niet kunnen worden waargemaakt?
Voorzitter, ik rond af. We hebben een dure plicht om de bewoners van gebieden die kampen met aardbevingsproblematiek als gevolg van jarenlange gaswinning te steunen. We moeten ons daarbij niet verliezen in het scheppen van verwachtingen die we niet kunnen waarmaken, maar vooral inzetten op adequate en ruimhartige schadeafhandeling en doorpakken met duurzaam herstel en versterking.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan wil ik nu graag het woord geven aan mevrouw Den Hollander van de VVD-fractie.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. De afgelopen week is veel tijd gaan zitten in het nog eens goed doornemen van de wetswijziging, het advies van de Raad van State en de nota naar aanleiding van het verslag. Voordat we deze wet in de Kamer bespreken, zijn er al heel veel vragen gesteld en beantwoord. Er zijn ook een aantal amendementen op de wet ingediend, zelfs tot zeer kort geleden.
Het standpunt van de VVD over het onderwerp herstel Groningen berust op drie pijlers. De VVD steunt het definitief sluiten van het Groningenveld. We staan voor een snelle en eerlijke schadeafhandeling, een breder herstel en een toekomst voor Groningers via Nij Begun. Het is duidelijk dat de overheid in het verleden tekortgeschoten is. Nu ligt er een gewijzigd wetsvoorstel dat belangrijke maatregelen uit Nij Begun regelt. Daarin steunt de VVD het kabinet. Het is goed dat daadwerkelijk schadeherstel mogelijk wordt gemaakt en dat er een generatielange aanpak komt, met monitoring via de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.
De Raad van State wijst op enkele zaken waarmee we volgens hen het risico lopen dat er weer nieuwe onaanvaardbare verschillen ontstaan. De vraag die zij oproepen is in hoeverre we daarmee niet in een juridisch moeras belanden, met meer juridisering en meer onvrede onder inwoners van Groningen en Noord-Drenthe. We zien echter ook hoe het kabinet dit advies apprecieert. Dat steunen we ook in grote lijnen, maar naar aanleiding van het advies rest voor ons wel nog een belangrijke vraag. Bij daadwerkelijk schadeherstel gaat gewerkt worden volgens de methode van veronderstelde schade. De regering heeft daarbij vastgesteld dat waarschijnlijk niet alle kosten te verhalen zullen zijn op de NAM, omdat het onderzoek naar mijnbouwgerelateerde schade wordt losgelaten. In januari van dit jaar kon er nog geen inzicht worden verschaft in wat hierbij het risico voor de Staat is. Daarmee ontstaat feitelijk een blanco cheque, waarbij we geen grip hebben op het financiële risico dat de Staat hiermee loopt. Ik hoor dan ook graag van de minister of hier inmiddels wel meer duidelijkheid over te geven is.
Voorzitter. Er zijn door een aantal fracties amendementen ingediend om het wetsvoorstel nog verder aan te scherpen. De VVD heeft de indruk dat sommige amendementen kunnen leiden tot toenemende kosten zonder aangetoonde causaliteit of aangetoond belang, maar ook tot beleidswijzigingen, wat weer kan zorgen voor bureaucratie of inefficiëntie. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat de VVD vindt dat de gedupeerden goed en snel geholpen moeten worden, maar dat hier nog een schep bovenop doen niet altijd wenselijk en nodig is. Wij staan voor de huidige aanpak, maar wij gaan niet zomaar mee in extra stappen. We zijn dan ook erg benieuwd hoe de minister hierover denkt en wachten de appreciatie van alle amendementen af.
Voorzitter. Ondanks dat het debat feitelijk gaat over de wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet, is het goed om ook kort in te gaan op de hersteloperatie in Groningen zelf. Het overallbeeld met betrekking tot zowel de versterkingsoperatie als het schadeherstel is dat er duidelijk vooruitgang zichtbaar is, maar dat het tempo nog steeds te laag ligt. Veel bewoners wachten nog steeds op afronding. Vooral voor de meest complexe gevallen — denk aan hoge schades, erfgoed of agrarische objecten — is maatwerk nodig. De generieke aanpak waar de wet op toeziet, helpt hier onvoldoende. De VVD wil daarom van de minister horen wie de verantwoordelijkheid voor de maatwerkaanpak krijgt en hoe dit praktisch wordt georganiseerd, zodat zwaar gedupeerden niet opnieuw jarenlang in onzekerheid hoeven te zitten. Om deze groep gedupeerden te ondersteunen zullen wij in de tweede termijn een motie indienen.
Voorzitter. Tot slot wil ik nogmaals aandacht vragen voor de verhouding tussen daadwerkelijk herstel en uitvoeringskosten. Er gaat nog steeds te veel geld naar bureaucratie en de uitvoering blijft traag en complex. Afgelopen week zijn er nog twee nieuwsberichten verschenen over hoe schadebureaus miljoenen konden verdienen in het aardbevingsgebied en hoe weinig controle er is op de werkzaamheden van de schadebureaus. Mijn laatste vraag aan de minister is dan ook op welke wijze dergelijke praktijken worden voorkomen in de nieuwe aanpak van dit kabinet.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan nodig ik mevrouw Armut uit. Zij spreekt namens het CDA.
Mevrouw Armut (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag over wetgeving. Dat is in de Kamer vaak iets technisch, maar voor mensen in mijn provincie Groningen en voor de inwoners van Noord-Drenthe is het vandaag veel meer dan dat. Dit gaat over de veiligheid van je eigen huis, over de plek waar je bent opgegroeid, waar je je kinderen ziet opgroeien en waar je oud wilt worden. In Groningen is wat voor veel mensen vanzelfsprekend is, bruut verstoord door decennialange gaswinning. Want in Groningen is het op bepaalde plekken niet vanzelfsprekend dat je in je eigen huis kunt blijven wonen. Sommigen zien hun huis gesloopt worden en moeten jarenlang verblijven in een tijdelijke woning, met al hun herinneringen en spullen in een opslag, in onzekerheid over wanneer ze terug kunnen. En dan heb ik het alleen nog over het materiële aspect.
Veel gedupeerden hebben het immers ook mentaal zwaar te verduren gehad. Het is de onbeschrijfelijke machteloosheid die ouders voelen als ze zich 's nachts zorgen maken over de veiligheid van het dak van hun huis waar hun kinderen onder slapen. Het zijn de oneindige afspraken met elke keer weer nieuwe mensen om te krijgen waar je recht op hebt, namelijk een veilig huis, en om te vechten waar je nooit om had willen vechten. Groningers hebben hier immers nooit om gevraagd. Toch hebben ze jarenlang moeten vechten voor erkenning, voor rechtvaardigheid en voor duidelijkheid. De vele gebroken beloftes hebben diepe sporen achtergelaten: in gezinnen, qua gezondheid en qua vertrouwen in de overheid.
Voorzitter. Met dit wetsvoorstel geeft de regering weer een nieuw gevolg aan Nij Begun, de belofte van de overheid aan Groningen en Noord-Drenthe. In dit wetsvoorstel worden maatregelen uit Nij Begun dan ook daadwerkelijk in de wet vastgelegd. Het CDA is blij met deze belangrijke stap.
Met deze wet worden een aantal beloftes wettelijk vastgelegd, allereerst ten aanzien van schadeherstel en versterking, koste wat kost en voor zolang als het duurt. Dat is iets waar de Kamer een aantal jaren geleden bijna unaniem om heeft gevraagd. Daarnaast worden in de wet ook twee zorgplichten vastgelegd, namelijk voor het bevorderen van brede welvaart van Groningen en Noord-Drenthe en voor het bevorderen van de verduurzaming. Over deze zorgplichten is wel het een en ander te stellen. Aan de ene kant stelt de Raad van State dat met deze zorgplichten een verwachting wordt gewekt die mogelijk niet kan worden waargemaakt. Aan de andere kant zijn er regionale bestuurders die aangeven dat het nog niet hard genoeg lijkt. Dit schetst een dilemma waar de politiek volgens mij voor staat. De Groningers verdienen rust, stabiliteit en duidelijkheid, nu en op de lange termijn. De regering moet dit bieden. De nieuwe regeringscommissaris gaat daar hopelijk ook een goede rol in kunnen spelen.
Voorzitter. Het is in die zin uitzonderlijk wat hier staat te gebeuren. Wij gaan daar niet lichtzinnig over doen, want deze wet voor Groningen en Noord-Drenthe is van fundamentele waarde en doet recht aan gemaakte beloftes. In de wet wordt ook de jaarlijkse Staat van Groningen vastgelegd. Daarmee wordt jaarlijks verantwoording afgelegd over de schadeafhandeling, de versterkingsoperatie en de investeringen in Groningen en Noord-Drenthe. Mijn fractie vindt het goed dat in dit proces naast een rol voor bewoners ook een rol is vastgelegd voor de volksvertegenwoordiging van de provincies, de gemeenten en de relevante maatschappelijke organisaties. De regering moet eerst met hen in gesprek over de Staat van Groningen voordat zij met een kabinetsreactie komt. Hierover heb ik een aantal vragen.
Aangezien de regering binnen acht weken moet reageren op de Staat van Groningen, is het van belang dat de overleggen met bewoners, maatschappelijke organisaties en medeoverheden op tijd plaatsvinden. Kunnen we ervan uitgaan dat deze overleggen tijdig zullen plaatsvinden? Dit vraag ik omdat het belangrijk is dat recht wordt gedaan aan deze gesprekken. Dan is voldoende tijd belangrijk. In het verlengde hiervan heb ik dan ook de vraag of de regering kan bevestigen dat in de Staat van Groningen daadwerkelijk gereflecteerd zal worden op de inbreng van gesprekspartners.
Het volgende punt raakt ook hieraan. De regionale overheden hebben in een brief aan de Tweede Kamer ook hun zorgen over de overlegpositie van de regionale overheden in het geheel aangegeven. Hierover heb ik de volgende vragen. Kan de regering bevestigen dat regionale overheden zelf kunnen bepalen hoe zij zich laten vertegenwoordigen? Gezien de rol van de lokale overheden in de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie kunnen wij ons voorstellen dat gesprekken met medeoverheden een andere vorm zullen moeten krijgen. Kan de regering uitleggen hoe dit overleg zich verhoudt tot de gesprekken met maatschappelijke organisaties? Wordt er voor regionale overheden voor een andere structuur gekozen?
Een van de zaken die met dit wetsvoorstel geregeld wordt, is het mogelijk maken …
De voorzitter:
Dat is heel netjes, mevrouw Armut, want de heer Flach was nog in aantocht. U krijgt alle ruimte zo te zien, meneer Flach. Gaat uw gang.
De heer Flach (SGP):
Het was niet de bedoeling om mevrouw Armut midden in haar zin te laten stoppen. Maar ik wilde inderdaad even aanhaken op dit punt, van het betrekken van de medeoverheden. Ik deel de zorgen die mevrouw Armut uit namens het CDA. In een brief van de provincie Groningen zie ik die zorg ook letterlijk verwoord staan. Er staat: "In het wetsvoorstel is opgenomen dat het kabinet praat met de regionale overheden, maar de memorie van toelichting zegt: het is op initiatief van het Rijk, het is niet wederkerig en op één lijn." Dat betekent dus dat je een gesprek mag afwachten, maar wat er precies mee gebeurt, is eigenlijk onduidelijk. Ik heb er zelf voor gepleit om te kijken of je niet met een gezamenlijke reactie zou kunnen komen. Is dat ook iets waar het CDA aan denkt?
Mevrouw Armut (CDA):
Ik weet niet of dat laatste, de gezamenlijke reactie, precies is waar ik aan denk, maar ik denk wel dat we delen dat we het belangrijk vinden dat gesprekken niet alleen symbolisch zijn, maar dat het elkaar ook daadwerkelijk versterkt en dat je er vervolgens ook iets aan hebt. Wat het CDA betreft kan het initiatief wel van beide kanten komen, maar ik ben ook benieuwd hoe de minister dat beziet.
De heer Flach (SGP):
Dat snap ik ook. Daarom heb ik het zojuist ook min of meer vragend gesteld in mijn bijdrage. Tegelijkertijd denk ik dat het belangrijk is dat de overheid zo dicht mogelijk bij de getroffen inwoners komt. De gemeente is vaak het meest dichtbij, maar ook de provincies hebben zich in dit geval echt vierkant achter hun inwoners opgesteld, waar het Rijk echt een behoorlijke vertrouwensbreuk heeft ondergaan, als ik het even eufemistisch zeg. Ik denk dat het goed is dat we samen optrekken om het belang van die goede samenwerking met de regionale overheden te blijven benadrukken.
Mevrouw Armut (CDA):
Helemaal eens dat die samenwerking zeer belangrijk is. Daarom ben ik zeer benieuwd naar de beantwoording van de vragen van onder anderen de heer Flach die hier ook over gingen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik kan mij op zichzelf goed voorstellen dat mevrouw Armut hierover nog een aantal vragen heeft, aangezien zij, net als ikzelf, in dezelfde medeoverheid of een vertegenwoordigend orgaan daarvan zitting heeft gehad, in de Groningse gemeenteraad. Ik snap deze bevlogenheid en betrokkenheid bij de medeoverheden vanuit het CDA heel goed. Ik hoorde dat het CDA vindt dat het overleg ook op initiatief van de medeoverheden moet kunnen plaatsvinden. Daarover stelde u wat vragen aan de minister. Dat was één deel van het pleidooi van de regio. Het tweede deel van het pleidooi van de regio was: wij willen dat wij een gelijkwaardige positie in die overleggen hebben. Deelt mevrouw Armut dat dat inderdaad de bedoeling moet zijn?
Mevrouw Armut (CDA):
Ik wil in ieder geval de zorgen overbrengen die regionale bestuurders daarover hebben, want ik snap dat. Ik weet niet of het de heer Bushoff of de heer Flach was die zei dat deze mensen ontzettend dicht bij de inwoners staan. Welke vorm dat precies zal krijgen, hoor ik graag van de minister. Wel moet duidelijk zijn dat zij gehoord worden en daadwerkelijk iets te zeggen hebben. De exacte vorm ga ik nu niet vanaf hier bepalen, maar ik hoop dat de zorgen die ik daarover heb, duidelijk zijn.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Op zich zijn we het dan volgens mij eens. Het is inderdaad belangrijk dat ze daadwerkelijk iets te zeggen hebben. Als ik dat ook van het CDA hoor, denk ik dat we daar wel uit komen. Ik herken de bevlogenheid bij de medeoverheden. Volgens mij gaan we hier uit komen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Armut (CDA):
Dank, voorzitter. Een van de zaken die met dit wetsvoorstel geregeld wordt, is het mogelijk maken van daadwerkelijk schadeherstel bij veronderstelde schade tot €60.000 zonder onderzoek rondom het weerleggen. Hier is het in de Kamer al vaker over gegaan, zoals in het debat over het rapport van de parlementaire enquêtecommissie. Voor het overgrote deel van de gedupeerden zal dit afdoende zijn. Ik las dat dat voor ongeveer 98% het geval is. Deze mensen worden niet meer geconfronteerd met de onzekerheid en stress waarmee een dergelijk onderzoek gepaard gaat. Dat vindt het CDA goed. Daarvoor heeft onder andere mijn voorganger Eline Vedder haar best gedaan.
Het wringt wel dat juist de zwaarst gedupeerden niet kunnen profiteren van een simpele regeling of dat ze, als ze dat wél doen, een risico lopen, omdat ze schade hebben voor een groter bedrag dan €60.000 en omdat bij hen het risico op vervolgschade juist het grootst is. Er lijkt een finale kwijting aan gekoppeld te zijn. Daarover heb ik een aantal vragen. Herkent de minister het beeld dat juist de zwaarst gedupeerden in deze constructie minder profijt hebben? Kan de minister aangeven welke afweging in dit kader is gemaakt ten opzichte van de belangen van de zwaarst gedupeerden? Kan de minister aangeven welke voorwaarden voor finale kwijting gehanteerd zullen worden? Ziet het CDA het goed dat het voor gedupeerden nog steeds mogelijk is om straks een nieuwe claim in te dienen als zij schade hebben na een nieuwe beving of bodemdaling? Stel, je hebt €50.000 daadwerkelijk schadeherstel gehad en je hebt op een later punt, bijvoorbeeld na een aardbeving, nieuwe schade. Dan kun je weer een nieuwe claim indienen. Kan de minister een voorbeeld geven van een situatie waarin men daarvoor in aanmerking komt?
Voorzitter, tot slot. Wat het CDA betreft zetten we hier een belangrijke en goede stap. Wij zien het als een bevestiging van de toewijding aan de hersteloperatie. Groningen en Noord-Drenthe hebben hier recht op.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank voor het mooie betoog van mevrouw Armut. Ik denk dat het klopt dat het vandaag voor heel veel Groningers niet over een wet gaat, maar over de toekomst. Dank voor de aandacht voor de zwaarst gedupeerden en de finale kwijting. Ik ben benieuwd of het CDA al zo ver is dat het onze voorstellen hierin kan steunen. Dit debat is al eerder gevoerd en we hebben die antwoorden al vaker gevraagd van het kabinet en ook wel gekregen. We weten dat een kleine groep van de zwaarst gedupeerden wordt uitgesloten.
Mevrouw Armut (CDA):
Ik herken heel erg wat mevrouw Beckerman zegt over de zwaarst gedupeerden. Ik moet zeggen dat dat echt het nare en slepende aan dit dossier blijft. We regelen het voor best veel mensen aardig, maar je hoort steeds de verhalen van mensen die totaal door het slijk worden gehaald als ze hun recht willen halen. Volgens mij moeten we heel veel focus hebben op het helpen van die mensen. Hoe we dat precies kunnen doen en hoe we dat simpel kunnen oplossen, daar heb ik niet meteen het antwoord op. Ik weet dat mevrouw Beckerman en de heer Bushoff samen bijna twintig amendementen hebben ingediend. Ik ga daar goed naar kijken. Ik denk ook dat de minister daarop ingaat. Dat kan ik me zo voorstellen. Mevrouw Beckerman kan ervan uitgaan dat wij dit ook zwaar wegen, want ook wij zitten met de zwaarst gedupeerden in onze maag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik loop hier natuurlijk al wat langer mee. Daarom hebben wij deze zorg. Toen we spraken over Nij Begun is deze groep eigenlijk uitgesloten, terwijl die zorg er toen ook was. Zij dreigen nu weer uitgesloten te worden van deze regeling. Het is goed dat het CDA hiernaar gaat kijken, maar ik wil verder gaan dan dat. Volgens mij moeten we hen onderdeel maken van de regeling.
Mijn tweede vraag gaat over de finale kwijting. Ik heb daar een voorbeeld bij genoemd van mensen die een nieuw huis hebben. Hun eigen huis is gesloopt, hun eigen gezondheid is gesloopt en nu lopen ze ertegenaan dat nieuwe schade niet vergoed wordt. Daarbij doet het IMG een beroep op allerlei bureaucratie. Erkent mevrouw Armut dat dit een probleem is en dat we hierin als Kamer het verschil zouden kunnen maken?
Mevrouw Armut (CDA):
Ik heb daar bewust vragen over gesteld. Ik moet zeggen dat ik me aardig kon vinden in de nota naar aanleiding van het verslag, waarin wat verder werd ingegaan op de voorwaarden om opnieuw in aanmerking te komen voor een schadevergoeding. De drempels waren best laag. De kans op nieuwe schade is best klein, staat daar dan; als die kans er is, mag je opnieuw een aanvraag doen. Ik vraag bewust aan de minister of hij dat kan bevestigen. Het is logisch dat er ooit nog een keer opnieuw een zware aardbeving zal zijn en dat, als er dan schade is, bewoners daarbij wel gewoon een beroep op de regeling kunnen doen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn angst gaat meer over het verschil tussen theorie en praktijk. Ik heb hier tegenover Rutte gestaan. Hij zei: ik doe het netjes, maar het bleek helemaal niet netjes te gaan. Ik geloof de memorie van toelichting, maar tegelijkertijd hebben we als Kamer niet heel veel kansen meer om in te grijpen in de wet als die eenmaal klaar is. Dat zei de ChristenUnie net ook. Nou hebben we die kansen natuurlijk altijd, maar we kunnen het het beste nu zo goed mogelijk regelen. Ik kom nu al situaties tegen waarin mensen zeggen: op papier klopt het, maar in de praktijk moeten we weer de hele strijd aangaan. Dit is misschien niet per se een vraag, maar wel een appel om hier nog een keer heel goed naar te kijken, omdat wij deze discussie hier al zo lang voeren. Als Kamer zijn we te vaak het bos in gestuurd met mooie woorden.
Mevrouw Armut (CDA):
Het was inderdaad niet per se een vraag, maar ik hoor het appel. Ik sluit me er natuurlijk volledig bij aan dat als iets op papier staat, het in de praktijk ook zo moet werken, en dat er ook oog moet zijn voor mensen die tussen wal en schip dreigen te raken. Daar moeten we echt oog voor hebben en daadkracht voor tonen. Daar ben ik het helemaal mee eens.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. We gaan naar de laatste spreker aan de kant van de Kamer in de eerste termijn: mevrouw De Vos namens FVD. Gaat uw gang.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank, voorzitter. Dat de Groningers met de afhandeling van de Groningse gasaffaire onrecht is aangedaan, daarover is deze Kamer het volgens mij unaniem eens. Jarenlang zijn ze van het kastje naar de muur gestuurd en velen van hen zijn nog altijd niet fatsoenlijk geholpen. Hoewel ik de emoties van de Groningers hierover volledig begrijp, zouden de politiek, het kabinet en mijn ambtgenoten in deze zaal in staat moeten zijn op rationele wijze tot een oplossing te komen. Het tegenovergestelde gebeurt echter, met desastreuze gevolgen. Twee jaar geleden werden de Groningse gasvelden gesloten en werd begonnen met het afbreken van de winningsinfrastructuur. Sinds 2019 zijn tientallen putten dichtgestort met honderden meters beton. Inmiddels worden de ontmantelde installaties zelfs geleverd aan Oekraïne. Ondertussen zien de Groningers hun problemen nog niet altijd niet opgelost worden. Men steggelt in deze Kamer nog steeds over de compensatie van de schade. Vandaag spreken we over een voorstel om die schade te vergoeden in de vorm van verduurzamingsmaatregelen, isolatiemaatregelen en het voorbereiden van woningen op het "van het gas af"-beleid van dit kabinet.
Waar kijken we nu eigenlijk naar? De pijn van de Groningers zit 'm, volkomen terecht, in de afhandeling van de schade: in de onduidelijkheid, in de vele loketten die ze af moeten voor een antwoord dat vaak niet komt, en in het eindeloze wachten. Zoals de parlementaire enquêtecommissie concludeert: "Het wachten geeft niet alleen onrust, het heeft ook voortdurend effect op beslissingen in het dagelijks leven. Het is niet logisch om de woonkamer te schilderen terwijl de schade nog niet is hersteld, of om te solliciteren naar een nieuwe baan ergens anders wanneer onduidelijk is of het huis verkocht kan worden. De aanhoudende onzekerheid frustreert enorm." Dit wachten moet stoppen. Dat kan ook.
Forum voor Democratie pleit al sinds 2018 voor compensatie, voor voortvarend herstel van de schade en voor bestendig maken tegen eventuele toekomstige bevingen. Het prijskaartje is zo'n 8,8 miljard euro. Als alle partijen die vandaag hoog van de toren blazen over ereschuld, waaronder de coalitiepartijen CDA, VVD en D66, onze voorstellen hadden gesteund, hadden we dit probleem acht jaar geleden al kunnen oplossen. Dat hadden we bijvoorbeeld kunnen doen met de installatie van een zogeheten spouwdonut, die in 2015 werd ontwikkeld en waarmee woningen zonder zware ingrepen bestand kunnen worden gemaakt tegen eventuele bevingen. Er werd niets mee gedaan. Niets! Ik hoor graag van het kabinet of men van plan is deze innovatie alsnog te gaan toepassen.
Voorzitter. Compensatie, voortvarend herstel en bestand maken tegen eventuele toekomstige bevingen was de enige juiste, rationele keuze geweest. In plaats daarvan heeft een meerderheid van deze Kamer een emotionele keuze gemaakt. Een gasbel waarin nog voor honderden miljarden euro's, misschien zelfs voor 1.000 miljard euro aan gas zit, wordt dichtgemetseld. De winningsinfrastructuur van de grootste gasbel van Europa, die zich onder onze voeten bevindt, wordt afgebroken, terwijl we dagelijks aan de pomp en op onze energierekening het prijskaartje zien van de afhankelijkheid van buitenlandse energiebronnen. De bevingen stoppen niet zodra het boren stopt, dus de overlast wordt niet minder. Sterker nog, als de putten eenmaal zijn dichtgemetseld, vervalt ook de mogelijkheid om de bodem te stabiliseren door middel van bijvoorbeeld injectietechnieken.
Voorzitter. Een meerderheid van deze Kamer maakt nogmaals een emotionele keuze, die gigantische schade aanricht voor heel Nederland, juist ook voor Groningers. Het is bovendien een ideologische keuze, want onder het mom van herstel in Groningen wordt in het vandaag voorliggende wetsvoorstel ook de energietransitie via een sluiproute meegenomen, bijvoorbeeld met isolatie en het aardgasvrij maken van woningen. De ereschuld aan de Groningers wordt gebruikt, misbruikt, voor klimaatbeleid. Precies de partijen die met een moreel opgeheven vingertje naar politici wijzen die niet alleen het onrecht dat de Groningers is aangedaan willen rechtzetten maar ook de energiezekerheid van Groningers en alle Nederlanders zeker willen stellen, misbruiken de Groningers voor hun obsessie met CO2-beleid. Het gasveld is niet gesloten om de Groningers te helpen, maar omdat de kartelpartijen dit land van het gas af willen hebben.
Voorzitter. Het standpunt van Forum voor Democratie moge duidelijk zijn: wij willen de Groningers ruimhartig compenseren voor geleden schaden. We steunen dus de voorstellen daartoe. Daarbovenop willen wij de Groningse huizen bevingsbestendig maken met nieuwe innovaties, zoals de spouwdonut. Ook willen wij doorgaan met boren, zodat Groningen en de rest van Nederland weer controle krijgen over de energievoorziening en de energierekening. Dat is de enige verstandige keuze.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn aan de kant van de Kamer. We gaan nu schorsen, zodat de kabinetsleden zich kunnen voorbereiden op de beantwoording in de eerste termijn aan de kant van het kabinet. Het is 16.45 uur. Ik wil voorstellen om tot 17.30 uur te schorsen. Ik zie u zo dadelijk terug.