(Veiligheids)situatie op de buslijnen in Ter Apel
Opening
Verslag van een commissiedebat
De vaste commissie voor Asiel en Migratie, de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat en de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben op 8 april 2026 overleg gevoerd met de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over (Veiligheids)situatie op de buslijnen in Ter Apel.
De voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie,
Peter de Groot
De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat,
Huizenga
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
Eerdmans
De griffier van de vaste commissie voor Asiel en Migratie,
Nouse
Voorzitter: Oosterhuis
Griffier: Nouse
Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Van Asten, Ceulemans, Ellian, Lammers, Oosterhuis, Van der Plas, Russcher, Straatman, Vondeling en Westerveld,
en de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president.
Aanvang 18.30 uur.
(Veiligheids)situatie op de buslijnen in Ter Apel
Aan de orde is de behandeling van (Veiligheids)situatie op de buslijnen in Ter Apel.
De voorzitter:
Goedenavond. Het is 18.30 uur, dus we gaan beginnen met dit commissiedebat van de vaste commissie voor Asiel en Migratie. Op de agenda staat de (veiligheids)situatie op de buslijnen in Ter Apel. Ik heet de mensen op de publieke tribune van harte welkom. Ook van harte welkom aan de minister van Asiel en Migratie. We hebben in de eerste termijn een spreektijd van vier minuten. We hebben een behoorlijke opkomst, dus ik stel voor het aantal interrupties in de eerste termijn te beperken tot drie. We hebben tot 21.30 uur de tijd, dus dat is niet ontzettend lang.
Ik geef als eerste het woord aan de heer Ceulemans van de fractie van JA21 voor zijn inbreng in eerste termijn.
De heer Ceulemans (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week was ik ter voorbereiding van dit debat op bezoek bij ondernemers in het centrum van Emmen, bij buschauffeurs die op de lijnen tussen Emmen en Ter Apel rijden en bij ov-boa's op het station van Emmen. We waren er nog geen vijf minuten of de boel werd al verstoord door een groep Algerijnen die kennelijk wel geld hadden voor merkzonnebrillen en Pradajassen, maar niet voor een trein- of buskaartje. Ov-boa's die hen niet tot de trein wilden toelaten, werden geïntimideerd en voor "racist" uitgemaakt — vaak het eerste Nederlandse woord dat ze leren. Na vruchteloze pogingen om gratis de gewone bus en de pendelbus naar Ter Apel in te komen, trokken ze toen maar schreeuwend Emmen in.
Voorzitter. Sinds ik dit debat heb aangevraagd, heb ik meermaals de vraag gekregen waarom JA21 zo'n lokale kwestie in de Tweede Kamer heeft geagendeerd, maar voor JA21 is dit veel meer dan een lokale kwestie. Het gaat hier om steden en dorpen die gebukt gaan onder het falende landelijke asielbeleid, en om bewoners, ondernemers en ov-personeel die er niets aan kunnen doen dat er zich een aanmeldcentrum met een landelijke functie in hun regio bevindt, maar die er wel de ellende van hebben. Eind vorig jaar werd die spanning onhoudbaar. Eerst werd de pendelbus Emmen-Ter Apel gratis gemaakt om de overlast op de reguliere buslijnen door asielzoekers terug te dringen: een letterlijke beloning voor wangedrag. Ik hoor graag een heldere toezegging van de minister. Garandeert hij dat deze pendelbus nooit meer gratis wordt? Kort na het gratis maken van de pendelbus dreigden chauffeurs haltes in Ter Apel begrijpelijkerwijs te gaan overslaan vanwege de aanhoudende onveiligheid en het niet naleven van het gesloten veiligheidsconvenant.
Ik kom zo op een aantal concrete problemen in Emmen en Ter Apel terug, maar de kern, het uitgangspunt van JA21, is glashelder: wie hier asiel aanvraagt, helemaal iemand die uit een veilig land komt, en die vervolgens buschauffeurs bespuugt, conducteurs intimideert, ondernemers besteelt en vrouwen lastigvalt, die heeft gewoon geen minuut langer iets in Nederland te zoeken. Alle inzet moet erop gericht zijn om deze stukken ellende zo snel mogelijk van de straat te halen, vast te zetten en het land uit te zetten. Deze minister moet daarvoor alles doen wat mogelijk en nodig is.
Op papier krioelt het van de aanpakken en de mogelijkheden. We hebben een pba met meldplicht, een verscherpttoezichtlocatie met 90 plekken, een vbl en een pbl, maar die pbl begon met vijf plaatsten, de vtl zit standaard vol en bewaring en terugkeer blijven slechts een sluitstuk in plaats van het uitgangspunt. Ik heb daarover de volgende vragen. Onderschrijft de minister dat asielzoekers die onze gastvrijheid beantwoorden met dergelijk wangedrag geen dag langer iets in ons land te zoeken hebben? Deelt hij de mening dat we zo veel mogelijk toe moeten naar een "one strike and you're out"-systeem? Het is niet uit te leggen dat structureel overlastgevende asielzoekers keer op keer over de schreef kunnen gaan. Na één keer zou vastzetten in afwachting van uitzetting de norm moeten zijn. Welke mogelijkheden ziet de minister voor aanscherpingen in deze richting? Welke nationale wet- en regelgeving, zoals de pba en de Vreemdelingenwet, dienen hiervoor aangescherpt te worden? En welke extra mogelijkheden biedt de Europese Terugkeerverordening als onderdeel van het Migratiepact die onlangs door het Europees Parlement is gegaan?
In het coalitieakkoord wordt aangekondigd dat de vtl en de pbl fors worden uitgebreid en dat de ergste overlastgevers in vreemdelingenbewaring worden gezet en worden uitgezet. Wat is de stand van zaken? We zien hier vooralsnog geen extra middelen voor.
Kortom, ik zei het al: vastzetten en uitzetten. Als dat om wat voor reden dan ook niet naar het land van herkomst kan, dan naar een derde land. Ga maar lekker zwartrijden in Oeganda. JA21 pleit in dat kader al jaren voor terugkeerhubs. Welke voortgang is er te melden rond onze aangenomen motie in die richting? Gaat de minister zich ervoor inzetten dat Algerije op de Europese lijst van veilige landen komt en dat we tot die tijd nationaal versneld en streng gaan toetsen? Het betreft hier een hardnekkige groep overlastgevers.
Dan de buslijnen zelf en het station in Emmen. Er waren 181 gemelde incidenten tot en met oktober vorig jaar, meer dan in heel 2024. Chauffeurs geven aan dat er meldingsmoeheid is en dat het daadwerkelijke aantal dus fors hoger ligt. Het veiligheidsconvenant wordt niet nageleefd. Kan de minister toezeggen dat het convenant direct wel nageleefd gaat worden, dat de verantwoordelijkheden per betrokken partij helder worden vastgelegd en dat het convenant na afloop wordt aangescherpt? Ik ben bijna klaar, voorzitter. Kan de minister zorgen voor structurele inzet van beveiligers op de pendelbus en de reguliere lijnen zolang dat nodig is? Kan de minister er ook voor zorgen dat er veel sneller ov- en gebiedsverboden worden opgelegd?
Tijdens mijn bezoek aan Emmen werd erop aangedrongen een vaste politiepost bij het station te plaatsen, zodat handhaving geen lappendeken blijft en uiteindelijk iedereen op de politie staat te wachten.
Dan helemaal het laatste punt.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Ceulemans (JA21):
Helemaal tot slot een laatste zin met een aantal komma's. Ondernemers zeggen dat ze het liefst hun zaak willen verkopen maar tegelijkertijd denken dat ze hem aan de straatstenen niet kwijt kunnen. Dat is wat de overlast van Ter Apel aanricht: herhaalde diefstallen, geweld en treiterijen. Er kan nu preventief worden gefouilleerd …
De voorzitter:
Wilt u nu echt afronden, meneer Ceulemans? U bent over uw tijd heen.
De heer Ceulemans (JA21):
Ja, ik ga nu afronden. Weet de minister hoe vaak dat is gebeurd, wat dat heeft opgeleverd en wat de consequenties voor de dader zijn?
Helemaal tot slot. In antwoord op mijn vraag geeft de minister aan allerlei overleggen te hebben over allerlei mogelijke extra handhaving in Emmen. Wat is daarvan de stand van zaken? Nog belangrijker, wil hij net zo veel landelijke inzet als nodig inzetten om de boel daar veilig te krijgen? Wat gebeurt er als de vijf ton die het kabinet hiervoor vorig jaar heeft vrijgemaakt op is?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dit was veel coulance bij mijn allereerste optreden hier in deze commissie als uw voorzitter. Dat gaan we niet herhalen. Ik ga echt streng zijn op de tijd, want op deze manier gaan we het niet redden. Dank voor uw inbreng in eerste termijn, meneer Ceulemans. Ik geef het woord aan mevrouw Van der Plas van de fractie van BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, toch nog een klein puntje voor de goede orde. Met alle respect, de heer Ceulemans — hij stelde goede vragen — heeft gewoon 5 minuten gebruikt, terwijl de spreektijd 4 minuten is. Een minuut extra vind ik zodanig lang dat ik vind dat, mocht het voorkomen, u toch wat coulanter moet zijn richting de andere leden. Anders is de verhouding wel zoek. Ik ga proberen binnen de 4 minuten te blijven.
Voorzitter. Het afgelopen jaar zijn er op buslijn 73 181 incidenten geregistreerd. Op 1 buslijn 181 incidenten. Dat is geen optelsom van pech en toeval; dat is een structureel falen. Laten we het gewoon benoemen zoals het is. We weten allang wie dit veroorzaken. Het gaat om een relatief kleine groep veiligelanders met kansarme aanvragen die structureel overlast veroorzaakt, zwartrijdt, intimideert en het systeem kent. Dat staat ook gewoon in de stukken. Wat daarbij wringt is dat we ondanks dit gegeven nog steeds geen integraal overzicht hebben van die incidenten, geen helder beeld van wie wat precies doet en wat het effect van maatregelen is. Gegevens zitten verspreid over vervoerder, politie en het COA. Dit werkt niet. Zonder integraal beleid kan er geen integrale aanpak komen. Hoe kan het dat er nog steeds geen uniform en gedeeld incidentenoverzicht is tussen vervoerder, politie en COA? Wanneer komt er een vaste rapportagesystematiek richting de Kamer met duidelijke indicatoren en ook trendinformatie?
Voorzitter. Regie ontbreekt compleet. Vervoerder, gemeente, provincies, COA, politie en het Rijk doen allemaal iets, maar niemand stuurt het geheel aan. Dat zie je terug in de uitvoering en ook in de keuzes die worden gemaakt. Wie voert hier nou daadwerkelijk de regie, met welk mandaat en met budget? Welke partij is operationeel leidend als het gaat om de veiligheid op deze lijn?
Voorzitter. We blijven hangen in maatregelen op de bus zelf: extra toezicht, beveiligers, pendelbussen. Maar zolang de oorzaak niet wordt aangepakt, blijft dit dweilen met de kraan open. Kan de minister concreet maken hoe de opvolging eruitziet bij herhaald overlastgevend gedrag door veiligelanders? Op welk moment wordt opgeschaald naar zwaardere maatregelen, zoals plaatsing in een vtl, een verscherpttoezichtlocatie, of de vreemdelingenbewaring? Hoe vaak gebeurt dat in de praktijk? Kan de procedure niet gewoon worden gestopt, waarna deze mensen het land uit worden gezet als zij hier continu overlast geven?
Voorzitter, dan de pendelbus. Die is bedoeld om de druk op de reguliere lijnen te verminderen, maar een onderbouwing van het effect ontbreekt tot dusver. Kan de minister inzicht geven in de ontwikkeling van incidenten op zowel de pendelbus als de reguliere lijnen sinds de invoering, inclusief de periode waarin de bus tijdelijk gratis was? Welke concrete doelen zijn verbonden aan de inzet van die pendelbus? Op basis waarvan wordt besloten tot voortzetting of aanpassing?
Voorzitter, tot slot. Chauffeurs en reizigers betalen de prijs voor dit tuig. Zij moeten veilig hun werk kunnen doen en veilig kunnen reizen. Dat is geen streven, dat is een absolute ondergrens die wat BBB betreft niet overschreden mag worden.
Voorzitter, ik weet niet hoeveel tijd ik nog heb.
De voorzitter:
U heeft nog een minuut.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb nog een minuut. Dan zou ik graag nog extra vragen willen stellen aan de minister. Die luiden als volgt. Bent u bereid de pendelbus formeel als doelgroepenvervoer te organiseren met het COA als opdrachtgever? Hoe borgt u dat het tarief lager blijft dan in het reguliere ov, zodat lijn 73 niet opnieuw wordt overbelast? Kunt u bevestigen dat gemeenten niet verantwoordelijk worden voor de uitvoering, maar uitsluitend faciliterend kunnen optreden bij aanbesteding? Hoe zorgt u voor volledige uitvoering van het veiligheidsconvenant en de inzet van extra boa's bij station Emmen? Welke maatregelen neemt u om versnippering van verantwoordelijkheden tussen betrokken partijen definitief te beëindigen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank. Keurig binnen de tijd. Het woord is aan de heer Russcher van de fractie van Forum voor Democratie.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ter Apel, een dorp ontstaan rond een klooster uit 1465, het Huis van het Nieuwe Licht. Eeuwenlang een rustpunt in het veen, een gemeenschap waar mensen elkaar kenden en het leven overzichtelijk was. Toen de NAVO in de jaren negentig vertrok, stelde de burgemeester dat terrein beschikbaar voor asielopvang, in de hoop op werkgelegenheid. Sindsdien is Ter Apel een ander dorp geworden, niet door de wil van de inwoners maar door het falen van Den Haag. Laten we niet doen alsof dit debat alleen over bussen gaat, want dit is het zichtbare gevolg van een asielbeleid dat volledig uit de hand is gelopen.
Laten we even inzoomen op één specifieke buslijn. Van 1 januari 2025 tot en met 12 oktober 2015 registreerde Qbuzz 181 incidenten op buslijn 73. 181 incidenten in 10 maanden tijd. Dat zijn alleen nog de geregistreerde gevallen. Nergens in Nederland kent een streekbuslijn zo veel incidenten, met een aantal jaar geleden pieken tot gemiddeld 50 per week. Dan hebben we het nog niet eens gehad over de speciaal ingezette pendelbussen.
Voorzitter. Dat komt niet omdat Hendrik en Egbert uit Ter Apel nou zulke vervelende mensen zijn. Ik kan mijn volledige spreektekst vullen met voorbeelden van zwartrijden, intimidatie, geweld en vernieling en dan kom ik alsnog veel te veel tijd tekort. Buschauffeurs worden geterroriseerd, slaan haltes over en leggen het werk neer. Reizigers en inwoners krijgen dit dagelijks voor hun kiezen. Dit zijn mensen die worden getreiterd in hun eigen land.
Laten we even van de busincidenten overstappen naar het treintraject Emmen-Zwolle. Arriva schrijft daar ongeveer 3.000 boetes per maand uit tegenover zo'n 800 op vergelijkbare trajecten. Wat doet de overheid? Afspraken niet nakomen en problemen niet oplossen. Vervolgens ontstaat er een discussie over een gratis pendelbus. De gemeente greep daarnaar uit nood. Dat valt ergens nog wel te begrijpen. Natuurlijk moeten mensen gewoon betalen, maar de discussie zou hier niet over moeten gaan. Die moet gaan over of we bereid zijn om het probleem te laten voortduren door de grenzen wagenwijd open te laten staan en het probleem alleen maar te vergroten door de Spreidingswet in stand te houden. Want als de overheid de gemeenten de Spreidingswet door de strot blijft duwen, dan staat onze hele agenda straks vol met debatten over veiligheidssituaties op een buslijn in Staphorst, een buslijn in Epe, in Velsen, in Koggenland en op Tholen. De overheid ziet dat het op een locatie niet lukt, een dorp van 10.000 mensen. Waarom het probleem dan verspreiden? Als je een lekkage in de keuken hebt, zet je, in plaats van de kraan te repareren, alle leidingen in huis open, zodat het water gelijkmatig over de vloer stroomt. Dan kun je zeggen dat het in de keuken misschien wel meevalt, maar ondertussen staat het hele huis blank.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
De heer Russcher nodigt heel erg uit om in een interruptie te vragen naar de Spreidingswet. Ook ik heb met veel partijen gesproken in de aanloop naar dit debat. Het COA is heel duidelijk. De problemen in Ter Apel en op de buslijn zijn groot. Ik zal daar ook niets aan afdoen, zoals dadelijk ook zal blijken uit mijn inbreng, maar het probleem is ook dat er veel te veel mensen in Ter Apel zijn omdat de asielketen helemaal vastloopt en de doorstroom niet op gang komt. Alle partijen in de keten zeggen: spreid alsjeblieft over het land. Als je die paar asielzoekers die het helemaal verpesten laat samenklonteren in Ter Apel, dan hebben de ondernemers en de buschauffeurs daar last van. Als we hier met z'n allen iets aan willen doen en die ondernemers en die buschauffeurs een dienst willen bewijzen — dat wil ik ook — dan moeten we spreiden over het land. Dan dragen we met z'n allen de last van die kleine groep die het helemaal verpest en houden we draagvlak voor de veel grotere groep, die wel blij is en fatsoenlijk met onze opvang omgaat. Graag een reactie.
De voorzitter:
De heer Russcher. Ik wil de leden vragen de interrupties iets korter te houden.
De heer Russcher (FVD):
Dat is zo als je ervan uitgaat dat er ook daadwerkelijk wat gaat gebeuren aan de instroom. We zien nog steeds dat er 1.000 asielzoekers per week binnenkomen en dat terugsturen moeilijk is of niet gaat. De overlast wordt ook niet minder. Sterker nog, die wordt alleen maar erger. Dat is wat er gaat gebeuren als de Spreidingswet in stand blijft en de instroom blijft voortduren en misschien nog wel erger wordt. Dat staat heel Nederland te wachten.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik heb een hele korte vraag. Leid ik hieruit af dat de heer Russcher het met mij eens is dat als het ons lukt om de instroom te beperken, de spreiding van asielzoekers over het land heel goed is om de veiligheid van ondernemers en buschauffeurs te bewaken?
De heer Russcher (FVD):
Je zult dan zien dat de overlast in Ter Apel wat minder is, maar dat er ook overlast ontstaat in alle andere gemeenten waar die mensen terechtkomen. Daar is Forum voor Democratie geen voorstander van.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Er zijn honderden dorpen zoals Ter Apel ooit was, rustige gemeenten waar kinderen veilig naar school fietsen, die nu op de nominatie staan om hetzelfde lot te ondergaan, terwijl de noodkreten uit één dorp al jarenlang worden genegeerd. De instroom moet omlaag, criminele asielzoekers moeten direct het land uit worden gezet, er moet een asielstop komen en vrijwillige remigratie moet actief worden bevorderd, niet over drie jaar, maar nú. Als we dat niet doen, dan is Ter Apel geen uitzondering meer, maar een blauwdruk. Dan is dat mooie kloosterdorp voorgoed veranderd in een waarschuwing die niemand heeft willen horen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dan geef ik het woord aan mevrouw Vondeling van de fractie van de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Al jarenlang terroriseren asielzoekers de buslijnen in Ter Apel. Asielzoekers stappen zonder kaartje in, ze weigeren te betalen, ze gedragen zich agressief, ze belagen en mishandelen buschauffeurs en ze vernielen bussen. Buschauffeurs zien de ritten naar Ter Apel niet meer zitten en geven openlijk aan dat ze met angst en stress achter het stuur zitten als ze naar Ter Apel moeten rijden. Gewone reizigers durven niet meer in de bus te stappen. Het asielgespuis regeert op de lijn tussen Emmen en Ter Apel. En het stopt niet bij de bus. Ook de trein tussen Emmen en Zwolle is een asielterreurtraject. Asielzoekers stappen op de trein zonder kaartje, er wordt geürineerd en gevochten in de trein, asielzoekers bedreigen het treinpersoneel en openbaar dronkenschap is aan de orde van de dag.
In plaats van dit asieltuig keihard aan te pakken en het land uit te zetten, worden ze al sinds jaar en dag beloond met een eigen pendelbus. Nederlandse buschauffeurs en reizigers krijgen de klappen, terwijl het asieltuig een luxe pendeldienst krijgt. Eind vorig jaar was die pendelbus zelfs een paar weken helemaal gratis. Ze mochten gratis reizen omdat ze anders geweld gebruiken. Dat besluit is inmiddels teruggedraaid, maar de speciale asielbus rijdt nog steeds. En wat blijkt? De pendelbus zou de overlast op de reguliere lijnen moeten verminderen, maar het tegenovergestelde gebeurt. Uit de incidentenregistratie van Qbuzz blijkt dat het alleen maar erger wordt. Tussen 1 januari 2025 en 12 oktober 2025 vonden er maar liefst 181 incidenten plaats op lijn 73 tussen Emmen en Ter Apel. En dat zijn alleen nog maar de geregistreerde incidenten.
Voorzitter. Dit is complete waanzin. Hef die pendelbus direct op. Zet overlastgevers, in plaats van op de bus naar Ter Apel, op een lijnvlucht naar Marrakech of een van die andere woestijnlanden waar ze vandaan komen. Zet ze ons land uit en verspreid de problemen niet langer over heel Nederland. Ik heb alle respect voor de boa's, maar ze mogen niets en staan machteloos tegenover dit tuig. Kom dus niet aan met nog meer boa's, want dat is weggegooid geld en schijnveiligheid. Zet in plaats daarvan de mobiele eenheid of de Koninklijke Marechaussee in om te handhaven. Maar de beste manier om buschauffeurs, reizigers en boa's te beschermen tegen deze ellende is natuurlijk het direct sluiten van onze grenzen voor asielzoekers, want anders blijft het dweilen met de kraan open. We hebben een complete asielstop nodig.
Voorzitter. Nu we het toch over de veiligheid hebben, wil ik afsluiten met de veiligheidssituatie in de COA-locaties zelf, want ook daar is het één groot crimineel broeinest. Volgens een recente documentaire op YouTube vinden er structureel ernstige misstanden plaats in azc's. Asielzoekers praten openlijk over wapenbezit en over de handel in harddrugs, rechtstreeks vanuit COA-locaties, bijvoorbeeld in Ter Apel en Budel. Als het COA daarnaar gevraagd wordt, zegt een COA-woordvoerder doodleuk: ja, dat zal best gebeuren, maar daar hebben wij niets mee te maken. Ik vraag de minister: klopt het dat er op of vanuit COA-locaties in harddrugs wordt gedeald, dat er verboden wapens aanwezig zijn en dat er andere ernstige strafbare feiten plaatsvinden? Zo ja, op welke locaties gebeurt dit? Klopt het dat het COA hiervan op de hoogte is, maar willens en wetens niet of nauwelijks optreedt? Worden de kamers van asielzoekers eigenlijk doorzocht? Zo ja, hoe vaak gebeurt dit en gebeurt dit onaangekondigd? En dan mijn laatste vraag aan de minister: is het COA geen criminele organisatie als er gelegenheid wordt geboden aan criminaliteit, drugshandel en wapenbezit? Als de minister deze feiten kan bevestigen, dan is er maar één conclusie mogelijk: sluit die azc's onmiddellijk, zet de drugsdealers en wapenhandelaren het land uit en stuur de verantwoordelijken bij het COA die dit gedogen ook meteen de laan uit. Is de minister hiertoe bereid?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Westerveld van de fractie van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het debat van vandaag gaat over een situatie die al jaren bekend is: een procentueel kleine groep uitgeprocedeerde asielzoekers weigert te betalen voor kaartjes en zorgt voor ernstige overlast en incidenten. Dat leidt tot een dilemma. Natuurlijk is alle overlast onacceptabel, maar we willen ook niet dat alle andere azc-bewoners de dupe worden van deze kleine groep. Ik hoop dat we dat ook kunnen bevestigen. Natuurlijk begrijpen we allemaal dat mensen in een azc niet de hele dag op het terrein kunnen blijven, met weinig te doen, weinig privacy en veel uitzichtloosheid.
Voorzitter. Ook voor mijn fractie staat voorop dat buschauffeurs hun werk veilig moeten kunnen doen en dat de buslijnen veilig moeten zijn voor alle inzittenden. Ik hoop dat we in het debat van vandaag vooral bijdragen aan een oplossing en dat we de mensen die hier hard mee bezig zijn niet voor de voeten lopen. In 2021 is een convenant gesloten tussen FNV en het ministerie van JenV. Lange tijd ging het goed, zo begrijpen we. De problemen speelden weer op toen de maatregelen uit dit convenant werden losgelaten. Er kwamen minder boa's in de bussen en ook op de stations. Vandaag las ik op RTV Noord opnieuw een oproep van FNV Streekvervoer, waarin FNV aangeeft het convenant te willen verlengen. Maar ze willen ook dat de afspraken die daarin staan, worden aangescherpt en vooral worden nageleefd. Wat gaat de minister doen om de naleving van het convenant te verzekeren? En wat kan hij zelf doen om dit te faciliteren?
Ik sprak ook met gemeenteraadsleden en een lokale bestuurder over de situatie, want zij weten natuurlijk nog veel beter dan wij wat goede oplossingen zijn. Van hen hoorde ik dat pendelbussen een belangrijke maatregel zijn om de veiligheid op de buslijnen te verbeteren en dat er concrete plannen liggen om dit beter en veiliger te regelen. Ziet de minister dat ook? Ik begrijp de discussie over de betaalbaarheid. Is er misschien een mogelijkheid om de ticketprijzen voor de pendelbus op het leefgeld in te houden, zodat er geen reden meer is om de lijnbussen te verstoren?
Voorzitter. Van onze lokale vertegenwoordigers hoor ik ook dat er meer zou moeten gebeuren om de druk op Ter Apel te verminderen. Zij geven aan dat meerdere, en dus ook kleinere, aanmeldcentra door het land daarvoor essentieel zijn, want hierdoor hoeft Ter Apel niet een groot deel van de druk van uitgeprocedeerde asielzoekers te dragen, zoals al heel lang gebeurt. Kan de minister aangeven wat zijn plannen zijn om, wat ons betreft op korte termijn, te zorgen voor extra aanmeldcentra? Is hij op dit moment in gesprek met gemeenten over een tweede of zelfs een derde, vierde of vijfde aanmeldcentrum? Onderschrijft hij de analyse dat het noodzakelijk is om meerdere centra te hebben om de druk op Ter Apel te verzachten?
De heer Ceulemans (JA21):
Ik kan er met mijn hoofd niet bij. We hebben hier een debat over de gevolgen van het aanmeldcentrum in Ter Apel voor ondernemers, buschauffeurs, reizigers en bewoners in de omgeving. De conclusie die GroenLinks-PvdA trekt, is: we hebben meer aanmeldcentra nodig. Kunt u dat wat nader duiden?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dat is niet de conclusie die ik trek. Ik ben heel duidelijk begonnen door te zeggen dat de overlast onacceptabel is. Ik heb de minister gevraagd naar oplossingen, naar het convenant en naar een oplossing voor de ticketprijzen. Ik heb gezegd: kunnen die ingehouden worden op het leefgeld? Ik hoor van onze lokale vertegenwoordigers inderdaad dat er enorm veel druk ligt op Ter Apel. Zij gaven het idee van meerdere aanmeldcentra door het hele land aan mij mee. Ze zeiden: dat helpt ons in ieder geval om de druk hier te verzachten. Dit is dus niet mijn conclusie, maar een van de vragen die ik in dit debat stel aan de minister.
De voorzitter:
Mevrouw Vondeling heeft ook een korte interruptie voor mevrouw Westerveld.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ja, ik heb een korte vraag aan mevrouw Westerveld. U zegt: er ligt druk op de aanmeldcentra. Vindt u ook dat de instroom van asielzoekers in Nederland te hoog is?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat we allemaal weten dat de instroom in de afgelopen jaren vooral is gestokt omdat mensen heel lang moeten wachten. Ze houden heel lang COA-plekken bezet. We hebben het hier over een groep veelal uitgeprocedeerde asielzoekers, die hier soms al maanden of nog langer zijn en die om de een of andere reden niet teruggaan naar het land waar ze vandaan komen. Soms kan dat ook niet, omdat het land waar ze vandaan komen, niet meewerkt. Over die groep gaat het vooral. Ik vind dat we mensen die vluchten voor oorlog en geweld moeten opvangen. Ik hoop dat we ze sneller duidelijkheid geven dan nu het geval is. Dat gebeurt nu onvoldoende. Het punt van meerdere aanmeldcentra maak ik juist omdat we allemaal meeleven met de mensen en de ondernemers in Ter Apel. We zien dat de druk op Ter Apel al heel lang veel te hoog is.
De voorzitter:
Mevrouw Vondeling heeft nog een vervolgvraag.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dan kan ik eigenlijk niet anders dan concluderen dat GroenLinks-PvdA het prima vindt als we 1.000 asielzoekers per week erbij krijgen. Mijn laatste vraag aan mevrouw Westerveld is waar zij die mensen wil laten. Waar wil zij die laten wonen en hoe wil zij dat gaan betalen als zij eigenlijk niets aan die instroom wil doen?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dit is nou de tweede keer in de vragen van twee personen dat ik allemaal conclusies in mijn mond gelegd heb gekregen die ik zelf helemaal niet heb getrokken. Volgens mij is ons standpunt heel duidelijk: wij zijn voor de Spreidingswet. Daar ga ik dadelijk nog een paar opmerkingen over maken en vragen over stellen aan de minister. Het lijkt mij niet nodig om mij allemaal conclusies in de mond te leggen over punten die ik helemaal niet heb gemaakt.
De voorzitter:
Volgens mij was mevrouw Lammers net iets eerder, mevrouw Van der Plas. Mevrouw Lammers.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Ik hoor mevrouw Westerveld zeggen dat het hier voornamelijk of alleen maar gaat over uitgeprocedeerde asielzoekers. Dat is niet het geval. Er wordt ook overlast veroorzaakt door mensen die nog steeds in een procedure zitten. Wat moet er volgens mevrouw Westerveld met die mensen gebeuren, die dan overlast veroorzaken?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Overlast moet je aanpakken. Dat lijkt me echt volstrekt duidelijk. Volgens mij is dat ook helemaal geen onderwerp van discussie hier.
De voorzitter:
Mevrouw Lammers met een korte vervolgvraag.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
De vraag is of dat volgens mevrouw Westerveld invloed heeft op de procedure.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Het lijkt mij niet aan mij om dat te beoordelen, want er bestaan natuurlijk allemaal verschillende vormen van overlast. Het lijkt me helemaal niet aan mij om nu in te gaan op overlast, wat die ook moge zijn. Dat kan zijn van uitschelden tot dat je iets steelt of iets anders. Dus dat hangt er helemaal van af. Het is niet aan mij om nu te zeggen wat we daarmee zouden moeten doen.
De voorzitter:
Mevrouw Lammers met haar laatste interruptie.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dan moet ik toch concluderen — daar ga ik weer met concluderen — dat mevrouw Westerveld het wel prima vindt als asielzoekers die nog in een procedure zitten overlast veroorzaken, ongeacht wat zij doen, en dat dit beloond moet worden met een vergunning.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dit is nu de derde keer dat mij woorden in de mond worden gelegd. Zullen we alsjeblieft in deze commissie, zeg ik via de voorzitter, gewoon afgaan op wat mensen zeggen en hun niet zomaar allerlei conclusies in de mond leggen? Dat lijkt me ook niet nodig en ook niet bevorderlijk. Volgens mij hebben we hier een debat over overlast op buslijnen in Ter Apel. We stellen allemaal vragen aan de minister en we dragen allemaal oplossingsrichtingen aan — tenminste, dat hoop ik. We krijgen dadelijk antwoord van de minister. Het lijkt mij niet nodig dat er allerlei dingen bij worden verteld of mij in de mond worden gelegd.
De voorzitter:
Ook mevrouw Van der Plas wilde nog een interruptie plegen bij mevrouw Westerveld.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Deze gasten op die buslijnen, die lachen ons helemaal uit, elke dag. Die zien gewoon dat ze dit kunnen doen. Die zien dat er gewoon weinig straffen op staan. Ze kunnen het zo weer doen. Die lachen ons gewoon uit. Daarom zei ik ook in mijn inbreng: van die mensen moet de procedure gewoon onmiddellijk worden gestopt en die mensen moeten gewoon het land uitgezet worden, op wat voor manier dan ook. Die moeten helemaal geen plek krijgen in een aanmeldcentrum. Die moeten helemaal geen leefgeld krijgen. Die moeten gewoon weg. Procedure stoppen, klaar ermee.
De voorzitter:
En uw vraag aan mevrouw Westerveld is?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kom inderdaad op mijn vraag. Vindt mevrouw Westerveld dat ook? Hoe komt het dan dat als er steeds moties worden ingediend op dit gebied, om echt die strenge aanpak te krijgen, die vaak worden weggestemd door GroenLinks-PvdA?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik zou oprecht niet weten over welke moties dit gaat, want onze positie is altijd glashelder geweest. Die is vandaag door mij verteld, maar ook door mijn voorganger Kati Piri. Die positie is dat we overlast moeten aanpakken en dat we overlast niet hoeven te tolereren. Waarom dat dan op de een of andere manier niet gebeurt, is wellicht een goede vraag aan de minister. Ik weet dat soms landen van herkomst niet meewerken en dat dit een groot probleem is. Ook dat is al vaak door ons genoemd in het debat. Ik ben het debat begonnen met te zeggen dat voor ons buiten kijf staat dat buschauffeurs veilig hun werk moeten doen, dat we de mensen in Ter Apel willen ontlasten en dat ik hoop dat dit debat bijdraagt aan oplossingen. Volgens mij is wat ik hier zeg allemaal glashelder en zit er geen woord Spaans bij.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog, mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik beloofde het net al: ik heb nog een aantal vragen over de Spreidingswet. Ik hoor terug van onze vertegenwoordigers in de gemeente Westerwolde dat ze graag willen dat het kabinet gaat staan voor de Spreidingswet. Mijn vraag is dus ook aan de minister of hij daarvoor kan zorgen en of hij kan zorgen dat het hele kabinet uitdraagt dat het daarvoor staat. Ik hoor die oproep ook breder van bestuurders. Zij geven aan dat ze daadkracht nodig hebben. Ik ben dus benieuwd naar de reactie van de minister.
Voorzitter, tot slot. Overlast ontstaat mede omdat mensen niets te doen hebben, zich vervelen, soms al veel te lang in Nederland zijn en soms ook niet terug kunnen, wat allerlei redenen kan hebben. Dan gaan ze rottigheid trappen. Nogmaals, dat moeten we op geen enkele manier goedpraten — dat doen we ook niet — maar als ervoor gezorgd kan worden dat asielzoekers vanaf dag één wat te doen hebben, dan kan dat wellicht helpen. Kan de minister ervoor zorgen dat er bij elk azc een Meedoen-balie is?
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas heeft nog een interruptie voor u, mevrouw Westerveld.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit wordt wel echt heel klein gemaakt door mevrouw Westerveld. "Ze vervelen zich misschien of ze zijn hier misschien te lang en dan gaan ze een beetje rottigheid trappen." Rottigheid trappen is iets wat in een buurt gebeurt. Jongetjes die wat stout zijn: dat vind ik rottigheid trappen. Maar structureel overlast, bedreigen, chauffeurs in elkaar slaan? Dat is toch geen rottigheid trappen? Vindt mevrouw Westerveld dit echt rottigheid trappen? Dan maak je dit probleem echt zo mini!
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het in mijn betoog over "ernstige incidenten" gehad. Volgens mij ben ik daarover klaar en duidelijk. Dat er dan in mijn eindvraag één woord zit dat mevrouw Van der Plas niet zint: prima. Maar ik ben heel duidelijk geweest in mijn bijdrage.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Westerveld. Dan geef ik het woord aan de heer Ellian van de VVD.
De heer Ellian (VVD):
Sorry, ik ben verkouden.
Dank, voorzitter. Men zou kunnen denken: waarom debatteert de Tweede Kamer over deze specifieke buslijn? Ik denk dat collega Ceulemans het aardig heeft verwoord: het gaat niet zozeer om deze specifieke buslijn maar natuurlijk om het grotere punt dat daarmee te maken heeft, namelijk de verschrikkelijke overlast en de omvang daarvan waarmee die omgeving geteisterd wordt. Dat is denk ik de essentie van dit debat en dat beluister ik ook bij de collega's. Wat de VVD betreft is het heel simpel: er is in Nederland geen plaats voor overlastgevende asielzoekers. De beperkte opvangcapaciteit en het beperkte draagvlak dat er is, moet je gebruiken voor vluchtelingen die er ook daadwerkelijk iets van willen maken.
Er zijn al een aantal vragen gesteld door de collega's. Ik wil benadrukken dat de VVD geen voorstander is van het gratis aanbieden van pendelbussen. Volgens mij was dat oorspronkelijk mede de aanleiding voor dit debat. Dat is min of meer rechtgezet. Ik heb hierover nog wel een wat grotere vraag aan de minister, namelijk wat de minister ervan vindt dat asielzoekers ten opzichte van andere burgers van dit land een voordeel kunnen hebben bij een pendelbus. Dat kan een snellere reistijd zijn, het kan zijn dat de bus langer beschikbaar is, het kan 'm zitten in de prijs. Dat heeft natuurlijk iets geks. Zeker als het gaat om overlast roept dat een enorm onrechtvaardigheidsgevoel op bij mensen.
Voorzitter. Ik wil nog twee andere vragen stellen, die ook de essentie zijn van mijn bijdrage. Overlast moet uiteindelijk aangepakt worden, maar de kern is, denk ik, dat als kansarmen strafbare feiten plegen, de oorzaak daarvan is dat zij zich vrij kunnen bewegen. Laten we heel eerlijk zijn: als zij niet meer van hun terrein af kunnen of in ieder geval vanuit een bepaald gebied niet meer naar de bus kunnen, dan is het probleem voor een deel opgelost. Is de minister bereid om, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de uitvoeringswetten waarmee detentie makkelijker mogelijk wordt, artikel 56 van de Vreemdelingenwet meer in te zetten? Dat is een soort gebiedsverbod waarbij je je in een bepaald gebied moet ophouden. Waarom wordt dat nu niet toegepast?
Ik ben benieuwd hoeveel mensen er eigenlijk in de handhaving- en toezichtlocatie zitten. Is dat niet de essentie? Je pleegt overlast en dan heb je eigenlijk je recht verspeeld om met de bus te reizen, om naar Ter Apel of naar Emmen te gaan. Zo werkt het.
Hoeveel tijd heb ik nog, voorzitter?
De voorzitter:
Nog een kleine anderhalve minuut.
De heer Ellian (VVD):
O, dat gaat goed.
Ik heb nog een ander punt. Voor de VVD is dat de essentie: je verspeelt je recht om je vrij te bewegen. Gedraag je je wel, dan is er niet zo veel aan de hand.
De voorzitter:
U heeft ook een interruptie van de heer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik ben het met de heer Ellian eens. Mensen die dit doen, zouden zich niet vrij moeten mogen bewegen. Die moeten gewoon worden vastgezet en zo snel mogelijk het land uit. Die horen helemaal niet in een asielprocedure te zitten. Een instrument om hen sneller vast te kunnen zetten en terug te laten keren, is die Europese Terugkeerverordening. We zien dat de grootste coalitiepartner van de heer Ellian, D66, daarop ineens begint te schuiven en tegen de afspraken in daaraan begint te knabbelen en terugtrekkende bewegingen begint te maken, zo van: het was eigenlijk toch wel wat strenger dan we voor ogen hadden, dus daar moeten we het nog maar eens goed over hebben. Is de heer Ellian het met mij eens dat er geen enkele sprake van kan zijn dat hier afbreuk aan wordt gedaan en dat we de maximale ruimte nemen die we hebben om dit soort tuig vast te zetten en het land uit te zetten?
De heer Ellian (VVD):
Het is natuurlijk een beetje gek als ik voor iemand anders ga praten. Die wens komt wel vaak in mij op, maar laat ik dat niet doen. Het is heel simpel. Weet u, meneer Ceulemans, die Terugkeerverordening is superbelangrijk, want het sluitstuk van al die veranderingen nu is terugkeer. Als je ze niet terug kunt sturen, dan wordt het niks, even simpel gezegd. Ik ga ervan uit dat het resultaat ... As we speak zijn de onderhandelingen in Europa gaande in de zogeheten triloog. Daar komt iets heel stevigs uit en dat gaan we gewoon verwerken in de Nederlandse wet en uitvoeren. Zo gaan we het wat mij betreft doen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Ellian (VVD):
Ja. We hadden het over het beperken van de bewegingsvrijheid, artikel 56 Vreemdelingenwet. Ik heb hier ook het besluit van de vorige minister. Dat ziet er allemaal heel uitgebreid uit. In het verlengde van wat ik net vroeg het volgende. Nu is twaalf weken het uitgangspunt, maar dat hoeft helemaal niet. Je kunt ook zeggen: jij hebt een buschauffeur mishandeld, jij hebt overlast veroorzaakt, dus hupsakee, je blijft voor langere tijd op die locatie, of dat nou de procesbeschikbaarheidslocatie is of de htl.
Dan de reisverboden. Eén vraag houdt mij nog bezig — sommige collega's stelden die ook — namelijk wie zich hiervoor verantwoordelijk voelt. Dat kan niet de gemeente zijn voor de boa's, de politie, de vervoerder. Deze minister moet zich er verantwoordelijk voor voelen en moet uitstralen: "U heeft geen overlast te plegen. Doet u dat wel, dan betekent dat dat uw bewegingsvrijheid minder wordt en dat u een reisverbod krijgt opgelegd." Ik denk dat deze minister dat moet coördineren, want je kunt dat niet van al die andere partijen vragen.
Dat was mijn bijdrage, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Straatman van de fractie van het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk absurd dat het zo ver heeft moeten komen dat we vandaag spreken over de buslijn in Ter Apel. De verontwaardiging daarover is dan ook terecht. Je zult maar buschauffeur zijn op buslijn 73, gewoon je werk willen doen en veel te vaak geconfronteerd worden met irritant crimineel gedrag en muiterij van een kleine groep overlastgevende asielzoekers. Laat duidelijk zijn dat de oplossing nooit kan zijn dat die kleine groep wordt beloond met gratis besloten pendelbusvervoer, want crimineel gedrag mogen we nooit belonen. Het is ook goed dat dit experiment snel is gestopt, maar het veiligheidsprobleem is daarmee niet opgelost. Hoe groot dat probleem precies is, weten we niet goed. Mevrouw Van der Plas zei dat zojuist ook. Vorig jaar werd gesproken over 181 incidenten, maar een compleet en meerjarig overzicht van incidenten ontbreekt. Kan de minister toezeggen de registratie te verbeteren? Dat is belangrijk, juist ook om de effectiviteit van genomen maatregelen te kunnen beoordelen.
Die zijn namelijk wel degelijk genomen: de pendelbus tussen Ter Apel en Emmen, extra boa's en een veiligheidsconvenant tussen de FNV en het ministerie van JenV met afspraken over toezicht, beveiliging en samenwerking. Toch zijn die maatregelen nog onvoldoende. Daarom mijn vragen aan de minister, allereerst over het convenant. Worden de afspraken uit het convenant wel nagekomen? Mijn indruk is van niet, maar hoe komt dit? Wie controleert dit? Wie is bestuurlijk aanspreekbaar: de politie, het COA, de gemeente, busvervoerders, de minister? Waarom zijn belangrijke partijen zoals busvervoerder Qbuzz en de NS helemaal geen partij bij dit convenant?
Ten tweede de handhaving. Busvervoerders vragen om extra boa-capaciteit. Welke ruimte ziet de minister om dit te prioriteren op de reguliere buslijnen rondom Ter Apel? Met betrekking tot de NS-boa's loopt op dit moment een pilot om boa's uit te rusten met een korte wapenstok. Hoe kijkt de minister naar uitbreiding van deze pilot naar boa's op deze buslijnen?
Voorzitter. Ik zei het eerder al: het gaat om een kleine groep overlastgevers, vaak veiligelanders. Deze kleine groep bepaalt wel het beeld over asielzoekers en dat holt het draagvlak uit voor de mensen die het recht hebben om hier te blijven en die zich gewoon fatsoenlijk gedragen. Juist daarom moeten we die kleine groep ook stevig aanpakken, met meer snelrecht, uitbreiding van verscherpttoezichtlocaties en vrijheidsbeperkende procesbeschikbaarheidslocates. Ook terugkeer is essentieel, net als spreiding over het land, zodat ze niet kunnen samenklonteren en grip mogelijk blijft. Daarom mijn slotvragen aan de minister op dit punt. Hoe staat het met de uitbreiding van de vtl's en pbl's uit het coalitieakkoord? Welke mogelijkheden ziet de minister voor uitbreiding van het snelrecht bij overlastgevers in en rond Ter Apel? Hoe werkt zo'n veroordeling eigenlijk door in die asielprocedure?
Tot slot. Voor een deel van de overlastgevers geldt dat er complexe zorgvragen spelen. Wat gaat de minister doen aan de grote tekorten aan transculturele ggz-zorg, vooral in het noorden van het land, voor asielzoekers die door zorgvragen overlast veroorzaken?
Voorzitter. Tot slot. Het is goed dat we vandaag stilstaan bij de veiligheidssituatie van buschauffeurs, maar het is triest dat dat nodig is. Iedereen moet zijn werk in veiligheid kunnen doen, ook in en rondom Ter Apel. Pak die kleine groep raddraaiers dus hard aan, zodat er draagvlak blijft voor de veel grotere groep asielzoekers die een fatsoenlijke opvang verdient en die ook waardeert.
De heer Russcher (FVD):
Ik hoorde mevrouw Straatman een aantal keer zeggen "een kleine groep overlastgevers". Als we die kleine groep zouden spreiden, zou het probleem grotendeels zijn opgelost. Maar als we kijken naar de feiten, wordt duidelijk dat in 2024 11% van de COA- en tgo-bewoners betrokken was bij één of meer agressie- en geweldsincidenten. Ook is het aantal gevallen van fysieke agressie en geweld tegen personen sinds 2017 meer dan verviervoudigd, van 1.400 naar 5.900, en worden asielzoekers per hoofd van de bevolking vijf keer vaker verdacht van een misdrijf dan autochtone Nederlanders. Dat is toch geen "kleine groep" meer?
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik wil nu niet in een discussie belanden over wat groot is en wat klein. De cijfers die de heer Russcher opleest, kloppen; ik heb ze ook in de stukken zien staan. 3% is betrokken bij misdrijven en dat is 3% te veel. Maar het betekent ook dat 97% dat niet is. Begrijp me totaal niet verkeerd: ik denk dat het heel terecht is dat we veel aandacht hebben voor die 3%. Maar we moeten voorkomen dat we daarmee die 97% vergeten, want dat zou geen recht doen aan heel veel mensen die zich goed inzetten. De cijfers die u noemt, kloppen. Ik vind die ook heel zorgelijk, maar er zijn ook nog andere mensen.
De voorzitter:
Dit wordt uw laatste interruptie, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zit ook een beetje met dat spreiden. Mevrouw Straatman zei al eerder in een interruptiedebatje met de heer Russcher dat er gewoon te veel mensen op één plek zitten en dat je die dus zou moeten spreiden. We zeggen "een kleine groep", maar wat er bedoeld wordt met "een kleine groep" is dat ze in kleine groepen dit doen. Maar de groep als geheel is natuurlijk niet klein. De groep als geheel is groot. Wil mevrouw Straatman dan één groot Ter Apel maken van Nederland, zodat overal in Nederland mensen in contact komen met dit gajes — zo zou ik het zeggen — en overal in Nederland deze ellende is? In de tussentijd, totdat er een aanpak komt, is de enige oplossing volgens mij om van dit soort gasten gewoon gelijk de procedure te stoppen en ze het land uit te sturen. En gewoon niet meer …
De voorzitter:
Mevrouw Straatman.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… toelaten in het aanmeldcentrum. Het leefgeld helemaal intrekken. Waarom leefgeld?
Mevrouw Straatman (CDA):
Mevrouw Van der Plas benoemt heel veel elementen. Veel dingen zou ik misschien ook wel willen, maar kunnen juridisch helemaal niet. Ik denk dat we daarover dus helemaal geen discussie hoeven te voeren. Maar wat betreft die Spreidingswet is het inderdaad zoals ik net al zei tegen de heer Russcher: het gaat om een relatief kleine groep, maar die kleine groep verpest het voor een heel grote groep en we moeten die kleine groep heel hard aanpakken. Gezien de grote problemen rondom Ter Apel is het evident dat als je meer dan 2.000 mensen — dat is een aantal ruim boven de capaciteit die Ter Apel aankan — laat samenkomen, er natuurlijk meer overlast ontstaat dan wanneer je die mensen gelijkelijk verdeelt over het land. We moeten gewoon eerlijk zijn in dit debat: het is niet zo dat heel Nederland één groot azc wordt en het is ook niet zo dat er op ieder azc problemen zijn; in heel veel azc's gaat het gewoon heel goed. Laten we onze politieke verantwoordelijkheid nemen om ook dat verhaal te vertellen. Het is heel belangrijk voor de beeldvorming om de boodschap over te brengen dat we de groep die het verkeerd doet heel hard moeten aanpakken, maar dat er ook een grote groep mensen is die zich gewoon op een nette manier gedragen en die fatsoenlijke opvang nodig hebben omdat ze uit vreselijke omstandigheden komen.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Straatman. Volgens mij was u aan het einde van uw betoog gekomen. Dan gaan we verder met mevrouw Lammers van de Groep Markuszower.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Ik val maar met de deur in huis: waar asielzoekers zijn, ontstaan overlast en criminaliteit, of dat nou op de buslijnen in Ter Apel is of elders. Dat zien we aan de ruim 16.000 incidenten die het COA in 2024 heeft geregistreerd. Dat zien we ook aan de bijna 6.000 registraties van asielzoekers als verdachte in 2024. En dat zien we aan het feit dat azc-bewoners vier keer vaker verdacht worden van een misdrijf. Nog altijd komen deze mensen in massa's deze kant op, gemiddeld ongeveer 900 asielzoekers per week. Op basis van de cijfers uit het WODC-rapport zijn dat gemiddeld elke week 30 potentiële toekomstige verdachten van een misdrijf, 30 verdachten per week, 130 per maand en ruim 1.500 per jaar. Door het gedrocht van de Spreidingswet worden deze overlast en criminaliteit over het hele land verspreid, dus niet opgelost maar verspreid.
Dit kan Nederland simpelweg niet meer aan. Zolang de instroom blijft, zal ook de overlast blijven. Vandaag hebben we het over de veiligheidssituatie op de buslijnen in Ter Apel, een symptoom van de hoge instroom. Al bijna tien jaar is er daar sprake van structurele overlast. Vorig jaar werden opnieuw 181 incidenten geregistreerd op lijn 73. Buschauffeurs worden geïntimideerd en aangevallen en reizigers voelen zich totaal onveilig. De overheid doet niets en blijft maar maatregelen stapelen zonder problemen op te lossen: nieuwe bussen, extra beveiligers, pendelbussen, geschrapte haltes en zelfs een poging om buskaartjes gratis te maken vanwege de veiligheidssituatie. Dat laatste is gelukkig geschrapt, want overlast mag nooit worden beloond. Kan de minister mij garanderen dat hij maximale druk op de burgemeesters en vervoerders zal uitoefenen om voor altijd te voorkomen dat overlast wordt beloond met gratis kaartjes?
Het feit dat dit überhaupt werd overwogen, laat zien dat we ver zijn afgedwaald. We zitten zo diep vast in het moeras van symptoombestrijding dat we overlast en criminaliteit gaan belonen; een zwakke staat die na het geven van een eerste vinger door niet keihard op te treden uiteindelijk een hele hand laat pakken, omdat het zogenaamd zielige asielzoekers zijn die niet beter weten. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de extra inzet, zoals de beveiliging, kan worden afgeschaald? Nu staat er immers in het coalitieakkoord dat er dagbesteding en trauma- en verslavingszorg moeten komen om overlast te verminderen: de wereld op z'n kop.
De werkelijkheid is dat het gezag alleen wordt hersteld met de harde hand en met de vuist op tafel. Men heeft geen respect voor een staat die papt en nathoudt. Het is daarom simpel: als we de overlast willen stoppen, moet eerst de instroom naar nul. We hebben geconstateerd dat asielzoekers vier keer vaker verdacht worden van misdrijven dan Nederlanders, en we hebben gezien dat asielzoekers oververtegenwoordigd zijn in de overlast. De kraan moet dus dicht. De overlastgevers die hier zijn, moeten het land uit. Dat betekent niet de glijdende schaal iets aanpassen, zoals het kabinet wil, maar een "one strike and you're out"-principe invoeren. Wie hier komt en overlast veroorzaakt, verliest het recht om hier te blijven: heel simpel en duidelijk beleid.
Voorzitter. De inwoners van Ter Apel verdienen veiligheid, de buschauffeurs verdienen veiligheid en Nederland verdient leiderschap.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Ik geef het woord aan de heer Van Asten van de fractie van D66 als laatste spreker in de eerste termijn.
De heer Van Asten (D66):
Dank, voorzitter. Vandaag gaat het over de buslijnen in Ter Apel, waarbij ik het ook van groot belang vind om breder stil te staan bij de grotere problematiek rondom aanmeldcentra. De asielketen staat mede dankzij het gerommel van het vorige kabinet onder gigantische druk. Procedures duren lang, we komen opvangplekken tekort en een zelden terugkerende groep blijft voor overlast zorgen. Het zijn op dit moment de buschauffeurs, de winkeliers en de omwonenden die daar last van hebben. Die structurele overlast is niet normaal en we moeten de zorgen daarover serieus nemen, maar tegelijkertijd verpesten deze overlastgevers het ook voor de overgrote groep vluchtelingen die gewoon op een normale en rustige wijze een asielaanvraag willen doen en die zich daarbij netjes aan alle regels houden.
Voorzitter. Het is eigenlijk dezelfde groep die keer op keer voor overlast zorgt op deze buslijnen. Deze groep zou uit elkaar moeten worden gehaald of uit het systeem moeten worden gehaald, apart worden gezet om ervoor te zorgen dat de overlast op die azc's en daaromheen wordt tegengegaan. Ik heb echter vernomen dat dit nog maar mondjesmaat gebeurt. Ik zou dus graag van de minister willen horen hoe het hiermee zit. Hoe wordt ertegen opgetreden, welke straffen worden daar neergezet en welke beperkingen worden opgelegd?
Ook ben ik benieuwd of we niet een oplossing kunnen vinden voor dat zwartrijden, bijvoorbeeld door in te zetten op besloten vervoer voor deze groep, waarbij er geen kaartje moet worden gekocht, maar de kosten direct worden ingehouden op bijvoorbeeld het leefgeld. Mevrouw Westerveld noemde dit ook. Zo maak je zwartrijden al praktisch onmogelijk en verwijder je een bron van conflict. Hoe kijkt de minister hiernaar? Belangrijk daarbij is met name de veiligheid van de buschauffeurs, die nu veel over zich heen krijgen. De FNV zou hierover in gesprek zijn met het ministerie. Ik hoor graag hoe deze gesprekken zijn verlopen en welke concrete maatregelen daaruit zijn gekomen.
In het debat over het Migratiepact heb ik ook aangegeven dat ik mij zorgen maak over het afschalen van het aanmeldcentrum in Budel. Eigenlijk wordt alles op Ter Apel gesitueerd, waaronder de screening, die na het Migratiepact alleen in Ter Apel zal plaatsvinden. De druk op Ter Apel is nu al groot. Het centrum zit vol en we vragen dan nog meer mensen om zich daar te melden. Die druk kan het aanmeldcentrum niet aan en die druk kan de omgeving niet aan. Dat leidt tot overlast, zoals ook op de buslijnen die we vandaag bespreken. Mijn oproep aan de minister is daarom of de screening ook op andere locaties kan plaatsvinden, zodat de druk op Ter Apel niet nog verder wordt verhoogd. Ik ben ook benieuwd in hoeverre daar gesprekken over zijn, hoe die verlopen en of het lukt om die gesprekken nog vóór 12 juni af te ronden om de druk beter te spreiden. D66 heeft al eerder gepleit voor de mogelijkheid van extra aanmeldcentra — een duidelijke maatregel die de druk op Ter Apel kan verlichten. Ziet de minister mogelijkheden om daar nogmaals naar te kijken?
Dat was het voor de eerste termijn. Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
De heer Van Asten had het er net over dat de groep overlastgevers uit elkaar moet worden gezet, maar het antwoord is natuurlijk dat die groep het land uit moet worden gezet. Ik denk niet dat het de heilige graal is, maar de Europese Terugkeerverordening, die nu in ontwikkeling is, zou extra handvatten bieden. Die maakt het in ieder mogelijk om mensen sneller vast te zetten en mensen op meer gronden vast te zetten en uit te zetten. Nu is dat de eerste verstrenging, aanscherping van het beleid sinds D66 in het kabinet zit en de heer Van Asten gaat meteen dwarsliggen. Hij zegt tegen Nieuwsuur: ja, het is nu wel strenger dan eigenlijk verwacht was; het is nu misschien te hard. Ik ben vorige week in Emmen geweest. Ondernemers wordt daar het bloed onder de nagels vandaan gehaald. Die worden getreiterd, die worden bestolen. Buschauffeurs worden bespuugd. Hoe is het nou mogelijk dat bij de eerste maatregel die het makkelijker maakt om zulke mensen vast te zetten en uit te zetten, D66 dwars gaat liggen en zegt dat dit te hard is? Hoe kan de heer Van Asten dat voor zichzelf verkopen, maar vooral ook richting de Nederlandse samenleving verkopen?
De heer Van Asten (D66):
Volgens mij hebben we vorige week als Kamer ingestemd met het Migratiepact. Dat is het pakket aan maatregelen dat het systeem veel strenger maakt en dat moet zorgen dat deze types veel eerder uit het systeem worden gehaald. Als u zegt dat D66 bij de eerste keer tegenstemt, merk ik op dat wij hier volgens mij mee hebben ingestemd.
De voorzitter:
De heer Ceulemans zei buiten de microfoon dat dit geen antwoord was op zijn vraag, maar de heer Van Asten gaat over zijn eigen beantwoording. Ik zag ook nog een vinger van de heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
De heer Van Asten had het er net over om de groep overlastgevers uit elkaar te halen. Ik neem dat hij daarmee bedoelt verspreiden over verschillende azc's. We hebben natuurlijk een voortdurende instroom: 1.000 per week. We weten dus dat asielzoekers vier à vijf keer vaker verdacht worden van een misdrijf dan autochtone Nederlanders. Er zijn natuurlijk een heleboel Nederlanders die zich nu zorgen maken om de Spreidingswet en denken: goh, er komt ook een azc bij mij om de hoek. We zien wat er in Ter Apel gebeurt. Ik ben benieuwd wat de heer Van Asten tegen die mensen zou willen zeggen.
De heer Van Asten (D66):
Ik denk dat de groep waar het hier over gaat, de veiligelanders zijn. Die hebben eigenlijk weinig te verliezen en bewegen zich door Nederland en door West-Europa heen. Die groep moet zo snel mogelijk worden aangepakt. Dat kan door ze in bewaring te zetten of onder verscherpt toezicht te plaatsen om in ieder geval ervoor te zorgen dat ze geen overlastgevend gedrag kunnen veroorzaken. Wat D66 betreft gaan zij zo snel mogelijk terug. Dat even vooropgesteld. Dat is het verhaal dat we vertellen aan alle mensen die zich zorgen maken over overlastgevende asielzoekers. Maar laten we ook eerlijk zijn: de meeste asielzoekers die hier komen, zijn gewoon op zoek naar een veilige plek in dit land en willen dolgraag meedoen met de Nederlandse samenleving. Daarom ben ik ook blij met het Migratiepact, waarmee vorige week is ingestemd door de Tweede Kamer, dat het mogelijk maakt om mensen eerder aan het werk te laten gaan, om hen eerder mee te laten doen aan de maatschappij. Dat zorgt voor onderlinge verbinding en dat zorgt voor onderling begrip. Dus ik ben heel blij met die keuze van vorige week.
De voorzitter:
Ook mevrouw Vondeling heeft nog een interruptie voor meneer Van Asten.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik hoor D66, maar ook andere partijen, zoals het CDA, continu zeggen dat het om een kleine groep gaat. We hebben het nu over overlast in de bussen, maar er is ook een groep, bijvoorbeeld Syriërs, die zwaar oververtegenwoordigd is in de criminaliteit. Meisjes worden verkracht en worden van hun fiets getrokken bij azc's. Wat wil D66 dan doen aan deze groep? Dit gaat namelijk niet om de veiligelanders.
De heer Van Asten (D66):
Ik denk dat er, ongeacht welke groep het is, heel sterk genormeerd moet worden. Het moet heel duidelijk zijn op het moment dat je in Nederland bent dat je een hoop rechten hebt gekregen, maar dat daar ook een hoop plichten bij komen. Een veilige opvang gaat gepaard met het houden aan de Nederlandse wet. Ik ben er dus ook voorstander van dat daar scherp op wordt gehandhaafd en dat er gelijk wordt gehandeld als er iets misgaat. Aan de andere kant zit daar ook het verhaal bij dat we mensen zo snel mogelijk de kans moeten geven om wat van hun leven te maken. Zij moeten niet rondhangen omdat ze niks te doen hebben omdát ze niks mogen, omdat het hier allemaal zo sober mogelijk moet. Ik wil dat mensen zo snel mogelijk mee kunnen doen. Op het moment dat mensen dat weigeren, daartegen ingaan en criminele feiten plegen, moet je ze streng aanpakken. Het zijn twee zijden van dezelfde medaille.
De voorzitter:
Dank. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Ik dank de acht leden dat ze keurig binnen hun spreektijd hun vragen aan de minister hebben gesteld. De minister heeft aangegeven een kwartier nodig te hebben om zijn beantwoording voor te bereiden, dus ik schors de vergadering tot 19.40 uur.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van de vaste commissie voor Asiel en Migratie over de (veiligheids)situatie op de buslijnen in Ter Apel. Voor we verdergaan met het antwoord van de minister in eerste termijn, wil ik mededelen dat mevrouw Lammers van de Groep Markuszower ons heeft verlaten in verband met andere verplichtingen. De minister zal zo zijn beantwoording starten. Ik zou willen voorstellen om het aantal interrupties in zijn termijn in eerste instantie tot vier te beperken. Dat betekent twee keer een vraag met een vervolgvraag of vier keer één vraag. Ik geef graag het woord aan de minister voor zijn beantwoording.
Minister Van den Brink:
Goedenavond. Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor alle vragen die aan mij gesteld zijn. Ik denk dat er een vrij grote, heldere rode draad in de inbrengen zat. Dat komt omdat verschillende sprekers hebben aangeduid wat we hebben gezien en wat we ook terughoren in allerlei verhalen, namelijk dat er in Ter Apel een cumulatie plaatsvindt van allerlei vormen van overlast. Dat de bus op enig moment gratis werd, bijna als een soort wanhoopsdaad in de hoop dat het daarmee over was, was exemplarisch voor de overlast die daar gaande was. Terecht heeft uw Kamer, en ook mijn voorgangster, gelijk gezegd dat dat niet de bedoeling kan zijn. Overlast kent namelijk geen enkele rechtvaardigheidsgrond. Dat is door de Kamer ook heel duidelijk uitgesproken. Juist van de mensen die hiernaartoe komen om asiel aan te vragen, verwacht je dat ze onze gastvrijheid omarmen op een manier die daarbij past. Overlast, in welke vorm dan ook, is daarbij niet passend. Dat heeft u vandaag heel duidelijk uitgesproken.
Ik ga antwoord geven op een heel aantal vragen. Ik zal de vragen misschien niet helemaal per persoon beantwoorden, omdat er nogal veel overlap in zat. Eén ding vond ik zeer terecht, en daar heb ik zelf in de voorbereiding ook bij stilgestaan. Ik denk dat mevrouw Van der Plas en de heer Ellian dat het meest onder woorden brachten. Als je naar dit vraagstuk kijkt, is er een bus, een vervoerder, een minister van Asiel en een driehoek, maar wie gaat daar nu over? Dat is precies wat er in Ter Apel al een tijd speelt op dit onderwerp. Laat ik gewoon het volgende zeggen. Ik ben minister van Asiel. Als mensen die een asielaanvraag doen in die bus zitten en voor overlast zorgen, ben ik daarop aanspreekbaar. Ik zal de coördinatie daarover ook ter hand nemen, zodat de situatie verbetert. Tegelijkertijd ga ik tegen allerlei dingen aan lopen, waarvan u er al een heel aantal heeft genoemd. Ik werk natuurlijk samen met de collega's aan de politiekant, aan de IenW-kant en op lokaal niveau, maar ik ben daarop aanspreekbaar. Wij zullen daarmee doorgaan.
Een van de manieren om daar invulling aan te geven, was het convenant. Dat convenant kan verbeterd worden, zoals een aantal van u ook heeft gezegd. Daar gaan we over in gesprek. We zijn daar al mee gestart. We willen dat meerdere partijen onderdeel van dat convenant worden en mee gaan tekenen. Het klopt dat wij samen met FNV de ondertekenaars waren, maar er waren ook andere partijen aan gecommitteerd, zeg ik tegen mevrouw Straatman. Die waren daar dus wel op de achtergrond bij betrokken. Maar we zullen daarmee aan de slag gaan.
Ik denk ook dat een onderdeel van het convenant moet blijven dat we de registratie op die manier blijven doen. Mevrouw Van der Plas vroeg daarnaar. Ik kan nu niet toezeggen dat ik in heel Nederland de registratie van overlast op ov-plekken kan coördineren. Ik ben niet bij machte dat te doen. Dat gaat natuurlijk allemaal via aanbesteding. Maar op de plek waar we het hier over hebben, kan dat wel. De pendelbus wordt namelijk door ons gefinancierd, dus dat is mogelijk. We gaan in het convenant meenemen hoe we zorgen dat die registratie op orde is.
Nog even over de overlastaanpak in zijn algemeenheid. Dan kom ik daarna op de gestelde vragen. De overlast wordt aangepakt via een aanpak die we al een tijdje in ontwikkeling hebben. Als er sprake is van overlast, komt het namelijk gelijk in beeld. Als daar melding van wordt gemaakt, kan de IND die oppakken door zo iemand, ongeacht de procedure waarin diegene tot dan toe zat, in een versnelde procedure te brengen. In die versnelde procedure komt daar een uitspraak over. Als daar een afwijzend besluit op heeft gevolgd, kan daar ook de terugkeer aan worden gekoppeld. Dan kan de Dienst Terugkeer en Vertrek daarmee aan de slag.
Een aantal partijen hebben betoogd welke maatregelen ik zou moeten nemen, maar ik moet dit doen binnen het EU-recht dat hiervoor geldt. We hebben twee weken geleden een heel debat gehad over het EU-Migratiepact. De bepalingen die we daar met elkaar hebben bediscussieerd — of eigenlijk niet bediscussieerd, want het gaat om geldend recht — zijn in het nieuwe pact nog steeds geldig. Daarbij geldt dat om een asielverzoek niet meer te behandelen, er sprake moet zijn van een ernstig misdrijf. Hier is sprake van heel veel overlast. Soms is dat te kwalificeren als een ernstig misdrijf. Dan volgt ook gewoon standaard een afwijzing in de asielprocedure. Andere vormen van overlast of misdrijven moeten gewoon via het strafrecht worden opgepakt. Iemand krijgt dan een straf. Daarna komt die weer terug in beeld. Dan kan die ook weer vastgehouden worden in bewaring. Er zijn dus allerlei dingen die daarbij spelen. Maar er zitten hoge kwalificaties vast aan het intrekken of beëindigen van een vergunning of een asielaanvraag.
Wat hierbij wel meespeelt, is dat een heel aantal van deze mensen die die overlast veroorzaken Dublinclaimanten zijn. Wij kennen natuurlijk de hele discussie over Dublinclaimanten van de afgelopen jaren en weten hoe slecht het Dublinsysteem heeft gefunctioneerd. Maar ook daar kunnen we misschien meer mee dan we in het verleden hebben gedaan. Dat is ook een onderdeel dat uit het coalitieakkoord spreekt. Vreemdelingenbewaring bij Dublinclaimanten die overlast veroorzaken, zal worden geïntensiveerd als wij daar nu mee aan de slag gaan.
Dit was mijn inleiding. Ik wil nog gezegd hebben: een pendelbus die door ons gefinancierd wordt, zal nooit gratis worden. Een van de voorwaarden is namelijk dat die niet gratis kan zijn, omdat wij die financieren. Dat is dus gewoon een van de voorwaarden die wij daaraan verbinden.
Dan ga ik zo door naar de vragen die zijn gesteld.
De voorzitter:
Voordat u dat gaat doen: u heeft een interruptie van de heer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
De minister zegt: we gaan het plaatsen van overlastgevende Dublinclaimanten in vreemdelingenbewaring intensiveren. Dat illustreert eigenlijk precies het punt dat ik wilde maken. We hebben daar als Kamer lange tijd vaak om gevraagd. Dan kregen we juist heel de tijd het antwoord: dat kan niet, want we zijn gebonden aan Europese richtlijnen. Nu zegt de minister dat hij het gaat intensiveren. Volgens mij laat dat zien dat er binnen de huidige richtlijnen en kaders, ook al zouden wij die anders willen zien, meer mogelijk is dan we nu doen. De minister weet ook dat er in de Vreemdelingenwet vaak verwezen wordt naar de openbare orde als grond om in te grijpen, ook in lopende asielprocedures. Kan hij daar nader op ingaan? Volgens mij kunnen wij veel eerder dan bij een ernstig misdrijf dit soort stappen gaan zetten. Dat kan namelijk ook als de openbare orde in het geding is.
Minister Van den Brink:
Ja, er zijn zeker allerlei maatregelen te treffen, zoals bewaring. Dan kom je wel bij de discussie die u of een van uw collega's net ook al aanhaalde, over de glijdende schaal. Dat moet dus wel elkaar opvolgen en kwalificerend zijn op elkaar, om het maar zo te zeggen. Uiteindelijk kan het dus ook kwalificeren voor het intrekken van een asielvergunning. Maar daar zijn wel kwalificaties aan verbonden. Laat ik het zo zeggen: wij zijn niet terughoudend in het inzetten van die kwalificaties. Als die ruimte er is, worden die ingezet in de uitvoering.
De voorzitter:
Ik zie dat er geen vervolgvraag is. Dat betekent dat de minister naar de beantwoording gaat. Misschien kan de minister aangeven of er een bepaalde volgorde in de beantwoording zit.
Minister Van den Brink:
Ja. Ik dacht eraan om te beginnen met de pendelbus, omdat daar toch de meeste vragen over waren en om de titel van dit debat recht te doen. Daarna ga ik naar de procesbeschikbaarheidsaanpak — dat gaat over de wijze waarop we hiermee bezig zijn — en vervolgens naar de overlast rondom Ter Apel en het aanmeldcentrum. Daarna beantwoord ik nog een aantal overige vragen. Als ik een asieldebat heb, zal ook altijd het woord "terugkeerhub" aan bod komen.
Ik wil met de vraag van mevrouw Van der Plas beginnen. Wat gaan we doen met die pendelbus en wat is de achtergrond? We zijn in 2019 gestart met de pendelbus om te borgen dat er minder overlast is van asielzoekers op de reguliere buslijnen tussen Emmen en Ter Apel. Daartoe rijdt de pendelbus rechtstreeks tussen azc Ter Apel en station Emmen. Deze vraag is overigens voor meer mensen relevant, denk ik, want die is op meerdere manieren gesteld. Het was dus wel echt op verzoek van de gemeente. Waarom een pendelbus? De gemeente hecht echt aan de inzet daarvan. Dat is dus iets waar we aan tegemoet zijn gekomen. Het uitgangspunt is dat buslijn 73 uiteindelijk weer normaal moet kunnen rijden, zonder al de overlast waar nu sprake van is. Wij zetten de financiering voor de inzet van de pendelbus voort, ook voor de periode tot aan 2030. De gemeente Westerwolde blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de aanbesteding van de pendelbus. Maar we zijn wel in gesprek met gemeenten en het COA over de voortzetting daarvan.
Ik heb al gezegd dat we garanderen dat die pendelbus nooit gratis wordt. Dat hebben meerdere partijen gevraagd. Er was ook een vraag over het tarief dat voor de "probleembus" — zo werd die genoemd, maar het is de pendelbus — geldt. Die pendelbus is toegankelijk voor iedereen. Elke reiziger dient dezelfde prijs te betalen. Dat is de prijs die in het reguliere ov ook betaald wordt. Er is dus geen sprake van een voordeel of zo. Het is gewoon het reguliere tarief van het openbaar vervoer. Daarmee is er, denk ik, ook niet een voordeel voor de mensen die naar het azc rijden. Dit is alleen een rechtstreekse bus vanuit Emmen naar het azc in Ter Apel om daarmee de andere lijnen te ontlasten.
Hoe zit het dan met de veiligheidsmedewerkers in het ov en de inzet daarvan rondom de pendelbus? Over de sociale veiligheid in het ov voeren we natuurlijk ook het gesprek met de werkgever. Dat is in dit geval Qbuzz. We praten er ook over met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In Ter Apel en de nabijgelegen gemeente Emmen worden meerdere maatregelen ingezet ten aanzien van de handhaving. Het ministerie financiert boa's voor de flexpool-boa van de gemeente Groningen. Er worden structureel acht boa's ingezet in en rondom het azc en het centrum van Ter Apel. Er is een straattoezichtteam ingezet voor het centrum van Ter Apel. Ook is er preventief cameratoezicht. In Emmen, heb ik onlangs ook bekendgemaakt, worden boa's en straattoezichtteams gefinancierd. Meneer Ceulemans heeft daar verslag van gedaan; ik weet in die zin zeker dat ze er ook rondlopen, want u heeft ze dus gezien. Dat is alleen maar goed om te horen. Er zijn veel incidenten op die buslijn, maar er is geen integraal overzicht. Dat is wat ik net aangaf. Wij gaan dat voortzetten in het convenant, dat we gaan uitbreiden met meerdere partijen.
De busvervoerders vragen om extra boa-capaciteit; welke ruimte ziet de minister om dit te prioriteren op de reguliere buslijnen rond Ter Apel? Er werd ook gerefereerd aan een pilot met boa's bij de NS. Het ministerie is onlangs met de gemeente Emmen de extra inzet van boa's overeengekomen. Ze hebben aangegeven deze boa's ook in te zetten in het stationsgebied van Emmen. Over de uitbreiding van de pilot van de NS met boa's met een korte wapenstok kan ik het volgende zeggen. De pilot die nu bij de NS loopt is een eigen initiatief geweest van de NS. Zij willen graag toetsen of zij het gebruik van die korte wapenstok door hun boa's passend en effectief vinden. Het is namelijk zo dat boa's uit het ov op basis van de bestaande regelgeving al kunnen beschikken over een wapenstok. Daar is dus geen pilot meer voor nodig.
De heer Ellian (VVD):
Ik zat aandachtig te luisteren naar de minister, maar we gingen wel wat snel, vind ik, waardoor de essentie even verloren dreigde te gaan. Je zou kunnen zeggen dat er een vrij vreemde, ontoelaatbare reden is voor het bestaan van die pendelbus. Is de minister dat met mij eens? Immers, mensen gedragen zich niet op de reguliere bus, terwijl iedereen in dit land zich heeft te gedragen. Gij hebt niemand te intimideren. Gij hebt geen strafbare feiten te plegen. Als die groep zich wel zou gedragen, was die aparte bus eigenlijk niet nodig geweest. Maar we praten nu over allerlei maatregelen op die bus. Ik wil dus even terug naar de essentie. Kan de minister dat dus ook iets duidelijker uitspreken?
Minister Van den Brink:
Jazeker. Ik ben begonnen te zeggen dat die overlast op geen enkele manier toelaatbaar is, in welke situatie dan ook. Sterker nog, die is nog minder toelaatbaar gezien de gastvrijheid die we bieden in dit land. Dat is dus absoluut het vertrekpunt. Op die manier dient er ook genormeerd te worden. Tegelijkertijd is ook het volgende waar. Doordat Ter Apel zo'n centrale locatie is met zo veel dagelijks verkeer van mensen die zich daar aanmelden — het gaat vaak over grote groepen mensen — is er op zich ook wel wat te zeggen voor een rechtstreekse bus van Emmen naar Ter Apel. Mensen moeten toch op een bepaalde manier daar komen, en ze maken ook veel gebruik van het ov. Naast de overlast als reden is er dus ook gewoon een vervoersvraag, om maar even in die termen te spreken. Maar zeker, overlast is op geen enkele manier passend bij een asielverzoek.
Tot slot over de pendelbus. "Kunt u bevestigen dat gemeenten niet verantwoordelijk worden voor de uitvoering maar uitsluitend faciliterend kunnen fungeren bij de aanbestedingen?" Wij zetten de financiering voor de inzet van de pendelbus door. De gemeente Westerwolde blijft daarbij verantwoordelijk voor de uitvoering van het aanbestedingsrecht van de pendelbus, maar wij voeren natuurlijk wel gesprekken met die gemeente en het COA over hoe we dat voortzetten met elkaar. We zijn daar dus wel nauw bij betrokken, ook omdat we dat financieren. Daar zijn we dus zeker bij betrokken.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik haak ook even in op wat de heer Ellian zei over de pendelbus. Kijk, dit soort gastjes reizen heel Europa door en weten precies waar ze moeten zijn. Die komen op allerlei plekken en gaan zelfs helemaal naar Ter Apel. Dat weten ze allemaal te vinden, en Emmen ook, terwijl dat volgens mij niet bij de plaatselijke VVV in het foldertje staat. Dat kunnen ze dus allemaal prima vinden. En als ze hier zijn, weten ze ineens niet meer hoe ze naar Emmen moeten komen, is het klaar en moeten ze met een pendelbus. Ik ben eigenlijk principieel tegen een pendelbus, maar ik weet ook dat dit bij de gemeente vandaan komt. Zolang de problemen niet zijn opgelost, vind ik we dat we de gemeente in die zin tegemoet moeten komen zodat het op de best mogelijke manier gaat. Maar die pendelbus moet er eigenlijk helemaal niet zijn; dat ben ik helemaal met de heer Ellian eens. Mijn vraag gaat over de uitvoering en het aanbesteden, want dat werd me even niet duidelijk in het antwoord. Mijn vraag was of u kunt bevestigen dat gemeenten niet verantwoordelijk worden voor de uitvoering maar uitsluitend faciliterend kunnen optreden bij de aanbesteding. Dat was eigenlijk mijn vraag, maar dat kwam er volgens mij niet helemaal uit.
Minister Van den Brink:
Ik zit even te zoeken of ik dan iets anders heb bedoeld te zeggen. Maar nee, wat u zegt is wat wij ook gaan doen. Je hebt alleen iemand nodig die de aanbesteding verricht. Dat zou de gemeente zijn. Voor de rest ondersteunen wij de gemeente volledig. Uiteindelijk zijn we daar heel nauw bij betrokken, ja.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik had nog een vraag over het convenant. De minister zegt: er waren meer partijen bij betrokken die niet direct partij waren bij de overeenkomst. We zien bijvoorbeeld dat Emmen de boa-inzet heeft geïntensiveerd rondom het station, maar daarmee verplaatst de overlast soms van Emmen naar Qbuzz of het busvervoer. Afstemming vindt ook niet altijd plaats, omdat je dus die verkokering hebt. Betekent de herijking van het convenant dat deze partijen allemaal om tafel gaan en dat bijvoorbeeld ook de boa-inzet gezamenlijk wordt aangepakt? Want het probleem ten aanzien van Emmen en Ter Apel moet niet verschuiven.
Minister Van den Brink:
Ik denk dat u daar de vinger op de zere plek legt. Een verplaatsing heeft in het verleden ook wel plaatsgevonden, ook omdat het natuurlijk over meerdere gemeenten en meerdere provincies gaat. Dan heb je ook qua vervoer weer met andere partijen te maken. Precies daarom zou dat convenant een brug moeten vormen om samen met elkaar op te trekken, zonder dat de last bij de ander komt te liggen. In dat convenant zullen we dus ook de inzet van boa's versterken.
De voorzitter:
Ik had de indruk dat u toe was aan het einde van het blokje pendelbus.
Minister Van den Brink:
Zeker.
De voorzitter:
Ik kijk even rond om te zien of daar nog vragen over zijn. Nee? Dan gaat u verder met het volgende blokje. O, u heeft toch nog een interruptie van mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Misschien komt de minister er nog wel op, maar zowel de heer Van Asten als ik hadden nog de vraag of die bedragen voor die bus niet ingehouden zouden kunnen worden op het leefgeld. Dat heeft vooral te maken met de veiligheid; laat ik het zo zeggen. Ik zie dat de minister …
De voorzitter:
De minister herkent de vraag.
Minister Van den Brink:
Ja, ik herken de vraag. Hij had ook in dit mapje gemoeten, denk ik, maar misschien was een kwartier schorsen toch net wat te kort. Misschien is dat de verklaring, maar ik weet wel het antwoord! Juridisch gezien kan er op deze manier niet gekort worden op het leefgeld. Het is niet dat we het niet zouden willen, maar het is juridisch niet mogelijk om dat op die manier vorm te geven. In praktische zin dacht ik "hé, een interessante gedachte", maar het kan dus niet. We kunnen op die manier niet korten op het leefgeld.
Sorry. Ik denk dat ik die vraag straks tegenkom.
De voorzitter:
De minister komt er nog op terug, dus in tweede termijn.
Minister Van den Brink:
Ja.
De voorzitter:
U gaat verder met de beantwoording.
Minister Van den Brink:
Ja, over de aanpak. We hebben al veel mensen gehoord over de verschillende aanpakken van overlast en over waar dat plaatsvindt. Dan krijg je een prachtige afkortingenreeks: vtl's, pbl's, htl's. Ik probeer er elke dag nog aan te wennen, maar misschien bent u het inmiddels wel gewend. We hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat de vtl en de pbl, de procesbeschikbaarheidslocatie, worden uitgebreid. Samen met COA voeren we gesprekken over de verscherpttoezichtlocaties en de procesbeschikbaarheidslocaties. Tegelijkertijd is dat ook een gesprek dat je met gemeenten moet hebben, want dat moet op een plek worden vormgegeven. Zoals u weet, voer ik op dit moment heel veel gesprekken voor andere plekken in het opvanglandschap. Dit komt daar dus bij. Ik denk dus dat er niet op heel korte termijn al antwoord te geven is op de vraag hoe snel dat te realiseren valt. Maar het is, denk ik, wel een aanvulling op de aanpak die we hebben, omdat op die plek mensen minder makkelijk overlast kunnen veroorzaken. Ook in zo'n pbl is gewoon sprake van een gebiedsverbod. Ze moeten dan ook op die plek blijven. Daar werd door verschillende mensen naar gevraagd.
Mevrouw Van der Plas vroeg: hoe ziet de aanpak van overlast eruit bij recidive? Ter Apel kent dus die procesbeschikbaarheidsaanpak. Dat is een escalatieladder, dus met verschillende tredes. De ernst van de overlast bepaalt welke trede wordt opgelegd. Dat begint met de inhuisregistratie. Dan moet je je elke dag twee keer melden. Vervolgens kan het verscherpt toezicht worden toegepast. Bij ernstige overlast kan een gebiedsgebod worden opgelegd in de procesbeschikbaarheidslocatie. Er vindt dossieropbouw plaats, zodat bij recidive een zwaardere maatregel kan worden opgelegd, waarbij uiteindelijk ook beoordeeld wordt of vreemdelingenbewaring mogelijk is. Als hiervan sprake is, dan komt gelijk de IND erbij om een versnelde procedure toe te passen. Het uitgangspunt is dat na een veroordeling voor een strafbaar feit door de IND wordt bezien wat de vreemdelingrechtelijke consequenties zijn voor het verblijfsrecht van de asielzoeker.
Er was ook gevraagd wanneer je opschaalt naar een vtl of naar de vreemdelingenbewaring. Mensen met een kansarme aanvraag kunnen worden geplaatst in een verscherpttoezichtlocatie en in een procesbeschikbaarheidslocatie als er sprake is van overlastgevend gedrag. Dan gaan ze met prioriteit door de asielprocedure. Zoals ik al zei, valt de vreemdelingenbewaring daar ook nog aan te koppelen.
De heer Ellian vroeg: "Wil de minister vooruitlopen op de inwerkingtreding van de uitvoeringswetten en het inzetten van artikel 56 van de Vreemdelingenwet? Waarom wordt dat nu niet toegepast?" Op dit moment wordt artikel 56 ingezet bij de procesbeschikbaarheidslocatie. Dat is een vrijheidsbeperkende maatregel. Dat geldt ook voor de htl, de vrijheidsbeperkende locatie. Daarnaast kunnen uitgeprocedeerde asielzoekers in vreemdelingenbewaring worden gezet als er zicht is op uitzetting. Het Migratiepact biedt meer ruimte voor de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen. Vooruitlopend op dat pact zijn we op dit moment in gesprek over hoe we daar op meer plekken invulling aan kunnen geven.
U vroeg ook nog naar het aantal mensen. In de htl in Hoogeveen zitten op dit moment 50 personen en in de verscherpttoezichtlocatie zitten op dit moment 40 personen.
De heer Ellian (VVD):
Je zou kunnen constateren dat de groep notoire overlastgevers een paar honderd man is. Ik kijk even naar de collega's. Is dat een gekke schatting? Nee, dat is geen gekke schatting. Dan ontbreken er dus een paar honderd in de pbl, de htl of de vtl. Het maakt me niet zo heel veel uit hoe het genoemd wordt. Dit zijn dezelfde personen die telkens overlast veroorzaken en waar we op dit moment een aparte pendellijn voor inzetten. Ik denk dat we dat niet zouden moeten doen, maar goed. Wat gaat de minister in de komende tijd doen om ervoor te zorgen dat deze gasten op die locaties zitten en daar ook blijven, en dat ze dus niet het gebied verlaten?
Minister Van den Brink:
Dat is een terechte vraag. Even in aanvulling daarop: we hebben natuurlijk ook nog de vreemdelingenbewaring, met honderden plekken. Dat komt daar nog bij, maar dan moet je je wel echt stevig misdragen hebben. Dat erken ik. Ik denk dat u er gelijk in heeft dat de pbl op meerdere plekken moet worden toegepast. Tegelijkertijd zeg ik eerlijk dat het gesprek daarover intensief is, want op welke plek is daar ruimte voor en wie is bereid om zo'n plek te accepteren? Ik heb zeker de behoefte om meer pbl-locaties te realiseren. Dat wil ik verspreid doen, want dat is ook een onderdeel van het overlastvraagstuk in Ter Apel. Daar is nu een concentratie van overlast. Een van de afspraken met de gemeente Westerwolde is dat we spreiden. Als we dat doen, dan zien we dat de overlast kan afnemen. We zullen daar zeker op inzetten.
In aanvulling op de vragen die door de heer Ellian werden gesteld: het ging ook over de beperking van de bewegingsvrijheid. Kan dat niet langer dan nu het geval is in de htl? Ja, dat kan voor nieuwe incidenten. Op de handhaving- en toezichtlocatie in Hoogeveen kan een bewoner langer dan dertien weken verblijven, maar aan dit langere verblijf ligt wel een nieuwe htl-maatregel ten grondslag. Er moet wel een reden zijn om het te kunnen verlengen. Een verlenging op de procesbeschikbaarheidslocatie in Ter Apel kan alleen als de vertraging in de asielprocedure te wijten is aan de asielzoeker zelf. Als iemand niet meewerkt, dan kun je de periode op een procesbeschikbaarheidslocatie verlengen.
Dan kom ik bij de vragen over …
De voorzitter:
De heer Ellian heeft nog een vraag.
De heer Ellian (VVD):
Dan ben ik toch abuis als ik kijk naar het besluit van 27 mei 2025. Een maatregel op grond van artikel 56 van de Vreemdelingenwet kan voortduren zolang dat redelijk is, gelet op de omstandigheden van het geval en met het oog op de openbare orde. Je kunt hier toch eenvoudig vaststellen dat de openbare orde ... Het is zo evident, gelet op alle incidenten van de afgelopen jaren. Het is evident dat iemand overlast veroorzaakt in een bus. Bij overlast is overigens vaak sprake van strafbare feiten en dan is per definitie de openbare orde in het geding. Sterker nog, het bestaan van die buslijn de jure — ik ben juridisch onderlegd — bewijst al dat de openbare orde in het geding is, want anders hadden we die hele buslijn niet nodig. Dus waarom komt er niet gewoon een langdurige maatregel op grond van artikel 56?
Minister Van den Brink:
Die maatregel wordt natuurlijk verstrekt op een persoon en niet op een locatie of op de gedragingen rondom een locatie. Artikel 56 ziet op een persoon in de asielprocedure. De incidenten die zich rondom Ter Apel voordoen, worden natuurlijk niet door één persoon verricht, maar door een hele grote groep personen. Die worden vrij snel uit Ter Apel weggehaald en op een andere plek ondergebracht. Je kunt wel degelijk langer vastgehouden worden op een pbl. Dat is eigenlijk niet het goede woord. Je kunt op een pbl langer een toezichtsmaatregel hebben waarbij je een gebiedsgebod krijgt. Volgens mij moet ik het iets beter formuleren dan net. Dat wordt ook gedaan als daar de ruimte voor is. Ik deel de wens om hier sterker op in te zetten en om meer te bereiken, dus daar zal ik ook mee aan de slag gaan. Iedereen wil de overlast verminderen.
Ik heb inmiddels een antwoord op de leefgeldvraag. Kunnen we de ticketprijzen daarop inhouden? De bewoners van het COA vallen onder de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005. Zij hebben recht op die verstrekking. Conform artikel 10 van die regeling kan een onthouding van die verstrekking alleen plaatsvinden indien bewoners zich niet aan de verplichtingen houden, zoals de naleving van de COA-huisregels of van de aanwijzingen van het personeel. Het leefgeld ziet op het gedrag van de asielzoeker op de locatie van het COA en niet op gedragingen die buiten COA-locaties plaatsvinden. In die zin kun je het dus niet op die manier koppelen aan het gedrag in een bus.
De voorzitter:
Daarover heeft de heer Ceulemans een vraag.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik twijfel of ik hieraan een interruptie moet besteden, maar ik doe het toch, want volgens mij is er wel iets vreemds aan de hand. Ik heb in een andere hoedanigheid, toen ik medewerker was, schriftelijke vragen gesteld voor Joost Eerdmans. Ik vroeg: op welke terreinen is Nederland op dit moment milder in het asielbeleid dan we zouden hoeven zijn op grond van de Europese richtlijnen? We kregen destijds een overzicht terug van staatssecretaris Van der Burg. Het ging toen over zakgeld/leefgeld in de opvang. Dat zijn we überhaupt niet verplicht. Nederland mag in plaats van zakgeld dingen in natura verstrekken. Hoe kan de minister enerzijds zeggen dat we niet het recht hebben om zaken in te houden op het leefgeld, terwijl we niet eens verplicht zijn om dat leefgeld te verstrekken?
Minister Van den Brink:
Dat is echt een andere discussie. U heeft het over dingen in natura verstrekken, bijvoorbeeld driemaal daags een maaltijd en toiletartikelen. Dan moet het COA die inkopen en verstrekken. Dat zou ook kunnen, maar we weten uit ervaring dat dat een veel duurdere variant wordt en dat dat op heel veel locaties niet gaat vliegen. Daarom kiezen wij op alle locaties voor leefgeld via moneycards. Ik snap dat dat een bepaald gevoel oproept, in de zin van: ze krijgen geld. Maar dat zijn echt beperkte middelen voor dagelijkse voorzieningen, bijvoorbeeld eten en drinken als ze zelf koken, en toiletartikelen. Dat is eigenlijk het enige wat het leefgeld behelst.
De voorzitter:
U vervolgt de beantwoording.
Minister Van den Brink:
Ik ga verder met de vragen over de overlast. Ik heb een paar vragen net al beantwoord. Door meerdere partijen werd gevraagd: deelt de minister de mening dat we moeten gaan werken met een "one strike and you're out"-systeem? Het snelrecht wordt al toegepast op overlastgevende asielzoekers. Indien er sprake is van een veroordeling, dan kan dit van invloed zijn op de asielprocedure, maar zoals ik al zei, stelt de Kwalificatierichtlijn hoge eisen aan het intrekken en het weigeren van bescherming op basis van het Europees asielrecht. Na een aanhouding op grond van overlast dan wel misdrijven vindt strafrechtelijke opvolging plaats. Het strafrecht gaat voor het vreemdelingenrecht. Als na deze strafrechtelijke opvolging geen grond meer is om de overlastgever in bewaring te houden, dan kan de persoon worden overgedragen aan de Vreemdelingenpolitie. Die toetst of het mogelijk is om de persoon over te nemen en om vreemdelingenbewaring op te leggen. Een stapeling van feiten draagt bij aan een goede onderbouwing. Er zijn wel mogelijkheden om mensen met een kansarme aanvraag met prioriteit door de procedure te halen, zoals ik al zei. Op die manier kunnen we ze versneld laten vertrekken.
Kan de minister toezeggen dat het veiligheidsconvenant direct wordt nageleefd en dat de verantwoordelijkheden helder worden vastgelegd? Ja, dat kan ik toezeggen. Ik heb net ook al gezegd dat de betrokken partijen, de gemeente Westerwolde, Emmen, het ov-bureau, Qbuzz, FNV en het ministerie van Justitie en Veiligheid, zich hebben gecommitteerd aan de afspraken in het convenant. We gaan dat opnieuw met elkaar vastleggen en de afspraken actualiseren. Daarin nemen we ook op wat de partijen met ons willen afspreken om deze situatie te verbeteren.
Kan er preventief gefouilleerd worden en weten we dat? Ja, dat gebeurt. We hebben geen inzage in het besluit tot preventief fouilleren in de gemeente Emmen, maar het gebeurt wel. Mocht er sprake zijn van een strafrechtelijke overtreding, dan zal dat met de strafrechter worden afgehandeld. We hebben alleen geen inzicht in het aantal handelingen dat wordt gedaan rondom preventief fouilleren of wat daar op dit moment de opbrengst van is.
Meneer Russcher heeft mij gevraagd: waarom wilt u het probleem verspreiden door asielzoekers te verspreiden? Ik denk dat dit wel een beetje gaat over de Spreidingswet. Dit wordt dus een dubbeling. Wij hebben er natuurlijk wel voor gekozen om rust te brengen in het hele asieldossier. Rust kan worden bereikt door de instroom te beperken, waardoor er in die zin minder overlast ontstaat. Het kan ook door voldoende opvanglocaties te creëren, waardoor de druk op Ter Apel afneemt. Op die manier kan ook de overlast afnemen. Dat is de reden waarom we hiermee doorgaan. Ook zonder een Spreidingswet of elke andere afspraak die je maakt met gemeenten, zijn er op dit moment mensen in Nederland die een asielverzoek hebben. Er zal dus een manier moeten worden gevonden om opvang te bieden, maar wel met minder overlast dan we nu hebben.
Mevrouw Vondeling vroeg naar de YouTube-vlogger die vorige week in het nieuws was en die een aantal zaken onder onze aandacht heeft gebracht. Daar zijn ook schriftelijke vragen over ontvangen door een aantal partijen. Die gaan we natuurlijk zo snel mogelijk beantwoorden. De veiligheid van de COA-bewoners en -medewerkers heeft absoluut prioriteit. Het COA kijkt zeker niet weg als er sprake is van drugsgebruik of wapenbezit. Wanneer er vermoedens zijn van de aanwezigheid van verboden middelen, voert het COA extra kamercontroles uit. Dat gebeurt dus ook als daar aanleiding voor is. Als er drugs of wapens worden aangetroffen, worden deze in beslag genomen en wordt er een melding gemaakt bij de politie. Daarmee kan een strafrechtelijk onderzoek worden gestart. Dat is dus ten aanzien van die signalen.
De voorzitter:
U heeft daar een vraag over van mevrouw Vondeling.
Mevrouw Vondeling (PVV):
De minister gaat hier wel héél snel aan voorbij. Er wordt gewoon gezegd dat er drugs wordt verkocht, drugs wordt gebruikt en dat er verboden wapens zijn. In het nieuws zie je ook dat er continu steekpartijen zijn. Ik weet niet of ze dat met een keukenmes doen, of met een mes dat ze ergens illegaal hebben gekocht. Ik denk dat dit probleem wel wat groter is dan de minister doet voorkomen. U zegt ook dat die kamers worden doorzocht, maar hoe vaak gebeurt dat? Gebeurt dat ook onaangekondigd? Ik wil dus eigenlijk wel iets meer informatie hierover van de minister. Ik wil dat hij dit grondig gaat onderzoeken, want dit kan natuurlijk niet. Als er drugs gevonden of gedeald worden, moet dat azc dan niet gesloten worden? Dat gebeurt ook bij woningen als daar drugs worden aangetroffen.
Minister Van den Brink:
Ik zou zeker wensen dat we iedere vorm van drugshandel in dit land aan banden kunnen leggen. Waar het ook plaatsvindt zeg ik: aanpakken die handel, niet alleen op COA-locaties, maar op alle plekken in dit land. Op die manier handelt het COA ook. Ik heb geen inzage in hoeveel kamercontroles er gedaan worden. Ik weet wel dat dat ook onaangekondigd is. Ik ben er zelf namelijk weleens bij geweest toen ik een dag meeliep op een COA-locatie. Er wordt dus wel degelijk op gehandhaafd. Alleen geldt hier wel dat het strafrecht aan zet is. Wapenbezit en drugshandel zijn allemaal niet conform het strafrecht dat wij kennen. Daar moet dus gewoon op gehandhaafd worden door de politie. Dat wordt ook gedaan als daar zicht op is vanuit het COA.
De voorzitter:
Mevrouw Vondeling heeft nog een vervolgvraag.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Hoe reageert de minister op het feit dat er die documentaire een COA-woordvoerder aan de telefoon zegt dat ze weet dat "het best zal gebeuren, maar dat wij er niets mee te maken hebben"? Dat suggereert toch ook dat het probleem wordt gebagatelliseerd, dat er door de vingers wordt gekeken, dat het in stand wordt gehouden en dat er niet actief tegen wordt opgetreden? Hoe zit het ook met die steekpartijen? Er is om de week een steekpartij in een azc.
Minister Van den Brink:
Voor dat laatste heb ik geen verklaring. Ik weet niet wat de achtergrond daarvan is. Wat betreft de uitspraak van het COA houd ik gewoon vast aan wat ik met het COA heb besproken. Op het moment dat daar zicht op is, wordt daarop gehandhaafd met controles en aangiftes. Maar het is wel waar dat er geen 100% controle is voordat mensen een COA-locatie betreden. Dat herkende ik ook in de vragen die uit de uitzending rezen. Zo is dat natuurlijk niet ingericht. In die zin herken ik de reactie van de COA-woordvoerder misschien meer, omdat daar natuurlijk geen sprake van is. In de documentaire werd het wel een beetje als vraag opgeworpen waarom dat niet zo zou zijn. Dan kom je in een heel andere omgeving als je zou wensen dat COA-locaties op die manier worden beveiligd.
De voorzitter:
U vervolgt de beantwoording.
Minister Van den Brink:
Over het snelrecht heb ik net al kort iets gezegd. Ook mevrouw Straatman vroeg daarnaar. De toepassing van het snelrecht is echt aan het Openbaar Ministerie. Ik kan u wel zeggen dat nu al het uitgangspunt is dat het snelrecht zo veel mogelijk wordt toegepast voor overlastgevende asielzoekers. Ten aanzien van de vraag over de consequenties voor de veroordeling heb ik net al gezegd dat vanuit het Europees recht geldt dat er sprake moet zijn van ernstige misdrijven.
Dan heeft de heer Ceulemans …
De voorzitter:
Er is eerst een vraag. O, wacht heel even, meneer Ceulemans.
Minister Van den Brink:
Ja, want de heer Ceulemans had gevraagd wat de stand van zaken is van de overleggen met Emmen en wat er gebeurt als de toegezegde middelen op zouden zijn. We hebben met de gemeente Emmen afgesproken dat er daar door ons gefinancierde boa's zijn. Begin februari is er overeenstemming bereikt over extra maatregelen. Er is een totaalpakket aan maatregelen. We financieren dus zes boa's in het stationsgebied, het centrum van Emmen en Nieuw-Weerdinge. De gemeente Emmen krijgt daar vanuit het ministerie acht toezichthouders en straattoezichtteams voor. Nu ontbreekt alleen net het antwoord op de vraag hoelang de afspraak met Emmen loopt. Het gaat overigens om meer middelen dan de 5 ton die u noemt. Deze afspraak met Emmen loopt in ieder geval voor een jaar. Dan evalueren wij en overleggen wij of we die voortzetten. Er blijven middelen beschikbaar voor de aanpak van overlast.
De voorzitter:
De heer Ceulemans heeft daar toch nog een vraag over.
De heer Ceulemans (JA21):
Toch een vraag, maar niet daarover, want ik moet spaarzaam zijn met vragen. Er zijn verschillende vragen gesteld. Ik heb gevraagd naar one strike and you're out, maar er is ook gevraagd naar vtl, vbl en noem het allemaal maar op. Ik heb het idee dat het ons weer een beetje door de vingers glipt. De minister somt op wat het staande beleid is, waar op dit moment op wordt ingezet en wat de gangbare stappen zijn als een asielzoeker overlast veroorzaakt of crimineel gedrag vertoont et cetera. Laat ik de vraag dan breed stellen: welke aanscherpingen heeft de minister op dit moment voor ogen als het gaat om vrijheidsbeperking en terugkeer?
Minister Van den Brink:
Wij zijn voornemens om, zoals de heer Ellian benadrukt, artikel 56 toe te passen op de pbl, de procesbeschikbaarheidslocatie, op meerdere plekken. We moeten alleen het overleg voeren over op welke locaties dat kan. Daarnaast gaan we in gesprek om op meerdere plekken in Nederland vtl-locaties te realiseren. Laat ik in algemene zin het volgende zeggen. Mocht u binnen het Europees recht ruimte zien waar we op dit moment nog geen gebruik van zouden maken voor de aanpak van overlast, ben ik bereid om daarmee aan de slag te gaan. Er is op dat vlak volgens mij niets wat ons tegenhoudt om overlast aan te pakken. Iedereen snapt dat overlastgevende asielzoekers impact hebben op het draagvlak voor asiel. Daarom hebben we daar in het coalitieakkoord hele duidelijke afspraken over gemaakt. Mocht u nog zaken zien waarvan u denkt "daar zit nog ruimte die juridisch gezien mogelijk is maar waar nog geen gebruik van wordt gemaakt", dan ben ik er zeer zeker voor aanspreekbaar om daar opvolging aan te geven.
Ten slotte over terugkeer. Daarvoor geldt natuurlijk wel dat er een terugkeerbesluit moet liggen. Dan gaat het over mensen die al te horen hebben gekregen dat ze niet meer in Nederland mogen blijven. Ook daarvoor gelden natuurlijk allerlei juridische bepalingen, maar het klopt wel dat de Terugkeerverordening in die zin meer ruimte zal gaan bieden. Wij zijn van plan om daar gebruik van te maken, al is dat afhankelijk van het eindproduct van de onderhandelingen. Ik kom daar nog op terug bij de beantwoording van een aantal vragen. Maar er is geen terughoudendheid vanuit dit kabinet bij de inzet van maatregelen om de overlast te beperken.
De voorzitter:
Gaat u verder met de beantwoording.
Minister Van den Brink:
Ja. Dan kom ik bij Ter Apel en het aanmeldcentrum. Mevrouw Westerveld vroeg naar de noodzaak van meerdere aanmeldcentra en vroeg ook welke plannen daarvoor zijn en hoe we die op dit moment uitvoeren. We zien dat de druk op Ter Apel vanwege de functie als aanmeldcentrum ook op deze manier effect heeft, dus qua overlast. Daarom onderschrijf ik de noodzaak om Ter Apel te ontzien door het aanmeldproces op meer locaties plaats te laten vinden. Daar zijn we over in gesprek.
Tegelijkertijd zijn we bezig met de invoering van het Migratiepact. Zoals ik twee weken geleden heb toegelicht, is de manier waarop de nieuwe screening volgens die verordening moet worden ingericht door de IND op korte termijn alleen in Ter Apel mogelijk, maar we zijn zeker aan het nadenken over meerdere locaties om op die manier de druk op Ter Apel te verlichten. Dat is overigens ook echt een nadrukkelijke wens van de gemeente Westerwolde, want zij willen heel graag weer een reguliere azc-functie gaan vervullen, dus met een school en met kinderen. Eigenlijk willen ze weer terug naar de beginperiode van Ter Apel, waar de heer Russcher ook op wees, toen er een functionerend azc was, terwijl ze inmiddels heel erg in de aanmeldproblematiek zijn beland. Er gaan nu heel veel mensen naartoe. U hoort ook elke dag de cijfers. Die liggen nog steeds niet onder de 2.000, dus er ligt continu druk op die locatie. Wij zijn zeer gemotiveerd om daar een alternatief voor te vinden.
De heer Van Asten vroeg daar ook naar, ook vanwege het screeningsproces dat nu nog alleen in Ter Apel kan plaatsvinden. Met de inwerkingtreding van het Migratiepact zal dat nu alleen plaatsvinden in Ter Apel. De IND is hard bezig met de voorbereiding om het pact goed uitgevoerd te krijgen. We zijn dus ook op zoek naar andere plekken waar de IND dat aanmeldproces zou kunnen doen. Er lopen op dit moment gesprekken met de ketenpartners, maar ik kan u helaas niet toezeggen dat dit voor 12 juni gaat leiden tot resultaat. Ik zeg u wel toe dat ik u zal informeren als we wel zicht hebben op alternatieve locaties dan Ter Apel.
Mevrouw Westerveld benadrukte ook nog het belang van meedoen en het kunnen geven van een zinvolle dagbesteding aan mensen. Dat onderschrijft het kabinet zeer. Dat is ook een van de afspraken uit het coalitieakkoord. Voor de zomer komt de minister van Werk en Participatie — ik moet eerlijk zeggen dat ik zijn titel soms vergeet — met een aanpak daarvoor. Daarin zit ook het onderdeel van de Meedoenbalies. Daar is geld voor gereserveerd in het coalitieakkoord. Dat gaat over alle grote opvanglocaties. Het gaat dus niet om alle locaties, maar wel om de grotere opvanglocaties.
Dan kom ik ten slotte bij een aantal vragen die onder overig geclassificeerd waren. We beginnen met de vragen van een aantal partijen over de Europese Terugkeerverordening. Wij zetten daar natuurlijk op in en hebben daar ook vaak over gesproken. We zijn nu in de situatie dat we de laatste onderhandeling kunnen laten plaatsvinden in de zogenaamde triloog. Die verordening is rechtstreeks werkend. Daarvoor zal de nationale Vreemdelingenwet wel weer moeten worden aangepast. De Raad en het Parlement willen beide dat er een nieuwe bewaringsgrond komt voor openbare orde en nationale veiligheid die direct doorwerkt in de lidstaten. Daar komt dus ruimte. Bij terugkeerbewaring moet er een terugkeerbesluit liggen. Dat is dus een onderdeel daarvan. Zodra de definitieve tekst gereed is, zal het kabinet snel bekijken hoe we die nieuwe instrumenten kunnen inzetten en de Nederlandse wetgeving daarop kunnen aanpassen. Dat kan dus betekenen dat er een gevolg aan gegeven moet worden via nationale wetgeving, hoewel de Europese Commissie ook weleens signalen heeft gegeven dat de verordening deels al wel vanaf 12 juni gaat werken. Op welke onderdelen dat dan wel of niet van toepassing is, is mij op dit moment nog niet bekend. Daar zullen we de Kamer over informeren als dat duidelijk is.
U vroeg ook nog naar de terugkeerhub, waarover we ook al vaak hebben gesproken. U weet dat wij daar voorstander van zijn als onderdeel van het sluitstuk van terugkeer, waarbij we er wel oog voor hebben dat de mensenrechten van de migrant die teruggaat, geborgd zijn. Dat hanteren we als vertrekpunt. Daarom ben ik daarover in gesprek met een aantal landen in een kopgroep en maken we gebruik van elkaars expertise om met verschillende landen daarover nu in gesprek te gaan. Als daar nieuwe mededelingen over te doen zijn, zal ik u daar zeker van op de hoogte stellen.
U had nog een vraag, meneer Ceulemans, over het in Europees verband inzetten om Algerije op de EU-veiligelandenlijst te krijgen. Algerije staat inderdaad nu niet op die door de Europese Commissie opgestelde lijst voor veilige landen die zal gaan gelden onder het pact. Dat heeft echter geen relevantie voor de mogelijkheid om deze zaken aan te merken als kansarm. Algerije behoort namelijk wel tot de herkomstlanden waarvoor geldt dat asielzoekers binnen de EU een gemiddeld inwilligingspercentage hebben dat lager is dan de 20%. Mochten deze mensen aankomen in Europa, dan kunnen zij daarom onder de grensprocedure worden behandeld en afgedaan. Ik hoop uw zorg daarmee te kunnen wegnemen.
Ten slotte heb ik nog een vraag van mevrouw Straatman over de tekorten aan zorg en ggz-zorg, vooral in het Noorden. In algemene zin is er in heel Nederland een tekort aan plekken in de ggz. Dat geldt ook voor de transculturele ggz-zorg. Dit is wel echt een vraag waar de minister van VWS het meest de kennis van bezit om te weten hoe zij dat moet aanpakken. Maar in een intensief traject met alle betrokken partijen wordt er wel gewerkt aan een goed alternatief voor Veldzicht, met name voor de mensen die daar zitten. Daar hebben wij ook afspraken over gemaakt. Volgens mij heb ik u onlangs laten weten wat de resultaten daar tot nu toe van zijn, namelijk dat we nog niet zo ver zijn als wij gehoopt hadden u te kunnen melden. Wel hebben we alweer een heel aantal bedden, ook voor de tbs, beschikbaar kunnen stellen. Dat is de stand van zaken op dat terrein.
Ik sluit af met de Spreidingswet. Ja, het kabinet handhaaft de Spreidingswet omdat daarmee voldoende plekken in heel Nederland beschikbaar komen, liefst ook kleinschalig. Ook dat is een onderdeel van het bestrijden van overlast, weten we. Daar zullen wij onverkort mee doorgaan. Ik heb onlangs een brief gestuurd aan gemeenten om te vragen om opvangplekken te realiseren. Binnenkort zal ik ze gaan aanschrijven als onderdeel van de Spreidingswet om te laten zien welke resultaten ze geboekt hebben ten opzichte van wat de afspraak was. Ik nodig ze dan ook uit voor een gesprek bij ons op het ministerie als ze niet voldaan hebben aan de afspraak. Op die manier geef ik vorm aan het interbestuurlijk toezicht.
Dat waren de vragen die ik geregistreerd heb.
De voorzitter:
Dan heeft de heer Ceulemans nog zijn laatste interruptie.
De heer Ceulemans (JA21):
Dat klopt, voorzitter. Het is een tweeledige interruptie. Als ik het goed hoorde, zei de minister dat het kabinet voorstander is van terugkeerhubs en dat er vanuit die kopgroep werk van wordt gemaakt, maar noemde hij het ook een sluitstuk. Ik weet niet of hij dat anders bedoelde dan hoe hij het zei, maar volgens mij zou een terugkeerhub de norm moeten zijn. Mensen die uitgeprocedeerd zijn en die terug kunnen naar hun land van herkomst, gaan terug naar hun land van herkomst. Iedereen voor wie dat niet geldt, moet natuurlijk ook het land uit en kan naar een terugkeerhub. Kan de minister in ieder geval bevestigen dat het geen sluitstuk is als in de laatste trede op een ladder of zo, maar dat het gewoon het uitgangspunt moet zijn …
Minister Van den Brink:
Het woord "sluitstuk" ziet op de terugkeer als sluitstuk van een procedure. Ik bedoelde het op het onderdeel van terugkeer, maar niet als dat deze daarmee als laatste in de rij komt te staan. We gaan alle middelen inzetten om ons terugkeerbeleid te verbeteren.
De heer Ceulemans (JA21):
Oké, fijn. Dank.
De voorzitter:
We hadden vier interrupties afgesproken, hè.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik ben blij met het antwoord van de minister, maar hij viel me wel in de rede. Ik was nog bezig met mijn interruptie.
De voorzitter:
Ja, maar u had wel uw vraag gesteld.
De heer Ceulemans (JA21):
Het was een tweeledige vraag.
De voorzitter:
U heeft zo meteen ook nog een tweede termijn om uw vraag te stellen.
De heer Ceulemans (JA21):
Nou, het was te proberen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan heb ik een twaalfledige vraag.
De voorzitter:
Haha! U heeft nog drie interrupties, dus ga gerust uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Even over de Meedoenbalies. We hebben hier een debat over de veiligheid op de buslijnen Ter Apel. Het gaat eigenlijk een beetje alle kanten op, want het is ook een klein beetje een asiel- en migratiedebat geworden. Dat is helemaal niet erg, want het gaat hier ook over asielzoekers. Maar dan hoor ik de minister praten over Meedoenbalies. Die Meedoenbalies zijn volgens mij bedoeld voor asielzoekers, gewoon keurig nette asielzoekers, die gewoon wat dingen willen doen, bijvoorbeeld activiteiten in een moestuin of wat begeleiding van sportactiviteiten. Dat is op zich allemaal prima, maar ik ga er toch niet van uit dat die gasten die op die buslijnen zitten, wat echt een ander kaliber gasten is, bij een Meedoenbalie terechtkomen. Als je gaat zeggen "ja, kom hier maar leuk knutselen met mijn kinderen", lijkt me dat niet echt van toepassing op deze mensen. Klopt dat?
Minister Van den Brink:
Ja, dat klopt. Ik had mij zo voorgenomen om niet in dit frame terecht te komen, maar door mijn beantwoording is het mij toch gelukt om hiervoor ruimte te laten. Kansarme asielzoekers kunnen geen aanspraak maken op het meedoen, in de zin van dat ze mogen werken in Nederland. Dat geldt alleen voor mensen die een kansrijk verzoek hebben en die zich hier ook gedragen.
De voorzitter:
De minister is toegekomen aan het einde van zijn beantwoording in eerste termijn. Ik kijk naar de leden om te zien of er behoefte is aan een tweede termijn. Die is er. We hebben met een spreektijd van anderhalve minuut een korte tweede termijn. Ik geef als eerste het woord aan de heer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank. Voordat ik het vergeet, zou ik in ieder geval graag een tweeminutendebat willen aanvragen.
Ik wilde net nog een vraag stellen over de Terugkeerverordening. De minister ging daar al even op in. Hij zei zelf dat die inderdaad veel meer handvatten biedt om mensen vast te kunnen zetten en uit te kunnen zetten op grond van de openbare orde dan dat we nu kunnen. Dat is goed om te horen. De vraag die ik aan de minister zou willen stellen, is: wil hij die op een zo streng mogelijke manier in de Nederlandse wetgeving implementeren? We zien dat daar binnen de coalitie verschillend over wordt gedacht. Zit de minister op het spoor dat hij dit zo streng mogelijk gaat doorvertalen in de Nederlandse wetgeving, zodat we onder de regels van die verordening zo veel mogelijk mensen kunnen vastzetten op grond van de openbare orde? Dat was mijn eerste vraag.
Veel vragen over het vastzetten en uitzetten van mensen zijn weinig bevredigend beantwoord, maar ik had ook niet verwacht dat dit debat daar heel veel verandering in zou brengen. Laten we hopen dat de toekomst meer brengt. Het is goed dat het convenant nageleefd gaat worden, maar ik vrees dat dit niet de laatste keer is dat we het hierover hebben gehad. Het is goed dat we het erover hebben gehad, maar wat JA21 betreft zullen we pas rusten op het moment dat de ondernemers in Ter Apel en Emmen weer normaal kunnen ondernemen, de mensen weer veilig door hun eigen straat kunnen en de buschauffeurs elke ochtend weer veilig op de bus kunnen stappen om hun werk te doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas van de fractie van de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister en zijn staf, die hier de antwoorden aan de leden hebben gegeven.
Ik heb nog één vraag. Althans, het is meer een verzoek aan de minister. Ik verzoek hem om in gesprek te gaan met de minister van Justitie en Veiligheid en om ons daarover te informeren. Het gaat met name om de bevoegdheden die boa's hebben, ook in het openbaar vervoer. Zij mogen nu eigenlijk niks. Die mensen zien iets gebeuren in een bus, maar hebben weinig handelingsbevoegdheid. Ze kunnen eigenlijk niks doen. Reizigers zien dat er boa's staan, maar dat die helemaal niks doen. Met een beetje pech worden ze ook nog gefilmd. Het is belangrijk dat zij wat kunnen doen, bijvoorbeeld een ID-bewijs controleren. Dat komt eraan voor het rijbewijsregister. Voor ov-boa's komt dat volgens mij medio dit jaar. Ik wil graag dat hierover nauw contact is tussen de minister van Asiel en Migratie en de minister van Justitie en Veiligheid. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat boa's meer kunnen, bijvoorbeeld het vaststellen van de identiteit? Nu moeten ze vaak wachten op de politie. Dat duurt lang en geeft alleen maar meer irritatie bij degenen die overlast plegen. Ik zou graag een terugkoppeling willen van de minister van Asiel en Migratie over hoe er samen wordt opgetrokken om dit zo snel mogelijk te regelen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Russcher van de fractie van Forum voor Democratie.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. In de beantwoording van de minister kwamen eigenlijk twee dingen naar voren. Het eerste is dat het zou gaan om een kleine groep mensen. Je zou de groep mensen die misdrijven plegen en intimideren op buslijnen klein kunnen noemen, maar 11% van de COA-bewoners was of is betrokken bij een of meerdere agressie- en geweldsincidenten. De capaciteit in 2026 wordt geschat op 130.000. Als je dat doorvertaalt, heb je het over meer dan 10.000 mensen en geregistreerde agressie- en geweldsincidenten. Dit komt natuurlijk niet alleen voor op buslijnen, maar ook in de azc's. Als daar niet keihard wordt opgetreden, dan voelen ze zich vogelvrij om zich ook te misdragen op een buslijn.
Het andere punt is de Spreidingswet, waar vaak aan wordt gerefereerd om Ter Apel te ontlasten. We horen inmiddels al twintig jaar dat we de instroom gaan beperken, maar ondertussen groeit de bevolking uitsluitend door migratie, met gemiddeld 130.000 mensen per jaar. Ik denk dat heel veel mensen die dit debat volgen, de mensen in Ter Apel maar ook in andere gemeenten die te maken krijgen met een azc, inmiddels denken: er wordt ons al zo lang beloofd dat de instroom omlaaggaat; wij hebben niet heel veel vertrouwen in het praatje dat dit nodig is om Ter Apel te ontlasten en dat de andere gemeenten maar een beperkte groep asielzoekers krijgen. Zolang de instroom blijft doorgaan, zullen de problemen door heel Nederland verspreid worden. Wellicht kan de minister hier nog op reflecteren.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Vondeling van de fractie van de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Voorzitter. Ik zal niet alles herhalen uit mijn eerste termijn, maar het moge duidelijk zijn: wat de PVV betreft worden overlastgevers niet beloond met een eigen buslijn en wordt die pendelbus gewoon opgeheven. Ze kunnen vanuit Afrika helemaal hiernaartoe komen, dus dan kunnen ze vanaf het station ook het aanmeldcentrum vinden, ook al hebben wij dat natuurlijk liever niet.
Ik vind het onbegrijpelijk dat de minister de criminaliteit in azc's bagatelliseert. De PVV wil dat er harde maatregelen worden genomen. Bij stelselmatig drugsgebruik en drugs dealen moet een azc gesloten worden en moeten er kamercontroles plaatsvinden. Ik zal hierover wat moties voorbereiden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Westerveld van GroenLinks-PvdA. Excuus, de heer Van Asten heeft nog een interruptie voor mevrouw Vondeling.
De heer Van Asten (D66):
Ik hoorde mevrouw Vondeling in haar inbreng nogmaals zeggen dat een azc dan moet worden gesloten. Het gaat vaak om zo'n 400 tot 500 personen. Waar zouden die personen vervolgens moeten worden opgevangen?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dat is niet zo moeilijk. Wat de PVV betreft gaan we sowieso een asielstop invoeren. Daarnaast zitten er 30.000 Syriërs in de azc's. Syriërs kunnen wat ons betreft gewoon terug. Als we 30.000 Syriërs terugsturen, dan kunnen we sowieso 100 azc's sluiten en dan hebben we gewoon plek.
De voorzitter:
Meneer Van Asten, kort.
De heer Van Asten (D66):
Nog een korte vraag. Dat is natuurlijk een rare rekensom die nu even snel gemaakt wordt, alsof de wereld zo maakbaar is. Het is natuurlijk een beetje van de zotte om te zeggen dat we direct een azc sluiten op het moment dat we ergens een zakje wiet hebben gevonden en dat het probleem dan opgelost is. Wat u dan doet, is 500 mensen op straat zetten en het probleem flink vergroten. Ik denk dat Nederland de PVV daar dan dankbaar voor mag zijn.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dit toont weer aan dat D66 de boel bagatelliseert. U heeft het over een zakje wiet, maar er wordt gewoon in harddrugs gedeald. Dit is typerend voor D66. Zij maken zich heel erg druk om de asielzoekers die op straat belanden, terwijl de PVV zich druk maakt om de Nederlanders die op straat belanden.
De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Westerveld van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de minister voor de antwoorden. Ik vond het sterk dat hij meteen zei: ik neem de coördinatie ter hand; ik ben aanspreekbaar op de overlast. Volgens mij is dat hartstikke goed.
Ik zou de minister nog wel willen vragen hoe dit in de komende tijd verdergaat. Vandaag las ik nog een oproep om het convenant aan te scherpen. Wat gaat er nu precies gebeuren in de komende tijd en hoe gaat de minister de mensen die op de bus rijden, de lokale bestuurders en de ondernemers ontlasten en faciliteren?
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ellian van de fractie van de VVD.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Ik dank de minister uiteraard ook voor zijn beantwoording en ik dank zijn staf, die hem daarbij geholpen heeft.
Voorzitter. Dit debat gaat wat ons betreft over een gekke situatie: een aparte buslijn omdat mensen zich op een reguliere bus niet kunnen gedragen, waar alle andere Nederlanders natuurlijk ook gewoon gebruik van moeten maken en waar je je gewoon hebt te gedragen. Het blijft gek dat we over overlast op die aparte buslijn moeten praten. Dat is twee keer niet goed. Ik hoor de duidelijke intentie bij de minister om hiermee aan de slag te gaan. In navolging van wat collega Westerveld zei: dat waardeer ik. Hij voelt zich verantwoordelijk en zegt: ik ga dit cheffen. Daar rekenen we op.
Voorzitter, tot slot. Ik hoor in het betoog van de minister hier en daar: het is moeilijk, op deze locatie kan het niet en het kan niet oneindig. Maar de essentie is en blijft wat mij betreft: als je je niet gedraagt en je strafbare feiten pleegt, dan is de openbare orde in het geding en dan blijf je op de plek die we aanwijzen. Ik hoop echt dat de minister daarmee aan de slag wil blijven gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Straatman van de fractie van het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank, voorzitter. Ook namens mij dank aan de minister voor de beantwoording. Het was heel helder. Ik denk dat de brede consensus hier in de commissie is dat we deze groep overlastgevers moeten aanpakken. Ik vind het heel goed dat de minister zegt: we pakken alle juridische ruimte die er is om dat te doen. Voor zover dat nog niet gedaan wordt, is hij bereid om die ruimte te gebruiken. Dat is goed om te horen, net als het punt over de uitbreiding van de pbl's en de vtl's. Ik denk dat dat hele concrete punten zijn waarmee we aan de slag moeten gaan. Hetzelfde geldt voor het snelrecht. Ik begrijp dat het Openbaar Ministerie daar aan zet is, maar ik denk dat lik-op-stukbeleid heel goed werkt. Dat zien we ook rondom de jaarwisseling. Laten we dat dus ook vooral rondom Ter Apel blijven gebruiken en inzetten.
Wat betreft het convenant sluit ik me aan bij de vraag die mevrouw Westerveld heeft gesteld: hoe ziet het proces er de komende periode uit? Het is goed dat de minister zegt dat hij aanspreekbaar is, maar als ik naar het huidige convenant kijk, dan zie ik nog onduidelijkheden. Wat als afspraken niet worden nagekomen? Wie heeft er dan regie? Wat zijn dan de gevolgen van niet-nakoming? Ik ga ervan uit dat dat voortaan wat helderder in het convenant wordt opgeschreven. Ik hoor graag hoe de minister dat ziet.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot in deze tweede termijn is het woord aan de heer Van Asten.
De heer Van Asten (D66):
Dank. Ook mijn dank aan de minister voor de eerste beantwoording. Ik heb drie punten. Het eerste is de volgende. Er werd aangegeven dat een kaartje voor de bus niet in te houden is op het leefgeld. Een van de problemen is ontstaan omdat die kaartjes niet meer te koop waren. Daardoor kwam er toch weer een vermenging met de reguliere buslijnen. Ik ben dus eigenlijk wel benieuwd hoe dat wordt opgelost. Ik snap dat er nu geen antwoord komt, maar ik hoor wel graag met welk idee dat uiteindelijk wordt opgelost.
Mijn tweede vraag gaat over het convenant. Ik heb inderdaad al eerder gevraagd welke stappen daar nou op worden gezet en wanneer duidelijk is hoe die afspraken steviger worden verankerd.
De derde vraag gaat over de beantwoording inzake de nieuwe aanmeldcentra en de screeningsplekken. Ik snap dat het voor de IND een stevige klus wordt om 12 juni te redden, maar ik hoop wel dat er daarna een beeld gaat ontstaan van de aanpak. Alleen in Ter Apel screening en aanmelding gaat voorlopig een enorme druk geven op de hele omgeving. Er moet dus een beeld voor komen. Gelukkig hebben we over twee weken weer een nieuw asieldebat. Deze vraag wil ik dus ook met liefde doorpassen richting dat debat, maar dan heb ik 'm vast gesteld.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Ceulemans heeft nog een interruptie aan de heer Van Asten.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik heb één gerichte interruptie aan de heer Van Asten. Die gaat over de Terugkeerverordening. Laat ik het dan heel helder stellen: we zien in de media dat er door verschillende coalitiepartijen verschillend over wordt gedacht. Maar het is wel een belangrijke hoeksteen van het asielbeleid dat deze minister wil gaan voeren. Kan de heer Van Asten nu zeggen hoe D66 daarin staat en hoe zij kijken naar de implementatie ervan in de Nederlandse wetgeving?
De heer Van Asten (D66):
Dank voor deze gerichte vraag. Het geeft mij de gelegenheid om dat zeker toe te lichten. De coalitiepartners zitten op één lijn wat betreft de afspraak die we hebben gemaakt in het coalitieakkoord. Daarin zeggen we dat we achter een terugkeerverordening staan, want die is inderdaad de sluitsteen van het beleid van het Migratiepact, dat we afgelopen week hebben aangenomen. Overigens heb ik dat in het debat daarover ook aangegeven. Ik ga natuurlijk wel kijken hoe deze verordening, die naar ons toe komt, wordt neergelegd in de Nederlandse wetgeving. Uiteindelijk zullen we hier daarover ook het debat voeren. Wat D66 betreft — volgens mij delen we dat met de hele VVD en het CDA — moeten we wel kijken naar hoe de mensenrechten worden gerespecteerd in de landen waarnaartoe wij mensen zouden willen uitzetten voor zo'n hub. Ook dat hebben we in het coalitieakkoord opgenomen. We hebben daarin niet voor niets aangegeven dat Uganda daar wat ons betreft geen goed voorbeeld van is.
De voorzitter:
Een hele korte interruptie nog, meneer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Het is een beetje een algemeen antwoord, in de trant van: de coalitie is het erover eens dat een terugkeerverordening onderdeel daarvan is. Het punt is nou juist dat heer Van Asten zelf in de media heeft gezegd: die hebben we eigenlijk ondertekend in het coalitieakkoord toen er een mildere variant leek te komen. Vervolgens is de heer Azmani rechts ingehaald. De heer Van Asten zegt dat er daarmee eigenlijk een nieuw speelveld is ontstaan. Kan hij daar nog even op reageren?
De heer Van Asten (D66):
Die feiten zijn zeker waar. De vraag is alleen welke verordening uiteindelijk naar ons toe komt. Die moet namelijk nog worden uitgewerkt in Europa. Daar zal die worden vastgelegd. Aan een verordenring kunnen wij hier lokaal niets meer doen. Een verordening is dan ook de verordening. Die zal dan ook gewoon worden uitgevoerd in de Nederlandse wet. Dan ga ik ervan uit dat die verordening wel een-op-een wordt doorgezet en dat daar verder geen andere maatregelen bij komen.
De voorzitter:
Dank. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik kijk even naar de minister om te zien of hij direct kan antwoorden.
Minister Van den Brink:
Heel graag.
De voorzitter:
Dan is het woord aan de minister.
Minister Van den Brink:
Ik ga dat gewoon doen in de volgorde van de inbreng. De Terugkeerverordening en de ruimte die we krijgen op overlast, zullen we gaan benutten langs de lijn zoals die door de Terugkeerverordening wordt geboden; dat zeg ik tegen de heer Ceulemans. Ik ben het ook eens met zijn algemene opmerking dat we eraan moeten werken dat de ondernemers en mensen in de omgeving van Ter Apel en Emmen gewoon op een veilige manier over straat moeten kunnen en de bus moeten kunnen gebruiken. Daar is mijn inzet ook op gericht. Dat is ook de reden waarom we die rol in dat convenant gaan oppakken.
Mevrouw Van der Plas vroeg naar de boa's. Dat is een terechte vraag, ook over de ruimte die daar nu is ontstaan rondom de rijbewijscheck, die nu al mogelijk is. Wij hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat wij ze ook de ruimte willen gaan geven voor toegang tot het vreemdelingenregister en onder voorwaarden tot de Strafrechtketendatabank. Het vertrekpunt is dat iedere conducteur die dat wil, ov-boa kan worden. Er zijn dus verschillende dingen die wij nog van plan zijn te doen. Daar zijn overigens grondslagen voor nodig; daar is dus waarschijnlijk wetgeving voor nodig, maar als we verder zijn met de uitwerking daarvan, zal ik u daarover informeren, want wij zijn van mening dat er meer handvaten zouden moeten kunnen komen voor de boa's in het ov. Daar zal ik u dus over informeren als we daar verder mee zijn.
De heer Russcher vroeg mij om te reflecteren op de al twintig jaar uitgesproken wens om de instroom te beperken. Dat herken ik. Tegelijkertijd moeten we ook reëel zijn: conflicten all over the world hebben soms geleid tot een hogere instroom. Daar proberen we op een goede manier grip op te krijgen door ons asielstelsel te verbeteren. Ik mag over twee weken alweer terug zijn in de Tweede Kamer, maar maandag en dinsdag ben ik in de Eerste Kamer voor de bespreking van de twee asielwetten. Ook daarmee willen we natuurlijk meer grip op migratie krijgen, opdat we op die manier harmonisatie in het asielrecht met de ons omringende landen weten te realiseren. Op die manier blijft dit kabinet dus werken aan de drieslag: de instroom beperken, de opvang op orde en sneller meedoen voor mensen die hier zijn. Dat zullen we dus blijven doen.
Ik heb natuurlijk op geen enkele manier de situatie op COA-locaties willen bagatelliseren op het punt van criminaliteit of drugsgebruik, omdat ik het ook voor heel Nederland niet zou willen bagatelliseren als er sprake is van drugsgebruik. Daar zullen we dus met het COA over in gesprek blijven. Als ze aanleiding hebben om daarop in te grijpen, zullen ze dat ook doen.
Mevrouw Westerveld en mevrouw Straatman vroegen naar het vervolg van het convenant. Wij zullen die gesprekken gaan voeren. Het is ook afhankelijk van die partijen en dat zijn er een heel aantal. De snelheid waarmee dat gepaard is, durf ik hier nu op deze avond dus niet toe te zeggen, maar het zal rond, voor of na de zomer zijn. Ik denk na de zomer. Als we daar duidelijkheid over hebben, zullen we u daarover informeren. Daar zullen we ook die regie in regelen, want die behoefte bestaat ook aan onze kant. Daar zullen we dus mee aan de slag gaan.
Meneer Van Asten, ik denk dat wij na 12 juni niet klaar zijn met de invoering van het Migratiepact; dat heb ik ook in het debat gezegd. Ik denk dus dat er ook daarna een voortgang zal blijven, ook in de wijze waarop ik u informeer over de stappen die de IND telkens weer zet en over waar de IND tegenaan loopt. Ik heb eerlijk gezegd immers ook het idee dat de IND bij de invoering van het Migratiepact nog wel een paar zaken zal ontdekken waar de IND dan nog op moet bijsturen. Dan zal ik u dus ook informeren over hoe wij die screening kunnen uitbreiden, ook op meerdere locaties.
Dat is mijn reactie in de tweede termijn op alles wat er is gezegd. Onderaan viel de VVD eraf, zie ik nu; excuus. Ik zal zeker aan de slag blijven met de aanpak van overlast en ik zal die ruimte ook nemen. Tegelijkertijd heeft u me ook goed verstaan in die zin dat ik soms nog een beetje zoekende ben: hoe krijg ik partijen waarvan ik afhankelijk ben om dit te realiseren, met name op lokaal niveau, op zo'n manier mee dat zij ook met mij willen optrekken, bijvoorbeeld om een pbl-locatie te openen? Ik denk echt serieus dat ook daarvoor geldt dat als we de rust in de opvanglocaties weten te brengen, er ook weer ruimte ontstaat om dit soort zaken te verbeteren, maar er is aan mijn kant geen terughoudendheid om daar dingen in te willen realiseren.
De voorzitter:
De heer Ellian heeft daar nog een vraag over.
De heer Ellian (VVD):
Heel kort. Ik zou de minister willen aansporen. Ik begrijp dat niet elke gemeente zit te wachten op een pbl-locatie, maar ook daarvoor geldt de essentie van mijn hele bijdrage van deze avond: als mensen niet de vrijheid hebben om zich overal naartoe te verplaatsen, is het volgens mij een veel minder groot probleem. Ik hoop dus dat de minister daar echt werk van wil maken.
Minister Van den Brink:
Ja, dat zeg ik u toe.
Dat was 'm.
De voorzitter:
Kijk eens aan. Daarmee is de minister aan het eind gekomen van zijn beantwoording. Toch? Mevrouw Van der Plas heeft nog een vraag aan de minister.
Minister Van den Brink:
Bedoelt u dat ik vergeten ben om de minister van JenV daaraan te koppelen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee.
Minister Van den Brink:
O, sorry.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, uw vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb daar nog een aanvulling op, want ik wil graag dat deze minister even bij de minister van Justitie gaat ophalen in hoeverre dit op korte termijn mogelijk is. Die gastjes in de bus hebben geen rijbewijs. Die boa's hebben er dus niet zoveel aan dat ze in dat register kunnen checken. De veiligheids- en servicemedewerkers van de NS zijn al boa's, maar hebben die mogelijkheden niet. Op station Emmen kunnen ze dus eigenlijk nergens terecht, tenzij ze bijvoorbeeld in de Strafrechtketendatabank of in de Gemeentelijke Basisadministratie kunnen kijken. Ze moeten iets hebben waardoor zij een identiteit kunnen vaststellen. Ik vind dit belangrijk. Omdat dit een beetje door elkaar heen loopt — het gaat over Asiel en Migratie, maar ook over Justitie en Veiligheid — zou ik graag willen dat deze commissie door deze minister naar aanleiding van het gesprek met de minister van Justitie en Veiligheid goed wordt geïnformeerd hierover en over de inzet van deze minister. Daar zou ik graag een toezegging op willen hebben.
Minister Van den Brink:
Bij dezen. Ik ga daar niet helemaal alleen over. Ik heb daar dus de minister van Justitie voor nodig. Die toegang tot het vreemdelingenregister en de Strafrechtketendatabank gaan we regelen, maar ik ga met hem bespreken hoe snel en onder welke condities dat gebeurt. Daar zal ik u over informeren. Dat doe ik apart of bij de voortgang van een onderwerp waar ik dit aan kan koppelen. Dat zal ik dus doen.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas heeft nog een korte vervolgvraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Om even duidelijk te zijn: dit gaat natuurlijk niet alleen om het checken van de identiteit van asielzoekers, maar van iedereen die overlast geeft, want we hebben het hier vanavond over de veiligheid op die buslijnen en natuurlijk ook in de trein en het station. Daarom die vraag. Ook ten aanzien van deze groep moeten er meer mogelijkheden komen. Ik zeg er maar even bij dat een toezegging meestal gepaard gaat met een brief.
Minister Van den Brink:
Jazeker. De toezegging gaat via een brief. Ik bedoelde alleen dat ik dat ofwel in een aparte brief doe ofwel in een brief over het convenant of iets anders. Dan zal ik het daarin verwerken. Ik zal u sowieso een seintje geven als dit eraan komt.
De voorzitter:
Dan heeft de heer Ceulemans nog een korte vraag.
De heer Ceulemans (JA21):
Ja, de allerlaatste vraag. Ik sla even aan op wat mevrouw Van der Plas zei, want ik had dat ook in mijn eerste termijn gezegd. Er speelt natuurlijk een breder probleem. Er is echt aantoonbaar meer handhaving. Dat wordt ook prettig gevonden. Daar zijn dus echt stappen gezet, maar je krijgt wel steeds terug dat handhavers, boa's, uiteindelijk altijd moeten wachten op de politie. Dat leidt weer tot nieuwe agressie en nieuwe spanning. Is de minister bereid om te kijken in hoeverre een permanente politieaanwezigheid gerealiseerd kan worden, bijvoorbeeld in een post op dat stationsplein in Emmen?
Minister Van den Brink:
Over dat laatste ga ik echt niet. Ik wil dat niet vaak doen in mijn rol, want ik vind altijd dat je als kabinet … Ik bedoel: ik ga niet over waar politieposten komen. Dat is echt iets van de lokale driehoek. Dat is eigenlijk het eerlijke antwoord. Laat ik het zo zeggen: er is zeker behoefte. Ik weet wel dat er ook in de driehoek in Noord-Nederland een gesprek is over hoe snel en op welke wijze de politie betrokken is bij de locatie in Ter Apel. Ook over een verhoogde inzet daarvan hebben we overigens afspraken gemaakt in het coalitieakkoord, maar dat is wel echt een gesprek dat met de minister van Justitie gevoerd wordt.
De voorzitter:
De heer Ceulemans heeft zijn vinger aan de knop. Echt de allerlaatste, korte vraag.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik snap dat de minister niet gaat over het plaatsen van politieposten in gemeenten, maar kan de minister dit meenemen in de gesprekken die hij daarover met de gemeenten heeft en kan hij kijken waar het Rijk kan ondersteunen, mocht dit vanuit de gemeente zelf lastig zijn?
Minister Van den Brink:
Ja, dat zeker. Dat is natuurlijk ook een onderdeel van het convenant en de hele brede gesprekken met de gemeenten Emmen, Westerwolde en Groningen. Dus ja, we zullen ook daarover zeker doorpraten in die gesprekken.
De voorzitter:
Hiermee is de minister aan het einde gekomen van zijn beantwoording in de tweede termijn.
Ik memoreer dat de heer Ceulemans een tweeminutendebat heeft aangevraagd. U ziet elkaar dus terug in een plenair vervolg.
Zoals gebruikelijk memoreer ik nog even de toezeggingen. Ik zie dat we aan sommige toezeggingen nog een datum of een deadline moeten koppelen.
- De minister informeert de Kamer zodra dat mogelijk is over alternatieve aanmeldlocaties en locaties waar screenings kunnen plaatsvinden.
Heeft de minister een indicatie van wanneer dat zal zijn?
Minister Van den Brink:
Bij een voortgangsrapportage over het Europees Migratiepact na de zomer.
De voorzitter:
Uitstekend.
- De minister van Werk en Participatie informeert de Kamer voor de zomer over de Meedoenbalies in de azc's.
Minister Van den Brink:
Ja, dat zit al in de planning.
De voorzitter:
Dan de volgende toezegging.
- De minister informeert de Kamer zodra dit mogelijk is over de gesprekken met de landen uit de kopgroep over terugkeerhubs.
Heeft de minister een indicatie daarvan?
Minister Van den Brink:
In ieder debat met JA21. Nee, dat komt altijd terug bij de JBZ-Raad.
De voorzitter:
Dan de volgende toezegging.
- De minister informeert de Kamer over de bevoegdheden van boa's in het ov en de gesprekken met de minister van Justitie en Veiligheid hierover zodra daar voortgang in is geboekt.
Ook daar vraag ik de minister om een indicatie.
Minister Van den Brink:
Voor de zomer.
De voorzitter:
Voor de zomer zal dat zijn.
- De minister zal de Kamer rond de zomer informeren over de voortgang van het convenant.
Is dat voor of na de zomer?
Minister Van den Brink:
Na de zomer.
De voorzitter:
Na de zomer; kort na de zomer.
Minister Van den Brink:
Ik wist niet dat ik zoveel toezeggingen had gedaan.
De voorzitter:
We hebben een scherpe griffier.
Minister Van den Brink:
Ik ga mezelf evalueren.
De voorzitter:
Dank voor deze toezeggingen. Dank ook voor de aanwezigheid, ook aan de mensen op de publieke tribune en de mensen die hebben meegekeken via de livestream. Ik sluit deze vergadering.