Hoe wordt de overheid weer 'van de IT'?
De korte versie: De Nederlandse overheid “is niet (echt) van de IT”, en legt vrijwel altijd haar oor direct of indirect te luisteren bij een door big-tech gedomineerd ecosysteem om te bepalen wat te doen. En daardoor valt de keuze vrijwel altijd weer op Amerikaanse platformen, gerund door derden, onder Amerikaans (afluister)recht. En tegenwoordig ook vol met AI (of je nou wilt of niet).
Om weer grip op IT te krijgen, en een eigen en autonomer pad te kiezen, moet er een hoop veranderen. De overheid moet weer “van de IT worden” en die handschoen weer oppakken. Tegen de stroom in durven gaan. Er worden nu veel plannen gemaakt, maar vooruitgang zal pas komen als met kleine, belangrijke, projecten weer vertrouwen wordt opgebouwd: dat we weer het gevoel krijgen, we kunnen weer zelf (Europese) dingen.
Deze eerste stap is nodig omdat (top)bestuurders op dit moment het terecht niet zien zitten om alles ineens helemaal anders te gaan doen. Technische plannen en samenwerkingsarrangementen geven op zich nog geen vertrouwen. “Eerst zien dan geloven”. Het risico is zeer reëel dat grootse en meeslepende plannen nog stranden voor er geld voor is gevonden, tenzij er eerst bewijs is dat het werkt.
De noodzaak om iets te doen is inmiddels ruim erkend, wat bemoedigend is. Tevens is er een breed gesteunde motie van Jantine Zwinkels (CDA) die er voor pleit dat de nieuw op te richten NL Digitale Dienst een helder mandaat en voldoende doorzettingsmacht krijgt. Dit stond ook al duidelijk zat in het coalitieakkoord.
Een uitstekend eerste “we doen het weer zelf”-project zou een videovergaderingoplossing kunnen zijn. Het veelgebruikte Microsoft Teams doet het namelijk ook weleens niet, en de Amerikanen kunnen met vrijwel ieder gesprek meekijken, wat voor een overheid toch wel vreemd is om te accepteren. Een eigen alternatief is prachtig om mee te beginnen: beperkte moeilijkheid, grote impact, en ook nu al heel erg nodig. Een ander fantastisch project om weer in huis te halen zou DigiD zijn. Want het is best vreemd dat zoiets grotendeels buiten de deur staat, en ook nog eens vaak niet goed werkt.
Met dit soort projecten kunnen we snel digitale autonomie winnen, en ook heel belangrijk, het vertrouwen herwinnen dat er wel degelijk dingen mogelijk zijn op Europese/eigen platformen. En daarna kunnen we het groter aan gaan pakken. En het is natuurlijk een prima idee om ondertussen alvast te werken aan grotere plannen voor betere IT-systemen en andere samenwerkingsvormen binnen de overheid.
Hieronder het langere verhaal, met wat meer nuance, en aan het einde het videoconferentie- en DigiD-idee nog wat verder uitgewerkt.
Hoe wordt de overheid weer ‘van de IT’?
In juli schreef ik een parabel Ben je van de IT of niet?, waarin ik aan de hand van een sanitair voorbeeld schetste hoe de Nederlandse (semi-)overheid aankijkt tegen computers. Het beeld wat ik daar opwekte leidde tot veel reacties met daarin brede herkenning. Het is mogelijk nuttig dit stuk snel door te lezen, dan is onderstaand artikel beter te begrijpen. Maar, in het kort, ik betoogde daar dat IT iets is waar de Nederlandse overheid overwegend het liefst iemand voor belt. En dat die het dan maar moeten komen regelen.
En als dat proces niet het gewenste resultaat oplevert loopt alles gelijk in het honderd, want er is weinig eigenstandige capaciteit en kennis, met name hoger in de organisatie waar beslissingen genomen moeten worden.
We zien dit nu bijvoorbeeld bij het Openbaar Ministerie maar ook bij Defensie, waar het miljardenproject GRit werkelijk geheel ontspoord is, en wat nog steeds verder uit de hand aan het lopen is. Naar aanleiding van het eerdere verhaal ben ik benaderd door vele stukken overheid waar de interne IT gewoon niet werkt en hele systemen er wekelijks of zelfs permanent uit liggen.
Daar merken directies en de buitenwereld overigens vaak niet direct iets van, maar het maakt het werken op veel afdelingen (werkvloeren) vaak onmogelijk.

Zoeken op https://officielebekendmakingen.nl/ lag er dagenlang uit, als voorbeeld
Cruciaal, zelfs als er intern wel mensen of afdelingen zijn die hands-on zouden kunnen helpen bij het oplossen van de IT-problemen, wil de overheid dit toch vaak niet. Liever houdt men de relatie met externe leveranciers goed. En die trekken het slecht als je je eigen problemen probeert op te lossen. Ook interne verkokering (tussen en binnen ministeries) voorkomt dat inpandige expertise aan de bak mag.
Dus zo modderen we voort met IT als iets wat de Nederlandse overheid niet omarmt, en liefst op (aanzienlijke) afstand houdt.
Een beetje lastig is dat er binnen de overheid een heleboel mensen zijn met ICT functie-titels. Functioneel beheerders, coördinatoren, CTO’s, allerhande soorten managers. Maar ik bedoel met “eigen IT expertise” mensen die aan de knoppen kunnen zitten, of tot voor kort zelf aan de knoppen zaten. En niet mensen die exclusief management/begeleiding/inkoop in de omgeving van IT deden.
De Nederlandse Digitale Dienst
In het coalitieakkoord is ons een nieuwe “Nederlandse Digitale Dienst” beloofd, en die zou de softwarewereld van de overheid danig kunnen veranderen. De “NLDD” (of NDD) komt op dit moment over als een dubbeltje op z’n kant. In alternerende interviews lezen we dat de NLDD voornamelijk beleid gaat maken, en daarna weer dat er echt met eigen capaciteit dingen gebouwd gaan worden, waarna we vervolgens lezen dat het draait om interbestuurlijke samenwerking.
Op mij komt dit over alsof men/de Rijksoverheid er nog niet uit is wat het moet worden, maar duidelijk is wel dat men zin heeft iets te doen. De vraag is alleen nog sterk waar men dan zin in heeft: nog een additionele laag ICT-kaders (vergelijkbaar met het CIO-stelsel), of wordt het een club die daadwerkelijk zelf dingen laat gebeuren? Die, zoals Arre Zuurmond senior ooit eens zei, leveranciers en IT-afdelingen op hun vestje kan spuwen als dat nodig is.
Om het dubbeltje een beetje om te duwen noem ik graag de breed gesteunde motie Zwinkels die pleit voor een helder mandaat en voldoende doorzettingsmacht voor de nieuwe digitale dienst. Dat klinkt niet als een adviesclub. En zo stond het ook niet in het coalitieakkoord.
Ik maak me wat zorgen dat er vooralsnog vooral veel nagedacht wordt over poppetjes en afdelingen, en hoe we het verdelen over ministeries.
Het is 2026, de wereld staat in brand
In 2026 is IT belangrijker dan ooit, maar staat ook onder grotere (internationale) druk dan ooit. Niemand verwerkt zoveel informatie als de overheid. En er zijn allemaal redenen om de IT weer dicht bij huis te halen, en er weer controle over te nemen. Want zoals het er nu naar uitziet draait Amerikaanse AI binnenkort al onze systemen. En wij niet.
Ook maakt AI het nu mogelijk voor goede mensen maar ook voor kwaadwillenden om in hoog tempo enorme hoeveelheden kwetsbaarheden te vinden in software. In de softwarewereld zien we dit nu al gebeuren, en het is overweldigend. De overheid draait onvoorstelbare hoeveelheden oude programmatuur die waarschijnlijk vol AI-vindbare beveiligingsproblemen zit. En dat in juiste banen leiden is niet over te laten aan (inmiddels verdwenen) leveranciers, waar we ook geen sterke zeggenschap meer over hebben. Men moet zelf weer grip op de programmatuur krijgen.
Om al deze redenen moet de overheid dringend “weer van de IT” worden. Hands-on met software. Dus niet zonder praktische ervaring een enorm eisenpakket opstellen en dat pogen aan te besteden, maar zelf een prototype bouwen, waar dan al (gebruikers)ervaring mee is. En dan eventueel de markt op. Of wat ook weer moet kunnen, zelf software met beveiligingsproblemen snel uit de lucht halen, of pleisters plakken zodat we toch door kunnen.
Als een leverancier niet levert, moeten er meer paden zijn dan juridisch escaleren. Men moet de leverancier technisch kunnen laten zweten. Dat je geloofwaardig kunt zeggen, we zien waar het stuk is bij jullie, we doen het zelf (tijdelijk) wel weer, en als je niet opschiet met de oplossing migreren we naar iemand anders of naar onze eigen servers.
Niet meer passief de gunningsperiode van de aanbesteding uitzitten om daarna met veel stress een nieuwe aanbesteding te moeten doen. In plaats daarvan gedurende de looptijd scherp blijven en bijsturen. Zodat je niet alle wetten en regels moet breken om de huidige leverancier de nieuwe aanbesteding te laten winnen.
Kortom, een overheid die technologie omarmt, en veel meer zelf kan en daarnaast een gerespecteerde technische partij is die met leveranciers op gelijk niveau kan communiceren, in goede tijden en in slechte. Want dat is nu bittere noodzaak.
Maar dat is ruim niet wat we nu hebben.
En nee, dit betekent niet dat de overheid alles zelf moet doen. Maar wel deels zelf doen, en voor het overige robuust en met kennis van zaken leveranciers aansturen of bijsturen. Omdat men de kennis in huis heeft om dat soort dingen zelf te doen indien nodig.
Komt het door gebrek aan expertise? Of gebrek aan infrastructuur?
Zolang we IT beschouwen als iets waar we “mensen voor moeten bellen” komen we nergens.
Maar, dat was decennialang de praktijk, en zeker de afgelopen 10 jaar. De routines zitten inmiddels diep ingebakken. De weerzin binnen de overheid tegen het zelf op (laten) hangen van een server of het zelf draaien van software is inmiddels diepgeworteld. Het wordt niet eens meer overwogen, vaak. Alsof het niet meer kan.
Ondertussen wordt er hard gewerkt aan technische oplossingen voor de overheid. Zo is afgelopen maand het ontwerp van de nieuwe rijkscloud gepubliceerd. Het idee hierbij is dat als we met een groot technisch plan komen we de controle over onze IT weer terug krijgen.
En het is ook goed om een plan te hebben overigens.
Maar dat gaat voorbij aan de diepe culturele redenen waarom de Nederlandse overheid zo’n enorme aangeleerde hulpeloosheid op IT-gebied heeft ontwikkeld.
IT-projecten verlopen doorgaans vrij dramatisch, binnen en buiten de overheid, en zijn een grote bron van kostenoverschrijdingen en vertraging. Iedereen die gehecht is aan z’n carrière binnen de Nederlandse overheid weet dat je ver weg wilt blijven van dit soort ellende. En hoeveel specialisten en servers je ook invliegt, dat instinct blijft intact. Want het is echt zoals Kamerlid Barbara Kathmann zei: IT is de digitale Bermudadriehoek van je politieke carrière.
Als we iets willen verbeteren is er meer nodig dan meer nerds en infrastructuur. En sterker nog, juist plannen voor grote nieuwe platformen heeft niemand zin in nu.
Bestuurders en politici zijn getraumatiseerd over dat soort dingen. Niet nog meer grote IT-projecten graag! En ik geef ze geen ongelijk gezien hoe het tot nu toe gaat.
Het Ontwerp voor de nieuwe NDS-cloud spreekt overigens ook over dit probleem (pagina 15): ‘werken met deze bouwblokken [vereist een] substantiële investering in expertise. Dat kost tijd en vraagt om een andere aanpak: die van kennis investeringen binnen de overheid’
Genereren van vertrouwen moet prioriteit zijn
De mensen die nu IT op (grote) afstand houden moeten er (weer) zin in krijgen. De instincten zijn nu echt de verkeerde kant op, waardoor ook vernieuwende projecten snel de vraag krijgen of het niet uitbesteed kan worden. En of het nou echt nodig is.
Hoe krijgen die beslissingnemers opnieuw zin? Als ze er weer vertrouwen in krijgen. En dat vertrouwen komt door succesvolle voorbeeldprojecten, dingen die we nu al kunnen gaan doen zonder dat er eerst grote (politieke) buy-in noodzakelijk is. Of heel veel geld.
Als het lukt om wat problematische IT-projecten recht te trekken, en we dragen dat breed uit, dan komt de geur van succes te hangen rond meer hands-on werken met IT. Zo bouwen we krediet op voor het omarmen van IT. “Het heeft zin”.
“Nothing succeeds like success”.
Nou is “je moet gewoon succesvol zijn” nog geen plan natuurlijk. Recent werkte ik mee aan een digitale autonomie visie van een Nederlandse semi-overheidsclub, en daar zei ik: “Begin klein, maar kies iets dat er werkelijk toe doet en zorg vervolgens dat het slaagt. Dat vraagt de bereidheid om bij onvermijdelijke problemen extra mensen, middelen en bestuurlijke aandacht vrij te maken. Een zichtbaar mislukte eerste voorziening kan het vertrouwen in de hele beweging rondom digitale autonomie voor jaren beschadigen”.
Wat ik daarmee bedoelde was, ga niet zomaar iets nieuws proberen, je moet echt kunnen garanderen dat het een succes wordt. Betrek de beste mensen, zorg voor eindeloze resources. Zet alles op alles dat het wat wordt. Werk ook met mensen die al echt verantwoordelijk zijn geweest voor productiesystemen, en die weten waar de lijken in de kast zitten. Niet alleen papieren experts.
Want als je aankomt met iets nieuws (“hands-on IT”) staat iedereen in de rij om snel te oordelen dat het niets geworden is. Mensen gehecht aan de status quo zijn er overigens niet vies van om je project actief of passief te hinderen, of in een kwaad daglicht te stellen. Dus die voorbeeldprojecten moeten lukken.
En daarna uitbouwen, mogelijk tot een Rijkscloudbedrijf
Parallel is het uitstekend om meer mensen en infrastructuur te verzamelen en te maken natuurlijk. Want met alleen wat kleine succesprojecten komen we er ook niet. Maar, als senior management er voortaan wel achter staat en zin in heeft, is er ineens een heleboel mogelijk.
Er mag daarbij overigens ook best nagedacht worden of alles echt door ambtenaren gedaan moet worden. Ik schreef boven over de culturele problemen met hands-on IT. Maar er zijn ook allerhande wetten en regels die het moeilijk maken fysiek dingen uit te voeren in een ambtelijke (beleids)omgeving. Er is altijd wel een reden te vinden waarom iets niet mag of niet kan namelijk. “Want wie is er verantwoordelijk?”.
Veel van die structuren zijn overigens prima voor een beleidsfabriek. Maar zijn lastiger als je de handen uit de mouwen wilt steken en wilt investeren in spullen en mensen, of 24/7 diensten wil leveren.
In een eerder position papier voor de Tweede Kamer schreef ik ook over de mogelijkheid een staatsbedrijf op te richten. Daar hebben we er al veel van (TenneT, Schiphol, havenbedrijven etc). Die zijn echt van de overheid en worden niet ineens verkocht, maar kunnen wel een stuk wendbaarder zijn dan een ministerie.
En ik denk dat dit toch overwogen moet worden. Maar, dan moeten het ook wel echt gebeuren, en geen halverwege oplossing die de nadelen van overheid en een BV weet te combineren. Dat is al een paar keer geprobeerd namelijk en lijkt geen succes.
Maar echt, begin met het te slijten
Ik noem het toch nog maar een keer: om ergens te komen zal eerst het succes van hands-on IT verkocht moeten worden. En we moeten niet eerst vragen of men instemt met alweer een groot en riskant IT-project, ook al beloven we dat dit helemaal anders gaat worden.
We moeten overtuigen met aansprekende successen die mensen kunnen omarmen. Dat is een cultureel iets, maar het is juist de cultuur die ons tegenhoudt. En culturele problemen los je op door vertrouwen te genereren. We moeten het in startup termen “bootstrappen”, we moeten het slijten. Successen waarbij directeuren of ministers trots linten kunnen knippen en iedereen kunnen feliciteren met hun eigen succes.
En als dat gelukt is kunnen we met betere technologie en betere structuren komen (waar inderdaad wel vooraf over nagedacht moet zijn). En hopelijk krijgt de overheid dan weer grip op IT, juist nu dat zo hard nodig is.
Succes!
Voorbeeldprojecten
Videovergaderen
Videovergaderen binnen de Nederlandse overheid is meer en meer Microsoft Teams. Er is ook nog een Webex-oplossing. Beide vallen onder Amerikaans recht. Van Microsoft Teams is duidelijk dat Microsoft, en daarmee de Amerikaanse overheid, bij vrijwel iedere vergadering mee kan kijken. Voor Webex kan met wat moeite en met de hand extra encryptie aangezet worden, maar die gaat onder veel omstandigheden ook weer uit. En sowieso loopt alles via Amerikaanse servers. Dit betekent dat beide oplossingen onder Amerikaans sanctierecht vallen, en men in de VS vaak mee zal kunnen kijken met de vergaderingen van onze overheid. Met handige naar het Engels vertaalde AI-transcripten en samenvattingen!
Nou werkt niet iedereen bij de overheid met Webex en Teams. Er zijn eilandjes met eigen oplossingen op eigen servers. Dit blijkt prima te werken, vaak al 5 jaar of meer. Maar, met kleine uitzonderingen, zijn dit geen officiele oplossingen.
Een geweldig “doe het zelf” project zou zijn als de overheid een goed ondersteunde soevereine videovergaderoplossing kreeg. De software en de technologie zijn er, en worden ook al gebruikt. Wat ontbreekt zijn hele belangrijke dingen:
- 24/7 support, 24/7 security monitoring
- Opschaling naar tienduizenden gebruikers
- Zowel in hardware als in software
- Trainingsmaterialen, handleidingen hoe wat je deed in Teams nu gaat in de nieuwe oplossing
- Integratie met bestaande schermen en camera’s in vergaderzalen
Maar, dan heb je ook wat. Het bovenstaande is echt werk, maar als je als overheid 450 miljard euro omzet, dan moet het toch lukken hier wat mensen voor te vinden.
En dan wordt het weer mogelijk om zonder buitenlandse toestemming & medeweten online te vergaderen.
DigiD
DigiD draait op een platform wat beheerd wordt door een commercieel bedrijf. Het nadeel van zoiets is dat zo’n bedrijf overgenomen kan worden door mensen die we niet vertrouwen. De hele maatschappij is non-stop afhankelijk van DigiD, dus dat is een eng idee.
Beetje ondergesneeuwd in de discussie is dat DigiD een wankel product is. Er zijn regelmatig storingen. Ook wordt het platform zonder enige gêne 6 uur achter elkaar uitgeschakeld voor onderhoud. Dit gebeurde recent, en toen ik dat vertelde aan vrienden bleek dat zoiets ook ’s nachts tot directe problemen leidt bij huisartsenposten en spoedeisende hulp.
Hier alvast een tip, had geen medisch noodgeval op 9 september:

En ook niet op 14 september want dan zijn we ook uit de lucht
DigiD is van enorm belang, het is het centrum van bijna alle overheidsdienstverlening. Maar het is ook een heel helder omschreven service. We weten precies wat het moet doen. En daarmee is het een stuk minder ingewikkeld geworden. Het is bekend terrein.
Zou het niet geweldig zijn als DigiD weer “gewoon” op overheidsservers draaide? En niet bij een bedrijf wat ieder moment overgenomen kan worden?
En dat we dan ook de kwaliteit onder handen kunnen nemen zodat we niet regelmatig zes uur lang de dienstverlening stil moeten zetten voor onderhoud?
Ervaring buiten de overheid leert dat een sign-on platform uitdagend is, maar ook weer geen rocket science. Met afdoende schouders eronder zou het toch moeten lukken DigiD te vereenvoudigen en robuust te laten draaien op eigen servers.
Cruciaal, als dit te moeilijk lijkt, dan moeten alle plannen opnieuw bekeken worden. Want als het onmogelijk lijkt de kern van de kern van overheidsdienstverlening aan te pakken, wat zijn we dan aan het doen?