Recensie: Een spoor van vernieuwing, door Arthur Docters van Leeuwen en Lars Kuipers

Reeds vorig jaar verschenen, maar zonder de aandacht gekregen te hebben die dit boek verdient.

Uitgeverij Prometheus, 460 pagina’s. bol.com, amazon.nl & kindle

Uitgeverij Prometheus, 460 pagina’s. bol.com, amazon.nl & kindle

“Een spoor van vernieuwing” laat zich lezen als memoires van een markante topambtenaar, maar ook als een interessante geschiedenis van de ontwikkeling van de rampenbestrijding, de inrichting van de politie en de opsporing, de BVD (voorloper AIVD) en de oprichting en ontwikkeling van wat we nu kennen als de AFM.

Ook heel relevant in 2021, het boek schetst het verloop van de ambtelijke en bestuurscultuur in Nederland, en biedt hier een nuttig perspectief op.

Ik meen dat “Een spoor van vernieuwing” goed leesvoer is voor iedereen die geïnteresseerd is (overheids)vernieuwing, of te maken heeft met inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Docters van Leeuwen

Arthur Docters van Leeuwen behoeft bijna geen introductie, maar aangezien deze recensie zich ook richt op een jongere generatie (ambtenaren), toch maar een kleine introductie.

Docters van Leeuwen, in sommige kringen bekend als DvL, was een zeer markant ambtenaar en later toezichthouder. Vrij aan het begin van zijn carrière overzag hij de opheffing van de inmiddels vrijwel vergeten organisatie Bescherming Bevolking, en organiseerde hij de overdracht van de rampenbestrijding naar brandweer en politie. Ook was hij betrokken bij de reorganisatie van diezelfde politie die toen nog opgedeeld was in tientallen koninkrijkjes bij gemeentes en een rijkspolitie die (in tegenstelling tot wat ik altijd dacht) helemaal niet hoogwaardiger was dan de gemeentelijke politie.

In 1989 werd hij op 42 jarige leeftijd hoofd van de BVD, de voorganger van de AIVD. De muur was net gevallen en “DvL” trof er een slaperige bedoening aan in een gebouw met “wanden die geel waren uitgeslagen, een soort piskleur. Het rook ook een heel klein beetje naar urine, maar dat kan psychisch zijn geweest”.

Op veel plekken moest de dienst gillend en schreeuwend een nieuw tijdperk ingetrokken worden. Toen ik zelf in 2003 voor de AIVD ging werken ving ik nog verhalen op over hoe het vroeger was. Zo was ooit een achtervolging gestaakt omdat het target de grens met België over ging, en niemand zeker wist of de dienst dat ook mocht. Op kantoor kon niemand bereikt worden om daar uitsluitsel over te geven.

Na zijn roerige tijd bij de BVD volgde een even roerige periode bij het Openbaar Ministerie, alwaar hij veel ruimte opeiste, meer dan zijn minister uiteindelijk goed vond. Ook speelde de roemruchte IRT-affaire. Zo meeslepend was deze tijd dat er diverse boeken en een televisieserie over verschenen.

Meer over deze periode is te lezen in deze recensie van het boek in het magazine “Opportuun” van het Openbaar Ministerie

Docters van Leeuwen rondde vervolgens zijn carrière af als eerste hoofd en vormgever van de Autoriteit Financiële Markten, met als toegift een rol als overheidscommissaris na de financiële crisis van 2008.

De memoires

Ik heb een zwak voor Arthur Docters van Leeuwen. Dus daarom moet je extra kritisch zijn als lezer.

Je weet het nooit met memoires. Het is voor de schrijver een kans om zijn of haar kant van het verhaal eens uitputtend te belichten, vanuit een zelfgekozen perspectief.

Tegelijk, zelfs de meest gemasseerde memoires leggen toch een hoop bloot over het subject - waar ligt veel nadruk op? Wat wordt dunnetjes belicht? Welke thema’s komen terug, of niet?

Het boek vangt aan met een zeer intieme inkijk in de vroege jaren van Docters van Leeuwen. Dat relaas biedt al heel wat inzichten zowel in de persoon als in de tijd waarin hij opgroeide.

De memoires zijn in veel opzichten een grote Arthur show. Allemaal uitdagingen komen op zijn pad, en op zijn eigen unieke wijze lost hij deze op. Een hoofdstuk heet zelfs “Iedereen deed wat Arthur zei”.

Tegelijkertijd toont de hoofdpersoon zich regelmatig kwetsbaar en vertelt open en bloot over zijn teleurstellingen en fouten. Ik heb uit zijn beschouwingen zelf veel lering getrokken - er zitten een hoop wijsheden in.

Onbetwist is dat Docters van Leeuwen keer op keer voor zeer belangrijke functies werd gevraagd, en we moeten niet raar opkijken als memoires dan melding maken van allemaal spannende avonturen.

Of het allemaal klopt? Ik kan dat slechts op een punt zelfstandig een beetje bepalen, de affaire Abdul Qadir Kahn. Dit is een van de spannendere zaken in Nederland, waarbij nooit duidelijk is geworden of deze Pakistaanse kernwapengeleerde nou op een of andere manier bescherming genoot of niet. Zijn Nederlandse veroordeling voor spionage werd door een vormfout vernietigd, en een nieuwe zaak kwam er niet: het dossier bleek zoek. Docters van Leeuwen moet hier op allemaal manieren weet van gehad hebben.

In het boek komt Van Leeuwen alleen kort met de bezoeken die Kahn in 1992 op humanitaire gronden mocht brengen aan zijn stervende schoonvader. Docters van Leeuwen beklaagt zich erover dat hij hierover de wind van voren kreeg.

Op andere vlakken leren we wel nieuwe dingen. Maarten van Traa was voorzitter van de Parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden, naar aanleiding van de eerder genoemde IRT-affaire. In deze commissie is een ongekende beerput opengetrokken over de opsporing en de zware criminaliteit in Nederland. Voorzitter Van Traa kwam in 1997 om het leven bij een auto-ongeval. Na enige twijfel en onderzoeken was de consensus dat er geen sabotage in het spel was. Maar volgens het boek zat het Docters van Leeuwen toch niet lekker.

Ook vrij onthullend zijn beweringen over Harry Borghouts, die volgens de memoires (p.325) niet alleen Docters van Leeuwen liet afluisteren, maar ook zijn eigen directeur voorlichting. Dit zou gestopt zijn nadat minister Sorgdrager er lucht van kreeg. Ik weet niet of Borghouts hier nog op gaat reageren, maar het komt vreemd op me over.

Het hele hoofdstuk over zijn tijd bij de BVD is verplicht leesvoer voor iedereen die weleens iets doet met inlichtingen- of veiligheidsdiensten. Zo lezen we over de oprichting van een ethische commissie die alle operaties nog eens tegen het licht hield of ze wel door de beugel konden. Ik citeer “En we zagen ook al snel dat, hoe scherper we toetsten, hoe beter onze operaties werden”. Als verre opvolger van deze ethische commissie kan ik dit natuurlijk alleen maar beamen!

Ook over de relatie met Gladio en de (opheffing van de) Inlichtingendienst Buitenland leren we interessante nieuwe dingen.

Ambtelijke cultuur

Docters van Leeuwen beschrijft hoe er in diverse van zijn werkplekken druk aan stoelpoten gezaagd werd, of mensen met list en bedrog om de tuin geleid werden. Ook hij ontkwam hier niet aan, zowel actief als passief. “Dat ambtelijke gekonkel, die intriges, het is de realiteit en ik moet het wel zien, maar ik doe er niet langer aan mee. Vanaf nu zoek ik altijd de meest rechtlijnige oplossing. (…) Als je dat goed doet, glijdt er veel van je af en word je veel minder kwetsbaar. Rechtlijnigheid kent geen tijd.”.

Afsluitend

Een verdienste van optekenaar Lars Kuipers is dat het boek lekker weg leest. Verder ben ik geneigd te denken dat er voldoende waarheid in de verhalen steekt dat we een hoop kunnen leren van deze memoires.