[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Reactie met betrekking tot vastrechtkorting gasaansluiting in combinatie met stadsverwarming

Brief regering

Nummer: 2018D61752, datum: 2018-12-21, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2018D61752).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2018Z24765:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


2018D61752 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 december 2018

Hierbij reageer ik conform, het verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat, op de mail van de heer K. te U. van 11 oktober 2018, die u mij met uw brief van 31 oktober 2018 heeft doen toekomen.

In de mail wordt gesproken over een wettelijk vastgestelde «vastrechtkorting» op verwarmingskosten, indien er naast een aansluiting op een warmtenet ook sprake is van een gasaansluiting. Er is echter geen wettelijk verankerde korting op het gebruiksonafhankelijke tarief (vastrecht) voor warmte in de genoemde situatie.

Ik heb begrepen dat sommige warmteleveranciers in sommige situaties een korting geven op het vastrecht voor warmte als er naast een aansluiting op het warmtenet ook sprake is van een aansluiting op het gasnet. Deze korting vloeit echter niet voort uit een wettelijke verplichting. Met deze korting beoogt de leverancier de verbruiker te compenseren voor de meerkosten van het hebben van drie in plaats van de gebruikelijke twee aansluitingen, dus naast de aansluiting op het elektriciteitsnet en het warmtenet, ook een aansluiting op het gasnet. Vanuit die argumentatie is er geen reden om de verbruiker nog steeds een korting te geven als de meerkosten van de «extra» gasaansluiting wegvallen.

Voor wat betreft het verzoek om ook in te gaan op de relatie tussen de verhoging van de gasprijs en de stijging van de prijs voor warmtenetten, ga ik er vanuit dat wordt gedoeld op het feit dat het maximale warmtetarief stijgt bij stijgende gasprijzen. Zoals eerder aangegeven in reactie op vragen vanuit uw Kamer1 heb ik er bij de onlangs aangenomen wijziging van de Warmtewet voor gekozen om nog vast te houden aan de gasreferentie, omdat het op dit moment loslaten van deze referentie zal leiden tot warmteprijzen die hoger liggen dan de gasreferentie. Voor het geval een toekomstige stijging van de warmteprijs leidt tot hoger dan redelijke rendementen voor leveranciers bevat de wet een bepaling die het mogelijk maakt om dit hoger dan redelijke rendement door ACM in mindering te laten brengen op de warmtetarieven. Daarnaast laat ik onderzoek uitvoeren naar mogelijke alternatieven voor de gasreferentie die ik zal betrekken bij de besluitvorming over de volgende wijziging van de Warmtewet (Warmtewet 2.0).

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
E.D. Wiebes


  1. Zie onder meer de reactie op vragen van de leden van de SP-fractie over het voorgehangen concept-Warmtebesluit (Kamerstuk 34 723, nr. 32)↩︎