Uitkomsten gesprek met de Kinderombudsvrouw inzake zorgen over integrale aanpak voor hulp aan kwetsbare kinderen en jongeren
Brief regering
Nummer: 2019D22910, datum: 2019-06-04, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2019D22910).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H.M. de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Onderdeel van zaak 2019Z11099:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2019-09-11 13:50 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2019-06-25 16:00 ⇒ Doorgezonden aan de betrokken commissie(s). (Besluit)
- 2019-06-19 10:15 ⇒ Betrokken bij plenaire debat over de brief van de ombudsman over de integrale aanpak voor hulp aan kwetsbare kinderen en jongeren d.d. 5 juni 2019 (Besluit)
- 2019-06-05 14:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2019-06-05 14:00: Debat over de brief van de Kinderombudsman inzake de integrale aanpak van hulp aan kwetsbare kinderen en jongeren (Plenair debat (debat)), TK
- 2019-06-19 10:15: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2019-06-25 16:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2019-09-11 13:50: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
2019D22910 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 juni 2019
Op verzoek van de vaste commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport (van 17 april jongstleden) informeer ik u hierbij over het gesprek dat ik met de Kinderombudsvrouw heb gehad, naar aanleiding van haar brief «Zorgen over integrale aanpak voor hulp aan kwetsbare kinderen en jongeren» van 26 maart jongstleden.
In dat gesprek hebben we stilgestaan bij de signalen uit genoemde brief. Ik deel de zorgen van de ombudsvrouw dat er nog te veel kwetsbare kinderen tussen wal en schip vallen. Het moet en het kan ook beter. De signalen uit haar brief passen in het beeld van de Evaluatie van de Jeugdwet (Kamerstuk 34 880, nr. 1) en het antwoord dat daarop is geformuleerd in het actieprogramma Zorg voor de Jeugd (Kamerstuk 34 880, nr. 3). In dit programma werken gemeenten, aanbieders, beroepsverenigingen, cliëntenorganisaties en Rijk samen om de transformatie van de jeugdhulpsector te versnellen en te ondersteunen.
De daadwerkelijke transformatie in de jeugdhulp is nog niet klaar en kost tijd en energie. Daarvoor is nauwe samenwerking, doorzettingsvermogen en een lange adem nodig. Zeker voor een aantal taaie vraagstukken zoals rondom de arbeidsmarkt, inkoop en regeldruk, waarvoor ook in andere programma’s gerichte aandacht is. We moeten heel praktisch en concreet aan de slag: samen met kinderen, jongeren en ouders, met de professionals, met de gemeenten en de aanbieders. Het programma Zorg voor de Jeugd is een jaar geleden gestart. Onze inspanningen zijn – zo besef ik – nog niet meteen merkbaar en meetbaar voor kinderen, jongeren en gezinnen. In de Voortgangsrapportage over het Programma Zorg voor de Jeugd, die uw Kamer binnenkort zal ontvangen, zal ik uitgebreid ingaan op de voortgang van alle activiteiten.
Voorts heb ik met de Kinderombudsvrouw besproken dat elk kind het recht heeft om in een gezonde en veilige omgeving op te groeien en zich zo optimaal te mogen ontwikkelen. Het belang van het kind staat daarbij centraal. De Kinderombudsvrouw legt op dit moment, samen met kinderen en jongeren, de laatste hand aan een handreiking die onder andere professionals helpt de juiste keuzes te maken in het belang van het kind. Deze handreiking (zowel in volwassen als kindertaal) geeft de professional aan de hand van vragen inzicht in alles wat een kind belangrijk vindt, pas dan zou de professional een besluit over het kind mogen nemen. De Kinderombudsvrouw gaat in overleg met betrokken partijen, waaronder de beroepsverenigingen, over de implementatie van deze handreiking, in samenhang met de actielijn vakmanschap.
Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge