Afschrift van de reactie op de brief van ActiZ, LHV, NIP, NVAVG, V&VN, Verenso en Zorgthuisnl, waarin zij hun bezorgdheid uiten over het voornemen de Wet zorg en dwang (Wzd) per 1 januari 2020 in werking te laten treden
Brief regering
Nummer: 2019D23975, datum: 2019-06-07, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2019D23975).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H.M. de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Onderdeel van zaak 2019Z11644:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2019-06-20 14:35 ⇒ Doorgezonden aan de betrokken commissie(s). (Besluit)
- 2019-06-20 14:35 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2019-06-19 10:15 ⇒ Desgewenst betrokken bij de plenaire behandeling wetsvoorstel tot wijziging van de Wet zorg en dwang (35087) ; adressant informeren. (Besluit)
- 2019-06-19 10:15: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2019-06-20 14:35: Aansluitend aan de stemmingen: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
2019D23975 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 juni 2019
Op uw verzoek stuur ik u bijgaand in afschrift mijn reactie op de brief van ActiZ1, LHV, NIP, NVAVG, V&VN, Verenso en Zorgthuisnl, waarin zij hun bezorgdheid uiten over het voornemen de Wet zorg en dwang (Wzd) per 1 januari 2020 in werking te laten treden. Genoemde partijen vragen de wet ten minste uit te stellen totdat de bezwaren in de brief zijn weggenomen en zeker is gesteld dat zij een redelijke termijn hebben om zich grondig voor te bereiden.
Naast genoemde brief ontving ik op 17 april jongstleden een brief van VGN en NVAVG, waarin gevraagd wordt om het jaar 2020 te benutten als een overgangsjaar, waarin het veld extra tijd wordt gegeven om de Wzd succesvol te implementeren.
Ten slotte hebben Alzheimer Nederland, Ieder(in), KansPlus, KBO-PCOB, LFB, LOC, LSR en Patiëntenfederatie Nederland mij op 15 mei jongstleden een brief gestuurd met het verzoek de Wzd níet uit te stellen. De gezamenlijke cliëntenorganisaties in de VG- en PG-sector schrijven dat zij de Wzd zien als een essentiële bouwsteen om de gewenste cultuurverandering in de zorg tot stand te brengen.
In de drie brieven zie ik twee gezamenlijke lijnen: allereerst dat alle partijen het doel van de Wzd – persoonsgerichte zorg en het voorkomen van dwang en drang – onderschrijven, en ten tweede dat er zorgen zijn of het veld voldoende voorbereid is op deze wet. In het bestuurlijk overleg op 5 juni jongstleden met alle genoemde partijen kwamen beide lijnen ook duidelijk ter tafel.
In het overleg heb ik aangegeven tegemoet te willen komen aan de bezwaren en zorgen door, zoals mede bepleit door NVAVG en VGN in hun brief van 17 april jongstleden, 2020 te bestempelen als overgangsjaar. Dit betekent dat de Wzd wel per 1 januari 2020 in werking treedt, maar dat dit jaar wordt gebruikt om samen met veldpartijen te werken aan een goede implementatie van de Wzd. Voor de zomer heb ik een nieuw bestuurlijk overleg met partijen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge
Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl↩︎