Reactie op verzoek commissie over de petitie “Diabeteszorg kan beter én jaarlijks miljarden goedkoper”
Brief regering
Nummer: 2019D33329, datum: 2019-08-28, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2019D33329).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P. Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Onderdeel van zaak 2019Z16080:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2019-12-18 14:25 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2019-09-05 13:30 ⇒ Doorgezonden aan de betrokken commissie(s). (Besluit)
- 2019-09-04 10:15 ⇒ Betrekken bij een te zijner tijd te houden algemeen overleg Leefstijlpreventie en een algemeen overleg Zorgverzekeringswet.; adressant informeren. (Besluit)
- 2019-09-04 10:15: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2019-09-05 13:30: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2019-12-18 14:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
2019D33329 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 augustus 2019
Per brief van 11 juli jl. verzoekt de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport mijn collega de Minister voor Medische Zorg en Sport te reageren op de petitie «Diabeteszorg kan beter én jaarlijks miljarden goedkoper». Omdat dit onderwerp in mijn portefeuille valt, beantwoord ik uw brief. Mijn reactie, mede namens de Minister voor Medische Zorg en Sport, is als volgt.
In de beantwoording van Kamervragen over hetzelfde onderwerp1 heb ik eerder uitgebreid aangegeven dat ik het belang erken van leefstijl bij het voorkomen, behandelen en verergeren van ziektes, zoals diabetes. Ik vind het dus van belang dat er aandacht is voor leefstijlgeneeskunde. Dat heb ik ook geschreven in mijn brief aan de Kamer van 5 juli jl., waarin ik reageerde op de tussenevaluatie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) over maatregelen op het gebied van preventie in het zorgstelsel.2
Ik zie de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI) als een mooi voorbeeld van leefstijlgeneeskunde. Dit leefstijlprogramma, bedoeld voor mensen met o.a. overgewicht en diabetes, wordt door zorgverzekeraars vergoed vanuit de basisverzekering. De GLI is door het Zorginstituut aangemerkt als effectieve zorg. Het zou heel mooi zijn als er naast de (algemene) GLI nog meer interventies zijn die effectief, of mogelijk zelfs effectiever zijn, bij specifieke aandoeningen zoals diabetes. De effectiviteit staat nu nog niet altijd vast. Zonder bewijs voor effectiviteit kan van eventuele vergoeding vanuit het basispakket geen sprake zijn. Als dat bewijs er wel is moeten we vervolgens serieus bezien in hoeverre vergoeding – in navolging van de GLI – mogelijk is als alternatief naast de gangbare behandelingen. Patiënten hebben dan de keuze.
Daarom moedig ik partijen achter veelbelovende leefstijlinterventies – zoals Voeding Leeft met Keer Diabetes2 om – aan om de effectiviteit hiervan te bewijzen en de interventies te laten beoordelen door het RIVM (voor opname in de interventiedatabase Gezond en Actief Leven) en/of het Zorginstituut (t.b.v. een duiding of sprake is van Zvw-zorg).
Ik ben ook in gesprek met Voeding Leeft om hen te helpen in dit proces. Indien inderdaad sprake is van een effectieve interventie en aan de overige pakketcriteria wordt voldaan, dienen alle zorgverzekeraars de leefstijlinterventie te vergoeden vanuit het basispakket voor alle verzekerden die hierop aanspraak maken. VWS draagt zelf ook bij aan meer inzicht in effectiviteit van leefstijlgeneeskunde via onderzoek dat ZonMW zal gaan uitzetten. Hierover heb ik u, mede namens de Minister voor Medische Zorg en Sport, in voornoemde brieven ingelicht.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
P. Blokhuis
Aanhangsel Handelingen II, 2018/2019, nr. 3163.↩︎
Kamerstuk 32 793, nr. 403.↩︎