Reactie op verzoek commissie over een klacht over verlies btw-vrijstelling a.g.v. verhoging laag btw-tarief
Brief regering
Nummer: 2019D45183, datum: 2019-10-18, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2019D45183).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M. Snel, staatssecretaris van Financiën
Onderdeel van zaak 2019Z21716:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Stemmingen en besluiten:
- 2019-11-27 14:00 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2019-11-20 15:30 ⇒ Voor kennisgeving aangenomen. (Besluit)
- 2019-11-14 13:35 ⇒ Doorgezonden aan de betrokken commissie(s). (Besluit)
- 2019-11-14 13:35: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2019-11-20 15:30: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
- 2019-11-27 14:00: Aansluitend aan de beëdiging: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
2019D45183 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 oktober 2019
Op 6 juni jl. heeft u mij een mail doorgezonden van een belastingplichtige (hierna: vragensteller). De vragensteller vreest dat zijn koopkracht wordt aangetast door de verhoging van het verlaagde btw-tarief per 1 januari jl. in verband met de door hem toegepaste kleineondernemersregeling voor de btw. U heeft mij gevraagd in meer algemene zin te antwoorden.
Feitelijke situatie
Blijkens zijn bericht is de vragensteller een zogenoemde «kleine» ondernemer met een ontheffing van administratieve verplichtingen. Dit laatste is mogelijk als een ondernemer (na aftrek van voorbelasting) minder dan € 1.345 per jaar aan btw verschuldigd is. Het gevolg daarvan is dat hij niet in de btw-heffing wordt betrokken en geen btw-aangifte hoeft te doen.
Gevolgen voor koopkracht van tariefverhoging voor 2019 in algemene zin
Op voorhand wordt opgemerkt dat een eventueel koopkrachteffect als gevolg van de btw-verhoging zich alleen kan voordoen over het jaar 2019 omdat de kleineondernemersregeling op 1 januari 2020 wijzigt (zie het slot van deze brief).
Het is mogelijk dat een «kleine» ondernemer door de verhoging van het verlaagde btw-tarief boven de € 1.345-grens uitkomt. In dat geval vervalt zijn ontheffing van administratieve verplichtingen en zal hij op de gebruikelijke wijze in de btw-heffing worden betrokken. Kort samengevat betekent dit dat de ondernemer btw aan zijn afnemers moet berekenen, maar ook recht krijgt op aftrek van voorbelasting. Daarbij geldt overigens dat zolang de per saldo door hem verschuldigde btw minder bedraagt dan € 1.883 de kleineondernemersregeling voorziet in een korting op de jaarlijks af te dragen btw van het verschil tussen de af te dragen btw en het bedrag van € 1.345.
Het principe van de btw-wetgeving is dat een ondernemer de btw in rekening brengt aan zijn afnemers. Aldus kan er geen koopkrachteffect ontstaan als gevolg van een tariefverhoging. De ondernemer ontvangt dan immers de door hem verschuldigde btw van zijn afnemers. In het geval van een «kleine» ondernemer ontstaat er mogelijk zelfs een voordeel als deze de hiervoor bedoelde korting geniet. Overigens voorziet de wet (artikel 52) erin dat een eventuele tariefverhoging steeds mag worden doorbelast aan een afnemer.
Een eventueel koopkrachteffect kan zich wel voordoen als de ondernemer de verschuldigde btw niet wil of kan doorberekenen aan zijn afnemers. Deze keuze is met name voorstelbaar als de «kleine» ondernemer (nagenoeg) uitsluitend presteert aan particulieren op een markt met erg veel concurrentie. Of, en zo ja op welke schaal, deze situatie zich voordoet is niet bekend.
Gevolgen voor koopkracht van tariefverhoging vanaf 2020 in algemene zin
In 2020 wijzigt de kleineondernemersregeling. Vanaf 2020 is een omzetgerelateerde vrijstelling omzetbelasting van kracht. Deze kan worden gebruikt als de omzet exclusief btw in een kalenderjaar niet hoger is dan € 20.000. De hoogte van het btw-tarief heeft vanaf 1 januari 2020 dus geen effect meer op de toepassing van de kleineondernemersregeling. Ondernemers die op 31 december 2019 ontheven zijn van hun administratieve verplichtingen hoeven geen apart verzoek in te dienen om de nieuwe regeling toe te passen. Deze ondernemers gaan «geruisloos» over naar deze vrijstelling, tenzij aannemelijk is dat de ondernemer in 2020 boven deze omzetgrens zal uitkomen.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geantwoord.
De Staatssecretaris van Financiën,
M. Snel